KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken verkeersveiligheid voorjaar 2026

15 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9442082f7e4c8b6b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1223 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 mei 2026In 2025 vielen er 759 dodelijke verkeersslachtoffers. Meer dan tweemensen per dag. Dit zijn familieleden, vrienden, collega’s. Ieder ongevalheeft zijn eigen verhaal en met elk verlies komt veel verdriet kijken. Hetgaat dit keer om een grote stijging: er zijn 84 slachtoffers meer gevallendan in 2024. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid(SWOV) stuurt eind dit jaar weer een analyse van onder meer dezeongevallen. SWOV heeft eerder al laten weten tot 2040 een stijging teverwachten in het aantal verkeersslachtoffers1.Deze cijfers sterken mij in de ambitie om de stijgende trend aan verkeers-slachtoffers te breken. Deelnemen aan het verkeer komt altijd met eenrisico, dat kan de overheid nooit volledig wegnemen. Maar zo lang er nogmaatregelen kunnen worden genomen, is er ruimte voor verbetering.Aangescherpte aanpak en Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid2026–2029Zoals aangekondigd, stuur ik u voor de zomer een aangescherpte aanpakvoor verkeersveiligheid.2 Daarin werken we uit wat we aanvullend op hetbestaande beleid gaan doen om de stijgende trend van het aantalslachtoffers te breken. Ook wordt duidelijk gemaakt hoe de ambitie vannul verkeersslachtoffers in 2050 is uitgewerkt naar een bereikbaarRijksdoel voor 2035, met meetbare indicatoren die de komende jarenzullen worden gemonitord. U heeft op 24 april jl. al de contouren voor deAanpak Fatbikes ontvangen.3 Na de zomer ontvangt u de uitkomsten vande diverse onderzoeken en het vervolg op de Aanpak Fatbikes.1https://swov.nl/nl/publicatie/verkeersveiligheidsprognoses-2040-20602Kamerstukken 36 800-XII-34, p.22.3Kamerstukken 29 398, nr. 1220. kst-29398-1223ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12231 De partners van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV)4 hebbenafgesproken om met eigen uitvoeringsplannen te werken. Het lopendeRijksbeleid voor verkeersveiligheid is vastgelegd in het Landelijk ActieplanVerkeersveiligheid (LAP). Hierin staan de concrete maatregelen,gebaseerd op het huidige beleid, van de Ministeries van IenW en JenV enhun uitvoeringsorganisaties en ketenpartners. Inmiddels is in het kadervan het SPV als onderdeel van een lopend proces een derde actieplanopgesteld, voor de jaren 2026 tot 2029 (bijlage 1). Dit LAP 2026–2029 valtbinnen de laatste fase van het SPV: «Bijstellen en professionaliseren».Zodoende richten de maatregelen zich voor een groot deel op hetprofessionaliseren van de risicogestuurde aanpak. Er worden nieuweinitiatieven ontplooid, bijvoorbeeld het subsidieprogramma «Fietsvei-ligheid Voorop» en de ontwikkeling van een persoonsgerichte aanpakvoor veelplegers. Ook worden diverse maatregelen uit het LAP 2022–2025voortgezet, zoals de ontwikkeling van een Strategische Agenda Verkeers-veiligheid voor Rijkswegen.Het LAP 2026–2029 geeft een breed beeld van het landelijke verkeersvei-ligheidsbeleid, maar is niet uitputtend. Het plan kan tussentijds wordengeactualiseerd, op basis van nieuwe ontwikkelingen. De Kamer wordtjaarlijks geïnformeerd over de uitvoering van het nieuwe LAP.Bijlage 2 biedt een afsluitend overzicht van het LAP 2022–2025, met daarinverschillende maatregelen die succesvol zijn uitgevoerd. Zo is er eenbrede set aan landelijke verkeersveiligheidsdata beschikbaar gekomen.Hiermee kunnen overheden hun risicogestuurde beleid verdervormgeven. Ook zijn er onderzoeken uitgevoerd naar ongevallen metlangzaam verkeer, waardoor meer inzicht in de achtergronden is ontstaan.Een laatste voorbeeld is de versterkte (integrale) aanpak van rijden onderinvloed van de afgelopen jaren.Indeling briefEr lopen verschillende toezeggingen, moties en maatregelen vanuit hetRijk. In deze brief ontvangt u van mij de stand van zaken hierop. De brief isingedeeld in de volgende tussenkopjes:•Veilige infrastructuur•Veilige voertuigen•Veilige verkeersdeelnemers•Overige ontwikkelingenVeilige infrastructuurDerde tranche Investeringsimpuls verkeersveiligheidMet het afronden van het tweede aanvraagtijdvak van de derde tranche isbijna het gehele budget van € 450 miljoen voor de Investeringsimpulsverkeersveiligheid benut. Vrijwel alle medeoverheden hebben van dezecofinanciering van maximaal 50% gebruik gemaakt. Dit betekent eenimpuls van bijna € 900 miljoen euro voor infrastructurele verkeersveilig-heidsmaatregelen op het onderliggend wegennet (wegen in beheer vangemeenten, provincies en waterschappen). Omdat het merendeel van dedodelijke en ernstige verkeersslachtoffers op het onderliggende wegennetvalt, levert de Investeringsimpuls een substantiële bijdrage aan hetverbeteren van de verkeersveiligheid.4Ministerie van IenW, Ministerie van JenV, OM, politie, Interprovinciaal Overleg, Verenging vanNederlandse Gemeenten, Vervoerregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12232 In het tweede aanvraagtijdvak van de derde tranche was in totaal€ 116 miljoen beschikbaar. Medeoverheden konden vanaf 12 novembertot en met 24 december 2025 een aanvraag doen. In totaal zijn195 aanvragen gedaan, waarvan 184 door gemeenten, 8 door provinciesen 3 door waterschappen. Tezamen is er voor circa € 104 miljoen aanrijksbijdragen verstrekt.Een analyse van de binnengekomen aanvragen laat zien dat voor devolgende maatregelen het meest is aangevraagd:•Aanleg van een vrijliggend fietspad en verbreden van fietspaden.•Aanleg van een gebiedsontsluitingsweg 30 km/u.•Veilig inrichten van 30 km/uur wegen.•Afwaarderen van 50 km/u naar 30 km/u.•Aanleg van een fietsstraat.•Aanleg van een rotonde binnen de bebouwde kom.De regeling voor de derde tranche is zo ingericht dat het beschikbarebudget zo optimaal mogelijk werd benut om in heel Nederland deverkeersveiligheid te verbeteren. Dit is gedaan door het hanteren vanmeerdere aanvraagtijdvakken en plafondbedragen per medeoverheid.Mede door deze aanpassingen ten aanzien van de eerste twee trancheshebben 150 medeoverheden in de derde tranche voor het eerst eenaanvraag ingediend. Tezamen met de eerdere tranches heeft nu ruim 98%van de medeoverheden gebruikgemaakt van de regeling.Met de afronding van het tweede aanvraagtijdvak resteert ongeveer€ 16 miljoen aan onbenut budget. Om dit bedrag volledig en doelmatig inte zetten, wordt zo snel mogelijk een derde aanvraagtijdvak opengesteld.Voor projecten uit de derde tranche geldt dat deze uiterlijk 31 december2028 gerealiseerd moeten zijn. Gezien de beperkte realisatietermijn en debeperkte omvang van het resterende budget is, in goed overleg met departners van het SPV, besloten om het derde aanvraagtijdvak in te richtenop maatregelen die snel realiseerbaar en bewezen (kosten)effectief zijn.Omdat de doelstelling van een evenwichtige spreiding van de rijksbij-drage is behaald en de volledige benutting van het budget nu vooropstaat, wordt voor het derde aanvraagtijdvak teruggegrepen op hetmolenaarsprincipe (wie het eerst komt, wie het eerst maalt) uit de eerstetranche. Ook dit is in afstemming met de SPV-partners besloten.Zodra ook het derde aanvraagtijdvak is afgerond, verschuift de focus vande Investeringsimpuls naar de verantwoording. Medeoverheden die eenrijksbijdrage hebben ontvangen, zijn gehouden hun projecten te realiserenbinnen de daarvoor geldende termijnen. Voor de eerste, tweede en derdetranche zijn dit respectievelijk 31 december 2026, 31 december 2027 en31 december 2028. Dat betekent ook dat gecofinancieerde projecten dekomende jaren hun vruchten afwerpen. Ex-ante onderzoek naar deverwachte opbrengsten van de maatregelen uit de eerste en tweedetranche laat nu al zien dat de Investeringsimpuls een kosteneffectiefinstrument is: elke geïnvesteerde euro levert naar verwachting € 1,70 aanmaatschappelijke baten op door het voorkomen van verkeersslachtoffers.5De komende jaren wordt gemonitord of deze effecten ook in de praktijkzichtbaar zijn.5Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), Effectieve verkeersveilig-heidseffecten van de eerste en tweede tranche Investeringsimpuls verkeersveiligheid,1 december 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12233 Monitoringsrapportage Veilig over RijkswegenRijkswaterstaat heeft de rapportage «Veilig over Rijkswegen 2024 (VOR2024) gepubliceerd (bijlage 3). Deze rapportage bevat kerncijfers over deverkeersveiligheid op het Nederlandse rijkswegennet. In 2024 waren ervolgens het Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON)71 verkeersdoden op rijkswegen6. Daarmee blijft het aantal verkeersdodenvrijwel gelijk aan 2023, toen 70 dodelijke slachtoffers op rijkswegen vielen.Uit de monitoring blijkt onder meer dat het aandeel kwetsbare verkeers-deelnemers7 onder de slachtoffers (verkeersdoden en -gewonden) istoegenomen van 16% in 2017 naar 20% in 2024. Daarnaast is het aantalslachtoffers onder motorrijders sterk gestegen, van 225 in 2022 naar 318in 2024. De groei in aantal slachtoffers bij de motor is mogelijk toe tewijzen aan de populariteit van de motor als vervoerswijze sinds decoronapandemie.Veilige voertuigenVoortgang uitwerking nieuw beleid gehandicaptenvoertuigenConform toezegging wordt de Kamer voorafgaand aan het commissie-debat verkeersveiligheid geïnformeerd over de voortgang van deuitwerking van het nieuwe beleid voor gehandicaptenvoertuigen8.Momenteel worden de mogelijkheden voor het instellen van een nationaletypegoedkeuring voor de snellere categorie gehandicaptenvoertuigen(20–45 km/u) verkend en uitgewerkt. Daarnaast is op 8 april een expert-sessie georganiseerd om de concept technische eisen voor gehandicap-tenvoertuigen nader te bespreken.Ter ondersteuning van de verdere beleidsontwikkeling zijn daarnaast tweeonderzoeken in uitvoering. Kenniscentrum VeiligheidNL is een onderzoekgestart om zicht te krijgen op technische oorzaken van ongevallen metscootmobielen. Daarnaast is een onafhankelijk adviesbureau gestart meteen onderzoek naar de plaats op de weg (bijvoorbeeld trottoir of fietspad)van gehandicaptenvoertuigen. In het derde kwartaal wordt opnieuw eenbrede stakeholdersessie georganiseerd om input op te halen op deconcrete beleidsvoorstellen voor de verdere uitwerking van gedragenbeleid. In het najaar van 2026 wordt het nieuwe beleid voor gehandicap-tenvoertuigen gedeeld met de Kamer.Modulaire voertuigaanpassingen, waaronder pedaalverhogersIn het commissiedebat Gehandicaptenbeleid van november 2025 zijn demoties Joseph en Richardson9 (BBB resp. VVD) en Thiadens en Krul10(PVV resp. CDA) aangenomen. Hierin wordt het kabinet verzocht inoverleg te treden met belangenorganisaties over de mogelijkheden vanmodulaire voertuigaanpassingen waaronder verwisselbare pedaalver-hogers. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeftdaarop, in samenwerking met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijnen Sport (VWS) vanuit een coördinerende rol op het VN-verdrag Handicapin december 2025 een rondetafelgesprek georganiseerd. Vertegenwoor-digers van de Belangenvereniging van Kleine Mensen, Dienst Wegverkeer6Omdat de precieze grens van waar de snelweg eindigt per database niet helemaal identiek iskan het aantal verkeersdoden (door een iets andere locatie van het ongeval) soms licht afwijkenvan eerder gepubliceerde aantallen van verkeersdoden op Rijkswegen.7Daartoe behoren voetgangers (in het verkeer), fietsers en bestuurders van een gemotoriseerdvoertuig op twee wielen zoals motorrijders, bestuurders van brom- en snorfietsen enscootmobielen.8Kamerstukken 29 398, nr. 1195.9Kamerstukken II 2025–26, 24 170, nr. 37110Kamerstukken II 2025–26, 24 170, nr. 377Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12234 (RDW), het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) en deVereniging van Auto-aanpassers waren hierbij aanwezig. Afgesproken isom gezamenlijk de verschillen in regelgeving en praktijk tussenNederland, België en Frankrijk in kaart te brengen, om te onderzoekenwelke buitenlandse voorbeelden mogelijk bruikbaar zijn.Over het aanbrengen van pedaalverhogers is afgesproken om, rekeninghoudend met de doelgroep en in lijn met de wetgeving, na te gaan watnodig is om het proces van aanpassing eenvoudiger te maken. Daarbijblijft het noodzakelijk om de verkeersveiligheid te waarborgen. Hier moeteind 2026 meer duidelijkheid over zijn. De moties zijn hiermee afgedaanen de kamer wordt in volgende verzamelbrieven verkeersveiligheid op dehoogte gehouden van de ontwikkelingen.Gedoogconstructie restantvoorraad Land RoverDoor een cyberaanval op de autofabrikant Land Rover waren aanzienlijkevertragingen ontstaan in de fabricage en uitlevering van Land Rovers dieoorspronkelijk voor de ingangsdatum van de nieuwe EURO 6eBIS-regelgeving geleverd hadden moeten worden. Hierdoor voldeden zeniet aan de nieuwe regelgeving maar wel aan de oude regelgeving.Dergelijke voertuigen kunnen in specifieke gevallen middels een gedoog-constructie worden opgenomen in een zogenoemde restantvoorraad. Mijnambtsvoorganger is 2 januari j.l. akkoord gegaan met een gedoogcon-structie voor 180 Land Rovers, zodat deze alsnog op de Nederlandsemarkt gebracht konden worden. Andere Europese landen zijn ook akkoordgegaan met een dergelijke constructie.Verlagen toegestane maximummassa (terugkeuren) bij de RDWTerugkeuren is circa 20 jaar geleden in het leven geroepen om bepaaldekampeerwagens en caravans te kunnen besturen met een rijbewijs B. Hetbetreft een puur administratieve procedure bij de RDW waarbij detoegestane maximummassa van een voertuig voor € 71,30 verlaagd kanworden naar bijvoorbeeld 3.500 kg of lager, zonder dat het voertuig isaangepast en fysiek gezien of gecontroleerd wordt. Op papier kanhierdoor een groot voertuig (bijvoorbeeld een vrachtwagen of kampeer-wagen) met een hoge technische maximummassa alsnog voor sommigeregelgeving een lagere toegestane maximummassa hebben. Zo hoeft nietlanger te worden voldaan aan wettelijke vereisten zoals een rijbewijs C,snelheidsbeperking en in het beroepsgoederenvervoer over de weg eenvergunning en een tachograaf. Dat betekent ook dat een groot voertuig oppapier een aanzienlijk lagere massa mag vervoeren dan waartoe hettechnisch in staat is (bv. grote laadruimte). Hierdoor zijn de voertuigensneller (juridisch) overbeladen. In de praktijk is overbelading moeilijk tecontroleren omdat van buiten niet te zien is of een voertuig is terugge-keurd en hoe het beladen is. Elk voertuig moet dan apart wordengewogen op een controlelocatie. Dit is echter lastig handhaafbaar encreëert een ongelijk speelveld. Tevens draagt dit niet bij aan een eendui-diger en eenvoudiger stelsel van voertuigclassificaties, waarbij verschillentussen de technisch toelaatbare maximummassa en de toegestanemaximummassa ontstaan. Ook gaat dit ten koste van de verkeersvei-ligheid.Mede naar aanleiding van signalen vanuit de sector en vragen vanuit deTweede Kamer11 is besloten de terugkeurprocedure af te schaffen voornieuwe gevallen met een overgangsregeling voor voertuigen in bestellingHet kabinet is momenteel bezig om invulling te geven aan dit besluit en11Kamerstukken II 2021–22, 29 398, nr. 1002Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12235 heeft hiervoor regelgeving in voorbereiding. De Kamer wordt hier laternader over geïnformeerd.Veilige verkeersdeelnemersImplementatie vierde RijbewijsrichtlijnDe vierde Europese Rijbewijsrichtlijn is in november 2025 vastgesteld.Deze richtlijn bevat herziene en nieuwe Europese regels over rijbewijzen,waaronder regels voor de categorieën van rijbewijzen, medischerijgeschiktheid, begeleid rijden, de invoering van een digitaal rijbewijs ende wederzijdse erkenning van rijbewijzen van EU-landen. Nederland heeftde taak om binnen twee tot drie jaren (afhankelijk van welk onderdeel)deze richtlijn in wetgeving te implementeren en de richtlijn binnen tweetot vier jaar daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Het Ministerie vanIenW werkt hiervoor nauw samen met de zelfstandige bestuursorganenwaar de uitvoering van wettelijke taken zijn belegd: de RDW en het CBR.Ook wordt nauw samengewerkt met de Ministeries van JenV, Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en andere stakeholders zoalsgemeenten. De algemene insteek is een lastenluwe implementatie van derichtlijn.Tijdens het commissiedebat van 4 februari jl. vroeg het lid Stoffer (SGP)naar aanleiding van de vierde Europese Rijbewijsrichtlijn of de Minister inNederlandse regelgeving de mogelijkheid wil overnemen om zwareelektrische bestelbussen met aanhangwagen te mogen besturen metrijbewijs BE en een aanvullende training, inclusief de bijbehorendeerkenningsregeling voor deze training.Volgens de Rijbewijsrichtlijn is het rijbewijs BE twee jaar na de eersteafgifte ervan geldig voor het besturen van een zware elektrische bestelbusmet aanhangwagen. Dit moet uiterlijk 26 november 2027 zijn overge-nomen in Nederlandse regelgeving en in werking zijn. Een aanvullendetraining is hiervoor niet nodig. Wel is het belangrijk dat bestuurders zichervan bewust zijn dat bij een bestelbus met een maximummassa vanmeer dan 3.500 kg de verkeersregels voor een vrachtwagen gelden,omdat het juridisch gezien om een vrachtwagen gaat.De planning is dat de eerste wijzigingen van Nederlandse regelgeving terimplementatie van deze richtlijn in het laatste kwartaal van 2026 voorinternetconsultatie worden aangeboden.Stand van zaken programma Van Rijles Naar RijonderwijsHet programma Van Rijles naar Rijonderwijs (VRNR) is opgezet naaraanleiding van het advies van de heer Roemer12 en richt zich op hetversterken van de kwaliteit van de rijopleiding en het stelsel daaromheen.Het Ministerie van IenW werkt samen met het CBR, het Innovam BrancheKwalificatie Instituut (IBKI) en de rijschoolbranche aan de uitwerking vande voorgestelde verbeteringen. In de Kamerbrief van 4 december 202513 isde Kamer geïnformeerd over de voortgang van het programma.De afgelopen maanden zijn verdere stappen gezet op de trajecten vanwet- en regelgeving, communicatie en de transitie naar de nieuwe maniervan werken. De Kamer wordt hierover rond de zomer met een separatebrief nader geïnformeerd.12https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/05/25/bijlage-3-advies-roemer-van-rijles-naar-rijonderwijs13Kamerstukken 29 398, nr. 1192.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12236 CBR-rapportage Q1 2026 ExamenafnameMet deze brief ontvangt u de kwartaalrapportage «examenafname» eerstekwartaal 2026, inclusief de aanbiedingsbrief van het CBR (bijlagen 4 en 5).De Kamer ontvangt deze stukken naar aanleiding van de toezegginggedaan in de Kamerbrief van 23 maart 202114. De rapportage biedt inzichtin de stand van zaken eind maart 2026 van de reserveringstermijnen voorhet praktijkexamen B, het slagingspercentage voor het praktijkexamen Ben de aantallen afgenomen praktijkexamens B.Stabiele reserveringstermijnen voor examens specialisatiesDoor het tijdelijk niet aanbieden van de TTT heeft het CBR in het tweede,derde, vierde kwartaal van 2025 en het eerste kwartaal 2026 in totaal bijna47.000 meer B-examens kunnen afnemen dan in diezelfde periode in2024/2025. Daarnaast werd een beperkt deel van de vrijgekomencapaciteit in 2025 ingezet voor examens van specialisaties (brommer,motor en auto met aanhanger), waardoor de reserveringstermijnen ookvoor deze examens inmiddels stabiel zijn.Andere maatregelen voor stabiliseren reserveringstermijnenHet CBR is in het eerste kwartaal 2026 doorgegaan met andere maatre-gelen om de reserveringstermijnen stabiel te houden, zoals het beterverdelen van de capaciteit van examinatoren over de locaties en hetwerven van nieuwe examinatoren. In 2025 en 2026 kwamen er tot nu toe76 nieuwe examinatoren bij. Daarnaast zijn zowel in februari als in maartvan dit jaar twee nieuwe klassen met de opleiding tot examinator gestart.Landelijke terugkeer TTTUit de kwartaalrapportage over het eerste kwartaal (begin april 2026) blijktdat de reserveringstermijnen landelijk stabiel zijn gebleven. Aan het eindevan het kwartaal is een lichte stijging te zien als gevolg van seizoensin-vloeden (winterse weer) en daardoor uitval van examens. De reserve-ringstermijnen blijven op alle (op een enkeling na) locaties (afgerond)binnen de kpi van maximaal 7 weken. Daarom achtte het CBR hetverantwoord om de TTT vanaf 30 maart 2026 ook in de laatste regio’s(Utrecht, Flevoland en Noord- en Zuid-Holland) her in te voeren. Vanaf diedatum kunnen op alle locaties kandidaten die er klaar voor zijn binnen dekpi van 7 weken examen doen. Hiermee beschouwt IenW de motie van deleden Veltman en Olger van Dijk15 om de TTT maximaal een jaar tijdelijkniet aan te bieden als afgedaan.Als het CBR begin juli 2026 (rapportage tweede kwartaal) nog steedsconform de gestelde kpi presteert, ziet IenW, zoals ik u eerder heb gemeldbij brief van 20 januari jl.16, geen noodzaak meer voor deze extrakwartaalrapportages over de reserveringstermijnen. De Kamer wordt danweer op de hoogte gehouden van de reserveringstermijnen via dehalfjaarlijkse voortgangsbrief inzake de verkeersveiligheid en de reguliereverantwoordingsdocumenten van het CBR, zoals het jaarverslag.Medische rijgeschiktheidPer 1 april jl. is de «Regeling eisen geschiktheid 2000» aangepast. Metdeze wijziging komen de rijgeschiktheidseisen voor AD(H)D en autisme-14Kamerstuk 29 398, nr. 909.15Kamerstukken 29 398, nr. 1154.16Kamerstukken 29 398, nr. 1198.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12237 spectrumstoornissen (ASS) te vervallen. Hiermee is de motie van Josephen Westerveld17 afgedaan.Gelijktijdig is per 1 april de recidiefvrije termijn voor mensen die eenpsychose hebben doorgemaakt teruggebracht van zes naar tweemaanden. Hierdoor kunnen mensen die een psychose hebben doorge-maakt vier maanden eerder worden beoordeeld op de rijgeschiktheid. HetCBR monitort gedurende twee jaar de effecten van de reductie van derecidiefvrije termijn en de planning is dat de evaluatieresultaten in dezomer van 2027 kunnen worden gedeeld met de Kamer.Onderzoeken rijden onder invloedDe motie Veltman (VVD)18 vraagt te verkennen wat nodig is om teonderzoeken welke rol drugs spelen in het verkeer.In lijn met deze motie is met de betrokken organisaties in de aanpak oprijden onder invloed19 een inventarisatie uitgevoerd naar alle beschikbareen lopende onderzoeken over rijden onder invloed. De onderzoeken die derol van drugs in het verkeer in kaart brengen, zijn hierin meegenomen.In 2023 is IenW gestart met een vragenlijst-onderzoek waarin rijden onderinvloed wordt meegenomen. Dit onderzoek is in 2025 herhaald20. Hieruitblijkt dat het rijden onder invloed van drugs in de periode 2023–2025 nietis toegenomen. In 2027 wordt dit vragenlijstonderzoek opnieuw uitge-voerd, zodat de ontwikkelingen in de tijd kunnen worden gevolgd.Daarnaast vindt in samenwerking met de politie een onderzoek plaats,waarbij, door middel van staande houdingen in het verkeer, metingenworden verricht naar de prevalentie van rijden onder invloed, waaronderdrugsgebruik. De resultaten hiervan worden in 2027 verwacht.Het Nederlands Forensisch Instituut heeft eind 2025 een onderzoekafgerond naar de ontwikkelingen van aanwezigheid van drugs in hetbloed van bestuurders die verdacht worden van rijden onder invloed vandrugs in Nederland van 2017 tot 202321. Hieruit bleek dat de meestvoorkomende soort drugs in het verkeer cannabis is. TeamAlert ontwikkeltbinnen de bestaande subsidieregeling een campagne tegen cannabis encombigebruik in het verkeer. De onderzoeksresultaten bevestigen hetbelang van deze inzet. Deze doelgroepgerichte campagne tegen cannabisen combigebruik in het verkeer start in april 2026.In opdracht van IenW heeft VeiligheidNL onderzocht in hoeverrebestuurders die na een verkeersongeval op de Spoedeisende Hulp (SEH)belanden, middelen gebruiken. Hiervoor werd een werkwijze ontwikkelden getest. Tijdens een meetweek namen 26 SEH-afdelingen speekseltestenaf bij bestuurders die hier vrijwillig aan mee wilden werken. Helaas washet aantal deelnemers te laag voor betrouwbare resultaten. De combinatievan een complexe methode, hoge werkdruk op SEH’s en, ondanksgeborgde anonimiteit, angst voor mogelijke gevolgen bij bestuurdersleidde tot lage deelname. Voor representatieve, betrouwbare resultatenzijn nog veel meer extra meetweken nodig zijn. Dit is niet mogelijk binnen17Kamerstukken II 2023/24, 24 170, nr. 318.18Kamerstukken II 2024/25, 31 305, nr. 505 en appreciatie van de Minister van IenW uit hetverslag van het Tweeminutendebat Auto van 27 mei 2025.19Onder andere het Ministerie van JenV, Politie, Openbaar Ministerie (OM), Reclassering,Verslavingszorg, Nationaal Forensisch Instituut, Trimbos Instituut, VeiligheidNL, Veilig VerkeerNederland, TeamAlert, SWOV en het CBR.20https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2026/03/27/vragenlijstonderzoek-veilige-verkeersdeelnemers-202521Onderzoek «Driving under the influence of drugs in the Netherlands: Toxicological resultsbetween 2017 and 2023» van het Nationaal Forensisch Instituut (NFI).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12238 de huidige opdracht en daarom is besloten te stoppen na de eerstetestweek. Na de zomer volgt een rapportage met een beschrijvendeanalyse van de beperkte verzamelde data. Daarin wordt ook een aanbe-veling gedaan ten aanzien van mogelijkheden voor de frequentie enmethode van herhaling van dit onderzoek.Met deze gezamenlijke en lopende onderzoeksinspanningen wordtuitvoering gegeven aan de motie. Hiermee wordt de motie Veltman (VVD)als afgedaan beschouwd.VermoeidheidKamerlid Van Asten vroeg tijdens het commissiedebat op 4 februari jl. ommaatregelen te nemen tegen vermoeidheid in het verkeer. De vraag of ditonderwerp zich leent voor een campagne is voorgelegd aan de campag-nepartners (OM, Veilig Verkeer Nederland, TeamAlert, Politie, provinciesen ANWB). Deze partners zien vermoeidheid als belangrijk onderwerp,maar een campagne hiertegen zou ten koste gaan van de inzet op thema’szoals rijden onder invloed, afleiding en fietshelm. Gerichte communicatieis volgens de partners een betere aanpak voor vermoeidheid. Bijvoor-beeld gericht op specifieke doelgroepen zoals distributieverkeer, jongeren,senioren en vakantiegangers. De ANWB en TeamAlert willen hier mogelijkgericht over communiceren via hun eigen kanalen.Daarnaast is het een belangrijk thema binnen het vervolg op de werkge-versaanpak MONO-Zakelijk. IenW werkt aan deze voortzetting, onder eennieuwe naam, met focus op verkeersveiligheidscultuur, rijden onderinvloed, rijgedrag, afleiding en vermoeidheid. Dit gebeurt in samen-werking met verzekeraars, de leasesector, Sectorinstituut Transport enLogistiek, TeamAlert, Veilig Verkeer Nederland, en ANWB. Naarverwachting wordt deze nieuwe aanpak rond de zomer gelanceerd.Tot slot moeten nieuwe auto’s in Europa vanaf 7 juli 2024 waarschuwen,bijvoorbeeld door een melding op het dashboard, zodra iemand vermoeidachter het stuur zit. Hiermee heeft vermoeidheid op meerdere sporen eenplek gekregen en is invulling gegeven aan de toezegging.Overige ontwikkelingenUitkomsten SWOV-dieptestudie naar de oorzaken van motorongevallenOp 8 april heeft SWOV een dieptestudie naar de oorzaak van ongevallenmet motorrijders gepubliceerd (bijlage 6). De studie onderscheidt soortenmotorongevallen en factoren die tot ongevallen leiden. Het gaat om ondermeer de weggesteldheid, snelheid, voertuigbeheersing, afleiding en nietgezien worden door anderen. De meeste ongevallen met motorrijders zijnhet gevolg van een combinatie van factoren, zoals hoge snelheid in eenbocht van een motorrijder in combinatie met niet gezien worden door eenautomobilist.SWOV stelt dat een palet maatregelen beschikbaar is om de verkeersvei-ligheid van motorrijders te verbeteren. Zoals maatregelen aan deinrichting en onderhoud aan de weg, het stimuleren van antiblokkeer-systeem (ABS) op motorfietsen, de combinatie van handhaving op roodlicht en snelheid, het stimuleren van het volgen van voortgezetterijopleidingen en het voorlichten over veilige motorkleding. Ten aanzienvan algemene periodieke keuring (APK) op motorfietsen stelt SWOV datAPK weinig bijdraagt aan het voorkomen van ongevallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12239 De verkeersveiligheid van (en door) motorrijders is een constantaandachtspunt, voor zowel het ministerie als de sector, die hierinsamenwerken in het Motorplatform. Het Motorplatfom heeft de afgelopenjaren via actieplannen diverse maatregelen voorgesteld en ook doorge-voerd. Op dit moment werkt het ministerie met het Motorplatform aaneen actualisatie daarvan. De uitkomsten van deze studie van SWOVworden daarbij dankbaar gebruikt.Ambulancedata ten behoeve van verkeersongevallenanalyseTijdens het commissiedebat verkeersveiligheid van 4 februari 2026 zijnvragen gesteld door het Kamerlid Van Asten (D66) over ambulancedataten behoeve van verkeersongevallenanalyses en is toegezegd hiervoorafgaand aan het volgende commissiedebat verkeersveiligheid opterug te komen. Daarbij was de vraag of er juridische bezwaren zijnwaardoor ambulancedata niet gekoppeld kunnen worden aan anderedatabronnen en of de bestaande ontsluiting van ambulancedata gefinan-cierd kan blijven worden.Het streven van het Ministerie van IenW is om ambulancedata optimaal tebenutten ten behoeve van ongevalsanalyses en dekkend voor heelNederland te krijgen. Het landelijk ontsluiten van ambulancedata is eenmaatregel uit het vorige LAP: «Landelijk beschikbaar maken van aanvul-lende ongevalsgegevens, waaronder uit ambulancedata». De afgelopenjaren zijn hier goede stappen gezet. Het is VeiligheidNL met een subsidievan IenW gelukt om de ambulancedata die zien op ongevalsinformatie teontsluiten van 24 van de 25 Regionale Ambulancevoorzieningen (RAV’s)voor wegbeheerders. De wegbeheerders verkrijgen hiermee informatieover onder meer waar ongevallen hebben plaatsgevonden en welkevoertuigtypen betrokken waren. Hierdoor kan de verkeersveiligheidrisicogestuurd worden verbeterd.Het koppelen van ambulancedata met andere databronnen, zoalspolitiegegevens, past binnen de ambitie van het Ministerie van IenW omongevalsdata beter te benutten, maar kan alleen op een veilige enverantwoorde wijze als de privacy van slachtoffers niet in het gedrangkomt. De komende tijd blijft het Ministerie van IenW in gesprek metsectororganisatie Ambulancezorg Nederland (AZN) en de 25 RAV’s over ófen binnen welke kaders een dergelijke koppeling mogelijk is. Het isbelangrijk daarbij oog te houden voor de juridische waarborgen en deperspectieven van AZN en de RAV’s. Het Ministerie van VWS en diverseandere partners, zoals VeiligheidNL, VNG, IPO, SWOV, TNO, Artsen VoorVeilig Fietsen (AVVF) en de Fietsersbond, zijn ook betrokken bij dezegesprekken. Door verschillende perspectieven te betrekken, proberen wetot een optimale oplossing te komen om meer informatie toegankelijk temaken ten behoeve van het verbeteren van verkeersveiligheid. Uiterlijkaan het einde van dit jaar wordt uw Kamer geïnformeerd over de uitkomstvan deze gesprekken.IenW heeft tot einde dit jaar budget voor het ontsluiten van ambulan-cedata. Ondertussen zien steeds meer wegbeheerders de toegevoegdewaarde van deze data. Er wordt met de wegbeheerders besproken of zijkunnen bijdragen aan het beschikbaar houden van deze data de komendejaren. Uiterlijk voor de zomer wordt uw Kamer geïnformeerd over deuitkomst van deze gesprekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122310 Antwoord op aanbevelingen van het Beneluxparlement over fietsbeleidHet Beneluxparlement heeft in de zomer 2024 aanbevelingen omtrentfietsbeleid gedeeld met de Kamer.22 De drie Benelux-landen hebbengezamenlijk een reactie op deze aanbevelingen opgesteld, welke terug zijnte vinden in bijlage 7.In de antwoorden over fietsbeleid erkennen de Benelux-landen de bredemaatschappelijke meerwaarde van de fiets en benadrukken zij verkeers-veiligheid als gedeelde prioriteit, met bijzondere aandacht voor kwetsbareweggebruikers. De antwoorden zijn officieel aangenomen door het Comitévan Ministers van de Benelux.Tot slotVerkeersveiligheid is deze kabinetsperiode één van de beleidsprioriteitenvan het Ministerie van IenW, zoals u heeft kunnen lezen in de beleidsbriefdie 24 april 2026 aan de Kamer is verstuurd.23 Deze kabinetsperiode wordtmaximaal ingezet om de stijging van verkeersongevallen te breken. Voorde zomer wordt de hernieuwde aanpak verkeersveiligheid gedeeld, metmaatregelen waarvoor we jaarlijks monitoren of we op de goede weg zijn.We hebben immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid om zo veelmogelijk te voorkomen dat Nederlanders ’s ochtends van huis vertrekkenen ’s avonds niet meer thuiskomen, omdat ze betrokken zijn geraakt bijeen verkeersongeval.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. Karremans22Kamerstuk 36 287, nr. 623Kamerstukken 36 800 XII, nr. 34.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 122311

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e805ced596191dc8

14 okt 2026 · f3b20315ca2be22c

12 okt 2026 · de6c3b32860a6ade

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.