KamerkringInloggen
← Verkenner

Antwoord op Kamervragen · 20 jan 2026 · Tweede Kamer

Antwoord op vragen van het het lid Van Duijvenvoorde over de economische impact van extra defensie-uitgaven volgens het Centraal Planbureau (CPB)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden910Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Defensieover de economische impact van extra defensie-uitgaven volgens het CentraalPlanbureau (CPB) (ingezonden 21 november 2025).Antwoord van Minister Brekelmans (Defensie) en de Staatssecretaris vanDefensie (ontvangen 20 januari 2026).Vraag 1Bent u bekend met het NOS-artikel – op basis van onderzoek van het CPB –over de beperkte economische impact van extra defensie-uitgaven?1Antwoord 1Ja, Defensie is bekend met het artikel en de studie van het CPB waaroverdeze rapporteert.Vraag 2Hoe beoordeelt u het CPB-onderzoek dat de meeste defensie-investeringengeen economische groei in Nederland zullen opleveren?Antwoord 2Investeren in Defensie is in eerste instantie een investering in de veiligheidvan Nederland en Europa. Veiligheid is een cruciale voorwaarde voor hetgoed functioneren van een economie. De baten van veiligheid zijn echter nietaltijd makkelijk uit te drukken in economische waarden.Als gevolg van de toenemende dreigingen in Nederland en Europa, groeidede Nederlandse Defensie-industrie tussen 2022 en 2023 fors van 5,7 naar 7,7miljard. Defensie zet momenteel stappen op veel van de punten die het CPBbenoemt. Met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII)2025–2029 zet Defensie in op industrieversterkend inkopen in Nederland enEuropa en daarmee ook op de opschaling van deze industrieën. Ook draagtDefensie positief bij aan lokale economieën rond defensielocaties en regio’smet innovatieve ecosystemen. Het CPB geeft aan dat dit tot meer positieveeconomische spill-over effecten zal leiden, bijvoorbeeld voor lokale onderne-mers.1NOS, 19 november 2025, «Meer geld naar defensie leidt tot weinig economische groei»(https://nos.nl/artikel/2591082-meer-geld-naar-defensie-leidt-tot-weinig-economische-groei) ah-tk-20252026-910ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 Defensie vindt het van groot belang dat er vanuit verschillende invalshoekenwordt nagedacht over de optimale koers van het beleid en volgt publicatieszoals deze daarom nauwlettend. In de tweede helft van 2026 wordt deEconomische beleidsanalyse (EBA) defensie-Industrie gepresenteerd. Ditbetreft een advies over de opgave omtrent de opschaling van de defensie-industrie. Daarin wordt ook gekeken naar economische effecten van uitgavenaan Defensie, de resultaten van o.a. dit CPB-rapport worden daarin meegeno-men.2Vraag 3Wat is uw plan om te voorkomen dat extra investeringen slechts zullen leidentot een budget-stapeling zonder operationele verbetering?Antwoord 3De Defensienota 2024 geeft inzicht in de investeringen die nodig zijn om dekrijgsmacht de komende jaren te versterken.3 Defensie versterkt zowel degevechtskracht die nodig is om een groot conflict te voorkomen en zo nodigte kunnen voeren en winnen, als ondersteunende capaciteiten om inzet langvol te houden. Hierbij is het van belang dat Defensie beschikt over het juistepersoneel. Daarom richten investeringen zich ook op mensen en goedwerkgeverschap om de organisatie te laten groeien en schaalbaar te maken.De Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) benadrukt het belangvan het opschalen van de defensie-industrie in Nederland en Europa. Dit steltDefensie beter in staat om de bestaande behoeften in te vullen. Dit betekentmeer investeren in het vergroten van de productie- en leveringszekerheid,waarbij meer uitgaven aan Defensie ook moeten bijdragen aan het versterkenvan de eigen economie. Defensie gaat extra investeren in de 5 NLD gebieden(kwantum, slimme materialen, intelligente systemen, ruimtevaarttechnologie,sensoren) en in de maritieme maakindustrie. Deze technologische gebiedenzijn gebaseerd op de behoeften van de krijgsmacht en de (potentiële) sterktesvan de Nederlandse economie. Deze technologische focusgebieden zijn nietalleen voor Defensie van belang, maar brengen ook zogeheten spill-overeffecten naar de bredere economie met zich mee en dragen bij aan deNederlandse kenniseconomie.Vraag 4Waarom kiest het kabinet ervoor om Nederlandse investeringsuitgavengrootschalig te besteden in het buitenland?Antwoord 4Zoals hierboven genoemd, zet Defensie met de D-SII in op industrieverster-kend inkopen in Nederland, en daarmee ook op de opschaling van Neder-landse industrieën. Dit draagt bij aan het verlagen van de importafhankelijk-heid. Het CPB geeft aan dat dit tot meer positieve economische effecten kanleiden. Defensie schat hierbij in dat Nederland een significante bijdrage kanleveren aan de Europese veiligheid door te investeren in technologieën meteen sterk dual-use karakter, zoals drones of slimme materialen. Defensiespeelt in op economische sterktes van Nederland, creëert daarmee kansenvoor aangrenzende industrieën en jaagt daarmee innovatie en groei inbestaande ecosystemen aan. Daarnaast werkt Defensie hard aan vraagbunde-ling binnen Europa om schaalvoordelen te realiseren en de Nederlandse enEuropese defensie-industrie te versterken.Wanneer Defensie materieel importeert wordt ingezet op IndustriëleParticipatie, wat inhoudt dat Defensie met buitenlandse leveranciers afspreektdat de Nederlandse industrie of kennispartners bij orders wordt betrokken.Het Ministerie van Economische Zaken is verantwoordelijk voor het Industri-eel Participatiebeleid. Zij maakt afspraken met buitenlandse leveranciers omde Nederlandse industrie en kennisinstellingen onder andere bij orders tebetrekken. Zo zijn in het kader van de aanschaf van onderzeeboten afsprakenmet de leverancier gemaakt die er mede voor zorgen dat tijdens de produc-tiefase ruim € 1 miljard aan opdrachten bij de Nederlandse industrie2Kamerstuk 31 125 1433Kamerstuk 2024D31681.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 terechtkomt.4 Ook bij andere aanschaftrajecten wordt participatie van deNederlandse industrie verzekerd, zo verkrijgt de Nederlandse industrie opjaarbasis opdrachten met een waarde van ruim € 200 miljoen in samenhangmet de verwerving van de F-35.5Defensie zet bij de inkoop meer in op single-source inkoop, door toepassingvan WVEU 346, wat het mogelijk maakt gericht te sturen op de herkomst vanproducten. Daardoor kan snel en gericht in Nederland worden ingekocht. Meteen Government-to-Government office en actieve business developmentwerkt Defensie ook actief aan het aansporen van export door de Nederlandseindustrie.Vraag 5Bent u bereid een plan te ontwikkelen om de Nederlandse defensie-industriete versterken zodat er minder Nederlands belastinggeld naar het buitenlandlekt?Antwoord 5De D-SII geeft richting aan het versterken en opschalen van de NederlandseDefensie en Technologische Industriële Basis (NLDTIB). Defensie zet sterk inop het opschalen van de Nederlandse defensie-industrie om de productie- enleveringszekerheid te vergroten. Defensie zal herkomst en tijdigheid vanlevering zwaarder meewegen bij de aanschaf van materieel. Dit zal deNederlandse industrie in staat stellen een groter aandeel van de uitgaven aanDefensie te absorberen. Zoals hierboven genoemd, zal de D-SII bijdragen aanhet verlagen van de importafhankelijkheid. Defensie is echter primairverantwoordelijk voor het garanderen van de veiligheid van Nederland en inEuropa. Dat betekent dat er ook materieel in het buitenland wordt aange-schaft.Met het inzetten van de productielocatie van VDL, eerder een leegstaande hal,vindt nu economische activiteit plaats. Ook investeert Defensie onder anderemiddels het SecFund in nieuwe start- en scale ups waardoor ecosystemenworden opgebouwd en de Nederlandse industrie een grotere rol speelt bij deopschaling van de krijgsmacht. Met de C-UAS challenge daagt Defensiebedrijven uit om met innovatieve oplossingen te komen waarmee Defensie inhaar behoeften kan voorzien. Zie ook vraag 8 hieronder over de inzet vanDefensie op technologie.Vraag 6Hoe voorkomt u een verdere krapte op de arbeidsmarkt doordat defensieextra personeelsleden probeert te werven?Antwoord 6Defensie herkent de arbeidsmarktkrapte uitdagingen die in Nederland spelenen heeft hier aandacht voor bij de groeiopgave. De huidige geopolitiekesituatie vraagt om een groei van het aantal militairen om als Defensie inNAVO-verband geloofwaardig te kunnen afschrikken. Daarom bouwt Defensieaan een schaalbare krijgsmacht die in 2030 bestaat uit 100.000 mensen enwanneer nodig schaalbaar is naar maximaal 200.000 mensen. Die schaalbarecapaciteit wordt vooral ingevuld door reservisten. Door in te zetten op hetvergroten van het aantal reservisten kan Defensie het personeelsbestanduitbreiden terwijl de gevolgen voor de arbeidsmarkt beperkt blijven.Reservisten blijven werkzaam bij hun dagelijkse werkgever en zetten zichdaarnaast deeltijd in voor Defensie. Reservisten werken bij allerlei verschil-lende bedrijven en nemen hun kennis niet alleen mee naar Defensie ennemen ook vaardigheden mee terug naar hun civiele werk. Zoals ook wordttoegelicht in de Stand van Defensie is een versnelling nodig om de doelstel-lingen op het gebied van de personele opschaling te behalen.4https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/09/10/deelname-nederlandse-industrie-aan-nieuwe-onderzeeboten-getekend5Pagina 26 Vijfentwintigste voortgangsrapportage project Verwerving F-35, bijlage bij Kamerstuk26 488-478Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 Vraag 7Kunt u uitsluiten dat de extra defensie-uitgaven worden gefinancierd middelslastenverzwaringen die een negatief effect zullen hebben op de Nederlandseeconomie, zoals het CPB waarschuwt?Antwoord 7Besluitvorming over de financiering van de extra defensie-uitgaven is aan eenvolgend Kabinet. Het budgetrecht ligt bij het parlement en daar zal dan ookhet definitieve besluit over de defensie-uitgaven worden genomen.Vraag 8Waarom investeert defensie relatief weinig in zogeheten «dual-use» technolo-gie, die dus ook de civiele innovatie versterkt?Antwoord 8In lijn met de D-SII investeert Defensie veel in dual-use. Dat betreft enerzijdsinvesteringen in dual-use technologieën en fundamenteel onderzoek op basisvan de 10 basisgebieden. Anderzijds betreft dit investeringen in de 5NLD-gebieden waar Defensie de rol vervult van smart developer en launchingcustomer. Defensie heeft recent geïnvesteerd in diverse instrumenten6 dieerop gericht zijn om kennis, technologie en innovaties op het gebied vandual-use bij start-ups, MKB en kennisinstituten (TO2, universiteiten, hoge-scholen). Nederland besteedt 1,3% van haar Defensiebegroting aan Research& Technology (R&T) en houdt dit vast als minimum. R&T bestedingen kunnenbredere economische spill-over effecten hebben. Ook als onderdeel vanmaterieelprojecten worden investeringen in innovatie gedaan.Vraag 9Hoe verklaart u dat het kabinet defensie-uitgaven presenteert alsof zeeconomische groei zouden genereren, terwijl het CPB nu duidelijk laat ziendat dit niet tot nauwelijks het geval is?Antwoord 9Het CPB laat zien dat de Nederlandse economie krapte ervaart die het effectop de economie van Defensie-uitgaven beperken. De bijdrage kan echterhoger uitvallen als de juiste omstandigheden worden gecreëerd. Zoalsaangegeven werkt Defensie aan beleid waarvan aannemelijk is dat het demultiplier zal verhogen, bijvoorbeeld door in te zetten op opschaling van dedefensie-industrie in Nederland, meer middelen beschikbaar te maken voorinnovatie, o.a. gericht op fundamenteel onderzoek en dual-use. Uitgavengericht op innovatieve sectoren zoals space kunnen positieve economischeeffecten hebben voor de bredere maatschappij. Ook wordt het «weglek-effect» verkleind doordat wordt ingezet op het opschalen van de defensie-industrie binnen Nederland en Europa. Tot slot geldt ook dat uitgaven aanDefensie van belang zijn om economische schade door geopolitiekeinstabiliteit te verminderen door middel van geloofwaardige afschrikking. HetCPB-onderzoek benadrukt dit ook.Vraag 10Bent u bereid transparanter te zijn over de beperkte impact die extradefensie-investeringen zullen hebben op de Nederlandse economie?Antwoord 10Ja, Defensie is hier zeker toe bereid. Defensie heeft recentelijk een onderzoekin opdracht gegeven om beter inzicht te krijgen in de brede economischeeffecten van de opschaling zodat deze effecten, zonder concessies aan deveiligheid, zo hoog mogelijk te houden. Ook de EBA Defensie-industrie, dievoor de zomer 2026 wordt gepubliceerd, zal ingaan op de economischeeffecten van defensie-uitgaven.6Voorbeelden van deze instrumenten en de daarvoor beschikbare budgetten zijn: SecFund, 100mln.; TTT, 10 mln.; SEED, 25 mln.; OCW programmering bij civiele universiteiten enhogescholen 35 mln.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4 Vraag 11Deelt u de opvatting dat defensie-investeringen – waar mogelijk – zo veelmogelijk ten goede zouden moeten komen aan de Nederlandse economie ende Nederlandse defensie-industrie?Antwoord 11Zie Kamerstuk 31 125 134 en de beantwoording vraag 5.Vraag 12Kunt u inzichtelijk maken wat de gevolgen zijn voor de arbeidsmarkt wanneerdefensie inzet op uitbreiding van het personeelsbestand?Antwoord 12Zie beantwoording vraag 6.Vraag 13Bent u bereid om de focus veelal te leggen op Nederlandse productie enindustrie in plaats van het buitenland?Antwoord 13Zie beantwoording vraag 5.Vraag 14Kunt u een transparante kosten-effectiviteitsanalyse opstellen waarin duidelijkwordt in hoeverre extra uitgaven zorgen voor daadwerkelijke weerbaarheiden veiligheid van Nederland?Antwoord 14De doelstelling van de NAVO om 3,5% van het bbp aan Defensie uit te gevenberust op een uitgebreide analyse van de capabilities die de NAVO nodigheeft om de veiligheid en afschrikking binnen het verdragsgebied tegaranderen. Defensie vult deze opgave in via uitgaven aan zaken alspersoneel, materieel en onderhoud. Defensie houdt in de aanschaf rekeningmet een aantal zaken, waaronder de kosteneffectiviteit van de uitgaven. UwKamer is eerder dit jaar geïnformeerd over het NAVO-planningsproces waarintevens aandacht werd besteed aan de financiële consequenties van dezedoelstellingen.7 In de Stand van Defensie rapporteert Defensie over hettotaalbeeld van de voortgang van de doelstellingen.8Vraag 15Hoe verhouden de investeringen in materieel, zoals wapensystemen envoertuigen, zich tot de met name digitale bedreiging zou vormen?Antwoord 15Defensie werkt aan het versterken van haar capaciteiten in alle domeinen:land, lucht, zee, ruimte en cyber. Het digitale domein is randvoorwaardelijk enondersteunend aan al deze domeinen. Op al deze gebieden worden investe-ringen gedaan die Defensie in staat stellen haar missie effectiever tevervullen. De Defensienota 2024 en de Digitale Transformatie Strategie9beschrijven de investeringen die worden gedaan om de huidige doelstellin-gen te vervullen. Defensie stelt zich met deze investeringen in staat omsamen met onze bondgenoten alle relevante dreigingen het hoofd te bieden.Met het Defensieprojectenoverzicht 2025 is uw kamer geïnformeerd over deaanschaf van materieel.10Vraag 16Hoe verantwoord u dat Nederlandse belastingmiddelen vooral buitenlandsedefensie-industrieën – en daarmee hun weerbaarheid – versterken?7Kamerstuk 28 676, nr.5048Kamerstuk 2025D39411 (Stand van Defensie najaar 2025)9Kamerstuk 2025D3175610Kamerstuk 27 830, nr. 465Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel5 Antwoord 16Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5, zet Defensie sterk in op hetopschalen van de Nederlandse defensie-industrie om de productie- enleveringszekerheid te vergroten. Dit zal de Nederlandse industrie in staatstellen een groter deel van de uitgaven aan Defensie te absorberen. Defensieis echter primair verantwoordelijk voor het garanderen van de veiligheid vanNederland en van onze bondgenoten. Dat betekent dat er ook materieel in hetbuitenland kan worden aangeschaft. We kopen vaker dezelfde producten alsonze bondgenoten. Wat goed is voor hen, is ook goed voor ons (enandersom). Nederland schaft daarbij hoofdzakelijk materieel aan bij nauwebondgenoten, met voorkeur in Europa en anders bij NAVO-partners. Partnersvan Nederland schaffen ook in Nederland zaken aan. Bovendien positionerenwe Nederlandse industrie in het buitenland door toepassing van IndustriëleParticipatie.Vraag 17Ziet u mogelijkheden om Nederlandse belastingmiddelen meer in te zettenvoor de Nederlandse defensie-industrie en de Nederlandse weerbaarheid?Antwoord 17Ja, zie beantwoording vraag 4 en 5.Vraag 18Hoe gaat u ervoor zorgen dat defensie-uitgaven maximaal rendabel zijn?Antwoord 18Defensie zorgt er allereerst voor dat haar uitgaven maximaal rendabel zijn inrelatie tot de capabilities die nodig zijn om onze veiligheid te garanderen. Ditzijn capabilities waarover binnen het NATO Defence Planning Process (NDPP)afspraken worden gemaakt om ervoor te zorgen dat bondgenoten samen hetNAVO-grondgebied kunnen verdedigen. Daarmee wordt voorzien in eencruciale voorwaarde voor een gezonde economie. Tegelijkertijd zal Defensieoog hebben voor kansen om door middel van verhoogde aanschaf inNederland en inzet op innovatie positieve economische effecten te garande-ren. Onderzoeken zoals het CPB-rapport bieden inzichten die Defensie helpeneconomische kansen te benutten. Echter blijft de missie van Defensie om deveiligheid te garanderen daarbij leidend. Het versterken van de defensie-industrie draagt daaraan bij; minder strategische afhankelijkheid en leverings-zekerheid dragen ook bij aan afschrikking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel6

Versie ecdf460515452fe2267a71f9ac5161f271ca1ad7dbb9a2e22cb74ac7de1f6366 · Officiële bron.

Gegevens

Soort document
Antwoord schriftelijke vragen
Datum
20 januari 2026
Vergaderjaar
2025-2026
Aanhangselnummer
252600910
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.