Verslag van een commissiedebat, gehouden op 22 april 2026, over Netcongestie en elektriciteitsnet
Brontekst
Versie c8e63f43954c52e8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 718 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 6 juli 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei en de vaste commissievoor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben op 22 april 2026overleg gevoerd met de heer De Bat, Staatssecretaris van Klimaat enGroene Groei, en mevrouw Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening, over:−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 11 december 2025 inzake stand van zaken realisatieenergie-infrastructuur (Kamerstuk 29 023, nr. 601);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 11 december 2025 inzake de Actieagenda DigitaliseringEnergiesysteem (Kamerstuk 29 023, nr. 602);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 februari2026 inzake fiche: Aanbeveling voor het openen van onderhan-delingen met het Verenigd Koninkrijk (VK) over deelname aande interne elektriciteitsmarkt en een bijdrage van het VK aancohesiefondsen (Kamerstuk 22 112, nr. 4265);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 9 februari 2026 inzake kostenbesparingen door beterebenutting van het net (Kamerstuk 29 023, nr. 628);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 4 februari 2026 inzake rapport «Aansluitoffensief: Achtdoorbraken voor beter benutten van het net» (Kamerstuk29 023, nr. 626);−de brief van de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groeid.d. 12 maart 2026 inzake aanpak voorkomen volledigeaansluitstop FGU-regio (Kamerstuk 29 023, nr. 638);−de brief van de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groeid.d. 2 april 2026 inzake voortgang aanpak netcongestie(Kamerstuk 29 023, nr. 640);−de brief van de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groeid.d. 21 april 2026 inzake voortgang aanpak netcongestieFGU-regio (Kamerstuk 29 023, nr. 645). kst-29023-718ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7181 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,ZwinkelsDe voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimte-lijke Ordening,BrometDe griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7182 Voorzitter: ZwinkelsGriffier: TeskeAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach,Grinwis, Heutink, Jumelet, Klos, Kops, Müller, Van Oosterhout, Russcher,Vermeer en Zwinkels,en de heer De Bat, Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, enmevrouw Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuisvesting en Ruimte-lijke Ordening.Aanvang 10.01 uur.De voorzitter:Goedemorgen, allemaal. Van harte welkom bij dit commissiedebat overnetcongestie en het elektriciteitsnet. Een bijzonder welkom aan deMinister en de Staatssecretaris; fijn dat u er bent. Welkom aan iedereen opde tribune, de pers en iedereen die live meekijkt. Welkom aan alleKamerleden, alle commissieleden. We gaan er met elkaar weer een mooidebat van maken.Ik wil in het bijzonder eventjes aan de collega’s vragen of er toestemmingis om de heer Heutink aan het woord te laten, omdat hij niet officieel lid isvan deze commissie. Ja, ik zie dat dat akkoord is voor iedereen. De fractievan de heer Heutink heet op dit moment nog Groep Markuszower, maarmisschien binnenkort wel DNA.De heer Heutink (Groep Markuszower):Zeker. Dat verzoek is gedaan.De voorzitter:Het verzoek is gedaan, hoor ik. Hartstikke goed. We hebben veel sprekers,zoals u ziet. Ik wil dus voorstellen dat we de zes interrupties van de vorigekeer even terugschroeven naar vier in totaal. Mocht het heel voorspoediggaan, dan gaan we met elkaar naar vijf interrupties. Ik wil namelijk ookgenoeg tijd overhouden, zodat u met het kabinet in gesprek kunt. Het zouzonde zijn als we daarop moeten beknibbelen in dit debat. Ik zie dat dat totinstemming leidt. Heel goed. Dan heb ik verder geen mededelingen enstel ik voor dat we gaan beginnen.Dan geef ik het woord aan de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Nederland loopt vast, niet door een natuurrampmaar door beleid. Het stroomnet zit vol, wachttijden lopen op enwoningbouwprojecten komen stil te liggen. Dat raakt niet de tekentafel inDen Haag, maar gezinnen die wachten op een huis, starters die geen kantop kunnen en dorpen waar de leefbaarheid piept en kraakt. In deprovincies Flevoland, Gelderland en Utrecht dreigt er zelfs een volledigeaansluitstop, ook voor woningbouw. Dat is onacceptabel. We hebbenhonderdduizenden woningen nodig, maar zonder stroom gebeurt erhelemaal niets.Ik heb een vraag aan de Staatssecretaris. Er is namelijk een amendement-Flach/Koekkoek aangenomen bij de Energiewet. Daarin wordt gevraagdom een AMvB die het mogelijk maakt dat decentrale overheden zelf regelskunnen stellen in het belang van de energietransitie. Het gaat danbijvoorbeeld om netbewuste nieuwbouw en energieopslagsystemen, omzo meer maatschappelijk te kunnen sturen in de energietransitie middelshun verordeningen. De vraag is: waar blijft dat ding?Dan kom ik bij de huishoudens. Het baart de BBB grote zorgen dat deoplossing steeds vaker gezocht wordt bij huishoudens en mkb’ers. Slimladen, flexibel gebruik, aanpassingen in gedrag en netbewuste bouwTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7183 kunnen daar allemaal aan bijdragen, maar dat mensen en bedrijvendaarvoor moeten opdraaien omdat Den Haag de zaken niet op orde krijgt,is voor BBB onacceptabel. Wie niet kan sturen of investeren, mag wat onsbetreft ook niet gestraft worden. Ik vraag dan ook aan het kabinet: kanworden uitgesloten dat nieuwe prikkels rondom netgebruik leiden tothogere lasten voor huishoudens en bedrijven?Voorzitter. We moeten ook eerlijk durven zijn over oorzaken. De afgelopenjaren is massaal ingezet op zon en wind, zonder dat de nettenmeegroeiden. Dat leidt tot pieken, onbalans en uiteindelijk volle kabels.BBB zegt niet: stop de energietransitie. Maar we zeggen wel: je kunt geenstabiel energiesysteem bouwen op wiebelstroom zonder een plan voor deinfrastructuur. Erkent het kabinet dat grootschalige weersafhankelijkeopwek ook een belangrijke oorzaak is van netcongestie? Is het kabinetbereid om pas nieuwe projecten toe te staan als ook de netimpactaantoonbaar is opgelost?Voorzitter. In de stukken zien we veel plannen, pilots en verkenningen,maar gezinnen hebben geen boodschap aan plannen zonder stopcontact.De voorzitter:Eén moment. Excuus. U krijgt hierover een vraag van de heer Heutink.De heer Heutink (Groep Markuszower):Meneer Vermeer vraagt natuurlijk een beetje naar de bekende weg.Natuurlijk is wind- en zonne-energie een van de oorzaken van netcon-gestie. Dat is evident. Maar is het niet verstandiger om aan het kabinet tevragen om gewoon per direct te stoppen met het bouwen van nieuwewindmolens, zo veel mogelijk windmolens in de toekomst af te breken ener vol op in te zetten dat we binnen nu en vijf à zeven jaar de eerstekerncentrale met elkaar kunnen openen? Dat zou toch veel verstandigerzijn?De heer Vermeer (BBB):Wat verstandig is, gebeurt hier vaak niet. Ik heb dus ook gevraagd of hetkabinet bereid is om pas nieuwe projecten toe te staan als de netimpactaantoonbaar is opgelost. Ik vraag hier al twee jaar om de pauzeknop in tedrukken. Het is net als in een auto: als het rode lampje op je dashboardbrandt, ga je niet extra gas geven. Nee, dan ga je ’m langs de weg zettenen dan ga je de ANWB bellen of wie dan ook om eerst het probleem op telossen. Dus ook de heer Heutink vraagt naar de bekende weg.De voorzitter:U kunt verder met uw inbreng.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter. Ik was bij pilots, plannen en verkenningen en de brief die wegisteren gekregen hebben. Ik vind het eigenlijk heel erg dat provincialegedeputeerden nu moeten zeggen dat ze opgelucht zijn dat het niet ergeris dan ze dachten. Wij hebben al heel veel geaccepteerd aan beperkingendie er zijn, maar gezinnen kunnen gewoon geen extra aansluiting krijgenals ze bijvoorbeeld op inductie willen koken om van het gas af te gaan. Ikmoet hier om 11.00 uur weg, omdat ik naar het debat moet over deenergierekening van de huishoudens. Daar staan allerlei maatregelen indie feitelijk door de brief van de Staatssecretaris van gisteren gewoonnutteloos zijn. Bewoners en eigenaren kunnen een lening krijgen uit hetWarmtefonds om hun woning te verduurzamen, maar vervolgens kun je’m niet aansluiten. Dat werkt toch niet? Een subsidieregeling voorverenigingen van eigenaren, idem dito. Een inruilregeling voor fossiele-brandstofauto’s: geen laadpaal. Dit gaat niet werken.We hadden hier gisteren een heel mooie petitie van mensen uit Delft vande musical Willem van Oranje. Die hadden een Plakkaat van AansluitingheTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7184 gemaakt, een heel mooie variant op een historisch document. Die mensenkunnen dit gewoon aantoonbaar oplossen op het industrieterrein, samenmet omliggende bedrijven. Zij hebben ’s avonds een musical en overdagzijn de kantoren open. Stedin, de netbeheerder, kan gewoon geenoplossing bieden om die twee dingen contractueel en administratief aanelkaar te koppelen. Als dat zelfs niet kan, gewoon bestaande capaciteit ophet net efficiënt benutten ... Daar gaat helemaal niets mis mee. Daar kangeen kortsluiting door komen op het net. Het is gewoon iets wat handiguit te rekenen is. Hier moet iets gebeuren.Ik vraag de Staatssecretaris: welke middelen heeft van de Kamer nodigom hier keihard op in te grijpen? Want op deze manier komen we nietverder. Datzelfde geldt voor de ACM. We hebben straks het hele priorite-ringskader, maar het is mij gewoon niet duidelijk hoe wij als Kamer hiernog iets van invloed op kunnen uitoefenen op het moment dat hetscheefloopt in de praktijk. Er wordt steeds gezegd: onafhankelijketoezichthouder, daar kunnen we niks mee doen. Wat kunnen wij dan weldoen? Geeft u ons het artikel van de wet waar wij dan een voorstel voormoeten maken, en wij doen dat.De voorzitter:Meneer Vermeer, wilt u tot een afronding komen, want u bent al door uwspreektijd.De heer Vermeer (BBB):Dan bedank ik u voor uw coulance. Wij kiezen voor realisme. Eerstwoningbouw mogelijk maken, eerst kabels in de grond, eerst betaal-baarheid en zekerheid voor huishoudens voordat we de volgende stappenzetten die nog meer druk op het net geven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach.De heer Flach (SGP):Voorzitter. Om te beginnen neem ik u graag mee in mijn agenda vanvandaag. Die speelt zich af in twee parallelle werkelijkheden. Om11.15 uur doe ik mee aan het plenaire debat over een pakket van eenmiljard euro dat vooral inzet op verdere elektrificatie op allerlei terreinenen om 10.00 uur, een uurtje daarvoor, zitten we hier bij elkaar om onderandere te spreken over de situatie in Utrecht, waar de boel gewoon opslot gaat. Ik vraag me dus af of daar in het kabinet onderling welvoldoende over wordt afgestemd. Dat is de eerste vraag die ik zou willenstellen, want op deze manier gaan we met 120 kilometer per uur op eenmuur af.Alleen al 15.000 aanvragen van grootverbruikers staan in de wachtstand.Huishoudens die willen overstappen op inductie, een warmtepomp ofelektrisch rijden, moeten maar zien of ze ook een zwaardere aansluitingkrijgen. Tienduizenden woningen kunnen niet gebouwd worden. Hoewelvoor een deel van FGU-regio gelukkig oplossingen gevonden zijn, krijgenveel bedrijven wel een aansluitstop en gaat de stad Utrecht helemaal opslot. Dat betekent nogal wat. Verder constateer ik dat alleen al deautonome groei van het elektriciteitsgebruik betekent dat in congestiege-bieden tegen het einde van de congestieperiode de beschikbare transport-capaciteit op piekmomenten met gemiddeld 20% zal wordenoverschreden. Komt vrijkomende ruimte door congestiemaatregelen danwel direct beschikbaar voor nieuwe aansluitingen? Misschien scheelt hetook als we de vergaderbel, die nu gaat, wat korter afdraaien. Dat scheeltook behoorlijk wat stroom, denk ik.Voorzitter. Zelfs de SGP pleit voor onorthodoxe oplossingen. Ik benoemenkele punten. Wij pleiten al langer voor zwaardere netbelasting enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7185 gebruik van de storingsreserve. De Staatssecretaris kijkt hiernaar metnetbeheerders en de ACM. Hoe gaat hij voorkomen dat het een gebedzonder end wordt? De maatschappelijke kosten van de congestiecrisis zijntorenhoog. We moeten bereid zijn ietsje meer risico te nemen. Komt deStaatssecretaris voor de zomer met serieuze stappen? Gaat hij alvastwetgeving voorbereiden om netbeheerders meer ruimte te geven voorgebruik van de storingsreserve en voor versnelling van EMC-vergunnings-trajecten, zodat dit klaarligt?Ik vraag de Staatssecretaris ook om vaart te maken met de Crisiswetnetcongestie. Het gaat hierbij niet alleen over versnelling van ruimtelijkeprocedures, maar ook over meer ruimte voor flexibiliteit. Ruimtelijkeprocedures kunnen versneld worden door het parallel uitvoeren vanprocesstappen, het vroegtijdig en serieus meenemen van belangheb-benden en standaardisering. De vraag is: wordt snel de AMvB Versterkingregie volkshuisvesting vastgesteld en komt er ruimte om vergunningsvrijbestaande transformatorstations uit te breiden?De Staatssecretaris wacht met een stikstofvrijstelling tot de BrusselseGrids Package van kracht is, lezen we. Maar we kunnen toch niet wachtentot 2028? Onderzoek toont aan dat het gros van de natuur eropvooruitgaat als energie-infraprojecten en bijbehorende industriëleelektrificatie uitgevoerd worden. Dat biedt toch aanknopingspunten vooreen landelijke vrijstelling? Voordat de rechter dit eventueel onderuithaalt,zitten we al in 2028.Voor de FGU-regio is een crisisaanpak opgesteld. Nissewaard geeft aandat ook hier een aansluitstop dreigt. Ook in andere regio’s horen we datsoort waarschuwende geluiden. Komt er een vergelijkbare crisisaanpak?Voorzitter. De SGP wil ook meer inzetten op flexibiliteit. In congestiege-bieden zijn mogelijkheden om met tijdelijke flexibiliteitsoplossingen, zoalsbatterijen en wkk, toch te starten met woningbouw of met laadpalen voortransportbedrijven. De strakke netregels zitten echter dwars. Wil deStaatssecretaris snel ruimte creëren voor passende contractvormen ennetcodeontheffingen? De flexcontracten van TenneT richten zich nu opzodanige flexibiliteit dat de storingsreserve vrijgehouden kan worden. Jezou ook kunnen kiezen voor contracten waarbij alleen teruggeschakeldmoet worden als er daadwerkelijk sprake is van storing. Wordt ditopgepakt?Het kabinet overweegt de Flex-e-regeling toegankelijk te maken voorgrotere industriële bedrijven. Ik lees: na 2026. Kan ook dit niet sneller enwordt gekeken naar korting op nettarieven?Voorzitter. Het is goed dat de stap wordt gezet naar tijdsafhankelijkenettarieven voor kleinverbruikers. Wordt inzichtelijk gemaakt wat ditbetekent voor verschillende groepen huishoudens en mkb-bedrijven enwordt er verschil gemaakt tussen de traditionele stroomgebruikers en degebruikers die met warmtepompen en elektrische auto’s een relatief grotebijdrage leveren aan het piekgebruik? Een prioriteringskader zorgt voorhoofdbrekens bij gemeenten. Gemeenten krijgen wel de mogelijkheid omin een vroeg stadium transportcapaciteit te reserveren voor woningbouwen voorzieningen, maar daar zitten wel veel haken en ogen aan. Dievoorbereiding kost meer tijd dan gemeenten krijgen. Kan de overstap naarhet nieuwe prioriteringskader voor kleinverbruikers enkele weken wordenuitgesteld?Tot slot. Netcongestie is helaas niet tijdelijk. Een volledig duurzaamenergiesysteem in 2050 kan maar zo een vier keer hogere elektriciteitsbe-hoefte hebben, aldus TNO. We moeten volop verzwaren, maar dan nog. Ikwil daarom aan de voorkant inzetten op meer voorspelbare stroompro-ductie, zoals kernenergie en energie uit water, op warmtesystemen en opgebruik van moleculen. Ook inzet op efficiënt netgebruik en energiebe-sparing is een blijvende opdracht. Mijn laatste vraag: bij verduurzamingvan wagenpark en industrie en het beleid hieromheen speelt inzet opelektrificatie een hoofdrol. Maar gaat dat op langere termijn ook nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7186 enorm wringen met wat het net aankan? Hoe zorgt de Staatssecretariservoor dat in het beleid de impact op het energiesysteem aan de voorkantwordt meegewogen?De voorzitter:Dank u wel. Ik heb u ook enige coulance gegeven, gelet op de spreektijd,maar het valt alleszins mee. We gaan wat mij betreft door naar de heerGrinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Ik heb een opmerking vooraf. Ik heb hetzelfde euvel als mijncollega’s hiervoor. Wij gaan vandaag flexibel om met dit debat, maar welaten daarmee ook zien dat we de Kamercapaciteit beter benutten.De voorzitter:Kijk, volgens mij is flexibiliteit een kernbegrip.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik moet om 10.30 uur naar de plenaire vergadering.De voorzitter:Ik begrijp het. Het is goed dat u dat eventjes meedeelt, zodat mensen ookweten waarom u tijdelijk vertrekt. Ik hoop u ook straks dan wel weer terugte zien.De heer Grinwis (ChristenUnie):Zeker, zeker.De voorzitter:Mooi. Aan u het woord.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Netcongestie is één grote ramp, maar die blijkt door deoverheden en netbeheerders te worden behandeld als een ongelukje.Althans, dat gevoel bekruipt mij keer op keer als wij hierover debatteren.Ik kan er met mijn hoofd niet bij: als een dijk dreigt te breken, danversterken we die subiet, maar als TenneT een cruciaal onderstation bijUtrecht moet bouwen, gaan we eindeloos palaveren: kan dat niet ookergens anders, zit er niet per ongeluk ergens een rugstreeppad, modder-kruiper of vleermuis of dreigt niet per ongeluk een zwaard uit de bronstijdverloren te gaan? Kunnen we in dit land echt alleen nog maar pennen-likkend en papierschuivend op de winkel passen? Waarom is er nog geenaanwijsbesluit of heeft het Rijk dit project niet allang overgenomen?Waarom is er geen rijksinpassingsplan? Al dit interbestuurlijke geëmmerlevert toch bedroevend weinig op? Met droge ogen beweren dat ditcruciale ding pas in 2031 wordt opgeleverd! Als het meezit! Dat is tochonacceptabel? Is de Staatssecretaris dat niet enorm met mij eens? Devraag is dus wat hij eraan gaat doen.Ondertussen kleurt de netcongestiekaart van Nederland roder en roder.Rond Utrecht gaat er echt een aansluitstop komen, ondanks alle oproepenom die koste wat kost te voorkomen, ook vanuit deze Kamer. Wat kopende woningzoekenden, bouwers en ondernemers voor alle bezweringsfor-mules van de afgelopen tijd, ook van de voorganger van deze Staatssecre-taris? Wat zijn nou de harde resultaten? Graag een reactie.Voorzitter. Neemt de frustratie niet ook bij de Staatssecretaris zelf met dedag toe, ook al vervult hij dit prachtige ambt nog maar twee maanden? Bijons, bij de Tweede Kamerleden, in ieder geval wel. Gisteren stond ik teluisteren bij de aanbieding van de petitie Plakkaat van Aansluitinghe –hulde voor de vorm en titel. Ik hoorde daar van een theater in Delft: hetheeft afspraken gemaakt met bedrijven en instellingen daaromheen zoalsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7187 Deltares, omdat zij elkaar perfect afwisselen tussen dag enerzijds enavond en weekend anderzijds, maar Stedin geeft niet thuis. En dan wordter dus maar 5.000 liter diesel per week verstookt. Als je dat hoort, vraag jeje af: waarom toch? Waarom toch? Het klopt toch dat de ACM in dezenniet een sta-in-de-weg is? Het klopt toch dat de Staatssecretaris in dezenniet een sta-in-de-weg is? Het klopt toch dat de gemeente in dezen nieteen sta-in-de-weg is? Als het in de bouw moeilijk wordt, leg je met elkaarde boeken op tafel, maar de netbeheerder blijft een gesloten boek, eenoester waar je geen vat op krijgt. De samenleving is de dupe. Staatssecre-taris, laat het er niet bij zitten. Ga net zo lang op Stedin zitten tot zemeebewegen, want het kan wél.Voorzitter. Dit alles roept de vraag op of de netbeheerders wel geëqui-peerd zijn voor hun job. En ja, ik heb ze heel lang verdedigd. Ik heb hetvoor ze opgenomen, ook in deze zaal, maar zijn deze organisaties die invredestijd prima functioneren, wel in staat om de netcongestieoorlog tevoeren? Zijn ze in control en in staat een crisis echt aan te pakken? Staanze daadwerkelijk open voor oplossingen van buiten, voor innovatieveoplossingen van ondernemers om netcapaciteit vrij te maken? Van henhoor ik maar al te vaak een ontkennend antwoord op deze vraag endaarom krijgt u van mij een aantal vragen.In het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, LAN, zie ik maar zeerbeperkt maatregelen die erop gericht zijn dat netbeheerders het andersgaan doen en werkprocessen anders gaan inrichten, terwijl dit in deafgelopen debatten toch een refrein is geweest. Wat gaat de Staatssecre-taris doen om juist dit te veranderen? Ziet de Staatssecretaris dat hetnoodzakelijk is dat netbeheerders meer transparantie geven en zich meerinzetten om inzicht in de netbelasting te kunnen bieden? Binnenkort moetbijvoorbeeld in elk huishouden een slimme meter staan, maar wanneerstaat die in elk trafohuisje?Congestiemanagement en flexibele contractvormen worden amperuitgerold. Welke rol kan de Staatssecretaris spelen om dat te bespoe-digen? Kan de Kamer met grote regelmaat – het mag ook flexibel –worden geïnformeerd over de voortgang? Moet geen juridische,technische en financiële duidelijkheid worden geboden bij flexoplos-singen, zodat ondernemers daar in vertrouwen mee aan de slag kunnen?Waarom nemen netbeheerders zo weinig risico? Klopt het dat TenneT opcruciale kabels nul procent risico neemt? Enfin, ik verwees al naar hetPlakkaat van Aansluitinghe.Voorzitter. Meer inzet op energieopslag en flexibel vermogen moet eenbelangrijk onderdeel van de plannen zijn. Welke ambities heeft deStaatssecretaris op dit punt? In doorgerekende scenario’s zie ik datnetbeheerders rekening houden met een bepaalde opslagcapaciteit in detoekomst, maar gaan we deze capaciteit ook realiseren? En zo niet, hoeintensiveert de Staatssecretaris dan de sturing? In de brief lees ik datuitvoering is gegeven aan mijn motie over het nauwkeurig in kaartbrengen van opslaglocaties, maar zowel van de opslagbranche als van denetbeheerders hoor ik dat de motie over het nauwkeurig in kaart brengenvan opslaglocaties niet is uitgevoerd. Herkent de Staatssecretaris dit ook?Wanneer kunnen we wel een volledige uitvoering verwachten? Moet erniet gewoon een helder kaartje komen?Dan nog een vraag over lokale flex. Die kan toch nog meer benut wordenom het net te ontlasten? Zijn er genoeg prikkels zoals subsidies,normering en financiële prikkels om flex te stimuleren? Moet daarop nietmeer worden ingezet, zowel voor klein- als grootverbruikers? Moetendigitalisering en realtimedatadeling niet een nog grotere rol gaan spelen?Zouden bijvoorbeeld thuisbatterijen, mits slim aangestuurd en met denodige waarborgen, niet toch een rol kunnen spelen in het ontlasten vanhet net? Is het niet een idee om daar 0% btw op te gaan heffen, nu desaldering eraf gaat? Welke rol kunnen overheidsgebouwen spelen in hetontlasten van het net? Is daar voldoende inzet op, onder meer doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7188 voldoende energiebesparing? En hoe staat het met de voortgang van deMKBA van het prachtige project Delta21?Voorzitter, ik wou nog even een punt maken over groen gas. Is daar nogruimte voor?De voorzitter:Daar is helaas geen ruimte meer voor, want u bent al door uw spreektijdheen. Ik zie dat u wel een aantal interrupties krijgt. Wellicht gaat een vande interrupties over groen gas. Dan bent u gered en kunt u daar alsnog opingaan.De heer Van den Berg (JA21):Sinds gisteren ben ik wel de rapporteur groen gas, voorzitter, maar mijninterruptie gaat daar niet over. Ik hoor het verhaal van de heer Grinwis enik hoor de zorgen. Daar ben ik het ook helemaal mee eens, maar ik benwel benieuwd of er in de afgelopen jaren klimaatmaatregelen zijngenomen waar de heer Grinwis tegen heeft gestemd en die geendoorgang hadden moeten vinden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zit even te kijken. Echt tegen ... Kijk, er zijn verder niet echt heel veelwetten of zo geweest rondom die maatregelen. Daarbij gaat het natuurlijkvaak om regelingen, zoals de SDE+-systematiek. Ik zit even te denken. Ikheb er wel vaak voor gepleit om bij de SDE++ een systeembenadering toete passen, dus om het hele vraagstuk mee te nemen en niet alleen maarindividuele maatregelen te subsidiëren en dan te kijken naar wat die aanCO2-reductie opleveren of om alleen maar te kijken naar de onrendabeletop van die ene maatregel. Daar heb ik samen met oud-collega Erkens enmet Bontenbal diverse moties over ingediend. Die zijn allemaal aange-nomen, maar niet echt uitgevoerd. Ik heb dus heel vaak wel vanuit desysteembenadering ervoor gepleit om, als je aan de slag gaat metelektrificatie, het op die manier te doen. Dat is een van de antwoorden dieik kan geven.De voorzitter:Meneer Van den Berg, heeft u daar een vervolgvraag over?De heer Van den Berg (JA21):Ja, dank daarvoor. Ik hoor net het punt richting het kabinet, zo van: «Wezien dit al zoveel jaren aankomen, maar er is eigenlijk niks aan gedaan.Hoe heeft dat nou zo kunnen lopen?» Tegelijkertijd zijn in deze Kamertalloze voorstellen aangenomen, van voorstellen over warmtepompen enelektrificeren tot voorstellen over klimaatdoelen. Die hebben natuurlijkook, in ieder geval voor een groot gedeelte, geleid tot de vergaandenetcongestie. Natuurlijk leidt economische groei óók tot verzwaring vanhet netwerk, maar als al die maatregelen aan de voorkant ook door deheer Grinwis zijn gesteund, dan moet hij toch ook in de spiegel kunnenkijken: hadden we het niet zélf anders kunnen doen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Zeker, maar tegelijkertijd wordt er al heel veel jaren voor gepleit datnetbeheerders actiever hun rol oppakken, meer mogelijkheden krijgen enmeer door de aandeelhouders worden aangestuurd om die rol te pakken.Wat is echter mijn ervaring? Bij de aandeelhoudersvergaderingen zatentot voor kort bij wijze van spreken echt alleen maar de wethoudersFinanciën met een puur financiële bril op de netbeheerders te controleren.Het aanjagen van het oppakken van een maatschappelijke taak gericht oprobuuste netten is maar zeer mondjesmaat en zeer laat op gang gekomen.Daar hebben we heel vaak de nadruk op gelegd. Bovendien moet je deene warmtepomp en de andere warmtepomp niet over één kam scheren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 7189 Dat weet de heer Van den Berg natuurlijk ook. Het piekvermogen vanhybride warmtepompen is zodanig dat het niet hoeft bij te dragen aan eenovermatige netbelasting. Sterker, als je een hybride warmtepomp op eenslimme manier installeert, daar de normering op richt en daar dus ook deaankoop door mensen op richt, dan is dat niet een grote showstopper diezorgt voor heel veel netcongestie. Dat weet de heer Van den Berg ook.De voorzitter:Dank voor uw antwoord.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nou ja, zo kun je ook met groen gas omgaan. Maar die vraag houdt hijtegoed!De voorzitter:O, ja! Het was u nog bijna gelukt ook. Ik vind dat u een heel mooiantwoord heeft gegeven op de vragen. Ik stel voor dat u het daar wellichtop een later moment, buiten deze vergadering, nog even met elkaar overheeft, maar we gaan nu door naar een andere interruptie. Ik dacht nog devinger van de heer Vermeer te zien. Is dat het geval?De heer Vermeer (BBB):Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog wel heel graag weten wat deheer Grinwis, heel kort, over groen gas wilde vertellen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Aha! Dank u wel voor deze vraag. Dat wordt zeer gewaardeerd, meneerVermeer. Ik denk dat wij wat betreft netcongestie behoefte hebben aanomdenken. Een van de voorstellen die naar ons toekomen of die erinderdaad al liggen, is de bijmengverplichting voor groen gas. Nu is ditheel erg breed over allerlei eindgebruikers verdeeld, maar niet gericht opsectoren met een hoge systeemwaarde, zoals in de glastuinbouw, waar3.000 megawattuur aan opgesteld flexibel vermogen staat. Kun je nietveel beter vanuit een soort ketenbenadering tussen veehouders englastuinbouw komen met misschien een aanvullende SDE++-categorievoor groen gas dat wordt geleverd aan de glastuinbouw? Dat is ook mijnvraag aan de Staatssecretaris: kijk daar eens naar en ga op die manier inoverleg met onder andere de glastuinbouw, samen met uw collegaErkens. Sorry, de collega van LVVN. Ik denk namelijk dat daar veel meermogelijkheden zijn. Ik denk dat wij de bijmengverplichting voor groen gaseen beetje dom dreigen te gaan implementeren, terwijl wij dat veelslimmer kunnen doen. Dat levert dan direct een bijdrage aan het in standhouden van het opgesteld vermogen bij de glastuinbouw. Ik denk dat wedat de afgelopen jaren te veel in een verkeerd hoekje hebben geplaatst,terwijl dat zo ongelofelijk belangrijk is voor onze elektriciteitsvoorziening.En we gaan het dan gewoon slimmer doen, waardoor we het netontlasten.De heer Vermeer (BBB):Zou de heer Grinwis dan ook voorstellen dat we van een generiekebijmengverplichting gaan naar een «mass balance»-benadering? Die zaladministratief op hetzelfde uitkomen en daarmee brengen we groen gasrechtstreeks naar de wijken, waar dan misschien tijdelijk een gascentraleneergezet moet worden, zodat er gewoon doorgewerkt kan worden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, dat ben ik zeer eens met de heer Vermeer. Ik ben heel erg benieuwdnaar de reactie van de Staatssecretaris op de vraag of het niet hoog tijd isom eens de klok gelijk te gaan zetten? Juist met het enorme probleem vannetcongestie, dat we vandaag bespreken, op het netvlies, maar ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71810 vanwege de kansen die dit biedt om het enorme opgestelde flexver-mogen, bijvoorbeeld bij de glastuinbouw, te blijven benutten in detoekomst. Want in het verleden hebben we misschien wel te makkelijkgezegd: we gaan dat allemaal wel een beetje uitfaseren met de warmte-transitie en elektrificatie. Ik ben heel benieuwd wat de Staatssecretaris, inlijn met de interruptie van de heer Vermeer en mijn antwoord, daarop zouwillen reageren en welke toezegging hij bereid is te doen.De voorzitter:Prima. Dank u wel. Fijn dat u deze aanvulling nog heeft kunnen doen. Ukrijgt nog een laatste interruptie van de heer Klos.De heer Klos (D66):Ik wil de heer Grinwis danken voor zijn zeer urgente, maar toch optimis-tische bijdrage. Ik deel zijn frustratie over de toch een beetje slappeaanpak, zo van: nou, in 2031 is het misschien een keer af. Daar zou nogveel meer urgentie in mogen. Een van de dingen die het kabinet doet, ishet voorbereiden van een Crisiswet netcongestie. Daar heeft u hetvandaag niet over gehad. Ik vraag me het volgende af. Welke elementenziet de heer Grinwis als essentieel voor zo’n crisiswet? Wat zou deversnelling kunnen opleveren die we nu nodig hebben, niet alleen inUtrecht, maar ook elders in het land?De voorzitter:Ik wil de heer Grinwis vragen om deze vraag beknopt te beantwoorden,want die nodigt nogal uit om een langer antwoord te geven.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, voorzitter. Ik moet me ook naar de plenaire zaal gaan spoeden, dus datis ook een aanmoediging. Naast al die voor de hand liggende antwoordenvan parallel plannen en dat soort dingen, hoop ik echt dat we wat hetzwaarst is, het zwaarst laten wegen. Ik hoop dat we eens voorbij kunnengaan aan al die verplichtingen die in vredestijd volstrekt logisch zijn,bijvoorbeeld voor natuur, bodemonderzoek en archeologie. Ik weet: overhet algemeen ben ik lid van een partij die opkomt voor zachte waarden.Maar wat het zwaarst is, moet wel het zwaarst wegen. Ik ben bang dat wedaar nu ... We palaveren alsof we in vredestijd zitten, maar het is oorlogop het net. Dat besef, alsof er een dijk op doorbreken staat, moet veelmeer doorklinken. Dat mag ook landen in zo’n wet. Ik weet niet of dat snelgenoeg gaat zijn. Ik heb ook aan de Staatssecretaris gevraagd: moet je ditproject niet gewoon overnemen met een rijksinpassingsplan? Tegelij-kertijd wil ik hier geen motie van wantrouwen naar de provincieuitspreken, want dat is niet terecht. Echter, ik constateer wel dat er heellang gepalaverd wordt over een onderstation: «Moet dat daar wel komen?Ik vind dat niet zo leuk in mijn achtertuin.» Ik ben echt helemaal klaar metdat nimbygeneuzel; we moeten doorpakken.De voorzitter:Mooi, dat heeft u duidelijk gemaakt. Heeft u nog een vervolgvraag,meneer Klos? Uw microfoon staat namelijk nog aan. Nee? Oké. Dan gaanwe naar de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Dank u, voorzitter. Succes bij de plenaire vergadering, meneer Grinwis.Voorzitter. Zeven jaar geleden, in 2019, kwam ik de provinciale staten vanNoord-Holland binnen. Een van de eerste waarschuwingen daar was dathet ondoordachte verduurzamingspad onherroepelijk zou botsen met defysieke grenzen van ons elektriciteitsnetwerk en zou leiden tot black-outs.Toen werd er lacherig over gedaan. Nu, zeven jaar later, zitten bedrijven,maatschappelijke instellingen en woningbouwprojecten vast op wacht-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71811 lijsten en moet het kabinet in de Flevopolder, Gelderland en Utrecht metcrisismaatregelen een volledige aansluitstop zien te voorkomen. Danmoet je toch eerlijk zeggen: dit is geen technisch incident, en ook geentijdelijk uitvoeringsprobleem. Dit is het directe gevolg van jarenlangondoordacht verduurzamen, zonder realiteitszin, zonder systeemkeuzesen zonder serieus oog voor de vraag of het net het überhaupt allemaalwel aankan.Voorzitter. Precies daar zit het politieke probleem. Jarenlang is gedaanalsof iedere extra elektrificatiestap automatisch vooruitgang was, alsof jeeindeloos mobiliteit kon elektrificeren, bedrijven kon verduurzamen,warmtepompen kon uitrollen en tegelijkertijd ook nog een heel nieuwenergiesysteem kon optuigen, zonder dat de fysieke infrastructuur hetknelpunt zou worden. Realisme bleef simpelweg buiten beeld. Nu zittenwe in de situatie waarin het kabinet zelf opschrijft dat schaarste op het netstructureel is, dat scherpe keuzes onvermijdelijk zijn en dat niet iedereenmeer ruimte krijgt. Dan moet de conclusie toch zijn dat het oude verhaalvan grenzeloze elektrificatie zonder harde randvoorwaarden gewoon isstukgelopen op de werkelijkheid? Ik hoor graag hoe het kabinet hieroverdenkt.Voorzitter. De Staatssecretaris schrijft dat een algehele langdurigeaansluitstop in de FGU-regio is afgewend, maar laten we wel precies zijnover wat er wel staat. In geen van de gebieden is op dit moment ruimtevoor aansluitingen zonder maatschappelijke prioriteit. Een vraag daarbij:vallen onder die maatschappelijke prioriteit ook asielzoekerscentra? Dit iseen veelgehoorde vraag uit de provincie. De regio wordt opgesplitst in vijfcongestiegebieden. In vier gebieden kan een deel van maatschappelijkgeprioriteerde aanvragen doorgaan, maar voor een groot deel van deprovincie Utrecht komt er vanaf de zomer alsnog een tijdelijke pas op deplaats voor nieuwe of zwaardere aansluitingen. En dat heet danvoortgang. Voor burgers, bedrijven en woningzoekenden betekent ditgewoon dat de schaarste niet is opgelost, maar alleen strakker wordtgemanaged. Daarom is mijn vraag aan de Staatssecretaris heel funda-menteel: welk energiesysteem kiest dit kabinet eigenlijk? Daar blijft hetkabinet structureel omheen draaien wat ons betreft. In eerdere stukkenwordt gesproken over 195 miljard euro aan investeringen in het netwerktot en met 2040 met oplopende nettarieven en elders werd er weer over170 miljard euro voor net op land gesproken, met mogelijke besparingendoor betere benutting. En laatst was er een rapport van FIEN, dat danweer over 269 miljard euro sprak.Wat ontbreekt, is het enige overzicht dat ertoe doet: wat kosten verschil-lende energiesystemen voor het net? Wat kost een systeem met maximaleelektrificatie? Wat kost een systeem met meer spreiding in energiedragersdoor de bouw van SMR’s? Wat kost een systeem waarin je realistischerkijkt naar vraagontwikkeling, leveringszekerheid en ruimtelijke inpas-baarheid? Is de Staatssecretaris bereid om die systeemvergelijkingzwart-op-wit naar de Kamer te sturen, inclusief de gevolgen voornetinvesteringen, nettarieven en de uitvoerbaarheid? Volgens mij is er eengespecialiseerd bureau dat dat kan, dus wellicht kunnen we dit ook aanhen vragen. Ik vraag dat met nadruk omdat anders steeds hetzelfdegebeurt: eerst wordt een politieke richting gekozen, daarna loopt het netweer vast en vervolgens mogen de belastingbetaler en de energiege-bruiker de rekening betalen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is ook:erkent hij dat netcongestie niet alleen een technisch capaciteitsprobleemis, maar ook een direct toekomstig probleem van gemaakte politiekekeuzes? Wil hij per groot beleidsdossier inzichtelijk maken welk deel vande toekomstige netverzwaringen voortkomt uit beleidsmatigafgedwongen elektrificatie, welk deel dan uit de autonome economischegroei en welk deel uit de keuze voor specifieke opwekprofielen? Danbedoel ik bijvoorbeeld zon, wind of kernenergie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71812 Dan kom ik op wind op zee. Ook daar wil ik een eerlijk antwoord op van deStaatssecretaris, want wind op zee wordt vaak gepresenteerd alsvanzelfsprekende vooruitgang, maar ook dat is niet gratis voor hetsysteem. Dus hoeveel additionele investeringen in aanlanding, transport,systeeminpassing en netverzwaring op land hangen samen met verdereopschaling van wind op zee? Welk deel van de netkosten in de komendedecennia is direct of indirect terug te voeren op de keuze om zwaar in tezetten op wind op zee? Wil de Staatssecretaris die kosten niet alleenprojectmatig, maar gewoon systeembreed inzichtelijk maken? Met anderewoorden: wat kost wind op zee niet alleen op zee, maar juist ook op hethele net? Daar hoort nog een tweede vraag bij. Als wind op zee verderwordt opgeschaald, welke extra druk geeft dat dan op momenten vanpiekaanbod en op de noodzaak van transport, afschakeling, opslag enreservecapaciteit? Anders gezegd: wat zijn de volledige systeemkostenvan wind op zee als je niet alleen naar de productie kijkt, maar ook naar denetten, de balanshandhaving en de inpassing?De voorzitter:Meneer Van den Berg, wilt u tot een afronding komen?De heer Van den Berg (JA21):Ik zit toch op vier minuten, of klopt mijn timer niet?De voorzitter:Ik vrees dat er iets niet goed gaat met uw timer, want die van mij zegt datu al in de min staat.De heer Van den Berg (JA21):O, mijn excuus. Kan ik dan dezelfde coulance ...De voorzitter:Geen probleem. Dat kan gebeuren. Misschien kunt u dan nog één of tweedingen uitkiezen die u wilt meegeven.De heer Van den Berg (JA21):Ja, zeker. Dat is dan even misgegaan. Dan nog een vraag aan de Ministervan VRO. Die gaat over de woningbouw. De bouw van 35.000 woningenkan in ieder geval nog doorgang vinden, maar de vraag is dan even wat ergebeurt met alles wat daarbuiten valt. Wat kunnen we nog op het netpassen? Hoe voorkomt de Minister dat netcongestie feitelijk een nieuwebouwstop wordt, alleen dan in technocratische taal verpakt?Daar laat ik het dan maar even bij.De voorzitter:Helemaal goed. Wellicht kunt u straks in de tweede termijn nog ietsinbrengen. Meneer Klos, aan u het woord.De heer Klos (D66):Dank, voorzitter. De problemen op ons stroomnet vormen de grootstebelemmering voor de vooruitgang van Nederland. Het nieuws vangisterenavond is daar het laatste tragische bewijs van. Duizenden mensendie een huis zoeken in Utrecht staan straks in de kou. Duizenden mensendie bij willen dragen aan onze onafhankelijkheid en grip willen krijgen ophun energierekening met een warmtepomp, inductieplaat of laadpaalworden in de steek gelaten. Ondernemers die willen groeien en bijdragenaan een sterker Nederland, lopen vast.De voorzitter:Eén moment. Voordat u verdergaat, heeft u een vraag van de heer Flach.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71813 De heer Flach (SGP):Ik citeer even een zin: «Het kabinet neemt maatregelen voor een versnel-lingsoffensief om verduurzaming te versterken.» Dat staat in een briefvoor een debat dat we zo meteen gaan voeren. Dat gaat over eencompensatiepakket vanwege de hoge brandstofprijzen. Erkent de heerKlos dat dit twee parallelle werkelijkheden lijken? Aan de ene kant wordthet gaspedaal vol ingetrapt. Ik was het eens hoor, met de eerste tweezinnen van de heer Klos, maar ik dacht wel: dan moeten we wel evenkijken waar het vandaan komt. Zou de heer Klos daarop willenreflecteren?De heer Klos (D66):Ja, die twee dingen horen natuurlijk inderdaad bij elkaar. Ik voel ook welenigszins ongemak over die parallelle werkelijkheden. Ik hoor het kabinetook steeds zeggen: als we willen verduurzamen, als we meerhernieuwbare energie willen, als we af willen van die fossiele verslaving,dan zullen we ook iets moeten doen aan de capaciteit op het net. Je moetde capaciteit uitbouwen. Je moet meer flexibiliteit toepassen. Dat is eennationale crisis, daar moet je met alle energie en effort die je hebt opinzetten en dat moet je ook tegelijkertijd doen, want anders gaat het nietlukken.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Flach (SGP):Het klinkt mij toch iets te utopisch in de oren. Bij het coalitieakkoord had iksterk het gevoel «nou, dit heeft vooral de VVD gewonnen», maar bij zo’ncompensatiepakket lees ik toch echt wel de inzet van D66 terug. Ik hoor deheer Klos in het ene debat zeggen dat we af moeten van die fossieleverslaving en volop moeten inzetten op verdere verduurzaming. Eendebat verder spreekt hij de woorden uit dat gezinnen die willen verduur-zamen in de steek worden gelaten. Het kan niet allebei waar zijn. Wanneerkomt het moment dat D66 ook zelf zegt «dit komt door onszelf», dat D66zegt dat we de verduurzaming moeten afremmen omdat we anders vol opeen muur afrijden?De heer Klos (D66):Ik weiger het probleem bij de verduurzaming te leggen, want verduur-zaming is juist de oplossing voor onze weerbaarheid. Het probleem is datwe niet op tijd het net hebben uitgebreid. We moeten in een noodtempowerken om dat alsnog te doen. Het zit niet alleen in de uitbreiding. Hetkabinet bereidt daarvoor een crisiswet voor. In een brief worden ookallerlei maatregelen aangekondigd om de uitbreiding te versnellen.Tegelijkertijd moeten we ook energie besparen. Veel maatregelen in debrief die de heer Flach net aanhaalde gaan over energiebesparing.Daarmee leg je minder druk op het net. Tegelijkertijd moeten we veelmaatregelen nemen voor flexibiliteit op het net en om het bestaande netzwaarder te kunnen belasten. Ik begrijp dat de complexiteit groot is, maarik blijf optimistisch dat we dat in Nederland kunnen.De voorzitter:Uw derde interruptie.De heer Flach (SGP):Dat grenzeloze optimisme zonder daarbij de consequenties te accepterenis volgens mij de kern van het probleem. Ik ben blij dat we hier zijnaangeland. Ik ben het eens met de heer Klos dat we onze weerbaarheidvergroten als we meer energie in eigen huis kunnen opwekken. Dat iswaar. Maar als we constateren dat ons net dat nu niet en ook niet voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71814 2030 of 2035 aankan en we het gaspedaal dieper blijven intrappen ... Hetis alsof je in een auto gaat zitten met een blinddoek om en vervolgensover de snelweg gaat rijden. Dan weet je dat er een keer een hele hardebotsing komt. Ik wacht, en met mij een groot deel van Nederland, metsmart tot het moment dat die blinddoek ook bij D66 af gaat. Het tempomoet omlaag, want anders gaan we allemaal op zwart.De heer Klos (D66):Ik denk inderdaad dat hier de crux zit, ook de crux van het probleem metde redenering die de SGP vandaag in dit debat op tafel legt. Zij zien deverduurzaming als het probleem, terwijl die juist de oplossing is vooronze weerbaarheid. Die muur op de snelweg, die er inderdaad is, moetenwe afbreken. Dat kunnen we doen met maatregelen. Wij Nederlanders zijninnovatief, vooruitstrevend. In het verleden hebben we vele problemenaangepakt en dat kunnen we nu ook. We kunnen zeker omgaan met deschaarste die er is, want daar zijn wij Nederlanders nu juist goed in.De voorzitter:Dank voor het antwoord. Ik heb nog een aantal interrupties voor u in dewachtrij. Ik wil de leden eraan herinneren dat ze op ieder moment eeninterruptie mogen plaatsen, maar dat de heer Klos net was begonnen aanzijn inbreng en dat er mogelijk nog een antwoord volgt op uw vraag. Hetwas te proberen, zou ik tegen de heer Heutink willen zeggen, die ik nu hetwoord geef voor zijn interruptie.De heer Heutink (Groep Markuszower):De crux van het probleem zit natuurlijk hier naast mij. We zien dat D66jarenlang als een kip zonder kop klimaatbeleid aan het uitrollen is.Tegelijkertijd hebben we een probleem met netcongestie. Het kabinet zegtdat het voor bijvoorbeeld Utrecht niet voor 2031 is opgelost. Tegelijkertijdkondigde D66 een paar weken geleden vol bombarie aan voor 4 miljardeuro te investeren in nieuwe windmolens op zee, terwijl we weten datwindmolens een van de oorzaken van netcongestie zijn. D66 moet dantoch gewoon zeggen dat het een ongelofelijk dom idee is om maar teblijven investeren in onbetrouwbare energiebronnen? En ondertussenmaar doorgaan met die klimaatideologie van D66.De heer Klos (D66):Wat een dom idee is, is om te blijven investeren in onze fossiele afhanke-lijkheid, die de Nederlandse energierekening tot een speelbal maakt in deflipperkast van de geopolitiek, om te blijven investeren in een systeem datons afhankelijk maakt van de sjeiks, van Poetin en van Trump. Ik snap heelgoed dat deze oud-PVV’er goede vrienden wil blijven met Trump, maar ikheb liever schone energie van eigen bodem, uit Nederland.De heer Heutink (Groep Markuszower):Dan moet D66 niet als een kip zonder kop 4 miljard euro gaan investerenin een onrendabel windpark op zee, waarvan we weten dat het deproblemen met netcongestie alleen maar groter gaat maken. Nee, danmoet D66 ervoor zorgen, met de coalitiepartijen in deze Kamer, dat wevolgend jaar een schop in de grond gaan zetten om een kerncentrale tegaan openen. Dat is wat er moet gebeuren, want kernenergie, zeg ik tegenD66, is een vorm van betrouwbare stroom. Dat is een betrouwbareenergiebron die daadwerkelijk kan bijdragen aan het verminderen vannetcongestie. Dát moet de prioriteit zijn van D66. Dát is verstandig beleiden niet als een kip zonder kop investeren in onbetrouwbare energie-bronnen, zoals wind op zee.De heer Klos (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71815 Ik ga iets zeggen wat u misschien gaat verbazen, maar ik ben het eens metde heer Heutink dat er ook morgen een schop in de grond moet voor meerkernenergie, want ik denk dat we alle schone technieken nodig hebbenom het probleem dat op ons afkomt op te lossen. Dat gaat overweerbaarheid, dat gaat over een veel te hoge rekening en ja, dat gaat ookover de opwarming van de aarde, die steeds extremer weer veroorzaakten ervoor zorgt dat onze planeet onleefbaar wordt. Dus hebben we alleschone technieken nodig, niet alleen wind op zee, maar ook kernenergie.Het probleem is niet de verduurzaming, maar het feit dat het net nog nietvoldoende is uitgebreid.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb uw vierde en laatste interruptie klaarstaan, meneerHeutink.De heer Heutink (Groep Markuszower):Nu komen we tot de kern van het probleem. Want wat de kern natuurlijkis, is dat D66 zichzelf heeft vastgeroest in een klimaatideologie, waar zeaan vast blijft houden, en de consequenties van die religie niet meer kanoverzien. Ze hebben zich vastgeketend aan het feit dat we morgenallemaal doodgaan op deze planeet als we niks doen aan de opwarmingvan de aarde en tegelijkertijd hebben we een goede oplossing, namelijkkernenergie. Dan zou daar alle energie in moeten worden gestoken en danzouden we die windmolens, die foeilelijke windmolens, moeten loslaten.Dat zou D66 ook moeten doen, willen ze iets doen aan netcongestie.De heer Klos (D66):Ik zit liever vastgeroest in de wetenschappelijke werkelijkheid dan in deklauwen van Donald Trump en Vladimir Poetin, waar de heer Heutinkduidelijk in zit. Bovendien denk ik dat we iets optimistischer mogen kijkennaar Nederland. Het is gewoon lui en on-Nederlands om nu een vlaggetjeerbij neer te gaan leggen en te zeggen: we stoppen met die verduur-zaming. Het zou spreken van moed en van doorzettingsvermogen als wezeggen: we gaan de problemen oplossen, allemaal tegelijkertijd. En datkunnen wij.De heer Van den Berg (JA21):Een beetje moed in het debat is natuurlijk nooit mis, maar de realiteitszinontbreekt denk ik wel in het verhaal van de heer Klos. In de afgelopen 100jaar hebben we ons elektriciteitsnetwerk opgebouwd en dat moet in dekomende 25 jaar twee tot vier keer uitgebreid worden. Dat zegt wel ietsover die opgave. Ik heb nog wel een vraag. Ik hoor dat we niet afhankelijkmoeten zijn van Trump, van sjeiks en van Poetin en dat we van onzefossiele verslaving moeten afkomen en over moeten gaan ophernieuwbaar. Hoe kijkt de heer Klos dan naar de afhankelijkheid vanmeneer Jinping in China, als we daar dan zo op inzetten?De heer Klos (D66):Daar ben ik heel kritisch over. Misschien kunnen wij daar een keer samenschriftelijke vragen over stellen als er weer eens een keer Chineseapparaten worden ingekocht, bijvoorbeeld door netbeheerders. Daar zal iku zeker voor uitnodigen. Ik denk dat we er inderdaad realistisch overmoeten zijn dat de kritieke grondstoffen voor heel veel van onzehernieuwbare apparaten ook komen uit landen waar we niet direct zakenmee willen doen. Ik teken daarbij wel aan dat wij als wij in het fossielesysteem blijven tot het einde der dagen iedere dag aan het importeren zijnuit landen waar we geen zaken mee willen doen in plaats van dat we éénkeer de investering doen in het kopen van een apparaat dat we vervolgenskunnen recyclen. Er zit dus daadwerkelijk wel een verschil tussen het oudeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71816 systeem en het nieuwe systeem, waarbij ik het nieuwe systeem prefereerboven het oude.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van den Berg, met zijn laatste interruptie.De heer Van den Berg (JA21):Ja, oké. De eerste windmolen die volledig gerecycled wordt, moet ik nogtegenkomen. Ik ben dus heel erg benieuwd wanneer dat dan gaat komenen wanneer we er dan inderdaad uitkomen. Ik hoor dan ook: we moetenvan die fossiele verslaving af. Oké, maar is dan kernenergie volgens deheer Klos onderdeel van het weg bewegen van die fossiele verslaving? Isdat dan ook zo goed en is het dan niet veel beter om daar meer op tezetten, juist bijvoorbeeld in Utrecht? Ik zie namelijk in die brief dat we daarniet meer windturbines en zonnepanelen gaan bouwen om het op telossen, maar dat we daar gewoon gasgeneratoren neerzetten. Stabieleopwek is dus blijkbaar heel veel waard. Moeten we daar dan niet meer opinzetten, en dus vooral meer op kernenergie en minder op al die anderebronnen?De heer Klos (D66):Dit is een herkenbare inzet van JA21. Ik zie een Staatssecretaris dievolgens mij staat te popelen om met de kleine modulaire reactoren aan deslag te gaan. Volgens mij gaat dat zeker onderdeel van ons energie-systeem zijn, maar nog niet morgen. Ik wil daarbij zeggen: het plaatsenvan windmolens en zonnepanelen dicht bij de afnemer kan op dit momentjuist een oplossing zijn om netcongestie te lijf te gaan. Dat is ook precieswat het kabinet schetst in de brief aan de Kamer. Ik denk dat dat eenverstandige route is. Nogmaals, die twee sporen kunnen we tegelijkertijdbewandelen. Ik nodig JA21 uit om gelijktijdig naar die twee sporen teblijven kijken.De heer Vermeer (BBB):De heer Klos zegt: verduurzaming is niet het probleem, maar deoplossing. We zitten hier in een debat over netcongestie. Gisteren is alleenal 20% tot 30% van alle zonne-energieopwekking afgeschaald, in april! Hetmoet allemaal nog op gang komen. Het grote probleem is toch datpartijen als D66 een klimaatrevolutie aan het ontketenen zijn, in plaats vaneen transitie? Bij een revolutie vallen gewoon slachtoffers. Daar kunnenwe de geschiedenisboeken op nalezen. Dat gebeurt ook hier. Daarommoeten wij straks naar de plenaire zaal om te praten over de energie-kosten, en dan hebben we het nog niet eens over een verviervoudigingvan de netwerkkosten, die ons ook nog boven het hoofd hangt. Er wordtdoorgedrukt op iets terwijl we weten dat we de grenzen van het systeemallang bereikt hebben. Dit kan zo toch niet verder? De heer Klos moet tochgewoon zeggen: ja, ik ben idealistisch, maar ik moet ook realistisch zijn endie jaartallen eens op gaan schuiven? We gaan echt niet per 1 januari 2051dood ...De voorzitter:Ja, dank voor uw vraag.De heer Vermeer (BBB):... als de klimaatopwarming net een halve graad te veel is.De heer Klos (D66):Ik vind het interessant dat de heer Vermeer het woord «revolutie»gebruikt. De oprichter van mijn partij, Hans van Mierlo, zei altijd: wemoeten een revolutie maken voordat die uitbreekt. Dat ging toen over dedemocratie. Ik denk dat hetzelfde geldt voor het klimaatbeleid: deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71817 revolutie die we moeten maken is dat we een schoon land hebben meteen gematigd klimaat, waarin we goed kunnen boeren, goed kunnenondernemen en goed kunnen bouwen. Daar is wel degelijk verduur-zaming voor nodig. De randvoorwaarden daarvoor zijn dat we eenelektriciteitsnet hebben dat die verduurzaming aankan. Daarom heb ikallerlei concrete vragen aan het kabinet. Ik heb met veel belangstelling debrief gelezen over wat het kabinet van plan is om te doen om dat mogelijkte maken. Maar ik weiger de oplossing te accepteren dat we minder aanverduurzaming gaan doen, want daar zit voor mij nou juist de oplossingen het grote maatschappelijke belang.De voorzitter:De laatste interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik ben blij dat de heer Klos het voorbeeld van Wiegel aanhaalt met dierevolutie, maar hij bedoelde een revolutie in denkbeelden van hoe je dedemocratie en het beleid moet benaderen. Dit vraagt, nu ook weer ... Ikdenk dan: D66, doe eens een revolutie in je eigen starre dogma dat wemoeten versnellen; we moeten het gewoon realistisch benaderen. OokD66 is blijkbaar toe aan een nieuwe revolutie, terwijl het voor mij gezondverstand is om te zeggen: als iets niet kan, moet je je tempo vertragen.De heer Klos (D66):Volgens mij is het starre dogma van de BoerBurgerBeweging dat weminder aan klimaat moeten doen en grijpt de heer Vermeer iederemogelijkheid aan om dat mogelijk te maken. Volgens mij moeten we in ditdebat gewoon vragen om concrete maatregelen om netcongestie op telossen. Dat zal ik zeker doen, en ik hoop met hem.De voorzitter:Volgens mij bent u het niet met elkaar eens. Dat gebeurt zelden, wordt ergeroepen. We gaan door naar de heer Russcher, die ook nog eeninterruptie heeft.De heer Russcher (FVD):Het kabinet heeft al aangegeven dat onorthodoxe maatregelen explicietniet uitgesloten worden en dat deze ingrijpende gevolgen kunnen hebbenvoor hoe bedrijven en huishoudens stroom gebruiken. Ik hoorde u netzeggen, volgens mij in een interruptiedebatje met de heer Heutink, dat wekunnen en moeten omgaan met de schaarste die bestaat. Ik vroeg me afwat u daar precies mee bedoelde.De heer Klos (D66):In eerste instantie bedoel ik daarmee: het bestaande net zwaarderbelasten. Ik denk namelijk dat daar veel mogelijkheden voor zijn. Ik denkdat er ook veel mogelijkheden zijn voor flexibiliteit, dus dat bijvoorbeeldgrote bedrijven op een ander moment van de dag elektriciteit gaangebruiken. Dat zou ook voor kleinverbruikers kunnen. Ik denk wel dat hetuitgangspunt van het beleid zou moeten zijn dat wij het net gaanuitbreiden, zodat we zo veel mogelijk elektriciteit kunnen gebruiken. Wehebben het vaak over kilowatturen, kabels en hoogspanningsstations,maar het gaat gewoon over licht en warmte in de huizen van mensen.Daar moeten we meer van hebben en niet minder.De heer Russcher (FVD):De heer Klos gaf net aan dat het ook om kleinverbruikers kan gaan. ZietD66 dit dan als een mogelijke verplichting of blijft dit altijd vrijwillig?Wanneer mensen hun elektrische auto opladen, wanneer ze de wasma-chine aanzetten, wanneer ze de vaatwasser gebruiken: blijft het wat D66Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71818 betreft altijd vrijwillig op welk moment ze dat doen, of komt daar eenvorm van verplichting voor?De heer Klos (D66):Volgens mij moeten we dat inderdaad in vrijwilligheid doen, want andersis er geen draagvlak voor het veranderen van de tariefstructuur naar eenstructuur waarbij je beloond wordt als je elektriciteit verbruikt op eenmoment van de dag dat het net niet vol zit. Daar zou juist een beloningvoor moeten zijn. Het is een heel logisch economisch principe dat je inschaarste differentieert in wat een logisch moment is om elektriciteit tegebruiken en wat niet. Daar zijn we als maatschappij als geheel bij gebaat.De voorzitter:Dank voor het antwoord. Dat waren de interrupties op dit punt van uwbetoog. We waren een halve minuut onderweg, dus ik geef u snel hetwoord om uw betoog te hervatten.De heer Klos (D66):Voorzitter, dank. Veel is al enigszins voorgekomen, dus als er dubbelingenzijn, hoop ik dat u mij dat vergeeft. Ik probeer de dubbelingen te beperken.Verzwaring van het net is de enige structurele oplossing, in Utrecht en inheel Nederland. Als er ooit behoefte was aan een crisiswet om dat in eennoodtempo mogelijk te maken, dan is dat nu: liever gisteren dan vandaag.In het coalitieakkoord wordt hier de hoogste prioriteit aan gegeven. Tochblijkt de Staatssecretaris vooral bestaande plannen voort te willen zettenin een wetgevingsprogramma dat de naam «crisis» niet meer magdragen. Welke extra maatregelen neemt de nieuwe Staatssecretaris nueigenlijk ten opzichte van wat het vorige kabinet al van plan was?De Staatssecretaris kan zelf nu ook al direct aan de slag met het centrali-seren van het bevoegd gezag voor alle projecten van nationaal belang.Het kabinet past dit nu toe op 25 projecten. Kennelijk brengt dat enigeversnelling, maar er zijn 105 projecten. Juist omdat het gaat om projectendie gemeente- en provinciegrenzen overstijgen, ligt nationale regie voorde hand. Alleen dat al kan twee jaar schelen. Graag een duidelijkantwoord van de Staatssecretaris op de vraag of hij bereid is om dezeversnelling mogelijk te maken op deze manier.Voorzitter. Het is te prijzen dat het kabinet versnelling nastreeft bijprojecten zoals het hoogspanningsstation ten noorden van Utrecht doorprocedures tegelijkertijd uit te voeren en te verkorten, maar dat kan geenuitzondering blijven. Wat nu mogelijk lijkt, hadden we eigenlijk al in hethele land moeten doen. Hoe gaat de Staatssecretaris deze projectaanpaklandelijk standaardiseren? Hoe zorgt hij ervoor dat er genoeg mensenwerken aan de opgaven? Kan hij bijvoorbeeld toezeggen dat de vliegendebrigade, zoals het ministerie het noemt, fors wordt uitgebreid? We willende regio Utrecht zo snel mogelijk van het slot halen en voorkomen datandere regio’s te maken krijgen met een aansluitstop. Flexibiliteit kan nual ruimte bieden op het net, bijvoorbeeld via flexibele contracten engroepscontracten voor kleinverbruikers. Door lokale opwek, opslag enverbruik slim te combineren achter één aansluiting kunnen meerwoningen binnen dezelfde netcapaciteit worden gerealiseerd tegen lagerekosten. Grootverbruikers hebben deze mogelijkheden al, maar kleinver-bruikers eigenlijk nog nauwelijks. De Kamer heeft daar eerder al omgevraagd. De vraag is nu hoe het staat met de uitvoering. Graag eenupdate van de Staatssecretaris.Voorzitter. De wijk van de toekomst biedt de oplossing. Met slimmecombinaties van zonnepanelen, opslag, elektrische auto’s en collectievewarmte kunnen we vandaag al bouwen, zonder te wachten op extranetcapaciteit. De Staatssecretaris noemt terecht de kansen van netbe-wuste en zelfs netpositieve bouw, maar hoe gaat hij er dan voor zorgenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71819 dat de meerkosten van netbewuste en netpositieve wijken geen belem-mering voor ontwikkelaars vormen?Tot slot. Er zit heel veel energie en veerkracht in Nederland. We kunnen denationale crisis van netcongestie te boven komen, zoals we dat hebbengedaan bij corona en bij de Oekraïnecrisis. Als we uit het niets nieuwevaccins konden ontwikkelen en in no time een lng-terminal kondenaanleggen in de Eemshaven, kunnen we nu ook met spoed hoogspan-ningsstations en transformatorhuisjes bouwen. Aan de slag!De voorzitter:Dank u wel. Fijn dat u het zo kort heeft weten te houden, heel prettig. Er isnog een vraag voor u, van mevrouw Van Oosterhout, dus u krijgt nog eenlaatste interruptie.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor net in het betoog van de heer Klos veel over de verzwaring van hetnet en over flexibiliteit, maar wat ontbreekt – dat ontbreekt ook in debrieven van het kabinet – is energiebesparing. Ik ben benieuwd hoe D66daarnaar kijkt in deze context.De heer Klos (D66):Die noemde ik net ook in een van de interruptiedebatten als een van denoodzakelijke pijlers. Als je minder energie gebruikt, als er minder stroomdoor het net hoeft, dan heeft het net minder last van de stroom die wegebruiken. Dat lijkt me dus een hele belangrijke pijler onder de aanpakvan netcongestie.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik zou het fijn vinden als D66 daar nog iets concreter in zou kunnenworden. Welke maatregelen zouden we kunnen nemen op het gebied vanenergiebesparing in deze context?De heer Klos (D66):Ik denk dat een aantal van die maatregelen al in het pakket zit dat straksbesproken zal worden in het plenaire debat; daar werd al een aantal keeraan gerefereerd. Wat mij betreft zouden we de energiebesparingsplichtnog wel wat beter kunnen handhaven en zouden we ervoor moetenzorgen dat we daar ook meer uit halen, bijvoorbeeld door de terugver-dientijd wat langer te maken dan de vijf jaar die deze nu is.De voorzitter:Dank voor dat antwoord. Dan gaan we nu door naar de heer Heutink voorzijn inbreng.De heer Heutink (Groep Markuszower):Voorzitter. Een korte mededeling: ik moet zo meteen ook naar de plenairezaal, dus ik spreek mijn tekst uit en dan moet ik helaas dit debat verlaten.Dan weten jullie waar ik ben.Voorzitter. Gisteren kwam het nieuws dat een groot deel van Utrecht nietmeer kan worden aangesloten op het stroomnet. Utrecht is niet alleen. Opdit moment wachten maar liefst meer dan 14.000 bedrijven op eenaansluiting op het Nederlandse stroomnet. Dat zijn 14.000 ondernemersdie niet eens een beetje stroom kunnen krijgen. Hoe bestaat het dat wevan Nederland zo’n ongelofelijke puinhoop hebben weten te maken? Onzefractie weet het wel. Het zit namelijk in het DNA van al die partijen die hieral decennia aan de macht zijn om ons land te verwoesten met foeilelijkewindmolens en zonnepanelen. Dat zijn partijen die meer geloven inpeperduur en onbetrouwbaar klimaatbeleid dan in ons mooie Nederland.Het zijn precies die windmolens en precies die zonnepanelen diemedeverantwoordelijk zijn voor netcongestie en die er dus voor zorgenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71820 dat het bedrijfsleven tot stilstand komt. Immers, de zon schijnt niet altijden het waait ook niet altijd. Dat noemen we in vakjargon – ik maak de zineven af – een tekort aan regelbaar vermogen.De voorzitter:Ik vond het een goed idee om u deze zin even af te laten maken. Wekomen bij mevrouw Müller voor een vraag.Mevrouw Müller (VVD):Ik vind dat toch een interruptie waard, want volgens mij deed u een weekgeleden nog een voorstel om de salderingsregeling opnieuw in het levente roepen. Ik zoek dus toch even naar hoe dit zich tot elkaar verhoudt.De heer Heutink (Groep Markuszower):Als mevrouw Müller heeft opgelet, dan weet ze dat ik daar heb gepleitvoor vrijwillige zonnepanelen op daken en dat ik de grote zonnevelden inweilanden heb verafschuwd, net als die foeilelijke windmolens. Alsmevrouw Müller had opgelet, dan had ze precies geweten wat ik hiermeebedoel.De voorzitter:Meneer Heutink, ik stel voor dat we er met elkaar van uitgaan dat dewoordvoerders opletten. Het is dus denk ik niet nodig om dat te zeggen. Uheeft wel een goed inhoudelijk antwoord gegeven op de vraag. Ik kijk nognaar mevrouw Müller om te zien of zij hier nog op wil reageren. Nee. Dankunt u door met uw inbreng.De heer Heutink (Groep Markuszower):Ik wil het toch anders verwoorden: kabinet na kabinet heeft miljardenuitgegeven aan onbetrouwbare energiebronnen en blijft dat de komendejaren doen. Dat is niet alleen pure domheid; het is ook nog eens verschrik-kelijk onbetrouwbaar. Hoe denkt het kabinet het probleem dat netcon-gestie heet op te lossen als het miljarden blijft investeren inonbetrouwbare energiebronnen? Het gaat om een vorm van energie diemedeverantwoordelijk is voor het probleem dat we hier met elkaarproberen op te lossen vandaag. Het is een beetje hetzelfde als een autowaarvan er nu veertien rode lampjes op het dashboard branden: je weeteigenlijk dat je daar niet meer in moet rijden omdat die anders kapotgaat,maar je bent zo ongelofelijk eigenwijs dat je het toch doet. Wat is dan deconsequentie? Je staat langs de snelweg naast een uitgebrande auto. Danheb je dus helemaal niets. Ik heb twee vragen aan het kabinet. Bent ubereid om die windmolens gewoon te slopen? Wanneer gaan webeginnen met het bouwen van kerncentrales? We hebben het er al jarenover, maar er gebeurt maar niets. Ga bouwen, zeg ik tegen de Staatssecre-taris. Bouw aan stabiele energiebronnen, en heel erg snel a.u.b.De voorzitter:U zag het zelf ook al: dat levert een vraag op van de heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Ik luister naar de heer Heutink en ook ik heb toch wel de drang om tereageren, want hij heeft het over «onbetrouwbare energiebronnen». Danheeft hij het over wind en zon. Hij gaat zo meteen naar de plenaire zaal.Over onbetrouwbare energiebronnen gesproken: ik noem fossiel, dus olieen gas. Kan de heer Heutink daarop reflecteren? Nogmaals, volgens mijhebben we deze problemen als het gaat om de prijzen nu ook door deproblematiek in de geopolitieke wereld van dit moment. Hoe betrouwbaarzijn die energiebronnen?De heer Heutink (Groep Markuszower):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71821 Wat vooral niet betrouwbaar is, is het feit dat het kabinet – dat wordt zometeen ook besproken in de plenaire zaal – een fooi aan de Nederlandergeeft en helemaal niets wil doen aan de brandstofprijzen. Dat isonbetrouwbare politiek. Daar heeft de Nederlander helemaal niets aan.Feit is dat gas en olie, waar je het ook vandaan haalt, altijd werkt. Het istechnisch bewezen dat het een goede brandstof is die altijd functioneert.We moeten het gewoon zien te krijgen. Gas hebben we voldoende inGroningen; dat kunnen we gewoon gaan oppompen, hebben we al eerdergesteld. Er zijn dus voldoende mogelijkheden om daar gewoon voldoendevan in huis te hebben. Zolang meneer Jumelet niet kan bepalen wanneerde zon schijnt en wanneer het waait ... Konden we dat maar, want danwas het best wel heel erg makkelijk geweest. Maar dat kunnen we niet.Dat is dus onbetrouwbaar.De heer Jumelet (CDA):Ik permitteer me dan toch ook maar een stevige uitspraak: ik vind het eenversimpeling van de werkelijkheid.De voorzitter:Dat was een constatering. U wilt ook naar de plenaire zaal, dus gelet op detijd stel ik voor dat u doorgaat met uw inbreng.De heer Heutink (Groep Markuszower):Soms moet je problemen simpel maken om ze ook daadwerkelijk op telossen. Ik constateer hier dat problemen dusdanig complex wordengemaakt dat ze nooit worden opgelost.Voorzitter. De ondernemer zit in het DNA van onze fractie. We zijn zo trotsop al die bedrijven. Al jarenlang zien we hoe we grote bedrijven van degrond wisten te trekken tot wereldwijd succesvolle organisaties. Het wasonze handelsgeest die van Nederland een groot land heeft gemaakt. Maarnu zorgt het klimaatbeleid van het kabinet ervoor dat een volgend bedrijfstraks niet die grote internationale organisatie kan worden, niet dat groteverschil op de arbeidsmarkt kan gaan maken, niet die ene uitvinding kanbedenken die we zo hard nodig hebben. En waarom? Omdat er partijen indit huis zijn die denken dat we morgen allemaal doodgaan aan klimaatver-andering. Het is niet alleen de allergrootste onzin, het is ook doodzondeen pure armoede. Tot overmaat van ramp maakte de Staatssecretarisgisteren bekend dat een groot deel van Utrecht niet kan worden aange-sloten op het stroomnet. Niet alleen ondernemers, maar ook normalehuishoudens komen bij dit kabinet op de wachtlijst. Het klimaatbeleid is zoongelofelijk stuk dat Henk en Ingrid de eigen meterkast niet meer kunnenverzwaren om elektrisch te gaan koken en dus geen geld kunnen besparenop peperduur gas. Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?Voorzitter. Ik hoop dat het gezond verstand weer gaat zegevieren, dat westoppen met onbetrouwbaar en peperduur klimaatbeleid en dat hetkabinet als de wiedeweerga gaat investeren in betrouwbare energie,namelijk kernenergie. Stop alstublieft met het creëren van nog meerpuinhopen op basis van klimaatideologie om vervolgens weer te moetenconstateren dat we weer pleisters moeten plakken. Er moet iets structu-reels gebeuren willen we Nederland echt klaarmaken voor de toekomst.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Wat leuk dat de casus-Henk weer aan bodkwam. Dat is eerder gebeurd in deze commissie. Dat is ook meteen eenbruggetje naar de volgende spreker, namelijk Henk Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. De heer Heutink verlaat de zaal, maar laat íkpositief beginnen. Iedereen is tegen netcongestie en voor het oplossenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71822 ervan. Dat is volgens mij een positieve constatering. Maar netcongestieraakt alle sectoren. Het bedreigt de voortgang van de energietransitie, hetverdienvermogen en de woningbouw. Zo kan op maar liefst twee van dedrie potentiële woningbouwlocaties niet worden gebouwd door eengebrek aan netcapaciteit en staan zo’n 15.000 bedrijven in de wachtrij vooreen aansluiting. Netcongestie moet daarom zo snel mogelijk wordenopgelost. Bij een bijeenkomst over netcongestie betoogde een sprekeronlangs: eigenlijk is er geen netprobleem, maar een organisatieprobleem.Nou kun je aan deze woorden wellicht iets willen afdoen, maar kortgezegdis er bij netcongestie sprake van overbelasting van transformatorstationsen stroomkabels op piekmomenten. Congestie is er dus maar ongeveer15% van de dag. Dat is er als de auto aan de laadpaal staat, als wethuiskomen van werk, de auto opladen, de kookplaat aanzetten en daarnade vaatwasser en de wasmachine, en dat allemaal tussen 16.00 uur en22.00 uur. Dat zijn de momenten waarop het fout gaat op het net en onzekabels op sommige plekken dreigen te bezwijken. Op plekken waar danook nog groot verbruikende industrie zit zonder flexibel te makenproductieproces, is overbelasting een feit en is er geen nieuwe ruimte ophet net. Toch is er in de FGU-regio, bestaande uit Flevoland, Gelderland enUtrecht, een maatregelenpakket afgesproken waardoor in vier van de vijfcongestieregio’s toch ruimte is gevonden door anders te organiseren endoor gewijzigde aannames, zo lezen we.Voorzitter. Ik constateer dat de Staatssecretaris in samenwerkingvoortvarend uit de startblokken is gegaan en dit kabinet de urgentie ziet. Ikheb toch een vraag over wat we gisteren mochten ontvangen in de briefen wat er nu aan de orde is. Hoe is er gekomen tot de opsplitsing incongestiegebieden? Kan er wellicht sprake zijn van waterbedeffecten? Iser bijvoorbeeld een impactanalyse uitgevoerd? Graag een reactie daarop.Biedt deze aanpak of oplossing ook soelaas voor de andere regio’s die oprood staan op dit moment? Mocht deze aanpak nou inderdaad gestan-daardiseerd kunnen worden, dan zijn we natuurlijk erg benieuwd hoe sneldat kan.Voorzitter. Het CDA vraagt, naast de versnelde investeringen in het net,vandaag ook aandacht voor de systeemkeuzes. Het rapport FinanciëleImpact Energiebeleid voor Netbeheerders, afgekort FIEN, laat zien dat deinvesteringsopgave voor de energie-infrastructuur richting 2040 sterkoploopt. Netbeheerders investeren jaarlijks 13 tot 18 miljard euro, vooralin uitbreiding. Nettarieven voor huishoudens en bedrijven kunnendaardoor fors stijgen en elektriciteitstarieven kunnen richting 2040 zelfsverdubbelen. Daar maken we ons ook zorgen over.Volgens de netbeheerders zelf kan dit worden beperkt door slimmergebruik te maken van bestaande infrastructuur en door integralesysteemkeuzes. Een optimale energiemix met investeringen in elektri-citeit, in samenhang met de ontwikkeling van onder andere warmtenetten,groen gas, CCS en blauwe waterstof, zorgt ervoor dat de druk op het netafneemt en maatschappelijke kosten beheersbaar blijven. Tegen dezeachtergrond is het wat het CDA betreft van belang dat het kabinet regievoert op een toekomstbestendig en betaalbaar energiesysteem, waarbijdus niet alleen gestuurd wordt op maximale elektrificatie maar ook op demeest efficiënte combinatie van energiedragers en infrastructuur.Ik heb een aantal vragen daarover. Hoe ziet de Staatssecretaris deintegrale sturing op de optimale energiemix van elektriciteit, warmte,groen gas, kernenergie, CCS en waterstof én besparing, zodat eenonnodige, dure uitbreiding van het net wordt voorkomen. Welke concretekeuzes moeten er de komende jaren worden gemaakt ten aanzien vanonder andere de inzet van hybride warmtepompen, warmtenetten enwaterstof, zodat investeringen in het energiesysteem doelmatiger wordenen netcongestie wordt verminderd? In hoeverre wordt er bij de besluit-vorming over toekomstige klimaat- en energiemaatregelen een integralesysteemtoets uitgevoerd, waarbij niet alleen CO2-reductie maar ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71823 netimpact, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid expliciet worden meege-wogen? Is daar op dit moment voldoende aandacht voor?Voorzitter. Omdat de Minister van VRO vandaag ook aanwezig is, wil ik hetook hebben over netcongestie en woningbouw. Om netcongestie aan tepakken is netbewuste nieuwbouw nodig. Daarbij wordt het energieprofielvan woningen en de elektrische mobiliteit in wijken afgestemd op debeschikbare netcapaciteit. Zo kunnen er binnen de beschikbare netcapa-citeit meer woningen gebouwd worden. Echter, voor succesvollenetbewuste nieuwbouw zijn harde randvoorwaarden nodig, waarondervoldoende financiering en aansluitgarantie, structurele transparantie entoegang tot de energiedata én, wat ons betreft, ook versnelde vergun-ningsprocedures voor energie-infrastructuur. Kan de Minister ingaan ophet belang van energieplanologie, om te voorkomen dat locatiekeuzesvoor woningbouw spaak lopen? Ziet de Minister ook de noodzaak omervoor te zorgen dat de elektriciteitsinfrastructuur een leidend principewordt in de Nota Ruimte? Oftewel: geen plannen meer voor woonwijkenof bedrijven, als er geen elektriciteitsinfra is voorzien om deze plekken vanstroom te voorzien.De voorzitter:Meneer Jumelet, rondt u af?De heer Jumelet (CDA):Tot slot, voorzitter. In de brief van de Staatssecretaris lezen we datpublieke laadpalen in het herziene kader van de ACM geen prioriteitkrijgen. Daarmee sluit ik aan bij de vorige sprekers, aangezien op ditmoment in de plenaire zaal het hele pakket wordt besproken. Vervolgenslezen we dat publieke laadpalen geen prioriteit krijgen bij de aanpakhiervan, terwijl het kabinet voorstelt om te investeren in elektrisch rijden.Ik krijg ook graag daar een reactie op.Voorzitter. Dat was mijn bijdrage. Dank u wel.De voorzitter:Prima. Dank u wel voor uw inbreng. U heeft nog één interruptie, van deheer Flach.De heer Flach (SGP):Dank, voorzitter, het is ook mijn laatste. Bij het CDA zie ik toch altijd netiets meer realisme als het gaat om de energietransitie dan bij de collega’svan D66. Toch staat ook de handtekening van het CDA onder het coalitie-akkoord en onder dat pakket dat we straks bespreken, waarin wordtvoorgesteld om het gaspedaal van de verduurzaming alleen maar verderin te trappen. Begint nu ook bij het CDA het besef te ontstaan dat datmisschien niet zo’n goed idee is en dat we het tempo van de verduur-zaming echt omlaag moeten brengen om überhaupt straks nog energie tehebben in de meeste van onze provincies?De heer Jumelet (CDA):Uit de laatste opmerking die ik maakte, heeft u zelf wel al kunnenopmaken dat we vinden dat, wat we willen doen in het pakket, schuurtmet wat we juist vandaag aan de orde hebben als het gaat om debeschikbaarheid van energie, zeker van elektriciteit. Het CDA kiest ervoorom de stap vooruit te zetten, maar u weet ook dat we bijvoorbeeld eenopmerking hebben gemaakt over het misschien wel langer openhoudenvan kolencentrales of om daar in ieder geval aandacht voor te hebben. Ikdenk dat het goed is om dat realisme te houden, maar tegelijkertijd nietstil te gaan staan. Ik denk dat het vooral goed is dat dat pakket nu aan deorde is. Vooral in de situatie van nu is betaalbaarheid een heel groot enbelangrijk punt. Ik denk dat verduurzaming een heel belangrijk gegeven iswaar we op moeten inzetten. Tegelijkertijd moeten we ook kijken hoe weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71824 daar kunnen komen. Die randvoorwaarden zijn belangrijk, maar u magons realisme aanmeten.De voorzitter:Dank voor dat antwoord. We gaan door naar de heer Russcher voor zijninbreng.De heer Russcher (FVD):Voorzitter. Huishoudens worstelen met stijgende energierekeningen.Honderdduizenden woningen kunnen niet gebouwd worden. In Den Haagkrijgen we stapels brieven vol met bestuurlijke taal: aansluitoffensief,doorbraken, actieagenda. Wie hier doorheen prikt, ziet dat er slechts éénconclusie te trekken is: de energietransitie loopt vast; de rekening ligtopnieuw bij de werkende Nederlander en het plan werkt niet. TenneTmeldt in haar eigen investeringsplan dat 60% van de projecten gemiddeldtweeënhalf jaar vertraging oploopt. Het kabinet noemt dat zelf«opvallend» en «zeer zorgelijk». Veel bedrijven wachten dus nóg langer,vaak wel jaren. Op dit moment staan er 14.044 aanvragen open bij deregionale netbeheerders, plus nog eens 212 aanvragen bij TenneT, meteen totale omvang van 38 gigawatt. Ter vergelijking: de piekvraag in heelNederland bedraagt 19 gigawatt. De wachtrij is twee keer zo groot als onsvolledige gebruik. In de FGU-regio, Flevoland, Gelderland en Utrecht,dreigt deze zomer een volledige aansluitstop. De Staatssecretariskondigde gisteren al aan dat per 1 juli het stroomnet rond de stad Utrechtvoor een deel op slot gaat. Nu is het Utrecht. Als we zo doorgaan, komener in heel Nederland geen nieuwe woningen, geen nieuwe bedrijven,maar komt er niets. De Staatssecretaris schrijft zelf dat hij niet zeker weetof die stop in de FGU-regio nog afgewend kan worden. Onorthodoxemaatregelen worden door het kabinet dan ook expliciet niet uitgesloten.Deze kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor hoe bedrijven enhuishoudens stroom gebruiken. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is danook: aan wat voor ingrijpende gevolgen moeten Nederlanders dandenken?Dan ga ik naar de kosten. Minimaal 195 miljard euro tot 2040: laat datbedrag even op u inwerken. Als gevolg hiervan kunnen de nettarievenvoor huishoudens bijna verdrievoudigen. Een gezin dat nu al moeite heeftom de maand door te komen, krijgt straks een energierekening die twee àdrie keer zo hoog is. En waarvoor? Nederland had decennialang eenenergievoorziening om trots op te zijn. Het Groninger gasveld voorzagmiljoenen huishoudens van goedkoop, betrouwbaar gas. Onze industriedraaide op de laagste energieprijzen van Europa. Er was niets mis metonze energie-infrastructuur totdat klimaatideologen de agenda mochtenbepalen, gesteund door VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA. HetParijsakkoord werd blind omarmd. In 2019 volgde de Klimaatwet,waarmee politici toekomstige kabinetten vastpinden aan doelen die zij zelfniet eens wisten te halen. Groningen ging op slot en de belastingbetalermocht opdraaien voor een ideologisch project waar niemand om hadgevraagd. We saboteren onszelf. Welk normaal functionerend land schaftzijn eigen energievoorziening af, terwijl er goedkope energie onder zijnvoeten ligt? Welk land zegt: eigen gas willen we niet; we kopen het lieverpeperduur in Qatar of Amerika? Dit had nooit mogen gebeuren. Denetcongestie, de dreigende aansluitstop, de onbetaalbare energiereke-ningen en de woningbouwcrisis zijn allemaal directe en voorspelbaregevolgen van keuzes die tegen alle waarschuwingen in zijn gemaakt.Waarom saboteren wij onszelf? Nederland is verantwoordelijk voorminder dan 0,5% van de mondiale CO2-uitstoot. Zelfs als wij als enigeland ter wereld op 0% uitstoot zouden uitkomen, is het effect op demondiale temperatuur niet meetbaar. Wat wel meetbaar zal zijn, is deeconomische aftakeling van Nederland. Terwijl China elke week nieuwekolencentrales opent, India zijn steenkoolwinning uitbreidt en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71825 Verenigde Staten olie pompen, sluiten wij ons Groninger gasveld, slopenwe onze gascentrales en proppen we ons landschap vol met onrendabelewindturbines en zonnevelden. Forum voor Democratie ziet een andereweg: stop de zinloze en onbetaalbare energietransitie, trek de Klimaatwetin en zeg het Parijsakkoord op! Maak gebruik van het Groningengasveld,heropen onze kolencentrales en verlaag de energiebelastingen per direct!En stop met de plaatsing van windturbines en zonnepaneelvelden!Voorzitter. Het is tijd om de klimaatideologie te vervangen door gezondverstand. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Prachtig binnen de tijd. Ik zie geen interrupties en dus gaanwe door naar mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het net loopt vol en in Nederland dreigt stilstand.Maar wij willen vooruitgang, zodat iedere Nederlander toegang heeft totgoedkope groene elektriciteit en ook onze bedrijven en woningbouw eropkunnen rekenen. We moeten netcongestie gewoon oplossen en ik hoopdat we daar Kamerbreed constructief aan kunnen samenwerken. Daarbijwillen we ervoor zorgen dat gewone mensen worden meegenomen in dittechnische verhaal en dat ze er gerust op kunnen zijn dat de schaarseaansluitingen eerlijk worden verdeeld. De file op het stroomnet leidtnamelijk tot zorgen.We zien de problemen in Utrecht. Terwijl er voor andere gebieden ruimtewordt vrijgemaakt, werd gisteren aangekondigd dat zij daar achterblijvenmet een aansluitstop. Die maatregel komt in Utrecht extra hard aan,omdat er weinig mogelijkheden zijn voor extra capaciteit en er eenenorme woningbouwopgave ligt, die nu bijna volledig stil zal vallen, juistnu de prijzen van gas, diesel en benzine zo duur zijn geworden door deoorlog in Iran. Dat mogen we niet laten gebeuren.Utrecht is nog maar de voorbode, want ook in Brabant gaat het deverkeerde kant op. De rest van het land dreigt te volgen en mensen makenzich hier terecht zorgen over. We vragen de Staatssecretaris daarom welkeperspectieven hij Utrecht kan bieden en op welke wijze hij gemeenten,ondernemers en bewoners zal ondersteunen. Denkt hij bijvoorbeeld aanmiddelen om zelf batterijen aan te kunnen schaffen? Zal de Staatssecre-taris de meerkosten van netbewust bouwen compenseren, zodatwoningen gebouwd kunnen blijven worden in Utrecht?Mensen zijn het meest gebaat bij eerlijkheid en duidelijkheid over hunsituatie. Tot wanneer moeten mensen wachten op hun uitbreiding ofverduurzaming? En wat doet de Staatssecretaris eraan om te voorkomendat andere regio’s binnenkort tegen dezelfde problemen aanlopen alsUtrecht?Verder zijn er ook zorgen over de prioriteiten in het kader van de ACM. Ishet allemaal wel eerlijk? Wie mag het eerst aansluiten en waarom moeteen ander wachten? Wat als een rood gebied met een aansluitstop grenstaan een groen gebied waar het nog wel kan? Kan het gebeuren dat erover een paar maanden in het rode gebied een ziekenhuis moet wachtenop een aansluiting terwijl 10 kilometer verderop niet-essentiële activiteitenwel nieuwe elektriciteit krijgen? Wat doet de Staatssecretaris om ook deeerlijkheid tussen verschillende gebieden te waarborgen en hen niet tegenelkaar uit te spelen?Flexibel elektriciteitsgebruik is deel van de oplossing, maar tegelijkertijdmoeten we er bij flexibiliteit ook voor waken dat mensen niet mee kunnenkomen. Heel wat mensen begrijpen nauwelijks wat er op hun energiere-kening staat, want het is allemaal best wel technisch. Laat staan dat hetvoor iedereen duidelijk is hoe flexibiliteit voor hen werkt. Wat gaat deStaatssecretaris doen om mensen goed te begeleiden in deze soms ergtechnische veranderingen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71826 Naast flexibiliteit en uitbreiding van het net helpt ook energiebesparing.Bedrijven vragen daar ook zelf om. Door efficiënter met onze energie omte gaan kunnen we nu al meer doen met het bestaande net. Hoe maakt deStaatssecretaris energiebesparing volwaardig onderdeel van de aanpakvan netcongestie en is hij bereid nieuwe energiebesparingsmaatregelen tebestuderen, daarop actie te ondernemen en de Kamer hier spoedig overte informeren?Een andere oplossing is meer batterijen, want die kunnen optreden alscongestieverzachter. Zal de Staatssecretaris gezamenlijk met de netbe-heerders en de opslagsector bekijken hoe batterijen gestimuleerd kunnenworden en op welke locaties? Kijkt hij hiervoor ook naar de nettarieven enkunnen de netbeheerders transparantie bieden over hun scenario’s voorde groei van batterijen in het systeem? En hoe wil de Staatssecretarislokale opslag, zoals bijvoorbeeld buurtbatterijen, stimuleren?Daarnaast zijn er met warmtenetten minder warmtepompen nodig en datspeelt meer ruimte op het net vrij. Wanneer verschaft het kabinetduidelijkheid over de verdere uitrol van warmtenetten, een simpeler eneffectiever tariefstelsel, het warmtewaarborgfonds en de aankoop vanprivate warmtebedrijven? En waar blijft het wetsontwerp voor deuitvoering van de hervorming van de elektriciteitsmarkt om energiedelente faciliteren? Zal het kabinet daarbij kiezen voor een eenvoudig model,zonder dat burgers btw-plichtige ondernemers moeten worden? En zalook nabijheid van energieopwekking beloond worden?Kortom, voorzitter, er zijn heel wat oplossingen mogelijk en wij staan klaarom daaraan bij te dragen. We willen gewone mensen en bedrijven aanzekerheid van goedkope groene energie helpen. Daarvoor moeten we diefile op het stroomnet oplossen en zorgen dat het ook eerlijk gebeurt metheldere communicatie en transparantie. De tijd van praten is voorbij.Laten we allemaal samenwerken, zodat Nederland weer vooruitgaat.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Meneer Kops, aan u het woord.De heer Kops (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk om moedeloos van te worden, wantooit was ons elektriciteitsnet zo’n beetje het beste ter wereld. Het hebbenvan een elektriciteitsaansluiting was vanzelfsprekend, maar tegenwoordigzijn er wachtlijsten, voor bedrijven maar ook voor huishoudens. En hetwordt ook nog eens met de dag erger.Voorzitter. Eind 2022 al waarschuwde TenneT voor het eerst dat degrenzen van het hoogspanningsnet in de regio Flevopolder, Gelderland enUtrecht in zicht kwamen. Kort daarna werd de regio aangewezen alscongestiegebied en kwamen grootverbruikers op de wachtlijst. Op12 februari van dit jaar waarschuwde TenneT opnieuw voor een mogelijketotale aansluitstop vanaf de zomer. En toen al zei het toenmalige kabinet«we moeten er alles aan doen om dat te voorkomen; alle opties liggen optafel», enzovoorts, enzovoorts.Vervolgens kwam de nieuwe Staatssecretaris, deze Staatssecretaris, meteen brief en ook hij schreef dingen als «er zijn geen taboes; we moeteneen aansluitstop koste wat kost voorkomen, onorthodoxe maatregelennemen», enzovoorts, enzovoorts. Zo gaat het telkens. Telkens mooiewoorden. Maatregelen worden aangekondigd en vooral herhaald, maarwat is er nu eigenlijk in de tussentijd concreet gebeurd, gedaan, uitge-voerd, geprobeerd? Geef er een naam aan, want het is onder aan destreep niet gelukt. Hoe kan het dat de problemen al vanaf 2022 bekendwaren, maar dat die aansluitstop, in ieder geval in Utrecht, nu toch eenfeit is? Graag een reactie.Voorzitter. Ik heb de brief van de Staatssecretaris van gisteravond gelezenen ik citeer: «De voornaamste uitkomst is dat met de gezamenlijke inzetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71827 een algehele langdurige aansluitstop is afgewend.» Veel van zulk soortteksten komen nogal bagatelliserend over. «Een algehele aansluitstop isafgewend»: ja, maar dat maakt de ellende daar in Utrecht er natuurlijk nietminder om. De jaarlijkse schade bedraagt honderden miljoenen euro’s ende verwachting is dat een op de vijf woningbouwprojecten sneuvelt. Datis nogal wat.«Een langdurige aansluitstop is afgewend.» Nou, voorzitter, we lezen datde problemen pas voorbij zijn als het net flink is verzwaard en dat datmogelijk pas in 2031 zal zijn. Dat is toch vrij langdurig, nietwaar? En hoekan het eigenlijk dat het allemaal zo lang moet duren, doordat er in deregio Noord-Utrecht een nieuw hoogspanningsstation moet komen, maarer nog altijd geen definitieve locatie is? Dat is althans wat ik hebbegrepen. Wat is hier het probleem? Is dat pure bureaucratie? Is hetbesluiteloosheid? Hoe kan dit?Voorzitter. Even terug naar de brief van 2 april van de Staatssecretaris.Daarin staat dat het kabinet inzet op, één, uitbreiding van het net en, twee,structureel betere benutting van het net door flexibel gebruik vanelektriciteit als het nieuwe normaal. Het staat er echt! Ik citeer pagina 1:«We keren niet terug naar de oude toestand waarin transportcapaciteitvoor elektriciteit altijd en overal praktisch oneindig beschikbaar was.»Voorzitter. Netcongestie is dus een heel groot probleem. We ontvangendan een brief van zo’n vijftien pagina’s over de aanpak daarvan en meteenal op pagina 1 lezen we, even in mijn eigen woorden: die vanzelfspre-kendheid van het hebben van een aansluiting is er inderdaad niet meer éndie komt ook helemaal niet meer terug. Alsof de Staatssecretaris zich ereigenlijk al een beetje bij heeft neergelegd. Zo komt het althans over. Wemogen toch zeker hopen van niet. Wat is dan eigenlijk de boodschap vanal die brieven? Is dat «we gaan de netcongestie oplossen» of is dat «ach,wen er maar aan, want dit is nu eenmaal het nieuwe normaal»?Voorzitter. In zijn brief heeft de Staatssecretaris het over allerlei maatre-gelen. Ten eerste, heel veel daarvan zijn helemaal niet nieuw. En tentweede: hoe, waar en wanneer kunnen we daar dan wat van verwachten?Want zo gaat het zo ontzettend vaak: we ontvangen als Kamer brief nabrief na brief, analyses, plannen, maatregelen, heel veel mooie woorden,beloftes, maar een aansluitstop is inmiddels wel een feit. Dus daar gaatiets grandioos mis. Hoe staat het bijvoorbeeld met het zwaarder belastenvan het net? Wat is daar mogelijk? Wat zijn daar de risico’s? Hoe zit hetmet het inzetten van de storingsreserve? Wat is daar mogelijk? Wat zijndaar de risico’s? Ik weet het niet en we lezen er ook niets over. Ennatuurlijk ook: hoe staat het nou met het uitbreiden van het net?Uitbreiding van het net is misschien wel het allerbelangrijkste, maar watlezen we daar nou over? We lezen dan en ik citeer: «De aanleg vanenergie-infrastructuurprojecten wordt door stikstofbeperkingen drie tottwaalf maanden vertraagd.» Ook dat is wel om moedeloos van te worden.Het is eigenlijk ook wel een beetje sneu. Laat dat toch eens tot jedoordringen: het uitbreiden van het net – heel belangrijk, hè – wordtvertraagd, met alle gevolgen van dien voor huishoudens, de woningbouwen noem het allemaal maar op. En dat allemaal vanwege zoiets geks,zoiets stoms als stikstof! Het is echt te gek voor woorden. Ook hierbij is devraag: hoe wordt het opgelost en wanneer is het opgelost?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor deze inbreng. Dan komen we bij mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel, voorzitter. De netcongestieproblematiek is enorm. Bedrijvenkunnen niet uitbreiden en moeten inefficiënte noodgrepen uithalen ofkunnen niet verduurzamen. Nederland loopt daarmee jaarlijks miljardenaan economische waarde mis. De aankondiging van gisteren, namelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71828 een aansluitstop voor Utrecht, is voor de inwoners en ondernemers inUtrecht zeer ingrijpend nieuws. Dat leidt tot grote bezorgdheid. Wat deVVD betreft zetten we alles op alles om ervoor te zorgen dat dezogenoemde pauze ook echt een pauze blijft. Wat is de inzet van hetkabinet richting het weegmoment in oktober? Hoe zorgt de Staatssecre-taris samen met TenneT voor een goede communicatie richting deinwoners van de provincie? Hoewel is voorkomen dat de drie provincieseen volledige aansluitstop hebben gekregen, zijn de vooruitzichten ookvoor de andere regio’s niet rooskleurig. Het kabinet, de netbeheerders ende lokale overheden zullen de komende tijd alles op alles moeten blijvenzetten om meer ruimte te maken voor nieuwe aansluitingen en tegelij-kertijd het stroomnet betrouwbaar te houden.Wat de VVD betreft zetten we vol in op enerzijds het flexibeler gebruikenvan het net en anderzijds het versnellen van de verzwaring van het net.Netbeheerders hebben zich eraan gecommitteerd om flexibiliteit bijbedrijven voortvarend in te kopen, maar hierover ontvangen wijgemengde geluiden. De onbenutte ruimte op het net is vaak nietinzichtelijk of vraag en aanbod komen niet bij elkaar. Hoe gaat het kabinetde netbeheerders faciliteren in deze taak? Hoe kunnen flexcontractenaantrekkelijker worden gemaakt? In de FGU-regio hebben provincies engemeenten een actieve rol gepakt door netbeheerders te ondersteunen bijhet benaderen van geschikte partijen. Kunnen daaruit lessen wordengetrokken voor andere provincies en gemeenten? Eerder heeft de VVDgevraagd om de FGU-regio aan te merken als innovatiegebied met extraexperimenteerruimte. Wat is daarvan de status, vraag ik aan de Staatsse-cretaris.Voorzitter. Ook het potentieel van flexibiliteit bij kleinverbruikers moet watde VVD betreft beter benut worden. Het benaderen van huishoudens omtegen vergoeding hun verbruik van warmtepomp, thuisbatterijen enlaadpalen te verschuiven, is dan ook een logische stap. De Staatssecre-taris schrijft dat de inzet is om de komende winter deze flexibiliteit al tekunnen inzetten. Welke belemmeringen in wet- en regelgeving zijndaarvoor geïdentificeerd? En zijn die tijdig opgelost? Kan er ook niet hiermet een experimenteerruimte gestart worden?Dan de versnelling van de verzwaring van het net. Wat de VVD betreft ishet onbestaanbaar dat deze projecten vaak vijf tot tien jaar duren doordatwe jaren verliezen in procedures. De Staatssecretaris moet dan ook snelwerk maken van de Crisiswet netcongestie, die in het coalitieakkoord isafgesproken. Wanneer kunnen wij dat wetgevingsprogrammaverwachten? Wat mijn fractie betreft kunnen we niet spreken van eencrisiswet, als deze pas in 2028 in werking treedt. Haast is hierbij geboden.Welke opties voor wetgeving overweegt de Staatssecretaris? Denkt hijbijvoorbeeld aan een versnelde beroepsprocedure voor congestiever-zachters? Of aan een uitbreiding van de verplichte rijks- of provincialeprojectbesluiten, zodat onduidelijkheid over bevoegd gezag eerder wordtweggenomen? Momenteel duurt het geven van een antwoord op de vraagwie bevoegd gezag is, en dus mag beslissen, soms langer dan debeoordeling van de aanvraag zelf. Dat moet echt afgelopen zijn.Voorzitter. Ook op Europees niveau wordt er gewerkt aan het versnellenvan procedures van energieprojecten. Het is dan ook goed dat het kabinetin Brussel zich ervoor inzet om bijvoorbeeld de stikstofvrijstelling voorenergieprojecten te verbreden. Maar voordat deze wetten zijn uitonder-handeld in Europa en geïmplementeerd in Nederland, kunnen we jarenverder zijn. Ik wil de Staatssecretaris en de Minister dan ook oproepen omvooruitlopend op deze wetstrajecten deze versnellingsmogelijkheden alactief in te zetten en hier eventueel het gesprek met de EuropeseCommissie over te voeren. Graag een reflectie hierop.Voorzitter. Naast de inzet op flexibel netgebruik en de versnelling van deverzwaring van het net wil ik drie onderwerpen kort aanstippen. De VVDvindt het verstandig dat er opnieuw gekeken is naar een aantal aannamesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71829 in de rekenmodellen van de netbeheerders, maar voor ons is het lastig tebeoordelen of deze aannames niet alsnog te conservatief zijn. Wiebeoordeelt of deze aannames kloppen? Is een derde onafhankelijke partijhiervoor ingeschakeld? Kan de Staatssecretaris dat eventueel doen? Voorwoningbouw werkt het kabinet aan landelijke eisen voor netbewustenieuwbouw. De VVD heeft liever landelijke eisen dan een woud aanverschillende netbewuste eisen in verschillende gemeentes en provincies,maar als zulke eisen landelijk worden vastgesteld, dan moet daar wat deVVD betreft tegenover staan dat marktpartijen de zekerheid hebben dat zijeen aansluiting kunnen krijgen. Hoe trekken de Minister van VRO en deStaatssecretaris hier gezamenlijk in op? En hoe wordt voorkomen dat datwoud aan verschillende eisen van gemeentes en provincies ontstaat?Tot slot een vraag over het nieuwe tarievenstelsel, waaraan de ACMwerkt. Een ingrijpende wijziging in hoe we voor onze stroom betalen isniet alleen een technische exercitie maar vraagt om politieke afwegingen.Wordt er gewerkt aan verschillende opties en krijgt de Kamer die opties,inclusief een heldere analyse van de voor- en nadelen, tijdig voorgelegd?Voorzitter, ik sluit af. Het kabinet moet flink aan de bak om Nederland vanhet netcongestieslot af te halen. U mag erop rekenen dat wij daar scherpop zullen toezien.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dat levert nog een interruptie op van de heerRusscher.De heer Russcher (FVD):Ik wil de VVD dezelfde vraag stellen als de vraag die ik aan D66 stelde. Datbetreft de onorthodoxe maatregelen die expliciet niet uitgesloten wordenen ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor hoe bedrijven enhuishoudens stroom gebruiken. Dat gaat natuurlijk over stroomgebruiktijdens piekuren tussen 16.00 en 19.00 uur. Wat zegt u dan tegen diehardwerkende ondernemer of loodgieter of iemand anders die van8.00 uur ’s ochtends tot 17.00 uur ’s middags op pad is en daarna zijnvaatwasser wil aanzetten, zijn was wil doen en desnoods zijn elektrischeauto wil opladen? Hoe kijkt de VVD hiernaar? Zal dat altijd vrijwillig blijvenof komen hiervoor ook verplichtingen?Mevrouw Müller (VVD):De VVD heeft altijd gezegd dat we mensen willen stimuleren om buitenpiekmomenten bijvoorbeeld te kunnen opladen. Dus nee, wij zijn geenvoorstander van negatieve prikkels.De heer Russcher (FVD):Dat komt wel neer op een verkapte verplichting, want als iemand nietanders kan en zijn elektrische auto pas kan opladen, of zijn was pas kandoen of zijn vaatwasser pas kan aanzetten na 17.00 uur, dan zit hij straksmet een nog hogere energierekening, omdat dit kabinet hem wil prikkelenom buiten de piekuren stroom te gebruiken. Dat lijkt me ook niet iets watje zou moeten willen als VVD.Mevrouw Müller (VVD):Nee, daarom heeft de VVD ook altijd gezegd dat wij graag positieveprikkels willen hebben. We wachten ook af waar het kabinet in dit gevalmee komt.De voorzitter:Dank voor dat antwoord. Daarmee zijn we aan het einde gekomen vandeze eerste termijn van de commissie. Ik dank de leden voor hun inbreng.Hoelang wil de Staatssecretaris schorsen? Is het mogelijk om om12.00 uur te vervolgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71830 Staatssecretaris De Bat:Dat gaat lukken.De voorzitter:Dan stel ik voor dat we tot 12.00 uur schorsen en meteen ook lunchen metelkaar. Daarna kunnen we door met de beantwoording vanuit het kabinet.De vergadering wordt van 11.33 uur tot 12.00 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag, inmiddels. Welkom terug bij dit commissiedebat overnetcongestie. We hebben zojuist de eerste termijn vanuit de leden gehad.We komen nu aan bij de beantwoording vanuit het kabinet. Ik zou graagde Staatssecretaris daartoe het woord willen geven. Ik wil de leden vragenom zich te beperken tot vier interrupties in totaal. Mocht het allemaal heelvoorspoedig verlopen, dan kunnen we wellicht een extra interruptietoestaan.Aan u het woord, Staatssecretaris.Staatssecretaris De Bat:Dank, voorzitter. Ik ga zo inderdaad beginnen met een introductie. Daarnawil ik focussen op de FGU, met ook daarbij een kleine introductie.Vervolgens ga ik in op sneller bouwen en het beter benutten. Daarna hebik nog een aantal overige vragen. Daarna zal de Minister nog een aantalvragen rondom woningbouw beantwoorden. Als dat de volgorde magzijn, dan gaan we het op die manier doen.De voorzitter:Vindt u het dan fijn om aan het einde van een blokje de interrupties teontvangen? Is dat voor u ook werkbaar?Staatssecretaris De Bat:Ja, dat is voor mij werkbaar. Het mag allebei. Ik heb daar geen moeitemee.De voorzitter:Oké. Ik kijk even naar de leden. Heeft iemand een voorkeur?De heer Van den Berg (JA21):Ik vind het altijd wel goed voor de dynamiek om direct op de antwoordenop de vragen te kunnen interrumperen.De voorzitter:Ja? Oké. Dan ga ik het als voorzitter toestaan om direct te interrumperenen niet het einde van het blokje af te wachten. Laten we kijken hoe datgaat.De heer Van den Berg (JA21):Vijf stuks?De voorzitter:Ik heb alle vertrouwen in deze commissie. In totaal heeft u voorlopig vierinterrupties. Als het allemaal goed gaat, krijgt u er mogelijk een bij.Staatssecretaris De Bat:Dan zijn ze misschien snel op, voorzitter. Dat is dan weer een voordeel!De voorzitter:Ja, zo kunt u er ook naar kijken! Aan u het woord, Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71831 Staatssecretaris De Bat:Dank. Na zo veel opmerkingen en toch ook wel stevige taal over wat eraan de hand is, kan ik niet anders dan dat ook gewoon beamen. Er is eengroot vraagstuk. Netcongestie hindert heel veel, doet heel veel metbedrijven, doet heel veel met inwoners en doet ook heel veel met mensendie bezig zijn met de oplossingen. Ondanks het feit dat we vandaagspreken over alles wat nog moet, wordt er in de buitenwereld gewoonkeihard gewerkt – het gaat om duizenden projecten per jaar – aanduizenden kilometers aan kabel en heel veel netwerkstations. Ook diemensen voelen dit debat en willen ook sneller en meer. Zij willen dit ookhelpen oplossen.Ik wil de balans bewaken tussen wat er aan de hand is en waar we naartoewillen ten opzichte van wat nu precies de oorzaak is. Het is zo dat eroorzaken zijn waar beleidsmatige keuzes aan ten grondslag liggen. Daarkunnen we een behoorlijk ideologisch debat over voeren. Dat doe ik opzich ook best graag, maar ik wil me in de beantwoording toch vooralrichten op datgene wat er moet gebeuren. Dat is heel veel. Er zijn gelukkigveel mogelijkheden. Die hebben we gisteren via de FGU op tafel kunnenleggen. Maar er zijn ook gewoon zaken die tijd vragen. Daar kom ik zometeen, als het gaat om de wetgeving, zeker op nog even op terug.Helder is dat niemand niet mee kan doen. Het is een vraagstuk waarin weals Rijksoverheid een taak hebben, waarin de medeoverheden een taakhebben, waarin de netbeheerders een taak hebben, maar waarin gelukkigook ondernemers en inwoners zelf een taak kunnen pakken. Er zijnnamelijk ook nog heel veel oplossingen mogelijk door zelf dingen net ietsanders te doen. Dit alles wordt afgestemd met andere vraagstukken in dewereld. Denk aan het debat dat een zaal verderop plaatsvindt. Demaatregelen moeten passen in datgene wat we doen. Wij denken dat datkan. Wij hebben daar vanzelfsprekend goed over nagedacht en we hebbenook die balans bewaakt. Maar het is echt helder dat dat een puzzel is.Ik wil ook proberen om enigszins weg te blijven van tegenstellingen. Ikheb echt dezelfde frustratie. Ik heb ook chagrijn – dat is een term die uallen gebruikt – gevoeld richting wie dan ook, maar uiteindelijk zul je tochaan tafel moeten om het probleem op te lossen. Dat is hoe wij hier zitten.Dat is onze houding. Het kan namelijk. Het is niet dat we geen enkelhandvat meer hebben. Alleen, het gaat nooit snel genoeg. Die conclusiekunnen we ook trekken met elkaar.Ik ga dan toch maar heel snel naar de FGU toe, die we gisteren hebbenaangekondigd. Die heeft iedereen op een heleboel manieren bezigge-houden. De Kamerbrief kwam ook vrij laat, omdat we tot vrij laat bezig zijngeweest met het vinden van oplossingen. De casus is in februaribegonnen. Toen werd aangekondigd dat er voor het hele gebied wellichteen aansluitstop dreigt. Dat moet je dan ook wel direct goed formuleren,want het gaat dan om alles, terwijl we eigenlijk al weten dat er voorwoningbouw sowieso wachtlijsten bestaan. Het is dus een extraatjedaarop. We zijn heel snel aan de slag gegaan met een crisisaanpak, evenlos van wetgeving. Ik heb het over een aanpak hoe we met iedereen aantafel een aantal dingen ter discussie kunnen stellen en hoe we dingenanders kunnen gaan doen. De twee lijnen, waar ik zo meteen dieper opinga, komen hier echt samen. Het gaat aan de ene kant om snellerbouwen. Ja, in het voorproces is te lang geaarzeld met de locatiekeuze. Erzijn wellicht te veel locaties onderzocht, waardoor je te lang blijft hangenbij de vraag waar het zou kunnen. Het gevolg is dat je je procedure nietkunt starten.Daar zijn nu in ieder geval keuzes in gemaakt. De locatie is gekozen, wordtuitgerold en moet een juridische procedure in. Ook daar kom ik straks opterug. Dit heeft ertoe geleid dat we twee jaar eerder in het proces zitten alshet gaat om het opleveren van het benodigde 380kV-station en het150kV-station. Tegelijkertijd zijn we op zoek gegaan naar hoe het precieszit met de beschikbaarheid van alles, met de modellen die erachter liggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71832 Uiteindelijk is het voor een deel het prognosticeren van de toekomst: watverwachten we precies? Daar kun je best keuzes in maken, maar dan welkeuzes die je vervolgens kunt waarborgen naar de toekomst toe. Je wiltnamelijk niet dat het net onveilig wordt, met als gevolg dat je een situatiekrijgt dat op een bepaald moment een transformatorstation daadwerkelijkdoorbrandt, met als gevolg dat je veel langer een storing hebt. Alles moetdus binnen het kader van netveiligheid gebeuren.Toch hebben we daar keuzes in kunnen maken. We hebben aannamesgedaan, zoals in de brief beschreven, die minder conservatief zijn, die watoptimistischer zijn over wat er kan en wat er mag. We zijn met risicomiti-gerende maatregelen aan de slag gegaan: wat nu als er zich toch eensituatie zou voordoen als ...? Ik geef één voorbeeld. Daar zit bijvoorbeeldhet volgende in. Een aantal van u heeft gevraagd naar de aanpak vanbatterijen. We gaan ervan uit dat er in de komende jaren 1 gigawatt aanbatterijcapaciteit wordt gerealiseerd. Dat is nogal wat. Die staat er nogniet. Dat moet allemaal nog geregeld worden. Dat zit nu wel in het modelom ruimte te creëren voor de toekomst. Dat is geen wishful thinking; datis met elkaar doorakkeren wat er kan en ervoor zorgen dat je daadwer-kelijk ruimte gaat creëren. Daar nemen we risico’s in. Dat hebben we metopen vizier gedaan. Daarmee is de aansluitstop voor een groot deel vanhet gebied voorkomen en is er – helaas, helaas, helaas – voor Utrecht nogdie pauze. Ook daaraan blijven we werken, want daar kunnen misschiennog wel op dezelfde manier een aantal oplossingen verzinnen in de flex.Dat betekent ook dat je daar ieder halfjaar een peilstok in moet steken enervoor moet zorgen dat je opnieuw herberekent en zoekt, wetend dat deuiteindelijke oplossing er echt pas is als we de capaciteit van de stationsbeschikbaar hebben, dus als ze gebouwd zijn.In de tussentijd hebben we ook geregeld dat de woningen die voor dekomende drie jaar gepland staan in ieder geval nog wel gebouwd kunnenworden. Datgene wat er nu is, gaat dus door. Daarna moet je je project-planningen en je planningen voor de beschikbaarheid van elektriciteitnaast elkaar leggen, in de hoop dat je dan ergens toch, op het goedemoment, de juiste woningen kunt bouwen. Maar dat gaat pijn doen, zekerook voor mensen die na 1 juli met die uitbreidingen aan de slag willen. Jehebt dan twee opties: je kunt constateren dat het gewoon niet kan, maarhopelijk is er altijd nog ergens een oplossing binnen je eigen aansluiting,wat weer behoorlijk wat doordenking en kennis vraagt van de mogelijk-heden die er zijn. We moeten erover nadenken hoe we daarin kunnenondersteunen.Ik vind het ook belangrijk om te melden dat dit alles vanzelfsprekend nietgratis is. Het plaatsen van 1 gigawatt aan batterijcapaciteit of het inkopenvan flexibiliteit via de flexcontracten zit in gereguleerde systemen. Dat zaldus doorwerken in de netwerkkosten. Dat kan niet anders, want dat is hetsysteem dat we met elkaar daarop hebben liggen. Maar, nogmaals, wezijn op weg. We gaan ieder halfjaar de peilstok erin steken en zoeken naarnieuwe mogelijkheden. We blijven in gesprek met de regio om ook voorUtrecht de pijn zo klein mogelijk te maken.Voorzitter. Ik ga kijken of er nog concrete vragen zijn die daarop slaan.Een belangrijke vraag van de heer Grinwis ging over hoe we borgen dathet daadwerkelijk gaat. Dat heeft te maken met de beschikbaarheid aanmankracht bij de netbeheerders, want het moet uiteindelijk wel lukken.Een van de opties die we hier hebben ingeroepen, is veel meer paralleldoen. Dat is leuk en aardig, maar dat betekent wel dat je je capaciteit moetgaan richten op dat parallelle plannen. Dat gaat ook niet vanzelf. Dathebben we wel ingericht en gaan we regelen.Er was een vraag van mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks-PvdAover hoe we tot de opsplitsing van de gebieden zijn gekomen. Eerst washet één gebied. Dan zou het hele gebied op rood, op slot, blijven.Vervolgens hebben we naar het volgende gekeken. Als je kleinereeenheden maakt – dat doen de netbeheerders; dat doet het Rijk niet – danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71833 kun je misschien meer gebieden vrijgeven, omdat niet in elk gebiedhetzelfde vraagstuk zich afspeelt. Dat hebben we gedaan. De netbe-heerders hebben de keuze gemaakt om niet voor vier gebieden te gaan,maar voor vijf gebieden. Dat hebben ze onderbouwd, doordat je dan inmeer gebieden daadwerkelijk capaciteit beschikbaar hebt om vrij tegeven. Er kan een waterbedeffect ontstaan – dat was ook uw vraag – maardat weten we nog niet zeker. Wij denken dat dat heel erg meevalt. Denetbeheerders hebben dat doorgerekend. Gisteren is ook de afspraakgemaakt dat we dat preciezer gaan doorrekenen en dat dat ook weer opde bestuurlijke tafel komt, zodat we als daar wél onverwachte effectenuitkomen die men met elkaar nu niet verwacht altijd weer de kans hebbenom daarop in te grijpen. De route is dus op deze manier doorgaan, tenzijer iets gebeurt waardoor je in moet grijpen. Die verwachting is er gewoonniet. De opgave voor Utrecht, zeker voor het gebied dat op slot gaat, blijftdus net zo groot. Daar gaat geen verandering in komen. We moeten erinderdaad voor zorgen dat gebieden niet tegen elkaar uitgespeeld gaanworden. Dat is in Nederland sowieso een vraagstuk, want er zijn gebiedenwaar nog ruimte is op het net en gebieden waar dat niet zo is, dus in diezin zie je economische activiteit zich al verplaatsen; het is nu eenmaal zodat ondernemers ook wel volgen waar er nog ruimte is. In de basis zalhier echter vooral de onderlinge afspraak overeind blijven dat men vanuitde gebieden blijft praten met elkaar en dat we als er héle rare situatiesontstaan in het kader van het prioriteringskader opnieuw aan tafel gaanen die ook weer bespreken. Dat hebben we gisteren dus met allebestuurders goed kunnen vastleggen.De heer Jumelet (CDA):Dank voor het antwoord, allereerst. Uw laatste zinnetje maakt deinterruptie misschien overbodig, want ik had de vraag: hebt u dat kunnenafstemmen met de bestuurders, in ieder geval met de partijen aan tafel? Ikvroeg namelijk ook nog of er een impactanalyse kon worden gemaakt, opkorte termijn natuurlijk. Ik kan me ook goed voorstellen dat in het gesprekal een heel aantal elementen naar voren zijn gekomen waar ook debestuurders in Utrecht naar hebben gevraagd. Dan stel ik toch maar evennog een keer de vraag hoe dat daar gevallen is.Staatssecretaris De Bat:We hebben gisteren echt lang gepuzzeld om iedereen aan tafel te houden,want de belangen kunnen soms verschillen. Het was ons een lief dingwaard om iedereen mee te krijgen in die gezamenlijke aanpak. Daarhebben we alles op gericht. Daarvoor hebben we ook gewoon gezochtnaar oplossingen om geen verschillen tussen de regio’s te krijgen. Dat isgisteren gelukt. We zijn uiteindelijk tot een afspraak gekomen die ook oppapier staat en waarmee we de komende jaren aan elkaar verbonden zijn,want dit is nu ingezet, maar we zijn nog jaren bezig voordat het daadwer-kelijk opgelost is.Dan was er een vraag van de heer Grinwis.De voorzitter:Eén moment. Voordat u verdergaat met de beantwoording, zijn er nogtwee Kamerleden met een vraag. Allereerst mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Ja, op dit punt, het opdelen van congestiegebieden. We gaan er wellichtnaartoe dat deze gebieden over heel Nederland kunnen plaatsvinden.Gaat u dan dezelfde aanpak hanteren en deze grotere congestiegebiedenook opknippen in kleinere? Gaat u de lessen die u hieruit leert dus ookgebruiken in de toekomst?Staatssecretaris De Bat:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71834 Dan is dus het nadeel dat we tussentijds interrumperen, want dit was ookeen vraag van de heer Jumelet die ik nog moest gaan beantwoorden. Vandeze aanpak kunnen we ontzettend veel leren. Ik denk ook dat we dezeaanpak niet eens helemaal hoeven uit te rollen, want het modelmatigedenken dat we nu hebben geïntroduceerd, kan eigenlijk heel makkelijkdoor de netbeheerders op andere plekken worden gebruikt. Dat gaat dusook gewoon gebeuren. De heer Jumelet maakte dat nog concreter. Hijnoemde het gebied de Nissewaard, waar dan ook een probleem ontstaat,maar we hebben ook vanuit Brabant vragen gekregen en Noord-Hollandheeft de vraag bij ons neergelegd. Op een heleboel plekken gaat ditspelen. Waar het kan, gaan wij die crisisaanpak ook echt ondersteunen.Tegelijkertijd zijn de teams die bij ons aan dit soort vraagstukken werkenondertussen al vrij groot. We zitten langzamerhand ook wel aan eencapaciteitsbeperking, dus we moeten vooral proberen het zo te doen dathet heel makkelijk te vertalen is naar andere gebieden en dat de regio’sdaar ook gezamenlijk mee overweg kunnen. Aannames hoef je bijvoor-beeld niet iedere keer opnieuw te doen, dus die kun je ook op andereplekken gewoon gaan doorrekenen in de modellen. Op die manier willenwe de aanpak die we nu geleerd hebben dus doorvertalen en ook voorandere gebieden toepasbaar gaan maken.De heer Klos (D66):Een van de meest schrijnende consequenties hiervan is natuurlijk dat dewoningbouwopgave bemoeilijkt wordt door de problematiek op het net.De Staatssecretaris schrijft in de brief dat in ieder geval de geplandewoningbouw gered is met dit besluit, maar de woningbouwambitie reiktnatuurlijk veel verder dan de geplande woningbouw. Er zijn ook toekom-stige woningbouwplannen die hier mogelijk door geraakt worden. Heefthet ministerie of heeft de Staatssecretaris er nu een inschatting vangemaakt hoeveel woningen niet worden opgeleverd in de komende vijfjaar als gevolg van dit besluit?Staatssecretaris De Bat:De netbeheerders kunnen heel exact aangeven wanneer welke stroomweer beschikbaar is. Dat proces gaat zich nu ook afrollen. Daarover zalmet alle gemeenten gesproken gaan worden. Met sommige projecten kunje gewoon doorgaan, want die zitten nog in zo’n vroege fase dat de eerstesteen pas in 2030 gestapeld zal worden; dan is het niet erg dat er in 2031pas stroom is, want dan kun je daar gewoon naartoe werken. Andereprojecten hebben daar wel last van. De exacte aantallen wordenbeschikbaar gemaakt in de gesprekken met de regio. Die aantallen zullendus ook een keer bekend worden, maar daar zit nog wel heel veel watzachtere plancapaciteit in. We hebben nu in ieder geval die 35.000 aanonderhanden werk, zoals dat genoemd wordt, die wel door zijn. Dat maaktin ieder geval dat er de komende tijd gebouwd kan worden. Mensen dienu bijvoorbeeld een contract hebben getekend, kunnen er zeker van zijndat er stroom is. Als we daar de gegevens van hebben, zullen we die zekerdelen, maar daar zitten ook weer allerlei vraagstukken omheen over wat jewel en niet mag delen, maar die worden ook met de regio exact bepaalden gedeeld.De heer Klos (D66):Ik denk dat het, omdat het zo’n zware maatschappelijke consequentie is enomdat zo veel mensen op een woning wachten, heel relevant is om ookmet de Kamer en de samenleving te delen wat nou precies de gevolgenzijn voor de woningbouw. Misschien is dan dus toch de vraag aan deStaatssecretaris – het kan ook in tweede termijn – om in ieder geval eenvorm van inschatting te maken van hoe dit nou de toekomstigewoningbouw juist in deze regio, in Utrecht, gaat raken en niet alleen degeplande woningbouw, die voor nu gered is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71835 Staatssecretaris De Bat:Maar dat is moeilijk te doen vanaf deze plek, want daar zit veel meeromheen. Ik gaf al aan dat dit voor een deel ook nog zachte plancapaciteitis. Daar zitten soms meer vragen aan vast die nog beantwoord moetenworden. Als we een getal kunnen noemen, wil ik dat met alle plezier intweede termijn doen, maar rekent u er niet op, want we zijn daar gewoonnog niet. Nu moeten we met het pakket dat er ligt en met de beschik-baarheid van elektriciteit die er komt opnieuw een heel aantal zaken gaanbekijken en gaan prioriteren. Ik ben dus bang dat dat getal gewoon nogniet te noemen is. Dan kan ik wel gaan gokken, maar dat moet ik dan ookniet doen. Je kunt natuurlijk de ooit genoemde 240 en dan die 35 ... Jekunt ergens wel een getal gaan proberen te maken, maar er hangt veelmeer omheen. Dan kijk ik ook naar de Minister, want dan zullen we ookmoeten bekijken welke plannen er vanuit de Rijksoverheid zijn met de30 grote woningbouwlocaties.De voorzitter:Misschien is dat iets om in de tweede termijn verder op te pakken. Eersthad ik nog mevrouw Van Oosterhout gezien. Daarna is de heer Van denBerg. Nogmaals zeg ik tegen de leden: stel vooral ook nieuwe vragen,want andere vragen uit de eerste termijn worden natuurlijk gewoon nogbeantwoord; houd dat in het achterhoofd.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Misschien komt de precieze beantwoording van mijn vraag nog, maar alshet gaat om het opsplitsen in die verschillende congestiegebieden hoor ikde Staatssecretaris pleiten voor vooral een modelmatige aanpak. Tot opzekere hoogte kan ik dat volgen. Tegelijkertijd ontstaat er natuurlijk eennieuwe situatie. We moeten inderdaad, zoals de Staatssecretaris ookaangeeft, goed bekijken hoe dat in de praktijk gaat uitwerken. Mijn vraagis dus de volgende. Stel je voor dat er nog steeds een aansluitstop is inbijvoorbeeld Utrecht, maar er 10 kilometer verderop wel groen licht is omdoor te gaan met niet-essentiële activiteiten, hoe gaat dat dan in depraktijk werken? Is het dan aan de regio’s om daar onderling uit te komenof gaat de Staatssecretaris daar zelf een wat actievere rol in spelen envooral ook de regie daarop houden?Staatssecretaris De Bat:Dat laatste niet, want dat mag ik niet. Er is uiteindelijk een prioriterings-kader. Dat prioriteringskader geldt per gebied. Per gebied wordt datprioriteringskader dus afgewandeld en zal de ACM toezien op de juistetoepassing daarvan. De theoretische situatie dat men in een bepaaldgebied in categorie 4 komt en in een ander gebied categorie 1 nogaangesloten zou moeten worden, is echt een puur theoretische situatie.Maar we hebben afgesproken met elkaar: mocht dat wel gaan gebeuren,dan gaan we voordat categorie 4 wordt uitgegeven in een bestuurlijkoverleg aan tafel om te bekijken of we daarvoor een andere puzzel kunnenleggen. Meer kunnen we niet doen, want uiteindelijk zit daar gewoon hetprioriteringskader onder dat dit bepaalt. Maar we gaan wel eerst aan tafelvoordat er wordt toegekend.De voorzitter:Ik zie dat u verder kunt, Staatssecretaris. O nee, excuus. Meneer Van denBerg. Daarna gaat u verder met uw beantwoording.De heer Van den Berg (JA21):Ik denk dat de Staatssecretaris hier wel weer een heel belangrijk puntmaakt, namelijk dat de modelberekeningen die hieronder zitten, waarinwe kijken wanneer we nou weer netcapaciteit hebben, in 2031, natuurlijkallemaal op basis van modellen zijn voor hoeveel mensen gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71836 gebruiken, in hoeverre de economie groeit en in hoeverre hernieuwbaarnog wordt uitgebreid. Ik vind het soms moeilijk dat wij als Kamer geeninzicht hebben in wat nou al die aannames zijn over wat er nog allemaalgaat gebeuren. Daardoor voelt het vanuit de Kamer ook dat wij verrastblijven worden door wat er gaat komen. Dat zag je een paar jaar geledenal in Noord-Holland. In 2035 zou het hoogspanningsstation klaar zijn bijVijfhuizen. Dat wordt volgens mij nu 2038, maar wij kunnen niet zien hoedat er nou exact komt. Kortom, kan de Staatssecretaris dat toch met onsdelen?Staatssecretaris De Bat:De opdracht was al gegeven om de modellen die ten grondslag liggen aanveel berekeningen dubbel te checken en er een second opinion op tedoen. Dat hebben we gedaan. We hebben datgene wat door de netbe-heerders wordt opgeleverd nog een keer laten bekijken door eenonafhankelijke derde partij. Die heeft gezegd dat de cijfers kloppen. Daarzit niet het verschil. De netbeheerders rekenen goed – dat lijkt me ook eenhele gelukkige constatering, want als het daar fout zou gaan, dan hebbenwe een nieuw vraagstuk met elkaar – maar je kunt het wel hebben over deaannames die je er aan de voorkant in stopt. Dat hebben we dus gedaan.Die discussie kunnen we nu dus ook gaan voeren op een heleboel anderegebieden. Dat gaat ook echt helpen om nieuwe ruimte te vinden. Denetbeheerders zijn hier geweest en zijn te allen tijde bereid om daaropnieuw een toelichting op te komen geven, want ze snappen ook datdaar altijd vragen over zijn, maar dat moeten zij zelf doen. Dat inzicht hebik ook niet. Dus dan zou ik zeggen: nodig de netbeheerders uit en laat henop dat specifieke punt zelf een toelichting geven op hoe ze dat doen enhoe ze omgaan met dat rekenwerk. Dat lijkt me prima.De voorzitter:De Kamerleden kunnen daarover nadenken. Ik zou eigenlijk aan mevrouwMüller willen vragen om haar interruptie heel eventjes op te sparen. Ik gau straks het woord geven, maar ik wil ook wat tempo maken, omdat we14.00 uur vandaag echt als harde eindtijd hebben. Het is nu al bijna12.30 uur. Ik wil u dus vragen om verder te gaan met de beantwoording,meneer de Staatssecretaris.Staatssecretaris De Bat:Dat is goed, voorzitter. Er waren 116 vragen en ik was bij vraag 4.Ik kom bij de vraag van de heer Grinwis waarom er nog geen aanwijsbe-sluit is en waarom er geen rijksinpassingsplan is gemaakt. Ik neem aandat de heer Grinwis dit terugkijkt. We doen niet meer aan rijksinpassings-plannen; dat heet tegenwoordig een projectbesluit. De provincie Utrechtheeft hier al een stap in gezet. Wij denken ook dat het niet altijd beter isals het Rijk het doet. We doen nu al heel veel projecten vanuit het Rijk. Alswe alle projecten zouden moeten doen die enigszins van importantie zijn,dan hebben we ook een probleem, want dan komen we echt aan eenvertienvoudiging van wat we nu al doen. Ik denk niet dat we daaraanmoeten beginnen. We moeten de cruciale projecten eruit pikken en diedoen. Hier geldt ook dat we met kennis en expertise de provinciesondersteunen om ervoor te zorgen dat zij daarin tempo kunnen maken.Daar is ook iets van een versnelling uit naar voren gekomen. Het kanmisschien nog wel sneller. Dat is dan ook weer hoe we naar de volgendecasussen komen, want voor een deel is het ook echt het kiezen van degoede locatie aan de voorkant, zoals ik net ook al heb geschetst. Als datgoed en sneller gebeurt, dan kun je veel sneller beginnen en dan kun jemet parallel plannen en allerlei andere opties die er zijn, ervoor zorgen datje de versnelling op die bouwwerkzaamheden realiseert.Op de vraag over dat weegmoment heb ik al antwoord gegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71837 We hebben met de provincie Utrecht afgesproken om in mei zo snelmogelijk die kant op te gaan om met zowel de overheden als inwoners ingesprek te gaan over de consequenties van dit besluit en wat we doen omdaarop door te pakken. Dat was een vraag van mevrouw Müller. Dat gaanwe dus zeker doen.Wat betreft de onorthodoxe maatregelen hebben we dus echt heel kritischgekeken naar de aannames. We hebben afsprakenkaders gemaakt. Wegaan werken met congestiealerts voor het geval er in die aannames tochiets niet goed gaat. We zijn uitgegaan van een bepaalde temperatuur envan een bepaalde beschikbaarheid van wind en zon. Stel dat allestegenvalt, dan heb je kans dat je stroom tekortkomt. Dan moet je dus ietsgaan doen. We gaan met alarmeringssystemen werken. In uiterste noodzul je misschien ook ergens tot een afschakeling moeten komen. Hetvoordeel is dat TenneT het een jaar van tevoren doorrekent, een paarmaanden van tevoren, een week van tevoren en ook een dag van tevoren.Je hebt dus verschillende momenten waarop je in zou kunnen grijpen,mocht zoiets dreigen. In die berekeningen neemt TenneT bijvoorbeeld ookde weersvoorspellingen mee, zodat je ook weet wat eraan komt. Wehebben met elkaar dus de mogelijkheid gecreëerd om altijd nog in tekunnen grijpen.Dat waren de vragen die met FGU te maken hadden, voorzitter.De voorzitter:Ik kijk allereerst even naar mevrouw Müller, omdat zij nog een interruptiewilde plaatsen bij dit blokje.Mevrouw Müller (VVD):Komt de Staatssecretaris nog terug op de aannames die gemaakt zijn endie wij moeilijk kunnen beoordelen als Kamer, ook als we hier denetbeheerders uitnodigen, zoals de Staatssecretaris als suggestie meegaf?Wij zijn geen experts op dit technische vlak. Is er een onafhankelijke partijdie ons kan vertellen of de aannames die gemaakt zijn inderdaad niet teconservatief zijn? Laat u zich daar zelf ook over informeren?Staatssecretaris De Bat:Ja, daar hebben wij ook externe deskundigheid op ingewonnen. Diemensen hebben meegekeken op alles wat we doen. Het antwoord daaropis dus: ja. We moeten dat zo mogelijk doen, maar uiteindelijk is het ookeen keuze. Je kunt bijvoorbeeld uitgaan van – 5 graden op 31 december2032 of je kunt uitgaan van – 4 graden. Dat is uiteindelijk ook gewoon eenkeuze. Als je voor – 4 graden kiest, wat zijn dan de consequenties en hoega je daar dan mee door? Het is enorm theoretisch, maar dat is wel hoewe het model moeten inrichten, want als je nu aansluitingen uitgeeft,bestaan ze ook, dus moet je ook leveren.De voorzitter:Ik begrijp alle toelichtingen, maar probeer alstublieft ook de beant-woording op de interrupties kort te houden, want dan kunnen we sneldoor naar het volgende blokje. Ik geef eerst nog het woord aan mevrouwMüller voor een korte vervolgvraag.Mevrouw Müller (VVD):Ik begrijp dat de Staatssecretaris dit zegt. Ik vind het ook fijn dat onafhan-kelijke experts hiernaar gekeken hebben, maar voor ons is het heel ergmoeilijk te beoordelen of dat inderdaad gebeurd is en of dat ook goedgebeurd is. Ik denk dat het de Kamer zou helpen als wij de adviezen zienvan onafhankelijke experts die zeggen dat de aannames die gemaakt zijninderdaad niet te conservatief zijn. Dat daar keuzes achter zitten, is logischen niet gek, maar hoe kunnen wij die keuzes beoordelen als we die alleenvanuit u krijgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71838 Staatssecretaris De Bat:Ik kom daar in de tweede termijn even op terug, want volgens mij hebbenwe een hoop van die gegevens al verstrekt. Als dat niet zo is, dan kom ikdaar in de tweede termijn even op terug.De voorzitter:Volgens mij was dit ook meer een hulpvraag voor hoe wij dit als Kamer-leden goed kunnen beoordelen. Wellicht zijn daar ideeën voor. Ik ga eerstnaar mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij om te horen dat de Staatssecretaris in gesprek gaat in Utrechtom te horen wat daar nodig is. Ik vroeg me af welke middelen deStaatssecretaris beschikbaar gaat stellen, bijvoorbeeld voor de uitvoer vanbatterijen. Of aan welke andere middelen denkt de Staatssecretaris om depijn wat te verzachten? Daar had ik een specifieke vraag over gesteld.Staatssecretaris De Bat:Daar is nu nog geen concreet antwoord op te geven, omdat we dat ineerste instantie met generieke beschikbare middelen zullen moeten doen.Voor de hele uitrol in de FGU-regio zullen we, indien het allemaal past enkan, bij de augustusbesluitvorming een vraag moeten stellen, omdat wedaar nu ook geen middelen voor hebben, behalve dan de wel beschikbaregenerieke middelen. Dat is gelukkig nog best een pakket. We gaan kijkenhoe we dat nog passender kunnen maken.De voorzitter:Helemaal goed. Meneer Klos, heeft u nog een vraag?De heer Klos (D66):Ja, voorzitter. Ik hoorde de Staatssecretaris net zeggen dat het vanwegede capaciteit op ambtelijk vlak ingewikkeld is om het bevoegd gezag overte nemen en als Rijk ervoor te zorgen dat er een locatie komt in plaats vandat daarover gesteggeld wordt door provincie en gemeente. Dat snap ik,maar tegelijkertijd leidt dat er nu natuurlijk wel toe dat we aan de tiendelocatie toe zijn en dat dat project enorme vertraging heeft opgelopen, metgrote maatschappelijke gevolgen. Mijn vraag is: hoe gaan we ervoorzorgen dat dat niet gebeurt bij al die andere grote projecten – Utrecht isniet het enige probleemkind – en dat het Rijk daar wél die verantwoorde-lijkheid neemt? Wat heeft de Staatssecretaris daar nou voor nodig?Staatssecretaris De Bat:Ik denk dat het daar vooral belangrijk is om veel vaker en sneller metelkaar in contact te zijn, want hier had het Rijk wellicht veel eerder moetenhelpen om de locatiekeuze te maken. Nu we op dit ministerie in capaciteitzijn verdubbeld, mag u van ons aannemen dat we daar juist bovenopgaan zitten en dat we veel beter selecteren waar we het sowieso welwillen en waar we van een provincie verwachten dat ze deze stap zelfzetten ten opzichte van gemeenten.De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie al.De heer Klos (D66):Dat is niet erg, want ik vind dit erg belangrijk. Hier zit volgens mij juist hetprobleem. Ik snap dat we beter contact met elkaar gaan hebben, maar ermoet één iemand verantwoordelijk voor zijn. Dit zijn nou juist projectendie de grenzen van gemeenten en provincies overstijgen en waar eenessentieel nationaal belang speelt. Dit is een nationale crisis, die we dusook moeten gaan oplossen met een crisisaanpak en een crisismentaliteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71839 Daar moet het Rijk voor naar voren stappen. Ik stel de Staatssecretarisnogmaals de vraag: hoe zorgen we er nou voor dat het bij de andereprojecten gaat lukken dat het Rijk wél het bevoegd gezag overneemt enniet alleen in gesprek gaat met medeoverheden?Staatssecretaris De Bat:We hebben nu 25 projecten in die projectenaanpak. In totaal zijn er 105projecten. Wij gaan voor de zomer keuzes maken welke daadwerkelijknaar ons toe moeten komen. We kunnen niet alle 105 de projectenoppakken die er nog zijn; dat is te veel. Welke we wel doen, moeten weheel gericht uitzoeken. En waar wij het niet doen, gaan we er heel gerichthet gesprek over voeren in de zin van: dan zult ú het doen. Want ook eenprovincie heeft uiteindelijk natuurlijk zelf een belang bij veel sneller keuzesmaken hierin. Dat is niet een eenzijdig belang van het Rijk. Dat is net zogoed een belang van de provincie.De voorzitter:Dank u wel. Volgens mij zijn we dan rond. Dan kunt u door met debeantwoording. We gaan door naar het volgende blokje. Dat heet volgensmij «sneller bouwen».Staatssecretaris De Bat:Dat klopt, voorzitter. Daarachter zit voor een groot deel natuurlijk ook hetvraagstuk van de wetgeving, al dan niet die crisiswet en wat we daarallemaal doen.Gisteren kreeg ik twee rapporten overhandigd van de NVDE, de Neder-landse Vereniging Duurzame Energie. Daar waren wij heel blij mee, omtwee redenen. Eén rapport heeft tien casussen doorgelicht op de vraagwaarom het daar wel snel gegaan is. Daar kunnen we heel veel rodedraden uit halen, en die toepassen op andere projecten. Het tweederapport was een juridische analyse van waar het klem zit en waar je kuntversnellen. Het is gewoon echt superwaardevol. Het zijn er negen,waarvan er acht op ons wensenlijstje staan. Daar gaan we dus mee aan deslag. Eentje gaan we niet doen: dat je een vergunning verleent als je nietop tijd reageert. Dat zou heel veel onrust creëren. Wij denken ook dat hetjuridische onzekerheid creëert. Lex positivo gaan we dus niet doen, maarmet de andere acht kunnen we allemaal uit de voeten. Die gaan we dusook allemaal oppakken. Het is mooi dat de buitenwereld met onsmeedenkt juist op dit punt.Vervolgens hebben wij een wetgevingsprogramma gemaakt waarin26 elementen staan. Die komen heel snel in brokken naar de Kamer. Wegaan dus niet wachten tot we ergens iets tegenkomen. Nee, we hebben26 programmaregels gedefinieerd. Die gaan we in programma’s bij uterugleggen, om op een aantal punten de versnelling te organiseren. Netna de zomer komt de eerste al naar u toe. Daar gaan we dus echt opdoorpakken.Daarbij hoort de vraag van de heer Klos hoe je de totale projectaanpak endus ook deze elementen kunt standaardiseren. Dat gaan we doen. Wegaan gewoon sneller bepalen wat het bevoegd gezag is; dat was ook zo’nvraag. Het gaat niet alleen om de vraag welke keuze je maakt voor eenlocatie, maar ook om wie het bevoegd gezag is. Daar kun je soms enormlang over discussiëren. Dat moet je gewoon snel beslissen. Als je er nietuit komt, til je het maar naar het niveau dat het in ieder geval kan. Daargaan we dus echt op doorpakken.Door de heer Flach werd gevraagd wanneer de AMvB zou komen. Dathangt samen met de Wet versterking regie volkshuisvesting. Daar kan deMinister waarschijnlijk nog wel iets over zeggen. Of zal ik die nogmeenemen, Minister? Ik weet het eigenlijk niet. «Neem maar mee», zegtde Minister. Er is een advies van de Raad van State op deze AMvBgekomen. Daar moeten wij dus nog op reageren. Het gaat met name omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71840 het versnellen van de procedures, dus dat je in een keer naar de Raad vanState gaat. Daar zit het punt van de werklast enorm achter. De Raad vanState moet het namelijk wel aankunnen. Als je in één keer naar de Raadvan State gaat, betekent dat natuurlijk dat alle projecten daar komen. Datmoet de Raad van State dan wel aankunnen. Daar zit dus gewoon eenpunt; dat moeten we nog bespreken. We willen wel dat dit uiteindelijkgaat vliegen. Daar moeten we dus oplossingen voor verzinnen.Komt er ruimte vrij om bestaande transformatorstations uit te breiden? Insamenwerking met TenneT kijken we sowieso hoe we dat kunnen doen.Vergunningen waarbij het vooral om simpele oplossingen gaat, willen wezo snel mogelijk kunnen verlenen. De onnodige tijd die soms zit in hetdoorlopen van procedures, zou je daar weg kunnen halen. In deverkenning willen we kijken wat er past. Dit ronden we zo snel mogelijk,voor de zomer, af. Dat leggen we dan ook weer bij u terug. Zo weten we ofhet kan, hoe het past en hoe we ermee omgaan.Van zowel de heer Van den Berg als de heer Grinwis kwam de vraag of denetbeheerders geëquipeerd zijn. Er werd sowieso redelijk geschoten op denetbeheerders. Ik snap soms de frustratie. Tegelijkertijd zullen we toch ookmet hen samen dit hele vraagstuk moeten oplossen. Ik heb onder anderein FGU gemerkt dat er ook bij hen heel veel wil is om het op te lossen. Wemoeten het vooral samen doen.De heer Klos vroeg of er voldoende personeel is om alle elektriciteitsinfra-structuur aan te leggen. Via het Actieplan Groene en Digitale Banen slaanwe met een aantal ministeries samen een stevige slag wat betreft hetbeschikbaar hebben van voldoende personeel. De netbeheerders hebbeneen eigen Taskforce Elektra. Daar hebben ze ook middelen voor gekregenvanuit het Klimaatfonds. Zo kunnen ze meer talent werven en eigenvakscholen oprichten. We doen er dus ook daar alles aan om zo veelmogelijk mensen in die sector te laten werken. Maar er is natuurlijk eenenorme strijd tussen verschillende sectoren. Overal is eigenlijk wel eentekort.De heer Klos vroeg ook of we de vliegende brigade kunnen uitbreiden. Dieis al uitgebreid, onder andere voor de complexe middenspanningspro-jecten. Daar is ook 22 miljoen voor vrijgemaakt uit het Klimaatfonds. Opdie manier willen we mensen opleiden tot procesmanager of projectleider.Momenteel onderzoeken we ook nog of er een aanvullende aanpak opmidden- en laagspanning kan zijn. Daarvoor zou dan ook weer geld vanuithet Klimaatfonds beschikbaar kunnen komen. We hopen u daarover voorde zomer te kunnen informeren.De heer Flach had ook een vraag over de snelheid van de crisiswet.Daarvan heb ik net al gezegd dat we zo snel mogelijk met al die26 elementen naar u toe komen. Een eerste stap wordt in ieder geval al nade zomer gezet.Een aantal van u, waaronder de heer Kops, vroeg naar het Grids Packagevanuit de EU. In eerste instantie zou het in 2028 zijn. Wij begrijpen vanuitEuropa dat men naar voren wil, wellicht al naar deze zomer. Dan is hetvanzelfsprekend ook aan ons om daar al dan niet op vooruit te willendurven lopen. Dat is een beetje de zoektocht die we moeten doen. DeAMvB wordt al gemaakt. Zodra Europa zegt «dit is het», kunnen wij dusdirect met een AMvB komen en het daadwerkelijk regelen. Nogmaals,waar nodig gaan we echt zoeken wat er kan. Dit is namelijk gewoon eenmanier om het vraagstuk van stikstof in ieder geval niet te laten zorgenvoor een belemmering van de aanleg van ons elektriciteitsnet.Er was de vraag waarom alles zo lang moet duren. Kan de wet nietsneller? We komen heel snel met nieuwe wetgeving. Tegelijkertijd heeft deaanpak ons ook geleerd dat het ’m lang niet altijd in wetgeving zit, maarvooral in het maken van keuzes.Dat was het tweede blokje, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71841 Dank u wel. Ik zie dat het nog een paar vragen oproept. Allereerst de heerVan den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Een van de vragen die ik had gesteld, is nog niet beantwoord. Kan deStaatssecretaris ook kijken of bijvoorbeeld kleinere centrales in dezegebieden voor verlichting van netcongestie kunnen zorgen? De Staatsse-cretaris refereerde aan het rapport van de NVDE. Daar werd hij heelenthousiast van. Ik heb net even zitten kijken. Ze spreken daar van«congestieverzachters» rond lokale opwek. Die zouden dus helpen.Overweegt de Staatssecretaris om dat ook met kernenergie te doen? Watzijn dan de voordelen van het implementeren van die stappen, ook voorde kosten?Staatssecretaris De Bat:Konden we ze maar bestellen! Dan hadden we daar misschien nu directprofijt van. Het kan, hoor ik u zeggen. Maar dan heb je ze nog steeds nietin de periode waarover we nu spreken en waarin oplossingen nodig zijn.Daar zit het probleem. Maar inderdaad, hoe beter je vraag en aanbod opplekken bij elkaar brengt, hoe beter het is voor het net. Dan hoef je het netnamelijk niet te gebruiken om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. In debasis is dat gewoon een feit. Ik kom straks nog terug op een aantal vragendie met het systeem te maken hebben. Die zaten in mijn laatste blokje.De voorzitter:Prima. Het blokje overig was dat, dacht ik.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel voor het antwoord op de vraag wanneer de delen van decrisiswet naar ons toe komen. U heeft het over 26 regels, Staatssecretaris.Dat is veel; dat is een groot pakket. Ik zou de Staatssecretaris eigenlijkwillen aansporen. Ook ik heb het NVDE-rapport gezien en ook ik was daarheel enthousiast over. Delen ervan kunnen eigenlijk redelijk sneltoegepast worden. Daardoor kun je al met maanden of soms jarenversnellen in die hele procedures. Ik zou de Staatssecretaris dus willenaansporen om niet te wachten tot hij een perfect pakket van 14 of15 regels heeft. Als hij er net na de zomer al 8 of 9 op de plank heeftliggen, kan hij die gewoon met de Kamer delen. Zo kunnen we dewetgeving zo snel mogelijk rond krijgen. Het is een aansporing aan deStaatssecretaris.De voorzitter:Dank daarvoor. Dat was ook uw laatste interruptie voor dit debat.Staatssecretaris De Bat:De aansporing is gehoord. Dat gaan we doen. We wachten niet tot allesrond is. We komen met het eerste deel omdat we hier gewoon na dezomer mee willen starten. Het is ook niet altijd wetgeving; het zit ’m somsook in keuzes. De Hollandse Waterlinie is UNESCO Werelderfgoedgeworden. Dat geeft enorme beperkingen op de mogelijkheid omdaarbinnen iets te doen. Daar moeten we dan ook gewoon in durven tekiezen. Daar botst wetgeving dus: het belang van het oplossen van denetcongestie botst met het belang van het beschermen van een gebied.Daar moeten we in durven te kiezen. Ik kan nu nog niet zeggen hoe, maarwe moeten daarin wel gaan kiezen.De voorzitter:U kunt verder met uw beantwoording.Staatssecretaris De Bat:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71842 Voorzitter. Over het beter benutten waren allerlei verschillende vragen.Een vraag van BBB en CDA ging over de positie van laadpalen in hetgeheel. Hoe kun je nou elektrisch rijden stimuleren terwijl je aan deandere kant zegt dat er geen elektriciteit beschikbaar is? Dat is natuurlijkniet per definitie zo. We spreken namelijk ook voor een deel over pieken.Het laden van auto’s zou je juist kunnen benutten om de pieken weer af tevangen. Je laadt ze niet op het moment dat er heel veel vraag van anderevragers is en je benut de batterij door die leeg te trekken op momentendat je stroom nodig hebt. Het zou zelfs een congestieverzachter kunnenzijn, maar dat is heel erg regio- en gebiedsspecifiek. In algemene zin geldtdat, vanzelfsprekend, eigenlijk voor alle slimme apparaten. Daarom zit inde flexaanpak ook heel vaak de stap naar flex benutten.De voorzitter:Eén moment. Voordat u verdergaat, krijgt u nog een vraag van de heerJumelet.De heer Jumelet (CDA):De Staatssecretaris begon over de publieke laadpalen. De opmerking wasvooral bedoeld om ook even stil te staan bij het feit dat ze van de ACMeigenlijk geen prioriteit hebben gekregen. We hebben met elkaargeconstateerd dat elektrisch rijden aangemoedigd wordt. In de plenairezaal wordt daar ook over gesproken. Wij constateren hier – om tevoorkomen dat we parallelle werelden hebben, om even met de heerFlach te spreken – dat dat met elkaar in tegenspraak is. De vraag is hoe wedaar dan mee omgaan. Moeten we daar niet ook met elkaar aandachtvoor vragen?Staatssecretaris De Bat:Die aandacht is er, want voor een groot deel kun je dat soort publiekevoorzieningen ook netneutraal aansluiten en dan kan het dus wel. Het isook een kwestie van waar het aanbod van bijvoorbeeld zon zit. Kun je datkoppelen aan de vraag via laadpalen? Als die netneutraal wordenaangesloten, kun je ze wel aansluiten. Ook daarvoor geldt weer datgebiedsspecifiek werken enorm kan helpen om toch stappen vooruit tezetten.Dan het voorbeeld van het theater in Delft. Dat zat ook in dit blokje. Daarkwam de heer Vermeer mee. Ik snap dat er een petitie is aangeboden,maar wat ik niet begrijp, is dat we de oplossing niet kunnen vinden. Erbestaat namelijk de mogelijkheid voor een groepscontract. Dat kan nu al.Dat betekent dat in het gebied waar dit zich afspeelt het theater en debedrijven gezamenlijk een groepscontract kunnen afsluiten, waardoor zekunnen delen. Dan kunnen ze precies doen wat ze willen, namelijkoverdag de bedrijven en in de avonden en het weekend het theater. Datkan dus in één groepscontract. Volgens mij kan dat morgen geslotenworden. Ik snap dus werkelijk niet waarom het niet lukt. Ik wil zeker eenkeer kijken of ik daar nog wat druk op kan zetten, van «doe dat nou maar».Dat kun je namelijk ook voor drie jaar doen. In die drie jaar kun je dan zienof het werkt en of er nog andere opties zijn. Na drie jaar wordt hetdefinitief, maar je hebt drie jaar de tijd om te bepalen of dit misschientoch een oplossing kan zijn. Ik vind het echt lastig dat dit dan toch nietlukt, terwijl er een heel goede oplossing ligt, dus ik ga daar zeker nog evennaar kijken.De heer Van den Berg (JA21):Ik heb toch nog even een nabrander. De Staatssecretaris zei datelektrische auto’s een zeer zware belasting zijn voor het energienetwerk,maar dat diezelfde auto’s op een gegeven moment ook kunnen terugle-veren aan het netwerk. Dat klinkt natuurlijk mooi, maar de realiteit is datdie standaarden pas over een paar jaar worden vastgesteld. Op ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71843 moment zijn er nog geen protocollen voor hoe je dat gaat verrekenen ofhoe het zit met de netveiligheid. Dan zitten we eerder tegen 2030 danvolgend jaar. Ik volg dus niet helemaal waarom die opmerking wordtgeplaatst in de context dat nu geen woningen kunnen worden gebouwddoor die bouwstop, terwijl we pas over een paar jaar dit soort oplossingenkunnen inzetten.Staatssecretaris De Bat:De eerste opmerking was dat de heer Jumelet gelijk heeft en dat je dus opplekken geen publieke laadvoorziening meer kunt creëren, maar dat wemoeten zoeken hoe je eventueel naar de toekomst toe weer wel aanslui-tingen kunt organiseren. Dan moet je dus gaan zoeken naar dit soortmogelijkheden. En ja, dat duurt nog even, maar ook daar zoeken we naarhoe dat sneller kan, omdat dat ook weer een oplossing kan zijn voor hetgeheel. Zo heb ik de opmerking in ieder geval bedoeld.De voorzitter:Mooi dat dat op die manier is opgehelderd. Dan gaan we door met debeantwoording.Staatssecretaris De Bat:Er waren een aantal vragen, onder andere van de VVD, D66 en SGP, overde flexibele contracten, de groepscontracten en de uitvoering daarvan.Om te beginnen is het belangrijk dat alle huishoudens kunnen meeprofi-teren van de veranderingen in het energiesysteem. Een uitgangspunt isdan ook belonen. Dat is een eerste stap. Regie houden hoort daar ook bij,en natuurlijk ook de keuzevrijheid van de consument, want die vinden wemet z’n allen ook heel belangrijk. Die drie dingen moet je meewegen. Wezijn in Nederland nooit eerder op die manier te werk gegaan. Er is nu inieder geval een letter of intent getekend. Dat zou kunnen betekenen dat,als onderdeel van het FGU-pakket, al deze aankomende winter, ’26, metdit hele pakket wordt gewerkt in het FGU-gebied, maar dat vraagt nog weleen behoorlijke uitwerking. De netbeheerders hebben gezegd dat ze daarhun best voor willen doen en dat ze daar ook voor gaan, want dat helptweer om ruimte te creëren voor het vrijgeven van het gebied. Het wordtdus niet wachten tot alle contracten klaar zijn. We zijn er al mee bezig. Wegaan er al mee van start en de netbeheerders werken het al uit.De heer Flach en de heer Vermeer vroegen of het kabinet projecten gaattoestaan als de impact aantoonbaar is opgelost, bijvoorbeeld doortijdelijke flexibiliteitsoplossingen. Ook daarvoor geldt dat we juist in hetFGU-gebied aan de slag zijn gegaan met conceptontwikkeling en hetproberen naar voren te halen van woningbouwprojecten die congestie-neutraal zijn. Dat brengt uiteindelijk inderdaad kosten met zich mee. Daarmoet je dan ook iets mee doen. Daarvoor kun je ook weer het conceptvoor laadpalen ontwikkelen.De heer Grinwis had een vraag over dat congestiemanagement enflexcontractvormen nog te weinig worden uitgerold. Het aantal contractenis vorig jaar al gestegen. Het capaciteitsbeperkingscontract is bijvoorbeeldvan 18 naar 243 gegroeid. Als je die groei exponentieel maakt, kunnen wefors aan de bak. Laten we daar in ieder geval mee doorgaan. In hetaansluitoffensief – dat staat ook in de brief van april – willen we doorgaanmet het nog beter maken van de contractvoorwaarden. We maken eentop 50-aanpak, dus we gaan proberen een eigen aanpak te creëren met detop 50 grootste vragers. Denk ook aan het contracteren boven definanciële ondergrenzen, zodat je uiteindelijk met betere voorwaardenmeer ondernemers ervan kunt overtuigen dat dit flexcontract een goedemanier van werken is. Ook de ACM kijkt mee – dat moet dan ook weer; dathebben we met elkaar zo geregeld – om die afspraken met netbeheerdersook daadwerkelijk te controleren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71844 De heer Grinwis vroeg: «Ziet de Staatssecretaris meer noodzaak intransparantie en inzicht in netbelasting bij de netbeheerders? Moetendigitalisering en realtimedatadeling niet veel groter worden?» Ja, daarben ik het honderd procent mee eens. Dat is heel belangrijk. Daar dringenwe ook op aan. Het is ook gewoon nog niet voldoende. Bedrijven enhuishoudens moeten gewoon kunnen bouwen op het inzicht van denetbeheerders. Dat is gewoon onvoldoende. Ik weet dat ze er echt allesaan doen, maar we blijven er ook enorm op drukken. Digitalisering kandaarbij helpen. Experimenteren met AI kan ook. Soms is het praktisch omhet via energy hubs ook heel concreet te maken en te proberen de data bijelkaar te brengen binnen zo’n hub, maar we moeten meer inzicht hebbenin de netbelasting en in alle getallen. Daar drukken we heel stevig op.De heer Grinwis vroeg nog of het klopt dat TenneT nul risico neemt. Dat isniet waar. Alleen al in FGU wordt op 33 plekken extra risico genomen doorTenneT. Het is dus absoluut zo dat ook zij zien dat op nul en op safe spelenniet meer werkt. Veiligheid was misschien het allerbelangrijkste wat zevoor ogen hadden, maar het kunnen aansluiten van bedrijven en partijenis een steeds belangrijker element geworden.De heer Kops en de heer Flach vroegen of zwaarder belasten een gebedzonder eind wordt. De vraag was ook hoe het zit met de storingsreserve.Er kan met de storingsreserve in ieder geval al meer dan eerst. Daar hoortwel bij dat we zowel technisch als juridisch moeten onderzoeken hoe verwe daarin kunnen gaan. Er komt ook een snellere en pragmatischereaanpak van de EMC, van de – dat is altijd een lastig woord – elektromag-netische compatibiliteit. We denken dat dat misschien zonder aanpassingvan wetgeving kan. Het zou dan zelfs dit jaar al kunnen. Zo niet, danmoeten we dat ook gaan regelen in een van de programma’s die wehebben.«Welke middelen heeft de Staatssecretaris nodig om in te kunnengrijpen?» Ik hoop dat de heer Vermeer niet alleen financiële middelenbedoelde, want die zijn zeker ook wel nodig, maar het begint ook gewoonmet draagvlak voor de aanpak die we nu onder andere in FGU hebbenuitgerold, maar ook breder willen uitrollen. Het betreft draagvlak bijnetbeheerders, bij medeoverheden en bij inwoners die mee willen draaienin het anders benutten van het totale netwerk. We komen nu thuis enwillen op dat moment koken, wassen, de telefoon opladen en nog heelveel meer. Als we dat wat meer gespreid over de dag doen, dan kun je inhet net al een heleboel winnen. Daarvoor is dus ook draagvlak bijbedrijven en inwoners nodig. We moeten hier gewoon heel scherp aan dewind zeilen en iedereen meenemen.«Kan de Flex-e-regeling niet sneller toegankelijk worden gemaakt voor degrootste industriële bedrijven?» Die wordt doorontwikkeld. Ik heb ervorige week in het debat over industriebeleid ook al iets over gezegd. Wezitten nog met een klein staatssteunvraagstuk. Dat is een uitdaging, omdatde subsidiebedragen hoger worden. Dan kom je met de EuropeseCommissie in aanraking. We denken dus dat we het op zijn vroegst begin2027 kunnen openstellen, maar als bedrijven daar nu al naartoe kunnenwerken, dan is het ook wel iets wat bij die bedrijven past. Het is niet per seeen probleem dat dat nu nog een halfjaar duurt, als we maar zeker wetendat we die dan open gaan stellen. Daar gaan we zo snel mogelijkhelderheid over verschaffen.Komt de vrijgekomen ruimte direct beschikbaar? Dat vroeg de heer Flach.Ja. Wellicht heeft u het meegekregen: vanmorgen is nog het berichtverschenen dat er in Zeeland 260 megawatt is gevonden. Dat is natuurlijkeen heel lang proces geweest, want ik weet nog waar dat vandaan komt.Dat is een heel mooi voorbeeld. Die gevonden megawatts worden nu dusweer beschikbaar gesteld voor het totaal oplossen van de wachtrij. Datwordt dus gedaan. Maar dan moet dat volgend jaar wel weer opnieuwberekend gaan worden met allerlei nieuwe getallen. Zodra dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71845 beschikbaar is, wordt die ook vrijgegeven, mits netveiligheid geenblokkade vormt.Hoe kan de Kamer invloed uitoefenen op het prioriteringskader? Dat wasook een vraag in het kader van het beter benutten. Dat is toch eenexclusieve bevoegdheid van de ACM. Als we iets anders willen, hebbenwe iets anders te regelen. Het is wel zo dat de ACM heeft gezegd dat zehet kader dat ze nu hebben opgeleverd binnen twee jaar willen evalueren.Dan kunnen we daar opnieuw naar kijken. Wij kunnen vooral adviesgeven. Uiteindelijk moet je prioriteren. Als je niet prioriteert of als jeiedereen prioriteert, want dat is dan ook vaak de vraag, dan prioriteer jeniet. We moeten dus prioriteren, anders dan doe je degenen die het echtnodig hebben tekort.Kan het enige tijd worden uitgesteld? Het simpele antwoord is nee. Op1 juli treedt het kader in werking voor kleine verbruikers. Het eerderaanvragen start dan vanaf 1 oktober. We zijn daarover in goed gesprekmet VNG en gemeenten.De heer Van den Berg vroeg: krijgen asielzoekerscentra prioriteit? Ja. Ookzij kunnen prioriteit aanvragen. Die moeten volgens het kader behandeldworden. Die vallen onder de categorie collectieve woonvoorzieningen. Datzijn het ook, dus in die zin is het vrij logisch dat zij daaronder vallen.Dat was het blokje beter benutten, voorzitter. Ik had nog een vraag,excuus. Die kreeg ik net nog aangereikt. Die gaat over de tijdgebondentarieven voor kleinverbruikers en hoe die worden verdeeld over verschil-lende groepen. Er zijn veel grotere verschillen dan vroeger tussen eenklein appartement en een vrijstaande woning met een warmtepomp eneen eigen laadpaal. De verschillen zijn dus al veel groter geworden. Hettarief houdt rekening met hoeveel iemand gebruikt en wanneer iemanddat gebruikt. Huishoudens met slimme apparaten hebben perspectief ophet aanpassen van het gebruik. Ook voor het mkb is eerder inzichtelijkgemaakt wat de consequenties zijn. In die zin wordt er dus al heel veelgewerkt aan het krijgen van inzicht in die verschillen. Op die manierworden die tijdgebonden tarieven uiteindelijk ingesteld. Dat was wel delaatste vraag in dit blokje.De voorzitter:Prima, dank u wel. We hebben straks nog één blokje te gaan, namelijk hetblokje overig. Ik stel voor om dat blokje in zijn geheel in één keer te doen,zodat de leden ook weten of er nog antwoorden missen of niet. Voordatwe daarnaartoe gaan, zijn er nog twee interrupties. De eerste is van deheer Russcher.De heer Russcher (FVD):Ik heb geen antwoord gehad op mijn vraag over welke onorthodoxemaatregelen het kabinet het heeft als het aangeeft dat die ingrijpendegevolgen kunnen hebben voor hoe bedrijven en huishoudens stroomgebruiken. De Staatssecretaris gaf net wel kort aan: we willen een beetjespreiden wanneer mensen hun wasmachine of vaatwasser gebruiken.Maar het gaat hier over onorthodoxe maatregelen die ingrijpendegevolgen hebben voor hoe bedrijven en huishoudens stroom gebruiken.Mijn vraag is: wat wordt hier precies mee bedoeld?Staatssecretaris De Bat:Ik dacht dat ik daar via de drieslag die we in de FGU gebruiken antwoordop had gegeven. Het begint met het aanpassen van de aannames. Jeneemt namelijk meer risico via de aannames. Dat betekent dat je voor hetvolgende vraagstuk kunt komen te staan. Als al die aannames nietuitkomen en het dus wel kouder is en er minder wind en zon is, dan kaneen netbeheerder tot de conclusie komen: ik kan de stroom die gevraagdwordt straks niet leveren. Op dat moment zal er ergens een knop omgezetmoeten worden. Dat is vrij ingrijpend, want dat kennen we nog niet inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71846 Nederland, behalve bij storingen. Dat betekent dat er een bericht uit zalgaan of er een afspraak met een bedrijf gemaakt wordt: op die dag tussendie en die tijd heb je even geen stroom beschikbaar. Dat kun je nietzomaar doen. Daar moet je waarschuwingen voor uitgeven. Maar dat isvrij onorthodox. Want dan zeg je dus gewoon: er is even geen stroom. Hetis aan ons, met z’n allen, om ervoor te zorgen dat dat niet voor gaatkomen en dat we dat met sneller bouwen uiteindelijk helemaal oplossen.De voorzitter:Oké. Dan hebben we de laatste interruptie van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Vier interrupties is wel heel magertjes, voorzitter, maar ik ga het tochproberen. Ik wil het nog even over die vraag over het asielzoekerscentrumhebben, want dat vind ik wel een hele pijnlijke. Het antwoord op de vraaghoeveel woningbouwprojecten hier nou echt last van zullen hebben, werdnet even ontweken. Hoeveel projecten kunnen er nou echt geenaansluiting krijgen? Het is dan dus wel zo dat als die voorraad over driejaar opdroogt en ze nog steeds geen aansluiting hebben, het zo zoukunnen zijn dat er wellicht dus tienduizenden woningen in de regioUtrecht niet gebouwd kunnen worden, maar dat de stroom die danbeschikbaar komt in eerste instantie wel verdeeld kan worden tussen demaatschappelijke doelen. In dit geval gaat het dan om de asielzoekers-centra. Snapt u dat dat wringt met waar we voor staan in dezemaatschappij, namelijk dat we de woningnood moeten oplossen? Ik vinddat echt heel moeilijk te begrijpen.Staatssecretaris De Bat:Ze vallen in dezelfde categorie, dus er wordt niet voorgetrokken; ze zittengewoon in dezelfde categorie. Zodra er prioritering moet plaatsvinden –dat zal heel vaak moeten – betekent dat dat de woningen in dezelfdecategorie zitten als andere woonvoorzieningen.De voorzitter:Ik stel voor dat we toch heel eventjes doorgaan nu en dat we eventueelstraks nog een vijfde interruptie toestaan. Die interruptie zal dan wat mijbetreft ook bij de Minister zijn, want we hebben ook nog een beant-woording van de tweede bewindspersoon. Ik hoor de heer Van den Bergzeggen dat hij vier interrupties weinig vindt, maar ik ga me – dat zeg ikrichting de heer Van den Berg – toch aan de regels van dit debat houden.We willen ook over een uurtje klaar zijn. Dat vind ik ook belangrijk.De heer Van den Berg (JA21):Dat is wel jammer. Het is prima; ik ga ermee akkoord. Ik vind het eerlijkgezegd moeilijk te volgen of we nou uiteindelijk op vier interruptiesuitkomen of wellicht toch op zes en waar dat dan afhankelijk van is. Dat isvoor mij wel moeilijk. Ik denk dat bij zo’n belangrijk onderwerp vierinterrupties wel zeer spaarzaam zijn. Dat wilde ik even meegeven.De voorzitter:Ik snap uw persoonlijke mening, maar we hebben van tevoren heelduidelijk vier interrupties afgesproken. Ik heb u van tevoren ook aange-kondigd ... Nee, meneer Van den Berg, ik heb het niet over zes gehadvandaag. Ik heb aangekondigd dat we eventueel een vijfde gaan toestaan,afhankelijk van of de tijd dat toelaat. Op dit moment liggen we op schema,dus ik ben daar heel optimistisch over. Wellicht horen we u straks danvoor de vijfde keer.Ik kijk eventjes of de Staatssecretaris naar zijn laatste blokje kan.Staatssecretaris De Bat:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71847 Het zijn gelukkig nog maar een paar vragen, voorzitter.Het kopje energiesysteem, waar een aantal vragen over zijn gesteld, is hetbelangrijkste. Ja, we hebben in 2023 voor de eerste keer een NPEgemaakt, een Nationaal Plan Energiesysteem. We zijn bezig met eennieuw Nationaal Plan Energiesysteem. Dat zal er wel echt iets andersuitzien dan dat van ’23. Dat heeft ermee te maken dat de kosten niet in hetplan van ’23 zaten, want het was een systeem gericht op het halen van deklimaatdoelen. Er zal nu veel breder gekeken worden. Daarin speelt eenrol dat het uiteindelijk een mix zal moeten zijn. Elektrificatie is een heelbelangrijk onderdeel van het energiesysteem, maar moleculen, dus zowelgroen gas als groengas, zullen een onderdeel zijn van die energiemix. Ookwarmte zal een belangrijk onderdeel zijn van het energiesysteem. Wemoeten dat in balans brengen, waarbij we verschillende publiekebelangen moeten wegen: betaalbaarheid, uitvoerbaarheid en het bereikenvan CO2-reductie. Dat zal allemaal in dat energiesysteem terug moetenkomen, zodat je daar keuzes in kunt maken. Wij zullen proberen die keuzesop korte termijn inzichtelijk te maken, zodat we tegemoet kunnen komenaan de vragen die er zijn over inzicht in dat geheel. We willen zeker ooknog toelichting geven op hoe de totale uitwerking van zo’n energiesys-teemstudie werkt. Er zijn meerdere systeemstudies uitgevoerd rondomsysteemkosten. Ook de ruimtelijke inpasbaarheid is onderzocht. Dat allesis onderlegger om tot keuzes in het NPE te komen, zodat we een nationaalplan neerleggen dat uitvoerbaar en betaalbaar is en dat ook de doelenhaalt. Dat is wat we met elkaar willen. Dat was het over het energie-systeem.Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag hoe we energiebesparing onderdeelmaken van het totale pakket. Volgens mij is dat de eerste stap in alles.Alles wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken of ergens naartoete transporteren. Dat is ook nog eens goed voor rekeningen. We doen datmet een aantal subsidieregelingen, zoals de VEKI en de ISDE, maar ookmet een aantal fiscale regelingen, onder andere de EIA. De EIA isverruimd in het pakket dat nu een zaal verderop besproken wordt, zodatdie besparingsmogelijkheid voor bedrijven er in ieder geval meer is dandie er was. Dus, ja: we gaan zo veel mogelijk besparen en we zullen debestaande instrumenten ook blijven inzetten om het net minder tebelasten.Er was een vraag van de ChristenUnie over de ketenbenadering metbetrekking tot veehouders, glasbouw en de bijmengverplichting vangroen gas. Samen met de Staatssecretaris van LVVN kijken we daarinderdaad naar, want voor de glastuinbouw kan dit een enorme potentieopleveren. Flexibiliteit beter benutten is gewoon belangrijk, dus diekoppelkans willen we heel graag benutten. Er zijn verschillende projectenmet groen gas, die ook nog eens heel goed zijn voor het vraagstuk vanstikstofreductie. Dat is dus langs alle kanten een goede manier vanwerken. We gaan dus proberen om dat flexibele vermogen te vergroten.Deze vraag ging nog over opslag, namelijk over sturen op batterijen en demotie die de heer Grinwis had ingediend. We hebben daar al op gerea-geerd. Het bewijs is dat we in de prognoses bij het FGU-vraagstuk 1gigawatt aan batterijen meenemen die we nog moeten gaan bouwen.Volgens mij sturen we daar dus heel erg op, maar is het echt nog nietgenoeg. We gaan dus door met die hele batterijaanpak. We zullen deKamer zeker informeren over een volgende stap. Ik begreep overigens ookdat we zelfs bij ons eigen pand ondertussen een batterij hebben staan,dus we doen zelf ook mee.Dan nog het vraagstuk van het delen van energie. Wanneer komt de wetom dit makkelijker te maken? Ik begrijp dat dat wetsvoorstel komendemaand al naar de Tweede Kamer komt.Dan nog een vraag over warmte. Wanneer verschaffen we duidelijkheidover de verdere uitrol van warmtenetten? Daar ligt een opdracht. Datweten we heel goed. We werken aan het aantrekkelijker maken van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71848 warmtetarieven. Er komt voor de zomer een brief in samenwerking met deMinister van VRO en de Minister van KGG over het hele vraagstuk vanwarmtetarieven en hoe we daarop kunnen gaan sturen. Uiteindelijk isvoor dit geheel de communicatie ook ontzettend belangrijk. Het doel is datde warmteoplossing met de laagste nationale kosten ook de laagsteeindgebruikerskosten heeft. In het interbestuurlijk overleg willen we daarmet gemeenten een volgende stap in zetten. Daarmee gaan we dus ookzeker door.Voorzitter, daarmee heb ik de gestelde vragen beantwoord.De voorzitter:Dank voor uw beantwoording. Ik zie dat die nog een vraag oproept bij deheer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Ik vroeg vandaag ook nadrukkelijk naar de systeemkeuzes. De Staatssecre-taris ging daar ook op in; dank voor de beantwoording. Hij verwijst naarhet NPE. Dan komt er vervolgens een uitkomst, waar ook weer aannamesin zitten. Daarover spraken we ook vorige week met elkaar in eencommissiedebat, om ook transparantie te krijgen over welke aannamesdat nou zijn. Ik denk dus dat het goed is om dat punt nog te maken als hetgaat om de afweging die je met elkaar maakt over wat we gaan doen.Netcongestie leidt uiteindelijk tot grote problemen, maar we hebben hetook over groen gas, een warmtenet en de inzet van waterstof; de keuze isniet reuze op dit moment. Vaak wordt er gekozen voor elektrificatie en danleidt dat tot netcongestie. De vraag is dus of we dat naar voren moetentrekken. Moeten we dat niet alleen bij het NPE leggen, maar in deafweging nu al kijken of we de miljarden die wij of de netbeheerdersinvesteren, op een slimmere manier investeren? Het lijkt mij goed om dieafweging naar voren te trekken en dat niet alleen in het NPE te latenlanden. Dat was mijn vraag.Staatssecretaris De Bat:Terecht. Ik heb geprobeerd te schetsen wat we met dit NPE anders doenten opzichte van 2023 en hoe we juist willen proberen die bredere mixvorm te geven. Daarin willen we de aspecten van kosten en ruimtelijkeinpasbaarheid een veel grotere plek geven. Daar liggen echt heel veelstudies onder. Volgens mij hebben we al toegezegd om daar een keermeer inzicht in te geven tijdens een technische briefing. Het lijkt me goedom dat te doen, zodat we u mee kunnen nemen in al de aannames enkeuzes die er liggen. Misschien is dat niet precies voldoende en zoudenwe nog veel meer scenario’s kunnen doorrekenen, maar op een gegevenmoment zeg je ook: we gaan deze kant op en dit zijn de keuzes waarop datgebaseerd is. Maar die keuzes of die onderliggende studies kunnen wezeker toelichten.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat er nog een laatste interruptie is. Die is van mevrouwVan Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Toch nog even terugkomend op die energiebesparing. Ik ben namelijk blijom te horen dat de Staatssecretaris dat toch belangrijk vindt ondanks dathet ontbreekt in alle Kamerbrieven, maar ik hoor eigenlijk alleen maarbestaande subsidies in het rijtje van dingen die we doen aan energiebe-sparing. We zitten toch in een crisissituatie met elkaar. Mag ik dusconstateren dat de Staatssecretaris niks extra’s wil gaan doen op hetgebied van energiebesparing, zoals bijvoorbeeld versterkte handhavingvan de bestaande besparingsverplichtingen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71849 Staatssecretaris De Bat:Voor zover ik weet, en dat weet ik vrij zeker, zit er in het pakket dat in deplenaire zaal besproken wordt echt een aanvulling. Daarin is er dus al eenextra stap gezet. We werken ook aan een actualisatie van de energiebe-sparingsplicht. Daar wordt sowieso aan gewerkt. Volgens mij is eind vorigjaar een eerste brief gekomen over de voorgenomen aanpassingen, ofbent u daar in ieder geval over geïnformeerd. Die aanpassingen wordenbinnenkort middels een internetconsultatie naar buiten gebracht. Erkomen dus ook nog aanpassingen op de energiebesparingsplicht. In diezin komen er dus zeker veranderingen aan, maar het begint er gewoonmee dat we zo veel mogelijk mensen via communicatie en op allerleiandere manieren meenemen in wat ze zelf kunnen doen en hoe ze eenbijdragen kunnen leveren aan het besparen, al dan niet ondersteund doorbepaalde subsidies.De voorzitter:Dank u wel. Voordat we naar de volgende bewindspersoon gaan, wil ikeven aankondigen dat er ruimte is voor een vijfde interruptie. Ik stel voorom die te gebruiken bij de Minister van VRO, maar meneer Van den Berghad net ook nog een vraag. Wilt u die aan de Staatssecretaris stellen ofspaart u die nog even op?De heer Van den Berg (JA21):Die spaar ik nog even op.De voorzitter:Ja? Helemaal goed. Nogmaals dank aan de Staatssecretaris. Dan gaan wesnel door naar de Minister. Aan u het woord.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel, voorzitter. Ik heb van de vragen twee mapjes gemaakt, hetene heet woningbouw en het andere ruimte en netcongestie. Ik begin metwoningbouw.De heer Van den Berg vraagt of het de facto niet gewoon een bouwstop is.Die zorgen heb ik natuurlijk net zo goed als u en al de mensen die op eenwoning zitten te wachten. Zoals de Staatssecretaris net ook al aangaf, gaathet onderhandse werk door, dus de geplande woningbouw, maar gaat hetnog wel iets betekenen. Wat het precies gaat betekenen, weten we nogniet precies. Dat zijn we met elkaar in kaart aan het brengen, zodat we datveel preciezer te weten komen. Ondertussen – het heeft geen zin omalleen te wachten tot er van alles in kaart wordt gebracht – zijn we met allepartijen in gesprek over de manier waarop we woningen netneutraalkunnen aansluiten, zodat het bouwen van woningen gewoon doorgangkan vinden.Dan de vraag van de heer Klos en mevrouw Van Oosterhout over dekosten van netbewust en netneutraal. We zetten in op het voorkomen vankostenverhogende regels. Tegelijkertijd zien we natuurlijk dat als weinzetten op landelijke regels voor netbewuste nieuwbouw, dat effect zoukunnen hebben op de kosten. Dit is het dilemma dat ik bijna elke dag in dewoningbouw tegenkom. Het is een kip-eiverhaal. Het is nodig om in hetene te investeren om het andere voor elkaar te kunnen krijgen. Sommigenzullen zeggen «het is een kip» en anderen zullen zeggen dat het een ei is.Ik weet dus nog niet precies welke kosten hiermee gemoeid gaan zijn. Wijgaan dat onderzoeken. De eerste resultaten daarvan verwachten we albegin mei. Op basis van die inzichten gaan we kijken naar de normeringen op basis van de normering gaan we kijken naar landelijke regels voornetbewuste nieuwbouw. Op basis daarvan hopen we in ieder geval voorde zomer een eerste inzicht te kunnen geven in wat dat zou betekenen.Dan de vraag van mevrouw Müller over landelijke regels. Daar zei ik net aliets over. Ja, ik zet in op landelijke regels om de versnippering tegen teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71850 gaan. Ik ga samen met de Staatssecretaris in gesprek met netbeheerders,marktpartijen en medeoverheden om deze regels vorm te geven. Ik wilnamelijk wel inzetten op regels die vervolgens ook uitvoerbaar enwerkbaar zijn en waarvan de marktpartijen zeggen: hier kunnen we ietsmee. Aan zinloze regels heeft tenslotte niemand wat.U vroeg ook of ik met zekerheid kan aangeven dat de marktpartijengegarandeerd aangesloten kunnen worden. Dat kan ik op dit moment nogniet, omdat we uiteindelijk die keuzes moeten gaan maken op basis vande hoeveelheid beschikbare netwerkcapaciteit.Tot slot was er in dit mapje nog een vraag van de heer Grinwis.De voorzitter:Voordat u daaraan toekomt, is er eerst nog een vraag van mevrouwMüller.Mevrouw Müller (VVD):Dank u wel voor de beantwoording. Ik begrijp dat u nu nog niet tegen aldie marktpartijen kan zeggen: als u met deze eisen gaat bouwen, danheeft u sowieso een aansluitgarantie. Het gaat mij meer om het volgende.Zodra er de keuze gemaakt wordt dat er met de bouw van een heel projectof een wijk kan worden gestart, dan moeten zij een garantie krijgen op eenaansluiting als ze aan die landelijke eisen voldoen. Dat hoeft niet breed oflandelijk toegezegd te worden, maar ik wil wel dat er veel eerder, dus alaan het begin van een project, duidelijkheid kan worden geboden aandeze marktpartijen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat ben ik natuurlijk helemaal met u eens. We kunnen mensen niet eerstaan het werk zetten en ze vervolgens toch met zo’n bouwstop te makenlaten krijgen. Wat mij betreft hebben we straks een normering dierealistisch en transparant is en die ons voldoende vooruitzicht biedt op detoekomst. Ik zorg er samen met de Staatssecretaris voor dat we niet teidealistisch zijn op het punt van woningbouw als het net het niet aankan.We moeten zorgen voor duidelijkheid en transparantie. Als we «ja»zeggen, moet die «ja» ook een «ja» betekenen.De heer Van den Berg (JA21):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Kan de Minister heelconcreet aangeven wat er met de woningbouwlocaties gebeurt die nu invoorbereiding zijn, maar uiteindelijk toch niet aangesloten kunnenworden?Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat is wat ik net probeerde aan te geven in mijn antwoord. Ik heb ook pasvrij recent te horen gekregen wat er wél door kan gaan. Ik ben er ook heelerg blij mee dat het niet om een volledige bouwstop gaat en dat er nogheel veel wel gebouwd kan worden. Tegelijkertijd is er ook een plekwaarop er niet wordt gebouwd. We gaan de komende periode in kaartbrengen wat dit precies betekent en op basis daarvan kunnen we deKamer informeren over de consequenties daarvan.De voorzitter:Ik kijk even naar de heer Van den Berg. Ik snap dat u daar misschien nogop door wil vragen, maar we gaan dit noteren als een toezegging. Ikprobeer ’m straks concreet te maken. Misschien kunt u ons daar dan nogwat bij helpen, zeg ik richting de heer Van den Berg. Ja? Oké.Dan wil ik de Minister vragen om tot een afronding van haar beant-woording te komen, want volgens mij was ze bij haar laatste punt.Minister Boekholt-O’Sullivan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71851 Van dit mapje, ja.Er was een vraag van de heer Grinwis. Hij vroeg of er voldoende inzet isop de rol van overheidsgebouwen. Ik ben net als de heer Grinwis vanmening dat we als Rijk het goede voorbeeld moeten geven. Gelukkig doethet Rijksvastgoedbedrijf dat ook, door bij renovatie, verduurzaming ennieuwbouw heel nauwkeurig het goede voorbeeld te geven, door hetenergienet te ontlasten, door zelf energie op te wekken, door energie op teslaan en door hier slim op te sturen.Als u het goedvindt, ga ik gelijk door met de vragen in het volgendemapje. De heer Jumelet en de heer Vermeer vroegen of ik in kan gaan openergieplanologie en of het principe van één elektriciteitsinfrastructuur inde Nota Ruimte een leidend principe kan zijn. Er is ook nog een vraaggesteld over de AMvB.Die laatste vraag heeft de Staatssecretaris in zijn pakket al beantwoord.Dan de energieplanologie. Die is hartstikke belangrijk, want dat is hetmoment waarop we alles met elkaar afwegen en van tevoren, vroegtijdig,afstemmen op de energie-infrastructuur.Dan de Nota Ruimte. Dat is een visiedocument, die zo ver als 2050, maarzelfs richting 2100 kijkt. Dat is een beetje ver vooruit als het gaat over dezeproblematiek. Idealiter hebben we hier op weg naar 2050 natuurlijk al eenheleboel stappen in gezet, maar dit is wel een leidend principe in de NotaRuimte. Ik denk dus dat ik de heer Grinwis, die hier volgens mij ook eenvraag over stelde, hiermee gerust kan stellen.Tot zover.De voorzitter:Dank aan de Minister. Voordat ik naar de leden kijk, zeg ik dat de Staatsse-cretaris ook nog een tweetal antwoorden voor u heeft. Die wil ik dus ookgraag nog even het woord geven. Dan kunnen we daarna met elkaarbekijken of het zo rond is.Staatssecretaris De Bat:Ik had beloofd om in de tweede termijn op deze twee vragen terug tekomen, maar ik heb de antwoorden nu al. Ik kan ze dus maar beter nu algeven, denk ik.De eerste vraag was die van mevrouw Müller over de validatie van degetallen. Die kunnen we u toesturen. Dat zullen we zo snel mogelijk doen.Daar zoeken we nog even een goede weg voor, maar die zijn er en diekunnen we ook gewoon met u delen, dus dan heeft u die.De tweede gaat over de aantallen. Daarvoor geldt dat we die zullenkoppelen aan de monitor van de woondeal, omdat we die gewoon nogniet helemaal scherp hebben. Het is dus niet zo dat we nu preciezeaantallen kunnen noemen ten aanzien van de vraag: welk project wel enwelk project niet? Die moet echt gekoppeld worden aan de monitor van dewoondeal. Dan kunnen we die getallen pas leveren. Elk getal dat we nunoemen, kan zomaar morgen achterhaald zijn. U zult dus nog even geduldmoeten hebben, maar die komen wel.De voorzitter:Kunt u ons even helpen? Dat waren de aantallen van ...Staatssecretaris De Bat:De heer Klos wilde weten op hoeveel woningen het feit dat er nu op depauzeknop wordt gedrukt voor Utrecht, betrekking heeft. Dat was uwvraag. Daar zouden we het liefst een concreet antwoord op willen geven,maar dat kunnen we nu gewoon nog niet doen. We kunnen alleen zeggendat die 35.000 gelukkig wel doorgaan; dan gaat het over onderhandenwerk. Dat is volgens mij de positieve kant van dit verhaal. Dat moeten weook verwerken in de woondeal. Dat zal de Minister vast en zeker doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71852 Dan komen we ook met de bredere uitwerking van die getallen. Wekunnen die nu gewoon niet noemen.De voorzitter:Prima. Ik zie dat dit nog twee interrupties oplevert, allereerst van de heerKlos.De heer Klos (D66):Wat is ongeveer de tijdlijn waar u het dan over heeft? Ik kan mevoorstellen dat juist de regio Utrecht graag wil weten wat dit nou vooreffect heeft. Je wil juist op hele korte termijn weten over welke aantallenhet gaat, zodat je kunt voorkomen dat die geplande en nog niet geplandewoningen hier slachtoffer van worden.Staatssecretaris De Bat:Wij zeggen samen toe dat die voor de zomer zal komen.De voorzitter:Dat is mooi. Tenminste ... Ja. Ik zie dat dit tot tevredenheid leidt. We gaansnel door naar de heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Ik wil nog even tegen de Minister uitspreken dat ik snap wat ze zegt overde Nota Ruimte. Tegelijkertijd hoor ik vanuit gemeente- en provincielanddat men worstelt met dat leidend principe als het gaat om de elektriciteits-infrastructuur. Er moet gekozen worden. De ruimte is schaars. Maar weconstateren hier met elkaar – u noemde het zelf een kip-eidiscussie – dathet soms gaat om de vraag wat we waar doen. Als je niet aan de voorkantop de elektriciteits- of energievoorzieningen let ... Je moet er alle oog voorhebben dat die zaken goed worden geborgd, ook naar de toekomst toe, alis het pas in 2100. Ik pleit er echt voor om hier nadrukkelijk aandacht voorte hebben en ruimte voor te bieden in de Nota Ruimte.De voorzitter:Minister, wilt u daar nog op reageren?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dat kan ik u toezeggen, want ik ben het helemaal met u eens. Het moeteen sturend en leidend principe zijn dat we meenemen als we nadenkenover de inrichting van het land.De voorzitter:Dank u wel. We gaan met elkaar over tot de tweede termijn van dit debat.Ik kijk even rond. Is de heer Van den Berg al zover?De heer Van den Berg (JA21):Jazeker. Allereerst wil ik een tweeminutendebat aanvragen. We hebbenwat moties in voorbereiding om hier nog even wat tempo in te krijgen.Dank voor de beantwoording, maar wat ons betreft gebeurt er gewoonnog niet genoeg.Nog even over die woningbouw. Er wordt gezegd dat er 35.000 woningengebouwd kunnen worden en dat men voor de rest niet zo goed weet omhoeveel woningen het gaat en wat daar dan mee gebeurt. Ik vind het heelpijnlijk dat woningen niet gebouwd kunnen worden, maar ik voel wel aandat dit gewoon de keiharde realiteit is. Ik zou het dan ook wel moedig vande Minister en Staatssecretaris vinden als ze dat ook gewoon zoudenkunnen stellen, zo van: «Die woningen kunnen niet aangesloten worden,dus dan worden ze ook niet gebouwd. De gezinnen die naar een woningzoeken, hebben gewoon pech.» Ik denk dat dit gewoon de realiteit is. Datmoeten we dan ook gewoon toegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71853 Dan nog het tweede punt. Daarna rond ik af. Wij zouden heel graag willenzien wat de mogelijkheden zijn van de SMR’s, bijvoorbeeld in relatie totindustrieclusters. Denk aan het Noordzeekanaalgebied, Chemelot, Delfzijlof aan de Rotterdamse haven. Wat gebeurt er nou als je daar lokale opwekmogelijk maakt? Wat voor impact heeft dat dan op de uitbreiding van hetnetwerk? Die zou dan veel minder zwaar kunnen zijn. Dat betekent ook datde elektriciteit die je dan niet hoeft te transporteren, veel eerder ingezetkan worden voor die woningbouw, die we allemaal zo graag willen. Ikdenk dat dit een hele nuttige verkenning zou kunnen zijn, waar we met z’nallen heel veel aan zouden kunnen hebben. Dit is ook een beetje in lijnmet wat de heer Jumelet zei: je moet gewoon integraal bekijken wat devoor- en nadelen zijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Klos.De heer Klos (D66):Dank, voorzitter. De Staatssecretaris begon met woorden die mij welkonden bekoren, namelijk: het kan wél. Die mentaliteit waardeer ik zeer indit debat, maar we moeten dan nog wel heel veel gaan doen. Dat is ookwel gebleken uit dit debat. Die crisiswet moet er heel snel komen. Deingrediënten liggen er, maar ik denk echt dat alle capaciteit daar nu voornodig is, van het kabinet, maar ook op ambtelijk niveau, omdat dit op ditmoment het belangrijkste project van het kabinet is. De file op het net isde grootste belemmering voor de vooruitgang in Nederland. Eencrisisaanpak en een crisiswet zijn dus nodig. Het is heel goed dat het Rijkbevoegd gezag gaat overnemen bij de belangrijkste nationale projecten. Ikzie zeer uit naar de brief voor de zomer over wanneer en hoe dat gaatgebeuren.Ik heb alleen geen antwoord op mijn vraag gekregen over de groepscon-tracten voor woningen. De Netcode elektriciteit staat dat nu niet toe, welvoor grootverbruikers, maar nog niet voor kleinverbruikers. Ik vraag in ditdebat om een toezegging van de Minister dat er met de AutoriteitConsument & Markt, de ACM, wordt gepraat om dat toch mogelijk temaken, juist omdat je dan kan gaan bouwen.Tot slot, voorzitter. Nederland kan dit. Laten we hier niet in zak en as gaanzitten. We kunnen dit als land. We kunnen ruimte maken. Ik wens deStaatssecretaris alle voorspoed, moed en optimisme toe in die missie.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Müller.Mevrouw Müller (VVD):Ik sluit me graag aan bij deze laatste woorden van de heer Klos. Ik wil debewindspersonen bedanken voor hun beantwoording. De Staatssecretarisschetst eigenlijk een mooie drieslag van waar hij op heeft ingezet. Aan deene kant zegt hij: «We versnellen de verzwaring van het net. We komen nade zomer heel erg snel richting de Kamer met in ieder geval een gedeeltevan de crisiswet.» Ik kijk daar ook heel erg naar uit. Ten tweede zegt hij:we zetten maximaal in op het stimuleren van het flexibele gebruik. Daarben ik heel erg blij mee.Ten derde noemt hij steeds dat er gewerkt is om te kijken naar deaannames die worden gebruikt in de rekenmodellen. Hier blijft toch eenklein beetje mijn ongemak zitten. De Staatssecretaris zegt mij toe dat hijons de validatie van het rekenmodel kan toesturen. Ik geloof dat. Ik geloofdat het rekenmodel klopt, maar het gaat om de aannames, om de matewaarin die aannames conservatief zijn en wat die aannames precies zijn.Wij kunnen vanuit de Kamer moeilijk toetsen of die aannames wel of nietconservatief zijn. Het helpt ons als wij dat wel zouden kunnen doen, ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71854 omdat het belangrijke gevolgen heeft. Als die aannames bijvoorbeeldsuperconservatief waren gebleven, was er misschien wel een aansluitstopgeweest in de gehele FGU-regio. Doordat die minder conservatief zijngemaakt – dat zegt u ook zelf – is dat beperkt gebleven. Ik zou dus tochwillen kijken, helemaal in aanloop naar het weegmoment in oktober, hoede Kamer beter inzicht zou kunnen krijgen in hoe conservatief dezeaannames nou eigenlijk zijn.Daar wilde ik het bij laten.De voorzitter:Helemaal goed, dank u wel. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Voorzitter. Ik sluit me bij dezen ook bij mevrouw Müller aan op het puntvan de aannames. Ik denk dat we vandaag met elkaar constateren dat debrief van gisteren ons toch wel heeft laten zien dat netcongestie echtlastig is, in het bijzonder in de FGU-regio. In vier van de vijf is er nogruimte. In een daarvan, Groot-Utrecht, is het nu echt een heel grootprobleem. Dat vinden we ontzettend jammer, en nog meer dan dat. Het isschrijnend – het werd ook door een aantal mensen hier genoemd – zekerals het gaat om de elementaire zaken waar je op wil inzetten wat betreftverduurzaming en woningbouw in de regio Utrecht. Het CDA betreurt datook zeer.Maar ik zou ook willen kijken naar de kansen die het biedt. Je hebtnamelijk met elkaar in een snelkookpan gezeten. Je hebt met al diepartijen om tafel gezeten. Er zijn in mijn beleving ook elementen uit tehalen die kunnen helpen voor de rest van Nederland. Ik zou er dus heelerg toe willen oproepen om al die opgedane en gemaakte afspraken in derest van Nederland te gebruiken wat netcongestie betreft.Het laatste punt, voorzitter. Communicatie. We hebben met elkaargeconstateerd dat je soms wordt verteld dat je tussen 16.00 uur en 21.00uur of 22.00 uur je auto niet moet opladen. Nou hebben niet alle menseneen elektrische auto. Toch betreft het ook mensen die bij wijze vanspreken nadenken over isoleren of manieren om toch gebruik te makenvan elektrische apparaten. Ik kan me voorstellen – dat is niet zozeer eenvraag, maar een oproep – dat je ook moet kijken hoe je nou eigenlijkcommuniceert over dit probleem. Hoe kun je de kansen benutten om ereen antwoord op te geven? Ik zou dat dus nog willen meegeven alssuggestie.Dank u wel.De voorzitter:Prima, dank u wel.De heer Russcher (FVD):Dank, voorzitter. Ik wil nog even terugkomen op het flexibel gebruiken vanstroom. Het gaat dan natuurlijk vaak over de piekuren, tussen 16.00 uur en21.00 uur. Dan zou het stroomnet ontlast moeten worden. Het gaat nuover prikkels, dus het duurder maken van stroom in de piekuren en hetgoedkoper maken buiten die piekuren. Dat komt eigenlijk al neer op eenverkapte verplichting voor mensen die gewoon naar werk gaan en die omeen uur of zes, zeven thuiskomen en dan de was willen doen en willenkoken met een elektrische kookplaat. Mijn vraag aan de Staatssecretaris isof dit kabinet kan garanderen dat het nooit zal gaan bepalen tussen welketijdstippen mensen stroom gaan gebruiken, en in welke hoeveelheid zijdat doen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Oosterhout.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71855 Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. Allereerst veel dank voor de beantwoording van alle vragendie zijn gesteld. Ik heb nog een paar vragen waar ik graag antwoord opzou willen.Naast de verzwaring van het net en flexibiliteit is het heel goed om tehoren dat de Staatssecretaris ook wil inzetten op de uitrol van batterijen,maar op welke termijn wordt die extra gigawatt uitgerold en is er wellichtnog potentie voor meer?In het overzicht van maatregelen tegen de energieschok dat het kabinetmaandag naar de Kamer stuurde, las ik ook het voorstel om in batterijn-oodvermogen op rijkslocaties te voorzien. Dat helpt natuurlijk ook bijnetcongestie. Gaat de Staatssecretaris hier concreet mee aan de slag?Dan nog even over het prioriteringskader van de ACM. De Kamer heeft indecember een motie van mij aangenomen die de regering verzoekt snelna de inwerkingtreding van het prioriteringskader een evaluatie uit tevoeren en de resultaten hiervan in het najaar van 2026 met de Kamer tedelen. Maar ik hoor nu van de Staatssecretaris dat de ACM binnen tweejaar wil evalueren. Legt de Staatssecretaris mijn motie dan naast zichneer?Tot slot wil ik benadrukken dat we naast verzwaring en flexibiliteit ookaltijd moeten blijven inzetten op energiebesparing. Ik zou de Staatssecre-taris op willen roepen om dat ook structureel mee te nemen in de aanpakvan congestie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweedetermijn van de zijde van de Kamer. Kunnen we direct door naar debeantwoording of moet er een moment geschorst worden? Ik hoor dat wedoor kunnen. Dat is hartstikke mooi. Dan wil ik, denk ik, de Staatssecre-taris als eerste het woord geven. Aan u het woord.Staatssecretaris De Bat:Voorzitter, dank. De heer Van den Berg vroeg naar de rol en positie van deSMR’s. Daar heb ik, denk ik, wel op gereageerd, maar het lijkt me goed datwe daar nog eens over doorpraten, ook in het kader van de routekaart diewe ontwikkelen om tot 7 gigawatt nucleair te komen. Al zou ik het heelgraag willen: voor het huidige vraagstuk van netcongestie hebben diegeen nut. Ze staan er niet binnen nu en twee, drie, vier, vijf jaar. Daarmoeten we dus ook realistisch in zijn. In die routekaart gaan we met elkaarschetsen hoe snel we die wel kunnen gaan benutten. Het is gewoon eenfeit dat je het net ontlast als je vraag en aanbod dicht bij elkaar brengt. Datis in ieder geval een hele positieve ontwikkeling.De heer Klos vroeg of we nog voor de zomer kunnen melden hoe we datmet de projecten doen. Ja, dat gaan we doen. Voor de zomer willen wevertellen bij welke projecten we meer regie gaan nemen als Rijk. Maar ikblijf ook zeggen: er zijn genoeg projecten waar we juist een goed gesprekmet de provincie moeten voeren, omdat zij het vaak net zo goed of beterkunnen, omdat ze er dichter op zitten. Die keuze gaan we dus wel iederekeer expliciet maken. Die zullen we u dan ook mededelen.Mevrouw Müller vroeg naar de aannames. Het rapport dat door Arup isgemaakt, kunnen we toesturen. Daar zit alles al in. Maar ik kan me ookvoorstellen dat dat een technisch rapport is. We kunnen dat wellicht nogeen keer toelichten als we de netbeheerders uitnodigen voor eentechnische briefing. Het gaat in het rapport om de deskundigheid die al bijTenneT zit bij het maken van die aannames, maar het zijn uiteindelijk ookkeuzes. Die keuzes hebben we gechallenged met een extern bureau. Wekunnen heel lang discussiëren over wat de temperatuur is op31 december 2031, maar dat weten we niet. Het gaat erom: wat durf je aanin je model om risico’s te nemen? Daar moet je gewoon het gesprek metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71856 de deskundigen van TenneT over hebben, want die gaan daar uiteindelijkover. Zij gaan er ook alleen over; wij kunnen het niet afdwingen. Wekunnen alleen iets meegeven.De heer Russcher vroeg of we nooit gaan bepalen wanneer iemandstroom gebruikt: nee, dat bepalen mensen altijd zelf. Maar Nederlanderszijn wel gevoelig voor prijsprikkels; dat weten we ook. Dat kan wel weerhelpen om de pieken uit het verbruik te halen. We kijken er dus op diemanier naar. Dan de vraag naar batterijen en of het meer dan 1 gigawattkan worden. Als het kan, doen we dat. Maar 1 gigawatt met elkaar ... Hetis ook maar een getal; het kan ook 900 megawatt of 1,1 gigawatt zijn. Hetgaat erom dat we een richting hebben. We gaan heel veel batterijcapa-citeit organiseren om het netcongestievraagstuk op te lossen. Hoe datprecies uitpakt, dat gaan we zien.Dan is er denk ik nog één vraag voor mij. De vraag over het noodver-mogen begreep ik niet helemaal, dus ik kijk of u die misschien nog kunttoelichten. De vraag over het prioriteringskader. Er zijn twee evaluaties. DeACM heeft haar eigen rol waarin zij daadwerkelijk gaat kijken hoe hetprioriteringskader werkt. Dat is hun vaste werk. De motie roept op om ditnajaar al een evaluatie te doen. We zullen dus een evaluatie doen, maardie zal nooit zo diepgaand kunnen zijn als die van de ACM, omdat die overde uiteindelijke verwerking en aanpassing kan gaan. Wij kunnen u welvertellen wat de invoering teweeg heeft gebracht, wat er is gebeurd, datsoort algemeenheden. Dat zal geen brede, diepe, uitvoerige evaluatie zijn.Dat kan gewoon ook niet, omdat het nog maar net is ingevoerd. In die zinis de motie ook wel een beetje heel vroeg, maar als die aangenomen is,dan gaan wij daar met een reactie op komen. Zo werkt het.De voorzitter:Dank u wel. Voordat we verdergaan naar de Minister, wil ik de leden evende gelegenheid geven om eventueel een korte vervolgvraag te stellen. Ikga gewoon even het rijtje af; misschien is dat het makkelijkst. U mag uwvraag ook bewaren voor het einde, maar ik zag net al een paar vingers. Ikdacht: voordat we op hele andere onderwerpen uitkomen, eerst evenrichting de Staatssecretaris. Iemand? De heer Klos wil alvast zijn vraagstellen.De heer Klos (D66):Ik had in de tweede termijn aan de Staatssecretaris gevraagd of hij kontoezeggen om met de ACM in gesprek te gaan, omdat de Netcodeelektriciteit het nu niet toestaat om voor woningen een groepscontract afte sluiten, terwijl dit wel mogelijk is voor grootgebruikers. Ik denk dat ditjuist gaat helpen bij de woningbouw, omdat je dan niet meer alleenindividuele aansluitingen hebt, maar binnen een groep energie kunt gaandelen. De toezegging waar ik om vroeg was iets concreter dan hetantwoord dat volgens mij op een ander punt zag.De voorzitter:Kunt u daar meteen op reageren?Staatssecretaris De Bat:Ja, voorzitter. Wat ik ervan begrepen heb, is dat groepscontracten tochnog vrij ingewikkeld en technisch zijn, en dat je dat beter met eenprofessionele partij erbij kunt doen omdat het voor individuelehuishoudens en collectieven daarvan ingewikkeld is om een groepscon-tract te sluiten. Ik wil zeker nog een keer aan de ACM vragen hoe zijdaarnaar kijken. Dat zal ik doen. Maar weet wel dat dit het uitgangspunt is.De voorzitter:Mooi. Hartstikke goed. Dan kijk ik verder. Ik stel voor dat we ... O, kijk eensaan. Mevrouw Van Oosterhout.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71857 Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Volgens mij vroeg de Staatssecretaris nog om opheldering van de vraag.Die gaat over de brief die twee dagen geleden is gestuurd, over deenergiecrisis en mogelijke oplossingen. Daar stond ook iets in overbatterijnoodvermogen op rijkslocaties. Daar ging de vraag over.Staatssecretaris De Bat:Daar heb ik in de eerste termijn al op geantwoord dat we ondertussenzelfs als EZK al een batterij hebben geplaatst. Het gesprek wordt gevoerdmet onder andere Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf om te kijkenwat we daar kunnen met het plaatsen van vermogen.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu naar de Minister.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel, voorzitter. De vraag van de heer Van den Berg. De absoluteprioriteit nu is om in kaart te brengen wat dit precies betekent, zodat weheel nauwkeurig weten waar we het over hebben. Vervolgens gaan wealles op alles zetten om ervoor te zorgen dat er wel gebouwd kan worden.Daarbij gaan we inzetten op zo veel mogelijk netneutraal aansluiten. Dat isonze inzet. Daarmee gaan we aan de slag. Parallel daaraan moeten wedaar die gesprekken over voeren met elkaar. We moeten ook een goedbeeld hebben van wat het precies betekent.De voorzitter:Was u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording in detweede termijn?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja.De voorzitter:O, kijk eens aan. We hadden al met de heer Van den Berg afgesproken dathij nog even kort kon reageren.De heer Van den Berg (JA21):Ja, saved the best for last, maar hij is voor de Staatssecretaris! Dank voorde beantwoording van de Minister. Ik hoor de Minister zeggen dat de SMRnog een paar jaar duurt, maar ik wil hier toch even reflecteren op het feitdat in Noord-Holland-Noord netcongestie pas in – schrik niet – 2038 isopgelost. In Vijfhuizen in 2036. Dat is respectievelijk over tien en twaalfjaar vanaf nu. Als we nou eerder dan die tijd daar een SMR weten terealiseren, dan is in theorie die netcongestie ook eerder op te lossen. Datis een feit. De vraag is alleen of de Staatssecretaris dat ook gaat doen.Staatssecretaris De Bat:We gaan niet overtoepen wie er meer fan van SMR’s is, maar dat ik daarook in geloof, is helder. Dat we daarom ook met een routekaart komenvoor hoe we ze kunnen uitrollen, is ook helder. Als ze kunnen helpen omde netcongestie ook in die gebieden te verzachten, dan gaan we zevanzelfsprekend ook benutten. De routekaart moet eerst uitwijzen hoesnel we ze kunnen hebben. We hebben de AMR’s, we zijn bezig met deallerkleinste, en we zijn over de SMR’s in gesprek. Die gaan we allemaaleen plek geven in die routekaart. We gaan daar zeker nog mooie dingenmee doen. Tegelijkertijd lossen we de netcongestie in die gebiedenwellicht ook op allerlei andere manieren op. Ook daar blijven we naarzoeken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71858 Ik stel voor dat we hier op 27 mei over verder praten. Dan is namelijk hetcommissiedebat Kernenergie. Het hoort inderdaad ook bij netcongestie.Dank aan het kabinet voor de beantwoording. Dat brengt mij bij detoezeggingen. Die zal ik even voorlezen; ze zijn voorbereid. We hebbeneen vijftal toezeggingen vanuit de Staatssecretaris. O, dat zijn er inmiddelszes. Er is er één vanuit de Minister. En er is zojuist een tweeminutendebataangevraagd door de heer Van den Berg.−De eerste toezegging is richting de heer Klos. Voor de zomer wordt deKamer geïnformeerd over aanvullende maatregelen met betrekking totde mogelijkheden voor de vliegende brigades. Dat is meervoud,begrijp ik.−De tweede toezegging. Kort na de zomer ontvangt de Kamer de eersteregels met betrekking tot de 26 wetgevingsprogramma’s. Die isrichting mevrouw Müller.−De derde toezegging, richting de heer Grinwis. De Kamer wordtgeïnformeerd over de batterijaanpak.Dan is nog de vraag welke termijn we daaraan mogen hangen. Kort na dezomer, hoor ik.−De vierde toezegging. De Kamer ontvangt op korte termijn de validatievan het nieuwe rekenmodel. Die is richting mevrouw Müller.−Voor de zomer wordt de Kamer via de woonmonitor geïnformeerdover de gevolgen van de pauzeknop voor de woningbouw in Utrecht,in concrete cijfers. Die is richting de heer Klos.Dat waren de toezeggingen van de Staatssecretaris. Klopt dat, of heeftiemand nog een toezegging gemist? Het klopt. Mooi. Dan hebben we ééntoezegging van de Minister van VRO.−Voor de zomer informeert de Minister de Kamer over netbewustenieuwbouw. Die is onder anderen richting de heer Van den Berg.Ik kijk nog even rond. Ik zie allemaal instemmend geknik, dus dan wil ikrichting een afronding van dit commissiedebat. Ik wil iedereen hartelijkbedanken voor zijn actieve bijdrage. Hiermee sluit ik deze vergadering.Bedankt voor uw aanwezigheid.Sluiting 13.39 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 71859
Gerelateerde bronnen
- Netcongestie en elektriciteitsnet
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 22 april 2026, over Netcongestie en elektriciteitsnet
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.