Aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2025 begrotingshoofdstuk XXII Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Brontekst
Versie 6440efa28db39b84 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XXIIVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening (XXII) voor het jaar 2025Nr. 5 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 september 2024Ieder jaar stuurt de Algemene Rekenkamer uw Kamer enkele aandachts-punten bij de ontwerpbegrotingen van de ministeries ten behoeve van debegrotingsbehandeling. Deze brief gaat in op de ontwerpbegroting 2025(begrotingshoofdstuk XXII) van het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO).De onderwerpen in deze begrotingsbrief zijn:1.Stand van zaken aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer2.Doelen en kengetallen3.Financiële risico’s en onzekerheden4.Strategische Evaluatie Agenda5.Aankomend onderzoek Algemene Rekenkamer1. Stand van zaken aanbevelingen Algemene Rekenkamer De Algemene Rekenkamer brengt de volgende aanbeveling uit eerderonderzoek onder uw aandacht:Aanpak woningtekort, 23-06-2022: «Als besloten wordt de WBI [woning-bouwimpuls] voort te zetten, moet de Minister voor VRO zorgen voor eenwezenlijk andere vormgeving van de WBI om tot een doeltreffende endoelmatige besteding van publiek geld te komen.»1Op basis van ons onderzoek hadden we twijfel over de vraag of dewoningbouwimpuls een doeltreffend en doelmatig instrument was. Webevalen de Minister aan om:•de middelen gerichter in te zetten door ze te concentreren op regio’smet de grootste tekorten,•verdringingseffecten zo veel mogelijk te voorkomen zodat hetsubsidiëren van het ene woningbouwproject niet ten koste gaat vanandere, en1Algemene Rekenkamer (2022). Aanpak woningtekort. Den Haag: eigen beheer. Bijlage bijKamerstuk 32 847, nr. 920. Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 6. kst-36600-XXII-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 51 •het op lange termijn garanderen van de betaalbaarheid van de tebouwen woningen.De Minister voor VRO besloot om het beleid inzake de woningbouw-impuls in 2023 door te zetten. Het probleem dat de Algemene Rekenkamersignaleerde, namelijk de twijfels over de doeltreffendheid en doelma-tigheid van de woningbouwimpuls, is nog niet weggenomen. Door hetvoornemen van het kabinet-Schoof om de komende jaren wederom forste investeren in het ontwikkelen van nieuwe woningbouwlocaties blijvenonze aanbevelingen onverminderd relevant.Daarnaast wijzen wij u op de reactie van de Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties (BZK) op ons onderzoek naar Regio Deals inhet verantwoordingsonderzoek 2023 BZK.2 Hierin concludeerde deAlgemene Rekenkamer dat de Minister van BZK geen zicht heeft op of hetextra geld dat wordt verstrekt voor Regio Deals bijdraagt aan hetverminderen van achterstanden van kwetsbare regio’s en het oplossenvan maatschappelijke problemen in de regio’s. De Minister liet weten dathet gesprek over de effectiviteit van het beleid en de ontwikkeling vanindicatoren en methoden om die effectiviteit te duiden volop gaande is.Wij merkten daarbij op dat inzicht in resultaten van (extra) geld vanbelang is, ook als resultaten moeilijk meetbaar zijn. Dit draagt ook bij aanhet lerend vermogen van de rijksoverheid. De aankondiging in hetHoofdlijnenakkoord dat de Regio Deals worden uitgebouwd tot eenstructurele investeringsagenda maakt inzicht in resultaten des tebelangrijker.2. Doelen en kengetallen In de Staat van de rijksverantwoording 2023 (mei 2024) deden we deaanbeveling om bij een nieuw regeerakkoord de intensiveringen,ombuigingen en doelstellingen zodanig vast te leggen dat het parlementde voortgang en resultaten kan monitoren.3 De door de Tweede Kameraangenomen motie-Van der Lee (29 mei 2024) laat zien dat de TweedeKamer het belang van concrete doelstellingen onderschrijft (Kamerstuk36 560, nr. 5). We verwachten dat de Minister de doelen duidelijk envindbaar in haar begroting formuleert.Bij elke begroting wordt ook een factsheet Brede Welvaart van het CBSgepubliceerd (dit keer nog gebaseerd op de «oude» indeling van deministeries). Deze bevat een selectie van de indicatoren passend bij debetreffende begroting. Wij hebben in de ontwerpbegroting geenverwijzing naar doelen brede welvaart gevonden. Een van de door hetCBS opgenomen indicatoren (aardgasvrije woningen als percentage vanhet totaal woningen) komt overeen met een kernindicator die in deontwerpbegroting van VRO is opgenomen voor het beleidsdoel om meerwoningen aardgasvrij te maken. De link met de doelen brede welvaartwordt daarbij echter niet gelegd.De ontwerpbegroting bevat zoals voorgeschreven per begrotingsartikeldoelstellingen van het beleid van de Minister en in de ontwerpbegrotingzijn bij sommige artikelonderdelen ook doelstellingen opgenomen. Ook debeleidsagenda in de begroting bevat prioriteiten en/of doelstellingen. Wijwijzen de Tweede Kamer ter illustratie op een voorbeeld van een duidelijkomschreven doelstelling en kengetal in de begroting en op een voorbeeldmet een niet duidelijk omschreven doelstelling.2Algemene Rekenkamer (2024). Resultaten verantwoordingsonderzoek 2023 bij het Ministerievan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Den Haag: eigen beheer. Bijlage bij Kamerstuk36 560 VII, nr. 2. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024.3Algemene Rekenkamer (2024). Staat van de rijksverantwoording 2023. Den Haag: eigen beheer.Bijlage bij Kamerstuk 26 560, nr. 3, vergaderjaar 2023–2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 52 We stellen vast dat voor Woningmarkt in artikel 1 voor een deel van hetonderliggende beleid concrete doelen zijn opgenomen in de begroting.Het gaat om de doelen van de 6 beleidsprogramma’s van de NationaleWoon- en Bouwagenda. Dat zijn er 15 in totaal. Deze doelen hebbenbetrekking op beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van hetwoningaanbod in Nederland. Bijvoorbeeld: «Toewerken naar de realisatievan 100.000 woningen per jaar». Deze doelstelling is meetbaar endaardoor navolgbaar voor de Tweede Kamer. Per doel is daartoebovendien een kernindicator opgenomen in de begroting, en de stand per2022 en 2023 (voor zover data beschikbaar). Dit alles is op overzichtelijkewijze gepresenteerd in tabellen.De Minister van VRO is vanuit haar regierol in de ruimtelijke ordeningsamen met de sectorale vakministers verantwoordelijk voor het beleidvoor de leefomgeving. We stellen vast dat voor Ruimtelijke Ordening enOmgevingswet in artikel 3 geen doelstellingen zijn opgenomen diespecifiek, meetbaar en tijdgebonden zijn geformuleerd, en dat isopvallend met name in het kader van woningbouw, klimaat, stikstof enwaterveiligheid.3. Financiële risico’s en onzekerheden In de Staat van de rijksverantwoording 2023 stelden we vast dat deTweede Kamer regelmatig verrast wordt door berichten over uitgaven,inkomsten of resultaten die in de praktijk substantieel anders uitpakkendan was verwacht. We deden de aanbeveling om risico’s pro-actiever inbeeld te brengen en om aandacht te vragen voor de kwaliteit vanramingen.4 In deze begroting vinden wij die aandacht voor financiëlerisico’s niet expliciet terug.De Minister heeft concrete doelen voor woningbouw in de ontwerpbe-groting opgenomen, zoals de doelstelling om toe te werken naar derealisatie van 100.000 woningen per jaar. De Minister stelt de komendejaren in totaal € 5 mld. beschikbaar voor het bereiken van de doeleninzake woningbouw. Daarbij is het ook belangrijk om risico’s en onzeker-heden voor het behalen van de beoogde resultaten expliciet in beeld tebrengen. Als het gaat om het verhogen van het aantal te bouwenwoningen bestaat er risico op het niet behalen van de doelen, als gevolgvan onzekerheden. Voorbeelden hiervan zijn de stikstofproblematiek, debeschikbaarheid van voldoende bouwgrond, netcongestie en de perso-neelskrapte in de bouwsector en bij gemeenten. Wij zouden aandacht inde begroting voor deze risico’s passend vinden.4. Strategische Evaluatie Agenda (SEA) De Minister is verantwoordelijk voor het periodiek onderzoeken van dedoelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid dat aan zijn/haarbegroting ten grondslag ligt. Zo kan een Minister beleid op een onder-bouwde manier inrichten en bijsturen en zich goed verantwoorden overbehaalde resultaten. De SEA laat zien welke evaluaties zijn uitgevoerd engepland op de belangrijke beleidsthema’s van het departement. Eén keerper 4 tot 7 jaar vindt er per beleidsthema een periodieke rapportage plaatsdie – als het goed is – een compleet beeld geeft van de doelmatigheid endoeltreffendheid van het beleid per thema. Alle (terugkerende) uitgavenvan de Minister worden zo op deze wijze afgedekt met evaluaties. DeAlgemene Rekenkamer heeft bij het doornemen van de SEA van hetMinisterie van VRO op 2 aspecten gelet:4Algemene Rekenkamer (2024). Staat van de rijksverantwoording 2023. Den Haag: eigen beheer.Bijlage bij Kamerstuk 26 560, nr. 3, vergaderjaar 2023–2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 53 a. Afdekking van de uitgaven door evaluatieonderzoek De SEA is er op gericht om de beleidsthema’s en de daarbij behorendeuitgaven met onderzoek af te dekken. Uit de SEA blijkt dat alle(sub)thema’s (en daarmee alle beleidsartikelen) op hoog niveau zijnafgedekt met een beleidsdoorlichting of periodieke evaluatie. Bij derge-lijke synthetiserende evaluaties wordt gebruik gemaakt van evaluaties oplager niveau, bijvoorbeeld evaluaties van financiële instrumenten. DeMinister maakt in de uitwerking van de SEA (bijlage 6) niet inzichtelijk inhoeverre begrotingsmiddelen met evaluaties zijn afgedekt, en of er wittevlekken zijn. Daartoe is er geen formele verplichting, maar zo heeft deKamer niet een duidelijk beeld van de afdekking van de financiëlemiddelen met evaluaties en welke evaluatieopgave er voor de komendeperiode nog ligt. In de uitwerking van de SEA staan bovendien verschil-lende typen evaluaties, monitorings- en andere onderzoeken door elkaar,waarbij uit de toelichting soms lastig valt op te maken op welke wijze hetonderzoek inzicht beoogt te geven in de (voorwaarden voor) doeltref-fendheid en doelmatigheid van beleid.b. Evaluaties in de SEA die wij van bijzonder belang achten Gelet op het oplopende woningtekort dat veel burgers raakt en deprioriteit die het kabinet-Schoof geeft aan dit onderwerp, vinden we hetrecent afgeronde interdepartementaal beleidsonderzoek instrumentariumWoningbouw en Grond uit de SEA van bijzonder belang voor de TweedeKamer.55. Aankomend onderzoek Algemene Rekenkamer De Algemene Rekenkamer brengt 3 aankomende onderzoeken onder uwaandacht naar onderwerpen die vallen onder het nieuw opgerichteMinisterie van VRO. Deze 3 onderzoeken worden uitgevoerd in het kadervan het verantwoordingsonderzoek 2024:•Wonen (en zorg) voor ouderen (verantwoordingsonderzoek BZK 2024).Er is een oplopend woningtekort voor ouderen. De Minister van VROheeft de opgave om tot 2030 290.000 woningen voor ouderen terealiseren. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om nultredenwoningen engeclusterde woonvormen, zoals hofjeswoningen en serviceflats. Weonderzoeken in hoeverre het aannemelijk is dat de inzet van deMinister bijdraagt aan het realiseren van de 290.000 woningen voorouderen in 2030.•Totstandkoming informatie Renovatie Binnenhof (verantwoordingson-derzoek BZK 2024). Voor de renovatie van het Binnenhof hield devoormalig Minister van BZK rekening met een bedrag van ongeveer€ 2 miljard. Aanvankelijk betrof het budget € 475 miljoen. Weonderzoeken de totstandkoming van de informatie over de stijging vanhet budget.•Bouw betaalbare woningen op Bonaire (verantwoordingsonderzoek KRen BES-fonds 2024). Op Bonaire is een groot tekort aan betaalbarewoningen. Sinds 2019 heeft de Minister afspraken gemaakt over debouw van betaalbare woningen op het eiland. We onderzoeken inhoeverre het aannemelijk is dat het beleid tot de beoogde resultatenleidt.5Interdepartementale werkgroep Woningbouw en Grond (2024). Op grond kun je bouwen. IBOwoningbouw en grond. Bijlage bij Kamerstuk 32 847, nr. 1198. Tweede Kamer, vergaderjaar2023–2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 54 Wij vertrouwen erop dat deze brief behulpzaam is bij de begrotingsbehan-deling in uw Kamer.Algemene Rekenkamerdrs. P.J. (Pieter) Duisenberg,presidentdrs. C. (Cornelis) van der Werf,secretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 55
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.