KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op rapport Evaluatiecommissie NPO 'Focus op de Kernwaarden'

11 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d9c47958e5eba58e · officiële bron

32 827 Toekomst mediabeleid Nr. 383 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 11 september 2026 Inleiding Op 11 mei 2026 heeft de evaluatiecommissie, die is ingesteld door de Raad van Toezicht van de NPO, het evaluatierapport ‘Focus op de Kernwaarden’ gepubliceerd.[voetnoot 1] Uw vaste Kamercommissie voor OCW heeft mij om een reactie op dit rapport gevraagd. Deze evaluatie betreft het functioneren van de landelijke publieke omroep als geheel en in het bijzonder de bijdrage van aspirant-omroepen Omroep ZWART en Ongehoord Nederland! (ON!). Opbouw brief Ik schets allereerst kort de rol van de evaluatiecommissie en het nader proces en reageer vervolgens op de conclusies uit het evaluatierapport ten aanzien van de koers van de landelijke publieke omroep en de huidige dreigingen voor het bestel die de commissie signaleert. Daarna zal ik specifiek ingaan op de aanbevelingen van de commissie ten aanzien van 1) de focus op publieke waarden, 2) een slagvaardige organisatie 3) sociale veiligheid, 4) het toezicht op journalistiek en 5) de aspirant-omroepen. Bij deze onderwerpen betrek ik steeds de wijze waarop ik de aanbevelingen adresseer in het wetsvoorstel voor de hervorming van de landelijke publieke omroep dat ik op zeer korte termijn in internetconsultatie zal brengen. De bevindingen en aanbevelingen van de evaluatiecommissie raken namelijk aan onderdelen van dit wetsvoorstel. Rol evaluatiecommissie en nader proces Op basis van de Mediawet 2008 wordt de landelijke publieke omroep eens per vijf jaar geëvalueerd door een evaluatiecommissie die de NPO instelt.[voetnoot 2] De evaluatiecommissie kijkt naar de bijdrage van de NPO als geheel en de bijdrage van alle omroepen aan de publieke mediaopdracht.[voetnoot 3] De evaluatie heeft betrekking op de huidige concessieperiode. Deze liep van 2022 tot en met 2026, en is verlengd tot en met 2028. De gegevens uit de jaren 2025 en 2026 zijn gedurende het onderzoek beschikbaar gekomen. De commissie geeft aan dat zij deze gegevens voor zover relevant ook heeft betrokken bij de evaluatie. In het geval dat de commissie constateert dat een omroep onvoldoende bijdrage heeft geleverd aan de publieke mediaopdracht, voert de commissie binnen twee en vier jaar een vervolgevaluatie uit.[voetnoot 4] Daarnaast beoordeelt de commissie of de aspirant- omroepen een vernieuwende bijdrage hebben geleverd aan het bestel.[voetnoot 5] Als een aspirant-omroep een onvoldoende vernieuwende bijdrage heeft geleverd, komt de omroep niet in aanmerking voor een nieuwe erkenning. Koers landelijke publieke omroep De evaluatiecommissie beschrijft in het rapport het ontstaan van de publieke omroep in een tijd dat de concurrentie nationaal was en distributie vanzelfsprekend plaatsvond langs de lijnen van de verzuilde samenleving.[voetnoot 6] Ook wijst het rapport erop dat door digitalisering, de opkomst van Big Tech en kunstmatige intelligentie die context totaal is veranderd. Dominante internationale partijen zoals YouTube, Facebook, Instagram en grote internationale streamingsdiensten hebben een poortwachtersfunctie gekregen en bepalen in toenemende mate ons consumentengedrag. Ze beïnvloeden het debat via algoritmes die niet zijn ontworpen voor democratische waarden, maar voor maximale aandacht, het verkrijgen van data en winstmaximalisatie.[voetnoot 7] Deze ontwikkelingen leiden ertoe dat er meer druk is komen te staan op democratieën waardoor persveiligheid afneemt en publieke omroepen hun onafhankelijkheid en betrouwbaarheid dreigen te verliezen. Deze factoren vormen volgens de commissie een dreiging voor het voortbestaan van de landelijke publieke omroep en vragen om een andere koers. Hoewel de commissie constateert dat de NPO er voor een groot deel in is geslaagd te sturen op de doelen voor het landelijke publieke bestel als geheel en de prestatieafspraken tussen OCW en de NPO, is de commissie van mening dat er twee aanvullende zaken nodig zijn voor de toekomstbestendigheid van de landelijke publieke omroep. De landelijke publieke omroep zou zich volgens de commissie meer moeten focussen op kernwaarden en een bijbehorende strategie, en op de slagvaardigheid van het bestel als geheel. In de volgende paragraaf ga ik nader in op deze aanbevelingen en licht ik toe hoe het wetsvoorstel dat ik op zeer korte termijn op internetconsultatie publiceer, hieraan raakt. Focus op publieke waarden De commissie vindt dat er bij de publieke omroep momenteel onvoldoende aandacht is voor kernwaarden in het concessiebeleidsplan, de prestatieafspraken en de verantwoordingscyclus. Bij het hervormen van het bestel heb ik mij gericht op deze waarden en bezien of de voorgestelde maatregelen in de optelsom bijdragen aan een betrouwbare, onafhankelijke, kwalitatieve en pluriforme publieke omroep. Deze publieke waarden vormen namelijk een belangrijk fundament voor de landelijke publieke omroep en zijn daarom ook vervat in de publieke mediaopdracht. Het zijn deze waarden waarmee de publieke omroep zich kan onderscheiden in een ontwikkelend medialandschap met een groot aantal aan (commerciële) spelers en die maken dat de publieke omroep van meerwaarde is voor de Nederlandse samenleving. Ik vind het daarom belangrijk dat publieke waarden zoals betrouwbaarheid, impact, verbinding en journalistieke kwaliteit meer op de voorgrond komen te staan en een prominentere rol spelen bij de strategievorming en de systematiek van verantwoording en beoordeling. De commissie stelt terecht dat publieke waarden centraal moeten staan bij de publieke omroep en constateert dat een handzame set aan waarden en definities, die breed wordt gedragen, ontbreekt. Hierdoor is het volgens de commissie lastig voor de partijen in het bestel om de publieke waarden concreet door te vertalen in hun werkzaamheden. Daarnaast beveelt de commissie aan om de bevordering van sociale cohesie en de bescherming van de rechtsstaat toe te voegen als kernwaarden. De commissie vindt dat de publieke omroep niet alleen alle perspectieven uit de samenleving hoort te bedienen, maar ook de verbinding tussen deze perspectieven dient te bevorderen. Vanuit de democratische functie van de publieke omroep vindt de commissie het van belang dat de publieke omroep in zijn handelen altijd de bescherming van de rechtsstaat voor ogen moet houden. Zoals ik eerder al aangaf, draag ik met mijn wetsvoorstel om de landelijke publieke omroep te hervormen bij aan een duidelijkere focus op publieke waarden. Ik doe dat bijvoorbeeld door in de wet duidelijker te omschrijven wat de taken van de omroepen en de NPO zijn, lettende op het bepaalde in de publieke mediaopdracht en de publieke waarden die daarin genoemd zijn. De wet zal bijvoorbeeld expliciet borgen dat de omroepen gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht waar de publieke waarden onderdeel van uitmaken. De wet bevat duidelijke criteria waaraan de strategische documenten, zoals een concessiebeleidsplan en aanbodplan, moeten voldoen. Deze criteria zijn weer een afgeleide van de taken van omroepen en NPO waardoor er een duidelijke verbinding is tussen de publieke mediaopdracht inclusief de publieke waarden en de wijze waarop deze moet worden geoperationaliseerd in de verschillende fasen van de planvorming bij de publieke omroep. Deze duidelijke criteria stellen de publieke omroep in staat om richtinggevendere strategieën te ontwikkelen en zich daar vervolgens ook transparant en adequaat over te verantwoorden. Verder heb ik opnieuw gekeken naar de publieke mediaopdracht, lettende op de specifieke aanbevelingen van de commissie op dit vlak. De aanbeveling om het bevorderen van sociale cohesie op te nemen in de publieke mediaopdracht neem ik over. Ik maak in het wetsvoorstel over de hervorming duidelijk dat de publieke omroepen worden geacht de sociale cohesie te bevorderen. Dit past wat mij betreft goed bij de omschrijving van het tweede lid van artikel 2.1 Mediawet 2008, die de publieke mediaopdracht beschrijft. De aanhef van dit lid stelt dat publieke mediadiensten in overeenstemming moeten zijn met publieke waarden en moeten voorzien in democratische, sociale en culturele behoeften van de Nederlandse samenleving. Uitvloeisel van die sociale behoeften is wat mij betreft het bevorderen van de sociale cohesie. Het bevorderen van sociale cohesie doet de publieke omroep niet alleen door aanbod te brengen waar verschillende groepen in de samenleving naar kijken of luisteren, maar ook door mensen in contact te brengen met geluiden en perspectieven waar men anders niet mee in aanraking zou zijn gekomen. Zeker in het huidige medialandschap, dat gekenmerkt wordt door gepersonaliseerde aanbevelingen, is het van grote waarde dat er een publieke omroep is die gedeelde kijk- en luisterervaringen en ruimte voor verschillende perspectieven biedt. Dit sluit goed aan bij de Kamerbrief van 4 april 2025 waarin wordt benoemd dat op dit moment in de beoordeling van het functioneren van de landelijke publieke omroep te weinig aandacht is voor de waarde van verbinding.[voetnoot 8] Het opnemen van sociale cohesie als uitvloeisel van het voorzien in de sociale behoeften van de Nederlandse samenleving betekent overigens niet dat al het individuele media-aanbod altijd zou moeten bijdragen aan de sociale cohesie. Wat betreft de aanbeveling om het beschermen van de rechtsstaat als functie van de publieke omroep aan de wet toe te voegen, heb ik ervoor gekozen om deze publieke waarde niet te vertalen naar de publieke mediaopdracht. Het is ontegenzeggelijk zo dat een goed functionerende publieke omroep bijdraagt aan het goed functioneren van de rechtsstaat en daarin een onmisbare pijler is. Want de landelijke publieke omroep speelt een belangrijke rol in het faciliteren van het maatschappelijk debat door het verschaffen van onpartijdige en onafhankelijke informatie vanuit verschillende perspectieven. Hierdoor kunnen burgers zich informeren en deelnemen aan dit maatschappelijke debat. Ik zie het beschermen van rechtsstaat als waarde in de eerste plaats als een effect van een goede publieke omroep en niet als een taak op zichzelf. Anders dan het opnemen van het bevorderen van sociale cohesie als uitvloeisel van het voorzien in sociale behoeften, heeft het opnemen van bescherming van de rechtsstaat in de publieke mediaopdracht het risico in zich dat het gaat gelden als een toetssteen voor programmatische inhoud. De vraag of met het aanbod de bescherming van de rechtsstaat voor ogen wordt gehouden, laat zich lastig beantwoorden. Een te nauwe uitleg kan ertoe leiden dat een deel van het aanbod mogelijk ter discussie komt te staan. Denk aan aanbod dat kritisch is op instituties die onderdeel zijn van de rechtsstaat. Het kan leiden tot te veel inhoudelijke en gedetailleerde sturing op de werkzaamheden van de publieke omroep en raakt de grondwettelijk gewaarborgde onafhankelijkheid die buiten kijf moet staan. Journalistiek mag namelijk schuren, provoceren en hoeft niet neutraal te zijn. Ik wil voorkomen dat met een dergelijke toevoeging inhoudelijke discussie kan ontstaan of aanbod van de publieke omroep wel voldoende de rechtsstaat in bescherming zou nemen. Naast een focus op het werken vanuit de kernwaarden, waar de evaluatiecommissie de nadruk op legt, blijft het van belang dat de publieke omroep een goede strategie vormgeeft en implementeert om deze kernwaarden te borgen. Kijkend naar de publieke omroepen in andere Europese lidstaten, zie ik dat zij op min of meer dezelfde publieke waarden zijn gericht, maar dat door verschillen in maatschappelijke ontwikkelingen, publieksbehoeften en marktomstandigheden de strategieën van landen ten opzichte van elkaar sterk kunnen verschillen. Een strategie die vanuit nationale context invulling geeft aan het werken vanuit de kernwaarden is nodig voor de publieke omroep om relevant te blijven en adequaat in te kunnen spelen op de uitdagingen in het huidige digitale en internationale medialandschap. Een slagvaardige organisatie De commissie concludeert terecht dat de complexe inrichting van het omroepbestel het bemoeilijkt gezamenlijk een strategische koers te bepalen ten aanzien van de kernwaarden. De commissie ziet het ontbreken van een slagvaardige organisatie bijvoorbeeld terug in het proces van digitalisering, waarbij volgens de commissie een gezamenlijke strategie ontbreekt. Ik ben het daarom eens met de commissie dat de hierboven beschreven maatregelen nodig zijn om de dreigingen van buitenaf het hoofd te bieden. Het verleggen van de koers en adequaat inspelen op veranderingen in het medialandschap en de samenleving is in de eerste plaats aan de publieke omroep zelf. Zij geeft met zijn programmeer- en aanbodstrategie concreet invulling aan de publieke mediaopdracht die de wetgever heeft omschreven. Ik ben dan ook blij te zien dat NPO en omroepen in hun gezamenlijke reactie op het rapport van de commissie erkennen dat de huidige koers niet volstaat en erkennen dat het medialandschap ingrijpend is gewijzigd. Ze geven daarbij aan dat zij in dit landschap als democratisch instituut scherper en zichtbaarder positie moeten innemen en onderscheidend moeten zijn vanuit publieke waarden. De NPO en omroepen gaan daarom aan de slag met verbeteringen die binnen de huidige wettelijke kaders al mogelijk zijn, zoals het vormgeven van een betere onderlinge samenwerking. Ik verwacht dat de publieke omroep zich in het nieuwe concessiebeleidsplan rekenschap geeft van de veranderende omstandigheden en omschrijft hoe de publieke omroep, gelet op de uitdagingen, zich wil positioneren en welke strategie hierbij hoort. Tegelijkertijd wijzen de NPO en omroepen terecht op de taak die de wetgever heeft om goede randvoorwaarden te scheppen die ervoor zorgen dat de publieke omroep om kan gaan met de (veelal digitale) uitdagingen. De huidige randvoorwaarden volstaan niet: het bestel is onvoldoende slagvaardig en verantwoordelijkheden zijn versnipperd door de veelheid aan organisaties. Een groot aantal van deze randvoorwaarden wordt dan ook ingrijpend aangepast met het wetsvoorstel om de landelijke publieke omroep fundamenteel te herzien. Zoals eerder benoemd wordt dit op zeer korte termijn voor internetconsultatie aangeboden. In de Kamerbrief die ik gelijktijdig met de start van de internetconsultatie aan de Tweede Kamer zal sturen, ga ik nader in op de belangrijkste maatregelen die dit voorstel bevat. Die maatregelen dragen bij aan een slagvaardigere en wendbaardere publieke omroep die daarmee ook beter in staat wordt gesteld adequaat in te spelen op het veranderende medialandschap. Hieronder licht ik er alvast een aantal uit. In het wetsvoorstel adresseer ik verschillende knelpunten die de commissie ziet ten aanzien van de inrichting van het bestel, zoals de hoeveelheid aan spelers, het gebrek aan constructieve samenwerking binnen het bestel, de onduidelijkheid van de rol- en taakverdeling tussen de NPO en de omroepen en het gebrek aan het werken vanuit een gedeeld belang. Het proces richting deze hervorming is nu in volle gang en ik vind het goed om te zien dat de NPO en de omroepen vooruitlopend op de hervorming al bezig zijn een betere samenwerking vorm te geven binnen de bestaande mogelijkheden. Een fundamenteel onderdeel van de hervorming die ik voorstel, is het sluiten van het bestel voor nieuwe omroepen en het terugbrengen van het aantal omroepen in het bestel naar vier omroephuizen, met daarnaast de omroeporganisatie NOS waarin NOS en NTR samen zullen opgaan, die het media-aanbod zullen verzorgen. De NPO zal een coördinerende en sturende rol blijven vervullen, al zal deze lichter worden ingevuld. Het terugbrengen van het aantal omroepen draagt bij aan de slagvaardigheid en bestuurbaarheid van het geheel en lost de bestaande versnippering in het bestel op. Het feit dat de organisaties een vaste plek in het bestel hebben, en de focus meer komt te liggen op samenwerking en gedeeld belang in plaats van concurrentie, zal daarbij leiden tot meer rust en stabiliteit, ook voor medewerkers. Dit heeft een gunstig effect op de onderlinge verhoudingen en zorgt ervoor dat het bestel zich als geheel beter kan richten op de uitvoering van de kerntaken doordat er minder tijd en energie opgaat aan de interne beheersing. In het gewijzigde bestel zullen de taken van de omroepen en de NPO duidelijker belegd zijn. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de NPO en omroephuizen zich gezamenlijk moeten richten op de uitvoering van de publieke mediaopdracht. Deze gezamenlijkheid houdt onder meer in dat de strategische koers en de daarbij behorende documenten in co-creatie tussen de NPO en de omroepen tot stand komen. Hierdoor wordt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht evenwichtiger verdeeld en is het mogelijk de coördinerende taak van de NPO lichter vorm te geven. Een wettelijk verplichte onafhankelijke evaluatiecommissie zal de uitvoering periodiek evalueren. In de strategische documenten worden afspraken gemaakt over de verdeling van aanbod en de budgetten die daaraan gekoppeld zijn door de omroephuizen en NOS. Dit draagt bij aan de vereenvoudiging van het programmeerproces. Hierdoor zal er meer zekerheid zijn ten aanzien van het programmeerproces en kan de NPO terughoudender toetsen. Ik erken ook dat alleen het opnieuw inrichten van de landelijke publieke omroep niet voldoende is om de toekomstbestendigheid in het huidige gedigitaliseerde medialandschap te waarborgen. Om deze reden ben ik ook bezig met het uitwerken van andersoortige maatregelen in reactie op het WRR-rapport ‘Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies’. Ik richt me hierbij op de ontwikkeling van integraal mediabeleid ten behoeve van de versterking van de Nederlandse mediasector in brede zin.[voetnoot 9] In dit kader wil ik specifiek de prominentiemaatregelen noemen waar de NPO en omroepen ook naar verwijzen in hun gezamenlijke reactie op het evaluatierapport. Prominentiemaatregelen zorgen ervoor dat diensten en aanbod van onder andere de landelijke publieke omroep goed vindbaar en zichtbaar zijn. Ik werk daarom aan wettelijke maatregelen ten aanzien van audiovisuele diensten van algemeen belang op het tv-scherm. In de reeds toegezegde brief over de opvolging van het WRR-rapport dit najaar zal ik uitgebreider terugkomen op deze prominentiemaatregelen en op prominentiebeleid in het online domein. Prominentiemaatregelen zijn daarbij niet enkel relevant voor de landelijke publieke omroep, maar voor alle Nederlandse mediapartijen, publiek en privaat. Sociale veiligheid Ik vind het van belang aandacht te besteden aan de signalen die de evaluatiecommissie geeft over het bestaan van een angstcultuur bij de landelijke publieke omroep, ondanks de inspanningen die de afgelopen jaren door de organisaties in het bestel zijn geleverd om een cultuurwijziging in gang te zetten. Dit is een zorgelijke constatering. Het is daarom goed dat de NPO en omroepen in hun reactie op het rapport benadrukken dat de zorg voor een sociaal veilige werkomgeving een zaak is die structurele en permanente aandacht vraagt. De evaluatiecommissie geeft verder aan een verband te zien tussen de structuur van het huidige bestel en de doorwerking ervan in de omgangsvormen op de werkvloer. De Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen, die in 2024 een onderzoek publiceerde naar grensoverschrijdend gedrag bij de landelijke publieke omroepen, wees ook op een aantal kenmerken van het bestel die een negatief effect kunnen hebben op de sociale veiligheid binnen de organisaties.[voetnoot 10] Ik verwacht dat de maatregelen in het wetsvoorstel over de hervorming die ik hierboven kort heb toegelicht, zoals het sluiten van het bestel en de verschuiving naar een gezamenlijke uitvoering van de publieke mediaopdracht, bijdragen aan meer rust en zekerheid voor de organisaties en medewerkers. Deze maatregelen kunnen onwenselijke structuren verminderen die een risico vormen voor sociale onveiligheid. Daarnaast ben ik voornemens de rollen en verantwoordelijkheden van bestuurders en leden van de raden van toezicht te verscherpen en maximeer ik de zittingstermijnen voor deze organen. Bovendien wil ik de zorg voor een gezonde organisatiecultuur steviger borgen in de wet, onder andere door het stellen van aanvullende eisen aan de overkoepelende gedragscode van de NPO en omroepen. Op deze gedragscode ziet het Commissariaat voor de Media toe (Commissariaat). Het wetsvoorstel bevat veel maatregelen om de inrichting van het bestel te verbeteren waardoor het risico op sociale onveiligheid vermindert. Ik vind het van belang te benadrukken dat de zorg voor een gezonde en veilige organisatiecultuur ook om structurele inzet en effectief beleid van de NPO en omroepen zelf vraagt. Toezicht op journalistieke kwaliteit Bij de publieke omroep zijn dagelijks vele mensen op integere en toegewijde wijze bezig met het maken van journalistieke programma’s vanuit het besef dat de publieke omroep een onafhankelijke en betrouwbare bron van informatie moet zijn waar het publiek op kan vertrouwen. Dat is geen gemakkelijke opgave omdat, zoals de evaluatiecommissie opmerkt, er veel partijen wedijveren om de aandacht van kijkers en luisteraars. Zoals hierboven geschreven, is de trend dat kapitaalkrachtige internationale technologiebedrijven steeds meer deze aandacht naar zich toetrekken. Steeds vaker gebeurt dit met door AI gegenereerde informatie waarvan niet duidelijk is wat de bron ervan is en of het gecheckt is. Daarom is het des te belangrijker dat de publieke omroep niet meegaat in die trend, maar juist zijn kracht als serieuze en betrouwbare informatiebron versterkt. Daarvoor is het van cruciaal belang dat er effectieve waarborgen zijn en dat er gewerkt wordt volgens de hoogste journalistieke normen die in de sector gelden en dat het publiek er ook op kan vertrouwen dat er maatregelen worden getroffen als het mis gaat. Hoewel de zelfregulerende mechanismen in de sector in de praktijk in de meeste gevallen goed lijken te werken, is gebleken dat aanvullende waarborgen noodzakelijk zijn om zorgelijke casussen in de toekomst te voorkomen. Zo verwijst de evaluatiecommissie naar de situatie dat de Ombudsman meerdere malen concludeerde dat een omroep in strijd handelende met de Code Journalistiek Handelen. Daarbij biedt de Mediawet 2008 volgens de commissie onvoldoende aanknopingspunten om gevolg te geven aan dergelijke situaties.[voetnoot 11] De evaluatiecommissie constateert op dit vlak zwakheden in het huidige bestel. Kort gezegd, komen die erop neer dat er op grond van de huidige wet geen redelijk toepasbaar mechanisme is waarmee effectief kan worden opgetreden als het gaat om het op peil houden van de journalistieke kwaliteit en de betrouwbaarheid als kernwaarde. Volgens de evaluatiecommissie is hier een onafhankelijke, gezaghebbende toezichthouder nodig die kan optreden. Ik deel de analyse van de evaluatiecommissie. De lang als vanzelfsprekend geleken waarborgen voor kwalitatief goede journalistiek zijn kwetsbaar gebleken. Hoe vaker de journalistieke kwaliteit van het publieke media-aanbod in twijfel wordt getrokken, hoe belangrijker het is dat de publieke omroep zich verantwoordt over hoe hij te werk gaat, dat de publieke omroep maatregelen neemt waar dat nodig is om de kwaliteit en integriteit van het journalistieke aanbod te verzekeren en dat er uiteindelijk bestuursrechtelijk kan worden opgetreden als dat tekortschiet. Complex aan het vraagstuk van het borgen van de kwaliteit van journalistiek bij de publieke omroep is de balans te vinden tussen de onafhankelijkheid van de media en de afwezigheid van overheidsbemoeienis enerzijds en de ministeriële verantwoordelijkheid voor een goede werking van het publieke bestel en van de democratie en de rechtsstaat anderzijds. De wijze waarop ik hieraan in het genoemde wetsvoorstel vorm wil geven, mede in het licht van de aanbevelingen van de evaluatiecommissie, is als volgt. Het is een groot goed dat de sector zelf zeggenschap heeft over wat kwalitatief goede journalistiek is en dat er een grote mate van zelfregulering plaatsvindt in de journalistiek en mediasector in den brede. Aan dit uitgangspunt wil ik niet tornen. Een situatie waarin vanwege de staat wordt voorgeschreven wat goede journalistiek is en daarop toezicht wordt gehouden door diezelfde staat, verdraagt zich niet met internationaal recht. Hieraan ligt mede ten grondslag een advies dat ik heb gevraagd aan wetenschappers aan de UvA.[voetnoot 12] Voor verantwoording over en toezicht op de kwaliteit van de journalistieke functie binnen de publieke omroep blijft zelfregulering dan ook de basis. De eigen verantwoordelijkheid van de sector voor het bedrijven van verantwoorde journalistiek is echter niet vrijblijvend. De expliciete opdracht van de publieke omroep om zich bij de uitoefening van die taak aan de eigen journalistieke ethische kwaliteitsstandaarden te houden, maakt het wenselijk dat er manieren zijn om de publieke omroep op die verantwoordelijkheid aan te spreken als zelfregulering onvoldoende effect heeft. Ik neem daarom maatregelen om de effectiviteit, onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van de zelfregulerende mechanismen binnen de publieke omroep als geheel te verstevigen en het toezicht beter in te richten. Daarvoor stel ik in het wetsvoorstel voor de hervorming van de landelijke publieke omroep de volgende maatregelen voor: de rol van de Journalistieke Code als basis voor journalistiek handelen wordt verduidelijkt; de functie en werking van het redactiestatuut worden verstevigd en verduidelijkt; de taken en onafhankelijke positie van de ombudsman worden versterkt; wanneer er sprake is van een structureel patroon van schendingen van de journalistieke code worden de landelijke publieke media-instellingen verplicht eerst zelf actie te ondernemen en maatregelen te treffen volgens vooraf door hen ingerichte en bekendgemaakte procedures; en er komt een duidelijke koppeling tussen zelfregulering, de ombudsman en het Commissariaat voor de Media die uiteindelijk bestuursrechtelijk kan optreden. Journalisten opereren in een gebied waar het vaak niet zwart of wit is en waar het soms nodig is dat er speelruimte is, ook in de toepassing van de journalistieke principes. Dat kan ook, mits journalisten maar de context en nuance duiden en uitleggen waarom zij te werk zijn gegaan zoals zij te werk zijn gegaan. Dat schaadt de betrouwbaarheid niet, maar draagt juist bij aan het journalistieke bewustzijn en vertrouwen. Wanneer echter sprake is van een patroon van overtredingen van journalistieke normen kunnen gebreken in de journalistieke kwaliteit zichtbaar worden die afbreuk doen aan de betrouwbaarheid. Dat tast de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de hele publieke omroep aan. Daarom zal het wetsvoorstel voor de hervorming van de landelijke publieke omroep erin voorzien dat wanneer er sprake is van een patroon van schending van de journalistieke kwaliteitsnormen dit mogelijk kwalificeert als wanbeheer. Of van een patroon sprake van is, moet worden vastgesteld door de Ombudsman, die als taak heeft het journalistieke handelen van de omroepen te toetsen aan de Journalistieke Code. Wanneer blijkt dat het bestuur van de omroep klaarblijkelijk onvoldoende maatregelen treft om dit te voorkomen, doordat nieuwe schendingen van de Journalistieke Code worden vastgesteld door de Ombudsman, is het aan het Commissariaat om bestuursrechtelijk op te treden met aanwijzingen die zien op het bestuurlijk handelen van de omroepinstellingen. Zo is er ook een duidelijke scheiding tussen beoordeling van journalistiek handelen door de Ombudsman enerzijds en beoordeling van bestuurlijk handelen door het Commissariaat anderzijds. Daarmee is er sprake van een goede balans tussen de journalistieke onafhankelijkheid en het uitblijven van overheidsbemoeienis aan de ene kant, en het kunnen waarmaken van mijn stelselverantwoordelijkheid wanneer er structureel iets misgaat aan de andere kant. Toezicht op journalistiek handelen is ook voor de journalistiek zelf van belang om aantoonbaar betrouwbaar te zijn en te werken vanuit deze kernwaarde. Met bovenstaande maatregelen geef ik opvolging aan de aanbevelingen van de commissie ten aanzien van het borgen van de journalistieke kwaliteit bij de landelijke publieke omroep. Bijdrage aspirant-omroepen Zoals gezegd, heeft de evaluatiecommissie een specifieke taak in het beoordelen van de aspirant-omroepen. Zij worden net als alle andere omroepen beoordeeld op hun bijdrage aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht en worden specifiek op hun vernieuwende bijdrage aan het bestel. De commissie concludeert dat beide aspirant-omroepen bijdragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht en ook dat beide aspiranten een vernieuwende bijdrage leveren aan de pluriformiteit van het bestel. Hieronder ga ik kort in op de bevindingen ten aanzien van beide aspirant-omroepen. Omroep ZWART De evaluatiecommissie geeft aan dat Omroep ZWART een bijdrage heeft geleverd aan het vergroten van de pluriformiteit binnen de landelijke publieke omroep. Hiermee levert de omroep een vernieuwende bijdrage. De omroep komt hiermee in principe in aanmerking voor een erkenning in een nieuwe periode, mits ook aan de overige voorwaarden die de wet stelt, wordt voldaan. De commissie beveelt de omroep verder aan om meer strategische focus aan te brengen zodat er een breder publiek bereikt kan worden. De NPO en CvO geven in hun brief aan dat de omroep zich beraadt op de aanbevelingen van de evaluatiecommissie en hier intern mee aan de slag gaat. . ON! In de evaluatie van de bijdrage van ON! aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht constateert de commissie dat ON! een bijdrage heeft geleverd aan het vergroten van de pluriformiteit van het media-aanbod als geheel. Dit betekent dat ON! heeft aangetoond een vernieuwende bijdrage te leveren en daarmee dus in aanmerking komen voor een nieuwe erkenning. Tegelijkertijd trekt de commissie een aantal stevige en zorgelijke conclusies over de journalistieke kwaliteit van de journalistieke producties van ON!, de onafhankelijkheid van de organisatie en de bereidheid tot verbetering, die volgens de commissie consequenties hebben voor het bestel als geheel. De commissie geeft ON! daarom mee om nadrukkelijk aandacht te besteden aan de journalistieke kwaliteit van de producties. Daarnaast vraagt de borging van de onafhankelijkheid van de omroep volgens de evaluatiecommissie aandacht. In mijn Kamerbrief die ik op 8 september aan uw Kamer heb gestuurd, heb ik mijn besluitvorming inzake de positie van ON! toegelicht. Tot slot Ik wil de evaluatiecommissie bedanken voor haar rapport dat een belangrijke bijdrage levert aan de toekomstbestendigheid van de landelijke publieke omroep. De NPO en het CvO hebben aangegeven zich te herkennen in de bevindingen en ik vertrouw erop dat ze hier op een zorgvuldige wijze opvolging aan geven. Zoals ik hierboven heb beschreven deel ik de noodzaak voor een fundamentele koerswijziging. Een groot deel van de aanbevelingen ten aanzien van het bestel komt terug in het wetsvoorstel dat zeer spoedig in internetconsultatie gaat en in het voorjaar van 2027 bij uw Kamer wordt ingediend. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert Evaluatiecommissie NPO, ‘Focus op de Kernwaarden. Evaluatie van de Nederlandse publieke omroep’, NPO.nl, 11 mei 2026. Artikel 2.184 en 2.185 Mediawet 2008. De publieke mediaopdracht uit artikel 2.1 van de Mediawet geeft omroepen en NPO onder andere de opdracht media-aanbod aan te bieden dat tot doel heeft een breed en divers publiek te voorzien van informatie, waaronder journalistieke inhoud, cultuur en educatie, via alle beschikbare aanbodkanalen. De publieke mediaopdracht stelt ook dat publieke mediadiensten in overeenstemming zijn met publieke waarden, waarbij zij voorzien in democratische, sociale en culturele behoeften van de Nederlandse samenleving. Artikel 2.184 Mediawet 2008. Artikel 2.186 Mediawet 2008. Evaluatiecommissie NPO, ‘Focus op de Kernwaarden. Evaluatie van de Nederlandse publieke omroep’, NPO.nl, 11 mei 2026. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024). Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies. 8. Kamerstukken II, 2024/25, 32827, nr. 333. C.C.J.H Bijleveld e.a., Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies, Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 2024. Niets gehoord, niets gezien en niets gedaan, Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen, 2024. Evaluatiecommissie NPO, ‘Focus op de Kernwaarden. Evaluatie van de Nederlandse publieke omroep’, NPO.nl, 11 mei 2026, p. 32. Eindrapport onderzoek McGonagle et al. (2026) Waarborgen voor journalistieke kwaliteit binnen de Nederlandse publieke omroep. Dit rapport zal worden meegestuurd met de Kamerbrief over de hervorming van de landelijke publieke omroep die gelijktijdig met de start van de internetconsultatie aan de Kamer zal worden verzonden.

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 351d5e0aeaaf44aa

14 okt 2026 · 3897bf9b20bfaa84

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.