KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 en verslag Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026 (Kamerstuk 21501-02-3355)

12 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f025c0a4da226556 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3361 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 maart 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en vanBuitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de Geanno-teerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 enverslag Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02,nr. 3355), het Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3354) en het Verslag van de 24e zitting van deVergadering van verdragspartijen bij het Statuut van Rome inzake hetInternationaal Strafhof (Kamerstuk 28 498, nr. 59).De vragen en opmerkingen zijn op 10 maart 2026 aan de Ministers vanBuitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamen-werking voorgelegd. Bij brief van 12 maart 2026 zijn de vragenbeantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,KlaverAdjunct-griffier van de commissie,Coco Martin kst-21501-02-3361ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33611 Inhoudsopgaveblz.IVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie13Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie18Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie27IIVolledige agenda31 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieRussische agressie tegen OekraïneFinanciële SteunDe leden van de D66-fractie verwelkomen het besluit van de EU (EuropeseUnie) om 90 miljard euro aan financiële steun vrij te maken voor Oekraïne.Deze middelen zijn essentieel om de Oekraïense overheid draaiende tehouden, burgers van basisvoorzieningen te voorzien en de strijdkrachtenin staat te stellen zich te blijven verdedigen tegen de Russische agressie.Tegelijkertijd constateren deze leden met zorg dat Hongarije de besluit-vorming hierover blijft blokkeren. Hongarije torpedeert hiermee oponacceptabele wijze doelbewust de Europese eenheid en geloofwaar-digheid en ondermijnt daarmee de steun aan de moedige strijd vanOekraïne tegen Rusland, evenals de veiligheid op het Europese continent.Deze leden vragen de Minister hoe hij deze impasse wil doorbreken.Welke inzet pleegt de Minister, zowel bilateraal richting Hongarije alsbinnen de EU, om deze blokkade zo snel mogelijk te beëindigen?1. Antwoord van het kabinet:Het kabinet acht het onacceptabel en onverantwoord datHongarije regelmatig belangrijke steun aan Oekraïne blokkeert ofdreigt te blokkeren. In gezelschap van een brede groep lidstatenzet het kabinet zich in voor onverminderde EU steun voorOekraïne. Het kabinet roept op tot een spoedig akkoord op desteunlening. Hierbij steunt het kabinet de inzet van de voorzittersvan de Europese Raad en de Europese Commissie, die op ditmoment in gesprek zijn met Hongarije, Slowakije en Oekraïne.Hierbij stelt het kabinet zich constructief op en bekijkt het hoedeze inzet zo goed mogelijk te ondersteunen. Zowel tijdens deeerste bezoeken van dit kabinet aan Oekraïne, als in EU verband,is dit onderstreept.2. Antwoord van het kabinet:Voor het verstrekken van een lening aan Oekraïne op basis vaneen headroomgarantie is een aanpassing nodig van deMFK-verordening, waarover de Raad met unanimiteit besluit.Nederland spant zich in, samen met andere lidstaten en deEU-instellingen, voor een zo spoedig mogelijk akkoord op desteunlening om Oekraïne tijdig van de cruciale financiële steun tevoorzien. Alternatieve financieringsconstructies, bijvoorbeeld inde vorm van bilaterale garanties, kosten meer tijd en gevenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33612 minder zekerheid op een eerlijke lastenverdeling onder deelne-mende lidstaten. Dit heeft gezien de urgente noden van Oekraïneop dit moment niet de voorkeur van het kabinet.Steun LuchtafweerDe leden van de D66-fractie constateren dat de escalatie in het Midden-Oosten en de aanhoudende Iraanse aanvallen op buurlanden leiden totsnel slinkende voorraden luchtverdedigingsmunitie. Dit zal naarverwachting leiden tot een grotere vraag naar anti-raketverdediging endaarmee tot verdere druk op de toch al beperkte leveringen van luchtver-dedigingssystemen en -munitie aan Oekraïne. Deelt de Minister dezeanalyse?3. Antwoord van het kabinet:President Zelensky heeft zijn zorgen uitgesproken over het feitdat het conflict in het Midden-Oosten zou kunnen leiden tot meerdruk op schaarse luchtverdedigingsmiddelen. Het kabinet deeltde analyse dat de escalatie in het Midden-Oosten kan leiden toteen nog grotere vraag naar luchtverdedigingsmiddelen. Desituatie onderstreept het belang van een gelaagd luchtverdedi-gingssysteem en diversificatie van luchtverdedigingsmiddelen,om afhankelijkheden van schaarse geavanceerde munitie zoveelmogelijk te beperken. Oekraïne heeft zich de afgelopen jarenontwikkeld tot een koploper in innovatie op gebied van drone-interceptors. Nederland steunt Oekraïne in het verder ontwik-kelen van dit soort systemen, het opschalen van productiefacili-teiten en het delen van deze drone-expertise. Daarnaast blijft hetkabinet internationale partners oproepen om de leveringen vanluchtverdedigingssystemen en -munitie aan Oekraïne door tezetten.De Europese defensiecommissaris (de heer Kubilius) waarschuwde recentvoor deze ontwikkeling en riep, in antwoord daarop, op tot een snelleopschaling van de Europese productiecapaciteit voor luchtverdedigingsra-ketten. Onderschrijft de Minister deze oproep? Welke mogelijkheden zietde Minister om op korte termijn op Europees niveau een impuls te gevenaan de productiecapaciteit voor luchtverdedigingssystemen en bijbeho-rende munitie? Is de Minister bereid hier in de komende Raad Buiten-landse Zaken (RBZ) expliciet toe op te roepen en daarbij ook te verkennenhoe Nederland concreet kan bijdragen aan het versneld versterken van deEuropese productiecapaciteit?4. Antwoord van het kabinet:Een tekort aan luchtverdedigingsraketten is geen nieuwfenomeen en de EU-lidstaten trachten al sinds het uitbreken vande oorlog in Oekraïne de productiecapaciteit hiervan op teschalen. De EU speelt hierin een ondersteunende rol via coördi-natie, regelgeving en financiering. Het kabinet onderschrijft hetbelang van opschaling van deze productiecapaciteit. Nederlanddraagt hier onder andere aan bij door deelname aan het opzettenvan een productielijn voor Patriot-raketten in Duitsland. HetMinisterie van Defensie kijkt doorlopend naar aanvullendemogelijkheden om productie van dit soort raketten op te schalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33613 Schaduwvloot en 20e sanctiepakketTot slot merken de leden van de D66-fractie op dat België, met steun vanFrankrijk, vorige week een tanker uit de Russische schaduwvloot heeftaangehouden. De Nederlandse Minister heeft aangegeven bezig te zijnmet het opstellen van aanvullende nationale maatregelen om ook over tekunnen gaan tot het juridisch houdbaar aanhouden van gesanctioneerdeschaduwschepen, bijvoorbeeld wanneer zij onder valse vlag varen. Dezeleden vragen of België reeds over dergelijke aanvullende nationalewetgeving beschikte op het moment van deze actie, of dat dezeaanhouding heeft plaatsgevonden op basis van het internationalezeerecht en het eerdere statement van de Council of the European Union.Kan de Minister toelichten op welke juridische grondslag deze actie heeftplaatsgevonden? En wat betekent dit voor de vraag of aanvullendenationale wetgeving in Nederland daadwerkelijk noodzakelijk is omvergelijkbare maatregelen te kunnen nemen?5. Antwoord van het kabinet:De juridische grondslag die België in staat stelde te handelen isUNCLOS artikel 110 d. waarin boarding is toegestaan wanneerhet schip niet over een nationaliteit beschikt. Ook beschiktBelgië over nationale wetgeving op basis waarvan hun OpenbaarMinisterie vervolgstappen kan ondernemen overeenkomstig hetBelgisch nationaal recht. We verwijzen uw Kamer naar deKamerbrief van 28 januari 20261 waarbij het kabinet is ingegaanop de beschikbare handelingsopties en het onderscheid dat hetinternationaal recht maakt tussen schepen met een IMO (Interna-tional Maritime Organization) erkende vlag en schepen met eenvalse vlag. Daar is ook aangegeven dat er met spoed gewerktwordt aan het versterken en robuuster maken van de Neder-landse wetgeving die gebruikt kan worden om schepen aan tehouden, waaronder het systematisch kunnen inspecteren vanschepen met een valse vlag. De Ministeries van Infrastructuur enWaterstaat en Justitie en Veiligheid werken hard aan dezewetgeving.Dit betekent overigens niet dat in Nederland geen handelings-opties beschikbaar zijn in specifieke gevallen zonder aanvullendenationale wetgeving.Deze leden spreken daarnaast hun steun uit voor het aangekondigdenieuwe sanctiepakket van de EU, waaronder de voorgenomen Ban onMaritime Services gericht op de Russische schaduwvloot. Deze ledensporen de Minister aan zich in Brussel actief in te zetten om dit pakket zospoedig mogelijk tot stand te brengen en in werking te laten treden.Situatie Midden-OostenLibanonDe leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over de snelverslechterende humanitaire en veiligheidssituatie in Libanon. Groot-schalige bombardementen en evacuatiebevelen hebben geleid totmassale ontheemding, waarbij mogelijk honderdduizenden mensen hunhuizen hebben moeten verlaten. Kan de Minister een actuele inschattinggeven van de omvang van deze ontheemding en in hoeverre verwacht deMinister dat deze aantallen verder zullen toenemen?1Kamerstuk 36 124, nr. 57Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33614 6. Antwoord van het kabinet:Het kabinet maakt zich ernstige zorgen over de ontwikkelingen inLibanon. Op het moment van schrijven zijn er volgens UNHCRcirca 700.000 mensen ontheemd geraakt sinds de geweldsesca-latie van afgelopen week. Volgens UNHCR komen er dagelijksmeer ontheemden bij. De opvang van ontheemden in openbaregebouwen, zoals scholen, schiet al ernstig tekort. Bij aanhou-dende gevechten zal de nood alleen maar toenemen.Hoe beoordeelt de Minister de Israëlische evacuatiebevelen en bombarde-menten in Libanon in het licht van het internationaal humanitair recht?7. Antwoord van het kabinet:Het kabinet maakt zich zorgen over de geweldsescalatie en degrootschalige ontheemding. Bij het uitvoeren van militaireoperaties moet er voortdurend voor worden gewaakt, dat deburgerbevolking, burgers en burgerobjecten worden ontzien.Burgers of burgerobjecten mogen nooit het doelwit zijn vanmilitaire operaties, ook niet in gebieden waar een oproep of beveltot evacuatie voor is gegeven. Daarnaast verplicht het humanitairoorlogsrecht tot het nemen van voorzorgsmaatregelen omburgerslachtoffers en schade aan burgerobjecten te voorkomenof te minimaliseren. Daaronder valt ook het vooraf waarschuwenvoor aanvallen die ook de burgerbevolking zouden kunnentreffen.Welke humanitaire hulp is momenteel beschikbaar voor internontheemden en hoe kunnen Nederland en de EU bijdragen aan onder-steuning?8. Antwoord van het kabinet:De humanitaire noden in Libanon nemen toe terwijl de humani-taire respons onder druk staat. Hulporganisaties hebben zich uitdelen van het land moeten terugtrekken vanwege de veiligheids-situatie.Nederland steunt VN-organisaties en fondsen die in Libanonactief zijn, zoals UNICEF, UNHCR, UNRWA, WFP, het VNNoodhulpfonds (CERF), evenals de Rode Kruis- en Rode HalveMaanbeweging en de ngo-partners van de Dutch Relief Alliance.Nederland geeft ieder jaar meerjarige, flexibel inzetbare finan-ciering aan deze organisaties en fondsen. Dit stelt ze in staat omwendbaar te blijven, en om in te spelen op snel veranderendenoden.Verschillende humanitaire partners van Nederland zijn reedshulpoperaties gestart of hebben deze opgeschaald met behulpvan deze Nederlandse financiering. Zo heeft het NederlandseRode Kruis EUR 500.000 vrijgemaakt uit het partnerschap methet Ministerie van Buitenlandse Zaken. Met dit bedrag wordt deresponse van het Libanese Rode Kruis ondersteund. De DutchRelief Alliance, het consortium van Nederlandse noodhulp-ngo’s,kondigde eveneens een hulpproject in Libanon aan waarEUR 3 miljoen aan Nederlandse middelen voor zullen wordeningezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33615 Op 9 maart jl. kondigde de Europese Commissie bovendien aandat additionele financiering vanuit de Emergency Aid Reservevrijgemaakt zal worden voor humanitaire hulpverlening,waaronder EUR 28,5 miljoen voor Libanon.Daarnaast vragen deze leden hoe de Minister de militaire ontwikkelingenin Zuid-Libanon beoordeelt, waaronder berichten over Israëlischetroepenopbouw en aanwezigheid ten zuiden van de Litani River. Acht deMinister het risico op verdere escalatie, waaronder een mogelijk grondof-fensief, reëel? Is de Minister het met deze leden eens dat een dergelijkoffensief desastreuze gevolgen zou kunnen hebben, en ziet hij mogelijk-heden om in Europees verband diplomatieke druk uit te oefenen om eendergelijke escalatie te voorkomen?9. Antwoord van het kabinet:Zoals bekend in uw Kamer heeft het kabinet begrip voor deveiligheidszorgen van Israël. Israël bevindt zich in een omgevingwaar veel actoren, waaronder Hezbollah, een directe bedreigingvormen voor de veiligheid. Onder het internationaal recht heeftIsraël het recht op noodzakelijke en proportionele zelfverdedigingtegen gewapende aanvallen door niet-statelijke gewapendegroepen zoals Hezbollah. Het kabinet roept alle partijen op zichaan het internationaal recht te houden.Het kabinet benadrukt dat een diplomatieke oplossing de enigeduurzame oplossing is. Het kabinet roept alle partijen op omterug te keren naar gesprekken over het staakt-het-vuren. Teruitvoering van motie Piri (Kamerstuk 32 623, nr. 369) roeptNederland op tot de-escalatie en brengt deze boodschappenonverkort over aan alle partijen, inclusief in EU-verband. Het isbelangrijk dat de Libanese regering zich heeft uitgesproken tegende aanvallen van Hezbollah en verdere militaire activiteiten vanHezbollah als illegaal heeft verklaard. Hezbollah moet onmid-dellijk de aanvallen staken en ontwapenen.Deze leden hebben voorts kennisgenomen van de oproep van de Libanesepresident Joseph Aoun aan de EU om directe gesprekken met Israël teondersteunen, gericht op een staakt-het-vuren en versterking van de rolvan de Lebanese Armed Forces bij het herstellen van staatsgezag en hetontwapenen van Hezbollah. Hoe beoordeelt de Minister deze oproep en ishij bereid dit tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken aan de orde testellen?10. Antwoord van het kabinet:Het kabinet steunt de oproep van de Libanese president Aoun. Teruitvoering van motie Piri (Kamerstuk 32 623, nr. 369) roeptNederland op tot de-escalatie en brengt deze boodschappenonverkort over aan alle partijen, inclusief in EU-verband.Het is belangrijk dat de Libanese regering zich heeft uitgesprokentegen de aanvallen van Hezbollah en verdere militaire activiteitenvan Hezbollah verbiedt. Nederland is een partner van de LebaneseArmed Forces (LAF) en draagt jaarlijks bij aan versterking van deLAF via verschillende sporen. Vanwege de noden van de LAFheeft deze steun in 2025 een impuls gekregen met ca.EUR 7,5 miljoen additionele financiering gericht op ontmijning,grensmanagement, tactical operations and intelligence centersen trainingscentra in voornamelijk Zuid-Libanon. Ook in EuropeesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33616 verband wordt de LAF met EUR 100 miljoen gesteund via deEuropese Vredesfaciliteit.Palestijnse GebiedenDe leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de situatie inde Palestijnse gebieden. Deze leden wijzen in het bijzonder op recenteaankondigingen en beleidsontwikkelingen die wijzen op verdere stappenrichting annexatie van de Westelijke Jordaanoever. De Minister en zijnvoorgangers hebben in de afgelopen jaren meermaals hun zorgenuitgesproken over de voortgaande annexatie van land en de uitbreidingvan Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Deson-danks constateren deze leden dat Israëlische wetgeving en beleidsmaatre-gelen de uitbreiding en legalisering van nederzettingen verder lijken tefaciliteren en daarmee de facto annexatie mogelijk onomkeerbaar maken.De leden van de D66-fractie vragen de Minister welke concrete resultatende Nederlandse en Europese inzet tot dusver heeft opgeleverd om dezeontwikkelingen tegen te gaan. In hoeverre ziet de Minister aanwijzingendat diplomatieke druk vanuit Nederland en de EU daadwerkelijk bijdraagtaan het afremmen van verdere stappen richting annexatie?11. Antwoord van het kabinet:Nederland veroordeelt de besluiten waarmee het Israëlischekabinet zijn controle over de bezette Westelijke Jordaanoeververder wil uitbreiden. Deze besluiten zijn onacceptabel en gaan integen het internationaal recht. Het is dan ook zaak dat debesluiten worden teruggedraaid. Nederland heeft zich hieroverpubliekelijk uitgesproken, onder andere op 17 februari jl. in NewYork in een breed gezelschap van 80 VN-landen. Daarnaast isdeze boodschap bilateraal, op politiek niveau, aan Israël overge-bracht. Ook volgt Nederland de uitspraak van het InternationaalGerechtshof, waarin is bepaald dat de bezetting onrechtmatig is.Nederland ziet dat uitspreken alleen onvoldoende effect sorteert.Om deze reden heeft Nederland, bij uitblijven van EU-sancties, inaugustus 2025 de Israëlische Ministers Smotrich en Ben-Gvir totpersona non grata verklaard en hen als ongewenste vreemde-lingen geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem. Ditomdat zij uit hoofde van hun functie als bewindspersoon herhaal-delijk geweld door kolonisten tegen de Palestijnse bevolkinghebben aangewakkerd, zij voortdurend de uitbreiding van illegalenederzettingen bepleiten en oproepen tot etnische zuivering in deGazastrook. Daarnaast heeft Nederland in juli jl. besloten omover te gaan tot het actiever uitdragen van het ontmoedigings-beleid. Tevens blijft Nederland werken aan nationale maatregelenom producten uit onrechtmatige nederzettingen te weren. In hetkader van de recente Israëlische besluiten heeft Nederlandtijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari benadruktdat o.a. de ontwikkelingen op de Westelijke Jordaanoever hetnodig kunnen maken om de voorgestelde EU-maatregelen in hetkader van artikel 2 opnieuw te agenderen.Voorts vragen deze leden of de Minister mogelijkheden ziet om depolitieke druk in internationaal verband te vergroten, bijvoorbeeld binnende EU of via andere multilaterale fora. Is de Minister bereid recentewetgeving en verdere stappen richting annexatie expliciet aan de orde testellen tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33617 12. Antwoord van het kabinet:Nederland zal tijdens de aanstaande Raad Buitenlandse Zakenwederom aandacht vragen voor de verslechterende situatie op deWestelijke Jordaanoever.De leden van de D66-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen vande actuele situatie rondom de grensovergangen naar Gaza, zoals RafahBorder Crossing. Deze leden constateren dat de grensovergang Rafahmomenteel gesloten is, waardoor cruciale medische evacuaties via dezeroute stilliggen. Deze leden vragen de Minister zich, zowel bilateraal als inEU-verband, te blijven inzetten voor de volledige opening van dezecruciale grensovergang.13. Antwoord van het kabinet:Op 28 februari jl. heeft Israël aangekondigd alle grensovergangenmet Gaza te sluiten. Op 3 maart jl. werd de Kerem Shalomgrensovergang gedeeltelijk heropend. De toevoer van goederenligt hiermee aanzienlijk lager dan vóór het gewapend conflict inIran, terwijl de noden reeds hoog waren. Ook de grensovergangmet Rafah is nog steeds gesloten.Nederland onderstreept consistent dat alle grensovergangen naarGaza open moeten voor ongehinderde, grootschalige humanitairehulp. Nederland roept Israël eveneens op de aanhoudendebelemmeringen bij grensovergangen te verhelpen, waaronderbeperkingen op in- en uitreismogelijkheden voor humanitairpersoneel en de restricties op invoer van essentiële humanitairegoederen die Israël als dual use bestempelt. Nederland zal hierbilateraal, evenals in EU-verband, aandacht voor blijven vragen.Deze leden constateren bovendien dat de voortgang van het humanitairewerk van cruciale ngo’s in Gaza nog steeds in het geding is, ook nu hetIsraëli Supreme Court de verbanning van deze organisaties uit het gebiedvoorlopig heeft uitgesteld. Welke stappen onderneemt de Minister, zowelin bilateraal als in Europees verband, om Israël ervan te weerhouden dezeorganisaties daadwerkelijk – op basis van zeer arbitraire voorwaarden – detoegang tot Gaza te ontzeggen?14. Antwoord van het kabinet:Het besluit van Israël om verschillende internationale ngo’s teweren is zorgwekkend en zal negatieve consequenties hebbenvoor de hulpverlening in de bezette Palestijnse Gebieden. Eendeel van de hulporganisaties die door de maatregel wordengeraakt hebben een rechtszaak tegen de Israëlische autoriteitenaangespannen inzake de herregistratieplicht. Het Israëlischeconstitutioneel hof zal hier op 23 maart een uitspraak over doen.Het kabinet steunt de Nederlandse ngo’s onvoorwaardelijk, enstaat in voortdurend contact met deze professionele organisatiesom de ontwikkelingen nauwlettend te volgen. Nederland heeft dezorgen over de Israëlische herregistratieplicht in de afgelopenmaanden veelvuldig, en op alle niveaus, aan de Israëlischeautoriteiten kenbaar gemaakt. Nederland roept Israël daarbij ophet besluit terug te draaien om verschillende Nederlandsehulporganisaties de toegang tot de Palestijnse Gebieden teontzeggen. Nederland neemt de Israëlische veiligheidszorgenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33618 serieus, maar ziet de herregistratieplicht zoals Israël die nutoepast niet als de juiste weg voorwaarts.Zoals verzocht in motie Dijk (Kamerstuk 36 715, nr. 16), zalNederland zich in EU-verband blijven inzetten voor vrije, veiligehumanitaire toegang in de Palestijnse Gebieden, zoals het inafgelopen maanden heeft gedaan. Tijdens de Raad van Buiten-landse Zaken zal Nederland aandacht vragen voor de nijpendehumanitaire situatie, o.a. door de herregistratieplicht voorinternationale ngo’s en de toegangsbeperkingen.Zoals bekend in uw Kamer heeft Nederland tijdens de RaadBuitenlandse Zaken van 23 februari jl. benadrukt dat de ontwik-kelingen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever hetnodig kunnen maken om de voorgestelde EU-maatregelen in hetkader van artikel 2 opnieuw te agenderen.De leden van de D66-fractie vragen de Minister tevens te reflecteren ophet succes van eerdere diplomatieke inspanningen om humanitairetoegang te waarborgen en vragen welke ruimte de Minister ziet om depolitieke druk op de Israëlische regering verder te verhogen indien hijervoor kiest dit beleid voort te zetten.15. Antwoord van het kabinet:Zie beantwoording van vraag 13. Nederland heeft zich inafgelopen jaren diplomatiek ingespannen om humanitairetoegang te verbeteren en zal dat blijven doen. In sommigegevallen is deze inzet succesvol geweest, en in veel anderegevallen is dat moeilijk vast te stellen. Het is duidelijk dat dehumanitaire situatie en toegang in de Gazastrook, ondanks allediplomatieke inzet, nog steeds ernstig ondermaats zijn.Tot slot vragen deze leden de Minister deze kwestie wederom explicietaan de orde te stellen tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken.Daarnaast maken deze leden zich blijvende zorgen over Palestijnserepresentatie in het vredesproces en het toekomstige bestuur van Gaza.Deze leden verzoeken om een nadere toelichting op de specifieke actiesdie Nederland en de EU ondernemen om de bestuurlijke capaciteit enpolitieke vertegenwoordiging van de Palestijnen te ondersteunen en teversterken.16. Antwoord van het kabinet:Voor Nederland is Palestijnse betrokkenheid in het toekomstigbestuur van Gaza essentieel. Deze boodschap draagt Nederlandnaar alle partners uit. De oprichting van de National Committeefor the Administration of Gaza als technocratisch orgaan onderde Board of Peace is daarmee een stap in de juiste richting,evenals het recent aangekondigde liaison-kantoor tussen deBoard of Peace en de Palestijnse Autoriteit. Tegelijkertijd steunenNederland en de EU de Palestijnse Autoriteit, met als doel dienscapaciteiten te versterken om toe te werken naar het bestuur vaneen onafhankelijke Palestijnse staat. De Nederlandse inzet richtzich met name op veiligheid en rechtsorde, water en voedselze-kerheid, en private sectorontwikkeling. De EU ondersteunt dePalestijnse Autoriteit daarnaast ook middels directe begrotings-steun, waar afspraken over hervormingen aan ten grondslagliggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33619 SyriëDe leden van de D66-fractie maken zich daarnaast zorgen over recenteberichten over geweld door regeringstroepen in Koerdische gebieden inSyrië. Tegelijkertijd constateren deze leden dat er recent een akkoord isbereikt tussen Damascus en Koerdische vertegenwoordigers, dat mogelijkkan bijdragen aan de-escalatie in het noordoosten van het land. Hoebeoordeelt de Minister de huidige stand van zaken?17. Antwoord van het kabinet:Op 30 januari jl. kwamen de Syrische overgangsregering en deSyrian Democratic Forces (SDF), na meerdere weken vangevechten, een permanent staakt-het-vuren overeen. Onderdeelvan deze overeenkomst is ook de integratie van de SDF, en degebieden in het noordoosten, in de Syrische staat. Sindsdien lijktsprake van geleidelijke implementatie van de overeenkomst. Zozijn er stappen gezet rond de overdracht van het civiele bestuuren lokale administratieve functies van de SDF naar de Syrischeovergangsregering, wordt een gezamenlijke verantwoordelijkheidvoor ordehandhaving gecreëerd, en worden Koerdisch taalon-derwijs en curricula in het onderwijs opgenomen.Het kabinet verwelkomt de overeenkomst tussen de Syrischeovergangsregering en de SDF, en de geleidelijke implementatiehiervan. Tegelijkertijd blijft de situatie kwetsbaar, zijn er uitda-gingen met betrekking tot humanitaire hulpverlening, en dientgewerkt te worden aan het herstel van vertrouwen.Welke mogelijkheden ziet de Minister voor Nederland en de EU omdiplomatiek bij te dragen aan het waarborgen van de rechten en veiligheidvan minderheden, waaronder Koerdische gemeenschappen, terwijltegelijkertijd de territoriale integriteit van Syrië wordt gerespecteerd?18. Antwoord van het kabinet:Het kabinet zet zich zowel bilateraal als in multilateraal verband,inclusief de EU, in voor de bescherming van de rechten enveiligheid van alle gemeenschappen in Syrië, waaronder deKoerden. Dit gebeurt onder meer via contacten met de Syrischeovergangsautoriteiten, door steun aan internationale mecha-nismen die mensenrechtenschendingen monitoren en onder-zoeken, en via gerichte inzet van het EU-sanctie-instrumentariumbij ernstige schendingen.In contacten met de Syrische overgangsautoriteiten benadrukthet kabinet consequent het belang van een inclusieve politieketransitie waarin alle Syrische gemeenschappen worden vertegen-woordigd en hun rechten worden beschermd. In dat verbandvolgt het kabinet ook de ontwikkelingen rond de Syrischeovergangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF),waaronder afspraken over integratie van bestuurlijke- en veilig-heidsstructuren in Noordoost-Syrië binnen de Syrische staats-structuren. Implementatie van deze afspraken, inclusief over derechten van Koerdische gemeenschappen, zijn van belang voorduurzame stabiliteit en inclusiviteit.Daarnaast draagt Nederland financieel bij aan internationaleorganisaties die zich inzetten voor de bescherming van derechten van minderheden. Zo ontving het Bureau van de HogeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336110 Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten(OHCHR) in 2025 een Nederlandse bijdrage van EUR 1.2 miljoen.De leden van de D66-fractie constateren dat verschillende Europeselanden hun diplomatieke betrokkenheid bij Syrië de afgelopen periodehebben geïntensiveerd, onder meer door het heropenen van diplomatiekevertegenwoordigingen of het vergroten van diplomatieke aanwezigheid inDamascus. Deze leden vragen het kabinet een overzicht te geven vanwelke EU-lidstaten momenteel diplomatieke vertegenwoordiging in Syriëhebben en welke landen hun engagement voornamelijk via specialegezanten of via de EU vormgeven.19. Antwoord van het kabinet:Een beperkt aantal EU-lidstaten beschikt momenteel over eendiplomatieke vertegenwoordiging in Damascus. Zo hebbenOostenrijk, Roemenië en Tsjechië hun ambassades gedurende deSyrische burgeroorlog opengehouden. Daarnaast hebben enkelelidstaten hun diplomatieke vertegenwoordiging in Damascusrecent hersteld of uitgebreid, waaronder Italië en Spanje. Veelandere EU-lidstaten, waaronder Nederland, hebben momenteelgeen officiële diplomatieke vertegenwoordiging in Damascus enonderhouden hun contacten met de Syrische overgangsautori-teiten en andere actoren in Syrië via gezanten en/of hun ambas-sades in de regio, onder meer vanuit Beiroet en Amman.Hoe beoordeelt de Minister het belang van diplomatieke aanwezigheid opde grond voor het bevorderen van stabilisatie, wederopbouw en veiligeterugkeer van Syriërs? In hoeverre ziet het kabinet ruimte om de diploma-tieke bewegingsruimte van de Nederlandse Syrië-gezant verder tevergroten, zodat deze vaker in Syrië aanwezig kan zijn, Nederland eenbetere vinger aan de pols kan houden en beter contact kan onderhoudenmet de Syrische autoriteiten, ook over ontwikkelingen die ons zorgenbaren?20. Antwoord van het kabinet:Sinds 2012 is de Nederlandse ambassade in Damascus gesloten.De Nederlandse Syrië-gezant reist, net als bijvoorbeeld collega’suit België, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, regelmatig naarSyrië om belangen ten aanzien van stabiliteit, veiligheid, weder-opbouw en terugkeer te behartigen. Bij bezoeken aan Damascus,maar ook daarbuiten, wordt ook contact met de Syrischeovergangsregering onderhouden. In deze contacten wordenzorgen, bijvoorbeeld ten aanzien van de borging van de rechtenen veiligheid van alle Syrische gemeenschappen, ook consequentgedeeld. Ten aanzien van het vergroten van de aanwezigheid inSyrië onderzoekt het kabinet de mogelijkheden. Hierbij wordenonder andere de Nederlandse belangen in Syrië, de politiekesituatie aldaar, de veiligheidssituatie, en huisvesting meege-wogen. Daarbij moeten ook keuzes worden gemaakt in het kadervan de taakstelling.Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie of de Minister verwacht opkorte termijn een Nederlandse Minister naar Syrië op werkbezoek tezenden, mede in het licht van de toenemende diplomatieke activiteit vanandere Europese partners. Onder welke voorwaarden acht de Minister eendergelijk bezoek wenselijk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336111 21. Antwoord van het kabinet:Nederland volgt de ontwikkelingen in Syrië nauwgezet, ook inhet licht van toenemende diplomatieke activiteiten van Europesepartners. Het kabinet beziet of en wanneer een volgend ministe-rieel bezoek opportuun is.De voormalig Staatssecretaris van Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp, Aukje de Vries, bracht op 21 oktober 2025een werkbezoek aan Damascus, waar onder meer is gesprokenover de wederopbouw van Syrië, het belang van een inclusievepolitieke transitie, en de representatie en bescherming van alleSyrische gemeenschappen.De leden van de D66-fractie merken op dat Nederland via verschillendeprogramma’s actief is in Syrië, onder meer op het gebied van ontmijning,humanitaire hulp, rechtsstaatontwikkeling, transitional justice, vrouwen-rechten en perspectief- en migratieprogramma’s. Deze leden vragen deMinister toe te lichten hoe deze inzet wordt gebruikt als diplomatiekinstrument in contacten met Syrische autoriteiten en regionale partners.22. Antwoord van het kabinet:Nederland zet zich in Syrië via verschillende programma’s in oponder meer humanitaire hulp, ontmijning, rechtsstaatontwik-keling, transitional justice, vrouwenrechten en migratiesamen-werking. Via deze programma’s benadrukt Nederland consequenthet belang van veiligheid en stabiliteit, een inclusieve politieketransitie en het tegengaan van irreguliere migratie. Samen met deEU staat het kabinet in nauw contact met de Syrische overgangs-autoriteiten en Syrische partners over de noden in Syrië en dewijze waarop de internationale gemeenschap kan bijdragen.Nederland levert daarbij ondersteuning vanuit specifiekeexpertise, bijvoorbeeld op het gebied van rechtsstaatontwik-keling. Zo heeft recent een bezoek van het Syrische NationalCommission for Transitional Justice (NCTJ) plaatsgevonden aanNederland om kennis en ervaringen te delen over internationaalrecht, transitional justice en slachtofferondersteuning.Voorts vragen de leden van de D66-fractie hoe de EU haar diplomatiekecontacten met regionale spelers, waaronder Turkije en de staten van deGulf Cooperation Council, inzet om stabilisatie en wederopbouw van Syriëte ondersteunen. In hoeverre verkent de Minister daarbij de mogelijkheidom gebruik te maken van EU-instrumenten zoals Delegated Cooperation,zodat Nederlandse organisaties een grotere rol kunnen spelen bij deuitvoering van Europese programma’s in Syrië?23. Antwoord van het kabinet:Het kabinet verkent doorlopend de mogelijkheden om bij tedragen aan de wederopbouw van Syrië. Deze verkenning doetNederland niet alleen, maar in samenwerking met de EU. In lijnmet de motie Kamminga (Kamerstuk 36 550 XVII, nr. 16) streeftNederland er in algemene zin naar om zoveel mogelijk gebruik temaken van Delegated Cooperation en verkent deze mogelijkheidvoor Syrië ook.Tot slot vragen de leden naar de uitvoering van de motie-Van derWerf over steun aan lokale overheden in Syrië (Kamerstuk36 800 V, nr. 47). Welke concrete stappen ziet de Minister omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336112 lokale bestuursstructuren te ondersteunen, en welke resultatendenkt de Minister daarmee te kunnen bereiken?24. Antwoord van het kabinet:Het kabinet onderschrijft het belang van het versterken vanlokale bestuursstructuren in Syrië, zoals verzocht in de motie-Vander Werf (Kamerstuk 36 800 V, nr. 47). Het kabinet draagt hierreeds op verschillende manieren aan bij. Zo ondersteuntNederland via het Syria Recovery Trust Fund (SRTF) projecten diebijdragen aan herstel van basisvoorzieningen, zoals water,elektriciteit, gezondheidszorg, onderwijs en voedselzekerheid.Deze inzet draagt bij aan het functioneren van lokale publiekedienstverlening en versterkt daarmee ook lokale bestuursstruc-turen. Daarnaast draagt Nederland bij aan het Syria ResilienceInitiative (SRI), een gezamenlijk programma van internationaleorganisaties zoals CARE, Mercy Corps en de International RescueCommittee. Dit programma richt zich onder meer op hetversterken van bestaanszekerheid, landbouw, klimaatbesten-digheid en sociale cohesie binnen lokale gemeenschappen, metals doel de veerkracht van gemeenschappen te vergroten en deonderliggende oorzaken van instabiliteit te adresseren. Ook in debredere Nederlandse inzet op veiligheid, stabiliteit en vredes-opbouw wordt doorlopend gekeken naar mogelijkheden omlokale structuren en gemeenschappen in Syrië verder te onder-steunen. Met deze inzet beoogt het kabinet bij te dragen aan hetversterken van lokale gemeenschappen en dienstverlening, hetvergroten van maatschappelijke veerkracht, en het creëren vanvoorwaarden voor stabiliteit en herstel in Syrië.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda en het verslag van de ingelaste Raad Buitenlandse Zaken van16 maart 2026. Zij hebben hiertoe nog de volgende vragen en opmer-kingen.De leden van de VVD-fractie benadrukken dat Poetin niet beloond magworden voor zijn agressieoorlog en steunen de onverminderde militaire,financiële en humanitaire steun aan Oekraïne, zoals ook vastgelegd inbudgettaire tabel van het regeerakkoord. Hoe staat het in dit kader met detoegezegde financiële steun vanuit de EU (EU) voor Oekraïne?25. Antwoord van het kabinet:De Raad bereikte op 24 februari jl. akkoord op de Verordeningover de steunlening van EUR 90 mld. voor Oekraïne. waarvanEUR 30 mld. is beoogd voor begrotingssteun en EUR 60 mld. voorondersteuning van de Oekraïense defensiecapaciteiten. Om delening vanuit de headroom te kunnen garanderen is aanvullendop de Verordening ook aanpassing van de MFK-verordeningnodig, waarvoor unanimiteit geldt. Hongarije heeft aangegevennog niet te kunnen instemmen met de aanpassing van deMFK-verordening. Het streven blijft om in april de eerste steunaan Oekraïne te verstrekken.Naast de steunlening loopt ook de financiële steun vanuit de EUOekraïne-faciliteit door tot en met 2027. Dit betreft ruimEUR 11 mld. na uitbetaling van EUR 26,8 mld. sinds 2024. HetEU-aandeel van EUR 18,1 mld. in de Extraordinary RevenueTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336113 Acceleration (ERA)-lening op basis van de buitengewoneinkomsten over Russische centrale banktegoeden is in 2025volledig uitbetaald. Duidelijk is echter dat Oekraïne in 2026 en2027 aanvullende steun nodig heeft. Met de steunlening van intotaal EUR 90 mld. streeft de Europese Commissie ernaar tweederde van de financieringsnoden van Oekraïne te dekken, doormiddel van begrotingssteun en ondersteuning van de Oekraïensedefensie-capaciteiten.Deze leden constateren dat de effectiviteit van het sanctieregime tegenRusland ernstig onder druk staat door de activiteiten van de zogenoemdeschaduwvloot. Zij herinneren de Minister aan de toezegging in de briefvan 28 januari 2026 om wetgeving aan te passen ter versterking van deNederlandse handelingsopties op zee en vragen op welke termijn deKamer deze voorstellen precies tegemoet kan zien (Kamerstuk 36 124,nr. 57).26. Antwoord van het kabinet:Tegen schepen die daadwerkelijk een valse vlag varen (schepenzonder nationaliteit, zonder vlaggenstaat) bestaan mogelijk meeropties tot ingrijpen, ook in de Nederlandse exclusieve econo-mische zone. Om die reden wordt door de Ministeries vanInfrastructuur en Waterstaat en Justitie en Veiligheid met spoedgewerkt aan het versterken en robuuster maken van de Neder-landse wetgeving die gebruikt kan worden om deze schepen aante houden en wordt wetgeving opgesteld voor het systematischkunnen inspecteren van schepen met een valse vlag. Zoalsaangegeven in de Kamerbrief van 28 januari 20262 zal dewetgeving voor de zomer van dit jaar naar de Kamer wordengestuurd. Dit betekent overigens niet dat in Nederland zonderaanvullende nationale wetgeving geen handelingsoptiesbeschikbaar zijn in specifieke gevallen.Reeds in juni 2024 heeft de Raad mede op initiatief vanNederland in het kader van de Rusland-sancties besloten tot hetinstellen van een lijst met schepen die de toegang tot Europesehavens en dienstverlening wordt ontzegd. Op moment vanschrijven staan er 605 schepen op deze lijst.Kan de Minister daarbij specifiek ingaan op de huidige juridischebelemmeringen voor handhaving in de exclusieve economische zonetegen schepen onder dubieuze vlaggen, en is de Minister bereid omtijdens de aanstaande Raad te pleiten voor een EU-brede zwarte lijst vanschepen en rederijen die sancties omzeilen, inclusief het definitiefblokkeren van toegang tot alle EU-havens voor deze entiteiten?27. Antwoord van het kabinet:Zie het antwoord op vraag 26.En wat kan de EU doen aan handhaving op zee wanneer vrachten metgesanctioneerde goederen buiten de territoriale wateren wordenovergeladen op een ander schip?2Kamerstuk 36 124, nr. 57Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336114 28. Antwoord van het kabinet:Er zijn reeds maatregelen getroffen met betrekking totship-to-ship transfers. Voor zover handhaving in de exclusieveeconomische zone (EEZ) mogelijk is, wordt deze uitgevoerd engecontroleerd, in het bijzonder wanneer sanctiemaatregelen vankracht zijn. Voor schepen die betrokken zijn bij ship-to-shiptransfers en daarbij mogelijk het olieprijsplafond overtreden,geldt een havenverbod. Een havenverbod geldt eveneens voorschepen die hun ship-to-ship transfers niet tijdig melden.De leden van de VVD-fractie zijn zeer bezorgd over de escalatie in hetMidden-Oosten sinds de gebeurtenissen van 28 februari 2026 en dedestabiliserende rol van het Iraanse regime in de regio. Zij vragen deMinister hoe hij de effectiviteit beoordeelt van de huidige plaatsing van deIraanse Revolutionaire Garde (IRGC) op de EU-terreurlijst en welkeaanvullende stappen worden gezet om de financiële stromen van ditregime binnen Europa volledig droog te leggen.29. Antwoord van het kabinet:De plaatsing van de IRGC op de EU terrorismelijst is eenmaatregel vanuit de EU die een belangrijk signaal afgeeft. Zoalseerder aangegeven viel de IRGC hiervoor ook al onderEU-sancties, vanwege het nucleaire programma van Iran. De IRGCmag op geen enkele manier gebruik maken van de Europesemarkt en onze inzet richt zich dan ook op het tegengaan hiervan.Dit vergt blijvende aandacht en inspanning, waaronder hettoevoegen van IRGC gerelateerde bedrijven of personen aan desanctielijst.In dat kader vragen deze leden ook welke mogelijkheden de Minister zietom, in navolging van de Amerikaanse koers, Europese secundairesancties op te leggen aan entiteiten die de as van het kwaad tussenRusland, Iran en Noord-Korea faciliteren, specifiek waar het gaat om deuitwisseling van raket- en dronetechnologie.30. Antwoord van het kabinet:In het kader van de Ruslandsancties beschikt de Unie reeds overeen breed instrumentarium om omzeiling tegen te gaan. Zokunnen gerichte sancties en exportcontrolemaatregelen getroffenworden tegen personen en bedrijven in derde landen dieomzeiling faciliteren, alsook tegen financiële instellingen enschepen. Nederland spant zich in om een aantal van deze bestpractices uit de sancties tegen Rusland te incorporeren in anderesanctieregimes, waaronder die tegen Iran, waar dit van waarde isom omzeiling en proliferatie van raket- en dronetechnologie doorkwaadwillende actoren tegen te gaan.Wat verwacht de Minister van de Europese oproep tot naleving van hetinternationaal recht?31. Antwoord van het kabinet:Het kabinet steunt de Europese oproep aan alle betrokkenpartijen om het internationaal recht te respecteren. Een gezamen-lijke Europese boodschap kan bijdragen aan diplomatieke drukom verdere escalatie te voorkomen. Tegelijk is het kabinetrealistisch dat een oproep op zichzelf het conflict niet beëindigt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336115 Het kabinet blijft zich in samenwerking met Europese partners enpartners in de regio inzetten voor de-escalatie.En gaat de solidariteit met het Iraanse volk, waarvan de Raad het belangonderstreept, zich materialiseren in concrete steun en welke vorm krijgtdie steun? Is dit iets wat de Minister van plan is tijdens de aankomendeRaad aan de orde te stellen?32. Antwoord van het kabinet:Het kabinet staat pal achter het Iraanse volk en steunt nadruk-kelijk de solidariteit van de EU met het Iraanse volk. Het kabinetkijkt hoe we de Iraanse bevolking en het maatschappelijkmiddenveld kunnen blijven ondersteunen. Omwille van deveiligheid kunnen er geen uitspraken worden gedaan overconcrete steun en de vorm hiervan.Ziet de Minister kansen om via proactieve energiediplomatie nieuwestrategische partnerschappen te sluiten die onze energiezekerheidversterken en onze afhankelijkheid van onbetrouwbare routes en regimesstructureel verkleinen?33. Antwoord van het kabinet:Het kabinet zet actief in op energiediplomatie om de leveringsze-kerheid van te importeren energie te bevorderen. De overheid zelfsluit geen contracten af voor de import van gas/LNG. Wel ziet hetkabinet het belang om samenwerking te faciliteren tusseninkopende marktpartijen en betrouwbare partners uit derdelanden. Er vindt daarom regelmatig overleg plaats met landen alsNoorwegen en de VS.Ook voor duurzame (bijvoorbeeld met groene waterstofgemaakte) brandstoffen en grondstoffen zal Nederland voor eendeel aangewezen zijn op import, zowel van binnen als buiten deEU. Om de risico’s van nieuwe afhankelijkheden te verkleinen ishet belangrijk om in te zetten op diversificatie. Voor het opzettenvan de toekomstige import-exportketens voor groene waterstofwerkt de overheid aan een breed netwerk met strategischepartnerlanden met potentieel voor export. Waar gepast gebeurtdit met inbreng van expertise van de staatsdeelnemingenHavenbedrijf Rotterdam, Gasunie en Invest International.De leden van de VVD-fractie verwelkomen de bespreking over hetZuidelijk Nabuurschap, maar wijzen op de acute risico’s die de oorlog inIran met zich meebrengt voor migratiestromen vanuit de regio. Zij vragende Minister in hoeverre hij bereid is om zich in te spannen voor eennauwere koppeling tussen de inzet van EU-middelen en de concreteresultaten die landen in deze regio boeken bij de terugname van uitgepro-cedeerde asielzoekers en het tegengaan van illegale migratie. Hoebeoordeelt de Minister de risico’s van grootschalige nieuwe vluchtelin-genstromen uit Iran en omliggende landen als gevolg van de huidigemilitaire escalatie, en is hij bereid om tijdens de Raad te pleiten voor eenpreventieve strategie gericht op effectieve opvang in de regio om eennieuwe migratiecrisis aan de Europese buitengrenzen te voorkomen?34. Antwoord van het kabinet:De kabinets- en EU-inzet in de Zuidelijk Nabuurschapsregio wordtonder meer vormgegeven aan de hand van EU-partnerschappen.Daarin worden Nederlandse en Europese belangen op het gebiedTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336116 van veiligheid en stabiliteit, migratie, en economische samen-werking integraal meegenomen en in samenhang bezien. Datgeldt ook voor de koppeling tussen EU-middelen en resultaten.Daarbij hecht het kabinet prioriteit aan de samenwerking op hetgebied van migratie, inclusief terugkeersamenwerking, maar ookde bescherming van migranten en vluchtelingen.Het kabinet volgt de ontwikkelingen in deze regio en de effectenhiervan op migratiebewegingen nauwgezet. Het aantal internontheemden Iraniërs neemt toe, vanwege beperkte toegangkunnen internationale organisaties geen nauwkeurige schattingvan de aantallen geven. Organisaties zoals UNHCR zien op ditmoment nog geen grootschalige grensoverschrijdendebewegingen uit Iran, maar wijzen op basis van gegevens uiteerdere crises voor toenemende druk op Afghaanse vluchtelingenin Iran. Iran vangt momenteel 4,4 miljoen Afghaanse vluchte-lingen op. UNHCR waarschuwt dat een deel van hen bij voort-duren van de crisissituatie terugkeert naar Afghanistan ofdoorreist naar een derde land.In de EU is het crisismechanisme van de Raad geactiveerd datindien dat nodig is ook kijkt naar de benodigde inzet op migratie.Bovendien werd in de JBZ-Raad van 5–6 maart jl. breedopgeroepen tot continuering van Europese migratiesamen-werking met Libanon, ook tegen het licht van het conflict.Hierover wordt uw Kamer ook middels het verslag van deJBZ-Raad nader geïnformeerd. Indien er aanleiding voor is, zal hetook in Europees verband oproepen maatregelen te treffen.Daarnaast blijft het kabinet inzetten op opvang en beschermingvan ontheemden in de regio.Welke acties onderneemt de Minister in EU-verband om de veiligheid vanvitale energie-infrastructuur in het Zuidelijk Nabuurschap te borgen?35. Antwoord van het kabinet:De EU ondersteunt de veiligheid van energie-infrastructuur in deZuidelijke Nabuurschapsregio met programma’s die zich ondermeer richten op het diversifiëren van aanvoerroutes, het verbe-teren van connectiviteit en het versnellen van de overgang naarhernieuwbare energie. Met deze inzet draagt de EU bij aan deweerbaarheid van het mondiale energiesysteem in de regio en tenbehoeve van de energiezekerheid van de EU. Nederland steuntdeze inzet.De leden van de VVD-fractie kijken tot slot uit naar de presentatie van deEuropese veiligheidsstrategie en vragen wanneer de Minister de Kamerzal informeren over de specifieke Nederlandse inzet hiervoor. Deze ledenvragen de Minister om te borgen dat deze strategie in de eerste plaatsrecht doet aan de ernst van de oorlog op het Europese continent en eengeloofwaardige afschrikking van de Russische agressie borgt, waarbij deonmisbare trans-Atlantische relatie als hoeksteen van onze veiligheidwordt gekoesterd. Voor deze leden is specifiek van belang dat de koersvan de EU gericht blijft op een integrale benadering waarbij diplomatieke,economische en militaire instrumenten elkaar versterken om de strate-gische autonomie van Europa te vergroten zonder de eenheid van deNAVO uit te hollen. Kan de Minister bevestigen dat de strategie ookvoorziet in het versterken van onze economische weerbaarheid en hetbeschermen van onze kennispositie tegen ongewenste invloeden vanbuitenaf?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336117 36. Antwoord van het kabinet:De Europese veiligheid staat onder zware druk. Russischeagressie bedreigt niet alleen Oekraïne, maar heeft ook gevolgenvoor de veiligheid van heel Europa. Daarnaast verandert deinternationale veiligheidsomgeving waarin de EU zich deafgelopen 80 jaar heeft ontwikkeld snel en structureel. Gezien degroeiende veiligheidsdreigingen op het Europese continentmoeten Europese landen dringend een aanzienlijk grotere rol enverantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid endefensie. Dit begint met een verschuiving van de lasten binnen deNAVO, waarbij Europese bondgenoten een grotere rol op zichnemen ten opzichte van de Verenigde Staten en wordt onder-steund door een sterke Europese Unie. De EU zal, waar nodig,krachtiger en transactioneler moeten optreden. Een sterk Europavereist ook sterke partnerschappen.Het kabinet stelt daartoe onderstaande prioriteiten voor de EUveiligheidsstrategie voor, die verder worden toegelicht in eennon-paper met de Nederlandse inzet voor de Veiligheidsstrategie.1.Steun aan Oekraïne;2.Versterking van het GBVB/GVDB en de Europese bijdrage aande NAVO;3.Verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden ophet gebied van geneesmiddelen, de energietransitie en digitaleprioriteitsdomeinen, via een strategischer economischbuitenlands beleid en economische veiligheid;4.Versterking van de Europese defensie-industrie en innovatie,inclusief samenwerking met derde landen;5.Tegengaan van hybride dreigingen en versterking van deweerbaarheid.Verzending van dit non-paper met de Nederlandse inzet voor deEuropese Veiligheidsstrategie is voorzien na de ministerraad van13 maart a.s.Tevens vragen deze leden hoe de Minister borgt dat de focus blijft liggenop concrete resultaten bij het doorbreken van industriële knelpunten in dedefensieproductie en dat de soevereine zeggenschap over de inzet van deNederlandse krijgsmacht het onvervreemdbare uitgangspunt blijft bij elkevorm van versterkte Europese veiligheidssamenwerking.37. Antwoord van het kabinet:Het kabinet zet zich doorlopend in voor opschaling van dedefensie-industrie in EU-verband. Dit gebeurt onder andere viaEU-instrumenten die deze opschaling stimuleren, zoals hetEuropees Defensie-Industrie Programma (EDIP), en door middelvan het wegnemen van juridische obstakels voor opschaling vande krijgsmacht middels de EU defensie-omnibus. De inzet van dekrijgsmacht blijft een soevereine nationale aangelegenheid,verankerd in de Grondwet. Dit staat niet ter discussie bij deversterking van de Europese veiligheidssamenwerking.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026, hetverslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 en hetverslag van de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij hetStatuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Deze leden hebbenhierover nog enkele vragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336118 Russische agressie tegen OekraïneDe leden van de CDA-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat tijdensde Raad opnieuw zal worden gesproken over voortgezette steun aanOekraïne, sancties en de aanpak van de Russische schaduwvloot. Ookblijkt uit het verslag van de vorige Raad dat Nederland heeft aange-drongen op spoedige aanname van het twintigste sanctiepakket en opintensivering van bilaterale steun aan Oekraïne.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe Nederland zich indeze Raad concreet zal inzetten om de blokkade op het twintigstesanctiepakket en de steunlening aan Oekraïne te helpen doorbreken.Welke diplomatieke en politieke opties ziet de Minister als lidstatenEuropese besluitvorming blijven frustreren?38. Antwoord van het kabinet:Juist nu is het van belang Oekraïne te steunen en de druk opRusland verder op te voeren. Het kabinet roept in dit licht op totspoedig akkoord op zowel de steunlening als het twintigstepakket. De voorzitters van de Europese Raad en EuropeseCommissie spannen zich nu in voor een oplossing op kortetermijn, onder meer door diplomatieke druk. Het kabinet steuntdeze inzet en bekijkt hoe deze zo goed mogelijk te ondersteunen.Dit doet het in gezelschap van een brede groep EU-lidstaten.De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast welke aanvullende stappenNederland in Europees verband wil zetten tegen de Russische schaduw-vloot. Wanneer kan de Kamer de eerder aangekondigde aanpassing vanwetgeving verwachten die de Nederlandse handelingsopties moetversterken? Kan de Minister ook aangeven welke «goede voorbeelden»van andere lidstaten Nederland bruikbaar acht voor betere handhaving opzee?39. Antwoord van het kabinet:Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 28 januari 2026 zal dewetgeving voor de zomer van dit jaar naar de Kamer wordengestuurd. Bij het opstellen van deze wetgeving wordt onder meergekeken naar wetgeving die een rol speelde in onder meer derecente Franse, Belgische en Estse casussen. Het doel is dehandelingsopties voor Nederland in de Exclusieve EconomischeZone te vergroten door het internationaal zeerecht (de basis), tevertalen naar Nationale wetgeving.De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe de Minister aankijkt tegende discussie over Europese veiligheidsgaranties voor Oekraïne en demogelijkheid van versnelde of gefaseerde EU-toetreding. Welke Neder-landse inzet kiest de Minister hier, mede gezien signalen dat hierover inBrussel verdeeldheid bestaat?40. Antwoord van het kabinet:Om tot een duurzaam einde van de Russische agressie tegenOekraïne te komen, heeft Oekraïne veiligheidsgaranties nodig.Het kabinet steunt de inspanningen van de Coalition of theWilling om tot robuuste en geloofwaardige veiligheidsgarantieste komen. Ook waardeert het kabinet de inspanningen van de EUom een rol te spelen bij de ondersteuning van de veiligheidsga-ranties. Het EU toetredingsproces staat hier los van en is eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336119 traject tussen EU lidstaten en Oekraïne. De vele hervormingen dieOekraïne doorvoert gedurende het toetredingsproces maken hetland weerbaarder, rechtstatelijker en stabieler. Nederland steuntOekraïne bij dit hervormingsproces waar mogelijk. Voor meerinformatie over het toetredingsproces van Oekraïne, verwijs ik ugraag naar de beantwoording van het schriftelijk overleg voor deRaad Algemene Zaken van 17 maart.Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of de Minister deelt datEuropa, juist nu de internationale steun onder druk staat, meer strate-gische verantwoordelijkheid moet nemen voor de veiligheid van hetcontinent. Hoe wordt die inzet meegenomen in zowel deze Raad als in devoorbereiding van de Europese veiligheidsstrategie? Hierbij is het voordeze leden van belang dat Europa in zijn veiligheid minder afhankelijkwordt van wisselingen in de Amerikaanse koers.41. Antwoord van het kabinet:Verzending van het non-paper met de Nederlandse inzet voor deEuropese Veiligheidsstrategie aan de Kamer is voorzien voor heteinde van deze week. Het kabinet deelt de visie van deCDA-fractie dat Europa meer strategische verantwoordelijkheidmoet nemen voor de veiligheid van het continent. Zie ook hetantwoord op vraag 36.Situatie in het Midden-OostenUit de geannoteerde agenda blijkt dat in de Raad gesproken zal wordenover additionele maatregelen tegen Iran, de voortgang van het vredesplanvoor Gaza, de situatie op de Westelijke Jordaanoever en Syrië.De leden van de CDA-fractie vragen ten aanzien van Iran welke additionelemaatregelen het kabinet in EU-verband wenselijk en haalbaar acht. Hoebeoordeelt de Minister de effectiviteit van eventuele nieuwe sancties?42. Antwoord van het kabinet:Nederland is in de EU voorloper op het gebied van sancties tegenIran en zoekt altijd naar extra mogelijkheden. Hierbij is hetuitgangspunt niet de kwantiteit, maar het verhogen van dedaadwerkelijke druk op het regime. De sanctie-inzet is o.a.gericht tegen het nucleaire programma van Iran, de militairesteun die Iran geeft aan Rusland en groeperingen in het Midden-Oosten, en mensenrechtenschendingen door het Iraanse regime.De verwachting is dat er komende Raad weer nieuwe mensen-rechtensancties zullen worden aangenomen omdat de situatiehierom vraagt.En hoe wordt tegelijk voorkomen dat verdere escalatie de veiligheid vanburgers in de regio en van Europeanen ter plaatse extra schaadt?43. Antwoord van het kabinet:De veiligheid van Nederlanders en andere EU-burgers in hetMidden-Oosten heeft voor het kabinet de hoogste prioriteit. Ingesprekken met landen in de regio, zoals de Golflanden,benadrukt het kabinet het belang van de veiligheid van Neder-landse burgers. Sinds het begin van de crisis heeft het kabinetvolop gewerkt aan het ondersteunen van Nederlanders bij hunvertrek uit de regio. Via meerdere (repatriërings)vluchten heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336120 het kabinet, onder andere met inzet van chartervluchten enluchttransport van het Ministerie van Defensie, meer dan1.000 gestrande Nederlandse reizigers en tientallen andereEU-burgers ondersteund bij vertrek uit de regio. Ook heeft hetkabinet tientallen Nederlanders kunnen helpen het Midden-Oosten te verlaten met repatriëringsvluchten van(EU-)partnerlanden. Gelukkig zien we dat het ook in toenemendemate grote groepen Nederlanders en andere EU-burgers lukt omde regio op eigen gelegenheid te verlaten, bijvoorbeeld via lokalevliegtuigmaatschappijen. Het kabinet brengt voortdurend deactuele hulpvraag in kaart en stemt de crisisinzet daarop af.Verder informeert het Ministerie van Buitenlandse Zaken Neder-landers doorlopend via de reisadviezen en Informatieservice overde veiligheidsrisico’s en geldende adviezen in het Midden-Oosten.In het verslag van de ingelaste Raad van 1 maart 2026 staat dat Nederlandspecifiek aandacht vroeg voor de secundaire gevolgen van escalatie. Kande Minister toelichten welke gevolgen het daarbij voor ogen heeft enwelke voorbereidingen daarop worden getroffen?44. Antwoord van het kabinet:Door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten lopen bijvoorbeeldde prijzen op de internationale olie- en gasmarkten op. Dat raaktook Nederland. Zoals eerder is toegezegd aan uw Kamer volgteen Kamerbrief van de betrokken Ministers over de bredeeconomische effecten van deze crisis. Daarnaast brengt de EU opo.a. het verzoek van Nederland ook de secundaire risico’s vandeze oorlog voor Europa in kaart.De leden van de CDA-fractie vragen wat volgens de Minister de huidigestand van zaken is rond de implementatie van het vredesplan voor Gazaen de zogeheten Board of Peace.45. Antwoord van het kabinet:Zoals bekend in uw Kamer is de inzet van het kabinet gericht ophet laten slagen van het vredesplan van president Trump, zodathet vechten duurzaam stopt, Hamas ontmantelt, de humanitairenoden worden gebezigd en de Palestijnse Autoriteit kan terug-keren naar Gaza en verenigd wordt met de Westelijke Jordaan-oever.Het staakt-het-vuren houdt stand, ook al is het fragiel. In januarijl. kondigde de VS de start van de tweede fase van het vredesplanaan. Nederland is geen directe partij bij onderhandelingen over deverdere implementatie van het vredesplan, maar stelt op basisvan diplomatieke contacten vast dat deze moeizaam zijn.Belangrijkste knelpunten zijn de ontwapening van Hamas enterugtrekking van de Israëlische strijdkrachten. Het kabinet staatin nauw contact met betrokken partijen bij de onderhandelingen.Nederland is niet toegetreden tot de Board of Peace, maarbenadrukt het belang van samenwerking met het oog op vrede enstabiliteit in Israël en de bezette Palestijnse Gebieden. Nederlandwas daarom op hoogambtelijk niveau aanwezig bij de meestrecente bijeenkomst van de Board of Peace op 19 februari jl.Nederland heeft de Executive Boards en het Nationale Comitévoor het bestuur van Gaza verwelkomd. Op dit moment is nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336121 onduidelijk hoe deze organen, en de Board of Peace vorm zullenworden gegeven.Welke concrete invloed heeft de EU op dit proces?46. Antwoord van het kabinet:De EU kan als constructieve partner bijdragen aan uitwerking enimplementatie van het vredesplan zonder direct lid te zijn van deBoard of Peace. Dit kan onder andere via bestaandeGVDB-missies, steun aan de Palestijnse Autoriteit, en toekom-stige steun aan de wederopbouw van Gaza, bijvoorbeeld viabestaande EU-programmering en door betrokkenheid vanrelevante expertise uit de EU.Hoe wordt geborgd dat de Palestijnse Autoriteit, bestaande EU-missies enregionale partners een serieuze rol krijgen in governance, veiligheid,humanitaire hulp en wederopbouw?47. Antwoord van het kabinet:Voor Nederland is Palestijnse betrokkenheid essentieel. Zie ookde beantwoording van vraag 16 en 46.Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie hoe de Minister aankijkttegen de aanhoudende belemmering van humanitaire hulp aan Gaza.Welke extra druk wil Nederland in EU-verband organiseren om meer enveilige humanitaire toegang af te dwingen, inclusief voldoende opengrensovergangen?48. Antwoord van het kabinet:Nederland zet zich zowel bilateraal als in EU-verband in om dezorgen over de aanhoudende belemmeringen van humanitairehulp in Gaza aan te kaarten. De voortzetting van deze inzet is vanonverminderd belang gelet op de aanhoudende toegangsbelem-meringen voor hulporganisaties en de schrijnende humanitairesituatie in Gaza.Zoals bekend in uw Kamer heeft Nederland tijdens de RaadBuitenlandse Zaken van 23 februari jl. benadrukt dat de ontwik-kelingen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever alsgevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen maken om dedoor de Commissie voorgestelde EU-maatregelen in het kader vanartikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en Israëlopnieuw te agenderen.De leden van de CDA-fractie maken zich ook ernstige zorgen over desituatie op de Westelijke Jordaanoever. Uit het verslag van de Raad van23 februari 2026 blijkt dat Nederland samen met andere lidstaten zorgenheeft uitgesproken over uitbreiding van Israëlische controle, schendingvan internationaal recht, de ondermijning van de tweestatenoplossing ende ngo-registratiewetgeving. Ook blijkt dat sancties tegen gewelddadigekolonisten nog steeds worden geblokkeerd.De leden van de CDA-fractie vragen daarom welke inzet Nederland op ditpunt kiest in de komende Raad. Blijft de Minister aandringen op gerichtesancties tegen gewelddadige kolonisten en tegen organisaties ofbedrijven die betrokken zijn bij illegale nederzettingen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336122 49. Antwoord van het kabinet:Nederland veroordeelt kolonistengeweld en kijkt met zorg naarde toename hiervan. Zoals bekend in uw Kamer is Nederlandinitiatiefnemer in de EU als het gaat om sancties tegen geweld-dadige kolonisten en organisaties. Nederland zal tijdens dekomende Raad Buitenlandse Zaken opnieuw pleiten voor deaanname van het derde sanctiepakket gericht tegen geweld-dadige kolonisten en organisaties.Welke andere Europese maatregelen liggen op tafel als een formeelsanctiebesluit opnieuw wordt geblokkeerd?50. Antwoord van het kabinet:Op dit moment zijn er geen andere voorstellen voor Europesemaatregelen naast het eerder genoemde derde sanctiepakkettegen gewelddadige kolonisten en organisaties, en de maatre-gelen van de Europese Commissie naar aanleiding van deartikel 2 evaluatie.Nederland blijft nationaal druk houden op Israël om diens koersin de Westelijke Jordaanoever te veranderen. Het kabinet gaatdaarom door met de voorbereiding van nationale maatregelen omproducten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israëlbezette gebieden te weren van de Nederlandse markt.Ook vragen de leden van de CDA-fractie naar de stand van zaken rond deevaluatie van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord. In het verslagvan 23 februari 2026 staat dat Nederland als een van de weinige lidstatenheeft aangegeven dat de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaan-oever aanleiding kan geven om eerder voorgestelde EU-maatregelenopnieuw te agenderen. Welke vervolgstappen zet Nederland hier nuconcreet op?51. Antwoord van het kabinet:Zoals bekend in uw Kamer was in mei 2025 de catastrofalehumanitaire situatie in de Gazastrook, maar ook de verslechte-rende situatie op de Westelijke Jordaanoever en Israëlischestappen die een tweestatenoplossing verder op afstand plaatsten,reden om de EU Hoge Vertegenwoordiger (HV) Kallas teverzoeken om een evaluatie van artikel 2 van het Associatieak-koord met Israël. Naar aanleiding van de conclusie van de HV ende Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) dat er aanwij-zingen zijn dat Israël in strijd zou handelen met zijn verplich-tingen onder artikel 2 van het Associatieakkoord heeft Nederlandzich in EU-verband ingezet voor concrete EU-maatregelen. Hetbeoogde doel van de Nederlandse inzet voor maatregelen was dedruk op te voeren en Israël van koers te doen veranderen en desituatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever teverbeteren. Met het staakt-het-vuren, het Vredesplan van Trump,en VNVR-resolutie 2803, is de situatie op de grond in Gazaveranderd, maar zijn niet alle zorgen weggenomen. Nederlandheeft daarom steun uitgesproken voor de inzet van HV Kallas omde voorgestelde EU-maatregelen op tafel te houden. Tegen deachtergrond van de i-ngo-registratiewetgeving en de Israëlischebesluiten voor maatregelen waarmee de controle over deWestelijke Jordaanoever verder kan worden uitgebreid,benadrukte Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336123 23 februari jl. dat de ontwikkelingen in de Gazastrook en deWestelijke Jordaanoever als gevolg van Israëlisch handelen hetnodig kunnen maken om de door de Commissie voorgesteldeEU-maatregelen opnieuw te agenderen.De leden van de CDA-fractie vragen ten aanzien van Syrië hoe Nederlandzich inzet voor bescherming van minderheden en onbelemmerdehumanitaire toegang. Kan de Minister ook toelichten hoe de rechten enveiligheid van Koerdische gemeenschappen in de Nederlandse inzetworden meegenomen?52. Antwoord van het kabinet:In aanvulling op de beantwoording op vraag 17, zet het kabinetzich onverminderd in voor een stabiel Syrië waarin de rechtenvan alle gemeenschappen worden gerespecteerd. Het kabinetdraagt op verschillende manieren bij aan de bescherming van deverschillende gemeenschappen (waaronder Koerden) in Syrië,waaronder bijdrages aan stabilisatieprogramma’s, ondersteuningvan mechanismen die mensenrechtenschendingen monitoren enonderzoeken, en gerichte inzet van het EU sanctie-instrumentarium.Het kabinet spreekt in directe contacten, en via de VN en EU, deSyrische overgangsregering consequent aan op haar verantwoor-delijkheden, waaronder het bieden van volledige, ongehinderdeen veilige humanitaire toegang voor hulporganisaties en hetwaarborgen van de rechten en veiligheid van alle Syriërs,ongeacht religie of etnische achtergrond.EU-Zuidelijk NabuurschapDe leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister het positief vindt dat deRaad spreekt over een geïntegreerde EU-aanpak voor het ZuidelijkNabuurschap, gezien het belang van de regio voor migratie, veiligheid,stabiliteit, handel en investeringen.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister wat de Nederlandse inzetprecies is bij dit agendapunt. Welke landen en thema’s krijgen voorNederland prioriteit? Hoe zorgt de Minister ervoor dat een geïntegreerdeaanpak niet te smal wordt opgevat als alleen migratiesamenwerking,maar ook inzet op economische ontwikkeling, rechtsstaat, conflictpre-ventie en weerbaarheid tegen Russische en Chinese invloed?53. Antwoord van het kabinet:Het kabinet onderschrijft dat de Zuidelijk Nabuurschapsregio vangroot belang is voor Nederland en de EU. Nederland zet binnen deEU in op regionale veiligheid en stabiliteit, migratie, handel eneconomische samenwerking als prioriteiten voor de samen-werking met de Zuidelijk Nabuurschapsregio. Daarbij is de inzetom belangen breed te blijven afwegen en daarmee, juist in decontext van geopolitieke competitie, de EU als partner tepositioneren. Een uitgebreide appreciatie van de Nederlandse enEU-inzet op dit thema kunt u vinden in het fiche over het EU Pactvoor het Middellandse Zeegebied.33Kamerstuk 22 112, nr. 4209Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336124 De leden van de CDA-fractie vinden dat stabiliteit aan de zuidgrens vanEuropa vraagt om een lange adem en om partnerschappen die wederkerigzijn. Investeren in ontwikkelingssamenwerking, diplomatieke aanwe-zigheid en lokale weerbaarheid is ook in het eigen belang van Nederland,juist om instabiliteit, ongecontroleerde migratie en geopolitieke invloedvan rivalen tegen te gaan. Kan de Minister aangeven hoe deze brederebenadering terugkomt in de Nederlandse inzet voor het ZuidelijkNabuurschap?54. Antwoord van het kabinet:Het kabinet steunt de brede en integrale aanpak die de EU via hetPact voor het Middellandse Zeegebied heeft gepubliceerd enwaarvan bijvoorbeeld ook inzet op ontwikkelingssamenwerking,samenwerking op het gebied van innovatie en hernieuwbareenergie, lokale weerbaarheid inclusief rampenparaatheid, enversterking van het maatschappelijk middenveld onderdeel uitmaken. In EU-verband zet Nederland zich ervoor in om dieintegrale aanpak te behouden en daarbij nadrukkelijk de wensenvan de partnerlanden in de Zuidelijk Nabuurschapsregio mee tenemen in de inzet in de geest van de partnerschapsbenadering,ook om zo een alternatief te vormen voor geopolitieke rivalen.Een gedeelde aanpak tussen de EU, de lidstaten en de partner-landen kan helpen de uitdagingen die op de genoemde onder-werpen spelen in de Zuidelijke Nabuurschapsregio zo goedmogelijk het hoofd te bieden.Informeel werkontbijt over een Europese veiligheidsstrategieDe leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad tijdens een informeelwerkontbijt zal spreken over een toekomstige Europese veiligheidsstra-tegie en dat de Commissie deze voor de zomer wil presenteren.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister welke hoofdlijnenNederland voor deze strategie voor ogen heeft. Hoe wordt gezorgd dat diteen realiseerbare exercitie wordt, met concrete verbeteringen voorinvesteringen, defensie-industrie, militaire mobiliteit, weerbaarheid tegenhybride dreigingen en strategische autonomie?55. Antwoord van het kabinet:Het kabinet heeft een non-paper met concrete actiepunten voorde Europese Commissie en EDEO op genoemde thema’sopgesteld. Verzending hiervan is voorzien voor het einde vandeze week. De door de CDA-fractie genoemde onderwerpenkomen daarin aan de orde (zie ook het antwoord op vraag 35).De leden van de CDA-fractie vinden dat de Europese veiligheidsstrategiescherp moet aansluiten bij de nieuwe werkelijkheid: een agressiefRusland, onzekerheid over de Amerikaanse veiligheidsgarantie, instabi-liteit in het Midden-Oosten en de Zuidelijke buurlanden en toenemendehybride dreigingen. Wat is volgens de Minister de plaats van Oekraïne,NAVO-samenwerking en Europese defensie-industrie in deze strategie?56. Antwoord van het kabinet:Het kabinet deelt de visie van de CDA fractie dat de genoemdeontwikkelingen centraal dienen te staan in de Europese Veilig-heidsstrategie. Zoals gemeld in het antwoord op vraag 35 zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336125 Oekraïne, NAVO-samenwerking en de Europese defensie-industrievoor Nederland prioriteiten.Kan de Minister ook uiteenzetten hoe hij de Kamer tijdig zal betrekken bijde totstandkoming van de Nederlandse inzet? De geannoteerde agendastelt dat de Nederlandse inzet nog wordt uitgewerkt en de Kamerdaarover later zal worden geïnformeerd. Deze leden horen graag wanneerdat gebeurt.57. Antwoord van het kabinet:Verzending van het non-paper met de Nederlandse inzet voor deEuropese Veiligheidsstrategie aan de Kamer is voorzien voor heteinde van deze week.Verslag van de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij hetStatuut van Rome inzake het Internationaal StrafhofDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het verslag vande 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut vanRome. Deze leden spreken hun grote waardering uit voor de inzet vanNederland als gastland van het Internationaal Strafhof (ISH) en onder-strepen het grote belang van een sterk, onafhankelijk en goed functio-nerend Hof. Juist in een tijd van oorlog en geopolitieke volatiliteit moet deinternationale rechtsorde overeind blijven.De brief maakt duidelijk dat de jaarlijkse vergadering in belangrijke matein het teken stond van externe bedreigingen voor het Hof, waaronderaanhoudende cyberaanvallen, Russische arrestatiebevelen tegenambtsdragers van het ISH en sancties van de VS tegen ambtsdragers vanhet Hof, een VN-Speciaal Rapporteur en betrokken ngo’s.Kan de Minister toelichten in hoeverre de sancties van de VS op ditmoment het effectief functioneren van het Hof raken? Ziet de Ministerrisico’s voor de uitvoerbaarheid van onderzoeken, de rechtsbijstand, definanciering of de internationale samenwerking?58. Antwoord van het kabinet:Er zijn op dit moment sancties opgelegd tegen de hoofdaan-klager, de beide plaatsvervangend aanklagers en acht rechtersvan het Internationaal Strafhof (ISH). Daarnaast zijn sanctiesopgelegd tegen drie Palestijnse ngo’s en een VN-SpeciaalRapporteur. Hoewel de huidige sancties de elf gesanctioneerdeambtsdragers van het ISH in hun persoonlijke leven treffen, is hetHof vooralsnog in staat geweest om de meeste werkzaamhedenongehinderd voort te zetten, zowel in Nederland als in deverschillende landen waar het Hof actief is.Zo heeft het ISH in 2025 de voormalige Filipijnse presidentDuterte en de Libische verdachte El Hishri in hechtenis genomenen voorgeleid aan de rechters. De strafzaken in eerste aanlegtegen twee verdachten uit de Centraal-Afrikaanse Republiek eneen verdachte uit Soedan zijn afgerond en daarnaast heeft hetHof voor het eerst bij verstek een hoorzitting inzake de beves-tiging van de tenlastelegging gevoerd tegen de oprichter van deOegandese Lord’s Resistance Army, Joseph Kony.De sancties tegen drie Palestijnse ngo’s hebben echter wel eenzeker effect gehad op hun werkzaamheden en daarmee ook hunsamenwerking met het ISH. Voor de rechtsbijstand, de finan-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336126 ciering en de internationale samenwerking ziet het kabinetmomenteel geen bijzondere risico’s. Zowel het kabinet als het Hofhouden de gevolgen van de sancties zorgvuldig in de gaten.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Assembly of States Parties (ASP)unaniem heeft besloten verdragspartijen aan te moedigen om de dialoogmet niet-verdragspartijen aan te gaan, primair gericht op de VS, metnadruk op eerbiediging van het internationaal recht, het Statuut van Romeen de onafhankelijkheid van het Hof. De leden van de CDA-fractie steunendialoog binnen het uitgangspunt van onafhankelijkheid van het Hof. Hoekijkt de Minister aan tegen de reikwijdte van deze dialoog?59. Antwoord van het kabinet:De reikwijdte van de dialoog zal de komende tijd nader moetenworden bepaald door zowel de «interne» dialoog binnen deAssembly of States Parties (ASP), als de «externe» dialoog metde VS. Het kabinet ziet mogelijkheden om binnen de door de ASPgestelde kaders te komen tot een constructieve dialoog overtoekomstige verbeteringen van het systeem van het Statuut vanRome, die zowel zorgen van de verdragspartijen als de VSadresseren. Daarbij zal onder andere kunnen worden gekekennaar thema’s die in de afgelopen jaren ook al centraal stonden inde aanbevelingen van de onafhankelijke experts uit 2020 en hetdaaropvolgende hervormingsproces (Review).4De leden van de CDA-fractie vragen ook welke rol Nederland als gastlandvoor zichzelf ziet in dit proces. Is Nederland voornemens hierin eenactieve rol te spelen binnen het Bureau van de ASP? Zo ja, op welkemanier?60. Antwoord van het kabinet:Als gastland van het ISH heeft Nederland een aantal bijzondereverplichtingen om ervoor te zorgen dat het Hof zo onbelemmerdmogelijk kan functioneren. Deze verplichtingen zijn vastgelegd inhet Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en hetGastland.5 Daarnaast is het Koninkrijk der Nederlanden één vande momenteel 125 partijen bij het Statuut van Rome. Het kabinetis in beide hoedanigheden op verschillende terreinen betrokkenbij de mitigatie van de gevolgen van de sancties en de inzet op depreventie van verdere sancties.Nederland is momenteel geen lid van het Bureau van de ASP, datbestaat uit 21 van de 125 verdragspartijen. Nederland staat welin nauw contact met leden van het Bureau, met andere relevanteverdragspartijen en met het ISH zelf.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie willen beginnen met het vestigen van deaandacht op de oorlog in Iran. Deze leden zien onrechtmatige bombarde-menten voor geopolitieke en economische redenen, zoals de toegang vande VS tot olie. Deze aanvallen van de VS en Israël zijn een schending vanhet internationaal recht. Is de Minister daarom bereid deze aanvallen teveroordelen? Kan de Minister aangeven dat Nederland geen steun zalverlenen, politiek noch militair, aan verdere aanvallen op Iran? Hoe gaat4Zie: Review of the International Criminal Court and the Rome Statute system | InternationalCriminal Court.5Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland (Trb. 2007, nr. 125).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336127 de Minister inzetten op een diplomatieke oplossing om tot vrede tekomen?61. Antwoord van het kabinet:Nederland zet in op de-escalatie en gebruikt hiervoor debeschikbare diplomatieke kanalen. In dit verband, en ter illus-tratie, verwijs ik u onder andere naar het antwoord op vraag 31en het verslag over de bijeenkomst van de Raad BuitenlandseZaken met GCC-landen van 5 maart, dat uw Kamer morgentoekomt.Deze leden ontvangen berichten over de aanval op een meisjesschool inIran waarbij 175 doden zijn gevallen door een aanval van de VS en Israël.Is de Minister bekend met dit bericht? Hoe gaat de Minister zich inzettenvoor waarheidsvinding en het verzamelen van bewijzen, zodat er geenstraffeloosheid op deze aanval kan zijn, en welke rol speelt de Fact FindingMission in het documenteren van misdaden die niet alleen door hetIraanse regime worden gepleegd, maar ook door aanvallen vanuit de VSen Israël op het Iraanse volk?62. Antwoord van het kabinet:Het is hartverscheurend dat zoveel jonge meisjes zijnomgekomen bij deze aanval. Het moet duidelijk zijn dat burgersof burgerobjecten nooit het doelwit mogen zijn van militaireoperaties. Op dit moment is nog onduidelijk wat het preciezedoelwit van de aanval was en of voldoende voorzorgsmaatregelenzijn genomen; dit zal onafhankelijk onderzoek moeten uitwijzen.Op basis van uitspraken van president Trump begrijp ik datmomenteel een onderzoek gaande is. De Fact-Finding Mission onIran kan in principe ook schendingen door andere landen in Iranonderzoeken als onderdeel van haar mandaat.De leden van de SP-fractie hebben aanhoudende zorgen over de situatievan de Palestijnen. De Israëlische regering blijft, in strijd met humanitairoorlogsrecht, humanitaire hulp voor Gaza blokkeren. Sinds de aanval opIran heeft Israël alle grensposten met de Gazastrook weer gesloten,waarna het een aantal dagen duurde voordat deze weer geopend werden.Vrachtwagens met belangrijke humanitaire hulp komen daardoor weermoeilijk op gang en medische evacuaties werden geblokkeerd. Deelt deMinister dat Israël hiermee het internationaal recht schendt en datNederland de verplichting heeft dit te veroordelen? Gaat de Ministermaatregelen nemen om de humanitaire grensovergang structureel teopenen en dat deze niet opnieuw gesloten kan worden, zoals isafgesproken tijdens het staakt-het-vuren?63. Antwoord van het kabinet:Het kabinet maakt zich zorgen over de ernstige toegangsbelem-meringen voor de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en derelevante internationale ngo’s in Gaza. Het is van cruciaal belangdat toegang via de grensovergangen onmiddellijk verbetert, datgrensovergangen open gaan, en dat hulp ongehinderd en op groteschaal kan worden geleverd. zodat de humanitaire situatie inGaza niet nog verder verslechtert.In het advies van oktober 2025, stelde het InternationaalGerechtshof dat volgens het humanitair oorlogsrecht op Israël,als bezettende macht, de verplichting rust humanitaire hulpactiesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336128 ten behoeve van de bevolking in de bezette Palestijnse gebiedentoe te staan en deze met alle haar ten dienste staande middelente vergemakkelijken, indien de bevolking onvoldoendebevoorraad is – zoals het geval is geweest in de Gazastrook,waaronder hulp van de VN en haar entiteiten, in het bijzonderhulpprojecten van UNRWA. In het advies van oktober 2025, steldehet Internationaal Gerechtshof dat volgens het humanitairoorlogsrecht op Israël, als bezettende macht, de verplichting rusthumanitaire hulpacties ten behoeve van de bevolking in debezette Palestijnse gebieden toe te staan en deze met alle haarten dienste staande middelen te vergemakkelijken, indien debevolking onvoldoende bevoorraad is – zoals het geval is geweestin de Gazastrook, waaronder hulp van de VN en haar entiteiten,in het bijzonder hulpprojecten van UNRWA. Het blokkeren vanhumanitaire hulp voor de noodlijdende burgerbevolking druistevident in tegen het internationaal recht.Zoals bekend in uw Kamer heeft Nederland tijdens de RaadBuitenlandse Zaken van februari jl. benadrukt dat de ontwikke-lingen in de situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaan-oever als gevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen makenom de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen in hetkader van de evaluatie van artikel 2 van het Associatieakkoordtussen de EU en Israël opnieuw te agenderen.Zie ook de beantwoording van vraag 13.Tegelijkertijd zien de leden van de SP-fractie dat Israël de onrechtmatigeoorlog in Iran ook gebruikt om andere landen binnen te vallen, zoalsLibanon. Israëlische troepen trekken verder en verder het Libanese gebiedin. Veroordeelt de Minister deze aanvallen en wat gaat hij doen om drukuit te oefenen op het Israëlische regime om de aanvallen op Libanon testoppen?64. Antwoord van het kabinet:Onder het internationaal recht heeft Israël het recht op noodzake-lijke en proportionele zelfverdediging tegen gewapende aanvallendoor niet-statelijke gewapende groepen zoals Hezbollah. Hetkabinet roept alle partijen op zich aan het internationaal recht tehouden.De leden van de SP-fractie stellen dat er ondertussen nog steedsPalestijnse kinderen zijn die acuut zorg nodig hebben omdat ze ernstigziek of gewond zijn. Zij kunnen niet in de regio worden behandeld. DeMinister gaat in een brief van 30 januari 2026 in op de maatregelen die hijneemt om de capaciteit van de gezondheidszorg in de regio te vergroten(Kamerstuk 23 432, nr. 629). Deze leden vinden dat positief en noodza-kelijk. Het biedt echter geen oplossing voor de kinderen die nu acuut zorgnodig hebben, omdat opschaling van capaciteit voor hen te lang duurt ente laat komt. Het vorige kabinet heeft de afweging over medischeevacuaties van Palestijnse kinderen aan het nieuwe kabinet gelaten. Dezeleden gaan ervan uit dat het nieuwe kabinet wel bereid is tot hetevacueren van deze kinderen, voor wie geen medische hulp in de regiogeboden kan worden. Kan de Minister aangeven of dit inderdaad klopt enwanneer de medische evacuaties weer opgestart zullen worden?65. Antwoord van het kabinet:Met het oog op een zorgvuldige beantwoording en de benodigdeinterdepartementale afstemming kunnen deze vragen op ditmoment niet worden beantwoord. Uw Kamer ontvangt deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336129 gevraagde informatie zo spoedig mogelijk, zoals ook aangegevenin de Kamerbrief «Uitstel over kabinetsbesluit t.a.v. medischeevacuaties uit Gaza» d.d. 6 maart 2026.De leden van de SP-fractie stellen dat Nederland militair bijdraagt aan deNAVO-missie Artic Sentry. Ondanks dat de Minister aangeeft dat er geenverplichting is onder artikel 100 om het parlement te informeren over dezemissie vinden deze leden het belangrijk dat het parlement over dezemissie goed en volledig wordt geïnformeerd. Bent u bereid om een briefte sturen over de Nederlandse bijdrage aan de missie Artic Sentry metdaarin: een contextanalyse, gronden voor deelname, rechtsbasis,mandaat en doelstellingen, voorziene Nederlandse bijdragen, operati-onele haalbaarheid, risico; zowel veiligheidsrisico’s als risico op burger-slachtoffers, verdere informatievoorziening naar de Kamer, financiën,monitoring, evaluatie en leren van inzet.66. Antwoord van het kabinet:Het kabinet hecht eveneens zeer aan zorgvuldige informatievoor-ziening over inzet van de krijgsmacht. Het kabinet geeft dieinformatievoorziening vorm in lijn met de afspraken met hetparlement, die zijn vastgelegd in het artikel 100 toetsingskader(Kamerstuk 29 521, nr. 226). Zoals daarin verankerd is hetartikel 100 toetsingskader van toepassing in geval van inzet ofhet ter beschikking stellen van de krijgsmacht in het kader vanhandhaving of bevordering van de internationale rechtsorde, ofhumanitaire hulpverlening in het kader van een gewapendconflict. Arctic Sentry betreft een NAVO-initiatief dat bestaandeoefeningen, aanwezigheid en patrouilles van NAVO-bondgenotenin het Arctisch gebied en Hoge Noorden samenbrengt. Nederlandneemt deel aan oefeningen binnen Arctic Sentry ten behoeve vande voorbereiding op de collectieve verdediging van hetNAVO-grondgebied. Een concreet voorbeeld hiervan is deNederlandse deelname aan Cold Response in het Hoge Noorden.Hierop is het artikel 100 toetsingskader niet van toepassing. UwKamer is in algemene zin reeds geïnformeerd over Arctic Sentryin het Verslag RBZ Defensie 11 februari en NAVO DMM en UDCG12 februari (Kamerstuk 21 501-28, nr. 299).De leden van de SP-fractie stellen dat de situatie in Noordoost Syrië,ondanks de verbetering van humanitaire toegang, nog steeds zorgelijk is.Meer dan 150.000 inwoners zijn ontheemd, waarvan 91 procent vrouwenen kinderen. De UNFPA (United Nations Population Fund) ziet een stijgingvan geweldrisico’s gebaseerd op gender en de gezondheidszorg is ernstigverstoord. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat de situatie nietverergert? Hoe worden humanitaire organisaties, zoals UNICEF, hierbijondersteund door de Minister?67. Antwoord van het kabinet:Het kabinet blijft aandacht houden voor de humanitaire situatieen toegang in het Noordoosten van Syrië. Nederland ondersteuntde humanitaire hulpverlening in Syrië door middel van flexibelinzetbare, meerjarige financiering aan humanitaire partners. Datgaat om de relevante VN-organisaties, waaronder UNICEF, maarook om de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en dengo-partners van de Dutch Relief Aliance. Nederland draagttevens bij aan het door de VN beheerde humanitaire landenfondsvoor Syrië. Net zoals in de andere contexten maken humanitairepartnerorganisaties geen onderscheid op basis van etniciteit,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336130 nationaliteit, religie of andere kenmerken, en spannen zij zich inom humanitaire hulp te bieden op basis van de hoogste humani-taire noden, ook in Noordoost Syrië. Nederland volgt de humani-taire ontwikkelingen in Syrië nauwgezet, en onderhoudt in ditkader nauw contact met de hulporganisaties die in Syrië(waaronder in Noordoost Syrië) actief zijn.Tot slot vragen de leden van de SP-fractie opnieuw aandacht voorSoedan. In een artikel van Follow the Money blijkt dat Nederlandwapenvergunningen heeft verleend aan de VAE (Verenigde ArabischeEmiraten), ondanks de risico’s op grote mensenrechtenschendingen inJemen. Is de Minister bereid te stoppen met wapenexportvergunningenuit te geven aan de VAE, gezien niet uitgesloten kan worden dat dezeworden gebruikt in mensenrechtenschendingen in Soedan? Zo nee, hoeverhoudt zich dat tot onze verplichtingen onder het internationaal recht,onze wapenexportcriteria die dit risico niet toestaan en tot de aange-nomen moties van de Kamer?68. Antwoord van het kabinet:Het kabinet toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer vanmilitaire goederen, ook die naar de Verenigde Arabische Emiraten(VAE), per geval en zorgvuldig conform het EU Gemeenschap-pelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole (2008/944/GBVB),waarbij duidelijke risico’s op ernstige schendingen van mensen-rechten of het humanitair oorlogsrecht leiden tot een afwijzingvan de vergunningaanvraag. Daarin is er verder specifiekeaandacht voor het risico op omleiding van de goederen naarongewenste eindgebruikers. Dit geldt ook voor het omleidings-risico naar Soedan. Er zijn bij de regering geen aanwijzingenbekend dat dergelijke omleiding onder Nederlandse vergunningenvoor de uitvoer van militaire goederen plaatsgevonden heeft.Het kabinet heeft conform motie-Ceder c.s. (Kamerstuk21 501-02, nr. 3276) in EU-verband meermaals gewezen op hetbelang om met bijzondere aandacht te kijken naar eventuelerisico’s op omleiding van militaire goederen naar Soedan.Daarnaast spreekt Nederland binnen de brede bilaterale relatiemet de VAE ook over de situatie in Soedan, zowel op politiek alshoogambtelijk niveau.Op dit moment is er al een EU-wapenembargo van kracht opgeheel Soedan. Verder roept de EU, onder meer op Nederlandsinitiatief, op tot de uitbreiding van het VN-wapenembargo naarheel Soedan. Dat wapenembargo geldt nu alleen voor de regioDarfoer.Graag verzoeken we de Minister om alle vragen in deze inbreng per vraagte beantwoorden.II Volledige agenda –de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 3 maart 2026 overde Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van16 maart 2026 en verslag Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3355)–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 27 februari 2026over het Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3354)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336131 –de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 10 februari 2026over het Verslag van de 24e zitting van de Vergadering van verdrags-partijen bij het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof(Kamerstuk 28 498, nr. 59)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336132

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a129b9cad05a26d1

14 okt 2026 · b6ec222cf51098af

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.