KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief moties en toezeggingen Economische Zaken

16 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 83a1468e22e828b7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 2026Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 januari 2026Met deze brief informeer ik uw Kamer over verschillende onderwerpenbinnen het domein van het Ministerie van Economische Zaken. Daarnaastworden met deze brief enkele moties en toezeggingen afgedaan. Dezebrief wordt toegezonden ter voorbereiding op de begrotingsbehandelingvan 21 en 22 januari in de Tweede Kamer, zodat uw Kamer beschikt overde actuele stand van zaken.Toezegging evaluatie OndernemersTop 2025Graag informeer ik uw Kamer, conform toezegging, over de Onderne-mersTop die op 15 december 2025 plaatsvond in de Rijtuigenloods inAmersfoort. De OndernemersTop trok 425 deelnemers, merendeelsondernemers. Er zat veel positieve energie in de bijeenkomst. De teneurvan het rapport-Wennink, dat enkele dagen eerder was gepresenteerd,werd breed onderschreven. Ondernemers ervaren een hoge urgentie omde randvoorwaarden voor het ondernemingsklimaat in Nederland teverbeteren, om ondernemen weer aantrekkelijk te maken en de bredewelvaart, ook voor toekomstige generaties, in stand te houden. Hetmiddagprogramma bestond uit plenaire sessies, met presentaties,podiumpanels en discussie. De ochtend stond met workshops enhackathons in het teken van doen en het bedenken van oplossingen,vooral om de regeldruk te verminderen. Ook was er veel aandacht voor devraag hoe de inzet van AI kan helpen onze werkcultuur en arbeidsproduc-tiviteit te verbeteren. Een kort verslag van de OndernemersTop, met eenvideo waarin een aantal ondernemers aan het woord komt, is te vinden inde Nieuwsflits December 2025 - OndernemersTop1. De definitieveverslagen van de workshops en hackathons zullen later op deze websitepubliekelijk worden gedeeld.1Nieuwsflits December 2025 - OndernemersTop kst-36800-XIII-15ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 151 Evaluatie MKB!dee-regelingMet het Beleidsexperiment Menselijk Kapitaal MKB!dee, kortweg deMKB!dee-regeling, wilde het kabinet bijdragen aan het stimuleren van deleercultuur en de investeringen in menselijk kapitaal in de vorm vanscholing en onderwijs in het mkb. De regeling liep tussen 2018 en 2021 enis voor deze periode geëvalueerd door onderzoeksbureau SEOR. Deevaluatie concludeert dat de regeling legitiem was, en dat het gebruik vande regeling positieve effecten had op onder andere de leercultuur en lerenen ontwikkelingen bij deelnemende bedrijven. Langere termijn effecten opwerkgelegenheid, toegevoegde waarde en arbeidsproductiviteit kunnen(vooralsnog) niet worden vastgesteld. Het eindrapport «Evaluatie van deMKB!dee-regeling» treft u aan als bijlage 1 van deze brief.Evaluatie Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb(TEK)De TEK was een tijdelijke tegemoetkoming voor mkb-ondernemingen diein het leven was geroepen als gevolg van de hoge energieprijzen na deoorlog in Oekraïne. De Algemene Rekenkamer (AR) heeft geadviseerd omde TEK te evalueren. Deze evaluatie is uitgevoerd door de Auditdienst Rijk(ADR). Hieruit kwam naar voren dat ondanks de uitdagende omstandig-heden, de totstandkoming van de TEK en het traject dat hieraanvoorafging positief is gewaardeerd. Dat bevestigt dat de ontwikkeling enuitvoering van de TEK in grote lijnen goed is verlopen. Als gevolg vandalende energieprijzen is de TEK minder gebruikt dan voorzien. Heteindrapport zal spoedig online beschikbaar zijn2.Nadere financiële onderbouwing van de Nederlandse bijdrage aande European Tech Champions Initiative (ETCI 2.0)U treft in bijlage 2 van deze brief de nadere financiële onderbouwing vande Nederlandse bijdrage aan de tweede fase van het European TechChampions Initiative (ETCI 2.0). Dit betreft geen nieuw beleid, maar omdatde bijdrage van € 200 miljoen substantieel is, wordt de bijbehorendefinanciële tabel hierbij alsnog aan uw Kamer toegezonden. ETCI isgelanceerd met het doel om Europese bedrijven in staat te stellen om sneldoor te kunnen groeien op Europese bodem. ETCI 2.0 geeft een vervolgaan ETCI 1.0.Stimuleren maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)Naar aanleiding van de pilot over het verkennen hoe internationaalmaatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO), op basis van deOESO-richtlijnen, kan worden toegepast binnen hetEZ-bedrijfsleveninstrumentarium3 is bepaald dat het zwaartepunt zalkomen te liggen op het ondersteunen van bedrijven bij nieuwe regel-geving over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo participeertNederland in de voorbereidingen van een project onder het TechnicalSupport Instrument4 van de Europese Commissie, gericht op hetverbeteren van databeschikbaarheid ter ondersteuning van duurzaam-heidsrapportage, onder meer in het kader van de Corporate SustainabilityReporting Directive (CSRD). Daarnaast voert het Ministerie van Econo-mische Zaken een pilot uit gericht op een geïntegreerde implementatie2ADR-rapporten ministerie van Economische Zaken | Rijksoverheid | Rijksoverheid.nl.3Kamerstuk 26 485, nr. 4434Een Technical Support Instrument (TSI) van de Europese Commissie is een programma datEU-lidstaten op aanvraag gespecialiseerde expertise en ondersteuning biedt bij het ontwerpenen implementeren van structurele hervormingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 152 van Europese duurzaamheidswetgeving. Het doel daarvan is om in depraktijk de uitvoerbaarheid voor bedrijven te verbeteren en de regeldruk,met name voor het mkb, te beperken. De Kamer zal hierover dit jaarworden geïnformeerd. Ten slotte ondersteunt RVO via het MVO-steunpuntondernemers actief bij vragen over de gevolgen van de CSRD voor hunbedrijf.Motie Thijssen – Corporate Governance Code en reactie opMonitoring Rapport boekjaar 2024Op 16 december 2025 heb ik van Rob van Wingerden, de voorzitter van deMonitoring Commissie Corporate Governance Code, het MonitoringRapport boekjaar 20245 in ontvangst mogen nemen, in het bijzijn van deandere Commissieleden en de schragende partijen die de CorporateGovernance Code ondersteunen. Via deze brief bied ik uw Kamer hetrapport aan (zie bijlage 3) en geef ik, mede namens de Minister vanFinanciën en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, een reactie op hetrapport. Tevens doe ik de motie6 van het lid Thijssen af.Het is belangrijk dat de naleving van de code na een periode van tweejaar, waarin een Monitoring Commissie Corporate Governance Codeontbrak7, weer gemonitord is. Dit onderzoek betreft de eerste monitoringvan de herziene Code 2022, waarbij alle Nederlandse beursvennoot-schappen zijn betrokken.De algehele naleving door vennootschappen van de rapportagebepa-lingen in de Code ligt lager dan in eerdere onderzoeken, nl. 79%. Zijverschilt materieel tussen groepen. Vooral kleinere beursvennoot-schappen die niet in een index zijn opgenomen en Nederlandse vennoot-schappen die in het buitenland genoteerd zijn, laten een lagere nalevingvan de Code zien (78% resp. 68%), waarbij de vennootschappen die aande AEX of AMX zijn genoteerd een nalevingspercentage kennen van 94%resp. 92%. Het lagere nalevingspercentage wordt vooral verklaard dooraanscherping van de rapportagebepalingen in de Code 2022. De lat ligtzodoende hoger dan in voorafgaande monitoringsonderzoeken. Hetrapport biedt een aantal best practices, zoals ten aanzien van rapportageover diversiteit en inclusie, en daarmee handvatten voor verbeterderapportages in de toekomst. Het kabinet acht goede naleving van de Codeonmisbaar voor goed ondernemingsbestuur. Dat versterkt onsinvesterings- en vestigingsklimaat. Het kabinet gaat dan ook ervan uit datde betrokkenen met deze handvatten aan de slag gaan.Er is ook een steekproef gehouden onder institutionele beleggers opnaleving van de tot hen gerichte stewardship-bepalingen in de Code. In deCode 2022 zijn namelijk enkele belangrijke principes uit de NederlandseStewardship Code geïntegreerd, die zien op de verantwoordelijkhedenvan grote aandeelhouders. Immers, hoe groter het belang is dat eenaandeelhouder in de vennootschap houdt, des te groter is zijn verant-woordelijkheid jegens de vennootschap, mede-aandeelhouders en anderestakeholders. Daarom wordt van institutionele beleggers gevraagd omtransparantie te bieden over de wijze waarop zij gebruikmaken van hunrechten als aandeelhouder. Uit de monitoring en gevoerde gesprekkenblijkt dat de bekendheid van institutionele beleggers met de toepassingvan de nieuwe bepalingen van de Code nog beperkt is.5Zie www.mccg.nl6Gewijzigde motie van het lid Thijssen, Kamerstuk 31 083, nr. 767Zie Stcrt-2024–20041 en Stcrt-2025–9753Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 153 Het kabinet onderschrijft de prioriteiten die de Commissie bij monde vanhaar voorzitter heeft aangegeven voor 2026 en dat ze deze samen met deschragende partijen ter hand zal nemen. Zo verwelkomt het kabinet dat deCommissie met de schragende partijen in gesprek gaat over de tijdens demonitoring opgedane inzichten en waar nodig samen aan groepentoelichting geeft op onderdelen van de Code om zo goed ondernemings-bestuur binnen alle groepen breed te verankeren. Voor de monitoringover boekjaar 2025 zal ook voor het eerst aandacht worden besteed aande Verklaring omtrent Risicobeheersing (VOR), die in maart 2025 in deCode is opgenomen.Bij de ontvangst van het Monitoring Rapport boekjaar 2024 heb ik van degelegenheid gebruik gemaakt de Commissie en schragende partijen tevragen bij hun overwegingen en overleggen het onderwerp belasting-moraal mee te nemen in de dialoog over verdere actualisatie van de Code.Dit is in overeenstemming met de motie van het lid Thijssen en mijnappreciatie8 daarop, waarin ik heb aangegeven dat vanuit de gedachte datde Code een instrument van zelfregulering is, ik mij niet inhoudelijk kanmengen in het overleg. Daarmee heb ik deze motie afgedaan. Tegelij-kertijd heb ik aangegeven het belangrijk te vinden dat de Code breedgedragen wordt en er ook betrokkenheid is van sociale partners. Want eenbreed gedragen en toegepaste Code draagt bij aan stabiliteit en continu-ïteit van de vennootschappen. Alle betrokken stakeholders moetengezamenlijk aan de slag om de economie te versterken. Ik heb van deCommissie en schragende partijen begrepen dat de deur voor FNV omterug te keren als schragende partij, nog steeds open staat.Motie Grinwis verankering Rijnlandse denkenBij motie9 heeft het lid Grinwis c.s. de regering verzocht te verkennen opwelke manier het Rijnlandse denken beter verankerd kan worden,bijvoorbeeld in wet- en regelgeving voor beursgenoteerde bedrijven,zodat zij beter het publieke belang, de lange termijn houdbaarheid encontinuïteit voor ogen hebben. Op basis van een binnen het Ministerievan Economische Zaken uitgevoerd onderzoek geef ik daarop mijn reactie,in afstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en doe ikdaarmee de motie af.Het Rijnlands model is een uitgangspunt voor goed ondernemingsbestuurwaarbij de dialoog door de vennootschap met de verschillende stake-holders belangrijk is. Het Rijnlands model is in Nederland stevigverankerd in wetgeving, jurisprudentie en zelfregulering. Dit samenspelvan «checks & balances» van verschillende regels en afspraken kentrechten en verplichtingen toe aan verschillende stakeholders van deonderneming zoals medewerkers – al dan niet vertegenwoordigd via deondernemingsraad of vakbonden –, aandeelhouders, omwonenden,klanten of toeleveranciers.Zo moeten degenen die bij de vennootschap zijn betrokken, zich jegenselkaar gedragen naar eisen van redelijkheid en billijkheid. Verder moet hetbestuur zich richten naar het belang van de vennootschap en op de langetermijn en moet het zorgvuldigheid betrachten ten aanzien van debelangen van iedereen die bij de vennootschap betrokken is. Daaruit volgtdat bestuurders en commissarissen de belangen van alle bij de vennoot-schap betrokkenen in acht moeten nemen en niet een bepaald belang, ookniet dat van de aandeelhouders, op voorhand de doorslag mogen geven.Dat beginsel is niet vrijblijvend, maar voor de concrete invulling wordt8Kamerstuk 31 083, nr. 759Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 45Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 154 ruimte gelaten aan de vennootschappen. Die flexibiliteit past bij dehandelsgeest van Nederland en maakt de systematiek tegelijkertijdrobuust, weerbaar en wendbaar in de huidige evoluerende economischeen politieke omgeving. Dat komt het Nederlandse vestigingsklimaat tengoede.De Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en deCorporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) benadrukken deverplichting van het bestuur om zorgvuldigheid te betrachten ten aanzienvan de belangen van allen die bij de vennootschap betrokken zijn endaarover jaarlijks verantwoording af te leggen. De CSRD en CSDDDversterken daarmee het Rijnlands model verder.Ik ben daarom van mening dat er geen aanleiding is de regeldruk tevergroten door aanvullende regelgeving te creëren. Wel roep ik hetbestuur en waar relevant ook de raad van commissarissen van beursven-nootschappen op een effectieve dialoog te blijven voeren met destakeholders. Om die dialoog met de stakeholders effectief te laten zijn enhet stelsel van «checks & balances» goed te laten functioneren is hetbelangrijk dat alle stakeholders hun rol pakken en de taken en bevoegd-heden die zij hebben gekregen gebruiken.Motie Beckerman – AmbachtseconomieIn oktober 2024 heeft uw Kamer via de motie Beckerman gevraagd om teonderzoeken hoe de bescherming en waardering van de ambachtseco-nomie in buurlanden in Nederland geïmplementeerd zou kunnenworden10. Dit onderzoek is intussen uitgevoerd en treft u in bijlage 4 vandeze brief. België kent een wettelijke definitie van de ambachtsonder-neming, met een publiek register zonder kwaliteitseisen, Duitsland kentvan oudsher een sterk gereguleerd systeem: een aantal beroepen mag inprincipe alleen worden beoefend na het halen van een bepaald diploma.Het onderzoek laat zien dat het Nederlandse systeem van vooral privateregulering van de ambachtseconomie voordelen heeft zoals ruimte voorondernemerschap. Tegelijkertijd zijn er bij ambachtslieden ook zorgenover kwaliteitsverlies. De Nederlandse aanpak functioneert toereikend.Meer wettelijke bescherming van de ambachtseconomie zou leiden totmeer regeldruk. Het kabinet wil regeldruk voor ondernemers juistverminderen en ziet het daarom niet als gewenst om maatregelen in tevoeren die leiden tot meer regeldruk.Motie Sneller – ATR Werkbaarheid opnemen MKB-toetsIn februari 2025 heeft het lid Sneller de regering verzocht samen met hetAdviescollege toetsing regeldruk (ATR) vragen op te stellen over dewerkbaarheid van nieuwe wet- en regelgeving en deze vragen op tenemen in de mkb-toets11. Samen met het ATR zijn de vragen en dehandreiking van de MKB-toets zorgvuldig doorlopen. De werkbaarheid,uitvoerbaarheid, proportionaliteit en regeldruk vormen daarbij de kernvan deze toets. De input van de ondernemers wordt, tijdens de MKB-toets,op deze aspecten daarmee integraal meegenomen bij de totstandkomingvan regelgeving. Gezien het bovenstaande kan de motie als afgedaanworden beschouwd.10Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 1611Kamerstuk 36 450, nr. 41Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 155 Motie Grinwis c.s. – verzoek ontwikkelen werkwijze voorindieners van signalen over bestaande regelgevingHet ATR heeft het meldpunt regeldruksignalen opgericht. Dit meldpunt isgestart op 1 oktober 2025. Daarmee is de motie van het lid Grinwis c.s.12afgedaan waarin het ATR werd verzocht om in samenspraak met diverse(branche)organisaties een werkwijze te ontwikkelen voor indieners vansignalen over bestaande regelgeving. Het ATR heeft uw Kamer hieroverreeds geïnformeerd13 en de eerste meldingen zijn ingediend. Het ATRcommuniceert dat indien een melding leidt tot een ATR-advies, er inbeginsel binnen een maand gereageerd moet worden door het betref-fende departement.Toezegging – Op bezoek bij Ondernemer Centraal te UtrechtTijdens het debat over de begroting van het Ministerie van EconomischeZaken op donderdag 5 december 2024 is aandacht gevraagd voor hetbeter ondersteunen van ondernemers. Het amendement van de ledenFlach (SGP) en Van Dijk (CDA), waarin wordt verzocht middelenbeschikbaar te stellen voor een landelijk netwerk voor ondernemersbege-leiding, is aangenomen. De voormalig Minister van Economische Zakenheeft in dat debat toegezegd een werkbezoek af te leggen aan Onder-nemer Centraal om met hen in gesprek te gaan. In overleg met Onder-nemer Centraal is ervoor gekozen een verdiepend gesprek te voeren metde huidige Minister van Economische Zaken op 9 juli 2025. Hiermee isinvulling gegeven aan de toezegging en is deze afgedaan.Toezegging verbetering BAR, SPUK en SDE++De voormalig Minister van Economische Zaken heeft tijdens het Commis-siedebat MKB van 7 februari 2024 de toezegging aan de heer Kisteman(VVD) gedaan om de bevindingen van RVO voor de Brexit AdjustmentReserve (BAR), de Specifieke Uitkering (SPUK) en de StimuleringDuurzame Energieproductie (SDE++) kenbaar te maken. Op 16 december2024 is uw Kamer door de Minister van Economische Zaken reedsgeïnformeerd over de BAR14 en door de Minister van Klimaat en GroeneGroei over de SPUK regelingen15, die onder voorwaarden aan gemeentenworden verstrekt. Dit naar aanleiding van de tussentijdse evaluaties vanRVO en de bekendmaking door de Europese Commissie over de BAR. Totslot kan ik u aangeven dat de subsidieregeling SDE++ jaarlijks opnieuwwordt vastgesteld. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie in 2022is de subsidieregeling op punten aangepast, waardoor de werkbaarheiden uitvoerbaarheid zijn vergroot. De Minister van Klimaat en Groene Groeiheeft uw Kamer op 6 juni 2025 geïnformeerd over de resultaten van deSDE++ in 202416. Met de bovenstaande antwoorden doe ik hiermee detoezegging af.Motie Inge van Dijk over financiering ChipNL-innovatieprogrammaUw Kamer heeft met de motie Inge van Dijk in april 2025 de regeringverzocht om eerder dan het najaar van 2025 te besluiten over cofinan-12Kamerstuk 36 450, nr. 3413ATR opent meldpunt signalen regeldruk | Adviescollege toetsing regeldrukTweede Kamer- Uniforme werkwijze ATR bij regeldruksignalen over bestaande wetgeving |Adviescollege toetsing regeldruk14Kamerstuk 35 393, nr. 5415Kamerstuk 30 196, nr. 83216Kamerstuk 31 239, nr. 424Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 156 ciering van het semiconinnovatieprogramma ChipNL.17 Het kabinet heeftbesloten in de Prinsjesdagbegroting € 230 mln te reserveren voorNederlandse deelname aan de IPCEI voor Advanced SemiconductorTechnologies (IPCEI AST)18. De IPCEI AST richt zich net als ChipNL ophoogst innovatieve R&D-activiteiten in het halfgeleiderdomein. Zoals alvermeld in de Kamerbrief van 1 september jl.19 sluit de inhoudelijke focusvan dit project goed aan op de ambities uit het ChipNL-innovatieprogramma. We zien dan ook goede mogelijkheden voordeelname van bedrijven uit het ChipNL-consortium aan IPCEI AST. Hetversterken van het gehele ecosysteem is vanuit Nederland een belangrijkeinsteek en we bouwen hierbij ook nadrukkelijk mogelijkheden in voordeelname van het mkb. Het kabinet zag echter niet de financiële ruimteom een aparte reservering voor cofinanciering van het ChipNL-innovatieprogramma op de begroting op te nemen. Hiermee is invullinggegeven aan de motie.Motie Van Zanten en Vermeer – ondersteunen Nederlandseproducenten van generieke en innovatieve geneesmiddelenDe motie verzoekt de regering om een onderzoek naar maatregelen eninstrumenten om Nederlandse producenten van generieke en innovatievegeneesmiddelen te ondersteunen in het behouden van productiecapaciteiten hun R&D20. De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) heeft in2024 een onderzoek laten doen naar de footprint van geneesmiddelenpro-ductie in Nederland21 met betrokkenheid in de begeleidingscommissievan zowel het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) alshet Ministerie van Economische Zaken, naast andere partijen.Het rapport geeft een heldere uiteenzetting van de complexiteit van deproductie- en toeleveringsketens van geneesmiddelen wereldwijd, waarbijverschillende stappen in de keten in verschillende landen plaatsvinden.Daarbij is het goed op te merken dat het enkel hebben van de productievan één schakel uit het geneesmiddelproductieproces in een land nietbetekent dat ook de R&D in datzelfde land plaatsvindt. In het rapportworden conclusies getrokken dat Nederland de potentie heeft om meergeneesmiddelen te produceren. Aandachtspunten die worden genoemdzijn beschikbaarheid van technisch personeel, politieke keuzes inzakeprijsbeleid en inkoopcriteria en een betere dynamiek tussen Europeseregelgeving voor productie in Europa versus productie buiten Europa.Ook heeft de Minister van VWS in juni 2025 uw Kamer geïnformeerd overde voortgang op het beleid om de beschikbaarheid en leveringszekerheidvan geneesmiddelen te verbeteren22. Deze brief gaat specifiek in opmogelijkheden om productie van generieke geneesmiddelen te behoudenen te stimuleren. Ten aanzien van ondersteunen van R&D van Neder-landse geneesmiddelenproducenten verwijs ik naar zowel de recentegeëvalueerde WBSO23 en de innovatiebox. Daarnaast geeft mijn 3% R&Ddoelstelling richting aan op welke wijze ik R&D wil stimuleren24.17Kamerstuk 36 600 L, nr. 1918Kamerstuk 36 800 XIII, nr. 119Kamerstuk 33 009, nr. 16620Kamerstuk 36 600 L, nr. 1221KPMG, 2024. Footprintstudie Geneesmiddelenproductie Nederland: https://assets.kpmg.com/content/dam/kpmg/nl/pdf/2024/sectoren/VIG-Footprintstudie-Geneesmiddelen-productie-Nederland.pdf22Kamerstuk 29 477, nr. 93923Kamerstuk 32 637, nr. 67024Kamerstuk 33 009, nr. 165Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 157 Dezelfde motie verzoekt om een verkenning van contracten of publieke-private samenwerkingen (PPS) om de leveringszekerheid en het verdien-vermogen van deze sector te versterken. Ten aanzien van contracten voorleveringszekerheid verwijs ik naar de eerdergenoemde Kamerbrief van deMinister van VWS25. Deze brief geeft aan de mogelijkheden te onder-zoeken om opschaalbare productie in te zetten tijdens geneesmiddelente-korten. Daarnaast heeft Nederland in december 2025 ingestemd met hetRaadsmandaat voor de Europese Verordening Kritieke Geneesmiddelen(Critical Medicines Act)26. Hierin staan verschillende voorstellen om deleveringszekerheid van kritieke geneesmiddelen in Europa te verbeteren,ook in het licht van de huidige geopolitieke situatie. Ten aanzien vanPPSen verwijs ik naar het missiegedreven innovatiebeleid (MIB) van hetkabinet, dat zich kenmerkt door de PPS-aanpak. In het MIB hebben we deKennis- en Innovatieagenda Gezondheid & Zorg (KIA G&Z) die loopt van2024–2027. Het Ministerie van VWS heeft hierin verschillende missiesgeprioriteerd. In de KIA G&Z is er aandacht voor leveringszekerheid vanmedische producten (waaronder geneesmiddelen) en voor het verdienver-mogen van Nederland. Hiermee is de motie van de leden Van Zanten enVermeer afgedaan.Mededeling toekenningen Faciliteiten voor Toegepast Onderzoek(FTO2025)Middels deze brief informeer ik uw Kamer dat € 105 mln. is gereserveerdvoor 11 nieuwe onderzoeksfaciliteiten, dit in overeenstemming met hetadvies van de adviescommissie FTO dat u in bijlage 5 van deze brief treft.Deze middelen zijn in het tijdelijke Fonds Onderzoek en Wetenschapgeoormerkt voor faciliteiten voor toegepast onderzoek. Samen meteerdere toekenningen in 2023 en 2024, en de korting die is toegepastvanwege bezuinigingen in het huidige regeerakkoord, is het hiervoorbestemde budget nu nagenoeg uitgeput.27 De FTO middelen zijn in alletwee de rondes sterk overvraagd en door deze laatste reservering zijn demiddelen dan ook uitgeput. De adviescommissie FTO adviseert middelenstructureel te maken t.b.v. vernieuwing, instandhouding en exploitatie.Goede faciliteiten ondersteunen immers het investeringsklimaat zoalsaangegeven in de TO2 evaluatie28, 29, het 3%-R&D-actieplan30, en deindustriebrief31. Een volgend kabinet zal hier een beslissing over moetennemen.Mededeling TO2 impactrapportageMet deze brief biedt het kabinet uw Kamer de TO2 Impactrapportage 2025aan zoals bijgevoegd in bijlage 6 van deze brief. De Nederlandseinstellingen voor toegepast onderzoek (TO2-instellingen), Deltares,MARIN, NLR, TNO en Wageningen Research, en het werk dat ze doen zijnonmisbaar. Ze dragen bij aan onze welvarendheid; een duurzame, schone,gezonde en veilige toekomst. In deze rapportage presenteren deTO2-instellingen een selectie van indrukwekkende projecten waar we alsNederland met recht trots op kunnen zijn.25Kamerstuk 29 477, nr. 93926Op basis van de onderhandelingen in de Raad van de EU is het Raadsmandaat afgegeven, zieook Kamerstuk 36 365, nr. 827Kamerstuk 27 406, nr. 230, en28Kamerstuk 32 637, nr. 694, en29kamerstuk 32 637, nr. 711, en30Kamerstuk 33 009, nr. 16531Kamerstuk 29 826, nr. 277Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 158 Motie Thijssen RuimtevaartbeleidIn de motie van het lid Thijssen wordt het kabinet verzocht te inventari-seren welk beleid en welke financiële middelen nodig zijn om deinnovaties van de Nederlandse ruimtevaartclusters, optische clusters enquantumclusters te verwaarden en hun positie in Europees verband teversterken.32 Het kabinet geeft middels deze brief invulling aan ditverzoek, door per cluster aan te geven welk beleid nu wordt gevoerd enwaar mogelijk welke bedragen hiervoor benodigd zijn.Ten aanzien van het ruimtevaartcluster geldt dat de Lange-termijnRuimtevaartagenda33 laat zien dat Nederland zijn positie in Europeseprogramma’s verder moet versterken om de sectoromzet richting 2035 teverdrievoudigen, door structureel de bijdrage aan de European SpaceAgency (ESA) met € 140 miljoen per jaar te verhogen. Recentelijk heefthet kabinet besloten om de Nederlandse inschrijving op de optioneleESA-programma’s incidenteel met € 109 miljoen te verhogen. Daarmeekomt de totale Nederlandse inschrijving voor de periode 2026–2028 uit op€ 450,3 miljoen. Deze inschrijving vormt een noodzakelijke basis om hetinnovatieve vermogen en de internationale concurrentiekracht van desector te vergroten, en ondersteunt de positie van Nederland als gastlandvan ESTEC. De focus ligt op OpStar, LEO-PNT en Secure Connectivity/IRIS,waar Nederland sterke expertise heeft en waar continuïteit in deelnameessentieel is om industriële posities te behouden. Deze investering isechter nog niet toereikend om te komen tot een structurele inschrijvingconform de ESA-norm en om de doelstellingen uit de Lange-termijnRuimtevaartagenda te realiseren.Voor het optische cluster is geen afzonderlijk geoormerkt budgetbeschikbaar. Optische systemen zijn echter beleidsmatig verankerdbinnen breder innovatie- en industriebeleid. Zo zijn optical systems andintegrated photonics aangemerkt als prioritaire technologie binnen deNationale Technologie Strategie (NTS)34, en zijn er aanknopingspuntenvoor verdere ontwikkeling binnen de focus op de in de KamerbriefIndustriebeleid met Focus 35 aangewezen markten. Vanuit het NationaalGroeifonds is al € 470 miljoen beschikbaar gesteld voor Photondelta,aangevuld met publieke en private cofinanciering.36 Er is echter geeninschatting gemaakt van hoeveel extra middelen er nodig zouden zijn omde positie van deze sector nog verder te versterken.Dat laatste geldt ook voor het quantumcluster, dat ook aangemerkt is alsprioritaire technologie binnen de NTS. Beleidsmatig liggen op dit terreinwel aanvullende kansen, bijvoorbeeld rond Quantum Key Distribution(QKD), dat ziet op veilige sleuteluitwisseling via satellieten die essentieelwordt voor toekomstige Europese communicatiesystemen. Het kabinetheeft vanuit het Nationaal Groeifonds in totaal € 615 miljoen beschikbaargesteld voor QuantumDeltaNL,37 waarbinnen onder meer toepassingenals QKD worden ontwikkeld.32Kamerstuk 24 446, nr. 9433Vanuit de ruimte, voor de aarde - Lange-termijn ruimtevaartagenda voor Nederland. Rijks-overheid, bijlage bij Kamerbrief, 25 januari 2024.34Nationale Technologie Strategie. Rijksoverheid, bijlage bij Kamerbrief, 19 januari 2024.35Kamerbrief Industriebeleid met Focus, 17 oktober 2025.36PhotonDelta: «Een goede voedingsbodem voor de fotonische chipindustrie» Nationaalgroei-fonds.nl37QuantumDeltaNLTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 159 Toezegging instellen minimale vergunningsduur voor ambulantehandelarenTijdens het tweeminutendebat MKB op 3 december 2025 heb ik aanmevrouw van Meetelen (PVV) toegezegd om constructief te kijken naarhet mogelijk instellen van een landelijke minimale vergunningsduur voorambulante handelaren. Na onderzoek is geconcludeerd dat een dergelijkemaatregel niet haalbaar is. Het is namelijk volledig aan de gemeenten omeen gepaste vergunningsduur te bepalen. Zoals reeds uiteengezet in deKamerbrief van 2 juni 202538 biedt het geactualiseerde SEO Onderzoeknaar de terugverdientijd in de ambulante handel een kader om eengepaste vergunningsduur te bepalen. In 2030 zal dit onderzoek opnieuwgeactualiseerd worden. Hiermee beschouw ik deze toezegging alsafgedaan.Motie Hagen – publiekscampagne over wettelijke garantierechtDe motie van Kamerlid Hagen39 verzocht de regering om een publieks-campagne te laten starten om consumenten te wijzen op hun wettelijkegarantierecht. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is in september2025 een voorlichtingscampagne over garantie gestart.40 Hiermee isinvulling gegeven aan deze motie. In algemene zin heeft de ACM heefteen wettelijke taak om voorlichting te geven over de rechten en plichtenvan consumenten, waar dergelijke publiekscampagnes een onderdeel vanzijn.Conclusie verkenning 50%-aanbetalingsregel bij aankopenLid Van Eijk (VVD) vroeg tijdens het commissiedebat armoede enschulden van 17 oktober 2024 of het kabinet bereid is om de 50%-regel bijaanbetalingen af te schaffen in de aanpak tegen schuldenproblematiek.Deze vraag is ingegeven vanuit de zorg dat de regel uit artikel 7:26 lid 2van het Burgerlijk Wetboek (BW) achteraf betaaldiensten eenvoudigerbeschikbaar maakt voor consumenten. Dit artikel bepaalt dat verkopersconsumenten niet mogen verplichten om meer dan 50% vooruit te betalenals consumenten het product niet meteen geleverd krijgen, bijvoorbeeldbij onlinebestellingen en bij aankoop van meubels. Verkopers biedendaarom verschillende betaalopties aan, waaronder het vrijwillig volledigvooruitbetalen en het volledig achteraf betalen.In de Kamerbrief over Buy Now, Pay Later (BNPL) van 21 januari 2025 iseen verkenning naar de 50%-regel aangekondigd.41 Deze verkenning is nuafgerond. Ik zie onvoldoende reden de 50%-regel bij aanbetalingen tewijzigen. De 50%-regel biedt een evenwichtige balans tussen consumen-tenbescherming en de belangen van verkopers. Zo kunnen verkopers omeen gedeeltelijke vooruitbetaling vragen voordat het product is geleverd.Tegelijkertijd wordt de consument deels beschermd, bijvoorbeeld bijfaillissement of wanneer een product niet is geleverd. Afschaffing van deregel bewerkstelligt bovendien niet dat verkopers geen BNPL aanbieden.Tijdens de verkenning is echter gebleken dat de 50%-regel onduidelijk-heden bij de toepassing kent. Webwinkels voelen zich verplicht om eenBNPL-dienst aan te bieden, onder andere vanwege onnodige onduide-lijkheid of de creditkaart voldoet aan de 50%-regel. Op basis van een38Kamerstuk 32 637, nr. 698.39Kamerstuk 32 852, nr. 282.40Garantie maar 2 jaar? Vaak niet waar! ACM opent pop-up Garantiewinkel op Utrecht CS | ACM41Kamerbrief over BNPL en bescherming consument | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 1510 rechterlijke uitspraak uit 200542 is er echter geen bezwaar om de credit-kaart te gebruiken als adequaat middel om te voldoen aan deze regel. Ditwordt bevestigd door toezichthouder ACM. Met de duidelijkheid dat de50%-regel geen BNPL-dienst verplicht, verwacht ik de zorgen hieroverweg te nemen.Motie Van Dijk/Zeedijk onderzoek naar positie van sociale enkleine ondernemingen bij aanbestedingenIk heb naar aanleiding van de motie van Dijk en Zeedijk43 onderzoekgedaan naar de positie van sociale en kleine ondernemingen bij aanbeste-dingen. In het kader van de herziening van de Europese aanbestedings-regels heb ik gesproken met diverse stakeholders, waaronder de VNG.Hiermee is invulling gegeven aan deze motie. Ik zet mij in Europa in voorsignificante versimpeling van het aanbestedingsrecht voor zowelgemeenten als ondernemers en extra ruimte om bij aanbestedingenaandacht te geven aan sociale of duurzame bedrijven. Ik kijk tot slot naarnationale mogelijkheden om de regeldruk voor aanbestedingen onder deEuropese aanbestedingsdrempel te verlagen.Motie Van Eijck/Vermeer verzoek tot ACM-onderzoek naarprijsvorming van benzine en dieselIk heb naar aanleiding van de motie van Kamerleden Van Eijk/Vermeer44de ACM onlangs verzocht om te overwegen een onderzoek te doen naarde prijsvorming van benzine en diesel. De ACM gaf aan dat ze recent nogonderzoek heeft gedaan naar deze markt45 en dat zij momenteel geenaanleiding ziet om hier een nieuw onderzoek naar te starten. Het is aan deACM als onafhankelijke toezichthouder om te bepalen waar zij haaronderzoekscapaciteit op inzet. Ik heb hierbij de motie uitgevoerd.Toezegging aan lid Postma in het commissiedebat «Staat van deEconomie» d.d. 2 juli 2025 om schriftelijk terug te komen op devraag hoe subsidiepotjes juridisch bindend te maken zijnLid Postma zocht in het commissiedebat naar een manier om meerjarigstabiliteit te creëren voor subsidieregelingen. Zoals ik in het debat hebaangegeven is het onomstreden dat de overheid zijn afspraken nakomt.Dat betekent dat op gepubliceerde subsidieplafonds vertrouwd kanworden, en dat afgegeven beschikkingen leiden tot uitbetaling. Echter,zoals ik ook reeds aangaf in het debat, hebben wij in onze begrotingssys-tematiek ervoor gekozen dat begrotingen per kalenderjaar wordenvastgesteld door het parlement. Dit zorgt voor een mate van flexibiliteit inde (Rijks)begroting die nodig is om in te kunnen spelen op ontwikke-lingen, zowel door integrale besluitvorming van het kabinet als door demogelijkheid van het parlement om middels het budgetrecht wijzigingenaan te brengen in de begroting. Deze keuze maakt dat het onwenselijk isen niet in overeenstemming met het budgetrecht om subsidieregelingenmet plafonds voor meerdere jaren te publiceren.42ECLI:NL:GHSGR:2005:AT1762, voorheen LJN AT1762, Gerechtshof ’s-Gravenhage, 03/146343Kamerstuk 27 879, nr. 99.44Kamerstuk 36 800, nr. 85.45Consument profiteert niet maximaal van olieprijsdalingen | ACMTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 1511 Motie Inge van Dijk en Vijlbrief46 over de financiële claims inkaart brengen van de plannen voor het toekomstig verdienver-mogen van NederlandVerschillende in de motie genoemde stukken, zoals het 3%-R&D-actieplan47, voortgang halfgeleiderindustrie48 en ruimtevaart49, zijninmiddels gepubliceerd en (op onderdelen) behandeld in uw Kamer. In debrieven worden de vragen uit de motie beantwoord. Ik beschouw dezemotie daarmee als afgedaan.De Minister van Economische Zaken,V.P.G. Karremans46Kamerstuk 36 725, nr. 10 d.d. 18 juni 202547Kamerstuk 33 009, nr. 165 d.d. 11 juli 202548Kamerstuk 33 009, nr. 166 d.d. 1 september 202549Kamerstuk 24 446, nr. 99 d.d. 10 oktober 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 1512

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4aedcc05731eef1b

14 okt 2026 · 0a8960abed27eff2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.