Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2024, over leefomgeving
Brontekst
Versie 67068c277aac0977 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 383Regelgeving Ruimtelijke Ordening en MilieuNr. 418 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 25 oktober 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op11 september 2024 overleg gevoerd met de heer Jansen, StaatssecretarisOpenbaar Vervoer en Milieu, over:–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 21 december 2023 inzake monitoringsrapportageNationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)2023 (Kamerstuk 30 175, nr. 453);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 29 december 2023 inzake verzamelbrief bodem enondergrond (Kamerstuk 30 015, nr. 120);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 21 december 2023 inzake reactie op verzoekcommissie over een afschrift van het antwoord van de briefvan de Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (Kamerstuk30 175, nr. 454);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 29 februari 2024 inzake geurhinder en veehouderij:onderzoek geurbelasting in concentratiegebieden (Kamerstuk29 383, nr. 413);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 3 april 2024 inzake milieuproblematiek Tata Steel(Kamerstuk 28 089, nr. 275);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 28 maart 2024 inzake beantwoording vragen,gesteld tijdens het commissiedebat Duurzaam vervoer van31 januari 2024, over geluidsnormering windmolens (Kamer-stuk 33 612, nr. 85);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 3 april 2024 inzake onderzoek naar de relatie tussenluchtkwaliteit en COVID-19 (Kamerstuk 30 175, nr. 461);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 11 april 2024 inzake versterken toezicht en handha-ving staalslakken (Kamerstuk 30 015, nr. 121);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 1 mei 2024 inzake uitvoering NEC-richtlijn, groot- kst-29383-418ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4181 schalige luchtverontreiniging en luchtvaartemissies boven3.000 voet (Kamerstuk 30 175, nr. 462);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 24 mei 2024 inzake voortgang Nationaal MilieuPro-gramma (Kamerstuk 28 089, nr. 301);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.27 juni 2024 inzake Schone Lucht Akkoord enEU-luchtkwaliteitsrichtlijn (Kamerstuk 30 175, nr. 464);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 juni 2024 inzake onderzoek naar oorzaken van het ontbre-ken van essentiële informatie in milieueffectrapporten(Kamerstuk 29 383, nr. 415);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 juni 2024 inzake voortgang van een aantal bodemgerela-teerde onderwerpen (Kamerstuk 30 015, nr. 122);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 31 juli 2024 inzake reactie op verzoeken commissie overde arresten van het gerechtshof Den Haag d.d. 28 mei 2024 enover de brief van het Burgercollectief Dreumelse Waard inzakegranuliet (Kamerstuk 30 015, nr. 124);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 7 juli 2023 inzake geurhinder en veehouderij:uitgangspunten aanpassing geurregelgeving (Kamerstuk29 383, nr. 405).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4182 Voorzitter: BoutkanGriffier: KoerselmanAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan, Buijsse,Gabriëls, Kostic´ en Wingelaar,en de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 13.30 uur.De voorzitter:Goedemiddag, dames en heren. Welkom bij het commissiedebat van devaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat over de leefomgeving.Ik heet u allen welkom: de mensen op de tribune, zij die thuis voor de buismeekijken en uiteraard ook de Kamerleden aan mijn linkerzijde. Ik beginlinks van mij met de heer Bamenga van D66 en het lid Kostic´ van de Partijvoor de Dieren. Mevrouw Wingelaar van NSC is voor de eerste keeraanwezig. Welkom. De heer Buijsse van de VVD is ook voor de eerste keerbij deze commissie aanwezig. Welkom. De heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid hebben wij hier vaker gezien. Welkom. Aan mijnrechterhand is ook nieuw, niet in vak K maar wel in deze commissie, deheer Janssen, de Staatssecretaris op dit onderwerp. Hij wordt onder-steund door de ambtelijke ondersteuning vanuit de organisatie. Welkom.Ik wens u allen een hele goede vergadering.Als voorzitter stel ik voor vier losse interrupties in totaal te doen. Devergadering stond gepland van 13.30 uur tot 16.30 uur, maar mij is vertelddat die op verzoek is verlengd tot 17.30 uur. Dat is wel een lange zit. Ikhoop eigenlijk dat we eerder klaar zijn. Daar ga ik ook van uit. Ik ben alsvoorzitter streng doch rechtvaardig.Ik wil maar gelijk beginnen met de zijn hand opstekende heer Gabriëls hetwoord te geven.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het gaat dus om vier interrupties die wij bij elkaarmogen plegen, bij wijze van spreken? Maar hoeveel interrupties hebbenwij daarna bij de beantwoording door de Staatssecretaris?De voorzitter:Ik wilde die kaart eigenlijk nog even tegen de borst houden en aan dehand van de tijd straks even bekijken of er dan nog veel mogelijk is. Dusals wij het gewoon vóór de beantwoording van de Staatssecretaris op vierlosse interrupties houden, dan bekijken we even aan de hand van de velevragen die u ongetwijfeld voor hem in petto heeft hoeveel tijd hij nodigheeft om die te beantwoorden en zich daarop voor te bereiden. Danbekijken we dan even hoe we dat in de tijd zien. U kent mij ook van vorigevergaderingen: mocht er nog tijd genoeg voor zijn, dan krijgt u alle tijd enruimte. Ja, toch? Is dat zo afgesproken? Kan de vergadering zich daarinvinden? Ja.Kijk, dan ga ik maar gelijk van start door het woord te geven aan de heerBamenga van D66. Gaat uw gang.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Het zou in Nederland om gezond op te groeien nietuit moeten maken waar je wieg staat en waar je woont. Maar onderzoekvan RTL heeft laten zien dat niets minder waar is. Of je nou je best doetom gezond te leven of niet, in sommige delen van Nederland maakt datniet uit. De plek waar je woont, bepaalt daar wel degelijk voor een grootdeel of je ziek wordt. Woon je naast zware industrie, dan ben je tot wel€ 300 extra kwijt aan zorgkosten. Het mensenrecht waar iedereen inNederland recht op heeft, het recht op een schone, gezonde en duurzameTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4183 leefomgeving, wordt geschonden. Los van de actie die moet wordenondernomen voor een gezonde lucht, moet er ook vervolgonderzoekworden gedaan. Kan de Staatssecretaris toezeggen het RIVM en/of deGGD te vragen een dergelijk onderzoek te doen?Voorzitter. Vorige week kwam Minister Madlener met zijn nieuwe plannenvoor Schiphol. Daarin is nauwelijks nog iets over van actie tegen deoverlast die omwonenden ervaren. U bent, zeg ik tegen de Staatssecre-taris, verantwoordelijk voor milieu en voor deze omwonenden. Met dezeplannen mag er de aankomende jaren flink meer gevlogen worden dan in2023. Hoe denkt u dat omwonenden kijken naar dit voorstel? Voelt u zichniet keihard in uw hemd gezet door uw eigen IenW-collega?Voorzitter. Onze gezondheid is ons grootste goed. Het vormt de basis vooreen gelukkig en lang bestaan, maar toch hecht de meerderheid van dezeKamer vaak meer waarde aan de oude economie dan aan de gezondheidvan ons allemaal. Een rechtse meerderheid vindt het zelfs een goed ideeom de weg naar de rechter voor milieu en klimaatclubs moeilijker temaken. Met andere woorden: kom je op voor onze gezondheid of degezondheid van onze planeet, dan ziet de rechtse kliek je liever niet bij derechter. Het is geen oplossing om milieu en klimaatorganisaties te werenbij de rechter. Integendeel, al die milieu en klimaatrechtszaken zijn eenteken dat het kabinet en een meerderheid van deze Kamer het latenafweten. Willen we dat de overheid niet iedere week tegenover hetklimaat en het milieu komt te staan in een rechtbank, dan moet zij ernaastgaan staan, wetgeving maken die werkt en investeren in handhaving.Precies dat is dan ook de conclusie van de Rli, die hier onderzoek naarheeft gedaan. Welke actie gaat de Staatssecretaris ondernemen op basisvan de uitkomsten en adviezen uit dit rapport? Erkent de Staatssecretarisdat de juridische opties voor omgevingsdiensten en bevoegde gezagenniet voldoende zijn om de gezondheid van mensen overal in Nederland tebeschermen tegen schadelijke uitstoot en lozingen? Hoe gaat hijopvolging geven aan de aanbevelingen om meer prioriteit te geven aanhet tijdig actualiseren van vergunningen en de handhaving ervan?Voorzitter. Al talloze keren hebben we het in deze commissie gehad overschone lucht en wat dat inhoudt. De Wereldgezondheidsorganisatie heeftin 2005, en opnieuw in 2021, advies uitgebracht over wat precies schonelucht is. Het advies uit 2021 is zeer ambitieus en volgens het RIVM moeilijktot niet haalbaar in 2030. Ondanks dat mogen we de ogen niet sluitenvoor de kennis die we nu hebben over de luchtkwaliteit. De advies-waarden uit 2005 garanderen geen schone lucht. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is: bent u dit met D66 eens? Hoe nemen we de kennis vande WHO over schone lucht toch mee in ons beleid? Als hij niet bereid isom de advieswaarden uit 2021 om te zetten in grenswaarden, is hij danwel bereid om die om te zetten in streefwaarden, zodat provincies engemeenten wel de opdracht krijgen om beleid te maken op basis van demeest up-to-date kennis over luchtkwaliteit? Kan hij toezeggen dat er ookna 2025 nog budget zal zijn voor de uitvoering van het Schone LuchtAkkoord en voor beleid voor luchtkwaliteit in het algemeen?Voorzitter, afrondend. Als Kamer sturen we het kabinet bij waar dat nodigis. Op het gebied van de leefomgeving gaat er heel veel fout. Er zijn in hetverleden daarom diverse moties aangenomen. Maar helaas zien we vanmeerdere daarvan niets terug. Hoe staat het met de uitvoering van eenaangenomen motie die het kabinet oproept om uiterlijk in 2025 een eindete maken aan de pfas-productie in Dordrecht? Wat is er gedaan met demotie over het onderzoeken van stelselwijzigingen in het VTH-stelsel metals doel meer regie meer voor u als Staatssecretaris?Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u ook, meneer Bamenga. Ik heb één, twee, drie, vier, vijf hoofd-vragen genoteerd waaronder een tweetal subvragen is verwerkt. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4184 heel slim van u. Mijn complimenten. Tegen mij werd weleens gezegd datik geen «groene gekkies» meer mag zeggen, maar vervolgens hoorde ikwel «rechtse kliek» voorbijkomen. Dit wordt een interessante vergadering.We gaan verder met het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Dit debat gaat om niets anders dan de belangrijketaak van de overheid om de inwoners van dit land, mensen en anderedieren, te beschermen tegen ziekmakende uitstoot. Meerdere uitsprakenvan de rechters en onderzoekers laten zien dat de overheid de burger deafgelopen jaren gewoon keihard heeft laten stikken. Het gevolg is datproblemen met luchtkwaliteit een lagere levensverwachting, astma enlongkanker opleveren. Vooral duizenden kinderen zijn het slachtoffer. Dezorgkosten voor mensen stijgen alleen maar. De strijd van burgers tegenvervuilers die hun eigen commerciële belangen centraal stellen, is deoneerlijke strijd van David tegen Goliath. Het zegt alles dat meer dan 90%van onze burgers wil dat de overheid hen beter beschermd tegenziekmakende stoffen zoals pfas.Bescherming van de gezondheid van onze inwoners is een thema datpolitieke partijen van links tot rechts kan verbinden wat mij betreft. Ik hebde PVV en NSC laatst in een interview ook een compliment gegeven voorhet opkomen voor burgers die door Tata Steel al decennialang ziekworden gemaakt en voor het steunen van voorstellen hierover. Nu ditkabinet er echt staat, roep ik de PVV en NSC op om door te zetten en deburgers niet in de steek te laten. Ze kijken nu vol verwachting mee, thuisen hier in de zaal. Sommigen ken ik persoonlijk. Sommigen zijn ziekgeworden. Iemand zei laatst tegen mij: dat ik ziek ben geworden, is éénding, maar ik word alleen maar zieker door de stress die ik ervaar elkekeer als we de strijd moeten aangaan tegen niet alleen het pr- enjuristenleger van de vervuilers, maar ook tegen onze eigen overheid, dieons keer op keer laat vallen. Daarom doe ik een oproep aan de collega’sen de Staatssecretaris: laat zien dat burgers politici weer kunnenvertrouwen. Dus niet meer alleen maar mooie woorden, maar nu echtdaden.Om te kijken of deze Staatssecretaris wel die daden kan laten zien, heb ikenkele vragen. De Gezondheidsraad, de OVV en bedrijven steunen hetidee van een grootschalig gezondheidsonderzoek naar mogelijkegezondheidseffecten van industriële activiteiten op de omgeving en debijbehorende kosten voor burgers. Kan de Staatssecretaris toezeggen demogelijkheden voor zo’n onderzoek op korte termijn te verkennen?Voor de periode 2026 tot en met 2030 zijn op de rijksbegroting nog geenmiddelen gereserveerd voor de luchtkwaliteit. Is de Staatssecretaris hetmet ons eens dat het in het belang van de gezondheid is om daarverandering in te brengen? Gaat hij zich daarvoor inzetten?De WHO-advieswaarden zijn in 2021 herzien. Jarenlang heeft het kabinetbij onze vragen over wanneer die waarden zullen worden gehaald,verwezen naar een nog te maken uitvoeringsagenda. Daarin zou wordenopgenomen in welk tempo en met welke tussenstappen naar deWHO-advieswaarden kan worden toegewerkt. Maar zo’n plan ligt er nogsteeds niet. Kan de Staatssecretaris toezeggen om op korte termijn alsnogmet dit plan te komen?In enkele gebieden, waaronder IJmond en Schiphol, zullen met deplannen van het oude kabinet zelfs de oude WHO-waarden, van 2005, nietworden gehaald, zo stelt het RIVM. Is de Staatssecretaris bereid om hierextra maatregelen op te nemen?Er is daarnaast ook een CE Delftrapport over het verminderen van deuitstoot van luchtvervuilende emissies. Kan de Staatssecretaris toezeggenom op korte termijn in een brief uit te leggen op welke manier hij demaatregelen wel of niet gaat nemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4185 Drie van de meest effectieve maatregelen om de gezondheid van mensente beschermen zijn: een emissiebelasting op de veehouderij, verminderingvan het aantal landbouwdieren en maatregelen met betrekking tothoutstook, dus maatregelen om de grootste bron van fijnstof aan tepakken. Het Longfonds riep het kabinet vandaag daartoe op. Heeft deStaatssecretaris enig idee hoeveel zorgkosten en zieke werknemers hetzou schelen als we deze maatregelen nemen? We roepen de Staatssecre-taris op om deze maatregelen daadwerkelijk te nemen.Voorzitter. De geurhinder van de veehouderijen is echt iets waar ditkabinet mee aan de slag moet. De hoogste rechter heeft geoordeeld datook hierbij burgers niet zijn gerespecteerd en dat de wet- en regelgevingniet voldoende is om de mensenrechten te beschermen. Het oude kabinetheeft toegezegd om de wet- en regelgeving aan te passen, dus om degeurnormen aan te scherpen voor alle bestaande veehouderijen, maar datis nog niet gebeurd. Gaat de Staatssecretaris daar voortvarend mee aande slag? En is hij bereid om op korte termijn een planning daarover naarde Kamer te sturen?Ten slotte over Tata Steel, voorzitter. Wat ons betreft valt er niet teonderhandelen over gezondheid. Als voormalig Statenlid in Noord-Holland weet ik hoe Tata Steel te werk gaat. Het is constant rookgordijnenopgooien, mensen misleiden en gooien met cijfers die niet kloppen, dieniet kunnen worden bevestigd. Daarmee zit dit kabinet nog steeds aan deonderhandelingstafel. Ik roep dit kabinet op om de Kamer te volgen en bijde onderhandelingstafel, als we al belastinggeld aan Tata gaan geven, inieder geval te letten op twee dingen. Ten eerste moet erop gelet wordendat we geen belastinggeld besteden aan iets wat eigenlijk achterstalligonderhoud van Tata is, zoals de zwaar verouderde Kooks- en Gasfabriek 2.Ten tweede moeten we hele duidelijke normen stellen wat betreft dereductie van kankerverwekkende stoffen als paks, dus niet alleen fijnstof.Ten slotte doe ik de oproep om met CE Delft in gesprek te gaan over hunlaatste rapport over de toekomstscenario’s van Tata Steel. Zij biedennieuwe inzichten als het gaat om welke route, welke vervolgstappen enwelke afspraken met Tata het beste zouden kunnen werken, niet alleenmaar voor omwonenden maar uiteindelijk ook voor de rest vanNederland. Is de Staatssecretaris daartoe bereid?Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u ook, lid Kostic´. U staat 43 seconden in het rood bij de voorzitter.Dan weet u dat alvast voor het vervolg. Mevrouw Wingelaar, NSC, gaatuw gang.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Dit is voor mij, net als voor de Staatssecretaris,mijn eerste commissiedebat. Ik ben verheugd met de inhoud van mijnportefeuille. Ik ben namelijk geboren en getogen in de gemeente Stein,een gemeente tussen twee autosnelwegen, gelegen naast het chemie-complex Chemelot, een haven aan het Julianakanaal en een asfaltcentralebinnen de grenzen van de gemeente. U kunt zich voorstellen dat milieu enleefomgeving een thema is waar ik veel mee bezig ben geweest en bezigmee ben, in mijn vorige werk als wethouder maar zeker ook als inwoner.De fractie van Nieuw Sociaal Contract hecht aan een gezonde leefom-geving, ook in het kader van Health in All Policies, oftewel: betrekgezondheid bij ieder beleidsterrein.Er zijn een aantal thema’s die de fractie van Nieuw Sociaal Contract in ditcommissiedebat onder de aandacht wil brengen. De komst van eenNationaal MilieuProgramma is voor ons van groot belang. Het NationaalMilieuProgramma doet richtinggevende uitspraken voor de uitvoering vanhet milieubeleid tot en met 2050. Het streefdoel is een gezond, schoon enveilig leefmilieu in 2050, waarbij de milieugerelateerde risico’s voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4186 gezondheid en het ecosysteem verwaarloosbaar zijn. Uw voorgangerheeft voorbereidend werk gedaan, maar de ambities moeten wel noguitgewerkt worden in een concreet programma. Gaat de Staatssecretarishet werk van zijn voorganger voortzetten? En onderschrijft hij de kadersdie zijn voorganger daarvoor heeft uitgezet? Eind 2020 zijn er een aantalgerechtelijke uitspraken geweest over stank, veroorzaakt door voorna-melijk varkenshouderijen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Voorzitter?De voorzitter:Neem me niet kwalijk, meneer Gabriëls. U heeft een interruptie voormevrouw Wingelaar. Als mevrouw Wingelaar haar microfoon uitzet, kanmeneer Gabriëls zijn vraag stellen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Wingelaar vraagt de Staatssecretaris of hij de kaders van devorige Staatssecretaris wil vervolgen, maar de kaders van de vorigeStaatssecretaris waren voor ons, GroenLinks-Partij van de Arbeid, echtonvoldoende. Uit alles blijkt namelijk dat er nog steeds weinig directeconcrete acties zijn, om het zo maar te zeggen. Is mevrouw Wingelaarbereid om boven op die kaders nog extra streng te zijn, ook omdat in hethoofdlijnenakkoord de woorden «milieu», «gezondheid» en «pfas» nietvoorkomen?Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik ben vooral ook benieuwd naar het antwoord van de Staatssecretaris opde vraag of hij die kaders onderschrijft of dat hij wellicht strengere kaderswil stellen.De voorzitter:Ik zie aan het geknik van de heer Gabriëls dat het voldoende is. MevrouwWingelaar, vervolgt u uw betoog.Mevrouw Wingelaar (NSC):Eind 2022 zijn er een aantal gerechtelijke uitspraken geweest over stank,veroorzaakt door voornamelijk varkenshouderijen. De rechter oordeeldedat ernstige stankoverlast een schending van de mensenrechten is en datde bescherming tegen geurhinder, die de Wet geurhinder en veehouderijhun biedt, in het licht van artikel 8 van het Europees Verdrag voor deRechten van de Mens, tekortschiet. De vorige Staatssecretaris heeftdaarom besloten dat er normherzieningen zullen moeten komen, waarinonder andere de standaardwaarden herzien worden, om de situatie in dehuidige wetgeving, waarbij over de waarden heen wordt gegaan, weg tenemen. Het ministerie schat dat er tussen de 1.500 en 2.500 woningen zijnwaarbij de overlast boven de 20 odour units ligt. Op dit moment loopt, alshet goed is, een onderzoek naar de omvang van de geurbelasting uitstallen van veehouderijen in de concentratiegebieden Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. Wat is de visie van de Staatssecretaris op ditonderwerp? En wat is de stand van zaken van het lopende onderzoek naarde situatie in de concentratiegebieden?Onlangs is een voortgangsrapportage van het Schone Lucht Akkoorduitgekomen. Die geeft aan dat Nederland op koers ligt, mits alle plannenuit het akkoord en de klimaat- en stikstofmaatregelen worden uitgevoerd.Maar zelfs als dit lukt, zullen er nog steeds hotspots zijn waarbij dit niethet geval is. Vorige week bleek dat de richting van onder andere stikstof-maatregelen nog niet bekend is. De vraag aan de Staatssecretaris is welkeconsequenties dit heeft voor de resultaten van het Schone Lucht Akkoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4187 Het kwam net ook al aan bod: onderzoek van RTL laat zien dat dezorgkosten van inwoners van dertien industriegebieden jaarlijks € 145hoger zijn dan het landelijke gemiddelde. Het ergste is het gesteld inDelfzijl, waar gesproken wordt van € 315. Daarnaast scoort ook Geleenhoger dan IJmuiden. De fractie van Nieuw Sociaal Contract maakt zichgrote zorgen hierover. Bij Tata Steel staat, na onderzoek, vast dat degezondheid wordt geschaad. Maar wat als de situaties in Delfzijl enGeleen nog erger zijn? Natuurlijk spelen er ook andere factoren mee. Ikheb de beantwoording van de Staatssecretaris gezien. Maar het lijkt wel ofde Actieagenda Industrie en Omwonenden de oplossing voor alles is. DeStaatssecretaris kondigt nader onderzoek aan, maar ligt de prioriteit danook bij Delfzijl en Geleen?Voor dit commissiedebat staat een brief geagendeerd over staalslakken enhet handhaven daarop. Onderzoek heeft uitgewezen dat wanneerstaalslakken in contact komen met water, het schadelijke effecten kanhebben op de gezondheid van omwonenden. In de meest recente brief gafde vorige Staatssecretaris aan dat er een register komt met locaties waarstaalslakken zijn of worden toegepast. Naast staalslakken komen we in hetnieuws meer en meer berichten tegen over controversieel hergebruik vanindustrieel afval. Sinds een aantal weken is er ophef over het gebruik vanBeaumix bij de verbreding van de A2 in Zuid-Limburg, waar het onder hetasfalt komt. Onze vraag aan de Staatssecretaris is dan ook hoe hij zich opdit dossier gaat inzetten. In het kader van de herijking van de bodemregel-geving zou de Kamer voor de zomer geïnformeerd worden over maatre-gelen die bij kunnen dragen aan het wegnemen van dit soort zorgen. Dit isnog niet gebeurd. Wanneer kunnen we dit verwachten?Daarnaast spreken we echt de wens uit dat voordat dit soort afvalstoffenworden toegepast, getoetst wordt of ze schadelijk kunnen zijn. Wantvoorkomen blijft echt beter dan genezen.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u ook, mevrouw Wingelaar. Dan ga ik naar de heer Buijsse.Herstel, ik corrigeer mijzelf, want er is eerst een interruptie van het lidKostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Allereerst geef ik mijn complimenten voor de bijdrage. Ik ben niet bijvoorbaat teleurgesteld. Mijn complimenten aan NSC blijven staan,vooralsnog. Wat ik een beetje mis, is een concrete richting. Welkeconcrete maatregelen wil NSC zelf? Zij vragen nu alleen aan de Staatsse-cretaris wat hij wil. We weten bijvoorbeeld al uit 1994 van het toenmaligMinisterie van VROM dat stank bij de veehouderij boven de 5 odourernstige hinder veroorzaakt. We weten ook dat de GGD en het RIVMadviseren dat om gezondheidsredenen een maximale stanknorm van 5odour zou moeten gelden. Is dat iets wat u bijvoorbeeld met de Partij voorde Dieren zou willen bepleiten richting de Staatssecretaris?De voorzitter:Gelukkig komt u tot een vraag, want een interruptie is een korte, bondigevraag. Mevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Volgens mij heeft de rechtbank in Den Haag bepaald dat 19,4 eenacceptabele grens zou kunnen zijn. Ik wil daar graag de visie van deStaatssecretaris over horen, maar dat zou wel richtinggevend kunnen zijn.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Oké.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4188 De voorzitter:Dan gaan we alsnog naar de heer Buijsse voor zijn eerste bijdrage in dezecommissie.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik ga proberen mijn tempo iets omhoog te doen,zodat ik binnen de vijf minuten blijf.Voorzitter. We streven naar een circulaire economie. Dat betekent dat wedaarbij ook streven naar een gezonde leefomgeving, die we met eengerust hart kunnen nalaten aan onze kinderen. We zien helaas dat we ernog niet goed in slagen om het goed te doen op alle onderwerpen die metde leefomgeving te maken hebben. Bovendien zien we dat de kosten vooreen gezonde leefomgeving voor de Nederlanders oplopen. De VVD-fractiemaakt zich hier zorgen over.Op de agenda stonden erg veel agendapunten met veel informatie. Ik zaldaarom vier onderwerpen met prioriteit adresseren. Daarmee wil ik deandere onderwerpen niet tekortdoen, maar ik heb gewoon niet meer tijd.Allereerst wil ik de Staatssecretaris bedanken voor het onderzoek naar derelatie tussen COVID-19 en de luchtkwaliteit. Ik was wethouder in Boekelin de tijd dat de coronapandemie uitbrak. In de eerste stadia van deuitbraak waren er juist in onze en omringende gemeentes in Noordoost-Brabant veel slachtoffers. Dit heeft geleid tot veel zorgen onder bewonersen dit onderzoek laat zien dat deze zorgen over luchtkwaliteit in relatie totCOVID-19 terecht waren. Deze uitkomst is belangrijk om in de toekomstbeter om te gaan met en voorbereid te zijn op deze crisissituaties.Ik ga over naar mijn tweede prioriteit: staalslakken. De VVD vindt het goeddat voormalig Staatssecretaris Heijnen heeft besloten tot een informatie-plicht over de toepassing van staalslakken. Dit geeft bevoegd gezag enomgevingsdiensten meer handvatten om op te treden wanneer dezebouwstof wordt toegepast. Dit heeft echter niet kunnen voorkomen dateen aantal locaties, zoals Spijk, Eerbeek en de Oosterschelde, kampt metbodemverontreiniging door verkeerde toepassing van staalslakken. Naastdat deze locaties niet zomaar te saneren zijn, gaat het gepaard met onrustbij omwonenden van deze locaties door onzekerheid over de gezond-heidseffecten bij mens en dier. Tegelijkertijd constateer ik dat er maarbeperkt metingen beschikbaar zijn voor omwonenden en belangheb-benden. Er vindt dan ook geen objectieve dialoog plaats over diemetingen en wat in de toekomst verwacht mag worden om deze situatieste beheersen. Veel vragen blijven daarom onbeantwoord en dat voeltgewoon niet goed. Ik wil daarom de volgende vraag stellen aan deStaatssecretaris op dit onderwerp. Hoe kijkt u aan tegen de problematiekvan de staalslakken die in het verleden niet goed toegepast zijn op locatieszoals Spijk, Eerbeek en de Oosterschelde, en waarvan het milieu,omwonenden of andere belanghebbenden nu de nadelige gevolgenervaren? Kunnen we van u een proactieve houding verwachten om tevoorzien in de behoefte van omwonenden en belanghebbenden aanfeitelijke informatie en hier een objectieve dialoog over aan te gaan? Heeftde Staatssecretaris concrete acties uitgezet naar aanleiding van hetRekenkameronderzoek over het veilig hergebruiken van afvalstoffen? Indit rapport werd ook al geconcludeerd dat er snel acties nodig zijn vooreen veilig hergebruik van afvalstoffen. Dit was het tweede onderwerp.Het derde onderwerp is pfas. Voor de VVD is het belangrijk dat er eenEuropees verbod komt op niet-essentiële pfas.De voorzitter:Meneer Buijsse, ik stop u even. Dan kunt u even ademhalen. U krijgtnamelijk een interruptie van de heer Bamenga. Als u de microfoon zouwillen uitdoen, graag.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 4189 Ik hoor in ieder geval de VVD zich kritisch uiten over het gebruik vanstaalslakken. De VVD heeft het over het toepassen van een informatie-plicht. Eerder hebben wij een motie hierover ingediend. De VVD en eencollega van NSC hebben daar toen tegen gestemd. Het ging om hetkritisch zijn op het toepassen van staalslakken. En nu hoor ik vooralvragen die gesteld worden. Ik was eigenlijk heel erg benieuwd naar uwnieuwe standpunt. Gaat u de volgende keer dan voor onze motie hieroverstemmen?De heer Buijsse (VVD):Nu heb ik de motie niet per se scherp in gedachten, maar ik denk – ikvraag het bewust ook even om te verifiëren of het klopt – dat de motieopriep tot een vergunningsplicht. Een vergunningsplicht strekt verder daneen informatieplicht en roept ook allerlei bijeffecten op die volgens onzefractie niet bijdragen aan de oplossing van het probleem. Volgens mij isdat de achtergrond, maar ik stel de vraag ook even terug.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Bamenga?De heer Bamenga (D66):Nou ja, ik krijg nu een vraag terug terwijl ik juist wil weten wat het nieuwestandpunt hierover is van de VVD. Want het lijkt erop dat de VVD nu watstrakker in de wedstrijd zit als het gaat om staalslakken. Ik hoor vooral dater vragen worden gesteld aan de Staatssecretaris in plaats van dat errichting wordt gegeven aan de Staatssecretaris.De heer Buijsse (VVD):Ik wil vooropstellen dat deze vraag voor ons niet gaat over de toekomstvan Tata Steel als staalproducent. Dat wil ik even vooropgesteld hebben.Binnen onze fractie zijn er wel degelijk zorgen over de toepassing vanstaalslakken, zeker zoals dat in het verleden gegaan is. Wij zijn tevredenmet de informatieplicht zoals die nu is opgenomen, want wij vertrouwenerop dat de bevoegde gezagen, provincies en omgevingsdienstendaarmee meer instrumentarium hebben om veel eerder in het proces teweten wie de staalslakken op welke locatie gaat toepassen. Dan kun je ookveel eerder participeren op het gebruik van die staalslakken. Ik hebbijvoorbeeld met eigen ogen gezien in Spijk dat de toepassing niet goedwas omdat die informatieplicht op dat moment niet gold. Dat is heelvervelend. Ik ga verder niet uitweiden over hoe dat allemaal in de praktijkis gegaan, maar daar is wel iets van te vinden. Daarom zijn wij als VVD nublij met de informatieplicht.De voorzitter:Dank u wel voor dit antwoord. Ik zag dat het lid Kostic´ ook een interruptiehad.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik hoop toch op een bemoedigende boodschap van de VVD in die zin datze inderdaad meer richting handhaven gaat op die staalslakken eneigenlijk gewoon ervan af gaat. Want we weten van RIVM en ILT dat hetpotentieel schadelijke stoffen zijn. Mijn collega zegt net dat hij eigenlijk teweinig onderzoek daarnaar heeft verricht. Maar is hij het dan niet met onseens dat het voorzorgbeginsel moet gelden? Als het zou gaan overmedicijnen, dan zouden we dat ook niet zomaar aan mensen geven. Dantesten we dat eerst uitgebreid om zeker te weten dat er geen schadelijkeeffecten zijn, en daarna brengen we het pas op de markt. De staalslakkenworden maar gewoon in het milieu gegooid, en achteraf is het: «Oeh, oeh,is het toch schadelijk? Nou, we laten het toch doordraaien, totdat we echthebben uitgezocht dat het schadelijk is.» Is hij het met mij eens dat we datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41810 principe moeten omdraaien en dat we zo snel mogelijk moeten stoppenmet het gebruik van staalslakken, totdat kan worden aangetoond dat dewaterkwaliteit niet achteruitgaat en er geen gevaar voor de gezondheid is?De voorzitter:Dat is een hele lange aanloop tot een vraag.De heer Buijsse (VVD):Wij zijn absoluut niet voor een voorzorgsprincipe op dit onderwerp. Wehebben in Nederland een waardevolle industrietak, zeker voor de regioIJmond/IJmuiden. Dat is gewoon belangrijk. Daar zijn eerder debattenover gevoerd. Staalslakken zijn een reststroom uit die staalproductie. Alser innovaties zouden zijn om de waardering van staalslakken te verbe-teren zodat onze economie nog circulairder wordt, dan zou mij dat een liefding waard zijn. Ik kan een mooi voorbeeld noemen. In mijn eigenwoonplaats, Boekel, hebben ze staalslakken gebruikt om een accu temaken voor warmteopslag. Hoe mooi is dat? Dat zou u ook moetenaanspreken. Alleen, dat is nu zeer kleinschalig en kunnen we nog nietgrootschalig toepassen. Het zou mij een lief ding waard zijn als eralternatieven zijn voor het plaatsen van slakken onder infrastructureleprojecten, maar dat is nu niet het geval. Wij vinden de huidige norme-ringen prima, maar je moet het wel goed doen, zoals we het voorge-schreven hebben en we hebben helaas gezien dat dat niet altijd zo gedaanis.De voorzitter:Gaat u vooral verder met uw betoog. Herstel. Het lid Kostic´ was nog niettevreden met uw antwoord. Dus het lid Kostic´ doet een aanvullendeinterruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien is het wel een verduidelijkende vraag, want dit klinkt toch weerheel anders. Begrijp ik het goed dat u dit zegt? «De gezondheid van mens,milieu en water kan me niet zo heel veel schelen. Ik hecht heel veel belangaan de commerciële belangen van het bedrijfsleven. Ik wacht wel af tot erbepaalde innovaties komen waarmee die staalslakken misschien wel ooitbulletproof kunnen worden gebruikt zonder aantasting van het water.» Ofzegt u dit? «Ik kijk naar de huidige praktijk, die geen garanties biedt dat dewaterkwaliteit en onze gezondheid niet worden aangetast. Daarom doe ikin ieder geval nu een stop op de staalslakken. Als er later innovatieskomen die dat wel kunnen garanderen, dan kunnen we daar altijd overpraten.» Welke van de twee is het?De voorzitter:Nou, die viel niet in de categorie «kort en bondig». Meneer Buijsse,misschien kunt u wel kort en bondig antwoorden.De heer Buijsse (VVD):Ja, ik zal het kort houden. De normeringen zijn er niet voor niets. Wehebben in dit land onderzoek gedaan. Daar zijn normen uit gekomen. Westaan ervoor dat de staalslakken ook worden toegepast volgens denormen. Er is nu een informatieplicht. Bevoegde gezagen kunnendaardoor toezien op hoe ze gebruikt worden. Daarmee moet het ookgewoon goed zijn.De voorzitter:Gaat u vooral verder. O, dit is uw laatste interruptie, lid Kostic´. Ben ikdadelijk even blij met mijn bijdrage! Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41811 Mijn collega heeft het over normen, maar RIVM en ILT hebben uitge-sproken dat die staalslakken schadelijk kunnen zijn en dat de huidigeregels de gezondheid van mens, dier en milieu niet borgen. Nogmaals,waarom negeert de VVD de gezondheid van omwonenden en ons milieu,en kiest zij weer voor de commerciële belangen van de grootaandeel-houders?De heer Buijsse (VVD):U zegt terecht «ze kunnen ongezond zijn», maar dat is niet per definitie zoals je ze goed toepast op locaties. En het is gewoon een reststroom vaneen belangrijke industrie in ons land, die we echt niet zomaar willen latengaan. In die afwegingen vinden wij het prima hoe dat nu gaat.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog, meneer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik ga verder met pfas. Voor de VVD is het belangrijkdat er een Europees verbod op niet-essentiële pfas komt. We zijn dan ooktevreden met onze eigen Staatssecretaris van Gezondheid, Karremans,omdat hij extra geld en mensen vrijmaakt zodat het RIVM inhoudelijkeondersteuning kan bieden om de duizenden inspraakreacties over hetvoorgenomen verbod sneller te beantwoorden. Ook is de VVD-fractietevreden te vernemen dat de Staatssecretaris werk maakt van demotie-Haverkort en is gestart met de uitwerking van een kennis- eninnovatieprogramma pfas in bodem en water. Ik wil hem vragen de Kamerte informeren over de eerste ervaringen met dit programma. De VVDmaakt zich zorgen over pfas en andere zeer zorgwekkende stoffen in hetoppervlaktewater en drinkwater. We maken ons zorgen over de aanpakvan bijvoorbeeld de Duitse overheid om lozingen op korte termijn tevoorkomen. Tegelijkertijd zijn we optimistisch over nieuwe zuiveringstech-nieken die toegepast kunnen worden op rioolwaterzuiveringsinstallaties ofdrinkwaterinstallaties. Heeft de Staatssecretaris met zijn ambtsgenoot inDuitsland contact gezocht over pfas-lozingen in Duitsland en het effect opons drinkwater? Heeft hij hier onze drinkwaterbedrijven bij betrokken? Enonderzoekt de Staatssecretaris de mogelijkheid om de beste zuiverings-technieken toe te passen in Nederland? Ik zie een vraag.De voorzitter:U had vanuit uw linkerooghoek goed gezien dat de heer Gabriëls eeninterruptie voor u had.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De heer Buijsse geeft aan dat hij zich zorgen maakt over de lozingen inDuitsland. Nou hebben wij hier natuurlijk ook een situatie in Dordrecht,waar Chemours TFA loost, een last onder dwangsom krijgt opgelegd envervolgens zegt: oeps, ik doe het niet meer. Maar ze hoeven geen enkeleschade te betalen en vragen daar dan toch een vergunning voor aan.Vervolgens wordt die vergunning afgewezen en gaan ze dat toch weeraanvechten. Maken de heer Buijsse en de VVD zich ook zorgen overpfas-lozingen in Nederland? En is hij bereid om tijdens de begrotingsbe-handeling van IenW geld vrij te maken om pfas-saneringen in Nederlandaan te vangen?De heer Buijsse (VVD):Ik begrijp heel goed dat collega Gabriëls mijn onderwerp even verbreedtnaar Nederland. Je zou het ook kunnen verbreden naar België. In die zinheb ik alle begrip daarvoor. Natuurlijk maken wij ons ook zorgen overpfas-lozingen in Dordrecht. In de actualiteit heb ik dat niet meegenomen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41812 maar ik begrijp dat het ook voor inwoners in Dordrecht terecht is om datte adresseren.Over pfas-saneringen laat ik mij op dit moment niet uit, omdat ik gewoonmeer informatie nodig heb over wat u voorstelt. Ik ga daar graag met uover in gesprek om te kijken of we daartoe kunnen komen bij debegrotingsbehandeling.De voorzitter:Dank u wel voor dit keurige antwoord. Volgens mij heeft u nog eenonderwerp tot slot.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Mijn laatste onderwerp gaat over secundairebouwstoffen. In het verleden hebben de leden Haverkort en Veltman alvragen gesteld gewassen bodemas van het bedrijf Blue Phoenix Group.Tot op heden zijn de antwoorden voor mij onbevredigend. Al langer blijkt,maar zeker sinds de introductie van de Omgevingswet per 1-1-2024, dathet risicovol is voor aannemers van grote infrastructurele projecten om degezuiverde en geschoonde bodemassen te verwerven, waardoor zij kiezenvoor primaire bouwstoffen, zoals zuiver zand of grind. Dat is niet circulair,maar tegelijkertijd ook schadelijk voor de economie en kostenverhogendvoor de belastingbetaler via de afvalstoffenheffing. Ik wil de Staatssecre-taris vragen of hij dit ongelijke speelveld ziet en of hij mogelijkheden heeftom met spoed regelgeving te maken, zodat er wel een gelijk speelveld is.Ik wil hierbij uitspreken dat deze bedrijven niet kunnen wachten tot hetCirculair Materialenplan van kracht wordt. Ik heb met eigen ogen mogenzien dat voorraadlocaties van gewassen bodemas overvol zijn terwijl erniets wordt verkocht. Bedrijven in de afvalketen gaan op korte termijn deafweging maken of het nog wel zin heeft om op deze manier door te gaan.Ik wil graag een reactie van de Staatssecretaris.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik dank ook de heer Buijsse. Dan gaan we naar de heer Gabriëls voor zijnbijdrage.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Welkom aan de nieuwe Staatssecretaris, die eenzeer grote taak heeft, namelijk de bescherming van de gezondheid vanmens, dier en ecosystemen in ons land. Ik wens hem heel veel succes,want het is bijna elke dag raak: lozingsvergunningen zijn niet inzichtelijk,drinkwaterbedrijven trekken aan de bel, er zit pfas in zeeschuim en eitjesworden door opa en oma stiekem weggegooid vanwege pfas-zorgen. Iknoem ook toekomstige pfas-dumpingen in diepe plassen door heel hetland, de granulietdiscussie en uitspoeling in Eerbeek rondom plekkenwaar staalslakken gedumpt zijn. Ook zijn er niet alleen zorgen over deluchtkwaliteit bij kunstmestfabrieken aan het IJ in Amsterdam en bijSABIC in Bergen op Zoom, maar ook bij asfaltcentrales door heel het land.En jawel – en dat is heel erg – omgevingsdiensten die dit allemaal zoudenmoeten controleren, kampen met grote personeelstekorten. Het voelt nietfijn als je bij omwonenden bent en ziet dat ze zo intens hun energiestoppen in taaie procedures waarover ze zich eigenlijk geen zorgenzouden hoeven te maken. Dat is pijnlijk. Die energie kan ook gewoon inhun kinderen of in hun vrije tijd gestoken worden. Daar zouden wij alsoverheid voor moeten zorgen. Dit alles in combinatie met een hoofdlijnen-akkoord, waarin de woorden «pfas» «gezondheid» en «milieu» nietvoorkomen, brengt mij tot de volgende vraag: wat gaat de Staatssecre-taris nu anders doen dan zijn voorganger? GroenLinks-Partij van deArbeid wil gewoon een gezonde bodem, gezonde watersystemen en eenschone lucht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41813 Dan de zorgkosten rondom zware industrie. Er zijn inderdaad dertiengebieden met zware industrieclusters. Mijn voorgangers van NSC, D66 enPartij voor de Dieren hebben al gezegd dat de gezondheidskosten daarhoger zijn. Ook de Gezondheidsraad vraagt om een grootschaliggezondheidsonderzoek rondom die industrieclusters. In de antwoorden oponze vragen wordt gesteld dat die hogere zorgkosten niet direct tekoppelen zijn aan de industrie en ook kunnen komen door de levensstijlen de sociaaleconomische status van inwoners in deze gebieden. Volgensons is het een plicht om juist uit te sluiten dat die hogere zorgkostenkomen door de uitstoot van de industrie; dan is er duidelijkheid. De vraagis dus eigenlijk: is de Staatssecretaris dat met ons eens? En zo nee,waarom niet? Kan hij voor zo’n onderzoek zorgen?Dan pfas. Onlangs bleek dat er twaalf Defensieterreinen, verspreid overhet hele land, ernstig vervuild zijn met pfas. Van Leeuwarden was dat allanger bekend, maar er zijn dus nog twaalf andere locaties. Van de anderelocaties weten we nog niet eens hoe erg het is. Wanneer wordt er meerbekend over de oppervlaktewatermonsters die worden genomen bij dieandere locaties? Is er voldoende geld om al die locaties te saneren? Dezecasus legt maar weer bloot waar de zorgen van veel Nederlanders liggen.Gisteren stond in het AD dat uit onderzoek blijkt dat 90% van de bevolkingmaatregelen wil. Daarom heb ik de vraag: waar kunnen deze inwonersterecht met hun zorgen? Wie coördineert integraal de pfas-problematiek?Welke maatregelen gaat de Staatssecretaris nemen? Gaat deze Staatsse-cretaris wél zorgen voor een pfas-lozingsverbod?Dan vergunningen. Voor de zomer...De voorzitter:Neemt u mij niet kwalijk, meneer Buijsse. Ik was nog driftig mee aan hetschrijven met de vragen van meneer Gabriëls, dus vandaar. Maar uweerste interruptie. Gaat uw gang.De heer Buijsse (VVD):Meneer Gabriëls vindt dat er een nationaal verbod op pfas-lozingen zoumoeten zijn. Heel veel pfas komt natuurlijk gewoon uit Duitsland enBelgië. Ik kan het percentage niet uitdrukken; die informatie heb ik niet.Maar hoe kijkt meneer Gabriëls dan naar dat Europese vraagstuk?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het maakt me niet uit waar het verboden wordt. Pfas is zo ongezond voormensen en we worden er zo ziek van, dat wij gezondheid op één zetten. Ikvind het altijd heel lastig als mensen de hele tijd naar Duitsland en Belgiëwijzen, terwijl wij zelf een van de grootste netto-exporteurs en dumperszijn van allerlei milieuproblematieken in dit zeer dichtbevolkte land. Wijzouden dus de keuze maken om wel zo snel mogelijk met eenpfas-lozingsverbod te komen. Dus op die manier kijken wij daarnaar.Gezondheid staat op één.De voorzitter:Aanvullende interruptie. De heer Buijsse, gaat uw gang.De heer Buijsse (VVD):Ik heb er toch vier, dus dan pak ik ze ook. Dan vraag ik me even hetvolgende af. Ook zonder de lozingen in Nederland komt het waterongezond binnen. Gaat u dan dammen bouwen in de Maas en in de Rijn?Hoe ziet u dat dan?De voorzitter:O, ik zie een probleem met de scheepvaart komen. Meneer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41814 Natuurlijk moet er ook een Europees verbod komen, maar dat wordttelkens uitgesteld. Ik ben dus heel blij als we met z’n allen in dezecommissie zeggen dat we samen met de landen, waaronder Duitsland enDenemarken, die dat in Europa aan de kaak gesteld hebben, daaropblijven hameren. Maar we kunnen ook starten met een uitfasering van dieindustrie in Nederland en ervoor zorgen dat híér een coördinatiepuntkomt, hier lozingsverboden komen en nieuwe technieken ingezet wordenom ervoor te zorgen dat het niet meer in ons oppervlaktewaterterechtkomt. Want mensen worden ziek en mensen gooien eitjes weg,omdat er misschien pfas in zit. Dat is voor ons dusdanig belangrijk dat wijwél voor een verbod pleiten. Bovendien bieden we die bedrijven daarmeeeen incentive om daadwerkelijk iets te gaan veranderen.De voorzitter:Uw punt is helder en duidelijk gemaakt, maar niet voor meneer Buijsse,want die heeft nogmaals een interruptie.De heer Buijsse (VVD):Nou ja, afrondend hoor, om het duidelijk te stellen. Je kunt je tijd enenergie niet aan twee dingen tegelijk besteden. Soms moeten we ookkiezen in schaarste. We hebben het allemaal druk; de Staatssecretarisheeft het druk, de Minister heeft het druk. We kunnen het geld van debelastingbetaler maar één keer uitgeven. Wat de VVD betreft zetten weons in voor een Europees verbod op niet-essentiële pfas. Dat neemt nietweg dat we ook een verbod in Nederland willen hebben, maar we willenhet gewoon op Europese schaal regelen, omdat heel veel via buitenlandsewateren ons land binnenkomt. Bij het stellen van prioriteiten heeft het dusniet onze voorkeur om voor een nationaal verbod te gaan, want het moetin Brussel geregeld worden.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Een van onze prioriteiten is de gezondheid. Ik ben ook heel blij dat de heerBuijsse uitspreekt dat hij voor een verbod op pfas is. Echter, gezien hetvele lobbywerk in Europa duurt dat lang, lang, lang, en in de tussentijdworden mensen ziek en is er gewoon troep in ons milieu.De voorzitter:Meneer Gabriëls, vervolgt u uw betoog!De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Voor de zomer is mijn motie aangenomen om te onderzoeken of eengezondheidseffectrapportage dezelfde plek kan krijgen als een milieuef-fectrapportage in de besluitvorming over omgevingsvergunningen. Hoestaat het met de uitvoering van die motie en denkt de Staatssecretaris datdit een goede manier kan zijn om ook te sturen op gezondheid in plaatsvan alleen op normen? En hoe staat het eigenlijk met de gezondheidsef-fectrapportage rondom Tata Steel? De Kamer heeft via de motieafgedwongen om daar direct mee te starten, zodat de uitkomsten ervanrandvoorwaardelijk meegenomen kunnen worden in de onderhande-lingen met Tata. Kan de Staatssecretaris iets vertellen over de stand vanzaken?Dan het voorzorgsprincipe. Dat is heel belangrijk. Je kunt dat gebruikenom de gezondheid te beschermen bij eventuele risico’s. Toch concludeerthet OVV-rapport dat de gezondheid van inwoners niet beschermd wordt.Dat betekent dat in veel gevallen het voorzorgsprincipe niet ingezet is ofwordt door vergunningsverleners. Dat komt omdat aanvragers kunnenaantonen dat hun uitstoot altijd binnen de normen valt, en juridisch wordthet dan erg moeilijk voor het bevoegd gezag om risico’s aan te tonen ende vergunning op die grond te weigeren. Dat principe wordt dus vrijwelnooit toegepast; in de praktijk is dat dus een farce. Hoe gaat de Staatsse-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41815 cretaris dit probleem oplossen en wanneer komt hij de toezegging na diegedaan is door mevrouw Heijnen, om eind 2024 met een voorstel tekomen om het voorzorgsprincipe beter in de wet te verankeren?Mijn laatste punt: kan de Staatssecretaris ook garanderen dat Beaumix,waar mevrouw Wingelaar het al over had, veilig gebruikt kan worden? InLimburg maakt men zich daar ernstig zorgen over, omdat daar duizendenkilo’s onder het asfalt dreigen te verdwijnen. Kan het voorzorgsprincipehier toegepast worden om drinkwatergebieden te beschermen?Als ik nog tijd overheb, wil ik namens mevrouw Koekkoek van Volt eenvraag stellen. Er is een motie van haar aangenomen in de Kamer, dievraagt om een coördinatiepunt voor pfas in Drechtsteden nabij Chemours.De regio biedt aan om dat in de regio te organiseren, maar het kabinetheeft het anders ingevuld. Dat is niet goed gevallen in Dordrecht enomgeving. Is de Staatssecretaris bereid om dit opnieuw te bekijken en demotie uit te voeren zoals die bedoeld is?Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u ook. Met het verwoorden van de bijdrage van mevrouwKoekkoek, ging u net over uw tijd heen, maar dat is u vergeven. Het lidKostic´ heeft de bereidheid getoond om het voorzitterschap tijdelijk van mijover te nemen, zodat ik zelf ook een bijdrage kan leveren aan dezediscussie.Voorzitter: Kostic´De voorzitter:Jazeker. Ik geef het woord aan de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Degenen die zitten te kijken, vragen zich misschienaf waarom het zo krampachtig moet. Maar zo zijn de spelregels nueenmaal.Namens de PVV-fractie heet ik de Staatssecretaris van harte welkom indeze commissie. Wij wensen de Staatssecretaris heel veel succes enmisschien ook wel geluk toe de komende tijd. Gelet op de diverseonderwerpen die ook hier op de agenda staan, komt er namelijk nogal watop u af in deze commissie.Laat ik maar snel beginnen met de staalslakken, die al voorbij zijngekomen. Ook de PVV heeft daarover in het verleden zorgen uitge-sproken. Maar wij hebben ook de brief gezien van de vorige Staatssecre-taris, waarin zij aangaf hoe die moeten worden toegepast. Volgens dePVV-fractie zat daar in het verleden ook een probleem: ze zijn gewoon nietvolgens de spelregels goed toegepast. Wat de PVV betreft is de vraag, alsze niet goed worden toegepast, of je dan gelijk lik op stuk zou moetendoen. Er zijn nou eenmaal regels afgesproken voor de toepassing en diezijn nog een keer verhelderd. Wij vinden het een heel goed plan dat er nueen meldpunt komt. Het VTH-stelsel kan dan actiever acteren op hetmoment dat er zo’n melding komt: «in uw regio of omgeving wordenstaalslakken toegepast, dus u kunt dat gaan controleren». Prima. Dat iseen goed initiatief van de vorige Staatssecretaris.Dan pfas. De VVD heeft het nu over essentiële en niet-essentiële pfas. Insimpele mensentaal noem ik het altijd maar zo: we hebben goede enslechte pfas. Pfas wordt ook toegepast in allerlei medische stents endergelijke. Ook in de scheepvaart is pfas in schroefafdichtingen verwerkt.Er zijn vele reacties op het voorstel. Dat laat ook zien dat er een goedediscussie over gevoerd moet worden. Wij kijken daarnaar uit en wij zijnook blij dat er extra mensen worden ingezet. Maar gooi nou niet het kindmet het badwater weg in deze discussie! Pfas is niet goed, dat weten wemet z’n allen, maar er zijn ook bepaalde producten waar we niet zonderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41816 kunnen. Als we die nu gelijk zouden verbieden, denk ik dat de gezond-heidszorg op de achterste benen staat en zegt: zegt u het maar. Ik zie ietsvanuit mijn linkerooghoek.De voorzitter:Ja, ik zie dat de heer Gabriëls een interruptie heeft.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Pfas is niet goed, maar u bent misschien niet voor een verbod op pfas, endan komt mijn vraag: kan u dan wel voor een lozingsverbod zijn?De heer Boutkan (PVV):Ik hoor het lid Kostic´ niet, maar ik zal gelijk antwoord geven.De voorzitter:Gaat uw gang. Ik moet nog even wennen. Het woord is aan de heerBoutkan.De heer Boutkan (PVV):Voordat wij gelijk instemmen met een lozingsverbod, willen wij wetenwelke stoffen dan gelijk worden verboden. Als daarmee gelijk die stoffenworden verboden die nog steeds die nuttige toepassing hebben, gaan wijdaar niet gelijk voor zijn. Wij zijn van de partij van die weegschaal, weet unog? Ik heb eerder gezegd dat wij een gezonde weegschaal tusseneconomie en gezondheid hanteren. Wij kunnen nu niet gelijk zeggen: doemaar weg die pfas, want daarmee halen we ons misschien wat op de halsterwijl we niet weten wat we naar de toekomst toe hebben gedaan. Dat ismijn antwoord aan de heer Gabriëls.Dan ga ik verder met mijn verhaal.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Inderdaad een zeer opmerkelijke zin: «pfas is niet goed, maar we kunnenniet zonder». Ik wil de PVV erop wijzen dat we ook een leven hebbengekend zonder pfas. Zeker met alle technieken en technologieën die wijhebben om een groene economie op te bouwen, is er ook een levenmogelijk zonder pfas. We weten allemaal hoe ernstig pfas is; dat zegt deheer Boutkan zelf ook. Het zit overal: in ons bloed, water, bodem, eieren,groente, fruit, ook uit onze tuin, en zelfs in borstvoeding. Het is zeerernstig kankerverwekkend en we zouden daar zo snel mogelijk een eindeaan moeten maken. Ik heb eerder een motie ingediend die erover gaat datheel veel mensen zorgen hebben over dat het in hun bloed zit, om tezorgen dat deze mensen bloedonderzoek kunnen doen en zichzelf zoudenkunnen testen. Uit de woorden van de heer Boutkan haal ik dat de PVV nuvoor zo’n motie zou zijn. Eerder hebben zij tegengestemd. Was dat eenfoutje, dat zij eerder tegen hebben gestemd? Dat zou ik graag willenweten.De heer Boutkan (PVV):Nee, een foutje heeft u niet gehoord. Wij waren toen tegen en zijn nogsteeds tegen. Dat is mijn korte antwoord. Maar dat is niet zozeer omdatwij ontkennen dat pfas een probleem is, maar door de argumentatie zoalstoentertijd verwoord in die motie, dus daar heeft u uw antwoord.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41817 Ik hoor natuurlijk verschillende partijen aangeven dat ze zich ook zorgenmaken over pfas en hoe ernstig het is. Maar op het moment dat wij nietbereid zijn om daartegen de acties te ondernemen die mensen nodighebben, zijn dat gewoon loze woorden. Nu hoor ik ook weer loze woordenvan de PVV, die de gezondheid van deze mensen gewoon niet op ééndurft te zetten en deze mensen in de steek laat.De voorzitter:Ik hoorde geen vraag, dus ik geef het woord aan de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Ik maak hier toch even misbruik van. Wij laten die mensen namelijk niet inde steek; het zijn geen loze woorden. Ook de heer Bamenga zou moetenweten dat wij in dit land ook nog te maken hebben met wet- en regel-geving en met bestaande vergunningen en dergelijke. Ik zeg niet dat diegoed zijn, want veel van de vergunningen in Nederland zijn achterhaald;die zijn niet meer van deze tijd. Maar het probleem is: hoe pas je dievervolgens aan? Dat is misschien dadelijk wel mogelijk, zo uit mijn hoofdin 2026, wanneer we met de Omgevingswet daadwerkelijk bepaaldemaatregelen van kracht laten worden om wat meer af te kunnen dwingen.Wij zijn daar ook niet op tegen, dus dan weet u dat vast.Gezien de tijd ga ik snel verder. Het Schone Lucht Akkoord is ooklangsgekomen. Wij hebben de voorganger van de Staatssecretarisgevraagd hoe het nou zit met het antwoord dat zij niet bereid was om hetecodesignlabel door te voeren, maar meer wilde inzetten op voorlichting,preventie et cetera, om op die manier de klachten over houtstook teverminderen. Ik wil daar dus graag nog een antwoord op.Dan over vergunningverlening, toezicht en handhaving. We hebben hetdaar ook uitgebreid met uw voorganger over gehad. Wij zouden tochgraag willen weten wat de stand van zaken is, want de PVV heeft bij devorige sessies nog aangegeven dat het allemaal veel te lang duurt, dat deomgevingsdiensten moeten worden versterkt en dat zij meer moetenworden toegerust om adequaat te kunnen handhaven, zodat zij juist deproblemen die wij in dit land hebben, voorkomen.Dat was ’m, voorzitter. Ik dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat was ruim binnen de tijd. Ik zie toch nog een interruptie,van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, ten aanzien van het laatste punt, over het VTH-stelsel. GroenLinks-Partij van de Arbeid vindt dat ook echt een ontzettend belangrijk thema.Daarom zou ik het volgende willen vragen. De vorige Staatssecretarisverschuilde zich telkens achter het interbestuurlijk programma VTH. Datloopt eind deze maand af. Bent u net als GroenLinks-Partij van de Arbeidvan mening dat er zogezegd geen tekort aan geld kan zijn en dat we eralles aan moeten doen om dat VTH-stelsel te versterken, vanwege al dieproblemen die wij hier nu allemaal benoemd hebben en vanwege het feitdat omgevingsdiensten gewoon te weinig personeel hebben en kunnenkrijgen? Er moet dus een personeelscampagne komen en er moet meergeld naartoe om die handhaving op orde te hebben. Deelt u die mening?De heer Boutkan (PVV):Ik ben heel groot voorstander van het op orde brengen en versterken vanVTH. Maar wat betreft de woorden die u gebruikt, zoals «alles» en «veelgeld ertegenaan gooien», moet ik helaas de conclusie trekken dat het opdit moment zoeken is naar geld. Dit is geen dooddoener, maar ik kijk ookreikhalzend uit naar de begroting die gaat komen. Ik ben ook heelbenieuwd hoe de Staatssecretaris aankijkt tegen het probleem van VTH.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41818 Daar ben ik dus wel heel benieuwd naar. Dat was ’m volgens mij. Als ikiets vergeten ben, kom ik daar in de tweede termijn nog even kort opterug.De voorzitter:Goed. Ik zie geen interrupties meer. Ik geef de voorzittershamer weerterug aan de heer Boutkan.Voorzitter: BoutkanDe voorzitter:Ik dank u wel. We zijn allemaal aan het woord geweest. Ik kijk naar deStaatssecretaris. Hoeveel tijd denkt u, gezien de vele vragen, nodig tehebben voor de beantwoording?Staatssecretaris Jansen:Gezien de vele vragen en het feit dat wij een stukje moeten lopen naar dekamer waarin we het gaan bespreken, zou ik willen voorstellen om daareen halfuur voor uit te trekken.De voorzitter:Een halfuur, hoor ik u zeggen. Ik wil u dan op voorhand vragen of u debeantwoording in blokjes gaat doen. Bundelt u de door de Kamerledengestelde vragen per onderwerp?Staatssecretaris Jansen:Ik zal proberen in blokken te antwoorden en waar mogelijk vragen tebundelen om weer tijd te besparen. Dan hebben we dat halfuur namelijkook een beetje ingehaald.De voorzitter:Dan zou ik zeggen: wandel ze. Het is nu bijna 14.30 uur. Ik zie u iets voordrieën terug.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik wil iets meegeven aan de Staatssecretaris. Ik let er altijd best wel scherpop of mijn vragen zijn beantwoord. Ik ga mijn interrupties natuurlijk nietgebruiken om mijn vragen te herhalen, dus ik hoop dat de Staatssecretarismijn vragen straks een voor een gaat beantwoorden. Anders ga ik die,met permissie van de voorzitter, herhalen zonder daar interrupties voor tegebruiken.De voorzitter:Heel goed dat u het even benoemt, lid Kostic´, want zo ken ik u ook. Devoorzitter heeft de ijzerzaag in de tas zitten voor het geval de Staatssecre-taris de vragen niet voldoende beantwoordt. Dan helpen wij hem daarbij.Succes, Staatssecretaris!De vergadering wordt van 14.27 uur tot 14.56 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug allemaal bij het commissiedebat Leefomgeving. Wevervolgen de vergadering. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris. O,meneer Gabriëls wil weer iets zeggen. Wat heeft u vandaag?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, ik wil gewoon weten hoeveel interrupties we hebben. Dat isaltijd een bron van discussie als een vraag wel of niet beantwoord is.Hoeveel interrupties hebben we?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41819 De voorzitter:U doet het prima. Als ik nou twee zeg, dan zegt u geheid vijf. Dat weet ik.Daarom doen we vier interrupties. Ja, toch? Ik wist wel dat ik u tevredenging stellen. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Dank u. Ik had daar vast geen stem in, maar ik vind vier interrupties ookprima, voorzitter. Dank u.Voorzitter. Dank dat ik hier met uw Kamer het gesprek aan kan gaan. Het isvoor mij de eerste keer dat ik dit doe als Staatssecretaris en ik hebbegrepen dat het voor een aantal van u ook de eerste keer is dat udeelneemt in deze commissie. Gedeelde smart is halve smart, zeg ik danaltijd. Ik vind het een grote eer om dit gesprek met u aan te kunnen gaan.Ik ben me ook bewust van de grote verantwoordelijkheid die ik heb. Datgeldt zeker voor het onderwerp waar we het vandaag over hebben: deleefomgeving. Het is een erg breed onderwerp en vooral ook eenonderwerp dat ons allemaal raakt en aangaat.Ik heb dat deze week ook duidelijk gemerkt toen ik op bezoek was bij demensen die in de buurt van Tata Steel wonen. Je zag het ook terug in deberichtgeving van de afgelopen tijd over de zorgen die mensen hebbenover pfas. De zorgen van deze mensen raken mij en motiveren enstimuleren mij om hiermee aan de slag te gaan, net zoals dit volgens mijook voor u als Kamerleden geldt. Het mooie is dat we elkaar rondom ditsoort onderwerpen allemaal vinden in het gemeenschappelijk belang.Ongeacht de politieke kleur van alle aanwezigen hier vandaag, staan weallemaal achter de doelstelling van een gezonde, schone en veiligeleefomgeving voor iedereen in Nederland. Dat gaat over een omgevingwaar mensen schone lucht inademen, waar het water en de bodemgezond en veilig zijn en waar hinder van geur- en geluidsoverlast zo veelmogelijk is beperkt. Daar werken we aan. Dat doen we voor iedereen, ookvoor de mensen die wonen in de buurt van drukke wegen, windturbines,veehouderijen of industrie.Ik ben samen met de Minister van Klimaat en Groene Groei momenteel inonderhandeling met Tata Steel. Dat is een onderwerp dat net al een aantalkeren langskwam. We zijn in onderhandeling over een mogelijkemaatwerkafspraak waarbij gezondheid een prominente plek gaat krijgen.Met het pfas-beleid wil ik mij inzetten op het zo veel mogelijk voorkomenen beheersen van risico’s voor mensen en het milieu. Een belangrijkinstrument daarvoor is het Europese pfas-verbod – dat is ook al gememo-reerd door een aantal van u – waar op dit moment aan gewerkt wordt.Mijn focus ligt op het vinden van een goede balans tussen de samen-leving en de economie, om zo te werken aan een toekomstbestendigNederland. Ik kijk uit naar de samenwerking met uw Kamer.Ik zal nu mijn reactie geven op de vragen van de leden, voorzitter. Ik hebhiervoor een volgorde met een aantal onderwerpen. Ik heb de volgendeonderwerpen: industrie en omwonenden, luchtkwaliteit, bodem enondergrond, pfas, en als laatste het onderwerp duurzame agro. Ik wileigenlijk beginnen met een vraag die door verschillende van u in uwbijdragen werd gememoreerd. Dat is de vraag die concreet werd gestelddoor mevrouw Wingelaar van NSC: gaat de Staatssecretaris het werk vanzijn voorganger ten aanzien van het Nationaal MilieuProgrammavoortzetten en onderschrijft hij ook de kaders van zijn voorganger? Mijnvoorganger heeft uw Kamer geïnformeerd over de lessen die ze heeftgeleerd en aan mij door wil geven. Deze suggesties neem ik natuurlijkzeker ter harte. Ik begrijp haar analyse ook. Ik zie zelf dat de leefomgevingop veel plekken nog niet de gewenste kwaliteit heeft en dat inwoners lasthebben van geluid, stank en schadelijke stoffen. Soms worden ze daarzelfs ziek van. Ik ben begaan met het wel en wee van deze mensen. Ik zieook al veel gerichte acties om de leefomgeving te verbeteren en om dezegezonder en veiliger te maken. Een aantal van die acties zijn vandaag aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41820 de orde. Voor de samenhang is het goed als we gemeenschappelijkeuitgangspunten hebben, zodat inwoners en het bedrijfsleven weten waarze de komende jaren aan toe zijn, een duidelijke basis voor het milieu-beleid. Ik moet me er nog verder in verdiepen om te kijken hoe dat in hetNationaal MilieuProgramma een plek kan krijgen. Ik zal uw Kamer wel opde hoogte houden van de voortgang hieromtrent.Dat was mijn algemene inleiding, voorzitter.Dan kom ik nu bij het onderwerp industrie en omwonenden. Er was eenvraag gesteld door de heer Bamenga, die tevens is gesteld door het lidKostic´ en de heer Gabriëls.De voorzitter:Staatssecretaris. Ik onderbreek u heel even, want de heer Bamenga wiltoch iets vragen over het algemene deel. Mijn voorstel zou vervolgens zijnom aan het einde van elk blokje dan even de interrupties te doen of deverhelderende vragen te stellen. Meneer Bamenga, aan u het woord.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik wens de Staatssecretaris – dat heb ik achter deschermen ook al gezegd – heel veel succes. We zitten hier inderdaadallemaal voor het algemeen belang, om het belang van heel Nederland tedienen. Ik ben wat dat betreft blij om te horen in de algemene zinnen vande Staatssecretaris dat hij dat bevestigt. Ik hoor de Staatssecretaris ookzeggen dat het belangrijk is dat er een goede balans is tussen samen-leving en economie. Is de Staatssecretaris het met D66 eens dat die twee,samenleving en economie, niet tegenover elkaar hoeven te staan en datze elkaar juist moeten versterken door een samenleving te hebben dieinvesteert in een groene economie in plaats van in een oude economie?Staatssecretaris Jansen:Dank voor deze vraag, zeg ik tegen het lid Bamenga. Ik denk dat ik het metu eens ben. Circulaire economie, waarover we zo direct nog verder overgaan praten met elkaar, is absoluut van belang. Denk aan geopolitiekeontwikkelingen. Denk aan de eindigheid van grondstoffen. Dus ja, dat benik met u eens. Maar er zit eigenlijk nog een ander aspect aan deopmerking die u maakt. Kijk bijvoorbeeld naar Tata Steel. Op dit momentwoont zo’n 40% van de mensen die daar werken, in de directe omgeving.Daar gaan dus eigenlijk omwonenden en industrie hand in hand. Daarmoet je oog hebben voor zowel de belangen van de omwonenden en hungezondheid, voor wat zij ondervinden van het proces dat bij Tata Steelplaatsvindt, als voor de economische effecten die voor Tata Steel vanbelang zijn. Dat is de maatwerkafspraak waar ik samen met de Ministervan KGG mee bezig ben. We kijken hoe we daar op een goede manier debalans in kunnen vinden, zodat beide belangen goed gediend worden.Uiteindelijk is daarmee eigenlijk het algemeen belang goed gediend. Alsdingen circulair kunnen – misschien los van het voorbeeld van Tata, maarook op andere terreinen: zeker. Ik denk dat dat een belangrijke stap is diewe met z’n allen moeten zetten daarin.Dan ga ik naar de vragen die ik had willen beantwoorden over hetonderwerp industrie en omwonenden. Een vraag van de heer Bamengadie tevens is gesteld door het lid Kostic´ en de heer Gabriëls naaraanleiding van het RTL-onderzoek naar hogere zorgkosten was: kan deStaatssecretaris toezeggen om het RIVM en/of de GGD een vervolgon-derzoek te laten doen? Ik kan hier een aantal dingen op antwoorden. Teneerste laat ik het RIVM onderzoek doen naar de gezondheidseffecten vanTata, Chemours en Chemelot. Op basis hiervan wordt een methodeontwikkeld die ook breder kan worden toegepast. Naar aanleiding van hetRTL-artikel wordt hier ook een methode voor het bepalen van zorgkostenaan toegevoegd. Daarnaast heb ik naar aanleiding van de motie van hetlid Van der Plas aan het RIVM gevraagd om een verkenning te doen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41821 het vraagstuk industrie en omwonenden. Het RIVM neemt die vraag meein de doorontwikkeling van de methodiek voor de gezondheidseffectrap-portage bij Tata Steel. De resultaten hiervan zijn de eerste helft van 2025beschikbaar. Grosso modo is het idee dus inderdaad om aan de hand vande voorbeelden die ik net noemde een bredere aanpak met elkaar tebepalen en te realiseren. Dat is zeg maar de strekking van mijn antwoord.Dan heb ik nog een vraag van de heer Bamenga: hoe denkt u datomwonenden kijken naar dit voorstel over Schiphol en voelt u zich nietkeihard in uw hemd gezet door uw IenW-collega? Ik heb mijn overhemdaan. Ik zit dus in een hemd, maar dat is toch een ander hemd dan uwaarschijnlijk bedoelt. Nee. Het beleid over luchtvaart behoort natuurlijkintegraal toe aan de portefeuille van de Minister van IenW, dus ook waarhet gaat om de effecten voor de leefomgeving rondom de luchthavenSchiphol. De Minister is hierover met omwonenden in gesprek. Hij is ingesprek met de luchthaven en de maatschappijen, maar ook met deomwonenden. Dus wat dat betreft: nee, ik voel mij niet in mijn hemdgezet. We proberen natuurlijk wel samen te bepalen wat het belangrijksteis vanuit het oogpunt van mijn bevoegdheden als Staatssecretaris tenopzichte van de bevoegdheden van de Minister en hoe hij tegen bepaaldezaken aankijkt. Ik hoop dat dit voldoende antwoord is op uw vraag,meneer Bamenga.Dan had ik nog een vraag van de heer Bamenga: erkent de Staatssecre-taris dat de juridische opties voor de omgevingsdiensten en bevoegdegezagen niet voldoende zijn om de gezondheid van mensen overal inNederland te beschermen tegen schadelijke uitstoot en tegen lozingen?Mijn antwoord daarop is dat de bevoegde gezagen en omgevingsdienstenverschillende juridische instrumenten hebben om de gezondheid vanomwonenden te beschermen. Het VTH-stelsel biedt voldoendehandvatten, maar ik vind het belangrijk dat we goed kijken hoe we degezondheid nog beter kunnen beschermen. Dit onderzoek laat ik viaverschillende trajecten lopen, zoals de Actieagenda OVV Industrie enOmwonenden, waarover uw Kamer op 5 september jongstleden isgeïnformeerd. Dat is dus de insteek die wij op dit moment willen kiezen.Ongetwijfeld zal daar nog meer bij komen, maar dit is de eerste manierwaarop we het willen aanvliegen.Dan is er een vraag van de heer Gabriëls: wat gaat de Staatssecretarisanders doen dan zijn voorganger om de personeelstekorten bij deomgevingsdiensten terug te dringen? De omgevingsdiensten dragennatuurlijk in essentie zelf verantwoordelijkheid voor hun personeelsbe-stand. Omgevingsdiensten hebben, net als alle andere sectoren inNederland, natuurlijk wel te maken met de realiteit van de zeer krappearbeidsmarkt. Dat is geen verrassing, voor niemand van ons. In aanvullingop de acties die omgevingsdiensten zelf ondernemen om die personeels-tekorten terug te dringen, heb ik middelen beschikbaar gesteld voor denaamsbekendheidcampagne om het werk van de omgevingsdiensten tepromoten. Op die manier proberen wij dus mee te helpen om de tekortenvoor de omgevingsdiensten te minimaliseren. Maar ik ben het met u eens:op de hele markt is krapte, dus ook bij de omgevingsdiensten.Ik heb wederom een vraag van de heer Bamenga. Hij vraagt wat er isgedaan met de motie over het onderzoeken van de stelselwijziging in hetVTH-stelsel, dat meer regie voor mij als Staatssecretaris als doel heeft. Ikkan daarop antwoorden dat ik natuurlijk uitvoering heb gegeven aan uwmotie. In de Kamerbrief van 27 juni 2024 bent u als Kamer geïnformeerdover de opties om mij meer regie te geven in het VTH-stelsel. Die optiesworden op dit moment verder uitgewerkt en in hun onderlingesamenhang geanalyseerd. Daarna ga ik uw Kamer wederom informeren.Dat wil ik in principe voor het einde van het jaar doen. Dan heeft u ookdirect een tijdsindicatie van wanneer ik daarover naar u toe ga komen.Dan heb ik een vraag van de heer Boutkan, namens de PVV. Hij vraagt:wat is de stand van zaken van de versterking van de omgevingsdiensten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41822 zodat zij de VTH-taken beter uit kunnen voeren? Deels zal ik in herhalingvervallen; dat zal u niet verbazen. Gemeenten en provincies staan alsopdrachtgevers/eigenaren van de omgevingsdiensten aan de lat omervoor te zorgen dat zij voldoende robuust zijn voor de uitvoering van huntaak. Ik stel eenmalig middelen beschikbaar om de omgevingsdiensten teondersteunen in het proces om robuuster te worden. Dat vergt al mijnaandacht, maar het is wel een proces waar we gedegen naar moetenkijken in overleg met gemeenten en provincies.Ik heb dan een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-PvdA: hetvoorzorgsprincipe wordt vrijwel nooit toegepast; hoe gaat de Staatssecre-taris dit oplossen? Ik werk samen met medeoverheden en bevoegdegezagen om meer duidelijkheid te krijgen over het toepassen van hetvoorzorgsbeginsel. Dat betekent dat ik onder het ImpulsprogrammaChemische Stoffen met het RIVM en de bevoegde gezagen werk aan eenroutekaart signalering en voorzorg waar het gaat om mogelijk gevaarlijkechemische stoffen. De eerste resultaten verwacht ik begin 2025 met uwKamer te delen. Over de toepassing van het voorzorgsbeginsel looptdaarnaast nog een juridische verkenning waarvan ik de resultaten eind ditjaar verwacht. Begin 2025 komen de eerste resultaten dus en de juridischeverkenning komt eind dit jaar.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Is dit na het blokje of moet ik wachten tot na het blokje? Want over ditvoorzorgsprincipe heb ik echt iets dringends. Maar ik wacht wel als hetmoet. Zeg het maar voorzitter.De voorzitter:Ik zou u graag willen verzoeken om even dit blokje af te wachten, zodat wedat georganiseerd kunnen doen.Staatssecretaris Jansen:Dan ga ik gewoon door, voorzitter. Dank u. Ik heb wederom een vraag vande heer Bamenga: hoe gaat de Staatssecretaris opvolging geven aan deaanbeveling van het Rli-rapport om meer prioriteit te geven aan het tijdigactualiseren van vergunningen en de handhaving daarvan? De Rli heefteen rapport gemaakt, Met recht balanceren, over hoe we de toenemendejuridisering rondom milieuonderwerpen moeten duiden. Het is natuurlijkprima dat het rapport er ligt; laten we daar heel duidelijk over zijn. Het isaangeboden aan de Minister voor Rechtsbescherming en de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op dit moment wordt eenkabinetsreactie voorbereid om naar uw Kamer te sturen. En ja, ik herkende problematiek die de Rli aansnijdt over het actualiseren van devergunningen. In de kabinetsreactie zult u daar zeker ook een reactie opzien. Want het is wel iets dat essentieel is en dat speelt.Ik heb nog een vraag van mevrouw Wingelaar van NSC: ligt de prioriteitvan de Actieagenda Industrie en Omwonenden ook bij Delfzijl en Geleen?Ik begrijp dat de inwoners van Delfzijl en Geleen zich zorgen maken, netzoals veel andere mensen, juist vanwege de recentere berichtgevingenover wat het betekent voor omwonenden rondom industrie. Ik heb eerderal het gezondheidsonderzoek voor Chemelot in Geleen genoemd. HetRIVM gaat dit uitvoeren en verwacht in 2025 resultaat. Ik werk dus toenaar een algemeen te gebruiken methode, die vervolgens ook in Delfzijl ofin Geleen gebruikt kan worden voor soortgelijk onderzoek. Dat is hoe wehet proberen aan te vliegen.Dan is er weer een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij vande Arbeid. Hij vraagt of ik bereid ben om de invulling van het rijkscoördi-natorschap Chemours te doen, zoals is gevraagd in de motie. Ik zal u heeleerlijk zeggen dat ik het nummer van de motie en wanneer het was nietweet. Maar uw vraag werd wel begrepen. We zijn aan het kijken hoe wedeze motie kunnen uitvoeren. We zijn op dit moment in gesprek met deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41823 regio. De wijze van invulling van het rijkscoördinatorschap is nog steedsonderwerp van het gesprek met de regio, want het moet natuurlijk weleffectief en haalbaar zijn. Zodra deze invulling bekend is, zal ik uw Kamerdaarover nader informeren.Ik heb apart nog een stuk over Tata Steel. Dat is al meerdere kerengenoemd door u allen. Dat verbaast mij natuurlijk niet. Eerst heb ik ietsalgemeens. Bij Tata Steel speelt veel, bij het bedrijf zelf en in deomgeving. Dat is voor mij ook de reden geweest om begin deze week inde regen daar op bezoek te gaan. Ik sprak met inwoners, de omgevings-dienst, de GGD, het bedrijf zelf, wethouders en gedeputeerden. Ik heb dusecht met zo veel mogelijk mensen geprobeerd te praten over deveelvuldige problematiek die er op dat moment daar speelt. Stuk voorstuk waren het bijzonder leerzame, informatieve gesprekken. Ik weet ookdat een aantal Kamerleden ook daar op bezoek is geweest. Dat is heelbelangrijk, denk ik, want het geeft ook aan dat we dit serieus nemen endat we de problematiek waar de omwonenden mee te maken hebben, ookserieus nemen.Het viel mij wel op dat ieder gesprek ook vanuit een ander perspectiefwas. Maar iedereen was wel enorm betrokken. Ik sprak daar met mensendie zorgen hebben over hun gezondheid en over hun naasten, maar ookover de problematiek van «moet ik hier blijven wonen met mijn jongekinderen?», dus ook over toekomstige generaties. Heel simpel gezegd:zoals het nu gaat, gaat het niet goed. Ik noem stank, lawaai, stof, allerleinegatieve effecten op de gezondheid en een houding van het bedrijf en deoverheid die lange tijd tekort heeft geschoten, denk ik. Ik vind dat dat nietkan. Dat is ook de reden dat ik hier ben langsgegaan en waarom ik vinddat we actie moeten ondernemen.Tegelijkertijd heb ik oog voor het belang van de staalindustrie inNederland, zoals ik eerder memoreerde. Ik sprak meerdere medewerkersdie met trots over hun bedrijf spraken en die drukdoende zijn om zaken teverbeteren. Ik heb gekeken naar het windscherm dat ze aan het bouwenzijn en de nieuwe stofinstallatie, zodat de omliggende dorpen mindergeconfronteerd worden met neerdwarrelende schadelijke stofdeeltjes. Ener liggen nog allerlei plannen om het beter te maken. Ik weet van dediscussie dat sommige mensen zeggen: dit zijn achterstallige werkzaam-heden. Maar er zijn ook wel degelijk zaken echt gericht op verbetering vande omgeving voor de omwonenden. En ik zeg u dat ik de koe dan ook bijde horens vat. Ik ga er met beide handen mee aan de slag. Dat doe iksamen met mijn collega, de Minister van Klimaat en Groene Groei, en datdoe ik ook graag samen met u. Samen gaan we op weg naar een schoneomgeving en een toekomstbestendig staalbedrijf waar buren enwerknemers trots op zijn. Maar ik besef ook dat het een hele lastige,hobbelige weg is. Ik denk dus dat het goed is om hier voortdurend metelkaar het gesprek over te blijven voeren, zoals we dat vandaag ook doen.Dat was mijn algemene inleiding, voorzitter. Dan behandel ik nu gerichteen aantal vragen. Het lid Kostic´ zei: u roept het kabinet op om geen geldte stoppen in onderhoud en om duidelijke normen te stellen voor paks.Dat gaat dus niet alleen over fijnstof. Ah, er wordt mij ingefluisterd dat hetom achterstallig onderhoud gaat. U hebt helemaal gelijk.De voorzitter:Ik ga gelijk ingrijpen als voorzitter. Als u iets wil zeggen, doet u dat a viade voorzitter. En we hadden afgesproken om interrupties aan het eindevan het blokje te doen. Dat geldt ook voor de beantwoording door deStaatssecretaris. Ik begrijp hoezeer Tata Steel het lid Kostic´ aan het hartgaat, maar probeert u dit s.v.p. te bewaren tot u aan de beurt bent, ookvoor de beeldvorming. Dat is het vriendelijke verzoek van uw voorzitter.Ja, lid Kostic´, u mag ongetwijfeld antwoorden.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41824 Uiteraard doe ik de interrupties via de microfoon, maar het was een kleinecorrectie op de Staatssecretaris, dat het niet gaat om onderhoud in hetalgemeen maar om achterstallig onderhoud. Het was een feitelijkecorrectie op hoe ik de vraag heb gesteld.De voorzitter:Maar de Staatssecretaris was nog niet klaar met zijn beantwoording, duswie weet was hij daar nog op gekomen. Dat heeft hij ook toegezegd. Hijweet uw woorden als geen ander te interpreteren. Gaat u verder,Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Ik ga door met de beantwoording van het lid Kostic´. Ik ben natuurlijk opbezoek geweest. Dat heb ik ook in mijn algemene inleiding weergegeven.Daarin had ik het wel degelijk over achterstallige en ook nieuwe maatre-gelen. Ik heb de essentie van uw vraag dus goed onthouden, maar dankvoor de aanscherping. Ik hoor uw oproep om ten eerste geen belasting tegeven aan achterstallig onderhoud en om ten tweede duidelijke normente stellen voor de reductie van de paks. Dat is heel helder. We zullen enkunnen geen maatwerkafspraken maken over wettelijke verplichtingen,alleen over bovenwettelijke maatregelen. Zodoende zullen we dus geensteun geven voor achterstallig onderhoud. Dat is de essentie achter deredeneerlijn die we daar met elkaar toepassen.De paks zijn zeer zorgwekkende stoffen. Daar geldt momenteel al eenwettelijke minimalisatieplicht voor. Een bedrijf is dus al verplicht om deuitstoot te minimaliseren. Daarom zijn aanvullende afspraken in onzeoptiek op dit moment niet nodig. Er liggen namelijk al richtlijnen. Mochtnou blijken dat dit in de toekomst mogelijk wel noodzakelijk is, dan komenwe daar natuurlijk bij u op terug.Dan heb ik een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van deArbeid over de motie over Tata Steel: kan ik iets vertellen over de standvan zaken van de gezondheidseffectrapportage, de GER, met betrekkingtot Tata Steel? Het kabinet spant zich in voor een snelle uitvoering van deGER, maar dit is niet eerder gedaan, want de methodiek wordt nogontwikkeld. Daarom is nog niet helemaal zeker wanneer de GER wordtopgeleverd. Momenteel werken we met de expertgroep en het RIVM aanmethodische kaders hieromtrent. De volgende stap is de uitvoering vande GER. Daarvoor zijn de inzichten van de milieueffectrapportage, deMER, nodig. Hierna kan het nog ongeveer drie tot zes maanden duren. Ikhoud enigszins een slag om de arm. Dus de verwachte oplevering is op ditmoment in de eerste helft van 2025. Dat is de planning waar wij op ditmoment mee werken.Dan heb ik nog een andere vraag van de heer Gabriëls: hoe staat het metde uitvoering van de motie met een oproep om te onderzoeken of eengezondheidseffectrapportage eenzelfde plek kan krijgen als een milieuef-fectrapportage in de besluitvorming over de omgevingsvergunningen?Denk ik dat dit een goede manier is om te sturen op gezondheid? Evenheel sec: daar wordt aan gewerkt in het kader van de ActieagendaIndustrie en Omwonenden. Dat is heel algemeen; dat snap ik. Bij TataSteel wordt er op dit moment gewerkt aan de gezondheidseffectrap-portage. Dit moet u zien als een pilot, waar we uiteindelijk van kunnenleren. Op basis van de lessen daar bepalen we of het zinvol is om dezegezondheidseffectrapportage landelijk uit te rollen. Dat is de volgorde diewe hieromtrent proberen te hanteren.Het lid Kostic´ vroeg: is de Staatssecretaris bereid om met CE Delft ingesprek te gaan? Dan is mijn vraag – ik kijk even opzij – wat is CE? Eenonderzoeksbureau, wordt mij verteld. Excuus. Ik zit nog niet lang genoegin de materie. Ben ik bereid om met het onderzoeksbureau CE Delft ingesprek te gaan? Nou, ik ben zeker bereid om in gesprek te gaan met CETweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41825 Delft om hun onderzoek nader te begrijpen. Momenteel wordt er al naareen datum gezocht voor een ambtelijk gesprek. Dus mijn antwoord is: ja.Dat is de beantwoording van dit onderdeel, voorzitter.De voorzitter:Ik dank de Staatssecretaris voor dit blokje. Daar hebben we twintigminuten over gedaan, met de beantwoording van de Staatssecretaris,maar daar zat ook zijn inleiding bij. Dus ik ga heel snel door met eeninterruptie van de heer Bamenga. En ik zie meer vingers de lucht in gaan.We gaan van start met een interruptie van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):De staatsecretaris heeft zojuist aangegeven dat er een kabinetsreactiekomt op een aantal vragen die ik gesteld heb. Eigenlijk wil ik in eersteinstantie gewoon weten wanneer we die kunnen verwachten. Komen devragen die ik gesteld heb, daarin terug? Worden die dus nadrukkelijkbeantwoord?De voorzitter:Wil de Staatssecretaris de beantwoording bundelen, of wil hij gelijk even?Staatssecretaris Jansen:Ik begrijp dat bundelen meestal de procedure is.De voorzitter:Ja, daarom. Dan kan dit even verder uitgewerkt worden. Dan ga ik snelverder met de interrupties. Een tweede interruptie, meneer Bamenga?Doet u dat maar gelijk.De heer Bamenga (D66):Ik vroeg me iets af, want ik weet niet of ik het goed gehoord heb. DeStaatssecretaris gaf weliswaar aan dat we de gezondheid nog betermoeten beschermen, maar het leek net alsof hij vond dat de gezondheidop dit moment al voldoende wordt beschermd door de regelgeving diewe hebben en de toepassing daarvan. Klopt dat of heb ik dat tochverkeerd begrepen?De voorzitter:Dat waren ze, meneer Bamenga?De heer Bamenga (D66):Nou, dat hangt van het antwoord af.De voorzitter:Ja, maar u hebt ook maar een bepaald aantal interrupties, hè. Dat aantalmoet u voor uzelf wel in de gaten houden. We gaan naar het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mag ik eerst vragen naar een mogelijk gemist antwoord op een vraag?Misschien heb ik het gewoon niet goed gehoord.De voorzitter:Onder het kopje industrie?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, een vraag over pfas. Of komt dat onderwerp ergens anders terug? Ikhoor dat daar apart op ingegaan wordt. Oké, dan gaat het helemaal goed.Dank voor de verduidelijking. Ook dank voor de toezegging om met CEDelft in gesprek te gaan. Mijn vervolgverzoek is om het aan de KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41826 terug te koppelen als daar iets uitkomt wat het vervolg voor Tata Steel ende omwonenden betreft.Dan heb ik nog een interruptie over de stelling van de Staatssecretaris dathij eigenlijk niet van plan is om afspraken te maken met Tata over paks enandere kankerverwekkende stoffen. Dat baart mij toch wel zorgen. DeStaatssecretaris zegt dat de paks al in de ZZS zitten, maar bovenwettelijkemaatregelen nemen en scherpere afspraken maken heeft ook te makenmet hoe snel je dingen kunt doen. Dit is ook iets waarvan je zou kunnenzeggen: dit is bovenwettelijk. Dan kun je met Tata afspreken: in dat en datjaar willen we zo veel reductie van paks voor elkaar krijgen. Dat is mijnvraag aan de Staatssecretaris. Bent u bereid om voor kankerverwekkendestoffen hele duidelijke doelen te stellen, zoals u dat ook doet voor fijnstof?Dat is officieel ook Europees geregeld.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk naar mevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Even over die zorgkosten. Het gaat mij niet zozeer om de zorgkosten,maar ik zie dat als een signaal dat het op veel plekken mis is in Nederland,allemaal in het gebied van industrie. Ik hoor de Staatssecretaris zeggendat hij wil laten onderzoeken of dat gebeurt bij Tata. Chemours enChemelot in Geleen komen daarbij. Heel goed, maar wat zijn nou eigenlijkde kaders om voor een onderzoek in aanmerking te komen? Want het lijktalsof we kiezen tussen inwoners. Ik vraag me dat echt af, want de mensenin Delfzijl, waar de kosten het allerhoogst zijn, krijgen geen onderzoek.Wanneer doen we dat dus wel en wanneer niet? Ik heb daar moeite mee,want dan lijk je die inwoners tekort te doen.Dank u wel.De voorzitter:Helder. De heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Dank je wel, voorzitter. Dank en felicitaties aan de Staatssecretaris voorzijn eerste optreden; zeer gewaardeerd. Ik sloeg aan op de vraag van deheer Boutkan en de reactie van de Staatssecretaris daarop over hetverstevigen van de omgevingsdiensten. Ik heb daar een vraag over. Voorde inwoners is het natuurlijk belangrijk dat er robuuste omgevings-diensten zijn, maar we weten dat niet alle omgevingsdiensten inNederland even effectief en robuust zijn. Ik vraag me af – dat is ook mijnvraag aan de Staatssecretaris – of er een ondergrens is die hij zal hanterenvoordat hij ingrijpt.Dank u wel.De voorzitter:Dat is een mooie, heldere aanvullende vraag. Ik dank u. Meneer Gabriëls,u zit te popelen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja. Ik zit te twijfelen of ik één of twee interrupties ga inzetten. Laat ik hetbij één houden, vooralsnog. Ik wist natuurlijk dat de Staatssecretaris zouantwoorden met zaken als de Actie-agenda OV Knooppunten, hetImpulsprogramma Chemische Stoffen en het interbestuurlijk programmaVersterking VTH-stelsel. Dat deed mevrouw Heijnen namelijk ook altijd.Dat zijn onderzoeken. Dat wist ik dus, maar ik had gehoopt op iets meerurgentie en iets meer verandering. Maar het is goed dat die in ieder gevaldoorgaan, dus dat is oké.Maar dan het voorzorgsprincipe. Over het voorzorgsprincipe is telkensdiscussie geweest. In 2023 is een motie van de heer De Hoop aange-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41827 nomen, waarmee breed door de Kamer is gezegd: wij willen het voorzorg-sprincipe beter in de wet verankeren. Dat is toen afgedaan onderverwijzing naar het Impulsprogramma Chemische Stoffen, waarbij werdgezegd: wij gaan u meer informatie bieden; wij gaan de omgevings-diensten helpen met betere informatie om het voorzorgsprincipe toe tekunnen passen. Toen zeiden de omgevingsdiensten: fijn dat we dieinformatie krijgen, maar er is ook iets anders nodig, namelijk een betereomschrijving in de wet; dan hebben we én die informatie én die betereomschrijving. Die toezegging heeft mevrouw Heijnen gedaan: eind dit jaarzou er een betere omschrijving in de wet zijn. Dat stond in de aange-nomen motie én dat is toegezegd. Het antwoord dat we de omgevings-diensten beter van informatie gaan voorzien, is niet voldoende. De vraagen de toezegging waren nou juist om te komen met een andereomschrijving in de wet, zodat de omgevingsdiensten het voorzorgs-principe beter kunnen toepassen, waardoor de gezondheid beterbeschermd wordt. Want dat principe wordt bijna niet toegepast. Dat isnou juist het punt. Daar zou ik dus graag mijn eerste interruptie aan willenwijden.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de Staatssecretaris voor de beantwoording vande gestelde vragen.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Dank voor de aanvullende vragen. De heer Bamengavroeg mij wanneer ik terugkom met bepaalde zaken die al eerder tersprake zijn gekomen dan wel zijn toegezegd. Ik begin met de Rli. Diethematiek komt terug. De kabinetsreactie op het rapport komt nog dit jaar,dus dan heeft u iets meer duiding van wanneer het naar u toe zal komen.Ik ga niet zeggen of dat nog in dit kwartaal of in het volgende kwartaal is.Gevoelsmatig ga ik er zelf van uit dat het het laatste kwartaal is, maar hetkomt nog dit jaar naar u toe.De tweede vraag van de heer Bamenga ging over vergunningverlening,toezicht en handhaving. De beantwoording van de VTH-vragen is voorzienvoor eind dit jaar, in de voortgangsbrief. Voor beide geldt dus hetzelfde:uiterlijk eind dit jaar heeft u de beantwoording.Dan kom ik bij de vraag van het lid Kostic´ over de paks en de maatwerkaf-spraak. De inzet is om de gezondheid zo veel mogelijk te verbeteren. Datheb ik ook al in mijn eerste reactie aangegeven. We gaan nog bekijkenvoor welke stoffen we specifieke afspraken gaan maken. Daar kan ik op ditmoment helaas niet op vooruitlopen, want dat is onderdeel van delopende onderhandelingen. Zolang die plaatsvinden, moet ik u helaas hetantwoord op die vraag even schuldig blijven. Maar we zijn erover aan hetnadenken, we zijn erover in gesprek en ik kom er netjes bij u op terug.Dan de vraag van mevrouw Wingelaar van NSC over het onderzoek inDelfzijl. Ik heb eerder geprobeerd toe te lichten hoe wij hiermee omgaan.De capaciteit bij het RIVM is natuurlijk beperkt. Daarom kan helaas nietalles tegelijk. Wij hebben voor ogen om met de drie voorbeelden die iknoemde, Tata Steel, Chemours en Chemelot, een landelijke systematiekop te zetten die zich uiteindelijk kan vertalen naar andere delen van hetland, dus ook naar Geleen en Delfzijl. Dat is hoe we het doen, omdat erhelaas gewoon niet voldoende mensen zijn. Hadden we die wel gehad,dan hadden we meer brandhaarden kunnen meenemen, maar dan nogkom je bij dezelfde essentie uit: welke brandhaard wel en welke niet? Juistom willekeur zo veel mogelijk te voorkomen, hebben we gezegd: wepakken eerst deze drie en vandaaruit gaan we landelijk een stap verderzetten.Dan was er nog een vraag van de heer Gabriëls over het beter in de wetverankeren van het voorzorgsbeginsel. Ik had het idee dat ik daar in debeantwoording al op terug was gekomen. Mijn voorganger heeft uTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41828 toegezegd om u dit najaar te informeren over de uitkomsten van hetjuridische onderzoek naar onder andere de verankering van hetvoorzorgsbeginsel. Dit onderzoek loopt nog. Zodra de uitkomsten er zijn,kan ik die naar uw Kamer zenden. Ik zie aan de reactie van de heerGabriëls dat hij mogelijk iets anders bedoelt dan wat ik nu in mijnantwoord zeg.De voorzitter:Dat gaan we proberen te achterhalen via de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik vind dit geen interruptie. Hierop ingaand: u zegt dat er geen daadwerke-lijke wetsverandering of betere verankering komt, maar dat er onderzoekwordt gedaan naar een manier om het beter in de wet te verankeren. Datverzoek is een jaar geleden ingediend, in de motie van de heer De Hoop,die in 2023 breed is aangenomen. Daar staat in: om te onderzoeken en tebekijken hoe het voorzorgsprincipe beter in de wet verankerd kan worden.We zijn nu een jaar verder en dan komt pas dat onderzoek. Wanneer komtdan de daadwerkelijke wetsverandering?De voorzitter:Ik heb begrepen dat de Staatssecretaris heeft gezegd dat de juridischetoets nog loopt. Misschien maai ik nu een beetje het gras voor zijn voetenweg, dus ik kijk even naar hem.Staatssecretaris Jansen:Misschien gebruik ik een andere bewoording dan u zou verwachten. Maareven heel plat: het onderzoek loopt. Misschien maakt dat het makkelijker.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja.De voorzitter:Ik zie aan het gezicht van de heer Gabriëls dat hij denkt: zit mevrouwHeijnen daar nog te spreken of is het toch een nieuwe Staatssecretaris?Hij zit een beetje te vissen naar de stand van zaken.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik zou willen dat we niet in 2025 dezelfde discussie hebben, namelijk: hetonderzoek loopt nog. Het moet ooit af zijn, toch?De voorzitter:Misschien is het toch een kwestie van woordkeuze.Staatssecretaris Jansen:Misschien kunnen we met elkaar afspreken dat wij voorkomen datdiezelfde discussie over een jaar weer plaatsvindt. Ik zorg dat ik eerder biju terugkom. Dat is mijn streven. Zullen we dat afspreken?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dat is dan de toezegging. Die had ik eigenlijk al van mevrouw Heijnen,maar dan herhalen we die.Staatssecretaris Jansen:Ik ga die toezegging proberen na te komen, zeg ik tegen de heer Gabriëls.De voorzitter:Een nieuwsgierige vraag van deze voorzitter: zit daar ook nog een termijnaan verbonden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41829 Staatssecretaris Jansen:Ik probeerde net te zeggen dat dat in ieder geval voor volgend jaar is,maar ik hoor nu naast mij dat we dat gewoon dit jaar gaan doen. Daarmeebent u volgens mij goed bediend.De voorzitter:Die zetten we op het lijstje!Staatssecretaris Jansen:Dan kom ik bij de openstaande vraag van de heer Buijsse van de VVD overde robuuste omgevingsdiensten en een ondergrens. De diensten werkenmomenteel op basis van plannen van aanpak, vastgesteld door debestuurder, om robuust te worden. Daarvoor hebben ze tot 1 april 2026 detijd. Ik ben absoluut bezig met de monitoring daarvan. Toevallig hebbenwij daar vandaag, en ook al eerder deze week, weer over gesproken. Decriteria leggen wij vast in de wetgeving. Ik denk dat dat voldoende is om ugerustheid te kunnen meegeven.Ik denk dat we dit onderwerp daarmee hebben afgerond.De voorzitter:Dat dacht u, maar het lid Kostic´ denkt daar anders over.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik ben al heel blij met de beweging van de Staatssecretaris om paks tegaan normeren en daar afspraken over te maken. Dat is namelijk de wensvan de Kamer en van de omwonenden. Maar waar ik mij zorgen overmaak, is de black box van de onderhandelingen. Het is natuurlijk dewereld op zijn kop dat wij hier miljoenen, miljarden aan belastinggelddreigen te besteden en niet weten waar we uiteindelijk op uit gaan komen.Volgens mij hebben wij als Kamer gezegd dat gezondheid leidend moetzijn. Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat er een balans moet zijn tussengezondheid en economie. Dat is een ander verhaal. Ik wil dus van deStaatssecretaris vooral het volgende horen. Is de gezondheid voor hemleidend in de onderhandelingen? Gaat hij ervoor zorgen dat er duidelijkenormen komen op al die stoffen waar de omwonenden zich zorgen overmaken, dat die verifieerbaar zijn en dat die door de gezondheidsexpertsgetoetst worden op hun toereikendheid? Gaat hij ervoor zorgen dat dieafspraken vervolgens worden gecontroleerd door de overheid en dat demetingen in handen van de overheid komen, zodat Tata er niks meer meete maken heeft, zoals per motie gevraagd? Ten slotte, gaat hij ervoorzorgen dat als we er over twee jaar achter komen dat het toch niethelemaal lekker gaat en Tata niet goed richting de afspraken gaat, we Tataniet nog een kans geven om met een herstelplan of verbeterplan tekomen? Gaat hij ervoor zorgen dat zodra we zien dat Tata zich niet aan deafspraken houdt, we meteen ingrijpen en stoppen met het project?De voorzitter:Ik ben heel benieuwd hoe de Staatssecretaris de zwarte doos die te makenheeft met de onderhandelingen gaat uitleggen.Staatssecretaris Jansen:Gelukkig is het een black box en geen doos van Pandora, want die is nogingewikkelder. Maar ik kan hier wel antwoord op geven. Wij balancerentussen hoe we voorkomen dat we het belang schaden van de onderhan-delingen die we op dit moment voeren rondom de maatwerkafspraak, enhoe we de Kamer op de hoogte houden van de vorderingen daarin. Ik kanu meegeven dat we de Kamer periodiek vertrouwelijk gaan bijpraten. Danweet u ook waar we het over hebben en wat de status is. Uiteindelijk heeftde Kamer instemming op het eindresultaat. Volgens mij is dat voldoendewaarborg voor u als Kamer om a te worden bijgepraat in vertrouwe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41830 lijkheid en b uiteindelijk instemming te geven op het eindresultaat. Ik denkdat u daarmee goed in positie bent gebracht. Ik zie uw reactie. Misschienhad u iets meer gehoopt, maar dit is wat ik op dit moment kan aangeven.Ik denk dat dat in deze situatie het slimste is, want anders kan demaatwerkafspraak negatief worden beïnvloed. Dit is dus hoe we hiermeeom zouden willen gaan.Dan gaan we naar het volgende onderwerp: de luchtkwaliteit. Ik zeg erdirect bij dat dit het laatste onderwerp is waar ik een kleine inleiding bijdoe – misschien nog bij agro – voordat ik bij de beantwoording van devragen kom.De voorzitter:Als voorzitter vraag ik u toch om uw inleidingen kort en bondig te houden,want het is ondertussen 15.35 uur en u heeft nog een aantal blokken tegaan.Staatssecretaris Jansen:De rest van de mapjes is dunner, dus dat gaat heel snel.De voorzitter:Wij kennen elkaar al langer dan vandaag. Ik ben van u gewend dat u korten bondig bent.Staatssecretaris Jansen:Ik zal sneller praten.De voorzitter:Maar met deze pet van Staatssecretaris heeft u toch een iets andere lengtegekozen.Staatssecretaris Jansen:Waar mogelijk zal ik versnellen.Schone lucht is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Mensenoverlijden in Nederland gemiddeld nog altijd zo’n acht maanden eerderals gevolg van vieze lucht. De luchtkwaliteit in Nederland wordt welsteeds beter. Dat is belangrijk, want elke verbetering leidt uiteindelijk totgezondheidswinst. Maar schone lucht ontstaat niet vanzelf. Daar moetenwe met z’n allen keihard aan blijven werken. Dat doen we bijvoorbeeldmet het Schone Lucht Akkoord, wat al een aantal keren ter sprake isgekomen. Het Schone Lucht Akkoord moet ervoor zorgen dat 50% van degezondheidswinst in 2030 door minder luchtvervuiling afkomstig is vanNederlandse bronnen. Het streven voor 2030 is dus 50% meer gezond-heidswinst. In 2030 loopt het Schone Lucht Akkoord af en gaan de nieuwe,aangescherpte Europese normen voor luchtkwaliteit gelden. DezeEuropese afspraken over het schoner en gezonder maken van het milieuzijn belangrijk, omdat vervuilende stoffen zich helaas niet houden aanlandsgrenzen; die discussie heeft u onderling ook gevoerd. Dat geldt zekervoor vervuilende stoffen in de lucht. Dat alle lidstaten er gezamenlijk deschouders onder moeten zetten, draagt denk ik bij aan een gelijk speelveldvoor zowel burgers als bedrijven. Het belangrijkste blijft natuurlijk dat denieuwe Europese grenswaarden zullen leiden tot een betere luchtkwaliteit,minder gezondheidsschade, lagere maatschappelijke kosten en eengezondere leefomgeving in 2030 en daarna.Voorzitter. Dat was mijn inleiding, dus ik ga nu naar de beantwoording vande vragen. Ik begin met de vraag van de heer Bamenga van D66. Ben ikhet met D66 eens dat we de gezondheidskundige advieswaarden van deWHO uit 2021 niet kunnen negeren en hoe nemen we de kennis van deWHO over schone lucht toch mee in ons beleid? Dat was zijn vraag. Deadvieswaarden van de WHO uit 2021 zijn natuurlijk belangrijk, want zelaten zien wat uit het oogpunt van gezondheid wenselijk is. Uw KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41831 heeft eerder gevraagd om toe te werken naar deze WHO-advieswaarden.Ik zet me in om die WHO-advieswaarden op termijn te bereiken, maar datkan helaas niet van de een op de andere dag. We kunnen dat alsNederland ook niet alleen. Ook andere landen in Europa zullen hunsteentje moeten bijdragen. In de herziene EU-Richtlijn luchtkwaliteit is hetdoel om via een tussenstap in 2030 uiteindelijk in 2050 overal aan dezenieuwe advieswaarden te voldoen.Dan heb ik wederom een vraag van de heer Bamenga. Bent u bereid omde WHO-advieswaarden uit 2021 op te nemen als streefwaarden, zodatprovincies en gemeenten wel de opdracht krijgen om beleid te maken opbasis van de meest up-to-date kennis over luchtkwaliteit? In essentie kanik zeggen: ja, daar ben ik toe bereid. In de herzieneEU-luchtkwaliteitsrichtlijn is afgesproken dat de lidstaten tussen 2030 en2050 toewerken naar de WHO-advieswaarden, zoals ik net al opmerkte. Bijde implementatie van de herziene richtlijn ga ik kijken welke opties er zijnom de omgevingswaarden op te nemen, zoals met een inspanningsver-plichting of een resultaatverplichting. Voor de gezondheid van inwoners ishet altijd het beste om niet stil te gaan zitten als normen behaald zijn. Alsde luchtkwaliteit verder verbeterd kan worden, ontstaat er natuurlijk nogmeer gezondheidswinst. Niet voor niets is dat het streven in het SchoneLucht Akkoord.Dan een vraag van het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren. Deadvieswaarden van de WHO worden met de uitvoeringsagenda van hetSchone Lucht Akkoord niet gehaald. Met welk tempo ga ik alsnogtoewerken naar de WHO-advieswaarden en kan ik toezeggen op kortetermijn met een plan hiervoor te komen? Om de meest recenteWHO-advieswaarden in Nederland te kunnen halen, moeten er zowel inNederland als in de ons omringende landen maatregelen genomenworden, want luchtvervuiling houdt niet op bij de grenzen. De herzieneRichtlijn luchtkwaliteit kent een pad met een tussenstap in 2030 naar 2050toe. De verplichte grenswaarden van de richtlijn gelden voor alleEuropese lidstaten, dus echt iedereen moet aan de bak om dit te reali-seren. Zodra de richtlijn officieel is vastgesteld, start het RIVM een analysevan wat daar moet gebeuren. Deze analyse is naar verwachting klaar inhet voorjaar van 2025. Op basis daarvan maak ik mijn plannen en dat deelik dan weer met de Kamer.Dan heb ik nog een vraag van het lid Kostic´. Klopt het dat de doelen vanhet Schone Lucht Akkoord op bepaalde plekken niet gehaald zullenworden, bijvoorbeeld rondom de Maasvlakte of rondom gebieden metintensieve veehouderij? Ja, in essentie klopt dat. Op basis van de huidigeprognoses zegt het RIVM inderdaad dat op enkele plaatsen in Nederlandde WHO-advieswaarden uit 2005 in 2030 niet gehaald gaan worden.Hiertoe behoren helaas ook de IJmond en de directe omgeving rondomSchiphol. Dus in essentie is het antwoord ja, maar als onderdeel van deimplementatie van de herziene EU-Richtlijn luchtkwaliteit ga ik kijken watnodig is om ook in deze gebieden te kunnen voldoen aan de normen. Datmoet uiteindelijk ook wel, want de richtlijn schrijft strengere grens-waarden voor die overal behaald moeten worden. Maar nogmaals, ik benhet in essentie met u eens. We zijn aan het kijken binnen het Schone LuchtAkkoord hoe we een plan van aanpak voor hoog blootgestelde gebiedenkunnen bepalen. Dit moet meer houvast bieden om zulke locatiesuiteindelijk ook goed en adequaat aan te pakken.Dan nog een vraag van de heer Bamenga. Kan de Staatssecretaristoezeggen dat er ook na 2025 nog budget zal zijn voor de uitvoering vanhet Schone Lucht Akkoord en voor het beleid op luchtkwaliteit in hetalgemeen? Om de doelen van het Schone Lucht Akkoord en de doelen uitde herziene richtlijn te halen, kunnen we niet achteroverleunen, maar isuitvoering van alle gestelde maatregelen en acties nodig. Ik kan alleen opdit moment niet vooruitlopen op de financiële keuzes, want die moetendoor het kabinet worden gemaakt. Ik zet me wel in om de leefomgeving inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41832 Nederland gezonder en veiliger te maken, maar ook ik ben afhankelijk vande besluitvorming die binnen het kabinet hieromtrent gaat plaatsvinden.Dus op dit moment kan ik daar geen ander antwoord op geven.Dan heb ik nog een vraag van wederom het lid Kostic´. Gaat de Staatsse-cretaris de maatregelen overnemen uit het rapport van CE Delft metbetrekking tot de verkenning luchtkwaliteitsmaatregelen? Op dit momentzien we eigenlijk geen aanleiding voor nieuwe maatregelen, want weliggen op koers om de doelen uit het Schone Lucht Akkoord te halen. Ikzie de verkenning naar aanvullende luchtkwaliteitsmaatregelen als eengoede eerste stap van de onderzoeken naar de mogelijkheden die erstraks zijn als blijkt dat aanvullende maatregelen inderdaad nodig zijn. Ikga het RIVM dan ook vragen om een analyse te doen van de gevolgen vande herziene EU-kwaliteitsrichtlijn. Op basis van deze analyse van het RIVMzal ik kijken of maatregelen nodig zijn en zo ja, waar. Op dat moment zal ikde resultaten van de verkenning naar aanvullende maatregelen concreetmeenemen in mijn afwegingen.Mevrouw Wingelaar van NSC zei dat de richting van de stikstofmaatre-gelen niet bekend is. Zij vroeg welke consequenties dit dan heeft voor hetSchone Lucht Akkoord. In essentie staan de stikstofdoelen overeind, dusvooralsnog liggen we op koers om de doelen uit het Schone LuchtAkkoord te halen. Het RIVM geeft aan dat we met het beleid tot nu toe opkoers liggen, dus daar ligt niet de aanleiding. In het nieuwe regeerpro-gramma blijven echter wel de doelen voor klimaat en stikstof natuurlijkgewoon staan. Ik heb daarom nu geen reden om aan te nemen dat dedoelen niet gehaald gaan worden. Maar als blijkt dat dat na de analyseanders is, ga ik natuurlijk kijken naar wat ik moet doen om de doelenalsnog te halen. Maar op dit moment denken we dat we op schemaliggen.Dan een vraag van de heer Boutkan van de PVV in het kader van hetSchone Lucht Akkoord. Hij gaf aan dat de vorige Staatssecretaris nietbereid was het ecodesignlabel door te voeren en dat zij meer wildeinzetten op preventie om zo klachten met betrekking tot houtstook teverminderen. Hij vroeg hoe ik dat zie. Het ecodesignlabel is al doorge-voerd, maar het is geen verplichte vervanging voor oude kachels. Nieuwekachels moeten al een ecodesignlabel hebben, dus in die zin is dewetgeving daadwerkelijk al doorgevoerd, zoals ik al zei. Het is echter nietmijn streven om alle oude kachels te vervangen voor nieuwe kachels. Ikwil mensen niet op kosten jagen door hen te dwingen om een nieuwekachel aan te schaffen. Bovendien is een dergelijke vervangingsslag vooruitvoering en handhaving simpelweg niet controleerbaar.Voorzitter. Dat was volgens mij de laatste vraag die ik heb gekregenrondom dit onderwerp.De voorzitter:Wij gaan het toetsen. Ik kijk even rond. Ik zie als eerst het lid Kostic´ en deheer Gabriëls. Gaat uw gang, het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Er is een vraag gemist over de investeringen in de luchtkwaliteit van 2025tot 2030, namelijk dat die niet opgenomen zijn in de begroting. De vraagwas als volgt: als we gezondheid serieus nemen, is de Staatssecretaris hetdan met ons eens dat dat veranderd zou moeten worden? Of wordt datmeegenomen in een ander blokje?De voorzitter:We gaan eerst even kijken of het inderdaad een gemiste vraag was of dathet antwoord niet helder en duidelijk is overgekomen. Volgens mij is hijdaar wel een beetje op ingegaan, maar misschien niet voldoende.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41833 We hadden een soortgelijke vraag van de heer Bamenga. Die vraag heb ikbeantwoord. Ik had eigenlijk het idee dat dat ook direct het antwoord wasop de vraag van het lid Kostic´.De voorzitter:Gelukkig staat het nog op de band. Staatssecretaris, gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Ten dele heeft u gelijk. Ik had inderdaad geantwoord op de vraag van deheer Bamenga. Ik kan nu niet vooruitlopen op de financiële keuzes die ditkabinet moet maken, maar ik zet mij natuurlijk wel in om de leefomgevingin Nederland gezonder en veiliger te maken. Dat was mijn antwoord. Uheeft dus gedeeltelijk gelijk, maar op dit moment kan ik niet concreterworden. Mijn excuses daarvoor.De voorzitter:Het gaat altijd om geld. Dat was het, lid Kostic´? Of had u nog een anderevraag?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, ik had nog een andere vraag. Ik moet even kijken. Een van mijn vragenwas eigenlijk anders geïnterpreteerd. Mijn vraag ging over ... Misschienmoet ik even een ronde overslaan. Dan kom ik er zo op terug, want ik hebnu een aantal vragen die door elkaar lopen.De voorzitter:Ik wilde u die woorden niet in de mond leggen. Dan de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Met betrekking tot de schone leefomgeving zijn we het allemaal heel ergmet elkaar eens. Iedereen is het eens totdat de volgende vraag komt. Nuga ik vijf seconden even niks zeggen. De vraag is: worden er ook juridischbindende doelen gesteld om de doelen van de Europese luchtkwaliteits-richtlijn te halen?Staatssecretaris Jansen:Ik denk even na over het antwoord, voorzitter.De voorzitter:Ik zou bijna willen zeggen: Tom Poes, verzin een list. Maar u denkt tocheven na. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Mogelijk ligt het aan mijn onervarenheid in dezen, maar ik heb hetvolgens mij net zelfs twee keer verwoord. De EU-richtlijn voor deluchtkwaliteit is volgens mij bindend. Daarmee dacht ik dat ik antwoordhad gegeven op die vraag.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Met andere woorden: als we de doelen niet halen – dit moet over zes jaar,in 2030 – kunnen er juridisch bindende consequenties volgen voorbedrijven die op dat moment meer uitstoten dan wat staat in deWHO-richtlijn 2005 die in de kaderrichtlijn staat. Dan kunnen we diebedrijven dus juridisch aanpakken. Als dat is wat u zegt, vind ik dat eenhele fijne toezegging.De voorzitter:Zo hoor ik het niet.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41834 Nee, sorry, ik bedoel het anders. 2030 is de tussenstap en in 2050 is hetbindend. Dat is hoe ik het antwoord bedoelde.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Iedereen is het ermee eens totdat deze vraag komt. De vraag was dus:worden er ook juridisch bindende doelen gesteld om die doelen van deEuropese richtlijn te halen? In 2030 wordt die richtlijn namelijk bindend.Het antwoord is dan dus: nee, dat doen we pas in 2050. Of is hetantwoord: ja, vanaf 2030 gaan we juridisch bindende doelen instellen?Dan heb ik namelijk heel veel hoop.Staatssecretaris Jansen:Mijn antwoord is dat er in 2050 juridisch bindende doelstellingen zijn.De voorzitter:Het lid Kostic´ heeft ... Nou, ik ga niet zeggen dat het lid Kostic´ het lichtheeft gezien, maar de vraag is wel gevonden.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Er lopen zo veel dingen door elkaar dat zelfs mijn grote hoofd het niet kanbevatten.De voorzitter:U had nog een vraag openstaan. Dat is mijn eerste vraag aan u. Welkevraag is dat?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat was misschien een verkeerd geïnterpreteerde vraag. Ik vroeg deStaatssecretaris namelijk niet of hij alle maatregelen van CE Delft perdirect wil gaan uitvoeren. Ik vroeg hem of hij bereid is er rustig naar tekijken en ons te zijner tijd per brief per maatregel te laten weten of hij daarwel of geen heil in ziet. Begrijp ik de Staatssecretaris goed dat hij nu bijvoorbaat al zegt: nou, we doen eigenlijk sowieso geen maatregel?De voorzitter:Ik heb wel gehoord dat de Staatssecretaris bereid is om met CE Delft ingesprek te gaan. Dat was weliswaar een andere toezegging, maar ik neemaan dat dat gesprek toch wel voldoende stof oplevert om vervolgens ietsop papier te kunnen zetten.Staatssecretaris Jansen:Ik ga het gesprek inderdaad aan met CE Delft, maar ik kan nu geendeadline noemen, omdat ik even moet overzien waar we het over hebben.De gesprekken lopen natuurlijk ook nog wat langer. Vindt u het goed als ikdaar periodiek op terugkom? Is dat goed voor u?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien even ter verduidelijking, voordat twee dingen door elkaarlopen. CE Delft doet heel goed werk op verschillende vlakken. In de eerstetermijn hadden we het over CE Delft in relatie tot Tata. Daar gaat u over ingesprek. Dat is fijn. Maar er is nog een rapport van CE Delft en dat gaatheel specifiek over wat je zou kunnen doen voor de luchtkwaliteit, voor demensen over wie de Staatssecretaris het net had. Er worden heel veelmaatregelen voorgesteld en mijn vraag concreet aan de Staatssecretarisis of hij op korte termijn met een brief naar de Kamer kan komen waarinhij per maatregel aangeeft of hij dat een goed idee vindt of niet enwaarom.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41835 Mijn voorstel is om dat samen te doen met het onderzoek van het RIVMdat nog komt. Dat is in het voorjaar van 2025.De voorzitter:Die staat ook genoteerd. U heeft nog één interruptie, mevrouw Kostic´.Echt één. Ik geloof mijn griffier onvoorwaardelijk. Dus u kunt nu nog ééninterruptie doen. U kunt ’m nu doen of ’m bewaren voor het volgendeblokje. Pfas komt ook nog, zegt de Staatssecretaris. En geur komt nog. Ikzou zeggen: bewaart u ’m nog even. Wilt u ’m toch gebruiken?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik ga hem toch even gebruiken, want ik hoorde toch ook weer ietsopmerkelijks van de Staatssecretaris. Hij zegt: ik overweeg eigenlijk ookniet extra maatregelen op dit moment, want we liggen op koers. Maar weweten ook uit het onderzoek dat zei dat we op koers lagen, dat hetgebaseerd was op het beleid van het vorige kabinet en dat daarbij –volgens mij is het net al door een collega gezegd – werd aangetekend datde doelen uit het Schone Lucht Akkoord alleen misschien gehaald wordenals het klimaatbeleid wordt doorgezet en als het stikstofbeleid wordtdoorgezet. Nou, wat is het geval? Dat is dat dit kabinet beide eigenlijk nietwil doorzetten. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus hoe hij eropkomt dat we op koers liggen.Staatssecretaris Jansen:Ik snap uw vraag, alleen u vraagt mij vooruit te lopen op iets waar ik opdit moment nog geen zicht op heb. Op dit moment lopen we in de pas,dus liggen we op koers. Als daar verandering in optreedt – dat heb ikvolgens mij ook in mijn eerste beantwoording gezegd – dan zullen wewaar mogelijk kijken of we de doelen kunnen aanscherpen, maar op ditmoment liggen we op koers met het Schone Lucht Akkoord.De voorzitter:En daar moet u het mee doen. Dus gaat u verder, Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Dan komen we bij het onderwerp bodem en ondergrond. Een vraag vanmevrouw Wingelaar van NSC was of ik de zorgen kan wegnemen rondombodemregelgeving en wanneer de Kamer dat kan verwachten. Op ditmoment herijk ik de bodemregelgeving. Het doel is te komen tottoekomstbestendige regels. Die regels zijn nodig om de bodem tebeschermen en de bodem te kunnen gebruiken voor maatschappelijkedoelen. Denk bijvoorbeeld aan woningbouw. Begin deze week heb ik tweerapporten van het RIVM aan de Kamer gestuurd. Deze zijn belangrijkebouwstenen voor de herijking van de bodemregelgeving. Ik verwacht uuiterlijk eind oktober verder te informeren over de vervolgstappen die ikga zetten om de bodemregelgeving te verduidelijken, te verbeteren en teactualiseren.Dan heb ik een vraag van de heer Buijsse van de VVD over staalslakken inSpijk: hoe kijkt u aan tegen de problematiek van staalslakken die in hetverleden niet goed zijn toegepast op locaties – denk aan Spijk, Eerbeek ende Oosterschelde – en waarvan het milieu en de omwonenden of anderebelanghebbenden nu nadelige gevolgen ervaren? In essentie zeer kwalijk.Daarom kijk ik hoe ik de kaders voor het toepassen van secundairebouwstoffen kan aanpassen. Van de gevallen die u noemt, hebben in Spijken Eerbeek zich inderdaad nadelige gevolgen voorgedaan van detoepassing van staalslakken. De Oosterschelde was een iets anderverhaal, maar in de eerste twee was dat wel het geval. Staalslakkenkunnen veilig en verantwoord worden toegepast, maar dan wel binnen dekaders van de regelgeving. Op die manier kunnen we primaire grond-stoffen uitsparen en mens, dier en milieu beschermen. Dat dit in eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41836 aantal gevallen – u refereert aan Spijk en Eerbeek – in het verleden nietgoed is gegaan, is een heel kwalijke zaak. Daarom ben ik bezig met hetinvoeren van een informatieplicht. Ik bekijk in het kader van de herijkingvan de bodemregelgeving welke aanpassingen ik nog meer kan doen inde kaders voor toepassing van secundaire bouwstoffen. Het oplossen vande problemen in Spijk en Eerbeek is natuurlijk – dat heeft u volgens mijzelf al aangegeven – wel de verantwoordelijkheid van de bevoegdegezagen. In Spijk is dat de gemeente en in Eerbeek de provincie.Dan heb ik wederom een vraag de heer Buijsse van de VVD. «Heeft deStaatssecretaris concrete acties uitgezet naar aanleiding van het Rekenka-meronderzoek over het veilig hergebruiken van afvalstoffen? In dit rapportwerd ook al geconcludeerd dat er snel acties nodig zijn voor een veilighergebruik van afvalstoffen.» Ja, in essentie zijn er voor het rapport alacties uitgezet. Ik noem met name de herijking en de invoering van deinformatieplicht voor staalslakken. De informatieplicht geldt vanaf1 januari 2024 bij de toepassing van AEC-bodemassen en immobilisaten.Voor staalslakken wordt ook een informatieplicht ingevoerd. Naarverwachting is dat op 1 januari 2026. Per 1 januari 2024 is voorgeschrevendat in de milieuverklaring bodemkwaliteit moet worden vermeld welkevoorwaarden en beperkingen de toepasser in acht moet nemen. In mei isde Circulaire Toepassing van staalslak en hoogovenslak – dat is zand –geüpdatet. Hierbij is er, vooruitlopend op de informatieplicht, bijtoepassers op aangedrongen om het bevoegd gezag vrijwillig – let wel:vrijwillig – te informeren over een voorgenomen toepassing van staal-slakken. Bij de herijking van de bodemregelgeving worden de kaders voorhet toepassen van circulaire bouwstoffen opnieuw tegen het lichtgehouden. Inmiddels zijn de aangrijpingspunten voor verbetering enmogelijke oplossingsrichtingen in beeld. U krijgt daar in oktober een briefover.Ik had nog een vraag van de heer Buijsse. «Kunnen we van u eenproactieve...» Hoe proactief moet ik zijn, wou ik bijna zeggen! Maar goed:kunt u van mij een proactieve houding verwachten om te voorzien in debehoefte van omwonenden en belanghebbenden aan feitelijke informatieen ga ik hier een objectieve dialoog over aan? Uiteraard ben ik bereid totgesprek. Het verschaffen van feitelijke informatie aan belanghebbendenen omwonenden – denk aan het bezoek van de week aan Tata Steel en demensen in de omgeving – is natuurlijk een verantwoordelijkheid van hetlokale bevoegd gezag. Maar dan nog vind ik het ook een taak van mijpersoonlijk om het gesprek met die mensen aan te gaan. Ieder bezoekgeeft mij namelijk een concreter beeld. Ik ben verantwoordelijk voor debodemregelgeving waarin de kaders staat voor het toepassen van desecundaire bouwstoffen, waaronder staalslakken. Ik laat me natuurlijk ookinformeren en adviseren door partijen zoals het RIVM en de omgevings-diensten. Die informatie wordt ook openbaar gemaakt. Daarnaast zijn,zoals ik al zei, de gesprekken met omwonenden en belanghebbendennatuurlijk superbelangrijk. Die geven namelijk inzicht in lokale zaken waarje tegenaan loopt, zoals de heer Gabriëls en, geloof ik, ook de heerBamenga net ook al zeiden. Mensen die hun eieren niet meer durven teeten of die oppervlaktewater of kraanwater mijden: het zijn allemaal zakendie hierin van belang zijn. Dus ja, het heeft absoluut mijn aandacht.Afgelopen jaar is er bijvoorbeeld ook een gesprek geweest met debewoners van Hellevoetsluis. Mijn voorganger heeft ook Zeeland bezocht.Het heeft dus echt de aandacht. Het voorlichten van omwonenden enbelanghebbenden over lokale issues is de verantwoordelijkheid van hetlokale bevoegd gezag, maar waar nodig ondersteunen en helpen weelkaar natuurlijk.Dan heb ik een vraag van de heer Boutkan over staalslakken. «Detoepassing van de regels gaat niet altijd goed?» Er staat een vraagteken.Volgens de zorgplicht moet de toepasser rekening houden met debijzondere eigenschappen van bouwstoffen, zodat milieuschade wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41837 voorkomen. Dat gaat helaas niet altijd goed. Bij de herijking kijk ik hoe datverbeterd kan worden door middel van de handreiking. Dat is bijvoor-beeld een oplossing. Daarover wordt u ook in oktober nader geïnfor-meerd.Ik heb nog een vraag van de heer Buijsse van de VVD. Hij zei dat hetrisicovol is voor aannemers van grote infrastructurele projecten omgezuiverde en geschoonde bodemassen te verwerven, waardoor zijmogelijk kiezen voor primaire stoffen. Dat is niet circulair, daar heeft uhelemaal gelijk in. Met de herijking werk ik wel aan betere waarborgen,waardoor het vertrouwen hersteld kan worden. Veel van de zaken zijn inhet verleden namelijk niet goed gegaan. Het gaat steeds beter, maar wemoeten er met z’n allen nog steeds heel scherp op zijn. Zoals u zelfaangeeft, is het niet wenselijk vanuit het oogpunt van circulariteit, omdatje anders iedere keer weer primaire stoffen gaat gebruiken. De belang-rijkste oorzaken zijn de incidenten met onjuiste toepassingen in hetverleden en alle terechte negatieve aandacht die het daardoor krijgt. Latenwe er heel duidelijk over zijn: het is terecht dat die aandacht wordtgegenereerd. Binnen het herijken van de bodemregelgeving ga ik beterewaarborgen proberen te bieden. Daardoor kan het vertrouwen uiteindelijkhersteld worden. Bovendien ga ik in overleg met de omgevingsdiensten,maar ook met Rijkswaterstaat, na wat er nog meer nodig is om secundairebouwstoffen te kunnen blijven toepassen, mits er voldoende aan deregelgeving is aangepast.Dan een vraag van mevrouw Wingelaar van NSC. Kan het voorzorgs-principe hier toegepast worden om drinkwatergebieden te beschermen?De bodemregelgeving is feitelijk een invulling van het voorzorgsprincipeen voorziet in de bescherming van bodem en grondwater. Ik denk dat ikdaarmee antwoord geef op uw vraag.Als laatste heb ik nog een vraag van mevrouw Wingelaar. Hoe ga ik meinzetten om de kwestie Beaumix-A2-Limburg aan te pakken? Als ik hetverkeerd uitspreek, moet u het vooral zeggen, hoor. Ik kom weleens inLimburg, maar die naam ben ik nog niet eerder tegengekomen. Maar datzal een tekortkoming van mijn zijde zijn. Secundaire bouwstoffen zoalsBeaumix kunnen veilig worden toegepast binnen de kaders van debodemregelgeving. Voor de A2 is Rijkswaterstaat de opdrachtgever. Zijpassen toe binnen de kaders van de regelgeving. De ILT is het bevoegdgezag. Op dit moment heb ik geen reden om aan te nemen dat er nietbinnen de kaders wordt toegepast. Mochten die signalen wel komen, danzal ik daar natuurlijk op acteren.Dat was de laatste, voorzitter.De voorzitter:Ik kijk naar links. Ik zie mevrouw Wingelaar voor een aanvullende vraagc.q. interruptie.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik weet ook niet precies hoe je het uitspreekt, maar ik noem het«Beaumix». Iedere keer popt zo’n casus op. In Zuid-Limburg maakt menzich er echt heel veel zorgen over. Het bevat namelijk restanten uitafvalovens. Maar u zegt nu – ik heb u duidelijk gehoord – dat dat eigenlijkniet nodig is, omdat er geen gevaar is voor de volksgezondheid.Staatssecretaris Jansen:Mag ik direct reageren? Op grond van de informatie die we nu hebben ende bevoegde gezagen die daar toezicht houden, is er geen aanleiding voornadere regelgeving hieromtrent.De voorzitter:De heer Buijsse.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41838 De heer Buijsse (VVD):Ik zag u in uw papieren kijken omdat u nog moet oefenen op mijn naam,voorzitter, maar het gaat de goede kant op, hoor ik. Dus complimenten!Over complimenten gesproken: ik ben blij met de reactie van de Staatsse-cretaris op de vragen die ik heb gesteld. Dank daarvoor. Ik merk gewooneen constructieve houding richting een aantal echte excessen die hebbenplaatsgevonden rondom de «staalslakkendumpingen», zoals ik het weldurf te noemen. Ik haal lichtelijk uit uw woorden, Staatssecretaris, dat uwellicht ook een werkbezoek zou kunnen gaan brengen aan in hetbijzonder Spijk en Eerbeek. Ik kan u dat echt aanbevelen. Ik stel graag mijncontacten beschikbaar om u daarin te voorzien. Het is namelijk echtzorgwekkend voor de inwoners daar. Dus het is goed dat u dat persoonlijkoppakt. Ik kan het alleen maar aanmoedigen. Ook wat betreft de secun-daire bouwstoffen voel ik dat u dat best wel wil oppakken. U wil een soortcharmeoffensief doen voor de secundaire bouwstoffen. U herkent ook eenbeetje vanuit het verleden wat daar aan negatieve beeldvorming heeftplaatsgevonden. Ik ben dus blij dat u het zo oppakt. Als ik u ergens nog inkan steunen, dan doe ik dat graag. Ik kom er op een later tijdstip heus welweer op terug, maar voor nu ben ik tevreden met de beantwoording.De voorzitter:Een korte reactie.Staatssecretaris Jansen:Ik maak zeker gebruik van uw aanbod, als er contacten zijn die ook voormij zeer waardevol zijn. Dat geldt overigens voor alle aanwezige leden.Als er zaken zijn waarvan u vindt dat ik me daar nader in moet verdiepenen waarvoor u eventueel een contactpersoon heeft, schroom dan niet omdie met mij te delen.De voorzitter:We gaan door.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Bij mij weten heb ik één interruptie gebruikt voor een vraag over hetSchone Lucht Akkoord en één voor een vraag over het uitzoeken van hetvoorzorgsprincipe. Ik heb nu nog één vraag, over de Beaumix inZuid-Limburg. Is dat toegestaan? Dan zal ik daarna mijn mond houden, alheb ik eigenlijk nog duizend vragen. Mag dat?De voorzitter:Met die zekerheidstelling zeg ik gelijk ja.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dit is voor mij te belangrijk om heel erg streng op de tijd te zijn. Het puntis telkens dat er met de huidige regelgeving nu geen aanleiding is omervan uit te gaan dat er iets misgaat. Zo gaat het de hele tijd: «Oeps, er isTFA geloosd. Oeps, in Katwijk liggen er batterijen onder een weg. Oeps, inEerbeek is er niet goed toegepast met de staalslakken.»De voorzitter:Komt u tot uw vraag?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het is de hele tijd van: op dit moment is er geen reden. Maar je hebt hetvoorzorgsprincipe. Het gaat namelijk om drinkwaterlichamen. Als er welwat gebeurt, heeft dat ook meteen een hele grote impact. Mijn vraag isdus als volgt. Zijn allerlei praktijkvoorbeelden waarbij het wél misgegaanis niet reden genoeg om het voorzorgsprincipe toe te passen, ook als erniet nu direct regelgevingproblematieken zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41839 Staatssecretaris Jansen:Ik snap echt de vraag die meneer Gabriëls stelt, maar het probleem is datwe dit niet in heel Nederland proactief, preventief kunnen uitvoeren. Alser hotspots zijn, heeft dat natuurlijk onze onverdeelde aandacht en ook dievan de andere bevoegde gezagen om daarop nauwer toe te zien. Maar inheel Nederland? Als ik de middelen had gehad en de mensen, hadden wedat echt op die manier gedaan, maar ik kan het op dit moment gewoonniet waarmaken.De voorzitter:Wij gaan door met het een na laatste blok, genaamd ...Staatssecretaris Jansen:Dat is het favoriete onderwerp van de commissie, voorzitter: pfas.De voorzitter:O, heerlijk.Staatssecretaris Jansen:Ja. Ik doe geen inleiding, want ik wil ook aan de tijd denken. Ik ga directnaar de beantwoording van de vragen. Een vraag van de heer Gabriëls:welke maatregelen gaat de Staatssecretaris nemen op het gebied van pfasen wie coördineert de problematiek integraal? Het kabinet zet natuurlijkvolop in op de vermindering van pfas. Er lopen meerdere initiatieven omde uitstoot van pfas te beperken, zoals het komen tot een breed Europeesverbod – daar heeft u het zelf ook al over gehad in uw bijdrage – en hetactieprogramma PFAS. Daarnaast help ik bevoegde gezagen om strengeemissie-eisen voor pfas te kunnen stellen in de uitvoering van devergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken, de VTH-taken.Tenslotte werkt het RIVM aan een landelijk Onderzoeksprogramma PFAS.Op deze manier kunnen we blootstelling aan pfas verminderen. Vanuit hetkabinet zijn de betrokken ministeries IenW, VWS en LVVN en die trekkensamen op in deze problematiek. Voor de hotspots – denk aan Chemoursen de Westerschelde – heeft IenW ook coördinatoren aangesteld. Op diemanier proberen we het adequaat, goed, weldoordacht en integraal aan tepakken met meerdere ministeries.Dan heb ik een vraag van de heer Buijsse van de VVD: wat zijn uw eersteervaringen met het kennis- en innovatieprogramma afas? Of nee, pfas.Herstel. Ik moet echt een sterkere bril hebben, soms. Mijn voorgangerheeft in juni aangeven dat gestart is met de uitwerking van het kennis- eninnovatieprogramma pfas. Op dit moment wordt voornamelijk gekekenhoe de samenwerking tussen overheden, wetenschap en het bedrijfslevenop de beste wijze vorm kan krijgen, hoe de financiering geregeld moetworden en hoe de uitvraag binnen het programma wordt gedaan.Ondertussen lopen er al diverse projecten en initiatieven met betrekkingtot de afbraak van pfas en de zuivering van pfas uit het water. Veelprojecten lopen via decentrale overheden met een taak voor bodemsa-nering en die zijn vaak gefinancierd met een specifieke uitkering vanuitonze begroting.Dan heb ik een vraag van de heer Bamenga over hoe het zit met deuitvoering van de aangenomen motie die het kabinet oproept om uiterlijkin 2025 een eind te maken aan de pfas-productie in Dordrecht. Er wordtsamen met de bevoegde gezagen gekeken welke mogelijkheden er zijnom lozingen uiteindelijk te reduceren naar nul. Ik heb het laten opvragen.Op dit moment is de afname 99%. Dan is mijn reactie: het is nog geen 100.Want dan zitten we op nul. Dus ja, daar gaan we naartoe. Dit kan echternatuurlijk niet in één keer, want nul eisen betekent eigenlijk op dit momentsimpelweg sluiting van de fabriek. Ik denk dat dat op dit moment niet zorealistisch is, want daarmee krijgen we heel andere zaken die op ditmoment niet te overzien zijn. Zover wil ik nog niet gaan, zeg ik heel eerlijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41840 Nieuwe vergunningen die zijn verleend, zijn wel steeds scherper met meermonitoringseisen. Zo heeft RWS een last onder dwangsom opgelegd. Ditbetekent dat de aanvullende maatregelen op korte termijn toegepastworden. Dat is de situatie waarin we nu zitten. En nogmaals: ja, wijwerken toe naar nul. Dat is uiteindelijk het doel.Dan een vraag van de heer Boutkan van de PVV over een pfas-verbod: wekunnen niet zonder sommige toepassingen en we moeten niet het kindmet het badwater weggooien. Dat is een uitspraak die ik wel vaker hebgehoord. In essentie doen we dat natuurlijk niet, zeg ik richting de heerBoutkan. Pfas wordt in veel toepassingen gebruikt en niet overal kan heteven makkelijk worden vervangen. Tegelijkertijd is het wel duidelijk dat depfas-emissies naar het milieu zo ver mogelijk moeten worden terugge-drongen. Juist daarom vindt nu een grondige Europese weging plaats vande gevolgen van een totaalverbod. Uitgangspunt blijft dat uiteindelijkgeen pfas meer in het milieu komt, zelfs als een toepassing niet wordtverboden. Dat is uiteindelijk de essentie van hetgeen waar we mee bezigzijn.Dan heb ik een vraag van de heer Buijsse: heeft u met uw ambtsgenoot inDuitsland contact gezocht over de pfas-lozingen en het effect voor onsdrinkwater, zijn de drinkwaterbedrijven hierbij betrokken en onderzoekt ude mogelijkheden om de beste zuiveringstechnieken toe te passen inNederland? Er is ambtelijk overleg gaande. Maar ik zeg heel eerlijk: als uhier nadere informatie over wilt hebben, dan moet u zich wenden tot deMinister. Het is zijn beleidsterrein en niet dat van mij, dus ik kan daarverder niet op antwoorden. Er vindt overleg plaats met Duitsland over hetterugdringen van verontreinigende stoffen, waaronder pfas, in deInternationale Commissie ter Bescherming van de Rijn. Daar zit dedrinkwatersector ook aan tafel. Maar nogmaals, drinkwater, waterkwaliteiten drinkwaterbedrijven zijn allemaal de verantwoordelijkheid van deMinister en ik wil mij niet op zijn terrein begeven.Ik heb nog een vraag van de VVD. De vraag was: «Naast Leeuwarden zijner nog twaalf andere Defensielocaties met pfas-verontreiniging en weweten nog niet hoe erg het is. Wanneer zijn de oppervlaktewatermonstersbekend en is er genoeg geld om te saneren?» Het uitgangspunt isnatuurlijk dat de vervuiler betaalt. In situaties waarin geen aansprakelijkepartijen in beeld zijn, ondersteunen wij de bevoegde gezagen ookfinancieel. Het budget voor de aanpak van pfas via de Tijdelijke regelingspecifieke uitkering bodem was in de afgelopen jaren voldoende. Watbetreft de specifieke locaties verwijs ik u naar de lokale bevoegde gezagenen in dit geval naar de Minister van Defensie. De waterschappen zijnverantwoordelijk voor de oppervlaktewatermonsters en het Ministerie vanDefensie is verantwoordelijk voor deze locaties.Voorzitter. De laatste vraag was van de heer Gabriëls. Hij vroeg waaromwonenden met zorgen terechtkunnen. In het algemeen is de gemeentehet eerste aanspreekpunt voor zorgen van omwonenden. De lokaleGGD’en zijn er voor gezondheidsvraagstukken. Verdere informatie overpfas is te vinden op de site van het RIVM. Ik denk dat dat op dit momentadequaat is. Ik weet wel dat er wordt gekeken hoe we alles kunnenbundelen zodat mensen alles op één plek kunnen vinden, maar zover zijnwe nog niet.U krijgt nog een kleine correctie. Er is geen coördinator pfas aangesteldvoor Chemours. Ik zei net dat er een coördinator was aangesteld, maar datgeldt dus niet voor Chemours. Excuus.De voorzitter:Ik kijk even rond om te kijken of iemand nog een interruptie heeft op hetonderdeel pfas. Ik heb zelf nog wel een interruptie. Ik zie dat dat voormeer mensen geldt. We beginnen met mevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41841 Begrijp ik het nu goed dat u iedereen die zich zorgen maakt, naar degemeente stuurt? Ik heb namelijk ook de portefeuille interbestuurlijkeverhoudingen. Ik weet niet of dit de juiste weg is, want zij weten hier niksvan.Staatssecretaris Jansen:Kunt u de vraag misschien nog een keer herhalen? Ik miste het begin.Sorry.Mevrouw Wingelaar (NSC):Sorry. Ik praat met een zachte g, dus misschien ligt het daaraan. Ik vroegaan u of u iedereen die zich zorgen maakt over pfas, naar de gemeentestuurt. Ik kan me zomaar voorstellen dat de gemeenten daar geenantwoord op hebben. Zij zijn daar ook niet verantwoordelijk voor.Staatssecretaris Jansen:Ik probeerde net te zeggen dat er verschillende loketten zijn waar mensenmet zorgen terechtkunnen, zoals de gemeenten, de GGD’en en de websitevan het RIVM. Ik stuur dus niet iedereen naar de gemeente toe. Ik zegalleen dat er verschillende plekken zijn waar mensen terechtkunnen. Maarhet idee is wel om in de toekomst één plek te realiseren waar alleinformatie wordt verzameld, want dat maakt het uiteindelijk makkelijkervoor mensen.De heer Buijsse (VVD):Ik had het over de motie van Haverkort en over het kennis- en innovatie-programma pfas. Mijn vraag was of u de Kamer wilt informeren. U laat inieder geval blijken dat u aan de slag bent. Ik ben blij om dat te horen,maar ik vind dit heel interessant. Ik wijs ook op de belangen van inwonersom in de openbaarheid kennis te kunnen nemen van wat dit programmazou kunnen betekenen. Ik wil u vragen of u ons hierover op gezettemomenten kunt informeren.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij kunnen we daar periodiek met u over van gedachtenwisselen. Dat lijkt me prima.De heer Buijsse (VVD):Ik had nog een tweede punt, maar ik weet niet zo goed hoe ik het moetformuleren. Deze commissie maakt zich breed zorgen over onze drinkwa-terkwaliteit, in de algemene zin van het woord. Het maakt niet uit of depfas uit Chemours komt, uit België of uit Duitsland. We zijn met z’n allenontzettend bezorgd over de kwaliteit van ons drinkwater. De gewoneinwoner, die nu aan de keukentafel zit, merkt daar niks van, want hetwater komt gewoon uit de kraan en dus zijn we tevreden. Wij zijn echterbezorgd dat het over vijf jaar op plekken niet meer kan. Het antwoord opde vraag wat we gaan doen om te voorkomen dat dat gaat gebeuren,vond ik wat magertjes, als ik eerlijk ben. U zegt eigenlijk: daar is deMinister mee bezig. Maar tegelijkertijd gaat u wel over de leefomgeving.Het grondwater gaat naar het drinkwater. Het oppervlaktewater dat in derivieren stroomt, wordt uiteindelijk gebruikt als drinkwater en daar gaat uover. Ik vond het antwoord mager. Ik zou u willen aanmoedigen om daarsamen met de Minister wat meer structuur in aan te brengen en om onsdaarbij wat beter te helpen in de vervolgdebatten over dit onderwerp, dievast zullen plaatsvinden.Staatssecretaris Jansen:Ik snap dat u het liever wat uitgebreider ziet en dat het misschien niethelemaal bevredigend is, maar zowel het oppervlaktewater als hetgrondwater is echt de verantwoordelijkheid van de Minister. Ik kan op datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41842 terrein geen antwoord geven, want dan kom ik op zijn gebied. Datzelfdezou gelden als de Minister dingen gaat vertellen over circulaire economie.Dat is niet hoe we het hebben afgesproken.De heer Buijsse (VVD):Afrondend, voorzitter. Neem het mij niet kwalijk als dit een beginnersfoutis, maar wanneer kunnen we dan met de Minister in debat overpfas-lozingen in de Rijn of de Maas? Want dit is een thema dat ontzettendhard leeft bij heel veel inwoners. Ik wil daar ook graag de inlandseproblematiek van pfas-lozingen bij betrekken.Staatssecretaris Jansen:Eind september is er een commissiedebat. Daarin kunt u vragen aan deMinister stellen.De voorzitter:Het betreft het commissiedebat Water. Waarschijnlijk zit uw collegadaarin, die nu had moeten voorzitten.Staatssecretaris Jansen:Misschien ter aanvulling: ik kan me voorstellen dat we de vraag wel alvastdoorgeleiden naar de Minister.De voorzitter:Ik had zelf nog een interruptie, maar dat geldt ook voor de heer Bamenga,dus die laat ik sowieso voorgaan.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat de Staatssecretaris samen met debevoegde gezagen gaat kijken hoe we de lozingen naar nul kunnen krijgenen hoe nieuwe vergunningen scherper vergund kunnen worden. Maarbegrijp ik het goed dat de Staatssecretaris niks wil doen aan de productievan pfas? Er is een motie aangenomen die juist datgene verzoekt. Mijnvraag was wanneer die uitgevoerd gaat worden. Daarin staat dat depfas-productie in Dordrecht uiterlijk in 2025 zal stoppen. Betekent dit datde Staatssecretaris deze motie niet gaat uitvoeren?Staatssecretaris Jansen:Als Staatssecretaris zou ik gevoelsmatig willen zeggen dat ik aangenomenmoties natuurlijk uitvoer. Maar op de vraag hoe ik die ga uitvoeren, moetik misschien nog even schriftelijk bij u terugkomen. Dat lijkt me in dezenwel handig.De voorzitter:Ik kijk even naar het lid Kostic´. Ik zou graag met een andere pet op ook eeninterruptie willen plegen op het onderwerp pfas. Staat u mij dat toe?Voorzitter: Kostic´De voorzitter:Natuurlijk. Het woord is aan u, meneer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):In de beantwoording over pfas zitten goede antwoorden, maar er zit ookeen antwoord bij dat de PVV zorgen baart. We hebben met uw voorgangerregelmatig van gedachten gewisseld over de essentiële en niet-essentiële,de goede en de slechte, pfas-soorten en over de productie en detoepassing daarvan. Met een algeheel verbod ziet de PVV problemenontstaan voor bepaalde bedrijven die nu toepassingen hebben diegeïmmobiliseerd pfas gebruiken, om het maar even zo uit te leggen. ZijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41843 wijken dan mogelijk uit naar een niet-Europees land aan de andere kantvan het Kanaal. Hoe denkt de Staatssecretaris op het gebied van pfas eengoede richting te geven aan de Europese discussie met betrekking tot detoepassing daarvan? We willen geen bedrijven verliezen die geïmmobili-seerde pfas toepassen. Het is misschien een hele technische vraag, dusmocht het nodig zijn, dan kunnen we daar eventueel ook schriftelijk opdoorgaan.Staatssecretaris Jansen:Ik vraag voorzitter Kostic´ of ik die vraag ook technisch mag beant-woorden.De voorzitter:Ja, natuurlijk. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Ik probeerde net te zeggen dat er nu een grondige Europese wegingplaatsvindt van de gevolgen van een verbod. Ik denk dat dat het antwoordis dat u zoekt. Als we het rigoureus in één keer afkappen, dan kan dat ooknadelige gevolgen hebben. Daarnaast kan er sprake zijn van uitwijk-gedrag, dus daar moeten we ook oog voor hebben. Dat is precies dereden waarom er nu een grondige Europese weging gaat plaatsvinden.Uiteindelijk is natuurlijk het doel dat pfas niet meer in het milieuterechtkomt, zelfs als een toepassing niet zou worden verboden.De voorzitter:Ja, dat was het? Dan kijk ik even rond en geef ik het voorzitterschap weeraan de heer Boutkan.Voorzitter: BoutkanDe voorzitter:Ja, voor de kijkers thuis: het is allemaal heel verwarrend natuurlijk, maardat krijg je als je ook met een bijdrage zit en niet de vaste voorzitter bent.Maar we zijn bij het laatste blokje volgens de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Een heel dun mapje, voorzitter. Ik probeer daar heel snel doorheen tegaan. Mevrouw Wingelaar van NSC vroeg wat de stand van zaken wasrond het onderzoek naar geurbelasting in de concentratiegebieden. In derapportage onderzoek geurbelasting concentratiegebieden, die op deagenda staat, wordt ingegaan op de geurbelasting. In de uitgangspunten-brief wordt ingegaan op de uitspraak van de rechter. Het onderzoek naargeurbelasting in concentratiegebieden is aan uw Kamer gestuurd en isvoor vandaag ook geagendeerd. Er is geen vervolgonderzoek uitgevoerd,maar Rijkswaterstaat heeft wel nagevraagd in hoeverre er buiten deconcentratiegebieden ook sprake is van veehouderijen met een geurbe-lasting van boven de 19,4 – waarschijnlijk zal dat «odour» zijn, denk ik,voorzitter – maar dat zijn slechts enkele gevallen. Dat is de situatie waarwe mee zitten. Ik weet van de getallen waar zij op doelde in haar bijdrage,maar dit is de situatie: enkele gevallen. Dat zijn nog enkele gevallen teveel, maar dat is het antwoord op de vraag.Dan was de tweede vraag van mevrouw Wingelaar: stank van varkens-houderijen, schending mensenrechten, bescherming schiet tekort; wat isde visie van de Staatssecretaris hierop? De huidige geurregelsbeschermen omwonenden van veehouderijen wat mij betreft onvol-doende tegen een hoge geurbelasting. Dat heeft de rechtbank in DenHaag in 2022 ook vastgesteld. Daarom moet de geurregelgeving wordenaangepast. Helaas kan ik nu nog niets zeggen over welke grens daarbij denorm wordt, want voor de aanpassing van de geurregelgeving moet weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41844 wel een zorgvuldig traject doorlopen met elkaar. Hierbij zoek je naar debalans tussen de belangen van de omwonenden en van de veehouderijen.Dus het heeft aandacht, maar we moeten wel de goede balans hierinvinden.Als een na laatste heb ik twee vragen van het lid Kostic´. Zij vroeg: gaat uaan de slag met het aanscherpen van de geurnormen voor alle veehoude-rijen en bent u bereid op korte termijn een planning naar de Kamer testuren? Diverse evaluaties laten zien dat de geurregelgeving moet wordenaangepast voor het verbeteren van de leefomgeving in het landelijkgebied. De rechtbank in Den Haag heeft gesteld dat de Staat met dehuidige regelgeving rondom geurbelasting zijn inwoners, zijn burgers,onvoldoende beschermt. Dat betekent dat ik op korte termijn met eenplanning voor aanpassing van de geurregelgeving naar de Kamer gakomen. Op korte termijn betekent dit jaar.Dan de laatste vraag van het lid Kostic´. Het meest effectief om luchtver-vuiling aan te pakken is 1) een emissiebelasting op de veehouderij, 2) hetverkleinen van het aantal dieren en 3) de aanpak van houtstook. Heb ikeen idee hoeveel zorgkosten, hoeveel zieke werknemers, het zou schelenals we maatregelen nemen en ben ik bereid die te gaan nemen? In debreedte bedragen de maatschappelijke kosten van luchtverontreiniging inNederland 3 tot 6 miljard euro per jaar. Het maatregelenpakket van hetSchone Lucht Akkoord draagt in z’n totaal bij aan een betere luchtkwa-liteit. Alle sectoren dragen daar uiteindelijk hun steentje aan bij. Hiermeeliggen we op koers om de doelen te halen en, zoals ik net ook al aangaf,zal ik bijsturen als daar aanleiding toe is. Op dit moment heb ik daar geenzicht op. Ik moet uitgaan van de informatie die ik heb; we liggen op koersqua doelen.Dat is het, voorzitter.De voorzitter:Dat was ’m? Ik kijk even rond, ook gezien de tijd, maar die laat nog eenvraag toe. Ik ben streng doch rechtvaardig, maar ik ben ook eerlijk als ikkijk naar de klok. Meneer Bamenga, overval ik u nu of zegt u: ik kom zowel? Misschien heeft een ander gelijk nu een vraag. Ja, u komt zo. LidKostic´, heeft u een vraag over een van de onderwerpen die u toch nogkwijt wilt in deze ronde?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, nou, eigenlijk wel.De voorzitter:Ja? Eén, hè.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Die kans laat ik mij niet ontnemen. Dank u wel daarvoor, voorzitter,trouwens. Ik ga ’m heel even een beetje technisch maken, denk ik. Eventerug naar Tata Steel. De onderhandelingen zijn nog een beetje wazig. Weworden inderdaad achter de schermen een beetje geïnformeerd, maar ookdaarin is veel onduidelijkheid. Ik wil van de Staatssecretaris concreethoren of hij bereid is om de Omgevingswet leidend te laten zijn. Die zegteigenlijk dat Tata Steel en ook andere bedrijven alle mogelijke maatre-gelen moeten nemen om gezondheidsschade te voorkomen. Dat gaatverder dan de BBT-maatregelen, die nu te slap zijn. Als hij wil toezeggendat hij dat gaat meenemen in de onderhandelingen, dan ben ik voorlopigtevreden.De voorzitter:Toen u het had over die onderhandelingen, had ik nog verzuimd om tezeggen dat wij afgelopen dinsdag een vooraankondiging hebben gehadover een technische, besloten briefing over de voortgang van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41845 maatwerkafspraken over Tata. Ongetwijfeld zal dat bij u bekend zijn, maardan is het maar voor iedereen helder en duidelijk dat dat ook speelt. Hetvervelende van besloten vergaderingen is dat je daar niks over magzeggen en ook geen vragen over mag stellen, helaas. Kunt u eenantwoord geven op de vraag van het lid Kostic´?Staatssecretaris Jansen:Ik pak mijn bril erbij. De Omgevingswet en andere wetgeving geldengewoon. Alleen, maatwerk gaat over bovenwettelijke maatregelen. Dus inessentie geldt de Omgevingswet. Hij komt ook ter sprake, maar ik kan uniet vertellen hoe die ter sprake komt en hoe de reacties daarop zijn.Anders klap ik uit de school en dat is niet goed.De voorzitter:Ik ga naar het lid Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter, voor het toelaten voor een extra vraag. Deze vraagheb ik naar mijn weten net ook al proberen te stellen, maar ik heb daareigenlijk nog geen antwoord op gehoord. Hij is afkomstig uit de uitspraakvan de Staatssecretaris zelf dat hij gaat kijken naar de manier waarop degezondheid wat meer op één zou kunnen staan. De Staatssecretarisbekijkt hoe wij de gezondheid van mensen beter kunnen beschermen. Ikben heel erg benieuwd naar de invulling daarvan. Ook is de toezegginggedaan om een vervolgonderzoek te gaan doen naar het RTL-onderzoek.Wanneer kunnen we daar iets van verwachten?De voorzitter:Wanneer kunnen we iets verwachten naar aanleiding van de onder-zoeken?Staatssecretaris Jansen:De termijn ga ik u zo direct vermelden, maar zoals ik u in eerste instantieal antwoordde, proberen wij uit de onderzoeken die wij laten uitvoerenrondom Tata Steel, rondom Chemours en rondom Chemelot, lessen tetrekken die we uiteindelijk landelijk kunnen gaan uitrollen. Zo vliegen wehem aan. Voor de termijn kijk ik even naar mijn rechterzijde.De voorzitter:Eerste helft 2025.Staatssecretaris Jansen:Ja, ik heb dat volgens mij ook eerder gezegd, maar ik zeg heel veel dingendus ...De voorzitter:Het staat hier genoteerd. Ik kijk nog even naar de ander leden. De heerGabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dit vind ik best een belangrijke, want die gezondheidseffectrapportagevoor Tata dient als pilot, ook voor de hele vergunningsverlening hoe jeeen gezondheidseffectrapportage toepast én die dertien clusters na datRTL-onderzoek is dezelfde methodiek. Dus, dus, dus u zei ... Die dertien ...Op de vraag van vier leden hier of u naar aanleiding van dat gezondheids-onderzoek rondom die dertien clusters ... of in ieder geval, of u naaraanleiding van dat rapport nog een extra gezondheidsonderzoek gaatdoen, zegt u: wij doen een methodiek rondom Chemours, Chemelot enTata. Dat is één deel. En dan heb je de GER rondom Tata Steel. Diegebruiken we als pilot voor de aangenomen motie om in alle vergun-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41846 ningen een gezondheidseffectrapportage mee te nemen. Is dat dezelfdemethodiek of ... of ... of ...? Want ik vond beide best een oké-je ... Maar datzijn dus twee dingen? Er zijn hier vragen gesteld over ...Staatssecretaris Jansen:We moeten even overzien wat u precies bedoelt, want de vraag overvaltme een beetje. Vindt u het goed dat we daar schriftelijk op terugkomen biju?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, als u de vraag dan wel begrijpt. Mag ik ’m nog één keer uitleggen? Wehebben hier vier leden die vragen hoe u het RTL-rapport opvolgt met eengezondheidsonderzoek, met de Gezondheidsraad en zo. Hoe gaan we datdoen? Daarop was het antwoord: Chemelot, Chemours en Tata doen ween dat gaan we over het hele land uitrollen. Vervolgens zijn er deaangenomen moties over gezondheidseffectrapportages bij Tata Steel enbij algemene vergunningverlening en daarvan zegt u: Tata dient als pilotvoor het algehele. Nu vraag ik van die twee of het dezelfde methodiek is jaof nee en, zo ja, wat dan het verschil is.De voorzitter:Ik ga even peilen en toetsen of de vraag nu helder en duidelijk is. Ikbegrijp dat het helder en duidelijk is, want het antwoord komt eraan.Staatssecretaris Jansen:Of hij duidelijk is, weet ik niet. Er wordt nog best veel gekrast. Het zijnverschillende methodieken, zeg ik. Ik zal het blaadje niet laten zien, maar usnapt wat ik bedoel.De voorzitter:Goed, ik kijk nog even rond. Denkt u dat er voldoende is besproken in devergadering? Nee? Ik was al bang dat u dat zou zeggen. Wilt u nog eentweede termijn? Ja? Dan gaan we heel streng naar de tijd kijken, want dieis gelimiteerd en daar is een rekenmethode voor. Dat weet de griffier. Datis een derde van de spreektijd. Dat is dan dus twee minuten of nee, 1minuut 40 hoor ik. De Staatssecretaris zegt dat hij een halfuur schorsingnodig heeft, maar dat gaan we ook niet doen. Wij zetten de klok op 1minuut 40 en dan kijken we. De heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Yes. Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de beantwoording van deStaatssecretaris. Ik apprecieer de constructieve houding van de Staatsse-cretaris. Daar ben ik heel erg blij mee. Volgens mij zijn er een aantaltoezeggingen gedaan. In algemene zin – dat geef ik ook aan de voorzittermee – is mijn vraag wanneer we de uitvoering van deze toezeggingenkunnen verwachten. Een van de toezeggingen is uiteraard om te kijkennaar de waarde van de WHO als het gaat 2021, omdat we nu gewoonbeter weten wat goed is voor onze gezondheid. Ik heb de Staatssecretarishoren zeggen: ja, daar gaan we naar kijken en we gaan dat ook bij degemeenten en provincies neerleggen als streefwaarde. Ik ben er heel ergblij mee dat dat in ieder geval is aangegeven.Ik wil trouwens bij dezen ook een tweeminutendebat aanvragen.Ik heb nog een extra vraag. Die heb ik niet gesteld in mijn eerste termijn,maar wel aan de PVV-woordvoerder. Die gaat over bloedonderzoek. In eeneerder debat heb ik ook de vraag gesteld of er voor mensen die zichzorgen maken, de mogelijkheid is om een bloedonderzoek te doen, hetbloed te laten testen. Volgens mij kwam toen het antwoord van deStaatssecretaris: we gaan onderzoeken of een bloedonderzoek de juistemanier is om erachter te komen. Wellicht kan de huidige Staatssecretarisiets meer zeggen over wat daar de stand van zaken van is zodat we deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41847 mensen uiteindelijk kunnen bieden wat ze willen, namelijk zekerheid overhun eigen gezondheid.Ik wil eindigen met ...De voorzitter:Dat wou ik net zeggen. Als u wilt eindigen, graag.De heer Bamenga (D66):Ik wil eindigen met het Rli-rapport. Dank u wel dat daar in ieder gevalschriftelijk op teruggekomen wordt. Ik hoop dat hetgeen waar het kabinetschriftelijk mee komt er in ieder geval voor zal zorgen dat milieu enklimaatorganisaties beter bediend worden en dat wij als samenlevingbeter bediend worden. Want uiteindelijk maken meer en meer mensen degang naar de rechter, juist omdat de overheid, die de regels maakt, zelf deeerste is die regels overtreedt. Dat is hoe ze dat ervaren. Ik hoop dat datrichting de toekomst niet meer gebeurt, zodat wij met z’n allen de mensenbeschermen.De voorzitter:Waarvan akte. Ik ga door naar het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de Staatssecretaris bedanken voorde toezeggingen die zijn gedaan, onder andere over het in ieder gevaloverwegen om paks mee te nemen in de onderhandelingen. Daarvanweten we nog niks. Dat is één. De andere toezegging is dat het gesprekwordt aangegaan met CE Delft over het rapport met betrekking tot detoekomst van Tata en de borging van de gezondheid. Daarnaast komt hijook met een planning rondom de aanpassing van de geurnormen inverband met de veehouderij.Maar ik maak me ook een beetje zorgen. Ik wil de Staatssecretaris hetvoordeel van de twijfel geven, maar als ik hem vraag naar concretemaatregelen om die bewoners te beschermen, in het algemeen, waar hijmee begon, dan loopt het mis. Hij heeft namelijk nog geen concrete éxtramaatregelen genoemd. Als het gaat om de advieswaarden van de WHOuit 2021, dan richt de Staatssecretaris zich op de deadline van 2050. DeStaatssecretaris weet dat elke maand dat we langer wachten levens kost.Excuus, ik ga dit een beetje scherp stellen, maar zo is het. Begrijp ik goeddat de Staatssecretaris geen moeite wilt doen om die deadline teversnellen en dus om levens te besparen? De WHO-advieswaardenmoeten we dus op een gegeven moment gaan opvolgen. Het oudekabinet heeft gezegd met een plan te komen. Dat is allang toegezegd. Ditkabinet zou dus eigenlijk, sneller dan volgend jaar, met op z’n minst eenplanning moeten komen van: hoe gaan we die nieuweWHO-advieswaarden nou halen? Dus ik verzoek de Staatssecretaris tochom de burgers niet nog een jaar te laten wachten op alleen maar eenplanning, maar gewoon nu te zeggen: laat me even nadenken; ik gaproberen eerder dan volgend jaar een plan van aanpak aan te leveren omdie WHO-advieswaarden uit 2021 te halen.Ten slotte...De voorzitter:U bent door de tijd heen. Ik kan u misschien enigszins tegemoetkomendoor een interruptie op u te plegen. Dan krijgen we de rare situatie dat uhet voorzitterschap krijgt. Dan doe ik het toch even snel via deze manier.Voorzitter: Kostic´De heer Boutkan (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41848 De lijst waarop de WHO-richtlijnen, waar elke keer naar verwezen wordt,is gebaseerd op de luchtkwaliteit van de Alpenlanden. Nou weet iktoevallig dat er enkele commissieleden uit deze Kamer daar op bezoekzijn. Dus die zullen ongetwijfeld hele schone lucht opsnuiven daarzo,buiten hun dienstreis, per dieseltrein. Maar is het heel realistisch om eenAlpenland te vergelijken met Nederland om dan vervolgens te kunnenzeggen dat we die richtlijnen moeten gaan halen?Voorzitter: BoutkanKamerlid Kostic´ (PvdD):Ik waardeer mijn collega heel erg, maar ik wil even aanstippen dat deWHO puur en alleen maar kijkt naar wat de normen zijn voor degezondheid en hoe we ervoor kunnen zorgen dat we burgers overal op dewereld gezond kunnen houden. Het maakt niet uit waar je woont. Dat ishet uitgangspunt.Eigenlijk wil ik afsluiten met positieve woorden, want de Staatssecretarisbegon het verhaal met de uitspraak dat hij graag leert en dat hij ook graagmet de Kamer samenwerkt. In het coalitieakkoord stond ook niks overmilieu. Dat is eigenlijk goed nieuws, want dat geeft de coalitiepartijen alleruimte om samen met de oppositie de Staatssecretaris te helpen om –daar begon ik mee – die daadkracht te laten zien en toch zo snel mogelijkverdere stappen te zetten voor onze burgers.Dank u wel.De voorzitter:Graag gedaan. De heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Sorry dat ik even tussendoor schiet. Maar zou ik met terugwerkendekracht nog een interruptie mogen doen op het lid Bamenga?De voorzitter:Met terugwerkende kracht? Wie ben ik dan om dat te weigeren? Kort enbondig, hè!De heer Buijsse (VVD):Ja, zeker. Ik wilde de heer Bamenga eigenlijk iets vragen. Ik schooteventjes aan op zijn bewoordingen over bloedstalen en nadere onder-zoeken. Ik bedoel bloedonderzoek, ja. Kunt u voor mij nog even toelichtenwat u daar precies mee bedoelt, want misschien heb ik daar nog eenaanvulling op.De voorzitter:Heel kort, meneer Bamenga.De heer Bamenga (D66):We weten dat pfas in alles zit. Dat heeft u net al aangegeven. Het zit in hetwater, maar dus ook in het bloed. Dat veroorzaakt allerlei ziektes. Mensenwillen gewoon weten of ze het in hun bloed hebben of niet. Het liefstwillen ze ook weten waar het vandaan komt, zodat de vervuiler magbetalen.De voorzitter:Ja? U begrijpt ’m? Dan ga ik door met de 1 minuut en 40 seconden vanmevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ook mijn dank aan de Staatssecretaris voor debeantwoording. Ik heb hem horen zeggen over het Nationaal MilieuPro-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41849 gramma dat hij de lessen en suggesties van zijn voorganger meeneemt,maar – ik kijk ook even naar meneer Gabriëls – dat hij ook nog zelf wilkijken. Ik wil wel de toezegging doen dat we daar misschien ook watstrakker in kunnen gaan zitten.Dan: geurbeleid nog dit jaar. Nou, dat vind ik ontzettend goed. Ik heb welnog wat zorgen over het Schone Lucht Akkoord, over de stikstofmaatre-gelen, om eerlijk te zijn, en over Beaumix. Dan sluit ik ook weer even aanbij de inbreng van meneer Gabriëls. Blijkbaar is Zuid-Limburg dan welheel ver, dat die signalen nog niet tot u gekomen zijn dat mensen zichdaar heel veel zorgen over maken. Nu lijkt het veilig. Het ligt dadelijkonder de A2 en wat als het niet veilig is? Ik wil die opmerking toch nogeen keer gemaakt hebben.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u ook. De heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ook mijn dank aan de Staatssecretaris voor debeantwoording. Wat mij betreft is er een heel mooie basis gelegd, met uen ook met mijn collega’s in deze commissie, om mooi werk te gaanleveren voor de inwoners de komende jaren. De heer Bamenga stelde eenvraag en daar wil ik toch even een toevoeging aan doen in de tijd. Ik hebinderdaad verschillende Zeeuwen gesproken. U hoort misschien mijntongval: ik ben Zeeuw, afkomstig uit Zeeuws-Vlaanderen.De voorzitter:Dat zou je niet zeggen.De heer Buijsse (VVD):Nou ja, tussen die Limburgers hier. Nee hoor, ik bedoel het hartstikkepositief. Ik zou eigenlijk wel een hartenkreet willen doen naar aanleidingvan uw opmerking, meneer Bamenga. Dus dank voor de opmerking. Mijnhartenkreet is: als de Staatssecretaris dan onderzoek doet met het RIVMsamen, neem inderdaad die bloedstalen en dat bloedonderzoek mee.Want het is voor inwoners een grote zorg. Als zij kennis kunnen nemenvan hoge pfas-waardes in het bloed, willen zij graag weten wat dan hetvolgende is. Hoe kunnen we deze situatie beheersen? Dus die hartenkreetneem ik graag over.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik proef welwillendheid, bij zowel de voorzitter, de commissie als deStaatssecretaris. Dat is fijn. Het verschil zit misschien tussen woord endaad. GroenLinks-Partij van de Arbeid zal met concrete voorstellen gaankomen waardoor dat woord echt leidt tot die daad. Even het SLA, hetSchone Lucht Akkoord, als voorbeeld. Vanaf 2030 gaat het juridischbindend zijn en ik denk dat we met z’n allen die druk dan moeten gaanvoelen, want is over zes jaar al. Dat zijn van die zaken waarin we in woorden daad uiteindelijk tot elkaar moeten komen.Ik wil iedereen bedanken voor deze bijeenkomst.De voorzitter:Ik dank u ook. Ik kijk even maar de Staatssecretaris. Hij kan blijven zitten.Dan hoeft hij niet te gaan wandelen voor het antwoord.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41850 Nee hoor. Ik heb geen halfuur nodig, voorzitter.De voorzitter:Nee, nee. Dat dacht ik ook niet. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Laat ik even beginnen met de vragen van de heer Bamenga. Zijn erjuridisch bindende consequenties bij het niet voldoen aan de vereistenvan de richtlijn? Dat was een van de opmerkingen die u maakte. Ik zie ukijken van: klopt dat wel helemaal? Dat gaat over de luchtkwaliteit. Deherziene richtlijn bevat nieuwe grenswaarden voor de belangrijksteluchtvervuilende stoffen. Dat gaat dan niet alleen om emissies, maar juistom de concentraties in de lucht die u en ik, iedereen, gewoon dagelijksinademen. Daar gaat het om. Deze grenswaarden liggen op het niveauvan de WHO-advieswaarden van 2005 en gelden vanaf 2030. Daarnamoeten alle lidstaten, ook Nederland, zorgen dat overal aan de nieuweomgevingswaarden wordt voldaan. Ze zijn niet direct gericht op bedrijven,maar bevoegde gezagen moeten wel bij vergunningverlening toetsen ofin het betreffende gebied de omgevingswaarden niet overschredenworden. Via emissiegrenswaarden kan in de vergunningen van bedrijvendus wel worden gestuurd op het behalen van de grenswaarden. Het istechnisch. Dat ben ik met u eens. Bovendien schrijft de nieuwe richtlijnook een pad voor om concentraties nog verder te verlagen richting 2050.We hebben ook een aantal keer daarover gesproken. Dan de meestrecente WHO-advieswaarden. Na officiële vaststelling van de richtlijn,naar verwachting dit najaar, heb ik twee jaar de tijd om de richtlijn innationale wetgeving te implementeren. Als we dat niet zouden doen, startde Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Nederland. Dat is destok achter de deur, maar eerlijk gezegd hebben we die niet nodig wantwe gaan het gewoon doen op die manier.De heer Bamenga (D66):Ik neem aan dat dit alles is wat de Staatssecretaris wilde zeggen overluchtkwaliteit. Of niet? Want dan wacht ik nog even. Ik vroeg me af of ditalles was wat de Staatssecretaris wilde zeggen over luchtkwaliteit.Staatssecretaris Jansen:Er is een stukje overlap met de vraag die het lid Kostic´ stelde. Ik denk dusdat een deel van uw beantwoording ook daarin zit.De heer Bamenga (D66):Oké. Dan wacht ik nog even.Staatssecretaris Jansen:Wil de Staatssecretaris geen moeite doen om te versnellen ten aanzienvan de advieswaarden van de WHO uit 2021? Wat is de planning? Dat waseigenlijk de vraag. Daarmee kom ik ook een beetje bij de aanvullendebeantwoording van uw vraag. De inzet is permanente verbetering van deluchtkwaliteit. Dat heb ik al eerder aangegeven. De advieswaarden van deWHO uit 2021 zijn richtinggevend voor 2050. We maken een plan voor deimplementatie van de Richtlijn luchtkwaliteit op basis van een analyse vanhet RIVM. Die is voorzien in het voorjaar van 2025. Verder is er geen planaan de Kamer toegezegd. Dit is gewoon de situatie zoals die feitelijk is.Meneer Gabriëls had een vraag over de GER versus de reguliere onder-zoeken. Volgens mij heb ik daar in mijn laatste beantwoording welduidelijkheid over gegeven. De effectrapportage kijkt vooruit naar in detoekomst verwachte effecten. Andere onderzoeken kijken meer naar dehuidige impact van de industrie op gezondheid. Het gaat dus omvooruitkijken versus terugkijken. Dat is in essentie het verhaal daarachter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41851 Dan had ik nog een vraag van... Zijn deze allemaal van de heer Bamenga?Oké. De heer Bamenga had nóg twee vragen gesteld, zie ik nu. EerstChemours en Zeeland. Het RIVM doet onderzoek naar de mogelijkhedenvan gezondheidsonderzoek. Dat gaat dit jaar nog naar de Tweede Kamertoe.De tweede vraag ging over het bloedonderzoek. Een aantal van u maaktedaar opmerkingen over. Dat is onderdeel van de verkenning voorgezondheidsonderzoek bij omwonenden van Chemours en de Wester-schelde. De Tweede Kamer wordt daar dit jaar nog over geïnformeerd.Als het goed is, is dit de laatste, voorzitter. Dat is een vraag van de heerGabriëls en mevrouw Wingelaar, als ik het goed heb. Die ging over zorgenover incidenten, Beaumix, staalslakken et cetera. Het ging met name overincidenten; dat was de gemene deler. Er gebeurt wel degelijk van alles,onder andere herijking van de regelgeving. We kijken naar de mogelijk-heden voor versterking van toezicht en handhaving, mogelijke verbeteringvan de kaders voor beoordeling van bouwstoffen en meer verantwoordetoepassingscriteria. Verder wordt in het CMP... Wat is het CMP, vraag ikeven. Dat is het Circulair Materialenplan. Sorry, ik ben nog niet zo thuis inde afkortingen. Ik zie een aantal andere mensen wel knikken, maar ik bendaar nog niet in thuis. In het CMP wordt de aanscherping van de regelsvoor batterijen en metallisch ijzer, waaronder Beaumix, behandeld. Weeriets geleerd.Dat is mijn beantwoording, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel voor deze beantwoording. Ik wou het lijstje van toezeg-gingen gaan voorlezen. Het is een hele lijst. Dat hebben we weleensanders meegemaakt. Ik kijk even naar de ambtelijke ondersteuning om tezien of ik ze goed verwoord. Ik verzoek de mensen aan mijn linkerzijde omook even goed op te letten.–In het RIVM-onderzoek naar Tata Steel, Chemours en Chemelot wordtook aandacht besteed aan de zorgkosten. Dit onderzoek wordt in deeerste helft van 2025 opgeleverd ten behoeve van de landelijkesystematiek.Ik zie geknik.–Voor het einde van het jaar wordt de Kamer geïnformeerd over deverdere uitwerking van de opties voor meer regie ten aanzien van hetstelsel vergunning, toezicht en handhaving.–De oplevering van de gezondheidseffectrapportage voor Tata Steel isvoorzien voor de eerste helft van 2025.–De kabinetsreactie op het Rli-rapport Met recht balanceren komt nogdit jaar naar de Kamer.–Dit najaar wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van hetjuridisch onderzoek over de verankering van het voorzorgsbeginsel.–Nadat het RIVM een analyse heeft uitgevoerd van de gevolgen van deherziene Europese Richtlijn luchtkwaliteit wordt de Kamer geïnfor-meerd over de implementatie van de richtlijn.Daar staat geen datum bij. Wanneer kunnen we dat verwachten? In deeerste helft van 2025. Is men daar aan mijn linkerzijde ook gelukkig mee?Ja.–Uiterlijk eind oktober wordt de Kamer geïnformeerd over de vervolg-stappen ten aanzien van de herijking van de bodemregelgevingwaarbij wordt gekeken hoe we meer handreiking kunnen bieden voorde toepassing van staalslakken.Deze is bijna hetzelfde, maar goed, hij staat zo opgeschreven. Het kanmaar duidelijk zijn.–De Kamer zal periodiek worden geïnformeerd over het kennis- eninnovatieprogramma pfas.Een aanvullende vraag van deze voorzitter: wat verstaat de Staatssecre-taris onder «periodiek»?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41852 Staatssecretaris Jansen:Ten minste twee keer per jaar. Daar gaan we van uit.De voorzitter:Dat kan de instemming krijgen van de commissieleden. Daar ben ik blijmee. Twee keer per jaar. Staat genoteerd.–De Kamer wordt geïnformeerd over de vraag hoe de aangenomenmotie wordt uitgevoerd waarin wordt opgeroepen tot een pfas-productieverbod voor Chemours in 2025.Daar komt de Staatssecretaris op terug. Komt u daar schriftelijk op terug?Ja. Dan is uiteraard mijn vraag: wanneer kunnen we dat verwachten?Gisteren? Oktober?Staatssecretaris Jansen:Het is ingewikkeld. Laten we proberen om het voor eind oktober te doen.Is dat realistisch?De voorzitter:Is dat te halen? Want ik wil geen onhaalbare doelstellingen van u eisen.Staatssecretaris Jansen:We gaan het op een rijtje zetten, maar voor eind oktober komen we hieropterug.De voorzitter:Oké. Voor eind oktober.–Dit jaar ontvangt de Kamer de planning voor de aanscherping van degeurnormen voor de veehouderij.Dan moet ik niet vergeten dat het lid Bamenga van D66 een tweeminuten-debat heeft aangevraagd. Mag deze voorzitter van u weten waarover dan?De heer Bamenga (D66):Over leefomgeving.De voorzitter:Dan komt u wel mee weg, moet ik zeggen. Ik had eigenlijk toch wel van uverwacht dat u al panklaar kon zeggen waar het over zou gaan, maar zoschijnt het niet te werken in de Tweede Kamer. Dat ben ik ondertussenwijs geworden.Ik kijk even of ik toezeggingen vergeten ben. Er komen natuurlijk ook denodige brieven naar u toe waarin toezeggingen staan. En die komen er alin, dus ik zit me af te vragen wat ik dan niet genoemd heb. Maar ik gagewoon heel snel van start met de heer Bamenga. Heb ik iets over hethoofd gezien?De heer Bamenga (D66):Ja, bij voorbaat excuses als ik het totaal verkeerd begrepen heb, maar ikwas juist heel erg blij met de toezegging van de Staatssecretaris om deadvieswaarden van de WHO uit 2021 om te zetten in grenswaarden of inieder geval in streefwaarden. Ik begreep dat de Staatssecretaris daaroverheeft toegezegd dat hij dat gaat doen en dat hij opdracht gaat geven aande provincies en gemeenten om dat mee te nemen in hun beleid.Staatssecretaris Jansen:We kijken het even na, maar volgens mij heb ik daar niet op die maniereen toezegging over gedaan. Volgens mij zou er een brief komen.De heer Bamenga (D66):Ik hoorde meteen het antwoord: ja, dat ga ik doen. Dat was wat ik hoorde.We kunnen het altijd terugkijken, maar ik vraag het even voor alleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41853 helderheid. Maar als dat op een bepaalde manier terugkomt, zou ik datook heel fijn vinden.De voorzitter:Wij noteren alleen dat u nader wordt geïnformeerd, niet dat dat via eenbrief gaat. Er wordt alleen genoteerd dat er brieven worden toegestuurd.De heer Bamenga (D66):Dan wil ik nog steeds van de Staatssecretaris weten, of in ieder geval eenbevestiging van hem krijgen, of de Staatssecretaris daar positieftegenover staat en of hij hier in de praktijk uitvoering aan zal geven.Staatssecretaris Jansen:Laten we het als volgt omschrijven. Volgens mij heb ik dit namelijk ookeerder gezegd. In het voorjaar komen wij, naar aanleiding van het rapportvan het RIVM en CE Delft, daarop bij u terug. Ik denk dat dat meer biedtdan wanneer ik nu concreet hier invulling aan geef. Ik wil namelijk eersteven overzien wat daaruit komt, en dan kan ik u daar beter mee bedienen.De voorzitter:Dat is helder. Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Sorry, ik ben even in de war over wat hier wel en niet wordt opgeschrevenals toezegging. Er is in ieder geval toegezegd om in gesprek te gaan metCE Delft over de toekomst van Tata Steel en omwonenden. Er istoegezegd dat daarop teruggekomen wordt richting de Tweede Kamer,dus dat is wel een brief, lijkt mij.Staatssecretaris Jansen:Ik heb volgens mij aangegeven dat ik daar een terugkoppeling op zalgeven. Ik kom nog bij u terug op de wijze waarop dat gebeurt, maar erkomt een terugkoppeling op.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Helder. Dan heb ik een verduidelijkende vraag. Ik vroeg naar een brief vande Staatssecretaris waarin hij per maatregel reageert op de voorstellenvan CE Delft als het gaat om extra maatregelen voor luchtkwaliteit.Volgens mij heeft de Staatssecretaris gezegd dat hij dit gaat koppelen aanhet RIVM-onderzoek in het voorjaar van 2025. Komt hij dan in het voorjaarvan 2025 met een reactie op die maatregelen? Ja? Oké, dan is dat eentoezegging.Staatssecretaris Jansen:Er wordt ja gezegd, maar volgens mij heb ik dit eerder ook zo verwoord.Maar misschien heeft u mijn woorden verkeerd begrepen.De voorzitter:Wij gaan door. De heer Buijsse heeft nog een interruptie.De heer Buijsse (VVD):Het is wel een toezegging voor een charmeoffensief als het gaat om diesecundaire bouwstoffen. Daar hoef ik verder nu geen tijdpad of brieven bijte hebben; dat is goed. Een werkbezoek voor de incidenten in Spijk enEerbeek gaan we regelen; dat is ook goed. Ik heb nog wel één checkvraagover de omgevingsdiensten en de criteria die in de wet komen. U zegt dat– dat is fijn – maar moeten we dit ook vastleggen als een toezegging? Datis eigenlijk meer de vraag. Op zich weet ik wel genoeg, maar ...Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41854 Ik ga ervan uit dat de wet hoe dan ook naar de Kamer toe gaat komen.De voorzitter:Dat weet je nooit met wetgeving, maar dat moet zo snel mogelijk.De heer Buijsse (VVD):Kijk, deze uitspraak heeft echt wel gevolgen voor een aantal omgevings-diensten. Dat weet ik wel zeker. Om ook aan hun kant ietwat tegemoet tetreden, is het belangrijk om ook te communiceren naar deze omgevings-diensten. Denk er nog eens over na. U doet nu een uitspraak in dezecommissie. Ik weet zeker dat er vanavond een aantal bestuurders contacthebben over deze uitwisseling. Dan is het wel fijn om vanuit het ministeriein ieder geval iets voorbereid te hebben om te communiceren richting deomgevingsdiensten, zo van: dit heb ik uitgesproken en dit gaat ergebeuren. Daar waak ik gewoon voor, ook vanuit zorg.De voorzitter:U krijgt zo antwoord hierop.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij is er al ambtelijk overleg hierover met de provincies enomgevingsdiensten. Dat is de stand van zaken. Maar ik krijg nu een kleineaanscherping. Omgevingsdiensten worden inderdaad nauw betrokken,maar ook het IPO en de VNG worden daarbij betrokken.De voorzitter:Het is bekend dat er haast en aandacht bij geboden is.De heer Buijsse (VVD):Zonder over de inhoud te willen debatteren: het gegeven dat u uitspreekt,dat we de robuustheidscriteria in de wet gaan borgen, is volgens mij nogniet als zodanig bekend bij alle omgevingsdiensten en de bestuurders diedaarbij horen. U kunt dat wel met het IPO afgestemd hebben – dat zijn deprovincies – maar op algemeen bestuurslevel van de omgevingsdienstenis dit volgens mij niet bekend.Staatssecretaris Jansen:Wellicht ter verduidelijking: het is wel bekend, maar dat wil niet zeggendat iedereen er op dit moment al heel blij van wordt, laat ik het zo danmaar omschrijven.De voorzitter:En ik zou bijna willen zeggen als voorzitter, maar ook als ex-handhaver:het werd potverdikke wel een keer tijd dat men wat gaat doen. Ik kan medaar vreselijk over ... Nou ja, meer zeg ik er niet over.Was er nog meer wat we niet gezegd hebben? Nee, hè? Dan sluit ik hierbijde vergadering.Sluiting 17.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 383, nr. 41855
Gerelateerde bronnen
- Leefomgeving
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2024, over leefomgeving
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.