KamerkringInloggen
Kamerbrief

Monitor betaalgedrag Rijksoverheid en decentrale overheden

17 jun 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie eab5d08c83d9c656 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 31 490Vernieuwing van de rijksdienst Nr. 209 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 17 juni 2016 Zoals toegezegd in mijn brief van 7 april 2016 (Kamerstuk 31 490, nr. 201) informeer ik u hierbij over het betaalgedrag van de rijksoverheid en decentrale overheden. Belang van tijdige betaling Tijdige betaling van rekeningen is van wezenlijke invloed op de financiële positie van ondernemingen. Daarom is een goede invulling van betaalter-mijnen onderdeel van het ondernemerschapsbeleid. De overheid heeft op dit punt een voorbeeldfunctie te vervullen. Overheden zijn wettelijk verplicht om binnen 30 dagen te betalen. Dit geldt voor de gehele overheid1. Hoewel verschillende bestuursorganen verantwoordelijk zijn voor hun eigen financiële huishouding2, hecht ik er aan om uw Kamer hierover eenduidige en gestructureerde informatie beschikbaar te stellen, wat ik door middel van deze brief doe. Rijksoverheid De rijksoverheid monitort sinds 2009 de betaaltermijnen van het Rijk. Dit loopt mee in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk, die afgelopen mei is verschenen en u op 18 mei 2016 is aangeboden (Kamerstuk 31 490, nr. 205). Volgens de wet moet de overheid binnen 30 dagen betalen voor alle facturen die correct zijn ingediend en waarbij geen verschil van inzicht over de geleverde prestatie bestaat. In de praktijk komt het wel voor dat facturen met een foutje, of waarbij nog discussie is over de levering, in 1De Richtlijn Late Payments koppelt deze verplichting aan het begrip «overheid» in de zin van de aanbestedingsrichtlijn. Dit is een ruim overheidsbegrip.2Betaalgedrag van provincies en gemeenten is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van hun besturen (GS en B&W). Dit vloeit voort uit de autonomie die gemeenten en provincies hebben in hun bedrijfsvoering krachtens artikel 124, lid 1 van de Grondwet. kst-31490-209ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 490, nr. 2091 het betaalsysteem terecht komen. In de praktijk is een percentage van 100% dus niet haalbaar. Daarom rekent de rijksoverheid zichzelf af op het behalen van een streefwaarde van minimaal 90% van de facturen betaald binnen 30 dagen. In 2014 en 2015 heeft elk van de departementen voldaan aan de streef-waarde dat 90% van de betalingen voor ingekochte goederen en diensten binnen 30 dagen moet zijn afgerond. De gemiddelde score voor de rijksoverheid is in 2015 ten opzichte van 2014 vrijwel gelijk gebleven: 94,3% tegenover 94,4% in 2014. Overzicht per departement: % REKENINGEN BETAALD BINNEN 30 DAGEN 2015 2014 2013 Algemene Zaken 94,0 93,1 92,4 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 92,2 94,2 91,0 Buitenlandse Zaken 92,9 94,8 92,6 Defensie 92,7 91,0 85,9 Economische Zaken 94,1 90,4 92,4 Financiën 96,7 96,7 97,1 Infrastructuur en Milieu 95,0 97,0 96,0 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 97,7 96,7 96,8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid 95,3 97,0 97,4 Veiligheid en Justitie 94,0 93,0 82,0 Volksgezondheid, Welzijn en Sport 92,8 94,6 92,3 Gemiddeld1 94,3 94,4 92,41 Ongewogen, rekenkundig gemiddelde. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, stabiliseert de score op dit moment net boven 94%. Daarom heb ik, mede naar aanleiding van de motie Mulder/Verhoeven (Kamerstuk 32 637, nr. 190), besloten met ingang van 2016 de streefwaarde voor de rijksoverheid te verhogen van 90% naar 95%. Provincies U heeft mij in het AO Ondernemen en Bedrijfsfinanciering van 30 september 2015 (Kamerstuk 31 311, nr. 161) gevraagd informatie te verschaffen over het betaalgedrag van provincies. Ik heb via het Interpro-vinciaal Overleg (IPO) een uitvraag gedaan aan de provincies naar hun betaalgedrag. Hieronder treft u daarvan het resultaat aan, waarmee ik aan mijn toezegging voldoe. De cijfers van de provincies laten een gemengd beeld zien; er is in ieder geval ruimte voor verbetering gezien de gemiddelde score van 87% tijdigheid binnen de wettelijke betaaltermijn van 30 dagen. Niet bij alle provincies is de bedrijfsvoering erop ingericht om specifiek te kunnen rapporteren over betalingen voor commerciële transacties. Invoering of aanpassing van het beleid met het oog op het betaalgedrag van provincies is primair de verantwoordelijkheid van de colleges van gedeputeerde staten. Gerealiseerde betaaltermijnen provincies (in % binnen 30 dagen) PROVINCIE 2015 2014 Drenthe 891 92 Flevoland 882 70 Friesland 91 85 Gelderland 95 96 Groningen 89 92 Limburg 79 80 Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 490, nr. 2092 PROVINCIE 2015 2014 Noord-Brabant 93 93 Noord-Holland 813 79 Overijssel 86 86 Utrecht 86 90 Zeeland 87 87 Zuid-Holland 85 85 Gemiddeld 87 861 Door de provincie Drenthe wordt geen onderscheid gemaakt tussen commerciële en niet commerciële transacties. In de berekening van het percentage zijn alle transacties meegenomen die via de crediteurenmodule in het financieel systeem zijn afgehandeld.2 De lage score van de provincie Flevoland in 2014 werd veroorzaakt door de ingebruikname van een nieuwe versie van het financiële systeem. De laatste twee maanden van 2015 is een percentage van 92% gehaald.3 In het percentage is niet gecorrigeerd voor facturen die niet voldoen aan de factuureisen (onjuiste facturering, ontbreken opdracht of opdrachtnummer, factuur hoger dan opdracht etcetera) Gemeenten In de betaaltermijnenbrief die op 30 april 2015 naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstuk 34 000 VII, nr. 44) heb ik u geïnformeerd over het voornemen van de VNG om te komen tot een aanpak om gegevens over het betaalgedrag van gemeenten op een transparante en doorlopende manier openbaar te maken, die recht doet aan een ieders verantwoorde-lijkheid. Ook gemeenten zijn zich terdege bewust van het belang van tijdig betalen, omdat het van wezenlijke invloed is op de financiële positie van ondernemingen en daarmee op de lokale economie. De VNG heeft alle gemeenten individueel aangeschreven met het verzoek om gegevens over hun betaalgedrag in 2015 beschikbaar te stellen3. De gehanteerde methodiek en vraagstelling sluit aan bij de gegevensverza-meling zoals bij het Rijk en de provincies wordt gehanteerd, zodat de resultaten onderling vergelijkbaar zijn. Op deze manier wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gegevens die ontleend kunnen worden aan bestaande toezicht- en monitorarrangementen en blijft de verantwoording voor de cijfers liggen bij de individuele gemeenteraden, maar rapporteert het Rijk deze jaarlijks in een overzicht aan uw Kamer. Van de 3914 gemeenten hebben 275 de gevraagde gegevens aangeleverd en 116 niet. Ik vind het mooi dat een groot deel in dit eerste jaar aan deze nieuwe monitoring aanpak heeft deelgenomen. De samenleving heeft immers recht op een overheid die op transparante wijze rapporteert over de mate waarin de overheid zelf aan de wettelijke verplichtingen voldoet. Onze ambitie is dat alle gemeenten meedoen. Dat is nu niet het geval. Daarom heb ik samen met de VNG een brief gestuurd om de verantwoor-delijke wethouders van de desbetreffende gemeenten te vragen de gegevens over betaaltermijnen per omgaande alsnog aan te leveren. Ik zal uw Kamer hierover informeren. 3Exacte vraagstelling van de uitvraag door VNG:–Het percentage betalingen van ingekomen facturen over heel 2015 betalingen gerealiseerd in commerciële transacties (dus niet voor subsidies, uitkeringen e.d.), waarbij de wettelijke betaaltermijn van maximaal 30 dagen na de dag van ontvangst van de factuur is gehaald;–De gemiddelde betaaltermijn over heel 2015 (in aantal dagen na de dag van ontvangst van de factuur) van de ingekomen facturen;Bij de uitvraag van gemeentelijke betaalscores is geen onderscheid gemaakt tussen correcte en betwiste of onjuist ingediende facturen, deze laatste zijn dus mede in de cijfers verwerkt.4Tot eind 2015 was nog sprake van 391 gemeenten. De gemeente Zeevang is vanaf 2016 opgegaan in de gemeente Edam-Volendam.Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 490, nr. 2093 Ik heb Dun & Bradstreet verzocht om een inventarisatie over 2015 van de gemeentelijke betaaltermijnen op basis van de kredietinformatie van toeleveranciers uit hun administratie om de hiaten op te vullen. In onderstaand overzicht zijn de prestaties van gemeenten op basis van de beschikbare gestelde gegevens van tijdige betaling geaggregeerd weergegeven. 2014 2015 aantal gemeenten % aantal gemeenten % >90% tijdig1 197 50 156 41 85 tot 90% tijdig 47 12 90 23 80 tot 85% tijdig 43 11 62 16 70 tot 80% tijdig 80 20 60 16 <70% tijdig 27 7 15 41 In 2014 waren alleen cijfers beschikbaar van Dun & Bradstreet. Hiervoor geldt: «tijdig» is «minimaal 90% betaald binnen contractuele termijn» of «gemiddeld aantal dagen tot betaling is niet hoger dan 30».In 2105 zijn de cijfers die via de VNG zijn aangeleverd alleen beoordeeld op «% betaald binnen de wettelijke termijn van 30 dagen» (conform Rijk en provincies). De D&B-cijfers zijn net als vorig jaar beoordeeld op tijdig (binnen contract) of gemiddeld binnen 30 dagen.Het streefcijfer van 90% is uitsluitend gehanteerd voor de vergelijkbaarheid tussen overheden. De rijksoverheid heeft zichzelf dit streefdoel opgelegd en kan dit niet opleggen aan decentrale overheden. Het totaaloverzicht met de scores per gemeente is te vinden op de VNG-website www.waarstaatjegemeente.nl en op de website over betaaltermijnen van MKB-Nederland (www.snellerbetalen.nl). In deze lijst is ook zichtbaar welke gemeenten deze gegevens inmiddels zelf vrijwillig hebben aangeleverd. Dun & Bradstreet geeft aan dat uit hun gegevens kan worden geconclu-deerd dat in 2015 over het geheel gemeten 84% van alle gemeentelijke betalingen binnen de contractueel overeengekomen termijn is afgehandeld. Deze score is gelijk gebleven ten opzichte van 2014. Een rekenkundig gemiddelde van de scores per gemeente komt uit op 85% «betaald binnen 30 dagen». Op basis van de beschikbare gegevens blijkt dat de 90%-norm in veel gemeenten nog niet wordt gehaald en ook dat de gemiddelde betaal-termijn soms boven de 30 dagen uitkomt. Ik vind dit ongewenst. Verdere verbetering van het betaalgedrag van gemeenten is daarom noodzakelijk, dat erkent ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De verant-woordelijkheid om hierop actie te ondernemen berust, zoals gezegd, primair bij de colleges van B&W. Ik zal in overleg treden met de VNG om te bezien welke acties mogelijk zijn om gemeenten te ondersteunen met als ambitie dat ook gemeenten minimaal 90% van de facturen binnen 30 dagen betalen. Ook zal ik mijn collega van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties informeren over de uitkomsten van deze inventarisatie en hem verzoeken hierover het gesprek aan te gaan met de decentrale overheden. In positieve zin wil ik melding maken van vier gemeenten die ruim boven de 90% «betaald binnen 30 dagen» scoren en daarbij ook nog gemiddeld in tien dagen of minder betalen. Dit betreft Midden-Drenthe, Horst aan de Maas, Leerdam en Doetinchem, die daarmee niets dan lof verdienen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 490, nr. 2094 De monitoring zal voor de komende jaren worden voortgezet op de wijze die nu is ingezet, waarbij ik een beroep doe op de gemeenten om, net als de provincies, volgend jaar alle zelf inzage te bieden in hun gerealiseerde betaaltermijnen. De Minister van Economische Zaken, H.G.J. KampTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 490, nr. 2095

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3651dc1f03cd6eff

14 okt 2026 · a37064f63a76e227

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.