KamerkringInloggen
Kamerbrief

Sport en Bewegen 2025

18 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 184e654b3dc640cd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 234Toekomstig sportbeleidNr. 408 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 juni 2025Momenteel geniet meer dan de helft van de Nederlanders van de waardevan sport en bewegen. Of het nu gaat om een intensieve training bij desportvereniging, een uurtje zweten in de sportschool of een rondjehardlopen in het park – wekelijks zijn miljoenen mensen actief op of in demeer dan 20.000 sportvelden, banen en hallen die Nederland rijk is. En hetgaat verder dan sport alleen: 46 procent van de bevolking voldoet aan debeweegrichtlijnen.De waarde van sport en bewegen wordt niet alleen beleefd door zelf inactie te komen. Via diverse mediakanalen volgen elke week ruim negenmiljoen mensen de wedstrijden in de Eredivisie, of zien hoe hun favorieteatleet een nieuw persoonlijk record vestigt. Daarnaast stroomden destadions en sporthallen het afgelopen jaar weer vol met circa anderhalfmiljoen bezoekers tijdens de 63 topsportevenementen die in Nederlandgeorganiseerd werden, zoals het EK triatlon, Jumping Amsterdam en de3x3 basketbal World Tour.Tegelijkertijd is sport en bewegen zoveel meer dan alleen een bron vanplezier en ontspanning. Het vormt een onmisbare bouwsteen voor eengezonde en vitale samenleving. Van speelpleinen tot sportverenigingen envan recreatieve joggers tot marathonlopers. Sport en bewegen verbindten draagt bij aan fysieke en mentale gezondheid.Voor veel Nederlanders is sport en bewegen al een vanzelfsprekendonderdeel van hun dagelijks leven. Helaas geldt dat niet voor iedereen.Niet iedereen groeit op met sport. Zo beweegt bijna 40 procent van dekinderen tot twaalf jaar en 60 procent van de jongeren tussen de twaalf enzeventien jaar niet voldoende. Bovendien ervaren mensen met eenhandicap of een kleine portemonnee drempels om te profiteren van dewaarde van sport en bewegen. kst-30234-408ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4081 Een half jaar geleden heb ik uw Kamer via de Najaarsbrief Sport enBewegen 20241 geïnformeerd over mijn visie, ambities en doelen, en hoeik deze wil bereiken. Dit doe ik niet door te verplichten, maar door zetjes tegeven richting sport en bewegen en drempels verder te verlagen. Ikrealiseer mij dat het kabinet een demissionaire status heeft. Desondanksblijven mijn ambities onveranderd. Over drie jaar, wanneer het precies100 jaar geleden is dat Nederland de Olympische Spelen in Amsterdamorganiseerde, wil ik samen met betrokken partners de volgendevoortgang hebben geboekt:•Het aandeel kinderen (4 t/m 11 jaar) dat voldoet aan de beweegrichtlijnis in 2028 toegenomen van de huidige 60 procent naar 65 procent.Voor jongeren (12 t/m 17 jaar) geldt dat dit aandeel van 40 procentnaar 50 procent is toegenomen.•Sportdeelname (wekelijks) van mensen met een handicap is toegeno-men van de huidige 38 procent naar 50 procent in 2028.•Sportdeelname (wekelijks) van kinderen en volwassenen in armoede istoegenomen van 44 procent nu naar 52 procent in 2028.En voor iedereen geldt, je kunt de waarde van sport pas ervaren in eenprettige en veilige omgeving. Een omgeving waarin iedereen met plezierkan sporten zonder angst voor intimidatie, discriminatie, misbruik ofandere vormen van grensoverschrijdend gedrag. Wij hebben allemaal eenverantwoordelijkheid om hieraan bij te dragen. Trainers, spelers enomstanders bepalen samen de cultuur. Dat gaat vaak goed, maar helaaszijn er nog te veel voorbeelden waar dat niet vanzelfsprekend is. De doormij aangekondigde inzet om tot oprichting van een onafhankelijkintegriteitscentrum te komen, zet ik daarom voort.Met deze brief laat ik zien waar ik sta: waar de eerste resultaten zichtbaarzijn, én waar ik de komende periode extra aan werk om verder te komen.Een voorbeeld hiervan is het actieplan Nederland Beweegt, dat aanvan-kelijk eind 2025 zou aflopen. Inmiddels kan ik melden dat in deVoorjaarsnota 2025 is opgenomen om € 7,7 miljoen beschikbaar te stellenom het actieplan te continueren in 2026. Hiermee kan een deel van deplannen worden voortgezet, maar gezien de afgebakende looptijd zal ikfocus aan moeten brengen. In bijlage 1 licht ik deze focus en bijbehorendeacties toe.Alle acties en resultaten beschreven in deze brief lopen parallel aan tweeoverkoepelende ontwikkelingen die relevant zijn voor het sport- enbeweegbeleid op de lange termijn, namelijk:•In de Najaarsbrief Sport en Bewegen 2024 heb ik de context voor hethernemen van het proces rondom sport- en beweegwetgevinggeschetst.2 Het voornaamste doel hiervan is om verantwoordelijkhe-den van verschillende overheden op het gebied van sport en bewegente verduidelijken en vast te leggen. Hierbij gaat het om het vastleggenvan een wettelijke taak van de rijksoverheid én gemeenten op hetgebied van sport en bewegen, met daaruit volgende verplichtingen. Ikblijf werken aan de verkenning hoe deze verdeling van verantwoorde-lijkheden eruit kan zien. Het is aan mijn opvolger om hier keuzes aan teverbinden.•Een deel van de afspraken uit Sportakkoord II kent een looptijd toten met 2026. Medio 2025 start een onafhankelijke evaluatie van hetSportakkoord als beleidsinstrument. Daarnaast zet ik samen met departners van het Sportakkoord in op borging van het huidige beleidlangs drie thema’s: regionale samenwerking, meer data-gericht enmeer vraaggericht werken. In bijlage 7 van deze brief vindt u de1Kamerstuk 30 234, nr. 396.2Kamerstuk 30 234, nr. 396.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4082 monitor van Sportakkoord II, waarin de ontwikkelingen en opbreng-sten bij achttien partnergemeenten inzichtelijk zijn gemaakt. Of en inwelke vorm een vervolg wordt gegeven aan het inzetten van hetSportakkoord als instrument is aan mijn ambtsopvolger.Moties en toezeggingen die verband houden met de door mij gepriori-teerde thema’s vindt u in deze brief. Moties en toezeggingen die gerela-teerd zijn aan andere beleidsthema’s beschrijf ik in bijlage 1.Bij deze brief vindt u de volgende bijlagen:1.Moties en toezeggingen2.Plan van aanpak Beweegwijsheid3.Voortgang strategie sportverenigingen4.Onderzoek bescherming vrijwilligersverzekering5.Rapportage Topsportpodium Nederland6.Onderzoek Strafbare sportmanipulatie7.Monitor Sportakkoord IIJeugd meer laten sporten en bewegenWat is de huidige situatie en wat is het doel?Helaas is het nog niet voor alle kinderen en jongeren vanzelfsprekend omop te groeien met sport en bewegen. Daarbij komt dat lang niet elkeomgeving uitnodigt om te sporten en bewegen. Om een leven lang teprofiteren van de waarde van sport en bewegen is het cruciaal om hiervanaf jonge leeftijd al mee te beginnen.Iets meer dan zes op de tien kinderen (4–11 jaar) beweegt voldoende. Tienjaar geleden was dat nog maar de helft (50 procent). Voor jongeren(12–17 jaar) geldt dat 42 procent aan de beweegrichtlijnen voldoet, waardat in 2015 slechts 28 procent was. Het gaat dus de goede kant op. Maarmijn doelstelling dat in 2028 65 procent van de kinderen en de helft van dejongeren voldoende beweegt, vraagt nog veel inzet.DoelstellingKamerbriefdec ’24Meetjaar2023Kamerbriefjun ’25Meetjaar2024Doelstelling2028Het aandeel kinderen (4 t/m 11 jaar) datvoldoet aan de beweegrichtlijn60,4%61,5%65%Het aandeel jongeren (12 t/m 17 jaar) datvoldoet aan de beweegrichtlijn39,3%41,5%50%Bron: www.sportenbewegenincijfers.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)/Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)) Dit is de kern van mijn beleidOm alle kinderen en jongeren de waarde van sport en bewegen te latenervaren richt ik me op drie pijlers:1.De kwaliteit van het sport- en beweegaanbod: jeugdsport entalentontwikkeling.2.De ondersteuning van sport- en beweegaanbieders: strategiesportverenigingen.3.De randvoorwaarden om te kunnen sporten en bewegen: eentoekomstbestendige infrastructuur en ruimte voor sport en bewegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4083 Wat heb ik gedaan?1. Plan Jeugdsport en talentontwikkelingIn de Najaarsbrief Sport en Bewegen 2024 kondigde ik aan een plan vanaanpak te maken voor jeugdsport en talentontwikkeling. In dit plan(bijlage 2) staat het ontwikkelen van beweegwijsheid van de jeugdcentraal.Beweegwijsheid is een begrip dat beschrijft of iemand nu en onderveranderende omstandigheden passend sport- en beweeggedragvertoont. Het is een vertaling van het internationaal gehanteerde physicalliteracy. Meer specifiek is het begrip beweegwijsheid een bundeling vanvier componenten die van belang zijn om aan te leren als het gaat omsporten en bewegen. Dit zijn:•Kunnen: In staat zijn te bewegen – motorische vaardigheden enandere fysieke mogelijkheden (kracht, uithoudingsvermogen,lenigheid);•Willen: Zelfvertrouwen hebben in eigen bewegen en sporten,motivatie ontwikkelen, leren omgaan met uitdagingen en mislukkin-gen;•Verhouden tot: Zich weten te verhouden tot anderen tijdens hetbewegen en sporten, samen plezier beleven, omgaan met verschil-lende niveaus en/of vormen van deelname aan beweeg- en sportactivi-teiten (sociale aspecten);•Weten: Kennis over welke vorm van bewegen en sport bij je past,omgaan met veranderende omstandigheden/contexten, kennis over(spel)regels.Net zoals taalvaardigheid veel meer is dan spelling en woordenschat, isbeweegwijsheid meer dan motoriek en fitheid. Natuurlijk is motoriek vangroot belang, maar de sportieve basis van de volgende generatie is pasecht gelegd wanneer zij ook inzicht heeft in de motivatie om te sporten,weet over de vormen en regels van sport en snapt welke ongeschrevenregels gelden als je samen sport.Beweegwijsheid ontwikkelen kinderen en jongeren bij de sportverenigingof -aanbieder, het buitenspelen, tijdens de gymles en thuis. Daarom ben ikblij dat dit plan van aanpak tot stand is gekomen in samenwerking met enmede uit naam van de partners van het Sportakkoord en de kennisinstel-lingen Mulier Instituut en Kenniscentrum Sport en Bewegen. Met het planwillen we:1.Het aandeel kinderen en jongeren dat voldoet aan de beweegrichtlijnverhogen, en;2.Ambitieuze sporters duurzaam ontwikkelen en de kweekvijver voortalent vergroten.Hiervoor is onder andere scholing van het kader, een passend aanbod eneen toegankelijke sport nodig. Bovendien dient ook het begrip beweeg-wijsheid breed verspreid te worden zodat ouders, trainers, docenten enbeleidsmakers begrijpen dat gewerkt wordt aan een basis voor een levenlang bewegen, waarbij talent duurzaam kan ontwikkelen. Door dezemanier van denken ook op scholen, bij sportaanbieders, thuis en in dewijk toe te passen, doen we iets anders dan in de voorgaande decennia.Door het concept van beweegwijsheid voor een hele sector neer te zetten,verwachten we effectiever in onze aanpak te zijn. In het plan beschrijvende partners van het Sportakkoord de bestaande inzet en wat aanvullendnodig is. Ook beschrijft het plan waar het begrip beweegwijsheid ingeïntegreerd zou moeten worden in andere beleidsdomeinen. Denk hierbijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4084 aan de openbare ruimte, in het onderwijs en in de thuisomgeving. In detweede helft van 2025 werken wij deze acties verder uit.•Naar aanleiding van een motie van de leden Van den Hil (VVD) enRikkers-Oosterkamp (BBB)3 ben ik in gesprek gegaan met de Konink-lijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) om te onderzoeken of hetmogelijk is pedagogische elementen, waaronder weerbaarheid ensociale vorming, nog verder te integreren in de opleiding van nieuwecoaches. Dat gesprek heb ik als bijzonder positief ervaren. De KNVBheeft daarin aangegeven dat een pedagogisch verantwoordvoetbalklimaat centraal staat in de opleiding van de (jeugd)trainers.Trainers, als directe beïnvloeders, kunnen ervoor zorgen dat kinderenmet plezier naar de sportvereniging toe (blijven) gaan en hebbendaarmee een grote rol in het creëren van een «pedagogisch voetbalkli-maat». Iedere beginnende trainer leert in zijn of haar opleiding debeginselen van pedagogiek. Maar, trainers werken altijd bij eenvereniging en daarom richt de KNVB zich ook middels verschillendeinterventies als opleidingen, programma’s e.a. diensten op bestuur-ders, Hoofden Opleiding en overig kader dat verantwoordelijk is voorde jeugdafdeling. Voortbouwend op alle huidige inspanningen gaf deKNVB in het gesprek aan dat ze nog meer willen doen. Ze werken danook aan het nog steviger borgen van dit gedachtegoed middels het«jeugdvoetbalfundament» in hun volgende strategische agenda voor2026. Deze inzet raakt aan mijn inspanningen op het gebied vanbeweegwijsheid maar ook een sociaal veilige sport. Daarom blijf ik inde nabije toekomst hierover in gesprek met de KNVB. Verderop in dezebrief ga ik specifiek in op het tegengaan van discriminatie in hetvoetbal. Hiermee beschouw ik de motie als afgedaan.2. Strategie sportverenigingenIn mijn vorige brief4 ben ik uitgebreid ingegaan op de cruciale rol diesportverenigingen spelen in onze maatschappij, voor de jeugd in hetbijzonder. Ook heb ik een aantal uitdagingen benoemd waar sportvereni-gingen mee worstelen en waar ik mee aan de slag wil. Om deze uitda-gingen te doorgronden, heb ik de afgelopen periode meerdere werkbe-zoeken afgelegd. Zo heb ik kantinediensten gedraaid bij verschillendeverenigingen. Daarnaast ben ik met vrijwilligers en bestuurders vandiverse clubs in gesprek gegaan. Hier heb ik opnieuw de waarde van desportvereniging mogen ervaren en gezien hoe vele vrijwilligers zichinzetten, zodat iedereen in Nederland kan sporten.Samen met de Sportakkoord partners en betrokken partijen in het veldwerk ik aan een meerjarige strategie sportverenigingen, waar ook hetlid Mohandis c.s. om vraagt.5 In de strategie sportverenigingen werk ikvanuit de volgende drie bouwstenen voor een toekomstbestendigesportvereniging:•Clubondersteuning;•Aanpak regeldruk (waaronder de Wet Bestuur en Toezicht Rechtsperso-nen en de vrijwilligersverzekering);•Verduurzaming en accommodaties.In deze strategie sportverenigingen zet ik uiteen welke afspraken ik met debestuurlijke partners binnen het Sportakkoord heb gemaakt en welkeactiviteiten worden uitgevoerd om sportverenigingen en vrijwilligers teondersteunen gedurende de looptijd van Sportakkoord II. Het is aan mijnopvolger om met dezelfde bestuurlijke partners afspraken te maken over3Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 125.4Kamerstuk 30 234, nr. 396.5Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 134.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4085 de borging van de lokale infrastructuur en de clubondersteuning na 2026.Voor een nadere toelichting op de voortgang van activiteiten verwijs ik unaar bijlage 3.3. Plan toekomstbestendige infrastructuur en ruimte voor sport enbewegenIn de Najaarsbrief Sport en Bewegen 2024 is aangekondigd om medio2025 te komen tot een plan gericht op een toekomstbestendigeinfrastructuur en ruimte voor sport en bewegen.6 Afgelopenmaanden zijn verschillende gesprekken gevoerd met de Ministeries vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), Binnenlandse Zaken(BZK) en Klimaat en Groene Groei (KGG), gemeenten, provincies, partijenuit de sportsector en het ruimtelijk domein. Dit heeft inzicht gegeven in deopgaven die er de komende tijd op de sport- en beweegsector engemeenten afkomen. Denk hierbij aan de druk op de ruimte in Nederlandwaardoor ook ruimte voor sport en bewegen onder druk staat en de grotehoeveelheid verouderde sportaccommodaties in Nederland. Deuitwerking van dit plan vraagt gezien de omvang van de opgaven meertijd. Ik heb de ambitie dit plan in het najaar aan uw Kamer te doentoekomen. Zowel mijn toezegging om gezamenlijk met de Ministeries vanVRO en KGG te verkennen hoe sportverenigingen sneller en beter kunnenverduurzamen7, als mijn toezegging om een reactie te sturen op desuggesties vanuit het Nationaal Klimaatplatform over financiering enverduurzaming van sportaccommodaties8 neem ik mee in dit plan. In detussentijd ben ik aan de slag gegaan met dit vraagstuk, met als belangrijkwapenfeit de aansluiting van de sport bij de subsidie DuurzaamMaatschappelijk Vastgoed (DUMAVA). Hiermee kunnen verenigingensubsidie ontvangen voor verduurzamingsmaatregelen van onder anderehet clubgebouw. Ook de motie van de leden Leijten en Van Nispen9 overonderzoek naar hoe een sportnorm kan worden vastgesteld en de motievan de leden Inge van Dijk en Van Nispen10 over het uitwerken vanvoorstellen aangaande het aankomende tekort aan sportaccommodatiesneem ik hierin mee.Wat kunt u nog meer van mij verwachten?•In de Najaarsbrief Sport en Bewegen 202411 heb ik aangegeven hetbeweeggedrag van kinderen te willen stimuleren via doelstellingen opandere beleidsterreinen, denk aan groenblauwe schoolpleinen.Daarom verhoog ik in 2025 de lopende subsidie «Gezonde schoolplei-nen» aan Jantje Beton12 met 2,5 miljoen euro om hiermee in totaalhonderd schoolpleinen beweegvriendelijker te maken en te vergroe-nen. Voor mijn verdere inzet op dit thema verwijs ik naar bijlage 1.Mensen met een handicap meer laten sportenWat is de huidige situatie en wat is het doel?De sport- en beweegdeelname van mensen met een handicap blijft aljaren achter. Voor hen is sport en bewegen nog geen vanzelfsprekendonderdeel van het dagelijks leven. Zo sport slechts 32,6 procent van de6TZ202412-120.7TZ202412-121.8Kamerstuk 30 234, nr. 400.9Kamerstuk 30 234, nr. 352.10Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 123.11Kamerstuk 30 234, nr. 396.12Jantje Beton werkt hierbij samen met IVN Natuureducatie. Ook vanuit het programmaDuurzaamDoor van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)wordt hieraan bijgedragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4086 mensen met een handicap wekelijks. Onder mensen met een motorischehandicap is dit slechts 21 procent.13 Ter vergelijking: onder mensen van12 jaar en ouder zonder handicap is dat 62 procent.Deze kloof moet in acht jaar gedicht zijn. Dit betekent dat halverwege dieperiode, in 2028, 50 procent van de mensen met een handicap wekelijkssporten. In onderstaande tabel is te zien dat de huidige deelnamecijfersvoor mensen met een handicap zijn gedaald ten opzichte van vorig jaar.Het RIVM geeft aan dat het verschil tussen deze twee meetjaren nietsignificant is14. Het is daarom van belang te kijken naar de trends op delangere termijn. Ik verwacht dat de kwantitatieve resultaten van mijnacties pas op de langere termijn zichtbaar zullen worden. Maar dat we ernog niet zijn, is ook duidelijk.DoelstellingKamerbriefdec ’24Meetjaar2023Kamerbriefjun ’25Meetjaar2024Doelstelling2028Sportdeelname (wekelijks) van mensen meteen handicap38,0%32,6%50%Bron: www.sportenbewegenincijfers.nl (RIVM/CBS) Dit is de kern van mijn beleidOm iedereen de waarde van sport en bewegen te laten ervaren, wil ikbelemmeringen voor mensen met een handicap wegnemen. Om dat voorelkaar te krijgen richt ik me specifiek op twee pijlers:1.Het realiseren van passend sportaanbod: de strategie «Sporten voormensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030» (hierna: deStrategie 2030).2.De randvoorwaarden om te kunnen sporten en bewegen: sporthulp-middelen en vervoer.Wat heb ik gedaan?1. Strategie «Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekendin 2030»De Strategie 2030 heeft als doel een passend sportaanbod te realiserenvoor mensen met een handicap, zodat zij in elke levensfase een sportkunnen kiezen die bij hen past. De strategie richt zich op het verbeterenvan de toegang tot sporthulpmiddelen, accommodaties, vervoer enfinanciële ondersteuning in alle gemeenten. Daarnaast wordt hetfundament van de gehandicaptensport, inclusief de topsport, versterktdoor aandacht te geven aan classificatie, talentontwikkeling en innovatie.•De afgelopen maanden is met 56 verschillende partijen gewerkt aanhet uitvoeringsplan. In dit uitvoeringsplan staat beschreven aanwelke doelstellingen uit de strategie prioriteit wordt gegeven, welkeconcrete acties worden uitgevoerd en welke partijen hiervoorverantwoordelijk zijn. Dit uitvoeringsplan is gereed in september 202513RIVM (2025). www.sportenbewegencijfers.nl.14Het RIVM geeft aan dat de cijfers met betrekking tot de wekelijkse sportdeelname van mensenmet een handicap van jaar tot jaar schommelen, omdat het om een kleine groep gaat binneneen grote dataset. Hierdoor kunnen kleine veranderingen al snel groot lijken. Het verschiltussen 2023 en 2024 is daarom niet significant. Het RIVM kan daarom niet vaststellen of hetverschil in sportdeelname daadwerkelijk wordt veroorzaakt door een verandering in hetgedrag van mensen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4087 en wordt toegelicht tijdens de Uniek Sporten Dag op 4 september.Voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg 2025 stuur ik u de jaarlijksevoortgangsmonitor. Daarnaast worden in de werkagenda van hetVN-verdrag Handicap elf maatregelen beschreven op het terrein vansport en bewegen. Deze maatregelen komen terug in het uitvoerings-plan van de Strategie 2030. Daarmee zijn ook andere beleidsdomeinenvan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), zoalsde Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), betrokken bij hetstimuleren van sport en bewegen voor mensen met een handicap. Deverwachting is dat deze werkagenda voor het zomerreces naar deKamer wordt verstuurd.•De paralympische topsport wordt doorontwikkeld via vier speerpun-ten: (1) professionaliseren van de classificatie, (2) verbeteren van detalentontwikkeling, (3) versterken van de nationale para-teamsportcompetities, en (4) vergroten van de zichtbaarheid en hetbereik. De concrete acties die hieruit voortkomen zijn onderdeel vanhet bovengenoemde uitvoeringsplan. Een voorbeeld hiervan is dat ikNOC*NSF ondersteun om een nationale classificatiestrategie teontwikkelen. Duidelijk nationaal beleid over classificatie zorgt voor éénvaste werkwijze om topsporters met een handicap eenduidig in tedelen, competities eerlijker te laten verlopen en paralympischetopsport begrijpelijker te maken voor het publiek.2. Sporthulpmiddelen en vervoerDe criteria om in aanmerking te komen voor een sporthulpmiddel – zoalseen sportrolstoel, brace of prothese – verschillen nu nog per gemeente. Erontbreekt momenteel een uniforme werkwijze voor de verstrekking vansporthulpmiddelen. Dit leidt tot veel onduidelijkheid en frustratie bijsporters met een handicap. Daarnaast zijn er verschillende vervoersrege-lingen waar sporters met een handicap gebruik van kunnen maken. Dezezijn niet altijd even goed vindbaar.•Samen met Fonds Gehandicaptensport en de Esther VergeerFoundation wil ik tot één landelijk loket voor de verstrekking vansporthulpmiddelen komen.15 Sinds 2024 hebben we de vraag enknelpunten in kaart gebracht. Hieruit blijkt de behoefte en noodzaakom sporthulpmiddelen niet alleen toegankelijker, maar ook herbruik-baar en kostenefficiënter te maken. In samenwerking met betrokkenpartijen is op basis hiervan een nieuw model ontwikkeld. Hiermeewordt voorzien in een centrale loketfunctie en een efficiënter procesom sporthulpmiddelen te verstrekken en bruikleen mogelijk te maken.Het centrale loket wordt voor sporters het eerste aanspreekpunt enbiedt begeleiding in het aanvragen van een sporthulpmiddel. Sportersworden vervolgens vanuit het loket doorverwezen, bijvoorbeeld naarde gemeente of zorgverzekeraar. Sporters kunnen dus nog steeds eenaanvraag indienen bij de gemeente of zorgverzekeraar, maar in decommunicatie wordt het centrale loket gepresenteerd als het startpuntin het proces om een sporthulpmiddel aan te vragen. Naar verwach-ting is een eerste versie van het landelijk loket sporthulpmiddelen ditnajaar gereed en zal vallen bij het Fonds Gehandicaptensport Hiervoorontvangen zij structureel 750.000 euro vanuit VWS. Het Fondsgehandicaptensport ontvangt daarnaast ook wat financiële middelenvanuit commerciële partijen. Ik zal uw Kamer voor het wetgevingsover-leg van dit jaar informeren over de invulling en werking van hetcentrale loket.•In samenwerking met een werkgroep bestaande uit gemeenten is eenaanvullend modelbeleid Wmo voor sporthulpmiddelen ontwikkeld.Dit modelbeleid moet ervoor zorgen dat sporthulpmiddelen in alle15Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 123.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4088 gemeenten op dezelfde manier worden toegekend. Het is daarombelangrijk dat zowel de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)als de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) het voorgestelde Wmomodelbeleid breed ondersteunen. Door beide partijen is inmiddelsaangegeven dat zij achter het modelbeleid staan. De volgende stap isom de eerste 100 gemeenten aan te laten sluiten. Hiervoor wordtsamen met de VSG en Fonds Gehandicaptensport gewerkt aan eenduidelijke communicatiestrategie om gemeenten te helpen enstimuleren volgens het modelbeleid te werken.•Sporters kunnen via de Zorgverzekeringswet een aanvraag doenvoor een sporthulpmiddel. Hierbij geldt dat het voor sporters vaak nogonduidelijk is waarom een aanvraag wordt toe- of afgewezen. In 2021is een kwaliteitsmodule gemaakt die is ondergebracht in het kwaliteits-register van het Zorginstituut Nederland (ZIN). De module is eenspecificatie van het Generiek Kader Hulpmiddelenzorg dat sinds kortonder de Kwaliteitsraad Hulpmiddelen en Zorg valt. De moduleprothesen is de standaard voor de prothesezorg en wordt momenteelgeïmplementeerd in het zorgveld. Er werd door politieke partijen enook het Platform geconstateerd dat de verstrekking sport- en waterbe-stendige prothesen ook in de Module Prothesen weinig aandacht hadgekregen. Om hiervoor een oplossing te bieden is een bijlage bij dekwaliteitsmodule prothesen gemaakt door het Platform Prothesen.Deze bijlage is aan het ZIN aangeboden als addendum bij de module.Bij een positieve beoordeling worden de vervolgstappen in werkinggezet. Met de Sportakkoord partners wordt dan een communicatiestra-tegie gemaakt.•Ik heb recent gesproken met de Atletencommissie van NOC*NSF omop basis van hun ervaringen inzicht te krijgen in de knelpuntenrondom de verstrekking van topsporthulpmiddelen. Zo gaf decommissie onder andere aan dat gemeenten vaak niet over debenodigde expertise beschikken als het gaat om de specifiekevereisten van topsporthulpmiddelen. Ook werd aandacht gevraagdvoor het feit dat de hulpmiddelen die verstrekt worden voornamelijkgeschikt zijn voor recreatief gebruik, maar sneller slijten bij intensievetrainingsschema’s die bij topsport horen. Hierdoor hebben topsporterste maken met hogere reparatiekosten, waar momenteel nog geentoereikende vergoedingsmogelijkheden voor zijn. De commissieverwacht dat bovengenoemde acties veel kunnen betekenen voortopsporters.•Het vervoer naar trainingen en wedstrijden vormt vaak een grotedrempel voor mensen met een handicap die willen sporten. Desportvervoersvoorziening voorziet sporters met een handicap vaneen kilometerbudget, zodat zij kunnen trainen en deelnemen aanwedstrijden in het hele land. De sportvervoersvoorziening wordt in hetvierde kwartaal van 2026 ondergebracht in het landelijke Valys-vervoer.Hierdoor wordt het aantal organisaties dat nodig is voor het goedregelen van vervoer beperkt, wat het voor mensen met een handicapmakkelijker moet maken om mee te doen aan sport en bewegen. Dit isin lijn met de ambities uit het VN-verdrag Handicap en de Strategie2030. Het sportvervoer wordt binnen Valys daarom als apart onderdeelopgenomen. De huidige invulling van het sportvervoer, zoals devoorwaarden voor deelname, de hoogte van het kilometerbudget ende wijze van aanmelding, blijft vooralsnog ongewijzigd.Naast bovengenoemde inzet heb ik gekeken naar mogelijkheden voorStichting Special Heroes om haar werk ten behoeve van sporten voormensen met een handicap voort te zetten. Stichting Special HeroesNederland krijgt in 2026 een extra impuls van € 600.000 om haaractiviteiten te borgen. In Nederland bestaan verschillende partijen dievergelijkbare activiteiten verrichten voor mensen met een handicap. In deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 4089 Strategie 2030 streef ik ernaar dat de inzet van alle betrokken partijenmeer effect heeft voor mensen met een handicap. Dat vraagt soms omslimmere samenwerking en het bundelen van krachten. Ik heb SpecialHeroes gevraagd om op deze manier naar de borging van haar activiteitente kijken. Daarmee doe ik de gewijzigde motie van de leden Van Nispen enMohandis af.16Wat kunt u nog meer van mij verwachten?•Helderheid over de gemiddelde kosten van een sporthulpmiddel en hetafschrijvingspercentage na de uitleenperiode van sporthulpmiddelen isessentieel. Dit zorgt voor duidelijkheid bij de gebruikers. Daarom ga ikaan de slag met het opzetten van een kostprijsonderzoeksporthulpmiddelen. Ik verwacht uw Kamer in het najaar van 2025 tekunnen informeren over de voortgang.•Ten aanzien van de topsporthulpmiddelen ga ik de komende tijd ingesprek met onder meer NOC*NSF om te zoeken naar passendeoplossingen. Daarbij vind ik het van groot belang dat de uiteindelijkeaanpak het leven van topsporters met een handicap daadwerkelijkvereenvoudigt. Dat betekent ook: geen extra schakel in het proces diehet risico vergroot dat zij van het kastje naar de muur wordengestuurd. Ik verwacht uw Kamer in het najaar van 2025 te kunneninformeren over een mogelijke oplossingsrichting.Mensen in armoede meer laten sportenWat is de huidige situatie en wat is het doel?Het inkomen van mensen speelt een belangrijke rol bij de mogelijkheidom te sporten en bewegen. Van de mensen met de laagste inkomenssport 44 procent wekelijks, terwijl dit bij de hoogste inkomens bijna70 procent is17. Ook voldoen mensen met een lager inkomen minder vaakaan de beweegrichtlijnen18.Voor mensen met lage inkomens is sport en bewegen nog geen vanzelf-sprekend onderdeel van het dagelijks leven. De ongelijkheid tusseninkomensgroepen moet binnen acht jaar zijn weggewerkt. Dat betekentdat in 2028 ten minste 52 procent van de mensen met de laagsteinkomens wekelijks deelneemt aan sport. Iedereen moet namelijk kunnenmeedoen, ongeacht de dikte van de portemonnee. In onderstaande tabelis een daling zichtbaar van de wekelijkse sportdeelname van mensen inarmoede. Het Mulier Instituut geeft aan dat het lastig is duiding te gevenover de veranderingen ten opzichte van vorig jaar, doordat ook hier wordtgerekend met een kleine groep mensen binnen een grote dataset. Het isdaarom van belang te kijken naar de trends op de langere termijn. Hethuidige deelnamepercentage maakt nog eens duidelijk dat mensen metde laagste inkomens nog onvoldoende wekelijks sporten om dedoelstelling voor 2028 te behalen. Er is dus nog veel te doen.16Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 143.17Mulier Instituut (2024). Sport en zwemlesregelingen voor mensen met een laag inkomen.18CBS (2025). Leefstijl; persoonskenmerken; bewegen, 4 jaar of ouder voldoet aanbeweegrichtlijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 40810 DoelstellingKamerbriefdec ’24Meetjaar2023Kamerbriefjun ’25Meetjaar2024Doelstelling2028Sportdeelname (wekelijks) van mensen inarmoede43,9%38%52%Bron: Mulier Instituut (2024). Sport- en zwemlesregelingen voor mensen met een laag inkomen. Dit is de kern van mijn beleidOm de belemmeringen om te sporten en bewegen voor mensen met lageinkomens weg te nemen, richt ik me specifiek op drie pijlers:1.Directe financiële ondersteuning aan mensen in armoede;2.Het verbeteren van de vindbaarheid van de beschikbare financiëleregelingen;3.De mogelijkheden voor een sportpas.Wat heb ik gedaan?1. Directe financiële ondersteuning aan mensen in armoedeIk heb de subsidie van Jeugdfonds Sport en Cultuur op basis van hetamendement van Mohandis19 eenmalig opgehoogd met 500.000 euro in2025. Daarnaast is de subsidie van Volwassenfonds Sport en Cultuurgecontinueerd. Beide organisaties kunnen zo directe ondersteuningblijven bieden aan mensen met lage inkomens en hiermee bijdragen aande betaalbaarheid van sport en bewegen. Zo worden jaarlijks 800.000kinderen en 15.000 volwassenen in armoede bereikt.2. Het verbeteren van de vindbaarheid van de beschikbare financiëleregelingenHet onderzoek «Sport- en zwemlesregelingen voor mensen met een laaginkomen» van het Mulier Instituut toont aan dat tussen gemeenten groteverschillen bestaan in de wijze van financiële ondersteuning. Zo makengemeenten gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur, het Volwasse-nenfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld, gemeentelijke armoedere-geling voor minima, en sport- en stadspassen. En soms biedengemeenten al deze regelingen tegelijkertijd aan. Dit maakt de regelingenvoor mensen onduidelijk en slecht vindbaar. Het Jeugdfonds Sport enCultuur en het Volwassenenfonds Sport en Cultuur hebben beiden extramiddelen gekregen om de vindbaarheid van de financiële regelingenin gemeenten te vergroten. Via de eigen websites gaan zij verwijzen naarde websites van bestaande regelingen van gemeenten. Daarnaast zijn deuitkomsten van het onderzoek besproken met ongeveer 25 partijen,waaronder de VSG, om na te gaan hoe de vindbaarheid kan wordenverbeterd. Naar aanleiding hiervan is een webinar georganiseerd op 2 juni2025 rondom de vindbaarheid van ondersteuningsregelingen zwemwater.3. De sportpasTijdens het Wetgevingsoverleg Sport en Bewegen 2024 heeft het lid VanNispen mij via een motie20 verzocht de effecten van het concept van desportpas te onderzoeken. Ik ben op het verzoek van het lid Van Nispen opwerkbezoek geweest bij de gemeente Waadhoeke. Deze gemeente werkt19Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 114.20Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 131.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 40811 al met een sportpas en kon mij goed meenemen in de achtergrond enwerkwijze daarvan. Gemeente Waadhoeke gaf bovendien aan enthousiastte zijn om mee te denken in het onderzoek naar het concept van eenlandelijke sportpas. Verder krijg ik in de gesprekken die ik tot nu toe hebgevoerd twee belangrijke aandachtspunten mee. Allereerst dat eensportpas er niet voor gaat zorgen dat alle jongeren gaan sporten, daar ismeer voor nodig. In het onderzoek wordt daarom ook meegenomen welkeandere elementen een rol spelen in de keuze om wel of niet te gaansporten wanneer jongeren een sportpas ontvangen. Het tweede punt isdat een sportpas niet automatisch de doelgroep gaat bereiken die wewillen bereiken, namelijk de jongeren die sport niet kunnen betalen. Het ismij bekend dat jongeren en mensen in armoede vaak geen gebruik makenvan armoederegelingen, uit angst voor het stigma dat daarmee gepaardgaat. Het is mijn doel dat te doorbreken. Daarom wordt in een pilotgekeken naar hoe de doelgroep bereikt kan worden zonder een stigma opte roepen.Wat kunt u nog meer van mij verwachten?Ondanks de demissionaire status van het kabinet blijf ik stappen zettenom de mogelijkheden van een concept van de sportpas in kaart tebrengen. Ik ben voornemens in 2025 een onderzoek te starten naar hetconcept van een sportpas. Het onderzoek zal zich richten op de doelgroep12 tot 23 jaar vanwege de vele uitdagingen die deze doelgroep kent opmentaal, sociaal en financieel vlak. Met dit voorgenomen onderzoek doeik de motie van het lid Van Nispen af.U kunt de volgende vier acties van mij verwachten om de mogelijkhedenvan een sportpas op een goede en nuttige manier te onderzoeken:1.Medio 2025 wordt gestart met een behoefteanalyse onder jongeren.Ook wordt een uitvraag gedaan bij een aantal gemeenten voor hetstarten van pilots.2.Mijn streven is om in het najaar van 2025 te starten met pilots in drietot vier gemeenten. De afspraken over de inhoud van deze pilotsworden op bestuurlijk niveau gemaakt.3.Parallel zal ervaring opgedaan worden uit vergelijkbare trajecten.Voorbeelden hiervan zijn landen die al werken met een landelijkesportpas, maar ook andere domeinen, zoals het cultuurdomein met deCJP-pas21 of de gratis toegang tot bibliotheken. Met deze verkenningwordt gekeken of een landelijke sportpas opgezet kan worden opeenzelfde wijze. Zo kan worden voortgebouwd op wat al werkt.4.In 2026 wordt in kaart gebracht wat de kosten zijn om een sportpaslandelijk in te voeren aan de hand van een aantal scenario’s metdifferentiatie in doelgroepen.Wat nog aandacht vraagt zijn de kosten die gepaard gaan met eenlandelijke sportpas. Uit eerdere ramingen is bekend dat de kosten vooreen dergelijke sportpas boven de één miljard euro uitkomen. Dit vraagtom creativiteit en samenwerking van en met gemeenten en anderedomeinen om hierover na te denken. Desalniettemin kijk ik uit naar deeerste resultaten van de pilots. De eindresultaten en advies voor hetvervolg zullen medio 2027 met uw Kamer worden gedeeld. Ik houd u opde hoogte van tussentijdse resultaten.21Cultuur Jongeren Paspoort waarmee jongeren tot 30 jaar tegen een gereduceerd tarief aancultuur kunnen deelnemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 40812 Sociaal veilige en eerlijke sportWat is de huidige situatie en wat is het doel?Wij hebben allemaal een verantwoordelijkheid om een sociaal veilige eneerlijke sport te realiseren. Trainers, spelers en omstanders bepalensamen de cultuur. Dat gaat vaak goed, maar helaas zijn er ook te veelvoorbeelden waar dat niet vanzelfsprekend is. In 2022 maakte ruim eenkwart (28%) van de Nederlandse sporters en/of wedstrijdbezoekers van12 jaar en ouder wangedrag mee in de sport, of is hier getuige vangeweest. Daarbij gaat het vooral om verbaal geweld, zoals schelden ofpesten (18%), gevolgd door vernieling of vandalisme (10%)22.Het Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN) ontving in 2024 995meldingen van grensoverschrijdend gedrag in de sport. Ik maak hieruit opdat melders het CVSN goed weten te vinden. Maar, het aantal meldingenvan grensoverschrijdend gedrag blijft te groot. Dit benadrukt nog maareens het belang van een gedegen aanpak van grensoverschrijdend gedragen andere integriteitsschendingen in de sport. Met het oprichten van eenonafhankelijk integriteitscentrum streef ik ernaar om de sport de nodigeondersteuning te bieden in deze aanpak.Daarnaast vind ik het verwerpelijk dat discriminatie nog steeds te veelvoorkomt in de sport. Zeker in het voetbal komt discriminatie schrik-barend veel voor. Denk hierbij aan discriminatie op basis van religie,homofobe uitingen, gedragingen en spreekkoren. Ook vindt het overgrotedeel van de strafbare discriminatiefeiten met antisemitisme plaats in hetvoetbal23. Daarom blijf ik me, samen met de Minister van Justitie enVeiligheid, de Staatssecretaris van Participatie en Integratie en de KNVBinzetten tegen racisme en discriminatie in het voetbal via het programma«Ons Voetbal Is Van Iedereen» (OVIVI).Dit is de kern van mijn beleidOm de waarde van sport en bewegen te kunnen ervaren, is een veilige enintegere sportsector noodzakelijk. Daarom werk ik aan een sportsectorwaarin iedereen veilig en met plezier kan sporten zonder angst voorgrensoverschrijdend gedrag. Daarnaast streef ik naar een sportsector dievrij is van het gebruik van doping en manipulatie van sportwedstrijden. Ikricht me specifiek op drie pijlers:1.Onafhankelijk integriteitscentrum: Integere Sport Nederland (ISN).2.Veilige en integere danssector.3.OVIVI/Onze Club is van Iedereen (OCIVI).Wat heb ik gedaan?1. Onafhankelijk integriteitscentrumZoals eerder24 vermeld, werk ik aan de oprichting van een onafhankelijkintegriteitscentrum voor de sport op het gebied van grensover-schrijdend gedrag, doping en matchfixing. Voor de oprichting van hetcentrum, Integere Sport Nederland (ISN), is een wetsvoorstel noodza-kelijk. Ik streef ernaar het wetsvoorstel rond de zomer in internetconsul-tatie te brengen. Ik doe hiermee de motie van de leden Van den Hil en22RIVM (2025). www.sportenbewegenincijfers.nl23Openbaar Ministerie (2023). Strafbare Discriminatie in Beeld 2023.24Kamerstuk 30 234, nr. 396.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 40813 Paulusma af, welke mij vraagt vaart maken met het wetsvoorstelIntegriteitscentrum sport en de daarvoor gereserveerde financiering.252. Veilige en integere danssectorSamen met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)en de Alliantie Dans Veilig blijf ik werken aan een veilige(re) en integeredanssector.•De Ethische Commissie Dansen en de OpvolgingscommissieDansen zijn beiden geïnstalleerd en benoemd. De Opvolgingscommis-sie onderzoekt en adviseert hoe de aanbevelingen uit het onderzoekSchaduwdansen worden opgevolgd. Het streven is dat de Opvolgings-commissie eind 2025 een definitief eindadvies aanbiedt richting departijen in de danssector en de Ministeries van VWS en OCW. Ik zal uwKamer hier nader over informeren. Hiermee doe ik de toezegging afom uw Kamer over de installatie van de opvolgings- en ethischecommissie te informeren26.3. OVIVI/OCIVIOVIVI kent een integrale aanpak waarbij ingezet wordt op een breed paletaan maatregelen, zoals de uitbreiding met OCIVI. Op deze manier bereiktdit programma steeds meer clubs, sporters en toeschouwers met deboodschap dat discriminatie en racisme niet getolereerd wordt binnen hetvoetbal, de sport en in onze samenleving.•Vanwege het grote en blijvende belang van een sportomgeving waarniet gediscrimineerd wordt, is vanuit de Voorjaarsnota 1,6 miljoen euroopgenomen om OVIVI en OCIVI in 2026 te continueren. Ik zalvervolgens met de betrokken departementen, de KNVB en NOC*NSF,in gesprek gaan om de ingezette lijn van voorkomen, signaleren ensanctioneren van discriminatie en racisme door te zetten. Ik heb hierook aandacht voor de bestrijding van antisemitisme.•Op 22 april jl. heb ik uw Kamer, mede namens de andere betrokkenbewindspersonen, de monitor OVIVI 2024 en de eerste monitor OCIVItoegestuurd. Ik verwijs naar deze brief en bijgevoegde monitors voorverdere toelichting op de voortgang op dit programma.27Wat kunt u nog meer van mij verwachten?•Na verwerking van de opbrengst uit de internetconsultatie is devolgende stap om het wetsvoorstel voor de oprichting van ISN naarde Raad van State te sturen voor advisering.Tot slotWe staan als samenleving voor flinke uitdagingen: kinderen die lang nietallemaal voldoende bewegen, jongeren die worstelen met hun mentalegezondheid en mensen die wel willen sporten maar dit door drempels nietkunnen. Sport en bewegen verbindt mensen, geeft zelfvertrouwen endraagt bij aan een gezonde en sterke basis. Daarom is het belangrijk datwe sport en bewegen niet als bijzaak beschouwen, maar als onmisbarebouwsteen voor een gezonde en veerkrachtige samenleving.Sporten en bewegen gaat echter bij niemand vanzelf. Iedereen heeft eenzetje nodig om daadwerkelijk in actie te komen. Dat kan een uitgestippeldplan zijn om een marathon te lopen, maar ook een vriend of collega die25Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 124.26Kamerstuk 30 234, nr. 394.27Kamerstuk 30 234, nr. 405.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 40814 vraagt of je mee een wandeling gaat maken. Ook in beleid geldt dat hetniet vanzelf gaat. Ik beschreef in deze brief hoe ik de komende tijd insamenwerking met veel partijen drempels verlaag en de nodige zetjesgeef. Met als doel iedereen de waarde van sport en bewegen te latenervaren.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 234, nr. 40815

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · eae059b877ae0103

14 okt 2026 · 0e9824157fdb7035

13 okt 2026 · 9f7c92835c8d6115

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.