Voortgang implementatie Omgevingswet vierde kwartaal 2024
Brontekst
Versie cd7e96744a441c0c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 118OmgevingsrechtNr. 287 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 februari 2025Aanleiding2024 vormde het eerste jaar waarin alle betrokkenen werkten met deOmgevingswet, één van de grootste stelselwijzigingen uit de parlemen-taire historie van Nederland. De Omgevingswet biedt het wettelijkeinstrumentarium passend bij de grote opgaven waar ons land voor staat.Inmiddels ligt het vierde kwartaal van 2024 achter ons en zijn allebetrokkenen met elkaar een jaar onderweg. Een jaar dat, mede door detoewijding en inzet van alle betrokkenen, over het algemeen rustig enstabiel is verlopen. De beslissing, mede van uw Kamer, om deOmgevingswet per 1 januari 2024 inwerking te laten treden, was dan ookverantwoord. Ik wil graag alle betrokkenen bedanken voor hun inzet,welke heeft bijgedragen aan de over het algemeen succesvolle start vande invoering van de Omgevingswet. Met het verloop van het eerste jaarvan inwerkingtreding is een stevige basis gelegd voor de toekomst. Ditbetekent niet dat het werk af is. De komende periode blijf ik samen metalle betrokken partijen onverminderd doorwerken aan deze grotestelselherziening en het doorvoeren van verbeteringen in het (digitale)stelsel. Met als doel een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en eenzo goed mogelijke dienstverlening vanuit de overheid naar burgers enbedrijven.LeeswijzerZoals u gewend bent, geef ik in deze vierde voortgangsbrief eerst eenbeknopt en algemeen overzicht van de voortgang van de uitvoering enimplementatie op basis van de ervaringen en monitoring in het vierdekwartaal van 2024. Verder ga ik in deze voortgangsbrief in op de stand vanzaken rondom de afbouw, doorontwikkeling en uitbouw van het DSO. Ookneem ik u graag mee in mijn eigen eerste korte reflectie, nu ik een kleinhalf jaar als Minister op dit dossier actief ben. Daarbij sta ik stil bij eenaantal plannen voor de komende periode, bijvoorbeeld om de gebruiks- kst-33118-287ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2871 vriendelijkheid van het Omgevingsloket verder te verbeteren. In bijlage 1vindt u een (cijfermatige) verdieping over de ervaringen van het vierdekwartaal. In bijlage 2 is de voortgang van een aantal (specifieke) puntenvan het afgelopen kwartaal verder uitgewerkt. In deze bijlage staan ookrecente en toekomstige activiteiten. Deze hebben onder meer te makenmet verschillende toezeggingen en aangenomen moties.WerkwijzeTerugkijken op het gehele jaar 2024 gebeurt via de Monitor WerkingOmgevingswet. Deze monitor kijkt naar de werking van het instrumen-tarium van de Omgevingswet, waaronder het gebruik van de (kern)instru-menten van de wet en het behalen van de verbeterdoelen van de wet.1Medio 2025 ontvangt u van mij de monitoringsrapportage over 2024. Deonafhankelijke evaluatiecommissie voorziet deze rapportage van haarreflectie. Tegelijkertijd wordt dit jaar (2025) verder gewerkt aan deinvoeringstoets Omgevingswet. Op basis van de gehele monitoringsrap-portage 2024 en de invoeringstoets kan ik later mogelijk eerste(voorzichtige) conclusies trekken. Het is op dit moment daarvoor nog tevroeg. De andere manier van werken en andere houding die deOmgevingswet vraagt, kost, zoals vooraf voorzien, tijd en we moetenbevoegde gezagen de ruimte geven om in de praktijk te (leren) werkenmet de Omgevingswet.2Stand van zaken vierde kwartaal 2024AlgemeenIk kijk met een positief gevoel terug op het afgelopen jaar. De stabiliteit enwerking van de landelijke voorziening van het Digitaal StelselOmgevingswet (hierna: DSO-LV) waren ook in het vierde kwartaal goed.Ondanks enkele kortdurende verstoringen voldeed het systeemruimschoots aan de gemaakte afspraken. Het DSO-LV was in 2024gemiddeld 97% van de tijd stabiel beschikbaar voor gebruikers. Hetcalamiteitenteam, dat voor de inwerkingtreding was ingesteld, heeft hetafgelopen jaar niet in actie hoeven te komen. De reguliere beheerproto-collen waren voldoende om problemen tijdig op te lossen. Professioneleen particuliere gebruikers hebben het Omgevingsloket in het vierdekwartaal wederom goed weten te vinden. Het Omgevingsloket heeft in2024 in totaal ruim 2,1 miljoen unieke bezoekers gehad. De gebruikscijfersvan het Omgevingsloket liggen ruim boven de cijfers van de oudevoorzieningen OLO en AIM. Het Informatiepunt Leefomgeving (hierna:IPLO) is daarbij als vraagbaak voor bevoegde gezagen en het bedrijfslevenbelangrijk. Het IPLO beantwoordde in 2024 in totaal bijna 42.000 vragen.De ontvangen vragen zijn binnen de daarvoor afgesproken termijnbeantwoord. Hierbij wordt de dienstverlening van het IPLO als goedgewaardeerd. Ik zie verder ook een gestaagde groei in de mate waarinbevoegde gezagen gebruikmaken van de nieuwe (kern)instrumenten. Inbijlage 1 vindt u de nadere cijfers over onder andere de stabiliteit enwerking van het DSO-LV, de signalen en vragen die bij het IPLO zijnbinnengekomen en de inzet van de nieuwe (kern)instrumenten.Werking drie ketens (VTH-keten, planketen, toepasbareregel-keten)Bevoegde gezagen werken sinds de inwerkingtreding, vanuit hun eigensystemen, actief in alle drie de ketens die samen het digitale stelsel1Kamerstukken I, 2023/24, 33 118/34 986, FX, bijlage 1 & Kamerstukken II 2023/24, 33 118,nr. 278, bijlage 1.2Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, p. 2 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118, nr. 283, p. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2872 omgevingswet (DSO) vormen: van idee tot afhandeling (Vergunning,Toezicht en Handhavingsketen, kortweg VTH-keten), van plan totpublicatie (Planketen) en van vraag tot informatie (Toepasbareregel-keten). In de drie ketens maken ze gebruik van de onder de Omgevingswetaangewezen (kern)instrumenten.De VTH-keten werkte, net als in de eerste kwartalen, naar behoren. Steedsvaker wordt daarbij, via de functionaliteiten in het DSO-LV, de samen-werking en afstemming tussen bevoegde gezagen opgezocht. Het aantalaanvragen voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanseomgevingsplanactiviteit (BOPA) lag daarbij het afgelopen kwartaalwederom hoog. In de planketen laten de cijfers zien dat de stijgende lijnuit de voorgaande kwartalen zich doorzet; steeds meer bevoegde gezagenwerken met én aan de verschillende (kern)instrumenten. Zo is in hetafgelopen kwartaal een duidelijke stijging te zien in het aantal publicatiesvan programma’s door gemeenten. In de basis betekent het dat deplanketen naar behoren werkt. Daarbij wordt nog steeds in verschillendemate door bevoegde gezagen gebruik gemaakt van het Hoofdspoor of deTijdelijke Alternatieve Maatregelen (hierna: TAM). Een aandachtspunt voorde komende periode blijft de mate waarin bevoegde gezagen in staat zijnom te werken aan omgevingsdocumenten via het zogenaamde hoofd-spoor. In bijlage 1 ga ik hier nader op in aan de hand van cijfers. Voor watbetreft de toepasbareregel-keten merk ik dat bevoegde gezagen steedsmeer leren over het maken en beheren van toepasbare regels. In dit kaderwerk ik momenteel samen met de (inter)bestuurlijke partners aan eenherijking van het handboek Toepasbare Regels. Dit handboek zal ik viaIPLO ter beschikking stellen aan alle bevoegde gezagen.Ik vind het van essentieel belang dat bevoegde gezagen de stijgende lijnin de drie ketens doorzetten. Na het eerste jaar waarin alle betrokkenenhebben moeten wennen aan het nieuwe stelsel, is het voor het succesvolverder implementeren van de Omgevingswet van groot belang dat deeerste stappen van 2024 een goed vervolg krijgen in 2025. Ik blijf mijproactief inzetten om deze stijgende lijn door te trekken. Dit wordt ondermeer gedaan door het aanreiken van verschillende handvatten en hetbieden van kennis en expertise van het programma Aan de Slag met deOmgevingswet en de VNG.ImplementatieondersteuningIk constateer dat de meeste bevoegde gezagen de uitvoering van huntaken onder de Omgevingswet, voorheen uitgevoerd door tijdelijkeprogramma- en projectmanagers, inmiddels hebben opgenomen in hunreguliere werkzaamheden. Op basis van onder meer het aantal vragen dathet IPLO in het afgelopen kwartaal heeft ontvangen, constateer ik echterdat de behoefte aan inhoudelijke ondersteuning onverminderd groot blijft.In die vraag naar ondersteuning zit een verschuiving van uitleg over dewet- en regelgeving en het DSO, naar het anders en integraal werkenonder de Omgevingswet. Ik verwacht dat dit ook zo zal zijn na het per1 juli stopzetten van de ondersteuning via een apart interbestuurlijkprogramma.Een te snelle of volledige afbouw van de ondersteuning is daarmee nietverantwoord. Dit brengt een te groot risico met zich mee voor denoodzakelijke vergunningverlening en planvorming. Daarom werk ikmomenteel aan een voorstel hoe de tijdelijke implementatieonder-steuning per medio 2025 onder te brengen in de lijnorganisatie van mijnMinisterie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, waarmee ik ookde afspraken en toezeggingen aan de Eerste Kamer in het kader van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2873 implementatieondersteuning kan nakomen.3 Hierbij heb ik aandacht voorhoe de schaarse (externe) kennis – waar in de afgelopen jaren sterk op isgeleund – zo goed mogelijk binnen mijn ministerie opgebouwd enverankerd kan worden. Ik moet dit doen met schaarse financiële middelenen kijk dan ook naar de eventuele financiële consequenties daarvan.Indien noodzakelijk zal ik dit dan ook inbrengen bij de voorjaarsbesluit-vorming over de rijksbegroting.Afbouw, doorontwikkeling en uitbouw DSOHet afgelopen kwartaal is door veel partijen onverminderd doorgewerktaan de doorontwikkeling, afbouw en uitbouw van het DSO. Het DSO is inde afgelopen jaren via een flexibele en iteratieve manier van werken(agile-werkwijze) ontwikkeld waarbij, door de betrokken partijen, perkwartaal bepaald wordt welke ontwikkelstappen gezet moeten worden. Ditalles met als doel om op basis van deze werkwijze het afgesproken«basisniveau DSO-LV»4 en vervolgens het bestuurlijke eindambitieniveau(scenario 3), vastgelegd in de «Bestuurlijke Agenda Uitbouw DSO-LV»5, tebereiken. Met inspanningen van alle betrokken partijen, is het gelukt omvoor het grootste deel te voldoen aan de bestuurlijke afspraak om één jaarna inwerkingtreding het onderling afgesproken basisniveau gerealiseerdte hebben. Helaas geldt dit niet voor alle onderdelen. Dit kent diverseoorzaken, waar ik in bijlage 2 nader op in ga.Het DSO is een stelsel dat afhankelijkheden kent van diverse andereoverheidssystemen en -voorzieningen die elk hun eigen uitdaging(en),ontwikkeling en sturing kennen. Zo is het aankoppelen van eIDAS voorbedrijven van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelatiespas in 2026 mogelijk. Deze afhankelijkheden spelen ook (deels) mee bij deimplementatie van de STOP 1.4-standaard. De functionaliteiten horendebij deze standaard zijn voor een deel noodzakelijk voor de realisatie vanhet eerdergenoemde basisniveau. De standaard is in het vierde kwartaalvan 2024 opgeleverd en ondersteund onder andere «complexe mutatie-scenario’s» en het zogenaamd parallel publiceren voor bevoegdegezagen.6 Nu de STOP 1.4-standaard het afgelopen kwartaal is vastge-steld, kan de implementatie beginnen. Op dit moment wordt hiervoor eenroadmap opgesteld en de Landelijke Voorziening bekendmaken enbeschikbaar stellen (LVBB) gereedgemaakt.7 In bijlage 2 ga ik nader in opde stappen die gezet worden en nodig zijn voor een succesvolle imple-mentatie van de STOP 1.4-standaard en de afhankelijkheden metbetrekking tot de LVBB.Naast de vertraging op onderdelen vallen ook de totale kosten voor degeplande afbouw van het DSO-LV hoger uit. Een belangrijke redenhiervoor is gelegen in het eerdere uitstel van de inwerkingtreding8,bijvoorbeeld doordat productieteams langer moesten draaien. Op ditmoment wordt de laatste hand gelegd aan het opleveren van de kostenra-mingen. Een herijkte planning voor de afbouw, inclusief de financiëlegevolgen daarbij, alsmede de roadmap voor de verdere gefaseerdeimplementatie van STOP 1.4 worden naar verwachting dit kwartaalallemaal voor besluitvorming voorgelegd aan de (inter)bestuurlijkepartijen. Over deze besluitvorming en eventuele (financiële) gevolgen, zal3T02855 en T03558.4Kamerstukken I 2019/20, 34 986, K, bijlage.5Kamerstukken II 2014/15, 33 118/33 962, nr. 19, bijlage 1.6Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, EW, p. 42–43.7Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen | Voor overheden | KOOP Kennis-en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties8Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, FK en Kamerstukken II 2022/23, 33 118, nr. 259.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2874 ik uw Kamer uiteraard via mijn voortgangsbrieven informeren. In bijlage 2sta ik verder stil bij de stand van zaken rondom de afbouw, doorontwik-keling en uitbouw van het DSO.Feedback monitoring en evaluatieVeel van mijn toezeggingen aan de Eerste Kamer hebben betrekking op demonitoring en evaluatie die in de komende jaren worden uitgevoerd omde voortgang in de stelselherziening te kunnen volgen. Deze toezeggingenzijn meegenomen in het plan van aanpak van de Monitor WerkingOmgevingswet.9 In voorbereiding daarop heb ik afgelopen jaar zorgge-dragen voor een goede inrichting van deze monitoring en evaluatie. Viade monitoring en evaluatie wordt onder andere zicht gehouden op dewerking van de Omgevingswet en het behalen van de doelen van de wet.De monitoring en evaluatie is in de volgende fase van de stelselontwik-keling doorslaggevend voor verdere verbeteringen. Als er op basishiervan zaken naar voren komen die op de korte termijn verbeterd kunnenworden, worden deze binnen de lopende trajecten opgepakt.TerugblikIk ben inmiddels een klein half jaar actief op dit dossier en op basishiervan deel ik graag een aantal van mijn eerste bevindingen. Dezebevindingen geven deels richting aan waar de komende tijd (meer)aandacht, inzet en tijd voor nodig is. Sinds mijn aantreden heb ik mijverdiept in het DSO-LV en het gebruik daarvan. In het DSO-LV is sinds1 januari 2024 de regelgeving ten aanzien van onze fysieke leefomgevingaan de voorkant voor eenieder zichtbaar. Dit maakt enerzijds zichtbaarwelke regelgeving op een initiatief van toepassing is en versterkt daarmeede informatiepositie en rechtszekerheid van burgers en bedrijven, maarmaakt anderzijds ook de veelheid aan regels zichtbaar. Ik heb dit tijdenshet mondeling overleg met de commissie Infrastructuur en Waterstaat/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) van de Eerste Kamerop 10 december jl. ook wel de tragiek van de goede bedoelingengenoemd; elke wet- en beleidsregel heeft zijn eigen legitieme doel, maarde stapeling van al deze regelgeving maakt dat deze ten eerste voorgewone burgers en bedrijven ondoorgrondelijk is. Ten tweede levert dezestapeling een ruimtelijke ordening op waarin dusdanig complexheid enafhankelijkheden in de regelgeving ontstaan dat initiatieven en ambities inonze leefomgeving tijdrovend en in toenemende mate kostbaar zijn om tematerialiseren. Het ontsluiten van de regelgeving op één plek biedtevenwel de mogelijkheid om te kijken of deze regels beter op elkaarkunnen worden afgestemd en eenvoudiger te maken zijn. Zo kanefficiënter en transparanter gewerkt worden. Via het Programma STOER(Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen in Regelgeving) wil ikbelemmeringen in regelgeving opheffen om zo sneller nieuwe woningente realiseren. Daar waar het regels betreft die niet onder mijn verantwoor-delijkheid vallen zal ik vanuit mijn coördinerende rol als Minister ditagenderen bij mijn collega bewindspersonen en/of andere bestuursor-ganen.Ik heb ook geconstateerd dat de gebruiksvriendelijkheid van hetOmgevingsloket verbetering vereist. Burgers, bedrijven en medeover-heden ervaren uitdagingen die het gebruik van het Omgevingsloket lastigmaken. De aanpak ter verbetering van de gebruikersvriendelijkheid vanhet loket valt uiteen in inhoudelijke aandacht voor wet- en regelgeving,toegankelijk en begrijpelijk taalgebruik door alle partijen en technische9Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FX, bijlage 1 & Kamerstukken II 2023/24, 33 118, nr. 278,bijlage 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2875 oplossingen. Belangrijk hierbij is dat alle partijen zich er bewust van zijndat hun inbreng de werking van het loket voor burgers en bedrijven kanverbeteren. Samen met de bevoegde gezagen en andere partijen, zoalshet bedrijfsleven, wil ik bezien hoe we hierin de komende jaren slagenkunnen maken.Mijn laatste constatering is dat de echte meerwaarde en maatschappelijkebaten nog moeten komen en afhangen van de toepassing van het(kern)instrumentarium. Ik roep de bevoegde gezagen echt op om detoepassing van dit instrumentarium niet te laten bepalen door de uiterstegrenzen van het overgangsrecht. De grote maatschappelijke vraagstukkenkunnen nu al voortvarend ter hand genomen worden. Resultaten uitbijvoorbeeld het ketentesten laten zien dat bij het werken met de nieuwe(kern)instrumenten steeds minder vaak de techniek blokkerend is.Aandacht is vooral nodig voor het kennisniveau bij bevoegde gezagen enhet intern goed georganiseerd zijn voor het werken met deOmgevingswet.10 De komende tijd blijft daarom extra aandacht nodigvoor het – vergroten van het – kennisniveau bij bevoegde gezagen. Opwelke manier ik de komende periode meer aandacht, inzet en tijd aan dezebevindingen ga besteden, licht ik verder toe in bijlage 1 en 2.VooruitblikHet eerste jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geeft mijvertrouwen voor de toekomst. De bestuurlijke partners en ik strevenvoortdurend naar verbetering in onze samenwerking. We signalerengezamenlijk de knelpunten, onder andere binnen uitvoeringsorganisaties,in een vroeg stadium. Vanuit de doelen van de Omgevingswet verkennenwe mogelijke oplossingen en voeren we gesprekken over maatschappe-lijke ontwikkelingen die mogelijk aanleiding geven tot aanpassingen inbeleid, regelgeving of uitvoering. Daarbij gaat het onder meer over: hetuitfaseren van de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM), de nieuweontwikkelingen van de verdere afbouw, doorontwikkeling en uitbouw vanhet DSO, de ontwikkeling van de Landelijke voorziening bekendmaken enbeschikbaar stellen (LVBB) en het verbeteren van de gebruiksvriende-lijkheid van het Omgevingsloket. In het afgelopen jaar is op diverse wijzenzorggedragen voor monitoring op hoe initiatiefnemers gebruikmaken vanhet Omgevingsloket. Dit heeft waardevolle inzichten over het gebruikopgeleverd. Op basis daarvan worden in de doorontwikkeling van hetOmgevingsloket nu verbeteringen aangebracht om gebruikers een zovloeiend mogelijke gebruikerservaring te geven. Alle bestuurlijke partnershebben aangegeven dat het verbeteren van de gebruikerservaringprioriteit heeft in 2025 en verder. Op basis hiervan treft u in deze brief bijbijna alle onderwerpen het thema gebruiksvriendelijkheid aan. Ditonderstreept hoe diepgaand het onderwerp is opgepakt. In bijlagen 1 en 2geef ik in aanvulling daarop verdere voorbeelden van hoe dit onderwerpis behandeld. Daarnaast geeft ik in bijlage 2 een nadere toelichting op deandere onderwerpen die de komende periode aandacht vragen.Tot slotAan het einde van het vierde kwartaal kijk ik terug op een positief eerstejaar van inwerkingtreding, dat rustig en zonder grote obstakels isverlopen. De inwerkingtreding heeft op een verantwoorde wijze plaatsge-vonden. Het geeft mij en de bestuurlijke partners vertrouwen voor deverdere toekomst. Een toekomst waarin, zoals eerder al aangegeven, nogveel werk te doen is met elkaar. Werk dat bijdraagt aan het verder10Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, bijlage 3, p. 6 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118,nr. 283, bijlage 3, p. 6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2876 optimaliseren van het DSO en het werken aan de opgaven waar we inNederland voor staan. Daarin komen we naast de reeds aanwezigehobbels naar verwachting ook nog nieuwe hobbels tegen. Het eerste jaarinwerkingtreding laat zien dat betrokken partijen goed in staat zijn omnieuwe vraagstukken en problemen effectief op te pakken en op te lossen.Samen met de bestuurlijke partners blijf ik mij volledig inzetten om deuitvoering te verbeteren. Ook blijf ik, zoals eerder aangegeven, samen methen vinger aan de pols houden. Uiteraard zal ik uw Kamer zoalstoegezegd blijven informeren over de voortgang van de implementatie ende resultaten van de monitoring en evaluatie.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2877 ERVARINGEN IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET, VIERDEKWARTAAL 2024In deze bijlage neem ik uw Kamer mee in de meer concrete ervaringentijdens het vierde kwartaal van 2024. Dit doe ik waar mogelijk cijfermatig.Ook maak ik een vergelijking – waar van toepassing – met de opgedaneervaringen in het eerste, tweede en derde kwartaal. Allereerst geef ik eenverdieping op de stand van zaken over het vierde kwartaal 2024.Vervolgens ligt de focus in deze bijlage enerzijds op de constateringen enervaringen van bevoegde gezagen en uitvoeringsorganisaties (deuitvoeringspraktijk) en anderzijds op die van burgers, (maatschappelijke)organisaties en het bedrijfsleven.In de uitvoeringspraktijk ligt de focus op de vraag of alle betrokkenen,samen of apart, kunnen werken binnen de drie ketens. Naast de werkingvan de drie ketens sta ik ook stil bij de inspanning die wordt geleverd voorde implementatieondersteuning (ondersteuning in de uitvoering). Bijburgers, (maatschappelijke) organisaties en bedrijven wordt er vooral opgelet of zij makkelijk meldingen kunnen doen, vergunningen kunnenaanvragen en plannen kunnen maken. Deze opzet is bewust gekozen envormt (mede) de opmaat naar de invoeringstoets die in 2025 wordtuitgevoerd.Verdieping stand van zaken vierde kwartaal 2024Het vierde kwartaal van 2024 wordt wederom gekenmerkt door een rustigen stabiel verloop. De cijfers die dit beeld ondersteunen worden hieronderverder toegelicht.Gebruik OmgevingsloketHet vierde kwartaal laat wederom een stabiel patroon zien in het gebruikvan het Omgevingsloket. Er waren in het vierde kwartaal ruim 1,6 miljoensessies en ruim 590 duizend unieke bezoekers. Voor heel 2024 komt ditneer op ruim 6 miljoen sessies en 2,1 miljoen unieke bezoekers die hetOmgevingsloket hebben bezocht. Deze cijfers rondom het gebruik van hetOmgevingsloket liggen ruim boven de cijfers van de oude voorzieningen(OLO en AIM). Binnen het Omgevingsloket zijn er in het laatste kwartaal46 duizend omgevingsvergunningaanvragen gedaan, 35 duizendmeldingen en 21 duizend informatieplichten. Daarmee zijn er in totaalsinds inwerkingtreding 193 duizend omgevingsvergunningen aange-vraagd, 147 duizend meldingen gedaan en 73 duizend keer aan informa-tieplichten voldaan.Stabiliteit en werking DSO-LVOok in het laatste kwartaal van 2024 werkte de DSO-LV naar behoren. DeDSO-LV is stabiel en er is sprake van ruim voldoende capaciteit om hetgebruik op te vangen. Het aantal verstoringen11 in het DSO is hetvierde kwartaal nagenoeg gelijk aan het derde kwartaal. In het vierdekwartaal waren er 226 verstoringen, tegenover 217 in het derde kwartaal.Het overgrote deel van de verstoringen het afgelopen kwartaal betrofrelatief kleine verstoringen. Het aantal verstoringen ligt daarmee11Bij een verstoring werkt een bepaalde functionaliteit niet of niet voldoende. Dit kan binnen hetDSO zijn, maar kan ook optreden bij voorzieningen waar het DSO afhankelijk van is, bijvoor-beeld doordat DigiD een verstoring kent. Bij een verstoring is sprake van hinder voor de(eind)gebruiker. Verstoringen worden op basis van de impact geprioriteerd (prioriteit 1 tot enmet 4) en opgepakt. Wanneer een P1 verstoring niet binnen de gestelde kaders tijdig kanworden opgelost, wordt doorgeschakeld naar calamiteitenmanagement.BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2878 wederom lager dan in het eerste kwartaal (413 verstoringen) en hettweede kwartaal (295 verstoringen). De toename van het gebruik van hetDSO-LV in 2024, afgezet tegen het aantal verstoringen sinds inwerking-treding, onderstreept de stabiliteit van het DSO-LV als centralevoorziening in de keten. Voor een technische voorziening van dezecomplexiteit, die zich in zijn eerste operationele jaar bevindt, zijn dezeprestaties zeer positief en vertrouwenwekkend voor de toekomst.In het vierde kwartaal zijn 4 verstoringen opgetreden die met de hoogsteprioriteit zijn afgehandeld (prioriteit 1). Gebruikers hebben hierdoor(bepaalde) functionaliteiten korte tijd niet kunnen gebruiken. Hiervoor washet niet nodig om het calamiteitenmanagement in te schakelen, daar dezeverstoringen tijdig konden worden opgelost en daarmee de impact op dedienstverlening beperkt bleef. De verstoringen zijn met de hoogsteprioriteit en op korte termijn opgelost. Daardoor hebben de gebruikersslechts beperkte hinder ondervonden, hoewel natuurlijk iedere verstoringvervelend is.Daarnaast waren er nog 5 andere verstoringen met een hoge prioriteit,maar een kleinere impact. Ook deze zijn snel en binnen de termijnen vande zogenaamde servicelevel afspraken (SLA) opgelost. Dit aantal is zeerverantwoord en zal naar verwachting ook niet verder dalen, omdat hetstelsel voortdurend wordt (door)ontwikkeld. Daarbij zijn enige versto-ringen met gebruikersimpact niet uit te sluiten. Het DSO-LV was in hetlaatste kwartaal gemiddeld 98% van de tijd beschikbaar. De beschik-baarheid van het DSO-LV is in 2024 ruim binnen de kaders gebleven enlag gemiddeld op ruim 97%. Dit betekent dat DSO-LV 97% van de tijdstabiel beschikbaar was voor gebruikers.Er is een daling zichtbaar in het aantal wijzigingsverzoeken. Met zulkeverzoeken geven gebruikers aan welke aanpassingen zij wensen. In hetvierde kwartaal ging het om 78 verzoeken, in vergelijking met 91 in hetderde kwartaal, 177 in het tweede kwartaal en 234 in het eerste kwartaal.Deze verzoeken worden behandeld, op prioriteit gezet en, indien gewenst,uitgevoerd. De cijfers over het laatste kwartaal, maar ook over het gehelejaar, laten zien dat er goede stappen worden gezet in het inspelen op dewensen en behoeften uit de praktijk. Vanzelfsprekend is er nog ontwik-kelwerk te doen. Het gebruik van de landelijke voorziening en hetpresteren van de verschillende onderdelen blijven nauwgezet gemonitordworden.Gebruik Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)Het aantal gestelde vragen aan IPLO nam in het vierde kwartaal toe, naeen rustiger derde kwartaal in verband met de zomerperiode. Het IPLOontving in totaal in het vierde kwartaal ongeveer 9.000 vragen, watneerkomt op een wekelijks gemiddelde van 750 vragen (uitgezonderdweek 51 en 52). Dat is meer dan in de zomerperiode, en net iets minderdan in het tweede kwartaal. Vooral het aantal vragen over milieubelas-tende activiteiten, geluid en de instrumenten en procedures namen toe nade zomer. Het IPLO beantwoordde in 2024 in totaal bijna 42.000 vragenvan bevoegde gezagen, waaronder ketenpartners zoals omgevings-diensten, en vanuit het bedrijfsleven en particulieren. Net als in het derdekwartaal is er in het vierde kwartaal geen grote verschuiving in percen-tages tussen de verschillende inhoudelijke onderwerpen. In het vierdekwartaal ging zo’n 65% van de vragen over inhoudelijke onderwerpen alsbouwen, graven in de grond en milieubelastende activiteiten. Daarnaastging 35% van de vragen over het DSO. In de eerste periode na inwerking-treding gingen de vragen voor het grootste deel nog over processen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 2879 procedures en het DSO. De procentuele verdeling van vragen over deverschillende onderwerpen is hieronder in figuur 1 weergegeven.De website van het IPLO is het afgelopen kwartaal onverminderd goedgebruikt. De website kende 800.000 bezoeken, waarbij ruim 2,4 miljoenpagina’s bezocht werden. De IPLO-website blijft daarmee een belangrijkecentrale kennisbron en steun voor alle partijen in de fysieke leefomgeving.Net als in de eerdere kwartalen zijn de meest bezochte onderdelen op dewebsite vooral de uitleg van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast werden depagina’s met het stappenplan vergunningvrij bouwen en de pagina’s oververgunning of melding bij de technische bouwactiviteit goed bezocht. Hetbezoek aan de pagina’s over het DSO en het Omgevingsloket is stabielgebleven. Bij de inhoudelijke thema’s Water en Lucht zien we flinkestijgingen vergeleken met het derde kwartaal. Bij Lucht wordt dit metname veroorzaakt door de campagne «Houtstook» en de informatiehierover op de IPLO-website. Bij Water is een deel van de oorzaak deintegratie van de website Helpdesk Water in de IPLO-website.Bevoegde gezagen en uitvoeringsorganisatiesWerking en testen DSO-ketens (IKT)Om goed met het stelsel van de Omgevingswet te kunnen werken, is hetvoor bevoegde gezagen en uitvoeringsorganisaties van belang dat de drieketens in het DSO12 goed functioneren. De werking van het DSO en dedrie ketens is de afgelopen jaren getest middels de InterbestuurlijkeKetentesten (IKT). Het project IKT, gestart op basis van enkele adviezenvan het Adviescollege ICT (Ac-ICT), is mede vanwege de werkwijze eenwaardevolle toevoeging gebleken op de DSO-testmaatregelen. Samenmet de (inter)bestuurlijke partners was eerder afgesproken om hetprincipe van het ketentesten te behouden. Daarnaast werd afgesproken teonderzoeken hoe het ketentesten een vaste plek kon krijgen in het geheel12De Vergunning, Toezicht en Handhaving keten (VTH-keten), de Planketen en de Toepasbareregelketen.Figuur 1: verdeling vragen per onderwerp IPLO (Q4 2024)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28710 aan kwaliteitsmaatregelen voor het DSO.13 Het afgelopen kwartaal zijnhierover tussen de (inter)bestuurlijke partijen afspraken gemaakt.Het Indringend Ketentesten is omgedoopt tot Interbestuurlijk Ketentesten(IKT). De naamswijziging verwijst naar het feit dat de koepels hetvoortouw hebben genomen in het vormgeven van het testen over degehele keten. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) vult ditopdrachtgeverschap in namens de koepels. Verder is de organisatie achterIKT compacter gemaakt. Dit sluit aan bij de afnemende vraag naarIKT-testen. Hiermee is geborgd dat het ketentesten wordt doorgezet. Opdit moment wordt de laatste hand gelegd aan de IKT-10 rapportage enloopt de IKT-11 testfase. Omdat het opdrachtgeverschap van IKT nubelegd is bij de koepels, stuur ik de IKT-rapportages, zoals eerder alaangekondigd, niet meer mee met mijn voortgangsbrieven.14 Mijntoezegging op dit punt beschouw ik hiermee dan ook als afgedaan.15Wanneer IKT-rapportages gereed zijn, worden deze gepubliceerd op dewebsite van Aan de Slag met de Omgevingswet.16 In mijn voortgangs-brieven blijf ik uiteraard wel, mits relevant, de resultaten van hetketentesten betrekken.De Vergunning, Toezicht en Handhavingsketen (VTH-keten)Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet werkt de ontvangst vaningediende vergunningaanvragen, meldingen en informatieplichten doorde bevoegde gezagen via het DSO goed. Tegelijkertijd is de overstap vanhet oude wettelijke regime en de oude voorzieningen naar de nieuwesituatie voor zowel bevoegde gezagen als initiatiefnemers een grote stapgeweest die nog altijd aandacht vraagt. Ook het vierde kwartaal laat ziendat het af en toe met vallen en opstaan gaat, maar dat er tegelijkertijd ookal veel (direct) goed gaat. Net als in het derde kwartaal zien bevoegdegezagen in het afgelopen kwartaal dat aanvragen niet altijd in één keervolledig en/of juist worden ingevuld. Ook ontvangen bevoegde gezagenminder gecombineerde aanvragen dan vooraf werd verwacht. Hierdoor isregelmatig intensiever contact nodig tussen overheden onderling,bijvoorbeeld tussen gemeenten en omgevingsdiensten, maar ook tussenbevoegde gezagen en initiatiefnemers. In het afgelopen kwartaal is hieraandacht aan besteed, bijvoorbeeld door in de ondersteuning vanuit hetprogramma Aan de Slag met de Omgevingswet extra focus te leggen ophet annoteren17 van omgevingsdocumenten.Door juridische regels teannoteren maken bevoegde gezagen hun regels digitaal leesbaar. Doorgoed te annoteren wordt het voor initiatiefnemers makkelijker om tebepalen voor welke activiteiten zij allemaal een aanvraag moeten indienenen welke gegevens daarbij moeten worden aangeleverd. Dit draagt bij aande gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket.Daarnaast vindt ondersteuning plaats bij het verder vormgeven van deinterbestuurlijke samenwerking in de regio tussen overheden. Daarbij hebik, samen met de VNG en de softwareleveranciers, in het afgelopenkwartaal veel aandacht gehad voor het ondersteunen bij het werken metde nieuwe samenwerkingsfunctionaliteit. Dit heeft er mede voor gezorgddat er het afgelopen jaar ruim 85.000 samenwerkingen tussen bevoegde13Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, bijlage 2, p. 14 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118,nr. 283, bijlage 2, p. 20–21.14Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, GD, bijlage 2, p. 11 & Kamerstukken II 2023/24, 33 118,nr. 282, bijlage 2, p. 14.15T03422.16Indringend Ketentesten (IKT) | Aan de slag met de Omgevingswet17Zie voor een nadere uitleg over annoteren: Omgevingsdocumenten annoteren voortoepasbare regels: activiteiten en locaties beschikbaar maken | Informatiepunt Leefomgeving(iplo.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28711 gezagen en ketenpartners zijn gestart via deze samenwerkingsfunctiona-liteit. Het illustreert hoe het DSO verbetering heeft aangebracht tenopzichte van de oude voorzieningen en hoe het DSO de samenwerkingtussen overheidspartijen faciliteert. Zo is de overheidsbrede ambitie in depraktijk gebracht om initiatiefnemers via één loket als één overheid tegaan bedienen. De cijfers laten zien dat het integraal en anders samen-werken in deze keten vorm begint te krijgen. Langs deze weg ontstaat ookzicht op de nodige vervolgstappen. De samenwerkingsfunctionaliteit zietbijvoorbeeld op dit moment enkel nog toe op vergunningverlening. Erwordt gewerkt om vanuit het integraal samenwerken ook het toezicht ende handhaving aan deze functionaliteit toe te voegen.In het vierde kwartaal is het aanvragen voor omgevingsvergunningenvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verder toege-nomen. In het afgelopen kwartaal zijn er 1.312 BOPA’s aangevraagd, tenopzichte van 1.047 BOPA’s in het derde kwartaal. Het totaal voor 2024komt uit op 3.061 BOPA’s. Het aantal BOPA’s is voornamelijk te verklarendoordat gemeenten voor «kleinschalige» ontwikkelingen vaak kiezen vooreen BOPA in plaats van het (direct) wijzigen van het omgevingsplan. Ookvallen veel «kleinschalige» activiteiten, die onder de voormalige Wetalgemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) als zogenaamd «kruimel-geval» waren bestempeld, nu vaak onder de reikwijdte van de BOPA.Uiteindelijk zullen veel van deze BOPA’s integraal verwerkt moetenworden in het omgevingsplan.De planketenDe cijfers over de planketen, die hieronder nader worden toegelicht, latenzien dat in het vierde kwartaal bevoegde gezagen steeds meer gebruikmaken van de (kern)instrumenten18 in de planketen. Daarmee zet destijgende lijn uit de eerste drie kwartalen zich voorzichtig door. Een deelvan de bevoegde gezagen kan inmiddels via het hoofdspoor in deplanketen werken – en doet dit ook. Dit geldt bijvoorbeeld voor allewaterschappen, de meeste provincies en langzaamaan ook steeds meergemeenten. Een deel is helaas nog niet in staat om via het hoofdspoor inde planketen te werken – en valt daarom terug op de Tijdelijke Alterna-tieve Maatregelen (TAM).Voor het instrument omgevingsplan, een belangrijk instrument voor degemeenten, geldt dat het aantal ontwerp-omgevingsplannen dat wordtgepubliceerd in de nieuwe standaard (STOP/TPOD) gestaag toeneemt. Inhet vierde kwartaal zijn er 120 ontwerp-omgevingsplannen gepubliceerd,waarvan 19 via het hoofdspoor en 101 met behulp van de TAM. Het totaalaantal ontwerp-omgevingsplannen in 2024 komt daarmee uit op 199,waarvan 48 via het hoofspoor en 151 met behulp van de TAM. In hetvierde kwartaal zijn ook 61 wijzigingen van omgevingsplannen vastge-steld door verschillende gemeenten. Hierbij ging het 22 keer om eenvaststelling waarbij de TAM is toegepast en 39 keer om een vaststellingvia het hoofdspoor.Dat gemeenten nog relatief vaak terugvallen op de TAM sluit aan bij debevindingen over de planketen uit de laatste IKT-rapportage (IKT-9).19 Ditblijft dan ook een belangrijk aandachtspunt voor de komende periode.Gemeenten moeten om verschillende redenen nog terugvallen op deTAM. Ik constateer dat het DSO-LV hierin niet blokkerend is. Er zijn af en18Omgevingsvisie, Omgevingsplan, Omgevingsverordening, Waterschapsverordening,Projectbesluit, Programma, Voorbereidingsbesluit.19Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, bijlage 1 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118,nr. 283, bijlage 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28712 toe issues in het DSO-LV waar gemeenten last van hebben, maar dezeworden over het algemeen snel opgelost. Om ervoor te zorgen dat allebevoegde gezagen zo snel mogelijk ook in staat zijn te werken via hethoofdspoor, is er de komende periode vooral aandacht nodig voor hetgereedkomen van verschillende functionaliteiten in de lokale software envoor het vergroten van het kennisniveau. Dit ziet op zowel het kunnenwerken met de nieuwe techniek en de functionaliteiten als in hetaanpassen van werkprocessen. Bevoegde gezagen blijken helaas nog nietaltijd over voldoende kennis te beschikken om de nieuwe instrumenten entechniek in de praktijk ook daadwerkelijk toe te passen. Beide puntenkwamen naar voren gedurende IKT-9. Via het leveranciersmanagementblijft er onverminderd aandacht voor de ontwikkelingen bij de (lokale)softwareleveranciers. Via de implementatieondersteuning, waar ikverderop ook nog op in ga, is extra aandacht voor de wijze waarop dekennis en expertise de komende tijd verder vergroot kan worden.Door de provincies is in het vierde kwartaal twee keer een ontwerp-omgevingsverordening gepubliceerd. Hierbij is één keer het hoofdspoortoegepast en één keer is gebruik gemaakt van de TAM. Daarnaast is13 keer een (wijziging van een) omgevingsverordening vastgesteld.Hierbij is 12 keer het hoofdspoor gebruikt en één keer de TAM. Voor dewaterschappen geldt dat in het vierde kwartaal zes keer een ontwerp-waterschapsverordening is gepubliceerd en 21 keer een (wijziging vaneen) waterschapsverordening. In alle gevallen is daarbij het hoofdspoortoegepast. Wat betreft de inzet van de andere instrumenten, zoals deomgevingsvisie, het programma en het voorbereidingsbesluit, is hetgebruik binnen de diverse bestuurslagen in het vierde kwartaal weerverder toegenomen. Onder de gemeenten is een duidelijke stijging te zienin het gebruik van het instrument programma. Het afgelopen kwartaal zijndoor gemeenten 41 programma’s volgens de STOP standaard gepubli-ceerd.Net als in eerdere kwartalen is in het vierde kwartaal vanuit de implemen-tatieondersteuning ingezet op het vergroten van kennis en expertise in deplanketen. Dit gebeurde met behulp van verschillende ondersteuningspro-ducten en op basis van bevindingen uit het ketentesten (IKT). De focus lagop het opstellen en gebruiken van de diverse (kern)instrumenten in denieuwe software en op het (samen)werken in de planketen. Hetprogramma Aan de Slag met de Omgevingswet en de koepels onder-steunen bij het werken met de planketen met werkplaatsen en kennis-sessies. Ook blijft het mogelijk om omgevingsdocumenten voor adviesvoor te leggen aan experts, waarbij nadrukkelijk aandacht is voorannoteren20 en de eventuele doorwerking naar toepasbare regels. Door deVNG is onlangs de tool «Grip op transitie van de planketen» gelanceerd.21Deze tool helpt gemeenten om overzicht en inzicht te krijgen over deonderwerpen in de planketen en hun, soms ingewikkelde, samenhang. Detool geeft zicht op de keuzes en de afhankelijkheden tussen keuzes.Daarnaast bevat de tool een quickscan waarmee gemeenten kunnenbepalen waar zij staan in de transitie van de planketen en wat de acties enprioriteiten zijn. Daarnaast biedt het programma Aan de Slag met deOmgevingswet een Leerkring Verdieping Programma aan om het werkenmet het instrument programma verder te ondersteunen. De onder-steuning helpt bevoegde gezagen om kennis en expertise te vergroten,waardoor het gebruik van nieuwe standaarden wordt bevorderd en inzetvan de TAM uiteindelijk niet meer nodig is.20Zie voor een nadere uitleg over annoteren: Omgevingsdocumenten annoteren voortoepasbare regels: activiteiten en locaties beschikbaar maken | Informatiepunt Leefomgeving(iplo.nl)21Grip op de transitie van de planketen | VNG (omgevingswet.vng.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28713 De toepasbareregel-ketenDe kennis en kunde over het maken en beheren van toepasbare regelsneemt toe. Het opstellen van toepasbare regels is niet verplicht gesteldonder de Omgevingswet, vanuit de gedachte dat het de taak van iederbevoegd gezag is om zich in initiatiefnemers te verplaatsen en beleid enregelgeving altijd toepasbaar en begrijpelijk kenbaar te maken. Dezecultuuropgave werd als onderdeel van het verdere transitie pad in hetderde kwartaal goed zichtbaar en is in het vierde kwartaal verderdoorgezet. Bijna 90% van alle gemeenten heeft inmiddels deze ambitieopgepakt en gewerkt aan het opstellen van toepasbare regels. Bij het Rijk,waterschappen en provincies was al meer kennis en ervaring aanwezig.Bij gemeenten lag in de aanvangsfase de focus hoofdzakelijk op het goedtechnisch in beheer nemen van de bruidsschat en de eerste aanpassingenvan het omgevingsplan. Nu vrijwel alle gemeenten de bruidsschattechnisch in beheer hebben genomen, ontstaat meer ruimte om mettoepasbare regels aan de slag te gaan. Stap voor stap neemt hierdoorverdere kennisopbouw toe en ontstaat meer uitwisseling van ervaringentussen bevoegde gezagen en betrokken partijen. Vanuit het programmaAan de Slag met de Omgevingswet, de koepels en de bevoegde gezagenzelf worden actief voorbeelden en geleerde lessen gedeeld in een onlinecommunity over toepasbare regels. Hier is ook aandacht voor de relatietussen toepasbare regels en de kwaliteit van de dienstverlening. Als ookvoor de samenhang tussen toepasbare regels en de doorwerking van deverschillende (kern)instrumenten in de beleidscyclus.Toepasbare regels spelen een belangrijke rol bij het verbeteren van dedienstverlening via het Omgevingsloket. Interbestuurlijk samenwerken inde toepasbareregel-keten is hierbij van belang, zeker als het gaat om hetgebruikersvriendelijker maken van het Omgevingsloket. Bijvoorbeeld doorte kijken naar onduidelijke toelichtingen op regels en tegenstrijdige regelstussen bevoegde gezagen, ontstaat meer consistentie in regelgeving watleidt tot een directe verbetering van informatie in het Omgevingsloket.Hierdoor krijgen initiatiefnemers bijvoorbeeld minder vragen gesteld bijhet doorlopen van een vergunningaanvraag. In verschillende regio’swordt op regelmatige basis interbestuurlijk samengewerkt aan toepasbareregels. Doordat het bewustzijn over de effecten van goede toepasbareregels groeit, neemt in steeds meer regio’s deze samenwerking toe.Hiernaast wordt gewerkt aan het actualiseren van het «HandboekToepasbare Regels».ImplementatieondersteuningDe behoefte aan ondersteuning die wordt geboden vanuit het programmaAan de Slag met de Omgevingswet, en vanuit de koepels zelf, was in hetvierde kwartaal onverminderd aanwezig. Bevoegde gezagen hebben naast(technische) ondersteuning steeds meer behoefte aan inhoudelijkeondersteuning bij het werken met de Omgevingswet en de bijbehorendeveranderopgave. De complexiteit van de stelselverandering, zowel met dewet zelf, de techniek en de wijze waarop bevoegde gezagen andersmoeten werken, heeft impact op hun organisatie en bedrijfsvoering.Daarnaast blijft de behoefte aan ondersteuning bij het gebruik en hetimplementeren van nieuwe functionaliteiten van het DSO(-LV) onver-anderd aanwezig. Deze lijn uit het derde kwartaal is in het vierde kwartaalverder doorgezet.Ik blijf met de bestuurlijke partners voortdurend in gesprek om te bepalenwat aanvullend op het bestaande aanbod van implementatieonder-steuning gedaan moet worden. Deze ondersteuning bestaat onder andereuit: het bieden van interbestuurlijke werkplaatsen, het bieden vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28714 expertise op VTH-, plan- en toepasbare regel-onderwerpen, het faciliterenvan kennisoverdracht en het delen van lessen en tips (bijvoorbeeld via deonline communities) en een interbestuurlijke leergang voor DSO-professionals. In het vierde kwartaal is volop gebruikgemaakt vanondersteuning rond onderwerpen zoals regionale samenwerking en hetwerken volgens de beleidscyclus van de Omgevingswet (binnen en tussenoverheden). Het gebruik van de (kern)instrumenten van de Omgevingswetgeeft bevoegde gezagen handvatten om met maatschappelijke opgavenaan de slag te gaan. Ook maakt het (regionale) ontwikkelingen mogelijk endraagt het bij om ambities rond dienstverlening op te pakken. Zo zijn er inhet afgelopen kwartaal drie interbestuurlijke werkplaatsen doorlopen.Waarbij het werken volgens de beleidscyclus van de Omgevingswet in depraktijk is geoefend aan de hand van een inhoudelijk thema (in de regioAchterhoek: woningbouw, regio IJsselland: omgevingsveiligheid en regioLimburg: woningbouw). Zoals hiervoor al aangegeven wordt de imple-mentatieondersteuning in de loop van 2025 overgedragen aan delijnorganisatie bij het Ministerie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening. Dit is gelet op de (voorlopig) blijvende behoefte aan onder-steuning en de constatering dat meer aandacht nodig is voor voldoendekennis bij bevoegde gezagen van belang.22 Hiermee wordt blijvendinvulling gegeven aan de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt en geefik invulling aan een tweetal toezeggingen.23Burgers, (maatschappelijke) organisaties en bedrijfslevenSinds de inwerkingtreding is sprake van een stabiel bezoekerspatroon inhet Omgevingsloket. Verder is er een stabiel patroon van ingediendeomgevingsvergunningaanvragen en gedane meldingen. Ook in hetvierde kwartaal hebben burgers, (maatschappelijke) organisaties en hetbedrijfsleven het Omgevingsloket goed kunnen vinden. Net als in eerderekwartalen is in het afgelopen kwartaal kwantitatief en kwalitatiefonderzoek gedaan naar de beleving en het gedrag van gebruikers in hetOmgevingsloket. De informatie die uit deze onderzoeken naar voren komt,wordt gebruikt om de gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloketverder te vergroten. Ook wordt de klanttevredenheid in bepaalde gevallendirect gemeten in het Omgevingsloket.Het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloketheeft, zoals op diverse plekken in deze brief gemeld, mijn volle aandacht.Het DSO laat voor het eerst de samenhang en complexiteit van alle regelsin het omgevingsrecht zien, ontsloten door verschillende bestuurslagen.Al deze regels zorgen in bepaalde gevallen voor complexe situaties en zijnvoor initiatiefnemers soms moeilijk te doorgronden. Deze situatie komt degebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket niet ten goede. Hetaanpakken van de regeldruk vormt voor mij een belangrijk speerpunt. Inhet kader van de woningbouw heb ik het programma STOER gestart. Inhet kader van de gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket zet ikdaarnaast ook verdere stappen. Op basis van de actuele inzichten vangebruikersgedrag en de wensen die hieruit naar voren komen, werk ik inde loop van 2025 verder aan de ontwikkeling van het Omgevingsloket.Hierbij staat het perspectief van incidentele gebruikers (vaak burgers)voorop. Deze gebruikers worden ook in de ontwikkeling van dezefunctionaliteiten betrokken om te begrijpen wat hun gebruikersbehoeftenzijn. Via implementatieondersteuning worden bevoegde gezagen actiefuitgenodigd om in gesprek te gaan en te blijven over de afstemming vanregels en het vereenvoudigen van vragenbomen.22Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, bijlage 1 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118,nr. 283, bijlage 1.23T03564 en T03558.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28715 Het voortdurende proces van toetsen en verbeteren van het Omgevings-loket past goed in het portfolioproces waarin, in samenwerking met debestuurlijke partners, gewerkt wordt aan afbouw, doorontwikkeling enuitbouw van het DSO-LV. Ik heb met de bestuurlijke partners en rijkspar-tijen een traject vormgegeven om gebruiksvriendelijkheid meer aandachtte geven. Daarbij sluit ik aan bij al lopende generieke trajecten zoalsGebruiker Centraal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (BZK). Ieder bevoegd gezag heeft als opgave wet- enregelgeving inzichtelijk, toepasbaar, begrijpelijk en voorspelbaar vorm tegeven. Dat geldt ook voor wetgeving op nationaal niveau.Het bedrijfsleven kon in het vierde kwartaal goed overweg met hetOmgevingsloket, net als in eerdere kwartalen. Het DSO is werkbaar en erworden geen grote problemen gesignaleerd. Via periodieke stakeholder-tafels en gebruikersoverleggen wordt vinger aan de pols gehouden bijkoepel- en brancheorganisaties van het bedrijfsleven. Bedrijven kunnenmet vragen terecht bij de brancheorganisaties en bij het IPLO en doen ditook. Ondernemers vormen een grote groep vragenstellers bij IPLO, waarze tijdig en voldoende worden geholpen. Het merendeel van de vragengaat over de inhoud van de regelgeving, waar dit in eerdere kwartalennog vooral ging over de techniek van het DSO. Ook bij deze groep is eenverschuiving zichtbaar van techniek naar inhoudelijke onderwerpen. Eénvan de inhoudelijke onderwerpen die bij bedrijven en adviesbureaus (enook bevoegde gezagen) nog om gewenning vraagt is het loslaten van dezogenaamde onlosmakelijkheid.24 Met het loslaten van de onlosmake-lijkheid is meer flexibiliteit gecreëerd in de wijze waarop initiatiefnemershun aanvraag kunnen indienen. Dit vraagt wel om een andere afstemmingtussen partijen en doet een beroep op de inspanningsverplichting vanbevoegde gezagen. De initiatiefnemer is uiteindelijk zelf eindverantwoor-delijk voor het aanvragen van alle benodigde activiteiten, waarbij in allegevallen geldt dat pas mag worden gestart als alle vereiste vergunningenzijn verleend.2524Zie voor meer uitleg over loslaten onlosmakelijkheid: Dit is veranderd voor de omgevingsver-gunning | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl)25Kamerstukken I 2015/16, 33 962, H, p. 34–35 & Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3 p.160–163 (memorie van toelichting).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28716 STAND VAN ZAKEN (VERDERE) IMPLEMENTATIEOMGEVINGSWETIn deze bijlage neem ik u mee in voortgang en laatste stand van zaken vaneen aantal specifieke onderwerpen na het vierde kwartaal sinds deinvoering van de Omgevingswet. Daarbij bespreek ik ook de voortgang –waar voortgang op te melden is – van verschillende toezeggingen enaangenomen moties. Ook geef ik een vooruitblik op toekomstigeactiviteiten en ontwikkelingen.GebruiksvriendelijkheidMet de komst van het Digitale Stelsel Omgevingswet, waar hetOmgevingsloket onderdeel van is, is voor het eerst zicht op het geheel aanregels, beleid en plannen. Met het DSO als stelsel kunnen alle overhedenachter het Omgevingsloket nu ook als één overheid samenwerken.Daarmee is met het DSO binnen de overheid concreet en zichtbaarinvulling gegeven aan de één loket gedachte als het gaat om hetverbeteren van de samenwerking binnen de overheid en de dienstver-lening richting burgers en bedrijven door de overheid.Alle overheden hebben zich hiertoe ingespannen. Op ICT-gebied, via hetverbeteren van hun samenwerking en via het ontsluiten van hun beleid enregels. Op basis van het resultaat kunnen we zeggen dat de komst van hetDSO veel heeft verbeterd. Tegelijkertijd geeft het ook scherper zicht opwat nog moet gebeuren. De gezamenlijke ambitie is onverminderd om hetomgevingsrecht voor burgers en bedrijven voorspelbaarder, begrijpelijkeren inzichtelijker te maken. Om als overheid dienstbaarder te zijn aaninitiatieven en behoeften in de maatschappij. En zo ook de zelfred-zaamheid van burgers te vergroten. Vanuit inwoners, ondernemers enoverheden zelf horen wij nu terug waar men nog onvoldoende uit devoeten kan. Zowel met het Omgevingsrecht als de geboden digitalevoorzieningen. Men verwacht dat we ons vanaf nu blijven verbeteren. Inwet- en regelgeving, in werkwijze en tenslotte ook in onze digitalevoorzieningen.Daartoe evalueren, monitoren en analyseren we hoe het nu gaat. Opdiverse wijzen is in het afgelopen jaar zorggedragen voor monitoring ophoe initiatiefnemers gebruikmaken van het Omgevingsloket. We halencontinu feedback op. Zo wordt steeds inzichtelijker welke verbeteringenop welke plek in het stelsel nodig zijn. Daar sturen we op bij. We werkennauwer en beter samen, maken nieuwe werkafspraken en voerenverbeteringen door. Om zo bijvoorbeeld de regeldruk verder te vermin-deren. Ik kijk met de samenwerkende overheden naar de mogelijkhedenom het Omgevingsloket door te ontwikkelen en te verbeteren. Hiertoewordt breed gekeken. Van het goed doorverwijzen naar het Omgevings-loket vanuit gemeentelijke internetpagina’s tot aan het verbeteren van deontvangst-pagina’s van het Omgevingsloket en het toevoegen van nieuwetechnische functionaliteiten.In deze activiteiten is bij alle partijen de bewustwording ontstaan dat dewijze waarop informatie het DSO wordt ingebracht, bepalend is voor degebruikerservaring van het Omgevingsloket (garbage in, garbage out).Zodra een bevoegd gezag bijvoorbeeld een heel ambtsgebied heeftaangewezen dan krijgt iedere inwoner van dat gebied alle vragen voor datgebied te zien – zelfs als deze niet relevant zijn voor hun initiatief. Doorwerkingsgebieden scherp af te bakenen, worden gebruikers minder belastmet onnodige vragen. Vanuit eenzelfde gedachte wordt ook gekeken naaronbegrijpelijk jargon, onduidelijke toelichtingen en tegensstrijdigeinstructies tussen bevoegde gezagen. Dit doe ik bijvoorbeeld viaBIJLAGE 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28717 zogenaamde zelfanalyses. In het afgelopen jaar hebben diversegemeenten, waterschappen, provincies en rijkspartijen analyses uitge-voerd op hun «content» in de vergunningcheck van het Omgevingsloket.Dit gebeurde vanuit een gebruikersperspectief. De analyses werdenbegeleid door DSO-experts en koepelorganisaties. Hiermee zijn dezeorganisaties zich bewuster geworden van hoe hun informatie op eengebruiker overkomt. Hoe hun inhoudelijke overheidsperspectiefonbedoeld soms belemmeringen en onzekerheden oproept bij burgers enbedrijven die initiatieven willen ontplooien. Dit leidt bij die organisatiesvaak tot directe verbetering van hun informatie in het Omgevingsloket. Zezien waar initiatiefnemers vastlopen en kunnen gerichter informatieverbeteren. Uit dergelijke analyses zijn ook verbetermogelijkhedengeïdentificeerd op het gebied van landelijke wet- en regelgeving. Waar dithet geval is agendeer ik deze bij de betreffende departementen.Via onder meer openbare gebruikerstesten met burgers wordt momenteelgekeken naar verbetermogelijkheden van de meest in het Omgevingsloketaangevraagde werkzaamheden.26 Op basis van voorstellen doorbevoegde gezagen worden basissets van toepasbare regels opgesteld –die daarna in het gebruik worden getest. Na oplevering kunnen bevoegdegezagen deze vervolgens gebruiken bij het ontsluiten van hun regels inhet Omgevingsloket. Dit wordt verwerkt in de herijking van het HandboekToepasbare Regels. Het opsporen van al deze verbeterpunten gebeurt innauw overleg met bevoegde gezagen en met ondersteuning van desamenwerkende overheden. Alle bestuurlijke partners hebben aange-geven dat het verbeteren van de gebruikerservaring prioriteit heeft in 2025en verder.Afbouw, doorontwikkeling en uitbouw DSOOm het afgesproken «basisniveau DSO-LV»27 te bereiken en vervolgenshet bestuurlijke eindambitieniveau (scenario 3), vastgelegd in de«Bestuurlijke Agenda Uitbouw DSO-LV»,28 is in 2024 door alle betrok-kenen hard gewerkt aan de afbouw, doorontwikkeling en uitbouw van hetDSO. In het vierde kwartaal van vorig jaar zijn hier wederom goedestappen in gezet, waarbij de continue verbetering van het DSO-LV en hetOmgevingsloket centraal staat. Hieronder licht ik de belangrijksteontwikkelingen uit het afgelopen kwartaal aan uw Kamer toe. Voor eenvolledig overzicht van alle ontwikkelingen in en van het DSO verwijs ik ugraag naar de webpagina «Plannen voor ontwikkeling DSO» van hetIPLO.29Afbouw – Basisniveau DSO-LVIn mijn vorige voortgangsbrief gaf ik aan dat de planning om hetafgesproken basisniveau te bereiken mogelijk herijkt moest worden. Ik kanu inmiddels melden dat dit inderdaad het geval is. Het is helaas niet geluktom het gehele afgesproken basisniveau binnen één jaar na inwerking-treding te behalen. Hier liggen meerdere oorzaken aan ten grondslag,waaronder diverse malen uitstel van de inwerkingtreding en beperkteontwikkelcapaciteit (krapte op de arbeidsmarkt), welke ik in mijn vorigevoortgangsbrief grotendeels al heb benoemd.30 Een andere oorzaak komtvoort uit de flexibele en iteratieve manier van werken waarlangs het DSO26Gebruikersvriendelijkheid van het Omgevingsloket | Informatiepunt Leefomgeving27Kamerstukken I 2019/20, 34 986, K, bijlage.28Kamerstukken II 2014/15, 33 118/33 962, nr. 19, bijlage 1.29IPLO | Plannen voor ontwikkeling DSO30Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, p. 4 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118, nr. 283,p. 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28718 wordt ontwikkeld. Deze werkwijze zorgt er onder andere voor dat op basisvan opgedane praktijkervaringen, de ontwikkeling van functionaliteitendie tot de uitbouwagenda behoren, naar voren zijn gehaald. Dergelijkeverschuivingen sluiten namelijk beter aan bij de behoeften en wensen vande betrokken partijen. Hierdoor wordt gelijktijdig gewerkt aan deresterende afbouw, alsmede de uitbouw. Gelet op de beperkte ontwikkel-capaciteit betekent dit gelijktijdig wel dat er vertraging ontstaat in deafbouw, omdat ontwikkelcapaciteit wordt gebruikt voor functionaliteitenuit de uitbouwagenda. Afbouw, doorontwikkeling en uitbouw lopen danook meer en meer gelijktijdig (parallel) op. Dit zorgt er, in combinatie metde eerder aan uw Kamer al gemelde beperkte ontwikkelcapaciteit, voordat de eerdere planning rondom afbouw op onderdelen herijkt moetworden, maar dit sluit beter aan bij de behoeften en wensen vanbetrokken partijen in de praktijk.Het afgelopen kwartaal is samen met de betrokken partijen gewerkt aandeze herijking. Bij het bepalen van het nieuwe tempo waarin het basis-niveau gerealiseerd wordt, speelt de roadmap voor de implementatie vanStandaard Officiële Publicaties (STOP) versie 1.4 in de LandelijkeVoorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB) een belangrijke,centrale rol. De implementatie van de STOP 1.4-standaard valt gedeeltelijkonder het basisniveau DSO-LV. Over deze roadmap en de implementatievan deze standaard geef ik hieronder meer informatie. De herijkteplanning voor de afbouw wordt naar verwachting in het eerste kwartaalvan 2025 ter besluitvorming aan de bestuurlijke partners voorgelegd.Naast het herijken van de planning, vallen ook de kosten voor devoorgenomen afbouw hoger uit dan eerder begroot. Vanwege definanciële impact van het extra uitstel van de inwerkingtreding van deOmgevingswet en hogere kosten als gevolg van prijsstijgingen is er eennegatief effect op de kosten. Op dit moment wordt nog hard gewerkt omde ramingen op te leveren. De financiële gevolgen zijn onderdeel vanvoorgenoemde interbestuurlijke besluitvorming. Over de uitkomsten vandeze interbestuurlijke besluitvorming zal ik u via mijn voortgangsbrieveninformeren.Standaard Officiële Publicaties (STOP) versie 1.4Ik kan u melden dat de Release B versie 1.4 van de STOP-standaard(hierna: STOP 1.4-standaard) het afgelopen kwartaal interbestuurlijk isvastgesteld. De vaststelling vormt een eerste belangrijke stap in deimplementatie van deze nieuwe STOP standaard. Deze versie van deSTOP standaard bevat alle scenario’s die nodig zijn voor bevoegdegezagen om de Omgevingswet goed uit te kunnen voeren. Ook de meestcomplexe scenario’s.31 Complexe mutaties zijn mutaties in deplanvorming die elkaar niet logisch opvolgen in de tijd. Daarnaastondersteunt deze standaard ook het zogenaamd parallel publiceren voorbevoegde gezagen.32 De verschillende scenario’s worden stapsgewijsingevoerd in de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB) en het DSO.Op dit moment wordt de LVBB hiervoor gereed gemaakt. Ook wordtgekeken welke eventuele aanpassingen nog meer noodzakelijk zijn in deLVBB. De LVBB, welke valt onder de verantwoordelijkheid van deStaatssecretaris Digitalisering en Koninkrijkrelaties, is de afgelopen jarenonder tijdsdruk doorontwikkeld, met haar eigen uitdagingen. Om de LVBBgoed te blijven exploiteren bij toenemend gebruik en verder te ontwik-31Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, bijlage 2, p. 13 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118,nr. 283, bijlage 2, p. 19.32Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, EW, p. 42–43Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28719 kelen, moet het fundament van de LVBB worden bijgewerkt. Door hetKennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties (KOOP) wordtgewerkt aan een bouwplan dat inzicht geeft in het tempo en omvang vandit life cycle management, maar ook welke activiteiten (eventueel) nodigzijn om de randvoorwaarden voor de implementatie van de STOP versie1.4 goed door te kunnen voeren. Het DSO-LV, de verdere stelselherzieningen de verdere implementatie van de STOP 1.4-standaard zijn daarmee oponderdelen afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de LVBB. Op basisvan het bouwplan en de impact op het DSO bepaal ik samen met deStaatssecretaris en betrokken partijen welke stappen eventueel nodig zijn.Uiteraard zal ik uw Kamer hierover – indien van toepassing – informerenvia mijn voortgangsbrieven.Op basis van onder meer het bouwplan wordt naar verwachting in deloop van het eerste kwartaal dit jaar een roadmap voor besluitvormingvoorgelegd aan de interbestuurlijke partners. Deze roadmap beschrijft defasering waarin de verschillende scenario’s in de STOP 1.4-standaard –rekening houdend met eventueel noodzakelijk aanpassingen in de LVBB –worden geïmplementeerd. Hierbij zijn ook de lokale plansoftwareleveran-ciers actief betrokken. Over de besluitvorming en daarmee de duur vanhet gehele implementatietraject rondom de STOP 1.4-standaard zal ik uvia mijn voortgangsbrieven informeren.Beheerbegroting DSO-LVIn november is de deelbegroting voor beheer en doorontwikkelingDSO-LV voor het jaar 2025 door de interbestuurlijke partners vastgesteld.Zij hebben ook ingestemd met de inhoud van de deelbegrotingVernieuwing DSO-LV 2025 (Afbouw en Uitbouw). Daarnaast is akkoordgegeven op de deelbegroting voor aanvullende posten in 2025, zoals hetinterbestuurlijk ketentesten (IKT) en het stimuleren van het Open Stelselvoor Derden. De beheerpartijen werken de komende periode aan eenmeerjarenbegroting voor beheer en doorontwikkeling. Hierin wordtrekening gehouden met de meerjarige ontwikkeling van de beheerlast,inclusief mogelijke risico’s en onzekerheden. Over de uitkomst van dezemeerjarenbegroting informeer ik uw Kamer via de komende voortgangs-brieven.Overige ontwikkelingen DSOLeverancierstestomgevingIn het vierde kwartaal van 2024 is de eerste fase van de toegezegdeleverancierstestomgeving (hierna: LTO) opgeleverd.33 In deze apartetestomgeving kunnen leveranciers functies testen die hiervoor werdenuitgevoerd in de pre-productie omgeving. Zoals in mijn vorige voort-gangsbrief al aangegeven wordt de LTO op het moment nog weiniggebruikt.34 Het gebruik van de LTO wordt belangrijk op het moment dat deSTOP 1.4-standaard daadwerkelijk geïmplementeerd gaat worden. Zoalshierboven reeds aangegeven onder het kopje «Standaard OfficiëlePublicaties (STOP) versie 1.4» wordt over de roadmap voor de implemen-tatie van deze standaard dit kwartaal door mij en de (inter)bestuurlijkepartners besloten. Over de planning van fase 2 en 3 van de LTO ben ik opdit moment nog in gesprek met de betrokken partijen. Een belangrijkenotie blijft verder dat de LTO niet per definitie een permanente omgeving33T03562.34Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, bijlage 2, p. 14 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118,nr. 283, bijlage 2, p. 21.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28720 is, maar dat deze voortdurend in relatie tot andere omgevingen geëva-lueerd en aangepast zal worden.Aansluiten externe informatiebronnenGoede en volledige informatie over de leefomgeving is essentieel om deOmgevingswet goed te laten werken. Er wordt stap voor stap gewerkt aaneen Omgevingsloket waar initiatiefnemer alle relevante informatie over defysieke leefomgeving op één plek kan vinden. Het afgelopen kwartaal zijnproof of concepts ontwikkeld voor het ontsluiten van het Register ExterneVeiligheidsrisico’s (REV) en de Centrale Voorziening Geluidgegevens(CVGG). Door deze externe bronnen aan te sluiten, kunnen initiatief-nemers deze informatie eenvoudiger meenemen bij een vergunning-scheck of aanvraag.Omgevingsvergunning zichtbaar in DSO-LVEr loopt een analyse naar de haalbaarheid om omgevingsvergunningendigitaal te ontsluiten via het Omgevingsloket. Het digitaal ontsluiten vanverleende omgevingsvergunningen biedt een aantal voordelen. In deeerste plaats vergroot dit de transparantie voor belanghebbenden enbevoegde gezagen onderling. Zij kunnen dan verleende omgevingsver-gunningen immers op één plek, via het Omgevingsloket, raadplegen. Ookkan deze digitaal beschikbare informatie goed worden toegepast bij deuitvoering van toezicht en handhaving.Open stelsel voor derdenDe landelijke voorziening van het DSO is ontwikkeld als een «open»stelsel. Het betekent dat het stelsel onder andere gebruikmaakt van openstandaarden en open data. Het DSO-LV biedt derde partijen demogelijkheid om, met behulp van het DSO-LV, API’s, data en functionali-teiten, in de eigen software te integreren. Dit stelt gebruikers in staat omdata in het DSO-LV te combineren met eigen data. Diverse grote marktpar-tijen, bijvoorbeeld de Gasunie, hebben het afgelopen jaar de eigensoftware al gekoppeld aan het DSO-LV. Hierdoor kunnen complexeruimtelijke vraagstukken in de toekomst sneller en nauwkeuriger wordenbeoordeeld. Daardoor kunnen overheden en bedrijven efficiënter werken.Vanuit de beheerorganisaties wordt het Open Stelsel beleid dan ook actiefuitgedragen en wordt ondersteuning verleend aan deze derde partijen.Verken uw ideeIn mijn vorige voortgangsbrief melde ik u dat fase 1 van de functionaliteit«verken uw idee» is opgeleverd.35 Via deze functionaliteit is het vooroverheden en initiatiefnemers, waaronder niet-ingezetenen, mogelijk omop een laagdrempelige manier zo vroeg mogelijk met elkaar in contact tekomen over initiatieven en ideeën binnen de fysieke leefomgeving. In hetafgelopen kwartaal is voor deze functionaliteit een nieuwe versie van deSTAM-standaard (Standaard aanvragen en meldingen) in productiegenomen, versie 5.0. De nieuwe versie STAM 5.0 introduceert onderandere nieuwe soorten verzoekberichten, zoals het bericht dat hoort bij«Verken uw idee». Om deze verzoeken te ontvangen, moet het zaak- ofvergunningensysteem van een organisatie STAM 5.0 ondersteunen. Metde functionaliteit «verken uw idee» hoeven er niet direct vollediguitgewerkte plannen te worden opgestuurd naar het bevoegd gezag. Ditverbetert de gebruikservaring en draagt bij aan de gebruiksvriendelijkheid35Kamerstukken I 2024/25, 33 118/34 986, GE, bijlage 2, p. 18 & Kamerstukken II 2024/25, 33 118,nr. 283, bijlage 2, p. 18.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28721 van het Omgevingsloket. Het is daarnaast ook noodzakelijk om invulling tegeven aan de Single Digital Gateway verordening36.Overige onderwerpen, moties en toezeggingenUitfaseren Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s)Omdat vorig jaar nog niet alle bevoegde gezagen in staat waren om tewerken volgens de nieuwe technische standaarden, heb ik medio vorigjaar, samen met de bestuurlijke partners, besloten om de TijdelijkeAlternatieve Maatregelen (TAM) daar waar nodig met een jaar teverlengen.37 Daarmee beschikken deze bevoegde gezagen ook dit jaar(2025) nog over een terugvaloptie. Dit geeft deze bevoegde gezagen debenodigde extra tijd om de techniek en kennis op peil te brengen om zosnel mogelijk wel met de nieuwe (technische) standaarden te kunnenwerken. In verband met deze verlenging is het overgangsrecht in hetBesluit elektronische publicaties aangepast.38 Met de aanpassing van ditBesluit beschouw ik mijn toezeggingen aan de Eerste Kamer ten aanzienvan de TAM en het moment van uitfaseren als afgedaan.39GovernanceIn de afgelopen voortgangsbrief heb ik u op de hoogte gebracht van deontwikkelingen rondom het herijken, optimaliseren en vereenvoudigenvan de bestaande governance. Dit leidt tot efficiëntere besluitvorming,grotere transparantie en verbeterde samenwerking. Om dit te bewerkstel-ligen is een procesbegeleider aangewezen. De procesbegeleider voert eenbrede verkenning uit onder de gemeenten, waterschappen, provincies, hetRijk en beheerorganisaties. Hierbij staan drie onderwerpen centraal. Heteerste onderwerp gaat over de uitbouw en doorontwikkeling van deDSO-Landelijke Voorziening en de werking van het DSO binnen de keten.Het tweede onderwerp focust zich op de aandacht voor de ondersteuningvan bevoegde gezagen tijdens de transitiefase. Het laatste onderwerp gaatover het inzetten op het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid vooreindgebruikers. De verkenning brengt de financiën in kaart en kan leidentot een aanpassing van de governance en de interbestuurlijke afsprakenover deze onderwerpen. Als er relevant nieuws is, breng ik u op de hoogtevia mijn voortgangsbrieven.Opvolging motie Moonen c.s.De motie Moonen c.s. betreft het bevorderen van participatie door a) hetbeschikbaar maken van de «kennisgeving voornemen», het zogenaamde«vlaggetje» – vergelijkbaar met de huidige vooraankondiging – enb) concepten van regelingen in de viewers van het DSO-LV zichtbaar temaken. In het kader van het «vlaggetje» heb ik u in een eerder stadiumaangegeven dat de realisatie hiervan meegenomen wordt in de planning.Als eerste stap wordt nu gewerkt aan een technisch ontwerp van dezefunctionaliteit welke naar verwachting in Q1 2025 gereed is. Het ontwerpwordt daarna getoetst om zeker te stellen dat het de informatiepositie vande gebruikers versterkt en geen onverwacht negatief effect heeft op degebruiksvriendelijkheid van de viewers. Na deze tests volgt de implemen-tatie van de functionaliteit.36Single Digital Gateway | Digitale Overheid37Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, GD & Kamerstukken II 2023/24, 33 118, nr. 282.38Stb. 2024, 244.39T03746 en T03557.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28722 In het kader van de «conceptregelingen» heb ik al aangegeven dat derealisatie van deze functionaliteit op dit moment niet passend is. Dezeextra gewenste functionaliteit mag namelijk niet ten koste gaan van zakendie eerder met de bestuurlijke partijen zijn afgesproken, bijvoorbeeld voorde verdere afbouw en de implementatie van STOP 1.4. Daarbij komt dat erin de markt op dit moment ook al technische oplossingen aanwezig zijnom concepten te kunnen ontsluiten op andere manieren. Ook betekent ditdat dergelijke regelingen aan de voorgeschreven standaarden moetengaan voldoen en dat heeft impact op de vormvrijheid die bevoegdegezagen nu hebben. Op dit moment wordt verder gewerkt aan eenuitgebreidere impactanalyse. In deze impactanalyse wordt onder andereverder gekeken naar de beleidsmatige verantwoordelijkheidsverdelingtussen overheden, de wenselijkheid en de mogelijke impact op degebruiksvriendelijkheid. Daarnaast vraagt het realiseren van een functio-naliteit als deze om veel middelen en capaciteit, welke begrotingstech-nisch niet voorzien zijn. De impactanalyse wordt in overleg met allebetrokken partijen opgesteld, waarna de vervolgstappen worden bepaald.Ook hiervoor geldt dat deze impactanalyse naar verwachting in Q1 2025opgeleverd wordt. Ik blijf u via mijn voortgangsbrieven informeren overde voortgang en de wijze waarop ik aan deze motie uitvoering geef.Wetgeving en rechtspraakDe aanvullingen op de invoeringswetgeving die via de VangnetregelingOmgevingswet zijn vastgesteld, worden meegenomen in een voorstelvoor een technische verzamelwet dat tot en met 8 maart 2025 terconsultatie ligt.40 Daarnaast wordt nog een tweede wijziging van dezevangnetregeling voorbereid. Ook de eerdergenoemde wijziging van hetBesluit elektronische publicaties is vastgesteld vanuit mijn stelselverant-woordelijkheid. Daarnaast zijn er vanuit de beleidsverantwoordelijkheidvan verschillende bewindspersonen in 2024 in totaal 27 wijzigingen vanhet stelsel bekendgemaakt (3 wetswijzigingen, 12 AMvB-wijzigingen en12 wijzigingen van de Omgevingsregeling). Belangrijke voorbeelden zijnde Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Wet uitvoeringEuropese verordening ontbossingsvrije grondstoffen en producten.41Maar het gaat ook om technische aanpassingen, zoals een verzamelwet.Die aantallen zijn vergelijkbaar met de wijzigingen die in de jaren voor deinwerkingtreding van het stelsel werden gepubliceerd (25 in 2022 en 33 in2023).De regeringscommissaris voor de Omgevingswet heeft een eerste adviesgegeven, dat enkele aanbevelingen bevat over het «Varkens in Nood»reparatiewetsvoorstel. Dat voorstel zal de Omgevingswet, de Algemenewet bestuursrecht (Awb) en een aantal andere omgevingsrechtelijkewetten wijzigen.42 Het advies wordt verwerkt in een voorstel dat zich opdit moment nog in de fase van ambtelijke voorbereiding bevindt. Hetadvies wordt samen met de aanbieding voor advisering aan de Raad vanState gepubliceerd.Op 18 december heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState een eerste uitspraak gedaan over een wijziging van eenomgevingsplan (gemeente Aalsmeer).43 Daarin gaat de Afdeling in op hettoetsingskader dat zij hierbij hanteert. In het stelsel gaat het niet meer omde «goede ruimtelijke ordening», maar een «evenwichtige toedeling van40https://www.internetconsultatie.nl/verzamelwetbzkvro/b141Stb. 2024, 406 en Stb. 2024, 242.42Vgl. de brief van 20 december jl. hierover van de Staatssecretaris van Infrastructuur enWaterstaat, Kamerstukken II 2024/25, 28 663, nr. 83.43ECLI:NL:RVS:2024:5222.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28723 functies aan locaties». In totaal hebben de rechtbanken en de Afdelingenkele duizenden rechterlijke uitspraken gedaan die het stelsel raken,maar het overgrote deel gaat nog over het overgangsrecht en dus detoepassing van het oude recht.Monitoring en evaluatie stelsel OmgevingswetSinds 1 januari 2024 maken de bestuurlijke partners en ik voortdurendgebruik van de monitors die voor de inwerkingtreding zijn ingericht. Viadeze monitors wordt zicht gehouden op de werking van deOmgevingswet. Eventuele knelpunten worden zo ook in een vroegtijdigstadium gesignaleerd. Verder wordt de monitoring gebruikt om uitein-delijk de werking van de wet op verschillende momenten te evalueren. Nuhet eerste jaar onder de Omgevingswet achter ons ligt, kunt u van mij inhet kader van de monitoring en evaluatie de komende periode verschil-lende rapportages verwachten.In lijn met het plan van aanpak van de Monitor Werking Omgevingswet44ontvangt uw Kamer in juni 2025 de eerste monitoringsrapportage (over2024) van mij. De ingestelde onafhankelijke EvaluatiecommissieOmgevingswet (hierna: EcO) reflecteert op deze rapportage. Eendergelijke monitoringsrapportage inclusief reflectie van de EcO ontvangt ude komende jaren elk jaar van mij. Voor de financiële monitoring ontvangtu in het eerste kwartaal van 2025 de resultaten van het onderzoek naar detransitiekosten. Daarna volgen nog twee integrale financiële evaluaties.Tot slot wordt het komende jaar gewerkt aan de toegezegde invoerings-toets. De uitkomsten hiervan verwacht ik u aan het einde van 2025 tekunnen toesturen.Evaluatiecommissie OmgevingswetNaast het reflecteren op de jaarlijkse monitoringsrapportage, laat deonafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet ook eigen onder-zoeken uitvoeren. In het eerste kwartaal van 2025 ontvang ik deeerste rapportage over 2024 van de EcO. De rapportage stuur ik in eenlater stadium naar uw Kamers toe. Deze rapportage bevat twee deelonder-zoeken die de EcO in 2024 heeft laten uitvoeren over de werking van dekerninstrumenten «decentrale regels» en «buitenplanse omgevingsplan-activiteit» (BOPA). In totaal voert de EcO acht deelonderzoeken uit tussen2024 en 2027, met een herhaalonderzoek in 2028. Elk jaar publiceren zijeen rapportage over de uitgevoerde deelonderzoeken. In 2029 publicerenzij de eindevaluatie, dit is vijf jaar na inwerkingtreding van deOmgevingswet.44Kamerstukken I 2023/24, 33 118/34 986, FX, bijlage 1 & Kamerstukken II 2023/24, 33 118,nr. 278, bijlage 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 118, nr. 28724
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.