KamerkringInloggen
Kamerbrief

Afronding RED-III-implementatie

7 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1b24e6bd61fe8db2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1560 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 mei 2026Nu de behandeling in de Eerste Kamer is afgerond, kan de nieuweregelgeving worden gepubliceerd en is de implementatie van devervoersonderdelen van de herziene richtlijn hernieuwbare energie(RED-III) voltooid. Het instrument dat hiervoor is hervormd, is deBrandstoftransitieverplichting (BTV). In deze brief ga ik nader in op eenaantal zaken die tijdens het wetgevingsoverleg met uw Kamer zijnbesproken. Eerst bespreek ik het doel voor de inzet van groene waterstofin mobiliteit in 2030. Vervolgens ga ik in op het verlengen van de BTV na2030. Dan ga ik in op de massabalansregels in relatie tot geïmporteerdfossiel LNG en in de Central European Pipeline System (CEPS) voor deluchtvaart. Vervolgens ga ik in op de limiet op geavanceerde biobrand-stoffen van bewezen technieken (annex IXb) en hoog-ILUC-gewassen ensoja. Tot slot beschrijf ik de mogelijkheden voor hogere mengselsbiodiesel, en ik sluit af met Clean Fuel Contracts.1. Het doel voor hernieuwbare waterstof in mobiliteit in 2030 Zoals toegezegd in het wetgevingsoverleg voor de implementatie van deHernieuwbare Energierichtlijn (RED-III) voor vervoer van 29 september,heeft het ministerie contact gehad met het Ministerie van EconomischeZaken en Klimaat over de wenselijkheid en noodzaak van een eventueleophoging van het subdoel voor hernieuwbare brandstoffen vanniet-biologische oorsprong (hierna: RFNBO’s) van 9,5 petajoule (PJ) naar11 of 12 PJ in 2030. Het doel van het oorspronkelijke verzoek uit de Kameris het bieden van voldoende investeringszekerheid voor elektrolysepro-jecten in NederlandHet kabinet steunt de gedachte achter het verzoek uit de Kamer, maar achteen ophoging naar 11 of 12 PJ in 2030 niet haalbaar zonder duidelijkheidover de hoogte van de RFNBO-subdoelen in de jaren erna. Naaraanleiding hiervan zal ik het belang van de raffinageroute meewegen inmijn voorstel voor verlenging van de BTV na 2030, inclusief de subdoelen kst-32813-1560ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15601 voor RFNBO totaal en specifiek voor direct gebruik van RFNBO’s inmobiliteit (zie punt 2 hierna).2. Het verlengen van de BTV Uw Kamer heeft een motie aangenomen die oproept om de BTV teverlengen, tenminste tot en met 2035 (Kamerstuk 36 766, nr. 12). Ook inhet Regeerakkoord is opgenomen dat Nederland in lijn met Duitsland enFrankrijk voor een langere termijn investeringszekerheid biedt aanhernieuwbare energieproducenten. Met deze brief stuur ik u de onder-zoeken die RVO en Trinomics hebben uitgevoerd naar het verlengen vande BTV. RVO heeft verschillende scenario’s om de BTV te verlengenuitgewerkt. Trinomics heeft gekeken in hoeverre het verlengen van de BTVeffect heeft op de investeringszekerheid van hernieuwbare brandstofpro-ducenten, en concludeert dat de invloed beperkt is. De EuropeseCommissie werkt dit jaar ook aan een voorstel voor een opvolger van dehernieuwbare energierichtlijn, waarin ik ook nieuwe doelen verwacht voorde mobiliteitssector. Ik verken op dit moment de mogelijkheden om deBTV te verlengen, in navolging met Duitsland en Frankrijk, zoals ookopgenomen staat in het regeerakkoord, en kom daar later dit jaar opterug.3. Het vervoeren van hernieuwbare brandstoffen via netten en demassabalansregels in relatie tot geïmporteerd fossiel LNG Uw Kamer heeft een motie aangenomen die mij oproept om te verkennenwat nodig is om massabalansregels toe te passen bij bio-LNG-leveringen(Kamerstuk 36 766, nr. 17). Op dit moment werkt de Europese Commissienog aan een herziening van de massabalansregels in Uitvoeringsveror-dening 2022/996. Dit duurt langer dan mijn voorganger ten tijde van hetwetgevingsoverleg in september had voorzien. Het is goed dat dezeherziening plaatsvindt, want er bestaat geen eenduidige interpretatie vande massabalansregels binnen de Europese Unie. Net als Kamerledenbaart dit ook het ministerie zorgen. Daarom zet het ministerie zich in vooreen duidelijkere beschrijving van de regels. Daarbovenop zet hetministerie zich ervoor in dat hernieuwbare brandstoffen eenvoudiger overtransportnetten kunnen worden vervoerd. De Commissie is daarbijspecifiek gevraagd of er mogelijkheden zijn om het moment in de ketenkan worden verplaatst waarop bewezen moet worden dat een geleverdeduurzame biobrandstof biogeen van aard is. Als de herziening van deUitvoeringsverordening een manier biedt om binnen het kader van derichtlijn hernieuwbare energie de hernieuwbaarheid en de duurzaamheidvan bio-methaan vast te stellen en deze informatie over te dragen opgeïmporteerde hoeveelheden fossiele LNG, dan heeft dit direct werking inNederland. De Europese Commissie is hier bepalend.Sommige partijen in de Kamer hebben ook gevraagd om net als Duitslandeen book-and-claim-principe toe te passen. Er zijn meerdere redenen omdat niet te doen. De Europese richtlijn hernieuwbare energie sluittoepassing van een book-and-claim-principe nadrukkelijk uit voorvloeibare biobrandstoffen (zoals bio-LNG). Dat betekent dat de inzethiervan niet meetelt voor de Europese hernieuwbare energiedoelen.Bovendien bestendigen we een importafhankelijkheid van fossiel LNG,hetgeen niet bijdraagt aan strategische autonomie. Er is immers nietgenoeg biogas om alle fossiele LNG te vervangen. Tot slot heeft deMinister van KGG in het voorjaar van 2025 nog besloten om dedoelstelling van de bijmengverplichting groen gas naar beneden bij testellen, omdat zij een te sterke prijsstijging vreesde. Indien ik vanuit devervoerssector extra vraag naar groen gas zou creëren, dan leidt ditalsnog tot een nog sterker prijseffect. Daarmee zou ik de maatregel die deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15602 vorige Minister van KGG heeft genomen om een kostenstijging bijconsumenten te dempen teniet doen.De bijmengverplichting groen gas en andere systemen, zoals het ETS1 enETS2, creëren op Europees niveau een grote vraag naar groen gas. Dezeinstrumenten zijn er op gericht om de potentiële productie van groen gaste ontsluiten. Het kabinet heeft besloten om groen gas de komendeperiode prioritair in te zetten in de gebouwde omgeving, de kleineindustrie en de land- en glastuinbouw. In het wegtransport zijn ergeschiktere manieren om fossiele brandstoffen terug te dringen.In de bijlage bij deze brief zet ik voor Kamer uiteen welke regels er zijnvoor het vervoeren van biobrandstoffen via netten middels massabalans,welke ontwikkelingen er spelen rondom de massabalansregels en hoeadministratief vergroenen werkt, en waar groen gas in Nederlandtoegepast kan worden. Deze informatie is eerder – deels mondeling, deelsschriftelijk – gedeeld met Eerste en Tweede Kamer.4. Massabalans in relatie tot de CEPS Het lid Schutz vroeg in het wetgevingsoverleg naar de toepassing van demassabalanssystematiek in het Central Europe Pipeline System (CEPS),waardoor kerosine wordt aangeleverd op luchthavens, waaronderSchiphol Airport.De Europese massabalansregels gelden ook voor het vervoer vanbio-kerosine via de CEPS. Bij de herziening van de gedelegeerdeverordening waarin de massabalansregels staan beschreven heb ik mijingezet om het vervoer van biobrandstoffen over transportnetten mogelijkte maken. Bio-kerosine vervoeren via de CEPS is daar een voorbeeld van.Ik verwacht uw Kamer later dit jaar te kunnen melden hoe de herzienegedelegeerde verordening eruit ziet. Mijn inspanningen zijn daarmee inlijn met het rapport Administration of SAF Deliveries via the CEPS dat NLRen Studio Gear Up afgelopen november publiceerden1.5. De limiet op de inzet van geavanceerde biobrandstoffen van bewezentechnieken (annex IXb-biobrandstoffen) In het wetgevingsoverleg over de implementatie van de RED-III hebben deleden Pierik en van Groningen de regering verzocht om de inzet vanbiobrandstoffen geproduceerd uit Annex IX-b grondstoffen in dezeevaartsector mee te laten tellen voor het behalen van de BTV. Er zit eenEuropese limiet op de inzet van annex IXb-biobrandstoffen, waardoor ergeen ruimte meer beschikbaar is om ook leveringen aan de zeevaartsectormee te laten tellen voor de BTV. Naar aanleiding hiervan heeft mijnvoorganger toegezegd zich in Europees verband in te zetten voor hetophogen van de limiet voor Annex IX-b-grondstoffen en de eventueelvrijkomende additionele hoeveelheid beschikbaar te maken voor dezeevaartsector.Samen met Slovenië, Tsjechië, Ierland en Letland heeft Nederland daaromrecent een brief gestuurd aan de Europese Commissie. In deze brief wordtgepleit voor het verhogen van de limiet voor Annex IX-b-grondstoffen envoor het zo spoedig mogelijk starten van de door de Commissie aange-kondigde studie naar de hoogte van deze limiet. Uw Kamer wordtgeïnformeerd over de reactie van de Europese Commissie op deze briefen over eventuele vervolgstappen in het kader van deze toezegging.1Referentie: NLR-CR-2025-305-RevEd-1, zie https://www.government.nl/documents/reports/2025/11/30/administration-of-saf-deliveries-via-the-cepsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15603 6. Palm- en sojaolie aanmerken als hoog-ILUC-risico Naar aanleiding van de motie van het Kamerlid Schonis (Kamerstuk31 305, nr. 300) heeft het ministerie zich herhaaldelijk ingezet om, naastpalmolie, ook soja aan te merken als een biogrondstof met een hoogrisico op indirecte verandering van landgebruik (Indirect Land UseChange; ILUC). In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken datbiogrondstoffen met een hoog ILUC-risico niet worden toegestaan voorde productie van biobrandstoffen.In januari jl. heeft de Europese Commissie een voorstel voor eengedelegeerde handeling gepubliceerd waarin soja wordt aangemerkt alseen biogrondstof met een hoog ILUC-risico. Dit betekent dat deuitbreiding van het productieareaal voor palmolie en sojabonen naargebieden met een hoge koolstofvoorraad leidt tot extra broeikasgase-missies door landgebruiksverandering, waardoor de klimaatwinst vanbrandstoffen uit deze grondstoffen ten opzichte van fossiele brandstoffenverloren gaat. Met dit voorstel geeft de Europese Commissie invulling aande inzet van Nederland en wordt uitvoering gegeven aan de motie van hetKamerlid Schonis.7. Bijmengen van biodiesel (FAME) In het Commissiedebat Duurzaam Vervoer van 14 januari jl. is toegezegdom terug te komen op de zogeheten blend walls – limieten voor hetbijmengen van biobrandstof bij fossiele brandstof waarvoor de motorfa-brikant nog een garantie afgeeft – die gelden voor diesel, nu de BTV eensteeds hogere inzet van hernieuwbare brandstoffen verlangt. Concreetwas de vraag of B10 (diesel met 10% biodiesel) wellicht kan wordenvervangen door B20 of B30.De brandstoftransitieverplichting leidt tot de verhoging van het aanbodduurzame biobrandstoffen aan de pomp. Dat zorgt ervoor dat er zowelmeer aanbod van 100%-biobrandstoffen als hogere aandelen biobrand-stoffen binnen mengsels met fossiele brandstoffen. Onder die eerstecategorie valt HVO100. Onder de tweede categorie vallen bijvoorbeeldHVO20 en B20. Dergelijke brandstoffen worden steeds meer aangebodenaan de pomp. Het is niet mogelijk om B10 overal te vervangen door B20 ofB30, omdat de Europese Brandstofkwaliteitsrichtlijn zich daartegen verzet.De reden daarvoor is dat de meeste voertuigen die in Nederland rijdenniet zijn getest op deze brandstoffen. Wanneer er schade zou ontstaan aande motor terwijl zo’n brandstof is getankt, staat de motorfabrikant nietgarant.8. Clean Fuel Contracts Er is een snelgroeiende behoefte in verschillende mobiliteitssectoren omaan een eindklant te kunnen bewijzen dat een hernieuwbare brandstofwordt gekocht. We noemen dat ook wel Clean Fuel Contracts. Eeneindklant kan zo bijvoorbeeld afspreken met een logistiek ondernemer datzijn producten alleen worden vervoerd met inzet van hernieuwbarebrandstof. Daarvoor is het nodig om duurzaamheidsinformatie te kunnendoorgeven nadat is voldaan aan de brandstoftransitieverplichting, zonderdat brandstoffen dan dubbel worden verkocht als hernieuwbaar. Op ditmoment kan dat doorgeven niet, en daarom kunnen logistiek onder-nemers bijvoorbeeld geen leningen bij een bank afsluiten om infra-structuur voor hernieuwbare brandstofleveringen aan te leggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15604 Het ministerie is daarom een verkenning gestart om te bezien welkeobstakels overwonnen kunnen worden. Uiteindelijk is dit een verantwoor-delijkheid van marktpartijen zelf.RVO heeft twee onderzoeken begeleid om knelpunten te identificeren. Eénonderzoek richt zich op de technische haalbaarheid van het overdragenvan duurzaamheidsinformatie van het Register Energie Vervoer van deNEa naar eindgebruikers in de keten, zonder dat een eenheid duurzamehernieuwbare brandstof dubbel wordt geclaimd. De Nederlandseorganisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO)concludeert dat hiervoor mogelijkheden bestaan, mits aan een aantalvoorwaarden wordt voldaan, en adviseert om mogelijke gebruikers samente brengen om deze voorwaarden vast te stellen. De Stichting KoninklijkNederlands Normalisatie Instituut (NEN) heeft gekeken naar bestaandenormenkaders die als fundament voor zo’n systeem kunnen gelden, enadviseert om een nieuwe norm te ontwikkelen onder de bestaandenormen «Chain-of-Custody» en «Digital Products Passports». Beiderapporten treft u als bijlage bij deze brief.Naar aanleiding van deze onderzoeken wordt een Nederlands TechnischeAfspraak-traject (NTA-traject) opgezet om de voorgestelde oplossingenverder te ontwikkelen, samen met de sector en betrokken ministeries.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. BertramTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15605 BIJLAGE: EUROPESE MASSABALANSREGELS IN RELATIE TOTHET VERGROENEN VAN GEÏMPORTEERD FOSSIEL LNG Massabalans-regels voor het vervoeren van biobrandstoffen via nettenIn algemene zin geldt dat de massabalansregels door de EuropeseCommissie zijn vastgesteld in uitvoeringsverordening 2022/996, diedirecte werking heeft in Nederland. Nederland kan daar niet van afwijken.De Europese regels staan op dit moment niet toe om een massabalans tevoeren over geïmporteerde fossiele LNG, in combinatie met duurzaamgroen gas dat in het Europese gasnet wordt geïnjecteerd. Een belangrijkepijler onder de Europese energietransitie is dat een duurzamebiobrandstof aantoonbaar biogeen van aard dient te zijn, en niet bestaatuit administratief vergroende fossiele brandstof.Bio-LNG is een enigszins verwarrende term. Het Ministerie van IenWgebruikt dit containerbegrip niet. Wat een hernieuwbare brandstof is, isvastgesteld in artikel 2, onder 2 van de definities van de Richtlijnhernieuwbare energie (RED):«Energie uit hernieuwbare bronnen of hernieuwbare energie: energie uithernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk windenergie, zonne-energie(thermische zonne-energie en fotovoltaïsche energie) en geothermischeenergie, omgevingsenergie, getijdenenergie, golfslagenergie en andereenergie uit de oceanen, waterkracht, en energie uit biomassa, stortgas,gas van rioolzuiveringsinstallaties, en biogas»Voor zover met bio-LNG wordt verwezen naar LBM (liquifiedbio-methane), dan kan dit voldoen aan deze definitie onder voorwaardedat hiervan zowel de hernieuwbaarheid (middels de vereisten in artikel 23van uitvoeringsverordening 2022/996), als de duurzaamheid (met hetbewijs van duurzaamheid, in acht nemende artikel 19 van uitvoeringsver-ordening) is vastgesteld. Indien met bio-LNG wordt verwezen naar fossielLNG dat op de markt wordt gebracht in combinatie met een los aange-schafte garantie van oorsprong van een in het Europese gasnet ingevoedehoeveelheid duurzame biomethaan (administratief vergroenen), danvoldoet dit niet aan de definitie van hernieuwbare energie uit de Richtlijnhernieuwbare energie.Tot slot, het Europees Hof heeft zich verschillende malen gebogen over demassabalansregels en de functie van het massabalanssysteem. In tweearresten heeft het Hof vastgesteld dat het massabalanssysteem alleenbetrekking heeft op het aantonen van de duurzaamheidskenmerken vaneen biobrandstof en zich niet strekt over het totale brandstofmengselindien dat ook fossiele brandstoffen bevat. Door het Hof is daarnaastvastgesteld dat indien het massabalanssysteem wórdt toegepast, dezetoepassing niet tevens leidt tot de vaststelling dat een geleverdehoeveelheid brandstof (al of niet een mengsel van brandstoffen) ookdaadwerkelijk een bepaalde hoeveelheid biobrandstof bevat. Voor dievaststelling is aanvullend chemisch bewijs nodig, bijvoorbeeld doorbemonstering en een zogenaamde C14-analyse. Zie daartoe de arrestenE.ON Biofor Sverige AB tegen Statens energimyndighet (2017), BP FranceSAS tegen Ministre de l’ Économie, des Finances et de la Souverainetéindustrielle et numérique (2024) en het arrest van de Raad van State van19 maart 2025 in de zaak Lukoil Benelux B.V. tegen het bestuur van deNederlandse Emissieautoriteit (uitspraak 202004292/1/R4).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15606 Administratief vergroenen van fossiele LNGIn Duitsland heeft men gekozen voor het voeren van een book-and-claim-systeem, waarbij geïmporteerd fossiel LNG administratief kan wordenvergroend door garanties van oorsprong te kopen van in het Europeesgasnet ingevoede hoeveelheden duurzaam biomethaan. Dat is iets andersdan het voeren van een massabalans van biobrandstoffen over LNG uitbiomassa. Bij een book-and-claimsysteem zou de Unierechtelijkevoorwaarde losgelaten worden dat er een fysiek verband moet bestaantussen de informatie over de duurzaamheids-kenmerken en leveringen ofgemengde leveringen, zoals wel het geval is bij toepassing van hetmassabalanssysteem van biobrandstoffen. In plaats daarvan wordt eenhoeveelheid fossiel LNG verkocht als ware het een duurzamebiobrandstof, in combinatie met een garantie van oorsprong die bewijstdat een hoeveelheid duurzaam biomethaan in het Europese gasnet isingevoed. De richtlijn hernieuwbare energie sluit toepassing van eenbook-and-claim-principe nadrukkelijk uit voor vloeibare biobrandstoffen(zoals bio-LNG). Dat betekent dat de inzet hiervan niet meetelt voor deEuropese hernieuwbare energiedoelen (RED-doelen). Zie hiervoor ook deeerder aangehaalde uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaakE.ON Biofor (opmerking: betreft uitspraak op oudere versie van deRichtlijn hernieuwbare energie, maar principe is niet gewijzigd):«62. Wat betreft de aldus door de Uniewetgever gemaakte keuze, die ermeer bepaald in bestond de voorkeur te geven aan het massabalansverifi-catiesysteem boven twee andere a priori beschikbare methoden, namelijkde «methode van identiteitbehoud» en de «methode van verhandelbarecertificaten», ook «book and claim» genoemd, moet evenwel het volgendeworden opgemerkt.63. Ten eerste staat vast dat de methode van identiteitsbehoud, door hetuitsluiten van elke mogelijkheid om een levering duurzaam biogas tevermengen met een gaslevering die geen dergelijke duurzaamheidsken-merken heeft, niet in dezelfde mate zou bijdragen aan de handel induurzaam biogas tussen de lidstaten, aangezien een dergelijke methodemet name automatisch tot gevolg heeft dat het in de praktijk uitgesloten isduurzaam biogas toe te voeren aan een gasnet, en dus om het via een nette transporteren en uit te voeren met behoud van de duurzaamheidsken-merken ervan voor de drie in artikel 17, lid 1, van richtlijn 2009/28vermelde doeleinden.64. Wat ten tweede het feit betreft dat de voorkeur is gegeven aan hetmassabalanssysteem boven het systeem van verhandelbare certificaten,dat niet vereist dat er een fysiek verband blijft bestaan tussen deinformatie betreffende de duurzaamheidskenmerken en leveringen ofgemengde leveringen, blijkt enerzijds uit overweging 76 van richtlijn2009/28 dat de Uniewetgever die keuze heeft gemaakt om te garanderendat er een dergelijk fysiek verband blijft bestaan tussen het moment vande productie van duurzame biobrandstof en dat van het verbruik ervan.Volgens die overweging is de voorkeur gegeven aan een dergelijk fysiekverband omdat het een evenwicht tussen vraag en aanbod kan doenontstaan en kan zorgen voor een verhoging van de prijs van duurzamebiobrandstof die voldoende groot is om de nodige wijzigingen van hetgedrag van de marktpartijen tot stand te brengen, en aldus het nut zelfvan de duurzaamheidscriteria te waarborgen. In overweging 76 heeft deUniewetgever er bovendien op gewezen dat door de toepassing van demassabalansmethode om de naleving te verifiëren, de integriteit van hetsysteem behouden blijft en onredelijke lasten voor het bedrijfslevenworden vermeden.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15607 Kijkend naar de situatie in Duitsland is het belangrijk om te weten dat debiomethaanmarkt een niet-transparante markt is. Het Duitse beleidsinstru-mentarium (THG-Quote en dubbeltelling) maakt methaan uit mest zeeraantrekkelijk en qua prijsvorming niet vergelijkbaar met andere lidstaten.Rapportages van grote Duitse marktanalisten laten marktbeweging zien,maar geen dalende prijstrend. Daarnaast heeft de systematiekhernieuwbare energie vervoer als doel om de fysieke inzet vanhernieuwbare brandstoffen in de Nederlandse markt te stimuleren. Methet toestaan van de zogenoemde terminalroute wordt dit doel niet bereikt,omdat er dan fossiel LNG zou worden verkocht als ware het «bio-LNG»,terwijl er in werkelijkheid geen LBM wordt geleverd. Op het moment dater gebruik wordt gemaakt van de import van groen gas certificaten dandraagt dit, volgens de huidige afspraken over hoe hier boekhoudkundigmee wordt omgegaan in de emissiestatistiek, niet bij aan reductie van deCO2-uitstoot van Nederland. De bijdrage aan emissiereductie wordtnamelijk meegeteld in het land waar groen gas in het gasnet is ingevoed.Het gebruik van LBM dat daadwerkelijk wordt geleverd en gebruikt teltwel mee in de statistiek.De kansen voor de toepassing van groen gas in NederlandBinnen transport wordt onderscheid gemaakt tussen CBM (compressedbiomethane, gecomprimeerd groen gas) en LBM (liquified biomethane,vloeibaar gemaakt groen gas). Groen gas heeft een belangrijke rol in deenergietransitie. Het is een basischemicalie die kan worden gebruikt alsbrandstof in de vorm van CBM of LBM, en kan ook worden omgezet totbijvoorbeeld biomethanol, dat als brandstof te gebruiken is of alsgrondstof voor chemieproducten als plastic. In het bijzonder bio-methanolen LBM lijken een belangrijke rol te spelen in het eindbeeld als energie-drager in de zeevaartsector. Er worden momenteel veel schepen bestelddie op deze brandstoffen kunnen varen. Hiertoe is het wel belangrijk datde infrastructuur om LBM te produceren, transporteren, opslaan, leverenen gebruiken wordt opgeschaald. Indien administratief vergroenen wordttoegestaan gebeurt dat dus niet.In de wegsector is er geen rol voor groen gas in het toekomstbeeld.Vanwege de hoge energie-efficiëntie verdient elektrificatie daar devoorkeur. De regering werkt daarom toe naar maximale elektrificatie vanhet wagenpark. Een deel van het (bijzonder) zwaar wegtransport kaneventueel op waterstof(gebaseerde biobrandstoffen) gaan rijden. Groengas is niet inzetbaar in bestaande benzine- en dieselmotoren. Daaromheeft het ook geen noemenswaardige rol gedurende de transitie naar eenelektrisch wagenpark. Dat is ook niet erg; zo blijft voldoende groen gasbeschikbaar in sectoren waar het een grotere toegevoegde waarde heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15608

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ea662ddef28deffd

14 okt 2026 · bc1c504de0922c93

13 okt 2026 · 0167291081ef8218

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.