Memorie van toelichting
Brontekst
Versie 6fcd49b849d5785d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–201734 550 XVVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2017Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING INHOUDSOPGAVE blz A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ BEGROTINGS-WETSVOORSTEL 3 B. BEGROTINGSTOELICHTING 4 1. Leeswijzer 4 2. Het beleid 7 2.1 Beleidsagenda 7 2.2 Beleidsartikelen 35 Artikel 1 Arbeidsmarkt 35 Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet 45 Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid 60 Artikel 4 Jonggehandicapten 69 Artikel 5 Werkloosheid 73 Artikel 6 Ziekte en zwangerschap 81 Artikel 7 Kinderopvang 88 Artikel 8 Oudedagsvoorziening 95 Artikel 9 Nabestaanden 102 Artikel 10 Tegemoetkoming ouders 106 Artikel 11 Uitvoering 111 Artikel 12 Rijksbijdragen 116 Artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang 119 2.3 Niet-beleidsartikelen 126 Artikel 96 Apparaatsuitgaven kerndepartement 126 Artikel 97 Aflopende regelingen 130 Artikel 98 Algemeen 131 Artikel 99 Nominaal en onvoorzien 133 kst-34550-XV-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 21 3. Agentschappen 134 4. Bijlagen 141 Bijlage 1 SZA-kader inclusief verdiepingshoofdstuk 141 Bijlage 2 Sociale fondsen SZW 164 Bijlage 3 Koopkracht en specifieke inkomenseffecten 168 Bijlage 4 ZBO’s en RWT’s 181 Bijlage 5 Moties en toezeggingen 183 Bijlage 6 Subsidieoverzicht 245 Bijlage 7 Evaluatie- en overig onderzoek 247 Bijlage 8 Horizontale overzichtsconstructie integratiebe-leid etnische minderheden 259 Bijlage 9 Lijst met afkortingen 261 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 22 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het jaar 2017 vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2017. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2017.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2017 vastgesteld. De in de begrotings-staat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoe-lichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van het Agentschap SZW voor het jaar 2017 vastgesteld. De in die begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (de begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F. AsscherTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 23 B. BEGROTINGSTOELICHTING HOOFDSTUK 1: LEESWIJZER De begroting van SZW is vormgegeven conform de Rijksbegrotingsvoor-schriften (RBV) en bestaat uit vier hoofdstukken. Na deze leeswijzer volgen hoofdstukken over het beleid, het Agentschap SZW en de bijlagen.2.1 BeleidsagendaIn de beleidsagenda worden in de paragraaf beleidsprioriteiten de hoofdlijnen van het beleid van SZW in de huidige kabinetsperiode beschreven. De paragraaf wordt afgesloten met een blik op de toekomst. Daarna wordt een overzicht gegeven van indicatoren, zie voor een toelichting de groeiparagraaf. Verder wordt ingegaan op de budgettaire ontwikkelingen van de uitgaven die onder het SZA-kader vallen en zijn het overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven, de meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen en het overzicht garanties opgenomen.2.2 BeleidsartikelenDe beleidsdoelstellingen van SZW zijn in afzonderlijke beleidsartikelen opgenomen. De begroting van SZW bestaat uit 13 beleidsartikelen. Alle beleidsartikelen hebben dezelfde opbouw. Allereerst wordt de algemene doelstelling en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister toegelicht. Daarna komen de beleidswijzigingen 2017 aan de orde. Vervolgens worden de budgettaire gevolgen van beleid in tabelvorm vermeld. In zes van de dertien beleidsartikelen is naast begrotingsgefinancierde uitgaven sprake van premiegefinancierde uitgaven, welke eveneens in tabelvorm worden weergegeven. Ten slotte wordt in elk artikel een toelichting gegeven op de financiële instrumenten. Hierbij wordt gefocust op:•Het doel van het financiële instrument;•Wie er voor in aanmerking komen;•De financiële regeling;•De budgettaire ontwikkeling;•De beleidsrelevante kerncijfers.De begrotingsuitgaven en premiegefinancierde uitgaven luiden in constante prijzen. In de Miljoenennota 2017 is een voorziening gecreëerd voor de loon- en prijsbijstellingen op alle begrotingshoofdstukken. De hiervoor gereserveerde middelen worden via de 1e suppletoire wetten 2017 naar de departementale begrotingen overgeboekt. Bij de premiegefi-nancierde uitgaven wordt het effect van deze loon- en prijsstijging op een afzonderlijke regel «nominaal» in de tabellen van deze begroting opgenomen.2.3. Niet-beleidsartikelenDe begroting van SZW bevat vier niet-beleidsartikelen. Deze artikelen bevatten de middelen die niet rechtstreeks aan een beleidsdoelstelling kunnen worden gekoppeld.3. Baten-lastenagentschappenOnder het ministerie valt één baten-lastenagentschap, namelijk het Agentschap SZW. Over dit agentschap is een technische paragraaf opgenomen die bestaat uit een meerjarige begroting, het kasstroomover-zicht en een overzicht van doelmatigheidsindicatoren, met bij elk onderdeel een toelichting.Opbouw begrotingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 24 4. BijlagenDe begroting van SZW bevat negen bijlagen. Een aantal van deze bijlagen is op basis van de RBV verplicht. Dit betreft het Verdiepingshoofdstuk en de bijlagen over de ZBO’s en RWT’s, de Moties en toezeggingen, het Subsidieoverzicht en het overzicht Evaluatie- en overig onderzoek. De Horizontale overzichtsconstructie integratiebeleid etnische minderheden bevat een interdepartementaal overzicht van doelstellingen op dit beleidsterrein en is eveneens op de RBV gebaseerd. De bijlagen SZA-kader (samengevoegd met het Verdiepingshoofdstuk), Sociale fondsen SZW en Koopkracht en specifieke inkomenseffecten zijn niet op de RBV gebaseerd.De Minister van SZW is beleidsverantwoordelijk voor de begrotingsgefi-nancierde regelingen zoals opgenomen in deze begroting. Hij is daarnaast ook beleidsverantwoordelijk voor een aantal regelingen die niet begrotings- maar (grotendeels) premiegefinancierd zijn. In de begrotingen en de jaarverslagen van het Ministerie van SZW wordt daarom gerappor-teerd over zowel begrotingsgefinancierde als premiegefinancierde regelingen. In de beleidsartikelen waar premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten voorkomen zijn deze opgenomen in een afzonderlijke budgettaire tabel. In de beleidsagenda en in de bijlage SZA-kader inclusief verdiepingshoofdstuk wordt ingegaan op de ontwikkeling van het totaal van deze uitgaven. De beleidsagenda is hierdoor enkele pagina’s langer dan de norm die de RBV hieraan stelt.In de brief Verbetering indicatoren begroting SZW van 11 november 2015 heeft de Minister van SZW voorstellen gedaan voor aanvullende indicatoren om het inzicht in de resultaten van beleid te vergroten. Vervolgens heeft de Minister van SZW in de brief Indicatoren in de SZW-begroting van 3 juni 2016 concrete aanvullingen en een indeling voorgesteld. Deze indicatoren zijn in de begroting 2017 in de beleids-agenda opgenomen na de paragraaf beleidsprioriteiten.De beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de Minister in beleidsartikel 2 is geactualiseerd. Aanleiding hiervoor vormen opmer-kingen van de Algemene Rekenkamer over de verduidelijking van de verantwoordelijkheden van de bewindspersonen van SZW in relatie tot de gedecentraliseerde taken en verantwoordelijkheden in het domein van werk en inkomen. Hierover heeft de Tweede Kamer op 14 maart 2016 een brief ontvangen (Tweede Kamer, 2015–2016, 32 352, nr. 12). Verder is de titel van beleidsartikel 2 gewijzigd in «Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet». Met de invoering van de Participatiewet is het macro-budget Wsw structureel overgeboekt naar de integratie-uitkering sociaal domein van het Gemeentefonds. Vanaf 2017 worden onder het financieel instrument Wsw geen uitgaven meer geboekt.In beleidsartikel 7 is het aantal kerncijfers over kinderopvang uitgebreid met cijfers over het aantal uren per kind per inkomenscategorie en over gemiddelde tarieven van kinderopvanginstellingen. Vanaf 2012 werden deze cijfers opgenomen in de jaarbrief met cijfers over kinderopvang en arbeidsparticipatie. De laatste jaarbrief, met cijfers over het jaar 2015, is op 30 juni naar de Tweede Kamer gestuurd (Tweede Kamer, 2015–2016, 31 322, nr. 306). De brief bevatte voor kinderopvang veel overlap met de kengetallen in de begroting en het jaarverslag. De tabellen met gegevens over arbeidsparticipatie in de jaarbrief worden voortaan (grotendeels) in de indicatorenparagraaf van de begroting opgenomen.Begrotingsgefinancierde en premiegefinancierde regelingen en SZA-kader GroeiparagraafTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 25 Tot slot is het gebruik van hyperlinks in deze begroting verder uitgebreid.Op verzoek van de Tweede Kamer is in de begroting 2017, als aanvulling op de informatie over de juridisch verplichte uitgaven in de beleidsarti-kelen, in de beleidsagenda een afzonderlijke verzameltabel opgenomen over de niet-juridisch verplichte uitgaven.In de Comptabiliteitswet (CW) is in artikel 19 geregeld dat de Minister verantwoordelijk is voor het beheer van de begroting(en) van een ministerie. Daarom wordt de begrotingswet ook ondertekend door de Minister. Dit komt in de beleidsartikelen tot uitdrukking onder het kopje «Rol en verantwoordelijkheid Minister». De Staatssecretaris wordt hier niet genoemd. Het begrip Staatssecretaris komt in de CW niet voor. De verhouding tussen Minister en Staatssecretaris is in de Grondwet (artikel 46) geregeld. De Staatssecretaris wordt belast met een deel van de taken van de Minister. Minister en Staatssecretaris verdelen de taken onderling op aanwijzing van de Minister. Voor SZW betekent dit dat de Staatssecre-taris verantwoordelijk is voor een groot aantal beleidsinstrumenten die in de begroting zijn opgenomen, zoals in de beleidsartikelen 2 (o.a. het Macrobudget participatiewetuitkeringen), 4 (Wajong), 8 (AOW, pensioen-beleid), 9 (Anw) en 11 (uitvoeringskosten SVB). Dit ongeacht het feit dat de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris in de beleidsartikelen niet expliciet bij «Rol en verantwoordelijkheid» wordt vermeld.In tabellen waarin realisatiegegevens van kerncijfers zijn opgenomen wordt in noten onder de tabel verwezen naar de bron van deze gegevens. Ramingen van de kerncijfers komen – tenzij anders vermeld – voor rekening van het Ministerie van SZW.Het CPB heeft recent meerjarencijfers voor de jaren 2018–2021 geleverd. Het betreft cijfers voor de macro-economische uitgangspunten zoals nominale ontwikkelingen en de conjuncturele uitgaven voor de werkloosheid. Deze uitgangspunten hebben effect op de uitgaven SZA. Deze cijfers van het CPB zijn in de begroting technisch verwerkt. Het gaat om cijfers voor de volgende kabinetperiode waarvoor nog kaders moeten worden vastgesteld. Met een verwerking van deze MLT-cijfers in de begroting zullen de kabinetscijfers beter aansluiten bij de gangbare cijfers van het CPB die een rol spelen bij de verkiezingsprogramma’s voor de kabinetperiode 2018–2021.In juni 2011 is de motie Schouw (Tweede Kamer, 2010–2011, 21 501-220, nr. 537) ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van de aanbevelingen.In de beleidsagenda ontbreken de overzichtstabellen met de belangrijkste beleidsmatige mutaties (RBV-model 1.32b). In plaats van deze tabellen wordt in de beleidsagenda een analyse gegeven van de ontwikkeling van het SZA-kader. De aansluitingstabellen tussen de voorgaande en de huidige begroting zijn opgenomen in bijlage 1 van deze begroting.Budgetflexibiliteit Rol en verantwoordelijkheid: taakverdeling Minister en Staatssecretaris Bronvermelding tabellen met kerncijfers Wijze van verwerking Middellange Termijnraming CPB Motie Schouw Afwijkingen van de RBVTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 26 HOOFDSTUK 2: HET BELEID 2.1 BELEIDSAGENDA 2.1.1 Beleidsprioriteiten 2.1.1.1 Breed gedragen herstel In 2017 zijn er weer verkiezingen en spreekt Nederland zich uit over de richting van een volgend kabinet. Het is nu een goed moment om de balans op te maken van de afgelopen periode. Vier jaar geleden zat ons land midden in een economische crisis die vrijwel iedereen heeft gevoeld. De werk- en inkomenszekerheid van honderdduizenden Nederlanders stond onder druk. Het kabinet nam de verantwoordelijkheid om enerzijds de overheidsfinanciën op orde te krijgen en anderzijds de gevolgen van de crisis te beperken, met een eerlijke verdeling van de lasten. Het kabinet heeft belangrijke hervormingen doorgevoerd, zoals met de Wet werk en zekerheid (Wwz) en de Participatiewet. Daarbij heeft het kabinet steeds oog gehad voor de zwaksten in de samenleving, bijvoorbeeld met de banenafspraak uit het sociaal akkoord en de extra middelen voor armoedebestrijding.Mede dankzij dit kabinet staat Nederland er nu beter voor dan vier jaar geleden. Mensen hebben weer meer vertrouwen in de toekomst en vinden vaker een baan. Het aantal mensen dat een vaste baan krijgt, stijgt voor het eerst sinds 2009. Maar we zijn er nog niet. De werkloosheid is gedaald, maar is nog hoog. Méér werk en beter werk blijven belangrijke uitdagingen voor de nabije toekomst. Met de Participatiewet en de banenafspraak uit het sociaal akkoord heeft het kabinet stappen gezet om de kansen voor mensen die niet goed kunnen meekomen, te vergroten. Zo neemt het aantal mensen met een arbeidsbeperking dat een baan vindt bij een reguliere werkgever toe. De komende jaren moeten we ervoor zorgen dat ieders kansen op goed werk verder verbeteren. Daarbij moeten we ook aandacht hebben voor al die werknemers die onzeker zijn over de toekomst van hun baan. Discussies zoals recentelijk in Groot-Brittannië rondom «Brexit» laten zien dat veel mensen bezorgd zijn over hun positie op de Europese arbeidsmarkt.Voor veel vraagstukken op SZW-terrein wordt internationale samen-werking steeds belangrijker. Afspraken over goed werk, eerlijke concur-rentie op de arbeidsmarkt en verbetering van arbeidsomstandigheden in internationale productieketens moeten we op Europees of zelfs mondiaal niveau maken. We kunnen ook veel van elkaars ervaringen leren, bijvoorbeeld op het gebied van armoedebestrijding.De opvang van asielzoekers heeft de afgelopen tijd veel gevraagd van overheden op Europees, landelijk en lokaal niveau, maar ook van duizenden vrijwilligers. Samen staan we voor de uitdaging om degenen die mogen blijven volledig te laten integreren en participeren in onze samenleving. We moeten daarbij voorkomen dat de recente reeks terroristische aanslagen in Europa leidt tot angst die de integratie van nieuwkomers ondermijnt.Balans opmaken Herstel Internationale context VluchtelingencrisisTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 27 2.1.1.2 Beleid 2017 Het beleid voor 2017 richt zich op twee kernwaarden: goed werk en kansen voor iedereen. Voor het realiseren van deze kernwaarden is het van belang dat de ingezette hervormingen en decentralisaties hun beslag krijgen in de praktijk.Goed werkMinimumloonGoed werk begint bij een minimumloon waarvan je kunt rondkomen. Dat geldt ook voor jongeren van 21 jaar die werken en geacht worden financieel zelfstandig te zijn. De huidige vormgeving van het minimum-jeugdloon, waarbij jongeren pas vanaf hun 23e recht krijgen op het reguliere wettelijk minimumloon, past daar niet meer bij. Vanaf 2017 werkt het kabinet daarom toe naar een volwaardig minimumloon vanaf 21 jaar en een hoger minimumjeugdloon voor 18-, 19- en 20-jarigen. Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om een wettelijk minimumuurloon in te voeren, zodat het minimumloon per gewerkt uur niet meer afhankelijk is van de arbeidsduur. Zo lang er nog geen minimumuurloon is, wordt alvast wettelijk geregeld dat wie meer dan 40 uur per week werkt (meerwerk), ook recht krijgt op evenredig meer dan het wettelijke minimumloon. Verder blijft betaling op basis van stukloon mogelijk, maar gaan werknemers die stukloon ontvangen, ook ten minste het wettelijk minimumloon verdienen. Met deze aanpassingen ontstaat een toekomstbestendige wet die recht geeft op een sociaal aanvaardbare beloning. Een wet die bovendien heldere en eenduidige eisen stelt aan werkgevers, waardoor deze ook beter te handhaven is door de Inspectie SZW.Verhoging minimumjeugdloonTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 28 Werk en zekerheidDe Wet werk en zekerheid is een belangrijke stap naar een betere balans tussen «flex» en «vast» op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft daarbij oog voor knelpunten en onvoorziene effecten, en lost deze op. Bijvoorbeeld door aanpassing van de ketenbepaling, waardoor de zogenoemde tussenpoos van zes maanden bij cao kan worden teruggebracht naar drie maanden indien sprake is van seizoensgebonden werk. En door aanpassing van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, waarmee het verzekerd loon voor bijvoorbeeld flexwerkers eerlijker wordt berekend. Ook bereidt het kabinet een wetsvoorstel voor waarmee werkgevers en werknemers meer mogelijkheden krijgen om in cao’s afspraken te maken over transitievoorzieningen, zoals omscholing en van-werk-naar-werk-begeleiding van werknemers, in geval van ontslag om bedrijfsecono-mische redenen. Tot slot werkt het kabinet aan een wetsvoorstel waardoor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid compensatie kunnen krijgen voor de wettelijke transitievergoeding. Het kabinet acht dat gerechtvaardigd, gezien de kosten die werkgevers al maken voor onder meer de re-integratie van hun zieke werknemer. Komende tijd zijn vervolgens de cao-partijen aan zet om met elkaar verdere afspraken te maken over flexibiliteit en zekerheid. Er kan op dit gebied vaak meer dan werkgevers en werknemers denken, en maatwerk is belangrijk. Iedere sector of bedrijfstak is immers anders, met verschillende behoeftes bij werkgevers en werknemers.Re-integratieOok op andere terreinen blijft het kabinet kritisch kijken naar knelpunten op de arbeidsmarkt. Zoals bij loondoorbetaling en re-integratie in geval van ziekte van een werknemer. Het kabinet gaat de beoordeling van re-integratietrajecten door het UWV, in het bijzonder de re-integratie bij een nieuwe werkgever (het «tweede spoor»), begrijpelijker en voorspel-baarder maken. Hiermee wordt voorkomen dat re-integratietrajecten alleen maar worden gestart om een loonsanctie te voorkomen. Daarnaast Oplossen van knelpunten Ziekte en arbeidsongeschiktheidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 29 moeten zowel werknemers als werkgevers straks het initiatief kunnen nemen voor een vervroegde WIA-aanvraag ingeval een zieke werknemer géén perspectief meer heeft op terugkeer op de arbeidsmarkt. De werkgever kan de IVA-uitkering van zijn zieke werknemer verrekenen met het loon, waardoor zijn financiële lasten omlaag gaan. Deze maatregelen zorgen voor een eerlijkere verdeling van verantwoordelijkheden, en zieke werknemers behouden de maximale kans op terugkeer naar werk. In het najaar van 2016 start een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) om in kaart te brengen hoe de arbeidsparticipatie van WIA-verzekerden met een arbeidsbeperking verder kan worden verhoogd.Gezond en veilig werkenHet voorkomen van ziekte blijft natuurlijk het beste. Daarom blijft het kabinet inzetten op de preventie van beroepsgerelateerde ziekten en ongevallen. Het meerjarige programma «Duurzame inzetbaarheid» richt zich in 2017 op de aanpak van psychosociale arbeidsbelasting, waaronder het voorkomen van ongewenste omgangsvormen op het werk. Met een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet wil het kabinet daarnaast de onafhankelijke positie van de bedrijfsarts versterken, en de toeganke-lijkheid van de bedrijfsarts voor werknemers beter borgen. Het meerjarige programma «Toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg» zal parallel hieraan worden ingezet om de maatschappelijke bewustwording van het belang van preventie en goede arbeidsgerelateerde zorg te vergroten.Kansen voor iedereenMeer kansen voor de onderkant van de arbeidsmarktOm de arbeidsmarktkansen voor mensen met een laag inkomen te vergroten, is er vanaf 2017 het lage-inkomensvoordeel (LIV): een financieel voordeel voor werkgevers die een werknemer in dienst nemen – of houden – die het wettelijk minimumloon verdient of net iets meer. De regeling is eenvoudig: werkgevers hoeven hiervoor geen aanvraag in te dienen. De Belastingdienst betaalt het lage-inkomensvoordeel automa-tisch uit. In 2018 worden ook de premiekortingen die werkgevers krijgen voor het in dienst nemen van ouderen en mensen met een arbeidsbe-perking omgezet in eenvoudigere loonkostenvoordelen, die onafhankelijk van de afgedragen premies worden uitbetaald. Ook kleine werkgevers krijgen dan altijd de volledige tegemoetkoming in de loonkosten voor deze doelgroepen.Het kabinet wil dat mensen met een arbeidsbeperking zo veel mogelijk participeren in regulier werk. De Participatiewet en de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten zijn belangrijke instrumenten waarmee het kabinet dit stimuleert. Uit de monitor van de Participatiewet, uit signalen uit de praktijk en uit overleg met de Tweede Kamer komt naar voren dat onderdelen van deze wetten verder verbeterd kunnen worden. Naar aanleiding hiervan zijn met betrokken partijen afspraken gemaakt om de praktische uitvoering te verbeteren. Zo zijn vanaf 2016 een uniforme no-riskpolis en een uniforme premiekorting geïntroduceerd voor iedereen die onder de doelgroep van de banenafspraak valt, en kunnen leerlingen die uit het voortgezet speciaal onderwijs komen direct worden opgenomen in het doelgroepregister. Het wetsvoorstel ter vereenvou-diging en stroomlijning van de Participatiewet bevat een aantal maatre-gelen om de kansen voor mensen uit de doelgroep verder te vergroten vanaf 2017. Zo kunnen zij straks sneller aan het werk bij een werkgever met een loonkostensubsidie van de gemeente.Inzet op preventie Lage-inkomensvoordeel Verbeteringen ParticipatiewetTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 210 Het kabinet wil dat gemeenten meer beschutte werkplekken realiseren. Beschutte werkplekken zijn bedoeld voor mensen die wel kunnen werken, maar zoveel begeleiding en/of aanpassingen nodig hebben dat het niet van een reguliere werkgever mag worden verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt. Het aantal beschutte werkplekken bij gemeenten blijft sterk achter bij de doelstellingen: van de beoogde 1.600 nieuwe plekken eind 2015 werden er slechts 44 gerealiseerd. Uit onderzoek van de Inspectie SZW blijkt bovendien dat een kwart van de gemeenten helemaal geen beschut werk aanbiedt. Daarom wil het kabinet gemeenten wettelijk verplichten om werkplekken te realiseren voor mensen met een advies beschut werk. Daarbij stelt het kabinet voor de periode 2016–2020 € 100 miljoen beschikbaar voor extra implementatieondersteuning, een bonus voor gemeenten die beschut werk realiseren en uitbreiding van de no-riskpolis naar de doelgroep beschut werk.De eerste effectmeting van de banenafspraak laat zien dat zowel de marktsector als de overheid de 9.000 afgesproken banen voor mensen uit de doelgroep hebben gerealiseerd in 2015. Dat is mooi nieuws en vormt een goede basis voor de toekomst. Het aantal nieuwe banen moet de komende jaren echter nog stevig blijven groeien om het afgesproken aantal van 125.000 extra plaatsen in 2025 te bereiken. Het zou bovendien mooi zijn als meer mensen die op uitzend- of detacheringsbasis aan de slag gaan, de komende jaren kunnen doorstromen naar een dienst-verband bij de werkgever waar zij hun werkzaamheden verrichten. Daarom blijft het belangrijk om te kijken waar de regels kunnen worden vereenvoudigd en hoe belemmeringen voor het in dienst nemen van mensen uit de doelgroep kunnen worden weggenomen.Soepele transities op de arbeidsmarktWerkzoekenden hebben er baat bij als zij zo snel mogelijk een andere baan vinden. Met ingang van 2017 wordt het budget voor de WW-dienstverlening van het UWV daarom verhoogd tot € 160 miljoen. Hiermee kan het UWV een persoonlijkere dienstverlening gaan leveren aan werkzoekenden met een WW-uitkering. Dit voorziet in een behoefte van werkzoekenden en vergroot bovendien de kans op een snelle werkhervatting. Doordat mensen sneller werk vinden, verdient deze investering zichzelf terug.Om de overgang van werk naar werk of van een uitkering naar werk verder te ondersteunen, zijn er ook in 2017 scholingsvouchers beschikbaar. Mensen met een baan of een WW-uitkering, en zelfstandigen, kunnen zich hiermee omscholen naar een beroep met een beter perspectief op werk. Zo worden werkzoekenden gestimuleerd om inzetbaar te blijven en kunnen werkgevers gemakkelijker geschikte mensen vinden in beroepen met veel vacatures. Voor deze scholingsvou-chers is € 30 miljoen beschikbaar vanaf medio 2016. Daarnaast gaan sociale partners projecten uitvoeren die zijn gericht op dienstverlening aan werkzoekenden en op nauwere samenwerking in de regio. Het kabinet stelt hiervoor € 40 miljoen beschikbaar.Vooral voor vijftigplussers kan de overgang naar ander werk of van een uitkering naar werk nog beter. Hoewel vijftigplussers niet vaker werkloos zijn dan andere leeftijdsgroepen, blijkt wel dat vijftigplussers meer moeite hebben om weer aan het werk te komen áls ze werkloos worden. Hierdoor is de langdurige werkloosheid onder deze groep ongewenst groot. Dit wordt aangepakt met het actieplan «Perspectief voor vijftigplussers» dat in 2017 van start gaat: een gemeenschappelijke campagne van het kabinet Meer beschut werk Banenafspraak Intensivering WW-dienstverlening Scholingsvouchers Beperken langdurige werkloosheid vijftigplussersTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 211 en sociale partners om het arbeidsmarktperspectief van vijftigplussers te verbeteren. Kern van de aanpak is dat vijftigplussers worden ondersteund bij het vinden van werk en dat werkgevers worden gestimuleerd om hen aan te nemen. Sociale partners hebben hiervoor belangrijke sleutels in handen, bijvoorbeeld het omvormen van generieke «ontziemaatregelen» in cao’s (zoals extra vakantiedagen) die ouderen minder aantrekkelijk maken voor werkgevers. Maar ook het kabinet draagt bij. Zo verlaagt het kabinet de leeftijdsgrens van de no-riskpolis naar 56 jaar en stelt het extra geld beschikbaar voor experimenten om de kansen bij werkgevers beter te benutten. Voor het gehele actieplan (2017–2018) trekt het kabinet € 68 miljoen uit. Oud-voetbalinternational John de Wolf speelt een belangrijke rol als boegbeeld van de aanpak van werkloosheid onder vijftigplussers.Box ouderenwerkloosheidDe motie Schut-Welkzijn c.s. verzoekt de Minister van SZW om voor het huidige en toekomstige beleid ten aanzien van ouderenwerk-loosheid, zoveel als mogelijk is, vast te leggen hoeveel ouderen worden bereikt, welke uitgaven ermee zijn gemoeid en hoe de effectiviteit zal worden gemeten en hierover in de Begroting 2017 te informeren.Voor wat betreft het toekomstige beleid komt de evaluatieparagraaf in het nieuwe actieplan «Perspectief voor vijftigplussers» al tegemoet aan deze motie. Eind 2018 zal worden gekeken in hoeverre de ingezette instrumenten een bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen uit het actieplan. Daardoor is gewaarborgd dat informatie over het gebruik, de effecten en de effectiviteit zoveel mogelijk beschikbaar komt. De Tweede Kamer wordt begin 2017 geïnformeerd over de eindresultaten van het «Actieplan 50pluswerkt», dat tot 1 oktober 2016 loopt. Hierbij zal, waar mogelijk, ook ten aanzien van het huidige beleid (tot 2017) het verzoek in de motie betrokken worden.In tabel 2.1.1 zijn zoveel mogelijk de beoogde uitgaven en aantallen deelnemers opgenomen van het huidige en toekomstige beleid ten aanzien van ouderenwerkloosheid. Dit betreft de plaatsingsfees uit het «Actieplan 50plus werkt» die in 2017 nog toegekend kunnen worden. Verder zijn de uitgaven en het beoogde bereik van de nieuwe instrumenten uit het actieplan «Perspectief voor vijftig-plussers» opgenomen en de overige instrumenten die gericht zijn op de re-integratie van werklozen (waaronder ouderen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 212 Vervolg: Box ouderenwerkloosheidTabel 2.1.1: beoogde uitgaven (€x 1.000) en aantallen deelnemers van het huidige en toekomstige beleid ten aanzien van ouderenwerkloosheid. Maatregel Aantal beoogde deelnemers Uitgaven 2017 Actieplan 50plus werkt Plaatsingsfees 5.000 plaatsingsfees 5.000 Perspectief voor vijftigplussers 2e loopbaan advies, training leidinggevenden, centraal aanspreekpunt 50.000 werk-nemers en lei-dinggevenden 13.000 Intensieve ondersteuning aan werkzoekenden 10.000 werk-zoekenden 10.000 Werkgeversbenadering 7.000 Verlagen no-risk polis 500 werkzoe-kenden 65 Experimenten meer werk 3.000 Campagne 1.000 Overige instrumenten Mobiliteitsbonus1 Onbekend Onbekend Proefplaatsingen2 Onbekend Budgetneutraal1 Omdat de premiekorting niet alleen bestaat uit een stimulans om 56-plussers aan te nemen maar zich ook richt op arbeidsgehandicapten, kunnen deze doelgroepen op dit moment niet eenvoudig uit elkaar gehaald worden. Met ingang van 2018 wordt de mobili-teitsbonus vervangen door het loonkostenvoordeel en kan er ook inzicht geboden worden in het aantal verstrekkingen.2 Het instrument proefplaatsing is niet leeftijdsgebonden, waardoor het op dit moment niet mogelijk is een onderscheid naar vijftigplussers te maken. In het actieplan «Perspectief voor vijftigplussers» is aangekondigd dat de mogelijkheid van proefplaatsing voor vijftigplussers verruimd wordt. SZW zal daarbij tevens bezien of de doelgroep beter in beeld gebracht kan worden. Goede en toegankelijke kinderopvangGoede kinderopvang biedt kinderen een vertrouwde en veilige omgeving waarin zij zich kunnen ontwikkelen en bevordert de arbeidsparticipatie van ouders. Daarom investeert het kabinet vanaf 2017 € 200 miljoen per jaar in de toegankelijkheid en kwaliteit van de kinderopvang. De kinderopvang wordt financieel toegankelijker gemaakt door een verhoging van de kinderopvangtoeslag. Daarnaast wordt de toegankelijkheid verbeterd door de bestuurlijke afspraken met gemeenten over uitbreiding van het gemeentelijk aanbod voor peuters van niet-werkende ouders.Hogere kinderopvangtoeslagTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 213 Het breed gedragen akkoord «Innovatie en kwaliteit in de kinderopvang» vormt de basis voor een herijking van de kwaliteitseisen. Het akkoord behelst onder andere een verhoging van de kwaliteit van de babyopvang door het aantal beroepskrachten per kind te verhogen van één op vier naar één op drie, door coaching on the job voor alle medewerkers en een mentor voor elk kind. De wetgeving hiertoe wordt in 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarnaast bereidt het kabinet wetgeving voor om de verschillen in kwaliteitseisen en financiering van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang op te heffen, waardoor het stelsel overzichtelijker wordt voor ouders.Het kabinet wil de financiering van de kinderopvang wijzigen naar een systeem van directe financiering. Dit systeem is gebaseerd op twee geldstromen: de Rijksoverheid bekostigt kinderopvangorganisaties rechtstreeks, en ouders betalen een eigen bijdrage afhankelijk van hun inkomen. Het systeem komt in de plaats van de huidige kinderopvang-toeslag. De geldstromen van en naar ouders worden hiermee beperkt, wat de risico’s van onverwachte nabetalingen en terugvorderingen verkleint. De plannen zijn recentelijk getoetst en dit heeft aanleiding gegeven om extra tijd uit te trekken voor een zorgvuldige voorbereiding. De beoogde invoeringsdatum van (volledige) directe financiering is 2020; het wetsvoorstel wordt nog deze kabinetsperiode aan de Tweede Kamer aangeboden.Een samenleving waarin iedereen meedoetHet huidige tijdsgewricht kenmerkt zich door oplopende maatschappelijke onrust. De spanningen elders in de wereld, de dreiging die uitgaat van terroristische aanslagen en de maatschappelijke gevolgen van omvang-rijke groepen vluchtelingen die hun thuisland hebben verlaten op zoek naar een beter onderkomen, vragen om een stevige inzet op integratie. In de Agenda Integratie heeft het kabinet hiertoe maatregelen ingezet. Deze zijn, in reactie op de recente ontwikkelingen, uitgebreid. De maatregelen zijn gericht op participatie van mensen met een migrantenachtergrond, het uitdragen van de democratische kernwaarden als basis voor het samenleven in Nederland, het stellen van grenzen waar nodig en het creëren van een samenleving waarin er gelijke kansen zijn.Herijking kwaliteitseisen Aanpassing financiering Belang van integratieTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 214 In onze samenleving moet iedereen mee kunnen doen en is er dus geen plaats voor discriminatie. Het kabinet communiceert de normen die we hierover met elkaar hebben afgesproken in Nederland. De campagne «Zet een streep door discriminatie» wordt daartoe verder gevoerd in 2017 in samenwerking met de Ministeries van OCW en V&J. Daarnaast wordt actief lokaal beleid voor de aanpak van discriminatie gestimuleerd. Maatschappelijke organisaties en sleutelfiguren uit verschillende gemeenschappen hebben een belangrijke rol in het bespreekbaar maken van discriminatie, het vergroten van de weerbaarheid van mensen (bijvoorbeeld door ze te stimuleren melding te maken van discriminatie), en het tegengaan van negatieve beeldvorming.Rijk en gemeenten geven gezamenlijk uitvoering aan de huisvesting en integratie van vluchtelingen, zoals afgesproken in de bestuursakkoorden. In 2017 wordt met een wijziging van de Wet inburgering de participatie-verklaring van statushouders geïntroduceerd en wordt maatschappelijke begeleiding vastgelegd als taak van gemeenten. Met de introductie van de participatieverklaring komt er meer nadruk op de Nederlandse kernwaarden: gelijkwaardigheid, vrijheid, solidariteit en participatie. De participatieverklaring is een onderdeel van het inburgeringsexamen en is verplicht voor alle inburgeringsplichtigen. Het niet afronden van het participatieverklaringstraject kan leiden tot een boete en tot het niet (tijdig) behalen van het inburgeringsexamen. Van nieuwkomers wordt verlangd dat zij participeren. Dit wordt ook gestimuleerd, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk mogelijk te maken. Vrijwilligerswerk kan een waardevolle bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving en kan tegelijkertijd als opstapje dienen naar een betaalde baan voor hen die mogen blijven. Immers: blijven is meedoen. Nieuwe statushouders worden zoveel mogelijk gehuisvest in een arbeidsmarktregio die op basis van hun opleiding en werkervaring de beste kansen biedt. De wachttijd voor huisvesting moet alvast zo nuttig mogelijk worden besteed, bijvoorbeeld aan onderwijs of arbeidsmarktoriëntatie. Het kabinet zal samen met gemeenten blijven kijken hoe de gemeenten hun lokale regierol hierin het beste kunnen vervullen.Werken aan een samenleving waarin iedereen meedoet betekent ook dat mensen die er bewust voor kiezen om niet meer mee te doen, en die het ook voor anderen willen verpesten, harder worden aangepakt. Als onderdelen van het actieprogramma «Aanpak jihadisme» worden gemeenten hierin ondersteund middels de versterkingsgelden en vanuit de Expertise-unit Sociale Stabiliteit met advies op maat gericht op preventie en het voorkomen van escalatie. Met het wetsvoorstel Beëindi-gingsgrond uitkeringen bij jihadisme wil het kabinet de uitkeringen, toeslagen of studiefinanciering kunnen stopzetten van mensen die uitreizen met het doel om zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Daarnaast wordt niet getolereerd dat mensen elkaars vrijheid beperken. Sociale druk zet momenteel diverse geledingen van de Turkse gemeenschap verder tegen elkaar op, terwijl we juist op zoek moeten naar verbinding. Vanuit het integratiebeleid wordt stevig ingezet op dialoog vanuit de landelijke en lokale overheden met de diverse geledingen binnen de Turkse gemeenschap.Ondersteuning bij armoede en schuldenNiet iedereen is financieel zelfredzaam. Het voorkomen en bestrijden van armoede en problematische schulden is daarom van belang om mensen kansen te bieden voor een betere toekomst. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor armoedebestrijding en dankzij de decentralisaties Bestrijding discriminatie Integratie en participatie nieuwkomers Hardere aanpak waar nodig ArmoedebestrijdingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 215 in het sociale domein kunnen zij armoede, schulden en andere problemen integraler aanpakken. Het is daarbij van belang dat de schuldhulpver-lening breed toegankelijk is en maatwerk biedt. In 2017 werkt het kabinet op basis van de evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening samen met betrokken partijen aan het verder verbeteren van de professio-naliteit van de schuldhulpverlening, het doorontwikkelen en verspreiden van innovatieve aanpakken en de registratie en beschikbaarheid van noodzakelijke gegevens. Specifiek voor armoedebestrijding onder ouderen met een bijstandsuitkering stelt het kabinet in 2017 en 2018 in totaal € 7,5 miljoen beschikbaar via het Gemeentefonds.Alle kinderen in Nederland moeten kansrijk kunnen opgroeien. Ook zij die in een gezin leven met een hele kleine portemonnee. In 2014 leefden 421.000 kinderen in een huishouden met een laag inkomen waarvan 131.000 al 4 jaar of langer. Om ervoor te zorgen dat ook kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, stelt het Rijk structureel € 100 miljoen beschikbaar voor benodigdheden voor kinderen (0 tot 18 jaar) waardoor ze mee kunnen doen en die ze nu missen door armoede. Het gaat bijvoorbeeld om schoolbenodigdheden, sportattributen, zwemles, kleding of schoolreisje. Om er zeker van te zijn dat de middelen direct bij de kinderen terecht komen, ontvangen de kinderen deze benodigdheden in natura. De beschikbaarstelling van deze middelen zal op een dusdanige wijze gebeuren dat er zo min mogelijk administratieve lasten zijn.Terugdringing van armoede- en schuldenproblematiek vraagt ook om een eenvoudig en gecoördineerd proces van schuldinning. De beslagvrije voet voorziet erin dat mensen aan hun financiële verplichtingen voldoen, maar ook voldoende middelen overhouden om in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te voorzien. Schuldeisers moeten de beslagvrije voet dan ook te allen tijde in acht nemen. Dat gaat nog te vaak mis. Daarom wordt het vaststellen van de beslagvrije voet gemakkelijker gemaakt met het wetsvoorstel Vereenvoudiging beslagvrije voet. Het aantal gegevens dat benodigd is voor de bepaling van de beslagvrije voet gaat omlaag en bovendien worden alleen nog gegevens uit standaardregistraties gebruikt, waardoor ook de schuldenaar ontlast wordt. Tegelijkertijd wordt het proces van beslaglegging aangepast zodat beslagleggende partijen beter van elkaars incassoactiviteiten hoogte zijn. Dit alles maakt het voor schuldeisers gemakkelijker om rekening te houden met de beslagvrije voet. Vanwege het grote belang voor mensen met schulden streeft het kabinet naar implementatie in 2017. In het verlengde hiervan zal het kabinet de Rijksincassovisie, die een betere samenwerking tussen overheidsorganisaties beoogt, in 2017 verder concretiseren.Kansrijk opgroeien Vereenvoudiging beslagvrije voetTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 216 Evenwichtige inkomensontwikkelingHet kabinet heeft en houdt ook in 2017 oog voor groepen die financieel op achterstand dreigen te komen, werkenden en niet-werkenden. Voor 2017 leiden de lage dekkingsgraden van de pensioenfondsen tot een extra uitdaging voor een evenwichtige koopkrachtontwikkeling, nu het ernaar uitziet dat een groot aantal fondsen de pensioenen opnieuw niet kan verhogen («indexeren») of misschien zelfs moet korten. Hoewel het niet de rol is van de overheid om gepensioneerden hiervoor te compenseren, neemt het kabinet wel een aantal maatregelen die de koopkracht van gepensioneerden verbeteren. Het kabinet verhoogt vanaf 2017 de zorgtoeslag, de huurtoeslag en het kindgebonden budget, wat gunstig is voor de koopkracht van mensen met een laag inkomen. Daarnaast gaan de algemene heffingskorting en de ouderenkorting structureel omhoog. Met deze koopkrachtmaatregelen gaan bijna 80% van alle gepensio-neerden en meer dan 90% van alle werkenden en uitkeringsgerechtigden er volgend jaar in koopkracht op vooruit. Het kabinet zorgt er zo voor dat werkenden, uitkeringsgerechtigden én gepensioneerden profiteren van het economisch herstel in Nederland.KoopkrachtTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 217 2.1.1.3 Met de blik op de toekomst Ook voor de jaren na 2017 zijn er uitdagingen op het terrein van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Hierbij identificeren we een viertal hoofdthema’s: een toekomstbestendig pensioenstelsel, sociale cohesie, een arbeidsmarkt die steeds sneller verandert, en een arbeidsmarkt die iedereen kansen biedt.Een toekomstbestendig pensioenstelselWe staan de komende jaren voor de uitdaging om ons pensioenstelsel aan te passen aan de manier waarop we werken en leven in de 21ste eeuw. De breed gedragen wensen uit de Nationale Pensioendialoog zijn daarbij richtinggevend: transparantie en heldere afspraken vooraf over pensioenrechten en -risico’s; betere aanpasbaarheid van het pensioen aan de individuele voorkeuren en omstandigheden van mensen; en een pensioenstelsel dat aansluit op de moderne arbeidsmarkt met een toereikende pensioenopbouw voor alle werkenden. Ook de Europese Commissie beveelt Nederland aan om ons pensioenstelsel transparanter en schokbestendiger te maken, en ervoor te zorgen dat jong en oud kunnen vertrouwen op een eerlijke verdeling van de pot. Daarbij wil het kabinet de sterke elementen van het huidige stelsel, zoals het collectief delen van risico’s, behouden.Het kabinet heeft 2020 beoogd voor de overgang naar een nieuw stelsel dat aan deze wensen tegemoetkomt. Een ambitieuze doelstelling, die zorgvuldigheid en voortvarendheid vereist bij het verder uitwerken van alternatieven. Ook de transitie naar het nieuwe stelsel moet zorgvuldig worden uitgedacht, zodat de lusten en de lasten eerlijk worden verdeeld. Het kabinet zal hierin de regie houden en nauw blijven samenwerken met het pensioenveld en sociale partners. In de tussentijd worden alvast een aantal verbeteringen aangebracht aan het huidige stelsel. Het nieuwe Financieel toetsingskader (FTK) zorgt ervoor dat financiële schokken geleidelijker doorwerken in de premies en de pensioenuitkeringen. Daardoor hoeven pensioenfondsen hun uitkeringen nu minder te korten. De Wet verbeterde premieregelingen maakt moderne premieregelingen mogelijk die deelnemers een grotere kans bieden op een beter pensioen-resultaat. En tot slot werkt het kabinet aan een voorstel voor de automa-tische overdracht van kleine pensioenen om het pensioenresultaat van Overeenstemming over uitgangspunten Zorgvuldige overgang noodzakelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 218 mensen die regelmatig van baan wisselen te verbeteren en de uitvoe-ringskosten te verlagen.In het nieuwe stelsel blijft de AOW het fundament van onze oudedags-voorziening. Het kabinet heeft de AOW toekomstbestendig gemaakt door de AOW-leeftijd versneld te verhogen en vanaf 2022 te koppelen aan de levensverwachting. Dankzij de AOW bouwt iedereen in Nederland een welvaartsvaste basis op voor zijn oude dag, en is armoede onder ouderen ook na de crisis relatief laag.Sociale cohesieMaatschappelijke veranderingen leiden tot verschillende tegengestelde ontwikkelingen in onze samenleving. Dit is onder andere te zien bij de houding ten aanzien van asielzoekers: vrijwilligers die bijdragen aan een warme ontvangst en tegelijkertijd de angst bij veel mensen voor de gevolgen van een te grote instroom. De tegengestelde ontwikkelingen uiten zich ook in de stijgende opleidingsniveaus van de tweede generatie niet-Westerse migranten versus de relatief hoge werkloosheid onder diezelfde groep. Onder jongeren met een niet-Westerse migrantenachter-grond leeft het gevoel dat ze niet volledig deel zijn van onze samenleving: zij voelen zich onvoldoende vertegenwoordigd in de media, politiek en bestuur en voelen zich apart gezet in het publieke debat. Maar uitda-gingen op het gebied van sociale cohesie betreffen niet alleen migranten. Arm en rijk, hoger en lager opgeleiden leven steeds meer in gescheiden werelden. Deze tegenstellingen kunnen de sociale cohesie onder druk zetten en ervoor zorgen dat mensen niet meer meedoen in onze samen-leving. Afbreuk van samenhang in de samenleving maakt ons minder weerbaar tegen negatieve invloeden en daarmee vatbaarder voor crisis. «Wij» en «zij»-denken kan leiden tot sociale spanningen en is in het ergste geval de eerste stap naar radicalisering en extremisme.Alleen gezamenlijk kunnen we deze ontwikkelingen het hoofd bieden. Een goed functionerende samenleving, waarin iedereen mee wil doen, vereist dat iedereen kansen ziet voor zijn eigen toekomst. Taal, onderwijs en werk spelen daarin een grote rol. Voor nieuwkomers is het belangrijk dat ze snel de Nederlandse taal leren, een opleiding hebben die aansluit bij de Nederlandse arbeidsmarkt en de kernwaarden van onze samenleving internaliseren. Dit zijn immers belangrijke voorwaarden voor een goede kans op werk en, in brede zin, voor deelname aan onze samenleving. De werkvloer is ook bij uitstek de plek waar mensen uit verschillende groepen elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Hierdoor zien mensen niet alleen een toekomst voor zichzelf, maar ook een toekomst met elkaar.Mensen kunnen hun talenten echter pas optimaal ontwikkelen en benutten als de samenleving ook voor ze openstaat. Waar de samenleving onvoldoende kansen biedt, door vooroordeel of stigma, moeten we met elkaar de dialoog aangaan. Dat gaat niet altijd vanzelf. Daarom blijft het belangrijk om te investeren in een goede verbinding tussen de overheid en het maatschappelijk middenveld, en de dialoog met maatschappelijke organisaties te versterken.Een arbeidsmarkt die steeds sneller verandertOm te kunnen profiteren van snelle technologische ontwikkelingen moeten mensen zijn toegerust op permanente verandering. Dit vereist dat zij een leven lang leren en werken aan hun inzetbaarheid. Dit begint op jonge leeftijd, met kwalitatief goede en toegankelijke kinderopvang en scholen. Maar ook werknemers met een goede baan moeten zorgen dat ze AOW blijft basis Tegengestelde ontwikkelingen Taal, onderwijs en werk Dialoog Een leven lang lerenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 219 blijven meegaan met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Vooral voor mensen met een relatief hoog risico op (langdurige) werkloosheid, zoals laagopgeleiden, flexwerkers of oudere werknemers, is het cruciaal dat ze blijven werken aan hun duurzame inzetbaarheid. Een cultuuromslag ten aanzien van leren is daarom belangrijk bij werkgevers én werknemers.Een onvoorspelbare toekomst vraagt ook om een goed werkende arbeidsmarkt met heldere spelregels. Een arbeidsmarkt waarin de aard van het werk leidend is voor de contractvorm waaronder het werk wordt verricht. Zo’n arbeidsmarkt is er nog niet. De keuze voor de contractvorm wordt nog mede bepaald door institutionele factoren, zoals verschillen in de fiscale behandeling van werknemers en zzp’ers. Mede hierdoor is het aandeel zzp’ers in de beroepsbevolking sinds 1995 met 60% gestegen, en het aandeel werknemers met tijdelijke contracten met 80%. Deze ontwikkelingen leiden tot een tweedeling op de arbeidsmarkt: een groep vaste werknemers met relatief veel bescherming, en een groeiende groep flexwerkers met relatief weinig. Terwijl het soms gaat om mensen met heel vergelijkbare voorkeuren en heel vergelijkbare werkzaamheden. Ook de Europese Commissie beveelt Nederland aan om actie te ondernemen om deze tweedeling op de arbeidsmarkt te beperken. Hier ligt de komende jaren nog een belangrijke taak voor overheid en sociale partners.Een arbeidsmarkt die iedereen kansen blijft biedenIn een snel veranderende omgeving is het belangrijk dat de overheid mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijft ondersteunen en begeleiden naar werk. Met de decentralisaties naar gemeenten is een grote stap gezet naar integraal beleid op het sociale domein (werk, sociale zekerheid, schuldhulpverlening, armoedebestrijding, zorg en onderwijs). Dit proces is nog niet voltooid. Rijk en gemeenten trekken samen op om vervolgstappen uit te denken en in de praktijk te brengen, zodat nog beter maatwerk kan worden geleverd vanuit een integrale blik op de belemme-ringen en mogelijkheden van mensen.Belangrijk aandachtspunt is dat verschillende regelingen (bijvoorbeeld de Participatiewet, Wajong en WIA) soms nog op verschillende manieren ondersteuning bieden bij het vinden van werk. Om mensen in verge-lijkbare situaties gelijke kansen te bieden, en om het stelsel voor werkzoe-kenden en werkgevers overzichtelijker te maken, is het van belang dat regelingen en instrumenten verder worden geharmoniseerd. Hierbij zal moeten worden gezocht naar een balans tussen noodzakelijke verande-ringen versus tijd en ruimte voor uitvoerders, zoals gemeenten en UWV, om hun veranderde taken optimaal ten uitvoer te brengen.Beperken tweedeling op de arbeidsmarkt Decentralisaties Harmonisatie regelingen en instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 220 2.1.2 Indicatoren In de brief Verbetering indicatoren begroting SZW van 11 november 2015 heeft de Minister van SZW voorstellen gedaan voor aanvullende indicatoren om het inzicht in de resultaten van beleid te vergroten. Vervolgens heeft de Minister van SZW in de brief Indicatoren in de SZW-begroting van 3 juni 2016 concrete aanvullingen en een indeling voorgesteld. In onderstaande tabellen worden de in deze brieven voorgestelde gegevens gezamenlijk gepresenteerd. De indeling volgt de missie en visie van SZW, de koppeling met de beleidsartikelen in deze begroting staat tussen haakjes vermeld:•Werk voor iedereen (1, 7, 13);•Kwalitatief goed en eerlijk werk (1);•Bestaanszekerheid waar werken echt niet (meer) mogelijk of passend is (2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 13).Tabel 2.1.2.1 Netto arbeidsparticipatie1 (%, jaargemiddelde) 2013 2014 2015 Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 65,4 64,9 65,4 15 tot 75 jaar vrouwen 60,6 59,6 60,3 mannen 70,2 70,1 70,4 15 tot 25 jaar vrouwen 61 58,8 61,7 mannen 59,2 58,7 59,9 25 tot 35 jaar vrouwen 79,4 79 79,6 mannen 86 86,3 86,6 35 tot 45 jaar vrouwen 78,1 76,7 77,0 mannen 88,1 88,3 89,1 45 tot 55 jaar vrouwen 75,3 74,3 74,8 mannen 86,3 86,1 86,9 55 tot 65 jaar vrouwen 49,5 50,4 52,4 mannen 68,9 69,4 71,1 65 tot 75 jaar vrouwen 5,2 5,6 5,6 mannen 15,1 16,6 15,1 Moeders (lid van ouderpaar) 76,1 76,6 76,7 Vaders (lid van ouderpaar) 89,6 90,9 90,4 Alleenstaande moeders 62,2 59,7 59,5 Alleenstaande vaders 73,7 75,9 75,7 Moeders met jonge kinderen (0–11 jaar) 75,2 75,5 75,9 Vaders met jonge kinderen (0–11 jaar) 91,5 93,4 931 CBS. Tabel 2.1.2.2 Ontwikkeling in gewerkte uren van vrouwen en moeders met jonge kinderen1 (gemiddelde binnen de groep vrouwen met een baan van meer dan 1 uur, jaarcijfers) 2013 2014 2015 Vrouwen 15 tot 75 jaar 25,1 25,3 25,3 Moeders met jonge kinderen (0–11 jaar) 25,1 25,2 25,51 CBS. Indicatoren: Werk voor iedereenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 221 Tabel 2.1.2.3 Werkloosheid (%, jaargemiddelde)1 2013 2014 2015 Werkloosheidspercentage 7,3 7,4 6,9 – 15 tot 25 jaar (jeugdwerkloosheid) 13,2 12,7 11,3 waarvan migrantenjongeren 21,7 21,7 19,9 – 25 tot 45 jaar 6,3 6,3 5,6 – 45 tot 75 jaar 6,0 6,6 6,5 Werkloze beroepsbevolking (x 1.000) 647 660 614 Werkzame beroepsbevolking (x 1.000) 8.266 8.214 8.2941 CBS Statline. Tabel 2.1.2.4 Positie in de werkkring1 (gemiddeld, x 1.000) 2013 2014 2015 Werknemers 6.947 6.860 6.909 waarvan werknemers met vaste arbeidsre-latie 5.178 5.052 5.014 waarvan werknemers met flexibele arbeidsrelatie 1.769 1.808 1.896 Zelfstandigen 1.319 1.354 1.3841 CBS Statline. Tabel 2.1.2.5 Kerncijfers re-integratie 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Wet Werk en bijstand Partici-patiewet Aantal gestarte banen na re-integratievoorziening door gemeenten (x 1.000)1 69 68 62 56 47 43 Werkenden met een voorziening Participatiewet, ultimo jaar, x 1.0002 nb nb nb 35 37 333 waarvan personen met een loonkostensubsidie Participatiewet3 nvt nvt nvt nvt nvt 1,23 personen met beschut werk3 nvt nvt nvt nvt nvt <0,13 tijdelijke loonkostensubsidie voor werklozen of ID/WIW 21 15 10 9 8 5,23 Werknemersbestand Wsw (x 1.000)4 103 102 102 102 103 96 Aantal detacheringen als percentage van het totaal aantal arbeidsplaatsen (%)4 25 25 27 30 30 36 Aantal gerealiseerde plaatsen in begeleid werken als percentage van het totaal aantal arbeidsplaatsen (%)4 5,6 6,1 6,2 6,2 6,5 6,6 Aantal voorzieningen WWB/Participatiewet, ultimo jaar (x 1.000) 2 nb nb nb 200 214 209 Aantal personen met een voorziening WWB/Participatiewet, ultimo jaar (x 1.000) 2 nb nb nb 162 170 1661 CBS, uitstroom na re-integratie. Het cijfer vanaf 2014 is niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren omdat in 2014 de populatieafbakening is gewijzigd. Door een verbeterde berekeningswijze is het jaarcijfer vanaf 2015 niet geheel vergelijkbaar met 2014.2 CBS, statistiek re-integratie gemeenten. Vanaf 2013 registreren gemeenten voorzieningen i.p.v. trajecten. Informatie over 2011 en 2012 is daarom niet beschikbaar.3 Instrumenten worden met ingang van de Participatiewet per 2015 toegepast, daarom is realisatie 2013 en 2014 niet beschikbaar.4 Panteia, Wsw-statistiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 222 Tabel 2.1.2.6 Kerncijfers sectorplannen, financieel en aantallen deelnemers1 Financieel (x € 1 mln) Aantallen deelnemers Thema Initiële beschikkingen Na bijstelling beschikkingen Na bijstelling beschikkingen Initiële beschikkingen Na bijstelling beschikkingen Na bijstelling beschikkingen Realisatie Realisatie Tranche 1 en 2, peilmaand maart2015 oktober2015 juli2016 maart2015 oktober2015 juli2016 oktober 2015 april20161 Arbeidsmobiliteit 67,8 35,2 29,8 64.226 39.843 41.901 11.771 24.369 Behoud vakkrachten 16,3 9,2 3,4 9.165 7.565 1.812 720 989 Scholing 145,3 131,6 113,1 244.356 228.295 224.244 86.272 145.881 Bevordering instroom 168,3 150,6 155,5 37.392 36.987 41.277 18.376 30.945 Bevordering gezondheid 21,6 19,0 18,8 83.970 80.005 77.891 26.430 43.286 Overig 7,9 8,6 8,3 2.570 2.570 426 3.321 385 Tranche 3, peilmaand maart2016 augustus 2016 maart2016 augustus 2016 augustus 2016 Transities naar werk 65,9 nnb2 19.088 nnb2 nnb2 Totaal (excl. overhead) 493,1 354,2 328,9 441.679 395.265 387.551 146.890 245.855 Idem (incl. overhead) 508,6 367,7 349,8 – – – – –1 Er heeft sinds juni geen nieuwe uitvraag plaatsgevonden.2 Over de uitvoering van de derde tranche is nog geen informatie beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 223 Voor de context van deze kerncijfers wordt verwezen naar de voortgangs-brief van 22 juni 2016 «Voortgang ontwikkelingen Doorstart naar nieuw werk«. In de bijlagen van de voortgangsbrief wordt ingegaan op de reden voor bijstellingen van de beschikkingen voor de sectorplannen uit de eerste twee tranches en de verschuiving van inzet van de middelen tussen verschillende maatregelen in veel sectorplannen. Zo neemt het aantal maatregelen in het kader van behoud vakkrachten sterk af en dat voor bevordering instroom toe.Voor de realisatie is uitgegaan van de laatste meting / uitvraag die ook in de brief van 22 juni is verwerkt. Bij deze kerncijfers zijn ook cijfers over initiële beschikkingen toegevoegd voor de nieuwere derde tranche sectorplannen. Deze plannen zijn beschikt in de periode oktober 2015 tot en met maart 2016.Tabel 2.1.2.7 Gecorrigeerde beloningsverschillen1 (%) 2008 2010 2012 Verschil man-vrouw bedrijfsleven – 9 – 8 – 8 Verschil man-vrouw overheid – 7 – 6 – 41 CBS-rapport beloningsverschillen tussen vrouwen en mannen. Informatie over de verschillende uitkeringen (aantallen en kosten), alsmede een nadere uitwerking van cijfers rond fraude en handhaving per wet staan verspreid over de diverse relevante beleidsartikelen, bij de relevante materiewetten. Samenvattende cijfers rond fraude en handhaving worden hieronder vermeld.Tabel 2.1.2.8 met de kerncijfers opsporing laat een daling van het totaal opgelegde boetebedrag zien voor zowel het UWV, de SVB als de gemeente. Dat is het gevolg van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 november 2014. Naar aanleiding van deze uitspraak is het sanctiebeleid versoepeld, waardoor er minder hoge boetes zijn opgelegd. Voor het UWV geldt dat het aantal geconstateerde overtredingen en het totaal benadelingsbedrag zijn gedaald door de invoering van de inkom-stenverrekening van de Wwz per 1 juli 2015 (zie ook de toelichting bij de TW in beleidsartikel 2 en de WW in beleidsartikel 5).De incassoratio’s in tabel 2.1.2.9 laten een stabiel beeld zien. De incasso-ratio zal de komende jaren nog verder toenemen omdat in de Fraudewet is bepaald dat invordering van het benadelingsbedrag en de boete gedurende 10 jaar kan plaatsvinden. Uit tabel 2.1.2.10 blijkt dat voor UWV, SVB en gemeenten gezamenlijk na drie jaar 53% van de over 2013 terug te vorderen uitkeringen en boetes is geïncasseerd.Indicatoren: Kwalitatief goed en eerlijk werk Indicatoren: Bestaanszekerheid waar werken echt niet (meer) mogelijk of passend isTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 224 Tabel 2.1.2.8 Kerncijfers opsporing, UWV, SVB en gemeenten Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) Totaal benadelingsbedrag(x € 1 mln) Totaal opgelegde boetebedrag(x € 1 mln) 2013 2014 2015 2013 2014 2015 2013 2014 2015 UWV1 38,1 50,1 32,5 71,7 87,8 61,5 23,3 55,3 15,6 SVB2 3,8 3,3 3,3 11,1 7,5 9,6 2,5 3,1 1,7 Gemeenten3 4,9 10,7 11,3 20,0 62,0 66,3 7,6 19,0 14,3 Totaal 46,8 64,1 47,1 102,8 157,3 137,4 33,4 77,4 31,61 UWV, Jaarverslag.2 SVB, Jaarverslag.3 CBS, Bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek.Tabel 2.1.2.9 Kerncijfers incassoratio’s, UWV, SVB en gemeenten 2013 2014 2015 2013 2014 2013 Incassoratio (%) na 1 jaar na 1 jaar na 1 jaar na 2 jaar na 2 jaar na 3 jaar UWV1 28 22 30 50 48 61 SVB2 33 23 21 56 40 62 Gemeenten3 16 13 14 22 16 23 Totaal 26 19 22 45 37 531 UWV, Jaarverslag.2 SVB, Jaarverslag.3 CBS, Bijstandsdebiteuren- en fraudestatiestiek.Tabel 2.1.2.10 Kerncijfers geïnd bedrag, UWV, SVB en gemeenten 2013 2014 2015 2013 2014 2013 Geïnd bedrag (x € 1 mln) na 1 jaar na 1 jaar na 1 jaar na 2 jaar na 2 jaar na 3 jaar UWV1 26,6 31,1 22,9 47,5 68,6 57,8 SVB2 4,5 2,5 2,4 7,6 4,3 8,4 Gemeenten3 4,4 10,5 11,3 6,1 13,0 6,3 Totaal 35,6 44,1 36,5 61,2 85,8 72,51 UWV, Jaarverslag.2 SVB, Jaarverslag.3 CBS, Bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 225 2.1.3 Budgettaire ontwikkeling SZA-kader 2.1.3.1 Inleiding De Minister van SZW is binnen het kabinet verantwoordelijk voor het uitgavenkader SZA. In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de ontwikkelingen binnen deze sector.2.1.3.2 Uitgaven SZA-kader 2016–2021 De Minister van SZW is binnen het kabinet verantwoordelijk voor het uitgavenkader SZA. In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de ontwikkelingen binnen deze sector. De bewindspersonen van SZW hebben op basis van het regeerakkoord en het aanvullende pakket wetsvoorstellen uitgewerkt. Veel van deze voorstellen zijn al geïmplemen-teerd. Dit betreft bijvoorbeeld de Participatiewet, de Wwz en de hervorming kindregelingen.De SZA-sector is conjunctuurgevoelig doordat de werkloosheidsuitgaven in dit kader zijn opgenomen. Het CPB raamt de werkloze beroepsbe-volking op 6,2% in 2016 en 2017.2.1.3.2 Uitgaven SZA-kader 2016-2021 In onderstaande tabel worden de ontwikkelingen in de SZA-uitgaven voor 2016–2021 per cluster van regelingen getoond. De uitgaven zijn gesal-deerd met de ontvangsten. De totale SZA-uitgaven van € 76,7 miljard in 2016 stijgen naar € 82,7 miljard in 2021. Dit is een toename van € 6,0 miljard in vijf jaar tijd. Deze stijging wordt veroorzaakt door de aanpassing van de uitgaven SZA aan de loon- en prijsontwikkeling. Hiervoor is aan het slot van de tabel een algemene post nominale ontwikkeling opgenomen. Deze post bedraagt € 6,2 miljard in 2021. Gecorrigeerd voor de nominale ontwikkeling dalen de uitgaven SZA met € 0,2 miljard.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 226 Tabel 2.1.3.1 SZA-uitgaven 2016–2021 (x € 1 mld) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Werkloosheid WW-uitgaven (werkloosheid) 5,4 5,0 4,7 4,5 4,2 3,9 Bijstandsuitgaven 5,8 5,9 6,1 6,2 6,3 6,3 Arbeidsongeschiktheid / ziekte en zwangerschap / Wajong WAO/WIA/WAZ 9,2 9,2 9,3 9,4 9,6 9,7 Wajong 3,1 3,1 3,1 3,2 3,2 3,2 ZW/WAZO/Transitievergoeding 2,6 2,6 3,3 2,8 2,8 2,7 Ouderdom / nabestaanden AOW 36,1 36,1 36,3 36,1 36,1 36,2 Inkomensondersteuning AOW 0,9 0,9 1,0 1,0 1,0 1,0 Anw 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 Kinderopvang en kindregelingen KOT 2,0 2,2 2,4 2,4 2,4 2,4 AKW/WKB 5,2 5,3 5,2 5,2 5,2 5,2 Re-integratie / participatie Re-integratieuitgaven arbeidsongeschiktheid 0,3 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 Integratie-uitkering sociaal domein 2,7 2,6 2,4 2,3 2,2 2,3 Uitvoeringskosten en overige uitgaven Uitvoeringskosten (UWV/SVB etc.) 2,0 2,0 1,9 1,8 1,8 1,8 Overige uitgaven 1,1 1,3 1,3 1,3 1,3 1,2 Nominale ontwikkeling 0,0 1,0 2,0 3,3 4,6 6,2 Totaal SZA-uitgaven 76,7 77,9 79,6 80,1 81,2 82,7De werkloosheid is vanaf 2015 aan het dalen en stabiliseert in 2017, om de jaren erna weer te dalen. Deze daling is ook zichtbaar in de ontwikkeling van de werkloosheidsuitgaven van € 5,4 miljard in 2016 naar € 3,9 miljard in 2021. De effecten van de maatregelen uit de Wwz op de WW-uitgaven treden voornamelijk op langere termijn op en groeien vanaf 2016 geleidelijk in. De toename van de bijstandsuitgaven in de jaren 2016–2021 hangt samen met een aantal wetswijzigingen vanaf 2015, zoals de invoering van de Participatiewet. Ook wordt de toename in de uitgaven verklaard door de verhoogde asielstroom die leidt tot een extra beroep op de bijstand.De uitgaven aan arbeidsongeschiktheid (WAO/WIA/WAZ) laten in de periode 2016–2021 een stijging zien. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt door de geleidelijke verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd waardoor de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen langer doorlopen.De uitgaven aan de ZW/WAZO blijven in deze periode naar verwachting vrijwel gelijk. In de reeks voor de transitievergoeding (zie beleidsartikel 6) is rekening gehouden met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. Dit verklaart de piek in de uitgaven aan de ZW/WAZO/Transitievergoeding in 2018.De uitgaven aan de Wajong stijgen in de periode 2016–2021 licht. Met de invoering van de Participatiewet is de groei beheerst doordat de regeling alleen nog zal gelden voor jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.De uitgaven aan de AOW en de inkomensondersteuning AOW blijven in de periode 2016–2021 vrij constant. In deze ramingen is rekening gehouden met de geleidelijke AOW-leeftijdsverhoging naar 67 jaar in Werkloosheid Arbeidsongeschiktheid, ziekte en zwangerschap, Wajong Ouderdom en nabestaandenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 227 2021. Voor de langere termijn wordt hiermee de automatische kosten-stijging uit hoofde van de vergrijzing beheerst. De uitkeringslasten Anw dalen in de periode 2016–2021 licht omdat de instroom in de Anw kleiner is dan de uitstroom uit de Anw en de voorganger van de huidige Anw, de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW).De weergegeven ontwikkeling van de kinderopvangtoeslag betreft een saldo van uitgaven en ontvangsten. Vanaf 2017 worden de uitgaven kinderopvang met € 0,2 miljard geïntensiveerd. Het kabinet zet in op verdere harmonisatie van peuterspeelzalen en kinderopvang, waarbij verschillen tussen de twee voorzieningen worden weggenomen. Hierbij wordt de financieringsstructuur voor werkende ouders vanaf 2018 gelijk getrokken. Deze ontwikkelingen leiden tot een toename in de uitgaven kinderopvang in de jaren 2016–2021. In 2017 stijgen de uitgaven aan kindregelingen vanwege de verhoging van het eerste- en tweede-kindbedrag in het kindgebonden budget. Het budgettair beslag van de AKW en de WKB daalt in de jaren erna licht vanwege een afname van het aantal kinderen onder de 18 jaar.In het kader van de Participatiewet zijn het macrobudget Wsw en het Participatiebudget gemeenten structureel overgeboekt naar de integratie-uitkering sociaal domein van het Gemeentefonds. Voor de periode 2015 – 2017 blijven deze middelen onderdeel uitmaken van het SZA-kader. De Minister en Staatssecretaris van SZW blijven aanspreekbaar op het stelsel en de omvang van dit budget.Het budget voor de uitgaven aan re-integratie van arbeidsongeschikten is in de komende jaren constant. Wel wordt een deel van dit budget 2017 (€ 45 miljoen) reeds in 2016 aan het UWV betaald.De uitvoeringskosten van het UWV en de SVB wijzigen gedurende de jaren als gevolg van beleidswijzigingen en volumeontwikkelingen in de onderscheiden wetten. De opgelegde taakstellingen zijn in de uitvoerings-budgetten van de ZBO’s verwerkt. Mede hierdoor dalen de uitgaven tot en met 2018. Vanaf 2018 tot en met 2021 dalen de uitgaven nog eens met circa € 0,1 miljard, vooral veroorzaakt door de afloop van diverse tijdelijke budgetten zoals de business case Handhaving van de SVB en de herindeling van de Wajong bij het UWV.2.1.3.3 Mutaties uitgaven SZA-kader 2016–2021 In het actuele uitgavenbeeld SZA ten opzichte van de vorige begroting zijn meevallers opgetreden. Verwacht wordt dat de economische groei in 2017 uitkomt op 1,7%. Hierdoor verbeteren de overheidsfinanciën. De omvang van de SZA-sector wordt thans geraamd op € 77,9 miljard in 2017 terwijl in de vorige begroting nog werd uitgegaan van € 78,2 miljard. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere werkloosheidsuitgaven dan destijds geraamd. Intensivering in de kinderopvangtoeslag en in de kinderbijslag in het kader van aanpassingen in het belastingplan en de recente intensivering van het kindgebonden budget, leiden tot hogere uitgaven. Bij de AOW is sprake van hogere uitgaven met name omdat de geraamde uitgaven aan de partnertoeslag in de AOW opwaarts zijn bijgesteld. In 2018 stijgen de uitgaven daarnaast ook omdat de ingeboekte besparing van de kostendelersnorm in de AOW voor dat jaar is uitgeboekt. Bij ziekte leidt met name de transitievergoeding in 2018 tot meerkosten. Bij de nominalen zijn de bijstellingen relatief groot in latere jaren vanwege de verwerking van de Middellange Termijnraming van het CPB.Kinderopvang en kindregelingen Re-integratie, participatie Uitvoeringkosten en overige uitgavenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 228 Tabel 2.1.3.2 Mutaties SZA-uitgaven sinds vorige Ontwerpbegroting (x € 1 mld) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 SZA-uitgaven ontwerpbegroting 2016 77,5 78,2 78,7 79,4 80,1 Kinderopvangtoeslag 0,0 0,2 0,2 0,2 0,3 Kinderbijslag en WKB 0,1 0,2 0,2 0,2 0,2 Werkloosheid (WW en Bijstand) – 0,9 – 0,9 – 1,0 – 1,0 – 1,0 AOW 0,2 0,2 0,5 0,3 0,3 Arbeidsongeschiktheid, Ziekte en Zwangerschap – 0,1 – 0,1 0,7 0,1 0,0 Nominalen 0,0 0,4 0,8 1,1 1,6 Brutering 0,0 – 0,4 – 0,5 – 0,4 – 0,4 Overig 0,0 0,1 0,1 0,1 0,0 82,7 SZA-uitgaven ontwerpbegroting 2017 76,7 77,9 79,6 80,1 81,2 82,72.1.3.4 Uitgavenplafond SZA-kader en toetsing aan uitgaven-plafond Het uitgavenplafond wordt jaarlijks conform de begrotingsregels bijgesteld voor prijsontwikkelingen (op grond van prijs Nationale Bestedingen), overboekingen en statistische correcties. Op basis van de prijsontwikkeling is het SZA-kader met € 0,9 miljard verlaagd. Dit heeft geleid tot een neerwaartse aanpassing van de ijklijn met € 0,9 miljard in 2017 ten opzichte van het uitgavenplafond in de vorige begroting.Tabel 2.1.3.3 Mutaties ijklijn (uitgavenplafond) sinds vorige Ontwerpbegroting (x € 1 mld) 2016 2017 Ijklijn SZA-kader ontwerpbegroting 2016 78,1 78,5 Correcties (met name bijstelling pNB-raming) – 0,7 – 0,9 Ijklijn SZA-kader ontwerpbegroting 2017 77,4 77,6 De actuele uitgavenramingen, zoals deze zijn weergegeven in tabel 2.1.3.2, dienen volgens de regels budgetdiscipline te worden getoetst aan het actuele kader SZA zoals weergegeven in tabel 2.1.3.3. Deze kader-toetsing wordt weergegeven in tabel 2.1.3.4. De SZA-uitgaven zijn in 2017 bijgesteld naar € 77,9 miljard, terwijl het kader uitkomt op € 77,6 miljard. Hiermee wordt het kader SZA in 2017 overschreden, namelijk met (afgerond) € 0,3 miljard.Tabel 2.1.3.4 Toetsing SZA-uitgaven aan ijklijn (x € 1 mld) 2016 2017 Totale SZA-uitgaven 76,7 77,9 Ijklijn SZA-uitgaven 77,4 77,6 Over-/onderschrijding ijklijn SZA – 0,7 0,3 Uitgavenplafond en kadertoetsingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 229 2.1.4 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven Tabel 2.1.4 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000) Art.nr. Naam beleidsartikel Uitgaven Juridisch verplichte uitgaven Niet-juridisch verplichte uitgaven Bestemming niet-juridischverplichte uitgaven (in € 1.000) (in € 1.000) (in %) (in € 1.000) (in %) 1 Arbeidsmarkt 15.992 14.460 90,4 1.532 9,6 Subsidies (€ 120 dzd en opdrachten (€ 1.412 dzd). 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet 6.802.144 6.787.976 99,8 14.168 0,2 Opdrachten (€ 14.168 dzd). 3 Arbeidsongeschiktheid 787 787 100,0 0 0,0 – 4 Jonggehandicapten 3.239.793 3.239.793 100,0 0 0,0 – 5 Werkloosheid 190.345 171.570 90,1 18.775 9,9 Subsidies (€ 3.500 dzd en opdrachten (€ 15.275 dzd). 6 Ziekte en zwangerschap 7.450 7.450 100,0 0 0,0 – 7 Kinderopvang 2.597.959 2.577.457 99,2 20.502 0,8 Subsidies (€ 645 dzd) opdrachten (€ 2.269 dzd) en bijdrage agentschappen (€ 17.588 dzd). 8 Oudedagsvoorziening 24.887 24.887 100,0 0 0,0 – 9 Nabestaanden 1.253 1.253 100,0 0 0,0 – 10 Tegemoetkoming ouders 5.560.635 5.560.635 100,0 0 0,0 – 11 Uitvoering 434.478 434.478 100,0 0 0,0 – 12 Rijksbijdragen 13.957.930 13.957.930 100,0 0 0,0 – 13 Integratie en maatschappelijke samenhang 323.351 316.606 97,9 6.745 2,1 Subsidies (€ 1.988 dzd) en opdrachten (€ 4.757 dzd). Totaal niet-juridisch verplichte uitgaven 61.722 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 230 De uitgaven op de begroting van SZW zijn voor 99,8% juridisch verplicht. Dit komt doordat een groot deel van de SZW-begrotingsuitgaven voortvloeien uit door het parlement aanvaarde afzonderlijke wetten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de inkomensoverdrachten uit hoofde van de Participatiewet, de Wajong en de Wko, maar ook voor de rijksbijdragen. De begroting geeft een beeld van de verwachte uitgaven in 2017 en de komende jaren op grond van deze wetten. Een wijziging in deze uitgaven vereist een wijziging van de desbetreffende wetten op grond waarvan vervolgens de begroting zou kunnen worden aangepast. Deze uitgaven kunnen dus niet worden aangepast door een wijziging van de begroting van SZW.Bovenstaande tabel heeft alleen betrekking op de begrotingsgefinancierde uitgaven. De premiegefinancierde uitgaven zoals voor de AOW, WW en WIA/WAO, die in de begroting van SZW worden toegelicht, zijn overigens ook veelal juridisch verplicht omdat deze eveneens zijn gebaseerd op een afzonderlijke wet los van de begroting.In bovenstaande tabel is voor de begroting van SZW aangegeven in welke mate de uitgaven naar verwachting per 1 januari 2017 nog niet juridisch verplicht zijn. Hierin zijn inkomensoverdrachten op basis van een wettelijk regeling als juridisch verplicht gerekend. Daarnaast zijn er de subsidies en opdrachten. Een deel hiervan is ook juridisch verplicht, omdat het om langlopende subsidieverstrekkingen of per ultimo 2016 reeds verplichte opdrachten gaat. Een beperkt deel van de subsidies en opdrachten is ultimo 2016 naar verwachting nog niet juridisch verplicht. In veel gevallen liggen er wel bestuurlijke afspraken aan deze voornemens ten grondslag. Hetzelfde geldt voor de bijdrage aan agentschappen (t.b.v. DUO) bij beleidsartikel 7. De niet-juridisch verplichte uitgaven zijn dan ook niet te beschouwen als middelen die zonder meer vrijelijk beschikbaar zijn voor alternatieve aanwending. Op de totale begroting van SZW gaat het om een bedrag van € 61,7 miljoen nog niet juridisch-verplichte uitgaven.ToelichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 231 2.1.5 Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen Tabel 2.1.5 Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen 2015 20161 20172 2018 2019 2020 2021 Geheel artikel? 1. Arbeidsmarkt x Ja 2. Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet x Ja 3. Arbeidsongeschiktheid x Ja 4. Jonggehandicapten x Ja 5. Werkloosheid x Ja 6. Ziekte en zwangerschap x Ja 7. Kinderopvang x x Ja 8. Oudedagsvoorziening x Ja 9. Nabestaanden x Ja 10. Tegemoetkoming ouders x Ja 11. Uitvoering x x Ja 12. Rijksbijdragen3 nvt 13. Integratie en maatschappelijke samenhang x Ja1 De opzet en de vraagstelling van de beleidsdoorlichtingen die in 2016 worden opgeleverd (artikel 5 en 13) zijn medio 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd. Zie: Kamerbrief over de opzet beleidsdoorlichting van artikel 5 en artikel 13.2 Oorspronkelijk stond de beleidsdoorlichting artikel 3 (arbeidsongeschiktheid) gepland in 2017. Uiterlijk 1 maart 2017 wordt het IBO (Interdeparte-mentaal beleidsonderzoek) Arbeidsongeschiktheid opgeleverd. Voor wat betreft de onderwerpen die in het IBO aan de orde komen (WIA), komt het IBO in plaats van de beleidsdoorlichting. Voor een aantal relatief kleine onderwerpen (onder andere WAZ) die niet in het IBO terugkomen is er voor gekozen om deze in een aparte evaluatie aan de orde te laten komen.De opzet en de vraagstelling van de beleidsdoorlichtingen van 4 is kort voor Prinsjesdag 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd.De opzet en de vraagstelling van de beleidsdoorlichting van artikel 6, die medio 2017 wordt opgeleverd, is in september 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd. Zie: Kamerbrief over de opzet beleidsdoorlichting van artikel 6.3 Het artikel Rijksbijdragen is een technisch artikel. Er wordt op basis van dit artikel geen specifiek beleid gevoerd. Om die reden wordt dit artikel niet doorgelicht. De evaluatie van het beleid waarvoor deze rijksbijdragen zijn bedoeld, vindt plaats wanneer de artikelen waar dit beleid onderdeel van is worden doorgelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 232 2.1.6 Overzicht van risicoregelingen Tabel 2.1.6.1 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000) Artikel Omschrijving Uitstaande garanties 2015 Geraamd te verlenen 2016 Geraamd te vervallen 2016 Uitstaande garanties 2016 Geraamd te verlenen 2017 Geraamd te vervallen 2017 Uitstaande garanties 2017 Garantie-plafond Totaal plafond Bijstand, Participa-tiewet en Toeslagenwet Startende Onder-nemers 234 0 184 50 0 50 0 50 –Tabel 2.1.6.2 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000) Artikel Omschrijving Uitgaven 2015 Ontvang-sten 2015 Saldo 2015 Uitgaven 2016 Ontvang-sten 2016 Saldo 2016 Uitgaven 2017 Ontvang-sten 2017 Saldo 2017 Bijstand, Participa-tiewet en Toeslagenwet Startende Onder-nemers 221 0 221 150 0 150 50 0 50In 2007 is de tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering van kracht geworden. Een garantie heeft een maximale duur van zes jaar. Er worden geen nieuwe garanties meer verleend. De regeling beoogde te onderzoeken hoe starters voor krediet bij het bankwezen terecht konden. Met de regeling konden starters (aanvankelijk alleen vanuit een uitkering) onder gedeeltelijke en aflopende borgstelling van het rijk een bankkrediet voor hun bedrijf verwerven. De starter betaalde een rente en de bank liep een beperkt risico met weinig uitvoerings-kosten. Onder invloed van nieuwe instrumenten is besloten de regeling te sluiten. De claims worden afgedekt op de SZW-begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 233 Tabel 2.1.6.3 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000) Artikel Omschrijving Uitstaande lening Looptijd lening Integratie en maatschappelijke samenhang Inburgering 154.800 diversAsielgerechtigde nieuwkomers die inburgeringplicht hebben, kunnen via het sociaal leenstelsel een bijdrage krijgen om hun inburgeringonderwijs te bekostigen. Slechts ingeval de nieuwkomers onvoldoende inspan-ningen hebben verricht om het inburgeringdiploma of NT2-diploma tijdig te behalen dient de lening terugbetaald te worden.Overige nieuwkomers kunnen een beroep doen op het sociaal leenstelsel wanneer zij niet over voldoende middelen beschikken om hun inburgering zelf te bekostigen. In tegenstelling tot de eerste groep dienen zij de lening wel terug te betalen. De looptijd van deze leningen is divers.Het leningenbudget neemt vanaf 2016 fors toe vanwege de vluchtelingen-problematiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 234 2.2 BELEIDSARTIKELEN 1. Arbeidsmarkt De overheid draagt bij aan evenwichtige arbeidsverhoudingen en -voorwaarden door kaders te stellen en waar van toepassing toe te zien op de naleving daarvan. De overheid bevordert en stimuleert gezonde en veilige arbeidsomstandigheden.De overheid bevordert het functioneren van de arbeidsmarkt door bescherming te bieden en de belangen van werknemers te waarborgen in evenwicht met de belangen van de onderneming. De overheid voorziet hierbij in een minimumniveau van arbeidsrechtelijke bescherming, onder andere ten aanzien van de arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden, met inachtneming van de eigen verantwoorde-lijkheid van werkgevers en werknemers. Daarnaast draagt zij zorg voor een op de arbeidsmarkt toegesneden arbeidsmigratiebeleid.De overheid vindt het belangrijk dat werknemers en zelfstandigen hun werk onder goede condities kunnen verrichten. Dit is ook van belang voor het vergroten van de arbeidsparticipatie en de arbeidsproductiviteit, het beperken van uitval door ziekte en arbeidsongeschiktheid, en het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van werknemers.De overheid geeft invulling aan bovenstaand beleid door de vormgeving van een stelsel van wet- en regelgeving. Ook ziet de overheid toe op de naleving daarvan. Concreet gaat het daarbij om:•Gezond en veilig werken, waaronder de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en de Arbeidstijdenwet (ATW);•Arbeidsverhoudingen, waaronder de Wet op de collectieve arbeids-overeenkomst (cao), de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsover-eenkomsten (avv) en de Wet op de ondernemingsraden (WOR);•Arbeidsrechtelijke bescherming, waaronder de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml), wet- en regelgeving met betrekking tot gelijke behandeling en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi);•Toelating van arbeidsmigranten, waaronder de Wet arbeid vreemdelin-gen (Wav);•Maatregelen tegen schijnconstructies van werkgevers, waaronder de Wet aanpak schijnconstructies (Was).Bij het realiseren van deze doelstelling is een belangrijke taak weggelegd voor sociale partners. Zij zijn verantwoordelijk voor het maken van onderlinge afspraken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen en het bieden van veilige en gezonde werkomstandigheden. De overheid bevordert dat sociale partners hier vorm en uitvoering aan geven en voert hiertoe overleg met hen.De Minister stimuleert met financiële instrumenten initiatieven die bijdragen aan gezonde en veilige arbeidsomstandigheden en aan goede arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. De Minister regisseert met wet- en regelgeving het stelsel van minimumeisen. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van dit stelsel;•De vaststelling van de hoogte van het wettelijk minimumloon en het maximumdagloon;Artikel Algemene doelstelling Rol en VerantwoordelijkheidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 235 •Het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen, onder andere door het recht op onderhandeling door sociale partners te waarborgen en het in stand houden van een adequate overlegstructuur met de sociale partners;•Het bevorderen dat werkgevers en werknemers gezonde en veilige arbeidsomstandigheden en een goed werktijden- en verzuimbeleid realiseren;•Het bevorderen dat werkenden gezond en vitaal kunnen doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd;•Het zorgdragen voor gelijke kansen voor en tijdens arbeidsdeelname;•Het stimuleren en faciliteren van postinitiële scholing ten behoeve van het optimaal functioneren van de arbeidsmarkt;•De handhaving van de wet- en regelgeving door de Inspectie SZW.De Minister van Financiën is primair verantwoordelijk voor de fiscale wet- en regelgeving. Wanneer fiscale instrumenten worden ingezet om doelstellingen in het kader van het arbeidsmarktbeleid te realiseren, is de Minister van SZW hiervoor medeverantwoordelijk.Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn:•Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml)Per 1 juli 2017 wordt de Wml gewijzigd. De leeftijdsgrens waarop recht bestaat op het volwassenminimumloon wordt verlaagd van 23 naar 22 jaar. Een verdere verlaging naar 21 jaar is voorzien voor 2019. Ook vindt verhoging plaats van de hiervan afgeleide percentages voor het minimumjeugdloon van 18- t/m 21-jarigen. De stukloonregeling wordt aangepast zodat ook bij betaling op basis van stukloon het minimum-loon wordt betaald en de Inspectie SZW deze norm kan handhaven. Tot slot wordt een expliciete juridische grondslag gecreëerd voor het moeten betalen van minimumloon over de verrichte arbeid die de normale voltijdse arbeidsduur te boven gaat. De noodzaak hiertoe volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 mei 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1622) waarin is geoordeeld dat deze grondslag ontbreekt.•Ketenaansprakelijkheid in de vervoerssectorIn de Wet aanpak schijnconstructies is de civiele ketenaansprakelijk-heid voor het aan werknemers verschuldigde loon geïntroduceerd. Een werknemer kan op deze regeling een beroep doen wanneer hij (op basis van een arbeidsovereenkomst) gewerkt heeft ter uitvoering van een overeenkomst van opdracht of een overeenkomst van aanneming van werk. Wanneer dat het geval is, kan hij ook de opdrachtgever(s) van zijn werkgever aansprakelijk stellen als de werkgever zijn loon niet heeft betaald. Per 1 januari 2017 geldt deze ketenaansprakelijkheid ook in de transportsector.•Wet op de ondernemingsraden (WOR)Het wetsvoorstel tot wijziging van de WOR (Tweede Kamer, 2015–2016, 34 494, nr. 2) over de beloning van topbestuurders beoogt invoering van de verplichting tot een jaarlijks gesprek tussen de bestuurder en de ondernemingsraad. Dit gesprek gaat over de ontwikkeling van de beloningsverhoudingen binnen bedrijven met honderd werknemers of meer. Het gaat om het expliciteren van de verplichting om overleg te voeren en de verplichting tot het verschaffen van informatie over de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden en beloning van verschil-lende groepen werknemers. De wetswijziging moet zorgen voor een duidelijkere norm in de wet. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2017.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 236 •Stimulering kennismigratieTer stimulering van de Nederlandse kenniseconomie zullen in 2017 enkele maatregelen ingaan die de kennisgerelateerde migratie bevorderen. Zo zal voor het internationale bedrijfsleven een regeling worden ingevoerd die een flexibele toelating voor het verrichten van werkzaamheden in Nederland door derdelanders mogelijk maakt. Daarnaast zal het voor kennismigranten, wetenschappelijk personeel en studenten mogelijk worden gemaakt om naast hun werkzaamheden of studie activiteiten als ondernemer te ontplooien en deel te nemen in innovatieve start-ups.•Implementatie wetsvoorstel Versterking Arbeidsgerelateerde ZorgNaar verwachting zal in 2017 de wijziging van de arbeidsomstandighe-denwet in werking treden. Belangrijke elementen hierbij zijn: de versterking van de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening, de preventie van beroepsziekten en het handelen van de bedrijfsarts. De implementatie zal worden gefacili-teerd door communicatieactiviteiten en stimulering van sectorale en regionale initiatieven.•Duurzame inzetbaarheid/psychosociale arbeidsbelasting (PSA)In 2017 zal een Actieteam ingezet worden dat bedrijven faciliteert in de aanpak van PSA, met een focus op het voorkomen van ongewenste omgangsvormen zoals pesten op de werkvloer. De ervaringen en goede voorbeelden worden gebruikt om de landelijke aanpak te versterken.Tabel 1.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 1 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 15.444 22.858 16.192 19.819 20.349 20.469 20.469 Uitgaven 17.487 22.758 15.992 20.819 20.349 20.469 20.469 waarvan juridisch verplicht (%) 90,4% Inkomensoverdrachten 0 6.580 320 0 0 0 0 Subsidies 3.558 2.938 3.009 2.920 2.225 2.345 2.345 Opdrachten 13.737 9.212 7.843 9.379 9.604 9.604 9.604 Bekostiging 192 203 203 203 203 203 203 Bijdrage aan andere begrotingen 0 50 842 4.542 4.542 4.542 4.542 Ministerie van EZ 0 50 150 3.850 3.850 3.850 3.850 Ministerie van VWS 0 0 692 692 692 692 692 Bijdrage aan agentschappen 0 3 775 3 775 3 775 3 775 3 775 3 775 Ontvangsten 22.203 24.000 24.000 24.000 24.000 24.000 24.000Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn een gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft vergoedingen aan werknemers die tijdens ziekte te weinig vakantiedagen hebben opgebouwd.Subsidies:De subsidies zijn voor 96% juridisch verplicht. Dit betreft verschillende subsidies voor bijvoorbeeld de Diversiteitscharter, Fairwork en voor een pilot identificatieplicht in de bouw. Daarnaast worden initiatieven van Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 237 branches in het kader van de programma’s Zelfregulering Gezond en Veilig Werken en Duurzame inzetbaarheid gesubsidieerd.Opdrachten:Het juridisch verplichte deel voor opdrachten bedraagt 82%. De middelen worden ingezet voor het programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken, het programma Duurzame inzetbaarheid, het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), de campagne Arbeid en Zorg en een project op het gebied van de combinatie van werk en mantelzorg. Daarnaast zijn middelen verplicht voor onderzoek.Bekostiging:Deze middelen dienen voor de bekostiging van de Commissie Klachtenbe-handeling Aanstellingskeuringen en zijn 100% juridisch verplicht.Bijdragen aan andere begrotingen:De bijdragen aan andere begrotingen zijn voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse bijdrage aan de Gezondheidsraad en het College toelating gewasbestrijdingsmiddelen.Bijdragen aan agentschappen:De bijdragen aan agentschappen is voor 100% juridisch verplicht. Dit is de jaarlijkse kennisvraag aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).A. InkomensoverdrachtenDe hier gereserveerde middelen zijn bestemd voor het uitbetalen van schadevergoedingen aan werknemers die tijdens ziekte tot 1 januari 2012 te weinig vakantiedagen hebben opgebouwd. In 2016 zijn hier middelen voor gereserveerd, in 2017 wordt nog een klein deel uitbetaald.B. SubsidiesAan het subsidiëren van de Diversiteitscharter wordt in 2017 ruim € 0,4 miljoen besteed. Voor het programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken wordt € 0,7 miljoen ingezet voor het ondersteunen van branches en bedrijven bij het ontwikkelen, implementeren en borgen van instru-menten van zelfregulering op het terrein van gezond en veilig werken. De projecten zijn erop gericht partijen te stimuleren en te faciliteren om zelf initiatieven te nemen om veilig en gezond werken blijvend te verbeteren. Voor het programma Duurzame Inzetbaarheid wordt € 1,6 miljoen besteed aan het project «Duurzame Inzetbaarheid in het mkb». Het doel is te bewerkstelligen dat mkb-bedrijven aan de slag gaan met duurzame inzetbaarheid en er binnen het mkb structureel aandacht komt voor duurzame inzetbaarheid.Voorts zijn er nog enkele subsidies tot een bedrag van circa € 0,2 miljoen. Het gaat onder andere om subsidies voor projecten op het gebied van arbeidsgerelateerde zorg en gevaarlijke stoffen, subsidie aan Fairwork en een pilot identificatieplicht in de bouw.C. OpdrachtenHet opdrachtenbudget is in 2017 ruim € 1 miljoen lager dan in 2016. In 2017 wordt € 0,6 miljoen besteed aan de campagne Arbeid en zorg. Deze campagne zal zich richten op de maatschappelijke bewustwording van rolpatronen en aandacht vragen voor de verdeling van arbeid- en zorgtaken. Daarnaast wordt € 0,2 miljoen besteed aan een gezamenlijk project met het Ministerie van VWS. De inzet is om werkgevers bewust te maken van het belang werk en mantelzorg te combineren en zowel werkgevers als werknemers daarbij te ondersteunen. Voor het programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken ligt in 2017 de focus op imple-mentatie en borging. Hiervoor wordt € 1,1 miljoen besteed. Er wordt ingezet op kennisdeling tussen branches en bedrijven en het organiseren Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 238 en overdragen van de opbrengsten van het programma Zelfregulering. Verder wordt inzicht gegeven in de resultaten van de monitor van het programma Zelfregulering op drie niveaus (programma / branche / bedrijf).In 2017 zal in het programma Duurzame inzetbaarheid ten aanzien van psychosociale arbeidsbelasting de focus verschuiven van communicatie via campagnes naar het stimuleren en faciliteren van organisaties. Er wordt € 0,5 miljoen aan een actieteam besteed, met specifieke aandacht op ongewenste omgangsvormen. Daarnaast wordt € 0,5 miljoen besteed aan diverse (communicatie)activiteiten en bijeenkomsten gericht op duurzame inzetbaarheid, in het bijzonder werkstress. Voor de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomst met het NCvB is een bedrag van € 0,6 miljoen beschikbaar. Een bedrag van € 0,5 miljoen is bestemd voor het Arboportaal. Dit portaal dient als startpunt voor werkgevers, werknemers en preventiemedewerkers voor informatie over arbeidsomstandigheden. Een bedrag van € 0,6 miljoen wordt besteed aan het onderhoud van de normalisatie infrastructuur en de beleidsintensivering certificatie.Naast kleinere (onderzoeks)opdrachten tot een bedrag van ruim € 1 miljoen wordt circa € 0,5 miljoen besteed aan onderzoek en statistieken door SCP en CBS.D. BekostigingHet bedrag voor bekostiging betreft de jaarlijkse bijdrage aan de SER-commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen.E. Bijdrage aan andere begrotingenHet Ministerie van SZW levert jaarlijks een bijdrage aan de begroting van EZ van € 0,2 miljoen aan de financiering van het Ctgb. De bijdrage aan de begroting van VWS (€ 0,7 miljoen) bestaat grotendeels uit een jaarlijkse bijdrage in de kosten van de Gezondheidsraad.F. Bijdrage aan agentschappenHet Ministerie van SZW levert jaarlijks een bijdrage van € 3,8 miljoen aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).G. OntvangstenDe realisaties van de boeteontvangsten laten niet de stijging zien die was verwacht op grond van de Fraudewet van 2013. De raming van de boeteontvangsten is daarom bijgesteld op basis van realisatiegegevens over voorgaande jaren.Gezond en veilig werkenIn 2015 hebben veertien op de duizend werknemers een arbeidsongeval gehad met ten minste een dag verzuim. Het ziekteverzuim is in de periode 2013–2015 vrijwel stabiel. Werknemers verzuimen gemiddeld bijna vier op de honderd werkdagen.Het aantal incidenten met gevaarlijke stoffen is in 2015 ten opzichte van een jaar eerder gehalveerd. De naleving zorgplicht Arbowet is gebaseerd op de zorgplicht van de werkgever zoals vermeld in artikel 3 van de wet en geeft in één cijfer een beeld van in hoeverre op de werkvloer de Arbowet door bedrijven wordt nageleefd.Dit jaar wordt voor het eerst een kengetal over beroepsziekten gepresen-teerd. Daarin wordt de jaarlijkse incidentie van beroepsziekten uitgedrukt als het percentage werknemers dat naar eigen zeggen een door een arts vastgestelde beroepsziekte heeft opgelopen. Dertig op de duizend werknemers zeggen in 2014 een dergelijke ziekte te hebben opgelopen.KerncijfersTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 239 Tabel 1.2 Kerncijfers gezond en veilig werken Realisatie 2013 Realisatie 2014 Realisatie 2015 Arbeidsongevallen onder werknemers dat verzuim tot gevolg heeft (%)1 2 2,7 1,7 1,4 Ziekteverzuim (%)3 3,9 3,8 3,9 Aantal incidenten met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen4 3 4 2 Naleving zorgplicht Arbowet (%)5 – 79 – Beroepsziekten onder werknemers als volgens henzelf door een arts vastgesteld (%)6 – 3,2 –1 CBS/TNO, nationale enquête arbeidsomstandigheden.2 Door gewijzigde opzet en vraagstelling van de enquête is het percentage vanaf 2014 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren. In 2015 is de meting van arbeidsongevallen verbeterd. Er wordt een extra controle uitgevoerd of het arbeidsongeval wel in de afgelopen 12 maanden heeft plaatsgevonden. Hierdoor valt het aandeel werknemers met een arbeidsongeval in 2015 iets lager uit. Wanneer deze verbetering niet was doorge-voerd zou het percentage in 2015 zijn uitgekomen op 1,6%. Deze verbetering wordt voor het jaar 2015 en latere jaren toegepast.3 CBS, kwartaalenquête ziekteverzuim.4 Inspectie SZW, administratie.5 Inspectie SZW, monitor Arbo in bedrijf. De monitor wordt tweejaarlijks uitgevoerd.6 CBS/TNO, nationale enquête arbeidsomstandigheden. In deze enquête wordt tweejaarlijks gevraagd naar beroepsziekten.Arbeidsverhoudingen en voorwaardenDe ontwikkeling van het aantal werknemers dat onder een cao valt kan deels worden toegeschreven aan cao’s die in het ene jaar wel, en het andere jaar geen actuele looptijd kennen, en deels aan cao’s waaronder het ene jaar meer dan wel minder werknemers vallen dan in het andere jaar.Tabel 1.3 Kerncijfers arbeidsverhoudingen en -voorwaarden Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Aantal werknemers onder cao1 (x 1.000, ultimo) 5.895 5.486 5.500 • waarvan direct gebonden bedrijfstak- en ondernemings-cao’s 5.260 4.850 4.743 • waarvan gebonden door algemeen verbindend verklaring 635 636 757 Aantal verleende tewerkstellingsvergunningen (twv) (x 1.000, ultimo)2 3 8,8 7,2 7,01 SZW, rapportage cao-afspraken (2013 en 2014) en SZW-administratie (2015).2 UWV, jaarverslag.3 Voor de jaren 2014 en 2015 geldt: Inclusief de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid die sinds 1 april 2014 een deel van de twv’s vervangt.HandhavingDe Inspectie SZW is de toezichthouder op het terrein van het Ministerie van SZW. Zij werkt aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaansze-kerheid voor iedereen. Op basis van risico- en omgevingsanalyses zet de Inspectie toezicht en opsporing in waar de meest hardnekkige problemen voorkomen en waar de kans op effect groot is. De Inspectie bestrijkt het gehele SZW-terrein: arbeidsomstandigheden, arbeidsmarkt, arbeidsver-houdingen en sociale zekerheid. Hiernaast is de Inspectie ook aangewezen als opsporingsorganisatie voor het Ministerie van VWS voor Pgb-fraude en declaratiefraude.De Inspectie heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in risicogestuurd en effectgericht programmatisch werken. Bij de uitvoering wordt daarbij gebruik gemaakt van een breed instrumentarium. In het Inspectiejaarplan voor 2017 (dat in november 2016 aan de Tweede Kamer wordt aange-boden) wordt dit nader toegelicht. Tabel 1.4 geeft ter illustratie een overzicht van de risico’s die de Inspectie in 2017 gaat aanpakken, de doelgroepen die daarbij in beeld komen en de interventies die in programma’s gehanteerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 240 Tabel 1.4 Overzicht van risico’s, doelgroepen en interventies Inspectie SZW in 2017 Risico’s Doelgroepen Zorg en Welzijn Schoon-maak Tran-sport en Logis-tiek Hore-ca/De-tail-handel Bouw Land- en Tuin-bouw Metaal Uit-zend-bureaus Grond-, Weg en Water-bouw (Brzo) Bedrijven met gevaar-lijke stoffen Certi-ficeren-de in-stellin-gen Produ-centen, impor-teurs en distri-buteurs arbeids-middelen UWV, SVB en gemeen-ten Nucl. instel-lingen en nucl. instal-laties of bronnen Inter-venties1 Illegale tewerkstelling2 X X X X X X A,B,C,D,E Onderbetaling2 X X X X X X X A,B,C,D,E Arbeidsuitbuiting2 X X X X X A,B,C,D,E Schending rechtspositie werknemers X A,C Fysieke overbelasting X X X X X A,B,C,D,G Ongezonde fysieke werkomgeving X X A,B,C,D Gezondheidsschade door gevaarlijke stoffen X X X X X X A,B,C,D,E,F Gezondheidsschade door biologische agentia X X A,B,D Psychosociale en cognitieve overbe-lasting3 X X X X A,C,D,F Overbelasting als gevolg van werkduur2 X X X X X X A,B,C,D Onveiligheid op de werkplek X X X A,B,C,D Zware ongevallen X A,C,F,E Onveilig ontwerp arbeidsmiddelen X X A,B,D,E,F Ioniserende straling X X X A,B Onvoldoende arbozorg2 X X X X A,B,C,D Fraude en misbruik regelingen en voorzieningen X C,F,H,E Participatie en financiële zelfredzaamheid X F,H1 Legenda: A Inspecties B Voorlichting/Handhavingcommunicatie C Samenwerking ketenpartners bevorderen D Branchebeinvloeding E OpsporingsonderzoekF Onderzoek G NudgingH Bestuurlijk overleg SUWI/Signalering2 Met deze risico’s pakt de Inspectie SZW eveneens schijnconstructies en niet-cao-naleving aan.3 Psychosociale en cognitieve overbelasting wordt tevens als aspect bij arbeidsuitbuiting betrokken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 241 Naast de risicogerichte aanpak in programma’s gaat een aanzienlijk deel van de inzet van de Inspectie naar onderzoek naar ongevallen, klachten en andere meldingen en behandelt zij verzoeken tot ontheffing van bepaalde specifieke wettelijke verplichtingen. Verder voert de Inspectie stelselon-derzoek uit naar de werking van het stelsel van Werk en Inkomen en zet zij deze capaciteit in voor opsporing op basis van afspraken met het OM.De tabel laat zien dat de Inspectie haar inzet focust naar risico en doelgroep/thema/sector en dat haar toezichtsaanpak kan bestaan uit een mix van verschillende interventies, o.a. inspecteren, (opsporings)on-derzoek doen, communiceren, druk zetten op opdrachtgevers en waar mogelijk een ketenaanpak en samenwerking bevorderen. De Inspectie stuurt daarbij op het behalen van effecten. Het effect van interventies van de Inspectie kan bestaan uit:•Het verkleinen van de kans dat het risico zich voordoet;•Het verkleinen van de omvang van de groep mensen die met het risico in aanraking kan komen;•Het verminderen van de kwalijke gevolgen van de risico’s.De Inspectie SZW wil deze aanpak de komende jaren verder ontwikkelen. Het causale verband tussen interventies en effecten kan lang niet altijd wetenschappelijk vastgesteld kan worden. Daarom richt de Inspectie zich vooral op die indicatoren die plausibel kunnen maken wat het effect is, op het expliciet formuleren van het beoogde maatschappelijk effect en het meten van de resultaten. De ontwikkelde indicatoren per programma worden in de begroting voor 2018 gepresenteerd.Deze focus is ingezet omdat de reguliere indicatoren van het verleden, zoals aantallen inspecties, te weinig inzicht bieden in het maatschappelijk effect van de Inspectie en als risico in zich dragen dat kwantiteit voorgaat op kwaliteit. Een inspectie kan staan voor een bezoek van enkele uren of juist voor een diepgaand onderzoek van dagen of weken, waarbij de Inspectie een constructie ontrafelt. Sturing louter gebaseerd op aantallen inspecties zou leiden tot een tendens om korte interventies te doen, terwijl juist maximering van effect nuttig is.De Inspectie blijft aantallen inspecties, boeterapporten, rechercheonder-zoeken en onderzoeksrapporten hanteren als belangrijke kengetallen in de aanpak om maatschappelijk effect te behalen, zij het niet als doel op zich.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 242 Tabel 1.5 Kerncijfers handhaving1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Aantal inspecties en onderzoeken arbeidsomstandigheden 16.288 14.500 – 15.500 13.500 – 14.500 Percentage inspecties waarbij overtreding arbeidsomstandigheden is vastgesteld 49 57 50 Aantal inspecties en onderzoeken binnen bedrijven die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo) 350 380 – 420 250 – 300 Percentage inspecties waarbij overtreding Brzo is vastgesteld 43 40 40 Aantal inspecties Wav, Wml of Waadi 4.500 2.500 – 3.500 2.500 – 3.500 Percentage inspecties waarbij overtreding Wav, Wml of Waadi is vastgesteld 26 > 30 > 30 Aantal programmarapportages Werk en Inkomen 5 6 3 Aantal overige producten Werk en Inkomen 17 18 6 Opsporing: aantal afgeronde opsporingsonderzoeken 61 56 50 – 60 Opsporing: aantal bij het OM aangemelde verdachten 169 130 – 170 130 – 150 Opsporing: vastgesteld nadeel (mln. €) 66 25 – 35 10 – 201 Inspectie SZW, jaarverslag.De voorgenomen aanpak zal in het jaarplan nader worden toegelicht. Daarin wordt ook een kwalitatieve uitleg opgenomen als toelichting op de bijstelling van de raming over 2016 en de doorwerking naar latere jaren. De bijstelling betreft zowel het effect van exogene factoren, zoals een toenemend aantal te onderzoeken ongevallen als eigen bewuste keuzes in de inspectiewijze, zoals een toegenomen focus op onderbetaling hetgeen uitgebreider administratief onderzoek bij bedrijven vergt.Premiekortingen arbeidsgehandicapten en oudere uitkeringsgerechtigdenOm duurzame inzetbaarheid te vergroten en te zorgen dat minder mensen aan de kant blijven staan, zijn er premiekortingen voor het in dienst houden en in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden en arbeidsgehandicapten. Per 1 januari 2018 worden deze premiekortingen omgevormd naar loonkostenvoordelen. Hiermee wordt de verzilverings-problematiek voor kleine werkgevers opgelost en wordt de systematiek eenvoudiger, robuuster en fraudebestendiger. De omvorming is geregeld in de Wet tegemoetkomingen loondomein, waarin ook de introductie per 1 januari 2017 van het lage-inkomensvoordeel is opgenomen. Dit is een gericht loonkostenvoordeel dat het voor werkgevers aantrekkelijker maakt om mensen met lage inkomens in dienst te nemen of te houden.Premiekorting jongerenIn 2014 is de premiekorting jongeren geïntroduceerd. Met deze maatregel is uitwerking gegeven aan de afspraak uit de Begrotingsafspraken 2014 om de arbeidsmarkt voor jongeren te versterken met een premiekorting. De premiekorting geldt, onder bepaalde voorwaarden, voor werkgevers die tussen 1 januari 2014 en 31 december 2015 een uitkeringsgerechtigde tussen de 18 en 27 jaar hebben aangenomen. De premiekorting mag maximaal twee jaar toegepast worden. Vanaf 2018 zijn de uitgaven als gevolg van deze regeling nul.Budgettair belang buiten de begrotingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 243 WerkbonusOudere werknemers en zzp’ers kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op een werkbonus. Per 2015 is de werkbonus voor nieuwe gevallen afgeschaft. Per 1 januari 2018 wordt de werkbonus helemaal afgeschaft.Overgangsregeling voor de levensloopregelingDe levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft. Er is een overgangsregeling die loopt tot 1 januari 2022 voor deelnemers die minimaal € 3.000 hebben gespaard en hun tegoed nog niet opnemen. Deze deelnemers kunnen doorsparen tot 1 januari 2022. Hiervoor is een budget beschikbaar van € 15 miljoen per jaar.LevensloopverlofkortingOm de aantrekkelijkheid van de levensloopregeling als alternatief voor het spaarloon te vergroten, konden werknemers een tegemoetkoming in de vorm van een levensloopverlofkorting van maximaal € 201 per gespaard jaar ontvangen. De levensloopregeling is per 1 januari 2012 voor nieuwe gevallen afgeschaft. Voor deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 een aanspraak op basis van een levensloopregeling hebben opgebouwd waarvan de waarde in het economische verkeer op 31 december 2011 minimaal € 3.000 bedroeg geldt een overgangsre-geling. Deze deelnemers kunnen tot 31 december 2021 doorgaan met het sparen overeenkomstig de op 31 december 2011 geldende voorwaarden. Een uitzondering geldt voor de levensloopverlofkorting. Sinds 1 januari 2012 wordt bij inleg in de levensloopregeling geen levensloopverlof-korting meer opgebouwd. De op 31 december 2011 opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting vervallen niet en worden verzilverd bij de opname van het levenslooptegoed.Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheidOm de arbeidsparticipatie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten te bevorderen mag de stap naar ondernemerschap niet fiscaal belemmerd worden. Door handicap of ziekte kunnen gedeeltelijk arbeidsongeschikten veelal niet voldoen aan het gebruikelijke urencriterium dat geldt voor de startersaftrek. Daarom kunnen zij in de eerste drie jaren van hun onder-neming een beroep doen op de regeling «startersaftrek bij arbeidsonge-schiktheid», waarbij een verlaagd urencriterium geldt.Laag BTW-tarief arbeidsintensieve dienstenOm de werkgelegenheid binnen sectoren met arbeidsintensieve diensten te ondersteunen geldt binnen de omzetbelasting een verlaagd BTW-tarief van 6% voor arbeidsintensieve diensten (onder andere kappers en fietsenmakers).Tabel 1.6 Fiscale uitgaven1 (lopende prijzen x € 1 mln) 2015 2016 2017 Premiekortingen arbeidsgehandicapten en oudere uitkeringsgerechtigden 322 315 311 Premiekorting jongeren 18 18 5 Werkbonus 47 27 14 Overgangsregeling voor de levensloopregeling 15 15 15 Levensloopverlofkorting 17 11 11 Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid 2 1 2 Laag BTW-tarief arbeidsintensieve diensten 765 485 4971 Ministerie van Financiën, Belastingdienst. Zie ook bijlage 5 van de Miljoenennota 2017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 244 2. Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet De overheid ondersteunt bij het vinden van werk en biedt inkomensondersteuning en aangepaste arbeid aan hen die dat nodig hebben.Wie kan werken, moet dat ook doen. Dit is in de eerste plaats in het belang van de betrokkene zelf: werk zorgt voor economische en financiële zelfstandigheid, draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde en biedt kansen om volop mee te doen in de samenleving. De overheid streeft naar een transparant en activerend sociaalzekerheidsstelsel dat mensen enerzijds ondersteunt en prikkelt om (weer) aan het werk te gaan als dat kan en dat hen anderzijds de zekerheid biedt van een adequaat vangnet als dat echt nodig is.Mensen hebben de verantwoordelijkheid om in het eigen inkomen te voorzien en nemen daartoe zelf het initiatief. Alleen als het vinden van werk op eigen kracht niet lukt, helpt de overheid hierbij door onder-steuning bij re-integratie of beschut werk aan te bieden. Aan mensen die (tijdelijk) niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien biedt de overheid een sociaal vangnet in de vorm van bijstand. Daarbij streeft de overheid er naar om het aantal loketten waar uitkeringsgerechtigden mee te maken hebben te beperken.De overheid biedt inwoners van Caribisch Nederland waar nodig re-integratieondersteuning en inkomensondersteuning op grond van de Onderstandsregeling.De Minister heeft een systeemverantwoordelijkheid. In dit kader stimu-leert de Minister het vinden van werk door middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten ten behoeve van re-integratieinspanningen, sociale werkvoorziening en loonkostensubsidies, en financiert hij de inkomens-ondersteuning en de loonkostensubsidies.De Minister is verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•De vaststelling van de hoogte van de algemene bijstandniveaus;•Het ter beschikking stellen aan en verdelen van middelen onder gemeenten voor de inkomensvoorziening en de loonkostensubsidies vanuit de Participatiewet, waarin begrepen zijn de IOAW, IOAZ en algemene bijstand voor startende zelfstandigen;•Het ter beschikking stellen aan en verdelen van middelen onder gemeenten voor de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;•Het houden van systeemtoezicht en het toepassen van interbestuur-lijke toezichtinstrumenten indien de medeoverheden op ernstige wijze onrechtmatig handelen of nalaten rechtmatig te handelen. Het verzamelen van informatie om op landelijk geaggregeerd niveau te kunnen beoordelen of het systeem werkt en of, en zo ja, wanneer en in welke vorm aanpassingen van dat systeem wenselijk zijn;•De budgetmutaties en de extrapolatie van de meerjarenraming van het in de integratie-uitkering sociaal domein opgenomen SZW-aandeel en de verdeling daarvan die aansluit bij de gedecentraliseerde taak;•Het terugvorderen van onrechtmatig bestede middelen van het participatiebudget en het terugvorderen van middelen van niet-gerealiseerde plekken in de Wsw over de uitvoeringsjaren tot en met 2014;Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 245 •De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door de SVB (AIO, bijstand buitenland) en het UWV (TW);•De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).Het Rijk verschaft gemeenten middelen voor de uitvoering en geeft de wet- en regelgeving vorm waarbinnen deze uitvoering plaatsvindt. Het Rijk stelt een toereikend macrobudget aan de gemeenten beschikbaar om loonkostensubsidies en bijstanduitkeringen te betalen. Dit budget wordt zoveel mogelijk op basis van objectieve factoren onder de gemeenten verdeeld. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van de Participatiewet en aan genoemde wet verwante wetten en voorzieningen. Gemeenten zijn hiermee onder meer verantwoordelijk voor de handhaving van de naleving van verplichtingen door personen die een beroep doen op deze wetten. Bij ernstig onrecht-matig handelen of nalaten rechtmatig te handelen in de gemeentelijke uitvoering van de Participatiewet kan de Minister een aanwijzing geven aan een college, overgaan tot het optreden namens een nalatige gemeente dan wel een besluit tot vernietiging door de Kroon voordragen. De interbestuurlijke interventie heeft geen betrekking op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering, die een louter gemeentelijke aangelegenheid zijn.Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn:•Wetsvoorstel vereenvoudiging en stroomlijning Participatiewet en Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (bqa)Op grond van afspraken met de partners van de Werkkamer (VNG, gemeenten, sociale partners en UWV) en op basis van debatten in de Tweede Kamer worden wijzigingen voorbereid van wet- en regelge-ving van de Participatiewet en de Wet bqa, die naar verwachting vanaf 2017 in werking zullen treden. Het gaat om de volgende aanpassingen:CEen forfaitaire loonkostensubsidie van 50% van het wettelijk minimumloon gedurende maximaal het eerste halfjaar van een dienstbetrekking voorafgaand aan de loonwaardemeting;CEen flexibele termijn voor het herbeoordelen van de loonwaarde op de werkplek;CEen loonkostensubsidie ook mogelijk maken voor jongeren die al werken;CDe harmonisering van de mobiliteitsbonus voor mensen met scholingsbelemmeringen met de premiekorting voor mensen uit de doelgroep banenafspraak;CDe beoordelingscriteria voor de doelgroep banenafspraak worden vereenvoudigd en, waar mogelijk, geüniformeerd.Verder vindt in 2016 een onderzoek plaats naar de zogenaamde Praktijkroute. Dit betekent dat als de gemeente via een gevalideerde loonwaardemethodiek heeft vastgesteld dat iemand op een concrete werkplek niet het wettelijk minimumloon kan verdienen, deze persoon tot de doelgroep van de banenafspraak behoort en opgenomen wordt in het doelgroepregister. Bij een positief resultaat van dit onderzoek neemt de Staatssecretaris in het najaar een besluit om wetgeving daartoe bij het parlement in te dienen. De voorbereiding van wetge-ving is in gang gezet. In april en juni 2016 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de vereenvoudiging van de banenafspraak.•Verplichting beschut werkBeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 246 De realisatie van beschut werkplekken door gemeenten komt moei-zaam van de grond, terwijl de gemeenten hiervoor vanaf de invoering van de Participatiewet wel middelen ontvangen. Om het creëren van beschutte werkplekken te stimuleren heeft het kabinet voor de jaren 2016–2020 extra middelen van in totaal € 100 miljoen beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet voor drie tijdelijke maatrege-len. Zo is de uniforme no-riskpolis door het UWV ook beschikbaar gekomen voor de doelgroep beschut werk, komt er een financiële stimulans beschikbaar voor gemeenten om beschut werkplekken te realiseren (bonus beschut werk) en is er extra implementatieonder-steuning voor gemeenten. Uit recent onderzoek van de Inspectie SZW blijkt dat ondanks de stimuleringsmaatregelen beschut werk nog steeds niet voldoende wordt gerealiseerd. Het kabinet voelt zich verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat alle gemeenten beschut werkplekken organiseren en maatwerk bieden. Om dit te realiseren wordt een wetsvoorstel voorbereid, waarin wordt voorgesteld dat de gemeenten het aantal beschut werkplekken moeten realiseren dat aansluit bij de behoefte en waarvoor zij vanaf de totstandkoming van de Participatiewet middelen krijgen. Inwerkingtreding van het wetsvoorstel is voor 2017 voorzien.•Experimenten ParticipatiewetEr is momenteel een AMvB in voorbereiding waardoor gemeenten de mogelijkheid krijgen om te experimenteren met bepaalde onderdelen van de Participatiewet. Indien deze AMvB tot stand komt krijgen verschillende gemeenten de mogelijkheid om het effect van verschil-lende interventies op de uitstroom uit de bijstand te onderzoeken. Het is de bedoeling dat de experimenteermogelijkheid in 2017 van kracht wordt.•Kansrijk opgroeienKinderen in Nederland moeten kansrijk kunnen opgroeien. Ook kinderen in gezinnen met een hele kleine portemonnee. In 2014 leefden 421.000 kinderen in een huishouden met een laag inkomen, waarvan 131.000 al 4 jaar of langer. Het Rijk stelt structureel € 100 miljoen beschikbaar om de kansen van deze kinderen te verbeteren. Het geld wordt besteed aan benodigdheden zoals schoolspullen, sportattributen, zwemles, kleding of schoolreisje. Om er zeker van te zijn dat de middelen direct bij de kinderen terechtkomen, ontvangen de kinderen deze benodigdheden in natura. De beschikbaarstelling van deze middelen zal zo worden vormgegeven dat de administratieve lasten worden geminimaliseerd. •Invoering Breed Wettelijk MoratoriumMet de invoering van de Wet gemeenschappelijke schuldhulpverlening (Wgs) hebben de gemeenten de mogelijkheid gekregen bij de rechter een moratorium (opschorting) op de inning door schuldeisers van maximaal 6 maanden aan te vragen. Indien de hulpverlening in het kader van de schuldhulpverlening wordt gefrustreerd door de incassoactiviteiten van een of enkele schuldeisers, heeft de gemeente dan de gelegenheid om tussen schuldeisers en schuldenaar «in rust» tot een regeling van de schulden te komen, zonder druk van deurwaar-ders en incassoactiviteiten. Om dit onderdeel van de wet in werking te kunnen laten treden is een AMvB nodig waarin de voorwaarden worden geformuleerd. Deze AMvB treedt per 2017 in werking.•Vereenvoudiging beslagvrije voetDe beslagvrije voet – het absolute minimum inkomen waarover een schuldenaar moet kunnen blijven beschikken – staat reeds jaren onder druk. De complexiteit van de berekening alsmede het feit dat de schuldenaar te maken kan krijgen met verschillende los van elkaar Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 247 ingezette incassomaatregelen, leidt er toe dat een grote groep schuldenaren onder de beslagvrije voet zakt en daarmee te weinig geld overhoudt om in de meest basale levensbehoeften te kunnen voorzien. Met het wetsvoorstel tot vereenvoudiging van de beslagvrije voet worden de genoemde knelpunten van de huidige regeling ondervan-gen. De wet wijzigt:CDe berekeningswijze van de beslagvrije voet;CDe gegevens die daarvoor met verschillende instanties dienen te worden uitgewisseld;CHet uiteindelijke proces tot vaststelling van de beslagvrije voet.Dit vraagt daarom om een gedegen implementatieproces dat in 2017 vorm zal krijgen. Inwerkingtreding van het wetsvoorstel is voor 2018 voorzien.•JeugdwerkloosheidOndanks het aantrekken van de economie en de dalende werkloosheid, zijn sommige jongeren onnodig (lang) werkloos. Hierbij speelt vooral mismatch een rol. Het onbenut laten van jong talent nu en in de toekomst is sociaal en economisch onwenselijk. Daarom zet het kabinet in het kader van de Aanpak Jeugdwerkloosheid ook in 2017 in op een betere oriëntatie op opleiding en werk, de City Deal met vernieuwende oplossingen voor (migranten)jongeren uit achterstands-buurten en het matchen op werk door gemeenten en UWV van jongeren met een uitkering en jongeren zonder startkwalificatie, waarbij ook met landelijke, regionale en lokale werkgevers afspraken worden gemaakt over instroommogelijkheden. Daarmee blijven werkgevers gestimuleerd om vacatures open te stellen voor jongeren van 18 tot 27 jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 248 Tabel 2.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 2 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 913.002 6.614.331 6.703.093 6.936.650 7.028.161 7.113.127 7.179.669 waarvan garantieverplichtingen – 338 Uitgaven 6.506.062 6.708.734 6.802.144 6.980.551 7.068.161 7.113.127 7.179.669 waarvan juridisch verplicht (%) 99,8% Inkomensoverdrachten 6.427.252 6.572.752 6.642.731 6.880.066 7.004.717 7.088.438 7.154.980 Macrobudget participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkoming 5.623.935 5.776.569 5.897.767 6.100.139 6.224.586 6.307.192 6.369.036 Participatiebudget 1.394 560 0 0 0 0 0 WSW 17.459 21.384 0 0 0 0 0 TW 484.700 487.809 470.329 499.291 494.009 492.181 490.973 AIO 234.062 231.717 232.254 237.959 243.146 248.017 253.598 Bijstand zelfstandigen 62.311 51.046 35.857 35.857 35.857 35.857 35.857 Bijstand overig 1.513 1.600 1.600 1.600 1.600 1.600 1.600 Onderstand en re-integratie (Caribisch Nederland) 1.878 2.067 4.924 5.220 5.519 3.591 3.916 Garanties 221 150 50 0 0 0 0 Subsidies 76.890 127.004 140.448 77.444 43.361 3.361 3.361 Opdrachten 1.238 7.720 17.710 20.822 17.814 19.442 19.869 Bekostiging 354 872 992 2.026 2.096 1.726 1.297 Nibud 304 304 0 0 0 0 0 ZonMw 50 568 992 2.026 2.096 1.726 1.297 Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s 107 236 213 193 173 160 162 ZonMw 107 236 213 193 173 160 162 Ontvangsten 62.676 36.865 2.572 2.572 2.572 0 0Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn 100% juridisch verplicht. De rijksbijdragen aan de uitvoerende instellingen, de gemeenten, het UWV en de SVB worden ruim voor het begrotingsjaar bekend gemaakt. Inkomensover-drachten die worden gedeclareerd zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve ook voor 100% verplicht.Garanties:De geraamde uitgaven zijn voor verwachte claims op garanties van de Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling ondernemers 2009–2010 en dus 100% juridisch verplicht.Subsidies:De subsidies zijn voor 100% juridisch verplicht. De aanvragen in het kader van de subsidieregelingen, zoals voor de sectorplannen, armoede en schulden en Doorstart naar nieuw werk, zijn beschikt of nog in procedure. Evenzo geldt voor kleinere subsidies, zoals de incidentele subsidies of de subsidies aan SBCM, Nibud of de gesubsidieerde cofinanciering EFBM dat deze voor meerdere jaren zijn toegezegd aan de desbetreffende organi-saties.Opdrachten:De opdrachten zijn voor ca. 20% juridisch verplicht onder meer in verband met overlopende verplichtingen die in het verleden zijn aangegaan rond bevordering arbeidsparticipatie (o.a. project bevordering arbeidsinscha-keling van mensen met psychosociale belemmeringen, aanpak jeugd-werkloosheid) en voor 50% bestuurlijk gereserveerd (o.a. bijdrage Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 249 Programmaraad, Impuls Vakmanschap, vervolgacties n.a.v. kabinetsre-actie evaluatie wet gemeentelijke schulpverlening) en uitvoeringskosten Wet bqa.Bekostiging:Met de goedkeuring in 2015 van het meerjarige Kennisprogramma, zoals dat door ZonMw wordt uitgevoerd, is het budget 100% juridisch verplicht.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s:Analoog aan bij het instrument bekostiging is de bijdrage voor de uitvoeringskosten van ZonMw ook voor 100% verplicht.A. InkomensoverdrachtenA1. Macrobudget participatiewetuitkeringen Op grond van artikel 69 Participatiewet verstrekt SZW jaarlijks aan gemeenten een budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Voor alle gemeenten tezamen wordt het macrobudget voor 2017 geraamd op € 5,8 miljard. Hiervan wordt een bedrag van € 71 miljoen gereserveerd voor de betaling in 2017 van de vangnetuitkeringen over 2015. Bij de verdeling van het voorlopig macrobudget wordt hiermee al rekening gehouden. De vangnetuitkering is bedoeld voor gemeenten van wie het tekort op het budget op grond van artikel 69 Participatiewet de geldende eigen-risicodrempel overstijgt. In het kader van het tijdelijk vangnet geldt voor 2015 een eigen-risicodrempel van 5% en voor 2016 5% dan wel € 30 per inwoner. Over 2017 en verder zal naar verwachting het definitieve vangnet gaan gelden. De wijze van bekostiging zal daarbij niet veran-deren. In tabel 2.2 wordt de opbouw van het budget gespecificeerd.Tabel 2.2 Extracomptabel overzicht Macrobudget participatiewetuitkeringen (x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Macrobudget participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkoming 5.623.935 5.776.569 5.897.767 6.100.139 6.224.586 6.307.192 6.369.036 Macrobudget participatiewetuitkeringen 5.623.935 5.691.569 5.807.767 6.110.764 6.246.461 6.329.067 6.390.911 Algemene bijstand en loonkostensubsidies 5.308.470 5.336.390 5.432.590 5.725.151 5.853.224 5.932.472 6.001.368 IOAW 258.906 326.349 344.893 354.028 359.948 361.391 352.354 IOAZ 27.784 28.829 30.283 31.585 33.289 35.203 37.189 Correctie 2015 28.774 Intertemporele tegemoetkoming 85.000 90.000 – 10.625 – 21.875 – 21.875 – 21.875Algemene bijstand en loonkostensubsidiesDe Participatiewet voorziet in een sociaal vangnet voor personen die niet zelfstandig in hun bestaan kunnen voorzien. Het Macrobudget participatie-wetuitkeringen voorziet in de middelen voor bijstanduitkeringen en loonkostensubsidies, waaronder de middelen voor bijstanduitkeringen aan startende ondernemers. Dit budget wordt samen met de middelen voor IOAW en IOAZ over de gemeenten verdeeld. Bijstand voor levenson-derhoud van startende ondernemers bedraagt in 2017 € 32,3 miljoen en maakt onderdeel uit van het Macrobudget participatiewetuitkeringen.Wie komt er voor in aanmerking?Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft en woont kan in aanmerking komen voor bijstand.Hoe hoog is de bijstand?De hoogte van de bijstandsuitkering is afhankelijk van leeftijd en leefsituatie. In tabel 2.3 zijn de bijstandsnormen opgenomen voor gehuwden/samenwonenden en alleenstaanden en alleenstaande ouders Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 250 van 21 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die niet samenwonen met meerderjarige medebewoners. Voor gehuwden en alleenstaanden van 21 jaar of ouder die samenwonen met één of meer meerderjarige personen waarmee kosten kunnen worden gedeeld, geldt op grond van de kostendelersnorm een lager bedrag. Bijstandsgerechtigden van 18 tot 21 jaar ontvangen een lagere uitkering.Tabel 2.3 Netto bijstandsnormen van 21-jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd inclusief vakantietoeslag per 1 juli 2016 Gehuwd / samenwonend € 1.395,93 Alleenstaande (ouder) € 977,15 Budgettaire ontwikkelingenOndanks een daling van de werkloosheid stijgen de uitgaven aan Algemene bijstand en loonkostensubsidies. De meerjarige oploop van de uitgaven aan Algemene bijstand en loonkostensubsidies hangt samen met de invoering van een aantal wetswijzigingen vanaf 2015, waaronder de invoering van de Participatiewet en de Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioen-opbouw. Vanaf 2017 worden de toenemende uitgaven ook verklaard door de verhoogde asielinstroom en het extra beroep op bijstand dat daaruit volgt.In het Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom is een inter-temporele tegemoetkoming in 2016 en 2017 afgesproken. Dit is bedoeld om de feitelijke kosten voor gemeenten door de verhoogde asielinstroom te dekken. De verrekening van de inter-temporele tegemoetkoming met de gemeentelijke budgetten Participatiewetuitkeringen vindt plaats vanaf 2018.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 2.4 Kerncijfers Participatiewet1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume Participatiewet (x 1.000 huishoudens, jaargemiddelde) 382 386 396 Volume Participatiewet (x 1.000 huishoudens, ultimo) 387 –2 –2 – waarvan verblijfsduur minder dan 1 jaar 95 –2 –2 – waarvan verblijfsduur 1 tot 5 jaar 168 –2 –2 – waarvan verblijfsduur 5 jaar of meer 125 –2 –21 CBS, bijstandsuitkeringenstatistiek.2 Dit cijfer wordt niet geraamd.Wetten inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsonge-schikte werkloze werknemers (IOAW) en gewezen zelfstandigen (IOAZ)De IOAW-uitkering is een aanvulling op het (gezins)inkomen tot bijstand-niveau voor oudere werkloze werknemers. Vermogen, zoals in een eigen huis of spaargeld, blijft buiten beschouwing. Anders dan bij de Participa-tiewet hoeven werkloze ouderen, die vaak vermogen in spaargeld of eigen huis hebben, in de IOAW hun vermogen niet aan te spreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 251 De IOAZ is een uitkering voor ouderen die noodgedwongen zijn gestopt met hun werk als zelfstandige, omdat de inkomsten daaruit onvoldoende waren. De IOAZ-uitkering vult het (gezins)inkomen aan tot het bijstands-niveau. In de IOAZ wordt rekening gehouden met de bijzondere positie van zelfstandigen en hun (bedrijfs)vermogen.Wie komt er voor in aanmerking?De belangrijkste doelgroepen van de IOAW-regeling zijn:•Werkloze werknemers die op het moment dat zij werkloos worden ten minste 50 jaar zijn en geboren zijn voor 1 januari 1965, die recht hebben op een uitkering op grond van de WW van meer dan drie maanden en die de volledige uitkeringsduur daarvan hebben doorlo-pen;•Werknemers die na hun 50e verjaardag recht hebben gekregen op een loongerelateerde WGA-uitkering en van wie de WGA-uitkering is beëindigd, omdat zij niet langer ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn.De IOAZ is bedoeld voor oudere zelfstandigen tussen de 55 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd, die hun bedrijf of zelfstandig beroep na hun 55e verjaardag hebben beëindigd. Om in aanmerking te komen voor een uitkering moet de gewezen zelfstandige onder andere voldoen aan voorwaarden betreffende het gemiddeld jaarinkomen in de drie jaren voorafgaand aan de aanvraag, het verwachte inkomen uit beroep of bedrijf bij voortzetting van het bedrijf en het aantal uren en de duur van de werkzaamheden als zelfstandige.Hoe hoog is de IOAW/IOAZ?Per 1 juli 2015 geldt voor de IOAW en de IOAZ een kostendelersnorm. In de IOAW en IOAZ geldt de kostendelersnorm alleen voor alleenstaande kostendelers. Nieuwe aanvragers ontvangen 50% van de gehuwdennorm. Voor huidige alleenstaanden en alleenstaande ouders wordt de norm trapsgewijs afgebouwd. Vanaf 1 januari 2017 is de norm 60% van de gehuwdennorm. Uiteindelijk, per 1 januari 2019, ontvangen alleen-staanden en alleenstaande ouders, indien zij samenwonen met één of meer meerderjarige personen, 50%van de gehuwdennorm.Tabel 2.5 Bruto bedragen IOAW/IOAZ per maand per 1 juli 2016, exclusief vakantietoeslag Gehuwd / samenwonend € 1,489,34 Alleenstaande (ouder) zonder meerderjarige medebewoners € 1.152,79 Alleenstaande (ouder) met een of meer meerderjarige medebewoners € 1.050,36Budgettaire ontwikkelingenDe IOAW-uitgaven nemen de komende jaren toe. Dit komt vooral omdat de IOAW-instroom, die met vertraging de conjunctuur volgt, toeneemt. De vertraging treedt op, omdat het grootste deel van de IOAW-instroom eerst 3 jaar WW-gerechtigd is geweest. Daarnaast zijn van invloed de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd, waardoor langer gebruik wordt gemaakt van de IOAW, en de beperkende voorwaarde dat het IOAW-recht alleen geldt voor personen geboren voor 1965, waardoor korter gebruik wordt gemaakt van de IOAW.De uitgaven aan de IOAZ en het volume nemen de komende jaren toe door verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 252 Beleidsrelevante kerncijfersTabel 2.6 Kerncijfers IOAW en IOAZ1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume IOAW (x 1.000 huishoudens, jaargemiddelde) 19 22 24 Volume IOAZ (x 1.000 huishoudens, jaargemiddelde) 1,7 1,8 1,81 CBS, bijstandsuitkeringenstatistiek.BanenafspraakIedereen verdient een kans op de arbeidsmarkt. In het sociaal akkoord van 2013 is met de sociale partners afgesproken 125.000 banen voor de doelgroep van de banenafspraak te creëren. Afgesproken is dat de sector markt ten opzichte van de nulmeting (1 januari 2013) tot en met eind 2015 6.000 banen realiseert en de sector overheid 3.000 banen. De cijfers van de één-meting laten zien dat er eind 2015 ten opzichte van de nulmeting voor mensen met een arbeidsbeperking 21.057 banen bij reguliere werkgevers zijn gerealiseerd. Het gaat om 15.604 banen bij de sector markt en 5.453 banen bij de sector overheid. Dit betekent dat werkgevers, zowel in de sector markt als in de sector overheid, de doelstelling ruimschoots hebben gehaald. Door dit resultaat is er geen aanleiding om de quotumregeling te activeren. De cijfers laten zien dat we op de goede weg zijn. Tegelijkertijd is de uitdaging voor de komende jaren groot. Het aantal banen zal ten opzichte van de nulmeting jaarlijks moeten blijven toenemen. Daarom blijft het noodzakelijk om te blijven kijken waar belemmeringen kunnen worden weggenomen.Tabel 2.7 Indicatoren banenafspraak Realisatie 20151 Streef-waarde 20152 Streef-waarde 20162 Streefwaarde 20172 Cumulatief aantal extra banen arbeidsbeperkten marktsector t.o.v. nulmeting op 1/1/2013 15.604 6.000 14.000 23.000 Cumulatief aantal extra banen arbeidsbeperkten overheidsector t.o.v. nulmeting op 1/1/2013 5.453 3.000 6.500 10.0001 Berekening SZW op basis van metingen UWV.2 Streefwaarden afkomstig uit Memorie van Toelichting bij de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.Tweede Kamer, 2013–2014, 33 981, nr. 3, blz. 6, tabel «Aantal te realiseren banen voor beoordeling activering quotumheffing».HandhavingDe cijfers op het gebied van fraude en handhaving in de WWB/Participatiewet laten een stabiel beeld zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 253 Beleidsrelevante kerncijfersTabel 2.8 Kerncijfers WWB/Participatiewet (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie1 Gepercipieerde detectiekans (%) –2 80 82 Kennis van de verplichtingen (%) –2 88 90 Opsporing3 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 4,9 11 11 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 20 62 66 Incassoratio4 Incassoratio 2013 (%) 16 22 23 Incassoratio 2014 (%) –5 13 16 Incassoratio 2015 (%) –5 –5 141 Ipsos »Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015».2 Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.3 SZW-berekeningen op basis van CBS, bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek.4 CBS onderzoek incassoratio 2015. Incassoratio’s 2014 en 2015 zijn aangepast aan door gemeenten met de uitkering verrekende bedragen. Incas-soratio’s 2013 kunnen niet meer met terugwerkende kracht worden aangepast en zijn hiermee licht onderschat (ter illustratie 2015 is zonder deze verrekening 12% ipv 14%).5 Deze cijfers komen niet voor.A2. Toeslagenwet (TW)De TW vult uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen aan tot het normbedrag voor het relevante sociaal minimum als het totale inkomen (exclusief TW-uitkering) van de uitkeringsgerechtigde en diens eventuele partner daaronder ligt.Wie komt er voor in aanmerking?Uitkeringsgerechtigden komen in aanmerking voor een toeslag als zij een uitkering ontvangen op grond van één van de zogenoemde moeder-wetten. Dit zijn de WIA, WAO, WAZ, Wet arbeidsongeschiktheidsvoor-ziening militairen, Wajong, IOW, WW, ZW en WAZO. Ook als een werkgever in het tweede ziektejaar minder loon doorbetaalt dan het voor de werknemer geldende sociaal minimum, komt de betrokkene in aanmerking voor een toeslag.De volgende personen kunnen recht hebben op een toeslag:•Een gehuwde/samenwonende met een gezamenlijk inkomen dat lager is dan het bruto minimumloon;•Een alleenstaande met een inkomen dat lager is dan 70% van het netto minimumloon.Hoe hoog is de toeslag?De toeslag vult de uitkering in beginsel aan tot het normbedrag-TW. Indien het dagloon lager is dan het normbedrag-TW, dan vult de toeslag aan tot dit lagere dagloon. Voor alleenstaanden van 21 jaar of ouder die samenwonen met één of meer meerderjarige personen waarmee kosten kunnen worden gedeeld, geldt op grond van de kostendelersnorm een lager inkomen.Tabel 2.9 Normbedragen TW per 1 juli 2016 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag Gehuwd / samenwonend € 1.537,20 Alleenstaande (ouder) van 23 jaar en ouder € 1.152,97 Alleenstaande (ouder) van 23 jaar en ouder met een of meer meerderjarige medebewoners € 1.050,55Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 254 Budgettaire ontwikkelingenDe TW-uitgaven hangen samen met de volumeontwikkelingen in de moederwetten. In 2016 en 2017 daalt het volume in lijn met de ontwik-keling in de moederwetten. De TW-uitgaven stijgen in 2016 licht, omdat de gemiddelde toeslag in 2016 op basis van uitvoeringsinformatie naar verwachting iets hoger uitkomt. In 2018 treedt een toename op van de TW-uitgaven, omdat vanaf 2018 de uitkering van de Wajongers met arbeidsvermogen wordt verlaagd.Beleidsrelevante kerncijfersPer 1 juli 2016 is het aantal Wajongers met een toeslag op grond van de TW met circa 77.000 gedaald. Als gevolg van de afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon is de Wajong-uitkering voor alleenstaanden van 23 jaar en ouder per 1 juli 2016 even hoog als het toetsbedrag voor de TW, waardoor deze groep niet langer in aanmerking komt voor een toeslag. Dit leidt zowel in 2016 als in 2017 tot een daling in het TW-volume in uitkeringsjaren.De groep Wajongers die niet langer in aanmerking komt voor een toeslag ontving een relatief lage toeslag; de gemiddelde toeslag van de reste-rende groep TW-ontvangers ligt aanzienlijk hoger. Dit leidt tot een stijging van de gemiddelde toeslag in 2016 en 2017. Tabel 2.10 Kerncijfers TW1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Gemiddeld jaarvolume TW (x 1.000 uitkeringsjaren) 198 155 114 Gemiddelde toeslag per jaar (x € 1) 2.448 3.126 4.0761 UWV, jaarverslag.HandhavingDoor de inkomstenverrekening van de Wwz, sinds 1 juli 2015, vallen het aantal geconstateerde overtredingen en het totaal benadelingsbedrag in 2015 lager uit dan in 2014. De incassoratio’s laten een stabiel beeld zien.Tabel 2.11 Kerncijfers TW (fraude en handhaving)1 Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Opsporing Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 2,5 2,6 1,9 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 9,1 7,2 5,8 Terugvordering Incassoratio 2013 (%) 16 35 47 Incassoratio 2014 (%) –2 15 39 Incassoratio 2015 (%) –2 –22 181 UWV, jaarverslag.2 Deze cijfers komen niet voor.A3. Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)Ouderen met een onvolledig AOW-pensioen kunnen recht hebben op algemene bijstand. Deze bijstand kan worden aangevraagd bij de SVB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 255 Wie komt er voor in aanmerking?Personen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben, rechtmatig in Nederland wonen en niet genoeg inkomen of vermogen hebben om in hun levensonderhoud te voorzien.Hoe hoog is de AIO?De AIO is een uitkering op huishoudenniveau en vult aan tot bijstands-niveau voor AOW-gerechtigden. De hoogte van de AIO-uitkering hangt af van het inkomen en de leefsituatie. In onderstaande tabel zijn de normen opgenomen voor gehuwden/samenwonenden en alleenstaanden zonder meerderjarige medebewoners. Voor AIO-gerechtigden die samenwonen met één of meer meerderjarige personen waarmee kosten kunnen worden gedeeld, geldt op grond van de kostendelersnorm een lager bedrag.Tabel 2.12 AIO netto maandbedragen (maximaal) per 1 juli 2016, exclusief vakantietoeslag Gehuwd / samenwonend € 1.424,58 Alleenstaande (ouder) € 1.043,40Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten AIO blijven de komende jaren naar verwachting stijgen. De geraamde volumes blijven de komende jaren vrij constant. De verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd heeft een neerwaarts effect op het volume. Daar staat tegenover dat er sinds 2015 tevens personen de AIO instromen vanwege de afschaffing van de partnertoeslag in de AOW, wat een opwaarts effect heeft op het volume. Deze laatste groep heeft naar verwachting recht op een relatief hogere uitkering in de AIO vergeleken met de huidige populatie. Daarom is de verwachting dat de gemiddelde AIO-uitkering de komende jaren zal stijgen.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal AIO-gerechtigden blijft voor de komende jaren vrij constant door de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Deze verhoging dempt de jaarlijkse instroom in de AIO.Tabel 2.13 Kerncijfers AIO1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Aantal huishoudens AIO (x 1.000, jaargemiddelde) 41 41 421 CBS, bijstandsuitkeringenstatistiek.HandhavingDe kerncijfers voor preventie laten een stabiel beeld zien. Sinds 2013 vindt themaonderzoek plaats naar buitenlands vermogen en buitenlands verblijf. Dit onderzoek kan mogelijk een verklaring zijn voor de lichte stijging van de gepercipieerde detectiekans en de kennis van de verplich-tingen door het vergrote bewustzijn van mensen op deze thema’s. Daarbij kan dit de stijging van het aantal geconstateerde overtredingen verklaren. Terwijl het aantal overtredingen stijgt, daalt het gemiddelde benadelings-bedrag ten opzichte van 2013. Voor dit laatste is geen verklaring. Een rol kan spelen dat bij in absolute zin kleine aantallen, zoals bij de AIO, enkele gevallen met hoge bedragen grote invloed hebben gehad op het gemiddelde. De incassoratio 2013 vertoont in het tweede jaar een mate van stijging die bij de incassoratio 2014 in het tweede jaar niet te zien is. Mogelijk speelt ook hier een rol dat bij kleine aantallen de aflossing van Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 256 enkele grote terugvorderingen meer dan evenredige invloed heeft op de incassoratio.Tabel 2.14 Kerncijfers AIO (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie1 Gepercipieerde detectiekans (%) –2 73 75 Kennis van de verplichtingen (%) –2 84 87 Opsporing3 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 0,2 0,3 0,5 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 1,9 1,7 2,2 Terugvordering3 Incassoratio 2013 (%) 12 42 49 Incassoratio 2014 (%) –4 9,2 19 Incassoratio 2015 (%) –4 –4 141 Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015».2 Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.3 SVB, jaarverslag.4 Deze cijfers komen niet voor.A4. Bijstand zelfstandigen (Bbz 2004)Startende ondernemers en gevestigde zelfstandigen kunnen onder voorwaarden voor financiële ondersteuning een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Met dit besluit wordt beoogd kansrijke vanuit een uitkering startende ondernemers een steuntje in de rug te geven en zelfstandigen met tijdelijke financiële moeilijkheden in staat te stellen hun werkzaamheden voort te zetten. De bijstand kan worden verstrekt om te voorzien in de kosten van levensonderhoud voor gevestigde ondernemers of in bedrijfskredieten (starters en gevestigde ondernemers).Wie komt er voor in aanmerking?Startende ondernemers vanuit een uitkering en gevestigde zelfstandigen, die aan de voorwaarden van het Bbz voldoen, zoals wanneer hulp via een andere weg niet meer mogelijk is, het inkomen onvoldoende is en de onderneming levensvatbaar is.Hoe hoog is de Bbz-uitkering en het krediet?De uitkering voor levensonderhoud is in principe gelijk aan die van de algemene bijstand (zie tabel 2.3) als aanvulling voor levensonderhoud. De maximale hoogte van de bijstand voor bedrijfskredieten wordt in onderstaande tabel vermeld. De bedragen worden jaarlijks aangepast voor gestegen prijzen.Tabel 2.15 Bbz-normen kredietverlening (maxima) 1 januari 2016 Startende zelfstandige € 35.549 Gevestigde zelfstandige € 193.089Budgettaire ontwikkelingenVoor de verstrekking van bedrijfskredieten en uitkeringen voor levenson-derhoud van gevestigde zelfstandigen ontvangen gemeenten een afzonderlijke specifieke uitkering Bbz. Deze uitgaven maken geen onderdeel uit van het Macrobudget participatiewetuitkeringen en zijn voor 2017 geraamd op € 36 miljoen. De daling ten opzichte van 2016 wordt Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 257 vertekend doordat de uitgaven op gemeentelijk niveau niet goed te ramen zijn met als gevolg dat er achteraf nabetaald en terugontvangen wordt. De hier geraamde uitgaven zijn de gesaldeerde uitgaven. Daarnaast kan een rol spelen dat de ontvangsten op de verleende kredieten zijn gebudget-teerd, waardoor gemeenten selectiever geworden zijn bij het verlenen. In overleg met de VNG is een onderzoek gestart naar de effecten van deze budgettering.Bijstand voor levensonderhoud van startende ondernemers bedraagt in 2017 € 32,3 miljoen en maakt onderdeel uit van het Macrobudget participatiewetuitkeringen (zie tabel 2.2).Beleidsrelevante kerncijfersTabel 2.16 Kerncijfers Bbz1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume Bbz (x 1.000 huishoudens, jaargemiddelde) 3,9 3,9 3,91 CBS, bijstandsuitkeringenstatistiek.A5. Bijstand overigBijstand overig bestaat vrijwel volledig uit bijstand buitenland. Verlening van bijstand aan een in het buitenland gevestigde Nederlander wordt alleen nog voortgezet ingeval het recht op uitkering vóór 1 januari 1996 is vastgesteld. Sinds 1996 zijn er dus geen nieuwe gerechtigden meer toegelaten. Daarnaast zijn onder bijstand overig voor 2015 de uitgekeerde middelen voor de repatriëringregeling opgenomen. Er worden voor 2017 geen uitgaven voor repatriëring voorzien.Budgettaire ontwikkelingenEr zijn geen noemenswaardige budgettaire ontwikkelingen ten aanzien van bijstand overig.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 2.17 Kerncijfers bijstand overig1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume bijstand overig (x 1.000 gerechtigden, ultimo) 0,2 0,2 0,21 SVB, jaarverslag.A6. Onderstand en re-integratie Caribisch NederlandDe overheid biedt aan inwoners van Caribisch Nederland inkomensonder-steuning in de vorm van Onderstand en waar nodig ook re-integratieondersteuning.Budgettaire ontwikkelingenDe toename in de uitgaven aan Onderstand wordt verklaard door de bredere toepassing van de Bijzondere Onderstand, de toegenomen aandacht voor niet-gebruik (communicatie) en door de verhoging van de AOV-gerechtigde leeftijd (zie ook beleidsartikel 8). Hierdoor kunnen de uitkeringen aan Onderstandgerechtigden langer doorlopen. Verder wordt voor armoedeprojecten in Caribisch Nederland in de periode 2016–2019 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 258 een bedrag van € 2,256 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Voor de uitvoeringskosten daarvan wordt jaarlijks € 0,3 miljoen uitgetrokken. In verband met de voorgenomen vaststelling van een bestaansminimum in Caribisch Nederland worden de uitkeringen Onderstand in de jaren 2017 e.v. verhoogd. De uitgaven aan uitkeringen Onderstand nemen hierdoor toe.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 2.18 Kerncijfers Caribisch Nederland1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume Onderstand Caribisch Nederland (x 1.000 huishoudens, ultimo) 0, 5 0,4 0,51 SZW unit RCN.B. GarantiesDe pilot borgstelling is een afgesloten regeling. De pilot beoogde te onderzoeken hoe startende ondernemers voor krediet bij het bankwezen terecht zouden kunnen. Het jaar 2017 is het laatste jaar waarin nog claims worden verwacht.C. SubsidiesIn totaal is € 140,4 miljoen voor subsidies beschikbaar. Het overgrote deel is bestemd voor de uitfinanciering van de sectorplannen, het armoede- en schuldenbeleid en de subsidieregelingen in het kader van de Doorstart naar nieuw werk. Verder maken incidentele subsidies, de cofinanciering van het Europees Fonds voor Meest behoeftigden (EFMB) en (vanaf 2017) de subsidies aan het Nibud en de Stichting Beheer Collectieve Middelen (SBCM) onderdeel uit van het subsidiebudget.D. OpdrachtenDeze middelen zijn bestemd voor bevordering arbeidsparticipatie (ca. € 11 miljoen), armoedebestrijding en schuldhulpverlening (ca. € 5 miljoen), bevorderen ondernemerschap (ca. € 1 miljoen) en aanpak jeugdwerk-loosheid (€ 0,5 miljoen). Naar aanleiding van de kabinetsreactie op de evaluatie van de Wgs zijn middelen gereserveerd voor het bevorderen van professionaliteit van de schuldhulpverlening, het doorontwikkelen van innovatieve aanpakken en het verbeteren van de registratie en beschik-baarheid van gegevens binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening.E. BekostigingVoor de bekostiging van het kennisprogramma vakkundig aan het werk door ZonMw is in 2017 bijna € 1,0 miljoen beschikbaar. De jaarlijkse bijdrage aan het Nibud wordt vanaf 2017 onder de subsidies verantwoord.F. Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sVoor de uitvoering van het kennisprogramma vakkundig aan het werk is voor uitvoeringskosten voor ZonMw in 2017 ruim € 0,2 miljoen beschikbaar.G. OntvangstenDe ontvangsten hebben betrekking op de boedelscheiding van de SVB-Nederlandse Antillen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 259 3. Arbeidsongeschiktheid De overheid beschermt werknemers tegen de inkomensgevolgen van arbeidsongeschiktheid en stimuleert hen te blijven werken of het werk te hervatten.De overheid vindt dat werknemers die loon derven als gevolg van arbeidsongeschiktheid verzekerd moeten zijn van een redelijk inkomen. Daarom zijn werknemers verplicht verzekerd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De WIA omvat twee uitkeringsre-gimes: de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsonge-schikten (IVA) en de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsge-schikten (WGA). De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is bij de introductie van de WIA ingetrokken, maar geldt nog wel voor mensen die vóór 1 januari 2004 door ziekte of gebrek arbeidsongeschikt zijn geworden. Op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverze-kering zelfstandigen (WAZ) waren ondernemers verplicht verzekerd tegen de inkomensgevolgen van arbeidsongeschiktheid. De WAZ is per 1 augustus 2004 ingetrokken, maar geldt nog wel voor zelfstandigen die op dat moment een uitkering ontvingen.Als het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde WIA, WAO of WAZ en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkerings-gerechtigde een toeslag ontvangen tot dat sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.De overheid stimuleert met behulp van financiële prikkels voor zowel uitkeringsgerechtigden als werkgevers dat uitkeringsgerechtigden aan het werk blijven of (op termijn) weer aan het werk gaan. Daarnaast biedt de overheid gerichte re-integratieondersteuning aan uitkeringsgerechtigden die ondersteuning nodig hebben. De overheid kent daarbij een groot belang toe aan de eigen verantwoordelijkheid en het meewerken aan re-integratie door de uitkeringsgerechtigde.Aan werknemers in Caribisch Nederland wordt met de Ongevallenverze-kering (OV) een inkomensvoorziening geboden in geval van arbeidsonge-schiktheid door een bedrijfsongeval.De Minister stimuleert aan het werk blijven of het werk hervatten met een bijdrage voor re-integratieinspanningen aan het UWV. De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•De vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderschei-den regelingen;•De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door het UWV;•De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn:•Per 1 januari 2017 treedt de Wet verbetering hybride markt in werking. Doel van dit wetsvoorstel is dat werkgevers zich bij de keuze voor een WGA-verzekering meer richten op de effectiviteit van re-integratieactiviteiten en activering van de verzekeraar. Daarom wordt meer evenwicht in de hybride markt aangebracht. Het UWV zal een meer marktconforme premie in rekening brengen bij (middel)grote Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 260 werkgevers die na een periode van eigenrisicodragerschap terugkeren naar de publieke verzekering bij het UWV. De publieke staartlasten van werkgevers die na een periode van publieke verzekering bij het UWV eigenrisicodrager worden, vallen niet meer onder het eigen risico van werkgevers (ongeacht hun grootte). Hierdoor is het voor werkgevers makkelijker om een keuze te maken tussen de publieke en private verzekeringen.•In het sociaal akkoord is afgesproken dat sociale partners met concrete maatregelen komen die ervoor zorgen dat minder mensen een beroep hoeven te doen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit de WIA. Hiervoor is een taakstelling in de begroting van SZW ingeboekt die structureel €150 miljoen bedraagt. Eind juni hebben de sociale partners maatregelen aangekondigd. Deze zijn echter (nog) niet concreet genoeg om vanaf 2017 een besparing op de WIA te realise-ren.•In 2017 wordt de ao-tegemoetkoming verlaagd van € 212,06 netto per jaar naar € 175,63 netto per jaar. Hiermee worden onder andere de kosten voor herziening van de Wml en het besparingsverlies 2017 van de WIA-taakstelling uit het sociaal akkoord gedekt.•Het wetsvoorstel waarmee het WIA claimcriterium wordt aangepast voor mensen die met loonkostensubsidie werken in de Participatiewet zal in het najaar van 2016 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2018, dit is een jaar later dan gepland. In de normale WIA-systematiek worden deze werknemers met loonkostensubsidie bij ziekte vrijwel altijd volledig arbeidsongeschikt verklaard, omdat zij geen regulier werk kunnen verrichten op Wml-niveau. Met de Participatiewet is vastgelegd dat bij het bepalen van het arbeidsongeschiktheidspercentage in de WIA rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat een werknemer met loonkostensubsidie heeft gewerkt.•Wanneer een WGA-gerechtigde langer dan één jaar meer dan 65% van zijn maatmaninkomen heeft verdiend, eindigt voor hem/haar het recht op de WGA-uitkering na een WIA-beoordeling. Voor deze WIA-beoordeling is op dit moment de inzet van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige vereist. Bij deze beoordeling moet er slechts bepaald worden dat een WGA-gerechtigde langer dan één jaar meer dan 65% van zijn maatmaninkomen heeft verdiend. Dit is administra-tief vast te stellen op basis van de verstrekte inkomstengegevens, waardoor er geen volledige WIA-beoordeling voor nodig is. De inzet van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige is daarom niet noodzakelijk. De WIA zal worden aangepast zodat deze beoordeling administratief afgehandeld kan worden.•In 2017 treedt een van de onderdelen van de Wet beperking ziektever-zuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters in werking. De WGA-vast en WGA-flex worden samengevoegd. Het onderscheid naar de aard van de dienstbetrekking in de WGA komt daarmee te vervallen. Werkgevers kunnen vanaf 1 januari 2017 kiezen voor publieke WGA-verzekering voor WGA-lasten van vast en tijdelijk personeel of voor eigenrisicodragerschap. De publieke WGA-premie wordt vastgesteld op basis van het gehele WGA-risico van de werkgever.•Oorspronkelijk stond de beleidsdoorlichting artikel 3 (arbeidsonge-schiktheid) gepland in 2017. Uiterlijk 1 maart 2017 wordt het IBO (Interdepartementaal beleidsonderzoek) Arbeidsongeschiktheid opgeleverd. Voor wat betreft de onderwerpen die in het IBO aan de orde komen (WIA), komt het IBO in plaats van de beleidsdoorlichting. Voor een aantal relatief kleine onderwerpen (onder andere WAZ) die Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 261 niet in het IBO terugkomen is er voor gekozen om deze in een aparte evaluatie aan de orde te laten komen.•Het kabinet gaat de beoordeling van re-integratietrajecten door het UWV, in het bijzonder de re-integratie in het zogeheten «tweede spoor», begrijpelijker en voorspelbaarder maken. Hiermee wordt voorkomen dat re-integratietrajecten alleen maar worden gestart om een loonsanctie te voorkomen. De komende tijd zal deze maatregel nader uitgewerkt worden.•Zowel werknemers als werkgevers moeten straks het initiatief kunnen nemen voor een vervroegde IVA-aanvraag ingeval een zieke werkne-mer géén perspectief meer heeft op terugkeer op de arbeidsmarkt. De werkgever kan de toegekende IVA-uitkering in mindering brengen op het loon dat hij betaalt. De komende tijd zal deze maatregel nader uitgewerkt worden.Tabel 3.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 3 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 703 753 787 809 832 867 902 Uitgaven 703 753 787 809 832 867 902 waarvan juridisch verplicht (%) 100% Inkomensoverdrachten 703 753 787 809 832 867 902 Ongevallenverzekering 703 753 787 809 832 867 902 (Caribisch Nederland) Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten van de Ongevallenverzekering Caribisch Nederland.Tabel 3.2 Premiegefinancierde uitgaven artikel 3 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Uitgaven 9.040.645 9.285.037 9.474.890 9.699.805 9.965.586 10.290.253 10.646.652 Inkomensoverdrachten 8.967.297 9.201.845 9.233.070 9.293.040 9.407.193 9.550.817 9.705.856 IVA 1.408.374 1.682.239 1.924.578 2.171.009 2.429.964 2.701.495 2.982.900 WGA 2.076.296 2.261.078 2.386.214 2.506.022 2.624.866 2.739.379 2.845.688 WGA eigen-risicodragers 334.781 390.504 413.206 434.307 456.017 477.156 496.872 WAO 4.975.807 4.711.391 4.367.983 4.054.964 3.781.932 3.529.671 3.288.469 WAZ 172.039 156.633 141.089 126.738 114.414 103.116 91.927 Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s 73.348 83.192 80.369 100.440 100.453 110.622 111.687 Re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW 73.348 83.192 80.369 100.440 100.453 110.622 111.687 Nominaal 0 0 161.451 306.325 457.940 628.814 829.109 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 262 A. InkomensoverdrachtenA1. Ongevallenverzekering (OV) (Caribisch Nederland)Werknemers in Caribisch Nederland die door een bedrijfsongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geraakt, krijgen op basis van de Ongevallenverzekering een uitkering (ongevallengeld). De uitkering is gekoppeld aan het laatst verdiende loon van de werknemer.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgavenontwikkeling van de Ongevallenverzekering (OV) wordt verklaard door verhoging van de gerechtigde leeftijd voor de Algemene Ouderdomsverzekering(zie ook beleidsartikel 8). Hierdoor lopen de uitkeringen van de OV langer door.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 3.3 Kerncijfers Ongevallenverzekering (Caribisch Nederland)1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume uitkeringen Ongevallenverzekering (x 1.000, ultimo) <0,1 <0,1 <0,11 SZW unit RCN.A2. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn recht op een uitkering, mits aan de voorwaarden daarvoor voldaan is. In de WIA staat werk voorop. Het accent ligt op wat mensen wel kunnen. Tegelijkertijd is er sprake van inkomensbescherming.De WIA bestaat uit twee uitkeringsregimes. De IVA verstrekt een loonder-vingsuitkering aan werknemers die duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn. Wie nog gedeeltelijk kan werken of van wie herstel op termijn nog mogelijk is, krijgt een uitkering op basis van de WGA. De WIA wordt uitgevoerd door het UWV.Werkgevers kunnen daarbij eigenrisicodrager worden voor de WGA-lasten van hun ex-werknemers. Dit betekent dat ze een lagere premie aan het UWV betalen, omdat zij het gros van de verplichtingen van het UWV met betrekking tot re-integratie en uitkeringsbetaling overnemen.Wie komt er voor in aanmerking?Werknemers die op of na 29 december 2005, na een wachttijd van twee jaar, 35% of meer arbeidsongeschikt zijn als gevolg van ziekte.Hoe hoog is de IVA-uitkering en wat is de duur?Iemand die ten minste 80% arbeidsongeschikt is en niet meer kan herstellen of een geringe kans op herstel heeft, komt op basis van de IVA in aanmerking voor een uitkering van 75% van het laatstverdiende loon, met een maximum van 75% van het maximumdagloon. Het maximum-dagloon bedraagt per 1 juli 2016 € 203,85, dat is € 4.433,74 per maand. De IVA-uitkering bedraagt maximaal € 3.325,30 bruto per maand. Daarnaast ontvangen IVA-gerechtigden in 2016 een tegemoetkoming van netto € 212,06 mits zij op 1 juli van het kalenderjaar recht hebben op een IVA-uitkering. Deze ao-tegemoetkoming is bedoeld om een arbeidsonge-schikte tegemoet te komen in de kosten die hij/zij moet maken door zijn/haar handicap. Het recht op uitkering wordt beëindigd bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 263 Hoe hoog is de WGA-uitkering en wat is de duur?•Een arbeidsongeschikte die ten minste 35% arbeidsongeschikt is met kansen op herstel komt in aanmerking voor een uitkering op basis van de WGA. De eerste twee maanden bedraagt de uitkering 75%, daarna 70% van het loonverlies (oude maandloon minus eventueel inkomen). Het totale inkomen neemt toe naarmate de betrokkene meer werkt.•Indien het loonverlies meer dan 35% maar minder dan 80% bedraagt, is er sprake van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid. Afhankelijk van het arbeidsverleden heeft de gedeeltelijk arbeidsgeschikte minimaal 3 tot maximaal 38 maanden recht op een loongerelateerde uitkering. De wet Wwz bevat maatregelen die de maximale duur van de loongerela-teerde uitkering raken, zoals de geleidelijke duurverkorting en de aanpassing van de opbouw van WW-rechten. Dit heeft tot gevolg dat de maximale duur van de loongerelateerde uitkering stapsgewijs – één maand per kwartaal – wordt teruggebracht van 38 maanden naar 24 maanden voor nieuwe instroom in de WGA. Deze maatregelen zijn per 1 januari 2016 in werking getreden.•De gedeeltelijk arbeidsgeschikte wordt geacht te gaan of te blijven werken. Om hiertoe aan te zetten wordt de uitkering na de loongerela-teerde fase afhankelijk van het verdiende inkomen. Is dat inkomen ten minste 50% van de resterende verdiencapaciteit, dan wordt het loon aangevuld tot 70% van het loonverlies. Als de betrokkene na afloop van de loongerelateerde uitkering geen werk heeft of minder verdient dan 50% van de resterende verdiencapaciteit, dan wordt een uitkering verstrekt die gerelateerd is aan het arbeidsongeschiktheidspercentage en het wettelijk minimumloon.•Indien het loonverlies ten minste 80% bedraagt en herstel op termijn nog mogelijk is, is er sprake van volledige arbeidsongeschiktheid. De volledig arbeidsongeschikte houdt ook na de loongerelateerde fase recht op een uitkering van 70% van het loonverlies.•WGA-gerechtigden die op 1 juli van het kalenderjaar recht hebben op een WGA-uitkering ontvangen evenals IVA-gerechtigden een ao-tegemoetkoming van netto € 212,06 per jaar.•Evenals bij de IVA-uitkering geldt ook bij de WGA-uitkering het maximumdagloon.•Het recht op uitkering kan doorlopen tot de AOW-gerechtigde leeftijd.Budgettaire ontwikkelingenIn 2017 stijgen de uitkeringslasten WIA (IVA en WGA) inclusief de lasten voor eigenrisicodragers met circa € 390 miljoen. Dit is een gevolg van het feit dat de WIA een relatief nieuwe regeling is die nog niet het structurele niveau heeft bereikt. Naarmate het WIA-bestand meer ingroeit zal er ook logischerwijs meer doorstroom plaatsvinden van de WGA naar de IVA omdat het WGA-bestand groeit. Hierdoor stijgen de IVA-uitgaven relatief harder dan de WGA-uitgaven. De hogere AOW-gerechtigde leeftijd heeft als gevolg dat WIA-uitkeringen langer kunnen doorlopen. De ao-tegemoetkoming maakt onderdeel uit van de uitkeringslasten IVA, WGA, WAO en WAZ in tabel 3.2.Beleidsrelevante kerncijfersDe kerncijfers WIA zijn gecombineerd met de kerncijfers WAO in tabel 3.4.A3. Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)De WAO is per 29 december 2005 vervangen door de WIA. De WAO blijft gelden voor werknemers die op 1 januari 2004 een WAO-uitkering ontvingen. De WAO verstrekt uitkeringen tot aan de AOW-gerechtigde Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 264 leeftijd. Daarom zullen er nog decennia lang mensen zijn die een beroep doen op de WAO. De WAO wordt uitgevoerd door het UWV.Wie komt er voor in aanmerking?De werknemer die op 1 januari 2004 al een WAO-uitkering ontving, behoudt deze zolang aan de uitkeringsvoorwaarden wordt voldaan:•Hij is 15% of meer arbeidsongeschikt;•Hij heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.De WAO blijft ook gelden voor werknemers die hun eerste ziektedag hadden vóór 1 januari 2004 of van wie het recht op WAO-uitkering is geëindigd, indien zij binnen vijf jaar (opnieuw) arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak. Hierdoor worden nog slechts nieuwe WAO-uitkeringen toegekend bij herleving van een oud recht.Hoe hoog is de WAO-uitkering?De WAO-uitkering bestaat uit twee fasen.•In de eerste fase ontvangt een WAO-gerechtigde een loondervingsuit-kering die gerelateerd is aan het arbeidsongeschiktheidspercentage en het dagloon. De uitkering bedraagt per 1 juli 2016 maximaal € 3.325,30 bruto per maand. De duur van de loondervingsuitkering is afhankelijk van de leeftijd op de ingangsdatum van de WAO-uitkering.•In de tweede fase ontvangt de WAO-gerechtigde een vervolguitkering die gerelateerd is aan het arbeidsongeschiktheidspercentage en het vervolgdagloon. De hoogte van het vervolgdagloon is onder andere afhankelijk van de leeftijd die iemand heeft op de ingangsdatum van de WAO-uitkering. De vervolguitkering kan in principe doorlopen tot de AOW-gerechtigde leeftijd.•WAO-gerechtigden die op 1 juli van het kalenderjaar recht hebben op een WAO-uitkering en meer dan 35% arbeidsongeschikt zijn ontvangen daarnaast een ao-tegemoetkoming van (in 2016) netto € 212,06 per jaar.Budgettaire ontwikkelingenEr is alleen nog instroom in de WAO door herleving van uitkeringen. Er worden dan ook nauwelijks nog nieuwe WAO-uitkeringen toegekend. Tegelijkertijd worden er in 2017 21.000 uitkeringen beëindigd. De uitkeringslasten WAO dalen in 2017 met circa € 345 miljoen. In latere jaren gaat de daling van de uitkeringslasten minder snel. Dit komt vooral doordat WAO-uitkeringen langer kunnen doorlopen als gevolg van de (versnelde) verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 265 Tabel 3.4 Kerncijfers IVA , WGA en WAO1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 IVA, WGA en WAO Bestand in uitkeringen (x 1.000, ultimo) 545 546 547 • waarvan IVA 72 83 94 • waarvan WGA 158 169 179 • waarvan WAO 315 294 274 Bestand als percentage van de verzekerde populatie (%) 8,1 7,9 7,8 Instroom in uitkeringen (x 1.000) 36 39 39 • waarvan IVA 8,5 9,5 9,3 • waarvan WGA 27 29 29 • waarvan WAO 0,9 0,8 0,8 Instroomkans (%) 0,5 0,6 0,6 Uitstroom uit uitkeringen (x 1.000) 45 38 38 • waarvan IVA 6,2 6,5 7,2 • waarvan WGA 9,9 9,7 9,9 • waarvan WAO 29 22 21 Doorstroom van WGA naar IVA (x 1.000) 8,4 8,2 8,8 Uitstroomkans WAO + WIA (%) 7,6 7,0 7,0 WGA Aandeel werkende WGA’ers met resterende verdiencapaciteit (%, ultimo) 42 –2 –21 UWV, jaarverslag.2 Het aandeel werkende WGA’ers wordt niet geraamd.HandhavingDe kerncijfers preventie laten een stabiel beeld zien ten opzichte van 2014. De kerncijfers opsporing wijzen op een lichte daling van het aantal geconstateerde overtredingen en het totaal benadelingsbedrag. De incassoratio’s laten een stabiel beeld zien.Tabel 3.5 Kerncijfers IVA, WGA en WAO (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie12 Gepercipieerde detectiekans (%) – 78 83 Kennis van de verplichtingen (%) – 89 91 Opsporing3 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 1,7 1,8 1,7 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 12 9,8 9,4 Terugvordering3 Incassoratio 2013 (%) 20 40 57 Incassoratio 2014 (%) –4 20 49 Incassoratio 2015 (%) – 4 – 4 221 Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015». Kerncijfers preventie alleen van toepassing op WGA en WAO. Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.2 Deze cijfers zijn exclusief IVA. Deze is bij het onderzoek «Kennis der verplichtingen en detectiekans» buiten beschouwing gebleven.3 UWV, jaarverslag.4 Deze cijfers komen niet voor.Beleidsrelevante kerncijfersTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 266 A4. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)De WAZ is een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefe-naren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de inkomensgevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is op 1 augustus 2004 ingetrokken. Sindsdien kunnen ondernemers zelf bepalen of zij de inkomensrisico’s al dan niet willen afdekken, bijvoorbeeld via een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. De WAZ blijft gelden voor zelfstandigen die op 1 augustus 2004 een uitkering ontvingen. De WAZ wordt uitgevoerd door het UWV.Wie komt er voor in aanmerking?De zelfstandige die op 1 augustus 2004 al een WAZ-uitkering ontving, behoudt deze zolang aan de uitkeringsvoorwaarden wordt voldaan:•Hij is 25% of meer arbeidsongeschikt;•Hij heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.Hoe hoog is de WAZ-uitkering?De hoogte van de WAZ-uitkering hangt af van de mate van arbeidsonge-schiktheid en het feitelijk gederfde inkomen per dag, mits dat niet hoger is dan het wettelijk minimumloon (de grondslag). De uitkering voor volledig arbeidsongeschikten is 75% van de grondslag en bedraagt per 1 juli 2016 € 1.152,90 bruto per maand. Heeft de betrokkene voortdurend oppas en verzorging nodig, dan kan de uitkering worden verhoogd tot maximaal 100% van de grondslag. WAZ-gerechtigden die op 1 juli van het kalen-derjaar recht hebben op een WAZ-uitkering en meer dan 35% arbeidson-geschikt zijn ontvangen daarnaast een ao-tegemoetkoming van (in 2016) netto € 212,06 per jaar.Budgettaire ontwikkelingenDe toegang voor zelfstandigen tot de WAZ is per 1 augustus 2004 beëindigd. In de WAZ is nog slechts in beperkte mate sprake van nieuwe instroom, die bestaat uit herleving van uitkeringen. Het WAZ-bestand en de uitkeringslasten nemen de komende jaren af, met name door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van het zittend bestand. De hogere AOW-gerechtigde leeftijd heeft als gevolg dat WAZ-uitkeringen langer kunnen doorlopen. Hierdoor dalen de uitkeringslasten in de WAZ minder snel.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 3.6 Kerncijfers WAZ1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Bestand in uitkeringen (x 1.000, ultimo) 15 14 121 UWV, jaarverslag.B. Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sRe-integratie WIA/WAO/WAZ/ZWVoor de re-integratie van uitkeringsgerechtigden in de WIA, WAO, WAZ en ZW zet het UWV middelen in om hen zo nodig te begeleiden op weg naar werk en te ondersteunen zodra zij werk hebben. Het UWV zet deze middelen in voor de inkoop van trajecten en diensten gericht op het vinden van werk en voorzieningen na werkaanvaarding (waaronder Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 267 vervoersvoorzieningen, werkplekaanpassing en jobcoaching). Het UWV beschikt vanaf 2015 over een geïntegreerd taakstellend re-integratiebudget voor de inzet van trajecten en van voorzieningen voor de re-integratieondersteuning van gedeeltelijk arbeidsgeschikten (inclusief Wajongers). Dit budget wordt jaarlijks aan het UWV beschikbaar gesteld en door het UWV verantwoord via de reguliere rapportages.Budgettaire ontwikkelingenVoor het jaar 2017 is voor het premiegefinancierde gedeelte van het re-integratiebudget € 80 miljoen beschikbaar. In het kader van de achterstanden bij de herbeoordelingen in de WIA worden in 2017 en 2018 extra middelen ingezet voor extra verzekeringsartsen. Dekking voor deze extra inzet van verzekeringsartsen komt uit het re-integratiebudget WIA/WAO/WAZ/ZW. Het begrotingsgefinancierde gedeelte van het re-integratiebudget heeft betrekking op de Wajong en wordt verantwoord in beleidsartikel 4 (tabel 4.1).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 268 4. Jonggehandicapten De overheid biedt jonggehandicapten arbeids- en inkomensonder-steuning.De Wajong bestaat uit drie groepen die elk een eigen doelstelling hebben: de «oude Wajong» (tot 2010), de «Wajong2010» (2010 tot 2015) en de Wajong2015. Het moment van instroom bepaalt tot welke groep iemand behoort. In de «oude Wajong» staat inkomensondersteuning voorop en is arbeidsondersteuning beschikbaar voor hen die kunnen werken. Voor de «Wajong2010» (mensen die in de periode 2010 tot 2015 zijn ingestroomd) heeft de overheid als eerste doel de arbeidsparticipatie van Wajongers te bevorderen. Als zij perspectief hebben op het verrichten van arbeid staat voor deze Wajongers arbeidsondersteuning centraal. Als onderdeel van de arbeidsondersteuning kunnen zij zo nodig inkomensondersteuning aanvragen. De doelgroep van de Wajong2015 bestaat uit mensen die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Zij zullen nooit kunnen werken, ook niet met ondersteuning. De overheid heeft voor deze groep als doel te voorzien in een inkomensvoorziening.De Minister stimuleert het vinden van werk met een bijdrage voor re-integratieinspanningen aan het UWV en de REA-instituten. De Minister financiert de inkomensondersteuning via het verstrekken van uitke-ringen. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•De vaststelling van het niveau van de uitkeringen uit hoofde van de Wajong;•Het ter beschikking stellen van middelen voor het aan het werk helpen van mensen die arbeidsmogelijkheden hebben;•De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door het UWV.Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn:•De voortgezette werkregeling in de Wajong2010 wordt vanaf 2017 aangepast omdat de huidige regelgeving niet uitvoerbaar is. Vanaf 2017 zou het UWV iedere Wajonger die 27 jaar is en die zeven jaar recht heeft gehad op arbeidsondersteuning en niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, oproepen voor een beoordeling van de resterende verdiencapaciteit. Het is echter voor het UWV niet mogelijk om op theoretische basis aan iemand een loonwaarde of verdiencapaciteit toe te kennen onder het wettelijk minimumloon. Het voorstel is de regelgeving zo aan te passen dat iedere werkende Wajonger2010 die 27 jaar is, 7 jaar in de Wajong2010 heeft gezeten en een inkomen van 20% Wml of meer verwerft, een loonaanvulling ontvangt tot 100% Wml. Met de noodzakelijke wijziging van de voortgezette werkregeling wordt ook geregeld dat de Wajongers die nu in de oude Wajong zitten en overstappen naar de nieuwe Wajong geen 7 jaar meer hoeven te wachten voor ze in de voortgezette werkregeling stromen, omdat zij reeds 7 jaar in de Wajong hebben gezeten.•Per 1 juli 2017 wordt de Wml gewijzigd (zie beleidsartikel 1). De Wajonguitkeringen zijn gekoppeld aan het minimum(jeugd)loon. Daardoor stijgen de uitkeringen van Wajongers jonger dan 23 jaar.•In 2017 wordt de ao-tegemoetkoming verlaagd van € 212,06 netto per jaar naar € 175,63 netto per jaar. Hiermee worden onder andere de kosten voor herziening van het Wml en het besparingsverlies van de WIA-taakstelling uit het sociaal akkoord gedekt (zie hiervoor beleidsar-tikel 3).Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 269 •In 2017 wordt de beleidsdoorlichting van artikel 4 uitgevoerd. De verwachting is dat deze beleidsdoorlichting eind 2017 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.Tabel 4.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 4 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 3.112.006 3.254.164 3.239.793 3.213.509 3.259.339 3.292.815 3.327.955 Uitgaven 3.112.006 3.254.164 3.239.793 3.213.509 3.259.339 3.292.815 3.327.955 waarvan juridisch verplicht (%) 100% Inkomensoverdrachten 3.003.506 3.094.106 3.145.234 3.094.778 3.156.435 3.206.265 3.244.157 Wajong 3.003.506 3.094.106 3.145.234 3.094.778 3.156.435 3.206.265 3.244.157 Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s 108.500 160.058 94.559 118.731 102.904 86.550 83.798 Re-integratie Wajong 108.500 160.058 94.559 118.731 102.904 86.550 83.798 Ontvangsten 34.069 0 0 0 0 0 0Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en zijn derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Wajong.Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s:De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn 100% juridisch verplicht. Het betreft een re-integratiebudget voor Wajongers op grond van de Wajong.A. InkomensoverdrachtenWet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)De Wajong biedt inkomensondersteuning aan mensen die voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd arbeidsgehandicapt zijn geworden en geen arbeidsverleden hebben en aan hen die tijdens hun studie voor het bereiken van de 30-jarige leeftijd arbeidsgehandicapt zijn geworden. De Wajong wordt uitgevoerd door het UWV.Wie komt er voor in aanmerking?Mensen die voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd of tijdens hun studie arbeidsgehandicapt zijn geworden en geen arbeidsverleden hebben. Voor de Wajong2015 geldt hierbij als voorwaarde dat zij duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.Hoe hoog is de Wajong-uitkering?Voor mensen met recht op de oude Wajong die volledig arbeidsgehan-dicapt zijn is de uitkering 75% van het wettelijk minimumloon. Per 1 juli 2016 is dit € 1.152,90 bruto per maand voor mensen van 23 jaar en ouder. Voor jongeren is de uitkering 75% van het wettelijk minimumjeugdloon. In geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is deze afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidspercentage.Voor mensen met recht op de Wajong2010 is de uitkering ook 75% van het wettelijk minimumloon. Voor mensen die arbeidsmogelijkheden hebben geldt een activerende uitkeringsstructuur, waarbij «werken moet lonen» het uitgangspunt is. Verdient een Wajonger in de werkregeling meer dan 20% van het minimumloon, dan mag hij de helft van elke extra verdiende euro houden, tot 100% van het minimumloon. Jonggehandicapten in de Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 270 Wajong2010 die studeren ontvangen een uitkering van 25% van het wettelijk minimumloon.Mensen met recht op de Wajong2015 ontvangen een uitkering van 75% van het wettelijk minimumloon.Budgettaire ontwikkelingenVanaf 2015 is de Wajong alleen nog toegankelijk voor mensen die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Hierdoor is de instroom sterk gedaald en sinds 2015 kleiner dan de uitstroom. Dit zet zich naar verwachting door in 2017, waardoor het volume van 2016 op 2017 daalt. Desondanks stijgen de verwachte uitgaven, doordat de gemiddelde uitkering sterker stijgt. Dit heeft meerdere oorzaken:•De nieuwe instroom heeft duurzaam geen arbeidsmogelijkheden en zal daarom een volledige uitkering ontvangen. Van de personen die uitstromen zal een deel een gedeeltelijke uitkering hebben, omdat zij wel werken.•De gemiddelde leeftijd van de Wajongers neemt toe, omdat de grote groep die de afgelopen jaren is ingestroomd ouder wordt. Hierdoor neemt het percentage Wajongers dat een uitkering krijgt dat gebaseerd wordt op het minimumjeugdloon af.•Het aantal mensen dat op grond van de studieregeling nog een uitkering van 25% van het wettelijk minimumloon ontvangt neemt af. Deze personen in de Wajong2010 krijgen een hogere uitkering omdat ze niet meer studeren en doorstromen naar de werk- of uitkeringsrege-ling.Beleidsrelevante kerncijfersHet totale volume van de Wajong neemt af. Dit wordt veroorzaakt doordat de uitstroom uit de oude Wajong en Wajong2010 groter is dan de instroom in de Wajong2015. In 2017 zal naar verwachting een deel van de mensen in de oude Wajong overstappen naar de Wajong2010, als gevolg van de wijzigingen in de voortgezette werkregeling. Hierdoor daalt het aantal mensen in de oude Wajong en stijgt het aantal mensen in de werkregeling in de Wajong2010. Het verwachte aantal werkenden neemt toe als gevolg van de banenafspraak voor arbeidsbeperkten.Tabel 4.2 Kerncijfers Wajong Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen, ultimo)1 249 246 243 • waarvan oude Wajong (tot 2010) 181 177 168 • waarvan Wajong2010 (2010 tot 2015) 67 65 70 o waarvan werkregeling (%) 78 74 77 o waarvan studieregeling (%) 12 9 6 o waarvan duurzaam geen arbeidsmogelijkheden (%) 10 17 18 • waarvan Wajong2015 1,3 2,9 4,9 Instroom Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen)1 4,5 3,7 3,9 Uitstroom Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen)1 6,4 6,8 6,9 Aandeel werkenden in de oude Wajong en Wajong2010 (%) 23 25 261 UWV, jaarverslag.HandhavingDe kerncijfers voor de Wajong laten over het totaal een redelijk stabiel beeld zien. De kerncijfers opsporing zijn in 2015 nagenoeg gelijk aan 2014. Er zijn iets minder overtredingen geconstateerd, het gemiddelde bedrag Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 271 per overtreding is daarentegen iets hoger. De incassoratio’s laten een stabiel beeld zien.Tabel 4.3 Kerncijfers Wajong (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie1 Gepercipieerde detectiekans (%) – 77 73 Kennis van de verplichtingen (%) – 85 86 Opsporing2 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 1,3 1,5 1,2 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 4,6 4,3 4,0 Terugvordering2 Incassoratio 2013 (%) 21 46 59 Incassoratio 2014 (%) –3 23 50 Incassoratio 2015 (%) –3 –3 181 Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015». Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.2 UWV, jaarverslag.3 Deze cijfers komen niet voor.B. Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sRe-integratie WajongVoor jonggehandicapten is een re-integratiebudget beschikbaar om hen zo nodig te begeleiden op weg naar werk en te ondersteunen zodra zij werk hebben. Dit budget is bestemd voor de inzet van trajecten gericht op het vinden van werk, voorzieningen na werkaanvaarding (waaronder jobcoaching) en voor de financiering van de REA-instituten. Jonggehandi-capten met arbeidsvermogen zijn verplicht om mee te werken aan re-integratie. Specifiek voor jonggehandicapten met arbeidsmogelijk-heden die vallen onder de Wajong2010 geldt een acceptatieplicht van passende arbeid. Het UWV beschikt vanaf 2015 over een geïntegreerd taakstellend re-integratiebudget voor de inzet van trajecten en voorzie-ningen voor de ondersteuning van gedeeltelijk arbeidsgeschikten (Wajong, WIA, WAO, WAZ en ZW). Het premiegefinancierde deel van het re-integratiebudget heeft betrekking op de WIA,WAO,WAZ en ZW en wordt verantwoord in beleidsartikel 3.Budgettaire ontwikkelingenVoor het jaar 2017 is voor het begrotingsgefinancierde deel van het geïntegreerd taakstellend budget re-integratie Wajong € 140 miljoen beschikbaar. Een deel van dit budget (€ 45 miljoen) wordt reeds in 2016 aan het UWV betaald, om het kasritme van het Rijk te optimaliseren. Door de herindeling en aansluitende activering van oude-Wajongers met arbeidsvermogen worden er ten opzichte van eerdere jaren hogere uitgaven verwacht voor re-integratie Wajong in de jaren 2017 en 2018. Het begrotingsgefinancierde gedeelte van het re-integratiebudget neemt na 2017 geleidelijk af (zie tabel 4.1). Dit is het gevolg van de Participatiewet, waarin geregeld is dat de instroom in de Wajong wordt beperkt tot mensen die duurzaam geen arbeidsmogelijkheden hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 272 5. Werkloosheid De overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid en stimuleert hen het werk te hervatten.De overheid biedt werknemers die hun baan verliezen en geheel of gedeeltelijk werkloos worden, bescherming tegen het verlies aan loon als gevolg van werkloosheid. Zij kunnen een beroep doen op een uitkering die voorziet in een tijdelijk loonvervangend inkomen om de periode van werkloosheid te overbruggen. Hiervoor zijn werknemers verplicht verzekerd op grond van de Werkloosheidswet (WW). Door middel van instrumenten als bijvoorbeeld de sollicitatieplicht, het besluit passende arbeid en inkomensverrekening stimuleert de overheid een terugkeer naar werk.Brug-WW is erop gericht om arbeidsmobiliteit te stimuleren en transities naar beroepen waar een tekort is aan personeel te bevorderen. Het actieplan perspectief voor 50-plussers is erop gericht de arbeidsmarktpo-sitie van 50-plussers te verbeteren en het risico op (langdurige) werkloosheid te beperken. Werklozen die bij instroom in de WW 60 jaar of ouder zijn, komen na afloop van hun WW-recht in aanmerking voor een uitkering op minimumniveau op grond van de Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW).Als het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde WW of IOW en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkeringsge-rechtigde een toeslag ontvangen tot het sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.Werknemers in Caribisch Nederland ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen neemt de overheid deze verplichting over.De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefi-nancierde uitkeringsregelingen. Daarnaast stimuleert de Minister met financiële instrumenten initiatieven die bijdragen aan de werking van de arbeidsmarkt. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•De vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderschei-den regelingen;•Het borgen van het activerend karakter van de regelingen en van hun bijdrage aan de werking van de arbeidsmarkt;•De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door het UWV;•De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn:•In juni 2016 is het actieplan «Perspectief voor vijftigplussers» naar de Tweede Kamer gestuurd (Tweede Kamer, 2015–2016, 29 544, nr. 724). Kern van de aanpak is om vijftigplussers te ondersteunen bij het vinden van nieuw werk, werknemers wendbaarder te maken en werkgevers minder terughoudend te laten zijn bij het aannemen van Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 273 nieuw personeel. Het actieplan is samen met de sociale partners opgesteld. De aanpak bevat – naast de bestaande instrumenten zoals de mobiliteitsbonus – een aantal nieuwe maatregelen. Het actieplan start op 1 januari 2017 en loopt twee jaar. Na 2018 zal op basis van een evaluatie van de aanpak en de arbeidsmarktsituatie van vijftigplussers worden bezien of en welke aanpak er verder nodig is.•Per april 2016 is het instrument brug-WW breder beschikbaar gesteld buiten de sectorplannen (Tweede Kamer, 2015–2016, 33 566, nr. 93). Brug-WW buiten de sectorplannen bestaat uit een parttime arbeids-overeenkomst bij een nieuwe werkgever, in combinatie met een (gedeeltelijke) reguliere WW-uitkering voor de scholingsuren. Na afronding van de scholing geldt een baangarantie van minimaal 6 maanden waarbij de arbeidsovereenkomst wordt uitgebreid met de scholingsuren.•Sinds de wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen van 1 juli 2015 kan het WW-dagloon voor starters, herintreders en flexwerkers lager uitkomen dan voorheen. Daarnaast komt het dagloon voor werknemers die na twee jaar ziekte een beroep doen op WW lager uit dan beoogd. Per 1 december 2016 wordt het Dagloonbesluit aangepast (Tweede Kamer, 2015–2016, 34 351, nr. 18). Starters, herintreders, flexwerkers en werknemers die twee jaar ziek zijn geweest en aansluitend een beroep doen op de WW tussen 1 juli 2015 en 1 december 2016, kunnen met de Tijdelijke regeling aanpassing Dagloonbesluit in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetko-ming vanaf 1 april 2017.•Op dit beleidsartikel wordt bij het indienen van deze begroting nog gewerkt aan een beleidsdoorlichting. Deze doorlichting zal eind 2016 opgeleverd worden. Mogelijk geeft de beleidsdoorlichting aanleiding om het beleid te wijzigen.Tabel 5.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 5 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 42.028 56.313 190.345 66.141 68.238 90.241 112.915 Uitgaven 42.028 56.313 190.345 66.141 68.238 90.241 112.915 waarvan juridisch verplicht (%) 90,1% Inkomensoverdrachten 29.428 40.413 169.095 49.891 68.238 90.241 112.915 IOW 29.403 40.313 55.995 49.791 68.138 90.141 112.815 Cessantiawet (Caribisch Nederland) 25 100 100 100 100 100 100 Tijdelijke regeling aanpassing Dagloonbesluit 0 0 113.000 0 0 0 0 Subsidies 12.600 15.500 5.000 0 0 0 0 Opdrachten 0 400 16.250 16.250 0 0 0 Ontvangsten 2.961 0 0 0 0 0 0Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten IOW, uitkeringslasten Cessantiawet (Caribisch Nederland) en uitkeringslasten Tijdelijke regeling aanpassing Dagloonbesluit.Subsidies:De subsidies zijn voor 30% juridisch verplicht, dit budget heeft betrekking op plaatsingsfees voor oudere werklozen.Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 274 De overige 70% is bestuurlijk gebonden door het sociaal akkoord dat het kabinet met de sociale partners heeft gesloten.Opdrachten:De opdrachten zijn voor 6% juridisch verplicht. Deze verplichting heeft betrekking op de campagne om de beeldvorming over vijftigplussers te verbeteren.Tabel 5.2 Premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 5 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Uitgaven 6.546.924 5.759.794 5.498.862 5.287.315 5.086.250 4.871.336 4.723.004 Inkomensoverdrachten 6.546.924 5.759.794 5.399.200 5.105.584 4.823.604 4.525.675 4.285.132 WW 6.546.924 5.759.794 5.399.200 5.105.584 4.823.604 4.525.675 4.285.132 Nominaal 0 0 99.662 181.731 262.646 345.661 437.872 Ontvangsten 379.000 376.980 365.468 371.623 378.430 386.350 395.684 UFO 379.000 376.980 358.780 358.780 358.780 358.780 358.780 Nominaal 0 0 6.688 12.843 19.650 27.570 36.904A. InkomensoverdrachtenA1. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)De IOW geeft werklozen die bij aanvang van de WW-uitkering 60 jaar of ouder zijn, na afloop van hun WW-uitkering recht op een vervolguitkering. Ook gedeeltelijk arbeidsongeschikten die bij aanvang van de loongerela-teerde WGA-uitkering 60 jaar of ouder zijn, kunnen na afloop van hun loongerelateerde uitkering recht hebben op IOW. De IOW is een tijdelijke regeling. In het sociaal akkoord is afgesproken om de IOW tot 2020 te verlengen en daarna een evaluatie uit te voeren. In de Wwz is daartoe opgenomen dat oudere WW’ers en WGA’ers in aanmerking kunnen komen voor een IOW-uitkering als zij vóór 1 januari 2020 werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden. De IOW wordt uitgevoerd door het UWV.Wie komt er voor in aanmerking?•Werklozen die bij aanvang van de WW-uitkering 60 jaar of ouder zijn en die recht hebben op meer dan drie maanden WW-uitkering, komen bij beëindiging van hun WW-uitkering wegens het bereiken van de maximale duur in aanmerking voor een IOW-uitkering. De regeling is toegankelijk voor oudere werklozen die werkloos zijn geworden vanaf 1 oktober 2006;•Gedeeltelijk arbeidsongeschikte ouderen hebben na hun loongerela-teerde WGA-uitkering recht op IOW als de loongerelateerde WGA is toegekend op of na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar. De regeling is toegankelijk als het recht op de loongerelateerde WGA-uitkering op of na 1 januari 2008 is ontstaan.Hoe hoog is de IOW-uitkering?Deze uitkering is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Dit is op 1 juli 2016 € 1.537,20 bruto per maand. De uitkering kan lager zijn dan 70% van het wettelijk minimumloon als:•De WW- of loongerelateerde WGA-uitkering, in de kalendermaand voor het einde van deze uitkering, lager was dan 70% van het minimumloon;Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 275 •De betrokkene tijdens de IOW-uitkering andere inkomsten heeft, bijvoorbeeld loon of een andere uitkering.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de IOW stijgen van 2016 op 2017 met € 16 miljoen vanwege de stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd. In latere jaren nemen de IOW-uitgaven verder ook toe als gevolg van de duurverkorting in de WW.Beleidsrelevante kerncijfersDoor de stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd verblijven mensen gemiddeld langer in de IOW. Hierdoor neemt het IOW-volume in 2016 en 2017 toe.Tabel 5.3 Kerncijfers IOW1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume IOW (x 1.000 uitkeringsjaren) 2,6 3,5 4,41 UWV, jaarverslag.A2. Cessantiawet (Caribisch Nederland)Werknemers in Caribisch Nederland ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt de overheid deze verplichting over.Budgettaire ontwikkelingenEr wordt een in de tijd constant uitgavenpatroon verondersteld. De uitgaven kunnen van jaar tot jaar sterk fluctueren, afhankelijk van het aantal bedrijven dat failliet is gegaan en het aantal betrokken werknemers. Specifieke kenmerken van de betrokken werknemers, zoals gemiddeld dienstverband en gemiddeld loon, kunnen ook sterk fluctueren en de hoogte van de uitkeringslasten van jaar tot jaar beïnvloeden.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal uitkeringen dat o.b.v. de Cessantiawet wordt verstrekt is beperkt. Het volume wordt geraamd op minder dan 100 uitkeringen per jaar.Tabel 5.4 Kerncijfers Cessantiawet (Caribisch Nederland)1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume Cessantiawet (x 1.000 uitkeringen) <0,1 <0,1 <0,11 SZW unit RCN.A3. Tijdelijke regeling aanpassing DagloonbesluitSinds de invoering van de Wet werk en zekerheid kan het dagloon voor enkele groepen WW-gerechtigden lager uitkomen. Dit betreft starters, herintreders, flexwerkers en werknemers die twee jaar ziek zijn geweest en aansluitend een beroep doen op de WW. Per 1 december 2016 wordt het Dagloonbesluit aangepast met voor deze groepen een dagloonver-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 276 hogend effect. Over de tussenliggende periode kunnen betrokkenen in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetkoming. Het UWV voert deze overgangsregeling uit vanaf 1 april 2017.Wie komt er voor in aanmerking?Recht op een tegemoetkoming hebben:•Starters, herintreders en flexwerkers die recht hebben gehad op een WW-uitkering die is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016;•Starters, herintreders en flexwerkers die tijdens deze periode werkloos zijn geworden maar geen recht hebben gekregen op een WW-uitkering vanwege hun inkomsten;•Werknemers die na de wachttijd voor de Wet WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt waren en die recht hebben gehad op een WW-uitkering die is ontstaan in de periode van 1 juli 2015 tot 1 decem-ber 2016.Een werknemer wordt als starter, herintreder of flexwerker aangemerkt als hij in de referteperiode geen loon heeft genoten in één of meer kalender-maanden.Budgettaire ontwikkelingenDe overgangsregeling gaat gepaard met € 113 miljoen aan uitkerings-lasten.Beleidsrelevante kerncijfersDe overgangsregeling is een eenmalige compensatie die in 2017 wordt verstrekt. Het aantal personen dat in aanmerking komt voor de compen-satie wordt geraamd op 113.000.Tabel 5.5 Kerncijfers Tijdelijke regeling aanpassing Dagloonbesluit (x 1.000 personen) Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume Tijdelijke regeling aanpassing Dagloonbesluit (x 1.000 personen) – – 113A4. Werkloosheidswet (WW)De WW verzekert werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. Het verlies aan inkomen kan voor een bepaalde periode gedeeltelijk opgevangen worden met een uitkering. De WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden. De maximale duur wordt vanaf 2016 stapsgewijs – één maand per kwartaal – teruggebracht van 38 maanden naar 24 maanden. Bovendien wordt de opbouw van WW-rechten vanaf 2016 aangepast. De maximale duur is daarbij afhankelijk van het aantal jaren dat iemand heeft gewerkt voordat hij werkloos werd. Per jaar arbeidsverleden bouwt een werknemer de eerste tien jaar één maand recht op een WW-uitkering op. Vanaf tien jaar arbeidsverleden bouwt een werknemer vanaf 2016 met elk extra gewerkt jaar een halve maand recht op WW-uitkering op. De WW wordt uitgevoerd door het UWV.Wie komt er voor in aanmerking?Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen moet iemand in ieder geval:•De AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt en verzekerd zijn voor de WW;•Minimaal vijf arbeidsuren per week kwijtraken (of voor wie minder dan tien uur per week werkte, minimaal de helft van de arbeidsuren);Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 277 •Geen recht meer hebben op loon over die verloren arbeidsuren;•Beschikbaar zijn om te gaan werken;•Voldoen aan de wekeneis: in de 36 weken voor de eerste werkloos-heidsdag in minimaal 26 weken in loondienst hebben gewerkt;•Geen ZW-uitkering, WAO-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid of IVA-uitkering ontvangen;•Geen WGA-uitkering ontvangen (tenzij men naast de WGA-uitkering werkte, en die baan is kwijtgeraakt);•Zich tijdig registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf;•Niet verwijtbaar werkloos zijn. Verwijtbaar werkloos is iemand die zelf ontslag heeft genomen of om een dringende reden is ontslagen. In dat geval krijgt de werknemer geen uitkering of een korting op de uitkering.Hoe hoog is de WW-uitkering?De eerste twee maanden bedraagt de uitkering 75%, daarna 70% van het loonverlies (oude maandloon minus eventueel inkomen). Inkomsten uit arbeid worden gedeeltelijk verrekend, zodat het totale inkomen toeneemt naarmate de betrokkene meer werkt. De hoogte van het maandloon is gemaximeerd, waardoor de 75%-uitkering per 1 juli 2016 maximaal € 3.325,30 bruto per maand bedraagt en de 70%-uitkering maximaal € 3.103,62.Budgettaire ontwikkelingenHet herstel van de arbeidsmarkt zet in 2016 door, maar voor 2017 verwacht het CPB in verband met de Brexit dat het herstel wordt getemperd. Deze ontwikkelingen leiden in 2016 tot een daling van de WW-uitgaven met circa € 790 miljoen en in 2017 tot een beperktere daling van € 360 miljoen. De effecten van de Wwz groeien vanaf 2016 geleidelijk in. Onder meer de aanpassing van het besluit passende arbeid en invoering van inkomensverrekening hebben daarbij in de komende jaren naar verwachting al een licht neerwaarts effect op de uitkeringslasten.Beleidsrelevante kerncijfersDe werkloosheid zal in 2016 en 2017 naar verwachting dalen. Dit leidt tot een afname van de WW-instroom. De nieuwe WW-systematiek op basis van inkomensverrekening heeft een vertragend effect op de uitstroom. Het recht op uitkering wordt pas administratief beëindigd nadat gebleken is dat de opgegeven inkomsten overeenkomen met de inkomstenopgave van de werkgever in de polisadministratie. Daarnaast valt de uitstroom mogelijk lager uit dan voorheen, omdat mensen die tegen een lager uurloon vanuit de WW gaan werken, een aanvulling uit de WW blijven behouden.Hoewel het herstel van de arbeidsmarkt in 2017 wordt getemperd in verband met de Brexit, komt het aantal beëindigde WW-uitkeringen naar verwachting zowel in 2016 als in 2017 hoger uit dan het aantal nieuwe uitkeringen. Het WW-volume vertoont daarmee meerjarig een dalend verloop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 278 Tabel 5.6 Kerncijfers WW Realisatie20151 Raming2016 Raming2017 Volume WW (x 1.000 uitkeringsjaren) 343 327 306 Aantal lopende WW-uitkeringen (x 1.000, ultimo) 446 394 378 Aantal nieuwe WW-uitkeringen (x 1.000) 584 510 504 Aantal beëindigde WW-uitkeringen (x 1.000) 579 562 5201 UWV, jaarverslag.Het WW-volume in tabel 5.6 wordt weergegeven in uitkeringsjaren. Dit is het gemiddeld aantal WW-uitkeringen gedurende het kalenderjaar omgerekend naar voltijdsequivalenten. Daarnaast bevat tabel 5.6 het aantal lopende WW-uitkeringen per 31 december. De ontwikkeling van deze ultimostand kan via de onderste twee kerncijfers in de tabel worden verklaard uit de totale WW-instroom en de WW-uitstroom gedurende het kalenderjaar.HandhavingDe kerncijfers preventie laten een stabiel en onveranderd hoog beeld zien. Dat de invoering van de Wwz niet heeft geleid tot een verslechtering van dit beeld, is positief. De kennis van de verplichtingen is met 3% gestegen. Dit heeft mogelijk te maken met de extra informatievoorziening aan WW’ers in 2015 in het kader van de invoering van de Wwz. De kerncijfers opsporing zijn gedaald. Door de inkomensverrekening van de Wwz, sinds 1 juli 2015, vallen het aantal geconstateerde overtredingen en het totaal benadelingsbedrag in 2015 lager uit dan in 2014. De incassoratio’s laten een stabiel beeld zien.Tabel 5.7 Kerncijfers WW (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie1 Gepercipieerde detectiekans (%) – 84 84 Kennis van de verplichtingen (%) – 94 97 Opsporing2 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 31 43 27 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 42 63 40 Terugvordering 2 Incassoratio 2013 (%) 33 56 65 Incassoratio 2014 (%) –3 23 49 Incassoratio 2015 (%) –3 –3 341 Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015». Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.2 UWV, jaarverslag.3 Deze cijfers komen niet voor.B. SubsidiesHet kabinet heeft in 2013 middelen aan het UWV beschikbaar gesteld voor de aanpak van de werkloosheid onder ouderen op basis van het Actieplan 55-plus werkt. Het plan bevat een subsidieregeling waarmee 55-plussers via de werkgever of op eigen aanvraag scholing(svouchers) kunnen krijgen of die intermediairs een plaatsingsfee toekent wanneer zij een oudere werkzoekende duurzaam (minimaal 3, 6 of 12 maanden) aan een baan helpen. De doelgroep voor deze aanpak en de bijbehorende subsidieregeling is in 2014 uitgebreid naar 50-plussers (Tweede Kamer, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 279 2013–2014, 29 544, nr. 540). Het Actieplan loopt af op 1 oktober 2016. In 2017 kunnen na 6 en 12 maanden gerekend vanaf 1 oktober 2016 nog plaatsingsfees toegekend worden.C. OpdrachtenHet budget dat in beleidsartikel 5 onder Opdrachten is opgenomen is onder meer gericht op het voorkomen van werkloosheid door werkende 50-plussers meer wendbaar te maken. Dit betreft de introductie van een tweede loopbaanadvies, training voor leidinggevenden en een centraal aanspreekpunt voor werkgevers. Ook is budget beschikbaar voor experimenten om kansen bij werkgevers te benutten die nu onbenut blijven, zoals in de techniek en de ambachten. Het actieplan wordt ondersteund door een campagne om de beeldvorming over 50-plussers te verbeteren. Oud-voetbalinternational John de Wolf zal als boegbeeld van het actieplan hier een belangrijke rol in spelen. Voor bovenstaande maatregelen is in 2017 en 2018 in totaal € 32,5 miljoen beschikbaar. In totaal is er voor het Actieplan «Perspectief voor vijftigplussers» € 68 miljoen beschikbaar. De resterende middelen worden verantwoord op de beleidsartikelen 6 en 11.D. OntvangstenDe overheid is eigenrisicodrager voor de WW. Het UWV verhaalt de WW-uitkeringen op de betrokken overheidswerkgever. Dit wordt als ontvangsten Uitvoeringsfonds voor de Overheid (UFO) op dit beleidsar-tikel van de begroting opgenomen. Als gevolg van de aantrekkende arbeidsmarkt nemen de ontvangsten UFO in 2017 naar verwachting met € 18 miljoen af.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 280 6. Ziekte en zwangerschap De overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van ziekte en stimuleert hen het werk te hervatten. De overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van zwangerschap.De overheid vindt dat mensen die ziek worden en waarbij de loonbeta-lingsverplichting bij ziekte voor de werkgever niet van toepassing is, ook verzekerd moeten zijn van een tijdelijk loonvervangend inkomen. Zij kunnen het verlies aan inkomen daarom voor een periode van twee jaar, gelijk aan de periode van de loonbetalingsverplichting, opvangen met een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Door middel van verzuimbege-leiding en re-integratie stimuleert de overheid deze werknemers om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan.Ook tijdens de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof voorziet de overheid in een tijdelijk loonvervangend inkomen. Op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) komen zwangere werknemers en zelfstan-digen in aanmerking voor een uitkering.Mensen die lijden aan de ziekte maligne mesothelioom of asbestose door blootstelling aan asbest, kunnen van de overheid een tegemoetkoming of een voorschot op een schadevergoeding ontvangen op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS).Werknemers in Caribisch Nederland die door ziekte of zwangerschap met loonderving geconfronteerd worden, ontvangen een uitkering op grond van de Ziekteverzekering (ZV).De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefi-nancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsre-gelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•De vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderschei-den regelingen;•De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door het UWV en de SVB;•De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn:•Het bestaande kraamverlof van 2 dagen met behoud van loon wordt uitgebreid. Een wetsvoorstel om dit uit te breiden met 3 dagen verlof met een uitkering van het UWV is in voorbereiding. De uitkering is gelijk aan het loon met als bovengrens het maximum dagloon. De verwachting is dat parlementaire behandeling van het wetsvoorstel in 2017 wordt afgerond. Invoering is voorzien voor 1 januari 2019. Doelgroep van de regeling zijn de echtgeno(o)t(e) / partner van de moeder dan wel degene die het kind erkend heeft. Het verlof moet worden opgenomen binnen vier weken na de dag van de bevalling.•In het eerste kwartaal van 2017 zal binnen de ZW een experiment starten om te onderzoeken of vervroegde inzet van de no-riskpolis, de arbeidsparticipatie bevordert. Dit zal alleen gelden voor vangnetters die geen werkgever meer hebben en die de eerstejaarsziektewetbeoor-deling bereiken.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 281 •De SER zal in 2016 een advies uitbrengen over een sluitend stelsel voor arbeidsongeschiktheid voor zowel werknemers als zelfstandigen.•In het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2017 is een voorstel voor uitbreiding van het wettelijk zwangerschaps- en bevallingsverlof in Caribisch Nederland van 12 naar 16 weken opgenomen. De periode waarin zwangere werknemers op grond van de Wet ziekteverzekering BES aanspraak op ziekengeld kunnen maken wordt daarmee verlengd. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2017.•Bij ontslag van een werknemer wegens (langdurige) arbeidsonge-schiktheid is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd, na de periode van loondoorbetaling. Werkgevers zullen voor deze kosten van de transitievergoeding door het UWV worden gecompenseerd. Een wetsvoorstel van deze strekking is in voorbereiding (zie A4).•In 2017 wordt de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 6 uitgevoerd. De verwachting is dat deze beleidsdoorlichting en evaluatie van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters in 2017 aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. In september 2015 is de Tweede Kamer bij brief geïnformeerd over de opzet van deze beleidsdoorlichting (Tweede Kamer, 2015–2016, 30 982, nr. 24).Tabel 6.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 6 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 7.581 7.269 7.450 7.549 7.650 7.801 7.951 Uitgaven 7.581 7.269 7.450 7.549 7.650 7.801 7.951 waarvan juridisch verplicht (%) 100% Inkomensoverdrachten 7.581 7.269 7.450 7.549 7.650 7.801 7.951 TAS 4.368 3.830 3.830 3.830 3.830 3.830 3.830 Ziekteverzekering (Caribisch Nederland) 3.213 3.439 3.620 3.719 3.820 3.971 4.121 Ontvangsten 0 428 0 0 0 0 0Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten TAS en uitkeringslasten ziekteverzekering Caribisch Nederland.Tabel 6.2 Premiegefinancierde uitgaven artikel 6 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Uitgaven 2.575.582 2.616.641 2.632.784 3.395.561 2.958.648 2.970.329 2.997.690 Inkomensoverdrachten 2.575.582 2.616.641 2.584.631 3.304.354 2.819.258 2.775.482 2.740.483 ZW 1.483.923 1.493.384 1.454.462 1.398.040 1.374.529 1.352.022 1.303.130 Transitievergoeding 0 0 0 755.000 215.000 180.000 180.000 WAZO1 1.091.659 1.123.257 1.130.169 1.151.314 1.172.729 1.186.460 1.200.353 WAZO kraamverlof 0 0 0 0 57.000 57.000 57.000 Nominaal 0 0 48.153 91.207 139.390 194.847 257.207 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 01 Uitkeringslasten zijn inclusief ZEZ en exclusief kraamverlof.Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 282 A. InkomensoverdrachtenA1. Tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS)Mensen die lijden aan de ziekte maligne mesothelioom of asbestose als gevolg van blootstelling aan asbest kunnen een tegemoetkoming ontvangen op grond van de TAS. Indien zij de ziekte maligne mesothe-lioom of asbestose hebben gekregen door te werken met asbest (in dienst van een werkgever) of maligne mesothelioom hebben opgelopen via werkkleding van een huisgenoot, dan is de (voormalige) werkgever hiervoor aansprakelijk en kunnen zij een schadevergoeding bij de werkgever eisen. Dit kan echter lang duren. Tegelijkertijd is de levensver-wachting van mensen met de ziekte maligne mesothelioom vaak erg kort. De TAS heeft tot doel asbestslachtoffers bij leven maatschappelijke erkenning te bieden in de vorm van een tegemoetkoming. Deze wordt vaak uitgekeerd in de vorm van een voorschot. Als de (voormalige) werkgever later alsnog een schadevergoeding betaalt wordt de tegemoet-koming hiermee verrekend. De TAS wordt uitgevoerd door de SVB.Wie komt er voor in aanmerking?Mensen die ziek zijn geworden door het werken met asbest, krijgen een voorschot als:•Bij hen maligne mesothelioom of asbestose is vastgesteld;•Zij, of in het geval van maligne mesothelioom, een huisgenoot in loondienst bij een werkgever in Nederland werkten;•Zij, of in het geval van maligne mesothelioom, een huisgenoot op het werk zijn blootgesteld aan asbest;•Zij nog geen schadevergoeding hebben gekregen of een schadever-goeding hebben ontvangen die lager is dan € 19.605.Hoe hoog is de TAS?Zowel het voorschot als de tegemoetkoming is in 2016 € 19.605. Dit is een eenmalige uitkering. De hoogte van de TAS volgt de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten TAS worden vanaf 2016 constant verondersteld.Beleidsrelevante kerncijfersDe raming van het volume is voor de komende jaren naar beneden bijgesteld op basis van de realisaties in 2015. De verwachting is dat het aantal toekenningen voor personen met asbestose afneemt in 2016 en 2017 ten opzichte van 2015 omdat de meeste aanvragen door werknemers die al eerder met asbestose zijn gediagnosticeerd inmiddels verwerkt zijn. Daarnaast daalt naar verwachting ook het aantal toekenningen in verband met maligne mesothelioom licht.Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 283 Tabel 6.3 Kerncijfers TAS1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Aantal toekenningen voorschot TAS (x 1.000 uitkeringen) 0,4 0,4 0,4 – toekenning i.v.m. maligne mesothelioom 0,3 0,3 0,3 – toekenning i.v.m. asbesthose 0,1 <0,1 <0,1 Aantal terugontvangen voorschotten TAS (x 1.000 uitkeringen) 0,2 0,2 0,2 Aantal toekenningen maligne mesothelioom bij leven ten opzichte van totaal aantal toekenningen (%) 86 –2 –21 SVB, jaarverslag.2 Deze cijfers worden niet geraamd.A2. Ziekteverzekering (ZV) (Caribisch Nederland)Werknemers in Caribisch Nederland die door ziekte of zwangerschap met loonderving geconfronteerd worden, ontvangen een uitkering (ziekengeld) op grond van de Ziekteverzekering. De uitkering is gerelateerd aan het loon van de werknemer.Budgettaire ontwikkelingenDoor de verhoging van de AOV-gerechtigde leeftijd (zie ook beleidsartikel 8) lopen de uitkeringen van de ZV langer door. Hierdoor nemen de uitkeringslasten ZV-Caribisch Nederland in de komende jaren in geringe mate toe. Daarnaast nemen de uitkeringslasten met € 130.000 per jaar toe door verlenging van het zwangerschapsverlof van 12 naar 16 weken.Beleidsrelevante kerncijfersOp dit moment ontbreekt een zinvol kerncijfer voor het aantal ZV-uitkeringen. De uitgaven vormen op dit moment het enige houvast met betrekking tot de ontwikkeling van de ZV. Dit heeft te maken met beperkingen in de rapportagemogelijkheden van de ICT-applicatie die wordt gebruikt. Een kerncijfer zal worden bepaald in samenhang met de voor 2017 voorziene nieuwbouw van deze applicatie.A3. Ziektewet (ZW)De ZW geeft zieke werknemers het recht op een uitkering als zij geen werkgever meer hebben die in geval van ziekte loon moet doorbetalen. De ZW bevat minimumnormen voor re-integratie. De ZW geldt ook voor een beperkte groep werknemers die wel in dienst zijn van een werkgever, namelijk werknemers die tijdelijk ongeschikt zijn voor het verrichten van hun werk (wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap en orgaandonatie) en werknemers met een zogenaamde no-riskpolis. De werkgever mag de ZW-uitkering dan verrekenen met het loon dat hij moet doorbetalen. De ZW wordt uitgevoerd door het UWV of door werkgevers zelf wanneer zij ervoor gekozen hebben om eigenrisicodrager te zijn voor de ZW-uitkeringslasten.Wie komt er voor in aanmerking?In aanmerking voor een ziektewetuitkering komen:•Uitzendkrachten (zonder vast contract met het uitzendbureau);•Oproepkrachten (afhankelijk van het soort oproepcontract);•Personen met een arbeidscontract dat afloopt tijdens de ziekte;•Personen die een WW-uitkering ontvangen en langer dan dertien weken ziek zijn;•Vrouwen die ziek worden als gevolg van zwangerschap of bevalling. Wanneer vrouwen in loondienst werken hebben zij tijdens hun zwangerschapsverlof recht op een uitkering op grond van de Wet Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 284 arbeid en zorg. Als deze vrouwen door de zwangerschap vóór of na de bevalling ziek worden, ontvangen zij een ZW-uitkering;•Orgaandonoren die door hun donatie tijdelijk niet kunnen werken;•Personen met een no-riskpolis die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en die binnen vijf jaar nadat ze in dienst zijn gekomen van een werkgever ziek worden;•Ondernemers en directeuren-grootaandeelhouders kunnen een beroep doen op de ZW als zij hiervoor een vrijwillige verzekering hebben.Hoe hoog is de ZW-uitkering?De ZW-uitkering bedraagt meestal 70% van het loon dat de betrokkene gemiddeld per dag verdiende in het jaar voordat hij ziek werd. De hoogte van het dagloon is per 1 juli 2016 gemaximeerd op € 203,85 bruto per dag. Hierdoor bedraagt de uitkering maximaal € 3.103,62 bruto per maand. De uitkering duurt maximaal twee jaar.Er zijn enkele uitzonderingen. Orgaandonoren en werkneemsters die arbeidsongeschikt zijn als gevolg van de zwangerschap of bevalling hebben recht op een ZW-uitkering van 100% van het dagloon, wat neerkomt op een uitkering van maximaal € 4.433,74 bruto per maand. Op verzoek van de werkgever kan het UWV de ZW-uitkering van personen die onder de no-riskpolis vallen het eerste jaar op 100% van het dagloon vaststellen.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten ZW van de bij het UWV verzekerde populatie nemen in 2017 met ca. € 40 miljoen af ten opzichte van 2016 vanwege een daling van het volume bij zieke werklozen en bij personen met een arbeidscon-tract dat afloopt tijdens ziekte (eindedienstverbanders). De ontwikkeling van het aantal zieke werklozen reageert met enige vertraging op een stijging of daling van het aantal WW-uitkeringen. Voor 2017 wordt uitgegaan van een daling van het aantal zieke werklozen als gevolg van een verbetering van de conjunctuur in 2015 en 2016. De daling van het aantal eindedienstverbanders wordt verklaard door een toename van het aantal werkgevers dat eigenrisicodrager is.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 6.5 Kerncijfers ZW1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume ZW (x 1.000 uitkeringsjaren) 88 87 84 Instroom ZW (x 1.000 uitkeringen) 204 –2 –2 Uitstroom ZW (x 1.000 uitkeringen) 277 –2 –21 UWV, jaarverslag.2 In- en uitstroom worden niet geraamd.HandhavingDe kerncijfers preventie laten een stabiel beeld zien. Uit de kerncijfers opsporing blijkt dat het aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling licht is afgenomen in 2015 ten opzichte van 2014 en ook het totale benadelingsbedrag is gedaald. Hoewel de incassoratio 2014 in het eerste jaar achterblijft, is in het tweede jaar het verschil met de incassoratio 2013 afgenomen tot 9%-punt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 285 Tabel 6.6 Kerncijfers ZW (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie1 Gepercipieerde detectiekans (%) – 79 81 Kennis van de verplichtingen (%) – 94 94 Opsporing2 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 1,6 1,2 0,7 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 4,0 3,5 2,3 Terugvordering2 Incassoratio 2013 (%) 29 49 58 Incassoratio 2014 (%) –3 11 38 Incassoratio 2015 (%) –3 –3 261 Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015». Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.2 UWV, jaarverslag.3 Deze cijfers komen niet voor.A4. TransitievergoedingBij ontslag van een werknemer wegens (langdurige) arbeidsonge-schiktheid is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd, na de periode van loondoorbetaling. Werkgevers zullen voor deze kosten van de transitievergoeding door het UWV worden gecompenseerd. Een wetsvoorstel van deze strekking is in voorbereiding. Naar verwachting kan de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel in 2017 worden afgerond en kan deze compensatieregeling ingaan per 1 januari 2018. Er wordt van uitgegaan dat de regeling terugwerkende kracht zal hebben tot 1 juli 2015. De compensatievergoeding zal worden gefinancierd vanuit het Awf, waar een verhoging van de premie tegenover staat.A5. Wet arbeid en zorg (WAZO)De WAZO bundelt een aantal wettelijke verlofvormen, zoals het zwangerschaps- en bevallingsverlof, kraamverlof, adoptie- en pleegzorg-verlof, ouderschapsverlof en kort- en langdurend zorgverlof. Soms bestaat er recht op (gedeeltelijke) loondoorbetaling of op een uitkering (zwangerschaps- en bevallingsuitkering en adoptie- en pleegzorguit-kering). Deze uitkeringen op grond van de WAZO worden uitgevoerd door het UWV.Wie komt er voor in aanmerking?In aanmerking voor een zwangerschaps- en bevallingsuitkering komen:•Vrouwelijke werknemers;•Andere vrouwelijke verzekerden voor de ZW (o.a. thuiswerksters en vrouwen die een ZW-, WW- of loongerelateerde WGA-uitkering ontvangen);•Vrouwelijke vrijwillig verzekerden voor de ZW;•Vrouwen van wie de vermoedelijke bevallingsdatum binnen 10 weken na het einde van de verplichte ZW-verzekering ligt, evenals vrouwen die later uitgerekend zijn, maar die toch binnen 10 weken na het einde van de verplichte verzekering bevallen.Er is een afzonderlijke uitkeringsregeling voor zwangere zelfstandigen, de regeling Zelfstandig en Zwanger (ZEZ). Vrouwelijke zelfstandigen, directeuren-grootaandeelhouders, meewerkende echtgenoten en beroepsbeoefenaars op arbeidsovereenkomst (hulpen in de huishouding Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 286 voor minder dan vier dagen per week) hebben gedurende ten minste 16 weken recht op een uitkering. Zie ook beleidsartikel 12.Recht op kraamverlof ontstaat als het de echtgeno(o)te of de geregistreerd partner betreft. Daarnaast hebben ook ongehuwd samenwonende en de partner die het kind erkent, recht op dit verlof.Hoe hoog is de WAZO?De zwangerschaps- en bevallingsuitkering, het kraamverlof en de adoptie- en pleegzorguitkering bedraagt 100% van het laatstverdiende loon, tot een maximum van 100% van het maximumdagloon. Dit is per 1 juli 2016 gelijk aan € 4.433,74 bruto per maand. De hoogte van de uitkering voor zelfstandigen is maximaal het wettelijk minimumloon (per 1 juli 2016 € 1.537,20 bruto per maand).Budgettaire ontwikkelingenAls gevolg van een verwachte lichte toename van het aantal geboorten de komende jaren, nemen de uitgaven voor zwangerschap- en bevallings-verlof in 2017 met ca. € 7 miljoen toe ten opzichte van 2016. Vanaf 2019 wordt het kraamverlof met drie dagen uitgebreid. De uitgaven hieraan bedragen € 57 miljoen per jaar.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 6.7 Kerncijfers WAZO1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Totaal aantal toekenningen zwangerschap- en bevallingsverlofuitkering (x 1.000 uitkeringen) 137 137 138 Aantal toekenningen werknemers (x 1.000 uitkeringen) 128 127 128 Aantal toekenningen zelfstandigen (x 1.000 uitkeringen) 9,8 10,0 10,21 UWV, jaarverslag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 287 7. Kinderopvang De overheid biedt financiële ondersteuning aan werkende ouders voor kinderopvang en bevordert de kwaliteit van kinderopvang.De overheid hecht aan goede en financieel toegankelijke kinderopvang, zodat ouders arbeid en zorg kunnen combineren en kinderen goed toegerust zijn op het primair onderwijs. Voor de bevordering van de arbeidsparticipatie is het belangrijk dat ouders van jonge kinderen actief blijven op de arbeidsmarkt. Bovendien zorgt goede kinderopvang er ook voor dat kinderen worden gestimuleerd in hun ontwikkeling.Om de kwaliteit van kinderopvang te bevorderen heeft de overheid in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) vastgesteld aan welke eisen de kinderopvangvoorzieningen moeten voldoen. De GGD houdt hier toezicht op. Daarnaast steunt de Minister via subsidies projecten ter verbetering van de kwaliteit van kinderopvang. Dit om ervoor te zorgen dat ouders hun kind naar een kinderopvangvoorziening kunnen sturen die van goede kwaliteit is. De kinderopvangondernemers zijn verantwoordelijk voor het goed functioneren van de kinderopvang. Gastouderbureaus en gastouders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van gastouderopvang. Ouders hebben een eigen verantwoordelijkheid bij de keuze voor een kinderopvangvoorziening en kunnen hun invloed onder andere via de oudercommissies uitoefenen.De Minister regisseert met wet- en regelgeving het stelsel, financiert met de kinderopvangtoeslag (KOT) het gebruik van kinderopvang en stimuleert met subsidies de bevordering van de kwaliteit van kinder-opvang. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•Het vaststellen van de hoogte van de kinderopvangtoeslag en de voorwaarden waaronder deze wordt toegekend;•Het ter beschikking stellen van middelen aan gemeenten via het Gemeentefonds ter financiering van toezicht en handhaving op de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk;•Het borgen van de kwaliteit van toezicht en handhaving;•Het bevorderen van de kwaliteit van de kinderopvang en het peuter-speelzaalwerk.De Minister van Financiën is verantwoordelijk voor de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering van de KOT door de Belasting-dienst.Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn:•Het kabinet intensiveert vanaf 2017 € 200 miljoen structureel in de kinderopvang (Tweede Kamer, 2015–2016, 31 322, nr. 303). De kinderopvangtoeslag wordt verhoogd, waarbij het maximum vergoe-dingspercentage in de eerste kindtabel naar 94% en in de tweede kindtabel naar 95% stijgt en de vaste voet naar 33,3% wordt verhoogd. Daarnaast blijven ouders bij werkloosheid ook in 2017 zes in plaats van drie maanden recht houden op kinderopvangtoeslag. De maximum uurprijzen worden naast de reguliere indexatie eenmalig extra verhoogd. Hierdoor nemen de maximum uurprijzen in alle opvang-soorten in 2017 met 4,2% toe.•De komst van het personenregister kinderopvang en peuterspeelzaal-werk is uitgesteld. De Tweede Kamer is geïnformeerd over de Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 288 vertraging bij de invoering (Tweede Kamer, 2015–2016, 31 322, nr. 301). Er wordt momenteel een heroriëntatie uitgevoerd op de realisatie en invoering van het personenregister. De Tweede Kamer zal in het najaar van 2016 per brief worden geïnformeerd over het resultaat van de heroriëntatie. Het uitstel van het personenregister heeft geen invloed op de huidige continue screening op basis van bestandsopbouw, deze loopt gewoon door.•Het kabinet zet in op verdere harmonisatie van peuterspeelzalen en kinderopvang, waarbij verschillen tussen de twee voorzieningen worden weggenomen. Hierbij wordt de financieringsstructuur voor werkende ouders vanaf 2018 gelijk getrokken.•In het kader van «Innovatie en Kwaliteit in de Kinderopvang» wordt gewerkt aan herijking van de kwaliteitseisen voor de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk en aanpassing van het toezicht daarop. Heldere doelen, duidelijke eisen en betere kwaliteit zijn de uitgangs-punten. Het wetsvoorstel zal in het najaar van 2016 naar de Tweede Kamer worden gestuurd.•Het kabinet wil de financiering van de kinderopvang wijzigen naar een systeem van directe financiering. Dit systeem is gebaseerd op twee pijlers: de rijksoverheid bekostigt kinderopvangorganisaties recht-streeks, en ouders betalen een eigen bijdrage afhankelijk van hun inkomen. Het systeem komt in de plaats van de huidige kinderopvang-toeslag. De geldstromen van en naar ouders worden hiermee beperkt, wat de risico’s van onverwachte nabetalingen en terugvorderingen verkleint. De beoogde invoeringsdatum van (volledige) directe financiering is 2020. Naar verwachting wordt het wetsvoorstel nog deze kabinetsperiode aan de Tweede Kamer aangeboden.Tabel 7.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 7 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 2.118.056 2.441.223 2.597.959 2.710.940 2.750.462 2.778.105 2.802.582 Uitgaven 2.120.773 2.441.223 2.597.959 2.710.940 2.750.462 2.778.105 2.802.582 waarvan juridisch verplicht (%) 99,2% Inkomensoverdrachten 2.101.032 2.417.338 2.565.833 2.697.721 2.736.739 2.763.952 2.788.429 Subsidies 5.560 4.883 5.372 4.606 4.600 4.600 4.600 Opdrachten 2.606 5.440 2.986 1.563 2.073 2.503 2.503 Bijdrage aan agentschappen 11.575 13.562 23.768 7.050 7.050 7.050 7.050 DUO 9.099 13.084 22.668 5.950 5.950 5.950 5.950 Justis 307 270 250 250 250 250 250 Centraal informatiepunt beroepen gezond-heidszorg 2.169 208 850 850 850 850 850 Ontvangsten 1.539.131 1.495.030 1.426.533 1.424.773 1.417.870 1.428.958 1.431.602 Ontvangsten algemeen 457.088 403.317 334.820 333.060 326.157 337.245 339.889 Werkgeversbijdrage kinderopvang 1.082.043 1.091.713 1.091.713 1.091.713 1.091.713 1.091.713 1.091.713Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en daarom voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten kinderopvangtoeslag.Subsidies:Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 289 De subsidies zijn voor 88% juridisch verplicht. Het gaat daarbij hoofdza-kelijk om subsidies gericht op de bevordering van kwaliteit van kinder-opvang, op toezicht en handhaving in de gastouderopvang, op de harmonisatie van kwaliteitseisen in kinderopvang en peuterspeelzalen en op de versterking van de positie van ouders in het klachtrecht.Het niet-juridisch verplichte deel betreft de Implementatie van de wetgeving harmonisatie peuterspeelzalen en de versterking van de positie van ouders.Opdrachten:De opdrachten zijn voor 24% juridisch verplicht. De juridisch verplichte uitgaven betreffen onder andere kosten voor onderzoek, gegevens-levering en projecten.Het niet-juridisch verplichte deel betreft de evaluatie subsidieregeling Versterking Taal- en Interactievaardigheden van Beroepskrachten en Gastouders in de Kinderopvang, de kosten in het kader van Continue Screening, huidig toezicht, en het project «een betere basis voor peuters» en onderzoek.Bijdrage aan agentschappen:De bijdrage aan agentschappen is op basis van regelgeving voor 26% juridisch verplicht. Het overige deel betreft middelen voor de voorberei-dende werkzaamheden in het kader van project Directe Financiering en voor de ICT-voorbereiding en -ontwikkeling van het Personenregister ten behoeve van Continue Screening in de kinderopvang en is bestuurlijk gebonden.A. InkomensoverdrachtenKinderopvangtoeslag (KOT)Ouders die betaalde arbeid verrichten en ouders die tot een doelgroep behoren zoals omschreven in de Wko, ontvangen een inkomensafhanke-lijke bijdrage in de kosten van kinderopvang: de kinderopvangtoeslag. Hierbij geldt de voorwaarde dat zij hun kinderen naar een kinderopvangin-stelling of gastouder brengen die voldoet aan de eisen van de Wko en daarom geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). De KOT wordt uitgevoerd door Belastingdienst/Toeslagen. DUO verzorgt de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang en de SVB is verantwoordelijk voor de uitbetaling van de aanvulling op de KOT in het buitenland.Wie komt er voor in aanmerking?•Ouders die arbeid en zorg voor kinderen combineren en beide werken (werknemers en zelfstandigen);•Alleenstaande ouders die arbeid en zorg voor kinderen combineren (werknemers en zelfstandigen);•Doelgroepouders, bijvoorbeeld ouders die studeren of deelnemen aan een traject om weer aan het werk te komen.Hoe hoog is de kinderopvangtoeslag?De hoogte van de kinderopvangtoeslag is van een aantal aspecten afhankelijk:•Hoogte van het verzamelinkomen;•Hoogte van de werkelijk betaalde uurprijs;•Het kind waar de opvang betrekking op heeft: voor het eerste kind geldt een andere toeslag dan voor tweede en volgende kinderen;•De opvangsoort: dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderop-vang kennen een verschillend maximumuurtarief waarvoor ouders een toeslag kunnen ontvangen;Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 290 •Het aantal gewerkte uren door de ouder die de minste uren per jaar werkt dan wel de periode waarin een traject naar werk gevolgd wordt;•Het aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van een kinderopvangvoor-ziening.Budgettaire ontwikkelingenNa de intensivering in 2016 wordt vanaf 2017 structureel € 200 miljoen geïntensiveerd in de kinderopvangtoeslag (Tweede Kamer, 2015–2016, 31 322, nr. 303). Daarnaast is het voornemen is om per 2018 de wet harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang in werking te laten gaan. Hierdoor zijn gemeenten niet meer verantwoordelijk voor de financiering van het huidige peuterspeelzaalwerk voor kinderen van ouders met recht op kinderopvangtoeslag. De ouders van deze kinderen kunnen vanaf 2018 kinderopvangtoeslag aanvragen. Hierdoor stijgen de uitgaven aan kinderopvangtoeslag.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal huishoudens en het aantal kinderen met kinderopvangtoeslag laat door de intensiveringen in 2016 en 2017 in de kinderopvangtoeslag een aanzienlijke stijging zien van 5% in 2016 en 3% in 2017. Het gebruik in aantal uren per kind zal in de periode 2015–2017 naar verwachting stabiel blijven. Door de intensiveringen veranderen de verhoudingen in de bijdragen in de kosten van kinderopvang: het aandeel van ouders daalt van 38% in 2015 naar 30% in 2017, het aandeel van overheid en werkge-vers(collectief) neemt tegelijkertijd toe van 62% naar 70%.De indexering van de maximum uurprijzen is voor 2017 met 4,2% hoger dan gebruikelijk omdat naast de reguliere indexatie de maximum uurprijzen 2,5% extra worden verhoogd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 291 Tabel 7.2 Kerncijfers gebruik kinderopvang (jaargemiddelden)1 Realisatie20152 Raming2016 Raming2017 Aantal huishoudens dat gebruik maakt van kinderopvangtoeslag (x 1.000, jaargemid-delde) 422 443 458 Aantal kinderen met kinderopvangtoeslag (x 1.000, jaargemiddelde) 0–12 jaar 642 674 696 0–4 jaar 303 313 324 4–12 jaar 339 361 371 Deelname kinderen met kinderopvangtoeslag (%) 0–12 jaar 29% 31% 32% 0–4 jaar 43% 45% 46% 4–12 jaar 23% 24% 25% Aantal uren per kind per maand 0–12 jaar 58 57 58 0–4 jaar 81 80 81 4–12 jaar 38 37 38 Gebruik kinderopvangtoeslag naar verzamelinkomenAantal kinderen met kinderopvangtoeslag x 1.000 Tot 130% Wml 57 63 65 130% Wml tot 1½ x modaal 152 176 183 1½ x modaal tot 3 x modaal 346 347 358 3 x modaal en hoger 86 88 90 Aantal uren per kind per maand met kinderopvangtoeslag Tot 130% Wml 76 75 75 130% Wml tot 1½ x modaal 54 53 54 1½ x modaal tot 3 x modaal 55 55 55 3 x modaal en hoger 67 65 651 SZW-berekeningen op basis van informatie van CBS (bevolkingsprognose voor berekening deelname) en Belastingdienst.2 De realisatiecijfers van 2015 zijn gebaseerd op de opgaven van aanvragers die nog kunnen wijzigen als gevolg van het definitief vaststellen van inkomen en gebruik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 292 Tabel 7.3 Kerncijfers kinderopvang bijdragen sectoren en ouders1 Realisatie20152 Raming2016 Raming2017 Bijdragen sectoren (in %) Collectief 62 68 70 Overheid 21 31 36 Werkgevers 41 37 34 Ouder 38 32 30 Gemiddelde tarieven van kinderopvanginstellingen (in €)3,4,5 Dagopvang 6,83 6,92 7,12 Buitenschoolse opvang 6,69 6,76 6,94 Gastouderopvang 5,56 5,61 5,77 Wettelijke maximum uurprijs (in €)6 Dagopvang 6,84 6,89 7,18 Buitenschoolse opvang 6,38 6,42 6,69 Gastouderopvang 5,48 5,52 5,75 Ouderbijdrage eerste kind in € per uur voor gezinsinkomen7 130% Wml 0,96 0,56 0,45 1½ x modaal 2,16 1,77 1,70 3x modaal 5,36 5,00 4,79 Ouderbijdrage volgende kind in € per uur voor gezinsinkomen7 130% Wml 0,49 0,41 0,37 1½ x modaal 0,84 0,45 0,47 3x modaal 1,53 1,14 1,191 SZW-berekeningen op basis van informatie van Belastingdienst.2 De realisatiecijfers van 2015 zijn gebaseerd op de opgaven van aanvragers die nog kunnen wijzigen als gevolg van het definitief vaststellen van inkomen en gebruik.3 De raming is opgesteld in prijzen 2016. Echter, het geraamde gemiddelde tarief 2017 is, evenals de wettelijk maximum uurprijs 2017 weergegeven op prijsniveau 2017.4 De cijfers over de gemiddelde uurprijs zijn gebaseerd op de uurprijzen die ouders aan de Belastingdienst/Toeslagen doorgeven. Deze kunnen afwijken van de door de ouders werkelijk betaalde uurprijzen.5 Het betreft de gemiddelde uurprijzen, waarbij gewogen is naar gebruik. Ter illustratie: de uurprijs van gebruikers die 60 opvanguren afnemen weegt drie keer zo zwaar mee bij bepaling van het gemiddelde als de uurprijs van gebruikers die 20 opvanguren afnemen.6 De maximum uurprijzen betreffen de vastgestelde maximum uurprijzen (en niet een raming).7 Kosten van kinderdagopvang per uur voor ouders, gebaseerd op de maximum uurprijzen en de toeslag die ouders ontvangen. B. SubsidiesVoor 2017 is er € 5,4 miljoen beschikbaar voor subsidies, dit betreft onder andere uitgaven aan:•De bevordering van de kwaliteit van kinderopvang, door middel van een subsidie voor de subsidieregeling Versterking Taal- en Interactie-vaardigheden Beroepskrachten en Gastouders in de Kinderopvang uitgevoerd door het Agentschap SZW en een bijdrage aan Bureau Kwaliteit Kinderopvang;•Toezicht en handhaving door middel van een bijdrage aan de Stichting Geschillencommissie in het kader van de versterking van de positie van ouders;•De harmonisatie van kwaliteitseisen in kinderopvang en peuterspeelza-len via een bijdrage aan de Brancheorganisatie Kinderopvang voor een project in permanente educatie, en via een bijdrage aan de MO-groep voor de ondersteuning van peuterspeelzaalorganisaties tijdens de harmonisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 293 C. OpdrachtenVoor 2017 is er € 3,0 miljoen beschikbaar voor opdrachten. Het opdrach-tenbudget wordt onder andere gebruikt ten behoeve van uitgaven voor de ontwikkeling van instrumenten en daarnaast voor de evaluatie van de subsidieregeling Versterking Taal- en Interactievaardigheden van Beroepskrachten en Gastouders in de Kinderopvang, voor de financiering van huidig toezicht, voor het project Innovatie en Kwaliteit in de Kinder-opvang, voor het project «een betere basis voor peuters» en voor diverse onderzoeken.D. Bijdrage aan agentschappenVoor 2017 wordt naar verwachting € 23,8 miljoen uitgegeven aan bijdragen voor agentschappen. Het merendeel hiervan is bestemd voor DUO, voornamelijk ten behoeve van voorbereidende werkzaamheden in het kader van het project Directe Financiering en daarnaast voor de ontwikkeling en beheer van het LRKP en de Gemeenschappelijke Inspectieruimte en het beheer van het Register Buitenlandse Kinder-opvang en uitvoering van continue screening kinderopvang fase 1.De bijdragen voor Justis en het Centraal informatiepunt beroepen gezondheidszorg zijn bestemd voor ICT-voorbereiding en -ontwikkeling van het Personenregister in het kader van continue screening in de kinderopvang, onder voorbehoud van de uitkomst van de heroriëntatie waarover de Tweede Kamer dit najaar wordt geïnformeerd. Voor Justis betreft dit daarnaast ook de kosten voor uitvoering van continue screening kinderopvang fase 1.E. OntvangstenDe ontvangsten bestaan uit twee componenten, de ontvangsten algemeen en de werkgeversbijdrage. De ontvangsten algemeen zijn de terugbeta-lingen door ouders die in eerdere jaren te veel aan kinderopvangtoeslag hebben ontvangen. De daling van de ontvangsten is vooral het gevolg van de daling van de uitgaven aan kinderopvangtoeslag in de afgelopen jaren. Als gevolg van de intensiveringen in 2016 en 2017 stijgen de uitgaven aan kinderopvangtoeslag weer. Hierdoor nemen, met vertraging, ook de ontvangsten naar verwachting weer toe.De geraamde ontvangsten werkgeversbijdrage kinderopvang zijn stabiel. De bijdrage betreft een vast percentage van de totale loonsom (0,5%).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 294 8. Oudedagsvoorziening De overheid biedt een basisinkomen aan personen die de pensi-oengerechtigde leeftijd hebben bereikt. De overheid stimuleert de opbouw van en stelt kaders voor de houdbaarheid van aanvul-lende arbeidspensioenen en draagt zorg voor toezicht op de naleving daarvan.De overheid vindt dat iedere gepensioneerde minimaal een basisinkomen dient te hebben. Daarom verschaft zij een basispensioen (AOW) aan diegenen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Dit is de eerste pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Daarnaast bevordert de overheid het opbouwen van toekomstbestendige aanvullende pensi-oenen, zodat werknemers na hun pensionering niet te maken krijgen met een grote inkomensachteruitgang. Momenteel bouwt ruim 95% van de werknemers een aanvullend arbeidspensioen op door verplichte deelname aan pensioenregelingen die vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers meestal beheren. Met regelgeving en toezicht waarborgt de overheid een zorgvuldig beheer van de ingelegde pensioen-gelden. Dit betreft de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. In de derde pijler van het pensioenstelsel kunnen mensen facultatief individuele pensioenverzekeringen afsluiten.De overheid biedt onder voorwaarden een inkomensondersteuning aan AOW-gerechtigden en biedt een overbruggingsuitkering aan mensen die per 1 januari 2013 reeds deelnemen aan een vut- of prepensioenregeling of een daarmee vergelijkbare regeling en die zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd.Inwoners van Caribisch Nederland die de AOV-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, ontvangen een basispensioen op grond van de Algemene Ouderdomsverzekering (AOV). Tevens kent de AOV een partnertoeslag.De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefi-nancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsre-gelingen en de aanvullende arbeidspensioenen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•De vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderschei-den regelingen voor zover de overheid hier zelf verantwoordelijkheid voor draagt;•De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door de SVB;•De vormgeving van het toezicht met betrekking tot de arbeidspensioe-nen door De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM);•De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).Belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein zijn:•Kostendelersnorm AOWDe invoering van de kostendelersnorm AOW wordt uitgesteld naar 2019, daarmee voert dit kabinet de kostendelersnorm niet meer in.•Toekomstig pensioenstelselHet is van belang om ook in de toekomst een collectief en solidair stelsel te behouden, dat onder deelnemers kan rekenen op draagvlak Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 295 en vertrouwen. Daarom is het kabinet in 2015 gestart met de Nationale Pensioendialoog waarin het met alle betrokken partijen onderzocht waar het pensioenstelsel beter kan. Dat heeft aan de basis gestaan van de hoofdlijnen van een nieuw stelsel, zoals het kabinet die vorig jaar aan de Tweede Kamer heeft gemeld. Die hoofdlijnen heeft het kabinet verder ingevuld in de Perspectiefnota. In deze nota (Tweede Kamer, 2015–2016, 32 043, nr. 337) is een aantal vervolgactiviteiten genoemd om invoering van een nieuw pensioenstelsel mogelijk te maken, waaronder een uitwerking van de verschillende transitiepaden voor het afschaffen van de doorsneesystematiek en een onderzoek naar de mogelijkheid om bij pensionering het pensioen deels als een bedrag ineens te ontvangen.•Waardeoverdracht kleine pensioenenHet streven is om, zoals aan de Tweede Kamer vermeld in de brief van 14 april 2016 (Tweede Kamer, 2015–2016, 32 043, nr. 315), op 1 juli 2017 een wettelijke verplichting van waardeoverdracht van kleine pensioe-nen in werking te laten treden die in de plaats treedt van het huidige recht van afkoop. Op deze wijze behouden ook kleine aanspraken hun bestemming, waarmee de pensioenvoorziening wordt verbeterd van vooral werknemers met meerdere kortlopende dienstverbanden.•Uitbreiding Overbruggingsregeling AOW (OBR)Naar aanleiding van het onderzoek naar het (niet-) gebruik van de OBR wordt de regeling uitgebreid Tweede Kamer, 2015-2016, 32 163, nr. 41. Met de uitbreiding kan een OBR-uitkering tot maximaal 1 jaar met terugwerkende kracht worden aangevraagd (de aanvraag moet wel worden gedaan vóór dat de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt). Daarnaast geven de uitkomsten ten aanzien van het mogelijk niet-gebruik van de OBR aanleiding om de dienstverlening vanuit de SVB te intensiveren. Dit gebeurt door potentiële OBR-gerechtigden gerichter te rappelleren.Tabel 8.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 8 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 102.168 24.266 24.887 23.942 24.975 25.004 25.997 Uitgaven 102.168 24.266 24.887 23.942 24.975 25.004 25.997 waarvan juridisch verplicht (%) 100% Inkomensoverdrachten 101.951 24.266 24.887 23.942 24.975 25.004 25.997 MKOB 1.199 1.017 0 0 0 0 0 Overbruggingsregeling AOW (OBR) 6.378 4.108 4.478 3.833 4.177 4.512 4.760 AOV incl. tegemoetkoming (Caribisch Nederland) 18.274 19.137 20.409 20.109 20.798 20.492 21.237 Tijdelijke regeling inkomensondersteuning AOW 76.100 4 0 0 0 0 0 Opdrachten 217 0 0 0 0 0 0 Ontvangsten 621 2.123 0 0 0 0 0Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Overbruggingsregeling AOW (OBR) en AOV.Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 296 Tabel 8.2 Premiegefinancierde uitgaven artikel 8 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Uitgaven 35.813.500 36.994.665 37.477.203 38.158.942 38.793.666 39.453.640 40.317.699 Inkomensoverdrachten 35.813.500 36.994.665 37.079.477 37.259.417 37.099.067 37.102.898 37.136.861 AOW 34.968.000 36.055.956 36.133.861 36.304.972 36.139.852 36.141.408 36.173.498 Inkomensondersteuning AOW (IOAW) 845.500 938.709 945.616 954.445 959.215 961.490 963.363 Nominaal 0 0 397.726 899.525 1.694.599 2.350.742 3.180.838 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0A. InkomensoverdrachtenA1. Overbruggingsregeling AOW (OBR)De OBR geldt voor mensen die per 1 januari 2013 reeds deelnemen aan een vut- of prepensioenregeling of een daarmee vergelijkbare regeling en die zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. De regeling is per 1 oktober 2013 in werking getreden, werkt terug tot 1 januari 2013 en sluit voor nieuwe instroom per 1 januari 2023. Vanaf 2016 is de OBR uitgebreid voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met vroegpensioen zijn gegaan. De OBR overbrugt voor deze groep alleen het AOW-gat voor zover dat het gevolg is van de versnelde verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd omdat deze groep zich niet op die versnelling heeft kunnen voorbereiden. Daarnaast wordt de OBR per 1 oktober 2016 nogmaals uitgebreid (zie «Beleidwijzigingen»). De OBR kent een inkomenseis en een partner- en vermogenstoets (exclusief eigen woning en pensioenvermogen). De OBR wordt uitgevoerd door de SVB.Wie komt er voor in aanmerking?Het inkomen waarbij er toegang ontstaat tot de OBR bedraagt maximaal 200% van het wettelijk minimumloon voor alleenstaanden en 300% van het wettelijk minimumloon voor paren. Dit is in de tweede helft van 2016 gelijk aan een bruto bedrag van € 3.074,40 per maand (exclusief vakantie-toeslag) voor een alleenstaande en € 4.611,60 per maand (exclusief vakantietoeslag) voor een paar.Voor de vermogenstoets wordt aangesloten bij de grens van het box 3-vermogen uit de Wet Inkomstenbelasting 2001. Het heffingvrije vermogen uit box 3 bedraagt in 2016 € 24.437 per persoon. Dit betekent voor een (volwassen) eenpersoonshuishouden dat er tot een vermogen van € 24.437 recht bestaat op een overbruggingsuitkering en voor een (volwassen) tweepersoonshuishouden tot een vermogen van € 48.874.Hoe hoog is de OBR?De maximale uitkeringshoogte van de OBR is afgeleid van het wettelijk minimumloon en komt netto overeen met de hoogte van het sociaal minimum onder de AOW-gerechtigde leeftijd. Inkomen uit arbeid wordt gedeeltelijk en inkomen uit uitkeringen wordt volledig in mindering gebracht op de overbruggingsuitkering. De hoogte is voorts afhankelijk van het aantal verzekerde jaren in de opbouwperiode overeenkomstig de systematiek van de AOW, en begrensd tot de hoogte van het inkomen uit vut- of prepensioen of het daarmee vergelijkbaar inkomen dat aan de OBR vooraf ging.Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 297 Budgettaire ontwikkelingenDe wijziging van de OBR zal, in combinatie met een gerichte rappellering van potentiële OBR-gerechtigden, het niet-gebruik van de regeling naar verwachting terugdringen. Tegelijkertijd blijkt uit realisatiecijfers over 2015 dat de instroom in de OBR lager uitvalt dan eerder werd verondersteld. Daarom zijn de geraamde uitgaven aan de OBR – ten opzichte van de Begroting 2016 – neerwaarts bijgesteld.Beleidsrelevante kerncijfersOp basis van de realisatiecijfers over 2015 is de geraamde instroom neerwaarts bijgesteld. Naar verwachting zal de instroom in de OBR steeds verder afnemen, omdat steeds minder personen er voor in aanmerking kunnen komen. In 2016 is de geraamde instroom iets hoger dan de gerealiseerde instroom in 2015, omdat vanaf 1 januari 2016 de regeling is uitgebreid voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met vroegpensioen zijn gegaan. Vanaf 2017 neemt de geraamde instroom weer af.Tabel 8.3 Kerncijfers OBR1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Instroom OBR (x 1.000 uitkeringen) 2,4 2,5 1,81 SVB, jaarverslag.A2. Algemene Ouderdomsverzekering (AOV) (Caribisch Nederland)Inwoners van Caribisch Nederland die de AOV-gerechtigde leeftijd hebben bereikt ontvangen een ouderdomspensioen op grond van de AOV. Naast het ouderdomspensioen wordt op St. Eustatius en Saba een tegemoet-koming verstrekt die recht doet aan de prijsverschillen tussen de eilanden.Budgettaire ontwikkelingenTot 2021 wordt de AOV-gerechtigde leeftijd stapsgewijs verhoogd naar 65 jaar. De hogere AOV-gerechtigde leeftijd dempt het volume van het aantal AOV-gerechtigden. Het aantal 60-plussers neemt in deze jaren tegelij-kertijd in geringe mate toe. Hierdoor kunnen de uitgaven van de AOV-Caribisch Nederland van jaar tot jaar fluctueren.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 8.4 Kerncijfers AOV1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume AOV (x 1.000 personen, ultimo) 4,1 4,1 4,11 SZW unit RCN.A3. Algemene Ouderdomswet (AOW)De AOW is een volksverzekering en heeft als doel het verschaffen van een basispensioen aan degenen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De AOW wordt uitgevoerd door de SVB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 298 Wie komt er voor in aanmerking?Iedereen die rechtmatig in Nederland woont tussen de aanvangsleeftijd (in 2017 15 jaar en 9 maanden) en de AOW-gerechtigde leeftijd (in 2017 65 jaar en 9 maanden) is verplicht verzekerd voor de AOW. Ook als een persoon niet in Nederland woont maar hier wel werkt en op grond daarvan onder de loonbelasting valt, is hij of zij verzekerd.In 2017 zal de AOW-gerechtigde leeftijd 65 jaar en 9 maanden bedragen. Na 2017 zet de geleidelijke verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd door. De AOW-gerechtigde leeftijd wordt in stappen verhoogd naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Daarna wordt de AOW- gerechtigde leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.Is de partner nog niet AOW-gerechtigd, dan heeft de AOW-gerechtigde recht op een toeslag. Die toeslag wordt alleen uitgekeerd als de jongste partner geen of weinig eigen inkomen heeft. De toeslag stopt zodra de partner een eigen AOW-pensioen ontvangt. Per 1 januari 2015 is de partnertoeslag gesloten voor nieuwe instroom.Hoe hoog is de AOW?De hoogte van het AOW-basispensioen is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Alleenstaanden ontvangen 70% van het AOW-normbedrag dat is afgeleid van het wettelijk minimumloon en gehuwden of samenwo-nenden elk 50%.Tabel 8.5 AOW bruto maandbedragen per 1 juli 2016, exclusief vakantietoeslag Gehuwd / samenwonend1 € 763,33 Alleenstaande € 1.119,241 Indien beide partners AOW-gerechtigd zijn ontvangen zij beiden € 763,33.De bedragen in bovenstaande tabel zijn volledige AOW-pensioenen. Wie pas later in Nederland is komen wonen of een aantal jaren in het buitenland heeft gewoond en daarom niet de volledige opbouw heeft gehad, krijgt een lagere uitkering: voor ieder jaar 2% minder AOW.Budgettaire ontwikkelingenAls gevolg van de stijgende levensverwachting en de vergrijzing neemt het AOW-volume de komende jaren toe. Door de stapsgewijze verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd sinds 2013 – en de versnelling van deze verhoging vanaf 2016 – wordt de toename afgevlakt. De uitkeringslasten AOW stijgen tot 2019 als gevolg van de toename van het volume. In 2019 dalen de uitkeringslasten als gevolg van de ingeboekte besparing door de kostendelersnorm in de AOW. Vanaf 2020 stijgen de geraamde uitgaven weer door de toename van het AOW-volume. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 299 Beleidsrelevante kerncijfersTabel 8.6 Kerncijfers AOW1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume AOW (x 1.000 personen, jaargemiddelde) 3.3292 3.364 3.390 Personen met een onvolledige AOW-uitkering (% van totaal, ultimo) 19 19 19 Gemiddeld kortingspercentage AOW-uitkering i.v.m. niet verzekerde jaren (%) 47 46 461 SVB, jaarverslag.2 SVB, administratie.HandhavingDe gepercipieerde detectiekans en de kennis van de verplichtingen zijn licht gedaald ten opzichte van 2014. De verschillen zijn niet significant en niet nader te duiden. Het aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling en het totale benadelingbedrag zijn licht gestegen ten opzichte van 2014. De incassoratio’s laten een stabiel beeld zien.Tabel 8.7 Kerncijfers AOW (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie1 Gepercipieerde detectiekans (%) – 70 66 Kennis van de verplichtingen (%) – 89 87 Opsporing2 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 1,3 0,6 0,7 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 5,6 2,7 4,0 Terugvordering2 Incassoratio 2013 (%) 39 65 72 Incassoratio 2014 (%) –3 21 43 Incassoratio 2015 (%) –3 –3 221 Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015». Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.2 SVB, Jaarverslag.3 Deze cijfers komen niet voor.A4. Inkomensondersteuning AOW (IOAOW)In 2015 is een inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden geïntro-duceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. De regeling wordt uitgevoerd door de SVB en gefinancierd uit het Ouder-domsfonds.Wie komt er voor in aanmerking?De IOAOW wordt verstrekt aan iedereen die in aanmerking komt voor een AOW-uitkering en woonachtig is in de EU/EER/Zwitserland, verdrags-landen of Caribisch Nederland.Hoe hoog is de inkomensondersteuning AOW?De hoogte van de IOAOW is afhankelijk van het aantal AOW-opbouwjaren en bedraagt maximaal € 25,48 bruto per maand (prijspeil 2016). De IOAOW wordt jaarlijks geïndexeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2100 Budgettaire ontwikkelingenAls gevolg van de stijgende levensverwachting en de vergrijzing van de bevolking stijgt het aantal mensen dat recht heeft op de IOAOW jaarlijks. Door de stapsgewijze verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt deze stijging evenwel afgevlakt.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 8.8 Kerncijfers inkomensondersteuning AOW1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume inkomensondersteuning AOW (x 1.000 personen, jaargemiddelde) 3.3291 3.364 3.3901 SVB, administratie.Aanvullend pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Sociale partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud en de reikwijdte van pensioenregelingen. De overheid stelt regels om te bevorderen dat toezeggingen ook daadwer-kelijk worden nagekomen en draagt zorg voor toezicht op de naleving daarvan.Beleidsrelevante kerncijfersAls kerncijfers zijn het aantal pensioenfondsen opgenomen en het aantal pensioenfondsen met een dekkingsgraad onder de 130%, alsmede de daarbij betrokken deelnemers en gepensioneerden. De maatstaf van 130% is gekozen omdat een dergelijke dekkingsgraad met de wettelijk vastge-stelde mate van zekerheid toereikend is om de pensioenverplichtingen na te komen.Het aantal pensioenfondsen neemt jaarlijks af. Het gaat hierbij vooral om de pensioenfondsen die vanwege de uitdagingen waarvoor ze zich gesteld zien, nadenken over hun toekomstbestendigheid. Dit kan er toe leiden dat pensioenfondsen fuseren of dat de uitvoering van de pensioenregeling wordt ondergebracht bij een andere pensioenuitvoerder, bijvoorbeeld een premiepensioeninstelling, een verzekeraar of een ander (algemeen) pensioenfonds. Het aandeel pensioenfondsen – ook in termen van daarbij betrokken deelnemers en gepensioneerden – met een dekkingsgraad lager dan 130% is vergelijkbaar met dat van voorafgaande jaren.Tabel 8.9 Kerncijfers aanvullende pensioenen1 Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Totaal aantal pensioenfondsen2 281 245 231 Aantal pensioenfondsen met dekkingsgraad ≤130% 263 227 212 Aantal bij deze fondsen betrokken deelnemers (x 1.000) 5.266 5.130 5.082 Aantal bij deze fondsen betrokken gepensioneerden (x 1.000) 2.897 2.943 3.1441 DNB, statistiek toezicht pensioenfondsen.2 Pensioenfondsen zonder eigen verplichtingen, bijvoorbeeld de volledig herverzekerde fondsen, kennen geen dekkingsgraad en zijn daarom niet opgenomen in de tabel.Aanvullende arbeidspensioenenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2101 9. Nabestaanden De overheid beschermt nabestaande partners en wezen voor zover nodig tegen de financiële gevolgen van het verlies van partner of ouders.De overheid vindt dat mensen die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s) en die vanwege de zorg voor een kind of arbeidsongeschiktheid niet (volledig) in een eigen inkomen kunnen voorzien, verzekerd moeten zijn van financiële ondersteuning. Daarom regelt zij in deze gevallen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) een nabestaandenuitkering voor de overblijvende partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren.Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) recht op een uitkering.De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefi-nancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsre-gelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•De vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderschei-den regelingen;•De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door de SVB;•De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).Er zijn in 2017 geen beleidswijzigingen op het terrein van nabestaanden.Tabel 9.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 9 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 1.110 1.199 1.253 1.288 1.324 1.377 1.429 Uitgaven 1.110 1.199 1.253 1.288 1.324 1.377 1.429 waarvan juridisch verplicht (%) 100% Inkomensoverdrachten 1.110 1.199 1.253 1.288 1.324 1.377 1.429 AWW (Caribisch Nederland) 1.110 1.199 1.253 1.288 1.324 1.377 1.429 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AWW Caribisch Nederland.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2102 Tabel 9.2 Premiegefinancierde uitgaven artikel 9 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Uitgaven 452.437 422.779 410.343 391.057 379.796 376.221 372.628 Inkomensoverdrachten 452.437 422.779 405.580 384.056 370.840 364.842 358.201 Anw 444.437 415.622 398.612 377.342 364.296 358.399 351.878 Tegemoetkoming Anw 8.000 7.157 6.968 6.714 6.544 6.443 6.323 Nominaal 0 0 4.763 7.001 8.956 11.379 14.427 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0A. InkomensoverdrachtenA1. Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) (Caribisch Nederland)Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de AWW recht op een uitkering. De SZW-unit bij de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regeling in Caribisch Nederland.Budgettaire ontwikkelingenDe stijging van de uitgaven van de AWW wordt verklaard door de verhoging van de AOV-gerechtigde leeftijd (zie ook beleidsartikel 8). Hierdoor lopen de uitkeringen van de AWW langer door.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 9.3 Kerncijfers AWW Caribisch Nederland1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume AWW (x 1.000 personen, ultimo) 0,3 0,3 0,31 SZW unit RCN.A2. Algemene nabestaandenwet (Anw)De Anw is een volksverzekering en regelt, onder voorwaarden, bij overlijden een uitkering voor de partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren. Daarnaast ontvangt iedere Anw-gerechtigde maandelijks de Anw-tegemoetkoming. De Anw wordt door de SVB uitgevoerd.Wie komt er voor in aanmerking?•Nabestaande partners komen in aanmerking voor een nabestaanden-uitkering als zij jonger zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd, de partner op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw en de nabestaande:Céén of meer kinderen onder de 18 jaar verzorgt, of;Cvoor minstens 45% arbeidsongeschikt is.•Een kind heeft recht op een wezenuitkering indien beide ouders zijn overleden. Wezen tot 16 jaar hebben altijd recht op een uitkering. De uitkering kan worden verlengd tot 18 jaar wanneer sprake is van arbeidsongeschiktheid van minstens 45%, en tot 21 jaar bij studie of Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2103 wanneer de wees meer dan 19 uur per week het huishouden verzorgt waartoe minstens één andere wees behoort.De Anw maakt geen onderscheid tussen gehuwden en mensen die ongehuwd zijn en samen een huishouding vormen. Daarom wordt gesproken van «partner». Nabestaanden die vóór 1 juli 1996 recht hadden op de voorganger van de Anw, de Algemene Weduwen- en Wezenwet, vallen onder een overgangsregeling.Hoe hoog is de Anw?De nabestaandenuitkering bedraagt 70% van het referentieminimumloon. Op de nabestaandenuitkering vindt inkomstenverrekening plaats. Daarbij kent de nabestaandenuitkering een vrijlating voor inkomen uit arbeid. Deze bedraagt 50% van het wettelijk minimumloon, plus eenderde deel van het meerdere inkomen. Inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld WIA- of WW-uitkering) wordt geheel gekort. Eigen vermogen, de inkomsten uit dit vermogen en particuliere aanvullende nabestaanden-pensioenen worden niet gekort op de nabestaandenuitkering.Per 1 juli 2015 is voor de nabestaandenuitkering de kostendelersnorm ingevoerd. De uitkering zal in stappen van 4 jaar verlaagd worden tot 50% van het referentieminimumloon als nabestaanden kosten delen met een of meer meerderjarige personen.De wezenuitkering bedraagt een percentage van het referentiemini-mumloon, afhankelijk van de leeftijd van de wees. De hoogte van de wezenuitkering is niet afhankelijk van het inkomen.Nabestaanden of wezen ontvangen naast hun Anw-uitkering ook een tegemoetkoming Anw.Tabel 9.4 Anw bruto maandbedragen (maxima) per 1 juli 2016, exclusief vakantietoeslag Nabestaandenuitkering € 1.156,32 Nabestaandenuitkering met een of meer meerderjarige medebewoners (kostendelersnorm) € 1.052,62 Wezenuitkering (wezen tot 10 jaar) € 370,02 Wezenuitkering (wezen van 10 tot 16 jaar) € 555,03 Wezenuitkering (wezen van 16 tot 21 jaar) € 740,04 Tegemoetkoming Anw € 16,74Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten in de Anw dalen omdat de instroom van nieuwe nabestaanden in de Anw kleiner is dan de uitstroom van personen die recht hebben op de Anw en de voorganger van de huidige Anw, de Algemene Weduwen- en Wezenwet. AWW-gerechtigden stromen de komende jaren uit, voornamelijk vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2104 Beleidsrelevante kerncijfersTabel 9.5 Kerncijfers Anw1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Volume Anw (x 1.000 uitkeringsjaren, jaargemiddelde) 32 30 29 Volume Anw (x 1.000 personen, jaargemiddelde) 39 35 34 Onderverdeling volume Anw: Volume nabestaandenuitkering (x 1.000 uitkeringsjaren, jaargemiddelde),ingang recht voor 1 juli 1996 10 9 8 • waarvan nabestaanden met kind2 0 0 0 • waarvan nabestaandenuitkering o.g.v. arbeidsongeschiktheid2, 3 10 9 8 Volume nabestaandenuitkering (x 1.000 uitkeringsjaren, jaargemiddelde),ingang recht na 1 juli 1996 20 19 19 • waarvan nabestaanden met kind2 8 8 8 • waarvan nabestaandenuitkering o.g.v. arbeidsongeschiktheid2,3 12 11 11 Volume wezenuitkering (x 1.000 uitkeringsjaren, jaargemiddelde) 1,4 1,3 1,41 SZW berekening op basis van gegevens SVB. De in het SVB-jaarverslag gepresenteerde uitkeringsjaren zijn excl. de uitkeringen die binnen het begrotingsjaar (2014) met terugwerkende kracht zijn verstrekt.2 SVB, administratie.3 Inclusief de groep die tot 1 april 2015 in aanmerking kwam o.g.v. leeftijd (geboren vóór 1950).HandhavingDe gepercipieerde detectiekans is in 2015 onveranderd op 83% gebleven. De kennis van de verplichtingen is gedaald van 90% naar 84%. Deze daling is niet significant. Het aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling is gelijk gebleven ten opzichte van 2014. Het totale benadelingsbedrag is toegenomen. Dit betekent dat er een aantal overtredingen met een hogere financiële benadeling zijn geconstateerd.Tabel 9.6 Kerncijfers Anw (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie1 Gepercipieerde detectiekans (%) – 83 83 Kennis van de verplichtingen (%) – 90 84 Opsporing2 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 0,2 0,1 0,1 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 1,9 1,9 2,2 Terugvordering2 Incassoratio 2013 (%) 21 30 33 Incassoratio 2014 (%) –3 12 32 Incassoratio 2015 (%) –3 –3 111 Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015». Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.2 SVB, jaarverslag.3 Deze cijfers komen niet voor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2105 10. Tegemoetkoming ouders De overheid biedt een financiële tegemoetkoming aan ouders of verzorgers voor de kosten van kinderen.De overheid biedt ouders of verzorgers een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verzorging en opvoeding van kinderen op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW) en de kinderbijslagvoorziening BES. Gezinnen met een laag of middeninkomen komen daarnaast in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van de Wet op het kindgebonden budget (WKB).De Minister financiert de tegemoetkoming met uitkeringsregelingen. Hij is in deze rol verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;•De vaststelling van het niveau van de tegemoetkoming op grond van de AKW, de kinderbijslagvoorziening BES en de WKB;•De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de AKW door de SVB.De Minister van Financiën is verantwoordelijk voor de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de WKB door de Belasting-dienst.Het eerste en tweede kindbedrag van het kindgebonden budget worden met € 100 verhoogd om de inkomenspositie van gezinnen met lage en middeninkomens te ondersteunen. Doordat het tweede kindbedrag in 2016 eenmalig met € 33 was verhoogd zou dit bedrag in 2017 weer met € 33 zijn verlaagd. Per saldo stijgt het tweede kindbedrag in 2017 ten opzichte van 2016 derhalve met € 67.Tabel 10.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 10 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 5.310.186 5.471.034 5.560.635 5.533.099 5.505.550 5.475.891 5.452.624 Uitgaven 5.310.186 5.471.034 5.560.635 5.533.099 5.505.550 5.475.891 5.452.624 waarvan juridisch verplicht (%) 100% Inkomensoverdrachten 5.310.186 5.471.034 5.560.635 5.533.099 5.505.550 5.475.891 5.452.624 AKW 3.238.238 3.332.033 3.326.308 3.309.405 3.289.343 3.269.132 3.252.449 Kinderbijslagvoorziening BES 0 1.803 1.842 1.842 1.842 1.842 1.842 WKB 2.063.020 2.137.024 2.232.485 2.221.852 2.214.365 2.204.917 2.198.333 TOG 5.428 0 0 0 0 0 0 TOG-kopje 3.500 174 0 0 0 0 0 Ontvangsten 217.589 294.162 285.799 288.284 290.228 298.432 272.989Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AKW, kinderbijslagvoorziening BES (Caribisch Nederland) en WKB.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2106 A. InkomensoverdrachtenA1. Algemene Kinderbijslag Wet (AKW)De AKW biedt ouders een tegemoetkoming in de kosten die het opvoeden en verzorgen van kinderen onder de 18 jaar met zich mee brengt. De AKW wordt uitgevoerd door de SVB.Wie komt er voor in aanmerking?Ouders van kinderen tot 18 jaar hebben recht op kinderbijslag.Hoe hoog is de kinderbijslag?De hoogte van de kinderbijslag hangt af van de leeftijd van het kind. De kinderbijslagbedragen worden per 1 januari 2017 en 1 juli 2017 geïndexeerd. Bij ziekte of handicap of omdat het kind niet thuis woont om onderwijsredenen kan onder nadere voorwaarden sprake zijn van dubbele kinderbijslag. Alleenstaande en alleenverdienende ouders van thuiswo-nende kinderen met ziekte of handicap kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een extra tegemoetkoming in de AKW.Tabel 10.2 AKW tegemoetkoming, bedragen per kwartaal per 1 juli 2016 Voor kinderen van: 0 t/m 5 jaar € 197,51 6 t/m 11 jaar € 239,84 12 t/m 17 jaar € 282,16 Extra tegemoetkoming AKW (jaarbedrag 2016) € 2.005,99Budgettaire ontwikkelingenHet budgettaire beslag van de AKW kent een licht dalend verloop door afname van het aantal kinderen onder de 18 jaar.Beleidsrelevante kerncijfersZowel het aantal kinderen als het aantal gezinnen AKW daalt licht.Tabel 10.3 Kerncijfers AKW1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Aantal gezinnen AKW (x 1.000, jaargemiddelde) 1.917 1.912 1.909 Aantal telkinderen AKW (x 1.000, jaargemiddelde) 3.423 3.408 3.4001 SVB, administratie.HandhavingDe door ontvangers van de kinderbijslag gepercipieerde detectiekans is in 2015 ten opzichte van 2014 gestegen met 3%-punt; de kennis die ontvangers van kinderbijslag hebben van hun verplichtingen is afgenomen met 2%-punt. Het aantal geconstateerde overtredingen nam tussen 2013 en 2014 iets toe tot afgerond 2.300 en daalde in 2015 tot 2.000. Overtredingen vinden relatief vaak plaats wanneer ouders niet doorgeven dat zij gaan werken in het buitenland, waardoor samenloop met andere kinderbijslagen ontstaat. Een andere relatief vaak voorko-mende overtreding is het niet opgeven van het inkomen van het kind. Ten opzichte van het aantal kinderen waarvoor kinderbijslag wordt uitbetaald is het percentage geconstateerde overtredingen 0,07% in 2014 en 0,06% in 2015. De incassoratio’s laten een stabiel beeld zien.Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2107 Tabel 10.4 Kerncijfers AKW (fraude en handhaving) Realisatie2013 Realisatie2014 Realisatie2015 Preventie1 Gepercipieerde detectiekans (%) – 71 74 Kennis van de verplichtingen (%) – 78 76 Opsporing2 Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000) 2,1 2,3 2,0 Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln) 1,7 1,2 1,2 Terugvordering2 Incassoratio 2013 (%) 53 72 76 Incassoratio 2014 (%) –3 55 69 Incassoratio 2015 (%) –3 –3 501 Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015». Cijfers voor 2013 zijn niet beschikbaar.2 SVB, Jaarverslag.3 Deze cijfers komen niet voor.A2. Wet kinderbijslagvoorziening BESDe kinderbijslagvoorziening BES biedt ouders en verzorgers die op Bonaire, St. Eustatius en Saba wonen een tegemoetkoming voor de kosten van opvoeding en verzorging van kinderen die nog geen 18 jaar zijn. De kinderbijslagvoorziening BES wordt uitgevoerd door de RCN-unit SZW.Wie komt er voor in aanmerking?Ouders en verzorgers van kinderen tot 18 jaar die ingezetene zijn van Bonaire, St. Eustatius en Saba.Hoe hoog is de kinderbijslagvoorziening BES?De hoogte van het bedrag bedraagt in 2016 40 USD op Bonaire en 42 USD op St. Eustatius en Saba per kind per maand. Dit bedrag wordt voor 2017 geïndexeerd.Budgettaire ontwikkelingenDe geraamde uitgaven kinderbijslagvoorziening BES zijn constant.Beleidsrelevante kerncijfersHet geraamde aantal kinderen met kinderbijslagvoorziening BES is constant.Tabel 10.5 Kerncijfers Wet kinderbijslagvoorziening BES Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Aantal kinderen kinderbijslagvoorziening BES (x 1.000, jaargemiddelde) – 5,0 5,0A3. Wet op het Kindgebonden Budget (WKB)Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming van de overheid in de kosten van kinderen voor gezinnen tot een bepaald inkomen en vermogen. De WKB wordt uitgevoerd door Belastingdienst/Toeslagen. Indien sprake is van een aanvulling op buitenlandse gezinstoe-slagen, is de SVB verantwoordelijk voor de uitbetaling van de WKB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2108 Wie komt er voor in aanmerking?Ouders van kinderen tot 18 jaar kunnen het kindgebonden budget ontvangen, afhankelijk van de hoogte van het inkomen en vermogen.Hoe hoog is het kindgebonden budget?De hoogte van het kindgebonden budget hangt af van het aantal kinderen, de leeftijd van de kinderen, het (gezamenlijke) inkomen en vermogen van de ouders en de leefvorm van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Als het (gezamenlijke) inkomen hoger is dan € 19.759 (bedrag 2016) wordt het kindgebonden budget geleidelijk minder. Voor iedere euro boven dit inkomen, wordt het kindgebonden budget € 0,0675 lager. De bedragen van het kindgebonden budget worden per 1 januari aangepast aan de prijsontwikkelingen.Tabel 10.6 WKB tegemoetkoming, maximum bedragen per jaar per 1 januari 2016 Een gezin met: 1 kind € 1.038 Verhoging 2e kind (extra bedrag per jaar) € 828 Verhoging 3e kind (extra bedrag per jaar) € 284 Verhoging ieder volgend kind (extra bedrag per jaar) € 284 Extra verhoging 12–15-jarigen1 € 233 Extra verhoging 16–17-jarigen1 € 415 Alleenstaande ouderkop € 3.0661 Ten opzichte van de bovengenoemde bedragen.Budgettaire ontwikkelingenDoor de verhoging van het eerste en tweede kindbedrag met € 100 per 2017 neemt het budgettaire beslag toe met € 130 miljoen. Doordat het tweede kindbedrag in 2016 eenmalig met € 33 was verhoogd zou dit bedrag in 2017 weer met € 33 zijn verlaagd. Per saldo stijgt het tweede kindbedrag in 2017 ten opzichte van 2016 derhalve met € 67. Door afname van het aantal kinderen onder de 18 jaar daalt het budgettaire beslag na 2017 licht.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal huishoudens met kindgebonden budget neemt in 2017 naar verwachting toe. Dit komt door de verhoging van het eerste en tweede kindbedrag. Hierdoor wordt het afbouwtraject van de toeslag langer en krijgen meer huishoudens recht op kindgebonden budget. Het aantal alleenstaande ouders met WKB neemt naar verwachting toe. In de CBS huishoudensprognose is een opwaartse trend te zien in het aantal eenouderhuishoudens.Tabel 10.7 Kerncijfers WKB1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Aantal huishoudens WKB (x 1.000, jaargemiddelde) 772 754 792 Aantal kinderen WKB (x 1.000, jaargemiddelde) 1.422 1.385 1.460 Aantal alleenstaande ouders WKB (x 1.000, jaargemiddelde) 310 317 3231 Ministerie van Financiën, Belastingdienst. De realisatiecijfers van 2015 zijn gebaseerd op de opgaven van aanvragers die nog kunnen wijzigen bij het definitief vaststellen van het recht op toeslag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2109 B. OntvangstenDe ontvangsten betreffen grotendeels de terugontvangsten ten gevolge van terugvorderingen van het kindgebonden budget. Nadat de toeslagen definitief zijn toegekend worden terugvorderingen ingesteld bij de huishoudens die meer hebben ontvangen dan waar ze recht op hadden op basis van hun vastgestelde inkomen. Omdat de definitieve afrekening achteraf plaatsvindt, zijn de terugontvangsten in een bepaald jaar veelal gebaseerd op definitieve afrekeningen van eerdere jaren. Door de uitbreiding van de WKB met de alleenstaande ouderkop in 2015 nemen de ontvangsten naar verwachting fors toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2110 11. Uitvoering De overheid voorziet de uitvoeringsorganisaties van financiële middelen voor een rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering van sociale zekerheidsregelingen, binnen de kaders die de overheid stelt.De uitvoering van de sociale zekerheidswetten vindt mede plaats door ZBO’s en RWT’s. De Minister van SZW bepaalt de kaders waarbinnen de uitvoering tot stand komt en stelt uitvoeringsbudget ter beschikking aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) inclusief het Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen (BKWI), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Inlichtingenbureau (IB). Hij maakt daarbij prestatieafspraken en stuurt op rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering. Hiertoe is een planning- en controlcyclus ingericht tussen de uitvoeringsorganen en het ministerie.De Minister is verantwoordelijk voor het doen uitvoeren van de sociale zekerheidswetgeving door de uitvoeringsorganen en draagt zorg voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving (wet SUWI) waarbinnen de uitvoeringsorganen opereren;•De vormgeving van het stelsel van sociale-zekerheidswetten die het UWV en de SVB uitvoeren;•De vaststelling van de budgetten die aan het UWV, de SVB en het IB beschikbaar worden gesteld met daarbij passende prestatieafspraken;•De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering door het UWV, de SVB en het IB en de verantwoording daarover;•De vaststelling van de omvang van de middelen die aan de Landelijke Cliëntenraad (LCR) beschikbaar worden gesteld.In onderstaande tabel zijn de rechtmatigheidindicatoren voor het UWV en de SVB weergegeven.Tabel 11.1 Indicatoren rechtmatigheid uitvoering ZBO’s Realisatie20151 Streef-waarde20162 Streef-waarde20173 Rechtmatigheid UWV (in %)1 99,3 99 99 Rechtmatigheid SVB (in %)2 99,8 99 991 Jaarverslagen 2015 UWV en SVB.2 Jaarplannen 2016 UWV en SVB.3 De streefcijfers zijn opgenomen in de meibrieven aan de ZBO’s. In deze brieven staan de onderling afgestemde beleidsmatige prioriteiten en financiële kaders voor het volgende jaar.•Voor de beleidswijzigingen per wet wordt verwezen naar de overige beleidsartikelen.•In 2015 is de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 11 in combinatie met de evaluatie van de Wet SUWI afgerond en naar de Tweede Kamer verzonden (Tweede Kamer, 2015–2016, 30 982, nr. 26). De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de afspraken die met de ZBO’s gemaakt worden.•Naar aanleiding van de motie Ulenbelt van december 2015 (Tweede Kamer, 2015–2016, 26 448, nr. 549) is de Algemene Rekenkamer gestart met een onderzoek naar de relatie tussen de doelen die het UWV heeft Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2111 en de middelen en mensen waarover het UWV beschikt. De Algemene Rekenkamer verwacht het onderzoek in december 2016 te publiceren.•Diverse maatregelen zijn genomen om de persoonlijke dienstverlening aan werkzoekenden te verbeteren (Tweede Kamer, 2015–2016, 33 566, nr. 93). Zo zal het UWV structureel meer persoonlijke dienstverlening gaan aanbieden aan WW-gerechtigden voor wie het aannemelijk is dat hierdoor de kans op werkhervatting wordt vergroot. Het UWV gebruikt hierbij de zogenoemde «Werkverkenner». Aan de hand van dit instrument wordt bij instroom in de WW voor iedere werkloze de kans op langdurige werkloosheid ingeschat. Mensen met een verhoogd risico op langdurige werkloosheid worden voor een gesprek uitgeno-digd. Op basis van de uitkomsten van dit gesprek wordt de in te zetten dienstverlening bepaald.•In het UWV-Informatieplan 2016–2020 geeft het UWV aan hoe het de komende jaren wil werken aan wendbare en toekomstbestendige ICT-systemen. Het plan is met de appreciatie van de Minister van SZW onlangs aan de Tweede Kamer gestuurd. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Schut-Welkzijn van december 2015 (Tweede Kamer, 2015–2016, 26 448, nr. 547).•Na het signaleren van achterstanden bij herbeoordelingen is een integraal plan opgezet om de beschikbare capaciteit van verzekerings-artsen te maximaliseren en om aanvullende maatregelen te nemen die de werklast voor het UWV verminderen en in de tijd spreiden (Tweede Kamer, 2015–2016, 26 448, nr. 569). Het jaar 2017 zal net als 2016 in het teken staan van beheersing van de achterstanden; in 2018 zal een situatie ontstaan van evenwicht tussen de vraag naar herbeoordelin-gen en de capaciteit om deze uit te voeren.•Mensen in de Wajong2010 blijken langer begeleiding nodig te hebben dan bij de start van de Wajong2010 werd aangenomen. Omdat het in het kader van de banenafspraak belangrijk is dat deze groep goede en voldoende ondersteuning krijgt van het UWV is het dienstverlenings-budget meerjarig verhoogd. De beleidsdoorlichting van beleidsartikel 4 zal onderzoek doen naar de doeltreffendheid van dienstverlening aan de verschillende groepen in de Wajong.•In 2016 is de uitkomst van het traject strategische heroriëntatie van de SVB aangeboden aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer, 2015–2016 26 448, nr. 571). De heroriëntatie heeft geleid tot de uitwerking van een drietal strategische doelstellingen van de SVB gericht op een betrouw-bare dienstverlening voor de burger, het verhogen van de continuïteit en wendbaarheid van de uitvoering en het intensiveren van de ketensamenwerking. Deze strategische doelstellingen zijn nader uitgewerkt in de veranderagenda 2016–2017. Jaarlijks worden in de reguliere planning- en controlcyclus concrete resultaatsafspraken gemaakt tussen de opdrachtgevers (de Ministeries van SZW en VWS) en de SVB om te komen tot een goede implementatie van de strategi-sche heroriëntatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2112 Tabel 11.2 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 11 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 438.181 436.082 434.478 388.292 350.686 335.803 336.532 Uitgaven 438.181 436.082 434.478 388.292 350.686 335.803 336.532 waarvan juridisch verplicht (%) 100% Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s1 437.532 435.433 433.842 387.661 350.055 335.172 335.901 Uitvoeringskosten UWV 331.571 323.924 326.381 285.211 253.018 239.837 243.171 Uitvoeringskosten SVB 99.590 105.063 101.192 96.254 90.885 89.183 86.578 Uitvoeringskosten IB 6.371 6.446 6.269 6.196 6.152 6.152 6.152 Bijdrage aan nationale organisaties 649 649 636 631 631 631 631 Landelijke Cliëntenraad 649 649 636 631 631 631 631 Ontvangsten 10.144 16.320 0 0 0 0 01 Deze bedragen hebben alleen betrekking op de uitvoering van het SZW-beleid door de ZBO’s.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s:De bijdragen aan ZBO’s zijn 100% juridisch verplicht. Dit zijn de uitvoe-ringsbudgetten van het UWV, de SVB en het IB. Deze budgetten worden bij de goedkeuring van de jaarplannen vastgesteld.Bijdrage aan nationale organisaties:De bijdrage aan nationale organisaties is 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de LCR. Het budget wordt bij goedkeuring van het jaarplan vastgesteld.Tabel 11.3 Premiegefinancierde uitgaven artikel 11 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Uitgaven 1.607.496 1.530.786 1.546.537 1.573.334 1.522.508 1.549.244 1.575.413 Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s1 1.607.496 1.530.786 1.524.021 1.516.633 1.444.910 1.442.268 1.434.635 Uitvoeringskosten UWV 1.485.496 1.419.451 1.410.716 1.405.079 1.334.787 1.332.092 1.327.406 Uitvoeringskosten SVB 122.000 111.335 113.305 111.554 110.123 110.176 107.229 Nominaal 0 0 22.516 56.701 77.598 106.976 140.778 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 01 Deze bedragen hebben alleen betrekking op de uitvoering van het SZW-beleid door de ZBO’s.A. Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sDe Minister van SZW stelt de financiële kaders vast voor het UWV, de SVB en het IB, waarbinnen deze organisaties hun jaarplannen dienen op te stellen. Deze financiële kaders hebben alleen betrekking op de uitvoering van SZW-taken door genoemde ZBO’s. In de jaarplannen nemen het UWV en de SVB een verdeling van de uitvoeringskosten naar wet en/of fonds op. De Minister stuurt op het totaalbudget per organisatie. Uitgangspunt daarbij is dat de organisaties zelfstandig de uitvoering organiseren en over de realisatie via het jaarverslag verantwoording afleggen aan de Minister van SZW.Budgettaire ontwikkelingenDe uitvoeringskosten van het UWV en de SVB wijzigen gedurende de jaren als gevolg van beleidswijzigingen en van volumeontwikkelingen in de onderscheiden wetten. De opgelegde taakstellingen zijn in de Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2113 uitvoeringsbudgetten van de ZBO’s verwerkt. Mede hierdoor dalen de uitgaven tot en met 2018. Vanaf 2018 tot en met 2021 dalen de uitgaven nog eens met circa € 135 miljoen. Dit wordt voor een beperkt deel (circa € 22 miljoen) veroorzaakt door de ontwikkelingen in de verschillende wetten, met name de daling in de WW. De resterende daling komt door de afloop van diverse tijdelijke budgetten zoals de business case Handhaving van de SVB en de herindeling van de Wajong bij het UWV.In tabel 11.4 zijn de uitvoeringskosten van het UWV en de SVB toegedeeld aan de onderscheiden wetten en regelingen. Deze toedeling is extracomp-tabel.B. Bijdrage aan nationale organisatiesDe LCR is een overlegorgaan ingesteld bij Wet SUWI waarin landelijke cliëntenorganisaties, vertegenwoordigers van gemeentelijke cliënten-raden en vertegenwoordigers van de centrale cliëntenraden van de SVB en het UWV zitting hebben. De LCR heeft tot taak periodiek te overleggen met het UWV, de SVB, de gemeenten en de Minister van SZW over onderwerpen op het terrein van werk en inkomen. De Minister van SZW stelt de financiële kaders vast voor de LCR, waarbinnen de LCR een jaarplan dient op te stellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2114 Tabel 11.4 Extracomptabel overzicht begrotings- en premiegefinancierde uitgaven UWV en SVB (x € 1.000)1 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 UWV (incl. BKWI) 1.817.067 1.743.375 1.737.097 1.690.290 1.587.805 1.571.929 1.570.577 Begrotingsgefinancierd 331.571 323.924 326.381 285.211 253.018 239.837 243.171 IOW 1.775 1.907 2.060 2.057 2.473 2.943 3.234 Wajong 114.518 107.690 100.025 90.053 67.121 66.810 66.929 Re-integratie Wajong 78.642 86.631 100.349 81.234 78.234 65.234 68.234 Basisdienstverlening 85.056 80.463 83.392 80.355 72.254 72.254 72.254 Uitvoeringskosten WW 50+ 15.450 13.600 240 0 0 0 0 Beoordeling gemeentelijke doelgroep 16.930 19.340 18.100 17.900 20.000 20.000 20.000 Wsw indicatiestelling 10.563 5.313 5.151 4.968 4.812 4.692 4.616 Scholingsvouchers kansberoep 0 900 1.700 400 0 0 0 Tijdelijke regeling aanpassing Dagloonbesluit 0 0 7.410 340 220 0 0 BKWI 8.637 8.081 7.954 7.904 7.904 7.904 7.904 Premiegefinancierd 1.485.496 1.419.451 1.410.716 1.405.079 1.334.787 1.332.092 1.327.406 WAO 79.568 71.532 71.781 68.581 65.786 64.126 62.041 IVA 91.822 67.301 68.784 71.167 75.145 79.156 79.156 WGA 230.600 243.126 253.953 239.608 215.497 217.222 225.294 WAZ 3.299 3.333 3.158 2.989 2.848 2.730 2.625 WW 731.623 714.587 706.713 722.817 679.337 674.608 665.186 ZW 260.412 259.090 247.146 240.195 234.071 231.442 230.319 WAZO 14.052 12.670 12.232 12.951 14.570 14.424 14.424 Re-integratie WAZ/WAO/WIA/ZW2 60.920 47.811 46.951 46.770 47.532 48.384 48.361 Toevoeging aan bestemmingsfonds 13.200 0 0 0 0 0 0 SVB 221.590 216.399 214.497 207.808 201.007 199.358 193.807 Begrotingsgefinancierd 99.590 105.063 101.192 96.254 90.885 89.183 86.578 AKW 71.075 74.017 69.610 65.176 65.985 66.339 63.721 TOG3 – 540 0.000 0.000 0.000 0.000 0.000 0.000 TAS 477 0.821 1.023 1.023 1.023 1.023 1.023 KOT/WKB 4.551 4.375 4.355 4.333 4.333 4.333 4.333 AIO 19.610 20.947 22.350 22.385 16.870 14.951 14.989 MKOB4 37 0.000 0.000 0.000 0.000 0.000 0.000 Bijstand buitenland 155 0.270 0.268 0.265 0.265 0.265 0.265 OBR 1.363 2.433 1.351 0.836 0.169 0.022 0.000 Remigratiewet 2.863 2.200 2.236 2.236 2.241 2.249 2.248 Premiegefinancierd 122.000 111.335 113.305 111.554 110.123 110.176 107.229 AOW 110.900 101.121 102.317 100.700 99.334 99.440 96.524 Anw 11.100 10.215 10.988 10.854 10.788 10.736 10.7051 SZW-administratie.2 Dit zijn uitvoeringskosten. Re-integratie in de vorm van voorzieningen en/of trajecten staan op het desbetreffende beleidsartikel.3 Geïntegreerd in de AKW.4 Geïntegreerd in de AOW.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2115 12. Rijksbijdragen De overheid borgt voldoende dekking in sociale fondsen.De financiering van de sociale fondsen loopt hoofdzakelijk via premie-heffing. In een aantal gevallen acht de overheid premieheffing niet wenselijk, bijvoorbeeld om te voorkomen dat premiepercentages blijvend toenemen en daarmee een evenwichtige koopkrachtontwikkeling in de weg staan. In andere gevallen acht de overheid financiering van een regeling via de algemene middelen passender, maar wordt wel gekozen voor uitvoering via de sociale fondsen. De sociale fondsen worden in dat geval via rijksbijdragen voorzien van voldoende financiering.De Minister financiert de sociale fondsen uit de algemene middelen, al dan niet in aanvulling op premieheffing. Hij is in deze rol verantwoordelijk voor:•De vaststelling van de hoogte van de rijksbijdragen aan de desbetref-fende sociale fondsen;•Het betalen van de rijksbijdragen aan de sociale fondsen.Er zijn geen belangrijke wijzigingen op dit beleidsterrein.Tabel 12.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 12 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 13.207.236 12.806.278 13.957.930 14.027.086 13.904.754 13.888.214 13.877.625 Uitgaven 13.207.236 12.806.278 13.957.930 14.027.086 13.904.754 13.888.214 13.877.625 waarvan juridisch verplicht (%) 100% Bijdrage aan sociale fondsen Rijksbijdrage: 13.207.236 12.806.278 13.957.930 14.027.086 13.904.754 13.888.214 13.877.625 in kosten heffingskortingen AOW 1.963.200 2.038.000 2.088.700 2.104.500 2.129.400 2.161.900 2.198.900 vermogenstekort Ouderdomsfonds 11.003.900 10.525.800 11.657.100 11.709.000 11.502.700 11.451.300 11.401.100 tegemoetkoming arbeidsongeschikten 173.802 173.664 145.404 146.118 147.345 149.159 151.234 tegemoetkoming Anw-gerechtigden 8.318 7.157 6.968 6.714 6.544 6.443 6.323 zwangere zelfstandigen 58.016 61.657 59.758 60.754 61.765 62.412 63.068 kraamverlof 57.000 57.000 57.000 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0Bijdrage aan sociale fondsen:De bijdragen aan sociale fondsen zijn 100% juridisch verplicht. De rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen AOW, vermogenstekort Ouderdomsfonds en tegemoetkoming Anw-gerechtigden zijn juridisch verplicht volgens de Wet financiering sociale verzekeringen. De rijksbij-drage tegemoetkoming arbeidsongeschikten is juridisch verplicht volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De rijksbijdrage zwangere zelfstandigen is juridisch verplicht volgens de Wet arbeid en zorg.Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2116 A. Bijdrage aan sociale fondsenA1. Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen AOWDeze rijksbijdrage compenseert de gewijzigde premieopbrengst die het gevolg is van de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001. De hoogte van deze rijksbijdrage wordt jaarlijks aangepast aan de geraamde kosten van de heffingskortingen en wijzigingen van de belasting- en premietarieven in de eerste schijf.Budgettaire ontwikkelingenDe ontwikkeling van de bijdrage volgt de ontwikkeling van de heffingskor-tingen.A2. Rijksbijdrage vermogenstekort OuderdomsfondsDe uitgaven uit het Ouderdomsfonds worden grotendeels gedekt door de premie-inkomsten. De hoogte van de AOW-premie is echter wettelijk gemaximeerd om te voorkomen dat de groeiende AOW-uitgaven leiden tot een alsmaar stijgende AOW-premie en daarmee tot een oneven-wichtige koopkrachtontwikkeling. Dit leidt tot een jaarlijks exploitatietekort in het Ouderdomsfonds. De rijksbijdrage Ouderdomsfonds is bedoeld om het exploitatietekort in het Ouderdomsfonds aan te vullen zodat er een neutrale kaspositie voor dit fonds bestaat.Budgettaire ontwikkelingenDe rijksbijdrage Ouderdomsfonds stijgt in 2017. Dit komt voornamelijk door een stijging van de uitkeringslasten. Daarnaast stijgt de inkomenson-dersteuning AOW. De premie-inkomsten stijgen licht. Daardoor daalt de rijksbijdrage in latere jaren. De uitkeringslasten blijven in latere jaren nagenoeg gelijk.A3. Rijksbijdrage tegemoetkoming arbeidsongeschiktenDe Wet Tegemoetkoming Chronisch zieken en Gehandicapten (Wtcg) is in 2014 afgeschaft. De regeling van de tegemoetkoming arbeidsonge-schikten is overgeheveld van de Wtcg naar de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong), de Wet arbeidsongeschiktheidsverze-kering zelfstandigen (WAZ) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverze-kering (WAO). De tegemoetkomingen voor de categorieën WIA, WAZ en WAO worden gefinancierd uit een rijksbijdrage die in het Toeslagenfonds wordt gestort. In deze rijksbijdrage zijn daarnaast de uitvoeringskosten van het UWV opgenomen. De tegemoetkomingen voor arbeidsonge-schikten worden verantwoord op de beleidsartikelen 3 en 4.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de ao-tegemoetkoming nemen in 2017 af door de verlaging van de deze tegemoetkoming (zie beleidsartikel 3). In latere jaren lopen de uitgaven aan de ao-tegemoetkoming licht op doordat het uitkeringsvolume in de arbeidsongeschiktheidsregelingen oploopt.A4. Tegemoetkoming Anw-gerechtigdenDeze rijksbijdrage dient ter financiering van de in beleidsartikel 9 verantwoorde tegemoetkoming Anw.Budgettaire ontwikkelingenDe rijksbijdrage voor de Anw-tegemoetkoming daalt doordat het aantal Anw-gerechtigden daalt. Dat komt doordat de instroom lager is dan de uitstroom.Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2117 A5. Rijksbijdrage zwangere zelfstandigenDe regeling Zelfstandig en Zwanger (ZEZ) voorziet in een uitkering aan zelfstandigen voorafgaand aan en volgend op de bevalling (zie ook beleidsartikel 6). Deze regeling wordt gefinancierd via een rijksbijdrage aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Ook de uitkeringen voor zwangere alfahulpen worden via deze rijksbijdrage gefinancierd. In deze rijksbij-drage zijn daarnaast de uitvoeringskosten van het UWV opgenomen.Budgettaire ontwikkelingenHet aantal geboorten stijgt naar verwachting licht. Hierdoor nemen de uitgaven voor de regeling Zelfstandig en Zwanger enigszins toe.A6. Rijksbijdrage kraamverlofHet kraamverlof voor partners wordt uitgebreid van twee dagen naar vijf dagen. Het huidige kraamverlof wordt betaald door werkgevers, de vergoeding voor de uitbreiding wordt via het UWV uitbetaald. De uitbreiding van het kraamverlof wordt gefinancierd uit algemene middelen via een rijksbijdrage aan het Aof.Budgettaire ontwikkelingDe uitbreiding van het kraamverlof gaat in het jaar 2019 in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2118 13. Integratie en maatschappelijke samenhang De overheid bevordert de maatschappelijke samenhang en sociale stabiliteit door participatie en inburgering van iedereen met een migrantenachtergrond.In het integratiebeleid ligt de nadruk op het doen ontstaan van een sociaal stabiele samenleving. Een sociaal stabiele samenleving betekent dat:•Mensen zonder belemmeringen kunnen meedoen;•Zij in al hun verscheidenheid met elkaar samenleven;•Iedereen zich thuis voelt ongeacht herkomst, religie of levensovertui-ging.Het betekent ook dat migranten en hun kinderen zelfredzaam zijn en nieuwkomers verantwoordelijk zijn voor hun inburgering. Dit wordt gerealiseerd door:•Het bevorderen van samenhang en het voorkomen van maatschappe-lijke spanningen;•Het werken aan een evenredige positie en participatie in de Neder-landse samenleving en aan een evenredig bereik en effectiviteit van voorzieningen voor alle burgers in Nederland;•Er voor te zorgen dat nieuwkomers snel de Nederlandse taal machtig zijn en kennis hebben van de Nederlandse samenleving.De Minister stimuleert met behulp van onder andere financiële instru-menten de zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving van migranten. Hij financiert een uitkeringsregeling (Remigratiewet) en een sociaal leenstelsel om eventuele financiële drempels om in te burgeren weg te nemen. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:•De vormgeving, het onderhoud en de werking van het inburgeringstel-sel;•De visie en samenhang van het integratiebeleid en de daarvoor benodigde kennis;•Het aanspreken van de vakdepartementen op hun verantwoordelijk-heid er voor te zorgen dat reguliere voorzieningen toegankelijk en effectief zijn voor alle burgers;•De uitvoering van de Remigratiewet, de Wet inburgering en de Wet inburgering buitenland.De uitvoering van het inburgering- (onder meer examens) en leenstelsel en voorinburgering/maatschappelijke begeleiding is belegd bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) respectievelijk het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). De Minister van OCW is eigenaar van DUO en de Minister van V&J van COA. Vanuit deze rol zijn laatstgenoemde ministers verantwoordelijk voor de kwaliteit en continuïteit van de uitvoering, d.w.z. de dienstverlening van COA respectievelijk DUO aan het Ministerie van SZW. •Het voornemen is om in 2017 het participatieverklaringstraject als nieuw onderdeel aan het inburgeringsexamen toe te voegen. Het participatieverklaringstraject bestaat uit een inleiding in de kernwaar-den van Nederland en de ondertekening van de participatieverklaring. Tevens is het voornemen om maatschappelijke begeleiding door gemeenten aan asielmigranten en hun gezinsleden wettelijk vast te leggen. Dit versterkt de borging dat asielmigranten en hun gezinsleden begeleiding krijgen van de gemeenten waar ze zich (regulier) vestigen. De Tweede Kamer is hierover eind 2015 per brief geïnformeerd (Tweede Kamer, 2015–2016, 32 824, nr. 115).Artikel Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheid BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2119 •Om de participatie en integratie van asielzoekers en statushouders te stimuleren worden pilots gestart op een twintigtal AZC-locaties met als inzet vluchtelingen aan vrijwilligersklussen te koppelen. Vrijwilligers-werk is vaak een eerste stap in de Nederlandse samenleving, geeft een nuttige dagbesteding en leidt tot ontmoetingen tussen vluchtelingen en Nederlanders. Van alle mensen die een verblijfstatus krijgen in Nederland wordt zo snel mogelijk een dossier opgebouwd rond arbeidsmarkt en onderwijs. Zo kan een kansrijke koppeling worden gemaakt tussen de statushouder en de toekomstige woonplaats. Het dossier vormt tevens het startpunt voor de statushouder en gemeente om een gezamenlijk traject te starten rond integratie en participatie. Zo wordt de wachtperiode totdat een woning beschikbaar komt waarde-vol ingericht en ontstaat er een zachte overgang van AZC naar gemeente.•In 2017 zal het wetsvoorstel jihadisme (zie de conceptversie ten behoeve van de internetconsultatie) naar verwachting in werking treden. Het wetsvoorstel beoogt terrorismefinanciering tegen te gaan en de Nederlandse veiligheid te beschermen door de uitkering, toeslag en studiefinanciering van deze uitreizigers meteen en uniform te beëindigen. Beëindiging geschiedt uniform omdat in de socialezeker-heidswetgeving en de wetgeving betreffende de toeslagen en studiefinanciering eenzelfde definitie van uitreiziger wordt opgeno-men. Op deze wijze moet duidelijk worden dat een ieder waarvan het gegronde vermoeden bestaat dat hij is uitgereisd met het doel zich aan te sluiten bij een terroristische strijdgroepering zijn recht op financiële ondersteuning vanuit de overheid verliest.•Bij het opstellen van deze begroting loopt een beleidsdoorlichting betreffende dit beleidsartikel. De uitkomsten zijn eind 2016 bekend. Mogelijk geven de uitkomsten van de beleidsdoorlichting aanleiding tot aanpassingen van het integratiebeleid, waarvan ook de inburgering onderdeel uitmaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2120 Tabel 13.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 13 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 148.410 284.629 319.351 307.505 240.909 205.942 176.070 Uitgaven 145.465 280.629 323.351 307.505 240.909 205.942 176.070 waarvan juridisch verplicht (%) 97,9% Inkomensoverdrachten 45.714 45.406 45.314 45.116 45.477 45.867 46.240 Remigratiewet 44.834 44.906 44.814 45.116 45.477 45.867 46.240 Inburgering 880 500 500 0 0 0 0 Subsidies 6.641 9.340 9.940 3.432 3.432 4.032 4.032 Kennisinfrastructuur 2.845 3.240 3.240 1.650 1.650 2.250 2.250 Landelijk Overleg Minderheden 1.101 0 0 0 0 0 0 Vluchtelingenwerk 1.030 1.367 1.032 1.032 1.032 1.032 1.032 Overige subsidies 1.665 4.733 5.668 750 750 750 750 Opdrachten 8.738 16.819 23.785 17.375 13.628 13.628 13.628 Inburgering en Integratie 7.038 15.119 22.085 15.675 11.928 11.928 11.928 Remigratie 1.700 1.700 1.700 1.700 1.700 1.700 1.700 Bijdrage aan agentschappen 8.943 13.485 14.500 14.385 14.200 14.200 14.200 DUO 8.943 13.485 14.500 14.385 14.200 14.200 14.200 Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s 27.282 104.700 105.215 82.298 33.920 32.701 32.194 COA 27.282 104.700 105.215 82.298 33.920 32.701 32.194 Leningen 48.147 90.879 124.597 144.899 130.252 95.514 65.776 DUO 48.147 90.879 124.597 144.899 130.252 95.514 65.776 Ontvangsten 4.357 800 600 200 0 0 0 Ontvangsten algemeen 4.357 800 600 200 0 0 0 Leningen 0 0 0 0 0 0 0Inkomensoverdrachten:De inkomensoverdrachten volgen uit wet- en regelgeving op het terrein van de Remigratiewet en zijn daarmee voor 100% juridisch verplicht. Datzelfde geldt voor de inkomensoverdrachten ten behoeve van Inbur-gering.Subsidies:De subsidiemiddelen van SZW zijn bestemd voor bekostiging van de kennisinfrastructuur op het vlak van integratie, Vluchtelingenwerk Nederland en overige incidentele subsidies. Daarvan is ca 80% juridisch verplicht. De juridische verplichting berust op (meerjarige) afspraken c.q. toezeggingen.Van de 20% van de middelen die niet juridisch verplicht zijn, worden voornamelijk incidentele subsidies verstrekt. Met name op het terrein van de preventie en aanpak van radicalisering worden veel aanvragen voor subsidie ontvangen.Opdrachten:De middelen voor opdrachten zijn voor circa 80% verplicht. Het gaat daarbij om contracten voor het ontwikkelen, onderhouden en afnemen van examens inburgering in binnen- en buitenland, onderzoekscontracten en publiekscampagnes rondom integratie, activiteiten in het kader van matching en screening van asielmigranten en de bevordering van vrijwilligerswerk door vluchtelingen.De middelen die nog niet juridisch verplicht zijn, worden aangewend voor beleidsevaluatie en -onderzoek, voorlichtingscampagnes en aanbeste-Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2121 dingen. Zie ook onderdeel C1 over het programma Inburgering en Integratie.Bijdrage aan agentschappen:Als gevolg van gemaakte afspraken met Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) over de uitvoering van het leenstelsel en het beheer van het examenstelsel zijn deze middelen 100% verplicht.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s:De bijdrage aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) wordt verstrekt op basis van het bestuurlijk akkoord met de VNG over vluchte-lingen. De uitgaven zijn daarmee 100% juridisch verplicht.Leningen:Het leenstelsel is gebaseerd op de Wet Inburgering 2013. De uitgaven zijn daarmee 100% verplicht.A. InkomensoverdrachtenDe Remigratiewet biedt een uitweg aan personen die naar Nederland kwamen voor arbeid en vestiging, maar nu een dringende wens tot terugkeer hebben, doordat zij in een uitzichtloze situatie van afhanke-lijkheid (uitkeringsituatie) verkeren en zelf hun remigratie niet kunnen bekostigen. De SVB voert de Remigratiewet uit.Wie komt er voor in aanmerking?Indien men aan bepaalde criteria voldoet kan men in aanmerking komen voor een remigratievoorziening (maandelijkse uitkering, met eventueel een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering). De criteria betreffen onder meer leeftijd, verblijfsduur in Nederland, doelgroep en herkomstland.Hoe hoog is de uitkering?Op de uitkeringen remigratievoorziening is het woonlandbeginsel van toepassing. Voorts kunnen er volledige, gekorte of nihil-uitkeringen worden verstrekt (na verrekening van overige inkomsten uit uitkeringen). In 2016 bedroeg de gemiddelde uitkering remigratievoorziening € 507 per maand voor degenen die zijn vertrokken vanaf 1 april 2000 en € 287 per maand voor degenen die zijn vertrokken vóór die datum. Het verschil komt door een hoger aantal gerechtigden met een nihil-uitkering vertrokken vóór 1 april 2000. Bovendien kende de remigratievoorziening vóór die datum nog geen tegemoetkoming voor een ziektekostenverze-kering.Budgettaire ontwikkelingenLagere uitgaven in 2017 ten opzichte van voorgaande jaren hangen samen met het vervallen van de basisvoorziening remigratie (o.m. verhuisver-goeding). Per saldo vertonen de uitgaven bezien over de ramingsperiode een lichte stijging. Met name de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd is hiervoor verantwoordelijk.Toelichting financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2122 Beleidsrelevante kerncijfersTabel 13.2 Kerncijfers Remigratie1 Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Aantal remigranten met een periodieke uitkering (x 1.000 personen, ultimo)2 15 15 151 SVB, jaarverslag.2 Inclusief nihil-uitkeringen: de remigrant heeft recht op een remigratie-uitkering, maar na verrekening van andere, exporteerbare uitkeringsgelden wordt het bedrag op nihil vastgesteld.B. SubsidiesVan de subsidiemiddelen ontvangt het Verweij-Jonker instituut € 3,2 miljoen voor het in stand houden van een kennisinfrastructuur op het terrein van integratievraagstukken. Hiertoe is in samenwerking met Movisie een kennisplatform Integratie en Samenleving (www.kis.nl) opgezet. De aldus verzamelde specifieke kennis en expertise komt ten goede aan gemeenten, bedrijven, organisaties en instellingen.Vluchtelingenwerk Nederland (www.vluchtelingenwerk.nl) ontvangt een subsidie van € 1 miljoen. Daarmee organiseert de stichting de onder-steuning van het werk van vrijwilligers en medewerkers in de regio. In de regio bevorderen deze de maatschappelijke ondersteuning en integratie van asielgerechtigden.Ten slotte verstrekt de Minister van SZW desgevraagd incidentele subsidies op basis van de Kaderwet SZW-subsidies aan organisaties die de doelstellingen van de overheid op het terrein van integratie en participatie helpen realiseren. Hiervoor is in 2017 een bedrag van € 5,7 miljoen beschikbaar.C. OpdrachtenDe uitgaven aan opdrachten laten in 2017 een sterke stijging zien. Deze stijging betreft de uitgaven bij het Programma Inburgering en Integratie en hangt samen met de uitspraak van het Europees Hof van Justitie over de inburgering buitenland. Omdat de kosten van de inburgering naar het oordeel van het Hof te hoog zijn, kan er een belemmering bestaan voor gezinsvorming en -hereniging. Het Ministerie van SZW moet hierdoor meer kosten voor eigen rekening nemen. Daarnaast zullen in het kader van de bestuurlijke afspraken met de VNG inzake de vluchtelingenproble-matiek asielmigranten reeds in een vroeg stadium gescreend worden op opleidingsniveau en arbeidservaring, zodat de migranten snel naar werk toe geleid kunnen worden.C1. Programma Inburgering en IntegratieBinnen het programma Inburgering en Integratie vinden verschillende activiteiten plaats. Zo worden de ontwikkeling, onderhoud en toezicht inzake inburgeringexamens, en het monitoren van de inburgeringresul-taten uitbesteed aan verschillende organisaties. De Minister van SZW stelt hiervoor onder meer in de Wet Inburgering en Wet Inburgering in het buitenland de kaders vast.Andere activiteiten betreffen het bevorderen van participatie en integratie door nieuwkomers. Dit gebeurt in samenwerking met organisaties in het veld en met onderzoeksinstellingen (voorlichtingscampagnes, dialoog- en netwerkbijeenkomsten, materiaal- en methodiekontwikkeling, trainingen en trainingsmaterialen, conferenties betreffende integratiethema’s zoals zelfbeschikking, burgerschap, onderwijs en arbeidsmarkt, jeugd). Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2123 Bijzondere aandacht heeft de aanpak van de gevolgen van het Jihadisme. Met het actieprogramma «Integrale aanpak Jihadisme» bestrijdt en verzwakt het kabinet de jihadistische beweging in Nederland en neemt het de voedingsbodem voor radicalisering weg. Daartoe is onder andere een expertisecentrum ingericht, dat kennis en handelingsvaardigheid versterkt bij gemeenten, professionals en gemeenschappen in het omgaan met radicalisering en maatschappelijke spanningen (www.socialestabiliteit.nl). Ook verstrekt SZW aan verschillende organisaties (SCP, CBS en onder-zoeksbureaus) opdrachten voor onderzoek naar en evaluatie van de effecten van integratiebeleid. In dat verband kan ook gewezen worden op de start in 2017 van longitudinaal cohortonderzoek naar de integratie onder vluchtelingen. Dat onderzoek vindt plaats in samenwerking met andere departementen.Tabel 13.3 Kerncijfers Inburgering Realisatie2015 Raming2016 Raming2017 Inburgeringsplichtige nieuwkomers die een kennisgeving van DUO krijgen (x 1.000 personen, ultimo)1 26 40 40 Inburgeraars die slagen voor het inburgeringexamen of NT2-examen (x 1.000 personen, ultimo)1 7 8 10 Asielgerechtigde nieuwkomers die deelnemen aan de voorbereiding op inburgering in de opvang van de COA (x 1.000 personen, ultimo)2 10,3 18 16 Asielgerechtigde nieuwkomers die deelnemen aan de maatschappelijke begeleiding door gemeenten (x 1.000 personen, ultimo)2 13 24 20 Aantal aan inburgeraars toegekende leningen (x 1.000 personen, ultimo)1 18 24 241 DUO, Informatiesysteem Inburgering.2 COA, voortgangsrapportages.C2. RemigratieHet Nederlands Migratie Instituut verzorgt objectieve voorlichting over de Remigratiewet. Het instituut ondersteunt daarmee belangstellenden bij het nemen van een persoonlijk, vrijwillig en verantwoord besluit om Nederland te verlaten onder het doen van afstand van het Nederlander-schap (www.nmigratie.nl).D. Bijdrage aan agentschappenDe Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) organiseert de inburgering-examens, voert het sociaal leenstelsel uit, voorziet in informatie aan inburgeraars, gemeenten en instellingen, en handhaaft de inburgering-plicht bij nieuwkomers vanaf 2013. Het Ministerie van SZW stelt hiervoor financiële middelen aan DUO (www.duo.nl) beschikbaar. Vanaf 2017 is DUO ook betrokken bij de participatieverklaringen. DUO bepaalt wie een traject in dat kader moet volgen en stelt de betrokkenen daarvan op de hoogte. Ook beziet DUO of participatieverklaringstrajecten tijdig worden afgerond.E. Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sHet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) biedt asielgerechtigden in de opvang het programma «Voorbereiding op inburgering» aan. Het Ministerie van SZW levert COA (www.coa.nl) hiertoe een financiële bijdrage. De rol van COA in het verstrekken van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding aan gemeenten zal naar verwachting medio 2017 vervallen. Het voorstel is om betreffende middelen vanaf 1 juli via een decentralisatie-uitkering rechtstreeks aan gemeenten te geven. In 2016 zal een wijzigingsvoorstel voor de Wet inburgering bij de Tweede Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2124 Kamer worden ingediend dat hierin onder meer voorziet (zie de concept-versie ten behoeve van de internetconsultatie).F. LeningenAsielgerechtigde nieuwkomers die inburgeringplicht hebben kunnen via het sociaal leenstelsel een bijdrage krijgen om hun inburgeringonderwijs te bekostigen. Wanneer de nieuwkomers onvoldoende inspanningen hebben verricht om het inburgeringdiploma of NT2-diploma tijdig (binnen drie jaar) te behalen dient de bijdrage terugbetaald te worden.Overige nieuwkomers kunnen een beroep doen op het sociaal leenstelsel wanneer zij niet over voldoende middelen beschikken om hun inburgering zelf te bekostigen. In tegenstelling tot de eerste groep dienen zij de lening wel terug te betalen.Het leningenbudget neemt vanaf 2016 fors toe. De oorzaak daarvan ligt in de huidige vluchtelingenproblematiek en de ramingen die daarbij voor de volumeontwikkelingen door het kabinet zijn gehanteerd. Het kabinet verwacht dat de verschillende maatregelen op het terrein van de vluchtelingenproblematiek een neerwaarts effect op de volumeontwik-keling zal hebben. Vanaf 2019 zien we bij de leningen het budgettaire effect daarvan.G. OntvangstenOntvangsten zijn het gevolg zijn van de terugbetaling van verstrekte leningen. Omdat het leenstelsel pas vanaf 2013 van kracht is en de termijn waarop ingeburgerd moet worden drie jaar bedraagt, worden ontvangsten van de kant van de nieuwkomers – voor zo ver zij daartoe draagkrachtig genoeg zijn – pas op termijn zichtbaar. Omdat asielgerech-tigden in beginsel niet behoeven terug te betalen en onzeker is in hoeveel gevallen overige inburgeraars ook daadwerkelijk zullen terugbetalen, is in afwachting van ervaringscijfers de raming vooralsnog op nihil gesteld. Daarnaast ontvangt het Ministerie van SZW middelen uit het Algemeen Werkloosheidsfonds die verband houden met de remigratie van personen die in het jaar van toekenning een WW-uitkering hadden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2125 2.3: NIET-BELEIDSARTIKELEN 96. Apparaatsuitgaven kerndepartement Dit artikel bevat alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van SZW. In beleidsartikel 11 is een verdere toelichting op de bijdragen aan ZBO’s opgenomen, terwijl hoofdstuk 3 van deze begroting nader ingaat op het Agentschap SZW.Tabel 96.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement budgettaire gevolgen (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 288.815 270.151 277.949 279.911 296.177 294.157 295.905 Uitgaven 291.218 270.491 278.324 279.911 296.177 294.157 295.905 Personele uitgaven 186.049 201.842 211.226 211.469 223.800 222.478 223.744 • waarvan eigen personeel 177.265 192.450 203.083 202.736 213.823 213.004 214.133 • waarvan externe inhuur 6.427 6.659 5.443 6.046 7.292 6.789 6.926 • waarvan overige personele uitgaven 2.357 2.733 2.700 2.687 2.685 2.685 2.685 Materiële uitgaven 105.169 68.649 67.098 68.442 72.377 71.679 72.161 • waarvan ICT 10.400 9.800 9.295 9.346 9.377 9.377 9.472 • waarvan bijdrage aan SSO’s 81.784 40.326 38.696 37.690 37.824 37.800 37.867 • waarvan overige materiële uitgaven 12.985 18.523 19.107 21.406 25.176 24.502 24.822 Ontvangsten 4.569 15.188 28.777 42.344 61.841 61.147 63.579A. Personele en materiële uitgavenDe totaal begrote apparaatsuitgaven voor het kerndepartement bedragen in 2017 € 278,3 miljoen. Dit bedrag bestaat uit € 211,2 miljoen personele uitgaven en € 67,1 miljoen materiële uitgaven.De totale uitgaven nemen meerjarig toe vanwege de opbouw van de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO; zie onder).De bijdrage aan SSO’s waren in 2015 en 2016 incidenteel hoger door de afkoop van de restwaarde van het SZW-gebouw (2015) en de ontvangen restwaarde van de Rijksgebouwendienst en FM Haaglanden (2016). Vanaf 2017 liggen de uitgaven op het structurele niveau van € 38 miljoen.B. OntvangstenDe ontvangsten hebben betrekking op de RSO en doorbelaste uitgaven aan derden, waaronder het Agentschap SZW.De RSO is in 2016 gestart met het uitvoeren van de schoonmaakactivi-teiten. De opbouw van de organisatie zal in de komende jaren geleidelijk plaatsvinden naar gelang er meer departementen aansluiten. De bijbehorende uitgaven komen ten laste van de begroting van het Ministerie van SZW. De schoonmakers zijn in dienst van het Rijk.Op de begroting van SZW zijn taakstellende ontvangsten voor de RSO opgenomen. Facturering aan de opdrachtgevers vindt plaats op basis van meerjarige dienstverleningsafspraken.Ter financiering van aanloopkosten van de RSO is voor de eerste jaren een transitiebudget voorzien. De inkomsten zijn namelijk in de eerste jaren onvoldoende om de uitgaven te dekken. De meerjarige bijdrage aan het transitiebudget is in 2015 van alle departementen ontvangen en verwerkt in de uitgavenraming van het kerndepartement. Dit is de verklaring voor het verschil tussen de ontvangstenraming RSO en de uitgavenraming RSO tot en met 2019.Artikel Toelichting Rijksschoonmaakorganisatie (RSO)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2126 Vanaf 2021 zullen de inkomsten van de RSO volledig dekkend zijn. Tabel 96.2 laat de apparaatuitgaven van RSO afzonderlijk zien.Tabel 96.2 Extracomptabele tabel apparaatsuitgaven kerndepartement en apparaatsuitgaven RSO (x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Kerndepartement exclusief RSO Uitgaven 288.976 257.108 253.721 243.773 241.538 239.990 240.053 Ontvangsten 4.569 5.801 6.657 8.340 8.242 7.811 7.727 Rijksschoonmaakorganisatie Uitgaven RSO 2.242 13.383 24.603 36.138 54.639 54.167 55.852 Ontvangsten RSO 0 9.387 22.120 34.004 53.599 53.336 55.852Tabel 96.3 geeft een samenvatting van de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, het Agentschap SZW en van de ZBO’s van het minis-terie.Tabel 96.3 Apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO’s/RWT’s (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totaal apparaatsuitgaven ministerie 291.218 270.491 278.324 279.911 296.177 294.157 295.905 Totaal apparaatskosten Agentschap SZW 15.997 16.300 15.440 16.000 19.500 14.500 17.500 Totaal apparaatskosten ZBO’s/RWT’s1 2.035.028 1.949.899 1.957.863 1.904.294 1.795.965 1.777.440 1.770.536 UWV (inclusief BKWI) 1.807.067 1.733.741 1.737.097 1.690.290 1.587.805 1.571.929 1.570.577 SVB 221.590 209.712 214.497 207.808 201.008 199.359 193.807 IB 6.371 6.446 6.269 6.196 6.152 6.152 6.1521 Dit betreft apparaatskosten samenhangend met zowel begrotingsgefinancierde als premiegefinancierde beleidsartikelen binnen de SZW-begroting. De ontvangsten beleidsartikel 11 zijn in mindering gebracht op de uitgaven.In onderstaande tabel zijn de apparaatsuitgaven van het departement onderverdeeld naar de verschillende organisatieonderdelen. De uitgaven voor de RSO, huisvesting en ICT van het gehele kerndepartement zijn onder de pSG opgenomen.Tabel 96.4 Apparaatsuitgaven kerndepartement, naar directoraat-generaal (x € 1.000) 2017 SG 26.564 pSG 105.487 DG SZI 26.087 DG Werk 19.553 Inspectie SZW 100.633 Totaal kerndepartement 278.324 De taakstelling 2016–2018 is voor het kerndepartement SZW onder meer ingevuld door een verdere versobering van de bedrijfsvoering. Voorts zijn de processen rond het beroep en bezwaar van de Wet Arbeid Vreemde-lingen (WAV) vereenvoudigd en gestroomlijnd. Tevens is door deregu-lering per 1 januari 2016 gestopt met het organisatiegerichte toezicht op het UWV en de SVB. De taakstelling van het kerndepartement is verhoogd om extra formatieplaatsen te kunnen creëren voor medewerkers uit de doelgroep kwetsbare groepen.Taakstelling 2016–2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2127 De taakstelling van het UWV en de SVB wordt ingevuld door besparings-mogelijkheden als gevolg van een meer doelmatige uitvoering, vereen-voudiging van wet- en regelgeving en versobering van taken en dienstver-lening. Het UWV en de SVB verwerken de invulling van de taakstelling in hun jaarplannen die worden aangeboden aan de Tweede Kamer.Verdeling taakstelling tussen kerndepartement SZW, Agentschap SZW en ZBO’sTabel 96.5 geeft de verdeling van de taakstelling tussen het kerndepar-tement, het Agentschap SZW en de ZBO’s.Tabel 96.5 Extracomptabele tabel invulling taakstelling (x € 1.000) 2016 2017 2018 Structureel Departementale taakstelling totaal 23.354 52.803 64.978 64.978 Kerndepartement 3.354 7.703 9.378 9.378 Agentschap SZW 0 0 0 0 ZBO’s totaal 20.000 45.100 55.600 55.600 UWV (inclusief BKWI) 17.700 39.700 48.900 48.900 SVB 2.300 5.400 6.700 6.700Onderstaande grafieken laten de ontwikkeling van het aantal fte voor het kerndepartement SZW en voor het SZW-domein zien voor de periode 2006–2021. Het basisjaar is 2006, omdat in dat jaar ten behoeve van het programma Vernieuwing Rijksdienst een nulmeting heeft plaatsgevonden naar de personele omvang van de Rijksdienst.Figuur 96.1 fte-ontwikkeling kerndepartement SZW in- en exclusief RSODe door achtereenvolgende kabinetten opgelegde taakstellingen op de apparaatsuitgaven laten voor het kerndepartement SZW vanaf 2006 een afname van het aantal fte’s zien. Daarnaast is er een overgang van fte’s naar het Ministerie van BZK door de uitvoering van de bedrijfsvoering in 20062009201220152018202115001700190021002300250027002900310033003500exclusief RSOinclusief RSOPersonele ontwikkeling SZW-domein in meerjarig perspectiefTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2128 Shared Service Organisaties onder te brengen. Aan de andere kant is er een uitbreiding van het aantal fte’s door de komst van beleidsterreinen bij SZW (Kinderopvang in 2011, Integratie en maatschappelijke samenhang in 2012, Financieel Dienstencentrum in 2015).De verwachting na 2015 is enerzijds gebaseerd op de nog te realiseren taakstellingen op de apparaatsuitgaven in die periode. Anderzijds zal de formatie toenemen door een (tijdelijke) uitbreiding van taken bij de Inspectie SZW. Tevens leidt de oprichting van de RSO tot een opwaartse bijstelling van de formatie. Het effect van de oprichting van de RSO is indicatief in de figuren 96.1 en 96.2 in beeld gebracht.Figuur 96.2 fte-ontwikkeling SZW-domein (inclusief UWV en SVB) in- en exclusief RSODe periode 2006–2021 laat voor het gehele SZW-domein een zelfde beeld zien als voor het kerndepartement. De verwachte ontwikkeling betreft een saldo van de gevolgen van de taakstellingen op de apparaatsuitgaven en de uitvoeringskosten, de overgang van dienstonderdelen van en naar andere departementen en van de in- en extensiveringen van beleid(suit-voering) en de oprichting van RSO. Daarbij hebben de optredende conjuncturele effecten op de formatie van het UWV geleid tot een toename van het aantal fte in het SZW-domein in de jaren 2009/2010 en 2013/2015.SZW-domein excl. RSOSZW-domein incl. RSO20062009201220152018202117000180001900020000210002200023000240002500026000Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2129 97. Aflopende regelingen Voor de financiële afwikkeling en verantwoording van een aantal aflopende regelingen is in de begroting een afzonderlijke voorziening getroffen.Tabel 97.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 97 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen – 121 0 0 0 0 0 0 Uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 Programma-uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 Aflopende regelingen 0 0 0 0 0 0 0 Ontvangsten 199 0 0 0 0 0 0A. Programma-uitgavenEen aantal wetten en regelingen is financieel afgewikkeld. Er kunnen nog wel nabetalingen plaatsvinden. Het gaat hierbij om nagekomen decla-raties of vergoedingen voor nabetalingen op grond van gerechtelijke uitspraken (bezwaar- en beroepsprocedures) naar aanleiding van geschillen in het verleden. Er worden dan ook geen ramingen voor 2017 en latere jaren opgenomen.Artikel ToelichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2130 98. Algemeen Op dit artikel worden de niet naar beleidsartikelen toe te rekenen budgetten verantwoord.Tabel 98.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en -ontvangsten artikel 98 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 23.605 40.596 37.717 31.685 37.743 34.329 32.740 Uitgaven 27.550 39.948 37.749 31.728 37.743 34.329 32.740 Subsidies 191 1.506 396 43 0 0 0 Opdrachten 9.186 19.325 18.533 15.395 16.889 16.799 16.852 Handhaving 724 3.736 5.794 4.669 6.866 6.776 6.776 Opdrachten overig 8.462 15.589 12.739 10.726 10.023 10.023 10.076 Bekostiging 3.295 3.503 3.455 3.455 3.455 3.139 2.773 Uitvoeringskosten Caribisch Nederland 3.295 3.503 3.455 3.455 3.455 3.139 2.773 Bijdrage aan agentschappen 13.086 13.414 13.165 10.635 15.199 12.191 10.915 Agentschap SZW 12.694 12.745 12.500 9.970 14.534 11.526 10.250 Rijksdienst Ondernemend Nederland 392 509 505 505 505 505 505 Agentschap CJIB 0 160 160 160 160 160 160 Bijdrage aan andere begrotingen 1.792 2.200 2.200 2.200 2.200 2.200 2.200 Ontvangsten 438 0 0 0 0 0 0A. SubsidiesOp het subsidiebudget van artikel 98 worden subsidies begroot en verantwoord met een breed departementaal karakter. Het begrotings-bedrag voor 2017 heeft betrekking op subsidies SUWI-net, Star en Young professionals.B. OpdrachtenB1. HandhavingHet beleidsbudget voor handhaving in 2017 bedraagt € 5,8 miljoen. Een belangrijk deel daarvan is gereserveerd voor de uitvoering van niet-structurele innovatieve projecten. Daarvoor vinden tijdens de begrotingsuitvoering overboekingen plaats naar de relevante budgetten voor de feitelijke realisatie.B2. Opdrachten overigHieronder vallen de uitgaven voor onderzoek en voorlichting die niet zijn toebedeeld aan beleidsartikelen. Het onderzoeksbudget op artikel 98 bedraagt € 5,3 miljoen. Van het totale onderzoeksbudget is € 2,7 miljoen bestemd voor beleidsinformatie. Naast de uitgaven voor voorlichtingspro-gramma’s worden uit het budget op artikel 98 ook de uitgaven voor algemene publieksinformatie betaald.C. BekostigingDe unit SZW, die ondergebracht is bij de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN), voert namens de Minister de regelingen op Caribisch Nederland uit. Het budget voor de uitvoeringskosten van de RCN bedraagt in 2017 € 3,5 miljoen.Artikel ToelichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2131 D. Bijdrage aan agentschappenIn hoofdstuk 3 van deze begroting wordt nader ingegaan op het Agent-schap SZW.De bijdrage aan de Rijksdienst Ondernemend Nederland heeft betrekking op de uitvoeringskosten van de borgstellingregeling (€ 0,1 miljoen). Daarnaast wordt jaarlijks € 0,4 miljoen gereserveerd voor de controle van de betaalaanvragen uit het Europees Globalisering Fonds en de ESF-programma’s.Voor uitvoeringskosten voor het innen van bestuurlijke boetes door de Inspectie SZW is structureel € 0,16 miljoen geraamd bij het Agentschap CJIB.E. Bijdrage aan andere begrotingenNaar het Ministerie van Financiën wordt jaarlijks € 2,2 miljoen overge-boekt ten behoeve van controlewerkzaamheden voor de ESF-programma’s 2007–2013 en 2014–2020.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2132 99. Nominaal en onvoorzien Op dit artikel worden de uitgaven verantwoord voor onvoorziene uitgaven, loon- en prijsbijstelling.Tabel 99.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven artikel 99 (x € 1.000) artikelonderdeel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 0 35.775 621.863 1.040.814 1.126.607 1.097.051 1.077.684 Uitgaven 0 35.775 128.863 643.814 1.126.607 1.097.051 1.077.684 Overige beleidsuitgaven 0 35.775 128.863 643.814 1.126.607 1.097.051 1.077.684 Loonbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 Prijsbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 Onvoorzien 0 35.775 128.863 643.814 1.126.607 1.097.051 1.077.684A. Overige beleidsuitgavenOnvoorzienDe grondslag van dit artikel ligt in de Comptabiliteitswet, waarin de mogelijkheid bestaat een artikel voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Op dit artikel staan middelen geparkeerd die op een later moment nog uitgedeeld moeten worden. De totaalstand bestaat voornamelijk uit middelen gereserveerd voor de regelingen Lage-inkomensvoordeel (LIV) en Loonkostenvoordeel (LKV) die in de latere uitwerking elders in de begroting worden opgenomen. Bij deze regelingen, die respectievelijk ingaan in 2017 en 2018, vindt uitbetaling plaats na afloop van het kalenderjaar waarin de verplichting ontstaat. Dit verklaart het verschil tussen verplichtingen en uitgaven in 2017 en 2018.Artikel ToelichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2133 HOOFDSTUK 3: AGENTSCHAPPEN AGENTSCHAP SZW Het Agentschap SZW richt zich met name op de uitvoering van complexe Europese subsidieregelingen. In de huidige opdrachtenportefeuille zitten ook enkele nationale regelingen. Bij de uitvoering van de subsidierege-lingen ligt de nadruk op het waarborgen van de rechtmatigheid en de doelmatigheid. Onderstaand een opsomming van de subsidieregelingen die het Agentschap SZW uitvoert. Tenzij anders vermeld is het Ministerie van SZW opdrachtgever van de regelingen.Europees Sociaal Fonds (ESF)Het ESF verbetert de kansen van mensen op de arbeidsmarkt. De ESF-programmaperiode 2007–2013 verkeert in de afrondende fase. In het eerste halfjaar van 2016 zijn de laatste projecten afgehandeld en zijn voorbereidingen getroffen voor de eindafrekening aan de Europese Commissie over deze programmaperiode in 2017.De uitvoering van de nieuwe ESF-programmaperiode 2014–2020 loopt in ieder geval door tot en met 2022. Subsidie wordt verstrekt aan projecten met de volgende thema’s:•Actieve inclusie: re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt;•Actief en gezond ouder worden: het bevorderen van duurzame arbeidsinzet van werkenden.Als onderdeel van ESF 2014–2020 worden ook projecten gefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Meest Behoeftigen (EFMB). Deze regeling wordt ingezet om de sociale participatie van kwetsbare ouderen (met een laag besteedbaar inkomen) te stimuleren.Europees Globalisatiefonds (EGF)Het EGF is een andere Europese subsidieregeling die het Agentschap SZW uitvoert. Bedrijven en sectoren die zijn getroffen door grote veranderingen in de wereldhandelspatronen of als gevolg van de wereldwijde economische financiële crisis, kunnen bij massaontslag gebruikmaken van geld uit het EGF. Dit fonds helpt werknemers met scholing, hulp bij het vinden van een nieuwe baan of steun bij het opzetten van een eigen bedrijf. De programmaperioden en de verwachte looptijd zijn ongeveer hetzelfde als bij het ESF.Europese Migratie- en Veiligheidsfondsen (EMVF)In opdracht van het Ministerie van VenJ voert het Agentschap SZW de subsidieregelingen van de EMVF uit. Net als bij het ESF is de uitvoering opgedeeld in programmaperioden en is de verwachte looptijd van deze activiteiten tot en met 2022.De projecten van de lopende programmaperiode 2007–2013 zijn in 2016 door het Agentschap SZW afgerond.In de nieuwe programmaperiode (2014–2020) bestaan de Europese migratie- en veiligheidsfondsen uit het Asiel, Migratie en Integratiefonds (AMIF) en het fonds voor de Interne Veiligheid (ISF).AlgemeenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2134 Het AMIF richt zich op asiel- en migratiebeleid, en verstrekt subsidie voor:•Het behouden en verbeteren van de kwaliteit van het opvang- en asielstelsel;•Het bevorderen van de participatie van onderdanen uit niet-westerse derde landen en hun naaste verwanten in de samenleving;•Het bevorderen van de terugkeer van vreemdelingen die geen recht op verblijf in Nederland hebben, nog in afwachting zijn van een beslissing op hun verzoek tot verblijf of tijdelijk verblijfsrecht hebben.Het ISF is gericht op het bevorderen van grensbewaking en visumma-nagement, en bestaat uit twee programma’s:•Het programma ISF-grenzen heeft als doel de veiligheid in de EU te verhogen en daarnaast legaal reizen makkelijker te maken. Ook financiert het de IT-systemen die nodig zijn voor het grensbewakings-systeem van de EU. Daarnaast worden acties voor de efficiënte verwerking van migratiestromen en visumaanvragen gesteund;•Het programma ISF-Politie heeft als doel bij te dragen aan de veiligheid in de EU. Het programma financiert acties ter voorkoming van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, waaronder terrorisme. Het programma heeft ook als doel de samenwerking tussen de rechtsautoriteiten van de lidstaten te verbeteren.Nationale regelingenDaarnaast voert het Agentschap SZW enkele nationale regelingen uit:•Regeling sectorgewijze opleidingen / sectorplannen (RCSP). Looptijd: 1 oktober 2013 tot en met 2018.•Tijdelijke regeling cofinanciering projecten dienstverlening werkzoe-kenden en projecten samenwerking en regie arbeidsmarkt (DWSRA). Looptijd: 1 juli 2016 tot en met 2018.•Kinderopvang: versterking taal- en interactievaardigheden (KTA). Looptijd: eind 2014 tot en met 2018.•Regeling schadeclaims vakantiedagen. Looptijd: 2016 (vanaf 1 mei) met uitloop in 2017.Door middel van de RCSP kunnen werkgevers- en werknemers-organisaties een financiële bijdrage van de overheid krijgen als zij gezamenlijke plannen maken om mensen aan het werk te krijgen en te houden. Een betere werking van de arbeidsmarkt, het bieden van werkzekerheid en het voorkomen van werkloosheid staan centraal.De regeling DWSRA is een uitvloeisel van de RCSP en is met name gericht op projecten inzake samenwerking en regie op de arbeidsmarkt.De regeling KTA heeft ten doel om de taal- en interactieve vaardigheden van gastouders en medewerkers in de kinderopvang te verbeteren.De regeling schadeclaims vakantiedagen heeft ten doel werknemers te compenseren voor de gemiste opbouw van vakantiedagen bij ziekte doordat de Nederlandse wetgeving afweek van de Europese richtlijnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2135 Tabel 3.1 Begroting van baten en lasten Agentschap SZW voor het jaar 2017 (x € 1.000) Reali-satie Raming Begroting 20151 20162 2017 2018 2019 2020 2021 Baten Opbrengst moederdepartement3 13.729 16.520 15.600 15.700 19.000 14.300 18.000 Opbrengst overige departementen 2.814 1.050 1.200 1.300 1.500 1.200 500 Opbrengst derden – – – – – – – Rentebaten – – – – – – – Vrijval voorzieningen – – – – – – – Bijzondere baten – – – – – – – Totaal Baten 16.543 17.570 16.800 17.000 20.500 15.500 18.500 Lasten Apparaatskosten Personele kosten 11.981 12.200 11.750 12.400 15.100 11.300 13.800 waarvan eigen personeel 9.302 9.290 9.100 10.200 11.500 10.000 10.800 waarvan externe inhuur 2.013 2.210 2.000 1.500 2.800 750 2.250 waarvan overige kosten 666 700 650 700 800 550 750 Materiële kosten 4.016 4.100 3.690 3.600 4.400 3.200 3.700 waarvan apparaat ICT 1.594 1.500 1.660 1.600 1.800 1.450 1.500 waarvan bijdrage aan SSO’s 962 1.000 1.422 1.400 1.600 1.250 1.400 waarvan overige kosten 1.460 1.600 608 600 1.000 500 800 Rentelasten – – – – – – – Afschrijvingskosten Materieel 1 – – – – – – waarvan apparaat ICT – – – – – – – Immaterieel 781 1.020 1.360 1.000 1.000 1.000 1.000 Overige kosten – – – – – – – Dotaties voorzieningen – – – – – – – Bijzondere lasten – – – – – – – Totaal Lasten 16.779 17.320 16.800 17.000 20.500 15.500 18.500 Saldo van baten en lasten – 236 250 – – – – –1 Slotwet SZW 2015.2 Eerste suppletoire begroting SZW 2016.3 Het verschil met de in tabel 98.1 genoemde Bijdrage aan Agentschap SZW wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat in die tabel de bijdragen uit rekeningen buiten begrotingsverband (de door de Europese Commissie verstrekte «technische bijstand»), ter cofinanciering van de uitvoerings-kosten van Europese regelingen, niet zijn opgenomen.AlgemeenDe meerjarenbegroting van het Agentschap SZW wordt bepaald door de ontwikkelingen in de orderportefeuille. De ontwerpbegroting wordt opgesteld op basis van de interne capaciteitsplanning, waarin de meest actuele inzichten met betrekking tot de uitvoering van de lopende subsidieregelingen zijn verwerkt. Op het tijdstip dat deze ontwerpbe-groting wordt opgesteld zijn de hoofdlijnen van de werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van de subsidieregelingen duidelijk.Voor aanvang van elk kalenderjaar worden met de opdrachtgevers afspraken gemaakt over de uitvoering van de betreffende subsidierege-lingen in dat uitvoeringsjaar. Deze meer gedetailleerde en actuele afspraken worden in wederzijds getekende offertes vastgelegd. In de loop van het jaar worden nieuwe offertes opgesteld als zich significante wijzigingen voordoen in de uitvoering van de lopende subsidieregelingen of als nieuwe subsidieregelingen in uitvoering worden genomen. De laatste versie van de offertes van de lopende subsidieregelingen is de basis voor de aanpassing bij Voorjaarsnota in de 1e suppletoire begroting van SZW.Begroting van baten en lastenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2136 Doordat de detailafspraken in de offertes op een later moment worden gemaakt zijn deze veel specifieker en meer actueel dan de inzichten op hoofdlijnen tijdens het opstellen van de ontwerpbegroting. Hierdoor kan de 1e suppletoire begroting van de ontwerpbegroting afwijken.De huidige ontwerpbegroting voor de jaren 2017 tot en met 2021 kan ook nog wijzigen als gevolg van de strategische heroriëntatie van het Agentschap die momenteel wordt uitgevoerd.BatenDe opbrengsten moederdepartement en overige departementen betreft de omzet van de subsidieregelingen die voor het moederdepartement of overige departementen worden uitgevoerd.Het grillige patroon van de omzet vanaf 2017 is te verklaren doordat bij de uitvoering van de Europese subsidieregelingen veelal sprake is van tweejarige projecten met grotere werkdruk bij openstelling van het tijdvak (intake en aanvraag) en aan het eind van het project (einddeclaratie). Doordat dit voor zowel ESF als EMVF geldt en de acties ook veelal samenvallen, resulteert dit in het patroon van jaren met meer en minder bedrijfsdrukte.LastenPersonele kostenDe personele kosten vormen de belangrijkste kostenpost voor het Agentschap SZW. Het verloop van de regelingen en hiermee de omvang van de te verrichten activiteiten bepaalt in hoge mate de ontwikkeling in de personele kosten. Het huidige personeelbestand bestaat uit een kern van vast en tijdelijk ambtelijk personeel; daarnaast vindt noodzakelijke inhuur van externen plaats (via mantelcontracten van het Rijk of van SZW).AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten betreffen de materiële en immateriële vaste activa. De investeringen in immateriële vaste activa die voortvloeien uit specifieke wensen van de opdrachtgevers worden over meerdere jaren afgeschreven en ook in dit ritme aan de opdrachtgevers doorberekend.Saldo van baten en lastenBij het opstellen van de begroting is een sluitende begroting het uitgangspunt.Het saldo van baten en lasten van een jaar wordt in het daarop volgend jaar verwerkt in overeenstemming met het besluit van de eigenaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2137 In tabel 3.2 wordt het kasstroomoverzicht van Agentschap SZW opgenomen.Tabel 3.2 Kasstroomoverzicht Agentschap SZW over het jaar 2017 (x € 1.000) Reali-satie Raming Begroting 20151 20162 2017 2018 2019 2020 2021 1. Rekening-courant RHB 1 januari 2.145 2.231 2.001 2.211 2.211 2.461 2.961 totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 17.686 17.570 16.800 17.000 20.500 15.500 18.500 totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) – 16.317 – 16.300 – 15.440 – 16.000 – 19.500 – 14.500 – 17.500 2. Totaal operationele kasstroom 1.369 1.270 1.360 1.000 1.000 1.000 1.000 totaal investeringen (-/-) – 1.283 – 1.500 – 1.150 – 1.000 – 750 – 500 – 500 totaal boekwaarde desinvesteringen (+) – – – – – – – 3. Totaal investeringskasstroom – 1.283 – 1.500 – 1.150 – 1.000 – 750 – 500 – 500 eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) – – – – – – – eenmalige storting door moederdepartement (+) – – – – – – – aflossingen op leningen (-/-) – – – – – – – beroep op leenfaciliteit (+) – – – – – – – 4. Totaal financieringskasstroom 0 0 0 0 0 0 0 5. Rekening-courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 2.231 2.001 2.211 2.211 2.461 2.961 3.4611 Slotwet SZW 2015.2 Eerste suppletoire begroting SZW 2016.KasstroomoverzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2138 In tabel 3.3 worden de doelmatigheidsindicatoren vermeld.Tabel 3.3 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Agentschap SZW 2017 Reali-satie2015 Raming2016 Begroting 2017 2018 2019 2020 2021 Generieke doelmatigheidsindicatoren Uurtarieven Integraal uurtarief (voorcalculatorisch) (€) 98,68 109,65 107,80 107,00 106,00 110,50 108,50 Index reëel uurtarief (gecorrigeerd voor inflatie, 2011=100) 103,6 111,9 108,9 106,4 104,0 106,9 103,3 Omzet per fte: Totale omzet in € 1.000 16.543 17.570 16.800 17.000 20.500 15.500 18.500 fte-totaal 147,8 125,5 137,0 142,0 162,5 132,0 152,0 Omzet per fte (€) 111.928 140.000 122.628 119.718 126.154 117.425 121.711 Saldo van baten en lasten in € 1.000 – 236 250 0 0 0 0 0 Productiviteit: Declarabiliteit (factureerbare/beschikbare uren) (%) 65,5 70,0 70,6 71,0 72,0 73,0 74,0 Ziekteverzuim (totaal incl.langdurig) (%) 3 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 Kwalitatieve indicatoren Klanttevredenheid: algemeen oordeel enquête 7,1 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 Beroepsprocedures: % beschikkingen die leiden tot beroepspro-cedure 0,6 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 % beroepsprocedures geheel of deels gegrond 22 15 15 15 15 15 15 Tijdigheid beschikken en betalen: % tijdige beschikkingen 91 90 90 90 90 90 90 % tijdige betalingen 99,5 99 99 99 99 99 99 Specifieke indicatoren Kosten subsidieproces in % vd subsidie / subsidiabele kosten per project Europese subsidieregelingen 1,7 1,6 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 Nationale subsidieregelingen • RUS-variant 1b: One Touch (ambtshalve vaststellen) 7,4 17,5 17,5 17,5 17,5 17,5 17,5 • RUS-variant 3: Presteren en inzicht in kosten 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2RUS = Raamwerk voor Uitvoering van Rijkssubsidies.De voorcalculatorische uurtarieven zijn integrale kostprijzen (alle kosten / factureerbare uren). De uurtarieven vormen de basis voor de facturering aan de opdrachtgevers. Het grillige patroon van de uurtarieven is te verklaren doordat bij de Europese subsidieregelingen veelal sprake is van tweejarige projecten met grotere werkdruk bij openstelling van het tijdvak (intake en aanvraag) en aan het eind van het project (einddeclaratie). Doordat dit voor zowel ESF als EMVF geldt en de acties ook veelal samenvallen, resulteert dit in het patroon van jaren met meer en minder bedrijfsdrukte. In de jaren van minder bedrijfsdrukte leidt het lager aantal factureerbare uren (doordat de vaste kosten over een lager aantal directe uren worden omgeslagen) tot hogere tarieven.In de berekening van de reële indexcijfers van de uurtarieven is het effect van de jaarlijkse algemene prijsstijgingen geëlimineerd (vanaf 2016: schatting 1,5%).Bij de specifieke indicatoren worden de uitvoeringskosten gepresenteerd in verhouding tot de gemiddelde subsidie of de totale subsidiabele kosten per project. De niet aan afzonderlijke projecten toe te rekenen activiteiten en materiële kosten worden in deze berekening niet meegenomen.DoelmatigheidsindicatorenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2139 Voor de Europese subsidieregelingen worden de uitvoeringskosten van het subsidieproces gerelateerd aan de totale subsidiabele projectkosten. De kosten van uitvoering van de Europese regelingen zijn absoluut gezien hoger dan bij Nationale regelingen vanwege de hoge eisen die de Europese Commissie stelt aan de verantwoording van projectkosten en de controle ervan. Vanwege de grotere gemiddelde projectomvang zijn de kosten van het subsidieproces bij Europese regelingen echter relatief lager.Voor de Nationale subsidieregelingen die het Agentschap SZW uitvoert, worden de uitvoeringskosten inzichtelijk gemaakt naar de uitvoeringsvari-anten die in het Rijksbreed geldende Raamwerk voor Uitvoering van Subsidies (RUS) worden onderscheiden. Voor de RUS-variant «One Touch» wordt de gemiddelde projectomvang berekend op basis van de verleende subsidie. Voor de RUS-variant «Presteren en inzicht in kosten» betreft de gemiddelde projectomvang de totale subsidiabele kosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2140 HOOFDSTUK 4: BIJLAGEN BIJLAGE 1 SZA-KADER INCLUSIEF VERDIEPINGSHOOFDSTUK Deze bijlage bevat de volgens de Rijksbegrotingvoorschriften (RBV) verplichte aansluitingstabellen en (per artikel) de verplichte tabellen van het verdiepingshoofdstuk. In aanvulling daarop zijn dergelijke tabellen ook voor de premiegefinancierde regelingen opgenomen. De bijlage begint met een toelichting op de opbouw van het SZA-kader.B.1.1 HET SZA-KADERHet SZA-kader bevat zowel uitgaven van regelingen die begrotingsgefi-nancierd zijn als uitgaven van regelingen die premiegefinancierd zijn. De begrotingsgefinancierde uitgaven worden uit belastinginkomsten betaald. De premiegefinancierde uitgaven worden voornamelijk door middel van premies gefinancierd. Tabel B.1.1 bevat een toelichting op de opbouw van de SZA-uitgaven.Tabel B1.1 SZA uitgaven (x € 1 mld) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totale uitgaven begroting 31,9 33,6 34,2 34,7 34,7 34,7 – Correctie rijksbijdragen 12,8 14,0 14,0 13,9 13,9 13,9 – Correctie LIV en LKV – – 0,5 0,9 0,9 0,9 – Correctie RBG-eng 0,5 0,6 0,5 0,5 0,4 0,4 – Correctie ontvangsten 0,8 0,6 0,6 0,6 0,7 0,6 + Loon- en prijsbijstelling 0,0 0,2 0,5 0,7 1,0 1,3 A. SZA-uitgaven begroting 17,7 18,6 19,1 19,4 19,8 20,2 Totale uitgaven premie 56,6 57,0 58,5 58,7 59,5 60,6 – Correctie ontvangsten 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 B. SZA-uitgaven premie 56,2 56,7 58,1 58,3 59,1 60,2 C. Integratie-uitkering sociaal domein 2,7 2,6 2,4 2,3 2,2 2,3 Totale SZA-uitgaven (lopende prijzen) (A+B+C) 76,7 77,9 79,6 80,1 81,2 82,7Allereerst wordt voor een dubbeltelling gecorrigeerd omdat sociale fondsen voor een deel gefinancierd worden uit begrotingsmiddelen (correctie rijksbijdragen). Dit betreft hoofdzakelijk een bijdrage aan het Ouderdomsfonds, welke nodig is omdat de opbrengsten van de AOW-premie onvoldoende zijn om de AOW-uitgaven te dekken. In 2017 worden de SZA-uitgaven hierdoor met € 14,0 miljard gecorrigeerd. Tevens vallen de apparaatuitgaven van SZW en enkele andere uitgaven niet onder het SZA-kader maar onder het kader Rbg-eng (€ 0,6 miljard). Voor het gedeelte van de ontvangsten dat tot de niet-belastingontvangsten wordt gerekend wordt eveneens gecorrigeerd: € 0,6 miljard (terugontvangsten Kinderopvang en Tegemoetkoming ouders) en € 0,4 miljard (ontvangsten UFO). Het uitgavenplafond (SZA-kader) wordt in lopende prijzen uitgedrukt, wat betekent dat rekening wordt gehouden met toekomstige loon- en prijsontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de uitgaven. Voor de begrotingsgefinan-cierde regelingen staan de hiervoor gereserveerde middelen (€ 0,2 miljard) niet op de SZW-begroting, maar op een afzonderlijke begro-tingspost die door de Minister van Financiën wordt beheerd. De premie-gefinancierde uitgaven zijn al uitgedrukt in lopende prijzen.De middelen voor de Wsw en het participatiebudget maken onderdeel uit van de integratie-uitkering sociaal domein. Deze uitgaven blijven onderdeel van het SZA-kader en worden bijgeteld. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2141 In lopende prijzen bedragen de SZA-uitgaven in 2017 € 77,9 miljard.B.1.2 DE AANSLUITINGSTABELLENIn dit onderdeel van de begroting worden de samenvattende aansluitings-tabellen van de premie- en de begrotingsgefinancierde regelingen weergegeven, zowel voor de uitgaven als voor de ontvangsten. De mutaties in deze tabellen worden per artikel gedetailleerd opgenomen in het verdiepingshoofdstuk in onderdeel B.1.3 van deze bijlage.De opbouw van deze tabellen verschilt van elkaar. Bij de begrotingsgefi-nancierde regelingen worden, conform de RBV, de mutaties als gevolg van de nota van wijziging, de 1e suppletoire begroting (Voorjaarsnota) en de nieuwe mutaties (Miljoenennota) vermeld. Bij de premiegefinancierde regelingen is geen sprake van een nota van wijziging of van een supple-toire wet. Voor deze regelingen worden de mutaties uitgesplitst naar uitvoeringsmutaties, macromutaties, loon- en prijsmutaties, beleids-matige mutaties en kasschuiven. Bovendien wordt een onderverdeling aangebracht in reëel en nominaal.Tabel B.1.2 Aansluitingstabel uitgaven begrotingsgefinancierd begroting 2016 naar begroting 2017 (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Ontwerpbegroting 2016 31.767.150 32.179.881 32.726.718 33.414.820 33.843.461 Vastgestelde begroting 2016 31.867.150 32.483.581 33.030.418 33.718.520 34.147.161 Mutaties Voorjaarsnota 362.362 153.204 396.949 307.868 181.686 Totaal tot en met Voorjaarsnota 32.229.512 32.636.785 33.427.367 34.026.388 34.328.847 Mutaties Miljoenennota – 372.596 965.155 809.616 637.368 332.346 Ontwerpbegroting 2017 31.856.916 33.601.940 34.236.983 34.663.765 34.661.193 34.729.049Tabel B.1.3 Aansluitingstabel ontvangsten begrotingsgefinancierd begroting 2016 naar begroting 2017 (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Ontwerpbegroting 2016 1.724.007 1.730.656 1.720.218 1.744.960 1.740.604 Vastgestelde begroting 2016 1.724.007 1.730.656 1.720.218 1.744.960 1.740.604 Mutaties Voorjaarsnota 125.490 25.678 38.228 38.179 47.946 Totaal tot en met Voorjaarsnota 1e suppletoire begroting 1.849.497 1.756.334 1.758.446 1.783.139 1.788.550 Mutaties Miljoenennota 35.419 11.947 23.727 13.372 23.987 Ontwerpbegroting 2017 1.884.916 1.768.281 1.782.173 1.796.511 1.812.537 1.792.170Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2142 Tabel B.1.4 Aansluitingstabel uitgaven premiegefinancierd begroting 2016 naar begroting 2017 (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Ontwerpbegroting 2016 reëel 56.288.265 56.012.449 55.777.122 55.593.984 55.379.790 55.213.124 Mutaties: Uitvoeringsmutaties 111.339 166.286 228.658 197.607 173.584 204.341 Macro mutaties – 935.794 – 1.153.391 – 1.237.593 – 1.224.200 – 1.154.833 – 1.105.398 Loon- en prijsontwikkeling 1.225.206 1.219.128 1.218.708 1.210.484 1.207.018 1.204.846 Beleidmatige mutaties – 47.675 77.593 970.879 280.325 256.949 245.249 Kasschuiven – 69.029 34.320 20.754 1.043 13.309 13.582 Diverse overige mutaties 37.390 – 50.037 – 15.004 6.082 – 3.213 – 2.889 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 56.609.702 56.306.348 56.963.524 56.065.325 55.872.604 55.772.855 Ontwerpbegroting 2016 nominaal 1.207.751 1.944.785 2.532.297 3.205.970 3.798.832 4.394.690 Mutaties: Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage 17.455 8.614 228.901 645.643 1.046.605 1.670.387 Uitdelen loon- en prijsontwikkeling – 1.225.206 – 1.219.128 – 1.218.708 – 1.210.484 – 1.207.018 – 1.204.846 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 734.271 1.542.490 2.641.129 3.638.419 4.860.231 Ontwerpbegroting 2017 totaal 56.609.702 57.040.619 58.506.014 58.706.454 59.511.023 60.633.086Tabel B.1.5 Aansluitingstabel ontvangsten premiegefinancierd begroting 2016 naar begroting 2017 (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Ontwerpbegroting 2016 reëel 385.000 385.000 385.000 385.000 385.000 385.000 Mutaties: 1. Uitvoering – 14.905 – 33.105 – 33.105 – 33.105 – 33.105 – 33.105 2. Loon- en prijsbijstelling 2016 6.885 6.885 6.885 6.885 6.885 6.885 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 376.980 358.780 358.780 358.780 358.780 358.780 Ontwerpbegroting 2016 nominaal 7.840 12.043 16.279 20.561 24.889 29.262 Mutaties: 3. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage – 955 1.530 3.449 5.974 9.566 14.527 4. Overhevelen loon- en prijsbijstelling 2016 – 6.885 – 6.885 – 6.885 – 6.885 – 6.885 – 6.885 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 6.688 12.843 19.650 25.570 36.904 Ontwerpbegroting 2017 totaal 376.980 365.468 371.623 378.430 386.350 395.684B.1.3 HET VERDIEPINGSHOOFDSTUKDit onderdeel bevat het verdiepingshoofdstuk van de SZW-begroting. In deze paragraaf wordt voor alle artikelen op de SZW-begroting de mutatie van uitgaven en ontvangsten tussen de ontwerpbegroting 2016 en de huidige ontwerpbegroting 2017 gedetailleerd toegelicht. Dit gebeurt zowel voor de begrotingsgefinancierde als voor de premiegefinancierde regelingen. Ook hier verschilt de opbouw van de begrotingsgefinancierde tabellen met die van de premiegefinancierde (zie de opmerking onder B.1.2).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2143 B.1.3.1 ArbeidsmarktUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 1 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 21.233 19.751 21.619 20.799 20.919 20.919 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 1.042 – 130 – 450 – 450 – 450 – 450 Nieuwe mutaties: 1. Overboekingen met andere departementen – 217 – 3.929 – 50 2. Kasschuif 300 – 300 3. Budgettair neutrale herschikkingen 700 Stand ontwerpbegroting 2017 22.758 15.992 20.819 20.349 20.469 20.4691.De belangrijkste overboekingen met andere departementen zijn de overboeking naar het Ministerie van VWS ten behoeve van de Gezondheidsraad en de jaarlijkse bijdrage aan het Ministerie van EZ ten behoeve van het maatschappelijke programma arbeidsomstandig-heden, dat door TNO wordt uitgevoerd.2.Met een kasschuif sluiten de middelen «programma duurzame inzetbaarheid» beter aan op de behoefte.3.Budgettair neutrale herschikking binnen de SZW-begroting.Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 1 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 29.636 36.067 36.067 36.067 36.067 36.067 Nieuwe mutaties: 1. Bijstelling boeteontvangsten – 5.636 – 12.067 – 12.067 – 12.067 – 12.067 – 12.067 Stand ontwerpbegroting 2017 24.000 24.000 24.000 24.000 24.000 24.0001.Bijstelling van de raming boeteontvangsten op basis van realisatiege-gevens over voorgaande jaren. De realisaties van de boeteontvangsten laten niet de stijging zien die was verwacht op grond van de Fraudewet van 2013.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2144 B.1.3.2 Bijstand, Participatiewet en ToeslagenwetUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 2 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 6.611.078 6.719.127 6.722.097 6.822.849 6.943.585 6.989.970 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 49.987 – 49.731 173.994 183.309 100.322 104.180 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 71.798 72.852 76.102 77.293 78.129 78.632 2. Macro mutaties – 15.408 – 57.220 – 9.870 10.260 15.004 24.365 3. Mutaties Caribisch Nederland 506 740 974 1.208 1.441 4. Overboekingen met departementen – 2.042 269 134 5. Budgettair neutrale herschikkingen 26 – 2.044 – 2.044 – 2.044 – 2.044 – 2.044 6. Kasschuif 1.700 – 850 – 850 7. Intertemporele tegemoetkoming 85.000 90.000 – 10.625 – 21.875 – 21.875 – 21.875 8. Verhoging minimumjeugdloon 1.000 2.000 3.000 5.000 9. No-riskpolis – 1.381 – 2.302 – 3.177 – 3.755 – 4.202 10. Subsidie projecten dienstverlening en samenwerking 9.400 25.050 30.050 11. Schuldhulpverlening 500 4.000 3.000 12. Diversen – 250 – 63 Stand ontwerpbegroting 2017 6.708.734 6.802.144 6.980.551 7.068.161 7.113.127 7.179.6691.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.De ramingen voor het Macrobudget participatiewetuitkeringen, de AIO en de TW zijn aangepast op basis van ontwikkelingen in de werkloos-heid en realisaties op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV, de SVB en de gemeenten.3.Deze ramingsbijstelling heeft betrekking op volume- en prijsontwikke-lingen en op de koersverschillen tussen de dollar en de euro.4.Er zijn in totaal drie overboekingen met andere departementen verwerkt. De voornaamste betreft een overboeking in 2016 van integratiemiddelen Caribisch Nederland ad € 2,3 miljoen naar BZK.5.Budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.6.De kasschuif heeft betrekking op de uitvoering van het amendement gericht op sport door kinderen uit gezinnen met lage inkomens waarvoor vooral in 2017 extra middelen nodig zijn.7.De intertemporele tegemoetkoming dekt de feitelijke kosten voor gemeenten door de verhoogde asielinstroom. De verrekening van de intertemporele tegemoetkoming met de gemeentelijke budgetten Particiaptiewetuitkeringen vindt plaats vanaf 2018.8.Een hoger minimumjeugdloon maakt het voor werkgevers minder aantrekkelijk om jongeren in dienst te nemen (stijgende loonkosten). Hierdoor zullen er naar verwachting iets meer personen in de bijstand terecht komen.9.De no-riskpolis financiert personen met beschut werk die ziek thuis zitten. Aangezien (een deel van de) personen met beschut werk met loonkostensubsidie aan het werk zijn, vindt er met ingang van de no-riskpolis een verschuiving plaats van middelen van loonkostensub-sidie naar de no-riskpolis.10.In verband met de Doorstart naar nieuw werk wordt voor de subsidie-regeling Tijdelijke regeling cofinanciering projecten dienstverlening werkzoekenden en projecten samenwerking en regie arbeidsmarkt verdeeld over drie jaren een bedrag van in totaal € 64,5 miljoen beschikbaar gesteld.11.Middelen bestemd voor het bevorderen van professionaliteit van de schuldhulpverlening, het doorontwikkelen van innovatieve aanpakken Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2145 en het verbeteren van de registratie en beschikbaarheid van gegevens binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening.12.Diverse overige mutaties.Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 2 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 3.475 2.572 2.572 2.572 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 22.930 Nieuwe mutaties: 1. Ontvangsten 10.460 Stand ontwerpbegroting 2017 36.865 2.572 2.572 2.572 0 01.De ontvangstenmutatie is een gevolg van terugvorderingen naar aanleiding van de verantwoordingen door de gemeenten over de uitvoering van de Wet participatiebudget over 2013 en 2014 (van voor de decentralisatie in het sociaal domein).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2146 B.1.3.3 ArbeidsongeschiktheidUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 3 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 765 778 802 828 866 903 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 26 – 28 – 31 – 35 – 41 – 46 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 14 14 14 14 15 16 2. Ramingsbijstelling 23 24 25 27 29 Stand ontwerpbegroting 2017 753 787 809 832 867 9021.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.De ramingsbijstelling heeft betrekking op volume- en prijsontwikkelin-gen en op de koersverschillen tussen dollar en euro.Uitgaven premiegefinancierd artikel 3 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 reëel 9.189.075 9.229.927 9.277.775 9.391.053 9.537.754 9.690.865 Mutaties: 1. Uitvoering – 60.261 – 33.225 – 18.589 – 19.489 – 14.686 – 14.210 2. Verlaging ao-tegemoetkoming – 30.027 – 30.029 – 30.415 – 30.821 – 31.151 3. Loon- en prijsbijstelling 2016 156.723 157.843 159.103 161.203 163.824 166.599 4. Herschikking premie en begroting – 15.000 5. Overig – 500 3.921 5.220 5.294 5.368 5.440 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 9.285.037 9.313.439 9.393.480 9.507.646 9.661.439 9.817.543 Stand ontwerpbegroting 2016 nominaal 159.101 260.325 348.575 441.685 539.829 641.972 Mutaties: 6. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage – 2.378 58.969 116.853 177.458 252.809 353.736 7. Overhevelen loon- en prijsbijstelling 2016 – 156.723 – 157.843 – 159.103 – 161.203 – 163.824 – 166.599 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 161.451 306.325 457.940 628.814 829.109 Stand ontwerpbegroting 2017 totaal 9.285.037 9.474.890 9.699.805 9.965.586 10.290.253 10.646.6521.Op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV zijn de geraamde uitgaven aan de arbeidsongeschiktheidsregelingen naar beneden bijgesteld. De IVA-uitgaven zijn naar beneden bijgesteld, voornamelijk door een lagere gemiddelde jaaruitkering. De WGA-uitgaven zijn bijna gelijk gebleven. Het aantal personen met een WGA-uitkering is naar beneden bijgesteld, terwijl de gemiddelde jaaruitkering naar boven is bijgesteld. De WAO-uitgaven zijn naar boven bijgesteld door een hogere gemiddelde jaaruitkering en een hoger aantal herlevingen.2.In 2017 wordt de ao-tegemoetkoming verlaagd van € 212,06 netto per jaar naar € 175,63 netto per jaar. Hiermee worden onder andere de kosten voor herziening van de Wml gedekt.3.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.4.Budgettair neutrale herschikking tussen de begrotings- en premiegefi-nancierde re-integratiemiddelen.5.Diverse overige mutaties. De grootste mutatie betreft het besparings-verlies uit de WIA-taakstelling, namelijk jaarlijks € 5 miljoen vanaf 2017. Zie ook de toelichting op de beleidswijzigingen in beleidsartikel 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2147 6.Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de indexcijfers.7.Zie 3.B.1.3.4 JonggehandicaptenUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 4 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 3.174.376 3.221.648 3.140.274 3.193.948 3.234.251 3.269.241 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 3.910 – 15.000 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 53.229 53.493 51.084 51.239 51.313 51.462 2. Ramingsbijstelling – 22.351 3. Verlaging ao-tegemoetkoming – 13.148 – 13.149 – 13.148 – 13.149 – 13.148 4. Voortgezette werkregeling 3.500 8.500 8.500 4.000 4.000 5. Herschikking begroting en premie 15.000 6. Verhoging minimumjeugdloon 19.300 26.800 18.800 16.400 16.400 7. Voorfinanciering re-integratie Wajong 45.000 – 45.000 Stand ontwerpbegroting 2017 3.254.164 3.239.793 3.213.509 3.259.339 3.292.815 3.327.9551.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.Bijstelling van de raming op basis van de Juninota van het UWV. De gemiddelde uitkering bleek lager dan eerder geraamd.3.In 2017 wordt de ao-tegemoetkoming verlaagd van € 212,06 netto per jaar naar € 175,63 netto per jaar. Hiermee worden onder andere de kosten voor herziening van de Wml gedekt.4.De voortgezette werkregeling in de Wajong2010 wordt gewijzigd omdat deze niet uitvoerbaar blijkt te zijn. Met de noodzakelijke wijziging van de voortgezette werkregeling wordt ook geregeld dat de Wajongers die nu in oude Wajong zitten en overstappen naar de nieuwe Wajong geen 7 jaar meer hoeven te wachten voor ze in de voortgezette werkregeling stromen. Deze wijziging zorgt voor hogere uitkeringslasten.5.Budgettair neutrale herschikking tussen de begrotings- en premiegefi-nancierde re-integratiemiddelen.6.Het wettelijk minimumjeugdloon wordt vanaf 2017 verhoogd. Door de koppeling van Wajonguitkeringen van 23-minners aan het minimum-jeugdloon leidt dit tot hogere uitkeringslasten.7.Voorfinanciering re-integratie Wajong.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2148 B.1.3.5 WerkloosheidUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 5 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 66.620 67.296 61.557 79.040 97.802 116.744 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 746 568 561 721 892 1.065 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 898 1.088 1.074 1.380 1.709 2.041 2. Uitvoering – 12.351 – 7.857 – 13.301 – 12.903 – 10.162 – 6.935 3. Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit 113.000 4. Perspectief 50+ 16.250 16.250 5. Budgettair neutrale herschikkingen 400 Stand ontwerpbegroting 2017 56.313 190.345 66.141 68.238 90.241 112.9151.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.Op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV is het verwachte aantal IOW-uitkeringen naar beneden bijgesteld.3.Dit betreft de eenmalige tegemoetkoming in het kader van de tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit.4.Introductie van het Actieplan «Perspectief voor vijftigplussers».5.Budgettair neutrale herschikking binnen de SZW-begroting ten behoeve van de voorlichtingscampagne «Aanpak ouderenwerkloos-heid».Uitgaven premiegefinancierd artikel 5 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 reëel 6.658.779 6.446.619 6.273.082 5.979.357 5.615.517 5.323081 Mutaties: 1. Macro mutaties – 935.794 – 1.134.926 – 1.217.924 – 1.204.744 – 1.136.184 – 1.085.803 2. Loon- en prijsbijstelling 2016 115.871 107.445 101.551 96.627 90.393 85.320 3. Betalingssystematiek WW – 83.000 – 32.000 – 2.000 4. Dienstverlening WW 0 0 – 60.000 – 58.636 – 57.051 – 55.466 5. Overige mutaties 3.938 12.062 10.875 11.000 13.000 18.000 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 5.759.794 5.399.200 5.105.584 4.823.604 4.525.675 4.285.132 Stand ontwerpbegroting 2016 nominaal 134.170 200.500 264.543 319.074 363.225 405.264 Mutaties: 6. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage – 18.299 6.607 18.739 40.199 72.829 117.928 7. Overhevelen loon- en prijsbijstelling 2016 – 115.871 – 107.445 – 101.551 – 96.627 – 90.393 – 85.320 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 99.662 181.731 262.646 345.661 437.872 Stand ontwerpbegroting 2017 totaal 5.759.794 5.498.862 5.287.315 5.086.250 4.871.336 4.723.0041.Op basis van neerwaarts bijgestelde werkloosheidsramingen van het CPB en uitvoeringsinformatie van het UWV is de raming van het volume uitkeringsjaren WW meerjarig neerwaarts bijgesteld. Ook de raming van het saldo overige lasten en baten WW is op basis van uitvoeringsinformatie meerjarig neerwaarts bijgesteld. Dit betreft onder meer de uitkeringslasten van de regeling onwerkbaar weer en het verhaal op loonovername bij faillissement.2.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.3.De betalingssystematiek van de WW-uitkering is als gevolg van de inkomensverrekening in de Wwz overgegaan van een wekensystema-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2149 tiek naar een maandsystematiek. Onder de Wwz wordt de uitkering pas na afloop van de maand waarop deze betrekking heeft uitbetaald. In de jaren waarin de inkomensverrekening ingroeit (2015–2018) zorgt dit voor een kaseffect waardoor de WW-uitgaven lager uitkomen. Bij de ontwerpbegroting 2016 was het effect in de jaren 2016–2018 nog niet verwerkt.4.Het UWV stapt over op een aanpak met meer gerichte, persoonlijke dienstverlening aan WW-gerechtigden. Hiervoor wordt structureel extra uitvoeringsbudget toegekend. De wijziging naar meer effectieve dienstverlening leidt tot een inverdieneffect op uitkeringslasten. Naar verwachting treedt vanaf 2018 een besparing op van jaarlijks circa € 60 miljoen. De precieze omvang van de besparing is afhankelijk van de volumeontwikkeling in de WW.5.Diverse overige mutaties.6.Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de indexcijfers.7.Zie 2.Ontvangsten premiegefinancierd artikel 5 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 reëel 385.000 385.000 385.000 385.000 385.000 385.000 Mutaties: 1. Uitvoering – 14.905 – 33.105 – 33.105 – 33.105 – 33.105 – 33.105 2. Loon- en prijsbijstelling 2016 6.885 6.885 6.885 6.885 6.885 6.885 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 376.980 358.780 358.780 358.780 358.780 358.780 Stand ontwerpbegroting 2016 nominaal 7.840 12.043 16.279 20.561 24.889 29.262 Mutaties: 3. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage – 955 1.530 3.449 5.974 9.566 14.527 4. Overhevelen loon- en prijsbijstelling 2016 – 6.885 – 6.885 – 6.885 – 6.885 – 6.885 – 6.885 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 6.688 12.843 19.650 27.570 36.904 Stand ontwerpbegroting 2017 totaal 376.980 365.468 371.623 378.430 386.350 395.6841.Overheidswerkgevers zijn eigen-risicodragers voor de WW. De WW-uitgaven worden door UWV verhaald op deze werkgevers. De raming van de ontvangsten uit verhaal is naar beneden bijgesteld op grond van uitvoeringsinformatie van het UWV.2.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de ontvangsten op prijspeil 2016 te brengen.3.Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de ontvangsten (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de indexcijfers.4.Zie 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2150 B.1.3.6 Ziekte en zwangerschapUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 6 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 7.416 7.467 7.568 7.673 7.828 7.983 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 235 232 228 223 216 208 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 131 134 136 137 140 143 2. Ramingsbijstelling – 513 – 383 – 383 – 383 – 383 – 383 Stand ontwerpbegroting 2017 7.269 7.450 7.549 7.650 7.801 7.9511.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.De ramingsbijstelling Ziekteverzekering CN heeft betrekking op volume- en prijsontwikkelingen en op de koersverschillen tussen de dollar en de euro. De volumeraming van de TAS is bijgesteld op basis van uitvoeringsinformatie uit de Juninota van de SVB.Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 6 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 428 Stand ontwerpbegroting 2017 428 0 0 0 0 0Uitgaven premiegefinancierd artikel 6 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 reëel 2.595.413 2.592.945 2.607.884 2.623.955 2.633.223 2596.555 Mutaties: 1. Uitvoering – 39.955 – 78.662 – 117.714 – 137.884 – 157.516 – 142.461 2. Loon- en prijsbijstelling 2016 50.983 50.463 49.940 50.057 49.954 49.056 3. Transitievergoeding na 2 jaar ziekte 755.000 215.000 180.000 180.000 4. Vertraging ZW-pilots 7.500 15.000 5. Kraamverlof 57.000 57.000 57.000 6. No-risk polis beschut werk 2.700 4.620 8.500 10.440 12.370 0 7. Overig 0 265 744 690 451 333 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 2.616.641 2.584.631 3.304.354 2.819.258 2.775.482 2.740.483 Stand ontwerpbegroting 2016 nominaal 52.807 81.052 110.184 140.015 170.075 197.162 Mutaties: 8. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage – 1.824 17.564 30.963 49.432 74.726 109.101 9. Overhevelen loon- en prijsbijstelling 2016 – 50.983 – 50.463 – 49.940 – 50.057 – 49.954 – 49.056 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 48.153 91.207 139.390 194.847 257.207 Stand ontwerpbegroting 2017 totaal 2.616.641 2.632.784 3.395.561 2.958.648 2.970.329 2.997.6901.Zowel bij de ZW als bij de WAZO hebben zich meevallers voorgedaan. Bij de ZW is het aantal zieke werklozen in de raming afhankelijk gemaakt van het aantal WW-gerechtigden. Dit leidt tot een neer-waartse bijstelling van het ZW-volume. Bij de WAZO is de raming naar beneden bijgesteld omdat het totaal aantal geboortes lager ligt dan eerder geraamd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2151 2.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.3.Bij ontslag van een werknemer wegens (langdurige) arbeidsonge-schiktheid is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd, na de periode van loondoorbetaling. Werkgevers zullen voor deze kosten van de transitievergoeding door het UWV worden gecompenseerd. Een wetsvoorstel van deze strekking is in voorbereiding. De compensatie-vergoeding zal worden gefinancierd vanuit het Awf, waar een verhoging van de premie tegenover staat. Zie ook de beschrijving bij beleidswijzigingen in beleidsartikel 6.4.De pilots Ziektewet zijn vertraagd waardoor een besparingsverlies is opgetreden in 2016 en 2017.5.Per 1 januari 2019 wordt het kraamverlof uitgebreid van 2 naar 5 dagen. Voor deze 3 extra dagen wordt een uitkering verstrekt door UWV. Zie ook de beschrijving bij beleidswijzigingen in beleidsartikel 6.6.In de derde nota van wijziging van de Participatiewet is geregeld dat de no-riskpolis ook voor de doelgroep beschut werk geldt om zo het creëren van beschutte werkplekken door gemeenten te stimuleren. Zie ook de beschrijving bij beleidswijzigingen in beleidsartikel 2.7.Diverse overige mutaties.8.Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de indexcijfers.9.Zie 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2152 B.1.3.7 KinderopvangUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 7 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 2.365.471 2.400.090 2.418.555 2.435.880 2.452.270 2.460.341 Nota van wijziging 200.000 200.000 200.000 200.000 200.000 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 41.072 – 59.965 – 8.491 20.811 39.899 61.525 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 37.693 39.941 41.075 41.801 42.356 42.826 2. Ramingsbijstelling – 3.531 – 3.290 20.147 15.740 11.973 11.671 3. Peuterwetsvoorstel 3.822 39.654 36.230 31.607 26.219 4. Directe financiering 2.900 10.266 5. Risicoreservering directe financiering 5.100 6. Overboekingen departementen – 545 7. Kasschuiven – 1.995 1.995 8. Budgettair neutrale herschikkingen 158 Stand ontwerpbegroting 2017 2.441.223 2.597.959 2.710.940 2.750.462 2.778.105 2.802.5821.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.De uitvoeringsinformatie van de Belastingdienst leidt per saldo tot een opwaartse ramingsbijstelling van structureel € 9 miljoen. Dit betreft € 12 miljoen hogere uitgaven en € 3 miljoen hogere ontvangsten. Deze ramingsbijstelling is het saldo van onder andere een hoger aantal kinderen en een lager aantal uren per kind dan geraamd. Daarnaast treden er kaseffecten op, onder andere doordat nabetalingen minder snel plaatsvinden dan geraamd. Tot slot is in 2017 sprake van een éénmalige meevaller van € 15 miljoen, omdat cijfers van het CBS laten zien dat het verlengen van het recht op kinderopvangtoeslag bij werkloosheid van 3 tot 6 maanden in 2017 minder kost dan eerder was aangenomen.3.De wet harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang leidt per 2018 tot extra uitgaven en ontvangsten kinderopvangtoeslag. Een deel van deze extra uitgaven wordt gedekt door de vrijval van middelen bij gemeenten (stopzetten decentralisatie-uitkering Wet Oke).4.Dit betreffen de uitgaven aan DUO en SZW (€ 66.000) voor de ontwikkeling van directe financiering in 2016 en 2017.5.De ervaring leert dat de budgettaire gevolgen van een ICT-traject van te voren moeilijk te ramen zijn. Bovendien zijn er nog verschillende uitwerkpunten rondom directe financiering die hun weerslag kunnen hebben op de uitvoeringskosten. Mede op advies van de ADR is daarom besloten, in deze fase van de ontwikkeling, een risicoreserve van 50% aan te houden.6.Dit betreft overboekingen naar het Ministerie van OCW voor het masterplan onderwijshuisvesting en onderzoek naar samenwerking scholen en kinderopvang.7.Er zijn twee kasschuiven die ervoor zorgen dat de beschikbare middelen beter aansluiten op de behoefte.8.Diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2153 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 7 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 1.432.185 1.419.277 1.405.343 1.398.525 1.396.785 1.396.785 Mutatie 1e suppletoire begroting 62.845 5.768 14.113 15.450 26.102 27.893 Nieuwe mutaties: 1. Ramingsbijstelling 1.488 4.523 1.208 2.453 2.548 2. Peuterwetsvoorstel 794 2.687 3.618 3.876 3. Stroomlijning invordering 500 Stand ontwerpbegroting 2017 1.495.030 1.426.533 1.424.773 1.417.870 1.428.958 1.431.6021.Ramingsbijstelling ontvangsten kinderopvangtoeslag op basis van uitvoeringsinformatie van de Belastingdienst (zie ook uitgavenmutatie nr. 2).2.Zie uitgavenmutatie nr. 3.3.Het betreft incidentele budgettaire effecten als gevolg van het stroomlijnen van invorderingsregelgeving belastingen en toeslagen. Deze worden gereserveerd op de begroting.B.1.3.8 OudedagsvoorzieningUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 8 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 40.014 36.953 31.544 31.065 32.144 33.568 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 16.129 – 215 – 211 – 219 – 215 – 223 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 381 545 484 485 494 516 2. Ramingsbijstelling – 12.396 – 7.875 – 6.356 – 7.419 – 7.864 Stand ontwerpbegroting 2017 24.266 24.887 23.942 24.975 25.004 25.9971.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.Op basis van de realisatiegegevens over 2015 zijn de geraamde uitgaven aan de OBR meerjarig neerwaarts bijgesteld. Bij de 1e suppletoire begroting waren de realisatiegegevens alleen voor 2016 verwerkt, omdat het onderzoek naar het (niet-) gebruik van de OBR nog niet was afgerond. Daarnaast zijn de geraamde uitgaven aan de Algemene Ouderdomsverzekering CN opwaarts bijgesteld. Deze bijstelling heeft betrekking op volume- en prijsontwikkelingen en op de koersverschillen tussen de dollar en de euro.Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 8 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2.123 Stand ontwerpbegroting 2017 2.123 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2154 Uitgaven premiegefinancierd artikel 8 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 reëel 35.912.550 35.932.414 35.854.693 35.856.615 35.860.530 35.874.835 Mutaties: 1. Uitvoering 206.054 272.039 367.733 367.391 367.159 385.937 2. Loon- en prijsbijstelling 2016 872.979 874.989 879.236 875.023 875.171 876.051 3. Uitstel kostendelersnorm 156.733 4. Overig 3.082 35 22 38 38 38 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 36.994.665 37.079.477 37.259.417 37.099.067 37.102.898 37.136.861 Stand ontwerpbegroting 2016 nominaal 835.604 1.362.239 1.754.085 2.236.179 2.642.160 3.052.281 Mutaties: 5. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage 37.375 – 89.524 24.676 333.443 583.753 1.004.608 6. Overhevelen loon- en prijsbijstelling 2016 – 872.979 – 874.989 – 879.236 – 875.023 – 875.171 – 876.051 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 397.726 899.525 1.694.599 2.350.742 3.180.838 Stand ontwerpbegroting 2017 totaal 36.994.665 37.477.203 38.158.942 38.793.666 39.453.640 40.317.6991.De ramingsbijstelling heeft voornamelijk te maken met hogere uitgaven aan de partnertoeslag in de AOW. Daarnaast is nieuwe uitvoeringsinformatie van de SVB in de ramingen verwerkt. Tot slot valt de indexatie van de AOW hoger uit dan eerder geraamd.2.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.3.De invoering van de kostendelersnorm AOW wordt uitgesteld naar 2019, daarmee voert dit kabinet de kostendelersnorm niet meer in.4.Diverse overige mutaties.5.Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de indexcijfers.6.Zie 2.B.1.3.9 NabestaandenUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 9 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 1.083 1.112 1.147 1.184 1.238 1.291 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 95 94 93 92 90 88 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 21 22 23 24 25 25 2. Ramingsbijstelling 25 25 24 24 25 Stand ontwerpbegroting 2017 1.199 1.253 1.288 1.324 1.377 1.4291.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.De ramingsbijstelling Algemene weduwen en wezen verzekering CN heeft betrekking op volume- en prijsontwikkelingen en op de koersver-schillen tussen de dollar en de euro.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2155 Uitgaven premiegefinancierd artikel 9 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 reëel 449.969 434.728 419.761 410.614 409.981 405.544 Mutaties: 1. Uitvoering – 33.109 – 36.189 – 42.949 – 47.821 – 54.091 – 57.192 2. Loon- en prijsbijstelling 2016 5.699 5.441 5.144 4.947 4.852 4.749 3. Verdrag Marokko 1.600 2.100 3.100 4.100 5.100 4. Overig 220 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 422.779 405.580 384.056 370.840 364.842 358.201 Stand ontwerpbegroting 2016 nominaal 5.776 8.704 9.399 9.639 9.946 10.055 Mutaties: 5. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage – 77 1.500 2.746 4.264 6.285 9.121 6. Overhevelen loon- en prijsbijstelling 2016 – 5.699 – 5.441 – 5.144 – 4.947 – 4.852 – 4.749 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 4.763 7.001 8.956 11.379 14.427 Stand ontwerpbegroting 2017 totaal 422.779 410.343 391.057 379.796 376.221 372.6281.Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB is de raming meerjarig neerwaarts bijgesteld. De bijstelling wordt voornamelijk veroorzaakt door een lager volume.2.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.3.In de raming werd uitgegaan van opzegging van het bestaande sociaal verzekeringsverdrag met Marokko. Onlangs is echter een nieuw sociaal verzekeringsverdrag met Marokko gesloten, dat zorgt voor hogere uitkeringslasten dan bij opzegging het geval geweest zou zijn.4.Diverse overige mutaties.5.Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de indexcijfers.6.Zie 2.B.1.3.10 Tegemoetkoming oudersUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 10 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 5.329.468 5.302.483 5.285.071 5.266.157 5.248.384 5.233.671 Mutatie Nota van wijziging 100.000 103.700 103.700 103.700 103.700 103.700 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 6.478 – 7.919 – 9.060 – 10.746 – 15.203 – 16.676 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 10.436 9.178 9.431 9.653 9.963 10.212 2. Ramingsbijstelling 37.608 18.793 13.657 6.486 – 1.653 – 8.783 3. Verdrag Marokko 4.400 300 300 700 500 4. Verhoging WKB-bedragen 130.000 130.000 130.000 130.000 130.000 Stand ontwerpbegroting 2017 5.471.034 5.560.635 5.533.099 5.505.550 5.475.891 5.452.6241.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitkeringslas-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.Een hoger aantal eenoudergezinnen dan verwacht leidt tot hogere uitgaven. In latere jaren slaat de per saldo tegenvaller om in een meevaller door een afnemend aantal kinderen.3.In de raming werd uitgegaan van opzegging van het bestaande sociaal verzekeringsverdrag met Marokko. Onlangs is echter een nieuw sociaal Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2156 verzekeringsverdrag met Marokko gesloten, dat zorgt voor hogere uitkeringslasten dan bij opzegging het geval geweest zou zijn.4.Het eerste en tweede kindbedrag van het kindgebonden budget worden met € 100 verhoogd om de inkomenspositie van gezinnen met lage en middeninkomens te ondersteunen. Doordat het tweede kindbedrag in 2016 eenmalig met € 33 was verhoogd zou dit bedrag in 2017 weer met € 33 zijn gedaald. Per saldo stijgt het tweede kindbe-drag in 2017 ten opzichte van 2016 derhalve met € 67.Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 10 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 239.915 243.212 244.011 243.954 243.910 243.910 Mutatie 1e suppletoire begroting 20.111 20.570 23.932 22.644 22.190 21.607 Nieuwe mutaties: 1. Ramingsbijstelling 34.136 22.017 20.341 12.730 9.232 7.972 2. Stroomlijning invordering 0 0 0 10.900 23.100 – 500 Stand ontwerpbegroting 2017 294.162 285.799 288.284 290.228 298.432 272.9891.De raming van de WKB-ontvangsten is op basis van uitvoeringsgege-vens bijgesteld.2.Het betreft incidentele budgettaire effecten als gevolg van het stroomlijnen van invorderingsregelgeving belastingen en toeslagen. Deze worden gereserveerd op de begroting.B.1.3.11 UitvoeringUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 11 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 458.267 434.652 416.443 385.203 377.476 375.519 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 34.102 – 36.676 – 39.959 – 40.852 – 50.313 – 50.163 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 6.915 6.556 6.276 5.804 5.687 5.687 2. Ramingsbijstelling – 8.126 – 7.072 – 6.573 – 6.651 – 6.615 3. Kasschuiven – 300 5.500 – 1.700 – 1.000 – 500 – 1.000 4. Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit 18.000 5. Dienstverlening Wajong-2010 5.000 6.000 8.000 10.000 13.000 6. Herschikking begroting en premie 3.058 7. Overboekingen departementen 213 8. Perspectief 50+ werkgeversbenadering 7.000 7.000 9. Overige mutaties 2.031 2.572 1.304 104 104 104 Stand ontwerpbegroting 2017 436.082 434.478 388.292 350.686 335.803 336.5321.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitvoeringskos-ten op prijspeil 2016 te brengen.2.De raming is bijgesteld op basis van volumeontwikkelingen van de verschillende regelingen die worden uitgevoerd door het UWV en de SVB.3.Er zijn 2 kasschuiven verwerkt. Eén ten behoeve van voorfinanciering Vernieuwing AKW. Het bedrag van voorfinanciering wordt in latere jaren in mindering gebracht op het SVB-uitvoeringsbudget en alleen toegekend na positief advies van het Bureau ICT Toetsing. De ander om de beschikbare middelen voor de handhavingsrichtlijn beter aan te sluiten op de behoefte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2157 4.Gereserveerde uitvoeringskosten ten behoeve van de eenmalige tegemoetkoming in het kader van de tijdelijke regeling tegemoetko-ming Dagloonbesluit. Werkelijke kosten worden op basis van de uitvoeringstoets vastgesteld.5.Mensen in de Wajong-2010 blijken langer begeleiding nodig te hebben dan eerder werd aangenomen. Omdat het in het kader van de Banenafspraak belangrijk is dat deze groep goede ondersteuning van het UWV krijgt is het dienstverleningsbudget meerjarig verhoogd.6.De verdeling tussen begroting- en premiegefinancierde uitvoerings-kosten wordt regulier aangepast op basis van informatie van het UWV en de SVB.7.Van het Ministerie van VWS is een bijdrage ontvangen in de kosten van het Centrum Indicatiestelling Zorg.8.Introductie van het advies voor de 2e loopbaan in combinatie met een centraal aanspreekpunt voor werkgevers om de wendbaarheid van werkende 50-plussers op de arbeidsmarkt te vergroten.9.Diverse overige mutaties waaronder de uitvoeringskosten voor de regeling scholingsvouchers.Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 11 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 16.320 Stand ontwerpbegroting 2017 16.320 0 0 0 0 0Uitgaven premiegefinancierd artikel 11 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 reëel 1.482.479 1.375.816 1.343.927 1.332.390 1.322.785 1.322.244 Mutaties: 1. Macro mutaties – 18.465 – 19.669 – 19.456 – 18.649 – 15.595 2. Ramingsbijstelling 4.387 2.437 – 920 – 3.419 – 3.719 3. Loon- en prijsbijstelling 2016 22.951 22.947 23.734 22.627 22.824 23.071 4. Kasschuiven – 69.029 34.320 20.754 1.043 13.309 13.582 5. Herschikking begroting en premie 38.610 37.936 36.755 36.330 36.137 35.986 6. Integraal plan herbeoordelingen 10.000 37.000 25.000 7. Dienstverlening WW 12.825 59.800 60.375 58.636 57.051 55.466 8. ICT UWV en SVB 5.000 5.000 10.000 20.000 20.000 9. Transitievergoeding na 2 jaar ziekte 32.000 8.000 8.000 8.000 10. Uitvoeringskosten WTL en LIV 2.300 6.600 8.200 7.200 6.300 6.300 11. Perspectief 50+ 10.000 10.000 12. Overige mutaties 30.650 – 51.320 – 31.880 – 10.940 – 22.070 – 26.700 Stand ontwerpbegroting 2017 reëel 1.530.786 1.524.021 1.516.633 1.444.910 1.442.268 1.434.635 Stand ontwerpbegroting 2016 nominaal 20.293 31.965 45.511 59.378 73.597 87.956 Mutaties: 13. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentage 2.658 13.498 34.924 40.847 56.203 75.893 14. Overhevelen loon- en prijsbijstelling 2016 – 22.951 – 22.947 – 23.734 – 22.627 – 22.824 – 23.071 Stand ontwerpbegroting 2017 nominaal 0 22.516 56.701 77.598 106.976 140.778 Stand ontwerpbegroting 2017 totaal 1.530.786 1.546.537 1.573.334 1.522.508 1.549.244 1.575.4131.De raming is aangepast aan de ontwikkelingen in de werkloosheid.2.De raming is bijgesteld op basis van volumeontwikkelingen van de verschillende regelingen die worden uitgevoerd door het UWV en de SVB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2158 3.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitvoeringskos-ten op prijspeil 2016 te brengen.4.Kasschuiven om gereserveerde middelen beter aan te laten sluiten op de behoefte.5.De verdeling tussen begroting- en premiegefinancierde uitvoerings-kosten wordt regulier aangepast op basis van informatie van het UWV en de SVB. De herschikking bij begrotingsgefinancierd is grotendeels opgenomen in de 1e suppletoire begroting. De reeksen in deze bijlage bij de begrotingsgefinancierde en premiegefinancierde uitgaven komen dan ook niet overeen (zie de algemene opmerkingen aan het begin van deze bijlage).6.Toegekende middelen in het kader van het integrale plan herbeoorde-lingen.7.Het UWV stapt over op een aanpak met meer gerichte, persoonlijke dienstverlening aan WW-gerechtigden. Dit betreft zowel de structurele middelen als de tijdelijke middelen in het kader van «doorstart naar nieuw werk».8.Reservering ten behoeve van de Veranderagenda SVB en de project-portfolio van het UWV.9.Gereserveerde middelen voor publieke uitvoering van de transitiever-goeding na langdurig arbeidsongeschiktheid.10.Gereserveerde middelen voor uitvoering van de Wet tegemoetkomin-gen loondomein, inclusief het Lage-InkomensVoordeel.11.Intensieve ondersteuning aan werkzoekenden die het hoogste risico hebben op langdurige werkloosheid in het kader van Perspectief vijftigplussers.12.Diverse overige mutaties waaronder de inzet van vrijgevallen reserveringen ter dekking van het integraal plan herbeoordelingen, dienstverlening Wajong-2010 en ICT.13.Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitvoeringskosten (grondslag) en als gevolg van aanpassingen van de indexcijfers.14.Zie 3.B.1.3.12 RijksbijdragenUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 12 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 13.378.898 13.511.495 13.205.037 13.725.374 13.941.118 14.147.718 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 50.827 12.050 101.847 91.657 82.825 106.981 Nieuwe mutaties: 1. Verlaging ao-tegemoetkoming – 30.027 – 30.030 – 30.414 – 30.823 – 31.151 2. Ramingsbijstelling MEV – 391.400 596.400 443.300 60.500 – 162.600 – 403.400 3. Loon- en prijsbijstelling 2016 346 1.388 1.262 1.423 1.478 3.955 4. Rijksbijdrage kraamverlof 57.000 57.000 57.000 5. Diverse mutaties – 809 – 779 – 788 – 786 – 784 – 3.478 Stand ontwerpbegroting 2017 12.806.278 13.957.930 14.027.086 13.904.754 13.888.214 13.877.6251.Ter dekking van de o.a. verhoging van het minimumjeugdloon is de ao-tegemoetkoming verlaagd. Een deel van die verlaging komt uit het premiegedeelte van de ao-tegemoetkoming en is dus zichtbaar als een verlaging van de rijksbijdrage.2.De ramingen van de rijksbijdragen zijn op basis van macro-economische gegevens van het CPB bijgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2159 3.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitgaven op prijspeil 2016 te brengen.4.Per 1 januari 2019 wordt het kraamverlof uitgebreid van 2 naar 5 dagen. Voor deze 3 extra dagen wordt een uitkering verstrekt door het UWV. Zie ook de beschrijving bij beleidswijzigingen in beleidsartikel 6.5.Diverse overige mutaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2160 B.1.3.13 Integratie en maatschappelijke samenhangUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 13 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 144.278 138.627 131.926 129.989 129.989 129.989 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 132.837 182.317 174.510 111.851 76.284 46.412 Nieuwe mutaties: 1. Loon- en prijsbijstelling 2016 714 662 669 669 669 669 2. Expertisecentrum sociale stabiliteit – 100 – 1.600 – 1.600 – 1.000 – 1.000 3. Ramingsbijstelling leningen 7.000 4. Overboekingen met departementen – 100 5. Kasschuiven – 4.000 2.000 2.000 6. Taalakkoord – 100 – 155 Stand ontwerpbegroting 2017 280.629 323.351 307.505 240.909 205.942 176.0701.De loon- en prijsbijstelling 2016 is overgeheveld om de uitgaven op prijspeil 2016 te brengen.2.Een deel van de beschikbare middelen voor het expertisecentrum sociale stabiliteit heeft betrekking op apparaat. Dit leidt tot een herschikking met artikel 96.3.De raming voor 2016 is bijgesteld op grond van uitvoeringsinformatie van DUO.4.Naar het Ministerie van OCW is een bijdrage in de kosten van de Taskforce Future is Diversity overgeboekt.5.De op grond van het bestuursakkoord Rijk-Gemeenten geraamde middelen voor screening van vluchtelingen op opleiding en werkerva-ring zijn doorgeschoven naar 2017 en 2018, omdat er eerst nog voorbereidingen op de uitvoering moeten worden getroffen.6.Budgettair neutrale herschikking in verband met uitvoeringskosten Taalakkoord.Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 13 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 800 600 200 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 800 600 200 0 0 0B.1.3.96 ApparaatUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 96 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 262.254 261.598 254.226 283.125 282.848 283.188 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 15.852 10.379 10.564 7.431 6.462 6.475 Nieuwe mutaties: 1. Expertisecentrum sociale stabiliteit 100 1.600 1.600 1.000 1.000 2. Overboekingen met departementen 1.222 968 975 975 975 975 3. Budgettair neutrale herschikkingen 3.260 2.217 3.560 3.650 3.650 4. Kasschuiven – 5.296 1.510 193 1.572 1.571 450 5. Businesscase RSO – 3.541 509 10.136 – 2.086 – 2.349 167 Stand ontwerpbegroting 2017 270.491 278.324 279.911 296.177 294.157 295.905Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2161 1.Een deel van de beschikbare middelen voor het expertisecentrum sociale stabiliteit heeft betrekking op apparaat. Dit leidt tot een herschikking met beleidsartikel 13.2.Er zijn in totaal 6 overboekingen met andere departementen verwerkt. De belangrijkste betreft een structurele overboeking van € 1,1 miljoen van het Ministerie van VWS in verband met opsporing zorgfraude.3.Budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.4.Er zijn twee kasschuiven die ervoor zorgen dat de beschikbare middelen beter aansluiten op de behoefte.5.De raming van de uitgaven en ontvangsten van de Rijksschoonmaakor-ganisatie (RSO) is aangepast aan de nieuwe businesscase. Hierin is verwerkt de loon- en prijsbijstelling 2016 en het actuele aansluit-schema van de deelnemende departementen op de RSO.Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 96 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 17.996 28.928 32.025 63.842 63.842 63.842 Mutatie 1e suppletoire begroting 733 – 660 183 85 – 346 – 430 Nieuwe mutaties: 1. Business case RSO – 3.541 509 10.136 – 2.086 – 2.349 167 Stand ontwerpbegroting 2017 15.188 28.777 42.344 61.841 61.147 63.5791.Zie uitgavenmutatie 5.B.1.3.98 AlgemeenUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 98 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 47.231 42.086 38.755 44.377 39.861 39.861 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 – 6.244 – 4.256 – 6.560 – 3.489 – 2.297 – 3.520 Nieuwe mutaties: 1. Overboekingen met departementen 230 – 32 – 32 – 32 – 32 – 32 2. Budgettair neutrale herschikkingen – 805 – 2.915 – 2.301 – 3.479 – 3.569 – 3.569 3. Kasschuif RCN – 1.464 366 366 366 366 4. Verdeling doorstart naar werk 1.000 2.500 1.500 Stand ontwerpbegroting 2017 39.948 37.749 31.728 37.743 34.329 32.7401.Er zijn in totaal 4 overboekingen met andere departementen verwerkt.2.Budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.3.Er is een kasschuif verwerkt zodat de gereserveerde middelen beter aansluiten op de behoefte.4.Uitvoeringskosten Agentschap SZW voor de SER-pilots TAW en versterking samenwerking arbeidsmarktregio’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2162 B.1.3.99 Nominaal en onvoorzienUitgaven begrotingsgefinancierd artikel 99 (x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Stand ontwerpbegroting 2016 90.282 147.315 683.639 987.329 1.032.882 1.004.482 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016 228.712 121.484 – 86 – 52.436 – 56.785 – 57.652 Nieuwe mutaties: 1. Uitdelen LPO naar artikelen – 8.030 – 7.306 – 7.033 – 6.561 – 6.444 – 6.444 2. Budgettair neutrale herschikkingen – 125.467 – 221.439 – 85.107 – 69.811 – 72.184 – 65.177 3. Overboekingen departementen – 140.691 – 21.988 – 28.883 – 34.270 – 38.434 – 11.888 4. Diverse reserveringen en dekkingen – 31 18.997 – 5.916 27.356 38.016 14.363 5. Kasschuiven – 9.000 – 8.200 – 12.800 30.000 0 0 6. Compensatie werkgevers minimumjeugdloon 145.000 100.000 100.000 7. Bestrijding armoede onder kinderen 100.000 100.000 100.000 100.000 100.000 Stand ontwerpbegroting 2017 35.775 128.863 643.814 1.126.607 1.097.051 1.077.6841.Toedeling van de loon- en prijsbijstelling 2016 naar de begrotingsarti-kelen om de budgetten op prijspeil 2016 te brengen.2.Budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.3.Er zijn verschillende overboekingen met andere departementen verwerkt. De twee voornaamste betreffen de in het uitwerkingsakkoord verhoogde asielinstroom afgesproken verhoging van het participatie-budget dat het Rijk aan gemeenten beschikbaar stelt (€ 136 miljoen in 2016) en de bonus beschut werk (€ 11 miljoen in 2017 oplopend tot € 26 miljoen in 2020).4.Diverse reserveringen en dekkingen binnen de SZW-begroting.5.Diverse kasschuiven.6.Om werkgevers te compenseren voor de verhoging van het minimum-jeugdloon, ontvangen zij via de systematiek van de Wet tegemoetko-ming loondomein (Wtl) een tegemoetkoming in de loonkosten met ingang van 2018. Het budgettaire beslag bedraagt 100 mln. De uitbetaling vindt na afloop van het kalenderjaar plaats. Omdat de verhoging van het minimumjeugdloon ingaat per 1 juli 2017, ontvan-gen werkgevers over 2018 een eenmalige extra tegemoetkoming om werkgevers ook voor dit eerste halfjaar te compenseren.7.Om ervoor te zorgen dat ook kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, stelt het Rijk structureel € 100 miljoen beschikbaar voor benodigdheden in natura voor kinderen (0 tot 18 jaar), waardoor ze mee kunnen doen en die ze nu missen door armoede.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2163 BIJLAGE 2 SOCIALE FONDSEN SZW B.2.1 InleidingDeze bijlage beschrijft de financiering van de premie-uitgaven voor de budgetdisciplinesector Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA). Hiertoe zijn de door de Minister van SZW vastgestelde premiepercentages voor de volks- en werknemersverzekeringen opgenomen. In de laatste paragraaf wordt een overzicht gegeven van de exploitatiesaldi en vermogensposities van de sociale fondsen.B.2.2 Financiering SZA-uitgaven 2016–2017Jaarlijks stelt de Minister van SZW de premiepercentages volks- en werknemersverzekeringen vast. De voorstellen hiertoe voor 2017 zijn in tabel B.2.1 opgenomen. Deze premiestelling heeft het kabinet beoordeeld binnen het lastenkader voor huishoudens en bedrijven, de koopkrachtont-wikkeling en het gewenste EMU-saldo. Een aantal premiepercentages is nog onder voorbehoud van (definitieve) vaststelling. Het saldo van de premie-inkomsten en de premiegefinancierde uitgaven (het exploitatie-saldo van de fondsen) telt mee voor de berekening van het EMU-saldo.•AOW: Het premiepercentage voor de AOW wordt op hetzelfde niveau vastgesteld als in 2016. De AOW-premie is op dit niveau gemaximeerd. Bij het Ouderdomsfonds zijn de premieopbrengsten niet voldoende om de uitgaven te dekken. De inkomsten van het Ouderdomsfonds worden daarom aangevuld door middel van rijksbijdragen (zie beleidsartikel 12). De AOW-premie wordt gecombineerd geheven met de loon- en inkomstenbelasting in de eerste en tweede schijf.•Anw: Het premiepercentage voor de Anw wordt verlaagd naar 0,10 procent. Doordat de premieinkomsten hoger lagen dan de uitgaven is er in het Anw-fonds een vermogensoverschot ontstaan. Dit overschot wordt dankzij de verlaging van de Anw-premie afgebouwd.•Sectorfondsen: De sectorfondspremies voor 2017 worden in oktober 2016 door het UWV vastgesteld, op advies van de verschillende sectoren. Uit de sectorfondsen wordt het eerste halfjaar van een WW-uitkering gefinancierd. De in de tabel weergegeven premie van 1,45 procent is een gemiddelde. In werkelijkheid verschilt de premie per sector.•AWf: Het Algemeen Werkloosheidsfonds financiert de WW-uitkeringen met een duur langer dan 6 maanden. De Awf-werkgeverspremie wordt voorlopig vastgesteld op 2,60 procent. De hoogte van de AWf-premie is nog onder voorbehoud van vaststelling van de sectorfondspremies. Als het UWV voor 2017 een andere (gemiddelde) sectorfondspremie vaststelt dan nu wordt verwacht, dan kan de AWf-werkgeverspremie worden aangepast, zodat het effect op de lasten neutraal is.•Ufo: Alleen overheidswerkgevers betalen de Ufo-premie. De Ufo-premie wordt op hetzelfde niveau vastgesteld als in 2016.•Uniforme opslag kinderopvang: De premieopslag kinderopvang voor 2016 blijft met 0,50% gelijk aan die in 2016. De verplichte werkgevers-bijdrage kinderopvang wordt door werkgevers in de marktsector betaald door middel van en opslag op de Aof-premie.•Aof: De Aof-premie is (voorlopig) vastgesteld op 6,03 procent. De Aof-premie is hoger vastgesteld om te compenseren voor lastenver-lichtingen op andere werkgeversterreinen (zie voor het volledige beeld van werkgeverslasten de Miljoenennota 2017) PM. Definitieve vaststelling van de Aof-premie vindt plaats in oktober.Inhoud PremievaststellingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2164 •Whk: De premie voor de Werkhervattingskas, waaruit de uitkeringen voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) worden betaald, wordt vastgesteld door het UWV. Een eerste inschatting duidt op een rekenpremie van 1,10 procent in 2017.Tabel B.2.1 Premiepercentages voor de sociale verzekeringen (%) premie fonds uitgaven betaald 2016 2017 AOW Ouderdomsfonds AOW Werknemer 17,90 17,90 Anw Nabestaandenfonds Anw Werknemer 0,60 0,10 Sfn Sectorfondsen (gemiddelde premie) WW, ZW, WGA Werkgever 1,78 1,45 AWf Algemeen Werkloosheidsfonds WW, ZW, re-integratie Werkgever 2,44 2,60 Ufo Uitvoeringsfonds voor de overheid ZW, WAZO, WGA overheid Werkgever 0,78 0,78 Sfn / Ufo Uniforme opslag kinderopvang Kinderopvang Werkgever 0,50 0,50 Aof Arbeidsongeschiktheidsfonds WAO, WIA, WAZ, WAZO Werkgever 5,88 6,03 Whk Werkhervattingskas (rekenpre-mie) WGA Werkgever 1,12 1,10B.2.3 Sociale fondsen 2016–2017De premiegefinancierde uitgaven worden vanuit de sociale fondsen gedaan. Op basis van de eerdergenoemde premiepercentages voor 2016 en 2017 en de verwachte ontwikkeling van de desbetreffende grondslagen zijn de ontvangsten van de sociale fondsen geraamd, zie tabel B.2.2 en B.2.3. Hierbij is rekening gehouden met de bijdragen aan de fondsen van het rijk en de onderlinge betalingen van de fondsen. Het saldo tussen betaalde en ontvangen onderlinge betalingen is voor de sociale verzeke-ringen negatief, omdat uit enkele van deze fondsen premies voor de zorgverzekering worden betaald. Tegenover deze negatieve saldi staan dus positieve saldi bij de zorgfondsen.In de onderstaande tabellen zijn de arbeidsongeschiktheidsfondsen (het Aof en de Whk) samengevoegd. Dit geldt eveneens voor de werkloos-heidsfondsen (het AWf en de sectorfondsen). In de praktijk betreft het hier gescheiden fondsen.Het exploitatiesaldo van de fondsen is het verschil tussen de premie-inkomsten en de premiegefinancierde uitgaven van de fondsen. In 2017 bedraagt dit saldo naar verwachting € 2,1 miljard voor alle fondsen samen, tegenover een exploitatiesaldo van € 2,2 miljard over 2016. Het positieve exploitatiesaldo in 2017 maakt onderdeel uit van het totale (negatieve) EMU-saldo. Het exploitatiesaldo van de jaren voor 2016 is inmiddels omgeslagen in een overschot. Dat is te danken aan het saldo van het arbeidsongeschikt-heidsfonds. Dankzij de hogere premies en lagere uitgaven van het WW-fonds is daar het exploitatietekort vergeleken met de raming uit de begroting 2016 flink afgenomen. Het saldo van het Ouderdomsfonds is nul in 2017. Dit komt doordat het Ouderdomsfonds wordt aangevuld met een rijksbijdrage. De uitgaven stijgen wederom terwijl de premiein-komsten gemaximeerd zijn. Het Anw-fonds heeft al jaren een positief exploitatiesaldo doordat de uitgaven lager zijn dan de premieinkomsten. In 2017 wordt de Anw-premie verlaagd waardoor een exploitatietekort ExploitatiesaldiTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2165 ontstaat. Hierdoor wordt het vermogen in het Anw-fonds langzaam afgebouwd.Tabel B.2.2 Overzicht sociale verzekeringen 20161 (x € 1 mln) AOW Anw AO WW Totaal Premies 24.353 1.087 13.446 7.629 46.516 Bijdragen van het Rijk 12.564 7 221 126 12.918 Ontvangen onderlinge Betalingen 0 0 1.146 829 1.975 Saldo Interest 20 11 23 1 56 Totaal Ontvangsten 36.938 1.106 14.836 8.585 61.464 Uitkeringen/ Verstrekkingen 36.995 423 10.519 6.752 54.688 Uitvoeringskosten 102 10 353 1.089 1.554 Betaalde onderlinge Betalingen 464 24 1.755 1.345 3.588 Totaal Uitgaven 37.561 457 12.627 9.186 59.831 Exploitatiesaldo – 27 649 2.209 – 600 2.2311 SZW en CPB (MEV 2017).Tabel B.2.3 Overzicht sociale verzekeringen 20171 (x € 1 mln) AOW Anw AO WW Totaal Premies 24.286 184 14.374 7.550 46.395 Bijdragen van het Rijk 13.746 7 192 129 14.074 Ontvangen onderlinge Betalingen 0 0 1.202 787 1.988 Saldo Interest 18 14 46 – 7 72 Totaal Ontvangsten 38.051 204 15.815 8.459 62.529 Uitkeringen/ Verstrekkingen 37.477 410 10.748 6.466 55.101 Uitvoeringskosten 104 11 367 1.210 1.691 Betaalde onderlinge Betalingen 470 22 1.801 1.309 3.602 Totaal Uitgaven 38.051 444 12.915 8.985 60.395 Exploitatiesaldo 0 – 239 2.899 – 526 2.1341 SZW en CPB (MEV 2017).In tabel B.2.4 wordt voor de jaren 2016 en 2017 de vermogenspositie van de verschillende fondsen weergegeven. De vermogens van de fondsen worden vergeleken met de normen. Een vermogen gelijk aan de norm geeft aan dat het fonds gemiddeld genomen over het jaar over voldoende liquiditeiten beschikt om de uitkeringen te financieren. Overschotten en tekorten bij de fondsen gedurende het jaar worden aangehouden op een rekening-courant bij het Rijk. Indien er sprake is van een vermogenstekort zal het Rijk niet alleen tijdelijk gedurende het jaar maar ook langduriger deze tekorten moeten aanvullen via de rekening-courant.Voor de sociale fondsen samen daalt het vermogenstekort in 2016 van – € 7,7 miljard naar – € 5,6 miljard. Bij het Ouderdomsfonds is het feitelijke vermogen ultimo 2017 bijna € 1,0 miljard. Binnen het nabestaan-denfonds is sprake van een vermogensoverschot, dat overigens langzaam zal worden afgebouwd dankzij de eerder genoemde premieverlaging. Voor de Arbeidsongeschiktheidsfondsen is het totale vermogensoverschot in 2016 en 2017 respectievelijk € 4,1 miljard en € 7,0 miljard.De WW-fondsen hebben in 2016 en 2017 een vermogenstekort dat nog in enige mate oploopt. Dit zorgt niet voor risico’s met betrekking tot de uitbetaling van uitkeringen. Deze fondsen maken onderdeel uit van de totale Rijksbegroting en zijn in feite niets anders dan een rekening van het UWV bij het ministerie van Financiën. Het ministerie van Financiën garandeert hiermee dat het UWV altijd over voldoende middelen kan VermogenspositiesTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2166 beschikken. Het zogenoemde «leeglopen van de fondsen» vormt derhalve geen enkel risico voor de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen. Wel maken de exploitatietekorten, die de leegloop veroorzaken, onderdeel uit van het EMU-saldo in deze jaren.Tabel B.2.4 Vermogen sociale fondsen1 (x € 1 mln) ultimo 2016 ultimo 2017 Feitelijk vermogen Normver-mogen Vermo-gensover-schot Feitelijk vermogen Normver-mogen Vermo-gensover-schot AOW 958 958 0 958 964 – 6 Anw 4.041 34 4.006 3.801 49 3.753 Arbeidsongeschiktheidsfondsen 4.606 540 4.066 7.505 553 6.952 WW-fondsen – 13.572 2.188 – 15.760 – 14.098 2.185 – 16.283 Totaal sociale fondsen – 3.967 3.720 – 7.687 – 1.833 3.751 – 5.5841 CPB (MEV 2017).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2167 BIJLAGE 3 KOOPKRACHT EN SPECIFIEKE INKOMENSEFFECTEN B.3.1 InleidingIn deze bijlage wordt de koopkrachtontwikkeling voor 2017 uitgebreid toegelicht. In paragraaf B.3.2 wordt de koopkrachtontwikkeling voor een aantal voorbeeldhuishoudens gepresenteerd. Hierbij is rekening gehouden met de algemene economische ontwikkeling (lonen, prijzen, etc.) en gebruik van regelingen die voor iedereen van toepassing zijn. Specifieke maatregelen die niet voor iedereen van toepassing zijn en waarvan het effect per huishouden kan verschillen (bijvoorbeeld wijzi-gingen in de kinderopvangtoeslag of huurtoeslag) zijn hier niet in meegenomen. Paragraaf B.3.3 gaat verder in op de effecten van specifieke maatregelen. Op basis van een representatieve steekproef van ongeveer 90.000 huishoudens, waarbij ook bekend is wat het gebruik is van specifieke regelingen, wordt een beeld geschetst van de totale koopkrach-tontwikkeling.Verder wordt in paragraaf B.3.4 ingegaan op de ontwikkeling van financiële prikkels bij werkaanvaarding. Ook wordt er stilgestaan bij de veranderingen in marginale druk als gevolg van kabinetsmaatregelen. In paragraaf B.3.5 wordt een nadere toelichting gegeven op relevante maatregelen die de koopkracht van verschillende huishoudens raken. De hier gepresenteerde effecten en maatregelen hebben alleen betrekking op Europees Nederland. Paragraaf B.3.6 bevat een overzicht van de maatre-gelen die de inkomens op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) raken.Vanaf de begroting voor 2016 is geen nieuwe stapelingsmonitor opgenomen. Omdat het om de stapeling gaat van de maatregelen in de gehele periode 2013–2018 veranderen de resultaten niet van jaar-op-jaar. Voor de uitkomsten zij daarom verwezen naar de stapelingsmonitor in de begroting voor 2015.B.3.2 Algemeen koopkrachtbeeld (voorbeeldhuishoudens)Het generieke inkomensbeeld wordt gepresenteerd in de vorm van een standaard koopkrachtoverzicht zoals weergegeven in tabel B.3.1. Deze cijfers laten voor achttien voorbeeldhuishoudens de koopkrachtontwik-keling zien als gevolg van de gemiddelde loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van generieke maatregelen, zoals aanpassingen in belastingen, (ziektekosten)premies, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget, die voor iedereen in de betreffende groep gelden. Voor huishoudens met kinderen wordt in de berekeningen uitgegaan van twee kinderen tussen 6 en 11 jaar oud.Belangrijke algemene ontwikkelingen die leiden tot het koopkrachtbeeld in 2017 zijn:•Een gemiddelde contractloonstijging van 1,6% in de markt;•De stijging van het minimumloon met 1,7%, door de koppeling werkt dit ook door naar de uitkeringen;•Stijging van de consumentenprijzen met 0,6%;•Een tabelcorrectiefactor van 0,3%;•Een stijgende gemiddelde pensioenpremie voor werknemers van 6,0% naar 6,2%;•De aanvullende pensioenen worden gemiddeld genomen niet geïndexeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2168 Naast bovenstaande ontwikkelingen en los van reguliere indexaties wordt het koopkrachtbeeld van de voorbeeldhuishoudens beïnvloed door de volgende maatregelen (de genoemde beleidsmatige wijzigingen betreffen een saldo van beleidsmaatregelen per regeling voor het jaar 2017):•Een toename van de gemiddelde nominale zorgpremie van € 1.199 naar € 1.241;•Een verlaging van de lage inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzeke-ringswet van 5,5% naar 5,4%;•Beleidsmatige verhoging van de normpercentages van de zorgtoeslag. De zorgtoeslag stijgt hierdoor met € 15 voor een alleenstaande en € 33 voor een paar. Dit bovenop de stijging van de zorgtoeslag als gevolg van de hogere zorgpremie;•Een beleidsmatige verhoging van de algemene heffingskorting met € 5 tot € 2.254 in 2017;•Een beleidsmatige verhoging van de maximale arbeidskorting met € 110 tot € 3.223. Tegelijkertijd wordt de arbeidskorting € 2.325 eerder afgebouwd, vanaf € 32.444 in 2017, maar met een lager percentage (3,6%) dan in 2016 (4%);•Verhoging van het belastingtarief tweede en derde schijf met 0,4%-punt;•Een beleidsmatige verhoging van het startpunt van de vierde belastingschijf met € 451 naar € 67.072 in 2017;•De eerste- en tweede-kindbedragen in het kindgebonden budget worden met respectievelijk € 100 en € 67 verhoogd;•Een beleidsmatige verhoging van de ouderenkorting tot de inkomens-grens met € 101 tot € 1.292 in 2017;•Afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in de sociale zekerheid naar 1,8125 vanaf januari 2017 en 1,8 vanaf juli 2017 en versobering uitbetaling algemene heffingskorting aan de minstverdie-nende partner naar 40% in 2017.Het kabinet streeft naar een evenwichtig inkomensbeeld. Waar het kabinet het afgelopen jaar vooral de lasten voor werkenden verlichtte – om op die manier ook het economisch herstel verder te versterken – is er inmiddels ruimte ontstaan om ook de koopkracht van andere groepen structureel te ondersteunen. In het voorjaar lieten ramingen voor het koopkrachtbeeld van 2017 nog stevige minnen zien voor ouderen en uitkeringsgerech-tigden. De koopkracht van niet-werkenden heeft de aandacht van het kabinet. Daarom heeft het kabinet maatregelen genomen die de koopkracht voor deze groepen repareert (figuur B.3.1).De algemene heffingskorting, zorgtoeslag en huurtoeslag worden verhoogd. Werkenden met een lager inkomen hebben hier ook profijt van. Gezinnen met een laag inkomen kunnen profiteren van de verhoging van het kindgebonden budget. De koopkracht van gepensioneerden verbetert onder andere door de verhoging van de ouderenkorting. Het resulterende inkomensbeeld is evenwichtig; alle groepen gaan er ongeveer in dezelfde mate op vooruit. De mediane koopkrachtontwikkeling over alle huishoudens komt uit op + 1%. 90% van alle huishoudens gaat er in 2017 op vooruit in koopkracht, voor de laagste inkomens is dit zelfs 95%.Ook in 2017 wordt de armoedeval kleiner. Werkenden met een lager inkomen gaan er het meeste op vooruit. Zij profiteren niet alleen van de maatregelen uit het koopkrachtpakket, maar ook van de verhoging van de maximale arbeidskorting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2169 Tabel B.3.1 Koopkrachteffecten voorbeeldhuishoudens in %1 Actieven Raming2016 Raming2017 Alleenverdiener met kinderen Modaal2 3,4 0,2 2 x modaal 1,8 0,1 Tweeverdieners modaal + ½ x modaal met kinderen 5,3 0,5 2 x modaal + ½ x modaal met kinderen 3,5 0,6 modaal + modaal zonder kinderen 4,1 0,4 2 x modaal + modaal zonder kinderen 2,9 0,5 Alleenstaande minimumloon 6,7 1,2 modaal 4,1 0,4 2 x modaal 2,2 0,6 Alleenstaande ouder minimumloon 5,8 1,3 modaal 5,3 0,7 Inactieven Raming2016 Raming2017 Sociale minima paar met kinderen 1,7 0,8 alleenstaande 1,4 0,1 alleenstaande ouder 1,4 0,9 AOW (alleenstaand) (alleen) AOW 2,2 0,5 AOW + € 10 000 1,2 0,6 AOW (paar) (alleen) AOW 1,7 0,5 AOW + € 10 000 1,4 0,61 In het beeld (en elders in de begroting) is gerekend met de raming van de nominale zorgpremie van het Ministerie van VWS. Deze raming valt in 2017 € 1 hoger uit dan de raming van het CPB. Een onderbouwing van de raming van het Ministerie van VWS is opgenomen in de begroting van het Ministerie van VWS.2 Het modaal inkomen bedraagt in 2017 bruto € 37.000.Figuur B.3.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2170 B.3.3 Algemeen koopkrachtbeeld (puntenwolk inclusief speci-fieke effecten)Het koopkrachtbeeld op basis van voorbeeldhuishoudens zoals hierboven is gepresenteerd, houdt geen rekening met verschillen tussen specifieke huishoudens. Ook maatregelen die een deel van een bepaalde groep raken zijn niet in de effecten voor de voorbeeldhuishoudens verwerkt. Een grotere diversiteit van huishoudkenmerken en specifieke maatregelen zorgen voor een grotere spreiding in het koopkrachtbeeld dan de voorbeeldhuishoudens (tabel B.3.1) suggereren. De spreiding in het koopkrachtbeeld wordt getoond in figuur B.3.2. In deze puntenwolk wordt voor een representatieve steekproef van 90.000 huishoudens in kaart gebracht welke koopkrachteffecten zich voordoen, rekening houdend met de kenmerken van de huishoudens zoals de verdeling van inkomen over partners, de kosten van de woning, het aantal kinderen en een breed scala van specifieke maatregelen. Bij deze berekeningen is – zoals gebruikelijk – verondersteld dat zich geen veranderingen voordoen in de persoonlijke situatie van huishoudens. Met andere woorden, werkloosheid, baanaan-vaarding of gezinsuitbreiding en dergelijke zijn niet meegenomen bij de doorrekeningen. Dergelijke veranderingen in de persoonlijke situatie hebben in veel gevallen een veel groter effect op de koopkracht van huishoudens dan de hier gepresenteerde statische koopkrachteffecten.De bovenste en onderste lijn in de puntenwolk, respectievelijk het 95e en 5e percentiel, geven de bandbreedte aan waarbinnen de koopkracht van 90% van de huishoudens met een bepaald inkomensniveau valt. De middelste lijn geeft de mediane koopkracht per inkomensniveau aan. Deze lijnen sluiten aan bij de lijnen die het CPB presenteert in de puntenwolken van de CEP- en MEV-rapporten.Uit een puntenwolk is niet goed af te lezen hoeveel huishoudens precies te maken hebben met een koopkrachteffect van een bepaalde omvang. Ter aanvulling is daarom onderstaande tabel opgenomen die inzicht geeft in de verdeling van de koopkrachtontwikkeling uitgesplitst naar inkomens-hoogte, inkomensbron en het al dan niet hebben van kinderen.Figuur B.3.2. Statische koopkrachtontwikkeling 2017 huishoudens naar bruto huishoudinkomen (incl. specifieke effecten)−10−8−6−4−202468100 25.000 50.000 75.000100.000125.000Bruto huishoudensinkomen (euro)Koopkrachtmutatie (%)Bron: SZW-berekeningenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2171 Tabel B.3.2 Statische koopkrachtontwikkeling 2017 <-5% – 5 tot – 2% – 2 tot 0% 0 tot 2% 2 tot 5% >5% Totaal Mediaan Aantal (x1.000) Inkomenshoogte1 Minimum 2% 1% 2% 82% 10% 3% 100% 1,2% 380 Minimum-modaal 1% 1% 5% 82% 10% 1% 100% 1,0% 2.370 1x-1,5x modaal2 1% 1% 12% 72% 13% 0% 100% 0,8% 1.560 1,5x-2x modaal 1% 1% 7% 79% 12% 0% 100% 1,1% 1.180 >2x modaal 1% 2% 7% 78% 10% 1% 100% 1,1% 1.670 Inkomensbron3 Werkenden 1% 1% 3% 81% 13% 1% 100% 1,1% 4.550 Uitkeringsontvangers 1% 1% 3% 83% 11% 1% 100% 1,1% 640 Gepensioneerden 3% 3% 17% 73% 4% 1% 100% 0,7% 1.790 Kinderen4 Zonder kinderen 1% 1% 6% 81% 10% 1% 100% 1,0% 3.520 Met kinderen 0% 0% 2% 78% 18% 1% 100% 1,3% 1.850 Alle huishoudens 1% 1% 7% 78% 11% 1% 100% 1,0% 7.1601 Categorie minimum op basis van netto inkomen, overige op basis van bruto inkomen.2 Het modaal inkomen bedraagt in 2017 bruto € 37.000.3 Indeling op basis van belangrijkste inkomensbron van huishouden.4 Indeling naar kinderen op basis van aanwezigheid kinderen tot 18 jaar en exclusief gepensioneerden.•Voor alle huishoudgroepen geldt dat de grote meerderheid van de huishoudens erop vooruit gaat. Over alle huishoudens bezien gaat zo’n 90% er per saldo in koopkracht op vooruit en circa 10% er op achteruit;•Binnen de groep werkenden gaat 95% er in koopkracht op vooruit. De laagste inkomens gaan er het meeste op vooruit, zij profiteren net als de uitkeringsgerechtigden van de verhoging van de algemene heffingskorting en de zorg- en huurtoeslag. De groep 1x – 1,5x modaal heeft relatief meer last van de verhoging van het belastingtarief tweede en derde schijf;•Gezinnen met kinderen gaan er vaker op vooruit dan gezinnen zonder kinderen. Dit heeft te maken met de verhoging van het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag;•Van de gepensioneerden ervaart 23% een negatieve inkomensontwik-keling. Dit zijn gepensioneerden met een relatief hoog aanvullend pensioen. Deze groep wordt harder geraakt door het niet-indexeren van de pensioenen. Daarnaast hebben gepensioneerden met een hoog vermogen te maken met de dalende rente.B.3.4 Financiële prikkels voor werkaanvaardingNaast een evenwichtig inkomensbeeld is het van belang dat het inkomensbeeld activerend is. Dat houdt in dat werken en/of meer werken loont en niet leidt tot een armoedeval. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar de werkloosheidsval, de herintredersval en de deeltijdval.De werkloosheidsval laat het verschil in inkomen zien tussen werk en een bijstanduitkering. Een hoger percentage betekent dat werken meer lonend is geworden. Uit tabel B.3.3 blijkt dat alleenstaanden en alleenstaande ouders er in 2017 meer op vooruit gaan bij het aanvaarden van werk tegen het minimumloon. Ondanks de verdere afbouw van de overdraag-baarheid van de algemene heffingskorting blijft de prikkel om te gaan werken voor alleenverdieners met kinderen gelijk. De verhoging van de maximale arbeidskorting zorgt er in alle gevallen voor dat werken meer loont.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2172 De herintredersval gaat over de inkomensvooruitgang van alleenver-dieners met een niet-werkende partner die (weer) aan het werk gaat. De herintredersval wordt gemeten door te kijken naar welk deel van het extra inkomen het huishouden inlevert aan belastingen, minder toeslagen, en kosten kinderopvang als de partner 3 dagen gaat werken. Dit wordt de marginale druk genoemd. De tabel laat zien dat in 2017 de marginale druk daalt voor alle groepen herintreders. Zij profiteren van de verhoging van de maximale arbeidskorting en de intensivering in de kinderopvang-toeslag.De deeltijdval laat zien hoeveel een huishouden inlevert als een in deeltijd werkende partner een dag meer gaat werken. Ook de deeltijdval wordt gemeten in termen van marginale druk. Tabel B.3.3 laat zien dat de deeltijdval daalt voor de gerapporteerde huishoudens. Evenals de verbetering van de herintredersval is de daling van de marginale druk het gevolg van de verhoging van de maximale arbeidskorting en de intensi-vering in de kinderopvangtoeslag.Tabel B.3.3 Arbeidsmarktprikkels 2016 2017 Verschil1 Werkloosheidsval vooruitgang in % (inkomensvooruitgang bij aanvaarden werk in plaats van bijstand tegen minimumloon)2 Alleenverdiener met kinderen3 3% 3% 0% Alleenstaande 25% 26% 1% Alleenstaande ouder (gaat 4 dagen werken)3 7% 9% 2% 2016 2017 Verschil1 Herintredersval marginale druk in % (marginale druk bij aanvaarden werk niet-werkende partner)2 Hoofd minimumloon, partner 3 dagen werk (0,6 x minimumloon)3 68% 65% – 3% Hoofd modaal, partner 3 dagen werk (1/2 x modaal)3 28% 27% – 1% Hoofd 2x modaal, partner 3 dagen werk (1/2 x modaal)3 33% 32% – 2% 2016 2017 Verschil1 Deeltijdval minstverdienende partner2 marginale druk in % (marginale druk bij dag extra werk) Hoofd minimumloon, partner van 3 naar 4 dagen werk (0,8 x minimumloon)3 50% 49% – 1% Hoofd modaal, partner van 3 naar 4 dagen werk (2/3 x modaal)3 48% 46% – 1% Hoofd 2x modaal, partner van 3 naar 4 dagen werk (2/3 x modaal)3 60% 59% – 1%1 Vanwege afronding zijn de waarden niet altijd gelijk aan het verschil in de eerste twee kolommen.2 Er wordt uitgegaan van een voltijdbaan (5 dagen), tenzij anders vermeld.3 Er wordt uitgegaan van een huishouden met 2 kinderen tussen 6 en 11 jaar en gebruik van buitenschoolse opvang.Tabel B.3.4 Gemiddelde marginale druk naar inkomenscategorie voor werknemers (%) Bruto inkomen 2014 2015 2016 2017 Omvang (2016, in %) < Wml 29,0 28,0 22,7 22,5 21 1x-1,5x Wml 48,1 48,4 47,7 48,7 20 1,5x-2x Wml 49,4 48,2 50,4 51,5 21 2x-3x Wml 51,1 49,2 52,2 52,3 24 >3x Wml 55,8 55,6 54,8 54,9 13 Totaal 46,1 45,3 45,1 45,5 100Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2173 In tabel B.3.4 is de gemiddelde marginale druk voor werknemers weergegeven voor een bruto loonstijging (dit verschilt van de situatie in tabel B.3.3 waar het gaat om meer uren werken). Dit is berekend voor alle werknemers in de eerder genoemde representatieve steekproef, rekening houdend met alle fiscale en inkomensafhankelijke regelingen waar een huishouden mee te maken heeft. De marginale druk geeft hier aan hoeveel procent van de bruto loonstijging niet resulteert in een hoger besteedbaar inkomen. In 2017 ligt de gemiddelde marginale druk iets hoger dan in 2016. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van de pensioenpremie en enkele wijzigingen in het inkomensbeleid zoals de verhoging van de tarieven in de tweede en derde schijf en de vervroeging van het afbouwpunt in de arbeidskorting. Het lagere afbouwpercentage in de arbeidskorting en de intensivering van de kinderopvangtoeslag dempen de stijging van de marginale druk.B.3.5 Beschrijving maatregelen inkomensbeeldIn deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op de maatre-gelen die de koopkracht van verschillende huishoudens raken. In tabel B.3.5 staan de maatregelen die voor 2017 van belang zijn. Hierbij is ook aangegeven in hoeverre deze maatregelen al dan niet in de puntenwolk en de frequentietabel in paragraaf B.3.3 zijn opgenomen. In alle voorstellen voor wetgeving en beleidsmaatregelen waarbij koopkrachtef-fecten voor specifieke groepen aan de orde zijn worden deze betreffende effecten ook vermeld.Tabel B.3.5 Overzicht van beleidsmaatregelen met inkomenseffecten in 2017 Thema Beleidsmaatregel Inkomenseffect In puntenwolk zichtbaar 1. Fiscaal generiek Wijzigingen arbeidskorting + Ja Verhoging tarief tweede en derde belastingschijf – Ja Verhoging eindpunt derde belastingschijf + Ja Beperkt indexeren tweede belastingschijf – Ja Verhoging algemene heffingskorting + Ja Versobering uitbetaling algemene heffingskorting – Ja Verhoging ouderenkorting + Ja Aanpassing forfaitair rendement box 3 +/– Ja Inflatieverhogende maatregelen 0 N.v.t. 2. Kinderen Verhoging kindgebonden budget + Ja Intensiveringen kinderopvangtoeslag + Ja 3. Zorg Verhoging zorgtoeslag + Ja 4. Wonen Verlaging eigen bijdrage huurtoeslag + Ja Wijziging definities huishoudens huurtoeslag + Ja Beperking hypotheekrenteaftrek – Ja Uitgaven voor monumentenpanden – Nee 5. Onderwijs Introductie reisvoorziening minderjarige mbo-studenten + Nee 6. Sociale zekerheid Wijziging Wet minimumloon (Wml) + Nee Overgangsrecht kostendelersnorm Anw/IOAW/IOAZ/TW – Nee Verlaging tegemoetkoming arbeidsongeschikten – Ja Verandering Wajong2010 + Nee Aanpassing Dagloonbesluit en compensatieuitkering + Nee (Versnelde) verhoging AOW-gerechtigde leeftijd – Nee Afbouw dubbele algemene heffingskorting in sociale zekerheid – JaDe maatregelen uit de bovenstaande tabel worden hieronder verder toegelicht:Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2174 1. Fiscaal generiekWijzigingen arbeidskortingEen belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende inkomsten heeft: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Het maximumbedrag van de arbeidskorting wordt beleidsmatig verhoogd met € 110 naar € 3.223 in 2017. Het afbouwpunt van de arbeidskorting wordt verlaagd met € 2.325 naar € 32.444 in 2017. Daarnaast daalt het afbouwpercentage van de arbeids-korting van 4% naar 3,6%. Deze veranderingen geven een positief inkomenseffect van 0,4% voor werkenden tussen een minimum en een modaal inkomen. Werkenden met een inkomen tussen één en anderhalf keer modaal hebben een positief inkomenseffect van 0,2%. Hogere inkomens hebben een positief inkomenseffect van circa 0,3%.Verhoging tarief tweede en derde belastingschijfHet tarief voor de tweede en derde schijf gaat omhoog van 40,4% in 2016 naar 40,8% in 2017. Huishoudens met een inkomen boven € 19.982 ondervinden hiervan een negatief inkomenseffect. Dit negatieve inkomen-seffect loopt op tot een maximum van – 0,4% voor huishoudens met een inkomen van twee keer modaal.Verhoging eindpunt van de derde belastingschijfDe bovengrens van de derde schijf wordt beleidsmatig met € 451 verhoogd naar € 67.072 in 2017. Dit betekent feitelijk een verhoging van het startpunt van de vierde schijf. Deze verhoging is een saldo van een verhoging van € 549 ter compensatie van de beperking van de hypotheek-renteaftrek zoals vermeld onder het kopje «wonen» en een beleidsmatige verlaging van € 99. De verhoging van het eindpunt van de derde belastingschijf resulteert in een positief inkomenseffect van maximaal 0,1%.Beperkt indexeren tweede belastingschijfMet ingang van 2011 wordt de bovengrens van de tweede schijf maar voor 75% geïndexeerd, zodat vergeleken met volledige indexatie de tweede schijf verkort wordt en de derde schijf verlengd. Aangezien voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd de totaalta-rieven van de tweede en derde schijf sinds 2013 gelijk zijn is deze maatregel alleen van belang voor belastingplichtigen vanaf de AOW-leeftijd, die geboren zijn na 1945.Verhoging algemene heffingskortingIedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. In 2017 neemt de algemene heffingskorting beleidsmatig toe met € 5 naar € 2.254 voor hen die in 2017 de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet zullen bereiken. Deze beleidsmatige aanpassing zorgt voor een beperkt positief inkomenseffect.Versobering uitbetaling algemene heffingskortingDe minstverdienende partner die niet genoeg belastbaar inkomen heeft om de algemene heffingskorting te verzilveren, krijgt deze toch uitbetaald als de partner genoeg belasting betaalt. Om de arbeidsparticipatie te bevorderen wordt sinds 2009 stapsgewijs over een periode van vijftien jaar de uitbetaling van de algemene heffingskorting afgebouwd. Het gevolg hiervan is dat de minstverdienende partner een grotere prikkel ervaart om (meer) te gaan werken. De minstverdienende partner geboren vóór 1 januari 1963 is uitgezonderd van de maatregel. Er zijn ongeveer Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2175 280.000 huishoudens die te maken hebben met de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting. De uitbetaling aan de minstverdienende partner bedraagt nog 40% in 2017. Alleenverdieners-huishoudens ondervinden een gemiddeld negatief inkomenseffect van – 0,4%.Verhoging ouderenkortingDe ouderenkorting tot de inkomensgrens wordt beleidsmatig verhoogd met € 101 naar € 1.292 in 2017. Gepensioneerden met een inkomen tot € 36.057 ondervinden hiervan een positief inkomenseffect van gemiddeld 0,4%.Aanpassing forfaitair rendement box 3Met ingang van het jaar 2017 wordt het heffingvrije vermogen verhoogd tot € 25.000. Het forfaitaire rendement op sparen en beleggen wordt daarnaast gedifferentieerd. Dit nieuwe systeem sluit beter aan bij de rendementen die belastingbetalers in voorafgaande jaren gemiddeld hebben behaald. De schijfgrenzen worden jaarlijks geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor. Het inkomenseffect van deze wijziging is afhankelijk van het vermogen van het huishouden. Het inkomenseffect is gemiddeld positief voor huishoudens met een inkomen tot drie keer modaal. Vanaf een inkomen van drie keer modaal is het inkomenseffect negatief. Deze groep heeft gemiddeld zoveel vermogen dat zij meer vermogensbelasting gaan betalen.Inflatieverhogende maatregelenVanaf 1 januari 2017 zijn er geen nieuwe fiscale maatregelen die een noemenswaardig effect hebben op de prijzen die de consument betaalt.2. KinderenVerhoging kindgebonden budgetIn 2017 worden het eerste- en tweede-kindbedrag in het kindgebonden budget verhoogd met respectievelijk € 100 en € 67. Gezinnen met lage- of middeninkomens met twee of meer kinderen gaan er hierdoor in 2017 dus € 167 op vooruit. Daarnaast leidt het tot extra rechthebbenden, doordat het kindgebonden budget minder snel is afgebouwd. Met name alleen-staande ouders en alleenverdieners met kinderen gaan er op vooruit met deze maatregel, doordat zij relatief vaak rechthebbend zijn. Een gezin met twee kinderen met een minimuminkomen ondervindt een positief inkomenseffect van +0,8%. Een gezin met twee kinderen met een modaal inkomen gaat er 0,5% op vooruit.Intensiveringen kinderopvangtoeslagDe kinderopvangtoeslag wordt verhoogd, waarbij het maximum vergoe-dingspercentage in eerste kindtabel naar 94% en in de tweede kindtabel naar 95% stijgt. Daarnaast wordt het minimale toeslagpercentage, de vaste voet, in 2017 verhoogd van 23,8% naar 33,3%. De toeslagpercen-tages in de eerste kindtabel worden, voor iedereen, verhoogd met 2 procentpunt met inachtneming van het maximum. De toeslagpercentages in de tweede kindtabel worden met 1 procentpunt verhoogd voor de lagere inkomens. Alle huishoudens met kinderopvangtoeslag gaan erop vooruit. Het mediane inkomenseffect voor gezinnen die gebruik maken van kinderopvang is +0,2%. Naast de verhoging van de toeslagpercen-tages worden de maximum uurprijzen naast de reguliere indexatie eenmalig extra verhoogd. Hierdoor nemen de maximum uurprijzen in alle opvangsoorten in 2017 met 4,2% toe. Het inkomenseffect van de extra Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2176 verhoging is onder meer afhankelijk van of ouders een uurtarief boven of onder de maximum uurprijs betalen en de mate waarin de uurtarieven meestijgen met de maximum uurprijs.3. ZorgVerhoging zorgtoeslagVia de zorgtoeslag wordt een inkomensafhankelijke tegemoetkoming verstrekt die het voor huishoudens met lage- en middeninkomens mogelijk moet maken de nominale zorgpremie en het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering te betalen. In 2017 wordt de zorgtoeslag ten opzichte van 2016 verhoogd. Deze verhoging wordt bereikt door de normpercentages die de hoogte van de zorgtoeslag bepalen in 2017 neerwaarts aan te passen. Het normpercentage voor eenpersoonshuis-houdens daalt van 2,380% in 2016 maar 2,305% in 2017. Het normper-centage voor meerpersoonshuishoudens daalt van 5,220% in 2016 naar 5,055% in 2017. Deze maatregelen staan los van de stijging van de zorgtoeslag als gevolg van de hogere nominale zorgpremie. De zorgtoeslag stijgt beleidsmatig met € 15 voor een alleenstaande en € 33 voor een paar. Het positieve inkomenseffect voor werkenden met een minimuminkomen bedraagt door deze maatregel ongeveer 0,2%. Rond een modaal inkomen is het positieve inkomenseffect 0,1%.4. WonenVerlaging eigen bijdrage huurtoeslagVanaf 1 januari 2017 wordt de eigen bijdrage in de huurtoeslag structureel verlaagd. De verlaging van de eigen bijdrage is vormgegeven door de opslag op de normhuur (de opslag plus de normhuur is het bedrag dat voor eigen rekening komt van de huurtoeslagontvanger) met € 10,50 per maand te verlagen. Elke huurtoeslagontvanger met een huur hoger dan de normhuur (ongeveer € 230 per maand) heeft hierdoor een positief inkomenseffect van € 10,50 per maand. Voor de ontvangers van huurtoeslag is het gemiddelde positieve inkomenseffect 0,6%.Wijziging definities huishoudens huurtoeslagPer 1 januari 2017 is een wijziging van de definities van de begrippen «meerpersoonshuishoudens» en «meerpersoonsouderenhuishoudens» in de Wet op de huurtoeslag voorzien (onder voorbehoud van goedkeuring van beide Kamers). Dit heeft positieve inkomensgevolgen voor circa 3.000 huishoudens, van gemiddeld circa € 15 per maand.Beperking hypotheekrenteaftrekDe hypotheekrenteaftrek wordt aangepast voor bestaande en nieuwe hypotheken. In 2014 is begonnen het maximale aftrektarief in de vierde schijf stapsgewijs te verlagen naar 38% in 2041. Dit gebeurt in stappen van ½%-punt per jaar. Voor alle hypotheken wordt in 2017 de aftrek inkomstenbelasting daardoor maximaal mogelijk tegen 50,0%. Voor 90% van de betreffende huishoudens ligt het inkomenseffect van deze maatregel in 2017 tussen – 0,1% en 0,0%. De opbrengst van deze maatregel wordt teruggeven door de derde belastingschijf te verlengen, zie daarvoor onder «fiscaal generiek».Uitgaven voor monumentenpandenVanaf 2017 wordt op de begroting van het Ministerie van OCW de fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden omgezet in een niet-fiscale uitgavenregeling met een beperkter budget. Voor grote onderhoudspro-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2177 jecten met een onherroepelijk karakter zal in 2017 en 2018 een niet-fiscale overgangsregeling worden getroffen waarvoor in 2017 en 2018 jaarlijks € 32 miljoen beschikbaar is. Er is nog geen besluit genomen over de exacte invulling van de overgangsregeling, maar vanwege de bezuiniging zal het inkomenseffect negatief zijn.5. OnderwijsIntroductie reisvoorziening minderjarige mbo-studentenVanaf 1 januari 2017 hebben de circa 100.000 minderjarige mbo-studenten die een opleiding in de beroepsopleidende leerweg volgen recht op een reisvoorziening. Dit zorgt ervoor dat zij en hun ouders de reiskosten niet meer zelf hoeven te financieren. Voor de minderjarige mbo’ers die het betreft die nu hoge reiskosten hebben is het positieve effect groter dan voor hen die nu geen of lage reiskosten hebben.6. Sociale ZekerheidWet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml)Per 1 juli 2017 wordt de leeftijdsgrens waarop recht bestaat op het volwassenminimumloon verlaagd van 23 naar 22 jaar. Bij fulltime werk op het jeugdminimumloon heeft dit voor een 22 jarige een positief inkomens-effect van 18%. Ook vindt verhoging plaats van de hiervan afgeleide percentages voor het minimumjeugdloon van 18- t/m 21-jarigen. De aanpassing van het minimumjeugdloon leidt ook tot een hogere Wajong-uitkering voor de groep onder 23 jaar en hogere loonkostensubsidie voor deze groep op grond van de Participatiewet. De stukloonregeling wordt aangepast zodat ook bij betaling op basis van stukloon het minimumloon wordt betaald. Tot slot wordt een expliciete juridische grondslag gecreëerd voor het moeten betalen van minimumloon over de verrichte arbeid die de normale voltijdse arbeidsduur te boven gaat.Overgangsrecht kostendelersnorm Anw/IOAW/IOAZ/TWBij de minimumregelingen Anw, IOAW, IOAZ en TW wordt de uitkering voor personen die samenwonen met één of meer volwassenen geleidelijk verlaagd van 70% naar 50% van het minimumloon in 2019. In 2017 krijgt deze groep 60% van het minimumloon.Verlaging tegemoetkoming arbeidsongeschiktenIn 2017 wordt de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (ao-tegemoetkoming) verlaagd van netto € 212,06 per jaar naar netto € 175,63 per jaar. Hiermee worden onder andere de kosten voor herziening van het Wml en het besparingsverlies van de WIA-taakstelling uit het sociaal akkoord gedekt. De verlaging van de tegemoetkoming zorgt voor een inkomenseffect van – 0,3% voor een alleenstaande arbeidsonge-schikte met een minimumuitkering, aflopend tot – 0,1% voor hogere inkomens. Deze maatregel raakt 750.000 gerechtigden met een ao-tegemoetkoming.Verandering Wajong2010Vanaf 2017 zorgt de voortgezette werkregeling in de Wajong2010 bij inkomsten van meer dan 20% Wml voor een aanvulling van het inkomen tot 100% WML (voor Wajongers die ten minste 27 jaar zijn en zeven jaar arbeidsondersteuning hebben gehad). In de huidige situatie wordt het loon vanuit de Wajong aangevuld tot minstens 75% van het Wml. Afhankelijk van huidige hoogte van het looninkomen, gaan Wajongers er in de nieuwe werkregeling maximaal 25%-punt in inkomen op vooruit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2178 Aanpassing Dagloonbesluit en compensatieuitkeringPer 1 december wordt het Dagloonbesluit aangepast. Mensen die in de periode vanaf 1 juli 2015 tot 1 december 2016 geen of een lagere WW-uitkering hebben ontvangen dan zij zouden hebben ontvangen als het nieuwe Dagloonbesluit reeds op 1 juli 2015 van kracht was geweest, kunnen in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetkoming vanaf 1 april 2017. Dit betreft circa 113.000 mensen die gemiddeld recht hebben op € 1.000.(Versnelde) verhoging AOW-gerechtigde leeftijdIn 2013 is gestart met het stapsgewijs verhogen van de AOW-gerechtigde leeftijd. Vanaf 2016 is een versnelling aangebracht in de stapsgewijze verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd als gevolg van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. In 2017 wordt de AOW-gerechtigde leeftijd met 3 maanden verhoogd naar 65 jaar en 9 maanden.Afbouw dubbele algemene heffingskorting in sociale zekerheidSinds januari 2012 wordt de dubbele algemene heffingskorting in de sociale zekerheid (excl. AOW) afgebouwd. In de structurele situatie hebben uitkeringsgerechtigden, evenals alleenverdieners in de fiscaliteit, recht op eenmaal de algemene heffingskorting. De afbouw van de dubbele heffingskorting in de sociale zekerheid wordt in de jaren 2014 tot en met 2017 echter getemporiseerd, zodat per jaar 2,5%-punt wordt afgebouwd in plaats van 5%-punt per jaar. Dit betreft een tijdelijke koopkrachtmaatregel voor sociale minima die is afgesproken in het Regeerakkoord. Per saldo resulteert nog steeds een negatief inkomens-effect van gemiddeld 0,3% voor bijstandsgerechtigden.B.3.6 Maatregelen Caribisch NederlandDe eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba zijn met ingang van 10 oktober 2010 afzonderlijke openbare lichamen van Nederland. Daarom wordt vanaf de begroting 2012 ook aandacht besteed aan maatregelen en ontwikkelingen die de inkomens in Caribisch Nederland raken. Voor Caribisch Nederland beschikt het Ministerie van SZW niet, zoals voor Europees Nederland, over betrouwbare ramingen van de contractloonont-wikkeling, de indexatie van de pensioenen en de inflatie. Hierdoor is het niet mogelijk om de koopkrachtontwikkeling, als voorspelling, kwantitatief te visualiseren, zoals dat voor de Europees-Nederlandse situatie wordt gedaan. Wel worden de inflatie-ontwikkeling, het Bruto Binnenlands Product, de primaire inkomens en de dynamische koopkracht nauwgezet door het CBS gemonitord. Dit biedt inzicht in de omvang van de economie en het besteedbare inkomen van huishoudens op de drie eilanden afzonderlijk.Prijsontwikkeling en indexering van uitkeringenJaarlijks worden het minimumloon, de AOV, de AWW, en de Onderstand geïndexeerd op basis van de gerealiseerde prijsontwikkeling in het derde kwartaal van het voorgaande jaar. Per 1 januari 2017 zullen de uitkeringen en het minimumloon dan ook geïndexeerd worden met de consumenten-prijsindex (CPI) van het derde kwartaal van 2016.Verhoging OnderstandHet kabinet stelt vast dat het huidige niveau van de Onderstand relatief laag is ten opzichte van het Wml. Het kabinet is voornemens een van het Wml afgeleid sociaal minimum vast te stellen, waar de Onderstand volgens een nader te bepalen tijdpad naar toe zal groeien (Tweede Kamer, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2179 2015–2016, 34 300 IV, nr. 59). Bij de uitwerking wordt rekening gehouden met de prikkel tot werken.Uitbreiding zwangerschaps- en bevallingsverlofDe periode waarin zwangere werknemers op grond van de Wet ziektever-zekering BES aanspraak op ziekengeld kunnen maken, wordt vanaf 1 januari 2017 verlengd van 12 naar 16 weken.Verbreding Bijzondere Onderstand Caribisch NederlandSZW heeft de mogelijkheid kosten te vergoeden vanuit de Bijzondere Onderstand. De toepassing ervan – in de zin van welke kostensoorten voor vergoeding in aanmerking komen – is ingekaderd in beleidsregels. Het aantal voor vergoeding in aanmerking komende kostensoorten is in het verleden al uitgebreid, maar om armoede effectief te kunnen bestrijden wordt deze verder uitgebreid.Toeslag en indexering uitkeringen Ongevallenverzekering BESEen eenmaal toegekende uitkering Ongevallenverzekering BES blijft levenslang op hetzelfde niveau. Wettelijk is er een basis om bij ministe-riële regeling jaarlijks een toeslag te verstrekken om zo met de prijsont-wikkeling rekening te houden en deze toeslag jaarlijks te indexeren. In het kader van de verkenning naar verbetermogelijkheden in het stelsel sociale zekerheid is besloten deze toeslag toe te passen (en deze ook jaarlijks te indexeren).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2180 BIJLAGE 4 ZBO’s EN RWT’s Deze bijlage bevat in tabel B.4.1 een overzicht van de zelfstandige bestuursorganen (ZBO) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT) die onder de verantwoordelijkheid van het moederdepartement vallen. In tabel B.4.2 zijn de bijdragen aan de ZBO’s en de RWT’s opgenomen die onder de verantwoordelijkheid van een ander ministerie vallen. De opgenomen bedragen zijn de in de beleidsartikelen verantwoorde uitgaven van de begrotings- en premiegefinancierde regelingen in de budgettaier tabellen onder de instrumenten «Inkomensoverdrachten» en «Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s.Tabel B.4.1 Overzicht ZBO’s en RWT’s vallend onder Ministerie SZW Naam organi-satie ZBO RWT Functie Begro-tingsar-tikel Begro-tingsra-mingen(x € 1 mln) Verwijzing website Uitvoeringsin-stituut Werknemers-verzekeringen (UWV) inclusief BKWI x x Het UWV voert de sociale verzeke-ringen voor werknemers, zelfstan-digen en jonggehandicapten uit. Werkzoekenden kunnen terecht voor het vinden van werk of het aanvragen van een uitkering, werkgevers voor vacaturebemiddeling en informatie over de arbeidsmarkt. Daarnaast verleent het UWV ontslagvergun-ningen en tewerkstellingsvergun-ningen, verricht keuringen en indicatiestellingen en geeft arbeids-rechtelijke informatie. Het BKWI is opgericht om het geheel aan centrale voorzieningen binnen de keten van werk en inkomen te beheren en door te ontwikkelen. 2,3,4,5,6,11 22.800,5 www.uwv.nl en www.bkwi.nl Sociale Verzeke-ringsbank (SVB) x x De SVB voert voor verschillende overheidsorganisaties regelingen en wetten uit. 2,6,8,9,10, 11, 13 41.311,3 www.svb.nl Inlichtingen-bureau (IB) x Het IB ondersteunt gemeenten bij hun wettelijke taken in het kader van de sociale zekerheid. Het doel is bestrijding van fraude en bevorderen van samenwerking tussen de verschillende organisaties door gegevensuitwisseling tussen gemeenten en derden in de keten van werk en inkomen. 11 6,3 www.inlichtingenbureau.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2181 Tabel B.4.2 Overzicht ZBO’s en RWT’s vallend onder andere ministeries Naam organisatie Minis-terie ZBO RWT Functie Begro-tings-artikel Begrotings-ramingen(x € 1 mln) Verwijzing website ZonMw VWS x ZonMw financiert gezondheids-onderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. 2 0,2 www.zonmw.nl Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) VenJ x Het COA is verantwoordelijk voor de opvang, begeleiding en uitstroom (uit de opvang) van asielzoekers in Nederland. 13 105,2 www.coa.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2182 BIJLAGE 5 MOTIES EN TOEZEGGINGEN Overzicht van de door de bewindspersonen afgehandelde moties, vergaderjaar 2010–2011 ID1 Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 507 Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500, nr. 88 Motie-Van Hijum/Van den Besselaar over samenwonen van bloedverwanten eerste graad Afgehandeld met memorie van Antwoord bij het wetsvoorstel WWB-maatregelen (Kamer-stukken II, 2013–2014, 33 853, nr. 6)1 Dit is een identificatienummer voor de administratie van de motie binnen het Ministerie van SZW.Overzicht van de door de bewindspersonen afgehandelde moties, vergaderjaar 2012–2013 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 605 Kamerstukken II, 2012–2013, 33 086, nr. 35 Motie-Schouw over prijs en kwaliteit van inburgeringscur-sussen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-02-2016 (Kamerstukken II, 32 824, nr. 121) 628 Kamerstukken II, 2012–2013, 32 043, nr. 159 Motie-van Weyenberg inz. aansluiting bij de normen «correct en niet misleidend» uit de Wet op het financieel toezicht mogelijk is voor de wettelijk verplichte informatie-elementen Afgehandeld met inwerkingtreding van de Wet Pensioencommunicatie (Stbl. 2015, 193) per 01-07-2015 652 Kamerstukken II, 2012–2013, 29 544, nr. 457 Motie-Hamer/Van Weyenberg over bijzondere aandacht voor jongeren met een niet-westerse achtergrond Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-04-2014 (Kamerstukken II, 29 544, nr. 513) 655 Kamerstukken II, 2012–2013, 32 043, nr. 165 Motie-Van Weyenberg over doorrekenen plan voor hervorming pensioenstelsel van een aantal politieke jongerenorganisaties Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 263)Overzicht van de door de bewindspersonen afgehandelde moties, vergaderjaar 2013–2014 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 681 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 750, nr. 42 Motie-Van Weyenberg/Van Nieuwenhuizen over moderni-sering van het avv-beleid Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 13-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016 29 544, nr. 669) 682 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 750 XV. nr. 45 Motie-Schouten c.s. over begeleiding voor nabestaanden Het onderwerp rouwverwerking en werk heeft onderdeel uitgemaakt van een bijeenkomst in het kader van het project Duurzame inzet-baarheid 694 Kamerstukken II, 2013–2014, 28 719, nr. 84 Motie-Potters/Kerstens over voorkomen dat gemeenten onvoldoende reïntegratie-inspanningen verrichten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 19-06-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 28 719, nr. 84) 702 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 818, nr. 46 Nader gewijzigde motie-Pieter Heerma over de gevolgen van de aanpassing van het ontslagrecht voor het MKB Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2014 (Kamerstukken II, 2013–2014, 29 544, nr. 544) 703 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 818, nr. 50 Motie-Klein over de inwerking-treding van de Wwz en van de nieuwe wet werken na AOW-leeftijd op elkaar afstemmen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 11-11-2014 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 073, nrs. 1–3) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2183 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 704 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 161, nr. 186 Gewijzigde motie-Kos¸er Kaya over een participatiewet Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 1) 709 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 161, nr. 171 Motie-Potters/Schouten over het mogelijk maken van maatwerk voor werkgevers Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 198) 710 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 161, nr. 171 Motie-Potters c.s. over monitoren van de banen voor mensen met een beperking die het wettelijk minimumloon kunnen verdienen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 198) 720 Kamerstukken II, 2013–2014, 31 322 nr. 237 Motie-Yücel/Tellegen over de onderlinge aansluiting tussen kwaliteitseisen voor basisonderwijs en kinderopvangvoorzieningen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-05-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 322, nr. 303) 722 Kamerstukken II, 2013–2014, 21 501, nr. 876 Motie-Klein over ongemoeid laten van de individuele pensioenstelsels- en regelingen van de individuele lidstaten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-12-2014 (Kamerstukken II, 2014–2015, 33 931, nr. 8) 726 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 932, nr. 2 Motie-Omtzigt c.s. over niet instemmen met gedelegeerde regelgeving Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-12-2014 (Kamerstukken II, 2014–2015, 33 931, nr. 8) 730 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 853, nr. 8 Gewijzigde motie-Baay-Timmerman/Omtzigt over monitoren van het gebruik van tweewonenregeling Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 853, nr. 17)Overzicht van de door de bewindspersonen afgehandelde moties, vergaderjaar 2014–2015 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 744 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 928, nr. 16 Motie-Van Weyenberg/Vermeij over de voor- en nadelen van het vrijwillig inkopen van AOW over een achterliggende periode Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 33 928, nr. 20) 745 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 972, nr. 39 Motie Vermeij c.s. over aanpassing van het strategisch beleggings-gebied Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 25-11-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 292) 747 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 972, nr. 42 Motie-Van Weyenberg/Dijkgraaf over de zwaktes van de huidige systematiek Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 263) 749 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 972, nr. 45 Motie-Dijkgraaf/Van Weyenberg over voorstellen voor een nieuw pensioenstelsel Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 263) 750 Kamerstukken II, 2014–2015, 31 322, nr. 258 Motie-Van Weyenberg c.s. over een vervolgadvies van de SER Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 24-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 322, nr. 308) 752 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000-XV, nr. 20 Motie-Schut-Welkzijn/Dijkgraaf over de export van de WGA-uitkering Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-06-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000-XV, nr. 20) 757 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000-XV, nr. 28 Motie-Kerstens over begeleiding van mensen na het verlies van een dierbare Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 25-09-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 538, nr. 196) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2184 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 759 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000-XV, nr. 33 Motie-Van Weyenberg/Lodders over de uitwerking van het Witteveen-akkoord Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 16-06-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 227, nrs. 1–3) 762 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000-XV, nr. 36 Motie-Schouten/Van Laar over de fiscale kinderkorting in Caribisch Nederland Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 275, nr. 7) 764 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 981, nr. 15 Motie-Potters/Kerstens over voorkomen van verdringing Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 198) 766 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 981, nr. 33 Motie-Pieter Heerma c.s. over het doorgeven van het quotum bij afnemen van diensten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 198). De Tweede Kamer is nogmaals geïnformeerd met brief aan de Tweede Kamer d.d. 23-02-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 700) 767 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 981, nr. 35 Motie-Kerstens c.s. over cao-afspraken voor mensen met een arbeidsbeperking Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 198) 769 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 981, nr. 37 Motie-Van Weyenberg c.s. over monitoren of het totaal aantal banen voor de doelgroep toeneemt Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 198) 777 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 20 Motie-Van Weyenberg c.s. over waarborgen dat bij inwerking-treding van de wet uitvoerings-kosten van pensioenfondsen en pensioenverzekeraars niet alleen openbaar worden gemaakt, maar dat daarbij ook één uniforme rekenwijze wordt gebruikt zodat uitvoeringskosten met elkaar kunnen worden vergeleken Afgehandeld met inwerkingtreding per 01-07-2015 van de AMvB pensioencommuni-catie (Stb. 2015, 259) 778 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 21 Motie-Van Weyenberg/Vermeij: voor mensen in het pensioenre-gister een variant op te nemen gebaseerd op hun verwachte AOW-leeftijd en de Kamer vóór 1 mei 2015 over de uitvoering van deze motie te informeren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 13-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 34) 780 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 27 Gewijzigde motie-Krol c.s. over brede voorlichting over de nieuwe communicatiewijze Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 13-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 34) 781 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 566, nr. 80 Motie-Voordewind over niet extra bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid Is afgehandeld in de Begroting SZW 2016 op pagina 9 782 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 083, nr. 12 Motie-Van Weyenberg over het sluiten van sociale zekerheids-verdrag met 8 landen waar meer dan 100 AOW-gerechtigden wonen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 24-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 083, nr. 18) 786 Kamerstukken II, 2014–2015, 30 545, nr. 156 Motie Ulenbelt/Karabulut over de positie van mensen met psychische klachten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 28 719, nr. 95) 787 Kamerstukken II, 2014–2015, 30 545, nr. 155 Motie-Ulenbelt/Karabulut over oppassen op eigen kleinkinderen door bijstandsgerechtigde grootouders Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 13-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 2015D43622) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2185 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 788 Kamerstukken II, 2014–2015, 24 515, nr. 304 Motie-Yücel over het stimuleren van gemeenten om het kindpakket op te nemen in het armoede- en schuldenbeleid Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 674) 792 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 606 Gewijzigde motie-Karabulut/Yücel over presenteren van concrete, buurtgerichte plannen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 29-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 674) 794 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 117, nr. 29 Motie-Ulenbelt/Van Weyenberg over het bewandelen van de staatsrechtelijke juiste route Afgehandeld met Novelle APF d.d. 23-10-2015 795 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 117, nr. 30 Motie-Omtzigt over te ondernemen acties indien het amendement Lodders /Vermeij wordt aange-houden Afgehandeld met Novelle APF d.d. 23-10-2015 796 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 626 Motie-Ulenbelt/Van Weyenberg over in kaart brengen van mogelijkheden om beroepsziekten terug te dringen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 12-01-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 25 883, nr. 267) 797 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 628 Motie-Van Weyenberg over verlengen van de aanmeldtermijn voor vrijwillige verzekering Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 02-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 311, nr. 154) 798 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 630 Motie-Tanamal/Voortman over monitoren van het melden van beroepsziekten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 07-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 25 883, nr. 278) 799 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 631 Motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma over overleg met sociale partners over de afspraken uit het Najaarsoverleg 2014 Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 673) 800 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 633 Motie-Voortman over onderzoeken van collectivisering van loondoor-betaling bij ziekte Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 666) 802 Kamerstukken II, 2014–2015, 32 000-XV, nr. 11 Motie-Pieter Heerma/Van Weyenberg over onderzoeken van de effectiviteit van sectorplannen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 07-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 200 XV, nr. 11) 803 Kamerstukken II, 2014–2015, 32 000-XV, nr. 12 Motie-Anne Mulder over de effectiviteit van het reïntegratie-beleid Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 09-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 28 719, nr. 94) 808 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 818, nr. 74 Motie-Van Weyenberg over het in dienstnemen van payrollmede-werkers met een arbeidscontract voor onbepaalde tijd Afgehandeld door OCenW die 49 payrollmede-werkers uiteindelijk in dienst heeft genomen 809 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 818, nr. 74 Motie-Voortman c.s. over het mogelijk maken van meerjarige contracten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 1) 813 Kamerstukken II, 2014–2015, 17 050, nr. 515 Motie-Kerstens over de wijze waarop lagere overheden omgaan met hun verantwoordelijkheden uit hoofde van de Was Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 12-01-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 008, nr. 24)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2186 Overzicht van de door de bewindspersonen afgehandelde moties, vergaderjaar 2015–2016 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 818 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 269 Motie-Lodders/Vermeij over shoprecht bij het tweede aankoop-moment van de pensioenknip Motie is afgedaan door aanvaarding amendement Lodders/Vermeij (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 227, nr. 7) 819 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 270 Gewijzigde motie-Lodders c.s. over het onderzoek naar effecten van de lagere UFR Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 09-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 285) 820 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 274 Gewijzigde motie-Schouten/Vermeij over het UFR-onderzoek uiterlijk 9 oktober naar de Kamer sturen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 09-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 285) 825 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 112 Motie-Potters over concreet maken welke aanpak de regering voor ogen heeft ten aanzien van politiek en jihad salafisme Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 25-02-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 614, nr. 39) 829 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 315 Motie-Yücel over signaleren van armoede en schulden als onderdeel van het takenpakket van wijkteams Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 322) 831 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, 657 Motie-Vermeij/Krol over een extern boegbeeld tegen ouderenwerk-loosheid Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 711) 834 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 665 Motie-Anne Mulder over een uitzondering op inhoudingen-verbond op het wettelijk minimumloon Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 716) 836 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 754, nr. 331 Motie-Segers/Samson over een effectieve aanpak van radicali-sering naar het voorbeeld van Utrecht Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 16-03-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 754, nr. 363) 839 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 320, nr. 7 Motie-Lodders/Vermeij over samen laten gaan van verplicht gesteld bedrijfstakpensioen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 26-02-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 301) 840 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 275, nr. 10 Motie-Kuzu over voorkomen dat kinderen in Carabisch Nederland in armoede opgroeien Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 12-05-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 IV, nr. 59) 848 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 41 Motie-Kerstens over het realiseren van garantiebanen bij de overheid Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 11-03-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 705) 850 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 200-XV, nr. 42 Motie-Kerstens over bestrijden van misbruik van stages en werkerva-ringsplekken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 12-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 712) 851 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 43 Motie-Kerstens/Nijkerken-De Haan over een individueel plan van aanpak voor uitkeringsgerech-tigden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 29-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 15) 852 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 47 Motie-Yücel c.s. over ook in 2016 en 2017 mogelijk maken van landelijk geoormerkte armoede-middelen Subsidieregeling gepubliceerd op 25 maart 2016. Het eerste subsidietijdvak opent op 23 mei 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2187 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 854 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 53 Motie-Van Weyenberg/Krol over scholing en begeleiding voor ouderen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 07-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 724) 856 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 56 Motie-Voortman/Tanamal over vergroten van de inspraak van flexwerkers Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 05-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 818, nr. 42) 857 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 57 Motie-Voortman c.s. over de wenselijkheid van de invoering van een tweede meerjarig contract Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 18) 859 Kamerstukken II, 2015–2016, 26 448, nr. 547 Motie-Schut Welkzijn over regie nemen over het beleid van het UWV Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 31-05-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 26 448, nr. 569) 862 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 275, nr. 15 Gewijzigde-motie Van Laar c.s. over leefbare lonen in Caribisch Nederland Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 12-05-2016, (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 IV, nr. 59) 868 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 052, nr. 21 Motie-Van Weyenberg/Yücel over een akkoord over de wijziging van het socialezekerheidsverdrag Bij plenaire behandeling van de opzeg-gingswet verdrag Marokko op 13-01-2016 is gemeld dat de termijn gesteld is op 01-07-2016 870 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 685 Motie-Van Weyenberg/Dijkgraaf over een kabinetsreactie op verbetervoorstellen voor avv-beleid Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 22-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 726) 872 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 329 Motie-Krol over voorkoming en bestrijding van armoede onder bepaalde bevolkingsgroepen Afgehandeld met verzamelbrief in afschrift aan de Tweede Kamer d.d. 14-07-2016 (Kamer-stukken II, 2015–2016 2016D0182) 877 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 502, nr. 118 Motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma over een nadrukkelijker rol van de Inspectie SZW in de pakketbezorgingssector Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 31-05-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 502, nr. 121) 881 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 697 Motie-Öztürk over overleg met Interprovinciaal Overleg en Unie van Waterschappen over antidiscri-minatieclausules (onder aandacht brengen van standaardclausules en -teksten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 05-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 729) 882 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 699 Motie-Pieter Heerma/Van Weyenberg over gemotiveerd terugkoppelen van de redenen voor afwijzing bij sollicitatie Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 05-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 729) 886 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 255, nr. 20 Motie-Aukje de Vries c.s. over een nieuw contract voor een variabele pensioenuitkering Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d.11-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 338) 888 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 255, nr. 22 Gewijzigde motie-Vermeij/Aukje de Vries over onderzoek naar de voor- en nadelen van varianten van projectierentes Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 20-05-2016, (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 255, nr. 29) 889 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 303 Motie-Van Weyenberg/Vermeij over een impactanalyse van de verwachte AOW-leeftijd en de bijbehorende pensioenrichtleeftijd Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 03-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2188 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 894 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 4 Motie-Schouten c.s. over overheidsonderdelen die nu achterlopen, aansporen tot verbetering Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 728) 895 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 6 Motie-Voortman/Karabulut over informatie over de voortgang van de banenafspraak binnen de overheid Afgedaan met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 728) 896 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 11 Gewijzigde motie-Pieter Heerma/ Schouten over de directe toegang van werkgevers tot de profielen van mensen uit de doelgroep van de Participatiewet Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 24-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 19) 897 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 4 Motie-Pieter Heerma/Van Weyenberg over de verkenner opdracht geven voor het aanvragen van oplossingen voor seizoensarbeid Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 17) 901 Kamerstukken II, 2015–2016, 31 322, nr. 293 Motie-Yücel c.s. over de verdere samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 24-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 322, nr. 308) 913 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 475, nr. 16 Motie-Krol over in het komend actieplan het beleid voor oudere werklozen beter te borgen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 07-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 724)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2189 B.5.2 Lopende motiesOverzicht van de door de bewindspersonen nog af te handelen moties, vergaderjaar 2008–2009 ID1 Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 372 Kamerstukken II, 2008–2009, 31 802, nr. 2 Motie-Omtzigt/ Spekman over aspecten van de Anw en de verhouding tot de herziene Europese Sociale Code; hierin meenemen de rol van gemeentes bij reïntegratie van nabestaanden Planning 1-12-2016 394 Kamerstukken II, 2008–2009, 31 780, nr. 34 Motie-Ortega-Martijn c.s. over verruimen van de criteria voor zelfstandigenaftrek voor Wajong’ers EZ maakt een plan van aanpak voor de evaluatie van de zelfstandigenregelingen, waaronder de zelfstandigenaftrek van arbeidsongeschikten. Streven is de evaluatie in 2016 aan te besteden en deze op z’n laatst eind 2016 af te ronden. Na de afronding van de evaluatie zal de Tweede Kamer over de bevindingen en over de uitvoering van de motie worden bericht. Planning: 1e kwartaal 20171 Dit is een identificatienummer voor de administratie van de motie binnen het Ministerie van SZW.Overzicht van de door de bewindspersonen nog af te handelen moties, vergaderjaar 2011–2012 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 539 Kamerstukken II, 2011–2012, 32 701, nr. 18 Motie-Peters/Azmani over integratie van de WwiK in het Bbz Deze motie wordt bezien in het licht van IBO ZZP. Hiernaast is reeds in de werkwijzers vanuit het programma Vakmanschap aandacht besteed aan het belang om bij de uitvoering van het Bbz de krachten meer te bundelen en meer regionaal samen te werken (zoals onder de WwiK verplicht was). Tevens wordt bezien welke andere aangrijpingspunten zich voordoen. Beoogd is de Tweede Kamer hierover in juli van 2016 te informeren. Planning: begin november 2016 573 Kamerstukken II, 2011–2012, 31 929, nr. 17 Motie-Sterk over een kwalitatief onderzoek naar de effecten van het wetsvoorstel huisbezoek Inspectie voert onderzoek uit. Loopt cf. planning 586 Kamerstukken II, 2011–2012, 33 241, nr. 14 Motie-Klaver c.s. over begeleiding van zieke werklozen De Kamer wordt vóór het einde van 2016 middels de brief over de evaluatie van de modernisering ZW, geïnformeerd over de evaluatie begeleiding zieke werklozen. Planning: 4e kwartaal 2016Overzicht van de door de bewindspersonen nog af te handelen moties, vergaderjaar 2012–2013 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 607 Kamerstukken II, 2012–2013, 33 086, nr. 48 Gewijzigde motie-Dibi over monitoren van de effecten van de gewijzigde wet De Kamer wordt eind 2017 hierover geïnfor-meerd Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2190 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 641 Kamerstukken II, 2012–2013, 33 538, nr. 14 Motie-Tellegen/Heerma inz. verzoek om het functioneren van het systeem van continue screening, alsmede van andere maatregelen in navolging van rapport-Gunning na een periode van drie jaar na inwerkingtreding van de Wijzi-gingswet kinderopvang 2013 te evalueren en de Kamer te informeren Rapport wordt na Prinsjesdag 2016 opgeleverdOverzicht van de door de bewindspersonen nog af te handelen moties, vergaderjaar 2013–2014 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 688 Kamerstukken II, 2013–2014, 24 515, nr. 273 Motie-Schouten over privacypro-blemen bij het vroegtijdig signaleren van schulden BKR verwacht begin 2016 met pilots te kunnen starten. De bevindingen daarvan kunnen waarschijnlijk in oktober 2016 aan de Tweede Kamer gemeld worden. Planning: oktober 2016 700 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 818, nr. 43 Motie-Hamer over gelijke behandeling bij de arbeidsvoor-waarden voor payrollwerknemers Er komt geen advies van de StvdA over driehoeksrelaties. Motie wordt momenteel uitgewerkt in wetgeving. Planning inwerking-treding: 1 januari 2017 705 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 161, nr. 153 Gewijzigde motie-Dijkgraaf c.s. over het beschikbaarstellen van aanvullende instrumenten De motie verzoekt om aanvullende instru-menten indien blijkt dat het instrumentarium van de Participatiewet tekort zou schieten. Uitvoering van de motie wordt betrokken bij de voorgenomen monitoring en evaluatie van de Participatiewet. De evaluatie is voorzien uiterlijk in 2019, daarvoor vinden tussenrap-portages plaats in 2016 en 2018. Planning januari 2019 707 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 161, nr. 168 Motie-Potters/Dijkgraaf over één landelijk aanspreekpunt voor werkgevers om plaatsing van arbeidsbeperkten te bevorderen De Programmaraad komt niet tot overeen-stemming met partijen. SZW organiseert nu gesprekken met Divosa, VNG, Cedris en UWV om tot samenwerkingsafspraken te komen. Planning oktober 2016 712 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 161, nr. 174 Motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma over onderzoek naar de effectiviteit van loondispensatie en loonkostensubsidie Motie verzoekt om onderzoek naar effectiviteit loondispensatie en loonkostensubsidie uiterlijk drie jaar na invoering Participatiewet. Het betreft een vergelijkend effectiviteitson-derzoek. Zoals in de brief aan de Tweede Kamer van 27 november 2015 over eerste ervaringsonderzoeken Participatiewet is aangegeven is het streven om het onderzoek in 2018 af te ronden en de Tweede Kamer eind 2018 over de resultaten te informeren. Planning eind 2018 728 Kamerstukken II, 2013–2014, 29 544 nr. 537 Gewijzigde motie-Kerstens c.s. over monitoren van de nieuwe grens van belastbaarheid van ten minste twee uur per dag UWV neemt monitoren van de nieuwe grens van belastbaarheid van ten minste twee uur per dag mee in het onderzoek naar de uitvoerbaarheid van het beoordelingscriterium arbeidsvermogen. Verwachte rapportage: 4e kwartaal 2016. De rapportage wordt met de evaluatie Participatiewet aan de Tweede Kamer aangeboden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2191 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 732 Kamerstukken II, 2013–2014, 33 863, nr. 23 Gewijzigde motie-Omtzigt/Vermeij over een oplossing voor het probleem van het niet samenvallen van verschillende data Stas SZW en Stas FIN zijn akkoord met afschaffen doorwerkvereiste. Dit zal worden opgenomen in het Belastingplan 2017, onder voorbehoud van budgettaire dekking 736 Kamerstukken II, 2013–2014, 17 050, nr. 481 Gewijzigde Motie-Van Weyenberg over meldingen van de Stichting Normering Arbeid Na de zomer (2016) wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over publicatievorm «periodi-citeit» van meldingen SNA en inzet van InspectieOverzicht van de door de bewindspersonen nog af te handelen moties, vergaderjaar 2014–2015 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 754 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000, nr. 25 Motie-Vermey/Van Oijk over de toegankelijkheid van de kinder-opvang voor zzp’ers Wordt betrokken bij de wetgeving Directie Financiering, die na Prinsjesdag naar de Tweede Kamer gaat 758 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000-XV, nr. 32 Motie-Van Weyenberg c.s. over het bevorderen van intersectorale scholing Deze motie wordt met twee andere moties in één brief aan de Tweede Kamer beantwoord voor Prinsjesdag 2016. Dit is de Tweede Kamer gemeld bij brief van 26-04-2016 761 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000-XV, nr. 35 Motie-Schouten c.s. over initia-tieven om werken over de grens gemakkelijker te maken Op 26-04-2016 is door de Minister van BZK een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met de stand van zaken van de werkzaamheden van het actieteam grensoverschrijdende economie en arbeid. Toegezegd is dat de Tweede Kamer in het najaar geïnformeerd wordt over de resultaten van het actieteam. Het actieteam geeft uitvoering aan de motie: het zoekt naar mogelijke oplossingen bij de gemelde belemmeringen bij grensoverschrijdende economie en arbeid en inventariseert welke stakeholders aan de slag moeten gaan met de oplossingen. De departementen BZK, EZ, SZW en OCW hebben namens het Rijk zitting in het actieteam 765 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 981, nr. 16 Motie-Potters/Kerstens over deactivering van de quotumheffing Deactivering is niet opportuun zolang niet tot activering van de quotumheffing is overgegaan. Als besloten wordt tot activering zal middels wetswijziging de mogelijk tot deactivering worden geregeld. Planning: indien quotumregeling wordt geactiveerd, 1ekwartaal 2018 768 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 981, nr. 36 Motie-Kerstens c.s. over een brede prestatieladder sociaal onder-nemen De motie is meegenomen in de reactie op het verkennende advies van de SER. Inhoudelijk hebben beide bewindspersonen nog niet op de kabinetsreactie gereageerd. Planning eind december 2016 771 Kamerstukken II, 2014–2015, 33 981, nr. 40 Motie-Van Ojik/Kerstens over het eventueel verhogen van de heffing Deze motie vraagt de heffing te verhogen als werkgevers er voor kiezen de heffing te betalen in plaats van meer mensen met een beperking in dienst te nemen. De heffing wordt niet eerder dan 1-1-2017 geactiveerd. Pas in 2018 zal dan voor het eerst blijken of werkgevers ervoor kiezen de heffing te betalen. Als de heffing dan verhoogd moet worden, zal dit niet eerder dan 1-1-2019 aan de orde kunnen zijn. Planning: 1e kwartaal 2019 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2192 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 773 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 045, nr. 14 Motie-Yücel c.s. over geschikte vormen van alternatieve ouder-raadpleging Stand van zaken is ongewijzigd: over de uitvoering van de motie vindt overleg plaats met BOinK en met de betrokken branche-organisaties. De veldpartijen leveren een voorstel 774 Kamerstukken II, 2014–2015, 31 322, nr. 72 Motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma over het jaarlijks monitoren van de ontwikkeling van het aantal oudercommissies Het onderzoek wordt momenteel uitgevoerd. Na Prinsjesdag wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek 775 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 108, nr. 19 Motie-Van Weyenberg c.s. over de jaarlijkse monitor over het resultaat van de Wet aanpak schijncon-structies Kabinet zal monitor WAS opstellen en jaarlijks rapporteren over rol publieke opdrachtgevers. Eerste rapportage bij brief van 5 juli 2016 naar Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 108, nr. 26) Planning: volgende rapportage aan de Tweede Kamer op 01-07-2017 779 Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 23 Motie-Vermeij/Van Weyenberg verzoekt de regering om, commu-nicatiekanalen te verkennen om werknemers meer inzicht te bieden in het absolute bedrag aan pensioenpremie dat de werkgever voor hen betaalt en de Kamer hier voor 01-07-2015 over te informeren Planning: Tweede Kamer informeren voor eind 2016 801 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 635 Motie-Schut-Welkzijn/Tanamal over onderzoek naar de werking van het tweedespoortbeleid Er is opdracht gegeven voor het onderzoek. Planning eindrapport onderzoek: 4e kwartaal 2016 807 Kamerstukken II, 2014–2015, 25 883, nr. 252 Motie-Kerstens over de mogelijkheid van één certificerings- en keuringsinstelling De motie is opgenomen in de toezegging aan de Tweede Kamer om het functioneren van het stelsel rondom asbest te evalueren. Dat wordt in de tweede helft van 2017 811 Kamerstukken II, 2014–2015, 32 824, nr. 100 Gewijzigde motie-Karabulut/Potters over vervolgonderzoek naar de TRSO’s in Nederland Onderzoek gaat spoedig van start. De Tweede Kamer wordt najaar 2016 hierover geïnfor-meerd 812 Kamerstukken II, 2014–2015, 17 050, nr. 510 Motie-Schouten/Kerstens over beleidsregels voor vrijwilligerswerk bij commerciële activiteiten Deze motie loopt mee in de evaluatie van de aanpassing van de beleidsregels vrijwilli-gerswerk WW. Planning: 4e kwartaal 2016 814 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 279, nr. 258 Motie-Pieter Heerma c.s. over een verbod op groeperingen met doelstellingen die in strijd zijn met de democratische rechtsorde Kabinetsreactie is in de maak, echter tweede ronde BWO nodig inclusief OM. BZK is leidend, na het zomerreces gaat er een rapport inclusief kabinetsreactie naar de Tweede Kamer 815 Kamerstukken II, 2014–2015, 29 797, nr. 259 Motie-Van Dam over gedeelde waarden en onderlinge verbon-denheid in de samenleving De Tweede Kamer ontvangt voor Prinsjesdag een kabinetsreactie op de motie Van Dam. BZK is de trekker van deze kabinetsreactieTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2193 Overzicht van de door de bewindspersonen nog af te handelen moties, vergaderjaar 2015–2016 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 826 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 312 Motie-Karabulut over de hoogte van de beslagvrije voet In het conceptwetsvoorstel wordt aandacht besteed aan de vraag of de nieuwe beslagvrije voet een solide bodem is. 5 juli is de internet-consultatie van het wetsvoorstel van start gegaan. In het najaar, na consultatie door de Raad van State zal het voorstel naar de Tweede Kamer gaan. Planning najaar 2016 827 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 313 Gewijzigde motie-Voortman c.s over ruimte voor variatie in de experimenten De Staatssecretaris heeft aangegeven dat de AMvB niet op 1 januari 2017 in werking kan treden, maar dat wordt beoogd zo snel mogelijk daarna. (Planning begin 2017) 828 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 314 Gewijzigde motie-Voortman/Yücel over integrale werkwijzen voor schuldhulpverlening voor jongeren Afgelopen periode is een rondetafelbijeen-komst georganiseerd door SZW, met onder andere OCW en DUO over jongeren en schulden. In het najaar zal verdere invulling gegeven worden aan deze motie. Planning december 2016 844 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 36 Motie-Nijkerken-De Haan over effectiviteit van re-integratieprojecten De afwikkeling van deze motie loopt in principe mee in de toezegging dat de Tweede Kamer jaarlijks wordt geïnformeerd over de stand van zaken van het kennisprogramma. Planning: november 2016 845 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 37 Motie-Nijkerken-De Haan/Kerstens over vervullen van vacatures in grensregio’s Deze motie wordt meegenomen in een brief van het Actieteam GEA (Grensoverschrijdende Economie en Arbeidsmarkt). Het is een brief van de Minister van Economische Zaken, mede namens de Minister van SZW. Planning: najaar 2016 846 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 39 Motie-Pieter Heerma/Schouten over de toename van mensen in beschermingsbewind Onderzoek naar beschermingsbewind is afgerond. In het najaar zullen er verdere stappen gezet worden rondom de toename van mensen in beschermingsbewind. Planning december 2016 847 Kamerstukken II, 2015–2016, nr. 34 300, nr. 40 Motie-Vermeij/Van Weyenberg over lokale proeven met anoniem solliciteren Planning: Een tussenstand van de monitor is op 5 juli 2016 aan de Tweede Kamer toege-zonden. Na afronding van de experimenten wordt de eindstand opgemaakt (15 september oplevering monitor). Het eindresultaat wordt meegenomen in de voortgangsrapportage actieplan arbeidsmarktdiscriminatie die in oktober/november 2016 aan de Tweede Kamer zal worden toegezonden 849 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 46 Motie-Yücel c.s. over een maatschappelijke kosten-batenanalyse van schuldenbeleid van overheden A Deze motie voorziet in een MKBA voor het gehele schuldenbeleid van de overheid. Voordat deze MKBA aanbesteed kan worden zal gewacht moeten worden op de resultaten van de evaluatie Wgs. Deze zal in juni naar de Tweede Kamer gaan voorzien van een kabinetsreactie, waar ook aandacht besteed wordt aan deze MKBA. Planning begin december 2016 853 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 44 Motie-Kerstens/Van Weyenberg over verlenging van de tijdelijke uitbreiding van de Inspectie SZW Motie zal voor einde jaar 2016 worden uitgevoerd Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2194 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 855 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 53 Motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma over meer mogelijkheden voor intersectorale scholing A Deze motie wordt met twee andere moties in één brief aan de Tweede Kamer beantwoord voor Prinsjesdag 2016 858 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-XV, nr. 69 Motie-Krol over de Rotterdamse aanpak voor zzp’ers in geldpro-blemen In de laatste verzamelbrief 2015 is het voorbeeld van de gemeente Rotterdam inzake de zzper’s toegelicht. Ook is SZW op bezoek geweest in Rotterdam om kennis te nemen van hun aanpak. Beoogd is de Tweede Kamer hierover eind oktober 2016 te informeren 860 Kamerstukken II, 2015–2016, 26 448, nr. 548 Motie-Schut-Welkzijn over inperken van de twee jaar gewenningsbij-drage Toegezegd is om bij de volgende wetswijziging de verschillende perioden van gewenningsbij-drage meer te uniformeren. Er is nog geen datum bekend voor een wetswijziging, dus is er nog geen planning bekend 866 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 109 Gewijzigde-motie-Sjoerdsma over op korte termijn aanbieden van taalcursussen op de noodop-vanglocaties De Tweede Kamer wordt voor Prinsjesdag geïnformeerd. In de brief van 2 juni 2016 over Inburgering is kort aandacht besteed aan de uitvoering van de motie Sjoerdsma 869 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 194, nr. 17 Motie-Nijkerken-De Haan/Kerstens (PvdA) om de resterende financiële middelen mobiliteitsbonus vanaf 2021 specifiek aan te wenden voor de doelgroep in de vorm van een bonus/ korting voor de werkgever De huidige regeling loopt eind 2020 af. In 2019 zal de stand van zaken wat betreft de premiekorting/mobiliteitsbonus doelgroep banenafspraak worden bezien (zie ook ID 3413). Er is dan voldoende volume om de evaluatie over drie jaar te kunnen uitvoeren. In 2019 zal aansluitend een besluit worden genomen over de inzet van de resterende middelen. Planning eind 2019 871 Kamerstukken II, 2015–2014, 29 544, nr. 690 Gewijzigde motie-Anne Mulder over maatwerk in het algemeen verbindend verklaren Meenemen in brief aan Tweede Kamer, najaar 2016, mede afhankelijk van verschijnen van monitor transparante dispensatiebepalingen (UAW) (Brief komt voor uit toezegging Minister Kamer te informeren over transparante dispensatiebepalingen + dispensatiepraktijk cao-partijen + dispensatiebeleid SZW). Motie vraagt te onderzoeken hoe toetsingskader avv maatwerk beter zou kunnen bevorderen dan nu het geval is 873 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 330 Gewijzigde motie-Krol/Yücel over een verkenning naar het kwijt-schelden en overnemen van schulden Deze motie is een verbreding van de scope voor de MKBA naar het schuldenbeleid van de overheid. Voor deze motie geldt dus hetzelfde als voor de motie nummer 849. Planning begin december 2016 874 Kamerstukken II, 2015–2016, 30 012, nr. 58 Motie-Lucas over een nationaal scholingsfonds voor alle werkenden Onderzoek naar Nationaal Scholingsfonds wordt meegenomen in onderzoek naar verplichte scholingspremie. Brief met resultaten wordt voor begrotingsbehandeling SZW naar Tweede Kamer gestuurd 875 Kamerstukken II, 2015–2016, 30 012, nr. 63 Motie-Krol over een evenredige deelname van alle werkenden aan scholingstrajecten Motie wordt gezien als ondersteuning van beleid. Brief over stand van zaken bestaand beleid wordt voor Prinsjesdag 2016 naar Tweede Kamer gezonden. Dit is de Tweede Kamer gemeld bij brief van 26-04-2016 876 Kamerstukken II, 2015–2016, 30 012, nr. 64 Motie-Van Weyenberg/Lucas over de afspraken van O&O fondsen over intersectorale scholing Deze motie wordt met twee andere moties in één brief aan de Tweede Kamer beantwoord voor Prinsjesdag 2016. Dit is de Tweede Kamer gemeld bij brief van 26 april 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2195 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 878 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 693 Motie-Van Weyenberg/Vermeij over verruimen van de uitsluitings-gronden wegens arbeidsmarktdis-criminatie Planning: uitkomsten meenemen in de voortgangsrapportage actieplan arbeidsmarkt-discriminatie die in oktober/ november 2016 aan de Tweede Kamer zal worden toegezonden 879 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 694 Gewijzigde-motie Van Weyenberg c.s. over intensiveren van de aanpak van arbeidsmarktdiscrimi-natie Planning: Uitkomsten meenemen in de voortgangsrapportage actieplan arbeidsmarkt-discriminatie die in oktober/ november 2016 aan de Tweede Kamer zal worden toegezonden 880 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 695 Motie-Van Weyenberg c.s. over voorstellen om zwangerschapsdis-criminatie te verminderen Planning: Uitkomsten meenemen in de voortgangsrapportage actieplan arbeidsmarkt-discriminatie die in oktober/ november 2016 aan de Tweede Kamer zal worden toegezonden 883 Kamerstukken II, 2015–2016, 21 501, nr. 394 Motie-Schut-Welkzijn/Pieter Heerma over toepassing van het woonlandbegingsel bij de export van alle kindregelingen binnen de EU Motie wordt aangehouden in afwachting van het Commissie voorstel tot wijziging van verordening 883. Vooralsnog wijzen signalen er op dat de voorstellen van de Europese Commissie geen indexatie van de kinderbijslag zal bevatten. Planning: eind 2016 na start artikel 50 procedure 884 Kamerstukken II, 2015–2016, 21 501, nr. 395 Motie-Ulenbelt/Kerstens over gelijke behandeling van alle legaal verblijvende werkenden Gegeven de berichten uit het VK omtrent starten van de artikel 50 procedure is er niet voor het najaar 2016 nadere voorstellen van de Europese Commissie te verwachten 885 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 255, nr. 19 Motie-Aukje de Vries over onderzoek naar de bijdrage van banksparen naar een beter pensioen Planning is om in het najaar 2016 een brief hierover aan de Tweede Kamer te sturen (het wordt een beperkt onderzoek) en dit voor 1 januari 2017 af te ronden 887 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 255, nr. 21 Motie-Omtzigt over transparantie van kosten die ten laste komen van pensioendeelnemers Planning: voor Prinsjesdag brief naar Tweede Kamer 890 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 124 Motie Karabulut/Marcouch over concrete voorstellen tegen segregatie Kamerbrief is in de maak en zal voor Prins-jesdag worden verzonden 892 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 336, nr. 7 Motie Schut-Welkzijn over het brengen van het IVA onder het hybride stelsel De Minister informeert de Tweede Kamer over de voortgang in het derde kwartaal van 2016 vóór de begroting 893 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 336, nr. 8 Motie Schut-Welkzijn over continuering van de uitvoering van de re-integratie door verzekeraars De Minister informeert de Tweede Kamer over de voortgang in het derde kwartaal vóór de begroting 898 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 7 Motie-Vermeij over een overgangs-regeling voor het WW-dagloonbesluit. Onderzoeken of de overgangsregeling voor het WW-dagloonbesluit eerder van kracht kan worden dan 1 januari 2017 en de Tweede Kamer te informeren over de uitvoerings-toets voor deze overgangsregeling. Monitoren van de uitvoering en gevolgen van de compensatiere-geling en het nieuwe dagloonbe-sluit, en de uitkomsten daarvan voor 1 juni 2017 aan de Tweede Kamer te sturen De Tweede Kamer is middels de voortgangs-brief Wwz die op 30 juni 2016 naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 18), geïnformeerd over de uitkomsten van de uitvoeringstoets van het UWV over de compensatieregeling. Vóór het zomerreces 2017 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de monitor. Planning: 2e kwartaal 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2196 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 899 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 12 Motie-Van ’t Wout over meer meetbare doelstellingen bij de evaluatie van de Wwz Planning: Doelstellingen zijn zoveel mogelijk meetbaar geformuleerd. Er wordt reeds kwantitatieve monitorinformatie verzameld. Kwalitatief onderzoek in de komende jaren zal nodig zijn om duidelijk te maken in hoeverre ontwikkelingen op de arbeidsmarkt het gevolg zijn van de Wwz 900 Kamerstukken II, 2015–2016, 31 322, nr. 291 Gewijzigde motie-Voortman/Yücel over actie openbaarmaking van risicoprofielen De Tweede Kamer wordt voor Prinsjesdag geïnformeerd 905 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 408, nr. 12 Gewijzigde motie-Ulenbelt c.s. over de capaciteit van de Inspectie SZW Het streven is de Tweede Kamer vóór de behandeling van de SZW begroting 2017 nader te informeren 907 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 396, nr. 16 De motie Van Weyenberg/Pieter Heerma over aanvullende maatregelen om hernieuwd misbruik te voorkomen 908 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 614, nr. 42 De motie Sjoerdsma over transparantie over de financiering van religieuze instellingen Wordt meegenomen in volgende brief over buitenlandse financiering. Streefdatum nog onbekend. In ieder geval voor het AO Integratieonderwerpen op 12 oktober. 909 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 614, nr. 43 De gewijzigde motie-Sjoerdsma/Marcouch over borging van artikel 6 van de Grondwet Er wordt bezien of deze kan worden afgedaan in de motie Van Dam brief. Data traject onbekend. Trekker is BZK. 910 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 614, nr. 45 Gewijzigde-motie Pieter/Heerma over voorkomen van financiering van Nederlandse gebedshuizen door buitenlandse overheden Wordt meegenomen in volgende brief over buitenlandse financiering. Streefdatum nog onbekend. In ieder geval voor het AO Integratieonderwerpen op 12 oktober 911 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 614, nr. 46 Motie-Marcouch/Sjoerdsma over voorstellen om de vrijheid van godsdienst te beschermen Er wordt bezien of deze kan worden afgedaan in de motie Van Dam brief. Data traject onbekend. Trekker is BZK 912 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 614, nr. 47 Motie-Kuzu over wegnemen van het beeld dat de overheid inz. de islam met twee maten meet Er wordt bezien of deze kan worden afgedaan in de Kamerbrief over racisme/moslimdiscriminatie van SZW 914 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 132 Motie-Sjoerdsma/Karabulut over harde criteria voor toekenning van het keurmerk Blik op werk Blik op Werk heeft dit opgepakt. Er is bij enkele partijen offerte aangevraagd die de kwaliteit van de lessen die de taalaanbieders verzorgen moet gaan controleren. Contact met de onderwijsinspectie hierover heeft Blik op Werk nog niet gelegd. Tweede Kamer wordt na Prinsjesdag geïnformeerd 916 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 141 Motie-Marcouch/Pieter Heerma over actie kennismaken met de Nederlandse Cultuur en Samen-leving De Tweede Kamer wordt in het najaar (na Prinsjesdag) geïnformeerd over de invulling van de motie 917 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 144 Motie-Azmani over informeren van gemeenten door DUO De Tweede Kamer wordt na Prinsjesdag geïnformeerd. Om gemeenten op persoons-niveau te informeren zal de wet eerst moeten worden aangepast (Wet op Privacy) 918 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 340 Motie-Schouten/Yücel over een concreet actieplan voor de Rijsincassovisie In de schuldenbrief van 01-07-2016 is een eerste invulling gegeven aan de motie. De verdiepende verkenning van concretisering van de rijksincassovisie is in het najaar van 2016 gereed Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2197 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 919 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 342 Motie-Van Veldhoven/Kos¸er Kaya over de vaste lasten betalen voor mensen met gediagnosticeerd laag IQ Binnen het ondersteuningsprogramma effectieve schuldhulp, waaraan o.a. de VNG, Divosa, de NVVK en SZW deelnemen, wordt besproken hoe gemeenten nu omgaan met mensen met een laag IQ en met welke dienstverlening gemeenten hen het beste kunnen ondersteunen. Goede voorbeelden zal SZW via de portal www.effectieve-schuldhulp.nl verspreiden. Planning oktober 2016 920 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 344 Motie-Van Veldhoven/Kos¸er Kaya over ondersteunen van lokale pilots gericht op schuldpreventie Voorbeelden worden opgenomen in de volgende verzamelbrief. Planning oktober 2016 921 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 344 Motie-Yücel/Schouten over bevorderen dat organisaties werk gaan maken van een sociale incasso In het rapport over de concretisering van de rijksincassovisie dat in het najaar naar de Tweede Kamer zal gaan, zal verdere invulling gegeven worden aan deze motie. Planning december 2016 922 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 345 Motie-Yücel over aansluiten van rijksoverheidsinstanties op het landelijk beslagregister Op dit moment wordt er een verkenning gedaan naar de verbreding van het beslagre-gister. In het najaar is het eindrapport afgerond. De Tweede Kamer zal dan geïnfor-meerd worden over de voortgang van de verbreding. Planning najaar 2016 924 Kamerstukken II, 2015–2016, 30 950, nr. 95 Motie-Amhaoch/Marcouch over de rol van het bedrijfsleven in het Nationaal Actieprogramma tegen discriminatie Planning: motie loopt mee in de tweede Voortgangsrapportage Actieplan Arbeids-marktdiscriminatie die voorzien is voor najaar 2016 927 Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 336 Gewijzigde motie-Van Weyenberg over evaluatie van de Wet verevening pensioenrechten Bij brief van 11-07-2016 is de Tweede Kamer meegedeeld dat samen met Veiligheid en Justitie deze evaluatie ter hand wordt genomen en de Tweede Kamer voor 01-07-2017 over het resultaat wordt geïnfor-meerd 928 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 475-XV, nr. 8 Motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma over het niet naar achteren schuiven van middelen Indien er de intentie is om middelen van de sectorplannen naar achteren te schuiven, zal overleg met de Tweede Kamer gevoerd worden. Nog niet bekend op welke termijn 929 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 475-XV, nr. 9 Motie-Pieter Heerma c.s. over de capaciteit van de Inspectie SZW Is in onderzoek genomen. De Tweede Kamer wordt geïnformeerd voorafgaande aan de begrotingsbehandeling 2017 in december van dit jaar 930 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 475-XV, nr. 10 Motie-Schut-Welkzijn c.s. over de bestrijding van ouderenwerk-loosheid In de begroting 2017 wordt een stuk opgenomen dat beantwoordt aan deze motie 932 Kamerstukken II, 2015–2016, 22 831, nr. 111 Motie-Azmani/Knops over voorkomen van afdracht van gemeenschapsgeld aan een buitenlandse mogendheid Afhandeling motie in afwachting onderzoek in het kader van motie 938. Verwachtte afhan-deling: na Prinsjesdag 938 Kamerstukken II, 2015–2016, 22 831, nr. 118 Gewijzigde motie-Karabulut over het in kaart brengen van het netwerk en de vertegenwoordigers van het Eritrese regime in Nederland De motie wordt na Prinsjesdag afgehandeld. PvE ligt ter goedkeuring bij de Minister van SZW Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2198 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 939 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 731 Motie-Van Weyenberg/Ziengs over zo snel mogelijk afspraken maken met de Aziatische horecasector Verzoek van deze motie wordt verwerkt in wijzigingen van de Regeling Uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Ruwav) en het Besluit Uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Buwav). De regeling wordt voor 1 oktober 2016 gepubliceerd, zoveel eerder als mogelijk. De wijziging van het Besluit lukt niet voor 1 oktober 2016. Streefdatum is voor 1 januari 2017 941 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 733 Gewijzigde motie-Ulenbelt/Kerstens over het buiten werking stellen van de detacheringsrichtlijn door Frankrijk Planning: voor 1 oktober 2016 brief naar de Tweede Kamer 942 Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 734 Motie-Ziengs/Van Weyenberg over een flexibel quotum dat wordt aangepast aan de daadwerkelijke behoefte aan koks Verzoek van deze motie wordt verwerkt in wijzigingen van de Regeling Uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Ruwav) en het Besluit Uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Buwav). De regeling wordt voor 1 oktober 2016 gepubliceerd, zoveel eerder als mogelijk. De wijziging van het Besluit lukt niet voor 1 oktober 2016. Streefdatum is voor 1 januari 2017 943 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 22 Motie Schouten/Pieter Heerma over meetellen van de inkoop van diensten voor de banenafspraak als het werk niet op locatie bij de opdrachtgever gebeurt Het advies van de Werkkamer wordt eind derde kwartaal 2016 verwacht. Planning brief aan Tweede Kamer: vierde kwartaal 2016 944 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 29 Motie-Kos¸er Kaya over alles op alles zetten om het doelgroepenre-gister zo snel mogelijk up to-date te brengen De Tweede Kamer wordt middels een brief geïnformeerd vóór 1 december 2016 945 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 33 Gewijzigde motie-Voortman c.s. over de algemene maatregel van bestuur zo snel mogelijk aan de Kamer sturen Aan de afwikkeling van de motie wordt gewerkt. Planning begin januari 2017 946 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 31 Motie-Pieter Heerma/Schouten over pilots waarbij de inkoop bij bedrijven met de hoogste trede op de PSO-ladder overdraagbaar wordt Het advies van de Werkkamer wordt eind derde kwartaal 2016 verwacht. Planning brief aan Tweede Kamer: vierde kwartaal 2016 947 Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 32 Motie-Kerstens-Nijkerken-De Haan over leerlingen uit het praktijkon-derwijs automatische in het «doelgroepenregister’opnemen De wijziging wordt uitgewerkt in lagere regelgeving. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2017 948 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 362 Motie-Kos¸er Kaya/Karabulut over in kaart brengen hoe groot de instroom, doorstroom en uitstroom van het stelsel van schuldhulpver-lening is Aan de afwikkeling van de motie wordt gewerkt. Planning begin januari 2017 949 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515 nr. 363 Motie-Moors over nader onderzoek doen naar wat nodig is om financiële educatie effectiever te maken Aan de afwikkeling van de motie wordt gewerkt. Planning begin januari 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2199 ID Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 950 Kamerstukken II. 2015–2016, 24 515, nr. 364 Motie-Moors over stopzetten van interventies, werkwijzen en voorlichtingscampagnes waarvan is aangetoond dat deze niet effectief zijn Aan de afwikkeling van de motie wordt gewerkt. Planning begin januari 2017 951 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 366 Motie-Karabulut c.s. over mogelijk maken van pilots voor effectieve schuldhulpverlening Aan de afwikkeling van de motie wordt gewerkt. Beoogd is de Tweede Kamer daarover te berichten. Planning begin januari 2017 952 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 369 Motie-Karabulut/Kos¸er Kaya over advies van de SER en het SCP over het terugdringen van het aantal kinderen in armoede Aan de afwikkeling van de motie wordt gewerkt. Beoogd is de Tweede Kamer daarover te berichten. Planning begin april 2017 953 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 370 Motie-Yücel over een integrale en bredere kindpakketten Aan de afwikkeling van de motie wordt gewerkt. Beoogd is de Tweede Kamer daarover te berichten. Planning begin december 2016 954 Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 371 Motie-Schouten/Karabulut over onderzoek naar toenemende armoede onder werkenden Aanvraag voor informatie bij het CBS wordt voorbereid. Het moet gereed zijn voor de begrotingsbehandeling van december 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2200 B.5.3 Afgehandelde toezeggingenOverzicht van door de bewindspersonen afgehandelde toezeggingen vergaderjaar 2008–2009 ID1 Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 2120 03-03-2009 Plenaire behandeling wetsvoorstel Wijziging van de Werkloos-heidswet in verband met het vergroten van de kans op werk van langdurig werklozen (Passende arbeid) De Minister zegt toe dat hij het samenstel van regelingen zal evalueren. Het tijdstip van die evaluatie wet verbetering kansen langdurig werklozen wordt nader bezien in verband met de economische omstandigheden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 29-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 26 448 nr. 556) 2538 Uitgaande brief 27-03-2009 rapportage incidenten BRZO «99 bedrijven over het kalenderjaar 2007 (Kamerstukken II, 2008–2009, 25 884, nr. 144) Incidentenrapportage MHC/ BRZO: De Minister heeft toegezegd om met ingang van 2008 in een driejaren cyclus de Tweede Kamer incl. bedrijfsleven te informeren over de onderzochte ongevallen en de resultaten van de MHC/BRZO-onderzoeken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-09-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 26 956, nr. 2014)1 Dit is een identificatienummer voor de administratie van de toezegging binnen het Ministerie van SZW.Overzicht van door de bewindspersonen afgehandelde toezeggingen vergaderjaar 2011–2012 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 2531 07-09-2011 AO Arbeids-marktbeleid Uitvragen suggesties aan werkgevers verlichting administra-tieve lasten na afschaffing kleine banenregeling. Ten aanzien van administratieve lastenverlichting in verband met afschaffing van de regeling kleine banen zal de Minister werkgevers vragen welke mogelijkheden ze daartoe concreet zien, suggesties oppikken en desgewenst met de Tweede Kamer communiceren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 24-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 356, nr. 89)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2201 Overzicht van door de bewindspersonen afgehandelde toezeggingen vergaderjaar 2012–2013 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 2772 23-10-2012 Plenaire behandeling Wet vereen-voudiging regeling UWV (33 327) Monitoring en evaluatie wet vereenvoudiging regelingen UWV. De uitvoering van de startersre-geling zal vanaf 1 januari gemonitord worden, onder meer om te bezien of het gebruik van de regeling afneemt. De resultaten daarvan worden na 1 jaar aan de Tweede Kamer gerapporteerd. De toepassing van de wijziging in de dagloonregels die uit het wetsvoorstel voortvloeit zal eveneens worden gemonitord en hierover zal na 2 jaar worden gerapporteerd aan de Tweede Kamer. In zijn brief van 29-10-2012 heeft de Staatssecretaris toegelicht dat UWV de nieuwe berekening zal monitoren. Dit heeft mede betrekking op de consequenties van het werken met het loon uit de laatste dienstbetrekking en het gebruik van de dagloongarantiere-geling. De Staatssecretaris zal de Tweede Kamer informeren over de resultaten van deze monitoring. De hele evaluatie van het wetsvoorstel inclusief de andere maatregelen die daarin voorliggen gebeurt na 2 jaar Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 29-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 26 448, nr. 556) 2822 03-04-2013 AO Beleidsdoor-lichting Algemene nabestaandenwet (Anw) De Staatssecretaris zal dmv de Verzamelbrief gemeenten oproepen zich actiever in te zetten om nabestaanden te ondersteunen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 25-09-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 538, nr. 196) 2843 25-04-2013 AO Arbeidsmi-gratie De Minister zal de Tweede Kamer halfjaarlijks informeren over de voortgang van de aanpak van schijnconstructies Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 17 050, nr. 522) 2847 23-05-2013 AO arbeidsom-standigheden De Minister informeert de Tweede Kamer over voorstel(len) om nationale kop(pen) te schrappen, op moment dat dit aan de orde is Deze toezegging wordt ingevuld met toezegging 3230 2870 Uitgaande brief 17-03-2013 Voortgangsbrief aanpak malafide uitzendbureaus G-rekening voor uitzendbureaus Er komt voorlopig geen verplichte G-rekening voor niet-gecertificeerde uitzendbureaus. Besluitvorming is uitgesteld. De Staatssecre-taris van Financiën informeert de Tweede Kamer najaar 2016 over de G-rekening in algemene zin 2878 30-05-2013 AO Pensioenon-derwerpen De Staatssecretaris neemt in het traject pensioenopbouw voor zelfstandigen de PPI en de verlenging van de vrijwillige voortzetting mee Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 11-07-2016 (Kamerstukken II, 32 043 / 31 311, nr. 339)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2202 Overzicht van door de bewindspersonen afgehandelde toezeggingen vergaderjaar 2013–2014 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3001 03-12-2013 Begrotingsbe-handeling SZW 2013 De Staatssecretaris vindt het belangrijk samen met de Staatsse-cretaris van VWS goed inzicht te bieden in hetgeen er nu geregeld is voor mantelzorgers Deze toezegging is afgedaan met de Memorie van Antwoord van de WWB-maatregelen (Kamerstukken I, 2013–2014, 33 161, nr. E) 3003 05-09-2013 Debat over het bericht «In deel Schil-derswijk is sharia wet» (Van Klaveren) De Minister zegt toe ander wijken in een onderzoek te betrekken, waarbinnen zich een vergelijkbare samenspel van factoren voortdoet als in de Schilderswijk Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 18-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 118) 3011 Uitgaande brief 20-01-2014 Waardeoverdracht, (Kamerstukken II 2013–2014, 32 043, nr. 197) De Staatssecretaris streeft er naar de Tweede Kamer voorjaar 2014 van de uitkomst van het onderzoek op de hoogte te stellen, evenals van het tijdstip waarop de beoogde wetswijziging tot aanpassing van het wettelijk systeem van waarde-overdracht bij de Tweede Kamer kan worden ingediend Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 315) 3029 23-01-2014 AO Verzuimbe-geleiding Voor enkele procenten als ziek registreren. De Minister zal de administratieve ziekmeldingen, waarbij de werkgever de werknemer voor enkele procenten als ziek registreert, bespreken met de Stuurgroep Verbetering Poortwachter Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 10-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 802 nr. 16) 3030 23-01-2014 AO Verzuimbe-geleiding Gedragscode bescherming persoonsgegevens CBP. De Minister zal het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) vragen naar hun bereidheid om de gedragscode met betrekking tot het uitwisselen van persoons-gegevens te actualiseren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 10-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 802, nr. 16) 3031 23-01-2014 AO Verzuimbe-geleiding Overleg met Verbond van Verzekeraars over privacy. De Minister zal in gesprek gaan met het Verbond van Verzekeraars over suggesties ter verbetering van het reintegratieproces, waarbij privacy voorop blijft staan Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 10-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 802, nr. 16) 3043 Verslag plenair debat wetsvoorstel hervorming kindregelingen Jaarlijks monitoren van fraude mbt alleenstaande ouderkop in kindgebondenbudget Is gepubliceerd in halfjaarsrapportage belastingdienst op 16-09-2015 3049 Uitgaande brief 04-04-2014 Maatschappelijke dialoog over toekomst pensioen-stelsel. (Kamerstukken II, 2013–2014, 32 043, nr. 204) De Staatssecretaris is van plan de Tweede Kamer ten minste twee keer per jaar te rapporteren over de voortgang en opbrengsten van de dialoog toekomst pensioenstelsel en de Tweede Kamer, als dat opportuun is, er uiteraard ook bij betrekken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 263) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2203 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3055 12-03-2014 AO Integratie-onderwerpen De Minister zegt toe dat Tweede Kamer in het voorjaar van 2015, na de afronding van de pilots, een evaluatie van de participatiever-klaring ontvangt, waarin ook nadrukkelijk wordt gekeken naar andere landen (o.a. Frankrijk, Zwitserland, Denemarken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 115) 3066 Uitgaande brief 11-04-2014 Schriftelijk overleg vaste commissie voor SZW over diverse pensioenonder-werpen (Kamerstukken II 2013–2014, 32 043, nr. 206) «De doorsneepremiesystematiek heeft voordelen, maar leidt als gevolg van diverse ontwikkelingen steeds vaker tot effecten die vroeger niet optraden en die bij de invoering niet waren voorzien. In vervolg op het rapport van het CPB zal het kabinet onderzoeken hoe omgegaan kan worden met de doorsneepremie. Het kabinet zal daarbij verschillende modaliteiten verkennen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 263) 3072 16-04-2014 AO Pensioenon-derwerpen De Staatssecretaris gaat in gesprek met de pensioensector over hoe pensioenfondsen omgaan met vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw voor ex-werknemers die na ontslag zzp-er zijn geworden. In dat verband verzoekt de Staatssecre-taris de Minister van BZK daarover in gesprek te gaan met ABP Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 11-07-2016 (Kamerstukken II, 32 043/31 311, nr. 339) 3079 Uitgaande brief 16-05-2015 Actieplan arbeidsmarktdis-criminatie en kabinetsre-actie SER advies «Discrimi-natie werkt niet» Arbeidsdiscriminatie/PSA: De Inspectie SZW analyseert de bij het College Rechten van de Mens beschikbare informatie over discriminatie op de arbeidsmarkt en start indien daartoe aanleiding is een nalevingsonderzoek op grond van de arbo-wet. De Inspectie SZW richt nog dit jaar een programma PSA in. Hiervoor worden eind 2014, begin 2015 verkenningen uitgevoerd. Op basis van deze verkenningen worden mogelijke interventies geprogram-meerd. En rapporteert de Tweede Kamer hierover bij voortgangsbrief 2015. In het AO Arbeidsdiscrimi-natie van 21-05-2014 heeft de Minister aanvullende toegezegd om zo mogelijk in de voortgangs-brief (najaar van 2014) een stand van zaken te geven van het overleg tussen de Inspectie en het College van de Rechten van de Mens. Dit overleg richt zicht op de analyse die de Inspectie doet van de beschikbare informatie bij het College over discriminatie op de arbeidsmarkt Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 649) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2204 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3080 Uitgaande brief 12-05-2014 Aanpak malafide uitzend-bureaus en zelfregulering. (Kamerstukken II, 2013–2014, 17 050, nr. 473) AMU/Maatregelen zelfregulering: De Minister heeft toegezegd toe te zien op snelle invoering van de maatregelen in het kader van zelfregulering en tussentijds de voortgang te monitoren. Over een jaar wordt de Tweede Kamer geinformeerd over de resultaten van het pakket aan maatregelen betreffende zelfregulering Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 641) 3081 Uitgaande brief 16-05-2014 Actieplan Arbeidsmarktdis-criminatie en kabinetsre-actie SER advies «Discrimi-natie werkt niet!» (Kamerstukken II 2013–2014, 29 544, nr. 523) Het kabinet gaat, in die gevallen waarin dat juridisch mogelijk is, in de nieuwe contracten een clausule opnemen waarin is vastgelegd dat het contract zal worden beëindigd als bedrijven, of de leiding van bedrijven, onherroepelijk strafrech-telijk zijn veroordeeld voor discriminatie. Tevens gaat het kabinet, opnieuw in die gevallen waarin dat juridisch mogelijk is, in de aanbestedingsdocumenten een clausule opnemen dat, als bedrijven of de leiding van bedrijven onherroepelijk strafrech-telijk zijn veroordeeld voor discriminatie in de vier jaren voorafgaande aan een aanbeste-dingsprocedure, deze bedrijven uitgesloten worden bij aanbeste-dingsprocedures van het Rijk. Generieke toepassing van deze clausules is niet mogelijk gebleken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 649) 3083 Uitgaande brief 16-05-2014 Actieplan arbeidsmarktdis-criminatie en kabinetsre-actie SER advies «Discrimi-natie werkt niet!» (Kamerstukken II, 2013–2014, 29 544, nr. 523) Het kabinet zal in 2014 starten met aanvullend onderzoek naar arbeidsmarktdiscriminatie. Momenteel verkent het kabinet de haalbaarheid en opzet van een onderzoek om middels on-line sollicitatieplatforms te achterhalen hoe werkgevers op CV’s met verschillende persoonskenmerken reageren. Hierbij zal ook worden bekeken hoe discriminatie bij het zoeken van stages en leerbanen in beeld gebracht kan worden. Het kabinet is voornemens om het onderzoek na twee jaar te herhalen om te zien of er een verschil is met de resultaten van het eerste onderzoek. Met de toezegging om nieuw onderzoek te doen geeft het kabinet invulling aan de motie Van Weyenberg c.s Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 649) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2205 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3092 13-02-2014 Plenair debat Wwz (33 818) Voortzetting De Minister zegt toe om de komende tijd ook breder de vinger aan de pols te houden met betrekking tot de positie van het MKB. Het gaat dan om een agenda voor het MKB, samen met de Minister van Economische Zaken en het MKB zelf over o.a. adminis-tratieve lasten, ondersteuning bij sectorplannen en de loondoorbe-taling bij ziekte (hoe kun je samen de premie drukken, want het risico is groot). De Minister zal binnen een jaar in het bredere kader van de MKB-agenda terugkoppelen wat daar aan de orde komt over cumulatie van de transitiever-goeding en loondoorbetaling tijdens ziekte Afgehandeld met brieven aan de Tweede Kamer d.d. 21-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 17 en Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 717) 3098 27-05-2014 Verzoek mw. Karabulut tijdens de RvW 5 maart 2013 om een dertigledendebat inz. de gevolgen fraudewet in de sociale zekerheid Toegezegd om voor 01-01-2014 te komen met een concrete uitwerking van de maatregelen die ik in mijn brief van 26-05-2014 (Kamerstukken II, 2013–2014, 17 050 nr. 474) heb aangekondigd en daarbij de overweging over de mogelijke aanpassing van de wet WAV/WAADI) te betrekken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 144, nr. 27) 3112 04-06-2014 AO Arbeids-marktbeleid In de volgende reguliere jaarrap-portage over de cao-afspraken wordt aandacht besteed aan het monitoren van bovenwettelijke aanvullingen op de WW Afgehandeld met Rapportage CAO-afspraken 2015 d.d. 04-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 727) 3124 26-04-2014 Wetgevings-overleg Jaarverslag SZW Mobiliteitsbonussen kunnen leiden tot draaideureffecten. SZW komt terug op het signaal dat mobili-teitsbonussen tot draaideureffecten kunnen leiden Dit is wettelijk gerepareerd in de memorie van toelichting van het Wetsvoorstel Wet tegemoetkomingen loondomein. Beoogde invoeringsdatum 1 januari 2017 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 304, nr. 3, blz. 12) 3126 25-06-2014 AO Arbeidson-geschiktheid Plan van aanpak kanker en werk. De Minister zal in gesprek gaan met partijen om te kijken hoe kankerpatiënten na herstel weer aan de slag kunnen/ blijven. De Minister zegt een brief toe vóór het eind van het jaar. Hij stuurt in september een procedurele brief over de aanpak Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 10-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 802, nr. 16) 3127 25-06-2014 AO Arbeidson-geschiktheid Informeren over gelijk speelveld. De Minister zegt toe de Tweede Kamer na de zomer of begin van het najaar te informeren over het overleg met het Verbond van Verzekeraars over het gelijk speelveld in de WGA indien hier aanpassingen uit voortkomen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 22-06-2015, (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 716, nr. 18) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2206 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3135 Uitgaande brief 02-07-2014 Antwoorden nader schriftelijk overleg wijziging Schattingsbesluit Toezenden herziene richtlijn «Verminderde arbeidsduur». Vanaf 1 januari 2015 zal een herziene richtlijn «Verminderde Arbeidsduur» van kracht zijn. Deze herziene richtlijn zal te zijner tijd eveneens aan de Tweede Kamer worden gestuurd Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 197) 3140 03-07-2014 VAO Armoede en Schuldhulpverlening De Staatssecretaris stuurt voor 01-07-2016 de evaluatie van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening naar de Tweede Kamer Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 509, nr. 1) 3142 03-07-2014 VAO WWB onderwerpen en Participa-tiewet n.a.v. het AO 26 juni jl. De Staatssecretaris zal het UWV vragen om Wajongers die niet worden opgeroepen voor een beoordeling (omdat zij bijvoor-beeld in een instelling zitten) zo spoedig mogelijk te informeren. Zij zal de Tweede Kamer informeren over de wijze van beoordeling Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 197) 3143 25-06-2014 AO Arbeidson-geschiktheid Juridische procedures beroepsziek-ten:de Minister zegt toe dat hij dit jaar een brief stuurt over het bekorten van de duur van juridische procedures met betrekking tot het verhalen van werkgerelateerde schade Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 12-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 25 883, nr. 262) 3147 03-07-2014 Plenaire behandeling van de Verzamelwet pensioenen 2014 (33 863) De Staatssecretaris heeft in reactie op een verzoek van de heer Van Weyenberg toegezegd de Tweede Kamer inzicht te bieden in hoe de governance bij beroepspensioen-fondsen gestalte krijgt en daarbij aandacht te schenken aan de gepensioneerden in het bestuur Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 13-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 33 863, nr. 33) 3157 03-07-2014 VAO WWB onderwerpen en Participa-tiewet n.a.v. het AO 26 juni jl. De Staatssecretaris zal het UWV vragen om Wajongers die niet worden opgeroepen voor een beoordeling (omdat zij bijvoor-beeld in een instelling zitten) zo spoedig mogelijk informeren. Zij zal de Tweede Kamer informeren over de wijze van beoordeling Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 197) 3217 Uitgaande brief 16-05-2014 Actieplan arbeidsmarktdis-criminatie en kabinetsre-actie SER advies «Discrimi-natie werkt niet!» (Kamerstukken II, 2013–2014, 29 544, nr. 523) De Minister zal in 2015 rapporteren over het actieplan arbeidsmarktdis-criminatie Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 649) 3234 31-10-2013 AO Handhaving De Minister zegt toe voor het volgende AO Handhaving inzicht te geven in de resultaten van Syri Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 29-06-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 17 050, nr. 508)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2207 Overzicht van door de bewindspersonen afgehandelde toezeggingen vergaderjaar 2014–2015 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3166 13-10-2014 Wetgevings-overleg Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensi-oenregeling en de Invoerings- en aanpas-singswet Pensioenwet ivm aanpassing van het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (Wet aanpassing financieel toetsingskader) In mei 2015 zal de Staatssecretaris de hoofdlijnennotitie over de uitkomsten van de nationale pensioendialoog naar de Tweede Kamer doen toekomen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 263) 3167 13-10-2014 Wetgevings-overleg Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensi-oenregeling en de Invoerings- en aanpas-singswet Pensioenwet ivm aanpassing van het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (Wet aanpassing financieel toetsingskader) Eind 2015 zal de Staatssecretaris de Tweede Kamer informeren over de uitkomsten van het onderzoek van DNB naar de ontwikkeling van de pensioenpremies Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-03-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 255) 3168 13-10-2014 Wetgevings-overleg Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensi-oenregeling en de Invoerings- en aanpas-singswet Pensioenwet ivm aanpassing van het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (Wet aanpassing financieel toetsingskader) Zodra EIOPA – in het kader van Solvency II – een UFR vaststelt voor de waardering van verplich-tingen van verzekeraars, zal de Staatssecretaris onderzoeken of het wenselijk is de UFR die voor Nederlandse pensioenfondsen geldt, te stroomlijnen met de UFR voor verzekeraars Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 17-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 265 en I 33 972, Q) 3169 13-10-2014 Wetgevings-overleg Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensi-oenregeling en de Invoerings- en aanpas-singswet Pensioenwet ivm aanpassing van het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (Wet aanpassing financieel toetsingskader) In november 2014 zal de Staatsse-cretaris de Kamer schriftelijk informeren over de verkenning van het voorstel van de RMU om pensioenpremies, respectievelijk pensioenaanspraken, te kunnen benutten voor de aflossing van woningschulden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 288) 3179 01-10-2014 Vervolg AO Kinderopvang De Minister zal de door BKK geselecteerde trainingen voor het verbeteren van taal- en interactie-vaardigheden monitoren en de Tweede Kamer medio 2016 informeren over het bereik en de gebruikerservaringen van deze trainingen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 322, nr. 305) 3181 24-09-2014 AO Kinder-opvang De Minister zal onderzoek doen naar de positie van werknemers in faillissement Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 26-08-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 33 695, nr. 9) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2208 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3194 05-11-2014 AO Pensioenon-derwerpen In voorjaar 2015 onderzoek naar Tweede Kamer over gepensio-neerden in bestuur beroepspensi-oenfondsen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 13-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 33 863, nr. 33) 3201 19-11-2014 AO Dienstver-lening aan huis Voor het zomerreces 2015 informeert de Minister de Tweede Kamer over de resultaten van het onderzoek naar de mogelijkheid van omzetting van het dagencri-terium in een urencriterium in de Regeling dienstverlening aan huis Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 652) 3210 26-11-2014 Begrotingsbe-handeling SZW Dekking kinderbijslag BES. De Staatssecretaris herhaalt de eerdere toezegging mbt verzilve-ringsproblematiek van de kinderbijslag op de BES-eilanden en zal zich inspannen voor het vinden van een dekking (zie begroting 2015, motie Schouten/Van Laar stuknummer 36) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 327, A/nr. 1) 3216 09-12-2014 Stemmingen n.a.v. ingediende moties bij het VAO Pensioenen van 9 december jl. motie Omtzigt c.s. over niet voor 1 februari 2015 agenderen van het IORP-2 voorstel-motie Omtzigt c.s. over niet instemmen met de IORP-2 pensioenrichtlijn Staatssecretaris is bereid om de Tweede Kamer te informeren als uit de onderhandelingen en de trialoog over de IORP-richtlijn blijkt dat de uitkomst afwijkt van datgene wat nu voorligt Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 24-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 391, nr. 14) en met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 391, nr. 16) 3219 26-11-2014 Begrotingsbe-handeling SZW De uitkomsten van het IBO-onderzoek de belastingenher-zieningen en loondoorbetaling De Minister zegt toe te proberen de uitkomsten vanhet IBO-onderzoek, de belastingherzieningen en de discussie over loondoorbetaling bij ziekte samen te pakken (Vermeij, PvdA) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 311, nr.154) 3227 Verslag debat Nasleep aanslag Parijs De Minister zegt toe dat hij in de eerst volgende voortgangsrappor-tages rondom het actieplan jihadisme in te gaan op de punten van Kamerlid Van Oijk die verzoekt de Minister om na te gaan of er voldoende expertise wordt opgebouwd bij de gemeenten en of er voldoende gebeurt in de eerste lijn omtrent jihadisme Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 12-10-2015. (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 754, nr. 323) 3236 22-01-2015 AO Inburgering De Minister zegt toe vóór de zomer een brief naar de Tweede Kamer te sturen over resultaten pilot participatieverklaring: daarin zal ook worden ingegaan op de «verdieping» van KNS (grond-rechten, vrijheden, normen en waarden) in het inburgerings-examen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 115) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2209 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3237 22-01-2015 AO Inburgering De Minister zegt toe om eind 2015 een brief naar de Tweede Kamer te sturen, waarin inzicht wordt geboden in prijs en kwaliteit van inburgeringscursussen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-02-2016 (Kamerstukken, II, 2015–2016, 32 824, nr. 121) 3240 22-01-2015 AO Inburgering De Minister zegt toe na de zomer brief aan de Tweede Kamer te sturen met update inburgerings-examens en leningen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 02-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, nr. 32 824, nr. 105) 3241 22-01-2015 AO Inburgering De Minister zegt toe vóór zomer de Tweede Kamer te informeren over wat gedaan is aan de knelpunten in het overgangsrecht nav brief BVNT2: verzilveren gehaalde examenonderdelen, berekening aantal uren voor ontheffing en eis van gekeurmerkte instellingen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 02-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 824, nr. 105) 3248 28-01-2015 AO Pensioenon-derwerpen Wetsvoorstel optimalisering premie-overeenkomsten gaat voor de zomer naar de Tweede Kamer, als dat niet lukt krijgt de Tweede Kamer tijdig een brief Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-05-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 047, nr. 257) 3253 28-01-2015 AO Pensioenon-derwerpen Er zal voorts in de context van de hoofdlijnennota toekomstvisie met de pensioensector worden gesproken over doorontwikkeling premieovereenkomsten in relatie tot bedrijfstakpensioenfondsen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 265) 3254 28-01-2015 AO Pensioenon-derwerpen De Staatssecretaris duikt in de communicatie over pensioen-opbouw tijdens ww, alsmede over nabestaandenpensioen op risicobasis en stuurt daarover voor eind maart een brief naar de Tweede Kamer Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 05-06-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 258) 3256 Uitgaande brief 05-02-2015 Nota n.a.v. Verslag en nota van wijziging Wet aanpak schijnconstructies De inhoud en strekking van de amvb (bij openbaarmaking inspectiegegevens) zal worden gedeeld met de Tweede Kamer Afgehandeld met 4e Voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer d.d. 01-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 17 050, nr. 522) 3258 Verslag VAO Nederlandse inkomens- en vermogens-ongelijkheid d.d. 05–02 2015 In reactie op de vraag van Nijboer en Koolmees, is een kabinetsre-actie toegezegd op het rapport van SCP (sociaal en cultureel rapport 2014), over ongelijkheid in Nederland Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 05-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 000 XV nr. 7) 3262 25-02-2015 Plenair debat Wetsvoorstel Pensioen-communicatie(34 008) Artikel met link naar instrument voor financiële planning wordt uit de concept amvb pensioencommu-nicatie gehaald Afgehandeld met AmvB pensioencommuni-catie die per 1 juli 2015 in werking is getreden. (Stb. 2015, 259) 3263 25-02-2015 Plenair debat Wetsvoorstel Pensioen-communicatie Binnen half jaar ontvangt de Tweede Kamer een analyse van de rechten die kunnen worden ontleend aan het UPO Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 03-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2210 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3264 25-02-2015 Plenair debat Wetsvoorstel Pensioen-communicatie(34 008 Binnen een half jaar ontvangt de Tweede Kamer nadere informatie over de mogelijkheden voor uitbreiding van het pensioenre-gister met derdepijlerproducten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 17-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 008, nr. 36) 3265 25-02-2015 Plenair debat Wetsvoorstel Pensioen-communicatie Tijdens de Pensioen3-daagse wordt publieksaandacht gevraagd voor het Pensioenregister Afgehandeld tijdens Pensioendriedaagse begin nov.2015 3266 25-02-2015 Plenair debat Wetsvoorstel Pensioen-communicatie(34 008) De Pensioenkijker wordt geactuali-seerd en andere websites worden tegen het licht gehouden Afgehandeld. Pensioenkijker is inmiddels geactualiseerd 3268 25-02-2015 Plenair debat Wetsvoorstel Pensioen-communicatie Binnen twee maanden ontvangt de Tweede Kamer een brief waarin de gemaakte keuzes t.a.v. de reële dekkingsgraad worden toegelicht Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 28-05-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 32) 3269 25-02-2015 Plenair debat Wetsvoorstel Pensioen-communicatie Met het Pensioenregister wordt besproken hoe en wanneer de levensverwachting kan worden ingebouwd bij de weergave van het te bereiken pensioeninkomen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 13-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 34) 3274 11-02-2015 2e termijn AO Arbeidsmarktbeleid Werkervaringsplaatsen/Wml Bij de behandeling 2e termijn van het AO Arbeidsmarktbeleid 11-02-2015 is in een reactie op een vraag van Ulenbelt (SP) door de Minister toegezegd om de Tweede Kamer te informeren over de meldingen m.b.t. de werkerva-ringsplaatsen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 15-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, Aanhangsel 883) 3275 04-03-2015 AO WWB-onderwerpen en Participatiewet In het najaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken hoe gemeenten invulling geven aan beschutte werkplekken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 18-09-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 30 545, nr. 189) 3278 04-03-2015 AO WWB-onderwerpen en Participatiewet De Staatssecretaris brengt in de loop van het jaar met collega van VWS verslag uit over inspanning/voorstellen op het vlak van begeleiding naar werk van mensen met een psychische belemmering Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 28 719, nr. 95) 3279 04-03-2015 AO WWB-onderwerpen en Participatiewet De Staatssecretaris informeert de Tweede Kamer voor de zomer over de stand van zaken m.b.t. Proson Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 24-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 252, nr. 19) 3281 04-03-2015 AO WWB-onderwerpen en Participatiewet De Staatssecretaris informeert de Tweede Kamer in het najaar over de tussenstand van het aantal extra banen uit hoofde van de baanaf-spraak sociaal akkoord, inclusief aantal extra banen in 2014 Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 03-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 640) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2211 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3283 Uitgaande brief 02-03-2015 brief n.a.v. Wetsvoorstel pensioencommunicatie (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 30) De Staatssecretaris zal hierover contact opnemen met de pensioen-uitvoerders, omdat zij op basis van de huidige wetgeving nog de UPO-modellen vaststellen. Daarbij zal de Staatssecretaris onder meer aan de orde stellen of het niet mogelijk is uit te gaan van de actuele rekenrente, die de betrokken pensioenuitvoerder hanteert bij de aankoop van pensioen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2015, 34 008, nr. 35) 3284 11-03-2015 AO Arbeidsmi-gratie De Minister informeert de Tweede Kamer als afspraken uit het Convenant Aziatische Horeca niet worden nagekomen of zaken niet goed gaan Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 31–05-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 681, nr. 43) 3285 05-03-2015 2e Termijn AO Arbeidsmarktbeleid De Minister stuurt de Tweede Kamer 6 en 12 maanden na inwerkingtreding van de Wwz een beeld over de effecten van het overgangsrecht transitiever-goeding voor seizoenswerkers op basis van contacten met organi-saties van werkgevers en werknemers Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 18) 3286 11-03-2015AO Arbeidsmigratie De Minister informeert de Tweede Kamer voor de zomer over het standpunt inz. het Duitse minimumloon, inclusief de vraag of het Nederlandse WML ook voor internationaal transport door in het buitenland gevestigde transporton-dernemingen zou moeten gelden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 861, nr. 39) 3287 11-03-2015 AO Arbeidsmi-gratie De Minister stuurt de Tweede Kamer voor 1 mei 2015 een brief over de waarschuwing Wav en stand van zaken Fair Produce Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 144, nr. 27) 3288 26-02-2015 Plenaire behandeling Wet aanpak schijnconstructies De Minister zal Tweede Kamer voor 1 juni 2015 een brief sturen met de voors en tegens van het verbod op inhoudingen voor kosten van huisvesting en zorgverzekering op het wettelijk minimumloon Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 716) 3289 26-02-2015 Plenaire behandeling Wet aanpak schijnconstructies. De Minister zegt toe te bezien of het, bijvoorbeeld in het geval waarin er sprake is van overeengekomen tarieven, in het licht van de strijd tegen schijnzelfstan-digheid in de rede zou kunnen liggen om de ketenaansprakelijkheid open te stellen De Minister zegt toe te bezien of het, bijvoorbeeld in het geval waarin er sprake is van overeenge-komen tarieven, in het licht van de strijd tegen schijnzelfstandigheid in de rede zou kunnen liggen om de ketenaansprakelijkheid open te stellen Afgehandeld met 4e Voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer d.d. 01-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, nr. 17 050, nr. 522) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2212 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3294 25-03-2015 AO Armoede- en Schuldenbeleid De Staatssecretaris zal voor het zomerreces een brief naar de Tweede Kamer sturen met daarin de volgende punten:De uitkomsten van gesprekken die de Staatssecre-taris gaat voeren met banken over preventie en vroegsignalering van schulden. Een reactie op het onderzoek Inkomenseffecten landelijke en gemeentelijke minimaregelingen van KWIZ, uitgevoerd in opdracht van de SP. In samenspraak met OCW zal de Staatssecretaris de Tweede Kamer informeren over het kader rondom (dakloze) jongeren, schuldhulpver-lening en studiefinanciering.In samenspraak met Financiën een toelichting op het partnerbegrip in een aantal specifieke situaties inzake het aanvragen van de alleenstaande ouderenkop Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 02-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 24 515, nr. 310) 3303 31-03-2015 Mondelinge vraag van het lid Ulenbelt (SP) aan de Minister van SZW over de uitspraken van de Minister inzake pakketbezorgers bij de actie voor het Ministerie van SZW (eigen waarneming) De Minister kondigt aan voor de zomer te komen met een concrete aanpak voor de pakketsector. Hij is bereid in gesprek te gaan met de Minister van EZ, zonder belofte daarover. Hij zal met EZ/ACM kijken naar de mogelijkheden voor zzp’ers om gezamenlijk te onderhandelen over prijzen. Het resultaat neemt de Minister mee in de brief over de verkenning. De Minister gaat ook in gesprek met de sector. De resultaten gaan mee in de brief over de verkenning Afgehandeld met brief van aan de Tweede Kamer d.d. 23-09-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 502, nr. 115) 3306 Uitgaande brief 23-04-2015 schriftelijk overleg n.a.v. Wetsvoorstel aanpak schijnconstructies en schijnzelfstandigheid. (Kamerstukken I, 2014–2015, 34 108, D) De Minister zal de sociale partners in de pakketdienstensector uitnodigen om in gesprek te gaan over de vraag hoe tot een duurzaam stelsel van arbeidsre-laties kan worden gekomen. Afhankelijk van de ontwikkelingen en bevindingen in de loop van 2015, zal hij aan het eind van dit jaar bezien of aanvullende (wettelijke) maatregelen nodig zijn. Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 23-09-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 502, nr. 115) 3307 23-04-2015 AO Arbeids-marktbeleid Voor de begroting wordt er een brief naar de Tweede Kamer verzonden met daarin de aanpak jeugdwerkloosheid omgezet in afspraken en akkoorden (in aanvulling op de brief met OCW) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 29-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 675) 3308 23-04-2015 AO Arbeids-marktbeleid De vragen over het gebruik van het doelgroepenregister zal de Staatssecretaris beantwoorden voor 1 juli Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-05-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 614) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2213 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3309 10-12-2014 Wetgevings-overleg Wet Banenafspraak en quotum arbeidsbe-perkten De Staatssecretaris zeg toe te bezien of in de specifieke casus van het bedrijf Dow Chemical Company te Terneuzen, Zeeuws Vlaanderen, werk voor het bedrijf dat plaats-vindt binnen de muren van de sociale werkvoorziening mee kan tellen voor het quotum. De Staatssecretaris zal de Tweede Kamer voor 31 januari 2015 hierover informeren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d,d, 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 198) 3310 10-12-2014 Wetgevings-overleg Wet Banenafspraak en quotum arbeidsbe-perkten De Staatssecretaris zegt toe voor de zomer van 2015 terug te komen op de meeteltermijn van twee jaar Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr. 198) 3319 Verslag AO Integratie 40-06-2015 De Minister zegt toe dat, met de eerste voortgangsrapportage van het Actieprogramma Integrale aanpak jihadismee na de zomer, een toelichting wordt gegeven op de invulling van het actiepunt «tegengeluid» Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 09-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 574, nr. 326) 3320 Verslag d.d. 5 juni 2015 inzake AO Integratie 4 juni 2015 De Minister zegt toe dat voor 1 juli 2015 het onderzoek van Labyrinth naar de kwaliteit van het Motivac-tiononderzoek aan de Tweede Kamer wordt verstuurd Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 824, nr. 101) 3321 Verslag d.d. 5 juni 2015 inzake AO Integratie 4 juni 2015 De Minister zegt toe dat de Tweede Kamer in oktober 2015 het kwalitatieve onderzoek van SCP naar de opvattingen van o.a. Turks-Nederlandse jongeren ontvangt Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 16-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 117) 3322 Verslag d.d. 5 juni 2015 inzake AO Integratie 4 juni 2015 De Minister zegt toe dat het Survey Integratie Minderheden (SIM) in januari 2016 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 16-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 824, nr. 117) 3323 03-06-2015 AO gevolgen van de wet hervorming kindregelingen kinderali-mentatie De Minister heeft aangegeven de gevolgen van de WHK op kinderalimentatie kwalitatief te monitoren door in gesprek te blijven met het veld. Indien er wijzigingen zijn in de alimentatie-normen of de Hoge Raad zich heeft uitgesproken over de prejudiciële vragen zal de Minister de Tweede Kamer hierover – uiterlijk begin 2016 – informeren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-02-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 716, nr. 27) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2214 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3328 Uitgaande brief 17-06-2015 Brief n.a.v. Amendement Lodders/Vermeij: ringfencing bij fusie tussen verplichtgestelde bedrijfs-takpensioenfondsen (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 117, nr. 35) De Staatssecretaris voert momenteel onderzoek uit naar de mogelijkheid het algemeen pensioenfonds open te stellen voor verplichtgestelde bedrijfstakpensi-oenfondsen met alle bijbehorende waarborgen. Als het onderzoek tot een positieve uitkomst leidt, dan kan op die manier de gewenste schaalvergroting bewerkstelligd worden. Het onderzoek wordt deze zomer opgeleverd. Het onderzoek en de analyse van het kabinet stuurt de Staatssecretaris in het najaar 2015 naar de Tweede Kamer Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 16-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 291) 3329 28-05-2015 AO Arbeidson-geschiktheid en Beroeps-ziekten De Minister zal de Tweede Kamer voor 1 augustus 2015 informeren over de regeling voor verlof wegens een vruchtbaarheidsbe-handeling en dit thema ook betrekken in de SER adviesaan-vraag «Werken en leren in de toekomst» Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 31-08-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 25 883, nr. 258) 3331 16-06-2015 Plenaire behandeling Wet Algemeen Pensioenfonds De Staatssecretaris doet de Tweede en Eerste Kamer het advies van de Raad van State als dat beschikbaar is, en het kabinetsstandpunt daarover, zo snel mogelijk toekomen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-10-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 117, nr. 37–38 en Kamerstukken I, 34 117, C) 3333 16-06-2015 Plenaire behandeling Wet Algemeen Pensioenfonds De Staatssecretaris zal de Tweede Kamer in het najaar informeren over hoe de Nederlandsche Bank om denkt te gaan met pensioen-fondsen die te maken zouden kunnen krijgen met punten van aandacht rond gesloten boekjaren in relatie tot de vergunningver-lening van het algemeen pensioen-fonds Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 117, nr. 37–38) 3337 24-06-2015 AO WWB-onderwerpen en Participatiewet Zodra deze consequenties voor de verdeling (verdeelmodel) duidelijk zijn zal de Staatssecretaris de Tweede Kamer hierover vóór 1 augustus 2015 informeren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 16-07-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 30 545, nr. 186) 3338 24-06-2015 AO WWB-onderwerpen en Participatiewet De Staatssecretaris zegt toe in het najaar te komen met de eerder genoemde monitorgegevens (beschut werk) en een overzicht te gaan maken van gemeenten, die geen beschut werk inrichten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 675) 3339 Uitgaande brief 06-07-2015 Hoofdlijnen van een toekomstbestendig pensioenstelsel In het najaar 2015 zal de Staatsse-cretaris namens het kabinet een werkprogramma aan uw Tweede Kamer sturen, waarin zij uiteen zet welke stappen het kabinet de aankomende tijd gaat nemen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 18-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 298) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2215 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3341 17-06-2015 AO Raad WSB van 18 juni Als de Minister in het najaar in het kader van de herziening van een minimumloon zal ingaan op de discussie over de hoogte en het bestaan van een jeugdminimum-loon,zal de Minister de Tweede Kamer ook gegevens verstrekken over de hoogte van het jeugdmini-mumloon ten opzichte van het minimumloon voor volwassenen in de landen om ons heen. Het lijkt nu het beste dat de Minister integraal meeneem als de Minister de Tweede Kamer namens het kabinet over het minimumloon als geheel zal informeren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 716) 3342 08-04-2015 AO SUWI-onderwerpen De Minister zegt toe om voor de begrotingsbehandeling een brief aan de Tweede Kamer te sturen met daarin een eerste beeld over de werking van de Wwz Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 1) 3343 Plenair debat Wwz dd 16-04-2015 De Minister zegt toe om in de brief die voor de begrotingsbehandeling naar de Tweede Kamer wordt gestuurd over een eerste beeld van de werking van de Wwz (toegezegd in AO SUWI 8 april 2015) ook in te gaan op de opzet van de evaluatie van de Wwz in het algemeen en de ketenbepaling in het bijzonder Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 1) 3344 02-07-2015 Stemmingen n.a.v. ingediende moties bij het debat over bedrijven die flexkrachten ontslaan als gevolg van de Wwz De Minister nodigt FNV en LTO uit voor een overleg in augustus om te horen wat er uit hun overleg tav seizoenswerk is gekomen. Aan het begin van het parlementaire jaar stuurt de Minister een verslag van dit overleg naar de Tweede Kamer Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 16-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 79) 3345 02-07-2015 Verzoek van het lid Heerma (CDA) tijdens de RvW van 16 juni 2015 om een dertig-ledendebat inz. Onderzoek FNV naar ontslagen van flexwerkers i.v.m. de Wwz om te zetten in een meerderheidsdebat, samen met het verzoek van mw. Karabulut tijdens de RvW van 22 april jl. De Minister zal sociale partners vragen naar hun visie op een wijziging van de ketenbepaling die inhoudt dat een tweede – langjarig – contract kan worden aangegaan, zonder dat een vast contract ontstaat, mits een dergelijk contract niet tussentijds kan worden opgezegd Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 1) 3346 02-07-2015 Verzoek van het lid Heerma (CDA) tijdens de RvW van 16 juni 2015 om een dertigledendebat inz. Onderzoek FNV naar ontslagen van flexwerkers i.v.m. de Wet Werk en Zekerheid om te zetten in een meerderheidsdebat, samen met het verzoek van mw. Karabulut tijdens de RvW van 22 april jl. De Minister zal de Tweede Kamer in de brief over het eerste beeld van de werking van de Wwz ook informeren voor welke sectoren een uitzondering op de ketenbe-paling is getroffen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 16-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 79) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2216 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3347 Uitgaande brief 28-10-2014 voorstel van wet banenaf-spraak en quotum arbeidsbeperkten (33 981) Voortgang uitwerking oplossing inleenverbanden tijdens de eventuele quotumheffing. De regering zal de Tweede Kamer vóór de zomer van 2015 informeren over de voortgang van de uitwerking voor inleenverbanden tijdens de quotumheffing Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 161, nr 198). De Tweede Kamer is nogmaals geïnformeerd in de brief d.d. 23-02-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 700) 3348 08-04-2015 AO SUWI-onderwerpen Eerste beeld werking Wwz. De Minister zegt toe om vóór de begrotingsbehandeling in december 2015 een brief aan de Tweede Kamer te sturen met een eerste beeld over de werking van de Wwz Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 1) 3349 01-07-2015 AO Handhaving Geven van een nadere toelichting op de antwoorden op Tweede Kamervragen van Kamerlid Schouten over vrijwilligerswerk Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 28-09-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 17 050, nr. 521) 3350 25-06-2015 Wetgevings-overleg Verantwoordings-stukken 2014 en Slotwet Beeld en redenen van de onderrea-lisatie van de sectorplannen en of en hoe de eventuele onderuit-putting kan worden ingezet. De Tweede Kamer ontvangt als onderdeel van de half-jaarlijkse quickscan over sectorplannen in november (d.w.z. vóór de begrotingsbehandeling 2016) een gefundeerd beeld van het kasritme en uitputting van de 3e tranche sectorplannen, de onderrealisatie van het eerste en tweede aanvraagtijdvak en de redenen voor deze onderrealisatie en of en hoe de (eventuele) onderuitputting kan worden ingezet Deze toezegging is afgehandeld met de brieven van 17-11-2015 en 30-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 566, nr. 84 en 86) 3351 25-06-2015 Wetgevings-overleg Verantwoordings-stukken 2014 en Slotwet Brug-WW los van de sector-plannen. De Minister heeft toegezegd te bezien of het mogelijk is om de Brug-WW ook open te stellen voor sectoren en werkgevers zonder sectorplan De invoering van Brug-WW los van sector-plannen is aangekondigd in de brief over «Doorstart naar werk» van 30 november 2015. De regeling is gepubliceerd in de Staatscourant van 29-03-2016. (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 566, nr. 86) 3352 17-06-2015 AO Raad WSB van 18 juni 2015 De Minister zal de Tweede Kamer te zijner tijd informeren over de uitspraak van de Raad van State inzake tewerkstellingsvergun-ningen voor Japanners in relatie tot de toelating van Kroaten tot de NL-arbeidsmarkt Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 21 501-31-391) 3353 01-07-2015 Stemmingen n.a.v. de ingediende moties bij het Wetgevingsoverleg Verantwoordingsstukken 2014 en de Slotwet Zorgen voor een beperkte set indicatoren in de beleidsagenda en het beleidsoverleg om inzicht te verbeteren en betere oordeels-vorming Tweede Kamer mogelijk te maken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 11-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300, XV, nr. 12) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2217 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3360 02-07-2015 VAO Arbeids-omstandigheden (AO d.d. 28-05-2015) De Minister gaat in gesprek met de Minister van VWS over het tekort aan bedrijf- en keuringsartsen, de financiering van de opleiding en het onderzoek over het tekort en hoopt voor eind 2015 hierop terug te komen en de kamer te infor-meren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 25 883, nr. 266) 3361 28-05-2015 AO Arbeidsom-standigheden De Minister gaat het gesprek aan over pesten met: a.VNG betref-fende de reikwijdte en kracht van de landelijke commissie ongewenst gedrag. b.Stichting van de Arbeid betreffende plan van aanpak om pesten op het werk aan te pakken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-03-2016 met de beantwoording van de Kamervragen van Tanamal en Kerstens over geweld op het werk (Kamerstukken II, 2015–2016, Aanhangselnummer 1718) 3393 02-07-2015 VAO Handhaving (n.a.v. AO Handhaving van 1 juli 2015) De Minister zoekt uit wat een reëel tijdpad zou kunnen zijn voor het regelen dat gemeenten inkomens met uitkeringen kunnen verre-kenen. Dit naar aanleiding van de aangehouden motie Schut-Welkzijn (Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 516) De afwikkeling van de toezegging is niet langer noodzakelijk gelet op het feit dat de aange-houden motie waarnaar wordt verwezen door de Kamer op 31-05-2016 is verworpen (dit o.v.v. Stemmingen moties Regeling Bestuur-lijke Boete op 31-05-2016 (89-10-1)Overzicht van door de bewindspersonen afgehandelde toezeggingen vergaderjaar 2015–2016 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3358 02-09-2015 Plenaire behandeling Wijz. Wet van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeel-zalen ivm de totstand-koming van het personen-register kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de mogelijkheid te komen tot meertalige buitenschoolse opvang) (34 195 Voor de stemmingen schriftelijk reageren op de vraag van lid Heerma over de VOG Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 07-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 195, nr. 11) 3359 09-09-2015 Verslag van het AO (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 322, nr. 284) De opzet van de evaluatie van de aanbevelingen van de commissie-Gunning volgt in de tweede helft van 2016 Evaluatieopzet is verzonden naar Tweede Kamer 08-03-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 322, nr. 290) 3362 03-09-2015 AO Pensioenon-derwerpen Tweede Kamer informeren of het mogelijk is dat mensen die gebruik maken van de Pensioenknip na afloop van de tijdelijke uitkering kunnen shoppen tussen uitvoerders Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 286) 3363 03-09-2015 AO Pensioenon-derwerpen Informeren aan de Tweede Kamer over uitkomsten van het overleg met de AFM over toezicht op de uitvoering van de Pensioenknip Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 286) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2218 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3364 23-09-2015 Voortzetting Plenaire behandeling Wijziging van de Participa-tiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet financiering sociale verzekeringen ivm harmonisatie van instrumenten ter bevor-dering van arbeids-deelname van arbeidsbe-perkten Verhouding tussen de mobiliteits-bonus en het LIV. Voor de stemmingen op dinsdag 29 september komt er een brief over de verhouding tussen de mobiliteitsbonus en het LIV Afgehandeld met brief «Wetsvoorstel harmonisering instrumenten Participatiewet» aan de Tweede Kamer d.d. 28-09-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 194, nr. 19) 3365 23-09-2015 VAO Pensioen-beleid n.a.v. het AO Pensioenbeleid van 3 september 2015 Tweede Kamer informeren over de wijze waarop pensioenfondsen het begrip «partner» definiëren in het kader van het nabestaandenpen-sioen n.a.v overleg met de Stichting van de Arbeid en Pensioenfederatie Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 008, nr. 35) 3366 23-09-2015 VAO Pensioen-beleid n.a.v. het AO Pensioenbeleid van 3 september 2015 Overleg met sociale partners voor publicatie AMvB waardeoverdracht Afgehandeld. Amvb gepubliceerd Stb. 2015, nr. 469 3367 03-09-2015 AO Pensioenon-derwerpen Informeren van de Tweede Kamer (en Eerste Kamer) over stand van zaken rond voorlichting Raad van State amendement Lodders/Vermeij in het kader van het wetsvoorstel APF Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 117, nr. 37–38) 3368 23-09-2015 VAO Pensioen-beleid n.a.v. het AO Pensioenbeleid van 3 september 2015 Brief over inzagerecht verantwoordingsorgaan/ RvT in contracten en kosten pensioen-fonds Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043 , nr. 287) 3369 23-09-2015 VAO Pensioen-beleid n.a.v. het AO Pensioenbeleid van 3 september 2015 Informeren Tweede Kamer over meest waarschijnlijke AOW-leeftijd in pensioenregister Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-11-2015, (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 008, nr. 35) 3370 03-09-2015 AO Pensioenon-derwerpen. Kamer informeren over de uitkomsten van onderzoek naar de gevolgen op korte en lange termijn van de (kwantitatieve) gevolgen van de aangepaste ufr Tweede Kamer informeren over de uitkomsten van onderzoek naar de gevolgen op korte en lange termijn van de (kwantitatieve) gevolgen van de aangepaste ufr Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 09-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 285) 3371 03-09-2015 AO Pensioenon-derwerpen Tweede Kamer informeren of de uitkomsten van het onder (TZ 3370) genoemde onderzoek eerder naar de Tweede Kamer kan worden gestuurd Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-09-2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 32 043, nr. 267) 3373 23-09-2015 AO Arbeidsmi-gratie De Minister zal cijfers rondom loonkostenverschillen (icm aantallen) in de EU als gevolg van de detacheringsrichtlijn nog een keer aanleveren bij Kamerleden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 861, nr. 42) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2219 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3374 23-09-2015 AO Arbeidsmi-gratie De Minister heeft een voortgangs-rapportage aanpak schijncon-structies toegezegd Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 17 050, nr. 522) 3376 30-09-2015 AO Arbeid en zorg Minster zal gesprek hebben over mogelijkheden tot vergroting van bekendheid over verlofregelingen met relevante organisaties zoals Women Inc en zal de Tweede Kamer daarover informeren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 20-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 25 883, nr. 264) 3378 24-09-2015 AO Armoede- en schuldenbeleid De Staatssecretaris heeft toegezegd in oktober een brief inzake het verdiepend onderzoek beschermingsbewind naar de Tweede Kamer te sturen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 06-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 320) 3379 24-09-2015 AO Armoede- en schuldenbeleid De Staatssecretaris heeft toegezegd voor de begrotingsbe-handeling een brief inzake het onderzoek Duurzaamheid schuldhulpverlening naar de Tweede Kamer te sturen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 322) 3380 24-09-2015 AO Armoede- en schuldenbeleid De Staatssecretaris heeft toegezegd voor de begrotingsbe-handeling een brief inzake het onderzoek Huishoudens in de rode cijfers naar de Tweede Kamer te sturen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 322) 3381 24-09-2015 AO Armoede- en schuldenbeleid De Staatssecretaris heeft toegezegd een brief naar de Tweede Kamer te sturen met daarin: Stand van zaken vroegsig-nalering BKR (CU) Stand van zaken Besluit Schuldbemiddelaars (min. EZ) (CU) Een terugkoppeling van het gesprek met de verantwoorde-lijke wethouder over het geldloket zoals dat in Amersfoort is ingericht (D66). De uitomst van het vervolggesprek met de banken (gepland eind november). In het gesprek wordt doorgevraagd op het blokkeren van leefrekeningen door banken als dwangmiddel (CDA). Naar aanleiding van de uitzending bij Radio Reporter: kijken naar alle instrumenten die aan de orde zijn en inzicht bieden in wat gemeenten nu aan het doen zijn (mede in relatie tot de cijfers die in de uitzending zijn genoemd) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 322) 3382 24-09-2015 AO Armoede- en schuldenbeleid De Staatssecretaris heeft toegezegd voor het kerstreces een brief over de vereenvoudiging van de beslagvrije voet (incl. hardheidsclausule) naar de Tweede Kamer te sturen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 23-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 324) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2220 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3383 24-09-2015 AO Armoede- en schuldenbeleid De Staatssecretaris heeft toegezegd in de Verzamelbrief aan gemeenten de volgende onder-werpen op te nemen:hoe gemeenten om kunnen omgaan met de kostendelersnorm in het geval van tijdelijk verblijf (bij dakloosheid en vluchtelingen) en schrijnende gevallen. De toegang tot de schuldhulpverlening van ZZP’ers en jongeren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 13-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, nr. 2015D43622). 3384 23-09-2015 AO WW-Dagloon Brief over technische punten WW-dagloon. De Minister zegt toe op korte termijn een brief aan de Kamer te sturen over technische punten met betrekking tot de WW-dagloonvaststelling Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 12-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 26 448, nr. 542) 3386 29-10-2015 AO Integratie De Minister zegt toe z.s.m. met Min BuZa de mogelijkheden te bekijken voor acties richting de Turkse overheid – n.a.v. Brief van Turkse premier aan Nederlandse (en andere Europese en Canadese burgers) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 30-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, Aanhangsel 458) 3388 08-10-2015 AO SUWI-onderwerpen Op 7 oktober jl. heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over de redelijkheid van het boetebeleid Wet arbeid vreemde-lingen (Wav) in een zaak waarin een boete was opgelegd aan een werkgever wegens het illegaal tewerkstellen van een vreemdeling. In het algemeen overleg SUWI is toegezegd de Tweede Kamer voor 31 oktober een reactie te geven op deze uitspraak Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 29-10-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 144, nr. 26) 3389 29-10-2015 Stemmingen nav het VAO Integratieon-derwerpen De Minister zegt toe dat er op korte termijn taalcursussen worden aangeboden op de noodopvanglo-caties, zodat er vanaf dag één begonnen kan worden met het leren van de taal Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 19 637, nr. 2085) 3390 18-09-2015 Wetsvoorstel vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioen-opbouw De regering zal de Tweede Kamer informeren over de inhoud van de ministeriële regeling nadat daarover overleg met de gemeenten heeft kunnen plaats-vinden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 02-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 227, nr. 13) 3391 29-10-2015 AO Participa-tiewet De Kamer ontvangt een brief over het punt van de Rfv dat het verdeelmodel te snel en onder politieke druk is ingevoerd voor het VAO over de Participatiewet. Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 05-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 30 545, nr. 193) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2221 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3392 29-10-2015 AO Participa-tiewet Een werkgroep in de werkkamer wordt gevraagd om bureaucra-tische aangelegenheden tegen het licht te houden en naar oplos-singen te kijken. Daarbij worden o.a.meegenomen: loonwaarde-meting en de rol daarbij van het UWV; herhaling loonwaarde-meting; en het automatisch opnemen van de VSO pro leerlingen in het doelgroepenre-gister. De Tweede Kamer wordt geïnformeerd over tijdpad en uitkomsten van de werkkamer voor de begrotingsbehandeling (brief in november) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 27-11-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 675) 3393 02-07-2015 VAO Handhaving (n.a.v. AO Handhaving van 01-07-2015) De Minister zoekt uit wat een reëel tijdpad zou kunnen zijn voor het regelen dat gemeenten inkomens met uitkeringen kunnen verre-kenen. Dit naar aanleiding van de aangehouden motie Schut-Welkzijn (Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 516) De afwikkeling van de toezegging is niet langer noodzakelijk gelet op het feit dat de aange-houden motie waarnaar wordt verwezen door de Kamer op 31 mei 2016 is verworpen (dit o.v.v. Stemmingen moties Regeling Bestuur-lijke Boete op 31 mei 2016 (89-10-1). 3396 Uitgaande brief 01-10-2015 Vierde voortgangsrap-portage aanpak schijncon-structies (Kamerstukken II, 2015–2016, 17 050, nr. 522) Aanpak schijnconstructies; ook de ketens waar gewerkt wordt met een vervoersovereenkomst zal de Minister onder bereik van de van de ketenaansprakeijkheid brengen Afgehandeld met Nota nav Verslag Wetsv. Boek 7 BW goederenvervoer (34 461) d.d. 14-07-2016 3398 25-11-2015 Wetsvoorstel Novelle pensioenen De Staatssecretaris zal contact opnemen met de Nederlandsche Bank over een spoedige vergun-ningverlening APF Met DNB is contact geweest om dit punt onder de aandacht te brengen. Daarmee afgehandeld 3399 18-11-2015 Begrotingson-derzoek SZW De Minister gaat, samen met de commissie SZW van de Tweede Kamer, aan de slag met de door alle Kamerleden gesteunde aanbevelingen van de rapporteurs t.a.v. indicatoren Is opgenomen in Begroting 2017 3400 01-12-2015 Begrotingsbe-handeling SZW 1 en 2 december De Staatssecretaris zal bekijken of zij de Kamer voor de Kerst het een en ander kan laten weten over de uitvoering van de motie Lodders c.s. (25 februari 2015: verzoek om zo snel mogelijk ook derdepijler-producten, zoals lijfrentes, toe te voegen aan het pensioenregister, de toegankelijkheid voor gepensio-neerden mogelijk te maken en de Tweede Kamer over de voortgang hiervan voor het eind van het jaar te informeren) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 17-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 008, nr. 36) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2222 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3401 Begrotingsbehandeling SZW 1 en 2 december De Minister zegt toe dat er een verkenner komt met een beoor-deling van welke sectoren een probleem rond seizoenswerk hebben (i.r.t. de ketenbepaling van de Wwz) en hij komt tevens met een opvatting over de vraag of de sectoren dat eventueel op een goede manier kunnen oplossen. Deze beoordeling komt op 1 mei Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 17) 3402 01-12-2015 Begrotingsbe-handeling SZW 1 en 2 december 2015 De Minister zegt toe dat de Minister van Economische Zaken de Tweede Kamer begin volgende week (week van 7 december) informeert over de zes payrollm-edewerkers bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer door min. EZ d.d. 15-12-2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 885, nr. 9) 3405 01-12-2015 Begrotingsbe-handeling SZW 1 en 2 december Aanpak ouderenwerkloosheid. De Minister zegt toe dat hij in het voorjaar met een plan komt, voorzien van concrete doelen, om in overleg met de sociale partners de ouderenwerkloosheid aan te pakken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 07-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 724) 3411 20-01-2016 AO Pensioenen SZW rapporteert over het gesprek met de 3 beroepspensioenfondsen die nog geen gepensioneerden in hun bestuur hebben Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 03-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) 3414 20-01-2016AO Pensioenen Er wordt nader gekeken of er mogelijke varianten zijn om ook verplichtgestelde bedrijfstakpensi-oenfondsen toegang te geven tot het algemeen pensioenfonds Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 26-02-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 301) 3416 20-01-2016 AO Pensioenen Er komt een schriftelijke reactie aan de Tweede Kamer op een technische vraag van het Lid Lodders over de mogelijkheid voor deelnemers mbt waarde-overdracht van een PPI naar een APF Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 26-02-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 301) 3417 20-01-2016 AO Pensioenen De Minister zegt toe dat er een onderzoek komt naar het (niet)ge-bruik van de overbruggingsre-geling AOW incl. inzicht in de uitgekeerde bedragen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 2-9-2016 (Tweede Kamer, 2015-2016, 32 163, nr. 41) 3420 04-02-2016 Dertigleden-debat inzake schuldenpro-blematiek bij huishoudens De Staatssecretaris heeft toegezegd voor het AO armoede- en schuldenbeleid van 6 april 2016 de Tweede Kamer een brief te sturen over de mogelijkheid dat het CJIB meewerkt aan minnelijke schuldregelingen met kwijt-schelding. Daarbij wordt ook de vraag betrokken of het CJIB ook rekening houdt met verkeersboetes die voor 1 januari 2016 zijn opgelegd Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 26-05-2016, (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 279, nr. 34) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2223 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3421 04-02-2016 Dertigleden-debat inzake schuldenpro-blematiek bij huishoudens De Staatssecretaris heeft aange-geven voornemens te zijn de Rijksincassovisie voor het volgende AO aan de Tweede Kamer te sturen. Als bijlage bij de Rijksincassovisie wordt een overzicht gevoegd van preferente schuldeisers met een toelichting hoe zij zich tot elkaar verhouden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 336) 3422 20-01-2016 AO Pensioenen Voor de zomer (2016) ontvangt de Tweede Kamer een uitwerkings-brief over de toekomst van het pensioenstelsel, incl. een reactie op de bevindingen van de SER Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 337) 3423 20-01-2016 AO Pensioenen Er komt een schriftelijk antwoord op de vraag over de mogelijkheden voor beroep op de Ondernemings-kamer van het verantwoordings-orgaan van beroepspensioen-fondsen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-03-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 302) 3424 20-01-2016 AO Pensioenen SZW brengt bij de Pensioenfede-ratie het belang van diversiteit onder de aandacht (n.a.v. teleurstellende resultaten van die geconstateerd zijn door de monitoringcommissie van de Code Pensioenfondsen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 03-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) 3425 20-01-2016 AO Pensioenen De Staatssecretaris stuurt de Kamer voor 17 februari 2016 een verslag van het gesprek met het Pensioenregister (op 3 februari) over het opnemen van de verwachte toekomstige AOW-leeftijd in het pensioenre-gister Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-03-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 302) 3426 20-01-2016 AO Pensioenen In mei 2016 krijgt de Tweede Kamer een update van de positie van pensioenfondsen, op basis van gegevens DNB, incl. een appre-ciatie van het kabinet Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 20-05-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 326) 3427 20-01-2016 AO Pensioenen De Staatssecretaris gaat in gesprek met het pensioenfonds voor de kappers (n.a.v. signaal sociale partners over positie van het fonds) Toegezegde gesprek heeft op 06-04-2016 plaatsgevonden. Kappers hebben gerefereerd aan dit gesprek in een brief die ze in juni 2016 hebben gestuurd aan Tweede Kamer (in aanloop naar het AO van 8 juni). Daarmee afgehandeld 3428 08-10-2015 AO SUWI-onderwerpen De Minister geeft de Tweede Kamer inzicht in de gemaakte kosten m.b.t. het heronderhande-lingsproces met Marokko over het sociale zekerheidsverdrag (reiskosten missies) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 11-02-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 052, nr. 22) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2224 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3429 04-02-2016 Verzoek van het lid Van Weyenberg tijdens de RvW van 24-02-2015 om een debat inz. toekomst CAO’s De Minister zal ingaan op de vraag of en hoe meer empirisch onderzoek mogelijk is naar avv. Hierbij is het van belang om de insider/outsider problematiek ook te betrekken bij de vraag naar mogelijk vervolgonderzoek en ook de internationale literatuur in ogenschouw te nemen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 22-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 726) 3430 Uitgaande brief 01-03-2016 Uitvoering toezeggingen pensioenregister en beroep verantwoordingsorgaan beroepspensioenfondsen. (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 302) Impactanalyse opname van een variant op basis van de verwachte toekomstige AOW-leeftijd in het Pensioenregister Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 03-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) 3431 Uitgaande brief 01-03-2016 Uitvoering toezeggingen pensioenregister en beroep verantwoordingsorgaan beroepspensioenfondsen. (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 302) De Staatssecretaris zal de mogelijkheden bekijken om deze advies- en beroepsrechten ook aan verantwoordingsorganen van beroepspensioenfondsen toe te kennen en uw Tweede Kamer daarover voor de zomer infor-meren Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 03-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) 3432 Uitgaande brief 03-03-2016 Brief SOMz inzake nale-vingsonderzoek WOR De Minister laat bezien hoe het nieuwe werknemersdeel op methodologisch verantwoorde wijze alsnog kan worden uitge-voerd. De Staatssecretaris zal de Tweede Kamer vóór de zomer over de uitkomsten berichten. Het nalevingsonderzoek onder werkgevers zal de Staatssecretaris methodologisch op dezelfde wijze laten uitvoeren als voorheen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 05-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 818, nr. 42) 3435 09-03-2016 Voortzetting plenaire behandeling voorstel van wet van het lid Lodders tot wijziging van onder andere de Pensi-oenwet ivm de invoering van de mogelijkheid tot uitbetaling van pensioen in pensioeneenheden (Wet uitbetaling pensioen in pensioeneenheden De initiatiefnemer en de Staatsse-cretaris hebben toegezegd om ons oordeel te geven over enkele – op dat moment – nog op te stellen amendementen op het wetsvoorstel verbeterde premiere-geling Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 10-03-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 255, nr. 28) 3436 10-03-2016 AO Arbeids-marktbeleid Analyse effecten lifo en looncurve op arbeidsmarktpositie plussers. In het reeds toegezegde plan van aanpak voor de ouderenwerk-loosheid (voorjaar 2016) zal een analyse de effecten van het lifoprincipe binnen het ontslag-recht en het verloop van de looncurve op de arbeidsmarkt voor ouderen worden opgenomen De analyse is een onderdeel van het Actieplan Aanpak werkloosheid onder 50 plussers, dat d.d. 07-06-2016 naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 724) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2225 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3441 16-03-2016 AO Participa-tiewet De Staatssecretaris zal samen met Minister Plasterk en Minister Blok in de ministerraad aandacht vragen voor de onderdelen van de overheid waar sprake is van een achterstand in het realiseren van de afgesproken extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Zij zal daarbij ook bespreken of het mogelijk is de Tweede Kamer hierover in juni te informeren Deze toezegging is afgedaan middels de brief die BZK op 04-07-2016 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 728) 3442 16-03-2016 AO Participa-tiewet De Staatssecretaris informeert in april de Tweede Kamer over de resultaten van het overleg met de Werkkamer over de praktijkroute (loonwaardemeting op de werkplek als toegang tot het doelgroepre-gister), een appreciatie van het onderzoek naar inkoop van diensten van Berenschot en de herbezettingvoorwaarde Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 29-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 352, nr. 16) 3445 09-03-2016 AO Wet werk en zekerheid De Minister zegt toe om uiterlijk 1 juli 2016 een brief te sturen aan de Tweede Kamer met een voorstel op het terrein van transitiever-goeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid, dat ook met sociale partners zal worden besproken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 17) 3446 09-03-2016 AO Wet werk en zekerheid De Minister zegt toe om voor 1 juli 2016 een brief te sturen aan de Tweede Kamer met een voorstel op het terrein van transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeids-ongeschiktheid, dat ook met sociale partners zal worden besproken Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 21-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 16) 3447 09-03-2016 AO Wet werk en zekerheid De Minister zal Lodewijk de Waal, die de knelpunten bij m.n. seizoensarbeid met de ketenbe-paling onderzoekt, vragen om een rol te spelen in het cao-overleg bij het primair onderwijs waar men worstelt met de ketenbepaling i.r.t. invalkrachten. Afgehandeld met onderhandelaarsakkoord d.d. 27-04-2016 3448 09-03-2016 AO Wet werk en zekerheid De Minister stuurt binnenkort een brief aan de Tweede Kamer met antwoord op de vraag van mevr. Voortman (GL) of zwangere wetenschappers hinder onder-vinden van de nieuwe ketenbe-paling. Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 07-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 14) 3451 03-03-2016 AO Raad WSB Toezegging tijdens AO van 7 maart 2016 betr. brief aan Tweede Kamer over de toegang van zzp-ers tot de Nederlandse arbeidsmarkt op grond van het Associatieverdrag met Oekraïne Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 21 501–31, nr. 400) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2226 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3454 10-03-2016 AO Arbeids-marktbeleid Brief Calamiteitenregeling. Sociale partners vragen wat het vervolg-traject met betrekking tot de calamiteitenregeling is. De Minister heeft aangegeven dat invoering wordt uitgesteld tot 1 oktober 2016 Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 15-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 26 448, nr. 570) 3455 17-03-2016 Plenaire behandeling (34 336) (Wijz.Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet financiering sociale verzekeringen en enkele andere wetten ivm verbetering van de hybride markt van de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (Wet verbetering hybride markt WGA) Informeren maximaal risico bij uittreden publiek verzekerden. Tijdens de behandeling van de Wet verbetering hybride markt WGA op 17 maart 2016 heeft de Minister een kamerbrief toegezegd over het maximaal risico als per 2017 alle voor de WGA publiek verzekerde werkgevers uittreden Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 22-03-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 336, nr. 9) 3457 31-03-2016 Verzoek van het lid Krol tijdens de RvW van 11 juni 2015 om een debat voorafgegaan door een brief over het rapport van het CPB over langdurige werkloosheid Opzegbaarheid gegevens-verstrekking UWV cao-aanvullingen. De heer Van Weyenberg verzocht de regering om te bewerkstelligen dat, indien het UWV gaat meewerken aan de uitvoering van de verlengde WW-duur (derde WW-jaar), dit zo gebeurt dat het altijd binnen afzienbare termijn omkeerbaar is. De motie is aangehouden nadat de Minister aangaf binnen twee weken met een Kamerbrief te komen waarin hij de volgende vraag van Van Weyenberg beantwoordt: «Is het UWV van plan om afspraken over de levering van gegevens te maken die het voor langere tijd binden en niet op kortere termijn opzegbaar zijn?» Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 26 448, nr. 563) 3460 30-03-2016 AO Hoofdlijnen herziening pensioenstelsel De Tweede Kamer ontvangt binnen 2 weken de antwoorden op de schriftelijke vragen over het Nederlandse standpunt bij de IORP-onderhandelingen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 22-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 931, nr. 12) 3461 30-03-2016 AO Hoofdlijnen herziening pensioenstelsel Bij de beantwoording van de vragen tbv het plenaire debat over het ECB (rente)beleid zal de Tweede Kamer geïnformeerd worden over de vraag of de ECB binnen hun mandaat blijft Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 20-05-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 326) 3462 30-03-2016 AO Hoofdlijnen herziening pensioenstelsel De Tweede Kamer ontvangt binnen 2 weken de beleidsbrief waardeo-verdracht Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 14-04-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 117, nr. 1) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2227 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3467 30-03-2016 AO Hoofdlijnen herziening pensioenstelsel De Tweede Kamer ontvangt vóór 15 juni 2016 de uitwerkingsnota herziening pensioenstelsel (vervroeging eerdere toezegging). Indien dit niet haalbaar blijkt, dan hoort de Kamer vóór 1 juni waarom dit niet lukt. In de nota aandacht voor de groepen zzp’ers, geactualiseerde groep witte vlek, en nabestaanden/arbeidsongeschikten. Ook aandacht voor Europeesrechtelijke aspecten Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 337) 3468 30-03-2016 Verslag AO Hoofdlijnen herziening Pensioenstelsel Voor 01-05-2016 laat SZW de Tweede Kamer weten of en zo ja hoe ook nabestaanden meege-nomen worden in de koopkracht-plaatjes Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 03-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) 3471 14-04-2016 AO Armoede- en Schuldenbeleid Voor 1 juli gaat er een uitgebreide brief naar de Tweede Kamer waarin een heleboel onderwerpen die wij vandaag hebben besproken, aan bod zullen komen. In die brief zal in ieder geval inzicht worden gegeven op het beslagregister en een tijdsplanning. Ook de voorgestelde verbeteringen uit de ingediende petitie zullen hierin worden meegenomen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 01-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 515, nr. 360) 3472 14-04-2016 AO Armoede- en Schuldenbeleid In de volgende verzamelbrief voor gemeenten zal de Staatssecretaris (cf. reeds aangenomen Motie Krol) aandacht vragen voor armoedebe-strijding onder bepaalde bevol-kingsgroepen, waaronder ouderen (50-plussers) Afgehandeld met verzamelbrief d.d. 14-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 2016D30182) 3481 09-06-2016 AO Arbeids-marktbeleid Tweede Kamer informeren over WW-rechten bij gedeeltelijke werkhervatting (sollicitatieplicht en opsouperen WW-recht). De Minister heeft n.a.v. vragen van de heer Van Weyenberg toegezegd vóór 1 juli 2016 een brief te sturen over WW-rechten bij gedeeltelijke werkhervatting Deze toezegging is afgedaan met de tweede voortgangsbrief Wwz die op 30-06-2016 naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr.18) 3488 08-06-2016 AO Pensioenon-derwerpen De Tweede Kamer wordt vóór het VAO (21/6) geïnformeerd als het het CPB niet lukt om tbv de perspectiefnota vier extreme scenario’s (Japanscenario, »70 jaren Nederland, Dot.com crisis, crisis 2008) door te rekenen voor de kansrijke SER-varianten. Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 337) 3489 08-06-2016 AO Pensioenon-derwerpen Tbv de perspectiefnota zal het CPB gevraagd worden om de kansrijke SER-varianten door te rekenen voor vier extreme scenario’s (Japanscenario, »70 jaren Nederland, Dot.com crisis, crisis 2008) Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 337) Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2228 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3490 Uitgaande brief 03-06-2016 Verzamelbrief pensioenon-derwerpen (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) Nav onderzoeksrapport Aon Hewitt: in de perspectiefnota nader ingaan op gevoeligheden, naast de rente, die een rol kunnen spelen bij de transitie Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 08-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 337) 3491 08-06-2016 AO Pensioenon-derwerpen De Tweede Kamer ontvangt vóór 1/7 informatie over het contact tussen SZW en V&J over een evaluatie van de Wet verevening pensioenen bij echtscheiding Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 11-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 338) 3498 29-06-2016 AO Participa-tiewet De Staatssecretaris zorgt ervoor dat de Tweede Kamer maandag 4 juli voor 17.00 uur de rapportage van de heer Spigt ontvangt De toezegging is afgedaan middels de brief die BZK op 04-07-2016 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 544, nr. 728) 3499 29-06-2016 AO Participa-tiewet De Staatssecretaris komt uiterlijk maandag 4 juli voor 17:00 met een brief met meer informatie over het VN verdrag artikel 27 i.r.t. het blinden- en slechtzienden die het minimumloon verdienen Afgehandeld met brief aan de Tweede Kamer d.d. 04-07-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 352, nr. 20) 3520 09-06-2016AO Arbeids-marktbeleid Tijdens het AO Arbeidsmarktbeleid van 9 juni jl. heeft de Minister toegezegd uw Tweede Kamer te zullen informeren over de wijze waarop cao-partijen in sectoren waar sprake is van seizoensarbeid omgaan met de in de wet geboden mogelijkheid om bij cao de tussenpoos in de ketenbepaling terug te brengen tot ten hoogste drie maanden voor functies waarin de werkzaamheden wegens klimatologische en natuurlijke omstandigheden seizoensge-bonden zijn en ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht. Uit het overzicht dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze brief blijkt dat de meeste cao-partijen het gesprek over de uitzonderingsmogelijkheid op de ketenbepaling voor seizoensarbeid zijn aangegaan en met de geboden mogelijkheden die de wet hun biedt uit de voeten kunnen Afgehandeld met brief van aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 18)Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2229 B.5.4 Lopende toezeggingenOverzicht van door de bewindspersonen nog af te handelen toezeggingen vergaderjaar 1996–1997 ID1 Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3 Uitgaande brief 29-10-1996 Kabinetsstandpunt over bekrachtiging van protocol bij ILO-verdrag nr. 81 (Arbeidsinspectie) Kamerstukken II, 1996–1997, 25 478, nr. 4 Kabinetsstandpunt over bekrach-tiging van protocol bij ILO-verdrag nr. 81 (Arbeidsinspectie) Er is samenhang met een klacht van de Nederlandse vakcentrales over naleving van ILO-Verdrag 81. Nederland is gevraagd om naast de reguliere rapportage over dit verdrag in augustus 2017 ook in te gaan op een aantal specifieke vragen. Naar verwachting kan na beantwoording van deze vragen uiterlijk in 2018 een beslissing genomen worden over de wenselijkheid van ratificatie door Nederland van dit verdrag1 Dit is een identificatienummer voor de administratie van de toezegging binnen het Ministerie van SZW.Overzicht van door de bewindspersonen nog af te handelen toezeggingen vergaderjaar 2010–2011 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 2382 Plenaire behandeling Wetsvoorstel (Aanpassing Wet arbeid vreemdelingen; introductie van de referent in de Vreemdelingenwet 2000 en verkorting van de wachttermijn voor seizoenswerkers De Tweede Kamer ontvangt een brief over de beleidsregels UWV inzake de nieuwe weigerings/intrekkingsgrond, binnen een half jaar nadat het wetsvoorstel door beide Kamers is aanvaard Planning brief naar Tweede Kamer oktober 2016Overzicht van door de bewindspersonen nog af te handelen toezeggingen vergaderjaar 2011–2012 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 2681 Dertigledendebat over het bericht dat de crisis wordt misbruikt als reden voor massaontslag en grote ondernemingen met mooie winsten zo tien procent van hun personeelsbestand schrappen (Hamer) na ontvangst van een brief) (Minister SZW) (verzoek van mw. Hamer tijdens de regeling van werkzaam-heden van 08-11-2011 De Minister doet zijn best om, op verzoek van de PVV, vóór het zomerreces een brief aan de Tweede Kamer te sturen met informatie over een aantal bedrijven die reorganisaties hebben aangekondigd: hoeveel mensen hebben hun arbeidsplaats daadwerkelijk verloren, hoeveel werknemers zijn intern en extern aan een andere baan geholpen en voor hoeveel mensen is een ontslagvergunning aangevraagd 3145 19-06-2012 Plenaire behandeling wetsvoorstel (Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met bonussen voor werkgevers voor het in dienstnemen en in dienst houden van oudere werknemers en arbeidsge-handicapte werknemers) (33 284) Evaluatie mobiliteitsbonussen De mobiliteitsbonussen voor oudere werklozen en arbeidsge-handicapten dient te worden geëvalueerd. Deze toezegging is ook opgenomen in de evaluatie agenda Planning oplevering evaluatie: 4e kwartaal 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2230 Overzicht van door de bewindspersonen nog af te handelen toezeggingen vergaderjaar 2012–2013 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 2831 17-04-2013 Plenaire behandeling van de Herziening van de Wet arbeid Vreemdelingen (33 475) De Minister zegt op verzoek van D66 toe na een te jaar kijken naar het aantal verleende twv’s en in hoeverre deze repeterend worden toegekend Planning: brief naar Tweede Kamer oktober 2016 2868 22-05-2013 Vervolg plenaire behandeling Wetsvoorstel Versterking Bestuur Pensioenfondsen (33 182) In de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioen-fondsen worden ook de onder-werpen visitatiecommissie, diversiteit en de bevindingen van DNB over onder meer bestuurs-leden zonder stemrecht meege-nomen Planning: Start van de evaluatie is drie jaar na inwerkingtreding van de organisatiebepa-lingen van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen en dat is 1 juli 2017. De resultaten van de evaluatie inclusief de monitoring kunnen vervolgens in 4e kwartaal 2017 aan beide kamers gemeld wordenOverzicht van door de bewindspersonen nog af te handelen toezeggingen vergaderjaar 2013–2014 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 2935 20-03-2014 AO SUWI-onderwerpen De Minister zal de Tweede Kamer informeren over verplichte inschrijving door werkzoekenden bij een uitzendbureau en de mogelijkheid van een uitzend-bureau om inschrijving te weigeren Er vindt overleg plaats tussen UWV en SZW over de uitvoering van de verplichte inschrijving. De Tweede Kamer zal vóór het einde van 2016 worden geïnformeerd over de vermeende weigering door uitzendbureaus en de handhaving van de verplichting. Planning: eind 4e kwartaal 2016 2951 Uitgaande brief 01-11-2013 Registratieplicht zelfstan-digen op grond van de Waadi De beleidsregels boeteoplegging Waadi zullen gepubliceerd worden in de Staatscourant. Over twee jaar zal de Minister onderzoeken of deze regeling tot misbruik heeft geleid. Als dat niet het geval is, kan zo nodig een wettelijke uitzon-dering van de registratieplicht voor deze groep zelfstandigen in de Waadi worden opgenomen Wordt meegenomen in brief over keurmerk SNA. Planning: brief naar de Tweede Kamer voor Prinsjesdag 2016 3075 23-01-2014 AO Arbeidsom-standigheden (Arbo) Brand windturbine: De Minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de resultaten van de onderzoeken naar aanleiding van de brand in een windturbine met dodelijke slachtoffers OM heeft strafrechtelijk in onderzoek genomen. Mede vanwege complexiteit van bewijsmateriaal is informatiemoment aan de Kamer vooralsnog niet te bepalen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2231 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3090 13-02-2014 Plenair debat Wet werk en zekerheid (33 818) Voortzetting De Minister zegt toe nauwlettend te zullen volgen of de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie in de Wwz er, gezien de precedent-werking, toe leidt dat het aantal zaken bij de rechter op termijn zal afnemen. De Minister zegt ook toe scherp in de gaten te houden of het middel niet misbruikt wordt (in die zin dat het een onderhandelpunt wordt), en of dit al dan niet leidt tot een toename van hogere vergoe-dingen in vaststellingsovereen-komsten dan de wettelijke transitievergoeding. Dit zal te zijner tijd onderzocht worden door een enquête onder werkgevers en werknemers te houden, om na te gaan hoe de vaststellingsovereen-komsten eruit zien. De Tweede Kamer zal over de resultaten worden geïnformeerd Monitoring van de wet is in volle gang, in hoger beroep zijn nu enkele tientallen uitspraken gedaan, nog geen uitspraken in cassatie. Afname van aantal zaken in eerste aanleg wordt pas na een aantal jaren zichtbaar. De gevolgen voor de hoogte van vergoedingen in vaststellingsovereenkomsten zal tzt worden onderzocht 3093 13-02-2014 Plenair debat Wet werk en zekerheid (33 818) Voortzetting De Minister zegt toe dat hij de jurisprudentie over de uitwerking van het criterium «billijke vergoeding» bij «ernstig verwijtbaar handelen of nalaten» in de Wwz op de voet zal volgen en zal analyseren. Daarmee wacht hij niet op de evaluatie van de totale Wwz in 2020. Als het misgaat, als het uit de hand loopt, komt de Minister terug naar de Tweede Kamer met voorstellen De jurisprudentie zal worden gevolgd. In de MvT bij de Wwz is opgenomen dat dit uiterlijk in 2017 zal worden geëvalueerd, waarna het kabinet in samenspraak met de StvdA conclusies zal trekken en die aan de Tweede Kamer zal voorleggen 3110 05-06-2014 AO Inburgering De Minister zegt toe, n.a.v. vragen De Graaf PVV betreffende inburgeraars die met lening examen hebben gedaan en dat niet hebben gehaald en die vervolgens uit beeld raken, om welke aantallen gaat het dan, hoeveel geld is daarmee gemoeid, hoe wordt het geleende geld dan teruggehaald, deze vragen mee te nemen bij de reeds toegezegde rapportage over de terugbetalingsdiscipline van DUO-leningen De Tweede Kamer wordt voor Prinsjesdag (begin september) nader geïnformeerd over de voortgang van de inburgeringOverzicht van door de bewindspersonen nog af te handelen toezeggingen vergaderjaar 2014–2015 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3174 01-10-2014 Vervolg AO Kinderopvang Vraag of kinderopvang onder WNT valt, wordt meegenomen in de nadere uitwerking van de omkering die aankomend voorjaar aan de Tweede Kamer wordt aangeboden Dit wordt meegenomen in wetsvoorstel Directe Financiering, dat na de zomer aan de Tweede Kamer wordt aangeboden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2232 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3180 01-10-2014 Vervolg AO Kinderopvang Naar aanleiding van de uitkomst van de verkenning naar kinderen met diabetes in het onderwijs, zal de Minister de Tweede Kamer informeren over de maatregelen die hij (eventueel) zal nemen in de kinderopvangsector voor deze kinderen Naar aanleiding van de uitkomst van de verkenning naar kinderen met diabetes in het onderwijs, zal de Minister de Tweede Kamer informeren over de maatregelen die hij (eventueel) zal nemen in de kinderopvangsector voor deze kinderen De Tweede Kamer wordt na Prinsjesdag geïnformeerd of er aanleiding bestaat om maatregelen te treffen om de toegang tot de kinderopvang van kinderen met diabetes te bevorderen, en zo ja welke dat zijn 3186 De Minister zal de Kamer informeren over verplichte inschrijving door werkzoe-kenden bij een uitzend-bureau en de mogelijkheid van een uitzendbureau om inschrijving te weigeren De Minister heeft toegezegd dat hij, naar aanleiding van het bericht in de Volkskrant van 27 oktober, UWV opheldering zal vragen of het bericht in de Volkskrant juist is;of er sprake is van een incident of structureel;of de in 2013 gemaakte afspraken zijn geïmplemen-teerd.hoe de bescherming van de medische privacy gewaarborgd wordt voor iedereen die contact heeft met UWV. Alsdan zal de Minister bezien of dat moet leiden tot nadere maatregelen. Over de uitkomsten zal de Minister de Tweede Kamer informeren UWV heeft het advies van de KNMG in december 2015 aan SZW gezonden. In het advies plaatst de KNMG kanttekeningen en spreekt zich niet uit over de juridische juistheid van de werkwijze bij UWV. SZW dringt bij UWV op aan om alsnog de AP te consulteren. Dit mede gelet op het bericht in Trouw (23–1). Het UWV heeft inmiddels verzocht om een oordeel van het AP. Dit wordt in de tweede helft van 2016 na Prinsjesdag verwacht 3199 13-11-2014 AO Participa-tiewet en WWB-onderwerpen De Staatssecretaris heeft toegezegd voor het einde van het jaar een brief te sturen over social return bij het Rijk in relatie tot de banenafspraak. Dit betreft geen nieuwe toezegging maar een herhaling van de toezegging, zoals gedaan in de brief van Minister Blok Onlangs heeft er een overleg plaatsgevonden met collega’s van het Ministerie van BZK. Afgesproken is dat Minister Blok, naar aanleiding van zijn toezegging, de regering dit jaar informeert over SRoI binnen de rijks-overheid. Planning augustus 2016 3204 26-11-2014 Begrotingsbe-handeling SZW De Minister zegt toe de praktische belemmeringen t.a.v. de sollicita-tieverplichtingen voor oudere werklozen te bezien Ihkv actiepan ouderen wordt een pilot persoonlijke ondersteuning ingericht. Deze pilot biedt individueel maatwerk aan oudere werkzoekenden. Daarbij zal ook de vraag worden meegenomen of er voor oudere werkzoekenden, naast het schrijven van sollicitatiebrieven, andere (wellicht meer) geschikte methoden zijn waarmee oudere werkzoekenden op een effectieve en efficiënte manier ander werk kunnen vinden. De inzichten die dit oplevert kunnen vervolgens worden meegenomen in de invulling van de sollicitatieverplichting voor oudere werkzoe-kenden. Planning: 4e kwartaal 2016 3230 Verslag van het AO arbeidsomstandigheden van d.d. 30-10-2014 In de eerste helft van 2015 informeert de Minister de kamer over het overleg met de sociale partners over de beeldscherm-richtlijn De Minister heeft inmiddels een besluit genomen. De Tweede Kamer wordt daar bij gelegenheid over geïnformeerd (dus geen aparte brief) 3239 22-01-2016AO Inburgering De Minister zegt toe om een brief naar de Tweede Kamer te sturen over Europese procedures zodra infractieprocedure EC over Wib officieel binnen is EC is bij mail van 23 mei geïnformeerd over de aanpassingen in de Wib. Beantwoording zal na Prinsjesdag plaatsvinden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2233 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3261 11-02-2015 AO Arbeids-marktbeleid De Minister stuurde op 1 april 2015 een brief samen met OCW aan de Tweede Kamer over het vervolg van de Aanpak Jeugdwerkloosheid en zegt daarin toe de Kamer periodiek te informeren over de voortgang Beoogd is de Tweede Kamer een nieuwe voortgangsrapportage aan te bieden voor de Begrotingsbehandeling SZW 2017. Planning: Begin december 2016 3267 25-02-2015 Plenair debat Wetsvoorstel Pensioen-communicatie (34 008) Voor de zomer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd hoe het best kan worden gecommuniceerd over het werkgeversdeel in de pensioen-premie Bijgestelde planning: eind september 2016. (na Prinsjesdag) 3290 12-03-2015 Plenaire behandeling Wet werken na de AOW (34 073, PM) De Minister zal de werking van de WAA-maatregel uit het wetsvoorstel Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd betrekken bij de evaluatie van de wet (of dit inderdaad als antiver-dringingsmaatregel werkt en AOW-gerechtigden niet juist aantrekkelijker maakt als werknemer) Planning: Betrekken bij evaluatie over de werking van de wet over de eerste twee jaar na inwerkingtreding, najaar 2018 gereed 3291 12-03-2015 Plenaire behandeling Wet werken na de AOW (34 073, PM) De Minister zegt toe om in overleg met de Staatssecretaris De nader onderzoek te doen naar hoe pensioenopbouw bij werken na de AOW in pensioenregelingen is geregeld. Daarbij zal de vraag worden betrokken hoe dat het beste geregeld kan worden voor AOW-gerechtigden, en zal het belang van werknemers worden meegewogen. De Minister merkt op dat het wel een zaak van sociale partners is om hier afspraken over te maken Planning: eind september 2016 (na Prins-jesdag) 3302 Uitgaande brief 19-12-2014 Wetsvoorstel pensioen-communicatie. (Kamer-stukken II, 2014–2015, 34 008, nr. 6) Drie jaar na inwerkingtreding van het (volledige) wetsvoorstel nagaan of de maatregelen hebben bijgedragen tot een beter pensioenbegrip van de deelnemer en daarbij ook na te gaan of er sprake is geweest van een verlaging van de regeldruk Wet Pensioencommunicatie is 1 juli 2015 gefaseerd in werking getreden. Onderzoek in 2018 3304 14-04-2015 Mondelinge vraag van het lid Krol (50PLUS) aan de Staatsse-cretaris van SZW over het bericht «Kabinet prikkelt langer werken én straft af» De Staatssecretaris zal het verzoek m.b.t. het fiscale doorwerkvereiste overbrengen aan de Staatssecre-taris van Financiën. De Tweede Kamer zal voor 15 mei a.s. een gezamenlijke brief ontvangen. NB Regeling van werkzaamheden d.d. 15 april. De vaste commissie voor SZW zal nog een inventarisatie van de vragen over het fiscale doorwerkvereiste toesturen aan SZW ten behoeve van de brief die is toegezegd Besluitvorming over afschaffen fiscale doorwerkvereiste loopt mee met de augustus-besluitvorming Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2234 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3305 14-04-2015 Mondelinge vraag van het lid Krol (50PLUS) aan de Staatsse-cretaris van SZW over het bericht «Kabinet prikkelt langer werken én straft af’ De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen, die verzoekt in overleg met sociale partners en pensioenuitvoerders te komen met voorstellen om de data voor pensioen, ontslag en AOW te laten samenvallen. De Tweede Kamer zal voor de zomer in kennis worden gesteld van de resultaten van het overleg met sociale partners en pensioenuitvoerders. Stas SZW en Stas FIN zijn akkoord met afschaffen doorwerkvereiste. Dit zal worden opgenomen in het Belastingplan 2017, onder voorbehoud van budgettaire dekking 3315 22-06-2016 AO Loondoor-betaling bij ziekte Voorstel loondoorbetalingsver-plichting. De minister streeft er naar in oktober de Tweede Kamer te informeren over de uitwerking van de maatregelen rondom loondoorbetaling uit de brief d.d. 21 april 2016, de variant voor kleine werkgevers en de uitkomsten uit het onderzoek naar het tweede spoor. De Tweede Kamer wordt in oktober 2016 geïnformeerd over de uitwerking van de maatregelen rondom loondoorbetaling. 3330 09-10-2014 Plenaire behandeling wetsvoorstel modernisering regelingen voor verlof 32 855 De Minister zal een arbeid en zorgbijeenkomst organiseren en daarna een brief met de visie van het kabinet over arbeid en zorg naar de Tweede Kamer sturen Planning: Bijeenkomst wordt in oktober 2016 gehouden. De Tweede Kamer is over dit uitstel geïnformeerd tijdens AO positie van de mantelzorger op 14-01-2016 3332 16-06-2015 Plenaire behandeling Wet Algemeen Pensioenfonds De Staatssecretaris bericht in het najaar de Tweede Kamer over wat het voor deelnemers betekent als een pensioenregeling naar België verhuist Planning: Loopt mee in toezegging van Min. FIN om na de zomer 2016 met een plan te komen om te voorkomen dat pensioenen steeds meer op Europees niveau geregeld worden en Tweede Kamer na Prinsjesdag hierover te informeren 3334 16-06-2015 Plenaire behandeling Wet Algemeen Pensioenfonds De Staatssecretaris stuurt de Tweede Kamer een inventarisatie van wat er moet gebeuren om het algemeen pensioenfonds voor internationale regelingen werkbaar te maken Planning: Loopt mee in toezegging van Min. FIN om na de zomer 2016 met een plan te komen om te voorkomen dat pensioenen steeds meer op Europees niveau geregeld worden en Tweede Kamer na Prinsjesdag hierover te informeren 3335 16-06-2015 Plenaire behandeling Wet Algemeen Pensioenfonds Het keuzerecht rond de ingang van de pensioendatum wil de Staatssecretaris snel nader bestuderen. Als het enigszins kan neemt de Staatssecretaris het in de beantwoording van de Kamer-vragen van de heer Omtzigt over de kleine pensioenen mee Dit onderwerp gaat meelopen in het wetstraject waardeoverdracht en kleine pensioenen. Geplande inwerkingtreding 1 juli 2017 3336 16-06-2015 Plenaire behandeling Wet Algemeen Pensioenfonds De Staatssecretaris zal de Tweede Kamer op de hoogte stellen van de juridische analyse over de mogelijkheden om het overdragen van het pensioenkapitaal bij een verzekeraar aan een lopende pensioenregeling bij een pensioen-fonds mogelijk te maken Dit onderwerp gaat meelopen in het wetstraject waardeoverdracht en kleine pensioenen. Geplande inwerkingtreding 1 juli 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2235 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3340 Uitgaande brief 13-07-2015 Onderzoek gepensio-neerden in besturen beroepspensioenfondsen (Kamerstukken II, 2014–2015, 33 863, nr. 33) Er zijn veel ontwikkelingen gaande bij de beroepspensioenfondsen, die de Staatssecretaris de komende jaren zal blijven bezien. De Staatssecretaris is voornemens de Tweede Kamer over twee jaar te informeren over hoe die ontwikke-lingen zijn verlopen en welke conclusies daaruit zouden kunnen volgen Planning: Ontwikkelingen monitoren en na 2 jaar resultaten in brief naar Tweede Kamer 3354 Uitgaande brief 26-08-2015 Onderzoek «werknemers en insolventie’ In overleg met de Minister van Veiligheid en Justitie en met de diverse stakeholders uit de praktijk wil de Minister verder bekijken of er – mede op basis van de onderzoeksrapporten – aanleiding is tot het nemen van maatregelen, waaronder eventuele aanpassing van het arbeids- en/of insolventie-recht, met het oog op de positie van de werknemer bij insolventie van de werkgever. Over de conclusies die de Minister hieruit zal trekken zal de Minister de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 2016 nader infor-meren Stichting van de Arbeid heeft in juli 2016 aangegeven dat er geen advies komt; formele brief volgt. Op 10 oktober stakeholdersover-leg(met VenJ) over mogelijke maatregelen. Daarna brief naar Tweede Kamer planning najaar 2016 (nov/dec). 3355 Uitgaande brief 26-08-2015 Onderzoek «werknemers en insolventie’ Naar aanleiding van de conclusie van de onderzoekers dat in de praktijk vaak wordt verondersteld dat de medezeggenschapsregels bij insolventie van de werkgever niet van toepassing zijn, zal de Minister in ieder geval in overleg treden met de Commissie Bevordering Medezeggenschap van de Sociaal Economische Raad om te bekijken in hoeverre er meer bekendheid kan worden gegeven aan het feit dat dit in beginsel wel degelijk het geval is Stichting van de Arbeid heeft in juli 2016 aangegeven dat er geen advies komt; formele brief volgt. Op 10 oktober stakeholdersover-leg(met VenJ) over mogelijke maatregelen. Daarna brief naar Tweede Kamer planning najaar 2016 (nov/dec). 3356 Uitgaande brief 01-09-2015 Voortgangsrapportage actieplan arbeidsmarktdis-criminatie (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 544, nr. 649) De Minister zal de Tweede Kamer volgend jaar (2016) opnieuw informeren over de verdere voortgang van het actieplan arbeidsmarktdiscriminatie en eventuele nieuwe maatregelen. Planning: Voortgangsrapportage actieplan arbeidsdiscriminatie december 2016 3357 02-09-2015 Plenaire behandeling wetsvoorstel Wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteits-eisen peuterspeelzalen in verband met de totstand-koming van het personen-register kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de mogelijkheid te komen tot meertalige buitenschoolse opvang (34 195)) Meer duiding geven aan het begrip structureel en regelmatig ten behoeve van de praktijk. Dit door in overleg met de branche in te zetten op communicatie hierover én door met de toezichthouder de invulling van het begrip vast te leggen in de beleidsregels werkwijze toezicht-houder. De Tweede Kamer wordt hierover geïnformeerd voor de inwerkingtreding van de wet, komend voorjaar Inwerkingtreding wetswijziging is uitgesteld i.v.m. vertraging bij invoering van personenre-gister. De Tweede Kamer zal hierover ruim voor inwerkingtreding worden geïnformeerdTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2236 Overzicht van door de bewindspersonen nog af te handelen toezeggingen vergaderjaar 2015–2016 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3372 23-09-2015 AO Arbeidsmi-gratie Implementatiewet handhavings-richtlijn eind dit jaar, begin volgend jaar aangeboden aan de Tweede Kamer, samen met uitbreiding ketenaansprakelijkheid naar vervoersovereenkomst Wetsvoorstel 34 408 is als hamerstuk aangenomen in EK op 31-5-2016. Het 2e onderdeel van de toezegging, de uitbreiding ketenaansprakelijkheid, wordt plenair behandeld na het zomerreces 3375 23-09-2015 AO Arbeidsmi-gratie Er komt in oktober een brief van de Minister van SZW en de Staatsse-cretaris Financiën over de ET-regeling Planning: Voor september 2016 gaat een brief naar de Tweede Kamer 3385 Uitgaande brief 14-10-2015 Inzagerecht raad van toezicht en verantwoor-dingsorgaan Tijdens de behandeling van de Wet versterking bestuur pensioen-fondsen heeft de Staatssecretaris toegezegd om drie jaar na de inwerkingtreding van de organisa-tiebepalingen uit deze wet – 1 juli 2017 – een evaluatie uit te zullen voeren. De Staatssecretaris is bereid om in het kader van deze evaluatie de wenselijkheid van een inzagerecht van verantwoordings-organen in contracten en kosten van het pensioenfonds mee te nemen Planning: Start van de evaluatie is drie jaar na inwerkingtreding van de organisatiebepa-lingen van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen en dat is 1 juli 2017. De resultaten van de evaluatie inclusief de monitoring kunnen vervolgens in 4e kwartaal 2017 aan beide kamers gemeld worden 3387 AO Integratie d.d. 29 oktober 2015 De Minister zegt toe dat het onderzoek en de Kabinetsreactie antidemocratische groeperingen in de 1e kwartaal van 2016 naar de Tweede Kamer gaan Kabinetsreactie is in de maak, echter tweede ronde BWO nodig inclusief OM. BZK is leidend, niet bekend of nog voor het reces rapport inclusief kabinetsreactie naar de Tweede Kamer gaat 3394 24-09-2015 AO Medezeg-genschap Najaar 2016 ontvangt de Minister het SER-onderzoek naar de scholing bij de OR. Daarna zal hij de Tweede Kamer informeren inclusief een kabinetsreactie daarop Planning: Najaar 2016 brief naar de Tweede Kamer 3395 24-09-2015 AO Medezeg-genschap Gevolgen voor de pensioenen werknemers betrekken bij onderzoek positie van werknemers in insolventie Stichting van de Arbeid heeft in juli 2016 aangegeven dat er geen advies komt; formele brief volgt. Op 10 oktober stakeholdersover-leg(met VenJ) over mogelijke maatregelen. Daarna brief naar de Tweede Kamer, planning najaar 2016 (nov/dec) 3397 Uitgaande brief 30-11-2015 Uitvoering toezeggingen pensioencommunicatie en uniformering begrip partner. (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 008, nr. 35) Het is het voornemen van de Staatssecretaris om eind volgend jaar (2016) te bezien in hoeverre aan deze Aanbevelingen (van de StvdA) inzake uniformering partnerdefinitie gevolg is gegeven en zij zal de Tweede Kamer dan over de uitkomsten informeren Planning: Eind 2016 met Stichting van de Arbeid overleggen over in hoeverre gevolg is gegeven aan de Aanbevelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2237 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3403 Uitgaande brief 27-11-2015 Opzet evaluatie Wwz en eerste beeld invoering Wwz. (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 1) De Minister zal de Tweede Kamer periodiek, halfjaarlijks, via voortgangsrapportages informeren over de werking van de Wwz. In deze halfjaarlijkse brieven zullen dan verschillende toezeggingen en deelrapportages over de Wwz meelopen die eerder zijn toegezegd Deze toezegging loopt tot 1-1-2020. Halfjaar-lijks wordt er een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de voortgang van de Wwz. Er zijn nu 2 brieven verstuurd. De eerste brief was van 27-11-2015, (Kamerstukken II, 34 351, nr. 1). De tweede brief was van 30-06-2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 351, nr. 18) 3404 Uitgaande brief 10-12-2015 Beantwoording van de Kamervragen van het lid Vermeij over de representa-tiviteit van beroepspensi-oenfondsen De Staatssecretaris wil een duurzame oplossing vinden voor de beroepspensioenregelingen. Daarom wil de Staatssecretaris in overleg met de pensioensector en sociale partners kijken naar de wijze van verplichtstelling van beroepspensioenfondsen, in het bijzonder in relatie tot beroepsge-noten in loondienst en zelfstan-digen, en mede in relatie tot de voorgenomen wijziging van de vormgeving van verplichtstelling van bedrijfstakpensioenfondsen Dit loopt mee in de toekomstdiscussie pensioenen. Planning eind 2020 3406 Begrotingsdebat 2 december 2015 De Minister zegt toe het boekje van het lid Heerma te betrekken bij de uitwerking van de motie-Van Dam over de weerbare democratie De Kamer ontvangt voor Prinsjesdag een kabinetsreactie op de motie Van Dam. BZK is de trekker van deze kabinetsreactie 3413 29-09-2015 Stemmingen n.a.v. de ingediende amendementen, moties en het wetsvoorstel plenaire behandeling wijziging van de Participatiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsver-mogen en de Wet financiering sociale verzekeringen ivm harmonisatie van instrumenten ter bevor-dering van arbeids-deelname van arbeidsbe-perkten (34 194 PM) Na drie jaar vindt een evaluatie naar de werking van de no-riskpolis plaats. Op basis daarvan zal worden bezien of er aanleiding is voor wetgeving met het oog op de situatie na 2020. (...) Wanneer de tussentijdse evaluatie aanleiding geeft tot continuering van de uniforme no-riskpolis zal daarvoor een nieuwe wettelijke basis moeten worden getroffen. Voorts is met sociale partners en VNG afgesproken dat na drie jaar de stand van zaken wat betreft de premiekorting doelgroep banenaf-spraak zal worden bezien en dat na vijf jaar de mobiliteitsbonus verdwijnt voor de doelgroep van de banenafspraak. De dan resterende financiële middelen kunnen dan voor andere arbeids-marktinstrumenten in de belasting- en premiesfeer worden ingezet De evaluatie dient begin 2019 beschikbaar te zijn omdat er dan voldoende volume is om de evaluatie over drie jaar te kunnen uitvoeren. In de aanloop daar naar toe zal met betrokken partijen de evaluatie worden voorbereid. Planning: januari 2019 3415 20-01-2016 AO Pensioenen SZW beziet de casus van de pensioenregeling waarvan de uitvoering recent naar Malta is verhuisd, en bericht de Tweede Kamer over eventuele bevindingen Planning: loopt mee in toezegging van Min. Fin om na zomer 2016 met een plan te komen om te voorkomen dat pensioenen steeds meer op Europees niveau geregeld worden en de Tweede Kamer na Prinsjesdag hierover te informeren 3418 20-01-2016 AO Pensioenen De Staatssecretaris zegt toe dat er een onderzoek komt naar het (niet-) gebruik van de overbruggingsre-geling AOW, incl. inzicht in de uitgekeerde bedragen Onderzoek is afgerond. In afwachting van SVB-rapportage. Afgesproken met de Staatssecretaris dat brief en rapport vóór Prinsjesdag aan de Tweede Kamer worden verzonden Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2238 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3419 20-01-2016 AO Pensioenen De Minister zegt toe mbt uitsluitsel over de timing van het onderzoek OBR: wanneer krijgt de Tweede Kamer de resultaten Met een brief van 26-02-2016 heeft de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer laten weten dat de uitkomsten van het onderzoek naar niet-gebruik OBR vóór Prinsjesdag 2016 aan de Tweede Kamer gezonden zal worden 3433 04-02-2016 Plenair debat inz. toekomst CAO’s Tegelijkertijd met de reeds geplandemonitor over transparante dispensatiebepalingen in cao’s (van directie UAW) zal de Minister de Tweede Kamer na de zomer berichten over hoe cao-partijen zelf omgaan met dispensatieverlening, en daarbij ook een appreciatie te geven van het dispensatiebeleid van SZW Planning: najaar 2016 brief naar Kamer (mede afhankelijk van het gereedkomen van de monitor van UAW) 3434 18-02-2016 Verzoek va het lid Van Weyenberg (D»66) tijdens de RvW van 17 juni 2015 om een plenair debat inz. het onderzoeksrapport van het CPB inz. discrimi-natie op de arbeidsmarkt In de nieuwe voortgangsrap-portage actieplan arbeidsdiscrimi-natie die eind 2016 aan de Tweede Kamer zal worden toegezonden wordt ingegaan op de invulling van diversiteitsbeleid binnen de rijksoverheid Planning: De verzending van de voortgangs-rapportage actieplan arbeidsmarktdiscrimi-natie staat gepland voor oktober/ november 2016 3443 16-03-2016 AO SUWI-onderwerpen De Minister informeert de Tweede Kamer uiterlijk september 2016 over de haalbaarheid dat UWV werkzoekenden een persoonlijke brief verstrekt met daarin aangegeven op welke regelingen de werkgever aanspraak kan maken bij deze specifieke potentiële werknemer.Aanvullende informatie: Bovenstaand n.a.v. een verzoek van Kamerlid Weyenberg. Of (uitvoerbaarheid) het kan en hoe het kan. Wenselijkheid ondersteunt ieder Planning: Uiterlijk eind september 2016 de Tweede Kamer informeren 3444 16-03-2016 – AO SUWI-onderwerpen De Minister informeert de Tweede Kamer in december 2016 over de KPI’s van de ZBO’s. Aanvullende informatie: Bij de aanbieding van de jaarplannen 2017 worden ze uitgelicht. Diverse Kamerleden dringen aan op actief op de hoogte te worden gehouden bij ontwikke-lingen Planning: december 2016 3458 23-03-2016 AO Discrimi-natie De Minister zegt toe dat de Tweede Kamer voor eind 2016 zal worden geïnformeerd over de opbrengsten van de motie Bisschop om antisemitisme binnen de EU te agenderen, waarbij nadruk ligt op inzicht in effectieve maatregelen De Tweede Kamer wordt conform toezegging na Prinsjesdag (in het najaar van 2016) hierover geïnformeerd 3459 23-03-2016 AO Discrimi-natie In de voortgangsrapportage arbeidsmarktdiscriminatie wordt aandacht besteed aan de positieve rol van het bedrijfsleven in het bevorderen van meer aandacht voor diversiteit Planning: De volgende voortgangsrapportage Actieplan Arbeidsmarktdiscriminatie staat gepland voor oktober/november 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2239 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3463 07-04-2016 AO Huwelijks-dwang en Achterlating De Minister zegt toe dat de voortgangsrapportage integratie eind 2016 naar de Tweede Kamer wordt gezonden. Daarin wordt meegenomen of het mogelijk is seksuele diversiteit toe te voegen aan burgerschapsonderwijs op scholen De Tweede Kamer wordt na Prinsjesdag geïnformeerd in de brief Voortgang integratie 3464 07-04-2016 AO Huwelijks-dwang en Achterlating De Minister zegt toe dat de Tweede Kamer geïnformeerd voor het zomerreces 2016 wordt geïnfor-meerd over hoe het onderzoek wordt uitgevoerd naar de dilemma’s waar hulpverleners mee te maken krijgen bij hulpverlening aan meisjes, vrouwen en LHBT’ers met een biculturele achtergrond De Tweede Kamer wordt voor Prinsjesdag geïnformeerd 3465 07-04-2016 AO Huwelijks-dwang en Achterlating De Minister zegt toe dat de Tweede Kamer voor de zomer geïnfor-meerd wordt over de motie van Dam (gedeelde waarden en onderlinge verbondenheid in de samenleving) De Tweede Kamer ontvangt na Prinsjesdag eind september een kabinetsreactie op de motie Van Dam. BZK is de trekker van deze kabinetsreactie 3466 07-04-2016 AO Huwelijks-dwang en Achterlating De Minister zegt toe dat hij KIS om advies zal vragen over effectieve aanpakken. Informatie hierover wordt opgenomen in de voort-gangsrapportage integratie voor eind 2016 De Tweede Kamer wordt na Prinsjesdag geïnformeerd 3469 14-04-2016 AO Armoede- en Schuldenbeleid De AMvB ten behoeve van het moratorium komt na een consulta-tieronde en na advies van de Raad van State in september naar de Tweede Kamer Planning september 2016 (voor Prinsjesdag) 3470 14-04-2016 AO Armoede- en Schuldenbeleid Het streven is dat de vereenvou-diging van de beslagvrije voet per 1 januari 2017 zal worden ingevoerd De wetgeving voor de vereenvoudiging van de beslagvrije voet wordt in de tweede helft van 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden. Planning eind december 2016 3473 14-04-2016AO Armoede- en Schuldenbeleid De Staatssecretaris gaat contact opnemen met haar collega Bussemaker over de problematiek van jongeren met een studie-toelage, die momenteel niet in de schuldhulpverlening kunnen komen Op dit moment wordt een rondetafel gepland met VNG, NVVK, OCW, DUO, St. Van de Straat die in juni moet plaatsvinden, zodat de resultaten hiervan in een gezamenlijke brief van OCW en SZW voor het zomerreces aan de kamer gestuurd kan worden. Planning eind september 2016 3478 02-06-2016 Plenaire behandeling wijz.wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet ivm de bevoegdheden van de ondernemingsraad inz. de arbeidsvoorwaarden pensioenen De Staatssecretaris zal de SER om advies vragen over de medezeg-genschap tav pensioenen in kleine bedrijven. Daarbij zal de Staatsse-cretaris ook aandacht vragen voor de positie van voormalige werknemers in gesloten pensioen-regelingen Planning: september 2016 adviesaanvraag SER Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2240 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3479 02-06-2016 Plenaire behandeling wijz.wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet ivm de bevoegdheden van de ondernemingsraad inz. de arbeidsvoorwaarden pensioenen Op verzoek van VVD en PvdA heeft de Staatssecretaris toegezegd om de uitvoering van de wet in de praktijk – inclusief eventuele procedures bij de rechter – te monitoren en de Tweede Kamer daarover na twee jaar te infor-meren Planning: evaluatie medio 2018 3480 09-06-2016 AO Arbeids-marktbeleid Reactie op SER-advies loondoorbe-taling. In najaar 2016 zal de Minister een reactie geven op het SER-advies over loondoorbetaling bij ziekte. Daarbij wordt zoals eerder toegezegd ook ingegaan op de collectieve variant De SER is bezig met de uitwerking van het advies 3482 17-05-2016 Mondelinge vraag van het lid Karabulut (SP) over het bericht dat 421.000 kinderen in armoede opgroeit De Staatssecretaris zegt toe voor de begrotingsbehandeling inzicht te verschaffen in de (voor zover) bekende resultaten ten aanzien van de 5 miljoen euro die het kabinet n.a.v. het amendement Van Dekken/Yücel beschikbaar heeft gesteld om meer kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen te kunnen laten sporten Het Ministerie van VWS en het Jeugdsport-fonds zijn geïnformeerd over de toezegging. Planning november 2016 3483 Uitgaande brief 21-06-2016 Reactie op aangenomen motie 31 497 nr. 188 over een Wajonguitkering voor ernstig meervoudig gehandicapte kinderen De Staatssecretaris gaat de in de motie geschetste situatie dat ouders om financiële redenen hun kinderen van school afhalen als onderdeel van de evaluatie Participatiewet onderzoeken. Met de tussenrapportage evaluatie Participatiewet rapporteert de Staatssecretaris de Tweede Kamer voor het zomerreces van 2017 over de resultaten van dit onderzoek De toezegging wordt beantwoord in de tussenrapportage evaluatie Participatiewet Planning: vóór zomerreces 2017 3484 22-06-2016 AO Arbeidson-geschiktheid Informeren WGA-instroomcijfers uitzendbranche en andere sectoren. De Minister zal de Tweede Kamer schriftelijk informeren over de WGA-instroomcijfers van de uitzendbranche en andere sectoren De Minister informeert de Tweede Kamer over de voortgang in het derde kwartaal van 2016 vóór de begroting 3485 22-06-2016 AO Arbeidson-geschiktheid Gesprek aangaan met AYA platform. De Minister zal in gesprek gaan met het AYA platform. De Tweede Kamer zal hierover gelijktijdig met de voortgang van de AMvB geïnformeerd worden De Minister zal in gesprek gaan met het AYA platform. De Tweede Kamer zal hierover gelijktijdig met de voortgang van de AmvB geïnformeerd worden. Planning: september 2016, na Prinsjesdag 3486 22-06-2016 AO Arbeidson-geschiktheid Uitkomsten gesprek Novag en UWV betreffende herbeoorde-lingen delen. In september 2016 zal de Minister de Tweede Kamer informeren over de uitkomsten van de gesprekken tussen UWV en Novag met betrekking tot de uitvoering van de herbeoorde-lingen De Minister zal de Tweede Kamer informeren over de uitkomsten van de gesprekken tussen UWV en Novag met betrekking tot de uitvoering van de herbeoordelingen. Planning: september 2016, na Prinsjesdag Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2241 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3492 08-06-2016 AO Pensioen-derwerpen De Tweede Kamer ontvangt voor 1 juli informatie over de mogelijke marsroute nav gesprek SZW met de partners over de fusiemogelijk-heden voor verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen In de brief aan de Tweede Kamer van 11-07-2016 (Kamerstukken II, 32 043, 338) heeft de Staatssecretaris aangegeven dat er momenteel onderzoek zal plaatsvinden samen met de pensioensector en sociale partners de mogelijkheden voor fusie van verplichtge-stelde bedrijfstakpensioenfondsen met afgescheiden vermogens. Deze gesprekken hebben een constructief karakter. Voor Prinsjesdag wordt de Kamer nader geïnfor-meerd over de uitkomsten van deze gesprekken. 3493 08-06-2016 AO Pensioen-derwerpen In oktober/november ontvangt de Tweede Kamer een nieuwe overzicht van de financiële positie (dekkingsgraden) van de pensioen-fondsen, gebaseerd op de stand eind derde kwartaal. Het kabinet stuurt een appreciatie mee In het najaar van 2016 wordt een brief naar de Tweede Kamer gestuurd 3494 08-06-2016 AO Pensioenon-derwerpen Voor 1/12 ontvangt de Tweede Kamer een analyse over de tendens dat pensioenfondsen naar België uitwijken en het vestigings-klimaat voor pensioenfondsen in Nederland Voor 1 dec.2016 brief naar Tweede Kamer 3495 Uitgaande brief 03-06-2016 Verzamelbrief pensioenon-derwerpen (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) De Tweede Kamer wordt geïnfor-meerd over het vervolgonderzoek naar de reden van de witte vlek Planning: december 2016 brief naar Tweede Kamer 3496 08-06-2016 AO Pensioenon-derwerpen Het CPB of een andere partij zal worden gevraagd een interna-tionale vergelijking te maken van de rentegevoeligheid van pensioenstelsels Planning: december 2016 3497 Uitgaande brief 03-06-2016 Verzamelbrief pensioenon-derwerpen (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 043, nr. 328) Wet verplichte beroepspensioenre-geling aanpassen om verschil in rechten van verantwoordingsor-ganen te repareren Dit onderwerp wordt meegenomen in Verzamelwet pensioenen 2017. Indiening bij Tweede Kamer op zijn vroegst november 2016 3500 Uitgaande brief 12-04-2016 Motie Kerstens. De Minister zal Tweede Kamer voor de begrotingsbehandeling 2016 informeren over de voortgang van het plan van aanpak misbruik stages Reactie op motie Kerstens (29 544, nr. 732) wordt hierin meegenomen. Afhandeling voor begrotingsbehandeling 2017 3510 23-06-2016 WGO Begro-tingsonderzoek In het WGO van 23-06-2016 toegezegd dat in het vervolg beleidsmatige en technische mutaties in de Slotwet conform RBV zullen worden toegelicht In de Slotwet zullen voortaan de mutaties worden toegelicht Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2242 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3511 23-06-2016 WGO Begro-tingsonderzoek In het WGO van 23-06-2016 is toegezegd dat conform de werkwijze bij OCW en VWS met een werkgroep van de commissie in gesprek zal worden gegaan om een gezamenlijke informatiebe-hoefte van de Tweede Kamer en het ministerie nader te bepalen zodat voor alle partijen een zinvolle en gedragen set van indicatoren/ kerncijfers beschikbaar komt Het BOR heeft aangegeven een werkgroep te starten na de zomer. In februari/maart 2017 verwachten zij iets op te leveren. SZW zorgt dat zij in dit proces betrokken wordt 3512 23-06-2016 WGO Begro-tingsonderzoek In het WGO van 23-06-2016 is toegezegd dat op basis van het lopende onderzoek naar prestatie-indicatoren UWV en SVB eind van het jaar bezien zal worden welke indicatoren kunnen worden opgenomen in Begroting en Jaarverslag Afspraken met SVB zijn bijna rond. Gesprekken met UWV lopen nog. Planning 1e kwartaal 2017 3513 23-06-2016 WGO Begro-tingsonderzoek De Minister zegt toe de Tweede Kamer vóór 1 oktober 2016 een beeld te geven of het mogelijk is om de tussenevaluatie sector-plannen voor de verkiezingen af te ronden De Tweede Kamer zal vóór 1 oktober 2016 geïnformeerd worden of de tussenevaluatie Sectorplannen vóór de verkiezingen afgerond kan worden. Planning: vóór 1 oktober 2016 3514 06-07-2016 AO Armoede- en Schuldenbeleid Voor 1 september zal de Staatsse-cretaris de Tweede Kamer informeren over de mogelijkheid om in de verkenning van de SER naar combinatiebanen, waarbij aandacht is voor werkende armen, ook de positie van de eenver-dieners onder de werkende armen te betrekken. De verkenning zelf verwacht de Staatssecretaris in het najaar Antwoord wordt voorbereid, vraag wordt informeel bij de SER uitgezet. Planning: vóór Prinsjesdag 2016 3515 20-01-2016 AO Pensioenen SZW beziet de casus van de pensioenregeling waarvan de uitvoering recent naar Malta is verhuisd, en bericht de Tweede Kamer over eventuele bevindingen Aan de afwikkeling van de toezegging wordt gewerkt. Beoogd is de Tweede Kamer daarover te berichten. Planning begin januari 2017 3516 06-07-2016 AO Armoede en Schuldenbeleid Uiterlijk eind november maakt de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer duidelijk of en op welke punten wetgeving aangepast dient te worden om de toegang tot de schuldhulpverlening te verbeteren (verduidelijken). Het onderzoek naar de toegang tot de schuldhulp-verlening door inspectie SZW verschijnt in oktober/november. Om tijd te winnen bereidt ze al een eventuele wetswijziging voor, maar of dat daadwerkelijk doorgang krijgt is afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek Aan de afwikkeling van de toezegging wordt gewerkt. Beoogd is de Tweede Kamer daarover te berichten. Planning eind november 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2243 ID Datum/Vindplaats Omschrijving Stand van zaken 3517 06-07-2016 AO Armoede en Schuldenbeleid Na het reces en voor de begro-tingsbehandeling zal de Staatsse-cretaris de Tweede Kamer informeren over de vorderingen van de gesprekken met VNG en de rechterlijke macht over alterna-tieven voor beschermingsbewind Aan de afwikkeling van de toezegging wordt gewerkt. Beoogd is de Tweede Kamer daarover te berichten. Planning begin oktober 2016 3518 06-07-2016 AO Armoede en Schuldenbeleid Voor eind oktober gaat de Staatssecretaris in gesprek met VWS en Maatschappelijke opvang koepels over armoedeproblematiek in de vrouwenopvang en zelfred-zaamheid Aan de afwikkeling van de toezegging wordt gewerkt. Beoogd is de Tweede Kamer daarover te berichten. Planning eind oktober 2016 3519 30-06-2016 Uitgaande brief tweede voortgangsbrief Wwz De Minister zegt toe om de Tweede Kamer te informeren over de uitkomsten van het gesprek met de Raad voor de Rechtspraak (RvdR) over de toepassing van het nieuwe ontslagrecht uit de Wwz. Het gaat om de constatering uit onderzoek dat de hoogte van de transitiever-goeding soms lijkt te worden meegewogen bij het toe- of afwijzen van een ontbindings-verzoek en om de vraag waarom rechters menen in soms te weinig ruimte te zien om te ontbinden o.g.v. een verstoorde arbeidsver-houding Planning: wanneer gesprek met de RvdR heeft plaatsgevonden, wordt een brief aan de Tweede Kamer opgesteld, naar verwachting december 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2244 BIJLAGE 6 SUBSIDIEOVERZICHT In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de subsidies van het Ministerie van SZW.Binnen deze bijlage wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies uit hoofde van subsidieregelingen en incidentele subsidies uit hoofde van de Kaderwet SZW. Subsidieregelingen zijn regelingen die door het Ministerie van SZW zijn ingesteld. De Kaderwet SZW is een algemene titel op grond waarvan partijen een subsidieverzoek kunnen indienen bij het Ministerie van SZW.Definitie subsidieIn deze bijlage wordt de subsidiedefinitie van de Algemene wet bestuursrecht gebruikt. Deze wet definieert een subsidie als volgt (artikel 4.21 Awb):«De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten».Tabel B.6.1 Subsidies uit hoofde van subsidieregelingen (x € 1.000) Artikel Naam subsidie (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie (jaartal, met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie (jaartal) 1 Kwaliteit arbeidsver-houdingen 283 300 0 0 0 0 0 7 2013 2018 2017 2 Sectorplannen 67.067 108.001 105.973 43.244 40.000 0 0 33 – 2017 2016 2 Armoede en schulden 2.809 6.400 5.300 700 0 0 0 15 – 2020 2018 2 Cofinanciering dienst-verlening1 0 5.500 18.750 13.250 0 0 0 – – 2019 2019 2 Scholing richting een kansberoep 0 3.900 6.300 16.800 0 0 0 – – 2019 2018 4 Scholing jonggehandi-capten2 12.269 13.300 13.300 0 0 0 0 5 2013 2017 2017 5 Scholing en plaatsing oudere werklozen 12.600 15.500 5.000 0 0 0 0 divers – 20163 2016 7 Versterking vaardig-heden 3.233 3.400 3.400 3.400 0 0 0 480 – 2017 2018 13 Subsidiëring overleg minderheden 1.101 0 0 0 0 0 0 10 – 2016 2014 TOTAAL 99.362 156.301 158.023 77.394 40.000 0 0 550 1 De volledige naam: Cofinanciering projecten dienstverlening werkzoekenden en projecten samenwerking en regie arbeidsmarkt.2 De regeling Scholing jonggehandicapten wordt steeds voor een periode opengesteld en toegekend en daarna via een in het Staatsblad te publiceren wijziging verlengd.3 Conform artikel 27 van de regeling heeft het UWV verslag gedaan van de doeltreffendheid van de regeling in de periodieke rapportages van het UWV. Bij brief Tweede Kamer, 2014–2015, 29 544, nr. 617 is verslag gedaan over de stand van zaken en ontwikkelingen van deze subsidieregeling. Begin 2017 zal de Minister van SZW een brief met de eindresultaten van de regeling naar de Tweede Kamer sturen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2245 Tabel B.6.2 Beschikbare middelen incidentele subsidies uit hoofde van de Kaderwet (x € 1.000) Artikel Naam subsidie (met hyperlink naar vindplaats) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Aantal verle-ningen 2015 Laatste evaluatie (jaartal, met hyperlink naar vindplaats) Volgende evaluatie (jaartal) Einddatum subsidie (zie toelichting) 1 Arbeidsmarkt 3.350 2.638 3.009 2.920 2.225 2.345 2.345 23 2013 2020 – 2 Bijstand, Participa-tiewet en Toesla-genwet 7.928 6.307 4.125 3.450 3.361 3.361 3.361 – 2018 – subsidies algemeen 4.824 3.103 1.021 346 257 257 257 17 EFMB 0 100 0 0 0 0 0 1 SBCM 2.800 2.800 2.800 2.800 2.800 2.800 2.800 1 Nibud 304 304 304 304 304 304 304 1 7 Kinderopvang 2.327 1.483 1.972 1.206 4.600 4.600 4.600 8 2015 2021 – 13 Integratie en maatschappelijke samenhang 5.540 9.340 9.940 3.432 3.432 4.032 4.032 – 2016 – opbouw kennisfunctie integratie 2.846 3.240 3.240 1.650 1.650 2.250 2.250 5 vluchtelingenwerk 1.030 1.367 1.032 1.032 1.032 1.032 1.032 1 overig 1.664 4.733 5.668 750 750 750 750 19 98 Algemeen 191 1.506 396 43 0 0 0 2 – – – TOTAAL 19.336 21.274 19.442 11.051 13.618 14.338 14.338 77 Incidentele subsidies worden vanwege het ad-hoc-karakter en de veelal kleine bedragen niet afzonderlijk geëvalueerd. In tabel B.6.2 wordt onder de laatste en volgende evaluatie verwezen naar de beleidsdoorlichtingen op het desbetreffende beleidsartikel. In een beleidsdoorlichting kan het gehele beleidsterrein aan de orde komen. In 2013 is de begroting van SZW opnieuw ingedeeld. Beleidsartikel 2 is gevormd uit diverse andere artikelen. Dit houdt in dat er nog geen beleidsdoorlichting van beleidsartikel 2 is geweest. Omdat beleidsartikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang pas sinds 2013 op de begroting van SZW staat, heeft hier nog niet eerder een beleidsdoorlichting plaatsgevonden.Tabel B.6.2 geeft een overzicht van de in de begroting 2017 onder het financiële instrument subsidies beschikbare middelen. Deze middelen zijn beschikbaar voor aanvragen voor incidentele subsidies (looptijd in de regel niet meer dan vier jaar). Op voorhand kan niet worden aangegeven welke subsidies zullen worden aangevraagd en wat de einddatum zal zijn. Omdat daarnaast de middelen structureel op de begroting staan, wordt de einddatum in deze tabel niet ingevuld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2246 BIJLAGE 7 OVERZICHT EVALUATIES EN OVERIG ONDERZOEK Overzicht onderzoek artikel 1: Arbeidsmarkt Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Arbeidsmarkt 2019 2020 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-fendheid en doelmatigheid Evaluatie Wet aanpak schijnconstructies (WAS) 2015 2016 Tussentijdse evaluatie duurzame inzetbaarheid in het MKB1 2015 2016 Profijt van de overheid 2016 2017 Definitieve evaluatie duurzame inzetbaarheid in het MKB2 2016 2016 Monitoring en evaluatie Regeling cofinanciering sector-plannen (artikel 1, 2, 5 en 11) 2014 2016 Monitoring en evaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11) 2017 2019 Werken na de AOW (artikel 1, 5 en 8) 2016 2018 Tussentijdse evaluatie jeugdlonen 2018 2019 Evaluatie Wwz (artikel 1 en 5) 2014 2020 Evaluatie mobiliteitsbonussen in dienst nemen arbeidsge-handicapten en uitkeringsgerechtigden ouder dan 56 jaar 2019 2019 Evaluatie Wet flexibel werken 2018 2020 Evaluatie arbeidsgerelateerde zorg 2020 2020 2. Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-fendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Langer doorwerken met arbeidsbeperkingen 2015 2016 Effectmeting Brug-ww en scholingsvouchers 2016 2019 Evaluatie ESF-regeling Duurzame Inzetbaarheid voor bedrijven 2014 2016 Evaluatie ESF-regeling Actieve Inclusie 2016 2013 Evaluatie ESF-regeling Duurzame inzetbaarheid voor sectoren 2017 2019 Evaluatie ESF-regeling Geïntegreerde en Territoriale Investering 2018 20201 Bij Begroting 2016 onder de titel «Tussentijdse evaluatie Actieplan Gezond Bedrijf».2 Bij Begroting 2016 onder de titel «Definitieve evaluatie Actieplan Gezond Bedrijf».Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2247 Overzicht onderzoek artikel 2: Bijstandswet, Participatiewet en Toeslagenwet Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet 2017 2018 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-fendheid en doelmatigheid Monitoring en evaluatie Regeling cofinanciering sector-plannen (artikel 1, 2, 5 en 11) 2014 2016 Monitoring en evaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11) 2017 2019 Effect tijdelijke aanvullende dienstverlening UWV 2017 n.n.t.b.1 Subsidieregeling evaluatie armoede- en schuldenproble-matiek 2018 2018 Evaluatie loonkostensubsidie en dispensatie 2016 2018 Evaluatie no-riskpolis o.g.v. wetsvoorstel Harmonisatie instrumenten Participatiewet 2019 2019 Evaluatie quotumheffing (indien quotum geactiveerd) 2019 2020 2. Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-fendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Ervaringsonderzoek werkgevers Participatiewet 2014 2017 Ervaringsonderzoek doelgroep Participatiewet 2014 2017 Ervaringsonderzoek gemeenten Participatiewet 2014 2017 Monitor en eindevaluatie Participatiewet 2014 2019 Gemeentecijfers monitor transities Participatiewet 2015 2019 Thermometer Wsw (eenmeting) 2015 2017 Onderzoek Normbaten Bbz 2016 2017 Evaluatie EFMB (Europees Fonds voor de Meest Behoef-tigen) 2017 20191 SZW bespreekt de komende tijd de looptijd en methodiek van het onderzoek met een onderzoeksbureau. Deze gesprekken zijn bepalend voor het moment van oplevering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2248 Overzicht onderzoek artikel 3: Arbeidsongeschiktheid Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Niet van toepassing1 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-fendheid en doelmatigheid Evaluatie modernisering ZW (artikel 3 en 6, finale effectmeting) 2014 2016 Arbeidsongeschiktheid1 2016 2017 2. Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Niet van toepassing 1 Oorspronkelijk stond de beleidsdoorlichting artikel 3 (arbeidsongeschiktheid) gepland in 2017. Uiterlijk 1 maart 2017 wordt het IBO (Interdeparte-mentaal beleidsonderzoek) Arbeidsongeschiktheid opgeleverd. Voor wat betreft de onderwerpen die in het IBO aan de orde komen (WIA), komt het IBO in plaats van de beleidsdoorlichting. Voor een aantal relatief kleine onderwerpen (onder andere WAZ) die niet in het IBO terugkomen is er voor gekozen om deze in een aparte evaluatie aan de orde te laten komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2249 Overzicht onderzoek artikel 4: Jonggehandicapten Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Jonggehandicapten 2016 2017 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Onderzoek naar het begrip «Arbeidsvermogen» 2015 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2250 Overzicht onderzoek artikel 5: Werkloosheid Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Werkloosheid 2015 2016 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Monitoring en evaluatie Regeling cofinanciering sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11) 2014 2016 Regeling vrijwilligerswerk in de WW 2016 2016 Meting netto-effectiviteit netwerktrainingen1 2016 2017 Werken na de AOW (artikel 1, 5 en 8) 2016 2018 Evaluatie Actieplan Perspectief voor vijftigplussers 2017 2019 Monitoring en evaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11) 2017 2019 Perspectief voor vijftigplussers 2017 2019 Evaluatie Wwz (artikel 1 en 5) 2014 2020 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Onderzoekskader Evaluatie Actieplan Perspectief voor vijftigplussers 2016 20161 Bij Begroting 2016 onder de titel «Evaluatie subsidie 50plus werkt!»Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2251 Overzicht onderzoek artikel 6: Ziekte en zwangerschap Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Ziekte en zwangerschap 2015 2017 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Evaluatie modernisering ZW (artikel 3 en 6, finale effectmeting) 2014 2016 Pilot Ziektewet uitstroom sectoren 2014 2017 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Effectiviteit van re-integratie in het tweede spoor 2016 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2252 Overzicht onderzoek artikel 7: Kinderopvang Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Kinderopvang 2020 2021 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Evaluatie Commissie Gunning (inclusief evaluatie «continue screening») 2016 2016 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Nulmeting aanwezigheid oudercommissies en alternatieve vormen van ouderparticipatie 2015 2016 Wachtlijst en capaciteitsonderzoek 2015 2016 Evaluatie subsidieregelingen versterking vaardigheden (tussentijds verslag) 2015 2016 Kwaliteitsonderzoek (monitor) Kinderopvang(KDV, BSO, PSZ, GO) 2016 2016 Kwaliteit ouderparticipatiecreches (OPC’s) 2016 2016 Evaluatie subsidieregelingen versterking vaardigheden 2015 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2253 Overzicht onderzoek artikel 8: Oudedagsvoorziening Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Oudedagsvoorziening 2018 2019 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Werken na de AOW (artikel 1, 5 en 8) 2016 2018 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Monitor twee daken regeling1 2015 2016 Impact van een overstap van een uniform naar een life-cycle beleggingsbeleid in de opbouwfase 2016 20161 Bij Begroting 2016 onder de titel «Monitor twee-woningenregel».Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2254 Overzicht onderzoek artikel 9: Nabestaanden Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Nabestaanden 2018 2019 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Experiment Anw inlichtingenplicht 2016 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2255 Overzicht onderzoek artikel 10: Tegemoetkoming ouders Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Tegemoetkoming ouders 2017 2018 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Monitor alleenstaande ouders 2015 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2256 Overzicht onderzoek artikel 11: Uitvoering Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Uitvoering 2020 2021 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Monitoring en evaluatie Regeling cofinanciering sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11) 2014 2016 Monitoring en evaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11) 2017 2019 Evaluatie handhavingsbeleid SZW mbt sociale verzekeringswetten 2016 2017 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Privacy impact assessment toegang SUWI 2015 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2257 Overzicht onderzoek artikel 13: Integratie en maatschappelijke samenhang Titel/onderwerp Start Afronding 1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 1a. Beleidsdoorlichtingen Integratie en maatschappelijke samenhang 2015 2016 1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Evaluatieonderzoek zelfbeschikking 2015 2017 2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid 2a. MKBA’s Niet van toepassing 2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Niet van toepassing 3. Overig onderzoek Jaarrapport Integratie 2015 2016 Hoofdonderzoek Maatschappelijke aansluiting kinderen EU-migranten 2015 2016 Verdiepende studie 2015, de effecten van het integratiebeleid in Nederland 2015 2016 Monitor inclusie (Roma) 2016 2017 Barometer Culturele diversiteit 2016 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2258 BIJLAGE 8 HORIZONTALE OVERZICHTCONSTRUCTIE INTEGRATIE-BELEID ETNISCHE MINDERHEDEN Tabel B.8 Overzichtconstructie Integratiebeleid etnische minderheden Nr. hoofdstuk Ministerie Artikel Onderdeel Doelstelling Inburgering XV SZW 13 – Faciliteren dat inburgeringsplichtigen hun inburgeringsexamen halen. Arbeid en werkgelegenheid VI VenJ 31 31.2 Overheid als werkgever. VII BZK 7 7.1 Mede zorgen voor een voldoende aanbod van goed geschoold overheidspersoneel en voor een betrouwbare, herkenbare overheid door het bevorderen van integriteit, diversiteit, transpa-rantie en kostenbewustzijn van overheidsorgani-saties. XVIII WR 3 3.1 Kwaliteit Rijksdienst. Jeugd (en veiligheid) XV SZW 13 – Het versterken van maatschappelijke en econo-mische zelfredzaamheid, zodat de maatschappe-lijke samenhang toeneemt en tegenstellingen worden tegengegaan. Emancipatie VIII OCW 25 – Het versterken van maatschappelijke zelfred-zaamheid van bi-culturele LHBT’s en bijdragen aan de sociale acceptatie op grond van seksuele oriëntatie en/of gender-identiteit in bi-culturele kringen. Participatie VII BZK 7 7.2 Uitvoeren van pensioenregelingen voor (voormalige) Nederlandse ambtenaren uit de voormalig overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen. XV SZW 13 – Het versterken van maatschappelijke en econo-mische zelfredzaamheid, zodat de maatschappe-lijke samenhang toeneemt en tegenstellingen worden tegengegaan. XVIII WR 1 1.1 Een vrij toegankelijke, vraaggerichte woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben.In het interdepartementaal overzicht integratiebeleid etnische minder-heden zijn doelstellingen opgenomen uit de begrotingen met specifieke maatregelen en algemene maatregelen, waarbij expliciete beleidsdoelstel-lingen op het terrein van het integratiebeleid etnische minderheden zijn geformuleerd in de begroting, in beleidsnota’s of in de integratiemonitor. Het overzicht is ingedeeld naar een aantal beleidsterreinen om de samenhang tussen de beleidsmaatregelen van de verschillende minis-teries inzichtelijker te maken: Inburgering, Arbeid en werkgelegenheid, Jeugd (en veiligheid), Emancipatie en Participatie.Voor elk beleidsterrein is weergegeven waar de specifieke en algemene maatregelen zijn te vinden in de Rijksbegroting. Weergegeven zijn:•Begrotingshoofdstuk;•Ministerie;•Nummer artikel;•Onderdeel artikel (indien in de desbetreffende begroting nader uitgesplitst);•Omschrijving doelstelling waar de maatregel deel van uitmaakt.ToelichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2259 De maatregelen op andere begrotingshoofdstukken dan die van SZW worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van bewindspersonen van andere departementen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2260 BIJLAGE 9 LIJST MET AFKORTINGEN AIO Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen AKW Algemene Kinderbijslagwet AMU Aanpak Malafide Uitzendbureaus AMvB Algemene Maatregel van Bestuur Anw Algemene nabestaandenwet Aof Arbeidsongeschiktheidsfonds AOV Algemene Ouderdomsverzekering Caribisch Nederland AOW Algemene Ouderdomswet Arbo Arbeidsomstandigheden ATW Arbeidstijdenwet avv Algemeen verbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten Awb Algemene wet bestuursrecht AWf Algemeen Werkloosheidsfonds AWW Algemene Weduwen- en Wezenverzekering Caribisch Nederland AZC Asielzoekerscentrum BKWI Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen Brzo Besluit risico’s zware ongevallen BTW Belasting Toegevoegde Waarde BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bqa banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten cao collectieve arbeidsovereenkomst CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CEP Centraal Economisch Plan CN Caribisch Nederland COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers CPB Centraal Planbureau Ctgb College voor de toelating van gewasbeschermingsmidde-len Divosa Vereniging van directeuren van gemeentelijke sociale diensten DNB De Nederlandsche Bank DUO Dienst Uitvoering Onderwijs DWSRA Dienstverlening Werkzoekenden en projecten Samenwer-king en Regie Arbeidsmarkt EBB Enquête Beroepsbevolking EFMB Europees Fonds voor Meest Behoeftigen EGF Europees Globalisatiefonds EMU Economische en Monetaire Unie EMVF Europese Migratie- en VeiligheidsFondsen ESF Europees Sociaal Fonds EU Europese Unie EZ Ministerie van Economische Zaken fte fulltime equivalent (=voltijdbaan) GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst IAU Incidentele aanvullende uitkering IB Inlichtingenbureau IBO Interdepartementaal Beleidsonderzoek ICT Informatie- en Communicatie Technologie ILO International Labour Organization IOAOW Inkomensondersteuning AOW-gerechtigden IOAW Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsonge-schikte werkloze werknemers Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2261 IOAZ Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsonge-schikte gewezen zelfstandigen IOW Inkomensvoorziening oudere werklozen IVA Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten KOT Kinderopvangtoeslag LCR Landelijke Cliënten Raad LIV Lage-inkomensvoordeel LKV Loonkostenvoordeel MAU Meerjarige aanvullende uitkering MEV Macro-Economische Verkenning mkb midden- en kleinbedrijf MKOB Mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming voor oudere belastingplichtigen MLT Middellange Termijnraming NCvB Nederlands Centrum voor Beroepsziekten NT2 Nederlands als tweede Taal OBR Overbruggingsregeling AOW OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Oke Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie OM Openbaar Ministerie OOP Out Of Pocket kosten OR Ondernemingsraad Pgb Persoonsgebonden Budget PGVN Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland PSA Psychosociale Arbeidsbelasting RBG-eng Rijksbegroting in enge zin RCSP Regeling sectorgewijze opleidingen / sectorplannen RCN Rijksdienst Caribisch Nederland RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RSO Rijksschoonmaakorganisatie RWT Rechtspersoon met een wettelijke taak RUS Raamwerk voor Uitvoering van Rijkssubsidies SBCM Stichting Beheer Collectieve Middelen SER Sociaal Economische Raad SSO Shared Service Organisaties SUWI Structuur Uitvoering Werk en Inkomen SVB Sociale Verzekeringsbank Sw Sociale werkvoorziening SZA Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid TAS Regeling Tegemoetkoming Asbestslachtoffers TK Tweede Kamer TOG Tegemoetkoming Onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen TNO Instituut voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderwijs TW Toeslagenwet twv Tewerkstellingsvergunning UFO Uitvoeringsfonds Overheid UWV Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen VenJ Ministerie van Veiligheid en Justitie VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Waadi Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs Wajong Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten WAO Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2262 Was Wet Aanpak Schijnconstructies WAV Wet Arbeid Vreemdelingen WAZ Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandi-gen WAZO Wet arbeid en zorg WGA Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten Wgs Wet gemeentelijke schuldhulpverlening WIA Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen WKB Wet op het kindgebonden budget Wko Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Wml Wettelijk Minimumloon WOR Wet op de Ondernemingsraden WR Ministerie van Wonen en Rijksdienst Wtl Wet tegemoetkomingen loondomein Wsw Wet sociale werkvoorziening Wtcg Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten WW Werkloosheidswet WWB Wet Werk en Bijstand Wwz Wet werk en zekerheid ZBO Zelfstandige Bestuursorgaan ZonMw Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen ZW Ziektewet zzp’er zelfstandige zonder personeel Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XV, nr. 2263
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.