KamerkringInloggen
Kamerbrief

Rli-advies 'Goed gefundeerd'

8 mrt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 62d97184af431913 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 325BouwregelgevingNr. 266 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES EN VAN INFRASTRUCTUUR EN WATER-STAAT, DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT EN VAN DE MINISTER VOOR NATUUR ENSTIKSTOF Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 maart 2024De funderingsopgave bij gebouwen wordt groter en urgenter met detoenemende ouderdom van de gebouwenvoorraad, door bodemdaling enhet veranderende klimaat. In de Kamerbrief Voortgang aanpak funderings-problematiek (oktober 2023) is de huidige aanpak beschreven, maar geletop de te verwachten toekomstige ontwikkelingen is een stevigere aanpaknodig om de omvang van de funderingsschade te kunnen beperken enmeer tempo te ontwikkelen in funderingsherstel1.Op 9 oktober 2023 heeft het kabinet daarom advies gevraagd aan de Raadvoor leefomgeving en infrastructuur (Rli). Het verzoek was een voorstelvoor te bereiden over hoe het Rijk samen met alle betrokken partijen(medeoverheden, maatschappelijke partijen, marktpartijen en burgers) toteen nationale aanpak voor de funderingsproblematiek kan komen dieuitvoerbaar en rechtvaardig is (zie adviesaanvraag in bijlage 1). Hierbijbieden wij uw Kamer dit advies aan. Deel 1 betreft het advies; deel 2 bevatde toelichting (zie bijlage 2).Het kabinet is blij dat de Rli deze handschoen heeft opgepakt. Het kabinetheeft waardering voor het feit dat de Rli in korte tijd tot een veelom-vattend advies is gekomen. Het advies biedt een rijke verzamelingaanbevelingen die – met de vele andere recente bijdragen ten aanzien vanhet vraagstuk funderingen – benut kunnen worden om samen metbetrokken publieke en private partijen tot een samenhangende aanpakvoor Nederland te komen. Het is evident dat daarin een gedifferentieerdeaanpak voor de lange termijn nodig zal zijn gezien de rijke schakering vanoorzaken, betrokken publieke en private spelers, oplossingsrichtingen. Hetis eveneens zonneklaar dat we dit vraagstuk niet voor ons uit kunnen1Kamerstuk 28 325, nr. 257. kst-28325-266ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2661 schuiven, dat er gezamenlijk stappen gezet moeten worden. Hierover gaatdeze brief.Advies Goed gefundeerdDe Rli stelt in zijn advies dat Nederland potentieel te maken heeft met eenomvangrijke funderingsproblematiek, zowel in stedelijk als landelijkgebied. De oorzaken van de funderingsproblemen zijn divers. Vaak is ersprake van meerdere oorzaken tegelijk. Volgens de analyses van Rli gaathet om circa 425.000 gebouwen die reeds verzakkingsschade hebben ofop afzienbare termijn (tussen nu en 2035) het risico lopen op matige toternstige schade. De Rli heeft daarbij de schade aan infrastructurelewerken, die ook geraakt kunnen worden door bodemdaling en funderings-vraagstukken nog buiten beschouwing gelaten. Zonder preventievemaatregelen zal het aantal gebouwen met funderingsschade de komendejaren mede door klimaatverandering toenemen. Het totale schadebedragvoor gebouweigenaren kan volgens de Rli oplopen van € 8 tot € 54 mil-jard in 2050, wanneer rekening wordt gehouden met de toenemendedroogte door klimaatverandering. Het is niet alleen een bouwkundigprobleem, maar heeft vaak ook ingrijpende persoonlijke en financiëlegevolgen voor eigenaren.De Rli pleit voor een nationale aanpak van de funderingsproblematiek vande gezamenlijke overheden. Juridisch is de eigenaar van een gebouwverantwoordelijk voor de staat van dat gebouw, inclusief de fundering. Inde aanpak die de Rli bepleit blijft die eigen verantwoordelijkheid overeind.De Rli pleit echter gelijktijdig voor meer actie vanuit de overheden.Overheden zullen gebouweigenaren op weg moeten helpen en de Rligeeft in overweging ook verder te ontzorgen bij het nemen vanmaatregelen.De Rli doet aanbevelingen aan de rijksoverheid, gemeenten, provincies enwaterschappen, en spreekt ook private partijen (zoals financiers) aan,langs vijf sporen:1.beschikbaarheid van risico-informatie over funderingsschadeverbeteren, onder andere door een centrale funderingsdatabase en hetstimuleren van gebiedsgericht onderzoek en van funderingsonderzoekdoor eigenaren en op termijn een informatieplicht van de verkopendepartij over de kans op funderingsschade.2.funderingsschade voorkomen, door onder andere het laten opstellenvan lokale preventieplannen door decentrale overheden en schade bijnieuwbouw te voorkomen.3.maatschappelijke problemen voorkomen door ondersteuning enontzorging, onder andere via een (centraal) funderingsloket enversterking van de positie van gemeenten om tot een gebiedsgerichteaanpak voor schadeherstel te komen.4.subsidie- en leenmogelijkheden creëren voor schade- en funderings-herstel door subsidie te bieden voor het opstellen van een herstelplanen voor het herstellen van de funderingsschade. Daarnaast te zorgendat iedereen het bedrag kan lenen boven op het subsidiebedrag datnodig is voor herstel en een landelijk werkend Fonds DuurzaamFunderingsherstel.5.zorgen voor een gezamenlijke en krachtige uitvoering, door onderandere het aanwijzen van een coördinerend Minister, het aanstellenvan Nationaal Coördinator Funderingsproblematiek, certificering vanfunderingsonderzoek en -herstel en het stimuleren van opschaling eninnovatie binnen de sector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2662 Deze vijf sporen zijn naar mening van de Rli niet los van elkaar te zien enzij geven in overweging deze sporen tegelijkertijd te volgen om de aanpakvan de problematiek effectief te laten zijn.De Rli heeft een indicatieve raming gemaakt van de kosten van dezenationale aanpak, waarbij alle woningeigenaren met funderingsschade bijonderzoek en herstel met subsidie worden ondersteund. Dit vraagtvolgens deze indicatieve raming een totale investering van ruim€ 12 miljard over de periode 2024 tot en met 2035. De Rli stelt voor dat derijksoverheid deze kosten draagt.Eerste appreciatieWe geven in deze brief alvast een aantal eerste reacties op het Rli-advies.Bij de uitwerking gaan we aan de slag met de keuzen die te maken zijnover de wijze waarop woningeigenaren worden ondersteund en over deinvulling en vormgeving van de aanpak funderingsproblematiek. Dit doenwe in samenspraak met medeoverheden, de financiële sector, debouwsector, woningcorporaties, gebouweigenaren en andere belangheb-benden. Dat laat onverlet dat ook nu al een aantal acties in gang moetenworden gezet om geen kostbare tijd te verliezen.AlgemeenHet Rli-advies bevestigt wat velen al weten: dit vraagstuk gaat niet vanzelfweg. We moeten doorgaan met het serieus bouwen aan de aanpak vanfunderingen. We starten daarbij niet bij nul, want vele gemeenten,provincies en ook het Rijk zijn al aan de slag. Het advies is een ondubbel-zinnige aansporing aan alle betrokken partijen om meer te doen. Dat geldtook voor eigenaren. Zij doen er bij de eerste tekenen van funderings-schade verstandig aan nader funderingsonderzoek te laten doen en tijdigfunderingsherstel te starten om verdere schade te voorkomen. Hypotheek-verstrekkers en het Fonds Duurzaam Funderingsherstel kunnen daarbijondersteuning bieden.Het Rli-advies laat ook zien dat dit vraagstuk «geen sprint», maar een«marathon» is. Het zal vele jaren vergen om kennis, inzicht, onderzoeken,preventie en waar nodig herstel vorm te geven. Niet alles is nu al bekenden ook niet alles kan tegelijk. We moeten samen optrekken en stapsgewijsde aanpak uitbouwen. Dit kan niet een aanpak van alleen het Rijk zijn,maar vergt nadrukkelijk ook een stap naar voren van medeoverheden diein risicogebieden met preventie en gerichte ondersteuning kunnenhelpen. Ook private spelers zullen hun verantwoordelijkheid moetennemen. Het advies is een indringende uitnodiging aan hen om aan dezemaatschappelijke opgave bij te dragen en woningeigenaren hierbij teondersteunen.Ten slotte is het duidelijk dat er een prealabele vraag ligt over de matewaarin en in welke gevallen funderingsvraagstukken collectief en vanoverheidswege worden aangepakt, ook in relatie tot de eigen verantwoor-delijkheid van eigenaren voor hun eigen woning. Het denkwerk van de Rliis daarbij behulpzaam omdat de bouwstenen uit het advies een goedebasis vormen voor het vormgeven van verschillende ondersteuningsvari-anten, waarover politieke besluitvorming kan plaatsvinden. Maar we zienhier zeker ook een verantwoordelijkheid voor de private sector.Aard en omvang opgaveEr circuleren verschillende getallen als het gaat om hoeveel gebouwen nual te maken hebben met funderingsschade en hoeveel gebouwen risicoTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2663 lopen. Wij zijn blij dat de Rli met behulp van Deltares, TNO en hetKenniscentrum aanpak funderingsproblematiek (KCAF) de raming van hetaantal schadegevallen tot 2035 verder heeft aangescherpt. De Rli laat indeze analyses tevens zien dat de (toekomstige) risico’s vaker bijniet-onderheide panden zullen liggen en dat deze problematiek meeraandacht in de regionale en lokale aanpakken vraagt. Ook is aandachtvoor funderingsproblemen bij cultureel erfgoed nodig. Tot slot is hetbelangrijk om bij deze opgave onderscheid te blijven maken in verschil-lende schadeklassen en mate van maatregelen: van lichte ingrepen aan dewoning, grotere ingrepen, volledig funderingsherstel tot in zeer ernstigegevallen met een veiligheidsrisico sloop/nieuwbouw.Gedifferentieerde aanpak nodigIk ben blij dat de Rli inzichtelijk heeft gemaakt dat de funderingsproble-matiek gelaagd is. De verscheidenheid aan oorzaken van funderingspro-blemen, in combinatie met verschillen in het water- en bodemsysteem, demate van stedelijkheid en variatie in de gebouwenvoorraad maakt dat erniet één aanpak of één oplossingsrichting is die in alle gevallen effectiefis. De problematiek in de Friese veenweidengebieden vraagt een andereaanpak dan die in de Rotterdamse wijken of langs de rivieren (bijvoor-beeld Zevenaar, Lingewaard). Het vraagt een gedifferentieerde engebiedsgerichte aanpak en ruimte voor gemeenten, provincies enwaterschappen om invulling te geven aan een eigen regionale of lokaleaanpak. De funderingsproblematiek is ook belangrijk voor de ruimtelijkepuzzel die de overheden aan het leggen zijn in het kader van de NotaRuimte. Door bij ruimtelijke keuzen nadrukkelijk rekening te houden methet water- en bodemsysteem en bodemdaling kunnen nieuwe schadege-vallen en grotere schades voorkomen worden. Tegelijkertijd dienen er opnationaal niveau wel een aantal randvoorwaarden verbeterd en aange-scherpt te worden.Verbeteren informatievoorzieningHet kabinet herkent dat een betere informatievoorziening over de risico’sin een bepaald gebied en de huidige staat van de fundering een belangrijkelement van het vraagstuk is, omdat de funderingsrisico’s en -problemendan niet langer vanwege onwetendheid van de ene eigenaar op devolgende eigenaar worden overgedragen. Beter inzicht in het funderings-risico en funderingsschade en het samenbrengen van de versnipperde,beschikbare informatie hierover is een belangrijke stap om de informatie-positie van aanstaande kopers te verbeteren. Door een beter inzicht in destaat van de fundering en in het risico op toekomstige schade kan deaanstaande koper hier volwaarwaardig rekening mee houden bij hetuitbrengen van een bod op een woning, zoals nu al het geval is bij deenergieprestatie van de woning. Zo kan dit risico op termijn volledigverdisconteerd worden in de vastgoedprijzen.Het kabinet gaat samen met banken, verzekeraars, makelaars, taxateursen andere betrokken partijen verkennen wat er allemaal nodig is om devoorstellen rond de verbetering van de informatievoorziening totuitvoering te brengen, voortbouwend op de studies van de financiëlesector die recent zijn verschenen en de verkenning naar «Informatievoor-ziening bodem en funderingen in het woningtransactieproces» van hetKenniscentrum Bodemdaling en Funderingen.Er komen in dit verband ook regelmatig voorstellen voorbij rondom het(op termijn) verplicht stellen van een klimaat- en/of funderingslabel. Of datmogelijk en zinvol is zal het kabinet ook verder verkennen, ook in relatietot de ervaringen met het al bestaande energielabel. Ook andereTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2664 instrumenten als bijvoorbeeld een centrale funderingsdatabase zullenhierin meegenomen worden. Het kabinet hecht er daarbij aan datinformatie betrouwbaar kan worden vastgesteld, dat er handelingsper-spectief voor de gebouweigenaar is en dat er voorkomen wordt dat er eente gediversifieerd landschap aan labels ontstaat.De keuze om funderingsonderzoek middels subsidie (of, in welke mate enin welke gevallen) te ondersteunen vraagt politieke afweging. Hiertoegaan we verschillende beleidsopties in beeld brengen.Individuele ondersteuningHet kabinet is het eens met de Rli dat de eigen verantwoordelijkheid vande eigenaar overeind moet blijven. De meeste gebouweigenaren hebbendoor overwaarde op de woning en door aflossing op de hypotheek ookvoldoende ruimte voor financiering van funderingsonderzoek en schade-of funderingsherstel binnen de eigen hypotheek of eigen vermogen.Tegelijkertijd is het wel van belang te kijken naar welke specifieke groepeneigenaren ondersteuning nodig hebben om tot onderzoek en herstel overte gaan. Een beperkte groep heeft onvoldoende inkomen, overwaarde ofeigen vermogen om schade- en funderingsherstel zelf financieel te dragenof onvoldoende sociaal kapitaal om het funderingsherstel zelf te organi-seren. Ook kan een publieke bijdrage het tempo van funderingsherstel inde komende jaren versnellen en vervolgschades voorkomen, en kunnenschrijnende gevallen van relatief grote en niet te voorziene schade eenpublieke bijdrage rechtvaardigen.Evident is dat bestaande initiatieven op het gebied van funderingsvraag-stukken onverkort door moeten gaan. Het kabinet vindt dat er ook eenverantwoordelijkheid voor de financiële partners ligt (zoals banken,hypotheekverstrekkers en verzekeraars) om verder te verkennen welkemogelijkheden zij hebben om bij te dragen aan het voorkomen vangrotere schades in de toekomst en de financiering van schade- enfunderingsherstel in nu bestaande en urgente gevallen (bijvoorbeeld doornieuwe financiële producten, gebiedsgerichte ondersteuning, garanties,etc.). Het is belangrijk dat zij samen met het Rijk en de medeoverheden inbeeld brengen welke groepen onvoldoende financiële draagkrachthebben. Voor deze groepen zijn betere oplossingen nodig, zodat zij niet telang wachten met herstel en op termijn met nog grotere schades enkosten te maken krijgen.Een belangrijk instrument is het Fonds Duurzaam Funderingsherstel (FDF)dat een vangnet voor woningeigenaren met urgent funderingsherstelbiedt die op de reguliere woningmarkt geen lening kunnen krijgen. Eenlandelijk werkend FDF is een belangrijke basisvoorziening in de indivi-duele ondersteuning. Private partijen kunnen hieraan actief bij gaandragen.Collectieve aanpakNaast de noodzakelijke individuele ondersteuning is er aanvullend insommige gebieden een collectieve aanpak noodzakelijk, omdat er in dezegebieden niet alleen funderingsproblemen spelen, maar er bijvoorbeeldook een verduurzamingsopgave ligt, of de bouwtechnische kwaliteit vande woningen te wensen over laat in combinatie met sociaaleconomischeproblemen van de eigenaren. Bij een dergelijke stapeling van opgavenvergt dit een gebiedsgerichte, collectieve aanpak van de gemeente insamenspraak met de eigenaar-bewoners en andere belanghebbenden,zoals de geldverstrekkers. De aanbeveling om de gebiedsgerichte aanpakTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2665 met een Rijksbijdrage te ondersteunen zal ook in de uit te werkenbeleidsopties voor ondersteuning worden meegenomen.Uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid leidendIn het advies van de Rli staat doeltreffendheid centraal. Het kabinet meentdat de uitvoerbaarheid daarin leidend moet zijn voor de fasering van denationale aanpak om teleurstellingen te voorkomen. Dit betekent dat er dekomende jaren ook geïnvesteerd moet worden in voldoende capaciteit enkennis binnen de specialistische branche van funderingsonderzoek enfunderingsherstel. Ook investeringen in voldoende capaciteit en kennis bijhet Rijk en de medeoverheden zijn nodig voor het inzichtelijk maken vande lokale opgave (onderzoek), het opstellen van preventieplannen en vangebiedsgerichte plannen voor schadeherstel. Over de fasering van denationale aanpak zal daarom nader overleg en uitwerking plaatsvindensamen met onder meer de Nederlandse Vereniging van AannemersFunderingswerken (NVAF), de bouwsector, de medeoverheden en definanciële sector.Niet alles kan namelijk tegelijk, prioritering is noodzakelijk. Hierbij is naastuitvoerbaarheid ook rechtvaardigheid een belangrijk uitgangspunt:beginnen bij de meest urgente gevallen van funderingsschade en demeest kwetsbare groepen.Vervolgacties huidige kabinetHet advies aan de Rli is een bevestiging dat alle bestaande initiatieven vanprovincies, gemeenten, samenwerkingsverbanden onverkort door moetengaan: niet terugschakelen, maar juist doorschakelen. Het zijn waardevollestappen die passen bij het publiek-private landschap dat nodig is om desamenhangende aanpak vorm te geven. Tevens een oproep aan gebou-weigenaren om hun verantwoordelijkheid te pakken en vooral door tegaan met het verkrijgen van beter inzicht in de staat van hun fundering enindien nodig met schade- of funderingsherstel.Het huidige kabinet gaat zelf aan de slag met de onderstaande vervolg-acties:1.kennis en ondersteuning: het kabinet zal onder andere via de Rijks-dienst voor Ondernemend Nederland en het Kenniscentrum Bodemda-ling en Funderingen de kennisontwikkeling, innovatie en onderzoekverder gaan intensiveren en gemeenten en woningcorporaties actievergaan ondersteunen in de ontwikkeling van preventiebeleid.2.invulling en vormgeving nationale aanpak: het kabinet zal vanuit eenbrede samenwerking binnen het Rijk (BZK, IenW, EZK, LNV, OCW, Fin)met onder meer de medeoverheden, de banken, verzekeraars, AFM,NHG, de bouwende partijen, Aedes, VEH, Woonbond gaan werken aande vormgeving van een interbestuurlijke en publieke-private aanpakvan de funderingsproblematiek op nationaal niveau.3.instrumenten: het kabinet is voornemens het Fonds DuurzaamFunderingsherstel een landelijke werking te geven en zal beleidsoptiesin kaart brengen voor individuele en collectieve ondersteuning (metpublieke en private varianten en bijdragen).4.preventie en innovatie en opschaling: het kabinet onderschrijft datpreventie zeer belangrijk is om nieuwe gevallen en grotere schades tevoorkomen. We zullen bestaande trajecten voor het voorkomen vannieuwe schadegevallen verder gaan opschalen onder andere via hetprogramma Bodem en Ondergrond, de toepassing van de landelijkemaatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving envia ruimtelijke keuzes in de Nota Ruimte. Voor innovatie en opschalingbinnen de bouwsector liggen er kansen bij het programma Verbouw-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2666 stromen en het Topconsortium Kennis en Innovatie in Bouw enTechniek.Bij dit advies en deze eerste reactie zijn ook de drie moties van KamerlidNijboer inzake funderingsproblematiek (d.d. 26 oktober 2023) betrokken(Kamerstuk 28 325, nrs. 260 t/m 262), en dat zal ook bij de vervolgactieshet geval blijven.Op basis van verder overleg met alle betrokken partijen zet het kabineterop in voor Prinsjesdag een verdere toelichting te geven op de stand vanzaken en gezamenlijke aanpak.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de JongeDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A. HeijnenDe Minister voor Natuur en Stikstof,Ch. van der Wal-ZeggelinkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 325, nr. 2667

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b175619bd9cf90b9

14 okt 2026 · ec9478d5d6fdbca2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.