Lijst van vragen en antwoorden over het rapport ‘legale identiteitswisselingen in de Balkan en Oost-Europa’
Brontekst
Versie 798fd7855805b176 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 17 050Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies Nr. 500 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 11 februari 2015 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de brief van 10 december 2014 inzake de reactie op het rapport «legale identiteits-wisselingen in de Balkan en Oost-Europa» (Kamerstuk 17 050, nr. 493). De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 10 februari 2015. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. De voorzitter van de commissie,Berndsen-Jansen De adjunct-griffier van de commissie,Hendrickx kst-17050-500ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5001 Vragen 1 en 2 Is te achterhalen hoe bij de voorbereidingen voor het openstellen van grenzen binnen de EU, waarbij ook opeenvolgende Nederlandse kabinetten betrokken zijn geweest, rekening is gehouden met mogelijk-heden en onmogelijkheden om inwoners van Europa, die zonder visa door alle landen zouden kunnen reizen, te kunnen identificeren? Is er überhaupt ooit over dit vraagstuk nagedacht en zo ja, hoe is destijds dan aangekeken tegen de grote verschillen in regelgeving tussen de landen waardoor een maas in de regelgeving zou kunnen ontstaan? Antwoorden 1 en 2 Met het beëindigen van de persoonscontroles aan de binnen-grenzen van het Schengengebied in 1985 wordt in het kader van de binnengrensoverschrijding geen identiteitscontrole meer verricht. Dat laat onverlet dat in overeenstemming met de Wet op de Identificatieplicht, iedereen in Nederland verplicht is om zich te kunnen identificeren als daar een aanleiding toe bestaat. De identificatie van inwoners van Europa die zich in Nederland bevinden is dus mogelijk. Het identificeren van personen door andere EU-landen gebeurt op basis van nationale regelgeving van het desbetreffende EU-land. Vraag 3 Verdient de problematiek rond naamwisseling een rijksbrede aanpak? Antwoord 3 De mogelijkheid tot naamswisseling in het buitenland is bekend en gebeurt op basis van nationale regelgeving. Zoals wij ook in de brief van 10 december hebben aangegeven, kan een naams-wisseling leiden tot een dubbele registratie in de BVV en de BRP. Om dat beter te voorkomen heeft het kabinet maatregelen getroffen zoals in de brief staat vermeld. Bij de aanpak van deze problematiek zijn meerdere overheids-diensten betrokken, zoals blijkt uit onze brief van 10 december 2014 en de antwoorden op de Kamervragen van de leden Gesthuizen en Omzigt.1 Op dit moment zien wij geen reden de aanpak verder te verbreden, maar wij blijven de ontwikkelingen op de voet volgen en zullen nadere maatregelen nemen indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Vragen 4, 5 en 6 Waarom was er geen aanleiding de Matching Autoriteit te betrekken bij het opstellen van het NVIK-rapport? Zouden zij niet, ook indien zij niet direct bij het rapport betrokken zijn, waardevolle aanvullende informatie kunnen leveren en u daarmee het parlement beter kunnen informeren? Welke conclusies en aanbevelingen van de scriptie van de heer Postma waren reeds bekend binnen de Matching Autoriteit? Welke acties zijn sinds het trekken van die conclusies genomen ten aanzien van de geconstateerde probleempunten? Welke acties zijn ondernomen door de Matching Autoriteit of eventuele (keten)partners ten aanzien van de intern nog niet eerder bekend zijnde conclusies uit de scriptie van de heer Postma? Antwoorden 4, 5 en 6 In onze brief van 10 december 2014 zijn wij ingegaan op de conclusies en aanbevelingen in het interne rapport over legale identiteitswisselingen in de Balkan en Oost-Europa van het NVIK 1Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 1059.Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5002 en de resultaten van het nader onderzoek dat door het NVIK is uitgevoerd. Het reguliere werk van de operationele diensten maakte geen onderdeel uit van het onderzoek. Uiteraard lopen de diensten zoals de politie, het NVIK en de Matching Autoriteit in de dagelijkse taakuitoefening tegen identiteitsvraagstukken aan die nader onderzoek vergen en worden pogingen tot identiteits-fraude ontdekt. Conform het verzoek van uw Kamer zijn wij in de brief van 10 december 2014 ingegaan op constateringen die door het NVIK in haar rapport zijn gedaan. In dat kader hebben wij de diensten die bij het NVIK-rapport zijn betrokken geraadpleegd. De Matching Autoriteit was niet bij het opstellen van het NVIK-rapport betrokken omdat hij over dezelfde informatie beschikt als het NVIK. Het betrekken van de Matching Autoriteit zou daarom niets hebben toegevoegd. Er is sprake van een nauwe en reguliere samenwerking tussen de beide organisaties, op alle niveaus (leiding, adviseurs, id-specialisten en beleidsmede-werkers). De informatiedeling tussen Koninklijke Marechaussee (KMar), Nationale Politie (NP) en Matching Autoriteit is geregeld via reguliere overlegvormen. Naast bezoeken en casusbespre-kingen op eenheidsniveau vindt ook regulier overleg plaats met de portefeuillehouder van de KMar, regulier overleg met het Expertisecentrum Vreemdelingen Identificatie en Mensenhandel en de ID-specialisten van de eenheden, overleg tussen de Matching Autoriteit en de contactpersonen van de eenheden en een koppelvlakkenoverleg met de verschillende ketenpartners in de strafrechtketen wier werkprocessen aan elkaar verbonden zijn (hierin ook de vreemdelingenketen). Naast dit alles is er altijd op casusniveau contact tussen de Matching Autoriteit en de eenheid. De scriptie van de heer Postma is op 18 december 2014 afgerond. Het betreft hier een scriptie van een individuele student met daarin conclusies en aanbevelingen welke niet één op één door Justid worden onderschreven. Alle aanbevelingen die uitvoerbaar zijn en daadwerkelijk kunnen bijdragen aan verbetering van de aanpak van deze problematiek worden op hun merites beoor-deeld. De recente verschijningsdatum van het rapport heeft nog niet veel ruimte gelaten voor verdere verdieping op de aanbevelingen, voor zover de aanbevelingen al niet in het reguliere werkproces zijn terecht gekomen. Vragen 7 en 8 Wanneer is een signaal slechts onderdeel van de reguliere taakuitvoering of operationele samenwerking en wanneer is het noodzakelijk dat daarop door de betreffende dienst geacteerd wordt? Kunt u verduidelijken welk afwegingskader precies ten grondslag lag aan de stelling in antwoord 5 op de schriftelijke vragen van 5 januari 2015 dat «[u] niet van het bedoelde signaal [...] op de hoogte gesteld [bent] omdat daarvoor geen bijzondere aanleiding bestond»? Antwoorden 7 en 8 Operationele diensten, waaronder ook diegene die te maken hebben met identiteitsvaststelling en -registratie, acteren op signalen indien daartoe een operationele noodzaak bestaat. Zoals gebruikelijk bij operationele aangelegenheden worden bewinds-lieden daarvan slechts op de hoogte gesteld als daar een bijzondere aanleiding voor is. Bij signalen die duiden op Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5003 mogelijke trends en fenomenen zal de dienst (of diensten) normaal gesproken eerst onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van een landelijke trend of fenomeen en vervolgens bepalen of een bestuurlijk signaal moet worden afgegeven. In het specifieke geval waaraan wordt gerefereerd, was de media-aandacht die was ontstaan naar aanleiding van het interne NVIK-rapport de bijzondere aanleiding voor de politie om ons van de operationele aandachtsvestiging op de hoogte te stellen. Vraag 9 Was het signaal dat met legale identiteitswisselingen potentieel fraude gepleegd kon worden opgenomen in de jaarrapportage van de Matching Autoriteit aan de Minister van VenJ, gegeven het feit dat een medewerker van de Matching Autoriteit aanleiding zag het signaal zodanig serieus te nemen dat hij er een afstudeerscriptie aan besteedde? Zo nee, wat zijn de vereisten voor een operationeel onderzoek om serieus genoeg te zijn om ter kennis van de Minister gebracht te worden? Antwoord 9 Nee, dit maakt geen deel uit van de jaarrapportage van de Matching Autoriteit. Dit onderdeel van de afstudeerscriptie is ingegeven door het feit dat legale naamswisseling in het buitenland in een, weliswaar weinig voorkomend, maar toenemend aantal gevallen is geconstateerd. Het is een onderwerp dat de voortdurende aandacht van de Matching Autoriteit heeft als onderdeel van haar reguliere taken. Het is ook met regelmaat onderwerp van gesprek in het overleg van Justid met haar partners in de Vreemdelingenketen en de Basisregis-tratie personen (BRP). In het reguliere werkproces wordt daarover informatie uitgewisseld tussen de genoemde partners. Er zijn veel verschillende oorzaken bekend voor onjuiste identi-teitsvaststelling. Grofweg kan onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds het maken van (administratieve) fouten (dat kan per ongeluk gebeuren, maar ook opzettelijk worden uitgelokt) en anderzijds het opzettelijk hanteren van een fictieve of andermans identiteit. De Matching Autoriteit is er voor ingericht om dat aantal »fouten» zoveel als mogelijk terug te dringen en daarbij alle partners in de strafrechtketen, de vreemdelingenketen en zo nodig het agentschap BPR te informeren. Vraag 10 Hoe verhouden het incomplete feitenrelaas, waar bovendien lang op gewacht moest worden, het niet bij het ministerie doorkomen van signalen van mogelijke fraude, en het over het hoofd zien van de Matching Autoriteit, zich tot het door de regering prioritair verklaren van fraudebestrijding? Antwoord 10 Er kan geen enkele twijfel bestaan over de prioriteit die het kabinet geeft aan het voorkomen en bestrijden van fraude. Dat blijkt ook uit het Rijksbrede programma aanpak van fraude met overheidsgeld, dat eind 2013 aan uw Kamer is gepresenteerd. Bij brief van 19 december 2014 heeft uw Kamer de eerste voort-gangsrapportage over deze integrale anti-fraudeaanpak ontvangen (Kamerstuk 17 050, nr. 496). Het beeld van een incompleet feitenrelaas, het niet doorkomen van signalen van mogelijke fraude en het over het hoofd zien van de matching autoriteit herkennen wij niet. In de brief van 10 december jl. Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5004 en de beantwoording van de Kamervragen van de leden Gesthuizen en Omzigt zijn wij uitvoerig ingegaan op de gang van zaken, inclusief de specifieke rol van de matching autoriteit. Het proces omtrent het fraudesignaal is in dit geval op een juiste manier verlopen. Zoals aangegeven is na diepgravend onderzoek zowel in de BVV als in de BRP geen evidentie gebleken van fraude door dubbele inschrijvingen. Desalniettemin worden nadere maatregelen genomen om in de toekomst te voorkomen dat personen dubbel geregistreerd staan in de BVV en in de BRP. Vraag 11 In hoeverre betekent de mededeling dat er geen evidentie is gebleken van fraude door dubbele inschrijving in zowel de BVV als de BRP dat fraude wel mogelijk is? Antwoord 11 Bedoeld is dat het in theorie mogelijk is dat een persoon in de BRP dubbel staat ingeschreven, maar dat die gevallen op basis van het zoekprofiel niet zijn aangetroffen. In de BVV zijn wel personen aangetroffen die dubbel stonden ingeschreven, maar bij hen is geen misbruik van persoonsgegevens geconstateerd. Deze dubbele inschrijvingen zijn ongedaan gemaakt. Om in de toekomst te voorkomen dat personen dubbel geregistreerd staan in de BVV of in de BRP worden nadere maatregelen genomen zoals onder andere het registreren van het buitenlands persoonsnummer. Vragen 12 en 13 Wordt erkend dat de conclusie, dat zowel in de BVV als in de BRP geen evidentie is gebleken van fraude, niet klopt? Zo nee, waarom niet? Wat is de reden dat de mogelijke fraudegevallen niet aan de Tweede Kamer zijn gemeld? Antwoorden 12 en 13 Nee dat wordt niet erkend. De gevallen die in het rapport van het Nationaal Vreemdelingen Informatieknooppunt (NVIK) aan de orde werden gesteld, zijn in de BVV en de BRP grondig onder-zocht. Daarbij is geen evidentie van fraude gebleken. Vraag 14 Waarom staat in de brief dat de Duitse politie eind 2013 waarschuwde voor mogelijke naamwisselingen, terwijl in antwoord op Kamervragen wordt aangegeven dat deze waarschuwing reeds in 2011 was afgegeven aan de vreemdelingenpolitie? Antwoord 14 Hier is sprake van twee verschillende meldingen. Een melding uit 2011 uit Duitsland en een melding uit 2013 van de Nationale Politie. Beide meldingen zijn langs de reguliere kanalen direct bij Justid binnengekomen. Vraag 15 Waarom waren deze signalen in eerste instantie niet belangrijk genoeg om door te spelen aan het ministerie? Antwoord 15 Zoals wij ook in de antwoorden op vragen 4 en 5 op de schrifte-lijke vragen van Gesthuizen en Omtzigt hebben aangegeven, Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5005 betrof het hier een operationeel signaal en bestond er geen aanleiding om dat signaal aan het ministerie door te spelen. Vraag 16 Tot welke acties hebben de aandachtvestiging van de vreemdelingenpo-litie geleid, zowel bij de vreemdelingenpolitie zelf, als ook bij andere opsporingsdiensten en overheidsorganen? Antwoord 16 Zoals wij ook in de antwoorden op vragen 2 en 3 op de schrifte-lijke vragen van Gesthuizen en Omtzigt hebben aangegeven, werken de diensten die te maken hebben met identiteitsvast-stelling en -registratie intensief met elkaar samen en met relevante zusterdiensten in het buitenland. In het kader van deze operationele samenwerking informeren zij elkaar over gesigna-leerde fenomenen die mogelijk van invloed zouden kunnen zijn op de identiteitsvaststelling en -registratie. Indien noodzakelijk wordt daarop door de desbetreffende dienst geacteerd, bijvoor-beeld door het instellen van een onderzoek of het opstellen van interne alerteringen en instructies wat in het onderhavige geval is gebeurd. Vraag 17 Kan worden aangeven wanneer en waar de waarschuwingen uit Zwitserland en Duitsland bij de Nederlandse overheid zijn binnenge-komen? Antwoord 17 Zoals wij ook in de antwoorden op vragen 4 en 5 op de schrifte-lijke vragen van Gesthuizen en Omtzigt hebben aangegeven, is de waarschuwing van de Duitse politie uit 2011, waarin wordt gerefereerd aan een waarschuwing uit Zwitserland, in dat zelfde jaar bij de vreemdelingenpolitie binnengekomen. Vraag 18 Kan worden aangeven waar de waarschuwingen uit Zwitserland en Duitsland toe hebben geleid aan maatregelen bij de Nederlandse overheidsinstanties? Antwoord 18 De diensten die te maken hebben met identiteitsvaststelling en -registratie in Nederland werken intensief met elkaar samen en met relevante zusterdiensten in het buitenland. In het kader van deze operationele samenwerking informeren zij elkaar over gesignaleerde fenomenen die mogelijk van invloed zouden kunnen zijn op de identiteitsvaststelling en -registratie. Indien noodzakelijk wordt daarop door de desbetreffende dienst geacteerd, bijvoorbeeld door het instellen van een onderzoek of het opstellen van interne alerteringen en instructies zoals dat in 2013 is gebeurd. Een voorbeeld van dat laatste is dat het NVIK in maart 2014 een instructie heeft laten uitgaan naar de politie om in alle gevallen waarbij het is toegestaan ook de vingerafdrukken van vreemdelingen af te nemen en op die manier te controleren of er sprake is van naamswisselingen. Dit alles behoort tot de dagelijkse werkzaamheden van de verantwoordelijke diensten. Vraag 19 Wanneer is de Minister voor het eerst geïnformeerd over de mogelijkheid van naamwisseling in de Balkan en de daaruit ontstane mogelijkheid tot identiteitsfraude? Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5006 Antwoord 19 De Minister van BZK is in april 2014 hierover geïnformeerd, naar aanleiding van signalen uit de Manifestgroep2 en van een expertsessie van het Ministerie van BZK. Zoals in de brief van 10 december 2014 is gemeld, ging dit om een signaal van de politie over de mogelijkheid tot het op legale wijze wisselen van identiteiten in sommige Oost-Europese landen, waarbij werd aangegeven dat nog nader onderzoek werd verricht om een duidelijker beeld van de gevolgen daarvan te krijgen. Vraag 20 Wat heeft het ministerie met deze signalen gedaan? Antwoord 20 Aanvankelijk is onderzoek gedaan in de BVV door het Ministerie van V&J voor bepaalde groepen vreemdelingen uit Oost-Europa. Door BZK is in de BRP gekeken naar mogelijke meervoudige registraties van ingezetenen voor de doelgroepen Albanezen, Roemenen, Bulgaren en Oekraïners zoals genoemd in het NVIK-rapport. Daarnaast is onderzoek verricht naar het optreden van meervoudige registraties in de BRP met behulp van bevin-dingen uit het onderzoek van het NVIK op de BVV (zoals gemeld in de brief van 10 december 2014). Vraag 21 Kunt u nader toelichten waarom blijkens de brief van 10 december het relaas van gebeurtenissen de periode omvat vanaf de eerste signalen over legale identiteitswisselingen in Oost-Europa tot aan het aanbieden van het nader onderzoek aan het LIEC, terwijl u in antwoord op de schriftelijke vragen van Gesthuizen en Omtzigt een vernauwing daarvan aanbrengt? Antwoord 21 In vraag 4 van de schriftelijke vragen van Gesthuizen en Omtzigt wordt gevraagd wanneer wij op de hoogte zijn gesteld van de signalering die de Nederlandse politie in 2013 verspreidde naar aanleiding van de mogelijkheid tot legale naamsverwisselingen en de mogelijke gevolgen daarvan. Daarbij wordt expliciet verwezen naar de politiesignalering die als bijlage in de scriptie van de heer Postma is opgenomen. In het antwoord is daarom ook specifiek ingegaan op die signalering. Vraag 22 Wat betekent de zin «dat de zoekslag heeft opgeleverd dat er 49.153 gevallen zijn waarbij er mogelijk sprake is van één of meerdere regis-traties die gekoppeld kunnen worden aan een uniek person» concreet? Antwoord 22 Die zin betekent dat het niet mogelijk is om selecties te maken die in één keer naamwisselingen in de BVV aan het licht brengen. Op verzoek van het NVIK is daarom gezocht naar personen met hetzelfde geboorteland en -datum. Als er personen geregistreerd zijn die hun naam gewijzigd hebben dan zouden zij in deze selectie kunnen zitten, aangezien geboorteland en -datum ongewijzigd zijn. Het grootste deel van deze selectie bevat personen van dezelfde nationaliteit die op dezelfde dag geboren zijn. Dat leverde 49.153 records op. In deze verzameling moest 2Samenwerkingsverband van uitvoerende diensten op gebied van fraudebestrijding. Deelne-mende organisaties: Belastingdienst (vz), CAK, UWV, DUO, IND, AgentschapNL, Logius, KvK, KMar, SVB, LKC-RCF, Inspectie SZW, LIV, BPRBZK, Dienst-Regelingen, Politie(NVIK).Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5007 verder gefilterd worden, bijvoorbeeld verschil in geslacht of dezelfde naam, om uit te zoeken of er werkelijk naamswijzi-gingen voorkomen. Vraag 23 Betekent «meervoudige registratie» dat iemand zowel in het BVV als het BRP voorkomt? Of kan het ook betekenen dat iemand twee keer in het BVV voorkomt dan wel twee keer in het BRP? Antwoord 23 In de brief van 10 december 2014 is toegelicht dat onderzoek is gedaan naar «meervoudige registratie» in de BVV óf in de BRP, dus of dezelfde persoon meer dan één keer ingeschreven staat in één van beide registraties. Vraag 24 Als wordt geconstateerd dat de BVV door onder andere invoerfouten en dubbelingen lastig toegankelijk is, kan dan nog wel worden volgehouden dat de BVV op orde is? Kan het antwoord uitgebreid worden toegelicht? Antwoord 24 De BVV is voor de ketenpartners uitstekend toegankelijk. Alle primaire systemen van de ketenpartners in de vreemdelingen-keten zijn gekoppeld aan de BVV. Bij identificatie/registratie van een vreemdeling wordt door de betreffende ketenpartner altijd eerst gezocht in de BVV of deze persoon al voorkomt. Dit gebeurt door middel van vingerafdrukken en administratieve gegevens. Vraag 25 Is er aanleiding om de BVV te verbeteren? Zo nee, waarom niet? Antwoord 25 De BVV wordt dit najaar uitgebreid met de mogelijkheid om het buitenlands persoonsnummer vast te leggen en er wordt constant gemonitord. Er is geen aanleiding om de BVV in andere opzichten te verbeteren Vragen 26 t/m 31 Hoeveel onderzoeken zijn er sinds 2010 door eenheden van politie en justitie gestart naar naamwisseling? Kan het antwoord worden uitgesplitst per nationaliteit van de onderzochte personen? Hoe zijn onderzochte personen in beeld gekomen bij de politie en wat was de aanleiding voor desbetreffende onderzoeken? Zijn er onderzoeken waarin sprake was van mogelijke benadeling van de overheid door bijvoorbeeld toeslagenfraude of andere fraudes? In hoeveel onderzoeken speelde dat? Zijn bij betreffende onderzoek aanwijzingen voor fraude aangetroffen? Kan het antwoord per betrokken overheidsinstantie worden uitgesplitst? Welke andere overheidsinstanties dan politie of vreemdelingenpolitie zijn bij deze onderzoeken betrokken? Wat was daar de reden van? Is in één van de onderzoeken van de afgelopen jaren overgegaan tot vervolging? Zo nee, waarom niet? Zo ja, voor welke delicten en indien van toepassing: hoe oordeelde de rechter? Antwoorden 26 t/m 31 Het is niet mogelijk om zonder zeer uitgebreid en diepgaand onderzoek te achterhalen in hoeveel gevallen legale naamswis-seling aanleiding is geweest voor het starten van een strafrech-telijk onderzoek. De enkele omstandigheid dat iemand zijn naam laat wijzigen is geen reden om een strafrechtelijk onderzoek in te Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5008 stellen. Pas wanneer er een vermoeden bestaat van opzettelijk misbruik van persoonsgegevens kan een strafrechtelijk onderzoek worden ingesteld op grond van verdenking van oplichting (artikel 326 Sr) of valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr). De politie- en justitiesystemen bieden niet de mogelijkheid om legale naamswisseling als een aparte bijzonderheid bij deze misdrijven te registreren. Vraag 32 Hoeveel gevallen zijn er waarbij mogelijk sprake is van een of meer registraties die gekoppeld kunnen worden aan een uniek persoon, rekening houdende met de gegevens die bij de Matching Autoriteit bekend zijn? Antwoord 32 In de brief van 10 december hebben wij aangegeven dat het NVIK aanleiding zag om 23 zaken nader te onderzoeken. Een quick scan van die 23 zaken heeft geleid tot een selectie van 15 meest waarschijnlijke zaken van mogelijke meervoudige registratie. Die 15 zaken zijn grondig onderzocht en er is geen misbruik van persoonsgegevens geconstateerd. Wel was sprake van dubbele inschrijvingen die ongedaan zijn gemaakt. Vraag 33 Hoe zijn onderzochte personen, een Bosniër, een Albanees en een Georgiër, waarover de vreemdelingenpolitie (VP) in februari 2013 in een aandachtsvestiging constateert dat zij hun naam hebben gewijzigd, in beeld gekomen bij opsporingsinstanties? Hoeveel identiteiten gebruikten deze personen, en bij welke overheidsin-stanties stonden zij met één of beide identiteiten bekend? Welke verden-kingen bestaan of bestonden er tegen deze verdachten? Waren er aanwijzingen voor fraude? Waren andere overheidsinstantie dan de VP betrokken bij (één van) de onderzoeken? Zo ja, welke, en waarom? Is overgegaan tot vervolging? Zo nee, waarom niet? Zo ja, voor welke delicten en hoe oordeelde de rechter? Antwoord 33 Het kost enige tijd de gevraagde informatie te genereren, deze zal zo spoedig mogelijk aan uw Kamer worden verstrekt. Vraag 34 Hoeveel «verschillende onderzoeken» zijn er sinds 2010 door politie- en justitie-eenheden gestart naar identiteitswisseling? Kunnen deze onderzoeken ook worden uitgesplitst naar de nationaliteit van de onderzochte personen? Zijn er aanwijzingen voor fraude aangetroffen? En zo ja. welk overheids-onderdeel was belast met de bestrijding van deze fraude? Welke verdenkingen bestaan of bestonden tegen de verdachten? Waren andere overheidsinstantie dan de politie of de VP betrokken bij (één van) de onderzoeken? Zo ja, welke, en waarom? Is in één van de zaken overgegaan tot vervolging? Zo nee, waarom niet? Zo ja, voor welke delicten en indien van toepassing: hoe oordeelde de rechter? Hoe zijn die personen in beeld gekomen bij de politie, wat was de aanleiding voor het onderzoek? Kan dit per onderzochte persoon worden aangegeven. Zijn er onderzoeken waarin sprake was van mogelijke benadeling van de overheid door bijvoorbeeld toeslagenfraude of andere fraudes? In hoeveel onderzoeken speelde dat? Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 5009 Van welke verdenking(-en) was sprake bij onderzochte gevallen? Kan dit per onderzochte persoon in een totaaloverzicht worden weergegeven? Antwoord 34 Zie het antwoord op vragen 26 t/m 31 in combinatie met de antwoorden 11 t/m 13. Vragen 35 en 36 Kan het onderzoek naar de 15 meest waarschijnlijke gevallen van mogelijke meervoudige registratie met een reactie naar de Kamer worden gezonden? En wat gebeurt er met de minder waarschijnlijke gevallen van mogelijke meervoudige registratie? Wat zijn de resultaten van het nader onderzoek ten aanzien van de 23 personen die in de brief van december genoemd zijn? Antwoorden 35 en 36 In de brief van 10 december hebben wij aangegeven dat het NVIK aanleiding zag om 23 zaken nader te onderzoeken. Een quick scan van die 23 zaken heeft geleid tot een selectie van 15 meest waarschijnlijke zaken van mogelijke meervoudige registratie. Die 15 zaken zijn grondig onderzocht. Het resultaat van dat onderzoek is vermeld in de beantwoording van de schriftelijke vragen van Gesthuizen en Omtzigt (antwoord 10) en luidt als volgt: «het onderzoek is afgerond met als resultaat dat bij geen van deze meervoudige registraties aanwijzingen van fraude zijn geconstateerd». Om minder waarschijnlijke gevallen van mogelijke meervoudige registratie te voorkomen worden sinds 1 maart 2014 vingeraf-drukken van alle vreemdelingen (behalve bij visum kort verblijf) in de BVV geregistreerd. Iedere nieuw geregistreerde vreemdeling heeft sindsdien slechts één unieke registratie in de BVV. Door regelmatige schoningsacties worden «oude» meervoudige registraties onderzocht en vervolgens samengevoegd en alsnog van vingerafdrukken voorzien of verwijderd. Vraag 37 In hoeverre betekent het feit dat nu de identiteit van een vreemdeling, niet zijnde een EU-burger, wordt vastgelegd door middel van biometrische gegevens, meerdere registraties van een persoon onder verschillende namen in de BVV niet meer voor kan komen, dat de uitzending van RTL4 betrekking had op «oude» gevallen? Antwoord 37 Door het gebruik van biometrie zullen naamwisselingen worden onderkend in de BVV. Ten aanzien van de oude gevallen moet een onderscheid worden gemaakt tussen registraties in het kader van de asielprocedure of het vreemdelingentoezicht, visa kort verblijf en de mvv- procedure. Van vreemdelingen die asiel aanvragen of in het kader van het vreemdelingentoezicht worden geregistreerd worden al sinds vele jaren vingerafdrukken geregistreerd. Van vreemdelingen die een visum voor kort verblijf aanvragen worden vingerafdrukken in het VIS geregistreerd. Dit Europese systeem wordt regiogewijs uitgerold. Een groot deel van de populatie in het het NVIK-rapport is afkomstig uit Oekraïne. Ten tijde van het NVIK-onderzoek was het systeem nog niet uitgerold in de regio waar Oekraïne deel van uit maakt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 50010 Van vreemdelingen die een mvv of een verblijfsvergunning regulier (vvr) aanvragen worden sinds 1 maart 2014 vingeraf-drukken in de BVV geregistreerd. Vraag 38 Waarom zijn alleen Albanezen, Roemenen, Bulgaren en Oekraïners onderzocht op meervoudige registratie? Waarom niet ook personen met de nationaliteit van andere landen waar legale identiteitswisseling mogelijk is? Antwoord 38 De signalen betroffen in eerste instantie bepaalde groepen. Zoals in de brief van 10 december 2014 is gemeld is voor de BRP ook gestart met onderzoeken naar andere EU-nationaliteiten in Midden- en Oost-Europa. Al gemeld is in de brief van 10 december 2014 dat deze methode voor Roemenië, Bulgarije, Albanië en Oekraïne geen indicatie heeft opgeleverd van personen die zich dubbel hebben ingeschreven als ingezetene in de BRP. Het vervolgonderzoek naar acht andere landen3 heeft ook geen indicatie opgeleverd van personen die zich dubbel hebben ingeschreven als ingezetene. Op dit moment wordt het onderzoek uitgebreid naar een volgende groep van zestig landen. Dit onderzoek is nog niet afgerond. De tussenresultaten bevatten geen aanwijzingen dat het patroon in deze landen anders is dan bij de eerste twaalf landen. Vraag 39 Kunt u uitleggen waarom zo weinig geselecteerde personen uit de BVV ook geregistreerd staan in de BRP? Is dit een zorgelijk teken? Zo ja, wat wordt er gedaan om deze registraties meer op elkaar aan te laten sluiten? Antwoord 39 De reden waarom relatief weinig geselecteerde personen uit de BVV in de BRP geregistreerd staan is dat de geselecteerde groep hoofdzakelijk vreemdelingen betreft met een visum voor kort verblijf. Dit zijn vreemdelingen die maximaal drie maanden in Nederland mogen verblijven en zich niet in Nederland vestigen. Zij hoeven zich niet in de BRP te laten registreren. Vraag 40 In welke database kan vanaf welk moment een buitenlands uniek identificatienummer ingevoerd worden bij registratie in Nederland? Antwoord 40 Voor de BRP is het streven om daar op 1 mei 2015 mee te starten. Daarvoor moet de Regeling BRP worden aangepast en moeten de gemeenten instructies krijgen welk nummer op welke wijze moet worden geregistreerd. Vanaf eind 2015 wordt het buitenlands persoonsnummer in de BVV opgenomen. Momenteel wordt gewerkt aan het aanpassen van de ICT-voorzieningen van de ketenpartners om registratie van het buitenlandse persoons-nummer mogelijk te maken. Vraag 41 In hoeverre kan in het kader van de Europese Unie worden bewerkstelligd dat landen in Oost-Europa, die lid zijn van deze Unie, de mogelijkheid tot identiteitswisseling ongedaan maken? 3Polen, Joegoslavië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Servië, Macedonië, Kosovo, Montenegro.Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 50011 Antwoord 41 Wet- en regelgeving met betrekking tot naamswijziging is een nationale bevoegdheid van EU-lidstaten. Er is momenteel geen aanleiding om bepaalde EU-lidstaten ertoe te bewegen om nationale regelgeving op dit gebied te wijzigen. Vraag 42 Wat wordt bedoeld met een «structurele monitor» tot bestrijding van dubbele inschrijvingen? Antwoord 42 Voor de BRP wordt een geautomatiseerd proces (de monitor) ingericht dat permanent alle nieuwe inschrijvingen in de BRP controleert op mogelijke dubbelinschrijvingen. De monitor loopt alle zoekpaden af die tot dubbelingen kunnen leiden. Het resultaat van dit proces is een lijst potentiële dubbelingen. Deze worden onderzocht door BZK. Waar nodig schakelt zij de betref-fende gemeenten in voor verder (bronnen-)onderzoek en afhan-deling. Het prototype van de monitor is in de laatste fase van ontwikkeling en kan dit voorjaar in productie worden genomen. Op basis van de resultaten kan later dit jaar een definitieve versie gerealiseerd worden. In de BVV worden permanent controles uitgevoerd op mogelijke dubbelinschrijvingen, daarbij wordt gebruik gemaakt van biometrie. Vraag 43 Hoe wordt, los van fraude, omgegaan met dubbele registratie in het BVV en de BRP? Wordt één van de registraties geschrapt? Zo ja, wordt dat doorgegeven aan het land waar de desbetreffende persoon de nationa-liteit van heeft? Wat gebeurt er met de identiteitsdocumenten van de betrokken personen? Antwoord 43 In de BRP wordt de ten onrechte opgenomen persoonslijst afgevoerd; de gegevens kunnen dan niet meer worden bijge-houden of worden verstrekt aan instanties. Er wordt daarvan geen melding gedaan aan het land waarvan de desbetreffende persoon de nationaliteit heeft. De identiteitsdocumenten van de betrokken persoon houdt de persoon altijd zelf. Het gaat hier overigens veelal om geldige documenten omdat sprake was van legale naamswisseling. Indien een identificerende ketenpartner in de vreemdelingen-keten een meervoudige registratie vaststelt, dan kan hij de registraties samenvoegen. Dit is een geautomatiseerd proces, waarbij de samenvoeging ook in de systemen van andere ketenpartners en de BVV wordt doorgevoerd. Vraag 44 Als de drie maatregelen op blz. 4 worden vergeleken met de maatregelen die worden genoemd op blz. 6 van het rapport «Legale identiteitswisse-lingen in de Balkan en Oost-Europa», zijn dan alle aanbevelingen overgenomen? Zo nee, waarom niet? Antwoord 44 Mede vanwege de aanbeveling om te onderzoeken welke landen hun onderdanen de mogelijkheid bieden om op legale en eenvoudige wijze hun identiteit te veranderen is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een onderzoek gestart. Onderzocht wordt welke laagdrempelige handeling (in Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 50012 het buitenland) als opstap kan dienen om in Nederland fraude te plegen. Onder een laagdrempelige handeling is ook te verstaan de mogelijkheid om op legale en eenvoudige wijze van identiteit te veranderen. Het onderzoek richt zich op de tien EU-landen4 met de meeste immigratie naar Nederland. Voor deze landen geldt, evenals voor de andere EU-landen, het vrije verkeer van personen. De resultaten van dit onderzoek komen in maart 2015 beschikbaar. Het is een eerste en globaal onderzoek om te bezien of en zo ja welke vervolgacties ondernomen moeten worden. Het Secretariaat-Generaal van de Benelux is door de Minister van BZK verzocht om te verkennen hoe het onderwerp legale naams-wisselingen in de EU kan worden geagendeerd. Het buitenlands persoonsnummer is reeds opgenomen in het politiesysteem basisvoorziening handhaving. De politie onder-zoekt nog of het unieke persoonsnummer ook in andere politie-systemen en – registraties moet worden opgenomen. Daarnaast zorgt de politie ervoor dat medewerkers op de hoogte zijn van de consequente invoer van dit nummer en dat zij weten welke relevante informatiesystemen zij moeten raadplegen. Het buitenlands persoonsnummer wordt in 2015 ook opgenomen in de BVV en de BRP. Vraag 45 Welke vorm gaat de permanente monitor dubbele inschrijvingen aannemen? Hoe werkt deze en welke acties kunnen op basis van deze monitor genomen worden? Antwoord 45 De monitor gaat alle nieuwe inschrijvingen controleren op mogelijke dubbelinschrijving in de BRP. Via verschillende zoekpaden worden alle inschrijvingen gefilterd met als resultaat een lijst mogelijke dubbelen. Deze lijst wordt handmatig gecon-troleerd en als er extra informatie nodig is (bijvoorbeeld van brondocumenten) worden de betreffende bronhouders zoals gemeenten ingeschakeld. De monitor maakt gebruik van intelli-gente zoektechnologie zodat de dubbele inschrijvingen gevonden worden, ook bij bijvoorbeeld typefouten, meerdere schrijfwijzen van geboorteplaatsen en transliteratieverschillen (verschillen in alfabet of schriftsysteem). In de vreemdelingenketen worden sinds 1 maart 2014 alle inschrijvingen van biometrie voorzien. Door regelmatige schoningsacties van de BVV worden zaken van voor die datum gecontroleerd op mogelijke dubbelinschrijvingen. De casuïstiek die hieruit naar voren komt wordt permanent besproken in het ketenplatform waarin alle ketenpartners in de vreemdelingen-keten participeren. Vervolgens kan zo nodig actie worden ondernomen bijvoorbeeld ten aanzien van gegevenswijziging of aanpassingen van het proces. Vraag 46 Wanneer zullen in de BVV en de BRP persoonsnummers uit andere landen worden opgenomen? 4Polen, Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje, Bulgarije, Italië, Frankrijk, België, Griekenland, Roemenie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 50013 Antwoord 46 Voor de BRP is het streven om daar op 1 mei 2015 mee te starten. Daarvoor moet de Regeling BRP worden aangepast en moeten de gemeenten instructies krijgen welk nummer op welke wijze moet worden geregistreerd. Vanaf eind 2015 wordt het buitenlands persoonsnummer in de BVV opgenomen. Momenteel wordt gewerkt aan het aanpassen van de ICT-voorzieningen van de ketenpartners om registratie van het buitenlandse persoons-nummer mogelijk te maken. Vraag 47 Wat houdt de zinsnede « «moet de impact op de systemen» van de gemeenten worden bepaald» precies in? Wanneer er al een veld bestaat voor een binnenlands BSN kan het toch niet moeilijk zijn een soortgelijk veld toe te voegen voor soortgelijke buitenlandse nummers? Antwoord 47 Er wordt in eerste instantie gestart met het gebruiken van een vrij tekstveld dat al ingebouwd is in de BRP. Dat zal wel al impact hebben in tijd en kosten op «Operatie BRP» vanwege de migratie-voorziening die nu gebouwd wordt. Deze impact wordt de komende maanden in kaart gebracht. Er moet immers een veld worden gemigreerd naar het nieuwe systeem. De buitenlands nummers kunnen erg verschillen, bijvoorbeeld verschillende lengtes, en zijn niet soortgelijk aan het Nederlandse BSN. Vraag 48 Wordt bij inschrijvingen in de BVV of BRP (voor bepaalde tijd) een kopie van het gebruikte buitenlandse identiteitsbewijs bewaard? Indien dat het geval is, wat is erop tegen om alsnog de unieke identificatienummers over te nemen in betreffende registers om zodoende een sluitend antwoord te hebben of er sprake is van identiteitswisselingen en mogelijke fraude? Antwoord 48 Ja, voor de BRP wordt een kopie bewaard van het buitenlandse identiteitsdocument dat is getoond bij de inschrijving. Alsnog registratie van de buitenlandse persoonsnummers van de eerdere inschrijvingen is niet nodig want voor het onderzoek naar dubbelingen bij eerdere inschrijvingen is gebruik gemaakt van de gegevens die in de BRP staan5 om achteraf te controleren op dubbelingen. Met het opnemen van het buitenlands persoons-nummer bij nieuwe inschrijvingen is beoogd om aan ook de voorkant op het moment van inschrijving eerder mogelijke dubbelingen te signaleren. Bij inschrijving in de BVV wordt door de inschrijvende keten-partner eveneens een kopie bewaard van het identiteitsdocument van de vreemdeling. Vraag 49 Kunt u een voortgangsupdate geven van de maatregelen die in gang gezet zijn om legale identiteitswisselingen te herkennen en fraude te ondervangen? 5Noot 11 uit de brief van 10 december 2014: In het onderzoek is gezocht naar dubbelen op de gegevens: geslacht, geboortedatum, -plaats, -land en voornamen. Deze zoekopdracht resulteert in personen van wie de achternaam gewijzigd is, maar de overige identificerende gegevens gelijk zijn gebleven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 50014 Antwoord 49 In de loop van 2015 wordt in de BVV en de BPR het buitenlands persoonsnummer geregistreerd (zie antwoorden 40 en 46). Hierdoor worden naamswijzigingen beter herkenbaar. Vraag 50 Samenwerking zal worden gezocht met een aantal van de meest betrokken landen, maar waarom is dat niet eerder gebeurd? Antwoord 50 In algemene zin geldt dat als uit ontwikkelingen blijkt dat er noodzaak is tot internationale samenwerking, daar uiteraard gevolg aan wordt gegeven. Op operationeel niveau wordt al geruime tijd samengewerkt. Het NVIK-rapport was aanleiding om ook op beleidsmatig niveau de andere landen te benaderen. Vraag 51 Er zijn verschillende overheidssystemen waarin persoonsgegevens worden geregistreerd, is het niet beter om één overkoepelend systeem te hanteren? Antwoord 51 Registratie van persoonsgegevens is gebaseerd op specifieke wetgeving waarin, conform de Wet bescherming persoonsge-gevens en de Europese privacyrichtlijn, is bepaald voor welk specifiek doel bepaalde persoonsgegevens worden geregistreerd (doelbinding). Daarbij hoort dat persoonsgegevens die voor een bepaald specifiek doel worden geregistreerd in een afzonderlijk databestand worden bewaard en dat die gegevens uitsluitend toegankelijk zijn voor daartoe geautoriseerde personen. Deze systematiek zorgt ervoor dat de persoonlijke levenssfeer en de privacy van burgers wordt beschermd. Een overkoepelend systeem waarin persoonsgegevens voor allerlei doelen worden bewaard zou in strijd zijn met interna-tionale en nationale waarborgen met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en privacy. Vraag 52 Kan in het kader van de Rijksbrede aanpak fraude nagegaan worden welke informatie bekend is over legale naamwisselingen bij onder andere NVIK, politie, Vreemdelingenpolitie, Belastingdienst, FIOD, Inspectie SZW, Openbaar Ministerie, Koninklijke Marechaussee, WODC, RIEC’s, LIEC, BuZa en de Nederlandse diplomatieke afvaardigingen in de Balkan, UWV, liaisons van Nederland bij Europol en Interpol? Zo nee, waarom niet? Antwoord 52 In het kader van de reeds verrichte onderzoeken, waarbij de meeste hierboven genoemde instanties zijn betrokken, is geconcludeerd dat in de BVV als in de BRP geen evidentie is gebleken van fraude door dubbele inschrijving. Er is dan ook nu geen aanleiding om aanvullend onderzoek te verrichten. Vraag 53 Is het onderwerp van naamwisseling op de Balkan vóór november 2014 ter tafel gekomen in ministerieel of ambtelijk overleg in het kader van de Rijksbrede aanpak fraude? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer, door wie is het ingebracht, en wat was de conclusie? Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 50015 Antwoord 53 Nee. Eerst op 2 december 2014 is het onderwerp in een hoogamb-telijk overleg in het kader van de Rijksbrede aanpak van fraude ter tafel gebracht door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Er is afgesproken het onderwerp te blijven volgen en nader te bespreken in het desbetreffende overleg, indien daartoe aanleiding bestaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 17 050, nr. 50016
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.