Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda van de Informele bijeenkomst van Milieuministers van 5 en 6 februari 2026 (Kamerstuk 21501-08-1022)
Brontekst
Versie d335f66d44bd7cb1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-08MilieuraadNr. 1023 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 3 februari 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat en de Minister van Klimaat en Groene Groei overde geannoteerde agenda van de Milieuraad van 5 en 6 februari 2026(Kamerstuk 21 501-08, nr. 1022) en het verslag van de Milieuraad van16 december 2025 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 1021).De vragen en opmerkingen zijn op 29 januari 2026 aan de Staatssecretarisvan Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Klimaat en GroeneGroei voorgelegd. Bij brief van 3 februari 2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,P. de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Van der Graaf kst-21501-08-1023ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10231 Vraag 1De leden van de D66-fractie verwelkomen de mededeling van de EuropeseCommissie over de circulariteit van plastics en het geplande steunpakketvoor de recyclingindustrie. Naar aanleiding van de geannoteerde agendahebben deze leden echter nog enkele prangende vragen: welke harderandvoorwaarden acht de Staatssecretaris noodzakelijk bij de toepassingvan de geactualiseerde massabalansregels voor chemische recycling omgreenwashing te voorkomen en de transparantie en controleerbaarheid tewaarborgen? Hoe borgt de Staatssecretaris dat chemische recyclingdaadwerkelijk complementair blijft aan hoogwaardige mechanischerecycling en niet leidt tot verdringing van bestaande circulaire ketens?Erkent de Staatssecretaris dat, ondanks enkele sectorspecifieke verplich-tingen, het huidige beleid nog grotendeels leunt op vrijwillige maatre-gelen? Acht de Staatssecretaris dit voldoende om structurele vraag naarrecyclaat te creëren, of is de Staatssecretaris bereid zich in te zetten voorverplichte minimumaandelen recyclaat in de komende EU-product-regelgeving onder de Circular Economy Act? Kan de Staatssecretarisbevestigen dat hij dit specifiek zal agenderen om een harde marktgarantievoor recyclers te creëren?AntwoordHet is allereerst belangrijk dat gerecycled plastic dat wordt toegepast alsbrandstof niet mag meetellen voor het gehalte gerecycled plastic in nieuwplastic. Daarom steunt het kabinet het door de Commissie voorgesteldeallocatiemodel «fuel use exempt», waarbij brandstofgebruik expliciet vande regels wordt uitgesloten. Daarnaast is het belangrijk dat de regels in depraktijk gehandhaafd worden, waarbij de administratieve lasten voor hetbedrijfsleven niet disproportioneel mogen worden verhoogd. Het kabinetis van mening dat het voorstel van de Commissie hier een goede balansin heeft gevonden.Het kabinet is van mening dat chemische recycling een noodzakelijkeaanvulling op mechanische recycling is en daarmee een belangrijkonderdeel van een circulaire plasticketen. Plastic dat niet recyclebaar is, ofniet geschikt is voor hoogwaardige mechanische recycling, of vrijkomt alsreststroom bij mechanische recycling, wordt nu nog vaak verbrand. Metchemische recycling kunnen die plastic afvalstromen alsnog verwerktworden tot grondstoffen voor de productie van nieuw hoogwaardigplastic. Het kabinet acht de kans op verdringing van mechanische doorchemische recycling klein, omdat chemische recycling significant hogerekosten kent dan mechanische recycling.Op dit moment is het toepassen van gerecycled plastic enkel verplicht inde Single Use Plastic (SUP)-richtlijn.1 Daarmee berust het toepassen vanrecyclaat in grote mate op vrijwilligheid. Dit beeld zal de komende jarenechter significant wijzigen. In 2030 treden de recyclaatverlichtingen van deVerpakkingenverordening2 in werking. Daarna volgen ook de recyclaatver-plichtingen van de Circulaire voertuigenverordening3. Tot slot volgen ermogelijk ook recyclaatverplichtingen bij nog uit te onderhandelenEuropese wetgeving, zoals textiel onder de Ecodesign voor DuurzameProducten (ESPR) en de aankomende Circular Economy Act (CEA)4.Het kabinet is van mening dat aankomende Europese regelgeving derecyclaatmarkt structureel zal verbeteren. Dit neemt echter niet weg dat de1Per 2025 is het verplicht om in PET-flessen 25% recyclaat toe te passen.https://eurlex.europa.eu/eli/dir/2019/904/oj?locale=nl2https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2025/40/oj3https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52023PC04514Zie ook: non-paper Circular Economy Act; Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-08, nr. 1009Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10232 situatie van plasticrecyclers, die nu al jaren slecht is, een urgent probleemis dat niet kan wachten op de structurele verbetering van de markt doorwetgeving die pas over jaren van kracht wordt. Daarom bepleit hetkabinet onder andere verplichte aandelen minimum recyclaat in de CEA.Ook is het belangrijk de Europese recyclaatmarkt te beschermen tegenoneerlijke handelspraktijken. Tegelijkertijd blijft conformiteit met deinternationaalrechtelijke verplichtingen een randvoorwaarde en heeft hetkabinet aandacht voor de impact van EU-maatregelen op de handelsbe-trekkingen met derde landen.Vraag 2De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over onder geprijsdeimporten uit derde landen die bijdragen aan het faillissement vanEuropese recyclers. Acht de Staatssecretaris de aangekondigde «ImportSurveillance Task Force» en de huidige antidumpingmaatregelenvoldoende om deze oneerlijke concurrentie op de Europese recyclaat-markt tegen te gaan? Of zijn aanvullende handelsmaatregelen nodig, enzo ja, welke? Is de Staatssecretaris bereid om zich binnen de EU actief inte zetten voor een gerichte investeringsagenda voor recyclingcapaciteit eninnovatieve circulaire technologieën, vergelijkbaar met de aanpak voorandere strategische industrieën (zoals chips of waterstof)? Kan deStaatssecretaris toelichten via welke instrumenten hij dit wil bereiken enhoe de beoogde Trans-Regional Circularity Hubs hieraan bijdragen?AntwoordDuidelijk is dat plasticrecyclers te maken hebben met goedkopergeïmporteerd virgin plastic (uit fossiele brandstoffen), een overschot aante recyclen materialen, en stevige en deels oneerlijke concurrentie uitderde landen en hoge energieprijzen. Daarom roept het kabinet al langerde Commissie op om gebruik te maken van het handelsdefensiefinstrumentarium waar dit nodig is.Het is op dit moment niet geheel in te schatten of de aangekondigdemaatregelen voldoende zullen zijn. Verdere uitwerking hiervan is nodig.Het kabinet wacht deze voorstellen af en zal deze bij verdere uitwerkingnader beoordelen, met daarbij onder andere aandacht voor de concurren-tiepositie van Europese bedrijven, de impact op de handelsrelaties metderde landen en de verplichtingen in EU-handelsakkoorden.In de mededeling bij het plastic winterpakket wijst de EuropeseCommissie op het belang van investeringen in de circulaire economie(zie ook het antwoord op vraag 4). Het kabinet onderstreept het belangvan investeringen in de circulaire economie. In het non-paper voor de CEA(zie voetnoot 4) vraagt het kabinet hier ook aandacht voor.Daarbij is het ook nodig investeringszekerheid te vergroten, doorbijvoorbeeld verbeterde samenwerking in ketens, het stellen vanlange-termijn doelen, het bieden van zekerheid via stabiele Europesewetgeving, en het versterken van de Europese interne markt. De ontwik-keling van Trans-Regional Circularity Hubs kan hier daarom positief aanbijdragen, net als de voorstellen voor einde-afval criteria voor plastics enhet voorstel voor massabalansregels uit het plastic winterpakket, alsookde aankomende CEA.Vraag 3De leden van de CDA-fractie merken op dat de Europese Commissieonlangs een pakket heeft gepubliceerd om de circulariteit van plastics tepromoten. Ook de einde-afval-criteria voor mechanisch plasticrecyclaatkomen daar in terug. Door aangepaste regels die in alle EU-lidstatenhetzelfde zijn, moet het makkelijker worden om plasticrecyclaat binnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10233 Europa te verhandelen en ontstaat er een gelijk speelveld voor bedrijven.Deze leden vinden het belangrijk dat deze maatregelen, waaronder deeinde-afval-criteria en de massabalansregels voor chemische recycling, zosnel mogelijk worden ingevoerd. Zij vragen de Staatssecretaris wat in datkader een realistisch tijdpad zou kunnen zijn voor de definitieve invoeringvan onder andere de einde-afval-criteria in Nederland en in de rest van deEU.AntwoordOp dit moment is er nog geen definitief tijdpad te schetsen voor deinwerkingtreding van de einde-afval-criteria voor plastic. Met hetwinterpakket heeft de Commissie hiervoor een conceptvoorstelvoorgelegd ter consultatie. Hierbij geeft de Commissie aan dat deCommissie de einde-afval-criteria voor plastic op 1 juli 2026 in werking willaten treden. Of dit haalbaar is, zal ook afhangen van de reacties die deCommissie heeft ontvangen in de recente publieke consultatie. DeCommissie zal n.a.v. deze reacties immers een definitief voorstel moetendoen. Daarna kan verdere vaststelling plaatsvinden via de daarvoorgeldende procedures. Een bredere inzet op einde-afval wordt verwacht inde Circular Economy Act, die gepland staat voor het derde kwartaal vandit jaar.Over het voorstel voor de massabalansregels zal begin februari wordengestemd in het hiervoor relevante expertcomité. Bij een positieveuitkomst van de stemming, kan de Commissie de uitvoeringshandelingdaarna vaststellen. Afhankelijk van wanneer de Commissie vervolgensdeze uitvoeringshandeling daadwerkelijk vaststelt, zouden de regels20 dagen hierna in werking treden en zou inwerkingtreding einde van heteerste kwartaal mogelijk zijn.Vraag 4De leden van de CDA-fractie constateren dat de Europese Commissietevens van plan is om investeringen in de innovatie en opschaling vancirculaire technologieën, waaronder recycling, te versterken. Deuitwerking van deze plannen volgt nog. Deze leden vragen wat deStaatssecretaris, in afwachting van de verdere uitwerking al kan vertellenover de doelstellingen van deze investeringen, op welke termijn de uitrolwordt verwacht en welke rol hij ziet weggelegd voor het bedrijfsleven bijde uitvoering ervan.AntwoordIn de recente mededeling van het plastic winterpakket kondigt deEuropese Commissie geen concreet investeringspakket aan. Welonderschrijft de Commissie het belang van investeringen in de circulaireeconomie. Ook wijst de Commissie o.a. naar haar voorstel voor hetMeerjarig Financieel Kader (MFK), waarover momenteel wordt onder-handeld, en de investeringen hierin onder de huidige EU-begroting.Daarnaast stelt de Commissie dat de voorgestelde maatregelen, zoals dehierboven genoemde regels voor einde-afval, bij kunnen dragen aan deinvesteringszekerheid van de circulaire transitie. Ook de TransregionalCircularity Hubs kunnen aan deze investeringszekerheid bijdragen, doorbijvoorbeeld opschaling van circulaire processen en verbeterde samen-werking tussen bedrijven en regio’s. Het kabinet benadrukt hierbij hetbelang dat uitwerking van relevante maatregelen aansluit bij de (investe-rings)behoefte van het bedrijfsleven en andere stakeholders. Het kabinetkijkt daarom uit naar het verdere voorstel voor deze hubs, dat later ditkwartaal wordt verwacht.Vraag 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10234 De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie vinden het positief om te lezen dat het belangvan de transitie naar een circulaire economie hoog op de agenda inEuropa lijkt te staan. Tegelijkertijd zijn deze leden teleurgesteld in devoorgenomen scope van de Circulaire Economie wet, waar de focusvooral ligt op de onderkant van de R-ladder, namelijk recycling, in plaatsvan de hogere stappen op de R-ladder en dus op het verminderen vangebruik van grondstoffen voor producten (refuse, rethink, reduce),vervangen en verlengen (re-use, repair, refurbish, remanufacture,repurpose). Hiermee mist de Europese Commissie de kans om de transitiedaadwerkelijk op gang te brengen: minder gebruiken en hergebruiken (endaardoor minder extraheren van grondstoffen) zou voorop moeten staan,evenals circulair ontwerp en levensduurverlenging. Is de Staatssecretarisbereid om zich bij de Milieuraad in te zetten voor meer aandacht voorstappen hoger op de R-ladder? Zo nee, waarom niet?AntwoordHet kabinet onderschrijft het belang van een inzet op de gehele R-ladder,zowel in het kader van de Circular Economy Act (CEA) als in andererelevante (wetgevende) instrumenten. De Nederlandse inzet voor de CEAis opgenomen in het Nederlandse paper hiervoor (zie ook: voetnoot 4). DeCEA staat niet op de agenda van de aankomende informele bijeenkomstvan Milieuministers, maar in aanloop naar de publicatie van de CEA, dat isverwacht voor het derde kwartaal van dit jaar, vraagt Nederland hiercontinue aandacht voor op zowel politiek als ambtelijk niveau. Conformde motie Buijsse5 trekt Nederland hier ook actief samen in op metgelijkgezinde Europese lidstaten.Het is op dit moment nog niet te overzien in hoeverre de Nederlandseinzet in dit dossier uiteindelijk zal worden weerspiegeld in het voorstel vande Commissie. Momenteel is de precieze vorm en inhoud van de CEA nogonduidelijk. De Commissie benadrukt in ieder geval dat de CEA moetbijdragen aan het versterken van de interne markt voor secundairematerialen.Vraag 6De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie wijzen erop dat er eerder moties zijn aange-nomen die het kabinet opdragen om maatregelen te nemen voor eenvoortvarende aanpak van fast fashion. De meest recente motie (motieKostic´, Huidekooper, Zalinyan – december 2025, Kamerstuknummer21 501-08, nr. 1017) verzocht de regering om zich in de Milieuraad endaarbuiten samen met Frankrijk in te zetten voor snelle en sterke stappenin de nationale en Europese aanpak van fast fashion en een paar keer perjaar proactief over de voortgang aan de Kamer te rapporteren. Kan deStaatssecretaris uitgebreid toelichten welke stappen hij sindsdien preciesheeft ondernomen? Hoe geeft de Staatssecretaris hier uitvoering aan bijde informele Milieuraad op 5 en 6 februari? En hoe daarna?AntwoordZoals beschreven in het verslag van de Milieuraad van december 2025heeft het kabinet de oproep van Frankrijk in de Milieuraad ondersteund.Het onderwerp staat niet op de agenda van de komende informelebijeenkomst van Milieuministers, maar het kabinet verkent op dit momentde mogelijkheden om – samen met andere lidstaten, waaronder Frankrijk– een aanvullend signaal aan Brussel af te geven. Belangrijke punten voorhet kabinet de komende tijd zijn ambitieuze producteisen onder deKaderverordening Ecodesign, waaronder een verplicht percentage5Kamerstukken II, 2025–2026; 21 501-08, nr. 982Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10235 recyclaat (textiel-tot-textielrecycling) en een gezamenlijke definitie van(ultra) fast fashion op basis waarvan verdere maatregelen genomenkunnen worden.Internationale (klimaat)processenVraag 7De leden van de D66-fractie constateren dat de geopolitieke verhoudingende internationale voortgang bemoeilijken. Juist nu moet de EU haar rolals mondiale klimaatdiplomaat opeisen. Op welke manier gaat deStaatssecretaris de Europese handelsmacht inzetten om internationalepartners te blijven stimuleren tot ambitieuze Nationally DeterminedContributions (NDC’s) richting COP31? Hoe kan de EU een «coalition ofthe willing» vormen om de 1,5-graad-doelstelling levend te houden, ookbuiten de traditionele multilaterale blokkades om?AntwoordEr zijn verschillende manieren waarop klimaat terugkomt in het Europesehandelsbeleid. Zo zet de Europese Commissie in lijn met de mededelingover handel en duurzame ontwikkeling uit 2022 erop in de Overeenkomstvan Parijs als essentieel element op te nemen in handelsakkoorden.6 Datbetekent dat ernstige schending van de Overeenkomst kan leiden tot het(deels) opschorten van de handelsvoordelen onder het akkoord. In derecent afgesloten akkoorden met de Mercosur-landen en Indonesië is dezeinzet ook opgenomen in het uiteindelijke akkoord. Ook in het handelsak-koord met India is klimaat verankerd in het hoofdstuk Handel enDuurzame Ontwikkeling, dat de EU de mogelijkheid biedt India aan tespreken op de implementatie van het Klimaatakkoord van Parijs.Daarnaast zijn er ook duurzaamheidsinstrumenten die (toegang tot) deEuropese interne markt gebruiken om verduurzaming tot stand te helpenbrengen. Denk daarbij aan het Carbon Border Adjustment Mechanism,waarbij een koolstofheffing betaald moet worden voor bepaalde geïmpor-teerde producten indien de uitstoot nog niet (afdoende) is beprijsd in hetexporterende land. Hoewel dit laatste voorbeeld geen directe gevolgenheeft voor de ambitie die landen neerleggen in hun NDC’s, maakt ze hetwel belangrijker en aantrekkelijker voor derde landen om hun economie teverduurzamen. Nederland steunt deze inzet van de Europese Commissie.Nederland en meerdere andere EU-landen zijn actief in de High AmbitionCoalition (HAC). Deze groep landen was instrumenteel om de 1,5-graad-doelstelling in de Overeenkomst van Parijs te krijgen, en speelde eencruciale rol bij de afspraken over het versneld wegbewegen van fossielebrandstoffen die zijn gemaakt op de COP28 in Dubai. Het kabinet zal inhaar interventie bij deze informele bijeenkomst van Milieuministersoproepen om als EU onze samenwerking met de HAC te versterken, ominderdaad te zorgen dat het langetermijndoel binnen bereik blijft. Om ditte kunnen realiseren is het bovendien belangrijk dat landen hun klimaat-plannen en Nationally Determined Contributions uitvoeren. Om deimplementatie van gemaakte afspraken over het uitfaseren van fossielebrandstoffen verder te brengen organiseert Nederland samen metColombia in april dit jaar een ministeriële conferentie.Vraag 8De leden van de BBB-fractie lezen dat EU-eenheid onder druk staat binnende Internationale Maritieme Organisatie (IMO), wat betreft het Net ZeroFramework. Kan de Staatssecretaris toelichten waar deze verdeeldheid6Communication on the power of trade partnerships: together for green and just economicgrowth, https://circabc.europa.eu/ui/group/8a31feb6-d901-421f-a607-ebbdd7d59ca0/library/8c5821b3-2b18-43a1-b791-2df56b673900/detailsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10236 over gaat? Hoe gaat de Staatssecretaris voorkomen dat Nederlandstrengere maritieme eisen krijgt opgelegd dan concurrerende landenbuiten de EU?AntwoordIn oktober 2025 heeft de IMO vergaderd over het aannemen van hetNet-Zero Framework (NZF). In de verzamelbrief Maritieme Zaken van26 januari jl.7 bent u geïnformeerd dat de vergadering verdaagd is. Datbesluit is genomen onder druk. Tijdens de Transportraad van 4 december2025 is het belang benoemd van een eensgezind optreden vanEU-lidstaten8. Nederland zet zich daar actief voor in. Nederland blijft hetNZF onverkort steunen en zet zich actief in om genoeg steun te verza-melen om het voorstel aan te nemen wanneer de bijeenkomst wordthervat. Mondiale regelgeving van de IMO bevordert een gelijk speelveld.Samenhang tussen waterweerbaarheid en klimaatadaptatieVraag 9De leden van de D66-fractie schrikken van de cijfers waaruit blijkt dat 25%van de totale Europese klimaatschade van de afgelopen veertig jaar in delaatste vier jaar is ontstaan. Zij onderschrijven de conclusie dat investerenin adaptatie vele malen goedkoper is dan het herstellen van schadeachteraf. Deze leden vragen de Staatssecretaris hoe hij de «dividend-gedachte» – waarbij elke geïnvesteerde euro in overstromingsbe-scherming zich verzesvoudigt – vertaalt naar concreet beleid in deEuropese Raad.AntwoordHet Kabinet onderschrijft het belang van het nemen van maatregelen omschade te voorkomen. Bij het opstellen en uitvoeren van beleid voor hetvergroten van de weerbaarheid tegen klimaatverandering wordt op basisvan risicoanalyses en stresstesten bepaald wat de risico’s zijn en welktype adaptatie maatregelen daarbij passend zijn.Daarbij kan het gaan om preventieve maatregelen, maar ook omschadebeperking of crisisbeheersing. Overwegingen met betrekking totkosten en baten spelen daarbij een belangrijke rol. Hoe groter het verschiltussen de kosten voor het herstellen van schade en de kosten voor hetvoorkomen van schade, hoe meer het nemen van preventieve maatre-gelen in de rede ligt. Dit uitgangspunt zal ook actief in de Milieuraadworden uitgedragen.Vraag 10De leden van de D66-fractie verwelkomen de presentatie van het EuropeesMilieuagentschap (EMA) over waterweerbaarheid. Welke inzet kiest deStaatssecretaris in de Milieuraad om, vooruitlopend op het aangekon-digde Europese initiatief over klimaatveerkracht in oktober 2026, te pleitenvoor bindende Europese doelstellingen voor klimaatweerbaarheid,analoog aan de bindende doelen voor emissiereductie? Is de Staatssecre-taris bereid deze inzet actief in de Raad te agenderen, en hoe zal hij zichdaarbij hard maken voor een consequente toepassing en verankering vanhet «do-no-significant-harm»-principe in de financiering van grensover-schrijdende waterprojecten?AntwoordHet kabinet is voorstander van Europees klimaatadaptatiebeleid, in lijnmet de EU-standpunten zoals weergegeven in het BNC-fiche over de7Kamerstukken II, 2025–2026, 31 409-4958Kamerstukken II, 2025–2026, 50 133-1186Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10237 Mededeling beheersing van klimaatrisico’s (2024).9 Anders dan bijreductie van emissies van broeikasgassen, is het voor klimaatweer-baarheid niet zinvol om op Europees niveau concrete specifieke doelstel-lingen te formuleren. Klimaatverandering pakt in verschillende landen engebieden verschillend uit, zodat het nemen van adaptatiemaatregelenvrijwel altijd lokaal maatwerk vereist. Om hier ruimte aan te geven is hetenkel mogelijk om op EU-niveau algemene doelen te stellen, waarbij deinhoudelijke invulling door de lidstaten dient te geschieden. De inzet vanhet kabinet is daarom vooral gericht op het vergroten van het Europeseinstrumentarium om lidstaten te ondersteunen sneller klimaatbestendig teworden.Nadere ondersteuning is ook relevant voor grensoverschrijdendewaterprojecten. Nederland is al actief in grensoverschrijdende samen-werking, bijvoorbeeld via de internationale riviercommissies. Het kabinetvindt versterking van deze samenwerking met ondersteuning van de EUbelangrijk, bijvoorbeeld in de beschikbare middelen en capaciteit van deinternationale riviercommissies. Het niet toebrengen of beperken vanschade bij grensoverschrijdende waterprojecten is een uitgangspunt, datook terug zou moeten komen in de financiering van dergelijke projecten.Over de toepassing van het Do No Significant Harm-principe (DNSH) in denieuwe EU-begroting volgt nog een richtsnoer vanuit de EuropeseCommissie. Het is op dit moment nog onduidelijk hoe dit concept wordtvormgegeven binnen de financieringsprogramma’s van de nieuweEuropese begroting.Vraag 11De leden van de BBB-fractie lezen dat er wordt gesproken over eenEuropese Waterweerbaarheidsstrategie die gericht is op een «economiedie slim met water omgaat» (geannoteerde agenda). Kan de Staatssecre-taris garanderen dat deze strategie niet zal leiden tot nieuwe dwingendebeperkingen voor de agrarische sector wat betreft watergebruik ofonttrekking? Hoe verhoudt dit zich tot de Nederlandse subsidiariteit op hetgebied van eigen regionaal waterbeheer?AntwoordDe Waterweerbaarheidsstrategie geeft uitgangspunten voor verderebeleidsontwikkeling binnen de EU op dit vlak. De strategie brengt geennieuwe juridische verplichtingen in bestaande programma’s met zich meeen de aanbeveling is niet bindend. Zoals de strategie nu is verwoord, lijkthet optreden geschikt om de doelstelling van het vergroten van deweerbaarheid op watergebied binnen de EU te bereiken. Bovendien gaathet voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat deuitvoering aan de lidstaten wordt overgelaten. Mochten er voorstellen metwetgevingshandelingen vanuit de Commissie worden gepubliceerd, danzal het kabinet deze zoals te doen gebruikelijk beoordelen op hunproportionaliteit.De strategie heeft beoogd de klimaatbestendigheid van de EU tevergroten en de wateruitdagingen aan te pakken. Gezien het grensover-schrijdende karakter van de water- en klimaatproblematiek kan ditonvoldoende door lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveauworden verwezenlijkt. Daarom is een EU-aanpak nodig. Naast acties oplokaal, regionaal, nationaal, internationaal (binnen de stroomgebieden ensamenwerking in rivier- en scheepvaart commissies) dienen ook opEuropees niveau acties te worden ondernomen om een weerbaresamenleving te realiseren. Coördinatie binnen de EU zorgt voor efficiën-tieverbeteringen met name op het gebied van bilaterale en multilaterale9Kamerstukken II, 2023–2024, 22 112, nr. 3930.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10238 samenwerking. Dit is noodzakelijk voor adequaat, grensoverschrijdendwaterbeheer. Om die redenen is optreden op het niveau van de EUgerechtvaardigd. Mochten er in het vervolg wetgevingsvoorstellen doorde Commissie worden gepubliceerd, dan zal het kabinet deze voorstellenbeoordelen op hun subsidiariteit via het gebruikelijke BNC-fiche.Vraag 12De leden van de BBB-fractie lezen er een aanzienlijke «investment gap»voor klimaatadaptatie is, die oploopt tot 137 miljard euro per jaar. Inhoeverre is het kabinet bereid te voorkomen dat de rekening voor dezemiljardeninvesteringen eenzijdig bij de landbouw en visserij terechtkomtvia het «do-no-significant-harm»-principe bij financieringsprogramma’s?AntwoordHet Do No Significant Harm-principe (DNSH) heeft als doel dat er geenernstige afbreuk mag worden gedaan aan bestaande EU-milieudoel-stellingen. Elke sector kent daarin eigen risico’s en kansen. Het kabinet zetzich ervoor in dat bij de uitwerking van het DNSH-principe rekening wordtgehouden met een proportionele en uitvoerbare toepassing daarvan,waarbij wordt gekeken naar sectorspecifieke omstandigheden (met namerelevant voor landbouw, visserij en de aquacultuursector) zoals technolo-gische haalbaarheid en bestaande transitiepaden. Over de toepassing vanhet Do No Significant Harm-principe (DNSH) in de nieuwe EU-begrotingvolgt nog een richtsnoer vanuit de Commissie. Het is op dit moment nogonduidelijk hoe dit concept wordt vormgegeven binnen de financierings-programma’s van de nieuwe Europese begroting.Het genoemde «investment gap» van 137 miljard euro is de maximaleinvestering die volgens het Europees Milieuagentschap (EEA) voor desectoren transport, energie en landbouw gezamenlijk in de EU nodig isvoor aanpassing aan klimaatverandering bij een hoge uitstoot vanbroeikasgassen.10 Het grootste deel daarvan is nodig voor investeringenop het gebied van energie. Voor landbouw komt het EEA uit op 17 miljardeuro voor de EU als geheel indien de uitstoot van broeikasgassenmondiaal sterk blijft stijgen. Het is dus zeker niet zo dat de geheleinvestering op het conto van de landbouw komt te liggen.Vraag 13De leden van de BBB-fractie lezen dat het Europees Milieuagentschap steltdat klimaatbeleid voor de landbouwsector vooral rendement zal opleverendoor schade te beperken. Deelt de Staatssecretaris de opvatting van dezeleden dat deze visie en de stapeling van Europese regelgeving (zoals deKaderrichtlijn Water en nieuwe adaptatiewetgeving) de economischelevensvatbaarheid van boerenbedrijven juist direct onder druk zet?AntwoordOndernemers in de land- en tuinbouw ervaren nu al de gevolgen vanklimaatverandering, zoals extreme droogte en hitte, wateroverlast ofverzilting. Schade aan teelten en kassen als gevolg van klimaatrisico’szetten de bedrijfscontinuïteit onder druk en hebben een negatieve invloedop de economische levensvatbaarheid van agrarische ondernemers. Methet Actieprogramma Klimaatadaptatie Landbouw (AP KAL) uit 2020, datonder de Nationale Adaptatiestrategie (NAS) valt, werkt het kabinet actiefaan klimaatweerbaarheid in de Nederlandse land- en tuinbouw. Het doelvan het Actieprogramma is om landbouwondernemers te ondersteunenen te stimuleren beter met de gevolgen van klimaatrisico’s om te gaan.10European Enviornment Agency, Investing in climate adaptation strengthens Europeancompetitiveness https://www.eea.europa.eu/en/newsroom/news/investing-in-climate-adaptation-strengthens-european-competitivenesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10239 Hiermee richt het kabinet zich op het bieden van een duurzaam toekomst-perspectief aan boerenbedrijven.De Commissie werkt tevens aan een EU-voorstel om de klimaatweer-baarheid van de EU en haar lidstaten te vergroten. Dit «Europees initiatiefinzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatrisico’s» wordtverwacht in oktober 2026. Het kabinet onderstreept het belang dat er bijnieuw beleid op gebied van klimaatadaptatie aandacht is voor deeconomische gevolgen en de bedrijfscontinuïteit van agrariërs.Vraag 14De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de Britse inlichtingendienstenbevestigen dat belangrijke ecosystemen wereldwijd «op het punt staanom in te storten» en waarschuwen dat dit de nationale veiligheid van hetVerenigd Koninkrijk in gevaar brengt. De inlichtingendiensten constaterendat nu al steeds meer oogsten mislukken, weerextremen toenemen ensteeds vaker besmettelijke ziektes uitbreken.Zonder actie kan dit in de nabije toekomst tot onder andere voedselte-korten en stijgende prijzen leiden. Is de Minister het met de conclusies vande inlichtingendiensten eens en erkent de Minister dat de aanpak van deklimaat- en biodiversiteitscrisis een kwestie is van nationale, Europese eninternationale veiligheid en voedselzekerheid? Is de Minister bereid om bijde informele Milieuraad aandacht te vragen voor deze conclusies van deinlichtingendiensten en samen met collega’s op te trekken in niet alleensterker beleid voor klimaatadaptatie, maar ook in het versterken vaninternationaal en Europees beleid in het voorkomen van verdereontwrichtende klimaatverandering? Zo nee, waarom niet? Omarmt deMinister de conclusies van het Europees Milieuagentschap (EMA) datextra beleid (met name op landbouw, transport en energie) vooralrendement zal opleveren en dat uitstel van actie meer kost dan nuinvesteren? Zo nee, op welke wetenschappelijk conclusies baseert deMinister zich dan? Ziet de Minister ook de «investment gap» dat het EMAaankaart en op welke manier gaat de Minister zich inzetten om dat gat zosnel mogelijk te overbruggen (aangezien de kosten van nu niet investerenveel groter zullen)?AntwoordHet kabinet heeft kennis genomen van de conclusies uit het Britseinlichtingenrapport Global biodiversity loss, ecosystem collapse andnational security11.Het kabinet zet zich in voor het behoud en herstel van ecosystemen eneen weerbare voedselvoorzieningsketen waarin een integrale risicobena-dering wordt gehanteerd die klimaat- en biodiversiteitsrisico’s explicietmeeneemt. In de «Veiligheidsstrategie van het Koninklijk der Neder-landen» wordt ingezet op intensivering van klimaatmitigatie en –adaptatie en er wordt binnen andere actielijnen van de strategie rekeninggehouden met klimaatverandering. De grensoverschrijdende aspectenhiervan vormen een belangrijke reden voor het kabinet om klimaatweer-baarheid in EU-verband te willen bespreken. Het kabinet zal tijdens deInformele Milieuraad aandacht vragen voor het belang van gezamenlijkeactie op het gebied van het vergroten van de weerbaarheid tegenklimaatverandering (adaptatie), als op het zoveel mogelijk voorkomen vanklimaatverandering (mitigatie).Het kabinet volgt nauwgezet de discussies in Brussel over de nieuweEU-begroting. Het kabinet is van mening dat de EU-begroting de klimaat-11Global biodiversity loss, ecosystem collapse and national security, GOV UK, National securityassessment-global biodiversity loss ecosystem collapse and national securityTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 102310 en energietransitie en decarbonisatie van de industrie dient te onder-steunen, aangezien deze een belangrijk fundament zijn voor het bredereEuropese concurrentievermogen en onze weerbaarheid. Daarbij moet ookworden gekeken naar financiering en investeringen vanuit niet-overheden.Met bijdragen uit de EU-begroting kan een hefboom worden gecreëerdom meer publieke en private financiering te verwerven, zoals reedsgebeurt onder InvestEU en via de Europese Investeringsbank (EIB). Hetkabinet ziet voordelen van (innovatieve) financiële instrumenten en staatopen voor de inzet daarvan binnen de EU-begroting. Het is daarbij welvan belang dat de financiële risico’s worden gedekt door de EU-begroting.REACHVraag 15De leden van de CDA-fractie merken op dat er geruchten rondgaan dat deherziening van REACH-verordening mogelijk niet doorgaat, maar dat erenkel wijzigingen zullen plaatsvinden via comitéprocedure. Deze ledenvragen de Staatssecretaris of hij op de hoogte is van deze geruchten enwat zijn reactie daarop is. Deelt de Staatssecretaris de mening dat hetonwenselijk zou zijn als de herziening van REACH-verordening nietdoorgaat?AntwoordDe Europese Commissie heeft hierover nog geen mededelingen gedaan,maar de genoemde signalen zijn wel bekend.Het kabinet is van mening dat de herziening van de REACH-verordeninglangs de lijnen van de EU-strategie voor duurzame chemische stoffen12sterk de voorkeur heeft. Verschillende van de ideeën uit het non-paper13dat afgelopen najaar met de Kamer is gedeeld, kunnen ook zonder eenwijziging van de wetstekst van REACH worden gerealiseerd. Die ideeënhebben met elkaar gemeen dat ze per saldo zullen leiden tot minderregeldruk en tegelijkertijd tot een betere bescherming van mens, dier enmilieu vergeleken met de huidige praktijk.Vraag 16De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie constateren dat bij de Milieuraad van december2025 ook voor de transitie naar circulaire economie het belang van eenherziening van de REACH-verordening terecht is bevestigd. Deze ledenhebben echter via berichten van de gerenommeerde nieuwssite Politicovernomen dat de herziening van de REACH-verordening, al meerderekeren uitgesteld, mogelijk niet doorgaat als zodanig maar dat hooguitwijzigingen zullen plaatsvinden via comitologie (in comité»s buiten deRaad en het Europees Parlement om).Het probleem met wijzigingen via zulke comité-structuren: ten eerste vindtgeen fundamentele herziening van de verordening zelf plaats, terwijl dievanuit allerlei invalshoeken broodnodig werd geacht en de Kamer hierook op heeft ingezet via onder andere een brief aan de EuropeseCommissie. In die brief wordt beschreven waarom fundamenteleherziening nodig is:om procedures te versnellen (goed voor het bedrijfs-leven), om het beschermingsniveau te waarborgen nu steeds meernieuwe stoffen op de markt komen (goed voor mensen en biodiversiteit)en om dierproeven te verminderen (door het leggen van verbinding metde roadmap voor het uitfaseren van dierproeven). Daarnaast, los van deinhoud, is wijziging op comiténiveau een slechte zaak omdat een zo12Chemicals Strategy for Sustainability, COM(2020) 66713Kamerstukken II, 2025–2026; 21 501-08 nr. 1011Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 102311 belangrijk onderwerp als chemische stoffen op politiek niveau hoort teworden behandeld, in de Raad en in het Europees Parlement. Dat is deenige manier om het democratisch gehalte van de besluitvorming tewaarborgen en om transparantie voor de burgers te garanderen.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie maken zich hier ernstig zorgen over en consta-teren dat deze ontwikkeling tegen de lijn van de Kamer in zou gaan. Kande Staatssecretaris reageren op de bovenstaande geruchten dat deherziening van de REACH-verordening mogelijk niet doorgaat maar dathooguit wijzigingen zullen plaatsvinden via comitologie? Heeft deStaatssecretaris anders aanwijzingen dat de herziening van REACHconform de reguliere weg zal gaan en niet via de weg van comitologie?Wat is daarover bekend bij de Staatssecretaris en sinds wanneer precies?De Kamer heeft de herziening van REACH tot prioriteit benoemd enrichting de Europese Commissie per brief aangedrongen op een snelleherziening van de verordening. Is de Staatssecretaris bereid om bij deinformele Milieuraad deze kwestie op te brengen en zich er sterk voor temaken dat een echte herziening van REACH zoals gepland doorgaat en debespreking daarvan op politiek niveau, transparant en via de gebruikelijkedemocratische wijze doorgang vindt? Is de Staatssecretaris daarbij bereidom en marge van de informele Milieuraad actief samenwerking te zoekenmet collega-bewindspersonen en na te gaan of gezamenlijke actie kanworden ondernomen?AntwoordHet kabinet is bekend met de geruchten vanuit de berichtgeving inPolitico. Dit is een punt van aandacht wat meegenomen wordt in decontacten met de Europese Commissie en lidstaten. Er zal informatieworden verzameld en van gedachten worden gewisseld over de kansenen de risico’s van het openbreken van de wetstekst van de REACH-verordening vergeleken met het uitsluitend aanpassen van de bijlage. Inhet verslag van de Milieuraad van 16 december 202514 heeft u kunnenlezen dat er op verzoek van de Kamer opnieuw is aangedrongen op hetspoedig uitbrengen van het voorstel voor de beoogde herziening van deREACH-verordening. Ook verschillende andere lidstaten hebben hierherhaaldelijk op aangedrongen. Het kabinet begrijpt en deelt ook de zorgvan de Kamer over de vertragingen die zijn opgetreden bij het publicerenvan de revisie van REACH. Het kabinet is het met de Kamer eens datbesluitvorming over nieuw beleid bij voorkeur op politiek niveau,transparant en via de gebruikelijke democratische wijze doorgang vindt.Ook een aanpassing via comitologie is een democratisch besluit. Demedewetgevers, Raad en Europees Parlement, hebben een comitégemandateerd bepaalde beslissingen te nemen.OverigVraag 17Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat er tijdens de raad gesprokenzal worden over de gevolgen van klimaatverandering. Hoe houdenverouderde richtlijnen, zoals de nitraatrichtlijn, maar ook de vogel- enhabitatrichtlijnen, rekening met de gevolgen van klimaatverandering? Isde Minister van Klimaat en Groene Groei het met deze leden eens datdoelen achterhaald kunnen zijn, en dat door klimaatverandering doelendie in het verleden zijn opgesteld, nu niet meer realistisch zijn?Antwoord14Kamerstukken II, 2025–2026; 21 501-08, nr. 1021Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 102312 De richtlijnen bieden mogelijkheden om rekening te houden met degevolgen van klimaatverandering. Zo geldt vanuit Europees recht datlidstaten niet zijn gehouden aan het onmogelijke. Binnen de Vogel- enHabitatrichtlijn (VHR) kan met de gevolgen van klimaatverandering, voorzover Nederland het niet in haar beschikkingsmacht heeft deze teondervangen, rekening worden gehouden bij het bepalen van doelen enmaatregelen. De Nitraatrichtlijn heeft als doel de waterverontreiniging diewordt veroorzaakt of teweeggebracht door nitraten uit agrarische bronnente verminderen, en verdere verontreiniging van dien aard te voorkomen.Dit doel geldt onafhankelijk van de klimatologische omstandigheden. Dezeverschillen immers op dit moment al sterk tussen lidstaten. Op ditmoment voert de Commissie een evaluatie van de Nitraatrichtlijn uit omte bezien of de richtlijn nog toegespitst is op de huidige (klimaat)omstan-digheden.Het kan voor de VHR zo zijn dat door klimaatverandering in het verledengestelde doelen niet meer haalbaar worden. Dan is er de mogelijkheiddeze binnen de kaders van de VHR aan te passen. Zoals is aangegeven inde verzamelbrief Natuur van 20 januari 2026,15 zijn onlangs de landelijkedoelen voor Natura 2000-habitattypen en soorten, die sinds 2006 golden,vernieuwd. Daarbij is rekening gehouden met klimaatverandering.15Kamerstukken II, 2025–2026, 33 576, nr. 474Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 102313
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.