KamerkringInloggen
Kamerbrief

Positie Nederland ten aanzien van EU-Verordening ter bestrijding van online seksueel kindermisbruik

18 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 74728b31d8197333 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-Raad34 843Seksuele intimidatie en geweld31 015KindermishandelingNr. 977 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 november 2025Door middel van deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens deStaatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over depositie die Nederland ten aanzien van het laatste compromisvoorstelinzake de EU-Verordening ter bestrijding van online seksueel kindermis-bruik (CSAM-Verordening) zal innemen.De voorgestelde CSAM-Verordening bevat een uitgebreid stelsel aanmaatregelen om internetbedrijven te verplichten om risico’s op deverspreiding van kinderpornografisch materiaal tegen te gaan en om ditmateriaal, indien onderkend, snel te verwijderen. Dit voorstel wordtgedaan gelet op de gigantische aantallen waarin seksueel beeldmateriaalvan kinderen op het internet rondgaat.Oorspronkelijk stond de CSAM-Verordening op de agenda van deJBZ-raad van 8 en 9 december a.s. Lidstaten is echter op 14 novemberverzocht hun formele positie op 19 november a.s. kenbaar te makentijdens de Coreper-vergadering. Inmiddels is vandaag duidelijk gewordendat het agendapunt is verplaatst naar de Coreper-vergadering op26 november a.s. Gelet op de gevraagde formele positie informeert hetkabinet u met deze brief over de positie die zij daar zal innemen.1. Nieuw compromisvoorstel In het voorstel dat nu voorligt is verplichte detectie van online seksueelbeeldmateriaal van kinderen helemaal uit het voorstel geschrapt. In plaatsdaarvan wordt voorgesteld de mogelijkheden die bedrijven nu op grondvan een tijdelijke derogatieregeling hebben om op eigen initiatief te kst-32317-977ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9771 detecteren, permanent te maken.1 Het betreft bestaand materiaal vanonline seksueel kindermisbruik, nieuw materiaal en grooming. Mededankzij de inzet van Nederland is in het voorstel expliciet opgenomen datniets in deze verordening mag worden opgevat als het opleggen vandetectieverplichtingen aan aanbieders.Verder zal de voorgestelde CSAM-verordening voorzien in verplichtingenvoor aanbieders om een beoordeling te maken van het risico dat hundiensten worden gebruikt voor de verspreiding van materiaal vanseksueel kindermisbruik. Daarbij moeten zij zo nodig risico-mitigerendemaatregelen nemen en aan een nieuw EU-centrum melden wanneer zij opof via hun diensten kennis hebben gekregen van mogelijk online seksueelkindermisbruik. Deze aanbieders worden verplicht dit materiaal zo snelmogelijk te verwijderen. Ook worden aanbieders van software applicationstores verplicht leeftijdsverificatie toe te passen, en interpersoonlijkecommunicatiediensten als er uit het risico-assessment blijkt dat sprake isvan een aanzienlijk risico op grooming. In de Verordening wordtdaarnaast geregeld dat elke lidstaat een Coördinerende Autoriteit aanwijstdie de bevoegdheid krijgt verwijder- en blokkeringsbevelen te verzoeken.Ook zijn er in het voorstel specifieke rechten gecreëerd voor slachtoffersvan seksueel kindermisbruik van wie beelden en video’s nog onlinekunnen circuleren nadat het fysieke misbruik is gestopt. Ten slotte wordteen EU-centrum opgericht dat zal moeten dienen als kennis- en coördina-tiecentrum voor de aanpak van online seksueel kindermisbruik.2. Kabinetsstandpunt Zoals uw Kamer weet, onderhandelt Nederland al geruime tijd over deVerordening. Het BNC-fiche daarover is op 17 juni 2022 met uw Kamergedeeld.2 Gedurende de onderhandelingen heeft het voorzitterschapmeerdere voorstellen gedaan. Voor Nederland is het duidelijk dat, medenaar aanleiding van de moties van Raan c.s. en Kathmann c.s., geenruimte bestaat om voorstellen te ondersteunen die:1)end-to-end encryptie onmogelijk maken,32)verplichte detectie in de privécommunicatie van alle burgers inhouden;en3)detectie verplichten in end-to-end versleutelde omgevingen die in depraktijk uitsluitend kunnen worden uitgevoerd door middel vanclient-side scanning.4Bij de vraag welke positie Nederland ten aanzien van het huidige voorstelmoet innemen, is er daarom zowel aandacht geweest voor de complexeinhoudelijke belangenafweging als voor de positie van ons land in hetEuropese krachtenveld. Nederland erkent de urgentie van de bestrijdingvan online seksueel beeldmateriaal van kinderen volledig en wil hier zichmaximaal voor inspannen. Nederland is daarom in principe eenvoorstander van effectieve EU-regelgeving voor het tegengaan van deverspreiding hiervan. Het Nederlandse kabinet hecht zoals gezegd zeeraan een gezamenlijke Europese aanpak van online seksueel kindermis-bruik en de voorgestelde CSAM-verordening bevat daartoe waardevollemaatregelen. In een eerdere brief aan uw Kamer zijn bezwaren van ditkabinet gedeeld.5 Daarbij is ook van belang dat in de strijd tegen de1Op grond Verordening (EU) 2021/1232 is voorzien in een tijdelijke afwijking van bepaaldebepalingen van de ePrivacy-Richtlijn (Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en deRaad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de beschermingvan de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie).2Kamerstuk 22 112, nr. 3455.3Naar aanleiding van de motie Van Raan c.s. Kamerstuk 26 643, nr. 908.4Kamerstuk 32 317, nr. 972.5Kamerstukken II, 2024–2025, 32 317, nr. 906.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9772 verspreiding van dit vreselijke materiaal ook recht wordt gedaan aangrondwettelijke zorgen, de digitale weerbaarheid van de lidstaten en deprivacy van gebruikers van internetdiensten. Met het permanent makenvan de vrijwillige detectie verdwijnt de periodieke heroverweging van debalans tussen het doel van de detectie en privacy- en veiligheidsoverwe-gingen. Dat vindt het kabinet een groot risico.Het verwijderen van verplichte detectie is een grote stap geweest richtingde positie van Nederland. Het kabinet is het voorzitterschap hiervoorerkentelijk. Helaas zijn niet alle hierboven genoemde zorgen vanNederland weggenomen. Dat resulteert erin dat Nederland zich zalonthouden van stemming tijdens de Coreper-vergadering van26 november en daarbij een stemverklaring zal afleggen langs de lijnenzoals hierboven geschetst.Met de verschuiving van het agendapunt naar de Coreper-vergaderingvan 26 november a.s. hoop ik uw Kamer hiermee tijdig te hebbengeïnformeerd.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9773

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 008bc41bb4613097

14 okt 2026 · 245312228405c208

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.