KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beantwoording van vragen, gesteld tijdens de eerste termijn op 4 december 2024, over het advies van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050

6 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f302d3f37556115e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600Nota over de toestand van ’s Rijks FinanciënNr. 44 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 januari 2024Hierbij zend ik u mede namens de Minister van Asiel en Migratie en deMinister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de antwoorden opnog onbeantwoorde vragen, welke zijn gesteld tijdens de eerste termijnvan de zijde van de Kamer bij het plenair debat over het advies van deStaatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 op 4 december jl.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van Hijum kst-36600-44ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 441 Schriftelijke beantwoording vragen eerste termijn plenair debatStaatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 A. Vragen op het terrein van de Minister van SZW Monitoring demografische ontwikkelingenLid-Omtzigt (NSC) – Waarom denken onze voorspellers dat hetgeboortecijfer gaat stijgen, hoger dan elk ander Westers land? Enwat gaat er gebeuren als het niet gebeurt? Gaat de regering hetscenario laag geboortecijfer uitwerken?Het CBS maakt jaarlijks een bevolkingsprognose waarbij de bevolkings-ontwikkeling aan het eind van het jaar wordt bepaald door geboorte,sterfte, migratie en veroudering te verrekenen met de bevolking aan hetbegin van het jaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van veronderstellingenover het toekomstige kindertal, de levensduur en de omvang en richtingvan de internationale migratiestromen. Deze veronderstellingen wordengemaakt op basis van ontwikkelingen die in het (recente) verleden inNederland hebben plaatsgevonden. Dit levert de meest waarschijnlijketoekomst voor Nederland op.Tegelijkertijd biedt een prognose nooit zekerheid. Zo kan bijvoorbeeld hetgeboortecijfer (de Total Fertility Rate, TFT) ten opzichte van de vooraf-gaande periode veranderen. Om hier zicht op te krijgen heeft het CBS opverzoek van SZW ook zeven «varianten van de toekomst» doorgerekend.Daarin is doorgerekend wat de bandbreedtes zijn rond de meestwaarschijnlijke situatie;Deze varianten zijn op 28 juni 2024 door CBS gepubliceerd.Hierbij is bijvoorbeeld bij de varianten «krimp» en de variant «grijs»doorgerekend wat het effect is wanneer de TFT respectievelijk 1.41 en 1.32bedraagt (wat – fors – lager is dan de meest waarschijnlijke (midden)prog-nose, waar de TFT 1.56 bedraagt).Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording zoals gegeven inhet debat omtrent sturen op gematigde groei van de bevolking engezinsbeleid.Lid-Becker (VVD) – Is de Minister bereid bij de EuropeseCommissie voor te stellen een Europese Staat van de demografieop te stellen met scenario’s en beleidsopties voor de EU alsgeheel om met dit vraagstuk om te gaan?Demografische uitdagingen vergen samenwerking met andere lidstaten inde Europese Unie. Immers, demografische ontwikkelingen zijn eengedeelde uitdaging voor alle lidstaten. De Commissie heeft vorig jaarnovember een Toolbox Demografie gepubliceerd1. Deze toolbox geeft eenoverzicht van beleidsopties om demografische uitdagingen op allerleibeleidsterreinen naar eigen inzicht het hoofd te bieden.Het is goed dat de Europese Commissie hier met haar instrumentariumaandacht voor vraagt. Aanvullend publiceert de Commissie driejaarlijkseen Verslag over Vergrijzing (Ageing Report) met bijbehorende landen-fiches voor alle EU-lidstaten2. Dit rapport en de fiches bieden inzichten inprognoses die de economische en budgettaire gevolgen van de1Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3841.2https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/2024-ageing-report-economic-and-budgetary-projections-eu-member-states-2022-2070_enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 442 vergrijzing op de lange termijn in kaart brengen. Ik vind dit nuttigeinstrumenten en zie geen directe noodzaak voor aanvullende rapportages.Ik steun van harte dat demografie onderdeel uitmaakt van de discussie enbeleidsontwikkeling in de EU. Nederland zal hier conform de aanbeve-lingen van de Staatscommissie een proactieve rol in (blijven) nemen.Arbeidsmarkt en arbeidsmigratieLid-Koekoek (VOLT) – Is de Minister van plan om ontvangstvoor-zieningen voor arbeidsmigranten te faciliteren, en zo ja, in welkevoorzieningen wordt dan voorzien?In 2024 is het project «Work in NL» gestart, dat tot doel heeft om deondersteuning aan arbeidsmigranten beter vorm te geven via hetverbeteren van de informatievoorziening, hulp en dienstverlening. Op1 november 2024 zijn in 9 informatiepunten actief en zijn in 21 regio’svoorbereidingen daartoe gestart. Ik streef ernaar dat in 2025 in alle35 arbeidsmarktregio’s betere ondersteuning voor arbeidsmigranten terealiseren.De regio zal zorgen voor een basis aan hulp- en dienstverlening, zoveelmogelijk in eigen taal. Deze hulp- en dienstverlening wordt in overleg metverschillende partijen en sociale partners in de desbetreffende regio naarwens aangevuld. Daarbij is ook aandacht voor publiek-private samen-werking en informatievoorziening in landen van herkomst. Ook zal goedesamenwerking gezocht worden tussen dienstverlening aan verschillendedoelgroepen (bijv. Oekraïense ontheemden). Want goede hulp is voormeer doelgroepen nodig.Lid-Koekoek (VOLT) – Kan de Minister reflecteren op totstand-koming EU brede standaarden voor arbeidsomstandigheden enhet EU minimumloon om uitbuiting te voorkomen. Hoe gaat hetkabinet hier werk van maken?Ik vind het belangrijk om in de EU stappen te ondernemen om oparbeidsomstandigheden- en voorwaarden te convergeren en omondermijning van de standaarden in Nederland actief tegen te gaan. Dezeconvergentie helpt de sociaaleconomische verschillen tussen de lidstatente verkleinen. Dit draagt bij aan het tegengaan van uitbuiting en neemttevens een belangrijke drijfveer voor arbeidsmobiliteit weg. Europeseinitiatieven zoals de overeengekomen Richtlijn Raamwerk EuropeseMinimumlonen en diverse EU-Richtlijnen op het gebied van gezond enveilig werken reiken lidstaten handvatten aan om voor wat betreft dewelvaartsniveaus naar elkaar toe te groeien. In het tegengaan vanuitbuiting zet het kabinet in Europees verband aanvullend in op hetbevorderen van eerlijke arbeidsmobiliteit, bijvoorbeeld door hettegengaan van oneigenlijke detachering van derdelanders en eenversterking van het mandaat van de Europese Arbeidsautoriteit.Daarnaast zijn we, en blijven we, met andere lidstaten in gesprek omgezamenlijk de schaduwkanten van het vrij verkeer te adresseren.Bijvoorbeeld door informatievoorziening in landen van herkomst zoalsPolen.Lid-Podt (D66) – Is de Minister van SZW bereid om te bezienwelke onderdelen van het Canadese model ook een uitkomst voorNederland zouden kunnen bieden?Natuurlijk ben ik graag bereid van andere landen te leren. In gesprekkenmet mijn collega-Ministers informeer ik regelmatig naar goede praktijkenom te horen over beleid dat werkt. Dit blijf ik ook doen. In het geval vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 443 Canada geldt dit bijvoorbeeld voor de integratie van arbeidsmigranten enhun gezinsleden, die kan bijdragen aan het goed benutten van hetpotentieel van deze mensen.Wel merk ik op dat Canada recent de koers van haar beleid heeft gewijzigden een meer stringent migratiebeleid volgt3. Canada ziet dat haar systeemzorgen oplevert over ontoegankelijke sociale voorzieningen, hoge kostenvoor levensonderhoud en onbetaalbare huisvesting. Ook zorgt de wervingvan tijdelijke werknemers middels dit systeem ervoor dat dezewerknemers kwetsbaar zijn voor misbruik, onder meer omdat devergunningen hen afhankelijk maken van werkgevers. Dit zijn ook deredenen waarom dit kabinet kiest voor stevig migratiebeleid.Lid-Becker (VVD) – Hoe kijkt de Minister van SZW aan tegen dehoudbaarheid van de AOW en de ontwikkeling van arbeidsproduc-tiviteit op middellange termijn? Hoe kijkt hij bovendien aan tegende mate waarin andere Europese lidstaten met hun houdbaarheiden arbeidsproductiviteit in relatie tot demografische ontwik-keling en migratie bezig zijn?De AOW is de basis van ons pensioenstelsel en de vergrijzing legt druk opde AOW. De belangrijkste maatregel om deze houdbaar te houden is degeleidelijke stijging van de AOW-leeftijd sinds 2013. In het Pensioenak-koord (2019) is afgesproken om de AOW-leeftijd vanaf 2026 voor 2/3e tekoppelen aan de ontwikkeling van de lange termijn levensverwachting.Hieruit volgt een stapsgewijze stijging van de AOW-leeftijd van3 maanden per keer. Als de levensverwachting met 4,5 maand stijgt, stijgtde AOW-leeftijd dus met 3 maanden. Het rapport van de staatscommissielaat zien dat de koppeling van de AOW-leeftijd succesvol is om de grijzedruk te dempen. De koppeling van de AOW-leeftijd aan de lange termijnlevensverwachting dempt niet alleen de uitgaven door latere instroom,maar resulteert ook in meer premie- en belastinginkomsten doordatmensen langer doorwerken. De AOW-uitgaven bedragen in 2025 5% vanhet BBP en in 2050 naar verwachting 6%.Als we kijken naar de Nederlandse arbeidsproductiviteit kunnen we stellendat Nederland momenteel nog altijd een productief land is. Tegelijkertijdgroeit de arbeidsproductiviteit minder snel dan in het verleden. Voor dekomende jaren raamt het CPB een productiviteitsgroei van ongeveer1,2 procent per jaar. Het CPB raamt niet hoe de productiviteit op demiddellange termijn – dus na 2028 – gaat groeien. Het kabinet wil zich welhardmaken voor het verhogen van de productiviteitsgroei. Zo gaat hetMinisterie van Economische Zaken samen met sectoren aan de slag methet opstellen van een productiviteitsagenda. Daarnaast is er uiteraard hetbeleid voor onderwijs en innovatie.Ook het stimuleren van een leven lang ontwikkelen (LLO) is relevant voorbevordering van de arbeidsproductiviteit.Niet alleen Nederland heeft te maken met uitdagingen rondhoudbaarheid, productiviteit, demografie en migratie. Ook andereEU-lidstaten lopen tegen deze uitdagingen aan. De WRR stelde in haarrapport «Europese vergrijzing in het vizier, omgaan met pensioen- enbegrotingsrisico’s» onlangs nog dat Nederland een relatief goedeuitgangspositie heeft. De bestaande uitdagingen betreffen gedeeltelijkgezamenlijke uitdagingen. Dat sluit aan bij de bevindingen uit het rapportvan Draghi om in de gehele EU de productiviteitsgroei te verhogen engezamenlijk in te zetten op het versterken van het concurrentievermogen3BBC News: «How Canada soured on immigration», 26 oktober 2024: https://www.bbc.com/news/articles/cp9z5rpgkyeo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 444 van de EU. Het kabinet gaat op hoofdlijnen mee in die analyse4 en vindthet van belang om hier komende periode ook in Europees verbandstappen op te zetten. Het kabinet wil met urgentie opvolging geven aan depositieve elementen en oplossingsrichtingen in dit rapport, om zo onzeconcurrentiepositie te versterken.GezinnenLid-Flach (SGP) – Wil het kabinet met Duitsland in gesprek omvan elkaar te leren over het concept van familiezorg?Het kabinet is daartoe bereid. Het is altijd nuttig om te leren van goedevoorbeelden die elders worden toegepast. Lessen zullen we daar waarrelevant delen in de brief over arbeid en zorg die in het eerste kwartaalvan 2025 naar de Kamer wordt verzonden, waarin ook de reactie op hetonderzoek naar de situatie van gezinnen in Nederland wordt meege-nomen.Lid-Koekoek (VOLT) – Reflectie op: leren van het Zweeds modelwaar sociale voorzieningen en kinderopvang goed toegankelijkworden gemaakt voor arbeidsmigranten en waar ook partnersvan arbeidsmigranten makkelijker toe kunnen treden tot dearbeidsmarkt.Als arbeidsmigranten rechtmatig in Nederland verblijven en voldoen aande overige voorwaarden kunnen zij aanspraak maken op kinderopvang-toeslag. Voor de gemeentelijke regelingen die zien op toegang totkinderopvang geldt voor arbeidsmigranten hetzelfde als voor andereouders.In het Regeerprogramma is afgesproken om onbenut arbeidspotentieel testimuleren om (meer) te werken. Daaronder vallen ook gezinsmigranten.Gezinsleden van kennismigranten hebben reeds vrije toegang tot dearbeidsmarkt.Lid-Podt – Ziet de Minister ruimte om de arbeidseis van dekinderopvang in het kader van sociale uitsluiting op termijn los telaten?Dit kabinet wil werken stimuleren, want werken helpt om socialeuitsluiting te voorkomen. En kinderopvang maakt (meer) werken voor veelouders van jonge kinderen mogelijk. Daarom hebben werkende oudersrecht op kinderopvangtoeslag. Er zijn op dit moment wachtlijsten in dekinderopvang, dus moeten we keuzes maken in wie toegang krijgt tot dekinderopvangtoeslag. Werkende ouders krijgen daarbij prioriteit.Bovendien leidt het loslaten van de arbeidseis tot veel hogere overheids-uitgaven. Die middelen hebben we niet. Om deze redenen houdt ditkabinet vast aan de arbeidseis. Wel zijn er voor specifieke en vaakkwetsbare doelgroepen gemeentelijke regelingen voor toegang tot dekinderopvang, ook als zij (nog) niet werken.Integratie, participatie en sociale cohesieLid-Bikker (CU) – Daarom zou ik het kabinet willen vragen: ga aande slag met die sociale cohesie, vergeet de samenleving niet,denk aan die maatschappelijke diensttijd om maar een voorbeeldte noemen, en zie het verschil tussen regio’s.4Kamerstukken II, 2024/25, 21 501-30, nr. 614, bijlage 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 445 Vanuit SZW wordt er ingezet op het versterken van sociale cohesie en hetsamenleven in diversiteit. Dit moeten wij vooral breed benaderen doornaar verschillende scheidslijnen en de onderlinge samenhang daartussente kijken, zoals ook aanbevolen door de Staatscommissie.Deze onderwerpen zitten in de portefeuille van de StaatssecretarisParticipatie en Integratie. In het wetgevingsoverleg wat hij in dit kader op25 november 2024 heeft gevoerd met uw Kamer, is ook de maatschappe-lijke diensttijd aan de orde gekomen. Hieromtrent is er een motieaangenomen die ziet op het borgen van kennis op integratie en inbur-gering.Met betrekking tot de regio’s wordt u verwezen naar de kabinetsreactie ophet adviesrapport «Elke regio telt!».Lid-Becker (VVD) – Wanneer krijgen we duidelijkheid over hetbehoud van de taaleis in de bijstaand waar onlangs een motieover aangenomen is?Uw Kamer is recent geïnformeerd over de wijze waarop uitvoering wordtgegeven aan de motie Yesilgöz-Bontenbal5 waarin wordt verzocht om hetschrappen van de taaleis uit de Participatiewet te heroverwegen en hetsysteem van taalonderwijs onder de loep te nemen6. Als eerste stap is hetwetsvoorstel Participatiewet in balans aangepast, zodat de huidige taaleisin de Participatiewet behouden blijft. In het kader van de actieagendaintegratie beziet het Kabinet verdere verbeteringen in de effectiviteit enuitvoerbaarheid van de taaleis en een hierbij aansluitend systeem vantaalonderwijs.Lid-Becker (VVD) – Kunnen we de aangekondigde integratieagenda ontvangen voor de kerst?Lid-Becker (VVD) – Wanneer krijgen we de actieagenda zelfbe-schikking en schadelijke praktijken?De Staatssecretaris van Participatie en Integratie heeft in het wetgevings-overleg van 25 november jl. toegezegd om voor de zomer 2025 te komenmet een actieagenda Integratie. Versterking van het recht op zelfbe-schikking zal onderdeel zijn van deze actieagenda.OverigLid-Boon (PVV) – Volgens Jan van de Beek zijn de totale kostenvan migratie twee zo hoog als de kosten van vergrijzing. Deelthet kabinet de mening van de PVV dat het tijd is dit taboe tedoorbreken?Lid-Boon (PVV) – Is het kabinet bereid om onafhankelijkonderzoek uit te laten voeren naar de kosten van migratie endeze gegevens expliciet mee te nemen in de vormgeving vanbeleid?Verschillende onderzoeken tonen verschillende en soms tegengesteldeuitkomsten waar het gaat om de kosten en opbrengsten van migratie,waardoor we op dit moment geen getal hierop kunnen plakken.Onderzoek op dit onderwerp, alsook de bijbehorende discussie, zal nogvoortduren. De directe kosten van migratie betreffen de kosten die5Kamerstukken II 2024–25, 36 651, nr. 21 .6Kamerstukken II 2024–25, 36 582, nr. 6 .Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 446 uitvoeringsinstanties maken bij de uitvoering van de verschillendemigratieregelingen. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen van deverschillende departementen die zijn betrokken bij de uitvoering van hetmigratie-, inburgerings- en integratiebeleid.Als het gaat om de indirecte kosten, zoals de netto druk op voorzieningendoor migratie, dan is het lastig daar een eenduidig beeld te krijgen omdatwe al veel jaren constateren dat daarover veel discussie mogelijk is; ook inhet wetenschappelijk debat. Een door het kabinet geleid onderzoek isdaarom niet opportuun, naast het feit dat dit zeer ingewikkeld te realiserenis. Los van deze discussie heeft het kabinet van grip op migratie een vande speerpunten van het Regeerprogramma gemaakt, en het kabinet zalalle daarvoor nodige en mogelijke maatregelen inzetten.B. Vragen op het terrein van de Minister van A&M Lid-Bontenbal (CDA) – Het hoofdlijnenakkoord is scheef in deaandacht voor migratie: alles richt zich op asielmigratie. Tegelij-kertijd neemt niemand in het kabinet de regie op het brederevraagstuk. Hoe gaat het kabinet de aansturing van dit onderwerpinrichten? Een begin zou zijn dat alle ministeries hun beleid gaanbaseren op de onderliggende cijfers uit het rapport. Wordt ditmomenteel al gedaan en wat is er voor nodig om dit te gaandoen?Het Regeerprogramma bevat juist een heel pakket aan maatregelen opalle vormen van migratie, waar de Minister van Asiel en Migratie alscoördinerend bewindspersoon verantwoordelijk voor is. Vanwege dewisselwerking tussen de verschillende vormen van migratie kan hetbredere migratie vraagstuk alleen in gezamenlijkheid verder wordengebracht. Daarom is er een structuur ingericht, waar de Raad Asiel enMigratie het sluitstuk van is, en waarbinnen de verantwoordelijkeMinisters in samenhang kijken naar het bredere vraagstuk van migratie.C. Vragen op het terrein van de Minister van VRO Lid-Van der Plas (BBB) – Is het kabinet het met BBB eens dat eensterke stad altijd een sterke regio nodig heeft? En welke visieheeft het kabinet op agglomeratievoordelen?Lid-Van der Plas (BBB) – En erkent het kabinet dat een bloeiendestad altijd hand in hand moet gaan met een blik op een bloeienderegio? (BBB)In antwoord op vragen van lid-Van Der Plas (BBB) over de kabinetsvisie opagglomeratievoordelen en het belang van een bloeiende regio verwijst deMinister van VRO naar de ontwikkeling van de nieuwe Nota Ruimte. Eenontwerp hiervoor zullen wij in de loop van 2025 met uw Kamer delen.In de Nota ruimte geven regiospecifieke ruimtelijke opgaven en kansensamen met een economische strategie richting geven aan regionaleontwikkeling. Met een visie op de ruimtelijke en economische structuurworden inzichten ontwikkeld voor de Nota Ruimte.Alle regio’s kunnen op basis van hun onderscheidende kracht bijdragenaan de grote ruimtelijke en economische opgaven waarvoor Nederlandstaat. Daarmee bieden we ook aan alle regio’s perspectief.Agglomeratiekracht ontstaat door concentratie en hoge dichtheid. Inzet opspreiding is daarmee in tegenspraak. Dit kabinet wil de kracht van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 447 grote steden niet beperken, maar er meer netwerkkracht naast zetten doorook andere regio’s economisch te versterken. En daarbij bestaandebeleidstrajecten als NOVEX en Elke Regio Telt benutten. Dat betekent datwe zowel de grootstedelijke economie blijven accommoderen, als dat weelders meer economische dynamiek willen stimuleren en initiëren.Bijvoorbeeld in regio’s Groningen-Assen, Twente en Zuid-Limburg, waarmet de aanpak «Elke Regio Telt» wordt geïnvesteerd in het verkleinen vande structurele achterstand op regionale en lokale brede welvaart.Voor een aanzienlijk grotere bijdrage in de groeiopgaven. Daar wil het Rijksamen met regio’s langjarig aan werken.Ook in andere regio’s wil het Rijk bijdragen aan het vitaliseren van deeconomie en aan woningbouw passend bij de lokale vraag. 80% vantoekomstig Nederland is er nu al. ook hierbij is inzet om zoveel mogelijkbestaande beleidstrajecten te benutten.In al die regio’s waar we kansen zien voor meer groei, of juist versterkenwat er is, zal ook de kwaliteit van het netwerk van steden en dorpen enlandelijk gebied meegroeien. Dat leidt tot het ontstaan van meer agglome-ratiekracht in grotere delen van ons land.Lid-Omtzigt (NSC) – Geen directe vraag. Betrof een debat tussenmVRO en lid-Omtzigt. Daarin ging het om het aandeel socialehuur als onderdeel van de woningbouwopgave. De Ministernoemde toen de aantallen bij benadering. Ten bate van hetinformeren van de Tweede Kamer onderstaand de exactegegevens.Er zijn 2,8 miljoen sociale huurwoningen in Nederland, waarvan2,3 miljoen in eigendom van de woningcorporaties. Het aantal socialehuurwoningen van woningcorporaties in de totale woningvoorraadbedraagt 27% in 2023.In de Nationale Prestatieafspraken heeft het Rijk samen met woningcorpo-raties, gemeenten en huurders bindende afspraken gemaakt over debouw van 250 duizend sociale huurwoningen en 50 middenhuurwo-ningen. Het Kabinet werkt hard aan het realiseren van 100 duizendwoningen per jaar waarvan 2/3 deel in het betaalbare segment en hetstreven naar 30% sociaal per gemeente.Voor de aankomende jaren wordt een aandeel in de totale woningbouw-productie verwacht van 30% sociaal in zowel 2025 als 2026.Per saldo neemt het aantal sociale huurwoningen minder hard toe dan hetaantal toevoegingen in het segment. Dit komt door het aantal te slopenwoningen. De te slopen woningen betreffen voor het merendeel socialehuurwoningen (circa 80%). Deze woningen worden veelal vervangen inhet kader van stadsvernieuwing en verjonging van de voorraad.Verwachte nieuwbouw 2025 en 20262025202620252026Sociale huur (< € 808)22.91027.65030%30%Middenhuur (€ 808 – € 1.123)6.1407.6308%8%Dure huur (> € 1.123)1.4501.7602%2%Goedkope koop (< € 355.000)21.28025.50028%27%Middeldure koop (€ 355.000 – € 485.000)7.3308.69010%9%Dure koop (> € 485.000)17.92021.58023%23%Totale verwachte nieuwbouw77.00093.000100%100%Bron: Socrates 2024 (ABF) Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 448 D. Vragen op het terrein van andere bewindspersonen Volksgezondheid, Welzijn en SportLid-Flach (SGP) – Waarom maken we niet stevig werk van relatiesdoor gratis relatietherapie aan te bieden of in elke gemeente eenrelatieloket te starten?Relaties en het oplossen van problemen binnen een relatie zijn in deeerste plaats de verantwoordelijkheid van de betrokken partners. Het kanworden gezien als een privékwestie waarin de overheid niet direct zoumoeten interveniëren. Mensen hebben de vrijheid om zelf te beslissenhoe ze hun relaties onderhouden en of ze hulp zoeken. Daarnaast brengthet aanbieden van gratis relatietherapie of het oprichten van relatielo-ketten aanzienlijke kosten met zich.Ook is het onzeker of een door de overheid gefinancierde aanpakdaadwerkelijk zal leiden tot minder scheidingen. Relatietherapie heeftgeen garantie op succes, en een overheidsrol in dergelijke persoonlijkekwesties kan als paternalistisch worden ervaren. Bovendien zou deoverheid neutraal moeten blijven en niet de indruk wekken dat het behoudvan een huwelijk of relatie altijd de voorkeur verdient boven scheiding,wat in sommige situaties een betere oplossing kan zijn.Dit alles laat onverlet dat als scheidingen leiden tot stress en daarmeezorgkosten of kosten voor jeugdzorg, daar zeker aandacht voor moet zijnvanuit het oogpunt van voorkomen van een zorgvraag. Overigens latencijfers van het CBS over de afgelopen 10 jaar een duidelijke daling zienvan het aantal scheidingen: van bijna 68.000 scheidingen in 2014 naar zo’n45.000 nu.Lid-Bikker (CU) – Wie is in dit kabinet verantwoordelijk voor hetthema vergrijzing?De Minister van VWS is stelsel-verantwoordelijk voor ondersteuning enzorg voor ouderen. Op het gebied van ouderenhuisvesting werkt deMinister van VWS nauw samen met de Minister van VRO. Gemeentenmoeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijvenwonen. Daartoe geeft de gemeente ondersteuning thuis via de Wetmaatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het Ministerie van VWS werkt opdit gebied nauw samen met het Ministerie van BZK. Op het themaarbeidsmarkt bestaat een nauwe samenwerking met het Ministerie vanSZW. De beroepsbevolking groeit onvoldoende en naast de zorg kampenook andere sectoren met tekorten. Daarom wordt voor het arbeidsmarkt-vraagstuk ook samengewerkt met de Staatssecretaris Digitalisering enKoninkrijksrelaties voor de inzet op zorginnovaties, digitale zorg en deinzet van AI.Onderwijs, Cultuur en WetenschapLid-Koekoek (VOLT) – Vraag 20 (Volt) – OCWReflectie op: talent vast te houden. Stimuleer internationalestudenten door hier te vestigen na studie. Wonen toegankelijk inde regio en integratie toegankelijk.De Minister van OCW biedt met de Wet internationalisering (WIB) inbalans gerichte uitzonderingen voor onder andere tekortsectoren enregio’s. Dit zorgt ervoor dat studenten daar terecht komen waar we zenodig hebben en kunnen ontvangen. Ook werken we aan de blijfkans enintegratie van studenten. In de WIB is een zorgplicht opgenomen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 449 onderwijsinstellingen om taalonderwijs aan te bieden. Uit onderzoek vanNuffic is bekend dat het beheersen van de Nederlandse taal de belang-rijkste factor is bij een keuze om in Nederland te blijven. Daarnaasthebben onderwijsinstellingen aangekondigd om eigen maatregelen tetreffen om de blijfkans te vergroten, onder andere via samenwerkingenmet het regionale bedrijfsleven.Lid-Koekoek (VOLT) – Reflectie op: erken diploma’s over grenzenheen en maak omscholing voor arbeidsmigranten en Neder-landers toegankelijker en makkelijker.Diploma-erkenning is één van de fundamenten van de Europese HogerOnderwijsruimte, en essentieel om grensoverschrijdende samenwerkingen uitwisseling te stimuleren en faciliteren. In het hoger onderwijs hebbenwe daar al een verfijnd stelsel voor met het Lissabon Erkenningsverdrag(procesafspraken voor erkenning) en het recente Benelux-Baltics verdrag(automatische erkenning). Nederland nodigt andere landen, die aange-sloten zijn bij het Bologna-proces, actief uit om aan te sluiten bij hetBenelux-Baltics verdrag. In het mbo is automatische diploma-erkenningvanwege de vele verschillende systemen voor beroepsonderwijs zeercomplex. Diploma’s zijn zeer lastig 1 op 1 met elkaar te vergelijken. Voorhet MBO ziet het kabinet daarom vooral toegevoegde waarde in hetherkennen van specifieke vaardigheden. Het helpt daarbij als dezevaardigheden in dezelfde termen kunnen worden beschreven. Daaromwerkt het kabinet aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijkeskills-taal, met de naam CompetentNL. Deze skills-taal is gebaseerd op deEuropese Standaard ESCO. Daarnaast regelt de Algemene wet erkenningEU-beroepskwalificaties voor ingezetenen in EU-lidstaten de beoordelingvan gelijkwaardigheid van beroepskwalificaties voor gereglementeerdeberoepen.Lid-Omtzigt – Wat is de bedoeling van het kabinet met studiemi-gratie, met wet internationalisering in balans, gaat het lukkenminder beurzen te geven? Bijvoorbeeld de 6-uur eis te verhogen?De Minister van OCW voert beleid voor het versterken van het Nederlandsals onderwijs- en wetenschapstaal en het beperken van internationalestudenteninstroom. Dit gebeurt onder andere via de Wet internationali-sering in balans. Daarbij hebben we te maken met de kaders van deEuropese regelgeving en onderwijsverdragen. Nederland is verplicht omstudenten afkomstig uit de Europese Economische Ruimte (EER) diekwalificeren als migrerend werknemer studiefinanciering te verlenen. DeNederlandse rechter heeft besloten dat dit in ieder geval geldt, als iemandmeer dan 32 uur per maand werkt. Beleidsmatig is er geen ruimte omdeze eis te verhogen.De Minister van OCW wil binnen Europa wel in gesprek gaan over dezeregels. Echter, het aanpassen van beleid in Europa is een proces van langeadem.Lid-Becker (VVD) – Hoe zorgt het kabinet voor de juiste balanstussen genoeg internationale studenten en niet collegezalen volbuitenlandse studenten?Het kabinet zet in op het versterken van het Nederlands als opleidingstaalen het beperken van internationale studenteninstroom. Dit gebeurt onderandere via het Wetsvoorstel internationalisering in balans van de Ministervan OCW, dat binnenkort door de Tweede Kamer wordt behandeld. Hieruitvolgt:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 4410 •Dat het Nederlands weer de norm wordt, doordat in elke bachelor-opleiding minimaal 2/3 van het curriculum in het Nederlands wordtaangeboden.•Dat anderstalige opleidingen alleen zijn toegestaan als ze de toetsanderstalig onderwijs met goed gevolg hebben doorlopen.•Dat maatwerk mogelijk is, onder andere voor arbeidsmarkttekorten ofvoor de specifieke behoefte van een krimp-of grensregio.•De introductie van instrumenten waarmee instellingen kunnen sturenop studentenaantallen, door bijvoorbeeld een numerus fixus aan tebrengen op een Engelstalig traject;•Het bevorderen van Nederlandse taalvaardigheid voor Nederlandse eninternationale studenten. Dit is van groot belang voor het verderewerkende leven en zorgt voor binding met Nederland en een grotereblijfkans.Daarnaast werkt de Minister van OCW aan aanvullend beleid omstudiemigratie bij te sturen, bijvoorbeeld gericht op studiefinancieringvoor studenten uit de Europese Economische Ruimte (EER) en opstudiebeurzen. Tevens hanteren instellingen een stringent wervingsbeleiden hebben zij onderling afspraken gemaakt over zelfregie. Tot slot stelt hetkabinet minder geld beschikbaar voor internationale studenten. Daarmaakt de Minister van OCW aanvullend bestuurlijke afspraken over metde instellingen.Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurLid-Van der Plas (BBB) – Heeft het kabinet oog voor de gevarenvan het massaal stoppen van boerenbedrijven? Heeft het kabineteen bandbreedte voor de boeren, tuinders, onze voedselmakersvoor de voedselproductie en een leefbaar platteland?Het kabinet vindt inzet op een leefbaar en sociaaleconomisch vitaallandelijk gebied belangrijk. Nederlandse agrariërs leveren een belangrijkebijdrage aan voedselzekerheid in Nederland en elders, natuurbeheer enons cultuurlandschap. Het is de inzet van dit kabinet dat boeren, vissersen tuinders de ruimte krijgen om te ondernemen en tegelijkertijd deverschillende doelen die de maatschappij van hen vraagt behalen. Hetkabinet kan echter geen bandbreedte geven voor het aantal boeren dat ermoet zijn om de leefbaarheid op peil te houden. Dit verschilt namelijksterk per gebied.Het Kabinet is zich ervan bewust dat de opgave voor natuur, water enklimaat impact kunnen hebben op de leefbaarheid van het platteland. In2025 wordt Uw Kamer geïnformeerd over de inzet van het kabinet op eensociaal en economisch vitaal landelijk gebied.Economische zakenLid-Bikker (CU) – We zien hoe in Duitsland de industrie afkoelt,dat vraagt dus om economische visie en beleid, die ons uit dieproductiviteitsvertraging investeert. Hoe ziet het kabinet dat?Had de Minister van EZ hier graag bij geweest, en gaat hijhiermee aan de slag?De vertraging van de productiviteitsgroei is een grote uitdaging voor deNederlandse economie. Het arbeidsaanbod is schaars, zoals we nu ookzien in de arbeidsmarkttekorten, en we hebben te maken met vergrijzing.Productiviteitsgroei is daarmee dé bepalende factor voor het toekomstigeverdienvermogen en welvaart van de Nederlandse economie. We moetendus beter, slimmer en creatiever leren werken. Door productiever teworden kan onze economie blijven groeien en kunnen we onze socialeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 4411 voorzieningen op peil houden. Dat gaat niet vanzelf. Het Kabinet geeftprioriteit aan de toepassing van innovatie en stimuleert arbeidsbespa-rende technologieën om de productiviteit te verhogen. Zowel in het mkbals grootbedrijf. De inzet op een hoogwaardige, innovatieve en inclusieveeconomie vereist dat we als Kabinet samen met sectoren bekijken we water nodig is om hen klaar te maken voor de toekomst. Dit doen we onderandere door op sectoraal niveau te onderzoeken hoe productiviteitverhoogd kan worden. Dit moet leiden tot een positieve agenda. DeMinister van EZ zal de Kamer voor het Kerstreces een update sturen vande aangekondigde productiviteitsagenda.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600, nr. 4412

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 104df92c85ceabe1

14 okt 2026 · d2c1409d08c77788

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.