Voorstel van wet
Brontekst
Versie 7681d579ad0651cb · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 34 454Wijziging van de Huisvestingswet 2014 inzake de huisvesting van vergunninghouders Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de Huisvestingswet 2014 teneinde vergunninghouders in de Huisvestingswet 2014 niet langer aan te merken als verplichte voorrangscategorie en te borgen dat gemeenten vastleggen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de taakstelling op grond van artikel 28 van de Huisves-tingswet; Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedge-vonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I De Huisvestingswet 2014 wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 12 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt te luiden: 3. Woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschap-pelijke ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen, behoren in ieder geval tot de woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid. 2. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 4. Indien de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan het eerste lid legt hij in de huisvestingsverordening vast op welke wijze de gemeente voldoet aan de zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergun- kst-34454-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 454, nr. 21 ninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling, behoudens in die gevallen dat burgemeester en wethouders daarin op andere wijze voorzien. BIn artikel 16 vervallen de dubbele punt aan het einde van de aanhef, onderdeel a en de aanduiding «b.» voor onderdeel b. ARTIKEL II Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. GegevenDe Minister voor Wonen en Rijksdienst,Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 454, nr. 22
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.