Initiatiefnota van de leden Beckerman en Westerveld over dakloosheid
Verslag van een notaoverleg, gehouden op 22 september 2025, over Initiatiefnota van de leden Beckerman en Westerveld over dakloosheid
Kamerstuk · 13 okt 2025 · Tweede Kamer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 614Initiatiefnota van de leden Beckerman enWesterveld over dakloosheidNr. 12 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 13 oktober 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en devaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op22 september 2025 overleg gevoerd met mevrouw Pouw-Verweij,Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, over:–de initiatiefnota van de leden Beckerman en Westerveld overdakloosheid (Kamerstuk 36 614);–de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 16 december 2024 inzake aanpak dakloosheid(Kamerstuk 29 325, nr. 170).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimte-lijke Ordening,PostmaDe voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,MohandisDe griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening,De Vos kst-36614-12ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 121 Voorzitter: PostmaGriffier: De VosAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Beckerman, Bruyning,Dobbe, Grinwis, De Hoop, Postma, Richardson, Vijlbrief, Westerveld enWijen-Nass,en mevrouw Pouw-Verweij, Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg.Aanvang 11.01 uur.De voorzitter:Een hele goede morgen. Hierbij open ik de vergadering van maandag22 september. Dit is een notaoverleg over de initiatiefnota van de ledenBeckerman en Westerveld over dakloosheid. Het is altijd een heel mooi,speciaal moment als Kamerleden en hun medewerkers de tijd hebbengenomen om een initiatiefnota neer te leggen. Het is fijn dat de andereKamerleden er zijn om deze te bespreken. Ik wil nog even specifiek tweemensen noemen, want tijdens het schrijven van zo’n initiatiefnota wordende Kamerleden altijd ondersteund door medewerkers. Wij weten stiekemallemaal dat die ontzettend hard hieraan werken. Dus een bijzonderwelkom aan Maurits Hondmann, beleidsmedewerker bij de SP, en YorindeVijverberg, beleidsmedewerker bij GroenLinks-PvdA. Vandaag zit hiernamens het kabinet de Staatssecretaris Langdurige en MaatschappelijkeZorg, mevrouw Pouw-Verweij. Ook van harte welkom. Zij zal de Kameradviseren vanuit haar rol.We beginnen straks met de eerste termijn van de Kamer. Ik wil voorstellenom vijf minuten spreektijd te doen per fractie en vier interrupties opelkaar, met uw goedvinden. Na de eerste termijn zullen wij kort schorsen,zodat de initiatiefnemers en de Staatssecretaris zich voor kunnen bereidenop de beantwoording van de vragen die gesteld zijn. In de tweede termijnis het mogelijk voor de Kamer om moties in te dienen. Van harte welkomaan het lid De Hoop van GroenLinks-PvdA, mevrouw Dobbe van de SP, deheer Vijlbrief van D66, de heer Grinwis van de ChristenUnie en mevrouwRichardson van de VVD. Ik begreep dat mevrouw Wijen-Nass onderwegis, maar wat problemen heeft met het ov. Zij zal spoedig aansluiten.Mevrouw Bruyning heeft dezelfde uitdaging.Voordat we beginnen wil ik het woord geven aan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik heb een punt van orde. Ik ben natuurlijk blij dat de Staatsse-cretaris er is, maar er zouden oorspronkelijk twee bewindspersonen bij ditdebat zijn, omdat dakloosheid natuurlijk vooral een woonprobleem is ende Minister van Volkshuisvesting hier verantwoordelijk voor is. Zij is nietbij dit debat. Ik vind dat behoorlijk stuitend en eigenlijk ook onacceptabel,want het is zo’n groot woonprobleem. Er zijn ook twee initiatiefnemers diede moeite hebben genomen om daar een nota over te schrijven. Als je alsMinister van Volkshuisvesting hier niet bij bent, heeft mijn fractie daarhele grote bezwaren tegen. Het is ook de tweede keer dat zij er niet is bijzo’n debat. Dat punt wil ik wel gemaakt hebben.De voorzitter:Waarvan akte. De heer Grinwis en mevrouw Dobbe willen ook reageren.De heer Grinwis was eerst.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Ik sluit me van harte aan bij de woorden van collega De Hoop.Ik vind het eigenlijk schaamteloos. Dakloosheid is primair een volkshuis-vestingsprobleem. Daar hoort de Minister van Volkshuisvesting bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 122 aanwezig te zijn. Ik heb alle vertrouwen in deze Staatssecretaris, mevrouwPouw-Verweij, die ik van harte welkom heet en veel succes wens, en hetkabinet hoort met één mond te spreken. Dat is allemaal waar, en ik hoopdat het ook gebeurt, maar dit vind ik echt best wel schaamteloos. Hetwoord «dakloosheid» komt niet in haar begroting voor, ze komt hier nietopdraven, en ondertussen groeit de dakloosheid. Ik vind dat deze Ministervan VRO, die afwezig is, zich dat mag aantrekken.De voorzitter:Dan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik dacht: ik wacht het nog even af, want tegenwoordig weet je somshelemaal niet meer met welke bewindspersonen je zit en waar ze preciesverantwoordelijk voor zijn. Maar ik begrijp dat hier toch inderdaad debelangrijkste bewindspersoon mist. Ik vind dat heel erg kwalijk eninderdaad schaamteloos – daar wil ik me toch wel bij aansluiten – want ditgaat over dakloosheid, dit gaat over huizen, dit gaat over wonen. Met allerespect, het gaat ook over zorg, maar niet voornamelijk over zorg. Het isvoornamelijk een woningprobleem. Misschien kunnen we nog een beroepop haar doen dat ze wel komt.De voorzitter:Dan de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter. Ik sluit me ook aan bij de woorden van de collega’s. Het is weleen heel lelijk beeld dat de Minister wel tijd heeft om op zaterdagavond ineen talkshow te zitten, maar hier niet op maandag voor een notaoverlegverschijnt. Ik vind dat echt geen pas geven. Dat kan echt niet. Het woord«dakloosheid» zegt het al een beetje: dak en wonen hebben wel iets metelkaar te maken. Ik vind het geen pas geven.De voorzitter:Dan mevrouw Richardson.Mevrouw Richardson (VVD):Ik sluit me er wel bij aan dat ik het fijner had gevonden als bij dit overlegde Minister aanwezig was geweest.De voorzitter:Ik stel voor dat we dit stevige signaal doorgeleiden aan de Minister, maarik stel ook voor dat we wel doorgaan met de behandeling van dezeinitiatiefnota. We vinden het ook zeer fijn dat de Staatssecretaris hier welis. Maar ik zal dit signaal echt doorgeleiden. Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik doe toch het verzoek om haar te laten komen. Wellicht is zij in huis of inde buurt. Dan kan ze in ieder geval wel komen of desnoods lateraanschuiven. Laten we haar in ieder geval wel verzoeken om nog tekomen.De voorzitter:Dat kunnen we zeker doen. Dat gaan we dan bij dezen doen. Ik stel welvoor dat wij alvast beginnen met onze termijn. De Staatssecretaris wenstook nog even het woord. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank u wel, voorzitter. Ik wil natuurlijk niets afdoen aan de woorden vande Kamer. Tegelijkertijd zit ik hier als coördinerend bewindspersoon vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 123 het Nationaal Actieplan Dakloosheid. In die rol voer ik dus veel overlegmet de andere betrokken ministeries, ook met Minister Keijzer. Ik heb denota die hier voorligt uitgebreid voorbesproken. Natuurlijk is zij daarnadrukkelijk bij betrokken. Ze onderschrijft de problemen en vindt dit ookheel belangrijk. Tegelijkertijd moesten we goed kijken naar de bezettinghier vandaag, gezien alle drukte in de aanloop naar het verkiezingsreces.Deze nota is natuurlijk heel breed. Er zitten ook veel dingen in die zichmeer richten op sociale zaken, werkgelegenheid of rechtsbescherming. Erkomen heel erg veel dingen in terug. Wij hebben daarom een afweginggemaakt en besloten dat ik hier vandaag vanuit mijn rol als coördinerendbewindspersoon aanwezig zou zijn. Maar uw bezwaren zal ik uiteraard aanhaar doorgeven.De voorzitter:Dank u wel. Ik wil het hier even bij laten. Zoals gezegd zal ik het signaaldat de Kamer heeft gegeven, doorgeven. Ik zal ook vragen of een berichtnaar haar toe kan gaan waarin haar wordt gevraagd hier alsnog aan tesluiten.Nu zou ik graag willen starten met de eerste termijn, zodat de initiatief-nemers straks ruim de tijd hebben om de antwoorden voor te bereiden. Ikgeef graag het woord aan de heer De Hoop, die namens GroenLinks-PvdAzal spreken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik natuurlijk de initiatiefnemers enhun medewerkers bedanken voor de nota die hier voorligt: meneerMaurits Hondmann en mevrouw Yorinde Vijverberg, die hierin alsmedewerkers heel veel tijd en energie hebben gestoken, mijn fractie-genote Lisa Westerveld, en natuurlijk mevrouw Beckerman, die als eerstein 2019 het woord «wooncrisis» in deze Kamer in haar mond nam. Als nouiets een uitschot is van die wooncrisis, dan is het wel dakloosheid. Hetverbaast mij dus niet dat juist zij en mijn collega Westerveld het initiatieftot deze nota genomen hebben.Voorzitter. Het onderwerp dakloosheid krijgt veel te weinig aandacht,terwijl de problemen steeds groter worden. Vorige week nog kwamdakloosheid voorbij in een rapport van Defence for Children overhuisuitzettingen van ouders met minderjarige kinderen. De week ervoorluidde de kinderombudsman van Amsterdam nog de noodklok, omdatsteeds meer kinderen opgroeien zonder een stabiel en veilig huis. Dat is instrijd met kinderrechten en ongelofelijk voor een rijk land als Nederland.Kan de Staatssecretaris op beide recente berichten reageren?Voorzitter. Van de dakloze jongeren heeft zo’n 60% een verleden in dejeugdzorg. Het blijft een probleem dat jongeren die 18 worden van hunhulpverleners worden gescheiden en soms zelfs hun woonplek kwijtraken,puur omdat ze door hun leeftijd onder een andere wet vallen. De indienersverwijzen in hun nota naar een initiatiefwet waaraan wordt gewerkt om ditprobleem op te lossen. Kunnen zij ons hier meer over vertellen? DeStaatssecretaris schrijft in de kabinetsreactie dat gemeenten al veelzouden kunnen op dit vlak. Maar toch gebeurt er nog onvoldoende.Waarom is dat zo en hoe kan dat worden voorkomen en verbeterd, vraagik de Staatssecretaris.Voorzitter. Vaak lopen de meest kwetsbare mensen het risico om daklooste worden. Dat geldt ook voor mensen die in een zorginstelling wonen.Als het contract met de zorgaanbieders niet wordt verlengd, moeten dezemensen ook hun vertrouwde woonomgeving verlaten. Voor mensen meteen beperking of ouderen kan dat een enorme klap zijn. De Staatssecre-taris schrijft dat zij geen signalen heeft dat onzorgvuldig wordt omgegaanmet de bewoners van dit soort instellingen. Dat bevreemdt mij, want deindieners krijgen die signalen kennelijk wel. Kunnen de indieners hieropingaan? Kan de Staatssecretaris uitleggen hoe het kan dat zij die signalenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 124 niet heeft gekregen? Wat vindt zij er überhaupt van dat ouderen enmensen met een beperking tegen hun zin moeten verhuizen en inonzekerheid terechtkomen?Voorzitter. Het kan iedereen overkomen: een verpleegkundige die na derenovatie de huur niet meer kan betalen of een politieman die op straatkomt te staan na een scheiding of de starter die uit zijn studentenhuismoet. Steeds vaker staat de zekerheid van een eigen woning, een thuis,onder druk. Gelukkig kunnen mensen vaak nog terecht bij familie ofvrienden, maar helaas zijn er ook veel te veel mensen die niet bij iemandterechtkunnen. Zij belanden dan op straat. Om dat te voorkomen moet erin de eerste plaats natuurlijk worden gebouwd. Het kabinet heeft de mondvol van zijn bouwambities, maar we zien echt nog te weinig resultaat. Debouw blijft stokken.Tegelijkertijd lijkt het kabinet er wel alles aan te doen om wonen weerduurder te maken: de Wet betaalbare huur moet worden ingeperkt envaste contracten moeten worden beperkt. En de Minister van VRO lijkt denota niet te hebben gelezen, want de initiatiefnemers stellen terecht datdeze flexibiliseringen zorgen voor meer dakloosheid. Het kabinet zorgtdaarmee met zijn beleid voor meer in plaats van minder dakloosheid. Datkan toch niet de bedoeling zijn? Hoe zien de initiatiefnemers de gevolgenvan het door Minister Keijzer voorgestelde beleid voor de Wet betaalbarehuur en de vaste contracten? Welke effecten van deze flexibiliseringverwacht de Staatssecretaris op de dakloosheidscijfers? Heeft zij haarzorgen ook geuit aan de Minister?Zolang er een woningtekort is, moeten we er met slimme maatregelenvoor zorgen dat de huidige woningvoorraad goed wordt benut. Deinitiatiefnemers doen daarvoor goede voorstellen, bijvoorbeeld doormalafide uitzendbureaus hard aan te pakken, door huisvesting eenbindende voorwaarde te maken wanneer een werkgever een arbeidsmi-grant aanstelt en door het bijbouwen van extra sociale huurwoningen.Hoe zien de initiatiefnemers de regels in de Wet regie op de volkshuis-vesting in dat licht? Is de regionale verplichting tot 30% sociaal in hunogen genoeg? Hoe kijkt de Staatssecretaris naar de geplande bouw vansociale huurwoningen in het licht van het tegengaan van dakloosheid?Ook een afdwingbare verdeling van aandachtsgroepen voor iederegemeente kan ervoor zorgen dat gemeenten meer verantwoordelijkheidgaan voelen voor het tegengaan van dakloosheid. Het is onacceptabel datproblemen steeds maar met gemak over een grens worden geschoven.Kan de Staatssecretaris verklaren waarom deze verantwoordelijkheid doorgemeenten nu niet altijd gevoeld wordt? Wat doet ze om gemeentenhiertoe te bewegen?Voorzitter. Ik zou tot slot wederom willen afsluiten met het feit dat we ineen enorme wooncrisis zitten. Die raakt ons allemaal. We kennen allemaalmensen die niet aan hun woning kunnen komen en neefjes, nichtjes,ooms en tantes die uit huis raken. Maar het grootste uitschot blijftdakloosheid. Het kabinet heeft een tijdje geleden de ambitie uitgesprokenom dakloosheid te doen verdwijnen. Het is stuitend dat die is toege-nomen. Ik ben blij dat deze initiatiefnemers echt een aanzet hebbengedaan om die problemen aan te pakken. Ik hoop dat het kabinet dat zeerter harte neemt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Er zijn geen interrupties, dus ik wil graag doorgaan met deinbreng van mevrouw Dobbe namens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. In heel Nederland wonen kinderen in auto’s of garageboxen.Het aantal dakloze vrouwen en kinderen blijkt veel groter dan gedacht.Een derde van de dak- en thuislozen is vrouw en een derde daarvan heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 125 kinderen. Kinderen die moeten slapen in auto’s of garageboxen: in eenbeschaafd land als Nederland vind ik dat ongelofelijk. Dus dank je wel aande initiatiefnemers dat ze dit belangrijke onderwerp, dat heel veel levensen de samenleving raakt, zo op de agenda zetten. Dank dus aan mevrouwBeckerman, mevrouw Westerveld, mevrouw Vijverberg en meneerHondmann.Naar schatting 100.000 mensen in Nederland zijn dakloos of dreigendakloos te worden. Dit aantal groeit. Het daalt niet; het betreft dus steedsmeer mensen. Dit is het gevolg van gefaalde politieke keuzes: van dekeuze om minder sociale huisvesting te hebben en die voor mindermensen toegankelijk te maken, van de flexibilisering van werk enbezuinigingen op de zorg, van regels die mensen dakloosheid induwen endie het moeilijker maken om daar weer uit te komen, van de markt enwinsten boven het publieke belang. Nu zitten mensen in de samenlevingdiep in de problemen. Het doel om dakloosheid in 2030 uit te bannen,raakt uit zicht door een gebrek aan politieke daadkracht.De SP doet daarom een aantal voorstellen om de concrete stappen tezetten die nodig zijn om dit doel wél te halen. De meest voor de handliggende maatregel zijn het doeltreffendst. Er moeten simpelweg meerbetaalbare woningen komen. Deze moeten naar dakloze mensen gaan ofnaar mensen die anders dakloos worden. Niet alleen komen er te weinignieuwe woningen bij, er wordt nog steeds sociale huisvesting gesloopt,geliberaliseerd en verkocht. Er worden tot 2030 90.000 sociale huurwo-ningen verkocht en bijna 108.000 woningen gesloopt. Waarom? Stophiermee. Er staan nu 190.000 woningen en 16 miljoen vierkante meter aankantoren en andere ruimtes leeg. 16 miljoen vierkante meter! Daar begintde aanpak van dakloosheid en de woningnood. De snelste manier om hetaantal woningen uit te breiden, is de inzet van bestaande leegstaandegebouwen. Het moet toch lukken een plan te maken om daar als eerste10.000 woningen in te realiseren? Wat vinden de initiatiefnemers daarvan?Is de Staatssecretaris bereid dit te doen?Ook moeten we af van het creëren van situaties waarin mensen dedakloosheid in worden geduwd, bijvoorbeeld door huisuitzetting of hetverlaten van de zorg. Wie dakloos raakt, komt in een moeras van regelsterecht. Sommige mensen krijgen geen toegang tot voorzieningen, omdatde situatie nog niet schrijnend genoeg is. Dat zijn bizarre en kortzichtigemanieren om met mensen om te gaan. Anderen proberen hun leven weerop de rails te krijgen, maar moeten maanden wachten op een briefadresen zitten al die tijd zonder uitkering of zonder zorgverzekering. Onder-tussen stijgen de schulden en wordt zorg gemeden.Als mensen dan wel bij iemand terechtkunnen, krijgen ze een boete voorsamenwonen door de kostendelersnorm, of een kind moet noodge-dwongen het huis uit, ook als er geen woonruimte is. Mantelzorgerskomen in de knel. We kennen allemaal de verhalen. Is de Staatssecretarisbereid om te regelen dat iedereen binnen drie dagen een briefadres kankrijgen en om de kostendelersnorm eindelijk af te schaffen, zoals ook deindieners vragen? Wat bedoelt dit kabinet er in vredesnaam met deuitspraak dat het afschaffen van de kostendelersnorm het draagvlak voorhet sociaal vangnet zou ondergraven? Ik snap oprecht niet wat hier staat,want door die norm komen juist meer mensen in dat sociaal vangnetterecht.Er is meer nodig om dakloosheid uit te bannen. De voorstellen uit deinitiatiefnota kosten minder dan het laten voortbestaan van dakloosheidkost. Is de Staatssecretaris het in ieder geval daarmee eens? Huizenbouwen gaat nog jaren duren, terwijl het afschaffen van de kostende-lersnorm, het aanpakken van leegstand en zorgen dat mensen niet nogverder in de knel komen omdat ze geen briefadres hebben, simpele ensnel uitvoerbare maatregelen zijn die vrijwel direct effect zullen hebben.Nog één vraag aan de indieners: zou het ook niet helpen als er meerzorgbuurthuizen komen? Dan is er meer ruimte voor ouderen om in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 126 eigen buurt oud te worden en komen er ook huizen vrij. Laten we núandere keuzes maken, keuzes die niet kunnen wachten. Ik zie uit naar debeantwoording en ik zie er eigenlijk ook naar uit om de Minister vanWonen, die gaat over daken voor daklozen, hier alsnog te mogenverwelkomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen verdere interrupties. Dan wil ik graag het woordgeven aan de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Veel dank aan mevrouw Beckerman en mevrouw Westerveld voor hetopstellen van deze initiatiefnota over dit enorme probleem. We hebbenveel over wonen gesproken het afgelopen halfjaar. Ik was het meest onderde indruk van mensen die vertelden dat ze dakloos waren. Je denktnamelijk vaak dat er iets heel bijzonders aan de hand is met die mensen,maar het bleken gewoon mensen met banen te zijn, die op een of anderemanier ergens tussen de wielen waren gekomen. Steeds meer mensenervaren strubbelingen wanneer het gaat om geschikte huisvesting.Juist voor mensen die dreigen op straat te belanden, is huisvesting vaakletterlijk van levensbelang. Daarom onderschrijven wij ten zeerste het doelvan deze nota: snel en effectief een goed huis regelen voor mensen diegeen minuut langer kunnen wachten. Vorige week, tijdens de AlgemenePolitieke Beschouwingen, hebben wij zelf een voorstel gedaan om dewoningmarkt verder te helpen: schaf de kostendelersnorm af en gawoningbouwtrajecten aanjagen. Beide staan ook weer in deze initia-tiefnota.We betreuren het dat onze motie van vorige week, ingediend samen metde ChristenUnie en NSC, het op enkele zetels na niet heeft gered. Wijzullen blijven volharden in het afschaffen van de kostendelersnorm, zodatmensen met een bijstandsuitkering geen geld kwijtraken als ze gaansamenwonen. Zo houden ze geld over voor de rest van hun leven.We hebben sowieso doorbraken nodig voor radicaal meer woonruimte. Uweet het: wij pleiten voor tien nieuwe steden en een noodwoonwet, enom veel meer huizen te bouwen en de woningmarkt open te breken. Dat isen blijft toch de belangrijkste oplossing voor de woningnood. Maar zolangwij te weinig bouwen, blijven er mensen die dak- en thuisloos zijn en diewe onder suboptimale omstandigheden moeten helpen. Mensen die opstraat wonen, leven vaak ook in de anonimiteit. Logisch ook, want veelmensen schamen zich hiervoor. Helaas is het daardoor lastig omeffectieve maatregelen te treffen voor mensen die hulp goed kunnengebruiken.Een ontzettend voor de hand liggende maatregel is ook wel «housingfirst» genoemd: zorg gewoon eerst voor een huis, dan komt de rest. Tochheeft het kabinet geweigerd om urgentie te geven aan mensen volgens dezogenaamde ETHOS- of ETHOS Light-definitie. Hoe erg moet het zijn,vraag ik aan het kabinet, voordat het kabinet toegeeft en mensen die opstraat leven aan een woning gaat helpen? Verder lezen we in de initia-tiefnota onder punt 3 dat de indieners willen dat het recht op huisvestingafdwingbaar wordt. Zouden zij nader in kunnen gaan op welke preciezeeffecten ze zich daarbij voorstellen?Voorzitter. In de kabinetsreactie zien we de ambitie om 100.000 nieuwewoningen te bouwen, waarvan 30% sociale huur betreft. Die ambitiewordt niet gehaald. Het kabinet weigert te kiezen voor de dingen die echtnodig zijn. Als deze ambitie niet wordt gehaald, dan is er ook geenoplossing voor mensen zonder huis, niet vandaag en ook niet in 2030, alsdakloosheid volgens het kabinet opgelost zou moeten zijn. De vraag aanhet kabinet is dan ook: wat gaat het kabinet extra doen voor deze mensenzolang er geen 100.000 woningen per jaar worden gebouwd? Wat gaat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 127 kabinet nu concreet doen zodat al het abstracte beleid uit de kabinetsre-actie niet blijft steken in goede bedoelingen?Voorzitter, ten slotte. D66 steunt het plan om de rechtsbescherming teverbeteren voor mensen die op straat dreigen te worden gezet. Het rechtaan je zijde hebben betekent niet automatisch dat je ook je recht krijgt. Eris een groot tekort aan gespecialiseerde juridische ondersteuning voordeze groep, terwijl die cruciaal is om huisuitzettingen te voorkomen. Dehuidige cliëntondersteuning vanuit de Wmo 2015 biedt onvoldoendejuridische hulp. Hoe kijkt het kabinet naar het voorstel om in elkegemeente verplichte, laagdrempelige en onafhankelijke sociaal-juridischedienstverlening te bieden?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel voor de inbreng. Ik vroeg me het volgende af. Ik noemde netin mijn eigen betoog die 16 miljoen vierkante meter leegstaandekantoorruimte, of in ieder geval ruimte. Daar kun je heel snel woningen increëren. Zouden we niet moeten beginnen met zo snel als mogelijk 10.000nieuwe woningen in die leegstand creëren? Wat vindt D66 daarvan?De heer Vijlbrief (D66):Ik ben het ermee eens dat dat een hele goede optie is. Ik wil daar tweereacties op geven. Eén. Er zijn ondernemingen die zich hebben gespeciali-seerd in het heel snel en heel efficiënt ombouwen van leegstaandekantoorpanden naar woningen. Ik zeg nadrukkelijk «ondernemingen»; hetzijn gewoon bedrijven die dat doen. Dus zeg ik ja. Twee. De vraag isnatuurlijk hoe je dat bereikt. Een van de maatregelen die wij in onsprogramma hebben staan – ik denk andere partijen ook; ik vermoed ookde Socialistische Partij, maar ik weet het niet – is het invoeren van eenleegstandsheffing om te voorkomen dat dat leegstaan gratis is. Ik ben hetdus eens met het doel, maar we moeten wel praten over de middelen omdat te bereiken.Mevrouw Dobbe (SP):Wij denken inderdaad dat het heel goed is om een leegstandsheffing in tevoeren. Tegelijkertijd moet je daar ook weer een doel aan verbinden: watwil je vervolgens bereiken? Gezien de enorme urgentie van dezewooncrisis is het ook goed om daar doelen aan te stellen. Zorg in iedergeval voor 10.000 woningen. Dat moet makkelijk kunnen met de ruimtedie nu leegstaat. Ziet D66 het ook zitten om zo’n doel samen hier vast testellen?De heer Vijlbrief (D66):Ik ben het daarmee eens. Ik weet niet welk middel we daarvoor moetenkiezen of wat het beste middel is, maar ik ben het ermee eens dat hetverstandig is om daar een doel aan te verbinden om ervoor te zorgen datje weet waar je naartoe werkt. Ja, ik ben dat eens met mevrouw Dobbe.De voorzitter:Dan zijn we hierbij gekomen aan het einde van de termijn van de heerVijlbrief. Ik wil graag de heer Grinwis het woord geven namens deChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Allereerst complimenten aan mijn collega’sBeckerman en Westerveld en hun medewerkers, omdat zij de handschoenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 128 hebben opgepakt om het mensonterende probleem dakloosheid eensgrondig aan te pakken met een initiatiefnota.Een baby die in een auto woont, een gezin dat in een garagebox leeft,kinderen die in trappenhuizen van flats opgroeien: een slechtere start vanje leven is niet voor te stellen. Het heeft verwoestende gevolgen: slechteschoolresultaten, gezondheidsklachten, verslaving en zelfs criminaliteitliggen op de loer. De ChristenUnie vindt het onbestaanbaar dat in een rijken welvarend land als Nederland mensen in de openlucht moeten slapen.Dat kinderen zonder veilig thuis opgroeien, kan en mag niet. Dat is eenschandaal. Daar willen we een eind aan maken, evenals de initiatief-nemers.Omdat het bij dakloosheid primair om een volkshuisvestingprobleemgaat, was het natuurlijk wel zo logisch, netjes en noodzakelijk geweest alsde Minister van VRO hier aanwezig was geweest. Daar heb ik al hetnodige over gezegd, maar ik ben er extra klaar mee omdat ik ooktegenwerking zie van Minister Keijzer om mijn aangenomen amendementom dakloze kinderen urgentie te geven bij huisvesting, netjes door tevoeren en uit te voeren. Dat maakt het wel extra pijnlijk dat de Ministerook vandaag afwezig is. Misschien kan de Staatssecretaris bevestigen dathet amendement van collega Ceder, collega Welzijn en mij om daklozegezinnen met kinderen voorrang te geven en voor hen die urgentiemoge-lijkheid te creëren, netjes in de geest van het amendement wordtuitgevoerd, in lijn met de ETHOS-telling en zonder dat het met allemaalbeperkingen wordt omgeven. Ik ben er niet helemaal gerust op, dusmisschien kan de Staatssecretaris dat bevestigen.Voorzitter. Illegale huisuitzettingen zijn een van de oorzaken van kinder-dakloosheid. Die zijn verboden, maar het gebeurt aan de lopende band,ook bij gezinnen en kinderen. Ouders weten vaak helemaal niet dat we inNederland huurbescherming hebben. Vaak is sprake van intimidatie ofzelfs geweld om gezinnen uit hun huis te zetten. Hoe hardvochtig moet jezijn als je kinderen op straat laat slapen? Hier moet een eind aan komen,helemaal als er kinderen in het spel zijn. Het is niet alleen en schande,maar ook in strijd met het Internationaal Verdrag inzake de rechten vanhet kind. Erkent de Staatssecretaris dat? Wat gaat ze hieraan doen? Watmij betreft verbieden we huisuitzettingen, ook de nu nog legale, als erkinderdakloosheid dreigt en komen we met een stevige aanpak tegenillegale huisuitzettingen, met name als er kinderen bij betrokken zijn.Gezinnen kennen vaak hun rechten niet, zijn de taal niet machtig ofworden geïntimideerd. Is het niet wenselijk om in de Wmo een sociaal-juridisch adviseur op te nemen, net zoals er nu een onafhankelijkecliëntondersteuner bestaat?Voorzitter. Dit punt is volledig in lijn met de aanbevelingen die de collega’sBeckerman en Westerveld doen. Ze hebben groot gelijk dat ze in de penzijn geklommen, want ondanks de wens om in 2030 dakloosheid uit tebannen, neemt de dakloosheid alleen maar toe en wil de Minister vanVolkshuisvesting haar vingers er nog steeds niet aan branden. In haarbegroting komt dakloosheid niet eens voor. Dat zei ik net al. Inhoudelijkdeelt de ChristenUnie veel van de voorstellen, maar het zijn met namepreventieve maatregelen. Erkennen de indieners dat ook? Durven zij testellen dat er met uitvoering van deze maatregelen in 2030 geendakloosheid meer is?Het is daarnaast een wel heel erg op de overheid gericht stuk. Een oproepaan mijn collega’s: waarom zijn de kerken, de diaconieën en de buurtver-enigingen niet te bekennen in hun nota, terwijl juist zij zo veel doen voordaklozen? Ik noem maar Tot Heil des Volks in Amsterdam en het Leger desHeils in het hele land. We kunnen de dakloosheid toch niet bestrijdenzonder deze helden van de straat?Voorzitter. Dit voorjaar stemde de Kamer in met ons voorstel om daklozegezinnen met kinderen met urgentie onderdak te bieden. Dat is eenmijlpaal. Ik heb daar net al vragen over gesteld aan de Staatssecretaris,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 129 maar hier staan ze nog eens dunnetjes opgesomd op mijn blaadje. Het isbelangrijk dat het voorstel ongeschonden en snel wordt doorgevoerd,inclusief de ETHOS-definitie.Voorzitter. De regering ontneemt zichzelf een van de weinige instrumentendie ze heeft om iets aan dakloosheid te doen. De Regeling huisvestingaandachtsgroepen verdwijnt. Gelukkig heeft de Kamer vorig jaar onsvoorstel gesteund om nog een laatste tranche van twee keer 30 miljoeneuro te openen voor studenten en daklozen. Deze tranche is afgelopenvrijdag gesloten. Mijn vraag is voor hoeveel miljoen er een aanvraag isgedaan. Blijven de resterende middelen beschikbaar voor een volgendetranche? Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie om de realisatie-stimulans zo in te vullen dat middelen beschikbaar blijven voor dehuisvesting van dakloze mensen?Voorzitter. De Kinderombudsman concludeert dat Amsterdam als een vande weinige gemeenten noodopvang biedt aan dakloze gezinnen. Vanwegede schaarste is deze alleen beschikbaar voor gezinnen die een bindinghebben met de gemeente, maar nu valt een steeds grotere groep kinderenbuiten de boot. De Kinderombudsman Amsterdam vindt dat het Rijk meermoet doen om de rechten te garanderen van kinderen die geen bindinghebben met de gemeente die hen opvang kan verlenen. Wat is de reactievan de Staatssecretaris daarop? Gaat zij meer doen?Afrondend. Hoe gaat het met de uitvoering door gemeenten van hetNationaal Actieplan Dakloosheid? Wij krijgen signalen dat er wel stevigaan welzijn en preventie wordt gewerkt, maar er niet of nauwelijksgestuurd wordt op volkshuisvesting, terwijl elke gemeente inmiddels eenwoonzorgvisie heeft. We weten dus wat we moeten bouwen omdakloosheid aan te pakken. Erkent de Staatssecretaris dat? Wat is haarbeeld daarbij?Dat was al mijn laatste vraag in deze eerste termijn. Ik zie uit naar debeantwoording. Ik besef dat het vooral vragen aan de Staatssecretariswaren en in mindere mate aan de initiatiefnemers, maar nogmaals mijngrote waardering.De voorzitter:Dank u wel. U heeft twee interrupties. De eerste is van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben het eens met de inbreng van collega Grinwis. Ik was benieuwd hoehij kijkt naar de verhouding tussen de verantwoordelijkheid van deStaatssecretaris en die van de Minister van Wonen. De ChristenUnie heeftin de vorige twee kabinetsperioden twee bewindspersonen gehad diedruk bezig waren om de dakloosheid naar nul te krijgen. Dat is niet gelukt.Ik denk dat dat voor een deel ook komt doordat veel beleid bij de Ministervan Wonen terechtkomt en daar niet de nodige stappen zijn gezet. Ik benbenieuwd hoe de heer Grinwis daarnaar kijkt, gezien de strijd die zijnbeide staatssecretarissen op hun manier hebben geleverd. Dat heeft hetprobleem nog niet opgelost, omdat er vooral ook verantwoordelijkheid bijde Minister van Volkshuisvesting ligt, denk ik. Ik ben ook wel benieuwdhoe de ChristenUnie daarnaar kijkt, gezien haar betrokkenheid bij hetprobleem in de afgelopen jaren.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor deze vraag. Inderdaad zijn twee staatssecretarissen, PaulBlokhuis en Maarten van Ooijen, met grote passie de strijd metdakloosheid aangegaan. Dat heeft geleid tot behoorlijk wat actie. Ik waszelf betrokken bij de laatste coalitieonderhandelingen en ik kan me noggoed herinneren dat wij structureel 60 miljoen extra voor de aanpak vandakloosheid hebben weten uit te onderhandelen. Dat leek toen, naast demiddelen die er al waren, een redelijk bedrag, waarmee je dat echt konaanpakken. Maar we moeten constateren dat er een toenemendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1210 woningnood is, die zich vooral sinds 2015 heeft ontwikkeld sinds hetbeleid van Minister Blok vaart kreeg. Daardoor werden er gewoon geensociale woningen meer gebouwd. De kern van het dakloosheidprobleemis steeds meer veronachtzaamd, althans de aanpak daarvan. We wetennatuurlijk allemaal dat er daklozen zijn met andere problemen dan alleenmaar dakloosheid, maar in the end is dakloosheid primair het probleemvan het ontbreken van een dak. De «housing first»-benadering een helegoede, maar we moeten structureel en snel huisvesting creëren en socialewoningen bijbouwen om uiteindelijk de maatschappelijke opvang weerleeg te krijgen en de mensen die nu op straat slapen of op een informelemanier proberen een nacht door te brengen, van de straat te krijgen eneen fatsoenlijk dak boven hun hoofd te geven. In essentie vind ik dit eenverantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting en niet van deStaatssecretaris van VWS, hoewel zij coördinerend is. Ik ben blij met haaren ik wens haar alle succes, maar ik vind dat de kern van het probleem hetontbreken van een dak is en niet de psychische problemen of andereproblemen. Die kunnen allemaal ook aan de orde zijn, maar kunnen somszelfs het gevolg zijn van het feit dat je je dak verliest of geen dak hebt.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben het wederom eens met de heer Grinwis. De vraag die ik hem stelde,was niet bedoeld als kritiek op de staatssecretarissen van de ChristenUnie,want ik heb gezien dat zij erg hun best deden, maar dat ze tegelijkertijdvooral sociale huurwoningen nodig hadden. Is de heer Grinwis het metmij eens dat we er bij de Wet versterking regie volkshuisvesting streng opmoeten toezien dat elke gemeente die 30% sociale huur realiseert endaarin zijn verantwoordelijkheid neemt? Die verantwoordelijkheid moetniet weer over de dijk worden gekieperd. Iedere gemeente moet dieverantwoordelijkheid nemen zodat we daadwerkelijk in de volgendeperiode meer sociale huurwoningen krijgen in plaats van minder.De voorzitter:Het antwoord mag ietsje korter, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, voorzitter, ik zal het iets korter doen. Ik praat wel zo lang dat collegaBruyning, die net binnenkomt, de tijd heeft om even uit te hijgen, zodat zezo meteen in alle rust haar bijdrage kan doen. Ik ben het opnieuw eensmet de heer De Hoop. De heer De Hoop en ik zijn samen zij aan zijopgetrokken om dit te verbeteren in de Wet versterking regie volkshuis-vesting. Door dit kabinet en de Minister van VRO is het wetsvoorstel op ditpunt afgezwakt. Daardoor krijg je een Poolse landdag in zo’n woning-marktgebied binnen provincies. Dan moeten ze het met elkaar eensworden wie wel of niet 30% sociale woningbouw gaat realiseren. Nou,mijn voorspelling is dat het voorlopig niet gaat gebeuren, want de eengaat zijn snor drukken en de ander denkt: mijn buurman doet het wel. Ditgaat dus gewoon niet werken. Ik denk dat gezien de enorme woningnood,de ontwikkeling van onze bevolking en de problemen met dakloosheid jeten minste 30% sociale huurwoningen nodig hebt in élke gemeente. Ik benhet dus zeer met collega De Hoop eens dat we ervoor moeten blijvenstrijden om de Wet versterking regie volkshuisvesting, die nu nog in deEerste Kamer ligt met de nodige problemen, waar we vanochtend weer opzijn gewezen door de Raad van State met een dictum d op het mildevoorstel – moet je nagaan wat dat betekent voor het discriminerendevoorstel dat door deze Kamer is aangenomen – te verbeteren en ervoor tezorgen dat iedere gemeente gewoon 30% sociale woningen gaat bouwen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1211 Mevrouw Dobbe, had u nog een vraag? U bewaart hem, heel goed. Danwil ik het woord geven aan mevrouw Richardson, die namens de VVD zalspreken.Mevrouw Richardson (VVD):Voorzitter. Vandaag gaan we in debat over de initiatiefnota Dakloosheidvan de collega’s Beckerman en Westerveld. Langs deze weg wil ik beideinitiatiefnemers en hun medewerkers bedanken voor hun bijdrage en alhet werk dat ze hebben verricht tot dusver.Dakloosheid is een maatschappelijk probleem dat veel leed kent. Het komtvaak door een ellendige samenloop van omstandigheden in hetpersoonlijk leven. We delen alle doelen om dakloosheid terug te dringen.De oplossing is eigenlijk helder: preventie en bouwen, en als iemanddakloos raakt, biedt de gemeente passende hulp om weer op eigen benente kunnen staan.Voorzitter. We zijn ervan overtuigd dat we dakloosheid kunnen terug-dringen door het voorkomen van woningverlies en het vergroten van hetwoningaanbod. Bouwen dus. Het huidige woningtekort is groot. Daaromwil de VVD flink doorbouwen. De onlangs in de Tweede Kamer aange-nomen Wet regie legt grote nadruk op de bouw van betaalbare woningenen sociale huurwoningen. Sneller bouwen, tijdelijke woningen plaatsen enleegstaande panden transformeren zijn daarbij noodzakelijk. Meerbouwen en inzetten op doorstroom van scheefhuurders maken huurwo-ningen meer beschikbaar. Ook voorziet de wet door middel van eenaangenomen amendement in een verplichte landelijke urgentie endaarmee voorrang voor daklozen. Gemeenten kunnen urgentie verlenen...De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Ik wil wat vragen over de Wet regie, maar misschien wil u het stukjedaarover eerst afmaken, als dat handiger is. Ik weet niet hoever u bent inde lofzang over de wet.Mevrouw Richardson (VVD):Begin maar.De heer Vijlbrief (D66):Mijn vraag is simpel. Hoe kijkt de VVD aan tegen het feit dat er nu eendictum d ligt op het milde voorstel, zoals collega Grinwis net zei, van deMinister in de Wet regie rondom het geen voorrang geven, terwijl we nogzitten met een wet waar iets in geamendeerd is, mede door de stem vande VVD, dat een dictum f van de Raad van State zou moeten krijgen? Hoekijkt mevrouw Richardson aan tegen de toekomst van de Wet regie in ditverband? Die mag dan door de Tweede Kamer heen zijn, maar op dezemanier gaat die natuurlijk nooit of te nimmer een wet worden, en wehebben hem wel heel hard nodig.Mevrouw Richardson (VVD):Een dictum d of een dictum f is natuurlijk nooit goed, dus daar zalopnieuw naar gekeken moeten worden. Mijn kennis van volkshuisvestingis niet zo heel erg groot; dat weet de heer Vijlbrief ook. Ik denk dat ditvoldoende antwoord is voor nu.De heer Vijlbrief (D66):Het doel van mijn interruptie was ook niet om u uit te lokken om hierallerlei dingen over te zeggen. Mijn doel is meer het volgende. Als we dieWet regie zo belangrijk vinden voor dakloosheid – daar zit het verbandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1212 met dit debat – dan is het zaak om van deze gifpil uit de Wet regie af tekomen. Mijn vraag is eigenlijk gewoon: gaat de VVD daarbij helpen?Mevrouw Richardson (VVD):De VVD vind je altijd aan je zijde als wij kunnen helpen, maar dat moetwel mogelijk zijn.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik wil mijn collega natuurlijk niet te veel als woordvoerder Volkshuis-vesting gaan uitdagen, want dat is misschien inderdaad een beetje flauw.Tegelijkertijd wil ik wel door op het punt van collega Vijlbrief. Het voorsteluit het hoofdlijnenakkoord om gemeenten te verbieden voorrang te gevenaan de huisvesting van statushouders krijgt het dictum d en het oordeel«ongrondwettelijk» van de Raad van State. Het verdergaandeamendement zou zelfs een dictum z krijgen als dat zou bestaan. Dat isecht heel erg. Daar heeft de VVD-fractie voorgestemd. We weten één ding:als het kabinet dit doorzet en de Kamer en de Eerste Kamer nemen hetaan, creëer je meer dakloosheid. Je maakt het gemeenten dan onmogelijkom hun wettelijke plicht uit te voeren, want ze mogen een huis niet meermet voorrang aan een bepaalde groep geven, die dan dus op straat komtte staan, want ze kunnen geen kant op. Dat concludeert te Raad van Stateook. De alternatieven die het kabinet ernaast zet om te voorkomen datmensen op straat terechtkomen, zijn niet hard en duidelijk genoeg; diebieden onvoldoende perspectief. Wat is daar de reactie van collegaRichardson op? Ze kan toch niet alleen maar zeggen «ja, daar moet nogeens naar gekeken worden»? De VVD moet toch ook inzien dat dit eendwaalspoor is waarop je op je schreden moet terugkeren?Mevrouw Richardson (VVD):We gaan nu voor mij iets te veel de diepte in. De VVD wil echt kijken hoewe tot een goede oplossing kunnen komen. Een dictum d betekent dat hetkabinet er nog een keer goed naar moet kijken. Dat moet dan gebeuren.Het belangrijkste is wel, en ik denk dat dat voor de hele woningmarktgeldt, dat je voldoende bouwt. Met voldoende huizen, voldoendepercentages en de 30% sociale huur ontstaat de situatie dat er genoeghuizen zijn en komt er lucht. Die lucht is gewoon nodig. Ik denk dat dat hetmeest belangrijke is.De voorzitter:Meneer Grinwis, heel kort.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat deel ik natuurlijk. Maar deelt mijn collega dan op haar beurt dat hetkabinet geen voorstellen bij de Tweede Kamer moet indienen die hetdakloosheidsprobleem vergroten? Moet de regering niet alleenvoorstellen doen die het probleem verkleinen?Mevrouw Richardson (VVD):Sorry, ik heb even de vraag gemist.De heer Grinwis (ChristenUnie):Mijn vraag was: deelt mijn collega dat het kabinet alleen voorstellen bij deTweede Kamer moet indienen die het dakloosheidsprobleem verkleinenen dus geen voorstellen die het dakloosheidsprobleem in Nederlandvergroten?Mevrouw Richardson (VVD):Ik denk dat je voorstellen moet indienen die in het belang van alledoelgroepen zijn, dus ook van deze doelgroep. Zeker.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1213 De voorzitter:Dank u wel. Meneer De Hoop wenst een interruptie te plegen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Laat ik de vraag dan even uit het onderwerp wonen trekken. Ik ga ervanuit dat de VVD nog steeds een partij is die adviezen van de Raad van Stateheel serieus neemt. Ik kan mij niet herinneren dat de VVD ooit eenwetsvoorstel heeft gesteund dat dictum d heeft gekregen. Het lijkt mij tochsterk dat de VVD dat op dit punt dan wel zou doen. Dat moet mevrouwRichardson toch met mij eens zijn?Mevrouw Richardson (VVD):Nogmaals, dictum d is gewoon geen positief dictum, dus ik denk dat hetkabinet daar opnieuw heel goed naar moet kijken.De voorzitter:Dank u wel. U kunt verder met uw betoog.Mevrouw Richardson (VVD):Gemeenten kunnen urgentie verlenen aan bijvoorbeeld gescheidenouders met kinderen, zeker in situaties waarin moeders met kinderen ineen vrouwenopvang of maatschappelijke opvang zitten. Deze urgentie isook echt gewenst.Voorzitter. Het voorkomen van dakloosheid, preventie, is een anderebelangrijke doelstelling. Mensen die door economische omstandighedenhun woning dreigen te verliezen, moeten vroegtijdig worden gesignaleerden er moet een gezamenlijk plan worden gemaakt. De VVD vindt datiedereen de juiste hulp en ondersteuning moet krijgen: preventie,vroegsignalering en vervolgens herkenbare en passende hulp.Wij pleiten voor een zachte landing voor met name jongeren. Zij hebbensoms ook net dat extra zetje nodig om op weg geholpen te worden, zodatzij ook weer mee kunnen doen in de maatschappij. Het is van belang datze daarbij zo min mogelijk last ervaren van verschillende loketten en vaneen grote administratieve last door de wirwar van regelingen. Dit moetook beter. Is de Staatssecretaris het daarmee eens? De toegang tot zorg isjuist bij deze groep essentieel. Nog steeds is het zo dat mensen door hetmissen van een verblijfplaats geen aanspraak kunnen maken op eenzorgverzekering of hulp van andere instanties. De VVD staat dan ookachter het voorstel om daklozen snel een briefadres te geven. Is deStaatssecretaris bereid om hierop een stapje extra te zetten doorgemeenten te motiveren om ook wijkteams, straatcoaches, bemoeizorg etcetera door de nieuwsbrief de juiste informatie mee de wijk in te geven,naast de informatie die ze op andere wijzen al geven?Ook is er een groep mensen met verward en onbegrepen gedrag diedakloos is. Zij zorgen in toenemende mate voor grote overlast op straat.Mensen voelen zich onveilig in hun eigen buurt of gemeente. Afgelopenmei heeft er een debat plaatsgevonden over de parlementaire verkenningVerward/onbegrepen gedrag en veiligheid. Hierin worden aanbevelingengedaan op het gebied van betere gegevensuitwisseling en passende zorgen opvangvoorzieningen.Ook het Leger des Heils maakt zich zorgen over het groeiende aantalmensen met een complexe problematiek. Zij pleiten voor voldoendepassende woonplekken en zien intensivering van de bemoeizorg alsoplossing. Dit onderwerp is nu wat onderbelicht in het ActieplanDakloosheid en ook in de initiatiefnota. Dat kan ook iets te maken hebbenmet tijd. Ik zou de initiatiefnemers willen vragen naar hun reflectie hierop.De Staatssecretaris zou ik willen vragen of een deel van deze aanbeve-lingen uit de parlementaire verkenning ook kan worden meegenomen inhet nationaal actieplan. Dit maakt de aanpak van dakloosheid nog meerintegraal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1214 Voorzitter. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid 2022–2030 kan op desteun van de VVD rekenen. Het plan focust op het allereerst hebben vaneen thuis en op preventie. De initiatiefnota beschrijft een aantalvoorstellen die een goede concretisering geven van de plannen uit hetActieplan Dakloosheid. Ze onderschrijven bijvoorbeeld tot slot het belangvan het uniform in kaart brengen van dakloosheid volgens de ETHOSLight-methode en vragen de Staatssecretaris om ook prioriteit te gevenaan de uitrol van deze meting onder alle gemeenten.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik mevrouw Bruyning van harte welkom heten. Zij zithier namens Nieuw Sociaal Contract en zal nu haar termijn ten gehorebrengen.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, voorzitter. Allereerst mijn dank en complimenten aan de indienersvan deze initiatiefnota. Collega Beckerman en collega Westerveld hebbeneen uitgebreid en betrokken stuk neergelegd, waarin de menselijkeverhalen van dakloosheid vooropstaan. De voorbeelden van József, Milaen Denny laten zien: dakloosheid is geen abstract cijfer, maar een mens,een gezin en een toekomst die tussen de vingers door glipt. Dat wij dit inNederland anno 2025 nog meemaken, is ronduit schrijnend.Ik wil benadrukken dat wij in de Kamer veel gemeenschappelijks delen.Ook mijn fractie onderschrijft de noodzaak om dakloosheid uit te bannenvoor 2030 en de overtuiging dat «Eerst een Thuis» niet slechts een sloganmag zijn, maar een harde realiteit. In eerdere debatten heb ik al gewezenop de ETHOS Light-definitie, die Nederland eindelijk in gebruik neemt.Maar ik herhaal hierbij ook weer: een definitie mag geen papierenwerkelijkheid zijn; het gaat erom dat we echt in beeld krijgen hoeveelkinderen, jongeren en ouderen leven zonder eigen dak boven hun hoofd.Zolang die aantallen niet scherp en betrouwbaar zijn, sturen we beleid inhet duister.Voorzitter. Ik steun van harte de oproep om meer betaalbare socialehuurwoningen te bouwen. We weten allemaal dat het tekort immens is.Daarom pleit Nieuw Sociaal Contract ook voor een toename van desociale huurvoorraad met 30%. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen datgemeenten zich daadwerkelijk gaan committeren aan het realiseren vandeze huurvoorraad? Hoe zorgen we ervoor dat gemeenten zich niet alleengaan toespitsen op het bouwen van woningen buiten deze categorie?Een ander punt waar ik eerder op heb aangedrongen, is de positie vangezinnen met minderjarige kinderen. Te vaak horen we verhalen vanouders die na een scheiding of baanverlies te horen krijgen: klop maaraan bij de opvang. Dat is onacceptabel. De initiatiefnota stelt terecht voorom gescheiden ouders urgentie te geven. Maar hoe zorgen we dat dezeurgentie niet alleen op papier bestaat, maar ook in de praktijk snel wordttoegekend?Voorzitter. Ik wil daarnaast bijzondere aandacht vragen voor jongeren meteen jeugdzorgverleden. Het is pijnlijk dat juist jongeren die onder dehoede van de overheid hebben gestaan, vaak op hun 18de verjaardagletterlijk op straat belanden. Ik kan u daar alles over vertellen. Dezejongeren kampen vaak met trauma’s, gebrekkige ondersteuning en eenklein sociaal netwerk. We weten dat de overgang van jeugdzorg naarvolwassenheid een cruciaal breekpunt is.Daarom heb ik de volgende scherpe vragen. Hoe gaan de indienersconcreet borgen dat jongeren uit de jeugdzorg niet langer uit de zorgvallen en dakloos worden? Aan de bewindspersonen: waarom is het anno2025 nog steeds geen standaard dat iedere jongere in de jeugdzorg eengegarandeerd woonperspectief heeft voordat hij of zij 18 wordt? Is deStaatssecretaris bereid om dit eventueel wettelijk te verankeren, zodat weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1215 niet afhankelijk zijn van pilots of goede wil, maar wel zekerheid scheppenvoor alle jongeren?Voorzitter. Dan de schuldhulpverlening. Ik herinner me nog jongeren diezeiden: met een schuld van € 300 kreeg ik geen hulp; die kreeg ik pas toenik € 11.000 schuld had. Dat is niet alleen inefficiënt; het is ronduitonrechtvaardig. Ik sluit me aan bij de voorstellen om kleine schuldendirect aan te pakken. Maar ik vraag de indieners en de Staatssecretaris:hoe voorkomen we dat gemeenten, die nu al met tekorten kampen,opnieuw overbelast raken? Welke extra ondersteuning komt er?Voorzitter. Laat mij afronden met de essentie: dakloosheid is geennatuurverschijnsel, maar het gevolg van politieke keuzes. Dat betekent dathet ook door politieke keuzes kan worden opgelost. Wij kunnen besluitenom bestaanszekerheid voorop te zetten. We kunnen besluiten omgezinnen, jongeren en kwetsbare mensen niet langer van het kastje naarde muur te sturen. Daarom is mijn laatste vraag aan de indieners: welkevan hun voorstellen zien zij als absoluut onmisbaar om het doel van 2030te halen? Mijn vraag aan de bewindspersonen is: bent u bereid omjaarlijks, en het liefst vaker, te rapporteren over de voortgang, zodat wesamen kunnen ingrijpen als de cijfers of verhalen ertoe aanleiding geven?En specifiek: kan de bewindspersoon toezeggen dat er een harde normkomt zodat geen enkele jongere met een jeugdzorgverleden dakloos devolwassenheid in hoeft te gaan?Voorzitter. Ik eindig zoals ik begon: met dank aan de indieners, maar ookmet de dringende oproep dat deze nota niet mag verstoffen in een la.Want achter elk voorstel zit een naam, een gezicht, een leven. Het is onzeplicht om dat leven weer waardigheid en zekerheid te geven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor het betoog van mevrouw Bruyning. Ik wilde een vraag stellenover de kostendelersnorm. Wij horen allemaal de verhalen. Op hetmoment dat mensen willen gaan samenwonen, willen mantelzorgen vooreen ouder of kind, komen ze door de kostendelersnorm in de problemen.Dat kan zowel een oorzaak als een gevolg zijn van dakloosheid opindividueel niveau. Ik vroeg mij af wat NSC daar nou van vindt. In hetverkiezingsprogramma staat «verkennen hoe het aangepast kan worden».Wij zijn heel erg voor afschaffen, omdat wij geen enkel positief effecthiervan zien. Wat vindt NSC daar nou van? Wat betekent dat nou?Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, collega, voor deze mooie vraag. Het is inderdaad in ons verkiezings-programma opgenomen dat we willen verkennen hoe we dit anderszouden kunnen aanpakken, want dat het problematisch is, erkennen wijals NSC. Ik heb zelf trouwens ook als boetespecialist bij de gemeenteAmsterdam gewerkt. Mensen kwamen inderdaad heel vaak door dekostendelersnorm in de problemen. Dan moest ik eigenlijk een soortboetes opleggen terwijl dat helemaal niet kon. Het is natuurlijk eenfractieaangelegenheid hoe we dat zouden willen aanpakken. Ik denk dathet een gezamenlijke taak is van ons als Kamer om te bekijken hoe wedaar eventueel iets aan zouden kunnen doen. Ik denk graag mee en wordgraag meegenomen in de voorstellen die er eventueel al liggen. Voortsben ik natuurlijk eigenlijk ook geen woordvoerder, maar ik vind er wel ietsvan.Mevrouw Dobbe (SP):Wij gaan een voorstel doen om die af te schaffen. Iets waarover we alleenmaar negatieve verhalen horen en negatieve signalen krijgen, iets watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1216 mensen juist in de problemen brengt en waardoor allerlei schrijnendesituaties ontstaan, moet wat ons betreft afgeschaft worden. En dat kanook gewoon. Daarom doen we dat voorstel ook. Ik vraag me af waar dannog de twijfel zit bij NSC. U moet even kijken of u dit kunt beantwoorden,hoor, maar waar zit nog de twijfel bij NSC? Waarom moet het nog verkendworden? Als we duidelijk hebben dat het alleen maar negatieve signalenen negatieve effecten oplevert, moet het dan niet gewoon afgeschaftworden?Mevrouw Bruyning (NSC):We hebben het zelf voorgesteld vorige week, hoor ik hier. Ik word er doorcollega’s goed op gewezen. Mijn collega is de woordvoerder op dit punt,dus dit was mij even ontgaan. Dat geef ik nu aan. Dus wij zijn er een grootvoorstander van! Zo kan het ook gaan in de debatten en besprekingen diewe met elkaar hebben, absoluut.De voorzitter:Dat is een snel antwoord, mevrouw Dobbe! Heeft u nog een vervolginter-ruptie?Mevrouw Dobbe (SP):Wij zijn het volgens mij dan helemaal eens, dus dan kan ik hier helemaalsteun voor verwachten. Hartstikke goed, dank u wel.De heer Vijlbrief (D66):Ik misbruik deze interruptie maar even om aan te geven dat we vorigeweek een voorstel hebben ingediend samen met de collega’s van deChristenUnie en NSC om de kostendelersnorm in de Participatiewet af teschaffen. Daar heeft de Socialistische Partij voor gestemd, de Partij van deArbeid ook. Eén partij die hier aan tafel zit heeft daar niet voor gestemd,namelijk de VVD. Ook het CDA heeft daar niet voor gestemd, tot onzeteleurstelling. Nu hoort u natuurlijk geen vraag aan mevrouw Bruyning,dus zie zal ik toch stellen: jammer hè, dat dat niet gelukt is, mevrouwBruyning?De voorzitter:Mevrouw Bruyning, wenst u te reageren?Mevrouw Bruyning (NSC):Daar zien we dan weer het klimaat van de politiek van tegenwoordig. Wemoeten samenkomen. Het is belangrijk dat we dingen samen dragen.Soms overstijgen problemen die we hebben politieke kleur, dus het zouinderdaad fijn zijn als alle partijen dan eensgezind onder dat soortvoorstellen gaan staan. Maar goed, iedere partij beslist voor zichzelf. Wijhebben in ieder geval samen een overeenstemming, dus dat is heelbelangrijk.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn. Ikheb inmiddels een reactie van de Minister binnengekregen. MevrouwDobbe had gevraagd of zij alsnog kan aansluiten. De reactie die ik hebgekregen is als volgt. «De Minister is vandaag op werkbezoek om tezorgen dat er gebouwd wordt en blijft worden. De vorige keer heeft zijaangegeven eenmalig een uitzondering te maken voor het plenaire debatop 19 december jongstleden.» Bij dezen kan ik dus concluderen dat deMinister hier niet zal aansluiten. Ik heb aan het begin al toegezegd dat ikwel de reactie van de Kamer op haar afwezigheid zal doorgeven, dus datligt bij haar. Ik zie dat de Kamer hierop wil reageren. Ik geef eerst hetwoord aan mevrouw Dobbe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1217 Mevrouw Dobbe (SP):Mag ik zeggen dat ik dit echt een schandalige reactie vind? Alsof wij hierniet met z’n allen bezig zijn om de wooncrisis op te lossen! Dat ten eerste.Dan ten tweede. Als de Minister van Wonen, die verantwoordelijk is voorwonen, zegt dat ze een uitzondering moet maken om naar een debat tekomen dat over wonen gaat, is er toch wel iets heel erg mis met haartaakopvatting. Misschien kunt u dat ook doorgeven.De voorzitter:Waarvan akte.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter. Wij hebben al meerdere malen voorgesteld om een bouwbaaste benoemen in Nederland. Zo iemand is precies bedoeld voor dit soortwerkbezoekjes van de Minister. Daarvan zegt zij steeds: ik ben debouwbaas. Nou ja, haar eerste taak is om hier in de Kamer te zijn. Dit laatnog eens zien waarom dat wel moet gebeuren.De voorzitter:Waarvan akte. Ik zal het signaal doorgeleiden. Het is, denk ik, net zo stevigals aan het begin van de eerste termijn, maar dat begrijp ik enigszins.Even kijken. We gaan terug naar de initiatiefnota, want daarvoor zitten wijhier natuurlijk. De indieners hebben aangegeven dat ze graag eenschorsing van drie kwartier willen, zodat ze daarna goed antwoord kunnengeven op de vragen die jullie gesteld hebben. Ik hoor mevrouwBeckerman zeggen dat het ook korter kan, maar drie kwartier is prima. Ikstel voor dat wij om 12.40 uur verdergaan met het debat. Ik schors hetdebat nu.De vergadering wordt van 11.56 uur tot 12.42 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van deindieners, waarbij de indieners de vragen gaan beantwoorden. Er zijn ookeen aantal vragen aan de Staatssecretaris gesteld. Ik zou willenvoorstellen om in deze termijn uit te gaan van vier interrupties. Ik zougraag het woord willen geven aan mevrouw Beckerman, als ik het signaalgoed begrepen heb, voor de blokjes.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, voorzitter, aan ons beiden. Want we dachten dat het misschien welhandig zou zijn om op te noemen hoe we gaan beantwoorden. We hebbeneen verdeling gemaakt op wonen en zorg, maar er zijn ook heel veelandere vragen gesteld. Mijn grootste blok, waar ik mee begin, bestaat uitalle vragen die over wonen gesteld zijn. Daarin ga ik onder andere in opde Wet versterking regie volkshuisvesting, de urgentie voor daklozegezinnen, maar ook leegstand. Daarna zal ik kort iets zeggen over detoegang tot het recht, over arbeidsmigratie, het briefadres, de kostende-lersnorm en schuldhulpverlening. Ik sluit af met twee vragen van collegaBruyning over de definitie van ETHOS Light en welk voorstel voor ons noucruciaal is om het doel van 2030 te halen. Dat lijken heel veel blokjes,maar de meeste vragen zijn natuurlijk over wonen gesteld.De voorzitter:Prachtig. We hebben meegeschreven. Nu is het woord aan mevrouwWesterveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Daarna kom ik ook nog met een paar blokjes. Ik ga in op de gesteldevragen die raken aan zorg en het sociale domein, onder meer op deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1218 vragen die gesteld zijn over de Wmo. Dan heb ik een blokje dat ik hierorganisaties en ervaringsdeskundigen heb genoemd. Daarin ga ik in opeen aantal organisaties die betrokken zijn bij de aanpak van dakloosheiden op de inzet van ervaringsdeskundigen. Dan heb ik nog een blokje overjeugd. Daarin worden ook de vragen meegenomen over jongeren die 18worden, over wat we kunnen doen om te voorkomen dat jongerendakloos raken en over mensen die dakloos zijn en een verleden hebben inde jeugdzorg. Daarna geef ik het woord aan de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank u wel. Dan vraag ik aan de Staatssecretaris of zij ook blokjes heeft.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja. Ik zal beginnen met een korte algemene inleiding en dan komt meteendaar achteraan in het algemeen het Nationaal Actieplan Dakloosheid, eenstukje wet- en regelgeving en monitoring dat daarbij past. Maar laten wedat kopje maar gewoon NAD noemen, denk ik. Dan ga ik in op alles watonder VRO valt. Dan komen de kopjes doelgroepen en zorg en als laatstealles op het domein van SZW. Daarbij wil ik ook alvast het volgendezeggen. Ik heb een aantal antwoorden op vragen die onder VRO vielennog niet binnen. Dit is wel een dusdanig inhoudelijk debat dat ik vind datu meer verdient dan dat ik een antwoord voor ga zitten lezen dat ik voordie tijd nog niet gezien heb of inhoudelijk kan beoordelen. Dus ik zal in detweede termijn op een aantal vragen terugkomen, of ze desnoodsschriftelijk per brief door de Minister laten beantwoorden. Dan weet u dat.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik bij dezen vragen of mevrouw Beckerman de aftrapwil geven met haar blokje wonen.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, dank. Alle collega’s zijn begonnen met een dankwoord richtingons, maar wij als indieners zijn vooral een dankwoord verschuldigd aanheel veel organisaties die ons hebben geholpen en aan MustaphaEaisaouiyen, die eigenlijk de eerste opzet heeft geschreven. Maar onzegrote dank gaat vooral uit naar alle dakloze mensen die met onsgesproken hebben. Veel van hen zijn anoniem, om logische redenen. Ikdenk dat het het meest indrukwekkend was om te horen hoe het voelt,hoe eenzaam die mensen zich voelen, hoe alleen gelaten en in de steekgelaten door de overheid, die er voor hen hoort te zijn. Ik denk dat dat ookonze grootste motivatie was om deze nota in te dienen.Het gaat misschien te weinig over dakloosheid in de politiek en tegelij-kertijd hoor je vaak «we lossen het op». Maar heel veel mensen hebbenhet gevoel dat de overheid er niet is, of ze nou van bank naar bankverhuizen, met hun kind in de auto slapen of hun kind moeten opvoedenin een trappenhuis of garagebox. Ze hebben het gevoel dat de overheid erniet voor hen is en het niet wordt opgelost. Ik vond het mooi dat ook veelcollega’s die menselijke verhalen aanhaalden, want dit is geen individueelprobleem. Sterker nog, dit is niet de schuld van de mensen die daklooszijn geraakt. Dit is onze schuld en ons probleem; dit is een collectiefprobleem. Heel veel collega’s noemden «housing first»: zorg dat er eersteen huis is. Ik denk dat we daar positief over zijn. Een andere reden voorons om deze nota te schrijven is namelijk dat we dit probleem kunnenoplossen. Het allermooiste is misschien wel dat dit probleem niet hoeft tebestaan; dit probleem is onnodig. Daarom was het ook mooi om zo veeleensgezindheid te horen, want als we hier met z’n allen onze politiekewilskracht tegenaan gooien, dan kunnen we dit samen, ook samen metervaringsdeskundigen, gaan oplossen. Een veelgenoemd voorbeeld isnatuurlijk Finland, dat dat heeft gedaan, en heeft gezegd: «Wacht eenseven, laten we nou eerst eens iedereen een huis geven, en daarna aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1219 slag gaan met zorg, ondersteuning en eventuele hulp richting werk. Maareerst een huis, eerst dat dak.» Dat voorbeeld van Finland heeft onsgeïnspireerd, want daar lukt het wel, en in Nederland niet.Het is primair een woonprobleem. Ik heb eigenlijk van links tot rechts alleindieners dat horen noemen. Daarom vinden wij het als indieners ookheel pijnlijk dat de Minister van Wonen zo makkelijk verstek laat gaan. Ikmoet eerlijk zeggen dat ik het wel een klein beetje arrogant, hooghartigvond om te horen: ik ben het woonprobleem aan het oplossen en deKamer, ach, praat er maar over! En dat terwijl het probleem niet kleinerwordt maar groter. Collega’s hebben daar ook aan gerefereerd. Het is nietalleen het ontbreken van de Minister, maar het is ook het ontbreken vandaden op dit vlak. Verschillende collega’s hebben daaraan gerefereerd enwe komen er zo nog uitgebreider op terug. Het woord «dakloosheid» komtniet voor in de begroting, zei de heer Grinwis treffend. Ook wordenaangenomen voorstellen niet uitgevoerd.Voorzitter. Dan ons blokje wonen. Daarover zijn veel vragen gesteld, wantdat is eigenlijk dé oplossing voor de wooncrisis. «We moeten bouwen»,zei collega Richardson. «Bouw meer sociale huur», zei collega Bruyning.Maar hier zit ook een zorg van de indieners. De Wet regie volkshuis-vesting, die meerdere keren bij naam is genoemd, zou die grotedoorbraak moeten zijn. Want laten we wel wezen: dakloze mensen hebbenniets aan zomaar iets bouwen. Heel veel mensen zijn op zoek naar eenbetaalbare woning; niet naar «een woning», niet naar een villa, maar naareen betaalbare woning. En daar zit wel onze zorg. Verschillende collega’shebben dat ook al genoemd.Ach, mevrouw Wijen-Nass, dank dat u alsnog bent aangesloten! Ik reis alacht jaar heen en weer vanuit Groningen naar de Tweede Kamer. Ik weethoe vervelend het is als je een debat wil volgen en ineens alles misgaatop het spoor. Ik ben dus heel erg blij dat u er wel bent. Ik heb heel vaakwerkbezoeken, maar als Kamerleden dan eens naar het Noorden komen,komen ze veel te laat. Van ons wordt altijd verwacht dat we op tijd zijn. Iksnap heel goed dat dat niet altijd lukt. Fijn dat u er alsnog bent.Die Wet regie volkshuisvesting is een grote zorg, omdat we bang zijn datdat aantal en het aandeel van 30% sociale huur niet wordt gehaald, doorde hele complexe vormgeving van de wet. Daarbij komt nog, zoals collegaDe Hoop terecht aangaf, dat 30% niet genoeg is, zeker niet in elke regio.We zien natuurlijk regio’s en steden waar dit probleem groter is dan opandere plekken. De indieners delen deze zorg dus. Daarom gaan ook veelvoorstellen in onze nota hierover.Collega Vijlbrief had het over de regeling aandachtsgroepen. Dit waswellicht niet direct een vraag aan de indieners, maar het is wel een vraagdie de indieners heel erg onderschrijven. Juist een regeling waarbij wezorgen dat we voor deze doelgroep bouwen, is een hele cruciale. Ik komdaar straks ook nog op terug bij «leegstand aanpakken». Overigens is dieregeling er natuurlijk ook voor andere doelgroepen. Ik denk wel dat dieregeling heel erg cruciaal is, ook omdat – dat is belangrijk om tememoreren – een groot deel van de nieuwbouw voor sociale huureigenlijk nog te duur is voor mensen uit deze groep, omdat die boven dezogenaamde eerste aftoppingsgrens zit. Daarom is die regeling voor deindieners ook heel erg van belang.Uiteraard onderschrijven we ook de woorden van collega Dobbe dat hetslopen, liberaliseren en verkopen van sociale huurwoningen problema-tisch is wanneer dat ervoor zorgt dat het aantal en het aandeel socialehuurwoningen daalt. Hoe meer mensen namelijk zo’n woning zoeken, hoemeer kans op dakloosheid er is.Voorzitter. Een aantal collega’s hebben het gehad over de urgentie voordakloze gezinnen. Dat punt wordt ook in onze nota genoemd. CollegaBruyning noemde dit. Collega Richardson zei: het amendement dat isaangenomen bij de Wet regie moet uitgevoerd worden. Collega’s Vijlbriefen Grinwis hebben hier, als indieners van dit amendement, natuurlijk eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1220 groot punt van gemaakt. Laten we wel wezen: de indieners zouden hetvolstrekt, maar dan ook volstrekt ridicuul vinden als dit amendement nietvolledig zou worden uitgevoerd. De indieners zijn van mening dat álledakloze mensen en mensen die dakloos dreigen te worden, urgentiezouden moeten hebben. Dat er nu zelfs voor gezinnen twijfel bestaat overde vraag of dit wel volledig wordt uitgevoerd, is zeer problematisch. Ikhoor ’m nog heel vaak in mijn hoofd, die krantenkop waarin stond dat erkinderen wonen in garageboxen, dat er kinderen wonen en slapen inauto’s, in een rijk land als Nederland. Als we zelfs dat al niet kunnenoplossen, als we zelfs zo’n praktisch voorstel al niet kunnen uitwerken,gaan we dit probleem niet oplossen.Voorzitter. Collega’s Vijlbrief en Dobbe vroegen naar de leegstand. Ik denkdat dat een cruciaal punt is. Je kunt zeggen dat we moeten bouwen, endat moeten we ook – daar zijn wij groot voorstander van – maar tegelij-kertijd weten we dat dat tijd kost. Maar leegstand is zo’n pijnlijk punt. Ikweet niet welke ingang u allen vanochtend heeft genomen. Ik heb depersoneelsingang genomen, om het zo maar te zeggen, dus niet de mooiepublieksingang, maar de personeelsingang. Ik vind het altijd heel pijnlijkdat je, als je de personeelsingang neemt, tegenover je, aan de kant vanhet Haagse Bos, een gebouw ziet staan dat al sinds wij in dit gebouwzitten, leegstaat, terwijl er in dat Haagse Bos zo veel dakloze mensenslapen, verblijven en hulp krijgen van onder andere het Leger des Heils.Dat gebouw staat gewoon al die jaren dat wij hier zitten, leeg. Dietegenstelling vind ik heel pijnlijk.De heer Vijlbrief vroeg naar de manier waarop. Vinden de indienerssimpelweg een leegstandsheffing voldoende? Ik denk dat een leegstands-heffing – in Vlaanderen zien we dat – een heel goede stok achter de deurkan zijn en inderdaad kan werken. In Vlaanderen zijn er verschillendegemeenten waarin dit werkt. Tegelijkertijd denk ik dat dit onvoldoende is.Nederland heeft vrij lang vrij zware instrumenten gehad om leegstandtegen te gaan en aan te pakken. In de jaren tachtig – het is geloof ikafgeschaft in het jaar dat ik geboren werd, maar correlatie en causaliteitzijn niet altijd hetzelfde – kon de gemeente een gebouw vorderen na eenhalfjaar van leegstand. Nu vinden we dat misschien vergaand, maar devraag is natuurlijk: moeten we niet verdergaande stappen nemen? U kuntzich voorstellen dat de indieners daar heel veel voor voelen. Wij vindendat de overheid daar meer in moet investeren.De huidige wetgeving biedt al de mogelijkheid om panden in gebruik tenemen. We weten dat de Minister van VRO nu bezig is met de evaluatievan de Leegstandwet. De indieners zouden heel graag zien dat deLeegstandwet wordt aangescherpt, want hoewel de wet mooie instru-menten bevat, zien we ook dat het voor heel veel gemeenten moeilijk isom voldoende capaciteit vrij te maken en dat het voor hen ingewikkeld isom het daadwerkelijk goed aan te pakken. Tegelijkertijd doet het zo veelpijn. Denk bijvoorbeeld aan de ruimte boven winkels en aan kantoor-panden, maar denk ook aan leegstand van de overheid zelf. Hier in DenHaag wordt door het Straat Consulaat een verkiezing van het mooisteleegstaande gebouw gehouden. Zij hebben een voorbeeld van eengebouw dat al 30 jaar lang leegstaat. Zij hebben het nu in Madurodamsymbolisch gekraakt. Maar ze laten zien dat er in een stad als Den Haag,waar zo veel mensen buiten slapen, geen tientallen, geen honderden,maar eerder duizenden gebouwen, duizenden plekken, te vinden zijn. Wijzijn dus voor aanscherping van de Leegstandwet, maar daar hoeven weniet op te wachten. Ik denk dat het goed zou zijn als er budget vrij wordtgemaakt en er samen met gemeenten direct plekken worden gerealiseerdvoor dakloze en dreigend dakloze mensen.Voorzitter. Dan een pijnlijk punt: de huisuitzettingen. Onder anderencollega’s De Hoop, Dobbe en Grinwis hebben hier aandacht voorgevraagd. Ik vond het goed om vanochtend een brief te krijgen van Aedes,die schreef: dit is nou echt de manier waarop je dakloosheid voorkomt,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1221 namelijk door te stoppen met die huisuitzettingen. Een deel van diehuisuitzettingen is illegaal, met grof geweld, waarbij de rechten van hetkind worden geschonden. Ik denk dat het heel terecht is, en het zou ookgoed zijn – ik weet niet of je dat als indiener mag zeggen – als er eenvoorstel uit de Kamer komt om echt te stoppen met die illegale huisuitzet-tingen. We hebben dat ook niet voor niks in de nota opgenomen. Hetpijnlijke daarbij is het grote, grote machtsverschil. Collega’s refereerdendaar ook al aan. Mensen weten niet waar ze terechtkunnen. Als er grofgeweld tegen jou en je gezin gebruikt wordt, is het moeilijk om daartegenin te gaan. Het betekent heel erg veel.Voorzitter. Dan twee korte vragen. Ik ga vrij snel. Collega De Hoop vroegnaar de aanpassing van de Wet betaalbare huur, naar de voorstellen diede Minister heeft gedaan om wonen weer duurder en flexibeler te maken.Ik denk dat dit terechte vragen zijn, maar wat de indieners daarvan zullenvinden, is ook wel een klein beetje een schot voor open doel. Wij refererener namelijk in onze nota aan, op punt 15, dat juist de flexibilisering vanwerk en woningen enorm veel problemen heeft veroorzaakt. Het flexibelmaken van huurcontracten, waarbij mensen continu in onzekerheidleefden, continu bezig waren met op zoek gaan naar weer een nieuwe pleken soms letterlijk op straat stonden na afloop van hun contract, heeft heelveel leed veroorzaakt. Hoewel mijn partij tegen de invoering ervan heeftgestemd, ben ik ervan overtuigd dat het ooit is ingevoerd met de bestebedoelingen en met de gedachte dat er meer woningen vrij zoudenkomen.Maar het tegenovergestelde is gebeurd: het heeft ervoor gezorgd datmensen in steeds onzekerdere omstandigheden terechtkwamen enmakkelijker op straat belandden. Als je werk dan ook nog eens flexibel is,als dat zomaar kan aflopen, dan raak je in een neerwaartse spiraal, nietomdat jij iets verkeerd doet, maar omdat de overheid jou onvoldoendebeschermt. Ik denk dat dat een schot voor open doel was. De heer DeHoop weet dat natuurlijk. We hebben het niet voor niks opgenomen in denota. Ik denk dat dat een heel problematisch punt is. We kunnen namelijkwel zeggen dat we dakloosheid voor 2030 willen uitbannen, maar danmoeten we dus ook zorgen dat we geen wetten meer aannemen die hetprobleem alleen maar groter kunnen maken.Het slot van het blokje wonen is de vraag van de heer Vijlbrief. Ikparafraseer hem: leuk dat u opschrijft «maak het recht op huisvestingafdwingbaar», maar hoe dan? Ik denk dat het ook makkelijker op teschrijven is dan het te doen is. Tegelijkertijd is het wel een heel interessantiets om over na te denken. We hebben in onze Grondwet opgenomen datwonen een recht is. Het staat er niet voor niks. Het staat er niet voor niks,want het is voor ons allen zo cruciaal. Tegelijkertijd is dat eenniet-afdwingbaar recht in onze Grondwet. We weten dat er nu allerleiwerkgroepen en groepen op zoek zijn naar een manier om de socialegrondrechten, de wat softere, toch afdwingbaar te maken.In onze nota refereren we eigenlijk aan een mooi voorbeeld, namelijkCanada. Daarmee kom ik ook direct op de volgende vraag van de heerVijlbrief, over de toegang tot het recht. In Canada heb je woonrechtadvo-caten die collectief de belangen van dakloze mensen kunnen behartigen.Ik dat dat een hele logische stap zou zijn. De heer Grinwis noemde het nietvoor niks: heel veel mensen weten niet waar ze recht op hebben en wetenniet welke stappen ze kunnen zetten. Dat Canadese voorbeeld, waarbij jedus collectief naar de rechter kan, samen met een advocaat die er speciaalvoor jou is, kan helpen. Maar dan moet dat recht op wonen wel sterkverankerd zijn; dat is nu niet zo. Ik denk dat bijna iedereen het weleens inzijn spreektekst heeft opgenomen: er is een recht op wonen; ja, op papier.Maar in de praktijk betekent dat voor heel veel mensen heel weinigwanneer ze weer in het Haagse Bos slapen.Daarmee kom ik op de vragen over de toegang tot het recht. We vondenhet mooi om dat ook op te nemen. Als indieners willen we dat er meerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1222 geïnvesteerd wordt in laagdrempelige toegang tot het recht, ook in debuurt. Een rechtbank of toegang tot het recht is voor heel veel mensennamelijk ver weg. Wij refereren bijvoorbeeld aan het Huis van het Recht inHeerlen. Dat staat in een NPLV-wijk, zoals we dat noemen, dus een wijkdie valt onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, eenvan de volkswijken die onder druk staan. Juist in die wijken is de toegangtot het recht vaak heel ver weg. Er zijn mooie, maar ook pijnlijke, analysesverschenen over de vraag waar je wel of geen toegang tot het recht hebt.Daar zitten regionaal enorme verschillen tussen; ik kijk daarbij ook evenstiekem naar mevrouw Wijen-Nass. Juist zo’n Huis van het Recht, in debuurt, kan enorm versterken dat mensen met meer kans op dakloosheidof mensen die dakloos zijn, toegang hebben tot het recht.De volgende antwoorden gaan iets sneller, denk ik. De heer De Hoopvroeg naar arbeidsmigratie. Mevrouw Westerveld en ik zijn veelgesprekken gaan voeren. Ik refereerde daar al aan. Een van de pijnlijkstemomenten was dat we bij het Haagse Bos stonden en dat een van dehulpverleners van een van de belangrijke organisaties waar we heel veeldank aan verschuldigd zijn, zei: «Ik weet precies wanneer de paprikaplukover is. Ik weet het precies. Ik kan je bellen op de dag dat het gebeurt.»Waarom wist diegene dat? Omdat de mensen die onze paprika’s plukkenzomaar weer op straat kunnen komen te staan. En dat zie je dus direct inhet Haagse Bos gebeuren. Je ziet het gewoon gebeuren. Dat is de redenwaarom we arbeidsmigratie een prominente plek hebben gegeven in onzenota. We weten dat het onderwerp migratie veel genoemd wordt in deTweede Kamer, maar dat juist het aanpakken van het misbruik datgemaakt wordt van arbeidsmigranten achterblijft, terwijl dit soort situatieswel direct het gevolg zijn van het ontbreken van wetgeving en hetontbreken van naleving van wetgeving. Arbeidsmigranten zijn daarvan dedupe. De indieners zouden het liefst willen dat 85% van de werknemersdirect in dienst is, dat nulurencontracten en oproepcontracten verbodenworden, dat malafide uitzendbureaus harder worden aangepakt en dat deoverheid ook zelf het goede voorbeeld geeft.Dan was er een vraag over het briefadres, onder anderen van de collega’sDobbe en Richardson. Samen met collega Westerveld heb ik eerderdebatten over dakloosheid gevoerd en aangevraagd. Dit was nou zo’npunt, namelijk een briefadres, dat eigenlijk heel klein is. Zorg dat mensenbinnen drie dagen nadat ze dakloos raken een briefadres hebben. Dat waszo’n punt waarvan we dachten: we dienen het in en dan lukt het wel. Dit isiets wat voor heel veel mensen een gigantisch probleem is, hoe klein hetook lijkt. Want als je geen briefadres hebt, kun je geen paspoortaanvragen. Heb je geen briefadres, dan kun je heel vaak geen zorg krijgen.Heb je geen briefadres, dan loopt het met verzekeringen heel moeizaam.Een briefadres is cruciaal. We hebben dat niet alleen in de notaopgenomen, maar daar ook al eerder voorstellen over ingediend. Wevinden het eigenlijk heel pijnlijk om steeds weer te horen dat er nogsteeds problemen zijn met het uitgeven van briefadressen, juist omdatzo’n regel enorme impact kan hebben op een mensenleven. Daarom is hetgoed dat hier opnieuw door collega’s aandacht voor wordt gevraagd,want dit moet gewoon in heel Nederland goed geregeld zijn. Volgens mijheb ik het nu voldoende duidelijk gemaakt, tenminste dat hoop ik.De collega’s Dobbe en Vijlbrief spraken over het afschaffen van dekostendelersnorm. Er ontstonden ook wat interruptiedebatjes tussenmensen die het met elkaar eens waren; dat is altijd leuk. Als indienersonderstrepen wij dat wij vinden dat die norm geheel moet wordenafgeschaft. Ook hierbij ga ik ervan uit dat dit per ongeluk een foutje van deoverheid is geweest. Voorkom dakloosheid! De heer Grinwis is hetvolgens mij met mij eens. Ik probeer het sympathiek te verwoorden, maardit moeten we gewoon afschaffen. Als je dat niet doet ... We zien datmensen moeite hebben met het in huis nemen van hun eigen wat ouderekinderen. We zien dat mensen op straat belanden door die hele, heleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1223 stomme regel. We weten het al jaren en het blijft maar bestaan. Deindieners kiezen ervoor om te zeggen: dit is zó belangrijk. Als je jehandtekening zet onder het Lissabonakkoord – dat heeft Nederlandgedaan – en als je belooft dakloosheid te gaan uitbannen, pluk ditlaaghangend fruit, zou ik bijna willen zeggen, dan meteen. Het doetnamelijk heel veel voor mensen als ze gewoon hun oudere kinderen inhuis kunnen nemen. Dan hoef je heel veel moeilijke dingen niet meer tedoen.Dan de vraag van collega Bruyning over de schuldhulpverlening. Daarhebben we ook punten over opgenomen. In onze gesprekken metvoornamelijk dakloze jongeren vonden we het zo pijnlijk dat ze heel veelvoorbeelden gaven waaruit blijkt dat je problemen eerst moeten escalerenvoordat je hulp krijgt. Dat is hierbij ook het geval. Het is voor jongerentegenwoordig heel makkelijk, pijnlijk makkelijk, om schulden te maken;ook daar zou heel veel aan gedaan moeten worden. Maar zolang jeschulden nog klein zijn, krijg je geen hulp. Maar als die eenmaal geësca-leerd zijn, zijn je problemen ook geëscaleerd. Vandaar dat we dit punthebben opgenomen.Dan kom ik bij mijn laatste twee vragen. Dat waren allebei vragen vancollega Bruyning. Allereerst was haar vraag: laat die definitie van ETHOSLight nou geen papieren werkelijkheid zijn. Het was misschien niet eenseen vraag. Precies dat. Ik vind dat ETHOS Light voor ons heel pijnlijk aanhet licht heeft gebracht hoeveel mensen – we weten het nog niet eenscompleet – er daadwerkelijk dakloos zijn. Het blijkt dat we kinderen veel telang niet in beeld hebben gehad. Vrouwen hebben we voor een heel grootdeel niet in beeld gehad. Nu hebben we ze wel in beeld. Maar wat heb jedaaraan als je het niet oplost? Wij zeggen: tel niet alleen, maar maak dietelling ook leidend voor je beleid. Zorg dat je je beleid daarop baseert. Alsje aan de ene kant nu weet dat er heel veel kinderen en vrouwen zijn diedakloos zijn, maar je aan de andere kant de amendementen niet uitvoertwaarmee aan juist die gezinnen urgentie wordt gegeven, dan heb je weleen beeld, maar geen oplossing. Ik denk dat dit niet voor niks punt 1 isgeworden van onze nota.Tot slot was haar vraag: welk voorstel is nou cruciaal? Dat is een mooievraag. We hebben er twintig opgeschreven. Ik dacht: deze vraag gebruik ikals bruggetje naar collega Westerveld. Voor ons is het voorstel van«housing first», de omslag van zorg naar wonen, het meest cruciaal. Helpdakloze mensen onder dak. Voorkom bij situaties van dreigendedakloosheid dat mensen dakloos raken. Het voorstel ten aanzien vanwonen is voor ons het aller-, aller-, allerbelangrijkste voorstel. Maar – datis mijn bruggetje naar collega Westerveld – misschien is onze gewensteuitkomst van vandaag dat we dat nou eens bindend gaan vastleggen. Wekunnen hier eindeloos debatteren. Dat doen we graag. Maar als we nietalleen dit kabinet, maar ook alle opeenvolgende kabinetten tot 2030 nietook daadwerkelijk afrekenen op de doelen, dan halen we 2030 niet. Hetzou mij een heel lief ding waard zijn als we ons niet blindstaren op 2030,maar zo veel mogelijk tempo maken en dit het liefst nog veel eerder doen.Bindende afspraken – daar gaat collega Westerveld op door – zijnmisschien vandaag nog wel het meest urgent.De voorzitter:Dank u wel voor de zeer uitgebreide antwoorden. Dat verdient de notaook. Ik zag de collega’s knikken toen u de antwoorden gaf. Ik zie dat ook zijdaar tevreden over zijn. Ik zag wel dat mevrouw Wijen-Nass haar vingerhad opgestoken, dus zij heeft nog een interruptie voor u.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik was inderdaad later. Ik heb er vandaag vijfenhalf uur over gedaan omvanuit Zuid-Limburg naar Den Haag te komen, maar dat hoort er af en toebij. Ik vond dat vanmorgen heel erg vervelend. Ik dacht: o, nee, zo’n debatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1224 is voorbereid. Maar iedereen hier herkent het als dit gebeurt. Maar toenmoest ik tegelijkertijd meteen denken aan al die mensen die geen dakboven hun hoofd hebben. Toen dacht ik: zo’n ochtend als dit valt eigenlijktotaal in het niet bij de problemen van die mensen. Toen kon ik het ookwel heel makkelijk relativeren.Dan kom ik nu op mijn inhoudelijke vraag. We hebben het natuurlijk in decommissie voor Volkshuisvesting – daarom vraag ik het ook aan mevrouwBeckerman – vaak gehad over mensen die permanent in een vakantie-woning verblijven. Mij bereiken nog steeds heel veel signalen vangemeenten die best hardvochtig mensen uit die huisjes zetten. Ik was heelbenieuwd hoe de initiatiefnemers daarnaar kijken.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, het is helemaal niet aan mij op deze plek, maar ik zou willenvoorstellen om mevrouw Wijen-Nass een langere tweede termijn tegeven, zodat ze haar inbreng alsnog kan doen, want het is wel gewoonzonde als je hier vijfenhalf uur over doet.Dan over de vakantiewoningen. Een paar maanden geleden heb ik deinitiatiefnota Red de camping verdedigd, volgens mij in dezelfde zaal.Toen las ik terug wat mijn collega Remi Poppe, die Kamerlid werd in 1994,schreef over het wonen op vakantieparken. Hij heeft zich hier ook veelmee beziggehouden. Hij was, ik geloof in 1998, heel erg kwaad over hetsoms dubbelhartige optreden van de overheid, die aan de ene kantgedoogde en niet zorgde voor voldoende woningen en aan de anderekant mensen in onzekerheid liet. Ik vond dat heel pijnlijk. Ik denk dat je, alsje de Handelingen van deze Kamer erop terugleest, ziet dat er heel vaakvoorstellen zijn geweest om daar eindelijk eens een rechte lijn in tetrekken.Dit is niet helemaal afgestemd met mijn collega, omdat dit geen voorstelis uit deze nota, maar die rechte lijn ligt er volgens mij niet met hetvoorstel dat nu door de Minister van VRO is ingediend. Waarom is dat zo?Allereerst geeft dat voorstel mensen maar tien jaar zekerheid. Omdat ikme er veel mee bezighoud, heb ik ook de reacties op de internetconsul-tatie gelezen. Heel veel mensen die al lange tijd in zo’n huisje wonen endie gehoord hadden dat er eindelijk een voorstel zou komen, schreven bijde internetconsultatie: hier hebben we niks aan, want waarom zou ik mijnhuis opgeven als ik maar tien jaar zekerheid krijg? Voor heel veel mensenin deze groep doet het dus niet veel.En dan zijn er nog wat zorgen. De indieners van deze nota vinden dat wedakloosheid niet alleen moeten oplossen met daken, maar vooral metgeschikte daken en goede huisvesting. Ik weet niet of u er toen al was,maar ik ben mijn betoog begonnen met: dit kan. Nederland heeft eerderhet grote probleem van een grote wooncrisis opgelost, met de meestfantastische woningen, ook voor de arbeidersklasse. Er zijn plekken echtgeschikt voor permanente bewoning, of die zijn geschikt te maken. Maareen van de problemen die ik met wonen op campings zie, is dat er ookcampings zijn waar hulpdiensten niet kunnen komen of waar kinderen inslechte omstandigheden opgroeien. Die campings zijn niet geschikt ompermanent te bewonen, omdat de kwaliteit te laag is. Voor die mensenwillen wij dat er een kwalitatief goede sociale huurwoning komt. Laten wenog eens kijken naar de andere kant van de plas: wij willen niet naar eensoort trailer parks gaan die goed genoeg zijn voor de mensen met delaagste inkomens. De Socialistische Partij wil echt – ik weet datGroenLinks-PvdA ook uit die traditie stamt – dat er goede volkshuisvestingis voor iedereen. Dit is dus een dubbel antwoord. Ik denk dat een deel vandie plekken echt geschikt te maken is en dat een deel van de mensen eenpermanente gedoogvergunning moet krijgen. Maar ons ideaal is het niet.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1225 Dank. Mevrouw Wijen-Nass kennende denk ik dat zij via haar interruptieshaar inbreng ook wel op een krachtige manier naar voren kan brengen.Daar heb ik alle vertrouwen in. Volgens mij zijn we aan het einde gekomenvan uw blokje, mevrouw Beckerman, dus ik zou heel graag het woordwillen geven aan de andere initiatiefnemer, mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het is natuurlijk ook geen toeval dat we hier zittenmet woordvoerders Wonen en woordvoerders Zorg of Sociaal Domeinvan verschillende fracties. Dakloosheid valt onder het Ministerie van VWS,maar is net zo goed een woonprobleem. Sterker nog, we hebben ereigenlijk te veel een zorgprobleem van gemaakt. Want als je geen dakboven je hoofd hebt, krijg je natuurlijk ook allerlei problemen. Een aantalindieners noemde dat ook al in hun inleiding. Ik parafraseer de heerVijlbrief even, die eigenlijk zei: je kunt gewoon pech hebben in je leven endaardoor dakloos raken.Dat deed mij denken aan een van de eerste werkbezoeken die ik aflegdetoen ik Kamerlid was. Dat was aan een instelling die dakloze mensenopving in de Achterhoek. Daar sprak ik een jongen. Ik denk dat hij begin30 was. Hij wilde absoluut niet met zijn naam genoemd worden. Hijvertelde mij dat hij tot voor kort eigenlijk een heel goedlopend bedrijfjehad, dat dat bedrijfje failliet was gegaan, dat hij daardoor schulden hadgekregen en dat tegelijkertijd ook de relatie met zijn vriendin uitging.Daardoor had hij geen woning meer. Hij schaamde zich echt kapot.Daarom wilde hij zijn naam niet noemen, ook niet tegen mij. Maar hijwilde wel graag zijn verhaal doen, omdat dat heel erg liet zien hoe jegewoon domme pech kan hebben. Deze jongen had eigenlijk gewoon eenklein kamertje nodig waar hij even een opleiding kon volgen. Hij hadgewoon een goede opleiding gehad. Hij wilde zich graag laten omscholen,maar hij zei: «Dat lukt me gewoon niet in de daklozenopvang, want ik hebhier geen rust. Ik kan hier niet goed slapen. Ik ben bang dat ik misschienwel verslaafd raak.» Hij zat helemaal met zichzelf in de knoei. Dat was nietnodig geweest. Dan denk je: wat maken we het onszelf ook eigenlijkmoeilijk. Wat maakt de overheid het zichzelf moeilijk met al die regels.Eigenlijk was er een hele makkelijke oplossing om deze jongen in kortetijd weer verder te helpen, zodat hij gewoon zijn leven kon oppakken,maar het lukt ons niet.Ik denk dat dit ook wel symptomatisch is voor het hele probleem vandakloosheid. Het hoeft niet alleen maar moeilijk te zijn. Er zijn ook eenaantal simpele oplossingen die eraan kunnen bijdragen dat we wel dedoelstelling van 2030 gaan halen. Onze regering heeft natuurlijk dehandtekening onder het Lissabonakkoord gezet en kwam een paar jaargeleden zelf met een groot actieplan om in 2030 een einde te maken aandakloosheid. Met deze nota beogen wij ook een aantal voorstellen te doenom te helpen die doelstelling te halen, want dat zijn we gewoon verplicht,niet alleen aan de handtekening van de regering die onder dat akkoordstaat en aan het eigen actieplan, maar natuurlijk vooral aan al die mensendie dakloos zijn geraakt.Het raakt ook aan veel problemen in het sociaal domein. Er zijn een aantalvragen door u gesteld. Ik ga naar de eerste vraag van de heer De Hoop. Hijvroeg naar mensen in een zorginstelling, mensen met een beperking ofouderen die noodgedwongen moeten verhuizen. Hij stelde die vraag aande Staatssecretaris, maar vroeg ook om voorbeelden. Ja, die voorbeeldenzijn er. Als je in een zorginstelling woont en bijvoorbeeld een verstande-lijke beperking hebt, dan ben je afhankelijk van de instelling. Dan heb jegeen huurbescherming. Dan heb je ook niet een eigen huis en daardooreen vorm van bescherming. Eigenlijk is het heel vreemd dat juist demensen die in de meest kwetsbare positie zitten, bijvoorbeeld mensenmet een beperking, de minst sterke positie hebben op het moment dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1226 instelling waar ze wonen besluit om het vastgoed te verkopen. Dat doetniet alleen wat met hen, maar natuurlijk ook met de omgeving.Ik was een aantal jaar geleden in een dorp met een aantal huizen waarmensen met een beperking in woonden. Die moesten verhuizen, in ditgeval omdat de instelling besloot om het vastgoed te verkopen. Eigenlijkwilde niemand in dat dorp dat, want deze mensen konden gewoon naarde supermarkt, konden gewoon de bus pakken en kenden de weg in hetdorp. Ook de wethouder zei: deze mensen horen hier bij ons dorp. Maartegelijkertijd hadden ze geen poot om op te staan. De cliënten hebbenformeel wel inspraak – ze kunnen advies geven op het moment dat er eenfusie aankomt of op het moment dat er grootse plannen zijn – maar zehebben niet de doorslaggevende stem. Daarom is een van onzevoorstellen in deze nota om er juist voor te zorgen dat er voor dezemensen een vorm van woonbescherming komt. We hebben dat weleensvaker in debatten voorgesteld. Het is juridisch heel ingewikkeld. Datbegrijpen wij ook wel. Tegelijkertijd kan het niet zo zijn dat je deze mensenin de steek laat. Ik noemde net één voorbeeld, maar ik heb meervoorbeelden. Ik denk dat er misschien te weinig tijd is om op al dievoorbeelden intensief in te gaan, maar het gaat heel vaak om mensen meteen beperking die al in een moeilijke situatie zitten en soms ook moeilijkerde weg weten te vinden naar juridische hulp, een gemeenteraadslid ofeen Kamerlid. Toch krijgen we dit soort verhalen binnen, wat volgens mijlaat zien dat het probleem er wel degelijk is. Ik denk ook dat het probleemgroter is dan we denken.Er zijn nog veel meer vragen gesteld die raken aan het sociaal domein.Mevrouw Richardson vroeg bijvoorbeeld naar de parlementaireverkenning die ging over mensen met onbegrepen en verward gedrag.Dat is de parlementaire verkenning waar ook mijn collega Songül Mutlueraan heeft meegewerkt, samen met mevrouw Michon. Voor de zomer wasdaar een debat over. Het ging over mensen met verward of onbegrepengedrag, omdat ook hulpdiensten, politie, gemeenten en wethoudersmerken dat de overlast toeneemt en dat er vaak onvoldoende opvang-plekken zijn voor deze mensen. Dat heeft in deze twintig voorstelleninderdaad geen grote plek gekregen, maar we hebben daar natuurlijk weldegelijk een flink aantal voorstellen over gedaan, onder meer in het debatover mensen met onbegrepen gedrag. We hebben ook, inmiddelsanderhalf jaar geleden, een motie ingediend die vroeg om een noodplanvoor mensen met een Wlz-ggz-indicatie. Dat was eigenlijk op verzoek vaneen heel aantal opvangorganisaties, die zeiden in de opvang niet altijdgespecialiseerde hulp te kunnen bieden aan de mensen die dat nodighebben omdat zij worstelen met mentale problemen. Voor deze mensenmoeten er dus echt goede plekken komen.Specifiek voor deze groep merken we dat dat niet goed van de grondkomt. Er wordt al jarenlang in de Kamer over gesproken en er wordenvoorstellen gedaan, maar tegelijkertijd wordt de problematiek groter enkomt er maar geen oplossing voor. We hebben dus anderhalf jaar geledeneen motie ingediend die bij mijn weten door de hele Kamer werdgesteund. Iedereen ziet dat er grote problemen zijn met deze groep. Erkwam vervolgens een plan van het Ministerie van VWS, maar ook hier –en dat vind ik pijnlijk om te constateren – merken we dat het vastloopt opwoonplekken. We lopen vast als het gaat om plekken waar deze mensenmoeten wonen om die gespecialiseerde hulp op maat te kunnen krijgen.Het is fijn dat het Ministerie van VWS meedoet en komt met een plan,maar vervolgens moeten er wel plekken zijn voor deze mensen. Ik denkdat er genoeg over is gezegd, maar dit laat wel zien dat we verschillendeministeries nodig hebben. Je wil deze mensen verder helpen. Je wil dat zeniet op straat leven en zwerven. Je wil dat ze gewoon hulp krijgen, vanmensen die daarvoor zijn opgeleid. Die zijn nodig voor de hulp die bij henpast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1227 Mevrouw Richardson (VVD):Hierin vond ik heel erg mooi dat ook JenV en BZK aangesloten waren. Datwaren de ministeries die we eigenlijk nog misten. Vooral als het gaat omBZK, die bijvoorbeeld in relatie tot burgemeesters misschien dingen aleerder zien en ervaren, en pas op het allerlaatste moment kunnenoptreden, kan daar misschien nog goed naar gekeken worden. Ik ben dusblij met de reactie van mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dat ben ik met mevrouw Richardson eens. Tegelijkertijd is het ook welpijnlijk, vind ik, om te constateren dat het brede maatschappelijkebewustzijn – en dan doel ik niet op deze burgemeesters en op anderemensen die ook in de wijken actief zijn – er pas lijkt te zijn op het momentdat mensen er zelf last van hebben, als ze mensen zien die op straatzwerven en niet de juiste hulp krijgen. Dat vind ik vaak pijnlijk om te zien.Je zou mogen verwachten dat er al veel eerder passende hulp wordtgeboden. Ik ben woordvoerder ggz; daarom weet ik er ook wel het een enander over. Er zijn tegenwoordig meer dan 100.000 mensen die wachtenop een behandeling in de ggz. Dat begint vaak heel klein, met proble-matiek waarvan je zou denken: als iemand er op tijd bij is, kunnen we dezepersoon helpen. Maar op het moment dat je op een wachtlijst staat en jeniet weet of je volgende maand of misschien volgend jaar aan de beurtbent, je problemen groter worden, en je afgewezen wordt bij eeninstelling omdat je toch te complex bent en weer op een andere wachtlijstbelandt, dan begrijp ik wel dat mensen zelf ook niet meer goed weten watze doen. Dan begrijp ik dat mensen in paniek raken. Dat raakt natuurlijkook aan familieleden, aan buren en aan anderen in de wijk en in de straat.Dat vind ik het pijnlijke aan de problematiek waar we het over hebben.Ook dit was te voorkomen. Dat was beter geweest voor deze mensen,voor gemeenten, voor iedereen, eigenlijk. Toch is dat veel te langverwaarloosd.Voorzitter. Er zijn nog veel meer vragen gesteld. De vraag van mevrouwDobbe van de SP raakte onder meer aan de kostendelersnorm. Die vragenzijn net al beantwoord. Zij gaf ook aan dat mantelzorgers daardoor vaak inde knel komen. Dat herkennen we natuurlijk ook.Zij vroeg hoe we kijken naar de zorgzame buurten en de zorgbuurthuizen.De zorgbuurthuizen zijn een heel mooie ontwikkeling, omdat mensen daarjuist voor elkaar opkomen en met elkaar ervoor zorgen dat er passendehulp kan worden geboden in de eigen wijk of in de eigen buurt. Eencollega van ons, mevrouw Slagt-Tichelman, heeft een tijdje geleden – nieteens zo heel lang geleden, een paar weken geleden, bij mijn weten – eeninitiatiefnota ingediend, waarmee ze zich richtte op wijkgerichteouderenzorg via de zorgzame buurten. Volgens mij sluit dat heel erg aanop de vraag van mevrouw Dobbe. Want wat is er nou mooier dan juist inje eigen buurt, in je eigen vertrouwde omgeving, hulp te krijgen en daarhopelijk ook oud te worden? Ik kijk even of ik de vraag zo goed hebbeantwoord. Dit is natuurlijk een heel mooie, positieve ontwikkeling.Mevrouw Dobbe (SP):Ik stelde de vraag natuurlijk ook omdat die raakt aan woningnood. Ik weetdat zelf niet, maar ik ken wel de argumentatie achter het opzetten van deverzorgingshuizen van vroeger die inmiddels zijn gesloten. Die haddenniet alleen als doel om de zorg voor ouderen te verbeteren, maar ook omervoor te zorgen dat er woningen vrijkwamen. Daarmee werd een deelvan de woningnood opgelost. Natuurlijk moet dat nooit gedwongengebeuren, maar er zijn een heleboel mensen die dat wel willen. Voor demensen die dat willen, zou het een mooie oplossing kunnen zijn. Ik heb ditdus niet alleen vanuit zorgoogpunt benoemd, maar ook vanuit hetoogpunt van woningnood.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1228 De voorzitter:Mevrouw Westerveld, wilt u daar kort op reageren?Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Daar kunnen we ons natuurlijk alleen maar bij aansluiten.Er is ook een heel aantal vragen gesteld over organisaties. De heerGrinwis vroeg waarom we het niet hebben gehad over de kerken, dediaconie en al die andere organisaties die zich bezighouden met dezegroep. Zij doen namelijk zo’n belangrijk werk. Ik kan me daar alleen maarbij aansluiten. Het is misschien wel mooi om de voorpagina van onzeinitiatiefnota te bekijken. Mevrouw Beckerman showt ’m even. Daar staateen foto op van het busje van het Leger des Heils. Die is gemaakt op deKoekamp. Daar zijn we een aantal keren geweest, ook met meerdere ledenuit deze commissie. Dan zie je wat voor mooi werk het Leger des Heilsdaar verricht. Ik werd erdoor getroffen dat er bijvoorbeeld zelfs drogesokken en droog ondergoed werd uitgedeeld, natuurlijk naast denoodzakelijke medische hulp. Het zegt nogal wat dat zelfs dit soort basalevormen van hulp nodig zijn. Ook zie je dat er een lange rij aan mensenstaat voor een kop warme soep. Toen wij er waren, was het niet eenshartje winter, maar na een paar uur buiten dachten we wel: het begint friste worden. En dan denk je aan al die mensen die vervolgens in een tentjeof gewoon in de open lucht, buiten, moeten slapen. Het is hartver-warmend om te zien wat al deze vrijwilligers iedere dag doen. Het is ookfijn om te zien dat dat door het hele land plaatsvindt.Er zijn natuurlijk heel veel organisaties met vrijwilligers en ook metkundige straatartsen en straatverpleegkundigen. Natuurlijk zijn het ook dekerken die op heel veel plekken in het land ontzettend mooi werkverrichten. Ik denk dat iedereen in deze zaal wel het voorbeeld van dePauluskerk kent, maar datzelfde gebeurt natuurlijk ook op heel veel andereplekken, waar kerken of mensen die lid zijn van een kerk, er voor elkaarzijn. Zij schreeuwen dat misschien niet altijd van de daken, maar als je lidbent van een kerkgemeenschap en je ziet dat er wat nodig is, dan ontstaaner mooie initiatieven waarbij de nodige hulp wordt geboden. Ik zie hoemensen overal in dit land dat doen. Het is dus zeker geen onwil dat we ditniet hebben genoemd. Sterker nog, een deel van deze nota is eigenlijkgewoon geschreven door mensen die zich juist inzetten binnen een mooieorganisatie zoals het Leger of binnen kerkelijk verband. We hebben ze nietapart in het dankwoord genoemd, denk ik, maar bij dezen doe ik datalsnog, want we zien dat zeker overal, door het hele land, gebeuren.Er waren ook een aantal andere vragen over organisaties die daarmeebezig zijn. Ik wil even aansluiten bij een punt dat net al door mevrouwBeckerman is benoemd, namelijk het geven van juridisch advies. Daar zijneen aantal hele mooie voorbeelden van. Een van de voorbeelden is inNijmegen, waar vanuit de gemeenteraad zelf een initiatief kwam om meteen straathulpcoach te werken. Dat zijn ervaringsdeskundigen: mensendie echt weten wat het is om op straat te leven, maar ook weten hoe ze deweg kunnen vinden en daarmee anderen kunnen helpen. Dan gaat hetbijvoorbeeld over juridische ondersteuning. Ik begrijp namelijk heel goeddat als je op straat leeft en misschien ook het vertrouwen hebt verloren ineen groot deel van de politiek of van de hulpverleners omdat je merkt datje er niet uitkomt, het veel fijner is om toe te stappen naar iemand die heelgoed weet wat jij hebt meegemaakt, die hetzelfde heeft meegemaakt enjou goed op weg kan helpen.Juist dit soort hele mooie initiatieven, die we in verschillende gemeentenzien – ik ken toevallig het voorbeeld uit Nijmegen omdat ik daar woon ende initiatiefnemers ken – sluiten natuurlijk heel erg aan op wat wij ook inonze nota beschrijven. Maar dan moet daar wel gelegenheid voor zijn. Jewil dan natuurlijk ook dat degenen die straathulpcoach zijn, of op eenandere manier betrokken zijn, zoals bij het Straat Consulaat in Den Haag,een echte baan hebben, en dat dit niet weer gebeurt op basis vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1229 vrijwilligerswerk. Te vaak wordt namelijk bij ervaringsdeskundigengedacht dat je het er wel een paar uurtjes bij kunt doen, terwijl hetnatuurlijk gewoon een echte baan is. Sterker nog, ik denk dat het onzesamenleving aan zorgkosten, maar ook aan welzijn en aan al die anderezaken die gewoon goed zijn voor iemand, uiteindelijk juist veel meeroplevert dan dat het kost. Laten we dus juist dit soort initiatieven serieusnemen.Dat sluit ook aan bij een paar punten die volgens mij door de heer Grinwisen de heer Vijlbrief zijn gemaakt: moet je cliëntenondersteuning nietgewoon in de Wmo opnemen? Ik vind dat een heel interessant voorbeeld.Net zoals we een aantal andere functies die bedoeld zijn om mensen teondersteunen hebben verankerd in de Wet maatschappelijke onder-steuning, zouden we ook hiervoor een haakje moeten neerzetten om tezorgen dat dit geregeld wordt, juist in het belang van ons allemaal.Iedereen heeft er natuurlijk baat bij als mensen op tijd worden geholpen,als ze de weg weten te vinden en als juridische ondersteuning vooriedereen gelijk is. Nederland is natuurlijk ook een democratischerechtsstaat, met als idee dat juridische ondersteuning en de mogelijkheiddaar beroep op te doen voor iedereen toegankelijk moeten zijn. We wetenallemaal dat dit in de praktijk niet zo is. Het is dus een interessantesuggestie om dat ook op die manier op te pakken.Dit raakt ook aan het punt over huisuitzetting. Mevrouw Dobbe noemdedat in ieder geval, maar volgens mij hebben nog meer van u datgenoemd. Het is onverteerbaar dat mensen zomaar hun huis uitgezetkunnen worden. Juist zo’n laagdrempelige vorm van ondersteuning,iemand die er specifiek voor de familie is die in de knel zit, kan enormhelpen en pijnlijke, nare situaties voorkomen.Ik ga naar het laatste blokje, over jeugd. Daar zijn een aantal vragen overgesteld. Ik begin bij de vraag van de heer De Hoop. Hij vroeg naar deinitiatiefwet en 18-min of 18-plus. Daar is vanuit de Kamer in de afgelopenjaren, sinds ik woordvoerder Jeugdzorg ben, heel veel om te doengeweest. Het probleem is dat er een harde leeftijdsgrens is. Tot je 18de valje onder de Jeugdwet. Daarna kom je in een van de andere zorgwettenterecht. Dat zijn verschillende zorgwetten. Die harde knip zorgt ervoor datjongeren die bijvoorbeeld 18 zijn en in een instelling hebben gewoond ofvertrouwde hulpverleners hebben, deze kunnen kwijtraken.Een aantal jaar geleden is wel op verzoek van de Kamer de leeftijdsgrensvoor de pleegzorg uitgebreid, waardoor pleegouders wat langer eenvergoeding krijgen. Verschillende fracties in de Kamer, en zeker ook wij –ik kijk daarbij ook naar mevrouw Bruyning, die er ieder debat opnieuw eenpunt van maakt – hebben al aangegeven: zou je niet voor veel meerjongeren die harde knip wat losser moeten maken? Enkele gemeentendoen dat al goed. Sommige gemeenten gaan er coulant mee om als eenjongere 18 wordt en zegt: ik wil nog gebruik kunnen maken van mijnvertrouwde hulpverleners. Dat heet verlengde jeugdzorg. Iemand kan danbijvoorbeeld nog wat langer de behandeling afmaken of wat langer in deinstelling blijven wonen. Maar we kennen ook heel andere voorbeelden.Een tijdje geleden sprak ik met een jongere die 18 jaar werd. Hij verteldedat hij nota bene in zijn examenjaar weg moest van de plek waar hijwoonde. Dit bracht hem enorm in de problemen, waardoor hij dat jaaruiteindelijk zijn examen niet kon afleggen. Hij is ook een jaar blijven zittenop school vanwege al die problemen.Dat laat wel zien, denk ik, dat zo’n harde leeftijdsgrens echt niet altijd tebillijken is en dat we daar een oplossing voor zouden moeten bedenken.Al een paar jaar zijn wij als fractie van GroenLinks bezig met eeninitiatiefwet. Dat is best wel ingewikkeld, want je moet daarvoor vierwetten veranderen. In die initiatiefwet nemen we als uitgangspunt dat eenjongere die dat zelf wil, nog langer gebruik zou moeten kunnen makenvan de jeugdzorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1230 We lopen ertegenaan dat de kosten wel vrij gemakkelijk te berekenen zijn,maar de opbrengsten niet. Ik denk dat het voor de meeste mensen diemeeluisteren, geen geheim is dat het in alle opzichten voordelen genietals iemand een vliegende start heeft aan het begin van zijn leven. Als je 18jaar wordt en je kan wel je opleiding of behandeling afmaken, kun je eenvervolgopleiding doen of werk vinden. Ik noem nog niet eens devoordelen die te maken hebben met welzijn en gezondheid. Die voordelenzijn alleen lastig te berekenen. Dat is een van de punten waardoor weenigszins vastlopen met deze initiatiefnota. Het is namelijk een goedegewoonte dat we vertellen wat het kost en wat het oplevert, als wij watvoorstellen. Ik denk dat dit even genoeg toelichting is. Dat betekent echterniet dat we het niet moeten blijven noemen. Ik ben ook blij met allecollega’s. Ik zie mevrouw Bruyning weer knikken. We moeten dit blijvennoemen. Het is namelijk echt een groot probleem voor veel jongeren.Er is nog een aantal andere vragen gesteld. Er was bijvoorbeeld de vraaghoe we concreet kunnen borgen dat jongeren die in de jeugdzorg zitten,niet langer uit de zorg vallen en dakloos worden. Soepeler omgaan metde leeftijdsgrens is daar natuurlijk een voorbeeld van. Ik wil hierbijnogmaals benadrukken dat het initiatief wat ons betreft altijd bij jongerenzelf moet liggen. Er zijn natuurlijk genoeg jongeren die hele nareervaringen hebben met jeugdzorg of die helemaal geen begeleiding meerwillen krijgen van hun hulpverleners. Je moet altijd kijken naar jongerenzelf. Natuurlijk moet je ook goed luisteren naar jongerenorganisaties. Zijhebben ook al vaak genoeg bij ons aangeklopt en een punt gemaakt vande Big Five. Ze zeggen hiermee: zorg nou dat al die levensdomeinen oporde zijn. Zorg ervoor dat iemand een inkomen heeft, dat iemand naarschool gaat of werk heeft, dat het sociaal netwerk op orde is, dat er hulp isen dat iemand een dak boven het hoofd heeft. Dat alles hoort bij de BigFive.Het zou dus heel goed zijn om juist de wensen van jongeren zelf alsuitgangspunt te nemen. Het zou goed zijn om ook heel goed te luisterennaar wat jongeren willen die via hun belangenorganisaties of op anderemanieren bij ons aankloppen. Zij hebben hier namelijk hele goede puntente pakken. Nogmaals, dat levert de hele samenleving, niet in de laatsteplaats de jongeren zelf, alleen maar voordelen op. Ik denk dat ik hiermeealle vragen over het blokje jeugd heb gehad.De voorzitter:Ik wil u hartelijk danken voor uw inbreng. Ik zie geen verdere vragenvanuit de Kamer, dus ik denk dat u uitvoerig genoeg geantwoord heeft. Ikwil nu graag het woord geven aan de Staatssecretaris. Maar ik stel eersteven de vraag: hoe staat het met het blokje VRO? Is daar inmiddelsantwoord op of moeten we dat in de tweede termijn doen?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Een deel moeten we in de tweede termijn doen. Ik begrijp dat ik op éénvraag een brief ga toezeggen. Ik kom daar echter zo meteen nog even opterug. Voorzitter, als u het toe zou staan: is het mogelijk om een heel kortmoment, twee minuutjes, te schorsen voor een korte sanitaire stop? Ikben niet de enige, hoor ik!De voorzitter:Ik zie bepaalde Kamerleden opgelucht ademhalen, dus laten we dat evendoen. Ik stel voor tot 13.45 uur te schorsen.De vergadering wordt van 13.39 uur tot 13.46 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1231 Ik heropen de vergadering. We zijn aangekomen bij de beurt van deStaatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg. Het woord is aanmevrouw Pouw-Verweij.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik natuurlijk de leden Beckerman enWesterveld en hun ondersteuning hartelijk bedanken voor het indienenvan deze initiatiefnota. De lange lijst van betrokkenen bij deze nota laatzien hoe tomeloos velen in Nederland zich inzetten voor de aanpak vandakloosheid.Een huis is de basis van alles. Zonder een eigen thuis heb je geen veiligtoevluchtsoord, geen veilige omgeving waarin je kunt groeien, je kinderenkunt grootbrengen, geen plek van waaruit je kunt deelnemen aan desamenleving. Dakloos zijn raakt aan je fundament als mens, jegezondheid, je kansen in de wereld, je toegang tot voorzieningen, jerelaties met anderen, je heden en je toekomstperspectief.Ik weet niet hoe het is om dakloos te zijn. Ook al ben en blijf ik in gesprekmet mensen die dit wel hebben ervaren, ik zal nooit pretenderen dit wel teweten. Wel weet ik vanuit mijn achtergrond als arts hoe belangrijk eengezonde, stabiele basis is, en hoe groot de gezondheidseffecten kunnenzijn als die mist. Als moeder weet ik hoe belangrijk het is dat mijnkinderen opgroeien met een solide dak boven hun hoofd, een dak dat mijngezin liefkozend «het nest» is gaan noemen, waarschijnlijk omdat de term«nesteldrang» iets te vaak gebruikt is tijdens mijn vorige zwangerschap.Als je dat nest niet hebt, als je geen thuis hebt in deze wereld, is dat heelschrijnend en laat dat heel diepe sporen na.Dakloosheid kan iedereen overkomen. Geen moeder slaapt vrijwillig methaar kinderen in een auto. Geen jongere verruilt vrijwillig een jeugdzor-ginstelling voor de straat. Ik geloof in de kracht van gemeenschap,samenleving en overheid, die er alles aan doen om te voorkomen datiemand dak- of thuisloos raakt. Een nest is geen solide object, maarbestaat uit vele kleine onderdelen, die samen een eenheid vormen,vervlochten worden tot een thuis.Zo is het ook met de doelstellingen van het Nationaal ActieplanDakloosheid. Alleen door samen interdepartementaal met gemeenten,belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen aan de gestelde ambitieste werken, maken we ze ook tot een realiteit. «In 2030 heeft iedereen eenthuis» vergt lef, maar bovenal geloof en vertrouwen in de gezamenlijkekrachtinspanning die nodig is om dichter bij dat streven te komen. Dezeinitiatiefnota laat daarmee ook zien dat er nog een lange weg te gaan isom onze ambities te verwezenlijken. Samen met de Ministeries van VRO,SZW en VWS heeft het kabinet serieus naar de voorstellen gekeken. Hierzal ik als coördinerend bewindspersoon van het Nationaal ActieplanDakloosheid tijdens dit debat nog iets verder op ingaan. Ik wil deinitiatiefnemers en de andere betrokkenen nogmaals bedanken voor dezewaardevolle voorstellen.Voorzitter. Dat brengt mij bij het eerste blokje, algemeen NAD, wet- enregelgeving en monitoring, zoals aangekondigd. Om te beginnen was ereen vraag van mevrouw Dobbe. Zij stelt dat er meer nodig is omdakloosheid uit te bannen en dat de voorstellen uit de initiatiefnotaminder kosten dan het laten voortbestaan van dakloosheid. Ik ben hetermee eens dat het voorkomen van dakloosheid beter is dan het oplossenervan en dat dat zeker ook voor de kosten geldt. Wat betreft de kosten vande voorstellen in de initiatiefnota: sommige zijn minder kostbaar, anderelijken wel wat kostbaarder, maar ik heb ze niet precies nagerekend. Wewillen graag bekijken wat er binnen de bestaande middelen en mogelijk-heden al kan. We denken vooral dat het heel erg belangrijk is dat ervoldoende passende huisvesting gerealiseerd wordt.De heer Vijlbrief en de heer Grinwis vroegen naar het opnemen van desociaal-juridische adviseur. Hoe kijk ik naar het voorstel om laagdrem-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1232 pelige juridische sociale dienstverlening te verplichten? Vanuit de Wmobieden specialistische, onafhankelijke cliëntondersteuners ondersteuningbij toegang tot recht en zorg. Zij hebben goede kennis van de rechten vanmensen die dakloos zijn of dakloos dreigen te worden. Daarnaast hebbenmensen via de Wet op de rechtsbijstand toegang tot juridische onder-steuning. JenV werkt aan versterking van sociaal-juridische hulp, zoalssociaal raadslieden en het Juridisch Loket.Dat is wat er al is. Tegelijkertijd vond zowel ik als de ondersteuning naastmij dit een sympathiek plan. We zijn op dit moment bezig met onderzoekwaarmee we kijken naar de verbreding van de inzet van onafhankelijkecliëntondersteuning, waardoor deze meer domeinoverstijgend kanworden ingezet. Ik zou dit voorstel graag meenemen in dat onderzoek endaarover aan uw Kamer rapporteren.De voorzitter:Wanneer is dat? Ik wil dit graag als toezegging noteren, maar daarvoorheb ik een datum nodig.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Q2 volgend jaar.De voorzitter:Wij noteren: tweede kwartaal in 2026. Gaat u verder.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dan is er nog de vraag van de heer Grinwis hoe het gaat met deuitvoering door de gemeenten van het Nationaal Actieplan Dakloosheid.Er zijn signalen dat er wel stevig aan gewerkt wordt, maar nog te weinigwordt gestuurd. Herken ik die signalen? Op dit moment wordt devoortgang van dit nationaal actieplan geëvalueerd door onderzoeks-bureau Significant. Ik verwacht dat ik de resultaten daarvan eind dit jaarmet uw Kamer kan delen. Daarop vooruitlopend zie ik dat veelgemeenten, zorgpartijen, corporaties en belangenbehartigers ondanks deuitdagingen keihard aan de slag zijn met preventie en huisvesting. Maareen aantal externe factoren maakt dat knap lastig, denk aan de krapte opde woningmarkt en de inflatie. Die maken dat gemeenten ook veel bezigzijn met het oplossen van acute problemen van inwoners. Ik heb begripvoor de complexe realiteit waar gemeenten zich in bevinden, maar blijfhen tegelijkertijd oproepen om het voorkomen en terugdringen vandakloosheid hoog op de regionale politieke agenda te houden. Maar uhoort dus nog van mij terug over dat onderzoek.Mevrouw Richardson vroeg of ik prioriteit kan geven aan de uitrol van deETHOS-tellingen. Het verbeteren van de monitoring van dakloosheid,landelijk en lokaal, en het investeren in kennisontwikkeling is een van mijnprioriteiten. We hebben het daar in het debat anderhalve week geledenook kort over gehad. Tellen door middel van ETHOS Light-classificatie isinderdaad van grote waarde, want we hebben op dit moment geeneenduidig beeld. Uit de eerste tellingen blijkt heel duidelijk dat deaantallen in bepaalde groepen hoger uitvallen dan we tot nu toe gedachthadden. Dat is natuurlijk heel waardevolle informatie om te hebben. Ikvind het belangrijk dat de regionale tellingen op regelmatige basisplaatsvinden en uiteindelijk kunnen leiden tot een landelijk beeld.Daarover ben ik deze herfst in gesprek met Kansfonds, de HogeschoolUtrecht, VNG en het CBS. Ik informeer uw Kamer voor het einde van ditjaar over de voortgang hiervan.Dan heb ik een vraag liggen van de heer Grinwis over het amendementvan collega Ceder, maar ik zie dat de heer Grinwis weg is. Ik kan dezevraag onderaan de map leggen totdat hij terugkomt. Áls hij terugkomt?Mevrouw Dobbe vroeg of ik bereid ben te regelen dat iedereen binnendrie dagen een briefadres krijgt. Ik erken de noodzaak hiervan. Ik was opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1233 werkbezoek bij Straat Consulaat en schrok van een aantal van de verhalenover de eisen die soms gesteld worden rondom het verkrijgen van eenbriefadres: tot aan foto’s moeten maken van de plekken waar je het vaakstzou slapen aan toe. Dat zijn heel schrijnende verhalen. Dit lijkt mij nietzoals het hoort. Dat gezegd hebbende meld ik dat BZK op dit momentbezig is de in 2022 doorgevoerde wetswijziging en het beleid rondombriefadressen te evalueren. Er is toegezegd dat de Kamer uiterlijk ditnajaar van de Staatssecretaris van BZK de uitkomsten van de evaluatieontvangt. Naar aanleiding van deze uitkomsten ga ik met BZK in overlegover het geven van verdere invulling aan dit onderwerp. Dit zal een van denadrukkelijke punten zijn die ik daarin meeneem.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Dobbe een interruptie heeft. De heer De Hoop had ookal aangegeven een interruptie te hebben. Hoeveel heeft u nog in ditblokje? Want dan kunnen we ze allemaal aan het einde van het blokjedoen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Er zijn nog twee vragen en dan het amendement waar de heer Grinwisnaar vroeg.De voorzitter:Zullen we dit dan even afronden?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat is prima.De voorzitter:Dan krijgt u daarna de gelegenheid voor vragen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:We gaan sneller dan ik dacht, want de vraag van mevrouw Richardsonging ook over briefadressen en daar heb ik al iets over gezegd.Ben ik bereid de kostendelersnorm af te schaffen? Het korte antwoord isnee. Het lange antwoord is dat de bijstand een vangnetregeling is, dieheel duidelijk bedoeld is voor noodzakelijke bestaanskosten. Het idee isdat die kosten gedeeld kunnen worden als er meerdere huisgenoten zijn,waardoor ze lager uitvallen. De kostendelersnorm is natuurlijk per 2023gewijzigd, zodat jongeren tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendelervoor hun huisgenoten, die dan meestal hun ouders zijn. Zoalsafgesproken in het regeerprogramma wordt in opdracht van VRO, insamenwerking met SZW, onderzocht wat de effecten zijn van aanpassingof afschaffing van de kostendelersnorm op woningdelen. De resultatendaarvan worden in februari of maart van 2026 verwacht. Daar kan ik dusniet op vooruitlopen door nu toe te zeggen dat ik de kostendelersnorm gaafschaffen. Verder wordt in spoor 2 van het programma Participatiewet inBalans de normensystematiek bekeken. Daarin wordt de kostende-lersnorm ook nadrukkelijk meegenomen.Dan het amendement van de heer Ceder: wordt dit netjes uitgevoerd,overeenkomstig de ETHOS-tellingen? Op dit moment is het Ministerie vanVRO bezig met een uitvoerbaarheidstoets om inzicht te krijgen in de groepdie aanspraak zou kunnen maken op de voorrangsregeling en degevolgen voor het systeem van urgentie, omdat dit op dit moment nogniet duidelijk is. Ook kijkt het Ministerie van VRO, net als voor de anderegroepen wettelijk verplichte urgenten, naar de nadere afbakening van degroep die kan worden opgenomen in de ministeriële regeling. Dit is metname belangrijk voor de uitvoerbaarheid voor gemeenten.Dat brengt mij tot het einde van het blokje.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1234 De voorzitter:Heel goed. Dan geef ik het woord aan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst dank voor het eerste deel van de beantwoording door deStaatssecretaris. Even voor de helderheid: op 5 december 2022 heeft devoorganger van deze Staatssecretaris met best wel veel bombarie hetactieplan tegen dakloosheid gepresenteerd, waarin een heel helder doelstond: geen dakloosheid meer in 2030. Staat dat doel nog, wat dezeStaatssecretaris betreft?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, absoluut. Daar kan ik heel kort over zijn. Dat doel is ongewijzigd.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Helder. Ik denk dat de Staatssecretaris ook met mij constateert dat deproblemen in de afgelopen drie jaar misschien wel groter zijn gewordenin plaats van kleiner, en dat het doel dus niet dichterbij komt. Je zoukunnen zeggen dat je daar meer beleid voor nodig hebt en misschien ookwel meer financiën. Hoe rijmt de Staatssecretaris dat dan met het feit dater in de begroting voor deze Prinsjesdag wel een bezuiniging stond voorde subsidieregeling toegang tot zorg en ondersteuning? Is de Staatssecre-taris het met mij en GroenLinks-Partij van de Arbeid eens dat het doeldaarmee eerder verder weg komt te staan dan dichterbij?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik herken absoluut dat er dingen zijn die nog niet goed genoeg zijn. Daaropende ik mijn algemene inleiding ook mee. Terwijl we eerder bezigwaren met specifiek beleid gericht op de groep dakloze mensen zoals wedie vroeger kenden, zien we nu dat er steeds meer mensen bij komen.Dan denk ik met name aan de economisch daklozen, mensen waarvan wetien, vijftien, twintig jaar geleden niet verwacht zouden hebben dat zij methun gezin in een auto zouden moeten wonen, of bij familie op de bank.Dus aan de ene kant ben ik het ermee eens dat het nog lang niet zo goedgaat als we zouden willen. Aan de andere kant zijn we vanuit mijnministerie maar ook vanuit het Ministerie van VRO nog steeds heel erghard bezig om stappen te zetten naar het doel in 2030. Dat is nietgewijzigd. Daar gaan we mee door. Ik kan helaas niet voorkomen dat erooit een bezuiniging wordt doorgevoerd op mijn departement. Tegelij-kertijd is er wel heel erg hard gestreden om zo veel mogelijk bezuini-gingen terug te draaien, ook die uit vorige kabinetten, en te zorgen dat deprijs, die helaas zo nu en dan betaald moet worden bij Prinsjesdag, zo minmogelijk bij VWS terechtkomt. Ik ben heel erg trots op wat we daarallemaal bereikt hebben. Ik herken dat er nog stappen genomen moetenworden. Daar ben ik hard mee bezig en ik zal daar ook verantwoordingover afleggen tegenover uw Kamer.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Met alle waardering voor deze Staatssecretaris, maar ik vind de beant-woording best wel algemeen. De Kamer heeft dit doel niet bedacht. Datheeft het vorige kabinet zelf bedacht. We hebben nog maar vijf jaar om totnul te komen in 2030, en er is nog heel veel werk nodig. Ik denk dat deStaatssecretaris terecht constateert dat er problemen bij zijn gekomen,maar er zijn natuurlijk ook problemen waarvan de Staatssecretaris en haarvoorganger al wisten dat die daar waren. Ik vind het dan wel ingewikkeldom van de Staatssecretaris vooral te horen dat ze een aantal bezuini-gingen heeft teruggedraaid, maar dat nog niet helemaal helder is watvoor extra flankerend beleid daar de komende periode bij komt. Want ikzie tegelijkertijd wel in haar eigen begroting, juist op een punt watdakloosheid kan versterken, een bezuiniging staan. Ik zou van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1235 Staatssecretaris nog iets concreter willen horen wat voor stappen zij dekomende periode extra zet om er daadwerkelijk toe te komen dat we in2030 geen dakloosheid meer hebben in Nederland. Ik verwacht daar, alsze dat doel hooghoudt, van haar ook extra stappen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik zou anders graag zo meteen nog even terug willen komen op dit punt.Ik herken deze bezuiniging niet als bezuiniging. Alle dingen waar welbezuinigingen op gemaakt moesten worden, zijn uitgebreid met mijbesproken. Dat zou betekenen dat er iets ongezien over mijn bureau isgegleden, maar dat betwijfel ik eerlijk gezegd. Dus ik denk dat wij wellichtanders naar een bepaalde pot kijken. Ik zou daar dan graag in de tweedetermijn even op terug willen komen, want ik wil ook wel zeker weten dat ikinhoudelijk goed antwoord op de vraag van de heer De Hoop.De voorzitter:De heer De Hoop knikt. Dan is nu het woord aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zit toch een beetje met verbazing naar het antwoord te luisteren. Wehebben het hier inderdaad over het oplossen van de dakloosheid voor2030. Je zou denken dat we dan eigenlijk alle zeilen moeten bijzetten. Wehebben net twee hele concrete maatregelen genoemd, die volgens mijook gewoon uitvoerbaar zijn, zoals het afschaffen van de kostende-lersnorm en het zorgen dat mensen binnen drie dagen een briefadreskunnen krijgen. Over het briefadres zegt de Staatssecretaris in ieder gevaldat ze de negatieve gevolgen daarvan met eigen ogen gezien heeft. Heeftze dat van de kostendelersnorm ook gezien, zoals wij dat ook hebbengehoord en gezien? Heeft zij gezien dat bijvoorbeeld mantelzorgers enmensen die willen samenwonen in de knel komen? Erkent ze dat dat ooknegatieve gevolgen heeft, net zoals het niet kunnen krijgen van eenbriefadres?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dit is wellicht een grappig toeval. Mijn maidenspeech in de Eerste Kamerging ooit over een wetsvoorstel dat het discriminerend onderscheidmoest opheffen waarbij, als een broer of zus zijn of haar broer of zus inhuis nam om daar mantelzorg voor te gaan leveren, maar die broer of zuseen uitkering ontving, die daar niet op gekort werd. Dat was ooit zogeregeld onder, ooit nog, Staatssecretaris Rutte. Dat discriminatoironderscheid moest opgeheven worden, want dat mocht niet voortbe-staan. Ik heb een bijdrage van ik geloof twintig minuten – je mag langspreken in de Eerste Kamer – gehouden over dat ik dat een mantelzorgers-boete vond. Uiteindelijk is dat wetsvoorstel in de Eerste Kamergesneuveld, doordat mijn fractie er indertijd niet voor heeft gestemd. Ikherken dus zeker dat er problemen voor bepaalde groepen zijn. Het isechter ook zo dat dit kabinet wel inzet op woningdelen op anderemanieren die buiten de kostendelersnorm om vallen, bijvoorbeeld hetmakkelijker maken voor mantelzorgwoningen op eigen terrein. Het is dusniet zo dat we hier volledig de ogen voor sluiten.Op beide dossiers loopt op dit moment een evaluatie. Er wordt bekekenwelke problemen er zijn, welk kostenkaartje eraan hangt om dat op telossen en vooral waar het het meeste knelt. We kijken bijvoorbeeld naarzo’n briefadres, want daar wil ik heel graag wat aan doen. Ik herkenabsoluut de wens. Als ik nu met mijn vingers zou kunnen knippen en hetdaarmee geregeld is dat de termijn overal drie dagen is, dan zou ik datheel erg graag doen. Ik zeg het voor mijn gevoel heel vaak in debatten,maar helaas is het zo dat we een decentraal stelsel hebben waarin het nietzo is dat ik domweg mijn wil uit kan rollen over alle gemeenten en dat erdan gebeurt wat ik wil dat er gebeurt. We zijn er ook aan gebonden dat weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1236 moeten kijken waar die knelpunten zitten en hoe we dat het beste kunnenondersteunen. Daar zijn we op dit moment mee bezig en daar ga ik danniet in de weg lopen. Dat is specifiek voor het stuk van BZK.Er wordt dus op dit moment onderzoek gedaan naar de kostende-lersnorm. Uw Kamer ontvangt daar binnenkort ook een brief over. Ik zagwel al even voorbijkomen dat daar ook een prijskaartje van in ieder gevalmeerdere honderden miljoenen per jaar aan hangt; ik geloof dat ik ergens400 miljoen zag staan. Dat is ook iets waar we dan over moeten spreken,want dat is niet een bedrag dat we vrij op de begroting hebben staan. Dushet kan dat we daarvoor willen kiezen, maar dan staan daar anderepolitieke keuzes tegenover. Ik val helaas zo nu en dan in herhaling, want ikzeg vaker dat dat iets is waarvan ik denk dat dat niet past bij mijn rol alsdemissionair Staatssecretaris. Dat staat los van het feit dat dit natuurlijküberhaupt niet onder mijn departement valt, maar u snapt wat ik bedoel.Het lijkt me bij uitstek een punt waar de leden van een volgend kabinetsamen met elkaar over moeten gaan praten en een beslissing overmoeten nemen.Mevrouw Dobbe (SP):Het hele crue aan die kostendelersnorm is natuurlijk dat we allemaal ziendat die schrijnende situaties oplevert. Dat kan ook niet ontkend worden.We zien hoe mensen in de problemen komen en hoe het de woningnoodvergroot. Tegelijkertijd ontbreekt het dan toch aan politieke wil omdaarvan af te komen. Het is ontzettend cru om te bedenken dat er nuwordt verwezen naar een kostenpost, terwijl boetes op samenwonen enmantelzorgen worden gebruikt om een kostenpost in de begroting tedekken, met allerlei schrijnende gevolgen van dien. Ik zou daar nog weleen reflectie op willen van deze Staatssecretaris. Anders spreek ik ook derest van de Kamer aan: als de Staatssecretaris dit niet wil oplossen, danmoeten wij dat dus vanuit de Tweede Kamer gaan doen.Dan wil ik het nog even heel snel hebben over dat briefadres. Dat hetingewikkeld is, geloof ik. Maar als wij er niet op inzetten dat het gebeurt,dan gebeurt het sowieso niet. Ik vind het wel een hele makkelijke uitwegom alleen te zeggen dat het heel ingewikkeld is en dat we een decentraalstelsel hebben. We zijn hier volgens mij ook om oplossingen te bedenkenvoor problemen.De voorzitter:Ik wil u graag uitdagen om kort en bondig te antwoorden.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, kort en bondig. Over die inzet kan ik heel erg duidelijk zijn: die is erwel; de wil is er wel. Zodra de resultaten hierover er liggen, zal ik met BZKen ook met VNG hierover spreken. De wil om hieraan te trekken, is er dusabsoluut. Ik wil alleen niet op die evaluatie vooruitlopen. Dat is dus uitstel,maar absoluut geen afstel en dat ligt ook niet aan mijn motivatie op ditonderwerp. Die inzet kunt u van mij verwachten. U kunt mij daar ook opaanspreken als we elkaar in een volgend debat hierover treffen.Wat betreft de kostendelersnorm herken ik de problematiek inderdaad.Tegelijkertijd zie ik ook dat ons sociale stelsel al langere tijd onder drukstaat. De rijksbegroting groeit steeds verder, bij mijn departement maarzeker ook bij SZW. We moeten dus ook zorgen dat we dat sociale vangnetvoor iedereen kunnen blijven betalen. Daar zit een solidariteitsstelselonder dat we ook graag intact willen houden. Daar komt bij dat als we opeen gegeven moment zeggen dat mensen redelijkerwijs van een lagerbedrag rond zouden moeten kunnen komen en dat het dan ietsje lagerwordt, dat ook iets is wat eraan vasthangt. Ik zie dat mevrouw Dobbe hetdaar niet mee eens is. Dat snap ik.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1237 U heeft nog één interruptie, uw laatste.Mevrouw Dobbe (SP):Sorry, als hier wordt gepraat over solidariteit in termen van de kostende-lersnorm, terwijl we concluderen dat het mensen eigenlijk alleen maar inde problemen brengt, dan vind ik dat oprecht een hele kromme en ookeen foute redenering. Ik denk niet dat we op die manier met mensen ommoeten gaan. We hebben een fout in het stelsel. Mensen komen daardooralleen maar in de problemen. Het doel dat wij hier met elkaar stellen omvoor 2030 dakloosheid op te lossen, brengen we alleen maar verder weg.Als we dat dan «solidariteit» noemen, terwijl mensen hierdoor alleenmaar in de problemen komen, vind ik dat echt een hele foute redenering.Het is jammer dat ik daar mijn laatste interruptie aan moet besteden. Maarom dit te laten bestaan alsof het een soort vorm van solidariteit is ommensen de kosten te laten dragen en in de problemen te laten komen, datwil ik ook niet in de lucht laten hangen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik hoorde geen vraag. Dus waarvan akte, denk ik.De voorzitter:Dank u wel. De heer Grinwis en de heer Vijlbrief hebben van tevorenaangegeven dat zij al om 14.00 uur het pand moeten verlaten voor eenandere afspraak. De heer Grinwis zou heel graag een aantal moties inwillen dienen. Dat worden er uiteindelijk twee, want hij heeft eentoezegging op zijn naam staan. Dat betekent dat ik de Kamerleden wilvragen of de heer Grinwis alvast zijn moties mag indienen en dat we danverdergaan met de eerste termijn. Ik zie goedkeuring. Meneer Grinwis, umag bij dezen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, heel veel dank. Dank ook aan mijn collega’s. Sorry dat ikStaatssecretaris zo bruut onderbreek. Dat geeft me ook de gelegenheidom te zeggen dat ik mijn eerste termijn mede namens het CDA hebuitgesproken, dus mede namens mevrouw Vedder. Dat ben ik helemaalvergeten te zeggen, maar bij dezen is zij met ere genoemd.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat uit het Internationaal Verdrag inzake de rechten van hetkind een verplichting voortvloeit om te voorzien in adequate huisvestingvan kinderen;overwegende dat (illegale) huisuitzettingen een van de oorzaken vandakloosheid van kinderen is;overwegende dat dreigende dakloosheid in juridische zin geen redenhoeft te zijn om een huisuitzetting te voorkomen, waardoor de verant-woordelijkheid voor het vinden van nieuwe huisvesting bij een(dreigende) huisuitzetting volledig bij de getroffen gezinnen ligt;verzoekt de regering zich in te spannen om illegale huisuitzettingen tevoorkomen, onder meer door ouders en kinderen beter te informeren overhun huurbescherming;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1238 verzoekt de regering wettelijk te verbieden dat kinderen door eenhuisuitzetting dakloos worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Vijlbrief en Vedder.Zij krijgt nr. 3 (36 614).De heer Grinwis (ChristenUnie):De tweede motie, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Kinderombudsman concludeert dat Amsterdam alseen van de weinige gemeenten noodopvang biedt voor dakloze gezinnen;constaterende dat deze opvang vanwege de schaarste alleen beschikbaaris voor gezinnen die binding hebben met de gemeente;overwegende dat hierdoor een steeds grotere groep kinderen buiten deboot valt en leeft onder omstandigheden die in strijd zijn met hetInternationaal Verdrag inzake de rechten van het kind, waaraan Nederlandzich heeft gecommitteerd;verzoekt de regering in overleg met de relevante decentrale overhedenvoorstellen voor te bereiden om in alle woonregio’s een noodopvang voordakloze gezinnen te realiseren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Vijlbrief en Vedder.Zij krijgt nr. 4 (36 614).De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. De laatste motie die ik hier nog voor mij heb liggen, houd ik opzak met de vraag om een toezegging. De Staatssecretaris heeft namelijknog niet gereageerd op het volgende. In de tranche van de Regelinghuisvesting aandachtsgroepen die afgelopen vrijdag is gesloten, schijnt eronderuitputting te zijn. Zou het mogelijk zijn om voor 2026 een extratranche open te zetten, zodat deze middelen beschikbaar blijven voor ditdoel en niet terugvloeien naar de algemene middelen?De voorzitter:Dank u wel. Ik wil de heer Vijlbrief en de heer Grinwis bedanken voor huninbreng namens D66, de ChristenUnie en het CDA, zo begrijp ik, dusnamens het hele middenveld. Dank u wel. Er is nog een vraag aan deStaatssecretaris gesteld. Daar mag zij in de tweede termijn op terug-komen, maar ze kan dat ook nu doen; dan bij dezen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1239 Ik zei namelijk aan het begin, voordat ik begon met mijn termijn, dat ik éénvraag per brief ga laten beantwoorden. Dat is deze vraag. Ik kan hier dusook geen toezegging op doen.De voorzitter:Dank u wel. De vraag wordt dus met een brief afgedaan. Weet u wanneerwe die ongeveer gaan ontvangen?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Daar kom ik in de tweede termijn op terug.De voorzitter:Dan gaat die toch door naar de tweede termijn. Ik stel voor dat uverdergaat met uw eerste termijn. Volgens mij bent u bij het blokje VROaangekomen. Klopt dat?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, dat klopt helemaal. Er was een vraag van meneer De Hoop over denieuwsberichten over huisuitzettingen van ouders met minderjarigekinderen. De nieuwsberichten en het rapport, dat ik overigens bij mijnwerkbezoek heb ontvangen, gaan mij aan het hart. Dit zijn verschrikkelijkeberichten. Ik neem die heel erg serieus. Juist voor deze gezinnen is hetbouwen van meer woningen van groot belang. Vanwege de woningnoodzet het kabinet sterk in op het versnellen van tijdelijke huisvesting en datgeeft mensen meer tijd om een reguliere woning te vinden. Ik weet dat deinzet van gemeenten erop gericht is om te voorkomen dat kinderen in ditsoort situaties terechtkomen.Gemeenten hebben ook de beleidsvrijheid om andere doelgroepen toe tevoegen aan de gemeentelijke urgentieverordening, naast de verplichtedoelgroepen die er al zijn. Na een huisuitzetting dient de gemeente insamenwerking met partners een alternatief onderdak aan te bieden als debetreffende persoon hier zelf niet toe in staat is. Aedes zet op dit momenteen enquête uit onder de leden om nieuwe cijfers over huurachterstandenen huisuitzettingen op te halen. We zijn hier dus mee bezig. Ik wil bijdezen in ieder geval toezeggen dat het mijn uitdrukkelijke aandacht heeft.Ik zou geen knip voor de neus waard zijn als ik het zou hebben over mijnkinderen, hun nest en dat soort dingen en dit dan vervolgens zou latenversloffen. Ik zie de ernst hiervan dus absoluut in. Zodra we hier meerduidelijkheid over hebben, kom ik zo snel mogelijk bij u terug.Dan een vraag van mevrouw Dobbe over leegstaande woningen. DeMinister van VRO is momenteel bezig met het wetsvoorstel Wet aanpakleegstand – dat werd net ook even genoemd – waarover uw Kamer eindvorig jaar geïnformeerd is. Dit wetsvoorstel is recent in consultatiegeweest en VRO is nu bezig met het uitwerken van de reacties. In datwetsvoorstel kan de gemeente een eigenaar verplichten het pand of dewoning conform de bestemming weer in gebruik te nemen of te geven.Als uiterst middel kan de gemeente een last onder dwangsom opleggen.Daarbij is het wel aan de eigenaar om te bepalen aan wie of hoe dewoning of het gebouw wordt verhuurd. Het huisvesten van daklozemensen of wie dan ook verplichten aan een eigenaar van een huis strooktniet met het recht van eigendom.Dan een vraag van de heer Vijlbrief, over de ambitie om woningen tebouwen en wat we extra gaan doen voor mensen als er geen extrawoningen worden gebouwd. Op dit moment gaan we ervan uit dat deambitie met betrekking tot de bouwopgave wel gehaald wordt. Bij VRO ismen daar zeer hard mee bezig. Als dat onvoldoende lukt, zal de schaarsteverdeeld moeten worden over dezelfde bestaande voorraad en zal er nogmeer ingezet moeten worden op het beter benutten van de bestaandevoorraad en woningdelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1240 Kunnen huisuitzettingen verboden worden in gevallen waarin kinderdak-loosheid dreigt? Het Ministerie van VRO zet zich samen met gemeentenervoor in om huisuitzettingen zo veel mogelijk te voorkomen. Het aantalhuisuitzettingen is ook gedaald: van 5.500 in 2015 naar 1.200 in 2023.Maar goed, dat gezegd zijnde: elke huisuitzetting is er natuurlijk één teveel. Verhuurders zijn sinds 1 januari 2021 verplicht om huurachter-standen aan de gemeente te melden, waarna de gemeente eenhulpaanbod moet doen. Met de VNG is afgesproken dat gemeenten eenregiefunctie vervullen wanneer een huisuitzetting onvermijdelijk blijkt.Daar zijn we dus mee bezig. De Minister van VRO geeft aan dat ze nietvoornemens is om huisuitzettingen waar kinderen bij betrokken zijn teverbieden. Zij geeft aan dat het goed is dat er een lage drempel is voortoegang tot de kantonrechter en dat ze erop vertrouwt dat rechters debelangen van kinderen daarbij nadrukkelijk meenemen.Een vraag van mevrouw Bruyning: hoe zorgt het kabinet ervoor dat deurgentie voor gezinnen met minderjarige kinderen ook in de praktijk zalbestaan? Daar ben ik eigenlijk al op ingegaan bij het amendement. DeUitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden loopt op dit moment.Tot zover de vragen en antwoorden onder het kopje VRO. Ik zag dat erondertussen al wat meer antwoorden zijn binnengekomen. Ik zal in detweede termijn dus nog wat uitgebreider terugkomen op sommigevragen.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik hoorde de Staatssecretaris namens de Minister van VRO zeggen dat zijgeen extra stappen gaat zetten om de uitzetting van kinderen tevoorkomen. Hoe is dat in lijn te brengen met het Kinderrechtenverdrag,zou ik dan aan de Staatssecretaris willen vragen. Volgens mij schept datnamelijk de plicht aan u en het kabinet om dat te voorkomen. Ik hoor nudat de Minister dat niet doet. Hoe is dat in lijn te brengen met hetKinderrechtenverdrag?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik denk dat ik het dan verkeerd gezegd heb of dat ik verkeerd gehoord ben.Het is niet zo dat wij niet inzetten op het voorkomen. Dat doen wijabsoluut wel. Wij zijn daar heel nadrukkelijk mee bezig, in samenspraakmet de gemeenten, die hierin ook nadrukkelijk een plicht hebben. Wehebben het daar regelmatig met hen over, over waar het wel en waar hetniet lukt, welke knelpunten er zijn, welk deel daarvan onder landelijkeverantwoordelijkheid valt et cetera, et cetera. Ik zei dat we op dit momentniet voornemens zijn om huisuitzettingen te verbieden. Maar hetvoorkomen is inderdaad een nadrukkelijke plicht, waar we ook mee bezigzijn.De voorzitter:Een korte verheldering.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan blijft de vraag bestaan hoe dat in lijn is met het Kinderrechten-verdrag. Volgens mij is dit zelfs dan niet in lijn met het Kinderrechten-verdrag.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik zou het Kinderrechtenverdrag daar even op na moeten slaan. Dan komik daar graag op terug. Maar zoals ik zeg, is het niet zo dat het onzeambitie is om dit wel te laten bestaan. We zijn ermee bezig om dit zo veelmogelijk te voorkomen en dit via die weg terug te dringen, juist ook inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1241 samenspraak met de gemeentes; die willen we ook meer positioneren alshet gaat om de rol die zij hierin hebben ten opzichte van het Rijk. In plaatsvan dwingende verplichtingen aan hen op te leggen, willen we juistsamen bezig zijn met wat er wel kan en hoe wij hen daarin kunnenondersteunen. Ik denk dat dit het meest eerlijke antwoord op de vraag is.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Het kan zijn dat ik de Staatssecretaris nu ook overvraag, maar wellicht kanze mijn vraag dan doorgeleiden naar haar collega, de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. We hebben eerder een debatgehad in deze Kamer over dakloosheid. Toen ging het over de vraag hoewe de bestaande woningvoorraad beter kunnen benutten. Uit een recentrapport van Platform31 bleek dat er iets van 170.000 extra plekken heelsnel gerealiseerd kunnen worden. Ik heb toen ook een motie ingediendten aanzien van daklozen – dat debat vond plaats in december «24 – dieopriep om te kijken hoe er wat meer samenwerking kan worden gezochtop het gebied van hospitaverhuur. Ik vroeg me af wat daarvan de standvan zaken is. Ik heb dat in de stukken namelijk niet terug kunnen lezen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Zoals mevrouw Wijen-Nass al verwachtte, heb ik niet direct een antwoordals het gaat om de stand van zaken rond die motie. Ik kom daar in detweede termijn even op terug, of anders doet de Minister dat per brief.De voorzitter:Dank u wel. Dit is het laatste blokje volgens mij.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Nee, maar de laatste drie zijn wel een stuk korter.De voorzitter:Ah, kijk! U heeft nog drie blokjes.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja. Doelgroepen, zorg en SZW.De voorzitter:Gaat uw gang.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dan iets over noodopvang voor gezinnen in Amsterdam waarbij men zichalleen maar richt op gezinnen met binding met de gemeente. Ik fronshierbij al een beetje, want voor maatschappelijke opvang geldt eenlandelijke toegankelijkheid. Regiobinding mag niet meer toegepastworden. De gemeente mag toegang tot maatschappelijke opvang nietweigeren met het argument dat er geen binding is met de gemeente.Maar dit signaal krijg ik vaker, dus ik ga daarover in gesprek met de VNG.Tijdens het werkbezoek heb ik ook het een en ander gehoord over dezogenaamde mysteryguest die probeert toegang te krijgen tot opvang enhoe vaak dan het argument van regiobinding wordt genoemd. Dat istegen de wet. Ik ga daar dus het gesprek over aan. Ik zal de Kamer beginvolgend jaar informeren over de uitkomsten van dit gesprek.Dan een vraag van meneer De Hoop en mevrouw Bruyning overuitstroom uit de jeugdzorg. Zowel in de Hervormingsagenda Jeugd als inhet Nationaal Actieplan Dakloosheid is er aandacht voor het versterkenvan de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. Gemeenten enjeugdhulpaanbieders hebben zich via de Hervormingsagenda Jeugd eraangecommitteerd om samen met jongeren tijdig een toekomstplan teformuleren, nog voordat zij de jeugdzorg verlaten, bij voorkeur rond de 16jaar. Dat toekomstplan gaat dan over de zogeheten Big Five, die eerder alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1242 genoemd werden. Daarnaast worden met de Wet versterking regievolkshuisvesting jongeren tussen de 18 en 23 jaar die uitstromen uit eenaccommodatie voor jeugdzorg, als urgente groep aangemerkt. Daarmeekrijgen zij voorrang op een toewijzing van woonruimte.Dan had mevrouw Richardson een vraag over een zachte landing voorjongeren, over de verschillende loketten en over de grote administratievelast. Een van de pijlers uit de Actieagenda Voorkomen jongerendak-loosheid die eind vorig jaar met de Kamer is gedeeld, is: één jongere, éénplan, één regisseur. Deze jongerenregisseur coördineert op alle levensge-bieden de benodigde hulp en zet deze hulp in gang. Uit onderzoek enadviezen van jongeren zelf blijkt dat de hulp rond preventie ook beterwordt als er één vaste persoon is die naast jongeren blijft staan tot dezaken geregeld zijn. We zien ook dat trajecten veel korter zijn. Dat wasbijvoorbeeld het geval in de gemeente Haarlem. Lang verhaal kort, omantwoord te geven op haar vraag: ja, ik ben het dus met haar eens.Dat was het blokje doelgroepen. Zoals u ziet, gaat het echt wel sneller,voorzitter.Ouderen en mensen met een beperking die tegen hun zin moetenverhuizen. Kijk, soms is een verhuizing onvermijdelijk, bijvoorbeeld als ereen sluiting is of een grootschalige renovatie van een woning; dan kan datniet anders. Maar het kabinet heeft geen signalen ontvangen over datzorgaanbieders onzorgvuldig omgaan met de belangen van bewoners inintramurale instellingen. Ik hoor echter dat de heer De Hoop die wel heeft.Ik hoor mevrouw Westerveld hier ook over. Nou ja, zoals zij wellichtweten, hebben WOZO-voorzieningen mijn persoonlijke aandacht en zijn zeal heel lang een persoonlijk stokpaardje, dus ik ga hier heel graag hetgesprek over aan met vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties,zorgaanbieders, zorgkantoren. Deze voorbeelden bereiken mij dus niet.Hoe dat komt, weet ik eerlijk gezegd niet, maar ik heb liever dat ze me welbereiken. Dus als u daarin een doorgeefkanaal kan zijn, heel graag. Ik gadaar heel graag over in gesprek.De voorzitter:Ik zie de Kamerleden knikken, dus bij dezen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Fijn. Een vraag van mevrouw Richardson over de parlementaireverkenning Verward/onbegrepen gedrag: kan die mee kan wordengenomen in het nationaal actieplan? Ja. Waar deze verkenning betrekkingheeft op dakloze mensen of de maatschappelijke opvang, neem ik dieuiteraard mee.Dan het laatste blokje alweer, voorzitter. Ik probeer binnen de tijd teblijven. Dat is het blokje SZW, schuldhulpverlening. Een vraag vanmevrouw Bruyning: hoe kunnen we voorkomen dat de gemeenten die nual tekorten hebben, opnieuw overbelast raken? Gemeenten, ministeries enmaatschappelijke organisaties ondernemen veel acties om geldzorgen zovroeg mogelijk te signaleren en aan te pakken. Een voorbeeld daarvan isde vroegsignalering van schulden door gemeenten samen met schuld-eisers. Om dit te faciliteren, zijn er al extra middelen aan het Gemeente-fonds toegevoegd vanuit SZW. In de Kamerbrief over het NationaalProgramma Armoede en Schulden van juni 2025 staat meer over dediverse acties vanuit gemeenten en het Rijk, en de financiering daarvan.O, en de kostendelersnorm... Maar daar hebben we het al uitgebreid overgehad. Dus dan ben ik, denk ik, aan het einde van mijn antwoorden.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we toegekomen aan het einde van de eerste termijnvan de initiatiefnemers en de Staatssecretaris. Ik wil voorstellen om directover te gaan tot de tweede termijn van de Kamer. In deze termijn kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1243 ook moties worden ingediend. Ik wil als eerste graag het woord geven aande heer De Hoop, die namens GroenLinks-PvdA zal spreken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik heb nog twee vragen en één motie, maar niet voordat ik nogeen keer de initiatiefnemers bedank voor dit debat over dakloosheid, ietswat we veel te weinig hebben in deze Kamer en waarvoor nu vanuit alleflanken van de Kamer volgens mij heel veel aandacht was – en terecht. Enik denk dat de Staatssecretaris ook heeft geprobeerd om in haar termijndaar zo goed mogelijk op te antwoorden, dus ook dank daarvoor.Ik heb zelf nog twee vragen aan de Staatssecretaris. De allereerste gaattoch over wat in ieder geval de GroenLinks-Partij van de Arbeidfractiedacht van de bezuiniging op de subsidieregeling voor toegang tot zorg enondersteuning. Daar zitten financiële regelingen in die juist ookdakloosheid raken, zoals het nationaal actieplan. Ik zou toch graag eenbrief van de Staatssecretaris willen over de status van de financiën voordat onderdeel, zodat we dan ook in ieder geval de zekerheid hebben datdaar geen bezuiniging in zit dat dit doel zou kunnen raken. Dus heel fijnals ze dat zou kunnen doen.De tweede vraag is die uithuiszetting van kinderen. Mijns inziens is datecht in strijd met artikel 27, lid 3 van het Verdrag inzake de Rechten vanhet Kind, waarin onder «Toereikende levensstandaard» huisvestingexpliciet wordt genoemd, en dat het een plicht van lidstaten is om zoietste allen tijde te voorkomen. Ik zou in de brief toch wat meer duidelijkheidvan de Staatssecretaris willen krijgen over hoe uitzettingen daarmeerijmen.Dan heb ik nog snel een motie, die ik samen met collega Dobbe indien.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland zich heeft gecommitteerd aan de Lissabon-verklaring, waarin staat dat in 2030 niemand meer onvrijwillig op straatmag slapen;constaterende dat ook het Nationaal Actieplan Dakloosheid dit doel heeft,maar deze ambitie eerder verder weg uit beeld raakt dan dichterbij komt;overwegende dat de initiatiefnota Dakloosheid van de leden Beckermanen Westerveld twintig concrete voorstellen doet om dakloosheid tegen tegaan;verzoekt de regering met de voorstellen uit de nota aan de slag te gaan endeze uit te werken in beleid en te komen tot bindende afrekenbareafspraken om 2030 wél te halen, en de Kamer tot 2030 halfjaarlijks teinformeren over de voortgang,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop en Dobbe.Zij krijgt nr. 5 (36 614).De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1244 De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik graag het woord geven aan mevrouw Dobbenamens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Ook dank aan zowel de indieners als de Staatssecretaris voorde beantwoording. Er staat 16 miljoen vierkante meter kantoorruimte enandere ruimte leeg in Nederland. En er slapen kinderen in auto’s en ingarageboxen in Nederland. Kinderen die moeten slapen en opgroeien ineen auto! Er is daarop echt meer daadkracht nodig. Daarom heb ik samenmet collega De Hoop de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat bijna 190.000 woningen leegstaan terwijl dewoningnood groot is en steeds meer mensen dakloos raken;constaterende dat er maar liefst 16 miljoen vierkante meter aanleegstaande kantoren en andere gebouwen verspreid over 226.000panden beschikbaar gemaakt kan worden als woonruimte;overwegende dat langdurige leegstand onfatsoenlijk is in tijden vanwoningnood;overwegende dat de snelste manier om het aantal woningen uit tebreiden de inzet van bestaande leegstaande gebouwen is;verzoekt de regering samen met gemeenten een plan uit te werken om tenminste 10.000 extra woonplekken te realiseren in leegstaande pandenvoor de huisvesting van daklozen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en De Hoop.Zij krijgt nr. 6 (36 614).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat dakloze mensen zonder briefadres vaak geen toeganghebben tot een uitkering, een zorgverzekering en andere basisrechten;constaterende dat het nu vaak weken of zelfs maanden duurt voordatdakloze mensen een briefadres krijgen, met grote gevolgen voor hunbestaanszekerheid;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1245 overwegende dat een briefadres de eerste stap kan zijn naar herstel enparticipatie;verzoekt de regering te waarborgen dat dakloze mensen uiterlijk binnendrie dagen na aanvraag een briefadres ontvangen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en De Hoop.Zij krijgt nr. 7 (36 614).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de kostendelersnorm ertoe leidt dat uitkeringen wordenverlaagd zodra meerdere volwassenen samenwonen;overwegende dat deze norm mensen ontmoedigt om samen te wonen,terwijl samenwonen juist kan voorkomen dat mensen dakloos raken;verzoekt de regering de kostendelersnorm geheel af te schaffen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en De Hoop.Zij krijgt nr. 8 (36 614).Mevrouw Dobbe (SP):Laten we daadkracht tonen en dit gewoon gaan doen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Richardson namensde VVD.Mevrouw Richardson (VVD):Ik heb geen moties, dus ik sluit graag af door kort iedereen te bedanken. Ikwil de initiatiefnemers bedanken voor hun goede bijdrage. Het is mooi datdit debat echt over de inhoud en over verdere concretisering is gegaan. Ikdenk dat dat iets is dat heel erg nodig is. Daarnaast wil ik de mensen inhet publiek heel erg bedanken, want daar zitten mensen die echt in hetwerkveld actief zijn.Tot zover mijn bijdrage in de tweede termijn.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Bruyning namens Nieuw Sociaal Contract.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, voorzitter. Ik heb drie moties. Ik begin direct met voorlezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1246 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat dakloosheid in Nederland anno 2025 nog steedstoeneemt en betrouwbare cijfers essentieel zijn voor effectief beleid;overwegende dat de ETHOS Light-definitie een belangrijke stap is, maardat een definitie alleen niet voldoende is om de omvang en aard vandakloosheid scherp in beeld te krijgen;verzoekt de regering om jaarlijks, en waar mogelijk vaker, aan de Kamer terapporteren over de ontwikkeling van dakloosheid, uitgesplitst naarleeftijdsgroepen, gezinnen en gemeenten, zodat tijdig kan wordeningegrepen indien beleid onvoldoende effect sorteert,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Bruyning.Zij krijgt nr. 9 (36 614).Mevrouw Bruyning (NSC):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat jongeren met een jeugdzorgverleden vaak zonderstabiele huisvesting op hun 18de verjaardag de zorg verlaten;overwegende dat dit een structureel risico op dakloosheid veroorzaakt bijeen kwetsbare groep die juist bescherming en continuïteit nodig heeft;verzoekt de regering te onderzoeken of en op welke wijze het wettelijk kanworden verankerd dat iedere jongere die uit de jeugdzorg stroomt vóórzijn of haar 18de verjaardag zicht op een duurzaam woonperspectief heeft,en de Kamer hierover voor de zomer van 2026 te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Bruyning.Zij krijgt nr. 10 (36 614).Mevrouw Bruyning (NSC):Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1247 gehoord de beraadslaging,constaterende dat er een groot tekort is aan betaalbare sociale huurwo-ningen en dat sommige gemeenten achterblijven bij het realiseren vanhun aandeel;overwegende dat zonder evenwichtige verdeling de druk op enkelegemeenten te groot wordt en de gezamenlijke doelstelling omdakloosheid te beëindigen vóór 2030 niet haalbaar is;verzoekt de regering om instrumenten te ontwikkelen waarmeegemeenten die achterblijven effectief kunnen worden aangesproken engestimuleerd om hun aandeel in de bouw van sociale huurwoningen enhet huisvesten van dakloze gezinnen te leveren, en de Kamer hieroveruiterlijk medio 2026 te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Bruyning.Zij krijgt nr. 11 (36 614).Mevrouw Bruyning (NSC):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Wijen-Nass namens BBB.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vanuit de kant van BBB geen naderemoties, maar ik wil de initiatiefnemers wel nog hartelijk danken voor deinitiatiefnota die er ligt en voor de beantwoording vandaag. Ik heb nogtwee punten die ik graag zou willen meegeven. Het eerste punt gaat overhet handhaven op de permanente bewoning van vakantieparken. Ik weetdat de Kamer inmiddels al drie keer heeft uitgesproken dat we moetenstoppen met het uitzetten van mensen uit die vakantiewoningen, maargemeenten blijven ermee doorgaan op een vrij hardvochtige manier. Ikwil het langs deze weg toch nog een keer gezegd hebben: stop daarmee.Verder hebben wij als BBB ook al eerder, in het vorige debat overdakloosheid, aangegeven: benut alsjeblieft ook de bestaande ruimte diewe al hebben. Iedereen weet dat het bouwen van woningen veel tijd inbeslag neemt. Die mensen hebben nu een dak boven hun hoofd nodig enniet over tien jaar. Ik hoop dat daar nog actief mee aan de slag gegaanwordt. Ik heb al eerder gevraagd naar die specifieke motie waar ik hetover heb.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):In de eerste termijn hebben we het ook gehad over de Wet versterkingregie volkshuisvesting, waar natuurlijk de normen voor sociale huurwo-ningen in staan en die ook belangrijk is om dakloosheid te voorkomen. Devoorrang voor statushouders is nu een belangrijk onderdeel van die wetgeworden. Mevrouw Wijen-Nass en de BBB-fractie hebben eerderaangegeven: het was niet verstandig om voor dat amendement van dePVV te stemmen. Maar daarnaast is de Minister natuurlijk ook bezig meteen wet. Daar is vandaag het dictum d op binnen gekomen. Ik zou tochwel graag van de BBB-fractie horen hoe men ernaar kijkt dat er nu zo’nTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1248 stevig signaal vanuit de Raad van State is gekomen over de voorrang vanstatushouders.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):De heer De Hoop heeft gehoord dat ik nogal wat capriolen moest uithalenom hier te komen, dus ik heb geen tijd gehad om het uitvoerig tebestuderen. Ik heb uiteraard wel de berichtgeving daarover gezien. Ik gaer ook van uit dat het kabinet daar nog uitvoerig naar gaat kijken, maar alsBBB hebben we wel altijd gezegd: de voorrang voor statushouders moeter wat ons betreft vanaf. Wij hebben alleen naderhand gezegd: met hetamendement van de PVV bij de Wet versterking regie volkshuisvestingzou je statushouders nooit meer voorrang kunnen geven; dat gaat wellichtwat ver, want het kan zijn dat een statushouder om diverse redenenwellicht toch recht heeft op voorrang. Maar we hebben als BBB altijdgezegd: voorrang voor statushouders puur omdat ze statushouder zijn,vinden wij geen goed idee. Wij vinden dat iedereen op gelijke wijze dewoningmarkt op moet kunnen gaan. Het kan niet zo zijn dat een jongeretot 30 jaar thuis bij zijn ouders op een kamertje moet blijven wonen eneen statushouder vervolgens wel die huurwoning krijgt. Ook onze eigenjongeren hebben het recht om een eigen woning te hebben, een gezin tekunnen starten en hun leven verder te kunnen vormgeven.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik kan mij nog goed de argumentatielijn van mevrouw Van der Plasherinneren toen ze zei: we hadden tegen dat amendement van de PVVmoeten stemmen. De eerste reden was dat het zou zijn gestrand bij derechter. Dit houdt op geen enkele manier stand. De tweede reden betrofde discriminatie die erin zat. Dat willen we ook niet, zei mevrouw Van derPlas. Eigenlijk precies die argumenten gebruikt de Raad van State nu alshet gaat om de wet waar mevrouw Keijzer nu zelf mee is gekomen. Als diewet zo’n stevig dictum d krijgt, dan kun je toch niet met droge ogenzeggen dat je die wet op deze manier naar de Kamer kunt sturen? Het is alde tweede keer dat een wet van mevrouw Keijzer dictum d krijgt. Ik gaervan uit dat BBB daar toch wel héél nauwkeurig naar gaat kijken. Als jezo hard bent over het amendement van de PVV, dan is het wel heelingewikkeld om deze wet wel op deze manier door te zetten.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik zou in herhaling vallen over hoe BBB hierin staat, dus ik laat het hierbij.De voorzitter:Dank u wel. Eens even kijken. We zijn gekomen aan het einde van detweede termijn van de Tweede Kamer. Ik wil graag enkele minutenschorsen om de Staatssecretaris de gelegenheid te geven om even snelde appreciatie van de negen ingediende moties gereed te maken. Ik wilvoorstellen om om 14.40 uur weer te heropenen.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de tweede termijn. Daarin wil ikeerst graag de beide initiatiefnemers het woord geven, zodat zij misschienook kort kunnen reflecteren op de moties en de vragen die er zijn, of nogeen woord tot slot tot ons kunnen richten. Het woord is aan mevrouwBeckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Misschien hebben mensen gezien dat ik net iets raars deedtijdens dit debat. Ik zat stiekem te juichen, want ik heb echt fantastischnieuws gekregen tijdens dit debat. Dat gaat misschien over iets heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1249 anders, maar het is iets wat mij heel erg aan het hart gaat. Op 26 mei hebik hier mijn initiatiefnota Red de camping verdedigd, omdat campingsopgekocht worden en mensen hun vaste plekje verliezen. Daar waren heelveel mensen bij van camping Sandevoerde, die al heel lang strijd leverenomdat ze hun plekje willen houden. Er zat toen een mevrouw op detribune met tranen in haar ogen. Ze zei: dit is de derde keer dat ik mijnplek verlies. Ik hoorde net, tijdens het debat, dat zij hun kort gedinggewonnen hebben en dat zij zaterdag niet hoeven te ontruimen. Daarmeewil ik ze heel erg feliciteren, want daarmee hebben ze een hele, helemooie slag gewonnen.Dat raakt mij, omdat David hier wint van Goliath. Het kan wél. Mensenzeggen altijd tegen je: je kunt winnen; hou vol. Maar dat is altijd zoabstract. Deze mensen winnen echt. Misschien is dat wel de mooisteboodschap voor dit debat. Ik vind het altijd heel lastig als je zo’n debathebt en dan toch naar huis gaat met de vraag of je hier wel daadwerkelijkvoor heel veel mensen het verschil hebt kunnen maken. Want uiteindelijkslapen hier vannacht weer mensen in het Haagse Bos.Uiteindelijk is 2030 al heel erg snel. Ik vind het heel ingewikkeld om danover huisuitzettingen, die gewoon in strijd zijn met het Kinderrechten-verdrag, te horen: zodra we duidelijkheid hebben, komen we erop terug.Over leegstand horen we toch: ja, maar het eigendomsrecht is zobelangrijk. Over het afschaffen van de kostendelersnorm horen we: nee,dat kost zo veel geld. Dat zijn allemaal concrete maatregelen die kunnenhelpen, maar ze worden weer vooruitgeschoven. Ik vind dat dat pijn doet,want het is zo hard nodig, maar we blijven deze strijd voeren. Ik hoop heelerg dat ik hier bij een volgend debat zit en dan ook weer zo’n appje krijg,omdat mensen die strijd wel hebben gewonnen. Het kan. Misschienmoeten we heel veel Davids hebben die heel veel steentjes gaan gooien.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Westerveld.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Het voorbeeld van mevrouw Beckerman laat natuurlijk zien hoeontzettend belangrijk het is dat mensen een eigen plek hebben, want eenplek om te wonen en te verblijven is natuurlijk zo veel meer dan alleen jewoonplek. Het is voor mensen ook vaak de grond onder hun voeten, vanwaaruit ze de rest van hun leven opbouwen. Daarom is het zo heftig datzo veel mensen in Nederland geen woonplek hebben. Daarom is het ookzo belangrijk dat wordt vastgehouden aan de doelstelling van 2030, maardaar zijn we echt nog lang niet. Ik hoorde meerdere woordvoerders in ditdebat daar echt hun zorgen over uiten. Daar hebben ze natuurlijk grootgelijk in, want de problemen lijken alleen maar groter te worden in plaatsvan kleiner.Dan vind ik het weleens heftig dat onder het mom van het recht vaneigendom zo veel panden leegstaan. Als het recht van eigendom betekentdat andere grondrechten, mensenrechten en kinderrechten wordengeschonden, dan is het ook tijd dat daar een fundamenteel debat overgevoerd wordt en dat er een besluit over genomen wordt. Ik vind dat wedat als Kamer niet langer meer zo door kunnen laten gaan en dat het heelgoed is om daar verschillende woordvoerders hetzelfde over te horen. Hetis heel goed om in ieder geval te laten zien hoe belangrijk iedereen hetvindt.Ik denk dat een laatste woord van dank toch weer is aan de mensen op detribune, maar ook aan de mensen die misschien meekijken met dit debatof het later terugkijken. Daar zitten namelijk heel veel mensen die zo veeldoen voor al diegenen in de samenleving die geen dak boven hun hoofdhebben, die geen vaste woonplek hebben en die misschien vannacht weerin de buitenlucht slapen. Dus dank jullie wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1250 De voorzitter:Dank je wel. Dan wil ik het woord geven aan de Staatssecretaris voor deappreciatie van de moties.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank u wel, voorzitter. Ten eerste kan ik toezeggen dat de brief over deRegeling huisvesting aandachtsgroepen voor het verkiezingsreces de kantvan uw Kamer op komt.Op de uitwerking van de motie hospitaverhuur komt de Minister van VRObegin 2026 terug bij de uitwerking van het wetsvoorstel Hospitaverhuur.De bezuiniging op toegang tot zorg en ondersteuning, die genoemd werddoor de heer De Hoop, betreft een brede post waar het NationaalActieplan Dakloosheid niet onder valt. De conclusie is in ieder geval dat erniet bezuinigd wordt op het Nationaal Actieplan Dakloosheid, maar het iseen lastig verhaal. We komen er eind 2025 bij u op terug via de brief overde voortgangsrapportage dakloosheid. Daar neem ik dit in mee.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Volgens mij valt hij er wel onder, maar het zou fijn zijn als de brief voor debehandeling van de begroting of voor de Algemene Financiële Beschou-wingen komt. Volgens mij is het best makkelijk op papier te krijgen. Hetzou fijn zijn als het voor de Algemene Financiële Beschouwingen naar deKamer kan komen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Prima. Dan doen we dat, bij dezen.De voorzitter:Dan schrijven we die bij dezen op als toezegging. Hij komt voor deAlgemene Financiële Beschouwingen. Uit mijn hoofd vinden die volgendeweek plenair plaats.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Oké.De motie op stuk nr. 3 moet ik ontraden. Op dit moment kan ik nietwettelijk verbieden dat kinderen dakloos worden. Dat ligt ook bij degemeenten en de woningcorporaties. We maken hier wel goede afsprakenover met de VNG en de corporaties. Het gesprek blijven we voeren, wantzoals ik al zei, is 1.200 een reductie maar geen 0. Daar blijven we dus meebezig. Maar de motie moet ik ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 3 is ontraden.Staatssecretaris Pouw-Verweij:De motie op stuk nr. 4 ontraad ik ook, omdat we noodopvang niet deoplossing vinden. Dat gezegd hebbende wil ik wel graag toezeggen dat ikmet VRO en de VNG op korte termijn rondom de tafel ga zitten, niet alleenover de vraag hoe we woonruimte aan deze doelgroep kunnen bieden enhoe we dat kunnen verbeteren, maar ook over de vraag hoe we detoegang tot noodopvang kunnen verruimen, mocht dat toch nodig zijn.De voorzitter:De motie op stuk nr. 4 is ontraden.Staatssecretaris Pouw-Verweij:De motie op stuk nr. 5 moet ik ook ontraden. In de kabinetsreactie is ook alaangegeven dat we niet onverkort alle voorstellen kunnen overnemen.Dat blijft zo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1251 De voorzitter:De motie op stuk nr. 5 is ontraden. Dan de motie op stuk nr. 6.Staatssecretaris Pouw-Verweij:De motie op stuk nr. 6 moet ik ook ontraden, maar via de Wet aanpakleegstand, waar de Minister op dit moment mee bezig is, zal zij welterugkomen op wat er allemaal kan op dit dossier.De voorzitter:De motie op stuk nr. 6 is ontraden. Dan de motie op stuk nr. 7 ... O, excuus,het woord is aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zou de Staatssecretaris willen vragen om te reflecteren op de woordenvan de indieners, namelijk dat er meer waarde gehecht lijkt te worden aanhet eigendomsrecht dan aan mensenrechten of kinderrechten. Hoeverhoudt zich dat volgens de Staatssecretaris tot elkaar? Daar ben ik danwel benieuwd naar.De voorzitter:Een korte reflectie van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat wordt wel een hele filosofische overweging dan. Ik denk niet dat hetzo simpel is als ze tegenover elkaar wegstrepen. Dit gaat namelijk om heteigendomsrecht van burgers. Tegelijkertijd is het denk ik een primaireplicht van de overheid om te zorgen dat kinderen en burgers op plekkenkunnen wonen. Het zou wat worden als we tegen burgers zeggen «jijmoet je privéeigendom inzetten» als het ons niet voldoende lukt omwoningen te bouwen in het tempo waarin dat nodig is. Dat zou ik eigenlijkeen zwaktebod vinden. Als het om het eigendomsrecht van de Staat gaat,dan zou je het er nog over kunnen hebben, maar dat is in dit geval niet zo.Ik denk dus dat je dat niet zo tegenover elkaar kan stellen.Mevrouw Dobbe (SP):Wat als u dat dan afzet tegen het recht van kinderen om niet op te hoevengroeien en te hoeven slapen in een auto?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Het gaat niet om wat ik zwaarder weeg. Als ik de persoon was met eengroot kantoorgebouw waar ik al jaren geen gebruik van zou maken, danzou ik wel weten wat ik ermee zou doen. Maar ik denk dat het gevaarlijkwordt als de overheid in gaat grijpen op het bezit van anderen omdat zijdaarmee beslissingen maken waar wij het niet mee eens zijn. Ik denk datdat een glijdende schaal is en dat we die kant niet op moeten gaan.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 7.Staatssecretaris Pouw-Verweij:De motie op stuk nr. 7 moet ik ontraden met een verwijzing naar hetdebat.Voor de motie op stuk nr. 8 geldt hetzelfde. Deze ontraad ik ook. Daarhebben we het uitgebreid over gehad.De motie op stuk nr. 9 geef ik oordeel Kamer.De moties op de stukken nrs. 10 en 11 zijn eigenlijk allebei overbodig,omdat deze beide in de Wet versterking regie volkshuisvesting nadruk-kelijk een plek krijgen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1252 De moties op de stukken nrs. 10 en 11 zijn overbodig?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, de moties op de stukken nrs. 10 en 11 zijn overbodig. Daarmee heb ikalle moties gehad.De voorzitter:Dan zijn wij aan het einde gekomen van de appreciatie van de moties.Volgens mij zijn alle vragen ook beantwoord of zijn er toezeggingen opgedaan.Dan rest mij de toezeggingen te noemen die gedaan zijn.–De Staatssecretaris van VWS zal de Kamer in Q2, kwartaal twee, vanvolgend jaar informeren over onafhankelijke dienstondersteuningbinnen de Wmo voor dakloze mensen. Dat is een toezegging aan hetlid Grinwis.–Dit najaar komen de uitkomsten van een onderzoek naar briefadressen,van de Staatssecretaris van BZK.–In februari/maart van 2026 ontvangt de Kamer de uitkomsten van hetonderzoek naar het afschaffen van de kostendelersnorm.–Er komt een brief naar aanleiding van de vraag van de heer Grinwisover een nieuwe openstelling van het Volkshuisvestingsfonds voorgemeenten.Daarbij heb ik nog geen termijn kunnen noteren, dus ik krijg graag eenindicatie.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Voor het verkiezingsreces.De voorzitter:Voor het komende verkiezingsreces?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ja, dat zou wat zijn, als ik «het volgende» zou bedoelen.De voorzitter:Ik verstond het niet goed.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Binnen twee weken, zeg ik uit mijn hoofd.De voorzitter:Dank u wel.–Dan een toezegging aan het lid De Hoop. Voor de Algemene FinanciëleBeschouwingen komt er een brief over de financiële status van desubsidieregeling toegang tot zorg en ondersteuning.Dan kijk ik even beide kanten op. We hebben het gehad – de heer De Hoopbegon erover – over cijfers van Aedes naar aanleiding van een aantaluithuiszettingen. We hebben even gekeken of daar een toezegging overwas. Nee? Het komt jullie beiden niet bekend voor? Dan doen we deze nietals toezegging. Ik zie te weinig lampjes branden in de hoofden om dit alstoezegging op te schrijven.Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van ... MeneerDe Hoop, heeft u een interruptie?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik dacht: misschien heb ik het zelf gemist in de beantwoording. Ik heb inde tweede termijn namelijk wel nog aan de Staatssecretaris gevraagd ofzij kon ingaan op de vraag of het niet verbieden van uithuiszettingen instrijd is met het Kinderrechtenverdrag en of zij per brief kon terugkomenop hoe het kabinet dit leest. Volgens mij stond dat nog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1253 De voorzitter:Ik zie nu wel een blik van herkenning. Ja? Ik zie een ja. Dan wil ik ookgraag een datum.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dit nemen we dan ook mee in de voortgangsrapportage dakloosheid, aanhet einde van het jaar. Excuus, dit ligt aan mij. Ik had het welopgeschreven, maar vervolgens niet genoemd.De voorzitter:Dan is het fijn dat we ook die scherp hebben gekregen. Dat betekent datdit in de brief wordt meegenomen.Dan wil ik bij dezen de tweede termijn sluiten. Ik dank de indieners van deinitiatiefnota, de leden Beckerman en Westerveld, nogmaals hartelijk voordit initiatief, evenals degenen die mee hebben geschreven, de beleidsme-dewerkers. Ik dank de mensen op de tribune en de mensen die thuismeekijken, want ik weet dat ontzettend veel mensen hun ervaring of hunexpertise hebben gedeeld, en dat dit een nota is die door velen gedragenwordt. Hartelijk dank, ook aan de Kamerleden. Hierbij beëindig ik devergadering.Sluiting 14.56 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 614, nr. 1254
Versie 996ff3e626e27e9d3134fdc45a72f9fe8473be13d43be571c63ab7b551cab20c · Officiële bron.
Verslag van een notaoverleg, gehouden op 22 september 2025, over Initiatiefnota van de leden Beckerman en Westerveld over dakloosheid
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.