KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over CTIVD Toezichtsrapport nr. 50 over bijdragen van de MIVD aan targeting

16 dec 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1147b845fe3ff8b4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 29 924Toezichtsverslagen AIVD en MIVD Nr. 145 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 16 december 2016 De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Defensie over de brief van 26 september 2016 inzake CTIVD Toezichtsrapport nr. 50 over bijdragen van de MIVD aan targeting (Kamerstuk 29 924, nr. 144). De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 13 december 2016. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. De voorzitter van de commissie,Ten Broeke De griffier van de commissie,De Lange kst-29924-145ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 29 924, nr. 1451 1. Zijn er organisaties die de wettelijke bevoegdheid hebben om te onderzoeken wat partijen met ontvangen gegevens gedaan hebben? Zo nee, is het wenselijk om dit wel te doen? 26. Tegenover wie leggen dergelijke diensten wel verantwoording af nu zij geen publieke verantwoording afleggen en op welke wijze wordt u daarover geïnformeerd? De controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is een nationale verantwoordelijkheid en dient als zodanig door landen zelf te worden uitgevoerd. In Nederland is de CTIVD belast met het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De CTIVD heeft geen wettelijke bevoegdheid of mogelijkheid om te onderzoeken wat buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten of militaire coalities met ontvangen gegevens hebben gedaan. Gezien het specifieke wettelijke kader waarbinnen de MIVD dient te opereren en de aard van de werkzaam-heden, is toezicht door buitenlandse toezichthouders ook niet wenselijk. 2. Wanneer komt u met een nieuw, duidelijk juridisch kader voor samenwerking van de MIVD met militaire coalities en buiten-landse Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten in het algemeen en voor de afzonderlijke verstrekkingen van gegevens in het bijzonder? 3. Deelt u de conclusie van de CTIVD dat het kader dat de MIVD hanteert tot op heden onvoldoende is toegespitst op het risico dat de MIVD met gegevensverstrekking ongewild een bijdrage kan leveren aan targetingprocessen, waarbij sprake is van onrechtmatig geweldgebruik? Kunt u uw antwoord toelichten? 6. Hoe wordt in contacten met buitenlandse Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten gewaarborgd dat door Nederland verstrekte inlichtingen niet bijdragen, direct dan wel indirect, aan onrecht-matig geweldgebruik? 12. Welke specifieke waarborgen vind u belangrijk om in te bouwen om onrechtmatig geweldsgebruik te voorkomen? 16. Hoe is het mogelijk dat het beleid van de MIVD tot op heden niet voldoende is toegespitst op het risico dat de MIVD met gegevensverstrekking ongewild een bijdrage kan leveren aan targetingprocessen waarbij sprake is van onrechtmatig geweldgebruik? 17. Wat is ervoor nodig om het staande beleid van de MIVD in overeenstemming te brengen met het door de Commissie beschreven juridisch kader? 21. Kunt u concreet en in detail aangeven hoe en op welke termijn alle zeven aanbevelingen van de CTIVD overgenomen gaan worden? Hoe gaat het huidige beleid aangepast worden om de aanbevelingen uit te kunnen voeren? 23. Is het waar dat wanneer het de CTIVD niet is gebleken dat de MIVD buiten het kader van militaire missies doelbewust gegevens heeft verstrekt aan buitenlandse (militaire) inlichtingendiensten, dat niet wil zeggen dat het ook niet is gebeurd en daarmee is uitgesloten dat het is gebeurd? Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 29 924, nr. 1452 24. Indien de commissie geen concrete aanwijzingen heeft dat bij het verstrekken van gegevens (geëvalueerd en ongeëvalueerd) een onaanvaardbaar risico is genomen, sluit dat een onaan-vaardbaar risico uit of is het mogelijk dat dit risico onbewust wel is genomen? Het door de CTIVD voorgestelde juridisch kader bevat waarborgen om het risico op het ongewild bijdragen aan onrechtmatig geweldgebruik te minimaliseren en stelt voorwaarden aan het verstrekken van gegevens die gebruikt kunnen worden in een targetingproces. Zoals ook door de commissie in het rapport wordt gemeld, sluit het gebruik van dit kader onrechtmatig geweldgebruik door de buitenlandse diensten op basis van verstrekte gegevens niet uit, maar verkleint het wel het risico hierop. Het bestaande juridische kader wordt aangepast overeenkomstig de aanbeve-lingen en zal in de eerste helft van 2017 worden ingevoerd. Bij de uitvoering van het huidige juridische kader worden de aanbevelingen wel reeds betrokken. 4. Is het problematisch dat de MIVD niet altijd op de hoogte is van het precieze doel waarvoor door hem verstrekte gegevens door de ontvanger worden gebruikt? 18. Is het juist dat het niet goed mogelijk is om vast te stellen of de MIVD, buiten militaire missies waaraan Nederland zelf deelneemt, bewust ten behoeve van targetingprocessen gegevens heeft verstrekt aan buitenlandse Inlichtingen- en Veiligheids-diensten, aangezien zij vaak niet aangegeven waarvoor inlich-tingen zijn gebruikt? 19. Acht u het problematisch als buitenlandse Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten niet aangeven wat zij met door Nederland verzamelde inlichten willen doen en hebben gedaan? Het is niet gebruikelijk dat diensten elkaar melden of (en zo ja welke) informatie ook voor andere doeleinden wordt gebruikt. Bij een bewuste bijdrage aan targeting is vooraf bekend dat de verstrekte inlichtingen deel uit kunnen maken van een targetingproces. De CTIVD heeft in haar onderzoek twee militaire missies aangetroffen, waarbij de MIVD gegevens verstrekte met het doel bij te dragen aan een targetingproces. Wanneer er aanwijzingen bestaan dat inlichtingen worden gebruikt voor een bijdrage aan onrechtmatig geweldgebruik, zal de MIVD actief navraag doen bij de betrokken partij. De uitkomst van de navraag kan tot herover-weging leiden van de samenwerking met de betrokken partij. Bij het uitwisselen van gegevens moet te allen tijde worden voldaan aan de wettelijke vereisten. 5. Hoe vaak heeft de MIVD actief navraag gedaan (feedbackloop)? 11. Hoe vaak heeft Nederland tussen 2010 en 2015 de samen-werking met buitenlandse Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten aangepast naar aanleiding van periodieke beoordelingen? Ik kan in het openbaar geen uitspraken doen over de inhoud van gesprekken met partners. Wanneer er aanwijzingen bestaan dat inlich-tingen worden gebruikt voor een bijdrage aan onrechtmatig geweldge-bruik, zal de MIVD actief navraag doen bij de betrokken partij. De samenwerking met buitenlandse diensten wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Wanneer er aanwijzingen bestaan dat inlich-Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 29 924, nr. 1453 tingen worden gebruikt voor een bijdrage aan onrechtmatig geweldge-bruik, zal de MIVD actief navraag doen bij de betrokken partij. 7. Moet bij de samenwerkingsrelatie voldaan worden aan alle (a t/m g) genoemde criteria? Zo nee, aan welke criteria moet dan in ieder geval voldaan worden en welk criterium heeft welke prioriteit? 8. Is aan de hand van de op pagina 16 genoemde criteria een lijst van landen op te maken waar in ieder geval wel en in ieder geval niet kan worden samengewerkt? 9. Staat bij het criterium wederkerigheid het belang van de MIVD dan wel de goede taakuitvoering van de MIVD voorop, of het belang van de nationale veiligheid? De MIVD beoordeelt voorgenomen en huidige samenwerkingsrelaties op alle genoemde criteria. Wanneer een beoordeling leidt tot de conclusie dat er risico’s verbonden zijn aan de samenwerking, dient het risico te worden afgewogen tegen het belang van samenwerking. Hierbij kan het belang van de nationale veiligheid doorgaans prevaleren boven een van de criteria waar niet of niet volledig aan wordt voldaan. Dit wordt in die gevallen ook aan de Minister voorgelegd. Er bestaat geen lijst van landen waarmee samenwerking op voorhand is uitgesloten. De overweging om al dan niet samen te werken met bepaalde landen wordt bepaald door concrete omstandigheden. Indien samenwerking wordt overwogen, wordt deze te allen tijd getoetst aan de samenwerkingscriteria. 10. In hoeveel gevallen is er tussen 2010 en 2015 sprake geweest van de derde-partijregel, waarbij de Minister toestemming heeft gegeven voor het verstrekken van door de MIVD ingewonnen informatie, via een buitenlandse Inlichtingen- en Veiligheidsdienst aan een andere partij? Bij de verstrekking van inlichtingen maakt de MIVD in samenspraak met de ontvangende dienst een afweging aan wie de gegevens kunnen worden verstrekt. Op deze wijze wordt op voorhand beoordeeld wie de inlichtingen mogen ontvangen. Een verzoek om de gegevens verder te verstrekken komt zodoende slechts sporadisch voor. 13. Hoe vaak heeft dit kabinet toestemming gegeven voor het doorgeven van ongeëvalueerde informatie en met wie is deze gedeeld? 14. Bent u het ermee eens dat alleen gericht verzamelde, geanaly-seerde data zouden mogen worden gedeeld om het schenden van de rechten van de betreffende persoon of groep te voorkomen? 15. Zijn er concrete aanwijzingen dat verstrekte gegevens in het verleden, direct of indirect, hebben bijgedragen aan onrechtmatig geweldgebruik? Wat wordt in deze context verstaan onder «concrete gegevens?» Het door de MIVD verstrekken van ongeëvalueerde gegevens is van belang voor het verkrijgen van voor Nederland belangrijke informatie. Op basis van wederkerigheid kan informatie worden uitgewisseld die anders voor een van de diensten niet of nauwelijks beschikbaar is. Voorts kan door het uitwisselen van ongeëvalueerde gegevens, gefragmenteerde informatie worden aangevuld. Dit kan leiden tot het verkrijgen van benodigde inzichten in een mogelijke dreiging. De CTIVD stelt in haar Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 29 924, nr. 1454 rapport dat zij niet is gestuit op concrete aanwijzingen die duiden op onrechtmatig geweldgebruik op grond van de door de MIVD verstrekte (ongeëvalueerde) gegevens. Over de specifieke aard en de omvang van samenwerking met buiten-landse diensten worden in het openbaar geen uitspraken gedaan. 20. Kunt u een voorbeeld noemen van een illegale targeted killing, bijvoorbeeld met een drone, door de Verenigde Staten? Zo nee, waarom niet? Het kabinet is terughoudend in het beoordelen van de rechtmatigheid van aanvallen met bewapende drones door andere landen in specifieke gevallen, omdat de feiten en omstandigheden van dergelijke aanvallen niet worden gedeeld. 22. Zijn de afwegingen die de MIVD gemaakt heeft in overeen-stemming met de wettelijke vereisten, inclusief de aanbevelingen van de CTIVD? De CTIVD concludeert dat de afwegingen van de MIVD in overeen-stemming met de wettelijke vereisten zijn gemaakt. De aanbevelingen van de CTIVD neem ik over. 25. De expliciete besluitvorming omtrent het uitwisselen van ongeëvalueerde gegevens vindt ten tijde van het onderzoeks-rapport nog niet plaats; is dit inmiddels wel het geval? Zo nee, op welke termijn zal dit het geval zijn? Ja. 27. Heeft u inmiddels van de MIVD verzoeken gehad om voor het wisselen van ongeëvalueerde informatie expliciet toestemming te geven? Ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 29 924, nr. 1455

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6523d48ed157195b

14 okt 2026 · acd26e645ee7c390

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.