Ontwerpregeling houdende verlenging van de Subsidieregeling praktijkleren en uitbreiding van de subsidievoorwaarden
Brontekst
Versie 5452a781752fd25c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 31 524Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie Nr. 575 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 11 september 2023 Hierbij bied ik u aan het ontwerp van de regeling houdende verlenging van de Subsidieregeling praktijkleren en uitbreiding van de subsidievoor-waarden. Het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is een belangrijke prioriteit die ik in de Werkagenda mbo heb gesteld. De Subsidieregeling praktijkleren is een instrument om werkgevers tegemoet te komen in de investering die goede begeleiding van studenten vraagt, met als doel om hen te stimuleren om praktijkleerplaatsen aan te bieden en zo de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verstevigen. De subsidieregeling vervalt met ingang van 1 januari 2024. Uit de evaluatie van de regeling is naar voren gekomen dat de regeling voldoet aan de verwachtingen1. Om die reden wordt voorgesteld de regeling te verlengen met een periode van vijf jaar. Daarmee wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie van het lid El Yassini c.s.2 om de regeling na een positieve evaluatie met vijf jaar te verlengen. De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure, bedoeld in artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabi-liteitswet 2016 en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over de ontwerpregeling. Ik ga niet eerder over tot publicatie van deze regeling dan nadat dertig dagen zijn verstreken na verzending van deze brief. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H. Dijkgraaf1Kamerstuk 31 524, nr. 2632Kamerstuk 36 200 VIII, nr. 144. kst-31524-575ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Ter griffie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 11 september 2023.De wens om over de voorgenomen voor-dracht voor de vast te stellen ministeriële regeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door of namens de Kamer of door ten minste dertig leden van de Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 11 oktober 2023.De voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling kan niet eerder worden gedaan dan op 11 oktober 2023 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 524, nr. 575
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.