KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Onderwegpas geen onderdeel Sociaal Klimaatplan (Kamerstuk 23645-874)

12 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 35c15f3524679aef · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202623 645Openbaar vervoer31 305Mobiliteitsbeleid32 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 879 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 februari 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat over de brief van 26 september 2025 over standvan zaken ontwikkeling Onderwegpas (Kamerstuk 23 645, nr. 868) en overde brief van 21 november 2025 over Onderwegpas geen onderdeelSociaal Klimaatplan (Kamerstuk 23 645, nr. 874).De vragen en opmerkingen zijn op 10 december 2025 aan de Staatssecre-taris van Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 12 februari2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Peter de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Van der Graaf kst-23645-879ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8791 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deStaatssecretaris InleidingAlvorens in te gaan op de beantwoording van de vragen wordt hierondereen korte uiteenzetting gegeven ten aanzien van de financiering van deOnderwegpas. Dit levert een betere context op voor de beantwoordingvan de vragen.Het Social Climate FundDe Onderwegpas zou gefinancierd worden uit het Europese SocialClimate Fund1 (SCF) voor € 152,5 mln. en uit het Klimaatfonds (KF) voor€ 157,5 mln. Enkele onderdelen van het SCF zijn belangrijk als achter-grond voor het beantwoorden van de vragen en opmerkingen van deleden van de fracties:•Het SCF heeft een looptijd van 7 jaar, van 2026 tot en met 2032.•Lidstaten kunnen in hun Sociaal Klimaatplan (SKP) in aanmerkingkomende maatregelen nemen die binnen de looptijd van het fondsmoeten worden uitgevoerd.•Voor de maatregelen is 25% cofinanciering nodig en de financiering uithet SCF is performance based: als de gestelde doelen niet wordengehaald worden de middelen niet, of niet volledig uitgekeerd.•Het ingediende SKP wordt in zijn geheel goedgekeurd of afgekeurdnadat het is ingediend. Het is niet mogelijk om voor sommigemaatregelen al een akkoord te krijgen en te starten als over anderemaatregelen nog onduidelijkheid bestaat.•Na indiening van het SKP vindt een formeel goedkeuringsprocesplaats waarbij de Europese Commissie (EC) het SKP toetst aan deSCF-criteria. Dit goedkeuringsproces kan 5 maanden in beslag nemen.•Betalingsaanvragen voor de financiering (na het behalen van degestelde doelen) kunnen op 2 momenten per jaar worden ingediend.In de SCF-verordening staat de datum van 30 juni 2025 genoemd alsdeadline voor het indienen van het SKP. Deze deadline was voor meerderelidstaten niet haalbaar en de EC heeft aangegeven er de voorkeur aan tegeven om het plan en de losse maatregelen informeel in een aantalrondes te bespreken en aan te scherpen omdat dit het formele procesvergemakkelijkt. Dit verandert echter niks aan de looptijd van het fonds ende momenten van uitbetaling.Het kabinet had in het kader van de Voorjaarsbesluitvorming besloten omde middelen van het SCF in te zetten voor zowel de bestrijding vanenergiearmoede als vervoersarmoede. De Kamer is hierover eind juni2025 geïnformeerd.2Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingenvan de leden van de fracties van inzake de Onderwegpas. Bij de beant-woording is de volgorde van het schriftelijk overleg aangehouden.Inbreng van de leden van de D66 fractieBesluitvormingDe leden van de D66-fractie zijn onaangenaam verrast over de brief vanhet kabinet van 21 november om de Onderwegpas niet in te dienen alsvoorstel bij het Sociaal Klimaatfonds. De leden merken daarbij op dat1Verordening (EU) 2023/955 tot instelling van een sociaal klimaatfonds en tot wijziging vanVerordening (EU) 2021/1060.2Kamerbrief 32 813, nr. 1519.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8792 kabinet op 26 september nog van plan was de Onderwegpas in te dienenbij het Sociaal Klimaatfonds.1.De leden vragen de Staatssecretaris wat er tussen 26 september en21 november feitelijk, beleidsmatig of juridisch veranderd is, waardoor heteerdere voornemen niet langer uitvoerbaar of verdedigbaar werd geacht.Antwoord op vraag 1Dit heeft met name te maken door het feit dat het SKP, met daarin alleNederlandse maatregelen, in zijn geheel moet worden ingediend en in zijngeheel goed of af wordt gekeurd door de EC.In september bleek dat er binnen het Nationaal OV-Beraad (NOVB)onvoldoende steun was voor de Onderwegpas. Toen moest een alternatiefworden uitgewerkt, namelijk een Onderwegpas in eerste instantie alleengeldig op de Hoofdrailnetconcessie, daartoe riep ook de motie Bikker-VanHijum3 op. Dit alternatief moest daarna worden afgestemd met de ECterwijl op dat moment de andere maatregelen al in een afrondende fasezaten. Dat was het moment dat de EC vragen stelde over mogelijkeongeoorloofde staatsteun. Op het moment dat er zorgen waren overstaatssteun en de mededeling kwam dat hiervoor een formele meldingmoest worden ingediend die vervolgens zou worden getoetst door de ECwaren er in het kabinet te veel zorgen over de impact die dit proces konhebben op de andere maatregelen. Daarom heeft het kabinet op datmoment besloten om voor zekerheid te kiezen en de SCF-middelen voorde andere maatregelen beschikbaar te stellen.4De leden van de D66-fractie vinden het opmerkelijk dat de redenenwaarom het kabinet de Onderwegpas niet heeft meegenomen in hetSociaal Klimaatplan pas in zo’n laat stadium boven zijn komen drijven,zonder dat de Kamer in de gelegenheid geweest is om zich hierover uit tespreken.2.Daarom vragen deze leden de Staatssecretaris een volledige en gespecifi-ceerde tijdlijn van alle stappen rond de Onderwegpas, vanaf de eersteverkenning tot het besluit om deze niet op te nemen in het SociaalKlimaatplan, inclusief: interne ambtelijke adviezen, bestuurlijkeoverleggen, besluiten binnen het kabinet en contacten met de EuropeseCommissie.Antwoord op vraag 2Hieronder volgt een overzicht in welke gremia er gesproken is over (hetontwikkelen van) de Onderwegpas in relatie tot het SKP.Overleggen binnen het NOVB vinden plaats op directeuren (DO) en opbestuurlijk (BO) niveau. Het DO vindt ongeveer elke twee maanden plaats,het BO ieder kwartaal. De Onderwegpas als mogelijke maatregel in hetSKP is in november 2024 voor het eerst besproken en stond daarnatijdens alle overleggen op de agenda. In de maanden juli en augustus2025 kwam een technische werkgroep van het NOVB wekelijks bijeen.De verschillende departementen zijn in aanloop naar de keuze van demaatregelen en vervolgens voor de uitwerking van het SKP sinds deherfst van 2024 op ambtelijk niveau maandelijks bijeengekomen. Vanaf2025 onder leiding van SZW als coördinerend departement voor deconsultatie en indiening van het SKP. De verantwoordelijke directeuren3Kamerstuk 36 800, nr. 58.4Kamerstuk 23 645, nr. 874.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8793 zijn op vier momenten in 2025 (15 september, 14 oktober, 30 oktober,4 november) richting indiening bijeengekomen.Het ambtelijk overleg met de EC startte in 2025 in aanloop naar depublieke consultatie van de voorgestelde maatregelen van de betrokkendepartementen.5 Het kabinetsbesluit over de in te dienen maatregelenwerd genomen tijdens de ministerraden rondom de Voorjaarsbesluit-vorming mede op basis van de uitkomst van de publieke consultatie. Deverantwoordelijke departementen voerden afzonderlijk en gezamenlijkoverleg over de maatregelen in het SKP met de EC. Het eerste separateoverleg tussen IenW en de EC vond begin juni 2025 plaats. Later in juni isde eerste versie van het integrale SKP met de EC besproken. In de zomervond een aantal overleggen met de EC plaats en op 1 oktober 2025 is eentweede versie van het volledige SKP besproken. Bij dit gezamenlijkeoverleg was inmiddels bekend dat de andere partijen die aanvankelijkbetrokken waren bij de Onderwegpas niet meer mee zouden doen en hadde Kamer een motie aangenomen om de Onderwegpas verder teontwikkelen met de NS. Dit veranderde de inhoudelijke situatie, ook voorde EC. Dit leidde zo ook tot de vragen vanuit de EC over mogelijkeongeoorloofde staatssteun. Daarover heeft IenW in oktober nog 3bilaterale overleggen met de EC gevoerd.3.Deze leden vragen de Staatssecretaris specifiek wanneer voor het eerst isvastgesteld of overwogen dat opname van de Onderwegpas in het SociaalKlimaatplan mogelijk niet haalbaar zou zijn en waarom hij ervoor heeftgekozen om de Kamer hierover pas te informeren na indiening van hetSociaal Klimaatplan.Antwoord op vraag 3Zoals in de inleiding is geschetst, waren er voorafgaand aan de formeleindiening van het SKP een aantal informele gespreksrondes met de EC.Deze rondes vonden plaats rondom de individuele maatregelen maar ookover het plan als geheel. Na iedere ronde werd het plan of de individuelemaatregel aangescherpt en aangevuld conform de eisen van de veror-dening en wensen vanuit de EC. Ook bij de EC werden naarmate deplannen meer en beter uitgewerkt werden andere verantwoordelijke DG’sgeraadpleegd voorafgaand aan formele indiening. De informele dialoogdie de EC voert met lidstaten is erop gericht dat nationale SKP’s zo goedmogelijk zijn afgestemd voorafgaand aan formele indiening. Wanneer eensituatie verandert, zoals bij de Onderwegpas het geval was en de NS alsenige partij overbleef voor de uitvoering, is overleg met de EC noodza-kelijk om te toetsen of het SKP nog voldoet aan de vereisten. In dit gevalkwam naar aanleiding daarvan het staatssteunvraagstuk onder deaandacht in oktober 2025.Terwijl de gesprekken over staatssteun nog liepen met de EC, werd detijdsklem om de maatregel uit te werken steeds urgenter vanwege detiming van de andere maatregelen, bijvoorbeeld van het Publiek Energie-fonds en het Warmtefonds. Het voornemen en de interdepartementaleafspraak was om in oktober het SKP formeel in te dienen. Voorkomenmoest worden dat het proces zou stagneren, of dat het totale plan zouworden afgewezen omdat een onderdeel van het plan (de Onderwegpas)niet zou voldoen aan EU wet- en regelgeving. Hoewel de deadline van30 juni 2025 voor indiening van het SKP niet hard was, hadden alledepartementen wel rekening gehouden met implementatie van hunmaatregelen vanaf 2026 en daaraan gekoppeld de benodigde uitbeta-lingen na het behalen van behaalde mijlpalen en streefdoelen in de eerste5Overheid.nl | Consultatie Social Climate FundTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8794 helft van 2026. Het was hierdoor belangrijk om interdepartementaal tekomen tot een eindproduct, waarbij zicht was op indiening eind 2025,zodat in 2026 gestart kon worden met de uitvoering van de maatregelenuit het SKP en de uitbetalingsreeks ook doorgang kon vinden. Verderevertraging zou kunnen leiden tot begrotingstekorten voor de anderebetrokken beleidsdepartementen.Tijdens het bredere overleg met de EC over alle maatregelen in het SKPop 1 oktober gaf de EC aan dat het directoraat-generaal voor concurrentie(DG COMP) grote zorgen had over mogelijke ongeoorloofde staatssteunnu de Onderwegpas alleen bij de NS beschikbaar zou zijn bij de start. Inde gesprekken met de EC is altijd aangegeven, zoals in de Kamerbrieveneveneens is aangegeven, dat IenW altijd de intentie heeft gehad datgedurende de looptijd van het SCF andere vervoerders (weer) aan zoudenkunnen haken. Hierover zijn in oktober 2025 nog drie overleggen gevoerdwaarbij de EC liet weten dat het doen van een staatssteunmeldingnoodzakelijk was, waarna zij een formele toetsing zouden starten.Op het moment dat er vanuit de EC zorgen waren over staatssteun en demededeling kwam dat hiervoor een staatssteunmelding en -toets daaropzou moeten worden doorlopen voor de Onderwegpas waren er te veelzorgen over de impact die dit proces kon hebben op de (doorgang eningangsdatum van de) andere maatregelen. Daarom heeft het kabinet opdat moment besloten om voor zekerheid te kiezen en de SCF-middelenaan de andere maatregelen beschikbaar te stellen. Het SKP is daaropaangepast en daarover zijn verdere gesprekken gevoerd met de EC. DeKamer is op 21 november 2025 geïnformeerd dat de Onderwegpas niet inhet SKP zou worden opgenomen.6Als deze samenhang met de overige SKP-maatregelen er niet wasgeweest dan was er voor IenW meer tijd geweest om de zorgen overstaatssteun van de EC met de EC te bespreken dan wel de Onderwegpashierop aan te passen. Implementatie van de Onderwegpas was immersvoorzien vanaf 2028. Gezien de looptijd van het Sociaal Klimaatfonds enhet tijdpad van de andere maatregelen – die in totaliteit zouden wordenbeoordeeld door de EC – werd het langer aanhouden van het plan meteen onzekere uitkomst voor het geheel niet als wenselijk geacht door hetKabinet. Daartoe is besloten de middelen te herverdelen.Dit besluit is genomen in de ministerraad van 7 november 2025.Vervolgens moest het SKP hierop worden aangepast en wederom deinformele dialoog met de EC worden heropend om de aanvullendemiddelen voor energiearmoede met de EC af te stemmen alsook dedaaraan gekoppelde mijlpalen en streefdoelen. Deze verlengde informeledialoog was net voor de kerst afgerond. In overleg met de EC is beslotenhet SKP over het kerstreces te tillen en in januari in te dienen. Dit om tevoorkomen dat de klok voor het 5 maanden goedkeuringsproces voor deEC zou gaan lopen in de kerstperiode. Het SKP is ingediend op 19 januari2026, de Staatssecretaris van SZW heeft de Kamer hierover op 6 februarigeïnformeerd.7Financiële risico’sDe leden van de D66-fractie constateren dat de streekvervoerders,verenigd in de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland de risico’s tegroot vinden om de stap naar een Onderwegpas te zetten. Deze leden6Kamerstuk 23 645, nr. 874.7Kamerstuk 22 112 nr. 4258.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8795 constateren dat de Staatssecretaris noemt dat dat komt door eeneventuele derving zonder een inkomstengarantie vanuit overheidszijde.4.Deze leden vragen de Staatssecretaris of, en zo ja, welke mogelijkhedenhij heeft onderzocht om de inkomstenderving te mitigeren zonder hetvolledige voorstel te schrappen.Antwoord op vraag 4Er zijn twee soort inkomstenderving waarbij in het proces voor de eersteeen voorstel is gedaan om de impact te mitigeren:1.De uitgaven van de gemiddelde reiziger uit de doelgroep, zonder datdeze gebruikmaakt van een regeling. Er is geen data beschikbaar overhoeveel geld de gemiddelde persoon uit de doelgroep uitgeeft en opwelke tijden dit is (dal / spitstarief). De verwachting was echter dat debeoogde doelgroep beperkt gebruik maakt van het OV (met nametrein) en de bestaande abonnementen. De reizen die worden gemaaktworden daarom naar verwachting op dit moment tegen voltariefafgerekend. Een Onderwegpas met korting in de daluren zou dan totinkomstenderving kunnen leiden. Als dit niet wordt gecompenseerddoor extra reizigers/reizen is sprake van inkomstenderving. Hoe ditbeeld eruitziet bij de verschillende vervoerders kan verschillen, maargoede data is er niet.In het NOVB is hierover gesproken door vervoerders de optie te geven omde inkomstenderving te verdisconteren in het te geven kortingspercentagegedurende de daluren. Dat werd gedurende de periode echter nietconcreet gemaakt. Hiervoor was inzicht nodig in de derving maarvanwege bedrijfsgevoelige gegevens en een gebrek aan gegevens overhet huidige reisgedrag van de doelgroep is het bedrag tijdens het procesniet geconcretiseerd.In de weken voorafgaand aan het besluit om de stoppen met de Onder-wegpas in NOVB-verband is uiteindelijk vanuit de overheden een voorstelgedaan om in het eerste jaar af te zien van kortingen in de daluren(behalve voor het HRN) en de inkomsten te monitoren, om een 0-metingte kunnen doen. Op deze manier kon deze inkomstenderving voorkomenworden en een duidelijker indicatie komen voor eventuele inkomsten-derving. Dit voorstel is gepresenteerd aan het Bestuurlijk Overleg d.d.17 september.De andere vorm van inkomstenderving is die vanuit lopende regelingen.2.Verschillende gemeenten en provincies hebben regelingen voorhuishoudens met een laag inkomen. De vrees van de vervoerders wasdat de komst van de landelijke Onderwegpas een reden kan zijn dat deregelingen zouden stoppen en dat de Onderwegpas voor de vervoer-ders en voor sommige reizigers uit de doelgroep financieel slechteruitpakt dan de bestaande situatie. Ook gaven vervoerders aan dat ophet moment dat de Onderwegpas zou eindigen door het ophouden vanhet SCF zij opnieuw energie moeten steken in deze lokale contractenen eigen minimaproducten.Het uitgangspunt van IenW en decentrale overheden is altijd geweest datde vervoerders er in principe niet op achteruit mogen gaan. Dat is ookaltijd gecommuniceerd richting vervoerders. Een keiharde garantie,uitgedrukt in geld is echter nooit te geven, omdat derving ook het gevolgkan zijn van factoren die autonoom reeds bestaan; de doelgroepen vandeze regelingen alsmede de hoeveelheid geld die daaraan wordt besteedkunnen altijd wijzigen, nieuwe collegebesturen kunnen hier in 2026 ookandere keuzes in maken.Garanties hiervoor, anders dan het uitspreken van het feit dat er inprincipe geen derving mag plaatsvinden, zijn dan ook niet op zijn plaatsen kunnen ook niet worden gefinancierd vanuit het SCF-kader. Hetwegvallen van lokale financiering voor regelingen, voor welke reden danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8796 ook, zorgt voor minder externe financiering van het openbaar vervoer.Voor sommige vervoerders gaat dit om aanzienlijke bedragen. Daarnaastis het ook niet zo dat de doelgroepen van de verschillende lokaleregelingen één op één matchen met de doelgroep van de Onderwegpas.De doelgroep van de Onderwegpas betrof personen vanaf 12 jaar tot101% van het sociaal minimum (rond de 650.000 mensen). Lokaleregelingen gaan vaak tot 130% of meer maar zijn in de meeste gevallenalleen voor AOW’ers. Onzeker was wat gemeenten met het overgeblevendeel van de doelgroep zouden doen.Het reizigersperspectief is hierbij ook diffuus en dient bij dit vraagstuk nietuit het oog te worden verloren. De Onderwegpas zou een verbetering zijnvoor alle personen in de doelgroep die geen gebruik kunnen maken vaneen bestaande (lokale) regeling. Voor de personen die wel gebruik kunnenmaken van een bestaande regeling kan dit anders zijn. In meerderegevallen, zoals de contracten van de RET en de Meedoenpas van Arriva, isdoor de regionale/lokale overheid onbeperkt reizen in de dalureningekocht. De financiële waarde hiervan verschilt per reiziger, maar kan bijregelmatig reizen in de regio meer zijn dan het te verreizen budget datbeschikbaar zou zijn geweest voor een reiziger uit de doelgroep met deOnderwegpas. Dit is geen reden geweest voor het stoppen van deOnderwegpas maar is in de discussies over het onderwerp wel aan deorde geweest.Door aan te geven dat vervoerders er in principe niet op achteruit mogengaan, door hen de mogelijkheid te geven het eerste jaar ook in dalurenvoltarief te rekenen, door het creëren van een referentie situatie én het feitdat decentrale overheden en ik hebben aangegeven in het NOVB bereidzijn om te kijken naar maatwerk per decentrale ov-concessie ten aanzienvan de derving en ten aanzien van het te rekenen kortingspercentage opbasis van de metingen vanaf jaar 2, heb ik er alles aan gedaan om binnende gegeven tijd en met de gegeven onzekerheden tot een oplossing tekomen.5.Ook vragen deze leden welke concrete berekeningen ten grondslag liggenaan de inschatting dat de financiële risico’s «te groot zijn» en welk bedraggemoeid is met gewenste inkomstengarantie.Antwoord op vraag 5Zie het antwoord op vraag 4.6.Deze leden vragen de Staatssecretaris welke vormen van compensatie ofgaranties door de Staatssecretaris zijn onderzocht, besproken en waaromhij hiervoor niet heeft gekozen.Antwoord op vraag 6Zie het antwoord op vraag 4 en 5.Introductie OVpayDe leden van de D66-fractie constateren dat bij het besluit van het kabinetom niet door te gaan met de ontwikkeling van de Onderwegpasmeespeelt dat dit impact zou hebben op de introductie van OVpay.7.De leden vragen de Staatssecretaris dit verder toe te lichten. Welkespecifieke problemen treden erop voor de introductie van OVpay en welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8797 maatregelen heeft de Staatssecretaris verkend om deze problemen temitigeren?Antwoord op vraag 7OVpay is een programma dat onder de verantwoordelijkheid en voorrekening van de vervoerders (de Coöperatie Openbaar Vervoerbedrijven)wordt uitgevoerd. Bij de overgang van de OV-chipkaart naar OVpay wordter overgegaan op een andere betaalinfrastructuur. OVpay bestaat uitbetalen met de bankpas maar ook met een nieuwe kaart: de OV-pas.Momenteel vindt de migratie plaats van de OV-chipkaart naar de OV-pasen dat betekent dat bestaande abonnementen allemaal omgezet moetenworden op een andere infrastructuur en een andere pas. Dat is op zichzelfeen flinke operatie die heel 2026 en 2027 in beslag zal nemen, op eenmanier die voor de reiziger zo min mogelijk ongemak zal opleveren.Omdat het huidige betaalsysteem via de OV-chipkaart het einde van delevensduur nadert was het niet opportuun om de Onderwegpas teontwikkelen voor gebruik op een OV-chipkaart. Het product «Onder-wegpas» moet dus worden vormgegeven voor een product op de OV-pas.Omdat de doelgroep van de Onderwegpas echter aanzienlijk is (rond de650.000 mensen) en het product (reizen met een budget, met eenbepaalde korting die verschilt per vervoerder en het inrichten van eenportaal voor aanmelding van de doelgroep) aanvullende technische eisenvergt ten opzichte van de basisfunctionaliteiten van OVpay die binnen hetprogramma worden vormgegeven, achtte de coöperatie dit niet reali-seerbaar tegelijkertijd met de uitrol van OVpay.StaatssteunDe leden van de D66-fractie constateren dat in de gesprekken die gevoerdzijn met de Europese Commissie (hierna: EC) over de vormgeving van deOnderwegpas is aangegeven door de EC dat er een staatssteunmeldingop grond van artikel 107 VWEU dient te worden ingediend.8.Deze leden vragen wanneer het eerste overleg met de EC heeft plaatsge-vonden waarin de mogelijke noodzaak van een staatssteunmelding isbesproken, en waarom dit risico niet eerder expliciet in de overwegingenrichting de Kamer is betrokken, zoals in de brief van 26 september jl.Antwoord op vraag 8Zie het antwoord op vraag 3 en 4.9.Deze leden vragen de Staatssecretaris wanneer hij bekend is gewordenmet dit staatssteunvereiste. Ook vragen deze leden of het kabinet een(concept-)staatssteunmelding heeft voorbereid of laten toetsen, en zo nee,waarom niet, gezien de grote maatschappelijke en financiële belangen diemet deze maatregel gemoeid waren.Antwoord op vraag 9Zie het antwoord op vraag 3 en 4.10.Deze leden vragen de Staatssecretaris ook waarom de mogelijkheid toteen staatssteunmelding niet is meegenomen in de analyse voorafgaandaan de besluitvorming binnen het kabinet en in het overleg metvervoerders.Antwoord op vraag 10Zie antwoord op vraag 3 en 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8798 Wat ga je doen met het geldDe leden van de D66-fractie constateren dat er met het intrekken van deOnderwegpas uit het Sociaal Klimaatfonds minder geld in het «bodrichting Europa» zit.11.Ten eerste vragen deze leden of de Staatssecretaris van Infrastructuur enWaterstaat en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheidhet van belang vinden dat zij de middelen uit het Sociaal Klimaatfondsevenredig verdelen over de verschillende ETS-2 sectoren gebouwdeomgeving en mobiliteit. Zo ja, hoe gaan zij dit realiseren en zo nee, welkeinhoudelijke redenen zien zij om van die evenredige verdeling af tewijken?Antwoord op vraag 11Het kabinet had de keuze gemaakt om de middelen uit het SCF in te zettenop zowel energie- als vervoersarmoede via een specifieke set aanmaatregelen. Nadat de Onderwegpas uit het SKP is gehaald, was de tijd tebeperkt om een nieuwe maatregel uit te werken en op te nemen, daaromis besloten om de andere bestaande maatregelen te verruimen.Het is teleurstellend dat er hierdoor geen middelen vanuit hetSCF-beschikbaar zijn ter bestrijding van vervoersarmoede. De middelenkomen echter grotendeels wel terecht bij dezelfde doelgroep, omdat allemaatregelen gericht moeten zijn op het ondersteunen van kwetsbarehuishoudens die geraakt worden door ETS2. Uit onderzoek van onderandere CE Delft8 blijkt dat er een grote overlap is tussen de groepen dieverkeren in energie- en vervoersarmoede. De middelen van de Onder-wegpas komen nu niet in de vorm van een reisproduct voor het openbaarvervoer, maar bijvoorbeeld in een tegemoetkoming uit het publiekeenergiefonds.Alternatief beleidDe leden van de D66-fractie constateren dat het kabinet nu, ondanksKamerbrede steun voor een Onderwegpas, geen maatregelen neemt omhet openbaar vervoer betaalbaarder te maken voor kwetsbare groepen.Deze leden vinden dit zeer onwenselijk.12.Deze leden vragen de Staatssecretaris hoeveel personen in Nederlandnaar schatting gebruik hadden kunnen maken van de Onderwegpas.Antwoord op vraag 12Zie het antwoord op vraag 7. De inschatting is dat ongeveer de helft vande doelgroep de Onderwegpas zou aanvragen.13.Deze leden vragen de Staatssecretaris of hij erkent dat hij voor dezemensen geen alternatief beleid voorstelt.Antwoord op vraag 13Zie het antwoord op vraag 11. De middelen vanuit het SCF komen nogsteeds bij deze doelgroep terecht.Het is zeer teleurstellend dat de Onderwegpas geen onderdeel isgeworden van het SKP nadat hier door meerdere partijen hard aan is8CE_Delft_250227_Effect_ETS2_op_kwetsbare_groepen_Def.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 8799 gewerkt. Het bieden van een nieuw landelijk reisproduct zou een goedebesteding van de SCF-middelen zijn geweest.14.Deze leden vragen de Staatssecretaris of hij werkt aan een alternatief voorde Onderwegpas en of de Kamer een concreet, uitgewerkt alternatiefvoorstel kan verwachten ter bestrijding van vervoersarmoede.Antwoord op vraag 14Zie het antwoord op vraag 13. In oktober 2024 is de Kamer geïnformeerdover het NOVB-onderzoek naar een Nederlandticket.9VVD-fractie15.De leden van de VVD-fractie vragen waarom financiële risicoafdekkingvoor vervoerders binnen de Onderwegpas niet haalbaar wordt geacht,terwijl er signalen zijn dat diverse bestaande landelijke en provincialeov-pasregelingen (zoals voor minima, Centraal Orgaan opvang asiel-zoekers (COA), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en rijksmedewerkers)wél met een sluitende inkomstengarantie functioneren. Zij verzoeken deStaatssecretaris toe te lichten waarop de beoordeling is gebaseerd.Antwoord op vraag 15Om de vraag van de leden van de VVD te kunnen beantwoorden, is hetnodig om aan te geven hoe het decentrale ov-stelsel functioneert tenopzichte van (nationale) abonnementen.Het openbaar vervoer is in Nederland gedecentraliseerd en dit resulteert(mede door de verschillende karakteristieken in de regio) in prijs- enproductverschillen tussen de concessies. In de meeste concessies zijn erdaluren waarop de drukte in de voertuigen lager is. In die concessiesworden abonnementen aangeboden waarmee voor een vaste prijs – eenvastrecht – met korting kan worden gereisd tijdens die daluren. Dedaluren kunnen verschillen tussen de concessies, maar ook tussen bus entrein binnen een concessie. In de concessies in de grote steden is debezetting gedurende de hele dag zo hoog dat er geen duidelijke dalurenzijn, deze worden daarom ook niet gehanteerd. Dit heeft tot gevolg dat ergrote verschillen zitten in de kosten om 40% korting te verkrijgen: eenabonnement hiervoor kan in een regionale concessies tot wel 12x zo duurzijn als in een stedelijke concessie.Wanneer een abonnement wordt ontwikkeld/aangeboden voor eendoelgroep binnen een concessie kan dit worden afgestemd op dekenmerken van die betreffende concessie. De uitdaging bij een landelijkabonnement is om een product te ontwikkelen dat tegemoetkomt aan dekenmerken van alle concessies.Op dit moment zijn er geen reisproducten die in alle concessiesbeschikbaar zijn, anders dan het studenten reisproduct dat een afgekochtreisrecht is, waarbij voor de afkoopsom ook onderscheid wordt gemaakttussen stad, trein en streek.Op dit moment zijn er op 3 verschillende manieren mogelijkheden voorhet creëren van uniforme producten in stads- en streekvervoer dan welgecombineerd met het HRN.–Via het landelijk tarievenkader: in het door decentrale overhedenopgestelde landelijk tarievenkader zijn afspraken gemaakt over het9Kamerbrief 23 645, nr. 828.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87910 opstaptarief en enkele reisproducten die bij alle regionale concessie-houdende vervoerders te verkrijgen zijn.–Via een contract: het studentenreisproduct is een contract van hetMinisterie van OCW met de vervoerders. Hierin zijn afspraken gemaaktwaarin het openbaar vervoer voor studenten wordt afgekocht.–Via regelgeving: in het Besluit personenvervoer 2000 is voor driegroepen opgenomen dat geen vervoerbewijs benodigd is (OV-begeleider, kinderen onder de 4, ambtenaren belast met handhavingvan de wet).Een nieuw nationaal reisproduct zou op twee manieren kunnen wordenvormgegeven: via regelgeving of een reisproduct ontwikkelen en ditopnemen in alle concessies. Een derde optie is om geen nieuwreisproduct te ontwikkelen, maar bestaand vervoer in te kopen enbeschikbaar te stellen (via een contract). Dit is de wijze waarop het COAvervoer beschikbaar stelt voor asielzoekers en hoe de Rijksoverheid hetvervoer inkoopt voor de rijksambtenaren.De aanvliegroute voor de Onderwegpas was het ontwikkelen van eennieuw reisproduct en dit onderdeel laten zijn van alle concessies via hetlandelijk tarievenkader én de concessie voor het HRN. Hiervoor werdgekozen zodat een nieuw reisproduct ontwikkeld kon worden, dat in iedergeval voldeed aan de SCF-eisen ten aanzien van het aanbod voor dekwetsbare huishoudens.10Het ging daarom niet om het inkopen van bestaande producten, maar devormgeving van een nieuw reisproduct dat ook rekening hield met dekenmerken van de bestaande concessies en het beschikbare budget.De leden van de VVD-fractie vragen op basis waarvan wordt aangenomendat de Onderwegpas de verdere uitrol van OVpay zou kunnen verstoren.Zij merken op dat er reeds meerdere programma’s en producten parallelaan OVpay functioneren.16.Deze leden verzoeken de Staatssecretaris aan te geven welke technischerisico’s in dit geval specifiek worden voorzien.Antwoord op vraag 16Zie het antwoord op vraag 7.De leden van de VVD-fractie willen graag bevestigd krijgen of het klopt dateerdere landelijke reisproducten in het openbaar vervoer zijn ingevoerdzonder volledige unanimiteit van vervoerders.17.Deze leden verzoeken de Staatssecretaris toe te lichten waarom ditdestijds wel mogelijk was.Antwoord op vraag 17Het is niet duidelijk op welke landelijke producten de leden van deVVD-fractie doelen. Met de ov-chipkaart kan een reiziger bij allevervoerders tegen voltarief reizen. Abonnementen die in heel Nederlandgelden bij alle bus, trein, metro, tram en treinvervoerders worden echterop dit moment niet aangeboden omdat daar te weinig vraag naar is.10Een aanbesteding bleek duurder en complexer, algemene regelgeving zou te lang gaan duren,om binnen de looptijd van het fonds te blijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87911 De leden van de VVD-fractie constateren daarnaast dat unanimiteit binnenhet Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) als randvoorwaardewordt genoemd, terwijl het NOVB geen besluitvormend orgaan is.18.Deze leden vragen de Staatssecretaris toe te lichten waarom in dit gevalalsnog voor unanimiteit wordt gekozen.Antwoord op vraag 18Vanuit technisch oogpunt was het doel om een nieuw product teontwikkelen binnen OVpay, daarvoor was steun nodig vanuit de Coöpe-ratie Openbaar Vervoerbedrijven. Vanuit de reiziger gedacht is het moeilijkuitlegbaar als bijvoorbeeld de reiziger in de drie vervoerregio’s bij degemeentelijk vervoerbedrijven wel gebruik zou kunnen maken van deOnderwegpas, maar in diezelfde vervoerregio’s bij een streekvervoerderniet. Een onderscheid per modaliteit is wel beter uitlegbaar. Daarom isook na de motie Bikker- Van Hijum ook gestart met vervolggesprekkenvoor een Onderwegpas geldig op het HRN waar ook regionale trein-diensten makkelijk op aan zouden kunnen haken (indien gewenst doorvervoerders) die uitbreidbaar zou zijn in de toekomst naar bus, tram enmetro).GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hechten zoals bekend veelwaarde aan goed en betaalbaar openbaar vervoer. Met de Onderwegpashad een goede stap gezet kunnen worden naar betaalbaarder openbaarvervoer voor mensen voor wie het openbaar vervoer op dit moment teduur is. Ook had de Onderwegpas een bijdrage kunnen leveren aan debereikbaarheid van dorpen en wijken waar het openbaar vervoer vaak nogeen onvoldoende alternatief is voor de auto.Over het staken van de invoering van de Onderwegpas hebben de ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie een aantal vragen en opmerkingen.Allereerst vragen zij het kabinet te reflecteren op hoe het proces verlopenis. De aan het woord zijnde leden constateren dat er eerst geruime tijdgesproken is tussen het kabinet en de vervoerders over een Onder-wegpas. Toen dit afgelopen september niet tot het gewenste resultaatleidde, heeft het kabinet naar aanleiding van de motie Bikker-Van Hijumbekeken of er een pas kon komen voor alleen reizen bij de NS. Ook hierwordt nu een streep door gezet. Allereerst zijn de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie enigszins verbaasd dat het niet gelukt is om metde gezamenlijke vervoerders tot overeenstemming te komen. Meerov-reizigers is immers in het belang van zowel de overheid als devervoerders.19.Kan het kabinet nader toelichten waarom de gesprekken met devervoerders op niets uitgelopen is?Antwoord op vraag 19Zie het antwoord op vraag 4.20.Wat was de reden dat de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN)de Onderwegpas niet zag zitten?Antwoord op vraag 20Zie het antwoord op vraag 4 en 19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87912 21.En wat heeft het kabinet gedaan om er toch met elkaar uit te komen?Antwoord op vraag 21Zie het antwoord op vraag 4 en 19. Er is toegewerkt naar een voorstelvoor regionale vervoerders (stad en streek) om de doelgroep het eerstejaar tegen voltarief in de daluren te laten reizen en te monitoren hoeveeler gereisd zou worden, zodat dit zou kunnen worden afgezet tegen deinformatie over de lopende contracten bij vervoerders. Zo zou kunnenworden bezien of er daadwerkelijk derving zou optreden (wellichttoegenomen gebruik binnen de doelgroep of meer/ minder gereisdekilometers per individu). Op het moment dat dit gunstig zou uitvallen zoueen passend kortingspercentage kunnen worden berekend op concessie-niveau rekening houdend met de businesscase per concessie. Dit bleektoch op onvoldoende steun te kunnen rekenen.Dit voorstel lag voor ter besluitvorming in het Bestuurlijk NOVB. Daar hebik uiteindelijk geconstateerd dat er onvoldoende draagvlak voor was. Hetkabinet heeft vervolgens besloten het voorstel terug te trekken.22.Deelt het kabinet de teleurstelling dat er geen overeenstemming isbereikt?Antwoord op vraag 22Ja, voor de doelgroep zou dit een product opleveren waarmee door hetgehele ov gereisd zou kunnen worden, waarbij er geen sprake zou zijngrenzen aan concessies of onderscheid tussen verschillende modaliteiten.Ook was de doelgroepbepaling uniform en niet per gemeente verschillenden had iedereen binnen de doelgroep de beschikking over een mobiliteits-product. Dat is nu niet in iedere gemeente het geval. Overigens waren allepartijen in het NOVB deze mening toegedaan.23.Welke mogelijkheden ziet het kabinet om alsnog voor de HRN-concessieiets te doen aan de betaalbaarheid voor minima en jongeren?Antwoord op vraag 23.Verschillende vervoerders bieden samen met gemeenten arrangementenaan voor inwoners van die specifieke gemeenten met een laag inkomen.NS heeft geen landelijke kortingspropositie voor mensen met een laaginkomen, maar wel voor jongeren. NS biedt jongeren onder de 18 jaar40% korting in de daluren. Deze jongeren hoeven de reguliere kosten voordit abonnement (ruim € 70 per jaar) niet te betalen. Daarnaast heeft NSeen speciale jongerenvariant van de NS PrijsTijd Deals geïntroduceerd.Deze proposities voor jongeren zijn in de plaats gekomen van deJongeren Dagkaart Dal.1124.Is het kabinet van plan om op korte termijn opnieuw met de vervoerdersom tafel te gaan om te bezien welke mogelijkheden er zijn om reizen perov betaalbaarder en aantrekkelijker te maken? Zo nee, waarom niet?Antwoord op vraag 24Zie het antwoord op vraag 14. Voor het verlagen van de tarieven zijnstructurele middelen nodig. Het is aan een volgend kabinet om hierkeuzes in te maken.11Kamerstuk 29 984, nr. 1267.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87913 Het kabinet schrijft dat eind oktober gemeld is door de EuropeseCommissie (hierna: EC) dat er een staatssteuntoets gedaan zou moetenworden en dat het kabinet hiervan afziet omdat dit enkele maanden zouduren.25.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn hierover enigszins verbaasd.Was dit niet vooraf bekend? En hadden deze gesprekken met de EC nieteerder gevoerd kunnen worden? Zo nee, waarom niet? Waarom heeft hetproces dusdanig lang geduurd dat er nu mede door tijdgebrek een streepwordt gezet door de Onderwegpas? In het verlengde van dit punt vragende leden van de GroenLinks-PvdA-fractie waarom het kabinet huiverigwas voor het doen van het staatssteuntoets voor de Onderwegpas. En kanhierbij ook worden ingegaan op het feit dat er in Duitsland een Duitsland-ticket is waarmee reizigers tegen een vast laag tarief per maand onbeperktgebruik kunnen maken van het ov? Waarom zou een dergelijke pas inNederland dan problemen opleveren met mogelijke staatssteun? En welkeaanvullende maatregelen zouden genomen kunnen worden om tevoorkomen dat de Onderwegpas in strijd zou zijn met de staatssteun-regels?Antwoord op vraag 25Zie voor de beantwoording over de gesprekken met de EC en de redenwaarom de staatssteunmelding in een zo laat stadium aan de orde was,het antwoord aan de leden van D66. Met name de antwoorden op devragen 3 en 4. Het doorlopen van een meldingsprocedure is namelijk eencomplex en langdurig proces van minimaal een aantal maanden. Gelethierop is besloten om de Onderwegpas uit het SKP te halen. Daarmeeverviel ook de noodzaak om dit onderwerp aan de EC voor te leggenmiddels een meldingsprocedure.Zoals in mijn beantwoording eerder ook aangegeven, was de tijdsklem ende doorlooptijd van de gesprekken met mogelijk een melding met eentoets tot gevolg een te groot risico om te lopen vanwege de langedoorlooptijden en onzekere uitkomst voor de indiening van het SKP en definanciering van de overige maatregelen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ook naar de financieringvan het Duitsland Ticket. Ik kan daarover slechts zeggen dat de Bondsre-publiek en de verschillende Länder daar een grote hoeveelheidoverheidsgeld in hebben gebracht terwijl het in het geval van deOnderwegpas ging om Europees geld.26.Voorts vragen de aan het woord zijnde leden van de GroenLinks-PvdA-fractie waarom het invoeren van een Onderwegpas bij alleen de NS totongeoorloofde staatssteun zou leiden aangezien er in de HRN-concessieimmers geen sprake is van staatssteun.Antwoord op vraag 26Zie het antwoord op vraag 3. Daarbij dient te worden opgemerkt dat hetstaatssteunaspect in de gesprekken met de EC nog niet eerder onderwerpvan gesprek was, ook omdat de gesprekken en de uitwerking van hetproduct Onderwegpas tot op het moment dat ook de gesprekken in hetNOVB over de vormgeving nog gevoerd werden, nog niet in een dusdanigstadium verkeerden dat dit in de gesprekken aan de orde had moetenkomen. Zoals uiteengezet in de inleiding gaf de EC zelf de voorkeur aaninformele gespreksrondes waarin zij het voortouw nam in het stellen vanvragen. De gunning van de HRN-concessie is tot slot tot stand gekomenna toetsing aan de staatssteunregels in de Verordening «Personenvervoerper Spoor en over de weg (PSO)».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87914 Daarnaast wijzen deze leden op het feit dat er op dit moment al regionaleinitiatieven zijn voor reisproducten voor minima, zoals de «Meedoenpas»,waar naast stadsvervoerders ook vervoerders die aangesloten zijn bijFMN aan deelnemen. Deze initiatieven worden ook deels met landelijkemiddelen gefinancierd.27.De simpele vraag is dan: waarom kan dit wel en zou een Onderwegpasniet mogelijk zijn? Graag ontvangen de aan het woord zijnde leden dejuridische analyses waaruit zou blijken dat de Onderwegpas of eensoortgelijk reisproduct in strijd zou zijn met de EU-staatssteunregels.Antwoord op vraag 27Zoals in het antwoord aan de leden op vraag 25 reeds is aangegeven, isde noodzaak om de Onderwegpas aan de EC voor te leggen middels eenmeldingsprocedure vervallen nu de Onderwegpas uit het SKP is gehaald.Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat een meldingsprocedure nietdirect betekent dat er sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun.Middels een meldingsprocedure kan de EC zich namelijk een oordeelvormen over de verenigbaarheid van de steunmaatregel met de internemarkt. De beoordeling van een melding kan afgesloten worden:–met een besluit dat de maatregel geen staatssteun vormt;–met een besluit om geen bezwaar te maken (wel staatssteun, maarverenigbaar met de interne markt);–met een besluit tot inleiding van de formele onderzoeksprocedure (bijtwijfel of het verenigbaar is met de interne markt). Naar aanleiding vaneen melding vindt dus een toets plaats door de EC. Deze toets heeft bijde Onderwegpas nooit plaatsgevonden.28.Kan het kabinet deze analyses c.q. adviezen aan de Kamer doentoekomen? Zo nee, waarom niet?Antwoord op vraag 28Zie het antwoord op vraag 27.Het kabinet schrijft dat de middelen uit het SCF (€ 152,50 miljoen) en hetKlimaatfonds (€ 157,50 miljoen) nu vrijvallen. Ook schrijft het kabinet dater geen SCF-middelen aan de betaalbaarheid van het ov worden besteed.Dit vinden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eveneens zeerteleurstellend. Deze leden zijn van mening dat betaalbaar ov juist wel zalbijdragen aan de klimaattransitie en aan het tegengaan van vervoersar-moede. Daarom zijn deze leden van mening dat de middelen beschikbaarzouden moeten blijven voor betaalbaar ov.29.Graag ontvangen deze leden hier een uitgebreide reactie op van hetkabinet.Antwoord op vraag 29Zoals reeds aangegeven komen de middelen uit het SCF nog steeds tengoede aan dezelfde doelgroep weliswaar niet ter bestrijding van vervoers-armoede maar wel voor de bestrijding van energie armoede. Per saldomerkt de doelgroep dat dus nog steeds in hun portemonnee, omdat allemaatregelen gericht moeten zijn op het ondersteunen van kwetsbarehuishoudens. De middelen van de Onderwegpas komen nu niet in devorm van een reisproduct voor het openbaar vervoer, maar bijvoorbeeldin een tegemoetkoming van het publieke energiefondsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87915 De KF-middelen voor de Onderwegpas blijven beschikbaar voor deverduurzaming van de mobiliteit. Bij de Voorjaarsbesluitvorming wordt deKamer geïnformeerd over de inzet van deze middelen.CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet de oorspronkelijkedoelen van de Onderwegpas om vervoersarmoede terug te dringen enmaatschappelijke participatie te vergroten borgt nu de landelijke invoeringniet doorgaat.30.Hoe wordt voorkomen dat nieuwe maatregelen slechts een beperktedoelgroep bereiken in plaats van brede toegankelijkheid van het openbaarvervoer te verbeteren?Antwoord op vraag 30Bij het ontwikkelen van een nieuwe maatregel moet een afweging wordengemaakt tussen hogere kosten en minder doelmatig (gericht op een brededoelgroep) of lagere kosten en meer doelmatig (een beperkte doelgroep,bijvoorbeeld tot een bepaalde inkomensgrens). Door de manier waaropinkomensondersteuning en het ov georganiseerd zijn zullen verschillenblijven bestaan.Inkomensondersteuning wordt in Nederland geboden via een combinatievan inkomen uit werk of uitkeringen, landelijke toeslagen (zoals zorg-,huur- en kindgebonden budget) en gemeentelijke regelingen, zoalsbijstand, bijzondere bijstand en minimaregelingen (bijv. kindpakketten),voor mensen met lage inkomens, met als doel te helpen rondkomen,onvoorziene kosten te dekken en meedoen in de maatschappij mogelijk temaken. Het stelsel van inkomensondersteuning is voor veel mensencomplex en het kabinet werkt daarom aan vereenvoudiging via dehervormingsagenda inkomensondersteuning. De provinciale regelingen,zoals de Meedoenpas, worden weer gefinancierd vanuit het mobiliteits-budget. De invoering van een landelijk reisproduct voor minima zou in depraktijk betekenen het stelsel van inkomensondersteuning er ook nieteenvoudiger van wordt. De geboden ondersteuning is doelmatig, maarkan ook een effect hebben op de armoedeval.Gemeenten hanteren verschillende grenzen voor het inkomen voor degeboden ondersteuning. In de gesprekken met de G4 en de VNG is doorhen aangegeven dat wordt ingezet op de gemelde vereenvoudiging en datgemeenten de doelgroep niet kunnen bereiken wanneer voor de Onder-wegpas nationaal een landelijke inkomensgrens van bijvoorbeeld 100%van het sociaal minimum wordt gehanteerd (de gehanteerde grens in deontwikkeling van het product). Dit leidde voor de Onderwegpas tot dekeuze om een individuele inkomenscontrole te laten doen bij de aanvraag.Door onduidelijkheid over de inkomenscontroles en waar die belegdzouden worden (en andere bezwaren) adviseerde de VNG tegen hetopnemen van de Onderwegpas in het SKP.12Deze leden vragen in hoeverre alternatieven voor doelgroepkortingenkunnen worden onderzocht die niet uitsluitend op specifieke inkomens-groepen gericht zijn, maar bijdragen aan bereikbaarheid voor alle reizigersdie afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.12VNG inbreng CD energiebesparing 3 juliTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87916 31.Kan het kabinet toelichten hoe wordt voorkomen dat verschillen tussenregionale kortingsregelingen leiden tot onduidelijkheid en wisselendevoorwaarden voor reizigers?Antwoord op vraag 31Zie het antwoord op vraag 14 en 30.32.De leden van de CDA-fractie vragen welke maatregelen het kabinet voorogen heeft om vervoersarmoede te verminderen met behulp vanmiddelen uit het Sociaal Klimaatfonds.Antwoord op vraag 32Zie het antwoord op vraag 11.33.Hoe wordt gewaarborgd dat de inzet van deze middelen niet uitsluitendten goede komt aan een beperkte doelgroep, maar juist bijdraagt aanverbetering van bereikbaarheid in regio’s waar weinig alternatieven vooropenbaar vervoer beschikbaar zijn?Antwoord vraag 33Zie het antwoord op vraag 11. De middelen worden niet uitgegeven aaneen maatregel voor vervoersarmoede.De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet het overleg metprovincies, gemeenten en vervoersregio’s heeft vormgegeven rondom deontwikkeling van de Onderwegpas en op welke wijze deze partijen zijnbetrokken bij het besluit dat de landelijke invoering niet doorgaat.34.Kan het kabinet toelichten wat de huidige stand van zaken is van ditoverleg en hoe gezamenlijk wordt bekeken welke alternatieve maatre-gelen kunnen bijdragen aan het tegengaan van vervoersarmoede?Antwoord op vraag 34Zie het antwoord op vraag 2 en 30. De partijen die hebben meegewerktaan de ontwikkeling van de Onderwegpas zijn hierover geïnformeerdnadat het besluit is genomen om de Onderwegpas uit het SKP te halen.35Ten aanzien van jongeren vragen de leden van de CDA-fractie hoe wordtgeborgd dat zij toegang houden tot onderwijs, stageplekken en voorzie-ningen nu een landelijke voorziening voor jongeren niet haalbaar blijkt.Kan het kabinet aangeven welke alternatieve maatregelen denkbaar zijndie niet afhankelijk zijn van kortingspassen maar van structurele verbete-ringen in bereikbaarheid?Antwoord op vraag 35Zie het antwoord op vraag 14.36.Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie hoe wordt voorkomen dat hetontwikkelen van vervangende regelingen leidt tot vertraging bij anderemaatregelen tegen vervoersarmoede die sneller uitvoerbaar zijn en eenbredere doelgroep kunnen bereiken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87917 Antwoord op vraag 36Met het wegvallen van de financiering uit het SCF en het KF is op ditmoment geen financiering beschikbaar voor het ontwikkelen vanvervangende regelingen.BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie constateren dat de Onderwegpas oorspron-kelijk was bedoeld als een landelijk dekkend reisproduct voor trein, tram,metro en bus, ter bestrijding van vervoersarmoede. Door het uitblijvenvan overeenstemming binnen het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad(NOVB) wordt nu ingezet op een minimaticket dat in eerste instantiealleen geldig is op het Hoofdrailnet (NS).37.Hoe rijmt de Staatssecretaris deze keuze voor een NS-ticket met deoorspronkelijke doelstelling om vervoersarmoede te bestrijden, juist indunbevolkte regio’s en buitengebieden, waar relatief meer mensenwonen, die een lager inkomen hebben dan gemiddeld en waar kwetsbarehuishoudens vooral afhankelijk zijn van streekvervoerders en busvervoer,en de NS slechts een beperkte rol speelt? Hoeveel kwetsbare huishoudensin de regio’s, die afhankelijk zijn streekvervoerders, hebben straks geentoegang meer tot het openbaar vervoer? Zijn streekvervoerders wel bereidom deze mensen tegemoet te komen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe?Antwoord op vraag 37Deze vraag van de BBB gaat uit van de situatie voordat de Onderwegpasuit het SKP is gehaald. Het was in de situatie waar werd begonnen met NSaltijd expliciet de bedoeling dat ook stad- en streekvervoerders aankonden sluiten na verloop van tijd op het moment dat deze vervoerdersdat zouden willen.De leden van de BBB-fractie hechten sterk aan het voorkomen van eenNederland van twee snelheden.38.Welke concrete maatregelen treft de Staatssecretaris om te voorkomendat kwetsbare huishoudens in de regio’s structureel minder profiteren vanhet minimaticket dan inwoners in stedelijke gebieden? Welke concretealternatieve, kleinschalige oplossingen (zoals buurtbusjes, ov-op-afroep ofandere flexibele vervoersvormen) worden momenteel versneldontwikkeld of uitgerold voor kwetsbare huishoudens in regio’s waar hetNS-ticket geen of nauwelijks meerwaarde biedt, om alsnog te voldoen aande doelstellingen van het Sociaal Klimaatplan?Antwoord op vraag 38Zie het antwoord op vraag 37. De Onderwegpas is op dit moment geenonderdeel meer van het SKP.De leden van de BBB-fractie constateren dat het NOVB geen overeen-stemming heeft bereikt, omdat streekvervoerders de risico’s te grootachten, onder meer vanwege de gevolgen voor OVpay en de verwachteinkomstenderving zonder overheidscompensatie.39.Hoe beoordeelt de Staatssecretaris de technische maakbaarheid van eenlandelijke Onderwegpas via OVpay, nu blijkt dat dit in de praktijk eenzwaarwegend struikelblok vormt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87918 Antwoord op vraag 39Zie het antwoord op vraag 7.40.Op welke wijze kan de Staatssecretaris garanderen dat de huidige ambitieom het NS-ticket nu of in een later stadium alsnog uit te breiden naar allestreekvervoerders niet opnieuw vastloopt op dezelfde financiële entechnische bezwaren die nu tot het mislukken van de oorspronkelijkeOnderwegpas hebben geleid?Antwoord op vraag 40Zie het antwoord op vraag 37.41.De streekvervoerders hebben aangedrongen op een inkomstengarantievanuit de overheid. Kan de Staatssecretaris aangeven wat de verwachtemeerkosten voor het Rijk zijn bij het afgeven van een dergelijke garantie?Hoe verhouden deze kosten zich tot de gereserveerde middelen uit hetSCF en het Klimaatfonds, die primair bedoeld zijn voor ondersteuning vande doelgroep en niet voor het afdekken van bedrijfsrisico’s vanvervoerders?Antwoord op vraag 41Zie het antwoord op vraag 4.De leden van de BBB-fractie constateren dat de middelen uit het EuropeseSCF strikt geoormerkt zijn voor kwetsbare huishoudens die wordengeraakt door de ETS2-richtlijn. Tegelijkertijd omvat de aangenomen motieook de ontwikkeling van een jongerenticket. De Staatssecretaris geeft aandat inzet van SCF-middelen voor een jongerenticket ingewikkeld is, omdatslechts circa 4.000 kwetsbare jongeren binnen de doelgroep vallen.42.Is het kabinet desondanks voornemens om een algemeen jongerentickette ontwikkelen? Indien dat het geval is, uit welke niet-SCF-gebondenfinancieringsbronnen wordt dit jongerenticket gefinancierd, zodat deSCF-middelen volledig beschikbaar blijven voor de kern-doelgroep(huishoudens tot 101% van het sociaal minimum)?Antwoord op vraag 42Zie het antwoord op de vragen 23 en 37.43.De informele toetsing bij de Europese Commissie over de versmallingnaar een NS-ticket op het Hoofdrailnet is voor de leden van de BBB-fractievan groot belang. Is deze toetsing inmiddels afgerond, en zo ja, heeft deCommissie bevestigd dat deze aanpak EU-conform is binnen de kadersvan de SCF-verordening? Kan de Staatssecretaris bevestigen dat hiermeeaantoonbaar wordt voldaan aan de eis dat de middelen uitsluitendworden ingezet voor het mitigeren van de ETS2-impact op vervoersar-moede?Antwoord op vraag 43Zie het antwoord op de vragen 3 en 8.ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Staatssecretaris naderkan toelichten waarom er binnen het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad(NOVB) geen overeenstemming was over doorgaan met de ontwikkelingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87919 van het reisproduct. Deze leden wijzen erop dat er ook andere landelijkeov-regelingen zijn, bijvoorbeeld voor statushouders en Rijksambtenaren.44.Waarom lukte het dan niet om overeenstemming over dit reisabonnementte bereiken en wat vindt de Staatssecretaris daarvan?Antwoord op vraag 44Zie de antwoorden op de vragen 1, 2 en 4.45.Heeft de Staatssecretaris begrip voor het standpunt van de vervoerders?Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Wat is de inzet van de Staatssecre-taris geweest om alsnog overeenstemming te bereiken?Antwoord op vraag 45Zie het antwoord op vraag 4. Het is begrijpelijk dat de vervoerders erfinancieel niet op achteruit wilden gaan door de komst van de Onder-wegpas. Ik kan echter geen garanties geven voor de opbrengsten van devervoerders.46.Welke alternatieven zijn er daarnaast overwogen en waarom waren dezeblijkbaar niet haalbaar?Antwoord op vraag 46Zie het antwoord op vraag 4.47.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de Staatssecretaris ingesprek met de NS (en andere vervoerders) blijft om ervoor te zorgen datbinnenkort weer een aantrekkelijk jongerenreisproduct kan wordenaangeboden, in lijn met de wens die er leeft in de Kamer?Antwoord op vraag 47Zoals in het antwoord op vraag 23 aangegeven biedt NS gerichte kortingaan jongeren, in de vorm van een gratis abonnement voor 40% korting inhet dal en een speciale jongerenvariant van de NS PrijsTijd Deals. Inalgemene zin blijft het kabinet met NS en andere vervoerders in gesprekover de betaalbaarheid van het openbaar vervoer en aantrekkelijkekortingsproposities. Zie verder het antwoord op vraag 15 over deinvoering van landelijke proposities.48.Waartoe is de NS wel/niet bereid? Kan de Staatssecretaris de Kamer op dehoogte houden van de voortgang? Zo nee, waarom niet?Antwoord op vraag 48Het kabinet heeft in het najaar van 2025 met NS gesproken om deJongeren Dagkaart Dal te behouden. Deze kaart is per 1 juli 2025vervangen door andere kortingsproposities voor jongeren (zie hetantwoord op vraag 23 en 47). De conclusie hiervan is dat NS de JongerenDagkaart Dal niet opnieuw invoert. De reden hiervoor is dat NS voor eenforse besparingsopgave staat en de Jongeren Dagkaart Dal hen veel geldkost. Het kabinet kan NS niet verplichten de Jongeren Dagkaart Dalopnieuw in te voeren op basis van de nu geldende HRN-concessie.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris naar zijninzet om vervoersarmoede te verminderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87920 49.Op welke wijze wil hij borgen dat het openbaar vervoer voor mensen metlage inkomens zo toegankelijk mogelijk is?Antwoord op vraag 49Zie het antwoord op vraag 30. Er wordt op dit moment geen nieuweregeling ontwikkeld.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Staatssecretaris deKamer later zal informeren over de inzet van middelen van het SociaalKlimaatfonds die nu vrijvallen.50.Kan de Staatssecretaris schetsen aan welke verdeling hij denkt?Antwoord op vraag 50Zie het antwoord op de vragen 3 en 11.De leden wijzen bijvoorbeeld op het noodfonds energie.51.Vindt de Staatssecretaris dit een goede besteding? Zo nee, aan welkeandere doeleinden denkt hij/het kabinet ter invulling van de middelen?Antwoord op vraag 51Ik kan geen inhoudelijke beoordeling van een maatregel op een anderbeleidsterrein geven. De antwoorden op de vragen 3 en 11 gaan in op deinvulling van de middelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 87921

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a18450dfda0cf203

14 okt 2026 · 765e28e34a221cfe

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.