Verslag van een interparlementaire conferentie over de toekomst van landbouw
Brontekst
Versie d6fc3901d13b3600 · officiële bron30 252 Toekomstvisie agrarische sector Nr. 226 Verslag van een interparlementaire conferentie Vastgesteld 14 september 2026 Het Iers EU-voorzitterschap organiseerde op 26 en 27 juli 2026 een interparlementaire bijeenkomst in Dublin over de toekomst van de landbouw. Hierbij lag de focus op generatievernieuwing en de deelname van vrouwen in de landbouw als voorwaarde voor voedselzekerheid. Namens de commissie LVVN was het lid Van der Plas (BBB) aanwezig, zoals afgesproken in de procedurevergadering van 1 juli 2026. Tijdens de IPC werd (zie agenda) in drie sessies gesproken over respectievelijk: (1) een overzicht van beleid voor vrouwen en generationele vernieuwing in de landbouw in Europa; (2) voorbeelden van best practices in landen met succesvol beleid voor generationele vernieuwing en vrouwen in de landbouw en (3) praktijkervaringen – hoe generatievernieuwing en betrokkenheid van vrouwen in de landbouw (kunnen) bijdragen aan voedselzekerheid. Elke sessie begon met een introductie door een panel van gezaghebbende personen op de thema’s, waarna nationale parlementen de kans kregen inbreng te leveren. De Nederlandse delegatie heeft inbreng geleverd zoals afgesproken voorafgaand aan de IPC, behalve tijdens de derde sessie (in verband met het halen van de terugvlucht). Samenvatting De teneur van de inbreng bij deze IPC was dat generatievernieuwing en een sterkere positie van vrouwen in de landbouw geen los sociaal thema zijn, maar direct raken aan voedselzekerheid, innovatie en transitie van de landbouw en de toekomstbestendigheid van het Europese platteland. Er is brede steun voor meer gerichte EU- en nationale maatregelen, maar discussie over de vraag hoe bindend deze moeten zijn. Veel nationale parlementen pleiten voor meer gerichte middelen daarvoor in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (hierna: GLB), specifiek voor jonge boeren. Tegelijkertijd wees de Europese Commissie (hierna: EC) op druk op het toekomstige EU-budget omdat het totale budget naar verwachting lager zal worden dan nu en het GLB concurrentie ondervindt van andere thema’s zoals defensie en veiligheid. Alleen financiering is volgens meerdere sprekers onvoldoende: toegang tot land en adequate financiering, opvolging, opleiding, kinderopvang, infrastructuur, sociale zekerheid, een integrale aanpak en eerlijkere ketens zijn minstens zo belangrijk. Een aantal lidstaten belicht best practices op die gebieden. Verschillende delegaties benadrukten dat genderneutraal beleid niet volstaat zolang vrouwen minder toegang hebben tot eigendom, besluitvorming en financiering. De tweede pijler van het GLB (plattelandsontwikkeling) kwam een paar keer terug als cruciaal instrument. In het voorstel voor het GLB 2028-2034 verdwijnt juist deze pijlerstructuur en worden inkomenssteun en plattelandsontwikkeling gecombineerd in een Single Fund. De rode draad was dat succesvolle generatievernieuwing vraagt om samenhangend, langjarig beleid op EU-, nationaal en lokaal niveau, ondersteund door adequate financiering. Introductie Veronika Murphy (voorzitter van het Iers lagerhuis) leidde de bijeenkomst in: de focus van het Iers EU-voorzitterschap ligt op de productie van veilige en kwalitatief hoogwaardige voeding die de natuurlijke hulpbronnen moet beschermen en duurzaam genoeg moet zijn, opdat toekomstige generaties dit kunnen blijven dragen. Daarnaast moet landbouw weer aanlokkelijk worden. In Verenigde Naties (VN)-verband is het jaar 2026 uitgeroepen tot het internationale jaar van vrouwen in de landbouw, dat betekent: gelijke mogelijkheden ‘to own, lead & succeed’. Het belang van jonge en vrouwelijke boeren voor de toekomst is cruciaal in Ierland met zijn dunne bevolkingsomvang. De voorzitter van de landbouwcommissie van het Iers parlement (Aindrias Moynihan) schetste dat landbouw steeds moeilijker wordt om in te werken. Meer landbeschikbaarheid, financiering, onderwijs, infrastructuur moeten allemaal bijdragen. Vrouwen hebben nog extra uitdagingen (cultureel, sociaal, gender en slechte toegang tot financiering). De geoormerkte financiering voor jonge boeren in het huidige GLB is drie procent van de directe inkomenssteun (8,5 miljard euro). In het voorstel voor het GLB voor 2028–2034 komen generatievernieuwing en versterking van vrouwen in landbouw aan bod. De EC beveelt aan om hier gerichte steun aan te geven via de landenspecifieke plannen. Er moet in dat verband een samenhangende strategie komen voor generatievernieuwing en vrouwen in landbouw die identificeert welke barrières er zijn, welke nationale doelen en maatregelen. Sessie I – beleid De drie sprekers onderstreepten het belang van generatievernieuwing en meer vrouwen in landbouw voor een weerbare en onafhankelijke samenleving en voor een duurzame landbouwtransitie. Meer vrouwen op leidende posities in de landbouw is geen luxe, maar een noodzaak voor de transitie en voor de lange termijn. Zij waren het daarnaast eens dat meer geld beschikbaar moet zijn voor deze thema’s, hoewel ze verschilden van inzicht in hoe en door wie. Daarnaast waren de sprekers van mening dat geld niet het enige middel is, maar dat ook ander beleid wenselijk is. Esther de Lange, chef kabinet Eurocommissaris Hansen voor landbouw Esther de Lange beschreef dat in het nieuwe GLB meer aandacht nodig is voor toegankelijkere landbouw voor jonge mensen (inclusief vrouwen). Het Europese platform ‘Women in farming’ is opgericht om goede praktijken en ervaringen te delen, meer dan 500 vrouwen in lidstaten zijn lid van het platform. Bijna 400.000 jonge boeren ontvangen steun vanuit het EU GLB. Nationale plannen moeten dit onderwerp adresseren. Naast financiering zijn innovatie, uitbouw van best practices en gerichte opleiding nodig. Met hulp van de Europese Investeringsbank wil de EC dat realiseren en wil zij innovatie faciliteren, juist bij jonge boeren. Ook is simpele en samenhangende regelgeving cruciaal en een omgeving waarin jonge boeren kunnen groeien. Maria Walsh –lid EP /AGRI namens EVP Op 21 oktober 2025 is de strategie voor generatievernieuwing door de Europese Commissie gepubliceerd. In mei jongstleden heeft Walsh als rapporteur in het Europees Parlement (EP) het concept-rapport over generatievernieuwing opgesteld. Voorstellen daarin zijn: Ook in de komende ronde moeten ambities worden vertaald naar het GLB. Tien procent van de GLB moet naar generatievernieuwing, aldus Walsh. Het onderwerp moet van elk lidstaten-plan deel uitmaken en dat moet bindend zijn. Er moeten duidelijke definities komen, zoals: wat is een boer. Er moet goede en waardige opvolging op boerderijen worden geregeld. Voor vrouwen moet worden gezorgd voor gedeelde verantwoordelijkheid voor zaken als toegang, kinderopvang, infrastructuur met een lump sum van 300 miljoen euro met gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeenschap voor zaken als thuisondersteuning. Er zijn specifieke gerichte financiële instrumenten nodig. Het volgende GLB vereist bindende doelen. En haar zelfbenoemde olifant in de kamer is: ‘ring fenced financiering ondermijnt de doelen. We moeten niet vernauwen, maar juist kijken naar groei van boerencoöperaties.’ Verder schetst ze het belang van de tweede pijler van het GLB, deze richt zich volledig op plattelandsontwikkeling. Waar de eerste pijler bestaat uit directe inkomenssteun voor boeren, ondersteunt de tweede pijler de langetermijn-duurzaamheid van het platteland (maar deze pijlerstructuur dreigt te verdwijnen in het nieuwe GLB). Sinéad McPhilips – Secretaris-Generaal landbouwdepartement Ierland McPhilips geeft in aanvulling een cijfermatig beeld van de situatie van jonge en vrouwelijke boeren: EU 31,5 procent van alle boerderijmanagers zijn vrouw (13,2 procent in Ierland) 35,5 procent van alle boerderijmedewerkers zijn vrouw (34 procent in Ierland) 5,6 procent van alle boerderijmanagers is onder 35 jaar (4,3 procent in Ierland) Familie(landbouw)bedrijven vormen 90 procent van de 8,8 miljoen boerderijen in de EU Ierland Bijna 40 procent van de boerderij-eigenaren zijn ouder dan 65 jaar. Bron: Eurostat, over 2023 Inbreng nationale parlementen Veel nationale parlementen leveren inbreng, waarbij het veelal gaat over ondersteuning die nodig is, zoals kinderopvang, meer geld (nationaal en EU), dat het vak weer aantrekkelijk moet worden, dat land beter toegankelijk moet zijn. Ook moeten regels simpeler zijn en moet de keten eerlijker worden. Waar wel een relatief hoog percentage vrouwen in de landbouw is, zitten vrouwen vaak niet op de plek waar ze (mede) invloed kunnen uitoefenen. Genderneutraal beleid is dan niet genoeg, er zijn data nodig over landgrootte, boerderijgrootte en aandeel in besluitvorming, alsmede betere toegang tot financiële instrumenten. In het GLB moet het simpeler worden geregeld met betere overname mogelijkheden. In het huidige GLB is slechts drie procent voor jonge boeren bestemd. De generatievernieuwingsvoorstellen van de EC stellen verdubbeling van ambitie, maar vermindering van (ring fenced) financiering voor. En welke bindende waarborgen zijn er om de doelen te halen? Ook werknemersrechten op de boerderij worden aangehaald, de rechten van de arbeiders moeten beter geborgd, aldus sommige delegaties. Vrouwen, zo zegt een aantal delegaties, kunnen landbouw beter innoveren en winstgevend houden. Maar hebben ook meer aandacht voor duurzaamheid. Denemarken pleit ervoor dat duurzaamheid in het GLB beter wordt onderbouwd dan nu (qua pesticiden-gebruik, CO2-uitstoot, dierenwelzijn). In relatie tot landbouw moet een sterker GLB maar ook waterbestendigheid centraal staan, dat is cruciaal voor de landbouw, zeker met de huidige bosbranden (aldus Spanje). Er is bijval van diverse delegaties voor de tweede pijler GLB. De EU-strategie voor generatievernieuwing is positief maar niet bindend, dit zou wel moeten volgens een aantal delegaties. Reactie panel De Lange is stellig over het nieuwe MFK en GLB: er is maar één lidstaat die een groter budget wil. De rest wil juist minder. Dus neemt de bijdrage ook af, ook omdat er meer aandachtsgebieden zijn (defensie/veiligheid). Landbouw is feitelijk nog het enige beleidsonderdeel dat zo’n grote ring fenced funding heeft voor eigen beleid. Lidstaten kunnen bovenop ring fenced nog ander geld hiervoor toekennen (flexibiliteiten). Ze noemt irrigatie als voorbeeld van hoe je een combinatie van GLB, Europese cohesiegelden en andere funding kunt gebruiken en synergie kunt verkrijgen. Maria Walsh benadrukt dat ook moet worden gekeken naar de keten: elke euro die niet naar landeigenaren (zoals banken) gaat, kan naar jonge boeren. Daarnaast betekent een smaller budget niet dat er minder focus is. Sinéad McPhilips bepleit het opnemen van generatievernieuwing en genderbeleid in alle beleid. Voorspelbaarheid is daarbij nodig. Sessie II – best practices Johannes Abentun - Secretaris-generaal ministerie Landbouw Oostenrijk - In Oostenrijk zijn drie factoren bepalend voor een succesvol beleid voor generatievernieuwing: (1) aantrekkelijke leefomstandigheden op het platteland; Oostenrijk heeft met behulp van de 2e pijler van het GLB al vanaf de jaren ’90 geïnvesteerd in zaken als transport naar afgelegen gebieden, kinderopvang, bejaardenzorg, en dat is nu succesvol gebleken. (2) een bepaalde hoge status voor boeren: boeren krijgen geen subsidie, ze krijgen ‘performance compensation’. Boeren worden gerespecteerd in Oostenrijk en jonge mensen voelen zich daardoor meer aangetrokken tot het vak. (3) scholing en training, met specifieke programma’s op middelbare school en op de universiteit. Hier leren jonge mensen niet alleen de techniek van het vak, maar leren ze ook verantwoording en verantwoordelijkheid te nemen. Peter Meedendorp - Voorzitter van de jonge boeren in Europees verband CEJA: geeft een vijftal lessen mee aan het gehoor: (1) generatievernieuwing is een beleidskeuze, geen demografische trend, het is de uitkomst van samenhangend beleid. Succesvolle landen hebben toegang tot land goed geregeld. Ruimtelijke planning, toegang tot grond, transparantie in landeigendom werken in de meeste landen niet in het voordeel van de jonge boeren. (2) Hij meent dat jonge mensen meer in de toekomst investeren. Maar ze hebben dan wel vertrouwen nodig dat ‘boer zijn’ inkomsten kan opleveren. Ze willen ondernemersrisico’s nemen maar het moet wel haalbaar zijn. (3) Succesvolle landen investeren in goede mensen en niet alleen in assets. Adviesdiensten, ‘farm to farm learning’, kennisoverdracht en meer van dat soort ondersteuning is cruciaal. (4) Er is geen generatievernieuwing zonder gendergelijkheid. Vrouwen moeten in staat zijn te kunnen investeren. Dit is essentieel voor de weerbaarheid en het concurrentievermogen van de sector. Een gecoördineerde aanpak is nodig met kennis, erfopvolging, toegang tot land, financiering et cetera. (5) Aan de lidstaten: vertrouw je boeren. Zorg voor simpeler en duidelijker beleid waar boeren mee uit de weg kunnen. Verder vindt dat hij jonge Europese boeren moeten worden uitgerust met een EU-startpakket (‘zorg dat GLB daarop ziet’) en pleit hij voor versterking van ring fence investment in het GLB voor jonge boeren. Marijana Petir – Voormalig EP-lid en nu voorzitter landbouwcomité Kroatië In Kroatië vormen vrouwen een grote groep in de landbouw, meer dan de helft van de landbouwers, maar Kroatië kent eveneens slechts een laag percentage ‘leidende vrouwelijke boeren’: vaak geen controle over land en niet bezig met of betrokken bij investeringsbesluitvorming. Vrouwen in de landbouw ondervinden problemen met hun gezondheidsverzekering en met sociale zekerheid. Praktische maatregelen in Kroatië: er worden extra punten toegekend aan vrouwen op boerderijen die staatseigendommen zijn. Dat maakt toegang tot land mogelijk, en dus voedselproductie, en dus economische onafhankelijkheid. Strategische steun onder het GLB wordt aangewend voor 15 procent extra steun voor zaken als hernieuwbare energie en nieuwe vormen van landbouw. Vrouwen moeten een actieve rol spelen in de ontwikkeling daarvan. Kroatië heeft een huisvestingprogramma voor jonge mensen: dorpen met minder dan 6000 bewoners kunnen extra steun krijgen voor het opknappen van verlaten huizen voor jonge families. Er is daarbij dan prioriteit voor families die werken in de landbouw. Dit is, naast sociaal en demografisch, ook belangrijk voor landbouw en voedselzekerheid. Extra steun is daarbij nodig van de EU. Het gaat om een integrale benadering, met erkenning van de multi-belangrijke rol in landelijk gebied. ‘Zonder familie geen landelijk gebied.’ Inbreng nationale parlementen: wat gebeurt er in de lidstaten Er zijn meerdere best practices genoemd, zoals een integrale aanpak waarbij jonge boeren worden ondersteund bij huisvesting, sociale omstandigheden, gezondheid. Litouwen kent (net als Kroatië) extra punten toe voor toegang tot grond, en heeft een nieuwe overdrachtssystematiek geïntroduceerd voor verjonging (alsmede een pakket van 95 miljoen euro voor zes jaar generatievernieuwing). Ook negen jaar lease voor jonge boeren kan helpen (Frankrijk). Italië is leidend in organic farming en daar zijn jonge boeren dan weer heel cruciaal bij. Zij moeten investeringssteun kunnen krijgen in hun eerste paar jaar en belastingvoordelen. Spanje meent dat jonge boeren de boerderij moeten kunnen combineren met een andere professionele carrière. In Finland is er een uniek landbouwsysteem waarin 26 dagen per jaar vakantie, maar ook ziekteverlof en ouderverlof wordt geregeld. Ook zijn er allerlei diensten (onder andere voor veiligheid). Portugal signaleert dat er veel informele normen zijn die de zoon bevoordelen. Griekenland benadrukt belang van infrastructuur in landelijk gebied (in verband met krimp en het verzorgen van voedselvoorziening in uithoeken). Estland en Luxemburg hebben traineeships om vrouwen het vak te laten leren. Griekenland heeft een landbank mechanisme, wil daarmee beter betalen aan vrouwen onder 40 en adviesondersteuning aan vrouwen geven. Duitsland geeft aan dat er steun nodig is van de EC voor zaken als dierenwelzijn en voor jonge boeren meer langjarige zekerheid en vrijheid voor ontwikkeling. Reactie panel Johannes Abentun somde op: 1) geen afwijkende status van andere families voor boeren in landelijk gebied, maar op die plekken moeten wel meer aantrekkelijke banen en scholen zijn. Sociale voordelen moeten niet naar een deel (de boeren) gaan maar naar de hele gemeenschap. 2) aanpak kan niet in alle andere lidstaten worden geïmplementeerd vanwege een andere structuur. In Oostenrijk is een hoog niveau van opleiding en dit hangt samen met grote sociale netwerken, grote netwerken vanuit school, dan is het makkelijker om mentorprogramma’s op te zetten. Landbouwcolleges worden niet alleen bevolkt door kinderen van boeren maar ook door andere studenten die praktische zaken leren die ze in andere banen kunnen gebruiken. 3) social benefits zijn wel nodig als je juist geen onderscheid wil maken. Zoals normale pensioenen met 65 jaar zodat boerderijen kunnen worden overgedragen. Peter Meedendorp stelde: Houd je nationale regering verantwoordelijk voor wat ze in de EU afspreken. Flexibiliteit in lidstaten is vaak goed voor de lidstaten, maar jonge boeren moeten in een Europese context werken en zijn gebaat bij meer eenheid. Marijana Petir: Investeren in jonge families in landelijke gebieden is belangrijk voor (voedsel)zekerheid, onderhoud van land et cetera. Verder: landbouw en veiligheid moeten niet met elkaar concurreren. Verdediging van de EU heeft ook voedselzekerheid nodig. Daarom heeft Kroatië georganiseerd dat de 1,5 procent van de NAVO-afdracht (van 5 procent totaal) die voor dual use kan worden gebruikt, ook deels kan worden ingezet voor landbouwinfrastructuur als onderdeel van bredere weerbaarheid. Praktijkervaringen – bijdragen aan voedselzekerheid Ook hier worden de barrières genoemd zoals economisch, sociaal, belastingcomplexiteit, perceptie van onaantrekkelijk werk, onzekere toekomst. Josephine O’Neill - president plattelandsjongeren: Jonge boeren willen toekomst. Ze vragen wettelijk bindende ring fenced investeringen met echte meetbare resultaten, en met economische zekerheid. We moeten de kansen laten zien en de mogelijkheden voor de toekomst, niet alleen maar op het gebied van inkomen. Jonge boeren vragen niet om een speciale behandeling maar om een kans om een toekomst te bouwen. Frank O’Mara – directeur Teagasc Agri & food ontwikkelingsautoriteit: Voor bepaalde groente en fruit is Ierland erg afhankelijk van het buitenland (tomaten, uien, appels). Ook wordt de groenten- en fruitsector gedomineerd door een klein aantal grote producenten. Verder: 40 procent van de boeren boven de 60 jaar heeft nog geen opvolger. En opvolging is de driver voor innovatie en duurzaamheid. Er is een keten van initiatieven om de problematiek een halt toe te roepen. Waaronder voor vrouwen het her-self project in Ierland om vrouwen te stimuleren. Het aandeel vrouwen is hoger in gebieden waar kleinere boerderijen zijn en waar de landwaarde lager is. Inkomsten van boerinnen zijn standaard lager dan die van (mannelijke) boeren. En er zijn minder directe landbouwbetalingen. Van alle beoogde opvolgers is 80 procent mannelijk. Hannah Quinn-Mulligan, director Tory hill House – organic farming boerderij in Limerick: Meer vrouwen boven 80 dan onder 40 jaar zijn actieve boeren. Ze deelt een sheet met argumenten waarom ‘meer vrouwen in landbouw belangrijk zijn voor alle boeren’ die wijst op grote aantallen mentale problemen bij veel mannelijke boeren. Maura Farrell, professor school of geography, archeology en Ierse studies aan Galway University: Farrell pleit voor versterking van plattelandsgemeenschappen; stimuleren van lokale economie; het uitdagen en veranderen van bestaande narratieven en het neerzetten van duurzame en blijvende verandering en inspiratie voor de toekomst. Beleid dat daarvoor nodig is: een ander ontwerp van geldverstrekking; data- en classificatiesystemen en andere representatiestructuren. Ze toont de diversiteit van landbouwvormen die vrouwen hebben toegevoegd en toevoegen, van plattelandsdiensten tot ambachtelijke bereiding, tot landbouwtoerisme. Ze benadrukt dat het GLB een rol moet spelen bij veranderingen, die liggen in: beter beleid, betere data, fondsverstrekking, evaluatie en belangenbehartiging. Van der Plas EU-adviseur, Willemstein
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.