KamerkringInloggen
Kamerstuk

Initiatiefnota

28 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bb1bef8d7c63006c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 841Initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorgvoor slachtoffers van seksueel geweldNr. 2 INITIATIEFNOTA 1. Inleiding Er zijn weinig misdaden die zo ingrijpend zijn voor slachtoffers alsseksueel geweld. Mensen die slachtoffer worden van verkrachting,aanranding of een andere vorm van seksueel geweld kunnen hierdoorgetraumatiseerd raken. Dit kan leiden tot depressies, slapeloosheid en kanervoor zorgen dat zij op veel punten in hun leven vastlopen. Seksueelgeweld gaat daarnaast vaak samen met andere vormen van fysiek ofpsychisch geweld. Een verkrachting kan bovendien zorgen voor verwon-dingen, seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s), waaronder HIV enongewenste zwangerschappen. Het is daarom van het grootste belang datwe zoveel mogelijk inzetten op het voorkomen dat mensen slachtofferworden van seksueel geweld. Onder druk van de toegenomen maatschap-pelijke en politieke aandacht voor het onderwerp in de afgelopen jarenworden daar nu gelukkig ook stappen in gezet. Desalniettemin is hethelaas onwaarschijnlijk dat het aantal slachtoffers de komende jaren naarnul zal dalen. Het blijft dus zeer belangrijk om hen de best mogelijke zorgen ondersteuning te bieden. We kunnen het misbruik immers nietongedaan maken, maar wel bijdragen aan herstel en aan het voorkomenvan verdere schade. Hiertoe is de Nederlandse staat toe verplicht volgenshet internationaal recht. Dit is vastgelegd in Artikel 25 van het Verdrag vanIstanbul:Parties shall take the necessary legislative or other measures to providefor the setting up of appropriate, easily accessible rape crisis or sexualviolence referral centres for victims in sufficient numbers to provide formedical and forensic examination, trauma support and counselling forvictims.1Echter ziet de initiatiefnemer dat de zorg en ondersteuning voor slacht-offers van seksueel geweld vaak nog te wensen over laat, ondanks degrote inzet en toewijding van de betrokken hulpverleners. Slachtoffers1Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegenvrouwen en huiselijk geweld, Artikel 25, opgevraagd van https://wetten.overheid.nl/BWBV0006074/2016-03-01 kst-36841-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 21 worden bijvoorbeeld geconfronteerd met financiële drempels, wacht-lijsten voor traumabehandelingen en lange doorlooptijden van strafzaken.Ook het recente rapport van de Group of Experts on Action againstViolence against Women and Domestic Violence (GREVIO) over deuitvoering van het verdrag van Istanbul laat zien dat Nederland ondanksde genomen stappen hierin tekort schiet.2 In deze initiatiefnota wordendaarom voorstellen gedaan om de toegankelijkheid en de kwaliteit van dezorg en ondersteuning van slachtoffers van seksueel geweld teverbeteren.2. Probleem Seksueel geweld is helaas nog altijd een groot probleem in Nederland.Volgens cijfers van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) zijn er jaarlijks100.000 nieuwe slachtoffers.3 Het gaat hierbij disproportioneel vaak omvrouwen en LHBTIQ+-personen. 53% van de vrouwen heeft ooit te makengehad met seksueel geweld of grensoverschrijding, t.o.v. 19% van demannen. Het aantal meldingen hiervan is de afgelopen jaren gestegen, zoblijkt uit onderzoek van Verwey-Jonker.4 Daarbij bleek dat grote piekenmeldingen vaak plaatsvinden nadat seksueel geweld uitgebreid in demedia aan bod kwam, bijvoorbeeld na de uitzending van BOOS over demisstanden bij The Voice of Holland en The Voice Kids. De onderzoekersvoorspelden in dat rapport dat het aantal meldingen in ieder geval tot enmet 2025 zou blijven stijgen. Die stijging is duidelijk terug te zien in depraktijk. Zo steeg het aantal mensen dat het CSG om hulp of advies vroegin 2024 met 10%.5 Die stijging is met name zichtbaar na de invoering vande nieuwe Wet seksuele misdrijven. Met deze wet, die op 1 juli 2024 inwerking trad, hoeft bij vervolging van seksuele misdrijven niet meerworden aangetoond dat er sprake is geweest van dwang, maar volstaathet om aan te tonen dat er geen sprake was van instemming. Daarmeezorgt deze wet volgens Mariëtte Hamer, regeringscommissaris seksueelgrensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, voor een lagere drempelvoor meldingen en aangiftes, omdat aangiftes kunnen worden gedaanvoor zaken die eerder niet strafbaar waren of die bewijs van dwangvereisten.6 Daarnaast uitte zij ook de verwachting dat overheidscam-pagnes bij zullen dragen aan meer meldingen. Op de lange termijnverwachtte zij wel een daling van het aantal meldingen als gevolg van deinzet van het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensover-schrijdend gedrag en seksueel geweld op het voorkomen van seksueelgeweld.2Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence (GREVIO)(2025). First thematic evaluation report: Building trust by delivering support, protection andjustice: Netherlands.Straatsburg: Raad van Europa.3Centrum Seksueel Geweld (2023). Factsheet: Cijfers over seksueel geweld in Nederland.Opgevraagd van https://centrumseksueelgeweld.nl/wp-content/uploads/2023/06/Factsheet-CSG-2023.pdf4Ploeg, J. van der, Tierolf, B., Lünnemann, M. & Wildt, R. de (2024). Ontwikkelingen inmeldingen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Utrecht: Verwey-JonkerInstituut.5https://centrumseksueelgeweld.nl/meer-druk-bij-het-centrum-seksueel-geweld-sinds-invoering-wet-seksuele-misdrijven/6Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (2024, p. 16).Toekomstbestendig hulpaanbod voor betrokkenen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag enseksueel geweld. Opgevraagd van https://www.rcgog.nl/documenten/2024/10/23/advies-over-toekomstbestendige-hulpverlening-na-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 22 Financiering van zorgDe initiatiefnemer benadrukt dat het een goede zaak is dat slachtoffersvan seksueel geweld hier vaker een melding van doen. Het bespreekbaarmaken van seksueel geweld is immers essentieel om dit probleem aan tepakken en daders te straffen. Bovendien kan slachtoffers goede zorg enondersteuning aan worden geboden op het moment dat zij zich melden.Zo kunnen zij daarvoor terecht bij één van de zestien regionale CentraSeksueel Geweld (CSG’s). Daar komt expertise van politie en hulpver-leners bij elkaar om hen zo goed mogelijk te helpen, zowel bij eventuelevervolging als voor medische en psychologische zorg. Deze medischezorg bestaat bijvoorbeeld uit het testen op en voorkomen van soa’s en hetbehandelen van verwondingen. Ook andere organisaties, zoals VeiligThuis, Slachtofferhulp Nederland en Perspectief Herstelbemiddelingbieden slachtoffers vanuit hun eigen expertise ondersteuning.De toename van het aantal meldingen kan een uitdaging vormen voor deorganisaties die slachtoffers ondersteunen, als de financiering enondersteuning voor deze organisaties zelf onvoldoende meegroeit. Ditpunt werd ook al benadrukt in het rapport van regeringscommissarisHamer.7 Daarnaast is huidige financiering van de CSG’s, die grotendeelsloopt via centrumgemeenten kwetsbaar. Het ravijnjaar zet de financiëlepositie van gemeenten onder druk en de dreigende korting op deDecentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DU VO) is een verder risicovoor de financiering van de CSG’s. Die financiering is echter nu al te laagom te zorgen voor voldoende capaciteit bij zowel de CSG’s als devrouwenopvang. GREVIO concludeerde daarom in hun recente rapportdat het hulpaanbod van de CSG’s en het aantal opvangplekken in devrouwenopvang moet worden uitgebreid.8 Mariëtte Hamer deed in haarrapport de aanbeveling om minstens het huidige niveau aan financiëleondersteuning te blijven geven aan hulpverleningsorganisaties, naast eenaantal andere aanbevelingen.Drempels en capaciteitstekortenEr bestaan nog altijd drempels voor de zorg die slachtoffers van seksueelgeweld wordt geboden. Zo wordt er voor de medische zorg voor dezegroep het eigen risico gehanteerd, ondanks dat dit in deze contextabsoluut onuitlegbaar is. Ook zijn de wachttijden voor de geestelijkegezondheidszorg een belemmering om tijdig de juiste ondersteuning tekrijgen. In 2024 werd bij 61% van de wachtplekken de maximale wachttijd(Treeknorm) voor een intakegesprek overschreden.9 Wanneer vrouwen inde thuissituatie te maken krijgen met seksueel geweld (dat ook vaakgepaard gaat met andere vormen van geweld) en daardoor een veiligeplek nodig hebben, worden zij daarbij belemmerd door een tekort aanplaatsen in de vrouwenopvang.10 Bovendien staat het forensisch-medisch7Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (2024).Toekomstbestendig hulpaanbod voor betrokkenen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag enseksueel geweld. Opgevraagd van https://www.rcgog.nl/documenten/2024/10/23/advies-over-toekomstbestendige-hulpverlening-na-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld8Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence (GREVIO)(2025, pp. 37–39). First thematic evaluation report: Building trust by delivering support,protection and justice: Netherlands.Straatsburg: Raad van Europa.9NZa (2024) Informatiekaart Wachttijden en wachtplekken ggz – oktober 2024. Opgevraagd vanhttps://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_786033_22/10Valente (2025). Landelijke monitor Veilige Opvang: Opvang voor vrouwen, mannen enkinderen bij huiselijk geweld. Opgevraagd van https://www.valente.nl/wp-content/uploads/2025/07/Rapport-Monitor-Veilige-Opvang-2022-2023-compleet.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 23 onderzoek bij slachtoffers van seksueel geweld onder druk, als gevolg vaneen tekort aan forensisch artsen.11Passende hulpHet is een probleem dat het nog niet altijd lukt om slachtoffers vanseksueel geweld naar de juiste hulp te begeleiden. Dat zorgt er niet alleenvoor dat zij hier veel last van kunnen blijven houden in het dagelijks leven,maar vergroot ook de kans dat zij opnieuw slachtoffer worden, bijvoor-beeld doordat ze PTSS hebben ontwikkeld.12 Het Verwey-Jonker rapportLaagdrempelige hulp voor slachtoffers en plegers van geweld inafhankelijkheidsrelaties uit 2023 liet zien dat slechts «een klein aantal vande slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties wordt bereikt».13Ook werd geconcludeerd dat onder andere de toegang naar laagdrem-pelige hulp, ondanks een groot voorzieningenaanbod, vaak moeilijkverliep en het aanbod voor bepaalde doelgroepen, zoals slachtoffers meteen fysieke beperking of die de Nederlandse taal niet machtig zijntekortschoot. Dit gebrek aan toegang tot laagdrempelige hulp is volgensde auteurs ook een probleem voor de plegers van seksueel geweld.Vrouwen met een migratieachtergrond kloppen in de praktijk vaker aan bijinformele zorgorganisaties die zich specifiek op deze groep richten enkrijgen regelmatig moeilijk toegang tot formele instanties.14 Uit signalenvanuit deze gemeenschappen blijkt dat het taboe wat op dit onderwerprust een belemmerende factor is om dit onderwerp te bespreken.Daardoor is er meer tijd nodig en is het van belang dat zorgverleners goedgeschoold zijn in cultuur- en diversiteitsensitief werken. Ook deafwezigheid van een passende tolk kan een rol spelen. De inzet vanprofessionele tolken in de zorg wordt sinds 2012 namelijk niet meer in allegevallen vergoed.15 Wanneer de partner of kinderen worden ingezet alstolk zorgt het ervoor dat het vrijwel onmogelijk wordt om het onderwerpseksueel geweld te bespreken. De inzet van een mannelijke professioneletolk kan soms ook belemmerend werken voor het bespreken van seksueelgeweld.Online seksueel geweldHet is belangrijk om te benoemen dat het probleem met seksueel geweldbreder is dan fysiek seksueel geweld. In toenemende mate speelt seksueelgeweld zich namelijk ook online af, via vormen als sextortion, grooming,kinderpornografie en sexchatting. Uit een rapport van Regioplan16 uit2023 bleek echter dat de aanpak van de digitale dimensie van geweldtegen vrouwen in Nederland nog «in de kinderschoenen» staat en «zeergefragmenteerd» is. Hier lijkt in de afgelopen twee jaar bovendien weinigin te zijn verbeterd. Het rapport Online Seksueel Geweld, dat dit jaar dooreen samenwerking van meerdere organisaties werd gepubliceerd, kwam11https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/17372399/groot-tekort-aan-forensisch-artsen-onderzoeken-onder-druk12Centrum Seksueel Geweld (2022). #nietjouwschuld: Wat jij moet weten over seksueel gewelden herstel. Opgevraagd van https://centrumseksueelgeweld.nl/wp-content/uploads/2022/02/Boekje-niet-jouw-schuld.pdf13Wildt, R. de, Steketee, M. & Compagner, M. (2023). Laagdrempelige hulp voor slachtoffers enplegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.14https://pointer.kro-ncrv.nl/migrantenvrouwen-die-slachtoffer-zijn-van-huiselijk-geweld-komen-niet-terecht-bij-juiste-instanties15https://www.pharos.nl/infosheets/tolken-in-de-zorg/16Korf, W., Harthoorn, H. & Witvliet, M. (2023). Digitale dimensie van geweld tegen vrouwen:Opvolging Algemene Aanbeveling nr. 1 GREVIO. Amsterdam: Regioplan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 24 met een vergelijkbare conclusie.17 Daarin werd gesteld dat door hetgebrek aan toezicht vooraf het té eenvoudig is om online materiaal tepubliceren met seksueel geweld en dat het vervolgens té moeilijk is omdat materiaal weer offline te halen, door het gebrek aan handhaving.Hoewel deze initiatiefnota zich primair richt op het verbeteren van de zorgvoor alle slachtoffers van (zowel online als offline) seksueel geweld, wil deinitiatiefnemer hiernaast oproepen om meer aandacht te besteden aan deaanpak van online seksueel geweld in brede zin. Het is van belang dat bijde uitwerking van de voorstellen die in deze nota worden gedaan terverbetering van de zorg en ondersteuning voor slachtoffers ook explicietaandacht wordt besteed aan de positie van slachtoffers van onlineseksueel geweld.StrafrechtketenNaast de problematiek aan de zorgkant kunnen problemen aan destrafrechtelijke kant schadelijke effecten hebben voor de slachtoffers. Zovoelen sommige slachtoffers zich gestuurd om geen aangifte te doen,doordat zij bijvoorbeeld te horen krijgen dat het geen zin zou hebben, zobleek uit een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid.18 Het duurtbovendien in veel gevallen nog te lang voordat een zaak door politie enjustitie is behandeld. Het lukt de politie ondanks de inzet van toegewijdezedenrechercheurs niet om alle zedenzaken af te handelen binnen eenperiode van 6 maanden. Hoewel hier vorig jaar een afname in te zien was,lagen er in november nog altijd 714 aangiftes langer dan 6 maanden bij depolitie.19 Daarmee ligt het aantal zaken dat binnen 6 maanden wordtdoorgestuurd naar het OM nog altijd onder de norm van 80%.20Het zo snel mogelijk afhandelen van zaken is uiteraard niet altijd het enigewat van belang is in dit proces, vanwege het belang van zorgvuldigheid.Echter is de grote hoeveelheid zaken die langer loopt wel een indicatie datde capaciteit hier onvoldoende is. Wanneer een zaak eenmaal door depolitie is behandeld kost het hiernaast nog veel tijd voordat er eenrechtelijke uitspraak over ligt. In 2023 lukte het in slechts 37% van dezaken om een eerste zitting te houden binnen zes maanden nadat deze bijhet OM was ingestroomd, terwijl de norm hiervoor 80% is.213. Huidig beleid De toegenomen maatschappelijke aandacht voor seksueel geweld engrensoverschrijdend gedrag als gevolg van de #Metoo-beweging heeftniet alleen gezorgd voor meer meldingen, maar ook voor politiek-bestuurlijke acties. De afgelopen jaren zijn door verschillende partijen aleen aantal stappen gezet om seksueel geweld tegen te gaan en deondersteuning van slachtoffers te verbeteren.17Volgenant, O. & DIngs, N. (2025). Rapport Online Seksueel Geweld. Opgevraagd vanhttps://offlimits.nl/assets/downloadable_files/rapport-onderzoek-toezicht-en-handhaving-online-seksueel-geweld.pdf18Inspectie Justitie en Veiligheid (2024). De perspectieven bijeen?: Vervolgonderzoek naar debejegening door zedenrechercheurs van slachtoffers van zedenmisdrijven. Den Haag:Inspectie Justitie en Veiligheid.19Kamerstuk 29 628, nr. 124020https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2558836-afgesproken-normen-in-zedenzaken-niet-gehaald21Openbaar Ministerie (2024, p. 20). OM Jaarbericht 2023. Opgevraagd van https://www.om.nl/documenten/jaarverslagen/om/map/2019-en-verder/om-jaarbericht-2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 25 Nationaal actieprogrammaIn januari 2023 publiceerde de regering het Nationaal ActieprogrammaAanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.22 Metdat programma wordt ingezet op vijf actielijnen, waarmee wordt ingezetop normen en waarden, aanscherping van wet- en regelgeving, proce-dures binnen organisaties voor preventie, signalering en opvolging, hetherkennen van en reageren op seksueel geweld en grensoverschrijdendgedrag door omstanders en goede en vindbare hulpverlening. Hetprogramma zet in op een brede aanpak, waarin zowel aandacht is voorcultuurverandering en preventie als voor bestraffing van plegers enondersteuning van slachtoffers. Ook richt het zich op verschillendeomgevingen en sectoren, zoals de werkplek, het onderwijs, de zorg, desport en de culturele sector. Op het gebied van hulp en ondersteuningwordt er ingezet op vindbaarheid en laagdrempeligheid, onderzoek naarwat er nodig is, het formuleren van uitgangspunten voor goede hulpver-lening en het stimuleren van goede hulpverlening.Gedurende de loop van het programma zijn ook op het gebied van hulpen ondersteuning een aantal stappen gezet.23 Zo zijn er in 2024 tweepubliekscampagnes gelanceerd, waaronder de campagne «Wat vind jij?Tot waar is het leuk voor allebei?». Ook zijn er initiatieven gericht op hetaanpakken van seksueel geweld in specifieke contexten, zoals kerken, hetonderwijs en het studentenleven. Daarnaast wordt er gewerkt aan hetwettelijk verplicht stellen van een gedragscode ongewenst gedrag in iederbedrijf en wordt er ingezet op het bestrijden van straatintimidatie.Eén gezamenlijke aanpakInmiddels is het traject «Goed georganiseerd landschap van hulp-, steun-en meldpunten van start gegaan», dat als doel heeft om «de toegang toten doorverwijzing naar passende hulp voor slachtoffers en betrokkenenvan (online) geweld in afhankelijkheidsrelaties, waaronder seksueelgeweld, te verbeteren».24 Daarbij wordt onder andere gewerkt aan eenverbeterde werkwijze voor de ondersteuning van slachtoffers vanseksueel geweld. Deze werkwijze komt voort uit het idee van ééngezamenlijke entrée, waar al sinds 2021 vanuit hulporganisaties25 en deTweede Kamer26 om werd gevraagd. Ook sluit het aan bij het Verwey-Jonker rapport Laagdrempelige hulp voor slachtoffers en plegers vangeweld in afhankelijkheidsrelaties, waarin onder andere werd vastgestelddat slachtoffers ondanks de grote hoeveelheid meldpunten moeitehadden de juiste hulp te vinden en regelmatig van het kastje naar de muurgestuurd werden.27De gezamenlijke aanpak is een initiatief van het Centrum Seksueel Geweldmet de samenwerkende partijen Veilig Thuis, Slachtofferhulp Nederland,Perspectief Herstelbemiddeling, het Openbaar Ministerie en de politie. Het22Rijksoverheid (2023). Elkaars wensen en grenzen herkennen, erkennen en respecteren:Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.Opgevraagd van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld/documenten/rapporten/2023/01/13/bijlage-1-nationaal-actieprogramma-aanpak-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld-januari-202323Kamerstuk 34 843, nr. 12024Kamerstuk 34 843, nr. 1725Oudshoorn, D., Bicanic, I., Bolhaar, H. & Coenen, T. (2021). Opinie: Actieplan tegen seksueelgeweld hard nodig. Opgevraagd van https://centrumseksueelgeweld.nl/actieplan-tegen-seksueel-geweld/26Kamerstuk 31 015, nr. 23027Wildt, R. de, Steketee, M. & Compagner, M. (2023). Laagdrempelige hulp voor slachtoffers enplegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 26 doel is om de samenwerking verder te verbeteren en slachtoffers,(mogelijke) plegers en betrokkenen van seksueel misbruik en seksueelgeweld beter te helpen. Via de verbeterde werkwijze wordt de samen-werking tussen de verschillende organisaties geïntensiveerd.28 Deaanmeldingsprocedure wordt daarbij gestandaardiseerd, zodat slacht-offers niet onnodig op meerdere plekken dezelfde vragen hoeven tebeantwoorden. Vervolgens wordt tijdens een multidisciplinair overlegtussen gespecialiseerde professionals van verschillende organisatiesbepaald welke organisaties betrokken moeten worden en wie alsregiehouder het vaste aanspreekpunt wordt voor het slachtoffer enerzijdsen de betrokken hulp- en veiligheidsorganisaties anderzijds en de hulpgaat coördineren. Daarbij zal zowel worden gekeken naar welke hulpnodig en passend is, als naar welke stappen er gezet moeten worden ophet gebied van veiligheid, strafrecht en herstel. Het werken met één vastaanspreekpunt zou een grote en noodzakelijke verbetering zijn voorslachtoffers, die nu nog te vaak bij iedere doorverwijzing geconfronteerdworden met alleen maar nieuwe gezichten. De drempel om hulp te zoekenis voor slachtoffers immers al hoog, dus het is belangrijk dat de onover-zichtelijkheid van het hulpaanbod deze drempel niet verder verhoogt. Deverbeterde werkwijze wordt dit jaar in de praktijk getest in twee testre-gio’s. Het is belangrijk dat de beweging om slachtoffers sneller richting dejuiste zorg en zorgverleners met de juiste expertise op het gebied vanseksueel geweld te begeleiden, wordt doorgezet en dat er voldoendefinanciering komt om dit in het hele land te realiseren.RegeringscommissarisIn april 2022 is Mariëtte Hamer aangesteld als regeringscommissarisseksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Haaraanstelling is gericht op het vervullen van twee taken. Haar eerste taak ishet geven van gevraagd en ongevraagd advies over de aanpak vanseksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. In dat kaderheeft zij meerdere adviezen naar de regering gestuurd, waaronder eenadvies over toekomstbestendige hulpverlening na seksueel grensover-schrijdend gedrag en seksueel geweld, dat eerder in deze nota werdgenoemd. Andere adviezen gingen over seksueel grensoverschrijdendgedrag in vrouwengevangenissen en de aanpak van seksueel grensover-schrijdend gedrag en seksueel geweld in het hoger onderwijs en dewetenschap. Haar tweede taak is het zijn van «[e]en boegbeeld [...] van hetmaatschappelijk gesprek dat moet leiden tot een cultuurverandering».29 Indie hoedanigheid is ze bijvoorbeeld betrokken geweest bij initiatieven omte werken aan cultuurverandering in het studentenleven en op dewerkvloer.Initiatiefnota «Let’s talk about seksueel geweld»Het is ook niet de eerste keer dat er vanuit de Tweede Kamer aandachtwordt gevraagd voor dit onderwerp. Eind 2022 kwam het lid Van der Werf(D66) al met de initiatiefnota Let’s talk about seksueel geweld.30 Daarinwerden voorstellen gedaan op het gebied van preventie, hulpverlening eneen effectieve aanpak en erkenning achteraf. Zo werd voorgesteld depreventie op scholen te verbeteren, door meer nadruk te leggen opconsent, een brede definitie van seks en respect voor elkaars grenzen enwensen. Ook werd het belang van vroegsignalering en veilige gezinnenbenadrukt. Op het gebied van hulpverlening werd gepleit voor structureleen landelijke financiering van het CSG, naast het automatisch doorver-28Kamerstuk 28 345, nr. 28229https://www.rcgog.nl/over-de-rcgog30Kamerstuk 36 234, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 27 wijzen vanuit de politie naar het CSG en het vergroten van de bekendheidvan de CSG’s. Ten slotte werd er ingezet op een effectieve aanpak enerkenning achteraf, door onder andere te pleiten voor een beteredoorloop van zedenzaken in de strafrechtketen.De initiatiefnemer benadrukt het belang van de voorstellen die in die notazijn gedaan. Deze nota functioneert daarom vooral als ondersteuning vanen aanvulling op de voorstellen uit die nota, waarbij de focus hier meerligt op het zorgaspect. De nota van het lid Van der Werf werd destijdsverwelkomd door het kabinet, waarbij werd aangegeven dat een aantalvoorstellen zou worden meegenomen bij het opstellen van het nationaalactieprogramma.31 Een deel werd echter meteen van de hand gewezen,met name het voorstel voor landelijke en structurele financiering van hetCSG. Dat zou volgens het kabinet «voor een onlogische knip zorgentussen de zorg die het CSG biedt en het overige Wmo-zorgaanbodwaarvoor gemeenten verantwoordelijkheid dragen».De bespreking van deze nota resulteerde onder andere in de unaniemaangenomen motie Van der Laan c.s.32, die de regering verzocht «met eenvoorstel te komen om de landelijke stichting Centrum Seksueel Geweld teversterken, en de Kamer daarover te informeren voorafgaand aan debehandeling van de begroting van Justitie en Veiligheid voor 2024». Inreactie op deze motie besloot het kabinet begin 2024 om de financieringvan het landelijke CSG voor in ieder geval de jaren 2024–2026 teverhogen.33Wet seksuele misdrijvenOok op wetgevingsgebied zijn er stappen gezet om seksueel geweld engrensoverschrijdend gedrag tegen te gaan. De belangrijkste hiervan is deinvoering van de Wet seksuele misdrijven sinds 1 juli 2024. De kern vandeze wetswijziging was de overstap van een dwangmodel naar eenconsentmodel. Daardoor hoeft bij aanranding en verkrachting voortaanniet meer te worden bewezen dat er sprake was van dwang, maar is er alsprake van strafbaarheid op het moment dat duidelijk is dat de ander geenseks wilde en er toch is doorgezet. Daarnaast zijn hiermee de maximum-straffen voor verkrachting, aanranding en seksueel misbruik van kinderenverhoogd. Ook is met deze wet seksuele intimidatie in het openbaar enonline strafbaar gesteld, evenals het seksueel benaderen van kinderen.Europese richtlijnIn 2024 publiceerde de Europese Unie daarnaast de richtlijn 2024/1385 terbestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.34 Daarbij werdin brede zin ingezet op het voorkomen en bestrijden van geweld tegenvrouwen en huiselijk geweld en op het verbeteren van de hulp enondersteuning van slachtoffers. Daarbij zijn eisen vastgesteld over degespecialiseerde ondersteuning van slachtoffers van seksueel geweld, inartikel 26. Zo dienen lidstaten te zorgen voor «goed uitgeruste engemakkelijk toegankelijke crisiscentra voor slachtoffers van verkrachtingof verwijzingscentra voor slachtoffers van seksueel geweld, die deelkunnen uitmaken van het nationale gezondheidszorgstelsel, om te zorgenvoor doeltreffende ondersteuning van slachtoffers van seksueel gewelden te zorgen voor de klinische behandeling van slachtoffers vanverkrachting, met inbegrip van bijstand bij het bewaren en documenteren31Kamerstuk 36 234, nr. 332Kamerstuk 36 234, nr. 1033Kamerstuk 34 843, nr. 9734https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:L_202401385Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 28 van bewijsmateriaal». Ook moeten er indien nodig doorverwijzingen naargespecialiseerde traumazorg en -begeleiding komen en dienen slacht-offers toegang te hebben tot medische en forensische onderzoeken engezondheidszorgdiensten, waaronder die van de seksuele en reproduc-tieve gezondheidszorg. Al die voorzieningen moeten voldoende geogra-fisch gespreid zijn, elke dag toegankelijk zijn, voldoende capaciteit hebbenen kosteloos beschikbaar zijn. Die laatste eis lijkt niet in lijn te zijn met dehuidige Nederlandse praktijk om slachtoffers voor medische zorg eigenrisico te laten betalen. De richtlijn moet volgens de eisen van de EUuiterlijk in juni 2027 geïmplementeerd zijn, maar de regering gaf vorig jaaraan daarvoor niet op schema te liggen.35 In juni dit jaar gaf het kabinetaan te verwachten de consultatieronde te starten voor de zomer.36Actieplan doorlooptijden zedenzakenOp het gebied van de lange doorlooptijden van zedenzaken zijn al enkeleinitiatieven genomen. Zo is er naar aanleiding van de motie Klaver c.s.37structureel 15 miljoen euro geïnvesteerd in extra capaciteit van dezedenrecherche, in forensisch onderzoek en in opleiding tot zedenrecher-cheurs.38 Ook wordt er vanaf 2024 extra geïnvesteerd in de politie voor deaanpak van digitale zedendelicten via het Team ter Bestrijding vanKinderpornografie en Kindersekstoerisme39, naar aanleiding van de motieHermans.40 Het bedrag hiervan loopt stapsgewijs op tot structureel€ 4 miljoen. Volgens toenmalig Minister Yes¸ilgöz-Zegerius zou dezeinvestering ook bijdragen «aan het terugdringen van de doorlooptijdenvan seksuele misdrijven in de volle breedte.» Daarnaast werd innovember 2022 het Actieplan versterken ketenaanpak zedenzakengelanceerd.41 Daarbij wordt ingezet op meer betekenisvolle interventies,het optimaliseren van werkprocessen, het verbeteren van de capaciteitbinnen de strafrechtketen en de prioritering van zedenzaken.4. Voorstellen Eigen risico afschaffen voor slachtoffers van seksueel geweldIn de huidige praktijk blijft de onacceptabele situatie voortduren datmedewerkers van de Centra Seksueel Geweld slachtoffers moetenmeedelen dat zij voor de noodzakelijke medische zorg hun eigen risicomoeten betalen. Een financiële drempel voor noodzakelijke zorg isvolgens de initiatiefnemer sowieso onrechtvaardig, maar in deze gevallenvoelt het extra wrang. Het gebruik van de term eigen risico is ook nergenspijnlijker dan hier.Wat deze situatie nog wranger maakt is het feit dat dit een bewustepolitieke keuze is. In 2023 heeft het toenmalige kabinet namelijk actiefbesloten het eigen risico bij de CSG’s in stand te houden. Nadat er in deTweede Kamer aandacht voor werd gevraagd liep er namelijk vanafseptember 2020 een jaar lang een pilot waarbij slachtoffers het eigenrisico na een bezoek aan een CSG terug konden vragen. In het onder-zoeksrapport daarover werd geconcludeerd dat financiële redenenmeestal niet de belangrijkste reden waren om geen hulp te zoeken, maar35Kamerstuk 2024D4102936Kamerstuk 34 843, nr. 12437Kamerstuk 35 300, nr. 1138Kamerstuk 34 843, nr. 3739Kamerstuk 34 843, nr. 11140Kamerstuk 35 925, nr. 1341Kamerstuk 2022D45465Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 29 dat het wel een rol kon spelen.42 Zo schreven de onderzoekers: «Een extrabarrière, zoals de kosten van de hulp, zou dan het laatste duwtje kunnenzijn in de keuze om wel of geen hulp te zoeken». Signalen uit de praktijkwijzen er bovendien op dat het daadwerkelijk een drempel vormt inbepaalde gevallen. Daarbij moet worden opgemerkt dat er veel meer misis met de keuze om slachtoffers van seksueel geweld eigen risico te latenbetalen dan het feit dat het een drempel opwerpt om zorg te vragen.Toch greep toenmalig Staatssecretaris Van Ooijen het feit dat de financiëledrempel een geringe rol speelde bij zorgmijding aan als argument om heteigen risico in stand te houden.43 Daarnaast stelde hij dat het afschaffenvan het eigen risico voor deze groep zou kunnen leiden tot een gevoel vanonrechtvaardigheid voor andere groepen en zou het «een precedent-werking hebben richting andere vormen van hulp». Kort gezegd: het zouoneerlijk zijn tegenover mensen die zonder dat zij er iets aan kunnen doenzorg nodig hebben, voor wie dan ook een uitzondering zou moetenworden gemaakt. Daarbij wees hij als voorbeeld op de groep slachtoffersvan huiselijk geweld. Daarmee wordt geprobeerd om de éne onrecht-vaardige keuze te verdedigen tegen de andere. Dat kan echter nooit eenexcuus zijn om onrecht in stand te houden. Ook het argument datslachtoffers de kosten soms kunnen verhalen op de daders is helaas veelte kort door de bocht. Het komt namelijk helaas in lang niet alle gevallenvan seksueel geweld tot een veroordeling. Zo gaf in de PrevalentiemonitorHuiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024 slechts1,3% van de slachtoffers van fysiek seksueel geweld aan te hebbengepraat met de politie.44 Daar komt nog eens bovenop dat het in minderdan 10% van de gevallen waarbij slachtoffers spreken met de politie toteen veroordeling komt.45 Bovendien hebben niet alle slachtoffersbehoefte aan een strafzaak, aangezien dit ook erg zwaar kan zijn. Zijmoeten hier altijd de vrije keuze in kunnen hebben en het is dus ongepastdit aan te dragen als oplossing voor het eigen risico. Van Ooijen haduiteraard wel gelijk in het feit dat een goede legitimering voor het eigenrisico in een hoop andere situaties net zo goed volledig ontbreekt. Metname de overeenkomsten met slachtoffers van andere vormen vangeweld zijn groot. Bovendien is het eigen risico voor groepen alskankerpatiënten en mensen met een chronische ziekte ook niet uit teleggen. Dat aangrijpen als argument om slachtoffers van seksueel geweldin de kou te laten staan is echter een doodlopende weg. Zo ontstaatnamelijk een cynische cirkelredenering waar de éne asociale politiekekeuze wordt goedgepraat door te wijzen op de andere asociale keuze.Daar is geen van deze groepen uiteindelijk mee geholpen. Daarom stelt deinitiatiefnemer voor deze cirkel te doorbreken. Dat kan het beste via hetvolledig afschaffen van het eigen risico. Als dit op korte termijn doorpolitieke onwil onmogelijk is, zou dit op zijn minst geregeld kunnenworden voor de gevallen waarin het eigen risico het meest stuitend is,zoals voor slachtoffers van seksueel geweld en huiselijk geweld. Er isbovendien ook een directe aanleiding om dit voor deze groep te regelen,aangezien dit is vastgelegd in artikel 26 van de Europese richtlijn terbestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.42Pijlman, V., Eichelsheim, V., Pemberton, A. & Waardt, M. de (2021). Onderzoek naar de«tijdelijke regeling vergoeding eigen risico zorgverzekering slachtoffers van seksueel geweld».Amsterdam: NSCR.43Kamerstuk 34 843, nr. 7244CBS (2024). Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag2024. Opgevraagd van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/prevalentiemonitor-huiselijk-geweld-en-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-2024/7-fysiek-seksueel-geweld45https://www.nrc.nl/nieuws/2022/05/05/slachtoffers-zedendelict-vinden-weinig-steun-bij-justitie-en-politie-2-a4122859Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 210 Financiering CSG’s verbeterenUiteindelijk is het een breed gedragen doel dat het aantal slachtoffers vanseksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag zoveel mogelijkwordt teruggedrongen. Daarmee zou ook de noodzakelijke capaciteit bijondersteunende organisaties en samenwerkingsverbanden als de CentraSeksueel Geweld op termijn hopelijk afnemen. Helaas is dat nog niet hetstadium waarin we ons bevinden. We zien de laatste jaren juist eentoename van het aantal slachtoffers dat zich meldt, vanwege de toege-nomen aandacht voor het probleem.46 Bovendien uitte regeringscommis-saris Hamer de verwachting dat het aantal meldingen in de nabijetoekomst verder zou kunnen gaan stijgen. Ook het Regioplanrapport overde digitale dimensie pleitte voor het uitbreiden van capaciteit en deskun-digheid vanwege de verwachte toename van het aantal slachtoffers(hoewel deze oproep ging over de volledige zorg- en strafrechtketen).47Juist nu is voldoende capaciteit dus noodzakelijk. Daarvoor is het vanbelang om de financiering van de CSG’s structureel op orde te brengen,zowel als het gaat om het landelijke CSG als de regionale centra. DeKamer heeft hier recent ook toe opgeroepen via de motie Van der Werfover uniforme zorg en hulp door Centrum Seksueel Geweld in wet- enregelgeving vanaf 2027.48Voor het landelijke centrum is de financiering tot en met 2026 geregeldn.a.v. de motie Van der Laan c.s. en heeft de Kamer recent opgeroepen49om eenmalig 5,6 miljoen euro voor het Centrum Seksueel Geweldbeschikbaar stellen, maar ook hierna blijft financiering nodig. Dit zoustructureel geborgd moeten worden. Voor de regionale CSG’s geldt dat definanciering nog afhankelijk is van gemeenten, waar meerdere nadelenaan zitten. Ten eerste is het risico op regionale verschillen in financieringonwenselijk, aangezien regionale verschillen in het aanbod van degeboden zorg en ondersteuning problematisch zouden zijn. Ten tweedemaakt het feit dat de financiering afkomstig is van gemeenten dezekwetsbaarder, door de slechte financiële positie van veel gemeenten. Datprobleem wordt bovendien steeds urgenter door het ravijnjaar en deaangekondigde korting op specifieke uitkeringen. Indien die korting ookwordt doorgevoerd op de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DUVO) kan dit grote gevolgen hebben voor de CSG’s, die hieruit gefinancierdworden. De indiener stelt daarom voor om zowel het landelijke CSG als deregionale CSG’s voortaan rechtstreeks vanuit de Rijksoverheid tefinancieren en hier structureel voldoende budget voor vrij te maken.Hiernaast is de initiatiefnemer van mening dat een discussie over dehuidige invulling van de DU VO noodzakelijk is. Nu zijn ook anderevormen van hulpverlening die hieruit gefinancierd worden, zoals devrouwenopvang, te afhankelijk van keuzes van gemeenten.Toegang tot mentale ondersteuning verbeterenNa een ervaring met seksueel geweld is het belangrijk om slachtoffers zogoed mogelijk te ondersteunen om hiermee om te gaan. Daarvoor is hetzaak om tijdig mentale ondersteuning en zorg te bieden. Dit is niet alleenhet geval bij slachtoffers die recent slachtoffer zijn geworden van (onlineof offline) seksueel geweld, maar ook bij slachtoffers die zich pas (veel)later melden. Die tweede groep is aanzienlijk, zo wijst Verwey-Jonker erop46https://www.rcgog.nl/actueel/nieuws/2024/10/23/toename-in-meldingen-van-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld-maakt-ingrijpen-nodig47Korf, W., Harthoorn, H. & Witvliet, M. (2023, p. 18). Digitale dimensie van geweld tegenvrouwen: Opvolging Algemene Aanbeveling nr. 1 GREVIO. Amsterdam: Regioplan.48Kamerstuk 36 725 VI, nr. 2549Kamerstuk 36 725 VI, nr. 26Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 211 dat veel slachtoffers zich eerst niet gelijk als slachtoffer zien.50 Voor hen iszichzelf melden bij een hulpverleningsinstantie vaak een grote stap waarzij lang over hebben nagedacht en die veel losmaakt. Daarom is het voordeze groep erg belangrijk dat zij vervolgens niet geconfronteerd wordenmet maandenlange wachtlijsten om de ondersteuning te krijgen die zijnodig hebben om hier mentaal mee om te gaan.Bij de Centra Seksueel Geweld kan deze ondersteuning voor een aantalweken na de melding gegeven worden door casemanagers. Indienslachtoffers langer zorg nodig hebben zijn zij vaak aangewezen op dereguliere ggz. Daar krijgen zij echter te maken met de lange wachttijdendie daar «normaal» zijn geworden. Volgens cijfers van de NZa waren er inoktober 2024 108.878 wachtplekken.51 Bovendien krijgen mensen met eencomplexere ggz-vraag ook nog eens te maken met meer drempels,doordat zij vaker geweigerd worden door ggz-aanbieders.52Het verbeteren van de toegang tot goede geestelijk gezondheidszorg voorslachtoffers van seksueel geweld vereist een aanpak op twee niveaus.Enerzijds blijft het noodzakelijk om de wachtlijsten in de ggz over degehele linie te verkorten. Hiervoor bestaan een aantal mogelijkheden. Zozouden de budgetplafonds in de ggz kunnen worden afgeschaft, die nu detoegang tot de ggz beperken wanneer ze bereikt worden. Dit probleemlijkt bovendien toe te nemen, doordat budgetplafonds vroeger bereiktlijken te worden.53 Ook zouden de prikkels die nu bestaan waardoor hetvaak niet rendabel is om zorg te leveren aan mensen met complexereproblematiek moeten worden aangepakt, door bijvoorbeeld vaker tewerken met beschikbaarheidsfinanciering.Anderzijds is het belangrijk om te onderzoeken hoe er op korte termijngoede laagdrempelige mentale ondersteuning kan worden gegeven aanslachtoffers van seksueel geweld, zonder dat zij daarvoor op eenwachtlijst terecht komen. Dat kan in gevallen waarin eigenlijk reguliereggz nodig is helpen de wachtperiode te overbruggen. Ook kan dit nuttigzijn in gevallen waarbij de hulpvraag groter is dan wat momenteel kanworden geboden zonder wachtlijst, maar er ook geen uitgebreideggz-behandeling noodzakelijk is. Door voor deze groepen een uitgebreiderlaagdrempelig aanbod te bieden zouden slachtoffers hopelijk sneller doorkunnen met hun leven.De initiatiefnemer acht het daarvoor de meest logische optie om hetaanbod aan mentale zorg en ondersteuning uit te breiden van organi-saties die momenteel ook al hulp bieden aan slachtoffers van seksueelgeweld. Daarbij is het van belang dat de ondersteuning aansluit op debehoeften van slachtoffers. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aande inzet van ervaringsdeskundigheid en lotgenotencontact, aangezien uithet onderzoek van Verwey-Jonker54 blijkt dat dit het makkelijker kanmaken om over de eigen ervaringen te spreken. Ook de suggesties die50Kamerstuk 2023D1113051NZa (2024) Informatiekaart Wachttijden en wachtplekken ggz – oktober 2024. Opgevraagd vanhttps://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_786033_22/52https://mindplatform.nl/nieuws/mind-onderzoek-naar-toegankelijkheid-ggz-helft-van-zorgvragers-geweigerd53https://radar.avrotros.nl/artikel/zorgplafond-bij-ggz-zorgverleners-nu-al-bereikt-hoe-kan-dat-6098654Wildt, R. de, Steketee, M. & Compagner, M. (2023). Laagdrempelige hulp voor slachtoffers enplegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 212 regeringscommissaris Mariëtte Hamer heeft gedaan over digitale/hybridezorg zouden in dit kader moeten worden onderzocht.55Om te voorkomen dat slachtoffers op de lange ggz-wachtlijsten terechtkomen of om hen tijdens deze wachtperiode niet zonder hulp te latenzitten is het van belang dat bestaande mentale ondersteuning wordtuitgebreid. Nu kan er slechts een beperkte hoeveelheid uren wordenbesteed aan psychische ondersteuning van slachtoffers. Dat is met namehet geval bij de groeiende groep slachtoffers die zich langer dan zevendagen nadat het seksueel geweld heeft plaatsgevonden melden. In deeerste zeven dagen zijn meer mogelijkheden om forensische sporen veiligte stellen, bepaalde vormen van medische hulp te bieden en te monitorenof iemand PTSS ontwikkeld. De groep die zich na deze periode meldt heeftechter vaak behoefte aan uitgebreidere mentale ondersteuning en zorg.Voor deze groep is nu over het algemeen slechts 3,5 uur ondersteuningbeschikbaar. Hoewel zorgverleners hier in praktijk vaak enigszins flexibelmee op proberen te gaan is dit niet altijd toereikend voor wat slachtoffersnodig hebben, aangezien er door de beschikbare financiering slechtsbeperkt rekening kan worden gehouden met de verschillende behoeftenvan slachtoffers.Door de lange wachtlijsten bij ggz-instellingen kan er voor slachtoffersmakkelijk een gat vallen waarin geen zorg beschikbaar is. Hoewelslachtoffers die zich binnen 7 dagen na het misbruik melden meer zorggeboden wordt en er via de toepassing van watchful waiting in veelgevallen de noodzaak van vervolgzorg voorkomen kan worden56 kan degroep die wel naar de ggz wordt verwezen alsnog te maken krijgen metlange wachtlijsten. Hierom zou er eigenlijk in alle regio’s een vergelijkbaaraanbod aan mentale ondersteuning beschikbaar moeten zijn. Hiervoor ishet wel belangrijk dat de zorgverleners die deze zorg moeten geven (bv.de casemanagers bij de CSG’s) allemaal worden getraind en opgeleid ompassende mentale ondersteuning te kunnen geven en dat er landelijkefinanciering komt van de regionale CSG’s. Gezien de grote veranderingendie naar verwachting nodig zijn om de toegang tot goede mentale zorg enondersteuning te verbeteren is er nog veel onduidelijk over hoe dit preciesmoet worden ingevuld. Daarom stelt de initiatiefnemer voor om hiersamen met de CSG’s en andere betrokken hulporganisaties pilots voor opte zetten. Door deze goed te evalueren en op basis daarvan verbeteringenaan te brengen kan dan worden bepaald hoe deze zorg het bestestructureel kan worden aangeboden. Daarbij geeft de initiatiefnemeralvast enkele denkrichtingen mee.Eén van de mogelijke deeloplossingen om het gat tussen het CSG en deggz op te lossen zou zijn om slachtoffers regelmatige check-ups aan tebieden tijdens de periode dat zij op de wachtlijst voor de ggz staan. DeKamer heeft eerder verzocht om periodieke check-ups voor minderjarigeslachtoffers van seksueel geweld.57 De initiatiefnemer verwacht dat ditook een toegevoegde waarde kan hebben voor meerderjarige slachtoffersvan seksueel geweld. Daarmee wordt voorkomen dat zij in een gat vallentussen de zorg die zij ontvangen van het CSG en het moment dat zij bij de55Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (2024, pp.31–32). Toekomstbestendig hulpaanbod voor betrokkenen bij seksueel grensoverschrijdendgedrag en seksueel geweld. Opgevraagd van https://www.rcgog.nl/documenten/2024/10/23/advies-over-toekomstbestendige-hulpverlening-na-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld56Covers, M., de Jongh, A., Huntjens, R., de Roos, C., van den Hout, M. & Bicanic, I. (2021). Earlyintervention with eye movement desensitization and reprocessing (EMDR) therapy to reducethe severity of post-traumatic stress symptoms in recent rape victims. European Journal ofPsychotraumatology DOI:10.1080/20008198.2021.19431857Kamerstuk 36 222, nr. 33Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 213 ggz terecht kunnen. Daarnaast is het wenselijk om hulpverleners ook meermogelijkheden te geven om langer mentale ondersteuning te bieden alsdit nodig is, ook voor slachtoffers die niet worden doorverwezen naar deggz. Daarvoor is het essentieel dat de financiering van de CSG’s struc-tureel en landelijk georganiseerd wordt, zodat zij ook de ruimte hebbenom het aantal beschikbare uren uit te breiden. In alle pilots zou in iedergeval aandacht moeten worden besteed aan het goed opleiden van debetrokken zorgverleners, zodat zij over de juiste expertise en vaardig-heden beschikken om slachtoffers goed te kunnen helpen. In aanvullingdaarop kan de uitbreiding van de samenwerking met ervaringsdeskun-digen en inzet op lotgenotencontact en buddy’s zorg voor slachtoffersverbeteren.Verhogen capaciteit zedenrechercheZoals eerder beschreven moeten slachtoffers van seksueel geweld vaak telang wachten voordat hun zaak wordt opgepakt door de politie. Ondanksde inzet die er de afgelopen jaren is gedaan om deze wachttijden teverkorten, via o.a. de motie Klaver en het actieplan doorlooptijdenzedenzaken blijft dit een hardnekkig probleem. Dat kan het herstelprocesvan slachtoffers van seksueel geweld vertragen, aangezien zij langer inonzekerheid blijven over de uitkomst van het strafrechtelijke proces.Bovendien worden zij gedurende dit proces regelmatig opnieuw gecon-fronteerd met wat hen is overkomen. Een traag verloop van dit proces isdaarom onwenselijk. Daarom pleit de initiatiefnemer ervoor om decapaciteit bij de zedenrecherche verder uit te breiden. Daarbij moet welgelijk vermeld worden dat er ook een bredere generieke investering in depolitie noodzakelijk is, gezien het grote tekort waar de politie mee tekampen heeft. De nadruk in deze nota ligt weliswaar bij de tekorten bij dezedenrecherche, maar dit moet niet worden opgevat als pleidooi voor hetweghalen van middelen bij één van de andere belangrijke taken van depolitie.Gezien de oorzaak van de lange doorlooptijden in de strafrechtketen deelsligt bij het Openbaar Ministerie en de rechtelijke macht dient ook gekekente worden of hier capaciteitsuitbreidingen mogelijk en noodzakelijk zijn.Daarvoor is het belangrijk om te werken aan betere samenwerking encoördinatie in de strafrechtketen, zoals de Algemene Rekenkamer eerderdit jaar heeft aanbevolen.58 Aanvullend aan de financiering en samen-werking kan de drempel voor aangifte bovendien verlaagd worden doorhet standaard mogelijk te maken voor slachtoffers om een ervaringsdes-kundige mee te nemen als buddy bij het doen van aangifte.Toegankelijke en kwalitatieve forensische zorgHet tekort aan forensische artsen is een probleem dat goede zorg voorslachtoffers van seksueel geweld bemoeilijkt. Tijdige aanwezigheid vaneen forensisch arts is immers essentieel om sporen veilig te stellen diekunnen worden gebruikt om de dader te kunnen vervolgen. GGD’en in denoordelijke provincies sloegen in april 2025 echter alarm vanwege dittekort.59 Daarbij melden ze dat de werkdruk erg hoog was en de wacht-tijden konden oplopen tot meerdere uren. Hoewel een scenario waarbijforensisch-medische onderzoeken niet konden worden uitgevoerd nogniet was voorgekomen, spraken de GGD’en wel de vrees uit voor dit58Algemene Rekenkamer (2025). Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI): Rapport bij hetJaarverslag 2024. Opgevraagd van https://www.rekenkamer.nl/onderwerpen/verantwoordingsonderzoek/documenten/rapporten/2025/05/21/vo-2024-jenv59https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/17372399/groot-tekort-aan-forensisch-artsen-onderzoeken-onder-drukTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 214 scenario. Het artsentekort dreigt bovendien nog verder toe te nemen,doordat van de beschikbare forensisch artsen een groot deel tegen depensioenleeftijd aan zit. Dat terwijl Mariëtte Hamer juist de verwachtingheeft uitgesproken dat het aantal meldingen van seksueel geweld dekomende jaren verder zal toenemen, onder andere als gevolg van denieuwe Wet Seksuele Misdrijven.60Het tekort aan forensisch artsen bestaat deels doordat de instroom in deopleiding onvoldoende is, waardoor er te weinig forensisch artsenworden opgeleid. In 2024 zijn bijvoorbeeld slechts 17 artsen begonnenaan de driejarige specialisatie tot forensisch arts61, terwijl het capaciteits-orgaan in haar advies62 een voorkeur voor 27 heeft uitgesproken. Eencomplicerende factor bij de aanpak van het tekort is dat de huidigebeleidskeuzes momenteel vooral het probleem lijken te verergeren, inplaats van het tekort op te lossen. Eerder dit jaar werd bekend dat demedische arrestantenzorg – samen met lijkschouw en forensisch medischonderzoek (waaronder zedenonderzoeken) een kerntaak van de foren-sische geneeskunde – zou worden aanbesteed aan een organisatie diedeze zorg uitvoert via huisartsen, basisartsen en verpleegkundigen.63Forensisch artsen64 en de GGD’en65 waarschuwen echter dat hetweghalen van deze zorg bij forensisch artsen hun werk minder afwis-selend en daarmee minder aantrekkelijk kan maken. Dat zou ook gevolgenkunnen hebben voor de beschikbaarheid van artsen voor het forensischmedisch onderzoek.Om de tekorten tegen te gaan is het dus van belang dat er vanuit deoverheid niet langer besluiten worden genomen die de aantrekkelijkheidvan het vak kunnen verminderen, maar dat er juist een actieve inzet komtom de tekorten te verkleinen. Alleen zo kan de beschikbaarheid vanforensisch-medisch onderzoek voor slachtoffers van seksueel geweldworden geborgd. Daarnaast speelt het gebrek aan aandacht voor deforensische geneeskunde in de geneeskundeopleidingen een rol bij detekortschietende instroom bij de opleiding voor forensisch artsen (net alsbij veel andere specialisaties buiten het ziekenhuis). De invulling van deopleidingen is uiteraard geen politiek besluit, maar is voorbehouden aande universiteiten zelf. De Minister van VWS kan echter wel het gesprekaangaan met de UMC’s over de mate waarin de opleidingen aandachtbesteden aan specialisaties buiten het ziekenhuis en het effect daarvan opartsentekorten.Betere opvang bij seksueel geweld in de thuissituatieIn de meeste gevallen is de pleger van seksueel geweld een bekende,waarbij in een substantieel deel de pleger uit de eigen huiselijke kringkwam. Als gevolg daarvan is voor deze slachtoffers van seksueel geweldde thuissituatie niet meer veilig, bijvoorbeeld doordat de pleger hunpartner is. In dat geval zijn zij vaak aangewezen op de vrouwenopvang. De60Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (2024, p. 16).Toekomstbestendig hulpaanbod voor betrokkenen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag enseksueel geweld. Opgevraagd van https://www.rcgog.nl/documenten/2024/10/23/advies-over-toekomstbestendige-hulpverlening-na-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld61SBOH (2025). Jaarbeeld SBOH: cijfers aios 2024. Opgevraagd van https://www.sboh.nl/media/jcflle2b/jaarbeeld-sboh-cijfers-aios-2024.pdf62Capaciteitsorgaan (2022). Capaciteitsplan 2024–2027: Deelrapport 4. Opgevraagd vanhttps://capaciteitsorgaan.nl/app/uploads/2023/01/Capaciteitsplan-2024-2027-Deelrapport-4-Sociale-geneeskunde-DEF-12-jan-23.pdf63https://www.medischcontact.nl/actueel/laatste-nieuws/nieuwsartikel/huisartsenorganisatie-wint-aanbesteding-arrestantenzorg-in-gehele-land64https://www.forgen.nl/nieuws/248/uitslag-aanbesteding-maz65https://ggdghor.nl/actueel-bericht/zorgen-over-gevolgen-wegvallen-maz/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 215 toegang tot de vrouwenopvang is echter niet in alle gevallen goedgeborgd in Nederland. In totaal zijn er circa 1000 plaatsen in de verschil-lende vrouwenopvangen beschikbaar, terwijl er volgens de norm uit hetVerdrag van Istanbul (één plaats per 10.000 inwoners) zo’n 1.800 plaatsenzouden moeten zijn.66 Uit de Landelijke monitor Veilige Opvang van deVNG en Valente blijkt dan ook dat er een landelijk tekort is aan opvang-plaatsen, met als gevolg «dat niet alle mensen die veilige opvang nodighebben, dat ook krijgen». In 40% van de gemeenten is zelfs sprake vaneen wachtlijst. Het gevolg hiervan is dat slachtoffers van huiselijk geweldvaker tijdelijk moeten worden opgevangen in hotels en vakantieparken.Het aantal dagen dat van die alternatieven gebruik moest wordengemaakt verdriedubbelde in 2023 bijna naar 3.129, verdeeld over 193mensen. Dat is een zeer verontrustende ontwikkeling, aangezien dezeplaatsen niet dezelfde veiligheid en ondersteuning kunnen bieden aanslachtoffers van huiselijk geweld als de vrouwenopvang. Zo kunnen opdie plekken niet dezelfde veiligheidsmaatregelen worden genomen en zijner niet permanent hulpverleners en lotgenoten aanwezig. Daardoor staanvrouwen sneller onder druk van hun (ex-)partner om terug te keren. Uithet rapport blijkt bovendien dat het tekort nog groter is dan uit deze cijfersblijkt, doordat dit deels ook wordt opgevangen door strengere selectie aande voordeur:Het komt steeds vaker voor dat personen met een ernstige dreiging enacuut gevaar niet worden opgevangen terwijl dit wel nodig is. Enkel depersonen met de meest ernstige veiligheidssituatie worden opgevangenin hotels. Andere personen wordt gevraagd nog even vol te houden of erwordt op een ander – vaak onveilig – alternatief ingezet. De kans bestaatdat deze mensen de motivatie verliezen om uit de onveilige situatie testappen.Het is dus van groot belang dat het aantal opvangplaatsen in de vrouwen-opvang wordt uitgebreid. Volgens Valente zijn er op korte termijn 30crisisopvangplaatsen en 123 vervolgopvangplaatsen nodig.67 Positief isdat het kabinet hier in de miljoenennota € 12 miljoen voor heeft gereser-veerd. Het is nu van belang om ervoor te zorgen dat dit daadwerkelijkresulteert in meer opvangplaatsen en minder hotelplaatsingen. Op delangere termijn is structurele landelijke sturing op de vrouwenopvangnodig, zodat het aantal plaatsen en de kwaliteit van de zorg goed geborgdkan worden en er kan worden toegewerkt naar de 1.800 plaatsen die wezouden moeten hebben op basis van het verdrag van Istanbul. Daarnaastdient de financiering van de vrouwenopvang vanuit de DU VO uitge-zonderd te worden van de korting op specifieke uitkeringen diemomenteel gepland staat. Dat is des te belangrijker gezien het feit datvrouwenopvang-organisaties de afgelopen jaren regelmatig forse tekortenhadden door lage tarieven.68 Ten slotte is forensische zorg bij slachtoffersvan seksueel geweld nog een aandachtspunt. Dit vindt nu vaak alleenplaats als er aangifte wordt gedaan, maar het zou goed zijn om dit aan tebieden aan vrouwen die hier nog over na willen denken. Dan ligt er alvastbewijs klaar als zij later alsnog aangifte willen doen.66Valente (2025). Landelijke monitor Veilige Opvang: Opvang voor vrouwen, mannen enkinderen bij huiselijk geweld. Opgevraagd van https://www.valente.nl/wp-content/uploads/2025/07/Rapport-Monitor-Veilige-Opvang-2022-2023-compleet.pdf67https://www.valente.nl/nieuws/eerste-landelijke-monitor-veilige-opvang/68https://www.valente.nl/nieuws/indexatie-tarieven-vrouwenopvang-blijft-achter/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 216 Vergroten bekendheid seksueel geweld en hulpaanbodOm slachtoffers zo goed mogelijk te kunnen helpen is het essentieel dat zijweten waar zij terecht kunnen. De verbetering van de samenwerkingtussen de verschillende betrokken organisaties kan daarbij helpen, zodatslachtoffers kunnen worden begeleid naar de juiste organisatie op hetmoment dat zij zich ergens anders melden. Dit proces moet daaromstructureel worden ondersteund vanuit de overheid. Echter is dat alleenvoldoende als slachtoffers zich überhaupt melden. Daarom is het vanbelang dat de naamsbekendheid van het Centrum Seksueel Geweldvergroot wordt, zodat mensen weten dat er een laagdrempelige plek iswaar zij terecht kunnen als zij slachtoffer worden van seksueel geweld(inclusief online seksueel geweld). Het feit dat er in 2024 15.207 mensen69contact opnamen met het CSG via telefoon, chat of face-to-face (inclusiefmensen die al voor 2024 slachtoffer werden), terwijl er naar schattingjaarlijks 100.000 mensen slachtoffer worden van seksueel geweld is eenduidelijk teken dat de naamsbekendheid verder verbeterd moet worden.Ook het Grevio-rapport van dit jaar riep op om de bekendheid van deCSG’s te vergroten.70 Uiteraard is het CSG niet de enige plek waarslachtoffers zich kunnen melden en velen melden zich ook bij de huisartsof bij andere (informele) hulporganisaties. Het is niet realistisch of per sewenselijk om te verwachten dat alle slachtoffers zich melden bij het CSG.Het zou daarom een goed idee zijn om in bredere zin in te zetten oplaagdrempelige en goed vindbare punten waar slachtoffers zich kunnenmelden, waarbij naast het CSG ook aandacht is voor andere organisatiesen de landelijke hulplijn 116 waar vanuit maatschappelijke organisaties ende Kamer toe is opgeroepen.71Toch zou het goed zijn om ook in te zetten op bredere naamsbekendheidvan het CSG. Een goede mogelijkheid daarvoor zou zijn om bij artikelen inde media die gaan over seksueel geweld onderaan te verwijzen naar hetCSG, zoals dat nu ook al gebeurt voor Stichting 113 Zelfmoordpreventie.Hiertoe werd eerder al een oproep gedaan door Iva Bicanic, voormaligvoorzitter van het landelijke CSG.72 Meer samenwerking met informelezorgorganisaties kan bovendien ook helpen om slachtoffers met eenmigratieachtergrond beter naar formele zorgorganisaties toe tebegeleiden.Naast meer bekendheid voor het CSG onder de algemene bevolking is hetook van belang dat er meer kennis komt onder zorgverleners overseksueel geweld. Immers bleek uit het Verwey-Jonker rapport dat veelslachtoffers die klachten ervaren als gevolg van seksueel geweld in eersteinstantie hulp zoeken voor de gevolgen daarvan.73 Dan is het van belangdat de zorgverleners waarmee zij te maken krijgen de signalen vanseksueel geweld kunnen herkennen, weten hoe ze hierover het gesprekmoeten aangaan en weten welke hulp zij hiervoor kunnen bieden enwaarnaar zij eventueel kunnen doorverwijzen. Daarbij gaat het niet alleenom het zorgaspect, maar ook om bijvoorbeeld opties om tot recht enherstel te komen. Zorgverleners zijn hier echter vaak nog onvoldoende69Centrum Seksueel Geweld (2025). Stichting Landelijk Centrum Seksueel Geweld: Jaarverslag2024. Opgevraagd van https://centrumseksueelgeweld.nl/wp-content/uploads/2025/06/CSG-Jaarverslag-2024.pdf70Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence (GREVIO)(2025, pp. 37–39). First thematic evaluation report: Building trust by delivering support,protection and justice: Netherlands.Straatsburg: Raad van Europa.71Kamerstuk 29 279, nr. 96572https://www.volkskrant.nl/binnenland/klinisch-psycholoog-iva-bicanic-ik-begrijp-niet-waarom-er-zo-weinig-discussie-is-over-misbruik-van-kinderen-nederland-slaapt-echt~bae44696/73Wildt, R. de, Steketee, M. & Compagner, M. (2023, p. 99). Laagdrempelige hulp voor slacht-offers en plegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 217 van op de hoogte en weten bijvoorbeeld niet altijd dat zij slachtofferskunnen doorverwijzen naar het CSG en/of ervaringsdeskundigenorgani-saties. Uit het regioplanrapport bleek bovendien dat het voor zowelslachtoffers als professionals vaak niet wisten waar ze terechtkunnenwanneer er sprake is van digitale vormen van geweld tegen vrouwen.74Ook bij online seksueel geweld kunnen zij echter terecht bij het CSG.Zorgverleners moeten daarom goed worden opgeleid en voorgelicht overdeze onderwerpen in hun opleidingen en via na- en bijscholingen. Daarbijis het van belang dat hierbij aandacht wordt besteed aan cultuursensitiefwerken, om de grotere afstand van slachtoffers met een migratieachter-grond tot formele zorgorganisaties te overbruggen. Hiervoor is het ookessentieel dat er bij plekken in de zorg waar slachtoffers van seksueelgeweld zich melden altijd een passende professionele tolk vergoed kanworden. Dat moet ook breder zijn dan enkel organisaties die gespeciali-seerd zijn in het helpen van slachtoffers van seksueel geweld. Ook bijplekken waar slachtoffers zich niet rechtstreeks melden vanwege seksueelgeweld, maar bijvoorbeeld vanwege de klachten als gevolg daarvan, moetdit standaard beschikbaar zijn. Nu verschilt het bijvoorbeeld per regio ofeen tolk bij de huisarts vergoed wordt.75 Ook bij de CSG’s zijn er nuregionale verschillen op dit gebied. Momenteel onderzoekt het Ministerievan VWS de mogelijkheden voor het verbeteren van de beschikbaarheidvan tolken in de huisartsenzorg en breder in de zorg.76 Onderzoekenalleen zorgen echter niet voor beter toegankelijke zorg voor slachtoffers,dus het is belangrijk dat hier actie op wordt ondernomen.Aanpak van online seksueel geweldWe zien dat online seksueel geweld een groot probleem is dat groeit.Mensen brengen veel meer tijd online door dan vroeger en de technolo-gische mogelijkheden voor het maken van deepfakes nemen toe.Tegelijkertijd lijkt de overheid hierbij achter de feiten aan te lopen,ondanks meerdere aansporingen vanuit onderzoeksrapporten.77 Hetrapport Online Seksueel Geweld uit maart 2025 is duidelijk over wat ermoet gebeuren: prioritering door toezichthouders en handhavendeinstanties, voldoende financiering hiervan, betere samenwerking enjaarlijkse rapportage. Hier is al steun vanuit de Tweede Kamer voorgekomen via de aangenomen motie Van Nispen c.s.78, waarmee werdopgeroepen de aanbevelingen uit dit rapport over te nemen en om tebezien «of het mandaat van de Autoriteit online Terroristisch en Kinder-pornografisch Materiaal uitgebreid kan worden zodat de verwijderbevelenin de toekomst ook zouden kunnen gaan gelden voor verwijderbevelen bijevident onrechtmatig materiaal van volwassenen». Het is nu vooral zaakom hier daadwerkelijk mee aan de slag te gaan.74Volgenant, O. & DIngs, N. (2025, p. 21). Rapport Online Seksueel Geweld. Opgevraagd vanhttps://offlimits.nl/assets/downloadable_files/rapport-onderzoek-toezicht-en-handhaving-online-seksueel-geweld.pdf75https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/welke-vergoedingen-voor-een-tolk-zijn-beschikbaar76Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 15277Volgenant, O. & DIngs, N. (2025). Rapport Online Seksueel Geweld. Opgevraagd van https://offlimits.nl/assets/downloadable_files/rapport-onderzoek-toezicht-en-handhaving-online-seksueel-geweld.pdf; Korf, W., Harthoorn, H. & Witvliet, M. (2023). Digitale dimensie vangeweld tegen vrouwen: Opvolging Algemene Aanbeveling nr. 1 GREVIO. Amsterdam:Regioplan.78Kamerstuk 29 279, nr. 959Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 218 5. Financieel Eigen risico afschaffen voor slachtoffers van seksueel geweldIn 2024 kregen 1620 slachtoffers van seksueel geweld medische zorgvanuit het CSG.79 Deze groep krijgt nu in veel gevallen te maken met heteigen risico. Als deze zorg dus uitgezonderd wordt van het eigen risicozou dat hen allemaal tussen de € 0 en € 385 schelen, afhankelijk van of zijgebruik maken van medische zorg in het ziekenhuis80, de hoogte van heteigen risico en in hoeverre zij hiernaast andere zorg nodig hebben. Alsdeze zorg allemaal uitgezonderd zou zijn van het eigen risico zou ditmaximaal € 625.000 hebben gekost. Dit betreft zulke lage kosten dat dezekunnen worden gefinancierd vanuit de reguliere financiering van dezorgverzekering, zonder dat dit hoeft te leiden tot een stijging van dezorgpremie.Financiering CSG’s verbeterenDe financiering van het landelijke CSG en de regionale CSG’s beslaat in2026 ongeveer € 15 miljoen. Dit is echter momenteel erg versnipperdtussen een specifieke uitkering aan de gemeente Utrecht voor hetlandelijke CSG en de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DU VO)aan 35 centrumgemeenten, die bovendien voor meerdere doeleindengebruikt moet worden. Ook is deze financiering niet structureel geborgd.Daarom wordt voorgesteld het landelijke CSG en de regionale CSG’svoortaan te financieren via één landelijke regeling, die structureel wordtgemaakt. Om ervoor te zorgen dat de CSG’s bovendien niet langerafhankelijk zijn van kruissubsidiëring door samenwerkende organisatiesen hun expertise breder kunnen inzetten wordt voorgesteld om voor dezeregeling € 20 miljoen beschikbaar te stellen. Dit bedrag moet vervolgensjaarlijks geïndexeerd worden en (gedeeltelijk) meebewegen met het aantalslachtoffers.Toegang tot mentale ondersteuning verbeterenAangezien dit voorstel op basis van de resultaten van de pilots zoumoeten worden uitgewerkt is het onduidelijk welk bedrag hier structureelvoor nodig zou zijn. Naar schatting zou het uitbreiden van het casema-nagement bij het CSG voor de groep die wordt doorverwezen naar de ggzbijvoorbeeld zo’n € 9,5 miljoen kosten. Echter komen niet alle slachtoffersterecht bij het CSG. Daarom zou er meer nodig zijn dan enkel dat bedrag.Daarom stelt de initiatiefnemer voor om een bedrag van € 15 miljoenstructureel vrij te maken voor de verbetering van de toegang tot mentaleondersteuning. Dit bedrag kan dan in de eerste jaren worden gebruiktvoor pilots vanuit verschillende hulp- en lotgenotenorganisaties om teonderzoeken in welke vorm de hulp het meest effectief is. Daarna kan ditgeld (zo nodig geïndexeerd) worden ingezet om de opbrengsten van depilots structureel te borgen.Steun voor de gezamenlijke aanpakDe gezamenlijke aanpak bij de ondersteuning van slachtoffers enbetrokkenen van (online) geweld in afhankelijkheidsrelaties moet nogworden getest en verder worden doorontwikkeld. Het is dus momenteel79Centrum Seksueel Geweld (2025). Stichting Landelijk Centrum Seksueel Geweld: Jaarverslag2024. Opgevraagd van https://centrumseksueelgeweld.nl/wp-content/uploads/2025/06/CSG-Jaarverslag-2024.pdf80In sommige regio’s wordt medische zorg bij het CSG ook geleverd vanuit de GGD, wat buitenhet eigen risico valt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 219 nog onduidelijk hoeveel de bredere uitrol hiervan zal gaan kosten. Het isechter wel van belang dat hier aanvullende financiering voor wordtvrijgemaakt als dit noodzakelijk is.Verhogen capaciteit zedenrechercheGezien het grote aantal zedenzaken en de lange doorlooptijden daarvan iseen substantiële uitbreiding van de capaciteit bij de zedenrecherche, hetOpenbaar Ministerie en de rechtbanken noodzakelijk. Het kabinet dient teonderzoeken wat hiervoor nodig zou zijn. De precieze kosten hiervan zijndaardoor nog onduidelijk, maar gezien de grootte van de uitdaging zouhier een fors bedrag logisch zijn, zoals eerder al is gebeurd via de motieKlaver c.s.Tekort forensisch artsen aanpakkenDe aanpak van het tekort aan forensisch artsen die hier wordt voorgesteldricht zich met name op het aantrekkelijk houden en het vergroten van debekendheid van het beroep. Dat vereist in principe geen extra financiëlemiddelen.Uitbreiding aantal opvangplekken in de vrouwenopvangOm te voldoen aan de eisen uit het verdrag van Istanbul over het aantalopvangplekken en om het tekort aan plekken op te lossen zou een groeinaar 1.800 plaatsen noodzakelijk zijn. Dat betekent dat er bovenop dehuidige plannen nog ongeveer 650 opvangplaatsen bij zouden moetenkomen. Zo’n toename is niet van de éne op de andere dag te regelen, dushier zou naartoe moeten worden gewerkt. De precieze kosten hiervan zijnnog niet helemaal duidelijk, maar indicatieve schattingen gaan uit vancirca € 60,4 miljoen.Verbeteren bekendheid CSGEen brede eenmalige bekendheidscampagne voor het CSG bestaande uitspotjes op landelijke tv, radio, social media en uitingen in de publiekeruimte zou naar schatting tussen de € 1 en € 1,4 miljoen kosten.Vergoeding tolken in de zorgMomenteel bedragen de kosten van de inzet van tolken in de huisart-senzorg enkele tonnen euro’s, die momenteel vaak al vergoed worden viade achterstandsfondsen. Een beter toegankelijke en bekendere regelingzou dit wel enigszins kunnen verhogen, maar dit gaat naar verwachtingom beperkte kosten. Bij de CSG’s worden tolken nu al vergoed, maar ishet voornaamste probleem dat de manier waarop dit is geregeld tussenregio’s verschilt. Er zijn dus waarschijnlijk geen noemenswaardigeaanvullende investeringen nodig om dit op een uniforme manier teborgen.Aanpak online seksueel geweldHet uitvoeren van de aanbevelingen uit het rapport Online SeksueelGeweld zou waarschijnlijk gepaard moeten gaan met een investering inde toezichthouders en handhavende instanties. Echter is het op ditmoment niet mogelijk om te zeggen om welk bedrag het hierbij zoumoeten gaan. Dit zou het kabinet moeten onderzoeken in samenspraakmet de organisaties die het rapport hebben opgesteld en de betrokkentoezichthouders en handhavende instanties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 220 DekkingDaarmee zouden de nu te kwantificeren kosten daarmee neerkomen op€ 97,5 miljoen. Hierbij zijn bepaalde voorstellen die nog nader moetenworden uitgewerkt, zoals de uitbreiding van de zedenrecherche nog nietmeegenomen. De totale kosten zullen daardoor nog wat hoger uitvallen.De initiatiefnemer benadrukt hierbij dat op termijn deze kosten zichzelfook deels zullen terugverdienen. Seksueel geweld heeft namelijk grotegevolgen voor de levens van de slachtoffers. Daarvan is het leed dat zij enhun naasten ervaren het grootste probleem, dat op zichzelf al ruimschootsvoldoende reden geeft om hen beter te ondersteunen. Echter betekent ditook dat zij vaker last krijgen van gezondheidsklachten en uitval op hetwerk. Door hen beter te ondersteunen kan dus ook geld bespaard worden.Op korte termijn zal er echter wel aanvullende bekostiging voor moetenworden gevonden. De initiatiefnemer ziet hiervoor een aantal verschil-lende mogelijkheden. Zo zou het verhogen van het belastingtarief van deinnovatiebox met slechts 1 procentpunt bijvoorbeeld al € 140 miljoenopleveren, waarmee alle bovenstaande voorstellen kunnen wordengedekt. Het feit is simpelweg dat er absoluut geld te vinden is om dezenoodzakelijke investeringen te doen. Het enige dat dat vereist is eenpolitieke meerderheid die bereid is om het belang van de slachtoffers vanseksueel geweld boven de belangen te stellen van mensen die de hulpvan de overheid minder nodig hebben.6. Beslispunten De Kamer wordt gevraagd in te stemmen met de volgende beslispunten:•De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt verzocht eenwetsvoorstel naar de Kamer te sturen waarmee de zorg voor slachtof-fers van seksueel geweld wordt uitgezonderd van het eigen risico.•De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister vanJustitie en Veiligheid worden verzocht om te zorgen voor structurelelandelijke financiering voor het netwerk Centrum Seksueel Geweld,bestaande uit het landelijke CSG en de regionale CSG’s vanaf 2026•De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg en deStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport worden verzocht om samenmet de bestaande hulporganisaties te werken aan de uitbreiding vanhet aanbod van laagdrempelige mentale ondersteuning en deregionale verschillen hierbij te verkleinen en hiervoor pilots op tezetten om te onderzoeken hoe dit het beste structureel kan wordengeregeld•De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg en deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid worden verzocht om hettraject naar de gezamenlijke aanpak bij de ondersteuning vanslachtoffers en betrokkenen van (online) geweld in afhankelijkheidsre-laties blijvend te ondersteunen en zo nodig extra financiering vrij temaken voor de verdere uitrol hiervan•De Minister van Justitie en Veiligheid wordt verzocht om in kaart tebrengen hoe de capaciteit bij de zedenrecherche, het OpenbaarMinisterie en de rechtbanken kan worden uitgebreid om de langedoorlooptijden van zedenzaken waar mogelijk te verkorten•De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wordt verzocht om insamenwerking met toezichthouders en handhavende instanties deaanpak van online seksueel geweld te prioriteren, in lijn met deaanbevelingen uit het rapport Online Seksueel Geweld en de motieVan Nispen c.s.•De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg wordtverzocht om met een plan te komen om het aantal opvangplekken inde vrouwenopvang te verhogen naar 1.800, in lijn met het verdrag vanIstanbulTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 221 •De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg wordtverzocht om met een nieuwe campagne te komen om de bekendheidvan het Centrum Seksueel Geweld te vergroten•De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt verzocht ingesprek te gaan met media over de mogelijkheid om standaardinformatie over het Centrum Seksueel Geweld op te nemen ondernieuwsberichten over seksueel geweld•De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap worden verzocht om in gesprek tegaan met onderwijsinstellingen die zorgopleidingen aanbieden over demogelijkheden om daarin meer aandacht te besteden aan hetherkennen van signalen van seksueel geweld en het bieden van goedezorg aan slachtoffers van seksueel geweld•De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap worden verzocht om in gesprek tegaan met de Universitair Medische Centra over de mogelijkheden in bijde opleiding geneeskunde meer aandacht te besteden aan specialisa-ties buiten het ziekenhuis, zoals de opleiding tot forensisch arts•De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt verzocht omervoor te zorgen dat er altijd een passende professionele tolk kanworden ingezet op plekken waar slachtoffers van seksueel geweld zichmelden, zowel bij gespecialiseerde hulporganisaties als bij bijvoor-beeld de huisarts7. Dankwoord Deze initiatiefnota had niet tot stand kunnen komen zonder de hulp eninput van, en gesprekken met een aantal organisaties en personen. Onderandere het landelijk Centrum Seksueel Geweld, SlachtofferhulpNederland, het landelijke netwerk Veilig Thuis, Perspectief Herstelbemid-deling, het Centrum Seksueel Geweld Groningen/Drenthe, Valente, deNationale Politie, Voice of All Women, Fier, het Forensisch MedischGenootschap, Offlimits en de Patiëntenfederatie boden hierbij essentiëleinzichten. Mijn dank hiervoor is groot. In het bijzonder wil ik daarnaastmijn dank uitspreken voor de ervaringsdeskundigen die het gesprek aanwilden gaan tijdens het proces van het schrijven van deze initiatiefnota.Zonder jullie had dit document niet tot stand kunnen komen.Tot slot wil ik nog mijn dank uitspreken voor het CSG Gelderland-Zuid en-Midden voor het indrukwekkende werkbezoek dat ik daar heb mogenafleggen. Dit werkbezoek was de directe aanleiding om het initiatief tenemen tot deze nota.DobbeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 841, nr. 222

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4b19beae96b24076

14 okt 2026 · 42dc86e3acbc1653

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.