KamerkringInloggen
Kamerbrief

Vlaams-Nederlands Besluit inzake zeesluis Terneuzen

19 mrt 2012 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ff0302e11531c98b · officiële bron

kst-33000-A-63ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2012Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–2012 33 000 AVaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2012 Nr. 63 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 19 maart 2012 Het doet mij goed u met deze brief te informeren over het akkoord dat ik zojuist heb bereikt met de Vlaamse minister Crevits over een nieuwe grote zeesluis bij Terneuzen. Deze zeesluis is van belang voor Vlaanderen en voor Nederland. Hij zorgt voor verbetering van de maritieme toegang van Gent en geeft een reductie van de wachttijden voor de Nederlandse binnenvaart. Bovendien worden met vergroting van de totale capaciteit van het sluizencomplex de corridormogelijkheden richting Frankrijk verbeterd, hetgeen de econo-mieën van Vlaanderen en Nederland ten goede komt. Daarnaast draagt een grote zeesluis bij aan verbetering van de luchtkwaliteit en is hij een katalysator ter versterking van de regionale economie. Op basis van dit akkoord (zie bijlage 1)1 heb ik besloten tot een Voorkeurs-beslissing in het MIRT-traject inzake de verbetering van de Maritieme toegankelijkheid van de Kanaalzone Gent-Terneuzen (zie bijlage 2)1. De Voorkeursbeslissing betreft een grote zeesluis met als uitgangspunt de afmetingen 427m x 55m x 16m (l x b x d). Reeds eerder heb ik u geïnformeerd over het MIRT-traject van het project «Verbetering Maritieme Toegankelijkheid Kanaalzone Gent-Terneuzen» dat Nederland gezamenlijk met Vlaanderen uitvoert. De verkenning en de aanvullende onderzoeken zijn in 2009 respectievelijk in 2010 afgerond. Bij de verkenning zijn de stakeholders nauw betrokken geweest binnen het Stakeholders Adviesforum (SAF). Zij adviseerden op basis van de verkenning voor een grote zeesluis. Eind 2009 zijn de ambtelijke onder-handelingen met Vlaanderen gestart. Minister Crevits en ik hebben op basis van deze onderhandelingen het akkoord van vandaag bereikt in een aantal stappen: 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informa-tiepunt Tweede Kamer. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 631 –In januari 2011 hebben we besloten ons te focussen op een grote zeesluis; –In juli 2011 zijn we een kostenverdeling op hoofdlijnen tussen Vlaanderen en Nederland voor een grote zeesluis overeengekomen; –Vandaag hebben we tot slot een gezamenlijk Besluit kunnen onderte-kenen waarmee alle afspraken over de aanleg van de grote zeesluis, het beheer en onderhoud en de kanaalaanpassingen worden vastgelegd. Nederland betaalt voor de aanleg van een nieuwe grote zeesluis bij Terneuzen en 30 jaar onderhoud en beheer een bijdrage in de kosten van in totaal 141,9 mln euro (excl. BTW, pp 2008). Dit bedrag staat vast en wijzigt niet als de sluis duurder of goedkoper blijkt. Het doet mij genoegen dat de regio heeft toegezegd 10 mln euro van de Nederlandse bijdrage voor haar rekening te nemen. Vlaanderen vult de Nederlandse bijdrage aan tot de totale projectkosten. Deze worden geraamd op 1,05 mrd euro (excl. BTW, pp 2008). Vlaanderen en Nederland dragen elk de BTW voor hun aandeel in de projectkosten. De meerkosten van de kanaalaanpassingen als gevolg van de keuze voor een grote zeesluis bovenop de kosten voor reguliere geplande werkzaam-heden zijn voor rekening van Vlaanderen. Nederland levert hieraan een bijdrage van 15 procent van de totale kosten van de sluis (met een maximum van 150 mln euro). De door mij genomen Voorkeursbeslissing is tevens het startschot voor een gezamenlijke Vlaams-Nederlandse planuitwerkingsfase onder verantwoordelijkheid van de Vlaams Nederlandse Scheldecommissie (de VNSC). Een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse en een Milieu Effectrapportage (MER) maken hier deel van uit. Ik ben met minister Crevits overeengekomen dat we voor de planuitwer-kingsfase een Design Build Finance Maintain contract (DBFM) als uitgangspunt nemen. Bovendien zullen we onderzoeken of efficiencywinst kan worden behaald door het onderhoud uit te breiden naar andere onderdelen binnen het sluizencomplex. Wanneer dit het geval is zullen Vlaanderen en Nederland deze efficiencywinst gelijk verdelen. Het streven is om de Planuitwerkingsfase eind 2014 te hebben afgerond. De zojuist gemaakte afspraken tussen Nederland en Vlaanderen dienen bovendien verankerd te worden in een Vlaams-Nederlands Verdrag. Daarom zullen parallel aan de planuitwerkingsfase verdragsonderhande-lingen gestart worden. Ik verwacht dit Verdrag eveneens eind 2014 ter goedkeuring aan het parlement voor te kunnen leggen. De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas GeesteranusTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 632

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8f00b31afe3e320d

14 okt 2026 · 88dc77950c7eb70d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.