Memorie van toelichting
Brontekst
Versie 99500bc44edd40a9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–201734 550 AVaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2017Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGRO-TINGSWETSVOORSTEL 2 Wetsartikel 1 2 B. BEGROTINGSTOELICHTING 3 1. Leeswijzer 3 2. Infrastructuuragenda 8 3. Productartikelen 19 Artikel 12 Hoofdwegennet 19 Artikel 13 Spoorwegen 38 Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur 58 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet 64 Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer 79 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten 88 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk 93 4. Bijlagen 94 Bijlage 1 Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeel 94 Bijlage 2 Verdiepingsbijlage 96 Bijlage 3 Overzichtsconstructie Kustwacht 132 Bijlage 4 Instandhouding 135 Bijlage 5 ProRail 152 Bijlage 6 DBFM-conversies 154 Bijlage 7 Lijst van afkortingen 155 kst-34550-A-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 21 A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas GeesteranusTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 22 B. BEGROTINGSTOELICHTING Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) stelt de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Begroting hoofdstuk XII) op van de Rijksbegroting, de begroting van het Infrastructuurfonds en de begroting van het Deltafonds.Voor u ligt de begroting van het Infrastructuurfonds.Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastruc-tuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi (meer of minder uitgaven in enig jaar) overhevelen – in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenM – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten.Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting van IenM (artikelonderdeel 26.01). Daarnaast worden voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsin-stanties en de Europese Unie.1. LEESWIJZER AlgemeenDe opzet en de structuur van de onderliggende begroting voor het Infrastructuurfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën.Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op deze regelgeving voor dit fonds de onderstaande punten in de begroting verwerkt.•Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Infrastructuurfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is als volgt:Norm bij te verklaren verschillen Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) < 50 1 2 ≥ 50 en < 200 2 4 ≥ 200 < 1.000 5 5 ≥ 1.000 5 5 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 23 •In bijlage 1 zijn de uitgaven per modaliteit weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de Begroting hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.•Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2030.•Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2030 toegelicht. Dit rekening houdend met de norm zoals hierboven is aangegeven.•Voor Beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage opgeno-men. Specifiek voor Spoor (artikelonderdeel 13.02) geldt dat een meer uitgebreide inhoudelijke toelichting is opgenomen op de aanwending van de bijdrage aan ProRail. In deze begroting is een specificatie van de uitgaven opgenomen, conform de specificatie zoals opgenomen in het beheerplan en de jaarrekening van ProRail.•Er is een zichtbare aansluiting tussen de uitgaven op het Infrastructuur-fonds en de uitgaven van ProRail. Dit is gedaan door de middelen voor ProRail apart zichtbaar te maken bij artikelonderdeel Aanleg (artikel 13.03) en door het opnemen van het grafische schema met financiële stromen spoorinfrastructuur.Inzicht in budgetflexibiliteitNaar aanleiding van een toezegging om de budgetflexibiliteit tot en met het einde van de looptijd van de fondsen inzichtelijk te maken, bevat de begroting informatie over de mate van verplichting van het budget.•Een groot deel van uitgavenruimte op het Infrastructuurfonds tot en met 2030 is belegd met doorlopende juridische verplichtingen die voortkomen uit langlopende geïntegreerde contractvormen voor het ontwerpen, aanleggen, financieren en onderhouden van infrastructuur (zgn. DBFM-contracten), complementaire verplichtingen voor beheer, onderhoud en vervanging en budgetten die benodigd zijn voor bekostiging van Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail.•Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten op de artikelen voor aanleg als juridisch verplicht beschouwd omdat het hier projecten betreft in de realisatiefase. Bij projecten in de realisatiefase zijn er doorgaans juridisch bindende afspraken met aannemers gemaakt.•Voor projecten in de verkenning en planuitwerkingsfase geldt dat er doorgaans in meer of mindere mate concrete bestuurlijke afspraken zijn gemaakt. De tabellen voor programma’s en projecten die zich bevinden in de fase van verkenning of planuitwerking geven inzicht in de concreetheid van deze afspraken en daarmee over de mate van verplichting van de budgetten. Hiermee wordt de budgetflexibiliteit voor de periode tot en met 2030 inzichtelijk gemaakt.•Het hele programma voor verkenning en planuitwerking is daartoe per modaliteit ingedeeld in drie categorieën, te weten:A: «Verplicht»Hieronder vallen alle projecten/programma’s waar met (bestuurlijke) partijen concrete afspraken over zijn gemaakt over scope/tijd/geld/risico’s met het oog op de realisatie. Doorgaans worden deze neergelegd in bestuursovereenkomsten of convenanten. Daarnaast vallen projecten onder deze categorie, die onvermijdelijk zijn om aan wettelijke normen te kunnen voldoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 24 B: «Gebonden»Deze categorie is voor projecten die niet onder (A) vallen, maar waarbij taakstellende projectbudgetten zijn vastgesteld en extern gecommuniceerd (bijvoorbeeld bij Voorkeursbeslissing), moties/amendementen erover zijn aanvaard en/of globale intentie/procesovereenkomsten zijn gesloten.C: «Bestemd»De overige projecten, programma’s, planuitwerkingen, verken-ningen, niet zijnde (A) of (B), die geacht worden bij te dragen aan de geformuleerde beleidsdoelen vallen onder deze categorie. Ook bekende risico’s, zoals gemeld in correspondentie richting de Tweede Kamer kunnen hier opgenomen worden. Kenmerkend is dat nog geen politiek vastgestelde budgetten per project beschikbaar zijn. Indien beschikbaar wordt een kostenindicatie/bandbreedte opgenomen.Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2017. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht. Hiermee is een koppeling gelegd tussen de begroting en het MIRT.OpbouwDeze begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd. Deze verdiepingsslag is als volgt opgebouwd.1.Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Infrastructuurfonds voor het jaar 2017 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de mutaties die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangsten-ramingen worden voorgesteld.2.In de infrastructuuragenda is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2017 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2017 begint.3.Het laatste onderdeel van de agenda, «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.4.In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerking programma’s opgenomen waarin de begrotingsmuta-ties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is:•van een wijziging (anders dan door de verwerking van prijsbijstel-ling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen;•van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project.De stand «vorig» betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2016.5.In de verdiepingsbijlage is door middel van een meerjarige mutatieta-bel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds.6.De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 25 Groeiparagraaf: wat is nieuw in deze begrotingVerbeteringen informatievoorziening via de begrotingscyclusIn het afgelopen jaar is er door de rapporteurs voor de begrotingscyclus vanuit de Tweede Kamer samengewerkt met vertegenwoordigers vanuit IenM om tot verbetervoorstellen voor de informatievoorziening via de begrotingscyclus te komen. In het Wetgevingsoverleg Jaarverslagen op 30 juni 2016 hebben zij over hun aanbevelingen gerapporteerd. Dit heeft aanleiding gegeven om een aantal wijzigingen in de informatievoor-ziening door te voeren:1.In het MIRT Overzicht 2017 is bij de projecten in de planuitwerking- en realisatiefase via een tabel inzicht gegeven in de ontwikkeling van de planning en het budget. In de tabellen wordt in principe vijf jaar terug gekeken of vanaf het eerstvolgende jaar nadat er een MIRT-fasewisseling heeft plaatsgevonden. In het aankomende jaar wordt gewerkt aan het verder verbeteren van de kwalitatieve toelichting op de verschillen in budget, planning en realisatie.2.In het MIRT Overzicht 2017 is bij projecten in de realisatiefase een tabel opgenomen waarin de voortgang van de realisatie zichtbaar is.3.In het MIRT Overzicht 2017 is aanvullende informatie opgenomen over de financiën, voortgang, budgetflexibiliteit en scope van de onderdelen van diverse programma’s van IenM, te weten: Smart-wayZ.nl (programma bereikbaarheid Zuid-Nederland), Schiphol–Almere–Amsterdam, Beter Benutten, Programma Hoogfrequent Spoor, OV SAAL, nHWBP en de Vervanging en Renovatieprogram-ma’s van het Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwater-systeem. Er is door het departement gekozen voor deze lijst omdat de programma’s aan één of meer van de volgende kenmerken voldoen: er is sprake van een substantiële financiële omvang van het totaal of de afzonderlijke onderdelen, een lange looptijd en/of er wordt separaat gestuurd op de diverse onderdelen.4.Met betrekking tot de grote projecten geldt dat de aanvullende informatievoorziening blijft lopen via de voortgangsrapportages. Bij de ronde van rapportages van de grote waterprojecten dit najaar zal hierbij op advies van de rapporteurs in de aanbiedingsbrief kwalita-tief expliciet worden gemaakt welke informatie nieuw is ten opzichte van voorgaande rapportages. Mocht deze werkwijze bevallen dan kan in overleg met de rapporteurs gekeken worden of deze naar meer domeinen of rapportages uitgebreid kan worden.5.In de bijlage 4 Instandhouding van de Infrastructuurfonds- Delta-fondsbegroting 2017 is aanvullende informatie opgenomen over DBFM contracten en meer specifiek het onderhoud van welk deel van het areaal in de contracten is ondergebracht en op welke wijze dat areaal wordt onderhouden en gefinancierd na afloop van de contracten. Op de subartikelen voor geïntegreerde contracten op het Infrastructuurfonds is een extra informatie opgenomen met daarin de einddata van de lopende DBFM contracten en de mate van verplich-ting van de budgetten. Op het Deltafondsbegroting staan op dit moment nog geen uitgaven voor DBFM-contracten. Richting het jaarverslag 2016 wordt onderzocht of er in het jaarverslag informatie kan worden opgenomen over de DBFM projecten die in het afgelopen jaar opgeleverd zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot de financiële voordelen en de risicoverdeling bij meerkosten.6.In de bijlage 4 instandhouding zal in de Infrastructuurfonds en Deltafondsbegroting 2018 inzicht worden geboden in de beschikbare budgetten en budgetbehoefte voor Instandhouding. RWS brengt op basis van de theoretische referentie het benodigde langjarige bedrag Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 26 voor Instandhouding bij gelijkblijvend prestatieniveau in beeld. Hierover worden de komende tijd gesprekken gevoerd gelijktijdig met de nieuwe prestatieafspraken (SLA). Deze afspraken zullen in de ontwerpbegroting 2018 worden meegenomen.7.In de IenM begroting is een nieuw overzicht opgenomen in de beleidsagenda waarin inzicht wordt geboden in de niet-juridisch verplichte uitgaven per begrotingshoofdstuk. Op de fondsen wordt reeds sinds enkele jaren aanvullend op de Rijksbegrotingsvoorschrif-ten inzicht verschaft in de budgetflexibiliteit van de uitgaven die geprogrammeerd zijn voor de aanleg van infrastructuur. In de leeswijzer van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds wordt hier nadere uitleg over gegeven.Met de eerste wijziging hierboven wordt er ook invulling gegeven aan de toezegging van de Staatssecretaris van IenM van 23 oktober 2015 om het inzicht te vergroten in het historisch perspectief van de grote spoorpro-jecten waaronder de stationsverbouwingen (Kamerstukken II 2015–2016 29 984, nr. 631). Met de tweede wijziging wordt er tevens invulling gegeven aan de afspraak met de Algemene Rekenkamer om de informatie over de voortgang van de realisatie van de projecten in het vervolg vanuit IenM te publiceren. In het verleden was deze informatie enkel beschikbaar via het webdossier van de Algemene Rekenkamer zelf.Het traject dat met de rapporteurs is meerjarig van aard. In overleg met de rapporteurs wordt er in het aankomende jaar verder gewerkt. In dit jaar wordt in ieder geval onderzocht of in het MIRT overzicht 2018 een financiële eindverantwoording kan worden geïntroduceerd voor de opgeleverde projecten in lijn met de aanbevelingen van Algemene Rekenkamer op dat vlak en of op de projectbladen de koppeling tussen project- en beleidsdoelstellingen meer expliciet gelegd kan worden.Gemiddelde uitgavenIn de begroting op hoofdlijnen zijn de gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode vanaf het uitvoeringsjaar tot en met het einde van de looptijd van het fonds inzichtelijk gemaakt.AgentschapsbijdrageOm inzichtelijker te maken waarop agentschapsbijdragen betrekking hebben is de agentschapsbijdrage in het overzicht «budgettaire gevolg van uitvoering» op hoofdproductniveau expliciet aangegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 27 2. INFRASTRUCTUURAGENDA In de infrastructuuragenda worden de mijlpalen in het lopende infrastruc-tuurprogramma gepresenteerd. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2017 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2017 begint.Mijlpalen en resultaten 2017Beheer, onderhoud en vervangingIn 2017 wil IenM onder meer de volgende activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging uitvoeren:Beheer, onderhoud en vervanging Modaliteit Project Hoofdwegen – Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare reis en route-informatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility. – Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen. – Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen. Spoorwegen – Verkeersleiding en capaciteitsmanagement. – Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations. – Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen. – Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing. Hoofdvaarwegen – Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmar-kering. – Beheer en onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen blijvend te laten functioneren. – Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder NoMo achterstallig onderhoud vaarwegen programma «NoMo AOV» Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen, het MIRT Overzicht 2017 en bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.AanlegHieronder volgen de mijlpalen die IenM in 2017 wil halen per modaliteit.Hoofdwegennet Mijlpaal Project Openstelling – A1 Apeldoorn Zuid–Beekbergen – A7/A6 knooppunt Joure – A50 Ewijk–Valburg Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 28 Mijlpaal Project Start realisatie – A4 Vlietland–N14 (onderdeel van de realisatie Rijnlandroute) – A4/A44 RijnlandRoute – A6 Almere (Schiphol–Amsterdam–Almere) – A10 Knooppunten De Nieuwe Meer–Amstel – A24 Blankenburgverbinding – A27/A1 Utrecht Noord–knooppunt Eemnes–aansluiting Bunschoten – N35 Zwolle–Wijthmen – Zuidasdok Spoorwegen Mijlpaal Project Oplevering – OV SAAL korte termijn cluster A. Keervoorziening Diemen Zuid – Amsterdam Centraal, fietsenstalling. Stalling Zuid Oost – NSP Breda Geluidschermen – Schiedam-Rijswijk incl. spoortunnel Delft. Tunnel 2e fase – PHS: Doorstroomstation Utrecht (DSSU). Ombouw buurtsporen – Fietsparkeren bij stations (diverse deelprojecten) – Toegankelijkheid bij stations (diverse deelprojecten) – Programma Kleine Functiewijzingen (diverse deelprojecten) – PVVO; AKI plan + veiligheidsknelpunten. Onderdoorgang Tolhuislaan (onderdeel van Den Dolder, overweg Dolderseweg) en Onderdoorgang Leijenseweg te Bilthoven – Programma UPGE. Geluidschermen Heerlen – Maatregelen Beverwijk (tunnel) – MJPO; Kleine faunavoorzieningen 2010–2017 (diverse deelpro-jecten) – Utrecht-Harderwijk Kort Volgen (Beter Benutten) – ATB Verbeterde versie op A2-corridor en Brabantroute – Sporen in Assen – Heerenveen: aanpassing bestaande overweg Rotstergaatseweg – Zwolle-Herfte en emplacement Zwolle incl. RGS. Deel 1 Gelijktij-digheden – Page: emplacement Delfzijl Start realisatie – Fietsparkeren bij stations (diverse deelprojecten) – Toegankelijkheid bij stations (diverse deelprojecten – Programma Kleine Functiewijzingen (diverse deelprojecten) – LVO (diverse deelprojecten) – Hoogeveen snelheidsverhoging (onderdeel MK) – Drechtsteden; aanvullende veiligheidsmaatregelen Zwijndrecht-Dordrecht. – Programma NABO: maatregelen Winsum Hoofdvaarwegennet Mijlpaal Project Openstelling – De Zaan (Wilhelminasluis) – Verruiming vaarweg Eemshaven–Noordzee – Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 1 – Vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis) – Projecten in het kader van Quick-wins regeling Binnenhavens – Quick-wins Volkeraksluizen Start realisatie – Twentekanalen verruiming fase 2 – Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden Lek – Nieuwe Sluis Terneuzen – Lichteren Buitenhaven Ijmuiden – Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 29 Regionale/lokale infrastructuur (> € 112,5 miljoen / > € 225 miljoen)Voor de grote regionale en lokale infrastructuurprojecten (kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger dan € 112,5 miljoen respectie-velijk € 225 miljoen) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale of lokale overheid. IenM is dus niet zelf verantwoordelijk, maar kan een bijdrage leveren in de aanlegkosten van een dergelijk project als nut en noodzaak zijn aangetoond en het project van (boven)regionaal belang is. In artikelonderdeel 14.01 van het Infrastructuurfonds van de Rijksbe-groting zijn de grote regionale/lokale projecten nader aangeduid.Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor de lopende programma’s wordt verwezen naar de toelichting op de produktartikelen, de voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer en het MIRT Overzicht 2017.Begroting op hoofdlijnenVerlenging looptijd investeringsfondsen tot en met 2030Mede ingegeven door de motie van het lid Harbers c.s. (Kamerstukken II 2015–2016 34 300, nr. 50) zijn binnen het kabinet gesprekken gevoerd over de verlenging van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Via de Kamerbrief over de voortgang MIRT (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 70) bent u geïnformeerd dat het kabinet heeft besloten om het Infrastructuurfonds en het Deltafonds bij de Ontwerpbegroting 2017 met twee jaar te verlengen tot en met 2030.Budgettaire effecten van verlenging InfrastructuurfondsBijdrage aan Infrastructuurfonds en ontvangsten van derdenMet de verlenging tot en met 2030 komt de bijdrage aan het Infrastruc-tuurfonds – zoals toegelicht in beleidsartikel 26 van begrotingshoofdstuk HXII – voor de jaren 2029 en 2030 beschikbaar. De jaarlijkse bijdrage bedraagt circa € 5,2 miljard. In totaal komt met deze verlenging een bijdrage van circa € 10,5 miljard beschikbaar. Naast deze bijdrage is ook sprake van structurele ontvangsten van derden die bij deze begroting geraamd worden voor de jaren 2029 en 2030 (totaal circa € 0,5 miljard). In totaal gaat het om een ruimte van circa € 10,9 miljard.Inpassing doorlopende verplichtingenDe middelen die vrijkomen door deze verlenging worden bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die zijn benodigd voor de instandhouding van het huidige areaal. In deze begroting is de omvang hiervan technisch bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. Op basis van dit uitgangspunt is voor de jaren 2029 en 2030 samen circa € 6,8 miljard benodigd. Het komend jaar zal de onderbouwing van deze budgetten nader worden bezien, hierbij worden ook de consequenties van areaalgroei als gevolg van het huidig aanleg-programma betrokken. Dit kan resulteren in mutaties op de gealloceerde budgetten.Verwerking oude kabinetsafsprakenOp het Infrastructuurfonds wordt zowel de correctie verwerkt voor de rentevrijval in de periode 2021–2028 als gevolg van de aflossing van leningen van Prorail als de minregel voor de ramingsbijstelling 2015 die Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 210 technisch is aangebracht bij de vorige begroting ingepast. In totaal legt dit een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,8 miljard (zie toelichting ad. 18 en ad. 19 hieronder).Verdeling van de ruimte voor dit kabinetOm de flexibiliteit binnen het Infrastructuurfonds te garanderen, heeft het kabinet besloten dat gedurende de huidige kabinetsperiode van de investeringsruimte van € 3,3 miljard die met deze verlenging tot en met 2030 ontstaat nog maximaal € 1,4 miljard mag worden bestemd voor (nieuwe) ambities en risico’s. In de verlengde ruimte wordt niet op voorhand een investeringsruimte ingericht voor Regionaal, lokale infrastructuur. Dit betekent dat op het Infrastructuurfonds de ruimte van € 1,4 miljard volledig wordt toebedeeld aan de modaliteiten Wegen, Spoor en Vaarwegen. De vaste verdeelsleutel van dit kabinet is hierop aangepast waardoor 53,5% van de ruimte ten gunste komt van Wegen, 39,5% van Spoor en 7% van Vaarwegen.Aanwending resterende ruimteDe ruimte die resteert na aftrek van bovengenoemde posten is volledig vrij beschikbaar voor toekomstige kabinetten. Zoals het zich nu laat aanzien gaat het om een totaal bedrag van ruim € 1,9 miljard. Dit bedrag kan nog wijzigen, indien het komend jaar blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld.IBO flexibiliteit in infrastructurele planningNaar het thema flexibiliteit in de infrastructurele planning is ook een Interdepartementaal Beleidsonderzoek uitgevoerd. Het kabinet zal de Kamer in september een kabinetsreactie op het IBO aanbieden, waarmee tevens wordt voorzien in een inhoudelijke reactie op de motie Harbers c.s. (Kamerstuk II 2014–2015, 34 300, nr. 50). De kabinetsreactie zal onder meer ingaan op het borgen van flexibiliteit binnen de fondsen en zal tevens een visie bieden op de wijze en het moment waarop de fondsen in de toekomst kunnen worden verlengd.Verwerking ramingsbijstelling op het InfrastructuurfondsVanwege de tegenvallende ruilvoetontwikkeling acht het kabinet ook dit jaar een ramingsbijstelling noodzakelijk op de IenM begrotingen (zie mutatie 1 hieronder). De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen het Infrastructuurfonds wordt de ramingsbijstelling via dezelfde verdeelsleutel aan de modaliteiten toegekend als de verdeling van de beschikbare ruimte in de jaren 2029 en 2030 (oftewel 53,5% voor Wegen, 39,5% voor Spoor en 7% voor Vaarwegen).Consequenties voor de (over)programmeringIn de eerste plaats zorgt het inpassen van de ramingsbijstelling en de minregels die zijn aangebracht ten behoeve van de ingehouden prijsbij-stelling tranche 2013 en 2014 voor een toename van de overprogram-mering. Daarnaast zijn er in deze begroting middelen naar voren gehaald voor beheer, onderhoud en vervanging van de netwerken. Het resultaat is dat de overprogrammering (het verschil tussen programmering en budget) in de periode 2017–2021 fors is toegenomen. Omdat het niet de verwachting is dat autonome vertragingen zich in die omvang voor gaan doen is er in deze begroting voor gekozen om de overprogrammering terug te brengen. Hiervoor is gekeken naar mogelijkheden om de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 211 programmering met beperkte maatregelen aan te passen. Daarbij is besloten een beperkt aantal projecten en programma’s te temporiseren. Het gaat om de onderstaande projecten en programma’s. Daarbij is zoveel mogelijk gekozen voor een inpassing die maakt dat de temporisering geen aanpassing van de in het MIRT opgenomen mijlpaal voor de openstelling nodig maakt. Project Gecommuniceerde openstelling MIRT-2016 Consequentie SAA A9 Amstelveen 2024–2026 Project kan niet versneld worden.Openstelling 2026 blijft gehandhaafd. A4 Passage Haaglanden Start vanaf 2022. Geen openstelling gemeld. Start realisatie vertraagt met 1 jaar naar 2023.Openstelling nu verwacht in 2025–2027. A2 ’t Vonderen-Kerensheide 2025–2027 Project kan niet versneld worden.Openstelling voor 2027 blijft gehandhaafd. Vaarweg Lemmer-Delfzijl 2023 Vervanging en opwaar-dering wordt 2 jaar uitgesteld.Openstelling vertraagt van 2023 naar 2025. ERTMS OV SAAL Binnen het programma ERTMS wordt vooruit-lopend op de nieuwe uitrolstrategie ERTMS oplevering van de corridor OV-SAAL met enkele jaren uitgesteld. Belangrijkste wijzigingenDe onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2016. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in bijlage 2: Verdiepingsbijlage.Begroting op hoofdlijnen (bedragen x € 1.000) Art 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 2029–2030 Stand Ontwerpbegroting 2016 5.783.951 6.065.802 5.962.077 6.061.693 6.225.797 6.120.692 40.068.648 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2016 118.186 – 24.066 – 2.219 4.730 10.234 23.601 174.790 50.000 Stand 1e suppletoire begroting 2016 5.902.137 6.041.736 5.959.858 6.066.423 6.236.031 6.144.293 40.243.438 50.000 Belangrijkste mutaties Infrastructuurfonds – 115.022 – 163.415 280.557 196.327 120.608 89.755 – 324.137 10.688.892 Kaderrelevante mutaties IF 1 Ramingsbij-stelling Infra-structuurfonds 12/13/15 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 566.720 2 Kasschuif Infrastructuur-fonds 18 – 100.000 100.000 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 212 Art 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 2029–2030 3 Loon- en prijsbijstelling 2016 Div. 21.343 21.399 20.469 20.398 20.687 20.420 142.794 4 Loonruimteak-koord en herstelopslag ABP Div. 5.220 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 31.675 5 Ontvangsten-schuiven Div. – 177.640 – 28.162 152.097 2.407 – 65.324 48.838 67.784 6 DBFM-conversies – Zeetoegang Ijmond 15 – 40.002 2.855 98.481 170.791 76.566 24.378 – 404.616 – Derde kolk Beatrixsluis 15 – 3.649 – 37.095 – 43.130 – 42.410 1.850 9.983 65.815 7 Uitvoeringsbe-sluit Nieuwe Sluis Terneuzen 15 67.347 89.260 119.982 120.466 59.500 59.500 37.000 8 Vaststelling BOV-subsidie 2015 13 114.950 9 Bestuursovereen-komst N33 Zuidbroek-Appingedam 12 22.000 22.000 22.000 21.865 10 Ontwerptracebe-sluit A12/A15 Ressen–Oudbroeken 12 – 18.251 – 18.251 – 18.251 11 Overboekingen naar PF/GF/BCF: – Regiospecifiek Pakket Zuider-zeelijn (RSP) 14 – 83.637 – Aansluiting Lelystad Airport 12 – 6.671 – Actieplan Groei op het Spoor: P+R locaties 14 – 4.011 12 Overboeking naar BDU/BCF: Amsterdam fietsenstalling – 23.641 13 Verlenging Infrastructuur-fonds – Bijdragen aan Infrastructuur-fonds Div. 10.471.706 – Ontvangsten van derden 12/13 477.516 14 Kasschuiven n.a.v ramingsbijstelling infrastructuur-fonds 12/13/15 266.000 – 266.000 15 Eenvoudig Beter 18 – 1.519 3.060 1.240 480 – 480 5.670 Diversen Div. – 8.272 – 10.077 6.033 – 3.879 – 465 – 198 14.266 Mutaties binnen kader IF 16 Kasschuiven Beheer, Onderhoud en Vervanging 12/15 92.700 147.300 137.000 159.400 – 9.727 – 526.673 – 92.700 – 147.300 – 137.000 – 159.400 9.727 526.673 17 Inpassing minregels prijsbijstelling Div. 94.973 70.170 57.502 63.675 58.106 72.809 – 417.235 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 213 Art 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 2029–2030 – 94.973 – 70.170 – 57.502 – 63.675 – 58.106 – 72.809 417.235 18 Inpassing minregel rentevrijval 18 64.000 448.000 – 512.000 12/13/15 – 64.000 – 448.000 512.000 19 Inpassing minregel ramingsbijstelling Ontwerpbe-groting 2016 18 300.000 – 300.000 12/13/15 – 300.000 300.000 20 Overboeking tolontvangsten 18 – 18.251 – 18.251 – 18.251 – 249.011 12 18.251 18.251 18.251 249.011 21 Verdeling investerings-ruimte Regionaal, lokale infra-structuur 14 – 216 – 4.462 – 9.568 – 9.399 – 12.699 – 14.923 – 151.748 13 216 4.462 9.568 9.399 12.699 14.453 69.245 12 470 82.503 22 Eenvoudig Beter 18 76.520 37.240 7.360 4.320 480 22.680 12/13/15 – 76.520 – 37.240 – 7.360 – 4.320 – 480 – 22.680 Stand Ontwerpbegroting 2017 5.787.115 5.878.321 6.240.415 6.262.750 6.356.639 6.234.048 39.919.301 10.738.892Ad 1. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Ad 2. IenM faciliteert een kasschuif van € 250 miljoen, waarvan € 150 miljoen op het Deltafonds en € 100 miljoen op het Infrastructuurfonds, uit 2017 naar 2020 ten behoeve van het generale beeld. De meerjarige programmering wordt hier niet op aangepast.Ad 3. Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbe-groting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Ad 4. In het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor het CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimteak-koord (€ 9,5 miljoen structureel, waarvan € 4,5 miljoen Infrastructuur-fonds). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel, waarvan € 0,7 miljoen Infrastructuurfonds).Ad 5. Dit betreft het effect op de uitgavenramingen van bijdragen van derden die in de tijd verschuiven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 214 Ad 6. Van de projecten Zeetoegang IJmond en 3e Kolk Beatrixsluis is de DBFM-aanbesteding afgerond. De budgettaire reeksen van de aanlegbud-getten worden technisch omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoe-dingen te kunnen voldoen. Zie voor een nadere toelichting op deze wijze van verwerking bijlage 6 DBFM conversies.Ad 7. In 2015 is het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse gewest voor de aanleg van de Nieuwe Sluis Terneuzen getekend (Kamerstukken II 2014–2015 34 221, A/nr. 1) dat 1 maart jongstleden in werking is getreden. Begin dit jaar is het uitvoeringsbesluit genomen. In het kader hiervan worden diverse bijdragen ontvangen: een bijdrage van Vlaanderen (€ 495 miljoen), een CEF-subsidie (€ 48 miljoen) en bijdragen van de Provincie Zeeland, de gemeente Terneuzen en Zeeland Seaports (gezamenlijk € 10 miljoen).Ad 8. ProRail zal in 2016 € 115 miljoen terugstorten aan IenM in verband met de niet bestede subsidie 2015. Een deel hiervan heeft betrekking op doorgeschoven activiteiten en wordt toegevoegd aan het BOV-budget (€ 76,3 miljoen). Een ander deel heeft betrekking op vervallen activiteiten en het afromen van de egalisatiereserve bij ProRail en wordt toegevoegd aan de investeringsruimte Spoorwegen (€ 38,7 miljoen).Ad 9. Voor het project N33 Zuidbroek-Appingedam ontvangt IenM een bijdrage van de provincie Groningen (€ 87,9 miljoen) in de periode 2019–2022.Ad 10. De geraamde tolgefinancierde uitgaven zijn aangepast op de planning bij het Ontwerp Tracébesluit van het project ViA15 (Kamer-stukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 17).Ad 11. Dit betreft overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeente-fonds en het BTW-compensatiefonds in het kader van het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP) (€ 83,6 miljoen), de aansluiting Lelystad Airport (€ 6,7 miljoen) en het Actieplan Groei op het Spoor: P+R locaties (€ 4 miljoen).Ad 12. Dit betreft een overboeking naar de begroting Hoofdstuk artikel 25 Brede Doeluitkering en het BTW-compensatiefonds ten behoeve van de ondergrondse fietsenstalling voor Amsterdam Centraal (€ 23,6 miljoen).Ad 13. Met de verlenging tot en met 2030 komt de bijdrage aan het Infrastructuurfonds – zoals toegelicht in beleidsartikel 26 van begrotings-hoofdstuk HXII – voor de jaren 2029 en 2030 beschikbaar. De jaarlijkse bijdrage bedraagt circa € 5,2 miljard. In totaal komt met deze verlenging een bijdrage van circa € 10,5 miljard beschikbaar. Naast deze bijdrage is ook sprake van structurele ontvangsten van derden die bij deze begroting geraamd worden voor de jaren 2029 en 2030 (totaal circa 0,5 miljard). Om de flexibiliteit binnen het Infrastructuurfonds te garanderen, heeft het kabinet besloten dat gedurende de huidige kabinetsperiode van de investeringsruimte die met deze verlenging tot en met 2030 ontstaat nog maximaal € 1,4 miljard worden bestemd voor (nieuwe) ambities en risico’s.Ad 14. Om het effect van de ramingsbijstelling Infrastructuurfonds (zie toelichting ad. 1) op de programmering te dempen wordt een kasschuif doorgevoerd van € 266 miljoen van de periode 2029–2030 naar de periode 2022–2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 215 Ad 15. Voor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). Binnen het Infrastructuurfonds is dit conform de aangepaste verdeelsleutel uit de investeringsruimten van de modaliteiten vrijgemaakt. De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastruc-tuurfonds en worden tranchegewijs naar de Begroting hoofdstuk XII overgeheveld. Van de reservering van € 185,8 miljoen voor het programma Eenvoudig Beter wordt bij Ontwerpbegroting 2017 € 28,7 miljoen naar de Begroting hoofdstuk XII overgeheveld. De reservering op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet wordt hiermee € 157,1 miljoen.Ad 16. Een deel van de dekking voor de uitvoering van het beheer, onderhoud en vervanging op het Hoofdwegennet en het Hoofdvaarwe-gennet in de periode 2017–2021 staat gereserveerd in de periode na 2021. Het gaat om respectievelijk € 0,3 miljard en € 0,2 miljard. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de juiste jaren geschoven.Ad 17. In de vorige begrotingen zijn de kaseffecten van de kortingen op de prijsbijstelling tranche 2013 en 2014 zichtbaar gemaakt als minregels op de investeringsruimtes van de modaliteiten. Bij deze begroting worden deze kaseffecten ingepast binnen het aanlegartikel.Ad 18. Met het in 2009 uitgekeerde superdividend van NS (€ 1,4 miljard) is een eeuwig lopende schuld van ProRail afgelost. De rentevrijval die door deze aflossing ontstond binnen het Infrastructuurfonds tot en met 2020 werd daarbij ingezet voor de financiering van spoorambities (Kamer-stukken II 2009–2010 28 165, nr. 105). In de begroting 2015 heeft een correctie plaatsgevonden op het Infrastructuurfonds voor de rentevrijval in de periode 2021–2028 (€ 64 miljoen per jaar). Deze verlaging is technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,5 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegpro-gramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Ad 19. In de begroting 2016 is vanaf 2026 een structurele ramingsbij-stelling van € 100 miljoen per jaar toegepast. Deze verlaging is toen technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,3 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegpro-gramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Ad 20. In 2015 is de Tolwet aangenomen in zowel de Tweede als de Eerste Kamer en is op 15 maart 2016 in werking getreden. Daarmee is een basis gelegd voor tolheffing bij twee aanlegprojecten: de Blankenburgver-binding en de ViA15. Met de tolontvangsten worden deze projecten bekostigd. Dit betreft een overboeking van de tolreeksen van artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten naar artikel 12 Hoofdwegennet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 216 Ad 21. In het IenM maatregelenpakket Herijking 2015 (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 17, bijlage 6) is besloten om het spoordeel binnen de investeringsruimte van artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur leeg te boeken ten gunste van artikel 13 Spoorwegen. Zodoende is men beter in staat integrale afwegingen te maken op spoorgerelateerde uitgaven. Het wegendeel binnen de investeringsruimte op artikel 14 Regionaal/lokaal wordt toegevoegd aan de investeringsruimte op artikel 12 Hoofdwegennet. In 2013 is reeds aangegeven dat alle vrije ruimte op wegenonderdelen van het Infrastructuurfonds beschikbaar is voor de gesignaleerde bereikbaarheidsknelpunten bij lage groei op het hoofdwe-gennet. Hiermee wordt het zichtbaar in de begroting van het Infrastruc-tuurfonds dat deze middelen ingezet kunnen worden voor deze bereik-baarheidsknelpunten. Daarnaast maakt de overheveling het mogelijk om een integrale afweging te maken tussen investeringen in het regionaal/lokale en landelijke wegennet.Ad 22. Zie toelichting ad 15.OverprogrammeringDe in de begroting 2014 geïntroduceerde overprogrammering wordt uitsluitend gedurende de begrotingsperiode (de begroting tot en met het jaar 2021) toegepast op de artikelen voor aanleg. In de totale periode tot en met 2030 is het volledige programma altijd gedekt. Overprogram-mering wordt vooral gebruikt op de artikelen voor verkenning- en planuitwerking. In deze projectfases is de onzekerheid rondom de planningen – en daarmee het risico op vertraging – namelijk het hoogst. In de onderstaande tabel is de omvang van deze overprogrammering weergegeven.Overprogrammering Infrastructuurfonds (in miljarden euro’s) t/m 2021 Vanaf 2022 Totaal Aanlegprogramma 20,9 17,2 38,1 Aanlegbudget 18,5 19,6 38,1 Overprogrammering (–) – 2,4 2,4 0,0 Op de artikelen voor realisatie is er sprake van een beperktere overpro-grammering. Zowel de omvang als het ritme hiervan is inzichtelijk gemaakt in de projecttabellen bij de realisatieartikelen van de modali-teiten. Over de begrotingsperiode (de begroting tot en met het jaar 2021) genomen is het volledige programma gedekt op de artikelen voor realisatie (oftewel de overprogrammering is per saldo nul).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 217 Gemiddelde uitgavenOnderstaand zijn de gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode 2016–2030 gepresenteerd. Gemiddelde uitgaven van het Infrastructuurfonds 2016–2030 (€ 5.828 miljoen)12. Hoofdwegennet;2.565,713. Spoorwegen;1.969,914. Regionaal,lokale infra-structuur; 84,415. Hoofdvaar-wegennet; 810,917. Megaprojecten Verkeeren Vervoer; 282,418. Overige uitgaven enontvangsten; 114,5Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 218 3. PRODUCTARTIKELEN Artikel 12 Hoofdwegennet Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijkswegen verantwoord. Het betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.Artikel 12 Hoofdwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de Begroting hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 2.108.154 3.573.081 3.286.674 3.136.799 2.824.446 3.085.614 1.381.102 Uitgaven 2.393.669 2.294.241 2.355.030 2.491.821 2.570.318 2.644.427 2.665.457 Waarvan juridisch verplicht: 99% 12.01 Verkeersmanagement 14.510 10.302 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 14.510 10.302 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 662.460 619.913 609.164 631.992 616.981 537.601 454.296 12.02.01 Beheer en onderhoud 433.574 512.664 524.863 506.803 513.178 499.353 442.615 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 433.574 512.664 524.863 506.803 513.178 499.353 442.615 12.02.04 Vervanging 228.886 107.249 84.301 125.189 103.803 38.248 11.681 12.03 Aanleg 618.288 704.313 631.536 815.629 1.090.180 1.200.544 1.332.627 12.03.01 Realisatie 600.289 481.028 619.413 781.505 1.011.712 966.940 709.402 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 31.907 36.012 30.280 30.268 20.106 10.013 0 12.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen 17.999 223.285 12.123 34.124 78.468 233.604 623.225 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 12.317 13.970 12.052 13.566 14.268 11.658 12.897 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 655.822 380.886 561.811 508.934 332.315 374.991 357.405 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 442.589 578.827 548.881 531.628 527.203 527.653 517.494 12.06.01 Apparaatskosten RWS 345.456 457.939 441.387 432.730 425.647 426.081 415.557 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 345.456 457.939 441.387 432.730 425.647 426.081 415.557 12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten 97.133 120.888 107.494 98.898 101.556 101.572 101.937 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 97.133 105.088 93.294 92.898 92.956 92.972 93.337 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 12.09 Ontvangsten 592.926 72.296 126.245 81.400 79.498 105.493 86.230 12.09.01 Ontvangsten 592.926 72.296 126.245 81.400 79.498 105.493 86.230 12.09.02 Tolopgave 0 0 0 0 0 0 0Met uitzondering van verkenningen en planuitwerking, worden de budgetten in 2017 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2017. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2030 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2030.Omschrijving van de samenhang in het beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 219 Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 12 Hoofdwe-gennet Uitgaven 2.294.241 2.355.030 2.491.821 2.570.318 2.644.427 2.665.457 3.214.303 3.186.754 12.01 Verkeersma-nagement 10.302 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 3.632 3.631 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 619.913 609.164 631.992 616.981 537.601 454.296 820.791 796.719 12.03 Aanleg 704.313 631.536 815.629 1.090.180 1.200.544 1.332.627 1.561.952 1.523.996 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 380.886 561.811 508.934 332.315 374.991 357.405 322.746 350.944 12.06 Netwerkge-bonden kosten HWN 578.827 548.881 531.628 527.203 527.653 517.494 505.182 511.464 12.07 Investerings-ruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 12.09 Ontvangsten Ontvangsten 72.296 126.245 81.400 79.498 105.493 86.230 143.635 39.946 Overige ontvangsten 72.296 126.245 81.400 79.498 105.493 86.230 125.349 1.412 Tolopgave 0 0 0 0 0 0 18.286 38.534(vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 12 Hoofdwe-gennet Uitgaven 3.011.525 2.862.442 2.498.531 2.341.392 2.386.242 1.987.413 1.975.279 38.485.175 12.01 Verkeersma-nagement 3.630 3.628 3.628 3.628 3.636 3.636 3.636 61.175 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 800.952 801.253 773.447 746.027 735.612 735.612 735.612 10.415.972 12.03 Aanleg 1.381.070 1.228.153 898.620 653.755 470.349 217.210 217.210 13.927.144 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 322.311 324.386 317.380 434.005 214.211 214.211 214.211 5.230.747 12.06 Netwerkge-bonden kosten HWN 503.562 505.022 505.456 503.977 510.783 510.783 510.783 7.798.698 12.07 Investerings-ruimte 0 0 0 0 451.651 305.961 293.827 1.051.439 12.09 Ontvangsten Ontvangsten 58.324 39.034 39.131 39.034 43.234 38.534 38.534 1.030.568 Overige ontvangsten 19.790 500 597 500 4.700 0 0 704.010 Tolopgave 38.534 38.534 38.534 38.534 38.534 38.534 38.534 326.55812.01 Verkeersmanagement Met verkeersmanagement streeft IenM naar optimaal gebruik van informatie over de beschikbare infrastructuur en draagt IenM bij aan het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur. Daarmee worden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Nederland, binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid, bevorderd.VerkeersmanagementBij verkeersmanagement wordt onderscheid gemaakt in de volgende maatregelcategorieën:Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 220 •Verkeersgeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenemen-ten en crisissituaties zoals bij een weeralarm.•Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement).•Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal wegge-drag, bijvoorbeeld ter voorkoming van bumperkleven en het negeren van rode kruizen.•Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.Verkeersmanagementmaatregelen betreffen onder andere de inzet van weginspecteurs bij incidenten, toeritdosering, bediening en gebruik van spitsstroken, maar ook verkeersinformatie op panelen boven de weg. De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking.Dit krijgt ook vorm in het programma Beter Benutten Vervolg. Hierin wordt samen met andere infrabeheerders, vervoersorganisaties en bedrijfsleven gewerkt aan regionale maatregelen om bestaande weg-, vaarweg-, spoor- en OV-verbindingen beter te benutten en daardoor de regionale bereikbaarheid te verbeteren. Ook wordt hierin – onder de noemer Talking Traffic – gewerkt aan innovatieve, private diensten aan weggebruikers, die in het verlengde liggen van het publieke verkeersma-nagement.Daarnaast wordt in 2017 uitvoering gegeven aan meerdere, deels internationale ITS-projecten, zoals de ITS-corridor Rotterdam-Frankfurt-Wenen, met als doel coöperatieve diensten te ontwikkelen en te reali-seren. Deze diensten zijn gebaseerd op draadloze communicatie tussen voertuigen en wegkantsystemen. Daarbij gaat het concreet om het waarschuwen bij wegwerkzaamheden en het verzamelen van data uit voertuigen ten behoeve van meer veiligheid voor weggebruikers en wegwerkers. Ook de Praktijkproef Amsterdam draagt bij aan de vernieuwing van verkeersmanagement.Voortgezet wordt het in 2013 gestarte actieprogramma «Beter geïnfor-meerd op weg» om in samenwerking met marktpartijen een gezamenlijke koers en een concrete agenda voor ontwikkeling en innovatie van verkeersmanagement en reisinformatie voor de komende jaren te formuleren. Het actieprogramma bestaat uit een publiek-private route-kaart, waarin de strategische lijnen voor de beoogde ontwikkelingen zijn beschreven. Deze routekaart is in november 2013 naar de Tweede Kamer gestuurd en wordt concreet uitgewerkt in een uitvoeringsagenda voor de overheden en het bedrijfsleven onder de naam «Connecting Mobility». Het actieprogramma biedt een meerjarig richtsnoer (2013–2023) dat de basis legt voor publieke en private investeringen in reisinformatie en verkeersmanagement.De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit het budget voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 Instandhouding bij deze begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 221 Specificatie bedieningsareaal Areaalomschrijving Eenheid 2015 2016 2017 Verkeerssignalering km op rijbaan 2.675 2.682 2.682 Verkeerscentrales aantal 6 6 6 Spits- en plusstroken km 338 338 338 Toelichting:In 2016 zal de lengte van de verkeerssignalering licht toenemen door de oplevering van de A2 Passage Maastricht. Voor 2017 is geen toename van de verkeerssignalering voorzien.In 2016 en 2017 is geen wijziging voorzien in de lengte van spits- en plusstroken.Indicator verkeersmanagement Eenheid 2014 2015 Streefwaarde 2016 Streefwaarde 2017 Op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en route-informatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders. % van bemeten rijbaanlengte 89% 94% 89% 89%Toelichting:De indicator kent twee aspecten, namelijk de mate van beschikbaarheid van de RWS meetlocaties en de mate waarin meetgegevens tijdig (binnen 75 seconden) verstuurd zijn naar de Nationale Databank Wegverkeerge-gevens (NDW). De genoemde waarde is het gemiddelde van beide aspecten. In combinatie met de verkeersgegevens van andere wegbe-heerders kan dit aan serviceproviders beschikbaar worden gesteld.12.02 Beheer, onderhoud en vervanging Het rijkswegennet en de onmiddellijke omgeving daarvan in een dusdanige staat houden dat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van vlot en veilig vervoer van personen en goederen. Daarbij gelden randvoorwaarden voor milieu (natuur, lucht, geluid en duurzaamheid).Het regulier beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, kunstwerken zoals bruggen, tunnels en viaducten, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement zoals signalering en verkeerscentrales.Vervanging en renovatie betreft het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en wegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende is. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw zijn kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.Meetbare gegevens Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 222 In bijlage 4 Instandhouding is een nadere toelichting opgenomen met betrekking tot beheer en onderhoud en vervanging van alle netwerken.12.02.01 Beheer en Onderhoud Voor het gebruik van het wegennet zet IenM in op een optimale beschik-baarheid, betrouwbaarheid en veiligheid over de levenscyclus van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder het beheer en onderhoud.De uitgaven voor het beheer en onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:•Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan.•Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken.•Uitgaven voor onderhoud aan DVM-systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales.•Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting.•Uitgaven voor geluidmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor verhardingen, kunstwerken (bruggen en viaducten), DVM, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu. Deze percentages zijn gebaseerd op een langjarig gemiddelde.Areaal rijkswegen Eenheid 2015 2016 2017 Rijbaanlengte Hoofdrijbaan km 5.800 5.795 5.799 34%29%9%15%13%VerhardingenKunstwerken HWNDVMVerkeersvoorzieningen HWNLandschap en milieuMeetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 223 Eenheid 2015 2016 2017 Rijbaanlengte Verbindingswegen en op- en afritten km 1.616 1.625 1.625 Areaal asfalt Hoofdrijbaan km2 76 76 76 Areaal asfalt Verbindingswegen en op- en afritten km2 13 13 13 Groen areaal km2 199 199 199Toelichting:•De afname van de rijbaanlengte (hoofdrijbaan) in 2016 wordt met name verklaard door de voorgenomen overdracht van de N273 Haelen. In 2017 neemt de rijbaanlengte (hoofdrijbaan) weer toe door de oplevering van onder andere de N31 Traverse Harlingen en de A6/A7 Knooppunt Joure.•De toename van de rijbaanlengte (verbindingswegen en op- en afritten) in 2016 wordt met name veroorzaakt door de aanleg van de A2 Passage Maastricht. In 2017 blijft de netto lengte gelijk doordat de aanpassingen van onder andere de N31 Traverse Harlingen, de A6/A7 Knooppunt Joure en A1 Apeldoorn-Zuid–Beekbergen elkaar compen-seren.•De verandering van het asfaltoppervlak (verbindingswegen en op- en afritten) valt binnen de afronding.Omvang Areaal Areaal Eenheid Omvang 2017 Budgetx € 1.0002017 Beheer, onderhoud en ontwikkeling Oppervlakte wegdek1 km2 90 524.8641 Exclusief verzorgingsbanenIndicatoren Beheer en Onderhoud 2014 2015 streef-waarde 2016 streef-waarde 2017 De verhouding verstoringen door aanleg, beheer en onderhoud ten opzichte van totale verstoringen. 4% 4% 10% 10% Tijdsduur (%) van het jaar dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rijstroken zijn afgesloten door aanlegwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden, door falen infra of falen verkeersmanagement. 99% 98% 90% 90% Voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en aan norm gladheidbestrijding (binnen 2 uur preventief strooien). 96% 99% 98% 98%12.02.04 Vervanging De veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet moeten in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en voornamelijk ook vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk toeneemt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 224 Op dit artikel staan alle beschikbare budgetten voor Vervanging en Renovatie van het Hoofdwegennet. In het MIRT Overzicht1 worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma in latere jaren concreet. Deze werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 4 Instandhouding.12.03 Aanleg Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt, met als doel om de verwachte verkeersgroei te faciliteren en een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.12.03.01 Realisatie Mijlpalen RealisatieprojectenIn 2017 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren: Mijlpaal Project Openstelling A1 Apeldoorn Zuid–Beekbergen A6/A7 Knooppunt Joure A50 Ewijk–Valburg Start realisatie A4 Vlietland–N14 (onderdeel van de realisatie Rijnlandroute) A4/A44 RijnlandRoute A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel A24 Blankenburgverbinding A27/A1 Utrecht Noord–knooppunt Eemnes–aansluiting Bunschoten N35 Zwolle–Wijthmen Overige maatregelenMeer Veilig-3In het servicepakket Meer Veilig-3 wordt gewerkt aan het realiseren van kosteneffectieve maatregelen waarmee locaties met een relatief hoog veiligheidsrisico worden aangepakt. Concrete voorbeelden van maatre-gelen zijn het aanleggen van een rotonde, plaatsen van geleiderail of het aanpassen van de belijning. Het servicepakket Meer Veilig-3 is opgedeeld in twee tranches. Van de eerste tranche zijn inmiddels 13 maatregelen gerealiseerd. Voor de overige 36 maatregelen staat de realisatie gepland in 2016 en 2017. De tweede tranche van Meer Veilig-3 bestaat uit nog eens 34 maatregelen, die deels in voorbereiding en deels in realisatie zijn en die grotendeels eveneens gerealiseerd zullen worden in 2016 en 2017. De maatregelen binnen het programma Meer Veilig dragen bij aan de verkeersveiligheid op het hoofdwegennet (bijvoorbeeld door het creëren van obstakel vrije bermen). Aangezien nog kansrijke verbetermogelijk-heden resteren wordt om die reden een vervolgpakket Meer Veilig uitgewerkt voor de periode na 2017.1Zie het programma Vervanging en Renovatie HoofdwegenMotivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 225 Maatregelpakket VerzorgingsplaatsenDit pakket is gericht op het oplossen van de meest acute kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten op verzorgingsplaatsen langs (inter-)nationale vrachtcorridors. Binnen dit pakket worden landelijk ruim 300 extra parkeerplaatsen voor vrachtwagens gecreëerd en zijn nog eens ruim 400 parkeerplaatsen meerjarig gehuurd. Daarnaast wordt ingezet op een structurele kwaliteitsverbetering van naar verwachting 35 tot 40 verzor-gingsplaatsen. Het totaal hiervoor beschikbare budget bedraagt € 25 miljoen. In 2017 zal de laatste tranche aan maatregelen worden uitge-voerd. In Limburg zal Grensemplacement Venlo-Zuid worden gereno-veerd. In de provincie Zuid-Holland wordt langs de A4, A12 en A15 de capaciteit met in totaal circa 60 parkeerplaatsen uitgebreid. In de provincie Noord-Brabant wordt in dit jaar op zeven verzorgingsplaatsen de kwaliteit verbeterd en wordt capaciteit uitgebreid.Meer Kwaliteit LeefomgevingDit pakket betreft het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). De geplande werkzaamheden binnen het MJPO lopen door tot en met 2018. Een voorbeeld van een ontsnipperingsproject is het plaatsen van een ecoduct of een dassentunnel. Hierdoor worden twee gescheiden natuurgebieden met elkaar verbonden. In de periode 2016–2018 wordt gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van de laatste tranche maatregelen. Zo zal in 2017 gestart worden met de aanleg van ecoduct Maanschoten, wordt de planvorming van de ontsnippering van het Julianakanaal in het Beneden-Geuldal verder uitgewerkt en worden er meerdere kleine faunatunnels en enkele uittreedplaatsen langs de waterwegen gerealiseerd.Informatie over het programma, zoals de maatregelen, zijn ook te vinden op de website van het MJPO2.Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Blankenburgverbinding: het project is overgegaan naar realisatie. Het verschil tussen raming en budget (€ 60 miljoen) in navolging op het Tracébesluit is toegevoegd aan de investeringsruimte artikelonderdeel 12.07. Bij het project Blankenburgverbinding wordt ook een KRW-maatregel uitgevoerd. Hiervoor is € 1 miljoen vanuit KRW toegevoegd.•Naar aanleiding van het amendement Hoogland (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 20) is voor snelfietsroutes een reservering getroffen ter hoogte van € 18,5 miljoen. Dit is beschikbaar voor de door de regio ingediende snelfietsroutes (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 70).•Binnen het programma SAA (Schiphol–Amsterdam–Almere) wordt € 89 miljoen, als gevolg van meevallers op de andere onderdelen van het programma SAA, toegevoegd aan het deeltraject A9 Amstelveen. Dit deeltraject is nog in de fase van planuitwerking (Art. 12.03.02).•De budgetspanning SAA is ten opzichte van vorig jaar afgenomen van € 0,3 miljard naar € 0,25 miljard. De afgenomen spanning is voor het grootste gedeelte gerealiseerd door de afname van risico’s bij het project A1/A6. Het programma SAA heeft te maken met diverse onzekerheden en nog te realiseren complexe onderdelen (aquaduct; tunnel; verdiepte liggingen; wisselstroken). Door strakke sturing op de risico’s behoort het realiseren van SAA binnen het taakstellend budget nog steeds tot de mogelijkheden.•ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding): de meevallers A28 Utrecht–Amersfoort (€ 21 miljoen), A2 Everdingen–Oudenrijn (€ 0,5 miljoen) 2http://www.mjpo.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 226 en de lagere ontvangst knooppunt Gouwe / aansluiting Moordrecht (€ – 1,3 miljoen) zijn overgeboekt naar ZSM (programma Zichtbaar, Snel en Meetbaar) waar alle mee- en tegenvallers van de Spoedaanpak worden samengevoegd. De vrijval bij A28 Utrecht-Amersfoort is veroorzaakt door meevallers in de contractwijzigingen (geluidsmaatre-gelen en het waterhuishoudkundig plan) en effectieve risicobeheer-sing. Daarmee is er op het totale programma een meevaller van € 229 miljoen.•Binnen het programma Quick Wins Wegen heeft een meevaller plaatsgevonden van € 25 miljoen. Een aantal projecten zijn niet in uitvoering genomen, omdat het effect van de maatregel onvoldoende was, dan wel voor een andere oplossing is gekozen.•A4 Dinteloord–Bergen op Zoom: er heeft een meevaller plaatsgevon-den van € 17 miljoen, omdat er minder risico’s zijn opgetreden dan waarmee rekening gehouden was.•Meer kwaliteit leefomgeving: in de begroting 2016 zijn per abuis de gerealiseerde uitgaven tot en met 2012 niet meegenomen.•Het saldo van mee- en tegenvallers van projecten binnen realisatie wordt toegevoegd aan de investeringsruimte Wegen (artikelonderdeel 12.07).Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Realisatieprogramma Hoofdwegennet (Budget in € mln.) Totaal Openstelling Projectomschrijving hui-dig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later hui-dig vorig Projecten Nationaal Kleine projecten / Afronding projecten 62 56 10 8 23 15 6 nvt nvt Programma 130 km 56 56 30 6 1 3 1 1 13 – – Programma aansluitingen 113 113 32 5 45 29 2 nvt nvt Quick Wins Wegen 12 37 11 1 0 – – ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding) 1.543 1.772 1.462 14 5 0 62 2016 2016 Projecten Noordwest-Nederland A10 Amsterdam praktijk-proef FES 51 51 25 3 4 18 2018 2015–2018 A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere 1.587 1.587 604 65 87 104 127 67 59 473 2024–2026 2024–2026 A9 Badhoevedorp 340 340 153 53 21 8 104 2018 2018 A2 Holendrecht–Oudenrijn 1.216 1.216 1.202 4 3 7 2012 2012 A28 Utrecht–Amersfoort 202 202 194 2 7 0 2013 2013 A28 Knooppunt Hoevelaken 743 741 27 16 29 102 162 143 84 180 2023–2025 2022–2024 A1 Bunschoten–Knooppunt Hoevelaken 24 24 17 1 1 5 2015 2015 N50 Ens-Emmeloord 16 16 4 9 2 2016 2016 A7/A8 Purmerend–Zaandam–Coenplein 21 21 13 6 1 0 2015 2015 A27/A1 Utrecht.N.–knp. Eemnes–asl.Bunschoten 261 261 8 8 121 113 13 2018–2020 2018–2020 A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (Zuidas) 297 297 0 2 12 26 50 59 57 92 2028 2028 Projecten Zuidwest-Nederland A24 Blankenburgtunnel (excl. tolopgave) 774 857 11 14 42 76 240 263 104 23 2022–2024 2022–2024 A4 Burgerveen–Leiden 547 548 537 2 8 2015 2015 A4/A44 Rijnlandroute 552 551 36 36 101 121 161 50 48 Regio Regio A4 Delft–Schiedam 658 658 577 19 6 4 4 39 3 7 2015 2015 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 227 Totaal Openstelling Projectomschrijving hui-dig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later hui-dig vorig A4 Vlietland / N14 14 14 14 Regio Regio N57/N59 EuroRAP (verkeers-veiligheid) 11 11 0 1 0 5 4 1 2020 2020 N61 Hoek-Schoondijke 119 119 104 5 1 9 2015 2015 Projecten Zuid-Nederland A4 Dinteloord–Bergen op Zoom 258 275 254 2 2 2014 2014 A67 Aanpak toerit Someren 6 6 5 0 1 2015 2015 A2 Maasbracht–Geleen, 1e fase 154 154 153 1 2013 2013 A2 Passage Maastricht 678 678 651 1 26 2016 2016 A76 Aansluiting Nuth 59 59 45 14 Regio Regio Projecten Oost-Nederland A50 Ewijk–Valburg 270 270 265 4 2 2017 2017 N35 Combiplan Nijverdal 321 321 312 4 5 2015 2015 N18 Varsseveld–Enschede 337 337 110 65 100 57 6 2019–2021 2019–2021 N35 Wijthmen–Nijverdal 15 15 15 2018 2018 A1 Apeldoorn Zuid–Beekbergen 31 31 1 8 14 7 0 2017 2016–2018 N35 Zwolle–Wijthmen 48 48 5 4 22 17 2018 2018 Projecten Noord-Nederland N31 Leeuwarden (De Haak) 217 217 208 9 0 2014 2014 A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2 670 669 17 24 58 84 85 83 84 236 2019–2021 2019–2021 Overige maatregelen Meer kwaliteit leefomgeving 176 109 91 16 20 20 20 10 Meer veilig 3 37 37 7 10 10 10 Verzorgingsplaatsen 25 25 15 10 Reservering snelfietsroutes 19 5 5 5 5 Afrondingen – 1 1 – 1 2 Totaal uitvoeringspro-gramma 12.540 7.150 433 676 870 972 910 458 1.075 Realisatieuitgaven op IF 12.03.01 mbt planuitwerking 48 93 62 40 7 1 Programma Realisatie (IF 12.03.01) 481 769 932 1.012 917 459 1.075 Budget Realisatie (IF 12.03.01) 481 619 782 1.012 967 709 1.075 Overprogrammering (–) – 150 – 150 50 250 Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Dit jaar is in het MIRT Overzicht aanvullende informatie toegevoegd over de ontwikkeling van planning en budget in de afgelopen vijf jaar en de financiële voortgang van de projecten. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Beter Benutten: op artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten waren de middelen voor het vervolgprogramma Beter Benutten gereser-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 228 veerd. Het vervolgprogramma Beter Benutten, dat loopt van 2015 tot en met 2017, heeft inmiddels meer vorm gekregen en volgens het zwaartepunt principe zijn deze middelen toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet, waar grotendeels de middelen van Beter Benutten I staan.•Het studiebudget externe kosten planuitwerkingen is via het saldo mee- en tegenvallers opgehoogd conform afspraken uit de begroting 2016 bij de omzetting kerntaken RWS.•SAA A9 Amstelveen: de meevallers bij andere projectonderdelen van SAA zijn toegevoegd aan dit deeltraject. Voor de toekomstvaste aanleg van de A9 is daarnaast het budget met € 23 miljoen opgehoogd.•A13/A16 Rotterdam: in oktober 2015 is de Inpassingovereenkomst A13/16 gesloten met de regiopartners waarin nadere afspraken zijn gemaakt over de besteding van de regionale bijdrage aan enkele inpassingmaatregelen. De regio zal vanuit de eerder toegezegde middelen (€ 100 miljoen, prijspeil 2010) voor € 14 miljoen zelf maatregelen verrichten die geen onderdeel uitmaken van het Tracébesluit. De regionale bijdrage (budget en ontvangst in de begroting) wordt daarom in deze begroting verlaagd. Het budget is daarnaast geïndexeerd naar prijspeil 2016. Per saldo daalt het budget in de rijksbegroting daardoor met € 5 miljoen.•Blankenburgverbinding: het project is overgegaan naar realisatie. Het verschil tussen raming en budget bij de overgang naar realisatie (€ 60 miljoen) is toegevoegd aan de investeringsruimte artikelonderdeel 12.07. De rijksbijdrage aan het kwaliteitsprogramma Blankenburgver-binding (€ 26 miljoen) blijft apart gereserveerd op artikelonderdeel 12.03.02 en wordt na het onherroepelijk worden van het Tracébesluit beschikbaar gesteld aan de regio.•ViA15: Het taakstellend budget van dit project is conform bestuurlijke afspraken uit november 2015 bij het Ontwerp Tracébesluit (OTB) per saldo verlaagd met € 15 miljoen. De bijdrage van de provincie Gelderland aan het project is met € 35 miljoen verlaagd om maatrege-len te nemen op het onderliggend wegennet. Daarnaast is, conform de bestuurlijke afspraken uit 2013, de aanbestedingsmeevaller van € 20 miljoen bij het project A12 Ede-Grijsoord toegevoegd aan het taakstellend budget van de ViA15.•A27 Houten-Hooipolder: het budget is met € 48 miljoen opgehoogd om aan te sluiten bij de huidige raming van het vastgestelde OTB. Bij uitwerking van het OTB bleek dat op delen van het traject de eerdere versobering teveel impact heeft gehad, en er aanvullend budget nodig is om een robuust ontwerp te kunnen realiseren voor een goede doorstroming en veiligheid.•N35 Nijverdal–Wierden: begin 2015 zijn afspraken gemaakt met de regio Oost-Nederland over de beschikbare middelen bij de N35 Nijverdal–Wierden, in totaal € 122 miljoen. Naast de aanleg van de N35 betreft dit een bijdrage aan de kosten voor de verkenning, bijdrage N35 Salland-Twentetunnel om deze voor te bereiden op het project N35 Nijverdal–Wierden en interne kosten RWS. Het taakstellend budget voor de aanleg van de N35 Nijverdal–Wierden bedraagt € 104 miljoen. De overige middelen zijn overgeboekt naar de desbetreffende artikelonderdelen en de investeringsruimte voor zover deze activiteiten al waren gedekt.•Naar aanleiding van bestuurlijke afspraken in het najaar van 2015 zijn de projecten A15 Papendrecht-Sliedrecht en Programma Bereikbaar-heid Zuid-Nederland (onderdelen: InnovA58, ITS en Smart Mobility, A67) in de begroting opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 229 •Programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland (InnovA58): voor de aanpak van de A58 is naar aanleiding van de bestuurlijke afspraken en het geselecteerde voorkeursalternatief een taakstellend budget opgenomen van € 400 miljoen (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 16). De middelen voor Beheer en Onderhoud door deze areaalgroei zijn specifiek op de begroting gereserveerd (€ 11 miljoen).•Reservering Caribisch Nederland: met Bonaire en St. Eustatius is een afspraak vastgelegd in de meerjarenprogramma’s dat IenM een eenmalige impuls beschikbaar stelt voor de wegen (in totaal € 9 miljoen). Hiervoor is een reservering getroffen. In overleg met BZK en de eilandbesturen worden de middelen beschikbaar gesteld.•N33 Zuidbroek–Appingedam: de bijdrage van de provincie Groningen aan het project is opgenomen in de begroting (€ 88 miljoen). Het budget is daarnaast verlaagd omdat de planstudiekosten en apparaats-kosten RWS reeds gedekt zijn op de artikelonderdelen 12.03.02 en 12.06.•In het verleden is € 187 miljoen gereserveerd voor de naleving van SWUNG. Daarvan staat € 120 miljoen op het artikelonderdeel 12.02. De resterende € 67 miljoen is nog een reservering bij het artikelonder-deel 12.03.02. Deze reservering van € 67 miljoen wordt nu verhoogd met € 12 miljoen. De verhoging is een risicoreservering voor het geval geluidsproductieplafonds eerder worden gehaald dan gedacht na de snelheidsverhogingen. Het betreft hier mogelijke meerkosten tot en met 2028. Bij vaststelling van de nieuwe SLA zal bekeken worden of het nodig is om deze middelen toe te voegen aan het budget voor Beheer en Onderhoud. De meerkosten van de door de Kamer gevraagde (motie Visser/Hoogland 34 300 XII, nr. 18) snelheidsverho-ging op de A2 tussen Maarssen/Holendrecht worden betaald uit de reservering. In de reeds gereserveerde middelen (€ 187 miljoen) zijn de mogelijke meerkosten voor in het verleden doorgevoerde snel-heidsverhogingen ter grootte van € 11 miljoen gedekt.Projectoverzicht behorende bij 12.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdwegennet (Budget in x € mln.) Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig TB Openstelling Verplicht Realisatieuitgaven op IF12.03.01 mbt planuitwer-kingsprojecten – 250 – 267 nvt Projecten Nationaal Beter Benutten 475 285 nvt Geluidsaneringprogramma – weg 260 260 nvt Lucht – weg (NSL hoofdwegennet) 196 196 nvt Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen 192 109 nvt Projecten Noordwest-Nederland A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere, deeltraject A9 Amstelveen (deel 4) 709 685 2017 2024–2026 A27/A12 Ring Utrecht 1.141 1.138 2017 2024–2026 Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht 166 166 nvt Regio Stedelijke Bereikbaarheid Almere 26 26 nvt nvt Projecten Zuidwest-Nederland A16 Rotterdam 974 979 2016 2021–2023 A58 aansluiting Goes 9 9 nvt nvt A15 Papendrecht–Sliedrecht 6 0 2017 2018–2020 Rijksbijdrage aan kwaliteitsprogramma Blanken-burgverbinding 26 26 nvt nvt Projecten Zuid-Nederland Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 230 Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig TB Openstelling A2 ‘t Vonderen–Kerensheide 262 261 2017 2025–2027 A27 Houten–Hooipolder 860 810 2017 2023–2025 N65 Vught–Haaren1 46 46 nvt 2023–2025 Programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland: InnovA58 401 435 nnb 2022–2024 Programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland: ITS en Smart Mobility 30 0 nvt nvt Projecten Oost-Nederland A12/A15 Ressen–Oudbroeken (excl. tolopbrengsten) (ViA15) 541 555 2017 2021–2023 Terugbetaling regiobijdrage ViA15 (maatregelen OWN) 35 0 nvt nvt N35 Nijverdal–Wierden 104 122 2018 2022–2024 A1 Apeldoorn–Azelo 424 424 2017 Fase 1: 2019–2021Fase 2: 2026–2028 Projecten Noord-Nederland N33 Zuidbroek-Appingedam 96 11 2018 2021–2023 Gebonden Projecten Nationaal Reserveringen voor LCC 150 127 nvt Tolreservering Blankenburgverbinding en ViA15 108 108 nvt Reservering Nalevingskosten SWUNG 79 67 nvt Projecten Noordwest-Nederland A7/A8 Corridor Amsterdam-Hoorn 300 300 Landzijdige Bereikbaarheid Lelystad Airport 49 51 Reservering BenO A6 aansluiting Lelystad 1 0 nvt Projecten Zuidwest-Nederland A4 Haaglanden (passage en poorten & inprikkers) 448 447 Reservering BenO A15 Papendrecht-Sliedrecht 2 0 nvt Projecten Zuid-Nederland A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken 5 5 Programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland: A67 Leenderheide-Zaarderheiken 150 0 Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport 25 25 Reservering BenO InnovA58 11 0 nvt Projecten Oost-Nederland Reservering BenO A1 Apeldoorn–Azelo 19 19 nvt Reservering BenO N35 Nijverdal–Wierden 1 1 nvt Reservering Terugbetaling voorfinanciering A1 Apeldoorn–Azelo 29 29 nvt Projecten Noord-Nederland Reservering BenO N33 Zuidbroek-Appingedam 4 4 nvt Bestemd 324 350 Projecten in voorbereiding Projecten Nationaal Studiebudget Verkenningen / MIRT onderzoeken Projecten Zuidwest-Nederland A20 Nieuwerkerk–Gouwe Overige projecten in voorbereiding Gesignaleerde Risico’s Totaal programma planuitwerking en verkenning 8.434 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 231 Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig TB Openstelling Begroting IF 12.03.02 8.434 1 Dit is exclusief de € 10,6 miljoen die RWS heeft gereserveerd voor maatregelen op en langs de N65 conform het convenant tussen RWS en Vught van 13 juni 2007.Legenda:TB = TracébesluitZoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Dit jaar is op het MIRT blad voor planuitwerkingprojecten aanvullende informatie toege-voegd over de ontwikkeling van planning en budget in de afgelopen vijf jaar.Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2016–2030 weerge-geven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2030.12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdracht-nemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken Procentueelx € 1 mln.0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%70%25%6%3.8981.381324VerplichtGebondenBestemdMotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 232 en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatie-niveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsver-goeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschik-baarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de DBFM-opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht. Tot dusver is dat bij ieder project wel eens gebeurd, zij het niet van een omvang die expliciet zichtbaar wordt op dit begrotingsartikel. Afgezet tegen de maximale beoogde beschikbaarheidsvergoeding volgens het contract varieert de werkelijk geleverde beschikbaarheid gemiddeld rond de 99%. De verplichting aan de DBFM-opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 12.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging). In bijlage 4 Instandhouding is inzichtelijk gemaakt welke bedragen hiermee gemoeid zijn.De Brief Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water (Kamerstukken II 2010–2011 32 500 A, nr. 83, bijlage 3) bevat een lijst van in totaal 20 potentiële DBFM-projecten op het hoofdwegennet. Al deze projecten worden getoetst aan kwalitatieve criteria en op mogelijke financiële meerwaarde. In de Voortgangsrapportage DBFM(O) wordt periodiek gerapporteerd over de DBFM-dealflow op langere termijn (meest recente voortgangsrapportage DBFM(O): Kamerstukken II 2014–2015 28 753, nr. 35).De projecten N31 Leeuwarden-Drachten, A59 Rosmalen-Geffen, A12 Lunetten-Veenendaal, 2e Coentunnel en N33 Assen-Zuidbroek zijn opengesteld en verkeren in de exploitatiefase. Deze projecten zijn op tijd en binnen budget opgeleverd. In de DBFM(O) Voortgangsrapportage wordt nader ingegaan op de prestaties die bij deze projecten middels de DBFM-contractvorm zijn bereikt. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.De projecten A15 Maasvlakte Vaanplein, A12 Veenendaal-Ede-Grijsoord, en twee deelprojecten van SAA (Schiphol–Amsterdam–Almere) verkeren in de bouwfase. De beschikbare budgetten voor de (al dan niet partiële) beschikbaarheidsvergoedingen van al deze projecten zijn te vinden in onderstaand projectoverzicht.Momenteel lopen DBFM-aanbestedingen van de N18 Varsseveld–Enschede, SAA A6 Almere en de A27/A1 Utrecht Noord–Eemnes–Bunschoten. De DBFM-conversie, overheveling van de begrotingsbe-dragen vanuit de budgetten voor aanleg (artikelonderdeel 12.03) en onderhoud (artikelonderdeel 12.02) naar dit begrotingsartikel, zal plaatsvinden na «Financial close» van deze contracten. Na afloop van het DBFM-contract (zie looptijd in onderstaande tabel) zal het budget voor Beheer en Onderhoud weer worden toegevoegd aan artikelonderdeel ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 233 12.02. Beheer, Onderhoud en Vervanging. Bij verlenging van de periode van het Infrastructuurfonds worden deze budgetten gezien als een doorlopende verplichting.Voor 2017 en 2018 is voorzien dat de aanbesteding zal starten van de Blankenburgverbinding, de A13/A16 Rotterdam en de A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15).Belangrijkste (budgettaire) aanpassingenDe tolgefinancierde uitgaven zijn in deze begroting opgenomen op dit artikelonderdeel (Art. 12.04). Deze waren in de vorige begroting weerge-geven op productartikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten. De tolprojecten Blankenburgverbinding en ViA15 worden met een DBFM-contract op de markt gezet (de aannemer wordt betaald voor de beschikbaarheid van de nieuwe weg). Een deel van de beschikbaarheids-vergoedingen wordt bekostigd vanuit tol. De tolgefinancierde uitgaven zijn hiermee nu begroot op het artikelonderdeel van waar de uitgaven zullen worden verricht. De tolopgave wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt € 316 miljoen voor de Blankenburgverbinding en € 286 miljoen voor de ViA15 (in netto contante waarde op prijspeil 2016).Projectoverzicht behorende bij 12.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdwegennet (Budget in € mln.) Totaal Openstelling Eind Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig contract Projecten Noordwest-Nederland Aflossing tunnels 1.239 1.237 523 53 53 54 55 56 57 389 – – A10 Tweede Coentunnel 2.223 2.221 1.005 62 51 51 51 51 51 900 2013 2013 2037 A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere (deeltraject A1/A6) 1.737 1.731 111 47 297 94 68 106 59 954 2019 2019 2042 A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg) 1.068 1.066 14 27 22 201 52 51 84 616 2021 2021 nnb A12 Lunetten–Veenendaal 642 641 272 27 24 24 24 24 24 223 2012 2012 2033 Projecten Zuidwest-Nederland A15 Maasvlakte–Vaanplein 2.060 2.058 1.020 139 55 54 52 52 52 635 2015 2015 2035 Projecten Zuid-Nederland A59 Rosmalen–Geffen, PPS 288 288 267 1 1 1 1 6 12 2005 2005 Projecten Oost-Nederland A12 Ede–Grijsoord 166 166 13 6 16 10 9 9 9 92 2016 2016 2032 Projecten Noord-Nederland N31 Leeuwarden–Drachten 166 166 119 6 6 6 6 6 6 11 2007 2007 2022 N33 Assen–Zuidbroek 350 350 72 14 37 13 13 13 13 174 2014 2014 2034 Afrondingen – 1 1 1 1 2 Tolgefinancierde uitgaven NCW Tolgefinancierde uitgaven A24 Blankenburgtunnel 316 506 nvt nvt nvt Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 234 Totaal Openstelling Eind Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig contract Tolgefinancierde uitgaven A12/A15 Ressen–Oudbroeken (ViA15) 286 457 nvt nvt nvt Totaal 10.541 3.416 381 562 509 332 375 357 4.969 Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Dit jaar is op het MIRT blad voor de realisatieprojecten aanvullende informatie toegevoegd over de ontwikkeling van planning en budget in de afgelopen vijf jaar en de financiële voortgang van de projecten. Bij DBFM projecten worden na de openstelling de beschikbaarheidsvergoedingen betaald, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaats-kosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkge-bonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.12.07 Investeringsruimte Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investerings-ruimte tot en met 2030 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplich-tingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico’s en de in het najaar van 2013 aangekondigde MIRT-onderzoeken (Kamerstukken II 2013–2014 33 750 A, nr. 25).De in de begroting 2016 opgenomen stand van de beschikbare investe-ringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 679 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2017 nu € 1.051 miljoen tot en met 2030.•Om de flexibiliteit binnen het Infrastructuurfonds te garanderen, heeft het kabinet besloten dat gedurende de huidige kabinetsperiode van de investeringsruimte die met de verlenging tot en met 2030 ontstaat nog maximaal € 1,4 miljard mag worden bestemd voor (nieuwe) ambities en risico’s. Hiervan is € 749 miljoen toebedeeld aan Wegen.•Opvangen van de ramingsbijstelling Infrastructuurfonds (– € 520 miljoen).Motivering MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 235 •Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Veiligheid en Justitie en Migratie (– € 5 miljoen).•Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 80 miljoen).•Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 17 miljoen).•Saldo prijsbijstelling 2016 (+ € 10 miljoen).•Het project Verkeersruit Eindhoven (€ 272 miljoen) wordt niet doorgezet. Een deel (€ 180 miljoen) wordt conform bestuurlijke afspraken in november 2015 beschikbaar gesteld voor het Programma bereikbaarheid Zuid-Nederland. Het overige deel gaat terug naar de investeringsruimte (+ € 92 miljoen).•Het wegendeel binnen de investeringsruimte op artikel 14 Regionaal/lokaal wordt toegevoegd aan de investeringsruimte op artikel 12 Hoofdwegennet (+ € 83 miljoen). In 2013 is reeds aangegeven dat alle vrije ruimte op wegenonderdelen van het Infrastructuurfonds beschikbaar zijn voor de gesignaleerde bereikbaarheidsknelpunten bij lage groei op het hoofdwegennet. De overheveling maakt het mogelijk om een integrale afweging te maken tussen investeringen in het regionaal/lokale en landelijke wegennet.•Toevoeging budget voor Verkeersmanagement en Beheer en Onder-houd: Inwinning verkeersgegevens NDW (– € 4 miljoen), Schaderijden (– € 16 miljoen), Duurzaamheid (– € 5 miljoen), kosten BenO door areaalgroei (– € 23 miljoen). Eén van de risico’s waarvoor de investe-ringsruimte beschikbaar is, zijn de hogere uitgaven binnen artikel 12.02 Beheer en Onderhoud als gevolg van areaalgroei. Vanwege de faseovergang van een aantal projecten (van planuitwerking naar realisatie) is in het lopende jaar € 23 miljoen toegevoegd aan Beheer en Onderhoud. Voor deze projecten was nog geen specifieke reserve-ring getroffen.•Verwerking bestuurlijk afspraken bij de planuitwerkingen N35 Nijverdal–Wierden (+ € 7 miljoen) en N33 Zuidbroek-Appingedam (+ € 1 miljoen). Deze kosten zijn op andere artikelonderdelen gedekt (studiebudget en apparaatskosten RWS).•Verwerking van resultaat grondopbrengst in het kader van Integrale ontwikkeling tussen Delft en Schiedam (+ € 2,5 miljoen).•De reservering nalevingskosten SWUNG is opgehoogd met € 12 miljoen. Zie de toelichting bij artikel 12.03.•Wijzigingen bij aanlegprojecten: zie toelichting bij artikel 12.03. Betreft A24 Blankenburgverbinding (+ € 60 miljoen), SAA A9 Amstelveen (– € 23 miljoen), amendement fietssnelpaden (– € 18,5 miljoen), overboeking meevaller A12 Ede-Grijsoord naar project ViA15 (– € 20 miljoen), A27 Houten-Hooipolder (– € 48 miljoen), Capaciteitsverrui-ming A15 Papendrecht–Sliedrecht (– € 4 miljoen) en Caribisch Nederland (– € 9 miljoen).•Verwerking van het saldo van mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma (zie Art. 12.03.01) (+ € 172 miljoen). In dit saldo is een meevaller meegenomen van € 229 miljoen vanuit het programma ZSM (spoedwetprojecten). Het saldo is verminderd met een ophoging van het studiebudget «externe kosten planuitwerkingen» op artikelon-derdeel 12.03.02 (conform afspraken uit de begroting 2016 bij de omzetting kerntaken RWS).12.07 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 236 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Totaal 0 0 0 0 0 0 0 0(vervolg) 12.07 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 Investeringsruimte 0 0 0 0 451.651 305.961 293.827 1.051.439 Totaal 0 0 0 0 451.651 305.961 293.827 1.051.439Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 237 Artikel 13 Spoorwegen Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstel-lingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting hoofdstuk XII over 2017 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 2.727.356 2.711.785 2.021.156 2.147.479 2.766.441 1.416.993 1.535.517 Uitgaven 1.999.985 2.260.947 2.228.915 2.141.096 2.098.259 2.158.124 2.257.190 Waarvan juridisch verplicht: 92% 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.225.522 1.221.082 1.245.661 1.226.826 1.192.105 1.213.190 1.215.680 13.03 Aanleg 625.037 843.329 735.505 674.583 676.245 705.775 769.580 13.03.01 Realisatieprogramma personen-vervoer 540.437 597.379 556.087 438.210 403.545 317.993 209.317 13.03.02 Realisatieprogramma goederen-vervoer 57.291 15.964 50.097 71.323 88.642 68.839 27.648 13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer 22.441 103.336 126.178 163.900 181.130 318.317 512.615 13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer 4.868 126.650 3.143 1.150 2.928 626 20.000 13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS 132.285 169.512 158.806 159.508 162.083 169.070 169.882 13.07 Rente en aflossing 17.141 17.021 48.362 16.597 16.597 16.597 16.597 13.08 Investeringsruimte 0 10.003 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451 13.08.01 Programmaruimte 0 10.003 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451 13.08.02 Beleidsruimte 0 0 0 0 0 0 0 13.09 Ontvangsten 240.852 301.540 185.262 314.308 200.642 195.736 200.651Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten in 2017 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2017. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkings-programma tot en met 2030 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2030.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 13 Spoorwegen Uitgaven 2.260.947 2.228.915 2.141.096 2.098.259 2.158.124 2.257.190 1.955.805 1.817.813 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.221.082 1.245.661 1.226.826 1.192.105 1.213.190 1.215.680 1.207.073 1.209.904 13.03 Aanleg 843.329 735.505 674.583 676.245 705.775 769.580 481.374 339.676 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 169.512 158.806 159.508 162.083 169.070 169.882 169.803 171.057 13.07 Rente en aflossing 17.021 48.362 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 13.08 Investerings-ruimte 10.003 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451 80.958 80.579 Omschrijving van de samenhang in het beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 238 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 13.09 Ontvangsten Ontvang-sten 301.540 185.262 314.308 200.642 195.736 200.651 205.474 208.284(vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 13 Spoorwegen Uitgaven 1.734.609 1.947.495 1.734.154 1.775.987 1.496.639 1.975.289 1.966.330 29.548.652 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.190.864 1.229.572 1.228.591 1.298.154 1.178.499 1.178.499 1.178.499 18.214.199 13.03 Aanleg 304.448 469.912 262.030 237.502 83.743 229.463 290.173 7.103.338 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 172.787 173.656 174.177 173.103 168.132 168.132 168.132 2.527.840 13.07 Rente en aflossing 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 281.144 13.08 Investerings-ruimte 49.913 57.758 52.759 50.631 49.668 382.598 312.929 1.422.131 13.09 Ontvangsten Ontvang-sten 194.705 319.852 201.398 201.419 201.440 200.224 200.224 3.331.15913.02 Beheer, onderhoud en vervanging Op grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeen-schap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenM heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee samenhan-gende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de informatievoor-ziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instand-houding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds.De beheerconcessie geeft invulling aan de beleidsambities uit de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (LTSA 2), namelijk scherpere sturing door de concessieverlener en de positionering van ProRail als publieke dienstver-lener. Hiertoe bevat de concessie instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenM te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenM en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenM geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op. ProRail consul-teert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan.Nadat de Minister van IenM heeft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail verantwoording af in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 239 deze zijn vastgesteld door de aandeelhouder (Minister van IenM) worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.De beheer-, onderhoud- en vervangingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatie-gebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een bijdrage van het Rijk. Bij de vaststelling van de rijksbij-drage voor beheer, onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhouds-activiteiten.Het Beheerplan 2017 wordt in november 2016 door ProRail ingediend en wordt in december 2016 (na instemming door IenM) aan de Tweede Kamer toegezonden.UitgavenProRail ontvangt van IenM gemiddeld € 1,2 miljard subsidie per jaar (inclusief btw) ter dekking van de instandhoudingskosten van de hoofdspoorweginfrastructuur. Daarnaast ontvangt ProRail van vervoerders (gebruiksvergoeding) en andere derden (doorbelaste onderhoudskosten) gemiddeld € 0,4 miljard per jaar, waarmee het totale budget voor de jaarlijkse instandhoudingskosten voor ProRail uitkomt op € 1,6 miljard inclusief btw.Uit een in 2015 door PwC uitgevoerde doorlichting van de financiële meerjarenreeksen van ProRail (Kamerstukken II 2015–2016 29 984, nr. 621) blijkt dat de reeksen in grote lijnen op orde zijn. Na doorvoering van enkele correcties naar aanleiding van het onderzoek op deze reeksen resteert een verschil tussen de meerjarenreeksen van ProRail en de beschikbare middelen op het Infrastructuurfonds van circa € 475 miljoen inclusief btw (prijspeil 2014) in de periode 2018 tot en met 2028. Hierbij is rekening gehouden met de herverdeling van de taakstelling apparaat tussen onderhoud en aanleg. Door PwC zijn kostenreducerende maatre-gelen geïdentificeerd om het verschil tussen de benodigde en beschikbare middelen op te lossen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stimuleren van toetreding van nieuwe leveranciers, het reduceren van levensduurkosten, meer onderhoud overdag, langere trein vrije perioden en het aanpassen van de gebruiksvergoeding systematiek. Met de eerste twee genoemde maatregelen is ProRail reeds gestart. Vervolgens zullen gefaseerd de overige maatregelen worden uitgewerkt en ingevoerd. Dit gebeurt in overleg met diverse belanghebbenden. Met de brief van 16 juni 2016 (Kamerstukken II 2015–2016 29 984, nr. 669) is de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de visie en aanpak toekomstbestendig en efficiënt spooronderhoud en de bijbehorende spoorbudgetten voor beheer, onderhoud en vervanging. Eind 2016 zal besluitvorming plaatsvinden over de te nemen kostenreducerende maatregelen.Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Bijlage 4 Instand-houding en Bijlage 5 ProRail.ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 240 13.03 Aanleg Spoor IenM is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfra-structuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden alle uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:•door ProRail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;•door IenM uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;•voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;•uitvoering van deze projecten.13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor Afgesloten projectenOnderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:•NSP Den Haag•Reistijdverbetering•ERTMS-pilot Amsterdam-Utrecht (deel ProRail)•Station Barneveld Zuid (onderdeel post Kleine Stations)•Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten: Spooruitbreiding Amersfoort•Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten: Sporen in Den Bosch•Regionet: Maatregelen Westpoort- Westhavenweg•Regionet: Station Halfweg•MJPO 1e tranche•Sporendriehoek Noord Nederland: Zwolle rijtijdverhoging 60/80•MJPG: Gilze-Rijen geluidswerende voorzieningenNieuw opgenomen projectenIn het nota overleg MIRT van 23 november 2015 is besloten geld vrij te maken voor onderstaande projecten (zie ook bijlage 6 van Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 17):Beter en MeerOm de groei op het spoor te faciliteren wordt gewerkt naar hoogfrequent rijden op drukke trajecten in Nederland. Naar aanleiding van de winterpro-blematiek (2010–2012) en de treinbotsing in Amsterdam is geconcludeerd is dat de betrouwbaarheid van het spoor eerst omhoog moet voordat frequentieverhoging op de drukke corridors kan plaatsvinden. Dit wordt ondervangen in het verbeterprogramma Beter en Meer. Dit programma is opgedeeld in onderstaande deelprogramma’s en kent een gefaseerde aanpak. De eerste fase richt zich op het mogelijk maken van een frequen-tieverhoging op de A2 corridor.A: Be- en Bijsturing toekomstBe- en Bijsturing van de Toekomst heeft als doel het logistieke bijsturing-proces tijdens verstoringen beter uit te voeren. Hiertoe wordt een Centraal Monitorings- en Beslisorgaan (CMBO) opgericht waar de besluitvorming met betrekking tot dienstregelingsaanpassingen wordt ondergebracht. Ook worden er vooraf gedefinieerde bijsturingmaatregelen (VGB’s) ontworpen. Deze maatregelen leggen vast welke stappen er qua bijsturing genomen moeten worden (in dienstregelingsoplossingen) in het geval van een (gedeeltelijke) versperring op een specifiek baanvak. Dit heeft tot doel de maatregelen bij een versperring vooraf goed te hebben afgewogen met alle partijen (ProRail en alle vervoerders, reizigersorgani-saties, goederenvervoerders en aannemers) en de afhandeling op het Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 241 moment van de versperring te versnellen. Het CMBO en de VGB’s worden continue getoetst op uitvoerbaarheid van het bijsturingplan en verbe-tering in de manier van werken.B: Verbeteraanpak trein op corridor Amsterdam-EindhovenDe Verbeteraanpak Trein heeft als doel de uitvoeringsbetrouwbaarheid op lastige plekken en tijdstippen structureel te verbeteren op de drukke trajecten zodat meer klanten snel, rechtstreeks en betrouwbaar kunnen reizen. De Verbeteraanpak Trein bestaat uit vijf onderdelen:•Infrastructuur: Dit onderdeel richt zich op het verminderen van door infrastructuur veroorzaakte verstoringen op de A2-corridor. Het doel is om met het verbeteren van wissels en treindetectie een 20% reductie te bewerkstelligen in treinvertragingminuten veroorzaakt door infraverstoringen.•Materieel: Dit onderdeel richt zich op het verminderen van door materieel veroorzaakte verstoringen op de A2-corridor. Het doel is 15% reductie treinvertragingminuten veroorzaakt door materieelverstorin-gen. De bijbehorende aanpak richt zich op twee onderdelen; enerzijds de verbetering van de betrouwbaarheid van het materieel, anderzijds op de bedieningsinterface tussen mens en machine•Op tijd Reizen: Dit onderdeel richt zich op het meer laten rijden van treinen volgens de dienstregeling. Het doel is het realiseren van 40% spreiding in de uitvoering door:–Het opleiden van personeel;–Het nemen van maatregelen zoals hulpmiddelen om snellere instaptijden in treinen te realiseren (via Intelligent Platform Bars);–Het beter informeren van de reiziger over het vertrekproces.•Regioaanpak: Dit onderdeel richt zich op het op orde krijgen van de operationele basis in de regio’s waarbij ketenpartners er gezamenlijk in slagen om continu operationele problemen (sneller) op te lossen.•Monitoring en Toetsing: Dit onderdeel richt zich op het valideren of de doelstellingen van het programma worden behaald. Om dit inzichtelijk te maken wordt een A2 prestatiedashboard opgesteld, het uitvoeren van deelbeproevingen van maatregelen en een integrale beproeving in 2017 van de frequentieverhoging.C: Verbeteraanpak StationsStations vormen belangrijke schakels in het spoornetwerk. Ook zijn het belangrijke overstappunten voor al het openbaar vervoer in Nederland. Daarmee vormen stations een wezenlijk onderdeel van de deur tot deur reis van de reiziger en van de infrastructurele keten. Het groeiend aantal reizigers moet op stations voldoende gefaciliteerd kunnen worden. De Verbeteraanpak Stations is erop gericht de ervaring en waardering van de reiziger op en rondom het station blijvend te verbeteren en vervoerders in staat te stellen hun klanten beter van dienst te zijn door middel van beter informatievoorziening en wayfinding op stationsToelichting op de gewijzigde bedragen Maatregelenpakket versus Begroting.Het totale budget zoals nu opgenomen in het realisatieprogramma bedraagt € 85 miljoen in plaats van de in het maatregelenpakket opgenomen € 87 miljoen. Vooruitlopend op de besluitvorming is de tranche 2015 (studiekosten, analyses, etc.) gefinancierd via de in 2015 verstrekte subsidiebeschikking Beheer, onderhoud en vervanging.Daarnaast is er sprake van een verschuiving tussen de benodigde middelen voor Be- en Bijsturing toekomst en Verbeteraanpak Trein. De Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 242 bedragen die «Beter en Meer» begin 2015 heeft ingediend voor de herijking zijn een kosteninschatting geweest op basis van de toen beschikbare informatie, overeenkomend met de zogenaamde menukaart Beheer, onderhoud en vervanging 2015.Eind 2015 bleek uit voorschrijdend inzicht dat de verdeling van de middelen tussen Be- en Bijsturing Toekomst en Verbeteraanpak Trein afweek van de bedragen zoals deze destijds ingediend zijn. De oorzaken zijn:–De opgave voor Beter en Meer ten behoeve van de dienstregeling 2018 op corridor Amsterdam–Eindhoven (Verbeteraanpak Trein) in de herijking is gebaseerd op een gemiddelde investering per corridor. Voor alle corridors gezamenlijk was € 180 miljoen ingediend, gemiddeld komt dat per corridor uit op € 45 miljoen.–De eerste corridor betreft een leertraject waarbij ervaringen opgedaan worden om te komen tot een succesvolle verbeteraanpak die landelijk uitgerold kan worden. Op basis van de planuitwerkingsfase zijn nu de benodigde verbetermaatregelen verder uitgewerkt en is gebleken dat voor het onderdeel Verbeteraanpak Trein meer benodigd is dan met de herijking is ingeschat.–Voor Be- en Bijsturing Toekomst is na de planuitwerkingsfase gebleken dat er voor de periode tot en met 2018 minder financiële middelen benodigd zijn om de verandering in de Be- en Bijsturing te bewerkstel-ligen dan in de herijking geraamd.De extra benodigde middelen voor Verbeteraanpak Trein worden opgevangen door het deel wat teveel was geraamd voor Be- en Bijsturing Toekomst.Opstellen Reizigerstreinen: Korte termijnHet materieelpark van de Nederlandse Spoorwegen groeit als gevolg van de toename van reizigers op het spoor. Als gevolg van instroom van extra materieel en hogere frequenties is er op korte termijn behoefte aan extra opstelcapaciteit. Doel is uiterlijk 2020 een adequate oplossing voor de meest urgente korte termijn opstelbehoefte gereed te hebben.Vervolgfase Beter en Meer/OpstelcapaciteitIn het maatregelpakket herijking is na overleg met de sector en de regio een pakket investeringsmaatregelen genomen van € 32 miljoen voor de vervolgfase Beter en Meer en de vervolgfase opstelcapaciteit. Een onderverdeling hiervan is afhankelijk van de aangekondigde studies naar opstellen lange termijn en de studie en ervaringen met de eerste maatregelen van Beter en Meer en de ervaringen op de A2 corridor.Overige wijzigingenKleine StationsHet projectbudget zoals opgenomen in het Infrastructuurfonds 2016 (€ 78 miljoen) bestond voor € 32 miljoen uit gerealiseerde uitgaven voor opgeleverde stations, voor € 3,2 miljoen uit gerealiseerde en nog te realiseren uitgaven voor het Station Barneveld en voor € 42,8 miljoen als reservering voor bijdragen aan toekomstige nieuwe stations. Het station Barneveld is gereed. Het bij dit project behorende projectbudget, alsmede de projectbudgetten van eerder gerealiseerde stations, maken vanaf deze begroting geen onderdeel meer uit van het totale budget voor kleine stations.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 243 Toegankelijkheid StationsUit het door Prorail opgestelde Actualisatierapport Toegankelijkheid 2015 blijkt een verwachte meevaller van € 31 miljoen. Tegelijk wordt door ProRail een voorstel tot scopeaanpassing gedaan van in totaal € 14 miljoen. Het gaat daarbij om onderstaande no-regretmaatregelen, die ervoor moeten zorgen dat de doelstelling «alle treinstations per 2030 toegankelijk» daadwerkelijk gehaald wordt:•extra liften of hellingbanen als gevolg van te verwachten opheffing van overwegen in een stationsomgeving, bijvoorbeeld wanneer een nieuwe tunnel wordt aangelegd, waardoor loopstromen vanaf twee kanten van het station ontstaan (rekening is gehouden met opheffing van 20 overwegen tot 2030): € 6,1 miljoen.•aanpassing van evenementenstations (liften op stations Thialf, PSV, Feyenoord): € 2,4 miljoen.•maatregelen bij stations waarbij het perron alleen via niet-actief beveiligde overpaden bereikt kan worden (betreft 15 stations): € 3,6 miljoen.•maatregelen voor bijzondere inpassingssituaties bij stations. Het betreft reservering om in te spelen op ruimtelijke- en mobiliteitsont-wikkelingen: € 1,6 miljoen.•mitigerende maatregelen binnen het deelprogramma «Kleine maatregelen» naar aanleiding van het niet obstakelvrij kunnen maken van smalle perrons (betreft objectmarkering op smalle perrons): € 0,5 miljoen.De resterende meevaller komt hiermee op € 16,9 miljoen. Deze gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).Nazorg gereedgekomen lijnen en haltenOp basis van een inventarisatie van de nog te verwachten activiteiten, kosten en risico’s kan het budget voor deze post verlaagd worden met € 2 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelon-derdeel 13.08).Meerjarenprogramma OntsnipperingAls gevolg van onbenodigd onvoorzien is het budget van het deelproject Ontsnippering 1e tranche verlaagd met € 3,2 miljoen. Binnen het totale projectbudget Ontsnippering was nog een vrije ruimte van € 0,9 miljoen. Aangezien alle maatregelen zijn uitgevoerd is deze € 0,9 miljoen evenals de bovengenoemde € 3,2 miljoen toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).Programma Kleine functiewijzigingenIn het voorstel voor de Herijking (zie bijlage 6 van Kamerstukken II, 2015–2016 34 300 A, nr. 17), dat besproken is in het Notaoverleg MIRT van 23 november is er voor gekozen om vanuit dit programma:•€ 29,6 miljoen over te boeken naar het realisatieprogramma Goede-renvervoer voor de realisatie van het project Venlo Multimodaal knooppunt;•€ 22,3 miljoen toe te voegen aan het planstudiebudget PHS gelet op de opgave om PHS op de corridor Den Haag–Rotterdam te realiseren;•€ 81 miljoen in te zetten voor de financiering van het maatregelenpak-ket pakket Herijking.Kleine projecten personenvervoerDe aanleg van ERTMS op het grensbaanvak Maastricht-Visé maakt onderdeel uit van de post «kleine projecten personenvervoer». Mede als gevolg van de veranderingen in het regionale openbaar vervoer in Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 244 Limburg, met een andere vervoerder, dienstregeling en materieeltype, is de aanleg van het systeem ATB-EG (Automatische TreinBeïnvloeding Eerste Generatie) op dit traject doelmatiger dan ERTMS (European Railway Traffic Management System). Aan ProRail is verzocht een subsidie-aanvraag in te dienen voor de aanleg van ATB-EG, in plaats van ERTMS, op dit traject.De toename van het budget wordt veroorzaakt door de toevoeging van het project Schiphol maatregelen korte termijn aan deze post. Op Schiphol zijn een aantal kleine maatregelen noodzakelijk gebleken om veiligheid en comfort van reizigers op de perrons van station Schiphol te kunnen waarborgen. Deze maatregelen betreffen meer en betere reisinformatie en aanpassingen aan trappen en roltrappen. Een deel van de maatregelen die gericht zijn op betere reisinformatie worden bekostigd door NS. Dekking van het ProRail aandeel heeft plaatsgevonden vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).OV SAALHet realisatieproject OV SAAL KT bestaat uit de twee deelprojecten OV SAAL Cluster A Flevolijn en OV SAAL Cluster C Zuidtak. Binnen het deelproject OV SAAL Cluster A Flevolijn is sprake van een gerealiseerde aanbestedingsmeevaller alsmede een voorspoedig verlopen bouwproces met weinig tegenvallers. Op basis van een inschatting van de huidige risico’s is het mogelijk gebleken het projectbudget onvoorzien te verlagen met € 24,2 miljoen. Daarnaast is het op basis van een inschatting van de huidige risico’s binnen het deelproject OV SAAL Cluster C Zuidtak mogelijk om het projectbudget onvoorzien te verlagen met € 12,1 miljoen. Per saldo is € 36,3 miljoen toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).Amsterdam CS FietsenstallingEr is een overeenkomst gesloten tussen Rijk, stadsregio en gemeente voor de realisatie van 7.000 fietsparkeerplekken. Het hiervoor gereserveerde budget van € 23,6 miljoen is toegevoegd aan de BDU en het BCF. De nieuwe fietsenstalling vormt onderdeel van het project De Entree, waarvoor een integraal bouwcontract wordt aangegaan. De stalling wordt uiterlijk met de oplevering van het gehele project De Entree in 2023 geopend. De verwachting is dat dit eerder – in 2020 – het geval zal zijn. Medio 2017 wordt, na de gunning, de uitvoeringsplanning van het project De Entree bekend.Rijswijk–SchiedamDe luchtdrukproblematiek die zich heeft voorgedaan bij de openstelling van de spoortunnel te Delft op 28 februari 2015 heeft geleid tot het opleggen van een tijdelijke snelheidsbeperking. Om deze tijdelijke snelheidsbeperking op te kunnen heffen zijn er op korte termijn maatre-gelen nodig voor een bedrag van € 3,4 miljoen. De maatregelen omvatten onder meer het versterken van de draaideuren, het plaatsen van extra vluchtdeuren en het aanbrengen van ontluchtingskleppen in de overstek van de bovengrondse stationshal. De snelheid van het treinverkeer wordt daarbij verhoogd van nu 80 naar 100 en later (in 2017) naar 120 kilometer per uur. Indien uit de effecten van deze korte termijn maatregelen blijkt dat deze ontoereikend zijn, worden er mogelijk openingen in de westelijke tunnelbuis gemaakt voor het aanbrengen van luchtschachten (geschatte kosten circa € 6 miljoen). Onderzoek moet uitwijzen of deze aanvullende maatregelen daadwerkelijk nodig zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 245 In het addendum bij de Bestuurlijke Uitvoeringsovereenkomst (BUOK) Spoorzone Delft van 9 juli 2008 is tussen gemeente Delft en het Rijk overeengekomen dat de gemeente zich zal inspannen om middels een treasurybeleid haar bijdrage van € 117 miljoen (exclusief btw, prijspeil 2008) aan de realisatie van het spoorse deel van het project Spoorzone Delft te verhogen tot een bedrag van € 129 miljoen. Inmiddels is duidelijk dat de verwachte opbrengst uit het treasurybeleid door de gemeente Delft uitblijft. Het Rijk is hierdoor genoodzaakt om € 11 miljoen extra bij te dragen aan de bouw van de spoortunnel Delft. Het optredend tekort op de dekking is hierbij overeenkomstig de afspraken in het addendum op de BUOK gedeeld naar rato van ieders bijdrage aan het spoorse deel van het project Spoorzone Delft. Zie ook Kamerstukken II 2015–2016 34 300 XII, nr. 66.Tevens is een externe audit uitgevoerd op het project. De conclusie van de auditors is dat een budgetaanpassing van € 39,3 miljoen op het spoorse deel noodzakelijk is. De belangrijkste oorzaak is het harder stijgen van de prijzen in de markt ten opzichte van de gebruikelijke prijsindexatie (IBOI) die het Ministerie van IenM jaarlijks ontvangt en verstrekt aan ProRail (circa € 30,2 miljoen). Het projectbudget is in dit geval niet meegegroeid met de (exogene) prijsstijgingen. Daarnaast adviseren de auditors om een beperkte additionele risicoreservering in het projectbudget op te nemen (€ 9,1 miljoen). Dekking van de € 39,3 miljoen vindt plaats vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.01 Spoorwegen personenvervoer; realisatie (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Projecten Nationaal Benutten, betrouw-baarheid en capaciteit ERTMS-pilot Amsterdam-Utrecht en ERTMS experti-secentrum1 9 9 6 2 1 2012–2015 2012–2015 Geluidsanering Spoor-wegen 629 628 25 8 16 32 67 90 90 301 divers divers Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE) 29 29 12 0 5 8 4 divers divers Be- en bijsturing toekomst 15 5 5 4 2 2019 nvt Verbeteraanpak trein 54 10 21 19 5 2018–2019 nvt Verbeteraanpak stations 13 6 5 1 1 2018 nvt Opstellen Reizigerstreinen Korte termijn 45 1 3 6 15 15 5 2020 nvt Vervolgfase Beter en Meer / Opstelcapaciteit 32 1 2 9 9 9 1 divers nvt Programma Hoogfrequent Spoorvervoer PHS Meteren–Boxtel 10 10 6 4 2017 2017 PHS DSSU (incl. voorinves-tering) 314 314 144 64 42 32 32 2017 2017 PHS Overweg Klomper-steeg Veenendaal 9 9 0 0 1 1 4 2 1 2019 2019 PHS Rijswijk–Rotterdam 9 9 9 2023 2023 PHS Spooromgeving Geldermalsen 56 56 3 6 12 16 16 3 1 2021 2021 PHS Diezebrug 2 2 2 2013 2013 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 246 Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Stations en stationsaan-passingen Cameratoezicht op stations 13 13 1 10 3 2017 2017 Kleine stations 17 73 0 0 7 6 4 1 divers divers Toegankelijkheid stations 488 504 131 35 37 42 43 40 25 134 divers divers Overige projecten/programma’s /lijndelen etc. AKI-plan en veiligheids-knelpunten 392 392 340 9 30 4 4 4 divers divers Niet Actief Beveiligde Overwegen (NaBo’s) 10 10 2 4 4 2017 e.v. nvt Fietsparkeren bij stations 222 222 41 14 14 14 14 14 14 97 divers divers Nazorg gereedgekomen lijnen/halten 36 38 10 7 7 7 5 divers divers Ontsnippering 79 82 28 9 14 11 6 4 4 4 divers divers Programma Kleine Functiewijzigingen 374 507 110 32 35 24 22 25 30 97 divers divers Punctualiteits-/capaciteitsknelpunten 179 183 157 13 5 4 1 divers divers Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute 20 19 0 6 10 2 1 2017 2017 Kleine projecten personen-vervoer 24 18 6 4 8 4 1 divers divers Projecten Noordwest-Nederland Amsterdam-Almere-Lelystad OV SAAL korte termijn 742 777 462 116 50 51 37 26 2016 2016 OV SAAL Naarden Bussum 24 1 1 2 15 4 2 2019 2019 Stations en stationsaan-passingen Amsterdam CS, Cuypershal 26 26 15 2 5 2 2 2014–2018 2014–2016 Amsterdam CS, Fietsen-stalling 11 35 5 6 1 2016–2019 2016–2019 OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP) 411 411 315 34 50 12 1 2016 2016 Overige projecten/lijndelen etc. Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol) 189 189 163 10 4 4 4 4 divers divers Spoorwegovergang Soestdijkseweg te Bilthoven 30 31 30 0 2013–2015 2013–2015 Vleuten–Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS) 930 930 782 65 42 22 10 9 2005 e.v. 2005 e.v. Projecten Zuidwest-Nederland Stations en stationsaan-passingen Den Haag CS perronsporen 11 en 12 38 38 7 2 1 1 11 11 6 2020–2022 2020–2021 Overige projecten/lijndelen etc. Rijswijk–Schiedam incl. spoorcorridor Delft 606 553 553 31 22 2015–2017 2015–2017 Projecten Zuid-Nederland Stations en stationsaan-passingen Breda Centraal (t.b.v. NSP) 88 88 77 9 2 2016–2017 2016–2017 Projecten Oost Nederland Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 247 Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Utrecht-Arnhem-Zevenaar Arnhem Centraal (t.b.v. NSP) 108 108 104 2 2 2011–2015 2011–2015 Traject Oost uitv. Convenant DMB 234 233 50 17 35 35 30 25 21 20 divers divers Overige projecten/lijndelen etc. Regionale lijnen Gelderland 17 17 10 5 1 1 divers divers Projecten Noord Nederland Partiële spooruitbreiding Groningen-Leeuwarden 49 49 12 11 18 7 divers divers Sporendriehoek Noord-Nederland 135 135 44 9 17 26 27 12 divers divers Afrondingen – 2 – 2 1 2 – 1 Totaal ProRail projecten 6.718 3.627 578 523 421 390 317 209 656 Overige (niet ProRail) projecten Intensivering Spoor in steden (I) 244 244 205 16 15 9 Spoorzone Ede 42 42 11 24 7 Totaal overige (niet ProRail) Projecten 286 216 40 22 9 0 0 0 0 Totaal uitvoeringspro-gramma 7.004 3.843 618 545 430 390 317 209 656 Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuit-werking 7 1 2 2 1 Programma Realisatie (IF 13.03.01) 625 546 432 392 318 209 656 Budget Realisatie (IF 13.03.01) 597 556 438 404 318 209 656 Overprogrammering (–) – 28 10 6 12 1 Van het totale budget is € 6 miljoen aan ProRail beschikt. De overige kosten zijn voornamelijk bestemd voor ombouw materieel, opleidingskosten en de ontwikkeling van een referentiesysteem.13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor Afgesloten projectenOnderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen projecten:•Emplacement Maasvlakte West (onderdeel Spooraansluiting 2e Maasvlakte)•D4 aslasten cluster III: Realisatie duikersNieuw opgenomen projectenVenlo Logistiek multimodaal knooppuntIn de oksel van de snelwegen A67 en A73 bij Venlo wordt Trade Port Noord (TPN) ontwikkeld, een logistiek bedrijventerrein met multimodale aansluitingen. Onderdeel van TPN is een nieuwe railterminal die door ProRail wordt aangesloten op de hoofdsporen van de spoorlijn Eindhoven–Venlo. De spooraansluiting van de railterminal zal bestaan uit een tweezijdige ontsluiting, Venlo en Eindhoven. In het Bestuurlijk overleg MIRT, najaar 2015 is vastgesteld dat IenM 50% van de investeringskosten Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 248 financiert met een maximum van € 30 miljoen. De bijdrage van IenM wordt ter beschikking gesteld aan de Provincie Limburg.Programma emplacementen op OrdeOp spooremplacementen zijn op dit moment verschillende soorten veiligheidsmaatregelen en middelen aanwezig die bij een incident kunnen worden ingezet. Dit leidt in de praktijk tot onduidelijkheden bij veiligheids-diensten over de voorzieningen die ze concreet op een emplacement mogen verwachten. In een landelijk project bepalen vertegenwoordigers van gemeenten, veiligheidsregio’s, omgevingsdiensten, ProRail en IenM uniforme normen voor veiligheidsmaatregelen op spooremplacementen. Deze normen zijn onder andere gebaseerd op maatgevende scenario’s van mogelijke soorten incidenten en op de bevolkingsdichtheid in de omgeving. Daarnaast worden op emplacementen voorzieningen aangebracht en verbeterd waardoor treinpersoneel zich op een veilige manier van en naar de trein kan begeven. ProRail heeft hiervoor een plan opgesteld dat de komende vier jaar uitgevoerd moet gaan worden.Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.02 Spoorwegen goederenvervoer; realisatie (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig ProRail Projecten Projecten nationaal PAGE risico reductie 19 18 8 0 2 3 2 3 divers divers Optimalisering Goederen-corridor Rotterdam-Genua1 174 173 100 12 9 20 10 3 6 14 2014 e.v. 2014 e.v. Programma Emplace-menten op orde 58 6 6 8 8 4 27 2020 nvt Kleine projecten goederenvervoer 4 1 2 1 divers divers Projecten Zuidwest-Nederland Geluidmaatregelen Zeeuwselijn 27 27 11 1 6 5 4 2014–2017 2014–2017 Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterland-verbinding* 218 217 70 3 3 12 36 39 16 39 2014 e.v. 2014 e.v. Projecten Zuid-Nederland Venlo Logistiek multi-modaal knooppunt 30 6 8 11 2 0 2 2019 2019 Projecten Oost Nederland Uitv.progr Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)* 138 138 65 10 18 13 17 14 2 2020 2018 Overige projecten Nazorg gereedgekomen projecten 1 2 1 0 0 0 divers divers Afrondingen 1 Totaal ProRail Projecten 669 255 27 51 69 89 69 28 82 Overige (niet ProRail) Projecten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitvoeringspro-gramma 669 255 27 51 69 89 69 28 82 Uitgaven mbt planuit-werking op IF 13.03.05 – 7 – 2 Programma Realisatie (IF 13.03.02) 20 49 69 89 69 28 82 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 249 Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Budget Realisatie (IF 13.03.02) 16 50 71 89 69 28 82 Overprogrammering (–) – 4 1 2 1 Inclusief uitgaven met betrekking tot planuitwerking verantwoord op IF 13.03.0513.03.04 Planuitwerking personenvervoer spoor Nieuw opgenomen projectenReizigersfondsVolgens artikel 24 van de vervoerconcessie moet NS een geldsom (boete) voldoen indien een of meer bodemwaarden of streefwaarden die in de concessie zijn opgenomen niet worden gehaald, tenzij voor het niet halen van de bodem- of streefwaarde een rechtvaardigheidsgrond bestond. De hoogte van deze geldsom volgt uit de vervoerconcessie en is direct opeisbaar.De vervoerconcessie bepaalt verder dat de geldsom die NS betaalt, in samenspraak met de consumentenorganisaties, door concessieverlener zal worden bestemd en worden ingezet voor de reizigers op het hoofd-railnet in lijn met de doelen van de Lange Termijn Spooragenda.Op 7 april 2016 heeft IenM in het Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer (Locov) met de consumentenorganisaties afgesproken dat het beschikbare bedrag niet per se meteen besteed hoeft te worden. Het zou ook opgenomen kunnen worden in een «spaarpot», een reizigers-fonds. Boetes kunnen daarin in de loop der jaren opgespaard worden, zodat er mogelijkheden ontstaan om – in overleg met consumentenorga-nisaties – op enig moment grotere bedragen uit te geven aan nuttige zaken voor de reizigers.De consumentenorganisaties kunnen op elk moment een voorstel kunnen doen voor een besteding van de beschikbare middelen. In deze begroting is de boete van 2015 opgenomen (€ 0,5 miljoen).Overige wijzigingenGrensoverschrijdend SpoorvervoerMet de provincie Limburg is overeenstemming bereikt over de vaststelling van twee no regret-maatregelen op het traject Heerlen-grens, waardoor het mogelijk wordt een extra treindienst van Heerlen naar Duitsland te bieden. Het gaat om dubbelspoor tussen Heerlen en Landgraaf en om seinverdichting van Landgraaf tot de grens. De maatregelen worden gecofinancierd door IenM vanuit het resterend budget voor de optimali-sering van de verbinding van Heerlen naar de grens (Aken; € 10,4 miljoen) en het bij IenM gereserveerde budget voor de aanleg van de Avantislijn (€ 9 miljoen). Het gezamenlijke budget van IenM en provincie Limburg, aan te vullen met een TEN-T-subsidie voor de realisatie, maakt de start van de planuitwerking mogelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 250 Kleine spoorgerelateerde uitgavenIn het Notaoverleg MIRT van 23 november is besloten om € 2,6 miljoen vrij te maken voor een aantal specifiek benoemde studies. Daarnaast is het budget opgehoogd met € 3,8 miljoen ter dekking van overige spoorgerelateerde studieopdrachten voor de komende jaren.Zwolle–HerfteDe regionale bijdrage van Overijssel voor de aanleg van een 2e perron-spoor te Zwolle is aan het projectbudget toegevoegd.Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)In het voorstel voor de Herijking, dat besproken is in het Notaoverleg MIRT van 23 november, is er voor gekozen om vanuit het programma kleine functiewijzigingen € 22,3 miljoen toe te voegen aan het planstudie-budget PHS gelet op de opgave om PHS op de corridor Den Haag–Rotterdam te realiseren. Daarnaast is het projectbudget opgehoogd met € 3,5 miljoen naar aanleiding van de in de op 17 februari 2016 gesloten Bestuurovereenkomst Spooromgeving Geldermalsen opgenomen bijdrage van de gemeente Geldermalsen.OV SAALVanuit de binnen dit projectbudget opgenomen reservering voor beheer, onderhoud en vervanging voor OV SAAL KT is € 29 miljoen overgeboekt naar Beheer, Onderhoud en Vervanging (IF 13.02).Quick scan decentraal spoor Oost-NederlandHet projectbudget is opgehoogd met € 2,2 miljoen naar aanleiding van de financiële bijdrage van de provincie Gelderland ten behoeve van het deelproject Valleilijn (RVM 1).Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Planuitwerkingsprogramma personenvervoer (Budget in € mln.) Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig PB of TB Indienststelling Verplicht Realisatieuitgaven op IF13.03.01 mbt planuitwer-kingsprojecten – 14 – 31 Projecten Nationaal Kleine projecten Personenvervoer 8 5 divers Reservering opbouw compensatie NS 159 158 divers Reizigersfonds 1 nvt Projecten Oost-Nederland Quick scan decentraal spoor Oost-Nederland 18 16 2011–2018 Zwolle–Herfte1 197 193 2016 2017–2021 Gebonden Projecten Nationaal Grensoverschr. Spoorvervoer 61 60 divers Beter Benutten Decentraal Spoor (Decentraal Spoor, fase 2 (NMCA)) 64 64 divers Progr.Hoogfreq.Spoor (PHS) 2.440 2.410 divers Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) 193 193 divers Projecten Noordwest-Nederland OV Schiphol-Amsterdam–Almere–Lelystad MLT 352 404 divers Projecten Oost-Nederland Bestemd 24 10 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 251 Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig PB of TB Indienststelling Projecten in voorbereding Projecten Nationaal Overige projecten in voorbereiding Gesignaleerde risico’s Totaal planuitwerkingsprogramma 3.503 Begroting (IF 13.03.04) 3.503 1 Bedrag is exclusief bijdrage regio van € 36 miljoen.Legenda:PB = ProjectbesluitTB = TracébesluitOnderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2016–2030 weerge-geven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2030.13.03.05 Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Planuitwerkingsprogramma goederenvervoer (Budget in € mln.) Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig PB of TB Indienststelling Verplicht Planuitwerkingskosten op realisatieprogramma IF 13.03.02 9 9 Projecten Nationaal Kleine projecten Goederenvervoer 12 17 divers Gebonden Projecten Zuidwest-Nederland Procentueelx € 1 mln.VerplichtGebondenBestemd0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%11%88%1%3693.11024Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 252 Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig PB of TB Indienststelling Calandbrug 159 158 2020 Bestemd Projecten in voorbereiding Overige projecten in voorbereiding Gesignaleerde Risico’s Totaal planuitwerkingsprogramma 180 Begroting (IF 13.03.05) 180 Legenda:PB = ProjectbesluitTB = TracébesluitOnderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2016–2030 weerge-geven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2030.13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031, volgens de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenM.Projectoverzicht behorende bij 13.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegen (Budget in € mln.) huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later Beschikbaarheidsver-goeding1 3.626 3.626 1.339 150 150 151 154 161 164 1.357 Procentueelx € 1 mln.VerplichtGebondenBestemd0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%0%012%88%21159MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 253 huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later Rente- en belastingaanpas-singen2 – 56 – 56 – 108 15 3 3 3 3 3 22 Overgedragen restwerk-zaamheden3 13 13 10 2 1 Diverse afrekeningen etc.4 53 55 11 2 5 5 5 5 3 17 Afrondingen 1 1 Totaal 3.636 1.252 170 159 160 162 169 170 1.396 Begroting (IF 13.04) 170 159 160 162 169 170 1.3961 De beschikbaarheidsvergoeding is inclusief de verwachte toekomstige indexeringen.2 Rente wordt halfjaarlijks verrekend op basis van de werkelijke Euribor-stand; de belastingwijziging is een technische, voor de Staat budgetneu-trale, correctie die bij de Belastingdienst leidt tot even grote ontvangsten.3 Dit betreft met name de uitgaven aan de pilot geluid die oorspronkelijk waren begroot op artikelonderdeel 17.03.4 Dit betreft diverse nog door te voeren wijzigingen op de HSL-Zuid infrastructuur, waarvan aanpassing van het ERTMS-systeem (voor de Intercity Nieuwe Generatie) de grootste is.13.07 Rente en Aflossing Onder deze categorie uitgaven vallen de rente en aflossing van de bij ProRail uitstaande leningen, waarmee in het verleden spoorinfrastructuur gefinancierd is.Het uitstaand saldo van de leningen per eind 2016 bedraagt nog € 313 miljoen. Hiervan moet ProRail in 2017 € 166 miljoen aflossen, in 2020 € 75 miljoen en in 2027 € 72 miljoen. Er is nog niet besloten of tot herfinanciering of schuldreductie wordt overgegaan. Om deze reden zijn voor deze leningen de rentekosten structureel in de begroting opgenomen.Voor de aflossing per eind 2012 was € 32 miljoen vrijgemaakt op de begroting, maar is uiteindelijk gedekt binnen de reeds bij ProRail beschikbare middelen. Deze € 32 miljoen blijft vooralsnog beschikbaar voor toekomstige aflossingen.UitgavenBedragen x € 1 miljoen 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Rente leningen 17 17 17 17 17 17 Aflossing leningen 166 75 Herfinanciering leningen – 135 – 75 Totaal 17 48 17 17 17 1713.08 Investeringsruimte Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investerings-ruimte tot en met 2030 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplich-tingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico’s en kan deels ingezet worden voor het financieren van prioritaire ambities.Motivering Producten MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 254 Zoals nader toegelicht in de begroting op hoofdlijnen wordt in deze begroting binnen de investeringsruimte onderscheid gemaakt tussen programmaruimte en beleidsruimte. De programmaruimte betreft ruimte die reeds in de huidige kabinetsperiode ingezet kan worden voor ambities en risico’s. De beleidsruimte betreft ruimte waarover de besluitvorming wordt overgelaten aan een volgend kabinet. Op artikelonderdeel 18.11 wordt nader ingegaan op de totale beleidsruimte op de begroting van het Infrastructuurfonds.ProgrammaruimteDe in de begroting 2016 opgenomen stand van de beschikbare program-maruimte tot en met 2028 bedroeg € 906 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2017 nu € 1.022 miljoen tot en met 2030.–Om de flexibiliteit binnen het Infrastructuurfonds te garanderen, heeft het kabinet besloten dat gedurende de huidige kabinetsperiode van de investeringsruimte die met de verlenging tot en met 2030 ontstaat nog maximaal € 1,4 miljard mag worden bestemd voor (nieuwe) ambities en risico’s. Hiervan is € 553 miljoen toebedeeld aan Spoor.–Opvangen van de ramingsbijstelling Infrastructuurfonds (– € 384 miljoen).–Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Veiligheid en Justitie en Migratie (– € 4 miljoen).–Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 59 mijloen).–Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 13 miljoen).–Saldo prijsbijstelling 2016 (+ € 15 miljoen).–Toevoeging investeringsruimte Regionaal/Lokaal (deel OV) zoals genoemd in het Maatregelenpakket Herijking (+ € 118 miljoen).–Toevoeging verlaging programma Kleine functiewijzigingen en programma kleine stations zoals genoemd in Maatregelenpakket Herijking (+ € 100 miljoen).–Toevoeging vanuit Begroting hoofdstuk XII van de gereserveerde middelen naar aanleiding van het coalitieakkoord Balkenende IV in verband met de afloop van het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (+ € 250 miljoen).–Vrijval BOV naar aanleiding van de subsidievaststelling 2014/2015 (+ € 74, miljoen), programma Toegankelijkheid (+ € 17 miljoen), OV SAAL (+ € 36 miljoen), NSP Utrecht (+ € 1 miljoen), Sporen in Den Bosch (+ € 6 miljoen), Ontsnippering (+ € 3 miljoen), Nazorg (+ € 2 miljoen).–Compensatie NS Geluideis ICNG (+ € 10 miljoen).–Dekking maatregelen zoals opgenomen in maatregelenpakket Herijking (Beter en Meer, emplacementen op orde, etc.) (– € 211 miljoen).–Meerkosten Breda (– € 5 miljoen).–Nazorg Betuweroute in verband met trillingen (– € 3 miljoen).–Naar productartikel 17 Zuidas (– € 4 miljoen).–Naar 13.03.04 dekking studies en opdrachten (– € 4 miljoen).–Rijswijk-Schiedam: dekking treasuryresultaat Delft (– € 11 miljoen) en luchtdrukproblematiek Spoortunnel (– € 3 miljoen) en ophoging projectbudget naar aanleiding van conclusie externe audit (– € 39 miljoen).–Naar productartikel 14 dekking actieplan P+R (– € 5 miljoen).–Toevoegen reservering indexatie 2014/2015 aan de BOV middelen (– € 291 miljoen).–Schiphol maatregelen korte termijn (– € 6 miljoen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 255 De genoemde mee- en tegenvallers op de specifieke projecten zijn eveneens toegelicht bij het betreffende artikelonderdeel van waaruit het project gefinancierd wordt.BeleidsruimteIn de ontwerpbegroting 2016 was op dit artikel geen beleidsruimte opgenomen. In de ontwerpbegroting 2017 is de beleidsruimte nieuw en bedraagt € 400 miljoen. Dit betreft investeringsruimte die ontstaat als gevolg van het ramen van doorlopende concessieontvangsten (HRN/HSL) voor de verlengde jaren (2029 en 2030). Omdat dit kabinet niet meer dan € 1,4 miljard wenst te bestemmen voor ambities en risico’s wordt de ruimte die door deze concessieontvangsten ontstaat apart gehouden voor toekomstige kabinetten. Op artikelonderdeel 18.11 wordt nader ingegaan op de totale beleidsruimte op de begroting van het Infrastructuurfonds.13.08 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Programmaruimte 10.003 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451 80.958 80.579 Beleidsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 10.003 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451 80.958 80.579(vervolg) 13.08 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 Programmaruimte 49.913 57.758 52.759 50.631 49.668 182.374 112.705 1.021.683 Beleidsruimte 0 0 0 0 0 200.224 200.224 400.448 Totaal 49.913 57.758 52.759 50.631 49.668 382.598 312.929 1.422.13113.09 Ontvangsten Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenM voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiksvergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02 Verrekeningen (subsidievaststellingen) met ProRail die betrekking hebben op afgesloten jaren zijn niet gesaldeerd met de uitgaven voor het lopende jaar, maar zijn gedesaldeerd opgenomen in de ontvangsten en uitgaven.ConcessievergoedingenDeze zijn de Concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofdrailnet (artikel 66 van de Concessie HRN 2015–2025) en de HSL-heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur (Besluit HSL-heffing 2015), alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009–2014 (Onderhandelakkoord IenM/NS 2011).Projectbijdragen decentrale overhedenDeze betreffen de bijdragen van decentrale overheden aan (MIRT-)projecten.Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 256 Afrekeningen ProRail/HavenbedrijfDeze betreffen de afrekeningen van subsidies voor aanlegprojecten en beheer, onderhoud en vervanging over afgesloten begrotingsjaren en de aan het Havenbedrijf doorbelaste onderhoudskosten Tweede Maasvlakte.OntvangstenBedragen x € 1 miljoen 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Concessieprijs HRN 2015–2024 80 86 86 86 86 86 Verrekening beheervergoeding reisinformatie – 8 – 8 – 8 – 8 – 8 – 8 Verrekening compensatie treindiensten België – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 HSL-heffing 2015–2024 57 59 68 76 82 88 Uitgestelde betalingen HSA 2009–2014 41 40 39 39 38 37 Compensatie geluidseis ICNG 10 0 0 0 0 0 Boetes prestaties NS 1 0 0 0 0 0 Concessievergoedingen 178 174 182 190 195 200 Bijdragen decentrale overheden 2 10 131 10 0 0 Afrekening subsidies ProRail/Havenbedrijf 121 1 1 1 1 1 Totaal 301 185 314 201 196 201Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 257 Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsin-strumenten zoals beschreven in de Begroting hoofdstuk XII 2017 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 14 Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 2.994 203.274 52.695 141.119 68.473 63.549 31.032 Uitgaven 134.964 150.750 216.332 332.243 184.395 146.541 110.356 Waarvan juridisch verplicht: 89% 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 128.658 101.225 132.863 173.577 109.630 85.923 88.162 14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok 25 5.498 23.750 23.750 25.815 1.607 1.605 14.01.03 Realisatieprogr reg/lok 128.633 95.727 109.113 149.828 83.816 84.316 86.557 14.01.04 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 14.02 Regionale Mob. Fondsen 0 0 0 0 0 9.128 0 14.03 RSP – ZZL: Pakket Bereikbaarheid 6.306 49.525 83.469 158.666 74.765 51.490 22.194 14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten 6.306 13.475 33.563 109.425 16.014 18.506 22.194 14.03.02 RSP – ZZL: RB mob fondsen 0 36.050 33.700 33.034 42.544 16.308 0 14.03.03 RSP – ZZL: REP 0 0 16.206 16.207 16.207 16.676 0 14.09 Ontvangsten 844 0 0 0 0 0 0Met uitzondering van verkenning en planuitwerking worden de budgetten in 2017 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2017. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkings-programma tot en met 2030 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2030.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 14 Regionaal, lokale infrastructuur Uitgaven 150.750 216.332 332.243 184.395 146.541 110.356 52.210 34.854 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 101.225 132.863 173.577 109.630 85.923 88.162 52.210 34.854 14.02 Regionale mobiliteits-fondsen 0 0 0 0 9.128 0 0 0 14.03 RSP-ZZL: pakket bereik-baarheid 49.525 83.469 158.666 74.765 51.490 22.194 0 0 14.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0Omschrijving van de samenhang in het beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 258 (vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 14 Regionaal, lokale infrastructuur uitgaven 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 1.266.720 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 817.483 14.02 Regionale mobiliteits-fondsen 0 0 0 0 0 0 0 9.128 14.03 RSP-ZZL: pakket bereik-baarheid 0 0 0 0 0 0 0 440.109 14.09 Ontvangsten Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 014.01 Grote regionale/lokale projecten Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente ‘s-Gravenhage is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de Begroting hoofdstuk XII 2017 en beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor en de Lange Termijn Spooragenda (LTSa).AlgemeenRegionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoorde-lijkheid van de regionale overheid. IenM levert een bijdrage in de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringspe-riode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.VerkenningenVoor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkennin-genprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de regionale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenM al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal Van een project dat in de planuitwerkingstabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbij-drage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen).Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 259 WijzigingenHet project Verkeersruit Eindhoven is niet voortgezet. In 2015 heeft de Minister van IenM met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over het programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland, en daarmee de inzet van deze middelen (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 16).Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokale infrastructuur (Budget in € mln.) Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig PB of TB Openstelling Verplicht Gebonden Projecten Noordwest-Nederland Ombouw Amstelveenlijn 77 77 2020 Bestemd 48 47 Projecten in voorbereiding Overige projecten in voorbereiding Gesignaleerde risico’s Totaal programma planuitwerking en verkenning 125 Begroting 14.01.02 125 Legenda:PB = ProjectbesluitTB = TracébesluitOnderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2016–2030 weerge-geven voor aanleg, planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2030.Procentueelx € 1 mln.VerplichtGebondenBestemd0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%62%38%77480%0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 260 14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.WijzigingenDe projectbudgetten van de Rotterdamsebaan, A12/A20 Parallelstructuur Gouweknoop, RandstadRail en Noord/Zuidlijn zijn bijgesteld als gevolg van de indexatie naar prijspeil 2016.Projectoverzicht behorende bij 14.01.03 Regionaal/lokale infrastructuur; realisatie (Budget x € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Projecten Nationaal Actieplan Groei op het Spoor P+R 1 5 1 Projecten Noordwest-Nederland Noord/Zuidlijn Noord-WTC 1.186 1.185 1.111 43 30 1 2017 2017 Utrecht, Tram naar de Uithof 110 110 37 4 40 29 2018 2018 Projecten Zuidwest-Nederland A12/A20 Parallelstructuur Gouwe 108 107 48 39 11 10 regio 2019–2021 HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn) 203 203 33 21 47 33 34 36 2020 2018 Rotterdamsebaan 306 305 7 63 51 51 51 83 regio 2020–2022 Randstadrail (incl. voorberei-dingskosten en aanlanding RR op Den Haag HSE) 894 894 885 9 2006–2016 2006–2016 Afrondingen – 1 1 Programma Realisatie (IF 14.01.03) 2.808 2.114 96 109 150 84 84 87 84 Budget Realisatie (IF 14.01.03) 96 109 150 84 84 87 84 Overprogrammering (–) 14.01.04 Investeringsruimte Op dit artikelonderdeel wordt de totale voor artikel 14 beschikbare investeringsruimte tot en met 2030 verantwoord.De in de begroting 2016 opgenomen stand van de beschikbare investe-ringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 201 miljoen. De algemene investeringsruimte Regionaal/Lokaal (deel OV) van € 118 miljoen is toegevoegd aan de Investeringsruimte Spoorwegen (artikelonderdeel 13.08) conform het Maatregelenpakket Herijking dat 13 november 2015 aan de Kamer is aangeboden. De resterende Investeringsruimte Regionaal/Lokaal (deel Wegen) van € 83 miljoen is toegevoegd aan de Investeringsruimte Hoofdwegennet (artikelonderdeel 12.07). In lijn met besluitvorming over de resterende vrije ruimte op het Infrastructuurfonds is alle vrije ruimte op de wegenonderdelen beschikbaar voor de voorziene knelpunten bij lage groei. Hiervoor is IenM verschillende MIRT-onderzoeken gestart conform nieuwe aanpak bereikbaarheid, waarbij breed wordt gekeken naar de opgave en oplossingen.MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 261 Indien een regio aanspraak wil maken op een subsidie voor een groot regionaal/lokaal project zal dit worden afgewogen tegenover andere investeringen vanuit de productartikelen Hoofdwegennet (productartikel 12) en Spoor (productartikel 13). De projecten moeten een bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen uit de Structuur-visie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de LTSa die voor regionale bereikbaarheid zijn geformuleerd. Het betreft zowel wegenprojecten op het niveau van het Onderliggend Wegennet als Openbaar Vervoer projecten. Dit hoofdproduct zal derhalve bij een komende begroting komen te vervallen.14.02 Regionale mobiliteitsfondsen Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:•Bereikbaarheidsoffensief Randstad;•Amendement Dijsselbloem;•Amendement Van der Staaij;•Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok);•Amendement Van Hijum;•Quick Wins NWA eerste en tweede tranche;•Sluiskiltunnel.De rijksmiddelen in het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Randstad, de amendementen Dijsselbloem, Van der Staaij en Van Hijum, Regionale bereikbaarheid en Quick Wins NWA zijn volledig uitgekeerd. Alleen voor de Sluiskiltunnel, die inmiddels is opgeleverd, resteert een gereserveerd bedrag voor onvoorziene omstandigheden. Naar verwachting hoeft deze investering niet te worden aangesproken.14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid Betreft het RSP-convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II 2007–2008 27 658, nr. 43). Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland.Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01. De rijksbijdrage voor de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 en de N50 Ramspol-Ens zijn inmiddels overgeheveld naar artikel 12 Hoofdwegen.In 2009 is het RMf RSP opgericht voor Noord-Nederland. De instelling van het RMf RSP volgt uit het Convenant RSP Zuiderzeelijn d.d. 23 juni 2008. Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten; zie 14.03.02. Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020.Motivering Producten MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 262 Binnen het REP wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel en een regionaal deel. Zowel voor het rijksdeel als voor het regionaal deel is € 150 miljoen rijksbudget beschikbaar gesteld. Het rijksdeel valt onder regie van het Ministerie van Economische zaken (EZ). Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, nadat in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds is gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 miljoen, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 miljoen, wordt verant-woord op de begroting Infrastructuurfonds; zie 14.03.03. Ook de regio heeft € 100 miljoen beschikbaar voor het regionale deel van het REP.De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II 2008–2009 21 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd.Projectoverzicht Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (14.03) (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Projecten Noord-Nederland Regiospecifiek Pakket Zuider-zeelijn1 14.03.01 Concrete bereikbaar-heidsprojecten2 3 249 332 35 13 34 109 16 19 22 14.03.02 Regionaal Mobiliteits-fonds 535 534 373 36 34 33 43 16 14.03.03 Ruimtelijk econo-misch programma 65 65 16 16 16 17 Afrondingen – 1 1 – 1 1 – 1 Begroting (IF 14.03) 848 931 408 50 83 159 75 51 22 Overige afspraken LMCA Spoor: spoordriehoek4 135 134 44 9 17 26 27 12 Totaal rijksbijdrage Noord-Nederland 983 1.065 452 59 100 185 102 63 22 1 Bijdragen regio zijn prijspeil 2007.2 Het betreft de volgende projecten: A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (ZRG) fase 2; Bereikbaarheid Leeuwarden; Bereikbaarheid Assen; N50 Ramspol-Ens en Openbaar vervoer/spoor. De totale rijksbijdrage is inclusief € 200 miljoen uit het MIRT ten behoeve van de A7 ZRG fase 2.3 Uit het regionaal mobiliteitsfonds wordt een bijdrage van € 100 miljoen (prijspeil 2007) geleverd aan de concrete projecten. Deze bijdrage vervalt, indien na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is.4 Betreft Pakket Noorden, hetgeen op artikel 13 is opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 263 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII over 2017 en vinden hun oorsprong in de SVIR en de Nota Mobiliteit (NoMo) (Kamerstukken II 2004–2005 29 644, nr. 6).Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de Begroting hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 1.660.126 1.321.301 802.092 1.095.873 1.039.793 1.010.725 729.175 Uitgaven 871.615 986.457 872.578 1.030.406 1.125.865 958.327 839.431 Waarvan juridisch verplicht: 96% 15.01 Verkeersmanagement 7.545 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 7.545 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 401.328 425.647 366.969 382.587 326.299 298.791 236.016 15.02.01 Beheer en onderhoud 208.340 312.611 277.635 277.821 290.874 262.896 192.410 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 204.205 307.117 272.959 273.137 268.348 259.026 188.541 15.02.04 Vervanging 192.988 113.036 89.334 104.766 35.425 35.895 43.606 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 80.140 25.080 21.457 6.161 1.192 7.347 339 15.03 Aanleg 210.556 199.697 186.361 302.555 285.586 203.503 262.811 15.03.01 Realisatie 196.320 177.827 150.668 262.798 277.202 200.400 240.393 15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen 14.236 21.870 35.693 39.757 8.384 3.103 22.418 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 14.236 4.358 2.090 375 327 301 689 15.04 Geintegreerde contractvormen/PPS 679 45.216 10.904 40.448 211.999 155.058 41.970 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 251.507 307.469 299.916 296.388 293.553 292.547 290.206 15.06.01 Apparaatskosten RWS 225.494 278.244 272.771 269.285 266.416 265.409 262.750 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 225.494 278.244 272.771 269.285 266.416 265.409 262.750 15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten 26.014 29.225 27.145 27.103 27.137 27.138 27.456 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 26.014 29.225 27.145 27.103 27.137 27.138 27.456 15.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 15.09 Ontvangsten 213.179 99.041 93.675 120.617 127.927 100.240 59.500Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten in 2017 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2017. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkings-programma tot en met 2030 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2030.Omschrijving van de samenhang in het beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 264 Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 15 Hoofdvaarwe-gennet Uitgaven 986.457 872.578 1.030.406 1.125.865 958.327 839.431 754.235 681.957 15.01 Verkeersma-nagement 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 425.647 366.969 382.587 326.299 298.791 236.016 289.618 297.966 15.03 Aanleg 199.697 186.361 302.555 285.586 203.503 262.811 129.801 47.165 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 45.216 10.904 40.448 211.999 155.058 41.970 41.334 40.709 15.06 Netwerkge-bonden kosten HVWN 307.469 299.916 296.388 293.553 292.547 290.206 285.054 287.689 15.07 Investerings-ruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 15.09 Ontvangsten Ontvangsten 99.041 93.675 120.617 127.927 100.240 59.500 37.000 0(vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 15 Hoofdvaarwe-gennet Uitgaven 658.156 656.553 821.696 821.774 694.356 631.609 630.022 12.163.422 15.01 Verkeersma-nagement 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 126.420 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 249.914 191.986 192.714 191.160 225.710 225.710 225.710 4.126.797 15.03 Aanleg 71.256 128.735 293.559 237.894 103.816 28.420 28.420 2.509.579 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 40.102 39.653 39.077 38.514 37.961 37.961 37.961 858.867 15.06 Netwerkge-bonden kosten HVWN 288.456 287.751 287.918 288.535 291.161 291.161 291.161 4.378.965 15.07 Investerings-ruimte 0 0 0 57.243 27.280 39.929 38.342 162.794 0 15.09 Ontvangsten Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 638.00015.01 Verkeersmanagement De activiteiten binnen verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwe-gennet te realiseren.15.01.01 Verkeersmanagement Bij verkeersmanagement gaat het voornamelijk om de volgende activi-teiten:•Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;•Monitoring en informatieverstrekking;•Vergunningverlening en handhaving;•Crisisbeheersing en preventie.Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 265 In het goederenvervoer over water is een groei voorzien, die deels met verkeersmanagement wordt gefaciliteerd. Daarnaast moet de betrouw-baarheid en reistijd op orde worden gebracht. Beleidsdoelstellingen op het gebied van verkeersmanagement zijn:•Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;•Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.Na overleg met de verschillende regio’s is vanaf 2014 de versobering voor de bediening van sluizen en beweegbare bruggen doorgevoerd. De belangrijkste verbindingen op het internationaal kernnet goederenvervoer en de hoofdvaarwegen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarover de grootste volumes worden vervoerd, zijn hierbij ontzien. Het Rijk heeft tevens in overleg met de verschillende regio’s een vergezicht voor een «robuust bediend» vaarwegennet in Nederland opgesteld en eind 2015 naar de Kamer gestuurd. Dit vergezicht geeft perspectief op een toekomstvast bedieningsregime en handelingsruimte om andere serviceniveaus te bereiken. Dit vergezicht wordt gebruikt om nadere maatwerkafspraken te maken of bestaande afspraken waar nodig en mogelijk te optimaliseren.Met verschillende partijen zijn afspraken gemaakt over de invoering van vraaggestuurd bedienen of bediening op afstand waarbij samenwerking tussen beheerders of gezamenlijk investeren is overeengekomen. Begin 2016 zijn bijvoorbeeld nadere afspraken gemaakt met de provincie Overijssel om met behulp van bijdragen van de regio te komen tot een verbeterd bedieningsregime van de Twentekanalen. Met Limburg en Noord-Brabant zijn eerder al soortgelijke afspraken gemaakt. Alle gemaakte versoberingsafspraken worden in 2017 gemonitord en waar nodig en mogelijk bijgestuurd.Ook is vanaf 2014 een begin gemaakt met de versobering op de verkeers-begeleiding.Waar mogelijk en zinvol wordt samen met de andere overheden naar centrale bediening op vaarroutes overgeschakeld. Vanzelfsprekend wordt getracht om de bediening zodanig in te richten, dat wachttijden en stremmingen zo veel mogelijk worden beperkt. Een goede informatievoor-ziening hierover aan gebruikers is daarbij van groot belang, waarbij rekening gehouden wordt met de sterk toegenomen beschikbaarheid van AIS (Automatic Identification System). Met het toezicht op het water dat door RWS (onder andere samen met de Politie) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenM (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de Politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamitei-tenorganisatie operationeel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 266 Specificatie bedieningsareaal Areaalomschrijving Eenheid 2015 2016 2017 Begeleide vaarweg km 594 594 594 Bediende objecten aantal 245 244 242Toelichting:Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn derhalve niet meegerekend. Het aantal bediende objecten zal eind 2017 iets zijn afgenomen.De indicator passeertijden sluizen is opgenomen in beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de Begroting hoofdstuk XII.15.02 Beheer, onderhoud en vervanging Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het Hoofdvaarwegennet in een staat te houden, die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, betrouwbaar, veilig en duurzaam vervoer van goederen.Het regulier beheer en onderhoud van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoor-zieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersma-nagement, zoals verkeerscentrales.Vervanging en renovatie betreffen het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en vaarwegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende zijn. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw zijn er kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.Voor zover de activiteiten centraal vanuit RWS worden ingezet, worden de kosten centraal gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar ondermeer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in de bijlage instand-houding bij deze begroting.In bijlage 4 Instandhouding is een nadere toelichting opgenomen met betrekking tot Beheer en Onderhoud en Vervanging.15.02.01 Beheer en Onderhoud Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen. Deze kan alleen worden gegarandeerd, als de infrastructuur preventief wordt beheerd en onderhouden. Daarnaast vindt correctief onderhoud plaats, waarbij de beheerder geconfronteerd kan worden met onverwacht functieverlies, waardoor aan de gebruiker ongewild minder service kan worden geboden Meetbare gegevens Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 267 (stremmingen, beperkingen). Zowel het preventief als het correctief onderhoud valt onder Beheer en Onderhoud.De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatievaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzie-ningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden de werkzaamheden goed afgestemd; zowel onderling als met de werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma en/of het hoofdwatersysteem.KustwachtDe Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegd-heden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de Raad voor de Kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast.De directeur Kustwacht heeft onvoorwaardelijke zeggenschap over vier schepen, die (vrijwel) full time kustwachttaken uitvoeren. Daarnaast heeft de directeur trekkingsrechten voor een aantal dagen per jaar op schepen van de Rijksrederij en helikopters. Tevens stelt het Ministerie van Defensie twee vliegtuigen ter beschikking.De Minister van IenM is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming van geïntegreerd beleid en het APB voor de Noordzee. De overzichtscon-structie Kustwacht is als bijlage 3 aan deze begroting toegevoegd.Overdracht Brokx-NatDe nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002–2003 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt de betaling aan provincies en gemeenten voor het onderhoud aan kanalen in Drenthe, haven Oudeschild en wegen en paden Texel verant-woord.In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken oevers, bodems en verkeersvoorzie-ningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 268 Areaal Beheer en Onderhoud Eenheid Omvang 2017 Budget x € 1.0002017 Vaarwegen km 6.9941 278.8021 Peildatum ultimo 2017 Toelichting:Het areaal bestaat enerzijds uit de hoofdtransportassen (HTA), hoofdvaar-wegen (HVW) en overige vaarwegen (OVW), die voor de binnenvaart in beheer zijn bij RWS en die in totaal 3.450 kilometer meten en anderzijds het aantal kilometer zeevaartweg van in totaal 3.544 kilometer.Als gevolg van de overdracht van de Noordervaart in 2017 zal de lengte vaarweg met 10 kilometer afnemen.Indicatoren Beheer en Onderhoud Indicator 2014 2015 streef-waarde 2016 streef-waarde 2017 uren gestremd Technische Beschikbaarheid (gehele areaal) 99,3% 98,9% 99,0% 99% n.v.t. Geplande stremmingen (gehele areaal) 0,2% 0,9% 0,8% 0,8% 3.365 Ongeplande stremmingen (gehele areaal) 0,5% 0,2% 0,2% 0,2% 711Toelichting:De technische beschikbaarheid geeft aan in welke mate het vaarwegennet beschikbaar is voor veilig gebruik. De geplande en ongeplande strem-mingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op deze vaarwegen. De percentages zijn berekend door de stremmingen af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streefwaarden voor 2017 zijn gelijk aan 2016.40%18%29%12%Kunstwerken HVWNOevers HVWNBodemsVerkeersvoorzieningen HVWNTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 269 15.02.04 Vervanging De veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdvaarwegennet moeten in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en voornamelijk ook vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk toeneemt. De projecten zijn opgenomen in het MIRT Overzicht3.Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het hoofdvaarwe-gennet. De projecten in het programma Vervanging en Renovatie verlengen de levensduur van de kunstwerken, zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.Het resterende deel van het programma Nota Mobiliteit Achterstallig Onderhoud Vaarwegen (NoMo AOV) is niet in het programma Vervanging en Renovatie opgenomen maar wel onderdeel van 15.04.02. Daarom staat in onderstaande tabel een overzicht van objecten NoMo AOV-onderdelen die niet voor 2016 zijn afgerond.Overzicht objectenprogramma Vervangingen en renovaties Vaarweg Objecten/maatregel gereed Zeeland Modernisering Object Bediening Zeeland (MOBZ, deel 1) 2017 Zeeland Onderhoud damwanden en vaarwegen Zeeland 2017 Oost-Nederland Onderhoud vaargeulen NederRijn, Ijssel, Twentekanalen/Meppelerdiep en Zwarte Water 2018/ 2020 Noord-Holland Aanpassing bodembescherming, sluizen en bruggen en overige kunst-werken in verband met hogere belasting Noord-Holland 20171 Limburg en Ijsselmeergebied Renovatie kunstwerken Limburg en Ijsselmeergebied gereed2 Utrecht Renovatie stalen boogbruggen Amsterdam-Rijnkanaal (KARGO) gereed Utrecht Oevers Amsterdam-Rijnkanaal (damwanden en meerplaatsen) gereed Brabantse kanalen Onderhoud oevers en bodems Brabantse kanalen gereed Maasroute Onderhoud Oevers en bodems Maasroute gereed Zuid-Holland Onderhoud Oevers en bodems vaarwegen Zuid-Holland gereed Diverse Achterstallig basisonderhoud diverse regio’s Gereed1 Het verwerken van de nieuwe inzichten op het besturingssysteem van objecten in het Noordzeekanaal leidt tot extra werkzaamheden. In combi-natie met meerdere werkzaamheden rond de sluizen bij IJmuiden en een beperkt seizoen waarin werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, schuift de oplevering van de Noord-Hollandse maatregelen van 2016 naar 2017.2 Op verzoek van o.a. de gemeente Stein worden onderhoudswerkzaamheden aan de brug Berg eerder uitgevoerd. De maatregelen aan de brug Urmond in het pakket van Limburgse maatregelen worden hiervoor getemporiseerd. Met uitzondering van deze werkzaamheden zijn renovaties van kunstwerken in IJsselmeergebied en Limburg afgerond.15.03 Aanleg Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planuitwerking activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk.3Zie het programma Vervanging en Renovatie HoofdvaarwegenMotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 270 15.03.01 Realisatie In 2017 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren: Mijlpaal Project Openstelling De Zaan (Wilhelminasluis) Verruiming vaarweg Eemshaven–Noordzee Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 1 Vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis) Projecten in het kader van Quick-wins regeling Binnenhavens Quick-wins Volkeraksluizen Start realisatie Twentekanalen verruiming fase 2 Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden Lek Nieuwe Sluis Terneuzen Lichteren Buitenhaven Ijmuiden Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Het project Lekkanaal (3e Kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde en uitbreiding ligplaatsen) is met de DBFM-conversie in deze begroting overgegaan van het realisatieprogramma (15.03.01) naar Geïnte-greerde contractvormen (15.04).•De projecten capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde en Twentekanalen verruiming (fase 2) zijn van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase. De kosten zijn gestegen door onverwacht hogere kosten voor damwanden, erosiebeschermende maatregelen en vastgoedkos-ten. Het budget is aangevuld vanuit de investeringsruimte (15.07).•Binnen het project Amsterdam-Rijnkanaal (verwijderen keersluis Zeeburg) heeft zich een aanbestedingsmeevaller voorgedaan.•Bij de Zuid-Willemsvaart (Maximakanaal en opwaardering tot Veghel) is sprake van een aanbestedingsmeevaller.•Het project Nieuwe Sluis Terneuzen is in deze begroting van planuit-werking naar de realisatiefase gegaan. Voor dit project worden diverse bijdragen ontvangen: een bijdrage van Vlaanderen (€ 495 miljoen), een CEF-subsidie (€ 34 miljoen4) en bijdragen van de Provincie Zeeland, de gemeente Terneuzen en Zeeland Seaports (gezamenlijk € 10,0 miljoen). Daarnaast is de bijdrage aan Vlaanderen voor de extra kosten voor kanaalaanpassingen aan dit project toegevoegd (€ 165 miljoen).•Het project Toekomstvisie Waal/deelproject Tuindorp en het project capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek zijn in deze begroting van planuitwerking naar de realisatiefase gegaan.Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet (Budget in € mln.) Totaal Openstelling Projectomschrij-ving hui-dig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later hui-dig vorig Projecten Nationaal Quick Wins Binnenhavens 61 65 59 1 1 2009–2016 2009–2016 4Er is in totaal € 48 miljoen aan subsidie ontvangen. Het verschil wordt als reservering aangehouden voor verrekening.ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 271 Totaal Openstelling Projectomschrij-ving hui-dig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later hui-dig vorig Impuls Dyna-misch Verkeers-management Vaarwegen 97 98 80 11 7 2015 2014 Subsidiepro-gramma Zeehaveninnova-tieproject voor Duurzaamheid (ZIP) 4 5 4 0 2016 2015 Walradarsyste-men 25 25 19 2 3 2018 divers Beter Benutten 20 20 14 1 5 Projecten Noordwest-Nederland De Zaan (Wilhelminasluis) 13 13 10 3 2017 2016–2017 Projecten Zuidwest-Nederland Capaciteitsuit-breiding ligplaatsen Rijn Scheldeverbin-ding 2 2 0 1 2016 2016 Nieuwe Sluis Terneuzen 999 294 2 80 4 170 218 224 176 125 2022 2021 Capaciteitsuit-breiding ligplaatsen Beneden-Lek 12 12 0 1 8 3 2019 2017 Quick Wins Volkeraksluizen 3 3 3 2017 2016–2017 Projecten Zuid-Nederland Wilhelminaka-naal Tilburg 82 81 55 8 19 0 ntb 2016 Zuid-Willemsvaart: aanleg Maxima-kanaal en opwaarderen tot Veghel 430 454 409 9 2 9 2 2015 2015 Maasroute, modernisering fase 2 628 636 514 23 20 20 20 30 1 2018 2018 Projecten Oost-Nederland Vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis) 64 64 31 12 9 3 5 0 4 2017 2017 Capaciteitsuit-breiding sluis Eefde 83 75 4 5 19 25 15 7 0 8 2020 2019–2020 Verruiming Twentekanalen fase 2 37 27 1 7 12 7 10 2019 2018–2020 Projecten Noord-Nederland Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 272 Totaal Openstelling Projectomschrij-ving hui-dig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later hui-dig vorig Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 1: verbete-ring tot klasse Va 284 284 251 1 15 17 0 0 2017 2017 Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee 30 30 7 5 14 4 2017 2017 Overige projecten Kleine projecten / Afronding projecten 4 3 3 0 1 0 Afrondingen 1 2 – 1 – 1 Totaal uitvoe-ringsprogramma 2.878 2.191 1.460 171 138 260 277 260 180 133 Realisatieuitga-ven op IF 15.03.01 mbt planuitwerking 7 13 3 0 0 Programma Realisatie (IF 15.03.01) 178 151 263 277 260 180 133 Budget Realisatie (IF 15.03.01) 178 151 263 277 200 240 133 Overprogramme-ring (–) – 60 60 Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Dit jaar is op het MIRT blad voor de realisatieprojecten aanvullende informatie toegevoegd over de ontwikkeling van planning en budget in de afgelopen vijf jaar en de financiële voortgang van de projecten. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Het project Zeetoegang Ijmond is met de DBFM-conversie in deze begroting overgegaan naar Geïntegreerde contractvormen (artikelon-derdeel 15.04). De (aanbestedings)meevaller is toegevoegd aan de investeringsruimte.•Het project Nieuwe Sluis Terneuzen is in deze begroting van de planuitwerking naar het realisatieprogramma gegaan.•De projecten capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde en Twentekanalen verruiming (fase 2) zijn van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase.•Vaarweg Lemmer-Delfzijl, fase 2: Vanwege een bijdrage aan rijksbrede taakstellingen en het beheersbaar houden van de kasproblematiek is Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 273 aanpassing van de kasreeks nodig waardoor er vertraging in openstel-lingsdatum optreedt.•Het project Toekomstvisie Waal/deelproject Tuindorp en het project capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek zijn in deze begroting van planuitwerking naar de realisatiefase gegaan.•Het studiebudget externe kosten planuitwerkingen is via het saldo mee- en tegenvallers opgehoogd conform afspraken uit de begroting 2016 bij de omzetting kerntaken RWS.Projectoverzicht behorende bij 15.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdvaarwegennet (Budget in € mln.) Budget Planning Projectomschrijving huidig vorig PB of TB Openstelling Verplicht Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwer-kingsprojecten – 23 – 61 nvt Projecten Noord-Nederland Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2 102 102 2016 2023–2025 Gebonden Projecten Nationaal Bijdrage aan agentschap tbv externe kosten planuitwerkingen 14 5 Projecten Noordwest-Nederland Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Lemmer 6 6 2025–2027 Lichteren buitenhaven Ijmuiden 65 65 2017 2019 Vaarweg Ijsselmeer-Meppel 36 36 2023 Projecten Zuidwest-Nederland Capaciteitsuitbreiding overnachtingplaatsen Merwedes 20 20 2019 2021 Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep-Dordtsche Kil 10 10 2010 2025–2027 Capaciteit Volkeraksluizen 152 152 2024–2026 Projecten Oost-Nederland Bovenloop Ijssel (Ijsselkop tot Zutphen) 36 36 2026–2028 Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Ijssel 28 28 2018 2019–2020 Toekomstvisie Waal 131 131 2016 2019–2021 Bestemd 495 510 Projecten in voorbereiding Projecten Nationaal Reservering consequenties areaaluitbreiding op beheer en onderhoud Projecten Zuidwest-Nederland Kreekraksluizen 2026–2028 Projecten Oost-Nederland Verkenning Ijssel fase 2 2028 Reservering garantstelling Twentekanalen 2018–2020 Overige projecten in voorbereiding Gesignaleerde risico’s Totaal programma planuitwerking en verkenning 1.072 Begroting 15.03.02 1.072 Legenda:PB = ProjectbesluitTB = TracébesluitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 274 Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Dit jaar is op het MIRT blad voor planuitwerkingprojecten aanvullende informatie toege-voegd over de ontwikkeling van planning en budget in de afgelopen vijf jaar.Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2016–2030 weerge-geven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2030.15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdracht-nemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatie-niveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsver-goeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschik-baarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in Procentueelx € 1 mln.VerplichtGebondenBestemd0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%7%46%47%79484495MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 275 een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de DBFM-opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht. Tot dusver is dat bij ieder project wel eens gebeurd, zij het niet van een omvang die expliciet zichtbaar wordt op dit begrotingsartikel. Afgezet tegen de maximale beoogde beschikbaarheidsvergoeding volgens het contract varieert de werkelijk geleverde beschikbaarheid gemiddeld rond de 99%. De verplichting aan de DBFM-opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging). In bijlage 4 Instandhouding is inzichtelijk gemaakt welke bedragen hiermee gemoeid zijn.De Brief Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water (Kamerstukken II 2010–2011 32 500 A, nr. 83) bevat een lijst van in totaal 10 potentiële DBFM-projecten op het hoofdvaarwegennet. Al deze projecten worden getoetst aan kwalitatieve criteria en op mogelijke financiële meerwaarde. In de Voortgangsrapportage DBFM(O) wordt periodiek gerapporteerd over de DBFM-dealflow op langere termijn (meest recente voortgangsrap-portage DBFM(O): Kamerstukken II 2014–2015 28 753, nr. 35).Op dit moment zijn er nog geen DBFM projecten op het hoofdvaarwe-gennet gerealiseerd. In 2013 is het DBFM Sluizenprogramma in werking gesteld waar de volgende projecten in ondergebracht zijn: Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis, Sluis bij Eefde en Zeetoegang IJmond. Daarna is besloten om voor het project Kanaalzone Gent Terneuzen een DB-aanbesteding voor te bereiden zodat maximaal kan worden geprofi-teerd van TEN-T-subsidies vanuit de EU vanwege een eerdere start van de bouw.Het contract voor de Sluis Limmel is het eerste project uit het DBFM Sluizenprogramma en is in 2014 afgesloten. In het 3e kwartaal van 2015 is het project gestart. De verwachting is dat de nieuwe Sluis Limmel in 2018 wordt opengesteld. Het contract kent een onderhoudsperiode van 30 jaar waardoor ook na deze begrotingsperiode, de beschikbaarheidsvergoe-dingen zijn vastgelegd. In 2048 eindigt deze reeks waarna de onderhouds-budgetten voor deze sluis weer zichtbaar zullen worden op het onder-houdsartikel.Het DBFM-contract voor de Zeetoegang Ijmond is in september 2015 getekend, en dat voor de 3e Kolk Beatrixsluis begin dit jaar. Overheveling van de begrotingsbedragen vanuit de budgetten voor aanleg en onderhoud naar dit begrotingsartikel heeft in deze begroting plaatsge-vonden.ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 276 Projectoverzicht behorende bij 15.04.01: Geïntegreerde contractvormen Hoofdvaarwegennet (Budget in € mln.) Totaal Openstelling Eind Projectom-schrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig contract Projecten Noord-west-Nederland Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen 405 234 16 10 4 4 21 67 13 270 2019 2020 2046 Zeetoegang Ijmond 917 664 32 32 3 26 189 73 27 534 2019 2019 2045 Projecten Zuid-Nederland Keersluis Limmel 89 81 4 3 4 10 2 15 2 48 2018 2018 2048 Totaal 1.411 52 45 11 40 212 155 42 852 Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Dit jaar is op het MIRT blad voor de realisatieprojecten aanvullende informatie toegevoegd over de ontwikkeling van planning en budget in de afgelopen vijf jaar en de financiële voortgang van de projecten. Bij DBFM projecten worden na de openstelling de beschikbaarheidsvergoedingen betaald, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaats-kosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkge-bonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.RijksrederijDe Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZ, Financiën (Douane), IenM en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verant-woordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:•Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;•Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;•Het leveren van kennisintensief advies op het gebied van eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 277 15.07 Investeringsruimte Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investerings-ruimte tot en met 2030 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplich-tingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico’s.De in de begroting 2016 opgenomen stand van de beschikbare investe-ringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 112 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2017 nu € 163 miljoen tot en met 2030.•Om de flexibiliteit binnen het Infrastructuurfonds te garanderen, heeft het kabinet besloten dat gedurende de huidige kabinetsperiode van de investeringsruimte die met de verlenging tot en met 2030 ontstaat nog maximaal € 1,4 miljard mag worden bestemd voor (nieuwe) ambities en risico’s. Hiervan is € 98 miljoen toebedeeld aan Vaarwegen.•Opvangen van de ramingsbijstelling Infrastructuurfonds (– € 68 miljoen).•Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Veiligheid en Justitie en Migratie (– € 1 miljoen).•Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 10 miljoen).•Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 2 miljoen).•Vrijval bij projecten Zeetoegang Ijmond (+ € 81 miljoen) en Zuid-Willemsvaart (+ € 24 miljoen).•Tegenvallers Sluis Eefde (– € 7,5 miljoen) en Twentekanalen (– € 10 miljoen).•Bijdrage aan havenprojecten Caribisch Nederland (– € 12 miljoen).•Aanvulling onderhoudsbudget t.b.v. kosten schadevaringen (– € 30 miljoen).•Bijdrage aan doorvaart en medegebruik Windmolenparken op Zee (– € 1 miljoen).•Verwerking van het saldo mee- en tegenvallers (– € 11 miljoen). Het saldo is verminderd met een ophoging van het studiebudget «externe kosten planuitwerkingen» op artikel 15.03.02 (conform afspraken uit de begroting 2016 bij de omzetting kerntaken RWS).15.07 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 0 0 0 0 0 0 0 0(vervolg) 15.07 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 15.07.01 Programmaruimte 0 0 0 57.243 27.280 39.929 38.342 162.794 Totaal 0 0 0 57.243 27.280 39.929 38.342 162.794MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 278 Artikel 17 Megaprojecten verkeer en vervoer Megaprojecten zijn door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten (grootprojectstatus). De aanwijzing van grote projecten gebeurt op basis van artikel 2 van de Regeling Grote Projecten. De grootprojectstatus behelst dat de Regeling Grote Projecten van toepassing is, die voorschrijft dat de Minister zich ten minste halfjaarlijks tegenover de Tweede Kamer verantwoordt over de voortgang via een Voortgangsrapportage.Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:–Betuweroute–Hogesnelheidslijn-Zuid–Project Mainportontwikkeling Rotterdam–ERTMS–ZuidasDokHet projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 16 Spoor en 18 Scheepvaart en havens op de Begroting hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 168.273 232.284 1.318.102 138.649 266.455 527.575 299.028 Uitgaven 82.329 130.194 181.174 203.541 274.441 343.651 361.614 Waarvan juridisch verplicht: 100% 17.02 Betuweroute 778 6.035 942 942 4.807 0 0 17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid 383 6.522 40.745 40.745 0 0 0 17.03.01 Realisatie HSL – Zuid 383 6.522 40.745 40.745 0 0 0 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam 4.650 8.906 6.866 4.316 3.796 1.690 2.934 17.07 ERTMS 18.921 49.707 44.463 48.204 102.588 151.588 181.000 17.08 ZuidasDok 57.597 59.024 88.158 109.334 163.250 190.373 177.680 17.09 Ontvangsten 32.932 41.384 22.661 28.607 60.797 67.615 64.426Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2030.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 17 Megapro-jecten Verkeer en Vervoer Uitgaven 130.194 181.174 203.541 274.441 343.651 361.614 429.976 486.981 17.02 Betuweroute 6.035 942 942 4.807 0 0 0 0 17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid 6.522 40.745 40.745 0 0 0 0 0 17.06 Project Mainportont-wikkeling Rotterdam 8.906 6.866 4.316 3.796 1.690 2.934 2.934 2.934 17.07 ERTMS 49.707 44.463 48.204 102.588 151.588 181.000 271.000 350.295 17.08 ZuidasDok 59.024 88.158 109.334 163.250 190.373 177.680 156.042 133.752 17.09 Ontvangsten Ontvangsten 41.384 22.661 28.607 60.797 67.615 64.426 39.226 32.680Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 279 (vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 17 Megapro-jecten Verkeer en Vervoer Uitgaven 437.926 356.364 258.208 256.990 514.334 0 0 4.235.394 17.02 Betuweroute 0 0 0 0 0 0 0 12.726 17.03 Hogesnel-heidslijn-Zuid 0 0 0 0 0 0 0 88.012 17.06 Project Mainportont-wikkeling Rotterdam 2.934 2.934 2.934 2.934 63.163 0 0 109.275 17.07 ERTMS 314.000 270.000 189.301 159.301 409.732 0 0 2.541.179 17.08 ZuidasDok 120.992 83.430 65.973 94.755 41.439 0 0 1.484.202 17.09 Ontvangsten Ontvang-sten 30.947 20.973 61.165 23.820 14.470 0 0 508.77117.02 Betuweroute De Betuweroute is een 160 kilometer lange, tweesporige spoorlijn tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar-Emmerich die exclusief bestemd is voor het goederenvervoer. De Betuweroute kan ruwweg opgedeeld worden in twee delen, te weten het nieuw aangelegde A15-tracé en de bestaande Havenspoorlijn. Het A15-tracé is per 16 juni 2007 officieel in gebruik genomen. Hier zijn ERTMS en 25 kV in bedrijf. Op de Havenspoorlijn zijn ERTMS en 25 kV in bedrijf sinds 13 december 2009. Hiermee is de Betuweroute als groot bouwproject klaar. De status van Groot Project is formeel beëindigd op 28 april 2011.Sinds de beëindiging als groot bouwproject worden nog enige restpunten afgewikkeld (waaronder acties voortvloeiend uit de MER-evaluatie). Deze restpunten worden sinds 2010 afgehandeld in het Project Nazorg Betuweroute. De geschatte einddatum is 2019.Projectoverzicht 17.02 Betuweroute (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Betuweroute 2007 2007 Reguliere SVV-middelen 932 933 919 6 1 1 5 FES-middelen 2.826 2.826 2.826 Privaat 843 843 843 Financiering ProRail 97 97 97 Bijdrage Gelderland 8 8 8 Bijdrage VROM 14 14 14 EU-ontvangsten 175 175 175 Totaal 4.895 4.882 6 1 1 5 Begroting (IF 17.02) 6 1 1 5 Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 280 17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid De HSL-Zuid is een 125 kilometer lange, tweesporige hogesnelheids-spoorlijn tussen Amsterdam en de Belgische grens bij Breda die exclusief bestemd is voor het personenvervoer. De HSL-Zuid kan ruwweg opgedeeld worden in de nieuw aangelegde hogesnelheidsinfrastructuur tussen Hoofddorp en Rotterdam, tussen Barendrecht en de Belgische grens en de aftakking naar Breda en het bestaande spoor tussen Amsterdam en Hoofddorp en tussen Rotterdam en Barendrecht. Op de HSL-Zuid zijn ERTMS en 25kV in bedrijf. Het traject tussen Amsterdam en Rotterdam is per 7 september 2009 officieel in gebruik genomen, het traject tussen Rotterdam en Antwerpen per 13 december 2009 en de aftakking naar Breda per 3 april 2011. Naar aanleiding van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie zet het kabinet (Kamerstukken II 2015–2016 33 678, nr. 16) in op een betere benutting van de HSL-Zuid met kortere reistijd voor de reizigers en een betrouwbare dienstverlening.De status van Groot Project is in 2016 nog van kracht. In de halfjaarlijkse Voortgangsrapportage HSL-Zuid wordt de Tweede Kamer separaat en uitgebreid geïnformeerd over het gehele HSL-Zuid vervoersysteem. In het voorjaar van 2016 is de 38e Voortgangsrapportage (Kamerstukken II, 2015–2016 22 026, nr. 486) aan de Tweede Kamer verstuurd.De bouwwerkzaamheden aan het tracé zijn inmiddels gereed, er resteren nog enkele werkzaamheden. De belangrijkste hiervan zijn het oplossen van geluidsproblematiek (€ 70 miljoen) en zettingsproblematiek (€ 10 miljoen). De overige resterende werkzaamheden (€ 8 miljoen) hebben betrekking op de afhandeling van grondzaken, schadezaken en nog uit te voeren evaluaties.Projectoverzicht 17.03 HSL-Zuid (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig HSL-Zuid (IF 17.03.01) 6.225 6.224 6.137 6 41 41 2009 2009 – Reguliere SVV middelen (incl. FES BOR) 2.679 2.678 2.621 2 28 28 – Fes regulier 1.710 1.710 1.710 – Privaat 940 940 940 – EU-ontvangsten 193 193 193 – Ontvangsten derden 145 145 144 1 – Risicoreservering 558 558 529 4 12 13 HSL-Zuid spoorwegen (17.03.02) 115 115 115 HSL-Zuid hoofdwegen (17.03.03) 1.012 1.012 1.012 Totaal (excl. reeks Infrapro-vider) 7.352 7.264 6 41 41 Begroting (IF 17.03) 6 41 41 Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 281 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) heeft een tweeledige doelstelling:–het versterken van de positie van de mainport Rotterdam en–het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond.In drie deelprojecten wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Dat zijn «Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)» (uitgevoerd door de gemeente Rotterdam), «750 hectare natuur- en recreatiegebied» (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en «Landaanwinning» (uitgevoerd door Havenbe-drijf Rotterdam NV (HbR)). In samenhang met de Landaanwinning dient voldoende natuurcompensatie te worden gerealiseerd.IenM beschouwt PMR als een bijdrageproject, waarbij de verantwoorde-lijkheid en risico’s voor de uitvoering bij andere partijen zijn belegd. Uitzondering vormt de natuurcompensatie waarvan RWS is belast met de uitvoering. EZ is het aan te spreken ministerie voor de 750 hectare en IenM is het ministerie voor de landaanwinning en het BRG.IenM is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten (Kamer-stukken II 2006–2007 30 351, nr. 3) aangewezen als coördinerend project-ministerie. Als zodanig is de Minister van IenM verantwoordelijk voor de overall-projectbeheersing. De projectbeheersing is zodanig ingericht dat zij adequaat kan rapporteren over de processen die leiden tot de realisatie van de deelprojecten en sturing kan geven aan de uitvoering van het deelproject Natuurcompensatie dat rechtstreeks onder haar verantwoor-delijkheid valt. De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer heeft op voorstel van de Minister (Kamerstukken II 2015–2016 24 691, nr. 125), vanwege de fase waarin PMR zich bevindt, ingestemd met een eenvoudiger governance structuur en ermee ingestemd dat de voortgangsrapportage voortaan bestaat uit toezending van de jaarlijkse monitorinformatie van de Tafel van Borging. De laatste Voortgangsrapportage van de Minister van Infrastructuur en Milieu betreft de veertiende Voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2015–2016 24 691, nr. 123/124).In 2006 heeft het parlement de herstelde PKB PMR vastgesteld en ingestemd met het Bestuursakkoord (juni 2004) en de Uitwerkingsover-eenkomsten van de afzonderlijke deelprojecten (september 2005). De PKB PMR (deel 4: de definitieve tekst na parlementaire instemming) is uitgebracht (Staatscourant nr. 247, 2006). De eerste fase van het deelproject landaanwinning is gereed, de natuurcompensatie is aangelegd en ingesteld en wordt gemonitord en van het BRG-programma is meer dan de helft van de projecten uitgevoerd. Het deelproject 750 hectare zijn onderdelen gereed en in uitvoering of voorbereiding van uitvoering.De volgende producten worden onderscheiden:–Uitvoeringsorganisatie: betreft de kosten die samenhangen met de coördinatie van het project en de projectbeheersing;–750 hectare Natuur- en recreatiegebied: betreft de vaste bijdrage van het Rijk voor de omvorming van agrarisch gebied naar natuurgebied met recreatief medegebruik en tot openluchtrecreatiegebied met natuurwaarden. De deelbijdrage van IenM is in 2006 volledig betaald aan de Stichting Nationaal Groenfonds;Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 282 –Groene Verbinding: betrof de kosten voor een verbinding tussen Midden-IJsselmonde en het stedelijk gebied van Rotterdam-Zuid. Dit is een gemaximeerde IenM-bijdrage;–BRG: dit bevat een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren;–Natuurcompensatie: betreft de instelling van een Bodembescher-mingsgebied, de aanleg van de Duincompensatie Delfland en het Monitorings- en Evaluatieprogramma. Voorts zijn uit dit budget de Stimuleringsregelingen recreatie en toerisme en visserij en wordt de planschade/ nadeelcompensatie gefinancierd;–Landaanwinning: betreft de vaste bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van de aanleg van de buitencontour;–BTW Buitencontour: betreft de niet-compensabele BTW over de buitencontour naar rato van de overheidsbijdrage;–Onvoorzien: dient onder voorwaarden ter bekostiging van onvoorziene uitgaven aan PMR. Als gevolg van de verbreding van het Breeddiep is een aanvulling op de uitwerkingsovereenkomst met het Havenbedrijf Rotterdam afgesloten. Dit was reeds als scopewijziging aangekondigd in de 13e Voortgangsrapportage PMR (Kamerstukken II 2014–2015 24 691, nr. 121/122). De dekking van de bijdrage van IenM wordt gevonden in de Post Onvoorzien.Project Mainportontwikkeling Rotterdam–2009 Procedures met betrekking tot landaanwinning en natuurcompen-satie afgerond;–2010 Uitvoering Duincompensatie Delfland gereed;–2011 Eerste terreinuitgifte Maasvlakte II;–2011 Afronding procedure bestemmingsplanprocedures 750 hectare;–2012 Bestemmingsplannen 750 hectareonherroepelijk;–2013 Landaanwinning eerste fase gereed;–2014 Groene Verbinding opgeleverd en in gebruik genomen;–2014 Laatste infrastructurele projecten voor aansluiting Maasvlakte II op Maasvlakte I gereed;–2015 Officiële opening eerste terminal Maasvlakte II;–2021 Deelprojecten 750 hectarenatuur- en recreatieterrein en BRG afgerond;–Voor 2040 Terreinen Tweede Maasvlakte volledig uitgegeven.Projectoverzicht bij 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam; realisatie (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later hui-dig vorig Project Mainportontwikkeling Rotterdam Uitvoeringsorganisatie1 24 25 17 1 1 1 0 0 0 3 pm pm 750 ha 30 30 30 pm pm Groene verbinding 31 31 31 2011 2011 Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)2 2021 2021 Landaanwinning Voorfinanciering FES monitoringsprogramma 2 2 2 2007 2007 Voorfinanciering FES natuurcompensatie 114 114 84 3 3 3 2 1 2 16 pm pm Landaanwinning 742 742 742 2013 2013 BTW Buitencontour 138 138 138 2013 2013 Onvoorzien 76 73 5 5 3 1 1 61 pm pm Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 283 Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later hui-dig vorig Afrondingen – 1 – 1 1 1 1 1 Totaal 1.157 1.048 9 7 4 4 2 3 81 Begroting (IF 17.06) 9 7 4 4 2 3 81 1 Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State van 26 januari 2005 inzake de PKB+ heeft in 2005 en 2006 een hersteltraject gelopen. De kosten hiervan zijn opgenomen onder de uitvoeringsorganisatie.2 De middelen hiervoor worden verantwoord op begroting hoofdstuk XII, artikelonderdeel 13.03.17.07 European Rail Traffic Management System (ERTMS) Het hoofddoel van het Rijk in de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) voor het spoorsysteem is de kwaliteit van het spoor als vervoersproduct te verbeteren zodat de reizigers en verladers de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie zien en gaan/blijven gebruiken. Om in Nederland een stap voorwaarts te kunnen zetten in de prestaties van het spoorsysteem, zal ERTMS ingezet worden als (onderdeel van) het verkeersmanagement systeem. ERTMS is in de eerste plaats bedoeld ter vervanging van het beveiligingssysteem, de verhoging van de spoorweg-veiligheid en de interoperabiliteit. In de tweede plaats moet voldaan worden aan de Europese eisen ten aanzien van de invoering van ERTMS voor de EU-TEN corridors.De doelstellingen van (de invoering van) ERTMS zijn:•Verhogen van de veiligheid van het spoorsysteem;•Verhogen van de interoperabiliteit van het spoorsysteem;•Vergroten van de capaciteit van het spoorsysteem;•Verhogen van de snelheid van de treinen;•Verhogen van de betrouwbaarheid van het spoorsysteem.Op 11 april 2014 heeft de Kamer ingestemd met de voorkeursbeslissing ERTMS (Kamerstukken II 2013–2014 33 652, nr. 14). Deze voorkeursbe-slissing vormt de start van de planuitwerkingsfase. De Kamer wordt twee keer per jaar door middel van een rapportage over de voortgang geïnformeerd (Kamerstukken II 2015–2016 33 652, nr. 42). De voorkeursbe-slissing houdt in dat ERTMS met beproefde technologie van Level 2 in de periode tot en met 2028 wordt ingevoerd op het spoor in grote delen van de brede Randstad. In het najaar van 2016 worden diverse deelproducten opgeleverd die uiteindelijk moeten leiden tot een programmabeslissing in 2017. De producten betreffen onder andere de uitgangsputen met betrekking tot de aanbesteding- en contracteringstrategie en een uitrolplanning. Met de projectbeslissing in 2017 wordt de planuitwer-kingsfase afgesloten en start de realisatiefase. Voor de invoering van ERTMS is in het Infrastructuurfonds een budget beschikbaar van € 2,57 miljard. Voor de Planuitwerkingsfase (tot en met 2017) is circa € 96 miljoen aan studiekosten geraamd, waarvan circa € 13 miljoen apparaat-budget wordt verantwoord op de Begroting hoofdstuk XII. Nadat (deel)projectbeslissingen genomen zijn zal het resterende budget overgeboekt worden naar artikelonderdeel 17.07.01 Realisatiefase.In de Actieagenda Schiphol (Kamerstukken II 2015–2016 29 655, nr. 224) wordt ingezet op een snellere en meer betrouwbare bereikbaarheid van Schiphol zodat passagiers gemakkelijker van en naar Schiphol reizen met Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 284 de trein of de auto en dat ook vracht snel de luchthaven bereikt. In dat kader heeft het kabinet een intentieovereenkomst gesloten met Schiphol, NS, en de stadsregio Amsterdam om de capaciteit van de multimodale knoop station Schiphol te vergroten. In deze overeenkomst is vastgelegd dat de partijen de intentie hebben gezamenlijk een verkenning uit te voeren naar aanpassing van onder andere het station Schiphol, conform de Spelregels van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Bij het starten van een verkenning hoort ook zicht op financiering. Dit zicht wordt geboden doordat binnen het totale beschikbare ERTMS-budget maximaal € 250 miljoen wordt vrijgemaakt (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 72).De komende maanden wordt binnen het programma ERTMS bezien op welke wijze de scope van het programma hierop moet worden aangepast. Definitieve besluitvorming hierover volgt in het najaar van 2016 in het kader van de uitrolstrategie die het programma ERTMS thans uitwerkt. Na de besluitvorming worden de financiële gevolgen van de aanpassing van de scope van ERTMS en het beschikbaar stellen van de middelen ten behoeve van Schiphol budgettair verwerkt.Projectoverzicht 17.07 ERTMS (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig European Rail Traffic Management System Realisatiefase (17.07.01) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Planuitwerkingsfase (17.07.02) 2.563 2.558 22 50 44 48 103 152 181 1.964 Studiekosten1 83 83 22 50 11 1 Pilotkosten Overige planuitwerking OV-SAAL 226 226 5 15 206 Overige planuitwerking (excl. OV-SAAL) 2.253 2.249 33 48 103 147 166 1.757 Afrondingen 1 1 Totaal 2.563 22 50 44 48 103 152 181 1.964 Begroting (IF 17.07) 50 44 48 103 152 181 1.964 1 ) Dit is exclusief het apparaatbudget op IenM begroting HXII artikel 9817.08 Zuidasdok De ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer-Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en OV-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam Zuid toe. De vergroting en kwalitatieve opwaardering van de stationscapaciteit is nodig om de groeiende reizigerstromen te accommoderen en te voldoen aan de NSP kwali-teitsnorm. Om ruimte te bieden aan de uitbreiding van de OV-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. De investering in de ruimtelijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie.Het integrale project Zuidasdok is te onderscheiden in verschillende projectonderdelen. In de begroting zijn de volgende onderdelen onder-scheiden:Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 285 –Projectorganisatie en voorbereiding (inclusief Knopen);–Uitbreiding van de OV-terminal (inclusief keersporen, regionaal OV en ketenmobiliteit);–Tunnel en uitbreiding van A10;–Inrichting van de openbare ruimte en generieke uitgaven.Overzicht van de bijdragen:In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de financiering van het project. Deze middelen kunnen tijdens de realisatieperiode integraal aan alle productuitgaven worden besteed. Tussentijds en achteraf zal inzichtelijk worden gemaakt waaraan de middelen zijn besteed (verantwoording).Overzicht van de bijdragen (Budget in € mln.) Projectomschrijving Totaal t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later Zuidasdok – Bijdrage IenM1 1.107 68 18 66 80 104 124 113 534 – Bijdrage provincie Noord-Holland2 78 26 26 26 – Bijdrage stadsregio Amsterdam2 155 13 3 9 12 14 17 16 71 – Bijdrage Derden 32 32 – Bijdrage Amsterdam 211 18 5 13 17 20 24 22 92 – EU-ontvangsten1 2 1 1 Afrondingen – 1 – 1 – 1 1 – 1 Totaal 1.584 100 59 88 109 163 190 178 6961 De bijdragen die vanuit het TEN-T programma in 2013 is ontvangen en wordt uitgegeven, is apart inzichtelijk gemaakt bij EU-ontvangsten.2 De bijdragen van provincie en Stadsregio zijn uitsluitend bestemd voor OVT en ruimtelijke inrichting en zullen als zodanig worden verantwoord bij de eindafrekening.Overzicht van de uitgaven:Om in de begroting de totale uitgaven van het project weer te geven, zijn de uitgekeerde bedragen via de BDU en de betalingen van Amsterdam voor het project Zuidasdok in het verleden weer in de begroting en het integrale overzicht opgenomen.Projectoverzicht 17.08 Zuidasdok (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Zuidasdok 2028 2028 Projectorganisatie en voorbereiding 257 257 73 18 29 17 16 16 13 75 OV-terminal incl. keersporen 343 338 7 12 14 13 52 43 54 147 Tunnel en A10 774 772 0 20 48 88 126 104 387 Generieke en ruimtelijke inrichting 211 210 20 29 25 31 7 6 6 86 Afrondingen – 1 – 1 1 1 Totaal 1.584 100 59 88 109 163 190 178 696 Begroting (IF 17.08) 59 88 109 163 190 178 696 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 286 17.09 Ontvangsten Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan IenM worden betaald, verantwoord.HSL-ZuidZie hiervoor het projectoverzicht bij het uitgavenartikel 17.03 (Ontvangsten derden). Deze ontvangsten betreffen voornamelijk de opbrengsten uit de verkoop van restgronden, uitkeringen van verzeke-ringen en schadevergoedingen van aannemers.ZuidasdokZie hiervoor de verstrekte onderbouwing bij het uitgavenartikel 17.08 (Overzicht van de bijdragen).Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 287 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 18 Scheepvaart en havens (Intermodaal vervoer), 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) en 13 Ruimtelijke ontwikkeling (Reservering Omgevingswet) van de Begroting hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 227.281 3.699 84.239 41.308 9.607 5.704 1 Uitgaven 235.889 – 35.474 24.292 41.308 9.472 105.569 0 Waarvan juridisch verplicht: 100% 18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 18.03 Intermodaal vervoer 1.272 904 4.723 0 0 0 0 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) 1 0 0 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 1.085 3.622 4.568 1.008 872 769 0 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise 0 0 0 0 0 0 0 18.07.01 Nationale basisinform.voorz. en ov. Uitgaven. 0 0 0 0 0 0 0 18.07.02 Subsidies algemeen 0 0 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkoverstijgende kosten 233.531 0 0 0 0 0 0 18.08.01 Apparaatskosten RWS 212.266 0 0 0 0 0 0 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 212.266 0 0 0 0 0 0 18.08.02 Overige netwerkoverstijgende kosten 21.265 0 0 0 0 0 0 – Waarvan bijdrage aan agentschap RWS 13.965 0 0 0 0 0 0 18.11 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 18.11.01 Programmaruimte 0 0 0 0 0 0 0 18.11.02 Beleidsruimte 0 0 0 0 0 0 0 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging 0 0 0 0 0 0 0 18.12.01 Beheer en onderhoud 0 0 0 0 0 0 0 18.12.02 Vervanging 0 0 0 0 0 0 0 18.13 Tol gefinancierde uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif 0 – 40.000 – 60.000 0 0 100.000 0 18.15.01 Ramingbijstelling 0 0 0 0 0 0 0 18.15.02 Kasschuif 0 – 40.000 – 60.000 0 0 100.000 0 18.16 Reservering Omgevingswet 0 0 75.001 40.300 8.600 4.800 0 18.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 18.09.01 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 18.09.02 Tolopgave 0 0 0 0 0 0 0 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen 24.166 207.607 0 0 0 0 0Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2030.Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 288 Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 18 Overige uitgaven en ontvangsten Uitgaven – 35.474 24.292 41.308 9.472 105.569 0 0 0 18.01 Saldo afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 0 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.03 Intermodaal vervoer 904 4.723 0 0 0 0 0 0 18.04 Gebiedsge-richte aanpak (UPR) 0 0 0 0 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 3.622 4.568 1.008 872 769 0 0 0 18.07 Mobiliteitson-afhankelijke kennis en expertise 0 0 0 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkover-stijgende kosten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.11 Investerings-ruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging 0 0 0 0 0 0 0 0 18.13 Tol gefinan-cierde uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 0 18.15 Ramingsbij-stelling – 40.000 – 60.000 0 0 100.000 0 0 0 18.16 Reservering Omgevingswet 0 75.001 40.300 8.600 4.800 0 0 0 18.09 Tolopgave Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen 207.607 0 0 0 0 0 0 0(vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 18 Overige uitgaven en ontvangsten Uitgaven 0 0 0 0 0 777.970 794.980 1.718.118 18.01 Saldo afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 0 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.03 Intermodaal vervoer 0 0 0 0 0 0 0 5.627 18.04 Gebiedsge-richte aanpak (UPR) 0 0 0 0 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 0 0 0 0 0 0 0 10.839 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 289 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 18.07 Mobiliteitson-afhankelijke kennis en expertise 0 0 0 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkover-stijgende kosten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.11 Investerings-ruimte 0 0 0 0 0 772.300 772.300 1.544.600 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging 0 0 0 0 0 0 0 0 18.13 Tol gefinan-cierde uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 0 18.15 Ramingsbij-stelling 0 0 0 0 0 0 0 0 18.16 Reservering Omgevingswet 0 0 0 0 0 5.670 22.680 157.051 0 18.09 Tolopgave Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 207.60718.02 Beter Benutten Op dit artikelonderdeel waren de middelen voor het vervolgprogramma Beter Benutten gereserveerd. Het vervolgprogramma Beter Benutten, dat loopt van 2015 tot en met 2017, heeft inmiddels meer vorm gekregen en volgens het zwaartepunt principe zijn deze middelen toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet.18.03 Intermodaal vervoer Realisatie van de doelen is in belangrijke mate afhankelijk van andere factoren, zoals het gedrag van verladers, vervoerders en consumenten en bestuurlijke afspraken over het ruimtelijk beleid. Het effect van deze beleidsdoelstelling is dat de bereikbaarheid van economisch belangrijke gebieden verbetert.RSC MaasvlakteUit het BCI-onderzoek Goederenvervoer per spoor, marktontwikkelingen en beleid (2009) is naar voren gekomen dat spoorgoederenknooppunten in het achterland een belangrijke rol kunnen spelen voor het haven-netwerk en voor binnenlandse verladers in het achterland. Als vervolg hierop is in 2010 een beleidskader spoorgoederenknooppunten ontwikkeld. Op basis van dit beleidskader is in 2012–2013 een stimule-ringsprogramma tot uitvoering gekomen, de subsidieregeling Bundeling van Goederenstromen voor vervoer over het spoor (BGS). Deze regeling wordt in 2016 geëvalueerd. Op basis daarvan wordt besloten of voor het nog resterende budget de regeling opnieuw voor aanvragen zal worden opengesteld.Motivering Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 290 Projectoverzicht 18.03 Intermodaal vervoer (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Multi- en modaalvervoer RSC Maasvlakte 8 8 2 1 5 2016 2014 Totaal 8 2 1 5 Begroting (IF 18.03) 1 5 18.06 Externe Veiligheid Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknel-punten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS, Kamerstukken II 2005–2006 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma «aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet».Saneringsopgave voor Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen tot en met 2035.18.11 Investeringsruimte Zoals toegelicht in de begroting op hoofdlijnen wordt een deel van de budgettaire ruimte die beschikbaar komt door de verlenging van de planperiode volledig vrij beschikbaar gehouden voor toekomstige kabinetten. Deze ruimte wordt aangemerkt als beleidsruimte. Op dit artikelonderdeel wordt het deel van deze beleidsruimte die nog niet concreet is toebedeeld aan modaliteiten verantwoord. Dit betreft een totaal bedrag van € 1,5 miljard. Dit bedrag kan nog wijzigen, indien het komend jaar blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld.Daarnaast is sprake van beleidsruimte bij de modaliteit Spoor als gevolg van het ramen van structurele en geoormerkte ontvangsten die voort-komen uit de Hoofdrailnet en HSL-concessie (totaal € 400 miljoen). Totaal komt hiermee de beleidsruimte op het Infrastructuurfonds uit op € 1,9 miljard.18.13 Tolgefinancierde uitgaven Op dit artikelonderdeel waren de uitgaven opgenomen die uit tol gefinancierd worden bij de projecten ViA15 en de Blankenburgverbinding. In 2015 is de Tolwet aangenomen in zowel de Tweede als de Eerste Kamer en is op 15 maart 2016 in werking getreden. Daarmee is een basis gelegd voor tolheffing bij deze twee projecten. Deze uitgavenruimte is overge-boekt naar artikel 12 Hoofdwegennet.18.14 Minregel rentevrijval Met het in 2009 uitgekeerde superdividend van NS (€ 1,4 miljard) is een eeuwig lopende schuld van ProRail afgelost. De rentevrijval die door deze aflossing ontstond binnen het Infrastructuurfonds tot en met 2020 werd daarbij ingezet voor de financiering van spoorambities (Kamerstukken II 2009–2010 28 165, nr. 105). In de begroting 2015 heeft een correctie Motivering Producten Motivering Motivering MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 291 plaatsgevonden op het Infrastructuurfonds voor de rentevrijval in de periode 2021–2028 (€ 64 miljoen per jaar). Deze verlaging is technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Deze minregel is nu ingepast.18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif In de begroting 2016 is vanaf 2026 een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar toegepast. Deze verlaging is toen technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Deze minregel is nu ingepast. Daarnaast is er sprake van een kasschuif van € 40 miljoen van 2016 naar 2017 en kasschuif van € 100 miljoen van 2017 naar 2020 ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige program-mering wordt hier niet op aangepast.18.16 Reservering Omgevingswet Voor de eerste investeringen ten behoeve van het Digitale Stelsel Omgevingswet als onderdeel van het programma Omgevingswet zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van alle modaliteiten op de investeringsfondsen. Op dit artikelonderdeel is de reservering opgenomen voor de implementatie van de Omgevingswet, naar aanleiding van het ondertekenen van het Hoofdlijnenakkoord financiële afspraken stelselherziening omgevingsrecht door de Minister van IenM en de koepels VNG, IPO en UvW op 21 april 2016. Deze reservering is bestemd voor de eenmalige kosten waaronder de investeringen voor het digitale stelsel en de invoeringsondersteuning voor de Omgevingswet. Deze middelen worden op de Begroting hoofdstuk HXII verantwoord. Bij vervolg van dit programma zonder aanvullende externe financiering zal er additioneel bijgedragen worden vanuit alle modaliteiten op de investe-ringsfondsen.Motivering MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 292 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de Begroting hoofdstuk XII komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII.Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investe-ringsfondsen op de Begroting hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 19 Bijdrage andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Ontvangsten 4.821.159 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241 19.09 Ten laste van begroting IenM 4.821.159 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdie-pingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2030 toegelicht.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk 19.09 Ontvangsten Ontvangsten 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241 5.981.194 5.927.449(vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk 19.09 Ontvangsten Ontvangsten 5.559.846 5.452.331 5.020.230 4.941.206 4.841.853 5.133.523 5.127.853 81.701.37519.09 Bijdragen ten laste van Begroting hoofdstuk XII Dit begrotingsartikel is technisch van aard.Omschrijving van de samenhang in het beleid MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 293 4. BIJLAGEN BIJLAGE 1 VOEDING VAN HET INFRASTRUCTUURFONDS EN BEGROTINGSSTAAT PER PRODUCTARTIKELONDERDEEL INFRAFONDSBedragen x € 1.0002016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 12 Hoofdwegennet Uitgaven 2.294.241 2.355.030 2.491.821 2.570.318 2.644.427 2.665.457 3.214.303 3.186.754 3.011.525 2.862.442 2.498.531 2.341.392 2.386.242 1.987.413 1.975.279 38.485.175 12.01 Verkeersmanagement 10.302 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 3.632 3.631 3.630 3.628 3.628 3.628 3.636 3.636 3.636 61.175 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 619.913 609.164 631.992 616.981 537.601 454.296 820.791 796.719 800.952 801.253 773.447 746.027 735.612 735.612 735.612 10.415.972 12.03 Aanleg 704.313 631.536 815.629 1.090.180 1.200.544 1.332.627 1.561.952 1.523.996 1.381.070 1.228.153 898.620 653.755 470.349 217.210 217.210 13.927.144 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 380.886 561.811 508.934 332.315 374.991 357.405 322.746 350.944 322.311 324.386 317.380 434.005 214.211 214.211 214.211 5.230.747 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 578.827 548.881 531.628 527.203 527.653 517.494 505.182 511.464 503.562 505.022 505.456 503.977 510.783 510.783 510.783 7.798.698 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 451.651 305.961 293.827 1.051.439 12.09 Ontvangsten Ontvangsten 72.296 126.245 81.400 79.498 105.493 86.230 143.635 39.946 58.324 39.034 39.131 39.034 43.234 38.534 38.534 1.030.568 Overige ontvangsten 72.296 126.245 81.400 79.498 105.493 86.230 125.349 1.412 19.790 500 597 500 4.700 0 0 704.010 Tolopgave 0 0 0 0 0 0 18.286 38.534 38.534 38.534 38.534 38.534 38.534 38.534 38.534 326.558 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 2.221.945 2.228.785 2.410.421 2.490.820 2.538.934 2.579.227 3.070.668 3.146.808 2.953.201 2.823.408 2.459.400 2.302.358 2.343.008 1.948.879 1.936.745 37.454.607 13 Spoorwegen Uitgaven 2.260.947 2.228.915 2.141.096 2.098.259 2.158.124 2.257.190 1.955.805 1.817.813 1.734.609 1.947.495 1.734.154 1.775.987 1.496.639 1.975.289 1.966.330 29.548.652 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.221.082 1.245.661 1.226.826 1.192.105 1.213.190 1.215.680 1.207.073 1.209.904 1.190.864 1.229.572 1.228.591 1.298.154 1.178.499 1.178.499 1.178.499 18.214.199 13.03 Aanleg 843.329 735.505 674.583 676.245 705.775 769.580 481.374 339.676 304.448 469.912 262.030 237.502 83.743 229.463 290.173 7.103.338 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 169.512 158.806 159.508 162.083 169.070 169.882 169.803 171.057 172.787 173.656 174.177 173.103 168.132 168.132 168.132 2.527.840 13.07 Rente en aflossing 17.021 48.362 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 281.144 13.08 Investeringsruimte 10.003 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451 80.958 80.579 49.913 57.758 52.759 50.631 49.668 382.598 312.929 1.422.131 13.09 Ontvangsten Ontvangsten 301.540 185.262 314.308 200.642 195.736 200.651 205.474 208.284 194.705 319.852 201.398 201.419 201.440 200.224 200.224 3.331.159 Concessie HRN/HSL 177.118 174.233 182.491 189.593 194.709 199.590 204.378 207.169 193.571 318.698 200.224 200.224 200.224 200.224 200.224 3.042.670 Overige ontvangsten 124.422 11.029 131.817 11.049 1.027 1.061 1.096 1.115 1.134 1.154 1.174 1.195 1.216 0 0 288.489 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 1.959.407 2.043.653 1.826.788 1.897.617 1.962.388 2.056.539 1.750.331 1.609.529 1.539.904 1.627.643 1.532.756 1.574.568 1.295.199 1.775.065 1.766.106 26.217.493 14 Regionaal, lokale infrastructuur Uitgaven 150.750 216.332 332.243 184.395 146.541 110.356 52.210 34.854 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 1.266.720 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 101.225 132.863 173.577 109.630 85.923 88.162 52.210 34.854 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 817.483 14.02 Regionale mobiliteits-fondsen 0 0 0 0 9.128 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 9.128 14.03 RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid 49.525 83.469 158.666 74.765 51.490 22.194 0 0 0 0 0 0 0 0 0 440.109 14.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 150.750 216.332 332.243 184.395 146.541 110.356 52.210 34.854 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 1.266.720 15 Hoofdvaarwegennet Uitgaven 986.457 872.578 1.030.406 1.125.865 958.327 839.431 754.235 681.957 658.156 656.553 821.696 821.774 694.356 631.609 630.022 12.163.422 15.01 Verkeersmanagement 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 126.420 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 425.647 366.969 382.587 326.299 298.791 236.016 289.618 297.966 249.914 191.986 192.714 191.160 225.710 225.710 225.710 4.126.797 15.03 Aanleg 199.697 186.361 302.555 285.586 203.503 262.811 129.801 47.165 71.256 128.735 293.559 237.894 103.816 28.420 28.420 2.509.579 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 45.216 10.904 40.448 211.999 155.058 41.970 41.334 40.709 40.102 39.653 39.077 38.514 37.961 37.961 37.961 858.867 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 307.469 299.916 296.388 293.553 292.547 290.206 285.054 287.689 288.456 287.751 287.918 288.535 291.161 291.161 291.161 4.378.965 15.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 57.243 27.280 39.929 38.342 162.794 15.09 Ontvangsten Ontvangsten 99.041 93.675 120.617 127.927 100.240 59.500 37.000 0 0 0 0 0 0 0 0 638.000 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 887.416 778.903 909.789 997.938 858.087 779.931 717.235 681.957 658.156 656.553 821.696 821.774 694.356 631.609 630.022 11.525.422 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 294 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer Uitgaven 130.194 181.174 203.541 274.441 343.651 361.614 429.976 486.981 437.926 356.364 258.208 256.990 514.334 0 0 4.235.394 17.02 Betuweroute 6.035 942 942 4.807 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 12.726 17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid 6.522 40.745 40.745 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 88.012 17.06 Project Mainportontwik-keling Rotterdam 8.906 6.866 4.316 3.796 1.690 2.934 2.934 2.934 2.934 2.934 2.934 2.934 63.163 0 0 109.275 17.07 ERTMS 49.707 44.463 48.204 102.588 151.588 181.000 271.000 350.295 314.000 270.000 189.301 159.301 409.732 0 0 2.541.179 17.08 ZuidasDok 59.024 88.158 109.334 163.250 190.373 177.680 156.042 133.752 120.992 83.430 65.973 94.755 41.439 0 0 1.484.202 17.09 Ontvangsten 41.384 22.661 28.607 60.797 67.615 64.426 39.226 32.680 30.947 20.973 61.165 23.820 14.470 0 0 508.771 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 88.810 158.513 174.934 213.644 276.036 297.188 390.750 454.301 406.979 335.391 197.043 233.170 499.864 0 0 3.726.623 18 Overige uitgaven en ontvangsten Uitgaven – 35.474 24.292 41.308 9.472 105.569 0 0 0 0 0 0 0 0 777.970 794.980 1.718.118 18.01 Saldo afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.03 Intermodaal vervoer 904 4.723 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5.627 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 3.622 4.568 1.008 872 769 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.839 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkoverstijgende kosten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.11 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 772.300 772.300 1.544.600 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.13 Tol gefinancierde uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.15 Ramingsbijstelling – 40.000 – 60.000 0 0 100.000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.16 Reservering Omgevings-wet 0 75.001 40.300 8.600 4.800 0 0 0 0 0 0 0 0 5.670 22.680 157.051 18.09 Tolopgave Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen 207.607 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 207.607 Bijdrage van hfdst XII (art 26) – 243.081 24.292 41.308 9.472 105.569 0 0 0 0 0 0 0 0 777.970 794.980 1.510.509 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk 19.09 Ontvangsten Ontvangsten 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241 5.981.194 5.927.449 5.559.846 5.452.331 5.020.230 4.941.206 4.841.853 5.133.523 5.127.853 81.701.375 Totaal uitgaven 5.787.115 5.878.321 6.240.415 6.262.750 6.356.639 6.234.048 6.406.529 6.208.359 5.843.822 5.832.190 5.321.924 5.205.479 5.100.997 5.372.281 5.366.611 87.417.481 Totaal ontvangsten 721.868 427.843 544.932 468.864 469.084 410.807 425.335 280.910 283.976 379.859 301.694 264.273 259.144 238.758 238.758 5.716.106 Totaal Bijdrage van hfdst XII (art 26) 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241 5.981.194 5.927.449 5.559.846 5.452.331 5.020.230 4.941.206 4.841.853 5.133.523 5.127.853 81.701.375Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 295 BIJLAGE 2 VERDIEPINGSBIJLAGE In de verdiepingsbijlage is per productartikel een meerjarige begrotingsmutatietabel opgenomen op artikelonderdeelniveau met daarbij de aansluiting tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Bij het toelichten van de begrotingsmutaties wordt de normering die is opgenomen in de leeswijzer gehanteerd. Dit houdt in dat de begrotingsmutaties, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant). De begrotingsmutaties zijn in alfabetische volgorde in de tabellen opgenomen en worden ook in deze volgorde toegelicht. Artikel 12 Hoofdwegennet Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.01 Verkeers-mgmt. 9.691 3.631 3.631 3.632 3.631 3.628 3.625 3.624 3.623 3.621 3.621 3.621 3.629 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 591 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmgmt. 10.282 3.631 3.631 3.632 3.631 3.628 3.625 3.624 3.623 3.621 3.621 3.621 3.629 0 0 Prijsbijstelling 2016 104 20 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 Verlenging Infrastructuurfonds 7.272 3.636 3.636 Mutaties Miljoenennota 2017 20 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 3.636 3.636 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmgmt. 10.302 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 3.632 3.631 3.630 3.628 3.628 3.628 3.636 3.636 3.636 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv. 678.756 562.327 506.795 520.306 499.928 593.446 791.694 791.650 795.875 796.175 742.298 969.145 704.997 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 70.599 – 2.456 – 2.500 – 1.005 – 2.500 – 2.500 – 2.500 – 2.500 – 2.500 – 2.500 – 2.500 – 2.500 – 2.500 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv. 608.157 559.871 504.295 519.301 497.428 590.946 789.194 789.150 793.375 793.675 739.798 966.645 702.497 0 0 Beheer en onderhoud: uitvoeringsbesluiten 41.479 113 249 417 3.205 3.205 5.715 5.715 5.715 5.715 5.715 5.715 Duurzaamheid Service Level Agreement 2.500 1.250 1.250 Inwinnen wegverkeersgegevens (NDW) 3.500 3.500 Kasschuiven Beheer, Onderhoud en Vervanging 0 53.600 61.500 71.700 132.100 – 11.127 – 102.663 – 4.645 – 4.645 – 4.645 21.830 – 232.870 19.865 Kasschuiven binnen Hoofdwegennet 0 – 5.395 – 6.532 66.773 27.442 – 90.480 – 127.008 134.300 300 300 300 0 0 0 Omzetting kerntaken Basis ICT – 34.100 – 3.575 – 3.025 – 2.750 – 2.750 – 2.750 – 2.750 – 2.750 – 2.750 – 2.750 – 2.750 – 2.750 – 2.750 Prijsbijstelling 2016 16.903 1.151 1.050 1.086 1.039 886 1.030 1.505 1.510 1.518 1.519 1.415 1.848 1.346 Schaderijden 16.000 16.000 Tracébesluit A24 Blankenburgverbinding 56.634 9.439 9.439 9.439 9.439 9.439 9.439 Verlenging Infrastructuurfonds 1.471.224 735.612 735.612 Verzorgingsplaatsen Afsluitdijk – 12.500 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 500 Mutaties Miljoenennota 2017 11.756 49.293 127.697 97.680 40.173 – 136.650 31.597 7.569 7.577 7.578 33.649 – 220.618 33.115 735.612 735.612 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv. 619.913 609.164 631.992 616.981 537.601 454.296 820.791 796.719 800.952 801.253 773.447 746.027 735.612 735.612 735.612 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.03 Aanleg 443.676 617.169 944.946 1.532.198 1.845.424 1.207.847 1.617.221 1.483.623 1.313.350 1.108.003 946.225 430.727 272.865 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 125.951 – 14.155 2.153 4.700 11.667 0 0 0 0 0 0 0 23.554 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 12.03 Aanleg 317.725 603.014 947.099 1.536.898 1.857.091 1.207.847 1.617.221 1.483.623 1.313.350 1.108.003 946.225 430.727 296.419 0 0 Beheer en onderhoud: uitvoeringsbesluiten – 17.988 – 113 – 249 – 417 – 3.205 – 3.205 – 5.715 – 5.715 – 5.715 – 5.715 – 5.715 17.776 Bereikbaarheid Zuid-Nederland 180.000 14.000 17.402 – 8.630 – 8.549 42.303 5.726 41.042 20.000 10.000 40.000 50.000 – 43.294 Bestuursovereenkomst N33 Zuidbroek-Appingedam 86.768 22.000 22.000 22.000 21.865 – 1.097 Capaciteitsverruiming A15 Papendrecht–Sliedrecht 8.200 4.100 4.100 Caribisch Nederland: wegenprojecten 9.000 9.000 Correctie prijsbijstelling A1/A6/A9 SAA – 1.980 – 1.980 Duurzaamheid Service Level Agreement 0 – 2.500 – 2.500 5.000 Eenvoudig Beter 0 – 40.938 – 19.923 – 3.938 – 2.311 – 257 67.367 GF: MIRT Onderzoek A2 knooppunt Deil–s-Hertogenbosch–Vught – 150 – 150 Inpassing minregel rentevrijval 0 – 34.240 – 34.240 – 34.240 – 34.240 – 34.240 – 34.240 – 34.240 – 34.240 136.960 136.960 Inpassing minregels prijsbijstelling 0 – 60.648 – 60.162 – 49.217 – 52.232 – 50.307 – 57.254 – 41.685 – 61.181 – 43.475 – 26.723 – 41.436 305.301 239.019 Inpassing ramingsbijstelling Omtwerpbegroting 2016 0 – 53.500 – 53.500 – 53.500 80.250 80.250 Inpassingovereenkomst A13/A16 Rotterdam – 7.580 – 35.960 28.380 Inwinnen wegverkeersgegevens (NDW) 0 – 3.500 3.500 Kasschuiven Beheer, Onderhoud en Vervanging 0 – 53.600 – 61.500 – 71.700 – 132.100 11.127 102.663 4.645 4.645 4.645 – 21.830 232.870 – 19.865 Kasschuiven binnen Hoofdwegennet 0 – 2.988 71.227 – 19.890 – 30.394 6.825 136.499 – 118.293 – 11.176 7.253 – 3.159 149.094 – 164.084 – 20.914 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 296 Artikel 12 Hoofdwegennet Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Kasschuiven n.a.v. ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 179.867 179.867 35.952 71.797 – 36.273 – 64.735 – 366.475 Kasschuiven tussen modaliteiten 0 435.000 20.000 80.000 – 250.000 – 485.000 60.000 – 160.000 150.000 150.000 Maakbare programmering 0 – 3.928 – 7.262 – 7.808 – 9.424 3.928 7.262 7.808 9.424 Ontwerpbureau – 13.700 – 500 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 – 1.100 Ontwerptracébesluit A12/A15 Ressen–Oudbroeken 20.000 20.000 Ontwerptracébesluit A27 Houten-Hooipolder 48.300 48.300 Overboeking Beter Benutten 189.466 26.845 162.621 PF: Aansluiting Luchthaven Lelystad – 6.671 – 6.671 Planuitwerking N35 Nijverdal–Wierden – 13.950 – 7.850 0 250 – 700 – 5.650 Prijsbijstelling 2016 25.038 1.817 2.255 1.552 3.036 3.714 2.417 2.130 2.025 2.076 2.115 2.339 1.559 – 1.997 Ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 – 43.313 – 43.313 – 43.313 – 43.313 – 43.313 – 43.313 – 43.313 – 43.313 – 43.313 – 43.313 – 43.313 476.443 Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet – 172.164 – 367 – 171.797 Schaderijden 0 – 16.000 16.000 Scopewijziging SAA deeltraject A9 Amstelveen 23.000 23.000 SWUNG nalevingskosten 12.000 12.000 Topsector logistiek 2017–2020 17.219 18 176 229 233 16.563 Tracébesluit A24 Blankenburgverbinding – 115.906 0 – 9.439 – 8.291 – 9.439 – 9.439 – 9.439 – 69.859 Verzorgingsplaatsen Afsluitdijk – 7.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 1.000 Mutaties Miljoenennota 2017 386.588 28.522 – 131.470 – 446.718 – 656.547 124.780 – 55.269 40.373 67.720 120.150 – 47.605 223.028 173.930 217.210 217.210 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.03 Aanleg 704.313 631.536 815.629 1.090.180 1.200.544 1.332.627 1.561.952 1.523.996 1.381.070 1.228.153 898.620 653.755 470.349 217.210 217.210 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS 371.932 644.111 519.647 325.945 343.201 337.961 295.397 286.994 266.673 271.334 422.427 222.087 220.764 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 13.354 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS 385.286 644.111 519.647 325.945 343.201 337.961 295.397 286.994 266.673 271.334 422.427 222.087 220.764 0 0 Correctie prijsbijstelling A1/A6/A9 SAA 1.980 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.980 0 0 0 Kasschuiven binnen Hoofdwegennet 0 – 5.126 – 83.371 – 11.983 5.736 31.074 18.762 8.482 24.820 16.563 11.993 – 144.112 172.630 – 45.468 Ontwerptracébesluit A12/A15 Ressen–Oudbroeken – 54.753 – 18.251 – 18.251 – 18.251 Overboeking tolontvangsten 303.762 18.251 18.251 18.251 18.251 38.460 38.460 38.460 38.460 38.460 38.460 Prijsbijstelling 2016 9.507 726 1.071 1.270 634 716 682 616 670 615 619 605 828 455 Verlenging Infrastructuurfonds 428.422 214.211 214.211 Mutaties Miljoenennota 2017 – 4.400 – 82.300 – 10.713 6.370 31.790 19.444 27.349 63.950 55.638 53.052 – 105.047 211.918 – 6.553 214.211 214.211 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS 380.886 561.811 508.934 332.315 374.991 357.405 322.746 350.944 322.311 324.386 317.380 434.005 214.211 214.211 214.211 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN 567.712 531.703 511.708 507.124 505.976 505.257 492.970 499.240 495.259 500.044 501.021 501.159 498.543 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 118 21 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN 567.594 531.724 511.748 507.164 506.016 505.297 493.010 499.280 495.299 500.084 501.061 501.199 498.583 0 0 Bedrijfskundige dienstverlening 3.778 418 280 280 280 280 280 280 280 280 280 280 280 280 Capaciteitsinzet BOA – 26.136 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 Loonbijstelling 2016 71.675 6.014 5.715 5.562 5.464 5.448 5.434 5.434 5.434 5.434 5.434 5.434 5.434 5.434 Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 37.013 3.245 2.814 2.814 2.814 2.814 2.814 2.814 2.814 2.814 2.814 2.814 2.814 2.814 Maakbare programmering 0 3.928 7.262 7.808 9.424 – 3.928 – 7.262 – 7.808 – 9.424 Omzetting kerntaken Basis ICT 34.100 3.575 3.025 2.750 2.750 2.750 2.750 2.750 2.750 2.750 2.750 2.750 2.750 Ontwerpbureau 13.700 500 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 1.100 Overboekingen met Defensie 7 7 Overdracht 2 chauffeurs 1.040 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 Prijsbijstelling 2016 12.906 1.084 1.023 1.000 986 984 982 957 969 976 985 988 987 985 Tijdelijke overplaatsing 1 fte – 230 – 115 – 115 Verkoopactiviteiten RVB 11.220 935 935 935 935 935 935 935 935 935 935 935 935 Verlenging Infrastructuurfonds 1.021.566 510.783 510.783 Mutaties Miljoenennota 2017 11.233 17.157 19.880 20.039 21.637 12.197 12.172 12.184 8.263 4.938 4.395 2.778 12.200 510.783 510.783 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN 578.827 548.881 531.628 527.203 527.653 517.494 505.182 511.464 503.562 505.022 505.456 503.977 510.783 510.783 510.783 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.07 Investe-ringsruimte – 60.647 – 60.162 – 49.218 – 52.232 – 50.307 – 57.255 – 41.684 – 61.180 – 43.477 – 26.724 – 41.436 305.301 917.730 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 2.501 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 – 23.554 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 12.07 Investeringsruimte – 58.146 – 60.162 – 49.218 – 52.232 – 50.307 – 57.255 – 41.684 – 61.180 – 43.477 – 26.724 – 41.436 305.301 894.176 0 0 Beheer en onderhoud: uitvoeringsbesluiten – 23.491 – 23.491 Bereikbaarheid Zuid-Nederland 92.294 92.294 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 297 Artikel 12 Hoofdwegennet Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Bestuursovereenkomst N33 Zuidbroek-Appingedam 1.097 1.097 Capaciteitsverruiming A15 Papendrecht–Sliedrecht – 4.100 – 4.100 Caribisch Nederland: wegenprojecten – 9.000 – 9.000 Duurzaamheid Service Level Agreement – 5.000 – 5.000 Eenvoudig Beter – 79.501 – 67.367 – 12.134 Inpassing minregels prijsbijstelling 0 60.648 60.162 49.217 52.232 50.307 57.254 41.685 61.181 43.475 26.723 41.436 – 305.301 – 239.019 Inwinnen wegverkeersgegevens (NDW) – 3.500 – 3.500 Kasschuiven binnen Hoofdwegennet 0 – 2.502 1 – 950 – 5.900 – 469 – 242 – 13.658 – 224 – 9.537 – 7.430 – 16.880 57.791 Kasschuiven n.a.v. ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 142.310 – 71.155 – 71.155 Ontwerptracébesluit A12/A15 Ressen–Oudbroeken – 20.000 – 20.000 Ontwerptracébesluit A27 Houten-Hooipolder – 48.300 – 48.300 Planuitwerking N35 Nijverdal–Wierden 6.850 950 5.900 Prijsbijstelling 2016 4.515 4.515 Ramingsbijstelling Infrastructuurfonds – 519.756 – 519.756 Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet 171.797 171.797 Schaderijden – 16.000 – 16.000 Scopewijziging SAA deeltraject A9 Amstelveen – 23.000 – 23.000 SWUNG nalevingskosten – 12.000 – 12.000 Topsector logistiek 2017–2020 – 16.563 – 16.563 Tracébesluit A24 Blankenburgverbinding 60.420 60.420 Verdeling investeringsruimte Regionaal, lokale infrastruc-tuur 82.789 470 241 13.657 226 9.538 7.430 16.880 34.347 Verlenging Infrastructuurfonds 754.232 377.116 377.116 Mutaties Miljoenennota 2017 58.146 60.162 49.218 52.232 50.307 57.255 41.684 61.180 43.477 26.724 41.436 – 305.301 – 442.525 305.961 293.827 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 451.651 305.961 293.827 Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2016 HWN 2.011.120 2.298.779 2.437.509 2.836.973 3.147.853 2.590.884 3.159.223 3.003.951 2.831.303 2.652.453 2.574.156 2.432.040 2.618.528 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 HWN 1.830.898 2.282.189 2.437.202 2.840.708 3.157.060 2.588.424 3.156.763 3.001.491 2.828.843 2.649.993 2.571.696 2.429.580 2.616.068 0 0 Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2017 HWN 2.294.241 2.355.030 2.491.821 2.570.318 2.644.427 2.665.457 3.214.303 3.186.754 3.011.525 2.862.442 2.498.531 2.341.392 2.386.242 1.987.413 1.975.279 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.09 Ontvang-sten HWN 55.525 136.870 47.831 49.740 130.685 8.703 79.722 7.222 1.222 1.222 1.222 500 4.700 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 73.528 6.768 3.152 6.195 11.667 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten HWN 129.053 143.638 50.983 55.935 142.352 8.703 79.722 7.222 1.222 1.222 1.222 500 4.700 0 0 Bestuursovereenkomst N33 Zuidbroek-Appingedam 87.865 22.000 22.000 22.000 21.865 Capaciteitsverruiming A15 Papendrecht–Sliedrecht 4.100 4.100 Inpassingovereenkomst A13/A16 Rotterdam – 7.580 – 35.960 28.380 Kasschuiven binnen Hoofdwegennet 0 – 52.702 18.544 30.000 1.210 – 59.212 27.103 23.649 – 5.812 18.567 – 722 – 625 Ontwerptracébesluit A12/A15 Ressen–Oudbroeken – 54.753 – 18.251 – 18.251 – 18.251 Overboeking tolontvangsten 303.764 18.251 18.251 18.251 18.251 38.460 38.460 38.460 38.460 38.460 38.460 Planuitwerking N35 Nijverdal–Wierden – 7.100 – 7.850 250 250 250 Prijsbijstelling 2016 1.097 62 23 167 103 103 44 148 76 75 74 74 74 74 Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet – 367 – 367 Verlenging Infrastructuurfonds 77.068 38.534 38.534 Mutaties Miljoenennota 2017 – 56.757 – 17.393 30.417 23.563 – 36.859 77.527 63.913 32.724 57.102 37.812 37.909 38.534 38.534 38.534 38.534 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten HWN 72.296 126.245 81.400 79.498 105.493 86.230 143.635 39.946 58.324 39.034 39.131 39.034 43.234 38.534 38.534Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 298 Beheer en onderhoud: uitvoeringsbesluitenVoor de aanlegprojecten die vanaf de vorige begroting zijn overgegaan van planuitwerking naar realisatie wordt € 41,5 miljoen overgeheveld naar artikelonderdeel 12.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging. Deze middelen waren voorzien binnen de reservering consequenties areaal-groei op Beheer en Onderhoud binnen de investeringsruimte Wegen (12.07) en de reserveringen voor Beheer en Onderhoud binnen verken-ningen en planuitwerkingen (12.03.02).Bereikbaarheid Zuid-NederlandIn november 2015 heeft de Minister bestuurlijke afspraken gemaakt over het programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 16). Hiermee is overeenstemming bereikt over de inzet van de middelen van de verkeersruit Eindhoven (€ 272 miljoen). De afspraken zijn in de begroting verwerkt.Bestuursovereenkomst N33 Zuidbroek-AppingendamDe bijdrage van de provincie Groningen aan het project is opgenomen in de begroting (€ 88 miljoen). Daarnaast is het budget verlaagd omdat de planstudiekosten en apparaatskosten RWS reeds gedekt zijn op de Aanleg (12.03) en Netwerkgebondenkosten (12.06). Daardoor wordt voor € 1 miljoen teruggeboekt naar de investeringsruimte Hoofdwegennet (12.07).Capaciteitsinzet BOADit betreft een overboeking naar de Begroting Hoofdstuk XII artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid ten behoeve van capaciteitsinzet door RWS in het kader beleidsondersteuning en advies (BOA) op het gebied van Wegen.Capaciteitsverruiming A15 Papendrecht–SliedrechtNaar aanleiding van bestuurlijke afspraken in het najaar van 2015 is het project A15 Papendrecht-Sliedrecht in de begroting opgenomen. Voor de aanleg van het project is een taakstellend budget beschikbaar van ruim € 5,9 miljoen. De meerkosten van het beheer en onderhoud bedragen ruim € 2,2 miljoen. De totale investering bedraagt daarmee € 8,2 miljoen. De provincie Zuid-Holland betaalt daarvan € 3,3 miljoen, de regio Drechtsteden € 0,8 miljoen en het Rijk € 4,1 miljoen.Caribisch Nederland: wegenprojectenVoor de wegenprojecten in Caribisch Nederland wordt een reservering van € 9 miljoen vanuit de investeringsruimte Wegen (12.07) getroffen.Eenvoudig BeterVoor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). Binnen het Infrastructuurfonds is dit conform de aangepaste verdeelsleutel uit de investeringsruimten van de modaliteiten vrijgemaakt. De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastruc-tuurfonds en worden tranchegewijs naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. Van de reservering van € 185,8 miljoen voor het programma Eenvoudig Beter wordt bij Ontwerpbegroting 2017 € 28,7 miljoen naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. Hierdoor resteert € 157,1 miljoen op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 299 Inpassing minregel rentevrijvalMet het in 2009 uitgekeerde superdividend van NS (€ 1,4 miljard) is een eeuwig lopende schuld van ProRail afgelost. De rentevrijval die door deze aflossing ontstond binnen het Infrastructuurfonds tot en met 2020 werd daarbij ingezet voor de financiering van spoorambities (Kamerstukken II 2009–2010 28 165, nr. 105). In de begroting 2015 heeft een correctie plaatsgevonden op het Infrastructuurfonds voor de rentevrijval in de periode 2021–2028 (€ 64 miljoen per jaar). Deze verlaging is technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,5 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegprogramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Inpassing minregels prijsbijstellingDe minregels vanaf 2016 op de investeringsruimte Hoofdwegennet, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast.Inpassing ramingsbijstelling Ontwerpbegroting 2016In de begroting 2016 is vanaf 2026 een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar toegepast. Deze verlaging is toen technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,3 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegprogramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Kasschuiven binnen HoofdwegennetOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk.Kasschuiven naar aanleiding van ramingsbijstelling InfrastructuurfondsOm het effect van de ramingsbijstelling Infrastructuurfonds op de programmering te dempen wordt een kasschuif doorgevoerd van € 661 miljoen van de periode 2026–2028 naar de periode 2022–2025 en een kasschuif van € 266 miljoen van de periode 2029–2030 naar de periode 2022–2026.Kasschuiven tussen modaliteitenOm voor alle modaliteiten tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.Loon- en prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die op artikel 99 Nominaal en onvoorzien van hoofdstuk XII is toegevoegd bij Eerste suppletoire begroting 2016 en die bij deze Ontwerpbegroting 2017 nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2100 Loonruimteakkoord en herstelopslag ABPIn het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor het CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimte-akkoord (€ 9,5 miljoen structureel, waarvan € 4,5 miljoen Infrastructuur-fonds). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel, waarvan € 0,7 miljoen Infrastructuurfonds).Maakbare programmeringOm voor de apparaatsmiddelen RWS tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren van het apparaatsbudget noodzakelijk. Hiermee wordt aangesloten op de planning van projecten en programma’s.Omzetting kerntaken Basis ICTVoor het op orde brengen van de basis ICT worden middelen overgeboekt van Beheer en Onderhoud Hoofdwegennet (12.02) en Hoofdvaarwegennet (15.02) naar Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet (12.06) en Hoofdvaarwegennet (15.06). De beschikbaarheid van het informatievoorziening-areaal, waaronder het landelijke IV netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Door vergroting van het RWS-areaal zijn de beheerkosten toegenomen. Daarnaast vereist het huidige IV-landschap een inhaalslag op de infrastructuur, rekencentra en middleware als gevolg van beperkte investeringen in lifecyclema-nagement in afgelopen jaren.OntwerpbureauVanuit de insteek om de creativiteit vanuit de markt te vergroten door middel van innovatieve contracten is in het verleden besloten om het ontwerp als geheel bij de markt te beleggen. Door de oprichting van een eigen ontwerpbureau wordt een deel van dit werk weer in eigen beheer uitgevoerd. Het gaat dan met name om ontwerpen in de weg- en waterbouw (sluizen, bruggen en wegen). De ervaring heeft geleerd dat door alles bij de markt te beleggen de kennispositie van RWS en het kennisbehoud binnen RWS onder druk komen te staan, wat een aantal risico’s tot gevolg heeft. Een deel van het ontwerpwerk gebeurt met eigen personeel in plaats van inkoop bij de markt. Financiering van het ontwerpbureau vindt plaats door ophoging van het artikelonderdeel Netwerkgebonden kosten (12.06) ten laste van het planstudiebudget binnen Aanleg Hoofdwegennet (12.03). De overheveling van budgetten betreft in totaal € 13,7 miljoen.Ontwerp Tracébesluit A12/A15 Ressen–OudbroekenIn het najaar 2015 zijn tijdens het BO-MIRT nadere afspraken gemaakt voor het project A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15). Daarbij is afgesproken dat de harde meevaller van het project A12 Ede-Grijsoord wordt ingezet voor het project ViA15. Deze meevaller is eerder bij Ontwerpbegroting 2016 toegevoegd aan de Investeringsruimte Hoofdwe-gennet (12.07). Hiertoe wordt € 20 miljoen vanuit de Investeringsruimte Hoofdwegennet overgeboekt naar het aanlegbudget. Daarnaast is de planning voor openstelling in het najaar 2015 bij het Ontwerp Tracébesluit Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2101 bijgesteld naar 2021–2023 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 A nr. 17). De geraamde tolgefinancierde uitgaven zijn hierop aangepast.Ontwerp Tracébesluit A27 Houten-HooipolderHet budget is met € 48,3 miljoen opgehoogd om aan te sluiten bij de huidige raming van het vastgestelde OTB. Bij uitwerking van het OTB bleek dat op delen van het traject de eerdere versobering teveel impact heeft gehad en er aanvullend budget nodig is om een robuust ontwerp te kunnen realiseren voor een goede doorstroming en veiligheid.Overboeking Beter BenuttenOp artikelonderdeel 18.02 Beter Benutten waren de middelen voor het vervolgprogramma Beter Benutten gereserveerd. Het vervolgprogramma Beter Benutten, dat loopt van 2015 tot en met 2017, heeft inmiddels meer vorm gekregen en volgens het zwaartepunt principe zijn deze middelen toegewezen aan artikelonderdeel 12.03 Aanleg Hoofdwegennet.Overboeking tolontvangstenIn 2015 is de Tolwet aangenomen in zowel de Tweede als de Eerste Kamer en deze is op 15 maart 2016 in werking getreden. Daarmee is een basis gelegd voor tolheffing bij twee aanlegprojecten: de Blankenburgver-binding en de ViA15. Met de tolontvangsten worden deze projecten bekostigd. Dit betreft een overboeking van de tolreeksen van artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten naar artikel 12 Hoofdwegennet.Provinciefonds: Aansluiting Luchthaven LelystadDit betreft een overboeking van artikel 12 Hoofdwegennet naar het Provinciefonds van € 6,7 miljoen ten behoeve van de Aansluiting Lelystad Airport. In de realisatieovereenkomst Halve Aansluiting A6 is afgesproken dat het Rijk het projectbudget van € 19,6 miljoen aan de provincie Flevoland betaalt. Vooruitlopend op de betaling van dit projectbudget verstrekt het Rijk een voorschot van € 6,0 miljoen voor noodzakelijke grondverwerving, voorbereidingskosten en andere noodzakelijke verplichtingen. Naast het projectbudget wordt een bedrag van € 0,7 miljoen voor de planstudiekosten voor de Halve Aansluiting vergoed.Planuitwerking N35 Nijverdal–WierdenBegin 2015 zijn afspraken gemaakt met de regio Oost-Nederland over de beschikbare middelen bij de N35 Nijverdal–Wierden, in totaal € 122 miljoen. Naast de aanleg van de N35 betreft dit een bijdrage aan de kosten voor de verkenning, bijdrage N35 Salland-Twentetunnel om deze voor te bereiden op het project N35 Nijverdal–Wierden en interne kosten RWS. Het taakstellend budget voor de aanleg van de N35 Nijverdal–Wierden bedraagt € 104 miljoen. De overige middelen zijn overgeboekt naar de desbetreffende artikelonderdelen en de investeringsruimte voor zover deze activiteiten al waren gedekt. Zo is het budget verlaagd omdat de planstudiekosten en apparaatskosten RWS reeds gedekt zijn en worden deze middelen teruggeboekt naar de investeringsruimte Hoofdwegennet (12.07).Ramingsbijstelling InfrastructuurfondsAls gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2102 per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Saldo mee- en tegenvallers HoofdwegennetDit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Hoofdwegennet. In dit saldo is de meevaller meegenomen van € 229 miljoen vanuit het programma ZSM (spoedwet-projecten). Het saldo is verminderd met een ophoging van het studie-budget «externe kosten planuitwerkingen» van € 92,3 miljoen op Art. 12.03.02 (conform afspraken uit begroting 2016 bij de omzetting kerntaken RWS).SchaderijdenDe bedragen die RWS ontvangt van automobilisten en hun verzekerings-maatschappijen voor schades die zij veroorzaken aan wegen zijn niet toereikend om de kosten van deze schades te dekken. De kosten voor schaderijden worden in 2016 gedekt uit de investeringsruimte Hoofdwe-gennet (12.07).Scopewijziging SAA deeltraject A9 AmstelveenEind 2015 heeft de Minister, in samenspraak met de bestuurlijke partijen, besloten de scope van het project A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere, deeltraject A9 Amstelveen te wijzigen. Het betreft het toekomstvast aanleggen van de rijbanen en kunstwerken. Hiervoor wordt € 23 miljoen vanuit de investeringsruimte Hoofdwegennet (12.07) toegevoegd aan het taakstellend budget.SWUNG nalevingskostenIn het verleden is € 187 miljoen gereserveerd voor de naleving van SWUNG. Daarvan staat € 120 miljoen op het B&O artikel (Art. 12.02). De resterende € 67 miljoen is nog een reservering bij Planuitwerking en Verkenningen (Art. 12.03.02). Deze reservering van € 67 miljoen wordt nu verhoogd met € 12 miljoen. De verhoging is een risicoreservering voor het geval geluidsproductieplafonds eerder worden gehaald dan gedacht na de snelheidsverhogingen. Het betreft hier mogelijke meerkosten tot en met 2028. Bij vaststelling van de nieuwe SLA zal bekeken worden of het nodig is om deze middelen toe te voegen aan het budget voor Beheer en Onderhoud. De meerkosten van de door de Kamer gevraagde (motie Visser/Hoogland 34 300 XII, nr. 18) snelheidsverhoging op de A2 tussen Maarssen/Holendrecht worden betaald uit de reservering. In de reeds gereserveerde middelen (€ 187 miljoen) zijn de mogelijke meerkosten voor in het verleden doorgevoerde snelheidsverhogingen ter grootte van € 11 miljoen gedekt.Topsector logistiek 2017–2020Voor de laatste tranche van de Topsector Logistiek wordt een reservering van in totaal € 32,5 miljoen vanuit de investeringsruimtes van Hoofdwe-gennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet getroffen.Tracébesluit A24 BlankenburgverbindingHet verschil tussen raming en budget (€ 60 miljoen in navolging op het Tracébesluit is toegevoegd aan de investeringsruimte Hoofdwegennet (12.07). Voor de areaalgroei vanwege de aanleg van de Blankenburgver-binding wordt € 57 miljoen overgeheveld naar het artikelonderdeel 12.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging. Deze middelen worden gedekt uit de reservering Beheer en Onderhoud Blankenburgverbinding (12.03.02). Daarnaast wordt € 1 miljoen vanuit het Deltafonds overgeheveld voor de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2103 realisatie het KRW project Gors van de Lickebaert dat met de aanleg van de nieuwe verbinding wordt uitgevoerd.Verdeling investeringsruimte Regionaal, lokale infrastructuurIn het IenM maatregelenpakket Herijking 2015 (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 17 bijlage 6) is besloten om het spoordeel binnen de investeringsruimte van artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur leeg te boeken ten gunste van artikel 13 Spoorwegen. Zodoende is men beter in staat integrale afwegingen te maken op spoorgerelateerde uitgaven. Het wegendeel binnen de investeringsruimte op artikel 14 Regionaal/lokaal wordt toegevoegd aan de investeringsruimte op artikel 12 Hoofdwe-gennet. In 2013 is reeds aangegeven dat alle vrije ruimte op wegenonder-delen van het Infrastructuurfonds beschikbaar is voor de gesignaleerde bereikbaarheidsknelpunten bij lage groei op het hoofdwegennet. Hiermee wordt het zichtbaar in de begroting van het Infrastructuurfonds dat deze middelen ingezet kunnen worden voor deze bereikbaarheidsknelpunten. Daarnaast maakt de overheveling het mogelijk om een integrale afweging te maken tussen investeringen in het regionaal/lokale en landelijke wegennet.Verkoopactiviteiten RVBVanaf 2017 worden de verkoopactiviteiten van het RVB niet meer via de begroting van WenR gefinancierd. De beschikbare budgetten op de begroting van WenR worden hiertoe overgeboekt naar IenM/RWS, Defensie en BZK.Verlenging InfrastructuurfondsVoor een toelichting wordt verwezen naar de begroting op hoofdlijnen.Verzorgingsplaatsen AfsluitdijkVoor het project Afsluitdijk wordt in totaal € 19,5 miljoen naar het Deltafonds artikel 1 Investeren in Waterveiligheid overgeboekt, vanuit het aanlegbudget Hoofdwegennet (€ 7,0 miljoen) en het budget voor Vervangingen en Renovaties Hoofdwegennet (€ 12,5 miljoen). Deze middelen worden ingezet voor het opwaarderen van de buitenruimte en de parkeerplaatsen bij het monument en voor het actualiseren van het wegontwerp A7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2104 Artikel 13 Spoorwegen Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv. 1.291.436 1.165.680 1.142.026 1.186.531 1.163.964 1.173.157 1.177.809 1.180.831 1.200.742 1.199.633 1.200.601 1.174.834 1.150.486 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 7.644 2.552 1.084 1.116 1.148 1.182 1.217 1.236 1.255 1.275 1.295 1.316 1.337 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv. 1.299.080 1.168.232 1.143.110 1.187.647 1.165.112 1.174.339 1.179.026 1.182.067 1.201.997 1.200.908 1.201.896 1.176.150 1.151.823 0 0 Bijdragen derden Spoorwegen 520 260 260 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 100.400 48.768 – 4.900 – 23.983 19.993 12.662 – 641 – 856 – 39.864 – 65 – 2.036 93.322 – 2.000 Onderhoud nazorg Betuweroute 939 313 313 313 Onderhoud OV-SAAL 29.040 2.420 2.420 2.420 2.420 2.420 2.420 2.420 2.420 2.420 2.420 2.420 2.420 Onderzoek betonkwaliteit – 907 – 907 Prijsbijstelling 2016 29.427 2.467 2.226 2.181 2.266 2.223 2.241 2.250 2.255 2.293 2.291 2.293 2.244 2.197 Toevoeging prijscompensatie BOV 2014/2015 290.565 4.612 23.442 23.442 23.442 23.442 24.018 24.018 24.018 24.018 24.018 24.018 24.018 24.059 Vaststelling BOV-subsidie 2015 76.230 16.230 60.000 Verlenging Infrastructuurfonds 2.356.998 1.178.499 1.178.499 Mutaties Miljoenennota 2017 – 77.998 77.429 83.716 4.458 48.078 41.341 28.047 27.837 – 11.133 28.664 26.695 122.004 26.676 1.178.499 1.178.499 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv. 1.221.082 1.245.661 1.226.826 1.192.105 1.213.190 1.215.680 1.207.073 1.209.904 1.190.864 1.229.572 1.228.591 1.298.154 1.178.499 1.178.499 1.178.499 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.03 Aanleg 963.385 814.795 724.012 595.351 360.942 925.847 207.792 271.569 349.068 502.880 354.206 452.250 285.475 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 188.995 2.976 – 2.003 0 0 0 5.000 – 904 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 13.03 Aanleg 1.152.380 817.771 722.009 595.351 360.942 925.847 212.792 270.665 349.068 502.880 354.206 452.250 285.475 0 0 BCF: BDU Bleizo – 1.063 – 1.063 BDU/BCF: Amsterdam Fietsenstalling – 23.568 – 23.568 Besluit Herijking 2015 118.223 32.844 40.994 31.031 30.113 14.556 8.540 – 3.855 – 5.000 – 5.000 – 5.000 – 5.000 – 6.000 – 10.000 Bijdragen derden Spoorwegen 9.618 664 1.860 3.594 3.500 Compensatieregeling 3e Spoor Duitsland 0 2.500 – 444 287 – 413 – 599 – 331 – 1.000 Diverse kleine posten 2.482 1.089 114 114 152 152 604 257 Eenvoudig Beter 0 – 30.226 – 14.710 – 2.907 – 1.707 – 190 30.030 – 20.500 40.210 Inpassing minregel rentevrijval 0 – 25.280 – 25.280 – 25.280 – 25.280 – 25.280 – 25.280 – 25.280 – 25.280 101.120 101.120 Inpassing minregels prijsbijstelling 0 – 17.372 17.372 Inpassing ramingsbijstelling Ontwerpbegroting 2016 0 – 39.500 – 39.500 – 39.500 59.250 59.250 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 112.232 – 141.477 103.317 – 3.920 5.845 15.960 55.597 – 18.448 – 12.020 – 80.461 – 13.540 – 133.437 – 68.834 89.593 89.593 Kasschuiven n.a.v. ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 111.785 111.785 5.530 31.995 – 47.795 – 47.795 – 165.505 Kasschuiven tussen modaliteiten 2 – 537.290 97.627 – 80.108 81.737 353.997 – 131.187 162.231 42.256 – 14.651 1.421 4.103 203 19.663 Kleine spoorgerelateerde uitgaven 3.718 718 1.000 1.000 1.000 Onderhoud OV-SAAL – 29.040 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 – 2.420 Prijsbijstelling 2016 13.025 323 511 376 911 1.380 1.023 701 644 257 1.407 16 141 5.335 Ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 – 31.980 – 31.980 – 31.980 – 31.980 – 31.980 – 31.980 – 31.980 8.964 47.650 42.650 42.650 81.946 Saldo mee- en tegenvallers Spoorwegen – 11.178 – 3.822 – 3.657 – 2.814 – 885 Schiphol maatregelen korte termijn 5.944 5.000 944 Spoorzone Delft: conclusie externe audit 39.300 16.907 10.496 1.418 600 9.879 Spoorzone Delft: treasury- en luchtdrukproblematiek 14.411 14.411 Topsector logistiek 2017–2020 12.947 348 3.469 4.521 4.609 Vaststelling BOV-subsidie 2015 0 98.720 – 60.000 – 38.720 Voorinvestering ZuidasDok 0 1.546 – 1.546 Vrijval OV-SAAL – 36.300 – 34.194 – 2.106 Vrijval toegankelijkheid stations – 16.819 – 2.280 – 5.410 – 3.310 – 5.819 Mutaties Miljoenennota 2017 – 309.051 – 82.266 – 47.426 80.894 344.833 – 156.267 268.582 69.011 – 44.620 – 32.968 – 92.176 – 214.748 – 201.732 229.463 290.173 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.03 Aanleg 843.329 735.505 674.583 676.245 705.775 769.580 481.374 339.676 304.448 469.912 262.030 237.502 83.743 229.463 290.173 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS 157.384 155.887 156.395 159.583 166.793 167.725 169.104 170.495 172.348 173.312 173.383 172.571 162.331 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 35.717 – 121 – 121 – 121 – 121 – 121 – 121 – 121 – 121 – 121 – 121 – 121 – 121 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS 193.101 155.766 156.274 159.462 166.672 167.604 168.983 170.374 172.227 173.191 173.262 172.450 162.210 0 0 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 23.589 3.040 3.234 2.621 2.398 2.278 820 683 560 465 915 653 5.922 Verlenging Infrastructuurfonds 336.264 168.132 168.132 Mutaties Miljoenennota 2017 – 23.589 3.040 3.234 2.621 2.398 2.278 820 683 560 465 915 653 5.922 168.132 168.132 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS 169.512 158.806 159.508 162.083 169.070 169.882 169.803 171.057 172.787 173.656 174.177 173.103 168.132 168.132 168.132 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl. 17.020 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 31.766 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2105 Artikel 13 Spoorwegen Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl. 48.786 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 0 0 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 31.765 31.765 Verlenging Infrastructuurfonds 33.194 16.597 16.597 Mutaties Miljoenennota 2017 – 31.765 31.765 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 16.597 16.597 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl. 17.021 48.362 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 16.597 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.08 Investe-ringsruimte 18.037 76.230 101.916 77.966 77.311 92.400 65.544 56.732 65.793 64.397 56.920 57.181 73.069 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 53.718 3.388 – 750 0 0 25.000 20.000 25.904 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 13.08 Investeringsruimte 71.755 79.618 101.166 77.966 77.311 117.400 85.544 82.636 90.793 89.397 81.920 82.181 98.069 25.000 25.000 BDU/BCF: Amsterdam Fietsenstalling – 73 – 73 Besluit Herijking 2015 – 118.223 – 32.844 – 40.994 – 31.031 – 30.113 – 14.556 – 8.540 3.855 5.000 5.000 5.000 5.000 6.000 10.000 Compensatieregeling 3e Spoor Duitsland – 20.000 – 2.500 – 2.500 – 3.000 – 3.000 – 3.000 – 3.000 – 3.000 0 Diverse kleine posten – 2.468 – 1.089 – 114 – 114 – 152 – 152 – 604 – 257 14 Eenvoudig Beter – 58.699 – 30.030 20.500 – 49.169 Inpassing minregels prijsbijstelling 0 17.372 – 17.372 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 41.773 28.927 12.091 26.092 10.402 – 2.545 – 17.645 – 18.479 – 19.342 36.883 29.841 54.642 80.092 – 89.593 – 89.593 Kasschuiven n.a.v. ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 21.014 21.014 21.014 21.014 21.014 – 52.535 – 52.535 Kleine spoorgerelateerde uitgaven – 3.718 – 718 – 1.000 – 1.000 – 1.000 Prijsbijstelling 2016 9.266 1.780 1.440 1.417 600 – 161 1.299 1.612 1.233 2.013 865 2.254 2.178 – 7.264 Ramingsbijstelling Infrastructuurfonds – 383.760 – 40.944 – 79.630 – 74.630 – 74.630 – 113.926 Saldo mee- en tegenvallers Spoorwegen 11.178 3.822 3.657 2.814 885 Schiphol maategelen korte termijn – 5.944 – 5.000 – 944 Spoorzone Delft: conclusie externe audit – 39.300 – 16.907 – 10.496 – 1.418 – 600 – 9.879 Spoorzone Delft: treasury- en luchtdrukproblematiek – 14.411 – 14.411 Toevoeging prijscompensatie BOV 2014/2015 – 290.565 – 4.612 – 23.442 – 23.442 – 23.442 – 23.442 – 24.018 – 24.018 – 24.018 – 24.018 – 24.018 – 24.018 – 24.018 – 24.059 Topsector logistiek 2017–2020 – 12.947 – 348 – 3.469 – 4.521 – 4.609 Vaststelling BOV-subsidie 2015 38.720 0 38.720 Verdeling investeringsruimte Regionaal, lokale infrastruc-tuur 119.498 216 4.462 9.568 9.399 12.699 14.453 15.399 15.397 15.397 5.967 5.954 968 9.619 Verlenging Infrastructuurfonds 958.452 479.226 479.226 Voorinvestering ZuidasDok – 3.750 – 1.546 – 2.204 Vrijval OV-SAAL 36.300 34.194 2.106 Vrijval toegankelijkheid stations 16.819 2.280 5.410 3.310 5.819 Mutaties Miljoenennota 2017 – 61.752 – 39.037 – 37.584 – 26.737 – 23.819 – 31.949 – 4.586 – 2.057 – 40.880 – 31.639 – 29.161 – 31.550 – 48.401 357.598 287.929 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.08 Investeringsruimte 10.003 40.581 63.582 51.229 53.492 85.451 80.958 80.579 49.913 57.758 52.759 50.631 49.668 382.598 312.929 Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2016 Spoorwe-gen 2.447.262 2.229.189 2.140.946 2.036.028 1.785.607 2.375.726 1.636.846 1.696.224 1.804.548 1.956.819 1.801.707 1.873.433 1.687.958 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 Spoorwegen 2.765.102 2.237.984 2.139.156 2.037.023 1.786.634 2.401.787 1.662.942 1.722.339 1.830.682 1.982.973 1.827.881 1.899.628 1.714.174 25.000 25.000 Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2017 Spoorwegen 2.260.947 2.228.915 2.141.096 2.098.259 2.158.124 2.257.190 1.955.805 1.817.813 1.734.609 1.947.495 1.734.154 1.775.987 1.496.639 1.975.289 1.966.330 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.09 Ontvang-sten spoorw. 299.796 187.562 188.279 202.300 201.071 206.235 211.247 214.269 199.237 311.876 185.044 185.044 185.044 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 15.558 931 963 995 1.027 1.061 1.096 1.115 1.134 1.154 1.174 1.195 1.216 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten spoorw. 315.354 188.493 189.242 203.295 202.098 207.296 212.343 215.384 200.371 313.030 186.218 186.239 186.260 0 0 Bijdragen derden Spoorwegen 10.138 664 2.120 3.854 3.500 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 129.428 – 5.351 121.212 – 6.153 – 6.362 – 6.645 – 6.869 – 7.100 – 5.666 6.822 15.180 15.180 15.180 Vaststelling BOV-subsidie 2015 114.950 114.950 Verlenging Infrastructuurfonds 400.448 200.224 200.224 Mutaties Miljoenennota 2017 – 13.814 – 3.231 125.066 – 2.653 – 6.362 – 6.645 – 6.869 – 7.100 – 5.666 6.822 15.180 15.180 15.180 200.224 200.224 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten spoorw. 301.540 185.262 314.308 200.642 195.736 200.651 205.474 208.284 194.705 319.852 201.398 201.419 201.440 200.224 200.224Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2106 BDU/BCF Amsterdam FietsenstallingDit betreft een overboeking naar de begroting Hoofdstuk artikel 25 Brede Doeluitkering en het BTW-compensatiefonds ten behoeve van de ondergrondse fietsenstalling voor Amsterdam Centraal.Besluit Herijking 2015Op 13 november is het IenM maatregelenpakket Herijking aan de Tweede Kamer gecommuniceerd. Het maatregelenpakket heeft als doel om binnen de huidige budgettaire kaders tot een set van programma’s en projecten te komen die de ambities uit de Lange Termijn Spooragenda (LTSA) zoveel mogelijk realiseren. In het pakket wordt € 58,0 miljoen vrijgemaakt voor het programma Emplacements op orde, € 32,0 miljoen voor vervolgaanpak Beter en Meer, € 45,0 miljoen voor de opvang van groei en extra opstelcapaciteit, € 11,4 miljoen voor Verbeteraanpak Stations, € 54,3 miljoen voor Verbeteraanpak Trein, € 15,5 miljoen voor Be- en Bijsturing Toekomst, € 22,3 miljoen voor PHS, en € 29,6 miljoen voor het programma Venlo Logistiek Multimodaal Knooppunt. Tot slot wordt € 2,6 miljoen voor diverse studies uitgetrokken. Daartegenover staat dat de programmabudgetten van Kleine Functiewijzigingen en Kleine Stations met respectievelijk € 132,9 miljoen en € 19,6 miljoen worden verlaagd. Het restant (€ 118,2 miljoen) wordt uit de investeringsruimte Spoorwegen gedekt.Bijdragen derden SpoorwegenDit betreft bijdragen van medeoverheden in het kader van het project Zwolle-Herfte (€ 3,7 miljoen), spooraanpassingen bij Geldermalsen in het kader van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) (€ 3,5 miljoen), het project Valleilijn robuustheidsverhogende maatregelen (€ 2,2 miljoen) en het project Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding (€ 0,2 miljoen). Daarnaast is een factuur van ProRail in het kader van de grondverwerving HSL-zuid (€ 0,03 miljoen) verwerkt. Tot slot heeft de NS een aantal zogenoemde kritieke performance-indicatoren niet behaald en krijgt daardoor een boete opgelegd van € 0,5 miljoen.Compensatieregeling 3e Spoor DuitslandDit betreft een overboeking naar de begroting Hoofdstuk HXII artikel 16 Spoor ten behoeve van een tijdelijke subsidieregeling voor bijzondere omleidingskosten voor spoorgoederenvervoer. Deze regeling heeft tot doel de marktpositie van het spoorgoederenvervoer ten opzichte van het meer vervuilende goederenvervoer over de weg te behouden gedurende de periode dat de Betuweroute door de aanleg van het derde spoor in Duitsland tussen Emmerich en Oberhausen verminderd beschikbaar is en spoorwegondernemingen daardoor geconfronteerd worden met extra kosten door omleiding.Eenvoudig BeterVoor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). Binnen het Infrastructuurfonds is dit conform de aangepaste verdeelsleutel uit de investeringsruimten van de modaliteiten vrijgemaakt. De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastruc-tuurfonds en worden tranchegewijs naar de Begroting hoofdstuk XII overgeheveld. Van de reservering van € 185,8 miljoen voor het programma Eenvoudig Beter wordt bij Ontwerpbegroting 2017 € 28,7 miljoen naar de Begroting hoofdstuk XII overgeheveld. De reservering op Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2107 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet resteert hiermee € 157,1 miljoen.Inpassing minregel rentevrijvalMet het in 2009 uitgekeerde superdividend van NS (€ 1,4 miljard) is een eeuwig lopende schuld van ProRail afgelost. De rentevrijval die door deze aflossing ontstond binnen het Infrastructuurfonds tot en met 2020 werd daarbij ingezet voor de financiering van spoorambities (Kamerstukken II 2009–2010 28 165, nr. 105). In de begroting 2015 heeft een correctie plaatsgevonden op het Infrastructuurfonds voor de rentevrijval in de periode 2021–2028 (€ 64 miljoen per jaar). Deze verlaging is technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,5 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegprogramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Inpassing minregels prijsbijstellingDe minregels in 2016 op de investeringsruimte Spoorwegen, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast.Inpassing ramingsbijstelling Ontwerpbegroting 2016In de begroting 2016 is vanaf 2026 een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar toegepast. Deze verlaging is toen technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,3 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegprogramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Kasschuiven binnen SpoorwegenOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk.Kasschuiven naar aanleiding van ramingsbijstelling InfrastructuurfondsOm het effect van de ramingsbijstelling Infrastructuurfonds op de programmering te dempen wordt een kasschuif doorgevoerd van € 661 miljoen van de periode 2026–2028 naar de periode 2022–2025 en een kasschuif van € 266 miljoen van de periode 2029–2030 naar de periode 2022–2026.Kasschuiven tussen modaliteitenOm voor alle modaliteiten tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.Loon- en prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die op artikel 99 Nominaal en onvoorzien van Hoofdstuk XII is toegevoegd bij Eerste suppletoire begroting 2016 en die bij deze Ontwerpbegroting 2017 nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2108 Onderhoud OV-SAALOp het projectbudget van OV-SAAL staan onderhoudskosten geraamd voor OV-SAAL cluster A (spooruitbreidingen op de Flevolijn). Deze middelen worden overgeheveld naar artikelonderdeel 13.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging.Ramingsbijstelling InfrastructuurfondsAls gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Saldo mee- en tegenvallersDit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Spoorwegen.Schiphol maatregelen korte termijnOp Schiphol zijn een aantal kleine maatregelen noodzakelijk gebleken om veiligheid en comfort van reizigers op de perrons van station Schiphol te kunnen waarborgen. Deze maatregelen betreffen meer en betere reisinformatie en aanpassingen aan trappen en roltrappen. Een deel van de maatregelen die gericht zijn op betere reisinformatie worden bekostigd door NS. Dekking van het ProRail aandeel (€ 5,9 miljoen) heeft plaatsge-vonden vanuit de investeringsruimte Spoorwegen (IF 13.08).Spoorzone Delft: conclusie externe auditOp het project Rijswijk-Schiedam inclusief spoorcorridor Delft is een externe audit uitgevoerd. De conclusie van de auditors is dat een budgetaanpassing van € 39,3 miljoen op het spoorse deel noodzakelijk is. De belangrijkste oorzaak is het harder stijgen van de prijzen in de markt ten opzichte van gebruikelijke prijsindexatie (IBOI) die het Ministerie van IenM jaarlijks ontvangt en verstrekt aan ProRail (circa € 30,2 miljoen). Het projectbudget is in dit geval niet meegegroeid met de (exogene) prijsstij-gingen. Daarnaast adviseren de auditors om ook nog een beperkte additionele risicoreservering in het projectbudget op te nemen (€ 9,1 miljoen). Dekking van de € 39,3 miljoen vindt plaats vanuit de investe-ringsruimte Spoorwegen (IF 13.08).Spoorzone Delft: treasury- en luchtdrukproblematiekIn 2008 is afgesproken dat de gemeente Delft middels effciënter treasury-beleid haar bijdrage aan het project Spoorzone Delft verhoogt. Het beoogde effect is niet behaald, waardoor een tekort van € 11,0 miljoen optreedt op het projectbudget. Daarnaast ontstaan bij snelheden vanaf 120 km/u luchtdrukproblemen in de spoortunnel Delft. Er worden maatregelen getroffen om deze luchtdrukproblemen te mitigeren (€ 3,4 miljoen). Hiertoe wordt € 14,4 miljoen overgeheveld van de investerings-ruimte Spoorwegen naar het budget van het project Rijswijk-Schiedam incl. spoorcorridor Delft.Toevoeging prijscompensatie BOV 2014/2015In 2015 zijn de financiële reeksen van Prorail voor BOV onderzocht mede in het licht van de door Prorail gesignaleerde druk op de meerjarige budgetten. In afwachting van de uitkomsten van dit onderzoek was de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2109 besluitvorming over de prijsbijstelling naar prijspeil 2014 en 2015 van de budgetten voor BOV aangehouden. De prijsbijstellingen naar prijspeil 2014 en 2015 worden nu alsnog toegevoegd aan de BOV-reeksen.Topsector logistiek 2017–2020Voor de laatste tranche van de Topsector Logistiek wordt een reservering van in totaal € 32,5 miljoen vanuit de investeringsruimtes van Hoofdwe-gennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet getroffen.Vaststelling BOV-subsidieProRail zal in 2016 € 115 miljoen terugstorten aan IenM in verband met de niet bestede subsidie 2015. Een deel hiervan heeft betrekking op doorge-schoven activiteiten en wordt toegevoegd aan het BOV-budget (€ 76,3 miljoen). Een ander deel heeft betrekking op vervallen activiteiten en het afromen van de egalisatiereserve bij ProRail en wordt toegevoegd aan de investeringsruimte Spoorwegen (€ 38,7 miljoen).Verdeling investeringsruimte Regionaal, lokale infrastructuurIn het IenM maatregelenpakket Herijking 2015 (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 17 bijlage 6) is besloten om het spoordeel binnen de investeringsruimte van artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur leeg te boeken ten gunste van artikel 13 Spoorwegen. Zodoende is men beter in staat integrale afwegingen te maken op spoorgerelateerde uitgaven. Het wegendeel binnen de investeringsruimte op artikel 14 Regionaal/lokaal wordt toegevoegd aan de investeringsruimte op artikel 12 Hoofdwe-gennet. In 2013 is reeds aangegeven dat alle vrije ruimte op wegenonder-delen van het Infrastructuurfonds beschikbaar is voor de gesignaleerde bereikbaarheidsknelpunten bij lage groei op het hoofdwegennet. Hiermee wordt het zichtbaar in de begroting van het Infrastructuurfonds dat deze middelen ingezet kunnen worden voor deze bereikbaarheidsknelpunten. Daarnaast maakt de overheveling het mogelijk om een integrale afweging te maken tussen investeringen in het regionaal/lokale en landelijke wegennet.Verlenging InfrastructuurfondsVoor een toelichting wordt verwezen naar de begroting op hoofdlijnen.Vrijval OV-SAALDit betreft een vrijval van € 36,3 miljoen op het projectbudget van OV-SAAL. Binnen dit project is sprake van een gerealiseerde aanbeste-dingsmeevaller. De middelen worden overgeheveld naar de investerings-ruimte Spoorwegen.Vrijval toegankelijkheid stationsUit een geactualiseerde raming van Prorail blijkt dat er sprake is van een meevaller van € 31,0 miljoen op de projectkosten van het programma Toegankelijkheid stations. Daartegenover staat een scopewijziging van € 14,2 miljoen om te waarborgen dat in 2030 alle stations zelfstandig toegankelijk zijn voor mensen met een functiebeperking. Per saldo is sprake van een vrijval van € 16,8 miljoen. De middelen worden overge-heveld naar de investeringsruimte Spoorwegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2110 Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj. 133.159 197.040 169.301 95.156 125.408 77.442 110.941 85.982 2.396 36.080 66.654 77.205 121.873 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 4.633 – 85 – 27 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj. 128.526 196.955 169.274 95.156 125.408 77.442 110.941 85.982 2.396 36.080 66.654 77.205 121.873 0 0 Bereikbaarheid Zuid-Nederland – 272.294 – 14.000 – 17.402 8.630 8.549 – 42.303 – 5.726 – 41.042 – 20.000 0 – 10.000 – 40.000 – 50.000 – 49.000 Diverse kleine posten – 14 – 14 Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur 0 – 71.419 74.711 – 289 – 3.003 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven tussen modaliteiten – 2 62.290 – 117.627 5.108 18.263 16.003 31.187 – 2.231 – 2.256 14.651 – 1.421 – 4.103 – 203 – 19.663 PF: Actieplan Groei op het Spoor: P+R locaties – 4.011 – 4.011 Prijsbijstelling 2016 2.855 55 706 598 293 – 253 182 182 182 182 182 182 182 182 Topsector logistiek 2017–2020 – 656 0 – 18 – 176 – 229 – 233 0 Verdeling investeringsruimte Regionaal, lokale infrastruc-tuur – 202.287 – 216 – 4.462 – 9.568 – 9.399 – 12.699 – 14.923 – 15.640 – 29.054 – 15.623 – 15.505 – 13.384 – 17.848 – 43.966 Mutaties Miljoenennota 2017 – 27.301 – 64.092 4.303 14.474 – 39.485 10.720 – 58.731 – 51.128 – 790 – 26.744 – 57.319 – 67.869 – 112.447 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj. 101.225 132.863 173.577 109.630 85.923 88.162 52.210 34.854 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob-.fonds. 0 0 0 0 9.111 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob.fonds. 0 0 0 0 9.111 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Prijsbijstelling 2016 17 17 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 17 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob.fonds. 0 0 0 0 9.128 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL 145.555 168.971 158.348 71.735 50.898 22.194 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 84.284 – 10.791 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL 61.271 158.180 158.348 71.735 50.898 22.194 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur 0 71.419 – 74.711 289 3.003 0 0 PF/GF/BCF: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP) – 83.637 – 83.637 Prijsbijstelling 2016 1.120 472 29 27 592 Mutaties Miljoenennota 2017 – 11.746 – 74.711 318 3.030 592 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL 49.525 83.469 158.666 74.765 51.490 22.194 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2016 Reg./Lok.infra. 278.714 366.011 327.649 166.891 185.417 99.636 110.941 85.982 2.396 36.080 66.654 77.205 121.873 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 Reg./Lok.infra. 189.797 355.135 327.622 166.891 185.417 99.636 110.941 85.982 2.396 36.080 66.654 77.205 121.873 0 0 Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2017 Reg./Lok.infra. 150.750 216.332 332.243 184.395 146.541 110.356 52.210 34.854 1.606 9.336 9.335 9.336 9.426 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 14.09 Ontvang-sten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten Reg./lok.infra 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten Reg./lok.infra 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2111 Bereikbaarheid Zuid-NederlandIn november 2015 heeft de Minister van IenM bestuurlijke afspraken gemaakt over het programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland (Kamer-stukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 16). Hiermee is overeenstemming bereikt over de inzet van de middelen van de verkeersruit Eindhoven (€ 272 miljoen). De afspraken zijn in de begroting verwerkt.Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuurOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk.Kasschuiven tussen modaliteitenOm voor alle modaliteiten tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.Provinciefonds/Gemeentefonds/BTW-compensatiefonds: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP)Dit betreft de verwerking van een drietal overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het BTW compensatiefonds van in totaal € 83,6 miljoen:1.Voor een aantal Concrete projecten binnen RSP stort IenM delen van het taakstellend budget in het Provinciefonds (€ 60,9 miljoen);2.Voor het project FlorijnAs, Concreet project binnen het RSP, vervult de gemeente Assen de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort lenM delen van het taakstellend budget in het Gemeentefonds (€ 16,4 miljoen).3.Een overboeking naar het BTW-compensatiefonds als gevolg van de overboekingen naar het Provinciefonds en het Gemeentefonds (€ 6,3 miljoen).Verdeling investeringsruimte Regionaal, lokale infrastructuurIn het IenM maatregelenpakket Herijking 2015 (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 17 bijlage 6) is besloten om het spoordeel binnen de investeringsruimte van artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur leeg te boeken ten gunste van artikel 13 Spoorwegen. Zodoende is men beter in staat integrale afwegingen te maken op spoorgerelateerde uitgaven. Het wegendeel binnen de investeringsruimte op artikel 14 Regionaal/lokaal wordt toegevoegd aan de investeringsruimte op artikel 12 Hoofdwe-gennet. In 2013 is reeds aangegeven dat alle vrije ruimte op wegenonder-delen van het Infrastructuurfonds beschikbaar is voor de gesignaleerde bereikbaarheidsknelpunten bij lage groei op het hoofdwegennet. Hiermee wordt het zichtbaar in de begroting van het Infrastructuurfonds dat deze middelen ingezet kunnen worden voor deze bereikbaarheidsknelpunten. Daarnaast maakt de overheveling het mogelijk om een integrale afweging te maken tussen investeringen in het regionaal/lokale en landelijke wegennet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2112 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.01 Verkeers-mgmt. 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 15.01 Verkeersmgmt. 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 8.412 0 0 Prijsbijstelling 2016 208 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 Verlenging Infrastructuurfonds 16.856 8.428 8.428 Mutaties Miljoenennota 2017 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 8.428 8.428 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.01 Verkeersmgmt. 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv. 411.347 356.103 328.006 274.708 283.144 194.361 241.630 267.748 286.750 257.231 257.216 248.643 230.911 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 15.250 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv. 426.597 356.103 328.006 274.708 283.144 194.361 241.630 267.748 286.750 257.231 257.216 248.643 230.911 0 0 DBFM-conversie Derde Kolk Beatrixsluis – 34.563 – 2.300 – 2.300 – 2.300 – 2.300 – 2.819 – 2.818 – 2.818 – 2.818 – 2.818 – 2.818 – 2.818 – 2.818 – 2.818 DBFM-conversie Zeetoegang Ijmond – 23.495 – 635 – 2.540 – 2.540 – 2.540 – 2.540 – 2.540 – 2.540 – 2.540 – 2.540 – 2.540 Duurzaamheid Service Level Agreement 2.500 1.250 1.250 Kasschuiven Beheer, Onderhoud en Vervanging 0 39.100 85.800 65.300 27.300 1.400 – 34.924 – 63.276 – 63.476 – 57.370 146 Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet 0 – 24.760 – 25.042 – 34.645 – 15.611 – 11.079 39.960 47.697 29.910 – 2.257 – 2.257 – 1.316 – 400 – 200 Kustwacht: Onderhoud Dornier vliegtuigen 55.000 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 Omzetting kerntaken Basis ICT – 15.500 – 1.625 – 1.375 – 1.250 – 1.250 – 1.250 – 1.250 – 1.250 – 1.250 – 1.250 – 1.250 – 1.250 – 1.250 Overboekingen met Defensie – 6.117 – 4.658 – 1.167 – 292 Prijsbijstelling 2016 6.344 768 650 643 587 535 383 379 396 433 376 378 375 441 Schadevaren 30.000 30.000 Uitvoeringsbesluit Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde 8.160 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020 Verlenging Infrastructuurfonds 451.420 225.710 225.710 Mutaties Miljoenennota 2017 – 950 10.866 54.581 51.591 15.647 41.655 47.988 30.218 – 36.836 – 65.245 – 64.502 – 57.483 – 5.201 225.710 225.710 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv. 425.647 366.969 382.587 326.299 298.791 236.016 289.618 297.966 249.914 191.986 192.714 191.160 225.710 225.710 225.710 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.03 Aanleg 141.226 188.940 234.166 166.912 133.617 231.713 136.194 112.775 141.364 332.332 424.170 452.719 98.065 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 43.120 – 374 – 95 0 0 0 0 0 0 0 0 0 12.686 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 15.03 Aanleg 184.346 188.566 234.071 166.912 133.617 231.713 136.194 112.775 141.364 332.332 424.170 452.719 110.751 0 0 Budgettekort Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde 7.500 7.500 Budgettekort Verruiming Twentekanalen fase 2 10.250 10.250 DBFM-conversie Derde Kolk Beatrixsluis – 218.234 – 11.457 – 38.685 – 44.634 – 60.992 – 62.466 DBFM-conversie Zeetoegang Ijmond – 631.718 – 72.002 0 72.036 – 16.949 6.185 – 154.859 – 187.170 – 278.959 Doorvaart en medegebruik windmolenparken op zee 0 – 100 – 25 – 75 – 75 – 75 – 50 – 50 – 50 – 50 – 50 – 50 650 Eenvoudig Beter 0 – 5.356 – 2.607 – 515 – 302 – 33 8.813 Inpassing minregel rentevrijval 0 – 4.480 – 4.480 – 4.480 – 4.480 – 4.480 – 4.480 – 4.480 – 4.480 17.920 17.920 Inpassing minregels prijsbijstelling 0 – 14.336 – 10.008 – 8.285 – 11.443 – 7.799 – 15.555 – 7.816 – 7.799 – 8.046 – 10.611 – 10.577 – 29.892 142.167 Inpassing ramingsbijstelling Ontwerpbegroting 2016 0 – 7.000 – 7.000 – 7.000 10.500 10.500 Kasschuiven Beheer, Onderhoud en Vervanging 0 – 39.100 – 85.800 – 65.300 – 27.300 – 1.400 34.924 63.276 63.476 57.370 – 146 Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet 0 41.249 9.447 33.056 14.551 5.414 – 39.965 – 47.702 – 29.915 58.144 46.346 22.230 73.502 – 186.357 Kasschuiven n.a.v. ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 23.534 23.534 4.704 9.394 – 4.746 – 8.470 – 47.950 Kasschuiven tussen modaliteiten 0 40.000 – 5.000 150.000 115.000 40.000 – 40.000 – 150.000 – 150.000 Maakbare programmering 0 – 1.636 – 4.272 – 4.593 – 4.038 1.636 4.272 4.593 4.038 Meevaller Zuid-Willemsvaart/Maximakanaal – 23.700 0 – 23.700 Ontwerpbureau – 6.250 – 250 – 500 – 500 – 500 – 500 – 500 – 500 – 500 – 500 – 500 – 500 – 500 – 500 Prijsbijstelling 2016 1.734 49 140 200 – 309 – 66 293 308 287 247 302 300 303 – 320 Ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 – 5.667 – 5.667 – 5.667 – 5.667 – 5.667 – 5.667 – 5.667 – 5.667 – 5.667 – 5.667 – 5.667 62.337 Risicoreservering Maasroute Sluis Limmel – 8.000 – 8.000 Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet 5.278 – 5.249 10.000 527 Schadevaren 0 – 30.000 30.000 Topsector logistiek 2017–2020 2.294 2.294 Uitvoeringsbesluit Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde – 8.160 – 1.020 – 1.020 – 1.020 – 1.020 – 1.020 – 1.020 – 1.020 – 1.020 Uitvoeringsbesluit Nieuwe Sluis Terneuzen 553.055 67.347 89.260 119.982 120.466 59.500 59.500 37.000 0 0 Vrijval reservering BTW Zeetoegang Ijmond – 24.000 – 24.000 Mutaties Miljoenennota 2017 15.351 – 2.205 68.484 118.674 69.886 31.098 – 6.393 – 65.610 – 70.108 – 203.597 – 130.611 – 214.825 – 6.935 28.420 28.420 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.03 Aanleg 199.697 186.361 302.555 285.586 203.503 262.811 129.801 47.165 71.256 128.735 293.559 237.894 103.816 28.420 28.420 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2113 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS 6.184 3.619 7.844 2.262 2.229 2.196 2.164 2.132 2.107 2.077 2.047 2.018 1.989 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 3.554 420 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS 9.738 4.039 7.844 2.262 2.229 2.196 2.164 2.132 2.107 2.077 2.047 2.018 1.989 0 0 DBFM-conversie Derde Kolk Beatrixsluis 204.161 10.108 3.890 3.804 20.882 67.135 12.801 12.623 12.449 12.278 12.268 12.119 11.973 11.831 DBFM-conversie Zeetoegang Ijmond 526.423 32.000 2.855 26.445 188.375 72.921 26.918 26.492 26.074 25.664 25.256 24.860 24.472 24.091 Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet 0 – 6.687 0 2.200 0 4.487 0 0 0 0 0 0 0 0 Prijsbijstelling 2016 1.519 57 120 155 480 286 55 55 54 53 52 51 51 50 Risicoreservering Maasroute Sluis Limmel 8.000 0 0 0 0 8.000 0 0 0 0 0 0 0 0 Verlenging Infrastructuurfonds 75.922 37.961 37.961 Mutaties Miljoenennota 2017 35.478 6.865 32.604 209.737 152.829 39.774 39.170 38.577 37.995 37.576 37.030 36.496 35.972 37.961 37.961 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS 45.216 10.904 40.448 211.999 155.058 41.970 41.334 40.709 40.102 39.653 39.077 38.514 37.961 37.961 37.961 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN 301.578 289.741 283.916 280.932 280.488 282.165 277.024 279.654 282.053 283.981 284.468 284.530 283.119 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 584 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN 300.994 289.741 283.916 280.932 280.488 282.165 277.024 279.654 282.053 283.981 284.468 284.530 283.119 0 0 Loonbijstelling 2016 44.932 3.656 3.537 3.459 3.419 3.413 3.431 3.431 3.431 3.431 3.431 3.431 3.431 3.431 Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 22.507 1.975 1.711 1.711 1.711 1.711 1.711 1.711 1.711 1.711 1.711 1.711 1.711 1.711 Maakbare programmering 0 1.636 4.272 4.593 4.038 – 1.636 – 4.272 – 4.593 – 4.038 Omzetting kerntaken Basis ICT 15.500 1.625 1.375 1.250 1.250 1.250 1.250 1.250 1.250 1.250 1.250 1.250 1.250 Ontwerpbureau 6.250 250 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 500 Prijsbijstelling 2016 7.285 594 574 563 556 555 557 546 551 555 558 559 559 558 Verkoopactiviteiten RVB 7.104 592 592 592 592 592 592 592 592 592 592 592 592 Verlenging Infrastructuurfonds 582.322 291.161 291.161 Mutaties Miljoenennota 2017 6.475 10.175 12.472 12.621 12.059 8.041 8.030 8.035 6.403 3.770 3.450 4.005 8.042 291.161 291.161 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN 307.469 299.916 296.388 293.553 292.547 290.206 285.054 287.689 288.456 287.751 287.918 288.535 291.161 291.161 291.161 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.07 Investe-ringsruimte HVWN – 14.336 – 10.008 – 8.285 – 11.443 – 7.799 – 15.555 – 7.816 – 7.799 47.841 33.478 10.337 29.210 74.524 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 – 12.686 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 15.07 Investeringsruimte HVWN – 14.336 – 10.008 – 8.285 – 11.443 – 7.799 – 15.555 – 7.816 – 7.799 47.841 33.478 10.337 29.210 61.838 0 0 Budgettekort Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde – 7.500 – 7.500 Budgettekort Verruiming Twentekanalen fase 2 – 10.250 – 10.250 DBFM-conversie Zeetoegang Ijmond 57.243 57.243 Doorvaart en medegebruik windmolenparken op zee – 700 – 700 Eenvoudig Beter – 10.400 – 8.813 – 1.587 Inpassing minregels prijsbijstelling 0 14.336 10.008 8.285 11.443 7.799 15.555 7.816 7.799 8.046 10.611 10.577 29.892 – 142.167 Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet 0 – 55.887 – 44.089 – 20.914 – 73.102 193.992 Kasschuiven n.a.v. ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 18.620 – 9.310 – 9.310 Meevaller Zuid-Willemsvaart/Maximakanaal 23.700 23.700 Prijsbijstelling 2016 – 615 – 615 Ramingsbijstelling Infrastructuurfonds – 68.004 – 68.004 Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet – 10.527 – 10.000 – 527 Schadevaren – 30.000 – 30.000 Topsector logistiek 2017–2020 – 2.294 – 2.294 Verlenging Infrastructuurfonds 98.478 49.239 49.239 Vrijval reservering BTW Zeetoegang Ijmond 24.000 24.000 Mutaties Miljoenennota 2017 14.336 10.008 8.285 11.443 7.799 15.555 7.816 7.799 – 47.841 – 33.478 – 10.337 28.033 – 34.558 39.929 38.342 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.07 Investeringsruimte HVWN 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 57.243 27.280 39.929 38.342 Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2016 HVWN 854.411 836.807 854.059 721.783 700.091 703.292 657.608 662.922 768.527 917.511 986.650 1.025.532 697.020 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 HVWN 915.751 836.853 853.964 721.783 700.091 703.292 657.608 662.922 768.527 917.511 986.650 1.025.532 697.020 0 0 Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2017 HVWN 986.457 872.578 1.030.406 1.125.865 958.327 839.431 754.235 681.957 658.156 656.553 821.696 821.774 694.356 631.609 630.022 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.09 Ontvang-sten HVWN 32.620 16.890 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2114 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 8.517 1.000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten HVWN 24.103 17.890 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 DBFM-conversie Zeetoegang Ijmond 48.201 7.461 40.740 Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet 0 12.840 – 13.475 635 Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet – 5.249 – 5.249 Uitvoeringsbesluit Nieuwe Sluis Terneuzen 553.055 67.347 89.260 119.982 120.466 59.500 59.500 37.000 Mutaties Miljoenennota 2017 74.938 75.785 120.617 127.927 100.240 59.500 37.000 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten HVWN 99.041 93.675 120.617 127.927 100.240 59.500 37.000 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2115 Budgettekort Capaciteitsuitbreiding Sluis EefdeOp het project Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde zijn enkele tegenvallers ontstaan door onder andere extra tendervergoeding/vastgoedkosten, inpassingsmaatregelen en organisatiekosten. Dekking is afkomstig uit de investeringsruimte Hoofdvaarwegennet.Budgettekort Verruiming Twentekanalen fase 2Voor het project Verruiming Twentekanalen, fase 2 zijn meer damwanden en zwaardere erosie-beschermende maatregelen nodig. Dekking is afkomstig uit de investeringsruimte Hoofdvaarwegennet.DBFM-conversie Derde Kolk BeatrixsluisIn 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project 3e Kolk Beatrixsluis afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschik-baarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.DBFM-conversie Zeetoegang IjmondIn 2015 is de DBFM-aanbesteding van het project Zeetoegang Ijmond afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschik-baarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.Eenvoudig BeterVoor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). Binnen het Infrastructuurfonds is dit conform de aangepaste verdeelsleutel uit de investeringsruimten van de modaliteiten vrijgemaakt. De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastruc-tuurfonds en worden tranchegewijs naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. Van de reservering van € 185,8 miljoen voor het programma Eenvoudig Beter wordt bij Ontwerpbegroting 2017 € 28,7 miljoen naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. Hierdoor resteert € 157,1 miljoen op artikelonderdeel 18.16 Reservering OmgevingswetInpassing minregel rentevrijvalMet het in 2009 uitgekeerde superdividend van NS (€ 1,4 miljard) is een eeuwig lopende schuld van ProRail afgelost. De rentevrijval die door deze aflossing ontstond binnen het Infrastructuurfonds tot en met 2020 werd daarbij ingezet voor de financiering van spoorambities (Kamerstukken II 2009–2010 28 165, nr. 105). In de begroting 2015 heeft een correctie plaatsgevonden op het Infrastructuurfonds voor de rentevrijval in de periode 2021–2028 (€ 64 miljoen per jaar). Deze verlaging is technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,5 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegprogramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Inpassing minregels prijsbijstellingDe minregels vanaf 2016 op de investeringsruimte Hoofdvaarwegennet, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2116 Inpassing ramingsbijstelling Ontwerpbegroting 2016In de begroting 2016 is vanaf 2026 een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar toegepast. Deze verlaging is toen technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,3 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegprogramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Kasschuiven binnen HoofdvaarwegennetOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk.Kasschuiven naar aanleiding van ramingsbijstelling InfrastructuurfondsOm het effect van de ramingsbijstelling Infrastructuurfonds op de programmering te dempen wordt een kasschuif doorgevoerd van € 661 miljoen van de periode 2026–2028 naar de periode 2022–2025 en een kasschuif van € 266 miljoen van de periode 2029–2030 naar de periode 2022–2026.Kasschuiven tussen modaliteitenOm voor alle modaliteiten tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.Kustwacht: onderhoud Dornier vliegtuigenDit betreft een overboeking van het Deltafonds voor de IenM bijdrage in het jaarlijks onderhoud van de Dornier vliegtuigen van de Kustwacht.Loon- en prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die op artikel 99 Nominaal en onvoorzien van hoofdstuk XII is toegevoegd bij Eerste suppletoire begroting 2016 en die bij deze Ontwerpbegroting 2017 nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Loonruimteakkoord en herstelopslag ABPIn het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor het CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimte-akkoord (€ 9,5 miljoen structureel, waarvan € 4,5 miljoen Infrastructuur-fonds). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel, waarvan € 0,7 miljoen Infrastructuurfonds).Maakbare programmeringOm voor de apparaatsmiddelen RWS tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren van het apparaatsbudget noodzakelijk. Hiermee wordt aangesloten op de planning van projecten en programma’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2117 Meevaller Zuid-Willemsvaart/MaximakanaalBinnen het project Zuid-Willemsvaart/Maximakanaal is sprake van een aanbestedingsmeevaller. Deze wordt toegevoegd aan de investerings-ruimte Hoofdvaarwegennet.Omzetting kerntaken Basis ICTVoor het op orde brengen van de basis ICT worden middelen overgeboekt van Beheer en Onderhoud Wegen (12.02) en Vaarwegen (15.02) naar Netwerkgebonden kosten Wegen (12.06) en Vaarwegen (15.06). De beschikbaarheid van het informatievoorziening-areaal, waaronder het landelijke IV netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Door vergroting van het RWS-areaal zijn de beheerkosten toegenomen. Daarnaast vereist het huidige IV-landschap een inhaalslag op de infra-structuur, rekencentra en middleware als gevolg van beperkte investe-ringen in lifecyclemanagement in afgelopen jaren.OntwerpbureauVanuit de insteek om de creativiteit vanuit de markt te vergroten door middel van innovatieve contracten is in het verleden besloten om het ontwerp als geheel bij de markt te beleggen. Door de oprichting van een eigen ontwerpbureau wordt een deel van dit werk weer in eigen beheer uitgevoerd. Het gaat dan met name om ontwerpen in de weg- en waterbouw (sluizen, bruggen en wegen). De ervaring heeft geleerd dat door alles bij de markt te beleggen de kennispositie van RWS en het kennisbehoud binnen RWS onder druk komen te staan, wat een aantal risico’s tot gevolg heeft.Overboekingen met DefensieDit betreft met name bijdragen aan het Ministerie van Defensie voor de Kustwacht.Ramingsbijstelling InfrastructuurfondsAls gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Risicoreservering Maasroute Sluis LimmelDe risicoreservering binnen het project Maasroute, modernisering fase 2 (15.03) voor de Sluis Limmel wordt overgeboekt naar het DBFM project Sluis Limmel (15.04).Saldo mee- en tegenvallers HoofdvaarwegennetDit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet. Het saldo is verminderd met een ophoging van het studiebudget «externe kosten planuitwerkingen» van € 15,0 miljoen op Art. 15.03.02 (conform afspraken uit begroting 2016 bij de omzetting kerntaken RWS).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2118 SchadevarenDe bedragen die RWS ontvangt van schippers en hun verzekeringsmaat-schappijen voor schades die zij veroorzaken aan (objecten in) de vaarweg zijn niet toereikend om de kosten van deze schades te dekken. De kosten voor schadevaren worden in 2016 gedekt uit de investeringsruimte Hoofdvaarwegennet.Uitvoeringsbesluit Capaciteitsuitbreiding Sluis EefdeAls gevolg van het uitvoeringsbesluit Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde wordt € 8,2 miljoen overgeheveld naar het artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging. Deze middelen worden gedekt uit de reser-vering consequenties areaalgroei op Beheer en Onderhoud (15.03.02).Uitvoeringsbesluit Nieuwe Sluis TerneuzenIn 2015 is het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse gewest voor de aanleg van de Nieuwe Sluis Terneuzen getekend (Kamerstukken II 2014–2015 34 221 nr. A/1) en begin dit jaar is het uitvoeringsbesluit genomen. In het kader hiervan worden diverse bijdragen ontvangen: een bijdrage van Vlaanderen (€ 495 miljoen), een CEF-subsidie (€ 48 miljoen) en bijdragen van de Provincie Zeeland, de gemeente Terneuzen en Zeeland Seaports (gezamenlijk € 10,0 miljoen).Verkoopactiviteiten RVBVanaf 2017 worden de verkoopactiviteiten van het RVB niet meer via de begroting van WenR gefinancierd. De beschikbare budgetten op de begroting van WenR worden hiertoe overgeboekt naar IenM/RWS, Defensie en BZK.Verlenging InfrastructuurfondsVoor een toelichting wordt verwezen naar de begroting op hoofdlijnen.Vrijval reservering BTW Zeetoegang IjmondVanwege de contract close binnen het project Zeetoegang Ijmond valt het BTW-risico vrij waarvoor € 24 miljoen is gereserveerd. Deze middelen worden toegevoegd aan de investeringsruimte Hoofdvaarwegennet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2119 Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.02 Betuwe-route 4.555 2.083 2.083 2.083 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 2.861 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 17.02 Betuweroute 7.416 2.083 2.083 2.083 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 1.381 – 828 – 828 3.037 Onderhoud nazorg Betuweroute – 939 – 313 – 313 – 313 Mutaties Miljoenennota 2017 – 1.381 – 1.141 – 1.141 2.724 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.02 Betuweroute 6.035 942 942 4.807 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.03 HSL 20.183 25.700 23.000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 18.253 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 17.03 HSL 38.436 25.700 23.000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Bijdragen derden Spoorwegen – 31 – 31 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 32.790 15.045 17.745 Onderzoek betonkwaliteit 907 907 Mutaties Miljoenennota 2017 – 31.914 15.045 17.745 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.03 HSL 6.522 40.745 40.745 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.06 PMR 4.604 4.620 4.216 2.669 486 2.879 2.879 2.879 2.884 2.884 2.884 2.884 69.374 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 1.098 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 17.06 PMR 5.702 4.620 4.216 2.669 486 2.879 2.879 2.879 2.884 2.884 2.884 2.884 69.374 0 0 Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet 0 3.038 2.120 24 1.060 1.178 5 5 5 – 7.435 Prijsbijstelling 2016 2.035 166 126 76 67 26 50 50 50 50 50 50 50 1.224 Mutaties Miljoenennota 2017 3.204 2.246 100 1.127 1.204 55 55 55 50 50 50 50 – 6.211 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.06 PMR 8.906 6.866 4.316 3.796 1.690 2.934 2.934 2.934 2.934 2.934 2.934 2.934 63.163 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.07 ERTMS Landelijke invoer 41.338 44.669 57.588 112.588 196.588 216.000 316.000 319.864 249.000 220.000 189.301 159.301 405.437 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 14.108 – 5.441 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 17.07 ERTMS Landelijke invoer 55.446 39.228 57.588 112.588 196.588 216.000 316.000 319.864 249.000 220.000 189.301 159.301 405.437 0 0 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 5.739 5.186 – 9.447 – 10.000 – 45.000 – 35.000 – 45.000 30.000 65.000 50.000 Prijsbijstelling 2016 4.838 49 63 431 4.295 Mutaties Miljoenennota 2017 – 5.739 5.235 – 9.384 – 10.000 – 45.000 – 35.000 – 45.000 30.431 65.000 50.000 0 0 4.295 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.07 ERTMS Landelijke invoer 49.707 44.463 48.204 102.588 151.588 181.000 271.000 350.295 314.000 270.000 189.301 159.301 409.732 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.08 Zuidas-Dok 28.283 88.327 114.027 163.562 190.741 178.023 156.343 135.853 125.374 83.591 64.024 86.241 24.554 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 29.762 0 0 0 0 0 0 0 712 0 0 0 8.214 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok 58.045 88.327 114.027 163.562 190.741 178.023 156.343 135.853 126.086 83.591 64.024 86.241 32.768 0 0 Kasschuiven binnen Hoofdwegennet 0 866 – 337 – 4.901 – 624 – 731 – 681 – 598 – 6.098 – 5.325 – 319 1.823 8.334 8.591 Prijsbijstelling 2016 2.821 113 168 208 312 363 338 297 247 231 158 126 180 80 Voorinvestering ZuidasDok 3.750 3.750 Mutaties Miljoenennota 2017 979 – 169 – 4.693 – 312 – 368 – 343 – 301 – 2.101 – 5.094 – 161 1.949 8.514 8.671 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok 59.024 88.158 109.334 163.250 190.373 177.680 156.042 133.752 120.992 83.430 65.973 94.755 41.439 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2016 Mega VenV 98.963 165.399 200.914 280.902 387.815 396.902 475.222 458.596 377.258 306.475 256.209 248.426 499.365 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 Mega VenV 165.045 159.958 200.914 280.902 387.815 396.902 475.222 458.596 377.970 306.475 256.209 248.426 507.579 0 0 Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2017 Mega VenV 130.194 181.174 203.541 274.441 343.651 361.614 429.976 486.981 437.926 356.364 258.208 256.990 514.334 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.09 Ontvang-sten Mega VenV 40.441 22.119 28.553 60.681 67.487 64.303 39.151 32.617 30.176 20.933 61.048 23.774 6.228 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 1.397 0 0 0 0 0 0 0 712 0 0 0 8.214 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten Mega VenV 41.838 22.119 28.553 60.681 67.487 64.303 39.151 32.617 30.888 20.933 61.048 23.774 14.442 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2120 Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Bijdragen derden Spoorwegen – 31 – 31 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 500 500 Prijsbijstelling 2016 968 77 42 54 116 128 123 75 63 59 40 117 46 28 Mutaties Miljoenennota 2017 – 454 542 54 116 128 123 75 63 59 40 117 46 28 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten Mega VenV 41.384 22.661 28.607 60.797 67.615 64.426 39.226 32.680 30.947 20.973 61.165 23.820 14.470 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2121 Kasschuiven binnen HoofdvaarwegennetOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk.Kasschuiven binnen HoofdwegennetOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk.Kasschuiven binnen SpoorwegenOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk.Loon- en prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die op artikel 99 Nominaal en onvoorzien van hoofdstuk XII is toegevoegd bij Eerste suppletoire begroting 2016 en die bij deze Ontwerpbegroting 2017 nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2122 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.01 Saldo afgesl.rekg. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.01 Saldo afgesl.rekg. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.01 Saldo afgesl.rekg. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.02 Beter Benutten 128.431 127.621 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 66.586 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.02 Beter Benutten 61.845 127.621 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven binnen Hoofdwegennet 0 – 35.000 35.000 Overboeking Beter Benutten – 189.466 – 26.845 – 162.621 Mutaties Miljoenennota 2017 – 61.845 – 127.621 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.03 Intermod-.verv. 3.045 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 2.582 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.03 Intermod.verv. 5.627 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven binnen Spoorwegen 0 – 4.723 4.723 Mutaties Miljoenennota 2017 – 4.723 4.723 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.03 Intermod.verv. 904 4.723 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.04 Geb. aanpak 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 1.908 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.04 Geb. aanpak 1.908 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 RRAAM – 1.908 – 1.908 Mutaties Miljoenennota 2017 – 1.908 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.04 Geb. aanpak 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.06 Ext.veilig-heid 2.005 1.996 1.000 865 763 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 4.159 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.06 Ext.veiligheid 6.164 1.996 1.000 865 763 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven binnen Hoofdwegennet 0 – 2.557 2.557 Prijsbijstelling 2016 51 15 15 8 7 6 Mutaties Miljoenennota 2017 – 2.542 2.572 8 7 6 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.06 Ext.veiligheid 3.622 4.568 1.008 872 769 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.07 Mob.onafh. Kennis/Exp. 42 42 42 36 36 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.07 Mob.onafh. Kennis/Exp. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.07 Mob.onafh. Kennis/Exp. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.08 Netwerk-overst.kosten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverst.kosten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverst.kosten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.11 Investe-ringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2123 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.11 Investeringruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Inpassing minregel rentevrijval – 512.000 – 256.000 – 256.000 Inpassing ramingsbijstelling Ontwerpbegroting 2016 – 300.000 – 150.000 – 150.000 Ramingsbijstelling Infrastructuurfonds – 161.920 – 80.960 – 80.960 Verlenging Infrastructuurfonds 2.518.520 1.259.260 1.259.260 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 772.300 772.300 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.11 Invest.ruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 772.300 772.300 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.13 Tol gefinanc.uitgaven 0 0 0 18.251 18.251 18.252 18.252 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.13 Tol gefinanc.uitgaven 0 0 0 18.251 18.251 18.252 18.252 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 0 0 Overboeking tolontvangsten – 303.758 – 18.251 – 18.251 – 18.252 – 18.252 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 – 18.251 – 18.251 – 18.252 – 18.252 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.13 Tol gefinanc.uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 – 64.000 0 0 Inpassing minregel rentevrijval 512.000 64.000 64.000 64.000 64.000 64.000 64.000 64.000 64.000 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 64.000 64.000 64.000 64.000 64.000 64.000 64.000 64.000 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.15 Ramings-bijstelling en kasschuif – 40.000 40.000 0 0 0 0 0 0 0 0 – 100.000 – 100.000 – 100.000 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif – 40.000 40.000 0 0 0 0 0 0 0 0 – 100.000 – 100.000 – 100.000 0 0 Inpassing ramingsbijstelling Ontwerpbegroting 2016 300.000 100.000 100.000 100.000 Kasschuif Infrastructuurfonds 0 – 100.000 100.000 Kasschuiven n.a.v. ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 – 100.000 0 0 100.000 0 0 0 0 0 100.000 100.000 100.000 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif – 40.000 – 60.000 0 0 100.000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.16 Reserve-ring Omgevingswet 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Eenvoudig Beter 157.051 75.001 40.300 8.600 4.800 0 5.670 22.680 Mutaties Miljoenennota 2017 0 75.001 40.300 8.600 4.800 0 0 0 0 0 0 0 0 5.670 22.680 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet 0 75.001 40.300 8.600 4.800 0 0 0 0 0 0 0 0 5.670 22.680 Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2016 Overige uitg.en ontv. 93.523 169.659 1.042 19.152 19.050 – 45.748 – 45.748 – 25.541 – 25.541 – 25.541 – 125.541 – 125.541 – 125.541 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 Overige uitg.en ontv. 35.544 169.617 1.000 19.116 19.014 – 45.748 – 45.748 – 25.541 – 25.541 – 25.541 – 125.541 – 125.541 – 125.541 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2124 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2017 Overige uitg.en ontv. – 35.474 24.292 41.308 9.472 105.569 0 0 0 0 0 0 0 0 777.970 794.980 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.09 Ontvang-sten 0 0 0 18.251 18.251 18.252 18.252 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten Overige uitg.en ontv. 0 0 0 18.251 18.251 18.252 18.252 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 0 0 Overboeking tolontvangsten – 303.760 – 18.251 – 18.251 – 18.252 – 18.252 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 – 18.251 – 18.251 – 18.252 – 18.252 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 – 38.459 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten Overige uitg.en ontv. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 207.607 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo 207.607 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo 207.607 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal ontvangsten stand ontwerpbegroting 2016 Overige uitg.en ontv. 0 0 0 18.251 18.251 18.252 18.252 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 0 0 Totaal ontvangsten stand eerste suppletoire begroting 2016 Overige uitg.en ontv. 207.607 0 0 18.251 18.251 18.252 18.252 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 38.459 0 0 Totaal ontvangsten stand Miljoenennota 2017 Overige uitg.en ontv. 207.607 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2125 Eenvoudig BeterVoor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). Binnen het Infrastructuurfonds is dit conform de aangepaste verdeelsleutel uit de investeringsruimten van de modaliteiten vrijgemaakt. De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastruc-tuurfonds en worden tranchegewijs naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. Van de reservering van € 185,8 miljoen voor het programma Eenvoudig Beter wordt bij Ontwerpbegroting 2017 € 28,7 miljoen naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. De reservering op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet resteert hiermee € 157,1 miljoen.Inpassing minregel rentevrijvalMet het in 2009 uitgekeerde superdividend van NS (€ 1,4 miljard) is een eeuwig lopende schuld van ProRail afgelost. De rentevrijval die door deze aflossing ontstond binnen het Infrastructuurfonds tot en met 2020 werd daarbij ingezet voor de financiering van spoorambities (Kamerstukken II 2009–2010 28 165, nr. 105). In de begroting 2015 heeft een correctie plaatsgevonden op het Infrastructuurfonds voor de rentevrijval in de periode 2021–2028 (€ 64 miljoen per jaar). Deze verlaging is technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,5 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegprogramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Inpassing ramingsbijstelling Ontwerpbegroting 2016In de begroting 2016 is vanaf 2026 een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar toegepast. Deze verlaging is toen technisch verwerkt via een minregel op artikel 18, met daarbij de afspraak dat bij verlenging van het Infrastructuurfonds deze minregel zal worden ingepast binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Het inpassen van deze minregel legt een beslag op de ruimte in de jaren 2029 en 2030 van € 0,3 miljard en vindt plaats middels een kasschuif via het aanlegprogramma van de modaliteiten (op basis van de aangepaste verdeelsleutel).Kasschuif InfrastructuurfondsDit betreft een kasschuif ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hier niet op aangepast.Kasschuiven binnen HoofdwegennetOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegpro-gramma noodzakelijk.Overboeking Beter BenuttenOp artikelonderdeel 18.02 Beter Benutten waren de middelen voor het vervolgprogramma Beter Benutten gereserveerd. Het vervolgprogramma Beter Benutten, dat loopt van 2015 tot en met 2017, heeft inmiddels meer vorm gekregen en volgens het zwaartepunt principe zijn deze middelen toegewezen aan artikelonderdeel 12.03 Aanleg Hoofdwegennet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2126 Overboeking tolontvangstenIn 2015 is de Tolwet aangenomen in zowel de Tweede als de Eerste Kamer en is op 15 maart 2016 in werking getreden. Daarmee is een basis gelegd voor tolheffing bij twee aanlegprojecten: de Blankenburgverbinding en de ViA15. Met de tolontvangsten worden deze projecten bekostigd. Dit betreft een overboeking van de tolreeksen van artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten naar artikel 12 Hoofdwegennet.Ramingsbijstelling InfrastructuurfondsAls gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Verlenging InfrastructuurfondsVoor een toelichting wordt verwezen naar de begroting op hoofdlijnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2127 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 19.09 5.355.569 5.702.361 5.697.414 5.730.721 5.808.303 5.823.199 5.645.720 5.589.567 5.489.397 5.471.307 5.274.062 5.283.318 5.264.772 0 0 Mutaties voorjaarsnota 2016 – 171.387 – 32.765 – 6.334 – 2.460 – 2.460 22.540 22.540 22.540 22.540 22.540 22.540 22.540 22.540 25.000 25.000 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 19.09 5.184.182 5.669.596 5.691.080 5.728.261 5.805.843 5.845.739 5.668.260 5.612.107 5.511.937 5.493.847 5.296.602 5.305.858 5.287.312 25.000 25.000 BCF: BDU Bleizo – 1.063 – 1.063 BDU/BCF: Amsterdam Fietsenstalling – 23.641 – 23.641 Bedrijfsgeneeskundige dienstverlening 3.778 418 280 280 280 280 280 280 280 280 280 280 280 280 Capaciteitsinzet BOA – 26.136 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 – 2.178 Compensatieregeling 3e Spoor Duitsland – 20.000 – 2.944 – 2.713 – 3.413 – 3.599 – 3.331 – 3.000 – 1.000 DBFM-conversie Derde Kolk Beatrixsluis – 48.636 – 3.649 – 37.095 – 43.130 – 42.410 1.850 9.983 9.805 9.631 9.460 9.450 9.301 9.155 9.013 DBFM-conversie Zeetoegang Ijmond – 119.748 – 40.002 2.855 98.481 163.330 35.826 24.378 23.952 23.534 23.124 – 132.143 – 164.850 – 199.784 21.551 Doorvaart en medegebruik windmolenparken op zee – 700 – 100 – 25 – 75 – 75 – 75 – 50 – 50 – 50 – 50 – 50 – 50 – 50 Eenvoudig Beter 8.451 – 1.519 3.060 1.240 480 – 480 5.670 GF: MIRT Onderzoek A2 knooppunt Deil–s-Hertogenbosch–Vught – 150 – 150 Kasschuif Infrastructuurfonds 0 – 100.000 100.000 Kasschuiven n.a.v. ramingsbijstelling Infrastructuurfonds 0 336.200 336.200 67.200 134.200 – 67.800 – 121.000 – 419.000 – 133.000 – 133.000 Kustwacht: Onderhoud Dornier vliegtuigen 55.000 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 5.500 Loonbijstelling 2016 116.607 9.670 9.252 9.021 8.883 8.861 8.865 8.865 8.865 8.865 8.865 8.865 8.865 8.865 Loonruimteakkoord en herstelopslag ABP 59.520 5.220 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 4.525 Overboekingen met Defensie – 6.110 – 4.651 – 1.167 – 292 Overdracht 2 chauffeurs 1.040 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 PF: Actieplan Groei op het Spoor: P+R locaties – 4.011 – 4.011 PF: Aansluiting Luchthaven Lelystad – 6.671 – 6.671 PF/GF/BCF: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP) – 83.637 – 83.637 Prijsbijstelling 2016 148.838 11.534 12.082 11.227 11.296 11.595 11.388 11.388 11.388 11.388 11.388 11.388 11.388 11.388 Ramingsbijstelling Infrastructuurfonds – 971.520 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 – 80.960 RRAAM – 1.908 – 1.908 Tijdelijke overplaatsing 1 fte – 230 – 115 – 115 Tracebesluit A24 Blankenburgverbinding 1.148 1.148 Verkoopactiviteiten RVB 18.324 1.527 1.527 1.527 1.527 1.527 1.527 1.527 1.527 1.527 1.527 1.527 1.527 Verlenging Infrastructuurfonds 10.471.706 5.235.853 5.235.853 Verzorgingsplaatsen Afsluitdijk – 19.500 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 3.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 500 Mutaties Miljoenennota 2017 – 118.935 – 219.118 4.403 65.625 81.712 – 22.498 312.934 315.342 47.909 – 41.516 – 276.372 – 364.652 – 445.459 5.108.523 5.102.853 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 19.09 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241 5.981.194 5.927.449 5.559.846 5.452.331 5.020.230 4.941.206 4.841.853 5.133.523 5.127.853 Totaal ontvangsten stand ontwerpbegroting 2016 5.355.569 5.702.361 5.697.414 5.730.721 5.808.303 5.823.199 5.645.720 5.589.567 5.489.397 5.471.307 5.274.062 5.283.318 5.264.772 0 0 Totaal ontvangsten stand eerste suppletoire begroting 2016 5.184.182 5.669.596 5.691.080 5.728.261 5.805.843 5.845.739 5.668.260 5.612.107 5.511.937 5.493.847 5.296.602 5.305.858 5.287.312 25.000 25.000 Totaal ontvangsten stand Miljoenennota 2017 5.065.247 5.450.478 5.695.483 5.793.886 5.887.555 5.823.241 5.981.194 5.927.449 5.559.846 5.452.331 5.020.230 4.941.206 4.841.853 5.133.523 5.127.853Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2128 BDU/BCF Amsterdam FietsenstallingDit betreft een overboeking naar de begroting Hoofdstuk XII artikel 25 Brede Doeluitkering en het BTW-compensatiefonds ten behoeve van de ondergrondse fietsenstalling voor Amsterdam Centraal.Capaciteitsinzet BOADit betreft een overboeking naar de begroting Hoofdstuk XII artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid ten behoeve van capaciteitsinzet door RWS in het kader beleidsondersteuning en advies (BOA) op het gebied van Wegen.Compensatieregeling 3e Spoor DuitslandDit betreft een overboeking naar de begroting Hoofdstuk XII artikel 16 Spoor ten behoeve van een tijdelijke subsidieregeling voor bijzondere omleidingskosten voor spoorgoederenvervoer. Deze regeling heeft tot doel de marktpositie van het spoorgoederenvervoer ten opzichte van het meer vervuilende goederenvervoer over de weg te behouden gedurende de periode dat de Betuweroute door de aanleg van het derde spoor in Duitsland tussen Emmerich en Oberhausen verminderd beschikbaar is en spoorwegondernemingen daardoor geconfronteerd worden met extra kosten door omleiding.DBFM-conversie Derde Kolk BeatrixsluisIn 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project Derde Kolk Beatrixsluis afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschik-baarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.DBFM-conversie Zeetoegang IjmondIn 2015 is de DBFM-aanbesteding van het project Zeetoegang Ijmond afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschik-baarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.Eenvoudig BeterVoor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). Binnen het Infrastructuurfonds is dit conform de aangepaste verdeelsleutel uit de investeringsruimten van de modaliteiten vrijgemaakt. De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastruc-tuurfonds en worden tranchegewijs naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. Van de reservering van € 185,8 miljoen voor het programma Eenvoudig Beter wordt bij Ontwerpbegroting 2017 € 28,7 miljoen naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. De reservering op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet resteert hiermee € 157,1 miljoen.Kasschuif InfrastructuurfondsDit betreft een kasschuif ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hier niet op aangepast.Kasschuiven naar aanleiding van ramingsbijstelling InfrastructuurfondsOm het effect van de ramingsbijstelling Infrastructuurfonds op de programmering te dempen wordt een kasschuif doorgevoerd van € 661 miljoen van de periode 2026–2028 naar de periode 2022–2025 en een kasschuif van € 266 miljoen van de periode 2029–2030 naar de periode 2022–2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2129 Kustwacht: onderhoud Dornier vliegtuigenDit betreft een overboeking van het Deltafonds voor de IenM-bijdrage in het jaarlijks onderhoud van de Dornier vliegtuigen voor de Kustwacht.Loon- en prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die op artikel 99 Nominaal en onvoorzien van Hoofdstuk XII is toegevoegd bij Eerste suppletoire begroting 2016 en die bij deze Ontwerpbegroting 2017 nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Loonruimteakkoord en herstelopslag ABPIn het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor het CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimte-akkoord (€ 9,5 miljoen structureel, waarvan € 4,5 miljoen Infrastructuur-fonds). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel, waarvan € 0,7 miljoen Infrastructuurfonds).Overboekingen met DefensieDit betreft met name bijdragen aan het Ministerie van Defensie voor de Kustwacht.Provinciefonds: Aansluiting Luchthaven LelystadDit betreft een overboeking van artikel 12 Hoofdwegennet naar het Provinciefonds van € 6,7 miljoen ten behoeve van de Aansluiting Lelystad Airport. In de realisatieovereenkomst Halve Aansluiting A6 is afgesproken dat het Rijk het projectbudget van € 19,6 miljoen aan de provincie Flevoland betaalt. Vooruitlopend op de betaling van dit projectbudget verstrekt het Rijk een voorschot van € 6,0 miljoen voor noodzakelijke grondverwerving, voorbereidingskosten en andere noodzakelijke verplichtingen. Naast het projectbudget wordt een bedrag van € 0,7 miljoen voor de planstudiekosten voor de Halve Aansluiting vergoed.Provinciefonds/Gemeentefonds/BTW-compensatiefonds: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP)Dit betreft de verwerking van een drietal overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het BTW compensatiefonds van in totaal € 83,6 miljoen:1.Voor een aantal Concrete projecten binnen RSP stort IenM delen van het taakstellend budget in het Provinciefonds (€ 60,9 miljoen);2.Voor het project FlorijnAs, Concreet project binnen het RSP, vervult de gemeente Assen de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort lenM delen van het taakstellend budget in het Gemeentefonds (€ 16,4 miljoen).3.Een overboeking naar het BTW-compensatiefonds als gevolg van de overboekingen naar het Provinciefonds en het Gemeentefonds (€ 6,3 miljoen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2130 Ramingsbijstelling InfrastructuurfondsAls gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotings-omvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Verkoopactiviteiten RVBVanaf 2017 worden de verkoopactiviteiten van het RVB niet meer via de begroting van WenR gefinancierd. De beschikbare budgetten op de begroting van WenR worden hiertoe overgeboekt naar IenM/RWS, Defensie en BZK.Verlenging InfrastructuurfondsVoor een toelichting wordt verwezen naar de begroting op hoofdlijnen.Verzorgingsplaatsen AfsluitdijkVoor het project Afsluitdijk wordt in totaal € 19,5 miljoen naar het Deltafonds artikel 1 Investeren in Waterveiligheid overgeboekt, vanuit het aanlegbudget Hoofdwegennet (€ 7,0 miljoen) en het budget voor Vervangingen en Renovaties Hoofdwegennet (€ 12,5 miljoen). Deze middelen worden ingezet voor het opwaarderen van de buitenruimte en de parkeerplaatsen bij het monument en voor het actualiseren van het wegontwerp A7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2131 BIJLAGE 3 OVERZICHTSCONSTRUCTIE KUSTWACHT NEDERLAND De Kustwacht Nederland nieuwe stijl is sinds 1 januari 2007 actief. De Minister van IenM is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht, wat betekent dat deze medeverantwoor-delijk is voor het opstellen van het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht alsmede de uitvoering daarvan met inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht betrokken ministeries behouden hun eigen wettelijke verant-woordelijkheden. Het integrale beleid en het daarvan afgeleide Gecombi-neerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht waarover de ministerraad beslist, worden zodanig concreet dat elke Minister zich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contract tussen de verschillende departementen en de Kustwacht NL.De overzichtsconstructie is gebaseerd op het «Gecombineerd Jaarplan 2016 voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht» en wordt door IenM gepubliceerd in de rol van coördinerend ministerie. In de overzichtscon-structie wordt een onderscheid gemaakt in de uitgaven van de Kustwacht zelf en de uitgaven die de deelnemende departementen ten behoeve van de Kustwacht verrichten (kosten).Defensie / CSZK / Kustwacht (uitgaven):•Betreft de uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht NL. Defensie is beheerder van het Kustwachtcentrum (KWC). Het KWC is het informa-tiecentrum van de Noordzee, waar het actuele beeld van (scheeps-)activiteiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is.Bijdrage departementen (kosten):Veiligheid en Justitie:•De inzet van Politie helikopters geschiedt op planning of afroep voor luchtwaarneming of spoedeisende zoekvluchten. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van de Nationale Politie.•Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter.•De inzet van de Politie (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.Financiën:•De inzet van de Douane (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handha-vingsdesk en liaison.Defensie:•De inzet van de Koninklijke Marechaussee (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.•De inzet van de Koninklijke Luchtmacht (personeel) bestaande uit; vliegers ten behoeve van de Kustwachtvliegtuigen en inhuur van SAR helikopter in de nachtelijke uren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2132 •De inzet van de Koninklijke Marine (personeel) bestaande uit; Kustwachtcentrum, Maritiem Informatie Knooppunt, de beheerskosten van Defensie en inzet Mijnenbestrijdingsvaartuigen.•Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter, Defensie heeft in 2015 budget overgedragen voor vijf jaar aan IenM, tevens loopt de bijdrage van VWS voor patiëntenvervoer via Defensie.Infrastructuur en Milieu:•Inhuur ETV en Betonningsvaartuigen (Kustwacht deel).•De inzet van in standhouden vaarwegmarkering, betonningsvaartui-gen, inhuur loodsen en onderhoud systemen. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van RWS.•Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter, het contract is in 2015 door IenM voor vijf jaar afgesloten.•De inzet van RWS (personeel) bestaande uit; luchtwaarnemers en liaison.•De inzet van ILT bestaande uit; opstappers voor de schepen en liaison.Economische zaken:•De inzet van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.•De inzet van Staatstoezicht op de Mijnen (personeel) bestaande uit; opstappers en liaison.Overzichtsconstructie Kustwacht (bedragen x € 1.000) Departe-ment Begro-ting Activiteit Doel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 DEFENSIE / Kustwacht (Uitgaven): Defensie / kustwacht X Uitvoering Kustwachtta-ken Centrale coördinatie Kustwachttaken 24.075 22.723 21.720 17.072 17.067 17.062 17.062 Defensie / kustwacht X Salarissen (MP en BP) (vanaf 2016 naar kosten van Defensie) 3.610 Subtotaal eigen uitgaven kustwacht 27.685 22.723 21.720 17.072 17.067 17.062 17.062 BIJDRAGEN DEELNEMENDE DEPARTEMENTEN (Kosten): Veiligheid en Justitie VI Inzet Politie-personeel & helikopter, bijdrage inhuur SAR helikopter Algemene handhaving / wetgeving scheepvaartver-keer / beman-ningcontrole 1.400 2.581 2.581 2.581 2.581 1.881 1.181 Financiën IX Inzet Douane personeel Fraudecontrole 1.531 2.014 2.014 2.014 2.014 2.014 2.014 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2133 Departe-ment Begro-ting Activiteit Doel 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Defensie X Inzet Kmar-personeel voor luchtwaarne-ming, inzet vliegers Dornier, beheerskos-ten, bijdrage inhuur SAR helikopter Uitvoering grensbewaking / luchtsurveillan-ces / beheerskos-ten Defensie 5.663 10.871 10.871 10.871 10.871 9.871 8.871 Infrastruc-tuur en Milieu XII Inzet vaarweg-markering, loodsen, inzet RWS personeel voor luchtwaarne-ming, inhuur SAR helikopter, deel tarief ETV en betonnings-vaartuigen Bijdragen aan veilig vaarwater, handhaving via luchtsurveillance 13.097 13.633 13.633 13.633 13.633 10.263 6.893 Economi-sche zaken XIII Inzet NVWA- en SodM-personeel Visserijcontrole en Staatstoezicht op de Mijnen 1.009 455 455 455 455 455 455 Subtotaal uitgaven bij deelnemende departementen 22.700 29.554 29.554 29.554 29.554 24.484 19.414 Totale uitgaven ten behoeve van de Kustwacht 50.385 52.277 51.274 46.626 46.621 41.546 36.476Realisatie 2015 conform concept Kustwacht Nederland jaarverslag 2015.Begroting 2016–2021 conform Gecombineerd Jaarplan 2016, voor de uitvoeringstaken door de Kustwacht.Medio 2015 is het contract voor de inhuur van de SAR helikopter door IenM afgesloten, de realisatie in 2015 staat op de regel van IenM. Defensie en VenJ dragen een deel bij door budgetoverheveling en VWS betaalt voor patiëntenvervoer via Defensie aan IenM. Dit is terug te vinden in de tekst van het jaarverslag Kustwacht Nederland 2015.De inhuur van de SAR helikopter door IenM loopt tot medio 2020, daarom gaan bij VenJ, Defensie en IenM de bedragen omlaag vanaf 2020.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2134 BIJLAGE 4 INSTANDHOUDING In deze bijlage wordt, in vervolg op eerdere bijlagen met betrekking tot het beheer en onderhoud en vervanging, een toelichting gegeven op de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van IenM vallen. Dit betreft het Hoofdwatersysteem, het Hoofdwegennet, het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdspoorwegnet.Allereerst wordt de instandhoudingsfilosofie nader toegelicht. Vervolgens is een overzicht van beschikbare middelen tot en met 2030 opgenomen waarna verder wordt ingegaan op de wijze waarop met Beheer en Onderhoud wordt omgegaan in relatie tot DBFM contracten.1. In stand houden Rijksinfrastructuur De Nederlandse infrastructuurnetwerken behoren tot de beste én meest intensief gebruikte netwerken ter wereld. Een goede instandhouding van deze netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid en de bereik-baarheid van Nederland. Om dit zo te houden borgen IenM en de uitvoeringsorganisaties RWS en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus.Scope instandhoudingOnder instandhouding vallen alle activiteiten op het vlak van beheer en onderhoud en vervanging en renovatie van de bestaande infrastructuur. Bij Spoor wordt hiervoor de afkorting BOV gehanteerd. Bij de RWS netwerken wordt onderscheid gemaakt tussen respectievelijk Beheer en Onderhoud (BenO) en Vervanging en Renovatie (VenR). Tot het domein van het beheer behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding en capaciteitsmanagement, verkeersma-nagement en watermanagement. Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren. Vervanging is het begin van een nieuwe levenscyclus van een nieuw object, terwijl renovatie zich erop richt de levensduur van het bestaande object te verlengen. Het gaat expliciet niet om activiteiten die gericht zijn op aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infra-structuur.Aanpak instandhoudingBij de instandhouding van de netwerken hanteer ik een aantal uitgangs-punten, waarover ik naar aanleiding van een verzoek uit de Kamer van gedachten heb gewisseld met een lid van het College van de Algemene Rekenkamer. Dit heeft mij gebracht tot de navolgende nadere uitwerking van de instandhoudingsfilosofie.Uitgangspunt 1: Een goede instandhouding moet worden geborgd over de gehele levenscyclus van infrastructuurEen goede instandhouding van het hoofd(vaar)wegennet, het hoofdwater-systeem en het hoofdspoorwegennet is een randvoorwaarde voor de veiligheid en de bereikbaarheid van Nederland. Omwille van deze veiligheid en bereikbaarheid moet de instandhouding van de netwerken systematisch over de gehele levenscyclus worden geborgd.Uitgangspunt 2: Prestaties en optimalisatie kosten/hinder staan centraalBij de instandhouding van de netwerken staan de prestaties die deze netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van onderhoud centraal. Het zijn immers de prestaties, zoals de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2135 duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur die de gebruikers zelf direct ervaren. Over deze te leveren prestaties maakt IenM afspraken met ProRail en maken de beleidsdirecties afspraken met RWS. De afspraken vormen de basis van het onderhoud dat door deze organisaties wordt uitgevoerd.De prestatieafspraken met ProRail zijn opgenomen in de 10-jarige beheerconcessie en de jaarlijkse beheerplannen. Met RWS wordt een Service Level Agreement (SLA) met een looptijd van 4 jaar afgesproken. In 2016 is de lopende SLA met een jaar verlengd tot en met 2017. Deze verlenging wordt benut om te werken aan de verdere versterking van de prestatiesturing.De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. De indicatoren leggen de verbinding tussen de sturing van en verantwoording over de gewenste prestaties.Met de uitvoeringsorganisaties worden afspraken gemaakt over de gewenste prestaties en hiervoor worden de benodigde middelen beschikbaar gesteld. De uitvoeringsorganisaties RWS en ProRail zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de daarbij horende onderhouds-regimes.Daarop aanvullend wordt bij RWS voor vervangingsopgaven project-sturing toegepast. Ook hierbij staan prestaties van het netwerk en optimalisatie centraal. De projectsturing van vervangingsopgaven verloopt op basis van opdrachten van tranches van projecten. Deze projecten worden in een doorlopende cyclus van lange termijn prognoses en inspecties vastgesteld.Prestaties RWS Prestatiegebied Prestatie-indicator Streefwaarde Hoofdwegennet Beschikbaarheid Technische beschikbaarheid van de weg 90% Beschikbaarheid Files a.g.v. werken aan de weg 10% Veiligheid Voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en gladheidbestrijding 98% Informatievoor-ziening Beschikbaarheid data voor derden 89% Actualiteit data voor derden 95% Hoofdvaarwegennet Beschikbaarheid Geplande stremmingen 0,8% Beschikbaarheid Technische beschikbaarheid van de vaarweg 99% Betrouwbaarheid Ongeplande stremmingen van de vaarweg 0,2% Veiligheid Vaarwegmarkering op orde 95% Informatievoor-ziening Melding stremmingen 97% Hoofdwatersysteem Beschikbaarheid Beschikbaarheid stormvloedkeringen 100% Beschikbaarheid Beschikbaarheid: streefpeilen 90% Betrouwbaarheid Handhaving kustlijn 90% Betrouwbaarheid Betrouwbaarheid: informatievoorziening 95% Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2136 Prestaties ProRail Bodem-waarde Streefwaarde Prestatie-indicator 2015 2016 2019 Klantoordeel reizigers-vervoerders 6 6,7 7 Klantoordeel goederen-vervoerders 6 6 7 Reizigerspunctualiteit <5 min HRN (gezamenlijk met NS) 90,0% 91,0% 92,3% Aandachtstrajecten (gezamenlijk met NS) 93,7% 95,0% 95,6% Punctualiteit <3 min HSL-producten 80,0% 80,5% 82,0% Punctualiteit <3 reizigers-verkeer totaal 87,0% 88,0% 90,0% Punctualiteit regionale series <3 min 92,4% 92,9% 93,4% Punctualiteit goederenverkeer 80,0% 80,5% 82,0% Geleverde treinpaden 97,5% 97,6% 98,2% Aantal beïnvloedbare TAO’s (Techniek en Processen) 5.000 4.550 4.100Bron: Beheerplan ProRail 2016 Risico- en prestatiesturing met asset managementDe prestaties en kostenoptimalisaties zoals die worden afgesproken krijgen vorm door een systeem van risico- en prestatiegestuurd beheer en onderhoud van het areaal: het asset management. Asset management is de aanpak waarmee een koppeling kan worden gelegd tussen wat de uitvoeringsorganisaties doen, welke prestaties dat oplevert en wat dat nu en in de toekomst kost. In de aanpak wordt de planning van de uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden geoptimaliseerd in een afweging tussen de netwerkprestatie en de kosten over de levenscyclus van het areaal. Door zowel de kosten als de prestaties in kaart te brengen, wordt inzicht verkregen in het functioneren van de infrastructuur en is sturen op basis van prestatie en kosteneffectiviteit mogelijk. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen de directe kosten van de verschillende manieren en momenten van onderhoud en de (maatschappelijke gevolgen door) invloed op de netwerkprestatie.Flexibele onderhoudsplanningVoor de verschillende onderdelen van het areaal is een flexibele onder-houdsplanning beschikbaar. De keuze van het juiste moment van ingrijpen bij het verrichten van onderhoud aan of het vervangen of renoveren van infrastructuur wordt bepaald aan de hand van:1.Het onderhoud dat volgens het vigerend beheerconcept noodzakelijk is voor de te leveren prestaties van het netwerk.2.Resultaten uit het inspectieprogramma van de assets.3.De mogelijkheid voor het bundelen van werkzaamheden om hinder te beperken en/of kosten te besparen.Ad 1. Het onderhoud dat volgens het vigerend beheerconcept noodza-kelijk is voor de te leveren prestaties van het netwerk.Op basis van de beleidsdoelen bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid worden de prestatieniveaus van de netwerken bepaald en de (functie) eisen aan het areaal toegekend. Hierbij valt te denken aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2137 functies die de onderdelen van het areaal moeten vervullen en de manier waarop deze functies bijdragen aan de prestaties op netwerkniveau. Ieder onderdeel van het areaal heeft een hierbij aansluitend onderhoudsplan waarin rekening wordt gehouden met de risico’s voor de prestatie bij het gehanteerde onderhoudsscenario. Dit geheel resulteert in het vigerend beheerconcept. Uit het onderhoudsplan volgt een voorzien moment voor het onderhoud.RWS en ProRail zorgen dat netwerken voldoen aan de prestatieafspraken die IenM met hen maakt (SLA en beheerconcessie). Vanzelfsprekend is het mogelijk om de prestatie- afspraken en/of andere randvoorwaarden aan te passen indien daar aanleiding toe bestaat. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan indien kosten en budget met elkaar in evenwicht moeten worden gebracht.Ad 2. Resultaten uit het inspectieprogramma van de assets.De beheerders van de netwerken hebben een actueel inzicht in (de staat van) het bestaande areaal en de onderhoudsbehoefte daarvan. De daarvoor noodzakelijke informatie wordt actueel gehouden op basis van informatie uit (een programma van) risicogestuurde inspecties waarmee de werkelijke staat van objecten wordt bijgehouden.Ad 3. De mogelijkheid voor het bundelen van werkzaamheden om hinder te beperken en/of kosten te besparenBehalve de staat van de objecten wordt bij het plannen van de uitvoering van werkzaamheden ook rekening gehouden met de mogelijkheden om activiteiten te bundelen om daarmee kosten te besparen en/of hinder voor gebruikers te beperken.Uitgesteld en achterstallig onderhoudDe hierboven geschetste aanpak leidt er toe dat de planning van onder-houdswerkzaamheden flexibel van aard is. Dit betekent dat met het oog op de efficiëntie, onderhoud eerder of later kan worden uitgevoerd dan volgt uit het vigerende beheerconcept. Er is dan sprake van vervroegd of uitgesteld onderhoud.Voor uitgesteld onderhoud wordt de volgende definitie gehanteerd:«Er is sprake van uitgesteld onderhoud (of vervanging5 ) als de assets wel blijven voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieaf-spraken6 terwijl bewust wordt afgeweken van het vigerend beheerconcept waarbij de keuze voor het moment van onderhoud of vervanging wordt bepaald op basis van feitelijke technische conditie en planoptimalisatie of prestatieafspraken.»Met uitstel en vervroegen van onderhoud wordt beoogd om efficiënter en met minder hinder te werken.Uitgesteld onderhoud wordt onderscheiden van «achterstallig onderhoud». Voor achterstallig onderhoud wordt de volgende definitie gehanteerd:5Vervanging valt bij ProRail onder de definitie. Bij RWS is dit niet het geval zie voor toelichting Kamerstuk 2015–2016, 34 300 A nr. 2 (pagina 133).6Er zijn situaties denkbaar waarbij assets niet (langer) voldoen aan de prestatieafspraken, zonder dat dit verband houdt met de onderhoudsconditie (bijvoorbeeld bij een tweetal stormvloedke-ringen). In dergelijke situaties is geen sprake van uitgesteld (of achterstallig) onderhoud.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2138 «Er is sprake van achterstallig onderhoud (of vervanging7) als de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen8 en/of prestatieaf-spraken9.»Achterstallig onderhoud wordt direct aangepakt indien dit noodzakelijk is voor het veilig functioneren van de netwerken.In de verantwoording 2016 zal voor de eerste keer gerapporteerd worden over het volume aan uitgesteld en eventueel achterstallig onderhoud aan het einde van 2016.Ontwikkelingen in het areaalBovenstaande aanpak wordt toegepast bij het beheer en onderhoud van bestaande infrastructuur. Bovendien krijgt instandhouding bij de aanleg van nieuwe infrastructuur reeds aandacht door bij de besluitvorming de onderhoudskosten over de hele levenscyclus in beeld te brengen (Life Cycle Costing, LCC). Op deze wijze worden niet alleen de kosten voor aanleg, maar ook de kosten voor toekomstig onderhoud bij de besluit-vorming betrokken. Indien een beslissing tot de nieuwe aanleg tot hogere onderhoudskosten leidt, worden bij de startbeslissing van de verkenning, naast de investeringskosten, ook deze meerkosten voor het onderhoud op de begroting van de fondsen gereserveerd. Wanneer de realisatie van het aanlegproject aanvangt worden deze gereserveerde middelen toegevoegd aan het Beheer en Onderhoudsbudget.Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij RWS en ProRail per verantwoording 2015. Areaal Hoofdwatersysteem Eenheid Kustlijn km 293 Stormvloedkeringen aantal 5 Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.: – Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen km 236 – Niet primaire waterkeringen/duinen km 595 – Uiterwaarden in beheer Rijk ha 3.772 Binnenwateren km2 3.048 Spui-, uitwateringssluiskolken stuks 92 Gemaal stuks 17 Kunstwerken t.b.v. natuur stuks 16 Stuwcomplex stuks 10 Hoogwaterkering stuks 3 Waterreguleringswerken stuks 85 Sifons / duikers / hevel stuks 236 Areaal Hoofdwegen Eenheid Rijbaanlengte Hoofdrijbaan km 5.800 Verbindingswegen en op- en afritten km 1.616 Areaal asfalt Hoofdrijbaan km2 76 Verbindingswegen en op- en afritten km2 13 Groen areaal km2 199 7Vervanging valt bij ProRail onder de definitie. Bij RWS is dit niet het geval zie voor toelichting Kamerstuk 2015–2016, 34 300 A nr. 2 (pagina 133)8Het gaat hierbij om onderhoudsgerelateerde situaties.9Er zijn situaties denkbaar waarbij assets niet (langer) voldoen aan de prestatieafspraken, zonder dat dit verband houdt met de onderhoudsconditie (bijvoorbeeld bij een tweetal stormvloedke-ringen). In dergelijke situaties is geen sprake van uitgesteld (of achterstallig) onderhoud.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2139 Areaal Hoofdwegen Eenheid Verkeerssignalering op rijbanen km 2.675 Verkeerscentrales stuks 6 Spits- en plusstroken km 338 Viaduct over RW stuks 1.006 Viaduct in RW stuks 1.856 Brug vast stuks 726 Brug Beweegbaar stuks 54 Tunnel stuks 25 Aquaduct stuks 15 Areaal Hoofdvaarwegen Eenheid Vaarwegen: km 7.004 waarvan binnenvaart km 3.460 waarvan zeevaart km 3.544 Schutsluiskolken stuks 129 Bruggen beweegbaar stuks 116 Bruggen vast stuks 207 Afmeervoorziening stuks 9.364Bron: RWS NIS Areaal ProRail Eenheid Netlengte in exploitatie Totaal km 3.058 Waarvan enkelsporig km 950 Waarvan meersporig km 2.108 Netlengte geëlektrificeerd km 2.167 Totale spoorlengte km 7.021 Wissels stuks 7.071 Overwegen Totaal stuks 2.589 Waarvan beveiligd stuks 1.598 Seinen stuks 12.036 Stations stuks 404 Bruggen (beweegbaar) stuks 56 Tunnels stuks 15 2. Budgettaire aspecten Onderstaand zijn integraal en per netwerk de budgetten tot en met 2030 gepresenteerd. Hiermee zijn de beschikbare budgetten voor Instand-houding in een overzicht samengebracht. In de tabel is te zien dat tot en met 2030 circa € 33 miljard beschikbaar is voor de Instandhouding van de netwerken. Het overzicht is uitgesplitst naar de budgetten voor het verkeers- en watermanagement, het beheer en onderhoud10 en vervanging en renovatie.10Hierbij zijn ook de nog niet aan de uitvoeringsorganisaties toegewezen gereserveerde middelen voor BOV opgenomen. Dit zijn onder andere middelen voor nieuwe aanlegprojecten waarbij gelijktijdig bij de investeringsbeslissing een reservering voor BenO (RWS) tot en met 2028 is getroffen. Voor spoorwegen is deze reservering nog binnen de aanlegprojecten PHS en OV SAAL opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2140 Totaaloverzicht beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, spoor, vaarwegen en water (in € * 1.000)11 1. Budgetten verkeers-/watermanagement en Beheer en Onderhoud12 Artikelonderdeel 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 Hoofdwegen IF 12.01 Verkeersmanagement 10.302 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 3.632 3.631 3.630 3.628 3.628 3.628 3.636 3.636 3.636 61.175 IF 12.06.02 Verkeersmanagement Landelijke Taken 16.983 16.982 16.982 16.983 16.982 17.030 17.006 16.993 16.980 16.955 16.956 16.953 17.031 17.031 17.031 254.877 IF 12.02.01 Beheer en Onderhoud 512.664 524.863 506.803 513.178 499.353 442.615 442.531 454.441 458.601 458.516 456.059 449.802 448.630 448.630 448.630 7.065.316 IF 12.06.02 Beheer en Onderhoud Landelijke Taken 16.361 15.814 15.466 15.473 15.471 15.582 15.578 15.575 15.572 15.567 15.567 15.567 15.582 15.582 15.582 234.336 Totaal verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdwegen 556.310 561.297 542.888 549.272 535.443 478.862 478.747 490.640 494.783 494.665 492.209 485.949 484.879 484.879 484.879 7.615.703 Spoorwegen IF 13.02 Beheer en onderhoud (incl. verkeersmanagement)1 451.259 472.585 430.704 412.519 400.599 412.502 403.988 404.611 405.881 404.639 400.007 408.977 414.534 414.534 414.534 6.251.873 Totaal Beheer en Onderhoud Spoorwegen 451.259 472.585 430.704 412.519 400.599 412.502 403.988 404.611 405.881 404.639 400.007 408.977 414.534 414.534 414.534 6.251.873 Hoofdvaarwegen IF 15.01 Verkeersmanagement 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 126.420 IF 15.06.02 Verkeersmanagement Landelijke Taken 4.929 4.929 4.929 4.929 4.929 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 74.041 IF 15.02.01 Beheer en Onderhoud 312.611 277.635 277.821 290.874 262.896 192.410 193.221 192.422 191.335 191.280 192.225 190.823 225.710 225.710 225.710 3.442.683 IF 15.06.02 Beheer en Onderhoud Landelijke Taken 4.993 4.755 4.735 4.746 4.738 4.959 4.954 4.923 4.944 4.940 4.940 4.936 4.941 4.941 4.941 73.386 Totaal verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegen 330.961 295.747 295.913 308.977 280.991 210.737 211.543 210.714 209.647 209.587 210.533 209.126 244.018 244.018 244.018 3.716.530 Watersystemen DF 3.01.01 Watermanagement 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 7.002 7.002 7.027 7.027 7.027 7.225 6.829 6.829 6.829 104.908 DF 5.02.01 Watermanagement Landelijke Taken 3.900 3.902 3.902 3.902 3.902 3.913 3.913 3.913 3.888 3.888 3.888 3.997 3.779 3.779 3.779 58.246 DF 3.02.01 Beheer en Onderhoud Waterveilig-heid 145.083 109.178 110.722 104.087 77.346 96.614 99.663 132.536 107.489 139.761 103.479 105.841 99.956 99.956 99.956 1.631.665 DF 3.02.02 Beheer en Onderhoud Zoetwater-voorziening 20.900 11.636 17.442 17.449 17.442 17.443 17.332 17.554 17.443 17.443 17.443 17.934 16.953 16.953 16.953 258.324 DF 5.02.01 Beheer en Onderhoud Landelijke Taken Waterveiligheid 8.680 6.833 6.833 6.833 6.833 6.845 6.845 6.845 6.845 6.845 6.845 7.040 6.654 6.654 6.654 104.087 DF 5.02.01 Beheer en Onderhoud Landelijke Taken Zoetwatervoorziening 2.140 2.314 2.314 2.314 2.314 2.321 2.321 2.321 2.321 2.321 2.321 2.387 2.255 2.255 2.255 34.470 Totaal Watermanagement en Beheer en Onderhoud Watersystemen 187.750 140.894 148.243 141.587 114.839 134.138 137.076 170.171 145.013 177.285 141.003 144.424 136.426 136.426 136.426 2.191.700 Totaal verkeers-/watermanagement, beheer en onder-houd 1.526.280 1.470.523 1.417.748 1.412.355 1.331.872 1.236.238 1.231.353 1.276.135 1.255.323 1.286.177 1.243.752 1.248.476 1.279.857 1.279.857 1.279.857 19.775.8061 De aanleg en operationele activiteiten van verkeersmanagement zijn bij Spoorwegen opgenomen onder «Beheer en Onderhoud» vanwege het feit dat ProRail dit niet apart inzichtelijk maakt.11De middelen die vrijkomen door de verlenging van de fondsen worden bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die zijn benodigd voor de instandhouding van het huidige areaal. In de ontwerpbegroting 2017 is de omvang hiervan technisch bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. Op basis van dit uitgangspunt is voor de jaren 2029 en 2030 samen € 6,7 miljard benodigd. Het komend jaar zal de onderbouwing van deze budgetten nader worden bezien, hierbij worden ook de consequenties van areaalgroei als gevolg van het huidig aanlegprogramma betrokken. Dit kan resulteren in mutaties op de gealloceerde budgetten.12Exclusief apparaatkosten en bijdragen derden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2141 2. Vervangingen en renovaties Vervanging1 Artikel 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 IF 12.02.04 Wegen 107.249 84.301 125.189 103.803 38.248 11.681 378.260 342.278 342.351 342.737 317.388 296.225 286.982 286.982 286.982 3.350.656 IF 13.02 Spoorwegen 416.183 459.798 491.331 474.795 507.799 495.953 495.860 498.067 477.757 517.706 517.706 578.299 453.087 453.087 453.087 7.290.515 IF 15.02.04 Vaarwegen 113.036 99.334 94.766 35.425 35.895 43.606 96.397 105.544 58.579 706 489 337 0 0 0 684.114 DF 3.02.03 Watersysteem 40.275 41.621 28.750 31.382 10.638 8.481 71.779 60.090 99.625 114.639 96.347 109.111 106.299 106.299 106.299 1.031.635 Totaal vervangingen en renovaties 676.743 685.054 740.036 645.405 592.580 559.721 1.042.296 1.005.979 978.312 975.788 931.930 983.972 846.369 846.369 846.369 12.356.921 Totaal Beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, spoor, vaarwegen en water 2.203.023 2.155.576 2.157.784 2.057.760 1.924.452 1.795.959 2.273.649 2.282.114 2.233.635 2.261.965 2.175.682 2.232.449 2.126.226 2.126.226 2.126.226 32.132.7271 De definitie van vervanging en renovatie verschilt per beheerder (RWS en ProRail). De budgetten zijn om die reden per modaliteit niet één-op-één te vergelijken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2142 3. Gereserveerde budgetten BenO Artikelonderdeel 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 Hoofdwegen IF 12.03.02 Reserveringen binnen verkennin-gen en planuitwerkingen (m.n.LCC) 146 13.919 13.919 13.919 13.988 2.479 2.479 9.249 28.109 35.439 40.457 40.530 52.242 266.874 IF 12.07.01 Reservering consequenties areaalgroei op BenO 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 269.652 269.652 Totaal reserveringen hoofdwegen 146 13.919 13.919 13.919 13.988 2.479 2.479 9.249 28.109 35.439 40.457 40.530 321.894 536.526 Spoorwegen IF 13.08 Reserveringen binnen IR (risico’s BOV) 29.330 29.330 28.330 27.330 52.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.370 400.000 Totaal reserveringen spoorwegen 0 29.330 29.330 28.330 27.330 52.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.370 400.000 Hoofdvaarwegen IF 15.03.02 Reservering consequenties areaalgroei op BenO 2.600 12.980 12.980 12.980 12.980 9.980 35.195 39.962 10.519 150.175 Totaal reserveringen hoofdvaarwegen 0 0 0 0 2.600 12.980 12.980 12.980 12.980 9.980 35.195 39.962 10.519 150.175 Watersystemen DF 1.02.01 Reservering areaalgroei 5.095 8.834 13.929 Totaal reserveringen watersystemen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5.095 8.834 13.929 Totaal reserveringen 146 43.249 43.249 42.249 43.918 67.789 48.789 55.559 74.419 78.749 108.982 118.916 374.617 0 0 1.100.630 Totaal Beheer, onderhoud, vervanging wegen, spoor, vaarwegen en water, incl. reserveringen 2.203.169 2.198.825 2.201.033 2.100.009 1.968.370 1.863.749 2.322.439 2.337.672 2.308.054 2.340.713 2.284.663 2.351.365 2.500.842 2.126.226 2.126.226 33.233.357Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2143 Door verschillen in aansturing en organisatie tussen ProRail en RWS is een vergelijking tussen de budgetten voor BOV van Spoor met de RWS-netwerken (Wegen, Vaarwegen en Water) niet altijd te maken:•De budgetten Verkeersmanagement zijn bij ProRail onderdeel van de reguliere BOV-budgetten.•De apparaatskosten van ProRail (exclusief de apparaatskosten van aanlegprojecten) maken deel uit van de BOV reeksen. Voor een goede vergelijking met de cijfers van RWS zijn ze in de tabel niet meegeno-men. Hierdoor wijken de bedragen af van die in artikel 13 van de begroting van het Infrastructuurfonds.Ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2016 heeft een aantal mutaties plaatsgevonden bij ontwerpbegroting 2017. Deze worden nader toegelicht in de verdiepingsbijlagen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.Budgetbehoefte en beschikbaar budgetDe uitvoeringsorganisaties brengen periodiek het benodigde langjarige bedrag voor Instandhouding voor huidig prestatieniveau in beeld. Dit doen zij aan de hand van de hierboven beschreven flexibele en risico- en prestatiegestuurde onderhoudsplanning (assetmanagement). Na herijking van de lange termijn ramingen wordt met de uitvoeringsorganisatie in overleg gegaan. Daarbij wordt kritisch gekeken of aanvullend budget echt nodig is. Een beperkt negatief verschil tussen het benodigde en beschikbare budget voor de korte termijn13 is een gezonde prikkel voor het uitdagen van de uitvoeringsorganisaties tot innovatie en doelma-tigheid. Voor de begroting 2018 wordt onderzocht of er een betekenisvolle maat voor de omvang van een beheersbare prikkel kan worden uitge-werkt. Mocht blijken dat de prognose van het benodigde langjarige bedrag voor beheer en onderhoud hoger ligt dan het beschikbare budget, zal aan de uitvoeringsorganisatie gevraagd worden om maatregelen inzichtelijk te maken zoals versobering of aanpassing van de prestatie-doelen. Op basis hiervan kan, wanneer dit noodzakelijk blijkt, overgegaan worden tot het treffen van maatregelen of aanpassing van het budget om te voorkomen dat achterstanden ontstaan. Wanneer na deze gesprekken sprake is van een onderbouwd verschil tussen raming en budget (potentieel tekort), zal ik dit opnemen in de begroting. Bij het treffen van maatregelen bestaat, afhankelijk van het type maatregel, de kans dat deze niet, of niet op het juiste moment, tot het gewenste effect leiden of dat sprake is van additionele risico’s die de problematiek zouden kunnen vergroten. Het mogelijk effect hiervan wordt beoordeeld en indien hiertoe aanleiding bestaat worden aanvullende maatregelen of een risicoreser-vering getroffen.Voor het Hoofdspoorwegnet is vorig jaar reeds geconstateerd dat er sprake is van een onderbouwde budgetbehoefte die € 475 miljoen hoger is dan het beschikbare budget. Over de wijze waarop dit verschil, bij het Hoofdspoorwegnet kan worden opgelost is de Tweede Kamer geïnfor-meerd bij brief van 16 juni 2016 (Kamerstuk 29 984, 2015–2016, nr. 669). RWS brengt op basis van de theoretische referentie het benodigde langjarige bedrag voor Instandhouding bij gelijkblijvend prestatieniveau in beeld. Hierover worden de komende tijd gesprekken gevoerd gelijktijdig met de nieuwe prestatieafspraken (SLA). Deze afspraken zullen in de ontwerpbegroting 2018 worden meegenomen.Over het algemeen geldt bij lange termijn ramingen voor Beheer en Onderhoud dat de prognose voor de budgetbehoefte voor het 132 tot 4 jaar na het begrotingsjaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2144 afgesproken prestatieniveau verder in de toekomst meer onzekerheden kent, met name omdat de resultaten van inspecties (feitelijke toestand) alleen zeggingskracht hebben op de korte termijn.DoelmatigheidTot slot onderzoekt IenM, in lijn met de aanbeveling van de Rekenkamer, de mogelijkheid indicatoren te ontwikkelen om de doelmatigheid van onderhoud van de door RWS beheerde netwerken inzichtelijk te maken en wordt bezien op welke wijze ProRail hierbij kan aansluiten.2a. Versobering en efficiency Hoofdwegen, Hoofdvaarwegen en Hoofdwatersysteem In bijlage 4.2 van de Infrastructuurbegroting 2012 heb ik u geïnformeerd over de toen niet gedekte onderhoudsproblematiek tot en met 2020 en over de mix van maatregelen om deze problematiek te beheersen.Een van de maatregelen betreft een pakket aan efficiencymaatregelen en versoberingen van het onderhoudsniveau. De afspraken over deze te realiseren maatregelen zijn opgenomen in het Programma Versobering en Efficiency. De versoberingen en efficiencymaatregelen zijn stapsgewijs geïmplementeerd, omdat dit de mogelijkheid bood om binnen het afgesproken budgettaire kader door een verstandige mix van maatregelen passend bij de lokale situatie optimalisaties aan te brengen. Hierdoor konden en kunnen eventuele negatieve gevolgen voor doorstroming en veiligheid worden beperkt.In bijlage 5 van de Infrastructuurbegroting 2013 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingmaatregelen van € 1,64 miljard naar netwerk gepresenteerd. Hiervan is tot en met 2015 reeds € 709 miljoen gerealiseerd. In die bijlage is tevens een eerste inschatting opgenomen van effecten op veiligheid en doorstroming.In bijlage 4 van de Infrastructuurbegroting 2015 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingsmaatregelen a € 1,64 miljard naar netwerk uitgesplitst en de prognose bijgesteld. In deze bijlage is de verwachte bandbreedte op basis van de verdere uitwerking en implemen-tatie van de maatregelen in beeld gebracht. Wanneer het totaalpakket aan maatregelen bij de onderkant van de bandbreedte dreigt uit te komen, zal worden bijgestuurd door nieuwe maatregelen te treffen. Op basis van het huidige beeld is de inschatting dat het realiseren van het totale pakket van € 1,64 miljard aan versobering- en efficiencymaatregelen mogelijk is. Naar aanleiding van de prognose in de ontwerpbegroting 2018 zal ik besluiten of aanvullende nieuwe maatregelen nodig zijn. Netwerk Maatregel InitiëleBedrag in mln. t/m 2020 Prognose reali-satie bedragen in mln. t/m 2020 HWN Verminderen communicatie bij onderhoud 30 30 HWN Versoberen bermbeheer 40 35 HWN Onderhoud kunstwerken uiterste jaar 50 45–50 HWN Versoberen verlichting 35 30–35 HWN Verruimen werkvensters en op delen van het netwerk overdag werken met minder flanke-rende maatregelen. 75 75–80 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2145 Netwerk Maatregel InitiëleBedrag in mln. t/m 2020 Prognose reali-satie bedragen in mln. t/m 2020 HWN Versoberen DVM 165 150 HVWN Minder maaien taluds 10 10 HVWN Minder baggeren hoeken zeetoegangen 35 40 HVWN Verminderen (wal)voorzieningen schippers 10 10 HVWN Minder baggeren vaarwegen 45 55 Subtotaal versoberingen 495 480–490 Alle Efficiencymaatregelen 800 815– 820 Subtotaal efficiencymaatregelen 815–820 Alle Besparing Landelijke Taken 200 200 Alle Bijzondere baten t.b.v. B&O 100 30 HVWN Opbrengsten HVWN – 30 HWS Heffen Leges1 – 20 HWN Verhoging BenO budget 45 45 Subtotaal overige maatregelen 345 325 Totaal 1.640 1.620–1.6401 Het voornemen leges te heffen op grond van de waterwet is nog niet ten uitvoer gebracht gelet op de invoering van de omgevingswet.2b. De budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging ProRail ProRail ontvangt van IenM gemiddeld € 1,2 miljard subsidie per jaar (inclusief btw) ter dekking van de instandhoudingskosten van de hoofdspoorweginfrastructuur. Hiervan heeft circa € 300 miljoen betrekking op apparaatskosten en circa € 900 miljoen op beheer en onderhoud en vervangingsinvesteringen.Uit een in 2015 door PwC uitgevoerde doorlichting van de financiële meerjarenreeksen van ProRail (Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 984, nr. 621) blijkt dat de reeksen in grote lijnen op orde zijn. Na doorvoering van enkele correcties naar aanleiding van het onderzoek op deze reeksen resteert een verschil tussen de meerjarenreeksen van ProRail en de beschikbare middelen op het Infrastructuurfonds van circa € 475 miljoen inclusief btw (prijspeil 2014) in de periode 2018 tot en met 2028.Door PwC zijn kostenreducerende maatregelen geïdentificeerd om het verschil tussen de benodigde en beschikbare middelen op te lossen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stimuleren van toetreding van nieuwe leveranciers, het reduceren van levensduurkosten, meer onderhoud overdag, langere trein vrije perioden en het aanpassen van de gebruiks-vergoeding systematiek. Met de eerste twee genoemde maatregelen is ProRail reeds gestart. Vervolgens zullen gefaseerd de overige maatregelen worden uitgewerkt en ingevoerd. Dit gebeurt in overleg met diverse belanghebbenden. Eind 2016 zal besluitvorming plaatsvinden over de te nemen kostenreducerende maatregelen (zie Kamerstuk 29 984, 2015–2016, nr. 669).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2146 RisicoreserveringIn de vrije investeringsruimte spoor van het Infrastructuurfonds is € 400 miljoen gereserveerd voor risico’s die zonder deze reservering het potentieel tekort zouden kunnen vergroten. In de door PwC uitgevoerde doorlichting van de financiële meerjarenreeksen zijn diverse van deze risico’s gesignaleerd. De grootste risico’s betreffen: hogere uitgaven Betuweroute, hogere uitgaven vervangen kunstwerken (zoals bijvoorbeeld de Oosterdokbruggen) en de verdere vertraging van de invoering van prestatiegericht onderhoud (PGO).TaakstellingenIn de beschikbare middelen zijn de taakstellingen uit het Regeerakkoord Rutte I en II verwerkt. Voor beheer en onderhoud en vervangingsinveste-ringen gaat het om € 110 miljoen lagere uitgaven per jaar en € 50 miljoen hogere gebruiksvergoeding per jaar, beide structureel vanaf 2015. Voor de apparaatskosten gaat het om € 37,5 miljoen per jaar structureel vanaf 2018 met een ingroei vanaf 2013 en om € 20,5 miljoen per jaar structureel vanaf 2018 met een ingroei vanaf 2016.2c. DBFM en budgetten voor beheer en Onderhoud Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen: (i) het aanlegbudget, (ii) het beschikbare beheer en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infrastructuur dat nieuw wordt aangelegd.Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten aanleg- en beheer en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden tegenwoordig op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd.De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit Aanleg, BenO (incl. areaalgroei) wordt overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaar-heidsvergoedingen. Dit is de zgn. financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infrastructuur binnen het DBFM contract zijn dezelfde als die aan RWS worden gesteld. Op het moment van aanbe-steden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitge-vraagd dat past bij het onderhoudsregime (Service Level Agreement) wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Er wordt momenteel overigens wel aan gewerkt om bij de nog af te sluiten DBFM contracten ook bijstelling mogelijk te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2147 Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20–25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere beheer en onderhoud van RWS. De mutaties tussen het beheer, onderhoud en vervanging artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.02, vaarwegen artikelonderdeel 15.02) en het DBFM artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.04, vaarwegen artikelonderdeel 15.04) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract zal het BenO-deel weer aan de reguliere onderhoudsbudgetten van RWS worden toegevoegd.In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten eind 2016 DBFM contracten zullen zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten zijn de genoemde BenO middelen (per jaar) ingezet. Deze zullen na afloop van het DBFM contract weer beschikbaar komen tegen het dan geldende prijspeil. Project Areaalinformatie Einde DBFM contract Uitge-nomen B&O budget/jaar Baanlengte Wegconfiguratie in M-fase A59 Rosmalen–Geffen 23 km 2x2 2019 1,0 mln. N31 Leeuwarden–Drachten 56 km Langdeel aquaduct 2x2 2022 5,5 mln. A12 Lunetten–Veenendaal 65 km 2x4, 2x3 2033 5,9 mln. A10 Tweede Coentunnel 39 km 1ste en 2de Coentunnel 2x3+2x2, 2x4 2037 12,0 mln. N33 Assen–Zuidbroek 105 km 2x2 2034 2,8 mln. A15 Maasvlakte–Vaanplein 129 km nieuwe Botlekbrug, Thomassentunnel, Botlektunnel 2x3+2x2, 2x3, 2x2 2035 31,7 mln. A1/A6 Diemen–Almere Havendreef (SAA) 72 km Aquaduct Muiden, verbrede Hollandse Brug 2x5+2, 2x4+2 2042 11,9 mln. A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord 50 km 2x3 2032 2,2 mln. A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg, SAA) 41 km Gaasperdammertunnel 2x5+1 nnb 14,2 mln. Hoofdvaarwegennet Vaarweg-lengte Keersluis Limmel Nieuwe Keersluis Limmel, incl. verkeersbrug over sluis 2048 0,4 mln. Beatrixsluis 3e Kolk 4 km Complex Prinses Beatrixsluis incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal 2047 2,8 mln. Zeetoegang IJmond Nieuwe zeesluis en sluiseilanden 2045 2,5 mln. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2148 Project Areaalinformatie Einde DBFM contract Uitge-nomen B&O budget/jaar Baanlengte Wegconfiguratie in M-fase Hoofdspoorwegnet Lengte infra-structuur HSL-Zuid 85 km Hogesnelheidsinfra-structuur 2031 nvt3. Opgave Vervanging en renovatie Bij einde van de (technische) levensduur van infrastructurele objecten wordt overgegaan tot vervanging of renovatie van deze objecten. De keuze voor vervanging dan wel renovatie is mede gebaseerd op de kosten over de resterende dan wel nieuwe levenscyclus. Zo is voor grote bruggen, tunnels en sluizen renovatie vaak een goedkoper alternatief rekening houdend met de levenscyclus, dan het geheel nieuw bouwen van eenzelfde object.Toekomstige vervangingen hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwater-systeemDoor RWS wordt de vervangingsopgave voor het Hoofdwegennet, het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdwatersysteem elke twee jaar geactuali-seerd. De volgende actualisatie zal derhalve plaatsvinden voor de ontwerpbegroting 2018. Op basis van het huidige inzicht zijn de budgetten tot en met 2030 toereikend.In het MIRT projectenoverzicht worden de vervanging en renovatie projecten voor het Hoofdwegennet, het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdwatersysteem met een budgettair beslag van meer dan € 10 miljoen. Separaat toegelicht.Toekomstige vervangingen spoorDe vervangingsinvesteringen in de periode tot en met 2030 maken onderdeel uit van de BOV-reeksen in de begroting en bedragen gemiddeld € 491 miljoen per jaar. Voor de periode na 2030 is een verhoging van de vervangingskosten te verwachten, met name omdat het einde van de levensduur van een groot aantal kunstwerken zal zijn bereikt. Daarnaast zullen vanaf die periode de bovenleidingportalen (in totaal 100.000 stuks) worden vervangen. Op basis van de huidige inschattingen lopen de vervangingsinvesteringen na 2030 op tot gemiddeld € 553 miljoen per jaar. Vervangingen 2017–2030 2031–2050 Bovenbouw 177 162 Treinbeveiliging 90 94 ICT-systemen 74 74 Energievoorziening 48 68 Transfer 48 48 Kunstwerken 38 74 Verkeersleiding en Telecom 27 27 Overige systemen 6 6 Forfaitaire aftrek – 17 0 Totaal 491 553 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2149 4. Duurzaamheid Duurzaamheid is één van de beleidsdoelen die bij de instandhouding van alle netwerken een rol spelen. Daarom wordt voor zowel de netwerken beheerd door RWS als voor het spoor ingezet op terugdringen van het energieverbruik en hergebruik van materialen.Duurzaamheid hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwater-systeemVoor de door RWS beheerde netwerken ligt focus op de thema’s «klimaat en energie», «circulaire economie» en «vitaal natuurlijk kapitaal».Daarbij zet ik onder meer in op het energie neutraal maken van het wegennet, de bruggen en de sluizen. RWS kan met inzet van zijn netwerk een flinke bijdrage leveren aan innovatieve mobiliteitsoplossingen en tevens een voorbeeld vervullen voor andere organisaties. Dit voert verder dan alleen de instandhouding van de bestaande infrastructuur.Mijn inzet bestaat uit:1.Het energieneutraal functioneren van RWS in 2030, zodat het netto energiegebruik nul is;2.Sturen op verbeterde energie van gecontracteerde marktpartijen die werk uitvoeren aan de netwerken;3.Daar waar mogelijk ruimte geven langs het rijks(vaar)wegennet aan faciliteiten die passen bij nieuwe mobiliteiten, zoals elektrische laadpalen en waterstofauto’s.Voor het beheer en onderhoud gaat het dan om een meer duurzame uitvoering (maatregelen zoals het toepassen van LED, het gebruik van groene stoom met Nederlandse Garantie van Oorsprong, het toepassen van biobrandstoffen in de schepen van de Rijksrederij, hergebruik van grondstoffen etc.).Daarnaast zal met name in de eerste jaren worden gewerkt aan het geschikt maken en ontwikkelen van monitoringsinstrumentarium om de prestaties op het gebied van duurzaamheid in kaart te kunnen brengen en erover te rapporteren (samengevat in het jaarverslag Duurzaamheid). Voor de jaren 2017 en 2018 is hiervoor een budget van 7 miljoen euro per jaar beschikbaar. Met deze middelen wordt vorm gegeven aan een ontwikkeltraject waarbij het uitvoeringsprogramma jaarlijks wordt bijgesteld aan de hand van de resultaten van onderzoeken en pilots naar de meest effectieve maatregelen. Daarmee is het de verwachting dat met de beschikbare middelen eind 2018 de duurzaamheid van het beheer en onderhoud op een navolgbare wijze is vergroot.Duurzaamheid spoorDuurzaam rijden en werken op en om het spoor is onmisbaar en die rol wordt alleen maar groter. Binnen ProRail is duurzaamheid daarom ook een beleidsprioriteit. ProRail heeft zichzelf forse ambities opgelegd op tal van gebieden: energie, materialen, afval, flora en fauna en een goede ruimtelijke inpassing.Ook in 2017 heeft duurzaamheid op en rond het spoor aandacht. ProRail blijft zich inzetten voor het jaarlijks terugdringen van energieverbruik met 2%. Dit wordt beoogd door:•het verlagen van energiegebruik voor verlichting op stations en emplacementen door de overgang op LED-verlichting en het hanteren van slimme dimmers. De inzet van deze dimmers draagt verder ook bij aan de spoorveiligheid;Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2150 •het verschuiven van gasgestookte naar elektrische wisselverwarming;•een beter beheer van aansluitingen;•het deels zelf opwekken van de energiebehoefte van ProRail. In 2017 wordt een aantal stations voorzien van zonnestroom.Net als andere partners in de spoorsector wil ProRail haar CO2-emmissie fors reduceren door:•te starten in 2016 met een aanbesteding voor de inkoop van groen gas. In 2017 wordt naar verwachting 100% van de energiebehoefte van ProRail groen ingekocht;•beter inzicht te krijgen in de omvang van de materiaalstromen van ProRail. In 2017 wordt hiertoe een digitaal registratiesysteem geïmple-menteerd dat inzicht geeft in de materiaalbalans van spoorinfrastruc-tuur;•het verkennen van duurzaam materiaalgebruik bij projecten in het bovenbouw vernieuwingsprogramma;•het selecteren van projecten voor het hergebruik van wissels op emplacementen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2151 BIJLAGE 5 PRORAIL In de kabinetsreactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie spoor (Kamerstukken II 2011–2012 32 707, nr. 16) is een pakket maatregelen aangekondigd om de informatievoorziening naar de Tweede Kamer beter en transparanter te maken (aanbevelingen 14 en 15). Een deel van deze maatregelen is verwerkt in Bijlage 4 (instandhoudingsbijlage) en de verdiepingsbijlagen. In deze bijlage wordt de informatie verstrekt die de aansluiting tussen de middelen op het Infrastructuurfonds en de bestedingen door ProRail betreft. In deze bijlage zijn de volgende onderdelen opgenomen:A.Specificatie inkomsten en uitgaven ProRail: Aansluiting tussen de verwachte inkomsten en uitgaven voor de periode 2017–2021.B.Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en ProRail: Een schematische weergave van de financiële stromen van de spoorinfrastructuur in 2017.Onderdeel A – Specificatie inkomsten en uitgaven ProRailNaast de rijksbijdragen voor beheer, onderhoud en vervanging, aanleg-projecten (MIRT) en rente en aflossing ontvangt ProRail ook gebruiksver-goeding van vervoerders en bijdragen van derden voor omgevingswerken (zowel aanleg als onderhoud). In onderstaande tabel is het totaaloverzicht opgenomen van de verwachte inkomsten en uitgaven van ProRail voor de periode 2017–2021.Bedragen x € miljoen 2017 2018 2019 2020 2021 Rijksbijdrage voor aanlegprojecten (13.03/14.03/17.02) 776 727 777 841 906 Bijdragen van derden voor aanlegprojecten 226 180 180 180 180 Rijksbijdragen voor BOV (13.02) 1.246 1.227 1.192 1.213 1.216 Bijdragen van derden voor onderhoud 30 30 28 28 28 Gebruiksvergoeding vervoerders 326 335 330 328 331 Rijksbijdrage voor rente en aflossing (13.07) 48 17 17 17 17 Totaal inkomsten ProRail 2.652 2.516 2.524 2.607 2.678 Uitbesteed werk nieuwbouw 790 703 745 798 854 Uitbesteed werk BOV 1.012 1.010 975 991 996 Apparaatskosten 394 388 388 387 385 Rente en aflossing leningen 45 14 14 14 14 Totaal uitgaven ProRail, excl. BTW 2.241 2.115 2.122 2.190 2.249 Afdracht BTW aan Belastingdienst 411 401 402 417 429 Totaal uitgaven ProRail, incl. BTW 2.652 2.516 2.524 2.607 2.678Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2152 Onderdeel B – Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en ProRail Financiële kasstromen spoorinfrastructuur 2017Uitbesteed werkbeheer,onderhoud envervanging€ 1.012 miljoenUitbesteed werknieuwbouw-projecten€ 790 miljoenApparaats-kosten€ 394 miljoenFinanciële batenen lasten€ 45 miljoenCompensatieBTW**)€ 411 miljoenBelasting-dienstInfraspeedDecentraleoverhedenen overigederdenProRailCompensatieBTW€ 411 miljoenRegionaleen overigeprojecten€ 39 miljoenBeschikbaar-heidsvergoe-ding HSL-Zuid€ 159 miljoenArtikel 13.04€ 159 miljoenArtikel 13,09-/- € 185 miljoenArtikel 13.02€ 1.246 miljoenArtikel 13.03€ 736 miljoenArtikel 13.07€ 48 miljoenArtikel 14./17*)€ 79 miljoenDecentraleoverhedenen overigederdenVervoerdersgemengdenet enBetuwerouteVervoerdersHSL-ZuidVervoerdersBetuwerouteGebruiks-vergoedingBetuweroute€ 1.012 miljoenGebruiks-vergoedingHSL-Zuid€ 1.012 miljoenGebruiks-vergoedinggemengde net€ 303 miljoenBijdragenaanleg,onderhouden apparaat€ 256 miljoenBijdragen voor aanleg, beheer, onderhoud, vervangingen kapitaallasten€ 1.659 miljoenProRail 2017: € 2.241 miljoen excl. BTWBijdragen aanprojecten€ 11 miljoenConcessie-vergoeding HRN€ 75 miljoenConcessie-vergoedingHSL-Zuid€ 99 miljoenUitbesteed werk beheer, onderhoud en vervanging € 1.012 miljoen*) Dit betreft de bijdragen aan RSP-projecten (artikel 14), Nazorg Betuweroute en ERTMS (artikel 17).**) IenM compenseert de BTW op subsidies en gebruiksvergoeding aan ProRail, welke ProRail vervolgens afdraagt aande Belastingdienst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2153 BIJLAGE 6 DBFM CONVERSIES Budgettaire verwerking van DBFM-contractenKenmerken DBFM-contractenEen DBFM-contract is een geïntegreerde contractvorm, waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerp (design), de bouw (build), financiering (finance) en het onderhoud (maintain). De opdracht-gever gaat binnen een DBFM-contract een langlopende verplichting aan met een consortium van private partijen. Gedurende een periode van 20–25 jaar betaalt het Rijk een vergoeding aan het consortium voor de beschikbaarheid van de infrastructuur (beschikbaarheidsvergoeding). Voorts is een kenmerk van DBFM-contract een langjarig en vlak betalings-ritme.Verwerking potentiële DBFM-projecten in de verkenning- en planuit-werkingBij de DBFM-projecten in voorbereiding wordt in de begroting op voorhand geen rekening gehouden met dit afwijkende betalingsritme dat kenmerkend is voor DBFM-contracten14. Net als voor andere MIRT-projecten wordt bij de betreffende modaliteit het volledige bedrag voor aanleg geraamd op het artikel voor verkenning- en planuitwerking en wordt een reservering voor het onderhoud gemaakt binnen de reguliere onderhoudsbudgetten en/of de investeringsruimte. Mocht in een later stadium een aanbesteding in DBFM-vorm toch niet mogelijk of opportuun blijken, dan blijft een meer klassieke aanbesteding via deze werkwijze altijd mogelijk.Verwerking DBFM-contracten na overgang in de realisatie- en exploita-tiefaseBij de afronding van de aanbesteding van een DBFM-contract is de exacte omvang van de langjarige verplichting bekend. In de eerstvolgende begroting worden in samenspraak met het Ministerie van Financiën de klassieke reserveringen op de IenM-begroting gecorrigeerd voor het afwijkende kasritme van het DBFM-contract15. Een betaling aan een DBFM-consortium is een gecombineerde vergoeding voor onder meer de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur, daarom wordt het volledige budget vervolgens geplaatst op het artikel voor geïntegreerde contractvormen bij de betreffende modaliteit.14Deze werkwijze vloeit voort uit begrotingsregel 28 van het Kabinet Rutte II.15Technisch gezien betekent dit een verlaging van het uitgavenkader (van het begrotingstotaal van het Infrastructuurfonds) in de jaren waarin het kasbudget geraamd stond en een verhoging van het uitgavenkader (van het begrotingstotaal van het Infrastructuurfonds) in de jaren waarin er een beschikbaarheidvergoeding nodig is.Budgettaire Verwerking DBFM-contractBudgetBudgettijdtijdNa start RealisatieVerkenning en PlanuitwerkingTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2154 BIJLAGE 7 LIJST VAN AFKORTINGEN AIS Automatic Identification System AKI Automatische Knipperlichtinstallaties AOV Achterstallig Onderhoud Vaarwegen APB Activiteitenplan en Begroting ATB-Vv Automatische Treinbeïnvloeding – Verbeterde versie BCF BTW-Compensatiefonds BDU Brede Doeluitkering BenO Beheer en Onderhoud BOV Beheer, Onderhoud en Vervanging BR Betuweroute BRG Bestaand Rotterdams Gebied BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CSZK Commando Zeestrijdkrachten DBFM Design, build, finance and maintain DF Deltafonds DSSU Doorstroommaatregelen station Utrecht DVM Dynamisch Verkeersmanagement ERMTS European Rail Traffic Management System EU Europese Unie EVT Eigen Veerdienst Terschelling EZ Ministerie van Economische Zaken G3 de drie stadsregio’s Amsterdam, Rotterdam en Haaglan-den GF Gemeentefonds GIV Geïntegreerde contractvormen GSM-R GSM-Rail HRN Hoofdrailnet HSA High Speed Alliance HSL Hogesnelheidslijn HVWN Hoofdvaarwegennet HWN Hoofdwegennet IenM Ministerie van Infrastructuur en Milieu IBOI Index voor de Bruto Overheidsinvesteringen IF Infrastructuurfonds IMPULS Plan van aanpak Beheer en Onderhoud IPO Interprovinciaal Overleg KPI Kernprestatie indicatoren LocoV Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer LTSa Lange Termijn Spooragenda KWC Kustwachtcentrum LVO Landelijk Verbeterprogramma Overwegen MIRT Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport MJPO Meerjarenprogramma Ontsnippering MKS Missiekritieke Systemen MOBZ Modernisering Object Bediening Zeeland NDW Nationale Databank Wegverkeergegevens NoMo Nota Mobiliteit NS Nederlandse Spoorwegen NSP Nieuwe Sleutelprojecten OTB Ontwerp Tracébesluit OV Openbaar Vervoer OVS Openbaar Vervoer en Spoor OV SAAL Openbaar Vervoer Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2155 OVT Openbaar Vervoer Terminal PF Provinciefonds PHS Programma Hoogfrequent Spoorvervoer PB Projectbesluit PKB Planologische Kernbeslissing PMR Project Mainportontwikkeling Rotterdam PPS Publiek-Private Samenwerking PVVO Programma Verbeteren Veiligheid Overwegen REP Ruimtelijk Economisch Programma RINK Risico inventarisatie natte kunstwerken RMf Regionale Mobiliteitsfondsen RSP Regiospecifiek Pakket RVB Rijksvastgoedbedrijf RWS Rijkswaterstaat SAA Schiphol–Amsterdam–Almere SLA Service Level Agreement SVIR Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte SWUNG Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid TB Tracébesluit TEN-T Trans Europese Transport Netwerken TPN Trade Port Noord UvW Unie van Waterschappen V&R Vervanging en Renovatie VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten WenR Ministerie van Wonen en Rijksdienst ZZL Zuiderzeelijn Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 A, nr. 2156
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.