Toezichtrapport WSW 2024
Brontekst
Versie 7f694996c3fe1790 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 453WoningcorporatiesNr. 577 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2025Hierbij bied ik uw Kamer het Toezichtrapport WSW 2024 aan dat isopgesteld door de Autoriteit woningcorporaties (Aw). De Aw voert sinds2016 het publiekrechtelijke toezicht uit op Waarborgfonds SocialeWoningbouw (WSW) met als doel het financieel risico van de achtervangvan het Rijk en de gemeenten te beheersen. Jaarlijks wordt het rapportaan uw Kamer gestuurd. Daarnaast informeer ik uw Kamer in deze briefover de afschaffing van de premiedifferentiatie in de vergoeding diedeelnemers aan WSW betalen voor de werkzaamheden van WSW. Ookgeef ik uw Kamer een update over het proces om te komen tot een nieuwemethodiek voor de maximale borg.Toezichtrapport WSW 2024AlgemeenWSW borgt leningen van woningcorporaties. Daarmee garandeert hetvoor financiers van die leningen de betaling van rente en aflossing.Hierdoor kunnen woningcorporaties zich tegen gunstige voorwaardenfinancieren op de kapitaalmarkt. Het Rijk en de gemeenten bekleden eenachtervangpositie. Dat betekent dat zij bij dreigende liquiditeitstekorten bijWSW steun zullen verschaffen in de vorm van renteloze leningen. Doelvan het toezicht op WSW is om het achtervangrisico van het Rijk en degemeenten te beheersen en de kans op een aanspraak op de achtervangte minimaliseren. Het toezicht richt zich op de naleving van de driebeleidsregels en op een beheerste en integere bedrijfsvoering. De Awgebruikt voor de beoordeling een vierpuntsschaal: voldoende, verbeteringaanbevolen, verbetering vereist en onvoldoende.In algemene zin geeft de Aw aan dat WSW een gedegen organisatie is.Processen en procedures zijn uitgewerkt en passend bij de omvang enactiviteiten van de organisatie. Het bestuur informeert de Aw metregelmaat over relevante en actuele ontwikkelingen. Dit neemt niet weg kst-29453-577ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 453, nr. 5771 dat de Aw op een aantal onderdelen ruimte voor verbetering ziet. De Awheeft een aantal bevindingen gesignaleerd. Deze worden geclassificeerdals niet cruciaal en niet materieel. Dat is ook hoe ik het zie. Voor eencomplete beschrijving van de bevindingen verwijs ik u naar hetToezichtrapport.WSW scoort een voldoende op de naleving van de beleidsregel I tot enmet III en de integere bedrijfsvoering. Voor het onderdeel beheerstebedrijfsvoering is de score verbetering aanbevolen gegeven. Dit is eenverbetering ten opzichte van 2023. In het vorige Toezichtrapport1 was aanhet onderdeel beheerste bedrijfsvoering een score van verbetering vereistgegeven.BeleidsregelsBeleidsregel I beschrijft hoe de toereikendheid van het risicokapitaaljaarlijks moet worden bepaald door WSW. Het vereist kapitaal van WSWis in het najaar van 2024 berekend door WSW en is gebaseerd op demarktwaarde van het vastgoed en van de geborgde leningen per eind2023 en op de vastgestelde ratings (risicoscores) van individuelewoningcorporaties per 15 oktober 2024. Het vereiste kapitaal is volgensWSW € 891 miljoen. Het beschikbare risicokapitaal is per eind 2023€ 2.884 miljoen. Omdat het beschikbare risicokapitaal groter is dan hetvereiste kapitaal, is het risicokapitaal van WSW toereikend. De Aw heeftgeen opmerkingen bij de berekening van het vereiste en beschikbarerisicokapitaal door WSW en concludeert dat beleidsregel I voldoende isnageleefd. Het voldoen aan de toereikendheidstoets geeft grote zekerheiddat WSW aan alle borgaanspraken kan voldoen zonder de achtervang tehoeven aanspreken.Beleidsregel II beschrijft de voorwaarden voor verstrekking van borgingvan geldleningen voor deelnemers. De Aw concludeert dat Beleidsregel IIin 2024 voldoende is nageleefd.Beleidsregel III regelt het overleg en de informatieverstrekking van WSWaan de Staat en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De Awconcludeert dat Beleidsregel III in 2024 voldoende is nageleefd.Beheerste en integere bedrijfsvoeringOnder beheerste bedrijfsvoering wordt verstaan de inrichting en dekwaliteit van de uitvoerende processen, de inrichting en de kwaliteit vande administratieve en interne organisatie en de inrichting en kwaliteit vande informatievoorziening en de communicatie. De Aw heeft WSW voorhet onderdeel beheerste bedrijfsvoering de score verbetering aanbevolengegeven. Dit is een verbetering ten opzichte van 2023. Hoewelvooruitgang is geboekt, signaleert de Aw nog diverse verbeterpunten. Hetgaat bijvoorbeeld om voldoende inzetbare eigen auditors, verdereverbeteringen aan het Enterprise Risk Management en om de doelen in demeerjarenstrategie SMART te formuleren. Voor een complete beschrijvingvan deze punten verwijs ik naar het Toezichtrapport.In het vorige Toezichtrapport 2023 constateerde de Toezichthouder eenovertreding van het beleggingsstatuut. De Toezichthouder concludeerdedat WSW bij het aanhouden van middelen bij de bewaarder niet voldeedaan de ratingvereisten van het beleggingsstatuut dat in 2023 is herzien engoedgekeurd door de deelnemersraad en achtervang. Hiervoor legde deToezichthouder een informele interventie op aan WSW. WSW werd 31Kamerstuk 29 453, nr. 573Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 453, nr. 5772 acties opgelegd, die uiterlijk aan het einde van het 3e kwartaal van 2024afgerond moesten zijn. De Aw heeft als opvolging vastgesteld dat: 1) Meteen wijziging in het beleggingsstatuut de overtreding is opgeheven. Dezewijziging is afgestemd met en formeel goedgekeurd door de RvC, deachtervang en de deelnemersraad. 2) De overtreding is geëvalueerd, endat WSW verbetermaatregelen heeft geïmplementeerd om de onderlingeinformatievoorziening binnen het bestuur te versterken. 3) Het bestuurblijk geeft van een open en lerende houding. In de gesprekken over deinformele interventie zag de Toezichthouder in eerste instantie eendefensieve houding bij het bestuur. Dit is besproken met het bestuur ende RvC. De Aw constateert inmiddels een open en lerende houding.Integere bedrijfsvoering houdt in het tegengaan van het risico opbelangenverstrengeling en van andere strafbare feiten en anderehandelingen die het vertrouwen in de borgingsvoorziening kunnenschaden. De Toezichthouder concludeert dat de integere bedrijfsvoeringover het geheel genomen een voldoende krijgt.ReactieIk ben tevreden dat het rapport Toezicht WSW 2024 bevestigt dat WSW in2024 aan alle drie de beleidsregels heeft voldaan en dat er sprake is vaneen integere bedrijfsvoering. Dit is in lijn met het Rapport Toezicht WSW2023. Ook ben ik tevreden dat voor het onderdeel beheerste bedrijfs-voering de score is verbeterd van verbetering vereist naar verbeteringaanbevolen. Ik vertrouw erop dat WSW de ingezette lijn zal voortzetten enaan de slag gaat met de aanbevelingen die de Aw heeft gedaan. In dereactie van WSW op het rapport word ik hierin bevestigd.Daarnaast ben ik blij met de positieve woorden van de Aw over WSW. Ditonderstreept mijn vertrouwen in de robuustheid en veerkracht van onsborgstelsel. Op basis hiervan kunnen corporaties in de komende jaren opeen verantwoorde wijze bijdragen aan belangrijke maatschappelijkeopgaven, zoals sociale woningbouw, verduurzaming en leefbaarheid.Maximale borgVoor het risico dat een grote aanspraak op de borg leidt tot problemenvoor het borgstelsel, introduceerde WSW, na consultatie bij deelnemersen achtervangers, in 2014 de maximale borg. De maximale borg stelt eenabsolute begrenzing aan de omvang van de geborgde schuld (en daarmeede omvang van een aanspraak) bij één enkele deelnemer. De maximaleborg bedraagt 3,5 miljard euro aan nominale geborgde schuld. Bij devaststelling van de maximale borg is gekozen voor een vaste waarde,zonder een (proces) afspraak over indexering of herijking. Sinds 2014 is demaximale borg dan ook ongewijzigd.In het voorjaar van 2023 heeft uw Kamer een motie aangenomen2 waarinhet de regering verzoekt om te onderzoeken of de maximale borgaangepast kan worden, zodat woningcorporaties maximaal kunnenbijdragen aan de nieuwbouw van vooral sociale huurwoningen. Naaraanleiding van de motie heb ik WSW gevraagd om te komen met eenvoorstel voor een methodiek voor de onderbouwing en ontwikkeling vande maximale borg.WSW stelt voor om de maximale borg vorm te geven op basis van zowelde nominale als de marktwaarde van de leningen. De eerst knellendegrens wordt gehanteerd bij het al dan niet verstrekken van borging. Een2Kamerstuk 32 847, nr. 1029Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 453, nr. 5773 maximale borg op basis van de marktwaarde sluit aan bij het concentra-tierisico dat WSW beoogt te beheersen. Het nadeel hiervan is dat demaximale borg op basis van de marktwaarde, door renteschommelingenminder voorspelbaar is voor deelnemers om op te sturen. Daarnaast is deverwachting dat de geborgde schuld de komende jaren snel zal groeien.Dit kan leiden tot een snel toenemende hoogte van de maximale borg opmarktwaarde wat als onwenselijk wordt gezien. Daarom is ervoor gekozenom ook te werken met een nominale maximale borg. WSW stelt voor ombij de inwerkingtreding van de aangepaste maximale borg, de nominalegrens van 3,5 miljard euro met terugwerkende kracht te indexeren opbasis van de kerninflatie.Ik kan mij goed vinden in de nieuwe methodiek voor de maximale borgdie WSW voorstelt. Er is een goede balans gevonden tussen enerzijds hetbeheersbaar houden van de risico’s voor het borgstelsel en anderzijdsgeeft het corporaties voldoende ruimte om te kunnen investeren. Eenwijziging van de methodiek vereist ook de goedkeuring van de VNG. DeVNG heeft hierover nog geen besluit genomen. Momenteel werkt WSWalvast in afwachting van definitieve besluitvorming in samenspraak metde achtervang de regelgeving ten behoeve van de nieuwe methodiek uit.PremiedifferentiatieDeelnemers van WSW betalen een zogenaamde borgstellingsvergoedingvoor de werkzaamheden die WSW verricht. Sinds 2017 is hierbij sprakevan een differentiatie tussen de deelnemers in deze vergoeding (premie-differentiatie). De premiedifferentiatie is ingevoerd als onderdeel van eenpakket maatregelen naar aanleiding van de Parlementaire EnquêteWoningcorporaties. De totale vergoeding ter dekking van de kosten vanWSW voor een bepaald jaar blijft gelijk, maar wordt per corporatievastgesteld op basis van het geborgd schuldrestant en de risicocategorie.Corporaties worden ingedeeld in een risicocategorie op basis van hunfinanciële situatie en bedrijfsrisico’s. Corporaties met een hoger risico-profiel betalen een relatief hogere vergoeding. Het doel was destijdstweeledig: «prikkelwerking in het stelsel en versterking van de risicobe-heersing″3. Om te voldoen aan deze politieke wens is destijds depremiedifferentiatie op de huidige wijze opgezet en ook door partijen alszodanig geaccepteerd.In de praktijk blijkt de beoogde prikkelwerking niet doelmatig endoeltreffend, terwijl op andere manieren de risicobeheersing in het stelselis versterkt:•De verschillen die door de differentiatie ontstaan zijn dusdanig klein –het gaat in absolute zin om honderden dan wel duizenden euro’s perjaar – dat deze geen stimulans is voor corporaties om hun risicoprofielte verbeteren voor zover dat al mogelijk is4;•Er bestaat op dit moment zeer weinig spreiding van de corporatiesover de 4 verschillende risicocategorieën, waardoor het effect vandifferentiatie gedempt wordt;•Gezien de individuele risicoscore bij de betreffende corporatie nietbekend is, maar alleen de indeling in één van de vier risicocategorieën,is het lastig voor de corporatie om hierop te sturen;3Kamerstuk 29 453, nr. 4174Twee concrete voorbeelden: een midden-kleine corporatie met een hoge risicoscore betaalde in2023 een premie van 1.379 euro, dat is 445 euro meer dan de basispremie en een grotecorporatie met een lage risicoscore betaalde in 2023 een premie van 55.602, dat is 7.458 eurominder dan de basispremie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 453, nr. 5774 WSW heeft verschillende alternatieven bekeken om aan de genoemdebezwaren tegemoet te komen, maar deze alternatieven blijken debezwaren niet in voldoende mate weg te kunnen nemen. Hier komt bij datde huidige risicobeheersing veel robuuster is dan ten tijde van deinvoering van de premiedifferentiatie, inmiddels zijn er namelijk eenaantal verbeteringen doorgevoerd in de risicobeheersing. Zo kan WSWbijvoorbeeld in het reguliere borgingsproces het borgingsplafondbeperken, risico- en beheersmaatregelen opleggen, deelnemers inbijzonder of verdiepend beheer plaatsen en een verplicht herstelplanopleggen. Deze versterking van het stelsel en van individuele beoorde-lingen maakt het minder noodzakelijk om deelnemers via premiedifferen-tiatie aan te zetten tot versterking van de risicobeheersing. Verder kanvanuit volkshuisvestelijk oogpunt beargumenteerd worden dat het nietwenselijk is dat corporaties die als gevolg van hun grote opgave eenverslechterd risicoprofiel laten zien daar financieel nadeel aan onder-vinden. Daarom heb ik op 2 september 2024 een verzoek van WSW om depremiedifferentiatie af te schaffen goedgekeurd. De borgstellingsver-goeding wordt nu alleen vastgesteld op basis van het geborgdschuldrestant.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 453, nr. 5775
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.