Informatie over het monument voor de Limburgse Jagers in Weert
Brontekst
Versie 24d15a552aa7c916 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 30 139Veteranenzorg Nr. 128 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 5 maart 2014 Zoals ik u heb toegezegd in het voortgezet notaoverleg over de Vetera-nennota van 27 januari jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 126), informeer ik u hierbij over het monument voor de Limburgse Jagers in Weert. De burgemeester van Weert en de commissaris van de Koning in de provincie Limburg hebben mij in een gezamenlijke brief gevraagd of dit monument na het vertrek van de Koninklijke Militaire School (KMS) en de sluiting van de Van Hornekazerne in Weert kan blijven. Inmiddels is hierover gesproken met de gemeente Weert. Voor Defensie is het van belang dat het monument voor de Limburgse Jagers fysiek bij het regiment Limburgse Jagers hoort. Door omstandigheden is dat nu niet het geval, maar de sluiting van de kazerne is een logisch moment om het monument te verplaatsen naar Oirschot, waar het regiment is gehuisvest. Dat is van groot belang voor de Limburgse Jagers, die in de missies in Irak en in Afghanistan nog slachtoffers te betreuren hadden. Met de gemeente is nu afgesproken dat het monument naar Oirschot verhuist, maar dat een replica in Weert blijft. Praktisch betekent dit dat de betonnen onderdelen van het monument nieuw worden gemaakt voor plaatsing in Oirschot. De ornamenten, vooral de gedenkplaten, verhuizen naar Oirschot. De gemeente Weert kan van deze ornamenten kopieën laten maken. Bij het vertrek van de KMS zal het monument worden overgedragen aan de gemeente, die daarmee ook verantwoordelijk wordt voor het toezicht en het onderhoud. Op deze manier krijgt het regiment van de Limburgse Jagers zijn eigen monument op locatie, en behoudt de gemeente Weert het monument, samen met het monument dat herinnert aan de KMS zelf. kst-30139-128ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 139, nr. 1281 De komende tijd zullen het regiment en de gemeente Weert voorts afspraken maken over militaire aanwezigheid bij belangrijke evene-menten, in ieder geval bij de jaarlijkse dodenherdenking. De Minister van Defensie, J.A. Hennis-PlasschaertTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 139, nr. 1282
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.