KamerkringInloggen
Kamerbrief

Eerstelijns apotheekzorg

3 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2528ea7c50ae7991 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 578Eerstelijnszorg29 477GeneesmiddelenbeleidNr. 160 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juni 2025De apotheker speelt een belangrijke rol in de eerstelijnszorg. De apothekeris, samen met de huisarts, wijkverpleegkundige en het sociaal domein eenherkenbaar punt in de wijk. Bovendien een waar patiënten zonderafspraak naar binnen kunnen lopen. Dit betekent dat apothekers eenbelangrijke rol hebben en deze rol moeten oppakken in de ontwikkelingvan een toekomstbestendige, sterke eerstelijnszorg. Ik zet mij opverschillende manieren in om de farmaceutische zorg te versterken en omdeze zorg toekomstbestendig te maken. Ik werk hierin samen metfarmaceutische zorgpartijen zoals vertegenwoordigers van apothekers,voorschrijvers en patiënten.In deze brief laat ik zien hoe ik mij inzet voor een beweging naar nogbetere farmaceutische zorg in Nederland door een update te geven overbelangrijke randvoorwaarden hiervoor. Dit zijn medicatieveiligheid,medicatieoverdracht, voldoende personeel en samenwerking tussenzorgverleners. Ook geef ik een update op een aantal acties voor hetverbeteren van verantwoord en gepast gebruik van bepaalde geneesmid-delengroepen. Tenslotte bespreek ik de farmaceutische zorg die gegevenkan worden aan patiënten los van verstrekking van een medicijn, zoals bijhet minderen en stoppen van medicijnen.1. Voortgang veldtraject farmaceutische zorg In twee brieven1 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het veldtraject voorde farmaceutische zorg in de eerste lijn. Hier werkt VWS met betrokkenkoepels2, naast de visie eerstelijnszorg aan een apart traject voor deeerstelijns apotheekzorg. Er zijn tafels georganiseerd waar ook zorgver-leners uit de praktijk aansluiten. De input uit de praktijk is belangrijk,1Kamerstukken II 2023–2024, 29 477, nr. 864, Kamerstukken II 2024–2025, 33 578, nr. 1212ASKA, FMS, KNMP, LHV, NApCo, NHG, NVZA, Optima Farma, Patiëntenfederatie Nederland,V&VN, ZN kst-33578-160ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1601 omdat die helpt om de afspraken concreet toepasbaar te maken. Dethematafels Samenwerking binnen de eerste lijn, Samenwerking tusseneerste- en tweede lijn en Farmaceutische zorg voor kwetsbare groepenhebben een werkplan opgeleverd met daarin meerdere concrete werkaf-spraken.Veel van deze afspraken gaan over samenwerking en worden ondersteunddoor samen opgestelde documenten, zoals de Handreiking Samenwerkingrondom herhaalmedicatie tussen huisarts en apotheker en de Praatplaatsamenwerking huisarts en apotheker.3 De gemaakte werkafsprakenworden gedeeld met het veld en daarna geïmplementeerd in de dagelijksepraktijk van de zorgverleners. De komende maanden werken wij opdezelfde wijze verder op de twee thema’s Preventie en leefstijl en Meerimpuls aan de farmaceutische zorg.De twee overige thema’s richten zich op waar digitale farmaceutische zorgin te zetten en waar een andere verhouding tussen logistieke en zorgtakenkan leiden tot een betere farmaceutische zorg. Deze twee thema’s wordenop verzoek van de partijen met een onafhankelijke begeleider vormge-geven.Naar verwachting ronden we het hele traject rond de zomer af.2. Inzicht in de farmaceutische zorg door onderzoek Ik heb drie onderzoeken laten uitvoeren om de stand van zaken van goedefarmaceutische zorg in beeld te brengen. Het gaat hierbij om inzicht inarbeidsmarkt, het verbeteren van medicatieveiligheid en een zorgbredenulmeting van medicatieoverdracht samen met een te ontwikkelenmeetinstrument met bruikbare kwaliteitsindicatoren.2a. Inzicht in arbeidsmarkt Het personeelstekort is een groot probleem in de hele zorgsector. Hetaanpakken hiervan is een belangrijke prioriteit. Dit personeelstekort zienwe ook in de apotheeksector. Dit baart mij zorgen omdat openbareapotheken een onmisbare schakel in de zorgketen zijn.In de verzamelbrief eerstelijnszorg4 heb ik benoemd dat ik het belangrijkvind om te weten of wat we vragen van de eerstelijns apotheekzorguitvoerbaar is met de mensen die deze zorg moeten leveren. Daarom hebik het onderzoek «Knelpunten in de arbeidsmarkt openbare farmacie»laten uitvoeren om een beter beeld te krijgen van de huidige arbeidsmarktvan openbare apotheken. Apothekers zijn onder andere gevraagd naar deomvang van hun personeelstekort en de redenen waarom apotheekper-soneel de openbare apotheeksector verlaat. Het rapport en de bijbeho-rende infographic vindt u als bijlagen bij deze brief.Uit het onderzoek blijkt dat driekwart van de deelnemende apotheken inde afgelopen twaalf maanden te maken heeft gehad met uitstroom vanapothekersassistenten.Het gemiddelde tekort aan apothekersassistenten waar apotheken nu meete maken hebben is 1,7 fte op in totaal 6 fte per apotheek. Naast deuitstroom van apothekersassistenten heeft 22% van de deelnemendeapotheken te maken gehad met de uitstroom van een apotheker.Apothekers verwachten dat dit personeelstekort verder oploopt, zij3Praatplaat samenwerking huisarts en apotheker – NHG: https://www.nhg.org/actueel/praatplaat-samenwerking-huisarts-en-apotheker/4Kamerstukken II 2024–2025, 33 578, nr. 121Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1602 schatten dat het gemiddeld tekort aan apothekersassistenten van 1,5 fte inde afgelopen twaalf maanden oploopt tot 1,9 fte in het komende jaar. Ditzijn alarmerende cijfers. Er is werkgevers gevraagd wat de redenen zijndat apotheekpersoneel uitstroomt. Uit het onderzoek blijkt dat dit bijapothekers voornamelijk gaat om de werkdruk, privéomstandigheden enhet beleid rondom geneesmiddelen. Bij apothekersassistenten is hetsalaris de belangrijkste reden om de openbare apotheek te verlaten.Apothekersassistenten hebben in 2024 acties gevoerd voor een betersalaris en een lagere werkdruk. Omdat de CAO-onderhandelingen warenvastgelopen, heb ik samen met de Minister van SZW Martin van Rijngevraagd te bekijken hoe de CAO-onderhandelingen voor apothekersas-sistenten weer vlot getrokken konden worden. Ik ben blij dat recentbekend is geworden dat er een hoofdlijnenakkoord (bijlage bij Kamerstuk36 471, nr. 37) ligt dat getekend is door de CAO-partijen, en waardeer deinspanningen van de heer Van Rijn in dit traject.Naast de afspraken die de CAO-partijen met elkaar hebben gemaakt overde arbeidsvoorwaarden van de apothekersassistenten, is ook gesprokenover de toekomst van de apotheekzorg. Alle partijen delen de wens ommet elkaar te werken aan een transitie naar meer zorgverlening in deapotheek. Ik onderschrijf die transitie van harte, en zie dat als eenversterking van de weg die we al ingeslagen zijn, bijvoorbeeld door deextra aandacht voor polyfarmacie, medicatiebeoordelingen en hetminderen en stoppen. VWS zal in samenwerking met alle betrokkenveldpartijen deze transitie leiden en daarbij voortborduren op een aantalal lopende trajecten.Ik hoop dat het onderhandelaarsakkoord snel wordt omgezet in een CAOvoor alle apothekersassistenten, en dat de mensen in de apotheek daarnazich weer kunnen richten op dat waar ze goed in zijn: apotheekzorg biedenaan patiënten.Naast het salaris worden in het onderzoek door apothekersassistenten ookde hoge werkdruk en de negatieve houding van patiënten vaak genoemdals reden om de openbare apotheeksector te verlaten. Ik heb in hetregeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) aangekondigd dat ikhet personeelstekort wil aanpakken via drie lijnen: halveren van deadministratietijd, de juiste inzet van medewerkers en het vergroten vanvakmanschap en werkplezier. Deze drie lijnen dragen ook bij aan hetverlagen van de werkdruk en het vergroten van het werkplezier voorapothekersassistenten. De beroepsgroep van apothekers (KNMP) isbetrokken bij het project ZorgVeilig, een project dat zich richt op eenveilige werkomgeving en is geïnitieerd door KNMG. Het project wordtgesubsidieerd door VWS. De campagne tegen agressie in de zorg zal zichook richten op de patiënten van de apotheek. Naast aansluiting bij bredeprogramma’s ga ik ook in gesprek met het veld om ideeën op te halen uitde praktijk om het personeelstekort af te wenden.Een andere belangrijke bevinding uit het onderzoek is dat apothekersas-sistenten volgens de meeste apothekers onvoldoende worden gewaar-deerd. Niet alleen qua salaris, maar ook qua sociale waardering. Redenenhiervoor zijn het onbegrip van patiënten en de onbekendheid van het vak.Om dit te verbeteren ga ik samen met de beroepsverenigingen en anderebetrokkenen een plan van aanpak opstellen hoe we deze waarderingkunnen verbeteren.We zien dat juist het uitvoeren van zorgtaken apotheekmedewerkerswerkplezier geeft en apothekers geven in het onderzoek aan dat ze graagwillen dat apothekersassistenten meer tijd hebben voor deze zorgtaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1603 Hierbij kan worden gedacht aan jaargesprekken met patiënten diechronische medicatie gebruiken en zorg voor specifieke doelgroepen. Uithet onderzoek blijkt dat er vanwege bovengenoemde redenen niet altijdvoldoende tijd is voor deze taken.Een belangrijke randvoorwaarde om het apotheekpersoneel een meerzorg verlenende rol te geven in de toekomst is voldoende personeel.Daarom neem ik dit mee in het plan van aanpak.2b. Verbeteren zorgbrede medicatieveiligheid Goed en veilig gebruik van geneesmiddelen is niet vanzelfsprekend.Onjuist gebruik kan tot schade leiden bij patiënten, zoals bijwerkingen,een ziekenhuisopname of een lagere kwaliteit van leven. In 2013 werden49.000 mensen in het ziekenhuis opgenomen als gevolg van geneesmid-delengebruik. Van deze opnames waren er 27.000 potentieel tevoorkomen. Aandacht voor het veilig gebruik van geneesmiddelen, metandere woorden medicatieveiligheid, is dus essentieel voor degezondheid van patiënten. In opdracht van mijn ambtsvoorgangers is ineerdere onderzoeken5 een groot aantal aanbevelingen gedaan om demedicatieveiligheid voor patiënten te verbeteren. Het zorgveld is aan deslag gegaan met het implementeren van deze aanbevelingen. In 2023heeft mijn ambtsvoorganger de opdracht gegeven te onderzoeken welkeaanbevelingen goed geïmplementeerd zijn, welke aanbevelingen nogaandacht vragen en welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn. Ook isgevraagd of er nieuwe aanbevelingen nodig zijn om de medicatievei-ligheid te verbeteren.6Uit het onderzoek «Samen werken aan medicatieveiligheid» dat u alsbijlage bij deze brief ontvangt, blijkt dat de implementatie van de eerdereaanbevelingen beter moet om de medicatieveiligheid verder te verbe-teren. De onderzoekers hebben de aanbevelingen gegroepeerd in elfclusters.7 Van de onderzochte elf clusters zijn vijf clusters goed en zesclusters matig tot slecht geïmplementeerd. Goed geïmplementeerd zijnbijvoorbeeld het voorschrijven van een laxerend middel bij patiënten dieeen sterke pijnstiller (opioïd) gebruiken, en het voorkomen vanbloedingen ten gevolge van het gebruik van orale antistollingsmiddelenen ontstekingsremmers (acetylsalicylzuur en NSAID’s). Matig tot slechtgeïmplementeerd zijn bijvoorbeeld de aanbeveling om een laboratorium-bepaling uit te voeren voor het starten met plasmiddelen en bloeddrukver-lagers (diuretica en RAAS-remmers) en de aanbeveling om de indicatie ende gebruiksduur van geneesmiddelen te delen met de apotheker.5Harm-Wrestling rapport (2008) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29477-47.htmlVervolgonderzoek Medicatieveiligheid (2017) file:///H:/Downloads/Eindrapport%20Vervolgonderzoek%20Medicatieveiligheid%20(1).pdf6Aanbevelingen gericht op het geneesmiddelgebruik bij ouderen zijn apart onderzocht. Hetonderzoeksrapport «Optimaliseren van geneesmiddelengebruik bij ouderen» door SIR is in2024 naar uw Kamer gestuurd. Kamerstukken II 2023–2024, 29 477, nr. 8647Clusters:1.Bloedingen t.g.v. antistollingsmiddelen;2.Bloedingen t.g.v. acetylsalicylzuur/ carbasalaat en NSAIDs;3.Verergering nierinsufficiëntie / hartfalen t.g.v. NSAID;4.Labbepaling bij gebruik plasmiddelen/ RAAS remmers;5.Fracturen t.g.v. val-incidenten;6.Glibencamide bij ouderen;7.Glucocorticoid geïnduceerde osteoporose;8.Ernstige obstipatie t.g.v. opioïden;9.Intercurrerende ziekten;10.Indicatie en gebruiksduur;11.Verantwoordelijkheid behandeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1604 Voor elke onderzochte aanbeveling is een advies geformuleerd metbijbehorende acties om de implementatie te verbeteren. De acties zijngericht op zorgverleners en bevatten tevens aandachtspunten voorpatiënten. Een voorbeeld is het maken van concrete afspraken over detaken en verantwoordelijkheden van zorgverleners bij laboratoriumbepa-lingen bij plasmiddelen en bloeddrukverlagers. De onderzoekers stellenvoor dat zorgverleners op landelijk niveau afspraken maken over deprioritering, planning, verantwoordelijkheidsverdeling, monitoring ennaleving van de aanbevolen acties.De onderzoekers hebben vier randvoorwaarden geformuleerd die verdereimplementatie van de aanbevelingen kunnen stimuleren: (1) beteresamenwerking tussen zorgverleners op landelijk, regionaal en lokaalniveau, (2) betere gegevensuitwisseling en beslisondersteuning,(3) passende bekostiging en (4) een beter geïnformeerde patiënt.BeleidsreactieDe onderzoekers hebben een waardevol rapport «Samen werken aanMedicatieveiligheid» opgeleverd. Ze tonen aan dat de implementatie vande eerdere aanbevelingen beter moet. Ik onderschrijf de conclusies van deonderzoekers dat de samenwerking tussen zorgverleners essentieel isvoor de verbetering van de medicatieveiligheid. Het zorgveld is daarbijzelf als eerste aan zet om deze samenwerking goed in te richten en omaan de slag te gaan met het implementeren van de adviezen en acties diehet Nivel en consortium partijen in het bijgesloten rapport hebbenuitgewerkt. Ik ondersteun het zorgveld actief bij het invullen van debelangrijke randvoorwaarden die hiervoor nodig zijn. Daarnaast zal ik deaanbevelingen agenderen op de thematafel Meer impuls aan de farma-ceutische zorg uit het veldtraject farmaceutische zorg. Zo probeer ik zichtte houden op de voortgang van de acties hierop van de partijen.Ik faciliteer de samenwerking door met het landelijke ProgrammaMedicatieoverdracht aan de tweede randvoorwaarde te werken: dezorgbrede uitwisseling van medicatiegegevens ter verbetering van demedicatieveiligheid. Daarnaast werk ik aan de uitwisseling van gegevensdie nodig zijn voor goede medicatiebewaking. Het is aan de partijen diebetrokken zijn bij het programma8 de ketenafspraken zo in te richten datde gegevens ook gebruikt worden voor goede medicatieveilige zorg.Daarnaast ondersteun ik vanuit het stimuleringsprogramma VIPPFarmacie9 de medicatiebewaking op basis van goede beslisondersteuningin de openbare apotheken, zodat de medicatieveiligheid verder wordtverbeterd.Ik ben het eens met de onderzoekers dat het goed informeren vanpatiënten bijdraagt aan medicatieveiligheid. Daarom ondersteun ik in denbrede de totstandkoming van toegankelijke en begrijpelijke informatievoor patiënten. Een mooi voorbeeld voor geneesmiddelen is de landelijkepictogrammenset voor patiënten, die pas verschenen is. Daarnaast zijn depatiëntenorganisaties een belangrijke partij in het landelijk ProgrammaMedicatieoverdracht en stimuleer ik de beschikbaarheid van medicatiege-gevens voor de persoonlijke gezondheidsomgeving van patiënten.8https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/partners/9VIPP Farmacie: versnelling informatie-uitwisseling patiënt en professional in de openbarefarmacie. Het programma, inclusief subsidieregeling, is door het Ministerie van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport (VWS) opgesteld voor openbare apotheken, poliklinische endienstapotheken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1605 2c. Medicatieoverdracht: complete medicatiegegevens nodig voor goedezorg Een belangrijke basis voor goede farmaceutische patiëntenzorg is debeschikbaarheid van complete en actuele medicatiegegevens voorzorgverleners en patiënten. Om dit te realiseren is het essentieel datmedicatiegegevens kunnen worden uitgewisseld tussen de zorginforma-tiesystemen van zorgverleners en de persoonlijke gezondheidsomgevingvan de patiënt.In het landelijk Programma Medicatieoverdracht werken partijen hieraandoor het implementeren van de kwaliteitstandaard Medicatieoverdrachten bijbehorende afspraken. De doelen zijn het voorkomen van medicatie-incidenten en daarmee het verbeteren van de medicatieveiligheid voorpatiënten en het verminderen van de administratieve lasten voorzorgverleners. Vanwege het belang werk ik ook aan de wettelijkeverplichting voor medicatieoverdracht onder de Wet op de elektronischegegevensuitwisseling (Wegiz).10 De eerste implementatie van deelektronische uitwisseling van medicatiegegevens vindt plaats in deKickstartregio’s Rijnmond en Friesland.Om de effecten van de implementatie van de medicatieoverdracht op deverbetering van de medicatieveiligheid en het verminderen van adminis-tratieve lasten te kunnen toetsen heeft mijn ambtsvoorganger het Nivel enconsortium partijen11 gevraagd een zorgbrede «nulmeting medicatieover-dracht» uit te voeren en een meetinstrument te ontwikkelen met bruikbarekwaliteitsindicatoren.NulmetingDe nulmeting richt zich op de stand van zaken van medicatieoverdracht.De insteek hierbij is het zorgbreed12 meten van Onbedoelde MedicatieDiscrepanties (OMD). OMD’s zijn onbedoelde afwijkingen tussen hetmedicatiegebruik van de patiënt en de medicatielijst die de zorgverlenergebruikt en verstrekt. De nulmeting brengt het percentage OMD’s in beeld,de tijd en kosten die met het achterhalen van de medicatie-informatie zijngemoeid en de ervaringen van patiënten en zorgverleners.U treft het rapport «Medicatieoverdracht»13 aan als bijlage bij deze brief.Uit de resultaten blijkt dat zorgverleners te maken hebben met incompletemedicatielijsten bij een groot deel van hun patiënten. Bij poliklinieken,huisartsen en openbare apotheken werd bij 44% tot 90% van de patiëntenminstens één OMD gevonden. Bij opname en ontslag in ziekenhuizen isde situatie beter, 9% respectievelijk 14% van de patiënten had minstenséén OMD. Dit komt door de medicatieverificatie die apothekersassistentenuitvoeren. Ze halen fouten uit de aangeleverde medicatielijsten door ingesprek te gaan met de patiënt en zo nodig te bellen met zorgverleners.De OMD’s betreffen vaak verkeerde doseringen, het onjuist toevoegen vanmedicatie of ontbrekende medicatie. Ook ontbreekt vaak de informatieover allergieën of overgevoeligheden voor medicatie op het medicatie-10Kamerstukken II 2024–2025, 27 529, nr. 32711Nivel, Universitair Medisch Centrum Groningen, Maastricht Universitair Medisch Centrum,Antonius Ziekenhuis Sneek, Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, Universiteit Utrecht enIVM12Het onderzoek is uitgevoerd in de volgende sectoren: medisch specialistische zorg, geestelijkegezondheidszorg, huisartsenzorg, openbare farmacie, verpleeghuiszorg en wijkverpleging,gehandicaptenzorg, mondzorg, publieke gezondheidszorg en trombosezorg.13Medicatieoverdracht: Onderbouwing van de noodzaak voor een veiliger en efficiënter procesin de zorgketen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1606 overzicht. Bijvoorbeeld: het is niet bekend dat een patiënt een antibioticaallergie heeft, waardoor hij of zij schade oploopt doordat toch ditantibioticum wordt verstrekt.De onderzoekers hebben een meetinstrument met concept kwaliteitsindi-catoren uitgewerkt. Een eerste toets met dit meetinstrument zal plaats-vinden na afronding van de implementatie in de kickstart regio’s.BeleidsreactieDe resultaten uit de nulmeting onderstrepen op heldere wijze de noodzaakvoor het goed uitwisselen van medicatiegegevens tussen zorgverlenersvoor een compleet en actueel medicatieoverzicht. Hierdoor wordenmedicatie-incidenten voorkomen. Dit laat zien hoe belangrijk het is om deimplementatie van de medicatieoverdracht te realiseren. De weg naar hetin de praktijk uitwisselen van medicatiegegevens is complex en vraagtinzet van alle betrokken partijen. Het is van het grootste belang dat opbasis van de ervaringen uit de Kickstartregio’s de implementatie verderstapsgewijs wordt opgeschaald. Met als doel een betere medicatievei-ligheid voor patiënten, en minder administratieve lasten voor zorgver-leners. Na afronding van de Kickstart vraag ik de onderzoekers in 2027 deeffecten van de implementatie te onderzoeken in een vervolgmeting. Ik zieernaar uit om de eerste effecten in de praktijk te zien van alle inspan-ningen door alle betrokken partijen en zorgverleners.3. Gepast gebruik bepaalde geneesmiddelgroepen Verantwoord en gepast gebruik van geneesmiddelen is belangrijk voorgoede farmaceutische zorg. Een belangrijk aspect hiervan is hettegengaan van oneigenlijk gebruik, waarbij mensen geneesmiddelengebruiken zonder voorschrift van een arts. Zonder medische indicatie enzonder tussenkomst van een arts en apotheker kan dit ernstige gezond-heidsrisico’s met zich mee brengen voor de patiënt. In het kader vangepast gebruik koppel ik de resultaten van de door uw Kamer verzochtegesprekken met het veld terug over de grote groep mensen die choleste-rolverlagers gebruiken en hoe het staat met de voorschrijfdruk van onderandere ADHD medicatie.3a. Oneigenlijk gebruik ADHD medicatie In december 2023 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de aanpakoneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie onder studenten. Ik heb toen devoortgang van het meerjarig programma «Gezonde Focus» gedeeld. Ditprogramma is een samenwerking tussen het Instituut VerantwoordMedicijngebruik (IVM) en het Trimbos-instituut, gericht op het terug-dringen van oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie onder studenten.Het programma liep van mei 2022 tot en met december 2024 en is nuafgerond. Hierbij informeer ik u zoals toegezegd over de eindresultatenvan dit project.Bij de start van het programma lag de nadruk op het vergroten van kennisen bewustzijn over de risico’s van oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie bij zorgverleners, onderwijs- en preventieprofessionals enstudenten. Hiervoor werd een literatuurstudie uitgevoerd. In 2023 en 2024verschoof de focus naar het ontwikkelen en implementeren van allerleimaterialen en activiteiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1607 Er werd een Toolbox Gezonde Focus14 ontwikkeld om zorgverleners enonderwijs- en preventieprofessionals handvatten te bieden voor hetsignaleren en aanpakken van oneigenlijk gebruik. Deze bevat allerleimaterialen, zoals materiaal gericht op zorgvuldig diagnosticeren,voorschrijven en begeleiden van ADHD-patiënten in de eerste lijn. Denkhierbij aan onder meer een E-learning «ADHD in de eerste lijn» voorzorgverleners en een infographic met aandachtspunten over hetzorgvuldig voorschrijven en ter hand stellen van ADHD-medicatie. Ook iser bijvoorbeeld een balietraining voor apothekersassistenten ontwikkelddie gericht is op het herkennen van eigenlijk en oneigenlijk gebruik vanADHD-medicatie en het oefenen van gesprekstechnieken om hierover ingesprek te gaan.Tijdens de implementatiefase in 2023 en 2024 werden verschillendeactiviteiten uitgevoerd. Deze waren gericht op de toepassing van alleontwikkelde materialen en het verbinden van initiatieven en partijen ophet gebied van oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie. Daarnaast heefteen klankbordgroep15 bijgedragen aan waardevolle contacten bij andereorganisaties zoals de «alliantie kwaliteit in de geestelijke gezond-heidszorg» en helderopvoeden.nl. Dit heeft onder meer geleid tot eenaanpassing van de tekst op Thuisarts.nl over oneigenlijk gebruik vanADHD-medicatie en betrokkenheid van het programma «Gezonde Focus»bij de herziening van de Zorgstandaard ADHD. Voor een overzicht van alleontwikkelde materialen, activiteiten en behaalde resultaten verwijs ik ugraag naar de eindrapportage «Vervolgtraject gezonde focus» in debijlage bij deze brief.Ik ben blij met de behaalde resultaten van het programma. Het projectvroeg om een multidisciplinaire aanpak en dat is ook gelukt dankzij deinzet van het IVM, het Trimbos-instituut en de klankbordgroep. Dit heeftpraktijkgerichte materialen opgeleverd en contacten bij andere organi-saties waardoor het onderwerp multidisciplinair onder de aandacht blijft.Het programma heeft hiermee een stevige basis gelegd voor toekomstigesamenwerking en het terugdringen van oneigenlijk gebruik vanADHD-medicatie. Hoewel het programma nu is afgerond, blijf ik geïnteres-seerd in de verdere ontwikkelingen en vertrouw ik erop dat de opgedanekennis en ervaringen zullen worden gebruikt door het veld en dat allebetrokken partijen deze samenwerking voortzetten en gezamenlijk blijvenwerken aan het bevorderen van verantwoord gebruik van geneesmid-delen.3b. Beknopt onderzoek (on)eigenlijk gebruik (il)legale opioïden In mijn eerdere brief over extramurale farmaceutische zorg16 heb ik ugeïnformeerd over een overleg tussen VWS en de Nationaal RapporteurVerslaving (NRV). Dit overleg vond plaats in oktober 2023 en over het(on)eigenlijke gebruik van opioïden (sterke pijnstillers) en of er reden totzorg is. Oneigenlijk gebruik betekent het gebruik van geneesmiddelendoor personen die middelen niet krijgen voorgeschreven door een arts.Naar aanleiding van dit gesprek heeft VWS het Trimbos-instituut vorig jaarde opdracht gegeven om te komen tot een preparedness-scan gericht ophet voorkomen van schadelijke effecten van nieuwe synthetische14Toolbox «Gezonde Focus», zie https://www.medicijngebruik.nl/projecten/informatiepagina/5159/toolbox-gezonde-focus15Het IVM en het Trimbos-instituut hebben bij het begin van het programma een klankbordgroepgevormd, die bestond uit experts en relevante stakeholders (zoals een psychiater, huisarts,studentenhuisarts, apotheker, onderwijsprofessional, preventieprofessional en studentenver-tegenwoordiger)16Kamerstukken II, 2022–2023, 29 477, nr. 864Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1608 opioïden, zoals fentanyl (-achtigen) en nitazenen die nog vele malenpotenter zijn dan fentanyl. Het onderzoek richt zich op de vraag of deNederlandse gezondheidszorg en hulpverlening voldoende voorbereidzijn op de (mogelijke) opkomst van nieuwe synthetische opioïden. Ikverwacht de resultaten van dit onderzoek in het voorjaar van 2025.In aanvulling op dit onderzoek speelt het Coördinatiepunt Assessment enMonitoring nieuwe drugs (CAM), onderdeel van het Rijksinstituut voorVolksgezondheid en Milieu (RIVM), een belangrijke rol bij het monitorenen beoordelen van nieuwe synthetische opioïden en hun risico’s. Derisicobeoordelingscommissie van het CAM besteedt regelmatig nadruk-kelijk aandacht aan het risico van synthetische opioïden, waarbij (interna-tionale) ontwikkelingen worden gevolgd en signalen worden gedeeld overzowel de gebruikersmarkt als de illegale productie en handel.3c. Grootschalig gebruik van cholesterolverlagers in Nederland In Nederland worden tabletten om het cholesterol te verlagen (statines)veel voorgeschreven ter preventie van hart- en vaatziekten. In 2023gebruikten ongeveer 2,15 miljoen mensen een cholesterolverlager, tenopzichte van 892.000 in 2003.17 Conform mijn toezegging aan uw Kamerben ik in gesprek gegaan met de wetenschappelijke vereniging vanhuisartsen (NHG) over het grootschalige gebruik van cholesterolverlagers.Voor het gebruik van een cholesterolverlager komen volgens de richtlijnCVRM18 twee groepen patiënten in aanmerking. Patiënten die al bekendzijn met hart- en vaatziekten (HVZ), zoals een hartinfarct, en patiënten meteen verhoogd risico op het ontwikkelen van HVZ. Voor de laatste groep isbehandeling van het cholesterolgehalte alleen geïndiceerd als het10-jaarsrisico op HVZ (dat wil zeggen ziekte of sterfte aan HVZ) als hoog ofzeer hoog wordt ingeschat.19 Bij het bepalen van dit risico wordenverschillende risicofactoren meegenomen, zoals leeftijd, bloeddruk enroken. De toename in het aantal gebruikers van deze cholesterolverlagersis dus mede te verklaren door de vergrijzing.Ik heb aan het NHG gevraagd hoe het aandacht besteedt aan hetlangdurig voorschrijven van cholesterolverlagers door huisartsen. Zijgeven aan dat een eenmaal gestelde indicatie voor hart- en vaatziektenvaak niet meer zal verdwijnen en dat het effect van cholesterolverlagersaanhoudt zolang ze worden gebruikt. Tegelijkertijd erkennen zij dat er eenmoment komt waarop de voordelen van de behandeling niet meeropwegen tegen de nadelen. Het is daarom belangrijk dat er aandacht isvoor het heroverwegen van het gebruik van cholesterolverlagers bijpatiënten boven de 70 jaar. Veldpartijen hebben met subsidie van VWSeen kennisdocument over het minderen en stoppen van een cholesterol-verlager ontwikkeld.20Dit document biedt zorgverleners handvatten om het gesprek aan te gaanmet patiënten over het al dan niet voortzetten van het gebruik van eencholesterolverlager. Zo kunnen zij de zorg beter laten aansluiten bij depersoonlijke situatie van patiënten en onnodig langdurig gebruik zondermedische noodzaak voorkomen.17https://www.gipdatabank.nl/databank?infotype=g&label=00-totaal&tabel_g_00-totaal=R_85_cho&geg=gebr&spec=&item=bijlage18https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/cardiovasculair-risicomanagement19Volgens risicotabel SCORE2 of op basis van een combinatie van comorbiditeiten, ziehttps://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/cardiovasculair_risicomanagement_cvrm/samenvatting_richtlijn_cardiovasculair_risicomanagement.html20https://richtlijnen.nhg.org/files/2020-11/Eindversie%20Kennisdocument%20Statines_0.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1609 Tot slot heb ik, zoals toegezegd21, onderzocht waarom de cholesterol-streefwaarde in 2019 is verlaagd. Het NHG geeft aan dat deze verlagingspecifiek geldt voor patiënten die doorgemaakte hart- en vaatziektenhebben om de kans op een (nieuw) hart- en vaatincident te voorkomen.Dit is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek waar de voordelen vancholesterolverlagers zijn aangetoond en sluit aan bij internationalerichtlijnen.3d. Diagnose- en voorschrijfdruk onder huisartsen en anderezorgprofessionals Op verzoek van uw Kamer22 ben ik met verschillende partijen in de zorg ingesprek gegaan om diagnose- en voorschrijfdruk onder huisartsen enandere voorschrijvers breder te onderzoeken, en te zien hoe mogelijk hetproces van «samen beslissen» in de spreekkamer kan verbeteren. Dit naaraanleiding van eerder gepubliceerd promotieonderzoek waaruit blijkt dathuisartsen regelmatig druk ervaren om ADHD-medicatie voor te schrijvenof door te verwijzen voor een ADHD-diagnose.23Uit de gesprekken met de koepelorganisaties van huisartsen, specialistenblijkt dat zij de resultaten uit het promotieonderzoek herkennen.Huisartsen en andere zorgverleners ervaren regelmatig druk bij hetvoorschrijven van ADHD-medicatie, en bij doorverwijzen voor eenADHD-diagnose. Partijen benadrukken dat dit niet alleen bij ADHD speelt,maar ook breder, zoals bij andere medicatie waaronder afslankmiddelen,slaappillen, sterke pijnstillers en antibiotica.Zorgverleners zien diverse factoren die bijdragen aan de ervarendiagnose- en voorschrijfdruk bij zorgverleners. Zo geven partijen aan datde maatschappij veranderd is: patiënten wensen regie en willen meebe-slissen over de zorg die zij ontvangen. Dit is op zich een goede ontwik-keling, maar het kan soms voorkomen dat er spanning ontstaat tussen dewensen van de patiënt en de professionele richtlijnen en kwaliteitsstan-daarden, waarop zorgverleners hun zorg baseren. Anderzijds ervarenpatiënten zelf soms ook druk vanuit de maatschappij.In de gesprekken met de betrokken partijen is verkend of zorgverlenersiets extra’s nodig hebben om hiermee om te gaan. Koepelorganisatiesgeven aan dat de professionele richtlijnen en kwaliteitsstandaardenvoldoende handvatten bieden voor zorgverleners om het gesprek met depatiënt aan te gaan als er sprake is van diagnose- en/of voorschrijfdruk. Zoadviseert het NHG in haar richtlijn huisartsen hoe om te gaan metspecialistische medicatie en besteedt daarbij specifieke aandacht aanADHD medicatie.24 Ook geven koepelorganisaties en de PatiëntenfederatieNederland aan dat het belangrijk is dat patiënten op een laagdrempeligemanier toegang hebben tot betrouwbare informatie over zorg engezondheid, zoals op Thuisarts.nl en Apotheek.nl. Dit ondersteuntpatiënten bij het voorbereiden op het consult bij de zorgverlener, en bijgezamenlijk beslissen over de zorg die bij de patiënt past. Mede om dezereden zet ik ook in op de doorontwikkeling van Thuisarts.nl.21TZ202407-01422Kamerstukken II 2023–2024, 25 424, nr. 69423Zie https://www.rug.nl/about-ug/latest-news/news/archief2024/nieuwsberichten/0515-persbericht-umcg-ritalin#:~:text=Een%20deel%20van%20de%20kinderen,van%208%20tot%2018%20jaar.24https://richtlijnen.nhg.org/medisch-inhoudelijke-nhg-standpunten/herhalen-specialistische-medicatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 16010 Ik vind het belangrijk dat (huis)artsen en andere voorschrijvers de tijd enruimte krijgen om samen met hun patiënten tot de juiste behandeling enhet daarbij horende medicatiegebruik te komen. De landelijke invoeringvan het programma «Meer Tijd voor de Patiënt» helpt huisartsenpraktijkenbij het creëren van die ruimte en tijd om het proces van samen beslissente verbeteren. Binnen de visie op de eerstelijnszorg en de farmaceutischezorg is er ook aandacht voor passend medicijngebruik.25Op basis van de gesprekken concludeer ik dat de koepelorganisaties vanhuisartsen, specialisten, apothekers en de Patiëntenfederatie Nederlandzicht hebben op de ervaren diagnose- en voorschrijfdruk onder huisartsenen andere voorschrijvers en dat in hun kwaliteitsstandaarden en richt-lijnen voldoende aandacht voor dit onderwerp is. Ik doe hiermee de motievan het lid Van Eijk over diagnose- en voorschrijfdruk onder huisartsen enandere voorschrijvers (Kamerstuk 25 424, nr. 694) af.4. Farmaceutische zorg niet gebonden aan verstrekking genees-middel De farmaceutische zorg die apothekers leveren bestaat voor het overgrotedeel uit zorg bij de terhandstelling van medicijnen. Deze zorg is belangrijkomdat de apotheker dan verschillende taken uitvoert waaronder medica-tiebewaking, het verstrekken van relevante informatie aan de patiënt terbevordering van goed geneesmiddelgebruik en het uitvoeren vanverschillende controles voordat het geneesmiddel ter hand wordt gesteldaan de patiënt.26Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden om farmaceutische zorg losvan de verstrekking van een geneesmiddel te leveren, zoals het uitvoerenvan een medicatiebeoordeling. Een medicatiebeoordeling is een systema-tische beoordeling van alle geneesmiddelen die (veelal oudere) patiëntengebruiken waarbij de arts, apotheker en patiënt betrokken zijn. Het doelhiervan is het optimaliseren van de effectiviteit van de gebruikte genees-middelen en het verminderen van de kans op problemen bij de behan-deling met geneesmiddelen. Ook kan er farmaceutische zorg gegevenworden bij opname of ontslag uit het ziekenhuis.Ik zie dat farmaceutische zorg die gegeven kan worden aan patiëntennaast het terhandstellen van medicijnen weinig wordt geleverd. Hierliggen mogelijkheden om de farmaceutische zorg nog beter te maken enook mogelijkheden om patiënten nog beter te kunnen helpen bij hetminderen en stoppen van medicijnen.4a. Stand van zaken van medicatie-evaluaties In de brief bij het Eindrapport medicatiegebruik bij ouderen27 is toegezegddat ik zou spreken met veldpartijen over het vergroten van de bekendheidvan medicatie-evaluaties. Daarnaast ben ik in gesprek gegaan met hetZorginstituut Nederland om te kijken hoeveel ruimte er is in de aanspraakfarmaceutische zorg om medicatie-evaluaties mogelijk te maken.Medicatie-evaluaties, zoals in dit onderzoek beschreven, zijn in de meestintensieve vorm een medicatiebeoordeling. Overige vormen vanmedicatie-evaluaties omvatten niet alle aspecten of componenten van eenmedicatiebeoordeling. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een gerichtefarmacotherapieanalyse waarbij een korte screening van de totalemedicatielijst van een patiënt plaatsvindt.25Kamerstukken II, 2023–2024, 33 578, nr. 11126https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_692421_22/27Kamerstukken II, 2023–2024, 29 477, nr. 888Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 16011 Op de thematafels in het veldtraject farmaceutische zorg komen nieuweinitiatieven met verschillende medicatie-evaluaties zoals jaargesprekkenter sprake. Daarnaast is in een recente werkconferentie door patiënten,apothekers, artsen en zorgverzekeraars besproken wat onder een consultniet gebonden aan uitgifte van medicatie in de apotheek wordt verstaan28.Dit kan ook een medicatie-evaluatie zijn. Het gezamenlijk tot een definitiekomen van medicatie-evaluaties door het veld kan houvast geven in deverschillende gesprekken over de zorginhoud en de bekostiging hiervan.In de gesprekken die ik met het veld voer, zal ik bespreken hoe zij hierinvulling aan gaan geven.Als het gaat om het mogelijk maken van meer medicatie-evaluaties, ben iknagegaan of er belemmeringen zijn in de manier waarop we de aanspraakomschrijven van farmaceutische zorg of in de bekostiging vanapotheekzorg. Het Zorginstituut Nederland (ZIN) en de NederlandseZorgautoriteit (NZa) geven aan dat er geen belemmeringen zijn. Op basisvan Besluit zorgverzekering is advies en begeleiding zoals apothekers dieplegen te bieden ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoordgebruik van verzekerde geneesmiddelen al onderdeel van het vergoedepakket. Volgens ZIN is een nadere duiding dan ook niet nodig.Vervolgens heb ik overlegd met de NZa over de mogelijkheden vanmedicatie-evaluaties in de bekostiging. De NZa komt tot de conclusie datde huidige regelgeving rondom de bekostiging29 voldoet voor het inzettenvan medicatie-evaluaties. Er liggen mogelijkheden in de bekostigingbinnen de prestaties terhandstelling van een geneesmiddel, terhand-stelling door middel van een Geïndividualiseerde Distributievorm (GDV,ook wel bekend als medicatie op rol), terhandstelling van een nieuwgeneesmiddel met begeleidingsgesprek en de prestatie medicatiebeoor-deling. Tenslotte is het ook mogelijk om hiervoor facultatieve prestaties inte zetten. Facultatieve prestaties bieden – kort samengevat – apotheker enzorgverzekeraar de mogelijkheid om lokaal knelpunten in de bekostigingvan farmaceutische zorg aan te pakken.Bovendien is voor andere mogelijkheden in de bekostiging een definitiewenselijk van wat met een medicatie-evaluatie wordt bedoeld. Op basisvan beroepsrichtlijnen bestaat hier nu geen duidelijke definitie voor.Alleen voor de medicatiebeoordeling is een definitie opgesteld in deKNMP-richtlijn medicatiebeoordeling, waar nu ook een prestatie voor isbeschreven. Op basis van de huidige informatie ziet de NZa nu geenaanleiding om een nieuwe prestatie aan te maken voor medicatie-evaluaties.De NZa blijft uiteraard in gesprek met de veldpartijen over hoe debekostiging van farmaceutische zorg zo optimaal mogelijk kan wordenvormgegeven. Zo is het mogelijk om nadere onderbouwing aan te leverenbij de NZa waarom de huidige prestaties niet voldoen voor de inzet vanmedicatie-evaluaties. Deze onderbouwing kan worden ingediend alswijzigingsverzoek tijdens de reguliere beleidscyclus extramurale farmacievan de NZa.28https://sirstevenshof.nl/wp-content/uploads/2025/02/Verslag-werkconferentie-medicatieconsulten-20250221.pdf29https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_692425_22/https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_692421_22/ Prestatiebeschrijvingbeschikking farmaceutische zorg – TB/REG-23600-01 –Nederlandse Zorgautoriteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 16012 4b. Motie onderzoeken bekostiging bevorderen ontpillen Goede apotheekzorg leidt tot passend geneesmiddelgebruik en dus ooktot minderen en stoppen, ofwel ontpillen, bij patiënten bij wie datmogelijk en nodig is. Ik ben het met de Kamer eens dat de bekostiging vande farmaceutische zorg ontpillen niet mag ontmoedigen. Daarom wordtde motie-Inge van Dijk (Kamerstuk 36 343, nr. 6) al op verschillendemanieren opgepakt. In het kader van het veldtraject Farmaceutische Zorgworden afspraken gemaakt over het verbeteren van apotheekzorg. Diegaan bijvoorbeeld over kwetsbare ouderen, een groep waarbij ontpillenveel waarde kan hebben.Zorgverzekeraars en apothekers maken afspraken over farmaceutisch zorgin hun onderhandelingen. Dat kan ook via prestaties die gericht zijn opzorg los van een verstrekking van een geneesmiddel, zoals bijvoorbeeldmedicatiebeoordelingen en facultatieve prestaties. In dit soort zorgpres-taties wordt grondiger naar het (complete) medicijngebruik van eenpatiënt gekeken, al dan niet samen met de voorschrijver.Wat ik zie in de praktijk is dat zorgprestaties zonder verstrekken van eengeneesmiddel weinig worden gedeclareerd. Daarom ben ik in gesprek metde koepels van apothekers en zorgverzekeraars en andere relevantepartijen over het passend inzetten van deze prestaties en medicatiebeoor-delingen. Ook de motie-Inge van Dijk is daar onderwerp van gesprek,omdat ik met deze partijen wil verkennen welke ideeën en mogelijkhedenzij zien om ontpillen niet te ontmoedigen. We weten namelijk ook uit hetEindrapport Medicatiegebruik bij ouderen dat er ruimte is om de (inzetvan) interventies zoals medicatiebeoordelingen, minderen en stoppen vanmedicatie, valpreventie en andere vormen van medicatie-evaluaties teoptimaliseren. Ik verwacht dat het verkennen van de ideeën en mogelijk-heden wel enige tijd in beslag zal nemen en zal de Kamer hiervan op dehoogte houden.Afsluiting In deze brief heb ik een overzicht gegeven van verschillende facetten enonderzoeken die de farmaceutische zorg raken. Ik blijf werken aan debeweging naar een nog betere farmaceutische zorg samen met zorgver-leners, patiënten en andere veldpartijen. Bij belangrijke stappen zal ik uwKamer uiteraard informeren.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M-F. AgemaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 16013

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4bae2958c104d8ab

14 okt 2026 · f83bf69c109ffecf

13 okt 2026 · c2ae1d0554f30df1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.