Verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 13 en 14 oktober 2025
Brontekst
Versie fbd13af1e7f38dd7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 975 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 november 2025Hierbij bieden wij, mede namens de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,uw Kamer het verslag aan van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken(JBZ-Raad) op 13 en 14 oktober 2025 in Luxemburg.Ook informeren wij uw Kamer graag hieronder over een aantal onder-werpen en vindt u in de bijlage het derde kwartaaloverzicht vanEU-wetsvoorstellen.Gezamenlijke brief aan de Europese Commissie over vrijwillig engedwongen vertrek naar AfghanistanOp 17 oktober jl. heeft Nederland samen met de voor asiel en migratieverantwoordelijke bewindspersonen van België, Bulgarije, Cyprus,Duitsland, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië,Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Slowakije,Tsjechië en Zweden een brief aan de Eurocommissaris voor BinnenlandseZaken en Migratie gestuurd. De brief bevat een oproep aan de EuropeseCommissie tot het bevorderen van vrijwillige en gedwongen terugkeernaar Afghanistan en is als bijlage bij deze Kamerbrief gevoegd (bijlage 1).Terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen is een prioriteit van hetkabinet. Het kabinet zet zich ervoor in om zoveel als mogelijk vreemde-lingen zonder rechtmatig verblijf te laten terugkeren. De terugkeer vanvreemdelingen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid en/ofde openbare orde hebben daarbij de speciale aandacht van het kabinet.Dit geldt ook voor vertrekplichtige Afghanen. Op dit moment is heteffectueren van terugkeer naar Afghanistan complex. Het is moeilijk omde juiste identificatie en reisdocumenten te ontvangen. Dit komt mededoordat Nederland enkel minimale operationele contacten met de de factoautoriteiten in Kaboel onderhoudt. kst-32317-975ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9751 De brief aan de Europese Commissie gaat in op een aantal oplossingsrich-tingen om zowel vrijwillig als gedwongen terugkeer vanuit EU lidstatennaar Afghanistan te bevorderen. Bijvoorbeeld door het aanbieden vanondersteuning bij vrijwillige terugkeer naar Afghanistan middels het EUre-integratie programma en het voorzetten van de gecoördineerde aanpakom gedwongen terugkeer te bevorderen.We benadrukken dat Nederland de Taliban niet erkent als legitiemevertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Zolang de Talibandoorgaan met het systematisch, op grote schaal en op grove wijzeschenden van de rechten van vrouwen en meisjes, is normalisatie van debetrekkingen niet aan de orde1.Het kabinet gelooft dat door de uitdagingen rondom terugkeer naarAfghanistan, inclusief de operationele samenwerking met de niet-erkendeautoriteit die daarvoor nodig is, een Europees gecoördineerde aanpak hetmeeste effect sorteert. Nederland blijft waar gepast, betrokken bij deuitwerking door de Europese Commissie en gesprekken met andereEuropese lidstaten over het bevorderen van vrijwillige en gedwongenterugkeer naar Afghanistan.Kopgroep verdragenConform de toezegging in het debat Vreemdelingen- en Asielbeleid van2 oktober jl. wordt u hierbij geïnformeerd over de stand van zaken van degesprekken in de Europese kopgroep over verdragen. En marge van deEuropese Raad op 23 oktober jl. en de Europese Politieke Gemeenschaphebben er op verschillende niveaus gesprekken plaatsgevonden tussenlidstaten. Hierbij zijn verschillende opties besproken, waaronder demogelijkheid van een interpretatierapport. De komende periode zullendeze gesprekken verder worden gevoerd, waarbij er verdere invullingwordt gegeven aan mogelijke vervolgstappen en de inzet van geschikteinstrumenten. Uw Kamer zal zoals toegezegd in het plan van aanpak overde uitvoering van de motie Van Zanten/Boomsma bij relevante ontwikke-lingen geïnformeerd worden via de JBZ-stukken.Solidariteitsmechanisme asiel- en migratiepactVia deze weg wordt uw Kamer ook op de hoogte gesteld van de brief dieNederland samen met België heeft gestuurd aan EurocommissarisBrunner, waarin aandacht wordt gevraagd voor de onevenredige druk opde Nederlandse voorzieningen als gevolg van secundaire migratie, hetbelang van een werkend Dublinsysteem en een realistische solidariteit-spool. U vindt een afschrift van deze brief in bijlage 2.Moties Eerdmans – informatiecampagnes en terugkeerplanHierbij wordt uw Kamer geïnformeerd over de invulling van twee motiesingediend door het lid Eerdmans, ten aanzien van het opstarten vaninformatiecampagnes en een terugkeerplan gericht op onwelwillendeherkomstlanden2. In de samenwerking op het gebied van migratie metderde landen zet het kabinet verschillende instrumenten in om irregulieremigratie te verminderen, terugkeersamenwerking te verbeteren enmigranten te beschermen. Het kabinet hanteert hierbij een combinatie vandiplomatieke dialoog op bilateraal en EU-niveau en de inzet van breedingestoken programmering, bijvoorbeeld gericht op capaciteitsversterkingvan migratie managementsystemen in herkomst en transitlanden.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, KST 32 735, nr. 4002Kamerstukken II, 2025–2026, 36 704-63 en Kamerstukken II, 2025–2026, 36 704-64.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9752 Informatiecampagnes worden daarbij ook indien opportuun ingezet.Daarmee beschouwt het kabinet de motie-Eerdmans gericht op dit typecampagnes als in lijn met het huidige kabinetsbeleid. Afhankelijk van destaat van de samenwerking en het resultaat op bijvoorbeeld de terugkeer-samenwerking, zet het kabinet zowel positieve (investeringen) alsnegatieve maatregelen in om bijvoorbeeld de terugkeersamenwerking teverbeteren waar die niet goed (genoeg) verloopt. Zo steunde het kabinetbijvoorbeeld het instellen van visummaatregelen tegen Ethiopië vanwegeEU-brede gebrekkige terugkeersamenwerking, een besluit dat op 29 april2024 door de Europese Raad werd aangenomen. Het kabinet is ervanovertuigd dat een doorlopende dialoog, intensieve samenwerking en eencombinatie van positieve en negatieve maatregelen leidt tot het besteresultaat voor de kabinetsdoelstellingen.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenDe Minister van Asiel en Migratie,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9753 Verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en BinnenlandseZaken, 13 en 14 oktober 2025 I. Justitie Belangrijkste resultaten•Lidstaten spraken onvoorwaardelijke steun uit aan Oekraïne en deverschillende internationale verantwoordelijkheidsmechanismen, enbenadrukten het belang van voortgezette druk op Rusland omverantwoording af te leggen.•Tijdens een werklunch onderstreepten de lidstaten dat een zorgvuldigebalans tussen de veiligheid van politici en ambtsdragers enerzijds ende bescherming van het vrije debat anderzijds gevonden moetworden. Daarbij verwelkomden de lidstaten het aangekondigdeEuropean Democracy Shield en werd erkend dat de problematiekEU-breed speelt en nauwe coördinatie tussen de lidstaten essentieel is.•De JBZ-Raad stond stil bij de VS-sancties gericht tegen het Internatio-naal Strafhof, waarbij lidstaten en de Commissie aangaven zich ernstigzorgen te maken en op zoek te zijn naar wegen om het InternationaalStrafhof optimaal te beschermen.1. De Russische agressieoorlog tegen Oekraïne: strijd tegenstraffeloosheid Tijdens de JBZ-Raad werd de voortgang in de strijd tegen straffeloosheidvoor misdrijven die verband houden met de Russische agressieoorlogtegen Oekraïne besproken. Twee recente ontwikkelingen stonden hierbijcentraal: de ondertekening van een akkoord tussen Oekraïne en de Raadvan Europa over de oprichting van een speciaal Agressietribunaal, en deoprichting van een Claimscommissie voor schadevergoeding als gevolgvan de oorlog. Een grote groep lidstaten sprak haar onvoorwaardelijkesteun uit aan Oekraïne en aan de verschillende internationale verantwoor-delijkheidsmechanismen, en benadrukte het belang van voortgezette drukop Rusland om verantwoording af te leggen. Nederland sloot zich hierbijaan, verwelkomde de geboekte voortgang met zowel het Agressietri-bunaal als de Claimscommissie en riep op tot voortvarende vervolg-stappen.2. De toekomst van Eurojust Tijdens de bespreking uitte de Raad algemene tevredenheid over hetfunctioneren en de toegevoegde waarde van het agentschap. Er is bredeerkenning voor de rol die Eurojust speelt bij de ondersteuning vanlidstaten in grensoverschrijdende strafrechtelijke samenwerking.Tegelijkertijd werd benadrukt dat verdere verbeteringen mogelijk enwenselijk zijn. Verschillende lidstaten pleitten voor meer aandacht voorhet digitale domein en het ontwikkelen van bijbehorend instrumentarium.Ook werd het belang onderstreept van verdere investeringen in desamenwerking tussen Eurojust en derde landen. Daarnaast werd doorlidstaten gewezen op de verbetering van databases en de verdereversterking van informatie-uitwisseling. Uit de tafelronde bleek dat eengroot aantal lidstaten, waaronder Nederland, geen voorstander is van eenuitbreiding van het mandaat van Eurojust. Nederland gaf aan dat degovernance-structuur van Eurojust versterking behoeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9754 3. Toegang tot gegevens voor effectieve strafrechtelijke onderzoeken De JBZ-Raad werd geïnformeerd over de stand van zaken met betrekkingtot de in juni jl. gepubliceerde routekaart die de toegang tot gegevensvoor rechtshandhaving moet verbeteren. Het Voorzitterschap en deCommissie stonden stil bij de vervolgstappen, waaronder de aangekon-digde impactbeoordeling van een mogelijk wetgevingsinitiatief inzakedataretentie. Het doel is om een oplossing te vinden voor de huidigeversnippering van nationale regelgeving op het gebied van dataretentie.Zij benadrukten daarbij dat een goed evenwicht tussen opsporingsbe-langen en privacy belangrijk is.Lidstaten benadrukten ook het belang van een evenwichtige aanpaktussen effectieve opsporing en de bescherming van fundamentelerechten, alsook dat de voorgenomen wetgeving niet te knellend moet zijnvoor rechtshandhavende instanties. Er bestaat brede steun voor verderestappen richting geharmoniseerde EU-regels, aangezien de huidigeversnippering van nationale kaders belemmerend werkt voor zowelautoriteiten als providers, en ook de opsporing zich moet aanpassen aannieuwe ontwikkelingen. De precieze invulling zal echter ook afhangen vande resultaten van de impactbeoordeling door de Commissie, die beginvolgend jaar wordt verwacht. Ook werd gewezen op de toenemendeuitdagingen rond toegang tot real-time informatie en encryptie, waarvoorde Commissie mogelijke oplossingen zal verkennen.4. Werklunch – Ontwikkelingen op het gebied van de rechtsstaat in dejustitiële sector Tijdens de besloten werklunch sprak de Raad over de bescherming vanhet vrije debat en de bescherming van politici en ambtsdragers. Tijdensde tafelronde was er brede steun om dit onderwerp gezamenlijk tebespreken. De meeste lidstaten ervaren toegenomen polarisatie enradicalisering, mede als gevolg van de rol van sociale media. Doorverschillende lidstaten werd gewezen op de beperkingen van bestaandestrafrechtelijke instrumenten om deze fenomenen effectief aan te pakken.Hoewel deze instrumenten noodzakelijk worden geacht, werd breederkend dat zij ontoereikend zijn om nieuwe vormen van online haat endesinformatie het hoofd te bieden. Tegelijkertijd werd benadrukt dat hetstrafrecht niet het enige antwoord kan zijn. Lidstaten benadrukten hetbelang van het bevorderen van respect, tolerantie en mediageletterdheidals aanvullende pijlers van een weerbare democratie.Tijdens de tafelronde werd het belang onderstreept van een zorgvuldigebalans tussen de veiligheid van politici en ambtsdragers enerzijds en debescherming van het vrije debat anderzijds. Daarbij verwelkomden delidstaten het aangekondigde European Democracy Shield waarvan depublicatie is voorzien in november. Er werd erkend dat de problematiekEU-breed speelt en dat nauwe coördinatie tussen de lidstaten essentieelis. Nieuwe wetgeving werd echter niet door iedereen als de juisteoplossing beschouwd. Het op te richten EU Centre for DemocraticResilience werd over het algemeen positief ontvangen. Een aantallidstaten pleitte er daarnaast voor om hate crime toe te voegen aan de lijstvan zogenoemde «eurocrimes» in artikel 83 van het Verdrag betreffendede werking van de Europese Unie. Tot slot werd breed gedeeld dat socialemediaplatformen nog altijd onvoldoende bereid zijn tot samenwerking enhet dragen van verantwoordelijkheid bij het tegengaan van haatzaaien endesinformatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9755 Nederland heeft in dit kader benadrukt dat een brede aanpak noodzakelijkis, waarin instrumenten elkaar aanvullen. Nederland steunt de voort-zetting van dit debat in EU-verband, mede in het licht van de verdereuitwerking van het European Democracy Shield en het EU Centre forDemocratic Resilience.5. Overige onderwerpen a. European Democracy Shield De JBZ-Raad besprak op verzoek van Frankrijk het initiatief voor eenEuropean Democracy Shield, dat tot doel heeft de weerbaarheid vanEuropese democratieën te versterken tegen desinformatie, informatiema-nipulatie en andere hybride dreigingen. De Commissie lichtte toe dat hetinitiatief onder meer inzet op de oprichting van een EU Centre forDemocratic Resilience, het versterken van democratische instituties envrije verkiezingen, het waarborgen van de veiligheid van politici en hetondersteunen van onafhankelijke journalistiek.De lidstaten verwelkomden het initiatief en onderschreven het belang vaneen gecoördineerde Europese aanpak, aangezien polarisatie, radicali-sering en desinformatie in vrijwel alle lidstaten toenemen. Daarbij werdbenadrukt dat strafrechtelijke maatregelen op zichzelf onvoldoende zijn endat ook respect, tolerantie en mediageletterdheid moeten wordenbevorderd.Lidstaten steunen het streven naar versterking van de democratischeweerbaarheid, maar benadrukken dat nieuwe wetgeving niet per senoodzakelijk is. Het aangekondigde EU Centre for Democratic Resiliencewerd positief ontvangen.b. VS sancties tegen het Internationaal Strafhof Tijdens de Raad vroeg Slovenië aandacht voor de VS-sancties tegenrechters van het Internationaal Strafhof, en uitte daarbij zorgen datverdere sancties kunnen volgen. Slovenië riep de EU en Raad op om nietstil te blijven, maar daar ferm tegen te ageren. Een achttal lidstaten,waaronder Nederland, spraken steun uit voor bescherming van hetInternational Strafhof en gaven aan dat een Europese aanpak daarbijnoodzakelijk is. Ook de Commissie gaf aan zich ernstig zorgen te makenen op zoek te zijn naar wegen om het Internationaal Strafhof optimaal tebeschermen.c. Rule of Law Report 2025 Slowakije bracht tijdens de JBZ-Raad het verschenen rechtsstaatrapportover Slowakije op. Slowakije gaf aan te erkennen dat er nog verbeteringennodig zijn op het gebied van de rechtsstaat, maar uitte daarnaast kritiekop de methodiek van het rapport en meldde dat het daarover eenconstructieve dialoog met de Commissie zoekt. De Commissie reageerdedoor aan te geven dat het rechtsstaatrapport een sleutelelement is in EUrule of law tool box en dat er een intensieve dialoog is geweest metSlowakije gedurende het gehele totstandkomingstraject van het rapport.Nederland intervenieerde namens de Benelux ter ondersteuning van deCommissie. Daarbij gaf Nederland aan te ervaren dat het opstellen vandeze rapportages onpartijdig en in goede samenwerking met de lidstatenplaatsvindt en dat het ook aan de lidstaten is om hierbij goed met deCommissie samen te werken. Nederland gaf aan het rechtsstaatrapportook als een essentieel onderdeel van de EU rule of law toolbox te zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9756 II. Binnenlandse Zaken Belangrijkste resultaten•Tijdens een bespreking over de toekomst van Frontex, spraken vrijwelalle lidstaten en de Commissie steun uit voor de mandaatsherzieningvan Frontex, zolang dit toegevoegde waarde heeft en aansluit bij dekerntaken: buitengrensbeheer en terugkeer.•Lidstaten spraken steun uit voor versterking van het Uniemechanismevoor Civiele Bescherming en Gezondheidsnoodhulp (UCPM) en deverbetering van civiel-militaire samenwerking, maar benadrukten datciviele bescherming primair een nationale verantwoordelijkheid blijft.•Tijdens de JBZ-Raad werd stilgestaan bij de dreiging die uitgaat vandrones, zowel statelijk als niet-statelijk, voor de interne en externeveiligheid van de EU. Lidstaten riepen op tot verdere samenwerkingwaar het gaat om detectie van- en verdediging tegen drones.1. De impact van de huidige geopolitieke situatie op de interne veiligheidvan de EU Tijdens een besloten werkontbijt deelden de lidstaten de analyse datgeopolitieke ontwikkelingen en hybride dreigingen in toenemende mateimpact hebben op de interne veiligheid van de EU, zoals maatschappelijkespanningen, polarisatie en in het ergste geval geweldsincidenten. Ookwas er overeenstemming tussen de lidstaten dat gelet op de grensover-schrijdende dreiging, het belangrijk is ook op EU niveau hierop in tespelen en samen te werken. Nederland intervenieerde door te refererenaan recente gebeurtenissen en door aan te geven dat voortdurend wordtbezien of aanvullende maatregelen nodig zijn om de risico’s te mitigeren.2. Toegang tot gegevens voor effectieve rechtshandhaving Tijdens de JBZ-Raad werd de Raad geïnformeerd over de stand van zakenmet betrekking tot de in juni jl. gepubliceerde routekaart die de toegangtot gegevens voor rechtshandhaving moet verbeteren, met een focus opde veiligheidsvoorstellen. Het Voorzitterschap en de Commissiebenadrukten dat betere toegang tot gegevens essentieel is voor eeneffectieve aanpak van criminaliteit, met inachtneming van fundamentelerechten. De Commissie lichtte toe dat er momenteel twee parallelletrajecten lopen, namelijk 1) een impactbeoordeling voor een mogelijkwetgevingsinitiatief inzake dataretentie, die begin volgend jaar wordtafgerond; en 2) een routekaart over encryptie, die naar verwachting in hetderde kwartaal van volgend jaar zal worden gepubliceerd.Nederland gaf in een interventie aan de toegang tot gegevens voorrechtshandhaving een belangrijk thema te vinden, waarbij de juiste balanstussen privacy en veiligheid noodzakelijk is. Daarbij gaf Nederland aan dat– hoewel een ander onderwerp – het voor wat betreft de verordening terbestrijding van seksueel kindermisbruik (CSAM-Verordening) ook vanbelang is de juiste balans te vinden. Nederland riep daarbij op om opendiscussies te blijven voeren over deze thema’s.3. Staat van het Schengengebied en Frontex De Schengenraad ving aan met een brede discussie, die zowel inging opde Staat van het Schengengebied aan de hand van de Schengenbaro-meter, als meer specifiek op de herziening van de Frontexverordening. DeCommissie presenteerde in dat kader de nieuwste Schengenbarometer engaf aan dat in algemene zin de situatie in het Schengengebied isverbeterd ten opzichte van de eerste helft van 2024. De CommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9757 verwees hierbij naar de verdere daling van het aantal irreguliereaankomsten (18%) ten opzichte van 2024, de stijging van het aantalterugkeerders (9%) en de versterking van het buitengrensbeheer. Welsprak de Commissie zorgen uit over aanhoudend capaciteitsgebrek aan debuitengrenzen en benadrukte de noodzaak voor verdere verbetering vanhet terugkeersysteem, o.a. door voortgang in de onderhandelingen van denieuwe Terugkeerverordening. Daarnaast vroeg de Commissie, evenalsverscheidene lidstaten, aandacht voor het aantal Schengenvisa afgegevenaan Russische staatsburgers. Nederland benadrukte, net als verscheideneandere lidstaten, in deze discussie het belang van het tegengaan vansecundaire migratie, het versterken van het buitengrensbeheer en hetterugkeersysteem. Enkele lidstaten brachten tevens hun zorgen over hetgroeiende aantal binnengrenscontroles voor het voetlicht en riepen op toteen exit-strategie.Voorts presenteerde het Voorzitterschap een discussienotitie over detoekomst van het Europese Grens- en Kustwachtagentschap (Frontex) metals doel sturing te geven aan de voorgenomen wijziging en uitbreidingvan het mandaat van het Agentschap door de Commissie. Lidstatenwerden uitgenodigd in te gaan op 1) het mandaat en uitbreiding van hetpermanent korps van het Agentschap, 2) de samenwerking met enaanwezigheid in derde landen en 3) de uitbreiding van de taken van hetAgentschap.Vrijwel alle lidstaten, inclusief Nederland, en de Commissie spraken steunuit voor de mandaatsherziening van Frontex, zolang dit toegevoegdewaarde heeft en aansluit bij de kerntaken: buitengrensbeheer enterugkeer. Veel lidstaten, waaronder Nederland, wezen erop dat deuitbreiding van het permanent korps vraag-gestuurd moet plaatsvindenen niet ten koste mag gaan van de noodzakelijke nationale capaciteit.Nederland ondersteunde in het kader van de uitbreidingsdiscussie van hetpermanent korps het idee van Frontex voor een reserve-onderdeel datsnel ingezet kan worden bij crisissituaties. Veel lidstaten, waaronderNederland, achtten uitbreiding van het mandaat noodzakelijk is in hetkader van de activiteiten van het Agentschap in derde landen. Het gaatdan in het bijzonder om een rol voor het Agentschap in de ondersteuningvan terugkeeroperaties van derde land naar derde land. Dit is volgensNederland ook van belang voor de doorontwikkeling van innovatieveoplossingen, zoals de terugkeerhub. Verder benoemde Nederland tevenshet belang oog te houden voor de governance van het Agentschap bijuitbreiding van bevoegdheden en taken en betere informatie-uitwisselingmet andere EU-agentschappen en lidstaten.4. Werklunch – Externe dimensie van migratie – Syrië Tijdens een besloten werklunch besprak de Raad de stand van zaken inSyrië en de samenwerking met het land op het gebied van migratie enterugkeer. Vrijwel alle lidstaten onderschreven het belang van financiëleondersteuning voor een duurzame overgangsfase in Syrië om terugkeermogelijk te maken. Daarbij werd ook samenwerking met landen in deregio onderstreept. Er was overeenstemming over het feit dat hetvergroten van de terugkeerresultaten een continue dialoog vereist met deSyrische autoriteiten op alle niveaus. Daarbij moet in eerste instantieingezet worden op vrijwillige terugkeer. Een groot aantal lidstaten weesook op het belang van terugkeer van personen die een risico vormen voorde openbare orde of nationale veiligheid. Een aantal lidstaten trok in datkader de vergelijking met Afghanistan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9758 Nederland riep op tot een gecoördineerde aanpak in de EU om terugkeerte bevorderen en irreguliere migratie tegen te gaan door met Syrië en deomringende landen samen te werken. Specifiek moet er gekeken wordenhoe de migratieketen en de sociaaleconomische situatie in het landondersteund kan worden. De komende tijd zal het gesprek hierover opzowel politiek als ambtelijk niveau worden voortgezet. Uw Kamer is in debrief van 21 oktober jl. uitgebreid geïnformeerd over de inzet van hetkabinet om terugkeer naar Syrië te bevorderen.35. Verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijk systeem voorde terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal in de EUverblijven De Raad sprak over de stand van zaken van de onderhandelingen over hetvoorstel voor een terugkeerverordening. Het Voorzitterschap sprak deambitie uit om de volgende JBZ-Raad 8 en 9 december tot overeen-stemming te komen over een algemene oriëntatie in de Raad. Hiervoorwilde het Voorzitterschap op deze JBZ-Raad politieke overeenstemmingbereiken over het concept van de wederzijdse erkenning van terugkeerbe-sluiten. Het Voorzitterschap had hiervoor een discussienotitie voorbereidmet een compromisvoorstel aan de hand van de inbreng van lidstaten bijde relevante bepalingen. Het compromis van het Voorzitterschap beoogtenerzijds lidstaten meer flexibiliteit te bieden bij de toepassing ervan,terwijl anderzijds de toepassing van het principe nog steeds verplichtwordt gesteld, weliswaar met een langere overgangsperiode inclusief eenobjectief toetsingskader.Nederland en andere lidstaten spraken hun steun uit richting hetVoorzitterschap in zijn ambitie snel tot een akkoord te komen in de Raad.Er is verdeeldheid in de Raad over het principe van verplichte wederzijdseerkenning. De voorstanders van het principe benadrukten het belangervan voor een Europees terugkeersysteem, terwijl anderen hun zorgenuitten over extra administratieve lasten bij de invoering ervan. Een enkelelidstaat signaleerde dat de discussie over wederzijdse erkenning raakt aande bredere discussie die gevoerd is in het kader van de onderhandelingenover het asiel- en migratiepact tussen solidariteit enerzijds en verantwoor-delijkheid anderzijds. Ook werd door een enkele lidstaten benoemd datuitvoerende lidstaten bij de toepassing van het principe financieelgecompenseerd zouden moeten worden.Nederland sprak steun uit richting het Voorzitterschap voor het compro-misvoorstel en benadrukten het belang om stappen te zetten in deonderhandelingen. Volgens Nederland is de juiste balans gevondentussen flexibiliteit enerzijds en harmonisering anderzijds. Nederland kanhet concept van de wederzijdse erkenning steunen wanneer dit leidt totversnelling van de terugkeerprocedure en niet tot verzwaarde administra-tieve lasten. Nederland vroeg ten slotte aandacht voor andere belangrijkeonderdelen van het voorstel. Zo vindt Nederland dat additionele beoor-deling van het non-refoulementbeginsel in de terugkeerprocedure moetworden voorkomen. Voor Nederland is het cruciaal dat voorkomen wordtdat een nieuw juridisch kader over terugkeer in de EU tot nieuwecomplicaties en daarmee vertragingen van het terugkeerproces leidt.6. Implementatie van interoperabiliteit Het Voorzitterschap, de Commissie en eu-LISA stonden kort stil bij delancering van het Entry/Exit systeem (EES) op 12 oktober jl. De gefaseerdeuitrol van EES werd beschouwd als een grote stap naar de verdere3Kamerstukken II, 2025–2026, 29 344, nr. 157.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9759 digitalisering van het grensbeheer. Er werd verder stilgestaan bij devolgende stappen, zoals de implementatie van Europees Systeem voorReisinformatie en -autorisatie (ETIAS) in april 2026 en de doelstelling naarvolledige interoperabiliteit om systemen met elkaar te kunnen latencommuniceren.7. Uniemechanisme voor Civiele Bescherming en Gezondheidsnoodhulp Er vond een gedachtewisseling plaats over het Commissievoorstel totherziening van de UCPM-Verordening (Uniemechanisme voor CivieleBescherming en Gezondheidsnoodhulp), dat voortvloeit uit de strategievoor een Europese Paraatheidsunie. Het Voorzitterschap wilde met dezebespreking de standpunten van de lidstaten ten aanzien van dit voorstelnader in kaart brengen. Zowel het Voorzitterschap als de Commissiebenadrukten het belang van een ambitieuze, brede en geïntegreerdebenadering van paraatheid en crisisrespons, waarbij nauwe samen-werking en coördinatie tussen de lidstaten en EU-instellingen centraalstaan. De Commissie lichtte toe dat de voorgestelde hervorming debestaande civiele beschermingscapaciteiten moet versterken en een CrisisCoördinatie Hub introduceert ter verbetering van de coördinatie bijgrensoverschrijdende crises.Lidstaten spraken steun uit voor versterking van het UCPM en deverbetering van civiel-militaire samenwerking, maar benadrukten datciviele bescherming primair een nationale verantwoordelijkheid blijft.Daarbij wordt het van belang geacht dat de essentiële rol van het UCPMwordt bewaakt en niet wordt vermengd met militaire taken. Verschillendelidstaten riepen op tot behoud van de centrale rol van de Raad, verduide-lijking en afbakening van de taken van de nieuw op te richten Hub en dewaarborging van complementariteit met bestaande structuren zoals hetEmergency Response Coordination Centre (ERCC) en het integratedpolitical crisis response (IPCR). Er werden zorgen geuit over mogelijkebureaucratische lasten en overlap met nationale systemen, terwijl ookwerd onderstreept dat solidariteit, subsidiariteit en respect voor bevoegd-heden leidend moeten blijven. Tegelijkertijd erkenden de lidstaten denoodzaak om beter voorbereid te zijn op toekomstige crises en rampen.Nederland verwelkomde de voorgestelde herziening en sprak steun uitvoor de verbreding van het mandaat van het UCPM en het versterken vande capaciteiten om crises te coördineren en te voorkomen. Nederlandbenadrukte het belang van complementariteit, van een goed functione-rende en complementaire Crisis Coördinatie Hub en van verdereversterking van civiel-militaire samenwerking.8. Overige onderwerpen a. Implementatie van het Pact en jaarlijkse solidariteitspool De Commissie gaf een update over de stand van zaken wat betreft deimplementatie van het Pact en onderstreepte het belang van de imple-mentatie van asiel- en migratiepact. De Commissie en stelde dat er deafgelopen tijd veel voortgang is geboekt door lidstaten, maar dat er ooknog werk aan de winkel is. Daarnaast ging de Commissie in op het procesvoor de besluitvorming rondom de solidariteitspool. De Commissie gaf tekennen meer tijd nodig te hebben voor de publicatie van het Europesejaarverslag, de commissiemededeling betreffende de lidstaten ondermigratiedruk en het voorstel van de Commissie voor de Raad betreffendede solidariteitspool onder de Asiel- Migratiemanagement Verordening.Het Voorzitterschap gaf aan dat besluitvorming over de solidariteitspool isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97510 voorzien voor de volgende JBZ-Raad in december en wacht de voorstellenvan de Commissie daarvoor af.b. Drones detectie en aanpak Op verzoek van Duitsland werd tijdens de JBZ-Raad stilgestaan bij dedreiging die uitgaat van drones, zowel statelijk als niet-statelijk, voor deEU interne en externe veiligheid. Duitsland riep op om op EU-niveau decapaciteiten gezamenlijk te versterken. Ook de Commissie riep op totverdere samenwerking, waarbij werd gewezen op verdere integratie vaninteroperabele systemen, het doen van gezamenlijke investeringen viabestaande fondsen en het samenwerken op innovatieterrein, nu detechniek aan snelle verandering onderhevig is. Er was onder de lidstatenovereenstemming dat de dreiging ook voor de interne veiligheid reëel isen dat urgente actie nodig is. Lidstaten, waaronder Nederland, riepen optot verdere samenwerking waar het gaat om detectie van en verdedigingtegen drones, en waar de EU kan leren van de ervaring en capaciteiten inOekraïne.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97511
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.