KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 29 sep 2026 · Tweede Kamer

Tweeminutendebat Ontwerp-Natuurplan (CD 3/9) (ongecorrigeerd)

Brontekst

Ontwerp-Natuurplan Ontwerp-Natuurplan Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerp-Natuurplan (CD d.d. 03/09). De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerp-Natuurplan. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de minister van harte welkom in vak K. Ik ga eerst collega Van Dijk het woord geven. De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank u wel, voorzitter. Ik hoop in dit debat collega Flach te vervangen, die elders vertoeft. Alleen, in verband met mijn eigen agenda zou ik heel graag boven mevrouw Van der Plas op de sprekerslijst willen. Ik heb van de meeste collega's daartoe toestemming gehad, maar ik heb niet iedereen kunnen spreken, zeg ik heel eerlijk. Misschien dus bij dezen toestemming? De voorzitter: Ik zal eens even kijken of dat op enthousiasme kan rekenen. Dat is zo, dus we gaan de heer Flach, die nu de heer Van Dijk is, op nummer 2 zetten. Daarmee blijft de lijst ongewijzigd en gaan we als eerste luisteren naar het lid Kostić. Die spreekt namens de Partij voor de Dieren. Kamerlid Kostić (PvdD): Dank, voorzitter. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat onder andere het PBL stelt dat in het Ontwerp-Natuurplan de noodzakelijke aanvullende maatregelen voor herstel van de mariene ecosystemen van de Noordzee, Zuidwestelijke Delta en Waddenzee ontbreken; verzoekt de minister om in het Natuurplan vanaf 2027 gebiedsgerichte herstelmaatregelen voor de Noordzee, Zuidwestelijke Delta en Waddenzee op te nemen, voorzien van concrete hersteldoelen, en deze maatregelen zorgvuldig af te stemmen met alle betrokken partijen, waaronder het Noordzeeoverleg en het Omgevingsberaad Waddengebied, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić. Zij krijgt nr. 547 (33576). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland behoefte heeft aan doorbraken, en voor grote opgaven staat omtrent ruimtegebruik en natuurherstel; constaterende dat beleid op verschillende ministeries niet tegenstrijdig moet zijn maar moet aanvullen en versterken, zodat het werkelijk effect resulteert; verzoekt de regering de Nota Ruimte en het Natuurplan met elkaar te harmoniseren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić. Zij krijgt nr. 548 (33576). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het PBL stelt dat het Ontwerp-Natuurplan niet voldoende is om alle wettelijke doelen te halen; overwegende dat de Kamer eerder de regering heeft verzocht om de inrichting van Nederland in de Nota Ruimte juridisch houdbaar te maken (29435, nr. 303); verzoekt de regering ook het Natuurplan ten minste juridisch houdbaar te maken en in lijn met bestaande (wettelijke) afspraken, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić. Zij krijgt nr. 549 (33576). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat meerdere provincies, gemeenten, en waterschappen zich al inzetten voor natuurherstel door middel van bloemrijke dijken en natuurlijk bermbeheer; constaterende dat de Kamer de regering heeft verzocht om ervoor te zorgen dat de negatieve trend voor verschillende dierpopulaties, zoals wilde bijen en vlinders, zo snel mogelijk wordt gekeerd (21501-08, nr. 942); overwegende dat natuurlijk dijk- en bermbeheer binnen de bestaande ruimteverdeling een effectieve manier is om te werken aan natuurherstel en instandhouding van bestuivers voor onze voedselzekerheid; verzoekt de regering natuurlijk dijk- en bermbeheer in Nederland zo veel mogelijk de norm te maken, hierover met gemeenten, provincies en waterschappen afspraken te maken, en deze op te nemen in het Natuurplan, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić. Zij krijgt nr. 550 (33576). Kamerlid Kostić (PvdD): Dank u wel. De voorzitter: Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Bromet (PRO): Ja, voorzitter. Als PRO hebben wij dit ingebracht in het debat. Toen heeft de minister ook een toezegging gedaan; ik ga zo meteen vragen hoe het daarmee staat. Deze motie is dus een beetje mosterd na de maaltijd en overbodig, lijkt mij. Kamerlid Kostić (PvdD): Als dat zo overbodig blijkt te zijn, lijkt het me natuurlijk prima om die motie dan ofwel met z'n allen breed te ondersteunen, ofwel aan te houden of in te trekken met een stevige toezegging van de minister in deze lijn. Dat is allemaal wel prima; we doen hier geen wedstrijdje, we proberen er gewoon iets moois van te maken. De voorzitter: Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Van Dijk, die spreekt namens de fractie van de SGP. De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank, voorzitter. Dank aan al mijn goede collega's voor de coulance. Ik denk dat Landbouw echt een mooie commissie is; dat ervaar ik zo. Voorzitter. Laten we voorkomen dat we allerlei getallen op gaan schrijven die we niet waar kunnen maken, maar waar Brussel ons wel op gaat afrekenen. Zorgvuldige behandeling van het definitieve Natuurplan is daarom cruciaal. Kan de minister toezeggen dat het plan uiterlijk 1 juni naar de Kamer komt? Op twee punten zou ik graag per brief meer informatie willen. In het Natuurplan staat dat er 2.300 hectare droge heide bij moet komen. Ik vroeg tijdens het debat: waarom zoveel? We hebben het afgepeld en kwamen uiteindelijk uit bij een ecologische analyse uit 2014, waarin plompverloren staat dat er meer dan 10% droge heide bij moet komen, zonder verdere onderbouwing. Kan de minister alsnog zorgen voor herleiding naar de inhoudelijke ecologische onderbouwing? Mijn boodschap hierachter is: schrijf getallen niet klakkeloos over, zeker niet als ze tot doel verheven worden. Dan het andere punt. De Natuurherstelverordening geeft definities voor het herstel van habitattypen in een goede toestand. In het ontwerpplan staat een tijdelijke werkdefinitie voor "goede toestand". Dat roept vragen op; het luistert nauw. Wil de minister ons informeren over zijn uitleg ervan: wordt het niet gebaseerd op de kritische depositiewaarde? Tot slot één motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Ontwerp-Natuurplan aangeeft dat de toestand van honderden vierkante kilometers wetlands aan de kust in 2030 en daarna hersteld moet worden; overwegende dat deze opgave met name betrekking heeft op de estuariene natuur in de Westerschelde, waar eerder al ingrijpende ontpolderingen ten koste van vruchtbare landbouwgrond hebben plaatsgevonden; verzoekt de regering in het definitieve Natuurplan als uitgangspunt op te nemen dat na eerdere ontpolderingen in het Westerscheldegebied geen sprake kan zijn van nieuwe ingrijpende ontpolderingen en dat herstel buitendijks gerealiseerd moet worden, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Flach. Zij krijgt nr. 551 (33576). De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu wel luisteren naar mevrouw Van der Plas, die spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel. Vier moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat Nederland tegen de Natuurherstelverordening stemde en die verordening alleen een meerderheid kreeg doordat een Oostenrijkse minister tegen de wens van haar eigen regering voorstemde; overwegende dat nu stoppen goedkoper is dan doorgaan met de verdere uitvoering van een verordening die de Kamer in eerste instantie al niet wilde hebben; verzoekt de regering te onderzoeken of er binnen de EU voldoende steun bestaat om de Natuurherstelverordening in te trekken, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas. Zij krijgt nr. 552 (33576). Mevrouw Van der Plas (BBB): Alstublieft. De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering het Nederlandse concept-natuurherstelplan te vergelijken met de beschikbare plannen van ten minste Duitsland, België en Frankrijk en een aantal andere lidstaten, en inzichtelijk te maken waar Nederland verder gaat dan de Europese verplichtingen, en de Kamer hierover te informeren vóór vaststelling van het definitieve plan, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas. Zij krijgt nr. 553 (33576). Mevrouw Van der Plas (BBB): Alstublieft. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat boeren en ondernemers niet mogen vastlopen omdat ieder denkbaar effect op de natuur moet worden uitgesloten; overwegende dat de Natuurherstelverordening ook buiten Natura 2000 geldt, maar niet mag leiden tot een sluipende uitbreiding van het Natura 2000-regime; verzoekt de regering het voorzorgsbeginsel binnen Natura 2000 helder af te bakenen, zodat beperkingen berusten op een concreet en voldoende onderbouwd risico en de bewijslast voor initiatiefnemers proportioneel blijft; verzoekt de regering buiten Natura 2000 geen verdergaande bescherming in te voeren dan de Natuurherstelverordening vereist, met inachtneming van de daarin opgenomen drempels en uitzonderingen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas. Zij krijgt nr. 554 (33576). Mevrouw Van der Plas (BBB): Alstublieft. De laatste. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Rijk verantwoordelijk is voor het nationaal natuurherstelplan, terwijl provincies en andere medeoverheden een groot deel van de uitvoering op hun bord krijgen; verzoekt de regering geen nieuwe taken bij provincies en andere medeoverheden neer te leggen zolang benodigde capaciteit en middelen niet zijn geregeld, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas. Zij krijgt nr. 555 (33576). Mevrouw Van der Plas (BBB): Alstublieft. De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan luisteren naar mevrouw Vellinga-Beemsterboer, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Dank u wel, voorzitter. Er wordt in deze Kamer nog weleens gedaan alsof natuur en economie niet twee kanten van dezelfde medaille zijn. Niks is minder waar. Dat blijkt ook uit het manifest Netto Natuurwinst, waar het al even over ging tijdens het debat; collega Bromet noemde het. Aan dit manifest hebben projectontwikkelaars, banken en natuurorganisaties, die kansen zien, zich verbonden. Graag hoor ik van de minister of hij dezelfde kansen ziet en of hij bereid is het principe van het manifest actief mee te nemen in de uitwerking van het natuurplan. Dan een motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de minister van LVVN heeft toegezegd de Kamer in het eerste kwartaal van 2027 een statusupdate over het Natuurplan te sturen, inclusief reflectie van het kabinet op de PBL-doọrrekening van het Natuurplan; overwegende dat de keuzes in het Natuurplan, zoals de ruimtelijke toedeling van de natuuropgave die raakt aan de verdeling van schaarse ruimte, politiek-bestuurlijke afwegingen vergen; overwegende dat de Kamer niet in de positie is deze afwegingen mede te maken als de Kamer pas in juni 2027 voor het eerst inhoudelijk kan debatteren over het Natuurplan, gegeven de Europese deadline van 1 september; verzoekt de regering de toegezegde statusupdate uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 aan de Kamer te sturen en daarin, na overleg met medeoverheden (provincies, waterschappen) en maatschappelijke partners, voor alle inhoudelijke verplichtingen uit de Natuurherstelverordening beleidsopties uit te werken en de gevolgen van deze opties in beeld te brengen; verzoekt de minister daarbij per artikel in te gaan op in ieder geval de vereisten van de NHV per artikel en de beleidsopties die de minister ziet om hieraan te voldoen, inclusief voor- en nadelen, verwachte effectiviteit, ruimtelijke toedeling en juridische borging, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer en Koorevaar. Zij krijgt nr. 556 (33576). Dank u wel. En naar collega Koorevaar gaan we nu luisteren. De heer Koorevaar spreekt namens het CDA. Gaat uw gang. De heer Koorevaar (CDA): Dank u wel, voorzitter. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Europese Natuurherstelverordening voorschrijft dat in het natuurherstelplan de voorzienbare sociaal-economische effecten en geraamde voordelen van herstelmaatregelen worden opgenomen; overwegende dat natuurherstelmaatregelen grote gevolgen kunnen hebben voor de economische ontwikkelmogelijkheden en de leefbaarheid op het platteland; overwegende dat Vlaanderen voorafgaand aan beleidskeuzes een wetenschappelijk onderbouwde en maatschappelijk gedragen sociaal-economische impactanalyse laat uitvoeren, zodat naast de ecologische effecten ook de kosten, maatschappelijke effecten en aanvaarding kunnen worden betrokken bij de te maken keuzes; verzoekt de regering om, voordat definitieve keuzes over maatregelen in het Nederlandse natuurherstelplan worden gemaakt, een onafhankelijke sociaal-economische analyse uit te voeren, waarin zowel de economische haalbaarheid als de gevolgen voor de leefbaarheid van het platteland worden meegewogen, en deze analyse met de Kamer te delen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Koorevaar, Den Hollander, Vellinga-Beemsterboer, Van der Plas en Boomsma. Zij krijgt nr. 557 (33576). Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Bromet, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang. Mevrouw Bromet (PRO): Voorzitter. Ik hoor een heleboel moties ingediend worden waaruit een angst voor de natuur spreekt, terwijl de natuur ook iets heel moois kan zijn. Daar strekt mijn motie toe. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Europese Natuurherstelverordening doelen stelt voor stedelijke ecosystemen, terwijl keuzes over begrenzing, monitoring, methodiek en de opgave na 2030 in het Ontwerp-Natuurplan nog ontbreken; overwegende dat ambitieuze doelen voor stedelijke vergroening hittestress voorkomen en bijdragen aan leefbaarheid, gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit; verzoekt de regering de Kamer uiterlijk eind 2026 te informeren over de begrenzing, monitoring en methodiek rondom stedelijke ecosystemen en de gevolgen voor woningbouw en infrastructuur; verzoekt de regering voor de zomer van 2027 samen met gemeenten en de bouwsector een landelijke methodiek en uitvoeringsstandaard te ontwikkelen waarmee gemeenten kunnen bepalen waar extra bomen en groen wenselijk zijn en hoe dit bijdraagt aan de doelen van de Natuurherstelverordening; verzoekt de regering gemeenten met de wijken met de meeste hittestress extra bij te staan met financiële en andere ondersteuning om vergroening zo spoedig mogelijk te realiseren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet. Zij krijgt nr. 558 (33576). Mevrouw Bromet (PRO): Voorzitter. Ik heb nog een vraag, over het bermbeheer, waar ik het net over had naar aanleiding van een motie van de Partij voor de Dieren. Daarover heeft de minister gezegd: ik ga hierover spreken met de minister van IenW. Ik wil aan de minister vragen of hij dat inmiddels gedaan heeft en, zo ja, wat de uitslag was. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Boomsma, die spreekt namens de fractie van JA21. Gaat uw gang. De heer Boomsma (JA21): Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de Natuurherstelverordening verplicht tot herstelpercentages van habitattypen, positieve trends voor bestuivers, stedelijk groen en andere doelen; overwegende dat Nederland zelf de toestand van habitats, ecosystemen, referentieoppervlakten, bevredigende niveaus en de relevante trends kan en moet bepalen; overwegende dat het bepalen van referentiewaarden, meetmethoden en indicatoren daartoe en de beoordeling van de huidige toestand bepalend zijn voor de opgave en daarmee tevens grote juridische gevolgen kunnen hebben; overwegende dat de Kamer eerder heeft besloten geen nationale koppen te hanteren, maar dat de vraag ook is hoe de doelen en opgaven worden vastgesteld alvorens te kunnen weten wat wel geldt als nationale kop en wat niet; verzoekt de regering om bij de uitwerking van het natuurherstelplan per natuur- en hersteldoel inzichtelijk te maken: welke normen, doelen en eisen rechtstreeks door de Natuurherstelverordening worden voorgeschreven; welke variabelen, indexen, meetmethoden en referentiewaarden door Nederland zelf worden gekozen om de herstelopgaven, doelen, en bevredigende niveaus vast te stellen, te meten, en hoe trends daarin worden gewogen en beoordeeld; op welke wetenschappelijke onderbouwing deze berusten, welke keuzes daarin eventueel nog kunnen worden gemaakt en welk effect dat heeft op de omvang van de Nederlandse herstelopgave, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma. Zij krijgt nr. 559 (33576). De heer Boomsma (JA21): Dan de volgende motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat artikel 4 van de Natuurherstelverordening verplichtingen bevat voor het herstel en de uitbreiding van habitattypen; overwegende dat voor bedrijven en medeoverheden tijdig duidelijk moet zijn waar de herstel- en uitbreidingsopgave tot 2030 wordt gerealiseerd; verzoekt de regering uiterlijk 31 januari 2027 per habitattype, zoals bedoeld in artikel 4 van de Natuurherstelverordening, inzichtelijk te maken in welke Natura 2000-gebieden de herstel- en uitbreidingsopgave tot en met 2030 wordt gerealiseerd, en daarbij te motiveren en onderbouwen in welke gevallen realisatie buiten bestaande Natura 2000-gebieden noodzakelijk wordt geacht en waarom, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma. Zij krijgt nr. 560 (33576). Dank u wel. Dan gaan wij eerst luisteren naar mevrouw Den Hollander van de VVD, maar ik waardeer het enorme enthousiasme van de heer Grinwis. Blijf dus vooral in de buurt, zou ik zeggen. Gaat uw gang. Mevrouw Den Hollander (VVD): Voorzitter. Niet alleen de heer Grinwis is enthousiast vandaag, want het regent daadwerkelijk moties. Dat was ook wel een beetje de verwachting na het debat dat we gevoerd hebben in de commissie. Ook de VVD heeft heel veel vragen gesteld in de commissie, onder andere over nationale koppen, over of dingen wel proportioneel zijn, over de beschermde status van diersoorten — kunnen we daar nog eens kritisch naar kijken als dieren floreren en overlast veroorzaken voor andere belangrijke zaken? — en over objectieve metingen in natuurgebieden. Ik hoor vandaag alles langskomen in moties, dus we gaan de appreciatie zo meteen horen. Dan zullen we bekijken hoe onze stem uitpakt. Wij hebben heel veel toezeggingen ontvangen en zijn daar heel tevreden mee. Daarom hebben we vandaag geen moties. Maar we zullen wel enkele moties ondersteunen die vandaag toch goed gevonden zijn. De komende maanden zullen we alle voorstellen die langskomen, goed bekijken. We zullen vooral beoordelen of ze noodzakelijk, proportioneel, uitvoerbaar, juridisch houdbaar en financieel gedekt zijn, waar wij een toezegging op hebben gekregen in het commissiedebat. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij nu wel luisteren naar de heer Grinwis, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang. De heer Grinwis (ChristenUnie): Dank u wel. Ik heb alleen maar moties met mevrouw Den Hollander. Dit wordt dus goed gemaakt. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) een belangrijke rol kan spelen in het creëren en onderhouden van natuur in het landelijk gebied; overwegende dat voor een effectieve uitvoering van de Natuurherstelverordening inzicht nodig is in de bijdrage die het ANLb kan leveren aan het behalen van de instandhoudings- en hersteldoelen; verzoekt de regering om in het definitieve Natuurplan inzichtelijk te maken wat de bijdrage wordt van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer aan de doelen uit artikelen 10 en 11 van de Natuurherstelverordening, en daarbij aan te geven welke randvoorwaarden, middelen en aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om deze bijdrage daadwerkelijk te realiseren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Den Hollander. Zij krijgt nr. 561 (33576). De heer Grinwis (ChristenUnie): Twee. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat natuurdoelen moeten worden geïmplementeerd in gebieden die sterk verschillen in landschap, grondgebruik, ecologische omstandigheden en sociaaleconomische context; overwegende dat succesvolle implementatie vraagt om betrokkenheid van bewoners, agrariërs, natuurbeheerders, medeoverheden en andere gebiedspartijen; verzoekt de regering om bij de uitvoering van het Natuurplan zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande gebiedsprocessen en gebieden de ruimte te geven invulling te geven aan de doelen op een manier die past bij de lokale omstandigheden, en dit uitgangspunt expliciet op te nemen in het definitieve Natuurplan, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Den Hollander. Zij krijgt nr. 562 (33576). De heer Grinwis (ChristenUnie): Ten slotte. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er in het Ontwerp-Natuurplan onvoldoende inzichtelijk is welke resterende opgave er is boven op bestaand beleid, en welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de verplichtingen uit de Natuurherstelverordening te voldoen; overwegende dat duidelijkheid over de aard, omvang, planning en financiering van de resterende opgave noodzakelijk is om tijdig politieke keuzes te kunnen maken; verzoekt de regering om voor vaststelling van het definitieve Natuurplan de Kamer te informeren over en te betrekken bij de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de resterende opgave, inzichtelijk te maken welke ruimte deze maatregelen vergen en deze maatregelen te voorzien van een tijdpad en financiële onderbouwing, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Den Hollander. Zij krijgt nr. 563 (33576). De heer Grinwis (ChristenUnie): Tot zover. De voorzitter: Wat een samenwerking. Dank u wel. Dan gaan wij tot slot luisteren naar de heer Dekker, die spreekt namens Forum voor Democratie. De heer Dekker (FVD): Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Veluwe achtereenvolgens loofbos, ijzerproductiegebied, molenlandschap met sprengen, schapenheide, productiebos en militair oefenterrein is geweest; constaterende dat het Ontwerp-Natuurplan desondanks uitgaat van "terug naar de oorsprong", zonder te bepalen naar welke periode dat zou moeten; overwegende dat herstel van sprengen, heide of loofbos geen objectieve natuurmaatregel is, maar een keuze van smaak met concrete kosten voor huidig gebruik; verzoekt de regering in het Natuurplan per gebied expliciet te onderbouwen naar welk historisch referentiejaar wordt hersteld, wat dat kost en welke bestaande functies daarvoor wijken, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker. Zij krijgt nr. 564 (33576). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Ontwerp-Natuurplan zelf stelt dat bestaand beleid niet volstaat en dat er een restopgave resteert; constaterende dat verslechteringsverbod en verbetergebod betekenen dat elke hectare, trendlijn of indicator later kan worden ingezet in bezwaarprocedures en vergunningstillegging; overwegende dat de nadelen hiervan op korte termijn neerslaan bij boeren en vissers, terwijl de beoogde baten onzeker en langjarig zijn; verzoekt de regering geen restopgave, areaaldoelen of indicatoren vast te stellen die extra gebruiksbeperkingen voor landbouw en visserij tot gevolg hebben, zolang niet is aangetoond dat de Nederlandse natuur aantoonbaar verslechtert, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker. Zij krijgt nr. 565 (33576). De heer Dekker (FVD): Ten slotte. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat wat nu nog "ontwerp" en "nog geen keuzes" heet, volgend jaar "wet", "middelen" en "gebiedsbeleid" kan worden; overwegende dat de EU-Natuurherstelverordening Nederland dwingt tot herstel van een landschap dat grotendeels door mensen is gemaakt; verzoekt de regering de verordening politiek te bestrijden, geen nationale koppen te zetten op de implementatie en geen gebiedsgerichte herstelplannen vast te stellen voordat de Kamer zich heeft uitgesproken over de restopgave en de juridische gevolgen van het verslechteringsverbod, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker. Zij krijgt nr. 566 (33576). Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben om tot appreciaties van de ingediende moties en tot beantwoording van de vragen te komen. Ik schors voor tien minuten. De vergadering wordt van 17.48 uur tot 18.00 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerp-Natuurplan. We zijn toegekomen aan de termijn van het kabinet. Ik geef daartoe de minister van harte het woord. Gaat uw gang. Minister Van Essen: Voorzitter. Omwille van de tijd en de hoeveelheid moties zal ik het kort proberen te houden. De motie-Kostić op stuk nr. 547 over herstelmaatregelen voor mariene ecosystemen zou ik graag oordeel Kamer willen geven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 547 krijgt oordeel Kamer. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 548 over de Nota Ruimte is wat mij betreft overbodig; uiteraard stemmen we grote beleidstrajecten goed met elkaar af. De voorzitter: De motie op stuk nr. 548 is overbodig. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 549 zou ik oordeel Kamer willen geven; die gaat over de juridische houdbaarheid van het Natuurplan. De voorzitter: De motie op stuk nr. 549 krijgt oordeel Kamer. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 550 over afspraken voor natuurlijk dijk- en bermbeheer is volledig in lijn met de motie die mevrouw Bromet recent heeft ingediend. Die zou ik daarmee het oordeel overbodig willen geven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 550 krijgt de appreciatie overbodig. Dan de motie op stuk nr. 551. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 551 gaat over de ontpoldering van de Westerschelde. Zoals ik in het debat heb gezegd, realiseer ik me heel goed dat ontpoldering in Zeeland zeer gevoelig ligt. Wij onderzoeken op dit moment wat er nodig is voor de wetlands wat betreft die NHV-opgave. Wij combineren dat ook nadrukkelijk met andere kansen in het gebied. Deze motie komt daarmee te vroeg en is dus ontijdig. De voorzitter: De motie op stuk nr. 551 krijgt de appreciatie ontijdig. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 552 over de EU-inzet wat betreft de NHV zou ik willen ontraden. De voorzitter: De motie op stuk nr. 552 wordt ontraden. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 553 is wat mij betreft overbodig, omdat we de motie-Van Campen al uitvoeren en daarmee al geen nationale koppen toevoegen. De voorzitter: De motie op stuk nr. 553 is overbodig. Dan de motie op stuk nr. 554. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 554 zou ik willen ontraden, omdat het Europees Hof gaat over de interpretatie van het voorzorgsbeginsel. De voorzitter: De motie op stuk nr. 554 wordt ontraden. Mevrouw Van der Plas heeft een vraag over de motie op stuk nr. 552 of over de motie op stuk nr. 553. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Plas (BBB): Om te beginnen heb ik er eentje over de motie op stuk nr. 552. De minister zegt gewoon: die ga ik ontraden. Daar kwam helemaal geen toelichting op. Misschien kan ik wel een toelichting geven op mijn motie. Wij horen namelijk van andere lidstaten die voor hebben gestemd, dat die zich kapot geschrokken zijn van wat dit eigenlijk inhoudt. Die zitten nu een beetje op het punt waarop ze zich afvragen: hadden we dit nou wel moeten doen? De vraag is gewoon — volgens mij is die vraag heel legitiem — om te onderzoeken, samen met de andere partners en lidstaten in de EU, hoe de vlag er nou bij hangt. Ik vind het dus heel raar dat die motie ontraden wordt. Dat wordt die gewoon omdat de minister dat niet wil doen. De voorzitter: Mevrouw Van der Plas, de minister gaat over z'n eigen appreciaties. Minister Van Essen: Deze minister heeft een opdracht en in die opdracht uit het coalitieakkoord staat dat we de NHV uitvoeren. Dat is voor mij leidend. Ik heb altijd oog — dat zult u ook in andere moties zien — voor de sociaal-economische impact, maar uiteindelijk is natuurherstel ook gewoon een kans. De voorzitter: Mevrouw Van der Plas, over de motie op stuk nr. 553? Of over de motie op stuk nr. 554? Mevrouw Van der Plas (BBB): Even kijken. Wat was de appreciatie bij de motie op stuk nr. 553? Dat had ik even gemist. De voorzitter: Overbodig. Mevrouw Van der Plas (BBB): Die was overbodig. De voorzitter: Omdat er een voorgaande motie is. Mevrouw Van der Plas (BBB): O ja, dat was ... Minister Van Essen: De motie-Van Campen. Mevrouw Van der Plas (BBB): ... de motie-Van Campen over dat er geen nationale koppen zouden komen. Nou, ik maak mij ernstig zorgen, hoor, want elke week hier op dinsdag bij de stemmingen vliegen de nationale koppen je om de oren; daar wordt dan allemaal voorgestemd. Ik zou de minister dus willen verzoeken om toch eens echt goed te kijken, samen met die omringende landen die in de motie worden genoemd, of dit inderdaad niet gebeurt, want als het eenmaal gebeurt, dan is het ook te laat en kunnen we het ook niet meer terugdraaien. Ik voel gewoon zo veel onwil bij deze minister — ik ga hier over mijn eigen woorden — terwijl dit gewoon hele grote gevolgen kan hebben in de toekomst, niet alleen voor boeren, maar ook voor gemeentes en ook voor provincies. De voorzitter: Mevrouw Van der Plas, u gaat over uw eigen woorden maar niet over de tijd van uw interrupties. Minister Van Essen: Ik denk dat die motie van de heer Van Campen heel duidelijk is en die voeren we uit: geen nationale koppen. En Nederland gaat niet verder dan de minimale vereisten van de NHV. Volgens mij kan ik dat niet duidelijker zeggen. Kamerlid Kostić (PvdD): Ten eerste dank voor de twee positieve appreciaties. Ik wil bij dezen aangeven dat ik de motie op stuk nr. 550 gewoon aanhoud. De voorzitter: Op verzoek van Kamerlid Kostić stel ik voor de motie (33576, nr. 550) aan te houden. Daartoe wordt besloten. Kamerlid Kostić (PvdD): Over de motie op stuk nr. 548 heb ik nog een vraag. Die wordt namelijk als overbodig gezien, maar wij vragen om de Nota Ruimte en het Natuurplan eigenlijk gezamenlijk aan te pakken. Dan zegt de minister: dat doen we sowieso al. Het is fijn dat deze minister dat wil gaan doen, maar in het verleden hebben we dat gewoon mis zien gaan, dus mijn concrete vraag is als volgt. Is het eigenlijk zo dat de minister zegt "ik ga hierover in gesprek met de minister van VRO en dat komt wel goed"? Minister Van Essen: Ja, dat is eigenlijk wat ik zeg. We hebben het Natuurplan kwantitatief verwerkt in de Nota Ruimte en voor 2040 en 2050 hebben we het kwalitatief verwerkt. Daarom kom ik tot het oordeel dat deze motie overbodig is. De voorzitter: Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 555. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 555 gaat over de natuurtaken. Die motie is overbodig, omdat ik in juni als vertegenwoordiger van het Rijk met medeoverheden bestuurlijke afspraken heb getekend, waarin eigenlijk al is afgesproken waar deze motie om vraagt. De voorzitter: De motie op stuk nr. 555 krijgt de appreciatie: overbodig. Mevrouw Van der Plas? Mevrouw Van der Plas (BBB): Ik wil even wachten totdat alles ... Ik heb namelijk een vraag over de motie op stuk nr. 547. De voorzitter: Mevrouw Van der Plas, heeft u een vraag over uw eigen moties? Mevrouw Van der Plas (BBB): Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 547. De voorzitter: Dan mag u die nu stellen. Mevrouw Van der Plas (BBB): Hierin worden namelijk specifiek het Noordzeeoverleg en het Omgevingsberaad Wadden genoemd, maar ik ga ervan uit dat er ook gewoon met de visserij wordt gesproken, want dit gaat natuurlijk hele grote gevolgen hebben voor de visserij. Wellicht is de minister dus bereid om aan de appreciatie toe te voegen dat er natuurlijk ook met de gebruikers van die gebieden, bijvoorbeeld de visserij, gesproken wordt. De voorzitter: Mevrouw Van der Plas, ik ga u helpen, want er staat "met alle betrokken partijen". Ik ga ervan uit dat de minister het ook zo gelezen heeft. Minister Van Essen: Ja, voorzitter. Ik heb met het NZO, waar de vissers ook in zitten, ook gewoon overleg hierover, dus ik vind het een vanzelfsprekendheid om te doen wat mevrouw Van der Plas hier vraagt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Plas (BBB): De NZO? Ik ken wel de Nederlandse Zuivel Organisatie, maar ... Minister Van Essen: Het Noordzeeoverleg, waar ook vissers, natuurorganisaties en overheden in zitten. De voorzitter: Ik wil graag verder naar de motie op stuk nr. 556. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 556 zou ik oordeel Kamer willen geven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 556 krijgt oordeel Kamer. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 557 zou ik ook oordeel Kamer willen geven, mits ik er een kleine interpretatie op los mag laten. Ik kijk daar ook even voor naar de heer Koorevaar. We hebben de WUR namelijk gevraagd om een sociaal-economische impactanalyse uit te voeren op die taskforcemaatregelen. Op het moment dat de andere maatregelen daarbuiten in een natuurplan zouden komen, voor de andere artikelen, dan maken we daar een eigen impactanalyse voor. Dan wordt er dus voor alles een impactanalyse gemaakt, maar het is niet één gehele impactanalyse. Met die interpretatie kan ik 'm oordeel Kamer geven. De voorzitter: Ik kijk voor deze interpretatie naar de heer Koorevaar. Hij gaat heel enthousiast reageren, zie ik. Gaat uw gang. De heer Koorevaar (CDA): Daar kan ik mee leven, maar het is een sociaal-economische analyse. Ik neem aan dat u dat ook bedoelt. De voorzitter: De minister. Minister Van Essen: Ja, dat bedoel ik. De voorzitter: Dan krijgt de motie op stuk nr. 557, zeg ik even voor de Handelingen, met deze interpretatie: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 558. Minister Van Essen: Voorzitter. Ik vraag om de motie op stuk nr. 558 aan te houden. Ik begrijp dat ik die vraag krijg, maar de motie ligt primair op het beleidsterrein van de minister van VRO. Ik wil u vragen de motie aan te houden, zodat ik de minister kan vragen deze schriftelijk te appreciëren. De voorzitter: Ik kijk naar mevrouw Bromet of zij daartoe bereid is. Mevrouw Bromet (PRO): Ik hoop dat dit voor de stemmingen van dinsdag kan. Minister Van Essen: Dat verzoek zal ik daar neerleggen. De voorzitter: De motie op stuk nr. 558 wordt aangehouden. Er wordt gewacht op de appreciatie van de collega in het kabinet. Op verzoek van mevrouw Bromet stel ik voor haar motie (33576, nr. 558) aan te houden. Daartoe wordt besloten. De voorzitter: Heb ik het zo goed afgeconcludeerd? Minister Van Essen: Uitstekend. De voorzitter: Dan de motie op stuk nr. 559. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 559, over de NHV-opgave, zou ik ook oordeel Kamer willen geven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 559 krijgt oordeel Kamer. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 560 zou ik willen ontraden, omdat 31 januari 2027 niet haalbaar is. 31 maart 2027 zou wel haalbaar zijn. De voorzitter: De motie op stuk nr. 560 wordt ontraden. De heer Boomsma (JA21): Ik ga er nog even naar kijken, maar ik denk dat ik de motie dan wijzig met de andere datum, die de minister noemde. De voorzitter: Voor de Handelingen: ik concludeer nu dat de heer Boomsma de datum gaat wijzigen naar de datum die de minister net noemde. Met die wijziging zou de motie oordeel Kamer krijgen. Minister Van Essen: Ja, dat vind ik een mooie positieve verwoording van wat we net zeiden. De voorzitter: Ik check nog even de hulplijn. Moment. We hadden zelfs een dubbele hulplijn. Minister Van Essen: Check, check, dubbelcheck. De voorzitter: Het klopt: met de nieuwe datum krijgt de motie op stuk nr. 560 oordeel Kamer. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 561 van de ChristenUnie, over het ANLb, zou ik oordeel Kamer willen geven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 561 krijgt oordeel Kamer. Minister Van Essen: Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 562. Die zou ik ook oordeel Kamer willen geven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 562 krijgt oordeel Kamer. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 563, over de maatregelen restopgave en de financiering daarvan, zou ik ook oordeel Kamer willen geven onder verwijzing naar het debat. De voorzitter: De motie op stuk nr. 563 krijgt oordeel Kamer. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 564 is wat mij betreft overbodig. Het Natuurplan gebruikt als basis ook de VHR-rapportage 2019-2025. De voorzitter: De motie op stuk nr. 564 krijgt de appreciatie "overbodig". Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 565 zou ik willen ontraden onder verwijzing naar het debat. Daarin hebben de heer Dekker en ik al het een en ander gewisseld. De voorzitter: De motie op stuk nr. 565 wordt ontraden. Tot slot de laatste motie. Minister Van Essen: De motie op stuk nr. 566 zou ik ook willen ontraden omdat we de NHV uitvoeren zoals bepaald in het coalitieakkoord. De voorzitter: De motie op stuk nr. 566 wordt ten slotte ook ontraden. Hiermee kijk ik naar de minister of er nog vragen openstaan. Minister Van Essen: Ik zou graag willen eindigen, maar ik heb nog vragen te beantwoorden. De eerste vraag, van de heer Van Dijk, gaat over het definitieve Natuurplan naar de Kamer sturen. Ik zal mijn toezegging gestand doen dat u als Kamer in de gelegenheid wordt gesteld om met mij het debat te voeren over het Natuurplan voordat ik het indien bij de Europese Commissie. Ik zal de Kamer voor het einde van het jaar verder informeren over de planning. Daar zal dit dan ook terugkomen. Dan de tweede vraag, over de definities van "herstel": worden die niet gebaseerd op de KDW? Nee, die worden niet gebaseerd op de KDW. Dan een vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer over het manifest Netto Natuurwinst. Ik zie dat ook als kans. We hebben daar ook over gesproken in het commissiedebat. Ik ben erover in gesprek met de initiatiefnemers, dus dat is positief. De vijfde vraag is hoe het staat met ecovriendelijk bermbeheer. Dit is een vraag van mevrouw Bromet. Ik heb inmiddels contact opgenomen met de minister van IenW. Het kabinet heeft een onderzoek bij Wageningen Environmental Research uitgezet om te kijken hoe het nu staat met natuurvriendelijk ecologisch bermbeheer bij de diverse overheden. Dat is met name gericht op gemeenten, provincies en waterschappen. Ik verwacht daarvan resultaat in het eerste kwartaal van volgend jaar. De minister van IenW heeft zelf ook een onderzoek uitgevraagd naar het bermbeheer bij Rijkswaterstaat. Daar verwacht ik eind dit jaar resultaten van. Laten we uiteindelijk ook gewoon constateren dat ecologisch beheer een hele belangrijke bijdrage levert aan de NHV-doelen, met name op het gebied van bestuivers. We nemen dat ook mee in het definitieve Natuurplan. De voorzitter: Bent u aan het einde gekomen van de vragen? Minister Van Essen: Nee, ik heb er nog een, namelijk over de droge heide en de onderbouwing daarvan. Wetenschappers gebruiken methodes uit Europese guidelines om te bepalen wat genoeg is voor een gunstige staat van instandhouding. Hoeveel precies genoeg is, is niet met een schaartje te knippen. Daarom wordt met de beste kennis het zo concreet mogelijk gemaakt. Maar getallen zijn niet in beton gegoten. Die wetenschappelijke bandbreedtes die we hanteren, zijn ook onderbouwd. De voorzitter: Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één korte vraag. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Ik ben blij om te horen dat de minister in gesprek is met de mensen van Netto Natuurwinst, maar de vraag was of de minister ook kansen ziet om dit als uitgangspunt mee te nemen in de uitwerking van het Natuurplan. Minister Van Essen: Ik ben daar positief over. Ik heb een gesprek met ze. Op basis van dat gesprek zou ik dat willen bepalen. U hoort al aan mij dat ik eigenlijk wel voornemens ben om dat te doen, maar ik wil het laten afhangen van het gesprek dat ik met hen heb. De voorzitter: Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: Wij stemmen volgende week dinsdag over de moties. Ik dank de leden en de minister voor hun aanwezigheid. Ik schors voor 45 minuten. De vergadering wordt van 18.12 uur tot 19.00 uur geschorst. ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag TK 7 - 2026-2027 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag TK 7 - 2026-2027 1

Versie 69459efde1678db24a8e24e3cdafb4cf5b625f4c4e50cb781d7b5b0309f915b2 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 409638b2ca6a7749

13 okt 2026 · c3b877e26259faf8

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.