Kabinetsreactie op het Israëlisch wetsvoorstel over het invoeren van de doodstraf en het rapport van Save the Children over Palestijnse kinderen in Israëlische detentie
Brontekst
Versie 927afbddaa356bcd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 735Mensenrechten in het buitenlands beleid23 432De situatie in het Midden-OostenNr. 428 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSSAMENWERKING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 april 2026Met deze brief ga ik in op de verzoeken van de vaste KamercommissieBuitenlandse Zaken van 10 april jl. met kenmerk 2026D13860 en 13 april jl.met kenmerk 2026D17566, over respectievelijk de Israëlische doodstraf-wetgeving en het rapport van Save the Children over Palestijnse kinderenin Israëlische detentie.Uw Kamer is op 26 maart jl. geïnformeerd over het standpunt en inzet vanhet kabinet over de Israëlische doodstrafwetgeving.1 Het kabinet vindt deaanname van de Israëlische wet over de doodstraf door de Knessetonacceptabel. Nederland is principieel tegen de doodstraf en veroordeelthet toepassen van executies, dit wordt gezien als onmenselijk enondoeltreffend. Daarnaast acht het kabinet het discriminatoire karaktervan deze wetgeving onacceptabel. Het kabinet heeft de zorgen over enafkeur van het wetsvoorstel meermaals kenbaar gemaakt bij de Israëlischeautoriteiten en opgeroepen het wetsvoorstel niet te implementeren. Hetkabinet doet dit zowel publiekelijk als achter de schermen en in bilateraalals EU-verband. De Minister-President heeft dit gedaan tijdens zijngesprek met de Israëlische president Herzog op 1 april jl. en ik deed ditook in mijn gesprek met de Israëlische Minister van Buitenlandse ZakenSa’ar op 15/04 jl. Momenteel loopt er een juridische procedure bij hetIsraëlisch Hooggerechtshof over deze wet. Het kabinet volgt de ontwikke-lingen nauwlettend en wacht deze af.Het gesprek met de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken Sa’ar hebik ook gebruikt om de omstandigheden van Palestijnse kinderen inIsraëlische detentie, zoals ook beschreven is in het recent gepubliceerderapport van Save the Children, aan de orde te stellen. Het genoemderapport bevat schokkende conclusies die niemand onberoerd laten. Jongekinderen zijn kwetsbaar en verdienen juist bescherming, foltering isonacceptabel. Het verbod op foltering is absoluut, en is een regel van1Kamerstuk 32 735, nr. 426 kst-32735-428ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4281 dwingend internationaal recht. Het kabinet wijst Israël consequent opnaleving van het internationaal recht, waaronder het Antifolteringverdrag.Ook roept het kabinet Israël al langere tijd op om de detentieomstandig-heden van Palestijnen in Israëlische detentiecentra te verbeteren en hetICRC ongehinderde toegang te verlenen. In het bezoek van de mensen-rechtenambassadeur afgelopen november is daar uitgebreid bij stilge-staan. Het kabinet verzoekt Israël om opheldering over de aantijgingen inhet rapport, en vervolging van eventuele daders.De Minister van Buitenlandse Zaken,T.B.W. BerendsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4282
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.