KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

11 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d7057a69a9fdf2d0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 202536 600 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 202536 600 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2025Nr. 58 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 8 november 2024 De vaste commissie voor Digitale Zaken, belast met het voorbereidendonderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen inde vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoordenvoor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering.De vragen zijn op 7 oktober 2024 voorgelegd aan de Ministers vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken enKlimaat en Justitie en Veiligheid. Bij brief van 8 november zijn ze door deStaatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesbeantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,PalmenAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-36600-VII-58ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 581 Vragen en antwoorden 1.Welk budget heeft u beschikbaar voor het (onderzoeken en) ontwikkelenvan betaalbare en publieke onderwijssoftware, cf. motie-Kathmann[Kamerstuk 32 761, nr. 277]? Hoe coördineert u dit samen met de Ministervan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)?AntwoordVanuit de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is hiergeen budget voor gereserveerd. Het ontwikkelen van betaalbare enpublieke onderwijssoftware valt onder de coördinerende verantwoorde-lijkheid van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.2.Zijn er budgettaire verschillen voor de prioriteiten gesteld in de (geactuali-seerde) Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren? Zo ja, kunt uuiteenzetten op welke terreinen de financiering is veranderd?Antwoord:Er heeft voor deze begroting géén herprioritering plaatsgevonden tenopzichte van de Geactualiseerde Werkagenda 2024. Eventuele herpriori-tering loopt synchroon met de totstandkoming van de NederlandseDigitaliseringsstrategie (NDS). De NDS bouwt voort op bestaand beleid,en kijkt daarbij waar prioritering nodig is om als één overheid degewenste versnelling vorm te geven. Ik verwacht de NDS in het voorjaarvan 2025 te publiceren en met uw Kamer te delen.3.Hoeveel geld is begroot voor de bredere agenda «Werk aan Uitvoering»?Antwoord:Voor de bredere agenda «Werk aan Uitvoering» is € 37,357 mln. begroot.4.Binnen artikel 6.2 is een vermindering van bijna 20 miljoen euro te zien ophet opdrachtenbudget «Informatiesamenleving», als gevolg van reallo-caties. Kunt u toelichten wat de specifieke beleidsdoelen waren die metdeze post beoogd werden en welke gevolgen deze mutatie heeft voor hetrealiseren van de beleidsdoelen?Antwoord:Dit is geen vermindering, maar reallocatie van het budget naar deinstrumenten subsidies, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan medeo-verheden en bijdrage aan agentschappen om zo de uitgaven op het juisteinstrument te kunnen verantwoorden. De middelen blijven behouden voorhetzelfde doel. De reallocatie is binnen artikel 6.2 gebeurd. De beleids-doelen zijn: Interbestuurlijke Datastrategie, informatieveiligheid, Werk aanUitvoering en Publieke Waarden.5.Welke middelen zijn er de komende jaren beschikbaar voor het toegan-kelijk maken van overheidsdiensten, -websites en -formulieren? Kunt uinzichtelijk maken welke budgetten hiervoor worden ingezet? Wordt hierop gekort ten opzichte van de begroting uit 2024?Antwoord:In 2025 is er in totaal 8,2 mln euro aan middelen beschikbaar voor denaleving van de wettelijke verplichting digitale toegankelijkheid. Tenopzichte van 2024 is het bedrag 2,4 mln euro minder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 582 De budgetten die hiervoor worden ingezet, betreffen de beleidsartikelen6.2, 6.7 en 6.8.6.Welke middelen verwacht u nodig te hebben voor het ontwikkelen enuitvoeren van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS)? Uit welkebudgetten wordt dit betaald?Antwoord:De NDS moet een gezamenlijke strategie worden van één overheidwaarmee we werken aan de overheidsbrede opgaven op het gebied vandigitalisering. Daarmee slaan we twee belangrijke slagen. Ten eerstebeogen we bepaalde langlopende problemen op te lossen die niet vanuitéén departement of overheidslaag kunnen worden aangepakt, zoals ophet gebied van gegevensuitwisseling of rondom de verantwoorde inzetvan AI. Ten tweede is het streven bestaande middelen gezamenlijk engecoördineerd in te zetten, wat ons meer slagkracht biedt. Bij hetuitwerken van de NDS zal moeten blijken welke investeringen er in dekomende jaren nodig zullen zijn.7.Wanneer is de eerste brief van het kabinet te verwachten inzake de NDS?Antwoord:Ik heb de eerste brief over de NDS op 7 november jl. aan uw Kamerverzonden. Het is mijn doel de NDS in het voorjaar van 2025 met uwKamer te delen.8.Kunt u toelichten hoe in 2025 de slagkracht van de algoritmetoezicht-houder uitgebreid gaat worden?Antwoord:In 2025 zal het jaarbudget van de Directie Coördinatie Algoritmes (DCA)bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) worden verhoogd van € 2 mln. in2024 naar € 3 mln. Als onderdeel van deze verhoging zullen de lopendeactiviteiten – zoals sectoroverstijgende risicosignalering en het komen totgezamenlijke normuitleg – verder worden geïntensiveerd. Daarnaastbereidt de DCA zich voor op de Europese AI-verordening. De Ministeriesvan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken enJustitie en Veiligheid hebben de DCA en de Rijksinspectie DigitaleInfrastructuur (RDI) gevraagd om samen met de andere relevantetoezichthouders advies te geven over de inrichting van het toezicht op deAI-verordening.9.Wat is aanvullend nodig om het CIO-stelsel te versterken?Antwoord:Om goed beeld te krijgen van wat er nodig is om het CIO-stelsel teversterken is de Auditdienst Rijk (ADR) gevraagd om een onderzoek tedoen naar de implementatie en de werking van het huidige besluitCIO-stelsel. Dat onderzoek is inmiddels afgerond en de resultaten hiervanzullen op korte termijn met uw Kamer worden gedeeld, evenals eenadvies dat het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) heeft uitgebracht m.b.t.de versterking van het stelsel.De rode draad in beide rapporten is dat er veel dingen goed gaan, maardat er ook uitdagingen zijn. Die uitdagingen zijn volgens de ADR «geengevolg van de opzet van het besluit zelf maar van de praktische invullingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 583 ervan». Versterkingen en verbeteringen kunnen daarom grotendeelsworden gerealiseerd binnen de huidige opzet van het besluit.Ten tijde van het onderzoek zijn er al een aantal verbeteringen doorge-voerd in de werking van het stelsel. Zo zijn er in het CIO-beraad een aantal«tijdelijke werkafspraken» als addendum op het CIO-stelsel vastgesteld.Daarmee zijn o.a. de posities van de (Chief) Data Officers en (Chief)Privacy Officers in het stelsel opgenomen. Ook is het realiseren vaninteroperabiliteit tussen departementen toegevoegd als verantwoorde-lijkheid van de departementale CIO en is het doen van een uitvoerings-toets bij de totstandkoming van nieuw beleid verplicht gesteld.Deze ingezette verbeteringen, aangevuld met de adviezen van de ADR enhet AcICT zullen worden samengebracht tot een algehele herziening vanhet stelsel. Ik zal u daar in toekomstige correspondentie over informeren.Om te kunnen opereren als één overheid is een versterking van hetCIO-stelsel niet voldoende. Het besluit CIO-stelsel heeft immers alleenbetrekking op het Rijk. Daarom zal ik inventariseren wat aanvullend nodigis om te komen tot een stevigere invulling van de coördinerende rol vanBZK. Zie ook mijn antwoord bij de vraag over een supradepartementalevisie op het digitale regievraagstuk.10.Kunt u de aanzienlijke verschuiving op het opdrachtenbudget uitartikel 6.2, Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesam-enleving duidelijk toelichten? Kunt u per beleidsdoel uitleggen welkegevolgen dit de komende jaren heeft voor de realisatie hiervan?Antwoord:Zie antwoord op vraag 4.11.Kunt u nader aangeven welke maatregelen om verspreiding van desinfor-matie aan te pakken, om de weerbaarheid van burgers te vergroten en omkennisontwikkeling ten aanzien van desinformatie te versterken wordenoverwogen in de strijd tegen desinformatie en «deepfakes»?Antwoord:In juni van dit jaar is de voortgangsbrief over de Rijksbrede aanpak vandesinformatie gedeeld met uw Kamer. De nieuwe acties richten zich ophet vergroten van de digitale weerbaarheid van burgers, het verminderenvan desinformatie en AI deepfakes en het verder ontwikkelen van kennis.Veel van deze nieuwe acties zijn momenteel in ontwikkeling. Actiesbestaan onder andere uit het oprichten van een kennisinstituut, hetstimuleren van onafhankelijke factcheckers op Europees niveau, hettoepassen van AI om desinformatie online tegen te gaan en het onder-zoeken van handelsperspectieven voor medische desinformatie.12.Kunt u het subsidiebudget uit de post «Overheidsdienstverlening»(artikel 6.2) uitsplitsen over de beleidsdomeinen Digitale Inclusie, Data,Algoritmen, AI en Publieke Waarden? Hoe verandert de subsidiëring voorieder van deze beleidsdomeinen jaarlijks tot en met 2029?Antwoord:Het subsidiebudget uit de post «Overheidsdienstverlening» (artikel 6.2)over de beleidsdomeinen Digitale Inclusie, Data, Algoritmen, AI enPublieke Waarden is op dit moment nog niet uit te splitsen. De (her)priori-tering op deze beleidsdomeinen loopt op dit moment nog en zal zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 584 uitwerking krijgen in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Ikverwacht deze in het voorjaar van 2025 te publiceren en met uw Kamer tedelen.13.Hoeveel subsidie gaat de komende periode per jaar naar de herinzet vandigitale apparaten? Om hoeveel laptops en andere apparaten gaat dit?Welk budget is er nodig om dit structureel te maken?Antwoord:In totaal is er voor het jaar 2025 een bedrag van 5,5 mln euro begroot voorde herinzet van apparaten. Het bedrag van 5,5 mln euro per jaar isgeborgd tot en met het jaar 2031.Het gaat hierbij om het opschonen en gebruiksklaar maken van apparaten.Voorts kan ik u melden dat er in het jaar 2024 een start is gemaakt met deherinzet van apparaten. Uit een verkenning blijkt dat er tussen de 8.000 en10.000 apparaten (in potentie) kunnen worden ingezet ter hergebruik.14.Kunt u nader toelichten hoeveel middelen er de komende jarenbeschikbaar zijn voor het ontwikkelen van Digitale gemeenschapsgoe-deren? Welke middelen zijn er gereserveerd voor de acties aangekondigdin de Kamerbrief Digitale gemeenschapsgoederen (Kamerstuk 26 643,nr. 1057)? Wordt hierop gekort en zo ja, hoeveel geld betreft dit jaarlijks?Antwoord:In 2025 zet BZK het beleid ter bevordering van het gebruik en ontwikkelingvan digitale gemeenschapsgoederen voort. Er zal wederom geïnvesteerdworden in alternatieve technologieën daar waar bestaande aanbiedersuitgangspunten als privacy, interoperabiliteit en keuzevrijheid onvol-doende waarborgen. In dit kader zetten we de oprichting van de EuropeanDigital Infrastructure Consortium (EDIC) voort om Europabreed te kunnensamenwerken aan digitale gemeenschapsgoederen.15.Kunt u de acties uit het beleidsdomein Online Kinderrechten uiteenzetten?Welke middelen zijn er per jaar beschikbaar voor deze acties? Indien ergekort wordt op bepaalde acties, kunt u dan inzichtelijk maken welkespecifieke projecten of initiatieven minder geld zullen ontvangen?Antwoord:In de bijlage kunt u een overzicht lezen van alle acties uit het beleids-domein Online Kinderrechten. Momenteel wordt bezien of kan wordengeschoven met budgetten van andere beleidsacties. Daaruit volgt noghoeveel middelen er de komende jaren per actie beschikbaar zullen zijn.16.Worden uit het beleidsdoel Online Kinderrechten ook preventieve actiesgefinancierd voor het bestrijden van online kindermisbruik? Op welkemanier is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties(BZK) betrokken bij de aanpak hiervan, bijvoorbeeld in het ondersteunenvan de organisatie Offlimits?Antwoord:Uit het beleidsdoel Online Kinderrechten financiert BZK geen preventieveacties voor specifiek het bestrijden van online kindermisbruik. BZKondersteunt Offlimits niet financieel. De financiering van het bestrijdenvan online kindermisbruik valt onder de begroting van het Ministerie vanJustitie en Veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 585 17.Welke bijdrage levert het Rijk de komende periode jaarlijks aan medeover-heden voor het implementeren van Europese datawetgeving, waaronderde Datagovernanceverordening en de NIS2? Kunt u per relevante wet- enregelgeving aangeven hoeveel medeoverheden de komende jaren van hetRijk zullen ontvangen en waar u de hoogte van deze bijdrage op baseert?Antwoord:Medeoverheden krijgen de komende periode van het Rijk ondersteuningop verschillende manieren om Europese datawetgeving te implemen-teren. Onder Europese datawetgeving vallen de Open Data Richtlijn, deDatagovernanceverordening en de Dataverordening.In het kader van de Wet implementatie Open Data Richtlijn, geïmplemen-teerd in de Nederlandse Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who),ondersteunt het Rijk medeoverheden middels de Handleiding bij de Wethergebruik van overheidsinformatie1. Deze handleiding is geschrevenvoor en door organisaties die onder de verplichtingen van de Who vallen.Deze handleiding wordt met medeoverheden, via een open aanpak opGithub, voortdurend geactualiseerd om in te spelen op nieuwe ontwikke-lingen en inzichten.Ter implementatie van de uitvoeringsverordening High Value Datasets, dievoortvloeit uit de Europese Open Data Richtlijn, ondersteunt het Rijkmedeoverheden door het mogelijk maken van kennissessies, eenhelpdesk, handreikingen, operationeel overleg en het aanmerkingsre-gister. Dit wordt georganiseerd door Geonovum in opdracht van het Rijk.Daarnaast beheert Geonovum in opdracht van het Rijk de standaard voorde metadata van de High Value Datasets.Daarnaast ondersteunt het Rijk gemeente door middel van een subsidieter waarde van € 1 mln. aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten(VNG) om implementatiehandreikingen en tools te ontwikkelen, aankennisuitwisseling te doen, onderzoek te verrichten naar de impact vanactieve aanbieding van dynamische datasets, standaarden te ontwikkelenen aan leveranciersmanagement te doen.Voor de Datagovernanceverordening ondersteunt het Rijk medeover-heden door middel van de aanwijzing van zogeheten bevoegde organen,zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die medeoverhedenondersteunen bij het geven tot toegang tot hergebruik van beschermdedata. De kosten voor het CBS bedragen € 0,3 mln. Dit zijn processen diemedeoverheden daarmee zelf niet hoeven in te richten. Daarnaast komt ereen handleiding om deze overheden te ondersteunen wanneer zij eenverzoek tot hergebruik binnen krijgen. Deze kosten bedragen ruim€ 50.000. Een eerste versie van deze handleiding komt begin 2025beschikbaar.Bij Dataverordening is ondersteuning van medeoverheden niet aan deorde, omdat zij niet worden geraakt door de implementatie hiervan.Het Rijk draagt met bovengenoemde aanpak bij aan de implementatie vandiverse Europese datawetgeving, en werkt interbestuurlijk samen met demedeoverheden. Afzonderlijke medeoverheden ontvangen hiervoor dusgeen afzonderlijke financiële bijdragen van het Rijk.1Handleiding Herziene Wet hergebruik van overheidsinformatie | Instructie | Open Overheid(open-overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 586 18.Welke financiering ontvangen medeoverheden de komende periode perjaar voor het realiseren van offline alternatieven voor hun dienstver-lening? Kunt u nader toelichten hoe het Rijk specifiek bijdraagt aan derealisatie?Antwoord:Gemeenten hebben reguliere middelen ter beschikking via dezogenaamde Algemene Uitkering in het Gemeentefonds en ook nogspecifieke uitkeringen. De uitkering in het Gemeentefonds is voorgemeenten vrij te besteden. Veel bestaande specifieke uitkeringen hebbenraakvlakken met het verbeteren van de dienstverlening aan inwoners.Daarnaast maakt dit kabinet ook extra middelen beschikbaar op basis vande ambities in het regeerprogramma rond verbetering van de bereik-baarheid en de dienstverlening van de overheid. Concrete plannenworden daarvoor nog uitgewerkt.Vanuit de middelen voor de verbetering van overheidsbrede dienstver-lening ontvangen gemeenten financiering om de lokale bereikbaarheid ende ondersteuning van burgers en ondernemers te verbeteren. Op ditmoment worden daarmee de Informatiepunten Digitale Overheidgeëxploiteerd, wordt invulling gegeven aan de rol van overheidsdienstver-lener bij lokketten en worden professionallijnen ingericht. Ook wordtfinanciering beschikbaar gesteld voor gemeentelijke initiatieven om eenimpuls te geven aan het vergroten van de aantrekkelijkheid en de statuurvan het werken in de gemeentelijke sector. En daarmee de versterking vanhet essentiële lokale netwerk, waarlangs fysieke dienstverlening kanworden versterkt en verbeteracties kunnen worden versneld.Mijn departement coördineert de verschillende overheidsbrede trajecten,die samen met de publieke dienstverleners worden uitgevoerd.19.Blijft de Specifieke Uitkering (SPUK) voor de Informatiepunten DigitaleOverheid (IDO’s), eenmaal gekort en gestort in het Gemeentefonds,geoormerkt voor de IDO’s? Waaruit blijkt dit? Hoe tast deze nieuwefinancieringsvorm de «regiefunctie van de gemeenten» aan op dezevoorziening?Antwoord:Bij zowel de Algemene als een Decentralisatie uitkering is het nietmogelijk om geld te oormerken. Het betreft hier geld dat door eengemeente vrij besteed kan worden. BZK werkt momenteel samen met depublieke dienstverleners en met input van burgers aan een beleidsvisie oplokale en persoonlijke ondersteuning. De positie van de IDO’s en deconsequenties van deze nieuwe wijze van de bekostiging worden hierinmeegenomen. Net als wat de beste manier is om toch te kunnenwaarborgen dat er lokaal, op plekken die voor mensen logisch en dichtbijvoelen, ondersteuning wordt geboden bij regelzaken met de overheid.Hierbij wordt ook gekeken naar de rol van de gemeenten op publiekedienstverlening en het voorzien in passende ondersteuning daarbij.20.Hoe verhoudt de 10 procent korting op de SPUK-gelden voor de IDO’s zichtot de ambitie van het kabinet om de bereikbaarheid van de overheid teverbeteren voor inwoners met weinig digitale vaardigheden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 587 Antwoord:Zoals aangegeven wordt momenteel onder regie van BZK gewerkt aaneen beleidsvisie op lokale en persoonlijke ondersteuning. Niet alleen voorinwoners met weinig digitale vaardigheden, maar voor iedereen die opeen bepaald moment hulp nodig heeft bij regelzaken met de overheid.Hieruit volgt waar de behoefte van mensen ligt als het gaat om onder-steuning bij regelzaken met de overheid op plekken die voor mensenlogisch en dichtbij voelen. In de beleidsvisie en bij het in kaart brengenvan de benodigde middelen hiervoor worden ook de positie van de IDO’sen de nieuwe wijze van financiering meegenomen. In het eerste kwartaalvan 2025 wordt de beleidsvisie gepresenteerd aan uw Kamer.Hierbij moet voor de budgetkorting ook bedacht worden dat dezesamenhangt met een te realiseren efficiencywinst en een verminderingvan de controle- en verantwoordingslasten. Gemeenten zijn bijvoorbeeldminder geld kwijt aan de verantwoording en accountantskosten.Daarnaast wordt in het traject «inrichten overheidsbrede loketten» vanuithet «geen verkeerde, altijd de juiste deur»-principe gewerkt aanoverheidsbrede toegang tot publieke dienstverlening. Het zou niet moetenuitmaken bij welke instantie of organisatie iemand aanklopt, de overheidwerkt collectief aan de oplossing vanuit de beleving van mensen,ongeacht hoe de overheid zelf is georganiseerd.21.In hoeveel gemeenten is er nu een Informatiepunt Digitale Overheid(IDO)? Met hoeveel IDO’s wilt u dit de komende jaren uitbreiden? Kunt uonderbouwen dat het gekorte budget hiervoor toereikend is?Antwoord:Iedere gemeente heeft een Informatiepunt Digitale Overheid en met ruim700 IDO’s verspreid over het land is er een landelijk dekkend netwerk. Ikstel geen kwantitatieve doelen aan het aantal IDO’s. Doel is om te zorgendat er lokaal, op plekken die voor mensen logisch en dichtbij voelen,ondersteuning wordt geboden bij regelzaken met de overheid. Ik werkzoals aangegeven aan een beleidsvisie hierop.22.Hoe wordt de twee procent van het vernieuwingsbudget dat toeziet op hetstimuleren van innovatie toegekend? Is dat via een subsidieregeling?Welke partijen en/of projecten worden vanuit het vernieuwingsbudgetgefinancierd?Antwoord:De twee procent van het vernieuwingsbudget dat toeziet op het stimu-leren van innovatie wordt ingezet om het Innovatiebudget DigitaleOverheid als bewezen beleidsinstrument meerjarig te financieren, alsimpuls voor het innoveren van de GDI en Digitale overheid.Het Innovatiebudget Digitale Overheid wordt jaarlijks opengesteld voor dehele Nederlandse overheid (ministeries, provincies, gemeenten, water-schappen en uitvoeringsorganisaties). Elk voorstel dient te wordeningediend door minimaal 2 overheidsinstanties, waarvan één is benoemdtot regiepartij. Het Innovatiebudget stimuleert hiermee de samenwerkingen innovatie tussen overheidsorganisaties.Het toekennen van Innovatiebudget aan projecten gebeurt op basis vanselectiecriteria, volgens een vooraf omschreven proces. De beoordelingwordt gedaan door een jury, bijgestaan door een voorselectiecommissie.Leden komen vanuit de Rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfs-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 588 leven en wetenschap en hebben expertise in onder andere gebruikersge-richt ontwerpen, innovatie en de ontwikkeling van de digitale overheid.Enkel projecten die door de jury van voldoende kwaliteit wordenbevonden ontvangen een deel co-financiering uit het Innovatiebudget. Hetresulteert in het jaarlijks co-financieren van ongeveer 15–20 van de bestscorende innovatieprojecten met diverse onderwerpen zoals AI, digitaleinclusie, data. Toegekende projecten kennen een looptijd van een jaarvanaf het moment van gunning.Aanvullend hierop wordt een innovatiestrategie voor de digitale overheidontwikkeld. Deze strategie moet zorgen voor meer ruimte voor opschalingvan innovatieprojecten met veel potentie. Daarnaast moet deze strategiezorgen voor meer strategische sturing op innovatie om kansen enbedreigingen voor de digitale overheid beter te benutten en mitigeren. Destrategie ziet toe op goede aansluiting bij de meerjarenvisie van dedigitale overheid en GDI.23.Kunt u uiteenzetten welke acties er worden genomen op het gebied vaninformatiehuishouding naar aanleiding van het rapport «Ongekendonrecht»? Hoeveel middelen worden er jaarlijks ingezet voor dezeafzonderlijke acties?Antwoord:In het Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding2 en hetbijbehorende Mijlpalenoverzicht3 staat aan welke generieke en overkoepe-lende activiteiten worden uitgevoerd en waar deze generieke activiteitenaan bijdragen in relatie tot de veranderopgave. Grofweg zijn de generiekeactiviteiten in te delen in de volgende categorieën:•Beleid; het vaststellen en implementeren van rijksbrede kaders op hetgebied van informatiehuishouding en openbaarmaking, bijvoorbeeldop het gebied van e-mailarchivering of actieve openbaarmaking.•Rijksbrede hulpmiddelen en voorzieningen; hulpmiddelen en(ICT) voorzieningen die organisaties collectief nodig hebben om beleidtot uitvoering te brengen of de veranderopgave te versnellen, zoalseen voorziening voor chatberichtenarchivering, de Woo-index of eengestandaardiseerd aanvraagformulier voor Woo-verzoeken.•Capaciteit; diensten en voorzieningen die organisaties helpen om decapaciteit die nodig is voor openbaarheid en informatiehuishouding teversterken. Zoals: hulp bij strategische personeelsplanning of eenLeerhuis Informatiehuishouding.•Campagnes en informatie; producten en diensten die helpen om degewenste gedragsverandering die nodig is om de veranderopgave terealiseren tot stand te brengen.•Stelselversterking; denk aan versterking van de Inspectie en devormgeving van het Adviescollege.In totaal is € 788 mln. aan POK-IHH middelen beschikbaar gesteld over deperiode 2021 t/m 2026.x mln202120222023202420252026TotaalPOK-IHH middelen€ 104€ 151€ 152€ 127€ 127€ 127€ 788 2Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding Rijksoverheid | Rapport | Rijksover-heid.nl3Mijlpalenplanning Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding Rijksoverheid |Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 589 •Per jaar is ongeveer 2/3e van de middelen beschikbaar voor rijksorga-nisaties4 voor de uitvoering van eigen actieplannen ten behoeve vande verbetering van Informatiehuishouding en actieve openbaarmaking.Dit budget is voor 95% reeds structureel (ook na 2026) toegekend.•Het resterende deel wordt besteed aan generieke en overkoepelendeactiviteiten die rijksorganisaties ondersteunen bij hun veranderopgaveen deze veranderopgave versnellen.Dit budget wordt jaarlijks vastgesteld waarbij, zoveel als mogelijk,meerjarig budget wordt toegekend om continuïteit voor de uitvoe-rende partijen te waarborgen.24.Zijn de nog onverdeelde middelen uit artikel 13 in te zetten voor struc-turele financiering en het tegengaan van de tien procent korting op deSPUK-gelden voor de IDO’s?AntwoordOver de exacte invulling van de middelen moet nog worden besloten. Bijde 1e suppletoire begroting 2025 zal de budgettaire verwerking plaats-vinden en dan zal ook duidelijk zijn voor welke deelonderwerpen degelden worden ingezet en hoeveel middelen daarvoor beschikbaarworden gesteld.25.Kunt u toelichten waarom het aantal formatieplaatsen dient te wordenuitgebreid, overeenkomstig een totaalbedrag van 4,4 miljoen euro, medewaardoor de kosten voor eigen personeel in de begroting 202510,1 miljoen euro hoger zullen zijn bij de Rijksorganisatie voor Ontwik-keling, Digitalisering en Innovatie (RODI)?Antwoord:De kosten voor eigen personeel in de begroting 2025 zijn € 10,1 mln.hoger dan 2024. Dit komt door de loonstijgingen in de CAO Rijk 2024–2025van € 5,7 mln. en het effect van uitbreiding van het aantal FTE (49) met€ 4,4 mln. tussen de begroting 2024 en 2025.De uitbreiding van de formatie is voornamelijk het gevolg van de groei bijhet Rijks ICT Gilde (RIG) en I-Vakmanschap. Bij het RIG gaat het om eenuitbreiding 12,4 FTE als gevolg van een toenemende vraag van dedienstverlening. De uitbreiding van 19,8 FTE bij I-Vakmanschap is hetgevolg van de Werk aan Uitvoering-opgaven (WAU).Daarnaast zijn 7,7 FTE van de Rijksacademie voor Digitalisering enInformatisering Overheid (RADIO) overgekomen van CIO-Rijk naar RODI.Ten slotte is er sprake van uitbreiding van 6 FTE bij InterCoach en het RijksI-Traineeship en 3,2 FTE bij de Leer en Ontwikkel Campus, Mindful Rijk enandere onderdelen van RODI. Dit als gevolg van een toenemende vraagvan de dienstverlening en extra werkzaamheden.Overkoepelende vragen56.Kunt u een overkoepelend overzicht maken van alle aan Digitale Zakengerelateerde posten, inclusief mutaties, tot en met 2029?4Kerndepartementen en hun uitvoeringsorganisaties, Hoge Colleges van Staat, Sui-Generisorganisaties en één ZBOTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 5810 Antwoord:Dat inzicht kan niet gegeven worden, omdat de administratie en begrotinghier niet op zijn ingericht.Digitalisering is in toenemende mate vervlochten met het primaire proces.Als we naar de Rijksbegroting kijken gaat het daar bijvoorbeeld over hetbouwen van bruggen, defensievliegtuigen en/of het invoeren vanwetgeving. Een exact inzicht in wat het aandeel van digitalisering is indeze begrotingsartikelen heb ik op dit moment daarom niet. Wel wordt viahet Rijks ICT-dashboard gerapporteerd over grote ICT-activiteiten.57.Kunt u een overzicht maken van alle aan Digitale Zaken gerelateerdeombuigingen tot en met 2029?Antwoord:Zie antwoord op vraag 56.58Kunt u een actueel uitgavenoverzicht geven van de 450 miljoen euro uithet Actieplan groene en digitale banen, waaruit blijkt welke samenwer-kingen en projecten hieruit worden gefinancierd?Antwoord:De € 450 mln. van het Actieplan Groene en Digitale Banen zijn demiddelen van het Nationaal Versterkingsplan van Microchip-talent (ookbekend als de «Beethoven»-middelen). De middelen worden verdeeldover vier regio’s en zijn bedoeld voor het vergroten van het aanbod vantechnisch talent voor de microchipindustrie. De middelen zullen wordeningezet om extra opleidingsactiviteiten vorm te geven binnen deonderwijssectoren MBO, HBO en WO, en voor activiteiten op het gebiedvan leven lang ontwikkelen. Voor de zomer heeft de Minister vanEconomische Zaken uw Kamer over deze middelen geïnformeerd5. De vierbetrokken regio’s hebben inmiddels bijgestelde plannen ingediend bij despeciaal gezant, Hans de Jong. De uitgaven van deze middelen kenneneen eigen dynamiek en zijn afhankelijk van de ingediende plannen. Er iseen sterke verbinding met de doelstellingen en activiteiten van hetActieplan Groene en Digitale Banen en waar mogelijk zal synergie gezochtworden met het Actieplan. De Minister van Economische Zaken verwachtuw Kamer voor het einde van het jaar over het Nationaal Versterkingsplanvan Microchip-talent te informeren.Het Actieplan Groene en Digitale Banen bevat maatregelen om de krapteop de arbeidsmarkt in sectoren die belangrijk zijn voor de klimaat- endigitale transitie aan te pakken, met onder andere als doel één miljoendigitale professionals. Voor een volledig overzicht van budgetten,subsidies en verwachte uitgaven verwijs ik u naar de bijlage6 en devoortgangsrapportage7 van dit actieplan. Ter indicatie licht ik enkelepunten uit:•Voor de bèta-technische arbeidsmarkt heeft het Nationaal Groeifonds(NGF) € 210 mln. toegekend voor het opschalen van 15 coalities vanpubliek-private samenwerkingen gericht op de klimaat- en digitaletransitie8.•De Human Capital Agenda ICT ontvangt € 5 mln. euro subsidie voorde periode 2024–2027 om de samenwerking tussen onderwijs,5Kamerstukken 29 338, nr. 2766Kamerstukken 29 544, nr. 11737Kamerstukken 29 544, nr. 12298Van het totale bedrag is € 152,4 mln. definitief toegekend en € 57,6 mln. voorwaardelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 5811 bedrijfsleven en overheid te versterken, specifiek om de tekorten aanICT-professionals op de arbeidsmarkt aan te pakken.•Via het NGF-voorstel «investeren in het talent van de toekomst»(Techkwadraat) is ruim € 350 mln. euro toegekend om technologieon-derwijs voor elk kind toegankelijk te maken9.•Via het Regionaal Investeringsfonds MBO is € 120 mln. beschikbaargesteld om de samenwerking tussen scholen, de publieke sector enhet bedrijfsleven te stimuleren.•Via de SLIM-regeling wordt bijscholing van werknemers gestimuleerd,hiervoor wordt € 86,7 mln. beschikbaar gesteld.59.Welke juridische ruimte hebben lidstaten om met nationale wetgevingvoor leeftijdsverificatiesystemen te komen?Antwoord:Om de vraag te kunnen beantwoorden in hoeverre er juridische ruimtebestaat voor het invoeren van nationale wetgeving voor leeftijdsverifica-tiesystemen, dient er gekeken te worden naar het Europese juridischkader. Hierbij dient gekeken te worden naar bijvoorbeeld de Diensten-richtlijn (Richtlijn 2006/123/EG en de e-Commerce richtlijn. Op grond vandeze regelgeving mogen lidstaten geen onnodige of disproportionelebeperkingen opleggen aan buitenlandse dienstverleners. Voor digitalediensten van de informatiesamenleving die onder de reikwijdte van deDigtal Services Act (DSA) vallen, geldt dat er een maximum harmonise-rende werking van de DSA uitgaat. Dit betekent dat lidstaten geenstrengere of afwijkende nationale regels mogen invoeren op de onder-werpen waar de DSA in voorziet.Ook dient leeftijdsverificatie in overeenstemming te zijn met grondrechtenzoals het recht op gegevensbescherming zoals dit in de AVG wordtbeschermd.60.Klopt het dat de Franse senaat in juni 2024 nieuwe wetgeving heeftgoedgekeurd dat van socialemediaplatforms als TikTok en Instagramvraagt om verplichte leeftijdsverificatiesystemen te implementeren en omouderlijke toestemming te expliciteren voor gebruikers van vijftien jaar enjonger? Zijn er voor het kabinet Europeesrechtelijke bezwaren om ook metdergelijke wetgeving te komen?Antwoord:Het is mij niet bekend dat er in 2024 nieuwe wetgeving is aangenomen;wel ben ik bekend met de wet die de Franse senaat op 7 juli 2023 heeftaangenomen waarin de digitale meerderjarigheid voor het aanmaken vaneen account op sociale mediaplatforms wordt vastgesteld op 15 jaar. Dithoudt in dat sociale mediaplatforms kinderen jonger dan 15 jaar, die geentoestemming hebben van hun ouders of verzorgers, toegang moetenweigeren tot hun platform. Dit houdt ook een verplichting in voor socialemediaplatforms om de leeftijd van hun gebruikers te verifiëren.Om de leeftijd van eindgebruikers en de autorisatie van een van dehouders van het ouderlijk gezag te verifiëren, moeten aanbieders vanonline sociale netwerkdiensten technische oplossingen gebruiken dievoldoen aan een raamwerk dat is ontwikkeld door de regelgevendeinstantie voor audiovisuele en digitale communicatie, na overleg met deFranse Nationale Commissie voor Informatietechnologie en Vrijheden.10Hoe dit wordt vormgegeven in de praktijk is nog niet duidelijk.9Van het totale bedrag is € 145,8 mln. definitief toegekend en € 205,8 mln. voorwaardelijk10Artikel 4 van LOI n° 2023-566 du 7 juillet 2023 visant à instaurer une majorité numérique et àlutter contre la haine en ligne (1). Légifrance (legifrance.gouv.fr). 17 oktober 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 5812 Het decreet dat dit raamwerk zal bevatten en nodig is om deze Franse wetvolledig in werking te laten treden, is echter nog niet uitgevaardigd.Op dit moment werkt de Europese Commissie samen met lidstaten,waaronder Nederland, en AVG- en DSA-toezichthouders aan een kader datmoet helpen technische tools te ontwikkelen waarmee leeftijdsverificatiekan plaatsvinden binnen de Europees wettelijke kaders. Het is belangrijkdat leeftijdsverificatie op een veilige en privacyvriendelijke maniergebeurt. Hiervoor dienen eerst duidelijke breed gedragen Europese kaderste worden opgesteld. Het kabinet houdt deze ontwikkelingen en deontwikkelingen in andere landen hieromtrent scherp in de gaten en zullenu conform de toezegging van 8 oktober jl. over de uitkomsten hiervaninformeren.61.Klopt het dat uit onderzoek van het Keurmerk Verantwoorde Affiliates(KVA) blijkt dat minderjarigen in Nederland zeer eenvoudig online kunnengokken bij illegale aanbieders? Welke acties onderneemt het kabinet hiermomenteel op?Antwoord:Illegale aanbieders zien zich niet genoodzaakt om zich te houden aan dewet- en regelgeving. Dit betekent dat zij doorgaans ook geen leeftijdsveri-ficatie toepassen of zich houden aan het verbod om geen reclame temaken gericht op minderjarigen. Op het internet zijn illegale onlineaanbieders makkelijk vindbaar en is reclame van illegale aanbieders lastigte verwijderen. Een van de prioriteiten van de Kansspelautoriteit (Ksa) isdaarom handhaving van het illegale aanbod en reclame. Daarbij kan deKsa dienstverleners van bijvoorbeeld betaaldiensten die doorverwijzennaar illegaal aanbod aanwijzingen geven.De Ksa heeft hiertoe verschillende bevoegdheden. Zo kan zij preventiefhandhaven door een mogelijke overtreder te informeren, maar ookhandhaven door middel van een formele waarschuwing, last onderdwangsom of bestuurlijke boete. Ook kan de Ksa een bindende aanwijzingopleggen aan een dienstverlener van de illegale aanbieder, bijvoorbeeldde provider of het mediabedrijf op grond van artikel 34n Wet op dekansspelen (Wok). De Ksa werkt daarnaast samen met internetplatformsom (advertenties voor) illegale aanbieders direct van deze platforms tekunnen halen, wanneer illegaal aanbod wordt geconstateerd. Op grondvan artikel 34m Wok werkt de Ksa daarin samen met de instanties die inandere staten zijn belast met het toezicht op naleving van de kansspelre-gelgeving. Momenteel kijkt de Staatssecretaris Rechtsbescherming insamenwerking met de Ksa of haar huidige bevoegdheden om illegaalaanbod te bestrijden voldoende toereikend zijn en naar verdere kansenom illegaal aanbod aan te pakken.62.Hoe scoort de Rijksoverheid op klanttevredenheid op het vlak van haardigitale basisdienstverlening aan inwoners? Waar is deze informatie terugte vinden?Antwoord:In 2022 is het onderzoek «Ervaren kwaliteit overheidsdienstverlening doorburgers en ondernemers» vanuit de Staat van de Uitvoering voor de 3emaal uitgevoerd. In dit panelonderzoek worden burgers en ondernemersbevraagd naar hun tevredenheid over overheidsdienstverlening, aan dehand van vaak voorkomende (levens)gebeurtenissen waar mensenafhankelijk zijn van overheidsdienstverlening of contact moeten hebbenmet de overheid. In 2019 en 2020 is dit onderzoek ook al uitgevoerd. InTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 5813 2025 starten de voorbereidingen voor de volgende editie van ditpanelonderzoek.In het onderzoek wordt specifiek aandacht besteed aan digitalisering encontact met de overheid. Daaruit blijkt dat burgers en ondernemers overhet geheel genomen tevreden zijn over de digitalisering. Tegelijkertijdblijkt de acceptatie van digitalisering van de overheid ten opzichte van demeting uit 2020 wel gedaald te zijn. Bij de stelling «ik vind het goed dat deoverheid steeds meer digitaal doet» is het percentage «mee eens»gedaald ten opzichte van het vorige onderzoek. Mensen geven daarbijvooral aan dat de overheid te weinig inzet op persoonlijk contact viatelefoon of balie.Vanuit mijn departement wordt samen met de publieke dienstverlenersdan ook hard gewerkt aan het traject «inrichten overheidsbrede loketten.Vanuit het «geen verkeerde, altijd de juiste deur»-principe werken we aanoverheidsbrede toegang tot publieke dienstverlening. Het zou niet moetenuitmaken bij welke instantie of organisatie iemand aanklopt, de overheidwerkt collectief aan de oplossing vanuit de beleving van mensen,ongeacht hoe de overheid zelf is georganiseerd.De resultaten van het panelonderzoek zijn te vinden op de website vanStaat van de Uitvoering11.63.Is er een supradepartementale visie over hoe de overheid het digitaleregievraagstuk steviger naar zich toe kan trekken?Antwoord:Ik zie het als mijn opdracht om ervoor te zorgen dat de overheid goed kansturen op digitalisering. Dit doen we binnen het kabinet vanuit onze eigenverantwoordelijkheden. Ik ben als coördinerend Staatssecretaris vanuitBZK verantwoordelijk voor digitalisering en de digitale overheid, deMinister van EZ voor digitale economie en de Minister van JenV voordigitale veiligheid. Vervolgens moeten we met onze medeoverheden alséén overheid naar buiten treden, op die manier verstevigen we onze regie.Zoals ik in de Beleidsagenda heb aangegeven, is verdere standaardiseringen een sterke organisatie nodig om effectief te opereren als één overheid.Dit vraagt onder meer om een stevigere coördinerende rol van BZK.Daartoe zijn in 2024 stappen gezet om het CIO Stelsel te versterken. In2025 wordt deze versterking geïmplementeerd en wordt ook breder danhet Rijk geïnventariseerd wat aanvullend nodig is.Dit vraagstuk neem ik daarom mee bij de ontwikkeling van de Neder-landse Digitaliseringsstrategie (NDS), die in samenwerking met mede-overheden tot stand komt. Een belangrijk uitgangspunt van de NDS is omals één overheid samen te werken op een aantal prioritaire, dwarsdoor-snijdende digitaliseringsthema’s. Momenteel voer ik samen metoverheden, kennisinstellingen, publieke, private en maatschappelijkepartijen het gesprek over welke thema’s dit moeten zijn en hoe we dedigitale uitdagingen het beste gezamenlijk kunnen aanpakken. Ik verwachtde NDS in het voorjaar van 2025 te publiceren en met uw Kamer te delen11Ervaren kwaliteit overheidsdienstverlening door burgers en ondernemers (1) - Staat van deUitvoeringTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 5814

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7531527dceb52cbf

14 okt 2026 · ad1e648b31c6c709

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.