Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda formele Telecomraad van 9 juni 2026 (Kamerstuk 21501- 33-1202)
Brontekst
Versie 4db5d6347ce13ad1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1211 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 3 juni 2026 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft enkele vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Economische Zaken enKlimaat over:–de brief van 28 mei 2026 inzake het verslag informele Telecomraad29–30 april 2026» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1204),–de brief van 21 mei 2026 inzake de geannoteerde agenda Telecomraad(Formeel, d.d. 9 juni 2026)» (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1202),–de brief van 15 mei 2026 inzake het Akkoord Omnibus AI» (Kamerstuk22 112, nr. 4343), – de brief van 8 april 2026 inzake het Non-paperDigitale Omnibus – AVG (Kamerstuk 2212, nr. 4304).De vragen en opmerkingen zijn op 29 mei 2026 aan de Staatssecretarisvan Economische Zaken en Klimaat voorgelegd. Bij brief van 3 juni 2026zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,DekkerAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-21501-33-1211ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12111 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Antwoorden op de vragen van de D66 fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda van de Telecomraad van9 juni 2026. Deze leden onderschrijven het belang van een sterkeEuropese digitale positie en achten het noodzakelijk datNederland en Europa meer regie nemen op digitale infrastructuur,cloudvoorzieningen en artificiële intelligentie (AI). Juist ingeopolitiek onzekere tijden moet worden voorkomen dat strate-gische afhankelijkheden ontstaan die de digitale weerbaarheid,concurrentiekracht en democratische rechtsorde onder drukzetten.Zij spreken in dat verband hun waardering uit voor het besluitvan het kabinet om de overname van Solvinity tegen te houden.De leden van de D66-fractie zien daarin een belangrijk signaal datdigitale soevereiniteit en regie op kritieke digitale infrastructuurserieus worden genomen. Tegelijkertijd constateren deze ledendat de discussie over Europese technologische soevereiniteitconcreter kan zijn, onder meer via het aangekondigde EU TechSoevereiniteitspakket.1)Zij lezen dat het kabinet openstaat voor voorkeursbeleid voorEuropese aanbieders binnen kritieke sectoren. De leden van deD66-fractie onderschrijven het belang van het verminderen vanrisicovolle strategische afhankelijkheden en vragen het kabinetnader toe te lichten welke criteria hierbij richtinggevend zoudenkunnen zijn, hoe deze in de praktijk toepasbaar zijn en hoe ditzich volgens het kabinet verhoudt tot bestaande aanbestedings-procedures.AntwoordHet kabinet is terughoudend met het inzetten van eenEU-voorkeursprincipe. Het principe kan worden ingezet om deweerbaarheid van de Unie te versterken en, wanneer minder ingrijpendemaatregelen of inzet van bestaande handelsinstrumenten ontoereikendzijn, om strategische markten te stimuleren die essentieel zijn voor delange termijn weerbaarheid van de Unie. Hierbij dienen per sector,waardeketen of industrie zorgvuldig de baten afgewogen te worden tegende kosten.1De toepassing moet tijdelijk, doelmatig en proportioneel zijn. De toegangvoor gelijkgestemde handelspartners moet hierin bijvoorbeeld nietbelemmerd worden. Dit kan door vooraf de impact op handelspartnersvan de EU zorgvuldig in kaart te brengen. Conformiteit met de interna-tionale juridische verplichtingen van de EU is daarbij een belangrijkcriterium. De aanbestedingsrichtlijnen en daarmee de bestaandeprocedures zullen later dit jaar worden herzien. Het kabinet zal de positieop het EU-voorkeursprincipe hier in meenemen.2)Voorts lezen deze leden dat het kabinet wil inzetten op eenEuropese aanpak gericht op de gehele digitale keten. Hoeweldeze ambitie steun verdient, achten zij het van belang dat binnen1Waarbij baten en kosten niet enkel geldelijk worden gekwalificeerd, maar ook kwalitatiefworden bekeken, denk aan een bijdrage aan verduurzaming of verslechtering van de (handels-)betrekkingen met derde landen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12112 deze inzet duidelijke prioriteiten worden gesteld. In hoeverre isdaarvan momenteel sprake? De leden van de D66-fractie vragenhet kabinet voorts of het onderschrijft dat versterking vandigitale soevereiniteit in het bijzonder vraagt om inzet op decloud en toegang tot kritieke grondstoffen. In dat verband vragendeze leden ook hoe het kabinet de ontwikkeling van een duide-lijke Europese definitie van een soevereine cloud beziet.AntwoordHet kabinet deelt de visie dat prioriteren binnen de digitale ketenessentieel is, waarbij de cloudmarkt en kritieke grondstoffen nadrukkelijkde aandacht behoeven. Zoals betoogd in de agenda Digitale OpenStrategische Autonomie (DOSA) functioneert het digitale stack model alseen ecosysteem waarin alle lagen, van grondstoffen tot online applicatiesen alles daar tussenin – waaronder ooknetwerktechnologie, semicon, AIen cloud, onderling afhankelijk zijn van elkaar. In een recent Nederlandsnon-paper over het Tech Sovereignty Package2 pleit het kabinet daaromvoor een integrale aanpak rondom een Tech Stack. Hierin versterken delagen elkaar via een vraag-aanbodkoppeling: cloud en AI-toepassingenstimuleren de vraag naar chips en hardware, en in het verlengde hiervankritieke grondstoffen. In hetzelfde non-paper zet het kabinet uiteen dat devorming van een duidelijke Europese definitie van een soevereine cloudeen van haar prioriteiten is voor de Cloud & AI Development Act (CADA).Ook in het non-paper Versterken van cloudsoevereiniteit van overhedenvan juli 2025 heeft het kabinet deze ambitie geuit.3 Het wetsvoorstel voorde CADA is op 3 juni gepubliceerd. Op korte termijn ontvangt de TweedeKamer een BNC-fiche over dit wetsvoorstel, waarin wordt ingegaan op depositie van het kabinet.3)Ten aanzien van de Omnibus Digitaal lezen zij dat het kabinetvan mening is dat vereenvoudiging van regelgeving niet ten kostemag gaan van het niveau van bescherming van grondrechten. Deleden van de D66-fractie onderschrijven die lijn. Deze ledenroepen het kabinet op zich in de verdere onderhandelingen teblijven inzetten voor behoud van privacybescherming en deKamer te blijven informeren over de Nederlandse inzet en devoortgang. Zij lezen daarnaast dat er een akkoord is bereikt op deOmnibus AI. De leden van de D66-fractie achten het tot slot vanzeer groot belang dat in de Omnibus AI een verbod op seksueledeepfakes is opgenomen.AntwoordHet blijft de inzet van het kabinet om via omnibussen vereenvoudiging nate streven zonder beleidsdoelen aan te passen of bescherming vangrondrechten te verminderen, en verder om voorstellen die verdergaandan versimpeling te beoordelen op basis van de verwachte impact, enzich in de onderhandelingen in te zetten om onwenselijke voorstellen tebeperken of aan te passen. Over het verdere verloop van de OmnibusDigitaal zal ik uw Kamer informeren in overeenstemming met de geldendeinformatieafspraken. Het kabinet is verheugd dat er inmiddels binnen deEuropese Unie een akkoord is bereikt over een bestuursrechtelijk verbodin de AI-verordening op AI-systemen die materiaal van seksueel kinder-misbruik of naaktbeelden zonder toestemming vervaardigen ofmanipuleren.4) Deze leden zijn daarnaast van mening dat nieuwe AI vooraf-gaand aan brede inzet beter getest zou moeten worden. Zij2Kamerstukken II 2025–2026, 21 501–33, nr. 1195.3Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 4113.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12113 constateren dat bij nieuwe AI nog te vaak sprake is van een«eerst lanceren, daarna corrigeren»-benadering. De leden van deD66-fractie vragen hoe het kabinet hiernaar kijkt. Daarnaastvragen deze leden of het kabinet bereid is in Europees verband teverkennen hoe AI voorafgaand aan marktintroductie kan wordengetest.AntwoordInnovatie is in de kern het op de markt brengen van nieuwe of verbeterdeproducten of diensten, die niet allemaal voor het op de markt brengengetest kunnen worden. De AI-verordening bevat regels voor AI-systemendie een hoog risico kunnen vormen voor veiligheid, gezondheid offundamentele rechten. Deze moeten wel voorafgaand aan het op de marktbrengen gecertificeerd worden. Daarbij moet worden nagegaan of aan devereisten van de AI-verordening wordt voldaan. Die certificering kan ineen aantal gevallen door de aanbieder zelf worden uitgevoerd, in anderegevallen moet dat door een externe partij worden uitgevoerd. Voortoepassingen die niet als hoog risico worden aangemerkt door deAI-verordening, is een dergelijke certificering niet vereist. Lidstatenmogen dat op grond van de verordening ook niet voorschrijven.Een verkenning in Europees verband naar methoden voor het testen enevalueren van AI voorafgaand aan marktintroductie is een waardevollestap. Het kabinet verkent de haalbaarheid en wenselijkheid van eenNederlands AI Safety Institute (NL-AISI) waarbij het van belang is dat ditaansluit bij bestaande Europese initiatieven en kaders.5) Voorts constateren deze leden dat Europese regelgeving voordigitale diensten (Digital Services Act) al mogelijkheden biedtvoor onderzoekers om toegang te krijgen tot informatie overalgoritmes, terwijl een vergelijkbare transparantieverplichting inde AI Act ontbreekt. Zij achten het van belang dat inzicht bestaatin de werking van AI-systemen, bekende aandachtspunten en dewijze waarop ontwikkelaars daarmee omgaan. Hoe kijkt hetkabinet aan tegen een Europese transparantienorm voor AI? En ishet kabinet bereid zich hiervoor in Europees verband in te zetten?AntwoordHet kabinet onderschrijft het belang van inzicht in de werking vanAI-systemen en transparantie over mogelijke risico’s van AI-systemen. Hethuidige Europese wettelijke kader bevat meerdere verplichtingen die detransparantie beogen te verbeteren. Uit de AI-verordening volgt dataanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden inzicht moetengeven in de werking van deze modellen aan de ontwikkelaars diehoog-risico AI-systemen met behulp van deze GPAI-modellen ontwik-kelen. In het geval van AI-systemen waarbij content wordt gegenereerdhebben ontwikkelaars en gebruiksverantwoordelijken de verplichtinghierbij aan te geven dat dit gegenereerde of gemanipuleerde contentbetreft. Aanbieders van AI-systemen die als hoog-risico zijn gecategori-seerd moeten verder een gebruikershandleiding opstellen en gebruiksver-antwoordelijken van hoog-risico systemen moeten diegenen die geraaktworden door besluiten die met behulp van deze systemen wordengenomen hierover informeren. Deze bepalingen in de AI-verordening zijnop dit moment nog niet van toepassing en het kabinet werkt momenteelaan onder meer het aanwijzen van toezichthouders via de uitvoeringswetAI-verordening. Deze verplichtingen, in combinatie met de bestaandemogelijkheden voor toegang tot data door onderzoekers in onder de DSA,zorgen dat er momenteel geen aanleiding is om te pleiten voor eenbredere Europese transparantienorm voor AI.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12114 6) Ten aanzien van de European Business Wallets zijn de ledenvan de D66-fractie zeer positief. Deze leden onderschrijven dekansen die wallets bieden voor veilige, privacyvriendelijke engrensoverschrijdende digitale dienstverlening, waarbij gebruikersmeer regie krijgen over hun gegevens en minder persoonsge-gevens hoeven te delen. Zij zien kansen voor ondernemers, ondermeer door vermindering van administratieve lasten. De leden vande D66-fractie zijn daarom benieuwd hoe het staat met deNederlandse uitrol van de wallets. Worden al vergunningenafgegeven zodat aanbieders daadwerkelijk wallets op de marktkunnen brengen? En acht het kabinet Nederland op schema omtijdig aan de Europese verplichtingen te voldoen?AntwoordVoor European Business Wallets (EBW) geldt op basis van hetwetsvoorstel dat er geen verplichting is voor lidstaten om ervoor tezorgen dat deze worden uitgerold of door lidstaten vergunningen wordenafgegeven. Marktpartijen kunnen een EBW op de markt brengen natoetsing door de toezichthouder. Het kabinet heeft vanuit de marktenthousiaste geluiden gehoord om daar snel na het van kracht wordenvan het Europese wettelijke kader uitvoering aan te geven. Op nationaalniveau moet daarvoor nog het toezicht op European Business Walletsworden ingericht. Voor publieke organisaties geldt dat zij de verplichtingkrijgen om European Business Wallets te gaan accepteren binnen detoepasselijke implementatietermijnen. Het kabinet zal zich inspannen hiertijdig aan te voldoen.Antwoorden op de vragen van de VVD fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda en overige stukken voor de formeleTelecomraad van 9 juni 2026. Deze leden hebben hierbij nogenkele vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie staan voor een sterke economie.Economische groei is belangrijk. Zonder groei kunnen wenamelijk niet onze voorzieningen blijven betalen zoals we deze nukennen. Zonder groei kunnen we ook steeds minder goed onzebelangen op het internationale podium verdedigen, omdat westeeds meer irrelevant zijn. Economische groei vereist dat wegoede digitale infrastructuur hebben. Deze leden zijn daarom blijdat er werk wordt gemaakt van de opbouw van een sterkeEuropese digitale infrastructuur.7) Zij vragen hoe de Staatssecretaris concreet optimaleaansluiting wil zoeken bij AI-gigafabrieken van andere EU-landen,nu Nederland geen publiek geld beschikbaar stelt voor de bouwvan een AI-gigafabriek. De leden van de VVD-fractie wijzendaarbij op recent onderzoek van PwC dat uitwijst dat één procentmeer data-intensiteit samenhangt met 0,13 procentpunt hogereeconomische groei in het jaar erna.4Antwoord:Nederland stelt momenteel geen publieke middelen beschikbaar voor hetaanbesteden van rekencapaciteit bij een AI-gigafabriek in Nederland. Datneemt niet weg dat het kabinet actief inzet op de ontwikkeling van4PwC. (2026, 26 mei). Bijna een tiende van de Nederlandse economie draait op data. PwCNederland. https://www.pwc.nl/nl/actueel-en-publicaties/themas/digitalisering/bijna-een-tiende-van-de-nederlandse-economie-draait-op-data.html. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12115 AI-infrastructuur in Nederland en optimale aansluiting bij AI-gigafabriekendie in andere EU-lidstaten binnen het kader van EuroHPC wordengerealiseerd. Ten eerste blijft Nederland via deelname aan de EuroHPCJoint Undertaking volledig aangesloten op de Europese besluitvorming enprogrammering rond deze infrastructuur. Daarmee kunnen Nederlandsepublieke en private partijen via de reguliere EuroHPC-calls toegangaanvragen tot hoogwaardige rekencapaciteit, waaronder toekomstigecapaciteit in AI-gigafabrieken elders in Europa. Ten tweede zullenNederlandse kennisinstellingen, bedrijven en overheden marktconformrekencapaciteit kunnen inkopen bij deze Europese voorzieningen,vergelijkbaar met toegang tot andere (bestaande) commerciëleAI-infrastructuur.8) Daarnaast lezen deze leden dat het kabinet openstaat voor eengericht en proportioneel EU-voorkeursprincipe in specifiekekritieke sectoren wanneer andere instrumenten onvoldoendeeffectief blijken. Hoewel zij de noodzaak om strategischeafhankelijkheden af te bouwen en onze digitale weerbaarheid teversterken zeer goed begrijpen, vinden de leden van deVVD-fractie tegelijkertijd dat ervoor opgepast moet worden datdit niet doorslaat in protectionisme waar uiteindelijk het Neder-landse bedrijfsleven de rekening voor betaalt. Deze leden vragenhoe de Staatssecretaris hiernaar kijkt. Tevens vragen zij op welkekritieke sectoren dit concreet betrekking heeft.AntwoordHet kabinet is terughoudend in de toepassing van EU-voorkeurscriteria,juist omdat het uitgangspunt een open, op regels gebaseerde markt is.Om de kosten zo laag mogelijk te houden voor het bedrijfsleven, zet hetkabinet zich in EU-verband in voor het bevorderen van een mondiaalgelijk speelveld, waar handelsmaatregelen tegen concurrentievervalsingen marktverstorende praktijken onderdeel van zijn. Om tegengewicht tebieden aan groeiende economische invloed van andere machtsblokken,spoort het kabinet de Europese Commissie actief aan nieuwe handels- eninvesteringsbedragen te sluiten om onze handelspartners te diversifiëren.Indien nodig treft de EU-maatregelen tegen marktverstorende praktijken,bijvoorbeeld door inzet van het handelsdefensieve instrumentarium ofrecentere instrumenten zoals het Instrument voor InternationaleOverheidsopdrachten (International Procurement Instrument, IPI).Tegelijkertijd erkent het kabinet dat in sommige strategische sectorengerichte, tijdelijke en proportionele inzet van dergelijke criteria gerecht-vaardigd kan zijn. Hier dient een gedegen analyse aan ten grondslag teliggen en een open houding naar onze handelspartners te wordengeborgd. Het kabinet is momenteel bezig met het uitvoeren van dergelijkeanalyses, bijvoorbeeld voor sectoren in het digitale domein, zoals cloud.Het kabinet deelt de opvatting dat protectionisme tegengaan moetworden. Nederland respecteert de internationale (WTO-) verplichtingendie ongeoorloofd protectionisme verbieden.9)Dit spanningsveld zien we terugkomen in een recent artikel vande Volkskrant over satellietfrequenties.5 De EU wil Europesetelecombedrijven voortrekken, wordt gesteld. Hoe zou volgenshet kabinet moeten worden omgegaan met een situatie waarin5Rensen, F. (2026, 27 mei). Brussel reserveert satellietfrequenties voor Europese telecombe-drijven, China en VS kritisch. de Volkskrant. https://www.volkskrant.nl/wetenschap/brussel-reserveert-satellietfrequenties-voor-europese-telecombedrijven-china-en-vs-kritisch-~bee01719/. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12116 Europese partijen «falen», waar de expert in het artikel voorwaarschuwt?AntwoordOp 27 mei jl. heeft de Europese Commissie haar voorstel voor eenverordening omtrent de verdeling van de 2 GHz-band gepubliceerd.6 Hetkabinet zal dit voorstel bestuderen, via de gebruikelijke processenappreciëren en de Kamer daarvan via een BNC-fiche op de hoogtebrengen. Het uitgangspunt van het kabinet is dat een gebalanceerdeverdeling, waarin alle belangen zorgvuldig worden meegewogen, devoorkeur heeft.10)De leden van de VVD-fractie hebben daarnaast kennisge-nomen van het voornemen om tijdens de Telecomraad eenalgemene oriëntatie aan te nemen over het voorstel voor deEuropean Business Wallets (EBW). Deze leden zijn benieuwd naarde ontwikkeling van deze wallets. Wat is de actuele stand vanzaken van dit voorstel? En hoe zorgt het kabinet ervoor dat hetNederlandse bedrijfsleven optimaal is geëquipeerd om te profi-teren van dit voorstel?AntwoordOp 9 juni zal de Telecomraad naar verwachting besluiten over deRaadspositie op de European Business Wallet die het resultaat is van deonderhandelingen tussen de lidstaten die zijn gestart na de publicatie vanhet voorstel van de Europese Commissie op 19 november 2025. DeNederlandse inzet daarbij was gebaseerd op het BNC-fiche van 16 januari.In de compromistekst zijn voor Nederland de aandachtspunten zoalsbenoemd in het BNC-fiche voldoende geadresseerd, waardoor het kabinetpositief tegenover de compromistekst staat. Na het bereiken van dealgemene oriëntatie starten de triloogonderhandelingen met het EuropeesParlement en de Europese Commissie.Het kabinet is gestart met een communicatiecampagne om het Neder-landse bedrijfsleven voor te lichten over het wetsvoorstel van deEuropean Business Wallet. Daarnaast doet Nederland actief mee aan degrote Europese Large Scale Pilot WE BUILD, waar ervaringen met hetecosysteem voor European Business Wallets worden opgedaan. Dezezullen worden gedeeld met het Nederlandse bedrijfsleven.Antwoorden op de vragen van de GroenLinks-PvdA fractie11)Zij waarderen dat er uitgebreid wordt stilgestaan bij digitaleautonomie, specifiek gericht op de afhankelijkheid van Big Techbinnen de overheid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijnbenieuwd op basis van welke inzichten en onderzoeken naar dedigitale afhankelijkheden van EU-lidstaten deze discussie wordtgevoerd. Zijn er actuele cijfers over hoe afhankelijk Europa is?Kan de Staatssecretaris deze stukken met de Kamer delen?Bovendien de vraag aan de Staatssecretaris om expliciet tebenoemen wie het «klein aantal buitenlandse spelers» zijn waarNederland en Europa afhankelijk zijn geworden. Kan de Staatsse-cretaris een actueel overzicht geven van hoe groot de afhanke-lijkheid van deze bedrijven is binnen belangrijke strategischesectoren, met name de overheid?6Voorstel voor een machtiging op EU-niveau voor systemen die mobiele satellietdiensten (MSS)leveren (27 mei 2026). Raadpleegbaar via https://digital-strategy.ec.europa.eu/nl/library/proposal-eu-level-authorisation-systems-providing-mobile-satellite-services-mssTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12117 AntwoordEr zijn verschillende studies die cijfermatige inzichten bieden hoe hetgesteld is met dit type Europese afhankelijkheden. Zoals Het Rijk in decloud van de Algemene Rekenkamer7, waar inzicht wordt gegeven ingebruik van public cloud bij de rijksoverheid. Ook in de Brief – EvaluatieRijksbreed Cloudbeleid8 zijn een aantal kengetallen uitgewerkt, incl.leveranciers. Voor generieke cijfers over de cloudmarkt in Nederland ende EU geeft ook de Marktstudie clouddiensten van de ACM de nodigecijfers9, evenals het Draghi-rapport10. In algemene zin is bekend dat demarktconcentratie van de drie US hyperscalers erg groot is (in Nederland,cq Europa). In de rapporten van ACM en Draghi wordt op de verhoudingtussen deze partijen ingegaan.12)De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het vanenorm belang dat de inkoop- en aanbestedingsregels dusdanigworden aangepast, dat vendor lock-in kan worden voorkomen.Deze leden vragen hoe het kabinet en de EU-lidstaten waar zijmee in overleg gaan kijken naar de rol van de rijksoverheid omals marktmeester op te treden. Is dit het uitgangspunt bij meerEU-lidstaten? Welke lidstaten slagen er al in om via inkoop enaanbestedingen een nieuwe markt te creëren voor binnenlandseof Europese IT-leveranciers? Welke lessen leert Nederland hiervan? Zij ontvangen graag concrete voorbeelden van succesvollebenaderingen van andere EU-lidstaten die er in slagen om digitaalautonoom te worden. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractiezijn ook benieuwd hoe groot de digitale afhankelijkheden vanNederland zijn ten opzichte van andere lidstaten. Hoe doen wijhet in vergelijking met andere landen? Hoe verklaart de Staatsse-cretaris de positie van Nederland in deze vergelijking?AntwoordMet het rapport «Van Kwetsbaar naar weerbaar. Geleerde lessen uitdreigende acute en langdurige uitval van uitbestede ICT-dienstverleningbij overheidsorganisaties.» wordt ingegaan op de ontstane afhankelijk-heden met IT-dienstverleners en de bijgaande risico’s. In de brief11 wordende bevindingen, de bredere context van de situatie en de schets voor eennoodzakelijke vervolgaanpak verwoord. De eerste resultaten hebben vormgekregen, zoals een geactualiseerde IT-sourcing strategie en een nieuwemonitoring van IT-leveranciers. De andere aanbevelingen worden nogverder uitgewerkt. Conform de motie van het lid Dassen12 wordt gewerktaan een routekaart waarin concrete stappen, investeringen en samenwer-kingen met andere Europese lidstaten worden beschreven. In vergelijkingmet andere landen lijkt Nederland een relatieve voorloper te zijn op ditthema voor wat betreft de maatschappelijke en politieke aandacht. Welzijn er enkele lidstaten die meer concrete stappen hebben ondernomen.13)Deze leden vragen de Staatssecretaris om uit te leggen onderwelke voorwaarden een EU-voorkeursprincipe «gericht» en«proportioneel» is. Volgens hen is het een doel op zich omminder diensten van niet-Europese grootmachten af te nemen.Deelt de Staatssecretaris deze mening? Hoe brengt zij dat in bijdeze beleidsdiscussie? Ook vragen de leden van de GroenLinks-7Algemene Rekenkamer, Het Rijk in de cloud, Den Haag, 15 januari 2025.8Kamerstukken II 2024/25, 26 643, nr. 12259Autoriteit Consument & Markt (ACM), Marktstudie Clouddiensten, Den Haag, 2022.10Draghi, M., The Future of European Competitiveness, rapport voor de Europese Commissie,september 2024.11Kamerstukken II 2025–2026, 29 362, nr. 388.12Kamerstukken II 2025–2026, 36 800, nr. 73.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12118 PvdA-fractie om een duidelijkere uitleg over wat de Staatssecre-taris bedoelt met het belang van «behoud van innovatie, openhandelsrelaties met gelijkgezinde partners en zorgvuldigeimpactanalyse van oorsprongsmaatregelen.» Kan de Staatssecre-taris per genoemde punt ingaan op de zorgen die zij heeft? Hoezou een EU-voorkeursprincipe deze punten kunnen bemoeilijken?Graag een concrete uitleg.AntwoordHet kabinet is terughoudend met het inzetten van eenEU-voorkeursprincipe. Het principe kan worden ingezet om deweerbaarheid van de Unie te versterken en, wanneer minder ingrijpendemaatregelen of inzet van bestaande handelsinstrumenten ontoereikendzijn, om strategische markten te stimuleren die essentieel zijn voor delange termijn weerbaarheid van de Unie. Hierbij dienen per sector,waardeketen of industrie zorgvuldig de baten afgewogen te worden tegende kosten.13 Zo kan er product of sector een afweging gemaakt wordenvoor de inzet van dit instrument.Het verminderen van het gebruik van diensten van niet-Europesegrootmachten is geen doel op zich. Het kabinet zet eenEU-voorkeursprincipe alleen in wanneer dit bijdraagt aan de weerbaarheiden verder in lijn is met hierboven beschreven inzet.Met gericht wordt bedoeld dat de toepassing tijdelijk, doelmatig enproportioneel moet zijn. Om te oordelen of de maatregelen proportioneelzijn dient onder andere de afweging te worden gemaakt of mindervergaande maatregelen reeds zijn uitgeput of van toepassing zijn. Denkaan Trade Defense Instruments (TDI), de Foreign Subsidies Regulation(FSR) of het International Procurement Instrument (IPI). Ook dienen dekosten en baten op korte en lange termijn afgewogen te worden.De markttoegang voor gelijkgestemde handelspartners moet zo minmogelijk worden belemmerd en zij moeten worden meegenomen in onze«open, tenzij» benadering. Onder de akkoorden van de WTO enEU-handelsakkoorden is het in beginsel niet toegestaan dat de EUgoederen of diensten uit een derde land in gelijke gevallen minder gunstigbehandelt dan goederen of diensten uit de EU zelf. Daarnaast zijn ookkwantitatieve restricties op grond van oorsprongsvereisten verboden. EenEU-voorkeursprincipe via oorsprongseisen staat daarmee op gespannenvoet met dit beginsel. Indien de EU een voorkeursprincipe toch wiltoepassen, dient het dit onder het WTO-recht te kunnen rechtvaardigen opeen rechtvaardigingsgrond, zoals bijvoorbeeld nationale veiligheid ofbescherming van o.a. publieke gezondheid of milieu. De drempel voordergelijke rechtvaardigingsgronden is hoog, zo mag het niet gaan om eenverkapte handelsbelemmering. Dit is dan ook mede waarom het kabinetvan mening is dat terughoudendheid, tijdelijkheid, proportionaliteit en eendoelmatigheid die zich richt op weerbaarheid als drijfveer, passend zijn.14)Deze leden kijken net als de Staatssecretaris uit naar de EUTech Sovereignty Package. Zij vragen de Staatssecretaris omhelder te schetsen welke onderdelen dit beleidspakket bevat. Zijner onderdelen waarvan nog onduidelijk is of ze uiteindelijk in hetpakket belanden? Wat is de inzet van de Staatssecretaris voor ditpakket, welke onderdelen en concrete maatregelen zijn volgensde Staatssecretaris cruciaal om hierin op te nemen? De leden van13Waarbij baten en kosten niet enkel geldelijk worden gekwalificeerd, maar ook kwalitatiefworden bekeken, denk aan een bijdrage aan verduurzaming of verslechtering van de(handels)betrekkingen met derde landen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 12119 de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van groot belang dat deTech Sovereignty Package stevige maatregelen bevat die dedigitale autonomie bewezen effectief vergroten. Deze ledenhopen dat er concrete, afrekenbare doelen worden opgenomenover het vergroten van het aandeel autonome digitale dienstendat Europese overheden en bedrijven afnemen. Hierbij is vangroot belang dat er middelen worden vrijgemaakt om publiekeinvesteringen te kunnen doen in de digitale infrastructuur.Verwacht de Staatssecretaris dat er nieuwe middelen vrijkomenals gevolg van het pakket? Zo ja, om hoeveel geld gaat hetongeveer? Zo niet, hoe denkt de Staatssecretaris dat zij zondermiddelen om te investeren de doelen voor digitale autonomie kanverwezenlijken?AntwoordHet Tech Sovereignty Package wordt op 3 juni gepubliceerd. Het pakketbestaat naar verwachting uit vijf voorstellen; een overkoepelendemededeling, de Cloud and AI Development Act, de Chips Act II, opensource strategie en de strategische Roadmap AI en digitalisering in deenergiesector. Recent heeft Nederland een non-paper over het TechSovereignty Package opgesteld.14 Daarin pleit het kabinet daarom vooreen integrale aanpak rondom een Tech Stack. Ten tijde van het beant-woorden van dit schriftelijk overleg was het Tech Sovereignty Packagenog niet gepubliceerd. Zodra het voorstel gepubliceerd wordt zal hetkabinet dit voorstel bestuderen, via de gebruikelijke processen appre-ciëren en de Kamer daarvan via een BNC-fiche op de hoogte brengen.15) Zij zijn benieuwd naar het Digital Commons European DigitalInfrastructure Consortium (EDIC). De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris om expliciet te makenwat de rol van het EDIC is. Welke specifieke kennis en expertiselevert Nederland aan dit consortium? Hoe faciliteert EDIC deafbouw van digitale afhankelijkheden? Deze leden vragen om eenonderbouwing over de resultaten die het EDIC boekt op ditgebied.AntwoordDe EDIC Digitale Gemeenschapsgoederen is eind 2025 opgericht en richtzich op het versterken van de Europese digitale soevereiniteit. Waar hetconsortium ontstond uit een samenwerking tussen Frankrijk, Duitsland,Italië en Nederland is deze in het afgelopen half jaar verder uitgebreidnaar twaalf EU-landen. De deelnemende landen en regio’s gaan inEDIC-verband samenwerken aan digitale gemeenschapsgoederen: openen transparante alternatieven voor digitale diensten zoals kunstmatigeintelligentie, cloud computing, cybersecurity en sociale netwerken diegemeenschappelijk ontwikkeld en beheerd worden. Door kennis,middelen en contacten te delen, moet de ontwikkeling van Europesetechnologie worden versneld. Nederland draagt hier actief aan bij door,naast een financiële bijdrage, capaciteit en expertise beschikbaar testellen. Zo levert Nederland de voorzitter van het bestuur, de zogenaamdeAssembly of Members, in de persoon van CIO Rijk. Daarnaast isNederland inhoudelijk trekker van één van de vier pijlers van de EDIC, teweten community building, waarmee samenwerkingsverbanden metonder andere Europese bedrijven en kennisinstellingen worden opgezet.Bovendien wordt door de EDIC Digitale Gemeenschapsgoederenvoortgeborduurd op de kennis en producten op het terrein van digitalewerkplek-software die in het kader van Mijn Bureau zijn ontwikkeld. Dezeworden in het kader van de EDIC Digitale Gemeenschapsgoederen, in14Kamerstukken II 2025–2026, 21 501-33, nr. 1195.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121110 samenwerking met de Franse equivalenten LaSuite en het DuitseOpenDesk in EDIC-verband verder doorontwikkeld. De eerste projectenvan de EDIC Digitale Gemeenschapsgoederen worden op dit momentuitgerold, waaronder een «100 dagen uitdaging» om onafhankelijke opensource componenten te bouwen en een pilot voor een EuropeesSoeverein Tech Fonds. Deze is ontwikkeld in samenwerking met de DuitseSovereign Tech Agency en verkent of en hoe deze op Europees niveau kanworden toegepast om essentiële open digitale infrastructuur teversterken.16) Zij zijn benieuwd naar de rol van Europa en Nederland in deInternational Telecommunication Union (ITU). Zij kunnen zichvoorstellen dat de belangen van VN-landen op dit gebied flinkuiteen kunnen lopen. Hoe treedt de EU eensgezind op binnen ditgremium? Zijn er grote verschillen tussen accenten en belangenvan EU-lidstaten, en hoe groot zijn die verschillen in vergelijkingmet de andere internationale machten die hier bij betrokken zijn?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de belang-rijkste inzet van de EU en Nederland is bij de onderhandelingenvoor de conferentie in 2026. Daarbij vragen deze leden ook watde Staatssecretaris bedoelt met de «internationale druk om hetaandachtsgebied van ITU uit te breiden.» Om wat vooruitbreiding zou dit gaan? Zij vragen de Staatssecretaris ook opwelke deelgebieden samenwerking met ITU volgens haar kanbijdragen aan een waardevolle digitale transformatie. Hoe gaat deStaatssecretaris dit uitdragen bij de Telecomraad? Op welkegebieden is ITU volgens de Staatssecretaris niet vanmeerwaarde? Tot slot vragen de leden welke landen een duide-lijke strategie hebben om «middels ITU-standaarden hun invloedin het wereldwijde digitale domein te vergroten.» Welke landendoelt de Staatssecretaris op, en hoe ziet de strategie er in depraktijk uit? Welke zorgen heeft het kabinet over de beschermingvan mensenrechten en «een duurzame en mensgerichte aanpak»bij die strategie?AntwoordDe ITU werkt met regionale samenwerkingsverbanden die als regiovoorstellen kunnen indienen. Nederland maakt samen met 46 andereEuropese landen (waaronder de EU-lidstaten) deel uit van de ConférenceEuropéenne des Administrations des Postes et Télécommunications(CEPT). Naast de EU-landen werkt Nederland binnen de CEPT dus ooksamen met landen die onderdeel uitmaken van geografisch Europa, zoalshet Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Turkije. De inzet van deEU-lidstaten wordt gecoördineerd in Brussel en vervolgens ingebracht inCEPT. Nederland participeert actief in dit proces. Hierbij is er aandachtvoor het zorgen dat de inzet van EU lidstaten en de inzet van de CEPTcongruent zijn en voor het voorkomen van nadelige gevolgen voor hetEuropees concurrentievermogen. Daarnaast is er ook aandacht voor hetvoorkomen van ethisch onwenselijke gevolgen.Tussen EU-lidstaten zijn er verschillende accenten en belangen, maar overhet algemeen verloopt de samenwerking binnen CEPT zeer voorspoedig.Zo wordt er samen geschreven aan de resoluties binnen CEPT en werktNederland op dit moment, samen met het Verenigd Koninkrijk enFrankrijk, aan de resoluties met betrekking tot het internet. De verschillendie er zijn tussen deze EU landen, zijn relatief klein en worden vaak ingoed onderling overleg besproken. De verschillen met andere machts-blokken zijn over het algemeen groter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121111 De Nederlandse en Europese inzet voor deze conferentie richt zich ondermeer op het vergroten van de efficiëntie van ITU als organisatie en hetverlagen van drempels voor het Europese bedrijfsleven, inclusief het mkb.Daarnaast draagt Nederland actief bij aan de internet-gerelateerderesoluties.Met betrekking tot het uitbreidende aandachtsgebied van ITU bedoelt hetkabinet dat de ITU zich binnen het VN-systeem op steeds meer digitaleonderwerpen profileert. Daarmee wordt het originele mandaat met eenfocus op wereldwijde telecommunicatie steeds verder opgerekt.Wat betreft de samenwerking met ITU op het gebied van digitaletransformatie stelt het kabinet dat de digitale transformatie voor een grootdeel afhankelijk is van standaarden en interoperabiliteit. De internationalestandaarden die binnen de ITU worden uitonderhandeld en vastgestelddragen bij aan wereldwijde connectiviteit en economische groei en rakenin dit digitale tijdperk vele facetten van onze economie en samenleving.Landen die middels ITU-standaarden trachten hun invloed te vergrotenzijn bijvoorbeeld China en de Russische federatie. Deze landen leverenzeer actief en prominent voorzitters en leden van standaardisatiecom-missies.17) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het essen-tieel dat Europese bandbreedte van satellietfrequenties wordtbehouden voor strategische Europese en nationale doeleinden.Deze leden hebben hier eerder zorgen over geuit via de Kamer-vragen van de leden Kathmann en Nordkamp. 15 Heeft deStaatssecretaris, sinds de beantwoording van de vragen, nogrelevante ontwikkelingen of aanvulling op de antwoorden temelden? Volgens de leden is het «meewegen» van Europesesoevereiniteit bij het nieuwe besluit over de frequentievergun-ningen niet genoeg. Zij zijn van mening dat Europese soeverei-niteit het uitgangspunt moet zijn van dit besluit. Wat vindt deStaatssecretaris op dit punt?AntwoordOp 27 mei jl. heeft de Europese Commissie haar voorstel voor eenverordening omtrent de verdeling van de 2 GHz-band gepubliceerd.16Hierin stelt de Commissie onder andere voor om de 2 GHz-band op tedelen in drie delen, waarvan één beschikbaar gesteld zal worden voorgouvernementeel gebruik (kritieke en veilige communicatie) geleverddoor een Europese satellietoperator, één deel beschikbaar is voorcommercieel gebruik door nieuwe Europese satellietoperators ominnovatieve diensten te bevorderen en één deel voor commercieel gebruikdoor Europese of niet-Europese satellietoperators. Het kabinet zal ditvoorstel bestuderen, via de gebruikelijke processen zoals het BNC-ficheappreciëren en de Kamer daarvan op de hoogte brengen.18) Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractievragen over de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal. Ten eerstevragen deze leden of het realistisch is dat er eind juni eenRaadsakkoord is bereikt over de Omnibus Digitaal. Krijgt deKamer nog een moment om zich uit te spreken over het bereikteakkoord en de positie van de Staatssecretaris mede te bepalen ofbeïnvloeden? Voor hen weegt de positie van de Kamer bij het15Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 847 (Kamervragen 2025Z19066).16Voorstel voor een machtiging op EU-niveau voor systemen die mobiele satellietdiensten(MSS) leveren (27 mei 2026). Raadpleegbaar via https://digital-strategy.ec.europa.eu/nl/library/proposal-eu-level-authorisation-systems-providing-mobile-satellite-services-mssTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121112 behandelen van Omnibusvoorstellen zwaar. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie ontvangen dan ook graag meer infor-matie over de ontwikkelingen in het krachtenveld rondom deOmnibus Digitaal. Kan de Staatssecretaris duidelijker uitleggenwat zij met deze constatering bedoelt? Deze leden herhalen ook,nogmaals, het belang van impact assessments bij de Omnibussen.Zij vinden «politiek belang» en zwakke reden om wetgevingversneld en zonder onderbouwing ingrijpend te wijzigen. Deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretarisom alsnog aan te dringen op het uitvoeren van een (beperkte)impact assessment door de Europese Commissie, zodat degevolgen van de Omnibussen te overzien is. Als de Commissiehier niet toe is bereid, ziet de Staatssecretaris dan mogelijkhedenom met een consortium van lidstaten een onafhankelijkeassessment of wetenschapstoets uit te voeren? Is de Staatssecre-taris bereid om dit te verkennen bij de Telecomraad?AntwoordHet streven van het Cypriotische voorzitterschap is om eind juni eenRaadsakkoord op de Omnibus Digitaal te bereiken. Het is nog niet zeker ofdat daadwerkelijk gaat lukken. Dat zal de komende weken moeten blijken.Ik zal uw Kamer in aanloop naar het Raadsakkoord per brief informerenover de verwachte inhoud van het akkoord en hoe zich dit verhoudt tot deinzet zoals verwoord in het BNC-fiche.Zoals aangegeven in de geannoteerde agenda van de Telecomraad17 zijner positieve signalen over het krachtenveld op onze belangrijkstezorgpunten. De non-papers die we samen met andere landen hebbenopgesteld over de P2B-verordening en het Europees meldpunt hebbenenige tractie in de Raad. Ook veel van onze zorgen m.b.t. aanpassingenaan de AVG worden door meerdere lidstaten gedeeld. Ik kan daar echternog geen definitieve conclusies aan verbinden. Juist in de laatste fase vande onderhandelingen kan het krachtenveld en het beoogde compromisnog bewegen.Ik ben het met uw Kamer eens dat het passend was geweest een impactassessment uit te voeren voor deze omnibussen. Het kabinet heeft deCommissie herhaaldelijk verzocht dit alsnog te doen. Hier is echteronvoldoende steun voor in de Raad. Ook is er in de Raad onvoldoendesteun om de onderhandelingen afhankelijk te maken van het alsnoguitvoeren van een impact assessment. De prioriteit van het kabinet is nuom haar inzet te realiseren in de onderhandelingen. Een belangrijkonderdeel van de kabinetsinzet is het schrappen of verbeteren vanvoorstellen die afbreuk doen aan de bescherming van grondrechten. Alshet lukt de voorstellen zo aan te passen dat ze weinig significante effectenhebben buiten het verlagen van regeldruk, vervalt ook de noodzaak vooreen impact assessment.19) Deze leden zijn blij met het verzet tegen de aanpassingen aande definities binnen de Algemene Verordening Gegevensbe-scherming (AVG). Zij steunen de inzet van het kabinet om dezeaanpassing te schrappen. Ook brengen zij in dat het recht vaninzage mogelijk onderhevig is aan een nieuw precedent, gescheptdoor de Rechtbank Amsterdam. De leden Kathmann en Dassenhebben hier vragen over gesteld op 17 april 2026.18 Kan deStaatssecretaris alvast een korte reactie geven op de uitspraak,vooruitlopend op de formele beantwoording? Is zij bereid om de17Kamerstukken II 2025/2026, 21 501–33, 120218Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 2138 (Kamervragen 2026Z08236).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121113 mogelijke consequenties die de uitspraak heeft voor de interpre-tatie en handhaving van het inzagerecht bij de Telecomraad tersprake te brengen?AntwoordVoor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de antwoorden op deaangehaalde Kamervragen, die op korte termijn naar uw Kamer zullenworden verzonden.Antwoorden op de vragen van de CDA fractie20) Deze leden vinden het belangrijk dat de diverse verboden opschadelijke AI toepassingen die gelden sinds februari 2025 opbasis van de EU AI Act, intact blijven en juichen de uitbreidingvan het verbod op uitkleedapps toe. Zij vragen of er nog andereuitbreidingen (of beschermende randvoorwaarden) zullen volgen.Dit alles vraagt ook om AI geletterdheid binnen organisaties ende eerder besproken registratieplicht. De leden van deCDA-fractie vragen hoe deze twee zaken (AI geletterdheid enregistratieplicht) nu zijn geborgd en welke inbreng Nederlandlevert in de Telecomraad van 9 juni.AntwoordAdditionele uitbreidingen van de AI-verordening zoals die vanuitkleed-apps zijn op het moment niet gepland, wat niet zegt dat bijtechnologische en maatschappelijke ontwikkelingen deze niet in deAI-verordening kunnen worden opgenomen. De verordening voorziet ookin evaluaties, in de mogelijkheid om nieuwe AI-praktijken te verbieden enom nieuwe producten of toepassingsgebieden als hoog-risico aan teduiden. Naast dit omnibus-proces kan via een gedelegeerde handelingannex 3 van de AI-verordening, die bepaalt wat «hoog risico» AI-systemenzijn, worden uitgebreid. Daarmee dienen aanbieders en gebruikersverant-woordelijken van hoog-risico AI-systemen aan uitgebreide verant-woording te voldoen, zoals een fundamentele mensenrechtentoets.De registratieplicht voor AI-systemen die binnen een hoog-risicotoepassingsgebied niet als hoog-risico worden beschouwd, blijft met deAI-omnibus gehandhaafd. Een aanbieder die beoordeelt dat eenAI-systeem in een AI-systeem bedoeld voor een hoog-risico toepassings-gebied toch geen risico voor gezondheid, veiligheid of fundamentelerechten oplevert, moet dat oordeel onderbouwen en documenteren, enhet systeem toch registreren in de EU-database. Daarmee wordt het veelmoeilijker om systemen onterecht als niet-hoog-risico te bestempelen.Toezichthouders hebben immers inzicht in de database en kunnen deaanbieder van zo’n systeem om de documentatie vragen.De borging van AI-vaardigheden binnen overheidsorganisaties wordtonder andere gesteund door een overheidsbrede beschikbare basisop-leiding AI en data, als onderdeel van Ambtelijk Vakmanschap. Daarnaastis de verkenning naar een overheidsbreed AI-competentiecentrum, eenonderdeel van de NDS, afgerond en worden op het moment de mogelijkevolgende stappen onderzocht.Aangezien de onderhandelingen over de AI-omnibus reeds zijn afgerond,is Nederlandse inbreng op deze punten tijdens de Telecomraad van 9 juniniet opportuun.21) Deze leden lezen dat het kabinet vereenvoudiging van digitaleregelgeving steunt, maar tegelijk serieuze zorgen heeft overAVG-wijzigingen die het niveau van gegevensbeschermingwezenlijk kunnen verminderen zonder dat daar echte lastenver-lichting tegenover staat. Zij vragen welke onderdelen van devoorgestelde AVG-wijzigingen voor het kabinet nog steeds hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121114 meest problematisch zijn en op welke punten Nederland in deRaad concreet inzet op schrappen of aanpassen. Ook vragen deleden van de CDA-fractie hoe het kabinet voorkomt dat vereen-voudiging in de praktijk juist leidt tot meer juridische onduide-lijkheid voor burgers, ondernemers en toezichthouders. In hetbijzonder vragen deze leden hoe het kabinet aankijkt tegen dewijziging van de definitie van persoonsgegevens en debevoegdheid van de Commissie om via uitvoeringshandelingen tespecificeren wanneer gegevens voldoende gepseudonimiseerdzijn. Zij vragen of er samen met gelijkgestemde landen kanworden opgetrokken om tot een gedragen visie te komen hierop,ook als het gaat om het «gerechtvaardigd belang» als grondslagvoor gebruik van gegevens in AI en de uitzonderingsgrond voorresiduele data (hoe deze wordt afgebakend en toegepast).AntwoordHet kabinet heeft 8 april jl. een non-paper gedeeld over deAVG-onderdelen van de Omnibus Digitaal met uw Kamer19. Dat non-papergeeft aan voor welke onderdelen het kabinet erop inzet deze te schrappenof te wijzigen. De kabinetsinzet is dat de omnibussen effectief bijdragenaan het versimpelen van wetgeving. Het kabinet is kritisch op voorstellendie mogelijk meer onduidelijkheid creëren, waaronder de voorgesteldewijziging aan de definitie van persoonsgegevens uit de AVG. Ook is hetkabinet kritisch op het voorstel om een bevoegdheid te creëren voor deCommissie om via uitvoeringshandelingen te specificeren wanneergegevens voldoende gepseudonimiseerd zijn, de voorgestelde grondslagvoor gebruik van persoonsgegevens in AI en de uitzonderingsgrond voorresiduele data in geval van bijzondere persoonsgegevens. Het kabinetspant zich er in de onderhandelingen voor in om in het voorstel dezeonderdelen te schrappen of, indien passend, te verbeteren en trekt daarbijop met gelijkgestemde lidstaten.De voorgestelde wijziging van de definitie van het begrip persoonsge-gevens wordt door het kabinet zeer kritisch beoordeeld. Zoals aangegevenin het BNC-fiche20, is dit voor het kabinet de wijziging die de meesteimpact lijkt te hebben op het beschermingsniveau van het grondrecht opgegevensbescherming. Dit begrip bepaalt immers of de AVG – en allerechten van betrokkenen – van toepassing zijn. Ook de EDPB en EDPSstellen in hun advies van 10 februari 2026 dat deze wijziging zou leiden toteen aanzienlijke beperking van de reikwijdte van het begrip persoonsge-gevens en daarmee van de reikwijdte van de AVG. Zij adviseren nadruk-kelijk om de wijziging van deze definitie niet te aanvaarden. Er lijktvoldoende steun in de Raad om deze wijziging terug te draaien. Hetkabinet kan daar echter nog geen definitieve conclusies aan verbinden.Juist in de laatste fase van de onderhandelingen kan het krachtenveld enhet beoogde compromis nog bewegen.Bij de voorgestelde bevoegdheid van de Commissie om via uitvoerings-handelingen te specificeren wanneer gegevens voldoende gepseudonimi-seerd zijn, is de Nederlandse inzet is er op gericht deze voorgesteldebepaling te schrappen. Dit artikel zou problematisch zijn omdat funda-mentele rechten volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EUniet kunnen worden beperkt door middel van uitvoeringshandelingen21.Er lijkt binnen de Raad voldoende steun om deze voorgesteldebevoegdheid van de Commissie te schrappen. Ook hier geldt dat het192021Hof van Justitie EU 5 september 2012 (Europees Parlement / Raad), zaak C-355/10, rechtsover-weging 77.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121115 kabinet daar nog geen definitieve conclusies aan kan verbinden, omdathet krachtenveld en het compromis nog bewegen.22) De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van hetbereikte akkoord over de Omnibus AI. Deze leden lezen dat hetkabinet eerder kritisch was op het verplaatsen van onderdelenvan Annex I van de AI-verordening naar sectorale wetgeving,omdat dit tot onduidelijkheid, vertraging en lacunes in toetsingzou kunnen leiden. Zij vragen hoe het kabinet beoordeelt of deovereengekomen waarborgen rond de Machinerichtlijn voldoendezijn om dat in de praktijk te voorkomen. Ook vragen de leden vande CDA-fractie welke onderdelen van de Omnibus AI volgens hetkabinet nog nadere uitleg of uitvoeringsrichtsnoeren vergen.Verder lezen deze leden dat aan het akkoord een verbod istoegevoegd op AI-systemen die seksuele deepfakes of materiaalvan seksueel kindermisbruik kunnen genereren. Zij vragen hoehet kabinet de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van dezebelangrijke verbodsbepaling beoordeelt en hoe de Nederlandseuitvoeringspraktijk in staat kan worden gesteld om deze verbods-bepaling effectief te handhaven.AntwoordDe waarborgen in de Omnibus AI zorgen ervoor dat de AI-specifieke eisenuit de AI-verordening zullen worden verwerkt in de Machinerichtlijn zelf.Daarmee is voldoende geborgd dat er geen afbreuk wordt gedaan aan dedoelen en ambities van de AI-verordening. De Commissie moet uiterlijkop 2 augustus 2027 gedelegeerde regelgeving opstellen die de vereistenten aanzien van de gezondheid en veiligheid onder de Machinerichtlijninvulling geeft. Daarmee wordt ook gezorgd dat er geen vertragingoptreedt en onduidelijkheid en lacunes worden voorkomen.Het kabinet is verheugd dat er inmiddels binnen de Europese Unie eenakkoord is bereikt over een verbod in de AI-verordening op AI-systemendie materiaal van seksueel kindermisbruik of naaktbeelden zondertoestemming vervaardigen of manipuleren. Het verbod treedt indecember dit jaar nog in werking. Dat is goed nieuws want een Europeseaanpak heeft hierbij de voorkeur aangezien het probleem niet stopt bij degrens.In de onderhandelingen voorafgaand aan dit akkoord, heeft Nederlandactief bijgedragen aan discussies over uitvoerbaarheid, reikwijdte eneffectiviteit van de verbodsbepaling. Hoewel Nederland verheugd is methet Europese akkoord, blijft de handhaafbaarheid van de verbodsbepalingeen aandachtspunt. Het verbod zal in nationale uitvoeringswetgevingnader moeten worden uitgewerkt. Dit pakt het kabinet op in het lopendeproces van de uitvoeringswet van de AI-verordening.23) De leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens de Telecomraadeen beleidsdebat plaatsvindt over technologische soevereiniteitvan de overheid. Deze leden vragen wat het kabinet concreetverstaat onder een «gericht en proportioneelEU-voorkeursprincipe», voor welke kritieke sectoren of dienstendit volgens het kabinet in beeld is, en welke criteria Nederlandwil hanteren om te bepalen wanneer sprake is van een risicovollestrategische afhankelijkheid. Ook vragen zij wat het kabinetprecies verstaat onder een «soevereine cloud», en hoe wordtvoorkomen dat Europese digitale autonomie in de praktijk vooralop papier bestaat terwijl feitelijke controle elders ligt. Daarnaastvragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet wil borgendat bij deze lijn ook ruimte blijft voor Nederlandse en Europesemkb-bedrijven en scale-ups.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121116 AntwoordHet kabinet is terughoudend met het inzetten van eenEU-voorkeursprincipe. Het principe kan worden ingezet om deweerbaarheid van de Unie te versterken en, wanneer minder ingrijpendemaatregelen of inzet van bestaande handelsinstrumenten ontoereikendzijn, om strategische markten te stimuleren die essentieel zijn voor delange termijn weerbaarheid van de Unie. Hierbij dienen per sector,waardeketen of industrie zorgvuldig de baten afgewogen te worden tegende kosten.22Recent heeft het kabinet een non-paper gepubliceerd over het TechSovereignty Package.23 Daarin zet het kabinet uiteen dat de vorming vaneen duidelijke Europese definitie van een soevereine cloud een van haarprioriteiten is voor de Cloud & AI Development Act (CADA). Ook in hetnon-paper Versterken van cloudsoevereiniteit van overheden van juli 2025heeft het kabinet deze ambitie geuit.24Het wetsvoorstel voor de CADA isop 3 juni gepubliceerd. Op korte termijn ontvangt de Tweede Kamer eenBNC-fiche over dit wetsvoorstel, waarin wordt ingegaan op de positie vanhet kabinet.24) Deze leden nemen kennis van het beleidsdebat over satelliet-connectiviteit. Zij vragen hoe het kabinet Europese soevereiniteiten strategische weerbaarheid precies wil meewegen bij detoekomstige herverdeling van het satellietspectrum, in hetbijzonder in de 2 GHz-band voor mobiele satelliettoepassingen.Ook vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet debalans beoordeelt tussen strategische autonomie, marktwerkingen leveringszekerheid.AntwoordOp 27 mei jl. heeft de Europese Commissie haar voorstel voor eenverordening omtrent de verdeling van de 2 GHz-band gepubliceerd.25Hierin stelt de Commissie onder andere voor om de 2 GHz-band op tedelen in drie delen, waarvan één beschikbaar gesteld zal worden voorgouvernementeel gebruik (kritieke en veilige communicatie) geleverddoor een Europese satellietoperator, één deel beschikbaar is voorcommercieel gebruik door nieuwe Europese satellietoperators ominnovatieve diensten te bevorderen en één deel voor commercieel gebruikdoor Europese of niet-Europese satellietoperators. Het kabinet zal ditvoorstel bestuderen, via de gebruikelijke processen appreciëren en deKamer daarvan via een BNC-fiche op de hoogte brengen.Antwoorden op de vragen van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de stukken voor de formele Telecomraad van 9 juniaanstaande. Deze leden hebben daarover twee vragen.25) Zij vragen allereerst hoe de Staatssecretaris kijkt naar hetinterview van ASML CEO Fouquet met Politico van 22 mei waarinhij zijn zorgen uitspreekt over concurrentiekracht in Europa, ookna de AI Omnibus. Welke acties voorziet de Staatssecretaris na22Waarbij baten en kosten niet enkel geldelijk worden gekwalificeerd, maar ook kwalitatiefworden bekeken, denk aan een bijdrage aan verduurzaming of verslechtering van de(handels)betrekkingen met derde landen.23Kamerstukken II 2025–2026, 21 501–33, nr. 1195.24Kamerstukken II 2025–2026, 22 112, nr. 411325Voorstel voor een machtiging op EU-niveau voor systemen die mobiele satellietdiensten(MSS) leveren (27 mei 2026). Raadpleegbaar via https://digital-strategy.ec.europa.eu/nl/library/proposal-eu-level-authorisation-systems-providing-mobile-satellite-services-mssTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121117 de omnibus en welke rol ziet zij voor Nederland weggelegd quavoortouw?AntwoordHet kabinet neemt signalen over de Europese concurrentiekracht uiterstserieus en werkt doorlopend aan het aanjagen van een concurrerenddigitaal ecosysteem waarbij nadelige maatschappelijke effecten beperktworden. Nu er een akkoord is bereikt op de AI omnibus, kijkt het kabinetuit naar het aankomende EU Tech Sovereignty Package. Nederland wilhierin het voortouw nemen door te sturen op een integrale aanpak van degehele technologische keten (de tech stack). Door cloud, AI, chips ennetwerktechnologieën via een slimme vraag-aanbodkoppeling teverbinden, versterken deze lagen elkaar en borgen we de Europeseconcurrentiepositie en soevereiniteit.26) Ten tweede vragen de leden van de BBB-fractie of de Staatssecretariskan reageren op de brief van vele Europese en internationale onderne-mersorganisaties getiteld «Joint Industry Statement: EU Member Statesand Policymakers Must Not Undermine the Ambition of the EU DigitalOmnibus»13 en of zij hierbij kan ingaan op de vier specifieke inhoudelijkepunten die zij aandragen en tot slot op het bredere punt dat zorgvul-digheid over snelheid moet gaan en dat niet overhaast tot een compromisovergegaan moet worden.AntwoordDit statement pleit voor behoud van de voorgestelde wijzigingen aan deAVG en het voorgestelde Europees meldpunt. Het kabinet is juist kritischop veel voorgestelde wijzigingen aan de AVG en het voorgesteldeEuropees meldpunt. Daarnaast wordt het belang van werkbare geharmo-niseerde cookieregels benadrukt. Het kabinet zet erop in dat de nieuwecookieregels effectief en uitvoerbaar zijn. Tot slot benadrukt het statementhet belang van het beschermen van bedrijfsgeheimen in de Dataveror-dening. Het kabinet is positief over de voorgestelde aanpassingen in deDataverordening die de waarborgen versterken ter bescherming vanbedrijfsgeheimen waar er risico is op lekken naar entiteiten uit derdelanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 121118
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.