KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsrapportage armoede en schulden - maart 2026

10 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 612e42afc7d4416c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 818 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 maart 2026Het kabinet Jetten wil ervoor zorgen dat mensen een goed inkomenhebben en dat Nederland een toekomstbestendige sociale zekerheid krijgt.Het is belangrijk dat niemand daarbij door het ijs zakt.1 We willen hierbijzoveel mogelijk mensen uit de armoede halen of voorkomen dat ze inarmoede terecht komen. We nemen gerichte maatregelen om kwetsbaregroepen, zoals werkenden met een laag inkomen, te helpen. We inves-teren in armoedebeleid en een effectieve aanpak (en de preventie) vanschulden. Voor deze aanpak is structureel 150 miljoen euro gereserveerd.Het voorgaande kabinet heeft hiervoor al enkele maatregelen genomen,die zijn gebundeld in het Nationaal Programma Armoede en Schulden(NPAS)2. Dit programma is in juni 2025 gestart en heeft als doel om tevoorkomen dat mensen in armoede terechtkomen, mensen in armoede teondersteunen en om het aantal mensen met schulden te verminderen.Daarbij staat centraal dat werken moet lonen: mensen die werken, moetenvoldoende verdienen om financieel zelfstandig te zijn en niet in armoedeof schulden terecht te komen. En als er schulden ontstaan, moeten driedingen beter: een kleine vordering moet klein blijven, mensen metschulden moeten overzicht houden en er moet snelle en goede(schuld)hulpverlening beschikbaar zijn. Daarbij focust de aanpak van hetNationaal Programma Armoede en Schulden op preventie, hetdoorbreken van structurele oorzaken van armoede en schulden en op hetbieden van effectieve, integrale dienstverlening. Met de bijvoegdevoortgangsrapportage informeer ik u, mede namens de Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid, over de voortgang van het programma in hettweede halfjaar van 2025.1Kamerstukken 2025/206, 36 848, nr. 31.2Kamerstukken 2024/2025, 24 515, nr. 799 kst-24515-818ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8181 Bij deze brief is de eerste voorgangsrapportage van het NationaalProgramma Armoede en Schulden gevoegd (bijlage 1). Deze rapportagetoont de stappen die we hebben gezet, de resultaten die zichtbaar zijn ende punten die nog extra inspanningen behoeven. Elke stap vooruit telt,omdat het gaat om het dagelijks leven van mensen. In de bijlagen vindt uook de Monitor armoede en schulden 2025 en een factsheet met daarineen totaaloverzicht van de maatregelen uit het programma.Voor een financieel overzicht verwijs ik u naar de SZW-begroting 2026waarover u recent geïnformeerd bent.3 Bovendien gaat het kabinet metuw Kamer de komende maanden in overleg over de beoogde invullingvan de envelop armoede en problematische schulden. Streven is om eerstmaatregelen in de ontwerpbegroting van 2027 te verwerken.4Het afgelopen halfjaar hebben alle betrokken partijen met grote inzet enurgentie gewerkt aan de uitvoering van het Nationaal ProgrammaArmoede en Schulden. De maatschappelijke opgave is groot en reiktverder dan het programma alleen. Een duurzame oplossing voor armoedeen schulden vraagt niet alleen om actie van de overheid en professionals,maar om de inzet van de hele samenleving: van ervaringsdeskundigen,gemeenten, uitvoeringsorganisaties, maatschappelijke organisaties,bedrijven en onderwijsinstellingen tot lokale initiatieven. Door kennis,ervaringen en ideeën te bundelen, ontstaan er nieuwe inzichten enbenaderingen die beter aansluiten bij de behoeften van mensen inkwetsbare financiële situaties. Het programma is met ervaringsdeskun-digen tot stand gekomen en we stimuleren actief dat iedereen meedenkten meedoet – want alleen samen kunnen we structurele veranderingbewerkstelligen.Over de volle breedte van het Nationaal Programma Armoede enSchulden zijn concrete stappen gezet, waaronder de uitwerking van debouwstenen uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Naar een beterwerkende schuldenketen.5 Hiermee geven we uitvoering aan de motie vanhet lid Ceder (CU).6 Maatregelen zoals de inzet op vroegsignalering, éénoverheidsincasso en het integraal schuldenoverzicht zijn maatregelen diede omvangrijke kosten voor de samenleving terugdringen. In het tweedekwartaal van 2026 wordt u in de brief over de ontwikkelagenda IntegraalSchuldenoverzicht nader geïnformeerd.Armoede en schulden cijfersHet CBS heeft op 17 december jl. nieuwe armoedecijfers gepubliceerd. Ditzijn de voorlopige cijfers over mensen in armoedeproblematiek in het jaar2024.7 Volgens het CBS leefden 3,1% van de mensen en 2,8% van dekinderen in armoede in 2024. Armoede is in 2023 en 2024 lager uitge-vallen dan eerder voorspeld. Het aantal mensen in armoede is in 2024 tenopzichte van 2023 licht gestegen door het wegvallen van de energie-toeslag. Er zijn ook ca 1,1 mln mensen met een inkomen net boven dearmoedegrens (tot 125% boven de armoedegrens), maar die weinigvermogen hebben om tegenvallers op te vangen. Deze mensen zijnfinancieel kwetsbaar. Het CBS laat zien dat 51% van de mensen inarmoede te maken heeft met schuldenproblematiek en 30% te makenheeft met problematische schulden.3Kamerstukken II 2024–2025 24 515, nr. 8154Budgettaire tabel en bijlage bij coalitieakkoord Aan de slag, p. 2, nr. 52.5Kamerstukken II, 2024–2025, 24 515, nr. 7706Kamerstukken II, 2024–2025, 24 515, nr. 8047CBS-armoedecijfers 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8182 Tegelijkertijd heeft een grote groep mensen moeite om rond te komen.Om die reden zet ook dit kabinet in op de aanpak van armoede enschulden. Maar liefst 47% van de Nederlandse gezinnen is financieelkwetsbaar.8 In deze tijd van onzekerheid en stijgende prijzen kunnengeldzorgen snel escaleren. Daarom is preventie cruciaal.We zetten hierop in door vindplaatsen voor mensen met geldzorgen teversterken en uit te breiden, zoals bij huisartsen. Ook faciliteren weinlooppunten waar mensen met al hun vragen over geldzorgenterechtkunnen.De cijfers van het CBS over het aantal huishoudens met problematischeschulden9 laten een lichte afname zien ten opzichte van eerdere jaren. In2025 hebben ruim 724.000 huishoudens te maken met problematischeschulden. In het dashboard Schuldenproblematiek in beeld dat het CBS inhet eerste kwartaal van 2026 verwacht te publiceren, zal een duiding vande cijfers worden gegeven. Om meer inzicht te krijgen wat nodig is om decijfers verder te laten dalen, laten wij in 2026 een verdiepend onderzoekdoen.Bij de cijfers over armoede en schulden moet wel de kanttekening wordengeplaatst dat niet alle groepen mensen daarin zijn opgenomen. Er zijnbijvoorbeeld tienduizenden daklozen waarover te weinig informatiebeschikbaar is om zichtbaar te zijn in de CBS-cijfers over armoede enschulden.10 Daarnaast zijn bijvoorbeeld ook mensen in instellingen,ongedocumenteerden en mensen die alleen door de RegistratieNiet-Ingezetenen (RN) zijn geregistreerd (zoals werkloze arbeidsmi-granten) niet opgenomen in de cijfers. In de komende periode doen weextra onderzoek om de precieze omvang van de groep buiten beeld naderin kaart te brengen. Ook bekijken we of de groepen wel voldoende wordenbereikt of dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Hierop komen we terugin de volgende voortgangsrapportage die u in de tweede helft van 2026kunt verwachten.Werkenden met een laag inkomenIn het NPAS richten we ons in het bijzonder op werkenden en kinderen enjongeren die in kwetsbare gezinssituaties opgroeien. Er is een relatiefgrote groep mensen die ondanks het hebben van inkomen uit werk niet ofmoeilijk kunnen rondkomen. Ook in het coalitieakkoord «Aan de slag» isaandacht voor deze groep. Zij bevinden zich in een financieel kwetsbarepositie. Het gaat om werkenden met een inkomen onder de armoedegrensof net daarboven.11 Zij lopen risico op armoede bij onvoorziene tegen-vallers en levensgebeurtenissen waardoor plotseling stijgende kostenmensen in de problemen brengen. We zien dat er onder werkendenrelatief weinig gebruik wordt gemaakt van inkomensondersteunendevoorzieningen. Deeltijdwerk speelt ook een rol. Met het programma «Meeruren werkt» zoekt SZW uit wat helpt om mensen meer uren te latenwerken. Door bedrijfseconomische redenen kunnen werkgevers echterniet altijd een fulltime contract aanbieden. Tegelijkertijd is het voorwerkenden niet altijd mogelijk om meer uren te werken, bijvoorbeeld doorziekte, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of de combinatie van werk- en8Financiële gezondheid Nederlandse huishoudens9Schuldenproblematiek in beeld10Sinds enkele jaren worden daarom Ethos tellingen gedaan, waarbij op één dag in eenbepaalde regio wordt geteld wie er dak- of thuisloos zijn. De Ethos telling is nog niet landelijkdekkend, wel blijkt dat er aanzienlijk meer mensen dakloos zijn dan in de CBS-cijfers. Zie briefover de aanpak van dakloosheid en aanbevelingen voor het vervolg.11Circa 240.000 werkenden in armoede en 355.000 werkenden net boven de armoedegrens(CBS-gegevens van 2023)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8183 zorgtaken. We willen ervoor zorgen dat werken loont en dat geldzorgen bijdeze groep worden verholpen.We hebben daarom breed ingezet op factoren die bijdragen aan dearbeidsmarktpositie van werkenden, zoals het stimuleren van meer urenwerk, investeren in gezonde en veilige werkomstandigheden en hetstimuleren van scholing. Ook werken we met het arbeidsmarktpakket aanmeer zekerheid voor werkenden (waaronder flexwerkers), een eenvou-diger kinderopvangstelsel en bijna gratis kinderopvang. Binnen hetprogramma zetten we onder andere specifiek in op het eerder bereikenvan werkenden met geldzorgen, het bieden van passende ondersteuning,het maken van afspraken met werkgevers en het vergroten van hetbewustzijn van de rol die werkgevers hebben om werknemers metgeldzorgen te helpen. In hoofdstuk 2 van de voortgangsrapportage kunt ude stand van zaken van de verschillende maatregelen lezen.Vereenvoudigen inkomensondersteuning en versterkenarmoedebeleidVoor veel mensen die afhankelijk zijn van inkomensvoorzieningen zijn deregelingen te complex geworden. Mensen met de laagste inkomensworden steeds afhankelijker van toeslagen en andere inkomensvoorzie-ningen. Daarmee is het inkomen voor hen onvoorspelbaar en onzekergeworden. Dit draagt bij aan financiële instabiliteit van mensen. Dat blijktook uit berekeningen die het Nibud op verzoek van NRC heeft gemaakt.12Het gaat daarbij niet alleen om mensen met een bijstandsuitkering maarook om werkenden met een laag inkomen.De afhankelijkheid van inkomensvoorzieningen kan belemmerend werkenom (meer) aan het werk te gaan. Daarom zetten we in op vereenvoudigingvia de hervormingsagenda inkomensondersteuning en het vereenvou-digen en versterken van het armoedebeleid. Het vorige kabinet heefthiertoe in juli van 2025 een Routekaart gepresenteerd met zeven sporenom tot verbetering en vereenvoudiging te komen.13 Deze sporen zien toeop onder andere het borgen van een toereikend en toegankelijk sociaalminimum, betere toeleiding naar werk, een voorspelbaar inkomen en eenvereenvoudiging van gegevensdeling.Uit de monitor komt naar voren dat er nog winst is te halen in hettegengaan van niet-gebruik van voorzieningen. Ook uit het rapport vanNibud (bijlage 9) over de effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleidkomt dit beeld naar voren. We werken daarnaast onder meer aan hetverminderen van het niet-gebruik van uitkeringen en voorzieningen om zode bestaanszekerheid van mensen te vergroten. Door het ingediendewetsvoorstel proactieve dienstverlening wordt mogelijk gemaakt datUWV, SVB en gemeenten proactieve dienstverlening kunnen inzetten. Ditbetekent dat zij mogen onderzoeken wie mogelijk recht heeft op eenuitkering of een andere voorziening gericht op inkomensondersteuning,maar daarvan geen gebruikmaakt. Zij mogen dan contact opnemen metdeze mensen en hen ondersteunen als zij een aanvraag voor een uitkeringof een voorziening willen doen. Voor deze bevoegdheid mogen dezezogeheten SUWI-partijen persoonsgegevens (verder) verwerken. Hetwetsvoorstel ligt moment ter behandeling voor in de Tweede Kamer. In devoortgangsrapportage gaan we nader in op deze en andere maatregelendie SZW neemt om niet-gebruik tegen te gaan en de maatregelen die SZWneemt om mensen eerder te bereiken.12Groter risico terugbetaling door hogere toeslagen, NRC, 16 december 202513Kamerstukken 2024–2025, 26 448, nr. 849Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8184 Om het armoedebeleid verder te versterken en te vereenvoudigen, zijnrecent drie verkenningen uitgevoerd. Op basis hiervan willen SZW, VNGen Divosa in 2026 bestuurlijke afspraken maken met als doel om hetgemeentelijk (kinder-) armoedebeleid eerlijker, eenvoudiger, effectiever enintegraler te maken. Dit voornemen sluit aan bij de inzet uit het coalitieak-koord «Aan de slag» om in overleg met gemeenten te werken aanvereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijkeregelingen.Kinderen en jongerenWe zien een licht dalende trend in het aantal kinderen dat opgroeit inarmoede, van 93.000 in 2024 naar 90.000 kinderen in 2026. Het aantaljongeren in armoede steeg licht van 4,9% in 2023 naar 5,3% in 2024.14 Wezien dat vier op de tien ouders zorgen ervaren over hun gezinssituatie.Vaak spelen binnen het gezin naast geldzorgen, ook andere problemen,zoals werkloosheid, slechte huisvesting, opvoedproblemen of gezond-heidsproblemen. Deze problemen hangen met elkaar samen en versterkenelkaar. Kinderen in deze gezinnen kunnen vaak niet volwaardig meedoenen hun talenten ontwikkelen. Zij voelen zich ook vaak niet gezien. Dit blijktook uit het recente rapport van de Kinderombudsman.15Ik herken de inzichten uit het rapport en voel de noodzaak om nog sterkerin te zetten op preventief en integraal beleid. In het coalitieakkoord «Aande slag» is de inzet op preventie om problematiek op een later moment tevoorkomen, ook nadrukkelijk benoemd. Het onderzoek van de Kinderom-budsman laat zien dat armoede een brede, ingrijpende en langdurigeinvloed heeft op kinderen, terwijl bestaande maatregelen nog versnipperden daardoor onvoldoende effectief zijn. Dit komt onder andere door hetontbreken van een overkoepelende visie. De Kinderombudsman stelt dathet vorige kabinet met het Nationaal Programma Armoede en Schuldeneen eerste stap richting integraal kinderarmoedebeleid heeft gezet, maardat een verdere concrete uitwerking vanuit het Rijk en Gemeentenwenselijk is. Het is daarbij belangrijk dat kansen voor kinderen in hetbeleid centraal staan en beleid in de uitvoering niet in strijd is met hetrecht op gelijke behandeling.Zoals u in hoofdstuk 4 van de voortgangsrapportage kunt lezen, zijn wehiermee aan de slag. De Ministeries van SZW, BZK, JenV, OCW, VWSwerken aan een brede aanpak voor het versterken van de ondersteuningaan gezinnen in een kwetsbare positie. Deze aanpak is onderdeel van deSociale Agenda Nederland die komend jaar wordt ontwikkeld. De socialeagenda moet domein overstijgende opgaven en resultaten gaanopnemen. Deze moeten bijdragen aan structurele verbetering entoekomstbestendigheid van het brede sociaal domein zowel op de korte,middellange als de lange termijn. De aanpak voor gezinnen in eenkwetsbare positie richt zich binnen deze agenda op de korte termijn en ophet versterken van de lokale samenwerking rond gezinnen. Daarbij ligt defocus op meer preventief en integraal werken.Europees en internationaal beleid kinderarmoedeIn 2022 heeft Nederland invulling gegeven aan de raadsaanbeveling overde Kindergarantie van de Europese Commissie. Het hoofddoel van dekindergarantie is het doorbreken van de intergenerationele cycli vanarmoede en achterstand, zodat alle kinderen een goed leven kunnen14Hoeveel mensen zijn arm? – Leven in Armoede 2025 | CBS15Kinderombudsman (2025). Rapport te raadplegen via: Opgroeien in onzekerheid | DeKinderombudsmanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8185 hebben. In bijlage 4 is de tweede monitor van het nationaal plan Kinder-garantie opgenomen.Het Koninkrijk der Nederlanden heeft het Internationaal Verdrag inzake deRechten van het Kind (IVRK) ondertekend en geratificeerd, maar heeft bijde ratificatie een voorbehoud gemaakt op artikel 26 dat het recht van iederkind op sociale zekerheid en financiële ondersteuning betreft. Naonderzoek is in overleg met de Staatssecretaris van VWS, besloten om ditvoorbehoud in te trekken.16Het intrekken van het voorbehoud is een positief signaal richting kinderenwiens ouders niet kunnen voorzien in hun onderhoud. Het voornemen omhet voorbehoud voor Nederland in te trekken, dient door het parlement teworden goedgekeurd. Het voorbehoud geldt voor alle delen van hetKoninkrijk. We onderzoeken nog of het ook mogelijk is het voorbehoudvoor Caribisch Nederland in te trekken. Aruba, Curaçao en Sint-Maartenzullen hierover zelfstandig beslissen.Armoede- en schuldenbeleid op Caribisch NederlandHet armoedevraagstuk in Caribisch Nederland is een grotere opgave danin Europees Nederland, zoals is gebleken uit het rapport van deCommissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland. We bouwen aan eenleefbaar sociaal minimum, waarbij de adviezen van de Commissie aan debasis staan. Dit kabinet stelt structureel 30 miljoen euro beschikbaar voorbestaanszekerheid op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.Samen met de openbare lichamen van Bonaire, Saba en Sint-Eustatiuswerken we daarnaast aan het ontwikkelen van een armoede- en schulden-aanpak. Eerder gaven wij aan dat er extra aandacht wordt besteed aankinderen en jongeren bij de aanpak van armoede en schulden. Dat geldtzowel voor kinderen in Europees Nederland als kinderen in CaribischNederland. Ieder kind in Caribisch Nederland heeft het recht om kansrijkop te groeien. In de brief van november 2026 over de inzet van SZW inCaribisch Nederland heeft mijn ambtsvoorganger uiteengezet hoe deaanpak «Kansrijk opgroeien in Caribisch Nederland» wordt vormgeven.17De schuldenproblematiek in Caribisch Nederland is complex en urgent.Uit het meest recente Nibud-onderzoek18 blijkt dat huishoudens inCaribisch Nederland met een minimuminkomen structureel niet kunnenrondkomen. Dit benadrukt de noodzaak van een gerichte aanpak. Met destructurele middelen die vanaf 2025 beschikbaar zijn gesteld, richten weons op het professionaliseren van de hulpverlening en het versterken vande minnelijke schuldhulpverlening.Periodieke rapportage armoede en schuldenIn 2026 vindt ook een periodieke rapportage plaats over het armoede- enschuldenbeleid. Deze rapportage geeft kortweg een beeld van dedoeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid in de onderzoekspe-riode 2019–2025. Lessen die in deze evaluatie worden getrokken uit heteerder gevoerde beleid, kunnen worden gebruikt om het NationaalProgramma Armoede en Schulden te voeden en vooruit te helpen. Uw16Verkenning juridische consequenties intrekking voorbehoud art 26 IVRK | Tweede Kamer derStaten-Generaal17Kamerstukken II 2025/26, 36 800 IV, nr. 25, p. 4 en 518Voldoende inkomen – NibudTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8186 Kamer is al geïnformeerd over de opzet van deze beleidsdoorlichting.19Eind 2026 volgen de uitkomsten.ConclusieHet afgelopen jaar is met een breed gedragen gevoel van urgentiegewerkt aan de uitvoering van het Nationaal Programma Armoede enSchulden. Samen met ervaringsdeskundigen, werkgevers, maatschappe-lijke organisaties, gemeenten en departementen zijn de maatregelenintegraal en breed aangepakt.We hebben belangrijke stappen gezet, maar er is nog veel werk te doen.Nog steeds leven mensen in armoede, kampen veel huishoudens metgeldzorgen en is de omvang van het aantal huishoudens met problema-tische schulden nog steeds te groot. Dit kabinet ziet dan ook de blijvendenoodzaak om door te pakken en de ingeslagen weg af te maken – voormensen, hulpverleners, schuldeisers en voor de samenleving als geheel.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. Vijlbrief19Kamerstukken II, 2024–2025, 24 515, nr. 815Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8187

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 09e695c7afd4099f

14 okt 2026 · 6b2924c04a2e4d69

13 okt 2026 · fd623528dbd0c292

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.