KamerkringInloggen
Kamerbrief

Vierde voortgangsbrief Masterplan basisvaardigheden

30 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b2de99b14df0abe3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 293Primair OnderwijsNr. 732 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR PRIMAIR EN VOORTGEZETONDERWIJS Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 mei 2024In deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van hetMasterplan basisvaardigheden. Met het Masterplan werkt OCW samenmet scholen aan een duurzame verbetering van de basisvaardighedentaal, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid vanleerlingen. Deze brief gaat ook in op de herziening van het curriculum ende plannen voor een nieuwe vorm van gerichte bekostiging. Daardoorkrijgen scholen meer duidelijkheid over de inzet van de extra structurelemiddelen voor de basisvaardigheden om hun leerlingen een stevige basismee te geven.Ik ben blij om te zien dat op scholen de beweging is ingezet om dedalende trend te keren. Wat mij zeer positief stemt, is de grote inzet vantalloze leraren, schoolleiders en andere onderwijsprofessionals om hetonderwijs te verbeteren en hun leerlingen goed voor te bereiden op desamenleving. Scholen zijn hard aan de slag om de basisvaardigheden teverbeteren. Op een andere manier, en met meer urgentie. We zien eentrendbreuk in de aanpak van veel scholen. Inmiddels zijn ruim 3.000scholen aan de slag met de subsidie Verbetering basisvaardigheden. Daarkomen voor de zomervakantie nog 2.150 scholen bij. Het gaat dan omruim 60 procent van alle leerlingen in Nederland. Een deel van de scholendie de subsidie ontvangen krijgt ondersteuning van onderwijscoördina-toren van OCW om te zorgen dat de aanpak gestoeld is op inzichten uit dewetenschap en de onderwijspraktijk, en passend is binnen de school-context. Het belang van deze aanpak, waar kennis over wat werkt actiefwordt verspreid tussen scholen, werd op 17 april 2024 nogmaalsbevestigd in de Staat van het Onderwijs van de Inspectie van hetOnderwijs.1 Om deze aanpak structureel te borgen, wordt er gewerkt aaneen nieuw financieringsinstrument om in 2027 de overgang te kunnenmaken van subsidie naar meer structurele bekostiging van scholen, in de1https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2024/04/17/rapport-de-staat-van-het-onderwijs-2024 kst-31293-732ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7321 vorm van gerichte bekostiging. Dit geeft scholen meer langjarigezekerheid over de extra middelen die beschikbaar zijn voor basisvaardig-heden.De sector reageert positief op verschillende elementen uit het Masterplan.Op de scholen met subsidie komen de plannen veelal goed van de gronden scholen zien al de eerste resultaten van hun aanpak. Het is ook goedom te zien dat in het recent gepresenteerde Hoofdlijnenakkoord deurgentie van een verbetering van de basisvaardigheden en de aanpakzoals opgenomen in het Masterplan basisvaardigheden, wordt onder-schreven. Het vervolg zal uiteraard vorm krijgen binnen het dan geldendeakkoord. Het is belangrijk om koers te houden om de vruchten van dezenieuwe aanpak echt te kunnen plukken.2I. Voortgang uitvoering Masterplan door scholen De noodzaak van het Masterplan basisvaardigheden, een structurele enintegrale aanpak, is recent weer onderstreept door zorgwekkende cijfersuit de Staat van het Onderwijs. Om een vliegende start te maken bij hetaanpakken van de basisvaardigheden, met bewezen effectieve methoden,krijgen scholen sinds medio 2022 jaarlijks de mogelijkheid om subsidieaan te vragen.Duizenden scholen aan de slag voor betere basisvaardighedenTot nu toe hebben ongeveer 3.000 scholen in het primair, voortgezet envoortgezet speciaal onderwijs (po, vo en (v)so) gezamenlijk een bedragvan 874 miljoen euro toegekend gekregen. Samen tellen zij ruim 835.000leerlingen, oftewel 34 procent van het totale aantal leerlingen in hetfunderend onderwijs. De derde ronde van de subsidie is inmiddels gestarten deze zomer wordt 650 miljoen euro verdeeld om 2.150 scholen met intotaal 650.000 leerlingen te helpen. Bij deze ronde krijgen scholenverspreid over twee jaar 1.000 euro per leerling. Een stevige impuls dusvoor scholen om werk te maken van de verbetering van de basisvaardig-heden. Ruim 60 procent van de Nederlandse leerlingen is dan bereikt. Methet extra geld, de hulp van de onderwijscoördinatoren van OCW en debijeenkomsten met onder anderen scholen en experts uit de wetenschapzetten scholen de beweging in naar evidence-informed werken. Ditbehelst het werken met inzichten vanuit de wetenschap en de onderwijs-praktijk, passend binnen de eigen schoolcontext om een duurzameverbetering van de basisvaardigheden te bewerkstelligen.Speciale aandacht voor prioriteitsscholenVoor scholen die een oordeel «zeer zwak» of «onvoldoende» hebbengekregen van de Inspectie van het Onderwijs is er speciale aandacht. Voordeze zogenaamde prioriteitsscholen is een separate subsidieregelingingericht en zij worden actief benaderd om een subsidieaanvraag in tedienen. Zo heeft in de subsidieronde van 2023 83 procent van deprioriteitsscholen de subsidie aangevraagd en toegekend gekregen.2Ook de Algemene Rekenkamer benadrukt het belang hiervan in het verantwoordingsonderzoekdat 15 mei 2024 uitkwam: Resultaten verantwoordingsonderzoek 2023 Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap | Rapport | Algemene Rekenkamer (Bijlage bij Kamerstuk36 550 VIII, nr. 2)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7322 Onderwijscoördinatoren helpen scholen door maatwerk op wegDe prioriteitsscholen krijgen directe en concrete ondersteuning van deonderwijscoördinatoren die in dienst zijn bij OCW. Op dit moment krijgenongeveer 260 prioriteitsscholen een-op-een ondersteuning van veertienonderwijscoördinatoren. Na de zomer komen hier nog 46 prioriteits-scholen bij. Met maatwerk worden scholen op weg geholpen bij hetmaken van hun plannen. De onderwijscoördinatoren zetten scholen aanom kennisgedreven te werken, gedegen probleemanalyses te maken enop basis daarvan een verbeterplan op te stellen. Ook stimuleren ze deontwikkeling van een professionele verbetercultuur en het komen tot eenonderzoekende houding binnen onderwijsteams. De tijdelijke onder-steuning van de onderwijscoördinatoren heeft zo een blijvend effect.Leren van de uitvoering van beleidBij iedere nieuwe subsidieronde zijn de signalen uit het veld meegewogenin het vormgeven van de subsidieregeling. Zo krijgen scholen met eenhoge CBS-achterstandsscore – wat duidt op een groot aandeel leerlingenmet ouders met een moeilijkere sociaal-economische achtergrond –voorrang in de toekenning van de subsidie, is de looptijd van de subsidieverlengd naar twee jaar en zijn de bedragen per leerling wat verlaagd.Deze lerende aanpak zorgt ervoor dat scholen het geld effectiever inzettenen leerlingen die dit het hardst nodig hebben sneller worden geholpen.Hoe pakken scholen het aan?In februari 2024 is er een implementatieonderzoek uitgevoerd onder descholen die in het schooljaar 2023–2024 subsidie ontvangen hebben (detweede ronde). De uitkomsten van dit onderzoek ontvangt u als bijlage.Het eerste beeld is dat deze lichting scholen in korte tijd goed uit destartblokken is gekomen.Uitvoering van plannen verloopt goedEen meerderheid van de bevraagde scholen zegt dat de uitvoering van hetactiviteitenplan goed of zelfs zeer goed verloopt. Een deel van hen zietzelfs al de eerste resultaten. Dat is een positief geluid en geen vanzelfspre-kendheid, gelet op het lerarentekort en de hoge werkdruk, de tweebelemmerende factoren die het meest worden genoemd.Meeste inzet op taal en rekenen-wiskunde en nadruk op effectieveaanpakkenScholen zetten in de eerste plaats stevig in op taal (95 procent) enrekenen-wiskunde (86 procent). In het vo wordt vaker dan in het po engespecialiseerd onderwijs ook ingezet op burgerschap (81 procent) endigitale geletterdheid (62 procent). We zien dat veel scholen inzetten opeen schoolbrede vakoverstijgende aanpak voor rekenen-wiskunde.Op het gebied van taal is het goed om te zien dat scholen vaker met rijketeksten werken om leerlingen kennis bij te brengen over de wereld én omze taalvaardiger te maken, waartoe de motie Paternotte-Stoffer (D66/SGP)ook oproept.3 Leerlingen lezen bij aardrijkskunde of geschiedenis vakergoed geschreven en uitdagende teksten uit (kinder- en jeugd)boekenwaarmee zij hun kennis en woordenschat verrijken. Dat draagt bij aan eenbetere leesvaardigheid en aan meer leesmotivatie. Dit zijn echt trend-3Kamerstukken II 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 70.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7323 breuken in de aanpak van grote groepen scholen, die op termijn zullenleiden tot betere prestaties van leerlingen.Daarnaast zijn veel vo-scholen met de subsidie overgegaan tot het beterin beeld brengen van de ontwikkeling van hun leerlingen, om daar hunonderwijs beter op te kunnen afstemmen. Zo kunnen scholen uitdagendonderwijs aanbieden, werken zij vanuit hoge verwachtingen en wetenleraren goed wat er nodig is in de eigen klas. Scholen denken daarbijgoed na over de methode of methodiek. Voor welke leerlingen en voorwelke doelen is het bijvoorbeeld beter om digitaal te werken? Wanneerverdient papier de voorkeur? Hoe zit het met handelend rekenen, wanneerleidt dit tot groter inzicht? En wanneer stap je over op meer abstractrekenen? Ook wordt de subsidie vaak aangewend om een rekencoördi-nator of taalcoördinator op te leiden en meer uren te geven. Een derge-lijke integrale aanpak draagt bij aan betere leerprestaties, zo blijkt onderandere uit peilingsonderzoek van de inspectie.4Scholen kiezen vaak voor professionalisering van het team. Daarmeezorgen zij voor een duurzame verbetering van de onderwijskwaliteit. Voorde professionalisering van het team maken scholen veel gebruik vanexpertise van buitenaf. Het is goed om te zien dat bijvoorbeeld debibliotheek vaak in beeld is als taal- en leesexpert. In het vo betrekt zelfsde helft van de scholen de bibliotheek bij hun plannen. Het onderzoek laatverder zien dat scholen bij het opstellen van een activiteitenplan deafwegingen maken die passen bij een evidence-informed werkwijze. Het isdaarnaast van belang dat op nagenoeg alle scholen de medezeggen-schapsraad heeft ingestemd met het activiteitenplan. Mijn verwachting isdat zowel de school als de leerling in de komende periode de vruchtenzullen plukken van deze inspanningen.Vervolgonderzoek naar het kwantitatief effect van extra geld voor scholenDe scholen die in het schooljaar 2022–2023 zijn begonnen met eentweejarige subsidie, zijn inmiddels in een afrondende fase. Dit najaar zalonder deze scholen een eindmeting worden uitgevoerd waarover in devolgende voortgangsbrief wordt gerapporteerd. Omdat de selectiedestijds middels een loting is verlopen, is het de bedoeling om de scholendie ingeloot zijn kwantitatief te vergelijken met scholen die niet zijningeloot. Het Centraal Planbureau (CPB) verkent in opdracht van OCW demethodologische haalbaarheid van zo’n onderzoek. Bij een positieveuitkomst zal het CPB in de tweede helft van 2025 een eerste rapportuitbrengen over de effecten van de subsidieregeling. Het is dan mogelijkom te zeggen of het eerste tussendoel van het Masterplan behaald is en erop de scholen die subsidie krijgen inderdaad sprake is van een trendbreukin de aanpak van scholen en de resultaten van leerlingen.Van subsidie naar structurele en gerichte bekostiging voor allescholenHet geld uit de subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden steltscholen in staat om werk te maken van het verbeteren van de basisvaar-digheden. Deze subsidie is echter tijdelijk van aard, terwijl de opgave ophet gebied van basisvaardigheden juist een aanpak voor de lange termijnvraagt.4Inspectie van het Onderwijs, Peil.Leesvaardigheid. Einde (speciaal) basisonderwijs 2020–2021(Utrecht 2022), 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7324 Om die reden is eerder aangekondigd dat per 2026 gewerkt zal wordenmet een nieuw financieringsinstrument dat elementen van bekostiging ensubsidie combineert. Deze nieuwe financiering is meer structureel vanaard en hoeft niet aangevraagd te worden door de scholen. Ook kunnen ervoorwaarden gesteld worden aan hoe het uitgegeven wordt, waardoor ersprake is van een gerichte bekostiging. Het doel is om de middelen voorbasisvaardigheden structureel uit te keren via deze gerichte bekostiging,waarbij er in de eerste jaren voorwaarden kunnen worden gesteld aanscholen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de breed gedeelde wensvan uw Kamer en het onderwijsveld om structurele taken van scholenzoveel mogelijk structureel te bekostigen.Het is belangrijk dat dit instrument zorgvuldig wordt uitgewerkt enuitgevoerd. Dat kost tijd. Om die reden zal het nieuwe financieringsin-strument – en daarmee de structurele vormgeving van de bekostigingvoor basisvaardigheden – op 1 januari 2027 in werking treden, in plaatsvan 1 januari 2026. De verwachting is nu dat het wetsvoorstel voor dezomer van 2025 aan uw Kamer wordt aangeboden. Ik vind het belangrijkdat scholen nu al zoveel mogelijk duidelijkheid krijgen over hoeveelmiddelen zij kunnen verwachten, zodat zij daar in hun huidige plannenvoor basisvaardigheden al rekening mee kunnen houden. Met dit nieuwefinancieringsinstrument zullen alle scholen in het po, vo en (v)so per 2027geld ontvangen. Op dit moment is in totaal circa 485 miljoen eurobeschikbaar vanaf 2027 (prijspeil 2024) voor de financiering van hetMasterplan basisvaardigheden aan scholen. Van dit budget komtminimaal 450 miljoen euro beschikbaar voor de bekostiging voor allescholen. Met de huidige leerlingenaantallen in het funderend onderwijsbetekent dit dat scholen kunnen rekenen op een bedrag van minimaal 182euro per leerling.De resterende 35 miljoen euro is bedoeld voor de scholen die dit hethardst nodig hebben. Dit bedrag is geraamd op basis van de middelen diezijn verstrekt aan prioriteitsscholen in 2023 en 2024. Hoe dit bedrag vanaf2027 verdeeld wordt, zal later nader uitgewerkt worden. Het voorlopigebeeld hierbij is dat dit net zoals nu op basis van een subsidie voorprioriteitsscholen – scholen met een oordeel «onvoldoende» of «zeerzwak» van de Inspectie – zal zijn. Het benutten van de inspectieoordelenbinnen een subsidieregeling lijkt op basis van de huidige situatie de besteoptie om de scholen te bereiken die extra ondersteuning nodig hebben.Er zal in 2025 een extra subsidietranche worden opgesteld zodat nog meerscholen in 2025 en 2026 aan de slag kunnen met het verbeteren van debasisvaardigheden, voordat het nieuwe financieringsinstrument inwerking treedt. Scholen zullen naar verwachting voor de zomer van 2025een aanvraag hiervoor kunnen indienen. De vorm van deze extrasubsidietranche zal in lijn liggen met die van voorgaande tranches uit2023 en 2024. Zo zal de looptijd weer twee jaar zijn en komen prioriteits-scholen in aanmerking voor een aparte regeling. In totaal zal hiermee overde subsidierondes van 2022, 2023, 2024 en 2025 circa 85 procent van hetpo, vo en (v)so zijn bereikt, waarna vanaf 2027 dus alle scholen extramiddelen ontvangen voor basisvaardigheden.II. Voortgang vijf beleidspijlers Masterplan basisvaardigheden In het kader van het Masterplan basisvaardigheden is er een pakket vanbeleidsmaatregelen aangekondigd om het onderwijs duurzaam teversterken. Dit pakket is verdeeld over vijf pijlers:1.Duidelijke opdracht aan het funderend onderwijs2.Beter zicht op basisvaardigheden3.Breder gebruik van bewezen aanpakkenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7325 4.Versterken van de taalomgeving5.Extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede lerarenPijler 1: Duidelijke opdracht aan het funderend onderwijsEen glashelder curriculum waarin leraren en leerlingen precies weten watleerlingen moeten beheersen ten aanzien van de basisvaardigheden isessentieel voor een effectieve aanpak. Ten aanzien van de lopendebijstelling van het curriculum zijn twee belangrijke constateringen temaken, waar ik nader op in zal gaan:a)De bijstelling van het curriculum, met prioriteit voor de basisvaardig-heden, is echt op stoom.b)We moeten scherp blijven om te voorkomen dat het curriculumoverladen wordt, waardoor de focus op basisvaardigheden verlorengaat.A De bijstelling van het curriculum is echt op stoom Nieuwe kerndoelen basisvaardigheden primair onderwijs en onderbouwvoortgezet onderwijsHet afgelopen half jaar zijn alle kerndoelen voor de basisvaardighedenNederlands, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid inconcept opgeleverd en met uw Kamer gedeeld.5 Dit is een belangrijkemijlpaal, waar ik de grote groep betrokken leraren en vakexperts zeererkentelijk voor ben.6 Ook zijn de conceptkerndoelen Nederlands enrekenen-wiskunde voor het (voortgezet) speciaal onderwijs opgeleverd ende conceptkerndoelen Friese taal en cultuur.7 De kerndoelen van deoverige leergebieden worden in het najaar van 2024 verwacht. Die hebbendeels ook een belangrijke functie in het aanleren van basisvaardigheden.8De wetenschappelijke Curriculumcommissie heeft in haar vijfde tussen-advies de conceptkerndoelen Nederlands en rekenen-wiskunde onderandere geanalyseerd op overladenheid, samenhang, doorlopendeleerlijnen en kansengelijkheid.9 De wetenschappelijke Curriculumcom-missie is over het algemeen tevreden, acht de conceptkerndoelenbruikbaar en geeft enkele verbeterpunten. Deze zijn met SLO besprokenen worden meegenomen in de aanscherping van de conceptkerndoelen.Uitzondering hierop zijn de geadviseerde toevoegingen aan het curri-culum omdat deze kunnen leiden tot overladenheid.In de beantwoording van de feitelijke vragen naar aanleiding van dereactie op de motie Paternotte-Stoffer (D66/SGP) heeft u gelezen welkestappen er nog volgen voordat de kerndoelen definitief ingaan en dat deKamer regelmatig geïnformeerd wordt over alle tussenstappen.10 Eenbelangrijke fase die nu in afronding is, is de beproeving van de concept-kerndoelen Nederlands en rekenen-wiskunde met meer dan 200scholen.De aangescherpte conceptkerndoelen ontvangt u na de zomer.Hiermee is het ontwikkelproces volledig afgerond en worden er inprincipe geen aanpassingen meer gedaan, tenzij de Kamer daar expliciet5Kamerstukken II 2023–24, 31 293, nr. 700 en Kamerstukken II 2023–24, 31 293, nr. 721.6In de conceptkerndoelen digitale geletterdheid is vanuit verschillende invalshoeken (doelen 1,2, 3, 6, 8 en 9) aandacht voor mediawijsheid. Hiermee is gehoor gegeven aan de motie van lidVan Strien (VVD). Kamerstukken II 2022–2023, 31 777, nr. 36.7https://www.slo.nl/@23506/functionele-kerndoelen-concept/, https://www.slo.nl/@23507/functionele-kerndoelen-concept-rekenen/ en https://kurrikulum.frl/documenten/.8Onderwijsraad (2022). Taal en rekenen in het vizier (Bijlage bij Kamerstukken II 2022–2023,31 332, nr. 107).9Kamerstukken II 2023–24, 31 293, nr. 728.10Kamerstukken II 2023–24, 31 293, nr. 731.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7326 opdracht toe geeft. De doelen worden vervolgens definitief vastgelegd inwet- en regelgeving.Om scholen en leraren te ondersteunen bij de implementatie van denieuwe kerndoelen ontwikkelt SLO de komende tijd in opdracht van OCWtussendoelen, leerlijnen en handreikingen. Over andere aspecten van deimplementatie, zoals bij- en nascholing van leraren, gaan we de komendetijd in gesprek met het onderwijsveld. Ook hier is haast bij geboden, zodatalle leerlingen krijgen waar ze recht op hebben: goed en eigentijdsonderwijs, met expliciete aandacht voor de basisvaardigheden.Nieuwe examenprogramma’s bovenbouw voortgezet onderwijsOm te zorgen voor een goede doorlopende leerlijn, worden de concept-examenprogramma’s, waarin de basisvaardigheden een belangrijke rolspelen, na deze zomer opgeleverd. Het gaat om Nederlands, wiskunde(havo en vwo), maatschappijleer en andere talen (moderne vreemdetalen, Fries en de klassieke talen). De examenprogramma’s van denatuurwetenschappelijke vakken volgen eind dit jaar.Vervolgens worden voor de vakken met een centraal examen syllabiontwikkeld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Dezesyllabi zijn nodig voor nieuwe examens. Dit kost één schooljaar. Paralleldaaraan bereidt SLO de fase van beproeven voor in samenwerking metCvTE en Stichting Cito en in afstemming met in elk geval de vakvereni-gingen. In het begin van schooljaar 2025–2026 kan de fase van beproevenvan start gaan. Als er veel verandert in de examenprogramma’s en/of deexamens, is er meer tijd nodig om ze te beproeven in de praktijk. Datverschilt dus per vak en per leerweg/schoolsoort (vmbo/havo/vwo). Pervak zal daarvoor een impactanalyse gemaakt worden.Actualisatie Referentiekader Taal en RekenenHet is belangrijk dat het geheel aan kerndoelen in een consistenteverhouding komt te staan met het Referentiekader, dat verschillendestadia van beheersing omschrijft. Uit de evaluatie van de Referentiekadersdie in 2022 is uitgevoerd, zijn een flink aantal inconsistenties gebleken.11De knelpunten uit deze evaluatie zullen nu door SLO in samenhang metde bijgestelde kerndoelen, examenprogramma’s en de reken- en taaleisenvoor het mbo worden herbekeken. De ambities zijn om de referentie-doelen aan te laten sluiten bij de andere wettelijke curriculumeisen in po,vo en mbo, de inconsistenties op te lossen en om de doorlopende leerlijnpo-vo-mbo te borgen. Het eindadvies zal in het tweede kwartaal van 2025worden uitgebracht.Een systeem van periodiek onderhoudTijdens het commissiedebat op 22 mei 2023 is er met uw Kamergesproken over nut en noodzaak van een systeem van periodiekonderhoud van het curriculum. Uw Kamer heeft destijds onderschrevendat we naar een systeem van periodiek onderhoud toe moeten, maarheeft ook middels de motie van het lid Van Meenen (D66) verzocht geenstappen te nemen naar een structuur voor permanente curriculum-herziening, noch naar een permanente wetenschappelijke commissie,voordat het wetsvoorstel voor de nieuwe kerndoelen Nederlands enrekenen-wiskunde medio 2024 is ingediend en deze herziening isgeëvalueerd.1211Analyse en evaluatie referentieniveaus taal en rekenen | Rapport | Rijksoverheid.nl12Kamerstukken II, 2022–2023 31 293, nr. 684Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7327 In lijn met deze wens worden nu geen stappen gezet naar een nieuwestructuur. Wél werken we de komende periode verder aan:•een onderhoudskalender waarop inzichtelijk is welk vak of leergebiedwanneer aan onderhoud toe is, en•één loket waar men zich tot kan richten voor curriculumzaken.Dit zijn voorzieningen die passen binnen zowel de huidige wettelijke takenvan SLO, als in welk systeem dan ook dat nodig is om transparantie,houvast en voorspelbaarheid mogelijk te maken. In het verder uitwerkenvan zo’n systeem nemen we het advies van de wetenschappelijkeCurriculumcommissie mee. Middels de tweejaarlijkse voortgangsrap-portage van het Masterplan basisvaardigheden wordt de Kamer dekomende tijd goed op de hoogte gehouden van de stappen die wehiervoor zetten en zal ik met een uiteindelijk voorstel voor de structuurkomen.B. We moeten scherp blijven om overladenheid te voorkomen De curriculumherziening vraagt onherroepelijk om het maken van keuzes.Deze keuzes zien we deels al terug in de recent opgeleverde conceptkern-doelen. We willen immers de overladenheid terugdringen en alleleerlingen een solide basis geven met de focus op de basisvaardigheden.Tegelijkertijd zien we dat deze keuzes ook weer reacties oproepen in hetonderwijsveld. Ik vind het van belang om te schetsen welke afwegingenten grondslag liggen aan deze keuzes. Ik wil benadrukken dat hetbelangrijk is om koers te houden op de focus op basisvaardigheden en hetvoorkomen van overladenheid in het curriculum.Noodzaak beperken overladenheidLeraren en schoolleiders geven in meerdere onderzoeken aan een hogemate van overladenheid te ervaren in het curriculum. Opmerkelijk,aangezien het aantal landelijke doelen in 2006 sterk is verminderd. Voorde overladenheid die desondanks wordt ervaren zijn meerdere oorzakenaan te wijzen:•Vaag geformuleerde doelen. De huidige kerndoelen en eindtermen zijnniet concreet. Hierdoor is het voor leraren en leermiddelenmakers nietduidelijk wat zij minimaal aan leerlingen moeten aanbieden, waardoorze uit voorzorg meer doen dan bedoeld.•Veel aanvullende doelen. In het po zijn de kerndoelen uitgewerkt inuitgebreide leerlijnen. Die zijn niet verplicht, maar dat weten veelleraren niet. In de bovenbouw vo zijn examenprogramma’s uitgewerktin een syllabus per vak, die soms wel meer dan vijftig pagina’s lang is.Leraren volgen daarnaast vaak lesmethodes, waar uitgeverijen doelenaan toegevoegd kunnen hebben.•Politieke opdrachten. In het laatste decennium heeft de politiekimpliciet of expliciet een flink aantal opdrachten gegeven aan hetonderwijs om aandacht te geven aan bepaalde onderwerpen. Er zijnbijvoorbeeld moties aangenomen over schoolzwemmen13, moestui-nen14, EHBO15 en nog talloze andere zaken. Dit zijn allemaal op zichzelfbeschouwd begrijpelijke opdrachten, maar bij elkaar vormen ze eenenorme opdracht voor het onderwijs. Om overladenheid tegen te gaanis het belangrijk om hierin kritisch te zijn en scherpe keuzes te maken.•Maatschappelijke thema’s. Vanwege hun plaats middenin de maat-schappij is er vanuit de samenleving ook druk op scholen om aandachtte geven aan bepaalde maatschappelijke thema’s. OCW houdt een lijst13Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410-XVI, nr. 135.14Kamerstukken II, 2021–2022, 35 742, nr. 20.15Kamerstukken II, 2022–2023, 35 565, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7328 bij van thema’s die volgens diverse organisaties opgenomen zoudenmoeten worden in het verplichte curriculum. Op dit moment telt dezelijst meer dan 200 thema’s, en er komen wekelijks nieuwe thema’s bij.Om aan te geven hoeveel dit daadwerkelijk is, heeft OCW berekend datleerlingen minstens twee keer zo veel onderwijstijd nodig zoudenhebben om aan elk ingediend verzoek gehoor te geven.De curriculumbijstelling biedt heldere kaders om overladenheid tevoorkomenDe werkopdrachten aan SLO die ten grondslag liggen aan de huidigebijstelling van het curriculum bevat een aantal heldere kaders om dezeoverladenheid te voorkomen:•Concretere kerndoelen en eindtermen. Het klinkt paradoxaal, maar indit geval staat meer richting gelijk aan meer ruimte. Zo wordt voorleraren concreet beschreven waaraan zij minimaal moeten voldoen.Hierdoor is het makkelijker om nee te zeggen tegen de roep om steedsmaar meer te doen en om focus aan te kunnen brengen op basisvaar-digheden.•Het kader ontwerpruimte zorgt voor afbakening. Wanneer vakliefheb-bers een leeg vel krijgen, schrijven ze dat vol. Daarom hebben deontwikkelaars van het nieuwe curriculum een begrenzing meegekre-gen voor de omvang van ieder leergebied/vak. Deze begrenzing heetde ontwerpruimte.•Er wordt in de beproeving en implementatie gewaakt voor overladen-heid. Om de bruikbaarheid en haalbaarheid van de conceptkerndoelenen -examenprogramma’s te verzekeren worden ze beproefd doorleraren en schoolleiders. Ook methodemakers zijn hierbij actiefbetrokken.Heldere kaders dragen bij aan focus, maar dwingen ook tot stevige keuzesEr moet voldoende tijd zijn om basisvaardigheden te leren. Daarom heeftSLO in opdracht van OCW twee kaders ontwerpruimte opgesteld: éénvoor de kerndoelen (po en onderbouw vo)16 en één voor de examenpro-gramma’s (bovenbouw vo)17. Daarvoor zijn verschillende curriculumex-perts en vakverenigingen geraadpleegd. Vervolgens heeft de wetenschap-pelijke Curriculumcommissie geadviseerd dat de twee kadersontwerpruimte bruikbaar zijn, maar wel geëvalueerd dienen te worden.18Nadat de kaders met uw Kamer zijn gedeeld, zijn deze door OCW in dewerkopdracht aan SLO vastgesteld om als uitgangspunt te dienen voor decurriculumherziening.19Deze kaders ontwerpruimte – met name die voor de bovenbouwhavo/vwo – hebben geleid tot bezorgde reacties bij sommige vakvereni-gingen en vervolgopleidingen van vakken die minder ruimte krijgen. Hierheb ik uiteraard begrip voor: iedere leraar wil dat zijn of haar vakvoldoende tijd krijgt. Maar om echt een impuls te geven aan de basisvaar-digheden moet er op sommige terreinen ook focus aangebracht worden.Focus op de basisvaardigheden in de bovenbouwEen kader ontwerpruimte voor de bovenbouw vo is broodnodig. Tijdensde herziening van de Tweede Fase in 2007 is een ander kader gebruikt om16https://www.slo.nl/publish/pages/19662/502k_kader_ontwerpruimte.pdf17https://www.slo.nl/publish/pages/19448/kader_ontwerpruimte.pdf18Examenprogramma’s in perspectief. Tussenadvies 3. Wetenschappelijke curriculumcom-missie, 2021.19Kamerstukken II 2020–2021, 31 293, nr. 597.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7329 tijd voor curriculummakers af te bakenen. Toen is er een tabel gemaaktvan zogeheten studielasturen (SLU): de normatieve omvang van destudielast (onderwijstijd op school plus zelfstudie) die een leerlinggemiddeld nodig heeft om een vak te halen. Die tabel was om meerdereredenen aan herziening toe:•Aanpassingen in het curriculum en in de vakkenstructuur. Met deafschaffing van de rekentoets in 2019 is met de Kamer afgesproken datrekenonderwijs integraal onderdeel moet worden van het wiskunde enandere vakken.20 Hiervoor is ruimte gemaakt in het curriculum.•Het herstellen van onvolkomenheden uit het vorige model. Zo is ervoor het vmbo op dit moment geen systeem voor studielasturen. Omde aansluiting met de rest van het vo te verbeteren is er nu ook voorhet vmbo per vak een ontwerpruimte opgenomen. Ook gingencurriculummakers in het verleden bij het examenjaar uit van eenvolledig schooljaar. Maar het examenjaar wordt vanaf april aanexamens besteed en heeft daardoor 300 uur minder tijd. Dat is nugecorrigeerd.•Focus op basisvaardigheden. In het Coalitieakkoord 2021–2025 isexpliciet opgenomen dat burgerschap een integraal onderdeel wordtvan het onderwijs en dat iedereen de kans krijgt om mee te komendoor digitale geletterdheid in het onderwijs aan te bieden.21 Uw Kamerheeft daarnaast in meerdere debatten en moties gevraagd om prioriteitte geven aan de basisvaardigheden en daar ook voldoende tijd voor inte ruimen.22 Ook roepen diverse moties op tot een sterke positie vanburgerschap en maatschappijleer in het onderwijs.23Dit alles gaf aanleiding voor OCW om SLO de opdracht te geven eenontwerpruimte op te stellen, gebaseerd op inzichten uit de wetenschap,het buitenland en de bestaande praktijk. De ontwerpruimte is weerge-geven in de onderstaande tabel. Hierin staat voor een aantal vakken watde relatieve verhouding is van een bepaald vak ten opzichte van het totaalaantal uren. Bijvoorbeeld, in 2007 had het vak Nederlands 480 SLU op hetvwo. Ten opzichte van in totaal 4.800 SLU is dat dus 10% van het geheel.In de nieuwe verdeling heeft Nederlands een totaal van 484 SLU. Tenopzichte van 4.400 SLU is dat dus 11% van het geheel.Tabel 1: Vergelijking van relatieve SLU (2007) en relatieve ontwerpruimte (nu) inbovenbouw vo (SLO, 2022).VakSchool-soortPercentage relatieveSLU 2007Percentage relatieveontwerpruimte 2020(basis bijstellingcurriculum)NederlandsVmbo13Havo1313Vwo1011Wiskunde1Vmbo5 (1) 11 (1,2)Havo10 (A) 11 (B) 10 (WisD)3 (M) 11 (M+)12 (N) 15 (N+)Vwo10 (A) 13 (B) 10 (C) 9(D)4 (M) 11 (M+)11 (N) 14 (N+)MaatschappijleerVmbo7Havo47Vwo35Biologie/NatuurkundeVmbo6 (b/k), 9 (g/t)Havo131020Kamerstukken II 2019–2020, 31 332, nr. 90.21Coalitieakkoord 2021–2025. Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst. Bijlage bijKamerstuk 35 788, nr. 7722Kamerstukken II 2020–2021, 31 293, nr. 522.23Zie bijvoorbeeld Kamerstukken II 2020–21, 35 352, nr. 20. en Kamerstukken II 2022–23, 31 777,nr. 36.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73210 VakSchool-soortPercentage relatieveSLU 2007Percentage relatieveontwerpruimte 2020(basis bijstellingcurriculum)Vwo109ScheikundeVmbo6 (b/k), 9 (g/t)Havo1010Vwo99Modernevreemde talenVmbo6 (b/k), 9 (g/t)Havo1310Vwo1091 Door de nieuwe vakkenstructuur zijn de vergelijkingen tussen 2007 en 2022 niet goed te maken.In het vmbo is er momenteel 1 wiskunde vak (nieuwe naam: wiskunde 1,2). De vakvernieuwings-commissie heeft geadviseerd om daar een nieuw vak aan toe te voegen: wiskunde 1. In havo envwo zijn er momenteel 4 wiskundevakken: A, B, C, D. Een werkgroep heeft geadviseerd om dezete vervangen door vier nieuwe vakken, – M(aatschappij), M+, N(atuur), N+ – passend bij deverschillende profielen. https://www.slo.nl/publish/pages/18472/doc_slo_vakkenstructuur_wiskunde20220316.pdf Wat zijn de consequenties van dit kader ontwerpruimte voor de basisvaar-digheden?In de tabel is te zien dat sommige vakken een grotere ontwerpruimtehebben gekregen ten opzichte van 2007. Dit zijn de vakken Nederlands,wiskunde en maatschappijleer, die in de gemeenschappelijke kern zittenen door alle leerlingen verplicht gevolgd worden. Dit past naadloos op defocus op de basisvaardigheden, zoals ook genoemd in eerder genoemdemoties.De keerzijde hiervan is dat enkele profiel(keuze)vakken zoals natuurkunde,biologie, economie en geschiedenis een wat kleinere ruimte hebbengekregen. Uiteraard is het voor de ontwikkeling van de basisvaardighedenook belangrijk dat er voldoende ruimte blijft voor deze vakken. De kennisen vaardigheden van deze vakken dragen op hun eigen manier bij aanbijvoorbeeld de lees- en rekenvaardigheid van leerlingen. Met kennis overde wereld kun je beter teksten begrijpen en in veel van deze vakken wordtgewerkt aan rekenvaardigheden. Hierbij geldt echter dat niet alleleerlingen die vakken in hun pakket hebben. Een voorbeeld: omgaan metExcel wordt gezien als een basisvaardigheid voor een vervolgstudie. Alsdit alleen terugkomt bij biologie/economie/aardrijkskunde, dan missenleerlingen in andere profielen die vaardigheid. Het is deze gedachte dieheeft geleid tot relatief meer ontwerpruimte voor vakken in de gemeen-schappelijke kern. Elke leerling heeft immers recht op een goede basis.Gesprekken met leraren over de verandering in het curriculumIk heb de afgelopen maanden diverse gesprekken gevoerd met leraren,vakexperts en vakverenigingen over de voortgang van de curriculumbij-stelling. De grootste gemene deler uit deze gesprekken was de oproep omhet curriculumproces niet verder te vertragen; we wachten al te lang opconcrete kerndoelen en examenprogramma’s. Ook waren er compli-menten over het werk van SLO en de samenhangende aanpak van debijstelling. Er waren echter ook zorgen. Dat zijn bijvoorbeeld zorgen overde manier waarop burgerschap in de school moet worden onderwezen.Het was vanuit alle partijen de nadrukkelijke wens om hier in de schoolgeen apart vak voor in te richten, maar om dit in de bestaande vakkenonder te brengen. Dat is ook nadrukkelijk onze wens en dat zullen we zoook communiceren bij de implementatie van de kerndoelen burgerschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73211 Als laatste zijn er zorgen over de hoeveelheid beschikbare tijd per vakzoals vormgegeven in de ontwerpruimte.In gesprekken met deze leraren en vakexperts zijn een aantal alternatieventer tafel gekomen om meer ontwerpruimte te creëren voor hun vak(ken).Hieronder bespreek ik deze alternatieven en licht ik toe waarom ik daar nuniet voor kies en koers wil houden met het huidige kader ontwerpruimte.•Aanpassingen maken in de ontwerpruimte. Hierbij wordt ontwerp-ruimte van de gemeenschappelijke kern weggehaald ten behoeve vanbijvoorbeeld natuurkunde, biologie of economie. Dit heeft als gevolgdat:Cbepaalde onderdelen van basisvaardigheden niet gemeenschappe-lijk aangeleerd kunnen worden en het risico lopen verloren te gaan.Dan gaat het bijvoorbeeld concreet om het niet meer of mindergemeenschappelijk aanleren van Excel-vaardigheden (bij wis-kunde), mensenrechten (bij maatschappijleer) en debatvaardighe-den (bij Nederlands).Cde conceptexamenprogramma’s voor Nederlands, wiskunde enmaatschappijleer met ten minste een jaar vertraagd zullen worden.Nu worden ze deze zomer opgeleverd.•Aanpassingen doen in het stelsel. Voor leerlingen op het vmbo, havoen vwo staan er minimaal tien vakken op de cijferlijst. Door mindervakken verplicht te stellen komt er meer ruimte om per vak de diepte inte gaan. Dit gaat ten koste van de brede basis die het onderwijs deleerlingen nu biedt. Er zijn hier twee denkbare mogelijkheden. Beidevarianten hebben significante consequenties voor de doorstroom naarhet vervolgonderwijs, de organisatie van scholen en de werkgelegen-heid van leraren. Dit kan dus niet op korte termijn gerealiseerdworden.CMinder vakken in het gemeenschappelijke deel. Dit betreft vakkenals Nederlands, Engels, culturele en kunstzinnige vorming (CKV),maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en de tweede modernevreemde taal voor vwo-leerlingen. In het verleden is het vakalgemene natuurwetenschappen (ANW) uit het gemeenschappe-lijke deel gehaald ten behoeve van de profiel(keuze)vakken. Dat zouook nu een optie kunnen zijn.CMinder vakken in het profiel(keuze)deel. Leerlingen op vmbo(-t),havo en vwo volgen minimaal vier profiel(keuze)vakken voor hetbehalen van hun diploma. Het kan een optie zijn om dit te vermin-deren naar drie profiel(keuze)vakken die dan een grotere omvanghebben.Vanwege de significante nadelen van deze alternatieven kies ik ervoor omhet kader ontwerpruimte aan te houden als uitgangspunt voor decurriculumbijstelling. Als uw Kamer daar anders naar kijkt, zulleneventuele alternatieven nu moeten worden ingezet, of wachten tot eenvolgende bijstelling; de koers kan dus niet over een half jaar nog wordengewijzigd. De meeste conceptexamenprogramma’s worden immers nuafgerond, en in het komende jaar beproefd. Als er over een jaar anderekeuzes worden gemaakt dan moet men opnieuw terug naar de tekentafelen moet er ook een nieuwe beproeving plaatsvinden. Dat zorgt zowel voorvertraging als voor significante extra kosten.Ik kies er dan ook voor om koers te houden, en voor de komende jaren deimplementatie van de examenprogramma’s en het kader ontwerpruimtegoed te evalueren. Tegelijkertijd wordt dan onderzocht wat de gevolgenzouden zijn van aanpassingen in het stelsel. Dit kan een natuurlijkmoment zijn om het stelsel in de bovenbouw vo en de bijbehorendeprofielen en vakkenpakketten te heroverwegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73212 Wat zijn nu de gevolgen van het kader ontwerpruimte in de praktijk?Dit kader geeft een beschrijving van ontwerpruimte – dus niet vanonderwijstijd. Het is een begrenzing voor curriculummakers, en dus nieteen-op-een door te vertalen naar het aantal lesuren dat daadwerkelijk opschool gegeven wordt. Scholen kiezen vanuit hun visie, regio of leerling-populatie voor verschillende lesroosters. Er komt dan ook geen wettelijkverplichte urentabel.Leerlingen moeten voldoende tijd hebben om het curriculum eigen temaken en dat uitgangspunt moet niet vergeten worden in een strijdtussen schoolleiding en vaksecties. Om scholen hierin te ondersteunenheb ik SLO opdracht gegeven om in samenwerking met scholen eenhandreiking te maken. Hierin staan minimaal drie varianten van eenlesurentabel. Ook geeft deze handreiking tips over hoe het gesprek overde invulling van de lesurentabel binnen de school gevoerd kan worden.Pijler 2: Beter zicht op basisvaardighedenOm de basisvaardigheden van hun leerlingen te verbeteren, is hetbelangrijk dat leraren weten hoe ze ervoor staan en wat ze nodig hebben.Op landelijk niveau geldt hetzelfde en moet er goed zicht zijn op deprestaties van leerlingen op de basisvaardigheden en de trends daarin.Recente landelijke en internationale onderzoekenDit najaar zal in de tweede Monitor basisvaardigheden worden ingegaanop de meest actuele gegevens en onderzoeken over de prestaties vanleerlingen aan het einde van dit schooljaar. Daarmee zitten we dicht ophet heden. Dat geldt in mindere mate voor twee recent uitgekomenonderzoeken waarbij wordt stilgestaan in deze paragraaf. Dit voorjaar zijner twee nieuwe peilingsonderzoeken van de inspectie uitgekomen overrekenen-wiskunde en digitale geletterdheid. Daarnaast heeft DUO voor detweede keer het jaarlijkse cohortonderzoek uitgevoerd. U treft ditonderzoek aan als bijlage bij deze brief.Het peilingsonderzoek rekenen-wiskunde onder vo-leerlingen in hettweede leerjaar bevestigt het beeld dat PISA en de Monitor basisvaardig-heden in het najaar lieten zien.24 Bij te veel leerlingen is op 15-jarigeleeftijd de basis nog niet op orde. Met name de prestaties in het vmbo-b/kzijn zorgelijk. Het referentieniveau 1F – het niveau dat aan het einde vanpo geldt voor alle leerlingen – wordt in dit onderzoek door 28% van devmbo-b/k-leerlingen niet behaald. Leerlingen moeten richting huneindexamens dus nog een forse sprint maken om voldoende gecijferd hetvo te verlaten.Het gaat hier om onderzoek dat in het schooljaar 2021–2022 is uitgevoerd,kort na de coronapandemie dus. Het was de eerste keer dat de inspectiedit onderzoek uitvoerde, maar uit andere bronnen weten we dat er sindsde start van corona sprake is van een stevige en hardnekkige dip in deprestaties in het vo. In het po is er wel sprake van herstel. Dit najaar zullenwe in de Monitor basisvaardigheden weer een actueel beeld geven van deprestaties aan het einde van het schooljaar 2023–2024.24Rekenen-Wiskunde einde leerjaar 2 voortgezet onderwijs 2021–2022 | Themarapport | Inspectievan het onderwijs (onderwijsinspectie.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73213 De inspectie onderzoekt met de peilingsonderzoeken ook domeinenwaarover we nog weinig weten. Dat geldt ook voor het peilingsonderzoekdigitale geletterdheid onder leerlingen in groep 8 van het po.25 Ook ditonderzoek werd afgenomen in het schooljaar 2021–2022. Uit hetonderzoek blijkt dat zowel het onderwijspersoneel als de leerlingen zelfhet belang inzien van digitale geletterdheid. Veel scholen besteden er danook al tijd aan. Desondanks is digitale geletterdheid nog onvoldoendegeïntegreerd in het po en ontbreekt het aan een duidelijke aanpak. Ook iser behoefte aan bijscholing voor leraren om de vaak grote onderlingeniveauverschillen te verhelpen. Daarom is het goed dat de kerndoelendigitale geletterdheid in de maak zijn om leraren een duidelijk richtsnoerte geven.Het cohortonderzoek van DUO geeft inzicht in trends in de doorstroomvan leerlingen en studenten die tijdens de coronapandemie geeneindtoets of -examen gemaakt hebben en met schoolsluitingen kampten.Dat inzicht is belangrijk om de prestaties te kunnen duiden. Uit hetonderzoek van vorig jaar bleek nog dat de pandemie een groot effect heeftgehad op de doorstroom, maar dat er al een voorzichtige herstelbeweginggaande was. Het huidige onderzoek toont dat deze beweging zich heeftdoorgezet: een groot deel van de indicatoren volgt weer de trends vanvoor de coronacrisis.Verplichting leerlingvolgsystemen in de onderbouw voOm de prestaties van hun leerlingen goed in het oog te houden, werkenscholen in het po verplicht met een leerlingvolgsysteem voor taal enrekenen. Hiermee kan de school de voortgang en resultaten goedbijhouden van zowel individuele leerlingen als van groepen en de schoolin het geheel. In het vo is het gebruik van een leerlingvolgsysteem nogniet verplicht. Hoewel veel scholen al werken met een leerlingvolg-systeem, kunnen er door het ontbreken van wettelijke kaders geen eisengesteld worden aan de systemen, waardoor de kwaliteit niet gewaarborgdkan worden. Daarnaast is het belangrijk dat alle vo-scholen op dezemanier goed zicht hebben op de ontwikkeling van hun leerlingen. Daaromwordt in de onderbouw van het vo ook de verplichting ingevoerd voor eenleerlingvolgsysteem.Om te kunnen bepalen hoe dat eruit moet komen te zien heeft OCW aaneen consortium bestaande uit onderzoekers van de Universiteit Twente,Stichting Cito en Oberon de opdracht gegeven om een ontwerpstudie uitte voeren naar de benodigde kwaliteitseisen en gebruikscriteria. Dezestudie zal leiden tot een «ontwerpkader» of «programma van eisen» omhet wetgevingstraject op te baseren. De ontwerpstudie wordt eind 2024opgeleverd. Aan de hand daarvan worden de wettelijke verplichting en deeisen voor leerlingvolgsystemen vormgegeven.Deelname aan internationale en nationale peilingsonderzoekenVoor een betrouwbare vertaling van zicht op leerlingen op individuelescholen naar een landelijk beeld is het van belang dat voldoende scholendeelnemen aan peilingsonderzoeken. Zo kan er een betrouwbaar beeldgegeven worden van de prestaties van Nederlandse leerlingen ininternationaal of historisch perspectief. In een eerdere brief over hetMasterplan is aangekondigd dat met het oog op dit doel de deelname aanpeilingsonderzoeken wettelijk zou worden verplicht.26 Het gaat omonderzoek waarbij scholen op basis van een steekproef benaderd worden.25Digitale geletterdheid | Peil.onderwijs | Inspectie van het onderwijs (onderwijsinspectie.nl)26Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nr. 709.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73214 Tot nu toe lukt het in de meeste gevallen om een representatieve groepscholen mee te laten doen, maar dat lukt niet zonder extra aansporing ofkleine aanpassingen aan het onderzoeksdesign of het aanschrijven vanreservescholen.Van deze wettelijke verplichting wil ik dan ook voorlopig afzien. Het is nietwenselijk om scholen met extra verplichtingen te belasten als het nutdaarvan niet overduidelijk is. In het geval van een leerlingvolgsysteemstaat het nut vast, maar in het geval van de peilingsonderzoeken is datminder eenduidig, terwijl een verplichting wel veel vraagt van scholen.Een interne verkenning uitgevoerd door NRO naar de wijze waarop zo’nverplichting vorm zou kunnen krijgen, laat zien dat er veel haken en ogenverbonden zijn aan een verplichting. Door scholen te verplichten om deelte nemen, riskeren we dat scholen minder bereid zijn om de toets onderde juiste omstandigheden af te nemen, waardoor de resultaten mogelijkvertekend zullen zijn.De deelnamebereidheid zal op andere manieren bevorderd worden.Bijvoorbeeld door beter terug te koppelen aan scholen over hun eigenprestaties en door de steekproeven van de verschillende peilingsonder-zoeken beter op elkaar af te stemmen, zodat een school niet voormeerdere onderzoeken kort na elkaar benaderd wordt. Daarbij wordtaanhoudend gezocht naar andere manieren om de deelnamebereidheid teverhogen en zo te zorgen voor een solide landelijk beeld van de prestatiesvan leerlingen. Mocht het effect van deze stimulerende maatregelenonvoldoende blijken, leiden tot onvoldoende zicht op het stelsel of eengoede internationale vergelijking in de weg staan, dan zal opnieuwoverwogen worden of en hoe een wettelijke verplichting daarbij kanhelpen. Overigens draagt een verplicht leerlingvolgsysteem daar ook aanbij, doordat het stelselbeeld op basis van deze data nog betrouwbaarderwordt.Pijler 3: Breder gebruik van bewezen aanpakkenBij het verbeteren van basisvaardigheden is het belangrijk dat scholengebruik maken van bewezen effectieve aanpakken en methoden enevidence-informed werken. Kennis uit (wetenschappelijk) onderzoek, uitde praktijk en over de context van de school wordt daarbij ingezet om hetonderwijs te verbeteren.Verspreiding van kennis en goede voorbeelden vanuit het MasterplanOp verschillende manieren is er vanuit het Masterplan voor gezorgd datscholen aangemoedigd en geholpen worden om kennisgedreven tewerken en hun onderwijs evidence-informed vorm te geven. Dezeactiviteiten zijn met name gericht op scholen die aan de slag zijn met desubsidie, zodat zij ook echt het verschil kunnen maken voor hunleerlingen. We horen op deze scholen dat zij goed kijken naar data over deprestaties van hun eigen leerlingen, en kennis uit wetenschappelijkonderzoek beter weten te vinden en in te zetten in de onderwijspraktijk.Het is de bedoeling om de beweging die het Masterplan in gang heeftgezet te verbreden en te richten op alle scholen in het funderendonderwijs.Voor de scholen die subsidie krijgen, maar die niet in aanmerking komenvoor de een-op-een begeleiding door de onderwijscoördinatoren, zijn erbegeleide leernetwerken opgezet. Deze leernetwerken zijn een vervolg opde regionale startbijeenkomsten voor scholen met subsidie in 2023.Inmiddels nemen 216 scholen deel aan 45 begeleide leernetwerken. Indeze netwerken worden scholen onder begeleiding van een onderwijsco-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73215 ördinator samengebracht om gedurende twee jaar lang samen op tetrekken en van en met elkaar te leren. Daarbij staat de vraag centraal hoeje als team aan de slag gaat met evidence-informed werken. De eerstebevindingen zijn positief: deelnemers geven aan dat het fijn is om metelkaar te sparren en praktische ervaringen en kennis uit te wisselen. Voorde scholen die in 2024 van start gaan met de subsidie worden dan ookweer startbijeenkomsten en begeleide leernetwerken opgezet.Het verspreiden van kennis over effectieve aanpakken is ook hetuitgangspunt voor de vier grote regionale bijeenkomsten die onder denoemer OCW Dichtbij dit voorjaar zijn georganiseerd vanuit hetMasterplan basisvaardigheden. Hier konden schoolleiders en leraren vansubsidiescholen deelnemen aan sessies met experts, luisteren naarpresentaties van andere scholen over hun verbetertrajecten en kennis-maken met stakeholders zoals de expertisepunten, NRO, SLO, Ontwik-kelkracht en LOWAN. De belangstelling voor deze bijeenkomsten wasgroot, net zoals de bereidheid van wetenschappers en experts om eenbijdrage te leveren. In totaal hebben ongeveer 1.500 onderwijsprofessi-onals zich aangemeld. De bijeenkomsten werden positief ontvangen:aanwezigen gaven bijvoorbeeld aan de deskundigheid van sprekers tewaarderen, als ook de strakke organisatie en de betrokkenheid van OCW.Gezien het succes van de bijeenkomsten zal OCW volgend jaar opnieuween aantal regionale bijeenkomsten rondom het thema basisvaardighedenorganiseren.Daarnaast heeft het Masterplan basisvaardigheden sinds april 2024 eeneigen website.27 Hier kunnen scholen duidelijke informatie, goedevoorbeelden van effectieve aanpakken en concrete handvatten om gerichtte werken aan basisvaardigheden vinden. De interventiekaart basisvaar-digheden helpt scholen op weg om evidence-informed te werken aan devier basisvaardigheden en is een wegwijzer naar de wetenschappelijkekennis over de basisvaardigheden die door partijen als NRO en SLO isontwikkeld. De kennisbasis die NRO biedt, wordt in de komende jarenverder uitgebreid met extra investeringen vanuit het Masterplan basis-vaardigheden en Ontwikkelkracht.Programma OntwikkelkrachtNiet alleen vanuit het Masterplan worden scholen gestimuleerd om werkte maken van evidence-informed onderwijs. In het kader van het groei-fondsproject Ontwikkelkracht wordt op verschillende manieren bijge-dragen aan evidence-informed onderwijs. Daarbij staat de wisselwerkingtussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek centraal: inzichten vanuitde wetenschap krijgen een plek in het klaslokaal en inzichten en vraag-stukken vanuit het klaslokaal krijgen een plek in het onderzoek. Ontwik-kelkracht gebruikt kansrijke aanpakken, en stimuleert evidence-informedwerken en het systematisch werken aan een professionele schoolcultuur.Het Masterplan en Ontwikkelkracht trekken daarin samen op, zodat deactiviteiten goed op elkaar zijn afgestemd en elkaar aanvullen. HetMasterplan is vooral gericht op directe impact op scholen zelf, Ontwik-kelkracht richt zich ook sterk op het opbouwen van nieuwe kennis en hetverspreiden van deze kennis ten bate van de gehele sector.Zo heeft NRO de opdracht gekregen om een overzicht van werkzameinterventies op te zetten en wordt Onderwijskennis.nl als toegankelijkplatform voor de onderwijspraktijk uitgebreid met kennis en onderzoek.Verder worden leidraden voor de praktijk ontwikkeld en wordt hetmakkelijker om kennisvragen uit de praktijk te laten beantwoorden. Ten27Home | Masterplan basisvaardighedenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73216 slotte worden in co-creatielabs effectieve aanpakken voor de lerarente-korten en het taalonderwijs onderzocht en kunnen scholen van expert-scholen leren hoe ze kennis beter kunnen toepassen in de eigen praktijk.Over de voortgang van Ontwikkelkracht ontvangt u voor de zomer eenbrief.Nieuwe kennis uit wetenschappelijke onderzoekWe werken niet alleen aan toegankelijke kennis, maar ook aan deuitbreiding van wetenschappelijk bewijs voor kansrijke aanpakken. Zowordt in het schooljaar 2025–2026 de effectiviteit van vijf interventiesonderzocht in het kader van de Effectmeting Kansrijke InterventiesBasisvaardigheden. Dit jaar zullen de interventies en de onderzoekersworden geselecteerd, waarna scholen zich kunnen aanmelden om deel tenemen aan het onderzoek. Daarnaast wordt de effectiviteit van nogveertien interventies op dit moment in opdracht van OCW onderzocht.Deze aanpak van diepgaand effectonderzoek is geïnspireerd door deEducation Endowment Foundation (EEF) in het Verenigd Koninkrijk, waaral ruim 10 jaar gewerkt wordt met gefinancierde trials om veelbelovendeinterventies op de proef te stellen.Effectieve leermiddelenLeraren hebben veel baat bij goede en effectieve leermiddelen. OCWfinanciert daarom een onderzoeksprogramma dat gericht is op hetbevorderen van evidence-informed leermiddelen. Dit programma maaktinzichtelijk wat reeds bewezen effectief is en waar nog behoefte is aanverder onderzoek. Het eindresultaat is een kwaliteitskader waarmeescholen leermiddelen kunnen beoordelen op effectiviteit. Zo worden ze instaat gesteld om betere keuzes te maken. Ook zal het kader uitgeverijenhelpen om met wetenschappelijk bewezen interventies hun leermiddelente ontwikkelen. De eerste resultaten van dit onderzoeksprogrammaworden in juni verwacht. Uw Kamer ontvangt na de zomer een brief meteen brede en samenhangende aanpak op het gebied van leermiddelen.Parallel aan het onderzoeksprogramma ontwikkelt de Kennistafel EffectiefLeesonderwijs een kwaliteitskader voor leermiddelen Taal/Nederlands. Ditis een pilot die als doel heeft in de praktijk te testen in hoeverre eenkwaliteitskader leraren en uitgevers kan ondersteunen bij het maken vangoed leermateriaal. De Kennistafel levert het kwaliteitskader in het tweedekwartaal van 2025 op.Expertisepunten basisvaardighedenScholen geven aan behoefte te hebben aan een makkelijk te bereikenvindplek voor kennis en expertise op het gebied van de verschillendebasisvaardigheden. Om die reden werkt OCW aan expertisepunten vooriedere basisvaardigheid: taal, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitalegeletterdheid. De expertisepunten zorgen voor kennisdeling en scholenkunnen bij ze terecht voor advies.Drie expertisepunten zijn reeds opgericht; rekenen-wiskunde, burgerschapen digitale geletterdheid. Het expertisepunt taal is op dit moment inontwikkeling. De Kennistafel Effectief Leesonderwijs en het expertisepuntdigitale geletterdheid werken samen aan een behoeftepeiling omuitgebreid in kaart te brengen wat de behoeftes van het veld zijn voor eenexpertisepunt en hoe dit het beste ingericht kan worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73217 Momenteel kunnen scholen vanuit vele verschillende programma’s eninitiatieven concrete ondersteuning krijgen. Daarom wordt er ooknagedacht over de vormgeving van een ondersteuningsstructuur voor allescholen in het funderend onderwijs die structureler en minderversnipperd is. Hierbij wordt ook de motie Paternotte (D66) betrokkenwaarin wordt verzocht met de ondersteuningsbranche het gesprek aan tegaan over mogelijkheden voor regulatie van de markt.28 In het najaarwordt u hier verder over geïnformeerd.Pijler 4: Versterken van de taalomgevingNiet alleen de school, maar ook de bredere omgeving speelt een centralerol in de ontwikkeling van leerlingen op het gebied van taalvaardigheid. Erligt dus ook een grote opgave om de taalomgeving van leerlingen inbrede zin te versterken.Versterken van de samenwerking bibliotheek en school en kinderopvangIn het kader van het Masterplan basisvaardigheden is eind 2023 74miljoen euro geïnvesteerd in BoekStart in de kinderopvang en in DeBibliotheek op school (dBos). Omdat de investering niet toereikend is omalle scholen in het funderend onderwijs van dBos te voorzien is ervoorgekozen om het geld via de bibliotheken te laten landen bij de scholen diedit het hardst nodig hebben. In het po gaat het om scholen met een hogeachterstandsscore, in het vo om vmbo-scholen en scholen voor praktijk-onderwijs.Scholen kunnen een nieuwe samenwerking met de bibliotheek opzetten ofde bestaande samenwerking door ontwikkelen. Bovendien krijgen 100po-scholen met een achterstand extra ondersteuning om aan effectiefleesonderwijs te werken. Daarvoor wordt samengewerkt met het Taallabvan Ontwikkelkracht. Er zijn op dit moment 950 po-scholen en 270vo-scholen in gesprek met lokale bibliotheken over deelname aan dBos.Ook blijkt uit het implementatieonderzoek van de subsidieregelingVerbetering basisvaardigheden dat scholen vaak de bibliotheek betrekkenin hun plannen met de subsidiegelden. Zo wordt de band tussen dezetwee cruciale spelers in de taalomgeving van kinderen en jongeren vanmeerdere kanten versterkt.Om zo vroeg mogelijk te beginnen met taal- en leesontwikkeling wordtook geïnvesteerd in voor- en vroegschoolse educatie (vve). Dit gebeurtonder andere via BoekStart in de kinderopvang. In dit programma wordteen passende collectie boeken beschikbaar gesteld, worden pedagogischmedewerkers geprofessionaliseerd en worden ouders voorgelicht overhet belang van (voor)lezen. Daarnaast ondersteunt OCW de VoorleesEx-press, een initiatief waarbij vrijwilligers kinderen voorlezen en hun ouderstrainen in hoe zij zelf kunnen voorlezen. Ook is er vanuit het programmaTel mee met Taal specifieke aandacht voor het tegengaan van laaggelet-terdheid in gezinnen.In dit verband is het goed om te noemen dat ik in juli 2023 de start van hetProgramma Ontwikkeling Jonge Kind heb aangekondigd. In de eerstelevensjaren legt een kind de basis voor de verdere ontwikkeling. Achter-standen die kinderen in deze periode oplopen zijn later moeilijk in tehalen. Daarom richt dit programma zich op zowel de voorschoolseperiode als de eerste jaren van het po (de vroegschoolse periode). Uitonderzoek weten we dat voorschoolse educatie van goede kwaliteit deze28Kamerstukken II 2023–2024, 27 923, nr. 485.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73218 peuters helpt.29 Het is dan ook belangrijk dat er gebruik gemaakt wordtvan bewezen effectieve aanpakken om een zo groot mogelijk effect tebewerkstelligen.School en OmgevingEr bestaan grote verschillen tussen de omgevingen waarin kinderen enjongeren opgroeien. Zoals blijkt uit onder meer de Staat van hetOnderwijs 2024 is het voor de ontwikkeling van (basis)vaardighedenbelangrijk om negatieve externe omstandigheden zo veel mogelijk weg tenemen. Daarom zet het programma School en Omgeving in op extra leer-en ontwikkeltijd voor kinderen en jongeren in het po en vo die mindermeekrijgen vanuit huis. Door nauwe samenwerkingen met gemeenten enlokale partijen zoals welzijnswerk, sportverenigingen en kinderopvangkunnen scholen kinderen en jongeren meer aanbieden dan binnen dereguliere schooluren mogelijk is.Met het extra aanbod van School en Omgeving krijgen kinderen enjongeren meer tijd om zich te ontwikkelen in de basisvaardigheden terwijlze tegelijkertijd hun belevingswereld verbreden. Ook zorgt het voor eenhoger welbevinden van leerlingen en voelen zij zich gemotiveerder enmeer betrokken bij school. Zo versterkt het werk buiten het klaslokaal ookhet werk daarbinnen. In Rotterdam-Zuid zien we bijvoorbeeld dat scholenhogere onderwijsresultaten halen dan je op basis van de leerlingpopulatiezou verwachten.30Pijler 5: Extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede lerarenIedere aanpak voor het versterken van de basisvaardigheden valt of staatmet de leraar. Het is van groot belang dat er voldoende en goede lerarenvoor de klas staan om de plannen uit te voeren.Opleidingsberaad LerarenIn het Opleidingsberaad Leraren (voorheen: curriculumberaad) werkenOCW, lerarenorganisaties en vertegenwoordigers van lerarenopleidingenen werkgevers in het onderwijs samen om de landelijke kaders vooropleiden en professionaliseren op elkaar af te stemmen. Zo kunnen deopleidingstrajecten optimaal aansluiten op de behoeften van leraren,scholen en de maatschappij. Daarnaast speelt het Opleidingsberaad eengrote rol bij het voorkomen van overladenheid in het curriculum van delerarenopleidingen zodat de opleidingen zich op de basis kunnenfocussen.Het Opleidingsberaad is aansluitend op de nieuwe kerndoelen gestart meteen pilot voor de herijking van de kennisbases van de hbo-leraren-opleidingen. In april wordt de samenstelling van de kernteams voor deleergebieden taal en rekenen afgerond. Naar verwachting starten dekernteams voor digitale geletterdheid en burgerschap na de zomer. Het isde bedoeling dat alle pabo’s de kennisbases voor de vier leergebieden vande basisvaardigheden per september 2026 in hun curricula hebbengeïmplementeerd zodat studenten vanaf dat moment de nieuwe curriculakunnen volgen.29Leseman, P. & Veen, A. (red.) (2022). Het pre-COOL cohort tot en met groep 8. Ontwikkelingvan kinderen en relatie met kwaliteit in de voor- en vroegschoolse periode. Amsterdam:Kohnstamminstituut. Rapport 1080.30Boom, J. de e.a. (2024) Monitor scholen op Zuid Het primair onderwijs, 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73219 Extra tijd voor basisvaardigheden en curriculumIn het Onderwijsakkoord van 2022 is er extra tijd en ruimte voor kwalitatiefgoede leraren gerealiseerd. Met de sociale partners in het po en vo zijnafspraken gemaakt over extra uren voor professionalisering op het puntvan basisvaardigheden en de curriculumherziening. Zo maakt hetschoolteam in het po als onderdeel van het werkverdelingsplan afsprakenover hoe de extra ruimte ingezet zal worden. In het vo krijgen lerarenjaarlijks 16 extra uren voor professionalisering speciaal gericht opbasisvaardigheden. De voortgang van die afspraken wordt uiteraardgevolgd. Overigens worden cao-afspraken over professionalisering overhet algemeen goed nageleefd.31In voorbereiding op de implementatie van de nieuwe kerndoelen wordt ermomenteel gewerkt aan een plan voor bij- en nascholing van leraren inhet po en vo. Zo kunnen leraren op effectieve wijze zo snel mogelijk aande slag met de nieuwe kerndoelen. Dit plan zal in de lerarenbrief voor heteinde van 2024 verder toegelicht worden.De lerarenstrategieZoals geschetst in de brieven «Voortgang lerarenstrategie» wordt volopingezet op het bestrijden van de tekorten in het onderwijs en op hetversterken van de kwaliteit van leraren. Gezien de sterke relatie tussen debetreffende problemen is deze aanpak onlosmakelijk verbonden met dievan het Masterplan basisvaardigheden. Uw Kamer wordt voor de zomeropnieuw geïnformeerd over de voortgang hiervan.Tot slotOm deel te kunnen nemen aan een steeds complexere maatschappij iseen sterke beheersing van de basisvaardigheden onmisbaar voor onzekinderen. Op dit moment werken duizenden onderwijsprofessionals hieronvermoeibaar aan. Het doel van het Masterplan basisvaardigheden isom hen zoveel mogelijk hierbij te helpen. Het gaat om een plan datscholen direct in de klas helpt en tegemoet komt aan de urgentie van hetvraagstuk. Tegelijkertijd zullen we een lange adem nodig hebben. We zienal dat het plan werkt, en het is nu zaak om vast te houden aan de ingezettekoers. Want alleen zo krijgen we de gewenste resultaten. Alleen zo kunnenwe er samen voor zorgen dat elk kind een stevige basis meekrijgt. In hetnajaar zal uw Kamer daarover nader geïnformeerd worden aan de handvan de meest recente inzichten over de prestaties van leerlingen op debasisvaardigheden.De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,M.L.J. Paul31Evaluatieonderzoek-lerarenbeurs-en-professionalisering.pdf (caop.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 73220

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f9766234882dc7a5

14 okt 2026 · 1f763e6677af0617

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.