Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen (Kamerstuk 29477-918)
Brontekst
Versie e97e63fddec91246 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 477GeneesmiddelenbeleidNr. 932 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 24 maart 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 12 december 2024 inzakereactie op verzoek commissie om een stand van zakenbrief over detekortenbesluiten van geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 917) enover de brief van 12 december 2024 inzake voortgangsbrief beschik-baarheid geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 918).De vragen en opmerkingen zijn op 24 januari 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 24 maart 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29477-932ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9321 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie11II.Reactie van de Minister12 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben de brief inzake de tekortenbesluitenvan geneesmiddelen en de voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmid-delen met belangstelling gelezen en hebben hierover nog enkeleaanvullende vragen en opmerkingen.Bij het overzicht van de activiteiten lezen genoemde leden dat de Ministerondanks de forse bezuinigingsopgave, voor de periode van 2025 tot enmet 2027 € 20 miljoen extra budget heeft vrijgemaakt voor de verbeteringvan de beschikbaarheid van geneesmiddelen. En voor de jaren daarna€ 30 miljoen. Waar wordt dit geld specifiek voor gebruikt en is ditafdoende om alle kosten te dekken?De Minister heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) eenaanwijzing gegeven om tijdens een geneesmiddelentekort tijdelijk niethandhavend op te treden. Hoelang is «tijdelijk» en blijft deze maatregelvan kracht totdat de Geneesmiddelenwet definitief is aangepast?In de brief staat ook geschreven dat Europese samenwerking belangrijk isom als Europese landen sterker en onafhankelijker te worden van de restvan de wereld zodat er goede afspraken kunnen worden gemaakt over wiewat gaat produceren in Europa. Zijn er al afspraken gemaakt welkegeneesmiddelen Nederland gaat produceren en om welke geneesmid-delen gaat het dan?De opzet van het Operationeel Team Geneesmiddelentekorten (OTG)wordt blijvend geëvalueerd. Alle betrokken partijen is gevraagd naar hunervaringen met het OTG en de conclusie is dat het OTG een meerwaardeheeft. Ondanks deze conclusie staat er ook dat er bij de partijen onduide-lijkheid bestaat over de rol en taken van het OTG. Daarom vragengenoemde leden of deze twee conclusies niet tegenstrijdig zijn. Wat is nuhet precieze doel en de meerwaarde van het OTG?De Corona Crisisvoorraad (CCV) is ook buiten crisissituaties van toege-voegde waarde in het voorkomen van beschikbaarheidsproblemen vanessentiële geneesmiddelen. Waarom heeft de Minister de ziekenhuizendan gevraagd om het huidige niveau van de CCV slechts tot de zomer van2025 in stand te houden? Bent u voornemens om deze tijdsperiode teverlengen en waar is dit van afhankelijk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9322 In augustus 2024 was er een kritisch tekort van het kankermedicijnEtopiside door problemen bij de productie en distributie bij de fabri-kanten. Ook vanuit het buitenland kon onvoldoende worden geïmpor-teerd. Wat waren de oorzaken van deze productie en distributieproblemenen zijn die nu opgelost? Is de levering van het medicijn Etopiside voor detoekomst gegarandeerd?In de brief staat vermeld dat de groep mensen die geneesmiddelen nodigheeft de komende tijd flink toeneemt. Doelt men hier op de vergrijzing ofzijn er nog andere oorzaken?Bij de uitwerking van de verbeteropties voor het preferentiebeleid staatdat monopolisering soms lijkt bij te dragen aan de beschikbaarheid vangeneesmiddelen. Kunt u dit specificeren en hoe voorkomt u oplopendeprijzen door de monopolisering?De leden van de PVV-fractie hebben veel waardering voor de inzet om hetgeneesmiddelentekort tegen te gaan. Toch werd december 2024 enjanuari 2025 gekenmerkt door een groot tekort aan Ventolin inhalators.Wat was hier de oorzaak van? Werken de oplossingsrichtingen niet?Bij de herziening farmawetgeving staat dat de Europese Commissie eenvoorstel heeft gepubliceerd om farmaceutische bedrijven te verplichtenom gedetailleerde plannen in te dienen om geneesmiddelentekorten tevoorkomen. Omdat de administratieve lasten bij de uitvoering van ditvoorstel erg groot zijn vindt Nederland dat die verplichting alleen moetgelden voor de belangrijke en kwetsbare geneesmiddelen. Kunt uaangeven om welke belangrijke en kwetsbare geneesmiddelen het preciesgaat?De kosten voor aanpassing van rioolwaterzuivering uit de herzieneRichtlijn Stedelijk Afvalwater (de Urban Waste Water Treatment Directive(UWWTD) komen voor rekening van producenten die geneesmiddelen encosmetica op de markt brengen. Producenten betalen dit uit hunwinstmarge of het doorberekenen aan de gebruiker, de patiënt dus. Vindtde Minister dat deze kosten vanuit de winstmarge moet worden betaald inplaats van dat het direct doorberekend wordt aan de gebruiker? Ziet ujuridische mogelijkheden om dit op deze manier te regelen? Hoe gaat deMinister ervoor zorgen dat medicatie voor de gebruiker betaalbaar blijft?Wat zijn de landelijke kosten voor het aanpassen van de rioolwaterzuive-ringen? Krijgt Nederland subsidie van de Europese Unie, voor hetaanpassen van de rioolwaterzuiveringen? Zo ja, hoe wordt er dangewaarborgd dat deze subsidie eraan bijdraagt medicatie betaalbaar enbeschikbaar te houden? Of verdwijnt deze subsidie op de begroting vanhet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)? Kan de Ministeraangeven welke EU-landen ervoor gekozen hebben hun waterzuiveringenniet aan te passen?In een eerdere kamerbrief uit 20221 werd al gewaarschuwd dat deUitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) leidt tot extra kostenvoor de medicijnproducenten en het mogelijk doorrekenen naar patiënten.Het kabinet hanteert het uitgangspunt dat beschikbaarheid en betaal-baarheid van medicijnen voor patiënten niet in geding mag komen. Hetkabinet gaf toen al aan kritisch te zullen kijken hoe de extra administra-tieve lasten voor lidstaten en producenten tot een minimum beperktkunnen worden. Hoe gaat dit alles gewaarborgd worden?1Kamerstuk 22 112, nr. 3570.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9323 Nederland begint met een proef waarbij er geen bijsluiters meer nodigzijn in de verpakkingen van ziekenhuisgeneesmiddelen. Als deze proefmet de digitale bijsluiter bij ziekenhuisgeneesmiddelen een succes is, gaatu de proef dan uitbreiden naar de wijkapotheken? Bijvoorbeeld bijpatiënten die al jarenlang hetzelfde geneesmiddel gebruiken?Tot slot lezen genoemde leden dat de samenwerking met China en Indiawordt versterkt, kan de Minister aangeven wat de risico’s zijn van verresamenwerking met die landen op dit vlak? En hoe weerhoudt dezesamenwerking zich met de doelstelling om minder afhankelijk te wordenvan het buitenland als het gaat om de productie van geneesmiddelen?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interessekennisgenomen van de voorliggende stukken over de tekortenbesluitenvan geneesmiddelen. Zij hebben hierover enkele vragen.De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben zorgen over de gevolgenvan de medicijntekorten voor patiënten en de toegenomen onrust na derecente uitspraak van de Raad van State. Ook achten zij het van grootbelang dat zorgverleners niet met extra administratieve lasten te makenkrijgen. Het is wat de betreffende leden betreft dan ook van groot belangdat de Geneesmiddelenwet zo snel mogelijk aangepast wordt. Wanneerkan de Kamer de reparatiewet verwachten? In de Kamerbrief lezen dezeleden dat die uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 wordt gedeeld, hoestaat het hiermee en verwacht de Minister deze deadline te halen?Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie enkele vragenover de aanwijzing die de Minister de IGJ heeft gegeven om ondervoorwaarden niet handhavend op te treden tegen een overtreding van dehandelsvergunningsplicht. Hoe pakt de aanwijzing in de praktijk uit?Welke juridische risico’s kleven er aan de aanwijzing en op welke manierworden die ondervangen? Heeft de aanwijzing tot gevolg dat de praktijkvan voor de uitspraak van de Raad van State onverminderd doorgaat?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast zorgen overof de tekortenbesluiten tijdig worden genomen. Uit het veld krijgen dezeleden signalen dat de benodigde informatie om een tekortenbesluit tenemen lang niet altijd tijdig bij de desbetreffende instanties op tafel ligt.Deelt de u deze zorgen en erkent deze Minister dit probleem, zoals haarvoorganger deed? Is de Minister bereid te inventariseren welkeknelpunten het veld ervaart en hoe deze kunnen worden aangepakt?Welke rol neemt de Minister hierin en hoe gaat zij ervoor zorgen dat debenodigde informatie om tijdig een tekortenbesluit te nemen ookdaadwerkelijk gedeeld wordt met de betreffende instanties?Om nijpende situaties te voorkomen is het van belang dat tekortenbe-sluiten genomen kunnen worden bij een dreigend tekort, dus niet paswanneer er een daadwerkelijk tekort is. De GroenLinks-PvdA-leden vragenof dat nog andere normen vraagt voor het aanleveren van informatie over(dreigende) tekorten van medicijnen. Kan de Minister hier nader opingaan? En kan de Minister aangeven hoeveel meer eerdere tekortenbe-sluiten nu genomen worden dan voorheen?Tot slot willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie graag van deMinister weten hoe de motie Bushoff c.s. over bewerkstelligen datdreigende tekorten aan geneesmiddelen eerder gemeld worden zodat ertijdig een tekortenbesluit kan volgen, wordt meegenomen in de verduide-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9324 lijkende beleidsregel over de meldplicht van verwachte tijdelijke leverings-onderbrekingen van geneesmiddelen. Worden beide verzoeken van demotie in de beleidsregel meegenomen, ook het verzoek aan de regeringom te bewerkstellingen dat het preferentiebeleid bij een dreigend tekorteerder dan nu het geval is wordt verruimd, opgeschort of aangepast?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stand vanzakenbrief over de tekortenbesluiten en de voortgangsbrief beschik-baarheid geneesmiddelen. Deze leden waarderen de inzet van de Ministerom geneesmiddelentekorten te voorkomen en op te lossen, maar zijn nietovertuigd van de te verwachten effecten. Zij hebben daarom nog vragenaan de Minister.De uitspraak van de Raad van State over tekortenbesluiten heeftinderdaad grote impact op patiënten en zorgverleners. Hoewel de ledenvan de VVD-fractie het snelle handelen van de Minister door het gevenvan een aanwijzing aan de IGJ om niet handhavend op te treden, op prijsstellen, is dit geen structurele oplossing. Hoe lang is deze aanwijzing vankracht en komt de Minister vóór het verlopen van de aanwijzing met eenvoorstel voor aanpassing van de Geneesmiddelenwet- en -regelgeving?Op welke termijn is het RIVM-onderzoek naar tekortenbesluiten en heteffect daarvan op de beschikbaarheid van geneesmiddelen afgerond?Deze leden zien graag dit onderzoek en een kabinetsreactie tegemoet, opwelke termijn is dat mogelijk?In 2023 steeg het aantal medicijntekorten tot een recordhoogte2. De ledenvan de VVD-fractie zijn benieuwd naar de cijfers over 2024 en vragen deMinister om deze cijfers naar de Kamer te sturen met een toelichting,waarin ook wordt ingegaan op welke maatregelen uit de afgelopen jareneffect hebben gehad op de ontwikkeling van de tekorten.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister € 20 miljoen extravrijmaakt voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen en structureel€ 30 miljoen voor de periode na 2027. Genoemde leden kunnen niet goedbeoordelen wat met deze bedragen beoogd wordt en of dat haalbaar endoelmatig is. Zij vragen daarom welke concrete ambities de Ministerhiermee voor ogen heeft en wat met de miljoenen wordt gedaan.De leden van de VVD-fractie zien dat er diverse werkgroepen, teams entaskforces in het leven zijn geroepen om geneesmiddelentekorten teonderzoeken, signaleren, voorkomen en/of op te lossen. Deze ledenvragen de Minister of al die separate groepen nodig zijn of dat er overlapzit in de taken, werkzaamheden en leden van deze groepen. Bovendienwillen zij weten of deze groepen vooral adviezen en overzichten aanle-veren of dat deze groepen ook besluiten nemen. De Minister noemt dat zeonder andere de rol van het OTG wil verduidelijken. Deze leden willengraag weten of de Minister bereid is kritisch te kijken naar alle betrokkengroepen etc. en waar nodig groepen samen te voegen of in te lijven.De leden van de VVD-fractie benoemen frequent de noodzaak voorstrategische autonomie op Europees niveau. Genoemde leden zijnverbaasd dat de Minister «het belangrijk vindt om in kaart te brengen hoewe ons als Europese landen sterker en onafhankelijk kunnen maken vande rest van de wereld». Zij gingen ervan uit dat dit «in kaart brengen»allang in gang is gezet en vragen de Minister hierop te reageren.2Pharmaceutisch Weekblad, 23 januari 2024, Aantal geneesmiddelentekorten in 2023 explosiefgestegen – PW | Pharmaceutisch WeekbladTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9325 De leden van de VVD-fractie strijden tegen verspilling van onder meergeneesmiddelen en hebben eerder gepleit voor het verlagen van destandaarduitgifte-periode van medicijnen3. Kan de Minister in het licht vanhaar brief ook hierop een concrete reactie geven? Kan de Minister ook eenoverzicht geven van de concrete stappen naar aanleiding van de aange-nomen motie Tielen over een Nationale apothekerskast?4 In deze motiewordt onder andere gesproken over een evenwichtiger preferentiebeleid.In de brief geeft de Minister aan wat er niet kan, maar wanneer kan deKamer concrete voorstellen voor het preferentiebeleid die wel kunnen,verwachten?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de stand vanzakenbrief over de tekortenbesluiten en de voortgangsbrief beschik-baarheid geneesmiddelen. Zij hebben daarover nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de NSC-fractie merken op dat er 4 weken extra voorraadsalbutamol wordt aangelegd. Kan de Minister toelichten wanneer devoorraad salbutamol, volgens het nieuwe besluit, structureel op orde zalzijn? Is de uitbreiding van de voorraad met vier weken voldoende, gezienhet langdurige tekort aan salbutamol? Kan de Minister waarborgen dathet aanleggen van deze extra voorraden niet ten koste gaat van debeschikbaarheid van salbutamol bij apotheken, aangezien deze ledensignalen ontvangen dat mensen met een longziekte nog steeds moeitehebben om dit middel te verkrijgen? Daarnaast blijkt uit onderzoek van hetLongfonds dat 66% van de mensen met een longziekte de jaarlijksafgesproken herhaalinstructie voor hun medicatie niet krijgt. Deze ledenmaken zich zorgen over de gevolgen hiervan, omdat het een risico metzich meebrengt dat patiënten hun inhalatiemedicatie niet correctgebruiken en daardoor afhankelijker worden van salbutamol. Overweegtde Minister om initiatieven te intensiveren die het juiste gebruik vanmedicatie bevorderen, zoals voorlichting en herhaalinstructies?De leden van de NSC-fractie lezen dat preferentiebeleid sneller aangepastmoet worden bij (dreigende) tekorten, wat acties van alle stakeholdersvereist. Deze leden vragen of het stimuleren van afspraken tussenstakeholders de enige en meest effectieve stap is die de Minister kannemen om dit te realiseren. Kan de Minister aangeven of er ook anderemaatregelen mogelijk zijn?De leden van de NSC-fractie lezen dat het voorkomen van monopoliseringdoordat alle zorgverzekeraars dezelfde producten aanwijzen weinig effectzal hebben, aangezien het slechts gaat om een klein aantal producten.Daarnaast wordt gesteld dat monopolisering soms zelfs kan bijdragen aande beschikbaarheid. Kan de Minister aangeven of er empirische gegevensof analyses beschikbaar zijn die deze bewering ondersteunen? Zijn ersituaties waarin monopolisering heeft geleid tot negatieve gevolgen, zoalshogere prijzen of minder keuze voor patiënten? Ook zien deze leden datwordt beweerd dat zorgverzekeraars al de ruimte hebben om monopolieste voorkomen door dakpansgewijs te contracteren. Genoemde ledenvragen of er concrete voorbeelden zijn waarbij dakpansgewijs contrac-teren door zorgverzekeraars heeft geleid tot een betere beschikbaarheidvan geneesmiddelen. Kan de Minister aangeven of dergelijke voorbeeldenbestaan en welke impact dit heeft gehad op de beschikbaarheid?3Kamerstuk 29 477, nr. 902.4Kamerstuk 29 477, nr. 876.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9326 De leden van de NSC-fractie constateren dat er taken zijn toegewezen aande Taakgroep Preferentiebeleid. Kan de Minister verduidelijken wie er deeluitmaken van deze taakgroep en welke specifieke verantwoordelijkhedenzij dragen? Wat wordt er precies van hen verwacht in de aanpak vanmonopolisering? Is hun rol adviserend of hebben zij een uitvoerendetaak?De leden van de NSC-fractie vinden het belangrijk dat de besluitvormingvan zorgverzekeraars rondom de aanwijzing van voorkeursmiddelen inhet preferentiebeleid transparant en goed onderbouwd is. Kan de Ministeraangeven hoe de transparantie gegarandeerd wordt?Daarnaast hebben de leden van de NSC-fractie nog enkele vragen rondomde zorgplicht van de zorgverzekeraar. Kan de Minister een opsomminggeven van de concrete maatregelen die zorgverzekeraars nemen om tevoldoen aan hun zorgplicht bij geneesmiddelentekorten of leveringspro-blemen? Op welke wijze wordt preventief gecontroleerd of zorgverzeke-raars hun zorgplicht daadwerkelijk nakomen? Kan de Minister ook eenoverzicht geven van het aantal gevallen in 2024 waarbij zorgverzekeraarsbij geneesmiddelentekorten of leveringsproblemen hun zorgplicht niet zijnnagekomen?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie danken de Minister voor het informeren overde stand van zaken en voortgang van beschikbaarheid van geneesmid-delen.Tekorten van medicijnen raken veel Nederlanders in hun dagelijksbestaan. Het niet kunnen beschikken over het juiste medicijn waardoor jede dag wel op een goede manier door kunt komen, geeft terecht veelzorgen. Daarbij zien deze leden dat Nederland ook een kwetsbare positieheeft. Nederland is te afhankelijk van landen buiten Europa zoals China ofIndia. Wat deze leden betreft, is het echt noodzaak om ook op Europeesvlak aan de slag te gaan met een toekomstbestendig plan om Europa enNederland te kunnen voorzien van medicijnen. Daartoe hebben genoemdeleden een aantal vragen.De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister aan de slag gaat met hetverbeteren van het melden van de tekorten. Deze leden vragen of deMinister, naast de genoemde actie aan de kant van de handelvergunning-houders, ook wil kijken naar hoe informatie en signalering vanuitapothekers kan worden meegenomen bij een tekortenbesluit. Voortsvragen deze leden naar de betrokkenheid van patiëntenorganisaties bij hetOperationeel Team Geneesmiddelentekorten. Kan de Minister aangevenop welke wijze de communicatie naar veldspelers verbeterd kan worden,waarbij expliciet aandacht is voor communicatie met patiëntenorgani-saties?Genoemde leden lezen in de brief dat het Rijksinstituut voor Volksge-zondheid en Milieu (RIVM) een onderzoek uitvoert naar het tekortenbesluiten de effecten hiervan op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Dezeleden vragen of hierin ook wordt gekeken naar andere instrumenten entijdelijke maatregelen die import versnelt mogelijk kunnen maken. Kan deMinister de tijdlijn bij dit onderzoek duiden en aangeven wanneer deKamer wordt geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek?De leden van de D66-fractie maken zich zorgen om de kwetsbare positieen afhankelijkheid van derden landen zoals China en India in de toegangtot medicijnen. Deze leden lezen dat de Minister aan de slag gaat met eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9327 kwetsbaarheid analyse maar dat de resultaten niet openbaar kunnenworden gedeeld met de Kamer. Kan de Minister dit nader motiveren enaangeven of het wel mogelijk is om deze analyse in beslotenheid tebestuderen. Voorts vragen genoemde leden of de Minister de Kamer kaninformeren over de tijdlijn.De leden van de D66-fractie vinden het een goede zaak dat de Ministersamenwerkt met de Ministeries van Buitenlandse Zaken en van Econo-mische Zaken binnen de Taskforce Strategische afhankelijkheden. Kan deMinister uitgebreid toelichten waar het staat met de voortgang van dekabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden ten aanzien vanmedicijnen? Deze leden vragen de Minister hierbij in te gaan op dedoelstelling en bijbehorende tijdspaden. Voorts vragen zij of de Ministerkan toelichten hoe deze plannen in lijn liggen met de critical medicinesalliance, de samenwerking tussen lidstaten, industrie en koepels ombeschikbaarheid van medicijnen voor heel Europa te verbeteren.De leden van de D66-fractie begrijpen dat de Minister verder wil inzettenop het versterken van de productie dichtbij huis en het aanleggen van deactieve farmaceutische ingrediënten (API) voorraden. Kan de Ministertoelichten welke concrete acties hiertoe zijn ondernomen. Voorts vragendeze leden of de Minister Europa of enkel Nederland bedoelt met «dichtbijhuis». Tot slot, vragen deze leden welke maatregelen de Minister neemtom de productiecapaciteit van geneesmiddelen op te schalen in geval vancalamiteiten, zoals een pandemie.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stand vanzakenbrief over de tekortenbesluiten en de voortgangsbrief beschik-baarheid geneesmiddelen. Genoemde leden hebben de volgende vragenaan de Minister.De Minister stelt in haar voortgangsbrief dat zij wil zorgen dat alle partijenin de geneesmiddelenketen elkaar beter kunnen vinden. Dit wil zij doendoor de overlegstructuren onder de loep te nemen om samenwerking teverbeteren. Genoemde leden zien het nut van deze stappen volledig, maarzijn ook bang voor een paradoxale werking, helemaal omdat de Ministerweinig uitleg geeft over hoe ze haar stappen vorm wil geven. In hetverleden heeft het analyseren en hervormen van overlegstructuren vaakgezorgd voor het opstellen van analyseplannen en adviesraden die veeltijd en geld kwijt zijn aan adviezen die ongelezen in een laadje verdwijnenof zelfs leiden tot overlegstructuren die in theorie effectief zijn maar in depraktijk nog stroperiger. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat hetanalyseren van de effectiviteit van overlegstructuren niet zal leiden totlange, ineffectieve analyses en adviesgroepen?Ook spreekt de Minister over het belang van solidariteit tussen deEuropese lidstaten. Hoewel de leden van de BBB-fractie solidariteit ensamenwerking van harte aanmoedigen, zien zij ook belang in onafhanke-lijkheid, met name wat betreft de voorraad van kritieke geneesmiddelen.In hoeverre is en wordt Nederland afhankelijk van andere Europeselidstaten voor de voorraad kritieke geneesmiddelen? Ziet de Minister, netals deze leden, het belang om ook binnen eigen land een basalenoodvoorraad te hebben, onafhankelijk van andere landen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9328 Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van beide brievenover geneesmiddelen en maken graag van de gelegenheid gebruik omenkele aanvullende en verduidelijkende vragen te stellen over devoortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen.De leden van de CDA-fractie hebben de brief met belangstelling gelezen.Zij vinden het positief dat de Minister alle mogelijkheden aangrijpt om debeschikbaarheid van medicijnen voor patiënten te vergroten maar hebbenhierover ook een opmerking of een vraag bij. Zowel internationaal alsnationaal is er sprake van veel overleg met allerlei (relevante) veldpartijen.Deze leden lezen over taskforces, regiegroepen, onderzoeksgroepen etc.Denkt de Minister dat al die verschillende groepen elkaar op een gegevenmoment niet gaan «bijten» of elkaar in de weg zitten waardoor denoodzakelijke voortgang op dit dossier bemoeilijkt wordt, ongeacht iedersgoede bedoelingen? Hoe maakt de Minister hier een afweging in?De leden van de CDA-fractie vinden het ook belangrijk dat het aantrek-kelijk blijft om magistraal te kunnen bereiden. De Minister stelt dat ze ditjaar nog in gesprek gaat met de zorgverzekeraars om de signalen nader teduiden en bekijkt daarna welke vervolgacties nodig zijn. Bijvoorbeeld doorhet faciliteren van een gesprek tussen de zorgverzekeraars en apotheken.Genoemde vinden gesprekken een goede start maar vragen van deMinister iets meer regie op dit punt. Wat kan de Minister nog meer doen?De Minister stelt dat de beleidsregel magistraal bereiden wordt uitgesteldomdat tijdens de recente fase van consultatie vraagstukken naar bovenzijn gekomen die impact kunnen hebben op hoe het beleid uitpakt in depraktijk. Welke vraagstukken bedoelt de Minister precies en wat is erprecies naar boven gekomen? Hoe ziet het vervolgtraject eruit en aan welktijdsbestek denkt de Minister, de Kamerbrief dateert immers uit 2019. Dezeleden begrijpen dat de coronacrisis de boel vertraagd heeft maar hetduurt wel al lang.De leden van de CDA-fractie lezen vervolgens dat de Minister stelt dat demotie van de leden Dijk en Krul is afgedaan en dat de Minister in overlegis gegaan met het bedrijfsleven. Maar de motie is wat breder geformu-leerd en verzoekt de regering tevens een plan uit te werken om deproductie van deze geneesmiddelen zo veel als mogelijk te organiseren ineigen land, en indien dit niet mogelijk is Europees, door bijvoorbeeldcollectief meerjarige afspraken te maken met farmaceutische bedrijven.Kan de Minister toelichten hoe het met het tweede deel van de motiestaat? Of staat dit in de wacht gezien het Europese overleg? Graag eenuitgebreide reactie van de Minister op dit punt.De leden van de CDA-fractie missen in de brief een reactie op demotie-Inge van Dijk over het onderzoeken van alternatieve bekostigingvan farmaceutische zorg waarmee «ontpillen» niet langer ontmoedigdwordt (Kamerstuk 36 343, nr. 6). Deze leden zijn benieuwd hoe deze motiewordt uitgevoerd en wanneer de Kamer hier meer over te horen krijgt.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe SP-fractie heeft kennisgenomen van de twee brieven over hetgeneesmiddelenbeleid. Zij hebben hierover nog verschillende vragen enopmerkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9329 De leden van de SP-fractie vragen hoe de Minister op langere termijnomgaat met de uitspraak van de Raad van State die het verbiedt omschaarse medicijnen uit het buitenland te importeren. Kan de Ministeraangeven hoe de IGJ reageerde op de oproep om deze uitspraak niet tehandhaven? Hoe staat het met het aanpassen van de Geneesmiddelenwetals onderdeel van de Verzamelwet VWS 2024 om het verbod ongedaan temaken? Kan de Minister aangeven wat voor invloed deze uitspraak na25 februari gaat hebben op artsen die straks per patiënt moeten beargu-menteren dat het medicijn geïmporteerd moet worden door middel vaneen artsenverklaring? Hoe verhoudt zich dit tot de toenemende adminis-tratieve lasten voor artsen en apothekers? De leden van de SP-fractielezen dat het langer moeten wachten op een medicijn kan leiden toternstige situaties zoals ziekenhuisopnames of zelfs het overlijden van eenpatiënt. Wat gaat de Minister doen om dit te voorkomen?Het aanpassen van de beleidsregel om tekorten van geneesmiddelen temelden is een stap in de goede richting. Het is echter onduidelijk of heteen voornemen van de Minister is om deze regel te verduidelijken of ookom het zo aanpassen van de beleidsregel dat tekorten op een eerdermoment al gemeld worden. Kunt u daarop ingaan? Wanneer kan deKamer het onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)verwachten dat zij doen naar de inspanningen van de zorgverzekeraarsom geneesmiddelentekorten te voorkomen?De leden van de SP-fractie lezen dat er vorig jaar in slechts 2% eenapotheekbereiding een oplossing was. Waarom is dit percentage zo laag?Met welke regels en normen hebben zij te maken? Is de Minister bereidom te kijken of dit percentage verhoogd kan worden door aanpassingen inbeleid? Bent u bereid om dingen die magistrale apotheekbereidingen opdit moment tegen kunnen houden, zoals niet-kostendekkende tarieven endeclaratieonzekerheid, op te lossen? Zo ja, op welke manier bent uhiermee bezig? Genoemde leden lezen dat de regering in gesprek gaat,maar vinden «ergens dit jaar» te lang duren. Is de Minister van plan omdit gesprek zo snel mogelijk te plannen?De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister in gesprek is met zowelpublieke als private partijen over hun rol om de beschikbaarheid vangeneesmiddelen op de kritieke middelenlijst te borgen. Kunt u aangevenwat voor soort partijen dit zijn?De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister verkent hoe er extravoorraden aangelegd kunnen worden. Hoe staat het hiermee? Waarom iser vooralsnog alleen een extra voorraad aangelegd voor essentiëleantibiotica en salbutamol? Op dit moment geldt er een algemenevoorraadverplichting voor 6 weken bij leveranciers en twee weken bij degroothandels. Is de regering bereid deze algemene voorraadverplichtingaan te passen zodat er voor een langere tijd een voorraad is in plaats vanalleen voor specifieke geneesmiddelen zoals de motie Dijk (Kamerstuk29 477, nr. 872) beoogd? De leden van de fractie van de SP lezen dat dekosten hiervoor bij de regering een grote rol spelen, terwijl er tegelijkertijdmensen in het ziekenhuis kunnen belanden of overlijden aan medicijnte-korten. De leden van de SP vragen de Minister wat voor hen zwaarderweegt.De Minister geeft aan dat groothandels subsidie hebben aangevraagdvoor het opslaan en koel houden van geneesmiddelen. De leden van deSP-fractie vragen of er hierbij rekening wordt gehouden met de financiëlesituatie van individuele bedrijven. De Minister zou moeten voorkomen dater (extra) winst wordt gemaakt door de grotere voorraden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93210 De leden van de SP-fractie lezen mooie voornemens en vooral veeloverleggen over het versterken van productie van geneesmiddelendichtbij huis, maar halen er geen concrete plannen uit. Kan de Ministeraangeven wat zij concreet doet om meer geneesmiddelen te producerenin Nederland? Welke geneesmiddelen worden door de inzet van dezeMinister nu überhaupt, in grotere getallen of op een betere maniergeproduceerd? Kunt u precies aangeven hoe de aangenomen motie vande leden Dijk en Krul over de productie van geneesmiddelen die essen-tieel zijn voor Nederlandse patiënten zo veel mogelijk in eigen land teorganiseren wordt uitgevoerd?De Minister heeft een aantal verbeteropties uitgewerkt van het preferen-tiebeleid. De leden van de SP-fractie lezen onder andere dat het snelleraanpassen van het preferentiebeleid kan bijdragen aan de beschik-baarheid van dreigende geneesmiddelentekorten, maar dat de Ministerslechts het afspraken maken «stimuleert». Op welke manier kan deMinister hier nog meer op aandringen of welke andere stappen kunnen zijwettelijk zetten? Kan de Minister verder toelichten waarom zij denkt dathet niet nodig is om monopolisering te voorkomen?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrieven over de geneesmiddelentekorten. Zij vinden het zorgelijk datbepaalde geneesmiddelen in Nederland al zo lang schaars zijn. Veelpatiënten hebben hier elke dag mee te maken. Genoemde leden stellenhierover graag een aantal vragen aan de Minister.De leden van de SGP-fractie steunen het besluit van de Minister om deIGJ een aanwijzing te geven om tijdelijk niet handhavend op te tredentegen een overtreding van de handelsvergunningsplicht. Zij lezen dat deMinister werkt aan een wijziging van de Geneesmiddelenwet en daarnaastandere mogelijke oplossingsrichtingen onderzoekt. De leden van deSGP-fractie vragen of inmiddels duidelijk is of de Geneesmiddelenwetaangepast moet en kan worden en zo ja, of het lukt om deze wetswijzigingnog in het eerste kwartaal van 2025 in te dienen bij de Kamer. Voortsvragen zij nader toe te lichten welke andere oplossingsrichtingen deMinister verkent, in het bijzonder voor de periode ter overbrugging tot dewijziging van de Geneesmiddelenwet. Tot slot vragen zij wanneer hetRIVM-onderzoek naar tekortenbesluiten en het effect op de beschik-baarheid van geneesmiddelen afgerond wordt.De leden van de SGP-fractie lezen dat in de Joint Action CHESSMENervaringen zijn uitgewisseld over parallelimport en -export van genees-middelen. Kan de Minister concreet aangeven hoe zij de inzichten uitandere EU-landen meeneemt bij aanvullende stappen die zij kan zettenom geneesmiddelentekorten te voorkomen? Zouden parallelhandelarenvolgens de Minister een bijdrage kunnen leveren bij verminderen van hettekort aan geneesmiddelen en zo ja, hoe?De leden van de SGP-fractie vragen de Minister om nader in te gaan op dezorgplicht van zorgverzekeraars voor wat betreft de beschikbaarheid vanmedicatie. Betreft die zorgplicht alleen het preferent aangewezengeneesmiddel, of gaat de zorgplicht van verzekeraars verder dan dat? Hoewordt toegezien dat zorgverzekeraars aan hun zorgplicht voldoen?Spreekt de Minister zorgverzekeraars hier ook op aan? Graag horen deleden van de SGP-fractie of dit aspect ook onderdeel zal uitmaken van debestuurlijke afspraken die de Minister wil gaan maken met alle partijenover het bevorderen van beschikbaarheid van geneesmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93211 II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie vragen de Minister waar het extra vrijge-maakte budget van € 20 miljoen voor de periode 2025–2027 en€ 30 miljoen voor de jaren daarna specifiek voor wordt gebruikt en vragende Minister of dit budget afdoende is om alle kosten te dekken.Ik heb afgelopen oktober uw Kamer geïnformeerd over de bezuiniging ophet beleidsprogramma Pandemische Paraatheid5. Ik heb een deel van hetvrijgemaakte budget ingezet om al in gang gezette activiteiten uit ditbeleidsprogramma uit te kunnen voeren, zoals de monitoring van vraagen aanbod van essentiële geneesmiddelen door het Landelijke Coördina-tiecentrum Geneesmiddelen (LCG), het Meldpunt tekorten en deImportant Projects of Common European Interest (IPCEI) subsidies. Hetlaatste betreft drie Nederlandse projecten waarbij innovatieve productie-processen worden ontwikkeld en opgezet voor grootschalig gebruik. Opdit moment onderzoek ik welke acties uit de Voortgangsbrief beschik-baarheid geneesmiddelen van 12 december jl. het meest effectief endoelmatig zijn binnen het beschikbare budget voor de komende jaren6. Ikdenk daarbij in elk geval aan het aanleggen van extra voorraden vangeneesmiddelen die voor de Nederlandse zorg van groot belang zijn. Ikinformeer uw Kamer voor de zomer over de stand van zaken.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe lang de aanwijzingaan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) om tijdens eengeneesmiddelentekort tijdelijk niet handhavend op te treden van krachtblijft en of deze van kracht blijft totdat de Geneesmiddelenwet definitief isaangepast.De Aanwijzing aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft opdit moment geen einddatum. Zoals ik schreef in mijn eerdere brieven7, 8,heb ik ook onderzocht of en op welke manier de Geneesmiddelenwetmoet worden aangepast. De Aanwijzing dient hiervoor ter overbrugging.Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen en een grondslagte creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in de Verzamelwet VWS2024, die recent met uw Kamer is gedeeld9. Parallel bereid ik ook deaanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet voor.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of de conclusie dat hetOperationeel Team Geneesmiddelentekorten (OTG) een meerwaarde heeftniet tegenstrijdig is met de constatering dat er onduidelijkheid bestaatover de rol en taken van het OTG. Tevens vragen de leden wat hetprecieze doel en de meerwaarde is van het OTG.Nee, deze conclusie is niet tegenstrijdig. De meerwaarde van hetOperationeel Team Geneesmiddelentekorten (OTG) is onder andere dat(mogelijke) tekorten vroegtijdig gesignaleerd en opgelost kunnen worden,en dat gebeurt ook. Dit is dan ook het doel van het OTG. Hiertoe werken inhet kernteam van het OTG verschillende partijen (CBG, IGJ, KNMP, LCG enBG Pharma) samen op operationeel niveau. Om het kernteam heen zit eentweede schil waarin de deelnemers van de Werkgroep Geneesmiddelente-korten periodiek op de hoogte worden gehouden van de voortgang van5Kamerstukken 2023–2024, 25 295, nr. 22086Kamerbrief 2024–2025, 29 477, nr. 9187Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 9148Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 9179Kamerstukken 2024–2025, 36 682Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93212 het OTG. Uit de evaluatie bleek dat met name in deze tweede schilonduidelijkheid was over de precieze rol en taken van het OTG. Zoalsbeschreven in de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen10,werk ik er daarom aan om de komende maanden deze rol verder teverduidelijken en de communicatie te verbeteren richting partijen buitenhet kernteam OTG.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister waarom ziekenhuizen isgevraagd om het huidige niveau van de Corona Crisisvoorraad (CCV)slechts tot de zomer van 2025 in stand te houden. Tevens vragen de ledenof de Minister voornemens is deze tijdsperiode te verlengen en waar ditvan afhankelijk is.Mijn ambtsvoorganger heeft tijdens de coronacrisis aan Nederlandseziekenhuizen gevraagd een voorraad op te bouwen voor veertiengeneesmiddelen voor de Corona IC-gerelateerde zorg, de zogenoemdeCorona Crisisvoorraad (CCV). De CCV blijft ook nu belangrijk in hetondervangen van beschikbaarheidsproblemen en het creëren van rust,voor het zorgveld en voor patiënten. Ik geef de voorkeur aan structureelbeleid om de beschikbaarheid van geneesmiddelen te verbeteren.Hiervoor werk ik verschillende opties uit, waaronder het uitbreiden van devoorraadverplichting voor bepaalde middelen op de Nederlandse lijstkritieke geneesmiddelen. Daar kunnen ook geneesmiddelen bij zitten dieonder de CCV vallen en die als vitaal aangemerkt staan op deze lijst. Het instand houden van de CCV kan bijdragen aan een goede transitie te zijnertijd. In de tussentijd houd ik de optie open om ziekenhuizen nogmaals tevragen de opgebouwde voorraad langer in stand te houden mocht datnodig zijn in als verdere overbrugging naar structureel beleid.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister wat de oorzaken warenvan de productie- en distributieproblemen van het kankermedicijnEtopiside in augustus 2024 en of deze productie- en distributieproblemennu zijn opgelost.Het is mij alleen bekend dat de handelsvergunninghouder een probleemhad met de productie en distributie van etoposide. De onderliggendeoorzaak is mij niet bekend. Etoposide voor intraveneuze toediening isinmiddels weer beschikbaar op de Nederlandse markt.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of de levering van hetmedicijn Etopiside voor de toekomst gegarandeerd is.Ik kan onmogelijk garanderen dat er geen beschikbaarheidsproblemenzullen optreden van welk geneesmiddel dan ook. Wel kan ik uw Kamergaranderen dat ik er alles aan doe om geneesmiddelentekorten als zeoptreden waar mogelijk op te lossen of – nog liever – te voorkomen.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of de toename van degroep mensen die geneesmiddelen nodig heeft te wijten is aan devergrijzing, of zijn er nog andere oorzaken?Er is niet één oorzaak aan te wijzen waardoor de groep mensen diegeneesmiddelen nodig heeft toeneemt. Wel weten we dat de toenamevoor medicijnen die via de apothekers (buiten de ziekenhuizen) verstrektworden vooral veroorzaakt wordt door de vergrijzing. Het gemiddeldgebruik per persoon is redelijk stabiel, wat erop duidt dat de toename in10Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 918Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93213 medicijngebruik niet te wijten is aan het feit dat personen meer genees-middelen zijn gaan gebruiken11.Ook is er niet één oorzaak aan te wijzen voor de toename van het aantalpatiënten dat geneesmiddelen nodig heeft die via het ziekenhuis verstrektworden. Hierbinnen moeten we onderscheid maken tussen middelen metconcurrentie (generieke medicijnen en biosimilars waar geen octrooienmeer op rusten) en geneesmiddelen zonder concurrentie (monopolie). Bijgenerieke middelen stijgt het aantal patiënten, maar de totale uitgavendalen. Voor hetzelfde geld worden steeds meer mensen met generiekemiddelen behandeld. Bij de monopoliemedicijnen (geen concurrentie)verandert het aantal patiënten niet, maar de totale uitgaven stijgen harderdan de uitgaven voor andere zorg. De totale uitgaven aan ziekenhuismedi-cijnen (zowel generiek als monopolie geneesmiddelen samen) stijgen nietomdat er meer patiënten behandeld worden, maar vanwege de prijzenvan monopoliegeneesmiddelen.12De leden van de PVV-fractie vragen de Minister naar aanleiding van deuitwerking van verbeteropties voor het preferentiebeleid om te specifi-ceren hoe monopolisering bijdraagt aan de beschikbaarheid vangeneesmiddelen.Monopolisering draagt op zichzelf niet bij aan de beschikbaarheid vangeneesmiddelen. Maar het is evenmin zo dat monopolisering in allegevallen ten koste gaat van de beschikbaarheid. Het is bijvoorbeeld zo dateen monopoliepositie een gegarandeerde afzetmarkt met zich mee brengt.Immers, alle patiënten zijn aangewezen op het middel dat het monopolieheeft. Uit het onderzoek «Grip op toenemende geneesmiddelentekorten»van Gupta Strategists dat Zorgverzekeraars Nederland op 18 november2024 op haar website heeft gepubliceerd blijkt dat een gegarandeerdeafzetmarkt bevorderlijk werkt voor fabrikanten om tekorten tevoorkomen13. Een voorspelbare afname van hun geneesmiddel kanleveranciers stimuleren om meer voorraad aan te houden en te zorgenvoor meer productie. De leverancier hoeft immers niet bang te zijn datdeze met onverkochte producten blijft zitten.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen datmonopolisering leidt tot oplopende prijzen.In de context van dit VSO dienen twee situaties uit elkaar gehaald teworden. Ten eerste kan een leverancier de enige aanbieder zijn van eenbepaald geneesmiddel en daarmee een monopolie hebben. Ten tweedekan het voorkomen dat op een bepaald moment in de tijd alle zorgverze-keraars dezelfde leverancier hebben aangewezen als de preferenteleverancier. Die leverancier heeft dan feitelijk een monopolie. In beidesituaties geldt dat het geneesmiddel een maximumprijs kent in het kadervan de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp). Daarmee wordt voorkomen datde prijs boven dit maximum uit zou kunnen. In de tweede situatie geldtdat het aannemelijk is dat de leverancier alleen deze monopolie positiekon bereiken door aanzienlijke vertrouwelijke kortingen te bieden,waardoor de zorgkosten ook met de monopolie positie niet stijgen.Overigens hebben zorgverzekeraars en leveranciers onder mijn regieafspraken gemaakt om monopolies, zoals in de tweede situatie, tevoorkomen. Dat doen zij door, met ingang van 2025, hun tenders1125% meer gebruik van geneesmiddelen in 2040 – SFK Website12Waarom aandacht voor de stijgende uitgaven aan medicijnen wel belangrijk is - NederlandseZorgautoriteit13Grip op toenemende geneesmiddeltekortenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93214 dakpansgewijs uit te schrijven. Doordat zorgverzekeraars uiteindelijkvanaf 2027 hun tenders om en om per jaar zullen uitschrijven, wordt hetvoor leveranciers aantrekkelijker om hun producten op de markt tehouden. Zij krijgen op deze manier namelijk bij de meeste productenjaarlijks de kans om bij een zorgverzekeraar aangewezen te worden alspreferent en het voorkeursgeneesmiddel te leveren. Met deze afspraakbeogen zorgverzekeraars en leveranciers te voorkomen dat de zorgverze-keraars hetzelfde middel bij één leverancier inkopen. Deze afspraak is metname gemaakt om mogelijke risico’s van verschraling van de markt op debeschikbaarheid van geneesmiddelen te voorkomen.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister wat de oorzaak was vanhet grote tekort aan Ventolin-inhalators in december 2024 en januari 2025.Werken de oplossingsrichtingen niet?De werkzame stof van Ventolin inhalatoren is salbutamol. Verschillendeleveranciers van salbutamol hebben productieproblemen. De producentvan Ventolin was niet in staat om te voldoen aan de toegenomen vraagnaar hun product. Salbutamol, en dus ook Ventolin inhalatoren, vallen opdit moment onder de reikwijdte van de Aanwijzing die ik in november aande IGJ gaf. Hierdoor kunnen vergelijkbare middelen geïmporteerd wordenuit het buitenland. Er is op dit moment voor alle apotheken in Nederlandvoldoende salbutamol (deels via import) leverbaar. Dit betekent datpatiënten het geneesmiddel kunnen krijgen.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister om aan te geven welkebelangrijke en kwetsbare geneesmiddelen vallen onder het voorstel vande Europese Commissie om farmaceutische bedrijven te verplichtengedetailleerde plannen in te dienen om geneesmiddelentekorten tevoorkomen.De Europese Commissie beperkt de verplichting voor gedetailleerdeplannen om geneesmiddelentekorten te voorkomen niet tot belangrijke enkwetsbare geneesmiddelen, maar legt deze verplichting op voor allegeneesmiddelen. Dit leidt tot hoge administratieve lasten. Ik vind dat nietvoor alle geneesmiddelen nodig. De mate waarin tekorten voorkomen ende gevolgen hiervan verschillen per geneesmiddel. Ik vind het dan ookgepast om zo’n verplichting alleen te laten gelden bij belangrijke enkwetsbare geneesmiddelen. Welke geneesmiddelen hier precies ondervallen, is onderdeel van de lopende onderhandelingen binnen deEuropese Raad. Ik zet in op een duidelijke Europees brede verplichting enlaat me hierbij sturen door de zorg voor en de behoefte van de Neder-landse patiënt. De verschillende categorieën binnen de Nederlandse lijstkritieke geneesmiddelen kunnen hierbij helpen.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of zij vindt dat de kostenvoor de aanpassing van rioolwaterzuiveringen vanuit de winstmarge vanproducenten betaald moeten worden in plaats van doorberekening aan degebruiker.Uit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater (de Urban Waste Water TreatmentDirective (UWWTD) volgt dat producenten verantwoordelijk zijn voor tenminste 80% van de kosten. Of zij dit vervolgens doorberekenen in hunprijs is aan de producent zelf. Ik kan mij goed voorstellen dat het voorproducten van generieke geneesmiddelen niet mogelijk is deze kostenvoor hun eigen rekening te nemen, wanneer de huidige winstmargeontoereikend is om deze kosten te dekken. Ik ben over dit onderwerp metleveranciers in gesprek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93215 De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of er juridische mogelijk-heden zijn om te regelen dat deze kosten vanuit de winstmarge wordenbetaald.Uit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater (de Urban Waste Water TreatmentDirective (UWWTD) volgt dat producenten verantwoordelijk zijn voor tenminste 80% van de kosten, dit is de zogenoemde Uitgebreide ProducentenVerantwoordelijkheid (UPV). De UPV zal vooral ten laste komen van degenerieke geneesmiddelen waarvan de winstmarges laag zijn. Het isonwenselijk om producenten te verplichten om hun winstmarge tegebruiken voor hun UPV-bijdrage, omdat het onwaarschijnlijk is dat dewinstmarges voldoende zijn en er daarmee risico’s voor beschikbaar-heidsproblemen van deze middelen voor patiënten ontstaan.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe ervoor wordt gezorgddat medicatie betaalbaar blijft ondanks de kosten voor de aanpassing vanrioolwaterzuiveringen.Mijn inzet is en blijft om ongewenste gevolgen op de beschikbaarheid enbetaalbaarheid van medicijnen zo veel mogelijk te beperken. De verplich-tingen uit de Europese richtlijn zijn nog niet op alle punten duidelijk. Ikwacht dat af en neem dit mee in de implementatie van de richtlijn inNederlandse regelgeving. Tegelijkertijd geven leveranciers bij mij aan datde kosten zeer hoog zullen zijn. Dat is ook wat de Unie van Water-schappen in hun inschatting laat zien. Ik ben over dit onderwerp metleveranciers in gesprek.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister wat de landelijke kostenzijn voor het aanpassen van rioolwaterzuiveringen.Een recente inschatting van de Unie van Waterschappen is dat de kostenvan de aanvullende zuivering jaarlijks ten minste € 400 miljoen gaanbedragen. Een berekening van de daadwerkelijke kosten is op dit momentnog niet te maken omdat de omvang van de verplichtingen uit deEuropese richtlijn nog niet op alle punten duidelijk is.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of Nederland subsidiekrijgt van de Europese Unie voor het aanpassen van rioolwaterzuive-ringen.Nee, er is geen subsidie mogelijk vanuit de Europese Unie.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe wordt gewaarborgddat deze subsidie eraan bijdraagt medicatie betaalbaar en beschikbaar tehouden en niet verdwijnt op de begroting van het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat (IenW).Nederland ontvangt geen subsidie voor het aanpassen van rioolwaterzui-veringen. Er komt dus ook geen geld op de begroting van het Ministerievan Infrastructuur en Waterstaat.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister welke EU-landen ervoorhebben gekozen hun waterzuiveringen niet aan te passen.De verplichting voor waterzuiveringsinstallaties om een extra zuive-ringstrap te bouwen om microverontreinigingen uit het stedelijk afval-water te zuiveren, is een verplichting uit de Europese Richtlijn Stedelijkafvalwater. Deze geldt voor alle lidstaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93216 De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe de beschikbaarheid enbetaalbaarheid van medicijnen gewaarborgd worden in het kader van deUitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV).Mijn inzet is en blijft om ongewenste gevolgen op de beschikbaarheid enbetaalbaarheid van medicijnen zo veel mogelijk te beperken. De verplich-tingen uit de Europese richtlijn zijn nog niet op alle punten duidelijk. Ikwacht dat af en neem dit mee in de implementatie van de richtlijn inNederlandse regelgeving. Tegelijkertijd geven leveranciers bij mij aan datde kosten zeer hoog zullen zijn. Dat is ook wat de Unie van Water-schappen in hun inschatting laat zien. Ik ben over dit onderwerp metleveranciers in gesprek.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe de administratievelasten voor lidstaten en producenten tot een minimum beperkt worden.Bij de implementatie van de Europese richtlijn is aandacht voor het zolaag mogelijk houden van de administratieve lasten. Dit is staandkabinetsbeleid. Gezien de verplichtingen uit de Europese richtlijn nog nietop alle punten duidelijk zijn, en implementatie nog moet plaatsvinden, kanik nu nog niet aangegeven hoe dit er precies uit komt te zien.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of, bij succes van de proefmet digitale bijsluiters bij ziekenhuisgeneesmiddelen, deze proef wordtuitgebreid naar wijkapotheken, bijvoorbeeld naar patiënten die aljarenlang hetzelfde geneesmiddel gebruiken.In algemene zin ondersteun ik de beweging om digitale bijsluiters vakertoe te passen. De mogelijkheid hiertoe is ook opgenomen in devoorstellen van de Europese Commissie om de Europese farmaceutischewetgeving aan te passen. De resultaten van de huidige proef staan hierlos van, omdat het om verschillende situaties gaat. In het ziekenhuisbereikt de bijsluiter de patiënt normaal gesproken niet, terwijl dit wel hetgeval is in de wijkapotheek.De digitale bijsluiter is bij uitstek geschikt voor patiënten die al jarenlanghetzelfde geneesmiddel gebruiken. In de praktijk is het echter nietwenselijk om onderscheid te maken op basis van het gebruik door patiënt.Dit houdt namelijk in dat de fabrikant twee soorten verpakkingen van ééngeneesmiddel moet leveren; één met bijsluiter en één zonder, en dat deapotheek deze beide op voorraad moet hebben. Daarnaast zou dit ookwerkdruk genereren voor de apotheek om bij de uitgifte de juisteverpakking te leveren aan de patiënt.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister wat de risico’s zijn vansamenwerking met China en India op het gebied van geneesmiddelenpro-ductie en hoe deze samenwerking zich verhoudt tot de doelstelling omminder afhankelijk te worden van het buitenland.China en India zijn belangrijke landen voor de beschikbaarheid vangenerieke geneesmiddelen in Nederland. Door een goede relatie met dezelanden op het gebied van geneesmiddelenproductie krijg ik meer zicht opde afhankelijkheden in de productieketens vanuit deze landen naarEuropa. Hierdoor kan de beschikbaarheid vergroot worden in Nederlanden Europa. De samenwerking met China en India op het gebied vangeneesmiddelenproductie is op zichzelf niet risicovol. Daar is pas sprakevan bij een risicovolle strategische afhankelijkheid van deze landen in detoelevering van (bestanddelen van) geneesmiddelen. Daarom gaat hetverstevigen van de relatie hand in hand met het stimuleren van productiein Europa en het diversifiëren van toeleveringsketens. Door binnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93217 Europa samen te werken om onder andere de productie in Europa testimuleren wordt Nederland minder afhankelijk van één land of regio.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben zorgen over degevolgen van medicijntekorten en de toegenomen onrust na de recenteuitspraak van de Raad van State. De leden vragen de Minister wanneer deKamer de reparatiewet voor de Geneesmiddelenwet kan verwachten en ofde deadline van uiterlijk het eerste kwartaal van 2025 voor het delen vande reparatiewet gehaald wordt.Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen en een grondslagte creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in de Verzamelwet VWS2024, die recent met uw Kamer is gedeeld14. Hiermee is de deadline vanhet eerste kwartaal van 2025 gehaald. Daarnaast bereid ik parallel ook deaanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet voor.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoe deaanwijzing aan de IGJ om onder voorwaarden niet handhavend op tetreden tegen een overtreding van de handelsvergunningsplicht in depraktijk uitpakt.Ik heb van partijen begrepen dat groothandels onder deze Aanwijzingtijdens een tekort alternatieven uit het buitenland importeren enapotheken deze ter hand stellen. Ik ben dan ook overtuigd dat deAanwijzing in de praktijk goed werkt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister welkejuridische risico’s er aan deze aanwijzing kleven en op welke manier dezeworden ondervangen.De Aanwijzing is een vorm van gedoogbeleid, omdat het vastlegt onderwelke voorwaarden (tijdelijk) niet handhavend wordt opgetreden tegenovertredingen van de wet. Er kunnen partijen zijn die het gedoogbeleid terdiscussie stellen. Bij de voorbereiding van de Aanwijzing had ik aandachtvoor een duidelijke onderbouwing van de noodzaak, het beperken van deduur van de periode waarin de Aanwijzing nodig is (door zo snel alsmogelijk reparatiewetgeving voor te bereiden) en het formuleren vanduidelijke voorwaarden om de reikwijdte af te bakenen. Zodra uw Kameren de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor een grondslag van hettekortenbesluit hebben behandeld en het in werking is getreden, zal deAanwijzing niet meer nodig zijn.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of deaanwijzing tot gevolg heeft dat de praktijk van voor de uitspraak van deRaad van State onverminderd doorgaat.Met de Aanwijzing heb ik geprobeerd om de negatieve gevolgen van deuitspraak van de Raad van State zo veel mogelijk te beperken voorpatiënten en zorgverleners. Ik heb begrepen dat groothandels onder dezeAanwijzing tijdens een tekort alternatieven uit het buitenland importerenen apotheken deze ter hand stellen. Ik heb dan ook geen signalen dat deAanwijzing in de praktijk niet goed zou werken.14Kamerstukken 2024–2025, 36 682Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93218 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of zij dezorgen deelt en erkent dat de benodigde informatie om een tekortenbe-sluit te nemen lang niet altijd tijdig bij de desbetreffende instanties optafel ligt.Ik herken de signalen dat de benodigde informatie om een tekortenbesluitte nemen niet altijd tijdig bij de desbetreffende instanties op tafel liggen.Het is van belang dat verwachte leveringsonderbrekingen tijdig gemeldworden bij het Meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten. Eentijdige én juiste melding zorgt ervoor dat betrokken instanties, zoals hetCBG en de IGJ, in staat zijn om maatregelen te treffen om mogelijkegeneesmiddelentekorten te voorkomen of te mitigeren. Ik werk daaromaan een beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen ommeer duidelijkheid te bieden aan handelsvergunninghouders overwanneer zij een melding bij het Meldpunt moeten doen van eenverwachte leveringsonderbreking.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of zij bereidis te inventariseren welke knelpunten het veld ervaart bij het verkrijgenvan tijdige informatie voor tekortenbesluiten en hoe deze kunnen wordenaangepakt.Ik nodig de betrokken partijen uit om hun ervaringen en mogelijkeknelpunten met betrekking tot het verkrijgen van tijdige informatie voortekortenbesluiten te delen in de hiervoor relevante overleggen, zoals deWerkgroep Geneesmiddelentekorten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister welke rol zijzelf hierin neemt en hoe zij ervoor gaat zorgen dat de benodigdeinformatie om tijdig een tekortenbesluit te nemen daadwerkelijk gedeeldwordt met de betreffende instanties.Zoals hierboven benoemd en medegedeeld aan uw Kamer15, werk ik aaneen beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen. Dezebeleidsregel moet meer duidelijkheid bieden aan handelsvergunning-houders over wanneer zij een leveringsonderbreking moeten melden bijhet Meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten. Een tijdige meldingvan een verwachte leveringsonderbreking stelt relevante instanties in deleveringsketen van geneesmiddelen in staat om maatregelen te nemenom het tekort te voorkomen of mitigeren voor de patiënt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of hetnoodzakelijk is om andere normen te hanteren voor het aanleveren vaninformatie over (dreigende) tekorten van medicijnen, zodat tekortenbe-sluiten bij een dreigend tekort genomen kunnen worden en niet pas bijeen daadwerkelijk tekort.Het is niet noodzakelijk om andere normen te hanteren voor het aanle-veren van informatie over (dreigende) tekorten van medicijnen. Er zijnverschillende oplossingen mogelijk om een (dreigend) geneesmiddelen-tekort op te lossen. Het afgeven van een tekortenbesluit was één van demeest ingrijpende oplossingsrichtingen, omdat hierbij tijdelijk eenuitzondering werd gemaakt op verplichtingen uit de Geneesmiddelenwet.Een tekortenbesluit werd daarnaast alleen ingezet als er in Nederlandonvoldoende adequate alternatieven zijn. Sinds de uitspraak van de Raadvan State van 20 november 2024 is het afgeven van een tekortenbesluitniet meer mogelijk. In plaats daarvan heb ik de IGJ een Aanwijzing15Kamerstukken 2024/2025, 29 477, nr. 918Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93219 gegeven om tijdelijk niet te handhaven bij de import van ongeregistreerdealternatieve geneesmiddelen uit het buitenland in het geval van eentekort.Het Meldpunt kijkt in het geval van een tekort eerst of het binnenNederland met geregistreerde alternatieve geneesmiddelen kan wordenopgelost. Bijvoorbeeld door een andere leverancier, een andere farmaceu-tische vorm of sterkte, een andere werkzame stof, of een tijdelijkeafwijkende verpakking. Pas als dit onvoldoende alternatieven biedt,worden oplossingen in de vorm van ongeregistreerde geneesmiddelen(bijvoorbeeld uit het buitenland) overwogen, zoals een magistralebereiding, of import uit het buitenland van een middel onder deAanwijzing.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoeveelmeer eerdere tekortenbesluiten er nu genomen worden dan voorheen.Het is niet mogelijk om antwoord te geven op deze vraag. Er wordt geenonderscheid gemaakt tussen «eerdere» en «latere» tekortenbesluiten ofhoe deze zich over de jaren heen hebben ontwikkeld. Uit de Jaarrap-portage van het Meldpunt 2024 – dat ik uw Kamer als bijlage bij dezebeantwoording doe toekomen en ook beschikbaar is op de website vanhet CBG.16 – blijkt dat er in 2024 in totaal 126 tekortenbesluiten zijnafgegeven (waarvan 48 nieuwe en 78 verlengingen) en 9 tekorten onderde reikwijdte van de Aanwijzing vielen. Het aantal tekorten waarbij eentekortenbesluit is afgegeven of die onder de Aanwijzing vallen, is hiermeevergelijkbaar met 2023.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoe de motieBushoff c.s., over het eerder melden van dreigende tekorten zodat er tijdigeen tekortenbesluit kan volgen, wordt meegenomen in de verduidelij-kende beleidsregel over de meldplicht van verwachte tijdelijke leverings-onderbrekingen van geneesmiddelen.De beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen biedthandelsvergunninghouders meer duidelijkheid over wat er van henverwacht wordt in het kader van de meldplicht. Door handelsvergunning-houders betere kaders te bieden over wanneer te melden, is het deverwachting dat leveringsonderbrekingen tijdig gemeld worden bij hetMeldpunt. Hierdoor is informatie eerder beschikbaar en worden relevanteinstanties in staat gesteld om maatregelen te nemen om het tekort tevoorkomen of te mitigeren voor de patiënt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of beideverzoeken uit de motie Bushoff c.s. worden meegenomen in de beleids-regel, namelijk zowel het eerder melden van dreigende tekorten als hetverzoek om te bewerkstelligen dat het preferentiebeleid bij een dreigendtekort eerder wordt verruimd, opgeschort of aangepast.Zoals aangegeven in de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmid-delen17 wordt het verzoek uit de motie Bushoff c.s. (Kamerstuk 32 805,nr. 177) met betrekking tot het eerder melden van dreigende tekortenmeegenomen in de beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbre-kingen. Het verzoek om te bewerkstelligen dat het preferentiebeleid bijeen dreigend tekort eerder wordt verruimd, opgeschort of aangepast16Rapportage Meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten 2024 | Rapport | College terBeoordeling van Geneesmiddelen17Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 918Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93220 wordt niet in de beleidsregel meegenomen. In de genoemde brief licht iktoe hoe dit deel van de motie is afgedaan.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie vragen de Minister hoe lang de aanwijzingaan de IGJ om niet handhavend op te treden van kracht blijft en of deMinister vóór het verlopen van deze aanwijzing met een voorstel komtvoor aanpassing van de Geneesmiddelenwet- en regelgeving?De Aanwijzing aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft opdit moment geen einddatum. Zoals ik schreef in mijn eerdere brieven18, 19,heb ik ook onderzocht of en op welke manier de Geneesmiddelenwetmoet worden aangepast. De Aanwijzing diende hiervoor ter overbrugging.Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen en een grondslagte creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in de Verzamelwet VWS2024, die recent met uw Kamer is gedeeld20. Daarnaast bereid ik parallelook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet voor.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister op welke termijn hetRIVM-onderzoek naar tekortenbesluiten en het effect daarvan op debeschikbaarheid van geneesmiddelen is afgerond en wanneer zij hetonderzoek en de kabinetsreactie hierop naar de Kamer kan sturen.Het RIVM heeft het onderzoek in opdracht van de IGJ gedaan. Hetonderzoek «Tekortenbesluiten en het effect op de beschikbaarheid vangeneesmiddelen» is inmiddels afgerond en op 20 februari 2025 gepubli-ceerd.21 Ik voeg het onderzoek als bijlage bij deze beantwoording toe.Ik ben blij om te lezen dat het RIVM in haar onderzoek concludeert dattekortenbesluiten een positief effect hebben op de beschikbaarheid vangeneesmiddelen. Het blijkt dus een belangrijk instrument in het oplossenvan tekorten wanneer er in Nederland (tijdelijk) geen alternatievenbeschikbaar zijn. Vanwege dit belang voor patiënten heb ik na deuitspraak van de Raad van State (waardoor er geen tekortenbesluitenmeer konden worden afgegeven) de IGJ een Aanwijzing gegeven en hebik reparatiewetgeving gemaakt voor een wettelijke grondslag voortekortenbesluiten. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passenen een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in deVerzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer is gedeeld22. Daarnaastbereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwetvoor.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister om de cijfers overmedicijntekorten in 2024 naar de Kamer te sturen met een toelichting,waarin ook wordt ingegaan op welke maatregelen uit de afgelopen jareneffect hebben gehad op de ontwikkeling van de tekorten.De KNMP, de brancheorganisatie voor apothekers, publiceert jaarlijks decijfers van de geneesmiddelentekorten van het afgelopen jaar op basisvan de tekortmeldingen door groothandels en apothekers bij KNMPFarmanco. Begin januari 2025 heeft de KNMP de cijfers over het jaar 2024gepubliceerd23. Volgens de cijfers van Farmanco is het aantal meldingen18Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91419Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91720Kamerstukken 2024–2025, 36 68221Tekortenbesluiten en het effect op de beschikbaarheid van geneesmiddelen | RIVM22Kamerstukken 2024–2025, 36 68223Cijfers geneesmiddelentekorten | KNMPTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93221 van tekorten in apotheken in 2024 met ruim 30% afgenomen ten opzichtevan 2023. De daling van het afgelopen jaar werd echter niet ervaren doorde patiënt en apothekers. Daarnaast is het aantal maatregelen dat doorhet Meldpunt is ingezet in 2024 tegen geneesmiddelentekorten toege-nomen. Als bijlage bij deze beantwoording stuur ik uw Kamer de recentopgeleverde Jaarrapportage van het Meldpunt Geneesmiddelentekortenen -defecten waaruit dat blijkt. In de Jaarrapportage wordt aangegevendat er in 2024 in totaal 126 tekortenbesluiten zijn afgegeven (waarvan 48nieuwe en 78 verlengingen) en er 9 tekorten vielen onder de reikwijdtevan de Aanwijzing. Er is 117 keer (inclusief verlengingen) toestemminggegeven voor een tijdelijk afwijkende verpakking. Ook zijn er voor 12geneesmiddelen aangepaste behandel- of uitgifte-adviezen afgegeven.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister welke concrete ambitieszij voor ogen heeft met de extra € 20 miljoen voor de beschikbaarheid vangeneesmiddelen en de structurele € 30 miljoen voor de periode na 2027.De leden vragen de Minister wat er precies met deze bedragen wordtgedaan en of dit haalbaar en doelmatig is.Ik heb afgelopen oktober uw Kamer geïnformeerd over de bezuiniging ophet beleidsprogramma Pandemische Paraatheid24. Ik heb een deel van hetvrijgemaakte budget ingezet om al in gang gezette activiteiten uit ditbeleidsprogramma doorgang te laten vinden, zoals de monitoring vanvraag en aanbod van essentiële geneesmiddelen door het LandelijkeCoördinatiecentrum Geneesmiddelen (LCG), het Meldpunt tekorten en deImportant Projects of Common European Interest (IPCEI) subsidies. Hetlaatste betreft drie Nederlandse projecten waarbij innovatieve productie-processen worden ontwikkeld en opgezet voor grootschalig gebruik. Opdit moment onderzoek ik welke acties uit de Voortgangsbrief beschik-baarheid geneesmiddelen van 12 december jl. het meest effectief endoelmatig zijn binnen het beschikbare budget voor de komende jaren25. Ikdenk daarbij in elk geval aan het aanleggen van extra voorraden vangeneesmiddelen die voor de Nederlandse zorg van groot belang zijn. Ikinformeer uw Kamer voor de zomer over de stand van zaken.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of alle separatewerkgroepen, teams en taskforces die zich bezighouden met geneesmid-delentekorten nodig zijn, of dat er overlap zit in hun taken, werkzaam-heden en leden.De verschillende groepen zijn een resultaat van een roep om meer regievanuit mij en mijn ambtsvoorgangers om de beschikbaarheidsproblemenhet hoofd te bieden. De verschillende groepen die zich bezig houden methet verbeteren van de beschikbaarheid van geneesmiddelen hebben inhet algemeen duidelijk omschreven taken en werkzaamheden en eendaarbij passende groepssamenstelling. Wel constateer ik dat er hier endaar sprake is van overlap in werkzaamheden. Ook wordt de overleg-drukte door veldpartijen als groot ervaren. Ik kijk daarom dit voorjaar hoedat beter kan, bijvoorbeeld door bepaalde groepen samen te voegen, doorhet mandaat te verhelderen en/of door de governance te versterken. Ikbetrek daarbij relevante partijen.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of deze groepen vooraladviezen en overzichten aanleveren, of dat ze ook besluiten nemen.24Kamerstukken 2023–2024, 25 295, nr. 220825Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 918Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93222 De werkgroepen en taakgroepen zijn geen adviesorganen. Ze zijningesteld om concreet aan de slag te gaan met het verbeteren van debeschikbaarheid van geneesmiddelen en het voorkomen en aanpakkenvan tekorten. De werk- en taakgroepen hebben de ruimte om zelfbesluiten te nemen binnen het mandaat van hun taakopdrachten. Deleden van de taakgroep preferentiebeleid hebben bijvoorbeeld ingezamenlijkheid tot concrete acties besloten om mogelijke nadeligeeffecten van het inkoopbeleid van zorgverzekeraars op de beschikbaarheidte mitigeren. De leden van de taakgroep distributievergoeding hebben zozelf afspraken gemaakt om tot een adequate vergoeding en vergoedings-wijze van de distributie van preferent aangewezen geneesmiddelen doorvolgesorteerde groothandels te komen. Wanneer breder draagvlak nodigis voor een oplossingsrichting of wanneer een taakgroep of een indivi-duele partij breed input over een bepaald thema wil ophalen, worden deWerkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt of de WerkgroepGeneesmiddelentekorten geconsulteerd. Wanneer de leden van dewerkgroepen er onderling niet uitkomen of bestuurlijk mandaat nodig is,vindt escalatie naar het Bestuurlijk Overleg Extramurale Farmacie plaatswaarin alle partijen vertegenwoordig zijn.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of zij bereid is kritisch tekijken naar alle betrokken werkgroepen en waar nodig groepen samen tevoegen of in te lijven.Ja daar ben ik zeker toe bereid. Ik kijk daarom dit voorjaar hoe deoverlegstructuur beter kan, bijvoorbeeld door bepaalde groepen samen tevoegen, door het mandaat te verhelderen en/of door de governance teversterken.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister waarom zij aangaf hetbelangrijk te vinden om in kaart te brengen hoe Europese landen zichsterker en onafhankelijker kunnen maken, terwijl de leden ervan uitgingendat dit proces al in gang was gezet. Hier horen de leden graag een reactieop.Ik streef naar een sterker en onafhankelijker Europa om de beschik-baarheid van geneesmiddelen in de Europese Unie te verbeteren en omde afhankelijkheden van derde landen te verminderen. Het proceshiervoor is reeds in gang gezet, onder meer met de oprichting van deCritical Medicines Alliance (CMA) in januari 2024. Nederland neemtdaaraan actief deel. De CMA heeft onlangs, middels een strategischrapport26, haar aanbevelingen gegeven aan de lidstaten en de EuropeseCommissie om de leveringszekerheid van kritieke geneesmiddelen teversterken en de productie van deze geneesmiddelen in de Europese Uniete stimuleren. Dit strategisch rapport zal ook input zijn voor nieuweEuropese wetgeving, de Critical Medicines Act. Op 11 maart is hetvoorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Het kabinet-standpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via hetgebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-procesvoorgelegd.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister om een concrete reactieop hun eerdere pleidooi voor het verlagen van de standaarduitgifte-periode van medicijnen ter bestrijding van verspilling.26https://health.ec.europa.eu/document/download/3da9dfc0-c5e0-4583-a0f1-1652c7c18c3c_en?filename=hera_cma_strat-report_en.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93223 Ik vind het bestrijden van verspilling van medicijnen belangrijk. Het vooriedereen verlagen van de standaarduitgifte periode is hier niet de besteoplossing voor en dat heeft meerdere redenen.Ten eerste heeft het veld al jaren afspraken over hoeveel medicijnen er perrecept worden afgeleverd aan de patiënt. Dit heet de Prescriptieregeling.Deze regeling draagt bij aan het voorkomen van verspilling vanmedicijnen, omdat zorgverleners daarin hebben afgesproken om voorafkritisch te zijn op het voorschrijven van een medicijn. Zo zijn er afsprakenover de hoeveelheden bij de eerste uitgifte van een medicijn, bij eenherhaalrecept voor chronisch gebruik, bij dure geneesmiddelen en bijgebruik in de laatste levensfase.Bovendien is er nu ook al de mogelijkheid om minder medicijnen af televeren dan wat is voorgeschreven om verspilling te voorkomen ofwanneer er een tekort is van een medicijn.Verder heeft het verlagen van de standaarduitgifte-periode het nadeel datmensen vaker naar de apotheek moeten om hun medicijn te halen – en ditsoms vergeten. Daarnaast zal het leiden tot hogere kosten voor patiënten.Ook kost dit het apotheekteam meer tijd, terwijl de werkdruk in deapotheek al hoog is.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister om een overzicht van deconcrete stappen die zijn genomen naar aanleiding van de aangenomenmotie Tielen over een Nationale apothekerskast. In deze motie werd onderandere gesproken over een evenwichtiger preferentiebeleid.Met de initiatieven benoemd in de Voortgangsbrief beschikbaarheidmedische producten27 heeft mijn ambtsvoorganger invulling gegeven aande motie van het lid Tielen om met een breed gedragen, alomvattende ensamenhangende strategie te komen om geneesmiddelentekorten tegen tegaan, een zogenoemde Nationale apothekerskast28, om koersvastheid tebieden voor de toekomst en duidelijkheid voor patiënt en zorgveld.In deze motie van lid Tielen wordt onder meer aandacht gevraagd voor destrategische onafhankelijkheid en het vestigingsklimaat in Europa. Eenconcrete stap hiervoor is mijn actieve deelname aan de Critical MedicinesAlliance (CMA). De CMA is in 2024 is opgericht om de leveringszekerheidvan kritieke geneesmiddelen in Europa te versterken. Eén van de doelenvan de CMA is om tot een gecoördineerd plan van aanpak te komen voormeer productie in Europa. De CMA heeft onlangs, middels een strategischrapport, aanbevelingen gegeven aan de Europese Commissie enlidstaten29. Deze aanbevelingen kunnen meegenomen worden innationale en Europese plannen om productie dichtbij huis te stimuleren.Ook zullen deze aanbevelingen input zijn voor nieuwe Europesewetgeving, de aangekondigde Criticial Medicines Act. Op 11 maart is hetvoorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Het kabinet-standpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via hetgebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-procesvoorgelegd.27Kamerstukken 2023–2024, 29 477, nr. 88928Kamerstuk 29 477, nr. 87629health.ec.europa.eu/document/download/3da9dfc0-c5e0-4583-a0f1-1652c7c18c3c_en?filename=hera_cma_strat-report_en.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93224 Met betrekking tot een evenwichtiger preferentiebeleid heb ik in mijnVoortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen van 12 december jl.30een aantal concrete verbeteropties van het preferentiebeleid toegelicht dieik verder aan het uitwerken ben. Een voorbeeld is het sneller aanpassenvan het preferentiebeleid bij (dreigende) tekorten. De gesprekken hieroverlopen al in de Werkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt endaarbuiten. Ook stimuleer ik veldpartijen in het maken van uniformeafspraken over het verlengen van de uitverkooptermijn van bestaandeproducten. Verder ga ik de mogelijkheid onderzoeken om het preferentie-beleid los te laten voor specifieke groepen geneesmiddelen.De mogelijkheid om meerdere preferente middelen toe te staan bestaat al.Zorgverzekeraars maken hier gebruik van, maar met wisselend resultaat.Een zorgverzekeraar had bijvoorbeeld twee middelen aangewezen en inde praktijk werd er in de apotheken maar één afgenomen. Voor één vande twee leveranciers bood de gewonnen tender dus geen afname. Dezorgverzekeraar is daarom met dit beleid gestopt.Een andere afspraak die zorgverzekeraars en leveranciers hebbengemaakt voor een evenwichtiger preferentiebeleid is dat zorgverzekeraarsdakpansgewijs inkopen, dus niet allemaal op hetzelfde moment. Dit maakthet voor zorgverzekeraars mogelijk om te voorkomen dat zij allemaalhetzelfde geneesmiddel aanwijzen, behalve natuurlijk als er maar één ofeen beperkt aantal varianten van het geneesmiddel op de markt is.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister wanneer de Kamerconcrete voorstellen voor het preferentiebeleid kan verwachten,aangezien de Minister in haar brief vooral aangeeft wat er niet kan.In mijn Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen31 heb ik eenaantal concrete verbeteropties van het preferentiebeleid toegelicht, die ikverder aan het uitwerken ben. Zo zie ik mogelijkheden in het snelleraanpassen van het preferentiebeleid bij (dreigende) tekorten. Degesprekken hierover lopen al in de Werkgroep Gezonde NederlandseGeneesmiddelenmarkt en daarbuiten. Ook stimuleer ik partijen in hetmaken van uniforme afspraken voor het verlengen van de uitverkoop-termijn van bestaande producten. Daarnaast onderzoek ik de mogelijkheidom het preferentiebeleid los te laten voor specifieke groepen geneesmid-delen, bijvoorbeeld toedieningsvormen speciaal voor kinderen, productenop de lijst kritieke middelen, of middelen aan de onderkant van de markt.Hiervoor voer ik nadere analyses uit en onderzoek ik of een pilot mogelijkis.Daarnaast hebben veldpartijen in de Werkgroep Gezonde Nederlandsegeneesmiddelenmarkt aanvullende verbeteropties aangedragen, die ikmeeneem in mijn gesprekken met partijen over veldafspraken en in deTaakgroep Geneesmiddeleninkoop en Beschikbaarheid.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie vragen de Minister wanneer de vier wekenextra voorraad salbutamol structureel op orde zal zijn.Zoals ik uw Kamer eerder heb geschreven32 is het mijn doel dat in de loopvan 2025 het streefpeil van de vier weken extra voorraad van zowelessentiële antibiotica en als salbutamol aerosolen is bereikt. Hierbij merk30Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91831Kamerstukken 2024/2025, 29 477, nr. 91832Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 918Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93225 ik wel op dat er alleen (structurele) voorraad opgebouwd kan worden alser voldoende aanbod is van het geneesmiddel dat voor de Nederlandsemarkt geregistreerd is. Op dit moment is dit niet het geval voor salbu-tamol; de groothandels importeren onder de Aanwijzing salbutamol uithet buitenland voor patiënten in Nederland. Volgens de Geneesmidde-lenwet mag geen voorraad worden aangehouden van geneesmiddelendie uit het buitenland zijn geïmporteerd onder een tekortenbesluit of– sinds de uitspraak van de Raad van State – die vallen onder deAanwijzing aan de IGJ. Dit betekent dat het weer beschikbaar komen vande in Nederland geregistreerde geneesmiddelen dus essentieel is voor hetkunnen bereiken van het streefpeil. Het is nog onduidelijk wanneer dat hetgeval is. Op dit moment is er wel voldoende salbutamol (via import)leverbaar voor alle Nederlandse patiënten. Zij kunnen het middel dus welgewoon krijgen.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of de uitbreiding van devoorraad met vier weken voldoende is, gezien het langdurige tekort aansalbutamol.Ik zie voorraden niet als een oplossing voor geneesmiddelentekorten. Ookniet voor het tekort aan salbutamol. Wel vormen voorraden een buffer omenerzijds tijdelijke leveringsonderbrekingen op te vangen en tekorten voorpatiënten hiermee te voorkomen, en anderzijds om tijd te winnen omalternatieven te zoeken. De uitbreiding van de voorraad van essentiëleantibiotica en salbutamol aerosolen van twee naar drie maanden maaktdeze buffer groter. Daarnaast heb ik uw Kamer medegedeeld33 dat ikoverweeg om de voorraad te verhogen voor bepaalde middelen op deNederlandse lijst kritieke geneesmiddelen. Bij deze verkenning zoek ikonder andere uit voor welke geneesmiddelen dit meerwaarde heeft, hoegroot deze extra voorraad zou moeten zijn en op welke manier de extravoorraad zou kunnen worden gerealiseerd.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of zij kan waarborgen dathet aanleggen van deze extra voorraden niet ten koste gaat van debeschikbaarheid van salbutamol bij apotheken, aangezien deze ledensignalen ontvangen dat mensen met een longziekte nog steeds moeitehebben om dit middel te verkrijgen.Ja, dat waarborg ik. Zoals ik ook heb opgemerkt in eerdere Kamer-brieven34, 35, mag het aanleggen van voorraden geen voorrang krijgen ophet huidige gebruik van deze middelen door patiënten. Dit heb ik ookafgesproken met de groothandels. Dit betekent dat er alleen een extravoorraad kan worden aangelegd wanneer er meer middelen op de marktzijn dan op dat moment nodig zijn voor patiënten. Dat is zoals eerderaangegeven voor salbutamol nog niet het geval.De leden van de NSC-fractie maken zich zorgen over het onderzoek vanhet Longfonds, waaruit blijkt dat 66% van de mensen met een longziektede jaarlijks afgesproken herhaalinstructie voor hun medicatie niet krijgt.De leden vragen de Minister of zij overweegt om initiatieven te intensi-veren die het juiste gebruik van medicatie bevorderen, zoals voorlichtingen herhaalinstructies.Iedereen die medicijnen gebruikt moet kunnen rekenen op goedefarmaceutische zorg. Ondersteuning bij het juiste gebruik van medicatie,waaronder inhalatiemiddelen, is een belangrijke taak van het33Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91834Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91835Kamerstukken 2023–2024, 29 477, nr. 889Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93226 apotheekteam. Naar aanleiding van het genoemde onderzoek heeft hetLongfonds recent met partijen gesproken die ook betrokken waren bij hetopstellen van de Leidraad Verantwoord wisselen. Alle partijen hebbenaangegeven dat dit beter moet en zij hebben afgesproken dat ze hiersamen mee aan de slag gaan. Ik verwacht dat de betrokken partijenconcrete verbeteringen gaan realiseren.Daarnaast werken het Ministerie van VWS en de betrokken zorgverleners-koepels op dit moment naast de eerstelijnsvisie ook aan een apartveldtraject extramurale farmaceutische zorg zoals vermeld in de Verzamel-brief eerstelijnszorg. Hier worden door de sector werkplannen gemaaktdie de farmaceutische zorg optimaliseren en dus ook het juiste gebruikvan medicatie bevorderen.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of het stimuleren vanafspraken tussen stakeholders de enige en meest effectieve stap is die deMinister kan nemen om het preferentiebeleid sneller aan te passen bij(dreigende) tekorten. Tevens vragen de leden of er ook anderemaatregelen mogelijk zijn om het preferentiebeleid sneller aan te passenbij (dreigende) tekorten.Het stimuleren van veldafspraken tussen stakeholders is een effectievestap om het preferentiebeleid sneller aan te passen bij (dreigende)tekorten. Deze stap heeft namelijk direct effect in de praktijk, zonder dataanpassing van wet- of regelgeving nodig is. De impact van (dreigende)tekorten kan hiermee worden verzacht. De gesprekken hierover lopen al inde Werkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt endaarbuiten. In de werkgroep is ook een aantal aanvullende optiesingebracht voor verbetering van het preferentiebeleid. Ik neem dezeopties mee in mijn gesprekken met partijen over veldafspraken.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of er empirischegegevens of analyses beschikbaar zijn die de bewering ondersteunen datmonopolisering in sommige situaties positief kan bijdragen aan debeschikbaarheid van geneesmiddelen.Zorgverzekeraars Nederland heeft op 18 november 2024 het onderzoek«Grip op toenemende geneesmiddelentekorten» van Gupta Strategistsgepubliceerd op haar website. Dit onderzoek naar de rol van het preferen-tiebeleid en tekorten maakt het aannemelijk dat het aantal actievefabrikanten binnen een PRK-cluster36 niet correleert met het aantaltekorten. Er lijken niet vaker tekorten voor te komen in PRK-clusterswaarin minder fabrikanten actief zijn.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of er situaties zijn waarinmonopolisering heeft geleid tot negatieve gevolgen, zoals hogere prijzenof minder keuze voor patiënten.Nee, ik ben niet bekend met situaties waarin monopolisering doordat allezorgverzekeraars het zelfde voorkeursmiddelen aanwijzen, heeft geleid tothogere prijzen. Wanneer een leverancier de enige aanbieder is van eenbepaald geneesmiddel en daarmee een monopolie heeft, geldt dat hetgeneesmiddel een maximumprijs kent in het kader van de Wet genees-middelenprijzen (Wgp). Ook in de situatie waarin op een bepaald momentin de tijd alle zorgverzekeraars dezelfde leverancier hebben aangewezenen desbetreffende leverancier feitelijk een monopolie heeft, geldt dat hetgeneesmiddel een maximumprijs kent in het kader van de Wet genees-36Een PRK-cluster is een groep uitwisselbare geneesmiddelen, met dezelfde werkzame stof,toedieningsvorm en sterkte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93227 middelenprijzen (Wgp). In deze tweede situatie is het ook aannemelijk datde leverancier alleen deze monopolie positie kon bereiken door aanzien-lijke vertrouwelijke kortingen te bieden, waardoor de zorgkosten ook metde monopolie positie niet stijgen.Wat betreft minder keuze voor de patiënt geldt dat het preferentiebeleidde aanspraak voor de patiënt beperkt door een voorkeursmiddel aan tewijzen. De situatie waarin alle zorgverzekeraars dezelfde leveranciersaanwijzen verandert daarin niets voor de individuele patiënt.Soms is het overigens niet te voorkomen dat zorgverzekeraars allemaalhetzelfde geneesmiddel aanwijzen, aangezien er maar één (of een beperktaantal) variant(en) van het geneesmiddel op de markt is.De afspraak die zorgverzekeraars en leveranciers hebben gemaakt datzorgverzekeraars dakpansgewijs inkopen, dus niet allemaal op hetzelfdemoment, maakt het voor zorgverzekeraars mogelijk om te voorkomen datzij allemaal hetzelfde geneesmiddel aanwijzen, behalve natuurlijk als ermaar één of een beperkt aantal varianten van het geneesmiddel op demarkt is.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of er concretevoorbeelden zijn van dakpansgewijs contracteren door zorgverzekeraarsdie hebben geleid tot een betere beschikbaarheid van geneesmiddelen.In januari 2025 zijn voor het eerst geneesmiddelen geleverd op basis vande afspraken die zorgverzekeraars en leveranciers begin 2024 in deTaakgroep Preferentiebeleid hebben gemaakt. Het effect van dakpans-gewijs contracteren op de markt wordt pas na enkele jaren zichtbaar. Opdit moment kan ik dus nog niets zeggen over het effect van dakpansgewijscontracteren. Ondertussen houd ik een vinger aan de pols en spreekdaartoe regelmatig met de leveranciers en zorgverzekeraars.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wie er deel uitmaken vande Taakgroep Preferentiebeleid en welke specifieke verantwoordelijk-heden zij dragen.Bogin, Generieke Leveranciers Nederland, Zorgverzekeraars Nederland ende preferentiebeleid voerende zorgverzekeraars maakten deel uit van dezetaakgroep. De opdracht van de taakgroep, zoals vastgesteld door deWerkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt, was het verderuitwerken van voorstellen vanuit verschillende partijen voor concreteacties om mogelijke nadelige effecten van het preferentiebeleid op debeschikbaarheid van geneesmiddelen te verminderen. Dit resulteerde ineen drietal afspraken waarover overeenstemming was tussen genoemdeleden. De leden van de Werkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddel-markt achtten deze afspraken onvoldoende om alle nadelige effecten vaninkoopbeleid op de beschikbaarheid te verzachten. Daarom heeft deWerkgroep een nieuwe Taakgroep ingesteld, de Taakgroep Geneesmidde-leninkoop en Beschikbaarheid. Deze is inmiddels van start gegaan enheeft een bredere taakopdracht. De Taakgroep Geneesmiddeleninkoopheeft als taak om gezamenlijke en voor alle partijen geldende afsprakenop te stellen, al dan niet in de vorm van een inkoopleidraad. De afsprakenbeogen ongewenste effecten van de inkoop op de beschikbaarheid vangeneesmiddelen te voorkomen. De taak die nog bij de leden van de(voormalige) Taakgroep Preferentiebeleid ligt is het in onderling overleg inuitvoering brengen, monitoren en evalueren van de gemaakte afspraken,bijvoorbeeld op het gebied van monopolisering. Ik houd daarbij eenvinger aan de pols.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93228 De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat er precies van deTaakgroep Preferentiebeleid wordt verwacht in de aanpak van monopoli-sering.Zorgverzekeraars en leveranciers hebben onder mijn regie in deTaakgroep Preferentiebeleid afspraken gemaakt om monopolies tevoorkomen door hun tenders dakpansgewijs uit te schrijven met ingangvan 2025. Doordat zorgverzekeraars uiteindelijk vanaf 2027 hun tendersom en om per jaar zullen uitschrijven, wordt het voor leveranciersaantrekkelijker om hun producten op de markt te houden. Zij krijgen opdeze manier namelijk bij de meeste producten jaarlijks de kans om bij eenzorgverzekeraar aangewezen te worden als preferent en het voorkeursge-neesmiddel te leveren. Met deze afspraak beogen zorgverzekeraars enleveranciers te voorkomen dat de zorgverzekeraars hetzelfde middel bijéén leverancier inkopen. Ik blijf met zorgverzekeraars en leveranciers ingesprek over de uitvoering en het effect van deze maatregel en ga dezebinnenkort evalueren. Daarnaast is onlangs de Taakgroep Geneesmiddele-ninkoop en Beschikbaarheid gestart met niet alleen zorgverzekeraars enleveranciers, maar alle inkopende en verkopende partijen, zoals ookgroothandels, ziekenhuizen en apotheken om ongewenste effecten vanalle vormen van inkoop op de beschikbaarheid van geneesmiddelen tevoorkomen. Ook de verdere aanpak van monopolisering maakt onderdeeluit van deze bredere Taakgroep.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of de rol van deTaakgroep Preferentiebeleid adviserend is of dat zij een uitvoerende taakheeft.De Taakgroep Preferentiebeleid had als taak het verder uitwerken vanvoorstellen vanuit verschillende partijen voor concrete acties ommogelijke nadelige effecten van het preferentiebeleid op de beschik-baarheid van geneesmiddelen te verzachten. Inmiddels brengen de ledenvan de (voormalige) taakgroep de overeengekomen voorstellen inuitvoering.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe de transparantie vande besluitvorming van zorgverzekeraars rondom de aanwijzing vanvoorkeursmiddelen in het preferentiebeleid gegarandeerd wordt.Zorgverzekeraars zijn geen publiekrechtelijke instellingen en zijn dus geen«aanbestedende diensten» in de zin van de Aanbestedingswet. Ze zijn danook niet gehouden aan aanbestedingsbeginselen, zoals het transparantie-beginsel. Zorgverzekeraars hebben geen verplichting tot een Europeseaanbesteding en kunnen eventueel ook onderhandse afspraken maken.Hoewel zorgverzekeraars niet onder de Aanbestedingswet vallen, zijn zijwel gebonden aan transparantie-eisen vanuit andere regelingen, zoals deRegeling Transparantie Zorginkoopproces Zvw. In deze regeling zijn regelsopgenomen voor een transparant en tijdig zorginkoopproces, dat ook vantoepassing is op geneesmiddelen die onder het preferentiebeleid vallen.Zorgverzekeraars moeten bijvoorbeeld tijdig en duidelijk communicerenover hun inkoop- en contracteerbeleid, inclusief afspraken over genees-middelen. Ook moet de zorgverzekeraar, vanaf het moment van bekend-making van het zorginkoopbeleid en de procedure van de zorginkoop tothet moment van het sluiten van het contract, voldoende beschikbaar zijnvoor vragen en opmerkingen van zorgaanbieders.Op basis van deze regeling transparantie zorginkoop zijn zorgverzekeraarsverplicht om uiterlijk 1 april voorafgaand aan het kalenderjaar hunzorginkoopbeleid bekend te maken (artikel 4). Iedere zorgverzekeraarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93229 publiceert dus zijn eigen beleid. In dit beleid hebben zorgverzekeraars deinkoopvoorwaarden opgenomen die zij hanteren voor hun preferentie-beleid en de daarbij horende aanwijsprocedure. Het is dus aan zorgverze-keraars om te bepalen hoe deze transparantie vormgegeven wordt.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister welke concrete maatre-gelen zorgverzekeraars nemen om te voldoen aan hun zorgplicht bijgeneesmiddelentekorten of leveringsproblemen.Zorgverzekeraars hebben hierover onder andere in de landelijkeWerkgroep Geneesmiddeltekorten afspraken gemaakt. Zorgverzekeraarsvergoeden producten volledig als er een product in Nederland nietleverbaar is, bijvoorbeeld door te betalen voor aflevering in kleinereporties dan gebruikelijk en indien er geen andere oplossing is debeschikbare alternatieven te vergoeden. Daarnaast maken zorgverzeke-raars afspraken met apotheken en groothandels over voorraden, omvoldoende voorraadbeheer te borgen. Zorgverzekeraars hebbenbovendien afspraken gemaakt met groothandels over medefinancieringvan de veiligheidsvoorraad.Tekorten doen zich zowel voor bij geneesmiddelen die door zorgverzeke-raars als preferent middel zijn aangewezen als bij geneesmiddelen waarzorgverzekeraars geen preferentiebeleid op voeren. Bij een tekort van eenpreferent aangewezen geneesmiddel nemen zorgverzekeraars aanvul-lende maatregelen. Zo kijken zij eerst samen met de fabrikant van hetpreferente middel of een alternatief preferent middel kan wordengeleverd. Is dit niet mogelijk, dan wordt gekeken of een andere fabrikanteen alternatief middel kan leveren en wijst de zorgverzekeraar dat tijdelijkaan als preferent. Als geen van de fabrikanten een alternatief middelbeschikbaar heeft, wordt het preferentiebeleid tijdelijk losgelaten.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe preventief gecontro-leerd wordt of zorgverzekeraars hun zorgplicht bij geneesmiddelente-korten of leveringsproblemen daadwerkelijk nakomen.De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verwacht van zorgverzekeraars dat zijhun bedrijfsvoering dusdanig ingericht hebben zodat deze hen maximaalondersteunt om zo goed mogelijk te kunnen handelen bijtekorten.Zorgverzekeraars moeten zich inspannen om tekorten te voorkomen ofbeheersbaar te houden om onnodige gezondheidsschade te voorkomen.Wanneer mensen hun geneesmiddelen niet binnen de gestelde normenkrijgen vanwege een geneesmiddeltekort, spreekt de NZa van een tekort.Met normen bedoelen we hier de geldende behandelrichtlijnen zoals diedoor het veld zijn opgesteld voor het betreffende ziektebeeld. In dezesituatie kan de zorgplicht in het geding zijn. De NZa doet momenteelonderzoek naar de geneesmiddeltekorten en de zorgplicht en streefternaar dit voor de zomer af te ronden. De NZa monitort op basis vansignalen en eigen onderzoek of de zorgplicht wordt nageleefd.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister om een overzicht te gevenvan het aantal gevallen in 2024 waarbij zorgverzekeraars bij geneesmidde-lentekorten of leveringsproblemen hun zorgplicht niet zijn nagekomen.De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) controleert of zorgverzekeraars zichaan de zorgplicht houden. Dit doet de NZa door gerichte onderzoeken enacties uit te voeren, geprioriteerd op basis van beschikbare meldingen,signalen en risicoanalyses. Deze werkwijze genereert niet het typeoverzicht waar in deze vraag naar wordt gevraagd. Voor zover mij bekendis er geen andere bron voor deze informatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93230 Zoals hiervoor aangegeven doet de NZa momenteel onderzoek metbetrekking tot geneesmiddeltekorten en de zorgplicht. De NZa streefternaar het onderzoek voor de zomer af te ronden.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie vragen de Minister of zij, naast de genoemdeactie aan de kant van de handelsvergunninghouders, ook wil kijken naarhoe informatie en signalering vanuit apothekers kan worden meege-nomen bij een tekortenbesluit.Vanuit de Geneesmiddelenwet zijn handelsvergunninghouders verplichtom tijdig een melding te doen bij het Meldpunt Geneesmiddelentekortenen -defecten van een verwachte leveringsonderbreking. In 2024 heeft mijnambtsvoorganger het OTG opgericht ter ondersteuning van het Meldpunt.Het OTG heeft als doel om acute tekorten vroegtijdig te signaleren enwaar mogelijk op te lossen. De KNMP is vertegenwoordigd in het OTG,waardoor informatie van de apothekers wordt meegenomen in deonderzochte maatregelen van het Meldpunt om het tekort te voorkomenof mitigeren.De leden van de D66-fractie vragen de Minister naar de betrokkenheid vanpatiëntenorganisaties bij het Operationeel Team Geneesmiddelentekorten.Kan de Minister aangeven op welke wijze de communicatie naarveldspelers verbeterd kan worden, waarbij expliciet aandacht is voorcommunicatie met patiëntenorganisaties?Op dit moment bestaat het OTG uit een kernteam (met daarin CBG, IGJ,KNMP, LCG en BG Pharma) en een tweede schil (de overige leden van deWerkgroep Geneesmiddelentekorten). De Patiëntenfederatie Nederland– die ruim 200 patiëntenorganisaties vertegenwoordigt – zit in deWerkgroep Geneesmiddelentekorten en daarmee in deze tweede schil. Detweede schil wordt periodiek op de hoogte gehouden van de voortgangvan het OTG. Uit de evaluatie van het OTG is gebleken dat deze communi-catie beter kan. Daarom kijk ik, zoals beschreven in mijn Voortgangsbriefbeschikbaarheid geneesmiddelen van 12 december jl.37, hoe de communi-catie van het kernteam OTG naar partijen buiten het kernteam kan wordenverbeterd.De leden van de D66-fractie vragen naar aanleiding van de brief van hetRIVM over het effect van tekortenbesluiten op beschikbaarheid vangeneesmiddelen of ook wordt gekeken naar andere instrumenten entijdelijke maatregelen die import versnellen mogelijk kunnen maken.Nee, het RIVM kijkt in haar onderzoek (dat zij heeft uitgevoerd in opdrachtvan de IGJ) alleen naar het instrument van tekortenbesluiten.De leden van de D66-fractie vragen de Minister de tijdlijn bij dit onderzoekte duiden. Kan de Minister aangeven wanneer de Kamer wordt geïnfor-meerd over de resultaten van het onderzoek?Het RIVM-onderzoek «Tekortenbesluiten en het effect op de beschik-baarheid van geneesmiddelen», dat het RIVM deed in opdracht van deIGJ, is inmiddels afgerond. Het onderzoek is op 20 februari 2025 gepubli-ceerd38 en als bijlage toegevoegd aan deze beantwoording.37Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91838Tekortenbesluiten en het effect op de beschikbaarheid van geneesmiddelen | RIVMTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93231 Ik ben blij om te lezen dat het RIVM in haar onderzoek concludeert dattekortenbesluiten een positief effect hebben op de beschikbaarheid vangeneesmiddelen. Het blijkt dus een belangrijk instrument in het oplossenvan tekorten wanneer er in Nederland (tijdelijk) geen alternatievenbeschikbaar zijn. Vanwege dit belang voor patiënten heb ik na deuitspraak van de Raad van State (waardoor er geen tekortenbesluitenmeer konden worden afgegeven) de IGJ een Aanwijzing gegeven en hebik reparatiewetgeving gemaakt voor een wettelijke grondslag voortekortenbesluiten. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passenen een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in deVerzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer is gedeeld39. Daarnaastbereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwetvoor.De leden van de D66-fractie maken zich zorgen om de kwetsbare positieen afhankelijkheid van derde landen zoals China en India in de toegang totmedicijnen. Deze leden lezen dat de Minister aan de slag gaat met eenkwetsbaarheidsanalyse, maar dat de resultaten niet openbaar kunnenworden gedeeld met de Kamer. Kan de Minister dit nader motiveren enaangeven of het wel mogelijk is om deze analyse in beslotenheid tebestuderen? Tevens vragen de leden of de minsister de Kamer kaninformeren over de tijdlijn van de kwetsbaarheidsanalyse.Op dit moment lopen er meerdere nationale en Europese onderzoekenwaar de kwetsbaarheden van de productie- en leveringsketens in kaartworden gebracht. Daar waar mogelijk ondersteun ik deze onderzoeken. Ikzal, na afronding van de onderzoeken, de resultaten meenemen in mijnbeleidsvorming en met uw Kamer delen. Zoals aangegeven kan ikmogelijk niet alles openbaar met uw Kamer delen in het kader vanbedrijfsvertrouwelijke informatie. Momenteel verken ik of een aanvullendekwetsbaarhedenanalyse nodig en efficiënt is en hoe dit het bestevormgegeven kan worden. Dat betekent dat ik nog geen opdracht hebverleend aan een partij en dat ik op dit moment geen zicht heb op detijdlijn van een eventueel aanvullende kwetsbaarhedenanalyse.De leden van de D66-fractie vragen de Minister om uitgebreid toe telichten waar het staat met de voortgang van de kabinetsaanpak risicovollestrategische afhankelijkheden ten aanzien van medicijnen. Kan de Ministerin gaan op de doelstelling en bijbehorende tijdspaden? Tevens vragen deleden de Minister toe te lichten hoe deze plannen in lijn liggen met deCritical Medicines Alliance, de samenwerking tussen lidstaten, industrieen koepels om de beschikbaarheid van medicijnen voor heel Europa teverbeteren.De kabinetsaanpak van risicovolle strategische afhankelijkheden,waaronder die op het gebied van geneesmiddelen, is een continu procesop nationaal en Europees vlak. Voor geneesmiddelen streef ik er naar omdeze afhankelijkheden te verminderen zodat we in Nederland en Europameer zekerheid creëren over de toeleveringsketens. In Nederland heb ikhiervoor onder andere de lijst kritieke geneesmiddelen laten opstellen, omde belangrijkste geneesmiddelen voor de Nederlandse zorg in kaart tebrengen. Ook in Europees verband is een lijst van kritieke geneesmid-delen opgesteld. Ik ben in gesprek met geneesmiddelenfabrikanten om deknelpunten voor de geneesmiddelenproductie in Nederland en in Europain kaart te brengen, vooral voor deze geneesmiddelen.39Kamerstukken 2024–2025, 36 682Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93232 Parallel daaraan ben ik op Europees gebied actief betrokken bij de CriticalMedicines Alliance (CMA), die zich inzet op het versterken van deleveringszekerheid van geneesmiddelen in Europa door onder meerkwetsbaarheden in de leveringsketens aan te pakken, waardoor afhanke-lijkheden worden verminderd. De CMA heeft onlangs, middels eenstrategisch rapport, aanbevelingen gegeven aan de lidstaten en deEuropese Commissie40. Deze aanbevelingen kunnen meegenomenworden in nationale en Europese plannen om productie dichtbij huis testimuleren. Ook zullen deze aanbevelingen input zijn voor nieuweEuropese wetgeving, zoals de aangekondigde Critical Medicines Act. Op11 maart is het voorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Hetkabinetstandpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via hetgebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-procesvoorgelegd.De leden van de D66-fractie vragen de Minister welke concrete acties zijnondernomen voor het versterken van productie dichtbij huis en hetaanleggen van active pharmaceutical ingredient (API) voorraden.Het versterken van de productie dichtbij huis moet Europees gecoördi-neerd gebeuren om efficiënt en effectief te zijn. Ik neem dan ook actiefdeel aan de Critical Medicines Alliance (CMA), zodat er een gezamenlijkplan binnen de Europese Unie komt voor productie dichtbij huis.Daarnaast voer ik gesprekken met (koepels van) leveranciers over deeffectiviteit van het aanleggen van API voorraden. Deze gespreksrondeloopt nog. Ook heb ik een subsidie verleend aan projecten om productie-ketens in Nederland te versterken. Dit is gedaan in het kader van deImportant Projects of Common European Interest Med4Cure (IPCEIMed4Cure)41. Eén van de projecten zal met behulp van nieuwe productie-processen generieke geneesmiddelen weer in Nederland gaan produ-ceren.De leden van de D66-fractie vragen de Minister of zij Europa of enkelNederland bedoelt met «dichtbij huis».Met productie dichtbij huis bedoel ik zowel productie in Nederland als inEuropa.De leden van de D66-fractie vragen de Minister welke maatregelen zijneemt om de productiecapaciteit van geneesmiddelen op te schalen ingeval van calamiteiten, zoals een pandemie.De mogelijkheid tot opschalen van geneesmiddelenproductie ten tijde vantekorten ben ik aan het onderzoeken. Ik ben bijvoorbeeld nu in overlegmet de meest betrokken partijen over de effectiviteit van de aanleg vanactive pharmaceutical ingredient (API) voorraden. Hierin wordt ookopschaling van geneesmiddelenproductie ten tijde van calamiteitenbesproken. Dit zal aanvullend zijn op de rol die de Health EmergencyPreparedness and Response Authority (HERA) heeft bij de borging vanproductiecapaciteit en verdeling van medische producten in crisissitu-aties.40https://health.ec.europa.eu/document/download/3da9dfc0-c5e0-4583-a0f1-1652c7c18c3c_en?filename=hera_cma_strat-report_en.pdf41Kamerstukken 2024–2025, 22 112, nr. 3954Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93233 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie vragen de Minister hoe zij ervoor gaat zorgendat het analyseren van de effectiviteit van overlegstructuren niet zal leidentot lange, ineffectieve analyses en adviesgroepen.Ik heb gekozen voor een snelle en lichte methode, en heb onlangs in éénweek vele partijen laten consulteren. Hen is gevraagd wat er nodig is omhet mandaat van de tafels te versterken, de governance te verhelderen enwaar mogelijk de overlegstructuur te stroomlijnen. Ik ga op korte termijnmet partijen in gesprek over de opbrengst van deze gesprekken, zodat wesnel tot een effectievere structuur komen.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister in hoeverre Nederlandafhankelijk is en wordt van andere Europese lidstaten voor de voorraadkritieke geneesmiddelen. Ziet de Minister het belang om ook binnenNederland een basale noodvoorraad kritieke geneesmiddelen aan tehouden, onafhankelijk van andere landen?Er zal altijd een bepaalde mate van afhankelijkheid zijn van andere landenvoor de geneesmiddelen die in Nederland op de markt zijn. Ook voor hetaanleggen van voorraden geldt een zekere mate van afhankelijkheid,omdat deze geneesmiddelen nu eenmaal uit het buitenland komen. Devoorraden zelf worden echter veelal aangelegd binnen Nederland. Ditgeldt nu al voor de reguliere veiligheidsvoorraden van in totaal achtweken (zes weken bij de handelsvergunninghouders en twee weken bij degroothandel)en de extra voorraden van essentiële antibiotica en salbu-tamol aerosolen. Dit zal ook gaan gelden voor eventuele extra voorradenvan geneesmiddelen op de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie vragen de Minister of zij verwacht dat deverschillende taskforces, regiegroepen en onderzoeksgroepen elkaar opeen gegeven moment niet gaan «bijten» of elkaar in de weg zitten,waardoor de noodzakelijke voortgang op dit dossier wordt bemoeilijkt.De verschillende groepen die zich bezig houden met het verbeteren vande beschikbaarheid van geneesmiddelen hebben in het algemeenduidelijk omschreven taken en werkzaamheden en een daarbij passendegroepssamenstelling. Wel constateer ik dat er hier en daar sprake is vanoverlap in werkzaamheden. Ook wordt de overlegdrukte door veldpartijenals groot ervaren. Ik kijk daarom dit voorjaar hoe dat beter kan, bijvoor-beeld door bepaalde groepen samen te voegen, door het mandaat teverhelderen en/of door de governance te versterken. Ik betrek daarbijrelevante partijen. Zo verwacht ik ook te voorkomen dat groepen elkaar inde weg gaan zitten.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe zij hierin eenafweging maakt om overlap en vertraging te voorkomen.Ik heb gekozen voor een methode waar binnen een week vele partijen diedeelnemen aan de overlegtafels zijn gevraagd wat er nodig is om hetmandaat van de tafels te versterken, de governance te verhelderen enwaar mogelijk de overlegstructuur te stroomlijnen.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister welke extra stappen zijkan nemen, naast het faciliteren van gesprekken tussen zorgverzekeraarsen apotheken, om het aantrekkelijk te houden om magistraal te kunnenbereiden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93234 Er moet voldoende ruimte blijven om magistraal bereiden mogelijk tehouden voor de openbare en ziekenhuisapotheken die dit nog kunnen enwillen. Daarbij blijft het uitgangspunt dat de voorkeur ernaar uitgaat omgeneesmiddelen te registreren, omdat deze vooraf getoetst zijn op onderandere werkzaamheid en veiligheid. Op verzoek van mijn ambtsvoor-ganger zijn knelpunten door de apotheken in kaart gebracht. Ik heb recentgesproken met de zorgverzekeraars over deze ervaren knelpunten. In ditgesprek werd duidelijk dat een eerste belangrijke vervolgstap is dat dezorgverzekeraars zelf in gesprek gaan met de beroeps- en brancheorgani-saties van (ziekenhuis)apothekers/apotheken om de knelpunten te duiden.In dat gesprek kunnen gezamenlijk oplossingsrichtingen wordenuitgewerkt. Ik krijg een terugkoppeling van dit gesprek, en ga op basisdaarvan bekijken in hoeverre verdere stappen vanuit het Ministerie vanVWS nodig zijn.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister welke specifiekevraagstukken tijdens de recente consultatiefase naar boven zijn gekomendie impact kunnen hebben op de beleidsregel magistraal bereiden.Het gaat om vraagstukken met betrekking tot de invulling en reikwijdtevan het bestaande beleid voor magistraal bereiden. Zo zijn bijvoorbeeldwisselende signalen ontvangen over de toepassing in de praktijk van hethuidige getalscriterium en de daaraan gekoppelde aantallen. Hetgetalscriterium is de concretisering van één van de voorwaarden waaraanmagistrale bereidingen moeten voldoen, namelijk dat deze dienen voor«verstrekking in het klein» (zie de Kamerbrief van 201942) en hoe dituitpakt in de praktijk. Deze signalen moeten beter geduid worden.Daarnaast is er casuïstiek naar boven gekomen waaruit vragen volgenover wanneer sprake is van een «apotheekbereiding» en een «adequaatgeregistreerd alternatief». De antwoorden op deze vragen hebben impactop hoe het beleid uitpakt in de praktijk.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe het vervolgtrajectvoor de beleidsregel magistraal bereiden eruitziet en binnen welktijdsbestek de Minister verwacht hierop voortgang te boeken.Momenteel ben ik aan het verkennen hoe dit traject vorm te geven.Hierover wil ik ook in gesprek met de koepels van bereidende apotheken.Ik zal uw Kamer voor de zomer informeren over de vervolgstappen.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe het staat met deuitvoering van het tweede deel van de motie van de leden Dijk en Krul,waarin de regering wordt verzocht een plan uit te werken om de productievan geneesmiddelen zo veel mogelijk in eigen land of anders Europees teorganiseren. Staat dit plan in de wacht gezien het Europese overleg enkan de Minister hier een uitgebreide reactie op geven?In de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen van 12 decemberjl.43 licht ik toe dat het, gezien de complexiteit van de productieketens, nietrealistisch is om alle productie van (kritieke) geneesmiddelen inNederland of zelfs Europa te laten plaatsvinden. Nederland werkt daaromactief mee aan het initiatief van de Europese Commissie; de CriticalMedicines Alliance (CMA). Via de CMA werk ik aan een gezamenlijk planvan aanpak voor meer productie in Europa. Het is ook belangrijk tebenadrukken dat het herinrichten van geneesmiddelenproductie in Europacomplex is en daarom niet op korte termijn gerealiseerd kan worden.42Kamerstukken 2018–2019, 29 477, nr. 56943Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 918Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93235 De CMA heeft onlangs, middels een strategisch rapport, aanbevelingengegeven aan de lidstaten en de Europese Commissie. Deze aanbevelingenkunnen meegenomen worden in de nationale en Europese plannen omproductie dichtbij huis te stimuleren. Ook zijn deze aanbevelingen inputvoor aangekondigde nieuwe Europese wetgeving, namelijk de CriticalMedicines Act. Aangezien ik actief deelneem aan de CMA om hetNederlands belang te borgen staat dit plan niet in de wacht, maar is hetonderdeel van mijn aanpak in EU verband. Op 11 maart is het voorstelvoor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Het kabinetstandpunt op devoorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via het gebruikelijke Beoor-deling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-proces voorgelegd.Daarnaast ben ik zoals gezegd met het bedrijfsleven in gesprek over deknelpunten voor productie in Nederland en Europa. Zoals in de eerderegenoemde Kamerbrief aangegeven heb ik hiermee de motie van de ledenDijk (SP) en Krul (CDA) (Kamerstuk 29 477, nr. 871) gestand gedaan.De leden van de CDA-fractie zien in de brief geen reactie op de motie-Ingevan Dijk over het onderzoeken van alternatieve bekostiging van farmaceu-tische zorg waarmee «ontpillen» niet langer wordt ontmoedigd. Hoewordt deze motie uitgevoerd en wanneer krijgt de Kamer hier meer overte horen?Goede apotheekzorg leidt tot optimaal geneesmiddelgebruik en dus ooktot minderen en stoppen, ofwel, ontpillen bij patiënten bij wie datmogelijk en nodig is. Ik ben het met de Kamer eens dat ontpillen niet zoumoeten worden ontmoedigd. Daarom wordt de motie-Inge van Dijk al opverschillende manieren opgepakt. In het kader van het traject ExtramuraleFarmaceutische Zorg worden afspraken gemaakt over het verbeteren vanapotheekzorg. Die gaan bijvoorbeeld over kwetsbare patiënten, een groepwaarbij ontpillen veel waarde kan hebben.Technisch gezien kunnen zorgverzekeraars en apothekers meer afsprakenmaken over zorg in hun onderhandelingen. Dat kan via prestaties diegericht zijn op zorg los van een verstrekking, namelijk medicatiebeoorde-lingen en facultatieve prestaties.44 In dit soort zorgprestaties wordtgrondiger naar het (complete) medicijngebruik van een patiënt gekeken, aldan niet samen met de voorschrijver.Wat ik zie in de praktijk is dat die losse zorgprestaties amper wordengedeclareerd. Daarom ga ik op korte termijn in gesprek met de koepelsvan apothekers en zorgverzekeraars en andere relevante partijen over hetpassend inzetten van die facultatieve prestaties en medicatiebeoorde-lingen. Ook de motie-Inge van Dijk is daar onderwerp van gesprek, omdatik met deze partijen wil verkennen welke ideeën en mogelijkheden zij nogmeer zien om ontpillen te stimuleren. We weten namelijk ook uit hetEindrapport Medicatiegebruik bij ouderen45 dat er ruimte is om de (inzetvan) interventies zoals medicatiebeoordelingen, minderen en stoppen vanmedicatie, valpreventie en andere vormen van medicatie-evaluaties teoptimaliseren.Overigens is het natuurlijk wel zo dat bij iedere verstrekking de apothekereen aantal zaken checkt. Bijvoorbeeld of mensen het geneesmiddel veiligkunnen gebruiken en of de dosering en hoeveelheid juist is. Die checksdragen bij aan het voorkomen van onnodig gebruik en bevorderen veiliggebruik.44Prestatiebeschrijvingbeschikking farmaceutische zorg - TB/REG-23600-01 - NederlandseZorgautoriteit45Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 888Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93236 Ik verwacht dat het verkennen van de mogelijkheden wel enige tijd inbeslag zal nemen. Ik zal de Kamer daarover in het najaar berichten.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe zij op de langeretermijn omgaat met de uitspraak van de Raad van State die het verbiedtom schaarse medicijnen uit het buitenland te importeren.Zoals ik schreef in mijn eerdere brieven46, 47, zou ik onderzoeken of en hoede Geneesmiddelenwet aangepast moest worden om de negatievegevolgen van de uitspraak van de Raad van State voor patiënten enzorgverleners zoveel mogelijk te beperken. Mijn voorstel om de Genees-middelenwet aan te passen en een structurele grondslag te creëren voorhet tekortenbesluit is opgenomen in de Verzamelwet VWS 2024, die recentmet uw Kamer is gedeeld48. Daarnaast bereid ik parallel ook deaanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet voor.De leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe de IGJ heeft gerea-geerd op de oproep om deze uitspraak niet te handhaven.Als gevolg van de Aanwijzing die door de Minister aan de IGJ is gegeven,wordt er door de IGJ niet handhavend opgetreden tegen een overtredingvan artikel 40, eerste of tweede lid van de Geneesmiddelenwet. De IGJinformeert de Minister over kritische leveringsonderbrekingen die bij hetMeldpunt zijn gemeld en niet anderszins kunnen worden opgevangen danmet een buitenlands alternatief. De Minister stelt vervolgens vast of hetdesbetreffende geneesmiddel onder de reikwijdte van de Aanwijzing valt.Indien betrokken fabrikanten, groothandelaren of apotheekhoudendenvoldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in de Aanwijzing, wordtniet handhavend opgetreden door de IGJ. De IGJ houdt risico-gestuurdtoezicht op de naleving van de wet- en regelgeving bij invoer vangeneesmiddelen uit het buitenland. De IGJ vindt continuïteit vanpatiëntenzorg van het grootste belang, waarbij zij nadrukkelijk let opkwaliteit en veiligheid, zowel van geregistreerde, maar nog meer vanongeregistreerde, geneesmiddelen. Zodra uw Kamer en de Eerste Kamerhet wetsvoorstel voor een grondslag van het tekortenbesluit hebbenbehandeld en het in werking is getreden, zal de IGJ weer handhavendoptreden tegen overtredingen van artikel 40, eerste of tweede lid van deGeneesmiddelenwet.De leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe het staat met hetaanpassen van de Geneesmiddelenwet als onderdeel van de VerzamelwetVWS 2024 om het verbod ongedaan te maken.De Verzamelwet VWS 2024, met daarin mijn voorstel om de Geneesmid-delenwet aan te passen en een grondslag te creëren voor het tekortenbe-sluit, is recent met uw Kamer gedeeld49. Daarnaast bereid ik parallel ookde aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet voor.De leden van de SP-fractie vragen de Minister wat de invloed van dezeuitspraak na 25 februari zal zijn op artsen, die per patiënt moetenbeargumenteren dat het medicijn geïmporteerd moet worden door middelvan een artsenverklaring. Hoe verhoudt deze extra administratieve lastzich tot de toenemende werkdruk voor artsen en apothekers en welke46Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91447Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91748Kamerstukken 202–2025, 3668249Kamerstukken 2024–2025, 36 682Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93237 maatregelen neemt de Minister om te voorkomen dat patiënten langermoeten wachten op medicijnen, wat kan leiden tot ziekenhuisopnames ofoverlijden?Om negatieve gevolgen van de uitspraak van de Raad van State overtekortenbesluiten zoveel mogelijk te voorkomen voor zorgverleners énpatiënten, heb ik de IGJ een Aanwijzing gegeven om niet handhavend opte treden tegen een overtreding van de handelsvergunningsplicht opgrond van de Geneesmiddelenwet in het geval van een tekort. Er zijn mijgeen signalen bekend dat de situatie die de leden van de SP-fractiehierboven beschrijven, waarbij een arts voor iedere patiënt een leveringop artsenverklaring zou moeten aanvragen, zou hebben plaatsgevonden.Dit heeft dus niet geleid tot een toename in administratieve lasten voorzorgverleners en ook niet geleid tot het langer moeten wachten op eenmedicijn voor patiënten.De leden van de SP-fractie vragen de Minister of het haar voornemen isom de beleidsregel voor het melden van geneesmiddelentekorten enkel teverduidelijken, of ook zodanig aan te passen dat tekorten eerder gemeldkunnen worden.De beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbreking betreft eenverduidelijking van de Geneesmiddelenwet en moet handelsvergunning-houders duidelijkere kaders bieden over wanneer zij leveringsonderbre-kingen moeten melden bij het Meldpunt Geneesmiddelentekorten en-defecten. Zoals beschreven in artikel 49, zevende lid, onderdeel a, van deGeneesmiddelenwet zijn handelsvergunninghouders nu al verplicht omonverwijld, maar in elk geval twee maanden voordat het in de handelbrengen van een geneesmiddel wordt onderbroken, een melding te doenbij het Meldpunt. Met andere woorden, tekorten kunnen al vroegtijdiggemeld worden.De leden van de SP-fractie vragen de Minister wanneer de Kamer hetonderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kan verwachten overde inspanningen van zorgverzekeraars om geneesmiddelentekorten tevoorkomen.De NZa streeft ernaar het onderzoek voor de zomer af te ronden. Het isniet gebruikelijk dat de NZa een dergelijk toezichtsonderzoek openbaarmaakt. De NZa geeft te zijner tijd de zorgverzekeraars waarbij hetonderzoek heeft plaatsgevonden een terugkoppeling van het onderzoek.De NZa stelt daarnaast een nieuwsbericht op met daarin in ieder gevalwat haar is opgevallen in haar onderzoek bij de verzekeraars en mogelijkook wat zij van andere organisaties dan verzekeraars verwacht omgeneesmiddelentekorten te voorkomen en tekorten beheerst te latenverlopen.De leden van de SP-fractie vragen de Minister waarom in slechts 2% vande gevallen een apotheekbereiding een oplossing bood voor geneesmid-delentekorten.Dit heeft diverse oorzaken. Of een apotheek wel of niet de (snelste)oplossing kan zijn voor een tekort hangt af van bijvoorbeeld de opstarttijdvan het kunnen bereiden van het geneesmiddel en de duur van het tekort.Bij een kortdurend tekort kan het opstarten van de bereiding somsmogelijk te lang duren. Apotheken geven aan dat dit tijdig inspringenvooral lastig is op het moment dat zij het geneesmiddel niet eerderhebben gemaakt. Ze missen dan de benodigde expertise of faciliteiten omhet specifieke geneesmiddel te kunnen bereiden. Het is van belang dat deveiligheid daarbij altijd voldoende geborgd is. Daarnaast speelt deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93238 beschikbaarheid van grondstoffen (zoals de werkzame stof, maar ookhulpstoffen) een rol. Als er sprake is van een tekort aan de benodigdegrondstoffen, kan ook een apotheek het geneesmiddel niet maken.De leden van de SP-fractie vragen de Minister met welke regels ennormen apotheekbereiders te maken hebben voor apotheekbereidingen.Voor magistraal bereiden betreft dit de Geneesmiddelenwet, waarbij eenKamerbrief uit 2019 duidelijkheid heeft geboden over de definitie «opkleine schaal50». Voor collegiaal doorleveren betreft dit per 1 februari derecent gepubliceerde beleidsregel collegiaal doorleveren51.De leden van de SP-fractie vragen de Minister of zij bereid is om beleidaan te passen om het percentage magistrale apotheekbereidingen teverhogen.Mijn inzet is gericht op het (waar mogelijk) voorkomen en beter opvangenvan geneesmiddelentekorten. Hierbij is het uitgangspunt dat de voorkeurernaar uitgaat om tekorten op te lossen met geregistreerde geneesmid-delen. Deze geneesmiddelen zijn vooraf getoetst op onder anderewerkzaamheid en veiligheid. Het is niet realistisch om te verwachten datapotheekbereidingen alle, of zelfs een groot deel, van de tekorten gaanopvangen. Wel blijf ik graag met het veld in gesprek over passend beleiden het wegnemen van knelpunten.De leden van de SP-fractie vragen de Minister of zij bereid is omknelpunten zoals niet-kostendekkende tarieven en declaratieonzekerheidop te lossen, en op welke manier. Tevens vragen de leden de Minister ofzij van plan is het gesprek over magistrale bereidingen zo snel mogelijk teplannen in plaats van «ergens dit jaar».Ik vind het belangrijk dat er geen onnodige belemmeringen zijn bij devergoeding van magistrale bereidingen. Duidelijkheid over declaratie enkostendekkende tarieven zijn daarbij van groot belang.Ik heb recent gesproken met de zorgverzekeraars. In dat gesprek werdduidelijk dat het van belang is dat de zorgverzekeraars en beroeps-enbrancheorganisaties van (ziekenhuis)apothekers/apotheken eerst metelkaar in gesprek gaan om gezamenlijk de signalen te verhelderen enoplossingsrichtingen uit te werken. Afhankelijk van de uitkomst van datgesprek ga ik bekijken in hoeverre verdere stappen vanuit het Ministerievan VWS nodig zijn.De leden van de SP-fractie vragen de Minister welke publieke en privatepartijen betrokken zijn bij de gesprekken over de beschikbaarheid vangeneesmiddelen op de kritieke middelenlijst.Ik ben voortdurend en in verschillende overlegstructuren in gesprek metveldpartijen over de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Naaraanleiding van het verschijnen van de Nederlandse lijst kritieke genees-middelen52 heb ik het veld gesproken. Ik heb hen gevraagd wat zij denkendat nodig is om de beschikbaarheid van deze producten te verbeterenen/of te waarborgen. Ook heb ik met hen gesproken over de mogelijk-heden en de rol die deze partijen zelf kunnen spelen om de beschik-baarheid van deze geneesmiddelen te verbeteren. Deze gesprekken heb ik50Kamerstuk 24 977, nr. 56951stcrt-2024-39917.pdf52Kamerstukken 2023–2024, 29 477, nr. 910Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93239 gevoerd met (koepels van) zorgpartijen uit de eerste- en tweedelijnszorgen met marktpartijen, zoals leveranciers en groothandelaren.De leden van de SP-fractie vragen de Minister naar de stand van zakenrond de aanleg van extra medicijnvoorraden.De groothandels hebben mij geïnformeerd dat de aanleg van de extravoorraden van essentiële antibiotica inmiddels van start is gegaan. Ikverwacht dat het gewenste streefpeil van 4 weken extra voorraad in deloop van 2025 bereikt wordt. Voor de salbutamol aerosolen is op ditmoment geen voorraadopbouw mogelijk, omdat deze middelen geïmpor-teerd worden uit het buitenland (de tekorten aan salbutamol vallen onderde Aanwijzing). Van geïmporteerde middelen uit het buitenland is hetverboden om voorraad aan te houden. Dit kan dus ook niet onder desubsidie die ik heb verstrekt. Zodra er weer reguliere aanvoer van inNederland geregistreerde producten is, zal de voorraadopbouw vansalbutamol aerosolen van start gaan. Zoals ik uw Kamer hebgeschreven53, overweeg ik daarnaast om de voorraad te verhogen voorbepaalde geneesmiddelen op de Nederlandse lijst kritieke geneesmid-delen. Bij deze verkenning zoek ik onder andere uit voor welke genees-middelen dit meerwaarde heeft, hoe groot deze extra voorraad zoumoeten zijn en op welke manier de extra voorraad zou kunnen wordengerealiseerd. Zoals uw Kamer zal begrijpen, kost deze verkenning tijd.Wanneer ik mijn verkenning heb afgerond, zal ik uw Kamer vanzelf-sprekend over de uitkomst hiervan informeren.De leden van de SP-fractie vragen de Minister waarom er tot nu toe alleenextra voorraden zijn aangelegd voor essentiële antibiotica en salbutamol.Vooruitlopend op de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen beslootmijn ambtsvoorganger al om een extra voorraad van essentiële anti-biotica en salbutamol aerosolen aan te leggen. Dit is besloten – mede opverzoek van uw Kamer – omdat van deze middelen ernstige tekortenhadden plaatsgevonden met grote impact op patiënten, waaronder veelkinderen. De opbouw van deze extra voorraad is inmiddels gestart. Nu deNederlandse lijst kritieke geneesmiddelen is gepubliceerd, onderzoek ik ofhet voor bepaalde groepen geneesmiddelen op die lijst wenselijk is omeen grotere voorraad aan te leggen en op welke wijze dat te doen. Zoals ikhierboven aangeef loopt de verkenning hiernaar nog.De leden van de SP-fractie vragen de Minister of zij bereid is om dealgemene voorraadverplichting voor geneesmiddelen aan te passen,zodat er voor langere tijd een voorraad beschikbaar is in plaats van alleenvoor specifieke geneesmiddelen, zoals beoogd in de motie Dijk(Kamerstuk 29 477, nr. 872).Nee, dit ben ik niet bereid. Ik vind het niet kosteneffectief om van állegeneesmiddelen een nog hogere voorraad aan te leggen dan deverplichting van de veiligheidsvoorraad van acht weken die nu al geldt.Wel overweeg ik om de voorraad te verhogen voor bepaalde groepengeneesmiddelen op de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen. Bij dezeverkenning zoek ik onder andere uit voor welke geneesmiddelen ditmeerwaarde heeft, hoe groot deze extra voorraad zou moeten zijn en opwelke manier de extra voorraad zou kunnen worden gerealiseerd.De leden van de SP-fractie vragen de Minister of kostenoverwegingenzwaarder wegen dan het voorkomen van ziekenhuisopnames en sterfge-vallen door medicijntekorten.53Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 918Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93240 Nee, kostenoverwegingen wegen niet zwaarder dan het voorkomen vanziekenhuisopnames en sterfgevallen door medicijntekorten. Ik zoekconstant de balans tussen betaalbaarheid, beschikbaarheid, kwaliteit enduurzaamheid. Het is niet kosteneffectief om van álle geneesmiddelen eenhogere voorraadverplichting op te leggen. Naar schatting zou dit enkelehonderden miljoenen euro’s kosten. Op het moment dat een genees-middel tijdelijk in tekort is, wil dit zeker niet zeggen dat een patiënthierdoor in het ziekenhuis moet worden opgenomen, of zelfs komt teoverlijden. Met de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen heb ik nujuist een overzicht van welke geneesmiddelen belangrijk zijn voor hetNederlandse zorgveld om goede zorg aan patiënten te kunnen verlenen.Daarom gebruik ik deze lijst bij mijn verkenning voor welke middelen hetwenselijk is een grotere voorraad aan te gaan leggen.De leden van de SP-fractie vragen de Minister of er bij de subsidies voorgroothandels rekening wordt gehouden met de financiële situatie vanindividuele bedrijven, zodat er geen (extra) winst wordt gemaakt doorgrotere voorraden.Hier wordt rekening mee gehouden. De afrekening van de subsidie vindtplaats op basis van werkelijk gemaakte kosten voor het aanleggen enaanhouden van de extra voorraad, waardoor eventuele overcompensatiewordt voorkomen.De leden van de SP-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelenzij neemt om meer geneesmiddelen te produceren in Nederland. Tevensvragen de leden de Minister welke geneesmiddelen door haar inzet nudaadwerkelijk in grotere hoeveelheden of op een betere manier inNederland worden geproduceerd. Hoe wordt de aangenomen motie vande leden Dijk en Krul over de productie van essentiële geneesmiddelen inNederland uitgevoerd?Het versterken van de productieketens in Nederland gebeurt al doorbijvoorbeeld subsidies te verlenen voor innovaties in de productieketenvan geneesmiddelen, zoals in het kader van de Important Projects ofCommon European Interest Med4Cure (IPCEI Med4Cure) is gebeurd. Eénvan de gesubsidieerde projecten zal met behulp van nieuwe productiepro-cessen geneesmiddelen in Nederland gaan produceren. Deze geneesmid-delen worden momenteel alleen nog maar buiten Europa gemaakt.In de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen van 12 decemberjl.54 licht ik toe dat het, gezien de complexiteit van de productieketens, nietrealistisch is om alle productie van (kritieke) geneesmiddelen inNederland te laten plaatsvinden. Ik neem actief deel aan Critical MedicinesAlliance (CMA). Eén van de doelen van de CMA is om tot een gezamenlijkplan van aanpak te komen voor meer productie dichtbij huis. De CMAheeft onlangs, middels een strategisch rapport55, aanbevelingen gegevenaan de lidstaten en de Europese Commissie. Deze aanbevelingen kunnenmeegenomen worden in de nationale en Europese plannen om productiedichtbij huis te stimuleren. Ook zijn deze aanbevelingen input vooraangekondigde nieuwe Europese wetgeving, namelijk de CriticalMedicines Act. Zoals in de eerdere genoemde Kamerbrief aangegevenheb ik hiermee de motie van de leden Dijk (SP) en Krul (CDA) gestandgedaan.54Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 91855https://health.ec.europa.eu/document/download/3da9dfc0-c5e0-4583-a0f1-1652c7c18c3c_en?filename=hera_cma_strat-report_en.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93241 Op 11 maart is het voorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd.Het kabinetstandpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer viahet gebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-procesvoorgelegd.De leden van de SP-fractie vragen de Minister welke aanvullende stappenmogelijk zijn om het preferentiebeleid sneller aan te passen en genees-middelentekorten te voorkomen. Welke stappen kan de Minister wettelijkzetten?Het sneller aanpassen van het preferentiebeleid bij (dreigende) tekorten isrealiseerbaar door veldpartijen zelf. De gesprekken hierover lopen al in deWerkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt en daarbuiten. Inde verschillende werk- en taakgroepen bespreken we ook andere opties,zoals het verlengen van uitverkooptermijnen.Zelf ga ik de mogelijkheid onderzoeken om het preferentiebeleid los telaten voor specifieke groepen producten, bijvoorbeeld toedieningsvormenspeciaal voor kinderen, producten op de Nederlandse lijst kritiekegeneesmiddelen, of middelen aan de zogenoemde onderkant van demarkt. Hiervoor voer ik nadere analyses uit en onderzoek ik of een pilotmogelijk is.De leden van de SP-fractie vragen de Minister waarom zij denkt dat hetniet nodig is om monopolisering van geneesmiddelenproductie tevoorkomen.De verbeteroptie waar de leden van de SP-fractie op lijken te doelen gaatspecifiek over de situatie waarin een monopolie ontstaat doordat allezorgverzekeraars hetzelfde product aanwijzen, een situatie die zich beperkttot enkele tientallen producten per jaar. Zorgverzekeraars hebben al deruimte om dergelijke monopolies te voorkomen, namelijk door tendersdakpansgewijs uit te schrijven.Onder mijn regie hebben zorgverzekeraars in 2024 met leveranciersafspraken gemaakt om met ingang van 2025 hun tenders dakpansgewijsuit te schrijven, dus niet allemaal tegelijk. Leveranciers krijgen zo bij demeeste producten jaarlijks de kans om aangewezen te worden alspreferent en het voorkeursgeneesmiddel te leveren. Met deze afspraakkunnen zorgverzekeraars en leveranciers voorkomen dat de zorgverzeke-raars hetzelfde middel bij één leverancier inkopen. Overigens zal ook in detoekomst niet altijd te voorkomen zijn dat zorgverzekeraars allemaalhetzelfde geneesmiddel aanwijzen, aangezien er soms maar één (of eenbeperkt aantal) variant(en) van een geneesmiddel op de markt is.Aangezien het weinig voorkomt dat alle (of de grote vier) zorgverzekeraarshetzelfde middel bij één leverancier inkopen, en onderzoek laat zien datminder fabrikanten per geneesmiddel niet per definitie bijdraagt aantekorten, verwacht ik dat verdere maatregelen om dergelijke monopolieste voorkomen weinig zouden bijdragen.Daarnaast zet ik in op de diversificatie van de toeleveringsketens zodat ermeerdere aanbieders van geneesmiddelen zijn. Hiermee wordt deleveringszekerheid vergroot. Dit doe ik onder andere actieve deelnameaan de Critical Medicines Alliance (CMA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93242 Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie vragen de Minister of, gezien de aanwijzingaan de IGJ om niet handhavend op te treden bij een overtreding van dehandelsvergunningsplicht, inmiddels duidelijk is of de Geneesmidde-lenwet aangepast moet en kan worden, en of het lukt om deze wetswij-ziging in het eerste kwartaal van 2025 bij de Kamer in te dienen.Dit is inmiddels duidelijk. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan tepassen en een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit isopgenomen in de Verzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer isgedeeld56. Daarnaast bereid ik parallel ook de aanpassing van de RegelingGeneesmiddelenwet voor.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister welke andere oplossings-richtingen zij verkent naast de wijziging van de Geneesmiddelenwet, metname voor de periode tot deze wetswijziging.Om de periode tot de wijziging van de Geneesmiddelenwet teoverbruggen, heb ik de IGJ een Aanwijzing gegeven om niet handhavendop te treden tegen een overtreding van de handelsvergunningsplicht opgrond van de Geneesmiddelenwet in het geval van een tekort.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister wanneer hetRIVM-onderzoek naar tekortenbesluiten en de effecten op de beschik-baarheid van geneesmiddelen wordt afgerond.Het RIVM-onderzoek «Tekortenbesluiten en het effect op de beschik-baarheid van geneesmiddelen», dat het RIVM in opdracht van de IGJ heeftuitgevoerd, is inmiddels afgerond en op 20 februari 2025 gepubliceerd.57Ik ben blij om te lezen dat het RIVM in haar onderzoek concludeert dattekortenbesluiten een positief effect hebben op de beschikbaarheid vangeneesmiddelen. Het blijkt dus een belangrijk instrument in het oplossenvan tekorten wanneer er in Nederland (tijdelijk) geen alternatievenbeschikbaar zijn. Vanwege dit belang voor patiënten heb ik na deuitspraak van de Raad van State (waardoor er geen tekortenbesluitenmeer konden worden afgegeven) de IGJ een Aanwijzing gegeven enreparatiewetgeving gemaakt voor een wettelijke grondslag voor tekorten-besluiten. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen en eengrondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in deVerzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer is gedeeld58. Daarnaastbereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwetvoor.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister hoe zij de inzichten uitandere EU-landen over parallelimport en -export meeneemt in aanvul-lende maatregelen om geneesmiddelentekorten te voorkomen.Inzichten uit andere landen over parallelimport en -export worden dekomende weken besproken met partijen binnen de Werkgroep GezondeNederlandse Geneesmiddelenmarkt. Deze inzichten neem ik mee in mijnverkenning welke aanvullende maatregelen effectief en wenselijk zijn omtekorten te voorkomen. Zo verken ik of er afspraken gemaakt kunnenworden over parallelimport -en export ten tijde van tekorten.56Kamerstukken 2024–2025, 36 68257Tekortenbesluiten en het effect op de beschikbaarheid van geneesmiddelen | RIVM58Kamerstukken 2024–2025, 36 682Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93243 De leden van de SGP-fractie vragen de Minister of parallelhandelaren eenrol kunnen spelen in het verminderen van geneesmiddelentekorten en zoja, op welke manier.Parallelimport kan een bijdrage leveren aan de beschikbaarheid vangeneesmiddelen. Tegelijkertijd moet, in het licht van solidariteit, parallel-import niet ten kosten gaan van de beschikbaarheid van geneesmiddelenin andere landen.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister om toe te lichten inhoeverre de zorgplicht van zorgverzekeraars zich beperkt tot preferentegeneesmiddelen, of dat deze zorgplicht verder gaat.De zorgplicht beperkt zich niet tot door zorgverzekeraars als preferentaangewezen geneesmiddelen. De zorgplicht geldt voor alle (geneesmidde-len)zorg die onder de Zorgverzekeringswet valt.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister hoe wordt toegezien opde naleving van de zorgplicht door zorgverzekeraars en of zij hen hieropaanspreekt.De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op dat zorgverzeke-raars (i.e., de onder haar toezicht gestelden) zich aan de wettelijkezorgplicht houden. De NZa toetst of de onder toezicht gestelden aan degestelde verwachtingen voldoen. Zo niet, dan kijkt de NZa wat er in haarogen nodig is om houding of gedrag van de onder toezicht gestelden tebeïnvloeden.Op dit moment voert de NZa gesprekken met zorgverzekeraars om tebezien welk gedrag mogelijk aandacht behoeft, en welke minder of niet.Met de zo opgedane kennis zal de NZa zorgverzekeraars terugkoppelenwat mogelijk anders moet, en zal de NZa de onder toezicht gestelden tijdgeven om te verbeteren waar nodig. Als een onder toezicht gestelde partijdat niet voor elkaar krijgt, bepaalt de NZa wat passend vervolgtoezicht is.Ik zie het als mijn rol als stelselverantwoordelijke om daarnaast ookbestuurlijk de zorgverzekeraars regelmatig om aandacht te vragen voor dezorgplicht en hun verantwoordelijkheid daarin.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister of de zorgplicht vanzorgverzekeraars onderdeel zal zijn van de bestuurlijke afspraken die zijwil maken met alle partijen over de beschikbaarheid van geneesmiddelen.De zorgplicht is een wettelijke verplichting van zorgverzekeraars en kandus van zichzelf geen onderdeel zijn van bestuurlijke afspraken. Het is welmogelijk dat zorgverzekeraars zich in het geval van een bestuurlijkeafspraak committeren aan bepaalde aanvullende inspanningen omtekorten te voorkomen of beheersbaar te houden om zo negatievegevolgen van tekorten voor patiënten zoveel als mogelijk te voorkomen.Met dergelijke inspanningen kunnen zorgverzekeraars mede invullinggeven aan hun zorgplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 93244
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.