Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in 2026
Brontekst
Versie 6d04d8f945855b74 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 625Herziening van het GemeenschappelijkLandbouwbeleidNr. 380 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 februari 2026Op 1 maart 2026 start de Gecombineerde opgave waarmee boeren onderandere hun aanvraag kunnen indienen voor basispremie, eco-regeling,brede weersverzekering en zeldzame landbouwhuisdieren uit hetGemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Net als vorig jaar hecht ikeraan om vóór deze datum boeren duidelijkheid te geven over deverwachte tarieven van basispremie en eco-regeling. Met deze briefinformeer ik uw Kamer ook over de wijze waarop ik uitvoering hebgegeven aan de motie van het lid Flach (SGP) (Kamerstuk 36 600 XIV,nr. 55) over consistentie in de vergoedingen voor de eco-regeling, demotie van het lid Grinwis (CU) (Kamerstuk 30 252, nr. 182) over samen-werking tussen akkerbouwers en melkveehouders en de motie van deleden Van der Plas (BBB) en Bisschop (SGP) (Kamerstuk 28 625, nr. 321)over de invloed van het GLB op bestaande marktinitiatieven.GLB-tarieven 2025In mijn brief van 16 december 2025 (Kamerstuk 28 625, nr. 379) heb ik uwKamer geïnformeerd over de voorlopige tarieven voor de betaling vanbasisinkomenssteun en eco-regeling van het GLB over het aanvraagjaar2025. Op basis daarvan heeft de Rijksdienst voor OndernemendNederland in december 2025 ruim 95% van de GLB-deelnemers een eerstebetaling kunnen doen. Op dit moment wordt gewerkt aan de vaststellingvan de definitieve GLB-tarieven. Ik ben verheugd te kunnen melden dat– aan boeren die meedoen aan de eco-regeling – € 60 uitgekeerd kanworden in de categorie brons, € 100 in de categorie zilver en € 200 in decategorie goud. Daarmee doet de vergoeding die boeren krijgen volledigrecht aan de inspanningen die zij hebben geleverd. Dat is belangrijk voorde betrouwbaarheid van het beleid en bevestigt het belang dat deoverheid hecht aan perspectief voor boeren die stappen zetten naar eentoekomstbestendige bedrijfsvoering. Het definitieve tarief van de kst-28625-380ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3801 basispremie zal in 2025 hoger uitkomen dan het minimum van € 158 perhectare waarmee ik eerder rekening hield. De publicatie van de definitievetarieven verwacht ik begin maart.De grote overinschrijving op de eco-regeling in 2025 waarover ik uwKamer eerder heb bericht, vertaalt zich dus niet volledig in een groteredruk op het budget. Dat komt met name doordat meer van de activiteitendie zijn opgegeven bij de Gecombineerde opgave, in de loop van vorigjaar zijn teruggetrokken door boeren of afgekeurd door RVO. Deuitbreiding van satellietmonitoring speelt daarbij een belangrijke rol. Ikneem die ontwikkeling mee bij de afwegingen rondom de verdereverbetering van de eco-regeling.GLB-tarieven 2026Vorig jaar heb ik gebruik gemaakt van de eenmalige mogelijkheid om debudgetverdeling in het Nationaal Strategisch Plan te wijzigen. Voor 2026 ishet budget van de eco-regeling met 50 miljoen euro verhoogd. Het is mijnverwachting dat daarmee een herhaling van de budgetproblemen kanworden voorkomen, hoewel het daadwerkelijke beroep op het budget vande eco-regeling elk jaar opnieuw afhangt van de eco-activiteiten dielandbouwers uitvoeren. Ook in 2027, het laatste jaar van de huidigeGLB-periode, is normaal gesproken voldoende budget gereserveerd voorde eco-regeling. Daarmee heb ik uitvoering gegeven aan de motie van hetlid Flach (SGP) (TK 36 600 XIV, nr. 55) waarin de regering wordt verzochtte zorgen voor consistentie in de hoogte van vergoedingen voor deeco-regeling en ook op langere termijn te zorgen voor voldoendemiddelen.De inzet van deze middelen is erop gericht om deelnemers aan deeco-regeling de afgesproken vergoeding te kunnen geven voor deinspanningen die zij leveren met het correct uitvoeren van de opgegeveneco-activiteiten. Tegelijkertijd moet dit ervoor zorgen dat de basisinko-menssteun voor alle boeren die bijdragen aan onze voedselzekerheid, oppeil blijft. Als de inschrijvingen in 2026 in het verlengde liggen van devoorgaande jaren, vertrouw ik erop dat dat gaat lukken. Dan kunnenboeren rekenen op € 171 basispremie per hectare en eco-premie terhoogte van € 60 voor brons, € 100 voor zilver en € 200 voor goud. Als deinschrijving in 2026 hoger ligt dan in voorgaande jaren, kan ik lagereGLB-tarieven echter niet uitsluiten.Het grote aantal teruggetrokken en afgekeurde eco-activiteiten in 2025 ende verlaging per 2026 van de waarde voor de eco-activiteit «Stikstofbin-dende gewassen», waarover ik uw Kamer op 4 juli 2025 (Kamerstuk28 625, nr. 376) heb geïnformeerd, zorgen ervoor dat boeren hun plannenvoor de eco-regeling in 2026 opnieuw goed moeten bekijken. Ik roepboeren nadrukkelijk op om zich te verdiepen in de voorwaarden vanactiviteiten en hun aanvraag up-to-date te houden om teleurstelling aanhet eind van het jaar te voorkomen.Samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwersMet de motie van het lid Grinwis (CU) (Kamerstuk 30 252, nr. 182) heeftuw Kamer mij verzocht, mede op basis van de lessen uit het PAVEx-project en de GLB-pilot Moderne Kringlooplandbouw, onwenselijkeknelpunten bij samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers,zoals bij het invullen van de Gecombineerde opgave, weg te nemen. Deafgelopen jaren zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de samen-werking in de praktijk en de knelpunten die worden ondervonden. Bij hetbenoemen van de knelpunten zijn drie onderwerpen naar voren gekomen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3802 Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), mestregelgeving en de fiscalebedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de landbouwvrijstelling.Als knelpunten binnen het GLB worden een aantal zaken genoemd, metname toegankelijkheid van de ecoregeling, mogelijkheden voor hetgezamenlijk aanvragen en het delen van percelen. Er zijn mogelijkhedenom een gezamenlijke GLB-aanvraag in te dienen, maar uit de onderzoekenkomt naar voren dat er grote verschillen zijn in omvang, diepgang enformaliteit van de verschillen samenwerkingsvormen. Dit maakt hetingewikkeld om de regelgeving voor het aanvragen van het GLB zo aan tepassen dat meer samenwerkingsvormen kunnen worden gefaciliteerd. Debelangrijkste belemmering is de verplichting dat de begunstigde debeschikking moet hebben over aangevraagde landbouwpercelen en hetvruchtgebruik ervan. Meerdere gebruikers registreren op eenzelfdeperceel is op dit moment echter niet te verenigen met de EuropeseGLB-regels. Binnen de eco-regeling zie ik mogelijkheden om het makke-lijker te maken voor bedrijven die grond uitwisselen in een samenwerkingom activiteiten in de eco-regeling ook makkelijker uit te wisselen, ofsamen dezelfde medaille te behalen. Dit komt echter neer op structureleingrepen in de eco-regeling en verhoging van de druk op het beschikbarebudget. Grote structurele wijzigingen zijn op dit moment niet wenselijk.Het lijkt me dan ook beter om de knelpunten uit de huidige periode mee tenemen bij de invulling van het plan voor het GLB post-2027.De administratieve last gerelateerd aan de mestboekhouding wordtbenoemd als één van de knelpunten, die mogelijk verbeterd zou kunnenworden. Bij het onderzoeksproject in het kader van PAVEx is er tot en meteind 2025 ontheffing verleend om het mogelijk te maken dat tweesamenwerkende agrarische bedrijven werkten onder één mestnummer.Door deze gezamenlijke mestboekhouding zouden betere bouwplankeuzes gemaakt kunnen. Een bredere uitrol hiervan levert echter welrisico’s op in relatie tot de borging en handhaving van de mestregel-geving. Andere maatregelen voor een betere facilitering van de samen-werking binnen de mestregelgeving vragen nog een mogelijke verdereuitwerking in het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Met betrekking totde Bedrijfsovernameregeling (BOR), in de voorbereiding van deherziening van de pachtregelgeving zal worden gekeken naar dedoorwerking in de wijziging op de mogelijkheden tot samenwerking.In het traject om te komen tot een integrale KPI-kernset voor de melkvee-houderij en de akkerbouw is ook aandacht gekomen voor samenwer-kingen tussen beide sectoren. In de afgelopen jaren zijn verschillendeonderzoeken en pilots uitgevoerd om nationale duurzaamheidsdoelen tevertalen naar bedrijfsniveau in concrete KPI’s. In een aantal pilots (zoals inDrenthe) zijn ook ervaringen opgedaan met samenwerkingen tussenbedrijven bij het toepassen van KPI’s. De WUR werkt in opdracht vanLVVN aan de wetenschappelijke onderbouwing van de integraleKPI-kernset voor melkveehouderij en akkerbouw. Hierin worden ookinzichten uit KPI-pilots meegenomen en aanbevelingen gedaan voor dedoorontwikkeling van KPI’s in de melkveehouderij en akkerbouw. In Q12026 wordt de onderbouwing door de WUR gepubliceerd.Omnibus GLBIn mijn brief van 16 december 2025 (Kamerstuk 28 625, nr. 379) heb ik uwKamer geïnformeerd over het onderhandelingsakkoord uit de triloog overde vereenvoudiging van het GLB. Diezelfde dag heeft het EuropeesParlement ingestemd met het akkoord en de Raad Algemene Zaken eendag later. De Omnibus-verordening is op 31 december 2025 gepubliceerd.Graag informeer ik uw Kamer hierbij nader over de concrete toepassingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3803 van het Omnibuspakket in Nederland en wat er voor boeren daadwerkelijkgaat veranderen.Belangrijke speerpunten voor Nederland bij de vereenvoudiging van hetGLB waren meer flexibiliteit in het beheer van de nationale strategischeGLB-plannen, het schrappen van de jaarlijkse prestatiegoedkeuring enaanpassing van de schadeberekening voor de Brede Weersverzekering.Deze onderdelen zijn overeind gebleven en treden direct in werking.Nederland zal daar zonder meer gebruik van maken.Verder kan een aantal vereenvoudigingen zo snel mogelijk in nationaleregelgeving worden verwerkt zodat landbouwers er vanaf 2026 profijt vanhebben. Dat betreft de bepaling dat biologische landbouwers automatischvoldoen aan de meeste goede landbouw en milieucondities (GLMC 1, 3, 4,6, 7 en 10), de vrijstelling voor landbouwbedrijven tot 30 hectare vancontroles en sancties op de verplichte gewasrotatie (GLMC 7) en deruimere steunmogelijkheden voor de sectorale interventie Groenten enFruit. Aan de bepaling van maximaal één GLB-controle per jaar zal inoverleg met RVO eveneens per 2026 invulling worden gegeven.Voor een aantal vereenvoudigingen geldt dat deze moeten wordenbetrokken bij de bredere beleidsafweging op dat specifieke terrein. Datbetreft een eventuele herziening van de definitie blijvend grasland, hetbetalen voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen en de inzet vancrisisbetalingen. Andere vereenvoudigingen hebben geen directegevolgen voor de Nederlandse situatie of zijn in de huidige GLB-periodeniet relevant. Dat laatste betreft met name de bepalingen ten aanzien vankleine landbouwbedrijven. Specifieke beleidsinzet op kleine landbouwbe-drijven kan door een volgend kabinet worden meegenomen in deafwegingen voor het GLB-plan vanaf 2028.De motie van het lid Van der Plas verzoekt de regering ervoor te zorgendat extra uitvoeringskosten die voortvloeien uit de implementatie van hetGLB niet worden afgewenteld op boeren (Kamerstuk 36 749, nr. 5). DeNederlandse implementatie zoals hierboven beschreven levert geenhogere uitvoeringskosten op en leidt niet tot nieuwe administratievelasten of regeldruk voor landbouwbedrijven. Daarmee heb ik uitvoeringgegeven aan de motie.Invloed van het NSP op bestaande marktinitiatievenDe motie van de leden Van der Plas (BBB) en Bisschop (SGP) (Kamerstuk28 625, nr. 321) verzoekt het kabinet bij de tussentijdse evaluatie van hetGLB-NSP specifiek mee te nemen of het Nationaal Strategisch Plan (NSP)invloed heeft op bestaande marktinitiatieven zoals Planet Proof ensoortgelijke concepten, en hierover te rapporteren in demid-termevaluatie.Uit navraag bij de Stichting Milieukeur (SMK), die verantwoordelijk is voorde meeste particuliere keurmerken, blijkt dat er een goede aansluiting istussen de regelingen in het GLB-NSP en particuliere certificeringsrege-lingen. Er lijkt geen sprake te zijn van verminderde deelname aancertificeringssystemen door invoering van de eco-regeling. Zij merken opdat de aansluiting van de eco-regeling op de keurmerken nog wel kanworden verbeterd, onder andere door de definities van de activiteitenbeter op elkaar af te stemmen. Daarmee wordt de duidelijkheid voor deboeren en de consistentie van regelingen vergroot. Het is daarbij welbelangrijk om vanuit de eco-regeling duidelijk te zijn over de nationale enEuropese kaders en om van daaruit de afstemming met certificeringssys-temen vorm te geven. De doelen uit het GLB-NSP moeten daarbij vooropTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3804 staan. In de verdere doorontwikkeling van de eco-regeling, ook voor denieuwe GLB-periode, zal hiervoor aandacht zijn.Jonge landbouwers en generatievernieuwingDe subsidiemodule Vestigingssteun voor Jonge Landbouwers (SVJL) is in2024 gestart en is in 2025 voor de tweede keer opengesteld. Dezeopenstelling was succesvol, met 549 goedgekeurde aanvragen van de 777ingediende aanvragen en een totaal toegekend bedrag van € 43,9 mln. DeSVJL wordt in 2026 voor de derde keer opengesteld. Daarnaast onder-steunt LVVN met € 4,4 mln. het meerjarige programma Voor de volgendegeneratie, waarin overheid, sector, adviespartijen en onderwijs samen-werken aan duurzame bedrijfsovernames. In 2025 is tevens € 1,2 mln.beschikbaar gesteld voor praktijkgericht onderzoek via SIA. Tot slot wordtde EIP-module Generatievernieuwing in mei 2026 voor de tweede keeropengesteld met een totaalbudget van € 676.605.Tot slot informeer ik uw Kamer over het recent gepubliceerde rapportBarrières en kansen voor agrarische zij-instromers van WageningenUniversity & Research1. Het rapport richt zich op mensen die buitenfamilieverband een landbouwbedrijf starten of overnemen, tegen deachtergrond van vergrijzing in de sector en het grote aantal bedrijvenzonder opvolger, terwijl er tegelijkertijd een groeiende groep gemoti-veerde potentiële toetreders is. Het rapport laat zien dat zij-instromerskunnen bijdragen aan innovatie, diversiteit en verduurzaming, maar ookaanzienlijke belemmeringen ervaren, zoals financiële drempels, beperktetoegang tot grond, gebrek aan netwerken en minder aansluitenderegelgeving. Ook overdragers hebben ondersteuning nodig. Het kabinetgebruikt dit rapport om gerichte oplossingen te ontwikkelen en alsbelangrijke input voor de nationale strategie voor generatievernieuwingvanaf 2028.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma1Barrières en kansen voor agrarische zij-instromers, E.T.M. Giesbers*, G.M. Splinter, W.H. vanEverdingen, M.P. Vijn, H.A.B. van der Meulen, A.C. Hoes (december 2025), https://edepot.wur.nl/705960Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3805
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.