Voorstel van wet
Brontekst
Versie 5e1f47c52c74afca · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 35 765Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met het toevoegen van decentrale loting als selectiemethode voor opleidingen met capaciteitsfixus in het hoger onderwijs Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om decentrale loting toe te voegen als selectiemethode bij het selecteren van de aspirant-studenten in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit in het hoger onderwijs; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedge-vonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK Artikel 7.53 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid komt te luiden: 2. Het instellingsbestuur selecteert de aspirant-studenten in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit uitsluitend op grond van:a. ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria;b. ongewogen loting; ofc. een combinatie van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en loting, waarbij:1°. een deel van de aspirant-studenten toegelaten wordt op basis van selectie op grond van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en de overige aspirant-studenten worden toegelaten op basis van ongewogen loting of de wijze van loting als bedoeld in subonderdeel 2°; of2°. alle aspirant-studenten op basis van loting worden toegelaten, waarbij gewicht wordt toegekend aan ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria. kst-35765-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 765, nr. 21 2. Het derde lid, eerste volzin, komt te luiden: Het instellingsbestuur maakt tijdig de selectieprocedure en, indien van toepassing, de kwalitatieve selectiecriteria of de wijze van loting bekend op grond waarvan de toelating zal plaatsvinden indien het aantal aspirant-studenten het maximum aantal, bedoeld in het eerste lid, zou overschrijden. 3. Onder vervanging van «; en» aan het slot van het zevende lid, onderdeel a, door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:c. de loting; end. de wijze waarop twee kwalitatieve selectiecriteria en loting gecombi-neerd kunnen worden. ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE EXPERIMENTENWET VOOROPLEI-DINGSEISEN, SELECTIE EN COLLEGEGELDHEFFING In artikel 13 van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing wordt «paragraaf 4a van titel 3 van hoofdstuk 7 van de wet» vervangen door «artikel 7.53, tweede, derde en zevende lid, van de wet». ARTIKEL III. SAMENLOOPBEPALING Indien het bij koninklijke boodschap van 9 september 2019 ingediende voorstel van wet tot wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met het stellen van voorschriften ten behoeve van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en met betrekking tot taal in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs (Wet taal en toegankelijkheid) (35 282) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel BB, van die wet: a. eerder in werking treedt of is getreden dan deze wet, komen artikelen I en II van deze wet te luiden: ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 7.53c wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1. Het instellingsbestuur dat een capaciteitsfixus heeft vastgesteld, selecteert de aspirant-studenten in verband met de beschikbare onder-wijscapaciteit uitsluitend op grond van:a. ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria;b. ongewogen loting; ofc. een combinatie van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en loting, waarbij:Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 765, nr. 22 1°. een deel van de aspirant-studenten toegelaten wordt op basis van selectie op grond van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en de overige aspirant-studenten worden toegelaten op basis van ongewogen loting of de wijze van loting als bedoeld in subonderdeel 2°; of2°. alle aspirant-studenten op basis van loting worden toegelaten, waarbij gewicht wordt toegekend aan ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria. 2. Het tweede lid, eerste volzin, komt te luiden: Het instellingsbestuur maakt tijdig de selectieprocedure en, indien van toepassing, de kwalitatieve selectiecriteria of de wijze van loting bekend op grond waarvan de toelating zal plaatsvinden indien het aantal aspirant-studenten het maximum aantal, bedoeld in het eerste lid, zou overschrijden. BOnder vervanging van «; en» aan het slot van artikel 7.53d, onderdeel a, door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 7.53d, onderdeel b, door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: c. de loting; end. de wijze waarop twee kwalitatieve selectiecriteria en loting gecombi-neerd kunnen worden. ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE EXPERIMENTENWET VOOROPLEI-DINGSEISEN, SELECTIE EN COLLEGEGELDHEFFING In artikel 13 van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing wordt «7.53» vervangen door «7.53a» en wordt «paragraaf 4a van titel 3 van hoofdstuk 7 van de wet» vervangen door «artikel 7.53c, eerste en tweede lid, en artikel 7.53d van de wet». b. later in werking treedt dan deze wet wordt die wet als volgt gewijzigd: AHet in artikel I, onderdeel BB, opgenomen artikel 7.53c wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1. Het instellingsbestuur dat een capaciteitsfixus heeft vastgesteld, selecteert de aspirant-studenten in verband met de beschikbare onder-wijscapaciteit uitsluitend op grond van:a. ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria;b. ongewogen loting; ofc. een combinatie van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en loting, waarbij:1°. een deel van de aspirant-studenten toegelaten wordt op basis van selectie op grond van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en de overige aspirant-studenten worden toegelaten op basis van ongewogen loting of de wijze van loting als bedoeld in subonderdeel 2°; of2°. alle aspirant-studenten op basis van loting worden toegelaten, waarbij gewicht wordt toegekend aan ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria. Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 765, nr. 23 2. Het tweede lid, eerste volzin, komt te luiden: Het instellingsbestuur maakt tijdig de selectieprocedure en, indien van toepassing, de kwalitatieve selectiecriteria of de wijze van loting bekend op grond waarvan de toelating zal plaatsvinden indien het aantal aspirant-studenten het maximum aantal, bedoeld in het eerste lid, zou overschrijden. BHet in artikel I, onderdeel BB, opgenomen artikel 7.53d wordt als volgt gewijzigd: 3. Onder vervanging van «; en» aan het slot van onderdeel a door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:c. de loting; end. de wijze waarop twee kwalitatieve selectiecriteria en loting gecombi-neerd kunnen worden. CNa artikel IIIA wordt een artikel toegevoegd, luidende: ARTIKEL IIIB. WIJZIGING EXPERIMENTENWET VOOROPLEIDINGS-EISEN, SELECTIE EN COLLEGEGELDHEFFING In artikel 13 van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing wordt «7.53» vervangen door «7.53a» en wordt «artikel 7.53, tweede, derde en zevende lid, van de wet» vervangen door «artikel 7.53c, eerste en tweede lid, en artikel 7.53d van de wet». ARTIKEL IV. INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. GegevenDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 765, nr. 24
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.