KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 april 2025, over Mijnbouw

16 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8d6c3bfd0295a103 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 849MijnbouwNr. 272 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 16 mei 2025 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 3 april 2025overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en GroeneGroei, Vice-Minister-President, over:−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 9 december 2024 inzake advies landsadvocaat metbetrekking tot interpretatie en reikwijdte van artikel 24w,tweede lid, van de Mijnbouwwet (Kamerstuk 35 531, nr. 41);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 13 december 2024 inzake adviezen Auditcommissies gas-en zoutwinning onder de Waddenzee monitoringsjaar 2023 enAuditcommissie Ameland (Kamerstuk 32 849, nr. 255);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 20 december 2024 inzake beslissing SodM over nietgedogen van gaswinning bij Warffum (Kamerstuk 33 529,nr. 1268);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 20 december 2024 inzake jaarplan 2025 van het Staats-toezicht op de Mijnen (Kamerstuk 36 600 XXIII, nr. 66);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 31 januari 2025 inzake rechtsvorm organisatie afhande-ling mijnbouwschade Limburg (Kamerstuk 32 849, nr. 265);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 31 januari 2025 inzake herziening Mijnbouwwet (Kamer-stuk 32 849, nr. 266);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 6 maart 2025 inzake vonnis over voorlopige voorzieningentransparantie- en controleverplichtingen uit het Akkoord opHoofdlijnen (Kamerstuk 33 529, nr. 1277);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 5 maart 2025 inzake stand van zaken gaswinning Noord-zee (Kamerstuk 33 529, nr. 1276);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 18 maart 2025 inzake evaluaties Commissie Mijnbouw-schade (Kamerstuk 32 849, nr. 267); kst-32849-272ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2721 −de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 26 maart 2025 inzake definitief besluit op het winnings-plan gaswinning Warffum (Kamerstuk 33 529, nr. 1281);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 27 maart 2025 inzake vervolgstappen motie van de ledenBeckerman en Bushoff over het bewijsvermoeden voor allemijnbouwactiviteiten in Nederland laten gelden (Kamerstuk33 529, nr. 1219) (Kamerstuk 33 529, nr. 1284);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 27 maart 2025 inzake voortgang programma DuurzaamGebruik Diepe Ondergrond (Kamerstuk 32 849, nr. 268);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 31 maart 2025 inzake appreciatie rechtvaardige batenver-deling van de mijnbouw (Kamerstuk 32 849, nr. 270);−de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur d.d. 1 april 2025 inzake uitvoeringmotie van het lid Kostic´ c.s. over alle juridische mogelijkhedenaangrijpen om uitvoering te geven aan de wens van de Kamerdat er daadwerkelijk geen gaswinning in Ternaard gaatplaatsvinden (Kamerstuk 32 849, nr. 262) (Kamerstuk 33 529,nr. 1287).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,ThijssenDe griffier van de commissie,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2722 Voorzitter: ValizeGriffier: NavaAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Beckerman, Peter deGroot, Kröger, Postma, Teunissen, Valize en Vermeer,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President.Aanvang 13.30 uur.De voorzitter:Een hele goede middag, allemaal. Welkom bij de vaste commissie voorKlimaat en Groene Groei. Het is een mooie donderdagmiddag, hetzonnetje schijnt, de lucht is blauw en op de agenda staat landbouw. Nee,sorry, excuseer: mijnbouw, het debat Mijnbouw. Aan de zijde van deKamer zijn aangeschoven mevrouw Beckerman namens de SP, mevrouwTeunissen namens de Partij voor de Dieren, de heer De Groot namens deVVD en mevrouw Postma namens Nieuw Sociaal Contract. Aan de zijdevan het kabinet is aangeschoven Minister Hermans van Klimaat enGroene Groei. We hebben vijf minuten spreektijd per persoon en erworden in de eerste termijn vier interrupties per persoon toegestaan. Danzou ik graag het woord willen geven aan mevrouw Beckerman namens deSP.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, dank u wel. Er is een hele grote opkomst op de tribune, maartoch een beperkte opkomst in de zaal. Dat is wel schrijnend, want ik denkdat dit onderwerp veel mensen diep raakt.Laat ik beginnen met de drie nieuwe vergunningen die de Minister geeftvoor gaswinning in Groningen. 18.713 mensen staan nog in de wachtrij inGroningen voor schadeafhandeling, en dat nummer is niet compleet.Ruim 11.000 mensen wachten nog in een onveilig huis. De parlementaireenquête over Groningen was vernietigend. De belangen van inwoners vanGroningen zijn structureel genegeerd. Er is sprake van een ongekendsysteemfalen. Leveringszekerheid is gebruikt als rookgordijn door deNederlandse Staat en de oliemaatschappijen. Geld was de belangrijksteoverweging bij het boren naar gas.Deze Minister doet het weer, kiest weer voor gas boven Groningers, voorwinst boven veiligheid, terwijl haar eigen toezichthouder SodM duidelijkis. Zij weigerden gaswinning zonder vergunning te gedogen bij Warffumen ze zeggen, en ik denk dat dat het cruciale punt is voor het debat vanvandaag: wij zouden nu, na de parlementaire enquête, anders adviserenover nieuwe gaswinning. Maar de Minister gaat door met het oude adviesvan SodM. De vraag aan de Minister is dan ook: waarom duwt de Ministerdoor op basis van oude adviezen van Staatstoezicht op de Mijnen,waarom leert zij niet van de parlementaire enquête zoals haar eigentoezichthouder wél doet en waarom vraagt de Minister niet een nieuwadvies?Voorzitter. Dan de brief die de Minister hierover stuurde. De Ministerschrijft hierin dat de winning wordt stilgelegd na een beving in hetWarffumerveld groter dan 2,5 op de schaal van Richter, dat pas naakkoord van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei de NAM dewinning weer kan hervatten en dat bij een beving groter dan 3,0 in hetgasveld de NAM het veld definitief sluit. Voor de mensen die dat nietweten: zo’n beving in Groningen met de slappe ondergrond en deondiepte waarop ze plaatsvinden, betekent heel veel schade, en dat in eendorp en een omgeving waar al heel veel schade is. Ziet de Minister zo’nzware beving als reële mogelijkheid, als ze het zo opneemt in een brief?Anders neem je dat toch niet op? Als je dat ziet als een reële mogelijkheid,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2723 waarom zet je dan bewust door terwijl de Minister weet welke vernielingen leed dit kan aanrichten? Waarom wil de Minister problemen nietvoorkomen, maar pas ingrijpen nadat ze zijn ontstaan? Wat hebbenbewoners hieraan? Want die boodschap is een hele pijnlijke: eerst schadeaan je huis en dan gaan we pas wat doen in plaats van andersom.Voorzitter. Dan over de schadeafhandeling. Altijd als de Minister of haarvoorgangers voornamelijk mijnbouw toestaan, dan wordt ons bezworendat eventuele schades heus wel netjes worden opgelost: nee, daar hoevenwe niet bang voor te zijn. En dan Limburg. Het pijnlijkste voorbeeld datdit, in onparlementaire taal, gelul is, is Limburg. De mijnbouw daar is aldecennia geleden gestopt en toch wachten bewoners in beschadigdehuizen nog steeds op schadeafhandeling. Hoezo «we regelen dat netjes»?Eindelijk zou er in 2024 – dat was de belofte – een goede regeling komenvoor Limburg. En nu? Nu wachten we nog. Vanuit Limburg is er hardgewerkt. Zij gaven nuttige adviezen over hoe een goede regeling eruitmoet zien. Maar wat doet de Minister? Die schuift een heel groot deel vandie adviezen terzijde. Nu komt ze met een pilot voor tien mensen. Dat lijktvooral een vertragingstactiek, want de rest moet weer langer wachten,twee tot drie jaar misschien wel. Hoe kan dit, vragen we aan de Minister.Waarom een pilot als er al zo lang ervaring is met schade in Limburg?Waarom wordt er niks gedaan met de regiospecifieke voorstellen dieLimburg wil, maar kiest de Minister voor een centrale regeling? Wil zijalsnog terug naar wat er in 2023 in Limburg afgesproken is? Wanneer krijgje de schade vergoed? Als het aannemelijk is? Of gaan we gedupeerdenweer eindeloos opzadelen met onderzoeken en rapporten? We lezen dat ereen jaarbudget komt voor schades. Wat als dat budget niet genoeg is?Moeten mensen dan opnieuw wachten?Voorzitter. De Tweede Kamer was duidelijk: voer het bewijsvermoeden inheel Nederland in. Ook dat weigert de Minister uit te voeren. Wel willenverdienen aan mijnbouw, maar niet de gedupeerden met schadeeenvoudig willen helpen. Gerrit Dijkstra en Frits van der Meer schreven inhet Nederlands Juristenblad en S&D een vurig pleidooi om de aange-nomen motie-Beckerman/Bushoff wel uit te voeren. Mijn vragen zijn danook als volgt. Herkent de Minister dat het draagvlak voor mijnbouw echtvernacheld wordt als je niet zorgt dat schades goed worden opgelost? Ditjaar wordt de Mijnbouwwet meermalig gewijzigd. Wil de Minister directde schaderegeling voor gedupeerden verbeteren? Voorts zijn wij vanmening dat gaswinning onder de Wadden koste wat kost voorkomen dientte worden.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u voor uw inbreng. Mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA heeftgehoor gegeven aan uw oproep, evenals de heer Vermeer van BBB. Uheeft nog een interruptie, van de heer De Groot, namens de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Ik dacht: ik wacht even tot het eind van de bijdrage van mevrouwBeckerman, ook omdat we vaak samen het debat voeren over het herstelvan Groningen. Ik was benieuwd wat mevrouw Beckerman zou gaanvragen over het herstel in Limburg. Daar ga ik straks zelf ook nog iets overzeggen.Ik wil nog even terugkomen op het eerste statement over de gaswinningin Warffum. Natuurlijk heeft het impact op de omgeving als degaswinning daar doorgaat. Maar mevrouw Beckerman zei iets interes-sants, namelijk: er moet een nieuwe beoordeling door het SodMplaatsvinden. Wat is er volgens mevrouw Beckerman anders in detechnische situatie van het veld waardoor die herbeoordeling zou moetenplaatsvinden? Ik heb het niet over de maatschappelijke verantwoordelijk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2724 heidszin, want dat is aan de Minister. Het gaat mij echt even over detechniciteit van het veld.Mevrouw Beckerman (SP):Dat is precies het probleem. Dat is precies het probleem! Al die tijd dat ikin Groningen in de provinciale staten zat, werd gaswinning gezien als ietstechnisch. Het leed van mensen werd jarenlang genegeerd. De toezicht-houder – dat is zo uniek – leert van de parlementaire enquête. Die zegt:«Wij kijken niet langer alleen met een technische bril; wij kijken ook naarwat het doet. Wij kijken wat het doet als je continu leeft met de angst dater een beving komt. Als je continu leeft in een kapot huis. Als je continuleeft in onveiligheid. Als de overheid continu zegt dat ze het gaataanpakken, maar die jaar op jaar op jaar op jaar haar beloftes nietnakomt.»Gaswinning gaat niet alleen over techniek. Dit gaat over een gebiedwaarin mensen wonen – mensen die heel lang belazerd zijn door deoverheid. Het pijnlijke is dit, en dat is mijn wedervraag aan de VVD.Waarom leert een toezichthouder wél, maar blijven partijen doorzetten opdezelfde weg? Waarom leert een toezichthouder wél van die rakeconclusies van de parlementaire enquête, maar politieke partijen niet? Iswinst dan toch elke keer weer belangrijker?De voorzitter:U heeft een tweede interruptie van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Dit is natuurlijk een beetje flauw. Ik stel een vraag die omgeven is metdezelfde gevoeligheden die mevrouw Beckerman aan het daglicht brengt.Ik noemde nog dat wij samenwerken om te kijken hoe we het herstel vande schade en de versterking in Groningen kunnen verbeteren met elkaar.Maar daar richtte mijn vraag niet op, en mevrouw Beckerman geeft daardan ook geen antwoord op. Mijn vraag gaat heel specifiek over welke rolhet SodM zichzelf zou moeten aanmeten vanuit de parlementaire enquêteen vanuit haar bevoegdheden. Daar gaat deze discussie ook over. Het gaatook over de bevoegdheden die zij heeft. Welke rol moet zij zichzelfaanmeten zodat zij tot een hernieuwd advies moet en kan overgaan, waardan een andere uitkomst uit komt? Daar gaat de vraag over. Het isnatuurlijk heel makkelijk om een wedervraag te stellen en allerleikwalificaties op mij te plakken, maar het is een oprechte vraag, om tekijken of we daar met elkaar uit kunnen komen. Het gaat niet over eenjij-bakken. Het gaat er niet over dat wij niet de gevoeligheid snappen. Hetgaat er niet over dat we ervoor moeten zorgen dat herstel en versterkingbeter gaat. Het gaat hier over een veld waarvoor een hernieuwde winningafgegeven wordt, en waar de afgelopen jaren op gewonnen is. Diebeoordeling, daar gaat het over.De voorzitter:In het vervolg graag korte interrupties, meneer De Groot. Het woord is aanmevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Het gaat niet over jij-bakken. Het probleem is dat dit jarenlang echt als eentechnische discussie is gezien. Dat zie ik eigenlijk ook terug in die vraag.De meetlat is elke keer de techniek. Het interessante is dat maatschappe-lijke gevolgen nooit werden gewogen. Dat staat misschien wel ophonderden pagina’s in het parlementaire-enquêterapport. Dat gaat nietover nu. SodM heeft daarover eerder gezegd dat er geen maatschappelijktoezichthouder was. Er bestaat in de Mijnbouwwet niet zoiets als eenmaatschappelijk toezichthouder, dus iemand die ook kijkt naar wat ditbetekent voor de mensen. Er is alleen een technisch toezichthouder. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2725 juist het interessante: we leren niet van de parlementaire enquête door tekijken hoe we de maatschappelijke gevolgen kunnen meewegen. De heerDe Groot weet hoe slecht het gaat met schadeafhandeling en versterking.Maar die jaren dat je als inwoner elke keer actie moest voeren, watmensen uit Warffum nu opnieuw moeten doen, laten sporen na. Daaromis er alle reden om juist die maatschappelijke gevolgen mee te wegenvoordat je toestemming geeft voor gaswinning. Ik hoop dat de VVD nuook zegt: hé, dat is niet gebeurd, en daarom gaan wij ook als VVD onzetoestemming heroverwegen.De voorzitter:Dat lokt een interruptie uit van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik zal het korter doen. Een heel groot deel van het antwoord van mevrouwBeckerman over hoe het is om in onzekerheid te leven, begrijp ik. Dat zieik ook. Dat wil ik nogmaals benadrukken. Dat zie ik ook, en daar moetenwe rekening mee houden. Maar ik ben ook blij met het antwoord vanmevrouw Beckerman. Zij zegt dat Staatstoezicht op de Mijnen hetraamwerk niet heeft om dat te toetsen. Sterker nog: ik denk dat het deMinister is die in de wet de maatschappelijke verantwoordelijkheidszinmoet toetsen. De vraag aan mevrouw Beckerman aan de SP is dus of datwat haar betreft ligt bij het Staatstoezicht op de Mijnen. Want dan kunnenwe dat met elkaar uitklaren en uitboren. Of is dat een rol die bij deMinister belegd is, en moeten we daar dus de Minister op aanspreken?Mevrouw Beckerman (SP):Nu wordt ie fraai. SodM zou het raamwerk niet hebben. Nee, zij hebbeneen wettelijke taak en komen zelf al jarenlang tot de conclusie dat zijmoeten leren, en zij hebben dus ook harde lessen geleerd. Hoewel ik vinddat we SodM niet politiek moeten kleuren, roem ik SodM omdat zij keerop keer heeft ingegrepen op momenten waarop het moeilijk was. Ik noembijvoorbeeld de aardbeving bij Huizinge, toen hun verloven werdeningetrokken, ze gingen rekenen en ze zich helemaal het leplazarusschrokken. Ik noem ook het moment waarop SodM, na een heftig debathier, waarbij de Kamer gaswinning in Warffum steunde en zelfs hetgedogen van winnen zonder vergunning steunde, haar nek heeftuitgestoken en heeft gezegd: «Dit gaan wij niet doen. Wij gaan dit nietgedogen.» Het pijnlijke is – daarvoor kijk ik toch naar de VVD – dat eentoezichthouder dus zijn nek uitsteekt, maar dat de Kamer en het kabinetniet leren van de parlementaire enquête, doorgaan op dezelfde weg, en demaatschappelijke impact niet voldoende meewegen. Tenzij u zegt: ik leerer wel van. Dan hoop ik op een nieuwe stemming, en dan houden wealsnog de gaswinning bij Warffum tegen.De voorzitter:Dan komt de heer De Groot met een laatste interruptie.De heer Peter de Groot (VVD):Nou, het is wat mij betreft geen interruptie, voorzitter. Ik had namelijk eenvraag gesteld of de maatschappelijke verantwoordelijkheid bij de Ministerligt. Ik wil mijn vierde interruptie best gebruiken hoor, voorzitter. Datmaakt me niet zoveel uit. Mevrouw Beckerman moet zich realiseren dat zehet hiermee zelf ook politiek maakt, door te zeggen dat ze hoopt dat deVVD erachter gaat staan om de opdracht aan het SodM te verlenen. Ik wildie vraag stellen aan de Minister. De Minister moet naar die maatschappe-lijke verantwoordelijkheidszin kijken. We zitten in dezelfde discussie overhoe dat is voor de omgeving en de regio, hoe je dat met elkaar weegt enhoe je goede schadeafhandeling regelt als er echt wat aan de hand is.Maar mevrouw Beckerman doet zelf mee door die rol toe te delen aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2726 SodM, terwijl in de ogen van de VVD de maatschappelijke verantwoorde-lijkheidszin ligt bij de Minister. Dat was mijn vraag: is mevrouwBeckerman het daarmee eens?Mevrouw Beckerman (SP):Ik vind dat de Minister de maatschappelijke gevolgen onvoldoende heeftmeegewogen. Dat is waarom we dit debat opnieuw aangaan. Dat iswaarom mensen op de tribune zitten. Dat is waarom mensen zich zulkegrote zorgen maken en dus ook juridische stappen gaan zetten. Ik zou juistaan de VVD willen vragen: vindt de VVD dat de Minister dit voldoendeheeft meegewogen? Want er is weer een besluit genomen in een dorpwaar in februari nog een beving was, in een dorp waarin heel veelmensen wachten op schadeafhandeling, in een dorp waar woningenversterkt moeten worden omdat ze onveilig zijn. Daar gaan we opnieuwgas winnen, na de mooie beloftes van de parlementaire enquête, na demooie belofte in het coalitieakkoord: geen Gronings gas meer. Weeg nietalleen de gaswinning, maar ook het gevolg van een overheid die belofteop belofte breekt. Dus nee, ik vind niet dat de Minister dat maatschappe-lijke effect voldoende heeft meegewogen. Ik hoop dat de VVD dieconclusie deelt en we deze gaswinning gaan heroverwegen.De voorzitter:Dank voor het korte antwoord. Onthoud uw vraag even voor eeninterruptie op de heer De Groot. U heeft nog een interruptie van mevrouwPostma, Nieuw Sociaal Contract.Mevrouw Postma (NSC):Dit is een belangrijke discussie die we met elkaar hebben. Zoals u weet,hecht ik grote waarde aan het advies van het SodM als het gaat omveiligheid; daar was mijn motie over Ternaard ook op gebaseerd. Als hetniet veilig kan, moeten we het niet doen. Het advies dat het SodM over deverlenging van Warffum heeft gegeven in 2022 was gebaseerd op – zoconcludeer ik ook uit dit interruptiegesprek – wat ik even de technischeveiligheid noem. Die was goed geanalyseerd. Het rapport was goed,deugdelijk en uitgebreid. Het advies dat in december, vlak voor de kerst,tot ons kwam, ging over een ander soort veiligheid. Het is ook heelbelangrijk om die mee te nemen. Is mevrouw Beckerman het met onseens dat we de twee veiligheden niet met elkaar moeten verwarren en dathet advies van 2022 echt waarde heeft? Is ze het met ons eens dat hetveiligheidsadvies waar het SodM zo goed in is, dus met betrekking tot detechnische veiligheid, echt waarde heeft, en dat we die echt overeindmoeten houden?Mevrouw Beckerman (SP):De parlementaire enquête heeft voor mij extreem veel waarde omdat diena een jarenlange strijd de erkenning gaf dat we niet gek waren, dat weniet voor niks jarenlang die acties hebben gevoerd, dat we niet voor nikskeer op keer naar de Raad van State gingen om acties te organiseren. Dewaarde daarvan wordt ook erkend bij SodM. Zij zeggen: «Je mag nietalleen maar kijken naar die technische kant. Je moet ook kijken naar demenselijke kant.» Ook die veiligheid moet je zwaar laten wegen. Wijhebben dat voordat we gingen stemmen over de gaswinning bij Warffumook keer op keer beargumenteerd. Toch werd ermee ingestemd. Tochheeft de Minister ermee ingestemd. Ik hoop dat ook de fractie van NSC nudenkt: hé wacht eens even, als zelfs een toezichthouder haar nek uitsteekten zegt dat ze leren van zo’n rapport en van een parlementaire enquête,en dat ze niet meer enkel gaan kijken naar die technische veiligheid, maarook naar de maatschappelijke gevolgen, dan zou het heel pijnlijk zijn alswij dat als Kamer niet zouden doen. Ik hoop dat de fractie van NSC datook erkent.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2727 De voorzitter:Ik zie geen verdere interrupties. Dan geef ik graag het woord aanmevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter. Het kabinet wil meer en sneller gas winnen onder deWaddenzee, in Groningen en in de Noordzee. Dat is ongelofelijk schadelijkmidden in een klimaatcatastrofe. Meer gas in Nederland betekentmisschien wel minder import, maar niet minder gas. In de VS zal nu zelfsmeer gas worden gewonnen door Trump. Meer gas in Nederland betekentdus wereldwijd meer uitstoot. Dat gaat ook nog eens samen met devergiftiging van onze bodem als we doen wat de VVD wil, namelijk naarschaliegas boren. We zitten vast in een groeisysteem van meer en meer.Dat is het fundamentele onderliggende probleem. Sommige mensenlijken hier te verkondigen dat we voor de energietransitie nog wel evenflink wat fossiele infrastructuur kunnen aanleggen, omdat dat noodzakelijkzou zijn. Nou, die ruimte en tijd hebben we niet meer. Ook na de energie-transitie kunnen we niet nog oneindig energie gebruiken, zoals sommigemensen hier pretenderen, want daarvoor zijn ruimte en grondstoffennodig. Als ons productie- en consumptieniveau nog verder stijgt, kan deaarde dat gewoonweg niet aan. Bovendien kunnen we in Nederlandhelemaal niet genoeg gas winnen om de huidige economie te latendraaien. Ik wil dus dat er zeer grondig wordt onderzocht door de Minister,voordat er überhaupt een sectorakkoord voor gaswinning in de Noordzeekomt, of de nieuwe boringen niet regelrecht in strijd zijn met de klimaat-verplichtingen van Nederland én of gaswinning in Nederland daadwer-kelijk leidt tot minder lng, wat hier steeds gepretendeerd wordt. Kan deMinister dit onderzoek toezeggen?Voorzitter. Meer gas is geen oplossing. De enige manier om de klimaatca-tastrofe tegen te gaan, om natuurvernietiging snel genoeg af te remmen,is door heel veel energie te besparen en door de productie en consumptiete beperken. Zo kan onze toekomst bloeien: snoeien om te bloeien dus. DeMinister heeft op 26 maart besloten dat de NAM tot 2032 mag doorgaanmet gaswinning in Groningen. Daarmee schoffeert ze Groningen, gaat zeregelrecht in tegen de aanbeveling van de parlementaire enquêtecom-missie in het rapport Groningers boven gas, legt ze de bezwaren van debewoners naast zich neer en draagt ze ook nog eens bij aan verdereklimaatopwarming. De bewoners gaan gelukkig tegen dit besluit inberoep, maar ik roep de Minister op om daar niet op te wachten. Trek dievergunning in en draai het besluit terug! Al die mooie klimaatpraatjes enpraatjes over het herstel van Groningen zijn namelijk gebakken lucht alsdit besluit wordt doorgezet.Bovendien zorgt de extra uitstoot door gaswinning er niet alleen voor dater ontzettend veel schade wordt aangericht aan de mensen in Groningen,maar ook aan de planeet. Ik wil de Minister dus oproepen om een nieuwadvies te vragen aan het Staatstoezicht op de Mijnen over de winning inGroningen. Het is onbegrijpelijk. Van provincie en omwonenden totTweede Kamer: iedereen vraagt om een nieuw advies. Dus waarom komtde Minister niet met die vraag richting het Staatstoezicht op de Mijnen?De Minister kiest weer voor geld boven veiligheid. Ik wil dus van haarweten: hoe is dit besluit nou verenigbaar met de conclusies die deparlementaire enquêtecommissie in het rapport Groningers boven gasheeft getrokken?Voorzitter. Dan de Waddenzee. Daar win je geen gas. Daar hebbennamelijk andere belangen voorrang, namelijk die van de natuur en die vanzeedieren. De Minister laat in de brief gewoon weten onze motie, die meteen grote meerderheid is aangenomen en waarin wij verzoeken om allejuridische mogelijkheden aan te grijpen om de gaswinning niet door tezetten, niet uit te gaan voeren. Kan de Minister in vredesnaam uitleggenwaarom zij die motie niet uitvoert? Waarom concludeert zij dat er geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2728 significante negatieve effecten voor de natuur optreden? Het onafhankelijkjuridisch advies aan de Tweede Kamer is namelijk: het kan niet. Ook hetadvies van de landsadvocaat aan het kabinet is: het kan niet. Waar baseertde Minister dan haar oordeel op? Er moet echt een deugdelijke onder-bouwing komen.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Is mevrouw Teunissen ook van mening dat diezelfde risico’s gelden voorwindparken op zee?Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik zal mijn best doen om deze vraag heel serieus te beantwoorden. DePartij voor de Dieren heeft altijd gezegd dat we in eerste instantie veelenergie moeten besparen. Dat heb ik net ook heel uitgebreid betoogd. Datis namelijk het beste voor de planeet. We hebben gewoonweg veel te veelproductie en consumptie in Nederland. Daarvoor hebben we bijvoorbeeldook een motie ingediend – die aangenomen is – waarin de Minister wordtverzocht om met een industrievisie te komen waarin duidelijk wordt welkeindustrie de industrie van de toekomst is en welke industrie we niet meernodig hebben. Er moet ook een energiebesparingsplan komen. Daarhebben we de Minister ook om gevraagd. Dat is er nog steeds niet. Daarvragen we, ook samen met andere partijen, al vier jaar om. Als je dieenergie bespaart, dan heb je ook minder windmolens nodig. Dan heb jeminder schade aan de natuur. Als je dan toch windmolens nodig hebt –die heb je nodig, want de klimaatgevolgen zijn nog veel schadelijker alswe niks doen – dan moet je zorgen dat die windmolens goed wordenneergezet. Je hoeft daar trouwens niet zo veel voor te doen. Dan ontstaaner tussen die windmolens allerlei kraamkamers voor vissen. Het kan dusook heel veel goeds doen voor de biodiversiteit. Daarmee bagatelliseer ikde negatieve effecten niet. Ik zeg dat we eerst energie moeten besparen.Dan hebben we minder windmolens nodig. Maar als er helemaal geenwindmolens worden neergezet, dan zijn de gevolgen van de klimaatveran-dering nog veel erger.De voorzitter:U krijgt een vervolgvraag van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dat was eigenlijk nauwelijks een antwoord op mijn vraag. Uiteraardhoeven we elke hoeveelheid energie die we besparen, niet op een anderemanier op te wekken. Wij zijn dus een hartgrondig voorstander van datpleidooi. Mevrouw Teunissen noemt de negatieve aspecten van winningvan gas op zee voor de natuur, het bodemleven en het leven in de zee.Mijn vraag was of die bij het plaatsen van windparken op zee niet precieshetzelfde zijn.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het antwoord is: nee, dat is niet hetzelfde. Bij beide vormen van winningontstaat even schade aan de zeebodem. Maar het winnen van gas is eenproces waarbij de bodem continu wordt uitgeput. Dan zijn er veel meerschadelijke effecten. Wat de VVD nu voorstelt, namelijk het doorbrekenvan het taboe op schaliegas, is het allerschadelijkste wat je kunt doen,want daardoor raakt ons drinkwater vervuild. Verder is nog niet helemaalzeker wat de economische en ecologische effecten daarvan zijn en wekrijgen daardoor wéér verzakkingen. We voeren hier nu de discussie overde ellende die door deze verzakkingen wordt veroorzaakt. Als we het nuTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 2729 ook nog eens over schaliegas gaan hebben, dan is echt het end zoek. Dus:ja, gaswinning is vele malen schadelijker dan windmolens.De voorzitter:U mag uw betoog continueren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, hoeveel tijd heb ik nog?De voorzitter:U heeft nog 43 seconden.Mevrouw Teunissen (PvdD):Kijk! Dat is heel mooi. Dan wil ik die laatste 43 seconden besteden aanLimburg, want Limburgers hebben te maken met verzakkingen en metoverstroming doordat de grond instort en is verzwakt door mijnbouw. DeMinister vindt dat zij nog wel een jaar kan wachten met schadever-goeding, terwijl vorig jaar al een regeling was beloofd. De Minister zegtnu nog te zoeken naar een rechtsvorm. De Limburgers maken zich grotezorgen over dit uitstel. Hoe is het mogelijk dat de Minister niet aanstuurtop een omkering van de bewijslast? Na jarenlang leuren hebben we datwel voor Groningen gedaan. Decennialang heeft Nederland geprofiteerdvan de mijnbouw in Limburg. De Staat heeft heel veel inkomsten uit diemijnbouw gehad, maar nu lukt het niet eens om het minimale voor diemensen te regelen. Het is een schande. Is de Minister bereid om eenomkering van de bewijslast regelen? Waarom moet dit zo lang duren?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u hartelijk voor uw betoog. Ik zie geen leden meer die nog willeninterrumperen. Dan geef ik gaarne het woord aan mevrouw Kröger, dienamens de partij GroenLinks-PvdA het woord zal voeren.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):De fractie van GroenLinks-PvdA. Het is nog geen partij.Voorzitter. Een commissiedebat Mijnbouw gaat altijd over het fossieleverleden en over de groene toekomst. Ik begin met het verste verleden:Limburg. Ik dank de kwartiermakers voor hun adviezen. Helaas zijn diegevolgd door niet één, maar twee teleurstellende brieven van de Minister.Weer meer vertraging. Mensen wachten al 50 jaar. Dit is echt heel moeilijkuit te leggen. In oktober 2023 zette het toenmalige kabinet zijn handte-kening onder de afspraak over een algemene mijnbouwschaderegeling. In2024 zou nog een loket worden geopend voor alle schades: licht, regulieren zwaar. Maar nu, in de lente van 2025, is het nog steeds niet geregeld.Dit jaar komt er wel een loket, maar alleen voor lichte schades. Mensenmet zware schades moeten volgens de Minister wachten totdat een zbo isopgericht, iets wat jaren kan duren. En dat terwijl de afspraak was dat juistdeze mensen als eerste geholpen zouden worden. Wil de Minister henecht nog jaren laten bungelen? Of moeten zij zich wenden tot debestaande Stichting Calamiteitenfonds Mijn(water)schade? In dat gevalontstaan twee loketten, wat tot chaos en meer frustratie leidt, zeker alsmensen niet kunnen inschatten of zij een lichte of zware schade hebben.Wat als de genoemde 1 miljoen vanaf 2030 niet volstaat om én eenorganisatie te runnen én schade af te handelen? Wordt de schadeafhan-deling dan uitgesteld of moet er wat de Minister betreft dan geld bij?Voorzitter. Dan van het verre fossiele verleden naar de mijnbouw van detoekomst: geothermie. De winning van aardwarmte stagneert. Hoe staathet met het aanjaagteam en welke stappen zet de Minister om dedoelstellingen voor 2030 wél te halen? Als geothermie bijdraagt aan hetverzachten van netcongestie, kan dat dan ook meegewogen worden bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27210 herziening van het prioriteringskader? Wanneer kunnen we het voorsteltot wijziging van de Mijnbouwwet verwachten, met daarin een betereborging inzake de impact op grondwaterwinning? Kunnen we een kaartkrijgen met daarop de potentiële geothermieprojecten en grondwaterwin-ningsgebieden, zodat de schaal van het probleem duidelijk wordt?Voorzitter. Terwijl de uitrol van groen onder dit kabinet stagneert, heeft hetkabinet wel allerlei fossiele plannen. De vraag naar gas en de gaswinningworden weer aangejaagd. In Friesland hebben mensen grote zorgen overschade. Alle kleine gasvelden samen maken dat «gasveld Friesland» nu degrootste winningslocatie van Nederland is. De mensen in Warffum, en wijmet hen, zijn verbijsterd over het feit dat er een vergunning is verleend,ondanks de belofte «geen Gronings gas meer», ondanks al het verzet vangemeenten, provincie en bewonersgroepen en ondanks de uitspraak vanStaatstoezicht op de Mijnen dat het met de kennis van nu een anderadvies zou hebben gegeven. Waarom kiest de Minister voor dezeramkoers?De Noordzee. Al drie jaar wordt er gewerkt aan een versnellingsplan, ennu is er een vertraagd sectorakkoord. Kennelijk wil niemand investeren,en dus moeten nu investeringsrisico’s weggenomen worden. Om welkebedragen gaat dit en bij wie komen die risico’s dan wel te liggen?Ten slotte, voorzitter, de Waddenzee. Ons meest kwetsbare en uniekenatuurgebied is nu de inzet van een keiharde onderhandeling met Shell enExxon. Pijnlijker dan dit wordt de fossiele lock-in niet. Hoe staat het numet de onderhandelingen over Ternaard? Kan de Minister ons garanderendat er een uitkomst is vóór de UNESCO-vergadering van 6 tot 16 juli? Dedramatische impact van de gaswinning op de Wadden wordt steedsduidelijker. De bodem bij Ameland is nu al bijna een halve meter gedaald.Zelfs als de winning stopt, gaat die bodemdaling nog decennia door. Deduinvalleien vernatten en verzilten en er is een sterke afname van depopulatie steltlopers. Nestplekken van de kleine mantelmeeuw, deeidereend en de visdief – een vogel op de rode lijst – overstromen. Er isdecennia aan gepeerreviewd wetenschappelijk onderzoek verzameld,waaronder talloze deelonderzoeken en eindeloze datasets. Dat iswetenschap, maar die wordt nu afgedaan met een consultantsrapport vanvijf kantjes waarin aantoonbaar fout wordt geciteerd en alle wetenschapaan de kant wordt gezet.Voorzitter. Ik wil deze Minister echt vragen om te staan voor wetenschap-pelijk onderzoek en om dat wetenschappelijk onderzoek naar de effectenvan gaswinning op de Wadden serieus te betrekken bij alle verderebesluitvorming. Kan zij toezeggen het voortschrijdend inzicht in schadeaan de natuur door mijnbouw te gebruiken voor een herbeoordeling vanbestaande gaswinning en zeker ook van een uitbreiding van dezoutwinning onder de Waddenzee? We moeten staan voor de weten-schap. We moeten de wetenschap hooghouden, zeker in dit populistischeafbraaktijdperk.Hoeveel tijd heb ik nog, voorzitter?De voorzitter:Vijf seconden.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):In die vijf seconden spreek ik nogmaals de hoop uit dat deze mijnbouwde-batten steeds meer gaan over de grijze krimp en dat groene groeibetekent dat we inzetten op de mijnbouw van de toekomst, en niet op hetverder aanjagen van fossiele winning.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27211 Ik dank u hartelijk voor uw bijdrage. Ik zie geen leden die willen interrum-peren. We kunnen dus meteen door naar de volgende spreker en dat is deheer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. De VVD is van mening dat in Nederland mijnbouwen in het bijzonder gaswinning en een versnelling van de winning van gasop de Noordzee hard nodig zijn om ervoor te zorgen dat we onafhanke-lijker worden van onvrije regimes – zeker gezien de huidige geopolitiekesituatie – én onafhankelijker worden op het gebied van de eigen energie-voorziening tijdens de transitie naar duurzame energie.We werken aan betaalbaarheid van de energierekening en we hebbenvoldoende voorraad. Dat doen we op een manier die zo schoon mogelijkis. We kunnen ervan wegkijken, maar gas winnen in eigen land is schonerdan lng uit Amerika importeren. Door de nieuwe regering in Amerika, deregering-Trump, ontstaan hierbij op dit moment ook allerlei onzeker-heden. Een eigen productie heeft als bijvangst inkomsten voor destaatskas.De VVD kijkt daarom reikhalzend uit naar het sectorakkoord voor deversnelling van gaswinning op de Noordzee. Dat akkoord vordert, zobegrepen wij, maar er zijn wel specifieke uitdagingen die in de afgelopendecennia niet zijn voorgekomen. De toekomstige winputten zijn kleiner endat brengt risico’s voor exploitatie met zich mee. Ik heb daar nog wel eenaantal vragen over aan de Minister. Is het zo dat het moelijker wordt omeen sectorakkoord te sluiten omdat er specifieke uitdagingen zijn die nognooit eerder zijn voorgekomen? Kan de Minister aangeven of dit metname te maken heeft met de dure infrastructuur die moet wordenafgeschreven over een opbrengst die lager is doordat de velden kleinerzijn, of met het gegeven dat het risico groot is dat er een mislukteexploitatie is of dat boringen mislukken? Hoe wordt de achtervang op hetgebied van de generieke infrastructuur die door de sector gezamenlijkwordt gebruikt, zoals buisleidingen naar land, gegarandeerd? Ik wil graagvan de Minister weten of het afdekken van risico’s, bijvoorbeeld doormiddel van een risicoregeling of op een andere manier, vordert en welkeuitdagingen er nog op tafel liggen om een definitief akkoord te kunnensluiten.Voorzitter. Gaswinning op land. De Minister heeft besloten om de winningin het kleine veld van Warffum te verlengen tot 2032. De VVD vindt datbelangrijk nieuws. We snappen zeker de zorgen die in Groningen leven.Daarom is het positief te noemen dat de Minister op basis van diemaatschappelijke verantwoordelijkheid, van die weging, met de NAMheeft afgesproken om de winning eerder stil te leggen, namelijk bij eenbeving van 2,5 in plaats van 3 op schaal van Richter. Gisteravond kondenwe nog bij EenVandaag van hoogleraar Smeulders horen dat kleinevelden echt een andere materie zijn dan het grote Groningenveld, waarhet in de Kamer ook heel vaak over gegaan is. De heer Smeuldersnoemde dat het Saudi-Arabiëveld van Nederland; en dat is echt watanders dan de kleine velden. Kleine velden geven een kleinere kans opaardbevingen, als ook kleinere aardbevingen. Het SodM heeft daar eerdereen advies over gegeven. De VVD ziet niet dat sindsdien grote technischeveranderingen hebben plaatsgevonden. Daar ging het interruptiedebatjenet ook al over. Daarmee is er eigenlijk ook geen grondslag voor eenhernieuwd advies. Partijen die zich nu wel over uitspreken – het willenhebben van een hernieuwd advies – lopen daarmee natuurlijk ook vooruitop de uitkomst van het hernieuwd advies en geven mensen hoop op eenandere uitkomst. Dat wakkert onrust aan. Wat de VVD betreft is dat dusonverstandig.Voorzitter. Het laatste punt gaat over het schadeherstel in Limburg. Inoktober 2024 heb ik al gevraagd naar de stand van zaken bij de schadeaf-handeling in Limburg. Het vormgeven van de definitieve organisatie zalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27212 nog twee tot drie jaar duren, zo lezen we nu. Het is goed dat het kabinetdaar met de tijdelijke organisatie eigenlijk niet op wacht. Er komt namelijkeen digitaal loket omdat het fysieke loket pas in januari 2026 open kan.Dat duurt wel erg lang. Dat komt natuurlijk omdat het tussen 2020 en 2024niet is gelukt om tot een passende oplossing te komen met de voormaligemijnbouwbedrijven of om een regeling op te zetten. Desalniettemin vraagtde VVD zich af of er echt geen alternatieven zijn waardoor dit sneller kan.Kijk bijvoorbeeld naar het neerleggen van de uitvoering bij de provincie.Mensen met een zware mijnbouwschade moeten nu nog minstenstwee jaar wachten voordat zij aan de beurt zijn. Daarnaast leidt de komstvan twee loketten, zowel een fysiek als een digitaal loket, wellicht ook totverwarring in de provincie. Hoe wordt ervoor gezorgd dat voor bewonersduidelijk is bij welk loket zij uiteindelijk terechtkunnen? Graag hoor ik vande Minister hoe zij daarnaar kijkt.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw bijdrage. Mevrouw Postma wil u interrumperen.Mevrouw Postma (NSC):Ik hoor mijn collega Peter de Groot van de VVD zeggen dat gaswinning opde Noordzee moeilijk tot stand komt. Hij noemde zaken zoals eenrisicoafdekking die misschien nodig is, of het op een andere manierafschrijven van de pijpleiding die daarnaartoe gaat. Hoor ik goed dat deheer Peter de Groot wil dat er een subsidie komt voor het winnen vangas?De heer Peter de Groot (VVD):Dat is eigenlijk mijn vraag aan de Minister. Ik heb vernomen dat er meerrisico’s zijn doordat de velden kleiner zijn. Ik denk dat het daarom watlanger duurt voordat het sectorakkoord wordt gesloten. Mijn vraag aan deMinister is juist wat er extra nodig is. Ik opteer hier niet voor een subsidie.Deze discussies gaan natuurlijk altijd over risico’s en risicoafdekkingen. Ikben gewoon benieuwd hoe het daarmee staat. Ik ben benieuwd of deMinister een inkijkje kan geven: wanneer kunnen die laatste slagenworden gemaakt? En liggen deze technische uitdagingen ook echt optafel? Klopt dat? Want dat heeft natuurlijk wel impact op het totalesectorakkoord. Je sluit zo’n akkoord omdat je de productie weer snel wiltlaten stijgen, want die productie daalt nu een beetje. De VVD wil duskijken wat daar verder voor nodig is. Vandaar dus de vraag aan deMinister.De voorzitter:U krijgt een vervolgvraag van mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):Door de hogere prijs van gas zou winning hier toch echt mogelijk moetenzijn. Het afdekken van risico kan natuurlijk een flinke hap uit je begrotingnemen als dat risico inderdaad de kant van de Minister op valt. We zittenop dit moment ook met wind op zee. Ook daarvoor hebben we eenrisicoafdekking nodig. Ik heb uw collega Erkens toch altijd wel een warmpleidooi horen voeren voor de groene groei, net als uw Minister. Als unou zou moeten kiezen, waar zouden uw geld of uw risicoafdekkendemiddelen dan heen gaan? Naar wind op zee of naar nieuwe fossielewinningen op de Noordzee?De voorzitter:Het woord is aan de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27213 Ik zou mijn geld in ieder geval niet alleen maar willen zetten op import vangas uit Amerika. Dat is misschien niet het antwoord dat mevrouw Postmawil horen, en dat is ook niet waar mevrouw Postma naar vroeg – dat erkenik zeker, wellicht ten overvloede. Het serieuze antwoord is dat de VVD zichzorgen maakt over de afname van de gasproductie op de Noordzee. Datmoeten we keren. Wij zullen zeker kijken wat ervoor nodig is om dat teorganiseren.De voorzitter:Er is nog een interruptie van de heer Vermeer, BBB.De heer Vermeer (BBB):VVD-collega Erkens heeft over het winnen van gas op land al eerdergezegd dat hij van plan was om weer aan de slag te gaan met het winnenvan schaliegas. Maar wij hebben ook een brief van de Minister gehadwaarin staat dat zij voornemens is om in de Mijnbouwwet te verankerendat we geen winning van schaliegas op land toestaan. Ik wil graag van deVVD weten welke positie zij daarbij gaat innemen. Wil de VVD de Ministereigenlijk oproepen om het verankeren hiervan in de Mijnbouwwetachterwege te laten?De heer Peter de Groot (VVD):Als ik het goed heb gevolgd, heeft mijn collega Erkens in het debat overgas of het debat over leveringszekerheid gevraagd om te onderzoeken watvandaag de stand van zaken is op het gebied van het winnen vanschaliegas. Ik snap dat ik mij daar zo met een jantje-van-leiden van afprobeer te maken, maar ik heb dat debat niet zelf gedaan. Dat is dus maariets wat ik hierbij moet zeggen. Kijk, de VVD ziet gewoon dat degaswinning op de Noordzee afneemt, dat we moeite hebben met het oporde hebben van onze gasvoorraden en dat het moeite kost om ervoor tezorgen dat voldoende gas uit het buitenland hierheen komt. Vanuit datperspectief is kijken naar wat wel mogelijk is de inzet van de VVDgeweest. Dat is op dit moment nog niet anders.De voorzitter:Dat lokt een vierde en laatste interruptie van de heer Vermeer uit.De heer Vermeer (BBB):Ja, want dat is wederom geen antwoord. Gisteren hebben we het over deeenheid van kabinetsbeleid gehad; misschien moeten we het vandaagover de eenheid van partijbeleid hebben. De VVD wil dit laten onder-zoeken. Gaat u het verzoek om een onderzoek dan intrekken op hetmoment dat in de Mijnbouwwet wordt verankerd dat schaliegas nietgewonnen mag worden? Of gaan we die verankering tegenhouden? Watwil de VVD nou echt?De heer Peter de Groot (VVD):Het is heel simpel: wij willen graag dat onderzoek. Dat is het standpuntvan de VVD. Het laatste onderzoek dateert van 2015. We leven in 2025. DeMinister zegt «ik ga dat niet doen», maar de fractie van de VVD ziet denoodzaak om dat te onderzoeken. Dat is een eigenstandig standpunt vande fractie; dat is een fractiestandpunt. Wij zouden graag willen weten opwelke wijze schaliegas in Nederland wel degelijk veilig kan wordengewonnen.De voorzitter:De bel gaat. We wachten heel even op het einde van de bel, en dan is ernog een interruptie van mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27214 Ik wil wel even verder ingaan op schaliegas. Het laatste onderzoek is van2015, zegt de heer De Groot, maar sinds die tijd is er niet zoveelveranderd, hoor. Schaliegaswinning is nog steeds enorm destructief. Jemoet er veel chemicaliën voor gebruiken en het kost veel water en enormveel kracht. De illusie dat niemand daar last van gaat krijgen, zou ik dusmaar wegnemen. Zoals de heer De Groot weet, is een onderzoek tocheigenlijk altijd het openzetten van de deur. Dat is die deur op een kierzetten en eigenlijk naar binnen willen. De Minister is op dit moment bezigmet het wijzigen van de Mijnbouwwet. Als het goed is, komt die wet overeen jaar of twee, hoop ik, naar de Kamer. Dat betekent dat je nu moetbesluiten of je dat daar wel of niet in opneemt. Nou, wat mijn fractiebetreft winnen we schaliegas absoluut niet en blijft die deur dicht. En danis dat dure onderzoek natuurlijk helemaal niet nodig. Waar kiest de heerDe Groot voor?De voorzitter:Een korte vraag vergt een kort antwoord.De heer Peter de Groot (VVD):Het is heel goed om te horen dat mevrouw Postma van NSC een expert isop het gebied van schaliegas, maar de techniek heeft de afgelopentien jaar niet stilgestaan. Ik zal niet zeggen dat het een schone techniek is,maar schaliegas importeren uit Amerika is ook niet schoon. Het is dus eenbeetje hypocriet om hier te zeggen dat je het in eigen land niet wilwinnen, terwijl je het wel koopt in Amerika. En dat doen we op ditmoment ontzettend veel. De VVD wil zien hoe het kan. Daarover gaat hetonderzoek. Wij willen de nieuwste stand der techniek zien en daarnamaken we weer de balans op.De voorzitter:Er is nog een interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het woord «hypocriet» resoneert wel even als ik dit hoor. Voor mij is hetonwaarschijnlijk dat een partij die het ene fossiele besluit na het anderedoor de Kamer wil jagen en onze afhankelijkheid van gas vergroot inplaats van verkleint, nu ook nog zegt dat we een heel groot publiek risicomoeten gaan lopen om de financiële risico’s af te dekken van mijnbouw-bedrijven – dat zijn de bedrijven die Groningen hebben vernacheld, dieons een poot hebben uitgedraaid – omdat we hier anders niet zelf gaskunnen gaan winnen. Dat is echt volslagen hypocriet. Ik ga er maaréén interruptie aan wijden. Mijn vraag aan de heer De Groot is: hoe zou hijde woorden «drill, baby, drill» van Trump waarderen?De heer Peter de Groot (VVD):Die woorden zijn van Trump, niet van de Minister van de VVD. MevrouwKröger kan een hele interruptie zo uitweiden, maar die schepen metschaliegas varen wel hierheen, want wij willen Nederland verzekeren vaneen betaalbare energierekening en van voldoende gas en wij willenonafhankelijk zijn van regimes zoals in Rusland. Dus, ja, op dit moment isdat de praktijk. De VVD blijft kijken en voorstellen doen, zoals winnen opde Noordzee, om daar minder afhankelijk van te zijn. Vanuit dat gedach-tegoed komt ook de vraag op of we niet nog eens goed moeten kijkennaar schaliegas en daar onderzoek naar moeten doen: kan dat schoner, enwat is de stand der techniek op dit moment? Daar kun je het mee eens zijnof niet, maar dat is wat de VVD-fractie zegt. En wat de heer Trump zegt, isvan hem.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27215 Ik zie geen leden meer die nog willen interrumperen. Dan geef ik gaarnehet woord aan mevrouw Postma van Nieuw Sociaal Contract.Mevrouw Postma (NSC):Dank u, voorzitter. Ik wil beginnen met het punt dat bij het stellen vanprioriteiten elke keer onderaan lijkt te staan: de afhandeling van demijnbouwschade. Zo voelt het althans voor veel Limburgers. Dezeafhandeling speelt al heel lang. Daar refereerden anderen ook aan. Er zijnbeloftes gedaan aan de oostelijke en westelijke mijnstreek die nooit zijnnagekomen. Den Haag hoort dichtbij te zijn en als dichtbij te voelen vooriedereen.NSC is blij dat de kwartiermakers met een aantal adviezen zijn gekomen.De Minister geeft in haar brief aan, welke zij gaat implementeren, maarheeft zij alle adviezen overgenomen en, zo nee, welke ontbreken dan indie brief? In januari 2026 wordt een tijdelijk loket geopend en over twee ofdrie jaar het definitieve. Hoeveel schademeldingen kunnen daar wordengedaan? Er wordt gesproken over tien pilotprojecten, maar wanneer is derest dan aan de beurt? Dit duurt echt al heel erg lang. Ziet de Minister nogkans om de zaak te versnellen?Dan de herziening van de Mijnbouwwet. Uw VVD-partijgenoot lanceerdein het vorige debat het onzaligmakende plan om in Nederland schaliegaste gaan winnen. We hadden het er net al over. NRC is daartegen. In uwbrief geeft u aan geen CO2-opslag of het winnen van schaliegas op landtoe te staan en dat door middel van de herziening van de Mijnbouwwet teverankeren. Is de Minister dat nog steeds voornemens, of gaat zij meemet het plan van de VVD?Voorzitter. NSC is blij met het nee-tenzijprincipe. Kan de Minister nadertoelichten hoe invulling wordt gegeven aan de herziening van deMijnbouwwet? Geldt dit bijvoorbeeld ook bij het verlengen van eenvergunning? Kennen alle vergunningen die worden afgegeven eenmaximumtermijn, en vindt verlenging alleen plaats met hantering van eennee-tenzijprincipe?Voorzitter. Dan de verdeling van de baten en lusten. Er is nog geen planwaaruit blijkt hoe de baten goed verdeeld kunnen worden, terwijl dat welnodig is. In het vorige debat is toegezegd dat speciale aandacht zoumoeten worden besteed aan het meeprofiteren van omwonenden. Totmijn spijt zie ik dat onvoldoende terug in het rapport Rechtvaardigebatenverdeling van de mijnbouw. Op pagina 20 staat: «Ook is iedereen heterover eens, dat de baten niet aan individuele huishoudens moetenworden toegekend.» Daar zijn wij het niet mee eens. Waarom zouden dieniet direct toe kunnen vloeien naar inwoners, zodat zij het kunnenuitgeven op een manier die bij hen past, zoals aan het verduurzamen vanhun huis of aan heel iets anders? Waarom moet het per se aan de centraleoverheid of aan een buurthuis worden gegeven? Dat zijn immers taken diebij de gemeente horen. Laat mensen ook direct zelf profiteren. Kan deMinister de optie meenemen dat het direct aan huishoudens wordtuitgekeerd?In de huidige Mijnbouwwet is opgenomen dat platforms altijd verwijderddienen te worden. Platforms blijken onder water echter een prachtigeversterking van biodiversiteit te geven, met mooie riffen vol anemonen,mosselen en misschien zelfs oesters, die als kraamkamers fungeren vooronderzeeleven. Kan de Minister in de herziening van de Mijnbouwwetopnemen dat boorplatforms net als pijpleidingen kunnen blijven staan alsdit voor de ecologie beter is?Voorzitter. Dan Warffum. We zien dat de Minister de vergunning heeftverleend voor Warffum. In haar brief geeft ze aan extra waarborgeningesteld te hebben. Kan de Minister dit nader toelichten? Wat gebeurt erprecies bij een beving van 2,5 of 3,0 op de schaal van Richter? Geldt ditook voor bevingen met een hypocentrum in het gasveld van Warffum ofin het Groningenveld? En waarom is er gekozen voor die 2,5 en die 3,0?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27216 SodM kwam in december met het oordeel dat er toch niet moet wordengedoogd. In de brief lezen we dat er enkele gesprekken gevoerd zijn, maarik ga ervan uit dat daar een grote analyse onder ligt. Mogen wij als Kamerde analyse ontvangen die hierbij als grondslag is gebruikt? Wie zijn erbijvoorbeeld gehoord? Waarop is het oordeel gebaseerd dat er niet goedgeluisterd is? En, belangrijk, welke factoren zijn hierin meegenomen enwat is er niet gehoord?Voorzitter. Dan Ternaard. De vorige keer is mijn motie om ...De voorzitter:Excuus. U heeft nog een kleine interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb net de VVD-collega laten lopen, ook omdat ik daar iets minder vanverwacht, maar ik hoop met deze interruptie iets meer te winnen! Erwordt nu gelachen door de collega’s. Laten we deze vrolijkheid behouden,maar vooral voor Warffum. Ik hoorde mevrouw Postma zeggen dat ze heelerg blij is met het nee-tenzijprincipe. Moet «nee, tenzij» dan niet ookgelden voor Warffum?De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):Dat nee-tenzijprincipe kan op verschillende manieren uitgelegd worden.Daar ging mijn vraag ook over. Ik vind het nog niet duidelijk geëxpliceerd.Hoe zit dit principe in de wet? Volgens mij kan je dat nee-tenzijprincipevolgens de Mijnbouwwet alleen maar hanteren op nieuwe vergunningen,als je de wet niet verandert. Dus hoe graag ik het ook zou willen, ik zie nogniet hoe het zou kunnen passen voor een bestaande vergunning, dieonder de oude Mijnbouwwet valt. Maar dat is vast niet wat mevrouwBeckerman bedoelt, mevrouw Beckerman kennende.De voorzitter:Dan mag mevrouw Beckerman daar een tweede interruptie aan wijden alsze wil.Mevrouw Beckerman (SP):Ik blijf positief, want ik hoor het zinnetje «hoe graag ik het ook zou willen».Als ik dat zinnetje nou interpreteer als «ik zou graag willen dat ik Warffumnog kon stoppen», staat mevrouw Postma daar dan achter?Mevrouw Postma (NSC):Ik vind het enorm belangrijk dat we alle adviezen die er zijn serieusbeoordelen. In een interruptie van mij op mevrouw Beckerman hadden wehet er zonet al over dat SodM adviseert op de technische veiligheid.TNO AGE wordt ook vaak gevraagd. Daar komt een rapport van en daar iseen analyse uit gekomen. We hebben het daar de vorige keer in het debatook over gehad. Toen heb ik ook gezegd dat de technische veiligheid – zonoem ik het even, zodat we het niet gaan verwarren – bij Ternaard niet oporde was. Dat gaf SodM toen aan. Toen hebben wij die motie ingediendwaarin staat: als de technische veiligheid niet op orde is, moet je hetgewoon niet doen. Ik ben nog even zoekend naar het volgende. SodM iseen nieuwe rol aan het ingaan; dat staat ook in het jaarverslag. Daarinzegt SodM ook: we krijgen het steeds meer tussen de vingers. Dat is deletterlijke tekst uit het jaarverslag. Ik ben even zoekend hoe hieraan vormwordt gegeven. Advies geven op het gebied van de veiligheid vanomwonenden en hoe die ervaren wordt, lijkt mij namelijk veel moeilijkeren complexer dan een technisch advies geven. Het is ook van een heleandere onderzoeksorde. U gaf terecht aan dat SodM bij de beving vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27217 Huizinge direct alle verloven heeft ingetrokken en is gaan rekenen. Dat isook de kracht die zij hadden. Ze waren toen geschrokken. Dat waren ookuw woorden. Toen hebben zij conclusies kunnen trekken, en dat ging toenover de technische veiligheid. Daar zie ik die expertise. Ik ben nog evenzoekend, vandaar dat ik aan de Minister gevraagd heb of wij die analyseeens kunnen inzien die SodM heeft gemaakt en waarop SodM deuitspraak heeft gebaseerd die we vlak voor de kerst ontvingen. Kunnen wijdaar eens naar kijken? Daar wil ik namelijk graag een antwoord ophebben.Mevrouw Beckerman (SP):Toen SodM dat advies gaf in 2012, was een van de pijnlijkste dingen diedaarna gebeurden dat het advies jarenlang werd genegeerd. Ik zou nietopnieuw in die situatie willen komen. SodM heeft nu een voor eentoezichthouder heel stevigs iets gedaan. Het heeft namelijk gezegd: «Wijleren van de parlementaire enquête. Wij leren dat dit niet alleen maar gaatover techniek, en zeker niet alleen maar over geld. Het gaat niet alleenmaar over leveringszekerheid. Het gaat niet alleen maar over de fysiekekant, maar ook over de menselijke kant en wat mensen is aangedaan.» In2012 werd dat advies lange tijd genegeerd. Daar hebben we hele pijnlijkeverhoren over gezien en daar moeten we van leren. Ik vraag aan NSC:gaan we dan nu niet opnieuw die fout maken? Of gaan we nu zeggen:wacht even, wij stoppen met dit proces dat nu is ingezet en het geven vandie vergunningen, en we gaan eens heel goed luisteren en kijken of ditwel zo kan doorgaan? Is NSC daartoe bereid? Want als je nu alleen maarzegt «de vergunning is gegeven; we gaan door en we gaan nog eenskijken hoe we dit later beter kunnen doen», dan is het te laat. Dat is devraag.Mevrouw Postma (NSC):Ja, dank, voorzitter.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):O, sorry, ik doe het weer! Sorry, geachte voorzitter. In het advies dat in2012 is gegeven, was een van de constateringen dat er een maximum zatop de bevingen maar niet op de frequentie van de bevingen. Dat waseigenlijk het voornaamste probleem. Dat was op dat moment nietinzichtelijk en daar werd ook niet naar geluisterd. Het duurde heel langvoordat dat letterlijk en figuurlijk in Den Haag gehoord werd. Dat is eentechnisch advies op een technische expertise, waarvan wij allemaalzeggen: had dat inderdaad gezien. De vraag die ik aan de Minister stel, isof ik alsjeblieft de analyse van SodM mag zien die onder de uitspraak ligtdie vlak voor de kerst is gedaan, want dan kan ik zelf kijken wat daaringezegd is en hoe dat stand is gekomen. Dat geeft mij juist het extraonderzoek dat ik nodig heb. Daarmee geef ik volgens mij juist aan dat ikdaarnaar wil kijken en luisteren om te zien wat we daarmee kunnen.De voorzitter:Dan heeft u een interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik ben nog even zoekende waar NSC nu precies staat in dit debat. Ik hoormevrouw Postma zeggen dat je alle adviezen goed moet beoordelen. Daarben ik het helemaal mee eens. Ze zegt ook: geef ons de analyse vanSodM. Dat lijkt me ook goed. Maar heel even terug, want we hebbennatuurlijk een enorme analyse liggen, namelijk die van de parlementaireenquête. Daarin wordt geconcludeerd dat het kabinet het advies van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27218 Staatstoezicht op de Mijnen naast zich neer heeft gelegd. Maar er wordtook geconcludeerd dat de veiligheid van de Groningers nu voorop moetworden gezet, in plaats van alleen maar «technisch» en «leveringsze-kerheid». Mijn vraag is dus: waar staat mevrouw Postma? Moeten we nietop basis van alleen al de conclusies die de parlementaire enquêtecom-missie destijds heeft getrokken en het feit dat de Kamer heeft gezegd«geen gas meer uit Groningen» concluderen dat deze vergunningver-lening door de Minister zeer onterecht is?Mevrouw Postma (NSC):Dat zou ik juist te onnauwkeurig vinden. Juist maatwerk is hierinbelangrijk. Als je alles over één kam scheert en zegt dat we alles moetenpakken, dan beoordeel je het volgens mij niet goed. Het is onze rol om dieadviezen goed te bestuderen. Dat heb ik toen ook gedaan. Ik zit ietsminder lang in het mijnbouwdebat dan jullie, maar met Ternaard ben ikdat gaan doen. Ik heb de adviezen doorgenomen, van TNO AGE maar ookvan SodM, en ben tot een bepaalde conclusie gekomen. Het kon daar nietveilig, dus dan moet je het niet doen. Het advies over Warffum in 2022was anders. Daar kon het wel veilig. Daar hadden we dat debat ook overbegin december. Toen kwam vlak voor de kerst dat veranderde advies vanSodM, over een ander thema. Maar dat advies heb ik zelf nooit kunneninzien. Het advies over Ternaard van SodM wel; dat is toen naar de Kamergestuurd, dus dat hebben we kunnen doornemen. Ik vind het juist heelzorgvuldig dat we elke keer die adviezen lezen, bestuderen en bekijken.Het politieke besluit ligt hier, in de Kamer. Dat ligt niet bij een anderorgaan; dat moet ook niet zo zijn. Daarom vind ik het juist zo belangrijkom daar goed naar te kijken en om maatwerk te leveren voor elkevergunning die er is.De voorzitter:U heeft nog een vervolgvraag van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Als mevrouw Postma pleit voor zorgvuldigheid en tegelijkertijd dieanalyse van SodM niet scherp heeft, snap ik dat zij ernaar vraagt, maardan is het toch onzorgvuldig om die vergunning nu al te verlenen?Maar goed, ik wil nog heel even door op een ander punt. Er is een nieuwadvies van het Staatstoezicht op de Mijnen. Er werd net in het debatsteeds gezegd: dat gaat om de technische kant. Maar is mevrouw Postmahet met mij eens dat het SodM – dat is niet iets wat ik zeg, maar dat zegthet SodM gewoon zelf; dat staat in de kaders – juist die maatschappelijkebelangen meewegen? We hebben gezien dat er sinds 2022 geen nieuwadvies meer is geweest. In 2023 was er een rapport van de parlementaireenquêtecommissie. Daarna is er alsnog besloten om door te gaan met degaswinning, terwijl we allemaal nieuwe inzichten hadden. Is mevrouwPostma het met mij eens dat we op basis van die nieuwe inzichten op z’nminst een nieuw advies moeten vragen aan het SodM en niet alleen maaruit moeten gaan van de oude analyses?Mevrouw Postma (NSC):Dit zijn heel veel vragen ineen, dus ik ga mijn best doen om ze even uitelkaar te pellen en te beantwoorden. Ten eerste over een adviesvraag.Volgens mij mag het SodM volgens de Mijnbouwwet zelf een adviesgeven, als het SodM vindt dat dat moet. Zij mogen volgens mij gevraagden ongevraagd advies leveren. Dat is één. Het feit dat wij er niet omvragen of wel om vragen, hoort niet tot ongerustheid te leiden, als hetSodM er anders over denkt.Dan het andere punt. Zoals ik de oude Mijnbouwwet lees – daarom is hetmisschien ook goed dat er een herziening komt – is de expertise van hetSodM met name ontwikkeld op het gebied van de technische veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27219 Dat doen ze ontzettend goed. Daar zou ik echt niets aan af willen doen. Zijgeven aan: we zijn een andere transitie aan het doorgaan, richting socialeveiligheid. Ik noem het even «sociale veiligheid», maar dat is misschienhet verkeerde woord. Het gaat om het meenemen van wat er in deomgeving gebeurt. Het gaat erom of een goed geluisterd wordt naar deangsten of bezwaren die er misschien zijn. Zij geven in hun jaarverslagletterlijk aan: we beginnen het iets meer in de vingers te krijgen. Maar zezijn er nog helemaal niet; dat is wat ze ook zelf zeggen. Daarom is het heelbelangrijk om met elkaar te gaan kijken naar die adviezen. Ik vind echt dathet onze taak als Kamerleden is om gewoon alle rapporten en onder-zoeken die gedaan worden, te lezen, keer op keer. Die moeten we nietklakkeloos overdoen, in geen enkel geval. Dat is, vind ik, een fout die wijals politiek weleens maken. Ik bedoel dat wij klakkeloos dingenovernemen zonder zelf onderzoek te doen. Ik vind het altijd heel ergbelangrijk om alle rapporten goed te lezen. Dat is de reden waarom ikdeze analyse graag zou willen. Ik heb die nog niet gezien, maar umisschien wel.De voorzitter:Mevrouw Teunissen heeft nog een vervolgvraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Nee, die analyse heb ik niet gezien. Die zie ik ook heel graag. In het kadervan zorgvuldigheid hebben we het natuurlijk wel over verouderderapporten van het SodM, behalve wat betreft dat ene punt; daar heeft ugelijk in. Maar dat was puur en alleen voor het niet gedogen van devergunning. Sinds 2022 is er geen nieuw advies meer geweest. U zegt: hetSodM wordt steeds beter in het meenemen van de maatschappelijkebelangen. Dit is wel het enige onafhankelijke instituut dat we momenteelhebben om die belangen goed te kunnen wegen. Er is nogal eencumulatief effect, want mensen in Warffum hebben te maken met schadeen met bevingen in de buurt, in de omgeving. Alles in het kader van dezorgvuldigheid wijst erop dat er een nieuw advies nodig is. Dat is ookwaar de provincies, de Tweede Kamer en de gemeenteraden eerder omhebben gevraagd. Dus waarom zou mevrouw Postma dan zeggen: datnieuwe advies vind ik op dit moment niet nodig?Mevrouw Postma (NSC):Ik hoor mevrouw Teunissen zeggen: het SodM is het enige instituut dat ditkan. Dat is al niet waar. Volgens mij is het KEM zich daarvoor aan hetontwikkelen. Maar belangrijker nog, dit is ook iets waar de decentraleoverheid naar moet kijken, waar wij als politiek naar moeten kijken. Het isook onze rol om draagvlak te verkrijgen en te horen wat er leeft. Dat is bijuitstek de rol van een raadslid, een wethouder, een Statenlid of eenKamerlid. Dat is hetgeen wij moeten doen. Ik vind niet dat wij dieverantwoordelijkheid af kunnen schuiven op een ander instituut. Dat isónze rol.De voorzitter:Continueert u uw betoog. U heeft nog 59 seconden.Mevrouw Postma (NSC):Dank, voorzitter. Ik was bij de Wadden.De voorzitter:Excusez, u heeft nog een interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Postma (NSC):Het wordt gezellig!Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27220 Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik heb het gevoel dat er een soort gekke spraakverwarring dreigt teontstaan. Mevrouw Postma zegt de hele tijd: ik wil het onderliggenderapport lezen. Maar het kan toch ook een uitspraak zijn van het SodM, datzij met de kennis van nu een ander advies zouden hebben gegeven? Dankan toch juist een vraag van de Kamer zijn om het SodM nogmaals omadvies te vragen, aangezien we de kennis van nu hebben en aangezien deKamer ziet hoe erg de onrust is, wat er in Warffum speelt, hoe groot dezorgen zijn en dat de veiligheid in het geding is? Interpreteert mevrouwPostma die uitspraak over de kennis van nu als een oproep om te vragenom een nieuw advies? Steunt zij die oproep dan ook?Mevrouw Postma (NSC):Waar ik aan refereer, is de brief uit december, van vlak voor de kerst.Daarin geeft het SodM aan dat het niet akkoord gaat met het gedogen vanWarffum. Daarin geven zij enkele argumentatie. Mijn vraag aan deMinister is: mag ik alsjeblieft een onderliggende analyse daarvan zien? Ikben namelijk benieuwd hoe zij daartoe zijn gekomen. Dat heeft er ook meete maken dat er een eerder advies lag, dat we in het debat van decemberhebben besproken. Dat ging erover dat het technisch juist wel veilig kon.De uitspraak waar mevrouw Kröger nu volgens mij op doelt, namelijk of ikhet anders zou doen, was volgens mij van februari. Daar doelde ik op metmijn uitspraak dat het SodM gevraagd en ongevraagd advies mag gevenomdat dat zo in de wet staat. Als zij dat willen, waarom doen ze het danniet?De voorzitter:U stelt een wedervraag, maar het was een interruptie. Wilt u noginterrumperen, mevrouw Kröger? U heeft nog twee interrupties.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Postma legt de bal nu bij het SodM. Ik zou heel graag de bal bijons als Kamer leggen. Ik bedoel dat wij met elkaar zeggen: wij vinden hetbelangrijk dat er opnieuw een advies moet komen, dat die vergunning nietzomaar gegeven kan worden. Ik beluister mevrouw Postma. Zij wil derapporten van december hebben en zien. Als die oproep er ligt, kunnenwe met elkaar tegen de Minister zeggen: wij willen opnieuw advies, wantdie vergunning is nu gebaseerd op een advies waarvan de toezichthouderzelf zegt dat die het anders zou doen met de kennis van nu.Mevrouw Postma (NSC):Ik wil eerst echt heel graag die rapporten, die analyse, van decemberhebben. Het is voor mij heel belangrijk om die door te nemen.De voorzitter:Dat was niet de vraag, geloof ik. De vraag is of u een nieuw advies willaten uitbrengen.Mevrouw Postma (NSC):Sorry, maar dit is mijn tussenstap. Ik heb die nodig om daar een oordeelover te kunnen vellen; misschien moet ik het zo zeggen. Is het dan helder?Nee, ook niet?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dit is mijn laatste interruptie. Ik had nog een heleboel andere vragen,onder meer over Noordzeegas. Luister, mevrouw Postma. Ik vind hetprima dat u even verstoppertje speelt, want dat is dit wel een beetje. Datrapport uit december is niet nodig om dat te lezen, om te luisteren naarwat het Staatstoezicht op de Mijnen zelf zegt over wat ze zouden willenmet de kennis van nu. Het is dus niet nodig om die rapporten gezien teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27221 hebben. Die gaan namelijk deels over een andere kwestie. De vraag isgewoon: volgen wij die oproep op door de Minister hierom te vragen? Datis de simpele vraag.Mevrouw Postma (NSC):Dit is meer een oordeel met het vingertje erbij. Ik heb gezegd wat ik hebgezegd. Ik begrijp dat mevrouw Kröger het niet eens is met mijn antwoorden een ander antwoord had gewild, maar dit is mijn antwoord.De voorzitter:Continueert u uw betoog.Mevrouw Postma (NSC):Voorzitter. Even checken: had ik de vraag over Ternaard al gesteld? Ik kijkeven of ze op hebben gelet! Ik heb niet opgeschreven waar ik wasgebleven. Ik stel ’m nog maar een keer. Ik wil het even hebben overTernaard. De vorige keer is mijn motie over geen vergunning afgevenvoor boren onder het wad bij Ternaard, met een ruime meerderheidaangenomen. Ik wil graag weten hoe het staat met de uitvoering daarvan.Kan de Minister daar een update van geven?Als we toch bij de Wadden zijn, wil ik het hebben over de zoutwinning opde Waddenzee. Frisia is voornemens om extra zout te winnen. Dezeespiegelstijging lijkt voor station Harlingen groter dan de gemiddeldelandelijke trend. De Minister adviseert het bedrijf om nader onderzoek tedoen, zodat hierin rekening gehouden kan worden met de nieuwegebruiksruimte. Maar waarom kan het bedrijf zelf het onderzoek doen?Een slager moet zijn eigen vlees niet keuren. Is de Minister het met NSCeens dat dit een onafhankelijk onderzoek moet zijn? Graag een reactie.Tot slot het sectorakkoord. Zijn de ambities van de Minister hetzelfdegebleven als we het hebben over winning op land en zee? Of heeft degeopolitieke situatie daarin verandering gebracht en wil ze meer gaanwinnen? Wordt dit meegenomen in de gesprekken? Hoe staat de Ministerhierin? Graag een reactie.Kan de Minister voor land ook kijken naar het exploiteren van gebiedendie niet alleen in Noord-Nederland liggen? Kan de Minister ook kijken naargebieden als Zuid-Holland, Noord-Holland, Brabant en andere plekkenwaar we kleine velden hebben, zodat ook hier een evenwicht in komt?Volgens mij ben ik door mijn tijd, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:U bent ruim door uw tijd heen. Ik heb het even toegestaan, omdat er neteven wat verwarring was. Er zijn geen verdere interrupties. Dan kunnenwe doorgaan naar de heer Vermeer, die namens de BBB het woord zalvoeren. De stand van zaken is dat er nog één interruptie is voor mevrouwBeckerman en één interruptie voor mevrouw Teunissen. Ik geef gaarne hetwoord aan de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Het belang van mijnbouw wordt vandaag de dagsteeds duidelijker. Nederland en de Europese Unie moeten alles op alleszetten om op het gebied van grondstoffen onafhankelijk te worden.Afgelopen week heeft de Europese Commissie een lijst van 47 strate-gische projecten gepresenteerd waarmee we onze afhankelijkheid vanzeldzame grondstoffen gaan verminderen. Van de 47 projecten zijn er 25voor winning, 24 voor verwerking en 10 voor recycling.Er wordt fors geïnvesteerd in de economie van dertien lidstaten, waarNederland niet onder valt. BBB ziet dit als een enorme gemiste kans. Hetgaat hierbij om grote investeringen in waardevolle ketens, sectoren enbanen, wat ook voor onze economie waardevol kan zijn. Natuurlijk kun jehier geen mijnen openen voor platina of kobalt, maar in 2023 heeft de TUTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27222 Delft bijvoorbeeld wel lithium in Nederland gevonden. Dat is een crucialegrondstof, die de EU ook als zodanig heeft bestempeld. Maar los van hetdelven van grondstoffen kan hier absoluut geïnvesteerd worden in anderedelen van de ketens, zoals recycling. Mijn vraag aan de Minister is:waarom is Nederland niet een van de dertien landen waarin geïnvesteerdwordt? Wat was de inzet van de Minister in deze discussie aangaande ditplan? Welke rol was hierin bedacht voor Nederland? Is er draagvlak,bijvoorbeeld vanuit de provincie Limburg, waar lithium gevonden is?BBB ziet graag dat we investeren in een goede en gelijkwaardige relatiemet andere landen waar we mee bevriend zijn, zoals Suriname. Is er eenmogelijkheid om de banden daarmee aan te halen en te kijken hoe wij hetwinnen van grondstof in dat land kunnen combineren met het onder-steunen van de ontwikkeling op andere gebieden in dat land, uiteraardmet respect voor de bevolking en de omgeving?Afrondend wil ik het nog hebben over de afhandeling van de mijnbouw-schade in Limburg. Het is goed om in de beantwoording van mijn vragente lezen dat de Minister zich maximaal gaat inspannen om ervoor tezorgen dat de schadeafhandeling nog eind dit jaar wordt opengesteld. Iklees dat in de verdere beantwoording van de vragen ook terug, maartegelijkertijd zie ik niet een echte toezegging, en dat vind ik jammer. Ik hebnogal wat vragen. Kunt u toezeggen dat u alle Limburgers met mijnbouw-schade in hun woning die aannemelijk verband houdt met de voormaligemijnbouw, een volledige schadevergoeding zal geven? Waarom negeert uin het beleid de keuze van de stuurgroep I3ML, oftewel het Instituut voorMens, Milieu en Mijnbouw Limburg? Waarom negeert u de keuze van destuurgroep, een herbevestiging van het beleid in de Kamerbrief vanVijlbrief, om schade boven € 10.000 via een aannemer te laten herstellen?Hoe rechtvaardigt de Minister dat er sinds de Kamerbrief van oktober2023 nog geen aannemers zijn gecontracteerd en dat dit pas over twee àdrie jaar in een definitieve structuur kan worden geregeld, terwijlgedupeerden hierdoor langer op schadeherstel moeten wachten? En is deMinister bereid het adviesrecht dat de regio Zuid-Limburg en de provincieLimburg vragen, zowel in de tijdelijke als in de definitieve structuur,volledig te omarmen en hier een duidelijke toezegging over te doen?Dan als laatste, voorzitter. Waarom wordt mijnbouwschade bij woningcor-poraties in Groningen wel erkend en in Limburg expliciet uitgesloten,terwijl volgens de laatste informatie beide provincies in Nederland liggen?Bent u bereid dit gelijk te trekken en ook corporaties in Limburg inaanmerking te laten komen voor een bijdrage?Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u voor uw bijdrage. U heeft nog een interruptie van mevrouwBeckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, dit zijn de laatste interrupties van dit debat, dus ik hoop dat erin één vraag een heel duidelijk antwoord komt. BBB profileert zichnatuurlijk als partij voor de regio. In Groningen is BBB tegen nieuwevergunningen voor gaswinning en ook voor het stoppen van winning uitde kleine velden. Dat is een heel mooi en duidelijk standpunt. Veelbewoners zijn tegen de nieuwe gaswinning bij bijvoorbeeld Warffum.SodM heeft nu gezegd: wij leren van de parlementaire enquête en zoudennu een heel ander advies hebben gegeven. Leert BBB ook van dieparlementaire enquête en zou ze dus nu ook anders stemmen over devoorgenomen nieuwe vergunning voor Warffum?De voorzitter:Het woord is aan de heer Vermeer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27223 De heer Vermeer (BBB):Voorzitter, ik zal proberen zo duidelijk mogelijk te antwoorden. Als hettoch niet duidelijk genoeg is, kunt u misschien coulant zijn, omdat dit eenbelangrijke vraag is, en me een extra poging laten wagen. Maar ik hoophet in één keer goed te kunnen doen.BBB is zowel in Groningen als in Nederland tegen gaswinning inGroningen. Dat hebben we altijd gezegd. We hebben in het hoofdlijnenak-koord echter afgesproken dat wij het verbod op gaswinning in Groningenbeperken tot het Groningenveld. Dat impliceert dat wij door het akkoorddat wij afgesproken hebben, impliciet akkoord gegaan zijn met winning inandere gasvelden, waar volgens het SodM wel op een veilige manier gasgewonnen zou kunnen worden. Zolang wij in deze coalitie zitten,stemmen we volgens het akkoord dat wij afgesloten hebben, en dat zittenwij nog steeds. Als er op dit moment een stemming over komt, dan zullenwij dus conform onze afspraken in het hoofdlijnenakkoord stemmen. Ookal zullen we dat niet met grote vreugde doen, integendeel.De voorzitter:En dan nog de allerlaatste interruptie, van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het is een heel betreurenswaardig antwoord. Maar ik heb de laatste tijdgeleerd dat er toch nog een soort grijs gebied zit tussen afspraken inhoofdlijnakkoorden en dingen die uiteindelijk wel of niet doorgaan. Denkbijvoorbeeld aan de bni-koppeling bij ontwikkelingssamenwerking. Daarzijn in ieder geval afspraken over gemaakt die uiteindelijk niet zijndoorgegaan. Toch even binnen de context. Vanuit verschillende hoeken,met name vanuit de regio, dus de gemeenteraden en de provincies, is eropgeroepen om juist over de gebieden buiten het Groningenveld met eennieuw advies te komen. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft zelf ookaangegeven: wij zouden het nu anders hebben gedaan. Ik snap nu, naaraanleiding van het vorige antwoord van de heer Vermeer, dat hij zegt: wijzullen moeten instemmen met die gaswinning. Is het, naar aanleiding vanal die geluiden die we hebben ontvangen, ook vanuit de regio, mogelijkdat de BBB toch wel voor dat onderzoek zou kunnen zijn?De voorzitter:Het woord is aan de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dat zal ik in overweging moeten nemen. We moeten dan ook goedbekijken hoe zich dat verhoudt tot afspraken die al gemaakt zijn met deNAM et cetera, om te zien of dat überhaupt zinvol is en hoe zich datjuridisch tot elkaar verhoudt. Ik zou het wel in overweging willen nemen.Dan het verhaal van mevrouw Teunissen over de bni-afspraken in hethoofdlijnenakkoord en dat die vaag zijn. Dat is misschien voor bepaaldepartijen vaag, maar het staat precies vermeld in de tabel bij het hoofdlij-nenakkoord. Er staat in het hoofdlijnenakkoord zelf dat, als er een verschilis tussen de tekst en de tabel, de tabel leidend is. In de tabel staat een vastbedrag, zonder indexatie. Wat mij betreft is het dus helemaal nietingewikkeld en wordt het vaag gemaakt. Ik snap dat u daar graag inmeegaat omdat u er een ander idee over heeft, maar dit is hoe we het metelkaar hebben afgesproken.De voorzitter:Dan dank ik u allen voor uw bijdragen. Ik had net even kort overleg. DeKamer heeft behoefte aan een halfuurtje schorsing. Ik stel voor dat weallen hier weer zijn om 15.20 uur. Voor nu schors ik dit commissiedebat.De vergadering wordt van 14.50 uur tot 15.21 uur geschorst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27224 De voorzitter:Een hele goede middag, allemaal. Welkom terug bij het commissiedebatvan de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei over de mijnbouw.We hebben zojuist de eerste termijn van de Kamer gehad. We gaan nudoor naar de beantwoording van de zijde van het kabinet. Ik zou weervier interrupties per persoon willen voorstellen. Ik zou willen voorstellenom de interrupties nog even te bewaren tot na de afronding van eenblokje. Er zijn in totaal vijf blokjes: Warffum, Limburg, Mijnbouwwet,Noordzee en overig. Als het goed is, heeft u die inmiddels allemaalkunnen opschrijven. Ik stel voor dat ik meteen het woord geef aan deMinister, mevrouw Hermans, voor haar eerste termijn.Minister Hermans:Voorzitter, dank u wel. Ik begin, zoals de volgorde van de blokjes zegt, metalle vragen die gesteld zijn over Warffum. Laat ik beginnen te zeggen, ooktegen de mensen uit Warffum op de publieke tribune, dat het kabinet ditbesluit niet lichtzinnig genomen heeft. Daarom ben ik in de zomer en indecember in Warffum geweest, om in gesprek te gaan met een aantalinwoners uit Warffum. Die gesprekken waren indrukwekkend en intens. Ikbegrijp ook heel goed de teleurstelling en boosheid bij de inwoners vanWarffum, omdat het kabinet een besluit heeft genomen dat zij, begrijpelij-kerwijs vanuit hun positie en standpunt, heel graag anders hadden gezien.Zoals ik al zei: het besluit is niet lichtzinnig genomen. We hebben devergunningsverlengingsaanvraag heel zorgvuldig bekeken. Daarvoorhebben we de adviezen van TNO, SodM, de Mijnraad en de regio goedbestudeerd. Op basis van de adviseurs van TNO, SodM en de Mijnraadconcludeert het kabinet dat de winning technisch veilig – die woordengebruikte mevrouw Postma – kan plaatsvinden. Dat is de reden dat ik datbesluit in december heb genomen. Daarna is natuurlijk de periodegeweest dat zienswijzen konden worden ingediend. Die zijn bestudeerddoor het ministerie. Die zienswijzen en de zorgen die ik in het laatstegesprek heb gehoord dat ik in december had over het bredere begrip«veiligheid» – ik heb het dan niet alleen over de technische veiligheidmaar ook over de maatschappelijke en sociale veiligheid – zijn voor mijreden geweest om het gesprek met de NAM aan te gaan. Ik heb met deNAM de afspraak kunnen maken dat zij hun risicobeheersplan aanpassen.Dat is gebeurd. Nadat dat gebeurd is, is eind maart het definitieve besluitgepubliceerd. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds begrijp dat dat totzorgen en onrust leidt. Maar het kabinet neemt dit soort besluiten alleenals wij op basis van adviezen het oordeel hebben dat het veilig enverantwoord kan. Op basis van het oordeel, van de zienswijzen en van hetgesprek daarna met de NAM over de aangepaste voorwaarden is hetkabinet die mening toegedaan. Daarom hebben wij dit besluit genomen.Voorzitter. Mevrouw Beckerman vroeg in het kader van het besluit hoe delessen van de enquête zijn toegepast bij het nemen van dit besluit. Ik hebdaar net al een paar dingen over gezegd, maar laat ik het expliciet maken.De parlementaire enquête heeft ons ongelofelijk duidelijk gemaakt dat hetbelang van veiligheid voorop moet staan en dat de zorgen vanomwonenden serieus moeten worden genomen. Het is precies diecombinatie, die les, dat inzicht, die conclusie, uit de parlementaireenquête die heeft geleid tot het proces dat ik zojuist schetste: het wegenvan de adviezen, het voeren van gesprekken in de regio, het beoordelenvan de zienswijzen, en op basis daarvan het gesprek met de NAM voeren.Ik denk dat dat in de kern de vertaling is van wat mij betreft de belang-rijkste les uit het enquêterapport om met dit soort aanvragen om te gaan.Voorzitter. Mevrouw Beckerman vroeg mij ook of ik een nieuw advies aanSodM ga vragen. Het korte antwoord daarop is nee. Het kabinet heeft deaanvraag van de NAM om langer gas te mogen winnen uit het gasveldWarffum – ik herhaal het nogmaals – heel zorgvuldig bekeken. Ondermeer TNO, SodM en de Mijnraad zijn om advies gevraagd. Zij geven aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27225 dat de winning technisch veilig kan plaatsvinden. Om die reden heb ikgeen nieuw advies gevraagd, maar heb ik mij ook niet doof getoond voorde reacties in de omgeving. Vandaar mijn gesprek met de NAM en deaanpassing van het risicobeheersplan.Voorzitter. Mevrouw Beckerman vroeg mij ook: waarom grijpt de Ministerpas in als er een beving heeft plaatsgevonden? Deze vraag interpreteer ikeven in het verlengde van wat mevrouw Beckerman zei over hetaanpassen van het risicobeheersplan, namelijk dat winning wordtstilgelegd mocht er zich een beving voordoen met een magnitude van 2,5.Op basis van de adviezen heeft het kabinet besloten om de vergunning teverlenen. Op basis van die adviezen zegt het kabinet: het kan veilig enverantwoord. De NAM heeft in het risicobeheersplan wel iets willenopnemen om het moment van ingrijpen – ik hoop natuurlijk dat dit nooitnodig is en dat het zich nooit gaat voordoen – op een lager niveau tezetten, namelijk op een beving met een magnitude van 2,5. De kans opeen beving op deze schaal is klein maar kan niet worden uitgesloten; daarmoet ik natuurlijk ook eerlijk over zijn. In Warffum is eerder een bevinggeweest met een magnitude van 1,1 ... Hoor ik buiten de microfoon datdie hoger was? Oké, excuses. Mocht zich een beving van deze omvangvoordoen dan moet de winning worden stilgelegd met de voorwaarde dienu gesteld is. Winning kan dan pas weer doorgang vinden nadat erovergesproken is en het ministerie er opnieuw toestemming voor heeftgegeven. Bij een beving van 3,0 op de schaal van Richter wordt dewinning definitief stilgelegd.Dan vroeg mevrouw Postma mij of ik de onderliggende documentatie metde Kamer kan delen over het besluit van het SodM om niet te gedogenzolang er geen definitief besluit was. Ik heb in het debat in december ookgezegd dat het besluit om al dan niet over te gaan tot gedogen aan SodMis. Ik ga daar niet over. Ik zal SodM vragen of de brief met dat besluitopenbaar gemaakt kan worden die ze daarover aan de NAM heeftgestuurd. Ik heb die zelf ook niet. Ik heb de Kamer in december alleenerover geïnformeerd dat SodM dit besluit genomen had.Dan vroeg mevrouw Postma: stel dat er zich een beving voordoet vanmeer dan 2,5 op de schaal van Richter, welke stappen worden er dangezet? Bij een beving van meer dan 2,5 legt de NAM de productie van hetveld stil. Dan vindt er overleg plaats met toezichthouder SodM over heteventuele schadebeeld en productiemaatregelen die je mogelijk zoukunnen nemen. Er wordt dan ook gecommuniceerd met de omgeving. DeNAM mag, zoals ik net ook zei, de productie pas hervatten natoestemming van de Minister van Klimaat en Groene Groei, in dit geval debevoegde Minister. Bij een beving van meer dan 3,0 – ik herhaal het –moet de productie van het veld definitief en direct stoppen.Mevrouw Postma vroeg: gebeurt er hetzelfde als de beving onder hetGroningenveld ligt, of moet die echt onder het Warffumveld plaatsvinden?Het aangepaste risicobeheersplan van de NAM, dat hoort bij dit besluit,ziet toe op het gasveld Warffum en treedt in werking als er een bevingonder dat gasveld heeft plaatsgevonden. Het KNMI toetst waar de bevingheeft plaatsgevonden. In Warffum is uitgebreide monitoring aanwezig,waardoor goed in te schatten is of de beving veroorzaakt is door hetWarffumveld of niet.Dan vroeg mevrouw Postma mij nog of ik ook kijk naar het exploiterenvan gasvelden buiten Noord-Nederland, bijvoorbeeld in Zuid-Holland,Noord-Holland en Brabant. Op dit moment wordt er gas gewonnen inmeerdere delen van Nederland, zoals in Noord- en Zuid-Holland en inNoord-Brabant. Dat is nu dus ook gaande. Ik streef er nog steeds naar,zoals ik in eerdere debatten ook al heb gezegd, om voor de zomerafspraken met sectorpartijen te maken over een verantwoorde afbouwvan de gaswinning op land en de voorwaarden waaronder die gaswinningnog kan plaatsvinden in de periode van de transitie waarin we nog gasnodig hebben. Die afspraken gaan onder meer over het inzichtelijk makenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27226 van waar wel en geen gas meer gewonnen kan worden in heel Nederland,dus niet alleen in Noord-Nederland. Ik heb aan EBN gevraagd om datinzichtelijk te maken. Zij zijn daar mee bezig. Ik vertrouw er dus ook op datwe in die analyse, en daarmee ook in de afspraken met de sectorpartijen,alle velden meenemen en zo een totaalbeeld kunnen schetsen.De voorzitter:U bent nog niet aan het einde van het blokje, dus wellicht kan deinterruptie nog even wachten.Minister Hermans:Maar dit waren wel alle vragen over Warffum, voorzitter. Ik kom nu nog bijtwee vragen over Ternaard. Als het helpt, kan ik die zo meteen doen.De voorzitter:Dan krijgt u nu de interrupties over Warffum.Mevrouw Beckerman (SP):Ik had natuurlijk eigenlijk gehoopt dat we in dit debat verder zoudenkomen, vooral ook omdat toezichthouder SodM opmerkte dat ze ditadvies na de parlementaire enquête niet zo hadden gegeven. Het iseigenlijk gek dat de Minister zegt: ik baseer me daarop. De toezichthouderzegt eigenlijk: leer nou van die parlementaire enquête. Ik hoor de Ministerzeggen dat ze de zorgen van de omwonenden serieus neemt. Is deMinister van mening dat ze die echt serieus genoeg neemt als ze dit plandoorzet, waar bewoners en provinciebestuur heel negatief tegenoverstaan, en dus ook haar eigen en enige in de wet genoemde toezicht-houder?De voorzitter:Het woord is aan de Minister.Minister Hermans:De vraag is of ik vind dat ik de zorgen serieus genoeg heb genomen. Inmijn inleiding zei ik ook dat ik begrijp dat het besluit van het kabinet,waaronder mijn handtekening staat, tot teleurstelling en ook boosheidleidt en heeft geleid. Ik heb dat zelf ook ervaren in het gesprek dat ik indecember in Warffum gevoerd heb. Maar zowel dat gesprek als hetgesprek in de zomer ... Nee, laat ik er nog één ding aan toevoegen. Ik snapdat het gevoel bestaat dat ik die zorgen bij het nemen van dit besluit opdie manier niet gehoord heb, omdat ik niet het besluit heb genomen datde mensen in Warffum graag gewild hadden. Dat neemt niet weg dat degesprekken die ik gevoerd heb in de zomer en in december mij wel aanhet denken hebben gezet. Sterker nog, de terugweg van het gesprek in dezomer was voor mij het moment dat ik dacht: we moeten afspraken gaanmaken met sectorpartijen die bezig zijn met de gaswinning op land om tebekijken hoe we het in de komende jaren afbouwen, op welke plekken enonder welke voorwaarden we het nog gaan doen, tot wanneer, hoe weomgaan met de verdeling van lusten en lasten. Ik ben van mening dat ikop die manier die zorgen wel degelijk serieus neem. Ik begrijp dat dit nietdirect zo ervaren wordt bij dit besluit, maar bij alle stappen die we nuzetten gebeurt dat wel. Het sectorakkoord is er daar een van. Ook hetprogramma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond hoort daarbij, evenalsde herziening van de Mijnbouwwet. Dat zijn allemaal trajecten naastelkaar die meer ruimte moeten geven om juist ook de zorgen waaraanmevrouw Beckerman refereert meer een plek te kunnen geven.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Beckerman.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27227 Mevrouw Beckerman (SP):Maar in het zinnetje «niet direct in dit besluit» als antwoord op de vraag ofde Minister de zorgen van omwonenden serieus heeft genomen, zit tochde kern? Dit is een dorp waar heel veel woningen al onveilig zijn. Dit iseen dorp waar heel veel mensen al schade hebben. Als je in dit besluitdan niet direct die zorg van omwonenden serieus neemt, voorkom je opgeen enkele manier dat er schade ontstaat, maar grijp je pas in nadat deoverheid dus wéér woningen bewust de kans laat lopen op schade – endaarmee ook mensen. Waarom willen we dat risico opnieuw lopen, naalles wat Groningen al is aangedaan?Minister Hermans:Ik zei dat ik mij kan voorstellen dat de mensen in Warffum de manierwaarop ik dit besluit heb genomen, niet ervaren alsof ik de zorgen en watik heb gehoord in Warffum serieus heb genomen. De inwoners vanWarffum hadden namelijk heel graag een ander besluit gehoord, en datbegríjp ik ook! Heb ik er helemaal niks mee gedaan? Nee, dat vind ik niet.Ik schetste net mijn overweging om afspraken met de sectorpartijen overgaswinning op land te maken. Maar om bij het definitieve besluit hetgesprek aan te gaan met de NAM om in dat risicobeheersplan die getallennaar beneden bij te stellen, is mijns inziens echt een stap om aan diezorgen tegemoet te komen. Kan ik daarmee het gevoel helemaalwegnemen? Nee, want het besluit om het niet te doen, wat de mensen inWarffum graag hadden gewild, is niet het besluit dat door dit kabinetgenomen is.De voorzitter:Nog een vervolgvraag voor mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):SodM heeft een belangrijke plek in de Mijnbouwwet. Het is niet zomaariemand die advies geeft, maar SodM heeft een hele centrale plek in deMijnbouwwet. Laat ik de vraag dus vooral heel technisch stellen, zonderemotie. Wat zegt het nou dat een toezichthouder met zo’n centrale plekeigenlijk zegt: ja, maar het advies is te oud en zouden we niet opnieuw opdeze manier geven na de parlementaire enquête? Is het wel rechtmatigom zo’n besluit te nemen als een toezichthouder, die, nogmaals, als enigecentraal in de wet staat, op deze manier zich daarover uitlaat en daaroveroordeelt?Minister Hermans:Heel feitelijk: ook TNO en de Mijnraad staan als adviseurs in de wetgenoemd. Maar dat doet niks af aan de vraag die mevrouw Beckermanmij stelde. Daarvoor vind ik het belangrijk om te vermelden over het citaatvan SodM van 6 december 2022 waar mevrouw Beckerman aan refereert,de dag waarop het ontwerpbesluit naar buiten kwam, dat er ook nog ietsanders stond. Daar stond: «SodM heeft al in 2022 geadviseerd dat dewinning uit het Warffumer gasveld in Groningen veilig kan doorgaan. Derisico’s zijn vergelijkbaar met die van andere kleine gasvelden inNederland.» Iets verderop is de quote van een directeur van SodMopgenomen. Daarin wordt inderdaad verwezen naar de enquêtecom-missie en wordt de opmerking gemaakt dat deze directeur zich goed konvoorstellen dat Warffumers ook graag in dit veld de winning gestopthadden gezien, maar dat het advies van voor die tijd stamt. Dit heeft ietste maken met de technische veiligheid, waar we het al even over hadden,en ook dat andere aspect van veiligheid: van sociale veiligheid, vanmaatschappelijke veiligheid. Ik kan me heel goed voorstellen en ik kangoed begrijpen dat we daar meer mee willen doen in de toekomst, omdatdit direct raakt aan het draagvlak voor gaswinning, maar überhaupt vooractiviteiten in de ondergrond. Dat is ook de reden dat we aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27228 herziening van de Mijnbouwwet werken en aan dat programma dat ik netnoemde, en ik de afspraken met de sectorpartijen wil maken. Juist omdatde herziening nog lang op zich laat wachten, wil ik met die afspraken metsectorpartijen, al vooruitlopend op de herziening, op die manier kunnengaan werken.De voorzitter:Dan heeft u nog een vierde en laatste interruptie van mevrouwBeckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik besteed ’m hier toch aan. Waarom herzien we de Mijnbouwwet? Omdathet gruwelijk misgegaan is in Groningen. Dat is een belangrijke reden.Dus daarom herzien we de Mijnbouwwet, de manier waarop we hiermeeomgaan. En dan zeg je dus precies tegen die provincie en die plek: helaas,die nieuwe wet laat nog op zich wachten, maar als de nieuwe wet er is,gaan we wel sociale en maatschappelijke veiligheid meenemen. Is het weleerlijk – ik zou er nog hele andere kwalificaties aan kunnen geven – dat jejuist tegen de provincie die er al zo veel onder heeft geleden, zegt: helaas,we hebben opnieuw deze hele heftige boodschap voor u? Zou je nietmoeten zeggen: «We werken aan een nieuwe Mijnbouwwet, want wehebben als overheid een provincie en mensen gruwelijk in de steekgelaten. Tot die tijd, totdat we een kader hebben waarmee we sociale enmaatschappelijke veiligheid ook eerder kunnen meewegen, doen wehelemaal niks.»?Minister Hermans:We herzien de Mijnbouwwet omdat we zien dat de diepe ondergrond, nietalleen in het verleden, maar ook nog in de toekomst, een hele belangrijkerol speelt in hoe we energie opwekken en opslaan, maar ook omdat wezien dat het perspectief op het gebruik van de diepe ondergrond, maarook het draagvlak voor activiteiten in die ondergrond, niet meer vanzelf-sprekend zijn, zeker niet als het op gaswinning aankomt. Daarom wildehet vorige kabinet en wil ook dit kabinet de herziening doorzetten, zodatwe meer regie en duidelijkheid kunnen geven vanuit de overheid, weaanvullende voorwaarden kunnen stellen aan het gebruik van deondergrond op het gebied van veiligheid en financiën en we ook ruimtekunnen geven aan nieuwe ontwikkelingen die de energietransitie mogelijkmaken. Mevrouw Kröger stelde een aantal vragen over geothermie; daarzal ik zo meteen nog op ingaan. Dat is waarom we de Mijnbouwwetherzien. Dat is een lang traject. Mevrouw Kröger vroeg mij naar deplanning. Daar zal ik zo preciezer op ingaan. Maar ik vind het belangrijkom al in aanloop daarnaartoe op een andere manier afspraken te kunnenmaken met sectorpartijen. Dat is de reden waarom ik dat sectorakkoordwil gaan sluiten, waarin je dus vooruitlopend op de herziening van deMijnbouwwet al afspraken kunt maken met elkaar over een andere maniervan werken.De voorzitter:Dan is er nog een interruptie van mevrouw Teunissen van de Partij voorde Dieren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Wat mij betreft raken we hier de kern van het debat van vandaag. Het gaatover het borgen van de sociale en maatschappelijke veiligheid in hetbesluit dat nu is genomen om de gaswinning toch door te zetten opdrie plekken in Groningen. Dus de vraag is: zijn die sociale en maatschap-pelijke veiligheid op een goede manier geborgd in dit besluit? Ik heb goedgeluisterd naar de Minister. Zij heeft gezegd: «Ik ben naar de bewonersgegaan en ik heb met een aantal bewoners gesproken. Ik heb daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27229 teleurstelling en boosheid ervaren. Dat begrijp ik ook.» Daarna heeft zijafspraken met sectorpartijen gemaakt. Die sectorpartijen hebbenjarenlang laten zien dat ze winst boven de Groningers hebben laten gaan.Dus de vraag is: is dit nou een betrouwbare partij om afspraken te makenover de borging van het maatschappelijk belang? Of zou je dat naaraanleiding van een actueel advies van het Staatstoezicht op de Mijnenmoeten doen, zodat je echt daadwerkelijk dat maatschappelijk en sociaalbelang hebt geborgd in je besluit?Minister Hermans:De afspraken met de sectorpartijen moeten nog gemaakt worden.Daarover lopen nu de gesprekken. Die zijn er juist op gericht om over watwe graag in de Mijnbouwwet willen vastleggen, maar wat dus nog evenduurt, al afspraken te kunnen maken. Die gaan over de voorwaardenwaaronder de gaswinning op land nog kan plaatsvinden in de transitiepe-riode waar we nu in zitten, dus in de afbouwperiode van het gebruik vangas. Maar we hebben het gas nog wel even nodig. Die afspraken gaan dusover waar je het doet, over de termijn waarop dat nog op kan, over devoorwaarden waaronder dat kan plaatsvinden en over de lusten-lasten-verdeling, waar we het al vaker over gehad hebben. Die zaken moet in dieafspraken een plek krijgen. Op die manier moeten we gehoor geven aandat gevoelen van sociale veiligheid.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Nee, de Minister spreekt zichzelf hier echt tegen. Het gaat niet over «wegaan nog afspraken maken». De Minister heeft zojuist gezegd: «Ik ben metsectorpartijen om tafel gegaan en we hebben gekeken hoe we die socialeen maatschappelijke veiligheid hebben geborgd. We hebben daartechnisch advies op gekregen en vervolgens afgesproken dat we bij 2,5 opde schaal van Richter de gaswinning tijdelijk stopzetten. Als het 3 op deschaal van Richter is, zetten we die helemaal stop.» Dat zijn kennelijk deafspraken die de Minister heeft gemaakt om het maatschappelijk belang teborgen. Klopt dat?Minister Hermans:Hier lopen twee dingen door elkaar. Ik ben met sectorpartijen in gesprekom een sectorakkoord gaswinning op land te sluiten, waarin we dieafspraken maken, zoals ik dat net gezegd heb. Naar aanleiding van dezienswijze, op basis van de zorgen die ik gehoord heb in het gesprek, benik in gesprek gegaan met de NAM om te kijken of we voor dit specifiekebesluit in het risicobeheersplan iets konden opnemen om deels aan dezorgen tegemoet te komen. Daar is de aanpassing in het risicobeheers-plan van de NAM uit gekomen, waarin zij nu hebben opgenomen dat zijniet bij een aardbeving van 3 op de schaal van Richter, maar bij een van2,5 op de schaal van Richter de productie stilleggen en in overleg gaan.De voorzitter:Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw Teunissen. Het is haarderde.Mevrouw Teunissen (PvdD):Eigenlijk is dit niet het antwoord op de kern van mijn vraag. De kern vanmijn vraag was: op welke manier heeft de Minister dat maatschappelijkbelang goed gewogen in haar besluit om toch de gaswinning door tezetten? Dan hoor ik dat ze afspraken heeft gemaakt met sectorpartijen endat ze nog afspraken met hen gaat maken. De sectorpartijen: dat is deNAM. Dat is een commerciële partij, die jarenlang heeft laten zien, zegtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27230 ook de parlementaire enquêtecommissie, dat winst boven de Groningersis gegaan. Tegelijk hoor ik de Minister zeggen dat zij de zorgen van demensen serieus heeft genomen. Dan is de vraag: hoe? Heeft zij inderdaadactueel advies ingewonnen? In februari was er een aardbeving in Usquert,naast Warffum, van 2,2 op de schaal van Richter. Het huis van mensenstond te beven. Dat is precies het maatschappelijk belang waar ik het overheb: die angst dat er weer een beving plaatsvindt. Het is niet alleen maarangst, het is ook gewoon de realiteit dat er enorm veel risico op schade isaan de huizen van mensen, op verzakkingen. Juist dat is een aanleidingom te zeggen: wij moeten dat maatschappelijk belang beter borgen. HetStaatstoezicht op de Mijnen zegt dat zelf: «Wij hebben dat toen niet goedgezien. Als we het nu zouden toetsen, zouden we daar anders naarkijken.» De vraag aan de Minister is dus: op welke manier heeft zij datmaatschappelijk belang goed geborgd in haar besluit?Minister Hermans:We kunnen van mening verschillen of er nog gaswinning nodig is en hoeje adviezen weegt, maar ik vind het wel belangrijk dat we in dit debat defeiten helder en scherp houden. De aardbeving waar mevrouw Teunissenen ik, en ik meen ook mevrouw Beckerman, eerder naar verwezen,waardoor ik net even haperde in mijn inbreng, was een aardbeving van2,2 op de schaal van Richter. Maar die kwam uit het Groningenveld. Datmaakt de aardbeving niet minder ernstig en niet minder heftig enimpactvol voor de mensen die daar wonen. Daar wil ik helemaal niets aanafdoen. Maar het gaat mij om de feiten hier in het debat. Die zijnbelangrijk, ook voor het politieke debat dat wij voeren en de afweging diewij maken. Wij kunnen aan het einde van het debat een andere afwegingmaken – dat doen wij ook – maar dan wel op basis van de goede feiten.Dit was geen beving van 2,2 uit het Warffumerveld. Ik heb gehoorgegeven aan de zorgen van de inwoners van Warffum door met de NAMin gesprek te gaan en door in dat risicobeheersplan de hoogte van deaardbeving naar beneden bij te stellen, dus naar 2,5 op de schaal vanRichter. De inschatting is dat de kans klein is dat zo’n aardbevingplaatsvindt. Ik hoop ook echt oprecht dat die niet plaatsvindt; laat daargeen spoor van twijfel over bestaan. Dus bij een beving van 2,5 op deschaal van Richter komt de winning stil te leggen en vindt direct overlegplaats. Daarnaast worden er gesprekken gevoerd met de sectorpartijen,juist omdat ik vind dat er voor toekomstige winningsbesluiten in heelNederland, maar zeker ook voor de kleine velden in Groningen, heleduidelijke afspraken moeten worden gemaakt over de voorwaardenwaaronder we dat doen en wat het afbouwpad is.De voorzitter:Een laatste interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het antwoord van de Minister geeft precies het probleem aan. Zij zegt: wemoeten de feiten goed op orde hebben; die 2,2 op de schaal van Richterkwam uit het Groningenveld. Ja, technisch gezien klopt dat. Maar dat isnu precies waarom het belangrijk is om het maatschappelijk belang goedte wegen bij zo’n besluit. Dat is dus kennelijk niet goed gebeurd. Het enigewat er is gedaan, is technisch kijken naar waar precies die beving vandaankomt. Tegelijkertijd zitten we met afspraken met de sector dat áls er eenaardbeving komt ... De Minister zei: ál bij een beving van 2,5 op de schaalvan Richter. Nou, dat is een behoorlijke beving, want de huizen staan al tebeven bij 2,2 en minder. Maar we hebben nu dus een afspraak waar debewoners helemaal niks aan hebben, want nog steeds hangen hun debevingen boven het hoofd. En pas als de schade aangericht is, gaan weingrijpen. Ik concludeer hier dat er een onafhankelijk advies móét komenvan het Staatstoezicht op de Mijnen om dat maatschappelijk belang teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27231 wegen. Dat heeft de Minister níét in haar advies meegenomen. Daarmeeheeft ze het maatschappelijk belang onvoldoende meegewogen.Minister Hermans:Ik heb net geschetst hoe ik dat belang heb meegewogen, hoe dat op ditmoment geregeld is in de wet, hoe ik dat straks wil aanpassen en waaromik op weg daarnaartoe daarover afspraken met de sector wil maken. Ikhecht eraan om nog één ding toe te voegen. In de gesprekken met deNAM heb ik afgesproken om in het risicobeheersplan de 2,5 op de schaalvan Richter op te nemen. In het kader van de gesprekken die we met desectorpartijen nu voeren om tot dat sectorakkoord te komen heb ik aanhet SodM gevraagd of het een beleidsadvies kan maken of in hetrisicobeheersplan die profielen kunnen worden bijgesteld, of die anderskunnen worden gemaakt. Dat staat ook in mijn brief van vorige week.Daarover heb ik met de NAM afgesproken dat als uit dat advies komt datzij op een lager getal uitkomen dan 2,5, we dat ook aanpassen in hetrisicobeheersplan van Warffum.De voorzitter:Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw Kröger. Zij stond net tepopelen. Ik weet niet of haar vraag inmiddels beantwoord is of dat die ernog is.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Volgens mij heeft een groot deel van de oppositie al haar interruptiesgebruikt om dit boven tafel te krijgen. Ik vind het onbegrijpelijk – ik wiltoch dat de Minister dit nog één keer probeert uit te leggen – dat weeigenlijk het volgende zeggen. We hebben een Groningenenquête gehadmet snoei-, snoei-, snoeiharde conclusies. Daarvan zegt het SodM zelf:«We gaan nu anders toetsen, we gaan anders toezicht houden, we gaananders adviseren. Met de kennis van de parlementaire enquête zouden wehet ook anders gedaan hebben.» Dat is precies het citaat in dat artikel.Vervolgens zegt de Minister: dat neem ik mee in de toekomst en ik ga ineen sectorakkoord al in de geest van die toekomstige wet handelen. Zezegt: oké, die wet duurt te lang; ik ga in de geest van die wet handelen. Endan ga je net in het gebied waar mensen keihard geraakt zijn door hetGroningenveld – dan gaat het om de mensen die eigenlijk beschrevenworden in de parlementaire enquête – níét in de geest van die toekom-stige wet handelen. Hoe kan dat nou? Dat is toch niet uit te leggen? Dat istoch gewoon een mate van rechtsongelijkheid? Dat is toch gewoon geengelijke monniken, gelijke kappen? Als de Minister zegt dat ze in de geestvan de toekomstige wet afspraken wil maken, dat ze hoort wat Staatstoe-zicht op de Mijnen zegt en dat ze erkent dat we het anders moeten doen,dan moet zij nu toch ook anders kijken naar Warffum? Dan kan je toch opz’n minst nu nog een advies vragen?Minister Hermans:Ik heb anders gekeken naar Warffum. Ik heb de ervaringen uit degesprekken en de input uit de zienswijzen gebruikt. Ik ben met de NAM ingesprek gegaan. Ik vind het echt cruciaal dat we hier oppassen hoe dewoorden van SodM worden neergezet. Ja, SodM heeft een opmerkinggemaakt dat hun advies van voor de parlementaire enquêtecommissiestamde. Zij hebben gezegd dat zij zich kunnen voorstellen dat deWarffumers ook graag de gaswinning in dit veld gestopt hadden gezien.Maar in datzelfde artikel zegt SodM ook dat zij geadviseerd hebben dat dewinning veilig kan doorgaan en dat de risico’s vergelijkbaar zijn. Laten wenou niet die twee dingen met elkaar vermengen. Ja, zij hebben ietsgezegd over de tijd waarin het advies gegeven is, dat er in de tijd na deenquêtecommissie natuurlijk ook gevoelens bij de inwoners van Warffumzijn. Maar het is niet zo dat het daarmee onveilig is en het is ook niet zoTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27232 dat ik dit besluit lichtzinnig genomen heb, dat ik niet naar die adviezengekeken heb van drie adviseurs en dat ik niet in het gesprek met de NAMeen aanpassing in het risicobeheersprofiel heb voorgesteld.De voorzitter:Dan denk ik dat u verder kunt met uw beantwoording.Minister Hermans:Voorzitter. Dan was er nog een vraag van mevrouw Kröger over hetverlenen van vergunningen in Friesland en Warffum, maar meer inalgemene zin. Daarvoor geldt – dat is niet anders dan wat ik net schetsteover Warffum – dat elke aanvraag per geval zorgvuldig wordt beoordeelddoor de adviezen van de drie adviseurs en van de medeoverheden tebestuderen. Alleen als het veilig en verantwoord kan, wordt devergunning verleend. Die vergunning kan ik ook niet zomaar weigeren.Dat hele debat hebben wij ook in december met elkaar gevoerd, medenaar aanleiding van Ternaard. Ik ken de zorgen van de inwoners vanFriesland. Ik weet niet of mevrouw Kröger expliciet naar de Mijnbouwtafelin Friesland verwees, maar daar komen die zorgen en vragen ook tersprake. In het kader van het sectorakkoord, waar ik het net al over had,wordt ook met de decentrale overheden gesproken, waaronder Friesland.Al die input zal meegenomen worden in het maken van de afspraken.Voorzitter. Dan vroegen mevrouw Postma en mevrouw Kröger nog naarde stand van zaken bij de uitvoering van de motie-Postma ten aanzien vanTernaard. Zoals ik in december heb aangekondigd, proberen we in goedoverleg met de aandeelhouders van NAM, Shell en Exxon, tot eenoplossing te komen voor Ternaard, waarbij mijn inzet is dat de NAM afzietvan gaswinning. De gesprekken lopen en zijn constructief, maar devertrekpunten liggen natuurlijk wel uit elkaar. Die gesprekken zijn dus nogniet afgerond. Ik kan ook niet nu de garantie geven hoe dat afloopt. Maarzodra daar iets over te melden is, laat ik de Kamer dat uiteraard weten.Voorzitter. Dat was wat er gevraagd was over Warffum en dus een heelklein beetje Ternaard. Dan kom ik nu bij Limburg. Mevrouw Kröger kijktmij vragend aan. Misschien ben ik een vraag van haar vergeten. Ik kom zonog bij de Mijnbouwwet en de vragen die daarover gesteld zijn, onderanderen door mevrouw Kröger.Voorzitter. Dan Limburg. Eigenlijk iedereen die mij daar vragen overstelde, zei het in soortgelijke woorden: waarom duurt het zo lang? Ik benhet ermee eens dat dit te lang duurt. Het duurt al lang en het duurt te lang.Al een paar jaar geleden is toegezegd dat er een schadeafhandeling voorLimburg zou worden opgezet. In 2024 is geprobeerd om de geheleschadeafhandeling onder te brengen bij een bestaande organisatie. Dat ishelaas niet gelukt. Op basis van het advies van de kwartiermakers zijn wenu de hele schadeafhandeling aan het inrichten. Mij is echt alles eraangelegen dat die dit jaar van start gaat. Het digitale loket start aan het eindevan het jaar, in december, en in januari volgt het fysieke loket. Om zo snelals mogelijk aan de slag te kunnen gaan – dat zeg ik ook in de richting deheer De Groot – wordt nu eerst een tijdelijke organisatie opgezet, zodat ereen organisatie is die kan gaan uitvoeren. We hebben echt gekeken waarje nog verder kan versnellen, ook in de procedure. Ik geloof dat hetmevrouw Postma was die zei dat er één deel van het advies van dekwartiermakers is dat de Minister niet heeft overgenomen. Dat klopt. Datis het advies om in september te starten met de schadeafhandeling.Hoewel mijn collega’s en ik, maar ook de RVO, die de tijdelijke organisatiegaat invullen, niks liever zouden willen, moeten we ook eerlijk zijn en geenverwachtingen wekken die we niet waar kunnen maken. Het is echt eencomplex proces om zo’n schadeafhandeling op een goede manier op tezetten, waarbij we kunnen waarmaken wat we beloven. Dat heeft gewoonlanger tijd nodig. Vandaar ook dat het digitale loket in december opengaatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27233 en we niet op het advies van de kwartiermakers hebben kunnen ingaanom dat al in september te doen.Mevrouw Beckerman vroeg naar de pilot met de tien gezinnen in Limburg:waarom moet je nou een pilot doen, terwijl er eigenlijk al zo veel ervaringis? Die pilot is juist bedoeld om vertraging te voorkomen. Er wordt nu eenschaderegeling gemaakt waarin ook het begrip «voldoende aannemelijk»,dat mevrouw Beckerman noemde, is uitgewerkt. We willen juist met dezemensen, met deze gezinnen, met hun specifieke schadegevallen, kijkenhoe die regeling werkt. Werkt die goed en waar moeten we die eventueelnog aanpassen of aanscherpen? Het is dus geen vertragingstactiek, om dewoorden van mevrouw Beckerman te gebruiken, maar juist een manierom te zorgen dat we tot een regeling komen die goed werkt. We zettendus een tijdelijke organisatie op. In de tussentijd ben ik met de Ministervan BZK in gesprek over de vraag of de definitieve organisatie een zbokan worden. Dat moet ik met de Minister van BZK doen, want zij is voordat deel verantwoordelijk. Daarover hoop ik in de zomer een besluit tekunnen nemen.Mevrouw Beckerman vroeg mij waarom ik niks doe met de regiospeci-fieke voorstellen uit Limburg, maar kies voor een centrale regeling. Ik benheel intensief in overleg met de regio en ik gebruik ook de voorstellen uitde regio. Het was wel een nadrukkelijk verzoek vanuit de provincie en debetrokken gemeenten om het centraal te regelen, dus met een zbo en eenschaderegeling waar we samen aan werken. Binnen de CommissieMijnbouwschade komt een Limburg Kamer, zodat er ook echt een eigenplek is voor deze schadegevallen. De voorzitter van die Limburg Kamer isbenoemd en daarbij is de regio ook betrokken. We zoeken nu nogtwee technische commissieleden. Dat dus over de regiospecifiekevoorstellen.Mevrouw Beckerman vroeg mij: krijgen mensen schade vergoed als hetaannemelijk is, of moeten de mensen opnieuw wachten? Ik zei net al datmensen helaas nog even moeten wachten tot dat digitale loket opengaataan het eind van dit jaar. Dan wordt de schade onderzocht door deLimburg Kamer van de Commissie Mijnbouwschade. Die Limburg Kamergebruikt het criterium «voldoende aannemelijk» en niet causaliteit, dusmensen hoeven niet zelf iets aan te tonen.Mevrouw Teunissen vroeg waarom ik in Limburg ook niet kies voor deomkering van de bewijslast, zoals die in Groningen geldt. In Limburg is desituatie zo dat bewoners in veel gevallen geen recht meer hebben opvergoeding van hun schade, of dat het heel lastig is om het te verhalen opde rechtsopvolgers. Het kabinet wil dat particuliere huiseigenaren niet metmijnbouwschade blijven zitten. Daarom hebben we die coulanceregelinggemaakt. De Limburg Kamer van de commissie zal advies uitbrengen overde aard en de oorzaak van de schade en over de bijbehorende herstel-kosten. Daarmee neemt de commissie de bewijslast van bewoners dusover. Zoals ik net ook tegen mevrouw Beckerman zei, geldt daarbij dus dievoldoende aannemelijkheid in plaats van een causaal verband.Voorzitter. De heer De Groot zei: er komen nu twee loketten; dat leidt totverwarring. Ik las dat ook in de media. Die verwarring wil ik heel graagwegnemen, want er komt één loket. Er is wel een digitaal en een fysiekloket, maar die vormen één loket. Dat digitale loket gaat in december openen het fysieke loket heel snel daarna, begin januari. Dan kun je je dus ofvia internet of fysiek bij het loket aanmelden. Om die verwarring weg tenemen: er komen dus niet twee loketten.Voorzitter. Mevrouw Kröger vroeg ook naar die twee loketten. Ik hoop datik die verwarring hiermee heb weggenomen.Mevrouw Kröger refereerde ook nog even aan die tijdelijke organisatie.Die stellen we dus in om die schadeafhandeling zo snel mogelijk tekunnen starten, want het oprichten van een zbo is een langer traject,omdat dat ook in de wet moet worden geregeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27234 Mensen met grote schades – daar vroeg mevrouw Kröger ook naar –kunnen zich tot het einde van het jaar melden bij de Stichting Calamitei-tenfonds. Eind 2025, als de regeling operationeel is, is de taak van destichting klaar. Dan kunnen mensen met schade, of dat nou grote of kleineschade is, zich melden bij I3ML.Mevrouw Kröger vroeg naar de financiering en ze vroeg wat er gebeurtals die genoemde 1 miljoen niet volstaat. Dat budget van 1 miljoen geldtvanaf 2030. In de jaren daarvoor, dus vanaf nu, is er meer budgetbeschikbaar, namelijk 19,7 miljoen. Wij zullen dat de komende jarenmonitoren en evalueren en als er aanpassing nodig is, ook van die reeksvan 1 miljoen vanaf 2030, waar mevrouw Kröger naar verwees, zullen wedaarnaar kijken.Voorzitter. Ik heb al antwoord gegeven op de vraag van de heer De Grootof er nou geen alternatieven zijn waardoor de regeling sneller open kan,omwille van die complexiteit en zorgvuldigheid en omdat we geen valseverwachtingen willen wekken. De heer De Groot vroeg mij ook: betekenthet nou dat mensen met zware mijnbouwschade nog twee jaar moetenwachten voordat ze aan de beurt zijn? Het is zo dat de tijdelijke organisatiede kleine schadegevallen gaat afhandelen. De verwachting is ook dat dathet grootste deel van de schadegevallen is. Maar, zeg ik daar direct bij,voor de grote schadegevallen gaat er begin 2026 een proefproject – zonoem ik het maar even – van start. Daar zal de zwaardere casuïstiekbehandeld worden. Die gevallen zullen afgehandeld worden en als datgoed werkt, wil ik het project voortzetten, totdat we het echt goed hebbeningeregeld. Ik kom zo nog op de vraag van de heer Vermeer waarom ernog geen aannemers zijn gecontracteerd.Mevrouw Postma vroeg: hoeveel schademeldingen kunnen terecht bij deloketten? Het is op dit moment nog onduidelijk hoeveel schadegevallen erprecies zijn in Limburg. Dat maakt het organiseren van de afhandelingcomplex. Dat geldt ook voor de vraag hoeveel er terechtkunnen bij deloketten. We gaan de schadeafhandeling in delen openstellen. Dat gaat indelen van ongeveer 1.250 adressen. De gedachte is dat er zo’n zevengroepen van 1.250 adressen per jaar kunnen worden opengesteld. In deafgelopen jaren hebben zich natuurlijk al mensen gemeld bij degemeenten. Ik heb met de regio afgesproken dat zij, net als de tiendeelnemers aan het pilotproject, voorrang krijgen bij de schadeafhan-deling.Dan vroeg de heer Vermeer of ik kan toezeggen dat alle Limburgers metschade aan hun woning die aannemelijk verband houdt met devoormalige mijnbouw, een volledige schadevergoeding kunnen krijgen. Ikherhaal nog maar eens dat het uitgangspunt van het kabinet is dat geenenkele particuliere huiseigenaar in Zuid-Limburg met mijnbouwschadeblijft zitten. Voor de jaren ’25 tot en met ’29 is daarvoor 19,7 miljoenbeschikbaar en in de jaren daarna structureel 1 miljoen. Het is aan deCommissie Mijnbouwschade om mij te adviseren over de aanneme-lijkheid van de schade en het schadebedrag. Uitgangspunt blijft dat wewillen helpen en ontzorgen. Daarom zullen we dit ook heel goedmonitoren en evalueren.Voorzitter. Dan de vraag van de heer Vermeer over het herstellen via eenaannemer van een schade boven € 10.000. Negeer ik het advies van destuurgroep van I3ML, vraagt hij. Ik ben van mening dat ik de keuze van destuurgroep niet negeer. Het komt alleen later in de tijd. Ik wil die schadeaf-handeling echt zo snel mogelijk starten; daarom dat digitale loket eind ditjaar. Die tijdelijke organisatie zal zich gaan richten op de kleine schades.Nogmaals, dat is naar verwachting ook de grootste groep. Het organi-seren van herstel door een aannemer is moeilijker. De inrichting ervankost meer tijd. Ik wil dat goed en zorgvuldig doen. Maar ik start dus weldat proefproject volgend jaar. Op die manier kan ook al wel volgend jaarmet het herstel van die schades begonnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27235 Dan de vraag van de heer Vermeer hoe ik nou rechtvaardig dat er sinds2023 nog geen aannemers zijn gecontracteerd. Daar zit wat ik net schetsteachter, net als het feit dat de organisatie van de schadeafhandeling te langheeft geduurd. Er wordt nu keihard gewerkt aan de inrichting van dietijdelijke organisatie. Om de reden die ik noemde, hebben wij de keuzegemaakt om te starten met kleine schades in groepen van 1.250 adressenen tegelijkertijd al wel te beginnen met een proefproject met een tientalgrote schades.Dan vroeg de heer Vermeer mij naar het adviesrecht waar de regioZuid-Limburg om vraagt. Kan ik dat toezeggen? Ik kan zeggen dat ik metde regio hierover in gesprek ben. Ik vind de inbreng van de regio bij hetorganiseren van de schadeafhandeling en ook bij het vormgeven van deregeling heel belangrijk. Hun inbreng neem ik juist om die reden dan ookheel graag mee bij de tijdelijke organisatie en ook bij de definitieveorganisatie straks. Ik heb de regio in een gesprek met de gedeputeerde ende wethouder al toegezegd dat zij bij de aanstelling van de leden van deLimburg Kamer van de Commissie Mijnbouwschade actief betrokkenworden. Wat de definitieve organisatie betreft, wij zullen goed moetenbespreken wat precies de status is van een advies. Dat geldt overigenszowel voor een advies van de regio als voor een advies van het kabinet.Voorzitter. Tot slot is er over Limburg een vraag van de heer Vermeer:waarom wordt mijnbouwschade bij woningcorporaties in Groningen welerkend en in Limburg uitgesloten? In Groningen heeft de Staat de rol vanhet mijnbouwbedrijf overgenomen, vanwege de ernst en omvang van deschades. In Limburg heeft het kabinet besloten om de claims van departiculieren huiseigenaren op de rechtsopvolgers over te nemen. Hetkabinet geeft vervolgens een tegemoetkoming voor de schade. Huiseige-naren worden ontzorgd en kunnen hun huizen herstellen. Het kabinet zaldie claims dan bundelen en proberen te verhalen op de rechtsopvolgersvan de voormalige mijnbouwbedrijven. Woningcorporaties zijn bedrijvenen die worden in het besluit van het kabinet geacht die claim zelf richtingde rechtsopvolgers in te dienen.De voorzitter:Ik dank u voor dit blokje. Er zijn interrupties van de heer De Groot en vande heer Vermeer. Ik begin bij de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ja, dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank aan de Minister voor de beant-woording. Ik denk dat veel duidelijk is geworden over de schadeafhan-deling in Limburg. Ik heb nog één vraag. De Minister geeft aan dat we nueen tijdelijke organisatie gaan oprichten en dat RVO daarbij betrokken is.Ik had al heel lichtjes in mijn bijdrage de mogelijkheid genoemd om hetvia de provincie te doen en gevraagd of daarnaar gekeken is. Nu gebeurtdat centraal, vanuit Den Haag, zou je kunnen zeggen. Maar het gaatnatuurlijk om een heel specifieke plek in Nederland. Ik zou graag van deMinister willen weten of ernaar is gekeken om het via het provincieloket tegaan opzetten, zodat het dichter bij de mensen is. Want dat is eigenlijk dereden achter de vraag, dichter bij de mensen. Zo’n organisatie moet tochopgezet worden, dus dat is de vraag.Minister Hermans:Ik snap het. Het feit dat we het vanuit Den Haag centraal organiseren, isnatuurlijk nog wel iets anders dan waar het fysieke loket daadwerkelijkterechtkomt. Dat wij het vanuit Den Haag organiseren, in eerste instantietijdelijk via de RVO en later via een zbo, is de bedoeling, is wat anders danwaar het fysieke loket terechtkomt. Dat gebeurt vanzelfsprekend in deregio. Dat moet een plek zijn dicht in de buurt bij de mensen voor wie wedeze regeling opzetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27236 De voorzitter:Er is een vervolgvraag van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ja, voorzitter, een korte vervolgvraag. De Minister heeft dus niet naar demogelijkheid gekeken om die stap nu in één keer te zetten naar deprovincie toe of naar de plek in de provincie waar het terechtkomt? Ikbedoel dan met hulp ook van de bestuurslaag provincie, laat ik het zozeggen. Want het duurt nu natuurlijk een tijdje voordat het in werkingkomt. Dat doen we eerst met een tijdelijke locatie met een loket en RVO.Je had er natuurlijk ook voor kunnen kiezen om te zeggen: wellichtkunnen we het met hulp van de provincie in één keer regelen. Daardoorkan je die zwaardere gevallen ook niet in een proefproject plaatsen, maargelijk inregelen. Is er dus ook naar die organisatorische vraag?Minister Hermans:Er zijn heel veel vormen de revue gepasseerd. Maar dit was ook eenexpliciete wens vanuit de regio, dat die tijdelijke organisatie, naar onzeintentie uitmondend in een zbo, ook echt door het Rijk zou wordenopgepakt. Maar nogmaals, de plek waar het fysieke loket komt is ookdirect in de regio. De verwachting is nu dat het in Heerlen komt en op2 januari daar opengaat. Het digitale loket kan natuurlijk vanuit elke plek inNederland bezocht worden.De voorzitter:Dan had u ook nog een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik wil de Minister en haar medewerkers bedanken voor de antwoorden. Ikheb nog wel die ene vraag over het adviesrecht. Het is fijn dat hierovermet de regio in gesprek gegaan wordt. Die noteer ik graag als eentoezegging. Maar ik zou ook willen weten wanneer dat plaatsvindt en ofwij ook automatisch vanuit het ministerie terugkoppeling krijgen over deuitkomsten hiervan.Minister Hermans:Die gesprekken zijn eigenlijk doorlopend gaande. Ik was zelf in maart inLimburg en heb toen met de gedeputeerde en de wethouder gesprokendie eerder bij mij in Den Haag langs zijn geweest. Ik weet nu even niet uitmijn hoofd wanneer precies, maar er volgt in de komende periodenatuurlijk ook weer een gesprek waarbij ikzelf aansluit. Mijn collega’shebben heel regelmatig contact. Ik zit even te denken wat een goedmoment is om weer een update te sturen. Ik denk zo rond mei, in elk gevalvoor het volgende commissiedebat. Als er een echt noemenswaardigestap, een mijlpaal, bereikt is, zullen we u daar uiteraard ook overinformeren.De voorzitter:Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik heb heel veel antwoorden gehoord, maar mijn vraagwas gewoon: kunnen we ervoor zorgen dat de mensen met de zwaarsteschade als eersten geholpen worden? Kunnen we ervoor zorgen dat wezeker weten dat dat gewoon goed geregeld is? Ik heb de antwoorden opde vragen van collega Beckerman gelezen. Daarin lees ik eigenlijk dat ertoch gewoon snel aan de slag gegaan wordt met lichte schade en dat dezware schade nu in een pilotverhaal terechtkomt. Dan doe je dus eigenlijkprecies wat iedereen niet wou. Dus ik stel mijn vraag nogmaals: waarommoeten mensen met zware schade voor een echte oplossing wachtenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27237 totdat dat zbo er is, terwijl je gewoon snel en als eerste zekerheid wilt voordie mensen?Minister Hermans:Ik wil voor iedereen die met schade te maken heeft, of die nou groot ofklein is, zo snel mogelijk zekerheid, en dat er nu echt wat gaat gebeuren.We zijn het namelijk echt met elkaar eens dat dit al veel te lang duurt. Ofiets groot of klein is, ik wil niet dat je daar zelf over na moet denken als jeschade hebt. Je kan je schade gewoon melden op het moment dat hetdigitale loket opengaat. In de beoordeling door de commissie van watvoor soort schade er sprake is, zal een onderscheid gemaakt wordentussen groot en klein. Om snel van start te kunnen gaan is de keuzegemaakt om te starten met de kleinere schades in de fases, de delen die ikal tegen mevrouw Postma noemde. En we starten met dat proefprojectvan tien zware gevallen. Het is mijn inzet dat als dat goed loopt en we datmet die zwaardere schadegevallen goed georganiseerd en uitgevoerdkrijgen, we daarmee doorgaan. Daar hoef je dus niet mee te wachten totde definitieve organisatie er is.Ik wil bij niemand valse verwachtingen wekken. In gesprekken met RVO,maar ook juist op basis van de ervaringen in Groningen is voor deze opzeten aanpak gekozen. Dat dat betekent dat je misschien toch weer watlanger moet wachten dan je zou willen ... Nogmaals, dat is niet iets waarik bewust op stuur, maar ik vind wel dat ik keuzes moet maken in devormgeving en de inrichting van die tijdelijke organisatie, in hoe we daarmensen helpen en hoe we die zo snel mogelijk willen helpen, die we ookwaar kunnen maken. Dat is de achterliggende reden van hoe we ditgeorganiseerd hebben.De voorzitter:Dan kijk ik nog even rond. Ik denk dat we door kunnen naar het volgendekopje, de Mijnbouwwet.Minister Hermans:Ja, voorzitter, dan de Mijnbouwwet. Ik begin met een vraag van mevrouwBeckerman. Zij vraagt of ik het beeld herken dat het draagvlak voormijnbouwactiviteiten wegvloeit als de schade niet opgelost wordt. Ik benhartgrondig met mevrouw Beckerman eens dat het essentieel is dat diemijnbouwschade vergoed wordt, omdat dat randvoorwaardelijk is voorhet draagvlak. Maar wat mij betreft is dat nog belangrijker omdat ik hetniet eerlijk vind als mensen met mijnbouwschade blijven zitten. Dat is danook de reden dat we, naast het IMG, de landelijke Commissie Mijnbouw-schade hebben ingesteld, die mensen ontzorgt bij mijnbouwschade.Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Kröger wanneer de herziene Mijnbouw-wet, waarin de grondwaterwinning beter geborgd is, naar de Kamer komt.De herziening van de Mijnbouwwet is een uitvoerig en groot proces. Dietotale herziening zal dus pas in het begin van volgend jaar, in het eerstekwartaal van 2026, voor internetconsultatie klaar zijn. Maar er is een tijdjegeleden een amendement aangenomen van de heer Erkens en de heerGrinwis, zeg ik tegen mevrouw Kröger. Daar heeft even correspondentieover plaatsgevonden, namelijk over de vraag of dat nou op de striktemanier of de iets minder strikte manier geïnterpreteerd moet worden. Hetbleek dat dat op de strikte manier geïnterpreteerd moest worden. Datwordt meegenomen in een veegwet waarin we al een aantal kleinereaanpassingen – ik noem het maar even zo – in de Mijnbouwwetvormgeven. Die komt dit jaar. Nu gaat mevrouw Kröger mij vragenwanneer die precies komt; daar ga ik zo antwoord op geven.Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Beckerman naar de uitbreiding van hetwettelijk bewijsvermoeden en of ik dat wil regelen via de herziening vande Mijnbouwwet. Vorige week, zeg ik uit mijn hoofd, heb ik de TweedeKamer een brief gestuurd over uw motie die u samen met de heer BushoffTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27238 heeft ingediend over de uitbreiding van het wettelijke bewijsvermoedenen de voorlichting van de Raad van State daarover. Mijn voorganger, deStaatssecretaris, heeft advies gevraagd aan de Raad van State over of ditjuridisch houdbaar is en of dit een begaanbaar pad is. Als ik de toelichtingvan de Raad van State lees, dan zie ik dat de Raad van State daar twijfelsover heeft. Ik vind dat ik dat advies moet volgen, omdat ik met hetinvoeren van het wettelijk bewijsvermoeden in heel Nederland niet doewat mevrouw Beckerman en de heer Bushoff volgens mij beogen,namelijk de positie van de gedupeerden versterken. Sterker nog, die maakik onzekerder, omdat de kans dat operators en mijnbouwbedrijven eenschadegeval aanvechten en dat ook winnen, heel aannemelijk is. Ik vinddan dat je eigenlijk meer onzekerheid dan duidelijkheid of zekerheidcreëert. Vandaar dat we dit advies hebben overgenomen en dat we datwettelijk bewijsvermoeden niet verder breder implementeren. Dat neemtniet weg dat het kabinet eigenlijk de belangrijkste overweging in de motie,namelijk het versterken van de positie van gedupeerden, onderschrijft enook bezig is om de positie van schademelders via andere wegen teversterken. Een voorbeeld daarvan is dat we het takenpakket van decommissie uitbreiden naar alle mijnbouwsectoren.Dan vroeg mevrouw Postma mij wat ik versta onder het nee-tenzij-principe. De gedachte daarachter is dat je aan de voorkant veel meerduidelijkheid gaat bieden over welke activiteiten er nodig zijn om in onzeenergiebehoefte te kunnen voorzien, waar die kunnen plaatsvinden enwelke voorwaarden je daarbij van toepassing moet verklaren ten aanzienvan veilig, financieel en maatschappelijk verantwoord gebruik. Daaromwerken we ook aan het programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergronden aan de herziening van de Mijnbouwwet. Zo is het nee-tenzijprincipebedoeld, namelijk dat het ons echt dwingt om heel precies per activiteitdie afweging te kunnen maken en over die voorwaarden na te kunnendenken.Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Postma mij of ik nog steeds voornemensben om schaliegas niet toe te staan en om dit te verankeren in deMijnbouwwet. De winning van schaliegas op land is uitgesloten op basisvan dat onderzoek uit 2015, waar ook naar verwezen werd. Ik heb onlangsin mijn brief van eind januari bevestigd dat ik datgene wat nu in deStructuurvisie Ondergrond is vastgelegd, wettelijk zal verankeren. Dat isdus nog steeds de inzet van dit kabinet.Mevrouw Postma vroeg mij of ik in de herziene Mijnbouwwet kanopnemen dat boorplatforms kunnen blijven staan als dat beter is voor deecologie. Dat kan ik op dit moment niet toezeggen. In het internationaleverdrag OSPAR is namelijk afgesproken welke gevallen platformseventueel zouden kunnen blijven bestaan. De platforms die op hetNederlandse deel van de Noordzee staan, voldoen niet aan dievoorwaarden. Er is dus eerst een wijziging van dat verdrag nodig om dieplatforms te kunnen laten staan als dat beter is voor de ecologie. Daarnakunnen we dat overnemen in de Mijnbouwwet.Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Teunissen mij of ik vergunningen kanintrekken. Dat kan ik niet zomaar. Ik heb me te houden aan deMijnbouwwet en die kent ook gronden voor het intrekken van vergun-ningen. In de hele herziening van de Mijnbouwwet gaan we ook kijkenhoe we meer regie krijgen en onder welke voorwaarden we welkeactiviteiten doen in de diepe ondergrond. Daarbij kijken we ook hoe het zitmet de weigeringsgronden en de intrekkingsgronden. Maar ik kan het dusniet zomaar doen; ik heb mij wel te houden aan het geldende wettelijkekader.Voorzitter. Dan de vraag van mevrouw Postma over het generiekeherverdeelmodel in het kader van de eerlijke verdeling van lusten enlasten. Mevrouw Postma vroeg mij waarom het niet direct zou kunnenterugvloeien naar inwoners. Dan zou je dus eigenlijk een fondsvormgeven waar inwoners zelf over kunnen beslissen, als ik uw woordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27239 goed heb begrepen. Die variant van het direct verstrekken van middelenaan omwonenden is niet meegenomen in het onderzoek waar mevrouwPostma ook naar verwees, het onderzoek van Berenschot. De insteek was:kunnen we tot een model komen voor duurzame investeringen in deregio? De conclusies zijn helder. Maar ik zou wel willen kijken of we in degesprekken die we nu voeren met de sectorpartijen, waarin we ookhierover afspraken willen maken, dit idee van een fonds als richting meekunnen nemen.Voorzitter, daarmee heb ik alle vragen beantwoord.De voorzitter:Dan mag u de microfoon even uitzetten. Er zijn een aantal interrupties,allereerst van de heer Vermeer. Die had zich daarstraks al gemeld. Daarnais het woord aan mevrouw Postma.De heer Vermeer (BBB):Naar aanleiding van mijn interruptiedebatje met de heer De Groot over dewinning van schaliegas en de opname van een verbod daarop in deMijnbouwwet, heb ik nog wel even de vraag of daar in de veegwet nogiets over gemeld gaat worden. Komen CO2-opslag en een verbod opschaliegas in de veegwet of zijn die echt pas volgend voorjaar aan deorde?Minister Hermans:Voorzitter ...De voorzitter:Het woord is aan de Minister.Minister Hermans:Excuus, voorzitter. Die komen echt in de herziening van de Mijnbouwwet.Als de heer Vermeer dat op prijs stelt, kan ik voor hem nog wel evennagaan wat er nog meer in de veegwet zit. Ik kan wel alvast tegenmevrouw Kröger zeggen dat de veegwet begin mei wordt ingediend. Hetadvies van de Raad van State zijn we nu aan het verwerken.Mevrouw Postma (NSC):Eerst even over de batenverdeling en de lusten. We hebben het hiereerder, in een ander debat, ook met elkaar over gehad. Het punt dat iktoen namens mijn partij heb ingebracht is dat die verdeling juist zo dichtmogelijk bij mensen zelf moet komen. Die moet dus bij de huishoudenskomen en die moet niet bij decentrale overheden worden neergelegd, omhun begroting te dichten. Ik zei net ook al dat ik vind dat dat bij bijvoor-beeld een buurtcentrum of iets anders de taak van een decentraleoverheid is. Die gaten moeten wij niet gaan vullen. Ik zou graag zien dat ereen fonds komt waarbij bewoners zelf mogen besluiten wat ze willen gaandoen, en het dus als iets extra’s zien, of dat we zelfs de optie onderzoekenom het direct uit te keren aan huishoudens, zodat zij zelf kunnen bepalenwat ze ermee gaan doen. Dan kunnen zij ook zelf maatregelen nemen ombijvoorbeeld hun huis te verduurzamen of kunnen ze er juist iets heelanders mee doen als ze dat zelf willen. Maar op die manier zit er geenoverheidslaag tussen, want anders heb je nog niet het gevoel dat jemeedeelt in de baten.De voorzitter:Het woord is aan de Minister.Minister Hermans:Dat ben ik met mevrouw Postma eens. We willen dit doen om overlast,zorgen die er zijn, op een bepaalde manier wat te verzachten. DieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27240 investeringen moeten dan ook echt naar iets gaan wat daaraan bijdraagt.Ik zal dus die optie van dat fonds, van dat het echt direct dicht bij demensen die het betreft terechtkomt, inbrengen in die gesprekken, als optieom met die lusten-lastenverdeling om te gaan. Nogmaals, vanuit hetkabinet is echt de inzet, zetten wij alles op alles, om hier echt goedeafspraken over te maken. Ik zie dit als een heel belangrijke voorwaarde ofbelangrijk element om draagvlak te behouden en ook te versterken vooractiviteiten in de ondergrond in de toekomst.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):Mijn tweede vraag gaat over de platformen, maar ik mis hier hetantwoord over het direct doorgeven aan huishoudens zonder een fonds.Minister Hermans:Mag ik dat even checken? Ik zou willen zeggen dat ik die optie ook mee wilnemen in de gesprekken, maar ik wil even checken of dat zomaar kan. Datfonds sowieso, maar op dat direct naar huishoudens zou ik even intweede termijn op terug willen komen als dat kan.Mevrouw Postma (NSC):Dan mijn tweede vraag.De voorzitter:Ja, uw interruptie.Mevrouw Postma (NSC):Die gaat over de gasplatformen die in zee staan. Volgens mij biedt datOSPAR-verdrag veel meer ruimte dan wij denken. Zou de Minister tochkunnen kijken of wij niet alvast een haakje kunnen maken om diedecommissioningwet hier beter in te borgen? Ik weet echt dat er projectenzijn die die platformen laten staan waar dat echt een meerwaarde heeft. Ikheb dit één keer laten onderzoeken en toe kwam ik erachter dat er meerruimte is dan wij als wetgevers denken.Minister Hermans:Wat ik wil toezeggen, is dat wij nog een keer naar dat verdrag kijken, ookindachtig de vraag van mevrouw Postma, om te bezien of er mogelijkhaakjes zijn die meer ruimte bieden. Ik wil niet op voorhand garanderendat dat gaat lukken, maar ik wil zeker toezeggen dat ik daar nog eenpoging toe doe. Als we dat gedaan hebben, informeer ik daar natuurlijk deKamer over.De voorzitter:Dan zie ik geen verdere interrupties van de Kamer. Dan kan u doorgaanmet het een na laatste blokje, de Noordzee.Minister Hermans:Ja, gaswinning op de Noordzee. De heer De Groot vroeg of het moeilijkerwordt om zo’n sectorakkoord te sluiten, omdat er specifieke uitdagingenzijn die eerder nooit zijn voorgekomen. De huidige situatie waarin deNederlandse gaswinning zich bevindt, kent unieke uitdagingen. We zijnmeer dan 50 jaar geleden begonnen met gaswinning en we zitteninmiddels in een late fase. Dus het perspectief is daarmee nu echt andersdan toen we al die jaren geleden begonnen, want de verwachting is dathet richting 2045 op zijn eind zal lopen. Nieuwe velden zijn vaak ookkleiner en technisch of economisch moeilijker te ontwikkelen, dus datvraagt een andere aanpak van de sector en van het Rijk. Daarop zetten weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27241 dus ook in in dat sectorakkoord gaswinning Noordzee. Dat doen weomdat het technisch potentieel van gaswinning op de Noordzee echtaanzienlijk is. In het totaal is het potentieel nog ongeveer 200 miljardkuub, waarvan 150 op de Noordzee en 50 op land.Dan vroeg de heer De Groot nog naar de dure infrastructuur, hetafschrijven daarvan, en hoe ik de achtervang door de generieke infra-structuur die in gezamenlijkheid door de sector wordt gebruikt garandeer.De gasinfrastructuur op de Noordzee, of op het Nederlandse deel van deNoordzee moet ik zeggen, is sterk geïntegreerd, waarbij gasproducentengebruikmaken van elkaars installaties en pijpleidingen. Dat stelt ons ook instaat om het gewonnen gas op een efficiënte wijze aan land te brengen.Maar met het afnemen van productievolumes wordt het gebruik van deinfrastructuur natuurlijk relatief duurder. De exploratie en vervolgens deproductie van nieuwe velden kan bijdragen aan het dragen van de kostenvan de infrastructuur. Partijen binnen de sector kijken samen naar verdereoptimalisatie van hun eigen infrastructuur.De heer De Groot vroeg mij naar een risicoregeling en hij vroeg wat ernog aan uitdagingen op tafel ligt om tot sluiting van het akkoord tekomen. De gesprekken over het akkoord bevinden zich in een afrondendefase. Ik verwacht het echt op korte termijn aan de Kamer te kunnen sturen.In het akkoord is ook aandacht voor de mitigatie van financiële risico’s. Opdat onderwerp trek ik samen met de Minister van Financiën op. Er wordtonder andere gekeken naar de mogelijkheid om EBN in specifiekegevallen onder hele nadrukkelijke voorwaarden een aandeel vanmaximaal 85% te kunnen laten nemen in exploratieprojecten op deNoordzee. Een voorstel hiertoe is ook opgenomen in het wetsvoorstelBestrijden energieleveringscrisis. Dat wetsvoorstel heeft net ter consul-tatie voorgelegen. Daarmee heb ik volgens mij de vraag van de heerDe Groot beantwoord.Mevrouw Kröger vroeg het volgende. Er is drie jaar gewerkt aan datversnellingsplan. Niemand wil investeren, dus nu moeten wij de investe-ringsrisico’s wegnemen. Om welke bedragen gaat dat nou en bij wiekomen die bedragen dan te liggen? Zoals gezegd, is in het akkoordaandacht voor het verlagen van financiële risico’s. Ik noemde al dat we indat wetsvoorstel kijken of EBN daar onder voorwaarden een rol in kanspelen. Dat betekent dat operators bij een succesvolle boring verplicht zijnom zich terug te kopen in het project, inclusief een extra premie die ervoorzorgt dat onder andere het risico dat EBN loopt bij een droge put – excuusvoor dit jargon – collectief wordt afgedekt.Voorzitter. Mevrouw Teunissen vroeg mij of gas winnen op de Noordzeeniet in strijd is met de klimaatdoelen van het kabinet, of de gaswinninggaat leiden tot minder import van lng en of ik daar een onderzoek naarkan doen. Op dit moment gebruiken we in Nederland nog ongeveer30 miljard kuub aardgas. Hoe meer we van die gasvraag kunnen afdekkendoor dat zelf te produceren, hoe minder buitenlands lng we natuurlijkhoeven te importeren. Ik ben het direct met mevrouw Teunissen eens datdat schadelijk is. De laatste kerncijfers van EBN laten dat ook wel heelduidelijk zien. De klimaatafspraken staan overeind, dus het is mij daarmeeook een lief ding waard dat we wat we nog gebruiken dicht bij huiswinnen, zodat we het niet hoeven te importeren. Maar het is ook zo datonze vraag nog altijd wel groter is, dus we zullen ook nog wel iets van dieimport nodig hebben. Dat we in Nederland niet meer gaan producerendan wat we gebruiken, was al een afspraak en die blijft gewoon staan.Tot slot heb ik in dit blokje de vraag van mevrouw Postma of de geopoli-tieke situatie er iets aan veranderd heeft hoe we kijken naar de winning opland en zee. Die ambities zijn onveranderd. De geopolitieke situatie laatmijns inziens wel zien hoe belangrijk het is dat we doorgaan met deenergietransitie en dat we onafhankelijk worden in onze energievoor-ziening. In die transitie hebben we gas nog wel een tijdje nodig. Wehebben het nodig om die transitie door te kunnen maken. Daarom vind ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27242 die versnelling en die opschaling van gaswinning op de Noordzeebelangrijk.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank voor de beantwoording in dit blokje. Dan is er aan de zijde van deKamer nog een interruptie van mevrouw Kröger en daarna nog een vanmevrouw Postma.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Er is volgens mij heel veel te zeggen over wat de Minister net heeftgezegd over gaswinning op de Noordzee, over de klimaatschade en overde keuze om meer fossiele winning in te zetten en daar moedwillig voor tekiezen, maar mijn vraag gaat over de financiële constructie die nuopgetuigd wordt. Als ik het goed begrijp, heeft de Minister het opeensover 200 bcm die gewonnen kan worden. In eerdere brieven heeft ze hetover 100 bcm. Kennelijk kan er meer gewonnen worden als je meerfinanciële risico’s afdekt. Maar zegt de Minister nou werkelijk dat we EBNmet publiek geld de financiële risico’s laten nemen, opdat vervolgensprivate partijen, partijen waarmee wij toch een uitermate slecht track-record hebben als we kijken naar Groningen, de winst mogen cashen?Minister Hermans:Even om verwarring te voorkomen. Het is terecht dat mevrouw Krögerdaarnaar vraagt. Die 150 bcm op de Noordzee is wat er technisch mogelijkis, maar 100 bcm is wat er economisch mogelijk is en wat we verwachtendat er echt maximaal gewonnen kan worden; misschien moet ik het zozeggen. Over die 100 heeft u dus gelijk, maar ik meen mij te herinnerendat mij naar het technisch potentieel gevraagd werd. Vandaar dat ik die150 noemde. Maar u heeft gelijk: het is 100.Dan over die garanties. Zoals ik al zei, ga ik de Kamer op hele kortetermijn informeren over de afspraken die we maken, waarin ik ook hieruitvoerig op in zal gaan. Ik wil dus eigenlijk aan mevrouw Kröger vragenof het akkoord is dat ik dat doe in die brief, of dat ik daarmee onvoldoendeaandacht besteed aan een zorg die zij nu met mij wil uitdiscussiëren. Dit isecht even een verhelderende vraag.De voorzitter:Dan telt het niet als interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Als de Minister het nu kan toelichten, is dat goed, maar ik vind het ookgoed als het op papier staat en dat we dan het debat erover gaan voeren.Want ik vind het echt een uitermate kwetsbare aangelegenheid als we ineen tijd met alleen maar sunk cost risks, die we hebben met overal terwereld fossiele installaties, publiek garant gaan staan voor nog meerfossiele winning.Minister Hermans:Wat ik in elk geval kan zeggen, is dat we geen directe financiële steunleveren, maar dat we kijken hoe we die versnelling van die gaswinningook financieel mogelijk kunnen maken zonder die directe steun. Tochhecht ik eraan om te blijven zeggen: ja, we gaan het gebruik van fossielebrandstoffen afbouwen – dat is een afspraak die we gemaakt hebben endaar sta ik ook achter – maar om die transitie door te komen, om dietransitie te kunnen maken, hebben we nog een tijdje gas nodig. Ik weetdat mevrouw Kröger dat liever niet wil, of dat ze het misschien nog welsneller wil, maar ik vind dat ik hier ook realistisch in moet zijn. Ik moet erook voor zorgen dat we, met zowel leveringszekerheid op het gebied vangas als op het gebied van elektriciteit, de komende jaren, ook in dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27243 transitie, de Nederlandse samenleving, mensen thuis en ondernemers,onze industrie, kunnen laten draaien.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Als we het hebben over realistisch zijn: ik zit hier tegenover een Ministerdie het ene na het andere besluit neemt dat actief het gebruik van gasaanjaagt. Als er nou dus een enorm plan lag dat er echt om draaide devraag naar gas actief te verminderen, hadden we alweer een heel andergesprek, maar er ligt gewoon het ene na het andere besluit van dezeMinister. Ze maakt plannen met minder dan 5% kans dat we de klimaat-doelen halen. Ze draait allerlei beleid terug. Ze faciliteert CCS, wat defacto nog langer gebruik van fossiel betekent. En dan zegt ze: o ja, maarhet is echt heel erg nodig dat we nog heel veel gas blijven winnen. Ik vindhet gewoon op geen enkele manier een zorgzaam verhaal. Het is nietzorgzaam, niet naar de planeet, niet naar mensen hier in Warffum ennergens naar. Het is niet zorgzaam. Maar goed, mijn concrete vraag is:gaat deze Minister in die Mijnbouwwet, in het sectorakkoord en in alleafspraken die ze nu maakt met mijnbouwbedrijven hard een einddatumvan fossiele winning vastleggen? Een einddatum: dan is het klaar.De voorzitter:Het woord is aan de Minister.Minister Hermans:De afwegingen die ik maak, zijn gericht op realistisch klimaat- enenergiebeleid. We hebben een aantal jaar geleden met elkaar heel veelambities gesteld. Het is niet zo dat ik niet achter die ambities sta,integendeel. Maar ik heb ook te maken met de realiteit van vandaag dedag, namelijk de enorme geopolitieke onrust aan de rand van Europa, eenovervol stroomnet waardoor bedrijven die dolgraag willen verduurzamenniet kunnen verduurzamen en de hoge elektriciteitskosten die investe-ringen in de weg staan. Dan kan je met je kop in het zand, stoïcijns en metoogkleppen op doorduwen en het onmogelijke van mensen of vanbedrijven vragen, maar dat doe ik niet. Zonder de doelen en de redenenwaarom we dit doen uit het oog te verliezen, namelijk onafhankelijkworden in onze energievoorziening en dit land schoon doorgeven, vind ikook dat we realistisch moeten zijn. Dat is wat «ze» – om met de woordenvan mevrouw Kröger te spreken – aan het doen is. Dat doe ik volovertuiging en vol motivatie, want realistisch en ambitieus gaan primasamen.Dan de vraag over een harde deadline. Ik wil dat in het sectorakkoord voorde Noordzee en in het sectorakkoord voor gaswinning op land duidelijkwordt waarnaar we afbouwen. In een brief is al eerder – volgens mij wasdat aan het einde van het vorige kabinet – het jaartal 2045 genoemd. Daaris voor dit kabinet niks aan veranderd.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van mevrouw Postma. Daarna komt de heerDe Groot.Mevrouw Postma (NSC):Ook ik moet even wennen aan het feit dat we via EBN garant willen staanvoor financiële risico’s van gasboring op de Noordzee. Ik kan mevoorstellen dat er op dit moment geen complete update gegeven kanworden, maar ik zou de Minister graag willen vragen om hier in de briefdie zij gaat sturen over het sectorakkoord uitvoerig op in te gaan. Ik zouhaar ook graag willen vragen om in te gaan op wat er gebeurt als er welTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27244 weer grote winsten gemaakt worden. Komen die dan weer bij ons terug?Of gaan we, zoals net bij het CCS-project, dan zien dat de maatschappijzelf de grote rendementen krijgt? Ik vraag dus om een uitvoerigeomschrijving van wat precies de risico’s zijn en hoe die worden afgedekt.Ik heb het even opgeschreven. Hoe groot zijn de boorrisico’s, de risico’svan een lege put, op de Noordzee? Ik dacht dat redelijk goed uitgekristalli-seerd was waar de velden lagen. Kan daar, als dat nu niet kan, in de briefgewoon echt veel inzicht in gegeven worden?Minister Hermans:Misschien nog even voor de duidelijkheid: we leveren dus geen directefinanciële steun. Het afdekken van risico’s gebeurt op de markt, op eenmanier waarbij de operator een premie betaalt. Zij dekken dus zelf diekosten collectief en dat gebeurt niet door de Staat. Ik zal in de briefuitgebreid toelichten hoe dat er precies uitziet en ik zal daarin ook deafspraken die daarover op dit moment worden gemaakt, uitgebreidtoelichten. We gaan daar vanzelfsprekend nog het debat over voeren,maar ik zeg dit even om onduidelijkheid of verwarring weg te nemen, alsdie door mijn beantwoording is ontstaan.De voorzitter:Een interruptie van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Misschien is het volgende een ander geluid. De VVD vraagt natuurlijk alheel lang naar de versnelling van gaswinning op de Noordzee, omdat wemoeten zorgen dat op het moment dat de mensen die nu nog op gaskoken hun gaskraan opendraaien, er gas uit komt dat ook nog een beetjete betalen is. Dat is hard nodig in de tussenliggende periode, zolang deenergietransitie duurt. We importeren netto gewoon meer gas inNederland dan dat we zelf opwekken. We hebben dus nog wel wat te doenen daarom ben ik blij dat de Minister aangeeft dat er bijna een sectorak-koord is. Eigenlijk zijn de vragen die ik nog had over de risicoborging algesteld en er komt dan nog een brief.Ik heb nog één andere vraag. Die gaat over de samenwerking metDuitsland in dat sectorakkoord. Duitsland werkt ook aan gasboringen opde Noordzee. Is er in het sectorakkoord ook gekeken of er samen metDuitsland efficiëntievoordelen te halen zijn of maken we het daarmee danheel complex? Wellicht komt dat ook terug in de brief die komt over hetsectorakkoord.De voorzitter:Het woord is aan de Minister.Minister Hermans:Het akkoord gaat echt over het Nederlandse deel van de Noordzee, maarhet is natuurlijk niet zo dat er geen overleg of contact over is. Ik wastoevallig vorige week of twee weken geleden in Noordrijn-Westfalen. Ikhad daar een gesprek met mijn Duitse collega. Daarbij hebben we het welover activiteit op de Noordzee in het algemeen gehad. We hebben het ookgehad over wind-op-zee-projecten en gaswinning – die liggen eigenlijkheel dicht bij elkaar – en waar we daar meer op kunnen samenwerken. Datstaat los van de afspraken die in het akkoord zijn gemaakt.De voorzitter:Dan mag u door naar het laatste blokje.Minister Hermans:Dat is het blokje overig. Ik begin met een paar vragen die zijn gesteld overde Waddenzee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27245 Ik begin met de vraag van mevrouw Teunissen. Zij vroeg waarom ikconcludeer dat er geen significante negatieve effecten optreden bijmijnbouw onder de Waddenzee. Jaarlijks informeert het kabinet de Kamerover adviezen van de Auditcommissies gas- en zoutwinning overmonitoringsrapportages van de NAM en Frisia op de Waddenzee. Beideadviezen zijn in december 2024 met de Kamer gedeeld. Uit die rapportenblijkt dat de NAM en Frisia de winning onder het wad veilig en verant-woord uitvoeren. De commissie doet in haar advies ook aanbevelingenom de monitoringsrapportage te verbeteren. Het Rijk is op dit moment inoverleg met zowel de NAM als Frisia om dat ook te doen en die verbete-ringen aan te brengen op basis van de aanbevelingen.Dan vroeg mevrouw Kröger: staat de Minister nou voor wetenschappelijkonderzoek? Als ik het mij goed herinner, refereerde mevrouw Kröger ookaan eerdere debatten die we daarover gehad hebben. Laat ik daar dusnogmaals in algemene zin iets over zeggen: ik sta honderd procent vooren achter wetenschappelijk onderzoek. Ik vind het ongelofelijk belangrijkdat dat vrij en onafhankelijk kan en dat we ons daar ook op baseren. Ikbetrek dat dus altijd waar dat kan, waar dat moet en waar dat aan de ordeis serieus bij besluitvorming.Dan vroeg mevrouw Kröger in het verlengde daarvan of ik kan toezeggenom voortschrijdend inzicht te gebruiken voor de herbeoordeling voorbestaande gaswinning en uitbreiding van zoutwinning onder deWaddenzee. Ook daarvoor wordt advies gevraagd aan de wettelijkadviseurs. Zij nemen alle wetenschappelijke inzichten mee in hun advies,zodat ik die ook meeneem in het besluit van het kabinet. De vergunning-houder rapporteert jaarlijks over alle effecten van de bestaandegaswinning. Dat komt dan dus weer via die auditcommissie – daarrefereerde ik net aan – naar de Tweede Kamer. Ook daarin worden demeest recente wetenschappelijke inzichten meegenomen. Ik vind het,nogmaals, ongelofelijk belangrijk dat dat gebeurt.Dan vroeg mevrouw Kröger mij of ik kan garanderen dat er voor deUNESCO-vergadering in juli een uitkomst is over Ternaard. Ik streefdaarnaar. Ik hoop dat dat lukt, maar ik weet niet zeker of dat gaat lukken. Ikzal in elk geval voor die vergadering verslag uitbrengen van de stand vanzaken.Dan vroeg mevrouw Teunissen waarom ik de motie-Kostic´ niet uitvoer, diebetrekking heeft op gaswinning op de Waddenzee. We zijn in overleg metde aandeelhouders van de NAM, Shell en Exxon met als doel om af tezien van winning bij Ternaard. Dat is dus wat ik op dit moment doe omdaarvan af te kunnen zien; u kent mijn intentie. Op 1 april – dat waseergisteren – heeft de Staatssecretaris van LVVN u nader geïnformeerdover de uitvoering van de motie-Kostic´. Mijns inziens is de inzet van hetkabinet daarmee in lijn met de moties waarmee het kabinet wordtopgeroepen om nieuwe winning onder de Waddenzee te voorkomen.Dan vroeg mevrouw Kröger mij naar geothermie. Zij vroeg: als dat noubijdraagt aan het verzachten van netcongestie, kan het dan ook meege-wogen worden bij het prioriteringskader of bij de herziening daarvan? Opde lange termijn kan geothermie zeker een congestieverzachter worden.Op dit moment zien we dat het bij het verkrijgen van een aansluiting ophet net problemen oplevert tijdens de boorfase. We zijn in gesprek met deACM over de rol van warmtebronnen in dat prioriteringskader en hoe datvorm kan krijgen.Dan vroeg mevrouw Kröger of er kaarten kunnen komen met geothermieen drinkwater. Binnen het programma Duurzaam Gebruik Diepe Onder-grond wordt gewerkt aan een ruimtelijke verkenning, waarbij kaartenworden gemaakt met de potentie van geothermie. Dat doen we samenmet het Ministerie van IenW, om ook inzicht te krijgen in de overlaptussen drinkwater en geothermie. Ik zal met de Minister van IenW nagaanwat ik daarover aan de Kamer kan sturen en op welk moment. Er staathier dat dat na de zomer zal zijn, maar ik vermoed dat mevrouw KrögerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27246 dat mogelijk wat eerder wil. Ik ga dus even na of we een soort tussenrap-portage of zoiets kunnen sturen.Dan het aanjaagteam geothermie. Met het aanjaagteam en ook eentaskforce geothermie zijn de obstakels voor de ontwikkeling ervan inbeeld gebracht. We kijken nu hoe we met die obstakels om kunnen gaan.Voor de zomer kom ik daarover met een Kamerbrief, gericht op het halenvan de doelstelling om in 2030 15 petajoule aan energie uit geothermie tehalen.Dan de vraag van de heer Vermeer over de Europese Commissie en de47 projecten in 13 landen die zijn aangewezen als strategisch project: wathad Nederland hier nou voor rol in kunnen spelen? Het is goed om temelden dat dit de eerste ronde was. Hiervoor hadden zich vier Neder-landse bedrijven aangemeld en volgens de Europese Commissie hebbendie bedrijven – de projecten van die bedrijven, moet ik zeggen – nog meerontwikkeltijd nodig. Rond de zomer start een nieuwe ronde en het kabinetmoedigt Nederlandse bedrijven aan om zich hiervoor aan te melden enondersteunt die waar mogelijk ook bij de aanmeldprocedure.De voorzitter:Minister, kunt u nog even terugkoppelen wat precies werd toegezegd metbetrekking tot geothermie?Minister Hermans:Dat ik voor de zomer met een Kamerbrief kom over het wegnemen van deobstakels zoals geïdentificeerd door het aanjaagteam en de taskforce enhoe dat wegnemen van die obstakels moet bijdragen aan het halen vanhet doel in 2030. Dus een brief voor de zomer over geothermie.De heer Vermeer vroeg nog of Suriname ons kan helpen in de grondstof-fentransitie, met respect voor bewoners en omgeving. Samenwerking metgrondstofrijke landen is van belang om de leveringszekerheid van kritiekegrondstoffen te vergroten en ook om het aanbod daarvan te diversifiëren.Omwille van de slagkracht en kostenbesparingen en ook van de interneverwevenheid van onze industrie richten we ons in eerste instantie oppartnerschappen en samenwerkingen in EU-verband. Met Surinameworden op dit moment geen bilaterale gesprekken gevoerd overgrondstoffensamenwerking.Dan werd gevraagd of er al meer bekend is over de potentie van hetdelven van lithium in Limburg. Dat was ook een vraag van de heerVermeer. Op 19 december 2023 is een brief aan de Kamer gestuurd waarinstond dat lithiumwinning uit geothermiewater vooralsnog economischniet haalbaar was. Dat was, zie ik aan de non-verbale communicatie vanmevrouw Kröger, een motie van mevrouw Kröger. EnergiebeheerNederland heeft van het kabinet de taak gekregen om ontwikkelingen teblijven volgen. Mochten nieuwe ontwikkelingen daar aanleiding toegeven, zullen we opnieuw kijken naar de mogelijkheden. Maar dat is dusnu niet aan de orde.Dan tot slot een vraag van mevrouw Postma over Frisia, over dat ik Frisiaheb gevraagd nader onderzoek te doen naar de afwijking van de relatievezeespiegelstijging van het meetstation Harlingen. Zij vroeg waarom hetbedrijf zelf onderzoek doet en waarom dat niet onafhankelijk gebeurt. Hetklopt dat een van mijn voorgangers in 2021 – dat was toenmalig MinisterStef Blok – aan Frisia heeft gevraagd om onderzoek te doen. Daarbovenopis in het werkprogramma van Deltares dit jaar een onderzoek opgenomenom onderzoek te doen naar de afwijkingen in het meetstation of, nee, demeetresultaten bij het meetstation in Harlingen. Als dit onderzoek isafgerond, zal ik de Kamer daar natuurlijk over informeren. Dat is naarverwachting in 2026, want het staat dit jaar in hun onderzoeksprogramma.Ik vraag dus niet alleen Frisia om dat onderzoek te doen, maar ook om eenonafhankelijk onderzoek door Deltares.Voorzitter, daarmee heb ik de vragen beantwoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27247 De voorzitter:Dan heeft u nog een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik snap dat wij ons bij grondstoffen in eerste instantie op EU-landenrichten, maar ik heb zelf het gevoel, als ik al het tromgeroffel hoor overwaar we strategisch aan de slag moeten en hoe hoog de risico’s overalzijn, dat je dit soort opties dan niet moet uitsluiten. Bilateraal overleg metSuriname zou toch juist heel verstandig zijn, zeker omdat we daar gewoonook banden mee hebben.Minister Hermans:Voor het afsluiten van die partnerschappen kijken we in eerste instantie inEU-verband en trekken we in EU-verband op. Dat wil niet zeggen dat weuitsluitend binnen de EU partnerschappen aangaan, maar in EU-verbandzoeken we dus naar die partnerschappen. Aansluitend kijkt het kabinetnaar wat je bilateraal kan doen. Er zijn bilaterale samenwerkingsver-banden afgesloten met Vietnam, Zuid-Korea, Canada, de provincieQuebec, en met Chili. Dus dat gebeurt ook. En het verder afsluiten, ofüberhaupt afsluiten van dit soort samenwerkingsverbanden met landenbuiten de EU, ligt bij de Minister voor BHO. Dus als u daar echt meer overwilt weten, dan zou ik u toch willen vragen om die vragen aan die Ministerte stellen, of ik kan ze natuurlijk ook doorgeleiden. Maar dit is wat ik kanzeggen over de samenwerking op het gebied van grondstoffen.De voorzitter:Dan denk ik dat we door de vragen heen zijn, en kunnen we direct doornaar de tweede termijn. We hebben 1 minuut en 20 seconden per spreker.Ik zou willen voorstellen om niet te interrumperen, want we zijn al bijnadoor de tijd heen. En dan zou ik graag als eerste het woord willen gevenaan mevrouw Beckerman, namens de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, voorzitter. Ik wil meteen een tweeminutendebat aanvragen.Ik heb geluisterd naar de antwoorden en zag dat de Minister één keergeraakt was, boos werd of geagiteerd reageerde, en dat was als reactie opde vraag over dat de doelen niet worden gehaald omdat er te veelwinning wordt toegestaan. Toen zei zij: ik heb te maken met de realiteitvan alledag. Maar die realiteit van alledag is dat er, als we in eenGroningendebat zitten, onvoldoende geld is om de ongelijkheid aan tepakken, en dat die aanpak van ongelijkheid juist zit op verduurzaming vangebouwen. En de realiteit van alledag is dat als we in dit debat zitten, erweer nieuwe gaswinning wordt toegestaan. Zo zit je vast in een cirkeltje,want als we niet verduurzamen, komen we nooit meer af van diegaswinning. En ik vind het heel pijnlijk dat we met dit debat niet heel veelstappen vooruit hebben kunnen zetten. Want het pijnlijke hieraan is dat jewel publiek geld hebt om risico’s voor de Shells en Exxons van dezewereld af te dekken met gaswinning, maar niet genoeg geld hebt om dieongelijkheid in Groningen aan te pakken, na alles wat daar is aangericht.Intussen zitten daar zo veel mensen te wachten en is er zo veelongelijkheid, en zeg je doodleuk: ja, als we een nieuwe wet hebben, dangeldt «nee, tenzij»; en als we een nieuwe wet hebben, dan wegen we desociale en maatschappelijke veiligheid mee, maar nu kan dat niet, wantdie nieuwe wet is er niet. Ik vind dat een uitermate pijnlijke realiteit. Ditdebat maakt mij strijdbaar. Daarom zetten we door en gaan we absoluuthier met een tweeminutendebat vervolg aan geven.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27248 Dank voor uw bijdrage. Mevrouw Teunissen namens de Partij voor deDieren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter. In relatie tot Groningen sprak de Minister over bredereveiligheid. Nou, gas winnen is niet veilig voor de wereld; het maakt dewereld alleen maar gevaarlijker. Gisteren was er een natuurbrand in mijnachtertuin, het Westduinpark, het duingebied hier. Je ziet het, klimaatver-andering is om ons heen, en die bredere veiligheid betekent: stop metgaswinnen. Helaas is dat in het debat niet verder gekomen nu. Ik vind hetwel heel erg hoopvol dat er twee collega’s zijn van NSC en BBB dieoverwegen om in ieder geval meer informatie van het Staatstoezicht opde Mijnen te verkrijgen. Ik zou graag nog van de Minister twee ant-woorden willen op twee vragen. Het onderzoek naar de gaswinning inNederland, leidt dat echt tot minder import van lng? Kan de Minister datonderzoek toezeggen? En de Minister zei in een antwoord dat demotie-Kostic´ is uitgevoerd. Die motie vroeg om de mogelijkheden teonderzoeken om die vergunning in te trekken. Maar het antwoord zegtalleen maar: ik heb het gewogen, en het kan niet. Ik vraag dus om deonderbouwing daarbij, waarom dat dan niet kan.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan gaan we door naar mevrouw Kröger, dienamens GroenLinks-PvdA spreekt.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ja, voorzitter. Dit is echt een diep, diep teleurstellend debat. Ik vind eenMinister die doodleuk zegt «ik sta voor realistisch en ambitieus beleid,maar het moet ook realistisch zijn» ... Minder dan 5% kans dat je je doelenhaalt, het ene fossiele besluit na het andere nemen, dat is noch realistischnoch ambitieus; dat is gewoon fossiel beleid. En we hebben het er al zovaak over gehad: deze mijnbouwdebatten zouden steeds meer moetendraaien om het afhandelen van de schade van een fossiel verleden en hetvol inzetten op een groene toekomst. Geothermie, de echt groenetoekomst, valt stil. Waar is het beleid? Waar wordt het geregeld? Het is erniet. Ik vind het een diepe teleurstelling naar de natuur. Ik heb vragengesteld over de wetenschap. Ik krijg het antwoord dat de Minister altijdvoor de wetenschap is. Dit gaat erom dat er ongelooflijk goed gepeerre-viewd wetenschappelijk onderzoek ligt over de impact van gaswinning opde ecologie op Ameland, en de NAM laat een vijfpagina-consultancy-rapportje schrijven en het is van tafel. Die wetenschapper heeft tiendui-zenden monsters genomen om te laten aantonen wat er gebeurt op dieWadden, en het is weg en deze Minister kijkt er niet naar. Dus nogmaalsde indringende oproep: alsjeblieft, voor die Wadden, kijk naar wat daarecht aan de hand is en betrek dat meest recente wetenschappelijkeonderzoek bij alle besluiten die nu nog genomen worden. En ik denk dathet debat over de fossiele afbouw pas net is begonnen, en zo gaan we ooknaar dat sectorakkoord kijken.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. De heer De Groot namens de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank, voorzitter. Het realisme van de Minister bevalt me wel. Ik ben blijom te horen dat het Noordzeesectorakkoord erbij is, want daar vragen weal lang om. We hebben vandaag wat inkleuring gekregen, en we zien datgraag snel tegemoet. Ik denk dat het goed is dat de Minister in dediscussie over Warffum het onderscheid heeft gemaakt in waar diebevingen nou vandaan komen, vanuit het gesloten Groningenveld, en watTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27249 het risico voor Warffum is. Ik denk dat het goed is dat de Minister datfeitelijk nog eens even hier in het debat benoemd heeft.Ik heb een nieuwe vraag, die gaat over de batendeling. Ik heb de brief vande Minister gelezen. De VVD is altijd voorstander geweest van kijken naarhoe we dat model van batendeling voor de omgeving, dus hoe deomgeving kan meedelen als er mijnbouwactiviteiten zijn, landelijk kunnenvormgeven. Nou, we hebben gelezen dat dat moeilijk te regelen is. Wehebben het voorbeeld uit Schoonebeek. Mijn enige vraag aan de Ministeris: hoe kunnen we wel borgen dat er toch een voldoende of substantieeldeel van die baten uiteindelijk ook in die omgeving, door gesprekken metelkaar, terecht gaat komen? Want als we dat al niet eens kunnen borgen,dan weten we dus niet of die baten uiteindelijk in die regio komen, en demensen die daar wonen ook mee gaan delen op het moment dat daarmijnbouwactiviteiten zijn.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Mevrouw Postma namens Nieuw SociaalContract.Mevrouw Postma (NSC):Dank, voorzitter. We hebben het over veel onderwerpen gehad. Ik benmijn verhaal begonnen met de situatie in Limburg. Ik heb de antwoordenvan de Minister gehoord. Ik zou er bij de Minister op willen blijvenaandringen om vaart te blijven maken om die afwikkeling zo goedmogelijk te doen, en zo snel mogelijk. Ik begrijp wel uit haar antwoordendat ze de kwaliteit van de afwikkeling goed wil hebben, zodat mensen juistgoed geholpen zijn. Voor de rest hebben wij het gehad over de herzieningvan de Mijnbouwwet. Ik ben heel erg blij dat is bevestigd dat schaliegasop land uitgezonderd wordt, dus dat dat gewoon niet meer mogelijk is alsde mijnbouw er is. We hebben het gehad over de batenverdeling. Daarheb ik nog wat vragen over, en daar zal ik ook een motie over indienen omte kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat dat echt bij de omwonendenterechtkomt. We hebben het gehad over de boorplatformen en de mooiebiodiversiteit die zij kunnen leveren. Ook daarbij wil ik met een motie nogeven verder kijken of we toch niet een mooi haakje in die wet kunnenneerzetten. We hebben het gehad over Warffum, waarbij de Ministeraangeeft dat ze gaat vragen of de brief openbaar gemaakt kan worden dieSodM aan de NAM heeft gestuurd. Daar zal ik naar gaan kijken. Ik hoordevan mijn collega’s dat zij aangeven dat NSC openstaat voor een nieuweadviesaanvraag. Daarbij wil ik toch even aangeven dat het debat hier voormij wel duidelijk maakte dat technische en sociale veiligheid veel doorelkaar worden gehaald. Dat vind ik verontrustend, want juist dietechnische veiligheid, die expertise van SodM, waardeer ik zozeer. En diemoet goed blijven, dus ik ga, nogmaals, naar dat advies kijken, maar het isniet gezegd dat dat betekent dat wij meegaan met die nieuwe adviesaan-vraag. En tot slot hebben we het gehad over het sectorakkoord. DeMinister gaat daar nog een goede toelichting op geven in haar brief.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik probeer toch even te begrijpen wat mevrouw Postma hier zegt. Zegt zijeigenlijk dat waar SodM zelf aangeeft de bredere veiligheid meer te willenmeenemen in zijn adviezen, zij vindt dat ze dat niet moeten doen? Is datwat mevrouw Postma nu zegt? Dat zou ik wel zorgelijk vinden, want dat isnou juist ook de les uit de parlementaire enquête. Het is ook precieswaarin SodM met zijn tijd meegaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27250 De voorzitter:Mevrouw Postma op deze verhelderende vraag.Mevrouw Postma (NSC):Ik vind brede veiligheid iets heel anders dan technische veiligheid. Wehebben het er met elkaar over gehad waartoe SodM de ruimte heeft in deMijnbouwwet; vandaar dat ik echt naar dat advies wil kijken. Hoe is datnou onderbouwd en hoe doen ze die analyse, en past het ook bij dieorganisatie om dat te doen? We hebben hier een interruptiedebat gehadwaarin we eigenlijk met elkaar constateerden dat de geëigende organi-satie om ervoor te zorgen dat het geluid van omwonenden wordtmeegenomen, de politiek is. Dat zijn de raadsleden, die daar lokaalwonen. Het zijn ook de leden van provinciale staten en de leden van deTweede Kamer. Je moet oppassen dat je niet de verkeerde dingen bij eeninstituut belegt, dus dingen die eigenlijk politiek moeten zijn. Daar wil ikecht nog even heel goed naar kijken.De voorzitter:Dan nog een verhelderende vraag van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik zoek dan oprecht naar de mogelijkheid om juist die sociale en diemaatschappelijke veiligheid goed te toetsen als SodM zelf zegt: datzouden we nu anders doen. Welke instantie zou dat dus anders moetendoen, behalve de politiek? Ik heb het namelijk niet over de politiek, maarover een onafhankelijk onderzoek, juist los van de politiek. Dus wie anderszou dat dan moeten doen?Mevrouw Postma (NSC):Volgens mij zijn we het debat aan het herhalen, hoor, maar dat doe ik metalle liefde. Ik zei daarnet al dat het erom gaat dat je de geluiden uit deomgeving en de angsten die er leven, die bij elk project anders zijn, moetopvangen. Daarin hebben wij als politici een taak. Er zijn ook andereorganisaties die daarover adviezen kunnen geven. Mijn vraag is of dit bijSodM past, gezien hun historie in het technische domein. Dat is een heleandere vorm van expertise. Ik heb daarom aan de Minister gevraagd of ikmag zien wat SodM aan de NAM heeft geadviseerd, zodat ik ook kankijken hoe het die analyse heeft opgebouwd. Met wie hebben zegesproken? Hebben ze iedereen gesproken? Hebben ze hoor enwederhoor gedaan bij verschillende partijen? Zijn alle geluiden meege-nomen? Dat is voor mij echt ontzettend belangrijk om te zien of dit adviesdaarbij kan horen. Maar nogmaals, die technische veiligheid hebben ze inhet verleden altijd erg goed gedaan. Daarin zit echt hun kracht. Ik vind eenadvies over de sociale veiligheid gewoon een ander soort advies. Ik vindhet dus ook belangrijk in de rol die wij hebben dat wij goed kijken of dit degeëigende verdeling is.De voorzitter:Een laatste verhelderende vraag van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Dan probeer ik tot een soort oplossing te komen. Laten we de discussieover wat SodM moet zijn, even parkeren. Die komt vast terug. Maarmevrouw Postma zegt ook heel duidelijk dat wij als Kamer, als Kamer-leden, ook de rol hebben om te toetsen aan die sociale en die maatschap-pelijke veiligheid. Is dat volgens mevrouw Postma dan al voldoendegebeurd? Of ziet zij die oproep van SodM, die later kwam dan het besluitvan de Kamer, echt als oproep om zelf, als Kamer, nóg een keer goed tekijken of die maatschappelijke en die sociale veiligheid afdoende geborgdzijn? Dan gaan we dus opnieuw stemmen over die nieuwe gaswinning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27251 Mevrouw Postma (NSC):We zijn echt het debat aan het herhalen, voorzitter. Er ligt een advies uit2022 van SodM over de technische veiligheid. Daar hebben we allemaalnaar gekeken. We hebben de hele discussie gehad over de bevingen,waarin de Minister sprak over een beving van 1,1. Dat klopt; dat was die inhet Warffumerveld. Kleine gasvelden hebben per definitie vaak kleinerebevingen en minder grote risico’s. Het Groningenveld daarentegen heefthelaas nog nabevingen. Dat zijn die bevingen van 2,2, maar dat werd hieral door elkaar gehaald. Ik snap dat het voor een omwonende eigenlijkhelemaal niet uitmaakt waar die beving vandaan komt. Het is een beving,punt, en het huis of de omwonende zelf heeft daar last van. Dat snap ik.Juist dat geluid moet dichtbij komen. Ik geloof er heel erg in dat juistraadsleden daarin de kracht zijn. Zij vangen dat dichtbij op. Daar moet jegaan kijken wat de geluiden zijn en wat er leeft. Dat is belangrijk.De voorzitter:De heer Vermeer, BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik bedank de Minister en haar team voor deantwoorden die we gekregen hebben. Ik vind zelf het antwoord nog watonbevredigend op mijn vraag over de mijnbouwschade in Limburg en devolledige schadevergoeding. Ik hoor namelijk eigenlijk toch een budget-taire beperking, terwijl het volgens mij de bedoeling is dat de schadehersteld wordt. Als dat niet kan binnen het huidige budget, zou ik graagwillen horen wat er dan gebeurt, dus wat dan de stappen zijn. Dat is heteerste punt.Dan mijn tweede punt. Ik snap dat lithium in Limburg in 2023 nietrendabel te winnen was. Dat heb ik ook gelezen. Maar het was ook nietrendabel om in Nederland mondkapjes te maken, en toch hadden we zeop een gegeven moment wel nodig en moesten we daar noodmaatre-gelen voor treffen. Volgens mij gaat het dus bij strategische onafhanke-lijkheid niet alleen om de actuele prijs van een product. Dan hoeven wijhier namelijk waarschijnlijk helemaal niets meer te produceren behalvevoedsel. Dat kunnen wij een stuk voordeliger dan een hoop andere landenen dat moeten dan we helemaal niet gaan weggooien, want dat is dan hetlaatste wat we overhouden.Daar wou ik het bij houden.De voorzitter:Dank voor de bijdrage. Dan kijk ik of de Minister direct kan antwoorden.Vijf minuutjes? Dat kan. We schorsen voor vijf minuten.De vergadering wordt van 17.15 uur tot 17.23 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug, allemaal. Ik heropen dit commissiedebat. Aan het woord isde Minister van Klimaat en Groene Groei voor haar tweede termijn.Minister Hermans:Voorzitter, dank. Mevrouw Teunissen vraagt of ik de onderbouwing uit debrief van de Staatssecretaris van LVVN van eerder deze week, kan delenmet de Kamer. Althans, zo heb ik haar vraag beluisterd. Ik ga zelf niet overdie natuurvergunning. Dat is echt een bevoegdheid van de Staatssecre-taris. Die nadere beschouwing is ook onder zijn bevoegdheid gedaan.Maar ik zal hem deze vraag stellen en dan de Kamer laten weten of dienadere onderbouwing gedeeld kan worden.Voorzitter. Mevrouw Teunissen vroeg mij ook of de Nederlandsegaswinning op de Noordzee tot minder lng-import leidt en of ik daaronderzoek naar wil doen. Ik denk dat een onderzoek op dit moment nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27252 zinvol is, omdat het een vrij complex geheel is. Het is van heel veelfactoren afhankelijk hoe je import er uiteindelijk uitziet. Het is logisch datje minder hoeft te importeren als we in Nederland meer gas gaan winnenin de Noordzee, maar het is geen garantie. Als Noorwegen minder gasaan ons gaat leveren, zit je al in een andere situatie. Als alle omstandig-heden gelijk blijven, dan kun je daarvan uitgaan, maar het is van zo veelfactoren afhankelijk dat ik dat niet kan garanderen. Ik herhaal: wij zijnsinds een aantal jaar een netto-importeur van gas. Ook bij een hogeregaswinning en lagere gasvraag blijft Nederland importeur. Dat blijkt ookuit dat jaarverslag waar ik eerder in het debat naar verwees. We gaan dusniet meer produceren dan we verbruiken. Dus worden we minderafhankelijk van lng als we meer produceren in eigen land. Die voorop-stelling en verwachting zitten daarachter.De voorzitter:Mevrouw Teunissen heeft een verhelderende vraag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik begrijp het gewoon niet meer. Dit wordt steeds genoemd als een van debelangrijkste argumenten om tot gaswinning in de Noordzee over te gaan:als we zelf gas gaan winnen, leidt dat tot minder lng-import. Dat is eenvan de belangrijkste dingen die ik hoor. Hoe kunnen we hier nou eengoede afweging maken over of we gas gaan winnen, als dat nietgebaseerd is op wat dan ook, maar dat gewoon een bewering is? DeMinister zegt hier nu: dat is van verschillende factoren afhankelijk. Ik hoorallerlei beweringen hierover, ook van de VVD, die zegt dat het tot meerbetaalbaar gas leidt. Dat is ook van allerlei factoren afhankelijk. De vraagis: hoe gaan we tot een goed besluit komen als we geen feitelijkeonderbouwing hebben van de bewering dat gaswinning in Nederland totminder import van lng uit het buitenland leidt?Minister Hermans:Omdat dat wel degelijk het doel is. Als je zelf meer eigen gas wint opeigen bodem, dan ben je minder afhankelijk en heb je het in eigen hand.Lng uit de VS is niet alleen viezer – je stoot meer CO2 uit om het teimporteren – maar het is ook nog eens duur. Dus als we daar minder vankunnen importeren omdat we hier meer winnen, dan is dat me om heelveel redenen een lief ding waard. Dat is de reden waarom we meer gaswillen winnen in onze eigen Noordzee. Dan is het dichtbij. Het lijkt ookheel logisch en het is ook de verwachting dat je dan minder importeert.Dat stoot minder CO2 uit en is goedkoper.De voorzitter:Eén interruptie nog.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik wens de Eerste Kamer heel veel succes met dit besluit toetsen opdoelmatigheid. Want de Minister zegt dat het doel is dat we minderafhankelijk worden van de import van lng, maar ze kan op geen enkelemanier aantonen waarom dat zou gebeuren. Dat wil ik even vastgesteldhebben hier in het debat.De voorzitter:Dat was geen vraag, dus de Minister kan verder met de beantwoording.Minister Hermans:Dat we anders over iets denken, hoeft niet direct te leiden tot de beweringdat er geen onderbouwing is. Ik vind dit echt een vervelende manier vanargumenten uitwisselen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27253 Voorzitter. Mevrouw Kröger vroeg of ik het wetenschappelijk onderzoekvan Ameland erbij wil betrekken. Dat gebeurt. De auditcommissie neemtalle rapporten mee, zowel van de wetenschap als van de NAM. Zij gevenalles afwegende een advies. Ik baseer mij dus niet alleen op het rapportvan de NAM, maar op al die inzichten die ook in die auditcommissieterecht zijn gekomen.De voorzitter:Mevrouw Kröger, uw interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ja, voorzitter, een opmerking. Ik vind dat vijf jaar gepeerreviewd weten-schappelijk onderzoek en vijf pagina’s van een consultant echt wel eenander gewicht hebben en ook niet anders gewogen zouden moetenworden. Maar mijn vraag gaat over de import van lng, waar we onsallemaal zorgen over maken, absoluut. Wat is nou het plan van deMinister om tot een einde aan gas te komen? En daarbij is eigenlijk mijnheel concrete vraag: kan zij nou garanderen dat die einddatum van 2045,die ze net in het debat weer heeft genoemd, de einddatum is voor allevergunningen die afgegeven gaan worden, zowel op zee als op land? Dusdat dat echt het einde is van de gaswinning? Want dat was dat afbouwpadop basis waarvan ... Nou ja, goed, die eindeloze andere discussies met devorige Minister.De voorzitter:Ik zie dat maar als een verhelderende vraag, zodat we niet die helediscussie van de eerste en tweede termijn overdoen. Het woord is aan deMinister.Minister Hermans:In dat sectorakkoord, waarover die gesprekken plaatsvinden, gaat het ookover het afbouwpad naar een jaartal toe. En het is nu, op dit moment, alzo dat wij geen vergunningen afgeven die langer doorlopen dan 2045.Voorzitter. Dan de heer De Groot: hoe kunnen we nou borgen dat eensubstantieel deel van de baten bij de regio terechtkomt? Dat is dus echtonderdeel van het gesprek dat ik met de sectorpartijen wil voeren. Wehebben net dat onderzoek gehad dat laat zien dat een generiek model nietkan. Dat vind ik jammer, en daar leg ik me ook niet bij neer. Of laat ik hetzo zeggen: dat mag er niet toe leiden dat we hier niet een andereconstructie voor vinden. In Schoonebeek – de heer De Groot verwees daarzelf ook naar – hebben we natuurlijk in gesprekken met de omgevingafspraken kunnen maken. Dat is zeker ook een voorbeeld waar we hopelijkrandvoorwaarden en succesfactoren uit kunnen destilleren die we brederkunnen gaan inzetten.Mevrouw Postma vroeg mij nog of ik in die gesprekken over de verdelingvan lusten en lasten, dat batenmodel, ook wil kijken of geld niet alleennaar het fonds maar ook direct naar omwonenden zou kunnen. Ik kantoezeggen dat ik in die gesprekken, waarin ik ook die richting van hetfonds zal inbrengen, zal bespreken hoe de bewoners zo veel mogelijkdirect profijt kunnen hebben van de batendeling.Dan de heer Vermeer over het budget voor de schadeafhandeling inLimburg: wat als het niet voldoende is? De regeling, de werking van deregeling en dus ook de kosten worden periodiek geëvalueerd. Daarinneem ik ook mee of er voldoende middelen zijn en blijven. En als deevaluatie daartoe aanleiding geeft of er onvoldoende middelen zijn, zal ikdat natuurlijk bespreken in het kabinet, en ik zal de Kamer überhaupt vande evaluaties maar ook van dit specifieke punt op de hoogte brengen.Dan over de lithiumwinning nog een vraag van de heer Vermeer. Ikrefereerde al aan de brief uit 2023 naar aanleiding van de motie vanmevrouw Kröger. Ook volgens de laatste, huidige, inzichten lijkt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27254 weinig kansrijk om dit te doen. Ook in de toekomst niet overigens. Ditvraagstuk van strategische onafhankelijkheid voor grondstoffen zit bijmijn collega-minister Beljaarts. Wat ik zal doen, is hem erop attenderendat wij dit debat hebben gehad en dat, als hij hierover ontwikkelingenheeft, die met de Kamer gedeeld worden.De voorzitter:Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van deMinister. Ik zie dat er geen vragen onbeantwoord zijn gebleven, dus dankunnen we meteen door naar het recapituleren van dit debat. Er is eentweeminutendebat aangevraagd door het lid Beckerman van de SP. Zij zaldaarvoor als eerste spreker worden aangemeld. Vervolgens zijn er eenaantal toezeggingen gedaan.−In een brief ten behoeve van een volgend commissiedebat overmijnbouw zal de Kamer worden geïnformeerd over het adviesrechtvan regio’s bij de schadeafhandeling van Limburg. Een toezegging aande heer Vermeer.−Vervolgens komt in diezelfde brief ook de stand van zaken metbetrekking tot Ternaard.−Er is een toezegging gedaan door de Minister dat de Kamer wordtgeïnformeerd over de ecologische aspecten van het OSPAR-verdrag.Dat is een toezegging aan mevrouw Postma.−Dan is er nog de toezegging gedaan dat in de brief over het sectorak-koord gaswinning Noordzee nader wordt ingegaan op de afdekkingvan de risico’s. Ook een toezegging aan mevrouw Postma.−Dan is er nog een brief die voor de zomer zal worden toegezonden aande Kamer, over geothermie. Dat is een toezegging aan mevrouwKröger.Mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ja, over de uitvoering van de motie-Kostic´ zou de Minister nog eveninformeren bij haar collega om de onderbouwing daarvan te sturen naarde Kamer.De voorzitter:Dan neem ik aan dat daar een brief op volgt binnen een bepaalde termijn?Minister Hermans:Ik zal die vraag stellen en ik vraag de Staatssecretaris om dat dan zo snelmogelijk te laten weten, ja.De voorzitter:Dan is dat geen formele toezegging. Het wordt gewoon doorgeleid.Minister Hermans:Voorzitter, ik ga daar gelijk achteraan.De voorzitter:Dan hebben wij verder alle punten afgehamerd. Ik zie geen verontwaar-digde gezichten, dus dan hebben we alles behandeld en kan ik iedereendanken voor hun inbreng in het debat. Het was een pittig debat bij tijden.Ik wil de Minister danken voor haar terugkoppeling, en natuurlijk deambtelijke organisatie die daarachter nog hard gewerkt heeft. Ik wil demensen op de tribune graag danken voor hun aanwezigheid en demensen van de Bodedienst. En de mensen thuis natuurlijk ook: allemaalhartelijk dank voor het kijken. Ik sluit dit commissiedebat.Sluiting 17.35 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 849, nr. 27255

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9f0c57f00faf72b2

14 okt 2026 · 1e1d3b0671720671

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingMijnbouw
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 april 2025, over Mijnbouw

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.