KamerkringInloggen
Kamerstuk

Amendement van het lid Dijkgraaf over o.a. het in de Jeugdwet opnemen van een horizonbepaling met betrekking tot gemeentelijke samenwerking

19 feb 2014 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 93a7c95326117bf9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 161Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet) Nr. 151 AMENDEMENT VAN HET LID DIJKGRAAF Ontvangen 19 februari 2014 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: INa artikel I, onderdeel Cb, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: CcArtikel 8c (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. De aanduiding «1.» voor het eerste lid vervalt. 2. Het tweede en derde lid vervallen. IINa artikel LIIB wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL LIIBa. WIJZIGING VAN DE JEUGDWET Artikel 2.8 van de Jeugdwet wordt als volgt gewijzigd: AHet tweede lid komt te luiden: 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gebieden worden aangewezen waarbinnen colleges met het oog op de samenhangende uitvoering van de aan de colleges en de gemeenteraden bij of krachtens deze wet en andere wetten opgedragen taken samenwerken, uitsluitend indien de noodzakelijke samenwerking in deze gebieden ontbreekt en nadat Onze Ministers op overeenstemming gericht overleg hebben gevoerd met de betrokken colleges. kst-33161-151ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 161, nr. 1511 B1. De aanduiding «1.» voor het eerste lid vervalt. 2. Het tweede tot en met vierde lid vervallen. IIIArtikel LIII wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de huidige tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende: 2. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel I, onderdeel Cc, drie jaar na het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Cb, in werking. 3. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel LIIBa, onderdeel B, drie jaar na het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 2.8 van de Jeugdwet in werking. Toelichting Bij de behandeling van de Jeugdwet is ten aanzien van de bevoegdheid om gemeentelijke samenwerking verplicht op te leggen een horizonbe-paling toegezegd ten aanzien van gemeentelijke samenwerking (Hande-lingen TK 10 oktober 2013, 12-32-47). In het debat lijkt echter ten onrechte te zijn verondersteld dat in een horizonbepaling voorzien kan worden zonder wettelijke regeling. Dit amendement verankert de toegezegde horizonbepaling alsnog in de Jeugdwet. Deze bepaling geldt eveneens ten aanzien van de bevoegdheid in de Participatiewet, aangezien het soortgelijke bevoegdheden betreft. Eveneens wordt de formulering van de aanwijzingsbevoegdheid geharmoniseerd met de formulering uit het amendement Dijkgraaf/Potters (33 161, nr. 149), waardoor het op overeenstemming gericht overleg ook geldt ten aanzien van de aanwij-zingsbevoegdheid uit de Jeugdwet. DijkgraafTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 161, nr. 1512

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b889d8726ab734b1

14 okt 2026 · 1cad52afb5f729e7

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.