Verzamelbrief Maritieme Zaken
Brontekst
Versie 4ac601d775386677 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 409Zee- en binnenvaartNr. 483 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juni 2025Op 12 juni 2025 vindt het commissiedebat Maritiem plaats. Ter voorbe-reiding wordt de Kamer met deze verzamelbrief geïnformeerd over destand van zaken in een aantal lopende en actuele dossiers binnen demaritieme sector. De brief is thematisch opgebouwd langs de volgendehoofdonderwerpen: veiligheid, toezicht en handhaving, ruimte enbereikbaarheid, leefomgeving en milieu, energietransitie en kennis,evaluatie en beleidsagenda goederenvervoer.1. Veiligheid WatertaxiIn de brief van 12 maart 20251 is, naar aanleiding van de gestaaktewatertaxidienst op Ameland, aangegeven dat een pilot gestart zal wordennaar de uitbreiding van de uitzonderingssituaties waarin afgeweken magworden van de nachtelijke maximumsnelheid. Daarnaast wordt spoediggestart met een onafhankelijk onderzoek, uitgevoerd door het maritiemeonderzoeksinstituut MARIN, naar de vraag wat een veilige vaarsnelheid isin de nacht. Dit onderzoek zal naar verwachting voor het eind van het jaarworden afgerond. De watertaxiondernemers die hun diensten aanbiedenop de Waddenzee zijn goed aangesloten bij dit onderzoek.Omdat de Waddenzee een kwetsbaar Natura-2000 gebied is moet eenverhoging van de nachtelijke vaarsnelheid worden getoetst aan denatuurwetgeving en passen binnen de bredere belangenafweging van hetBeleidskader Natuur Waddenzee. Hierover vindt overleg plaats met hetMinisterie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Dewatertaxi-ondernemers worden door LVVN geïnformeerd over devoorwaarden waaraan voldaan moet worden voor het verkrijgen van eenomgevingsvergunning. Voor de vergunningsaanvraag van de pilot moet1Kamerstuk 31 409, nr. 291 kst-31409-483ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4831 voor de verschillende vaarroutes een ecologisch onderzoek wordenuitgevoerd, waarmee de impact van het nachtelijk snelvaren op de natuuren de instandhoudingsdoelstellingen duidelijk in kaart wordt gebracht.Als duidelijk is dat er bij een eventuele verhoging van de maximumvaar-snelheid geen conflict ontstaat met de natuurwetgeving kan de pilotworden gehouden. Zowel bij het uitbreiden van uitzonderingssituaties alsbij een structurele verhoging van de nachtelijke maximumsnelheid, moetduidelijk zijn hoe dit veilig kan,is voordat de regelgeving wordt aangepast.De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) heeft namelijk in het rapportover de aanvaring van de watertaxi bij Terschelling2 de aanbevelinggedaan om het varen op de Waddenzee veiliger te maken.Radar BKleine schepen en jachten kunnen vanwege hun beperkte omvang geengebruik maken van gecertificeerde binnenvaartradars en kunnen daaromop dit moment niet varen bij slecht zicht. Radar-B is een zogenaamdeklasse jachtenradar, die ook wel als navigatiehulpmiddel gebruikt wordt.Onderzoek van TNO laat zien dat de prestaties van Radar-B achterblijvenbij die van gecertificeerde binnenvaartradars.3 De werkgroep Radar-B, metvertegenwoordigers van de recreatievaart, heeft bij het ministerie eenverzoek ingediend om deze klasse radar te certificeren en toe te staan alsnavigatiemiddel zodat ook deze typen schepen bij slecht zicht kunnenvaren.Het ministerie en Rijkswaterstaat hebben een zorgvuldige afweginggemaakt van de belangen, waarbij onder andere de veiligheid, technischehaalbaarheid, proportionaliteit en uitvoerbaarheid zijn meegewogen.Naast de veiligheid voor individuele schepen houdt het ministerie alssysteemverantwoordelijke ook rekening met de gevolgen voor het vlot enveilig afhandelen van het scheepvaartverkeer. Het ministerie concludeertdat het ruimer toestaan van varen bij slecht zicht kan leiden tot aanvul-lende veiligheidsrisico’s. Er is daarom besloten Radar-B niet toe te staanals gecertificeerd navigatiemiddel voor het varen bij slecht zicht. Varen bijslecht zicht blijft daarmee alleen toegestaan indien er sprake is vangebruik van een gecertificeerde radar en radarpatent of door hulpdienstenin het geval van calamiteiten. Het ministerie zal wel verduidelijken hoe tehandelen bij slecht zicht, door voorlichting of aanpassen van de regel-geving.Smart shippingSinds 16 april jl. is aan het Binnenvaartpolitiereglement een nieuwartikel (1:26) toegevoegd waarmee ontheffingverlening mogelijk wordtvoor een aantal artikelen in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Eerderwas dat al mogelijk op de internationale Rijn, maar nu ook voor alleBPR-wateren. Hiermee wordt onbemande vaart van kleine schepen onderde 20 meter op veel binnenwateren onder voorwaarden mogelijk en hetverduidelijkt ook de situatie voor het besturen van een (bemand) schipvanaf de wal. Bij schepen langer dan 20 meter of schepen waarmeegevaarlijke stoffen of passagiers worden vervoerd kan er geen ontheffingworden verleend van de eis dat de schipper aan boord is. Bovendienblijven bij schepen langer dan 20 meter andere regels gelden, zoalsbemanningsvereisten en technische eisen aan het schip.2Aanvaring in het Schuitengat, OVV 6 december 20233Kamerbrief 31 409, nr. 348Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4832 Alle randvoorwaarden en procedures zijn opgenomen in een ministeriëleregeling. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de informatie die de aanvragermoet aanleveren, maatregelen om de veiligheid op het water tewaarborgen, de uitrusting van het schip en de aanvraagprocedures. Dezevoorwaarden gelden voor alle bevoegde autoriteiten en aanvragers. DeBeschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiere-glement is ook aangepast om te verwijzen naar de juiste bevoegdeautoriteiten voor deze wijziging.Onderzoek Klein VaarbewijsHet verkeersbeeld op de Nederlandse binnenwateren is aan het veran-deren. Om beter inzicht te krijgen in de rol van het Klein Vaarbewijs indeze veranderende situatie laat het ministerie op dit moment eenonderzoek uitvoeren naar de veiligheidsaspecten van het KleinVaarbewijs. Doel is om de aansluiting van het vaarbewijs op de actueleverkeerssituatie en de toegenomen drukte te analyseren. De eersteresultaten worden voor de zomer verwacht. Op basis daarvan wordtbeoordeeld of en welke aanpassingen nodig zijn ter bevordering van denautische veiligheid.Onderzoek Bedrijfsmatig Vervoer van 12 of minder personenIn 2024 heeft het ministerie, naar aanleiding van de OVV-rapporten overde ongevallen bij het Schuitengat en op de Nieuwe Maas, aangekondigdeen onderzoek te starten naar de scheepstypen die worden ingezet voorhet bedrijfsmatig vervoer van 12 of minder personen, en naar de omvangvan deze vloot. De uitvoering van dit onderzoek heeft vertragingopgelopen; naar verwachting volgen de eerste resultaten in de tweedehelft van 2025. Aan de hand van deze uitkomsten wordt beoordeeld ofaanvullende technische of bemanningseisen noodzakelijk zijn.2. Toezicht en handhaving Langlopende overgangsbepalingenOp het onderwerp langlopende overgangsbepalingen is de afgelopenperiode voortgang geboekt. Naar aanleiding van de behandeling van eenaanvraag voor toepassing van de hardheidsclausule voor een spits en eengroter schip, werkt de CCR momenteel aan algemene oplossingen pertechnische eis. Hierbij wordt ook gekeken naar de situatie aan boord vanschepen langer dan 55 meter. Zodra de oplossingen zijn uitgewerkt,worden deze besproken met de EU-lidstaten en erkende organisatiesbinnen het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor debinnenvaart (CESNI), met het oog op aanpassingen in de technischestandaard waarin deze eisen zijn opgenomen (Europese Standaard totvaststelling van de Technische Voorschriften voor binnenschepen –ES-TRIN).Op internationaal niveau staat het onderwerp dus op het werkprogrammaen het Inland Waterway Transport platform is betrokken bij de werkzaam-heden. Ook op nationaal niveau vinden hierover regelmatig gesprekkenplaats met de brancheorganisaties.Historische zeilvlootNaar aanleiding van de ongevallen in de historische zeilvloot en hetdaaropvolgende rapport van de OVV, is de afgelopen jaren vanuit allebetrokken partijen intensief gewerkt aan verbetering van de veiligheid vande vloot. Branchevereniging BBZ en het Platform Veilige ChartervaartTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4833 hebben hier een belangrijke bijdrage aan geleverd, maar ook veelschippers hebben geïnvesteerd in de veiligheid van hun schip. Dit is ookuitgesproken in de Taskforce Historische Zeilvloot, die onder leiding vande secretaris-generaal van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaatde afgelopen jaren bijeenkwam. Onlangs is afgesproken dat de Taskforceniet langer actief bijeenkomt, maar alleen nog samenkomt indien daartoeaanleiding is.In de Taskforce is geconcludeerd dat de huidige regelgeving niet meerpassend is voor historische zeilende passagiersschepen. Het is nodig omde internationale wetgeving op bepaalde punten aan te passen. Deaanpassing van deze regelgeving (ES-TRIN) wordt naar verwachting pasin 2028 gerealiseerd. Omdat de Rijksoverheid en de sector hier niet opwillen wachten, is het Kader 2025 opgesteld. Hierin beschrijft de ILT hoezij bestaande eisen uitlegt, onder meer rond masten en verstaging.Op basis van onderzoeksresultaten en gesprekken met de sector is eenconcept van dit kader gepubliceerd. Alle sectorpartijen konden hieropreageren. De ILT heeft op 13 mei jl. via een brief en een online bijeen-komst nadere toelichting gegeven over de betekenis van het Kader voorschippers en eigenaren. Daarmee is duidelijk aan welke (certificerings-)eisen zij moeten voldoen en hoe de ILT toezicht houdt op de historischezeilvloot.Tegenover de positieve ontwikkelingen staan ook zorgen. De ILT ziet nogaltijd gevallen waarin niet aan alle eisen wordt voldaan. Veiligheid vraagtvoortdurende aandacht van schippers, de ILT, keuringsinstanties en alleandere partijen in de keten.3. Ruimte en bereikbaarheid Motie WerkendamTijdens het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport(MIRT)-debat van 25 november 2024 is de motie Vedder c.s.4 aange-nomen. Daarin wordt verzocht het MIRT-onderzoek naar de haven vanWerkendam (gemeente Altena) te actualiseren en aan te vullen op basisvan de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie. Daarbij zouden deplannen voor de nieuwe insteekhaven en uitbreiding van de kade wordenmeegenomen. Het Rijksregiebureau voor de Maritieme Maakindustrie isnaar aanleiding van het MIRT-debat in gesprek gegaan met de gemeenteAltena over de havenuitbreiding. Gezamenlijk is geconcludeerd dat eenactualisatie van het MIRT-onderzoek niet nodig is, aangezien de havenuit-breiding buiten de reikwijdte van het MIRT valt. Het MIRT richt zich opvraagstukken zoals de scheepvaartveiligheid, bereikbaarheid en watervei-ligheid, en niet op het versterken van de maakindustrie en het vergrotenvan de werkgelegenheid. Daarmee is de motie Vedder c.s. afgedaan. HetRijksregiebureau blijft in gesprek met de gemeente Altena over dehavenuitbreiding en brengt hierbij alle mogelijke oplossingsrichtingen inkaart. Hiermee wordt opvolging gegeven aan de toezegging van deMinister om, samen met de Minister van Economische Zaken, mee tedenken met de gemeente Altena wat wél mogelijk is.Houtrakpolder en EnergiehavenDe Houtrakpolder is in beeld als locatie voor een 380 KV-station en(piek)waterberging. Daarnaast geldt voor de Houtrakpolder een ruimtelijkereservering voor een havenbekken en wordt in de regio gezocht naar4Kamerstuk 36 600 A, nr. 34Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4834 mogelijkheden voor versterking van het landschap. De combinatie vanfuncties vraagt om zorgvuldige afstemming tussen Rijk en regio. Doordruk op de netcapaciteit in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) is debesluitvorming over het KV-station in de Houtrakpolder naar vorengehaald. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied zijnvoorwaarden gesteld voor het loslaten van de reservering voor eenhavenbekken. Deze worden momenteel bestuurlijk afgewogen, mede inrelatie tot de ontwikkeling van de Energiehaven.De Energiehaven omvat 13,7 ha. nieuw haventerrein ter ondersteuningvan de ontwikkeling van windmolenparken op zee. Op 11 juni bevestigende Ministers van Economische Zaken en Infrastructuur en Waterstaat desamenwerking met de regio NZKG via ondertekening van het ConvenantEnergiehaven. Bij motie Peter de Groot5 heeft uw Kamer verder verzochtom voldoende ruimte te reserveren in de Houtrakpolder voor eeneventuele verplaatsing of vestiging van havenbedrijven, waaronder demaritieme maakindustrie. Tevens heeft uw Kamer verzocht de reserveringvoor een havenbekken te borgen in het NOVEX Noordzeekanaalgebied.Deze ruimtelijke opgaven worden geadresseerd in de (ontwerp)notaRuimte.4. Leefomgeving en milieu Varend ontgassenNederland blijft zich binnen het CDNI-verdrag6 actief inzetten voor desnelle en volledige implementatie van het verbod op varend ontgassen.De Nederlandse delegatie doet actief voorstellen voor een soepeleuitvoering van het verbod, in nauwe samenwerking met de ILT, Rijkswater-staat en betrokken milieudiensten.Sinds de inwerkingtreding van fase I en II van het verbod op varendontgassen in Nederland in respectievelijk juli en oktober 2024, looptNederland vooruit op de implementatie van het CDNI. De aandacht vanhet ministerie verplaatst zich nu van de regelgeving naar de verdereuitbreiding van de handhaving en het van inwerkingtreding van fase IIIvanuit het CDNI. Ter voorbereiding op fase III, die per 1 oktober 2027 inhet hele verdragsgebied zal ingaan, is door de stuurgroep VarendOntgassen de «Roadmap varend ontgassen 2027» vastgesteld.7 DezeRoadmap 2027 vult de eerdere versie8 aan en bevat concrete acties op hetgebied van vergunningverlening, uitbreiding van ontgassingsinstallaties,en versterking van de handhavingsstructuur. Het ministerie heeft inbestuurlijke overleggen op 25 november 2024 en 15 mei jl. aangegevendat het verbod wordt gehandhaafd en dat de sector zich moet voorbe-reiden op de geplande uitbreiding van het verbod. Hiermee wordtuitvoering gegeven aan de motie van het lid De Hoop.9De handhaving van het verbod ligt bij de ILT, die sinds de inwerking-treding van het verbod een verhoogde naleving constateert. De ILT werktaan versterking van toezichtcapaciteit en -middelen, waaronder deuitbreiding van het e-nose netwerk, administratief toezicht op losverkla-ringen en inzet van drones. Er vindt intensieve samenwerking plaats metprovincies, milieudiensten en havenautoriteiten voor de signalering en5Kamerstuk 31 409, nr. 4766Scheepsafvalstoffenverdrag (Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception dedéchets en navigation rhénane et intérieure), gesloten door NL, B, D, F, LUX, CH7Bijlage 1: Roadmap varend ontgassen 20278Kamerbrief 31 409, nr. 4309Kamerstuk 31 409, nr. 442Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4835 opvolging van vermoedelijke overtredingen. In vier gevallen is een lastonder dwangsom opgelegd. Daarnaast heeft het ministerie een reactieopgesteld op de handhaafbaarheidstoets van de ILT,10 die als basis dientvoor overleg over uitbreiding van de handhaving. Uw Kamer ontvangtdeze reactie conform de toezegging aan het lid Van Kent (SP).11 Op 15 meijl. zijn tevens de antwoorden op diens Kamervragen toegezonden.12Tot slot zet Nederland zich in CDNI-verband in voor verdere digitaliseringen vereenvoudiging van het toezicht, waaronder als speerpunt hetstimuleren van het gebruik van de digitale losverklaring. Ook levertNederland actief bijdragen aan de verduidelijking van verdragsbepalingenen het delen van uitvoeringservaringen. Daarmee blijft Nederland eenvoortrekkersrol vervullen in de verduurzaming van de Europese binnen-vaart. Uw Kamer wordt op de hoogte gehouden van de voortgang enervaringen richting de inwerkingtreding van fase III.Pilot vaargeul BoontjesDe vaarweg Kornwerderzand – Harlingen (Boontjes) wordt vanaf 1 januari2025 onderhouden op de afgesproken aangepaste onderhoudsdiepte voorde periode tot en met 2027. Het onderzoek naar de nautische veiligheid bijversmalling van de vaargeul wordt naar verwachting eind juni 2025afgerond. Na analyse van de resultaten wordt bepaald of en wanneer deversmalling kan worden gerealiseerd. De Kamer wordt hierover geïnfor-meerd. Beide maatregelen zijn bedoeld om het baggervolume tebeperken, waardoor de impact op natuur naar verwachting afneemt. Deeffecten van deze maatregelen, inclusief het effect op de scheepvaart ende bereikbaarheid van de haven van Harlingen, worden gemonitord.Rijkswaterstaat voert overleg met de provincie Friesland en regionalestakeholders – waaronder de haven van Harlingen – over hun rol enbijdrage aan de pilot en de benodigde onderzoeken ten behoeve van hetbeheer na 2027.5. Energietransitie Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen 2021–2025Binnen de Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen (SVB)konden binnenvaartschippers de afgelopen jaren subsidie aanvragen vooronder andere motorvervanging, met als doel met name stikstof- enfijnstofemissies te reduceren. Bij de laatste openstelling in januari 2025 iser voor € 10 miljoen overtekend. Momenteel wordt eventuele ophogingvan het subsidieplafond verkend, zodat openstaande aanvragen alsnogzouden kunnen worden toegekend. De uitkomst hiervan hangt mede afvan de begrotingsbehandeling in beide Kamers.Subsidieregeling «Energietransitie Binnenvaart» 2026–2030In de brief «Energietransitie Binnenvaart» van 17 september 2024,13 is deKamer onder meer geïnformeerd over een nieuwe subsidieregeling voorscheepseigenaren, gericht op investeringen in hernieuwbare aandrijf-lijnen. Deze regeling wordt gefinancierd vanuit het Klimaatfonds.Momenteel vinden hierover gesprekken plaats met de sector. In de tweedehelft van dit jaar wordt een sectorsessie georganiseerd om input van de10Bijlage 2: Beleidsreactie HUF-toets varend ontgassen11Kamerstuk 2035, vergaderjaar 2023–202412https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/05/15/beantwoording-kamervragen-over-de-handhaving-van-het-verbod-op-varend-ontgassen13Kamerstuk 31 409, nr. 465Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4836 sector op te halen. Naar verwachting gaat de regeling eind 2026 voor heteerst open, met een looptijd tot 2030.Aanbieding TNO Evaluatierapport «Subsidieregeling Duurzame Binnen-vaartmotoren» 2020–202114In 2020–2021 is een regeling opgezet voor de ontwikkeling en certificeringvan Stage V-motoren. TNO heeft deze regeling onlangs op verzoek vanhet ministerie geëvalueerd15. TNO merkt op dat niet bekend is in hoeverrede ontwikkeling en certificering van Stage V-motoren gerealiseerd zou zijnzonder subsidiemiddel. Wel concludeert TNO dat de regeling eenstimulerend effect heeft gehad op de ontwikkeling en marktintroductievan deze motoren. Ook schrijft TNO dat gerichte ondersteuning aanfabrikanten voor ontwikkeling van motoren anno 2025 gewenst lijkt om deontwikkeling van motoren voor alternatieve energiedragers, zoalsverbrandingsmotoren op waterstof en methanol, op gang te krijgen.Uit gesprekken met de sector blijkt dat motorfabrikanten obstakelsondervinden bij de certificering van duurzame aandrijflijnen, onder anderevoor methanol en waterstof. Hierdoor komen deze motoren nog niet opde markt. Daarom wordt € 4 miljoen uit het Klimaatfonds gereserveerdvoor een tijdelijke subsidieregeling voor motorfabrikanten. DeTNO-evaluatie onderschrijft de noodzaak van een dergelijke regeling. Metdeze regeling wordt de ontwikkeling en certificering van motoren vooralternatieve brandstoffen gestimuleerd. De regeling loopt naarverwachting van 2025 tot 2026. Het doel is om het aanbod van dezemotoren op orde te krijgen voorafgaand aan de start van de subsidiere-geling «Energietransitie Binnenvaart».Update RED-III (incl. invulling toezegging 14246 uit 2022)In de brief van 17 september 202416 is aandacht besteed aan de nationaleimplementatie van de herziene Richtlijn hernieuwbare energie (RED-III). Indie brief is toegelicht dat brandstofleveranciers aan de binnenvaartsectorper 2030 verplicht worden om een CO2-reductie van 14,5% in de keten terealiseren. De Kamer wordt regelmatig geïnformeerd over het RED-IIIimplementatietraject via separate voortgangsbrieven, waarvan de meestrecente op 25 april 2025 naar de Kamer is verzonden.17Op 18 februari 202218 is de Kamer geïnformeerd over de voorlopigeeffecten van de maatregelen in het «Fit For 55»-wetgevingspakket op debinnenvaart. In dat kader is een vervolgonderzoek toegezegd naar deeffecten op de kosten19. Met deze brief wordt invulling gegeven aan dietoezegging. Drie maatregelen uit dit pakket zijn hiervoor van belang: hetnieuwe emissiehandelssysteem ETS2, de RED-III en de herziening van deEnergiebelastingrichtlijn (ETD). Het effect van ETS2 op de binnenvaart isin kaart gebracht via een impactanalyse van het Expertise- en Innovatie-centrum Binnenvaart (EICB), die op 17 juni 2024 met de Kamer isgedeeld20. Daarnaast is de Kamer via vier voortgangsbrieven21 geïnfor-meerd over de effecten van de RED-III op de binnenvaart en anderesectoren. De onderhandelingen over de ETD zijn nog gaande. In de meest14Overheid.nl, „Tijdelijke subsidieregeling duurzame binnenvaartmotoren 2020–2021,»https://wetten.overheid.nl/BWBR0044200/2020-10-1315Bijlage 3: Evaluatie regeling ontwikkeling en certificering van Stage V-motoren16Kamerstuk 31 409, nr. 46517Kamerstuk 32 813, nr. 151118Kamerstuk 31 409, nr. 34619Toezegging 1424620Kamerstuk 31 305, nr. 46821Kamerstukken 32 813, nr. 1383; 32 813, nr. 1403; 32 813, nr. 1419; en 32 813 nr. 1511Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4837 recente compromistekst blijft de optionele fiscale vrijstelling voorbrandstof in de binnenvaart behouden. Tevens biedt deze tekst ruimtevoor een vrijstelling voor elektrische of hybride vaartuigen, wat eenstimulerend effect kan hebben op verdere elektrificatie en de energietran-sitie in de binnenvaart.Toezegging Stoffer: vrijstellen elektrisch energiebelastingIn het commissiedebat Duurzaam Vervoer van 24 januari 2023 heeftStaatssecretaris Heijnen aan lid Stoffer toegezegd om met de Staatssecre-taris van Financiën te spreken over de fiscale aspecten van elektrischvaren en de Kamer over de uitkomsten te informeren22. Dit gesprek heeftin de vorige kabinetsperiode geen doorgang gevonden. In het voorjaarvan 2025 heeft dit overleg alsnog plaatsgevonden.Voor gasolie voor binnenvaartschepen geldt geen accijns op grond van deHerziene Rijnvaartakte (Akte van Mannheim, 1868), die belasting opbrandstof voor de Rijnvaart verbiedt. Voor elektriciteit die aan binnen-vaartschepen wordt geleverd, geldt echter wel energiebelasting. Dit leidttot een ongelijke fiscale behandeling van fossiel en elektrisch aange-dreven binnenvaartschepen, wat onwenselijk is in het licht van deenergietransitie.Het kabinet streeft naar een fiscaal stelsel waarin vervuiling wordt belasten duurzame alternatieven niet fiscaal worden benadeeld. Nederlandheeft binnen de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) reedsuitgesproken de accijnsvrijstelling op termijn gezamenlijk met anderelidstaten te willen afschaffen.Omdat de afschaffing van de accijnsvrijstelling niet op korte termijn wordtverwacht, verkennen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat enhet Ministerie van Financiën intussen welke vragen en overwegingenspelen bij een eventuele aanpassing van de energiebelasting ten behoevevan elektrisch aangedreven schepen. Het gaat dan onder meer omuitvoeringstechnische en Europeesrechtelijke vraagstukken. Zodra dezeverkenning is afgerond, wordt de Kamer over de uitkomsten geïnfor-meerd.6. Kennis, evaluatie en beleidsagenda goederenvervoer Evaluatie Tijdelijke subsidieregeling NWO onderzoek Topsector Logistiek2017–2021In opdracht van het ministerie heeft onderzoeksbureau Dialogic eenex-postevaluatie uitgevoerd van de Tijdelijke subsidieregelingNWO-onderzoek Topsector Logistiek 2017–202123. Deze regeling boodfinanciële ondersteuning aan de Nederlandse Organisatie voor Weten-schappelijk Onderzoek (NWO) voor fundamenteel, toegepast en experi-menteel onderzoek ter stimulering van innovatie binnen de logistiekesector.Wat betreft de doeltreffendheid concludeert Dialogic dat de beoogdebeleidsresultaten zijn gerealiseerd. De subsidieregeling heeft aantoonbaarbijgedragen aan het bereiken van de beleidsdoelen, waaronder hetgenereren van nieuwe kennis en inzichten over het realiseren van dezedoelen. Uit de evaluatie komen zowel positieve als negatieve factorennaar voren die de doelmatigheid beïnvloeden. De gefinancierde projecten22Toezegging TZ202301–05023Bijlage 4: Evaluatie Tijdelijke subsidieregeling NWO onderzoek Topsector Logistiek 2017–2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4838 hebben bijgedragen aan het behalen van de kritieke prestatie-indicatoren(KPI’s) van de Topsector Logistiek en aan de versterking van het onder-zoeksecosysteem binnen de sector. Op deze punten wordt de regeling alsdoelmatig beoordeeld.Op basis van het doelgroepbereik, de doeltreffendheid en de doelma-tigheid zijn lessen geformuleerd die kunnen worden meegenomen bijtoekomstige en vergelijkbare subsidieregelingen.Beleidsagenda goederenvervoerIn het regeerprogramma is opgenomen dat het kabinet in 2025 eennieuwe beleidsagenda voor het goederenvervoer over weg, spoor enwater presenteren waarin de integrale aanpak van leveringszekerheid,energietransitie en bestrijding van files centraal staan. Hierbij wordtuitgegaan van het inzetten van de juiste modaliteit op de juiste plaats entijd. Eerder is toegezegd dat deze beleidsagenda in het tweede kwartaalafgerond zou zijn. Er is meer tijd nodig om de benodigde afstemming metde logistieke sector en medeoverheden vorm te geven. De BeleidsagendaGoederenvervoer wordt daarom na het zomerreces toegezonden.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 409, nr. 4839
Gerelateerde bronnen
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat informeert de Kamer in de verzamelbrief Maritiem over de stand van zaken van de pilot met de vaargeul Boontjes.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat informeert de Kamer in de verzamelbrief Maritiem over de stand van zaken van de pilot met de vaargeul Boontjes.
- De minister zegt toe in gesprek te gaan met de minister van Economische Zaken over de Maritieme Maakindustrie in Werkendam.
De minister zegt toe in gesprek te gaan met de minister van Economische Zaken over de Maritieme Maakindustrie in Werkendam.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.