Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 19 januari 2026, over wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)
Brontekst
Versie d226066154c9c8f7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 744Wijziging van de Werkloosheidswet en enigeandere wetten vanwege aanpassing van deRegeling dienstverlening aan huis (Wetaanpassing Regeling dienstverlening aan huis)Nr. 44 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 25 februari 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de vastecommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op 19 januari2026 overleg gevoerd met mevrouw Paul, Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, en mevrouw Pouw-Verweij, StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg, over:–het wetsvoorstel Wijziging van de Werkloosheidswet en enigeandere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstver-lening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aanhuis) (Kamerstuk 36 744);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 18 december 2025 inzake toelichting opcompensatie Zvw-budgethouders in het kader van wetsvoor-stel Aanpassing Regeling dienstverlening aan huis (Kamerstuk36 744, nr. 19).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken enWerkgelegenheid,StultiensDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid,Welzijn en Sport,MohandisDe griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken enWerkgelegenheid,Post kst-36744-44ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 441 Voorzitter: PatijnGriffier: Van den BroekAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Bühler, Ceulemans, Flach,Edgar Mulder, Neijenhuis, Patijn en Wendel,en mevrouw Paul, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, enmevrouw Pouw-Verweij, Staatssecretaris Langdurige en MaatschappelijkeZorg.Aanvang 16.00 uur.De voorzitter:Welkom. Goedemiddag. Wij gaan beginnen met het debat van decommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de Wetaanpassing Regeling dienstverlening aan huis. Welkom aan de Minister ende Staatssecretaris en hun secondanten. Fijn dat jullie er zijn. Welkom ookaan de mensen in de zaal en de mensen thuis. Is het gebruikelijk dat ikmensen voorstel? Dat is misschien wel netjes. Aan tafel, naast onzeonvolprezen griffier, de heer Flach van de SGP, mevrouw Bühler van hetCDA, mevrouw Wendel van de VVD, de heer Neijenhuis van D66 en deheer Mulder van de PVV. Ik ben Mariëtte Patijn van GroenLinks-Partij vande Arbeid.Het debat is een wetgevingsoverleg. Dat betekent dat we echt de ruimtewillen nemen om een goed debat te hebben over dit onderwerp. Iedereenheeft zijn spreektijden doorgegeven. Ik wil jullie wel verzoeken om je eenbeetje aan die spreektijden te houden. Mijn voorstel is dat we elkaar ineerste instantie maximaal vier keer interrumperen. Als jullie het netjeskort houden dan is daar heus wel wat meer ruimte. Ik wil dus wel flexibelzijn, maar probeer jezelf een klein beetje te disciplineren. Hou deinterrupties kort en ook graag de antwoorden. Dan is er namelijk ook meerruimte. Ik zal dus flexibel zijn in die ruimte, maar we doen in eersteinstantie vier keer. Ik geef graag het woord aan de heer Flach.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Dit debat, waar we ons al enige maanden op aanhet voorbereiden zijn, is een belangrijk debat voor een groep mensenvoor wie dit ingrijpend is. Het is goed dat we daar vandaag de tijd voornemen, want er staat veel op het spel voor de groep die het betreft. Iknoem wat voorbeelden, bijvoorbeeld dat van Evert. Evert is blind enverstandelijk beperkt. Maar hij krijgt uitstekende hulp van zijn buurvrouwNatasja, die zijn huis schoonmaakt en hem begeleidt van en naar zijnwerk. Sanne zit psychisch ernstig in de knoop, terwijl ze zorgt voor haartwee jonge kinderen en een zo normaal mogelijk leven probeert te leiden.Gelukkig heeft zij via pgb een aantal vaste zorgverleners die voor haarklaarstaan als zij hen nodig heeft. Meneer en mevrouw De Vries zijnbeiden meervoudig beperkt en zitten in een rolstoel. Ze zijn volledigafhankelijk van ondersteuning bij de dagelijkse zorg, zoals: opstaan,wassen, aankleden, eten en verplaatsen. Dit zijn zaken waar de meestenvan ons nauwelijks over nadenken. Samen hebben zij een team van maarliefst negentien pgb’ers dat om hen heen staat. Budgethouders als hetechtpaar De Vries, Evert, Sanne en hun zorgverleners dreigen doornieuwe regels in de knel te komen.Voorzitter. U ziet dat de groep mensen die gebruikmaakt van het pgb endie onder de reikwijdte van deze wet valt, zeer divers is. Het varieert vanmensen die volop deelnemen aan het arbeidsproces en een klein beetjezorg of hulp nodig hebben, tot mensen die ernstige lichamelijke beper-kingen of psychische problematiek ervaren, van Wlz tot Wmo. Dit zijnmensen die een administratiedruk en een regeldruk ervaren die hun aluren per week kost. Van deze mensen, van wie in een groot aantalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 442 gevallen is vastgesteld dat ze geheel of gedeeltelijk ongeschikt zijn voorde arbeidsmarkt, vragen wij middels deze wet dat zij de verantwoorde-lijkheid en de personele druk van een gemiddelde mkb’er op zich nemen.Daarom heeft de SGP de noodklok geluid. Dit kan en mag niet deuitwerking zijn van deze wet.Voorzitter. De aanloop naar deze wetsbehandeling verliep chaotisch enzorgde voor veel onrust bij deze budgethouders en zorgverleners. Volgenshet ministerie moest en zou het wetsvoorstel op 1 januari ingaan, of deKamer er nu over had gesproken of niet. Mijn fractie vond het op zijnzachtst gezegd ongepast dat de druk op de Kamer werd opgevoerd doorte stellen dat er al onomkeerbare stappen waren gezet en dat er geenpauzeknop meer was bij het inregelen van de IT-systemen van de SVB, diede regeling moet uitvoeren. Dat alles verdient niet de schoonheidsprijs.Dat zeg ik niet alleen, dat erkent deze Minister inmiddels zelf ook. Terecht,want we praten nu immers over een wetswijziging die in feite al vanaf1 januari wordt uitgevoerd, terwijl de Tweede en de Eerste Kamer zich ernog over moeten uitspreken. Dat is staatsrechtelijk spelen met vuur. Hetparlement moet zijn eigen zorgvuldige afweging kunnen maken of ditinhoudelijk een goed voorstel is, zonder dat het tijdpad voor implemen-tatie bij de uitvoerders belemmerend werkt. In alle haast is ervoorgekozen een nota van wijziging in te dienen, zodat de wijzigingen metterugwerkende kracht alsnog per 1 januari ingaan.De SGP heeft steeds nadrukkelijk aangedrongen op uitstel van deinwerkingtreding, juist om pgb-houders en zorgverleners de tijd te gevenom zich voor te bereiden op de nieuwe regels. Wij zijn dan ook nietbepaald gelukkig met deze keuze, gelet op het fundamentele beginsel vanrechtszekerheid. De wet is nog niet aangenomen, maar de belastingen enpremies worden al geïnd. Artikel 88 van de Grondwet bepaalt dat wettenniet in werking treden voordat ze bekend zijn gemaakt. Dit beginsel iscruciaal. Burgers kunnen niet gebonden worden aan wettelijke bepalingenwaarvan zij de inhoud nog niet kunnen kennen. Het achteraf vantoepassing verklaren van regels ondermijnt deze rechtszekerheid, leidt totonduidelijkheid en kan het vertrouwen in de overheid aantasten.Wetgeving moet transparant en voorspelbaar zijn. Dan is het uiterstonverstandig om met oogkleppen op aan te sturen op een datum vaninwerkingtreding, omdat het niet anders kan volgens de uitvoerders,zonder oog te hebben voor de consequenties voor deze kwetsbaredoelgroep. Tot op dit moment is voor budgethouders en hun zorgver-leners nog altijd niet helder wat deze nieuwe wet voor hen betekent. DeKamer kan de wet bij amendering immers nog volledig aanpassen, maarzij kunnen zich daar niet meer op aanpassen, omdat we inmiddels na1 januari leven. Onwenselijk. Hoe reflecteert de Minister hierop en welkelessen trekt ze hieruit, zodat dit nooit meer voorkomt?Voorzitter. Waarom spreken we vandaag over dit wetsvoorstel? Eigenlijkwas deze wetswijziging als hamerstuk aangemeld en zou die geruisloosde Tweede Kamer zijn gepasseerd. Toch meende mijn fractie de vinger opte moeten steken omdat wij vonden dat hier nog over gesproken moestworden in het parlement.Het gaat hier per slot van rekening over een aanpassing van wetgevingdie aanzienlijke gevolgen heeft voor pgb-budgethouders en hun zorgver-leners. De directe aanleiding is een uitspraak van de Centrale Raad vanBeroep, die bepaalde dat pgb-zorgverleners niet mogen worden uitge-sloten van werknemersverzekeringen. Er zou namelijk sprake zijn vanindirecte discriminatie. Het voorstel dat we vandaag bespreken moet ditaanpassen in de wet.Voordat we over de inhoudelijke wijzigingen spreken, zou ik willenstilstaan bij de motivatie van de Centrale Raad van Beroep. Op ditmoment geldt dat een zorgverlener die minder dan vier dagen per weekvia een pgb zorg verleent aan een budgethouder geen recht heeft op eenwerkloosheidsuitkering. De Regeling dienstverlening aan huis is onderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 443 andere ooit in het leven geroepen om particuliere budgethouders teontlasten, zodat budgethouders niet alle werkgeversverplichtingenhebben tegenover de zorgverleners. Ze zijn immers ook geen regulierewerkgever, maar particulieren die vanwege hun zorgbehoeften noodge-dwongen een vorm van werkgeverschap op zich nemen. Deze bijzonderepositie rechtvaardigde een ander stelsel met een afwijkend wettelijkregime. Dat vond de Centrale Raad van Beroep in 1996 ook. Het gingdaarbij om een bewuste beleidskeuze, waarin een balans werd gezochttussen sociale bescherming van zorgverleners en de uitvoerbaarheid enbetaalbaarheid voor pgb-houders.In 2023 kwam diezelfde raad echter tot een andere conclusie, namelijk datde regeling leidt tot indirecte discriminatie omdat er relatief meervrouwen dan mannen werkzaam zouden zijn via deze regeling. Mijnfractie vindt deze koerswijziging op z’n minst opmerkelijk. Het enkele feitdat een neutraal geformuleerde regeling in de praktijk vaker vrouwenraakt, betekent immers nog niet dat er sprake is van ongerechtvaardigdeindirecte discriminatie.De regeling is niet ingevoerd met het oog op het geslacht, maar met hetdoel om particuliere zorgverlening mogelijk en toegankelijk te houden.Door dit beschermingsregime nu te framen als discriminerend ontstaat erbovendien het risico van een paternalistische benadering, waarbijvrouwelijke zorgverleners primair worden gezien als een kwetsbare groepdie tegen zichzelf beschermd moet worden. Dat terwijl deze vrouwen enmannen niet zielig zijn. Zij zijn juist krachtige professionals, die met hunhart kiezen voor de zorg van hun vaak kwetsbare cliënten. Het is immerseen bewuste, autonome keuze om liefdevolle zorg te verlenen via eenpgb-arbeidsovereenkomst. Daarbij vraag ik me af of deze oplossing desituatie voor deze zorgverleners en hun budgethouders daadwerkelijkverbetert. Ik denk namelijk van niet. Dat moet wel worden meegewogen.Daarover straks meer.Voorzitter. Wat zijn de gevolgen van dit wetsvoorstel? Deze wet regelt deverzekeringsplicht voor de zorgverlener. Dat betekent dat de werknemerrecht krijgt op een uitkering van de WW, ZW en WIA, maar dat moetnatuurlijk wel ergens vandaan komen. De werkgever, in dit geval depgb-houder, moet hiervoor premies afdragen. Omgerekend komen erhierdoor plotsklaps 20% werkgeverslasten bij. Nu komt het meestopmerkelijke: budgethouders moeten in gesprek gaan met hun zorgver-lener om hun te vragen een loonsverlaging van soms wel 23% teaccepteren. Welke werkgever vraagt zijn medewerker even om 20% vanzijn salaris af te staan en welke werknemer accepteert zo’n loonsver-laging? In iedere andere sector zou het Malieveld vol staan, alleen al bijhet idee, maar nu het over deze kwetsbare groep gaat, wordt dit zonderblikken of blozen doorgevoerd. Als de consequentie is dat de lonen vanzorgverleners omlaaggaan, is hun positie juist verslechterd en leidt ditwetsvoorstel juist tot meer ongelijkheid in plaats van dat het discriminatieverhelpt. Budgethouders zitten met de handen in het jaar: «Ik kan mijnhulp toch niet vragen om 20% minder te gaan verdienen?» In de aanloopnaar 1 januari jongstleden zijn daarom veel pgb-arbeidsovereenkomsteninmiddels beëindigd. Toegewijde zorgverleners kwamen noodgedwongenop straat te staan vanwege deze nieuwe regelgeving. Dat is toch niet hoewe in dit land met meneer en mevrouw De Vries, Natasja, Evert en Sanneomgaan? Hoe kijkt de regering zelf naar de onrust en de golf vannoodgedwongen ontslagen die als gevolg van dit wetsvoorstel door hetland gaat?Uitvoerders communiceren zelf dat het zo kan zijn dat budgethoudersminder direct de zorguren kunnen inkopen omdat ze vanwege de nieuweregelgeving meer geld kwijt zijn aan werkgeverslasten of dat zorgver-leners moeten worden ontslagen of beter als zzp’er aan de slag kunnengaan. Een citaat uit de uitvoeringstoets: «Op basis van de cijfers uit 2023schat de SVB in dat voor ongeveer de helft van de budgethouders hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 444 tarief niet toereikend is.» Wat de SGP betreft mag dit nooit het gevolg zijnvan dit wetsvoorstel. Ik lees dat de regering dit ook onwenselijk vindt,maar toch neemt zij nog onvoldoende maatregelen om dit te voorkomen.Als we nog iets dieper de techniek induiken, zien we dat eventuelecompensatie voor de kosten afhangt van de vraag of het pgb-budget uitde Wet langdurige zorg, de Wmo en de Jeugdwet of via de Zorgverzeke-ringswet wordt ontvangen. Ik loop ze kort langs. Op de website van deRijksoverheid is te lezen dat budgethouders vanaf 2026 maximaal tweejaar extra geld krijgen om de werkgeverspremies te betalen. Dat klinktmooi, maar hoe zit dat na twee jaar? Dit is dus een tijdelijke dekking vande structurele kosten van een wetswijziging. En om hoeveel geld gaat het?2026 is inmiddels ingegaan, maar er staat nog altijd: «Informatie over hetextra budget volgt later.»Dan de Wmo en de Jeugdwet. Ik lees: «Gemeenten mogen tijdelijk hetpgb-budget ophogen, zodat budgethouders de werkgeverspremieshiervan kunnen betalen.» Er is maar liefst een bedrag van 1,8 miljoen eurovrijgemaakt. Dat is omgerekend € 5.000 per gemeente, terwijl grotegemeenten meerdere miljoenen kwijt zijn aan persoonsgebondenbudgetten. Dit is dus slechts een druppel op een gloeiende plaat. Welkeafspraken zijn met gemeenten gemaakt over compensatie van de extrakosten als gevolg van dit wetsvoorstel?Gemeenten hebben de wettelijke plicht om te zorgen voor toereikendepgb-tarieven. De tarieven zullen met ongeveer 20% moeten wordenopgehoogd zodat er sprake is van structurele kostendekkende compen-satie. Als dit niet gebeurt, worden de financiële gevolgen van dezewetswijziging afgewenteld op de budgethouder en zijn zorgverlener.Gemeenten kunnen het maximumtarief verhogen, maar wij horen vansteeds meer budgethouders dan hun gemeente het maximumtarief nietophoogt. Daar komt bij dat de rechter recent heeft bepaald dat eenpgb-uurtarief gelijk aan het minimumloon voor het sociaal netwerkvoldoende is, waardoor sommige gemeenten op het minimumloonuitbetalen. Nu de kosten voor de pgb-houders stijgen, zal het budget inveel gevallen verre van toereikend zijn. Mijn fractie maakt zich hier zorgenover. Is de regering bereid een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoerennaar toereikende en marktconforme informele tarieven bij arbeidsover-eenkomsten?Ondertussen zegt de regering dat de zorgcontinuïteit van geen enkelebudgethouder in gevaar mag komen, maar hoe wordt dit gemonitord? Ofis dit een loze belofte? Wil de Minister in elk geval toezeggen eeninvoeringstoets uit te voeren en de Kamer per kwartaal te informeren overde uitvoeringsgevolgen van het wetsvoorstel? Het kabinet zou de reactievan de NZa op dit wetsvoorstel met de Kamer delen, maar die heb ik nogniet gezien. Kan die voor de stemmingen alsnog worden gedeeld?Ik begrijp uit gemeenteland dat er verschillende percentages circulerenwaarmee het bedrag zou kunnen worden opgehoogd. Veel gemeentenmoeten hun verordeningen nog aanpassen. Dat betekent dat voor veelbudgethouders ook na vandaag nog altijd onduidelijk is waar zij opkunnen rekenen. Daarnaast betekent invoering met terugwerkende krachtdat gemeenten alle beschikkingen opnieuw moeten vaststellen enaanleveren bij de SVB. Mijn fractie is bang dat dit grote uitvoeringstech-nische problemen gaat opleveren. Is er een uitvoeringstoets gedaan tenaanzien van de inwerkingtreding met terugwerkende kracht, vraag ik deMinister, en wat zijn daarvan de uitkomsten? Welke risico’s zijn voorzienen hoe voorkomen we die?Voorzitter. Dan de Zorgverzekeringswet. De kleinste groep budgethoudersontvangt het budget via de zorgverzekeraar. Hier zit meteen het grootsteprobleem. 80% tot 90% van deze groep zit aan het maximumtarief datgedeclareerd mag worden en zorgverzekeraars hebben geen wettelijkeruimte om boven het maximumtarief te compenseren. Als je aan hetmaximumtarief zit, moet je als budgethouder dus een lager uurtariefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 445 afspreken met je zorgverlener. Wat als die dat weigert? Dan kun je dusminder zorg inkopen. Ook is het niet mogelijk binnen de Zorgverzeke-ringswet bij te betalen uit eigen middelen, nog afgezien van de vraag ofdat wenselijk zou zijn.Na alle onrust en vragen van de Kamer kwam de regering met een aparteoplossing voor het Zvw-pgb. Als de SVB de salarisadministratie van debudgethouder doet, krijgt die financiële ondersteuning. Ook hier is dattijdelijk, voor slechts twee jaar. Deze groep van zo’n 10.000 Zvw-budgethouders is niet bekend bij en bereikbaar voor publieke instanties,waardoor het nu niet mogelijk is om vanuit de overheid in compensatie tevoorzien. Daarom gaat deze wetswijziging voor hen nog niet in en wordteerst gezocht naar een oplossing. Opvallend: eerst wordt bij hoog en laagbeweerd dat dit wetsvoorstel geen uitstel kan lijden en dat het daaromdesnoods met terugwerkende kracht moet ingaan, en nu blijkt toch dateen onderdeel later in werking kan treden.Voorzitter. Ik sprak de afgelopen weken veel bezorgde budgethouders.Iemand gaf aan dat zij haar zorg sinds dit jaar niet meer durft in te zetten.Ze is bedlegerig en heeft de hulp hard nodig, maar weet nog altijd nietwat de nieuwe regelgeving voor haar betekent. Net voor het weekend zouze het moeilijke gesprek aangaan met haar zorgverlener. «Ik moet de hulpstopzetten. Ik weet niet meer hoe het moet.» Het geeft haar almaandenlang grote stress. Ze belt de hele dag met de gemeente, de SVBen de zorgverzekeraar. Antwoorden krijgt ze niet, alleen maar meervragen. Ze behoort tot de groep die pgb krijgt via de Zvw en is in beeld bijde SVB, maar ze is nog niet geïnformeerd over de compensatieregeling.Wanneer hoort zij meer? Ik lees ergens «voor de zomer», maar dat is veelte laat. Om welk bedrag gaat het en wie vallen hieronder? Haar verze-keraar compenseert op dit moment nog helemaal niets, waardoor haarprobleem nog altijd niet is opgelost.Voorzitter. Deze wet regelt niet alleen de verzekeringsplicht, waar deuitspraak van de rechter op ziet, maar gaat veel verder. Er wordt nog eenhele trits extra werkgeversverplichtingen opgelegd aan budgethouders.Laten we beginnen bij de buitensporig lange loondoorbetaling bij ziekteen alles wat daarbij komt kijken. Tot 1 januari moesten budgethouders zesweken het loon doorbetalen. Met deze wet wordt dat 104 weken. En ja, deSVB compenseert de salariskosten van de zieke zorgverlener, maar dewerkgever blijft eindverantwoordelijk voor het twee jaar lange ziekte-traject. Klopt het dat de SVB enkel compenseert voor het actuele budget?Als de indicatie wordt verlaagd of eindigt, is dat risico dus voor dewerkgever. Wordt dit financiële gat dan niet aangevuld?Een doorsneewerkgever bezwijkt soms al bijna onder de administratievelasten en de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet verbeteringpoortwachter, laat staan deze kwetsbare mensen, die al genoegpgb-formulieren en regelsores aan hun hoofd hebben voor hun eigensituatie. Om een indruk te geven: als je medewerker langdurig ziek is,moet er vervanging worden geregeld, er moet een plan van aanpakworden opgesteld, er moeten re-integratieactiviteiten worden georgani-seerd, er moeten gesprekken worden gevoerd met arbodiensten en UWV,en er moet periodiek worden geëvalueerd en gedocumenteerd dat allestappen zijn uitgevoerd. Er moet zelfs worden bekeken en aangetoond datander werk bij de huidige werkgever niet mogelijk is. Dat komt allemaalop het toch al overvolle bordje van meneer en mevrouw De Vries, Sanneen Evert, uiteraard met hulp van de SVB, maar zij blijven formeel dewerkgever, met de bijbehorende verantwoordelijkheden, ook al hebben zenauwelijks ervaring met arbeidsrecht of re-integratie. Gaat er iets mis, danworden zij erop aangekeken en zijn de consequenties voor hen, aangezienze persoonlijk aansprakelijk zijn. Dat is een vergaande stap, terwijl derechter nog niet heeft opgedragen dat de volledige loondoorbetaling bijziekte ook bij de budgethouder moet komen te liggen. Op dit moment isdat onder de rechter, maar de SGP vindt het niet verstandig om vooruit-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 446 lopend daarop nu al zo’n vergaande wijziging door te voeren. Daaromheeft de SGP een amendement ingediend om deze verplichting nu teschrappen.Ook heb ik amendementen ingediend op alle andere werkgeversverplich-tingen die niet rechtstreeks voortvloeien uit de uitspraak van de CentraleRaad van Beroep. Het gaan dan om verlofregelingen. Budgethoudersworden ook voor alle soorten verlof van de zorgverlener verantwoordelijk.Dat geldt ook voor scholing die betaald mag worden uit het pgb en de Wetflexibel werken, waarbij werknemers een formeel verzoek in kunnendienen bij de werkgever om hun werk flexibeler in te richten. Tot slotwordt het reguliere ontslagrecht van toepassing op de pgb-arbeids-overeenkomst. Het laatste betekent dat er eerst toestemming van hetUWV of instemming van de werknemer nodig is om tot ontbinding van dearbeidsovereenkomst over te gaan, terwijl dat op dit moment niet vereistis.Ook hierbij moeten we scherp voor ogen houden dat het niet gaat om eenreguliere arbeidsrelatie. Een budgethouder heeft zorgverleners die vaakbij hem of haar in de privésfeer komen en soms zelfs moeten helpen bijde meest intieme dingen, zoals douchen of toiletbezoeken. Je bent dantotaal afhankelijk van je zorgverlener. Je geeft je letterlijk en figuurlijkbloot aan hen, dus moet er ook een bijzondere vertrouwensband zijn. Hetkan zijn dat het om de een of andere reden niet klikt, of dat er anderepersoonlijke redenen zijn waarom een budgethouder niet verder kan ofwil met een zorgverlener. Dan moet er toch redelijkerwijs bepaalde ruimtezijn om afscheid te nemen van die persoon. Wat de SGP betreft blijft dieruimte er. Daarom heb ik hier ook een wijzigingsvoorstel op ingediend.Tot slot wil ik ook nog even iets verder kijken dan deze wetswijziging. DeRegeling dienstverlening aan huis is namelijk niet voor niets ooit in hetleven geroepen. Het doel was om het inhuren van mensen voor hulp in enom het huis door particulieren eenvoudiger en goedkoper te maken, dooradministratieve en financiële lasten voor de opdrachtgever te vermin-deren. Met deze wetswijziging wordt dat doel voor budgethoudersgrotendeels om zeep geholpen, terwijl zij – ik herhaal het nog maar eens –geen doorsneewerkgever zijn. Een aantal vragen hierover aan debewindslieden. Erkennen zij dat de beweging naar volwaardig werkgever-schap juist niet de oorspronkelijke bedoeling van deze regeling is? Watvinden ze daarvan?Het pgb-landschap is inmiddels verworden tot een groot oerwoud metingewikkelde administratieve lasten voor werkgeverschap, in elkaargrijpende wetgeving en maar liefst vier zorgwetten waarbinnen pgbmogelijk is. Wordt het niet tijd om toe te werken naar één overzichtelijklandschap, met een eenvoudig juridisch kader waarbij de arbeidsrechte-lijke kant nadrukkelijk wordt meegenomen? Eerder voerde ook de SVB eendergelijk pleidooi. Wil het kabinet toezeggen te komen met eenverkenning naar een eenvoudiger en lichter toekomstig regime voorpgb-houders, onder andere ten aanzien van arbeidsrechtelijke verplich-tingen, zoals de Wet verbetering poortwachter en de Wet arbeidsmarkt inbalans?Voorzitter. U hebt gemerkt dat ik er de tijd voor heb genomen, maar datwas nodig om helder te maken dat er veel mis is met deze wet.Pgb-houders en hun zorgverleners komen in de knel door een goedbedoelde, maar slecht doordachte wetswijziging. Dat moeten we nietlaten gebeuren. Waar de rechter de positie van zorgverleners bedoelde teverbeteren, dreigt in de praktijk een verslechtering van hun positie enwordt de continuïteit van zorg aan mensen met een pgb in gevaargebracht. Daarom heb ik concrete wijzigingsvoorstellen aangedragen. Ookde aanloop naar deze wetswijziging had echt anders gemoeten. Laten wenu vooral naar voren kijken hoe we de schade kunnen herstellen of zo veelmogelijk kunnen voorkomen, voor Evert, Natasja, Sanne en het echtpaarDe Vries.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 447 Dank u wel.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Mulder. Gaat uw gang.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik vond het een perfect of, laat ik het zo noemen, een goed verhaal. Ikhoop niet dat ik het tekort doe met mijn vraag. Ik wil eigenlijk graag hetvolgende weten. Stel nou dat al uw amendementen worden aangenomen.Wat doet u dan met het stemmen voor de wet? U sloot af met hetbeperken of helemaal voorkomen van de schade. Gaat u, als die amende-menten worden aangenomen, wel voor de wet of niet?De voorzitter:Ik vraag u via de voorzitter te spreken.De heer Flach (SGP):Dat is een goede vraag. Die weging zal natuurlijk plaats moeten vinden. Inhet fictieve geval dat de grote pijnpunten die ik heb genoemd allemaal uitde wet gaan, wordt de wet eigenlijk teruggebracht tot het minimum waarde Centrale Raad van Beroep om heeft gevraagd. Ondanks dat je iets kuntvinden van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, snap ik wel datwe er als overheid iets mee moeten. Dat minimum blijft wat ons betreftdus wel staan, maar dan hebben we wel alle niet-verplichte wijzigingen uitdie wet gehaald. Zo kijk ik daarnaar.De heer Edgar Mulder (PVV):Duidelijk.De voorzitter:Ik heb zelf eigenlijk ook één vraag. Ik zie dat de commissie het goed vindtals ik dat zo doe. Ik kan niet via de voorzitter spreken, maar ik zal proberenneutraal te formuleren.Er is een kans dat er ook nog nieuwe uitspraken zullen komen waaruitblijkt dat die arbeidsrechten wel degelijk van toepassing verklaard moetenworden. Dat zou ervoor zorgen dat de wet straks toch weer aangepastmoet worden en dat er nog meer onzekerheid komt, als het volgens de lijnvan de SGP uitgevoerd zou worden. Ik vind het best logisch dat deMinister de keuze maakt om het maar gewoon geheel toe te passen, zodater in één keer duidelijkheid is. Kan de heer Flach uitleggen waarom hijdenkt dat wat hij nu doet, risicoloos is?De heer Flach (SGP):Er is niets zo risicovol als een soort kansberekening doen op wat derechter in de toekomst zal doen. Ik vond deze uitspraak van de CentraleRaad van Beroep al opmerkelijk. Er is geen enkele aanwijzing om teveronderstellen dat er in de toekomst nog meer van dit soort uitsprakengedaan zullen worden. Als dat gebeurt, zit je natuurlijk in de ongemakke-lijke situatie dat je opnieuw de wet moet aanpassen. Dat is ongemakkelijkvoor ons hier als parlement. Dat is extra werk en zo. Het leidt ook welweer tot wat onzekerheid onder pgb-ouders. Dat realiseer ik me zeker wel.Tegelijkertijd vervangen we dat nu door de zekerheid dat het alvast maarin de wet staat dat je verantwoordelijk wordt voor loonbetaling en devolledige re-integratie en dat je gebonden bent aan het ontslagrecht. Dusdaar waar er nog een kans was dat dat soort zaken niet van toepassingzouden zijn op pgb-zorgverleners, gaan we nu een extra stap zetten die derechter niet van ons vraagt en nemen we voor de zekerheid alles maarmee. Ik denk dat het wel duidelijk is waar mijn prioriteit ligt in die wegingvan belangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 448 De voorzitter:Ik heb één vervolgvraag. Met het voorstel dat de heer Flach nu doet,ontstaat er eigenlijk een soort tweederangswerknemer. Er wordt natuurlijkgeredeneerd vanuit het perspectief van de budgethouder, maar er zijnnatuurlijk ook zorgverleners die hiermee werknemersrechten krijgen. Voorheel veel van die zorgverleners zal dat ook prettig zijn, want dat geeft ookzekerheid voor de toekomst. Is het de wens van de heer Flach om eensoort tweederangswerknemer te creëren die we nu nog niet op dezemanier kennen?De heer Flach (SGP):In de vraag zit al bijna de ongepaste suggestie dat ik dat zou willen, maarik weet dat mevrouw Patijn het zo niet bedoelt. Nee, dat is niet mijn wens.Maar we vergeten weleens dat er allerlei situaties zijn. Dit ging specifiekom de groep mensen die drie dagen of minder werken, voor wie het vaakniet eens een bewuste keuze was om dit te gaan doen, maar die dit zijngaan doen uit persoonlijke betrokkenheid of uit compassie met debudgethouder en die helemaal niet zitten te wachten op een completewerknemersbescherming, omdat men dat op een andere manier heeftgeregeld of er nog een andere baan bij heeft. We moeten niet doen alsofdeze groep niet in staat zou zijn om de consequenties van wat ze doenvoor hun rekening te nemen. Ik heb ook in mijn betoog gezegd dat dieregeling natuurlijk ooit als doel heeft gehad om die dienstverlening aanhuis juist uit te zonderen van een aantal verplichtingen, want het is geenondernemersafspraak die je met elkaar maakt. De Centrale Raad vanBeroep vond dat toen ook uitstekend. Dat was nog maar in 1996. Ik denkdat er in ons land ook ruimte moet zijn voor mensen om zelf de keuze temaken om geen zzp’er en geen reguliere werknemer te worden, maar viadeze constructie voor een pgb-houder te werken. Ik denk dat we ze goedmoeten informeren dat dat dus betekent dat je een aantal rechten niethebt. Toch weet ik zeker dat 80% tot 90% daar echt niet voor zal wijken.De voorzitter:Dank u wel. Als er geen vragen meer zijn, geef ik het woord aan mevrouwBühler van het CDA.Mevrouw Bühler (CDA):Dank u wel, voorzitter. Vandaag gaat het over de wijziging Regelingdienstverlening aan huis. Allereerst wil ik mijn buurman, de heer AndréFlach van de SGP, bedanken voor het onthameren van dit voorstel in deperiode tussen de nieuwe en de oude Kamer. Dat heeft ervoor gezorgd datde Kamer meer tijd genomen heeft om hiernaar te kijken. Dankzij de heerFlach is het duidelijk geworden dat er veel mis is met dit wetsvoorstel.Mijn buurman heeft het al goed aangegeven: dit voorstel heeft impact opmensen. Daarbij hoort een zorgvuldige afweging. Deze wetswijziging isbenaderd als een technische wijziging. Er is een juridische uitspraak vande rechter, die we moeten vertalen in nieuwe wetgeving. Uitvoering,regelen en klaar! Maar we hebben het hier over mensen: mensen voorwie ik als wethouder zorg had, mensen met een maatwerkvoorziening dieervoor zorgt dat zij ondanks een beperking gewoon mee kunnen draaienin de samenleving. Wij als Kamerleden hebben de verantwoordelijkheidom dit mogelijk te maken. Die verantwoordelijkheid voel ik vandaag.Daarom wil ik daarvoor opkomen.Voorzitter. Per 1 januari van dit jaar zijn mensen die noodzakelijke hulpkrijgen ineens zelfstandigen met personeel. Laat dat even tot udoordringen. Mensen die gebruikmaken van hulp omdat ze wat extra zorgnodig hebben, zijn ineens ondernemers met een extra administratievelast. Ze worden verantwoordelijk voor het welzijn en de financiëlezekerheid van hun personeel. Wat ons betreft is dat de omgekeerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 449 wereld. Pgb-houders doen dat, want ze moeten wel. Maar kunnen we datvan ze vragen?Voorzitter. De afgelopen weken heb ik me enorm verdiept in deze materieen met veel deskundigen gesproken. Ik blijf worstelen met ditwetsvoorstel. Ik vertel u waarom. Allereerst is er de gang van zaken,waarover later meer. Ten tweede noem ik het gemak waarmee deze zwareverantwoordelijkheden op het bordje worden gelegd van mensen in eenkwetsbare positie. Ten derde vraag ik mij af wat de manier is om dit toteen goed einde te brengen.Vooropgesteld: werknemers die hun inkomen genereren uit zorg, hebbenrecht op sociale zekerheid. Dat moeten we regelen. Dat staat hier niet terdiscussie. Dat deel van het wetsvoorstel laten wij ook ongemoeid. Maarde regering gaat in haar voorstel verder dan de rechter. Zij wijzigt nietalleen de aspecten van de sociale verzekering, zoals de rechter bedingt,maar er worden ook nog eens arbeidsrechtelijke aspecten toegevoegd.Dat brengt grote consequenties met zich mee in de relatie tussen depgb-houder en de verzorgde, met forse verantwoordelijkheden voor dezorgvrager. Iemand met een handicap die hulp krijgt om ’s morgens uitbed te komen om naar zijn werk te gaan, is nu opeens een soortmkb-ondernemer geworden. Wij maken ons zorgen over de gevolgenhiervan. We vinden dat de regering voor dit deel van het wetsvoorstelslechts een hele magere onderbouwing levert. De regering toont nietvoldoende aan dat er noodzaak is en brengt niet in beeld wat het betekentvoor deze pgb-groep. De mens raakt hier uit beeld. De mensen blijvenverantwoordelijk. Dat vinden wij geen goed idee.Het eerste gevolg voor deze groep is de verantwoordelijkheid voor dewerkgeverslasten. Naar wat wij hebben begrepen, wordt de financieringhiervan deels overgenomen. De uitvoering vindt plaats via de SVB, maaruiteindelijk blijft de budgethouder verantwoordelijk. Dan zijn er nogarbeidsrechtelijke verplichtingen. De budgethouder wordt eindverant-woordelijk voor het welzijn en de financiële zekerheid van zijn dienstver-lening. Dit aspect weegt voor ons het allerzwaarst. Mijn buurman heeftook al aangegeven wat dat in de praktijk betekent, maar ik herhaal het nogeen keer. Bij ziekte van de zorgverlener moet de zorgvrager opeens aan deslag met re-integratieverplichtingen, onder andere vanuit de Wetverbetering poortwachter. Het niet naleven daarvan kan behoorlijkeconsequenties hebben. Ook hier ligt de volledige verantwoordelijkheidweer bij de pgb-houder.Ik sprak met een vriendin die een goede baan heeft en vijf uur in de weekhaar buurman Ronnie ondersteunt. Ze zei: «Ik kan het Ronnie echt nietaandoen om deze last voor mij op zich te nemen. Misschien moeten wehet dadelijk anders gaan regelen, of stop ik bij Ronnie, want ik kan hemdat echt niet aandoen.» Dat is een voorbeeld waar ik buikpijn van krijg.Vaak valt er niks anders te regelen, want dat pgb-budget is nu net hetvangnet om de zorg die niet standaard is, vorm te geven, om eigen regiete houden. Als het makkelijk was om het anders te doen, was dit nietnodig. Dan werd er geen pgb-budget aangevraagd.Pgb is maatwerk. Je krijgt niet zomaar een pgb. Een ander onderbelichtgevolg is dat wij vrezen dat een groot deel van de pgb-houders geenbudget toegekend krijgt. Om dit budget te krijgen, moet je namelijkvaardig zijn om alle verplichtingen op je te nemen. Deze extra, nieuweverplichtingen kunnen er dus zomaar voor zorgen dat je niet meer vaardiggenoeg bent. Over het kind met het badwater weggooien gesproken.Overigens zie ik dat de checklist van de website van het ministerie nogniet aangepast is aan de vaardigheden die men per 1 januari zou moetenhebben.Wie raak je dan? Mensen die met extra hulp kunnen meedoen in desamenleving. In mijn gemeente is dat bijvoorbeeld een groep jonge,gehandicapte mensen. Zij hebben wat meer maatwerk nodig. Of het gaatom mensen die werken en op hun werk geholpen worden om bijvoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4410 beeld naar het toilet te gaan. Dat kan niet de bedoeling zijn. DeCDA-fractie is not amused over het gemak waarmee dit voorstel allewerkgeversverplichtingen naar deze doelgroep toeschuift.Ten aanzien van de gang van zaken. U mag best weten dat de CDA-fractieontsteld is over dit voorstel en de gang van zaken. De Kamer is niet instaat gesteld de juiste afweging te maken. Het is een voorstel waarmeemeer gedaan is dan verwacht wordt en waarmee meer gedaan wordt dande rechter bepaald heeft. Het gesprek wordt kapotgeslagen met juridischeargumenten. Maar het gaat niet over de juridische techniek. Nogmaals,het gaat over mensen.Verder heeft de regering de uitvoering al in gang gezet voordat de Kamereen oordeel heeft kunnen vellen. Ook de SVB werkt alsof de wet al inwerking is getreden. Als we zaken alsnog anders willen organiseren, heeftdat grote gevolgen voor burgers. Degene naast mij heeft hier ook al eenaantal voorbeelden van gegeven. De regering verdedigt in de nota vanwijziging dat terugwerkende kracht mogelijk is als er sprake is van een fairbalance tussen betrokken belangen. Ik ben van mening dat daar geenafweging in is gemaakt. De terugwerkende kracht kan niet wordenteruggedraaid – dat staat erin – omdat we dan te maken krijgen met eenverrassingseffect op inwoners. Maar is het niet zo dat deze mensen aanhet einde van het jaar al verrast zijn door de wetswijziging, met groteimpact op de samenwerking met hun zorgverlener? Wat ons betreft is heteen fait accompli.Vanuit VWS wordt nog een reparatie doorgevoerd vanwege deZvw-budgethouders. De Staatssecretaris toont begrip voor de breedgedeelde zorgen van de pgb-budgethouders. Het is goed dat zij hierin eenverantwoordelijkheid pakt, maar het lijkt er wel op dat de gevolgen vooralle andere mensen die de dupe worden, nu pas tot de beleidsmakersdoordringen. Had dit niet eerder en integraler gemoeten? Ik kan hetnamelijk niet genoeg benadrukken, ook hier: het gaat over mensen.Nogmaals, zorgverleners hebben recht op een sociale zekerheid, maarniet ten koste van de pgb-houder. Er is niet goed gekeken naar dedoelgroep en hun zorgverleners en er zijn geen alternatieven overwogen.Dat is extra wrang, omdat we met het arbeidsrechtelijke aspect van de wetop de zaken vooruitlopen.Als Kamerlid wil ik graag een goede afweging kunnen maken en ingesprek gaan met mijn mede-Kamerleden en de Minister en Staatssecre-taris, zonder dat een juridische discussie het gesprek kaapt. Als nieuwKamerlid ben ik ook nog zoekende naar hoe ik hier het beste mijn bijdrageaan lever. Voorafgaand aan dit debat heb ik een stevig amendementingediend, met daarin de volgende punten. Alle arbeidsrechtelijkevoorwaarden gaan van tafel. Er komt geen «zelfstandige met personeel»-status voor pgb-houders. Ik ben hierin opgetrokken met de heer Flach.Dan nu mijn worsteling. Tot laat heb ik gezocht naar wat de juiste manierzou zijn om de grote gevolgen van dit wetsvoorstel in goede banen teleiden. Ik sprak over dit onderwerp met heel veel mensen, groepen enorganisaties. Ik realiseer me dat er best wat uitvoeringsissues op ons afgaan komen. Dat vind ik een hele lastige. Dingen moeten wordenteruggedraaid en er hangen verdere gerechtelijke uitspraken in de lucht.Dat geeft ook heel veel gedoe. Mensen worden de dupe en dat wil ik niet.Met pijn in het hart komt er dus ook een afgezwakt amendement, waarinwe ook de arbeidsrechtelijke zaken die niet uitgevoerd moeten worden,van tafel vegen.Voorzitter. Even kort samengevat: onze fractie maakt zich zorgen over dewerkgeversverplichtingen waarmee pgb-houders als gevolg van ditwetsvoorstel zullen worden geconfronteerd. Pgb-houders worden dannamelijk volwaardige werkgevers, eindverantwoordelijk voor het voldoenaan het geldende arbeidsrecht en ze moeten zich houden aan allewettelijke verplichtingen die bij het werkgeverschap komen kijken. Daarbijis er onvoldoende aandacht voor de financiële gevolgen en alle gevolgenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4411 die dat heeft voor pgb-budgethouders. Met name het ontslagrecht is eengrote zorg voor het CDA.De voorzitter:Gaat u afronden? U zit namelijk over uw tijd. Er is een vraag van de heerFlach en u zit anderhalve minuut over uw spreektijd heen.Mevrouw Bühler (CDA):Als het goed is, is er vandaag nog bij de griffie gevraagd om wat meer tijdte krijgen. Is dat niet binnengekomen?De voorzitter:Nee. We laten u de ruimte. Dan geef ik de heer Flach even het woord vooreen interruptie.De heer Flach (SGP):Voorzitter, het mag ook aan het eind, hoor. Dat is prima. Dan luister ikeerst het betoog af.De voorzitter:Maakt u eerst uw verhaal af.Mevrouw Bühler (CDA):Dank u wel voor uw flexibiliteit, dat ik toch door mag. Met het laatsteamendement stel ik voor om de inwerkingtreding van de artikelen van hetwetsvoorstel die over ontslagrecht, scholing en de Wet flexibel werkengaan, op te schorten, met als doel dat de betreffende bepalingen, tenzijdaartoe een juridische noodzaak ontstaat, niet in werking treden. Dat doeik om pgb-houders te beschermen tegen verdere regeldruk, om de druk teverminderen die het wetsvoorstel legt op de pgb-budgetten en om hetpgb als volwaardig alternatief voor zorg in natura te beschermen.Als laatste wil ik om een toezegging van de regering vragen – anders komik met een motie – om de komende tijd verder te onderzoeken op welkewijze de pgb-budgethouders ondersteund kunnen worden, zodat deverantwoordelijkheid die zij dragen, verlicht wordt. Ik vraag de regeringook om hierover voor de zomer aan de Kamer te rapporteren.Voorzitter. Ik rond af. Ik vertelde net over Ronnie uit Sittard-Geleen, diemet zijn pgb maatwerk krijgt van zijn zorgverlener Mirjam. Voor alleRonnies en Mirjams in Nederland is het belangrijk dat zij hun samen-werking kunnen voortzetten, zonder complicerende factoren of verant-woordelijkheden die niet bij hen thuishoren. Daar gaat het namelijk om:mensen zoals u en ik, die een beetje meer hulp nodig hebben, maardaarmee dan ook gewoon mee kunnen doen in deze samenleving,mensen die we het niet onnodig moeilijk moeten maken. Daarvoor zittenwij hier.Tot zover, voorzitter.De heer Flach (SGP):Goed dat mevrouw Bühler op deze manier haar dilemma’s en ook deworsteling die deze teweegbrengen, hier op tafel legt. Ik denk dat wij daarallemaal wel iets van herkennen. Ze gaf aan een stevig amendement tehebben ingediend. Dat is ook zo. Daar sta ik mede onder. In datamendement vervallen de artikelen 4, 5, 6 en 8 gewoon. Waarom? Datheeft mevrouw Bühler duidelijk aangegeven: ze zouden gewoonongewenste effecten hebben. Juist daarom verbaasde het mij dat er kortvoor het debat ook het amendement op stuk nr. 29 nog kwam, waarin degewraakte artikelen 4, 5, 6 en 8 toch gewoon in de wet blijven staan, maarnog niet ingevoerd worden. Ze worden er, met andere woorden, afhan-kelijk van of de rechter, de Centrale Raad van Beroep, nog weer eenuitspraak doet. Daarmee zet je toch de Kamer juist buitenspel? EnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4412 daarmee maak je toch de juridische werkelijkheid leidend? Met anderewoorden: ik begrijp niet goed waarom het CDA ervoor heeft gekozen omook deze afgezwakte versie van het eigen amendement in te dienen.Mevrouw Bühler (CDA):We zijn het er helemaal over eens dat de manier waarop dit gaat, geengoede manier is. We zijn het er ook over eens dat deze extra verzwaringeigenlijk niet bij de pgb-budgethouders past. Ik zou sowieso graag nogeven een taxatie van de Minister wensen van het eerste amendement. Ikwil van de Minister ook graag een taxatie van de amendementen die u alsSGP heeft ingediend; daar staan wij ook onder. Wij willen vooral graagkijken hoe we zaken kunnen organiseren. Op het moment dat blijkt dat hetin de uitvoering niet anders kan, hebben we nog een andere mogelijkheid,namelijk het derde amendement.In de gesprekken die ik heb gevoerd, heb ik het volgende begrepen;daarom vind ik het ook zo lastig en worstel ik er zo mee. Over loondoorbe-taling bij ziekte zeggen budgethouders: ik vind dit heel moeilijk, want ophet moment dat mijn medewerker ziek wordt, moet ik deze na zes wekenloondoorbetaling ontslaan, en ik weet niet of ik nog hulp van dezepersoon kan krijgen als deze weer beter wordt. Er zit dus ook eenworsteling aan de kant van de budgethouder. Ik vind dat heel lastig. Ik ganog even een stapje verder: ik begrijp dat er ook al sprake is van eenjuridische realiteit. Ik vind het heel erg lastig om daar een knip in te makenen daar een ander dilemma op te werpen.De heer Flach (SGP):Ik heb nog een vervolgvraag. Ik begrijp dat. De situaties zijn zoverschillend dat de wet nooit helemaal passend zal zijn voor iedereen. Hetgaat mij erom dat ik de lijn van het CDA heel helder vond. We zijn nietvoor niets zo gezamenlijk opgetrokken. «We moeten ons beperken tot deuitspraak van de Centrale Raad van Beroep en niet in als-danredeneringenterechtkomen, zoals: wat nu als er een nog verdergaande uitspraak komt?Haal dus uit deze wet wat er extra aan is toegevoegd.» Die lijn vond ikhelder. Met het nieuwe amendement dat u naar voren heeft gebracht, zegik via de voorzitter, ontstaat er juist een nieuw soort onzekerheid. Dat komtdoordat je de onderdelen wel allemaal in de wet zet, dus inderdaad ookhet ontslagrecht, de Wet flexibel werken en noem maar op, maar je erbijzegt dat ze pas in werking treden als de rechter dat noodzakelijk vindt. Datbetekent dat er een voortdurende juridische dreiging boven de hoofdenvan de zorgverleners en de budgethouders hangt, namelijk: als er nu eenrechtszaak gevoerd wordt bij de Centrale Raad van Beroep, dan ben ikdaar misschien in de toekomst ook aan gehouden. Die onzekerheid wordtmet dit amendement eigenlijk in de wet gebakken. Is dat een conse-quentie die mevrouw Bühler voor haar rekening wil nemen?Mevrouw Bühler (CDA):Laat ik vooropstellen dat het niet de bedoeling is om nog meeronzekerheid toe te voegen, maar juist om ervoor te zorgen dat deze zakenniet worden ingevoerd op het moment dat dat niet nodig is. Dat zou watmij betreft de ultieme optie zijn. Stel dat deze wet in zijn volledigheidwordt aangenomen, dan hebben we nog een escaperoute om een aantalzaken niet te hoeven invoeren. Dan hebben in ieder geval iets kunnenverzachten. Dan hebben we ten minste iets voor de pgb-houders kunnenregelen.De voorzitter:Ik zie de inmiddels binnengekomen heer Ceulemans van JA21. Hij was aleen tijdje binnen, maar ik had hem niet geïntroduceerd. Hij mag eerst, endan is de VVD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4413 De heer Ceulemans (JA21):Ik heb voortbordurend hierop toch nog een aanvullende vraag. Als je dieuitzonderingen wel in de wet laat staan, maar dan met een opschortendewerking, en pas activeert op het moment dat er een rechterlijke uitspraakover is, dan betekent dat natuurlijk niet per definitie dat ze zo uitgevoerdmoeten worden als ze nu in de wet worden gezet. Op het moment dat derechter een uitspraak doet over bijvoorbeeld loondoorbetaling bij ziekteen ontslagrecht, dan heeft de Kamer natuurlijk nog het recht om daarinvulling aan te geven op een manier die de Kamer zelf goedvindt. Als uhet met een opschortende werking in de wet zet, om het meteen teactiveren in het geval van een rechterlijke uitspraak, is ook diemogelijkheid weg. Hoe reflecteert mevrouw Bühler daarop?Mevrouw Bühler (CDA):Als we de wet die nu voorligt als vertrekpunt nemen en deze in zijn geheelaannemen, wordt alles uitgevoerd, en dat willen we niet. De discussie diegevoerd wordt, gaat over de juridische dreiging. Ik ga dan kijken op welkemanier ik deze discussie kan ontzenuwen en een escape kan monteren. Ditis dus de vangrail die ik langs deze route heen bouw. Ik hoor graag van deMinister welke mogelijkheden er zijn. Ik heb liever – dat is een worsteling– dat we een aantal zaken uit deze wet houden. Als dat kan, ga ik die routevolgen. Als dat niet kan, dan is er met dit amendement nog een laatsteescape.De voorzitter:De heer Ceulemans met een vervolgvraag.De heer Ceulemans (JA21):Ja, een korte vervolgvraag. Los van de vraag of ik het ermee eens ben ofniet, ik begrijp de reden waarom mevrouw Bühler dit doet. Maar als dezezaken in de wet blijven staan, is op het moment dat de wet geactiveerdwordt, de wetstekst nu eenmaal de wetstekst, ondanks het feit dat er eenopschortende werking bij zit. Als de Kamer zich niet kan vinden in devertaling van een mogelijke toekomstige rechterlijke uitspraak over dieandere onderwerpen, zal er alsnog weer een nota van wijziging nodig zijn.Waarom heeft dat uw voorkeur boven nu de wet strippen tot wat derechter ons opdraagt en vervolgens verder kijken als er nieuwe uitsprakenkomen?Mevrouw Bühler (CDA):Ik heb hier al gezegd dat dit voor ons de vangrails was om de tekst zoalsdie er nu ligt, een stukje af te zwakken. Als u zegt op een andere manier tewillen kijken waar u nog iets kunt aanpassen aan deze wet, dan lijkt hetme goed dat u daarover een voorstel doet.Mevrouw Wendel (VVD):Ik hoor de worsteling bij mevrouw Bühler. Die begrijp ik heel goed.Sterker nog, die deel ik volledig. Echter, er liggen nu een aantal amende-menten waar de naam van mevrouw Bühler onder staat die onderlingtegenstrijdig zijn. Ik begrijp dat mevrouw Bühler zegt benieuwd te zijnnaar de appreciatie van de Minister om uiteindelijk knopen met elkaar tekunnen doorhakken, maar kan mevrouw Bühler later in het debat welkleur bekennen over welk amendement haar voorkeur heeft? Dan wetenwe ook waar we naartoe gaan met elkaar.Mevrouw Bühler (CDA):Mevrouw Wendel, dank u wel. Inderdaad, hier zit een worstelend nieuwKamerlid. Wat mij betreft gaat het liefst alles van tafel. Laten we alleen deuitspraak van de Centrale Raad van Beroep volgen. Dat zou mijn voorkeurhebben. Alleen, ik heb begrepen dat een aantal zaken echt niet kan. Na deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4414 appreciatie zal ik uiteraard aangeven welke route voor onze fractie demeest logische is.De voorzitter:Voldoende, mevrouw Wendel? Dan geef ik u meteen het woord voor uwinbreng.Mevrouw Wendel (VVD):Dank u wel. Allereerst dank aan mevrouw Patijn voor het meteen willenvoorzitten van deze vergadering. Dat is heel belangrijk bij dit belangrijkeonderwerp. Dat wou ik toch even gezegd hebben.Voorzitter. Vrijheid is voor liberalen heel belangrijk, zo ook voor mij; devrijheid om eigen keuzes te maken, het leven zelf in te richten en niet tehoeven uitleggen waarom je iets op jouw manier doet. Dat was vroeger alzo toen ik als puber mijn ouders ervan wilde overtuigen dat het beoefenenvan vier verschillende sporten tegelijkertijd prima kon en dat het hebbenvan twee bijbaantjes prima te combineren was met het schoolgaandeleven. Die vrijheid geldt nog steeds. Ik maak mijn eigen keuzes over waarik woon, van wie ik houd en wat mijn drijfveren zijn. Diezelfde vrijheid gunik iedereen, juist ook mensen die zorg nodig hebben.Voorzitter. Daarom is het persoonsgebonden budget zo belangrijk. Bij hetpgb draait het om regie. Met een pgb kunnen mensen zelf kiezen wie henhelpt, hoe die hulp eruitziet en wanneer deze hulp geboden wordt. Datgeeft vrijheid. Dat voorkomt dat mensen volledig afhankelijk worden vanéén zorginstelling.Vandaag spreken wij over een wijziging van de Werkloosheidswet enenige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstver-lening aan huis. De regeling zorgt ervoor dat pgb-houders die minder danvier dagen per week zorg of hulp inkopen, minder werkgeversverplich-tingen hebben. Dat maakt het pgb werkbaar, menselijk en flexibel. Preciesdaarom hecht de VVD waarde aan deze regeling.In 2023 oordeelde de rechter dat deze regeling aangepast moest worden,omdat er sprake zou zijn van indirecte discriminatie van vrouwen. Hetgeeft mij een afdronk van «zielige vrouwtjes». Het gaat volledig voorbijaan het punt dat dit een bewuste keuze is van veel vrouwen – enoverigens ook van mannen – en dat de arbeidsmarkt voor hen zeergunstig is. Deze werknemers verliezen met deze wetswijzigingen dan ookhun flexibiliteit. Hoe kijkt de Minister hiernaar?Ondanks het feit dat de VVD grote waarde hecht aan de huidige uitzonde-ringspositie die pgb-houders ontlast, vinden wij dat we moeten voldoenaan deze rechterlijke uitspraak. Wat de Minister nu voorlegt, gaat echterveel verder dan wat de rechter vraagt. Niet alleen wordt de WW-premieverplicht, ook komt er een loondoorbetaling bij ziekte van 104 weken.Daarnaast regelt dit wetsvoorstel dat de pgb-houder moet doorbetalen bijwettelijk verlof en de werknemer moet ondersteunen bij scholing. Ookzorgt deze wetswijziging voor een minder soepel ontslagrecht. Waaromgaat de Minister verder dan de rechterlijke uitspraak?Ik begrijp dat er nieuwe rechtszaken lopen, maar waarom wachten we dieuitspraken dan niet af? Heeft de Minister zicht op wanneer die rechtszakenplaatsvinden?De VVD wil niet meer verantwoordelijkheden en verhoging van deadministratieve last voor budgethouders als het niet echt nodig is. Ik maakme in het bijzonder zorgen om het ontslagrecht. Pgb-houders zijn geengewone werkgevers. Het gaat hier om mensen die zorg nodig hebben,soms dagelijks, en in zeer persoonlijke situaties. Als er een conflictontstaat, dan kan iemand toch niet verplicht worden om zorg te blijvenontvangen van degene met wie het zo botst?Dan kom ik op het volgende. Ik wil de Minister vragen naar de gevolgenvan deze wetswijziging. Het voorliggende wetsvoorstel heeft als doel omde positie van zorgverleners die minder dan vier dagen per week zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4415 verlenen aan budgethouders, te verbeteren. De Minister zegt zelf echterook dat het onbekend is in hoeverre veel of weinig zorgverleners dehuidige rechtspositie als problematisch ervaren. We lossen dus eenprobleem op, zonder dat we zeker weten in welke mate er daadwerkelijkeen groot probleem ervaren wordt. Hoe reflecteert de Minister daarop?Daarnaast is de impact op pgb-houders en zorgverleners onvoldoendeduidelijk. Er zijn natuurlijk ook zorgverleners die juist waarde hechten aande huidige flexibiliteit. Verwacht de Minister dat zorgverleners afhakenomdat de flexibiliteit verdwijnt? Leidt dit niet tot extra krapte in de zorg?Door deze wetswijziging wordt dienstverlening duurder en wordt deprikkel om buiten het systeem om hulp te regelen groter. Hoe reflecteertde Minister daarop? Verwacht de Minister dat er straks meer zwartgewerktgaat worden? Wat als er sprake is van een combinatie van een pgb en eenparticulier budget voor hulp? Wat betekent dit dan?Voorzitter. Het pgb is essentieel voor mensen met een chronische ziekte ofeen handicap. Tegen wil en dank krijgen ze nu allerlei werkgeversverant-woordelijkheden. De budgethouders worden opgezadeld met 20% hogerewerkgeverslasten, en dan heb ik het nog niet eens over de stijgendeadministratieve last. Ik wil van de Minister weten welke taken en risico’saltijd bij de budgethouder blijven liggen, ook met ondersteuning van deSVB.Dan de financiële gevolgen. Wat mij betreft mogen de budgethouders nietde dupe worden van deze wetswijziging. Ik ben blij te zien dat daaraandacht voor is. Maar wat gebeurt er na twee jaar? Hoe zorgen weervoor dat gemeenten het geld dat zij krijgen daadwerkelijk inzetten voorbudgethouders, ongeacht of zij in Groningen, Amsterdam of Zeelandwonen?Dan het meest opmerkelijke van deze wetswijziging: de haast. Waarommoet deze wet per se per 1 januari 2026 ingaan? Ik heb begrepen dat deuitvoering onomkeerbare stappen heeft genomen en er grote problemenveroorzaakt worden als deze wetswijziging nu niet doorgevoerd wordt.Hoe kan het dat uitvoeringskeuzes de Kamer voor een voldongen feitstellen? De Kamer heeft de wetgevende macht. Deze ligt niet bij deuitvoering. Waarom heeft de toenmalige Minister de Tweede Kamer nietgeïnformeerd toen dit besluit genomen is? Hoe worden situaties zoalsdeze in de toekomst voorkomen? In de tweede termijn zal ik hierover eenmotie indienen.Tot slot, voorzitter. Het pgb is voor veel mensen geen bijzaak, maar eenvoorwaarde om zelfstandig te kunnen leven. Wat er ook verandert, regieover het eigen leven mag nooit het kind van de rekening worden. Watbetekent deze wetswijziging volgens de Staatssecretaris voor het pgb? Ikvraag de Staatssecretaris om alles op alles te zetten en te garanderen dathet persoonsgebonden budget een volwaardig alternatief blijft voor zorgin natura.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Wendel. U bent te gast in deze commissie, maar uhad een helder verhaal. Ik geef nu het woord aan de heer Neijenhuis.De heer Neijenhuis (D66):Voorzitter, dank u wel. Dit is mijn eerste wetsbehandeling als Kamerlid, enwat voor een meteen! Al voordat we de wet hier kunnen bespreken, is dieeigenlijk al ingegaan. Bovendien is ons duidelijk gemaakt dat de invoeringin alle ICT-systemen maar liefst anderhalf jaar kostte en aanpassingen duspraktisch onuitvoerbaar zijn. Of we even willen tekenen. Ik kijk even naarde Kamerleden die hier al wat langer zitten. Gaat het altijd zo hier?Over dat proces heb ik dus nog wel wat vragen, maar laat ik beginnen metde mensen die voor mij centraal staan in het beoordelen van deze wet.Dat zijn de budgethouders en hun zorgverleners. D66 vindt dat het pgbTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4416 altijd een volwaardig alternatief moet zijn voor zorg in natura, waarmeemensen hun eigen zorg kunnen regelen. Een jongere met een handicapdie ook een studie wil volgen, iemand met een uitdagende baan die ookhulp nodig heeft, een budgethouder met een zeldzame aandoening: hetkunnen allemaal mensen zijn waar de gewone thuiszorg vaak niet op isingericht. Voor hen is vaak de beste, of soms zelfs de enige, oplossing omeen groot team te verzamelen van mensen die allemaal een klein beetjemeehelpen en daarvoor een passende vergoeding krijgen. Dat zijn demensen voor wie het pgb een essentiële voorwaarde is om mee te doenin de samenleving, en die mensen moeten we voor ogen hebben.Een deel van deze budgethouders heeft weloverwogen gekozen voor deruimte die de wet bood om niet voor alle zorgverleners alle werkgevers-verplichtingen op zich te nemen. De rechter zet nu een streep door diemogelijkheid. Daar kunnen we met z’n allen van alles van vinden, maarlaten we er vooral voor zorgen dat budgethouders en hun zorgverlenersop een goede manier verder kunnen gaan na deze uitspraak. Daar haddenwe wel zorgen over, want budgethouders hebben nu al enorme adminis-tratieve lasten. Daar komen nu ook nog eens deze werkgeversverplich-tingen bij. Ik kom uit de financiële hoek, en als daar extra uitgaven wordenvoorgesteld, moet je volgens de begrotingsregels elders ook altijd weercompenserend bezuinigen. Heeft de Minister overwogen om die gedach-tegang ook hier voort te zetten, en voor deze extra administratieve lastenook te zoeken naar onderdelen waar de administratie voor pgb-houdersjuist versimpeld kan worden, als een soort compenserende administra-tievelastenverlichting?Nu wordt direct gezegd dat veel taken van die extra verplichtingengeregeld kunnen worden via de Sociale Verzekeringsbank. Zijn budget-houders ook voldoende op de hoogte van deze mogelijkheid? Klopt hetdat zelfs nu de compenserende middelen in de Zvw afhankelijk zijn vanhet regelen van zaken via die SVB-route, er nog steeds niet meerbudgethouders zich hebben aangemeld bij de Sociale Verzekeringsbank?Dat lijkt me geen goed teken. Wat gaat de Minister of de Staatssecretarisdoen om deze route beter onder de aandacht te brengen, behalve deacties die tot op heden blijkbaar nog niet het gewenste effect hebbenbereikt? En, voor het geval het een succes wordt: kan de Sociale Verzeke-ringsbank het eigenlijk wel aan als er opeens wel een groot aantalbudgethouders aanklopt? Kan de Minister meer inzicht bieden in hoe dieuitvoering via de Sociale Verzekeringsbank dan verloopt? Is het financieeleigenlijk wel aantrekkelijk, en welke taken worden dan uit handengenomen? Zijn er nog steeds tijdrovende verplichtingen in die route diewél via de budgethouders blijven lopen? Houden budgethouders ook nogvoldoende eigen regie?Een specifieke groep waar ik me zorgen over maak zijn de budgethoudersvia de Zorgverzekeringswet. We kregen daar haast surreële verhalen tehoren – ze zijn hier ook al eerder aan de orde geweest – van budget-houders die wel meer werkgeverslasten moesten betalen, maar waar hetmaximumtarief van de zorgverzekeraar niet steeg. Die extra lastenmoesten dus ten koste gaan van het nettoloon van de zorgverlener. Datkun je eigenlijk niet vragen van mensen. Zelfs als mensen het verschil uiteigen zak wilden bijpassen, mocht dat niet. Het maximumtarief wasleidend. Zien de Minister en de Staatssecretaris het risico dat dezewerkwijze zorgverleners ertoe aanzet om als zzp’er te gaan werken, terwijlze dat eigenlijk liever niet zouden willen?Complimenten aan het kabinet dat het in de laatste weken van het vorigejaar nog een oplossing heeft uitgewerkt voor deze groep, door compen-satie te bieden, vergelijkbaar met bij de Wlz-groep. Dat is natuurlijk eenstap in de goede richting. We hebben nog wel enkele vragen. Klopt het datde systematiek van het maximumtarief dat ik net heb benoemd, dekomende jaren nog steeds blijft? Dat heeft het risico dat mensen insommige gevallen niet de volledige werkgeverslasten kunnen bijpassen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4417 omdat ze dan boven het maximumtarief zouden komen, zelfs als het tariefvan de verzekeraar onder het tarief van VWS ligt. Graag hoor ik eenreactie van het kabinet op het amendement van D66, dat ik heb ingediend,om voor deze groepen een hardheidsclausule in de wet op te nemen. Zokan het maximumtarief van de verzekeraar in schrijnende gevallenworden omzeild door de Minister.Hoe kan het dat de invoering van deze wet al anderhalf jaar loopt en decompensatie in de Zvw pas twee weken voor inwerkingtreding geregeldis? Waarom stond dat niet eerder op het netvlies?Verder is deze compensatie slechts voor twee jaar, net als bij de Wlz. Datroept eigenlijk meteen de vraag op of we niet alleen die problemen voorbudgethouders in de knel twee jaar vooruitschuiven, maar zij dan ookalsnog met hetzelfde probleem te maken krijgen. Hoe kijken de Ministeren de Staatssecretaris naar het amendement van D66 om hier zicht op tehouden door binnen twee jaar een gedeeltelijke evaluatie te doen naar detoereikendheid van deze compensatie? Zo kunnen we bijsturen voordat demiddelen aflopen.Voorzitter. Dan heb ik nog vragen over hoe we in dit proces terecht zijngekomen. Een wet die al is ingegaan en feitelijk niet meer te herzien ismet terugwerkende kracht behandelen, kan natuurlijk niet. Aan de anderekant snap ik dat het ook problemen oplevert om pas na de hele wetsbe-handeling te beginnen met de complete uitvoering van een wet, die in ditgeval blijkbaar anderhalf jaar duurt. Voormalig Kamerlid Pieter Omtzigtsomde een paar jaar terug eens op hoeveel wetten er eigenlijk al warenaangenomen maar nog niet in werking waren getreden omdat deuitvoering nog niet klaar was. Dat waren er een heleboel. Hij hadnatuurlijk een punt: dat is ook geen ideale situatie. Hoe gaan we dit in detoekomst voorkomen?Waarom is er in dit traject niet voor gekozen om de Kamer van tevoreneens goed mee te nemen en te informeren over de onderliggende keuzesvan deze wet? Dan was de Kamer op dit moment nog steeds gebondenaan de keuzes die toen gemaakt zijn, maar waren die keuzes in ieder gevalwel gemaakt aan de hand van uitgangspunten waar ze zelf medeverant-woordelijk voor was. Wordt er verder nagedacht over een democratischverantwoorde procedure om de Kamer te betrekken bij wetten die zo’nlange invoeringstermijn kennen?Het onderliggende probleem. Is het een gegeven dat de invoering vanzo’n wet maar liefst anderhalf jaar moet duren? Wordt er ook gekekennaar maatregelen zodat wetsaanpassingen zoals deze veel sneller kunnenworden doorgevoerd in ICT-systemen? Dan zijn amendementen nogmogelijk en wordt het geen alles-of-nietskwestie.Met deze vragen en voorstellen hoop ik een oplossing te kunnen biedenaan de zorgverleners en de pgb-houders die op dit moment inonzekerheid zijn vanwege deze wet. Ik kijk uit naar de antwoorden van hetkabinet.Dank u wel.De heer Flach (SGP):Als ik goed naar het betoog van D66 luister, dan richten de bezwaren zichnaast de procedure vooral op de budgettaire kwestie en de administra-tieve druk die bij pgb-budgethouders terechtkomt. Wat ik eigenlijk niethoor in het betoog, zijn fundamentele bezwaren tegen het feit dat een heelaantal werkgeversverplichtingen juridisch onnodig op het bordje vanpgb-budgethouders worden gelegd. Dat betreft verplichtingen rond hetontslagrecht, de Wazo, flexibel werk en al die andere werkgeversverplich-tingen die in deze wet zitten en niet rechtstreeks voortvloeien uit deuitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daartegen hoor ik in hetbetoog van de heer Neijenhuis eigenlijk geen fundamentele bezwaren.Klopt dat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4418 De heer Neijenhuis (D66):Daar kunnen we een heel lang debat over houden, maar daar is eenrechterlijke uitspraak over geweest. Die beperkte zich inderdaad tot enkelewerkgeversverplichtingen, maar er is ook gesteld dat de kans heel groot isdat als je al die andere verplichtingen gaat voorleggen, diezelfderedenering ook daarop van toepassing is. Dat vind ik een logischargument. Als je dat bij heel veel mensen en heel veel partijen checkt, dankrijg je ook telkens terug dat het echt in de lijn der verwachting ligt dateen rechter er zo naar zal kijken. Wat ik in ieder geval wil voorkomenvanuit het perspectief van die budgethouder, is dat we hier bijvoorbeeldgaan zeggen: heel veel van die verplichtingen komen er toch niet; hij iseigenlijk al in werking getreden, maar oké, die halen we uit de wet. Dankomen er rechtszaken en dan komen ze er toch weer wel. Dat is echt eenjojobeleid waar je budgethouders volgens mij geen dienst mee verleent.Dan zou ik zeggen: of je het nou wenselijk vindt of niet en of je er nou opzat te wachten of niet, daar kun je een heel lang debat over voeren, maarwe hebben nu die rechterlijke uitspraak. Laten we het nu in ieder geval inéén keer goed regelen, met goede compensatie, duidelijkheid voor debudgethouders over waar ze aan toe zijn en een goede uitvoering. Latenwe dat in één keer goed regelen in plaats van weer proberen te knippenen te shoppen en mensen uiteindelijk nog veel langer in onzekerheid telaten.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Mulder voor zijn inbreng.De heer Edgar Mulder (PVV):Dank u wel, voorzitter. Mijn buurman vroeg zich af of het mogelijk was omwetten sneller in te voeren, ook gezien de ICT-systemen. Ik kan hemverklappen dat, ook al nemen wij als Kamer een wet aan, de computersoms nee zegt. Dan kunnen bijvoorbeeld tarieven van de Belastingdienstof iets voor leaseauto’s ... Dan kunnen we hoog en laag springen, maarhet gaat niet gebeuren.Dat geheel terzijde, voorzitter. Over de zaak zelf. Het is goed dat er werkgemaakt wordt van de uitspraak van de rechtbank van Rotterdam. Dieuitspraak betekent – het is een aantal keren gezegd – dat de uitzonderingvoor pgb-zorgverleners onder de Regeling dienstverlening aan huis komtte vervallen. Daardoor worden de rechten van de zorgverleners dieminder dan vier dagen werken, gelijk aan de rechten van werknemers dieniet onder die regeling vallen. De uitzondering op het afsluiten van eenverplichte WW-verzekering en overige werknemersverzekeringen is nietmeer toegestaan. Dat is goed. Dat is uitstekend. Deze pgb-zorgverlenerszijn namelijk een cruciale schakel in het zorgsysteem; dat is vandaag ookal een aantal keren gezegd. Ze zorgen voor persoonlijke, vaak klein-schalige zorg bij de mensen thuis. Dat moet gewaardeerd worden. Nukrijgen ze dezelfde rechten. Dat is positief. Eigenlijk willen wij als PVV ...Tenminste, ik wil mijn fractie voorstellen voor deze wet te stemmen, maarer zijn wel een aantal aandachtspunten en zelfs ook bezwaren. Die wil ikkort benoemen.Ten eerste: de wijziging brengt hogere kosten met zich mee voorbudgethouders. Werkgeverslasten zoals premies voor sociale verzeke-ringen moeten met terugwerkende kracht al vanaf 1 januari wordenbetaald. De regering kiest er schijnbaar bewust voor om pas in de loopvan 2026 te gaan kijken of er dan problemen ontstaan. Dat willen ze opindividuele basis doen. Ze willen kijken of er dan voldoende kwalitatievezorg kan worden ingekocht. Dat doen ze dus pas als er problemenontstaan. Eigenlijk is de vraag of die aanpak niet ook zorgt vooronzekerheid.Ten tweede: de Minister kiest ervoor een stap verder te gaan dan nodig is,gezien de uitspraak van de rechter, want die gaat alleen over de uitzon-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4419 dering voor werknemersverzekeringen. In deze wetswijziging staan ookoverige uitzonderingen. Die zorgen voor allerlei verplichtingen voorpgb-houders, zoals het regelen van zorgverlof, doorbetaling bij ziekte,scholing, re-integratieplannen, overleg voeren met arbeidsdiensten etcetera.Ten derde: uit de reactie van de regering blijkt dat de regering geen enkelinzicht heeft in de huidige situatie van de pgb-zorgverleners, noch in devraag of dit hun hoofdinkomen is, noch in de mate van afhankelijkheid, enal helemaal niet in wat deze zorgverleners zelf vinden en willen. Is het niettijd om dat eerst eens goed in beeld te brengen? Wie deze zorgverlenersdaadwerkelijk wil helpen en beschermen, kan toch niet om de heelsimpele vraag heen wat die zorgverleners willen?Die drie aandachtspunten brengen mijn fractie tot vier vragen. Vraag één:kan de Minister hier en nu garanderen dat geen enkele budgethouderdoor deze wetswijziging achteruitgaat in het aantal zorguren dat hij of zijkan inkopen? Twee: is het mogelijk om de wet zo aan te passen datgelijkstelling alleen plaatsvindt voor werknemersverzekeringen? Daarmeebedoel ik: stel die amendementen worden aangenomen, wat blijft er dannog over en wat zal de reactie van de Minister dan zijn? Drie: is deMinister het met de PVV eens dat een budgethouder geen doorsneewerk-gever is met een eigen humanresourcesafdeling en uitgebreide verzuim-protocollen? Hoe kan worden voorkomen dat deze mensen nu ineens eenvolledige werkgeverstaak erbij krijgen? De laatste vraag: de regering steltdat de vrijgemaakte 17,2 miljoen euro toereikend is, maar wat als hetbedrag in de praktijk niet volstaat? Ik heb geprobeerd het even terug terekenen naar het aantal mensen dat het betreft. Dat zou een bedrag zijntussen € 600 en € 700 per pgb-houder. Wat als die kosten hoger uitpakkendan begroot, zoals bij eerdere zorgwijzigingen ook het geval is geweest?Voorzitter, afsluitend, als u mij toestaat. U merkt dat ik het kort houd. Dezewijziging in de wet is geen standaarddossier met een klassieke links-rechtstegenstelling. Dat merk je vandaag hier ook aan tafel. Het gaat omrechten en plichten van aan beide kanten kwetsbare mensen. De PVV wil,net als alle andere partijen, denk ik, een oplossing die recht doet aan demoeilijke situatie van de budgethouders, maar ook aan de rechten vanzorgverleners. Eigenlijk heb ik dezelfde conclusie als veel van mijncollega’s vandaag: de antwoorden op de vragen van vandaag en deappreciatie van de amendementen zullen de doorslag geven hoe ik mijnfractie ga adviseren te stemmen.Dank u wel.De heer Flach (SGP):Ik ben toch licht in verwarring, want de laatste zin die de heer Mulderuitsprak, «ik weet eigenlijk nog niet wat ik mijn fractie ga adviseren», isanders dan hoe hij zijn betoog begon. Toen zei hij: ik denk eigenlijk dat ikmijn fractie ga adviseren om met deze wet in te stemmen. Ik wil hemongeveer dezelfde vraag stellen als hij mij heeft gesteld. Terecht zegt deheer Mulder: dingen als loondoorbetaling bij ziekte, verlof, ontslagrechtenzovoort zitten gewoon in de huidige wet. Met andere woorden, gaat deheer Mulder instemmen als de wet verder niet geamendeerd wordt? Gaathij zijn fractie adviseren om voor de wet in deze vorm te stemmen? Of ishet voor hem en zijn fractie randvoorwaardelijk dat er een aantal van dieniet-verplichte onderdelen uit de wet gaan?De heer Edgar Mulder (PVV):Nu heb ik vaak, juist van de fractie van de SGP, gehoord dat ik in eendebat altijd helemaal tot het eind moet luisteren en dan pas moetoordelen. Maar als ik een voorschot zou moeten nemen, ben ik misschienniet heel duidelijk geweest. Ik bedoelde heel duidelijk te zeggen dat ikhoop dat uit dit debat komt, en ook dat dit uit de appreciaties blijkt, dat deamendementen worden aangenomen. Eigenlijk heb ik dan dezelfdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4420 conclusie als u: dan blijft de basisuitspraak over, en dat is de wet dievoorligt met alle aanpassingen door de amendementen. Mijn fractie zou ikdaarover willen adviseren om voor te stemmen, dus voor de amende-menten en dan nog voor de wet zoals die er dan bijstaat.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Ceulemans voor zijn inbreng.De heer Ceulemans (JA21):Voorzitter, dank u wel. We bespreken vandaag de Wet aanpassingRegeling dienstverlening aan huis. Om te beginnen complimenten aan deSGP-fractie, die besloot dit wetsvoorstel te onthameren. Dat was zeerterecht, want aan het wetsvoorstel zitten wat JA21 betreft flink wat hakenen ogen, zowel met betrekking tot het doorlopen wetstraject als metbetrekking tot de aanleiding voor het wetsvoorstel en, niet onbelangrijk,de inhoud ervan.Om met het eerste te beginnen: mijn fractie vindt het echt de omgekeerdewereld en bijzonder ongelukkig hoe bij deze wetsbehandeling met deKamer wordt omgegaan. De Tweede Kamer wordt feitelijk onder drukgezet om in te stemmen met het wetsvoorstel omdat er al onomkeerbarestappen zijn gezet en de wet de facto al in werking is gesteld voordat deKamer erover gestemd heeft. Sterker nog, dat is een van de hoofdargu-menten van het kabinet in de ontstane discussie. Het kabinetwaarschuwde voor grote problemen bij inwerkingtreding van de wet laterdan 1 januari 2026. Dit omdat de uitvoeringsorganisaties SVB en UWV«reeds belangrijke en deels onomkeerbare stappen hebben gezet».ICT-systemen zijn reeds aangepast, budgethouders waren al geïnfor-meerd, overeenkomsten zijn aangepast en via Rijksoverheid, de SVB enUWV zijn ook pgb-zorgverleners op de hoogte gesteld van de voorge-nomen wetswijziging. In de nota naar aanleiding van het nader verslagkomt het kabinet tot de conclusie dat «uitstel van het wetsvoorstel zonderterugwerkende kracht tot gevolg heeft dat reeds in gang gezette en deelsafgeronde processen moeten worden teruggedraaid, wat deels eenvou-digweg niet mogelijk is».In reactie op de zorgen en bezwaren vanuit de Kamer en pgb-budget-houders heeft het kabinet twee stappen gezet: een nota van wijziging omde wet met terugwerkende kracht per 1 januari te laten ingaan toen bleekdat de parlementaire behandeling voor die tijd niet meer ging lukken eneen brief van de Staatssecretaris van VWS over de implementatie van dewet voor Zvw-budgethouders en de compensatie voor deze groep. Metdeze stappen poogt het kabinet obstakels rond de invoering van de wetweg te nemen, maar de centrale vraag is natuurlijk of de Kamer deze wetüberhaupt ingevoerd wil zien. De Kamer is geen stempelmachine enkritiek vanuit de Kamer is geen hapering van een stempelmachine die opte lossen is met wat smeerolie in de vorm van invoering met terugwer-kende kracht. «We kunnen nu eenmaal niet meer terug» is de afgelopenmaanden een van de belangrijkste argumenten van het kabinet geweesten dat hoort gewoon niet. Graag een reflectie van de Minister hierop.Natuurlijk, de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is een feit endaar moeten we ons, linksom of rechtsom, toe verhouden. Zo simpel ishet. Dat wil overigens niet zeggen dat het geen rare uitspraak is. Deredenering dat hier sprake is van indirecte discriminatie van vrouwen,puur omdat een relatief groot deel van de pgb-zorgverleners die onder deuitzonderingsbepaling vallen, vrouw is, doet ons de wenkbrauwenfronsen, en dan druk ik het heel voorzichtig uit. Ik vind het eigenlijk eenschoffering aan het adres van vrouwen die doelbewust deze vorm vanzorg verlenen. Het kabinet is in twee verslagen meermaals gevraagd naareen inhoudelijke reactie op deze uitspraak, maar die is vooralsnogachterwege gebleven. Ik vraag het kabinet daarom opnieuw, los van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4421 feit dat we iets met de uitspraak moeten: is het kabinet van mening dathier sprake is van indirecte discriminatie van vrouwen?Met dit wetsvoorstel wordt een flinke groep pgb-houders geconfronteerdmet forse bijkomende werkgeversverplichtingen en administratievelasten, terwijl we het hier over een zorgbehoevende en soms bijzonderkwetsbare doelgroep hebben. Dat was eerder in de lange discussie overdeze kwestie dan ook een reden om niet te doen wat het kabinet nubeoogt met dit wetsvoorstel. Toen oordeelde de Centrale Raad van Beroepnog dat de uitzondering met betrekking tot de verplichte werknemersver-zekering legitiem was vanwege onder andere de zware administratievelasten die erdoor zouden ontstaan en de mogelijke vlucht in het zwartecircuit. Ook werd destijds aangegeven dat van uitsluiting van de publiek-rechtelijke werkloosheidsverzekering geen sprake was omdat het opvrijwillige basis kon.In alle jaren hierna hebben opeenvolgende kabinetten geen aanleidinggezien om van deze redenering en regeling af te wijken tot de uitspraakvan de CRvB in 2023. Onze vraag aan het kabinet is dan ook: staat u, losvan de nieuwe uitspraak van de CRvB, inhoudelijk nog steeds achter deargumenten en overwegingen van de afgelopen jaren om de uitzonde-ringspositie in stand te houden? Zo nee, op grond waarvan komt u dan nutot een andere conclusie? Zo ja, houdt dat dan in dat puur en alleen deCRvB-uitspraak de reden is voor de aanpassing die nu voorligt?Als dat laatste het geval is, werpt dat de vraag op waarom het kabinet erin dit wetsvoorstel niet voor kiest om zo dicht mogelijk bij de bestaandesituatie te blijven. Immers, het kabinet kiest ervoor om in dit wetsvoorstelveel verder te gaan dan de reikwijdte van de CRvB-uitspraak. Die gingimmers alleen over de uitzondering met betrekking tot werknemers-verzekeringen, maar het kabinet heeft besloten om ook de uitzonderingente schrappen met betrekking tot onder andere loondoorbetaling bij ziekte,ontslagrecht, de Wet flexibel werken, scholing et cetera.In de schriftelijke vragenrondes is het kabinet meermaals en doormeerdere fracties gevraagd waarom voor deze brede implementatie vande uitspraak is gekozen. Dit wetsvoorstel heeft als gevolg daarvan grotegevolgen voor veel pgb-budgethouders. Het is daarom een heel legitiemevraag welke andere varianten, lightvarianten of routes het kabinet heeftoverwogen naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB. Deze vragenzijn door meerdere fracties, waaronder de mijne, gesteld in het verslag enhet nader verslag. Hierop is vooralsnog eigenlijk geen antwoordgekomen, behalve dan dat het kabinet aangeeft – ik citeer – de kans nietaanwezig te achten dat de andere uitzonderingen voor langere periodewel voldoende gerechtvaardigd kunnen worden, omdat hiervoor dezelfdeEuropese toets geldt en hieraan ook dezelfde overwegingen ten grondslagliggen.Dat is een vrij stellige uitspraak. Kan het kabinet die nader toelichten?Erkent u dat de uitspraak enkel betrekking heeft op de uitzondering metbetrekking tot werknemersverzekeringen en dat we ons dus netjes aan dieuitspraak houden wanneer we de wet daartoe beperken? Erkent u ook datde overige uitzonderingen wel degelijk voor langere perioden gerecht-vaardigd kunnen worden, zolang er hierover geen aparte uitsprakenliggen? Deelt het kabinet de conclusie dat een dergelijke benadering meermogelijkheden biedt voor het in stand houden van een verlicht regime?Daar is door verschillende fracties naar gevraagd. Onderschrijft hetkabinet dat het beperken van de wetswijziging tot slechts dat onderdeelwaarop de uitspraak van de CRvB betrekking heeft, niet tot problemenvoor pgb-budgethouders hoeft te leiden, anders dan de verwachting vanhet kabinet dat nieuwe rechtszaken over andere onderdelen wellicht totnieuwe wetswijzigingen zullen leiden? Graag een reactie hierop. Zo nee,welke problemen ziet u dan wel concreet opdoemen?Voorzitter. Als dit wetsvoorstel erdoorheen komt, is het uiteraard vanbelang om de risico’s op negatieve financiële consequenties en de risico’sTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4422 voor de continuïteit van de zorg af te hechten. Iedereen heeft, neem ikaan, kennis kunnen nemen van de concrete punten waarvoor Per Saldo inde brief van 14 januari aandacht heeft gevraagd. Ook hierop graag eenreactie van het kabinet. Er zijn al heel veel vragen gesteld, dus ik beperkme tot één aanvullende vraag. In het nader verslag heb ik een vraaggesteld over loondoorbetaling bij ziekte. Er staat dat budgethoudersworden gecompenseerd op het moment dat een zorgverlener uitvalt,zodat nieuwe zorg kan worden ingekocht en de loondoorbetaling kanplaatsvinden, tenzij er sprake is van verwijtbaar handelen van debudgethouder. Ik heb gevraagd: wat is «verwijtbaar handelen» in zo’ngeval? Daarop kwam het antwoord: bijvoorbeeld niet voldoen aan de Wetverbetering poortwachter op het punt van re-integratie. Ziet het kabinetnou niet in dat juist het opzadelen van pgb-budgethouders met dergelijkebijkomende werkgeversverplichtingen ertoe kan leiden dat de continuïteitvan zorg en het in stand houden van het budget alsnog in gevaar komt ophet moment dat budgethouders worden geconfronteerd met verantwoor-delijkheden die zij eigenlijk niet aankunnen?Daar hou ik het eventjes bij.De voorzitter:Ik kijk even rond. Er zijn geen vragen voor de heer Ceulemans. Dan vraagik de heer Flach om het voorzitterschap even over te nemen.Voorzitter: FlachDe voorzitter:Dat is prima. Dan geef ik het woord direct aan mevrouw Patijn voor haarbijdrage namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Er ligt hier een wetsvoorstel dat recht doet aan eenuitspraak van de Centrale Raad van Beroep, namelijk dat werknemersrecht hebben op sociale zekerheid. Die uitspraak erkent wat GroenLinks-Partij van de Arbeid al jaren zegt: pgb-zorgverleners zijn gewoonwerknemers en hebben dus recht op de bescherming op grond van hetarbeidsrecht en de sociale zekerheid. Wij steunen dan ook dat dezeuitspraak nu vertaald wordt in wetgeving.In de wet ontbreekt de privaat gefinancierde dienstverlening aan huis. Inde memorie van toelichting schrijft de Minister dat er voor de privatemarkt een rechtvaardiging bestaat om de regeling in stand te houden. Kande Minister nader toelichten waarom er in de private markt geen sprakezou zijn van indirecte discriminatie? Waarom zou er met privaat geld nietgediscrimineerd worden en met publiek geld in exact dezelfde situatiewél? Waarom gaat deze wet nu niet ook gelden voor de private markt,zodat ook de schoonmaker, de tuinman en al die anderen die nu in diearbeidsverhouding aan het werk zijn, de bescherming krijgen van hetarbeidsrecht? Graag een uitgebreidere toelichting dan in de memorie.Desondanks vinden we dat de wet die voorligt een stap in de goederichting is. We zien in de vele reacties die wij gekregen hebben dat ookveel budgethouders voorstander zijn van het toekennen van werknemers-rechten aan hun zorgverlener. Het is bijzonder om te zien hoe uit allereacties blijkt hoe waardevol de relatie is tussen de budgethouder en dezorgverlener en hoe budgethouders actief pleiten voor de werknemers-rechten van hun zorgverlener. Dat neemt niet weg dat de onzekerheid bijmensen blijft bestaan. Mensen blijven met vragen zitten. Wat zijn deeffecten van deze wet? Gaat het inkomen van mijn zorgverlener omlaag ofmoet ik het voor hetzelfde geld met minder uren doen? En welkeverantwoordelijkheden komen er op mij als werkgever af? Die vraag-tekens en onzekerheden zijn in de afgelopen periode niet weggenomen.Het pgb geeft heel veel mensen een beetje van hun onafhankelijkheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4423 terug die ze door hun ziekte vaak zijn kwijtgeraakt. Het is belangrijk dat hetvertrouwen zo veel mogelijk hersteld wordt.Voorzitter. Met deze wet krijgt de pgb-zorgverlener meer werknemers-rechten. De budgethouder wordt werkgever, maar daarmee is goedwerkgeverschap nog niet geregeld. Het is daarom goed dat in deze wet isnagedacht over ondersteuning: de SVB krijgt een centrale rol, desalarisadministratie wordt overgenomen en budgethouders wordengecompenseerd bij loondoorbetaling bij ziekte.Ik stel het kabinet graag een aantal vragen, onder andere over decompensatie langs de lijnen van de pgb-financiering, dus voor budget-houders uit de Wlz, de Wmo en de jeugdzorg en de Zvw. Kan de Ministervoor de drie vormen van financiering nog één keer helder uitleggen hoede compensatie vormgegeven wordt? Krijgt iedere budgethouderautomatisch compensatie of moeten mensen zelf hun vinger opsteken?Specifiek voor de Wlz-gefinancierde budgettering: klopt het dat voor deWlz geldt dat de compensatie volledig gefinancierd is voor twee jaar, datiedere Wlz-pgb-budgethouder volledig gecompenseerd wordt en dat er natwee jaar alsnog een gat valt? Kan de Minister aangeven waaromcompensatie alleen geldt voor Wlz-overeenkomsten van voor 2026? Alsiemand een nieuwe overeenkomst moet aangaan na 2026, zal dat toch netzo hard gevolgen hebben voor het tarief of voor het aantal uren zorg?Ook over de Wmo-gefinancierde pgb hebben we een aantal vragen. Wekrijgen nu het signaal dat het beschikbare budget voor compensatie insommige gemeenten niet of maar gedeeltelijk terechtkomt bij depgb-houder; hier hebben ook een aantal collega’s al naar gevraagd.Waarom is ervoor gekozen om het geld niet te oormerken? Was het debedoeling van de Minister om pgb-houders via de Wmo volledig tecompenseren? En zo ja, waarom zijn er dan geen heldere regels opgesteldom dit zeker te stellen?GroenLinks-Partij van de Arbeid was verbaasd om in de handreiking vande VNG te lezen dat er een instructie is toegevoegd waarmee de zorgver-lening tegen een lager tarief vormgegeven kan worden. Je kunt dearbeidsovereenkomst ontbinden, zo staat er, en dan een nieuwe zorgver-lener zoeken die een lager tarief accepteert of met dezelfde zorgverlenereen lager tarief afspreken in een nieuwe overeenkomst. Met deze wetregelt het kabinet het werkgeverschap, maar naar ons idee moet dat danook goed werkgeverschap kunnen zijn. Kan de Minister hierop reflec-teren? Vindt zij dat de VNG-instructie op bladzijde 10 voor goed werkge-verschap goed ingevuld wordt? Is dat goed werkgeverschap? Maar nogbelangrijker: is het kabinet bereid om met de VNG in gesprek te gaan omte zorgen dat de compensatie een-op-een bij de mensen terechtkomt? Enis de compensatie aan de gemeenten in dat geval toereikend om iedereenvolledig te compenseren? Mijn indruk is dat niet.Ten aanzien van de Zvw-gefinancierde pgb-houders creëert de Ministertwee groepen. De groep die de loonadministratie door de SVB laatuitvoeren wordt gecompenseerd. Klopt het dat dat voor twee jaar is en datdat volledig toereikend is, of zijn er onvoldoende middelen om iedereen tecompenseren? De groep die de loonadministratie niet door de SVB laatuitvoeren, wordt niet gecompenseerd, maar daarvoor geldt een uitstelre-geling. Kan de Minister uitleggen hoe die uitstelregeling er exact uit komtte zien? Dat is mij nog niet duidelijk.Voorzitter. We zijn blij dat er nu in ieder geval iets van compensatie is. Datging niet vanzelf. Pas na verschillende vragen en het onthameren van dewet door de SGP ligt er iets van een overgangsregeling. GroenLinks-Partijvan de Arbeid vindt het echt een groot bezwaar dat er slechts een tijdelijkecompensatie is. Dat maakt dat we twijfelen of we deze wet wel willensteunen. Met de overgangsregeling wordt nu de pijn verzacht, maar dezepijn komt als boemerang terug in ’28, met alle gevolgen van dien voor decontinuïteit van de zorg. Het gaat hier immers om een financiële impactvan 17,7% of 22,71% van het totale budget. Kan het kabinet aangevenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4424 waarom er geen compensatie is voor langer dan twee jaar? Is het kabinetbereid om met structurele oplossingen te komen, zodat de continuïteit vande zorg niet onder druk komt te staan?Toch even terug naar de besluitvorming. De wet regelt de arbeidsrelatie.Dat brengt extra kosten met zich mee. Dit had de Minister vanaf het begintoch scherp, mag ik hopen? Hoe is het besluitvormingsproces gegaan bijhet ministerie zelf? Had de Minister de hoop dat het wel even tussendoorzou glippen? Ik kan het me niet voorstellen. Waarom moesten wij zo vaakaan de bel trekken voordat er iets gebeurde? Graag een beantwoordingdoor de Minister van deze vragen.Voorzitter. Los van de premieplicht wordt ook het werkgeverschapingevuld. Zorgverleners worden echte werknemers, met bijbehorenderechten bijvoorbeeld bij ziekte. Kan de Minister ons stap voor stapmeenemen in wat er met de pgb-zorgverlener gebeurt als die ernstig ziekwordt? En hoe werkt dat dan? De poortwachterswet is van toepassing. Viade SVB is er een arbodienst. Gaat die de stappen van de poortwach-terswet doorlopen? En hoe gaat het dan met de re-integratie van mensenals zij herstellen? Wat gebeurt er als er naar het oordeel van UWVonvoldoende is gedaan aan de re-integratie? Wordt er dan eenloonsanctie opgelegd? En wat moet de budgethouder dan doen? Past deloonsanctie in deze situatie überhaupt wel? Is het voor de uitvoering, zoalsvoor UWV, gezien de huidige problemen mogelijk om op een goedemanier bijvoorbeeld het dagloon vast te stellen? En meer algemeen: kande Minister in brede zin uitleggen welke dienstverlening exact geleverd zalworden door het SVB en welke werkgeverstaken blijven liggen bij debudgethouder? Mevrouw Wendel vroeg dit ook al.Voorzitter. Ik heb begrepen dat er 200.000 pgb-zorgverleners werken opbasis van een overeenkomst van opdracht. Naar verwachting zal bij dezewet onder deze groep een aanzienlijk deel ook onder het arbeidsovereen-komstenrecht vallen. Voor deze mensen zal ook premie afgedragenmoeten worden. Heeft het kabinet er rekening mee gehouden dat degroep waarvoor compensatie moet komen daardoor groter kan worden?In de overgangsregeling staat dat die alleen geldt voor overeenkomstendie vóór 2026 aangegaan zijn. Hoe kijkt de Minister dan tegen dezearbeidsrelatie aan? Zij waren formeel juridisch immers vooral vóór 2026werknemer. Vallen ze dan wel of niet onder de compensatieregeling?Voorzitter. Ik heb nog een paar losse vragen. En ik heb er heel veel. Excuusdaarvoor, maar ik denk dat dit ook wel de kern is van de behandeling vandeze wet. We hebben zo veel vragen, en die zijn ons nog niet duidelijk. Deduur van de WW is gebaseerd op het arbeidsverleden van mensen. Kande Minister aangeven hoe zij het arbeidsverleden gaat vaststellen? Watwordt er meegenomen bij de vaststelling van het arbeidsverleden vandeze mensen, waaronder ook de periode waarin mensen met eenovereenkomst in opdracht gewerkt hebben? In de memorie vantoelichting geeft de Minister aan dat de Wet flexibel werken een geringeinvloed zal hebben op de arbeidsovereenkomst. Per Saldo gaf aan zichjuist daar zorgen over te maken. Kan de Minister aangeven waarom zijvan mening is dat er een geringe invloed zal zijn van deze wet, en kan zijde zorg wegnemen die Per Saldo heeft over deze wet?Tot slot, voorzitter. Eerder zagen wij dat er bij de kinderopvang gastouder-bureautjes ontstonden die het werkgeverschap overnamen. Hierdoor bleefer geld hangen bij commerciële dienstverleners die een deel van hetkinderopvanggeld opsoupeerden. Dat risico lijkt mij hier ook aanzienlijk.Hoe voorkomt de Minister dat dergelijke bureaus oppoppen en dat zijmisschien, als zij goede dienstverlening geven, te veel geld verdienen aande onzekerheid van mensen die afhankelijk zijn van pgb-gelden, met alsgevolg dat de inkomens van de zorgverleners naar beneden gaan en hetaantal uren zorg minder zal worden?Voorzitter. Ik ben voorstander van deze wet, die werknemersrechten regeltvoor zorgverleners. Ik sta dus achter deze wet. Maar de manier waaropTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4425 deze wet tot stand is gekomen, is op zijn minst rommelig en onzorgvuldig.Dat had voorkomen kunnen worden als het kabinet vanaf het begin bereidwas geweest om compensatie te regelen. Dat is kwalijk en het zorgt vooronnodige onrust. Bovendien is de compensatie niet structureel envolledig; de onzekerheid zal na 2028 terugkeren. Onze steun voor deze wethangt daarom af van de antwoorden en van de toezeggingen die hetkabinet bereid is te doen. Als je ziek bent, verdien je zekerheid van zorg,en moet je niet de angst hebben dat die zorg opeens aanzienlijk minderwordt door de gebrekkige financiering van de implementatie van deze wetdoor het kabinet. Dus nogmaals, Minister, kabinet: regel voor Prinsjesdagstructurele middelen en oplossingen in plaats van tijdelijk geld voorovergangsregelingen, zodat er structurele zekerheid geboden wordt, nietalleen aan de zorgverlener, maar ook aan de budgethouder.Dank u wel.De voorzitter:Dank, mevrouw Patijn. Ruim binnen de opgegeven tijd. Ik kijk even naarde collega’s. Mevrouw Wendel heeft nog een vraag.Mevrouw Wendel (VVD):Ja, voorzitter. Ik ben een beetje verward, eerlijk gezegd. Want mevrouwPatijn startte haar betoog met: deze wet is een stap in de goede richting.Dus ik dacht: het glas is halfvol; ze is enthousiast. Vervolgens hoor ik: wetwijfelen of wij deze wet willen steunen. En vervolgens hoor ik mevrouwPatijn toch zeggen: we staan achter de wet. Ik moet eerlijk zeggen dat ikde worsteling wel herken. Dat heb ik al eerder gezegd. Maar vervolgenshoor ik mevrouw Patijn dan toch weer zeggen dat zij twijfelt en dat hetafhankelijk is van de antwoorden die zij nog gaat krijgen van het kabinet.Dus ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe mevrouw Patijn hier nu in zit. Zietzij deze wet inderdaad als een stap in de goede richting? Of zegt zij straks«we gaan dit toch niet doen»?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Wij zien de wet zeker als een stap in de goede richting, maar de uitvoeringen de financiering van de compensatie vind ik onvoldoende. Dat maaktdat wij daarover twijfelen. Daarom hebben wij nog heel veel vragen. Enhet tweede deel is dat wij met name over die loonsanctie die kan wordenopgelegd, helder willen krijgen hoe die in elkaar zit, omdat dat echt weleen ingewikkeld onderdeel is. Maar wij staan achter deze wet, als die inzijn geheel ingevoerd gaat worden. Dus wij hebben veel moeite met deamendementen die de wet juist gaan afzwakken.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Wendel.Mevrouw Wendel (VVD):Dank voor de verduidelijking. Dan ben ik wel benieuwd naar dit. Hetamendement gaat natuurlijk over een angst, de zorg, dat pgb-houders eensteeds hogere administratieve last krijgen en dat de werkgeverslasten met20% verhoogd worden. Eigenlijk hoor ik mijn collega’s hier ook zeggendat pgb-houders geen mkb’ers zijn, dus dat ze ook niet lasten moetenhebben die daarmee overeenkomen. Hoe kijkt mevrouw Patijn daarnaar?Deelt zij deze zorg met ons?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is er, helemaal los van deze wet, gewoon een uitspraak van deCentrale Raad van Beroep, die maakt dat die premies betaald moetengaan worden. Dat is het ene deel. Dus de kosten gaan omhoog. Ik wil daargraag compensatie voor. Ik hoop de VVD daarbij aan mijn zijde te vinden,want dan kunnen we misschien de afspraak maken dat er een structureleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4426 compensatie komt voor die extra kosten die eraan komen. De lasten diedaarachter zitten, dus het organiseren van het werkgeverschap... Tja, datis natuurlijk heel ingewikkeld, juist omdat deze groep zo kwetsbaar is.Daarom maak ik ook die vergelijking met de kinderopvang, met toen daarook een slag gemaakt werd en er allemaal bureautjes ontstonden. Maar ikzou het wel goed vinden als er werd gekeken of die SVB-taken die daarliggen misschien wat breder uitgevoerd zouden kunnen worden, en dus ofde uitwerking van die wet beter wordt ingevuld. Het ingewikkelde vandeze wet is eigenlijk... Nee, sorry hoor, ik heb zo veel dingen tegelijkertijdin mijn hoofd... Uw vraag ging over de amendementen. Ik vind niet dat erdrie soorten werknemers zijn, namelijk zelfstandigen, werknemers en eengroep daartussenin. Op het moment dat we die amendementen gaaninvoeren, zeggen we: we hebben een groep werkers in Nederland die welsociale zekerheid krijgen, maar die verder eigenlijk helemaal geen rechtenhebben en die geen bescherming krijgen vanuit het arbeidsrecht. Daar zouik heel veel moeite mee hebben, want ik vind het ontzettend belangrijk datzij deze bescherming krijgen en dat wordt voorkomen dat mensen, zoalsnu in de huidige situatie, ziek kunnen worden, ernstig ziek, zes wekenbetaald worden, daarna een tijd helemaal in onzekerheid komen en danmisschien recht hebben op de WIA. Dat soort dingen moeten we metelkaar oplossen. Dus de kern is: ik sta achter de wet, maar ik vind deuitvoering, zoals die plaatsvindt, onvoldoende. Ik vind dat het belangrijk isdat de wetten voor de bescherming van mensen geregeld worden – ikneem even extra tijd, voorzitter, want ik had mijn tijd nog niet opgemaakt,en u mag mij daar straks op aanspreken – maar ik vind dat er compensatiemoet zijn. En ik vind dat de begeleiding en ondersteuning voor hetinvullen van het werkgeverschap beter geregeld moeten worden.De voorzitter:Nee, ik ga mevrouw Patijn er helemaal niet op aanspreken dat zij eenduidelijk antwoord gaf. Ik denk dat de mensen die naar dit debat kijken hetook verdienen dat wij bij zo’n impactvolle wet daarvoor de ruimte krijgen.Dat is dus prima. Er is nog een vervolgvraag van mevrouw Wendel.Daarna gaan we naar mevrouw Bühler.Mevrouw Wendel (VVD):Dank, voorzitter, en dank ook aan mevrouw Patijn voor het uitgebreideantwoord. Dat er een rechterlijke uitspraak ligt, is natuurlijk zo en dat zienwij ook. Dus volgens mij zijn we het daarover met elkaar eens. Maar waarik me met name zorgen over maak en wat ik ook in mijn eerste termijnnaar voren heb geprobeerd te brengen, is de extra last die daar nogoverheen komt. Ik heb het dus over het voorstel dat de Minister doet, datmeer is dan enkel die gerechtelijke uitspraak, en dan specifiek gericht ophet ontslagrecht. Deelt mevrouw Patijn met mij de mening dat datontslagrecht voor pgb-houders echt ingewikkeld is om aan te voldoen?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat heel veel van die werkgeverstaken ingewikkeld zijn voorpgb-budgethouders. Daarom ben ik ook zo benieuwd naar de antwoordenvan de Minister over welke rol zij nou precies ziet voor de SVB, die zowelde arbodiensten als juridische ondersteuning biedt. Dat is namelijk ooktoegezegd. Ik weet niet waar ik dat allemaal gelezen heb, maar er zittendus allerlei taken bij de SVB. Nou, ik wil heel graag van de Minister horenhoe zij dat ziet. Maar als dat goed geregeld is, dan denk ik dat je een heeleind bent.Mevrouw Bühler (CDA):Voorzitter. Ik heb ook geluisterd naar mevrouw Patijn. Ik herken ook dieenorme worsteling die zij voelt, maar dan eigenlijk vanuit een anderehoek, die van financiering en uitvoering. Ten aanzien van die uitvoeringTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4427 heb ik al aangegeven dat ik daar ook buikpijn van krijg. Maar stel dat uzegt: ik krijg geen goede antwoorden op mijn vragen en ik zal genood-zaakt zijn om tegen deze wet te stemmen. Dan zou dat kunnen betekenendat de uitvoering die al gestart is, teruggedraaid moet worden. Hoe kijkt udaartegen aan?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Volgens mij zijn daar ook vragen over gesteld. Hoe gaat dat dan? Ik benook wel benieuwd naar die antwoorden. Die lijken me vrij relevant. Ik denk– ik denk dat dat voor ons allemaal geldt – dat veel van onze besluitenafhangen van de antwoorden van de Minister en de Staatssecretaris. Aande andere kant moet er iets gedaan worden met die uitspraak. Er moetiets geïmplementeerd gaan worden. Er zijn gewoon rechten toegekend.Daar hangen ook andere dingen mee samen. Ik ben dus erg benieuwd hoede Minister daarop gaat reageren.De voorzitter:Goed. Dan ben ik door de vragen heen. Ik geef het voorzitterschap terugaan mevrouw Patijn.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Dan gaan wij schorsen. Ik kijk even naar rechts. Hoelang verwacht deMinister nodig te hebben? We lassen meteen een eetpauze in, dus wijdenken aan minimaal drie kwartier. Is dat genoeg?Minister Paul:Dat zou mooi zijn. Wij gaan vooral werken. Drie kwartier helpt ons al.De voorzitter:Het mag ook een uur zijn, als dat nodig is. Wij hebben heel veel vragen enwillen graag hele goede antwoorden.Minister Paul:55 minuten?De voorzitter:Ja. Dan schorsen we tot 18.30 uur. Daarna krijgen we de antwoorden vanhet kabinet.De vergadering wordt van 17.41 uur tot 18.34 uur geschorst.De voorzitter:We hervatten het debat over de Wet aanpassing Regeling dienstverleningaan huis. Voor de eerste termijn van het kabinet geef ik graag het woordaan... Sorry, eerst nog over het aantal interrupties. Ik stel voor: zesinterrupties. Als we nog wat ruimte hebben, doe ik soepel. Ik kijk meteennaar de heer Flach, die al een beetje...De heer Flach (SGP):We kunnen best met zes beginnen, maar inderdaad, als u die soepelheidheeft om, mochten die al snel opgebruikt zijn, het aantal te verhogen, dangraag. Er zijn immers veel vragen gesteld. Als die vragen allemaal naartevredenheid worden beantwoord, is zes goed, maar het kan ook zijn datde beantwoording nog meer vragen oproept. Ik hoop dat u verderop inhet debat de soepelheid betracht om het aantal nog wat op te hogen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4428 Indien nodig en indien korte interrupties! Ik geef graag het woord aan deMinister.Minister Paul:Voorzitter, dank u wel. Ik ga mijn uiterste best doen om de vragen zo goedmogelijk te beantwoorden. In de eerste plaats wil ik u, voorzitter, en deaanwezige leden bedanken dat we dit wetsvoorstel op zo’n korte termijnkunnen behandelen in dit wetgevingsoverleg. Ook dank aan mijn collega,de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijk Zorg, en haar teamvoor de samenwerking op dit dossier en haar aanwezigheid bij ditoverleg. Met name vragen over de uitvoering door de SVB zullen wordenbeantwoord door de Staatssecretaris vanuit haar rol als opdrachtgevervan de SVB.Voorzitter. Meerdere leden, ik geloof alle leden, hebben het proces ronddit wetsvoorstel aangestipt en hun ongenoegen daarover uitgesproken. Iksnap dat heel goed. Het proces is anders gelopen dan eerder gedacht endaarom zijn de vragen die uw Kamer heeft gesteld heel begrijpelijk. Hetkabinet heeft op 9 december 2025 uw nadere vragen zo spoedig envolledig mogelijk beantwoord. Het krappe tijdpad en hoe een en ander isverlopen verdienen geen schoonheidsprijs. Dat heb ik ook in mijn eerderebrieven duidelijk aangegeven; de heer Flach refereerde daar al aan. Ik zalhier in mijn tweede blokje nader op ingaan. Tegelijkertijd wil ik hier hetdilemma schetsen waar ik ook gewoon mee te maken heb. Als we haddengewacht met stappen zetten, dan had het nog een hele tijd geduurdvoordat we tot uitvoering over zouden kunnen gaan. De heer Neijenhuisschetste in zijn inbreng ook dat soms wetten worden aangenomen waarnawe twee of drie jaar en soms nog langer moeten wachten tot ze goed enwel geïmplementeerd kunnen worden. Daarom nogmaals onze dank datwe vandaag dit wetsvoorstel kunnen behandelen.Het wetsvoorstel dat we behandelen betreft een aanpassing van deRegeling dienstverlening aan huis. De Centrale Raad van Beroep, dehoogste bestuursrechter in socialezekerheidszaken, heeft in maart 2023helder gemaakt: de huidige wet leidt voor werknemers die zorg verlenenvanuit de pgb tot ongelijke behandeling van vrouwen, en dit is niettoegestaan. Aanpassing is daarom noodzakelijk. Dit wetsvoorstel regeltdat. Het gaat om pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst vanminder dan vier dagen per week. Dit wetsvoorstel verbetert hun rechtspo-sitie, in lijn met de uitspraak van de rechter. Deze wet legt het recht op eenuitkering uit de werknemersverzekering wettelijk vast en het verbetert ookop andere punten de rechtspositie van deze zorgverleners, bijvoorbeeldals het gaat om loondoorbetaling bij ziekte, verlofregelingen, scholing,ontslag en de Wet flexibel werken, die in de Regeling dienstverlening aanhuis wordt beperkt.De heer Ceulemans (JA21):Ik wil nog even terugkomen op het eerste blokje. De Minister ging vrij snelover hoe het proces verlopen is heen. Ze verwees ook naar de inbrengvan de heer Neijenhuis, die terecht aangeeft dat nadat wetten zijnaangenomen, het vanwege de uitvoering vervolgens vaak nog heel langduurt voordat ze in werking treden. Maar de Kamer confronteren metonomkeerbare stappen is natuurlijk het andere uiterste. Dit gaat veelverder dan voorsorteren op een wet die misschien aangenomen zalworden. Dit is het zetten van onomkeerbare stappen, waarbij de Kamer tehoren krijgt: je kunt eigenlijk niet meer tegenstemmen, want het kan nietmeer teruggedraaid worden. Hoe reflecteert de Minister daarop?Minister Paul:Ik verwees al naar het feit dat ik nog uitgebreider op dat proces terug zoukomen in dat blokje. Voor de goede orde: dit wetsvoorstel en wetgevingüberhaupt verdienen het dat wij ze zorgvuldig en uitgebreid behandelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4429 Ik zal wat inleidende woorden wijden aan dit wetsvoorstel en daarna – ikga nu maar even naar de laatste bladzijde van mijn inleidende tekst –komen de volgende blokjes aan de orde. Het eerste blokje gaat over dereikwijdte. Het tweede blokje gaat over het proces. In het derde blokje gaik in meer detail in op budgethouders en zorgverleners. Het vierde blokjegaat over eventuele arbeidsmarkteffecten. In mijn laatste blokje geef ik totslot graag een reactie op de verschillende ingediende amendementen.Voorzitter. Ik was aan het uitweiden over de verschillende zaken die wemet deze wet regelen. Deze bepalingen worden opgeheven voorpgb-zorgverleners die onder deze regeling vallen, waardoor zij dezelfdebescherming krijgen als andere werknemers. Die verdienen zij ook, wantdeze zorgverleners verrichten zeer belangrijk werk voor budgethouders,bijvoorbeeld als huishoudelijke hulp of bij de persoonlijke verzorging,verpleging of begeleiding. Ik wist al hoe belangrijk dit werk is, maar doorde gesprekken met budgethouders en betrokken organisaties zoals PerSaldo staat het belang van dit werk mij nog scherper op het netvlies.Op dit moment voert het UWV de uitspraak van de Centrale Raad vanBeroep van maart 2023 al zo goed mogelijk uit. Pgb-zorgverleners kunnendus al in aanmerking komen voor een uitkering bij het UWV, bijvoorbeeldvoor een WW-uitkering. Het wetsvoorstel regelt ook dat er premies,werknemersverzekeringen en loonbelasting worden betaald. De SVBondersteunt budgethouders hierbij. In de beantwoording door deStaatssecretaris zal zij hier dieper op ingaan, zoals ook aangegeven in debrieven die aan uw Kamer zijn verzonden en in de beantwoording van deschriftelijke vragen.Door sommige van uw leden is gevraagd of de hele Regeling dienstver-lening aan huis niet afgeschaft zou moeten worden. Voor de goede orde:dit wetsvoorstel beperkt zich tot de uitspraak van de Centrale Raad vanBeroep van maart 2023, en dus tot dienstverlening op basis van pgb’s. Deondersteuning van budgethouders die de SVB biedt, speelt hierbij eenbelangrijke rol. De argumenten die de Regeling dienstverlening aan huisnoodzakelijk maken, zijn op andere vormen van dienstverlening aan huisnog steeds van toepassing. Denk bijvoorbeeld aan de klusjesman of deschoonmaker die werkt voor een particuliere werkgever.Volledige afschaffing van de Regeling dienstverlening aan huis leidt totmeer kosten voor particuliere werkgevers. Bij toenemende kosten bestaathet risico dat particulieren deze werkzaamheden op een andere, nietwenselijke manier inrichten, denk bijvoorbeeld aan zwartwerk, en dat wilhet kabinet tegengaan. Het is hierbij wel van belang om te benoemen datpgb-budgethouders die werken met arbeidsovereenkomsten onder deRdah al werkgever zijn. Er gelden diverse verplichtingen. Zo moet er eeneerlijk loon betaald worden, hebben de werknemers recht op vakantie enmoeten er bij ontslag een geldige reden zijn én de opzegtermijn in achtgenomen worden. Bij de uitvoering van deze werkgeverstaken kunnenpgb-houders gebruikmaken van de dienstverlening door de SVB.Het wetsvoorstel zorgt er ook voor dat er premies ingehouden enafgedragen worden door de budgethouders. Er is tijdelijke compensatiegeregeld voor alle budgethouders die bekend zijn bij de SVB en de SVBondersteunt budgethouders bij de aanvullende werkgeverstaken. Zoworden ze ontlast en ondersteund bij de salarisadministratie en geholpenmet onder andere een bedrijfsarts en een rechtsbijstandsverzekering.Bovendien heeft mijn collega, de Staatssecretaris voor Langdurige enMaatschappelijke Zorg, in overleg met zorgverzekeraars geregeld dat ertijdelijke financiële compensatie komt voor een groot deel van debudgethouders die hun pgb ontvangen vanuit de Zorgverzekeringswet endie bekend zijn bij de SVB.Alleen de groep budgethouders die financiering ontvangt vanuit deZorgverzekeringswet en die zich nog niet vrijwillig laat bijstaan door deSVB kan niet worden gecompenseerd. Voor hen wordt nog gezocht naareen oplossing en treedt het wetsvoorstel dan ook later in werking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4430 Hierover heeft mijn collega uw Kamer op 18 december 2025 per briefgeïnformeerd. Samen met Zorgverzekeraars Nederland wordt gezochtnaar een manier om ook deze groep budgethouders te bereiken.Voorzitter. Tot slot van mijn inleiding wil ik nogmaals het belang vaninwerkingtreding van dit wetsvoorstel met terugwerkende kracht per1 januari benadrukken. Deze terugwerkende kracht geldt ook ten aanzienvan de compensatie van de budgethouders die bekend zijn bij de SVB. Zijondervinden hier aldus geen nadeel van. Met dit wetsvoorstel wordt deongelijke behandeling van en onduidelijkheid voor burgers weggenomen,conform de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van maart 2023.Uitvoerders zijn inmiddels aan de slag met de implementatie van hetwetsvoorstel om de gelijke behandeling van pgb-zorgverleners te borgen.Er zijn belangrijke stappen richting inwerkingtreding per 1 januari 2026genomen. Budgethouders die bekend zijn bij de overheid zijn actiefgeïnformeerd en ook zij hebben de nodige stappen gezet. Daarom is ookeen nota van wijziging ingediend om voor de meeste groepen budget-houders het wetsvoorstel met terugwerkende kracht op 1 januarijongstleden in te laten gaan. Dit wetsvoorstel brengt daarmee de wet inlijn met jurisprudentie en het Europese recht. Hiermee zorgen weuiteindelijk voor duidelijkheid en zekerheid bij budgethouders, zorgver-leners en uitvoerders. Daarom vraagt de regering uw Kamer bij mondevan de Staatssecretaris en mijzelf om in te stemmen met dit wetsvoorstel.Dan ga ik nu in op alle vragen die gesteld zijn. Dat waren er behoorlijkwat. Ik zal dat doen in de blokjes die ik al even genoemd heb. Ik begin methet eerste blokje over de reikwijdte.De leden Wendel, Bühler en Ceulemans stelden de vraag waarom ikverder ga dan de rechterlijke uitspraak en waarom we niet afwachten watde lopende rechtszaken brengen. De uitspraak van de Centrale Raad vanBeroep vormt de aanleiding van dit wetsvoorstel, en geen andere reden.In die zin is de mening van het kabinet over de vraag of er sprake is vanindirecte discriminatie minder relevant.Door de uitspraak van de Centrale Raad moeten de rechten van deverschillende groepen zorgverleners met elkaar gelijkgetrokken worden.Dat volgt uit Europees recht en dat wordt met dit wetsvoorstel geregeld.De Centrale Raad heeft inderdaad geoordeeld over de uitzondering in dewerknemersverzekeringen. Met dit wetsvoorstel worden ook de rechten inhet arbeidsrecht gelijkgetrokken. Vanuit de Kamer is aangegeven dat ditwetsvoorstel daarom te ver gaat en dat er eigenlijk sprake is – even inmijn eigen woorden – van overkill. Volgens de regering zijn ook andereuitzonderingen voor pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst vanminder dan vier dagen niet goed te rechtvaardigen. Voor deze uitzonde-ringen geldt namelijk dezelfde Europese toets en daar liggen ook dezelfdeoverwegingen aan ten grondslag.Het is dus, zeg ik in alle eerlijkheid, een risico-inschatting of deze overigeuitzonderingen wel standhouden. Mocht dat niet zo zijn... Er lopen op ditmoment allerlei rechtszaken, overigens niet alleen richting de SVB, maarook rechtszaken tegen individuele pgb-budgethouders. Mochten dieuitspraken uiteindelijk anders uitwijzen, dan is er weer reparatiewetgevingnodig. Als dat gebeurt, leidt dat tot wijziging op wijziging voorpgb-houders, pgb-zorgverleners en de uitvoering. Ook dat vinden wij alsregering onwenselijk. Voor deze uitzonderingen geldt namelijk dezelfdeEuropese toets en daar liggen ook dezelfde overwegingen aan tengrondslag. Het is dus inderdaad een risico-inschatting of deze overigeuitzonderingen wel standhouden.Ik refereerde al aan de rechtszaken die er op dit moment lopen. Die gaanbijvoorbeeld over de loondoorbetalingsperiode bij ziekte, waarbijpgb-zorgverleners zich beroepen op de uitspraak van de Centrale Raadvan Beroep. Er loopt ook een handvol beroepsprocedures. Gevraagd isook hoe het loopt met die rechtszaken en wanneer wij daar meer overkomen te weten. De zittingsdata zijn door de rechter nog niet vastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4431 Wanneer deze zaken voorkomen, is dus niet te voorspellen. Deverwachting is dat het nog even op zich kan laten wachten voordat eruitspraak wordt gedaan in deze zaken. In alle eerlijkheid: ik wil daar nietop wachten, maar dat is duidelijk, want anders had ik het wetsvoorstelniet op deze manier ingediend.De heer Flach (SGP):Ik heb goed geluisterd naar wat de Minister zegt, maar ik vind het tochopvallend dat voorgaande kabinetten nooit aanleiding hebben gezien omop basis van die aangehaalde Europese richtlijn maatregelen te nemen,terwijl we toch ook wisten dat de Regeling dienstverlening aan huis inbepaalde opzichten afweek van andere werknemersrechten. Dat men nuin reactie daarop niet alleen besluit om de premie voor werknemers-verzekeringen toe te voegen... Ik zeg het verkeerd. Ik ben met mijngedachten al verder dan met spreken. Maar eigenlijk laat men hiermeedus de hele Regeling dienstverlening aan huis vallen onder de strekkingvan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Dat is toch bijna eeneigenstandige juridische conclusie van het kabinet, die maar moeilijk terechtvaardigen is en die eigenlijk ook vooruitloopt op lopenderechtszaken?Minister Paul:Even simpel gezegd: die uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, dehoogste rechter op het gebied van sociale zekerheid, is een uitspraak waarwij ons als kabinet toe te verhouden hebben. Daar begint het mee.Wetgeving maken of wetgeving aanpassen is niet een doel op zich en ookgeen hobby van mij, zeg ik maar. Ik heb mij gewoon te verhouden tot dieuitspraak. Vervolgens constateer ik dat er verschillende rechtszaken lopen.Die gaan ook over andere aspecten, bijvoorbeeld de loondoorbetaling bijziekte en een aantal andere zaken. Dan maak je een juridische inschatting,en daartoe hebben we uiteraard experts geraadpleegd en met juristengesproken. We hebben de inschatting gemaakt dat het kwetsbaar is en dathet risico bestaat dat je uiteindelijk verandering op verandering zultmoeten doorvoeren. Dat risico wilde ik niet nemen. Ik wil in die zin kiezenvoor zekerheid en duidelijkheid, zowel voor de pgb-zorgverleners alsookvoor de pgb-budgethouders, alsook voor de uitvoering.De heer Flach (SGP):Maar toch, als ik rechter was bij de Centrale Raad van Beroep, dan zou ikmet gefronste wenkbrauwen naar dit betoog luisteren. Zo’n rechter zouwellicht denken: «In eerste instantie moet ik dus de overheid erop wijzendat haar handelen in strijd is met Europees recht. Hadden ze dat zelf nietkunnen zien de afgelopen decennia? Vervolgens gaan ze op mijn stoelzitten en voeren ze iets in per 1 januari waar ik in de komende maanden ofmisschien nog later pas een uitspraak over moet gaan doen.» Met anderewoorden: het is een vorm van juridische kansberekening door het kabinetdie prompt ook maar is omgezet in wetgeving, terwijl we daarmeeeigenlijk ook op de stoel van de rechter van de Centrale Raad van Beroepgaan zitten.Minister Paul:Ik weet niet of de rechter zijn of haar wenkbrauwen fronst. Het enige watvoor mij telt is dat ik mij te verhouden heb tot die uitspraak. Vervolgensmaak ik op basis van andere, nog lopende rechtszaken een inschattingvan wat er mogelijk zou kunnen gebeuren. Op basis daarvan kies ik ervoorom duidelijkheid, zekerheid en rust te brengen, in plaats van wetgeving temoeten doorvoeren die verandering op verandering en wijziging opwijziging brengt. Ik wil ook niet heel lang boven de markt laten hangenwelke wijzigingen er eventueel zouden kunnen plaatsvinden. Het kabinetvindt dat onwenselijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4432 Mevrouw Bühler (CDA):Ik hoor een toelichting op de afweging die het kabinet gemaakt heeft omde arbeidsrechtelijke aspecten mede in te voeren bij deze uitspraak. Nuzijn er meerdere losse arbeidsrechtelijke aspecten. Ik vraag mij af of er perarbeidsrechtelijk aspect een weging is gemaakt of de ene wel en deandere niet zou moeten worden doorgevoerd. Nu lijkt het er namelijk opdat ze allemaal op één hoop worden gegooid en er daarmee in één keerworden doorgeduwd, om het maar in mijn woorden te zeggen.Minister Paul:Ook hiervoor geldt dat ik niet eigenmachtig zaken erdoor wil duwenomdat ik denk dat het lollig is of zo. Dit is een combinatie van enerzijds deuitspraak van de Centrale Raad van Beroep en anderzijds lopenderechtszaken op verschillende punten, bijvoorbeeld loondoorbetaling.Vandaar dat ik ervoor gekozen heb, dat het kabinet ervoor gekozen heeftom het in één keer goed te doen, om het zo te zeggen.Mevrouw Bühler (CDA):Dan wil ik toch heel even doorvragen. Neem een arbeidsrechtelijk aspectals scholing. Hoe materieel is dat? Hoe wordt gewogen of dit al dan nietmoet worden ingevoerd en doorgevoerd?Minister Paul:De basisgedachte of het onderliggende fundament gaat steeds over degelijke behandeling van pgb-zorgverleners en andere zorgverleners. Daardraait het allemaal om. Ik denk dat het niet houdbaar is om daarinonderscheid te maken. Daar is het dus op gestoeld.De heer Ceulemans (JA21):De Minister zegt dat ze het in één keer goed wil doen. Ook mensen aandeze tafel die kritisch zijn over deze wet zullen onderschrijven dat het eenreëel scenario is dat die nieuwe rechtszaken ertoe leiden dat ook die zakenin de toekomst wellicht aangepast moeten worden. Dat ontkent niemand,dat ontken ik ook niet. Maar dan is er wel sprake van een belangenaf-weging. De Minister zegt het in één keer goed te willen doen. Dan weegtzij het belang van het nu snel en vloeiend invoeren van dit wetsvoorstelkennelijk zwaarder dan de belangen van pgb-budgethouders, die nu inéén klap juridisch onnodig geconfronteerd worden met een enormelawine aan werkgeversverplichtingen die bij hen op het bordje landen.Waarom weegt de Minister dat op deze manier?Minister Paul:Op de werkgeversverplichtingen, hoe we daarmee omgaan en hoe wedaarbij de budgethouders en de zorgverleners ondersteunen, kom ik inhet derde blokje graag terug. Het gaat hierom. De rechtszaken die nulopen, lopen, zoals ik net ook al aangaf, ook tegen individuele budget-houders. Er zijn pgb-zorgverleners die op basis van de uitspraak van deCentrale Raad van Beroep ook hun recht willen halen op die anderewerknemersrechten, om het zo maar te zeggen. Het kabinet maakt deinschatting dat dat best stand zou kunnen houden, omdat er eigenlijkgeen reële basis is of een rationale voor het bestaande onderscheidtussen de pgb-zorgverleners en andere zorgverleners.De voorzitter:Gaat u verder, Minister.Minister Paul:Ik ga verder met de vraag van de heer Flach of met dit wetsvoorstel hetdoel van de Regeling dienstverlening aan huis niet teniet wordt gedaan.Het doel van die Regeling dienstverlening aan huis is het stimuleren vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4433 de markt voor particuliere dienstverlening en het tegengaan vanzwartwerk. Voor private dienstverlening aan huis zijn deze doelen naar hetoordeel van het kabinet nog steeds aan de orde. Ik gaf in mijn inleidendetekst of in een eerder antwoord al aan dat als de kosten te hoog worden ofde werkgeversverplichtingen te veel en te ingewikkeld worden, particu-lieren uitwijken naar eenvoudige alternatieven zoals zwartwerk. DeCentrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat specifiek in het geval vanpubliek gefinancierde dienstverlening de redenen die de Rdah noodza-kelijk maken niet opgaan. Er is immers sprake van ondersteuning encompensatie door de SVB. Het wetsvoorstel richt zich dan ook specifiekop het pgb en dus publiek gefinancierde dienstverlening aan huis, en nietop de transacties die plaatsvinden in de private sector.Mevrouw Patijn vroeg of ik nader kan toelichten waarom er voor deprivate markt geen sprake zou zijn van indirecte discriminatie. Ik gaf net alrichting de heer Flach aan waar die regeling überhaupt voor bedoeld is.Voor de private dienstverlening aan huis zijn de doelen naar het oordeelvan het kabinet nog steeds aan de orde. Ik acht het onderscheid met deandere particuliere werkgevers op de private markt dus gerechtvaardigden geen indirecte discriminatie. Als kosten te hoog worden en dewerkgeversverplichtingen te veel en te ingewikkeld, dan wijken particu-lieren uit naar eenvoudige alternatieven, zoals ik net al aangaf. Eendergelijke vlucht levert zeker geen verbetering op voor de groepen diemevrouw Patijn noemt. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeelddat specifiek in het geval van die publiek gefinancierde dienstverlening deredenen die de Rdah noodzakelijk maken niet opgaan. Nou, dit is eigenlijkeen herhaling van wat ik ook tegen de heer Flach zei.Dan ga ik door naar het tweede blokje, over het parlementaire proces. Ikbegin met een vraag van de leden Neijenhuis, Flach, Wendel enCeulemans. Volgens mij heeft vrijwel iedereen hier wel iets over gezegd.Hoe reflecteer ik op de gang van zaken? Welke lessen trekt de regeringhieruit? Ik heb al aangegeven, ook in mijn brieven, en ik wil dat nogmaalszeggen, dat de hele gang van zaken heel ongelukkig is. Ik heb ook aan deandere kant van de tafel gezeten. Ik weet dat er af en toe dingen voorbij-komen waarbij je de druk vanuit het kabinet voelt en je het idee hebt dathet een soort stikken of slikken is. Dat voelt gewoon niet goed. Als Kamerwil je je taak goed en volledig kunnen uitvoeren en niet het idee hebbendat je onder druk wordt gezet om bij het kruisje te tekenen. Dat gevoelhebt u allemaal verwoord en ik begrijp dat volledig. Dit moeten we echtzien te voorkomen. Wat heb ik dus gedaan? Ik heb in ieder geval binnenhet ministerie hiervoor aandacht gevraagd om te voorkomen dat dezeongelukkige en onfortuinlijke situatie nogmaals voorkomt.Ook heb ik de collega’s gevraagd, de collega-ambtenaren, om deze lessenook in de Ambtelijke Commissie Publieke Dienstverlening in te brengen.Die Ambtelijke Commissie Publieke Dienstverlening bestaat uit vertegen-woordigers van ministeries, toezichthouders, de publieke dienstverlenersmaar ook gemeentes en provincies. Zij spelen met elkaar een sturende rolbinnen het programma Werk aan Uitvoering en delen onderling kennis,ervaring en ambities om de dienstverlening te verbeteren. Het Ministerievan SZW heeft daarin een coördinerende rol. Bij wetgeving hebben wijnatuurlijk heel vaak te maken met implementatie en een implementatiepe-riode, vaak ook met zaken die in systemen, in IT-systemen aangepastmoeten worden. Met onze inspanningen willen we voorkomen dat wealleen bij VWS en SZW lering trekken dat er echt geen onomkeerbarestappen gezet worden zonder dat de Tweede Kamer hierover een oordeelheeft kunnen vellen.Kijk, het is heel simpel, nog los van het feit dat de Staatssecretaris en ikeen paar maanden geleden zijn aangetreden en met het voortraject weinigvan doen hadden. Dat zeg ik niet om onszelf vrij te pleiten, want er geldtook zoiets als ministeriële verantwoordelijkheid en die neem ik serieus.Het verleden kan ik niet ongedaan maken, maar we kunnen wel kijken hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4434 we hiervan kunnen leren. Daarbij is ook dit heel belangrijk. We sprakeneerder – de heer Neijenhuis refereerde daar al aan – over een implementa-tieperiode en implementatietrajecten. Ik denk dat het cruciaal is dat deKamer daarin goed wordt meegenomen. Dat is in dit traject onvoldoendegebeurd. Er is in mei vorig jaar met de Kamer gedeeld welke stappen ergezet zouden worden, maar mijn inschatting is dat dit niet explicietgenoeg is gedaan en dat ook niet duidelijk genoeg is gemaakt dat met destappen die bij UWV en SVB gezet werden, er onomkeerbare stappenwerden gezet die niet zomaar met een druk op de knop te herroepenwaren. Nou ja, dat had niet zo moeten gebeuren. Ik denk daarom dus dathet heel belangrijk is om ervoor te zorgen dat deze les breed wordtgedeeld binnen de overheid, in ieder geval binnen de verschillendedepartementen.De heer Neijenhuis wees erop dat de voorbereiding van de invoering vanzo’n wet maar liefst anderhalf jaar duurt en vroeg of er ook wordt gekekennaar maatregelen om wetsaanpassingen veel sneller te kunnendoorvoeren. Dat is altijd een balans. Sommige zaken zou je misschienheel veel sneller willen invoeren, maar zorgvuldige voorbereiding eninvoering van wetten vraagt simpelweg tijd. Daarbij is het belangrijk datburgers tijdig worden geïnformeerd. Bij een wetstraject zoals dit zijnbovendien meerdere uitvoeringsorganisaties en andere belanghebbendenbetrokken. Ook met de invoering bij uitvoeringsorganisaties is tijdgemoeid, bijvoorbeeld omdat IT-systemen aangepast moeten worden,bijvoorbeeld de loonadministratiesystemen. Maar goed, ik zei hiervoor aldat je aan de ene kant de tijd moet nemen die nodig is, maar ik hoop dat uvan mij wilt aannemen dat we niet onnodig tijd nemen om zaken teimplementeren, want daar is geen enkele reden voor. Het is zoeken naareen balans tussen snelheid en zorgvuldigheid.De heer Neijenhuis vroeg ook waarom er in dit traject niet voor gekozen isom de Kamer van tevoren mee te nemen. Daar heb ik zojuist het nodigeover gezegd. Het is heel vervelend dat de Kamer zich onder druk gezetheeft gevoeld in dit wetgevingstraject. Dat was zeker niet mijn bedoeling,dat was zeker niet onze bedoeling. Vanwege de uitspraak van de CentraleRaad van Beroep van maart 2023 is het van belang dat dit wetsvoorstelgeïmplementeerd wordt. Daar hebben wij ons als kabinet toe teverhouden. Vorig jaar werd uit de uitvoeringstoetsen duidelijk dat1 januari 2026 de snelst mogelijke inwerkingtredingsdatum was. Hetdilemma dat de heer Neijenhuis schetste is precies de reden dat er aleerder stappen zijn gezet om te voorkomen dat het na deze behandelingnog minstens anderhalf jaar zou duren. Maar goed, we hebben daarvangeleerd, wij als kabinet, dat de Kamer hierin veel beter meegenomen hadmoeten worden.De heer Neijenhuis (D66):Dank aan de Minister voor de ruimhartige erkenning dat het zo niet hadmoeten verlopen. Dat kan ik waarderen. Over mijn vraag waarom hetanderhalf jaar zou moeten duren: ik begrijp dat zorgvuldigheid belangrijkis, maar mij ging het – ik laat me daarover graag informeren – om decomplexiteit qua aanpassing van de IT-systemen om dit allemaal goed tekunnen regelen. Zorgvuldigheid is goed, maar zou je dan ook niet moetenkijken hoe je de IT-systemen zodanig kunt aanpassen dat aanpassingenzoals deze niet zo complex hoeven te zijn, dus dat zulke systemen watflexibeler en wendbaarder zijn? Wordt daar ook naar gekeken?Minister Paul:De IT-systemen zijn een thema op zich, in ieder geval onderdeel van deontwikkel- en verbeteragenda van bijvoorbeeld UWV. Voor veel uitvoe-ringsorganisaties geldt... Overigens geldt dit ook voor uitvoeringsorgani-saties in de private sector zoals grote banken en verzekeringsmaatschap-pijen. Vaak kom je daar hetzelfde tegen; zelf heb ik daar ook ervaring mee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4435 Je hebt te maken met zogeheten legacysystemen die ooit zijn ontwikkeld,waarna er steeds weer iets werd bijgeklust en bijgefrabriceerd, zeg ik evenheel oneerbiedig. Nu doe ik een heleboel mensen tekort en dat is niet mijnbedoeling, maar het komt erop neer dat die systemen ook op basis vanwet- en regelgeving... Want dat is één ding, je hebt puur de techniek, maarvervolgens heb je ook de wetten en regels die wij met elkaar maken,zowel kabinet als Kamer. Die zorgen ervoor dat je uiteindelijk een bestingewikkeld systeem hebt, in zijn totaliteit best een ingewikkeld stelsel.Dat op een goede manier implementeren en vervolgens ook veranderen,is behoorlijk ingewikkeld. Als ik naar de toekomst mag kijken, wat buitende orde van dit debat is, dan is om zaken beter voor elkaar te krijgen hetdevies: a vereenvoudiging van wet- en regelgeving en b, daaraangekoppeld, het stroomlijnen en verbeteren van systemen. Daar wordt aangewerkt, maar ik zeg er maar gelijk eerlijk bij dat we niet van vandaag opmorgen en ook niet volgend jaar de oplossingen daarvoor paraat hebben.Maar dat is wel echt een van de belangrijke speerpunten voor bijvoor-beeld het UWV en SVB.Voorzitter. Dan ga ik door met een vraag van mevrouw Wendel: waarommoet deze wet per se per 1 januari 2026 ingaan? Dat heeft in de eersteplaats te maken met het uitvoering geven aan de uitspraak van deCentrale Raad van Beroep. Er zijn verschillende impactvolle gevolgen alshet wetsvoorstel niet zo snel mogelijk in werking treedt. Alleen al in depraktijk is die juridische basis nodig om überhaupt geld over te kunnenmaken aan zorgverleners. Daarnaast denk ik dat het met alles wat zich hetafgelopen jaar rond dit wetsvoorstel heeft afgespeeld, gewoon van belangis dat de onzekerheid en de onduidelijkheid bij budgethouders enzorgverleners worden weggenomen. Dat is ook gewoon belangrijk, wantdie onzekerheid en die onduidelijkheid zijn er, en die leiden zelfs totrechtszaken. Van gejuridiseer wordt ook niemand beter.De voorzitter:Ik wil zelf even het woord, want ik heb een vervolgvraag.Voorzitter: FlachMevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Kan de Minister iets exacter zijn over wat een juridische basis is om geldover te maken? Over welk geld gaat het dan? Voor welke dingen is er eenjuridische basis nodig? Wat ontbreekt daar nu in? Naar mijn idee zijn deWW en de WIA namelijk al wel over te maken. Waarvoor ontbreekt nu dejuridische basis?Minister Paul:Doordat het wetsvoorstel is voorbereid en in gang is gezet, zijn er, evensimpel of simplistisch gezegd, al schuifjes omgezet. Om het gelduiteindelijk op een rechtmatige manier over te kunnen maken aan depgb-zorgverleners voor de diensten die ze verrichten, is het belangrijk datdit wetsvoorstel wordt aangenomen en dat we de juridische basisdaarvoor hebben. Er zijn een aantal zaken in werking gesteld. Uw Kameren ik zijn het erover eens dat we dat wat voorbarig hebben gedaan. Maardat is gebeurd. Daardoor missen we de basis om ... Zeg ik het nu goed?Ja. Ik begin nu aan mijzelf te twijfelen, maar dat is niet nodig. Dit is welheel plastisch en letterlijk, maar zonder de schuifjes die in dat implemen-tatietraject zijn omgezet, kan de SVB dat geld simpelweg niet overmaken.De voorzitter:Is dat voldoende voor mevrouw Patijn? Nee, ze heeft een vervolgvraag.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4436 Dan probeer ik even een conclusie te trekken. Het zou heel fijn zijn als deMinister kan aangeven of ik het fout of goed heb. Begrijp ik het dan goeddat er op de vraag van mevrouw Wendel gezegd wordt dat dit te makenheeft met het feit dat de SVB de maatregelen niet meer kan terugdraaien?Of gaat het om de juridische basis om überhaupt geld over te mogenmaken aan de zorgverleners?Minister Paul:Überhaupt.De voorzitter:Ik kijk even naar mevrouw Patijn om te zien of dat op dit momentvoldoende is. Dat is het geval. Dan geef ik het voorzitterschap weer terug.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Paul:Voorzitter. Dan ga ik door met een vraag van de heer Flach. Hij vroeg of ereen uitvoeringstoets is uitgevoerd ten aanzien van de inwerkingtredingmet terugwerkende kracht en, zo ja, wat de uitkomsten daarvan waren. Deuitvoerbaarheid van de terugwerkende kracht is de afgelopen periodeuitvoerig getoetst bij de uitvoering, onder andere bij de SVB en het UWV,maar ook de Belastingdienst en de VNG zijn hierbij betrokken geweest. Eris ook geschakeld en gesproken met andere stakeholders, zoals Per Saldoen Zorgverzekeraars Nederland. De terugwerkende kracht is uitvoerbaarvoor de betrokken organisaties. Ik verval een beetje in herhaling, maar hetis voor de betreffende burgers en uitvoeringsorganisaties zelfs nodig datdit wetsvoorstel per 1 januari 2026 in werking treedt. Een latere uitvoe-ringsdatum zou grote problemen met zich meebrengen, zoals ik eerder enook net in antwoord op mevrouw Patijn heb aangegeven. De toets isgedaan, maar uiteraard blijft de regering in overleg met de betrokkenorganisaties, zodat eventuele risico’s tijdig kunnen worden onderkend.Dus we houden de vinger aan de pols.In het verlengde daarvan vroeg de heer Flach of ik kan toezeggen eeninvoeringstoets te doen en de Kamer periodiek te informeren over deuitvoeringsgevolgen. Gezien alles wat er speelt en ook de wens van nietalleen de Kamer, maar ook, denk ik, van de Staatssecretaris en mijzelf omgoed de vinger aan de pols te houden, wil ik met de uitvoeringsorgani-saties bezien of het mogelijk is enige tijd na inwerkingtreding eeninvoeringstoets te doen. Meestal is dat na een jaar. Ik weet niet of hetwenselijk en mogelijk is om dat misschien iets naar voren te halen, maardaar moeten we naar kijken. Daarbij wil ik ook meenemen hoe wij uwKamer zo goed mogelijk kunnen blijven informeren over de werking vanhet wetsvoorstel in de praktijk. Als je dan al veranderingen doorvoert, ishet belangrijk om ook de impact en eventueel onvoorziene neveneffectengoed in kaart hebben. Om een goed beeld te kunnen geven, kan de Kamertwee keer per jaar geïnformeerd worden. Vaker informeren levert meestalniet een beter beeld op, omdat je ook gewoon een x-volume nodig hebtom er überhaupt een zinnig oordeel over te kunnen vellen. Dat kunnen wegaan doen.De heer Neijenhuis vroeg of wetsaanpassingen sneller kunnen wordendoorgevoerd in ICT-systemen, maar volgens mij heb ik die vraag albeantwoord.De heer Ceulemans vroeg naar een nadere toelichting op verwijtbaarhandelen, in relatie tot loondoorbetaling bij ziekte. Of een budgethouderverwijtbaar heeft gehandeld, hangt af van de omstandigheden van hetgeval en kan per situatie verschillen. De verwachting is dat dit niet vaakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4437 zal voorkomen, doordat de SVB zorgt voor ondersteuning bij dere-integratieverplichtingen en eigenlijk die hele taak overneemt. Mocht ertoch een loonsanctie worden opgelegd, dan past de SVB maatwerk toeom financiële gevolgen voor de budgethouder te voorkomen of teminimaliseren. We nemen dit punt expliciet mee in de evaluaties en ook inde invoeringstoets, want ik snap de zorg. Er is een onderliggende zorg endie snap ik heel goed. We willen namelijk geen onmogelijke zakenneerleggen bij de pgb-houder. Dit nemen we er dus expliciet in mee.Voorzitter. Ik ga door naar het derde blokje.De voorzitter:Ik onderbreek u even, want de heer Ceulemans heeft een vraag.De heer Ceulemans (JA21):Dank aan de Minister dat het belang hiervan onderschreven wordt. Ik denkdat dit wel een schoolvoorbeeld is van waar veel kritiek vandaan komt.Normaal gesproken, als er loondoorbetaling bij ziekte moet plaatsvinden,komt dat boven op het budget, zodat er elders zorg ingekocht kan wordenen de loondoorbetaling ook kan plaatsvinden, behalve als het verwijtbaaris. Als het dan verwijtbaar is, wordt er een constructie gevonden waarin eralsnog, dus feitelijk, gecompenseerd wordt. Vindt de Minister dit zelf nieteen heel ingewikkelde constructie?Minister Paul:Het klinkt omslachtig; dat geef ik toe. Het punt is dat het op zich valide isom dat element van verwijtbaar handelen op te nemen. Als er sprake vanis, is het ook niet gek dat het consequenties heeft. Tegelijkertijd is er onsalles aan gelegen om de last en de belasting voor de pgb-budgethouder teminimaliseren, zo veel mogelijk weg te nemen. Daarom wordt deondersteuning bij het hele traject van re-integratieverplichtingen – daarging het met name om – ook overgenomen door de SVB. Ik denk dat deStaatssecretaris daar wellicht zo meteen meer over zal zeggen, dus ikweid er niet al te veel over uit. Maar dat is iets wat integraal overgenomenwordt door de SVB.Voorzitter. Dan ga ik alsnog door naar het derde blokje, over budget-houders en zorgverleners. Er zijn diverse vragen over gesteld. Ik beginmet een vraag van de heer Mulder: hoe kan worden voorkomen dat debudgethouders er volledige werkgeverstaken bij krijgen? De budget-houders hebben de mogelijkheid gebruik te maken van de dienstverleningvan de SVB bij de uitvoering van de aanvullende werkgeverstaken. Ookontvangen de bij de overheid bekende budgethouders compensatie vande SVB voor de werkgeverstaken. Dat gaat om brede ondersteuning dieerop gericht is om de pgb-houder zo veel mogelijk te ontlasten en teondersteunen. De Staatssecretaris zal daar zo meteen meer over zeggen.Mevrouw Wendel en de heer Mulder vroegen naar de mogelijkheid omeen werknemer te ontslaan, bijvoorbeeld als er een conflict ontstaat. Hetkan toch niet zo zijn, zo zeiden zij, dat iemand verplicht wordt zorg teblijven ontvangen van degene met wie het botst. Het is natuurlijk een heelpersoonlijk type dienstverlening. Het is ook heel kwetsbaar, in veelgevallen. Maar de realiteit is dat ook nu pgb-houders een geldige redenmoeten hebben om een zorgverlener te ontslaan. Dat verandert niet metdit wetsvoorstel. Wel wordt geregeld dat de redelijke grond vooraf moetworden getoetst door bijvoorbeeld UWV. Dat betekent niet dat debudgethouder geen afscheid kan nemen van een zorgverlener, want derechter houdt nu al rekening met de bijzondere situatie van de budget-houder, gezien de persoonlijke en vaak ook kwetsbare situatie. Debudgethouder kan via de SVB juridische ondersteuning krijgen bij eeneventuele procedure. Maar – en dat is denk ik heel belangrijk om tevermelden – nu al wordt meer dan 80% van de beëindigingen in depraktijk met wederzijds goedvinden geregeld. Dat is dus zonder tussen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4438 komst van UWV of de kantonrechter, want uiteindelijk moet je niet metelkaar verdergaan als het niet werkt, als het niet klikt, als het niet lukt. Datgeldt voor beide kanten, voor de pgb-houder maar zeker ook voor depgb-zorgverlener. Uit de praktijk blijkt dat het in vrijwel de meestegevallen, 80%, in gezamenlijk overleg wordt beëindigd.Mevrouw Bühler (CDA):Dank voor de toelichting. U geeft aan dat het in 80% van de gevallen inoverleg wordt beëindigd. Ik vraag me af waar we het dan over hebben.Hoe kunnen we deze gegevens hebben? Op dit moment hoeven we datnamelijk nog niet bij te houden, want de zorgverlener en de budgethouderkunnen dat nu nog op een andere manier organiseren. Dus ik benbenieuwd waar die wetenschap op gebaseerd is. Er is sprake vanjuridische ondersteuning bij een conflictsituatie. We gaan er eigenlijk vanuit dat er nog geen conflictsituatie is als er ontslag geregeld moet wordenen daar toestemming voor gevraagd moet worden bij het UWV. Moet ikme dan voorstellen dat een budgethouder een brief moet schrijven aanhet UWV, of moet formuleren waarom het niet werkt? Ik kan mevoorstellen dat dat heel ingewikkeld is. Kunt u mij vertellen hoe dat werkt?Minister Paul:Ik kom op beide vragen graag in tweede termijn terug.Mevrouw Wendel (VVD):Aansluitend op de vraag van mijn collega: als ik hoor dat 80% van dearbeidsrelaties in goed, gezamenlijk overleg wordt beëindigd, vraag ik meaf welk probleem wordt opgelost door dit nu aan te passen. Als het nugoed loopt, zou ik zeggen: niets meer aan doen.Minister Paul:Wat we hiermee doen, is dat we ... Nee, sorry. Ik ben het even kwijt. Ikkom hier ook in tweede termijn op terug. Dan pak ik dit samen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Paul:Een vraag van mevrouw Wendel: welke taken blijven sowieso bij debudgethouders? Wat zijn de risico’s voor de budgethouder vanuit de rolals werkgever? De budgethouder blijft eindverantwoordelijk als werkgeveren moet daarmee voldoen aan de plichten die uit het werkgeverschapvoortvloeien. Maar om budgethouders hierin te ondersteunen heeft deSVB de wettelijke taak gekregen om budgethouders in den brede in hunwerkgeverstaken te ondersteunen. Deze ondersteuning gaat van hetvolledig voeren van de salarisadministratie tot uitgebreide verzuimbege-leiding en het compenseren van het doorbetalen van loon bij ziekte.Voorzitter: FlachDe voorzitter:Voordat we verdergaan, is er een vraag van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Het is altijd ingewikkeld als een debat zo belangrijk is en je toch gewoonmee wilt doen. Ik zou het heel fijn vinden om toch wat specifieker per taak– in de stukken gaat het bijvoorbeeld ook over re-integratie en scholing –uitgelegd te krijgen welke rol de SVB waarbij heeft. Dat mag ook in detweede termijn.Minister Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4439 Nou, dat gaat de Staatssecretaris in haar eerste termijn doen. Zij gaat datexpliciteren.Voorzitter: PatijnMinister Paul:Ik blijf bij mevrouw Patijn. In de memorie van toelichting is aangegevendat de Wet flexibel werken geringe invloed zal hebben op de arbeidsover-eenkomst, maar volgens haar zijn er ook andere geluiden en zorgen.Allereerst is het van belang te wijzen op de bijzondere aard van dewerkrelatie tussen de budgethouder en de pgb-zorgverlener. We hebbengeen aanleiding om aan te nemen dat zorgverleners als gevolg van dezewet ineens andere wensen krijgen omtrent hun werkuren. Daarover zijnimmers al afspraken gemaakt tussen de budgethouder en de zorgverlener.In de memorie van toelichting is daarom ook aangegeven dat het effect inde praktijk vermoedelijk gering is. In alle eerlijkheid: we hebben ook geensignalen ontvangen die een andere kant op wijzen. De reden om voor testellen om de uitzondering in de Wet flexibel werken voor pgb-zorgver-leners onder de Rdah te laten vervallen, is om ook op dit punt, conform deuitspraak van de Centrale Raad van Beroep, ongelijke behandeling tegente gaan. Dat is ook, zoals ik eerder aangaf, een juridische risicoafweginggeweest.Mevrouw Patijn vroeg ook hoe we het arbeidsverleden gaan vaststellen.Wat wordt meegenomen bij het vaststellen van het arbeidsverleden vandeze professionals? UWV heeft dit ook in de beoordeling van hetwetsvoorstel geanalyseerd en beoordeeld. Doordat pgb-zorgverleners nietin de systemen voor werknemers zijn opgenomen, worden deze banenniet automatisch bij het arbeidsverleden geteld. De beoordeling van hetarbeidsverleden vindt voor – ik noem ze even «reguliere» – werknemersplaats op basis van de arbeidsverledenregistratie. Als er in eerdere jarenis gewerkt als pgb-zorgverlener op basis van de Rdah, staan die jaren dusnog niet altijd geregistreerd als arbeidsverleden. Deze jaren kunnen welop verzoek van degene die de uitkering aanvraagt alsnog wordenbijgeteld als arbeidsverleden. UWV kijkt dan wel of er voldoendeaanwijzingen zijn dat het arbeidsverleden moet worden aangevuld. Ookhiervoor hanteert UWV een pragmatische werkwijze, met een handmatigproces op basis van uitvraag van extra gegevens, want het zit dus niet inde systemen.Mevrouw Patijn vroeg me of het voor de uitvoering mogelijk is om op eengoede manier het dagloon vast te stellen. Zoals UWV in zijn uitvoerings-toets heeft aangegeven, gaat het hierbij om een pragmatische,handmatige werkwijze. Deze zorgverleners staan nu namelijk niet met ...Er staat «sv-loon», maar waar staat dat ook alweer voor? Sorry, ik moestdenken aan «schriftelijke vragen». Dat is ook beroepsdeformatie. Ze staandus niet met sv-lonen in de polisadministratie waar alle werknemers instaan, omdat het loon nog niet als verzekerd loon wordt doorgegeven.Voor de dagloonvaststelling zijn daarom aanvullende gegevens nodigvanuit de SVB, de zorgverlener en/of de budgethouder. Het kan dus, maarhet is een handmatig proces. Het moet handmatig uitgevoerd worden. Hetis bewerkelijk, maar het kan en waar nodig zal het ook gebeuren.Voorzitter. Dan ga ik verder met het vierde blokje, over eventuelearbeidsmarkteffecten. De heer Flach en de heer Mulder vroegen hoe deregering aankijkt tegen onrust en mogelijke ontslagen die naar aanleidingvan dit wetsvoorstel zouden kunnen plaatsvinden. Aanpassing vanregelgeving in de arbeidsrelatie kan altijd vragen oproepen, zeker in eenbijzondere situatie als het pgb. Wat volgens mij heel belangrijk is, is datwe als regering maximaal inzetten op communicatie over hetwetsvoorstel, via alle kanalen en alle ketenpartners die we hebben, overwelke implicaties er wel maar ook niet zijn, om ervoor te zorgen dat er inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4440 ieder geval niet op basis van verkeerde informatie besluiten wordengenomen.De voorzitter:Een vraag van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Dit is wat mij betreft een heel algemeen en niet afdoend antwoord, wantdie zorgen over dat er ontslagen vallen komen niet uit de lucht vallen. Diezijn niet fictief. Ons hebben signalen bereikt van pgb-budgethouders diehet gewoon niet meer aandurfden om verder te gaan en die pro forma, ofsoms ook de facto, de overeenkomst hebben opgezegd, niet omdat erverkeerde informatie beschikbaar was, maar omdat er onduidelijke enonvolledige informatie beschikbaar was. In sommige gevallen was erhelemaal geen informatie. Geeft de Minister zich wel rekenschap van deverstrekkende gevolgen van de langslepende onduidelijkheid, gekoppeldaan het slordige proces, voor de budgethouders die op dit moment echtzonder zorgverleners zitten?Minister Paul:Daar geef ik mij zeker rekenschap van. Het was ook niet de bedoeling ombadinerend te doen of te doen alsof er geen problemen zijn. Het punt isalleen dat dé weg voorwaarts is ervoor zorgen dat we heel duidelijkcommuniceren over wat iets wel betekent, maar ook wat het niet betekent.Wat de heer Flach zegt, sterkt me in die overtuiging. Als zaken onduidelijkof onzeker zijn en er sprake is van een onvolkomen – de heer Flach noemthet «slordig» – proces, snap ik heel goed dat mensen terughoudend zijn inhun handelen, of dat ze vanuit die onzekerheid overgaan tot stappen dieeigenlijk niet nodig hoeven te zijn. Het is heel verdrietig dat dat plaats-vindt. Het enige wat wij daar vanuit het kabinet aan kunnen doen, met departners met wie we samenwerken, is ervoor zorgen dat we hier zo goedmogelijk over communiceren en dat de informatie, die lange tijd nietbeschikbaar was, er wel is. We moeten alle kanalen en alle mogelijkhedendie we tot onze beschikking hebben, inzetten. Ik denk dat dat de oplossingis. Als er sprake is van onzekerheid of onduidelijkheid, gaat het er vaak omdat je veel gerichter moet communiceren.Mevrouw Wendel vroeg wat de effecten zijn van dit wetsvoorstel.Verwacht ik dat zorgverleners afhaken? Het is niet de verwachting dat dittype overeenkomst ... De heer Flach vroeg ook of mensen misschien welstoppen omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn. Een deel van hetantwoord daarop wil ik hier herhalen. Het is niet de verwachting dat hettype overeenkomst als gevolg van dit wetsvoorstel verandert. Evenminwordt een vlucht naar zelfstandigheid of schijnzelfstandigheid verwacht.De omstandigheden van het geval in de praktijk bepalen namelijk welktype overeenkomst van toepassing is: een arbeidsovereenkomst of eenovereenkomst van opdracht. We houden in ieder geval de komendeperiode goed de vinger aan de pols. Daarnaast evalueren we formeel vijfjaar na inwerkingtreding. We gaan in ieder geval, zoals ik al heb aange-geven, ook op veel kortere termijn een invoeringstoets doen, om te kijkenof er sprake is van ongewenste neveneffecten, ongewenste arbeidsmarkt-effecten, want daar willen we dan ook aandacht aan besteden, mocht hetzo zijn.Mevrouw Wendel vroeg ook of er straks niet ook een prikkel is om buitende publiek gefinancierde route om hulp aan te vragen of zwartwerk aan tebieden. Zij vroeg of die prikkel groter wordt. Mensen met een zorgvraagkunnen altijd hulp krijgen. Het toegekende budget moet toereikend zijn.Dat betekent dat alle benodigde zorg uit het budget betaald kan worden.Sorry, er was nog een aanvullende vraag: wat betekent dit als er sprake isvan een combinatie van pgb-budget en een particulier budget voor hulp?Het is niet de bedoeling dat de budgethouder hier eigen middelen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4441 inzet. Het risico op zwartwerken voor hulpvragen gericht op zorg acht ikdaarom niet groot.Mevrouw Wendel (VVD):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Wat mij opvalt in dit heleverhaal, en eigenlijk ook nog steeds in de beantwoording van de Minister,is dat er voor mijn gevoel echt slecht zicht is op wie de zorgverlener is.Wie zitten er nou in de doelgroep? Ervaren zij een probleem, ja of nee?Hoe zit dat in elkaar? Ik ben blij om te horen dat de Minister de effectenvan deze wet de komende jaren echt actief gaat monitoren. Ik zou wel aande Minister willen vragen of zij kan toezeggen dat zij er actief voor gaatzorgen dat er meer zicht komt op wie de zorgverlener is en waar deze welen niet tegen aanloopt, zodat wij geen wetten en regels gaan wijzigenterwijl daar wellicht helemaal geen vraag naar is. Het gaat erom dat wehet goed doen voor de mensen op de vloer.Minister Paul:Zeker, dat is uiteindelijk altijd het doel. Los daarvan heeft de redenwaarom we überhaupt met deze wetgeving zijn gekomen, alles te makenmet de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, zoals ik al aangaf inmijn inleidende woorden. Daar is het mee begonnen. Vervolgens wil jedat doen op een manier die steekhoudend is en die ervoor zorgt dat – hoezeg je dat? – er wordt voorzien in de behoefte van zowel de pgb-houderals van de pgb-zorgverleners. Daar komt het op neer. Bij de pgb-zorgver-leners gaat het over de gelijke behandeling, over het gelijkschakelen metandere typen zorgverleners. Daar is het om begonnen. Als je het dan hebtover evaluatie en de vinger aan de pols houden, is deze doelgroep, zijndeze stakeholders, heel belangrijk om mee te nemen. Dat nemen we dusmee in de evaluatie.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van mevrouw Wendel.Mevrouw Wendel (VVD):Enkel de vraag: kan ik dat opvatten als een toezegging?Minister Paul:Ja, dat mag mevrouw Wendel opvatten als een toezegging. Ik geloof datdaar ook nog iets bij hoort, namelijk dat je erop terugkomt. Wanneer wede resultaten van de invoeringstoets delen, zullen we expliciet op dit puntterugkomen. Dat komt dan naar uw Kamer.De voorzitter:Ik probeer even heel scherp te krijgen wat nu precies de toezegging is.Minister Paul:Ja, ik moet het even goed zeggen. De toezegging is dat we inzicht in dedoelgroep willen creëren en in de behoeften die zij hebben.Dan ga ik door met een vraag van de heer Neijenhuis over zzp, maar dieheb ik eigenlijk al beantwoord.Mevrouw Patijn had de vraag hoe we voorkomen dat bemiddelingsbu-reaus oppoppen en geld verdienen aan de onzekerheid van budget-houders, waardoor zij minder zorg kunnen krijgen. De SVB biedt aller-hande ondersteuning in de salarisadministratie en op andere vlakken aande budgethouders, waardoor het niet aantrekkelijk en niet nodig is om eenbemiddelingsbureau in te huren. Eigenlijk vervult de SVB – dat is eenbeetje oneerbiedig – die rol. Die zorgt ervoor dat de zaken optimaal opelkaar aangesloten blijven. Tegelijkertijd kan ik niet verbieden dat mensenhulp inschakelen om zorgverleners te vinden. Dus op het moment dat jeals individuele pgb-houder een bureau wilt inschakelen om in bepaaldeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4442 diensten te voorzien, is dat een mogelijkheid. Maar het is in de meestegevallen niet nodig, omdat dat uiteindelijk iets is wat vanuit de onder-steuning van de SVB gedaan kan worden.Voorzitter: FlachDe voorzitter:Dit antwoord leidt nog tot een vraag van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Naar mijn idee geeft de Minister aan – dat heb ik ook wel begrepen – dater vrij veel wordt overgenomen aan organisatorische handelingen door deSVB. Er wordt juridisch ondersteund met een verzekering en eenarbodienst. Die heb ik allemaal gezien. Dat hebben we kunnen lezen. Hetjuridisch werkgeverschap blijft echter liggen bij de budgethouder. Hetgrote verschil tussen een bureau en de SVB is dat het juridisch werkgever-schap overgedragen wordt. Mijn zorg zit ’m erin dat er bij de payrollbe-drijven – dat is dan wat je doet: je werft zelf je mensen, je vindt zelf jeeigen mensen, en je brengt ze onder bij een payrollbedrijf – veel geld blijfthangen. Ik zou de Minister willen vragen of er een mogelijkheid is om inieder geval – ik ben het wel met de Minister eens dat het bijna onvermij-delijk is dat dit soort bureaus actief gaan worden – een soort begrenzingaan te geven voor hoeveel er dan naar zo’n bureau gaat. Is er nog iets vansturing extra te geven, los van de Wtta die hier van toepassing is?Minister Paul:Nee. In beginsel is dat niet mogelijk, omdat het aan een individuelepgb-houder is om de bepalen wie hij of zij inzet en hoe dat dan preciesvorm krijgt. In algemene zin mag je aannemen dat wanneer je bureausinschakelt voor welke zaken dan ook, dat gepaard gaat met een bepaaldemarge. Dat gaat uiteindelijk af van je budget. Ik stel me zo voor dat je ophet moment dat je keuzes moet maken en ook op een andere manier indie dienstverlening kunt voorzien, dat niet zult doen op een duurderemanier, maar dat verbieden in den brede is niet mogelijk. Dat kan niet.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Dan vervolgt u uw betoog.Minister Paul:Voorzitter. Dan ben ik aanbeland bij de amendementen. Die wil ik nueigenlijk in één keer achter elkaar appreciëren.De voorzitter:Een moment. Wellicht staan er nog een paar vragen open.De heer Flach (SGP):Ja, even een verhelderende vraag. Ik had verwacht dat er ook een blokjezou zijn waarin specifiek op budget en compensatie zou worden ingegaan,apart. Dat komt nog? Oké. Prima.De voorzitter:Ik had ook in mijn hoofd dat het op die manier zou gaan. Dus die houdenwe nog even vast. De appreciatie door de Minister.Minister Paul:Had ik al gezegd hoe fijn het is om dit debat samen te doen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4443 Voorzitter, de appreciaties van de amendementen. De amendementen vanhet Kamerlid Neijenhuis van D66 worden door de Staatssecretarisgeapprecieerd.Ik begin bij het amendement op stuk nr. 10. Het amendement op stuknr. 10 gaat over het sneller evalueren. Die geef ik graag oordeel Kamer.Hoewel de voorgestelde periode best kort is om goed de effecten teonderzoeken, snap ik heel goed, gezien alles wat er vooraf is gegaan, dewens van de Kamer om vinger aan de pols te houden en zo snel alsmogelijk te evalueren. Dus het amendement op stuk nr. 10 krijgt oordeelKamer.De amendementen op de stukken nrs. 20, 21, 22 en 24 zien onder meer ophet uitzonderen van de loondoorbetaling bij ziekte, loonbelasting enpremies en de werknemersverzekeringen. Deze amendementen ontraad ikmet de volgende appreciatie. Het betalen van loonbelasting en premies isin ons stelsel onlosmakelijk verbonden met het recht op een werknemers-uitkering. Daarom ontraad ik de amendementen op de stukken nrs. 20 en21, die zien op de uitzonderingen voor de loonbelasting, met nadruk. Dit isook niet uitvoerbaar in de salarisadministratie. Dit niet regelen leidt totonuitlegbare verschillen ten opzichte van andere groepen werknemersbuiten de Rdah voor wie wel premies afgedragen moeten worden.Daarnaast is loonbetaling bij ziekte noodzakelijk om te regelen. Door dezeamendementen, die op de stukken nrs. 20 en 21, ontstaat de onwenselijkesituatie dat de pgb-zorgverleners recht hebben op slechts zes wekenloondoorbetaling bij ziekte en pas na twee jaar eventueel in aanmerkingkunnen komen voor de WIA. Dat is een fors gat, van 98 weken, waarin dezieke pgb-zorgverlener zonder inkomen zit. Daarnaast lopen nu alrechtszaken van zorgverleners en dat zijn, zoals ik al aangaf, ook rechts-zaken tegen individuele pgb-houders. Er is een grote kans dat derechtszaken verloren worden en dit terwijl de SVB klaarstaat om budget-houders te compenseren en ze ook ondersteunt tezamen met dearbodienst. Dit doen ze overigens ook al voor pgb-houders die nu alvolledig werkgever zijn. Dit niet regelen leidt tot onduidelijkheid,onzekerheid en onwenselijke uitkomsten voor zorgverleners en budget-houders. Daarom ontraad ik ook de amendementen op de stukken nrs. 21en 22 met nadruk.De uitkeringen van de Wet arbeid en zorg vallen net zo goed onder dewerknemersverzekeringen als de uitkeringen voor WW en Ziektewet. Hetis dus op basis van de huidige uitspraak die er ligt echt noodzakelijk dit teregelen. Het is ook niet uitvoerbaar voor UWV. Daarom ontraad ik ook hetamendement op stuk nr. 24 nadrukkelijk.Dan de amendementen op de stukken nrs. 23, 25, 26 en 29. Door deuitspraak van de Centrale Raad van Beroep moeten de rechten vanverschillende groepen zorgverleners met elkaar gelijkgetrokken worden.De Centrale Raad van Beroep heeft in de uitspraak geoordeeld over deuitzondering voor de werknemersverzekeringen, maar volgens deregering zijn ook de andere uitzonderingen voor pgb-zorgverleners meteen arbeidsovereenkomst van minder dan vier dagen niet goed terechtvaardigen. Voor deze uitzonderingen geldt namelijk dezelfdeEuropese toets op gelijke behandeling van pgb-zorgverleners en anderewerknemers. Het is dus een risico-inschatting of uitzonderingen voor deWet flexibel werken, het ontslagrecht en scholing wel standhouden.Mocht dat niet zo zijn, dan is weer reparatiewetgeving noodzakelijk als ditamendement wordt aangenomen. Ook dat vindt de regering onwenselijk.Dit leidt namelijk weer tot nieuwe onzekerheid voor budgethouders,zorgverleners en de pgb-keten. Daarom ontraad ik het amendement opstuk nr. 23 over de Wet flexibel werken, het amendement op stuk nr. 25over ontslag en het amendement op stuk nr. 26 over scholing.Dat is anders bij het amendement op stuk nr. 29 van mevrouw Bühler.Daarmee wordt het niet uit het wetsvoorstel gehaald, maar blijft hetmogelijk om de rechten ten aanzien van de Wet flexibel werken, ontslagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4444 en scholing bij koninklijk besluit te regelen en de andere onderdelen nuwel geheel te regelen. Daarom is dit een risicoafweging die ik aan uwKamer wil meegeven. Wanneer uw Kamer een andere risicoafwegingmaakt, wil ik dit laatste amendement, het amendement op stuk nr. 29,oordeel Kamer laten.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dat was een hele administratie. Ik kijk even of er nog interrupties zijn. Ja,ik zie mevrouw Bühler.Mevrouw Bühler (CDA):Het is misschien niet logisch om dit na de appreciatie van de amende-menten te doen, maar ik wist dat ik maar een aantal interrupties had. Ikdacht: ik kijk even wat ik nog aan vragen heb. Ik zou dus eigenlijk graagteruggaan naar een eerder blokje. Het gaat met name over loondoorbe-taling bij ziekte. Ik snap dat ik u daarmee overval. Waar ik naar zit te kijken,is het volgende. Ik heb al medegedeeld dat er sprake is van een enormeworsteling bij mij als nieuw Kamerlid en ook bij de CDA-fractie rondom dezaken die arbeidsrechtelijk wel en niet geregeld zouden moeten wordenwat ons betreft. Wat ik heb begrepen, is dat er sprake is van een juridischerealiteit waarin we merken dat er heel veel gedoe ontstaat als deloondoorbetaling zo blijft als die nu is in de Regeling dienstverlening aanhuis: zes weken lang loondoorbetaling en dan heb je het recht om jemedewerker te ontslaan als je liever een andere zorgverlener wiltaanwerven. Ik heb veel pgb-houders gesproken. Het is ook een zorg diewe via Per Saldo doorkrijgen. Pgb-houders houden van hun zorgverleneren willen het graag goed voor ze doen. Ik heb begrepen dat het ontslag nazes weken loondoorbetaling echt problemen met zich meebrengt, wantdan gaan mensen uit dienst en krijgen zij geen uitkering meer. Dat is voorons een argument geweest om te kijken of we daar dan wat mildermoeten zijn in de beoordeling van ons eerste amendement. Ik hoor daareigenlijk helemaal niks over terug en dat vind ik wel moeilijk, wantdaarmee krijg ik wel een beetje het gevoel van: zijn we nu echt na aan hetdenken over onze mensen, de budgethouders en de mensen die in dienstzijn ...De voorzitter:U zet geen punt, dus ik ga u nu gewoon onderbreken. U moet een vraagstellen en anders mag u het straks in uw inbreng doen.Mevrouw Bühler (CDA):Ik had het misschien in mijn tweede termijn kunnen doen, maar ik wil ’meigenlijk graag nu stellen. Waarom horen we dit niet en klopt de interpre-tatie die ik hieraan geef?Minister Paul:Mevrouw Patijn zei net al: het is een hele administratie. Misschien is het inde hele opsomming die ik deed niet helemaal goed overgekomen, maardat is nou juist een van de redenen waarom we die loondoorbetaling bijziekte goed willen regelen, ook voor de pgb-zorgverleners. Het isinderdaad niet uit te leggen dat een pgb-zorgverlener eigenlijk tussen walen schip valt en niet de rechten heeft die een andere zorgverlener of eenandere werknemer heeft. Het gevoel dat mevrouw Bühler schetst, ookvanuit de pgb-houder, dat het heel naar voelt als je je zorgverlener moetontslaan na die zes weken terwijl je gewoon ontzettend fijn samenwerkt,dat begrijp ik helemaal en dat is nou juist ook wat we onder andereregelen met dit voorstel. We regelen de loondoorbetaling bij ziekte, zodatpgb-zorgverleners niet slechts recht hebben op zes weken en ook niethoeven te wachten. Zoals het nu is, krijg je na zes weken niets en zou je naTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4445 twee jaar eventueel in aanmerking kunnen komen voor WIA. Dan zit je dusmet een enorm gat. Met dit wetsvoorstel regelen we dat die loondoorbe-taling bij ziekte juist wel plaatsvindt voor twee jaar en dat er ook geenontslag meer is na zes weken. Dus dat even expliciet. Dat heb ik net nietexpliciet gezegd, dat laatste. Ik denk dat dat een goede toevoeging is.De voorzitter:Dan denk ik dat we naar de Staatssecretaris kunnen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank u wel, voorzitter. De Centrale Raad van Beroep is duidelijk geweestin zijn uitspraak: het gebruik van de Regeling dienstverlening aan huis inhet pgb mag niet meer. Met dit wetsvoorstel brengt de Minister van SZWhet in lijn met deze uitspraak. Zo zorgen we ervoor dat alle zorgverlenersmet een arbeidsovereenkomst dezelfde werknemersrechten krijgen. Mijncollega heeft hier al een uitgebreide toelichting opgegeven. Vanuit mijnverantwoordelijkheid voor het pgb en de uitvoering bij de SVB zie ik ophet effect voor de budgethouders. Budgethouders die al werkgever warenen onder de Rdah vielen, kunnen met dit wetvoorstel geen gebruik meermaken van een verlichting van de regels. Daarom vind ik het belangrijkdat de Sociale Verzekeringsbank een groot deel van de administratieveverplichtingen overneemt en de budgethouders ondersteunt. Dit deed deSVB al voor de budgethouders die als werkgever geen gebruik maaktenvan de Regeling dienstverlening aan huis en al volledig werkgever waren.Om het concreet te maken: de SVB verzorgt de volledige salarisadminis-tratie en kan daarnaast de rechtsbijstand bij conflicten regelen, heeft eenarbodienst voor verzuimbegeleiding en zorgt ervoor dat zorgverlenersbuiten het budget om worden doorbetaald bij ziekte.Er waren zorgen bij uw Kamer over de toereikendheid van budgettenvanwege de bijkomende plichten en werkgeverskosten voor budget-houders. Ik deel deze zorg. Budgethouders moeten niet door het ijszakken. Daarom zorg ik ervoor dat budgethouders die te maken krijgenmet dit wetsvoorstel tijdelijk gecompenseerd worden voor de extra kostendie voortvloeien uit de nieuwe regelgeving. Ik ben blij dat dit uiteindelijkook gelukt is voor de Zvw.Dan ga ik nu graag in op de verschillende vragen van uw Kamer, met vierkopjes. Het al gewenste kopje compensatie is het eerste. Het tweede isuitvoering en administratieve lasten, het derde communicatie en tot slotheb ik een ieniemienie kopje overig, waarin ik ook de amendementen zalappreciëren.Ik begin bij de vraag van mevrouw Patijn of de Minister – dat is dan deStaatssecretaris – voor drie vormen van financiering nog een keer helderkan uitleggen hoe de compensatie vormgegeven wordt. Per wet geldt datverstrekkers op verschillende wijze budgethouders financieel kunnenhelpen. In de Wlz geldt dat budgethouders twee jaar extra de tijd krijgenom het budget passend te krijgen en dat tot die tijd 20% gecompenseerdwordt. Voor de Wmo en de Jeugdwet geldt dat het aan de gemeenten zelfis of en op welke manier zij financieel hulp bieden aan budgethouders,zoals past bij ons decentrale stelsel. VWS heeft hiervoor financiëlemiddelen beschikbaar gesteld, waarbij opnieuw gekeken is naar die 20%.In de Zvw wordt door het ministerie samen met verzekeraars en de SVBeen compensatie vormgegeven binnen de huidige werkwijze voor dezewet. Daarbij is een verschil gemaakt tussen de budgethouders die deoverheid kent – deze worden al ondersteund door de SVB – en de groepdie de overheid nog niet kent, want heel simpel gezegd: wie we nietkennen, kunnen we niet compenseren omdat we domweg niet weten wiedie mensen zijn. We doen uiteraard wel ons best om daar zicht op tekrijgen en om met hen in contact te komen. Daarom gaat de wet voor henlater in en gaat dus de compensatie voor hen ook later in. Voor al dezegroepen geldt dat het om 20% gaat die voor een periode van twee jaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4446 gecompenseerd wordt, alleen via drie verschillende routes, zoals ook pastbij vier verschillende zorgwetten.Voorzitter: FlachDe voorzitter:Dat leidt tot een vraag van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja, een verhelderende vraag. Wlz-mensen krijgen dus 20% en deZvw-mensen krijgen 20% als ze bekend bij de SVB, maar de Wmo-mensenkrijgen misschien helemaal niks. Dat klopt dus wel? Het is dus aan degemeenten en die kunnen ook besluiten om niks toe te kennen? Daaraangekoppeld: is dan dat budget – dat was een vraag van de heer Flach, maarik stel ’m even als hij dat goedvindt – dat de Staatssecretaris toegekendheeft aan de gemeenten, het totaalbedrag, voldoende om die compen-satie van 20% te bieden?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Volgens onze berekeningen wel. Dat budget is samengesteld op basis vaneen compensatie van 20%, gelijk als bij de andere zorgwetten. Het lastigeis dat het voor mij moeilijk is om hierin een definitieve toezegging tedoen, omdat ik domweg niet ga over het beleid dat gemeenten voeren.Wel is hier uiteraard met hen over gesproken. Er is ook een handreikinggedaan vanuit het ministerie, met adviezen of mogelijkheden om dit aante pakken. Hier zijn gesprekken over geweest met de VNG. Ik hebperiodiek overleg met de VNG waarin ik ook telkens zal vragen of dingengoed zijn en waarin we ook proactief hulp zullen aanbieden. Als ercasussen zijn waarin het niet goed gaat – ik hoorde dat dat net ook werdgenoemd – dan hoor ik dat heel graag. Tot nu toe hebben wij geencasussen ontvangen waarin de gemeente heeft aangegeven niet te willenuitkeren. Als die casussen er zijn, dan hoor ik dat heel graag, zodat we ookspecifiek met die gemeente of met de VNG over die gemeente in gesprekkunnen gaan. Maar dit is het manco van ons decentrale stelsel, dat ikhelaas vanuit mijn portefeuille bij heel veel debatten met de commissievoor VWS moet aangeven: ik kan de gemeenten niet dwingen. Zo liggende verhoudingen niet. Ik zal er vanuit mijn positie wel alles aan doen omervoor te zorgen dat de budgethouders in de gemeenten vanuit de Wmoen de Jeugdwet gewoon die 20% ontvangen.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Dan geef ik als voorzitter het woord aan de heer Flach.De heer Flach (SGP):De Staatssecretaris zei: conform onze berekening is dat voldoende. Ik hebin mijn bijdrage een soort schets daarvan gegeven: dat is gemiddeldongeveer € 5.000 per gemeente. Het kost niet zo heel veel fantasie om tebedenken dat dat gewoon nooit afdoende kan zijn, omdat gemeentenvaak tonnen tot wel miljoenen uitgeven aan die pgb’s. Dan kan € 5.000per gemeente nooit afdoende zijn om dit te compenseren. Ik hoop dat wehet daar snel over eens zijn. Ons bereiken signalen, bijvoorbeeld uit degemeente Nijmegen en de gemeente Barendrecht, dat die tarievengewoon teruggeschakeld worden naar het minumumloonniveau. Dat iseen bijkomend probleem. Daar wordt het dus niet gecompenseerd; daarwordt het zelfs helemaal compleet gemarginaliseerd. Vooral bijgemeenten hebben wij dus echt grote zorgen rondom Wmo-tarieven. Ikkoppel daar dan gelijk maar het tweede deel van mijn vraag aan.Compensatie is goed voor twee jaar, maar daarna is het op. Kan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4447 Staatssecretaris aangeven waarom dit niet gewoon structureel geregeldis? Waarom wordt dit niet structureel gecompenseerd? Want hoe je hetook wendt of keert, na twee jaar moet je toch zomaar 20% van je tariefinleveren.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik begin met de laatste vraag, want dat is een vrij fundamentele vraag diein alle bijdragen naar voren komt. Er zijn op dit moment al ruim 2.000budgethouders die al volledig werkgever zijn, en die dus alle werkgevers-lasten afdragen. De budgetten worden daar niet op aangepast. Mensenkrijgen gewoon een budget. Dat is gewoon een maximumtarief, waaroverwe het ook hebben gehad. Er zijn dus al ruim 2.000 mensen die vanuit100% – althans, laten we het zo even noemen – al 20% aan werkgevers-lasten afdragen en 80% daarvan overhouden om zorg van in te kopen. Dierealiteit is er al langere tijd. Er waren mensen die vanuit de Rdah niet die20% hoefden af te dragen en daardoor 100% overhielden om uit te gevenaan zorgkosten. Zij moeten zich nu naar een nieuwe situatie begeven,terwijl ze al bestaande arbeidsovereenkomsten hebben en al zorg inkopenvoor een bepaald tarief. Zij kunnen daardoor op de korte termijn in deproblemen komen. Wij hebben daarom gezegd: weet je wat, dan zorgenwij voor een overbruggingstraject waarin we er 20% bij doen om tijdelijkdie werkgeverslasten op te vangen. Maar daardoor komen zij dus op 120%budget uit, terwijl die 2.000 mensen die al volledig werkgever waren, allangere tijd 100% krijgen. Daardoor ontstaat dus ongelijkheid tussen diegroepen. Mensen die eerst van de Rdah gebruikmaakten, krijgen nueigenlijk 20% meer budget, terwijl de zorgvraag niet verschilt.Zoals ik eerder zei, hebben we daarom aangegeven dat we die 20% teroverbrugging willen geven, zodat mensen nu niet door het ijs zakken enzij in die twee jaar de tijd hebben om aanpassingen te doen in dezorgovereenkomsten die ze hebben. Maar daarbij verwachten wij wel datzij zich op termijn weer begeven naar die 100%, zoals nu al mogelijk is bijde 2.000 budgethouders die al volledig werkgever zijn. Het gaat dus echtnadrukkelijk om een tijdelijke tegemoetkoming, om een overbruggingspe-riode, zodat zij nu geen acute beslissingen hoeven te nemen en nu geenmensen hoeven te ontslaan of heel veel minder zorg moeten gaaninkopen. Maar we verwachten dus wel dat er naar die 100% toe bewogenwordt, ook omdat we anders eigenlijk een inherente ongelijkheid aan hetcreëren zijn tussen mensen die eerst geen gebruik hebben gemaakt vande Rdah en mensen die dat wel gedaan hebben. Kortgezegd zou dat ookniet eerlijk zijn. Dat was deel één. Er was verder nog een vraag over deWmo.De voorzitter:Ik denk dat mevrouw Bühler nog een vervolgvraag heeft.Mevrouw Bühler (CDA):Ik begrijp het toch niet helemaal, want de mensen die ik heb gesproken endie gebruikmaken van de Regeling dienstverlening aan huis, hebben zo’nspecifieke zorgbehoefte dat die zorg niet gewoon in te kopen is met eenovereenkomst van dienstverlening, of hoe dat dan ook heet, of met eenovereenkomst met een zorgverlener. Het gaat vaak om zulke specifiekecontractjes of om zo’n specifieke zorgbehoefte dat ze echt mensen indienst moeten nemen, omdat ze die zorg anders niet geleverd krijgen. Alsje de financiering daarvan gaat vergelijken en je af gaat vragen of heteerlijk is ten opzichte van anderen, ben je, denk ik, appels en peren aanhet vergelijken. Kan de Staatssecretaris dat nog een keer toelichten?Misschien zie ik het namelijk verkeerd.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4448 Ik zal niet snel tegen leden van uw Kamer zeggen dat ze dingen verkeerdzien, dus daar onthoud ik me maar even van. Maar het is niet zo dat dezorgvraag van de mensen die eerst gebruikmaakten van de Regelingdienstverlening aan huis, inherent verschilt van die van de ruim 2.000budgethouders die al volledig werkgever waren. Het heeft te maken methoe je de arbeidsovereenkomst aangaat en hoe je dus het werkgever-schap inricht.De verschillen liggen met name op het SZW-dossier en niet zozeer op hetzorginhoudelijke deel. Het kan zomaar zijn dat bij de mensen met eenvrijwel identieke zorgvraag, voor zover dat bestaat natuurlijk, en met eengelijke indicatie qua uren en middelen, de een wel en de ander niet voorde Rdah heeft gekozen. Dat staat namelijk los van het toegekendezorgbudget. Zou dat niet zo zijn, dan zou het toegekende zorgbudget ookhoger moeten zijn. In de Rdah is dus niet verdisconteerd dat er gezegdzou kunnen worden: dit is een dusdanig specifieke zorgvraag dat je ditbudget krijgt en dat je het budget via de Rdah vorm moet geven. Die tweestaan los van elkaar.De voorzitter:Ik was te snel, want u zou ook nog antwoord geven op de vraag van deheer Flach over de € 5.000 per gemeente.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Het waren twee vragen in één interruptie en ik begon inderdaad met delaatste. Dit bedrag komt voort uit de uitvoeringstoets van de VNG zelf. Hetgaat hier om een wat kleinere groep en ook vaak om wat kleinerebudgetten dan we zien bij bijvoorbeeld de Wlz of de Zvw. Daarom gaanwij ervan uit dat dit bedrag wel degelijk toereikend is. Mocht dat niet hetgeval zijn, dan ... Mijn collega heeft net ook al aangegeven dat weuiteraard gaan evalueren, iets waar ik zo meteen ook nog wat toezeg-gingen over zal doen. Maar dat gaan we zeker doen. Mochten we dan ziendat deze bedragen niet toereikend zijn, gaan we natuurlijk terug naar detekentafel. Maar het is wel degelijk de intentie om ervoor te zorgen dat demensen die compensatie van 20% krijgen. Daarom stellen wij als Rijk diemiddelen immers ook beschikbaar.Ik hoop dat ik het goed onthouden heb, maar volgens mij hoorde ik eenconcreet voorbeeld over Nijmegen. Daar ga ik heel erg graag het gesprekover aan. Maar nogmaals, ik herken deze signalen niet. Als die er wel zijn,dan vind ik dat zorgelijk en ga ik daar graag over in gesprek met degemeentes. Wij regelen deze compensatie namelijk niet voor niets. Ik zouhet heel jammer vinden als wij middelen aan de gemeenten zouden gevendie vervolgens niet bij de budgethouders terechtkomen. Dat is niet debedoeling.De heer Flach (SGP):De Staatssecretaris gaf aan dat ze in de gaten gaat houden of debudgetten voldoende zijn. Ik zou het nog ietsje verder naar voren willentrekken: kunnen we niet met elkaar redelijkerwijs vaststellen dat we,kijkend naar het totaal van de pgb-bedragen, ervan uit kunnen gaan dathet niet voldoende is? Ik zou de Staatssecretaris daarom om detoezegging willen vragen om proactief een gesprek met de gemeente tegaan voeren. Weten jullie echt zeker dat het voldoende is? De Kamer heeftnamelijk echt de behoefte om die compensatie goed te doen. Ik vraag datomdat er inderdaad signalen zijn. Ik noemde Nijmegen al, maar er zijn ookvoorbeelden in de gemeente Barendrecht en andere gemeenten dat ertoegewerkt wordt naar een minimumloonbedrag. Dat zijn gewoon zeerzorgelijke signalen die tot grote zorgen leiden bij de budgethouders enzorgverleners die afhankelijk zijn van de Wmo.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4449 Nogmaals, dit bedrag hebben wij niet bedacht, want het komt uit deuitvoeringstoets van de VNG. Maar ik ben uiteraard bereid om contact opte nemen, aan te geven dat er zorgen spelen in uw Kamer en om de VNGte vragen te kijken of ze niet ergens een nul verkeerd gezet hebben. Wezijn niet zomaar op dit getal gekomen, maar ik ben uiteraard bereid omnavraag te doen.Mevrouw Patijn vroeg naar de Wlz-overeenkomsten van na 2026. Eigenlijkheb ik daar al iets over gezegd, want het gaat over een overbrugging.Mensen die nú instappen, vertellen we gewoon: luister, dit is de 100%, ditzijn de dingen die je daarvoor moet doen en daardoor houd je zoveel over.De compensatie is dus echt een overbrugging voor mensen die al allerleiarbeidscontracten hadden met bepaalde bedragen en die daar een mouwaan moeten passen. Voor de mensen die nú instappen, gaat gewoon de100% gelden, zoals dat al die tijd ook bij andere budgethouders isgebeurd.Voorzitter: FlachDe voorzitter:Een vraag van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ter verduidelijking. Er is ook een groep die voor 1 januari 2026 werkte opbasis van een overeenkomst tot opdracht. Wat is de consequentie voorhen? Worden ze wel gecompenseerd?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Die vraag zit ook ergens in mijn stapel met antwoorden. Het is altijd lastigdat de volgorde waarin wij de vragen willen beantwoorden, niet altijd devolgorde is die ...Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Het is geen probleem als u er later op terugkomt.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik kom er zo nog even op terug, want het is een flink stapeltje. Ik heb ’mlangs zien komen en die vraag komt zeker aan de beurt!Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Gaat u door.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Verschillende Kamerleden hebben gevraagd wat er gebeurt na twee jaarcompenseren. Vallen de budgethouders dan alsnog in een gat? Onze hoopis van niet. Het pgb biedt volledige eigen regie en budgethouders kunnendus zorg inkopen, zoals ze dat zelf willen. Dat houdt ook in dat budget-houders bij een gelijke indicatie verschillende keuzes maken. Er zijndaardoor ook budgethouders die ervoor gekozen hebben om niet volgensde Regeling dienstverlening aan huis te werken, en die konden dat aanmet de huidige 100% van het budget.Maar goed, ik besef tegelijkertijd dat twee jaar voor enkele budgethouderswellicht wat te kort kan zijn. We houden daarom nadrukkelijk de vingeraan de pols. Voordat deze twee jaar voorbij zijn, zullen we verder ookkijken of er nog iets extra’s nodig is voor de budgethouders, zodat we bijeventuele schrijnende gevallen ondersteuning en maatwerk kunnenbieden. Die toezegging kan ik u in ieder geval doen. Maar het streven isdus nadrukkelijk dat de groep als geheel in ieder geval toe gaat werkennaar de nieuwe 100%, om het zo maar even te noemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4450 De heer Neijenhuis vroeg of de compenserende middelen in de Zvwafhankelijk zijn van de SVB-route. «Hebben zich niet meer budgethoudersbij de SVB aangemeld?» Dat klopt. Er is op dit moment geen toename vanhet aantal aanmeldingen van Zvw-budgethouders bij de SVB.Een vraag van mevrouw Patijn: krijgen mensen de compensatie automa-tisch of moeten mensen zelf de vinger opsteken? Verstrekkers proberenhet zo veel mogelijk automatisch te regelen voor de budgethouders. Voorde Wlz wordt door de zorgkantoren vooraf gekeken of de budgethoudercompensatie nodig heeft. De budgethouder hoeft dus zelf niets te doen.Voor de Wmo en de Jeugdwet bepalen de gemeenten dat en voor de Zvwwordt dit moment nog gewerkt aan het vormgeven van de compensatie.Voor de ongeveer 450 budgethouders die ondersteund worden door deSVB wordt het automatisch georganiseerd. Voor de overige budget-houders zijn we het aan het uitwerken. Maar nogmaals: wie we niet inzicht hebben, kunnen we niet compenseren. Maar voor hen gaat de wetop dit moment ook nog niet in. Technisch gezien is er voor hen daardoorgeen compensatie nodig, maar we zijn er dus mee bezig om zicht op dezemensen te krijgen.De heer Neijenhuis (D66):De vraag of er een toename was bij de SVB van budgethouders die eropaangesloten waren, stelde ik niet per se als feitelijke vraag. Als het bekendzou zijn bij de pgb-houders en succesvol zou zijn, zou je verwachten eentoename te zien bij de SVB. Dan willen ze immers graag in aanmerkingkomen voor compensatie. Dat zien we echter niet. Dan is de vraag of ditwel voldoende bekend is bij de budgethouders. Zijn er niet meermaatregelen nodig om ervoor te zorgen dat mensen op de hoogte zijn vandie compensatie die ze nodig hebben?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dit is een lastig punt, want dit zijn budgethouders die nog niet zijnaangesloten bij de SVB en die wij bij VWS nog niet in beeld hebben. Wijhebben via verschillende kanalen geprobeerd om zo veel mogelijkbudgethouders vanuit de SVB te bereiken, zo van: als je denkt dat jemisschien onder deze regeling valt, neem dan contact met ons op, wantmogelijk zijn er aanpassingen en compensatie nodig. Maar mensenmoeten zich wel melden, want ik weet niet wie het zijn. Wij weten niet wiehet zijn, dus kunnen wij geen contact met ze opnemen, en de verzekeraarsweten dit ook niet. Daarin zijn we aan het zoeken. We zijn ook metverzekeraars in gesprek over hoe we ons ervan kunnen verzekeren datiedereen in ieder geval bericht heeft gekregen en de mogelijkheid heeftgehad om zich te melden. Maar dat is lastig; daarin zijn we nog zoekende.Dat is overigens mede reden – daar kom ik later nog op terug – dat we ineerste instantie terughoudend waren met deze compensatie, omdat er eeninherente ongelijkheid zit tussen het deel SVB-budgethouders dat al bijons bekend is en waar we wat voor kunnen doen, en het deel waar wegeen zicht op hebben. Dat heeft een rol gespeeld bij het feit dat we hetlastig vonden om de compensatie vorm te geven. Maar goed, daar kom ikzo nog even op terug.Beantwoordt dat de vraag van de heer Neijenhuis?De heer Neijenhuis (D66):Het moge duidelijk zijn dat dit een lastige zaak is omdat je geen zicht hebtop die mensen; alle begrip daarvoor. De Staatssecretaris zegt dat het eenzoektocht is en dat ze daarmee doorgaat. Met die toezegging, zou ik bijnawillen zeggen, om ermee door te gaan en haar best te doen, vind ik hetgoed.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Die toezegging doe ik bij dezen ook graag. Zo mag het verwoord worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4451 Ben ik bereid om met de VNG in gesprek te gaan? Ja. Dat is eentoezegging, bij dezen.Een vraag van de heer Flach: hoe monitor ik dat de zorgcontinuïteit nietonder druk komt te staan? Nogmaals, ik vind het erg belangrijk datbudgethouders niet in de problemen komen. Vanuit VWS houd ik dan ooknauw contact met de SVB en de verstrekkers. Dat doe ik de komende tweejaar intensief of, moet ik in alle eerlijkheid zeggen, mijn opvolger doet dat.Samen met de pgb-keten ga ik, voordat de compensatie afloopt, inventari-seren hoeveel budgethouders niet uitkomen na het wegvallen van decompensatie. Op dat moment kan er verder en gerichter actie wordenondernomen. Nogmaals, we houden hier nadrukkelijk de vinger aan depols.Nog een vraag van de heer Flach: wanneer volgt er meer info over decompensatieregeling, over het bedrag en wie eronder vallen? Daarhebben we het eigenlijk al over gehad, over de percentages.Klopt het dat de SVB enkel betaalt voor het actuele budget? Ja, dat doetde SVB. De SVB compenseert het budget met de daadwerkelijkeloonkosten van de zorgverlener gedurende twee jaar. In het eerste jaarbestaat deze compensatie uit 100% van de loonkosten en in het tweedejaar bestaat deze compensatie uit 70% van de loonkosten. Het gaatoverigens over compensatie bij ziekte. Ik denk dat dit in een verkeerdstapeltje zat; het kwam er ineens tussendoor geschoven.Dit gaat over de systematiek bij het maximumtarief; eigenlijk hebben weal best veel gehad, voorzitter. Waarom is er niet eerder ingegrepen tenaanzien van de Zvw-budgethouders? Ik zei hier al kort wat over. Bij VWSzagen we al dat dit wetsvoorstel kosten voor budgethouders met zich meezou brengen. Daarom is al bij de voorjaarsbesluitvorming van 2025 vanaf2026 17,2 miljoen structureel vrijgemaakt voor de verschillende wetten.Het is dus niet zo dat we dit volledig op ons af hebben laten komen. Wezagen toen al dat we hier iets mee moesten, dat er compensatie moestkomen en dat we hiervoor geld apart moesten zetten.De vraag van mevrouw Patijn was waarom we de Zvw-compensatie nieteerder hebben geregeld. Eerder leek dit om juridische en technischeredenen niet mogelijk, wat deels te maken heeft met het feit dat er vanuitde Zvw een privaatrechtelijke overeenkomst is tussen een zorgverzekeraaren een burger. Daarin heeft de Staat eigenlijk geen rol. Alleen al vanuit dieverhouding is VWS vrij terughoudend om daarin in te grijpen. Daarnaastwas er het puur technische aspect dat we van een deel van de groep nietweten wie het zijn. Dan volgt er bijna altijd rechtsongelijkheid uit, waarbijvoor de ene groep wel nieuwe wetgeving ingaat, de wetgeving aangepastwordt en we compensatie leveren en voor een andere groep niet. Dat kanook niet anders, want we kennen die groep niet. Inherent is er dus welsprake van ongelijkheid tussen groepen.Daardoor hebben we een tijdlang gezegd dat we niet konden ingrijpenomdat dat a niet paste bij onze rol en b we daarmee nieuwe ongelijkheidzouden creëren. Maar door toenemende signalen van budgethouders zelfen ook van Per Saldo hebben we gezegd dat we dan maar beter kunnenkiezen voor ongelijkheid tussen twee groepen, zodat we dan in ieder gevalzo veel mogelijk recht doen aan de groep waar we wel zicht op hebben.Vervolgens gaan we er zo veel mogelijk werk van maken om ervoor tezorgen dat we zo snel mogelijk zicht krijgen op de andere groep, op wiedat zijn. Voor hen laten we de wetgeving en de compensatie verlaatingaan. Maar daar komt de terughoudendheid uit voort.De heer Neijenhuis vroeg om een reflectie op twee amendementen, ookgericht op de compensatie. Een gaat over het opnemen van eenhardheidsclausule in de wet, zodat het maximumtarief van de verzekeraarin schrijnende gevallen kan worden overruled door de Minister. Ik snap dezorgen van de heer Neijenhuis heel goed. Samen met mijn ondersteuningheb ik goed gekeken naar het amendement, maar ik zie hierbij een risicoin de breedte van de door hem voorgestelde wijzigingen. Zoals we netTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4452 bespraken, gelden er maximumtarieven voor alle budgethouders en nietalleen voor degenen met een Rdah-overeenkomst. Op basis van de nubekende cijfers zijn dit ongeveer 15.000 budgethouders, waarvan erongeveer 450 bekend zijn bij de SVB met een Rdah-overeenkomst. Die 450zijn niet helemaal representatief, want een deel van deze groep kennen weniet. Maar als we de SVB-cijfers extrapoleren, maakt maximaal 10% vande hele groep van 15.000 budgethouders gebruik van de Rdah. Wanneer ikdan de tarieven voor iedereen verhoog, creëer ik een situatie waarinverzekeraars met veel meer extra kosten dan nodig geconfronteerdworden.Als alternatief voor het amendement van de heer Neijenhuis kan ik mevoorstellen dat we de werkwijze van compenseren voor de Rdah zoals wedie nu hebben vormgegeven, in wet- of regelgeving verankeren. Op diemanier is er ook een grondslag om gericht te compenseren wanneer uitevaluatie blijkt dat twee jaar compenseren onvoldoende is. Diehandreiking zou ik graag willen doen, want ik snap de gedachte erachterwel, maar in de huidige vorm reikt het amendement te ver.De voorzitter:En de appreciatie van het amendement in de huidige vorm?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ontraden.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 28 is dus ontraden. De heer Neijenhuis wildaar iets over zeggen.De heer Neijenhuis (D66):Het was niet de bedoeling om het tarief voor iedereen te verhogen. Debedoeling was een hardheidsclausule om een uitzondering te bieden voorschrijnende gevallen. Als dat niet uitvoerbaar is, dan zij dat zo. Dank voorhet meedenken en het voorgestelde alternatief. We moeten nog kijken watde tekst wordt van een eventueel nieuw voorstel. Zou een amendement indie vorm dan wel oordeel Kamer kunnen krijgen?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, dan wel.De heer Neijenhuis (D66):Dank. Dat is fijn om te weten.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Pouw-Verweij:En dan ook op een manier die beter aansluit bij het stelsel zoals we dat nuhebben vormgegeven. Maar goed, op een later moment kan ik daar nogper brief op terugkomen en het oordeel aanpassen.Er was ook een amendement over een gedeeltelijke evaluatie na twee jaar.Ik snap...De voorzitter:Heel fijn als u het nummer erbij kunt noemen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Sorry. Dat is het amendement op stuk nr. 27.Net hadden we het over stuk nr. 28. Dat amendement ontraad ik in zijnhuidige vorm.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4453 Het amendement op stuk nr. 27 krijgt oordeel Kamer. Sorry, ik had dereflectie tussen mijn antwoorden zitten en dan... Enfin, zo is het denk ikook duidelijk.Dat brengt mij bij het einde van het mapje compensatie. Dan wil ikdoorgaan naar uitvoering en administratieve lasten.Ik begin met een overkoepelende vraag die door veel Kamerleden isgesteld, namelijk: wordt het niet tijd om voor het pgb toe te werken naaréén overzichtelijk landschap met een eenvoudig juridisch kader en eensterke vereenvoudiging van het werkgeverschap? Ik herken de situatie dieverschillende Kamerleden schetsen. Het pgb kent niet alleen vierzorgwetten, maar budgethouders worden ook geconfronteerd metbijvoorbeeld arbeidsrecht of regelgeving rondom zzp’ers. Op dit momentben ik bezig met het versimpelen van het pgb. Dat doe ik onder anderedoor een verkenning naar alternatieve financieringsvormen uit te voeren,bijvoorbeeld het Vlaamse model, en door samen met BZK te werken aanhet verbeteren van de toegang tot zorg en informatie over zorg vanuit dewerkagenda VN-verdrag Handicap. Daarnaast werk ik samen met depgb-keten aan het makkelijker maken van het werkgeverschap en hebbenwe ondersteuning van uitvoerders zoals de SVB. Daarmee neem ikuiteraard de signalen uit de stand van de uitvoering van de SVB mee, diedoor een van u werden genoemd. Ik wil u toezeggen dat ik u voor dezomer nader op de hoogte breng van de stand van zaken op deze acties.Echter, voor meer ingrijpende aanpassingen aan het pgb kijk ik naar eennieuw kabinet.Dan de vraag van mevrouw Bühler of we van pgb-houders kunnen vragendat ze volledige werkgeversverantwoordelijkheid krijgen. De overgrotemeerderheid van de budgethouders is al aangesloten bij de SVB. Voorhen is ondersteuning vanuit de SVB vanzelfsprekend. Zij voeren nietalleen reactief de salarisadministratie uit, maar handelen ook proactief bijandere onderdelen van het werkgeverschap, zoals verzuimbegeleiding. Deenige groep voor wie deze dienstverlening vrijwillig is, zijn de budget-houders met een Zvw-pgb. Bovendien is er al een groep die volledigwerkgever is. Dat zijn ruim 2.000 budgethouders. Zij hebben arbeidsover-eenkomsten met zorgverleners voor meer dan drie dagen.Dan de vraag van de heer Neijenhuis of ik meer inzicht kan geven in deuitvoering via de SVB. Is dat financieel aantrekkelijk? Welke taken wordener uit handen genomen? Wat zijn de verplichtingen? Et cetera. Deuitvoering door de SVB zal op dezelfde manier verlopen als bij de anderebudgethouders die al door de SVB ondersteund worden in hun werkge-verstaak. Deze ondersteuning bestaat onder andere uit informatiever-strekking over werkgeverstaken via brieven, telefonie en de website,ondersteuning bij de salarisadministratie door het verstrekken vanloonstroken, inhoudingen van de premies, werknemersverzekeringen,loonbelasting en de aangifte bij de Belastingdienst namens budget-houders, ondersteuning bij ziekte van de zorgverlener, onder ander doorde ingekochte arbodienstverlener en compensatie van het budget van deloondoorbetaling van de zieke zorgverlener, ondersteuning bij ontslag viade ingekochte rechtsbijstandsverzekering en vergoeding van de transitie-vergoeding, en ondersteuning bij het aanvragen van wettelijk verlof, vanuitkeringen, fiscaliteit, schade en aansprakelijkheid, samen met deingekochte diensten. De budgethouder blijft als werkgever eindverant-woordelijk voor de plichten die uit de werkgeverstaken voortvloeien enbehoudt daarbij de eigen regie, maar ik hoop dat ik hiermee wel geschetstheb dat uitgebreide ondersteuning mogelijk is.Stel dat het nou een groot succes wordt. Kan de SVB het aan als eropeens een groot aantal budgethouders aanklopt? Op dit moment hebbenwe geen signalen dat dit niet zo is, maar samen met de SVB zullen wemoeten bekijken of we de toename van budgethouders kunnen spreiden,zodat ze niet ineens te maken krijgen met een gigantisch grote aanwas.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4454 Om de impact compleet in kaart te brengen zal de SVB een U-toetsmoeten uitbrengen.Dan was er een vraag van mevrouw Wendel over de verantwoordelijk-heden en de administratieve lasten voor pgb-houders. Daar heb ikeigenlijk inhoudelijk al wat over gezegd. Volgens mij was haar funda-mentele vraag eerder of het pgb wel behouden blijft als volwaardigalternatief voor zorg in natura. Het is nadrukkelijk niet de intentie van ditkabinet om daaraan te tornen. Zoals ik ook al aangaf, blijft de werkgeverof de budgethouder eindverantwoordelijk; hij of zij blijft ook vrij omkeuzes te maken over welke zorg er ingekocht wordt, hoeveel zorg eringekocht wordt en bij wie. Al die keuzes blijven bij de budgethouderliggen en de budgethouder blijft eindverantwoordelijk, ook na alleondersteuning die er geboden kan worden door de SVB. Die basisvoor-waarden blijven hetzelfde. Het is niet onze intentie om daaraan te tornen.Dan een vraag van de heer Mulder over de kans dat er onduidelijkheid ofproblemen ontstaan in de loop van 2026. Ik verwacht niet dat erproblemen ontstaan vanwege onduidelijkheid. Budgethouders enpgb-zorgverleners zijn uitgebreid geïnformeerd over hun rechten enplichten, samen met ketenpartners zoals het UWV, de SVB, ZN, zorgkan-toren en de VNG. De betreffende budgethouders zijn inmiddels geïnfor-meerd aan de hand van een informatiefolder met een begeleidende brief.Daarnaast heeft iedere ketenpartner informatie gepubliceerd en zijn zij ookvoorbereid op vragen, mochten ze daarmee benaderd worden. Per Saldobiedt in samenwerking met VWS en de SVB ook diverse webinars enbijeenkomsten aan over de wetswijziging, en ook op rijksoverheid.nlwordt informatie verstrekt. In het PGB Portaal van de SVB zijn ermeldingen opgenomen om mensen op de wetswijziging te attenderen enze te stimuleren en te ondersteunen bij eventuele acties. Ik heb goedehoop dat dit afdoende zal zijn.Kan de Minister garanderen dat budgethouders niet achteruitgaan inzorguren die zij kunnen inkopen? Ik heb al het een en ander gezegd overcompensatie en we zullen dus de effectiviteit hiervan monitoren. Eenkeiharde garantie dat niemand minder kan inkopen, kan ik op dit momentniet geven. Ik kan wel de inspanningsverplichting op mij nemen dat we zoveel mogelijk zullen kijken of we zo’n achteruitgang kunnen beperken,want nogmaals, het is niet de intentie dat mensen erop achteruit zullengaan, zowel bij de budgethouders als bij de zorgverleners.De heer Edgar Mulder (PVV):Voorzitter?De voorzitter:Ja?De heer Edgar Mulder (PVV):U was lekker aan het wegdromen, en terecht.De voorzitter:Nee, nee, nee, ik was aan het nadenken over wat ik straks als woord-voerder nog allemaal moet zeggen. Meneer Mulder, gaat uw gang.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik bedoelde het niet zo naar als het eruit kwam, voorzitter.De voorzitter:Nee, dat zal wel.De heer Edgar Mulder (PVV):Iedereen wakker? Het was misschien meer om mezelf wakker te krijgen.Dat was het, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4455 De voorzitter:U klonk heel alert. Gaat uw gang, meneer Mulder.De heer Edgar Mulder (PVV):Ja, even. In antwoord op de vraag of er een garantie gegeven kan wordendat budgethouders er niet op achteruitgaan, zegt de Staatssecretaris datniet te kunnen garanderen. Maar op eerdere vragen heeft ze gezegd datalles berekend is, dat er goed naar gekeken is, dat er speciale bedragenzijn vrijgemaakt. Waarom heb ik het idee dat er licht zit tussen die tweeantwoorden?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat zit er niet echt. Ik denk dat dit dan een stukje beroepsdeformatie vanmij als arts is. Er is mij altijd geleerd «niets is zeker behalve de dood».De heer Edgar Mulder (PVV):En belasting betalen!Staatssecretaris Pouw-Verweij:En belasting betalen, ja. Dat is dan weer de politicus. Maar nee, volledigezekerheid kan ik niet geven. Ik durf niet met 100% zekerheid te zeggen dater voor niemand een verandering optreedt die zij als negatief kunnenervaren. Het is ook een grote groep. Maar nogmaals, alles is erop gerichtdat dit niet gebeurt. We houden de vinger aan de pols en we zullenmaatwerk leveren waar dat nodig is. En zoals ik al eerder zei: als er opgemeentelijk gebied casussen spelen die u bereiken en waarvan u zegt«hier gaat het niet goed», laat het ons dan alstublieft weten, want dat isnadrukkelijk niet de intentie. We streven dus wel naar die 100%, dat kan ikin ieder geval zeggen.De heer Edgar Mulder (PVV):De Staatssecretaris streeft naar 100% en eigenlijk denkt ze ook dat het zovoorbereid is dat we heel dicht bij 100% in de buurt komen. De volle 100%kan niet gegarandeerd worden, maar u zit in ieder geval wel ruim bovende 90%?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, die inschatting durf ik wel aan.De heer Edgar Mulder (PVV):Oké, wordt vervolgd. Daar komen we op terug.De voorzitter:Ik hoor hier een fles wijn langskomen om dit gerealiseerd te krijgen, maarhet is vooral voor de mensen die het aangaat heel belangrijk. Gaat uwgang, Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Zo is dat. Dan vroeg de heer Mulder nog of ik het met hem eens ben dateen budgethouder geen doorsneewerkgever is met een eigen hr-afdeling.Ja, dat ben ik volledig met hem eens. Daarom ondersteunt de SVB ook debudgethouders bij het uitvoeren van hun werkgeverstaken.Mevrouw Patijn vroeg of ik haar stap voor stap wil meenemen in wat ermet de pgb-zorgverlener gebeurt als hij of zij ernstig ziek wordt. Op hetmoment dat een zorgverlener ziek wordt, moet de budgethouder dezorgverlener binnen 24 uur bij de SVB ziek melden. De SVB meldt debudgethouder en de zorgverlener aan bij de arbodienstverlener. Dearbodienst neemt contact op met de budgethouder en de zorgverlener enstart waar nodig de verzuimbegeleiding op. Het loon van de zorgverlenerwordt tijdens de ziekteperiode doorbetaald. De SVB compenseert hiervoorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4456 het budget, zodat de budgethouder een vervangende zorgverlener kaninhuren. Punt. Ik heb het vermoeden dat dit vragen oproept.De voorzitter:Ja, want dan begint natuurlijk het hele traject van de poortwachter enre-integratie enzovoort.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Daar kom ik zo op terug.Mevrouw Wendel (VVD):Ik heb een vraag van huishoudelijke aard. Kunnen we zeer binnenkorteven drie minuten schorsen voor een toiletbezoek, want ik hou me al heellang in. Dan kan ik me daarna weer iets beter focussen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat kunnen we wellicht combineren met mijn zoektocht naar hetpoortwachtervelletje.De voorzitter:We combineren de zoektocht met een plaspauze van vijf minuten.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Wij vervolgen de kort geschorste vergadering, want de Staatssecretarisheeft haar poortwachter gevonden.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Hij zat ergens verstopt achter een andere paperclip, maar we hebben hemteruggevonden. Ja, de arbodienst doorloopt inderdaad de stappen van depoortwachter, zoals mevrouw Patijn vroeg. Budgethouder en zorgverlenerzijn verplicht hieraan mee te werken, ook aan de re-integratie van dezorgverlener. Waar mogelijk vindt de re-integratie plaats bij de budget-houder zelf. Indien dat echt niet mogelijk is, zoekt de arbodienst naar eenandere oplossing voor de zorgverlener. Dat was dat.O ja, nog een vraag van mevrouw Patijn. In de overgangsregeling staatdat dit alleen geldt voor overeenkomsten die voor 2026 zijn aangegaan.Over het hoe en waarom daarvan hebben we het kort gehad. De vraagwas nu hoe ik aankijk tegen mensen die eerst onder een overeenkomstvan opdracht vielen, maar achteraf toch een arbeidsovereenkomst blijkente hebben. Ik snap het voorbeeld, maar ik verwacht niet dat naaraanleiding van dit wetsvoorstel veel overeenkomsten van opdracht tocheen arbeidsovereenkomst zullen blijken te zijn.Voor degenen van wie de komende tijd blijkt dat de overeenkomst vanopdracht onterecht is afgesloten, moeten we breder kijken naar eenoplossing. Het gaat hierbij immers niet alleen over compensatie van hetbudget, maar mogelijk ook om andere rechten die met terugwerkendekracht moeten worden toegepast. Ik vraag de SVB extra scherp te zijn opdeze casussen en ze met mij te delen wanneer ze voorkomen. Maarnogmaals: ik verwacht niet dat het er veel zullen zijn.Kan ik uitleggen hoe de uitstelregeling voor onbekendeZvw-budgethouders er exact uit komt te zien? Het wetsvoorstel treedt opeen later moment per koninklijk besluit in werking voor de op dit momentnog onbekende Zvw-pgb-budgethouders. Die moeten we dus eerst samenmet de SVB en de zorgverzekeraars verder uitwerken. Dat betekent dat zijniet vanaf 1 januari van dit jaar compensatie krijgen, maar ze vallen ookniet per 1 januari onder de wijzigingen. Om ervoor te zorgen dat zij welgelijk worden behandeld in het kader van deze wet, krijgen zij perTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4457 inwerkingtreding compensatie onder gelijke voorwaarden als deZvw-budgethouders die nu al wel bij de SVB bekend zijn.De voorzitter:Ik stel mijn vraag maar heel even zo. Wanneer verwacht de Staatssecre-taris dat er hier meer duidelijkheid over is?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Daar zijn we nog mee bezig. Volgens mij had ik net een brief beloofd voorde zomer. Ik kan het daarin meenemen. Als er eerder uitsluitsel over is, zalik eerder contact opnemen.Nog een vraag van mevrouw Patijn. Hebben wij er rekening meegehouden dat de groep waarvoor er compensatie moet komen, groter kanworden? Dat kan doordat zorgverleners die werken op basis van eenovereenkomst van opdracht ook een arbeidsovereenkomst willen hebben.Zoals ik al zei, is er vooralsnog geen enkel signaal dat deze overeen-komsten na inwerkingtreding van het voorliggend wetsvoorstel onder hetarbeidsrecht gaan vallen. Veel van dit soort overeenkomsten zijnbijvoorbeeld met familieleden. Hier is een arbeidsovereenkomst nietvanzelfsprekend, omdat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Ikheb dus niet de verwachting dat het aantal zorgovereenkomsten onder hetarbeidsrecht straks sterk zal toenemen.Voorzitter. Dan kom ik bij het volgende kopje: communicatie. MevrouwBühler zei: het lijkt alsof de gevolgen nu pas doordringen. Had dat nieteerder en integraler gemoeten? Vanuit VWS en SZW zijn we al twee jaarbezig met de voorbereiding van deze wetswijziging. Budgethouders enpgb-zorgverleners zijn vanaf dit voorjaar uitgebreid geïnformeerd overhun rechten en plichten. Dat is samen met de ketenpartners gebeurd, dieik net ook al noemde.De betreffende budgethouders zijn inmiddels geïnformeerd aan de handvan een informatiefolder met een brief. Er is informatie op websites en deketenpartners zijn voorbereid op vragen als zij benaderd worden doorbudgethouders. Per Saldo biedt webinars en bijeenkomsten hierover aan.We hebben dus echt allerlei dingen gedaan, ook in de periode hiervoor,om zowel de zorgverleners als de budgethouders zo goed mogelijk attentte maken op de wijzigingen die er aankomen en om hen zo veel mogelijkterecht te laten komen bij de SVB, voor zover ze dat nog niet waren, zodatze hierbij voldoende ondersteund kunnen worden. Dat een aantal puntenin het traject niet de schoonheidsprijs verdient, erkennen we. Dat heeft deMinister ook al benoemd. Maar dat dit volledig uit de lucht zou komenvallen, is ook weer niet het geval. We hebben wel degelijk ons bestgedaan, ook via de uitvoerders, om de burgers waar het over gaat op tijdte benaderen en te ondersteunen.Mevrouw Bühler vroeg ook of het niet zo is dat deze mensen aan heteinde van het jaar verrast zijn door deze wetgeving. Dat denk ik dus niet,want het eerste contact hierover heeft al in het voorjaar van 2025plaatsgevonden. Er zijn al veel eerder brieven met informatie verstuurd. Ikverwacht niet dat ze daardoor overvallen zijn.Budgethouders die een pgb vanuit de Zvw hebben, zijn een uitzondering.Voor hen hebben we pas eind van dit jaar compensatie kunnen regelen.Maar voor alle andere groepen is het echt een ander verhaal.Mevrouw Bühler (CDA):Dank voor dat antwoord, maar bij mij blijft toch een gevoel hangen van:fijn dat we budgethouders informeren, maar het was nog fijner geweestom dat pas te doen nadat de Kamer haar oordeel heeft geveld. Nu zittenwe in een squeeze die het voor ons heel erg moeilijk maakt om hier goedover te praten met elkaar.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4458 Dat ben ik volledig met mevrouw Bühler eens en dat ontken ik geenszins.Minister Paul gaf dat ook al aan. Net als zij heb ik ook al aan de anderekant van deze tafel gezeten, en ik kan ook wel zo’n beetje uittekenen watmijn bijdrage zou zijn geweest als ik in uw schoenen had gestaan. Ik snapde frustratie daarover heel erg goed. Dat had anders moeten gaan en wijzullen ook stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat het niet nog eenkeer op deze manier gaat. Uiteindelijk ligt het recht om dit soort dingen tebeslissen toch bij uw Kamer; dan kan het niet zo zijn dat het via deuitvoering al geregeld is en u voor een voldongen feit wordt gesteld. Daterken ik en dat ben ik met u eens.De heer Neijenhuis vroeg nog wat we gaan doen om de route beter onderde aandacht te brengen bij Zvw-budgethouders die nog niet bekend zijnbij de SVB. Zoals ik al zei, vind ik het heel belangrijk dat wij hen bereiken.Op dit moment wordt er al veel informatie via onlineplatforms, websitesen social media gedeeld, via alle ketenpartners en de verstrekkers. Zoalseerder gezegd, verzorgt Per Saldo webinars en bijeenkomsten en is eraandacht via rijksoverheid.nl. Dat neemt niet weg dat onduidelijk is of wede betrokken budgethouders daadwerkelijk bereiken. We zijn samen metde zorgverzekeraars nog naar andere mogelijkheden aan het kijken. Paswanneer we ook daadwerkelijk dit deel van de groep in beeld hebben encompensatie mogelijk is, zal het wetsvoorstel ook voor hen vantoepassing worden.Dan overig. Dat mapje is heel dun, dus we zijn er bijna doorheen. Is deregering bereid om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren voortoereikende en marktconforme informele tarieven bij arbeidsovereen-komsten? Ik ben het van harte met uw Kamer eens dat pgb-tarieventoereikend moeten zijn. Dat geldt niet alleen voor de arbeidsovereen-komsten maar ook voor andere soorten overeenkomsten, zoals die metzzp’ers. Maar gegeven de breedte van dit verzoek valt het goeddeelsbuiten de kaders van dit debat en is het goed om te besluiten dat deopvolging van eventuele uitkomsten van onderzoek moet wordenovergelaten aan een nieuw kabinet. Daarom wil ik toezeggen dat ik deKamer op een later moment per brief informeer over wat ik doe aantoereikende tarieven.Ten slotte de vraag van de heer Flach of ik bereid ben de reactie van deNZa op het voorliggende wetsvoorstel en de compensatie nog voor destemmingen te delen. Ja, daar ben ik toe bereid.Voorzitter. De amendementen hebben we tussendoor al gedaan, dus ditwas het van mijn kant.De voorzitter:Ik kijk even naar links. Ik zie geen vragen meer. Ik zag nog een mapjebinnenkomen; wil de Minister meteen nog iets kwijt? Nee, dat is voor detweede termijn; dan horen we het in haar tweede termijn.Wij gaan naar die tweede termijn toe. Ik geef het woord aan de heer Flach.De heer Flach (SGP):Dank u wel, voorzitter. Normaal gesproken begin je een bijdrage intweede termijn met «hartelijk dank voor de beantwoording». Ik zou daarnu als variant op willen zeggen «hartelijk dank voor het feit dat er eenbeantwoording heeft plaatsgevonden, maar de inhoud van die beant-woording stemt de SGP-fractie niet tot tevredenheid», en wel op drievlakken. Eén op het proces, twee op de keuzes, en drie op de impact voorpgb-houders en zorgverleners.Eerst even het proces. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ligter al sinds 2023. Juist door de beantwoording zie ik niet in waarom dieuitvoering al vooruitlopend op de besluitvorming in gang is gezet. Washet niet voldoende geweest om wetgeving voortvarend door de Kamers tekrijgen? Dan had je voldaan aan de CRvB-uitspraak en dan had deuitvoering daarna kunnen plaatsvinden, zoals bij zo veel wetten. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4459 ontgaat mij echt waarom de uitvoering per se vooruit moest lopen op debesluitvorming.Dan de keuzes. Kijkend naar de kwetsbare positie van de mensenwaarover het hier gaat, snap ik werkelijk niet waarom gekozen is voor eenstrikte toepassing van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.Sterker nog, er is eigenlijk niet gekozen voor een strikte benadering, maarvoor het omgekeerde daarvan: een soort juridische kansberekening, zovan «we denken dat een aantal rechtszaken wel zo en zo zullen uitvallenen daar passen we de wet alvast maar op aan». Dat lijkt heel zorgvuldigomdat je daarmee de onduidelijkheid wegneemt, maar dat weet je nietzeker. Er zijn namelijk twee situaties denkbaar. Het is denkbaar dat deuitspraak van de rechter gedeeltelijk anders is en dat je dus verkeerd zitmet je wetgeving. Die situatie werd al eerder aangehaald door collegaCeulemans. Maar wat nu, wat doet de Minister nu als er gewoon eenuitspraak van de Centrale Raad van Beroep komt waarin wel rekeningwordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van de budget-houders en zorgverleners en waarin dus staat «deze onderdelen van deRegeling dienstverlening aan huis houd ik overeind»? Dan hebben wij hetondertussen al wel in de wet veranderd en dan is de chaos werkelijkcompleet.Er werd beargumenteerd dat we het nodig hebben om rechtmatig geld uitte kunnen geven. Dat argument snap ik helemaal niet, want in de stukkenlees ik gewoon dat de pgb-verleners met een arbeidsovereenkomstverplicht als verzekerd zijn aangemerkt en dus ook al hun arbeidsverledengecorrigeerd krijgen. Het enige punt is dat ze nog geen premie betalen.Nou ja, dat is een klein deukje voor de Staat, maar dat kunnen we welhebben. Met andere woorden, het dwingende belang, ook op het gebiedvan rechtmatigheid, ontgaat mij echt. Conform de uitspraak van deCentrale Raad van Beroep vallen zij namelijk gewoon al onder de rechtendie werknemers hebben op die punten.Het derde en misschien wel belangrijkste punt is de impact voorpgb-houders en zorgverleners. Dat is mij het meeste aan het hart gegaanin de maanden dat ik bezig ben geweest met dit dossier. Het kabinet lijkttoch het beeld te schetsen dat die impact wel meevalt, want er isverzuimbegeleiding. Verder is er sprake van een salarisadministratie. Jewordt begeleid op het moment dat je een ontslagtraject ingaat. De rechterhoudt rekening met de bijzondere omstandigheden van pgb-houders enzorgverleners willen heus niet vaker flexibel werken. Maar waarom doenwe het dan? Waarom doen we het dan? Wordt er dan wel rekeninghouden met de belangenafweging? Volgens de SGP vindt de belangenaf-weging echt niet op de juiste gronden plaats. De impact op deze groepmensen is zo groot. Afgezet tegen de onzekerheid die kan ontstaan als erlater een nieuwe uitspraak komt van de Centrale Raad van Beroep, vindenwij de gemaakte belangenafweging niet juist.Dan de appreciatie van de amendementen. Het zal de Minister nietverrassen dat wij daardoor zeer teleurgesteld zijn. Ondanks alle lovendewoorden dat het goed is dat we dat hier bespreken, heb ik geen enkeletoenadering gemerkt in de appreciatie. Wij blijven daardoor toch vooralmet een teleurgesteld gevoel achter. Het gaat dan helemaal niet om mijngevoel. Dat is niet boeiend; daar moet je tegen kunnen als Kamerlid. Hetgaat dan om de mensen die hier ook op hadden gehoopt.Tot slot, voordat ik met twee moties kom, nog iets over de tarieven. Wehebben een tijdelijke overbrugging van de Zvw en de Wlz. De Staatssecre-taris heeft geprobeerd aan te geven hoe het zit met de ongelijkheid metdie 2.000 mensen om wie het gaat. Maar er zit ook wel een verschil in,want die mensen hebben onder die omstandigheden afspraken gemaaktmet hun zorgverleners. Die afspraken komen hierdoor onder druk testaan. Deze nieuwe groep moet afspraken gaan maken waarin staat dat er20% terug moet worden gegaan in salaris. Dan is twee jaar toch maarweer heel kort. Dan moet je misschien wel na 30 jaar trouwe dienstTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4460 afscheid nemen van je pgb-zorgverlener. Met andere woorden, ik vind hettoch niet helemaal vergelijkbaar. Ik ben dus wel blij met de toezegging datde Staatssecretaris na die twee jaar gaat kijken of er toch nog extracompensatie nodig is. Dat leg ik hier nog een keer dringend op tafel.De Wmo vind ik een apart probleem. We hebben daarover al watgewisseld tijdens de interruptiedebatten. Daaruit moeten ook de uitvoe-ringskosten nog worden betaald per gemeente. Het bedrag dat overblijftvoor compensatie is dus heel klein. Tussen de eerste en de tweede termijnkreeg ik nog wat namen door van gemeentes: Zwolle, Goes, Rijswijk enWijk bij Duurstede doen niet aan compensatie voor budgethouders. Metandere woorden: het probleem speelt vrij breed binnen gemeenteland. Ofdat nou een financieel probleem of een uitvoeringsprobleem is, weet ikniet, maar ik zou nogmaals willen vragen of u daarnaar zou willen kijken.Tot slot, wil ik afsluiten met twee moties, voorzitter. Eentje gaat over devereenvoudiging van het pgb-stelsel. De ander gaat over voorkomen dater ooit nog een keer zo’n traject als dit komt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat met de voorgestelde aanpassing van de Regelingdienstverlening aan huis de oorspronkelijke doelstelling van een verlichtregime voor onder meer budgethouders in belangrijke mate wordtondergraven;overwegende dat de SVB pleit voor fundamentele vereenvoudiging vanhet pgb-stelsel, omdat de huidige inrichting te complex is voor zowelbudgethouders als uitvoerders, gelet op de meerdere wetten, uiteenlo-pende regimes, verschillende verantwoordingsvereisten en uitzonde-ringen waarmee zij te maken hebben;overwegende dat een toekomstig vereenvoudigd en verlicht regime vooralle budgethouders wenselijk is;verzoekt de regering, in samenwerking met Per Saldo, een verkenning uitte voeren naar een vereenvoudigd en verlicht regime voor budget-houders, waarbij het verlichten van de administratieve lasten en dearbeidsrechtelijke verplichtingen die voortvloeien uit onderhavigwetsvoorstel, de Wet verbetering poortwachter en de Wet arbeidsmarkt inbalans, nadrukkelijk wordt betrokken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.Zij krijgt nr. 30 (36 744).De heer Flach (SGP):Dan de tweede.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4461 gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet ervoor heeft gekozen de inwerkingtredingvan de Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis per 1 januari2026 toch door te zetten zonder hiervoor voorafgaande parlementairegoedkeuring te hebben verkregen;overwegende dat het kabinet voor afronding van de parlementairebehandeling reeds aangaf dat er geen «pauzeknop» bestond ten aanzienvan de implementatie in de IT-systemen en er dus al onomkeerbarestappen waren gezet met alle bijbehorende gevolgen, zorgen en onzeker-heden voor budgethouders, zorgverleners en uitvoerders;van mening dat hiermee voorbij is gegaan aan de medewetgevende rolvan de Staten-Generaal en dat voorkomen moet worden dat de Kamervoor voldongen feiten wordt geplaatst;spreekt uit deze gang van zaken te betreuren;verzoekt de regering onderzoek te doen naar hoe dit heeft kunnengebeuren en hierbij tevens voor de toekomst lessen te trekken uit dezegang van zaken onder meer ten aanzien van het tijdpad van implemen-tatie van wetgeving en de rol van het parlement als medewetgever hierin,en de Kamer hierover voor het zomerreces te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.Zij krijgt nr. 31 (36 744).De heer Flach (SGP):Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Bühler.Mevrouw Bühler (CDA):Dank u wel, voorzitter. Hier zit een nieuw Kamerlid, dat met veel enthou-siasme aan de slag is gegaan om iets te kunnen betekenen voor demensen in dit land. Ik moet u eerlijk zeggen: wat betreft dit eerste overlegvind ik er echt helemaal niks aan. Ik vind het geen fijn wetgevingsoverleg,omdat we te maken hebben met een fait accompli. Dat betekent dat je niethet goede gesprek kunt voeren. Dat vind ik echt ontzettend jammer. Dus ikhoop echt dat dit de enige keer is dat we het op deze manier gaan doen,want anders zie ik de lol er niet van in. Wat zegt u, meneer Mulder?De heer Edgar Mulder (PVV):Gaat u dan weg?Mevrouw Bühler (CDA):Ik zei: «Ik zie er dan de lol niet van in.» Ik vind het heel jammer dat het zomoet. Ik vind het fijn dat de Staatssecretaris en de Minister ruimhartigtoegeven dat dit niet de gang van zaken is, maar op het moment dat jeaan het worstelen bent om te bekijken wat je het beste kunt organiserenvoor de mensen in dit land, wordt het je wel heel lastig gemaakt als erweinig ruimte is.Mij werd gevraagd wat ik ga doen met het eerste amendement dat ik hebingediend. Ik heb besloten om dat in te trekken, omdat er al sprake is vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4462 juridische realiteit. Verder zijn er ten aanzien van andere amendementeneen aantal zaken benoemd waar ik het met mijn fractie over ga hebben.De voorzitter:Mevrouw Bühler, ik wil u even vragen om welk nummer het gaat.Mevrouw Bühler (CDA):Dat was het amendement op stuk nr. 21, geloof ik. Toch?De voorzitter:Ja, dat is de vraag aan u.Mevrouw Bühler (CDA):Jajaja. Even kijken. Ja, het is het amendement op stuk nr. 21.De voorzitter:Oké. Dat amendement wordt ingetrokken. Sorry, dat moet ik formeel evenzeggen.Het amendement-Bühler/Flach (stuk nr. 21) is ingetrokken.Mevrouw Bühler (CDA):Er was door de collega’s gevraagd hoe ik er verder tegen aankijk. Fijn dathet laatste amendement, het amendement op stuk nr. 29, een positieveappreciatie heeft gekregen. Over de andere amendementen waar mijnnaam onder staat en die ik samen met de SGP heb ingediend, ga ik nogmet mijn collega-Kamerleden in overleg. Ik weet niet of ik dit procedureelallemaal goed doe, maar het is de eerste keer, dus als dat niet zo is, hoorik het wel van de voorzitter.De voorzitter:U bent niet vergeten om moties voor te lezen? U had geen moties, neemik aan.Mevrouw Bühler (CDA):Er zijn geen moties van onze kant.De voorzitter:Nee, oké. Dan ga ik naar de VVD. Gaat uw gang.Mevrouw Wendel (VVD):Dank, voorzitter. Ik wil graag één motie indienen, zoals ook al in de eerstetermijn aangekondigd.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de SVB als uitvoerder van de (salaris)administratie voorpgb-budgethouders al aanpassingen voor het uitvoeren van eenwetsvoorstel heeft doorgevoerd die niet meer terug te draaien zijn in hetuitvoeringssysteem;constaterende dat de Kamer daar destijds niet over is geïnformeerd;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4463 overwegende dat de Tweede Kamer als wetgevende macht hierdoorpraktisch voor een voldongen feit is gesteld terwijl de wetsbehandelingnog moest plaatsvinden, en dat dit zeer onwenselijk is;verzoekt de regering adequate maatregelen te treffen om herhaling tevoorkomen, zodat de Kamer in de toekomst standaard de mogelijkheidkrijgt zich hierover uit te spreken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Wendel en Neijenhuis.Zij krijgt nr. 32 (36 744).Dan geef ik het woord aan de heer Neijenhuis voor zijn tweede termijn.De heer Neijenhuis (D66):Voorzitter. Dank voor de antwoorden. Het blijft een vreemde en onwense-lijke gang van zaken, maar het is fijn dat er ook erkenning vanuit hetkabinet is gekomen voor dit feit en dat werd aangegeven dat dit niet debedoeling is en dat dit voorkomen moet worden in de toekomst. Voor D66staan de belangen van de budgethouders en hun zorgverleners voorop.Zij worden geconfronteerd met deze rechterlijke uitspraak. Voor henmoeten we regelen dat zij hier goed doorheen komen, wat ons betreft hetliefst ook in één keer goed. We hebben voorstellen gedaan om dat teregelen. Dank aan de Staatssecretaris voor de constructieve houdingdaarop. We komen nog terug op het amendement over de hardheids-clausule en willen kijken hoe we die op een goede manier uitvoerbaarkunnen maken, dus dat wordt nog vervolgd. Dank daarvoor.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Mulder.De heer Edgar Mulder (PVV):Voorzitter, volgens mij is alles gezegd. Ik heb geen bijdrage meer.De voorzitter:U heeft vandaag al te veel gezegd, geloof ik. Nee hoor. Een klein grapje.Sorry. Ik geef gauw het woord aan de heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Voorzitter, dank. Dank aan de Minister en de Staatssecretaris voor deantwoorden en ook voor de erkenning dat dit een proces is dat nooit meerop deze manier doorlopen moet worden. We hebben daar achteraf nietveel aan, maar het is goed dat de erkenning er is. We steunen de motiedie de VVD daarover indient. Het zal geen verrassing zijn gelet op mijneerste termijn: voor ons zijn de amendementen van de SGP ook eenbelangrijke voorwaarde om in te kunnen stemmen met welke versie vandit wetsvoorstel dan ook. We gaan zien waar dat toe leidt.Dan heb ik tot slot nog een motie, ook voortbordurend op het interruptie-debatje dat al even ging over de mogelijke gevolgen voor budgethoudersvan loondoorbetaling bij ziekte, ook omdat in de wet niet echt gedefi-nieerd is wat verwijtbaar is. In de memorie van toelichting is alleen eenvoorbeeld gegeven, maar daar wordt ook bij gezegd dat dat verschillendevarianten kan hebben. Dus ik hecht er wel aan om dat wat meer dicht tetimmeren. Vandaar de volgende motie.Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4464 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de wetswijziging Rdah pgb-budgethouders confronteertmet ingrijpende nieuwe werkgeversverplichtingen en een verlenging vande loondoorbetaling bij ziekte naar 104 weken;constaterende dat de regering aangeeft dat in gevallen van «verwijtbaarhandelen» door de budgethouder geen compensatie wordt verstrekt voorde extra loondoorbetaling, waardoor het beschikbare budget voorvervangende zorg onder druk kan komen te staan;overwegende dat het pgb primair bedoeld is als instrument voorpassende zorg en eigen regie voor mensen met een zorgvraag, en niet alsmiddel om deze groep met ondoenlijke werkgeversrisico’s te belasten;verzoekt de regering te borgen dat onder «verwijtbaar handelen» nietwordt verstaan dat een pgb-budgethouder de nieuwe werkgeversverplich-tingen vanwege gezondheidssituatie, beperking of complexiteit van deregelgeving niet volledig kan overzien of uitvoeren en dit derhalve niet totgevolg kan hebben dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om devolgens de indicatie noodzakelijke vervangende zorg in te kopen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.Zij krijgt nr. 33 (36 744).De heer Ceulemans (JA21):Bedankt.De voorzitter:Dan vraag ik de heer Flach om heel even het voorzitterschap over tenemen.Voorzitter: FlachDe voorzitter:Met alle plezier. Het woord is aan mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Er zijn heel veel antwoorden gegeven en er zijn veeldingen duidelijk geworden, onder meer dat het geen mooi proces isgeweest. Dat was vooraf ook al duidelijk. Ik denk dat het allerbelangrijksteis dat het nu tot een goed einde gebracht wordt voor budgethouders enzorgverleners. Er zijn daarbij voor mij twee dingen echt heel belangrijk.Dat is ten eerste de structurele compensatie. Ik hoor de Staatssecretariszeggen dat het oneerlijk zou zijn tegenover budgethouders die geengebruikmaken van de Regeling dienstverlening aan huis. Het is een beetjeeen redenering als: even slecht is ook gelijk. Dat klinkt agressiever dan ikhet bedoel te zeggen, maar ik denk dat een structurele compensatie echtvan groot belang is. Ik zal daar zo ook een motie over indienen.Gebrekkige compensatie door gemeenten is wat mij betreft het tweedepunt. De intentie van de Staatssecretaris is dat de budgethouders vollediggecompenseerd worden, maar het is dus mogelijk om dat niet te doen. Ikdenk dat het daarbij heel erg belangrijk is om toch nog eens te kijken of ereen mogelijkheid is om de gelden, de budgetten, alsnog te oormerken. Ikzou daar ook op aan willen dringen bij de Staatssecretaris. Ik weet niet ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4465 dat achteraf alsnog kan, maar het oormerken van die gelden is wat mijbetreft heel belangrijk, zodat dat geld niet ergens anders aan besteed kanworden in de gemeente.De SVB gaat een heleboel taken overnemen. Ik heb daar niet zozeerbezwaar tegen. Dat is alleen maar goed. Ik ben eigenlijk best blij met watik daarover gehoord heb. Maar één ding kan de SVB niet overnemen: hetjuridisch werkgeverschap. Dat zorgt ervoor dat een aantal risico’s bij debudgethouders blijven liggen. Ik verwacht dat er wel degelijk payrollbe-drijfjes gaan opstaan en een rol gaan invullen. Ik ben heel bang dat er dantoch veel geld bij die payrollbedrijven achterblijft. Ik zou het fijn vinden alsin een evaluatie meegenomen kan worden wat er precies gebeurt. Ik weetniet of dat te monitoren is op enig moment of dat er een onderzoekgedaan kan worden, maar ik zou het fijn vinden om daar enig inzicht in tekrijgen. Hoeveel van dat werkgeverschap wordt nu uitbesteed aanpayrollbedrijven in de loop van de twee jaar? Dat is een logische termijn,denk ik.Ik heb nog geen antwoord gekregen op mijn vraag over de VNG-instructieover de mogelijkheid om je huidige zorgverlener te ontslaan en eengoedkopere zorgverlener te gaan zoeken. Daarom stel ik die vraag nogmaar een keertje. Ik zou daar graag nog een antwoord op krijgen.Het andere wat ik graag gemonitord zou willen hebben, is dat handmatigvaststellen door het UWV van zowel de dagloonberekening als hetarbeidsverleden. Ik zou daar graag op enig moment een soort voortgangs-verslag van willen hebben. Dat kan pas na twee jaar, schat ik zomaar,maar ik zou het fijn vinden als we iets van terugkoppeling kunnen krijgendaarover. Lukt dat handmatig vaststellen? Gaat dat? Is dat niet te veelwerk? Hoe gaat het met de toch al overbelaste medewerkers van het UWVals dat moet gaan gebeuren?Als laatste heb ik de voorbeelden van de mensen die op basis van eenovereenkomst van opdracht werken. De verwachting is dat er toch welwat mensen boven komen drijven als schijnzelfstandigen, zeker nu deBelastingdienst daarop gaat handhaven. Ik zou het fijn vinden als ook datin enige rapportage terugkomt. Ik kan ook niet helemaal inschattenwanneer dat duidelijk wordt, maar er is bij de Belastingdienst ook oogvoor de zorg bij de handhaving van schijnzelfstandigheid. Ik kan me dusvoorstellen dat daarin aan het einde van het jaar al wat inzicht gegevenmoet kunnen worden.Tot slot heb ik een motie, als dat nog kan. Ja, dat kan nog. Die gaat overde structurele compensatie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er een compensatieregeling is getroffen voorpgb-houders, maar dat deze overgangsregeling slechts tijdelijk is en er inde structurele situatie nog geen oplossing voorhanden is;overwegende dat tijdelijke compensatie afbreuk doet aan de zorgvul-digheid en voorspelbaarheid van wetgeving;verzoekt de regering te komen tot een structurele oplossing, daarvooropties in kaart te brengen, en de Kamer hierover bij de Miljoenennota2027 te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4466 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.Zij krijgt nr. 34 (36 744).Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dat was mijn inbreng.De voorzitter:Dank, mevrouw Patijn. Dan gaat het voorzitterschap terug naar u.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Ik kijk naar de bewindspersonen. Heeft u een schorsing nodig? Vijfminuten? Tien minuten? Vijf minuten is genoeg, hoor ik. Dan gaan we om21.10 uur verder met de tweede termijn van de Minister en deStaatssecretaris.De vergadering wordt van 21.06 uur tot 21.12 uur geschorst.De voorzitter:Wij gaan verder met de tweede termijn van de Staatssecretaris en deMinister. Ik geef als eerste het woord aan de Minister.Minister Paul:Ik begin met het appreciëren van de moties. Ik begin met de motie op stuknr. 31, want de motie op stuk nr. 30 zal mijn collega, de Staatssecretaris,doen. De motie op stuk nr. 31 geef ik oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 32: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 33 kan ik ook oordeel Kamer geven.Dat waren mijn moties.Dan had ik nog een paar vragen die openstaan. Ik begin met de vraag vanmevrouw Bühler, die aansloeg op de 80% die ik noemde ten aanzien vanhet aantal beëindigingen met wederzijds goedvinden en vroeg waarop datgebaseerd is. Dat percentage is gebaseerd op onderzoek dat in opdrachtvan mijn ministerie is gedaan door SEO Economisch Onderzoek, waaruitblijkt dat het aantal ontslagen met wederzijds goedvinden boven de 80%ligt. Daar moet ik bij zeggen – daar was ik niet duidelijk over in mijnoorspronkelijke tekst – dat dit gaat om algemene cijfers, dus niet specifiektoegespitst op deze situatie. De SVB herkent het beeld dat het overgrotedeel van de ontslagen met wederzijds goedvinden plaatsvindt en dat ditbeeld zowel geldt voor de arbeidsovereenkomsten die vallen onder deRdah, als voor de arbeidsovereenkomsten voor vier of meer dagen perweek, die dus al volledig onder de regels vallen.In het verlengde daarvan vroeg mevrouw Wendel: welk probleem lossenwe nou op als 80% van de arbeidsrelaties met wederzijds goedvindenwordt beëindigd? Met het wetsvoorstel wordt een preventieve ontslag-toets ingevoerd. Hiermee worden de rechten van de verschillendepgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst gelijkgetrokken. Dit naaraanleiding van de inmiddels veel aangehaalde uitspraak van de CentraleRaad van Beroep. De preventieve toets geeft de zorgverlener meerzekerheid in een situatie waarin het niet mogelijk is het dienstverband metwederzijds goedvinden te beëindigen. De budgethouder kan juridischeondersteuning ontvangen als er onverhoopt een procedure nodig is. Deins en outs daarvan heeft de Staatssecretaris toegelicht.Tot slot een vraag van mevrouw Bühler: moet de budgethouder voorjuridische ondersteuning bij ontslag een brief schrijven aan UWV over watde conflictsituatie is? Nee, dat is niet nodig. Met de ondersteuning doormiddel van mediation via de SVB of de arbodienst kan de budgethouderhet gesprek aangaan met de zorgverlener, waarbij partijen ook metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4467 wederzijds goedvinden uit elkaar kunnen gaan. Mocht dit echt niet lukken,dan kan de budgethouder door de rechtsbijstandsverzekeraar en de SVBworden ondersteund bij het doen van een verzoek tot ontslag bij derechter of bij UWV.Tot zover, voorzitter. O, nee. Sorry, mevrouw Patijn. Ik spreek u nu aan alsvoorzitter, maar het lid Patijn had ook nog een aantal vragen. Heel goed.Die heb ik met mijn hanenpoten opgeschreven. Even kijken of ik daaralsnog wijs uit kan worden. Mevrouw Patijn vroeg naar handhaving opschijnzelfstandigheid, of we daar meer zicht op kunnen krijgen endaarover terug kunnen rapporteren. Eind van het jaar verschijnt er eenrapportage van de Belastingdienst en daarin kunnen we dit explicietmeenemen.De tweede vraag van mevrouw Patijn ging over het dagloon. Dat ligt bijUWV en daar hebben we ook andere dossiers liggen. Dat weet mevrouwPatijn ook heel goed. Het probleem is dat we niet zeker weten wat we nietweten. Dat is het ingewikkelde. Wat we kunnen doen nu dit wetsvoorstelgaat spelen, is in ieder geval in de halfjaarlijkse monitoring dit aspect ookmeenemen. Dat nemen we daarin mee.Dan de derde vraag van mevrouw Patijn. Die ging over payrollbedrijven,om daar sowieso meer zicht op te krijgen en het liefst ook meer grip zodater niet onnodig geld weglekt. Dit kunnen we meenemen in de evaluatiedie na drie jaar plaatsvindt. We hebben die evaluatie conform hetamendement-Flach naar voren gehaald. In die evaluatie zullen we ditexpliciet meenemen, zodat we kunnen kijken wat zich naar aanleiding vandit wetsvoorstel manifesteert, ook op het gebied van payroll, interme-diaire bedrijven enzovoort.De voorzitter:Als de wet aangenomen wordt; dat moeten we nog afwachten.Minister Paul:Zeker, alles is onder dat voorbehoud.De voorzitter:Ook als het amendement niet aangenomen wordt, is het fijn als we ditover drie jaar teruggekoppeld krijgen.Minister Paul:Zeker, maar dat is dan inderdaad in de evaluatie.Tot zover, voorzitter. Ik zou uw Kamer nogmaals enorm willen bedankenvoor het op deze termijn kunnen doen van deze behandeling en voor debetrokken en bevlogen bijdragen. Dank u wel.De voorzitter:De heer Ceulemans heeft nog een vraag.De heer Ceulemans (JA21):Ik geef toe dat dit niet de grootste halszaak van vanavond is, maar ik ziedat ik er bij het herschrijven van een zin een hele lelijke taalfout in hebgefietst. In de eerste zin staat «het wetswijziging». Dat moet «de wetswij-ziging» zijn. Kan dit met pen worden aangepast? Dat scheelt weer eenindiening van een aangepaste motie. Nee? Dan ga ik dat delen.De voorzitter:De Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank u wel, voorzitter. Ik zal beginnen met de appreciaties. De motie opstuk nr. 30 krijgt oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4468 De motie op stuk nr. 34 moet ik ontraden onder verwijzing naar het debat.Zoals gesteld is de compensatie echt gericht op een overgangsregeling enniet op permanente compensatie. Wel zullen we dus kijken of ermaatwerkoplossingen nodig zijn. Ik heb de woorden van de heer Flach,die dit nog even extra aan wilde stippen, ook gehoord. We nemen ditserieus, maar het is niet onze intentie om de volledige groep permanent120% van de indicatie te geven. Daarom moet ik deze motie dus ontraden.Dan nog een paar punten. Ik schrok van het aantal gemeenten dat de heerFlach noemde. Ik wil graag nogmaals toezeggen dat ik dit op ga pakken. Inhet eerstvolgende bestuurlijk overleg met de VNG zal ik dit dus alsagendapunt op tafel leggen, want dit is niet hoe wij in de wedstrijd zitten.Dus dank in ieder geval voor het attenderen hierop.De VNG-instructie, waar mevrouw Patijn naar vroeg, ben ik inderdaad perabuis vergeten. Daarin staat inderdaad dat je de arbeidsovereenkomstkunt ontbinden en een nieuwe zorgverlener kunt zoeken die een lagertarief accepteert of met dezelfde zorgverlener een lager tarief kuntafspreken in een nieuwe overeenkomst. De realiteit is dus wel dat mensenin de nieuwe situatie, nadat de overgangsregeling van 120% is afgelopen,80% overhouden van wat ze op dit moment hebben. Daar zullen afsprakenover gemaakt moeten worden. Dan zijn er een aantal opties. Je kan eruitkomen met de huidige zorgverleners die je hebt en afspraken maken overhun inkomen, de uren, de inhoud van het werk et cetera. Als je daar nietuit komt, zal er inderdaad gekeken moeten worden naar nieuwe arbeids-overeenkomsten die tegemoetkomen aan het budget dat daarvoor is.Maar nogmaals, we zien bij heel veel budgethouders dat dat gaat. Bij deWlz-pgb zien we zelfs een structurele onderuitputting. We verwachten dusecht dat die mogelijkheid er is.Dan was er nog een vraag over zicht krijgen op een eventueleverschuiving van opdracht naar de werknemer. We hebben het net gehadover een periodieke evaluatie. Daarin nemen we dit graag mee. We zullenin overleg met de SVB kijken of we inderdaad een transitie zien. Als die eris, zullen we daarover rapporteren en ook over de mate waarin dietransitie aanwezig is. Die toezegging wil ik dus doen.Dat was het van mijn kant. Dank u wel allen voor het debat.De voorzitter:Volgens mij zijn alle vragen beantwoord. Ik heb eerst een voorstel voor deverdere behandeling. Het voorstel is om de stemmingen over deamendementen en de moties volgende week dinsdag te doen en destemming over de wet een week later, want er zijn vrij heftige amende-menten met grote gevolgen voor de wet. Dan kunnen we zorgvuldigbekijken hoe de wet eruit komt te zien. Of heeft iemand hier bezwaartegen? Dat is niet het geval.Dan komen we bij de toezeggingen.–De Minister zegt toe om binnen een jaar na de invoering van de weteen invoeringstoets te doen. Dit is een toezegging aan de heer Flach.–De Minister zegt het lid Wendel toe inzicht te creëren in de doelgroepen in de behoefte van deze doelgroep en neemt dit mee bij deinvoeringstoets.–De Staatssecretaris zegt toe in gesprek te gaan met de gemeenten overde toereikendheid van de toegezegde bedragen en zal daarover eenterugkoppeling doen aan de Kamer. Dit is een toezegging aan de heerFlach.Kan de Staatssecretaris aangeven wanneer en hoe dit zal gebeuren?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Schriftelijk per Kamerbrief voor de zomer?De heer Flach (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4469 De sneeuw is nog maar net gesmolten en de zomer is nog ver weg. Zouhet niet ietsje eerder kunnen?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, dat kan.De voorzitter:Voor het meireces?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, voor het meireces moet lukken.De voorzitter:Oké.–De Staatssecretaris informeert de Kamer voor de zomer over de standvan zaken rondom de lopende acties voor de aanpassing van het pgb.–De Staatssecretaris stuurt de Kamer voor de stemmingen de reactie opde brief van de NZa.Die stemmingen zijn volgende week dinsdag. Ik denk dus dat het fijn is alsde reactie deze week wordt verstuurd, dus voor het weekend. Lukt dat?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja.De voorzitter:Oké.–De Staatssecretaris zegt toe de compensatieregeling te monitoren enkomt hier bij de Kamer op terug.Op welke termijn zou dat kunnen?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Voor het commissiedebat Pgb? Is dat een logisch punt?De voorzitter:Wij zijn natuurlijk de commissie voor SZW. Het pgb wordt besproken dooreen andere commissie.Staatssecretaris Pouw-Verweij:O ja. Voor de zomer?De voorzitter:Volgens mij is dat goed. Dat is reëel, want anders is er ook nog niet zoveel te monitoren, denk ik.–De Minister zegt toe dat het monitoren van schijnzelfstandigheidmeegenomen wordt in de rapportage van de Belastingdienst aan heteinde van dit jaar. Dit is een toezegging aan mijzelf, niet als voorzittermaar als lid van deze commissie.Dat gaat specifiek over deze groep: wat gebeurt er met deze groep?–De Minister zegt toe de payrollbedrijven mee te nemen in de evaluatieover drie jaar, mits dat amendement aangenomen wordt. Maar wijkrijgen aan het einde van die drie jaar sowieso een terugkoppelingdaarover.Dat zijn de toezeggingen. Daarmee sluiten we deze vergadering.Ik dank iedereen, met excuses voor het uitlopen van deze vergadering,maar we hebben geprobeerd de uitloop beperkt te houden. Veel dank entot een volgende keer.Sluiting 21.25 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 4470
Gerelateerde bronnen
- Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)
Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 19 januari 2026, over wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.