Voortgang arbeidsmarktbeleid en fair pay in de culturele en creatieve sector
Brontekst
Versie c05434358789f83e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 820Nieuwe visie cultuurbeleid29 544ArbeidsmarktbeleidNr. 578 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Cultuur maakt het leven mooier, daagt uit en zorgt voor verbinding. Demensen die in de culturele en creatieve sector werken doen dat veelalvanuit intrinsieke motivatie. De werkenden in deze sector nemen eenbijzondere positie in. Zij werken relatief vaak als zzp’er, er is veel concur-rentie en de beschikbare middelen zijn schaars. Eerlijke beloning en goedearbeidsomstandigheden zijn daardoor niet altijd vanzelfsprekend. Terwijldit essentieel is voor de financiële bestaanszekerheid. Bovendien is fairpay een belangrijke voorwaarde voor artistieke vrijheid, omdat hetwerkenden minder kwetsbaar maakt. De afgelopen tien jaar is er veelgebeurd om eerlijk werken in de sector te verbeteren. Het is goed om tezien dat dit nu veel vaker als uitgangspunt dient.Uw Kamer is een brief toegezegd over de stand van zaken met betrekkingtot fair pay en het arbeidsmarktbeleid in de culturele en creatieve sector1.In deze brief ga ik eerst in op het huidige arbeidsmarktbeleid in Nederlanden wat dat betekent voor de culturele en creatieve sector. Daarna zet ik hethuidige beleid inzake fair practice en fair pay uiteen. Vervolgens schets ikkort de Europese ontwikkelingen, waarbij ik ook inga op de toezegging omeen brief te sturen over het Ierse experiment met jonge makers2. Voortsgeef ik mijn reactie op de aangenomen motie van de leden Mohandis enKoops die verzoekt te onderzoeken welke prikkels en voorwaardenmogelijk zijn om de werkverschaffers en opdrachtgevers te bewegen defairpayrichtlijnen te volgen en deel te nemen aan een bindendconvenant3. Ik sluit af met hoe ik de toekomst voor me zie, waarbij ik ookinga op de toezegging om in 2026/2027 een evaluatie uit te voeren naar defair practice code die zich met name zal richten op het fair pay-beleid4.1Toezeggingsnummer: TZ202601-032.2Toezeggingsnummer: TZ202601-033.3Kamerstukken II 2024–2025, 32 820, nr. 549.4Toezeggingsnummer: TZ202507-109. kst-32820-578ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5781 Algemeen arbeidsmarktbeleid en de culturele en creatieve sectorDe arbeidsmarkt van de culturele en creatieve sector kan alleen gezienworden in het licht van het algemene arbeidsmarktbeleid. Met name hetkabinetsbeleid met betrekking tot het werken met en als zelfstandige(n) ishierbij relevant, omdat ruim de helft van de culturele en creatieve makerswerkt als zzp’er. De afgelopen jaren zijn hier veel ontwikkelingen geweest.Het kabinet kiest nu voor een nieuwe koers die voor meer rust enduidelijkheid moet gaan zorgen voor zzp’ers en opdrachtgevers.Wetgeving ten aanzien van zelfstandigenHet kabinet heeft een deel van de voorgenomen zzp-wetgeving geschrapt.Het gaat om het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Verduidelijkingbeoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het kabinetbehoudt het deel van het wetsvoorstel dat ziet op een rechtsvermoedenvan een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief waarmeelaagbetaalde zzp’ers die menen werkzaam te zijn op basis van eenarbeidsovereenkomst makkelijker hun rechtspositie kunnen opeisen. Voorde culturele en creatieve sector met veel laagbetaalde werkenden zie ikdat als een positieve ontwikkeling, omdat dit de positie van kwetsbarezzp’ers verbetert.De Minister van Werk en Participatie gaat verder aan de slag met eenZelfstandigenwet. Het doel van deze wet is om ervoor te zorgen datzelfstandigen en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid hebbenwanneer iemand geen werknemer is en dus als zzp’er kan wordeningehuurd, en tegelijkertijd vast te leggen welke verantwoordelijkhedenbij die zelfstandige horen. Waar nodig zal ik de bijzondere positie van dewerkenden in de culturele en creatieve sector inbrengen bij de ontwik-keling van het wetsvoorstel. Zodat schijnzelfstandigheid wordt tegen-gegaan, maar er voor de grote groep zzp’ers in de sector ruimte blijft omzelfstandig te blijven werken.Handhaving juiste kwalificatie arbeidsrelatiesDe Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer op de juistekwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen. Dit heeft in deculturele en creatieve sector veel teweeggebracht, omdat daar relatief veelmet zzp’ers gewerkt wordt. Werkgevenden en werkenden zijn gedwongenom scherper te zijn als het gaat over de contractvorm waarin mensen hunwerk doen. Ik vind het belangrijk schijnzelfstandigheid tegen te gaan enervoor te zorgen dat betrokkenen een bewuste keuze maken voor eenjuiste arbeidsrelatie. Het Ministerie van OCW heeft daarom samen met hetMinisterie van SZW, de Belastingdienst en het Platform ArbeidsmarktCulturele en Creatieve Toekomst (Platform ACCT) samengewerkt om desector op de nieuwe situatie voor te bereiden. Daarvoor zijn kennissessiesgeorganiseerd en op de website van Platform ACCT is informatie tevinden over de omgang met arbeidsrelaties specifiek inzake de cultureleen creatieve sector.Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ersHet wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstan-digen (Wet Baz) is afgelopen maart ingediend bij de Tweede Kamer. Dezevoorgenomen wet regelt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverze-kering (aov) voor zelfstandigen. De verwachte bruto premie komt op basisvan de huidige inzichten uit op 5,4%. Indien er sprake is van de maximalepremiegrondslag (142,86% van het wettelijk minimumloon, wat in 2025circa € 38.000 per jaar was) is de bruto premie € 171 per maand. Bij eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5782 lagere winst wordt de te betalen premie per maand minder5. Ik vind datbelangrijk voor de culturele en creatieve sector, waar zelfstandigen vaakzo’n verzekering nog niet hebben afgesloten vanwege de kosten. We gaanervan uit dat de inzet op fair pay bijdraagt aan het kunnen dragen vandeze kosten.Vast en Zeker werkenOm de culturele en creatieve sector goed voor te bereiden op deveranderingen in de arbeidsmarkt, heeft Platform ACCT met steun vanmijn ministerie het stimuleringsprogramma Oog voor Impuls opgezet.Hiervoor is in de periode 2022–2028 € 28 miljoen ter beschikking gesteld.Het programma richt zich zowel op zzp’ers als op werkgevers en opdracht-gevers binnen de sector en focust zich op het stimuleren van werk- eninkomenszekerheid. Het programma kent drie belangrijke regelingen:Zelfverzekerd: waarbij tegemoetkomingen beschikbaar zijn voor de kostenvan een arbeidsongeschiktheidsverzekering of deelname aan eenschenkkring. Zo worden zzp’ers gestimuleerd om nu al – vóór deverplichte aov van kracht wordt – een verzekering af te sluiten.Nu voor later: vergoedt een deel van de kosten van een pensioenvoor-ziening. Zo worden zzp’ers gestimuleerd om pensioen op te bouwen.Zekere Zaak: biedt financiële steun wanneer een organisatie een zzp’er indienst neemt en zo de arbeidsrelatie versterkt en verduurzaamt.Ik constateer dat deze regelingen aansluiten bij de behoeften in het velden dat er goed gebruik van wordt gemaakt. De subsidie aan PlatformACCT is bedoeld ter stimulering en na 2028 moeten organisaties enwerkenden bovenstaande zaken weer zelfstandig oppakken, zoals dat ookin andere sectoren gebeurt.Fair Practice, fair pay en de sociale dialoogHet is tien jaar geleden dat de rapporten «Verkenning arbeidsmarktculturele sector» en «Passie gewaardeerd» van de SER en de Raad voorCultuur zijn uitgekomen6, 7. Hierin werd vastgesteld dat de arbeidsmarkt-positie van werkenden – en in het bijzonder fair pay – in de sectorzorgwekkend was. In reactie daarop is door het veld de Fair Practice Codeontwikkeld en is Platform ACCT opgericht. Ook zijn stappen gezet naareen eerlijke beloning in de sector. Voor de subsidieperiode 2025–2028 isstructureel € 38,4 miljoen aan extra middelen voor fair pay door het Rijktoegekend aan de bis-regeling, musea in de erfgoedwet en de Rijkscul-tuurfondsen. Dat ging bij de bis 2025–2028 gepaard met de verplichtingtot het aansluiten dan wel volgen van collectieve tariefafspraken zoals eencao of honoreringsrichtlijn. Ook dienen instellingen in de bis 2025–2028 deFair Practice Code te onderschrijven. Naast het Rijk zijn gemeenten enprovincies belangrijke financiers van de culturele en creatieve sector.Daarom heeft OCW met de andere overheden voor de periode 2025–2028cultuurconvenanten gesloten met fair pay als belangrijk uitgangspunt.Fair Practice CodeDe Fair Practice Code is een door het veld opgestelde gedragscode om dearbeidsmarktsituatie in de culturele en creatieve sector te verbeteren. Ikvind de code belangrijk omdat die uitnodigt tot kritische reflectie en een5De genoemde bedragen zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon en zullen wordengeïndexeerd.6«Verkenning arbeidsmarkt culturele sector», januari 2016, SER en de Raad voor Cultuur7«Passie gewaardeerd», april 2017, SER en de Raad voor CultuurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5783 handreiking biedt voor de sector om te komen tot een toekomstbe-stendige en gezonde beroepspraktijk. Om het veld te helpen de FairPractice Code helder en concreet toe te kunnen passen bij aanvragen is deFair Practice Gids ontwikkeld. Deze wordt zowel door de Rijkscultuur-fondsen als een aantal private fondsen onderschreven. Kunsten ’92 ishoeder van de code namens de sector en wordt hierin door OCWondersteund tot en met 2028.Ketentafels in deelsectorenNiet alle deelsectoren kennen cao’s of afspraken over arbeidsvoor-waarden. Daarom wordt de sector met steun van het Ministerie van OCWgefaciliteerd bij het voeren van de sociale dialoog via het programmafairPACCT van Platform ACCT. Het programma is gericht op het concreti-seren van fair practice en fair pay in diverse deelsectoren in de cultureleen creatieve sector. Per deelsector nemen onder andere werkenden enwerkverleners plaats aan een ketentafel (gesprekstafel). Zij doenonderzoek naar betere arbeidsvoorwaarden en ontwikkelen praktijkinstru-menten, zoals tarievenrichtlijnen. Dit programma heeft inmiddels vooreen aanzienlijk aantal deelsectoren afspraken en instrumentenopgeleverd, denk bijvoorbeeld aan de richtlijnen voor ZZP-starttarievenvoor de film/AV-sector en het platform filmwerkwijs.nl met digitale toolsvoor ondersteuning van de film/AV-sector, tariefinstrumenten voorfreelance klassieke musici en een functiehandboek voor producerendeletterenorganisaties.Professionele ontwikkelingIn de culturele en creatieve sector is professionele ontwikkeling vaak eensleutel naar betere arbeidsomstandigheden. De behoefte aan scholing inde sector is breed, bijvoorbeeld waar het gaat om versterking vanondernemerschapsvaardigheden, inhoudelijke verbreding en/ofomscholing. Om dit te stimuleren heeft Platform ACCT het programmaPermanente Professionele Ontwikkeling (PPO) opgezet. Voor de periode2020–2025 is door het Ministerie van OCW € 23,5 miljoen ter beschikkinggesteld. Met dit bedrag zijn ruim 34.000 ontwikkeltrajecten gefinancierd.Het programma gaat uit van cofinanciering. Vanuit de werkenden zelf isruim € 43,0 miljoen in hun eigen professionele ontwikkeling geïnvesteerd.Uit onderzoek blijkt dat het instrument een positieve bijdrage levert aande ontwikkeling van de arbeidsomstandigheden. Dat geldt bijvoorbeeldvoor het honorarium van de grote groep zelfstandigen.Europese ontwikkelingen en Iers experimentHierboven heb ik het huidige beleid uiteengezet. Vervolgens zal ik kortingaan op de Europese ontwikkelingen die van belang zijn voor hetNederlandse arbeidsmarktbeleid in de culturele en creatieve sector en inbijzonder op het Iers experiment.De lidstaten van de EU hebben ieder een eigen historie, wettelijk kader envisie op cultuurbeleid. Voor de Europese Commissie zijn arbeidsomstan-digheden wel een belangrijk speerpunt. De Commissie ontwikkelt eenEU-handvest voor culturele en creatieve makers om de fundamenteleprincipes, richtsnoeren en toezeggingen voor eerlijke werkomstandig-heden in de sector te schetsen. Daarnaast faciliteert en stimuleert decommissie informatie-uitwisseling tussen de lidstaten. De resultatenhiervan zullen bijdragen aan het ontwerp van het handvest. Naast hethandvest heeft de Commissie de online tool «This Is How We Work» ophet platform Creatives Unite gefaciliteerd. Deze tool biedt inzicht in dewettelijke en beleidskaders die de wettelijke status, sociale zekerheid enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5784 arbeidsverhoudingen van culturele en creatieve makers binnen diverselidstaten vormgeven.Iers experimentTijdens het wetgevingsoverleg van de OCW-begroting, onderdeel Cultuur,van 19 januari 2026 is door mijn voorganger toegezegd een toelichting tegeven op het Ierse experiment met «het basisinkomen voor jongemakers» en Nederlandse varianten op een basisinkomen voor culturele encreatieve makers.Het «Basic Income for the Arts Pilot Research Scheme 2022–2026»8 (vanafnu «BIA») was een Ierse pilot met als doel te onderzoeken hoe makers inIerland het best ondersteund kunnen worden. Vanuit de BIA ontvingentweeduizend makers, geselecteerd via loting, € 325,– per week. Hoeweljonge makers (vanaf 18 jaar) zich konden aanmelden, was deze pilot nietleeftijdsgebonden en is het daarmee geen maatregel specifiek gericht opjonge makers. Voor deze pilot was € 1059 miljoen vrijgemaakt. In 2026 isbekendgemaakt dat de pilot wordt voortgezet middels een definitieveregeling. Hiervoor is € 18,27 miljoen vrijgemaakt10 op de Ierse begroting.De voorwaarden voor deze permanente regeling11 komen grotendeelsovereen met de pilot (€ 325 per week voor tweeduizend aanvragers).In Nederland hebben eerder soortgelijke regelingen bestaan. Eenvoorbeeld is de BKR (Beeldende Kunstenaars Regeling). Deze regelinggold van 1949 tot 1987 en bood beeldend kunstenaars inkomensonder-steuning in ruil voor kunstwerken. Eind jaren negentig is de WIK (Wetinkomensvoorziening kunstenaars) in werking getreden, op grondwaarvan kunstenaars voor de uitoefening van scheppende, uitvoerende oftoegepaste kunst een inkomen konden ontvangen voor de opbouw vanhun beroepspraktijk. Deze wet is per 2005 aangescherpt naar de WWIK(Wet Werk en Inkomen Kunstenaars). Het doel van de WWIK was net alsbij de WIK om kunstenaars die onvoldoende middelen van bestaanhebben te ondersteunen bij het (weer) opbouwen van een renderende, aldan niet gemengde beroepspraktijk. De WWIK legde, in tegenstelling totde WIK, een grotere nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van dekunstenaar om gaandeweg meer eigen inkomsten te verwerven. Na deafschaffing van de WWIK in 2012 is meer nadruk komen te liggen op deeigen verantwoordelijkheid en het ondernemerschap van creatieveprofessionals. Een terugkeer naar een basisinkomen ligt in de Neder-landse situatie daarom niet voor de hand. Zoals in deze brief reedsuiteengezet stimuleer ik inmiddels fair practice, inclusief fair pay, voor dewerkenden in de sector.Reactie motie leden Mohandis en KoopsInmiddels zijn vele stappen gezet naar betere arbeidsomstandigheden eneerlijke beloning. Dat proces is echter nog niet klaar. De motie van deleden Mohandis en Koops12 verzoekt de Minister te onderzoeken welke8https://www.citizensinformation.ie/en/employment/unemployment-and-redundancy/employment-support-schemes/basic-income-arts-pilot/9De nettokosten werden uiteindelijk uitgerekend op € 72 miljoen dankzij de extra belastingin-komsten en besparingen op sociale uitkeringen. https://www.gov.ie/en/department-of-culture-communications-and-sport/press-releases/basic-income-for-the-arts-pilot-produced-over-100-million-in-social-and-economic-benefits/10https://www.gov.ie/en/department-of-culture-communications-and-sport/press-releases/minister-odonovan-announces-the-new-basic-income-for-the-arts-scheme/11https://www.gov.ie/en/department-of-culture-communications-and-sport/campaigns/basic-income-for-the-arts-pilot-scheme/12Kamerstukken II 2024–2025, 32 820, nr. 549.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5785 prikkels en voorwaarden mogelijk zijn om de werkverschaffers enopdrachtgevers te bewegen de fairpayrichtlijnen te volgen en deel tenemen aan een bindend convenant. Zoals aangekondigd in de laatsteKamerbrief over de stand van zaken moties en toezeggingen13 heeft eenambtelijke verkenning plaatsgevonden over de mogelijkheden om dezemotie op te volgen. Hiervoor heb ik contact gehad met De CreatieveCoalitie, de Alliantie Creatieve Culturele Ondernemers, de FederatieCultuur (FC), de Federatie Creatieve Industrie (FCI), Kunsten ’92 enPlatform ACCT.De Creatieve Coalitie – een koepelvereniging van en voor professionals inde culturele en creatieve sector – heeft aanbevelingen gedaan ombovenop alle reeds lopende maatregelen fair pay aantrekkelijker temaken14. Zij stelt voor: verplicht fair pay in alle overheidssubsidies en bijpublieke voorzieningen, koppel fair pay aan de stimuleringsregelingenvan Platform ACCT, beloon goed opdrachtgeverschap, introduceer eenkeurmerk en ombudsfunctionaris, betrek het kunstvakonderwijs enverplicht fair pay bij de Rijkscultuurfondsen. De laatste aanbeveling richtzich direct tot het Ministerie van OCW. Naast De Creatieve Coalitie heb ikook contact met de Alliantie Creatieve Culturele Ondernemers. Zij gevenaan dat fair pay voor alle makers die niet in loondienst hun werk kunnendoen, alleen gerealiseerd kan worden wanneer er ruimte blijft bestaanvoor ondernemerschap15. Zowel de FC als de FCI – vertegenwoordigersvan werkgevenden in de culturele en creatieve sector – ondersteunen fairpay en de ambitie om deze te borgen in de gehele sector. De FCI wijst opbeperkte beschikbaarheid van financiële middelen bij stijgende(algemene) kosten en de FC geeft aan dat (meer) financiële compensatienodig is. Beide partijen roepen op tot realisme.Prikkels en voorwaarden aan werkverschaffersHet eerste deel van de motie van de leden Mohandis en Koops vraagt teonderzoeken welke prikkels en voorwaarden mogelijk zijn om werkver-schaffers en opdrachtgevers te bewegen de fairpayrichtlijnen te volgen.Op dit moment is fair pay al een harde voorwaarde voor subsidiever-strekking van het Rijk aan culturele instellingen. De verplichting bestaat uithet aansluiten bij en toepassen van een cao of andere tariefafspraken. Omdit te kunnen bekostigen is door OCW vanaf 2025 structureel€ 38,4 miljoen16 beschikbaar gesteld voor de bis-instellingen, de musea inde erfgoedwet en de Rijkscultuurfondsen. Ook dienen instellingen de FairPractice Code te onderschrijven. Verder ondersteun ik de sector met dehierboven geschetste programma’s en acties. Hiermee stimuleer ik fairpay voor de instellingen waar ik rechtstreeks verantwoordelijk voor ben.Ik vind dat we daarmee in het huidige arbeidsmarktbeleid al grotendeelsde prikkels en voorwaarden toepassen waar de motie Mohandis en Koopsom vraagt. De Creatieve Coalitie geeft aan dat het ministerie daarbovenopnormstellend zou moeten zijn over fair pay richting de Rijkscultuur-fondsen op dezelfde wijze als in de bis. Ik hecht veel waarde aan dehuidige beleidsvrijheid van de fondsen, omdat zij zo de ruimte krijgen hunexpertise in te zetten voor de sectoren waar zij specifieke kennis van13Kamerbrief over stand van zaken moties en toezeggingen cultuur, Kamerstukken II 2025–2026,32 820, nr. 560.14«Zeven aanbevelingen: maak fair aantrekkelijk, unfair onaantrekkelijk», december 2025, DeCreatieve Coalitie https://www.decreatievecoalitie.nl/nieuws/7-aanbevelingen-fair-pay-als-norm15Kamerbrief 2026 met reactie op verzoek commissie over afschrift brief Stichting ZZPNederland, namens Alliantie CCO, m.b.t. behoud ruimte voor ondernemerschap in culturele encreatieve sector, Kamerstukken II 2025–2026, 32 820, nr. 57116Kamerbrief Verdeling fair pay middelen en regionale spreiding in de subsidieregeling culturelebasisinfrastructuur 2025–2028, Kamerstukken II 2023–2024, 32 820, nr. 513Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5786 hebben. Ik zie dan ook dat de fondsen bij meerjarige regelingen fair payals uitgangspunt nemen en bij projectsubsidies kijken wat er mogelijk is.Ik ben bereid te onderzoeken hoe het huidige beleid op dit punt uitpakt.Dat neem ik mee in de fair pay evaluatie die dit jaar zal starten.Daar waar OCW niet rechtstreeks financier is, zie ik dat fair pay en fairpractice nog niet altijd de norm zijn. De sector is daar wel naartoe aan hetwerken. We zijn op het punt gekomen waarbij voor veel deelsectoreninmiddels afspraken bestaan in de vorm van cao’s, richtlijnen en anderetariefafspraken. Voor een aantal deelsectoren wordt het gesprek overdergelijke afspraken nog gevoerd. Van zowel werkgevers en opdracht-gevers als werkenden hoor ik dat het nakomen van bestaande afsprakenin sommige gevallen nog niet soepel verloopt. Zo onderschrijveninstellingen en andere (publieke en private partijen) de afspraken wel,maar is hun begroting hier nog niet altijd op toegerust.Ik zie dat de sector op zoek is naar een balans tussen fair pay en eenkwalitatief aanbod. Daarbij past het ministerie terughoudendheid, omdathet gaat om een gesprek dat in de sector moet worden gevoerd. Hetministerie gaat niet over wat mensen met elkaar willen afspreken, zekerdaar waar het Rijk geen of maar beperkt financier is. Het is uiteindelijk eenbewustwordingsproces dat vraagt om beslissingen die soms moeilijk zijn.Bovendien zijn er geen extra middelen. Voor mijzelf zie ik wel een rol voorhet faciliteren van het gesprek. Over de wijze waarop ik dit wil blijvendoen kom ik terug in de alinea «hoe nu verder».ConvenantHet tweede deel van de motie van de leden Mohandis en Koops vraagt mijte onderzoeken welke prikkels en voorwaarden mogelijk zijn om werkver-schaffers en opdrachtgevers te bewegen om deel te nemen aan eenbindend convenant. Platform ACCT is in 2023 een proces gestart om tekomen tot een sectoraal convenant door gesprekken te faciliteren tussenwerkgevenden en werkenden. Dit proces heeft tot op heden niet geleid toteen sectoraal convenant in aanvulling op de bestaande gesprekken enafspraken op deelsectorniveau van de ketentafels van fairPACCT. Daarbijspeelt mee dat de werkgevers- en brancheorganisaties onvoldoendemandaat voelen om bindende afspraken te maken voor de onderdelen diezij vertegenwoordigen en dat zij zorgen hebben over de mate waarinrekening wordt gehouden met de verschillen tussen de diverse deelsec-toren. Ik constateer dat er op dit moment onvoldoende draagvlak is voorhet «bindende convenant» waar de motie over spreekt. Wat mij betreft iszo’n convenant geen doel op zich. Ik ben wel van mening dat het blijvenvoeren van een sectorale dialoog van meerwaarde is voor de sector. Ikkan mij voorstellen dat op termijn afspraken op een deelonderwerp alsprofessionele ontwikkeling mogelijk kunnen worden. Dit is een verant-woordelijkheid van werkgevenden en werkenden samen.Hoe nu verderHierboven heb ik in mijn reactie op de motie van de leden Mohandis enKoops geschetst welke beperkingen en mogelijkheden ik zie om fair payverder te stimuleren. Hieronder beschrijf ik hoe ik de toekomst nu verdervoor me zie. Ook in relatie tot het bredere cultuurbeleid.Evaluatie Fair PayBij de rechtstreekse subsidies van OCW aan instellingen blijven eerlijkearbeidsomstandigheden en in het bijzonder eerlijke beloning belangrijk. Inde huidige bis-periode is dat geborgd doordat instellingen verplicht zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5787 een cao of andere tariefafspraken te volgen. Daarvoor ontvangen zijsamen met de Rijkscultuurfondsen en musea in de Erfgoedwet sinds 2025structureel € 38,4 miljoen. Hoe ik hiermee verder ga in de volgendesubsidieperiode laat ik mede afhangen van de evaluatie van «fair pay».Deze evaluatie zal dit jaar starten in samenwerking met de sector. In 2027verwacht ik de resultaten. Deze zullen met de Kamer worden gedeeld.KetentafelsOndanks de extra middelen en afspraken constateer ik dat er nog steedseen «gat» zit tussen wat er aan verschillende ketentafels wordtafgesproken en de financiële haalbaarheid daarvan. Dat betekent wat mijbetreft dat er in de zoektocht naar fair pay nog een stap gezet moetworden, waarin dit gat wordt overbrugd. Mijns inziens zijn de ketentafelsvan fairPACCT de juiste plek om hierover het gesprek verder te voeren. Dedialoog aan de tafels zal uiteindelijk door de (deel)sectoren zelf moetenworden overgenomen; daar ligt tenslotte de verantwoordelijkheid om ditvorm te geven. Om deze transitie te ondersteunen werkt Platform ACCTmomenteel aan een plan voor implementatie en borging. Platform ACCTkijkt hierbij naar de inrichting van het overleg, waarbij principes als«evenwicht aan tafel», «vertegenwoordiging met mandaat» en«aanspreekbaarheid op de uitvoering» worden uitgewerkt. Ook principesvoor de blijvende ontwikkeling en ondersteuning van de afspraken enproducten die worden ontwikkeld, zijn onderwerp voor de volgende fase.Daarbij wordt onder meer gekeken naar onderbouwing, toetsing entoepasbaarheid van de afspraken. Ik zie dat de sector voor het continuerenvan de gesprekken voorlopig nog enige ondersteuning nodig heeft. Ik zaldaarom afwegen of ik de ondersteuningsfunctie «arbeidsmarkt», diePlatform ACCT nu vervult binnen de bis 2025–2028, ook in de nieuwesubsidieperiode vanaf 2029 voort zal zetten.Andere overheden en private financiersVoor een sector die naast de Rijksoverheid ook wordt gefinancierd doorandere overheden, is het belangrijk dat we gezamenlijk het belang van fairpay blijven uitdragen. De eerder genoemde cultuurconvenanten vind ikdaar een mooi voorbeeld van. Voor de subsidieperiode 2029 en verderben ik voornemens opnieuw afspraken te gaan maken met de andereoverheden, waarbij fair pay wederom op de agenda staat. Verder blijf ik ingesprek met private fondsen en commerciële opdrachtgevers over hetverbeteren van beloningen.Professionele ontwikkelingEen goede professionele ontwikkeling draagt bij een goede beloning.Vanwege het succes en de behoefte in de sector is het programmaPermanente Professionele Ontwikkeling tot en met 2028 verlengd met eenaanvullend budget van € 21,2 miljoen. Ik vind het belangrijk dat we hetleven lang ontwikkelen in de sector blijven ondersteunen en ga daarommet Platform ACCT in gesprek over de borging van het programma na2029. Daarbij wil ik specifiek aandacht hebben voor de rol van branchever-enigingen in dit vraagstuk en zie ik kansen binnen de sectorale dialoog.KunstvakonderwijsTot slot vraag ik aandacht voor de rol van de kunstvakopleidingen. Zijkunnen een gedegen basis leggen voor de bewustwording rondom fairpay. Hiervoor is ook aandacht in de sectorverkenning «ACT! – Naar eenassertief, collectief en transformatief kunstonderwijs» van de commissieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5788 Bussemaker17 die onlangs is gepubliceerd. Ik geef aan de sector mee deaanbevelingen van deze sectorverkenning mee te nemen in het nieuwesectorplan dat het kunstonderwijs de komende periode zal ontwikkelen.SlotDe arbeidsmarkt van de culturele en creatieve sector functioneert beterdan tien jaar geleden. Er zijn veel stappen gezet, maar het verbeteren vande arbeidsmarkt is nog niet klaar. Ik moedig alle betrokkenen aan omscherpe gesprekken te voeren en goede keuzes te maken voor eengezonde, bloeiende, sector. Ik zal mijn inspanningen voor het verbeterenvan de arbeidsmarkt en het bevorderen van fair pay continueren en blijfde sector daar de komende tijd bij ondersteunen.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. Letschert17Verkenningsrapport kunstonderwijs «ACT!», maart 2026, Commissie Bussemaker, VerenigingHogescholen https://www.vereniginghogescholen.nl/system/knowledge_base/attachments/files/000/001/637/original/2026_Verkenningsrapport-kunstonderwijs-Commissie-Bussemaker_’ACT!’.pdf?1773653370Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 820, nr. 5789
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.