Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 mei 2025, over Nationale veiligheid en weerbaarheid
Brontekst
Versie fc3071f56832216f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 821Nationale VeiligheidNr. 293 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 6 juni 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid en de vaste commissievoor Defensie hebben op 15 mei 2025 overleg gevoerd met de heer VanWeel, Minister van Justitie en Veiligheid, over:−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 6 december 2024 inzake weerbaarheid tegen militaire enhybride dreigingen (Kamerstuk 30 821, nr. 249);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 6 december 2024 inzake voortgang Veiligheidsstrategievoor het Koninkrijk der Nederlanden (Kamerstuk 30 821,nr. 251);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 9 december 2024 inzake analyse van het effect van AI opde nationale veiligheid (Kamerstuk 30 821, nr. 252);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 21 februari 2025 inzake kabinetsreactie op het Niinistö-rapport over de versterking van de paraatheid en weerbaarheidvan de EU (Kamerstuk 33 694, nr. 70);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 12 mei2025 inzake uitvoering van de motie van het lid Omtzigt c.s.over versterking van de nationale weerbaarheid conform deaanbevelingen van de Algemene Rekenkamer (Kamerstuk36 045, nr. 194) (Kamerstuk 30 821, nr. 276).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,PoolDe voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,KahramanDe griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,Brood kst-30821-293ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2931 Voorzitter: KoopsGriffier: BroodAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Aardema, Eerdmans,Van Houwelingen, Koops, Michon-Derkzen, Mutluer, Van Nispen, SixDijkstra en Wijen-Nass,en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 13.01 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Welkom bij het debat over nationale veiligheid enweerbaarheid. Een speciaal welkom aan de heer Van Weel, aan deKamerleden, aan de mensen op de publieke tribune en natuurlijk aan demensen die van verre dit debat volgen. Wij beginnen met een eersteronde met vier minuten spreektijd. Er is een aantal interrupties mogelijk,maar niet meer dan zes; dat zeg ik er van tevoren bij. Het is een buiten-gewoon belangrijk onderwerp en daar zijn wij ons allemaal terdege vanbewust. Daarmee geef ik nu het woord aan de heer Van Nispen van de SP.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Er speelt veel en de onrust in de wereld neemt toe.Het is dan ook goed dat we ons bewustzijn aanscherpen over nationaleveiligheid en onze weerbaarheid bij rampen, aanslagen, stroomuitval enandere calamiteiten. Ik maak me echter wel zorgen over de manierwaarop het kabinet hiermee omgaat. We zien heel veel woorden, maarnog niet zo heel veel concrete acties en daden. In de Voorjaarsnota is70 miljoen euro gereserveerd voor nationale weerbaarheid, een bedragdat pas vanaf 2027 beschikbaar komt. Ik dacht echter dat die dreiging ernu is en dat die niet wacht tot 2027. Bovendien is het toch enigszins karig,zeker in vergelijking met de miljardeninvesteringen in defensie. Daaromvraag ik de Minister: is er nou wel of geen serieuze dreiging? En als diedreiging er is – dat is wat het kabinet zelf zegt – waarom wordt er dan zoweinig en zo laat geïnvesteerd in de weerbaarheid van de samenleving?De Minister heeft iedereen opgeroepen een noodpakket in huis te halen.Dat vind ik op zichzelf een goede oproep, maar daarmee rijst de vraag ofhier de verantwoordelijkheid van de overheid stopt. Niet iedereen heeftnamelijk dezelfde mogelijkheden om zich voor te bereiden. De oproep vande Minister om bijvoorbeeld € 500 aan contant geld in huis te halen, vindik zelf echt wereldvreemd, echt wereldvreemd. De meeste mensen kunnenzo’n bedrag toch helemaal niet oppotten als ze al moeite hebben om heteind van de maand te halen? Daarbij is de vraag of zo’n oproep weliedereen bereikt. Bereikt die bijvoorbeeld ook de mensen in de Bijlmer,Rotterdam-Zuid, Heerlen-Noord of de Hoge Vucht in Breda? Hoe gaat deMinister er nou voor zorgen dat zijn oproep echt iedereen bereikt?Bovendien is echte weerbaarheid meer dan een noodpakket met kaarsenen een radio. Daar wijst ook het Sociaal en Cultureel Planbureau op.Weerbaarheid vraagt om sociale samenhang in de samenleving,vertrouwen tussen mensen en de bereidheid om elkaar ook buiten deeigen kring te helpen. Maar precies daar wringt het, want door structureleongelijkheid zijn groepen in onze samenleving uit elkaar gegroeid. Veelmensen komen nauwelijks meer uit hun eigen bubbel. Zoals deSCP-directeur zegt: investeren in sterke, verbonden gemeenschappen iseven hard nodig als investeren in defensie. Mijn vraag aan de Minister isdan ook: wat vindt hij van deze analyse van het Sociaal en CultureelPlanbureau, en wat doet hij concreet om de sociale samenhang teversterken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2932 Nog een andere vraag: komt er in het crisisbeleid specifiek aandacht voorde belangen van kinderen? Graag een reactie van de Minister op dezeterechte oproep van UNICEF.Weer een andere vraag gaat over de reddingsbrigade. Die draait voor eengroot deel op vrijwilligers. Wat doet de Minister nou om ervoor te zorgendat organisaties zoals deze alles in huis hebben, organisatorisch,financieel en juridisch, om hun werk goed te kunnen doen als het eropaankomt? Ook daarop graag een reactie.Ik zei het al: er komt 70 miljoen via de Voorjaarsnota voor nationaleweerbaarheid. Het is nog onduidelijk waarvoor die precies zijn, en doorwie en voor wat te besteden. Het is volgens mij ook wat laat. Maareigenlijk blijft er van dit bedrag weinig over door de bezuinigingen elders.Neem bijvoorbeeld de veiligheidsregio’s. Die voeren cruciale taken uit ophet gebied van de brandweerzorg, rampen- en crisisbeheersing enmedische hulpverlening. Daarop wordt nu bezuinigd door de BredeDoeluitkering Rampenbestrijding met 10% te korten. Dat staat toch haaksop de ambitie van de Minister om te bouwen aan een veilige en weerbaresamenleving? Een van de praktische uitwerkingen van deze korting is dater brandweerkazernes dreigen te sluiten. Dat is volgens mij precies wat jeniet nodig hebt. Die spelen namelijk een belangrijke rol, of zouden diemoeten gaan spelen, in een noodstructuur, bijvoorbeeld als lokalesteunpunten. Volgens mij is dit dus compleet onlogisch en tegenstrijdig.Die verhouding deugt niet, die klopt niet. Dit had van tafel gemoeten endat is nog niet gebeurd.Ook de bezuinigingen op de gemeenten vormen een probleem. Degemeenten moeten die steunpunten, waar mensen naartoe kunnen voorstroom, schoon water of medicijnen, immers gaan inrichten. Met welkgeld moeten gemeenten dat gaan doen? Dit klinkt opnieuw als een extrataak voor gemeenten zonder bijbehorende middelen; dat is niet de eerstekeer.Voorzitter. Kortom, het kabinet roept iedereen op om zich voor tebereiden. «Wees voorbereid» is de boodschap, maar intussen lijkt het juistde overheid zelf die niet goed is voorbereid. Als we van mensenverwachten dat zij verantwoordelijkheid nemen, dan moet de overheid dattoch zeker ook doen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u, meneer Van Nispen. Dan geef ik het woord aan de heerEerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Dank, voorzitter. We denken elke dag dat het normaal is dat we water uitde kraan krijgen, stroom uit het stopcontact en geld uit de automaat. Maaris dat zo? Is dat niet iets wat heel snel kan veranderen? Ik vind het oprechteen wonder hoe veilig en vrij wij leven in Nederland en in Europa. Daarbedoel ik mee dat onze veiligheid zomaar op de proef gesteld kan worden,zowel fysiek als in de cyberomgeving. Ik denk dat wij als wereld op eendunne lijn van beschaving lopen. China, Iran, Rusland, Pakistan: dat zijnlanden die het conflict opzoeken door hun radicale dictators. Dat heeft eenpotentieel domino-effect richting het Westen. Wie meer wil wetenhierover kan ook even op de Telegraafsite kijken. Daar staat nog steedseen artikel over de zeven kruitvaten die Nederland zomaar een oorlog inzouden kunnen slepen. Dan hoor ik vaak mensen zeggen: «Hoe groot isdie kans nou, Joost? Van wie zou dat moeten komen?» Ik denk dat onsgewone leven juist heel snel fors ontregeld kan worden. Ik vind dat wedaar te naïef en te luchtig over doen. Ik zeg niet dat de Minister dat doet inzijn brief, maar ik vind dat we in het algemeen die houding hebben. Danzijn we een week bezig met een rookbom, maar volgens mij is de echteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2933 uitdaging: hoe weerbaar zijn wij nou als Nederland als er echt een directeaanval komt?Voorzitter. Volgens mij zijn we heel eerlijk gezegd eerder «snowflakes»dan «bushcrafters», om het zo maar te zeggen. Ik vind ons luxekindjes dieal in paniek raken als de batterij van de telefoon leeg is. Ik heb geen ideehoe we het moeten redden zonder iPhone. Ik denk dus dat het een enormebende wordt als wij echt serieus op de proef gesteld worden: ieder voorzich, geen hond die zich bekommert om de ander of om mensen in nood.Ik maak mij dus best wel zorgen of we met z’n allen echt zijn voorbereidop een crisissituatie. Ondanks de terechte oproep van het kabinet om eeneigen noodpakket in huis te hebben en € 500 cash, heeft slechts 28% vande mensen daaraan voldaan. Hoe tevreden is de Minister met dietussenstand? Nederland heeft dus geen schuilkelders, om maar eens watte noemen. En dat blijft voorlopig zo, zei de voorganger van Minister vanWeel, Yes¸ilgöz, vorig jaar. Is dat nou zo verstandig? In Duitsland wordtgewerkt aan een Schutzraumconcept, een schuilruimteplan, ombestaande infrastructuur onder parkeergarages, metrostations enondergrondse kelders te gebruiken om in geval van nood naartoe tekunnen. Zijn tijdelijke schuilplaatsen niet toch verstandig of vindt u dat wedan paniek zaaien? Ik denk het niet.Voorzitter. Het kabinet staat achter de paraatheidsvoorstellen van deEuropese Commissie, onder meer de paraatheidsdag en meer aandachtvoor scholen. Prima, daar ben ik blij mee. De GGD heeft nog wel de vraaguitstaan hoe nou die 300 miljoen bezuinigingen op de pandemischeparaatheid in relatie kunnen worden gezet tot de weerbaarheid vanNederland.Voorzitter. Dan ga ik naar de stroomstoring in Spanje. De oorzaak lijktduidelijk een verkeerde energiemix te zijn: te veel afhankelijkheid van zonen wind met alle gevolgen van dien. En er zijn signalen, zegt de oppositiein Spanje, dat hoge ambtenaren al wisten dat deze situatie eraan zat tekomen. Kan de Minister iets zeggen over de kans op een gigantischeNederlandse stroomstoring? Kan de Minister garanderen dat er altijd eenstabiele energiemix is die prevaleert boven de duurzaamheidsambities? Ishet niet tijd voor een stresstest voor stroomuitval, om dat te toetsen inNederland? In Spanje werd de schade van de stroomstoring op deeconomie op 8 miljard becijferd.Voorzitter. Tot slot ga ik naar de NAVO-top. Het wordt misschien wel debelangrijkste NAVO-top ooit, die wij hier gaan huisvesten. Er wordtgigantisch aan de weerbaarheid gewerkt. Na 4 en 5 mei hebben we ookwel wat om ons zorgen over te maken, denk ik. En nou hoor ik deburgemeester, Van Zanen, zeggen: «Er moet eigenlijk wel ruimte blijvenvoor kleine demonstraties. Die kunnen we niet helemaal weghouden.»Maar waarom eigenlijk? Waarom kunnen we niet zeggen: voor deze topmet een gigantisch veiligheidsrisico moeten wij twee dagen alle demon-straties naar het Malieveld of elders verplaatsen? Is in dit geval het belangvan de veiligheid niet veel hoger dan het recht op demonstreren dicht bijdeze hooggeplaatste mensen? We willen toch niet het risico lopen datBBC en CNN hun journaals gaan openen met Extinction Rebellion? Latenwe dat voorkomen.Voorzitter. Dan mijn laatste zin. Hoe zit het met de rest van Nederland? Weweten dat er natuurlijk heel veel agenten worden versleept naar Den Haagvoor de top, maar is het dan nog wel zo veilig in de rest van het land? Erwordt door gemeenten gevreesd voor een waterbedeffect. Dan hebbenwij geen mensen meer om – ik noem maar wat – een universiteit tebeschermen als er wordt gedemonstreerd of om in te zetten bij anderegrootschalige, mogelijke ordeverstoringen. Denk maar aan wat er laatstgebeurd is in Scheveningen. Ik wou graag weten hoe het zit met diegevaren.Voorzitter. Dan sluit ik af. Dank voor de coulance.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2934 De voorzitter:Dank, meneer Eerdmans. Ik stel vast dat we hartstikke goed op schemaliggen en ik zou verwachten dat we ook net zo doorgaan in de rest van ditdebat. Daarmee geef ik het woord aan de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. Ik ga gelijk van start. We hebben het vandaag overweerbaarheid. We hebben al op 29 januari vragen gesteld over deNAVO-weerbaarheidsdoelen en die zijn nog steeds niet beantwoord. Webegrijpen van het Ministerie van VWS dat dat komt omdat de Minister diehier toch primair verantwoordelijk voor is, dat niet wil ondertekenenterwijl de vragen al wel beantwoord zijn. Dus mijn vraag is: klopt dat enwaarom moet het zo lang duren? Waarom worden die vragen nietondertekend en doorgestuurd naar de Kamer? Dan had ik dit debat ookbeter kunnen voorbereiden. Dat is mijn eerste vraag.Mijn tweede vraag betreft een vraag die ik eerder heb gesteld en waaropik in een vorig debat geen duidelijk antwoord heb gekregen. Klopt het welof niet? Het kan een ja/nee-antwoord zijn. Klopt het dat Ministers vlak nahun aantreden afgelopen zomer op het Ministerie van Algemene Zakendoor de NCTV zijn geïnformeerd over de NAVO-weerbaarheidsdoelen,waaraan ze geacht worden zich te committeren? Klopt dat wel of niet? Alsdat niet klopt, hoor ik graag van de Minister waar dan feitelijk de fout zit indeze bewering.Dan de derde vraag. Er zijn zeven gebieden waarvoor die NAVO-weerbaar-heidsdoelen geldig zijn en waarop die betrekking kunnen hebben. Denkaan de continuïteit van de overheid en energievoorzieningen; ik ga ze nietallemaal aflopen. Een van de gebieden waar ze in ieder geval voor gelden,is pandemische paraatheid. Daar hebben we het in het vorige debat ookuitgebreid over gehad. Mijn derde vraag aan de Minister is: onder welkevan die zeven categorieën valt pandemische paraatheid? Dat is een heleconcrete vraag. Dat was vraag drie.Dan vraag vier. In een brief die het kabinet op 12 mei heeft gestuurd, staatde volgende zin: «De NAVO-weerbaarheidsdoelen zijn, onder coördinatievan de NCTV, door departementen uitgewerkt.» Mijn vraag is: kunnen wedie uitwerking krijgen, of is die geheim? Dat was mijn vierde vraag.Dan de vijfde vraag. De presentaties waar ik het net over had en die deafgelopen zomer aan kabinetsleden zijn gegeven, zijn volgens mij geheim.Maar dat is wel mijn vijfde vraag: klopt het dat die geheim zijn?Dan is mijn zesde vraag: wat is de rubricering? Wat is dus het geheimhou-dingsniveau? Dat is de zesde vraag. Voorzitter, ik nummer mijn vragenbewust; ik hoop dat ze straks ook zo beantwoord kunnen gaan worden. Devraag is dus: wat is de rubricering?En de zevende vraag: wie bepaalt die rubricering? Is dat de regering zelf,of is dat de NAVO? Dat zou namelijk ook kunnen.Dan vraag acht: is de Minister bereid om die briefings vrij te geven? Datwas vraag acht.Dan vraag negen: als dat niet zo is – we hebben hier natuurlijk al eendebat over gehad, waarin de Minister zei dat daar toch gevoeligeinformatie bij zit – kunnen we dan op z’n minst als Kamer de briefingkrijgen die aan Minister Agema is verstrekt? Sinds die begrotingsonder-handelingen van afgelopen herfst weten we dat die verstrekt is. Daarin gafMinister Agema zelf namelijk duidelijk het volgende te kennen: «Ik kan debezuiniging van 300 miljoen op pandemische paraatheid die geplandstond, niet doorvoeren vanwege die NAVO-weerbaarheidsdoelen.» Daar iszij over geïnformeerd; dat leidt geen enkele twijfel. Dat heeft ze zelf ookherhaaldelijk gezegd. Díé briefing zou ik graag willen ontvangen.Waarom? Ik licht het gelijk even toe: omdat de Minister en ik een verschilvan inzicht hebben. De Minister zei in het vorige debat namelijk dat heteigenlijk om een inspanningsverplichting gaat. Maar alles wat MinisterAgema heeft gezegd, wijst op een resultaatsverplichting; dat is nogalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2935 ernstig. We kunnen natuurlijk uit die briefing halen wat nou het geval is.Het lijkt me dus heel belangrijk dat de Kamer die briefing in ieder gevalkrijgt.Dan de tiende vraag; dat is ook een hele belangrijke vraag. Wie nam hetinitiatief voor die briefings? Die hebben dus plaatsgevonden op hetMinisterie van Algemene Zaken. Was dat de Minister-President? Dat ligtmisschien voor de hand. Of was dat wellicht zijn voorganger, voormaligMinister-President Rutte, die nu secretaris-generaal van de NAVO is?Voorzitter. Ik ga door naar mijn laatste vraag. Dat vind ik ook een helebelangrijke vraag. Dat punt van die pandemische paraatheid stond in hethoofdlijnenakkoord: daar zou 300 miljoen op worden bezuinigd. Wehebben verkiezingen gehad. De kiezer heeft gesproken. De PVV heeft hetgoed gedaan; die hebben dit uitonderhandeld. Maar dan wordt deMinister na haar aantreden – dit is allemaal gebeurd – ineens geïnfor-meerd dat ze dat toch niet kan doen. Wat de NAVO wil, gaat voor. Dat ishaar verteld door de NCTV, door de inlichtingendiensten. Dat lijkt menogal ernstig. Dan heb je een situatie waarin datgene wat onze kiezer,onze burger, wil, in het geheim – want alles is geheim; niks hiervan isopenbaar – wordt overruled door NAVO-doelstellingen die belangrijkerzouden zijn en die dus de regering kunnen overrulen. We hebben daaréén voorbeeld van. Mijn vraag is als volgt. De Minister wil al diedocumenten waarschijnlijk niet vrijgeven. Maar kunnen we dan op z’nminst informatie ontvangen over het aantal keer – en het is dus minstenséén keer gebeurd – dat deze NAVO-weerbaarheidsdoelen het regeerak-koord hebben overruled, dus dat Ministers hun beleid hebben bijgesteldonder druk van de NAVO? Dat kunnen dan in principe alle Ministers zijn.Dat was mijn laatste vraag.Ik zou willen verzoeken dat deze vragen kort en bondig – dat zult u ook opprijs stellen, voorzitter – behandeld worden. Ik heb ze nu dus genummerd;mocht er een vraag niet beantwoord worden, dan zal ik die rappelleren.Dan hoop ik dat dat niet ten koste gaat van mijn interrupties.Voorzitter, dank u.De voorzitter:Dank, meneer Van Houwelingen. Ik telde elf vragen. We horen trouwenseven een afleidend geluid van een boor. Ik telde elf tamelijk geslotenvragen in vier minuten. Dan geef ik het woord aan de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u wel, voorzitter. Allereerst complimenten aan de regering voor dekabinetsbrief van afgelopen december. Het is goed dat wij voor het eerstin samenhang uiteenzetten wat een weerbare maatschappij inhoudt enwelke opgave er ligt om dat te bereiken, gelet op de huidige oorlogsdrei-gingen, cyberdreigingen en hybride dreigingen. We zijn ook blij met hetfeit dat er vanaf 2027 een bedrag van 70 miljoen euro per jaar beschikbaarwordt gesteld op de JenV-begroting om de maatschappelijkeweerbaarheid te vergroten. We zijn benieuwd hoe dit verder concreetvorm zal krijgen.Mijn fractie is ook voorstander van de «whole of society»-aanpak. Vorigeweek was ik met de commissie voor Digitale Zaken in Estland. Daar ismen zich maar al te bewust van de Russische dreiging en het belang vanparaatheid en weerbaarheid van de hele samenleving. Dat vereist datburgers wel weten wat ze moeten doen en wat er van hen wordt verwachtin situaties van nood. We hebben in Nederland wel denkvooruit.nl, maarals het internet eruit ligt, hebben we daar niets aan. Dan zou je willen dater een algemene, fysieke handleiding beschikbaar is, zoals in de Scandina-vische landen. De Minister geeft aan dat hij heeft gekeken naar ervaringenin deze landen. Kan hij al een update geven over de realisatie vanmanieren die niet van het internet afhankelijk zijn om burgers in te lichtenen voor te bereiden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2936 Ik heb mij laten vertellen dat ze in Estland werken met een model waarbijniet-militairen in stelling worden gebracht om er in crisistijd bijvoorbeeldop wijkniveau voor te zorgen dat mensen geholpen worden in noodsitu-aties en dat er geen grote paniek uitbreekt. Wat ons betreft zou dit modelook voor Nederland interessant zijn, met gemeenten als aanspreekpunt.Misschien is het ook iets wat kan helpen om de jongerenparticipatie aante wakkeren, waarop het kabinet terecht als aandachtspunt terugkomt inzijn brief. Is de Minister bekend met dit model en hoe kijkt hij daartegenaan? Het is belangrijk dat werk wordt gemaakt van strategische voorradenzoals medicijnen, gas en drinkwater. Ik hoor ook graag een concretertijdspad van de Minister wanneer het overzicht van strategischevoorraden er is en wanneer die reserves vervolgens, waar nodig, op ordeworden gebracht.De voorzitter:Dank, meneer Six Dijkstra. U heeft een interruptie van het lid Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank u wel. Ik wilde de heer Six Dijkstra ook nog wat air time geven omover zijn bezoek aan Estland te spreken, want ik heb daar ook eenterugkoppeling over gehoord van een collega en dat vond ik heelinteressant. U heeft het nu over de communicatie: hoe communiceer je alsinternet eruit ligt? Maar ik begreep dat daar ook juist een van de succes-factoren is dat iedereen weet wat zijn rol of taak is als er zich een crisisvoordoet. Kan de heer Six Dijkstra ook aangeven of dat inderdaad zo is?En daar zullen toch ook altijd mensen zijn die een ander beeld hebben vanhun rol dan anderen, dus hoe gaat dat dan in de praktijk? Werkt dat?De heer Six Dijkstra (NSC):Dank voor de vraag. Dat is inderdaad waaraan ik refereerde. Dat vond ikdus heel inspirerend: dat in Estland inderdaad niet alleen gekeken wordtnaar formele rollen van Defensie en van bestuurders, maar ook juist naarde stille krachten in de samenleving. Pin me er niet op vast, maar dedenktank heeft mij verteld dat ze dat daar «white units» noemen. Dieworden ook in stelling gebracht in wijken op plekken waar het nodig is ommensen bij elkaar te houden en ook te zorgen voor die maatschappelijkecohesie, zodat wanneer er echt crisis is, de paniek niet uitbreekt. Ik vonddat een heel interessant model. Ik ben benieuwd in welke mate deMinister daarmee bekend is, en of hij anders bereid is om met Estland ingesprek te gaan om daar de lessons learned te horen. Ik denk namelijk datdat wel een goede stap zou kunnen zijn. Collega Michon-Derkzen vraagtuiteraard terecht of iedereen wel een goede taakopvatting heeft. Dat weetik niet, maar het is natuurlijk wel goed om als gemeente een paaraanspreekpunten te hebben in de wijk. Dat kunnen wat mij betreft duspersonen zijn met status in de wijk, maar dat kunnen bijvoorbeeld ookjongeren zijn die wat willen bijdragen en zoekende zijn hoe zij hun rol indeze maatschappij kunnen vormgeven, zonder dat je gelijk naar een heeldienstplichtmodel toegaat. Ik vond dat dus inspirerend en ik ben welbenieuwd of daar ooit een verkenning naar geweest is en of we daar ietsover kunnen horen.De voorzitter:Dank. Tot zover deze interruptie. Gaat u door, meneer Six Dijkstra. Neemme niet kwalijk. Mevrouw Mutluer van GroenLinks-PvdA heeft ook eeninterruptie.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Voordat we de status van Estland hebben, zullenwe ook de basis op orde moeten hebben. Ik hoorde mijn collega deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2937 Minister complimenteren over het feit dat er 70 miljoen wordt uitge-trokken voor de nationale weerbaarheid vanaf 2027. Voor mij is dat toolittle, too late, temeer omdat we weten dat er straks heel veel brandweer-posten gesloten moeten worden, de veiligheidsregio’s niet gecompen-seerd worden en de korting op de BDuR er nog is. Mijn concrete vraag is,zeker richting mijn collega die in de coalitie zit: hoe kunnen we die basiswél op orde krijgen, gelet op de minimale bedragen die nu wordenuitgetrokken en dit soort kortingen die dus niet worden teruggedraaid? Jehebt niks aan het Estlandse model als de basis niet op orde is.De heer Six Dijkstra (NSC):Begrijpelijke vragen en ergens ook wel terecht. Het is natuurlijk niet zo datdeze 70 miljoen jaarlijks het enige is dat naar dit domein gaat. We hebbentijdens de afgelopen begrotingsbehandeling ook voor dit jaar al echt welvele tientallen miljoenen voor nationale veiligheid uitgetrokken, watnatuurlijk ook bijdraagt aan de weerbaarheid. Het punt over de brandweeris terecht. Dat geef ik ruiterlijk toe. De basistaken van de brandweermoeten altijd uitgevoerd worden. Ik heb ook de brief gelezen die ons istoegezonden. Ik ben niet de woordvoerder brandweer en deze Ministergaat er ook niet over, maar we moeten met elkaar regelen dat diebasistaken gewoon op orde zijn. Er wordt gezegd dat de bezuinigingenertoe kunnen leiden dat minder brandweerkazernes ingericht zoudenkunnen worden als noodsteunpunt. Dat is natuurlijk wel de ambitie vanhet kabinet en iets wat wij ook steunen. Ik wil de Minister graag vragen ofdat klopt. Deelt hij dat beeld? Als wij de brandweer moeten ontlastenomdat zij bezig zijn met hun kerntaken, wil ik daartegenover zetten dat wemoeten kijken naar andere vormen van noodsteunpunten. Dat hoeft watons betreft niet per se de brandweerkazerne te zijn.De voorzitter:Is dat een voldoende beantwoording?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Nee. Mijn vervolgvraag via u, voorzitter, aan collega Six Dijkstra is of hijalle inspanningen gaat plegen vanuit zijn eigen partij om ervoor te zorgendat richting de begroting – eigenlijk is het dan te laat – alles op alles wordtgezet om vanaf 2026 die korting op de BDuR, op de brandweer, op deveiligheidsregio’s van tafel te krijgen. Want ik vraag me echt af of we, alsdat niet wordt geregeld, überhaupt met elkaar een crisis aankunnen.Zonder de juiste mensen en zonder het juiste lokale equipment gaat dat inmijn beleving niet lukken.De heer Six Dijkstra (NSC):Ik kan niet de toezegging doen die mevrouw Mutluer van mij vraagt. Ikkan wel toezeggen dat wij ons ervoor zullen inspannen dat de basistakenvan hulpverleners, waaronder de brandweer en de politie, wel uitgevoerdzullen blijven worden. Bezuinigingen zijn nooit leuk. Ik kan niet toezeggendat we die gaan terugdraaien, want we hebben nu eenmaal afsprakengemaakt. Het gaat uiteindelijk echter wel om de kernzorg, de kerntaken. Inaanloop naar volgende behandelingen, of dat nu de behandeling van debegroting is of dat het tussentijdse behandelingen zijn, zullen wij wel devinger aan de pols houden.De voorzitter:Is daarmee dan nu wel voldoende antwoord gekomen?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Hij mag verdergaan.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2938 Oké. In dat geval gaat de heer Six Dijkstra verder. Hij heeft nog 2 minutenen 15 seconden.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank, voorzitter. Het WODC heeft een weerbaarheidsmatrix ontwikkeld diekan helpen om breed in de samenleving objectiveerbaar een basisweer-baarheidsniveau vast te stellen. Bestuurders kunnen daarop sturen enaangesproken worden. De effectiviteit van weerbaarheidsbevorderendeacties moet namelijk meetbaar zijn. Ik heb op dit punt samen met collegaMichon-Derkzen een motie ingediend, die aangenomen is. Mijn vraag aande Minister is hoe het ermee staat. Wordt deze methodiek al toegepast inde weerbaarheidsplannen en, zo ja, hoe?Dan het punt van de weerbaarheid van de gezondheidszorg. Tijdens deCrowdStrike-crisis van 2024 zagen we dat er een spoedeisende hulpplatgelegd werd door één ongelukkige software-update. Is de Minister hetmet mij eens dat, ook als de software het niet doet of als het internet eruitligt, SEH’s operationeel moeten kunnen blijven? Wat doet het kabineteraan en is dit voldoende geborgd onder de aankomende wetgeving?Eind april vond een grootschalige stroomstoring plaats in Spanje enPortugal. Ik dank de Minister voor de beantwoording van mijn schriftelijkevragen over dit onderwerp. Ik heb nog een vervolgvraag. Bijna allezonnepanelen en omvormers in Europa hebben ook een centrale aan- enuitknop bij de leverancier, en Europa kent een aantal grote leveranciers,waaronder ook in China. Het feit is dat daarmee door één hack of éénpolitiek decreet in één klap een black-out in Nederland kan wordenveroorzaakt. Dit vormt een achilleshiel voor onze weerbaarheid. Ooknetbeheerder TenneT erkent dit. Is het kabinet daarom bereid om onder deaankomende Cyberbeveiligingswet ook expliciet leveranciers vanzonnepanelen en omvormers aan te merken als leveranciers van vitaleinfrastructuur?Voorzitter, tot slot. Het kabinet heeft in zijn eerdere brief terecht aandachtgevraagd voor strategische afhankelijkheden. Er bestaat zelfs eeninterdepartementale taskforce. Het kabinet zegt echter in zijn strategieniets over de afhankelijkheid van niet-Europese technologieën en digitalediensten. De Kamer heeft recentelijk een hele reeks moties aangenomenmet de oproep om deze afhankelijkheden af te bouwen. Hoe ziet deMinister deze afhankelijkheden in relatie tot het weerbaarheidsvraagstuk?Dank u wel.De voorzitter:Dank u, meneer Six Dijkstra. Dan geef ik het woord aan mevrouw Mutluervan GroenLinks-PvdA.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Vrede en veiligheid waren nooit vanzelfsprekend en zijndat volgens mij nu helemaal niet meer. De dreigingen worden namelijkgroter, complexer en grijpen ook steeds meer in elkaar. Naast de militairedreigingen denk ik ook aan de ontwrichtende werking van cyberaanvallen,aan de afhankelijkheid en kwetsbaarheid van onze energievoorzieningenen aan de gevolgen van de pandemie. Ik denk dat we zo snel als mogelijkde weerbaarheid van ons land en van onze gemeenten op orde moetenkrijgen. Vandaar de opmerking die ik net maakte over de 70 miljoen: toolittle, too late. Ik maakte een opmerking over de onduidelijkheid over deverdeling van die bedragen. Het is mijn wens, en ik denk die van velenvan ons, dat voor de brandweer met name de brededoeluitkeringkortingvan tafel gaat, zodat de veiligheidsregio’s kunnen doen waar ze voorbedoeld zijn.Voorzitter. In dit debat zou ik graag willen beginnen met de vitaleinfrastructuur, en als eerste de energievoorziening. Inderdaad, kijk maarnaar de recente stroomstoring in Spanje en Portugal met vijf doden enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2939 enorme economische schade tot gevolg. Die kwetsbaarheid ligt gewoonook bij ons op de loer. Het hoeft niet eens een algehele storing te zijn. Zowaarschuwde de voorzitter van het Veiligheidsberaad dat de helft van debrandweerposten in Nederland op dit moment niet goed voorbereid is opeen stroomstoring. Hij pleit voor een netwerk van noodsteunpunten in hethele land zodat de informatievoorziening tijdens rampen blijft werken.Kosten: 100 miljoen euro. Mijn vraag is inderdaad: wanneer gaan die erkomen?Als er aanvallen komen of een grootschalige storing, moeten we kunnenterugvallen op een back-upsysteem, zeker als het gaat om onze vitalediensten. Maar wat als ook het digitale netwerk uitvalt? Ik weet het: deMinister kondigt een nationale Cyberbeveiligingswet aan. Dat is prima.Die legt bepaalde organisaties een zorgplicht op om zich te beschermen.Maar met alle respect, wetten helpen niet als het internet platligt en jezorg, je energie en je logistiek daarvan afhankelijk zijn. Dan kan het echtgaan om leven en dood. De Amsterdam Internet Exchange, een van degrootste knooppunten ter wereld, adviseert nu om gescheiden landelijkenetwerken aan te leggen, los van het reguliere internet en liefst Europeesgeorganiseerd zonder buitenlandse afhankelijkheid. Mijn vraag aan deMinister is of hij daarmee aan de slag gaat.Het belangrijkste punt vandaag is in mijn beleving de maatschappelijkeweerbaarheid. Een parate, veerkrachtige samenleving begint bij eengezonde bevolking en de bescherming van die gezondheid. Ik denk dat decoronapandemie pijnlijk liet zien hoe ontwrichtend een virus kan zijn. Ikzie dat aspect eigenlijk veel te weinig terug in de beleidsstukken en debeleidsinzet. Sterker nog, GGD GHOR zegt dat er juist wordt bezuinigd oppandemische paraatheid. Mijn vraag aan de Minister is of het kabinet welvoorbereid is op dit soort pandemieën.Wat doen we uiteindelijk met de zelfredzaamheid van mensen? Mijncollega Van Nispen gaf het al aan: niet iedereen is daartoe in staat. Erwordt wel gesproken over gratis of betaalbare noodpakketten voorkwetsbare groepen en gerichte publiekscampagnes. Maar als ik burge-meesters spreek, dan zeggen zij dat het allemaal moet gaan om gezamen-lijke weerbaarheid, de gesprekken lokaal en in de buurten. Je zult dusmoeten investeren in ontmoetingen, in gesprekken, juist omdat je opelkaar aangewezen bent tijdens crisissen. Ik begreep dat ze in Assen nueen Europees netwerk van veiligheidscampussen en een weerbaarheids-centrum willen opzetten. Ik weet niet of de Minister die initiatieven kent.Zo ja, is hij bereid die te ondersteunen?Tot slot de burgerhulpverlening. Die moet verder uitgewerkt worden. Wijkennen de burgerhulpverlening bij reanimatie, de vrijwilligers bij debrandweer en de reddingsteams zoals de reddingsbrigades. Die bewijzennu al hoe professioneel en effectief de inzet van burgers kan zijn. Maarwaar denkt de Minister nog meer aan bij burgerhulpverlening? Komt ereen gemoderniseerde versie van de in 1986 opgeheven vrijwilligersorga-nisatie burgerbescherming? Die was er in oorlogstijd om de bevolking tehelpen zich te beschermen. De VNG vraagt in dat verband hoe de Ministerdenkt de benodigde vrijwilligers te gaan mobiliseren wanneer er een crisisuitbreekt. Zijn er dan genoeg opgeleide vrijwilligers? Nogmaals, destappen worden door de Minister gemaakt, maar alles staat nog in dekinderschoenen. Wat mij betreft moet het sneller en veel meer.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Mutluer. Dan geef ik meteen het woord aanmevrouw Wijen-Nass van de BBB.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, meneer de voorzitter. Onze veiligheid staat steeds verderonder druk, gezien de toenemende dreigingen wereldwijd. In reactiedaarop heeft dit kabinet voor het eerst in 30 jaar besloten de NAVO-normTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29310 van 2% van het bruto nationaal product voor defensie na te leven, zoalswe ook internationaal hebben afgesproken. Maar dit garandeert geenvolledige veiligheid, want dat is een illusie. Het is essentieel dat we onsblijven realiseren dat we in een situatie van dreiging of conflict ernstigonder druk kunnen komen te staan, vooral door de opeenstapeling of deomvang van een crisis. Daarom moet de overheid erop kunnenvertrouwen dat de samenleving in tijden van crisis tijdelijk of gedeeltelijkzelfredzaam is. Dat is van groot belang. Hoewel de overheid op dezezelfredzaamheid moet kunnen rekenen, is BBB er nog niet van overtuigddat we daar nu voldoende op voorbereid zijn. Daarom zijn we wel blij dathet kabinet nu met een eerste stap komt in het vormgeven van eenmaatschappijbrede aanpak tegen militaire en hybride dreigingen. Alledepartementen werken in deze aanpak samen met één gezamenlijk doel,maar ieder vanuit een eigen beleidsverantwoordelijkheid. Ik benbenieuwd wanneer we een concrete uitwerking van deze maatschappij-brede aanpak kunnen ontvangen.Ook heeft BBB zorgen over de eenzijdige blik waarmee Nederland vaaknaar veiligheid dreigt te kijken. Terwijl er miljarden worden uitgetrokkenvoor grensbewaking en defensie, blijven de dreigingen die van binnenuitonze samenleving lijken te komen, onderbelicht en ondergewaardeerd.Dat vinden we zorgwekkend, want recente bevindingen van de AIVDtonen aan dat de terroristische dreiging allang niet meer uitsluitend vanbuiten onze grenzen komt. Steeds vaker zijn bijvoorbeeld ook minderja-rigen geradicaliseerd via onlinekanalen die een acute dreiging vormen.Volgens de AIVD is maatwerk noodzakelijk om deze dreiging effectief tebestrijden: een combinatie van hulpverlening, begeleiding en waar nodigeen strafrechtelijk kader, met maatwerk, visie, daadkracht en vooral ookpolitieke prioriteit. Die prioriteit lijkt nu vooral richting Brussel en externedreigingen te gaan, terwijl het eigen huis in brand staat. Daarom zou mijnfractie graag zien dat hier ook aandacht voor komt bij het wetsvoorstelStrafbaarstelling verheerlijking terrorisme. Ik ben benieuwd hoe deMinister hiernaar kijkt.Voorzitter, tot slot. Veiligheid begint niet pas aan onze grenzen of in DenHaag, maar bij mensen thuis, op straat, in de wijk, op school en op hetsportveld. Daarom is het van belang dat we ook oog hebben voor lokaleinitiatieven zoals het Nationaal Programma Heerlen-Noord. Daar wordtactief gewerkt aan preventie, samenwerking met bewoners, handhavingen het versterken van sociale structuren; een aanpak waarin leefbaarheiden veiligheid hand in hand gaan. Dit programma laat zien dat investerenin veiligheid ook investeren in vertrouwen, verbinding en perspectief is.Een samenleving die weerbaar wil zijn tegen dreigingen van buitenafmoet eerst stevig staan van binnenuit. Kan de Minister toezeggen dat deurgentie en daadkracht die nu richting internationale dreigingen gaat, ookwordt ingezet voor structurele lokale aanpakken zoals in Heerlen-Noord?Dank u wel. Nog één opmerking, meneer de voorzitter. Ik moet straks naarhet plenaire debat over Hawija. Daarom kan ik niet bij de beantwoordingvan de Minister zijn. Het is niet zo dat ik er geen interesse in heb, maarhelaas lopen de agenda’s soms zo.De voorzitter:Wij begrijpen dat. Maar zo gemakkelijk komt u er niet vanaf, want u heeftwel nog een interruptie.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dat moet lukken, want de plenaire agenda is zoals gebruikelijk weer eensuitgelopen.De voorzitter:De interruptie is van de heer Van Nispen van de SP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29311 De heer Van Nispen (SP):Helemaal niemand had in zijn verkiezingsprogramma staan: wij gaanbezuinigen op de brandweer en de veiligheidsregio’s. Maar toch gebeurdehet. Het is tot nu toe onmogelijk gebleken om die bezuiniging weer vantafel te kegelen. Ik weet dat BBB zich daar ook fel tegen heeft verzet. Alsenige coalitiepartij heeft BBB wel de motie gesteund die mevrouwMutluer en ik hadden ingediend om dit bij de Voorjaarsnota recht tetrekken. Dat is niet gebeurd. Ik wil aan mevrouw Wijen-Nass vragen of zijeen dergelijk voorstel opnieuw gaat steunen, als wij dat indienen of als zijdat zelf indient.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):We hebben het in een ander commissiedebat hierover gehad. Het gingtoen over de brandweer. Ik maakte me ernstig zorgen, vooral over debrandweer en de kwetsbare gebieden, plattelandsgebieden, waar debrandweer heel vaak afhankelijk is van vrijwilligers. Ik ben zeker bereidom daar tegen die tijd weer nader naar te kijken, eventueel samen, wantde brandweer is heel erg belangrijk. Maar het gaat vandaag over nationaleveiligheid. Dat is wat mij betreft breder dan alleen de brandweer.Natuurlijk heeft de brandweer daar een rol in, maar nationale veiligheid ...Ik heb zelf een aantal punten genoemd: dreigingen van binnenuit,dreigingen in het land. Maar ook noemde ik: hoe versterken we onzeeigen samenleving van binnenuit? Dat is wat mij betreft breder dan alleende brandweer. Maar als we het er in de toekomst weer over hebben, latenwe daarover dan weer samen het debat aangaan en kijken hoe we ditverder vorm kunnen geven.De voorzitter:Dank u, mevrouw Wijen-Nass. Ik zie nog een follow-upvraag.De heer Van Nispen (SP):Ja. Ik ben half tevreden, maar toch even. Natuurlijk ging het toen over debrandweer en komt daar vast ooit weer een commissiedebat over, maarwe moeten niet doen alsof dit vandaag niet op de agenda staat. Natuurlijkis het breder. Het was ook niet mijn enige punt; ik heb veel vragen gesteld.Maar als het kabinet zegt noodsteunpunten te gaan inrichten, bijvoorbeeldin brandweerkazernes, en in 2027 te gaan investeren, waarvan nogonduidelijk is waarvoor en hoe dan precies, dan is het heel onlogisch omin 2026 te gaan bezuinigen op brandweerkazernes. Dat is de link die ik hadgelegd. Daarom vind ik dat het in dit debat ook thuishoort en dat in eenhieropvolgend tweeminutendebat, wie het dan ook aanvraagt, eendergelijke motie zeker weer op zijn plaats is, omdat Prinsjesdag de laatstekans is om dit te regelen. Dan zal voor de begroting 2026 die bezuinigingvan tafel moeten. Daarom stel ik toch een heel concrete vraag. Ik mag erdus van uitgaan dat mevrouw Wijen-Nass namens BBB zegt «wij zoudeneen dergelijke motie steunen en we gaan het kabinet opdracht geven omin 2026 die bezuiniging op de brandweer niet te accepteren», net zoals zeeerder heeft laten zien in haar stemgedrag, en dat het kabinet dat dusmoet rechttrekken?De voorzitter:Die vraag lijkt mij concies te beantwoorden, mevrouw Wijen-Nass. En ikvraag u dat te doen.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik ben allereerst heel benieuwd naar de beantwoording door de Minister.Want niet alleen meneer Van Nispen heeft die vraag gesteld, maarvolgens mij heeft mevrouw Mutluer daar ook concrete vragen overgesteld. Ik ben heel benieuwd hoe de Minister daarnaar kijkt en ook naarde invulling van de brandweerkazernes. Tegen de tijd dat er een tweemi-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29312 nutendebat komt en er concrete voorstellen komen, ga ik daarnaar kijken.Ik ga daar nu geen concrete toezegging over doen.De voorzitter:Daarmee roept u een interruptie op van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Een korte vraag. Mevrouw Wijen-Nass had het over dreigingen vanbinnenuit. Als je bijvoorbeeld AIVD-rapporten leest, dan is een van diebedreigingen wat ze dan «anti-institutioneel extremisme» noemen. Datzijn mensen die de overheid, de wetenschap of de media wantrouwen.Ziet BBB mensen die instituties wantrouwen ook als een bedreiging vanbinnenuit?Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik heb het vooral gehad over de terroristische dreigingen zoals genoemdin het AIVD-rapport. Dan kun je ook denken aan jihadistisch of rechts-extremistisch gedachtegoed. Ik denk dat het wel goed is dat de Ministerstraks nader antwoord geeft op de vraag hoe we daar dan mee omgaan.De voorzitter:Heel goed. Daarmee zijn de interrupties ten einde. Ik geef graag het woordaan de heer Aardema van de PVV.De heer Aardema (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het zorgen voor veiligheid is een van de kerntakenvan de overheid. We hebben in ons land 25 veiligheidsregio’s, die hier eenbelangrijke rol in hebben. Maar ook de burger en de bedrijven zelf zullenzeker in de beginfase van een calamiteit een zekere mate van zelfred-zaamheid moeten hebben. De grote stroomstoring onlangs in grote delenvan Spanje en Portugal is een recent voorbeeld. Als zoiets zich inNederland voordoet, heeft kritieke infrastructuur zoals ziekenhuizen,meldkamers op politiebureaus et cetera wel noodvoorzieningen om doorte kunnen werken. Maar om dat te kunnen doen, moeten ze wel kunnenbeschikken over bijvoorbeeld data, en die staan vaak op servers buiten.Hebben die dan nog wel stroom? Kortom, om goed te kunnen blijvendoorwerken is de hele keten nodig en moet je zorgen dat het in de heleketen klopt. Kan de Minister een doorkijkje geven hoe dit geregeld is?Ik had het net over de beginfase van een calamiteit. Dan heeft de overheidhet eerst druk met de meest belangrijke zaken zoals kritieke infrastructuuren zal de burger zich even zelf moeten redden. Dan is het helemaal niet zogek als men zelf beschikt over cruciale middelen zoals water, eten endrinken en een eigen voorraadje stroom. Om nu meteen grote privéschuil-kelders te gaan bouwen en grote noodvoorraden aan te leggen, lijkt mijwat overdreven. We moeten wel realistisch blijven. Maar als overheid zouje wel moeten nadenken over deze noodscenario’s.De rijksopgave voor maatschappelijke weerbaarheid bestaat uit zes pijlers.Op een van die pijlers, namelijk defensie, ligt tegenwoordig de focus. Deandere pijlers, het beschermen van vitale delen, een parate enveerkrachtige samenleving, het overeind houden van de democratie eneen weerbare economie, zijn minstens zo belangrijk. Nog belangrijker isdat er een samenhang is tussen deze pijlers: de ene kan niet zonder deandere. Daarin spelen de veiligheidsregio’s een belangrijke rol. Wijhebben ons oor te luisteren gelegd bij enkele van deze veiligheidsregio’s.Wat zij vooral nodig hebben, is een duidelijk plan van de overheid, eenvisie. De veiligheidsregio’s willen concreet weten wat er bij verschillendescenario’s van hen wordt verwacht, zodat ze daar een regionaal plan opkunnen maken, inclusief de onderlinge samenwerking. Het verbaast mijeerlijk gezegd dat dit er kennelijk nog niet is, maar wellicht kan de Ministerons daarover enige helderheid verschaffen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29313 Daarnaast wordt er in de brief ...De voorzitter:Meneer Aardema, dat roept een interruptie op van de heer Van Nispen.De heer Aardema (PVV):Ja, ik had ’m al verwacht.De heer Van Nispen (SP):Ja, want de veiligheidsregio’s willen nog iets, namelijk die bezuinigingvan tafel. Dus mijn vraag aan de heer Aardema is eigenlijk ... Ik zal het nukort houden. Ik heb ’m net al gesteld, maar het is eigenlijk dezelfde: gaatnu ook de PVV zich uitspreken tegen die bezuiniging op de veiligheidsre-gio’s in 2026?De heer Aardema (PVV):Dat kan ik nu nog niet zeggen. Dat zult u vervelend vinden, meneerVan Nispen. We moeten denk ik ook even kijken wat die veiligheidsregio’snu al kunnen. Die hebben vooral behoefte aan een visie, een duidelijkbeeld en een duidelijke sturing vanuit het ministerie. Het gaat niet alleenmaar om geld. Zou dat zo zijn, dan denk ik dat we even moeten afwachtenwat er bij de Miljoenennota komt.De voorzitter:Daarmee is de vraag beantwoord. Vervolgt u. Ik zie geen follow-upvraag,dus gaat u door met uw betoog.De heer Aardema (PVV):Daarnaast wordt er in de brief van het Veiligheidsberaad gesproken overnoodsteunpunten bij brandweerkazernes. In veel veiligheidsregio’s blijktdat dit geen haalbare oplossing is. Neem een stad als Leeuwarden mettwee brandweerkazernes en ongeveer 130.000 inwoners. Dan voelt u ’mwel aankomen. Als bijvoorbeeld de helft van de inwoners hulp nodigheeft, dan kun je niet 65.000 mensen verdelen over twee brandweerka-zernes. Dat is in de praktijk moeilijk haalbaar. Je zou dus moetensamenwerken met bijvoorbeeld wijkverenigingen of buurthuizen. Dan hebik het dus nog niet over geld, waarvan het Veiligheidsberaad al meldt datdit onvoldoende toereikend is om überhaupt noodsteunpunten op tezetten bij de kazernes. Op het platteland zijn brandweerkazernes dunnergezaaid dan in de steden. Mensen moeten dan vele kilometers reizen,terwijl er vaak dichterbij wel een buurthuis is. Enige duidelijkheid omtrentdit soort plannen zou dus wat ons betreft wel op zijn plaats zijn.Dan nog iets over onze nationale veiligheid. Ik heb al eerder geopperd omde politie ondersteuning te bieden door inzet van Defensiepersoneel. Wezien dat ook terugkomen bij de veiligheidsoperatie rond de NAVO-top injuni. De vraag is al eerder gesteld. Ik ben heel benieuwd hoe het dan staatmet de veiligheid in de rest van ons land.Dank u wel.De voorzitter:Dank u voor uw inbreng, meneer Aardema. U heeft een interruptie van deheer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik heb toch een vraag. Zoals ik in mijn betoog heb aangegeven, wordt debezuiniging van 300 miljoen voor pandemische paraatheid ongedaangemaakt. Dat is gedaan onder druk van NAVO-verplichtingen. Nou heb ikde volgende vraag aan de PVV, want het betreft hier ook een PVV-minister,de vicepremier. Ze was er niet blij mee; dat heeft ze duidelijk in het debatlaten weten. Ze zei: we moeten het toch doen, want de NAVO bepaalt dat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29314 Nou is mijn vraag aan de heer Aardema: hoe kijkt de PVV hiertegen aan?Wij vinden het heel zorgelijk, maar hoe kijkt de PVV hiertegen aan?De voorzitter:Een goede vraag voor de heer Aardema.De heer Aardema (PVV):Ik vind het een mooie vraag. Ik kan er geen antwoord op geven. Dat zit mijte veel in de details. Ik weet zo niet precies wat de argumenten zijngeweest. Daar moet ik even op terugkomen bij u.De heer Van Houwelingen (FVD):Dat is natuurlijk op zich wel jammer. Dit is wel uitvoerig gewisseld in hetvorige debat, maar daar was de heer Pool aanwezig. U vervangt nu deheer Pool, begrijp ik. Misschien stel ik er toch nog één andere vraag over.Wij willen wellicht een motie gaan indienen in de tweede termijn om inieder geval de briefing te krijgen die Minister Agema heeft gehad metbetrekking tot pandemische paraatheid van de NCTV. Je zou het eeninstructie kunnen noemen, waar we helemaal niets van weten. Hoe kijkt udaartegen aan? Zo kunnen we achterhalen of er sprake was van, zoals deMinister beweert, een commitment waar de Minister uiteindelijk wel vankan afwijken, of dat er gewoon is gezegd «dit moet u doen». Dat is hoe uwvicepremier het formuleert. Als we zo’n motie indienen, zou u die dankunnen steunen? Dan krijgen we als Kamer een beetje een kijkje achter deschermen.De heer Aardema (PVV):Ik heb de bijdrage van meneer Van Houwelingen net gehoord. Ik hoor nuook zijn vraag. Ik wil toch eerst even de beantwoording van de Ministerafwachten voordat ik daarop kan reageren. Dan moet ik die motienatuurlijk op haar merites beoordelen.De voorzitter:Dan is het tijd om de telefoon weg te leggen en aan uw inbreng tebeginnen, mevrouw Michon-Derkzen.(Hilariteit)De voorzitter:Dat was niet verkeerd bedoeld!Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik zoek mijn stopwatch, zeg ik tegen de mensen. Zo praat ik thuis dus ookaltijd, «tijd om je telefoon weg te leggen». Daar wordt ook niet geluisterd,maar goed. Gaat mijn tijd in? Goed, start.Dank, voorzitter. Het is heel goed dat we het vandaag over nationaleveiligheid en weerbaarheid hebben. Daar hebben we het namelijk regulierover en vandaag met meer mensen dan in eerdere debatten. Dat geeftmaar aan dat er wat op het spel staat. De nationale veiligheid staat ondertoenemende druk door zowel statelijke als niet-statelijke dreigingen ennatuurlijk ook door de geopolitieke onrust.Laten we hier duidelijk zijn. Nederland is al doelwit van hybride aanvallen.Nederland heeft al te maken met sabotage, spionage en cyberaanvallen.Het goede werk dat JenV al jaren doet op dit gebied, wordt nu eens temeer zichtbaar en is noodzakelijk, bijvoorbeeld waar het gaat om diescenario’s. Ik ben altijd onder de indruk van die publiek-private samen-werking, waar het gaat om de aanpak van vitale sectoren. Die staat dus al.Zo ken ik het in ieder geval vanuit het verleden. Is dat nu een wijziging vande werkwijze? Gaan we daar nu anders mee om, gelet op de dreiging?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29315 Natuurlijk moeten we bij vitale sectoren beginnen. Maar vandaagfocussen we op die civiele paraatheid, duidelijk te onderscheiden vanmilitaire paraatheid. Wat is dan civiele paraatheid? In de kern gaat heterom dat ons gewone leven zo veel mogelijk doorgaat, dat wij burgersbeschermd zijn. We horen de Minister heel veel praten over datnoodpakket, je eigen verantwoordelijkheid nemen. Hij heeft het erover datje 72 uur zelfredzaam moet zijn. Ik denk dan: waarom 72 uur? Waarom niet48 uur of nog een dag erbij? Wat vindt de Minister van het percentagehuishoudens dat nu een noodpakket heeft? Die 30% is toch nog wel heelweinig. Hoe krijgen we die eigen verantwoordelijkheid omhoog? Ik benzeer geïnteresseerd in de werkwijze die je in Estland ziet, maar ook inZweden, met het «total defence»-concept. Eigenlijk iedereen, van16 tot 70 jaar, heeft daar een rol, civiel of militair. Iedereen weet wat hemof haar te doen staat. Daar wil ik graag meer over horen.Los van de zelfredzaamheid van individuen is dit ook de kans om betersamen te werken met de private sector. Dat is enerzijds omdat die privatesector gewoon nodig is. We hebben de ICT-experts nodig. We hebbenbedrijven in de bouwsector nodig als een crisis zich voordoet. In dat kadervraag ik me af hoe de samenwerking met de private sector is georgani-seerd. Ik hoor terug van hen dat ze graag meedoen, maar eerst op eenaanbesteding moeten wachten voordat ze echt met de overheid samenaan de slag kunnen. Dat kan natuurlijk niet als er sprake is van een crisis.Hoe gaat dat nou?Er zit, vind ik, ook een andere kant aan. Daar heb ik het eerder met deMinister over gehad. Ik heb het over de inzet van schaarse expertise. Erkomt gewoon schaarse expertise uit de private sector, bijvoorbeeld als hetgaat om ICT-kennis. Wie bepaalt nou waar die schaarse expertise voorwordt ingezet? Het kan zo zijn dat een publiek belang zwaarder weegt, dusdat we van private expertise gebruik moeten maken en dat voorgaat. Wezagen in de corona-epidemie daar het voorbeeld van. Hoe zit het nu, waarhet gaat om het overrulen vanuit het publieke belang, met die schaarseprivate expertise?Voorzitter. Ik ben het zeer eens met het kabinet, dat een all-hazardsapproach hanteert en het heeft over een maatschappijbrede aanpak ophet gebied van weerbaarheid. Tegelijkertijd is het heel breed en moetenwe uitkijken dat het niet te ongericht wordt. Kan de Minister toezeggen dater een concrete agenda komt voor civiele weerbaarheid, met concretedoelen? Ik denk dat het goed is om vandaag de rol van gemeenten daarinte beschrijven, ook de rol van de veiligheidsregio’s en in het bijzonder debrandweer. Ik zal de interruptie van de heer Van Nispen voor zijn: de70 miljoen die er nu is voor die weerbaarheid vind ik goed, maar zijn datmiddelen ten behoeve van die veiligheidsregio’s voor weerbaarheid? Alsdat zo is, wat doen we dan dit jaar en in 2026? Dat is dan namelijk pasvanaf 2027. Kan de Minister al iets zeggen over die lokale punten? Debrandweer, de 70 miljoen, de korting op de BDuR: het is vanmiddagallemaal langsgekomen. Wat doen we in die tussenliggende jaren?Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Volgens mij zag ik als eerste een interruptie vanmevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik ben in ieder geval blij dat mevrouw Michon-Derkzen ook de vraagbenoemt die wij hier in gezamenlijkheid met de heer Van Nispen hebbengesteld. Ik denk dat zij net als wij de zorgen ziet ten aanzien van veilig-heidsregio’s die op dit moment nadenken over hoe ze de bezuinigingen enkorting gaan opvangen. Stel dat de Minister straks zegt: het lukt mij nietom richting de begroting dit recht te zetten. Sterker nog, hij kan ookzeggen: ik ga er niet over; dat is aan mevrouw Coenradie. Inmiddels weetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29316 ik dat mevrouw Coenradie geen geld krijgt voor haar gevangenissen en detekorten en ook niet verwacht dat ze rijkelijk verdient ten aanzien van debrandweer. Dus ik hecht heel veel waarde aan de inspanning van dezeMinister, zeg ik in alle eerlijkheid. Ik was even benieuwd hoe ver mevrouwMichon-Derkzen wil gaan als het antwoord van de Minister toch wel heelerg voorzichtig, dan wel negatief is.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Wat me in dit debat best wel verbaast, is dat allerlei collega’s dingen lijkente weten die ik oprecht niet uit de stukken kan halen en waar ik heel graagde Minister over hoor. Dat begint met de vraag of die 70 miljoeninderdaad geld is dat aan veiligheidsregio’s toekomt. Dat zie ik nergensstaan, maar dat weet u wellicht wel. Is dat dan wel of niet compensatievan die korting op die brede doeluitkering, die SPUK? Dat staat nergens.Dat hoor ik graag van de Minister. De brandweer wil graag een rol hebbenin die weerbaarheid. We hebben het over de lokale opstelpunten gehad.Gaat dat via het bestaande budget, of moest daar überhaupt meer budgetbij? Hoe die intensivering zich verhoudt tot de korting en de nieuwe taak,die we op weerbaarheid aan de brandweer gaan geven, is mij volstrektonduidelijk. Ik denk dat het heel goed is dat we daar vandaag duidelijkheidover krijgen, vooral als het gaat over dit jaar en volgend jaar, 2026, watvoor gemeenten sowieso een lastig jaar is. Overigens heeft deVoorjaarsnota op dat punt allerlei goed werk gedaan. Ik wil nu vooral hetvolgende zeggen. Het is goed dat de 70 miljoen er staat. Hoe verhoudtzich dat nou tot alle andere debatten die we inderdaad vooral met collegaCoenradie hebben gehad, en tot die nieuwe taak van de brandweer als hetgaat om weerbaarheid?De voorzitter:U heeft een aanvullende vraag, zie ik al.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Die vraag hebben wij ook gesteld, want de onderbouwing van die70 miljoen is vrij onduidelijk. Sterker nog, volgens mij krijgen we die pasrichting de zomer. Wat wij hier doen, is anticiperen daarop. Eigenlijkzeggen wij: zet alles op alles om die brededoeluitkeringkorting terug tedraaien. Of je dat uit die 70 miljoen haalt of uit iets anders; I don’t give a ...Sorry: dat maakt mij niet zo heel veel uit. Daarom is mijn vraag: onder-schrijft mevrouw Michon-Derkzen de noodzaak om die bezuiniging weg tenemen? Dat hoor ik echt in haar bijdrage en in haar vraag. Hoever wil zedan gaan als straks – misschien is dat een als-danvraag; dat snap ik ookwel – de Minister zegt «daar ga ik niet over» of «die 70 miljoen is daar nietvoor bedoeld»? Dan hebben we gewoon een probleem met elkaar. Datmoeten we wel gezamenlijk zien op te lossen, in mijn beleving.De voorzitter:Dan vraag ik u te reageren op de vraag, mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dit is ook het verschil tussen mevrouw Mutluer en mij: ik wacht debeantwoording af. Dit zijn allemaal als-danvragen en -scenario’s. U zegt«ik anticipeer» en lijkt het antwoord al te weten. Ik wacht even hetantwoord af. Met die antwoorden gaan we gewoon met elkaar verder aande slag.De voorzitter:Dank u. Meneer Van Nispen had nog een aanvullende vraag.De heer Van Nispen (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29317 Eigenlijk over iets anders, maar hierover één zin. We weten wel dat ervolgend jaar bezuinigd wordt en dat dit niet is rechtgezet. Dat weten wegewoon. Waar die 70 miljoen in 2027 precies voor is en of dat eenoplossing is voor die bezuinigingen, zijn terechte vragen. Maar daarmee ishet voor 2026 niet gerepareerd. Mevrouw Michon-Derkzen moet niet doenalsof mevrouw Mutluer en ik daar een beetje over lopen te zeuren. Dat isgewoon niet opgelost.Ik had eigenlijk een heel andere vraag. Volgens mij komen we namelijk opdit punt nu niet verder en moeten we na dit debat conclusies trekken alswe de antwoorden van de Minister hebben. Ik wil nog iets vragen over deeigen verantwoordelijkheid. Mevrouw Michon-Derkzen benadrukte die –de Minister deed dat ook, aangaande zelf een noodpakket in huis halen –en vroeg waarom dat dan 72 uur moet zijn. Maar wat mij bezighield enwaar ik niet helemaal uitkwam, is het volgende. Ik vind het prima datmensen gevraagd of aangeraden wordt om dat te doen. Maar we moetenons er ook rekenschap van geven dat er grote groepen mensen in desamenleving zijn die zo’n noodpakket niet kunnen betalen, die niet zomaareven € 500 in het keukenkastje kunnen leggen «voor het geval dat». Laatstaan de vraag hoe we al die mensen bereiken in al die wijken waar hetsoms helemaal niet zo goed gaat. Hoe ziet mevrouw Michon-Derkzen dieverantwoordelijkheidsverdeling tussen de eigen verantwoordelijkheid vanmensen en wat de Minister mogelijk nog extra zou moeten doen?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik kan het toch ook niet laten om één zin over 2026 te zeggen. Ik heb dievraag namelijk ook gesteld: als dit geld voor 2027 is, wat doen we dan ditjaar en volgend jaar? Volgend jaar is al een bijzonder jaar, om het zo maarte zeggen.Over die zelfredzaamheid. U kunt het mij als liberaal niet kwalijk nemendat ik een groot voorstander ben van zelfredzaamheid. Ik zie tegelijkertijddat dat niet iedereen gegeven is. Het begint met wat specifieker aanmensen aangeven: waarom, waarvoor en wat dan? Als niet alles gaat, watmoet dan in ieder geval wel? Ik hoor de Minister zeggen: liever nog 72uur, maar anders nog een traytje water. Ik heb het gevoel dat er in decommunicatie nog wel het één en ander nodig is om aan mensenduidelijk te maken wat reële dreigingen zijn waar ze mee te maken kunnenkrijgen. Dan denk ik dat iedereen tot meer in staat is dan de heer VanNispen wellicht van mening is. Ik denk dat een hoop mensen toch alleszullen doen om zich voldoende te wapenen tegen hetgeen ze tegenkomenOmdat dat niet iedereen over de hele zal linie lukken, moeten weinderdaad met steun vanuit gemeenschappen mensen helpen. Zo lees ikook de stukken. Dat hoeft niet per se altijd de overheid te zijn. Dat kunnenook kerkgenootschappen of sportclubs of wat dan ook zijn. Dat zag jebijvoorbeeld ook heel mooi in de coronatijd. Daar hebben ook heel veelorganisaties in ons middenveld geholpen en voor iedereen gezorgd.Anders kun je altijd nog je buurman of buurvrouw even verder helpen. Ikzal niet zeggen dat iedereen altijd alles voor elkaar kan krijgen zoals het deMinister goeddunkt. Ik denk dat het ermee begint dat we scherper in beeldkrijgen wat nodig is. Ik denk dat het ook nodig is om duidelijk te makenwie welke rol heeft. Dat vind ik zo mooi aan dat Estlandse en volgens mijook Zweedse model, waar ik graag meer over zou willen weten.De voorzitter:Dank u, mevrouw Michon-Derkzen. Ik kijk nog één keer rond. Ik zie dat weaan het einde zijn gekomen van de eerste ronde. Er ligt een heel aantalheldere en deels overlappende vragen op tafel. Het belang van hetonderwerp wordt mede onderstreept door de kwaliteit van de inbreng vanelk der partijen hier. Dat is goed om te zien. Dat betekent dat u vast nietheel veel tijd nodig heeft, Minister! 25 minuten? Dat kan, hoor. Om14.20 uur gaan wij weer door.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29318 De vergadering wordt van 13.55 uur tot 14.25 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, hartelijk welkom terug. Wij zijn zo compleet als wij zullenworden. Daarmee geef ik het woord aan de Minister van Justitie enVeiligheid, met vandaag de nadruk op veiligheid.Minister Van Weel:Voorzitter, veel dank. Veel dank aan de leden voor hun inbreng in deeerste termijn. Het is mij duidelijk dat ik niemand hier ervan hoef teovertuigen dat onze veiligheid onder druk staat. We zien internationale engeopolitieke spanningen en dreiging van statelijke actoren, zoals fysiekeen digitale spionage. Zoals de AIVD schrijft in zijn jaarverslag: Nederlandwas en is voor Rusland een potentieel targetland van sabotage, ondermeer omdat we een transport- en informatieknooppunt in Europa zijn.De Trendanalyse Nationale Veiligheid geeft een goed beeld van de veelalnegatieve ontwikkelingen op het gebied van onze veiligheid. Naast degeopolitieke ontwikkelingen benoemt de analyse klimaatverandering,technologische ontwikkelingen en economische uitdagingen. Alscoördinerend bewindspersoon voor de weerbaarheid en de veiligheid zieik dat er al een solide basis ligt om onze maatschappelijke weerbaarheiden alertheid te versterken. De veiligheidsstrategie zet een koers uit vooronze nationale veiligheid. De ontwikkelingen in de wereld vragen om eenintensivering van deze koers. We moeten een flinke tand bijzetten, ondermeer op het versterken van de krijgsmacht, het beschermen van de vitaleinfrastructuur en het versterken van crisisbeheersing. Ook de uitbreidingvan de strafbaarheid van spionage, die vandaag in werking treedt, is eenbelangrijke stap om ons tegen nieuwe vormen van spionage tebeschermen.In december heb ik samen met de bewindspersonen van Defensie uwKamer geïnformeerd over de weerbaarheidsopgave waar we alsNederland voor staan. De Minister van Defensie en ik zijn coördinerend opdeze heel grote opgave. Ik ben blij dat ik vandaag met uw Kamer ingesprek kan gaan over dit onderwerp. Mijn bezoek aan Oekraïne – ikrefereerde er net buiten de orde al even aan – heeft mijn motivatie voordit onderwerp nog verder gesterkt.Ik zie dat er door alle inzet echt iets is losgemaakt de afgelopen maanden.Het onderwerp leeft. Niet alleen hier in Den Haag, maar door het hele landzijn er steeds meer organisaties en bedrijven bezig met de weerbaarheids-opgave. Dat heb ik onlangs gezien in de Eemshaven. Ik hoorde datgisteren in de haven van Rotterdam. Vanmorgen was ik voor een anderonderwerp bij de bloemenveiling in Aalsmeer. Ook daar werd mij vertelddat men bezig is met welke bijdrage men kan leveren in gevallen vancrises omtrent de weerbaarheid en met hoe men kan doorgaan metfunctioneren.Het belang hiervan wordt niet alleen in NAVO-verband, maar ook inEuropees verband gezien. Dat blijkt wel uit de European PreparednessUnion Strategy. Zoals we hebben gemeld aan uw Kamer in het BNC-ficheop 9 mei, verwelkomt het kabinet deze strategie. Ze sluit goed aan op deweerbaarheidsambitie van het kabinet. We zetten in op de versterking vande paraatheid en de crisisbeheersing op EU-niveau, want we kunnen hetals Nederland niet alleen. In dat kader heb ik volgende week een eerstebijeenkomst van de kopgroep op het gebied van resilience, die Nederlandbijeen heeft geroepen. We zullen een bezoek brengen met Ministers vanweerbaarheid van diverse Scandinavische landen. Dat zeg ik ook al inantwoord op de vraag van de heer Six Dijkstra of wij kennis nemen van deinitiatieven die er in deze landen leven. Het gaat om Scandinavischelanden, Baltische landen, België, Luxemburg en Denemarken. Daarmeezullen we zowel de sg van de NAVO als de Europese Commissie bezoekenom een gezamenlijk standpunt te vormen over weerbaarheid. Die opgaveTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29319 is groot, kost tijd en raakt bijna elk onderdeel van de samenleving. Oversommige vraagstukken hebben we decennialang niet na hoeven tedenken. We moeten ook keuzes maken daarin.In de eerste fase – daar zitten we in – zullen we vooral werken aan dejuiste basis en de mogelijkheid om een eerste klap op te kunnen vangen.Dat doen we door middel van crisisplannen, wettelijke aanpassingen,structuren en voorzieningen. Ik noem prioritaire vraagstukken voorcontinuïteit van de maatschappij, zoals de weerbaarheid van de energie-voorziening, door velen van u genoemd, gezondheidszorg, logistiek entransport, voedsel- en drinkwatervoorziening, telecommunicatie en, lastbut zeker not least, de veerkracht op lokaal en regionaal terrein. Over datlaatste is veel gezegd.Een van de speerpunten daarbinnen is het vergroten van de veerkrachtvan burgers. Heel concreet zetten we samen met lokale partners in opnoodsteunpunten voor burgerhulpverlening. Die werden al genoemd doorenkelen van u. Dat zijn fysieke locaties waar elke inwoner van Nederlandop loopafstand van huis in het geval van een crisissituatie terechtkan voorcruciale zaken zoals informatie, een beetje energie en essentiële schaarsegoederen. Dit kunnen allerlei soorten crisissituaties zijn, bijvoorbeeld eengrootschalige cybercrisis met stroomuitval tot gevolg, zoals we onlangshebben gezien in Portugal en Spanje.Dat vraagt ook om een betere voorbereiding op situaties, ook van deinwoners zelf. Velen van u noemden al de aandacht voor het noodpakket,die zichtbaar is toegenomen. Dat is mooi, maar daar houdt het niet op. Ikzeg vaak dat het noodpakket voor mij ook staat voor het begin van eentraject waarin mensen ervan bewust worden gemaakt om te gaannadenken over weerbaarheid. Het begint dus met je eigen noodpakket,maar nadenken over het noodpakket leidt er al heel gauw toe – ik hoor datveel om me heen – dat mensen gaan nadenken. Wat betekent dat vooroma, die in een flat op negenhoog woont waar de lift het zo meteen nietmeer doet? Wat doen we op het moment dat we geen communicatie meerkunnen vinden met bepaalde familieleden? Waar gaan we dan heen?Kunnen we met de straat niet iets organiseren waardoor we maaltijdenkunnen maken in geval van schaarste? Kerkgemeenschappen komen naarme toe en zeggen: wij weten wie waar woont in onze gemeenschappen,wij weten wie er hulpbehoevend zijn en kunnen wij niet een rol spelen inhet geval van weerbaarheid? Dat is het mooie effect dat ik noem. Hetbegint met het noodpakket, maar breidt zich uiteindelijk als een inktvlekuit over onze maatschappij. Maar er komt meer.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Wanneer gaan die noodsteunlocaties – heb ik het goed? – eigenlijk open?Minister Van Weel:Daar kom ik binnen een halve alinea op terug. Er zit nog een halve alineatussen en die gaat over de communicatie. Onderdeel van wat we zullengaan doen, is het intensiveren van de publiekscampagne dit najaar.De voorzitter:De vraag wordt toegelicht door de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Gaan die pas open als er een noodsituatie is? Kijk, dan is oma opnegenhoog inderdaad wel verloren, denk ik. Dan zou ik zeggen: open zegewoon tijdens daily business. Dan kunnen mensen hun noodpakketaanvullen met wat ze nog niet hebben. Ik denk dat we een beetje achter dewagen bezig zijn als je zo’n noodlocatie pas in kan als er een noodsituatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29320 is. Want dan staan we én in de rij én komt oma op negenhoog er nietmeer bij. Dan kun je beter zeggen: iedereen kan gevarieerd, na elkaar, opnormale dagen terecht voor aanvulling van zijn eigen noodpakket. Is datniet veel efficiënter?De voorzitter:Dat was dus de vraag. De Minister.Minister Van Weel:Het noodsteunpunt is niet bedoeld om je noodpakket samen te stellen.Dat is echt iets wat we vragen van elke burger. Natuurlijk zal voorsommige mensen – dat zeg ik ook tegen de heer Van Nispen, die er helaasniet meer is – het in huis halen van grote hoeveelheden cash een helebelasting zijn. Dat besef ik. Tegelijkertijd denk ik dat wat we vragen,namelijk 72 uur zelfredzaam zijn, voor de meeste mensen te doen is metwat ze eigenlijk in hun voorraadkastjes in de keuken hebben liggen. Jehoeft geen oneindige hoeveelheid voedsel en water te hebben. Het idee isdat je nadenkt over wat je nodig zou kunnen hebben in dat geval. Datgeldt dus ook voor bijvoorbeeld een opgeladen powerbank zodat je in hetgeval je mobiele telefoon leeg is en er geen stroom is alsnog contact kunthebben met dierbaren. Op al dat soort punten verwachten we van mensendat zij dat zelf organiseren of in buurtverband of wijkverband. Dat isallemaal prima.Die noodsteunpunten zijn punten voor het moment dat er een calamiteitis, dat er geen elektriciteit meer is, dat er geen communicatie is. Het ideeis dat mensen weten waar ze in hun buurt heen kunnen gaan om,bijvoorbeeld op het moment dat ze geen energie meer hebben, stroom tehalen, omdat daar nog een dieselaggregaat staat en draait, om in hetgeval dat ze onverhoopt hun noodpakket niet goed hadden en op datmoment acute behoefte hebben aan bijvoorbeeld water wel dat water tekunnen halen, om bijvoorbeeld als ze geen contact kunnen krijgen metbepaalde familie die daar op te kunnen geven bij een centraal punt en ookom te horen van een vertegenwoordiger van waarschijnlijk de lokaleoverheid wat er aan de hand is, wat men ervan weet en wat deverwachting is. Het idee van die noodsteunpunten is dat ze echt alleenmaar in geval van nood actief worden. Ze zijn niet bedoeld voor deaanvulling van het zelfredzaamheidspakket. Ik hoop dat die toelichtinghelpt.De voorzitter:Gaat u door.Minister Van Weel:Ik noemde al even de publiekscampagne waar we mee komen. Daar zal –dat zeg ik ook tegen de heer Six Dijkstra – een huis-aan-huispublicatie deelvan uitmaken. Dat is dus iets tastbaars wat mensen in hun brievenbuskrijgen. Dat zeg ik ook meteen tegen de heer Van Nispen en de anderendie zich afvroegen hoe we nou elke Nederlander bereiken. Op die manierbereiken we elke Nederlander, want door elke voordeur komt eenhuis-aan-huispublicatie. Die hebben mensen dan liggen. Het is dus geenvluchtige communicatie. Ik ken zelf het voorbeeld uit Zweden, waariedereen precies weet waar de folder die elk jaar komt ligt, wat daarinstaat en welke kernboodschappen men tot zich moet nemen.De voorzitter:U krijgt hier een interruptie op van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Meer voor de orde van de vergadering. Ik ga ervan uit dat de Minister nogsteeds bezig is met zijn inleiding en dat hij op de punten die hij nu noemtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29321 over de noodsteunpunten en de noodpakketten, waar wij vragen overhebben gesteld, later nog terugkomt. Dan weet ik dat ik mijn vragen nogeven moet bewaren.De voorzitter:Ik zie dit wel als een interruptie.Minister Van Weel:Laat ik er een antwoord op geven. Ja, dit is nog de inleiding. Ik diepte hetnoodsteunpunt enigszins uit, maar ik kom nog terug op de specifiekevragen die daarover zijn gesteld.In algemene zin heeft u gezien dat vanaf 2027 op de begroting van JenV70 miljoen beschikbaar komt voor de versterking van de weerbaarheid. Ikzie voor de besteding van dat geld de regionale en de lokale weerbaarheidals prioriteiten. Daarover ga ik in overleg met de veiligheidsregio’s en degemeenten. Ik kan u dus op dit moment nog niet vertellen hoe dat bedragdaarover wordt verdeeld. De noodsteunpunten zijn voor mij de absoluteprioriteit binnen dit beschikbare geld. Ik kan u ook vertellen dat oplopendtot meer dan 65 miljoen van de 70 miljoen daadwerkelijk naar lokale enregionale weerbaarheid gaat en dat het enige dat daarvan achterblijftbedoeld is voor de publiekscampagne en de huis-aan-huispublicatie. Inaanvulling daarop kan ik u ook zeggen dat ik besef dat 2027 ver weg is.We leven nu in 2025 en we hebben ook nog 2026. Dit is een opgave dieacuut is, dus heb ik in de aanloop geld vrijgemaakt, 10 miljoen in 2025 en20 miljoen in 2026, om al te kunnen starten met het inrichten vaninitiatieven voor de lokale en de regionale weerbaarheid. Dat komt dusboven op de structurele reeks die vanaf 2027 beschikbaar is.De voorzitter:Dat leidt onmiddellijk tot een interruptie van mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Nee, want de Minister gaf het antwoord net. Het komt boven op de70 miljoen. Het is geen kasschuiftoestand.De voorzitter:En dan komt mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):En nu een echte interruptie.De voorzitter:De tweede echte interruptie.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ja, dat mag. U bent strenger aan het worden naarmate de vergaderingvordert. Dan kom ik bij de vraag die een aantal van ons heeft gesteld. Alsde Minister het gesprek gaat voeren met de veiligheidsregio’s, gaat hijgeheid horen dat zij erg last hebben van de korting op de brede doeluit-kering die niet wordt teruggedraaid met alle gevolgen van dien, zoalsgrote bezuinigingen op brandweerlieden en brandweerposten. De70 miljoen zijn denk ik nooit genoeg om die korting af te wentelen, zekerniet als een deel daarvan bedoeld is voor die noodsteunpunten. Ik heb ookergens een bedrag van 100 miljoen langs zien komen. Ik wil toch aan deMinister vragen – ik zie hem als verantwoordelijke voor de nationaleweerbaarheid, ook al gaat hij niet specifiek over brandweer en over ditsoort kortingen – hoe hij die uitdaging wenste te tackelen met zijn collega,omdat het wel effect heeft op onze weerbaarheid en in ieder geval op departijen die zich daarmee moeten gaan bezighouden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29322 Minister Van Weel:Dat gesprek ga ik aan. Dat zei ik al. Ik zei dat uiteindelijk meer dan 65miljoen daadwerkelijk bestemd is voor de lokale en de regionaleweerbaarheid. Natuurlijk ben ik me bewust van de brief van het Veilig-heidsberaad en van de korting op de BDuR zoals die vanaf volgend jaareffect zal hebben. Die zal dus zeker een rol spelen in de gesprekken die wijhebben en daar waar de weerbaarheid wordt geraakt door die korting,denk ik dat we moeten kijken hoe dat daarbinnen valt. Laat ik het zozeggen: als het idee is om een noodsteunpunt in te richten op eenkazerne, moet dat wel kunnen. Maar goed, ik ga nog niet vooruitlopen opdie verdeling.De voorzitter:Is dat een afdoende beantwoording? Ja. Gaat u verder, Minister.Minister Van Weel:Laat ik dan mijn inleiding afronden, voorzitter. Dan kom ik zo op deblokjes.Absolute veiligheid bestaat niet, maar we moeten wel een flinke stap extrazetten. Waar we op elke mogelijke manier opschalen op het gebied vandefensie, moeten we dat ook doen op het gebied van maatschappelijkeweerbaarheid. Want een veerkrachtige samenleving is essentieel omstand te houden, ook in een militair conflictscenario.Dan kom ik nu bij mijn blokjes. Die heten weerbaarheid, lokaleweerbaarheid, crisisbeheersing en andere belangrijke zaken.Mevrouw Michon-Derkzen vroeg of er een concrete agenda komt opciviele weerbaarheid. Ik zei al: de opgave is groot, kost tijd en raakt bijnaelk onderdeel van de samenleving. We hebben over sommige vraag-stukken gewoon decennialang niet hoeven nadenken. Vandaar dat we nukeuzes maken in de prioritering. Ik noemde al even de sectoren energie-voorziening, gezondheidszorg, logistiek en transport, voedsel endrinkwater, telecommunicatie en de veerkracht op het lokaal en regionaaldomein. Een ander speerpunt is de omgang met schaarste. Een van deinstrumenten om hiermee om te gaan, is het aanleggen van strategischevoorraden. Ook daarop komen we terug in de brief over weerbaarheid dievoor de zomer komt. Het is niet alomvattend, maar die sectoren hebbendus voorrang. Op de lokale weerbaarheid kom ik nog specifiek terug. Daarheb ik net al even het een en ander over gezegd. Dat is waar we de keuzemaken.Ik moet wel eerlijk zeggen dat dat niet wil zeggen dat er verder nietsgebeurt. Ik kan geen bedrijf binnenlopen of mij wordt verteld, ook als ikdaar niet voor kom, wat men aan het doen is in het kader van deweerbaarheid. Dat is wat deze discussie op gang brengt. Heel concreetkan ik noemen dat ik vanmorgen bij de bloemenveiling in Aalsmeer was.Dat is natuurlijk een enorm complex met een hoop logistieke mogelijk-heden, met een hoop shelter, onderdak. Ook daar is men bezig met«welke rol gaan wij vervullen op het moment dat er sprake is van eencrisis of een noodsituatie?» maar ook met «hoe houden we nu ons bedrijfgaande?» Want uiteindelijk is het zonder een economie heel moeilijk omeen conflict te doorstaan, laat staan te overwinnen. Ook dat zien we inOekraïne, hoe cruciaal een werkende economie is om de oorlog voort tekunnen zetten en jezelf te kunnen blijven verdedigen.De heer Van Nispen vroeg: waarom zo laat en waarom zo weinig? Enkeleandere van u zeiden dat ook: had dit niet veel eerder gekund en is het niettoo little, too late? Het is niet dat wij niets hebben gedaan aan onzecrisisbestendigheid of aan onze nationale veiligheid in de voorbereidingover de afgelopen jaren, maar de acute dreiging zoals die na de Russischeinval in Oekraïne is ontstaan, de geopolitieke verhoudingen die we zien,geeft wel die extra input. Dat is waarom we deze stap nu zetten. Is datlaat? Ten opzichte van sommige landen die dichter bij Rusland liggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29323 denk ik dat we daar gelijk in hebben. Is dat been bij te trekken? Ja, datdenk ik wel en daar zijn we volop mee bezig.De voorzitter:U heeft een volgende interruptie van mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Bij die agenda civiele weerbaarheid of eigenlijk agenda weerbaarheidsprak de Minister – dat heb ik ook gelezen – over sectoren van energie tottelecommunicatie en die strategische voorraden, maar ik zie zelf meervoor me dat daar ook een wetgevingsagenda achteraan komt. DieCyberbeveiligingswet is meer en meer urgent omdat de digitale dreigingreëel is. Besluitvormingsstructuur: we hebben nu een groot beraad metelkaar, publiek-privaat, maar kunnen we daarin ook besluiten met elkaarafdwingen of doet iedereen zijn best en vinden we je best doen goedgenoeg? Los van de inhoud van die sectoren en de voorraden zoek ik naarwat dan het beoogde resultaat is en hoe we dat dan afdwingen, metwetgeving of anderszins.Minister Van Weel:Dat hangt wel samen met die invulling van het hoe. We hebben het watgehad. Het hoe is de volgende brief die u krijgt. Onderdeel daarvan iswelke structuren we daarbij hanteren, welke wetgeving daaruit voortvloeiten welke acties er dienen te worden ondernomen, ook door sectoren zelf.Want laat ik dat vooropstellen: waar we vanaf moeten, is dat weerbaar-heid iets is wat de overheid geeft aan bedrijven, sectoren en burgers. Laatik dat toch maar even helder stellen. We hebben wellicht als maatschappijna de Koude Oorlog onze veiligheid iets te veel in handen van anderengelegd. Dat hebben we militair gedaan door het opschorten van dedienstplicht, door voor een beroepsleger te kiezen dat uiteindelijk vooronze veiligheid ver weg van huis zorgdroeg zonder dat die conflicten onsooit zouden raken. We hebben dat ook gedaan op het gebied vanmaatschappelijke weerbaarheid, waar we in de Koude Oorlog helestructuren hadden waarin iedereen wist wat hij moest doen, waarin er eenburgerbescherming was. Ook dat hebben we geoutsourcet aan professi-onals. Nu komen we in een situatie waarin toch iedereen weer zijnsteentje zal moeten bijdragen om als het zover komt hier ook een bijdrageaan te leveren. Een deel daarvan kunnen wij voorschrijven, maar een deeldaarvan komt ook echt uit sectoren zelf. Wij merken dat in alle gesprekkendie wij hebben. Als je praat met professionals, bijvoorbeeld op het gebiedvan energie, hoor je dat zij veel beter in staat zijn dan wij vanuit deoverheid zijn om aan te tonen waar zij de kwetsbaarheden zien in hetsysteem en wat je daaraan zou kunnen en moeten doen. In heel veelgevallen is dat ook iets wat ze zelf oppakken en een stap verder brengen.We zullen het dus deels voorschrijven, deels zullen we het inventariserenen deels zal het in wetgeving moeten worden vastgelegd, om het af tedwingen, zoals de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritiekeentiteiten, waar ik zo nog even op terugkom in het kader van een aantalvragen van de heer Six Dijkstra.De voorzitter:Heel goed.Minister Van Weel:Mevrouw Michon-Derkzen vroeg wat nu de plus is op de Aanpak vitaal.Dat hangt hiermee samen. Om de vitale infrastructuur te beschermentegen uiteenlopende dreigingen, werken vakdepartementen en vitaleaanbieders onder coördinatie van de NCTV aan de toekomstbestendigeAanpak vitaal, maar in het licht van de toegenomen militaire en hybridedreigingen wordt bekeken welke aspecten van het beleidsinstrumen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29324 tarium kunnen en moeten worden versterkt. Daar worden zowel defysieke, de economische alsook de digitale risico’s in meegenomen. Denkbijvoorbeeld aan spionage en sabotage. Ook hierbij werken we nauwsamen met de EU en onze NAVO-partners.Dan had mevrouw Michon-Derkzen nog een vraag over de publiek-privatesamenwerking. Eigenlijk haakte ik daar net al op in door te vertellen overmijn bezoek van vanmorgen. Gistermiddag gaf ik ook een lezing inRotterdam aan CEO’s van bedrijven die actief zijn in de haven. Hetonderwerp leeft, steeds meer. Je ziet dat ook private partijen vragen watze kunnen doen en wat hun bijdrage kan zijn, zowel aan de lokaleweerbaarheid als aan het op gang houden van onze economie, maar ookaan het zorgdragen voor elkaar. Ik denk dat daar nog een rol voor deoverheid ligt, namelijk om platformen te creëren en bedrijven bij elkaar tebrengen, maar daarna ook om te zorgen dat de private sector zichzelfhelpt, zodat de grote bedrijven die minder moeite hebben met hetinrichten van weerbaarheid ook zorgdragen voor al die bedrijven die inhun supplychain zitten en die van hen afhankelijk zijn. Dat soort initia-tieven zie ik nu wel langzaam opkomen. Een heel concreet initiatief dat wezelf hebben geïnitieerd is Cyclotron. Dat is een publiek-privaat samenwer-kingselement waarbij we cyberdreigingsincidenten heel snel uitwisselentussen de publieke en private sector. Op het hoogste niveau wordt eenpubliek-privaat geopolitiek en weerbaarheidsberaad ingericht, waarin wekabinet, bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke partners inwisselende samenstelling bij elkaar halen om dit soort ontwikkelingen tebespreken. De eerste bijeenkomst vindt nog voor de zomer plaats. Ookdaar zal ik bij zijn.De heer Six Dijkstra vroeg of de WODC-systematiek al wordt toegepast inde weerbaarheidsplannen en zo ja, hoe. Ik heb met interesse kennisge-nomen van de motie over het toepassen van de weerbaarheidsmatrixvoor het vaststellen van het basis-weerbaarheidsniveau. De door RANDEurope ontwikkelde methodiek is een belangrijk hulpmiddel om deweerbaarheid te kunnen meten. Deze methodiek en de definitie vanweerbaarheid die ze hanteren zijn ook gebruikt voor het definiëren van deweerbaarheidsopgave zoals wij die voor ons zien. Het is belangrijk dat ersectorspecifieke standaarden zijn voor het weerbaarheidsniveau vanbedrijven, maar ik laat wel ruimte om per sector te kunnen bekijken wateen passende en wenselijke methodiek is.De heer Van Nispen vroeg naar de sociale samenhang: hoe belangrijk isdie voor weerbaarheid en wat doen we om de sociale samenhang teversterken? Die is enorm belangrijk. Uiteindelijk vereist een weerbaresamenleving wel dat wij een samenleving hebben – het woord zegt het al– waarin we omkijken naar elkaar, we weten wat we aan elkaar hebben inhet geval van een crisis en daar ons ook op inrichten. Hiervoor moeten welokale initiatieven hebben. Ik spreek daarover in het bestuursoverleg metde VNG, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Veiligheidsberaad enook met de burgemeesters van grote steden. Gisteren sprak ik metwethouder Versnel van Rotterdam, die specifiek kijkt naar kwetsbarewijken op Rotterdam-Zuid, om daar de leiders te identificeren die kunnenhelpen bij het opzetten van een structuur, zodat ook daar, in buurten metminder sociale samenhang, mensen weten dat ze op elkaar kunnenbouwen in het geval van een crisis. Natuurlijk is die samenhang ersowieso op allerlei lokale plekken, zoals sportclubs en geloofsgemeen-schappen. Die zullen echt een rol spelen en een bijdrage leveren om diesamenhang te creëren. Ik roep u overigens allen op om dat ook te doen inuw eigen omgeving, uw eigen buurt, in uw familie en in de kringen waarinu komt, want het gesprek dat je erover hebt met elkaar is ook onderdeelvan het creëren van die sociale samenhang.De voorzitter:Ik bespeur ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29325 Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Hoeveel heb ik er eigenlijk, voorzitter?De voorzitter:U had er zes.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Oké, dan kan ik deze vraag wel even stellen. De Minister had het ook overgezamenlijke veerkracht. Volgens mij ben ik daar in mijn bijdragenadrukkelijk op ingegaan. Ik begrijp dat de NCTV vorig jaar rechtstreeksaan de burgemeesters een aantal gesprekskaarten heeft aangereikt tenbehoeve van gesprekken met inwoners. Eigenlijk is ook mijn opmerkingmeer: hoe zorgen we ervoor dat de gezamenlijke veerkracht, dus dat wenaar elkaar omkijken op het moment dat er iets uitbreekt, verder versterktwordt? Dan heb je dus ook lokale gesprekken nodig. Dan heb je dus ookeen versterking van je lokale bestuurders nodig. Hoe wil de Minister dat,ook in gesprek met het Veiligheidsberaad, verder vormgeven? Zo gaat hetniet alleen om de individuele aanpak, om ieder voor zich en om indivi-duele pakketten, maar staan we er allemaal voor elkaar op het momentdat het zover is.Minister Van Weel:Dat is een heel terecht punt. Zoals ik zei, is het noodpakket voor mij hetstartpunt van een heel traject, zeker niet het eindpunt. Vandaar dat devolgende prioriteit, waarvoor we natuurlijk geld vrijgemaakt hebben, delokale en regionale weerbaarheid is. Op het moment dat er geencommunicatie en stroom zijn, ben je aangewezen op je directe omgeving.Dat is nou eenmaal vaak de plek waar je woont. Ik merk in de bestuurlijkeoverleggen die ik heb ontzettend veel eagerness bij burgemeesters vangrote en kleine gemeenten om na te denken over dit vraagstuk. Dat doenze ook al. Dat is geen one size fits all. In een klein dorp met een hechtegemeenschap, waarin iedereen elkaar sowieso al vindt in een sportver-eniging of een geloofsgemeenschap, vereist samenhang creëren eenandere inrichting dan in een grote stad als Rotterdam, waarover ik het nethad, of Amsterdam. Daar heb je met veel meer verschillende aspecten temaken en heb je veel meer noodsteunpunten nodig et cetera. Ik weet datde bestuurders van onze gemeenten ook op die manier kijken naar huneigen stad. Wij vragen op hoofdlijnen dat zij noodsteunpunten inrichten,en dat ze nadenken over wat burgers zelf kunnen doen en over eenprogrammatische aanpak hiervoor. In de brief die u voor de zomer krijgt,zullen we een aantal van die hoofduitgangspunten neerleggen, waarbij wehet lokale bestuur vervolgens wel weer de ruimte laten om het in terichten zoals past bij de gemeenschap die zij besturen, ook in tijden vancrisis.De voorzitter:Gaat u door.Minister Van Weel:Gaat het met het noodpakket hard genoeg? Er werd gezegd dat het bij delaatste meting ergens in de 20% zat. Dat is niet genoeg. Ik moet wel eerlijkzeggen dat onze indicatie is dat dit percentage echt omhoog zal zijngegaan, want de laatste meting is van eind vorig jaar en we horen dat erenorm veel vraag is naar de noodpakketten die worden aangeboden opsites. De volgende meting is pas half juni. Helaas kan ik daar nog niet opvooruitlopen, maar in de brief die we voor de zomer sturen, zult u hetnieuwe percentage zien. Ik had het zelf niet gehoord, maar ik begreepgisteren dat zelfs Vandaag Inside nu een eigen noodpakket aanbiedt. Watdat betreft zijn we een heel eind gekomen in de afgelopen twee maanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29326 Laten we niet onderschatten wat het bereik is van een programma alsVandaag Inside. Dat zijn een heleboel mensen, die ik niet altijd bereik.De vraag van mevrouw Michon-Derkzen is dan: waarom die 72 uur, kandat niet 48 uur zijn of moet dat geen week zijn? We volgen hierin deEuropese Unie. Oud-president Niinistö van Finland heeft op verzoek vande Europese Commissie een rapport geschreven over resilience, waaropnu ook het Europese resilience plan gebaseerd wordt. Hij heeft deaanbeveling van 72 uur gedaan. Het is geen heilig getal, maar het is welhoger dan de 48 uur die wij tot dan toe hanteerden. Wij hebben ervoorgekozen om ons aan te sluiten bij Europa.Er is ook gevraagd naar een niet-internetafhankelijke manier van hetinlichten en voorbereiden van burgers. Dat zijn eigenlijk twee verschil-lende vragen. Bij het inlichten van burgers hebben we het over de vraaghoe je in een crisissituatie mensen bereikt en hoe je hun kan vertellen water gaande is. Laat ik daarbij wijzen op het onderdeel van het noodpakketdat de minste mensen in huis hebben: een transistorradio die opbatterijen werkt of opwindbaar is. Op het moment dat het mobielenetwerk zou uitvallen, val je natuurlijk terug op de aanwezige communica-tiemiddelen. Voor de overheid is er een noodtelefoonnetwerk. Dat hebbenwe. Er staan nog fysieke telefoons waarmee we oefenen. Mijn kinderenweten niet eens hoe die eruitzien, maar die staan er. Daarmee kunnen wenog steeds contact houden op het moment dat het internet of de mobieletelefonie eruit ligt, zowel in Den Haag als in gemeenten. Dat loopt dus.Maar communicatie met de burger zal moeilijker zijn. Dat gebeurt dus ofvia die noodsteunpunten op lokaal niveau of via de ether. Vandaar dat ikde noodradio noem.Wat voorlichten betreft zei ik eerder dat ik zelf erg gecharmeerd ben vanhet Zweedse voorbeeld. Denk aan de folder die men allemaal heeft ofdoor de bus krijgt. Op gezette tijden gaat die over de tafel. Dat is volgensmij de manier om de permanente voorlichting van de bevolking vorm tegeven. De eerste komt dus in de tweede helft van dit jaar.De heer Six Dijkstra vroeg naar de strategische voorraden en of we dereserves waar nodig op orde zullen brengen. Eerder deze week, opmaandag, ben ik in een brief naar uw Kamer ook ingegaan op destrategische voorraden. Het aanleggen daarvan is een van de instru-menten voor de omgang met schaarste. Momenteel maken we eentotaaloverzicht van de strategische voorraden die nu door de rijksoverheidworden aangehouden. Voor het zomerreces komen we met de eerstebeleidsinzet. Daar is dit ook een onderdeel van. Het gaat dus over devragen hoe we omgaan met strategische voorraden en waar we ons opmoeten richten om die strategische voorraden beter op orde te krijgen.Voor een aantal gevallen zal daar aanvullende besluitvorming overmoeten plaatsvinden, want het aanleggen van voorraden is natuurlijk nietgratis. Dat vereist in sommige tijden ook echt inspanningen.De voorzitter:Dat leidt tot een interruptie van het lid Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Een vraag was natuurlijk wanneer we dat overzicht kunnen verwachten.De Minister zegt: ik kom er nader op terug in die brief. Ik verwacht niet datin die brief staat: we hebben het overzicht en we weten wat we verdermoeten doen. Maar dat is mijn invulling. Kunnen we in die brief eentijdspad verwachten voor wanneer het overzicht er ongeveer is? Ofkunnen we het overzicht al in die brief verwachten?Minister Van Weel:Ja en ja. Het is namelijk een beetje van allebei. Voor sommige zakenweten we precies wat de strategische voorraden zijn. Op het gebied vanbrandstof zijn die bijvoorbeeld gewoon voorgeschreven. We weten dusTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29327 voor hoeveel dagen wij brandstof hebben. Voor andere zaken, bijvoor-beeld langdurig houdbaar voedsel, is dat veel moeilijker in kaart tebrengen. Deels krijgt u dus concrete inzichten en deels krijgt u eenvooruitblik op hoe dat er verder uit gaat zien.Dan de schuilkelders. Dat is een van de lastige onderwerpen, omdat wedat tijdens de Koude Oorlog op een hele andere manier hadden georgani-seerd dan daarna. Ik kom zelf net terug uit Kyiv. De conferentie waarvoorik naar Kyiv ging, vond plaats op verdieping min twee van het FairmontGrand Hotel in Kyiv. Het was fantastisch aangekleed, inclusief banners.Het zag er mooier uit dan hier, zeg ik in alle eerlijkheid. Achter een schotjestonden de bedden voor de hotelgasten. Die konden in het geval van eenluchtalarm ook naar beneden komen om er de tijd verder door te brengen.Dat geeft al aan: niet alleen de tijden zijn veranderd, maar ook onzeinfrastructuur. De vraag is in eerste instantie niet eens zozeer of weschuilkelders moeten bouwen, maar aan welke vereisten je schuilplaatsenzou willen laten voldoen. Je kunt dan in één keer tot de conclusie komendat we in onze steden eigenlijk best een hoop plekken hebben waar jekunt schuilen. Denk aan metro’s, ondergrondse parkeergarages en deenorme gebouwen die we nu bouwen, waarin je middenin ook best veiligbent.We hebben aan TNO gevraagd om te onderzoeken wat de bouwtech-nische eisen zijn waaraan je zou moeten willen voldoen. Op basis daarvanzullen we met lokale overheden het gesprek aangaan over hoe ze hierverder over moeten denken. Maar de oplossing is niet om in elkegemeente ondergrondse bunkers te plaatsen. Ik denk ten eerste dat dedreiging nu anders is. Ten tweede zullen onze behoeften er anders uitzien.Denk aan Oekraïne, waar hele scholen in metrostations les bleven geven.Je hebt echt dat soort locaties nodig waar je dit kunt doen.De voorzitter:U krijgt een interruptie van meneer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Goed om dit te horen. Ik vind dat de Minister een stuk minder naïef klinktdan vele anderen die zeggen: «Schuilgelegenheden? Waar heb je hetover?» Kyiv is niet heel ver weg. De raketten uit Rusland kunnen onsgewoon bereiken. Ik denk daar helemaal niet aan, maar – laat ik het zozeggen – ik vind dat we daar wel op voorbereid moeten zijn. Ooit isgeïnventariseerd hoeveel we er nou hebben. In 1990 waren dat er 180 ofzo. Ik geloof dat dat toen al veel te weinig was. Maar het is nu duseigenlijk geen issue meer bij de overheid. Ik ben blij met dieTNO-inventarisatie, maar kunnen we een overzicht krijgen van hoeveelschuilgelegenheden er nu zijn in Nederland als je alles bij elkaar optelt? Ikwoon vlak bij een metrostation. Volgens mij is dat de plek onder de grondwaar ik naartoe kan gaan. Dat is heel simpel. Maar iemand in – ik noemmaar wat – Wageningen kan dat niet. Er zijn natuurlijk parkeergarages en– wat hebben we nog meer? – kelders bij mensen thuis. Ik ben gewoonbenieuwd naar die inventarisatie. Welke ondergrondse schuilgelegen-heden hebben we in Nederland?De voorzitter:Kunt u daar meteen antwoord op geven?Minister Van Weel:Ik kan niet de hele inventarisatie op tafel leggen, als dat is wat u vraagt,voorzitter. Ik kan wel toezeggen dat we dit onderwerp meenemen in degesprekken die we hebben met de VNG en de gemeenten. Het gaat danwat mij betreft niet per se om schuilkelders onder de grond, maar omplekken waar je kunt schuilen. Laat ik daar een voorbeeld van noemen. InKyiv werden de delegatie en ik in de binnenring geplaatst. Dit zijn normaalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29328 gesproken de goedkopere kamers, waar je geen uitzicht hebt op de rivier,maar alleen op de binnenplaats en de andere kamers. Een deel van deluchtdreiging kwam van Shahed-drones. Die vliegen van de buitenkanteen hotel binnen. Het klinkt allemaal heel plastisch, maar dit zijn wel deberekeningen die gemaakt zijn. Die komen wel door de eerste hotelkamer,maar niet door de binnenring. Daar lig je dus veilig. Dit is dus eenschuilplek voor die dreiging. De kans is vrij klein dat ze ballistischeraketten op een hotel gooien, tenzij ze specifiek op zoek zijn naar jou of, indit geval, mij. Maar dan maak je de afweging of je naar de kelder of degarage beneden moet gaan. Er is dus geen vaste definitie van wat eenondergrondse schuilplaats is. Maar het thema van schuilen, waar je datkunt doen en welke plekken je daarvoor hebt, ook op gemeentelijk niveau,gaan we bespreken met de VNG en de gemeenten.De voorzitter:We zullen allemaal de binnenring onthouden, meneer de Minister.Minister Van Weel:Het is dus ook nog goedkoper.De heer Eerdmans (JA21):Maar dan concludeer ik dat er wel een beleidsverandering heeft plaatsge-vonden ten opzichte van de vorige Minister van Justitie, mevrouwYes¸ilgöz. Die zei: op dit moment spelen schuilkelders geen rol bij eenconflict waar Nederland bij betrokken kan raken. Dat is veranderd. Ik bendaar blij mee, want volgens mij was dat inderdaad naïef.Minister Van Weel:Ik zou het niet zo hard willen stellen als u nu doet. Ik kan mij situatiesinbeelden – daar hebben we het toch over – waarin schuilen wel degelijknodig is. Maar ik denk dat mijn voorganger het ook bedoelde in termenvan of we nu overal schuilkelders onder de grond gaan bouwen. Ik bendat niet per se op voorhand van plan.De voorzitter:Gaat u door.Minister Van Weel:De heer Aardema vroeg: weten de veiligheidsregio’s eigenlijk wel wat ervan hen wordt verwacht? Daarover zijn we continu in overleg. We kennendat overleg, want voor specifieke soorten crises hebben we al dit soortoverleg met de veiligheidsregio’s. We hebben landelijke crisisplannenopgesteld, bijvoorbeeld voor militaire dreiging, natuurbranden enhoogwater. Dat zijn kaderstellende plannen voor de veiligheidsregio’s. Ikheb een periodiek bestuurlijk overleg met zowel de Veiligheidsraad als deVNG dat specifiek gaat over maatschappelijke weerbaarheid.De voorzitter:De heer Adema knikt niet alleen begrijpend, maar heeft ook eeninterruptie.De heer Aardema (PVV):Dat laatste begrijp ik, waarvoor dank. Ik wil nog even terug naar dieschuilkelders. Er zijn natuurlijk nog wel dichtgemaakte schuilkelders vanvroeger, uit de Koude Oorlog. Die zijn misschien met vrij simpelemiddelen weer te openen. Die kun je weer in werking laten treden. Hebt uer ook over nagedacht of dat van toepassing is?Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29329 Ik ga ervan uit dat dit ook naar voren komt in de gesprekken die ik metgemeentes zal hebben. Waar je mensen heen stuurt in geval vancalamiteiten, richt je uiteindelijk toch lokaal in. In de speech die ik gisterengaf, op 14 mei, 85 jaar na het bombardement op Rotterdam, werdgememoreerd dat iedereen in drommen naar het Excelsiorstadion gingtijdens die aanval, omdat de Duitsers hadden gezegd dat ze daar geenbommen op zouden gooien. Dit is dan door de aanvaller weergegeven.We zien synoniemen daarvan ook in deze tijd opdoemen, maar je kunt jevoorstellen dat gemeenten gaan nadenken: wat vertel ik tegen debevolking als ik delen van de stad moet evacueren of als ik een bepaaldedreiging heb in een bepaald deel? Dan ga je daarover nadenken. Dat kandus een stadion zijn. Daar zit iedereen. Dat kan je controleren; dan kan jede toegang controleren, maar je zit natuurlijk wel in de openlucht. Het kanook zijn dat een metrostation in het centrum het meest aangelegen puntis. Ik wil dat nu niet invullen, maar dat is een onderdeel van datuitzoekwerk.De voorzitter:Heel goed.Minister Van Weel:De heer Six Dijkstra vroeg: hoe ziet de Minister de afhankelijkheden vanniet-Europese technologie en digitale diensten in relatie tot het weerbaar-heidsvraagstuk? Dat is een hele terechte vraag. De afbouw van strate-gische afhankelijkheden, ook de digitale, is zeker onderdeel van de aanpakvan de weerbaarheid, maar dat vraagt ook samenhang met het econo-mische beleid van Nederland en ons verdienvermogen. Ik verwijs dus ookgraag naar de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie, waarvoorde Minister van Economische Zaken primair verantwoordelijk is. Daarmeewillen we zowel de kwetsbaarheden en de risico’s verminderen als deweerbaarheid versterken.Dan kom ik op de lokale weerbaarheid. Ik snap dat het onderscheid eenbeetje vervaagd is omdat ik een aantal onderwerpen al heb aangeraakt. Ikheb het gehad over de BDuR en de 70 miljoen. Ik heb hier aangekondigddat ik in ieder geval zorg dat er geen gat zit tussen nu en 2027 en dat wedus wel degelijk een aanvang kunnen maken en dat ik het gesprek aangamet de VNG en de veiligheidsregio’s over hoe we die weerbaarheids-gelden op een goede manier kunnen inzetten op lokaal en regionaalniveau. Ik ben ervan overtuigd dat we met de middelen die we hiervoorhebben vrijgemaakt, een heel eind kunnen komen met die noodsteun-punten.Dan vroeg mevrouw Mutluer naar de burgerhulpverlening: moeten we dieniet versterken, kunnen we daarvoor bestaande netwerken inzetten enhebben we een moderne variant van de burgerbescherming nodig? Ikdeel dat we de burgerhulpverlening binnen ons huidige stelsel verdermoeten vormgeven. Daar gaan we ook zeker op inzetten. Een versterktesamenwerking tussen reguliere hulpverleningsdiensten, maatschappelijkeorganisaties en georganiseerde burgers is daarvoor nodig. Ook moetenwe aansluiten op bestaande lokale initiatieven. Ik heb bijvoorbeeld met dekerkelijke organisaties gesproken over wat hun rol zou kunnen zijn in hetopzetten van dit soort initiatieven in geval van nood. Inwoners kunnenook in aanvulling op noodpunten en staande organisaties een rol pakkenom binnen de gemeenschap in hulp te voorzien. Ik zeg daarbij dat we alletaken die de burgerbescherming destijds had na de Koude Oorlog hebbenovergezet naar professionele dienstverlening, dus de veiligheidsregio’s,de brandweer en geneeskundige diensten. Ik denk dat dat goed was. Zijhebben meermaals hun meerwaarde bewezen in crises. Maar zoals ik alzei, zullen we in aanvulling daarop in dit soort extreme gevallen ook veelmeer weer een beroep doen op vrijwilligers en de bevolking. Ik moedigdat dus alleen maar aan. Ik kijk ook uit naar lokale initiatieven die erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29330 komen, maar ook naar de voorbeelden uit Estland. Mijn Estse collega isvolgende week bij het overleg dat ik in Brussel heb. Ik zal dus ook graagleren van de inzet van niet-militairen in dit soort gevallen. Van mijn Finsecollega begreep ik dat ze ernaar kijken om binnen elke gemeente iemandte hebben die verstand heeft van het repareren van communicatienet-werken, iemand die verstand heeft van hoe je de energietransformator-huisjes overeind houdt en mensen voor geneeskundige eerste hulp. Jekunt je voorstellen dat je mensen daarmee een soort training geeftwaardoor ze in geval van crises over het hele land een meerwaardekunnen hebben voor de maatschappij. Dat vind ik hele interessantevoorbeelden. Ik wil daar nog niks over toezeggen, maar ik wil ze welallemaal verkennen.De voorzitter:Ondanks die aankondiging is er een interruptie van het lid Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank aan de Minister. Ik ben erg benieuwd naar de gesprekken en watdaaruit komt. Wanneer kunnen wij daar als Kamer een terugkoppelingover verwachten?Minister Van Weel:Laat ik rond die weerbaarheidsbrief ook een terugkoppeling geven vanwaar ik dan sta met die kopgroep van de andere landen. Bovendien: ik zetdaar nu een militaire kop op, maar op NCTV-niveau hadden we die reeds.Sterker nog, die zijn zelfs vandaag en morgen hier in Nederland bijeen omte praten over dezelfde soort onderwerpen. Dat onderwerp liep dus al,maar dat zetten we nu ook op politiek niveau verder voort.De voorzitter:Gaat u door.Minister Van Weel:Ik denk dat ik daarmee ook de resterende vragen over de lokaleweerbaarheid heb behandeld.De voorzitter:Nou, daar denkt meneer Eerdmans misschien heel anders over.De heer Eerdmans (JA21):Mijn eerste vraag ging over die noodsteunlocaties. Toen zei de Ministerdat hij een halve alinea later zou ingaan op de vraag wanneer ze komen.Misschien heb ik het gemist, maar is er gezegd wanneer die noodsteun-punten er in elke buurt op loopafstand zullen zijn?Minister Van Weel:Ik kom daarop terug in die brief voor de zomer, want ik ga nu het gesprekaan met de VNG en het Veiligheidsberaad over de verdeling van diefinanciën. Ik heb ook al verteld welk geld er dit jaar beschikbaar is. Voordit jaar denk ik dat het voornamelijk zal zijn voor de campagne waar wehet over hebben, want ik denk dat de noodzakelijke investeringen en deplannen die je moet maken, dit jaar nog niet tot wasdom komen. Ik kanme voorstellen dat volgend jaar de eerste noodsteunpunten actief wordenen tot wasdom komen in 2027, maar zoals ik al zei, kom ik in de zomermet een meer gedetailleerde planning.De voorzitter:Heel goed. U continueert.Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29331 Crisisbeheersing. De heer Six Dijkstra vroeg of ook spoedeisende hulpniet operationeel zou moeten blijven als software het niet meer doet of alshet internet eruit ligt, wat we hieraan doen en of dit voldoende is geborgdonder de aankomende wetgeving. Continuïteit van zorg is natuurlijk eenvan de cruciale zaken in geval van crises. Ziekenhuizen zijn primair zelfverantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg, ook in crisisomstandig-heden, en hebben daar natuurlijk ook plannen voor gemaakt: ze hebbennoodstroomvoorzieningen et cetera om door te kunnen gaan. In geval vancrises wordt er gewerkt met crisisplannen waarin verschillende scenario’sstaan beschreven, bijvoorbeeld de uitval van IT-systemen. Met de Wetweerbaarheid kritieke entiteiten wordt gekeken naar de essentiële enkritieke processen van de zorg om voorbereid te zijn op alle typen crisesof veranderingen. U noemde zelf al de Cyberbeveiligingswet. Dat is deimplementatie van de Europese NIS2-richtlijn. Daar zijn we druk meebezig. Die zorgt ervoor dat meer bedrijven worden aangesloten, ook bijhet Nationaal Cyber Security Centrum, en aan hogere eisen moetenvoldoen wat de cyberveiligheid betreft, maar er komt ook nog eenaangelegen vertaling van de Europese richtlijn over de kritische entiteiten.Die kijkt – dat zeg ik ook in antwoord op uw vraag over de zonnepanelen –ook naar apparatuur en naar de voorwaarden waaraan apparatuur moetvoldoen om te mogen worden ingezet in ons land. Ook de eisen voor dezorg komen daarbij aan bod.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van het lid Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Wederom dank aan de Minister. Als we het dan even concreet maken: erzou een herhaling van een CrowdStrike-achtige crisis zijn en ergens in desupplychain zou er een verkeerde update, een hackaanval of iets anderszijn waardoor er als het ware een keten ontstaat en uiteindelijk systemenuitvallen; wat kunnen wij, als die reeks wetten in werking is getreden, danbijvoorbeeld van ziekenhuizen verwachten? Kunnen wij dan concreetverwachten dat de spoedeisende hulp openblijft? Ze zijn zelf verantwoor-delijk, maar wat is die continuïteit? Welk niveau kunnen wij danverwachten?De voorzitter:Dat was een goede vraag.Minister Van Weel:Uiteindelijk vereist de wet dat er redundantie in de systemen zit, dat daareen bepaald herstelvermogen aan vastzit, dat er dus ook back-ups zijngemaakt en dat er een plan is om zaken weer op te starten. Er worden duseen aantal voorwaarden gesteld aan bedrijven. Geeft dat garanties dat ernooit meer iets plat zou kunnen gaan? Dat denk ik niet. Die garantie zou iknooit willen durven afgeven, maar ik denk wel dat er veel meer aandachtbesteed wordt aan al die stappen waarmee je in ieder geval deweerbaarheid vergroot, ook door opvang te hebben in een ander soortsystemen, maar waarmee je ook, als het dan toch misgaat, in staat bentom snel weer up and running te zijn.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank daarvoor. Het is een wet, waar mensen zich aan moeten houden, ener komen toezichthouders, maar uiteindelijk komen er natuurlijk welnormen die ook volgen uit een wet zoals die. Bij een CrowdStrike-crisis isde spoedeisende hulp natuurlijk een voorbeeld. Busverbindingen zijnnatuurlijk minder kritiek. Maar ik ben eigenlijk wel geschrokken van hetfeit dat als een internetsysteem het niet doet, ook dienstverlening die nietprimair afhankelijk is van het internet, vervolgens stil komt te liggen. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29332 is in mijn optiek er wel een toonbeeld van dat weerbaarheid nog nietgeïnternaliseerd is, zo van: oké, dan gaan we naar andere oplossingenkijken en die redundantie bouwen we niet alleen in de systemen die weaanleggen in, maar ook gewoon in onze werkplanning, waardoor we onseroverheen kunnen zetten en processen kunnen overnemen, misschienniet met een dekking van 100%, maar wel met 80% of 90%. Ik probeer eenbeetje fingerspitzengefühl te krijgen bij waar volgens de Minister dan denorm zou moeten liggen voor wat wij en de burger kunnen verwachten.Minister Van Weel:Dat zit in het project Aanpak vitaal, waarbij dus wordt gekeken naar denormen en eisen die we stellen aan vitale sectoren. Daar hoort de zorg bij,maar bijvoorbeeld ook de energievoorziening. In dat traject worden deeisen die daaraan worden gesteld dus meegenomen. Dat neemt niet wegdat we nu ook heel veel gesprekken voeren met entiteiten die we vragenom na te denken over gevallen waarin je überhaupt geen elektriciteit meerhebt en je dus geen softwaresystemen meer voorhanden hebt. Bijvoor-beeld in de Rotterdamse haven bekijken ze hoeveel schepen ze op eendag nog kunnen binnenhalen als ze weer helemaal analoog moeten gaan.Als je weet hoeveel schepen dat zijn en welke mensen je daarvoor nodighebt, welke krijgen er dan prioriteit? Over al dat soort dingen kun je nu alnadenken, zodat het straks, op het moment dat het zich ooit voordoet,geen kwestie is van een druk op de knop, want die heb je dan niet meer,maar van overgaan op de noodplannen die je hebt gemaakt.De voorzitter:Dan heeft eerst mevrouw Mutluer nog een interruptie voor u, en daarnamevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Die wet is aangekondigd, maar moet er nog komen. Je hoopt en wilt weldat organisaties in de tussentijd aan de zorgplicht voldoen. Ik zei eerder aldat het ook kan gaan om leven en dood. Een en ander moet in mijnbeleving ook gewoon doorgedrukt worden. Daar hoeven we de wet nietvoor af te wachten. Een van mijn suggesties deed ik naar aanleiding vandatgene wat is gezegd door de Amsterdam Internet Exchange, een van degrootste knooppunten ter wereld. Men zei: kom ook met gescheidenlandelijke netwerken; leg die aan los van het reguliere netwerk. Zou dateen oplossing kunnen zijn voor de vraag die zojuist door collegaSix Dijkstra is gesteld? Wordt daarover nagedacht, en hoe dan?Minister Van Weel:Ik kan er nu geen antwoord op geven. Dat weet ik niet. Ik wil er wel opterugkomen. Het internet is ooit bedacht als systeem met ultiemeredundantie, omdat je met het internet niet meer afhankelijk was vanpoint-to-pointverbindingen tussen een verzender en ontvanger. Het wasdus juist het ultieme redundante netwerk. Ik denk dat dit tot nu toe ook isgebleken. Ik heb nog niet gemerkt dat «het internet» eruit lag. Het lijkt meook onmogelijk om dat eruit te krijgen. Ik moet dus even duiken in watAMS-IX precies heeft bedoeld. Kijk, we zijn bijvoorbeeld natuurlijk welafhankelijk van de heel grote datacenters bij Eemshaven; ik noem maarwat. Daarin zitten bijvoorbeeld alle Google Mapsdata. Als dat datacentereruit valt, kunt u niet meer zoeken naar de beste route naar de sport-school, om maar een voorbeeld te noemen. In die zin zitten er wel degelijkkwetsbaarheden in het internet. Informatie beschikbaar hebben in decloud is natuurlijk fantastisch, maar dan moet de cloud wel energievoor-ziening hebben; anders houdt dat ook op. Die kwetsbaarheden zijn er dus.Maar ik weet niet precies wat AMS-IX heeft bedoeld. In de eerstvolgendecyberbrief neem ik dit dus graag als een van de vragen mee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29333 De voorzitter:Dat is inderdaad een toezegging. Dan geef ik het woord aan mevrouwMichon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Goed dat de Minister het over die twee wetten heeft, de Cyberbeveili-gingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Die tweede wet isoverigens nieuw voor mij. Over de Cyberbeveiligingswet hebben we hetal eerder gehad. Ik kijk uit naar beide wetten, maar vooral bij de kritiekeentiteiten gaat het over vitale, dus deels private sectoren. Als je dan metde GGD spreekt voorafgaand aan dit debat, hoor je dat het in het kadervan de pandemische paraatheid een heel project wordt om überhaupt inkaart te brengen wie welke bedden en voorraad heeft, omdat de zorg perdefinitie een publiek-private sector is, maar dat dit project niet doorgaatomdat VWS daar geen geld voor vrijmaakt. Dan zitten we hier met elkaarde hele middag de urgentie vast te houden en te zeggen: goed dat dezewetten er zijn en dat we een slot op de deur hebben richting privatesectoren. Ik begrijp dat deze Minister coördineert, maar tegelijkertijd zijner dus collega’s die er om welke reden dan ook geen prioriteit aan geven,waardoor zo’n project niet doorgaat. Wat kan deze Minister daar dan aandoen?Minister Van Weel:Deze Minister is coördinerend voor deze inspanningen, maar dat geeftnog geen doorzettingsmacht. Uiteindelijk kan ik ook geen keuzes maken inandere begrotingen. Ik zeg het vaak: politiek is keuzes maken in schaarste.Dat doen we hier continu, binnen alle begrotingen. Dat doe ik ook binnenmijn eigen begroting. Ik ben blij dat er met de Voorjaarsnota in ieder gevalgeld beschikbaar is gemaakt om een stap te maken met de lokale enregionale weerbaarheid, maar op een aantal grotere vraagstukken binnendie andere sectoren zou je ook meer wensen kunnen hebben dan eruiteindelijk nu aan geld is uitgekeerd. Wat betekent dat dan? Deels, zei ik,zijn er zaken die de sectoren zelf kunnen oppakken. Ze zijn ook bereid omdaarin te investeren, zoals bedrijven nu ook zelf investeren in huncyberveiligheid. Zij vragen gewoon aan de overheid wat de dreiging is,zodat ze er zelf over kunnen nadenken welke redundantie ze willeninbouwen in hun systeem of welke afhankelijkheden ze nu in hunsupplychain zien waarvan ze af willen. Tegenover dat soort zaken hoevenwe als overheid niet heel grote investeringen te zetten. Als je de A16dubbel wilt uitvoeren omdat je het ziet als een knelpunt in deweerbaarheid, dan is dat natuurlijk een enorme investering en gaatdaarmee een enorme tijdsspanne gemoeid. Dat zijn weer andere opgaven.Er zullen, als het zover komt, wel degelijk gelden voor beschikbaar wordengemaakt. Maar in de fase dat we scherp hebben wat er in die sectorenmoet gebeuren, zitten we nu wat mij betreft nog niet. Dat is het hoe, waarwe van de zomer mee komen.De voorzitter:Daarmee krijgt u een interruptie van het lid Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Ja, eigenlijk op een ander punt. De Minister heeft net een vraag beant-woord over de zonnepanelen. Eigenlijk wil ik het nog iets concretermaken. Ik kaartte iets aan wat TenneT en meerdere techexperts al eerderhebben aangekaart, namelijk dat een achilleshiel in de weerbaarheid vanzonne-energie het feit is dat veel omvormers een aan-uitknop hebben viade leverancier in dat land. Toevallig bezit China een groot deel van diemarkt. Als je dan te maken hebt met een grote partij die een monopolie-positie of een bijna-monopoliepositie heeft en veel van die omvormerslevert in Europa en Nederland, dan kan met één druk op de knop eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29334 black-out veroorzaakt worden. Heel concreet, gaat de wetgeving die eraankomt met eisen voor leveranciers ofwel producten ervoor zorgen dat ditsoort constructies verboden zijn?Minister Van Weel:Ik ken het concrete geval niet. Dat is de slag die ik om de arm houd. Maarde Wwke, de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, is bedoeld om zowel defysieke als digitale weerbaarheid in dit soort gevallen te ondervangen, dusin dit geval een deel van de stroomvoorziening. Dat is het doel van diewet. Het concrete voorbeeld ken ik niet, dus ik vind het moeilijk omconcreet te zeggen of dat voorbeeld hier ook onder valt.De voorzitter:Meneer Six Dijkstra heeft naar aanleiding hiervan nog een vraag.De heer Six Dijkstra (NSC):Kan de Minister er eventueel in de tweede termijn op terugkomen? Bijkritieke entiteiten denken we natuurlijk vaak aan grote netbeheerders endergelijke die een verantwoordelijkheid hebben, maar het gaat hier vaakom consumentenapparatuur, die bij de consument geleverd wordt. Er isdan geen eindverantwoordelijke, maar een heel grote groep burgers isvan één partij in de supplychain afhankelijk, waardoor de achilleshiel zicheigenlijk verplaatst naar een ander punt. Daarom vind ik het wel vanbelang dat dit soort dingen opgelost wordt met de wetgeving die eraankomt, zodat ze niet tussen wal en schip vallen.De voorzitter:De Minister kan nu op deze laatste interruptie van Six Dijkstra reageren.Minister Van Weel:Ik kijk even of ik daar in de tweede termijn op kan terugkomen, met eenalomvattend antwoord. Nogmaals, het idee van deze wet is dat je ook aanrandapparatuur eisen stelt om dit soort dingen te voorkomen, maar ik wildit graag toespitsen op het voorbeeld dat u hier noemt. Ik ga bekijken ofme dat lukt. Lukt me dat in de tweede termijn niet, dan komen we daar opeen andere manier bij u op terug.De voorzitter:In dit verband merk ik op dat we nog ongeveer een halfuur hebben. Ik wijsu maar gewoon op de tijd die er nog is.Minister Van Weel:Dat gaat mij lukken.De voorzitter:Heel goed.Minister Van Weel:De stroomstoring in Spanje was natuurlijk enorm. De vraag is of we nietook in Nederland een stresstest moeten doen voor stroomuitval. De heerEerdmans vroeg daarom. Dat gebeurt. Ik was zelf in de Eemshaven. Eenaantal weken geleden ik stond daar, onder andere met TenneT en debeheerders van de drie energiecentrales die op dat kleine stukje inNoord-Nederland liggen. Een van die drie centrales is een blackstartcen-trale, zoals ze dat noemen. Op het moment dat je een black-out hebt in hethele land, zul je ergens energie vandaan moeten halen om weer iets vanspanning in het netwerk op te bouwen. Dat doe je met een blackstartcen-trale, waarvan we er drie hebben in Nederland. Die hebben ze in Spanjeook nodig gehad, om het netwerk weer langzaam op te bouwen. Dat kosttijd. Het duurt zo’n twaalf uur voordat je weer spanning op het geheleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29335 netwerk kan brengen. Dat wordt geoefend. Zo’n stresstest wordt eenaantal keer per jaar gedaan, ofwel door een digitale uitval of door hetinstabiel worden van het netwerk, zoals gebeurd is in Spanje en Portugal.Heb je een stabiele energiemix nodig? Ja, die heb je daarvoor nodig. InSpanje was een van de vermoedelijke problemen dat er geen overschotaan back-upenergie was om het netwerk stabiel te houden. Met groteschommelingen kan dat uitvallen. Dat risico is bij ons wel minder. Wijhebben meer redundantie en zijn bovendien aangesloten op het heleEuropese continent. Dat was nou net een van de knelpunten bij hetIberisch schiereiland, namelijk dat er weinig verbindingen zijn naar de restvan Europa. Wij zijn daar in ons land dus wat minder kwetsbaar voor. Voornog meer diepgang moet ik verder verwijzen naar de Minister van KGG,die hiervoor uiteraard verantwoordelijk is.De voorzitter:Heel goed.Minister Van Weel:Dan kom ik bij overige belangrijke zaken. Een aantal vragen ging over deNAVO-top, wat dat betekent voor demonstraties en of je die niet algeheelmoet verbieden. Het uitgangspunt is dat demonstraties zo veel mogelijkworden gefaciliteerd. Dat willen we ook doen gedurende de NAVO-top.Natuurlijk wordt daarbij gekeken naar locaties en worden er, waar nodig,ook grenzen aan gesteld. Demonstraties kunnen op enig moment ookworden verboden of beëindigd. Maar er is geen algemeen demonstratie-verbod tijdens de NAVO-top.Hoe staat het met de veiligheid in de rest van ons land tijdens deNAVO-top? We hebben daar eerder een briefing over georganiseerd. Ikheb er ook een brief over gestuurd. De incidentenafhandeling en deheterdaadopsporing vinden doorgang. De politiebureaus blijven open. Indie zin vangt dus niemand bot. Maar dit betekent wel dat we doen aanverlofregulering en dat agenten op bepaalde periodes dus geen verlofkunnen opnemen. We zetten ook aspiranten en politievrijwilligers in. Alleregisters worden dus opengetrokken om dat mogelijk te maken, ook methulp van, zeg ik ook tegen de heer Aardema, Defensie en demarechaussee. Het is een grote operatie. Het vraagt echt wel wat van depolitie. Maar de noodhulp en incidentenafhandeling zijn in het hele landgewoon geborgd. Bovendien hebben we ook nog een landelijke reserve,mochten zich buiten de NAVO-top elders nog grootschalige incidentenvoordoen.De reddingsbrigades. Wat doen we om te zorgen dat organisaties zoals dereddingsbrigades hun werk goed kunnen doen? In de nieuwe Wetveiligheidsregio’s wordt voorgeschreven dat alle belangrijke partijenbetrokken moeten worden. Ook wordt de burgerhulpverlening in hetkader van de lokale weerbaarheid verder vormgegeven. We zoekendaarvoor natuurlijk ook aansluiting bij lokale en bestaande initiatieven.Maatschappelijke organisaties zoals het Rode Kruis, het Leger des Heils ende reddingsbrigades zullen onmisbaar zijn voor het mobiliseren vanvrijwilligers en het bieden van noodhulp, zoals ze dat ook nu al zijn bij detaken die zij uitvoeren. Daar is dus zeker aandacht voor.Mevrouw Wijen-Nass vroeg of in het wetsvoorstel Strafbaarstellingverheerlijking terrorisme, waarmee we voor de zomer plannen te komen,een grondslag kan worden opgenomen om in de onlinewereld ookpreventief op te kunnen treden tegen uitlatingen die terrorisme verheer-lijken. We kijken in deze wet ook naar online-uitingen, want online isoffline in dit geval. Wat offline strafbaar is, zal dat online dus ook zijn.Maar het preventief censureren van uitingen staat wel op gespannen voetmet onze grondrechten en lijkt op censuur. Vaak zul je een uitlating dusmoeten beoordelen op strafbaarheid, om die dan vervolgens te kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29336 bestraffen. Het OM zal daarbij te werk gaan zoals het ook in de offline-wereld doet.Dan kom ik bij de NAVO-weerbaarheidsdoelstellingen, met name bij devragen van het lid Van Houwelingen. De NAVO-weerbaarheidsdoel-stellingen, in het Engels geheten de «resilience objectives», zijn eenintensivering van de seven baseline requirements. Dat was de eerste stapdie de NAVO heeft gezet waar het gaat om resilience. Die baselinerequirements zijn openbaar. Die zijn terug te vinden op de NAVO-website.De resilience objectives, dus de verbijzondering daarvan, zijn tijdens deNAVO-top in juli 2023 in Vilnius vastgesteld. Het feit dat wij ons daaraanhebben gecommitteerd, kunt u terugvinden in het communiqué van deVilnius summit, maar het onderliggende document waar ze in gespecifi-ceerd staan, is door de NAVO gerubriceerd en is niet openbaar. Ik kan hetook niet declassificeren, want als de NAVO daar een classificatie op richt,is het ook de NAVO die die classificatie daarvanaf moet halen of moetverlagen voor andere doeleinden. De reden dat deze geclassificeerd zijn,is dat ze inzicht geven in onze kwetsbaarheden en ook in wat wijverwachten aan dijkhoogte, om zo maar wat te zeggen. Als een potentiëletegenstander weet welke verdedigingslinie je hebt opgebouwd, weet dieook wat ervoor nodig is om daar doorheen te breken. Dus militair zijn dieplannen niet openbaar, maar ook op het gebied van civiele weerbaarheidworden die niet openbaar gemaakt.Zijn die dan gebrieft aan nieuwe bewindslieden? Ja, als onderdeel van hetintroductieprogramma zijn er meerdere briefings geïnitieerd door hetMinisterie van Algemene Zaken voor alle bewindspersonen. Onderdeelhiervan was een oefening in de nationale crisisstructuur, begeleid doorhet hoofd van het Nationaal Crisiscentrum voor de Minister-President, devicepremiers, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister vanBinnenlandse Zaken, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Ministervan Defensie. Het rubriceringsniveau van deze briefings was minimaaldepartementaal vertrouwelijk.Excuses voor de beantwoording van de Kamervragen. Die komt zospoedig mogelijk naar u toe.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik kom dan toch in eerste instantie met een paar rappelleervragen. Dankvoor deze beantwoording, maar een aantal vragen zijn nog niet beant-woord. Ik heb ze genummerd, elf vragen. Daar zijn er denk ik drie of viervan beantwoord. Kunnen die overige vragen ook beantwoord worden ofmoet ik ze opnieuw stellen? Ik hoop dan toch echt dat het me geeninterruptie kost.Minister Van Weel:Ik dacht ze afgevangen te hebben in de beantwoording. Ik nummer nietalle antwoorden in een mondeling debat, maar vat die ook samen ofbeantwoord meerdere vragen tegelijkertijd. Als u nog antwoorden mist,stelt u dan die vraag gerust.De heer Van Houwelingen (FVD):In de hoop dat de voorzitter coulant is, want dit zijn echt rappelleervragen.Vraag drie die ik had – ik heb ze genummerd – ging over pandemischeparaatheid. Dat is een van de resilience requirements van de NAVO. Datkan niet anders, want dat heeft Minister Agema genoemd. Onder welk vande zeven weerbaarheidsdoelen waar de Minister het over had, valt die?Dat was een heel duidelijke vraag van mij. Het moet een van die zevenzijn. Welke is het?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29337 Is het wellicht een idee dat u alle vragen die u nog niet beantwoord heeftgezien in één keer formuleert, zodat de Minister ze ook in één keer kanbeantwoorden?De heer Van Houwelingen (FVD):Nou, oké. Ik heb ze heel duidelijk geformuleerd net. Ik heb ze genummerd.Ik heb ook al maanden op die beantwoording moeten wachten. Ik vind ditniet netjes. Ik wil het even benoemd hebben. Dit had ook nu beantwoordkunnen worden. Het hoofd van de NCTV zit ernaast en de beantwoordingis ook al klaar, begrijp ik. Die vraag is bijvoorbeeld ook niet beantwoord.We begrijpen van VWS dat het bij deze Minister ligt dat die antwoordenmaar niet doorgestuurd worden, omdat dit ministerie weigert te onderte-kenen. Dat is ook een van de vragen die ik had. Waarom is dat zo?De voorzitter:Even een punt van orde. U formuleerde zojuist heel goed een van devragen die u nog niet beantwoord acht. Kunt u dat nu ook voor de anderedoen?De heer Van Houwelingen (FVD):Oké, ik doe het heel snel. Dat is de tweede die niet beantwoord is. Ik ga zenu een voor een af heel snel. Een andere vraag die ik had, namelijk delaatste vraag, is hoeveel van die verplichtingen – dat mag de Minister zoinvullen als hij wil; ik denk dat het resultaatsverplichtingen zijn – die aanMinisters zijn opgelegd tijdens die briefings, in strijd zijn met hethoofdlijnenakkoord. Bij een is dat het geval, maar wellicht is dat bijmeerdere het geval. Dat was een vraag die ik had. Vraag tien is ook nietbeantwoord. Dat is dan de vierde rappelleervraag. Wie nam het initiatiefvoor die briefings? Was dat de Minister-President of was dat misschienzijn voorganger? Die vraag is tot net ook niet beantwoord. Laat ik hetdaarbij houden. De laatste rappelleervraag, de vijfde, is of het klopt dat debriefings zelf ook geheim zijn. Dit zijn vijf rappelleervragen, vragen die iknet heel duidelijk gesteld heb en die ik graag beantwoord zou hebben.De voorzitter:Helder. Is de Minister in staat om deze vijf vragen onmiddellijk tebeantwoorden?Minister Van Weel:Ja, voor zover dat kan of voor zover er antwoorden op deze vragen tegeven zijn. Ik kan u niet zeggen waar pandemische paraatheid valt binnende resilience objectives van de NAVO. Daar zou ik schriftelijk op terugmoeten komen. Ik kan dat ook doen in de antwoorden op vragen die ukrijgt. Ik herken mij er niet in dat ik zou weigeren vragen te tekenen. Ikweet niet hoe u daarbij komt. Excuus voor de vertraging in de beant-woording, maar die krijgt u echt van me.Hoeveel van deze verplichtingen zijn er? Hoeveel zijn er in strijd met hethoofdlijnenakkoord? Het antwoord is: nul. Het werkt als volgt. Binnen deNAVO kom je collectief overeen waaraan je vindt dat je met z’n allen zoumoeten voldoen. Daaraan committeer je je uiteindelijk. Of je hetvervolgens doet, valt gewoon binnen de budgetverantwoordelijkheid vaneen nationale regering en een nationaal parlement. Alle regeringsleidershebben zich er in 2014 in Wales ook aan gecommitteerd om 2% uit tegeven aan defensie. Toch zijn er nog steeds landen binnen de NAVO dieniet 2% van hun bnp uitgeven aan defensie. Stellen dat die verplichtingenstrijdig zijn met een politiek nationaal regeerprogramma of hoofdlijnenak-koord, kan dus niet. Uiteindelijk berust het primaat wat betreft waar je jegeld aan uitgeeft en welke verplichtingen je al dan niet naleeft namelijkaltijd bij de nationale regering. Er is geen NAVO-politie dan welNAVO-budget waarmee verplichtingen of rechten kunnen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29338 afgedwongen. In die zin is er voor elke Minister alle beleidsvrijheid ombinnen zijn eigen begroting keuzes te maken, ook als die zich slechtverhouden tot verplichtingen in het NAVO-kader. Of dat verstandig is, iseen tweede. Maar een verplichting is het in die zin niet.Dan nog één vraag. Wie heeft het initiatief genomen voor die briefings?Dat is het Ministerie van Algemene Zaken geweest. Dat is geweest in hetkader van dat we een nieuw kabinet hadden. Die mensen moestenbepaalde taken gaan uitvoeren. Er kon bijvoorbeeld in de eerste week aleen crisis uitbreken, maar niemand had ooit samen in een MinisteriëleCommissie Crisisbeheersing gezeten. Hoe werkt dat dan? Wat zijn dan deprocedures waarmee je werkt? Hoe communiceer je met elkaar? Wie heefter de leiding? Hoe werkt het ambtelijk daaronder? Zo zijn er verschillendeonderwerpen waarvan het nuttig is om een nieuw kabinet voor te lichtenover hoe ze in elkaar zitten. Zo moet u deze briefing ook zien.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank voor deze beantwoording. Ik probeer even duidelijk te maken waarmijn problemen ermee zitten. Allereerst zegt de Minister niet te kunnenbeantwoorden onder welk van de zeven doelen pandemische paraatheidvalt. Ik denk ook dat dat niet te beantwoorden is. Als ik ze zou voorlezen,zouden we het er misschien over eens kunnen worden dat het opvang vangewonden of zo is. We zien dus al gelijk het volgende probleem. Er wordtdoor de Minister via de voorzitter gezegd: «Maak je niet te veel zorgen.Het zijn beperkte doelen. Het gaat om militaire weerbaarheid.» Als ikalleen al aan dit ene voorbeeld denk, denk ik dat zo’n beetje alles erondergeschaard kan worden. Dat zei de Minister net in zijn inleiding ook: op alleterreinen geldt weerbaarheid. Dat is al heel verontrustend. Het is dus nietbeperkt tot die zeven doelen die worden gevormd. Het kan eigenlijk alleszijn, waaronder pandemische paraatheid. Mijn eerste vraag zou dus zijn ofde Minister dat probleem herkent. Of denkt hij: ik zie dat niet zo?De voorzitter:Ik merk hier gewoon even op hoe de griffier een toezegging heeftgeformuleerd die volgens mij exact hierover gaat. «De Minister zegt toe inde brief voor de zomer terug te komen op de vraag onder welke van dezeven weerbaarheidsdoelstellingen pandemische paraatheid valt.» Dat iseen toezegging. Ik geef het u maar mee.De heer Van Houwelingen (FVD):Maar het is heel frustrerend, want die vraag heb ik al maanden geledengesteld. Ik heb hem net ook heel duidelijk gesteld. Hij wordt gewoon nietbeantwoord, waarschijnlijk omdat er ook geen antwoord is. Kijk, hierdoorword je dus argwanend. Ik stel maanden geleden een vraag. Net, in mijneerste termijn, stel ik hem ook heel duidelijk. Er komt gewoon geenantwoord. Ik denk dat dat is omdat dit niet goed te beantwoorden valt.Hier gebeurt dus al iets vreemds. De tweede verdedigingslinie van deMinister is: maak je niet zo veel zorgen; het is allemaal niet verplicht. Wehebben een Minister die heel duidelijk zegt: ik moest dit doen. Er is notabene in het regeerakkoord een verplichting opgenomen om 300 miljoen tebezuinigen. Dat wordt geschrapt onder invloed van NAVO-druk. Dat isbijna ... De adviesraad schrijft er ook over in een verplichtende context, zovan: het moet gebeuren. Daarom heb ik een vraag aan de Minister. Ditwas ook een van mijn vragen die niet beantwoord is. Ik zou de Ministergraag op z’n minst willen vragen of dat überhaupt kan. Of gaat de NAVOhierover? Dat zei de Minister namelijk net ook: de NAVO heeft hetgerubriceerd. Dan gaan we er dus helemaal niet meer over. Kunnen weals Kamer – ik wil daar een motie voor indienen – op z’n minst die briefingkrijgen? Dan kan ik enigszins gerustgesteld worden. Wij denken dat het ertoch op neerkomt dat Minister Agema daarin het volgende is opgedragen.«Je wilde bezuinigen, Minister Agema? Leuk dat je dat wil. Het gaat nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29339 door, want wij als NAVO en NCTV willen dat niet.» Die briefing is ergeweest; dat heeft Minister Agema duidelijk zes of zeven keer gezegd inhet begrotingsdebat.De voorzitter:Helder.De heer Van Houwelingen (FVD):Kunnen we die briefing krijgen? Dat is een hele concrete vraag. Kan hetüberhaupt?De voorzitter:Er worden zojuist een aantal constateringen gedaan, waarvan ik mij zovoorstel dat we daar op dit moment mee moeten volstaan. Er is eenverschil tussen argwaan en gezonde scepsis, merk ik hier in het kader vande orde op. Met dat laatste onderscheid geef ik de Minister het woord.Minister Van Weel:Ik probeer het simpel te houden, want daar hebben we, denk ik, baat bij.Uw vraag is: kan de NAVO binnen onze budgetten keuzes afdwingen?Volgens mij is dat de bottomline van uw vraag. Het simpele antwoord is:nee.De heer Van Houwelingen (FVD):Heel fijn om dat te horen. Kunnen wij dat als Kamer controleren? Dat wasmijn vraag net. Laat ik zo beginnen: kunnen we de briefing überhauptontvangen? Of kan dat niet, zelfs als het kabinet zegt het wel te willengeven, omdat de NAVO daarover gaat? De NAVO geeft dus in het geheimvia de inlichtingendiensten, via de NCTV, instructies aan Onze Ministers.Die instructies kunnen we als Nederland zijnde überhaupt niet vrijgeven,want «de NAVO heeft dat gerubriceerd». Dat iedereen hier ook zo rustigover is! Dat is toch een hele verontrustende gang van zaken? De Ministerbegrijpt mijn argwaan en mijn zorg toch?De voorzitter:Was dat een vraag aan de voorzitter?De heer Van Houwelingen (FVD):Dat was een vraag via de voorzitter aan de Minister.De voorzitter:O, toch aan de Minister. Oké.Minister Van Weel:U mag ’m ook beantwoorden als u wil, voorzitter.De voorzitter:Ja, maar het is uw verantwoordelijkheid.Minister Van Weel:Ik probeer hem juist zo eenvoudig te maken, omdat volgens mij daar decrux zit. Uw vraag is: kan de NAVO, al dan niet via geheime omwegen,invloed uitoefenen op het budgetrecht van de Kamer? En het antwoord is:nee. Zwart-op-wit, klip-en-klaar.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik krijg weer geen antwoord. Excuses voorzitter.Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29340 Dit is volgens mij het antwoord. Uw kernvraag is of er inbreuk wordtgemaakt op het budgetrecht van de Kamer dan wel onze autonomie inhoe wij ons geld besteden. Het antwoord is nee.De voorzitter:Daarmee komen we toe aan de coulance waar u om vroeg. Echt puur nuter verheldering. Want ik vind «nee», wat ik zojuist hoor, een heelondubbelzinnig antwoord.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik ga nu zeggen wat het probleem is met het antwoord. Dat is omdat weuitspraken hebben, in ieder geval van Minister Agema, die op hettegendeel wijzen. In de beantwoording lees je dat ook. Die staat heb ik alheel vaak gegeven. Ik heb dus gezonde argwaan en denk: wat is het nou?Mijn vraag aan de Minister is de hele tijd: kunnen wij op z’n minst alsKamer ... Dat is een heel concrete vraag, want wij willen dat graagcontroleren. Mijn taak is niet om de Minister te vertrouwen. Mijn taak isom de Minister te controleren. Kunnen we die briefing dan krijgen?De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Van Houwelingen (FVD):Concreter dan dit kan ik het niet maken, voorzitter. Minister Agema heefteen briefing gehad – dat weten we – waarin dus staat: de bezuiniging oppandemische paraatheid die in het hoofdlijnenakkoord staat, kun je welwillen, Minister Agema, dat kan wel het resultaat zijn van het hoofdlijnen-akkoord, van verkiezingen, en dat kan de Nederlandse burger willen, maardie gaat niet door. Die briefing is er geweest en ik wil graag controleren ofdat dus inderdaad in een soort vrijblijvende vorm van een advies isgeweest – dat beweert de Minister nu – of dat het wel degelijk dwingendis geformuleerd.De voorzitter:Laten we dit in de vorm van een vraag gieten, een concrete vraag.De heer Van Houwelingen (FVD):Kunnen we die briefing krijgen? Heel simpel.Minister Van Weel:Dat is aan het Ministerie van Algemene Zaken, dus die vraag wil ik graagdoorgeleiden. Maar zelfs als er een briefing geweest zou zijn waaringesteld werd dat de NAVO twee gemechaniseerde brigades van ons eist,tanks dus – dat doet de NAVO, dat zeggen ze elk jaar in briefings tegenons – dan nog: wie gaat erover of wij daar ons geld aan gaan uitgeven?Dat zijn wij. Moeten we dan naar de NAVO luisteren? Blijkbaar niet, wantwe hebben geen tanks. Dus al tien jaar lang zeggen we tegen de NAVO:«Dank u wel. We horen u. We gaan het niet doen, want wij besluiten overons geld en wij doen dat niet.» Dus hoe die briefing ook zou zijn, al kwamdie van de allerhoogste NAVO-autoriteit, dan nog berust de autonomieover ons budget bij de Nederlandse regering en het budgetrecht bij deKamer.De voorzitter:Niettemin constateer ik hier een toezegging.Minister Van Weel:Ik geleid de vraag door naar het Ministerie van Algemene Zaken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29341 Precies. Juist. Dank.De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, oké. Dank. Ik begrijp niet goed waarom dit moet worden doorgeleid.Mag ik nog een interruptie, voorzitter?De voorzitter:Ja.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank voor uw coulance. Dank voor de beantwoording, waar ik tochontevreden over ben. Ik begrijp het niet. Dat wil ik even opgemerkthebben. De NCTV coördineert dit alles. De heer Aalbersberg zit naast deMinister, dus waarom moet dit worden doorgeleid naar het Ministerie vanAlgemene Zaken? Dit zou de Minister moeten kunnen beantwoorden,toch? Deze Minister is hier verantwoordelijk voor, voor de afdeling die ditalles coördineert. Dus dat is mijn laatste vraag. Waarom wordt dit weerafgeschoven richting Algemene Zaken? Kan de Minister hier nietklip-en-klaar deze vraag, die ik al drie maanden geleden gesteld heb,beantwoorden?De voorzitter:Dat is inderdaad een vraag aan de Minister, want dat is degene die devragen beantwoordt. Waarom?Minister Van Weel:Heel simpel. Omdat deze briefings zijn georganiseerd op het verzoek vanhet Ministerie van Algemene Zaken. Die betreffen niet alleen maar oponderwerpen op mijn terrein. Het al dan niet vrijgeven van de informatiedie op verzoek van het Ministerie van Algemene Zaken is gedeeld, is aanhet Ministerie van Algemene Zaken. Daar hoeft u verder niks achter tezoeken.De voorzitter:Dan zijn wij nu aan het einde van de beantwoording gekomen. Dank voorde geserreerde en pragmatische wijze van beantwoording.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, er is één vraag niet beantwoord. Mag ik die nog even stellen?De voorzitter:Dat mag u zeker.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Die ging over het voorbeeld dat ik gaf over Assen, dat recent heeftbesloten om een aantal veiligheidscampussen op te zetten. Het verzoekaan de Minister van JenV was om na te gaan of JenV daar een bijdrageaan kan leveren, desnoods even een gesprek, zeker in het licht van denationale weerbaarheid die we willen stutten. Ik denk dat het soortinitiatieven als dat in Assen daar een heel fijne bijdrage aan kunnenleveren. Dat was mijn vraag. Graag een antwoord nog.De voorzitter:Dat is inderdaad een nog niet beantwoorde vraag.Minister Van Weel:Ja, excuus daarvoor. Interessant. Ik ken het initiatief nog niet. Zo zie ik ervele opkomen nu. Wat ik zei: het onderwerp begint echt te leven. Ik ga hierdus zeker aandacht aan besteden in het bestuurlijk overleg dat ik heb methet Veiligheidsberaad en de VNG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29342 De voorzitter:Dan krijgen we nog een interruptie van de heer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Over Den Haag en de kleine demonstraties die Van Zanen nog wiltoestaan tijdens de NAVO-top. Ik heb de Minister iets horen zeggen overdemonstraties, maar de vraag of het nou wel zinvol is, is nog nietbeantwoord, dacht ik. Is die wel beantwoord? Die blijven toegestaan?Minister Van Weel:U had op het moment van het antwoord net uw oortjes in, vrees ik. Ik hebde vraag geadresseerd. Ik heb gezegd dat er geen algeheel verbod komtop demonstraties tijdens de NAVO-top, maar dat het natuurlijk wel zo kanzijn dat er beperkingen worden opgelegd qua locaties, dat bepaaldedemonstraties indien nodig worden verboden of beëindigd door eenburgemeester of de KMar. Maar een algeheel blancoverbod op demon-straties tijdens de NAVO-top komt er niet.De voorzitter:Heel goed. Dan denk ik nu aan de combinatie van de twaalf minuten dieons nog resten en een tweede ronde. Is er behoefte aan een pauze of eenschorsing? Nee. Dan gaan wij onmiddellijk door met de tweede ronde.Met de tweede termijn, moet ik zeggen, maar het voelt soms als eenronde. Meneer Eerdmans.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter. Veel dank aan de Minister, zijn ondersteuning en de NCTV-baasof -directeur voor de antwoorden. Ik heb geen vragen meer. Ik wil graageen tweeminutendebat aanvragen voor een plenaire afronding.De voorzitter:Heel goed. Dat is genoteerd.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank. Ik houd het kort. Dank voor de beantwoording. Het was watfrustrerend en ik hoop echt dat de beantwoording van de vragen die aldrie maanden uitstaat, nu snel komt. Ik begrijp namelijk van VWS dat ditministerie het ministerie is dat de beantwoording niet wil meeonderte-kenen. Mag ik die ene vraag dan nog stellen in tweede termijn? Waaromwil de Minister dit niet meeondertekenen, waardoor het antwoord op dievragen blijft liggen? Naar ik begrijp zijn ze namelijk eigenlijk wel beant-woord. Wij wachten daar al maanden op, dus het verzoek is om dieantwoorden zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen.Nog één keer dan: ik ben heel benieuwd of die briefing wordt vrijgegeven.Als het inderdaad zo is dat uit die briefing blijkt dat de passage over depandemische paraatheid een soort suggestie aan de Minister was, «maarvoel je vooral vrij om het wel te doen»: oké, dan geef ik de Minister gelijk.Dan is het blijkbaar een inspanningsverplichting. Maar ik heb goederedenen – ik heb dat heel vaak gezegd en ga het niet herhalen – om tevrezen dat het anders is. Het gaat om een NAVO-gerubriceerd geheim enhet is in een democratie heel griezelig als de NAVO en de inlichtingen-diensten instructies aan Ministers geven die onze democratie overrulen.En dat kan dus op alle terreinen, waaronder de pandemische paraatheid.Dát is mijn zorg. Die kan wellicht met zo’n briefing worden weggenomenen daarom hoop ik dat die naar de Kamer kan worden gestuurd.Dank, voorzitter.De voorzitter:Tot zover de inbreng van de heer Van Houwelingen. 1 minuut 20, meneerSix Dijkstra.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29343 De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. Dank aan de Minister voorde beantwoording. Ik ben heel benieuwd wat er uit zijn gesprekken komtmet de kopgroep van landen en welke lessen we kunnen leren inNederland als het gaat om de weerbaarheid van de hele samenleving ende rol die iedereen daarin heeft. Ik zie uit naar de brief die daarover komt.Ik had één onbeantwoorde vraag waarop de Minister ofwel in tweedetermijn ofwel schriftelijk terug zou kunnen komen. Ik snap dat het kort dagis en begrijp het dus als dat schriftelijk gebeurt. De vraag betrof deverantwoordelijkheid omtrent de omvormers van zonnepanelen enaanverwante apparatuur, en de wetgeving die daarover aankomt. Ik vraagde Minister wel om daarop terug te komen voor het tweeminutendebat.De voorzitter:Helder. Daarmee kom ik bij mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ook mijn dank aan de Minister voor de beantwoording van onze vragen.Ook ik kijk uit naar de uitkomsten van het gesprek met de veiligheidsre-gio’s. Het is hartstikke goed dat die 60, 65 miljoen met name zullenworden ingezet voor de lokale weerbaarheid, maar dat staat in mijnbeleving nog steeds los van die enorme effecten en na-effecten van dekorting op de brede doeluitkering op bijvoorbeeld brandweerpostenet cetera. Ik ben heel erg benieuwd wat dat gesprek gaat opleveren. Heelveel veiligheidsregio’s en gemeenten hebben al wel rekening gehoudenmet deze bezuinigingen in hun aankomende begroting. Ik hoor graag opkorte termijn een reactie daarop.Voor wat betreft de burgerhulpverlening en de veerkracht die wijgezamenlijk verwachten, is het fijn dat de Minister wil nadenken overlokale burgerhulpverlening. Wellicht dat wij hem nog een duwtje in de ruggeven via een motie. Maar dan is nog wel de vraag of verenigingen –sporten, kerken, u had het er net over – ook actief benaderd worden, hetzijdoor het Rijk, hetzij door de gemeenten, en of er bijvoorbeeld ooktrainingen worden aangeboden vanuit een nationaal level. Misschien datde Minister daar nog op in kan gaan.De voorzitter:Dank u. U had nog twee seconden over; leuk om te zien. MeneerAardema.De heer Aardema (PVV):Dank u wel. Ik heb geen vragen meer, maar als de veiligheidsregio’sinderdaad rekening houden met die korting, is het alleen maar eenmeevaller dat die 10 miljoen en die 20 miljoen er komen. Dat is dus alleenmaar mooi. Verder heb ik geen vragen meer. Dank u wel, Minister.De voorzitter:Dank u. Dan mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Voorzitter. Ook ik dank de Minister. Ik vond het een heel verhelderenddebat. We hebben het normaal één keer per jaar over nationale veiligheid,maar gelet op wat er voorligt, hoop ik dat we dat vaker zullen doen; datmoeten we met de commissie bespreken. Ik kijk uit naar die brief van dezomer; hoe concreter, hoe beter. Ik kijk ook uit naar die twee wetten, zowelde Cyberbeveiligingswet als de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Ikdenk ook dat het heel goed is, ook richting veiligheidsregio’s engemeenten, dat die 10 miljoen in ieder geval in 2027 structureel maar ookdit jaar al wordt vrijgemaakt. Dat is geen sinecure. Daar wil ik de Ministerdus hartelijk voor danken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29344 Dank u wel.De voorzitter:Heel goed. Dan kijk ik naar rechts: heeft de Minister nog een pauze nodig?Nee, hè? De Minister.Minister Van Weel:Nee, voorzitter. Tegen de heer Van Houwelingen zou ik via u willen zeggendat ik zo snel mogelijk met de antwoorden op die Kamervragen kom. Ikheb zelf niet geweigerd om wat dan ook te doen. Kamervragen die gesteldzijn, zullen dus beantwoord worden. Dat zeg ik u bij dezen toe.Tegen de heer Six Dijkstra zeg ik: ja, ik kom er schriftelijk op terug, want ikwil dat goed doen. Ik moet dat samen met de Minister van KGG doen alshet heel specifiek om zonnepanelen gaat. Ik hoop dus dat ik dat red voorhet tweeminutendebat. In algemenere zin ga ik zelf over het beant-woorden van de vraag wat de Wwke, de Wet weerbaarheid kritiekeentiteiten, doet. Dat kan dus sowieso voor het tweeminutendebat. Ik wildus nog enig voorbehoud maken ten aanzien van de vraag of het lukt omhet specifieke voorbeeld van de zonnepanelen daarin mee te nemen.Mevrouw Mutluer vroeg of sportverenigingen actief benaderd worden. Ja,zoals maatschappelijke organisaties et cetera. Ja, dit is een onderdeel vanhet bestuurlijk overleg dat ik heb met het Veiligheidsberaad en degemeenten. Uiteindelijk zullen zij dat gaan doen. Ik zei ook al dat niet elkegemeente hetzelfde is en dat niet elke voetbalclub, kerk of moskee gelijkbenaderd zal worden, maar het idee is wel dat er actief wordt gezochtnaar outreach met dit soort organisaties.De voorzitter:Dan komen wij toe aan het einde van het debat. Dat einde krijgt bijna altijdde vorm van het opsommen van de toezeggingen, met het verzoek omeven goed op te letten.−In de brief die voor de zomer naar de Kamer gaat, deelt de Ministerinformatie over hoe om te gaan met strategische voorraden. Deels zijndit de concrete inzichten en deels is dit een vooruitblik.−De Minister zegt toe in de brief voor de zomer in te gaan op de vraagwanneer de noodsteunlocaties gereed zijn, inclusief gedetailleerdeplanning.−De Minister zegt toe in de brief voor de zomer verslag te doen van degesprekken met kopgroepen van andere Europese landen.−De Minister zegt toe in de eerstvolgende cyberbrief in te gaan op hetadvies van AM-IX om gescheiden landelijke netwerken aan te leggen,los van het reguliere internet. Ook gaat hij in op de kwetsbaarhedenvan het internet.Minister Van Weel:Voorzitter, het is AMS-IX.De voorzitter:Dat wist ik ook wel.−De Minister zegt toe in de brief voor de zomer terug te komen op devraag onder welke van de zeven weerbaarheidsdoelstellingenpandemische paraatheid valt.−De Minister zegt toe per brief, als dat lukt voor het tweeminutendebat,terug te komen op de verantwoordelijkheid voor de omvormers vanzonnepanelen en aanverwante apparatuur; die toezegging is zojuistgedaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29345 Dat zijn we nu echt helemaal rond. Dan rest mij dank te zeggen, in deeerste plaats aan het publiek, hier en in de verte, bovenal aan de Ministeren de mensen die hem hebben ondersteund, de mensen die ons allemaalhebben ondersteund en vanzelfsprekend ook de Kamerleden. Ik sluit ditdebat.Sluiting 15.57 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 29346
Gerelateerde bronnen
- Nationale veiligheid en weerbaarheid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 mei 2025, over Nationale veiligheid en weerbaarheid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.