KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang Lerarenstrategie juni 2024

26 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3ed5e46efe999c3b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202427 923Werken in het onderwijsNr. 492 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR PRIMAIR EN VOORTGEZETONDERWIJS EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 juni 2024Goed onderwijs voor elke leerling en student, jong of oud. Daarvoor doenze het: elke leraar, schoolleider, bestuurder, onderwijsondersteuner enlerarenopleider. Door de langdurige personeelstekorten in het onderwijsstaan ze echter onder enorme druk om die kwaliteit elke dag weer televeren. De professionals in het onderwijs staan er echter niet alleen voor.We gaan samen voor het beste onderwijs1 en doen er alles aan om detekorten terug te dringen. Onze leerlingen en studenten verdienennamelijk het allerbeste onderwijs.Vanuit een gezamenlijke koers en strategie2 zijn er samen met de vak- enberoepsorganisaties, de opleidingen en de raden al veel stappen gezet omte zorgen voor goede leraren, schoolleiders en onderwijsondersteuners.Zo zijn de eerste onderwijsregio’s aan de slag, telde 2023 een recordaantalvan 2285 zij-instromers (15% meer t.o.v. 2022), geven we met de NationaleAanpak Professionalisering Leraren (NAPL) een sterke impuls aan dedoorlopende professionalisering van leraren3 en zijn de salarissen forsverhoogd. Daarnaast hebben we de focus gericht op de basisvaardig-heden en maken we scherpe keuzes om de belasting van onzeleerkrachten terug te brengen.Ook de afgelopen maanden zijn er mooie successen geboekt in de vormvan het door en voor leraren gevormde beroepsbeeld4, het DashboardOnderwijsarbeidsmarkt en de subsidieregeling onderwijsregio’s 2025waarmee we een landelijk dekkend netwerk aan onderwijsregio’srealiseren. Ook wordt er nu, in navolging van afspraken in het mbo enhbo, door werkgevers een concreet voorstel gedaan voor een sectoralestagevergoeding in het voortgezet onderwijs (hierna vo). Daar zijn we blijmee: dit kan de aantrekkelijkheid voor studenten vergroten om met eenlerarenopleiding te starten.1Werkplan op hoofdlijnen: Samen voor het beste onderwijs | Rapport | Rijksoverheid.nl2Ibid.3Nationaal Groeifonds: Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren4Beroepsbeeld Leraar – jouw beroep, jouw beeld kst-27923-492ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4921 Ondanks al deze inzet en energie blijft er veel te doen. De uitdagingen zijngroot en dwingen ons na te denken over hoe we de onderwijskwaliteitkunnen borgen bij aanhoudende tekorten. Ze kunnen alleen in samen-werking worden aangegaan. Dat is dan ook precies wat we doen.In deze brief informeren we uw Kamer over de voortgang van delerarenstrategie. In de bijlage gaan we in op de uitvoering van een aantalmoties, toezeggingen en onderzoeken.1. Regionale aanpak van de personeelstekorten 1.1 De onderwijsregio’s komen op gang In 2023 startten we met de onderwijsregio’s, waarvan er nu 29 zijn. Samenmet schoolbesturen, lerarenopleidingen, de beroepsgroep en anderepartners, zoals arbeidsmarktregio’s, gemeenten, het UWV en hetbedrijfsleven, werken we aan voldoende en (blijvend) goed opgeleidonderwijspersoneel. Deze partijen werken samen, in plaats van dat zeconcurreren om leraren en onderwijspersoneel.De genoemde partijen in de verschillende onderwijsregio’s brengen inkaart wat hun regionale opgaven zijn met betrekking tot het werven,matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren van personeel.Hieruit volgt een gezamenlijke aanpak die bijdraagt aan aantrekkelijk werkin het onderwijs in de regio.Zeeland (behoud en opleiden)In de Zeeuwse Onderwijsregio (ZOR) kent men een lange traditie vanvergaande samenwerking. Vanuit po, voortgezet onderwijs (vo) enhet hoger onderwijs (ho) is men sterk in het uitwisselen van kennisen ervaring binnen de onderwijssector. Opleidingsscholen vanuit hetpo en vo groeien naar elkaar toe. Zo wordt de zogenoemdeinductiefase voor startende leraren die in het vo is uitgewerkt nudoorontwikkeld voor opleidingsscholen van het po. Ook het mbo isin Zeeland nauw betrokken. Zo is een pilot gestart voor het opleidenvan onderwijsassistenten, waar de praktijkopleiders uit het mbo bijzijn betrokken. ZOR zet al langer in op aantrekkelijk werkgeverschapen professionaliseringsmogelijkheden voor leerkrachten in hetonderwijs. Deze gezamenlijke aanpak maakt het werken in hetonderwijs aantrekkelijker en draagt bij aan het behoud vanleerkrachten voor de regio.Samenwerking en solidariteit is dé sleutel tot vooruitgang. In januarihebben de 29 onderwijsregio’s subsidiemiddelen ontvangen om degezamenlijke aanpak uit te voeren. Vanuit de Realisatie-Eenheid wordende onderwijsregio’s ondersteund in de oprichten en verdere doorontwik-keling van de regiovorming en regionale aanpak van het tekorten.Belangrijke pijlers daarbij zijn:1)Verdere ontwikkeling van de lerende aanpak. De onderwijsregio’smaken veel werk van de aanpak van het personeelstekort. Ze ontwikke-len expertise en delen onderling ervaring en kennis over datgene watwerkt, wat niet werkt en waar eventuele knelpunten zitten. DeRealisatie-Eenheid ziet samen met de onderwijsregio’s toe op deresultaten, voortgang, uitdagingen en ondersteuning.2)Het Dashboard Onderwijsarbeidsmarkt 5 is gelanceerd. Het maakt datatoegankelijk over de arbeidsmarkt in het funderend onderwijs. Met diedata kunnen schoolbesturen en onderwijsregio’s arbeidsmarktanalysesmaken. Deze zijn de basis voor de gezamenlijke aanpak van de5Home – Onderwijsarbeidsmarkt in cijfersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4922 tekorten en voor effectief personeelsbeleid. Gegevens over het mboworden later aan het dashboard toegevoegd.3)De programmaraad is van start gegaan. Zij dient als klankbordgroepvoor de Realisatie-Eenheid en de onderwijsregio’s en komt metgevraagd en ongevraagd advies bijvoorbeeld over hoe te komen tottoetsbare resultaatafspraken en de wijze waarop een lerende regiowerkt.Landelijke groene onderwijsregioDe Landelijke Groene Onderwijsregio heeft een netwerk opgezet vanleidinggevenden, HR-medewerkers en schoolopleiders waarinnagenoeg alle partners van de groene onderwijsregio participeren.De LGO werkt aan een keuzevak in het groene mbo met oriëntatie opleraarschap, het versterken van het netwerk met bedrijfsleven enbrancheverenigingen om de mogelijkheden voor hybride docentente onderzoeken en meer flexibiliteit in opleidingsroutes voorpotentiële nieuwe medewerkers in het groene onderwijs.1.2 Recht doen aan verschillende snelheden: stap in, stap door, stapvooruit Het doel is om in 2025 meer onderwijsregio’s te vormen, zodat er eenlandelijk netwerk wordt gerealiseerd. Met een landelijk dekkend netwerkwordt het voor alle scholen mogelijk om aan te sluiten bij een regionalesamenwerking op de onderwijsarbeidsmarkt. Daarnaast wordt de eerdereversnippering aan regionale samenwerking teruggedrongen en wordt deregionale aanpak integraler. Op 10 juni is de subsidieregeling landelijkdekkend netwerk onderwijsregio’s gepubliceerd voor de vorming vanonderwijsregio’s en het uitvoeren van hun activiteiten. Zoals in deregeling wordt aangegeven volgt er in het najaar meer informatie overhoe regio’s die een extra stap kunnen en willen zetten in aanmerkingkomen voor extra subsidie. Voor een klein deel van met name deschoolbesturen in het primair onderwijs (hierna: po) komt de stap naareen onderwijsregio nog iets te vroeg. Deze besturen hebben nog één jaarnodig om de stap te zetten richting de onderwijsregio. Voor de schoolbe-sturen in het po en vo voor wie dit geldt zijn aparte afspraken gemaaktmet de sociale partners, zodat ze daarna in 2026 kunnen aansluiten bij eenonderwijsregio. Op die manier doen we recht aan alle snelheden in deregiovorming.1.3 Extra geld voor aanpak tekorten in G5 We verlengen de convenantsaanpak in de G56 met 17 maanden7. Na deverlenging, per 1 januari 2026, valt de G5-aanpak samen met die van deonderwijsregio’s.2. Opleidingen 2.1 Opleidingsberaad leraren In het opleidingsberaad leraren maken we met lerarenorganisaties,werkgevers en hogescholen en universiteiten afspraken over de oplei-dingen voor leraren. Het doel hiervan is het bevorderen van de onderwijs-kwaliteit door samen met betrokkenen een landelijke basis vast te stellenen focus aan te brengen in de inhoud van de lerarenopleidingen. De6Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere7Kamerbrief over voorhang conceptregeling G5 convenanten aanpak tekorten (Kamerstuk27 923, Nr. 490)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4923 kennisbases voor de lerarenopleidingen worden herijkt en als eerste zijnde kernteams voor Nederlands/taal en rekenen/wiskunde van startgegaan. In het opleidingsberaad leraren stemmen we af hoe het herij-kingsproces is vormgegeven en welke experts en belanghebbenden opwelke momenten betrokken zijn. We stellen gezamenlijk het draagvlakvast voor uiteindelijke eindproducten, voordat deze worden ingevoerd bijde lerarenopleidingen. De hogescholen verwachten de nieuwe kennis-bases per september 2026 in alle opleidingen te hebben verwerkt.2.2 Samenwerkingsproject curricula lerarenopleidingen primair onderwijs Lerarenopleidingen voor het po, het Ministerie van OCW en landelijkepartijen als de NVAO werken samen om te komen tot nieuwe oplossingenvoor het terugdringen van overladenheid in het programma van de pabo.De aanleiding voor dit samenwerkingsproject is onze verkenning8 naar dekwaliteit en positie van lerarenopleidingen. Door de kern van de opleidingbeter te borgen wordt er voldoende basis gegarandeerd voor startbe-kwame leraren en ruimte gemaakt voor profilering. Dit moet bijdragenaan het verhogen van de kwaliteit.We doen dit aan de hand van een intensief tweejarig traject, waarin wekennisdelen en met elkaar meedenken. Hierin houden we aandacht voorde landelijke kaders en het behoud van ieders rol. Binnen die twee jaarkomen we gezamenlijk tot opbrengsten die alle opleidingen voor hetprimair onderwijs helpen bij de gewenste vernieuwing van het curri-culum. Dat kunnen zowel inspirerende uitwerkingen zijn van een geheelcurriculum passend binnen de gewenste ontwikkelingen («proof ofconcept»), maar ook goed werkende onderdelen op proces of inhoud. Deervaringen uit dit traject kunnen ook behulpzaam zijn voor het opleidings-beraad leraren bij het bewaken van overladenheid in de landelijke kaders.2.3 Bestuursakkoord flexibilisering Het jaar 2024 staat voor lerarenopleidingen in het teken van implemen-tatie van alle ontwikkelingen van het bestuursakkoord flexibiliseringlerarenopleidingen, zodat per studiejaar 2025–2026 de resultaten zichtbaarzijn binnen de lerarenopleidingen. Het eindrapport met alle resultatenwordt naar verwachting begin 2025 opgeleverd. Zoals gezegd is 2024 hetjaar van implementatie. In de bijlage9 zijn de belangrijkste opbrengsten totmedio 2024 samengevat.2.4 Meer subsidie voor het opleiden van statushouders richting de klas We helpen statushouders die leraar waren in hun land van herkomst ennu leraar willen worden in het Nederlandse voortgezet onderwijs. Wedoen dat met extra geld voor de Subsidieregeling statushouders en deStap naar de klas waarmee we scholen een tegemoetkoming bieden voorde opleidings- en begeleidingskosten. We zijn voornemens om dezeregeling uit te breiden naar het po en deze ook toegankelijk te maken voorOekraïense ontheemden. Daarmee geven we statushouders en Oekra-iense ontheemden de kans om bij te dragen aan de maatschappij enkrijgen ze perspectief op de arbeidsmarkt. Hiervoor wordt het bedrag ditjaar verhoogd van € 1 mln naar € 1.75 mln. In 2025 en 2026 wordt hetbedrag verhoogd naar € 2.5 mln.8Samenvatting uitkomsten verkenning kwaliteit en positie lerarenopleidingen | Rapport |Rijksoverheid.nl9Bijlage stand van zaken moties, toezeggingen en onderzoekenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4924 2.5 Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) Begin 2024 startte de Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren10(NAPL). De aanpak loopt tien jaar en is gefinancierd uit het NationaalGroeifonds. Het programma geeft een impuls aan de professionaliseringvan leraren in het po, vo en mbo. Zo versterken we de kwaliteit van hetonderwijs en maken we het vak van leraar aantrekkelijker. Dat moetbijdragen aan de vermindering van het lerarentekort.De Realisatie-Eenheid voert het programma uit, met een actieve samen-werkende rol van opleiders, schoolbesturen, schoolleiders en leraren uithet po, vo en mbo. De betrokkenheid van leraren garandeert dat deprofessionalisering aansluit bij wat leraren nodig hebben. De ambitie isdat de komende tien jaar 60.000 leraren uit po, vo en mbo via hetprogramma meedoen aan een professionaliseringstraject. In de voort-gangsrapportage van december 2024 informeren wij u over de voortgang.Ferdinand maakte de overstap naar het onderwijsFerdinand (48) is in 2020 als zij-instromer het primair onderwijsingestroomd en sinds 1 augustus 2023 is hij directeur van eenbasisschool: «Waar ik in eerste instantie dacht «dat is niets voor mij»kan ik nu na ruim 4 jaar zeggen dat het een hele goede stap isgeweest. Minstens zo dynamisch als het ondernemerschap, veelmeer betekenis omdat je echt voor de toekomstige generatie werkt.Het geeft me veel bevrediging om mijn management- en ook mijncommerciële ervaring in te zetten in de onderwijsomgeving en zakennog beter te stroomlijnen zodat leerkrachten ontzorgd worden en hetecht weer om lesgeven gaat.»3. Strategisch personeelsbeleid Met het wetsvoorstel strategische personeelsbeleid willen wij het voerenvan strategisch personeelsbeleid, vaste en grotere contracten en minderexterne inhuur bevorderen. Goed personeelsbeleid is namelijk belangrijkom het vak van leraar aantrekkelijk te houden en te maken. Op 31 mei jl.heeft de Onderwijsraad advies uitgebracht over het wetsvoorstelstrategisch personeelsbeleid. Het is een waardevol advies dat hetMinisterie van OCW de komende periode zorgvuldig zal bestuderen. Datbetekent dat het wetsvoorstel in principe na de zomer naar de Raad vanState zal worden gestuurd. Naast het wetsvoorstel zetten we samen metde sociale partners in op het verder versterken van strategisch personeels-beleid. Daarom heeft adviesbureau Berenschot een inspiratiebundelontwikkeld in opdracht van het Ministerie van OCW met de socialepartners over strategisch personeelsbeleid. In deze bundel zijn tips enhandreikingen samengebracht over verschillende HR-onderwerpen, zoalsbegeleiding van startende leraren maar ook omgaan met werkdruk enwerkstress. Deze bundel biedt praktische handvatten voor besturen,schoolleiders en HR-medewerkers in de mogelijke keuzes op ditonderwerp. De bundel richt zich op zowel po, vo als mbo waardoor erinspiratie opgedaan kan worden van initiatieven in de verschillendeonderwijssectoren.10Nationaal Groeifonds: Nationale Aanpak Professionalisering van LerarenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4925 4. Bevoegdheden 4.1 Onderzoek naar meerwaarde van een groepsleraar 12+ Het vo, het vso, praktijkonderwijs (pro) en mbo (entree en mbo 2) hebbeneen groeiende behoefte aan pedagogisch-didactisch sterk onderlegdegroepsleraren 12+. Met de Landelijke Werkgroep Bevoegd11 heeft hetministerie kwalitatief onderzoek12 gedaan naar de meerwaarde van eengroepsleraar. Een belangrijke conclusie is dat alle onderzochte sectoreneen meerwaarde zien in de groepsleraar 12+. De vakinhoudelijke,vakdidactische en pedagogische verschillen tussen het vo, vso, praktijkon-derwijs en mbo zijn tegelijkertijd groot. De Landelijke Werkgroep Bevoegdbrengt deze verschillen in kaart, waarna ze overhandigd worden aan delerarenorganisaties. De lerarenorganisaties kunnen deze informatiegebruiken in hun aanstaande voorstel voor de herijking van de bekwaam-heidseisen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs en hetmiddelbaar beroepsonderwijs (zie ook paragraaf 3.2). Mogelijk besluitende lerarenorganisaties dat het noodzakelijk is om een specifiek bekwaam-heidsgebied vast te stellen voor de groepsleraar 12+, omdat de huidigepabo en tweedegraads opleidingen niet voldoende basis bieden om les tegeven aan deze groepen leerlingen. Een nieuw bekwaamheidsgebied zoueen nieuwe bevoegdheid met eigen bekwaamheidseisen kunnenbetekenen. Deze keuze wordt gemaakt bij de herijking van de bekwaam-heidseisen. Ik informeer u hier nader over in het najaar van 2024.4.2 Nieuwe bekwaamheidseisen voor leraren en mbo-instructeurs De bekwaamheidseisen omschrijven wat leraren en mbo-instructeursminimaal moeten kennen en kunnen om als (startende) leraar aan de slagte gaan in het onderwijs. De bekwaamheidseisen worden nu herijkt doorde AOb in samenwerking met CNV, FvOv, BVMBO en PVVVO. Binnenkortontvangen we hun advies, waarna de herijkte bekwaamheidseisen eind2025 moeten zijn vastgelegd.134.3 Verkenning vakmensen voor de klas De Landelijke Werkgroep Bevoegd verkent momenteel of mensen metervaring in de beroepspraktijk bevoegd les kunnen geven na eentweejarige pedagogische en vakdidactische scholing. Het gaat om depraktijkvakken in het vmbo, praktijkonderwijs (hierna: pro) of delen vanhet voortgezet speciaal onderwijs (hierna: vso). Na de zomer informerenwe uw Kamer hierover, zoals we tijdens het commissiedebat leraren op28 februari 2024 hebben toegezegd.145. Professionaliseren 5.1 Nieuw beroepsbeeld leraar Lerarenorganisaties AOb, CNV Onderwijs, FvOv, BVMBO en PVVVOpresenteerden begin mei het beroepsbeeld leraar15. Daarvoor deden 6.000leraren mee aan inspiratiesessies, verdiepingsbijeenkomsten en enquêtes.Het beroepsbeeld dat het opleverde, biedt inzicht in de competenties en11Aan de Landelijke Werkgroep Bevoegd nemen vertegenwoordigers van de PO-Raad, VO-raad,LOBO, VH, UNL, MBO Raad, AOb, CNV Onderwijs, Sectorraad Praktijkonderwijs, StichtingPlatform vmbo en FvOv deel.12Groepsleraar 12+: een verkennend onderzoek naar de meerwaarde | Rapport | Rijksoverheid.nl13Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel14Dit tevens in opvolging van de motie Peters, zie bijlage stand van zaken moties entoezeggingen.15Beroepsbeeld Leraar – jouw beroep, jouw beeldTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4926 vaardigheden die leraren in álle sectoren en voor álle niveaus elke dagnodig hebben. Dat inzicht is cruciaal voor het herijken van de bekwaam-heidseisen en het verbeteren van de lerarenopleidingen en de kennisbasiservan.De lerarenorganisaties zijn in gesprek over de vorming van een beroeps-groepsorganisatie leraren.16 Het is van groot belang dat de lerarenorgani-saties deze rol oppakken, een belangrijke voorwaarde is dat een beroeps-groep namelijk wordt gedragen door leraren. Een sterke beroepsgroep isnodig om drie redenen: de professionele ontwikkeling van het vak,belangenbehartiging van leraren in het onderwijsinhoudelijke gesprek enverbetering van het imago van het beroep. Voor de zomer komenlerarenorganisaties daarvoor met een eerste aanzet.5.2 Lerarenbeurs Er is veel belangstelling voor de lerarenbeurs, waarmee leraren zichverder kunnen ontwikkelen. Dit jaar waren er 5328 aanvragen en is hetbudget toereikend. Vanaf 2025 kan de beurs eerder worden aangevraagd:vanaf 1 februari, in plaats vanaf 1 april. Daardoor kan op tijd afgewogenworden of er extra geld beschikbaar moet worden gesteld, hetgeeneventueel bij de Voorjaarsnota meegenomen kan worden. Hiermee gevenwe invulling aan de motie Beckerman (SP).17De lerarenbeurs voor Remco (25)Remco (25) werkt op het Groene Hart Leerpark in Alphen aan denRijn als leraar geschiedenis. Door middel van de lerarenbeursinvesteert hij in zijn eigen kennis en vaardigheden: «De lerarenbeursmaakte de drempel om een vervolgopleiding te doen veel lager. Ikdroom ervan eerstegraads docent te worden en met deze beurs kanik die droom waarmaken. De master die ik volg, biedt me de kans meals docent te professionaliseren en mijn perspectief op het lesgevenén op het vak Geschiedenis te verbreden. En ik heb echt lol in hetstuderen!»5.3 Schoolleiders Goede schoolleiders maken het verschil. Dit doen ze door te zorgen vooreen veilig schoolklimaat, een breed gedragen visie, doelen met betrekkingtot de basisvaardigheden en door gebruik te maken van verschillendeprofessionals18. We zien dat veel schoolleiders onvoldoende aanschoolontwikkeling toekomen door alles wat er dagelijks op ze afkomt.Goede voorbeelden blijven te veel hangen bij individuele scholen.Daarom zorgen we, samen de beroepsorganisaties van schoolleiders inhet po en vo en de sectorraden, voor meer samenhang in de professiona-liseringsprogramma’s voor schoolleiders en laten we het NationaalRegieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) wetenschappelijke kennisverzamelen over leiderschap in het onderwijs. Tot slot kijken we hoeschoolleiders nog meer regionaal samen kunnen werken.16Dit naar aanleiding van de toezegging in de begrotingsbehandeling op 26 juni 2023.17Kamernummer 27 923, nr. 481.18Rapport De Staat van het Onderwijs 2024 | Rapport | Inspectie van het onderwijs(onderwijsinspectie.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4927 6. Onderwijstijd 6.1 Pilot onderwijstijd voortgezet onderwijs Meer dan 150 scholen hebben zich aangemeld voor de pilot onderwijstijdvo. Tijdens de pilot worden scholen en lerarenteams ondersteund om opeen bewuste en verantwoorde manier de onderwijstijd anders in terichten, met als doel de werkdruk aan te pakken en de kwaliteit van hetonderwijs te verhogen. Projectteams van leraren, schoolleiders enmedezeggenschapsraden maken hiertoe plannen om meervoorbereidings- en ontwikkeltijd voor leraren(teams) te creëren.Een deel van de scholen gaat de onderwijstijd al vanaf september andersinrichten. De rest van de scholen gebruikt aankomend schooljaar alsvoorbereidingsjaar en denkt in september 2025 met de andere inrichtingte beginnen.Onderwijstijd op het Vechtstede College in WeespHet Vechtstede College in Weesp is een van de scholen die gebruikmaakt van de pilot onderwijstijd. Sinds september is het VechtstedeCollege begonnen met kortere lesdagen en lesuren van 40 in plaatsvan 45 minuten. Als de leerlingen ’s middags de school verlaten,gebruiken de leraren deze tijd voor ontwikkeling van lesmateriaal,uitwisseling van kennis en workshops. Rector Marcel van Dijk: «Depilot onderwijstijd gaat voor mij om het verbeteren van de onder-wijskwaliteit door leraren meer tijd te geven om met elkaar goedelessen te geven. Zodat leraren minder een gevoel van werkdrukervaren en een positiever beeld van het beroep van leraar. Voor deleerlingen hoop ik op een betere kwaliteit van de lessen en meerafwisseling. Ook hoop ik dat ze door een vermindering van onder-wijstijd meer ruimte krijgen voor verwerkingstijd en dat er ook meerruimte is voor maatwerk voor de leerling.» Door middel van extrabegeleidingsuren en ondersteuning is er op de school ook oog voorleerlingen die juist behoefte hebben aan extra onderwijstijd.6.2 Inventarisatieonderzoek onderwijstijd voortgezet onderwijs Met het inventarisatieonderzoek onderwijstijd vo brengen we voorbeeldenin kaart van hoe scholen hun onderwijstijd anders kunnen indelen. Meerdan 40% van alle schoolvestigingen in het vo werkt mee aan hetonderzoek en heeft voorbeelden gedeeld van hoe zij maatwerk bieden enhun onderwijstijd inrichten. De eindrapportage verwachten we dezezomer en we zullen uw Kamer in het najaar informeren over dezeresultaten.AfsluitendHet tekort aan goed onderwijspersoneel vraagt van ons allen dat weonverminderd doorgaan met een stevige aanpak op meerdere fronten endaarop met elkaar blijven samenwerken. Alleen zo kunnen we ervoorzorgen dat elke leerling in Nederland voldoende goede leraren, school-leiders en ondersteuners heeft om het beste uit zichzelf te halen.De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,M.L.J. PaulDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.H. DijkgraafTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4928 Motie/toezeggingStand van zakenMotie over splitsing paboKamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 473(De Kort c.s.)De Tweede Kamer verzoekt de regering vaart te makenmet het wetsvoorstel en twee nieuwe pabo-opleidingenin te richten die opleiden tot nieuwe gespecialiseerdelesbevoegdheden, een voor het oudere kind en een voorhet jongere kind en met hogescholen in gesprek te gaanover het starten van deze opleidingen; verzoekt deregering de Kamer binnen vier weken een tijdpad aan tebieden om deze splitsing mogelijk te maken.De Tweede Kamer is op 25 april 2024 over deze motie geïnformeerd met de brief«Uitvoering aangenomen moties De Kort c.s. inzake wetsvoorstel differentiatie pabo enSoepboer inzake maximumlesurennorm in de cao vo ingediend in tweeminutendebatleraren». (Kamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 489).Motie en toezegging over evaluatie onderwijsregio’sKamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 476(Stoffer, Ceder)De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenspraakmet het onderwijsveld zo snel mogelijk duidelijkheid tebieden over de kaders en de tijdlijn van een onafhanke-lijke evaluatie van de effectiviteit en doelmatigheid vande onderwijsregio’s.TZ202402-158In december 2024 ontvangt de Tweede Kamer eenevaluatie (eerste tussenrapportage) naar de effectiviteitvan de Onderwijsregio’s.Op dit moment loopt een monitor naar de ontwikkeling van de onderwijsregio’s doorCenterdata. Het doel van dit onderzoek is om het leren in de onderwijsregio’s testimuleren. En in kaart te brengen op welke wijze onderwijsregio’s leren en zich verderontwikkelen. De eerste rapportage wordt eind 2024 verwacht. Het verzoek van deKamer is om naast de lerende aanpak tevens de effectiviteit en doelmatigheid van deonderwijsregio’s in kaart te brengen. In samenspraak met het onderwijsveld wordtverkend op welke wijze een aanvullende evaluatie kan worden ingericht, waarbijdubbelingen met de huidige monitor en extra belasting van de onderwijsregio’sworden voorkomen. Eind 2024 wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang vande motie en toezegging.Motie over waarborging bestaande samenwerkingKamerstukken II 2023/2024, 27 923, nr. 468(Stoffer, Ceder)De Tweede Kamer verzoekt de regering om te borgen datde goede bestaande samenwerking omtrent hetaanpakken van het lerarentekort en het opleiden vanleraren in stand blijft en daarvoor de bestuurlijke enfinanciële randvoorwaarden te continueren, waar datgoed werkt in nauwe samenwerking met de onderwijs-regio’s.De samenwerkingsverbanden tussen schoolbesturen en lerarenopleidingen, waaron-der de opleidingsscholen en RAP-regio’s (Regionale aanpak personeelstekorten) zijnverbonden in de onderwijsregio’s. Binnen de onderwijsregio’s wordt de kwaliteit ensystematiek van Samen Opleiden gecontinueerd. De financiering van Samen Opleidenis gecontinueerd via de onderwijsregio’s. Het is aan onderwijsregio’s om afspraken temaken over de doorontwikkeling van Samen Opleiden binnen de onderwijsregio’s metbehoud van kwaliteit. Onderwijsregio’s werken de ambitie uit om 100% van destudenten op te leiden conform de systematiek van Samen Opleiden.Motie over ondersteuning startende lerarenKamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 484(Paternotte, Rooderkerk)De Tweede Kamer verzoekt de regering te verkennen hoewettelijk geborgd kan worden dat leraren de eerste driejaar voor de klas na de initiële opleiding ondersteundkunnen worden door hun lerarenopleiding, bijvoorbeelddoor middel van intervisie, meekijk- en terugkomdagenen begeleiding.De verkenning wordt op dit moment uitgewerkt. Wij zullen hierover een update gevenmet eerste bevindingen in de jaarlijkse Kamerbrief leraren in december.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 4929 Motie/toezeggingStand van zakenMotie over aandacht binnen lerarenopleidingen aanvmboKamerstukken II 2022/23, 36 132, nr. 12(Peters)De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoe-ken hoe de eerstegraads lerarenopleidingen, educatieveminor en educatieve module, meer aandacht kunnenbesteden aan lesgeven in het vmbo.De Universiteiten van Nederland (UNL), en specifiek de universitaire lerarenoplei-dingen (ULO’s), deelt de noodzaak voor een sterkere focus voor lesgeven op het vmbo.Met de uitbreiding van de bevoegdheid van de educatieve minor en educatie modulenaar het gehele vmbo, is er voor de ULO’s een extra urgentie ontstaan om aandacht tebesteden aan specifieke zaken die relevant zijn voor het vmbo. Het versterken van deaandacht voor het vmbo en de bijbehorende pedagogische competenties heeft deafgelopen jaren echter niet alleen plaatsgevonden in de educatieve module enminorenprogramma’s, maar ook in de eerstegraadstrajecten. De ULO’s hebben in deafgelopen twee jaar curriculumvernieuwingen doorgevoerd, waarbij de versterkingvan pedagogische inzichten en vaardigheden die juist belangrijk zijn voor het vmboeen belangrijk onderdeel waren.De ULO’s geven aan dat zij op de volgende wijze zorgen voor meer aandacht voorlesgeven in het vmbo:• Minor en module studenten hebben nu de mogelijkheid om in het gehele vmbo stagete lopen.• In de opleidingen wordt bij de vakken pedagogiek en praktijkintervisie meer aandachtbesteed aan het vmbo.• Over de hele linie wordt er in de opleidingen meer nadruk gelegd op pedagogischevaardigheden; het omgaan met en aanpassen op de doelgroep vmbo is een belangrijkonderdeel van het programma.• Enkele ULO’s hebben keuzecursussen ontwikkeld met relevante thema’s voor hetvmbo als burgerschap, diversiteit, grootstedelijke problematiek en activerendewerkvormen.• Alle ULO’s werken met praktijkopdrachten waarin de breedte van het Nederlandsonderwijssysteem wordt verkend met extra aandacht voor de onderwijsgebieden dieeen student niet in zijn stage leert kennen.• De ULO’s wisselen good practices uit over de aandacht voor het vmbo in deopleidingen.• Binnen een aantal opleidingsscholen werken ulo’s en vmbo-scholen samen in hetopleiden van studenten. Dit gebeurt nog in beperkte mate.• Studenten van ulo’s kunnen zich oriënteren op het vmbo d.m.v. bezoekdagen enstage-uitwisseling.• Een aantal onderwijsregio’s zet in op versterking van de samenwerking tussen ulo’sen het vmbo.Motie over kwaliteitskader Samen OpleidenKamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 474(de Kort)De Tweede Kamer verzoekt de regering met eenhandreiking te komen waarin staat wat minimaalverwacht mag worden van deelnemende opleidingen enscholen en te onderzoeken of het vastleggen van dezeverwachtingen wenselijk is.Binnen Samen Opleiden wordt er gewerkt met een kwaliteitskader. Dit kwaliteitskaderSamen Opleiden beschrijft de basiskwaliteit van samen opleiden en inductie en geeftpartnerschappen handvatten voor de verdere ontwikkeling hiervan. Het kwaliteitskadersluit hiermee aan op de vraag naar een handreiking in de motie. De komende periodezullen het Platform Samen Opleiden en de Realisatie Eenheid het kwaliteitskadergerichter maken op de onderwijsregio’s en voor 2026 zal worden verkend hoe eenverbreding van het kwaliteitskader kan plaatsvinden met de thema’s werven, matchen,begeleiden en professionaliseren.Moties over meer mannen voor de klasKamerstukken II 2023/2024, 27 923, nr. 467(Ceder c.s.)De Tweede Kamer verzoekt de regering om in overlegmet onderwijsorganisaties tot concrete afspraken tekomen om het aandeel mannen voor de klas teverhogen, daar een concreet doel voor te stellen,bijvoorbeeld 30% meesters in 2035, en daar jaarlijks overte rapporteren.Kamerstukken II 2023/2024, 27 923, nr. 469(Van Zanten c.s.)De Tweede Kamer verzoekt de regering te inventariserenin hoeverre de aanbevelingen uit het in opdracht van hetMinisterie van OCW door ResearchNed uitgevoerdeonderzoek «Meer Meesters?» zijn uitgevoerd en een planvan aanpak op te leveren voor de aanbevelingen die nogactie behoeven.We willen meer diversiteit in het onderwijs, dit betekent ook meer mannen voor deklas. Daarom onderhouden we nauw contact met de Alliantie Divers voor de klas1 overde uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport Meer meesters? van ResearchNed2.Op basis van een inventarisatie die op dit moment wordt uitgevoerd, gaan we voor deaanbevelingen die nog actie behoeven, samen met de Alliantie aan de slag met eenplan van aanpak.Daarnaast gaan we in gesprek met onderwijsorganisaties over het vertalen vanambities met betrekking tot de verhoging van het aantal mannen voor de klas naarconcrete stappen. In december 2024 informeren wij u over de voortgang.Toezegging: Pabo instroomnormTZ202206-077De Tweede Kamer ontvangt een brief over de instroom-norm voor pabo’s.Het experiment toelatingseisen pabo is op 1 september 2022 van start gegaan. Hetexperiment wordt geëvalueerd. In het laatste jaar van de duur van het experiment(2026/27) ontvangt de Kamer de evaluatie. De tussentijdse evaluatie (2024) is alsbijlage3 van deze Kamerbrief met de Kamer gedeeld.Toezegging: curriculum van de Pabo en specialisaties.TZ202402-163Bij de volgende voortgangsbrief in juni 2024 wordt deTweede Kamer geïnformeerd over het curriculum van dePabo en specialisaties.De Tweede Kamer is op 25 april 2024 over deze toezegging geïnformeerd met de brief«Uitvoering aangenomen moties De Kort c.s. inzake wetsvoorstel differentiatie pabo enSoepboer inzake maximumlesurennorm in de cao vo ingediend in tweeminutendebatleraren». (Kamerstukken II 2023/24, 27 923, nr. 489)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49210 Motie/toezeggingStand van zakenMotie over een plan om het lerarentekort aan te pakkenKamerstukken II 2023/2024, 36 410 VIII, nr. 60(Pijpelink)De Tweede Kamer (constaterende dat het Nederlandseonderwijs in een noodtoestand verkeert, met eenvoortdurend nijpend kwantitatief en kwalitatief leraren-tekort, en blijkens PISA-onderzoek kampt met ernstigtekortschietende onderwijsopbrengsten;) verzoekt deregering om deze problematiek het hoofd te bieden meteen plan tegen het lerarentekort, kwalitatief en kwantita-tief, voor de duur van minstens vijftien jaren.Dit kabinet onderstreept, zoals eerder met de kamer is gedeeld het belang om detekorten in het onderwijs aan te pakken. Daarom heeft dit kabinet flink geïnvesteerd ensamen met de sector het Onderwijsakkoord en het bijbehorende werkplan «Samenvoor het beste onderwijs» gesloten.Wat het huidige kabinet betreft is het belangrijk om de ingezette koers vol kracht voortte zetten, samen met de sector waar de afspraken mee gemaakt zijn.Inmiddels zijn de formerende partijen een hoofdlijnenakkoord overeengekomen,waarin een «Herstelplan Kwaliteit Onderwijs» wordt genoemd. Maatregelen om detekorten aan te pakken kunnen hierin worden opgenomen. Het is aan het volgendekabinet om dit verder uit te werken.Motie over werkdrukKamerstukken II 2023/2024, 27 923, nr. 470(Van Zanten c.s.)De Tweede Kamer verzoekt de regering de bedrijfsvoe-ring op scholen nader te onderzoeken om te zien inhoeverre de werkdruk onder leerkrachten kan wordenverminderd door het efficiënter beleggen of het nietlanger laten uitvoeren van niet-lesgebonden taken.De verdeling van lestaken en niet-lesgebonden andere taken wordt binnen de scholenvormgegeven. Om de werkdruk op scholen te verminderen investeert de overheid metde werkdrukmiddelen voor het po sinds 2019 € 430 miljoen per jaar structureel envoor het vo sinds 2022 € 300 miljoen per jaar structureel. Deze middelen worden opschoolniveau ingezet om de oorzaken van de werkdruk van medewerkers tegen tegaan. In het po kiest elke school zelf hoe zij deze middelen inzetten. In het vo wordt€ 150 miljoen ook op deze manier ingezet, de overige € 150 miljoen wordt besteed viaeen individueel component waarbij elke medewerker recht heeft op extra tijd voortaakverlichting. De inzet en effectiviteit van dit instrument wordt periodiek gemonitord,d en vergt geen aanvullende onderzoeken. Zo is uw Kamer in december 2023geïnformeerd over het onderzoek werkdrukmiddelen in het PO4. Daarnaast wordt doorde Algemene Rekenkamer een onderzoek uitgevoerd naar de administratieve lasten inhet po en wordt vanuit het ministerie voor vo, (v)so en mbo een vergelijkbaar trajectopgezet. De resultaten van deze onderzoeken zijn naar verwachting begin 2025beschikbaar. Bij het beschikbaar komen van nieuwe informatie of onderzoeksrapportenin de verschillende trajecten wordt de Kamer geïnformeerd in de brieven die jaarlijks injuni en december naar de Kamer worden gestuurd.Motie zij-instroom vakinhoudelijk specialistKamerstukken II 2022/2023, 27 923, nr. 451(Peters)De Tweede Kamer verzoekt de regering te bewerkstelli-gen dat er een nieuwe route voor zijinstroom voor eenvakinhoudelijke specialist in het vmbo gerealiseerdwordt, onder andere voor leraren die gaan lesgeven intechniek en/of technische beroepsvakken in het vmbo,met nadruk op vakdidactiek en pedagogische vaardighe-den, waarbij ze net zoals andere zijinstromers van meetaf aan intensief begeleid worden; verzoekt de regering tebewerkstelligen dat de opleidingen omgangskunde enpedagogiek kunnen leiden tot een bevoegdheid in hetvoortgezet onderwijs waarbij de vakken burgerschap,sociale vaardigheden, maatschappijleer, ontwikkelings-gerichte vakken, LOB enzovoort gegeven mogen worden;verzoekt de regering te bewerkstelligen dat tweede-graadslerarenopleidingen gaan werken met een dubbelebevoegdheid, bij voorkeur door een tekortvak en eenniet-tekortvak te combineren.Tweede Kamer is op 15 december 2023 geïnformeerd over deze motie met de briefLerarenstrategie december 2023 Werken in het onderwijs (Kamerstukken II 2023/2427 923, nr. 460). In de hoofdtekst van deze brief is uw Kamer verder geïnformeerd overdeze motie.Motie over de maximumlesurennormKamerstukken II 2023/2024, 27 923, nr. 483(Soepboer)De Tweede Kamer verzoekt de Minister om een zo grootmogelijke inspanning te leveren om er voor te zorgen dater naast de gehanteerde maximum klokuurnorm tevenseen maximum lesurennorm wordt opgenomen in deCAO van het voortgezet onderwijs van 24 lesuren perweek bij een voltijdbetrekking en dit te handhaven metingang van het schooljaar 2025–2026.In onze brief van 25 april 20245 hebben wij aangekondigd deze motie onder deaandacht te zullen brengen bij de sociale partners. De motie is in een bestuurlijkoverleg op 23 mei onder de aandacht gebracht van sociale partners. Hiermee hebbenwij uitvoering gegeven aan de motie.Sociale partners staan er niet alleen voor. Vanuit onze rol werken we samen metsociale partners aan het verlagen van de werkdruk. Dit kabinet heeft in de afgelopenjaren veel geïnvesteerd in werkdrukvermindering. Onder andere met structureel € 300miljoen extra in het Onderwijsakkoord van 2022. Cao-partijen hebben dat vertaald inophoging van het persoonlijk budget naar 90 uur, voor elke medewerker jaarlijks in teroosteren voor werkdrukverlichting (waaronder bijvoorbeeld de keuzemogelijkheidvoor lesuurvermindering), en in € 150 miljoen voor collectieve werkdrukmaatregelen.In een monitor wordt het effect van deze investering gemeten. Een ander voorbeeld isde aanpak van werkdruk als onderdeel van de convenantsaanpak in de G5. En zoals –ook in deze brief gemeld – start in september de Pilot Onderwijstijd, waarvoor meerdan 150 scholen zich hebben aangemeld. Door het aanbieden van minder lesurenkrijgen scholen en leraren meer ruimte voor ontwikkel- en voorbereidingstijd met alsdoel dat hierdoor de kwaliteit van de lessen toeneemt en de werkdruk van lerarenafneemt.Het is aan de sociale partners om de oproep uit de motie bij het cao-overleg tebetrekken. De huidige CAO VO loopt tot 1 oktober 2024. De inzet van sociale partners isduidelijk gericht op het verminderen van de werkdruk. Het zoeken naar effectieveoplossingen, ook in relatie tot lestijd, maakt onderdeel uit van de cao-onderhandelingen. Wij zien de motie als een belangrijke aansporing richting cao-partijen om stappen te zetten voor het verder verlagen van de werkdruk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49211 Motie/toezeggingStand van zakenMotie over stagevergoedingenKamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII,nr. 102(Paternotte, Pijpelink)De Tweede Kamer verzoekt de regering om in overleg tetreden met de sociale partners in het primair envoortgezet onderwijs om te onderzoeken wat er nodig isom een sectorale stagevergoedingsregeling te krijgen, ende Kamer hierover terug te rapporteren.Met sociale partners is de afgelopen maanden in goed en constructief overlegonderzocht wat er nodig is om tot een sectorale regeling te komen voor een stagever-goeding voor alle stagiairs in het primair en voortgezet onderwijs. Daarbij is consensusbereikt over welke informatie gebruikt kan worden, zoals de aantallen stagiairs,verdeling over de verschillende opleidingen en verschillende leerjaren, en hoeveelprocent van de studie bestaat uit stages. Daarmee ligt er voldoende onderbouwingvoor een stagevergoeding in het po en vo, inclusief de geraamde kosten afhankelijkvan de gekozen hoogte en differentiatie van de vergoeding. Er zijn daarbij verschil-lende scenario’s mogelijk voor het inrichten van een stagevergoeding, en hetbenodigde budget is hiervan afhankelijk.Een passende stagevergoeding dient onderdeel te zijn van goed werkgeverschap endraagt bij aan de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar. De onderwijswerkgeversin het vo, mbo en hbo nemen deze verantwoordelijkheid en betalen een stagevergoe-ding uit eigen middelen; werkgevers in het vo hebben onlangs ook daarmee inge-stemd. We juichen dit toe en spreken de hoop uit dat ook de hele sector po bereid isom in een passende stagevergoeding te voorzien.Toezegging: meerurenbonusTZ202402-161De kamer ontvangt na de zomer van 2024 een updateover de resultaten van de pilot Meerurenbonus en hetvervolg daarvan.Meer uren werken, voor wie kan en wil, helpt de personeelstekorten in het onderwijstegen te gaan. Momenteel probeert een kopgroep bestaande uit 11 schoolbesturenmet 200 aangesloten scholen verschillende vormen van meer uren stimuleren uit.Daarin wordt de wens om naar een meerurenbonus te kijken meegenomen.De door de schoolbesturen gekozen oplossingen zijn verschillend. Het gaat ommaatwerk met bijvoorbeeld geld, verlof, flexibiliteit in het rooster of een tegemoetko-ming in de kinderopvangkosten. Daarnaast zien we ook besturen in de kopgroep diewerken met een beschikbaarheidstoelage; een beloning voor een dag waarop lerarenvooraf aangeven dat ze opgeroepen kunnen worden. Wij ondersteunen de besturendie aan de slag willen met begeleiding en informatie.De resultaten van de pilot meerurenbonus komen vlak na het zomerreces van 2024naar de Tweede Kamer. Daarbij zullen we ook toelichten waar we mogelijk potentieelzien voor het bredere werkveld, dus welke ideeën kansrijk zijn en waarmee we verderaan de slag kunnen gaan.Toezegging: vrijstellingenbeleidTZ202306-299Aan het einde van dit kalenderjaar ontvangt de TweedeKamer een update over de voortgang van het vrijstellin-genbeleid van lerarenopleidingen (inzake het verlenenvan vrijstellingen voor het pedagogisch-didactischegedeelte bij het behalen van een tweede bevoegdheid).De Kamer is in december 2023 geïnformeerd6 over de voortgang inzake het verlenenvan vrijstellingen.De pabo’s en tweedegraads lerarenopleidingen zetten zich in om onderstaandelandelijke afspraken over het vrijstellingenbeleid vast te laten leggen in de Onderwijs-en Examenreglementen (OER) voor studiejaar 2024/2025.1. Vrijstellingen voor de minor/profileringsruimte op basis van een behaald hbo/wobachelorsdiploma.2. Overname van landelijk behaalde resultaten (zoals bij de pabo Wiscat en bij paboen 2e graads de LKT).3. Erkenning van elkaars examinatoren als extern examinator.4. Vrijstellingen voor onderzoek op basis van behaald onderzoek in een aanverwanteopleiding.5. Vrijstellingen propedeuse in geval van dezelfde opleiding elders.De pabo’s en de lerarenopleidingen onderzoeken op dit moment of het mogelijk is omde set met vijf landelijke afspraken vrijstellingenbeleid uit te breiden met een afspraakover het pedagogisch didactische deel van de opleiding. De wijze waarop pabo’s enlerarenopleidingen vrijstellingen geven aan studenten die starten met een tweedelerarenopleiding is namelijk wisselend. Het is de verwachting dat de nieuwe landelijkeafspraak voor tweedegraads lerarenopleidingen en pabo’s per studiejaar 2025–2026 inzou kunnen gaan en kan worden toegevoegd aan de OER-en.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49212 Motie/toezeggingStand van zakenMotie aandacht mbo in lerarenopleidingenKamerstuk 36 132, nr. 11(Peters c.s.)De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onder-zoeken of er voldoende aandacht is voor het mbo in delerarenopleiding en hoe de specialisatie mbo envoortgezet onderwijs hieraan bijdraagt.De Kamer is in december 2023 geïnformeerd7 over de opvolging van deze motie. DeMBO Raad, Vereniging Hogescholen en ADEF (Algemeen DirecteurenoverlegEducatieve Faculteiten) hebben de agenda «Meer Samen»8 geactualiseerd om tekomen tot voldoende en bekwaam onderwijzend personeel in het mbo. Onderdeel vandeze agenda is meer aandacht voor het mbo in lerarenopleidingen.Mede hierdoor heeft de specifieke (vak)didactiek en pedagogiek gericht op hetberoepsonderwijs een explicietere plaats gekregen in de generieke kennisbasis en inde curricula van de lerarenopleidingen. Tevens wordt door middel van pilots verkendof professionalisering van lerarenopleiders voor het opleiden voor de mbo-contextonderdeel kan worden van het Beroepsregister voor Lerarenopleiders. Ten slotte biedthet opleiden van studenten en zij-instromers binnen opleidingsscholenin het mbo inde onderwijsregio’s kansen om het mbo een steviger te positioneren. Begin 2025 zalduidelijk worden of het aantal pdg’ers dat is opgeleid in opleidingsscholen binnenonderwijsregio’s groeit. De agenda «Meer Samen» loopt tot en met 2025. OCW blijft deopbrengsten van de agenda met interesse volgen.1 Onderdeel van de Alliantie: LOBO, PO-Raad, Meestert! en Vereniging Hogescholen.2 Meer Meesters?: Routes naar diversiteit voor de klas | Rapport | Rijksoverheid.nl3 Tussenrapportage juni 2024 experiment vooropleidingseisen pabo’s4 Kamerstuk 27 923, nr. 4605 Kamerstukken II 2023–24, 27 923, nr. 4896 Kamerstuk 27 923, nr. 4607 Kamerstuk 27 923, nr. 4608 MBO Raad, VH en Adef: Agenda_«Meer_Samen» Tussenevaluatie experiment bijzondere nadere vooropleidings-eisen paboOm de toegankelijkheid van pabo’s te vergroten is per 1 september 2022het experiment bijzondere nadere vooropleidingseisen pabo gestart. Allepabo’s nemen hieraan deel. In dit experiment kunnen studenten die nogniet (geheel) aan deze vooropleidingseisen19 voldoen bij de start van depabo, voorwaardelijk beginnen met de opleiding. Hierdoor hebbenstudenten een jaar langer de tijd om aan de toelatingstoetsen te voldoen.Door het halen van de toelatingstoetsen(en) tijdens het eerste studiejaartonen de voorwaardelijk toegelaten studenten alsnog aan dat ze overvoldoende basiskennis beschikken. Het experiment beoogt de toeganke-lijkheid van de pabo te vergroten. Daarnaast onderzoeken we welkeeffecten het inschrijven van aspirant-studenten die niet aan de bijzonderenadere vooropleidingseisen voldoen heeft op de studievoortgang enbelasting van deze studenten en op de belasting van aan het experimentdeelnemende instellingen.Het experiment loopt tot september 2027. De onlangs door ResearchNeduitgevoerde tussentijdse evaluatie20 geeft een eerste inzicht in deresultaten van het experiment. Het onderzoek richt zich op het effect vanhet experiment op de in- en doorstroom in de opleidingen, de studie-voortgang en de belasting voor studenten en voor de instellingen. Uit hetonderzoek blijkt dat het experiment door zowel de opleidingen alsstudenten als belastend wordt ervaren. Opleidingen zijn extra tijd kwijtmet voorlichting, administratie, interne afstemming, organisatie rondomtoetsen en herkansingen en met het ondersteuningsprogramma voor devoorwaardelijk toegelaten studenten. Een groot deel van de studentenmeldt dat ze vertraging oplopen bij andere pabo-onderdelen en ervarenstress en onzekerheid over de voortzetting van hun opleiding.De effecten van het experiment op de instroom zijn gering. De instroomvan alle eerstejaars pabo-studenten is ongeveer gelijk gebleven tussen19De bijzondere nadere vooropleidingseisen hebben betrekking op de kennisgebieden,geschiedenis, aardrijkskunde en natuur en techniek.20ResearchNed, «Tussenevaluatie Experiment toelatingseisen pabo», juni 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49213 2021–2022 en 2023–2024 (–0,9%). Omdat in dezelfde periode de instroomin andere voltijd hbo-opleidingen daalde met 8,7%, is er toch sprake vaneen relatief gunstige instroomontwikkeling bij de pabo’s. Hier is ook eenlichte stijging te zien van het aantal doorstromers vanuit het mbo (van28% naar 31%). Hier staat tegenover dat, volgens voorlopige cijfers, dedoorstroom van studenten van het eerste naar het tweede jaar is gedaald.Na het eerste experimentjaar was 65% van de voltijd pabo-studenten nogin de opleiding. Voor de twee instroomjaren daarvoor was dit 68 en 69%.Als je de instroom tegen de uitval afzet levert dit nog niet de gehoopteextra toekomstige leraren op. Het is echter nog te vroeg om op basis vanhet onderzoek het experiment te stoppen. We zien nu nog groteverschillen tussen afzonderlijke opleidingen, zowel qua in- en doorstroomen de ervaren belasting van het experiment. Hiernaast spreekt hetonderzoek van opstartperikelen in de korte aanloopfase. De verwachting isdat nu de aanloopproblemen zijn opgelost, de opbrengsten van hetexperiment kunnen verbeteren.Op dit moment wordt de aanpak van pabo’s onderling vergeleken enworden er goede voorbeelden geïnventariseerd en gedeeld. Opleidingenwillen van elkaar leren. Ook zijn er positieve signalen betreft de pilotvoorbereiding pabo, binnen deze pilot trekken mbo’s en pabo’sgezamenlijk op in de ontwikkeling en uitvoering van mbo-keuzedelen. Metdeze keuzedelen kunnen studenten aantonen dat zij voldoen aan detoelatingseisen. Met deze inzet verwachten we dat de opbrengst van hetexperiment verbetert. In het voorjaar van 2026 vindt de eindevaluatieplaats. Op basis van deze evaluatie kan al dan niet worden besloten hetexperiment in wetgeving te verankeren.Eindrapportage Evaluatie Regeling Andere Dag- en WeekindelingG5: «Inzet van andere professionals voor de aanpak van hetlerarentekort»21Van der Ven, Pritsch, De Geus, Suijkerbuijk en Riemens (2024). SEO enOberon.Aanleiding: De regeling Andere dag- en weekindeling G5 is sinds 2020een maatregel ter bestrijding van het lerarentekort in de stedenAmsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere (de G5), waar detekorten hoger zijn dan in de rest van Nederland. Scholen mogen volgensde regeling voor maximaal 22 uur per maand andere professionals inplaats van een bevoegde leraar voor de klas zetten. Deze professionalsnemen dan een deel van de onderwijstijd over. De kernvakken Neder-landse taal, rekenen/wiskunde en zintuiglijke en lichamelijke opvoedingzijn hiervan uitgesloten. SEO Economisch Onderzoek en Oberon heefthiernaar een monitor- en evaluatieonderzoek uitgevoerd. De hoofdvraagluidde: In hoeverre biedt een andere dag- en weekindeling met inzet vanandere professionals een oplossing aan scholen in de G5 voor hetomgaan met personeelstekorten, rekening houdend met de onderwijs-kwaliteit, kansengelijkheid, continuïteit, werkdruk en organisatie van hetonderwijs?Samenvatting: Door de regeling ervaren de meeste schoolleiders enonderwijsgevend personeel positieve gevolgen voor de continuïteit vanhet onderwijs en het verminderen van het personeelstekort. Bovendienkan het onderwijs vaker doorgang vinden door de inzet van andere21Het volledige rapport is te vinden op https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/rapporten/2024/05/29/inzet-van-andere-professionals-voor-de-aanpak-van-het-lerarentekort---eindrapportTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49214 professionals en hoeven leerlingen minder vaak naar huis gestuurd teworden bij uitval. De (zelf gerapporteerde) impact van de regeling op deonderwijskwaliteit is deels positief. Vier op de tien schoolleiders enonderwijsgevend personeel ervaren positieve gevolgen voor de onder-wijskwaliteit. Dat komt allereerst door de verbeterde continuïteit van hetonderwijs, waardoor leerlingen minder vaak thuiszitten. Daarnaastverzorgen andere professionals verrijkende vakken met een rijkercurriculum tot gevolg, maar daardoor kunnen leraren zich ook richten opde kernvakken. Echter geeft een deel van de schoolleiders (een derde) aanhet (zeer) oneens te zijn met de stelling dat de regeling positieve gevolgenheeft op de onderwijskwaliteit. Hierbij is de bekwaamheid van de andereprofessional een belangrijke randvoorwaarde. Zowel bij schoolleiders alshet onderwijsgevend personeel ervaart de meerderheid positievegevolgen van deelname aan de regeling voor kansengelijkheid, organi-satie van het onderwijs en de werkdruk van leraren.De belangrijkste succesfactoren en knelpunten zijn:1.De pedagogische en didactische vaardigheden van de andereprofessional kunnen een knelpunt vormen voor het succes van deinzet. De ene professional heeft dat beter onder de knie dan de andere.Als de pedagogische en didactische vaardigheden van de andereprofessional niet op orde zijn, vormt dat een risico voor de kwaliteitvan de lessen;2.Goede ondersteuning en begeleiding van de andere professional isbelangrijk, zeker gezien het belang van de pedagogische en didacti-sche vaardigheden;3.De samenwerking en afstemming tussen andere professionals enschool wordt meer dan eens benoemd als een succesfactor. Dat kanmeerdere zaken betekenen. Er moet helder gecommuniceerd wordenover wederzijdse verwachtingen. Hoe beter de samenwerking enafstemming, des te meer de professionals zich onderdeel voelen vanhet team. Als er geen binding is met het team, wordt dat gezien alsrisico;4.Randvoorwaarde voor een succesvolle inzet lijkt ook te zijn dat erdraagvlak voor is binnen de school. Leerkrachten, maar ook leerlingenen ouders, moeten akkoord zijn met het idee, wat niet altijd het gevalis. Kennismaking met de wijze waarop een school andere professio-nals inzet, lijkt daarin te helpen voor ouders.De onderzoekers concluderen: dat de regeling vaak een positievebijdrage levert in het voorkomen van personeelstekorten en de gevolgenhiervan vermindert. Door de inzet van andere professionals kan onderwijsvaker doorgang vinden en wordt voorkomen dat kinderen naar huisworden gestuurd. De inzet van andere professionals is noodzakelijk voorscholen om het lerarentekort het hoofd te bieden en om onderwijsdoorgang te laten vinden. Wanneer er wordt besloten om de regeling niette verlengen of de wet aan te passen, zou dit betekenen dat de continuïteitverder onder druk komt te staan.Eindrapportage: «Evaluatie convenanten lerarentekort primaironderwijs in de G5»22Hermanussen, Stroo, Kleine Deters, van den Berg, van der Ven (2024).ECBO en SEO.22Het volledige rapport is te vinden op https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/rapporten/2024/06/17/eindrapportage-evaluatie-convenanten-lerarentekort-primair-onderwijs-in-de-g5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49215 Aanleiding: Omdat de personeelstekorten in het primair onderwijs hetmeest acuut zijn in de G5 (Almere, Amsterdam, Utrecht, Den Haag enRotterdam), hebben deze steden in 2020 noodplannen opgesteld en perstad een convenant afgesloten om het lerarentekort aan te pakken. Demaatregelen uit de convenanten zijn sinds 1 september 2020 in uitvoering.Op verzoek van OCW is de uitvoering gemonitord en geëvalueerd doorECBO en SEO Economisch Onderzoek. De hoofdvraag luidde: In hoeverredraagt de uitvoering van de maatregelen in de convenanten bij aanvermindering van de personeelstekorten?Samenvatting: De convenanten vertonen overeenkomsten in hunaanpak van het lerarentekort, langs vier pijlers die in alle convenanten inmeer of mindere mate aandacht krijgen:1.Nieuwe instroom van leraren: onder andere door wervingscampagnesvoor de regeling zijinstroom en het aantrekken van pas afgestudeerdepabo-studenten.2.Anders organiseren van het onderwijs: onder andere door eenalternatieve invulling van de vijfde lesdag en de inzet van vakleerkrach-ten.3.Anders opleiden van leraren: onder andere door maatwerkopleidingen.4.Behoud van personeel: onder andere door het verlagen van dewerkdruk van leraren en het bieden van meer loopbaanperspectief.Binnen en tussen de convenanten is er veel samenwerking om hetlerarentekort te bestrijden. Uit vragenlijsten en gesprekken blijkt datbesturen overwegend positief zijn over de samenwerking. Gezamenlijkeafspraken, zoals over de inschaling van zij-instromers, helpen concur-rentie te voorkomen. De samenwerking met gemeenten en lerarenoplei-dingen is in alle steden verbeterd. Hoewel gezamenlijke afspraken zijngemaakt om concurrentie te voorkomen, blijkt solidariteit in de praktijkechter lastig, vooral bij hoge tekorten en toenemende druk. Grotebesturen zijn gemiddeld positiever over solidariteit dan kleine besturen.De doeltreffendheid van de maatregelen in de convenanten kan niet zuiverworden vastgesteld. De maatregelen worden als samenhangend «pakket»gezien, die op elkaar inwerken, onderling verweven zijn en veelal opdezelfde uitkomstmaten gericht zijn. Uitzondering hierop zijn de maatre-gelen ten aanzien van de zij-instroom, die duidelijk nieuwe leraren hebbenopgeleverd. De cijfers over de tekorten tonen aan dat het lerarentekortnog niet is opgelost, integendeel zelfs. Betrokkenen bij de convenantenzijn er echter van overtuigd dat zonder deze maatregelen het tekort groterzou zijn.Opbrengsten en factoren van invloed per pijlerNieuwe instroom van lerarenDe extra maatregelen in het voortraject voor zijinstromers hebben in allevijf steden tot minder uitval geleid, mede dankzij verbeterde informatie-voorziening en rolmodellen die een realistisch beeld van het leraarschapgeven. Versterkte begeleiding en coaching helpen starters hun plek tevinden; zij voelen zich minder alleen en ervaren de coach als waardevol.De uniforme stagevergoeding in Den Haag verbetert het lerarenimago enin Rotterdam treedt 80% van onderwijsondersteuners na diplomering indienst.Anders organiserenEen structurele visie op anders organiseren werkt effectiever dan ad-hocbeslissingen. Hoewel het effect op de vraag naar leraren niet directTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49216 meetbaar is, zijn er indirecte veranderingen, zoals een toename vanniet-onderwijzend personeel en specifieke platforms voor externeprofessionals.Anders opleidenIn steden die zich toeleggen op het professionaliseren van onderwijson-dersteunend personeel, zoals Almere en Amsterdam, wordt positiefgereageerd op de groeiperspectieven en de erkenning die dit met zichmeebrengt. Over het algemeen wordt de samenwerking tussen oplei-dingsinstellingen en scholen als verbeterd ervaren, met name in stedenals Utrecht en Rotterdam, waar een gedeelde visie en solidariteit de basisvormen. Financiële aspecten blijken cruciaal voor het succes, waarbijgedekte studiekosten en heldere salarisstructuren bijdragen aan positieveresultaten.Behoud van personeelIn zowel Amsterdam als Utrecht worden de ontstane netwerken vanuit demaatregelen als waardevol beschouwd, omdat ze bewustzijn creëren overloopbaankansen en de rol van schoolbesturen als werkgevers.Amsterdam heeft ook financiële prikkels ingezet om het beroep aantrekke-lijker te maken, wat als positief wordt ervaren, hoewel de effecten nog nietvolledig zijn onderbouwd.De onderzoekers concluderen: De doeltreffendheid van de maatregelenin de convenanten kan niet zuiver worden vastgesteld. De maatregelenworden als samenhangend «pakket» gezien, die op elkaar inwerken,onderling verweven zijn en veelal op dezelfde uitkomstmaten gericht zijn.Uitzondering hierop zijn de maatregelen ten aanzien van de zij-instroom,die duidelijk nieuwe leraren hebben opgeleverd. De cijfers over detekorten tonen aan dat het lerarentekort nog niet is opgelost, integendeelzelfs. Betrokkenen bij de convenanten zijn er echter van overtuigd datzonder deze maatregelen het tekort groter zou zijn.Voortgang bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingenHet jaar 2024 staat voor lerarenopleidingen in het teken van implemen-tatie van alle ontwikkelingen van het bestuursakkoord flexibiliseringlerarenopleidingen, zodat per studiejaar 2025–2026 de resultaten zichtbaarzijn binnen de lerarenopleidingen. Het eindrapport met alle resultatenwordt naar verwachting begin 2025 opgeleverd. Zoals gezegd is 2024 hetjaar van implementatie. Hierbij geven we een beeld van de opbrengstenvan het bestuursakkoord.MaatwerkDe combinatie van vrijstellingenbeleid, brede intake en werken metleeruitkomsten vormt voor de meeste lerarenopleidingen de kern vanflexibilisering. De brede intake is de basis voor het bepalen van vrijstel-lingen en Eerder Verworven Competenties (EVC’s), resulterend in eenpersoonlijk leertraject voor de student. In 2024 wordt ingezet op professio-nalisering van assessoren, inrichten assessmentprocedure en bepalenvergoeding brede intake.De universitaire lerarenopleidingen (ulo’s) zetten zich in om het curriculummodulair in te richten, zodat deze flexibeler is en beter past bij de wensenen ontwikkeling van de student. Dit resulteert in bijvoorbeeld eenopleiding met een basismodule en verdiepingsmodule. Daarbij is hetaantal specialisatieprogramma’s, verdiepingsmodules en keuzevakken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49217 ulo’s uitgebreid. Keuzevakken zijn breder toegankelijk doordat dezeworden uitgewisseld tussen ulo’s. Ulo’s sluiten hierdoor beter aan bij debehoeften van de steeds diverser wordende studentenpopulatie. Enstudenten krijgen meer ruimte om hun persoonlijke ontwikkelbehoeftevorm te geven.LeeruitkomstenOm beter aan te sluiten op de beroepspraktijk betrekken een aantallerarenopleidingen scholen bij het opstellen van leeruitkomsten. Scholenen opleidingen werken steeds meer samen bij de inrichting van hetcurriculum. Met het wetsvoorstel Leeruitkomsten, dat nu in behandeling isbij de Eerste Kamer, wordt het werken met leeruitkomsten uiteindelijkwettelijk verankerd.Alfa tekortvakkenDe deficiëntiecursussen van Alfa4all zijn gericht op potentiële leraren metverwante vooropleiding, die te weinig vakinhoudelijke bagage hebben omdirect toegelaten te worden tot de lerarenopleidingen voor dealfa-tekortvakken. De doelgroep van Alfa4all wordt voor het tekortvakNederlands uitgebreid, zodat ook overstappers zonder verwante voorop-leiding via Alfa4all in combinatie met zij-instroom in beroep eenbevoegdheid kunnen halen. In september ’24 start deze nieuwe variant.Educatieve masterDe universitaire lerarenopleidingen (ulo’s) met de educatieve masterprimair onderwijs (EMPO) werken de mogelijkheid uit om via Versneldvoor de klas de EMPO te volgen. Op deze manier krijgen EMPO-studenten,die voldoen aan de mijlpalen de mogelijkheid om tijdens de opleiding alsleraar te worden aangesteld bij een school. Dit vergroot de aantrekke-lijkheid van de EMPO.Zij-instroomDe hbo-lerarenopleidingen hebben landelijke afspraken vastgelegd voorzij-instroom in beroep. In navolging van de hbo-lerarenopleidingenwerken de ulo’s afspraken uit voor het erkennen en waarderen van EVC’sals onderdeel van het geschiktheidsonderzoek.Het maatwerktraject Aan de Slag voor de Klas voor zij-instromers isuitgebreid met de tekortvakken in de talen en algemene economie.Expertise en professionaliseringOpleidingen hebben behoefte aan een landelijk digitaal platform voor hetdelen van expertise over flexibel opleiden en professionalisering. Deverwachting van opleidingen is dat zo’n platform helpt in het creëren vanmeer eenduidigheid in taal en leeruitkomsten en voor een gedeelde visie.Het flexibel opleiden vraagt om andere professionals en verbreding vanexpertise. Lerarenopleidingen zetten in op professionalisering vancollega’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 49218

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 44292b93835b8333

14 okt 2026 · e3930cd0b5d874a2

13 okt 2026 · 0dc11daaef697152

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.