KamerkringInloggen
Kamerbrief

Nadere uitwerking investeringen onderzoek en wetenschap

26 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 39abac7406f99394 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 1265 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 juni 2026Onderzoek en wetenschap dragen op veel manieren bij aan de samen-leving. Wetenschap leert ons elkaar en de wereld om ons heen tebegrijpen. Het helpt ons inzichten op te doen uit het verleden, om lessente leren voor de toekomst. Wetenschappers zorgen voor belangrijkeinnovaties die ons leven en dat van generaties na ons steeds een beetjebeter maken. Het kabinet wil dat Nederlandse wetenschap van toonaan-gevend niveau blijft en internationaal concurrerend is. Onderzoek heeftdrie belangrijke doelen: het ontwikkelen van nieuwe wetenschappelijkekennis, het overdragen van de nieuwste kennis in het onderwijs en hetoplossen van maatschappelijke vraagstukken. Daarbij zijn alle weten-schapsgebieden en alle soorten onderzoek belangrijk: ongebonden enthematisch, wetenschappelijk en praktijkgericht, fundamenteel entoegepast. Academische vrijheid en onafhankelijke wetenschap zijn vangroot belang voor een gezonde democratie. Daarom wil dit kabinet extrainvesteren in onderzoek en wetenschap.Met deze brief informeer ik u over de invulling van de hoofdlijnen die ikop 2 april 2026 tijdens het commissiedebat Onderzoeks- en Wetenschaps-beleid en op 24 april 2026 in mijn Beleidsbrief OCW heb aangekondigd.1Met de investeringen in onderzoek en wetenschap die de coalitiepartijenhebben afgesproken bewegen we richting de Lissabon-doelstelling om 3%van het bbp aan publieke en private research and development (R&D)-investeringen te besteden. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap trekt per jaar ongeveer € 14 miljard uit voor het hogeronderwijs en wetenschap. Het Rathenau Instituut becijferde dat debijdrage van de Rijksoverheid voor R&D in 2026 € 9,6 miljard bedraagt.2Naast private investeringen is dit geld van het Rijk cruciaal voor ons1Beleidsbrief Onderwijs Cultuur en Wetenschap 2026–2030, 24 april 2026, Kamerstuk 36 800 VIII,nr. 1482TWIN 2024–2030, Totale investeringen in wetenschap en innovatie, Rathenau Instituut kst-31288-1265ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12651 systeem van kennisontwikkeling en onderzoek, dat van groot belang isvoor het welzijn en de welvaart van onze samenleving. Ik heb in debeleidsbrief OCW aangekondigd structureel € 428 miljoen extra teinvesteren in onderzoek en wetenschap. Om continuïteit en stabiliteit tebieden, gebruik ik vooral bestaand instrumentarium: sectorplannen,Europese samenwerking, (toegepaste) onderzoeksinfrastructuur enpraktijkgericht onderzoek. Ik wil de meest dringende knelpunten oplossen,excellentie en profilering van de kennisinstellingen bevorderen, samen-werking stimuleren en de brede maatschappelijke en economische impactvergroten.Onderzoek en wetenschap helpen Nederland vooruit. De samenlevingstaat voor grote uitdagingen op het gebied van veiligheid, klimaat, milieuen gezondheid. Daarnaast staan de concurrentiekracht en de strategischeautonomie van Nederland en Europa onder druk en neemt de arbeidspro-ductiviteit nauwelijks toe.3, 4 Universiteiten, hogescholen en andereonderzoeksinstellingen werken aan deze en andere grote vraagstukkenvan vandaag en morgen. Kennisinstellingen in Nederland en in hetCaribisch deel van het Koninkrijk zijn schakels in regionale, nationale eninternationale kennisnetwerken. Daarbinnen werken zij samen met de(lokale) overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Doorsamen te werken heeft hun onderzoek nog meer impact.Het kabinet wil goed voorbereid zijn op de toekomst. Het kabinet werktaan een sterke economie en een fijn land om te leven via onder meer deTaskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (TTWV).5 Om ervoorte zorgen dat we onder andere toptalent in Nederland opleiden, behoudenen aantrekken, ontwikkel ik samen met de Ministers van EZK en SZW eentalentstrategie. Samen met mijn collega van EZK versterk ik de geheleketen van onderzoek en innovatie. De Minister van EZK heeft u via debeleidsbrief Economische Zaken en Klimaat (EZK) geïnformeerd over decontouren.6 Ik ben met mijn collega’s van Defensie en EZK in gesprek overrandvoorwaarden die nodig zijn voor kennisinstellingen om beter aan tesluiten bij de kennis- en innovatieketen voor defensie-gerelateerdonderzoek. Voor de kennis die nodig is voor onze nationale veiligheid,onze weerbaarheid, de strategische autonomie en concurrentiepositie vanNederland levert de samenwerking tussen kennisinstellingen en defensienamelijk een belangrijke bijdrage.Terugdraaien bezuinigingenOmdat ik waarde hecht aan continuïteit en stabiliteit investeer ik tot enmet 2031 cumulatief € 378 miljoen in de eerste geldstroom van universi-teiten voor het terugbrengen van de werkdruk. Dit is een belangrijkknelpunt in de onderzoekscultuur. Hiermee draai ik de bezuiniging van hetkabinet-Schoof op de stimuleringsbeurzen terug zonder het instrument teherintroduceren. Universiteiten kunnen deze investering naar eigen inzichtbesteden. Zoals ik in mijn beleidsbrief heb aangegeven, is het daarna aande instellingen om een gezonde onderzoekscultuur te behouden. Met deamendementen Eerdmans c.s. en Bontenbal c.s. is al eerder een deel vande bezuinigingen van het kabinet-Schoof op onderzoek en wetenschapongedaan gemaakt.7 Ook investeer ik tot en met 2031 cumulatief € 503Draghi report - The future of European competitiveness – A competitiveness strategy forEurope4Rapport Wennink – De route naar toekomstige welvaart5Opdrachtbrief Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat, kamerstuk 36 848, nr. 1066Kamerstukken II, 2025–2026 36 800 XIII, nr. 417Mijn ambtsvoorganger heeft u over de invulling van deze middelen geïnformeerd op 14 maart2025, Kamerstuk 31 288, nr. 1185Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12652 miljoen in de reguliere bekostiging van NWO. Hiermee draai ik ook eentijdelijke bezuiniging van het kabinet-Schoof op onder andere de OpenCompetitie, onderzoeksinfrastructuur en Europese partnerschappen terug.SectorplannenIn het coalitieakkoord staat de ambitie dat we meer samenwerking enspecialisatie van universiteiten vragen en minder concurrentie willen.Profilering zorgt dat universiteiten elkaar in hun onderzoek aanvullen enminder met elkaar concurreren. Sectorplannen zijn een beproefde aanpakvoor profilering in het onderzoek.8 Het kabinet investeert hierin structureel€ 132 miljoen. Deze extra capaciteit maakt het mogelijk om onderzoekbeter te organiseren.Het initiatief voor het opstellen van sectorplannen ligt bij de universi-teiten. De sectorplannen worden opgesteld vanuit de vier domeinen(Sociale en Geestes-, Bèta, Techniek en Medische en Gezondheidsweten-schappen). De verdeling van de middelen vindt plaats over dezedomeinen. Ik vraag van universiteiten om bij het maken van de nieuwesectorplannen scherp te kiezen wie zich waarop profileert, hoe ze metelkaar samenwerken en welke onderscheidende focuspunten ze kiezen omte excelleren. Hierbij geef ik expliciet mee dat domeinoverstijgendesamenwerking uiteraard mogelijk is.Ik heb de universiteiten gevraagd om bij de uitwerking van de sector-plannen uit te gaan van de kansen voor onze toekomstige welvaart endaarin duidelijk te maken hoe ze hieraan bijdragen. Het gaat daarbij omfundamenteel onderzoek in de domeinen die dit kabinet als cruciaal zietvoor onze toekomstige welvaart en waarin het kabinet de publieke enprivate R&D-investeringen wil stimuleren. Die domeinen zijn digitaliseringen AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en lifesciences en biotechnologie. Ik voeg aan elke sectorplancommissie een lidtoe met expertise op deze prioriteitsdomeinen. Omdat ik de administra-tieve lasten van het instrument wil verlichten, richt ik de monitoring doorde sectorplancommissies lichter in. Een overkoepelende commissie voertde planbeoordeling uit en adviseert over de toekenning van de middelen.Profilering en samenwerking op het gebied van onderzoek beperkt zichniet tot universiteiten, maar strekt zich ook uit naar NWO- enKNAW-instituten, hogescholen, rijkskennisinstellingen enTO2-instellingen. Ik roep universiteiten daarom op om bij het ontwikkelenvan de sectorplannen aansluiting te zoeken bij andere kennisinstellingen.Een investering in wetenschappelijk onderzoek is ook een investering inwetenschappelijk onderwijs. Universiteiten lichten in de sectorplannen toehoe de keuzes op het gebied van profilering en samenwerking voor hetonderzoek van invloed zijn op het onderwijs. Vooral voor het masteron-derwijs en de graduate schools is de verwevenheid tussen onderzoek enonderwijs sterk. De middelen mogen daarom ook worden gebruikt vooronderwijs, als dit de doelen van een sectorplan versterkt. Samenwerkingblijft ook in het onderwijs belangrijk, zeker door de dalende studentenaan-tallen. Universiteiten werken daarom samen aan procedures voor deafstemming van het landelijke opleidingsaanbod. Deze zijn naarverwachting in de komende maanden gereed.De investeringen in de sectorplannen moeten direct ten goede komen aanhet primaire wetenschappelijke proces. Ze kunnen bijvoorbeeld wordeningezet voor personeel, kleine infrastructuur, het bevorderen van8Kamerstukken II, 2024/2025, 29 338, nr. 296Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12653 doorgroeimogelijkheden of het beschikbaar stellen van budget voor hetverlagen van de werk-, competitie- en aanvraagdruk. Concreet ga ik ervanuit dat de structurele middelen die besteed worden aan personeel in desectorplannen grotendeels worden ingezet voor vaste contracten en voorruimte voor onderzoekers om door te groeien.Ik vind het van belang dat de sectorplannen aansluiten op de instellings-plannen van de universiteiten. De colleges van bestuur en decanenstemmen dit met elkaar af. Daarnaast verwacht ik dat de medezeggen-schap betrokken is bij het opstellen van de sectorplannen. Dit najaarinformeer ik u verder over de uitwerking van de sectorplannen.Europese onderzoeks- en innovatieprogramma’sKennis kent geen grenzen. Het is daarom cruciaal dat nationaleonderzoeks- en innovatienetwerken goed zijn aangesloten op interna-tionale (Europese) netwerken. Een Europees kaderprogramma voorsamenwerking in onderzoek en innovatie is voor Nederland en Europavan belang om te kunnen concurreren met andere grootmachten, zoalsChina en de VS. In Europa trek ik hiervoor samen op met mijn collega vanEZK. In 2028 gaat het tiende Europese onderzoeks- en innovatiekaderpro-gramma van start, dat opnieuw Horizon Europe heet. De door deEuropese Commissie voorgestelde omvang hiervan is € 175 miljard.Daarmee wordt Horizon Europe 2028–2034 het grootste internationaleprogramma voor onderzoek en innovatie ter wereld. Er wordt een nauwekoppeling voorzien met het Europees Concurrentievermogenfonds om dedoorstroming te garanderen van fundamenteel en ongebonden onderzoeknaar toegepaste innovatie, startups en scale-ups en industriebeleid.9Horizon Europe moet op een samenhangende en integrale wijze de heleketen van onderzoek en innovatie ondersteunen: van fundamenteelonderzoek tot innovatie, commercialisatie en maatschappelijke impact envan nieuwsgierigheidsgedreven tot thematisch gestuurd onderzoek.Nederland neemt succesvol deel aan het huidige Horizon Europe2021–2027. Dit versterkt de Nederlandse onderzoeks- en innovatiesector.Nederlandse kennisinstellingen en innovatieve bedrijven hebben viaHorizon Europe 2021–2027 tot nu toe € 5 miljard opgehaald. Alleen grotelidstaten zoals Duitsland, Frankrijk en Spanje ontvangen meer. Hetaandeel dat Nederland ontvangt uit Horizon Europe is bijna tweemaal zohoog als het aandeel dat Nederland bijdraagt aan de Europesebegroting.10 Om de succesvolle deelname van Nederland aan HorizonEurope te behouden en te verbeteren, maakt het kabinet het budget voorde tijdelijke subsidieregeling Matching Horizon Europe structureel met€ 80 miljoen per jaar. Instellingen ontvangen hiermee compensatie voorde eigen bijdrage die zij inleggen om deel te nemen aan projecten inHorizon Europe. Door deze subsidieregeling bevorder ik de toegang vanNederlandse onderzoekers tot Horizon Europe. Daarnaast blijft het kabinetinzetten op het ondersteunen van Nederlandse indieners met het NationalContact Point.Het kabinet investeert daarnaast structureel € 47 miljoen in de cofinan-ciering van Europese partnerschappen. Bij Europese partnerschappenworden nationale en Europese middelen gecombineerd om met publiekeen private partijen samen te werken aan belangrijke thema’s, zoalsklimaatverandering, toegang tot schoon water, gezondheid en hetontwikkelen van supercomputers. Nederland zorgt er met de inzet opEuropese partnerschappen bijvoorbeeld voor dat de Nederlandse9https://commission.europa.eu/publications/european-competitiveness-fund_en10Rathenau Instituut (2025). TWIN 2023–2029. Totale Investeringen in Wetenschap en Innovatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12654 kennissector en het bedrijfsleven toegang houden tot onderzoeksdata viade European Open Science Cloud en tot supercomputers via EuroHPC. Deinzet loopt deels via het Ministerie van EZK. EZK zet deze middelen in voorhet stimuleren van publiek-private onderzoeks- en innovatie-samenwerking via strategische hoogtechnologische Europese partner-schappen. De middelen die OCW inzet via NWO zijn gericht op een brederwetenschappelijk bereik en meer op maatschappelijke uitdagingen,bijvoorbeeld op het gebied van democratie en veerkracht of deweerbaarheid van Europees cultureel erfgoed tegen klimaatverandering.OnderzoeksinfrastructuurOnderzoeksinfrastructuur van topkwaliteit is een basisvoorwaarde voor deontwikkeling en toepassing van kennis voor Nederland. Voorbeelden vaninfrastructuur zijn telescopen, geavanceerde sensoren, speciale labora-toria, omvangrijke verzamelingen van boeken, cohorten van patiënten entekst-, spraak- en multimedia-uitingen. Het belang en de complexiteit vanlokale, nationale en internationale onderzoeksinfrastructuur zijn in deafgelopen vijftien jaar sterk toegenomen. Het waarborgen van eendoelmatig en doeltreffend stelsel vraagt om reflectie en vooruitkijken. Omdit goed te kunnen doen, laat ik me hierover door de Adviesraad voorwetenschap, technologie en innovatie (AWTI) adviseren. Tegelijkertijd zijner urgente zaken om direct op te pakken. Dit licht ik hieronder toe.NWO is een belangrijke partner in het landschap van onderzoeksinfra-structuren. Daarom investeer ik € 35,3 miljoen voor wetenschappelijkeonderzoeksinfrastructuur via NWO. Om de toegekende middelenadequaat voor onderzoeksinfrastructuur in te zetten, maakt NWO keuzesop basis van eigen kennis en adviezen uit het veld. NWO draagt hiermeeonder andere bij aan onderzoeksinfrastructuur en digitale infrastructuurvoor onderzoek. Ook heb ik structureel € 30 miljoen gereserveerd voortoegepaste onderzoeksinfrastructuur. Mijn collega van EZK draagthiervoor de verantwoordelijkheid en zal u hier later over informeren.In de volgende alinea’s licht ik mijn andere voorgenomen investeringen ininternationale lidmaatschappen, digitale onderzoeksinfrastructuur en deEinstein Telescope verder toe.a) Internationale lidmaatschappenNederlandse lidmaatschappen van internationale onderzoeksinfrastruc-turen zijn noodzakelijk om onze onderzoekers en wetenschappers toegangte geven tot innovatieve infrastructuur. Daarom continueer ik vanaf 2031de middelen voor het portfolio van internationale lidmaatschappen, zoalsdat nu door NWO wordt uitgevoerd. NWO is samen met de verschillendebetrokken stakeholders bezig met een voorstel voor de gezamenlijkesturing op en bestendigheid van het portfolio. Verder investeer ikstructureel € 8,7 miljoen in het lidmaatschap voor de Square KilometreArray Observatory (SKAO), de grootste radiotelescoop ter wereld. Ik vindhet van wetenschappelijk belang om internationaal mee te blijven doen inSKAO. Hiermee houden Nederlandse wetenschappers, bijvoorbeeldwerkzaam bij ASTRON in Dwingeloo, toegang tot internationale toonaan-gevende onderzoeksinfrastructuur en behouden we onze toppositie in ditvakgebied.b) Digitale onderzoeksinfrastructuurOnderzoek in alle disciplines is in toenemende mate datagedreven endigitaal. Instellingen organiseren hun digitale infrastructuur vaak zelf,maar steeds vaker is de omvang en complexiteit te groot voor éénTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12655 instelling. Daarom is digitale onderzoeksinfrastructuur op nationaal enEuropees niveau nodig. Het gaat om zeer grote rekenkracht, betrouwbaredataopslag, snelle internationale netwerk-verbindingen, krachtigesoftware en deskundige technische ondersteuning. Het adviesrapportReken er maar (niet meer) oplaat zien dat extra investeringen nodig zijnals Nederland excellente wetenschap wil blijven beoefenen.11 Hetbevorderen van autonomie voor digitale onderzoeksinfrastructuur isbelangrijker geworden. Ik investeer daarom in de versterking van denationale digitale onderzoeksinfrastructuur. NWO en SURF zullen komentot een duurzame inzet voor deze investeringen.De huidige nationale supercomputer Snellius is dringend aan vervangingtoe. Om voor Nederland voldoende super-computingcapaciteit tewaarborgen, heb ik incidenteel € 185 miljoen toegezegd voor de opvolgervan Snellius. Bij de aanschaf en uitvoering van deze opvolger zullen NWOen SURF digitale autonomie, (cyber- en kennis-)veiligheid en (energie-)duurzaamheid bevorderen. Ze stellen waar mogelijk Europese techno-logie centraal. NWO en kennisinstellingen die lid zijn van SURF hebbenvoor de lange termijn het initiatief genomen om de structurele middelenvoor super-computingfaciliteiten te borgen door voldoende te sparen,boven op het bedrag dat zij al sparen. Zij hebben toegezegd vanaf 2027hun jaarlijkse spaarbijdrage te verdubbelen.c) Einstein TelescopeDe Einstein Telescope (ET) wordt een geavanceerd ondergronds meetin-strument voor zwaartekrachtgolven. Het kabinet vindt het projectessentieel voor de technologische en wetenschappelijke autonomie vanNederland en Europa. Bovendien levert dit voor de Euregio Maas-Rijnhoogwaardige werkgelegenheid en innovaties op. Het is daarom eenkabinetsprioriteit om de ET naar de grensregio van Nederland, België enDuitsland te halen. Ik heb eenmalig € 25 miljoen gereserveerd voor debouw van het R&D-centrum voor de ET-Pathfinder: het ET-Low FrequencyCenter (ET-LFC). In aanvulling op deze middelen hebben de provincialestaten van Limburg een extra investering van € 4 miljoen goedgekeurdvoor de bouw van het ET-LFC. Dit is een unieke faciliteit die speciaal wordtingericht om innovatieve technologieën die nodig zijn voor de ET teontwikkelen en te testen. Om ons ET-locatievoorstel verder kracht bij tezetten, reserveer ik vanaf 2032 structureel € 10 miljoen voor het Neder-landse lidmaatschap van ET. Verder kijk ik met NWO waar strategischeinvesteringen in onderzoeksinfrastructuren van onze partnerlanden, inaanvulling op bestaande lidmaatschappen, mogelijk en nodig zijn voorons ET-locatievoorstel.Praktijkgericht onderzoek aan hogescholenPraktijkgericht onderzoek (PGO) is onderzoek dat ontstaat vanuit eenmaatschappelijke vraag of vanuit een uitdaging in de praktijk. PGO aanhogescholen is essentieel voor de aansluiting van onderwijs op deberoepspraktijk, het bevorderen van innovatie en de bijdrage aan hetNederlandse kennisecosysteem. Hogescholen werken voor PGO intensiefsamen met bedrijven en maatschappelijke partners, in thematische enregionale clusters.Hogescholen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling vanhoog-gekwalificeerde professionals. Hogescholen spelen een belangrijkerol door hun onderwijsaanbod af te stemmen op de eisen en behoeften11Kamerstukken II 2025–2026, 31 288 en 26 643, nr. 1227 en bijlage adviesrapport Reken er maar(niet meer) op de – digitale infrastructuren voor onderzoek 2027–2035Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12656 van de arbeidsmarkt. Veel instellingen hebben een verscheidenheid aanonderzoeksactiviteiten ontwikkeld om bij te dragen aan regionaleinnovatie en om de beroepspraktijk te verbeteren.12 Ik ben overtuigd vande toegevoegde waarde hiervan. Met mijn investering van structureel€ 68 miljoen voeg ik in de eerste plaats structureel € 46 miljoen toe aande bekostiging van hogescholen. In de tweede plaats investeer ikstructureel € 22 miljoen in praktijkgericht onderzoek via het regieorgaanSIA van NWO. Ik zet de huidige verdeling van onderzoeksmiddelen overde eerste en tweede geldstroom voor hogescholen door tot en met 2031.Daarna kijk ik of het voortzetten van deze verdeling na 2031 nog passendis.Onderzoek aan mbo-instellingenHet kabinet investeert structureel in regionale innovatie en de kracht vanpubliek-private samenwerking, dus ook in het mbo. Ik investeer struc-tureel € 17 miljoen om de opgebouwde basis van practoraten enpraktijkgericht onderzoek voort te zetten en verder uit te bouwen. De AWTIbrengt in het najaar van 2026 een advies uit over de meerwaarde vanpractoraten in het mbo voor het aanpakken van maatschappelijkeuitdagingen. Daarbij wordt ook onderzocht of een wettelijke onder-zoekstaak voor mbo-instellingen wenselijk en noodzakelijk is om diepotentie te realiseren. Uw Kamer wordt hierover begin 2027 geïnfor-meerd.ValorisatieNederland kent een sterke basis in onderzoek en excellente wetenschap.De toepassing van kennis uit onderzoek naar maatschappelijke impactgebeurt al volop. De manier waarop, bijvoorbeeld via ondernemerschap,communicatie of samenwerkingsverbanden, moet passen bij het typeonderzoek, de opgedane kennis en de maatschappelijke stakeholders. Hetverbeteren van de vertaling van nieuwe kennis naar concrete toepas-singen is een gezamenlijke opgave. Samen met de Minister van EZKverken ik de mogelijkheden voor een nationale Knowledge Transfer Office(KTO) als brug tussen wetenschap en maatschappij. OCW, EZK en dekennisinstellingen dragen daarnaast verantwoordelijkheid voor hetstandaardiseren en versnellen van de overdracht van intellectueeleigendom van kennisinstellingen naar startups. Om het starten vanbedrijven door onderzoekers te vergemakkelijken, onderzoeken we of eencommissie kan bemiddelen bij conflicten over intellectueel eigendom.Voor kennisbenutting in brede zin laat ik mij adviseren door de AWTI.Kennisveiligheid en cyberweerbaarheidWetenschap en hoger onderwijs kunnen niet zonder internationalesamenwerking. Tegelijkertijd zetten statelijke actoren kennis en innovatiein als strategisch machtsmiddel naast of in combinatie met klassiekemiddelen, zoals spionage. Het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren laat ziendat Nederlandse kennisinstellingen en wetenschappers doelwit zijn van(digitale) aanvalscampagnes om hoogwaardige technologie buit temaken. Ook toont het dreigingsbeeld dat kennis en technologie ook opreguliere wijze worden verkregen, bijvoorbeeld via academischesamenwerkingen.13 Ongewenste kennis- en technologieoverdracht levertrisico’s op voor de nationale veiligheid. Daarom werkt het kabinet met de12Monitor praktijkgericht onderzoek 2024, Rathenau Instituut13Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2025. Aanhoudende dreigingen in tijden van groeiendeonzekerheid. AIVD, MIVD en NCTV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12657 kennissector aan het verbeteren van de kennisveiligheid en hetweerbaarder maken van kennisinstellingen.Om instellingen op weg te helpen op het gebied van kennis- en cybervei-ligheid investeert dit kabinet tot en met 2031 cumulatief € 80 miljoen. Demiddelen worden via de Rijksbijdrage beschikbaar gesteld aan deuniversiteiten, hogescholen, umc’s en de instituten van KNAW en NWO.De investering is een tijdelijke impuls om instellingen te helpen om werkte maken van fysieke en digitale maatregelen ter bescherming vankennisontwikkeling en internationale samenwerking. Hierna achten wij deinstellingen in staat de kosten voor deze uitdagingen te kunnen finan-cieren uit de bestaande middelen van de lumpsum.Hiermee bouw ik met de instellingen voort op de solide basis voorkennisveiligheid die gelegd is in de afgelopen jaren. Zo is het kabinets-brede Loket Kennisveiligheid recent positief geëvalueerd.14 Het Loketheeft een belangrijke rol gespeeld in de bewustwording van kennisinstel-lingen over kennisveiligheid. Instellingen zoeken nu, bij groeiendevolwassenheid, naar concrete ondersteuning bij complexe casuïstiek,scherpere duiding van sancties en sensitieve technologie en eenlaagdrempelige sparringpartner. Daarom ga ik het Loket Kennisveiligheiddoorontwikkelen tot een expertisecentrum dat hierin voorziet. Ook gaathet loket de instellingen proactief informeren over risico’s, zoals uwKamer via de motie Martens-America heeft verzocht.15 Verder onderzoekik, binnen de budgettaire kaders van het kennisveiligheidsbeleid, of hetnodig is en wat nodig is om het Loket een structurele plek te geven inkabinetsbrede aanpak kennisveiligheid.Ik heb uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de kabinetsbredeaanpak kennisveiligheid, waarbij ik naast versterking van het loket inzet opeen gerichtere aanpak van kennisveiligheidsrisico’s.16 Daarvoor ontwikkelik samen met de instellingen kennisveiligheidsprofielen. Waar de risico’shet grootst zijn, werk ik met de Ministers van JenV en EZK aan eenscreening van personen die binnen een Nederlandse kennisinstellingtoegang willen krijgen tot sensitieve technologie. Een gelijk speelveld isdaarin een belangrijke randvoorwaarde. Ik heb uw Kamer recent latenweten dat ik werk aan een uitvoerbare, effectieve en proportionelescreening kennisveiligheid. Na de zomer informeer ik uw Kamer over eenhaalbaarheidsanalyse waarbij ik naar verschillende scenario’s kijk.17Tot slotIn deze brief heb ik mijn voorstellen voor onderzoek en wetenschaptoegelicht en uitgewerkt. Deze voorstellen zijn onder voorbehoud van deaugustus-besluitvorming van het kabinet. In de overzichtstabel op delaatste pagina heb ik deze samengevat. Uiteraard weet ik mij daarbij striktgebonden aan het budgetrecht. Ik kijk ernaar uit om samen met uw Kamermet ambitie aan de slag te gaan met deze uitwerking. Dat doe ik ooksamen met de mensen om wie het gaat. In de afgelopen maanden heb ikal velen van hen gesproken om te komen tot de huidige uitwerking.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. Letschert14Kamerstukken II, 2025–2026, 31 288, nr. 126115Kamerstuk, 2024/2025 31 288, nr. 113016Kamerstukken II, 2025–2026, 31 288, nr. 126117Kamerstukken II, 2025–2026, 31 288, nr. 1260Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12658 Beleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)Doel(en)Met de voorgenomen maatregelen wil het kabinet dat de Nederlandse wetenschap van toonaange-vend niveau blijft en internationaal concurrerend is. De wetenschap staat daarbij in verbinding metde samenleving. Ook het stelsel van onderzoek en wetenschap moet versterkt worden. Het kabinetzet een stap richting de Lissabon-doelstelling om 3% van het bbp aan publieke en privateR&D-investeringen te besteden. Daarnaast vraagt OCW meer samenwerking en profilering vanuniversiteiten en minder onderlinge concurrentie. OCW vindt het van belang dat er voor het velddoor deze investeringen continuïteit en stabiliteit is.Beleidsinstrument(en)Voor het realiseren van de bovengenoemde doelen maken we zoveel mogelijk gebruik vanbestaande instrumenten. Het gaat hierbij om:– Sectorplannen: de sectorplannen zijn het instrument om de profilering in het onderzoek tevergroten en fundamenteel onderzoek te richten op de vier domeinen die het kabinet als prioriteitziet (digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en lifesciences en biotechnologie).– Europese onderzoeks- en innovatieprogramma’s:• Matching Horizon Europe: hiermee wordt de deelname van Nederlandse kennisinstellingen aanhet Europese kaderprogramma voor wetenschap en innovatie gestimuleerd.• Europese partnerschappen: hiermee worden nationale middelen met Europese middelengecombineerd om met publieke en private partijen samen te werken aan grote thema’s en wordtonderzoekers toegang geboden tot internationale netwerken en faciliteiten.– Onderzoeksinfrastructuur:• Onderzoeksinfrastructuur via NWO: NWO maakt hierbij keuzes om de middelen via NWOadequaat in te zetten voor onderzoeksinfrastructuur via onder andere het internationaal lidmaat-schappenportfolio en te investeren in digitale onderzoeksinfrastructuur.• SKAO: Nederland neemt deel aan deze grootste radiotelescoop ter wereld. Deze internationalesamenwerking gaat een nieuwe fase in, waardoor er nieuwe financiële afspraken zijn voor delange termijn.• Digitale onderzoeksinfrastructuur: investering in de versterking van de nationale digitaleonderzoeksinfrastructuur, waaronder de vervanging van de nationale supercomputer.• Einstein Telescoop (ET): het kabinet investeert in de bouw en de exploitatie van het ET-LowFrequency Center. Hiermee worden innovatieve technologieën ontwikkeld en getest voor de laterebouw van de ET. Ook wordt er geld gereserveerd voor de structurele exploitatie van de ET.– Praktijkgericht onderzoek aan hogescholen: hiermee wordt geïnvesteerd in de eerste en tweedegeldstroom voor praktijkgericht onderzoek.– Onderzoek aan mbo-instellingen: hiermee wordt geïnvesteerd in practoraten voor mbo-onderzoek.– Valorisatie: OCW en EZK bevorderen gezamenlijk de valorisatie.– Kennisveiligheid en cyberweerbaarheid: het kabinet investeert via de reguliere bekostiging vankennisinstellingen in de uitdagingen rondom kennisveiligheid en cyberveiligheid.– Werkdruk: via de reguliere bekostiging van universiteiten wordt er geïnvesteerd om eenbezuiniging van Kabinet-Schoof terug te draaien. Deze middelen kunnen gebruikt worden omwerkdruk te reduceren. Hiermee wordt stabiliteit en continuïteit geboden.– Bekostiging NWO: via de reguliere bekostiging van NWO wordt er geïnvesteerd om eenbezuiniging van Kabinet-Schoof terug te draaien. Deze middelen zet NWO naar eigen inzichtadequaat in. Hiermee wordt stabiliteit en continuïteit geboden.Financiële gevolgen voor het RijkStructureel is er € 428 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de envelop van het coalitieakkoord.Daarnaast zijn er incidenteel extra middelen beschikbaar.Financiële gevolgen voor maatschappelijkesectorenN.v.t.Nagestreefde doeltreffendheidDe gekozen instrumenten zijn doeltreffend, omdat de langer lopende instrumenten al onderzochten (positief) geëvalueerd zijn en ze direct verband houden met bovengenoemde doelen. Zobereiken we met de sectorplannen profilering en samenwerking. Hiermee investeren we infundamenteel onderzoek, waarbij excellentie nodig is op strategisch belangrijke gebieden. Met deinvestering in onderzoeksinfrastructuur en Europese onderzoeks- en innovatieprogramma’s zorgenwe ervoor dat onderzoekers kunnen beschikken over hoogstaande onderzoeksinfrastructuur entoegang hebben tot internationale netwerken van onderzoek en innovatie. Wetenschap van hoogniveau kan niet zonder internationale samenwerking, maar dat moet wel veilig kunnen. Daarominvesteren we in kennisveiligheid en cyberweerbaarheid. Daarnaast is verbinding met de maat-schappij en de regio van belang. Het praktijkgericht onderzoek en de practoraten staan bij uitstekin verbinding met de maatschappij en de regio. Ook de gezamenlijke inspanningen van OCW enEZK voor valorisatie dragen hieraan bij. Het geheel aan investeringen brengt de Lissabondoelstel-ling dichterbij en zorgt voor continuïteit en stabiliteit. Daarbij draagt ook het terugdraaien van debezuinigingen voor de werkdrukmiddelen en bekostiging NWO bij aan continuïteit en stabiliteit.Nagestreefde doelmatigheidWe maken gebruik van bestaande instrumenten om zo efficiënt mogelijk te zijn. Een deel van delanger lopende instrumenten is al (positief) geëvalueerd. Om het zo efficiënt mogelijk te laten zijn,worden de administratieve lasten zo veel mogelijk teruggedrongen. Dit vergt bijvoorbeeld eenaanpassing in de nieuwe ronde sectorplannen. Ook worden bijvoorbeeld de middelen voorkennisveiligheid en cyberweerbaarheid via de reguliere bekostiging weggezet, omdat dit zo minmogelijk administratieve lasten vraagt en omdat instellingen zelf het best in staat zijn om deuitdagingen binnen hun eigen organisatie te identificeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12659 Beleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)EvaluatieparagraafOmdat het bestaande instrumenten betreft wordt er gebruik gemaakt van lopende monitoring enevaluatie. De planning van deze evaluaties staat in de Strategische Evaluatieagenda (SEA) bij debegroting. Met behulp van indicatoren op OCWincijfers.nl brengen we het doelbereik inzicht. Voor2027 staat de periodieke rapportage onderzoek en wetenschapsbeleid gepland. Hierin wordt onderandere gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze instrumenten binnen hetgeheel van het onderzoek- en wetenschapsbeleid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 126510 Bedragen * € 1.00020272028202920302031Struc.Infrastructuur: onderzoeksinfrastructuur31.00031.00031.00031.00031.00054.000– Infra via NWO (o.a. digitaal, exploitatie ET-LFC, lidmaatschappen-portfolio)27.80027.50027.00027.00022.30035.300– SKAO3.2003.5004.0004.0008.7008.700– ET10.000Infrastructuur: toegepaste onderzoeksfaciliteiten6.00010.00010.0000030.000– EZK6.00010.00010.0000030.000Infrastructuur: nationale supercomputer en Einstein TelescopeR&D-centrum84.67357.56154.02914.20500– Supercomputer69.67347.56154.02914.20500– Einstein Telescope LFC15.00010.0000000Praktijkgericht onderzoek: hbo10.00020.00020.00020.00020.00068.000– Via eerste geldstroom5.00010.00010.00010.00010.00046.000– Via NWO-SIA5.00010.00010.00010.00010.00022.000Praktijkgericht onderzoek: mbo013.00013.00013.00013.00017.000– Practoraten via eerste geldstroom013.00013.00013.00013.00017.000Europese samenwerking: Europese partnerschappen0015.00047.00047.00047.000– Europese partnerschappen via OCW00013.00013.00013.000– Europese partnerschappen via EZK0015.00034.00034.00034.000Europese samenwerking: matching Horizon Europe00080.00080.00080.000– Matching Horizon Europe00080.00080.00080.000Sectorplannen wo0107.000107.000131.000131.380132.380– Eerste geldstroom universiteiten0107.000107.000131.000131.380132.380Veiligheid en weerbaarheid20.00020.00020.00010.00010.0000– NWO1.18000000– KNAW76000000– Eerste geldstroom universiteiten11.30012.52012.5206.2606.2600– Eerste geldstroom hogescholen6.7607.4807.4803.7403.7400Terugdraaien NWO en werkdrukmiddelen70.00070.00096.00096.00096.0000– NWO10.00010.00010.00010.00010.0000– Eerste geldstroom universiteiten60.00060.00086.00086.00086.0000 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 126511

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bf61c410fcde350a

14 okt 2026 · eebfe1ff6edf9b5d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.