KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 22 sep 2026 · Tweede Kamer

Standpunt op nieuw Omnibus voorstel veiligheid van voedsel en diervoeder

Brontekst

Geachte Voorzitter, Hierbij informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, over het standpunt op de (bijgevoegde) compromistekst voor het Omnibus voorstel veiligheid van voedsel en diervoeder, dat Nederland voornemens is om tijdens het ambassadeursoverleg (COREPER) op woensdag 23 september 2026 over te brengen. Bij een akkoord aldaar op de compromistekst wordt een mandaat gegeven om de onderhandelingen met het Europees Parlement te starten (triloog). Dit gehele proces om tot een mandaat te komen kent helaas wederom een zeer korte doorlooptijd. Uw Kamer is op 11 juni 2026 geïnformeerd (Kamerstuk 27858, nr. 765) over een eerdere voorstel voor een compromistekst waar tijdens het COREPER van 12 juni 2026 geen meerderheid op is bereikt (Kamerstuk 27878, nr. 767). Eerder is uw Kamer op 6 februari 2026 geïnformeerd over de Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen aan de hand van het BNC-fiche (Kamerstuk 22112, nr. 4261). Dit kabinetsstandpunt stuur ik nu zoals eerder aan uw Kamer toegezegd en in uitvoering van de motie van het lid Bromet c.s. voorafgaand aan de stemmingen een compromistekst aan uw Kamer voor te leggen (Kamerstuk 22112, nr. 4335). In de afgelopen maanden heb ik meerdere malen bij het voorzitterschap het belang van zorgvuldige procedures benadrukt waarbij voldoende tijd is om uw Kamer te betrekken. Deze agendering en het kort hiervoor beschikbaar stellen van stukken is echter de eigenstandige keuze van het voorzitterschap. Ctgb appreciatie Zoals bij het eerdere voorstel voor een compromistekst (Kamerstuk 27858, nr. 765) heb ik het Ctgb, als onafhankelijke toelatingsautoriteit voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevraagd om een appreciatie te geven op het compromisvoorstel. Deze is als bijlage toegevoegd. Het Ctgb heeft de uitkomsten van de wetenschapstoets waarover ik uw Kamer op 8 mei 2026 heb geïnformeerd (Kamerstuk 27858, nr. 748) en die van een gesprek met de auteurs van deze toets betrokken bij het opstellen van de appreciatie. Onderdelen Het Omnibuspakket beoogt de aanpassing van meerdere richtlijnen en verordeningen. Het maakt deel uit van een bredere serie Omnibusvoorstellen die zijn bedoeld om Europese regelgeving te vereenvoudigen. De voorstellen zijn eerder aangekondigd in de Visie voor Landbouw en Voedsel. Hieronder zal ik op elk van de onderdelen van de Omnibus veiligheid van voedsel en diervoeder, ingaan op de inhoud, voornaamste wijzigingen en de Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel. Gewasbeschermingsmiddelen Het Omnibus voorstel omvat wijzigingen die in de basis gericht zijn op het wegnemen van onnodige regeldruk en het versnellen van het beschikbaar komen van biocontrol gewasbeschermingsmiddelen. Nederland staat hier in de basis positief tegenover omdat het wenselijk is om dergelijke middelen meer en sneller op de markt te krijgen. Het duurt momenteel zeer lang voordat laag-risico middelen de markt bereiken omdat aanvraag- en herbeoordelingsprocedures voor een hoge werklast en knelpunten bij EFSA en lidstaten zorgen. In het compromisvoorstel zijn verschillende aanpassingen van Verordening (EC) 1107/2009 opgenomen zoals voorlopige toelatingen voor laag-risicomiddelen, stilzwijgende overeenkomst bij wederzijdse erkenningen, en het één-zone principe voor wederzijdse erkenningen. De beoogde voorstellen zullen naar verwachting leiden tot meer en snellere toelatingen van laag-risico middelen. Dit is in lijn met het concept van ‘green lanes’, waarbij laag-risico middelen voorrang krijgen. In tegenstelling tot eerdere versies van het voorstel zal een onbeperkte goedkeuring van stoffen en toelating van middelen alleen gelden voor laag-risico-middelen. Hierdoor zullen stoffen zoals PFAS en KRW-prioritaire stoffen periodiek beoordeeld blijven worden. Voor stoffen met een hoog gevaarprofiel, zoals stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen, blijven de termijnen gelijk aan de huidige, kortere termijnen van 5 of 7 jaar. Voor alle andere stoffen wordt voorgesteld om de goedkeuringstermijnen te verlengen naar 15 jaar (nu 10) na eerste goedkeuring en 25 jaar (nu 15) na herbeoordeling. Dit is in lijn met de Nederlandse inzet om te voorkomen dat breedwerkende, giftige stoffen onderdeel zijn van de definitie van biocontrol. Het is overigens wel wenselijk dat er meer zicht komt op de effecten van deze wijzigingen op de Europese water- en natuurdoelen. Hierop kan worden ingezet tijdens de triloog. Hiervoor zal een stemverklaring worden afgegeven. Ten opzichte van het vorige compromisvoorstel is nu een Europees signaleringssysteem opgenomen voor nieuwe wetenschappelijke kennis of monitoringsdata over werkzame stoffen. Dergelijke signalen kunnen er via tussentijdse herbeoordelingen voor zorgen dat alle werkzame stoffen sneller op de juiste onderdelen opnieuw beoordeeld worden. Beoordelingscapaciteit wordt hierdoor gericht ingezet op de herbeoordeling van stoffen waarbij mogelijke risico’s zijn gesignaleerd. Hiermee is tegemoet gekomen aan de Nederlandse inzet en is een zekere waarborg opgenomen dat nieuwe wetenschappelijke kennis of monitoringsdata over werkzame stoffen tijdig, en mogelijk sneller dan nu het geval is, betrokken kan worden in de beoordelingsprocessen. Dit was voor Nederland een randvoorwaarde om in te kunnen stemmen met een compromisvoorstel. Verder zal Nederland zich tijdens de triloogonderhandelingen en de uitwerking daarna maximaal inzetten om het signaleringssysteem zo goed mogelijk te implementeren binnen EFSA. Wel wil Nederland in gesprek over een lopende inbreukprocedure over watervergunningen die de Europese Commissie heeft opgestart tegen Nederland en waar het Ministerie van IenW aan werkt om eeuwigdurende vergunningen om te zetten naar tijdelijke. Deze inbreukprocedure is inconsistent met het voornemen om onbeperkte goedkeuringsperiodes te hanteren. De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft mij daarnaast verzocht om een reactie geven op enkele brieven waarin zorgen worden geuit over het Omnibus voorstel. Het betreft een brief van Caring Farmers betreffende ‘Boeren en artsen maken zich zorgen om pesticiden’ (Kenmerk 2026Z17974/2026D42768), een brief van waterschapsbestuurders ten aanzien van de ‘Omnibus Simplification Food & Feed Safety’ (Kenmerk 2026Z17975/2026D42406) en een brief aan het Europees Parlement betreffende ‘573 wetenschappers vragen EU regels over pesticiden nog niet te versoepelen’ (Kenmerk 2026Z19167/2026D44279). De voornaamste zorg in deze brieven is dat een nieuw Omnibus voorstel zal leiden tot een verzwakking van het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu. Mijn inzet in de onderhandelingen was juist om dit beschermingsniveau minimaal te handhaven wat heeft geleid tot een verbetering van het voorstel zoals het nu voorligt. Door het opnemen van een Europees signaleringssysteem voor nieuwe wetenschappelijke kennis of monitoringsdata over werkzame stoffen wordt gezorgd dat werkzame stoffen sneller op de juiste onderdelen opnieuw beoordeeld worden. Binnen het huidige voorstel blijft daarnaast de mogelijkheid in stand om een langere maximale respijtperiode toe te kennen voor stoffen waarvan de goedkeuring niet wordt verlengd en waarvoor tevens geen landbouwkundig alternatief is. Ik ben hier geen voorstander van, maar het Ctgb weegt bij het bepalen van een dergelijke termijn verschillende factoren mee, zoals risico’s, waardoor een zorgvuldige afweging zal blijven worden gemaakt over het instellen van een respijtperiode. Daarnaast geldt deze uitbreiding van de maximale respijtperiode niet voor de stoffen met het hoogste gevaarsprofiel (kandidaten voor vervanging). Ik verwacht daarom dat dit onderdeel van het voorstel een beperkte impact zal hebben. Maximale residulimieten Binnen het Omnibus voorstel mogen stoffen die in de EU niet zijn toegelaten vanwege bepaalde gevaareigenschappen in relatie tot de gezondheid en milieu, ook niet op geïmporteerde producten zitten, indien dit passend wordt geacht in het licht van de uitkomst van een individuele impact assessment per stof. In het BNC-fiche is eerder aangegeven dat het kabinet waarde hecht aan de uitvoering van een brede impact assessment op dit punt, zoals aangekondigd in de Visie voor Landbouw en Voedsel, voordat de betreffende verordening hierop wordt aangepast. Deze brede impact assessment onderzoekt de gevolgen voor de concurrentiepositie van de EU en de internationale implicaties. De onderhandelingen hebben niet geleid tot een aanpassing op dit punt. Daarom zal Nederland hierover in de COREPER een stemverklaring afgeven. Daarnaast zijn in het Omnibus voorstel overgangsmaatregelen opgenomen om het mogelijk te maken dat producten die bij productie, opslag of verhandeling voldeden aan de toen geldende Maximale Residu Limieten (MRLs), ook na wijziging van deze limieten in de handel kunnen blijven. In de onderhandelingen is hieraan toegevoegd dat dit ook geldt voor producten die in derde landen in de opslag zijn geplaatst voordat de nieuwe MRL ingaat. Ook hier wordt een stemverklaring over afgegeven. Wanneer producten de Europese Unie binnenkomen, moeten deze voldoen aan de op dat moment geldende regelgeving, anders is het niet handhaafbaar bij grenscontroles Biociden Wat betreft biociden is het voorstel ongewijzigd. Volledigheidshalve is hieronder het standpunt van het kabinet met betrekking tot het voorstel nogmaals weergegeven. Binnen het Omnibus voorstel worden de goedkeuringstermijnen van werkzame stoffen verruimd naar 15 jaar voor nieuwe stoffen (was 10 jaar) en naar 25 jaar voor hernieuwd gekeurde stoffen (was 15 jaar). Daarnaast wordt voorgesteld om de goedkeuring van alle stoffen die momenteel in hun eerste goedkeuringstermijn zitten met 5 jaar te verlengen. Ook wordt voorgesteld het publiceren van besluiten van toelatingen voor de Unie aan te passen ten behoeve van een vermindering van de administratieve lasten voor de Europese Commissie. Nederland staat positief tegenover het doel van het Omnibus voorstel om de verlichting van de werklast on de vertragingen in de beoordeling van stoffen aan te pakken. Nederland is echter, in lijn met de bijgevoegde Ctgb appreciatie, tevens van mening dat met de voorgestelde maatregelen de waarborgen voor de bescherming van mens dier en milieu onvoldoende zijn en het nu onzeker is hoe dit uitwerkt. Een specifiek punt van zorg is dat de periodieke beoordeling van stoffen (EU-niveau) wordt verlengd naar eens in de 15 of 25 jaar, maar er gelijktijdig wordt vastgehouden aan de periodieke beoordeling van middelen op lidstaatniveau elke 10 jaar. Dit zorgt voor een verhoging van de werklast bij de nationale beoordelende instanties, omdat zij de meest recente beschikbare kennis binnen de beoordeling mee moeten nemen, in plaats van dat dat op stofniveau Europees wordt gedaan. Dit leidt verder tot een vermindering van de harmonisatie in de EU en hogere lasten voor het bedrijfsleven. Dit is in lijn met de appreciatie van het Ctgb. In plaats daarvan heeft Nederland sterke voorkeur voor het versterken van artikel 15 door op te nemen dat de Europese Commissie het agentschap (ECHA) mandateert een periodieke beoordeling van nieuwe wetenschappelijke literatuur en monitoring data op te nemen. Dit zal leiden tot het sneller en beter reageren op nieuwe wetenschappelijke inzichten en de harmonisatie binnen de Unie. Nederland is voornemens om middels een stemverklaring hier aandacht voor te vragen. Fermentatieproducten Het voorstel van de Europese Commissie verduidelijkt de juridische status van fermentatieproducten geproduceerd met behulp van genetisch gemodificeerde organismen (GMO’s). De onderhandelingen hebben geleid tot een aantal wijzigingen en aanvullingen in de tekst, dit betreft enkel verduidelijkingen. Dit is in lijn met het Nederlandse standpunt. We kunnen het voorstel steunen zolang het strikt verduidelijkend van aard is, en geen nieuwe eisen introduceert die afwijken van het bestaande juridische kader. Onze input over de adequate beoordeling van de voedselveiligheid is ook verduidelijkt in de tekst. Nederland staat daarom positief tegenover dit voorstel. Diervoederadditieven In het Omnibus voorstel worden diervoerderadditieven toegelaten voor onbepaalde tijd, wijzigen van toelatingen wordt vereenvoudigd, informatie op het etiket (die geen betrekking heeft op veiligheid of tracering) mag digitaal worden aangeboden en diervoederadditieven bedoeld voor export naar derde landen kunnen worden uitgezonderd van de eisen die in Verordening 1831/2003 worden gesteld. Nederland staat in beginsel positief tegenover het pakket van wijzigingen voor diervoederadditieven, waarbij de uitwerking op de voet gevolgd zal worden, omdat de nog uit te werken nieuwe werkwijze van EFSA nog niet volledig bekend is. Voedselhygiëne In het Omnibus voorstel worden de huidige dubbele kennisgevingsprocedures voor nationale maatregelen rond voedselhygiëne vervangen door de algemene Technical Regulations Information System (TRIS)-kennisgevingsprocedure van Richtlijn nr. 2015/1535. De tekst van het voorstel is niet meer gewijzigd tijdens de onderhandelingen. Nederland kan dit voorstel daarom, in lijn met onze initiële positie, steunen. Dierenwelzijn In het Omnibus voorstel worden dubbelingen in rapportageverplichtingen verminderd en wordt een overbodige registratieplicht in richtlijn nr. 98/58 geschrapt omdat deze al onder andere regelgeving valt. Omdat het niveau van dierenwelzijnsbescherming ongewijzigd blijft staat Nederland positief tegenover dit voorstel. Transmissible Spongiforme Encefalopathie Boviene Spongiforme Encefalopathie (hierna: BSE), beter bekend als gekkekoeienziekte is een voorbeeld van een Transmissible Spongiforme Encefalopathie (hierna: TSE), een groep dierziekten. In het Omnibus voorstel worden de regels voor TSE’s en BSE in verordening nr. 999/2001 gemoderniseerd om beter aan te sluiten bij de World Organisation for Animal Health (WOAH) standaard van 2023 en recente adviezen van de European Food Safety Authority (EFSA). Omdat het BSE-risico in de EU aanzienlijk is afgenomen, worden de regels flexibeler en beter afgestemd op de epidemiologische situatie. Nederland positief tegenover dit voorstel. Officiële controleverordening In het Omnibus voorstel wordt de officiële controleverordening (EU nr. 2017/625) gewijzigd om het splitsen van importzendingen mogelijk te maken. Zo kan de importinspectie voor een deel van de zending worden afgerond, terwijl een ander deel nog wacht op verdere inspectie zoals een laboratoriumanalyse. Daarnaast krijgt de Europese Commissie meer ruimte om in gedelegeerde handelingen vast te leggen onder welke voorwaarden laboratoria als officiële of referentielaboratoria kunnen worden erkend. Nederland staat positief tegenover dit voorstel. Overig Het Omnibus voorstel voorziet in het schrappen van twee (richtlijnen nr. 82/711 en nr. 85/572) waarin regels zijn opgenomen voor het testen van migratie van bestanddelen van materialen en voorwerpen van kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen. Regelgeving hiervoor wordt inmiddels gedekt door Verordening (EU) nr. 10/2011, waardoor Nederland positief staat tegenover dit voorstel. Standpunt Overwegende dat: Het Omnibus voorstel veiligheid van voedsel en diervoeder een versimpeling van Europese regelgeving voorstaat; Nederland hier een positieve grondhouding toe heeft; Nederland onverdeeld positief is over diverse onderdelen van het Omnibus voorstel; Het momenteel zeer lang duurt voordat laag-risico gewasbeschermingsmiddelen de markt bereiken vanwege de hoge werklast en knelpunten bij aanvraag- en herbeoordelingsprocedures die door EFSA en lidstaten worden uitgevoerd. Door het voorstel laag-risico middelen meer en sneller op de markt kunnen komen; Waar het gaat om gewasbescherming aanpassingen zijn gedaan die in lijn zijn met de Nederlandse inzet. Zo is met het opnemen van een signaleringssysteem voor nieuwe wetenschappelijke kennis of monitoringsdata een zekere waarborg opgenomen voor het beschermingsniveau van mens, dier en milieu. Dit wordt bevestigd door de appreciatie van het Ctgb; De compromistekst voor wat betreft de maximale residulimieten, gewasbeschermingsmiddelen en biociden echter nog niet volledig in lijn is met de Nederlandse inzet uit het BNC-fiche en dit ook bevestigd wordt door de appreciatie van het Ctgb; Een afweging moet worden gemaakt tussen de positieve onderdelen van de compromistekst, de mate waarin het voorzitterschap tegemoet is gekomen aan de Nederlandse inzet en de onderdelen waar Nederland nog verbetering wil zien; Nederland maximaal invloed wil kunnen uitoefenen gedurende de triloogonderhandelingen over het voorstel en deze mogelijkheden worden beperkt wanneer Nederland dit voorstel niet steunt. Besluit Nederland om in te stemmen om aan de hand van het voorliggende compromistekst de onderhandelingen met het Europees Parlement te starten en daarbij een stemverklaring af te geven op de onderwerpen: Gewasbescherming: Aan te dringen dat er tijdens de triloogfase een inschatting wordt gemaakt van de impact van de voorgestelde wijzigingen voor de doelen van Europese richtlijnen zoals de KRW, de Drinkwaterrichtlijn, de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening. Maximale residulimieten; Aan te dringen dat Nederland waarde hecht aan de uitvoering van een brede impact assessment op de gewijzigde onderdelen. Daarnaast zal Nederland aangeven dat regels zo worden ingericht dat producten die de Europese Unie binnenkomen, moeten voldoen aan de op dat moment geldende regelgeving. Biociden; Aan te dringen op een mandaat van de Europese Commissie aan ECHA om een periodieke beoordeling van nieuwe wetenschappelijke literatuur en monitoring data op te nemen. Dit zal leiden tot het sneller en beter reageren op nieuwe wetenschappelijke inzichten en de harmonisatie binnen de EU. Hoogachtend, Silvio P.A. Erkens Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Versie c01edf08-30a7-44a1-b390-d3ee979240e1 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.