KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie onderzoek regeldruk bij woningcorporaties

26 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 696f1f7948c98b9a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 453WoningcorporatiesNr. 580 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 januari 2026Om de woningcrisis met snelheid en ondernemerschap te kunnenaanpakken is het tegengaan van overbodige regeldruk een belangrijkspeerpunt. Met het programma STOER zet het kabinet breed in op hetaanpakken van onnodige of tegenstrijdige regels om versnelling vanwoningbouw te realiseren. Ook op andere fronten geldt echter dat eroverbodige en onnodige ingewikkelde regels gelden voor de volkshuis-vesting. Dat is bijvoorbeeld ook het geval voor de corporaties. Hoewel hetterecht is dat de corporatiesector gezien de taak die zij heeft en deoverheidsondersteuning die zij daarbij krijgt aan duidelijke wettelijkekaders is gebonden, vind ik het van belang dat doorlopend gekeken wordtof regels slimmer en minder kunnen.Met deze brief informeer ik uw Kamer over de bevindingen uit hetonderzoek naar regeldruk bij woningcorporaties dat onderzoeksbureauSEO in opdracht van Aedes heeft uitgevoerd. Het eindrapport is op11 november jl. door Aedes gepubliceerd1 en is bijgevoegd bij deze brief.Hiermee geef ik uitvoering aan de motie van het lid Welzijn2 die mijverzoekt om de bevindingen met Aedes te bespreken en eventuelevervolgacties met uw Kamer te delen.Algemene contextIk ben Aedes erkentelijk voor het initiatief om dit onderzoek te latenuitvoeren. In de aanpak van regeldruk is het belangrijk dat er, naast eenactieve inzet vanuit de overheid zelf om regels aan te pakken, ooknadrukkelijk gekeken wordt naar de signalen die uit het veld komen.Specifiek voor woningcorporaties is er, in de sector, bij de toezichthouder1https://aedes.nl/politiek/aedes-afschaffen-onnodige-regels-helpt-corporaties-bij-aanpak-woningnood2Kamerstuk 32 847, nr. 1358 kst-29453-580ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5801 en op mijn ministerie, al langer aandacht voor de gevolgen van regeldruken zijn de afgelopen jaren veel stappen gezet om deze te verlagen.Het is bekend dat de herziening van de Woningwet in 2015 gepaard gingmet een flinke toename van regeldruk. De conclusies van de Parlemen-taire Enquêtecommissie Woningcorporaties rechtvaardigden eenaanscherping van regelgeving en toezicht op de sector, en het wasbovendien nodig om aan staatssteunregels te blijven voldoen. De striktewettelijke voorschriften hadden als doel om te zorgen dat woningcorpo-raties zich weer gingen richten op hun maatschappelijke kerntaken: hetbouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen voor mensenmet een laag inkomen.Al na een paar jaar konden we vaststellen dat dat doel grotendeels wasbereikt. Sinds de Woningwet-herziening in 2015 zijn diverse evaluaties,van de Woningwet als geheel en van specifieke onderdelen, aanleidinggeweest om regels te verduidelijken, vereenvoudigen of zelfs teschrappen. Zo is met de herziening van de Woningwet in 2022 veeldetailregelgeving geschrapt om deze voor corporaties beter uitvoerbaar temaken en meer ruimte te bieden voor lokaal maatwerk. De toezichthouderkreeg meer ruimte voor risicogericht toezicht en administratieve lastenwerden waar mogelijk verlicht. De afgelopen jaren zijn er daarnaastdoorlopend kleinere en grotere wijzigingen van de Woningwet en hetBesluit toegelaten instelling volkshuisvesting (Btiv) doorgevoerd om deregels voor woningcorporaties te vereenvoudigen en het uitvoeren vanhun taak efficiënter te maken. Te denken valt aan het afschaffen van demarktverkenning, het invoeren van de digitale inkomenstoets, en hetversimpelen van procedures in het Btiv op een groot aantal punten.Op het gebied van monitoring en verantwoording zijn de afgelopen jarenook grote stappen gezet om administratieve lasten te verminderen. Alsinds 2018 werken de Autoriteit woningcorporaties (Aw), het Waarborg-fonds Sociale Woningbouw (WSW), Aedes en VRO samen aan hetstroomlijnen van data-uitvragen waarmee een flinke daling van adminis-tratieve lasten is bereikt. Het eerste convenant dat op dit vlak is geslotenin 2018 had tot doel in vijf jaar tijd de administratieve lasten met 50% tereduceren en dat doel is ook gezamenlijk bereikt. Afgelopen oktoberhebben de vier partijen een nieuw convenant voor vijf jaar afgesloten metde titel Gezamenlijk Realiseren van Informatieverbetering en Procesver-lichting (GRIP) om hier nog meer stappen in te zetten. Ten aanzien van deverantwoording in de jaarrekening heb ik uw Kamer vorig jaar geïnfor-meerd over een aantal voorgenomen vereenvoudigingen3. Hetwetsvoorstel om de waardering van het corporatiebezit sterk te versim-pelen stuur ik naar verwachting begin 2026 naar uw Kamer. Ook voer ikeen wijziging door om te zorgen dat alleen nog hele grote corporatiesworden aangemerkt als Organisatie van Openbaar Belang (OOB)waardoor de kosten van de jaarrekeningcontrole voor veel corporatiesnaar beneden kunnen4.Al met al zijn er in de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet en goederesultaten bereikt. Dat laat het eindrapport van SEO ook zien. Ik blijfaandacht houden voor mogelijke ongewenste gevolgen van regelgeving,want het werk is op dat gebied nooit af. Dit onderzoek levert nuttigenieuwe inzichten over waar nog kansen liggen voor verdere verbetering.In het onderzoek van SEO worden op vijf thema’s regeldrukknelpuntengesignaleerd. Op een aantal punten zijn ook suggesties voor verbeteringgedaan. Het betreft de volgende thema’s waar ik in het vervolg van dezebrief op in zal gaan:3Kamerstuk 32 847, nr. 12364Kamerstuk 33 977, nr. 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5802 –Verplichtingen binnen de jaarrekening–Data-uitvragen–Visitaties–Passend toewijzen–Regelgeving flora en faunaVerplichtingen binnen de jaarrekeningDe onderzoekers concluderen dat de kosten voor het opstellen van dejaarrekening in absolute zin relatief laag zijn, maar dat er desondanksenkele regeldrukknelpunten zijn geïdentificeerd. Concreet worden drieverplichtingen voor de jaarrekening genoemd waarvan de bevraagdecorporaties het nut minder zwaar wegen dan de moeite.Functionele model winst- en verliesrekeningWoningcorporaties zijn sinds de herziening van de Woningwet in 2015verplicht om de winst- en verliesrekening op te stellen volgens hetfunctionele model. In dat model worden kosten en opbrengsten toege-rekend aan de verschillende taken, zoals verhuur, nieuwbouw en verkoop.In het rapport van SEO wordt de aanbeveling gedaan om het functionelemodel af te schaffen en over te stappen op het eenvoudigere categorialemodel. Het toerekenen van kosten in het functionele model is arbeidsin-tensief, terwijl het in de praktijk weinig beleidsrelevante inzichtenoplevert. Woningcorporaties blijken intern veelal de categoriale indeling tegebruiken en maken vervolgens de vertaling naar de functionele indelingomdat het verplicht is voor de jaarrekening. Dit lijkt daarmee een bron vanonnodige regeldruk die afleidt van de kerntaak van corporaties. Ook voorhet werk van de Aw en het WSW blijkt de functionele indeling niet vangrote toegevoegde waarde. Daarom heb ik, na overleg met Aedes,accountants, Aw en WSW, besloten om vanaf de jaarrekening over 2026de functionele indeling te schrappen en in plaats daarvan de categorialeindeling voor de winst- en verliesrekening voor te schrijven.Scheiding tussen DAEB en niet-DAEBOp 16 december jl. heeft de Europese Commissie (EC) het nieuweDAEB-Vrijstellingsbesluit gepubliceerd. Het doel van deze herziening isom EU-lidstaten in staat te stellen betaalbare huisvesting sneller eneenvoudiger te ondersteunen.In het rapport van SEO wordt ingegaan op de mogelijkheid die de EC metdeze aanpassing van het DAEB-vrijstellingsbesluit lijkt te bieden voor hetvormen van een DAEB voor middenhuur. Volgens de onderzoekers kaneen DAEB voor middenhuur leiden tot lagere regeldrukkosten indien hetvermogen vrij inzetbaar wordt tussen sociale huur en middenhuur. Daarbijdoen de onderzoekers ook suggesties om de regeldrukkosten voor deoverblijvende niet-DAEB activiteiten te beperken.In mijn brief van 14 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over het besluitvan de EC en over de voorbereidingen die ik momenteel tref voorimplementatie5. Ik zie, net als SEO, mogelijkheden om bij de nadereuitwerking en implementatie de regeldrukeffecten te beperken. Op kortetermijn zullen de mogelijkheden hiertoe informeel met de EC wordenbesproken. In de eerste helft van 2026 zal ik uw Kamer informeren over devoorgenomen stappen naar aanleiding van het nieuwe Europese kader. Ikga er daarbij vanuit dat alle betrokkenen zich zullen inzetten voor een zo5Kamerstuk 27 926, nr. 399Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5803 groot mogelijke vereenvoudiging zodat corporaties hun maatschappelijkprestaties zo optimaal mogelijk kunnen bereiken.Berekening van de beleidswaardeDe reden dat de bepaling van de beleidswaarde naar voren komt als bronvan regeldruk is dat corporaties de beleidswaarde zelf beperkt gebruikenom te sturen op hun vastgoedportefeuille en om beleid te maken. Zijervaren het nut daarom als relatief laag ten opzichte van de moeite die hetkost. Voor de Aw en WSW speelt de beleidswaarde echter een belangrijkerol in het gezamenlijk beoordelingskader waarmee de financiëlegezondheid van corporaties en de voorwaarden voor geborgde finan-ciering worden getoetst. In het onderzoek van SEO zijn geen duidelijkeknelpunten naar voren gekomen ten aanzien van de berekening van debeleidswaarde.In 2024 is naar aanleiding van een evaluatie van het waarderingsstelselvoor corporaties een wijziging6 in de beleidswaarde doorgevoerd om dezebeter te laten aansluiten bij de corporatiepraktijk. Daarnaast zorgt devoorgenomen vervanging van de marktwaarde door de beleidswaardeervoor dat de vastgoedwaardering gemakkelijker en substantieelgoedkoper wordt. De conclusie van SEO is dan ook dat er geen additi-onele kansen zijn om de regeldruk op dit punt verder te verlagen.Data-uitvragenSEO concludeert in haar onderzoek dat corporaties veel regeldruk ervarenals gevolg van de data die zij verplicht moeten aanleveren voormonitorings-, toezichts- en borgingsdoeleinden. Corporaties gevenrichting SEO aan dat er niet alleen veel informatie wordt opgevraagd,maar dat er ook regelmatig wijzigingen zijn in welke data wordt uitge-vraagd. Ook hebben corporaties soms te maken met deels overlappendedata-uitvragen, omdat ook gemeenten data opvragen bij woningcorpo-raties. SEO adviseert daarom om een uitvoeringstoets in te voerenwanneer nieuwe data-uitvragen worden gedaan richting de sector.Samen met Aedes, de Aw en het WSW heb ik de afgelopen jaren albelangrijke stappen gezet om de regeldruk als gevolg van data-uitvragente beperken door deze gezamenlijk te coördineren. Hiervoor is sinds 2018SBR-Wonen in het leven geroepen waarin ik met bovengenoemde partijensamenwerk om onze data-uitvragen gezamenlijk en op vaste momenten inhet jaar via een uniform format aan de corporaties richten. BinnenSBR-Wonen is er al veel aandacht voor het beperken van regeldrukdoordat voorgestelde wijzigingen altijd vooraf worden voorgelegd aaneen expertgroep, bestaande uit een dertigtal corporaties. Bovendienvertegenwoordigt Aedes in dit verband het belang van de corporaties bijhet jaarlijks vaststellen van de gegevensmodellen en kan vanuit haar rolbinnen SBR sturen op het beperken van de regeldrukeffecten.Niettemin deel ik de bevinding van SEO dat er nog mogelijkheden voorverbetering zijn. Op dit moment vindt na het vaststellen van eengegevensmodel door SBR-Wonen al een regeldrukonderzoek plaats.Mogelijk kan een dergelijk onderzoek eerder in het proces plaatsvinden ofeen zwaarder gewicht krijgen bij het vaststellen van nieuwe gegevensmo-dellen. Ik ga hierover in gesprek met de Aw, WSW en Aedes om te bezienin hoeverre dit van toegevoegde waarde kan zijn. Ook is VRO recentgestart met een verkenning hoe verschillende data-uitvragen, bijvoor-beeld over woningbouwprojecten, beter geïntegreerd kunnen worden. Op6Staatscourant 2024, nr. 11434Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5804 dit moment wordt aan verschillende partijen (waaronder corporaties engemeenten) informatie op projectniveau uitgevraagd. Met een meergeïntegreerde aanpak kan mogelijk voorkomen worden dat verschillendepartijen over dezelfde projecten informatie moeten verstrekken.VisitatiesWoningcorporaties zijn verplicht om minimaal eens per vier jaar eenvisitatie uit te laten voeren. Uit het onderzoek van SEO blijkt dat niet allecorporaties het nut en de noodzaak van visitaties ervaren. Uit interviewskomt ook naar voren dat de toegevoegde waarde van visitaties voor hetveranderen van het beleid van corporaties beperkt zou zijn. De hoofd-reden is dat er meer leerinstrumenten zouden zijn en andere vormen vanbeoordelingen, bijvoorbeeld door de Aw, het WSW, de gemeenten enhuurders. Niettemin concludeert SEO ook dat een maatschappelijkevisitatie extra inzichten biedt over het maatschappelijk presteren vancorporaties. Bovendien concludeert SEO dat de totale kosten van visitatiesrelatief beperkt zijn in relatie tot de omvang van de woningcorporaties.De Stichting Visitaties Woningcorporaties Nederland (SVWN) heeft met devernieuwing van de visitatiemethodiek afgelopen jaren daarnaast bewustgestuurd op vermindering van kosten en administratieve lasten. Ik benbekend met de twijfel bij een deel van de corporaties over de toege-voegde waarde van visitaties voor het bijsturen van beleid. Waar hettoezicht door Aw zich voornamelijk richt op financiële continuïteit enorganisatieaspecten, wordt er bij een visitatie juist gekeken naar demaatschappelijke prestaties van een corporatie. Met een visitatie wordthet maatschappelijk presteren beoordeeld op basis van gesprekken methuurders, gemeente(n) en maatschappelijke partners.In 2019 heeft ABDTOPConsult onderzoek gedaan naar het visitatie-instrument. ABDTOPConsult concludeerde dat visitaties een toegevoegdewaarde hebben. Het geeft stakeholders, zoals gemeenten en huurders,inzicht in het volkshuisvestelijk en maatschappelijk presteren van decorporatie. Daarnaast is de informatie uit de visitatie ook belangrijk voorhet externe toezicht, uitgevoerd door de Aw. De Aw verkrijgt door middelvan de visitatierapporten inzicht in de maatschappelijke prestaties vanwoningcorporaties. Daarnaast gebruikt de Aw de visitatierapporten inhaar toezicht: de visitatierapporten geven informatie over of de corporatiehaar zaken op orde heeft. In de tweede plaats heeft ABDTOPConsultgekeken of er andere instrumenten zijn die dezelfde bijdrage als devisitatie kunnen leveren. ABDTOPConsult heeft geconcludeerd dat eendergelijk vergelijkbaar instrument op dit moment niet aanwezig is.Ik neem de opmerkingen van corporaties serieus dat de toegevoegdewaarde van visitaties als extra instrument om het beleid aan te passen inhun beleving is afgenomen. Ik zie dit als aanmoediging om het instrumentvisitatie te blijven ontwikkelen om zo de toegevoegde waarde te borgen.Begin 2026 organiseert SVWN een werkoverleg met onder andere Aedesen VRO om het instrument gezamenlijk aan te passen, te verminderen ofop te laten gaan in ander instrumentarium zodat de inspanning op desecundaire processen wordt verminderd.Passend toewijzenSinds de herziening van de Woningwet in 2015 is passend toewijzen eenverplichting voor woningcorporaties. Corporaties moeten aan 95% van dehuishoudens met een inkomen tot de inkomensgrens voor passendtoewijzen een woning toewijzen met een passende huur. De overige 5% isvrije toewijzingsruimte die door de corporatie kan worden ingezet om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5805 duurdere huurwoning te verhuren aan een huishouden met een inkomenonder de inkomensgrens voor passend toewijzen. Bij de invoering werdverwacht dat het passend toewijzen tot een forse stijging van regeldrukzou leiden. Door invoering van de digitale inkomenstoets in 2024 is de tijddie corporaties kwijt zijn per toewijzing al significant gedaald.In het onderzoek wordt een resterend knelpunt gesignaleerd bij deaccountantscontrole op het passend toewijzen. Accountants toetsen of deinkomenstoets juist is uitgevoerd en of de verantwoording hierovernauwkeurig is. In het onderzoeksrapport wordt gesuggereerd dataccountants hierbij een nultolerantieprincipe moeten hanteren, waarbijgeen enkele fout wordt geaccepteerd. Geïnterviewde corporaties gevenaan dat zij uit angst om de normen te onderschrijden in hun toewijzings-beleid een extra marge aanhouden. Dit om te voorkomen dat kleinefouten leiden tot het onderschrijden van de norm, wat corporaties veelreparatiewerk kan opleveren.In het accountantsprotocol7 voor de controle bij woningcorporaties zijneisen opgenomen voor hoe de accountant de nauwkeurigheid envolledigheid van de verantwoording dient vast te stellen. Het protocolschrijft op het onderdeel passend toewijzen echter geen nultolerantievoor. Volgens de voorschriften controleert de accountant 10% van hettotale aantal toewijzingen, met een minimum van 25 en een maximumvan 50. Zeker bij grote corporaties wordt daarmee maar een beperktaandeel van de toewijzingen gecontroleerd. Als uit deze controle fouten inde verantwoording blijken bepaalt de accountant op basis van het eigenprofessionele oordeel vervolgens wat hiervan de impact is op de totalepopulatie. Eén fout vormt daarbij niet automatisch een belemmering vooreen goedkeurend oordeel van de accountant. Wel kan het nodig zijn omextra toewijzingen te controleren om meer zekerheid te krijgen. Dat kanvoor zowel de corporatie als de accountant meer werk opleveren, maar isvanuit de algemene principes van de accountantscontrole nodig om toteen betrouwbaar oordeel te komen.Met de huidige voorgeschreven werkwijze is al gepoogd de administra-tieve lasten tot een minimum te beperken. Een nog verdere beperking vande controle lijkt niet verantwoord gelet op het belang van betrouwbareverantwoording. Niettemin vind ik het ongewenst als regelgeving diegericht is op betaalbaarheid voor huurders leidt tot onnodig risicomijdendgedrag bij corporaties. Het onderzoek maakt duidelijk dat corporatiesbelemmeringen ervaren om volledig gebruik te maken van de vrijetoewijzingsruimte. Daarom ga ik graag met de sector in gesprek om teachterhalen waar die belemmeringen precies uit bestaan en wat er nodigis om deze weg te nemen.Regelgeving flora en faunaIn het onderzoek komen de inspanningen die woningcorporaties moetenleveren op het terrein van flora en fauna naar voren als een belangrijkebron van regeldruk. Corporaties noemen hierbij onder andere de hogekosten voor het uitvoeren van verplicht flora- en faunaonderzoek encapaciteitsgebrek bij provincies en omgevingsdiensten.SEO concludeert dat de meeste corporaties het belang van soortenbe-scherming onderschrijven, maar dat zij de regeldrukkosten niet inverhouding vinden staan tot de gepercipieerde opbrengst. SEO geeft aandat de bevindingen in lijn zijn met de conclusies van de adviesgroep7Bijlage 4 bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5806 STOER8. Met dit advies ga ik voortvarend aan de slag, zoals ik op10 oktober jl. met uw Kamer heb gedeeld.Tot slotHet onderzoek dat Aedes heeft laten uitvoeren biedt zoals hierbovenbeschreven handvaten voor het verder beperken van de regeldruk in decorporatiesector. Ik vind het belangrijk dat de sector, de toezichthouder enmijn ministerie zich doorlopend blijven inzetten om dat te bereiken. In hetgeval van regeldruk geldt nog meer dan elders dat alle beetjes helpen endie kansen wil ik nooit onbenut laten.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. Keijzer8Kamerstuk 32 847, nr. 1383Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 453, nr. 5807

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3b51c7cc4d1c5b6f

14 okt 2026 · 686b8ba95bcc80af

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.